Page 1

SPECIALE UITGAVE VAn hET InSTITUUT Voor ondErwIjS En oPLEIdEn

APRIL 2013

DE TOEKOMST VAN GENEESKUNDEOPLEIDINGEN


02

i.o. SPECIAL

april 2013

Is úw geneeskundeopleIdIng toekomstproof? Voor u ligt een bijzondere uitgave van I.O. Magazine. Dit magazine is in zijn geheel gewijd aan de toekomst van het geneeskunde­ onderwijs. Waar moet de geneeskundeoplei­ ding van de toekomst aan voldoen? In 2011 en 2012 zijn alle geneeskundeopleidingen in Nederland gevisiteerd. Op 4 april 2013 organi­ seert VUmc in samenwerking met AMC en op initiatief van alle opleidingsdirecteuren een symposium over de toekomst van de genees­ kundeopleiding. Tijdens het symposium Leren van de accreditatie: Medisch onderwijs en de toekomst, wordt aandacht besteed aan de bevindingen van de visitatiecommissie en de vijf best practices. Dr. Lincoln Chen, auteur van het Lancetrap­ port, spreekt over de consequenties van de grote veranderingen in de gezondheidszorg

voor het medisch onderwijs wereldwijd. Prof. dr. Albert Scherpbier belicht de ontwikkelingen in de Nederlandse situatie.In deze symposi­ umuitgave van I.O. geven Gerda Croiset, Harrie Hillen en Fedde Scheele diverse tips om uw ge­ neeskundeopleiding toekomstproof te maken. Acht decanen schetsen hun ideale geneeskun­ deopleiding van 2050. En Lincoln Chen, expert op het gebied van global health, vindt dat het medisch onderwijs zich moet richten op de vijf ontwikkelingen die nu van grote invloed zijn op de zorg. VUmc School of Medical Sciences wenst u veel leesplezier toe. Opdat we goed voorbereid de toekomst tegemoet kunnen gaan, vernieuw­ ingen door kunnen voeren en daarmee artsen opleiden die ook straks goed beslagen ten ijs komen.


i.o. SPECIAL

april 2013

03

InhoUd

04

HOE MAAK JE DE OPLEIDING TOEKOMSTPROOF?

Opleidingsdirecteur VUmc School of Medical Sciences Gerda Croiset; gynaeco­ loog Sint Lucas Andreas Ziekenhuis en hoogleraar bij VUmc Fedde Scheele en emeritus hoogleraar Maastricht University en voorzitter van de visitatie­ commissie Harrie Hillen poneren enkele stellingen.

13

BENCHMARKRAPPORT

Verschillende universitaire medische centra geven op uiteenlopende wijze vorm en invulling aan het ver­ plichte curriculum. De visi­ tatiecommissie benoemde vijf best practices. Eén ervan viel VUmc ten deel.

SPECIAL

06

8 DECANEN OVER DE IDEALE GENEESKUNDEOPLEIDING IN 2050

Vraag acht decanen naar ´hun´ geneeskundeoplei­ ding van de toekomst en de verschillende visies stromen rijkelijk. Eén overeenkomst is zicht­ baar: communicatie wordt steeds belangrijker.

16

INTERVIEW

Lincoln Chen, een van de auteurs van het spraak­ makend Lancet­artikel en spreker op het symposium van 4 april vindt dar het medisch onderwijs zich moet richten op de vijf ontwikkelingen die nu van grote invloed zijn op de zorg.

COLOFON I.O. staat voor ‘in opleiding’ en is een uitgave van het instituut voor onderwijs en opleiden van VU medisch centrum. Het verschijnt 3x per jaar. Dit is een speciale uitgave naar aanleiding van het symposium over de toekomst van de geneeskundeopleiding. Eindredacteur: Marre Roozen; m.roozen@VUmc.nl Redactieadviezen: Anneke Bakker, Hester Daelmans en Marian de Haan Bladconcept en vormgeving: Maters & Hermsen Artikelen: Ellen Kleverlaan, Liesbeth Kuipers, Barbara van Male en Wilma Mik Illustraties: Mireille Schaap Drukwerk: Delta Hage Redactieadres: VUmc, dienst communicatie, 4 X 190, Postbus 7057 1007 MB Amsterdam, tel. 020 ­ 444 7003, io@vumc.nl Oplage: 6000 ex. VUmc en GGZ inGeest zijn partners. VUmc maakt deel uit van de Nederlandse Federatie van Universitair Medische Centra (NFU): www.nfu.nl ISSN: 2211­4955 Stuur voor een gratis abonnement een mail met volledige adresgegevens naar io@vumc. nl. Copyright © 2012, VUmc, Amsterdam. Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen of op enige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van VUmc.


04

i.o. SPECIAL

april 2013

maak je de opleiding toekomstproof ? Nederland kent de beste zorg van de wereld en er wordt met ontzag gekeken naar de raamplannen voor de geneeskundige basisopleiding. Wil je deze positie de komende decennia behouden dan moet je actief en continu inspringen op de maatschappelijke en politieke werkelijkheid. Drie betrokkenen: Gerda Croiset, Fedde Scheele en Harrie Hillen poneren enkele stellingen. DOOr: WILMA MIK

Waar heeft de samenleving behoefte aan, nu en in de toekomst? Uiteraard zijn dat medisch experts. Maar die moeten ook op en top professional zijn: dokters die open communiceren met hun patiënten, die empa­ thisch zijn, kunnen samenwerken in een team, en de organisatie zo optimaal mogelijk laten draaien. Om de vergrijzing het hoofd te bieden zijn er veel generalisten nodig, met daarnaast een beperkt aantal superspecialisten.

