__MAIN_TEXT__
feature-image

Page 1

‘De weg naar een zinvol einde’

personeelsmagazine 32ste jaargang | november 2017

De Dood

Leven met een bijnadoodervaring

Persoonlijke uitvaart, maar zonder spektakel

Kijk op het leven van Linda Hilhorst

PIM VAN LOMMEL – PAGINA 6

UITVAARTRITUELEN– PAGINA 12

BESLOMMERINGEN – PAGINA 23


Verlichting creëren “Onlangs raakte ik onverwacht met drie collega’s in gesprek over de dood. Vlak voor een vergadering. Zonder directe aanleiding. Of we bang waren voor de dood? En of het – wat dat betreft – uitmaakt of je gelooft in God of niet? Achteraf bedacht ik me: we hebben het maar weinig over het onderwerp ‘dood’. Ook als het gaat om ons beleid. We proberen ziekten steeds beter beheersbaar te maken. Er is steeds meer aandacht voor liefdevolle zorg en waardig leven. Terecht. Maar we doen ook heel veel goeds als het gaat om waardig sterven. We hebben onze stelsels zodanig aangepast dat iedereen kan sterven waar hij of zij wil; of dat nu thuis, in een tehuis of hospice is. Met het Nationaal Programma Palliatieve Zorg – dat met het nieuwe regeerakkoord een stevige impuls krijgt – wordt de palliatieve zorg verbeterd. Goede palliatieve zorg gaat zowel om het lichamelijke, het sociale, het psychische als het spirituele. Je kan zeggen dat onze palliatieve zorg daarmee voorbeeld is voor alle onderdelen van de zorg. We gaan de komende jaren de informatie voor burgers en professionals over palliatieve zorg verbeteren. En: het praktijkteam Palliatieve Zorg blijft actief. Tot dusver heeft dit team al ruim 250 vragen in behandeling genomen. De dood. Ik geloof niet dat ik er bang voor ben. Sterven is volgens mij wel ultiem eenzaam. Ondanks dat wij met de hele familie om het bed van mijn moeder stonden, stierf ze alleen. Haar laatste levensfase was – net als haar hele leven – ook mooi. Die wetenschap verlichtte ons verdriet. Op het graf van mijn moeder staat een tekst van de Joods-Amerikaanse schrijver, Holocaustoverlevende en Nobelprijswinnaar voor de Vrede, Eliezer Wiesel: Even in darkness, it is possible to create light. Verlichting creëren voor anderen, is ook binnen VWS de uitdaging. Hoe moeilijk het thema ook is. Zoals de dood dat ook kan zijn.”

Kees van der Burg directeur-generaal Langdurige Zorg

2 Diagonaal november 2017


Thema:

De Dood

32ste jaargang | november 2017

12

10

6

17

4

18

Cardioloog Pim van Lommel over bijna-doodervaringen 6 Uitvaartrituelen meer dan koffie & cake 12 Valentin Neevel in van Nul tot Nu 17 Uitvaartmuseum ‘Tot zover’ gaat verder 18 Euthanasiedebat met tegenpolen Steven de Pleiter en Victor Lamme 20 Kijk op vwsdia.nl OP DE COVER: Sara Dekking, senior beleidsmedewerker directie Publieke Gezondheid. FOTO: René Verleg COLOFON Diagonaal en vws#Dia zijn de crossmediale personeelsmagazines van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Hoofdredactie Rob Langeveld Eindredactie Douwe Anne Verbrugge Redactie Maarleen Aarden - Heikamp, Adriaan Duivesteijn, Hester Halfweeg en Sabina van Gils Klankbordgroep Janneke Leek, Steven Oppenheim, Nico van Santen en Paul Schulpen Vragen, opmerkingen, i­ ngezonden brieven? Redactie, postbus 20350, 2500 EJ Den Haag, telefoon: (070) 340 69 56, e-mail: diagonaal@minvws.nl Secretariaat telefoon (070) 340 60 00. Overname van tekst is mogelijk na overleg met de redactie Vormgeving Kris Kras context, content and design Druk Xerox/OBT Pensioen of uit dienst en de Diagonaal blijven ontvangen? Geef het door: diagonaal@minvws.nl

3


Kleine bijdrage

Tekst: Tamar Klijsen Foto’s: René Verleg

Meat Less Monday

NIEUWTJES Pleidooi goede zorg aan sterfbed Artsen, patiëntenverenigingen en zorgverzekeraars hebben begin oktober het ‘Kwaliteitskader palliatieve zorg’ gepre4 Diagonaal november 2017

senteerd. Het gaat daarbij niet alleen om goede medische zorg, maar ook om vraagstukken als zingeving en aandacht voor rouw van nabestaanden. Er is ook een advieslijst over hoe deze zorg betaald kan worden. Bron: Trouw

Klaar is Kees Gynaecoloog Mieke Kerkhof (55) heeft een boek samengesteld over de dood:

Gezond eten doet gezond en (wellicht) langer leven. Meat Less Monday kan daar een bijdrage aan leveren. In het bedrijfsrestaurant is de ‘Vegetarische Slager’ alvast geïntroduceerd.

Klaar is Kees. Eerder schreef ze een bestseller over de geboorte. Nu dus over de dood. Een bundel waarin ze anekdotes, citaten en andere teksten over het levenseinde beschrijft. Een boek met een knipoog en een glimlach. “Met dit boek wil ik de dood uit het verdomhoekje halen”, zegt Kerkhof. “Ik hoop dat het mensen ontroert, troost en plezier geeft.” Bron: AD


‘Moeten we allemaal vaker doen’

‘Ik heb niks met trends’ Yolande Achterberg medewerker Kennisplein

Jeffrey Roggeveen chefkok Albron “In het bedrijfsrestaurant zijn altijd vegetarische gerechten verkrijgbaar. Op sommige dagen zelfs uitsluitend. Geen vaste dag nog, zoals de Meat Less Monday op een aantal andere ministeries. Maar daar willen we wel naartoe. Dat vergt wat moed, want niet iedereen vindt het prettig om een vegetarische lunch ‘opgelegd’ te krijgen. Zelf kook ik 1 à 2 keer per week vegetarisch. Niet op vaste dagen en zelfs niet altijd bewust. Soms ben ik bezig met een maaltijd zonder mij te realiseren dat er geen vlees aan te pas komt. En dat hoeft ook helemaal niet om er iets lekkers van te maken. Er zijn genoeg vleesvervangers, zoals noten. En ook de ‘Vegetarische Slager’ maakt mooie producten. Die gebruiken we in het bedrijfsrestaurant.”

Fluitend uit het leven Amerikaanse psychologen die blogs van terminale patiënten en poëzie van terdoodveroordeelden onder de loep namen, zijn tot de vaststelling gekomen dat niet angst en verdriet op het sterfbed de bovenhand voeren, maar positieve emoties zoals vriendschap, liefde en hoop. En – zo blijkt uit het onderzoek van de universiteit van North Carolina – zelfs

‘Meerdere Meat Less Mondays per week’ Peter Leeflang MT-lid directie Voeding Gezondheidsbescherming en Preventie “Het is een misvatting dat ik als VGP’er veel met gezonde voeding bezig ben. Dat valt reuze mee. Maar als ik anderen een advies mag geven: eet gevarieerd. Voeding is namelijk op zichzelf niet goed of slecht, het gaat erom hoeveel je van iets eet. Een Meat Less Monday lijkt me dan ook niet nodig, eet liever gedurende de hele week wat minder vlees. Ikzelf eet hooguit twee keer per week vlees, een keer vis en verder vegetarisch. Vlees koop ik het liefst bij een goede slager, die weet waar het vandaan komt. De ‘Vegetarische Slager’ is een goede manier om mensen te laten wennen aan vegetarische producten, maar voor mij hoeven vegetarische producten niet op vlees te lijken. Je eet toch niet voor niets vegetarisch?”

