Issuu on Google+

verf&inkt magazine van de vereniging van verf- en drukinktfabrikanten VVVF - 16 - 2011

‘Coating onlosmakelijk deel van de chemie’

Verfindustrie wil aanhaken bij topsectorenbeleid VVVF zoekt dialoog met ‘stakeholders’ over duurzaam onderhoud Nieuwe fase REACH: controle op naleving bij ‘downstream-users’ Ons beroep op verf en drukinkt: De verfmolenaar De mens achter… Theo Wemmers: ‘rekenmachine’ die de kas bewaakt

Gekleurd Verleden: De roestwerende visolie van zeekapitein Robert Fergusson ‘Bouwprof’ Jos Lichtenberg heeft ‘totaal geen negatief milieubeeld bij verf. Integendeel’ De bijzondere eigenschappen van poedercoaten Stoffenvervoerder Van den Anker: ‘Emotie beïnvloedt veiligheidsbeleid’


Vision on quality www.tqc.eu

N E D E R L A N D S E N I G E FA B R I K A N T VA N T E S T- E N M E E TA P PA R AT U U R VOOR DE VERFINDUSTRIE TQC

TQC

TQC

AUTOMATISCHE FILM APPLICATOR

AUTOMATISCHE CUPPING TESTER

WASBAARHEID / SLIJTVASTHEIDTESTER

Voor het aanbrengen van een uniforme, reproduceerbare filmlaag.

Voor het testen van coatings bij verschillende stadia van deformatie conform ISO 1520.

Voor het testen van bijv. coatings, inkten, textiel, hout en plastic op slijtvastheid.

• Geschikt voor folies en /of glazen, papieren, metalen ondergronden • Geschikt voor spiraalapplicatoren en / of standaard blok applicatoren • Intuïtieve bediening • Vele instelmogelijkheden

• Ergonomisch: tester instelbaar naar werkhouding • Led verlichting instelbaar in kleur en hoek voor optimale beoordeling testplaat • Deformatie vooraf instelbaar in mm

• Voor droge en natte testen • Test tot vier proefstalen tegelijk • Dubbele pomp voor simultaantest met twee verschillende testvloeistoffen

TQC

TQC

ASCOTT ANALYTICAL

TQC produceert instrumenten en toebehoren voor het testen van onder andere

AUTOMATISCHE VISCOSITEITSMETERS

CORROSIE TESTKASTEN

Diverse modellen voor het bepalen van de viscositeit in mPa·s, cP, cSt en KU (Krebs Units).

Voor versnelde corrosietesten.

• • • • • • • •

viscositeit dekkracht lopersvorming droogtijd slagvastheid natte laagdikte adhesie metamerie

• • • •

densiteit vloeiing maalfijnheid elasticiteit

TQC B.V. Nijverheidscentrum 14

• Volledig automatisch, dus zeer hoge reproduceerbaarheid • Ook handmatig instelbaar

2761 JP Zevenhuizen Nederland

• • • • • •

Vochtigheids corrosietest Zoutsproei corrosietest Cyclische corrosietest Alle modellen in div. maten leverbaar Modern vormgegeven Zeer gebruiksvriendelijk

T 31(0)180 - 63 13 44 F 31(0)180 - 63 29 17

E info@tqc.eu W www.tqc.eu


ons beroep op verf & inkt Verfmolenaar Piet Kempenaar:

In deze rubriek komen mensen aan het woord die beroepsmatig met verf & drukinkt van doen hebben en daarover enthousiast vertellen. Deze keer: de molenaar.

‘Maak iets wat mensen aanspreekt!’

Piet Kempenaar (1950) draait sinds 1981 op verfmolen De Kat van Vereniging De Zaanse Molen. Op deze unieke molen, die deel uitmaakt van de toeristische trekpleister De Zaanse Schans, komen jaarlijks vele duizenden bezoekers af. Bij De Kat werken tien man, inclusief vrijwilligers. In de molen worden krijt en pigmenten vermalen. Daarnaast houdt De Kat er ook een winkel op na met deze en andere producten, die veelal hun weg vinden naar (kunst-) schilderspeciaalzaken. Het krijt gaat deels als grondstof naar de industrie, maar wordt ook gebruikt voor de krijtlijnen op voetbalvelden. De Kat verzorgt verder workshops en cursussen over zelf (olie)verf maken.

Ik zie het zeker niet als een utopie: dat er een keer een verffabrikant langskomt die vertelt een speciale verflijn op te willen zetten. Een historische verf met pigment uit onze molen. Graag! Ik zou niet anders willen: terug naar ooit, terug naar toen, maar ook terug naar iets heel moois. Naar een verf met natuurlijke uitstraling. Met aardkleuren waar een prachtig verhaal aan vastzit. Waar komen ze vandaan, hoe worden ze gewonnen? Want zo is het toch: iedereen wil iets bijzonders kunnen vertellen over zijn product. Bij industrieel geproduceerde verven van tegenwoordig lijkt me dat knap lastig. Dan moet je bij wijze van spreken wel heel spannend kunnen vertellen over de chemische processen die daar zoal aan voorafgaan en verzand je volgens mij al binnen tien minuten. Bij De Kat is dat heel anders.

verf&inkt 16 - 2011

Daar vermalen we soms zelfs oude dakpannen. Stukadoors gebruiken dat om muren mooi zalmroze mee te maken. Er worden ook pastelkrijtjes van gemaakt of een bijzondere olieverf van gedraaid.” “Een verfmolen brengt kleur in het leven, want met onze pigmenten zijn allerlei schakeringen denkbaar. Terracottakleuren zoals omber, siena, of oker. Die worden hier allemaal fijngemalen in een aparte maalkamer, waarin een kilo of tachtig per uur wordt verwerkt. Daarna gaat het product door de zeefmachine en kunnen er mooie dingen van gemaakt worden. Probleem voor de fabrikant bij de omschakeling naar een ambachtelijke verf is misschien alleen dat fabrieken tegenwoordig met hun computergestuurde systemen een heel andere schaalgrootte gewend zijn in de

productie. Als je terug wilt naar het ambachtelijke, zul je dat systeem moeten omgooien of aanpassen. Kortom: dat zal echt niet van de ene op de andere dag gebeuren. Maar zeg nooit nooit! Mijn boodschap aan de verfindustrie luidt: zorg dat je zo dicht mogelijk bij het ambacht blijft. Maak iets wat de mensen aanspreekt. Een ambacht spreekt de mens altijd aan. Nog steeds. Dus ook verf maken waar een hele geschiedenis aan vastzit. Iets wat ik hier ook dagelijks aan elke bezoeker probeer mee te geven en ze hier pur sang kunnen beleven. Wat de verfindustrie allang weet, want regelmatig komt men hier op excursie, of gebruikt de molen soms net zo makkelijk als pr-kanon! Bijvoorbeeld als ze buitenlands bezoek hebben of een ludiek bedrijfsuitje willen organiseren.” “Molenaar ben je niet zomaar. Je werkt immers met een uiterst kostbaar monument. De krachten die soms vrijkomen zijn enorm. Een verkeerde inschatting en de molen kan verloren gaan. Daarom begint mijn dag meestal met het beluisteren van de weerberichten. Op de fiets onderweg naar de molen kijk ik ook altijd naar vlaggen en rookpluimen in verband met de windrichting. Is er een maalwind of gaan we voor ‘de loos’ malen, zonder de maalstenen te gebruiken. Aangekomen, ga ik eerst de molen op de wind halen. De kap is draaibaar naar alle windrichtingen. Dat kan best heftig zijn als de wind negentig graden is gedraaid. De kap schuift op klossen en is alleen draaibaar met voldoende spierkracht en genoeg smeermiddel. Bij het draaien verplaats je een gewicht van vijftien ton! Afhankelijk van de windkracht moet ik soms wel of geen zeilen voorleggen. Een molen is dus net een zeilschip. Of dan ga ik de kap maar weer eens in om de belangrijkste onderdelen te smeren Dit doe ik met bestorven varkensreuzel van één jaar oud. Tijdens het maalproces trilt de hele molen. Het gedreun van de maalstenen vult het hele gebouw. Bezoekers worden daar wel eens angstig van. Maar ik kan met volle teugen van deze oerkracht genieten.

Te k s t : A n t o n S t i g Foto: Pet van de Luijtgaarden

3


colofon

Verf&Inkt is een uitgave van de Vereniging van Verf- en Drukinktfabrikanten VVVF. De VVVF behartigt de belangen van de Nederlandse verf- en drukinktindustrie. Het blad wordt verspreid onder leden van de branche-organisatie en externe relaties. Verf&Inkt verschijnt zes keer per jaar. Verf&Inkt wil een opinieblad zijn. Dat betekent dat van VVVF-standpunten afwijkende meningen niet uit het blad geweerd worden.

inhoud

16 - 2011

Aanhaken bij topsector De verfindustrie moet snel zijn, adviseert ‘trekker’ Rein Willems van de ‘topsector’ chemie. De branche wil aanhaken bij het topsectorenbeleid van het kabinet en brengt daarvoor argumenten naar voren. “Verf en duurzaamheid zijn nauwverwante begrippen”, zegt bijvoorbeeld VVVF-bestuurder Kees Mylanus. Willems wacht op voorstellen. Pagina 10

Redactie Peter Boorsma, Jesse Budding, Jos de Gruiter (hoofdredactie), Annet Huyser, Dorine van Kesteren, Hans Klip en Anton Stig Redactieadres Loire 150 2491 AK Den Haag Postbus 241 2260 AE Leidschendam 070 3378734 degruiter@vvvf.nl Redactieraad Nienke Groen, Ingeborg van Honschooten, Anja Jessurun, Michel Kranz, Bianca Maton, Leo Reichert, Eli Roodbeen, Frank Somers en Martin Terpstra

Nieuwe fase REACH De controle op de naleving van REACH is per 1 april een nieuwe fase ingegaan. Ook verf- en drukinktfabrikanten kunnen bezoek krijgen van de nieuwe Voedsel- en WarenAutoriteit of de VROM-Inspectie, zo waarschuwt senior adjunct-inspecteur Jos van den Berg. “We willen ook onderzoeken waarom er in Helsinki zoveel stoffen als intermediaire stoffen zijn aangemerkt.” Pagina 14

Vo r m g e v i n g GrafischeZaken, Den Haag Druk Deltahage, Den Haag Advertentie-acquistitie Mooijman Marketing & Sales, Julius Röntgenstraat 17 2551 KS Den Haag Telefoon 070 3234070 info@mooijmanmarketing.nl © VVVF Alle rechten voorbehouden. Behoudens de door de Auteurswet 1912 gestelde uitzonderingen, mag niets uit deze uitgave worden verveelvoudigd (waaronder begrepen het opslaan in een geautomatiseerd gegevensbestand) of openbaar gemaakt, op welke wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de VVVF. De bij toepassing van art. 16B en 17 Auteurswet 1912 wettelijk verschuldigde vergoedingen wegens fotokopiëren, dienen te worden voldaan aan de Stichting Reprorecht, Postbus 882, 1180 AW te Amstelveen. Hoewel aan de totstandkoming van deze uitgave de uiterste zorg is besteed, aanvaarden de auteur(s), redacteur(en) en uitgever geen aansprakelijkheid voor eventuele fouten of onvolkomenheden.

4

Inspectie nanodeeltjes De Arbeidsinspectie gaat op bezoek bij bedrijven waarvan ze vermoedt dat er gewerkt wordt met synthetische nanodeeltjes. Omdat er geen specifieke regelgeving voor synthetische nanodeeltjes bestaat en er ook nog geen grenswaarden zijn, zal ‘gehandhaafd worden’ op basis van de huidige Arbowet- en regelgeving. Pagina 24


voorwoord

Topsector

Verder in dit nummer: 3 Ons beroep op verf & inkt: de verfmolenaar 5 Voorwoord 7 Branchenieuws 13 Gespot 16 Proefschrift: sociale innovatie nuttig 18 De mens achter: Theo Wemmers 21 VVVF zoekt dialoog met stakeholders 22 Eigenschappen poedercoating 28 Milieudatabase krijgt vorm 30 Gekleurd Verleden: Oleum 769 32 Stoffenvervoerder: veiligheidsbeleid emotioneel 34 VVVF-nieuws

De bouwproductie blijft achter en de makelaars klagen steen en been. Tot zover het nieuws van het voorjaar 2011. Nee, voor de fabrikanten van bouwverven is het bepaald nog geen lente. Hopelijk heeft het kabinet daar aandacht voor als binnenkort de verlenging van de btw-verlaging voor verbouwingen aan de orde komt. Tegelijkertijd betekent een slechtere conjunctuur niet dat we met onze armen over elkaar zitten. Integendeel: onderzoek, innovatie, research, development (geef het beestje maar een naam) vragen nu onze volle aandacht om straks, als de markt aantrekt, vanuit een steviger positie ten strijde te trekken. Deze Verf&Inkt besteedt aandacht aan een paar van die ontwikkelingen, zoals nanotechnologie en duurzaamheid. Nanotechnologie biedt de verfindustrie geweldige nieuwe kansen, zoals we al vaak hebben geconstateerd. Maar de verfindustrie is een branche die zijn verantwoordelijkheid neemt en oog heeft voor de mogelijke gevaren van het werken met de uiterst kleine deeltjes. Tot nu toe is uit onderzoek gebleken dat de risico’s klein zijn (als tenminste de juiste voorzorgsmaatregelen worden genomen), maar wij willen graag zo groot mogelijke zekerheid en dus participeren we in een project van de overheid dat de risico’s goed in kaart moet brengen. En binnenkort kan de Arbeidsinspectie op de stoep staan. Ik ben benieuwd naar de uitkomsten. Duurzaamheid is een term die dat we allemaal voor in de mond hebben, maar kennelijk hebben we steeds meer behoefte aan een definiëring van het begrip. Wat is duurzaamheid eigenlijk? In deze Verf&Inkt is te lezen op welke wijze we de dialoog met stakeholders willen aangaan. Aanbevelenswaardig is ook het interview met bouwprof Jos Lichtenberg van de TU Eindhoven, die behartenswaardige uitspraken doet over duurzaamheid in de bouw en verf. Met nanotechnologie en duurzaamheid noem ik de twee terreinen waarop de verfindustrie de komende jaren stappen voorwaarts kan zetten in het belang van de industrie (een sterkere internationale concurrentiepositie) en de samenleving (werkgelegenheid, duurzaamheid, antibacteriële verven etc.). Aansluiting bij de sector chemie in het zogenoemde topsectorenbeleid van de rijksoverheid is dan ook voor de hand liggend. Ons bestuurslid Kees Mylanus (directeur van Keim Nederland) wijst er in dit blad met recht van spreken op dat de verfindustrie onlosmakelijk deel uitmaakt van het chemiecluster. Ik zou eraan willen toevoegen dat voor veel van onze bedrijven geldt dat ze met één been in de bouw staan en met het andere in de chemie. Kan het uitdagender? Dat biedt ons, ondanks de zorgelijke situatie waarin fabrikanten zich bevinden die vooral zijn aangewezen op de bouw, niet alleen uitdagingen, maar ook zicht op een mooie toekomst. Marlies van Wijhe, voorzitter VVVF

verf&inkt 16 - 2011

5


branchenieuws

Rectificatie

Colorcan van Hildering Packaging In 2009 introduceerde Hildering Packaging de Colorcan, een digitaal bedrukte blikverpakking, waarmee elk product in een full colour verpakking in de markt gezet kan worden. De nieuwste ontwikkeling in digitale druk voor blikverpakkingen is de mogelijkheid om ook deksels digitaal te bedrukken. In het vorige nummer van Verf&Inkt werd ten onrechte gesproken van een colorscan.

Akzofilm bekroond De commercial waarin AkzoNobels Let’s Color-campagne wordt gepromoot, is bekroond met een prestigieuze Ads Worth Spreading-prijs. De twee minuten durende film neemt de kijker mee op een caleidoscopische reis langs mensen die overal ter wereld samenkomen om grauwe plekken te transformeren met behulp van AkzoNobels verfmerken Dulux, Dulux Valentine en Coral. Een panel van 24 juryleden koos uit meer dan duizend inzendingen de film van AkzoNobel als een van de tien winnaars. In een toelichting op de keuze benadrukt de jury dat de commercial de kijker ontroert met haar boodschap dat kleur het leven glans geeft en dat een nieuwe laag verf overal een nieuw licht op werpt.

De wereldwijde Let’s Color-campagne, die in 2010 werd gelanceerd, is opgezet om mensen te inspireren hun leefomgeving nieuwe kleur en glans te geven. De schilderscènes in de winnende commercial werden over een periode van vier maanden georganiseerd in Brazilië, India, Frankrijk en Groot-Brittannië. Lokale gemeenschappen werden uitgenodigd om kleurloze plekken om te vormen met behulp van de verfmerken van de onderneming, waarbij elk evenement werd gefilmd om materiaal voor de commercial te leveren. De bekroonde film is te zien op www.letscolourproject.com. Op www.letscolourproject. com/blog is te zien hoe de film tot stand is gekomen.