Van eenheidsworst naar maatwerk Nu is de basisopleiding voor iedereen gelijk. ‘Veel te veel eenheidsworst’, stelt Croiset, directeur van Vumc School of Medical Sciences. De opleiding moet op de individuele student worden toegesneden, zodat die zijn eigen pad kan volgen. ‘Per persoon bepalen we of die bijvoorbeeld een extra training in het skillslab nodig heeft of dat zijn wijze van communiceren bijsturing behoeft.‘

Geneeskunde als wetenschap Zij werken allen op een hoog niveau: ambitieus, betrokken, zorgvuldig en staan garant voor kwaliteit, veiligheid en doelmatig­ heid, met steeds als leidend begin­ sel dienstbaarheid. Ze staan met beide benen in de maatschappij en tonen als dat nodig is medisch leiderschap. Kortom, een behoorlijke wensenlijst. Hoe kun je die vervullen? En wat is de impact op de inhoud en organisatie van geneeskunde opleidingen?

Dit zijn de stellingen van de drie experts

Geneeskunde is en blijft een wetenschappelijke opleiding. Moleculaire geneeskunde bepaalt de toekomst van het vak, stelt Harrie Hillen, hoogleraar Interne Geneeskunde Universiteit Maastricht en voorzitter van de visitatiecommissie Geneeskunde. ‘Inzicht in wat er werkelijk op molecuul- of nog kleiner niveau gebeurt, vergt een wetenschappelijke basis. Ook voor de huisarts, want zonder dat inzicht kan hij zijn patiënten niet meer van advies dienen.’

Aftasten van grenzen Uiteraard moeten studenten zoveel mogelijk en zo diep mogelijk medische kennis opdoen. Hillen: ‘Maar ze moeten zich ook afvragen waar onze maatschappij gezonder van wordt. Dus moeten studenten geneeskunde een basisbegrip hebben van sociologie en filosofie. Zonder dat ontstaat het gevaar van oogkleppengeneeskunde. Geneeskunde krijgt steeds meer onbeperkte grenzen. Daar horen weloverwogen beslissingen bij: moet je wel alles doen wat kan en wil je wel alles weten?’


i.o. SPECIAL

Ruim baan voor de samenwerker

In evenwicht blijven

Geneeskunde is zo complex geworden dat het geen vak meer kan zijn van eenlingen. Samenwerken staat voorop. Scheele, gynaecoloog in het SLAZ en teaching professor, geeft een voorbeeld van hoe je dat kunt trainen. ‘Elke week spelen we een verloskundige ramp na. Dan komt het hele team in actie, vaste medewerkers en co’s en aio’s. Observatoren kijken met name naar de samenwerking. De zenuwen gieren door je lijf, allerlei casussen uit het verleden flitsen voorbij. Dat leidt tot grondig nadenken over ons functioneren als team. Als dat nodig is passen we onze infrastructuur aan zodat in het vervolg alles wel gesmeerd kan verlopen.’

‘Verlies niet uit het oog dat je een dienstbaar beroep hebt’, bepleit Croiset. ‘Voor je het weet ben je alleen maar bezig met regelgeving uit angst dat je budgetten overschrijdt. Evenwicht is ook hier geboden. Dat betekent naast aandacht voor regels en declaraties veel aandacht voor persoonlijke en professionele ontwikkeling.’

Feedback als tweede natuur Op twintig handelingen maak je één foutje, zegt Scheele. ‘Dat is een gewone menselijke eigenschap, zeker gezien de complexiteit van de zorg. Anderen kunnen dat opmerken, opvangen en rechtzetten. Deel dat met elkaar, leer er van en haal de angst er vanaf.’ Feedback vragen van patiënten dient ook een tweede natuur te zijn, vindt hij. ‘Waarom doen we dat niet vaker? Vraag continu wat je verkeerd doet, hoe het beter kan. Waar zit de ellende? Je kan het soms zelf niet zien. Eén opmerking van een patiënt kan je wakker schudden.’

Geen wachttijden in de zorg ‘Wie goed is opgeleid, heeft geleerd te organiseren. Dus horen er in ziekenhuizen geen wachttijden meer te zijn’, poneert Hillen.

Besef van gemeenschapsgeld We maken veel te veel geld op. Hoe kunnen we met zo weinig mogelijk middelen de zorg zo goed mogelijk doen? ‘Dat moet elke dag onderwerp van gesprek zijn’, stelt Scheele. ‘Ook in het onderwijs. Degene die met geld smijt moet gedetecteerd worden en erop aangesproken. Wij zijn niet toekomstbestendig zonder dit besef. ‘

Droog oefenen met ICT Zet zwaar in op ICT, pleitten alledrie. Om operaties te simuleren, of om het teamfunctioneren onder de loep te nemen met een serious game. Alles wat je droog kunt oefenen, doe dat met behulp van ICT-toepassingen. En ook kennisoverdracht kan veel soepeler verlopen. Studenten leren met inzet van ICT wanneer en waar ze dat willen. Naar de universiteit komen ze voor uitwisseling en verdieping.

Medisch leiderschap In een samenleving die een ouderengolf en een kostenexplosie van de gezondheidszorg op zich af ziet komen, zijn medisch leiders onontbeerlijk. Scheele: ‘Zij die het voortouw nemen om de zorg anders in te richten. Die opstaan als dat nodig is en zeggen ‘zo kan het niet langer’. In het onderwijs moeten we mensen prikkelen om die rol te pakken.’