méér naarmate het einde dichterbij komt. Herkenbaar, zeggen ook de stervensbegeleiders: “Op afscheidsfeestjes wordt vaak vrolijke muziek gedraaid.” Bron: Humo

Boekentip In het boek Wat de levenden kunnen leren van de stervenden vertellen Christine De Coninck en Ann Brusseel (twee verpleeg-

“Vegetarische gerechten vind ik wel lekker, maar ik ben oorspronkelijk meer een groente-aardappelen-en-vleesmens. Na mijn genezing van darmkanker ben ik bewuster gaan eten en volg ik een dieet waarbij ik voedingsmiddelen volgens bepaalde regels met elkaar combineer. Vegetarisch eet ik als het zo uitkomt. Dat wisselt per week. Ik heb niets met trends als Meat Less Monday. Dat is zo bedacht. De ‘Vegetarische Slager’ vind ik vooral een komisch fenomeen. Ik snap dat ze voor de herkenbaarheid die naam hebben gekozen, maar een slager die geen vlees verkoopt… tja. Vegetarische producten hoeven van mij niet op vlees te lijken. Noem ze ook liever heel anders. Daarvoor moeten we misschien de Belgen om raad vragen. Die zijn altijd heel creatief met het verzinnen van namen.”

kundigen uit de palliatieve zorg van het UZ Gent) over wat er omgaat in patiënten die weten dat ze het ziekenhuis niet levend zullen verlaten. Het boek staat vol intense gesprekken over wroeging en teleurstelling, vreugde en berusting, over dingen afmaken en loslaten en over verder leven in je geliefden. Het boek is uitgegeven bij Borgerhoff & Lamberigts. ISBN: 9789089315076. 5


Blikveld

Interview met Pim van Lommel

Tekst: Douwe Anne Verbrugge Foto: Hans Roggen

Leven met een bijna-doodervaring Cardioloog Pim van Lommel zette tien jaar geleden met zijn boek ‘Eindeloos Bewustzijn’ de bijna-doodervaring (BDE) op de medische agenda. Nog steeds vinden zijn onderzoekobservaties weerklank. “De jonge generatie medische wetenschappers staat er open voor. We zijn meer dan ons lichaam.”

Eindeloos bewustzijn Het boek ‘Eindeloos Bewustzijn’ uit 2007 beleeft in november 2017 zijn 23e druk. Er zijn in Nederland 140.000 exemplaren van verkocht. In het buitenland nog eens 110.000 stuks. De jubileumuitgave die deze maand verschijnt kent een voorwoord van de schrijver over zijn bevindingen de afgelopen tien jaar na het verschijnen van zijn boek.

6 Diagonaal november 2017


Pim van Lommel (1943)

• Cardioloog, onderzoeker en schrijver. • Van 1977 tot 2003 cardioloog in het Rijnstate Ziekenhuis in Arnhem. • Zijn onderzoek naar bijna-doodervaringen (BDE) bij patiënten die een hartstilstand overleefden werd in 2001 gepubliceerd in het Britse medische tijdschrift The Lancet. De resultaten waren wereldnieuws. • In 2007 publiceerde hij zijn bestseller ‘Eindeloos Bewustzijn’. • www.pimvanlommel.nl.

Tunnels vol licht, overweldigend mooie muziek, ontmoetingen met overleden personen en het waarnemen van de eigen reanimatie. Achttien procent van alle mensen die even klinisch dood zijn geweest door een hartstilstand of traumatische gebeurtenis, heeft dit meegemaakt: een bijna-doodervaring. Van Lommel: “Bekend verschijnsel is dat mensen zichzelf, van boven, op de operatietafel zien liggen tijdens een reanimatie. Als cardioloog was ik vaak aanwezig bij zo’n reanimatie, en hoorde ik zulke verhalen. Zo is mijn nieuwsgierigheid ontstaan.” Bewustzijn buiten het lichaam De cardioloog benadrukt dat hij niet op zoek was naar zingeving, of een hang heeft naar spiritualiteit. “Ik ben een enorme bèta. Maar mijn wetenschappelijke interesse werd getriggerd door de bijna-doodervaringen waar mijn patiënten over vertelden. Daar kon ik niet aan voorbijgaan. Of afdoen met: ‘Je hebt gehallucineerd door zuurstofgebrek’. Bij mensen die tijdens een hartstilstand een BDE ervaren zijn alle lichamelijke functies stilgevallen. Geen hart- of hersenactiviteit meer. Toch ervaren zij hun eigen bewustzijn. Buiten hun lichaam.” Nieuwsgierige geest Het paradoxale optreden dat zich uit in een helder en verruimd bewustzijn en logische denkprocessen gedurende een periode van totale uitval van doorbloeding van de hersenen, roept volgens Van Lommel bijzonder hoofdbrekende

vragen op. Vragen omtrent het huidige inzicht over ons bewustzijn en hoe ons bewustzijn in relatie staat met onze hersenen. “De BDE blijft een onverklaarbaar fenomeen zolang wij binnen het gangbare wetenschappelijke perspectief blijven; dat bewustzijn een bijverschijnsel is van neurologische processen. Als het bewustzijn – met herinneringen – alleen in de hersenen gelokaliseerd zou zijn, moet bij functieverlies van de hersenen het bewustzijn altijd verdwenen zijn. BDE’s bewijzen het tegendeel. Met zogeheten wetenschappers die BDE’s afdoen als spiritueel-prietpraat, maar zich niet verdiepen in de materie, kan ik weinig. Als wetenschapper hoor je een open, nieuwsgierige mind te hebben. Wetenschap is voor mij vragen stellen met een open geest, en het loslaten van oude concepten. Het is ook de vraag stellen hoe bijna-doodervaringen wetenschappelijk wél te begrijpen en te verklaren zijn. De uitdaging is om bijzondere ervaringen in het bewustzijn, zoals een BDE, wetenschappelijk te onderzoeken. Met de algemeen geaccepteerde materialistische wetenschap is het niet mogelijk om met objectieve methoden de subjectieve essentie of inhoud van ons bewustzijn aan te tonen, te objectiveren, te reproduceren of te falsificeren. Bewustzijn valt buiten het huidige materialistische paradigma.” i-Cloud Van Lommel is er na vele jaren studie van overtuigd dat het bewustzijn doorgaat na het overlijden van het lichaam.

“Er is geen begin en er komt geen einde aan ons bewustzijn. Ons bewustzijn is non-lokaal en eindeloos, en bestaat buiten tijd en ruimte, omdat tijdens een BDE zowel verleden als toekomst bijna gelijktijdig ervaren kan worden. Onze hersenen hebben geen producerende maar een faciliterende functie voor het ervaren van bewustzijn. Vergelijk het met de i-Cloud. Je hebt een functionerende computer of mobiele telefoon nodig om alle informatie uit de i-Cloud te ontvangen. Maar het instrument produceert die miljarden websites of YouTube-filmpjes niet. Zo hebben wij ook goed functionerende hersenen nodig om ons bewustzijn in ons lichaam te ervaren. De hersenen hebben een soort ‘interface’-functie. Neem bijvoorbeeld mensen met dementie. Hun hersenen zijn zwaar beschadigd. Toch komt het voor dat mensen met zware dementie vlak voor hun overlijden nog een helder moment hebben en alle mensen rond hun sterfbed bij naam noemen en vaarwel zeggen. Dit wordt ‘terminale helderheid’ genoemd. Het bewustzijn breekt op dat moment voor even door de beschadigde hersenen heen. Waarna het voor altijd dat lichaam verlaat.” Ontkoppeling bewustzijn Het boek van Van Lommel is gelardeerd met verhalen van mensen die een bijnadoodervaring hebben meegemaakt. “Opvallend is dat zij na die ervaring vaak van karakter veranderen. Hun inzicht dat het ‘leven’ doorgaat, maakt hen anders. Ik kreeg vaak te horen: ‘Dood 7