Relius Ursa Paint: vloerlak Nederland breidt op locatie uitharden Smaragdfamilie uit met UV-licht Vermijdbare fouten kosten bouw miljarden Vermijdbare fouten kosten de bouw al jaren miljarden euro’s en de sector slaagt er maar niet in dat terug te dringen. Vorig jaar lagen de zogenoemde faalkosten naar schatting op 11,4 procent van de omzet. Het gaat dan in totaal om een bedrag van zo’n 6,2 miljard euro. In 2001 lagen die kosten nog op 7,7 procent van de omzet, blijkt uit cijfers van onderzoeksbureau USP. Dat het percentage oploopt, hoeft niet te betekenen dat de daadwerkelijke kosten ook zijn opgelopen. Het kan ook zijn dat de bouw zich er bewuster van is geworden en er kritischer naar kijkt. Er is de sector veel aan gelegen de faalkosten terug te dringen, aldus Bouwkennis, leverancier van marktinformatie voor de bouw. Meer aandacht voor de uitvoerbaarheid van een project in de ontwerpfase wordt blijkens een peiling van Bouwkennis het meest genoemd als manier om de kosten terug te dringen. Maar een betere communicatie is ook een belangrijk aandachtspunt. verf&inkt 16 - 2011

Relius Nederland levert Hoeka Smaragd met een korrelgradatie van 1,5 mm. Deze variant is een aanvulling op de 1,0 en 1,2 mm korrelgradaties. “Met deze uitbreiding kunnen wij onze klanten nog beter tegemoet komen in hun wensen en bieden wij hun resultaat op elk vlak”, aldus Relius Nederland. Hoeka Smaragd is een kunstharsgebonden spachtelpleister voor binnen met een egale korrelstructuur en de eerste sierpleister die een egaal structuurbeeld garandeert op heterogene ondergronden, aldus Relius. De spachtelpleister is ontwikkeld met behulp van de nieuwste technieken die beschikbaar zijn binnen BASF en Relius en mag volgens het bedrijf “met recht een innovatie worden genoemd”. De toepassing van de nieuwe technologie zorgt ervoor dat Hoeka Smaragd nauwelijks gevoelig is voor zuigingsverschillen in de ondergrond. Dat betekent dat deze sierpleister op een diversiteit van ondergronden nagenoeg gelijkmatig opdroogt. Hierdoor is het zeker dat het resultaat dat wordt afgeleverd, ook het resultaat is dat de klant de volgende dag ziet. Hoeka Smaragd heeft een gunstig verbruik, dat verschilt per korrelgradatie. Daarnaast kan Hoeka Smaragd worden toegepast op alle draagkrachtige, vlakke, schone en droge ondergronden en is, door de samenstelling, uitstekend geschikt voor zowel nieuwbouw- als renovatieprojecten. Het product heeft een uitstekende hechting, is stootvast en ademend. Hoeka Smaragd is leverbaar in NCS-kleuren. Relius Nederland, onderdeel van BASF Coatings, richt zich op de productie, verkoop en ontwikkeling van producten op het gebied van wand-, vloer- en plafondafwerking.

De industrie maakt al jaren succesvol gebruik van UVlicht om coatings en inkt direct uit te harden. Door technologische ontwikkelingen van Ursa Paint zal de parketteur binnenkort ook op locatie lak kunnen aanbrengen om deze vervolgens direct uit te harden met behulp van UV-licht afkomstig uit de DecoRad-vloerdroger. Om lakken direct te kunnen uitharden met UV-licht, hebben Ursa Paint Quality & Environment uit IJmuiden en DecoRad Systems de krachten gebundeld. De receptuur van de lak is optimaal afgestemd op de lamp van de DecoRad-vloerdroger. Door de juiste combinatie van bindmiddelen en toegevoegde stoffen is een lak ontwikkeld die zich qua eigenschappen kan meten met veel bestaande laksystemen voor houten ondergronden, laat Ursa Paint weten. “De lak laat zich gemakkelijk verwerken en kent geen verassingen voor de parketteur. Dit gecombineerde systeem biedt veel voordelen. Zo is het mogelijk om houten vloeren direct weer in gebruik te nemen, de parketteur is in staat om efficiënter te werken, er wordt gewerkt met duurzame producten en het resultaat is van industriële kwaliteit. Dit maakt deze techniek uitermate geschikt voor de toepassing in grote projecten zoals musea, stations en vliegvelden.” De lakken zullen naar verwachting medio 2011 op de markt komen en verkrijgbaar zijn via het professionele kanaal.

7


Automatisch

The acknowledged professional chemical distributor!

Focus : Optimaal voeden

• Our knowhow is our advantage

efficiënt

van mengers en processen

• Our reputation is our motivation • Our strength are our people

Bax Chemicals B.V. Pieter Kramerstraat 49 1461 AE Zuidoostbeemster The Netherlands Tel.: +31(0)299 - 45 11 70 Fax: +31(0)299 - 45 11 71 sales@baxchemicals.com www.baxchemicals.com

Bax Adv_0111.indd 1

1/18/11 1:05:16 PM

viscositeit

Verzeker uw voorsprong Betrouwbare en economische oplossingen voor de automatisering van uw grondstoffen en processen

www.azo.be AZO N.V. Katwilgweg 15 B-2050 Antwerpen Tel.: +32-3-250 16 00 Fax : +32-3-252 90 02 info@azo.be www.azo.be

Viscositeit Concentratie Dichtheid Refractie Index Reologie

Anton Paar Benelux BVBA Maagd Van Gentstraat 12 B-9050 Gentbrugge +32 (0) 9 280 83 20 Anjerstraat 2A 5102 ZA Dongen +31 (0) 162 319250 Info.be@anton-paar.com www.anton-paar.com


branchenieuws

Driekwart werknemers ‘in’ voor nieuwe baan Nu de economie weer aantrekt, kijken steeds meer werknemers uit naar een nieuwe baan. Maar liefst 74 procent van de werknemers geeft toe ‘latent werkzoekend’ te zijn, vacatures te raadplegen en in hun netwerk rond te kijken naar nieuwe uitdagingen. Dit blijkt uit onderzoek van Right Management, onderdeel van uitzendconcern Manpower. Vooral hoger opgeleiden zien nu de crisis voorbij is volop nieuwe kansen. Niet minder dan 56 procent van de werknemers met een managementfunctie of hoger is al benaderd door een concurrerend bedrijf om van job te veranderen. Voor de werkgevers zijn dit zorgelijke cijfers. Met het oog op de verwachte personeelskrapte als gevolg van de vergrijzing en ontgroening van de arbeidsmarkt is het juist nu belangrijk om talent in huis te houden. “Zeker als je als organisatie groeikansen ziet. Want de groei wordt zeker geremd als je goede vaste krachten dreigt te verliezen, terwijl je zelf alle energie nodig hebt om nieuwe mensen aan te trekken. Dan strijd je op twee fronten”, zegt Lynn Coutigny, general manager Benelux bij Right Management. „Alleen bedrijven die erin slagen om de huidige medewerkers betrokken te houden, zijn in staat om hun groeiambities waar te maken.” Dat werknemers ontevredener dan ooit lijken te zijn in

hun huidige job, is volgens Coutigny eenvoudig te verklaren. “We komen net uit een crisis, die in Nederland weliswaar minder ingrijpend is geweest dan in sommige andere landen, maar waarin mensen toch geconfronteerd zijn met onaangename maatregelen die hun werkgever noodgedwongen moest nemen. Vrijwel alle organisaties moesten meer doen met minder personeel. Er zijn ontslagen gevallen, vrijgevallen vacatures werden niet opgevuld, waardoor de werkdruk flink is toegenomen, terwijl tegelijkertijd minder variabel loon en bonussen zijn uitbetaald. Eerst hebben mensen nog wel begrip voor al die bezuinigingen, maar inmiddels is de grens bereikt en kijkt men – zeker nu de markt aantrekt - uit naar betere kansen elders.” Coutigny adviseert bedrijven met groeiambities eerst het huidige personeelsbestand te stabiliseren. “Om talent te behouden en vervolgens ook nieuw talent aan te trekken, moeten bedrijven nu extra in hun personeel investeren. Laat zien dat je hun inspanningen en inzet waardeert. Managers kunnen eenvoudig de relatie met hun team verbeteren door in gesprek te gaan met hun medewerkers over hun twijfels, hun eventuele frustraties en loopbaanwensen. Zorg dat je weet wat er binnen je organisatie leeft.”

Restauratieschilders krijgen erkenningsregeling Tijdens de Nederlandse Restauratiebeurs in Den Bosch heeft de Stichting Restauratie Schildersbedrijven Nederland (SRSN) de start aangekondigd van de Erkenningsregeling Restauratie Schildersbedrijven. Dit is een uitvloeisel van het feit dat de rijksoverheid met uitvoerende partijen de kwaliteit van het werk aan en in monumenten wil helpen waarborgen. Kwaliteitsnormen voor ontwerp en uitvoering van restauratie zijn daar een onderdeel van. Voor SRSN reden om een erkenningsregeling in het leven te roepen. De erkenningeisen vallen uiteen in drie groepen: administratieve, proces- en vaktechnische eisen die met een schilderschouw in de praktijk worden getoetst. Om voor een erkenning in aanmerking te komen moet een bedrijf één of meerdere schilderswerkzaamheden uitvoeren aan monumentale gebouwen, zoals onderhouds-

verf&inkt 16 - 2011

schilderwerk of restauratie of reconstructie van hout- en marmerimitaties, polychromie, verguldingen of behang en wandbespanning (jute). In maart en april hebben via een pilottraject de eerste zes restauratieschildersbedrijven een erkenning in de wacht gesleept: Schildersbedrijf F. van Triest, Burgers Van der Wal, PZ Schilders, Wolters Restauratie & Decoratie, Cloïn Schilderwerken en Decoratieve Schilderkunst Het geheim van de Smith. De Stichting Restauratie Schildersbedrijven Nederland is in 2009 opgericht en behartigt de belangen van de restauratie- en decoratie schildersbedrijven in Nederland. Het secretariaat wordt sinds oktober 2010 gevoerd door FOSAG, ondernemersorganisatie in de schilders-, onderhouds, metaalconserverings- en glasbranche.

Restauratie muurschildering Oirschot

In Oirschot staat een prachtig pand uit het einde van de negentiende eeuw. In de aanbouw van het pand heeft de toen jonge Kees van Berendonk in 1941 een muurschildering aangebracht. In zijn compositie heeft hij veel gebouwen en herkenbare objecten uit Oirschot twee-dimensionaal achter en naast elkaar geplaatst. Hierdoor is een speels, attractief tafereel is ontstaan. De schildering is origineel uitgevoerd met de B-Techniek-Decorverven van KEIM. In 1985 heeft dezelfde C.F. van Berendonk de schildering gerestaureerd en bijgewerkt met Keim PUR-Kristalat. Keim PUR-Kristalat en Keim B-TechniekDecorverven zijn twee zuivere minerale verfsystemen die nagenoeg identiek zijn. Onlangs is de schildering opnieuw gerestaureerd, deze keer door Femke Rinkel, van Rinkel restauratie & decoratie, in samenwerking met Keim Nederland. Vooraf heeft een deskundige inspectie plaatsgevonden en zijn een aantal gebreken geconstateerd. Het loszittende stucwerk was veroorzaakt door onder andere spanningsverschillen tussen het monumentale metselwerk en de relatief starre cementgebonden pleister. Uit laboratoriumonderzoek is gebleken dat er vermoedelijk bij de aanmaak van PURkristalat in 1985 een te groot deel kaliwaterglas is toegevoegd. Hierdoor is een te harde, op sommige plekken ook een te dikke, minerale laag ontstaan met als gevolg onthechting van verf. Verder zaten er gaten en scheuren in de schildering, waren pigmenten verkleurd en bronsverf geoxideerd. Er is een gedegen plan van aanpak gemaakt met weloverwogen producten, pigmenten en technieken. Hierbij is steeds uitgegaan van een combinatie van de conditie van de originele schildering, de restauratie die in 1985 heeft plaatsgevonden en de staat van de schildering in 2010. Door de restauratie heeft de schildering weer een frisse en intense uitstraling gekregen.

9


verf & innovatie

Mylanus (VVVF): ‘Coating is onlosmakelijk deel van de chemie’

Verfindustrie wil aanhaken bij topsectorenbeleid De verfindustrie moet snel zijn, adviseert ‘trekker’ Rein Willems van de ‘topsector’ chemie. De branche wil aanhaken bij het topsectorenbeleid van het kabinet en brengt daarvoor argumenten naar voren. “Verf en duurzaamheid zijn nauwverwante begrippen”, zegt bijvoorbeeld VVVF-bestuurder Kees Mylanus. Willems wacht op voorstellen.

Te k s t : J o s d e G r u i t e r F o t o’s : C a s p e r R i l a en Pet van de Luijtgaarden Mylanus (VVVF): “Als we plantaardig willen gaan werken om duurzaam te worden en zo weinig mogelijk beroep willen doen op fossiele grondstoffen, moeten we niet in de situatie komen waarin we onze grondstoffen uit China halen.”

In de brief ‘Naar de top’, waarin de hoofdlijnen van het nieuwe bedrijfslevenbeleid staan beschreven, heeft het kabinet negen zogenoemde ‘topsectoren’ aangewezen. De keuze is gebaseerd op een aantal elementen: ze zijn veelbelovend omdat ze allemaal een sterke internationale positie hebben, de bedrijven en kennisinstellingen die er actief in zijn hebben veel kennis opgebouwd en ze werken al samen aan innovaties. Een ander kenmerk van de topsectoren is dat de producten of technologieën bijdragen aan de oplossing van maatschappelijke vraagstukken. De voedselsector investeert bijvoorbeeld in de ontwikkeling van gezonde voedingsmiddelen en

10


verf & innovatie

Chemie Magazine van april. “Op 21 maart hebben we daarom een brainstormsessie georganiseerd. We hebben heel veel informatie opgehaald, waarmee we de grote actiepunten gaan bepalen. Op 10 mei volgt nog zo’n bijeenkomst, om te checken of we op de goede weg zijn. Het is te vroeg om te zeggen welke maatregelen we gaan voorstellen, maar we zien wel dat het niet alleen om kennis en innovatie gaat, maar ook om wet- en regelgeving. Het wordt uiteindelijk een integrale aanpak.” Bergkamp wijst erop dat het topsectorenbeleid in de chemie niet bij nul hoeft te beginnen. “We hebben al de Regiegroep Chemie, met een mooi businessplan. We gaan kijken of er een bijstelling nodig is, of we nieuwe ontwikkelingen moeten meenemen. En een reëel punt is ook: er is gewoon minder subsidie. We moeten prioriteiten stellen: wat is nou het allerbelangrijkste als je moet kiezen.”

van bedrijven en onderzoekswereld uit de chemie die sinds een jaar of vijf initiatieven ontwikkelt om chemie ‘op de kaart te zetten’. Dat de keuze op hem is gevallen ziet hij als erkenning van het feit dat de sector chemie het als ‘sleutelgebied’ niet slecht heeft gedaan. “Als geen andere sector hebben we plannen ontwikkeld en zijn we die gaan implementeren. En nu moeten we verder.” Willems onderschrijft de wenselijkheid om te transformeren naar een biobased economy en hij waarschuwt dat daarvoor meer nodig is dan een hoeveelheid technologische innovaties. “Je denkt er niet in eerste instantie aan, maar er zijn belangrijke belemmeringen op het gebied van tarifering. Handelspolitiek dus. Er zal bijvoorbeeld iets gedaan moeten worden aan de hoge importheffingen voor bioproducten. Biobased chemie vraagt om grote hoeveelheden bioproducten die voor een deel geïmporteerd moeten worden. De ontwikkeling wordt geremd door hoge importheffingen op zulke grondstoffen. We gaan die barrières analyseren en voorstellen indienen om ze weg te nemen.” Het team gaat voorts bezien welke publiek-private samenwerkingsverbanden van essentieel belang zijn en dus ondersteund moeten worden en er wordt samenwerking gezocht met andere topsectoren, zoals de creatieve industrie. Willems: “We stuiten er steeds op dat de termen chemie en scheikunde op weerstand stuiten. Misschien komen er uit de creatieve hoek suggesties om de benaming te wijzigen. Misschien moeten we de naam van chemie-opleidingen wel veranderen in opleidingen biobased of sustainable development.”

Willems (trekker topteam): ‘Wacht op brief van verfindustrie’

Willems (topteam chemie): “De verfindustrie is in het verleden nog wel eens terughoudend geweest als het erom ging zich te associëren met de chemie, maar ze moet zich realiseren dat ze haar verantwoordelijkheid moet nemen als ze in de toekomst de beschikking wil hebben over gekwalificeerde chemici en een goede basis om hun activiteiten te ontplooien.”

voedingspatronen voor consumenten. Dit zorgt ervoor dat de kosten voor de gezondheidszorg en arbeidsverzuim dalen, zo verduidelijkt het kabinet. De aanpak per sector is een nieuwe vorm van publiek-private samenwerking. Het beleid is mede gebaseerd op de ervaringen van het voormalige ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) in het ‘agrofoodcomplex’. Hier werkten overheid, kennisinstellingen en bedrijven aan een gezamenlijke visie. Er werden meerjarige afspraken gemaakt, de partners beloofden om gezamenlijk te investeren en het onderwijs werd afgestemd op de wensen van bedrijven. In het topsectorenbeleid kunnen ondernemers per sector hun kansen en knelpunten benoemen. Vervolgens stellen zij samen met de overheid en kennisinstellingen een actieagenda op. Op deze manier wordt beter ingespeeld op de wensen van de sector. Een van de aangewezen topsectoren is de chemie. “De chemische industrie levert niet alleen een grote bijdrage aan de economische groei van nu, maar kan ook oplossingen bieden voor economische groei in de toekomst”, lichtte minister Verhagen van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie (EL&I) die keuze toe bij de opening van het Jaar van de Chemie. Vertegenwoordigers van overheid, bedrijfsleven en wetenschap presenteren nog voor de zomer een pakket maatregelen om knelpunten aan te pakken die de groei van de sector belemmeren. Het ‘topteam’ wordt geleid door oud-VNCI-voorzitter Rein Willems en bestaat verder uit algemeen directeur Bert Jan Lommerts van LatexFalt, hoogleraar anorganische chemie en katalyse Bert Weckhuysen van de Universiteit Utrecht en directeur-generaal Ondernemen en Innovatie Renée Bergkamp van het ministerie van EL&I. “Het topteam wil goed luisteren naar wat er leeft bij de stakeholders wetenschap, bedrijfsleven, MKB, grote bedrijven en overheidsinstellingen”, zegt Bergkamp in het VNCI-tijdschrift

verf&inkt 16 - 2011

Nauwverwante begrippen VVVF-bestuurslid en voorzitter van de Issuegroep Duurzaam Ondernemen van de VVVF Kees Mylanus was als vertegenwoordiger van de verfindustrie op 21 maart deelnemer aan de brainstormsessie. Wat hem vooral is bijgebleven is de breed gevoelde noodzaak om over te schakelen op ‘biogebaseerde’ chemie. “Dat was wel de teneur van de bijeenkomst. Verder viel me op dat men niet direct aan coatings denkt als het over chemie en duurzaamheid gaat, maar verf is binnen de chemische sector natuurlijk wel een zeer zichtbare industrie en ook een branche die intensief bezig is met het onderwerp. Verf en duurzaamheid zijn nauwverwante begrippen.” De verfindustrie wil betrokken worden in de plannen van topsector chemie, ook al omdat een versnelling van de innovatie-inspanningen zeer welkom zou zijn. “Waar ik naartoe zou willen”, vertelt de algemeen directeur van Keim Nederland in Almere, “is een pool waarin industrie, inclusief MKB, en wetenschap samenwerken aan de ontwikkeling van duurzame verfproducten. De verfindustrie werkt op innovatiegebied samen met TNO, maar er zijn weinig banden met de fundamentele onderzoekswereld, waar misschien vindingen worden gedaan die toepasbaar zouden kunnen zijn in onze industrie. Die relaties moeten gelegd worden en die moeten structureel worden. Het moet niet zo zijn dat we een sessie hebben met elkaar en dat vervolgens iedereen overgaat tot de orde van de dag. Er moeten ideeën komen uit zo’n pool, bedrijven die menen dat zij een idee winstgevend kunnen ontwikkelen moeten het oppakken, eventueel in de vorm van een publiek-private samenwerkingsovereenkomst, TNO moet het resultaat testen en dan moet het de markt op.”