Kiezen voor kleinere groepen Wat alle universiteiten gaat hinderen is de massaliteit van de opleidingen, stelt Hillen. Ieder jaar een toestroom van 300-350 nieuwe studenten per faculteit. Opmerkelijk is het succes van leren in kleinere groepen, zoals blijkt bij de zij-instromers die na een andere bacheloropleiding in vier jaar hun master geneeskunde doen. Dat gebeurt in groepen van 30, 40 studenten en de motivatie is enorm. Zijn die massale opleidingen op te delen in kleinere leergroepen?

april 2013

Internationale artsenbul Dokters die te weinig weten, zijn een gevaar op de weg. Dus moet de afgestudeerde over de kennis beschikken die er op dat moment is en ervan doordrongen zijn dat hij zijn leven lang blijft leren. Hillen oppert een internationale kennistoets aan het eind van de opleiding. ‘Zo krijg je een standaard: alleen degenen met voldoende kennis om goed te dokteren, krijgen de artsenbul.’

Waslijst aan idealen Willen we de geneeskundeopleidingen toekomstproof maken, dan zijn veranderingen onvermijdelijk. Daarover is iedereen het wel eens. Er is een waslijst aan idealen, maar hoe zijn die te verwezenlijken en welke aanpak levert het beste resultaat op? Daarover zal de komende tijd nog volop gediscussieerd worden…

05


06

i.o. SPECIAL

april 2013

DECANEN OVER DE IDEALE GENEESKUNDEOPLEIDING IN 2050

Maatwerk, de patiënt als partner, de arts als teamplayer, meer techniek, brede opleidingen of juist sterkere specialisaties: vraag acht decanen naar ‘hun’ geneeskundeopleiding van de toekomst en de verschillende visies stromen rijkelijk. Eén overeenkomst is zichtbaar: communicatie wordt steeds belangrijker. Met alle partijen: collega’s, paramedici, andere zorgprofessionals en vooral met patiënten. DOOr: BArBArA VAN MALE


i.o. SPECIAL

april 2013

07

persoonlijke aanpak, voor arts en patiënt PAUL SMITS,

decaan UMC St Radboud

‘Van one size fits all naar maatwerk: dat wordt het leidend principe in de geneeskunde. Voor preven­ tie, diagnostiek, therapie, kortom voor alle medische beslissingen. Elke patiënt heeft immers een eigen genetische opmaak, een eigen leefstijl, leeft in een specifieke sociale omgeving. In personalised healthcare houd je daar rekening mee. Zó moeten we ook de student opleiden. Wat voor patiënten geldt, geldt ook voor artsen. Dan bedoel ik dat de opleiding een personalised education wordt. Nu leveren we eigenlijk vrij eenvormige artsen af – een opleiding die differen­ tieert naar talent en interesse betekent een breder scala aan artsen en specialisten. In de toekomst nemen arts en patiënt samen beslissingen. Studenten moeten dan ook de patiënt als partner leren zien en gedeelde besluit­ vorming ontwikkelen. Want je kunt niet zeggen ‘kiest u maar’; je moet de gevolgen van keuzes goed onderbouwen. Doelmatigheid is nog zo’n punt: huidige studen­ ten weten te weinig over zorgkosten en dat besef hoort er echt bij. En over de vorm … kennis is niet meer gebonden aan een plek, maar is wereldwijd toegankelijk. Zo kun je colleges op Harvard volgen zonder er zelf te zijn. Ook dat betekent voor de toekomstige student meer keuzevrijheid.’

09


08

i.o. SPECIAL

april 2013

andere plekken dan de spreekkamer HUIB POLS,

decaan Erasmus MC

‘De autonome professional zal plaatsmaken voor een arts die verbinding maakt met collega’s, verpleegkundi­ gen en paramedici, met patiënten en belangengroepen. Vaardigheden trainen die de omgang met de patiënt en ander zorgpersoneel versterken, wordt de rode draad. Daar hoort elkaar blamefree aanspreken echt bij. In oefenomgevingen, simulatiekamers of zogeheten blotebillencolleges waarin artsen fouten bespreken om ervan te leren. Kortom, in de toekomst leren artsen zich toetsbaar op te stellen. Dat is veiliger voor de patiënten. Daarnaast zet de geïntegreerde zorg door: klassieke scheidingen tussen zorgprofessionals en kennisgebieden worden minder scherp, multidisciplinair wordt de maatstaf. Daarin hebben we behoefte aan teamplayers. Bovendien wordt het vak meer technologiegedreven – zo worden ICT, natuurkunde en genetica steeds belangrijker voor diagnose en behandeling. Met als gevolg een kortere en gedifferen­ tieerde opleiding, met zeer specialisti­ sche vaardigheden. Natuurlijk hecht ik aan gedegen aca­ demische vorming, die deskundigheid blijft nodig. Maar zonder communicatie geen geneeskunde. De afstand tussen dokter en patiënt zal fysiek groter worden – denk aan een diabetesstation waar iemand zelf beslissin­ gen neemt – en ze zullen elkaar ontmoeten op andere plekken dan de spreekkamer. Maar in communicatie komt de arts dichterbij.’


i.o. SPECIAL

een community van studenten, docenten en patiënten JAN-WILLEM LAMMERS, vice-decaan UMC Utrecht

‘De arts van de toekomst bepaalt de opleiding van de toekomst. Het klassie­ ke artsenmodel verdwijnt – en dat moet ook, want we krijgen met een heel ande­ re patiënt te maken. Een patiënt die over meer kennis beschikt, die veel meer zelf op zoek gaat met ‘dit is mijn klacht, waar kan ik heen’, en veel meer zelf beslist. Dat betekent een doordacht patiënt­ georiënteerd curriculum. Waarin artsen leren deel te zijn van een team van bij­ voorbeeld verpleegkundige, diëtiste, maatschappelijk werker, fysiotherapeut, en leren het probleem van de patiënt multidisciplinair te benaderen. Want al die afgescheiden domeinen – van sociaal tot medisch – en zelfs de scheiding eer­