Blikveld

bleek niet dood te zijn, maar een andere vorm van leven’. Veel mensen met een BDE-ervaring zijn vaak niet meer bang voor de dood, en raken hoogsensitief. Dat heeft voor sommigen een angstige keerzijde. Als zij in een drukke winkel lopen, ontvangen zij de prikkels van het bewustzijn van anderen. De ‘ontvangst’ -capaciteit van hun lichaam en van hun hersenen lijkt permanent verhoogd. Ik vermoed – maar dit is dus niet wetenschappelijk bewezen – dat de hechting van bewustzijn en lichaam niet altijd meer optimaal is na een eerdere ‘ontkoppeling’. Als een kind een BDE heeft meegemaakt – liefst 70% van alle kinderen die een coma door bijna-verdrinking of door een trauma heeft gehad, beleeft een BDE – is de kans groot op herhaling van een BDE op latere leeftijd. De verbinding tussen lichaam en bewustzijn is blijkbaar losser geworden. Overigens zijn er ook angstwekkende BDE’s. Mogelijk 1 tot 2% van de mensen met een BDE blijven in een beangstigende donkere ruimte hangen. Vanuit die angstige sfeer keert men weer terug in het lichaam. Meestal veroorzaakt deze ‘helleervaring’ een jarenlang trauma. Of deze mensen kwade geniën zijn? Uit onderzoek blijkt dat dit niet ‘slecht’ levende mensen hoeven te zijn.” Levenseinde-ervaringen Het onderwerp ‘bijna-doodervaring’ werd en wordt door sommigen nog steeds met scepsis ontvangen, maar zijn 8 Diagonaal november 2017

Onderzoek Van Lommel ging op zoek naar een zo wetenschappelijk mogelijke verklaring voor BDE’s en startte in Nederland een prospectieve studie (in 2001 in ‘The Lancet’ gepubliceerd) bij 344 achtereenvolgende patiënten die een hartstilstand hadden overleefd. In deze studie bleek 18 procent van de patiënten een BDE te hebben gehad. “In deze studie kon met zekerheid worden uitgesloten dat zuurstoftekort, bij-werkingen van medicatie, of een psychologische aanleiding oorzaak voor het ontstaan van een BDE was. Ik heb mijn materialistisch-rationeel ingestelde denkwereld moeten loslaten. Ik had op de universiteit altijd geleerd dat het bewustzijn een product van de hersenen is, en dat bij een hartstilstand dus nooit een bewuste ervaring mogelijk zou zijn, laat staan een helderder bewustzijn zoals in geval van een BDE.”

boek ‘Eindeloos Bewustzijn’ heeft volgens de cardioloog voor veel begrip en herkenning gezorgd. “Met name voor de ongeveer 600.000 mensen in Nederland die een BDE hebben gehad. Door de komst van steeds meer hospices en daarbij behorend kundig personeel, en betere voorlichting aan verpleegkundigen, medische studenten en artsen, worden bijna-doodervaringen en sterfbedvisioenen steeds beter herkend. Vroeger zat er een taboesfeer omheen. Er werd niet openlijk over gepraat. En mensen met een BDE-ervaring waren bang om voor gek verklaard te worden door familie of medici. Gelukkig verandert dit. De artsen en het verplegend personeel die nu worden opgeleid, zijn veel minder sceptisch dan mijn generatie.” Sterfbedvisioenen “Wat ook waardevol is, is dat verplegend personeel, artsen en familie van terminale patiënten steeds vaker openstaan voor ‘sterfbedvisioenen’ waarbij ontmoetingen met overleden dierbaren worden gemeld. Meestal de gestorven partner of een van de ouders, maar ook visioenen van een prachtig landschap, een zeer helder licht of het gevoel van onvoorwaardelijke liefde komen voor op het sterfbed. Soms gaan deze ervaringen gepaard met een innerlijk weten dat het moment van overgang nabij is. Het is jammer als sterfbedvisioenen niet

als zodanig worden herkend of als hallucinatie, terminale verwardheid of als bijwerking van de medicatie worden geïnterpreteerd. Want ruim 80% van terminale patiënten ervaart dit soort 'spirituele' ervaringen van een verruimd bewustzijn. Ontmoetingen met overleden familieleden worden meestal als een grote troost ervaren. Men heeft een soort zekerheid gekregen dat er na de lichamelijke dood een vorm van voortbestaan blijft. De angst voor de aanstaande eigen dood neemt door dit soort ervaringen in de laatste levensfase vaak af.” Niet morrelen “Geboorte en sterven zijn voor mij heilige momenten. Het leven is een proces van geboorte tot aan de dood. Daar wil ik niet aan morrelen. Als medici kunnen we veel, maar moeten we alles willen? Verstandiger is om de angst voor het sterven weg te nemen. Daar zijn mensen veel meer bij gebaat. Een vraag om euthanasie is vaak een vraag om hulp en begeleiding in de laatste levensfase. Als arts zou ik trouwens zelf nooit een euthanasie kunnen uitvoeren. En ik zou het zelf ook niet willen. Sowieso kijk ik niet uit naar de dood, maar nieuwsgierig ben ik wel.”

In de vws#Dia vertelt Lucia Prinsen over haar bijna-doodervaring.


In De Resident

Schokkende media Het gelijktijdig overlijden van mijn ouders, nu ruim anderhalf jaar geleden, was landelijk nieuws. Wij als nabestaanden schrokken enorm van alle media-aandacht die dit teweeg bracht. Het is echt schokkend hoe mensen openlijk speculeren, oordelen, veroordelen en verwijten maken op sociale media.

Mijn vader Tom (69) en mijn moeder Wilma (66) Wight werden op 11 maart 2016 gevonden in hun woonhuis in Lichtenvoorde, Gelderland. Later bleek dat ze beiden twee dagen eerder waren overleden aan de gevolgen van griep. Een natuurlijke dood dus. Binnen enkele uren waarschijnlijk eerst mijn vader, daarna mijn moeder. De vondst werd meteen met naam en toenaam gemeld in landelijk en regionale media, en leidde tot veel reacties op social media. Onze familie zei meteen: ‘kijk daar maar niet naar’, want het waren vooral verwijten. Mijn vrouw en ik hebben er ook bewust nooit naar gekeken. We kregen wat adviezen van een ggd-arts en de politie, maar eigenlijk weet je helemaal niet hoe je moet omgaan met al die media-aandacht. De politie heeft in overleg met ons een kort persbericht uitgegeven. Een journalist van De Gelderlander heeft ons privé benaderd voor een reactie. Nádat ze er al over gepubliceerd hadden… Naast al het persoonlijke leed was die media-aandacht, en vooral de toon

ervan, erg vervelend. We waren tot juni 2017 steeds dagelijks bezig met de nasleep en zitten nog in het verwerkingsproces. Elke rit naar het oosten van het land was een zware tocht en onderweg hebben wij veel gepraat. Binnen VWS heb ik me er, tot nu toe, weinig over uitgelaten. Maar we hebben echt veel steun gehad aan de vele reacties die we van collega’s hebben gekregen. Tot persoonlijke brieven aan toe. Daaruit blijkt dat je natuurlijk niet de enige bent die met een persoonlijke crisis te maken krijgt. Er is veel verborgen leed, ook binnen VWS. Als je dat weet, helpt het je om te relativeren. Een beetje. Dat ons dochtertje van twee er gewoon is, helpt enorm om ook vooruit te blijven kijken. Maar het blijft zwaar dat je je ouders gelijktijdig hebt moeten cremeren. Twee kisten naast elkaar in de zaal; dat had zelfs de uitvaartbegeleider nooit eerder meegemaakt. Tom Wight, senior adviseur bedrijfsvoering

9


VWS’ers vinden…

De dood kan soms heel dichtbij komen. In je eigen leven of in het leven van anderen. Hoe ga je daar mee om en hoe helpen we anderen bij hun verdriet?