Ve r a n t w o o r d e l i j k h e i d n e m e n In elk geval is de transitie van chemie naar niet-fossiel ook voor de verfindustrie een interessante route, denkt Willems. “Ik schaar verf onder de chemische industrie. Wat

Erkenning ‘Trekker’ van de topsector chemie is Rein Willems, een man die zijn sporen heeft verdiend in de chemische industrie: hij was directeur van Shell Nederland, voorzitter van de VNCI vervolgens van de Regiegroep Chemie, de samenbundeling

Bergkamp (EL&I): “Het is te vroeg om te zeggen welke maatregelen we gaan voorstellen, maar we zien wel dat het niet alleen om kennis en innovatie gaat, maar ook om wet- en regelgeving.”

4 11


Voorraadbeheersing d.m.v. TDF MODULA

afvullen coaten dispergeren doseren drogen engineren granuleren homogeniseren malen mengen mixen regenereren reinigen verpakken verwarmen

• Gravimetrisch (bv. basis) en volumetrisch (bv. kleurpasta) • TDF = tinting during filling Eskens Benelux B.V. T: +31 172 430181 info@eskens.com

zeven

Eskens Benelux N.V. T: +32 15 451500 www.eskens.com

Al meer dan 110 jaar uw vertrouwde servicepartner! ESKENS_ADV_0411_1.indd 1

4/14/11 5:01:00 PM

Ons gemist op de Coating Show? Wij bieden u altijd onze services aan! Wilt u met ons sparren, meer informatie of een offerte? Kijk op www.caldic.com of stuur een e-mail naar coatings@caldic.nl, wij nemen direct contact met u op.


duurzaam onderhoud

procestechnologie betreft is het geen bijzonder sophisticated industrie, maar de kern van de productie is het mengen van chemische grondstoffen. De sector is in het verleden nog wel eens terughoudend geweest als het erom ging zich te associëren met de chemie, maar ze moet zich realiseren dat ze haar verantwoordelijkheid moet nemen als ze in de toekomst de beschikking wil hebben over gekwalificeerde chemici en een goede basis om hun activiteiten te ontplooien. Als de grondstofproductie op enig moment naar Azië zou moeten verhuizen omdat bijvoorbeeld de samenleving in Europa van de chemie af wil, dan moet de verffabrikant in Nederland maar zien te overleven”, klinkt zijn nauwelijks verholen waarschuwing. Die boodschap komt goed aan bij Mylanus. “In mijn beleving is coating een onlosmakelijk deel van de chemie”, reageert hij, “en biobased is de richting die we uitgaan. De eigenschappen van polymeren op basis van groene chemie worden steeds verfijnder. De soja-industrie gaat daarbij vrij ver: er komen al bindmiddelen met bestanddelen uit soja, een eenvoudig hernieuwbare grondstof. Ik zeg niet dat uiteindelijk honderd procent biobased verf haalbaar is en ook niet dat we cradle-to-cradle zullen bereiken. Verf is tenslotte een product dat hout, staal of andere kwetsbare ondergronden moet beschermen en dat ergens aan moet blijven plakken. Precies om die reden is verf per definitie een product dat bijdraagt aan duurzaamheid. Maar vijftig tot tachtig procent bio lijkt me haalbaar. Hoe snel die omwenteling zal gaan, is afhankelijk van het moment waarop we de kritische massa bereiken. De groei gaat langzaam, maar er komt een moment dat belemmeringen verdwenen zijn en de consument erin gelooft. Vanaf dat moment gaat het heel hard. Wat dat betreft is het vergelijkbaar met bijvoorbeeld elektrisch autorijden. Op enig moment is de actieradius van een acculading voldoende groot, zijn er genoeg oplaadpunten en is de prijs in orde. Dan laat de consument zijn terughoudendheid varen. Hetzelfde geldt voor biobased verven. De eigenschappen moeten onomstreden zijn, er moet voldoende biogrondstof zijn en de prijs moet gunstig afsteken bij die van olie. Als aan die voorwaarden is voldaan, ontstaat momentum en gaat het hard.”

staat verder uit enkele tientallen kleine tot middelgrote ondernemingen. Als Shell-directeur kreeg Willems de indruk dat innovaties vooral afkomstig waren van de grotere verfbedrijven. “Ik begin te zeggen dat dit kennis is uit de tijd waarin verffabrikanten mijn klanten waren, maar als ik de chemie met de verfindustrie vergelijk dan valt me iets op: in de chemie zijn veel innoverende ontwikkelingen bij starters rond universiteiten. Het Bio Science Park in Leiden is zo’n voorbeeld. Ik heb niet het vermoeden dat soortgelijke ontwikkelingen zich op grote schaal voordoen in de verfindustrie en dat er veel innovatie zit in het MKB in de verfindustrie. Maar ik laat me op dit vlak graag tegenspreken.” Snel zijn Kees Mylanus maakt graag een begin. “Sommige bedrijven zijn de afgelopen jaren misschien wat passief geweest, maar andere hebben innovatie-inspanningen verricht die niet onderdoen voor die van grotere bedrijven. Ik zit twintig jaar in de chemie, waarvan vijftien jaar in de verf en zeven jaar bij Keim. Alle mensen in dit bedrijf zijn bezig met duurzaamheid en innovatie. Ik heb bepaald niet het idee dat wij minder innoveren dan de grote bedrijven, zeker niet als het gaat om duurzaamheid. Zo werken wij samen met bouwmaatschappij BAM aan de ontwikkeling van een titaandioxide, met eigen middelen en in eigen tijd. Ik zeg niet dat de grote bedrijven in onze branche niets doen, maar grote thema’s als duurzaamheid, biobased, plantaardige polymeren, soja-achtige systemen - waarmee in Japan en China veel wordt gedaan - zie ik maar mondjesmaat terug. Tenzij ik me vergis en ze er opeens als een duveltje uit een doosje mee tevoorschijn komen.” Willems ziet raakvlakken tussen verf en het topgebiedenbeleid. “Nanotechnologie is een gebied waar verf een grote rol kan spelen. Er zijn interessante mogelijkheden in het terugbrengen van laagdikte van coatings en in toevoegingen die het product bijzondere eigenschappen geven.” Verder dan die algemene aanduidingen wil hij niet gaan. “Het beleid van het kabinet is gericht op innovatie die market pull is en niet technology push. Daar zijn goede argumenten voor. We gaan dus niets verzinnen, het zal sterk van de bedrijven afhangen wat ze willen. Als de verfindustrie ideeën heeft ten aanzien van bijvoorbeeld fundamenteel onderzoek dat ze niet zelf kan betalen, maar waar een aantal bedrijven iets in ziet, dan moeten ze dat aanmelden. Ik verwacht dat er aantrekkelijke financieringsmogelijkheden komen.” Willem ziet ook een rol voor de branchevereniging VVVF. “Ze kan lidbedrijven bij elkaar brengen en leden vragen wat ze verwachten van het topteam. Ik verwacht eigenlijk nog een brief van hen. Ik heb diverse verzoeken ontvangen van bedrijven en organisaties. Ze moet wel snel zijn.” •

Mylanus (VVVF): ‘Verf en duurzaamheid zijn nauwverwante begrippen’

Agrarische sector In de ontwikkeling op weg naar natuurverven ziet Mylanus een belangrijke rol weggelegd voor de agrarische sector. “Als we plantaardig willen gaan werken om duurzaam te worden en zo weinig mogelijk beroep willen doen op fossiele grondstoffen, moeten we niet in de situatie komen waarin we onze grondstoffen uit China halen. Biobased houdt in dat we landbouwgronden dicht bij huis inzetten voor de productie van plantaardige grondstoffen. In Nederland zou een klein deel verbouwd kunnen worden, maar de bulk zal uit landen als Polen en Oekraïne moeten komen.” De verfindustrie in Nederland wordt gedomineerd door twee grote fabrikanten, AkzoNobel en PPG, maar de sector be-

verf&inkt 16 - 2011

Gespot

Niet zo erg “Immoreel gedrag komt nooit uit de lucht vallen. Het is meestal de uitkomst van een proces dat in het begin helemaal niet zo erg lijkt” (Columnist Marcel van Dam in De Volkskrant van 24 februari) Kind van drie “Ik heb als ambtenaar bij Justitie al gemerkt: een Kamerlid heeft het geheugen van een kind van drie jaar” (Historicus Cees Fasseur in Elsevier van 26 februari) Obelix “Roemer begint steeds meer op de stripheld Obelix te lijken. Hij stapt gemoedelijk glimlachend op zijn tegenstrever af en geeft die vervolgens een paar flinke dreunen. Daarna sjokt hij weer verder, om te kijken of er nog ergens een andere Romein is om mee te spelen” (Columnist Bert Wagendorp in De Volkskrant van 1 maart) Kortzichtig “Het harde saneringsbeleid van dit kabinet rond kunst en cultuur is heel kortzichtig. We snijden ons in het eigen vlees, want op dit terrein gaat het niet om hobby’s, maar om een essentieel element van ons samenleven” (Josef Früchtl, hoogleraar filosofie van kunst en cultuur en voorzitter van de afdeling wijsbegeerte van de Universiteit van Amsterdam, in Trouw van 1 maart) Ich “Toen Louis van Gaal naar de nonnen in Vught ging om Duits te leren, kende hij na drie weken maar één woord: Ich” (TV-presentator en oud-voetballer Hans Kraay jr. in De Volkskrant van 5 maart) In de lift “Maxime op wintersport. Kan ie woensdag toch zeggen: Ik zit in de lift!” (Youp van ’t Hek op Twitter, op 2 maart, verkiezingsdag) Zin “Ik ben één keer in mijn leven op de Frankfurter Buchmesse geweest. Dan zie je al die nieuwe titels, al die auteurs achter standjes die hun waar aanprijzen. Het heeft me wel een maand of tien gekost om daar overheen te komen. De zin van het boekenschrijven was mij geheel ontgaan.” (Schrijver Maarten ’t Hart in De Volkskrant van 18 maart) Niet gepast “In de huidige financiële wereld had hij helemaal niet gepast. Het eerste wat hij deed toen hij bestuursvoorzitter van ING werd, was zijn eigen salaris aan banden leggen” (Kunstenaar René Jacobs over zijn vader, oud-INGtopman Aad Jacobs, in FD Persoonlijk van 19 maart)

13


verf & inkt & wetgeving

Nieuwe fase controle naleving REACH bij downstream-users

Het jaar van de De controle op de naleving van REACH is per 1 april een nieuwe fase ingegaan. Ook verf- en drukinktfabrikanten kunnen bezoek krijgen van de nieuwe Voedsel- en WarenAutoriteit of de VROMInspectie, zo waarschuwt senior adjunct inspecteur Jos van den Berg. “We willen ook onderzoeken waarom er in Helsinki zoveel stoffen als intermediaire stoffen zijn aangemerkt.” Te k s t : Pe t e r B o o r s m a Foto: Pet van de Luijtgaarden

14

In december is de termijn gesloten om chemische stoffen met hoge volumes, CMR stoffen en milieugevaarlijke stoffen te registreren bij het agentschap in Helsinki. Daarmee gaat er ook een nieuwe fase in in het toezicht op en het handhaven van de naleving van REACH. Jos van den Berg, senior adjunct inspecteur van VROM-Inspectie, is nauw betrokken bij de opzet van deze controles. Hij is niet alleen voorzitter van het samenwerkingsverband van inspecties maar vertegenwoordigt de Nederlandse inspecties ook bij het Europese Forum voor toezicht op REACH. Een volledig beeld hoe de REACH-verordening in Nederland wordt nageleefd, heeft Van den Berg nog niet. “Het gaat om een enorm project dat in fasen van kracht wordt. We overzien nog maar een klein deel, omdat bedrijven verderop in de keten na registratie nog een jaar de tijd hebben om de veiligheidsinformatiebladen aan te passen. Dus pas eind dit jaar kunnen we over de volle breedte controleren.” De REACH-verordening laat het toezicht en de handhaving nadrukkelijk over aan de lidstaten. De controle in Nederland komt voor rekening van drie organisaties, die ook nog eens vallen onder drie verschillende ministeries. De Arbeidsinspectie houdt toezicht op de professionele en industriële eindgebruikers van stoffen en mengsels, zoals schilders. De nieuwe Voedselen WarenAutoriteit houdt toezicht op producenten, importeurs en handelaren van mengsels en artikelen voor de consumenten en de VROM-Inspectie doet hetzelfde voor mengsels en voorwerpen voor industrieel gebruik. Al in 2005 – nog voor de verordening van kracht werd – zijn de drie inspecties gestart met de voorbereiding van het toezicht. Dat resulteerde in 2007 in de oprichting van het ‘Samenwerkingsverband Handhaving REACH en EU-GHS’. Dit samenwerkingsverband begeleidt en prepareert de handhaving van REACH voor de drie genoemde inspecties. Op Europees niveau stemmen de inspecties uit de verschillende landen hun activiteiten af in het zogenoemde ‘Forum’. Dit Forum is zo snel mogelijk gestart met een eerste gezamenlijk project, waarbij een manual is opgesteld over hoe de registratie en informatie in de keten (via het Safety Data Sheet) van chemische stoffen te inspecteren en hoe daarover te rapporteren. Van den Berg: “Hoewel het Forum geen mogelijkheid heeft iets af te dwingen – toezicht is immers nadrukkelijk verantwoordelijkheid van de lidstaten – deden toch 25

van de 30 landen mee. En op het gebied van de preregistraties en de veiligheidsinformatiebladen zijn er in 2009 in heel Europa al 1.600 inspecties gedaan bij producenten en importeurs. Dit project heeft in 2010 en het eerste kwartaal van 2011 een vervolg gekregen, de resultaten worden in de loop van 2011 bekend. Inmiddels werken we aan het tweede toezichtproject van het Forum - REACH Enforce 2 – dat is gericht op producenten van preparaten. Zodra dat nationaal is uitgewerkt gaan de nieuwe Voedsel- en WarenAutoriteit en VROM-Inspectie daarmee aan de slag.” Is dat niet te vroeg? Je kunt moeilijk maatregelen nemen als nog niet alle leveranciers hun veiligheidsinformatiebladen compleet hebben. “Als een verfproducent nog geen nieuwe veiligheidsinformatiebladen heeft ontvangen van de leverancier, valt dat een bedrijf niet te verwijten. We zullen wel informeren of er al contact is met die leverancier over het meenemen van de maatregelen die vermeld staan in het veiligheidsinformatieblad. Bedrijven zijn er sinds 2006 voortdurend op gewezen: maak een overzicht van leveranciers en onderneem actie. En: wil een leverancier jouw toepassing niet opnemen in het veiligheidsinformatieblad, ga dan op zoek naar een andere leverancier. Is er al wel een aangepast veiligheidsinformatieblad, dan gaan we na of de eigen informatiebladen daarop zijn aangepast en of informatie uit het VIB goed gebruikt wordt en waar nodig vertaald in maatregelen en informatie aan werknemers. Naarmate de overgangstermijn verstrijkt, komen er steeds meer aangepaste informatiebladen en kunnen we meer controleren.” Waar gaan de inspecteurs vooral op letten? “Downstream-users worden gecontroleerd op de actuele naleving van REACH. Dus: zijn er al stoffen binnengekregen waarvoor registratie is uitgevoerd en waarover leveranciers hebben gecommuniceerd? En is dat vertaald in arbobeleid?” Klopt het dat de inspecteurs aanvankelijk tamelijk coulant zullen zijn en vooral constateren en adviseren? “Afhankelijk van de situatie voor de eindgebruikers wel. Maar voor anderen zijn we niet terughoudend bij het sanctioneren. Want de plicht om risico’s te vertalen


verf & inkt & wetgeving

waarheid in veiligheidsinformatiebladen bestaat al heel lang en de plicht om maatregelen te nemen tegen die risico’s ook. Dat kan geen excuus zijn.” Gaan de inspecties overal langs of gaan ze werken met risicoprofielen? “Voor de REACH-wetgeving is een risicoprofiel opgesteld. We kijken altijd eerst bij de producenten en importeurs. Dat zijn er niet zoveel die ook de rol van downstream-users hebben. Vanuit de producenten en importeurs kunnen we bovendien de stroom gaan volgen. Verder hebben eventuele maatregelen juist daar een groot effect. Op deze manier proberen we eventuele overtredingen bij de bron aan te pakken.” Bij de controle zijn verschillende inspectiediensten betrokken. Kunnen bedrijven ervan uitgaan dat deze op dezelfde wijze zullen handhaven? “Ja. Net vanmiddag zijn hier in ditzelfde pand inspecteurs bijeen om aan de hand van cases het werk en de rapportages op elkaar af te stemmen.“ De Nederlandse verfindustrie kan er dus op vertrouwen dat controles in heel Europa eenduidig zullen worden uitgevoerd… “In Nederland zijn we redelijk strikt in de leer, maar het Forum kan een land nooit een dictaat opleggen. Toch is er veel commitment onder de verschillende landen om het toezicht te stroomlijnen en bijvoorbeeld dezelfde vragenlijsten te hanteren. Uit de rapportages aan het Forum moet dan duidelijk worden in hoeverre er op dezelfde wijze wordt gestraft, wanneer er bijvoorbeeld een proces-verbaal wordt opgemaakt of wordt volstaan met een waarschuwing.”