Kleur in de opleiding ‘Welke richting de geneeskunde­ opleiding ook op gaat, het gaat altijd om mensen die ziek en angstig zijn, die be­ handeling en geruststelling nodig heb­ ben. Dat patiënten allereerst mensen zijn, blijft wezenlijk. Wel zie ik drie al zichtbare sporen zich scherper afteke­ nen: communicatie, andere kennis dan het medische domein en diversiteit. Communicatie met patiënten en sa­ menwerking met andere professionals worden belangrijker. Dat vergt supervi­ serende artsen die studenten daarin kunnen begeleiden. Op de spoedeisen­ de hulp waar ik nog wel eens werk, zien supervisors altijd zelf even de patiënt. Je geeft de arts in opleiding je feedback op medisch vlak, en steeds vaker over

MARCEL LEVI,

decaan AMC

communicatie en omgang. Daarbij hoort ook just in time learning, wat moet je wanneer leren, weten en kunnen? Bovendien zullen artsen meer buiten het medische domein moeten treden, en beter hun weg moeten vinden in ICT, moleculaire genetica, biologie, technische vakken. Wat betreft diversiteit … onze oplei­ ding in Amsterdam verkleurt al, we leiden Surinaamse en Antilli­ aanse Nederlanders op. Het is een kwestie van tijd voordat we ook artsen met een Turkse en Marok­ kaanse achtergrond afleveren. Handig voor soms letterlijke verta­ lingen, vooral goed om de samen­ leving weerspiegeld te zien.’

april 2013

09

ste en tweede lijn zullen verdwijnen. Ook de klassieke verhouding tussen leerling en docent wordt vervangen door een community van studenten, docen­ ten én patiënten. Bovendien zullen jon­ geren ook op veel jongere leeftijd dan nu hun richting moeten bepalen en in de geneeskundeopleiding ook eerder hun specialisaties. Dat vereist gedegen mat­ ching en selectie. Over de vorm … Dertig jaar geleden ver­ moedden we nog niets van tablets, social media, apps en smartphones. Deze ge­ neratie groeit daar nu wel mee op. Dus wie zal het zeggen in welk vat het onder­ wijs over dertig, veertig jaar gegoten wordt?’


10

i.o. SPECIAL

april 2013

Wat heeft de samenleving nodig?

FOLKERT KUIPERS,

decaan UMC Groningen

‘De bevolkingsopbouw verandert. Ziektebeelden veranderen. Technologie verandert. Dat vereist an­ dere manieren van den­ ken. Mijn ambitie is een system based opleiding die uitgaat van wat de sa­ menleving nodig heeft. Een opleiding gebaseerd op wat artsen in de prak­ tijk tegenkomen, zoals veroudering, zelfredzaam­ heid, patiënten die zich ook buiten de spreekka­ mer informeren, preven­ tie, patiëntveiligheid. Die laatste twee thema’s ne­ men in de geneeskunde, en dus in de opleiding, een steeds grotere plaats in. Daarin past ook de ont­ wikkeling van persona­ lised healthcare in plaats van medicine. Niet te onderschatten zijn de technologische veran­ deringen. Zo kunnen we steeds meer gegevens verzamelen over een patiënt. Hoe in­ terpreteer je

die data, hoe beveilig je ze, hoe ntegreer je ze in diagnostiek? Daarom zul­ len we studenten moeten opleiden in guided diag­ nostics, hoe ze de klini­ sche blik combineren met die meetresultaten. In de system based bena­ dering voorzie ik dat we meer en meer twee soor­ ten artsen afleveren. Ge­ neralisten die dichtbij de patiënt en hun gezin staan, die sterk preventief werken. En specialisten die zich toeleggen op tech­ niek en technologie. Overi­ gens moeten we ze allebei opleiden in teamwerk – want samenwerking met professionals in en buiten de zorg, van pedagogen tot ICT’ers, is onontbeerlijk.’

De patiënt van de toekomst PANCRAS HOGENDOORN, decaan LUMC

‘Ons vak wordt technologi­ scher en de patiënt wordt zichtbaarder. Natuurlijk blijft wat er tussen de twee oordop­ pen van de stethoscoop ge­ beurt ’t belangrijkste en moet je artsen ruim voorzien van kennis en vaardigheden – de manier waarop ze die kennis toepassen verandert wel.


i.o. SPECIAL

De echte zieken en ziekten ALBERT SCHERPBIER, Vragen naar de opleiding van de toekomst betekent vragen naar de patiënt van de toe­ komst. Die weet nu al aardig wat, en dat neemt alleen maar toe. In mijn colleges gebruik ik bijvoorbeeld 23&me, een bedrijf dat door genetische testen de kans op een aantal ziektes bij je berekent. Elke burger kan zo’n test laten doen. Zulke informatie veran­ dert de verhouding tussen arts en patiënt dus flink, daar moet je studenten in trainen. Ook zullen artsen steeds meer samen met de patiënt keuzes maken. Bovendien neemt de patiënt niet alleen meer ver­ antwoordelijkheid, maar kríjgt die ook. Want om de zorg betaalbaar te houden is meer preventie essentieel. Dat vergt zelfredzaamheid, inzicht in eigen gedrag en dergelijke – en dat moeten patiënten leren ontwikkelen. De toekomst van de opleiding vat ik graag samen in vier p’s: patiëntgericht, patiënt als partner, preventie en persona­ lised medicine.’

