__MAIN_TEXT__
feature-image

Page 1

personeelsmagazine 33ste jaargang | december 2018

Geboorte

Ongewild kinderloos

Rollercoaster

Kinderwens en eigen grens

JOSÉ KNIJNENBURG - PAGINA 6

NIKKI RIJNEN - PAGINA 10

ROZA EN SANDY - PAGINA 20


Een niet zo kansrijke start Geboren worden in een onveilige situatie. Met een buitenlandse moeder, die de Nederlandse taal niet machtig is, en een werkloze vader met een ernstige alcoholverslaving. Ergens in een achterstandswijk. Je leest vaak over dit soort nare situaties, maar voor mij was het de realiteit. Ik was één van die kinderen waarover nu veel wordt gepraat. Een kind met een niet zo kansrijke start. Het was in 1978 dat ik op de wereld kwam. Mijn Poolse moeder was nog maar net geëmigreerd. Ze sprak slechts enkele woorden Nederlands en was amper 20 jaar, maar haar conservatieve moeder – mijn oma – had één missie: een man voor haar vinden. Want dan zou alles goedkomen. En dus bond mijn moeder zich veel te snel en veel te jong aan de eerste de beste vent die op haar pad kwam. Het was een ongelukkige beslissing met ongelukkige gevolgen. Mijn vader bleek een alcoholist met een kwade dronk. In onze sociale huurwoning beleefde mijn moeder twee stressvolle zwangerschappen, gevolgd door zeven angstige jaren. Maar niemand had aandacht voor de problemen in ons gezin. Hoewel bij iedereen de alarmbellen moeten zijn afgegaan, keken buren, leraren en andere ouders weg. Er was geen enkel uitzicht op verbetering. Niemand kwam ons helpen. En dus hielp mijn moeder zichzelf. Na het zoveelste incident, besloot ze midden in de nacht te vertrekken. Ze plukte mij en mijn zus uit bed en haalde geruisloos haar fiets uit de schuur. Ik zat voorop, mijn zus achterop. Een haastig gevulde boodschappentas met kleding hing aan het stuur. Tijdens de rit hoorde ik haar bange gehijg in mijn oor. Mijn oma kreeg gelijk: het kwam goed. Maar dan zonder man. Mijn moeder scheidde van mijn vader en bood ons vastberaden een betere toekomst. Want wat haar was overkomen, mocht ons nooit gebeuren. Ze zei: zorg goed voor jezelf, ga studeren, zoek een baan. Mijn zus en ik volgden haar adviezen op. Onze kinderen werden geboren in een gezonde en veilige omgeving. Soms denk ik: mijn leven had zo anders kunnen lopen. Zo veel slechter. Dankzij mijn moeder is dat niet gebeurd. Maar als ze voor, tijdens en na haar zwangerschappen wat meer ondersteuning had gekregen, was ons een hoop ellende – met de nodige risico’s van dien – bespaard gebleven. Gelukkig heeft het programma Kansrijke Start (pagina 14-15) oog voor kinderen die worden geboren in kwetsbare gezinnen. Want iedereen heeft recht op een veilig en daarmee gezond begin. Dat maakt de weg vrij voor een toekomst waarin alles mogelijk is.

Sabina van Gils redacteur Diagonaal, directie Communicatie

2 Diagonaal december 2018


Thema:

Geboorte

33ste jaargang | december 2018

4

16

6

8

15 10 Freya ongewild kinderloos 6 Nikki Rijnen de rollercoaster bij de geboorte van haar zoon 10 Geboortezorg Nederland is terug in de middenmoot 12 Van Nul tot Nu Fred Beekers 17

Ga naar www.vwsdia.nl

Beslommeringen Linda Hilhorst 23

OP DE COVER: Femke Zijlstra (communicatieadviseur DCo) en haar zoon Lieuwe FOTO: Erik Jansen COLOFON Diagonaal en vws#Dia zijn de crossmediale personeelsmagazines van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Hoofdredactie Rob Langeveld Eindredactie Douwe Anne Verbrugge Redactie Adriaan Duivesteijn, Hester Vos, Sabina van Gils en Maarleen van Aarden Klankbordgroep Louise van Kranendonk, Janneke Leek, Irma van Malkenhorst, Steven Oppenheim, Nico van Santen en Paul Schulpen Vragen, opmerkingen, ­ingezonden brieven? Redactie, postbus 20350, 2500 EJ Den Haag, telefoon: (070) 340 69 56, e-mail: diagonaal@minvws.nl Secretariaat telefoon (070) 340 60 00. Overname van tekst is mogelijk na overleg met de redactie Vormgeving Kris Kras context, content and design Druk Xerox/OBT Pensioen of uit dienst en de Diagonaal blijven ontvangen? Geef het door: diagonaal@minvws.nl

3


Kleine bijdrage

Tekst: Adriaan Duivesteijn Foto’s: René Verleg

Voetmassages en meepuffen Ze staan een beetje langs de zijlijn. Puffen wat mee, frummelen zenuwachtig met de camera-instellingen van de smartphone en verrichten wat lichte massagehandelingen. De aanstaande vader. Zijn positie is niet te benijden. Of valt dat wel mee?

WIST JE DAT Emma en Noah op nummer één Heb je je zoontje Noah genoemd of heet je dochtertje Emma? Dan ben je niet de enige. In 2017 waren dit namelijk de 4 Diagonaal december 2018

populairste babynamen volgens de SVB. Bij de jongens staat Sem op de tweede plek en Lucas op de derde. Bij de meisjes zijn dit Tess en Sophie. Bijzondere namen werden er ook gegeven, zoals Berlusconi (jongen) of Qinoa (meisje). Bron: svb.nl

Kunstbaarmoeder De kunstbaarmoeder – nu nog slechts een symbolisch model – was één van de

blikvangers tijdens de 'Dutch Design Week' eind oktober. De ontwerpers denken dat de kunstmatige baarmoeder in de toekomst kan worden ingezet om sterfte onder vroeggeboren baby's tegen te gaan. Neonatoloog Anton van Kaam: “Elke week die een baby langer in de baarmoeder kan zitten, vergroot de overlevingskans aanzienlijk.” Eerder lukte het om te vroeg geboren lammetjes in leven


Kalmerende rol

Hollen naar ziekenhuis

Leonard Feis (32) senior beleids­medewerker directie Zorgverzekering “De derde bevalling hebben we bewust thuis gepland. Mede ingegeven door sluiting van de afdeling Verloskunde in het Woerdense ziekenhuis, maar vooral omdat we al twee bevallingen hadden meegemaakt. Daardoor wisten we dat mijn vrouw snel bevalt en een snelweggeboorte zagen we niet zitten. Thuis bevallen is even hectisch: hoe doen we het met onze jongens? Is de medische zorg op tijd aanwezig? Toch overheerst een vertrouwd gevoel. Tijdens de bevalling vervulde ik vooral een kalmerende rol. Geen gepuf of voetmassages, gewoon door te praten over koetjes en kalfjes. De korte bevallingen waren voor mijn vrouw heel prettig. Het is ook heftig, juist omdat het zo snel gaat. Fysiek en mentaal leef je op de toppen. Tegelijk heb je nauwelijks tijd om herinneringen te maken. Behalve het doorknippen van de navelstreng, dat blijft je altijd bij.”