Denkend aan het Maria Franken, publieksvoorlichter directie Communicatie

‘Luisteren zonder oordeel of advies’

Maria Tekst: Frans Hoevers Foto: René Verleg

10 Diagonaal november 2017

“Het verdriet bij het overlijden van een dierbare is enorm en heeft een verwerkingsperiode nodig. Naast mijn functie bij VWS als publieksvoorlichter, heb ik een praktijk waarin ik mensen verder help in het verwerken van dit verdriet. Ik werk regelmatig mee bij herdenkingsdiensten van een uitvaartorganisatie. Hierbij geef ik wat inzicht. Luisteren zonder oordeel of advies. Soms laat ik iemand een kaart uitkiezen, die ik vanuit gevoel heb gemaakt met gekleurde bijenwas. De kaart die men kiest, zegt op dat moment in wat voor gevoel de persoon staat. Ik vertel wat ik zie in de kaart. Dit kan een herkenning zijn, bijvoorbeeld een bloem of vlinder of de persoon om wie het gaat. Doordat je er samen over praat,

verzorgt dit heling en verwerking. Kiest men bijvoorbeeld de kleur roze, dan is dat de liefde die je ziet van de persoon. Zwart is de fase van heling waar men in zit. Blauw geeft aan dat je weer zoekt naar harmonie in je bestaan. Vaak gaat het contact verder dan alleen dit consult. Zo help ik ook bij het opruimen van de kledingkast van de overledene of bij praktische zaken zoals het opzeggen van een abonnement. Als ik iemand verdrietig zie binnenkomen en met een glimlach zie weggaan, geeft mij dat een goed gevoel. Dan is mijn missie geslaagd.”

In de vws#Dia komen Maaike van den Biggelaar, Ria Korevaar en Jaap Hoorenman aan het woord over dit onderwerp.


einde Linda Meester – Jonker (41), trajectbegeleider/loopbaanadviseur

‘Ik leef nu intenser’ “24 oktober 2016. Het slechte nieuws viel rauw op mijn dak. Ik was jong, sportief, sterk en gezond. Maar ik had dikke vette pech. Wat begon als zorgen over een bobbeltje in mijn borst, bleek slecht nieuws; borstkanker. Mijn eerste reactie: ‘Dus nu ga ik dood’. Het heeft een flinke tijd geduurd voordat dat gevoel weg was en ik het vertrouwen kreeg dat het goed ging komen. De eerste twee weken na het slechte nieuws waren het meest angstig. Dan wordt onderzocht of er uitzaaiingen zijn of niet. Ga ik mijn twee kinderen groot zien worden? Gekmakend. Mijn geluk was dat ik er vroeg bij was, er waren geen uitzaaiingen. Linda Tekst: Douwe Anne Verbrugge Foto: MLBfoto

Het traject van chemokuren, operatie en bestralingen is heftig, maar de resultaten

waren positief. Mentaal vond ik het pittiger dan lichamelijk. Tegelijkertijd maak je mee je hoe geweldig goed de gezondheidszorg in Nederland is. En ja… ik had deze ellende graag willen missen, maar er is wel een diepere laag in mijn bewustzijn aangeboord. Ik geniet nu veel intenser van alles om mij heen. Ook vriendschappen bleken waardevoller dan gedacht. En over onzinnigheden maak ik me niet meer druk. Ik ervaar en aanschouw alles vanuit een vernieuwd perspectief. Dat is mooi en dat hoop ik vast te houden. Voor het einde van het jaar staat er een tattoo op mijn enkel. Een kleintje hoor. Zo’n Keltisch teken dat ‘New Beginnings’ symboliseert. Zo voelt het ook echt. Ik heb mijn leven terug en dat is een prachtig cadeau!”

11


Tekst: Dick Duynhoven Illustrator: Klaartje Berkelmans

Meer dan koffie & cake, maar liever geen spektakel De meeste Nederlanders kregen tot eind jaren vijftig een katholieke of protestantse begrafenis. Het afscheidsritueel stond vast en veel ruimte voor eigen inbreng door de nabestaanden was er niet. Tegenwoordig hechten Nederlanders veel waarde aan een informele en vooral persoonlijke uitvaart. Hoewel nu ‘alles mogelijk’ is, houden de meeste mensen het eenvoudig. Een van de kleinkinderen heeft met scrabblesteentjes de woorden: ‘dag oma’ op de kist gelijmd. Oma was een verwoed scrabbelaar. “Het zijn vaak kleine intieme symbolen die het afscheidsritueel persoonlijk maken”, zegt theoloog Tom Overtoom. Samen met bedrijfscoach Hermien

Embsen richtte hij in 2002 de opleiding Ritueelbegeleider(*) op, waarin het accent ligt op het ‘werken met een persoonlijk symbool’. Overtoom: “Door de ontkerkelijking en de legalisering van het cremeren ontstond de behoefte aan nieuwe uitvaartrituelen. Waar de kerk het kruis van Christus als symbool hanteert, zoeken ritueelbegeleiders, samen met de familie

en andere nabestaanden, naar symbolen die passen bij de overledene. Dat kan een foto zijn, een steen, een dichtregel, een schilderij of een lievelingsvoorwerp van de overledene. De kracht van het ritueel is dat mensen daar een nieuwe betekenis aan geven, waardoor zij de dierbare eigenschappen van de overledene bij zich kunnen houden.”

Dichter bij een eenzame uitvaart Soms overlijden er mensen die kind noch kraai hebben of die alle contact met de familie hebben verbroken: zwervers, verwaarloosde ouderen, illegalen. Hun uitvaart wordt doorgaans georganiseerd door een speciale afdeling van de Sociale Dienst. In 2001 bedacht de toenmalig stadsdichter van Groningen – Bart FM Droog – het concept ‘Eenzame Uitvaart’. Bij zo’n begrafenis draagt een dichter een gedicht voor dat speciaal voor die eenzame man of vrouw is gemaakt. De stichting ‘Eenzame Uitvaart’ heeft in steeds meer steden een groep dichters die bij toerbeurt dichter-van-dienst zijn. Onder hen Eva Gerlach, Judith Herzberg, Robert Anker, Neeltje Maria Min, Tonnus Oosterhoff, Bart Chabot, Ester Naomi Perquin en Frank Starik. Meer info: www.eenzameuitvaart.nl

Naam xxxxx Functie xxx

Tekst: Dick Duynhoven

12 Diagonaal november [maand] [jaar] 2017


Uitvaartrituelen anno 2017

Persoonlijker en actiever Opa was zijn hele leven fan van PSV en verzamelde in de loop der jaren tientallen shirtjes van de club. Daarom dragen kinderen en kleinkinderen tijdens de uitvaart zo’n shirt. Het uitvaartritueel is persoonlijker geworden en is, mede door de komst van migranten, heel divers. Nabestaanden zijn er actiever bij betrokken. Kinderen beschilderen de kist en laten ballonnen op. Familieleden dragen de kist. Koffie met cake of de uitgebreide broodmaaltijd – die in sommige delen van het land altijd gebruikelijk waren – worden vervangen door een champagnelunch of een ‘stevige borrel’, omdat de overledene dat zo heeft gewild. In navolging van de gewoonte bij moslims kiezen ook anderen voor een opbaarplank en lijkwade. Het gebruik van internet heeft eveneens geleid tot een ander soort rituelen. Facebook heeft memorialpagina’s en ondernemers bieden herdenkingssites aan. Duiven en clowns Uitvaartbedrijven zelf stimuleren de behoefte aan een ‘persoonlijk en uniek afscheid’. Bij hen geldt ‘de klant is koning’ en er is veel concurrentie. Dus valt er steeds meer te kiezen. Zo zijn er witte duiven te huur die ‘een laatste groet symboliseren’ en zelfs rouwclowns: ‘want gezamenlijk lachen, applaudisseren of huilen kan erg opluchten’. De muziekkeuze bij een uitvaart is ‘persoonlijker’ dan ooit. Mag ik dan bij jou van Claudia de Breij en De Weg van Guus Meeuwis staan stevig in de uitvaarttop-