decaan Maastricht University

‘Uiteraard wordt de rol van de techniek groter. Maar vooral preventie wordt de pijler in het curriculum van de genees­ kundeopleiding. Want de enige manier om de zorgkosten en dure ziekenhuis­ opnames te keren is een andere manier van werken en opleiden. Zorg zal steeds meer eerst buiten het zieken­ huis plaatsvinden en gegeven worden door andere zorgbeoefenaars dan artsen. Patiënten ontmoeten eerst verpleegkundigen en praktijkonder­ steuners en, als het echt noodzakelijk is, een huisarts of specialist aan het ziekenhuisbed. Artsen komen dus pas laat in het medische traject in beeld – daarmee houd je de bedden voor de echte zieken en ziekten. Die ontwikke­ ling vereist gedegen algemene opleidingen – want de huisarts met algemene kennis en overzicht blijft noodzakelijk – en sterkere specialisa­ ties. Dat betekent ook een andere houding van twee kanten. Patiënten en burgers moeten zich afvragen wat ze van een arts willen, wat ze verwachten. Dat gesprek in de samenleving is hard nodig. Voor artsen geldt dat ze ook als teamplayers opgeleid worden die van­ zelfsprekend kunnen samenwerken met ander zorgpersoneel.’

april 2013

11


12

i.o. SPECIAL

april 2013

Tijd voor talenten WIM STALMAN, decaan VUmc

‘Als ik mijn kleinzoon en alle techniek die hem omringt, vergelijk met mijn eigen jonge jaren, dan kan ik niet voor­ spellen hoe studenten straks onderwijs krijgen. Wel zie ik tendensen en trends waar wij onze ideeën op baseren. Wat VUmc ambieert, is een oplei­ ding waarin jonge mensen een getrapte en gedifferenti­ eerde aanloop krijgen, met voldoende tijd en kennis om te ontdekken waar hun kracht ligt. Dat is het basisidee ach­ ter onze brede bachelor in op­

richting. Jonge mensen ko­ men het brede bèta­medische domein binnen en wij helpen ze binnen drie jaar hun rich­ ting te bepalen: medische wiskunde, biologie, genees­ kunde, medische psychologie enzovoorts. Dezelfde benade­ ring geldt straks voor de mas­ teropleiding. Meer maatwerk dus, van breed naar zeer spe­ cialistisch, door het hele op­ leidingscontinuüm heen. Daaraan gepaard zie ik op ter­ mijn een veel minder strikte scheiding tussen medische

kennisdomei­ nen. De wanden worden ‘half­ doorlatend’ en als arts zul je straks op meer verschillende terreinen thuis moeten zijn. En algemener: in hun wer­ kend leven lopen mensen niet meer alleen die ene weg af van huisarts, chirurg of cardio­ loog, maar willen onderweg een andere afslag kunnen ne­ men. Die dynamiek en talen­ ten moeten we faciliteren en laten ontplooien.’


i.o. SPECIAL

april 2013

13

Het benchmarkrapport 2011/2012 over het geneeskundeonderwijs in Nederland, laat zien dat de verschillende universitaire medische centra op uiteenlopende wijze vorm en invulling geven aan het verplichte curriculum. Vijf best practices benoemde de visitatiecommissie in dit rapport. EĂŠn ervan viel VUmc ten deel. Programmaleider bachelor Henk Groenewegen en programmaleider master Hester Dealmans vertellen er meer over. Wat gaat er goed er wat kan er beter in het onderwijsprogramma van VUmc School of Medical Sciences? DOOr ELLEN KLEVErLAAN

BEnChmArkrAPPort zEt ondErwIjS VUmC

Veel om trots op te zijn In PErSPECtIEf


14

i.o. SPECIAL

‘N

april 2013

ormaal gespro­ ken zijn we voor­ al op de inhoud van het program­ ma gericht. Nu werden we ge­ dwongen ook naar de proces­ sen te kijken en de inrichting van de organisatie,’ zegt Groenewegen over het visitatieproces. Dat proces en het schrijven van het zelfevalua­ tierapport zette Daelmans op scherp zegt ze. ‘We hebben ons onderwijsprogramma zelf kritisch doorgelicht en steeds geke­ ken of we de Plan­Do­Check­Act­cyclus goed hadden doorlopen, de kwaliteitsbor­ ging voor procesverbeteringen.’ Het bleek voor beiden een uitstekende manier om het onderwijsprogramma grondig te be­ kijken. Zo geeft VUmc in dit rapport zelf al een oordeel over het vrij schoolse pro­ gramma van de bachelor­opleiding. Groe­ newegen: ‘De studieopdrachten hebben vaak veel gedetailleerde vragen. Zo nemen we de studenten aan de hand mee door het programma. We waren er al achter dat we meer vrijheid moeten bieden om tijdens het leerproces een eigen verantwoorde­ lijkheid te ontwikkelen. Het visitatiepro­ ces loopt daarmee in lijn met ons eigen veranderingsproces.’ Verdieping aanbrengen Het masterprogramma behoeft op ver­ schillende plekken bijstellingen, beaamt Daelmans. Iets dat eveneens door de visi­

tatiecommissie in het rapport is overge­ nomen. De integratie van basis­ en klini­ sche kennis is een belangrijk issue in het rapport. Daelmans: ‘In ons programma ligt in de bachelor de nadruk op de basis­ kennis, in de context van klinische vra­ gen. Kennis van basisvakken en mecha­ nismen van ziekte komen ook in de master terug, maar dit aspect kan en moet versterkt worden.’ De visitatiecommissie heeft op dit punt de Erasmus Universiteit in Rotterdam een best practice genoemd, één van de vijf best practices die in het rapport zijn opgenomen. De Erasmus Universiteit neemt de mechanismen van ziekten als leidend principe voor de pro­ grammering van de bachelor. Tevens her­ halen zij deze kennis voorafgaand aan de coschappen in de master; dat leidt tot ver­ dieping. Dergelijk geïntegreerd onderwijs van noodzakelijke basiskennis, spreekt Daelmans en Groenewegen aan. In de master moeten we de basisvakken al heb­ ben gehad, vindt Daelmans. ‘Waarna we in de master herhalen en verdieping aan­ brengen.’ Groenewegen: ‘Tegelijkertijd willen we in de bachelor de klinische erva­ ring vergroten door in jaar drie een stage aan te bieden.’ Er is nog een best practice die goed op deze plannen van VUmc aansluit: het just in time learning van de Radboud Universi­ teit in Nijmegen. Ofwel de integratie van het klinische programma met de biomedi­ sche basisvakken. Wat UMC st Radboud doet, is het herhalen en verdiepen van deze vakken ter voorbereiding op de co­