te houden in een kunstbaarmoeder. Bron: rtlnieuws.nl

Diepterecord In 2017 werden er 169.000 baby’s geboren, ruim 3.000 minder dan het jaar ervoor. En dat betekent een nieuw diepterecord: het laagste aantal geboortes was tot dan toe in 1983 (170.000 baby’s). Gezinnen worden ook steeds kleiner:

Luc Hagenaars (31) senior beleidsmedewerker directie MEVA

Af en toe een grapje Jan Valk (33) parlementair adviseur directie BPZ “We hebben een zoon, Bram, geboren op 7 augustus. Voor de inspanning die vrouwen leveren bij een bevalling heb ik grote bewondering. Als man voel je je toch eigenlijk machteloos. Bij de bevalling van Eline, dacht ik meer dan eens: moet ik het niet even van je overnemen. De bevalling was in het ziekenhuis, dus hadden Eline en ik van begin tot eind hulp en begeleiding. Maar je bent gelukkig ook vaak even samen. Juist dan kan je een verschil maken. Je zegt dat het goed gaat, dat ze het super doet. Je maakt af en toe een grapje en bevestigt ook hoe heftig het is. En daarna, de eerste keer dat je je zoon in handen hebt, heel bijzonder. Vanaf het begin is Bram een vrolijke vent. Hij doet het supergoed.”

gemiddeld 1,61 kinderen in 2017. In 2010 was dat nog 1,8. De leeftijd waarop vrouwen voor het eerst moeder worden, is in vier jaar licht gestegen van 29,4 naar 29,8 jaar. Bron: cbs.

Geen plek

“Viola had tegen het eind van de zwangerschap een verhoogde bloeddruk. We gingen van de verloskundige over naar de gynaecoloog. Die besloot de geboorte in te leiden, maar dan kan het nog makkelijk drie dagen duren. Op 25 oktober heb ik daarom nog gewoon interviews gehouden voor mijn proefschrift. De afspraken daarvoor hadden me veel moeite gekost en ik dacht dus nog tijd te hebben. Maar na afloop was het hollen naar het ziekenhuis. De bevalling verliep soepel. Wat ik heel opmerkelijk vond was dat Viola de laatste vijf uren helemaal in zichzelf was gekeerd. Dat was zo mooi om te zien, zo krachtig. Met Amélie gaat het goed. De laatste drie nachten heeft ze wel een huiluurtje. Een baby kan helemaal niets, maar voelt wel bepaalde dingen aan. Zo geeft ze aan dat ze bij je wil zijn en stopt ze ook meteen met huilen. Dat vind ik telkens een mooi intiem moment.”

Volgens koepelorganisatie KNOV gaat het inmiddels in een aantal regio's om een structureel probleem. “Het gaat om een toenemend stressvolle situatie. Dat kan echt leiden tot onveiligheid”, zegt Sonia Jennings (KNOV). Bron: nos.nl en knov.nl

Verloskundigen hebben steeds vaker moeite om een plek in een ziekenhuis te vinden waar vrouwen kunnen bevallen. 5


Blikveld

Interview met José Knijnenburg

Tekst: Ingrid Brons Foto: Rob Gieling

‘Ongewild kinderloos blijven is een verlies’ Sinterklaas, Kerst: december is de feestmaand van het gezin. Maar daar zit ook een schaduwzijde aan. Voor mensen met een onvervulde kinderwens kan het een lastige periode zijn. José Knijnenburg is directeur van Freya, de vereniging voor mensen met vruchtbaarheidsproblemen. "Kinderen heb je voor de rest van je leven, géén kinderen ook."

6 Diagonaal december 2018


José Knijnenburg (Oegstgeest 1959) Woonplaats: Groesbeek Werk: Werd in 1989 via ivf moeder van een tweelingzoon en -dochter, en is sindsdien actief bij Freya. Eerst als vrijwilliger, sinds 1997 als directeur. Vrije tijd: Leest graag en schildert, onder andere portretten.

“Het beeld is vaak ‘als je geen kind kunt krijgen, dan doe je toch ivf?’”, zegt José Knijnenberg. “Maar ivf is geen garantie. Uiteindelijk krijgt 60% van de stellen die starten met vruchtbaarheidsbehandelingen een kind, 40% dus niet. Het werkt niet voor iedereen, helaas.” Vereniging Freya is er voor mensen met vruchtbaarheidsproblemen en een onvervulde kinderwens in verschillende stadia: mensen die aan het begin staan van de vruchtbaarheidsbehandelingen, er middenin zitten, een kindje hebben gekregen na een fertiliteitstraject of weten dat ze kinderloos zullen blijven. “Vrouwen én mannen, want natuurlijk kloppen er ook mannen bij ons aan. In de praktijk blijkt dat vrouwen meer behoefte hebben aan contact. Mannen willen vooral oplossingen en concrete informatie. We zoeken nog hoe we mannen het beste kunnen bedienen.” Besloten Facebookgroepen Freya biedt op verschillende manieren ondersteuning. Er is een website met betrouwbare en onafhankelijke informatie. Vier keer per jaar komt het Freya Magazine uit. De vereniging organiseert bijeenkomsten, waar leden lezingen en workshops volgen én met elkaar in contact komen. En Freya is actief op social media. “Onze leden wisselen informatie uit via besloten Facebookgroepen en besloten fora op de website. En steunen elkaar. Het mooie is dat het ons ook weer kennis oplevert. Dankzij de groepen weten wij nauwkeuriger wat er bij hen leeft. Waardevolle informatie, want wij

behartigen ook de belangen van onze leden bij organisaties als VWS en NZi.” Onbegrip Freya zet zich ook in voor meer begrip voor mensen met een onvervulde kinderwens. “Ongewild kinderloos blijven is een verlies. Vergelijk het met de rouw om het wegvallen van iemand uit je directe omgeving. Het is te kort door de bocht om te zeggen ‘je hebt nooit kinderen gehad en je weet dus niet wat je mist’. Mensen koesteren een toekomstbeeld en dat valt weg. Ze worden geen vader, moeder, opa of oma. Ze maken geen eerste lachje en geen eerste stapje mee.” En de pijn blijft terugkomen op bepaalde momenten. Rond de feestdagen bijvoorbeeld. “Kinderen heb je voor de rest van je leven, géén kinderen ook”, vat José het samen. Ook al is er in de media best veel aandacht voor vruchtbaarheidsproblematiek, in de directe omgeving stuiten mensen vaak nog op onbegrip. “Mensen die na één ivfbehandeling stoppen omdat ze het te heftig vinden, krijgen bijvoorbeeld te horen dat hun kinderwens zeker niet zo diep was. En wat dacht je van een paar met kinderen dat tegen een ongewenst kinderloos stel zegt dat zij wél op vakantie kunnen wanneer ze willen. Goedbedoeld, maar het is zo pijnlijk als je mensen uit jouw omgeving dat zeggen.” Oprechte interesse Wat familie, vrienden, kennissen en collega’s wél kunnen doen is luisteren. “Niet één keer, niet twee keer, maar zo