De veiligheidsinformatiebladen dijen steeds verder uit. Zijn ze nog wel te behappen voor een schilder of een klein bedrijf? “Een multinational heeft natuurlijk meer mogelijkheden dan een klein bedrijf. Maar als een klein bedrijf zich goed heeft laten voorlichten door de Kamer van Koophandel en zijn brancheorganisatie, kan het wel. Mkb’ers kunnen ook expertise inkopen of delen met andere bedrijven.” Heeft u inmiddels een beeld van de kwaliteit van de registraties? “Nee. En we hebben nog de nodige vraagtekens. Zo willen we gaan onderzoeken waarom er in Helsinki zoveel stoffen als intermediaire stoffen zijn aangemerkt; halfproducten die niet ‘zonder beperkingen’ in het handelsverkeer komen en waarvoor lichtere eisen gelden. Het gaat om zo’n 30 procent van de totale registraties, veel meer dan we ooit verwachtten.” Er zijn veel meer pre-registraties dan uiteindelijke registraties. Kunt u dat verklaren? “Vanaf het begin wisten we dat er meer pre-registraties zouden zijn. Pre-registratie was gratis en sommige uitzonderingen op de registratieverplichting waren nog niet volledig bekend. Bedrijven is ook aangeraden om ruim te pre-registreren onder het mom van baat het niet, dan schaadt het niet.” Zit REACH bij de verfindustrie voldoende tussen de oren? ‘Het is nog vroeg om daarover iets zinnigs te kunnen zeggen. We bevinden ons nog in de prelude. In de loop van dit jaar moet er meer duidelijkheid komen.” •

‘Onderzoeken waarom zo veel stoffen als intermediaire stoffen zijn aangemerkt’ verf&inkt 16 - 2011

Problemen? Veel informatie over REACH en het toezicht op de naleving van deze verordening is te vinden via het web portaal www.stoffen-info.nl. Leden van de VVVF die tegen problemen aanlopen bij de implementatie van Reach of bij controles van één van de inspectiediensten, kunnen contact opnemen met Gerrit Jonkers, 070 - 4440674 of jonkers@vvvf.nl.

Wat was REACH ook al weer? REACH - Registratie, Evaluatie en Autorisatie van Chemische stoffen - is een Europese verordening die bepaalt dat elk bedrijf de risico’s moet kennen van alle stoffen dat het produceert, verwerkt of doorgeeft aan klanten. Daarnaast moet het bedrijf maatregelen nemen om die risico’s te beheersen. REACH is vanaf juni 2007 gefaseerd in werking getreden. Van veel chemische stoffen of mengsels was weinig bekend over eventuele schadelijkheid voor mens en milieu. Hierdoor was het voor bedrijven, consumenten en werknemers moeilijk de juiste maatregelen te nemen om hier veilig met de stoffen om te gaan. Iedereen die beroepshalve chemische stoffen of preparaten produceert, in de Europese Unie importeert, distribueert of gebruikt, krijgt met REACH te maken. Binnen REACH worden drie groepen onderscheiden, te weten de fabrikanten/importeurs, de distributeurs en de gebruikers. Zij hebben ieder een verschillende rol en verschillende verplichtingen binnen REACH. Verf- en inktfabrikanten vallen onder een groep die binnen REACH wordt aangeduid als ‘downstreamusers’. Dat zijn alle bedrijven die in hun bedrijfsactiviteit gebruikmaken van chemische stoffen. In principe vallen alle chemische stoffen onder REACH. Ook stoffen die zijn verwerkt in preparaten of stoffen in voorwerpen waarvan het de bedoeling is dat ze eruit komen (zoals inkt uit een inktpatroon) vallen onder de verordening.

15


Infor Blending Branchespecifieke soft (semi-) procesindustri

ERP | BEHEER GEVAARLIJKE STOFFEN | LIMS

Uw partner voor kunststof verpakkingen voor: · · · ·

Pigmentpasta Watergedragen autoreparatielak Verf Drukinkt

Recepturen, Berekening VOS-gehalte, Pigment/Vulstof-verhouding Tracking and Tracing, Analysecertificaat, MSDS, REACH, GHS ........?

Zowel standaard standaard potten als speciaalverpakkingen. nagenoeg restloos Zowel potten als leegbare speciaalverpakkingen.

Dan weten wij waar het over gaat!

Kom voor informatie en voorbeelden van 7 t/m 9 oktober naar naar onze 8408 opkijk deop Eurofinish Voor meer informatie en stand voorbeelden 09 in Gent of kijk op www.bema.nl . www.bema.nl Deltastraat 14, 4301 RC Zierikzee

Handige sof twar MSDS-en e voor in a Europese ta lle len.

Tel. +31 111 418807 info@bema.nl

IT-partner voor automatisering van al uw bedrijfsprocessen. Wij bieden volledig geïntegreerde ERP of deeloplossingen in de branches: ⇒ Chemie & Verf ⇒ Farmacie & Voedingssuplementen ⇒ Voeding & Drank ⇒ Verzorging & Cosmetica Blending Nederland BV Hakgriend 18 3371 KA Hardinxveld-Giessendam +31 184 490 367 www.blending.nl

ADDITIVES • SURFACE MODIFIERS Blending_ADV_1210.indd 1

SPECIAL PIGMENTS • FILLERS RESINS • SOLVENTS INTEGRATED CHEMICALS

SPECIALTIES

Synergy by Innovation YOUR SPECIALTY CHEMICALS SUPPLIER FOR PAINTS AND COATINGS KANAALSTRAAT 276 • POSTBUS 302 • 2160 AH LISSE T 0252-419020 • F 0252-415483 www.IcSPEcIALTIES.NL • SALES@IcSPEcIALTIES.NL

11/26/10 1:36:57 PM


verf & sociale innovatie

Beleidsadviseur Arjen Verhoeff (AWVN) schrijft proefschrift

‘Beter bedrijf door sociale innovatie’ In zijn proefschrift No technical

blijven om ook in de toekomst internationaal mee te tellen. Om in technisch opzicht innovatief te blijven, is sociaal innoveren een noodzakelijke voorwaarde. Investeren in mensen is niet soft, het levert aantoonbare resultaten op.”

innovation without social innovation onderstreept Arjen Verhoeff het

Bewust

belang van sociale innovatie voor het

Tijdens het schrijven van zijn proefschrift deed Verhoeff onderzoek bij verschillende bedrijven. Hij kwam tot de conclusie dat er in de meeste ondernemingen al veel goed gaat, maar dat er aanzienlijke ruimte voor verbetering is. “Managers pakken die ruimte zodra ze zich bewust zijn van hoe ze met hun personeel omgaan: de eerste belangrijke les. Pas als je dat weet, heb je ook de handvatten om verdere verbeteringen door te voeren.” Na de bewustwording volgt de tweede les: medewerkers moeten de gelegenheid hebben om mee te praten. Verhoeff benadrukt dat het management niet bang moet zijn voor inspraak, maar dit juist moet stimuleren. En dit moet ook tijdig gebeuren. “Ik noem dat de ondernemende dialoog. Nemen we een klassiek voorbeeld: als er een nieuwe machine moet worden aangeschaft, is de input van medewerkers vaak cruciaal. Anders komt er een machine waar mensen niet goed mee kunnen werken, of die veel beter had gefunctioneerd als een knop net op een andere plek had gezeten.”

bedrijfsleven. De senior beleidsadviseur van werkgeversorganisatie AWVN trekt voor Verf & Inkt drie lessen. De belangrijkste: bedrijven presteren beter als medewerkers actief betrokken worden bij het beleid.

Te k s t : D o r i n e v a n K e s t e r e n Foto: Pet van de Luijtgaarden

Betrokken “Uit onderzoek blijkt dat bedrijven die investeren in mensen, beter in staat zijn om het hoofd te bieden in economisch zwaar tij”

Sociale innovatie draait in de kern om de organisatie van werk en de rol van medewerkers in bedrijven: het bedrijfsklimaat. Hebben medewerkers het gevoel dat ze alleen maar opdrachten moeten uitvoeren of worden ze ook uitgenodigd om initiatief te nemen en mee te denken? Het gaat daarnaast om de manier waarop mensen met elkaar samenwerken en de aandacht die er op de werkvloer is voor individuele zorgen. Verhoeff, die in maart promoveerde aan de Open Universiteit, plaatst het belang van sociale innovatie in een breed kader. De arbeidsmarkt verandert en wordt flexibeler. Om genoeg medewerkers te kunnen aantrekken en ook te behouden, moeten bedrijven aantrekkelijke werkgevers zijn. Tegelijk neemt de concurrentie wereldwijd alleen maar toe. “Dat betekent dat Nederlandse bedrijven innovatief moeten

verf&inkt 16- 2011

Verhoeff is ervan overtuigd dat bedrijven die bewust bezig zijn met sociale innovatie en hun medewerkers de ruimte geven, beter presteren. Het komt ook het perspectief van de werknemers zelf ten goede: de derde les. “Uit onderzoek blijkt dat bedrijven die investeren in mensen, beter in staat zijn om het hoofd te bieden bij economisch zwaar tij. Medewerkers voelen zich veel meer betrokken en dragen ideeën aan om efficiënter te kunnen werken of andere verbeteringen door te voeren. Als het management in ‘eigen-wijsheid’ beslist en de werknemers alleen mogen volgen, zie je op de werkvloer vaak een passieve houding of zelfs verzet tegen de vernieuwingen die het management door wil voeren.” Het bedrijfsleven doordringen van het belang van sociale innovatie, is de missie van Verhoeff. Volgens hem is de verf- en drukinktindustrie op de goede weg. “De VVVF heeft het belang van sociale innovatie vroeg onderkend en al belangrijke stappen gezet, bijvoorbeeld op het terrein van gezondheid, levensfasen of met de recente werkgroep sociale innovatie. Zulke initiatieven verdienen een pluim.” •

17


de mens achter...

Theo Wemmers:

een ‘rekenmachine’ die de kas bewaakt VVVF-lidbedrijven kunnen de verenigingskas met een gerust hart aan de nieuwe penningmeester toevertrouwen. Directeur Theo Wemmers van Valspar in Lelystad (autoreparatielakken) volgde per 1 januari 2011 Leo Reichtert op als kasbewaker en de man die ooit als boekhouder werkte, blijkt gek op cijfers. “Ik ben een rekenmachine!”

Te k s t : A n t o n S t i g Foto: Pet van de Luijtgaarden

Wemmers, sinds 2010 al ‘gewoon’ bestuurslid, ambieerde het penningmeesterschap niet, bekent hij. “Ik ben er eigenlijk ingetrapt”, grijnst hij, “want ze keken bij een van de laatste ledenvergaderingen allemaal mijn kant op!” De veertiger leidt als algemeen directeur een bedrijf dat hij ‘het mooiste en leukste van de polder’ noemt en dat deel uitmaakt van de in Amerika beursgenoteerde Valspar Corporation. Bij de Nederlandse vestiging werken meer dan tweehonderd man. Jaarlijks worden er miljoenen liters autolak geproduceerd, die naar 140 landen worden geëxporteerd. Afnemers zijn veelal autoschadeherstelbedrijven. Valspar heeft het afgelopen jaar zo’n beetje alle records gebroken die er te breken vielen: qua omzet, winst, afzet en volume. Maar volgens Wemmers zit er meer in. “Ik wil van veel meer markten snoepen, laten zien dat we daar heel goed toe in staat zijn”, zegt hij strijdbaar. Als pleitbezorger van de maakindustrie in eigen land, vindt Wemmers sowieso dat Nederlandse bedrijven uit de verfindustrie zich meer op export zouden moeten richten. “Wij hebben het bewezen: wat je wilt, dat kun je ook.” Kopzorg heeft hij momenteel wel over de grondstofprijzen die de pan uitrijzen. In een e-mail waarin hij zijn personeel uitnodigt voor zijn halfjaarlijkse praatje, kondigt hij aan dat er voorlopig op de kleintjes moet worden gelet. “Want verhoging van de grondstof-

18

prijs raakt ons onmiddellijk: vijftig procent van onze prijs heeft met grondstoffen te maken.” Hard werken Wie is Theo Wemmers? De gemoedelijke veertiger met, zegt hij, altijd een luisterend oor, die ook vandaag de stropdas liever af dan om heeft, is in 1970 in Papendrecht geboren. Intussen woonachtig in Urk en getrouwd met een Urkse, is hij vader van drie jongens (één, drie en zes jaar). Hoewel van geboorte geen Urker ziet hij het vissersdorp inmiddels wel degelijk als zijn thuis. Een vertrouwde plek die in de loop der jaren niet alleen zijn thuis is geworden, maar dat van de hele familie: zus met vijf broers, vader en moeder incluis, zijn er in de loop der jaren allemaal naartoe verhuisd en hebben er hun eigen stek gevonden. Volgens Theo heeft niet alleen hun geloofsachtergrond en hun oma en opa ze daar samengebracht, maar is toch ook de verkering die vrijwel alle Wemmersen in Urk opdeden daar debet aan. De timmermanszoon komt uit een, zegt hij, orthodox, christelijk arbeidersgezin van zeven kinderen. “Van huis uit is ons bijgebracht dat je alleen vooruitkomt door hard te werken. Zo van: niet zeuren, maar vooral poetsen. En ook daar is helemaal niks mis mee.” Werken werd alle gezinsleden met de paplepel ingegoten, herinnert hij zich.

“Toen ik amper veertien was, polste mijn vader al bij de lokale supermarkt of ik er aan de slag kon. Trouwens, vanaf de dag dat ik een eigen bankrekening had, heb ik al mijn afschriften bewaard. Ik heb ze nog allemaal. Vakken vullen, bollen pellen, oud papier ophalen, ik heb werkelijk van alles voor een appel en een ei gedaan, zag ik laatst nog in die afschriften. Ik heb dus al heel snel mijn eigen zakcentjes verdiend.” Hij bedoelt maar. Puin ruimen Na zijn middelbare schoolopleiding (VWO) laat Theo zijn geboorteplaats Papendrecht voor wat het is en gaat met zijn oudste broer – “de grootste rebel van het gezin” samenwonen in Driebergen. Als jongste bediende komt Theo aan de slag bij een accountantskantoor en volgt in de avonduren een opleiding in de accountancy. Al snel wordt hij op pad gestuurd om her en der op interimbasis puin te ruimen en bedrijven administratief de helpende hand te bieden. Toch blijkt boekhouden geen bewuste keuze te zijn geweest. “Zoiets komt gewoon op je pad. Al ben ik ervan overtuigd dat mensen uiteindelijk altijd een baan zoeken die dicht bij hun talenten ligt. Van mezelf durf ik gerust te stellen dat ik cijfermatig sterk ben. Ik was al vroeg geïnteresseerd in zaken die de economie raken, zoals aandelen.”


de mens achter... Nee, ook niet op doek!“ Dat hij het bij Valspar tot directeur heeft geschopt, kan volgens hem vooral op het conto worden geschreven van toenmalig directeur Marco van der Wouden. Dertien jaar geleden zag deze directeur wel ‘iets’ in hem. Achtereenvolgens als hoofd boekhouding, productie en logistiek, doorloopt Wemmers vrijwel het gehele bedrijf om in 2006 tot algemeen directeur te worden benoemd. Om binding te houden met zijn markt, zijn klanten, distributeurs en importeurs in het buitenland, gaat Wemmers ook persoonlijk nog altijd graag bij zijn clientèle op bezoek. Hij heeft spuiterijen dan ook in alle soorten en maten gezien. “Tot gewoon onder een boom in de buitenlucht bijvoorbeeld. Laatst zag ik er een in India, die sloeg alles: daar stond een doos midden in een soort ‘garage’ zonder ventilatie en die eigenlijk alleen het stof een beetje buiten hield. Dat was het ‘economische type’ zei de lokale cabineleverancier. Dat was vooral verzekeringstechnisch beter voor dat autospuitbedrijf, verzekerde de leverancier.” Gebakken vis Theo, leest graag. Een dag de krant niet lezen is bij hem een dag niet geleefd. En eigenlijk doet hij ‘van alles een beetje.’ Zijn grootste hobby is echter: er helemaal geen hobby op na houden! Hoewel, de ‘bezigheidstherapie’ om op zaterdagmiddag een gebakken visje te nuttigen in “een oude nettenschuur” op Urk zou hij voor geen goud willen missen. Een passie waarover hij best een tipje van de sluier wil lichten. Want in die schuur, het technische thuisfront van een visserman aan de rand van het vissersdorp, verzamelen zich op zaterdagmiddagen voornamelijk Urker vissermannen, ex-vissers en verwanten, onder wie zijn eigen schoonvader en hijzelf. Het gezelschap treft er elkaar niet alleen, maar gaat er ook wekelijks met elkaar in discussie. “Ik noem dit ‘schuren’ wel het bijkomen van een hectische werkweek”, zegt hij. “Een poosje lekker slap met elkaar over van alles en nog wat ouwedingesen. Heerlijk. Goed voor de ontspanning, goed voor de geest. Wat trouwens ook geldt voor het periodieke treffen met mijn broers. Urk is hartstikke gezellig!” Gek op testjes

VVVF-penningmeester Theo Wemmers in thuishaven Urk: “Uiteindelijk draait het om de knikkers.”

Met Valspar, het bedrijf waar hij uiteindelijk directeur werd, kwam hij jaren geleden ‘bij toeval’ in contact via toenmalig financial controller Paul Pappot, die een functie kreeg bij het moederbedrijf van Valspar en hem vroeg te solliciteren. Iets concreets Wemmers weet dan weinig van verftechniek, laat staan van spuitlakken, maar vindt het geweldig dat hij eindelijk te maken krijgt met een bedrijf waar ‘iets concreets’ wordt gemaakt. “Het was ook de eerste baan waar ik met

verf&inkt 16 - 2011

de voeten in de klei stond in plaats van ergens aan de zijlijn zat te controleren. Vanaf dat moment is het mij ongeveer hetzelfde vergaan als alle andere mensen in deze serie: je bent weliswaar niet van de ene op de andere dag verliefd, maar je krijgt toch ineens verf in je aderen. Verf vind ik bijna het mooiste wat ons is overkomen: je ruikt het, je ziet het. En vooral kleur heeft mijn hart gestolen. Ik ben blij dat er veel meer mensen zijn die kleur mooi vinden. Anders zou Valspar er ook niet zo gekleurd op staan”, grapt hij. “Maar thuis schilderen doe ik bijvoorbeeld weer niet.