schappen. Ook VUmc is hiermee bezig door de junior coschappen te koppelen aan voorbereidende weken en terugkom­ dagen in het klinisch trainingscentrum (KTC). Beroepsvoorbereidende coachgroepen on­ der begeleiding van een huisarts, een spe­ cialist en een sociaal geneeskundige in opeenvolgende jaren staan in het rapport vermeld als best practice van het UMC Groningen. Daelmans: ‘Wij willen sowie­ so onze collega’s in het land bezoeken. Deze voorbereidende fase op het beroep zoals in Groningen, heeft daarbij onze aandacht.’ Een vierde best practice zijn de onderzoeksmasters aan de UMC’s in Utrecht en Maastricht. Een ontwikkeling die ook bij VUmc is ingezet en al heeft ge­ leid tot een zij­instroomprogramma voor excellente studenten in het geneeskunde­ curriculum. Het geneeskundeonderwijs in Nederland brengt de universiteiten in een soort spagaat, merkt Groenewegen op. ‘Excellent opleiden in speciale onder­ zoeksmasters of voor super gespeciali­ seerde dokters is een ontwikkeling. Aan­ dacht voor bredere medische opleidingen zoals de ouderengeneeskunde is een an­ dere. We zien aan de ene kant superspeci­ alisaties ontstaan en aan de andere kant van het spectrum bijvoorbeeld internisti­ sche huisartsen.’ Toekomstige dokters Daelmans zegt dat al een tijdje wordt ge­ sproken over een extra profileringsjaar,


i.o. SPECIAL

Goed voorbereid op visitatie een jaar besloeg de periode waarin het instituut voor onderwijs en opleiden (ioo) van vUmc zich voorbereidde op de visitatie van de Commissie Geneeskunde 2011/2012 van onderwijsevaluatiebureau QaNU. een jaar waarin intensief is gewerkt aan het zelfevaluatierapport dat aan de visitatie vooraf ging. de gehele onderwijsorganisatie werkte eraan mee. programmaleiders daelmans en Groenewegen zijn verschillende keren bevraagd over hun visie en hoe zij die in praktijk brengen en met hen mensen van de examen- en opleidingscommissie, docenten en studenten. Het leverde een kritisch zelfevaluatierapport op, waarna de visitatiecommissie op 30 november en 1 december 2011 een bezoek bracht aan vUmc. de commissie sprak met vertegenwoordigers van al die stakeholders, het opleidingsbestuur, de decaan en de partnerziekenhuizen. er was een rondleiding door vUmc, de medische bibliotheek en KtC en de onderwijsmaterialen werden bekeken. Het werden twee dagen in ontspannen sfeer met aan het einde van dag twee al een positieve mondelinge terugkoppeling. een schriftelijke evaluatie volgde. Nadat alle UMC’s gevisiteerd en geaccrediteerd waren, volgde een benchmarkrapportage: Geneeskunde onderwijs in Nederland 2012. vUmc kreeg één van de vijf best practices toebedeeld.

waardoor geneeskundestudenten al eerder kunnen voorsorteren op een algemene spe­ cialisatie. ‘Daarin maakt de student voor­ afgaand aan de masteropleiding een be­ wuste keuze voor de snijdende, beschouwende, extramurale of ondersteu­ nende disciplines. Het vraagt overigens veel begeleiding om zo’n keuze al vroeg te kunnen maken.’ Het is de vraag, zegt Dael­ mans, in hoeverre dé dokter over twintig jaar nog wel bestaat. ‘Wat nodig is, is dat we ons afvragen wat de maatschappij over twintig jaar aan dokters nodig heeft. Door de superspecialisaties en de behoefte aan breed opgeleide eerstelijnsspecialisten én de nadruk op werken in teams met vele zorgprofessionals is het denkbaar dat we een zodanig uiteenlopende beroepsgroep nodig hebben, die vraagt om meerdere soorten geneeskundeopleidingen.’ Als vijfde best practice benoemde de com­ missie de parate­kennistoets (PAK­toets) voor de drie bachelorjaren. Het heeft Groe­ newegen wel verrast dat juist de PAK naar voren is geschoven, want er is altijd veel discussie geweest over welke kennis, ba­ sis­ én klinische, paraat zou moeten zijn. ‘Een arts hoeft niet alles te weten en mag ook informatie opzoeken. Maar een deel van alle kennis moet gewoonweg paraat aanwezig zijn. Welk deel dat is, daarover lopen de meningen uiteen.’ De PAK­toets van VUmc noemt de visitatiecommissie om een aantal redenen innovatief. Onder meer de norm van 95 procent goede ant­ woorden. Groenewegen: ‘Nadat we hebben vastgesteld wat de parate kennis moet