vaak als iemand wil. Bied mensen een luisterend oor en toon oprechte interesse. Stuur een berichtje op belangrijke momenten, zoals een ziekenhuis­ afspraak, onderzoek of de zwangerschapstest. Vraag of mensen erover willen praten en geef ze de ruimte om hun verdriet te tonen. Kraamvisites en kinderverjaardagen kunnen lastig zijn. Vul dan niet zelf alvast maar in dat je vriendin met een onvervulde kinderwens waarschijnlijk liever niet komt. Nodig haar gewoon uit en maak het bespreekbaar. En heb begrip als ze liever op een ander moment langskomt.” Mensen met een onvervulde kinderwens ervaren vaak ook problemen op het werk. “Tijdens ivf-behandelingen moet je best frequent naar het ziekenhuis. Die afspraken zijn nauwelijks te plannen, omdat ze afhankelijk zijn van je cyclusverloop. Het is wettelijk vastgelegd dat mensen voor deze afspraken hun kortdurend ziekteverlof mogen gebruiken, maar desondanks ondervinden werk­ nemers hier nogal eens problemen mee. We zien vaak dat tijdelijke contracten niet worden verlengd. Hoe leuk zou het zijn als VWS op dit gebied koploper wordt, met het eigen interne beleid als voorbeeld voor andere werkgevers!” Ook het vergoedingenstelsel kan beter, vindt José. “Stellen krijgen nu drie ivfbehandelingen uit het basispakket. Dat is te weinig. Stel je voor dat je ook maar drie kansen zou hebben om gewoon zwanger te worden! Ook wordt eicel­ donatie nu niet vergoed en het draagmoederschap is nog niet geregeld. Er valt nog heel wat te verbeteren, daarom doe ik dit werk nog steeds met veel plezier.” 7


VWS’ers vinden… In vws#Dia komen Anna de Wit - In 't Veld, Coen Veld en Aad van der Vet aan het woord over dit onderwerp. Ga naar www.vwsdia.nl

Zelf moeder worden. Of vader. Of oma. Of opa. Het vervult de meesten van hen met enorme trots. Wat de komst van een kind zoal losmaakt.

Alle clichés Femke Zijlstra (38), communicatieadviseur directie DCo

'Ver vooruitdenken zit er niet meer in' “Een half jaar geleden heb ik mijn zoon Lieuwe gekregen. Ik heb altijd wel geweten dat ik moeder wilde worden, al ben ik nooit zo met kinderen bezig geweest. Vaak als vrouwen een baby zien, storten ze zich er bovenop. Ik heb dat nooit zo gehad. Maar ik heb altijd geweten dat een eigen kind een heel bijzonder gevoel moest zijn. En dat is ook zo: ik ben enorm trots op Lieuwe en vind hem prachtig. Alle clichés zijn waar.

Tekst: Tamar Klijsen Foto: Erik Jansen

8 Diagonaal december 2018

Mijn zwangerschap was negen maanden lang rondlopen met een heel speciaal gevoel. Blij om dit mee te maken. Ik voelde me goed en heb tot de achtste maand volop doorgewerkt en veel bewogen. Je bent er ook niet continu mee bezig, hoor. Ik vergat soms gewoon dat die buik

er zat. Om er wel bewust bij stil te staan, deed ik eens per week pilates. En bewust was ik ook als ik mijn baby voelde schoppen. Dat gebeurde weleens in een vergadering of als ik in gesprek was met iemand. Dan had ik de neiging om te roepen: ‘Ik voel mijn kind, mensen!’ Ik ben gelukkig niet voortdurend bezorgd. Wel realiseer ik me meer hoe kwetsbaar we zijn. Zo’n ongeluk in Oss komt binnen. Ik zou radeloos zijn als mijn kind iets overkomt. Toch probeer ik daar niet te veel over na te denken. Ik leef in het nu. Dat kan ook niet anders met een baby. Al te ver vooruitdenken zit er niet meer in. Al moet je praktisch gezien juist alles tot in de puntjes plannen.”


zijn waar Arie Ottevanger (64), coördinerend adviseur voedselveiligheid directie VGP

‘Van je kleinkinderen maak je alles bewuster mee’ “Begin dit jaar is mijn derde kleinkind geboren: Morris. Nieuw was opa worden dus niet voor me, maar het blijft natuurlijk spannend en leuk. Ik had al twee oudere kleinkinderen: Olivier (7) en Roos (5). Ik zie ze wekelijks. Mijn vrouw past iedere maandag op ze. Na het werk neem ik de trein – ze wonen in Heemstede – en eten we met z’n allen.

Tekst: Tamar Klijsen Foto: René Verleg

Hoewel ik mijn kleinkinderen zo regelmatig zie, kunnen ze toch elke keer weer iets nieuws. Die ontwikkeling gaat razendsnel. Olivier kan nu bijvoorbeeld lezen, schrijven en rekenen. En Morris maakt grote sprongen richting staan en lopen. Het is leuk dat hij me nu ook herkent. Met een pasgeboren baby maak je nog niet zo

duidelijk contact, maar met tien maanden kun je al echt communiceren. Hij kan nog niet praten, maar reken maar dat hij laat weten wat hij wel en niet wil. Met mijn eigen kinderen maakte ik die ontwikkeling minder bewust mee. Ik was voortdurend met ze in de weer en stond er niet bij stil dat dingen goed gingen. Mijn kleinkinderen zie ik minder vaak en dan valt elke verandering op. Misschien komt het ook wel door mijn leeftijd. Als je ouder wordt ben je je bewuster van de kwetsbaarheid van het leven, niets is vanzelfsprekend. Ik ben dan ook blij dat mijn klein­ kinderen gezond zijn en alles goed met ze gaat.”

9


Van beleids­medewerker tot patiënt en moeder VWS-beleidsmedewerker Nikki Rijnen (directie MEVA) beviel op 20 april 2018 van haar zoon Steven. Nikki woont in Diemen (bij Amsterdam), maar haar zoon werd geboren in een Zwols ziekenhuis: hoogtepunt van de rollercoaster waarin zij en haar man belandden tijdens de bevalling. “Ik ben heel blij dat de zorg in Nederland erg geavanceerd is en dat mijn kind goed behandeld kon worden. Maar het kan beter.” Een reconstructie.

10 Diagonaal december 2018


Reconstructie

Tekst: Nikki Rijnen Foto: Kick Smeets

17 april 2018, mijn 32e verjaardag. Ik ga met de secretaris-generaal naar Groningen om het project ‘Keten-stage’ te bekijken. Een erg inspannende dag, drie uur heen met de trein, drie uur terug. Ik ben 30 weken zwanger. Over vier weken begint mijn zwangerschapsverlof. De volgende dag voel ik me erg vermoeid. Ik meld mijn collega’s dat ik thuiswerk. Om 11.00 uur sta ik in de badkamer en dan gebeurt het: ‘splash’. Mijn vliezen zijn gebroken! Bij de zwanger­schapsgym hadden ze gezegd dat dit alleen in films gebeurt. Nou, mijn film is begonnen... Het wordt een blockbuster. Ik bel het ziekenhuis. De verpleegkundige vraagt of ik het zeker weet. “Ja, of ik ben spontaan incontinent geworden.” Ik woon in Diemen, het dichtstbijzijnde ziekenhuis is in Amsterdam-Oost. Oftewel: parkeer­ problemen. Ik stap voor het ziekenhuis uit en loop naar binnen. Academisch ziekenhuis Bij de ingang staat een VWS-collega, in witte doktersjas. Ik weet zeker dat zij geen arts is. “Werkbezoek”, vertelt ze. “En wat doe jij hier?” “Mijn vliezen zijn gebroken bij dertig weken zwangerschap.” Ze kijkt verschrikt. Haar gastheer vertelt waar de afdeling Verloskunde is: helemaal achteraan! Tuurlijk… Aan het eind van de lange gang is de lift. Het wachten duurt nog langer dan bij VWS. Het is snel duidelijk: vliezen gebroken en nog geen echte weeën. Nou ja, een beetje dan, blijkt achteraf. Ik krijg weeënremmers en een long rijpingsprik voor de longen van mijn ongeboren kind. De prik moet 48 uur inwerken. Ik krijg te horen dat ik hier niet kan