tien. Maar ook Frank Sinatra met I did it my way is nog in veel uitvaartcentra te horen. “Soms vind ik de muziekkeuze tenenkrommend”, zegt Suzanne van Horssen, ritueelbegeleider in Nijmegen. “Bijvoorbeeld zo’n lied als Jij denk maar dat je alles mag van mij van Frans Duijts, een liedje over vreemdgaan. Ja, want dat vond papa altijd zo’n leuk nummer…” Slagroom en ballon Volgens uitvaartbedrijven is ‘alles mogelijk’ en sommige publieke uitvaarten van BN’ers zijn met veel spektakel omgeven. Maar in de ruim twintig jaar dat zij uitvaarten begeleidt heeft Van Horssen dat nauwelijks meegemaakt. “Soms willen nabestaanden iets waarvan ik denk: waar slaat dat op! Iemand wilde iets met spuitbussen slagroom, want hij vond dat de overledene altijd de slagroom op de taart was geweest. Maar doorgaans willen nabestaanden geen spektakel.” Die ervaring heeft ook Tonny Kranenberg, uitvaartondernemer en ritueelbegeleider in het Twentse Goor. Sterker nog: “In dit deel van het land roept het woord rituelen iets op van indianen rond het kampvuur. Wat dat betreft zijn we tamelijk nuchter. Maar ik stimuleer mensen wel om de uitvaart heel persoonlijk vorm te geven. Dat helpt hen bij de overgang naar een leven

zonder hun dierbare. Een persoonlijk symbool kan daarbij helpen. Een ballon oplaten kan een heel betekenisvol ritueel zijn. Ik heb laatst een uitvaart begeleid van een jonge moeder. Haar enige dochtertje heeft toen een grote witte ballon opgelaten. Vooraf had ik met het meisje besproken: mama is in de hemel, maar dat is heel ver, dat kun je niet zien. Door het zien verdwijnen van zo’n ballon, gaat mijn uitleg kloppen. Net als de ballon is ook mama zo ver weg dat je haar niet meer kunt zien.” (*) Opleiding Ritueelbegeleider: www.hetmoment.nu

Asverstrooiing: Ter land, ter zee en in de lucht Gemiddeld resteert na een crematie drie tot vier kilo as. Die kun je in een urn bewaren of uitstrooien op een dierbare plek. Een aantal voetbalclubs uit de eredivisie heeft voor hun trouwe supporters een eigen strooiveldje op een begraafplaats. Het gras daarvan komt uit het stadion. Uitstrooien op zee kan ook. En sinds André Hazes zijn as in tien vuurpijlen de lucht in liet schieten, adverteert menig uitvaartverzorger met ‘een vredig afscheid in de lucht’. Dat kan ook per heliumballon of vanuit een luchtballon of helikopter. En die ceremonie kun je dan weer per drone laten filmen.

13


De weg naar een zinvol einde Een goede gezondheid. Daar werken we aan bij VWS en in de gezondheidszorg. Tot aan de dood. Want die hoort bij het leven. Het besef dat we sterfelijk zijn motiveert ons, bewust of onbewust, er ‘het beste van te maken’. Toch wordt zelfs bij VWS niet altijd even makkelijk over ‘de dood’ gepraat. Dat bemerkt ook ethicus Sara Dekking (33), beleidsmedewerker van de directie Publieke Gezondheid. 14 Diagonaal november 2017


Topic

Tekst: Douwe Anne Verbrugge Foto’s: René Verleg

Sara heeft bij VWS de onderwerpen ‘euthanasie’ en ‘voltooid leven’ in haar pakket. “Als ethicus ben ik vertrouwd met deze onderwerpen. Maar persoonlijk erken ik die schroom om te praten over het levenseinde. Mijn oma van 95 durf ik er niet vrijelijk naar te vragen. Terwijl ik bijna zeker weet dat zij dat niet erg zou vinden.” Nadenken over de dood of een zelfgekozen dood verandert dat wel, volgens Dekking. “Maar daarvoor is tijd nodig en een goed maatschappelijk debat. De euthanasiewet die minister Borst in 2002 invoerde, heeft een decennialange voorgeschiedenis gekend van politieke en maatschappelijk discussie. Het is de taak van VWS-beleidsmedewerkers om het continu veranderende debat hierover goed te volgen.”

Beschermende overheid Daarentegen erkent Sara dat VWS eind vorig jaar het voortouw heeft genomen in de discussie omtrent ‘voltooid leven’. “Voor mensen die hun leven voltooid achten, wilde VWS de mogelijkheid creëren om op een zelfgekozen moment uit het leven te stappen. Voor veel mensen kwam dit als een verrassing. De speciaal voor dit onderwerp ingestelde commissie Schnabel liet namelijk weten dat in de huidige euthanasiewet genoeg mogelijkheden zijn het leven waardig te beëindigen en dat een nieuwe wet niet nodig zou zijn.” De ethicus van VWS vindt dat het hebben van meer zelfregie in het eindigen van je leven slechts een kant van de zaak is. “Het invullen van de uitvoering is veel lastiger. Wie wel? En wanneer wel? De overheid heeft ook tot taak de maatschappij bescherming te

Ogen open voor de dood Ze zijn met een kaarsje te zoeken, VWS’ers die zich ambtshalve bezighouden met de dood. Want het zorgstelsel is gericht op goede zorg tót het moment van overlijden. De WGBO (Wet op de Geneeskundige Behandeling Overeenkomst) stopt zodra de patiënt de ogen sluit. Maar VWS sluit de ogen niet voor de dood. Onder anderen Eric Koster en Louise van Kranendonk (PG, directie Publieke Gezondheid) hebben ‘de dood’ in hun pakket. Eric: “Direct na het overlijden moet nog veel gebeuren door de behandelend artsen. Denk daarbij aan de wettelijke lijkschouw, het afgeven van een overlijdensverklaring bij een natuurlijk overlijden, het bij twijfel overleggen en overdragen aan de gemeentelijk lijkschouwer. We komen dan in een

“Tijd en een goed maatschappelijk debat zijn nodig over het onderwerp van de zelfgekozen dood.”

bieden. Tegelijk moeten we onszelf de vraag stellen welke rol we willen dat autonomie speelt in onze samenleving.” Wat is voltooid? Om die reden is het volgens Sara Dekking belangrijk om niet te overhaast aan de slag te gaan met een ‘wet Voltooid Leven’. “Laat het maatschappe-

Tekst: Rob Langeveld

grijs gebied met vragen over bekostiging van de schouw en de nazorg. Maar ook over de kwaliteit van de schouw, de samenwerking met de forensisch arts en met justitie bij niet-natuurlijk overlijden.” Moord of doodslag Deze vragen worden meegenomen in het onderzoek van de onafhankelijke ‘Taskforce lijkschouw en gerechtelijke sectie’ (*), die door het vorige kabinet is ingesteld. Eric is op projectbasis co-secretaris van deze Taskforce. Hij weet: “Jaarlijks overlijden zo’n 149.000 Nederlanders, bijna altijd op ‘natuurlijke’ wijze. Vorig jaar werden rond 7700 gevallen van nietnatuurlijke dood geregistreerd, waarvan er 110 zijn veroorzaakt door moord of doodslag. Dan speelt bijvoorbeeld de vraag of

Eric Koster

(*) De Taskforce lijkschouw en gerechtelijke sectie is een samenwerking van Justitie, Binnenlandse Zaken en VWS. Eind dit jaar wordt het rapport van de Taskforce naar de Kamer gestuurd.