Wemmers noemt zichzelf op zakelijk gebied “best streberig”. Ook bij ‘interne’ examens wil hij graag tienen scoren. Een paar ingelijste Valspar-certificaten staan als stille getuigen op zijn werkkamer. Gaat bovendien prat op veiligheid. Zijn motto: ‘Niemand gewond, ons bedrijf gezond.’ En is gek op testjes. Laatst wist hij beslag te leggen op de spelcomputer van zijn oudste zoon. Het apparaatje laat haarfijn zien wat voor type hersenen een speler heeft. “Eén keer raden wat daar bij mij uitkwam”, glundert hij triomfantelijk: “Ik ben een rekenmachine!” Heel prettig als je goed kan rekenen, weet Theo. “Vooral in onderhandelingen en in discussies. Want laten we welwezen: uiteindelijk draait het toch om de knikkers. Een bedrijf dat geen winst maakt, is geen lang leven beschoren.” Even is het stil. “Edoch….”, vervolgt hij, “de uitkomst van de som is bij mij nooit het doel op zich. Het gaat uiteraard ook om al die dingen die daarvoor gebeuren. Juist díe leiden tot de uitkomst!”

19


Centrum voor Onderzoek en Technisch advies Uw partner voor onafhankelijk onderzoek en testen van coating producten en/of systemen.

COT bv Jan Tademaweg 40 2031 CV HAARLEM T 023 - 531 95 44 F 023 - 527 72 29 E info@cot-nl.com I www.cot-nl.com

□ □ □ □ □ □ □ □

Onderzoek en testen van coatings Corrosie testen Qualicoat, Qualanod en Qualisteelcoat Onderzoek en testen van bouwmaterialen Trouble shooting Printerkeuringen COT-kwaliteitswaarborgsysteem Beleidsstudies

Onze opdrachtgevers zijn o.a. verffabrikanten, kitfabrikanten, printerfabrikanten, oliemaatschappijen, ministeries, consumentenorganisaties, handelsondernemingen, industrie, applicatie en aannemingsmaatschappijen, detailhandel en rechtbanken.

CALC I U M C A R B O N AT E [in nature, in life]

Paints, Coatings, Adhesives

Customer Focus

Printing Inks

Sustainability

Omya is a global producer of calcium carbonate. With over 120 years experience in mineral sourcing and production Omya’s knowledge of calcium carbonate and its use is unparalleled. Omya’s Applied Technology Services will help you to improve your performance. We understand your needs. Worldwide. www.omya.com


actueel

‘Criteria Europees vaststellen’

VVVF zoekt dialoog met ‘stakeholders’ over duurzaam onderhoud De VVVF wil een dialoog aangaan met betrokkenen over de rol van verf in duurzaam vastgoedonderhoud. Ze heeft de ‘stakeholders’ daartoe per brief uitgenodigd. Bestaande initiatieven vanuit de onderhoudssector noemt ze “eenzijdig” en “amateuristisch”. Te k s t : J o s d e G r u i t e r

Verf draagt bij aan een duurzame wereld. Duizenden soorten verfproducten verfraaien en beschermen ondergronden van hout, metaal, mineraal of kunststof. Een laagje van vaak maar een tiende millimeter dik verlengt de levensduur van kostbare, maar kwetsbare zaken als woonhuizen, kantoorgebouwen, schepen, sluizen, bruggen en auto’s. De verfindustrie wil daarnaast producten maken die in zichzelf duurzaam zijn en ze wil dat op een duurzame wijze doen. Dat betekent dat een veelomvattende benadering van het begrip duurzaam noodzakelijk is. Verf waarin uitsluitend duurzame grondstoffen zijn verwerkt, is daarmee niet per definitie duurzaam. Zo spelen transport en opslag een rol, evenals de vraag of verf op basis van natuurlijke grondstoffen dezelfde bescherming biedt als synthetische verf. Want wat is duurzamer: verf op basis van natuurlijke grondstoffen die elke twee jaar moet worden vervangen of verf met betere kwaliteiten, die zeven jaar bescherming biedt? En welke verf is duurzamer: synthetische verf die om de hoek wordt gemaakt of bio-based verf die van ver moet worden aangevoerd, zodat veel CO2-emitterende brandstof nodig is? Zulke vragen maken duidelijk dat het niet eenvoudig is kwalificatie ‘duurzame verf’ toe te kennen. Om die reden wil de verfindustrie, verenigd in de VVVF, een dialoog aangaan met alle betrokkenen om te komen tot een hanteerbare definitie van de term duurzaam onderhoud. Zoals VVVF-directeur Martin Terpstra verwoordt: “De duurzaamheid van een eindproduct of dienst is het resultaat van de duurzaamheid van alle schakels in de keten, van grondstofleverancier tot schilder en onderhoudsbedrijf. Wij vinden dat alle schakels in de keten eigen duurzaamheidcriteria zouden moeten vaststellen en met elkaar moeten afstemmen. Bedrijven die aan duurzaam vastgoedonderhoud doen, zouden naar onze mening, voor wat betreft de verfproducten die zij gebruiken, rekening moeten houden met die aspecten.”

benadering van de aspecten voor de duurzaamheid van verf. Er is geen betrokkenheid of draagvlak vanuit de brancheverenigingen in de keten, het is een eenzijdig nationale benadering van de duurzaamheid van verfproducten en het is een beperkte en amateuristische benadering van gevaarlijke stoffen met als gevolg dat de ontwikkelde criteria en communicatie daarover niet aansluiten bij bestaande wetgeving.” Er dreigt, aldus Terpstra, voor de hele keten en opdrachtgevers schadelijke en verwarrende communicatie over duurzaamheid van vastgoedonderhoud. “Als marktpartijen in Nederland eenzijdig criteria voor duurzaam vastgoedonderhoud vaststellen, dan vrees ik dat de diverse duurzaamheidcriteria onderling niet of moeilijk vergelijkbaar zullen zijn. Hierdoor wordt aan opdrachtgevers de mogelijkheid ontnomen om afgewogen keuzes te maken. Dat lijkt me geen goede zaak.” De VVVF heeft haar bezwaren geuit bij de initiatiefnemers Harm Jellema van Jellema Advies en Johan Glorie van het Verf Adviescentrum, beide in Alkmaar. “Wij willen met onze stakeholders in het vastgoedonderhoud overleggen hoe we kunnen komen tot algemeen geaccepteerde, bij voorkeur Europees gedragen, criteria voor duurzame verfproducten en de applicatie daarvan”, aldus Terpstra. “De VVVF is een van de drijvende krachten in de task force van CEPE, de Europese koepelorganisatie van de verfindustrie, die bezig is om in samenwerking met grondstofleveranciers en wetenschappelijke instituten een Europees gedragen life cycle analysis (LCA) voor verf te ontwikkelen.” •

Ve r w a r r i n g Terpstra: “Als marktpartijen in Nederland eenzijdig criteria voor duurzaam vastgoedonderhoud vaststellen, dan vrees ik dat de diverse duurzaamheidcriteria onderling niet of moeilijk vergelijkbaar zullen zijn.”

verf&inkt 16- 2011

Partijen in het vastgoedonderhoud hebben vorig jaar initiatieven genomen om tot criteria voor verfproducten bij duurzaam vastgoedonderhoud te komen. De verfindustrie zet vraagtekens bij de wenselijkheid daarvan. Terpstra: “De aanpak kent geen integrale en afgewogen

21


verf & innovatie

De bijzondere

eigenschappen van poedercoaten

Groot is de rol van poedercoating in de utiliteitsbouw. Maar ook hier geldt: stilstand is achteruitgang. En dus zorgde topspeler Ulamo voor een chroomvrije voorbehandeling, levert het bedrijf coatings en zoekt het naar methodes om op lagere temperatuur te moffelen. Te k s t : J e s s e B u d d i n g F o t o’s : Pe t v a n d e L u i j t g a a r d e n Wat is het? Poedersuiker? Of melkpoeder? Een poedercoating is, zoals het woord al zegt, een verf in poedervorm. De poederdeeltjes worden in de spuitinstallatie elektrostatisch opgeladen. In die vorm brengt een robot het aan op een metalen product. Vervolgens gaat het geheel de oven in om gemoffeld te worden: uitharden bij verhoogde temperatuur. In de juiste kleur en al komt het weer naar buiten. Het poedercoaten kan handmatig gebeuren, maar wordt doorgaans verricht door een robot. Ziehier het proces van poedercoaten in kort bestek. Rob Vieberink, hoofd kwaliteit bij Ulamo: “De poederdeeltjes worden door de elektrostatische lading van het poeder en de negatieve lading van het product aangetrokken door het metaal. Dit zorgt ervoor dat er bijna geen poederverlies is. Alles wat naast het product komt , kunnen we hergebruiken. Dat kan niet oneindig: op een gegeven moment zijn die deeltjes te klein geworden, maar tachtig tot negentig procent is terug te winnen en opnieuw te gebruiken. Dus als je vraagt of dit duurzaam is: het is héél duurzaam.” Poeders zijn er in soorten en maten: primers, poeders die geschikt zijn voor binnentoepassing, poeders die geschikt zijn voor buitentoepassing, met normale UV-belasting, hoge UV-belasting en er bestaan zelfs poeders die bijvoorbeeld bestand zijn tegen graffiti en bacteriën. Poedercoating wordt pas een jaar of veertig toegepast in Nederland, schat Jan Willem Hendriksen, hoofd verkoop bij Ulamo. “Ik heb begrepen dat Ulamo een van de eerste

22

poedercoaters was in Nederland.” Inmiddels poedercoaten honderden bedrijven. Zeventien daarvan zijn ‘Qualicoat gecertificeerd’ (kwaliteitslabel voor poedercoating red.). Hendriksen: “In ons eigen laboratorium testen we ons eigen proces. We testen onder meer of de glansgraad goed is, of de laagdikte goed is. Als het niet goed is, gaat het terug. Als er fouten zijn, zijn we er daardoor altijd op tijd bij. Ulamo behoort wat bedrijfsomvang tot de top-vijf, schatten de heren “Ik zie daar zo snel geen andere bedrijven bijkomen”, vertelt Vieberink. “Als die bedrijven er al zijn, dan zijn ze zelf gaan poedercoaten in plaats van uitbesteden. Deurenfabrikant Boon in Edam bijvoorbeeld, levert niet alleen producten, maar lakt die ook zelf. Boon zegt: ik maak niet alleen de deur, maar ik maak hem ook af.” Gevelbouw Toch denkt Vieberink dat poedercoating de afgelopen decennia het grootste deel van de utiliteitsbouw heeft veroverd. “Er zit nog maar vrij weinig natlak in. Een voorbeeld van een natlak is een zogenaamde coilcoating. Het aandeel coilcoat, voor voorgelakte panelen, wint wel terrein, maar ik denk dat op dit moment het aandeel poedercoating nog het grootste is. Het is altijd een golfbeweging. Het ene jaar zie je dat andere technieken terrein winnen en het andere jaar wint poedercoating weer wat. Zoals het nu is, zie ik het de komende jaren niet echt veranderen. Er komen wel nieuwe technieken, maar dat is altijd een beetje aan mode onderhe-

vig. Het blijft een beetje op hetzelfde niveau, denk ik. Ik heb gehoord dat wereldwijd nog geen tien procent van alles wat geverfd of gekleurd wordt, gepoederd wordt. En ik heb me ook laten vertellen dat het in Amerika veel minder voorkomt dan in Europa.” Hendriksen: “Het grootste volume zit wat ons betreft in de gevelbouw, profielen.” Vieberink: “Tegenwoordig zie je veel kantoorpanden staan die vroeger van steen waren, maar tegenwoordig hebben ze allemaal een kleurtje. Negen van de tien keer zijn ze gepoederd.” Hendriksen: “Eigenlijk kun je alles poederen: van grote frames voor tractoren via raamkozijnen tot gevelbekleding. Bovendien kunnen bijna alle metalen worden gepoederd.” Vieberink: “Als je bijvoorbeeld praat over zink, aluminium of blank staal, zijn die allemaal geschikt om te poedercoaten. Het voordeel van poedercoaten is ook dat er geen oplosmiddelen vrijkomen.” Schifting Vindt hij dat het meer gebruikt zou moeten worden? Vieberink: “Wat ons betreft kan er niet genoeg gepoederd worden. Maar goed, natte verf heeft soms eigenschappen die poeders niet hebben. Natte verfsystemen kunnen vaak op locatie worden aangebracht en dat is met poedercoating natuurlijk niet mogelijk. Ook is niet alle materiaal bestand tegen de moffeltemperatuur die poeders nodig hebben. Zo


verf & innovatie

‘Eigenlijk kun je alles poederen: van grote frames voor tractoren via raamkozijnen tot gevelbekleding’ heb je vanzelf al een schifting. Daarnaast is het zo dat door de pigmentering niet alle kleuren te maken zijn. Met natlakken is dat gemakkelijker.” Hendriksen: “Maar metallic en parelmoer zijn wel degelijk mogelijk.” Vieberink: “Ik moet wel bekennen dat het kleurengamma van een natlak groter is dan van een poeder. Het sprankelende effect van een natlak is ook heftiger dan dat van een poeder. Daarom worden fietsframes bijna nooit gepoederd. Het is heel moeilijk om dat typische effect van kleuren die in elkaar overlopen, met poeders te maken. Dat is veel te duur en te bewerkelijk.”

alleen iets over hoe je het systeem moet aanbrengen. Als je het zo doet, gaat het goed. Maar ISO gaat daar verder in: mocht er toch wat verkeerd gaan, wat heb je dan geregeld? Zowel de applicateur als de leverancier van de voorbehandeling als de leverancier van de poeders zijn onderhevig aan controles. Poeders worden getest volgens de richtlijnen zoals die in de certificaten staan. Dus: hebben ze nog werkelijk die UV-bestendigheid als wordt voorgeschreven en is de elasticiteit nog zoals wordt voorgeschreven?” Hendriksen: “Door te werken met de Qualicoatrichtlijnen, heb je jouw productieproces vastliggen. Welke testen doe je intern? Welke metingen voer je uit?”

Big Brother

Chroomvrij

Hendriksen: “Elke poeder heeft zijn eigen specificatie: waar ze tegen kunnen zoals krasvastheid. Dat heeft eigenlijk allemaal te maken met certificering. Wij zijn Qualicoat gecertificeerd, we mogen alleen poeders gebruiken die dat keurmerk hebben.” Vieberink: “Qualicoat bevat kwaliteitsrichtlijnen voor het aanbrengen van het poedercoatsysteem. Het is het wereldcertificaat. Daarnaast bestaan certificaten zoals die van de Vereniging Metalen Ramen en Gevelbranche in Nederland en van de Gütegemeinschaft für die Stückbeschichtung von Bauteilen in Duitsland. Je kunt ze een beetje vergelijken met ISO-certificaten, alleen dit zijn puur procesgerichte richtlijnen. Ze zeggen niet hoe je met afkeur om moet gaan, maar

Hendriksen: “De poedercoatwereld is voor minimaal zestig procent afhankelijk van de bouw. De bouw staat nu behoorlijk onder druk. Dus voor kleine coaters zal het moeilijk zijn om het hoofd boven water te houden. Wij leveren echt het eindproduct. Als het materiaal klaar is, voorzien wij het van een kleur en dan gaat het naar de bouw.” Vieberink: “Maar als je praat over kozijnen, krijgen wij handelslengtes aangeleverd. Die lakken wij, die gaan naar een fabrikant van kozijnen, die zaagt dat in stukken en die maakt daar kozijnen van. Dan gaat het pas naar de bouw.” Ik denk dat het in de poedercoatwereld hetzelfde is als bij andere bedrijven, namelijk dat het duurzaam ondernemen steeds belangrijker wordt. Daar zijn we acht jaar terug mee

verf&inkt 16 - 2011

begonnen. We behoorden tot de eerste in Nederland die met een chroomvrije voorbehandeling werkten. Chroomvrij is net zo duurzaam, maar voor het milieu veel beter.” Vieberink: “Het grootste deel van wat wij doen, is chroomvrij. Dat is milieuvriendelijker. En beter voor de mens.” Hendriksen: “Daarin zijn we vrij uniek in Nederland. We zien ook dat klanten daar nu echt voor kiezen en daarom ook bij Ulamo terechtkomen. Vieberink: “In de Scandinavische landen is het al ver doorgevoerd. Daar mogen geen producten meer geïmporteerd worden die nog chroomhoudende onderdelen bevatten. Dus dat gaat steeds verder.” Hendriksen: “In de auto-industrie bijvoorbeeld zie je dat vaak voorgeschreven wordt dat materiaal waaraan mensen met hun handen komen, chroomvrij behandeld moet zijn. In november heeft dit soort ontwikkelingen ons ertoe gebracht binnen Ulamo een nieuwe BV op te richten, Ulamo special coating, daarin gaan we echt op zoek naar nieuwe ontwikkelingen binnen het poedercoaten. Dat kan bijvoorbeeld zijn een nieuw coatsysteem dat op een lagere temperatuur gemoffeld wordt met minder CO2-uitstoot. Beter voor het milieu.” •

23


verf & veiligheid

Handhaving op basis bestaande Arbowet- en regelgeving

Arbeidsinspectie blootstelling De Arbeidsinspectie gaat op bezoek bij bedrijven waarvan ze vermoedt dat er gewerkt wordt met synthetische nanodeeltjes. Omdat er geen specifieke regelgeving voor synthetische nanodeeltjes bestaat en er ook nog geen grenswaarden zijn, zal ‘gehandhaafd worden’ op basis van de huidige Arboweten regelgeving.