bevallen. Want baby’s onder de 32 weken moeten in een academisch ziekenhuis geboren worden. “Niet druk over maken, rustig gaan eten en slapen.” Personeelstekort Boem!!! Midden in de nacht, om 03:00 uur, vliegt de deur open: “Jullie gaan naar Zwolle, naar het Isala Ziekenhuis.” Huhh??? Zwolle blijkt het dichtstbijzijnde ziekenhuis dat geboortes van minder dan 32 weken mag begeleiden. Alle andere UMC’s (AMC, VuMC, UMC Utrecht, UMC Leiden) zitten vol. Voor het eerst ondervind ik zelf de gevolgen van het personeelstekort in de zorg. Ik werk bij de directie Macro-Economische Vraagstukken en Arbeidsmarkt (MEVA) en ik houd mij bezig met het tekort aan stages in de zorg en de financiering van medische vervolgopleidingen. Ik word met m’n neus op de feiten gedrukt. Binnen een kwartier moeten we klaar staan. Het ambulancepersoneel heeft er zin in, not. Ze zijn er niet blij mee dat ze midden in de nacht helemaal naar Zwolle moeten, daar zijn zij nog nooit geweest. Tijdens de rit valt het navigatiesysteem uit. Iets dat wel vaker gebeurt, wordt mij toevertrouwd. Een iPad biedt uitkomst. Ondanks een afgesloten afrit zijn we op tijd. Mijn eerste nacht in een ziekenhuis, mijn eerste infuus en nu ook mijn eerste ambulancerit. Ik had mijn bevalling echt anders voorgesteld. In Zwolle worden we met open armen ontvangen. Er staat een team klaar om ons te begeleiden. Op de kamer ligt een welkomstpakketje. Leuk, net als op een hotelkamer. Onze kamer kijkt uit op het stadion van PEC Zwolle. Mijn man is minder blij: hij moet slapen op een veredelde stoel.

Zwollenaar De artsen onderzoeken me. Ik moet in bed blijven liggen en mag alleen naar de wc lopen. Met gebroken vliezen kan ik tot week 37 in bed blijven, daarna wordt de baby “gehaald”. Het mag niet zo zijn, alles gaat in een stroomversnelling. Na 16 minuten persen wordt Steven geboren. Op 20 april om 06.11 uur. In Zwolle; hij is daarmee een Zwollenaar. Steven brult het uit, daar zijn we heel erg blij mee. De long rijpingsprikken hebben 36 uur ingewerkt en het is gelukt. Steven weegt 1400 gram. Hij wordt meteen overgedragen en in een couveuse gelegd. Na tien minuten mag ik hem vasthouden, hij is gewikkeld in bubbeltjes plastic en doeken, om hem warm te houden. Bureaucratie De rollercoasterrit begint nu pas echt, blijkt later: de bureaucratie. Je krijgt het gevoel dat je van meet af aan voor je kind moet vechten. Je moet overal zelf achteraan. Zo bleek mijn apotheek niet gecontracteerd te zijn voor dieetvoeding. Moest ik een andere apotheek gaan zoeken. Tevens was mijn kind door het ziekenhuis niet aangemeld voor zijn RS medicijn. Foutje, vergeten. Heb ik een half uur gezeurd bij een verpleegkundige om de voor mijn zoon bedoelde vaccinatie mee naar huis te krijgen. En daar bleef het niet bij. De bureaucratie was onthutsend. Ik vraag me af hoe mensen het doen die minder scholing hebben gehad, of minder mondig zijn dan ik. Het zorgstelsel zit voor patiënten véél te ingewikkeld in elkaar. Met Steven gaat het inmiddels heel goed! Hij weegt 6700 gram, gunt ons een ongestoorde nachtrust en wordt waarschijnlijk fan van PEC Zwolle. 11


Tekst: Douwe Anne Verbrugge Foto’s: René Verleg

Topic Ga naar www.vwsdia.nl

Geboortezorg kan nog verbeterslag maken

Die bekende roze wolk. Die was in 2008 ver te zoeken toen de cijfers naar buiten kwamen over babysterfte in Nederland. Die cijfers lagen hoog. Binnen Europa bungelden we onderaan in de lijstjes omtrent goede geboortezorg. Uit de laatste cijfers van dit jaar blijkt dat we nu in de middenmoot zitten. “Onze positie is sterk verbeterd, maar is nog niet zo goed als in de Scandinavische landen”, vertelt Lisette Bruns. Zij is senior beleidsmedewerker bij de directie Curatieve Zorg en trekker van ‘de Babyclub’ binnen VWS.

In tien jaar tijd is er dus veel verbeterd. Kun je cijfers geven? “In 2008 stierven in Nederland 10.5 baby’s op 1.000 geboorten. Nu ligt dat aantal op 7.7. Een flinke verbetering dus. Voor de duidelijkheid: wij praten hier over perinatale sterftecijfers. Dat is de sterfte tussen 24 weken, dus baby’s die nog in de buik zitten, tot 28 dagen na de geboorte.” Lisette Bruns senior beleidsmedewerker directie Curatieve Zorg

“We werken aan een systeem van vertrouwen” 12 Diagonaal december 2018

Hoe is die verbetering tot stand gekomen? “Het was in 2008 flink schrikken toen de cijfers naar buiten kwamen. Een stuurgroep met zorgprofessionals uit de geboortezorg heeft toen zelf het rapport ‘Een goed begin’ opgesteld. De aanbevelingen en verbeterpunten die daar in stonden zijn door VWS omarmd

en opgepakt: perinatale sterfte terugdringen en nog meer aandacht voor een goede start voor moeder en kind. Ook de samenwerking binnen de keten van de geboortezorg is verbeterd. De communicatie tussen de gynaecoloog, de verloskundige, de kraamzorg en de huisarts is nu in veel gevallen goed vastgelegd.” Werkt de dalende populariteit van de thuisbevalling mee aan een lager sterftecijfer? “Die link kun je niet leggen. Uit de cijfers blijkt namelijk niet dat een thuis­ bevalling ‘gevaarlijker’ is. Maar het klopt wel dat het aantal thuis­bevallingen afneemt. Was er in 2012 nog sprake van 15,9% thuisbevallingen, in 2016 is dit percentage gedaald naar 12,7%.”


Dus VWS gaat de thuisbevalling niet de-stimuleren? “Keuzevrijheid is een groot goed. Een thuis­bevalling is daar een mooi voorbeeld van. Maar ook de mogelijkheid te kiezen voor een poliklinische bevalling in een geboortecentrum of ziekenhuis. We werken aan een systeem van vertrouwen. Iedere zwangere vrouw moet erop kunnen vertrouwen dat zij de optimale zorg krijgt bij een bevalling. Als de verlos­kundige bij een thuisbevalling met teveel complicaties wordt geconfronteerd, moet zij binnen no-time kunnen terugvallen op een systeem dat de bevalling overneemt.”