15


Topic

“Uit onderzoek blijkt dat bij mensen die hun leven 'voltooid' achten, ook een heleboel angst en onzekerheid leeft.”

de lijkschouw goed is uitgevoerd. De Taskforce onderzoekt de hele keten. Vanaf de lijkschouw tot de gerechtelijke sectie. We gaan ook na waarom het aantal van die secties de afgelopen tien jaar flink is afgenomen. We adviseren, kort gezegd, hoe kan worden voorkomen dat misdaadgevallen onopgemerkt blijven.” Lijkbezorging Ook VWS-beleidsonderwerpen zoals Oorlogsgetroffenen, q-koorts en de MH 17-herdenking zijn gelieerd aan de dood. Maar de Wet op de lijkbezorging (Wlb), waarvan de voorlopers “stammen uit ergens rond 1800”, is volgens Louise van Kranendonk een van de weinige wetten waarmee de overheid zaken rond de dood regelt. Louise: “Er staat letterlijk dat: ‘het

16 Diagonaal november 2017

lijk debat eerst zijn werk doen. Neem allereerst de term ‘voltooid’. Dat klinkt heel mooi. Alsof je leven ‘af ’ is, mooi afgerond. Voor een aantal mensen geldt dat misschien wel. Maar uit onderzoek van Els van Wijngaarden van de Universiteit voor Humanistiek te Utrecht, blijkt dat bij mensen die hun leven ‘voltooid’ achten ook een heleboel angst en onzekerheid leeft. Ze zien zichzelf als minder zinvol omdat ze niet meer mee kunnen doen in de maatschappij, ze voelen zich vaak eenzaam en hebben angst om afhankelijk te worden. Daarom denk ik dat het waardevol is dat de maatschappelijke discussie over wat ‘voltooid’ is nadere invulling krijgt. Ikzelf ben niet voor of tegen, daar ben ik denk ik toch wat te genuanceerd voor geworden, doordat ik ‘dag en nacht’ met het onderwerp bezig ben. Het is in ieder geval van belang dat we met elkaar spreken over

vast te stellen formulier zo spoedig mogelijk in een gesloten enveloppe moet worden gezonden aan de ambtenaar van de burgerlijke stand. Aan deze enveloppe is een strook bevestigd, welke de identiteit van de overledene vermeldt. De ambtenaar van de burgerlijke stand zendt de enveloppe ongeopend (…) onder achterhouding van de strook aan de geneeskundige hoofdinspecteur van de volksgezondheid.’ Niet meer van deze tijd, toch? Daarom werken we nu aan een voorstel voor wijziging van de Wlb. Daarin staat digitalisering, met de bijbehorende aspecten als digitale veiligheid en privacy, centraal. Bijvoorbeeld voor de communicatie tussen de artsen en lijkschouwers en tussen de lijkschouwers en de RTE’s, de Regionale Toetsingscommissies Euthanasie. Ook is er aandacht voor de aanlevering van doodsoorzaakgegevens aan het

het levenseinde, welke wensen we hebben en wat we niet willen. Dan komt ook de vraag naar voren of alles moet kunnen wat mogelijk is?” Werkveld weet beter Die vraag speelt volgens de VWSbeleidsmedewerker steeds vaker een rol in de behandelplannen van artsen en verplegend personeel. “Van oudsher hebben doktoren de neiging om hun patiënten zolang mogelijk in leven te houden. Tegenwoordig speelt hierin ook de vraag naar de kwaliteit van leven een steeds prominentere rol. Hoewel we bij VWS zeker ook aandacht moeten hebben voor deze kwestie, is de discussie hierover het meest op zijn plek in de praktijk zelf. Gelukkig gebeurt dat al: artsen en patiënten gaan steeds vaker zelf het gesprek aan over wat de weg is naar een zinvol einde.”

Louise van Kranendonk

CBS voor de doodsoorzaken-statistiek. Die is van belang om de volksgezondheid te verbeteren; het verzamelen van doodsoorzaakgegevens doe je voor de levenden.”


Samenstelling: Barbara Kuethe

Valentin Neevel Valentin is sinds 2010 senior beleidsadviseur bij Meva

1972

1972 (1 jaar) Ik ben geboren in Harderwijk. Samen met mijn jongere zus en broer groeiden we op in Hattem. Ik kom uit een echt ‘onderwijsgezin’, mijn ouders zaten allebei in het onderwijs. Gelderland is een mooie groene rustige omgeving, ik sluit niet uit ooit weer die kant op te gaan. Al houd ik ook wel erg van de mogelijkheden van het vrije, stadse leven. 1980

1988

1980 (9 jaar) Van jongs af aan deed ik aan wedstrijdzwemmen. Zwemmen betekent zoveel meer dan alleen sport. Het gaat ook om participeren in de samenleving, om mee te kunnen doen al heb je een visuele handicap. Ik heb hele slechte ogen waardoor de meeste sporten buiten mijn bereik lagen. Door eerst zorgvuldig te oefenen met bril, het aantal slagen te tellen per baan, en de route rondom het zwembad goed te kennen, was het mogelijk om ondanks mijn visuele handicap toch steeds beter te presteren in het water. Ik ben nu ook zwemtrainer en official (scheidsrechter). Overigens kan ik sinds een half jaar beter zien dan ooit, door ingebrachte kunstlenzen. 1988 (17 jaar) Een jaar voor de val van De Muur was ik op schoolkamp in Oost-Duitsland. We logeerden in een hotelletje in Weimar. De balletjes uit de waterige soep waren op voordat de soepkoppen van de vegetariërs weer in de keuken waren, maar dat terzijde. Het was heel indrukwekkend, het gebrek aan vrijheid daar, de armoede, het concentratiekamp Buchenwald dat we bezochten.

1991

1991 (20 jaar) In Enschede studeerde ik toegepaste wiskunde, ik ben een man van cijfers, dat zie je nu ook terug in mijn werk bij VWS. Hier zie je mij achter de piano, naast zwemmen en zingen mijn grootste hobby. Ik speel vooral klassieke muziek, Ravel en Brahms vind ik bijvoorbeeld prachtig. 1998 (27 jaar) Ik heb drie jaar in Maastricht gewoond, ik werkte bij de faculteit Kennistechnologie. Hier zie je mijn vrouw en ik tijdens het carnaval. Superleuk was dat. Ik vond het opmerkelijk hoe los, uitbundig en persoonlijk iedereen dan is. Zodra Prins Carnaval vertrokken was, vond ik de mentaliteit en benadering van veel Maastrichtenaren wel heel veel afstandelijker….

1998

2014

2014 (44 jaar) Ik ben in 2002 getrouwd met Margot en heb een dochter, Nora van 11 en onze Simon is nu 9. Dit was in Frankrijk. Tot voor anderhalf jaar geleden hadden mijn vrouw en ik geen van beiden een rijbewijs. We gingen altijd met de trein en ander OV op vakantie en lekker fietsen en kamperen. In onze vriendenkring waren wij hier uniek in. Hoe onze volgende zomer wordt? We zien het wel. 17


Reportage

Tot zover gaat verder Een bezoek aan het Uitvaart Museum Tot zover in Amsterdam is een openbaring; een gesprek met directeur Guus Sluiter voegt daar nog een dimensie aan toe. Bezoekers kunnen zelfs een vouwmodel voor een mini-doodskist mee naar huis nemen. “Voor het afscheid van een huisdier.”