Te k s t : J o s d e G r u i t e r Foto: Pet van de Luijtgaarden

24

De verf- en drukinktindustrie stond op zijn kop. Twee jaar geleden openbaarden Chinese onderzoekers de relatie tussen blootstelling aan nanodeeltjes en de ziekte en dood van zeven medewerksters van een verffabriek. De zeven vrouwen, in de leeftijd van 18 tot 47 jaar, waren in de periode van januari 2007 tot april 2008 gedurende een half tot een heel jaar blootgesteld aan nanodeeltjes die waren vrijgekomen bij hun productiewerk. Ze werkten in een afgesloten ruimte, waar de afzuiginstallatie vele maanden defect was en ze droegen geen persoonlijke beschermingsmiddelen, behalve incidenteel een eenvoudig stofmasker. De vrouwen kregen ernstige longaandoeningen en hun bloed vertoonde afwijkingen. Twee van de zeven overleden. De onderzoekresultaten maakten indruk, want voor het eerst werd een duidelijk verband gelegd tussen de blootstelling aan nanodeeltjes en gezondheidrisico’s. “Langdurige blootstelling aan nanodeeltjes zonder beschermingsmiddelen kan ernstige schade aan de menselijke long toebrengen”, concludeerde het team onderzoekers onder leiding van klinisch toxicoloog Yuguo Song van het Chaoyang ziekenhuis in Beijing. “Het is onmogelijk binnengedrongen nanodeeltjes te verwijderen uit lichaamscellen en rode bloedlichamen. Effectieve bescherming van medewerkers is daarom van het grootste belang”, aldus de onderzoekers. Hun bevindingen werden gepubliceerd in het European Respiratory Journal nummer 34 van 2009. Namens de British Coatings Federation plaatste directeur Wayne Smith in januari 2010 kanttekeningen bij het Chinese onderzoek. Hij wees erop dat de arbeidsomstandigheden in de Chinese industrie op sommige plaatsen zo slecht zijn dat zelfs de Chinese overheid het noodzakelijk vindt op verbetering aan te dringen. Ziekte en dood als gevolg van het werken met nanodeeltjes kunnen in Europa niet voorkomen, stelde Smith. “Wij hebben onze les op dit vlak al lang geleden geleerd.” Bovendien wees de BCF-topman op het feit dat de Chinese onderzoekers zelf aangeven dat niet onomstotelijk is vastgesteld dat


verf & veiligheid

controleert aan nanodeeltjes de aanwezigheid van nanodeeltjes in de longen van de medewerksters was veroorzaakt door de blootstelling aan polyacryl nanodeeltjes. Smith wees er verder op dat het rapport geen uitsluitsel gaf over de samenstelling van de aangetroffen nanodeeltjes. “De slechte onderbouwing ondergraaft de stevigheid van de conclusies”, vatte hij samen, “al moeten we rond de risico’s van nanodeeltjes oppassen voor zelfgenoegzaamheid.” Preventiedeskundige Dr. Maren Beth-Hübner van de Berufsgenossenschaft Chemie, het Duitse uitvoeringsorgaan voor de onderlinge ongevallenverzekering in de sector, reageerde in min of meer gelijke bewoordingen als Smith. Op vragen van het tijdschrift Farbe und Lack antwoordde zij in december 2009: “De Chinese vrouwen zijn op de zwaarst mogelijke manier blootgesteld aan nanodeeltjes. Ze werkten in een kleine ruimte zonder ramen, de deur bleef meestal gesloten om de kou buiten te houden, de afzuiginstallatie was defect en er waren geen persoonlijke beschermingsmiddelen voorhanden.” Toch waarschuwt ook deze preventiemedewerker voor voorzichtigheid als het gaat om de toepassing van nanotechnologie. Kennis delen De mogelijkheden en risico’s van nanodeeltjes houden de verf- en drukinktindustrie al lang bezig. Enerzijds bestaan er talloze voorbeelden van geslaagde toepassingen, zoals zelfreinigende, krasbestendige en antibacteriële lakken en de verwachtingen ten aanzien van nieuwe toepassingen zijn hooggespannen. Aan de andere kant geeft ook de industrie toe dat de kennis over de risico’s voor gezondheid en milieu - met name in de productie- en verwerkingsfase - niet uitputtend is. Daarom liet de VVVF al in 2009 door het Bureau Industox literatuuronderzoek doen naar deze risico’s. Om die reden participeert de VVVF ook in Nederland bijvoorbeeld in het project ‘Kennisdelen nanotechnologie’ van het ministerie van Infrastructuur en Milieu. Op die manier hoopt de VVVF tot een intensieve kennisuitwisseling met andere bedrijfstakken te komen en zo een

verf&inkt 16 - 2011

belangrijke bijdrage te leveren aan de kennisontwikkeling over de vraag hoe nanodeeltjes zich gedragen en op welke wijze eventuele gezondheid- en milieuschade is te voorkomen. Overigens bleek uit het onderzoek van Industox dat het risico van blootstelling aan nano tijdens de productie en het aanbrengen van verf en inkt klein is. Een belangenorganisatie van de verf- en drukinktindustrie die eveneens al in een vroeg stadium onderzoek liet verrichten naar de risico’s van nanotechnologie, is het Verband der deutschen Lack- und Druckfarbenindustrie (VdL). De Duitse VVVF schakelt daarvoor gerenommeerde onderzoekinstellingen in, zoals de Technische Universität Dresden. In 2009 concludeerde de universiteit op basis van onderzoek dat nanodeeltjes, die zijn ingekapseld in verf, bij normaal gebruik niet vrijkomen. Een vervolgstudie moest duidelijk maken of de minuscule deeltjes ook niet vrijkomen als de verf wordt geschuurd. De onderzoekers voerden tests uit met bouwverven en parket- en meubellakken. De VdL concludeerde op basis van de studieresultaten dat het aantal vrijkomende nanodeeltjes afhankelijk is van het gekozen verfsysteem en van de ondergrond. Wel is het zo dat bij schuren meer deeltjes vrijkomen dan bij normaal dagelijks gebruik, maar de gemeten hoeveelheid was minder dan in een drukbereden straat in een stadscentrum kan worden gemeten. De organisatie kondigde aan het onderzoek naar de werking van nanodeeltjes voort te zetten. In een recente uitgave van het tijdschrift European Coatings Journal (februari 2011) wordt aandacht besteed aan onderzoek naar de mogelijke schadelijkheid van de toepassing van nanodeeltjes. Het onderzoek - ook weer in opdracht van de VdL uitgevoerd door de TU Dresden - toont aan dat nanodeeltjes ingekapseld blijven wanneer microscopisch kleine deeltjes van de verf vrijkomen. Onderzoek in Nederland In Nederland startte TNO onderzoek naar de vraag of werknemers op de werkplek blootgesteld worden aan nanodeeltjes. “We willen weten of er in dat geval risico bestaat dat deeltjes vrijkomen bij het productieproces en

zo ja, of deze deeltjes dan een reëel risico opleveren voor de gezondheid van werknemers”, citeert het TNO Magazine drs. Marieke op de Weegh, projectmanager nanoonderzoeken bij TNO. Om de concentratie en de vorm van de deeltjes op de werkplek vast te stellen, voert TNO metingen uit bij bedrijven die nanodeeltjes produceren of toepassen. De onderzoekers richten zich specifiek op de blootstelling tijdens het productieproces, en maken daarom onderscheid tussen nanodeeltjes die geproduceerd of verwerkt worden enerzijds en nanodeeltjes die al aanwezig zijn of uit andere bronnen ontstaan anderzijds. Dit blijkt in de praktijk best lastig te zijn. “Nanodeeltjes komen bijvoorbeeld ook voor in dieselroet. Als er dus een heftruck langskomt tijdens de meting, wordt deze hierdoor beïnvloed”, vertelt Op de Weegh. De eerste resultaten wezen uit dat vooral samengeklon-

Beheersing van de blootstelling De wettelijke verplichtingen bij blootstelling aan conventionele gevaarlijke stoffen zijn: • beoordelen van de blootstelling • toetsen aan grenswaarden (hetzij door de overheid vastgesteld, hetzij door bedrijven zelf ontwikkeld) • maatregelen nemen conform de arbeidshygiënische strategie Deze aanpak kan voor nanodeeltjes slechts gedeeltelijk worden gehanteerd. Er is nog te weinig informatie beschikbaar om een onderbouwde grenswaarde vast te kunnen stellen en ook ontbreekt een bruikbare meetmethode. Daarom moet er uit voorzorg gestreefd worden naar een zo laag mogelijke blootstelling.

4 25


Register online before May 16th and visit BCF Career Event for Life Sciences, Chemistry, Food & Pharma.

Hyphen

Projects

Partners NETWORK FOR FOOD EXPERTS

Media-Partners

Exhibitors (status 18-4-2011)

Erasmus MC Graduate School

from knowing to growing

niet weggooien Pantone 280 Pantone 535 Eurostile exstended stempelgaramond

Powered by:

Hyphen

Projects


terde deeltjes worden gemeten en nauwelijks losse nanodeeltjes. Het aantal vrijgekomen deeltjes is niet veel groter dan de achtergronddeeltjes die al aanwezig waren. Het zoeken naar de eigenschappen en mogelijke gezondheidseffecten van samengeklonterde deeltjes zou, zo werd aangekondigd, onderwerp van nader onderzoek zijn. Bij onderzoek naar de toxiciteit van nanodeeltjes, waarbij proefdieren zijn blootgesteld via inademing, zijn tot nu toe geen acute gezondheidseffecten waargenomen. Toch is voorzichtigheid op zijn plaats, waarschuwt Op de Weegh: “We kunnen op basis van dit onderzoek geen algemene uitspraken doen over de veiligheid van nanodeeltjes. Er zijn namelijk heel veel typen deeltjes, waardoor het moeilijk is om op algemeen niveau te zeggen of een deeltje wel of geen risico op kan leveren voor de gezondheid.” Het in 2009 gepubliceerde advies van de SER om blootstelling aan nanodeeltjes op de werkplek te minimaliseren, noemde Op de Weegh een prima standpunt: “Het is goed om het voorzorgprincipe toe te passen zolang er nog onzekerheden over mogelijke risico’s bestaan.” Handhaven Vorig jaar presenteerde de Arbeidsinspectie een heldere brochure over het werken met nanodeeltjes. Dat gebeurde naar aanleiding van de aankondiging van de inspectie dat ze bedrijven gaat bezoeken waarvan ze vermoedt dat er gewerkt wordt met synthetische nanodeeltjes. De inspectie stuit daarbij op een barrière, zo erkent ze. “Er is niet zo veel bekend over de gezondheidsrisico’s die ontstaan door blootstelling aan nanodeeltjes. Vooral over de effecten op de lange termijn bestaat nog veel onduidelijkheid”, aldus de brochure. “Wel kunnen de gezondheidsrisico’s op basis van bepaalde eigenschappen van de nanodeeltjes worden geclassificeerd. Zo lijkt het erop dat de risico’s van oplosbare nanodeeltjes niet afwijken van die van de grotere, niet-nanovorm van dezelfde stof. Uit dierexperimenteel onderzoek blijkt dat bepaalde (staaf-

verf&inkt 16 - 2011

vormige) nanodeeltjes, de zogenaamde nanotubes en in het bijzonder sommige meerwandige varianten hiervan, een reactie in het lichaam kunnen geven die vergelijkbaar is met een reactie op asbest. Deze deeltjes worden daarom als het meest risicovol beschouwd.” “Het lastige van nanodeeltjes en de bepaling van het gezondheidsrisico bij blootstelling hieraan”, gaat de brochure verder, “is dat er nog geen (eenvoudige en) onderscheidende meetmethoden beschikbaar zijn. Men gaat ervan uit dat de bestaande maatregelen om de blootstelling aan gevaarlijke stoffen te beperken - zoals ventilatie, afzuiging en adembescherming - ook effectief zijn om de blootstelling aan synthetische nanodeeltjes te verminderen. Omdat ze veel kleiner zijn dan de gemiddelde stofdeeltjes, moeten deze beheersmaatregelen bij blootstelling aan nanodeeltjes veel nauwkeuriger worden uitgevoerd. Er is dus nog veel onbekend over de risico’s van blootstelling aan nanodeeltjes. Wel blijkt uit wetenschappelijk onderzoek dat de fysische en chemische eigenschappen van synthetische nanodeeltjes een andere benadering vragen dan de traditionele gevaarlijke of hinderlijke stoffen.” Omdat er geen specifieke regelgeving voor synthetische nanodeeltjes bestaat en er ook nog geen grenswaarden zijn, zal ‘gehandhaafd worden’ op basis van de huidige Arbowet- en regelgeving. Dat gebeurt vanuit ‘het algemene principe gericht op het inventariseren en evalueren van de risico’s’. “De Arbeidsinspectie zal waar mogelijk aansluiting zoeken bij de ontwikkelingen in ‘de stand van de techniek’ met betrekking tot beheersmaatregelen en goede praktijken in branches en sectoren”, schrijft de inspectie. “Dergelijke ontwikkelingen mogen worden verwacht omdat de SER in haar advies aan werkgevers heeft gevraagd deze in kaart te brengen en op korte termijn toe te passen.” •

Wat de Arbeidsinspectie verwacht van bedrijven Er zijn geen specifieke, op synthetische nanodeeltjes gerichte, wettelijke verplichtingen waar de werkgever aan moet voldoen als er in zijn bedrijf wordt gewerkt met nanodeeltjes of producten waar nanodeeltjes in zijn verwerkt. Wel moet hij zich bewust zijn van de mogelijke risico’s die blootstelling aan synthetische nanodeeltjes met zich mee kan brengen. Daarom wordt er van hem verwacht dat hij de algemene verplichtingen uit de Abowet op het gebied van arbeidsrisico’s uitwerkt voor synthetische nanodeeltjes. Dit betekent dat de werkgever: • synthetische nanodeeltjes opneemt in de risico-inventarisatie en -evaluatie; • een plan van aanpak maakt waarin hij maatregelen opneemt om de blootstelling aan synthetische nanodeeltjes zo goed mogelijk te beheersen; • maatregelen uitvoert die zijn opgenomen in het plan van aanpak om de blootstelling aan synthetische nanodeeltjes zoveel mogelijk te beperken. Voor het bepalen van het risico en de te nemen maatregelen adviseert de Arbeidsinspectie werkgevers gebruik te maken van de ‘Control-Banding’methodiek die als module voor nanodeeltjes in de stoffenmanager is opgenomen. “Werkgevers zijn hiertoe niet verplicht”, tekent de inspectie aan. “Werkgevers kunnen ook een eigen methodiek gebruiken, op voorwaarde dat deze methodiek een goed inzicht geeft in de blootstelling aan synthetische nanodeeltjes, het risico dat dit met zich meebrengt en de maatregelen die hieruit volgen.”

27


verf & milieu

‘Bouwprof’ Jos Lichtenberg: ‘Flexibiliteit gebruiksmogelijkheden veel belangrijker’

‘Duurzaamheid gebouw zit

niet in

gebruikte materialen’

Hoogleraar productontwikkeling Jos Lichtenberg van de faculteit Bouwkunde aan de TU Eindhoven voorziet een ontwikkeling in de beoordeling van duurzame materialen voor de bouw. “We schuiven op van het materiaal- naar gebouwen en omgevingniveau. Dat is een stukje ontspanning voor de verfindustrie: kennelijk gaan we meer naar de functie van een product kijken dan naar de samenstelling ervan.” Gesprek met het boegbeeld van de ‘Nationale Milieudatabase’. Te k s t : J o s d e G r u i t e r Foto: Pet van de Luijtgaarden

28

“Ik heb totaal geen negatief milieubeeld bij verf. Integendeel: eerder het tegenovergestelde. Ik kijk naar wat het doet met een product.” Jos Lichtenberg. Hoogleraar productontwikkeling van de faculteit Bouwkunde aan de TU Eindhoven. Sinds 1976 actief op het gebied van innovatie in de bouw. Aanvankelijk als productontwikkelaar, later als adviseur voor de bouwindustrie (Inno-Experts). Hoofdredacteur van ‘BouwIQ’, vakblad voor vernieuwers in de bouw, auteur van het boek Slimbouwen en frequent publicist in vakbladen. Voorzitter van de stichting Slimbouwen en twee commissies van de Stichting Bouwkwaliteit (SBK). Kortom: een man met twee benen in de bouwwereld. Vorig jaar werd de Stichting Bouwkwaliteit (SBK) aangewezen als beheerder van de bepalingsmethode ‘Materiaalgebonden milieuprestaties van gebouwen en GWW-werken’ (grond, weg en waterbouw - red.) inclusief de daaraan verbonden Nationale Milieudatabase. Lichtenberg is er het boegbeeld van. De Nationale Milieudatabase harmoniseert de bepalingsmethoden van de diverse in de bouw gebruikte milieumeetsystemen, zoals die van GreenCalc+, GPR-gebouw, Eco-Quantum, DuboCalc en Eco-Install. Die systemen bekijken alle een ander deel van het milieuspectrum, maar voor het overlappende deel geldt dat de Milieudatabase moet zorgen voor gelijke uitkomsten voor milieueffectscores en milieukengetallen bij het gebruik van de verschillende


verf & milieu

Lichtenberg: “Ik heb totaal geen negatief milieubeeld bij verf, eerder het tegenovergestelde”

systemen. Eind dit jaar zal de harmonisatie en daarmee de Nationale Milieudatabase een feit zijn, verwacht hij. Containerbegrip Duurzaam bouwen staat volop in de belangstelling en niet voor het eerst. “De derde duurzaamheidgolf”, noemt Lichtenberg het. “De eerste begon in de jaren zeventig. Die had nog een behoorlijk geitenwollensokkengehalte.” “De Kleine Aarde”, herinnert hij zich. “Dat soort initiatieven. Industrie en overheid hielden zich afzijdig. In de jaren tachtig presenteerde de overheid het Nationaal Milieubeleidsplan en het Nationaal Milieubeleidsplan-plus. Die richtten zich vooral op zaken als isolatie en warmteterugwinning. Vervolgens groeide het materiaalbewustzijn, maar dat zakte ook weer weg. Pas de laatste jaren zien we een behoorlijke versnelling. Het bouwvolume zal waarschijnlijk nooit meer op het oude peil komen, dus moeten bedrijven zich onderscheiden.” Met de toegenomen belangstelling voor duurzaamheid steeg de behoefte aan een hanteerbare definitie voor het begrip. Lichtenberg: “Vijf jaar geleden snapte iedereen waar je het over had, nu wordt het een containerbegrip genoemd en is er behoefte om duurzaamheid meetbaar te maken. Over twintig jaar zal dat niet meer het geval zijn, dan zit het tussen de oren wat duurzaam bouwen is. In de kern heeft het te maken met zaken op een hoger aggregatieniveau. In ieder geval met wat goed voor mensen is. Spaarzaam omgaan met materialen is

verf&inkt 16 - 2011

daar een onderdeel van. Meetsystemen brengen in kaart wat je kunt vastpakken, dat zegt bijvoorbeeld iets over toxiciteit, maar niets over een veel belangrijker vraag: hoe kan ik met minder materiaal een gebouw realiseren en hoe flexibel is een gebouw, waardoor in een later stadium het gebruik kan worden aangepast? Dat heeft ook consequenties voor het niveau waarop de mate van duurzaamheid wordt bepaald. De opdracht is: zet een gebouw neer dat we in eerste instantie gaan gebruiken als kantoor, maar houd er rekening mee dat er straks in gewoond kan worden. Dan praat je niet over de duurzaamheid van gebruikte materialen, maar over de duurzaamheid van het totaal. Het pand moet dan ook eigenlijk niet in een kantorenpark staan, want dat is later geen aantrekkelijke woonomgeving. De duurzaamheidvraag zit dus niet eens op gebouwniveau, maar op gebiedsniveau. Als die gedachte heeft postgevat hebben we een grote slag geslagen. Dat gaat boven meetsystemen uit.”

zondheidsaspecten van een gebouw en weer een derde kijkt naar energie-efficiency en waterbeheer. De systemen zijn, kortom, niet vergelijkbaar. Toen is de behoefte ontstaan om te harmoniseren. Vooral als het gaat om materialen is het eigenaardig als systeem a een andere uitkomst oplevert dan systeem b. Voorwaarde was dat beide van dezelfde basisgegevens gebruikmaakten. Daarover gaat het harmonisatieproces. Over het afstemmen van de data en de rekenregels.”