Waar valt de winst te halen om alsnog in de buurt te komen van het rijtje met Scandinavische landen? Wat doen zij beter dan wij? “Daar is niet één antwoord op. Wat ik wel weet is dat wij ons nog meer moeten richten op het verbeteren van leefstijl en extra aandacht genereren voor zwangere vrouwen in achterstandssituaties. Dit vraagt heel veel begeleiding, maar daar is wel winst te behalen. Essentieel hierin is een goede verbinding tussen het medische en sociale domein. Ook een stevige verbinding binnen de geboortezorg is van belang. Met het door VWS ingezette programma ‘Babyconnect’ ondersteunen we regio’s bij het digitaal

uitwisselen van gegevens over de aan­staande moeder. En dan is er nog het experiment ‘Integrale bekostiging’. Dit lijkt misschien een bureaucratisch of administratief aspect; het gaat over de financiering van de integrale zorg. Maar er zit meer achter. Het is een middel om de samenwerking binnen de geboortezorg te stimuleren en het onderlinge vertrouwen te vergroten. Het zorgt ervoor dat verschillende zorgverleners financiële afspraken maken over de gezamenlijke zorgverlening. Dit verstevigt de samenwerking. Wat uiteindelijk ten goede komt aan moeder en kind.” ➔➔

Babyclub VWS De ‘Babyclub VWS’ is in 2008 ontstaan om kennis en kunde te bundelen. Het huidige team bestaat uit elf vrouwen: Laura Steentjes, Aafje Krug, Marieke Koppenaal, Manou de Nennie, Anneke Sellis, Alice van Gent, Laetitia Kuijpers, Renske van Tol, Louise Kranendonk, Sandy Litjens, Nienke Zuidema.

13


100% Rookvrij Manou de Nennie senior beleidsmedewerker directie VGP

“Jaarlijks overlijden 60 baby's als gevolg van roken”

“Wist je dat 9% van alle zwangere vrouwen gedurende de gehele zwangerschap blijft roken? En dat dit percentage bij laag opgeleide vrouwen zelfs op 22% ligt? Ieder jaar worden 15.000 baby’s geboren van wie de moeder rookt. Terwijl er geen betere reden is om te stoppen, op het moment dat je zwanger wilt worden. En ja, er is duidelijk aangetoond dat roken tijdens de zwangerschap gevolgen heeft voor de baby. Zoals aandoeningen aan de luchtwegen, middenoorontstekingen, leerproblemen en een verhoogde kans om later zelf te gaan roken. Jaarlijks overlijden 60 baby’s als gevolg van roken. Gelukkig zijn er ook heel veel vrouwen die het wel lukt te stoppen op het moment dat ze zwanger worden. Het moeilijkst is het in gezinnen waar ‘meer aan de hand is’. Stress door financiële schulden of werkloosheid. Probeer dan maar eens van het roken af te komen! In de Taskforce Rookvrije Start zetten verschillende beroepsgroepen uit de geboortezorg dit onderwerp op de kaart.

Nee, makkelijk is het niet om zwangere vrouwen met lage sociaal economische status te bereiken. Daarom wordt door de beroepsgroepen binnen de Taskforce goed samengewerkt om deze vrouwen – en hun partner – te motiveren en te begeleiden. Want het schiet niet op als de aanstaande moeder steeds weer door iemand anders wordt verteld dat haar kindje schade oploopt door het roken. Dat weet ze zelf ook wel. Daarnaast verwacht ik dat de uitkomsten van het Preventie-akkoord minstens net zoveel vruchten gaan afwerpen. Tabak wordt een stuk duurder, tabaksproducten worden uit het zicht gehaald en meer plekken worden rookvrij, waaronder ook de zorg. En voor deze groep ook heel belangrijk: er geldt geen eigen risico meer bij stoppen met roken. In 2040 hopen we een rookvrije generatie te hebben. En dus ook 100% rookvrije ouders!” Meer info op www.rookvrijestart.nl

Stress wordt doorgegeven aan ongeboren kind

Laetitia Kuijpers programmamanager ‘Kansrijke Start’

14 Diagonaal december 2018

“Van alle kinderen die worden geboren in Nederland heeft zo’n 14% een valse start: zij worden te vroeg geboren of zijn te licht bij de geboorte. Als je dat percentage omzet in getallen gaat het om bijna 25.000 baby’s per jaar. Circa 200 baby’s groeien op in kwetsbare tot zeer kwetsbare gezinnen. Met het actieprogramma ‘Kansrijke Start’ willen we meer kinderen een kansrijke start geven. In de eerste

1000 dagen van een kind worden alle organen aangelegd, onze afweer wordt opgebouwd, we hechten ons aan anderen en we leren communiceren. Deze periode is dan ook heel belangrijk voor een goede ontwikkeling van jonge kinderen. Die 1000 dagen beginnen al voor de conceptie. De meeste gemeenten hebben wel in beeld welke jonge mensen binnen hun wijken, dorpen


Topic

Hielprik traceert steeds meer Renske van Tol coordinerend beleidsmedewerker directie Publieke Gezondheid

“Medicatie voorkomt dat de moeder een infectieziekte overdraagt op het kind”

en steden in kwetsbare situaties leven. Het gaat vaak om mensen met psychiatrische problematiek, met een licht verstandelijke beperking of met drugsverslaving. Slechte huisvesting, relatieproblemen en financiële schulden geven stress. En stress wordt door­gegeven aan het ongeboren kind. Dat kan leiden tot vroeggeboortes en een te laag geboortegewicht bij deze baby’s. Vanuit het actieprogramma wordt een aantal landelijke maatregelen genomen om kwetsbare gezinnen eerder te signaleren. Gemeenten zullen kwetsbare gezinnen al voor de geboorte moeten

“Het gaat echt razendsnel met het aantal ziektes dat via de hielprik kan worden getraceerd. Werd er begin jaren zeventig bij de introductie van de hielprik alleen op de stofwisselingsziekte PKU getest, nu is het RIVM in opdracht van VWS bezig het aantal te testen ziektes uit te breiden van 19 naar 31. VWS stelt als voorwaarde dat de ziekte via de hielprik goed opgespoord kan worden en dat de ziekte te behandelen is. Dat de hielprik altijd zo snel na de geboorte plaatsvindt – binnen 168 uur – heeft te maken met het feit dat gezondheidsschade aan de baby wordt voorkomen, als je er snel bij bent. Overigens is de hielprik niet verplicht, maar 99% van de moeders laat ‘m uitvoeren. Het gaat vooral om zeldzame ziekten: per jaar worden bij zo’n 180 tot 190 kinderen ziekten opgespoord. Met de uitbreiding worden nog eens 20 tot 40 kinderen gevonden en vroeg behandeld. Ook tijdens de zwangerschap wordt gekeken naar de gezondheid van het kind. Bij het eerste bezoek aan de verloskundige wordt

getest op infectieziekten zoals hiv en syfilis, en op de aanwezigheid van antistoffen tegen bloedgroepen. Medicatie voorkomt dat de moeder een infectieziekte op het kind overdraagt of dat haar afweersysteem reageert op de bloedgroep van het kind. Een ander verhaal is het testen van het ongeboren kind op diverse aandoeningen. De meeste vrouwen laten halverwege de zwangerschap met een echo onderzoeken of er structurele afwijkingen in de ontwikkeling van het kind zijn. Ook is het mogelijk om na drie maanden zwangerschap te testen op een aantal chromosoom-afwijkingen, waaronder het downsyndroom. Ongeveer 45% van de vrouwen kiest hiervoor. Als er een afwijking wordt gevonden bij de prenatale screening volgt vervolgonderzoek. Omdat prenatale screening van het kind tot lastige keuzes kan leiden - wel of geen voortzetting van de zwangerschap worden alle vrouwen zorgvuldig voorbereid op deze screening.”