Tekst: Rob Langeveld Foto’s: Kick Smeets

18 Diagonaal november 2017

“Omgaan met de dood is nog steeds een taboe. Dat willen we doorbreken”, verklaart kunsthistoricus Sluiter (50) zijn missie. “We willen aanzetten tot denken. Ook bij scholieren. Kinderen praten graag over de dood. Ouders en docenten hebben daar meer moeite mee. Daarom bieden we digitale lespak-

ketten aan. De tone-of-voice is licht. Het gaat over Kleine Hein, het neefje van Magere. Daarnaast zijn we penvoerder van de Funeraire Academie, een platform voor wetenschap en uitvaartbranche.” Lijkwagens Het in 2007 geopende museum biedt een leerzame blik in begrafenisrituelen van verschillende geloven. In elke kist één, met toelichting in woord en beeld. Zoals: ‘Hindoes worden altijd gecremeerd. (…) Het lichaam wordt besprenkeld met geurig water.’ In vitrines worden rouwattributen van toen en nu


getoond. En er staat een indrukwekkende collectie miniatuur-lijkwagens. “Naast de vaste presentatie zijn er wisselende tentoonstellingen van kunstenaars en fotografen. Over verschillende thema’s rond de dood.” Met zo’n 5.000 bezoekers per jaar blijft Tot zover (“We hadden Museum Het Einde kunnen heten; deze benaming komt van reclamebureau KesselsKramer.”) ver achter bij de grote broers aan het Museumplein. “Daar spiegelen we ons niet aan. We willen groeien naar zo’n 8.000 per jaar, maar het organiseren van symposia en congressen is minstens zo belangrijk. Die zijn altijd

druk en uitverkocht. Zoals in 2015 over suïcide. Geopend door toenmalig minister Schippers.” Haarschilderij Tot zover besteedt ook aandacht aan begrafenistrends. “Vroeger werd het haar van een overledene verwerkt in een haarschilderij, nu bewaren we crematie-as in hangertjes”, weet Sluiter. Of hij al over zijn eigen begrafenis heeft nagedacht? “Die mag wel extravagant zijn. Graag aan het eind van de middag, met alternatieve popmuziek. Gevoelige liedjes. Dan houdt niemand het droog.”

Nederlandse Uitvaart Museum Tot Zover is gevestigd op De Nieuwe Ooster, begraafplaats en crematorium aan deKruislaan 124 in Amsterdam. Toegangspijs voor volwassen: € 7,00; Museumkaart: gratis. Zie ook: www.totzover.nl & www.totzover.nl/funeraireacademie

Guus Sluiter

19


Tweegesprek

Tekst: Kees Kaptein Foto’s: René Verleg

Euthanasie, hellend vlak of niet? Een uiterst zorgvuldige procedure, die een grote groep mensen helpt? Of een hellend vlak door sociale druk en ‘euthanasiemarketing’? Die vragen spelen sinds de documentaire ‘Levenseindekliniek’ (2016) weer in alle hevigheid. Bestuurder van de Levenseindekliniek Steven Pleiter en hoogleraar psychologie Victor Lamme gaan in discussie. ‘Huppakee’ en ‘Verschrikkelijk’: die woorden sprak de dementerende mevrouw Goudriaan voordat haar euthanasieverzoek werd ingewilligd. De documentaire zorgde voor veel ophef. Belangrijke vraag daarbij was: zorgt de Euthanasiewet er wel voor dat echt alleen wilsbekwame mensen hun verzoek ingewilligd krijgen? Victor Lamme: “De wet gaat ervan uit dat iedereen weet wat hij wil, en zonder beïnvloeding rationele keuzes maakt. Maar iedere psycholoog weet: gedrag is extreem beïnvloedbaar en irrationeel. Bij euthanasie spelen natuurlijk heftige emoties, zoals de angst voor dementie, pijn en verlies van controle. Dan is er een ‘mooie’ oplossing: neem het heft in eigen hand. En euthanasie wordt steeds

‘normaler’; iets dat heel besmettelijk werkt. Artsen, maar vooral patiënten zelf, onderschatten de kracht van die beïnvloeding. Een ‘stellige en weloverwogen’ euthanasiewens zegt dus niets over hoe sterk de invloed van de omgeving is en van wat ik ‘euthanasiemarketing’ noem.” Steven Pleiter: “De wet eist juist dat je een euthanasieverzoek weloverwogen en

“De wet gaat ervan uit dat iedereen weet wat hij wil, en zonder beïnvloeding rationele keuzes maakt”

autonoom doet. Daarnaast moet er sprake zijn van goede voorlichting, afwezigheid van redelijke alternatieven en van ondraaglijk en uitzichtloos lijden. Over de aard van dat ondraaglijk lijden zegt de wet verder niets. Wat betreft de term ‘voltooid leven’: die term wordt gebruikt voor mensen die geen medische grondslag voor hun lijden hebben. Ze zeggen bijvoorbeeld: ‘Ik ben eenzaam en zit de hele dag naar buiten te staren’, en daarom willen ze hun leven beëindigen. Maar alleen als er wél sprake is van ‘medisch lijden’ – en dat kan ook een ‘opeenstapeling van ouderdomsaandoeningen’ zijn – kunnen we binnen de Euthanasiewet werken. Maar ook hier geldt dat het verzoek weloverwogen en autonoom gedaan moet worden.” Kun je door dementie een ander persoon worden die juist helemaal niet wil sterven? Pleiter: “Het probleem bij dementie is dat er op een gegeven moment een

VICTOR LAMME is hoogleraar bij de afdeling psychologie van de Universiteit van Amsterdam en schrijver van onder meer De vrije wil bestaat niet en WAAROM? Op zoek naar wat ons werkelijk drijft. In dat laatste boek gaat hij uitgebreid in op de euthanasiediscussie.

20 Diagonaal november 2017


omschakeling komt van het (nog net) wel en (net) niet meer kunnen herkennen van je naasten. Dan is er vaak een soort ‘persoonsverandering’ en kan deze persoon aangeven helemaal niet meer te willen sterven. Mevrouw Goudriaan was een randgeval, maar wij hebben na zeer intensief onderzoek geconcludeerd dat zij wilsbekwaam was. Ze ging bijvoorbeeld bijna dagelijks naar de huisarts met haar euthanasieverzoek. Dat ze daarbij woorden als ‘huppakee’ gebruikte, had te maken met haar zeldzame ‘semantische dementie’; ze kon de juiste woorden niet meer vinden. Een arts heeft er vijf maanden over gedaan om erachter te komen wat ze precies bedoelde.” Lamme: “Zoals met veel ouderdomskwalen is de angst ervoor vaak groot. Maar eenmaal dement blijken de meeste ouderen zich prima te schikken in hun bestaan. De mens past zich nou eenmaal makkelijk aan, zelfs aan dingen die voor buitenstaanders vreselijk lijken. Dat geldt ook voor mensen met dwarslaesies bijvoorbeeld. Verandering is een normaal aspect van onze ontwikkeling, maar zeker bij hersenziekten kunnen persoonlijkheid, wensen en gedachten enorm gaan schuiven. De stelligheid waarmee een veertigjarige zegt een dodelijke pil te willen bij dementie, is bij een tachtigjarige vaak verdwenen.” Is er vaak sociale druk vanuit de omgeving om een euthanasieverzoek te doen? Pleiter: “Het is de taak van de arts en de verpleegkundige om uit te sluiten dat er

sprake is van sociale druk. We kijken heel goed naar wat er achter een verzoek zit. Artsen en verpleegkundigen besteden erg veel tijd aan de vraag: ‘Wat drijft je nu om euthanasie aan te vragen?’ Dus het komt wel voor, maar bij deze mensen zal de Levenseindekliniek het euthanasieverzoek zeker niet inwilligen, omdat er dan niet aan de zorgvuldigheidseisen voldaan is. Je moet het dus niet zo voorstellen dat kinderen die vinden dat ze lang genoeg voor moeder gezorgd hebben, haar zo maar kunnen laten euthanaseren. Dan kom je echt in de buurt van die Amerikaanse presidentskandidaat die zei dat Nederlanders met een polsbandje lopen met daarop: ‘Dood mij niet.’ Echt flauwekul.”

“Euthanasie wordt langzamerhand de norm; ik heb zelf meegemaakt dat je je moet verdedigen als je het niet wilt” Lamme: “Zo’n flauwekul is het toch niet, want euthanasie wordt langzamerhand de norm; ik heb zelf meegemaakt dat je je moet verdedigen als je het niet wilt. En juist die normverschuiving is heel ondermijnend voor het idee dat de keuze voor euthanasie echt ‘vrij’ is. Het is zeker voor die kwetsbare en afhankelijke ouderen erg lastig zich te onttrekken aan zo’n sociale norm.”