april 2013

15

zijn, moeten we geen genoegen nemen met een score van bijvoorbeeld 50 of 60 procent. Dan is ook noodzakelijk dat we stellen dat de norm gehaald moet worden. Onze studenten moeten heel hard studeren voor deze toets.’ Hoog eindniveau Trots zijn beide programmaleiders. Op deze best practice, op het feit dat het VUmc­compas met de vertaling van de competenties, als voorbeeld diende voor het raamplan 2009 van het ministerie. Maar er is meer. De cultuur binnen VUmc is veranderd waar het de houding ten op­ zichte van het onderwijs betreft, zegt Groe­ newegen. ‘We hebben minder moeite goe­ de tutoren aan te trekken. Onze docenten zijn veel meer bereid om zich te laten scho­ len voor de Basiskwalificatie Onderwijs (BKO). Men is sterk gemotiveerd om zich in te zetten voor hoogwaardig onderwijs.’ Da­ elmans noemt de semi­artsstage in het derde masterjaar. ‘Die loopt gewoon heel goed. De stage is verdubbeld naar 16 we­ ken. Het loont dus ook om de eerste weken in de studenten te investeren, waarna ze bijna zelfstandig onder goede supervisie van stafleden kunnen werken en leren. Het eindniveau is daardoor hoog. Dat blijkt ook uit hun semi­artsportfolio merkte de visi­ tatiecommissie op.’ Tot slot is Daelmans trots op de docenten van VUmc en de part­ nerziekenhuizen die in drie masterjaren het onderwijsprogramma dragen en uit­ voeren.


16

i.o. SPECIAL

april 2013

‘Meer investeren in transformatief leren’ LINCOLN CHEN:

Lincoln Chen, één van de auteurs van een spraakmakend Lancet-artikel en spreker op het VUmc/AMC-symposium van 4 april, vindt dat het medisch onderwijs zich moet richten op de vijf ontwikkelingen die nu van grote invloed zijn op de zorg, waaronder de mondige patiënt.

H

DOOR LIESBETH KUIPErS

et Lancet­artikel (zie kader) door onder meer dr. Lincoln Chen van de China Medical Board in Cambridge (VS), heeft veel losgemaakt. Het is we­ reldwijd massaal gedownload en was ruim veertig maal in diverse landen reden voor discussiebijeenkomsten. Op het artikel is zowel positief als negatief gereageerd, vertelt hij. ‘Voor­ al onze mondiale blik en multiprofessionele benadering worden gewaardeerd. Maar ook de manier waarop wij een verband leggen tussen de verschillende zorgonderwijssystemen, en de wijze waarop wij over het medisch onderwijs zelf nadenken; vanuit het curri­ culum en de organisatie. Ook is men positief over onze aanbevelingen.’ Het voornaamste kritiekpunt is het ontbreken van een praktisch model, vervolgt Chen. ‘Een eeuw geleden

bood Flexner een eenduidig model aan. Maar vanwege onze mondiale benadering kan er niet sprake zijn van één enkel hervormingsmodel; een model moet passen binnen de economische en institutionele kaders van een land. Dat betekent dat er wereldwijd minimaal een half dozijn modellen mogelijk zijn voor het hervormen van een medisch onderwijssysteem.’ Hervormingen binnen zorgonderwijs Op het VUmc/AMC­symposium zal Lincoln Chen in­ gaan op vijf ontwikkelingen die, volgens hem, belang­ rijk zijn bij de hervorming binnen het zorgonderwijs. ‘De eerste ontwikkeling is de vergrijzing en de vele chronische ziekten die het gevolg daarvan zijn. De twee­ de is dat patiënten veranderen. Ze zijn beter opgeleid en maken hun eigen keuzes op basis van de informatie over hun ziekte en behandeling die zij op internet vin­ den. Zorgprofessionals zouden met hen ‘co­producties van gezondheid’ moeten opstarten, waarbij zij partners


i.o. i.o.SPECIAL SPECIAL

april 2013

17


18

i.o. SPECIAL

april 2013

worden van patiënten.’ De derde ont­ wikkeling is een toename van het aan­ tal beroepsspecialisaties onder invloed van wetenschappelijke en technologi­ sche ontwikkelingen, vervolgt Chen. ‘Tegelijk zullen de ontwikkelingen er­ voor zorgen dat minder hoog opgeleide medewerkers hetzelfde werk kunnen doen als hoog opgeleide werknemers.’ De laatste twee ontwikkelingen die van invloed zijn op het medisch onderwijs gaan over de commerciële aspecten. Chen: ‘Want voor veel mensen is de ge­ zondheidszorg een winstgevende in­ dustrie; daar staat de noodzaak tegen­ over om de volksgezondheid en sociale rechtvaardigheid te beschermen.’ Ook zal Lincoln Chen onderwijsmodel­ len bespreken die passend zijn bij deze ontwikkelingen. ‘In een vergrijsde sa­ menleving kan de zorg het beste gele­ verd worden door multidisciplinaire teams die oog hebben voor gezins­ en gemeenschapsverbanden. Net als bij de partnerships met patiënten is het daar­ bij van belang aandacht te besteden aan respectvolle omgangsvormen met patiënten en hun naasten. Uiteraard heeft ook de verdergaande specialise­ ring van beroepen consequenties voor het onderwijs. Wat de commercie be­ treft zal er aandacht moeten zijn voor onderdelen als kwaliteitsvoorschriften, sociale rechtvaardigheid en de bescher­ ming van de volksgezondheid. Leider als rolmodel Tot slot zal Lincoln Chen tijdens het symposium aandacht besteden aan

transformatief leren. Hij licht toe: ‘Er zijn verschillende niveaus van lei­ derschap. Het leiderschap dat ik bena­ druk, gaat uit van begrip van een ge­ zondheidszorgsysteem en de rol ervan binnen de maatschappij, en de visie om deze te hervormen. We moeten continu onderzoeken welke educatieve omge­ vingen, curricula en organisatievor­ men zo’n soort leiderschap kunnen ge­ nereren. Eén daarvan is het aanstellen van leiders die de juiste normen, waar­ den en attitudes uitdragen en als rol­ model kunnen fungeren voor studen­ ten. Een andere is continue blootstelling aan andere organisaties in de samenleving, zoals overheden, commerciële bedrijven en belangen­ groepen, zodat er meer ideeën ontstaan over efficiënte werkwijzen binnen de gezondheidszorg. Minder ontwikkelde landen zouden zich daarbij moeten re­ aliseren dat ook de machtigste syste­ men veel zwaktes hebben en fouten maken. Voor hen is dat erg belangrijk, want het zal hen ervan overtuigen dat ook zij een rol hebben in deze wereld.’