ondersteunen. Zij vragen de jeugd­ gezondheidszorg om via een prenataal huisbezoek te bepalen welke ondersteuning nodig is. En dan wordt er niet alleen naar de moeder gekeken, maar ook naar haar omgeving. Is de huisvesting op orde? Of moet er een schuldhulpmaatje worden ingezet? Een ander voorbeeld is het landelijk beschikbaar maken van het project ‘Nu Niet Zwanger’. Professionals voeren gesprekken met jonge vrouwen in een kwetsbare situatie. Daarbij praten ze over hun situatie, wat zij nodig hebben, seksualiteit, de consequenties van zwangerschap, ouderschap en anticonceptie. Op lokaal niveau worden er

‘coalities’ gevormd die kwetsbare zwangere vrouwen of gezinnen helpen. Vanuit VWS geven we gemeenten financiële ondersteuning om lokale coalities te vormen. In zo’n coalitie zitten professionals die hierbij een rol spelen, zoals jeugdverpleegkundigen, huisartsen, verloskundigen en gemeenteambtenaren. Op basis van een ‘menukaart’ kunnen coalities bepalen welke vervolgstappen zij kunnen nemen bij kwets­bare gezinnen. Daarmee investeren gemeen­ten in hun toekomstige inwoners.”

15


WVTTK

Tekst: Rob Langeveld Foto: Edwin Walvisch

Peter Leeflang mt-lid directie Curatieve Zorg

Waarom draag je een baard? “Toen mijn dochter in 2012 in het ziekenhuis lag, had ik geen tijd om me te scheren. Ik heb ‘m laten staan. In 2016 ben ik overgegaan op een echte baard, ook vanwege de hype. Ik ‘deed’ in die tijd alcoholbeleid bij VWS. Volop discussie over het schenken van alcohol in barbershops. Ben ik uit nieuwsgierigheid naar ‘Schorem’ in Rotterdam gegaan. Omdat ik geen haar meer had, heb ik m’n baard laten trimmen. Niks verteld over mijn baan, natuurlijk. Inmiddels schenken ze daar niet meer.”

Wat is het vervelendst aan jouw werk? “Echt niks. Oké, vergaderingen waarbij je je afvraagt ‘waarom zitten we hier?’ Ik had de naam zulke vergaderingen om zeep te helpen. Misschien heeft dat geholpen; het zijn er nu veel minder.”

Wat heb je met geboortes? “Ik heb er twee meegemaakt. 26 en 22 jaar geleden. In die tijd maakte ik de wrijving tussen gynaecoloog en verloskundige zelf mee. In ons huidige beleid streven we naar meer goede samenwerking binnen de integrale geboortezorg. Dat vinden partijen nog steeds moeilijk.”

Ja, maar hoe zit 't met dat blauwe boekje dat je in je handen hebt? “Mijn vertrouwde notieboekje, in een oud boekenkaft van Guido Gezelle, opnieuw gevuld met mooi blanco papier. Ik verslijt er meerdere per jaar.”

16 Diagonaal december 2018

Wat weten VWS’ers níet van je? “Ik ben een open boek. Maar wat collega’s niet weten is dat ik thuis stoelen repareer en opnieuw bekleed! Onlangs nog de bank in onze woonkamer. Ben ik best trots op. Er staan foto’s in mijn iPhone. Zien?”


Fred Beekers

1960

Fred Beekers (68) is afgelopen zomer begonnen bij VWS. Bij DMO is hij kwartiermaker van de Nationale Coalitie tegen Eenzaamheid. 1960 Tot mijn zestiende woonde ik in Eindhoven. Ik groeide op in een streng katholiek gezin. Mijn ouders vonden school heel belangrijk en hechtten aan grote prestaties. Met hárde hand zorgden zij dat school voor mij de absolute prioriteit had. 1975

1975 In het Wilhelmina Gasthuis is mijn interesse voor de zorg begonnen. Als rechten- en economie-student had ik een bijbaan als verpleeghulp op de babyafdeling. Toeval dat ik daar kwam te werken; ze belden mij maar moesten eigenlijk de vorige bewoner (een student medicijnen) hebben. 1980 Ik was afgestudeerd en stond op het punt te promoveren toen ik besefte dat ik mijn eigen koers moest gaan volgen en niet die van mijn strenge ouders. Ik werd actief als automonteur en bij een toneelgezelschap. Een regenboog aan emoties ging voor mij open en ik genoot ervan!

1980

1991

1991 Als mede-grondlegger van Artsen Zonder Grenzen (1984) was ik verantwoordelijk voor de opbouw van het facilitaire en logistieke deel van de organisatie. Ik was getriggerd door de internationale humanitaire ambitie. Hier zie jij mij als ‘verkenner’ in Koeweit tijdens de Golfoorlog (1991). Op de achtergrond de in brand gestoken oliebronnen. 1998 Door de oorlogen zag ik steeds meer het belang van democratie en een goede rechtsstaat. In 1998 maakte ik de overstap naar de Tweede Kamer als fractiemedewerker. In deze periode heb ik Resto VanHarte opgericht. Een organisatie tegen eenzaamheid waar wijkbewoners, de wijkagent, de huisarts, de wethouder etcetera met elkaar aan tafel gaan. Ik zet mij graag in voor eenzame mensen; hier zit mijn drive. 2010 Op de foto zie je mij met Koningin Máxima bij de opening van de 40e Resto VanHarte.

1998

Samenstelling: Barbara Kuethe

2010

17


Reportage

Van moeder tot moeder Een ervaren moeder die wekelijks langsgaat bij een zwangere vrouw of jonge moeder. Om praktische hulp te geven, ervaringen te delen of simpelweg een luisterend oor te bieden. Dat is het idee achter de programma’s Moedermentor en Home-Start die Stichting Humanitas uitvoert in Rotterdam. Laagdrempelige ondersteuning, die vrouwen helpt om zelf de touwtjes in handen te houden. Tekst: Irma Ooijevaar Foto’s: René Verleg

Ga naar www.vwsdia.nl

18 Diagonaal december 2018

Bijna elke vrijdag staat vrijwilliger Chrystal voor de deur bij Renate, die in maart beviel van Daniël en Vera. Het moederschap valt haar best zwaar, zeker nu ze rugklachten heeft. Maar ook mentaal is het pittig. Pas sinds kort slapen de baby’s redelijk door, overdag heeft ze haar handen vol aan het tweetal. Chrystal springt bij met praktische hulp, bijvoorbeeld door de baby’s even te badderen: dat is een stuk relaxter met z’n tweeën. Vandaag geven ze samen een fruithapje, terwijl ze kletsen over de kinderen. Renate ziet uit naar die


gesprekken. “Het is fijn om dingen te delen. Dat er iemand echt luistert. Die mentale steun helpt mij het meest. Hoe pak ik iets aan? Doe ik het goed?” Antwoorden Als moeder van twee peuters en een kleuter heeft Chrystal de nodige ervaring. Maar ze herinnert zich nog goed hoeveel vragen ze had toen zij net moeder was. “Mijn familie woonde ver weg en mijn vriendinnen hadden nog geen kinderen. Als Renate iets aankaart, vertel ik hoe het bij mij ging. Samen

gaan we op zoek naar antwoorden. Ik zie het niet als hulp, maar als een gesprek van moeder tot moeder.” Gelijkwaardigheid Die gelijkwaardigheid is de kracht van de programma’s, stelt Hélène Bakker van Stichting Humanitas, die de ondersteuning coördineert en de vrijwilligers traint. “We zien dat moeders steviger in hun schoenen staan: hun netwerk groeit en ze gaan anders om met problemen. Het is mooi als vrouwen zichzelf zo’n steuntje in de rug gunnen.”