Brundtland

Wat is de consequentie van dit alles voor verf? “De dreiging voor verf is dat het, net als andere materialen, uitsluitend op materiaalniveau wordt beoordeeld. De industrie zal er veel aan gelegen zijn dat alles wat toxisch is uit verf verdwijnt, maar niet tegen elke prijs, want verf heeft een doel. Dat moet je meenemen in de beoordeling. Het is net als met geldverdienen: daarvoor moet je ook eerst investeren, een tegenstroom op gang brengen. Met verf geef je een beetje prijs in de vorm van milieubelasting, maar je krijgt er heel veel voor terug. Het product is weliswaar een beetje toxisch, maar het houdt een brug in stand die zonder bescherming binnen twintig jaar zou instorten. Dat is duurzaamheid in optima forma. Er wordt hard gewerkt aan milieuvriendelijker producten. Die hebben echter beperkingen. Je moet verf niet op het product beoordelen, maar op de functie. Verf faciliteert iets. Ik word niet blij als mijn kozijn wegrot of als ik elk jaar de ladder op moet.

Hij refereert aan de uitgangspunten van het rapport Our common future uit 1987 van wat in het spraakgebruik de Commissie Brundtland (naar commissievoorzitter Gro Harlem Brundtland) is gaan heten. “De definitie die daar is genoemd zegt in wezen niet anders dan dat we geen roofbouw moeten plegen op de wereld waarin we leven, zodat de generaties na ons dezelfde kansen hebben als wij hebben gehad.” “We zitten nu nog in een wereld waarin we producten en materialen vergelijken en daarvoor meetsystemen gebruiken. Aan de hand van de uitkosten bepalen we of een gebouw duurzaam is of niet. Maar belangrijker dan de vraag welke materialen je gebruikt is de vraag hoe lang een gebouw blijft staan, hoe flexibel het is. Anders gezegd: het is belangrijker dat een gebouw honderd jaar blijft staan en in die tijd flexibel kan worden gebruikt dan dat we ons drukmaken over de vraag of de gebruikte materialen wel duurzaam zijn. Je moet natuurlijk wel verstandige keuzes maken op materialengebied, maar het onderwerp is vele malen minder belangrijk dan dat andere. Op dit moment is er nog erg veel behoefte aan meetsystemen die haast tot cijfers achter de komma vertellen of een gebouw duurzaam is. We moeten er dus nog even mee leven. Voorwaarde is dan wel dat die systemen goed te hanteren zijn. Het kan niet zo zijn dat een bepaald materiaal volgens de ene methode minder duurzaam is dan volgens de andere.” Overlappen en tegenspreken Systemen om de duurzaamheid van gebouwen en materialen in cijfers vast te leggen, bestaan al sinds de jaren negentig, maar pas de laatste jaren is het gebruik ervan geïntensiveerd. Lichtenberg: “Bedrijven worden pas wakker als ze een order verliezen omdat de opdrachtgever het afwijst op basis van gebrekkige duurzaamheid.” In de markt ontstonden meer en betere (verfijndere) systemen, die elkaar in de praktijk enerzijds bleken te overlappen, en anderzijds tegen te spreken. Daardoor ontstond in Nederland de behoefte aan harmonisatie. Lichtenberg: “We kennen inmiddels GreenCalc, GPR, Dubocalc, Breeam en nog een paar meetsystemen, wereldwijd zeker enkele tientallen zelfs. De een kijkt vooral naar de gebruikte materialen, de ander richt zijn aandacht op ge-

En dat is allemaal nodig om tot duurzame bouw te komen? “Kennelijk nog wel, al is het vanuit de helikopter gezien gerommel in de marge. Zoals ik zei: als we twintig jaar verder zijn, is duurzaamheid een automatisme geworden. Dan doen we het op gevoel al voor 99,9 procent goed. Er zijn nu heel veel cijfers, de systemen zijn veel verfijnder dan ik dacht. Het middel is haast een doel geworden. Als je ziet dat twee procent van bouwkosten opgaat aan advieswerk, dan is dat wel veel.”

Wat betekent dat voor de positie van verf in de milieudatabase? “Ook aan coatings worden waardegetallen toegekend. De beweging die ik bespeur is dat we opschuiven van materiaalnaar gebouwen en omgevingniveau. Dat is een stukje ontspanning voor de verfindustrie: kennelijk gaan we meer naar de functie van een product kijken dan naar de samenstelling ervan. Draai het eens om: vanaf vandaag smeren we nergens meer verf op. Ik kan de gevolgen niet eens overzien, maar het geeft me geen prettig gevoel. Ik heb totaal geen negatief milieubeeld bij verf. Het helt eerder over naar het tegenovergestelde: ik kijk naar wat het doet met een product. In het vergelijken van verf gaat het primair om de functie: hoe vervult het zijn beschermende werking? Daarna kun je tussen gelijkwaardig presterende verven de meest duurzame kiezen. Het gaat erom wat duurzamer is: een brugdeel dat gecoat is of een brugdeel dat niet gecoat is? Pas daarna komt de vraag welke coating duurzamer is. Dan nog, het gaat tegen het gevoel in, maar stel dat een coating extreem toxisch is, maar dat de toxische stof ingekapseld blijft, niets afgeeft en aan het eind van de levenscyclus weer verantwoord te verwijderen is, wat is dan het probleem? Dan is het toch fantastisch duurzaam?” •

29


gekleurd verleden

XXxxxxx xxxxxxxx Verffabriek Rust-Oleum, Roosendaal:

De roestwerende visolie van zeekapitein Robert Fergusson

Nederland telde ooit honderden verffabrieken en ambachtelijke verf- en inktmakers: Nederland telde ooit honderden verffabrieken en ambachtelijk van kleinschalige familiebedrijven tot robuuste ondernemingen met industriële potenverfen inktmakers: vangaat kleinschalige totbasis van fragmenten uit tie. ‘Gekleurd Verleden’ terug in defamiliebedrijven tijd en verhaalt op robuuste ondernemingen metNederlandse industriële verfindustrie. potentie. ‘Gekleurd de rijke geschiedenis van de In deze elfde aflevering RustVerleden’ gaat teruguitinRoosendaal, de tijd en verhaalt op basisvan vanRust-Oleum Corporation in de Oleum Netherlands dochterbedrijf Verenigde Staten, negentigjaren. jaar geleden door ‘captain’ Robert Fergusson, de fragmenten uit vervlogen In deze opgericht tweede aflevering: uitvinder vanPremier een op in visolie gebaseerde roestwerende verf. verffabriek Den Haag-Loosduinen.

Verffabriek Rust-Oleum, opgericht door een inventieve zeekapitein in de Verenigde Staten, heeft daar dit jaar de respectabele leeftijd van negentig jaar bereikt. Een mooie aanleiding ook de in Nederland gevestigde dochter, RustOleum Netherlands in Roosendaal – zelf inmiddels ‘vijftigplusser’ – in de schijnwerpers te zetten. Beide bedrijven zijn groot geworden door de vinding van captain Robert Fergusson, die experimenteerde met op visolie gebaseerde verf om daarmee roest tegen te gaan en met zijn ‘wonderproduct’ de markt veroverde. Vestigingsdirecteur Reinout Klapwijk van Rust-Oleum in Roosendaal is verbaasd over het in zijn ogen toch wel heugelijke nieuwsfeit, want Rust-Oleum in de VS dateert inderdaad van 1921. “Maar intern zijn we daar niet mee bezig. We hebben er zelfs nog geen moment aan gedacht.”

De geschiedenis van het Amerikaanse bedrijf gaat terug naar de jaren tachtig van de negentiende eeuw. Het begint rond 1890 met een jonge Robert Fergusson uit Glasgow, een dromer, die zich vergaapt aan de schepen in zijn thuishaven. Hij droomt ervan zelf ooit te mogen uitvaren. En die droom komt uit. Als twaalfjarige bootsjongen wordt hij belast met het schoonhouden van schepen en de ijverige Schot maakt carrière, uiteindelijk brengt hij het zelfs tot kapitein. Eentje die een gruwelijke hekel blijft houden aan roest, omdat hij met zijn ervaring als schoonmaker weet wat corrosie zoal teweeg kan brengen. Het was hem opgevallen dat met visolie doordrenkte delen van het schip niet roestten. Die wetenschap vormt de basis voor het idee om een verf te ontwikkelen met visolie om een einde te maken aan roest.

Een beeld van de nieuwe fabriek in Roosendaal die eind maart 1969 in gebruik werd genomen.

samenstelling aangepast”, vertelt vestigingsdirecteur Klapwijk. “maar conceptueel nog steeds hetzelfde product: een uitstekende vochtbestendige en roestwerende primer. Dit product staat nog altijd in de top tien van onze omzetbrengers en is in die zin ook nog steeds een paradepaardje. Je treft het product op vrijwel elke werkbank aan. Bij industriële bedrijven tot en met de fietsenmaker op de

hoek. Voor al het ijzer dat je wilt beschermen tegen roest, kun je die primer gebruiken”, aldus Klapwijk. Zien is geloven Het imperium van de inmiddels in de Verenigde Staten neergestreken captain Fergusson uit Schotland groeit als kool. Hij start de ‘Anti Rust Paint Company of Louisiana’ in New Orleans en brengt zijn ‘wonderproduct’ hoogstpersoonlijk aan de man. Vestigingsdirecteur Klapwijk kan zich wel voorstellen hoe dat zo ongeveer in zijn werk is gegaan: “Overal waar hij ijzer tegenkwam, vroeg hij de eigenaar een proefje te mogen opzetten met zijn vinding. Dan zou hij na verloop van tijd terugkomen om het resultaat te aanschouwen. Want, let op, riep Fergusson dan, seeing is believing. Een motto dat wij nog steeds hebben: laat zien dat een product werkt!” Hoe Fergussons bedrijf groeide en bloeide staat in veel gedetailleerder vorm in het boek Gift o’ the sea van H. Wallace Edwards sr. Het verscheen ter gelegenheid van de viering van de vijftigste verjaardag van het Amerikaanse bedrijf in 1971.

Experimenteren

Blitz-acties

Hij raakt zo gefascineerd door dat gegeven dat hij met visolie gaat experimenteren. Probleem is echter dat visolie tergend langzaam droogt en enorm stinkt. Na – volgens de overlevering – 769 proeven roept Robert “Eureka” en lanceert een product dat – zij het in moderne samenstelling – nog steeds bestaat: Rust Oleum 769. “Formeel in naam niet meer ‘wonderproduct’ geheten en ook qua

Klapwijk, die in 1992 als Europese marketingmanager bij Rust-Oleum in Roosendaal in dienst trad en in 2007 tot directeur werd benoemd, heeft het boek in één adem uitgelezen. Wat hem nog bijstaat is de wijze waarop het bedrijf in de naoorlogse jaren met het succesproduct Europa ging veroveren. “Blitz-acties van complete teams van vertegenwoordigers en techneuten die met de boot vanuit Amerika overstaken

30

Het paradepaardje, Rust-Oleum 769 met nostalgisch etiket.


gekleurd verleden

Interieurfoto van de eerste fabriek van Rust-Oleum, toen nog in Haarlem gevestigd.

om hier het product aan de man te brengen en uiteindelijk vaste voet aan de grond kregen.” Voor Nederland begon het succesverhaal van Rust-Oleum in Haarlem, waar eind jaren vijftig de eerste fabriek werd opgestart. Door toenemende vraag naar het wonderproduct groeide de productievestiging al snel uit zijn voegen. In maart 1969 werd in Roosendaal een gloednieuwe fabriek in gebruik genomen door toenmalige president-directeur van het destijds nog zelfstandig opererende familieconcern van de Fergussons.

ik zou willen dat alle Amerikanen konden zijn zoals hij.” De trotse Amerikaan memoreerde kort hoe zijn bedrijf vanuit de Verenigde Staten voet aan de grond kreeg in Europa met het huren van een ‘fabriekje’ in Haarlem als eerste zet. Enkele tientallen werknemers vonden daar emplooi. Na tien jaar werd naar de nieuwbouw in Roosendaal uitgeweken. Waarmee Rust-Oleum een fabriek had die, aldus Fergusson “alles zo kan maken als de industrie het wenst.”

Moderne fabriek

Het was een bewuste keuze geweest om in Roosendaal een nieuwe fabriek te bouwen. Burgemeester J.P. Godwaldt zei bij de opening “met recht te kunnen opscheppen over zijn Roosendaal”. De Amerikanen hadden immers kunnen kiezen uit meer dan dertig vestigingsplaatsen. “Wat wij hebben dat al die anderen niet hebben?”, stelde de burgervader alle aanwezigen de retorische vraag: “De ligging en het klimaat!” Vooral de infrastructuur, met havens in de nabijheid werd als pre gezien. De uitnodigingskaart vermeldt behalve de gastsprekers ook het programmaonderdeel ‘gebed.’ Zo kwam na

Honderden gasten uit de hele wereld kwamen naar de officiële opening en in menig blad werd de fabriek bestempeld als ‘één der modernste verffabrieken ter wereld.’ Op het industrieterrein aan de Braak hingen de vlaggen na het hijsen snel halfstok als eerbetoon aan de op 28 maart overleden oud-president van Amerika Dwight ‘Ike’Eisenhower. President-directeur Donald W. Fergusson zei ontroerd te zijn in Nederland zoveel vlaggen halfstok te hebben zien hangen. “Dat is een grote eer voor ons. Hij was een groot mens en

Bewuste keuze

het doorknippen van het lint, ‘father De Wijs van Mill Hill’ aan bod met een dankgebed. Klapwijk is daar niet verbaasd over. “De Fergussons waren zeer gelovige christenen. Dat vind je ook terug in het hoofdkantoor van Rust-Oleum in Vernon Hills Chicago. Daar is een gebedsruimte voor de medewerkers.” De Amerikanen hadden overigens niets dan lof voor het tempo waarin de fabriek werd gebouwd. Toenmalig vestigingsdirecteur John Winter noemde de fabriek “meer dan steen en beton en machines, want een fabriek heeft een hart en een ziel: de mensen die hier werken.” De oud-directeur van de eerste Rust-Oleumvestiging in Haarlem, J. Merendonk, haalde in dat verband nog herinneringen op aan de start in Haarlem. Hij zei blij te zijn dat het bedrijf in Roosendaal was terechtgekomen “en niet ergens in België of Italië.” Vanuit Haarlem zijn nog mensen met het bedrijf meeverhuisd en hebben veelal nog tot aan hun pensioen in Roosendaal gewerkt.

Te k s t : A n t o n S t i g F o t o’s : a r c h i e f R u s t - O l e u m Roosendaal

Rust-Oleum nu

Een advertentie van Rust-Oleum vroeg in de jaren zestig van de vorige eeuw.

verf&inkt 16 - 2011

Het Rust-Oleum van nu zit vooral organisatorisch anders in elkaar. Sinds het begin van de jaren negentig van de vorige eeuw maken alle Rust-Oleumvestigingen deel uit van RPM International Incorporated. De afkorting van dit in Amerika beursgenoteerde concern staat voor Republic Powdered Metals. Het concern behoort inmiddels tot de mondiale top tien van producenten van verf, (industriële) coatings en daaraan gerelateerde producten. De gezamenlijke jaaromzet bedraagt 3,5 miljard dollar. Rust-Oleum Netherlands in Roosendaal functioneert nog altijd als producent en verkooporganisatie (circa 50 medewerkers) van het min of meer oorspronkelijke standaardpakket van Rust-Oleumproducten, zoals coatings, maar ook verven met een hoog vaste stofgehalte en tal van speciale coatings in blik- en spuitbusvorm. De vestiging in Roosendaal maakt deel uit van de Europese groep waartoe ook behoren: Rust-Oleum UK Ltd, Rust-Oleum France SAS, Martin Mathys NV, Chemtec Chemicals BV, TOR Coatings Ltd en Watco Ltd. Martin Mathys NV uit België is eveneens een welbekende op de Nederlandse markt. Waar Rust-Oleum zich primair richt op onderhoudsvraagstukken in de bouw en de industrie, richt Mathys zich voornamelijk op verfsystemen voor gebouwen. Martin Mathys (o.a. gericht op dakbedekking) is net als Rust-Oleum Netherlands in de jaren negentig onderdeel geworden van RPM. Volgens Klapwijk richt het Amerikaanse RPM-concern zich bij overnemingen vooral op bedrijven die leidend zijn in deelmarkten, maar laat ze volgens hem ook ‘zoveel mogelijk’ zelfstandig opereren. Rust-Oleum in Nederland werkt veelvuldig samen met RustOleum in de Verenigde Staten. Met name waar het gaat om gezamenlijke belangen, zoals onderzoek en ontwikkeling. In het voormalige familiebedrijf in Amerika zijn echter geen Fergussons meer actief.

31


verf & veiligheid

Stoffenvervoerder Van den Anker: ‘Emotie beïnvloedt veiligheidsbeleid’

Innovatie en wetgeving gaan niet altijd samen Nederland is een transportland. Dat is bekend. Dag en nacht razen de vrachtwagens over de snelwegen. Binnen het goederenvervoer is het vervoer van gevaarlijke stoffen een aparte tak van sport. Het is de specialiteit van Van den Anker. Het bedrijf is marktleider in de Benelux als het gaat om de opslag en het transport van verpakte chemische goederen. Sales & Marketing Director Hans Tetteroo vertelt over de innovatieve manier van ondernemen en de recente problemen met de gemeente Eindhoven.