Eén daarvan is het aanstellen van leiders die de juiste normen, waarden en attitudes uitdragen en als rolmodel kunnen fungeren voor studenten.

I

n het Lancet­artikel ‘Health professionals for a new century: transforming educati­ on to strengthen health systems in an interdependent world’, eind 2010, geeft een commissie van 20 vooraanstaande academici en zorgprofessionals aanbeve­ lingen voor verbeteringen van het medisch onderwijs. Een samenvatting. ‘Een eeuw geleden leidde een aantal onderzoeken op basis van het Flexner­rapport, tot grote hervormingen van het medisch onderwijs. De moder­ ne wetenschap werd opgeno­ men in de curricula en ver­ schafte zorgverleners de kennis die heeft bijgedragen aan de verdubbeling van de le­ vensverwachting in de twin­ tigste eeuw. Maar aan het be­ gin van de 21ste eeuw staan we er niet goed voor. Er zijn we­ reldwijd grote verschillen in de volksgezondheid, zowel bin­ nen als tussen landen. Ruim 3000 onderwijsinstellingen leiden jaarlijks over de hele


i.o. SPECIAL

april 2013

19

‘Zorgverleners onvoldoende toegerust voor behoefte aan zorg’ wereld ongeveer een miljoen artsen, verpleegkundigen en andere zorgprofessionals op. Vier landen (China, India, Brazilië en de VS) hebben elk meer dan 150 medische insti­ tuten, terwijl 31 landen er he­ lemaal geen hebben. Ook de uitgaven aan medisch onder­ wijs, wereldwijd jaarlijks on­ geveer 100 miljard US dollar, verschillen enorm per land. Overal hebben gezondheids­ zorgsystemen moeite bij te blijven, omdat ze steeds com­ plexer en duurder worden. Het medisch onderwijs is met verouderde curricula achterop geraakt en levert zorgprofes­ sionals af die onvoldoende zijn toegerust voor de huidige problemen in de zorg. Accredi­ tatiesystemen zijn zwak en worden wereldwijd ongelijk toegepast. Er vindt weinig on­ derzoek plaats naar medisch onderwijs en het verbeteren

daarvan. Ondertussen staan we voor nieuwe uitdagingen terwijl demografische en epi­ demiologische veranderingen zoals nieuwe infectieziekten de wereldgezondheid bedrei­ gen. Een ingrijpende hervor­ ming is opnieuw noodzake­ lijk. Derde onderwijshervorming Na de eerste onderwijshervor­ ming begin vorige eeuw (een op de wetenschap gebaseerd curriculum) werd halverwege de vorige eeuw het probleem­ gestuurd onderwijs geïntro­ duceerd. Nu is het tijd voor de derde onderwijshervorming: een competentiegericht curri­ culum. Deze moet uitgaan van een systeembenadering, zodat gezondheidszorgsystemen kunnen worden verbeterd. Alle zorgprofessionals in alle landen moet zo worden opge­ leid dat zij ­ als lokale zorgpro­ fessionals die deel uitmaken

van wereldwijd verbonden teams ­ bekwaam zijn om deel te nemen aan zorgsystemen waarin patiënt en bevolking centraal staan. Om deze visie te realiseren moet gestreefd worden naar transformatief leren en onderlinge afhanke­ lijkheid in het onderwijs. Grenzeloos Transformatief leren, het ont­ wikkelen van leiderschaps­ kwaliteiten, komt na informa­ tief leren (het verwerven van kennis en vaardigheden) en formatief leren (leren over normen en waarden). Het is de uitkomst van ‘instructionele hervormingen’, gericht op het bevorderen van opleidingen die over de grenzen van het ei­ gen vakgebied heen kijken, en op het creëren van niet­hiërar­ chische teams waarin effectief wordt samengewerkt. Bij onderlinge afhankelijk­

heid in het onderwijs gaat het om drie verschuivingen: van geïsoleerde naar geharmoni­ seerde onderwijs­ en gezond­ heidszorgsystemen, van los­ staande zorginstellingen naar netwerken, allianties en con­ sortia, en van interne gericht­ heid naar een wereldwijde uit­ wisseling van onderwijsmiddelen en ­inno­ vaties. Deze volgen op institu­ tionele hervormingen, onder meer gericht op het creëren van een evenwichtige samen­ stelling van de zorgberoeps­ bevolking, qua onder andere sekse, sociale afkomst en leef­ tijd. Het doorvoeren van deze her­ vormingen vereist veel in­ spanning en leiderschap. Daarom adviseert de commis­ sie onder meer om bij het be­ vorderen van transformatief onderwijs leiders en politieke machthebbers te betrekken.


i.o. SPECIAL

april 2013

IO De toekomst van geneeskundeopleidingen  

speciale uitgave van I.O., het onderwijsmagazine van VUmc. Over de toekomst van geneeskundeopleidingen

IO De toekomst van geneeskundeopleidingen  

speciale uitgave van I.O., het onderwijsmagazine van VUmc. Over de toekomst van geneeskundeopleidingen