Humanitas In Rotterdam ondersteunt Humanitas jaarlijks zo’n 190 moeders via HomeStart, dat in 2005 werd opgezet. Twee jaar geleden kwamen de Moedermentoren daarbij: een initiatief van minister Hugo de Jonge, destijds wethouder in Rotterdam. Inmiddels worden veertig tot zestig zwangere vrouwen begeleid door vrijwilligers, waarbij veel aandacht is voor hechting, gezonde zwangerschap en (taal)ontwikkeling.

19


Tekst: Dick Duynhoven Foto’s: Hans Roggen

Tweegesprek

Kinderwens en eigen grens Het krijgen van kinderen is geen vanzelfsprekendheid. Ondanks alle bestaande vruchtbaarheidstechnieken. VWS-beleidsmedewerker Sandy Litjens gaat hierover in gesprek met haar vriendin Roza. Over het verliezen van het contact met jezelf en de grenzen aan de maakbaarheid van het leven. Is de fertiliteitszorg in Nederland vooral een zaak van artsen en andere medische professionals? Sandy: “Ja, voor een belangrijk deel wel. De medische professionals maken de richtlijnen voor verantwoorde zorg. Maar met sommige ontwikkelingen bemoeit ook de overheid zich. Zoals bij de pre-implantatie genetische diagnostiek, de PGD. Dat is een methode om embryo’s te onderzoeken op ernstige genetische aandoeningen. Daardoor zou je de geboorte van een kind met zo’n aandoening kunnen voorkomen.” Roza: “Ik ben zelf opgegroeid met een

erfelijke ziekte in de familie. Dus ik snap de angst van echtparen wel. En de wens om te selecteren. Maar aan de andere kant, als je alleen de superieure cellen selecteert, zeg je in feite tegen je toekomstige kind: je moet altijd perfect zijn.” De grote vraag: moeten we alles willen wat we kunnen? Sandy: “Soms schrijven mensen aan het ministerie dat ze het belachelijk vinden dat de overheid bepaalt of iets mag of niet. Zij redeneren inderdaad zo van: wat kan, moet ook mogen. Mensen gaan vaak heel ver om hun kinderwens te vervullen. Ze reizen naar het buitenland om eicellen te halen of om een draagmoeder te zoeken. Dat gaat dus over de maakbaarheid van het leven en ik vraag me geregeld af of we daarin als maatschappij niet zijn doorgeschoten.” Roza: “Begin 2008, ik was toen bijna 30, werd duidelijk dat wij op de natuurlijke manier geen kinderen konden krijgen.

We besloten om het langs medische weg te proberen. Maar wel met onze eigen, natuurlijke, middelen: zijn zaad en mijn eieren. En om gebruik te maken van mijn eigen cyclus. Ik wilde zo dicht mogelijk bij mijzelf blijven. Maar achteraf gezien… Eerst was er de frustratie in het streekziekenhuis. Daar zouden ze het met IUIprocedure doen. Dan wordt geselecteerd zaad direct in de baarmoeder gebracht. Maar op de dag dat het zou gebeuren, hoorden we dat ze het niet wilden doen omdat het toch geen kans had. Daarna werden we doorverwezen voor een ICSItraject in een academisch ziekenhuis. Een Intra Cytoplasmatische Sperma Injectie. Dan wordt een geselecteerde zaadcel in het plasma van de eicel geïnjecteerd. Vanaf dat moment werd ons leven bepaald door een strak medisch tijdschema: sperma inleveren, dagelijks zelf hormonen injecteren, afspraken in het ziekenhuis om eieren aan te prikken

ROZA (40) Roza is 40 jaar en kinderloos. Omdat een natuurlijke zwangerschap niet mogelijk was, besloot zij een ICSI-traject in te gaan. Dat was voor haar fysiek en emotioneel een zware periode die niet resulteerde in een zwangerschap.

20 Diagonaal december 2018


Ga naar www.vwsdia.nl

en afspraken voor het terugplaatsen van de bevruchte eitjes. We deden drie pogingen binnen een half jaar. Achteraf, als ik op die periode terugkijk, stel ik mezelf de vraag: wilde ik dit zo snel achter elkaar? Heb ik mezelf overvraagd? Heb ik goed genoeg geluisterd naar mijn eigen gevoel? Dat is belangrijk bij alle keuzes in je leven, maar zeker bij de vraag als je nieuw leven wil creëren.”

“Om ons doel te bereiken, ben ik soms over mijn eigen grenzen gegaan” Sandy: “Dat herken ik, die vraag of je wel genoeg naar je gevoel hebt geluisterd. Ik had een partner die geen kinderen wilde. Samen besloten we om inderdaad geen kinderen te krijgen. Maar door de scheiding, vorig jaar, besefte ik dat ik tamelijk makkelijk en rationeel met zijn wens was meegegaan. De deal was: geen kinderen, maar dan

toch samen oud worden… En toen zat ik opeens zonder partner én zonder kinderen. Ik heb onvoldoende mijn eigen verlangen onderzocht. Misschien vind ik dat nog wel verdrietiger dan het gemis aan kinderen.” Geldt dat voor jou ook, Roza? Roza: “Mijn kinderwens was zo bepalend dat ik bereid was mijzelf over te leveren aan de medische wetenschap. Ik heb in die periode soms bijna letterlijk even afstand genomen van mijn lijf. Het moment dat je eieren worden aan­geprikt is pijnlijk. Eén keer ging het niet goed. Ik had stress en ik had pijn en emoties, maar de artsen waren alleen op mijn baarmoeder gericht. Op dat moment had ik moeten zeggen: dit voelt niet goed, ik wil tijd voor mijn emoties. Heb ik niet gedaan. En pas later besefte ik dat ik over mijn grenzen ben gegaan. Dat ik na elke poging meer tijd had moeten nemen om te overdenken en vooral te voelen wat ik nog wel en niet wilde.” Sandy: “Meer tijd om te rouwen over de mislukte poging misschien. En om te bepalen of je door wilde gaan. Vind je dat zorgverleners daar meer oog voor moet hebben? En dat dit aandacht verdient in de richtlijnen?” Roza: “Ik had graag een zorgverlener gehad die mij als mens had gezien,