Te k s t : D o r i n e v a n K e s t e r e n F o t o’s : Pe t v a n d e L u i j t g a a r d e n

32

Van den Anker richt zich niet op het vervoer van bulkgoederen, maar op vervoer en opslag van in dozen, vaten of spuitbussen verpakte (ADR-)goederen. Het bedrijf bevoorraadt vooral de detailhandel. De geschiedenis van Van den Anker begint halverwege de jaren zestig met één vrachtwagen als algemeen transportbedrijf in een dorp onder de rook van Den Bosch. Tegenwoordig heeft het bedrijf 250 medewerkers en zeven vestigingen, verdeeld over Nederland en België. “We hebben vier BRZOlocaties, die volledig voldoen aan de voorgeschreven PGS-15 richtlijnen en geschikt zijn voor de opslag van gevaarlijke, chemische stoffen. Deze vier locaties hebben een totale opslagcapaciteit van 100.000 paletposities”, opent Tetteroo. Hub-and-Spoke De klanten van Van den Anker worden vanuit een van de zeven vestigingen bediend via een fijnmazig distributienetwerk, opgezet volgens het Hub-and-Spoke model. Dit model komt uit de luchtvaart. Als iemand van Maastricht naar Boston wil vliegen, gaat hij van Maastricht naar Londen, van Londen naar New York en van New York naar Boston. Het zou immers voor luchtvaartmaatschappijen niet rendabel zijn een lijnvlucht tussen Maastricht en Boston te onderhouden. Het is efficiënter om reizigers vanaf meerdere luchthavens met kleinere vliegtuigen (spokes) naar een grote, internationale luchthaven (hub) te brengen, daarna met een groot vliegtuig naar een andere grote internationale luchthaven (hub) te gaan en vervolgens weer kleinere vliegtuigen (spokes) in te zetten om hen naar hun eindbestemming te brengen.


verf & veiligheid

transport en opslag. Ook maatschappelijk verantwoord ondernemen, milieu en veiligheid zijn voor ons cruciaal. Dat laten we bijvoorbeeld ook zien in onze opslagcentra. Wij doen meer dan de wet voorschrijft en streven altijd naar de maximale veiligheid. De wetgeving en richtlijnen voor veiligheid zijn voor ons slechts een ondergrens.” Opslag of overslag?

‘Moerdijkbrand leidde tot sfeer van paniek rond veiligheidsbeleid’ Doel is de vervoerscapaciteit zo lang en efficiënt mogelijk te benutten. Deze werkwijze wordt in het goederenvervoer onder andere gebruikt door pakketbestellers, maar is in de branche van Van den Anker uniek, aldus Tetteroo. “Wij hebben deels hiervoor gekozen vanwege de rijtijdenwet. Omdat de chauffeurs niet te lang achter elkaar mogen rijden, moesten we de afstanden verkorten. Ook speelt de drukte op de wegen een rol. Door de files is het – zeker bij lange afstanden – moeilijk in te schatten hoe lang je over een transport doet. En dat is voor ons natuurlijk belangrijk, want de klanten willen weten wanneer ze hun producten mogen verwachten.” Depots Voor Van den Anker betekent het Hub-and-Spoke model dat er niet gewerkt wordt met één, centraal distributiecentrum, maar met meerdere depots (de hubs). Vanuit deze depots wordt dan de individuele klant bediend (spokes). “Al onze depots zijn met elkaar verbonden door een nachtshuttle, die volgens een vaste dienstregeling rijdt. Hierdoor kunnen alle goederen die in een bepaalde regio moeten zijn, samen naar de hub worden gebracht die het dichtst in de buurt ligt. Elke hub beschikt weer over een

verf&inkt 16 - 2011

aantal vrachtauto’s die de regionale distributie verzorgen.” Het systeem zorgt niet alleen voor een efficiënt gebruik van de vervoerscapaciteit, maar ook voor een hoge mate van betrouwbaarheid. Trots: “Ons betrouwbaarheidsniveau ligt boven de 98 procent, dat betekent dat van de honderd leveringen er maximaal twee niet precies op tijd zijn. Omdat al onze hubs met elkaar zijn verbonden, maakt het voor onze klanten niet uit in welk punt van het netwerk we beginnen en waar de bestelling heen moet. We bieden onze klanten ook maximale transparantie. Al onze chauffeurs hebben een PDA, zodat de klanten hun producten overal kunnen volgen en precies weten waar hun lading is. Dat geldt overigens ook voor de opslag: klanten kunnen via internet zien hoe het precies met hun voorraden staat.” Lean and Green Label Omdat het Hub-and-Spoke model zorgt voor efficiënt vervoer, levert het ook een besparing van de CO2-uitstoot op. Er hoeven immers, simpel gezegd, minder vrachtauto’s de weg op. Voor deze prestatie wordt Van den Anker binnenkort beloond met het Lean and Green Label. Dit label wordt uitgereikt door Connekt, een onafhankelijk netwerk van overheden en bedrijven dat duurzame mobiliteit in Nederland wil bevorderen. “Het Lean and Green Label is voor ons een erkenning en past tegelijkertijd in ons streven maatschappelijk verantwoord te ondernemen.” Van den Anker ziet zichzelf als innovatief en modern bedrijf. “Natuurlijk richten wij ons hoofdzakelijk op onze business, maar we willen niet alleen vernieuwend zijn in

Toch is niet iedereen overtuigd van zekerheid en veiligheid in depots waar chemische goederen worden bewaard. Voor Van den Anker levert dit al geruime tijd problemen op met de gemeente Eindhoven. In Eindhoven-Acht bouwde Van den Anker in 2007 een overslagcentrum. De gemeente stelde zich vanaf het begin op het standpunt dat er voor overslaglocaties dezelfde regels gelden als voor opslaglocaties, en dat deze dus aan strengere eisen moeten voldoen. Het dispuut leidde tot vertraging bij de opening en uiteindelijk tot een gang naar de Raad van State, de hoogste bestuursrechter. Die stelde Van den Anker tot tweemaal toe in het gelijk. De veiligheidsrichtlijnen voor overslag zijn inmiddels aangepast. Alle bedrijven die op enig moment meer dan tien ton ADRgoederen hebben staan, worden vergunningplichtig. Van den Anker heeft voor de locatie in Eindhoven deze vergunning al aangevraagd. Tetteroo verwacht hierbij geen problemen. “Ons gebouw voldoet volledig aan alle eisen. Ik kan me dus niet voorstellen dat het misgaat.” De problemen zijn echter nog niet voorbij. De afgelopen maanden kreeg Van den Anker twee keer een boete van 50.000 euro omdat bij een controle stoffen werden gevonden die in geval van brand het automatisch blussen zouden hinderen. Tetteroo vindt dit niet fair. “De gemeente controleert op futiliteiten. Het gaat om minuscule hoeveelheden die zijn aangetroffen in gemengde palets die we van onze klanten krijgen. We zijn hierover dus ook weer naar de rechter gestapt en ik hoop dat we daar ons recht kunnen halen. Wij willen graag een professionele relatie met de gemeente onderhouden, maar dit soort procedures kost heel veel tijd, energie en geld – dingen die we veel liever aan onze business zouden besteden.” Emotie Begin januari werd Nederland opgeschrikt door de brand bij Chemie-Pack in Moerdijk. Deze brand leidde volgens Tetteroo tot een sfeer van paniek rond het veiligheidsbeleid. “Het draait helemaal niet om veiligheid, het gaat allemaal om emotie. De politiek is er niet mee bezig een veilige situatie te creëren, maar wil zich indekken. Soms wordt het ronduit populistisch, als er politieke partijen zijn voor wie het een actiepunt is om ons weg te krijgen.” Volgens Tetteroo komt die angst voor een groot deel door onbekendheid met de materie en de ruimte die de wet laat voor verschillende interpretaties. “Anders is het ook niet te verklaren dat we in sommige gemeenten nooit problemen hebben, terwijl het in andere veel moeizamer gaat. Je merkt ook onwil om gebruik te maken van de expertise die wij in huis hebben. Wij zijn al vijftig jaar in deze richting werkzaam en weten echt wel wat we moeten doen om veiligheid te garanderen.” •

33


vvvf verenigingsnieuws

Haalbaarheidsonderzoek fusie bedrijfstakpensioenfonds Het bestuur van het Bedrijfstakpensioenfonds voor de Verf- en Drukinktindustrie onderzoekt de mogelijkheden om zich aan te sluiten bij een ander bedrijfstakpensioenfonds. Het heeft hiervoor de afgelopen periode oriënterende gesprekken gevoerd. Gezien het verloop van de gesprekken heeft het bestuur van het Bpf besloten een haalbaarheidsonderzoek uit te voeren. Daarin wordt bestudeerd in hoeverre de regeling van het Bpf Verf en Drukinktindustrie past in de regeling van het andere bedrijfs-

takpensioenfonds. Momenteel vindt dit onderzoek nog plaats. Aanleiding voor het haalbaarheidsonderzoek is de stijging van de kosten die de zelfstandigheid van een relatief klein fonds als het Bpf Verfen Drukinktindustrie discutabel maakt. Ook de steeds hogere eisen die aan bestuurders van een pensioenfonds worden gesteld spelen een rol. Medio dit jaar zal waarschijnlijk de beslissing vallen waardoor mogelijk de fusie per 1 januari 2012 al een feit kan zijn.

INVECO INVECO staat voor INterne VEiligheids COde. Het is een systeem van maatregelen dat bij de verf- en drukinktindustrie in gebruik is en dat tot doel heeft op zorgvuldige wijze op de werkvloer om te gaan met (grond)stoffen en preparaten/mengsels. Met een eenvoudige en duidelijke code wordt weergegeven welk risico verbonden is aan het werken met een stof of een mengsel. In de Arbowet zijn regels opgenomen over de vraag hoe medewerkers op de werkvloer geattendeerd moeten worden op gevaren die aan het gebruik van een grondstof of mengsel verbonden zijn. Hierbij wordt gebruikgemaakt van de risico- en veiligheidszinnen en de symbolen van het WMS (Wet Milieugevaarlijke Stoffen) en straks van CLP (de Europese verordening voor Classificatie Labelling en Packaging).

Het INVECO-systeem van de VVVF gaat verder dan het vermelden van symbolen en teksten. Het systeem geeft een indeling voor grondstoffen en mengsels in gevarenklassen, genereert etiketten met teksten en symbolen en geeft bovendien veiligheidsmaatregelen aan om de risico’s van het werken met (grond)stoffen en preparaten zo klein mogelijk te maken. Het INVECO-systeem voorziet verder in posters en zakkaartjes om de medewerkers voortdurend te wijzen op gevaren en te nemen maatregelen. Ongeveer 60 procent van de producerende bedrijven maakt gebruik van het INVECO-systeem. Een expertgroep werkt de omschakeling van WMS naar CLP. Het INVECO-systeem is vastgelegd in de INVECO-gids. In juli 2011 zal de nieuwe INVECO-gids worden gepubliceerd.

Reach Reach is een van de meest omvangrijke en complexe vormen van regelgeving in Europa. Om Reach te kunnen gebruiken is een enorm aantal guidances opgesteld door ECHA, het Europese chemicaliënbureau. Het zijn er zoveel geworden dat het vrijwel ondoenlijk is om de juiste guidance over een onderwerp te vinden. CEPE destilleert uit het grote aanbod die guidances die voor de verf- en drukinktindustrie relevant zijn. Onderdeel van Reach is het VeiligheidsInformatieBlad (VIB). CEPE stelt guidan-

34

ces (richtlijnen) op over het opstellen van VIB’s voor de verf- en drukinktindustrie. In april 2011 is de ‘Guidline on downstream communication of raw material exposure scenario information for the Paint, Varnish, Printing Ink and Artists’ Colours Industry’ gepubliceerd. Doel hiervan is de leden te ondersteunen bij het opstellen van onderdelen van het VIB, dat bedoeld is voor de afnemers van verfen drukinktproducten.

Jaarvergadering Eupia: omzet inkt Europa plus 3,6 procent Het gaat beter met de drukinktindustrie in Europa, maar er zijn nog problemen. De grondstoffenschaarste is daarvan de belangrijkste. Een andere zorg is de veiligheid van voedselverpakkingen. Die boodschap was te horen uit de mond van voorzitter Dirk Aulbert tijdens de achtste jaarlijkse ledenbijeenkomst van Eupia, de Europese koepel voor drukinktfabrikanten in Wenen. Martin Cellerier, voorzitter van de werkgroep Statistieken, presenteerde de resultaten van de jaarlijkse enquête onder de leden. In 2010 steeg het volume 3,6 procent ten opzichte van 2009, de omzet steeg 3,2 procent. Gemiddeld zijn de prijzen dus met 0,3 procent gedaald. De totale afzet in 2010 was 1,13 miljoen ton, de omzet 3,43 miljard euro. In Nederland daalde zowel het volume als de omzet. De Nederlandse markt behoorde samen met die van België en de Scandinavische landen tot de slechtst presterende markten van Europa. Onderdeel van de ledenvergadering waren programmablokken, waarin achtereenvolgens de ontwikkelingen in de gedrukte media en die van de voedselverpakkingen werden belicht. Over de toekomst van de gedrukte media waren de meningen verdeeld. Een spreker voorspelde dat gedrukte publicaties de komende tien jaar de helft van hun advertentie-inkomsten verliezen ten faveure van nieuwe media. Een andere spreker was minder pessimistisch en gaf aan dat adverteerders een balans hadden gevonden in hun advertentiemix tussen gedrukte media en digitale media. Ook voorspelde hij dat het gedrukte boek de komende jaren twee tot drie procent afzet per jaar zal verliezen aan het E-boek. President Peter ter Kulve van Unilever Benelux vertelde over de ambities van zijn bedrijf: twee keer zo groot worden en tegelijkertijd

de milieubelasting met de helft verminderen. Het bedrijf wil tevens naar volledig hernieuwbare grondstoffen. Unilever maakt life cycle assesments van 1600 producten. Daaruit wordt het dilemma voor fabrikanten duidelijk: je kunt gebruiksproducten zoals zeep of shampoo nog zo duurzaam maken, de gebruiker zal de footprint bepalen. Zo is het gebruik van shampoo voor 68 procent bepaald door met name het watergebruik van douchende consumenten. Directeur R&D Martin Cornfeld van Constantia Flexibles gaf zijn visie op de verpakkingsketen vanuit het perspectief van de verpakkingsindustrie. Voor hem is de veiligheid van de consument de topprioriteit. Hij noemde wat dat betreft vier velden van zorg: migratie van chemische stoffen, microbiologische besmetting, vreemde stoffen en allergenen. Hij pleitte voor een integrale aanpak van duurzaamheid en samenwerking in de keten. Jörg Peter Langhammer, voorzitter van Eupia’s werkgroep voor voedsel veiligheid, gaf een belangrijke waarschuwing aan het publiek: als de Duitse overheid zijn initiatiefontwerpverordening voor voedselverpakkingen doorzet dan zal er geen inkt op de verpakkingen meer gebruikt kunnen worden. Consumenten krijgen dan onbedrukte etiketten op hun voedsel. Geen productinformatie op verpakkingen meer! Ook pleitte hij voor een Europese aanpak in dezen en een betere samenwerking met de grondstofleveranciers. In de daarop volgende paneldiscussie werd deze oproep nog eens herhaald door Unilever: nationale wetgeving op het gebied van voedselverpakking zou rampzalig zijn voor zowel bedrijfsleven als consument. Laten we dat meteen een halt toeroepen, aldus Peter ter Kulve. Hij riep de overheid op meer realiteitszin te betrachten.

Transport Elk oneven jaar worden aanpassingen doorgevoerd in de regelgeving rond transport over weg en zee, dus ook dit jaar. De expertgroep Transport van de VVVF maakt daarom elke twee jaar een overzicht van de wijzigingen die voor de verf- en drukinktindustrie relevant zijn. Dit zijn onder meer wijzigen over limited quantities, awareness training, kenmer-

ken (labels) voor limited quantities en milieugevaarlijk stoffenmengsels. De leden zijn via de ledensite geïnformeerd. Ook de Bundel TransportInformatiebladen van de VVVF wordt geactualiseerd. Hierin is op een eenvoudige en toegankelijke manier informatie over transportzaken weergegeven. De nieuwe bundel zal kort na de zomer verschijnen.


Denk grOOT BesTeL kLein

Lage

kOsTen kLeine

TODaY’s TrenD, YOur FuTure dPrint® is een uniek en innovatieve service die volledig bedrukte blikken in kleine oplages en in zeer korte termijn kan leveren. Hierdoor krijgt u de grootste flexibiliteit. dPrint® geeft alle creatieve marketeers de mogelijkheid om oplossinggericht te denken voor gepersonaliseerde prints, nichemarkt producten, promotie artikelen, test markten, nieuwe productlanceringen en seizoensproducten.

Herfordstraat 9, Deventer

OpLages

www.musverpakkingen.nl

Tel: +31 570 629 229

mus_adv_9148(2).indd 1

06-03-2009 17:08:48

Uw proces verdient...

...een fit hart Van harte aanbeVolen Verdringerpompen Excentrische wormpompen Slangenpompen Membraanpompen Tandwielpompen Schottenpompen Impellerpompen Oscillerende zuigerpompen

AdvWB197x131mm.indd 1

Lobbenpompen Rondselpompen Centrifugaalpompen Open waaier Gesloten waaier Half-open waaier Wervelstroomwaaier

Eénkanaal-waaier Zijkanaalwaaier Schroefkanaalwaaier Turbinewaaier

Kijk voor ons compleet fitnessprogramma op www.wijkboerma.nl of bel 050 549 59 00

Doseerpompen Versnijders Service en skidbouw

14-02-11 08:43


SHACAN The form creates your brand

100% recyclable

Blikverpakkingen zijn niet langer gebonden aan de traditionele ronde vorm. SHACAN is de perfecte verpakking om uw product in een verrassende, onderscheidende vorm in de markt te zetten. In ons programma hebben we reeds twee gebruikersvriendelijke ‘shaped cans’ gecreëerd. SHACAN is naast offset, in kleinere aantallen, digitaal te bedrukken. Voor optimale communicatie bedrukt u tevens het deksel. Dankzij het conventionele deksel is het afvulproces onveranderd. SHACAN is verkrijgbaar in de inhoudsmaten 500 ml t/m 1 liter. Om uw merk te versterken, is het dankzij de lage toolingkosten interessant om uw eigen uniek gevormde blikverpakking te creëren. Wie daagt ons uit met een eigen vorm? Samen met u ontwikkelen we uw onderscheidende verpakking.

Zandvoortstraat 69 T +31 (0)255 510 409

1976 BN IJmuiden F +31 (0)255 512 801

The Netherlands info@hildering.com

www.hildering.com


VVVF Verf&Inkt 16 (april 2011)