Is er nu sprake van een hellend vlak of niet? Lamme: “Op een hellend vlak rollen dingen steeds sneller één kant op. Sowieso gaat Nederland wereldwijd het verst in euthanasiebeleid. En dan zijn er partijen als de NVVE, de Levenseindekliniek en D66 die voortdurend de grenzen verder willen oprekken. Het gaat duidelijk een eigen leven leiden. Dat de Levenseindekliniek zelf waarschuwt dat er te veel aanvragen zijn, zegt al genoeg. En dan zijn er ineens partijen die allerlei middelen aan de man gaan brengen om het helemaal zelf te regelen. Wie een beetje verstand heeft van massapsychologie, ziet alle kenmerken van een hellend vlak. Lees The tipping point van Gladwell er maar op na.” Pleiter: “Alle ophef is ontstaan over dat ene voorbeeld in de documentaire, waar we overigens nog volledig achter staan. Achteraf hadden we wel een duidelijker voorbeeld dan mevrouw Goudriaan kunnen nemen. Kijk, ik heb er geen moeite mee dat iemand een andere opvatting heeft over euthanasie. Maar het is mijn vaste overtuiging dat de wet prima functioneert en dat we er een grote groep mensen echt mee helpen. Dus een hellend vlak: nee. Daar werken we ook veel te zorgvuldig voor. Eigenlijk moeten we in Nederland juist trots moeten zijn op de wet die we hebben.” Reageren? Mail naar Diagonaal@minvws.nl

STEVEN PLEITER is als voorzitter, projectmanager en interim-manager bij verschillende organisaties betrokken geweest, zoals de CRAN Foundation, die financiële hulp biedt aan een kindertehuis in Colombia. Sinds 2012 is hij als voorzitter en bestuurder verbonden aan de Stichting Levenseindekliniek.

21


Ook VWS

samenstelling: Tamar Klijsen

ZIN

Staat VenZ

Zorg laatste levensfase

Hoeveel mensen overleden er in 2016?

Om zorg te bieden die aansluit bij de behoeftes in de laatste levensfase van een patiënt, is het nodig om ieders persoonlijke wensen en voorkeuren tijdig te verkennen. Op het moment van de diagnose van een ongeneeslijke ziekte én gedurende het verdere ziektebeloop moet de zorgbehoefte bovendien opnieuw verkend worden, zodat zorg met een gepast behandelperspectief ingezet wordt. In het Verbetersignalement ‘Zorg in de laatste levensfase bij mensen met longkanker of darmkanker’ geeft het Zorginstituut de resultaten weer van het onderzoek naar zorg voor deze patiënten. Meer informatie: www.zorginstituutnederland.nl/actueel/nieuws

IGJ

IGZ + IJZ = IGJ De Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) en Inspectie Jeugdzorg (IJZ) zijn gefuseerd. Sinds 1 oktober 2017 vormen zij samen de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ). Beide toezichthouders werkten al jaren nauw samen. Meer informatie: www.igj.nl

In 2016 overleden 148.997 personen. Van hen stierven er 45.237 aan kanker. In 7.714 gevallen was sprake van een ‘uitwendige oorzaak’, zoals ongevallen, geweld en suïcide. In 2016 werd 6.091 keer melding gedaan van euthanasie. Deze en andere kerncijfers staan in de Staat van Volksgezondheid en Zorg (Staat VenZ): www.staatvenz.nl.

RIVM

Dementie belangrijkste doodsoorzaak in de toekomst Als historische trends zich onveranderd doorzetten dan vergrijst Nederland en loopt de levensverwachting op naar bijna 86 jaar. Dementie veroorzaakt in 2040 de meeste ziektelast en is de belangrijkste doodsoorzaak. Het aantal mensen dat overlijdt als gevolg van dementie neemt toe van 14.000 in 2015 tot bijna 40.000 in 2040. Dit is één van de belangrijkste bevindingen van het Trendscenario van de VTV-2018 van het RIVM. Het Trendscenario laat zien hoe onze volksgezondheid er in 2040 uitziet als er vanaf nu niets meer verandert. Zo worden maatschappelijke opgaven voor de toekomst geïdentificeerd. Lees meer op: www.rivm.nl

NZa

Kwaliteitsstatuut Vrijwel alle ggz-aanbieders hebben een kwaliteitsstatuut opgesteld waarin staat welke zorg zij aanbieden en hoe die georganiseerd is. Zij hebben dat ook op hun website gepubliceerd, zodat mensen kunnen zien voor welke zorg zij terechtkunnen bij de betreffende aanbieder. Meer informatie op: www.nza.nl/publicaties

22 Diagonaal november 2017

Voormalig VWS-bewindspersonen Edith Schippers en Martin van Rijn openen bij het RIVM de presentatie Trendscenario 2018.


Beslommeringen

Kijk naar het leven VWS’ers Linda Hilhorst en Vincent Theunissen schrijven om en om over hun beslommeringen bij het ministerie

“Hoe wij tegen de dood aankijken, bepaalt hoe wij in het leven staan”, schreef Dag Hammarskjöld. Hij heeft daar gelijk in, denk ik. Maar ik zou het ook willen omdraaien: hoe wij tegen het leven aankijken, bepaalt hoe wij ten opzichte van de dood staan… In één van zijn boeken omschrijft Michel Foucault de geschiedenis van straf en disciplinering. Hij laat zien hoe wij van het straffen van misdaden met behulp van lijfstraffen en doodstraffen, zijn uitgekomen bij het humaan bestraffen. Hoe wij elk leven waarde toekennen en negatief staan ten opzichte van de dood-

straf. Een interessant boek. Maar ook heftig. Als ik bijvoorbeeld aan de gedetailleerde omschrijving van de in-vierendeling terugdenk… zo’n dood, dat wensen wij niemand meer toe. Aan deze omschrijving moest ik onlangs denken toen ik een filmpje zag over hoe een abortus in z’n werk gaat. Het leven in de buik van de vrouw werd weggezogen, of preciezer, uit elkaar gezogen. Zo kwam het tot zijn eind. En vanaf dertien weken werd het met een instrument opgeknipt omdat het zonder die tussenhandeling er niet uit kon. (Ik moest denken aan de echo die ik bij twaalf weken zwanger-

schap had, waarbij de baby al z'n voetje vastgreep). Maar omdat de samenleving het noch wetenschappelijk noch juridisch als leven beschouwt, kijkt diezelfde samenleving toch anders tegen deze dood aan. Waardig leven en sterven is dus nogal afhankelijk van wat je als ‘leven’ beschouwt, concludeer ik. Ik krijg het voorbeeld hierboven niet uit mijn hoofd. Maar ik merk ook dat het opschrijven hiervan spannend is; mág ik dit wel schrijven? …is dit een taboe van onze tijd? Niet de dood, maar het leven? Linda Hilhorst

23


Jim Terwiel, plaatsvervangend afdelingshoofd Ethiek, directie Publieke Gezondheid “Waarden als menselijke waardigheid, respect voor de beschermwaardigheid van het leven en autonomie. Dit staat centraal in het beleid waarbij ik en mijn zeven VWS-collega’s van het cluster Ethiek betrokken zijn. Abortus, euthanasie, voltooid leven en medischwetenschappelijke ontwikkelingen zijn daarin belangrijke thema’s. Ons uitgangspunt is het leven zo goed mogelijk vorm te geven. Van het begin, tot aan het eind. De foto is genomen op begraafplaats Oud Eik en Duinen in Den Haag. Deze staat bekend als een van de mooiste begraafplaatsen van Nederland. Foto: René Verleg

Profile for vws#Dia

160336 04 vws diagonaal 4 2017 issuu  

160336 04 vws diagonaal 4 2017 issuu  

Profile for vws_dia
Advertisement

Recommendations could not be loaded

Recommendations could not be loaded

Recommendations could not be loaded

Recommendations could not be loaded