in plaats van alleen als baarmoeder. Iemand die je op dat moment in je kwetsbaarheid ziet en dat erkent. En ook dat de artsen de behandelingen niet zo op de automatische piloot en zo snel achter elkaar hadden uitgevoerd. Dus dat de arts bewust stil staat bij die vraag: meteen door of even pauze?” Sandy: “Hoe heb je uiteindelijk je verdriet een plek gegeven?” Roza: “Toen bleek dat we definitief geen eigen kinderen zouden krijgen, werd ons vanuit het ziekenhuis nazorg aangeboden bij het maatschappelijk werk. Dat was een fijn traject met erkenning voor het verdriet en voor de impact van de behandelingen. Zo’n aanbod hoort wat mij betreft standaard in de procedure. Maar het echte verdriet, het gemis, ging pas na jaren spelen. Bijvoorbeeld als mensen vroegen: hebben jullie kinderen? Of bij het zien van een jong stel, vertederd door hun kind dat de eerste stapjes doet langs de branding op het strand. Op dat soort momenten kunnen we nog steeds wel eens in tranen raken. Maar alles gaat verder. Als er nu iemand vraagt of ik kinderen heb, dan zeg ik: nee, ik heb geen kinderen, maar ik had ze wel graag gewild.”

SANDY (42) Sandy is 42 jaar en is bij VWS coördinerend beleidsmedewerker bij de directie Publieke Gezondheid, cluster Ethiek. Haar portefeuille bevat de Embryowet en de ethische aspecten van vruchtbaarheidstechnieken. Ook Sandy heeft geen kinderen.

21


Ook VWS

Samenstelling: Tamar Klijsen

ZIN

Wijma volgt Moerkamp op Sjaak Wijma is sinds 1 november voorzitter van Zorginstituut Nederland. Hij volgde Arnold Moerkamp op, die vanaf 2011 aan het roer stond en nu met pensioen is. Wijma was sinds 2016 al lid van de raad van bestuur van het Zorginstituut. Tot die tijd was hij gynaecoloog en bekleedde hij diverse bestuurlijke functies met betrekking tot de inhoud en organisatie van zorg. https://tinyurl.com/ y7sb7z2z

Gezondheid moeder en kind

ZonMW

Benieuwd naar de onderzoeken die ZonMw financiert rondom de gezondheid van moeder en kind? Vanuit verschillende programma’s draagt ZonMw bij aan kennis op het gebied van zwangerschap en geboorte, zoals gezond zwanger worden, zorg rondom kwetsbare zwangeren, ethische vraagstukken rond prenatale screening en integrale geboortezorg en doelmatigheid van interventies. Daarnaast zet ZonMw zich de komende tijd in om een verbeter- en onderzoeksprogramma op te stellen op het gebied van onbedoelde zwangerschappen en jong en kwetsbaar ouderschap. www.zonmw.nl/nl/onderzoek-resultaten/preventie/ zwangerschap-en-geboorte

22 Diagonaal december 2018

NITP en 18 wekenecho RIVM Het RIVM gaat onderzoek doen naar de implementatie van de NIPT (niet-invasieve prenatale test) en de 18 wekenecho. Dit op advies van de Gezondheidsraad. Er wordt gekeken hoe de NIPT onderdeel kan worden van het prenatale screeningsprogramma van het RIVM. In de uitvoeringstoets over de 18 wekenecho worden de consequenties van het vervroegen van de 20 wekenecho in kaart gebracht. Met het vervroegen is er meer tijd voor vervolgonderzoek, diagnostiek en belangrijke keuzes voor de zwangere en haar partner. Voor meer informatie www.rivm.nl/down-edwards-patau-seo.

Nieuwe bestuurders

RVS en NZA

Stannie Driessen wordt per 1 februari 2019 algemeen secretaris/directeur van de Raad voor Volksgezondheid en Samenleving (RVS). Momenteel is zij werkzaam als directeur Advies en Implementatie bij Vilans, kenniscentrum voor de langdurende zorg. Bart Combée is benoemd tot lid van de raad van bestuur van de Nederlandse Zorg­autoriteit (NZa). Hij start per 1 februari 2019. Combée krijgt bij de NZa de portefeuille Toezicht onder zijn hoede en wordt tevens verantwoordelijk voor de directie Informatie en Bedrijfsvoering. Sinds april 2009 is Combeé directeur/bestuurder van de Consumentenbond.


Cartoon: Tom Janssen

Beslommeringen

Het wonder van Kerst "Er is een kindeke geboren op aard", is de eerste regel van een bekend christelijk kerstlied. Kerst in de christelijke traditie betekent stilstaan bij de geboorte van het kind. In onze samenleving is het krijgen van kinderen lange tijd heel belangrijk geweest. Kinderen waren hard nodig voor de oudedagsvoorziening. Maar dingen veranderen. Met name meisjes worden vandaag de dag gewaarschuwd om (de geboorte van) kinderen minder centraal te laten zijn in hun leven; ‘denk ook aan je carrière’, ‘begin niet te vroeg’ en 'zo bijzonder is kinderen krijgen niet; we doen het anders gewoon met ivf'. Maar als je dan de leeftijd krijgt dat je zover bent en je carrière is op de rails, blijkt het soms toch gecompliceerder. Bij de één:

geen partner om de kinderwens mee in vervulling te brengen. Bij de ander: een kinderwens die niet vervuld wordt, ook niet na ivf. Miskramen. Spanning rond een echo die niet goed lijkt. Grote vragen over gezondheid van een (toekomstig) kindje. Een ontwikkeling die, eufemistisch gesteld, niet volgens normale patronen verloopt. Geboorte klinkt als een vrolijk onderwerp, maar, man, man, er zitten veel zorgen, en leed, achter. En dan, (als je meeleeft) in die zorgen, krijgen die woorden "Er is een kindeke

VWS’ers Linda Hilhorst en Vincent Theunissen schrijven om en om over hun beslommeringen

geboren op aard" en al die andere verhalen over een geboorte na lang wachten, bidden en hopen weer hun wonderlijke betekenis. De periode voor Kerst is advent. Advent is wachten op de komst van het kind. Wat duurt advent voor sommigen toch lang. Kwam de engel die de toekomstige moeder Maria kon vertellen ‘Wees niet bevreesd’ maar bij al die mensen langs, die in afwachting hopen. Want ook al hebben we veel techniek en kennis die kan helpen, de geboorte van een kind, wat is het een wonder. 23


Op bezoek bij Consultatiebureau Hoograven

De tweelingjongetjes Noan en Luca krijgen een prik op het Consultatiebureau Hoograven aan ‘t Goylaan. Moeder Sabrine van Oostrom is samen met haar broer Devin op pad. “Mijn man moest werken, en mijn broertje vindt het allemaal reuze-interessant. Vandaar dat hij mee is. En ja, sommige mensen ervaren het consultatiebureau als een consternatiebureau. Maar dat heb ik totaal niet. Er werken hier op het Gezondheids­centrum Hoograven ontzettend lieve artsen en verpleegkundigen. En een cliché, maar o zo waar: het is echt heel fijn dat de babyzorg in Nederland zo goed geregeld is!”

Foto: Marieke Duijsters

Profile for vws#Dia

Diagonaal 4 2018  

Diagonaal 4 2018  

Profile for vws_dia
Advertisement

Recommendations could not be loaded

Recommendations could not be loaded

Recommendations could not be loaded

Recommendations could not be loaded