Issuu on Google+

VUMAGAZINE 2011# 3 m LAATSTE nummer m Onze artsen geven de zorg op BONAIRE een boost m De SENIOR van de toekomst heeft een mobiele assistent m De voorspellende waarde van oude BOSBRANDEN

JONGENS

Giphart & Šimek

‘Ik heb liever niet dat een verpleegster meeleest’


COLOFON

‘Europa ondermijnt de nationale democratie’

INHOUD

22

4 12 20 32 34

Update campus In de collegebanken Update onderzoek Met de bul op zak Service

8 Amsterdamse artsen op Bonaire LIESBETH KOENEN

6 Frauderende wetenschappers Wat doe je eraan? En: Stapel had een evenknie op de VU. 18 Ken uzelf, dat scheelt geld VU-alumnus Henriëtte Prast is hoogleraar persoonlijke financiële planning. 23 Brandmelder Hoe snel warmt de aarde op? Guido van der Werf zoekt het antwoord in oude bosbranden. 31 Mail & win De Supermarktwijngids van Nicolaas ‘omfietswijn’ Klei, VU-alumnus.

14 De nieuwe oude dag Knoppen en mobieltjes: geen probleem voor nieuwe ouderen. Dankzij ICT kunnen ze langer thuis wonen.

VU Magazine stopt

26 Šimek meets Giphart VUsionair Martin Šimek brengt VU-schrijver Ronald Giphart tot een spijtige ontdekking.

2 | VUMAGAZINE

31PICTURES.NL

Dit is het laatste nummer van VU Magazine. Uitgever VU Connected heeft besloten de uitgave per 1 januari te stoppen en bezint zich nu op de beste manier om leden, relaties en alumni in het vervolg te informeren.

COVERFOTO: 31PICTURES.NL

Artsen van VUmc en AMC geven de zorg in onze tropische gemeente een zetje in de rug.

GREET EGBERS

Achtste jaargang, nr. 3, december 2011. Oplage: 59.000. VU Magazine verschijnt vier keer per jaar. ISSN 1572-445X. Dit is het laatste nummer. VU Magazine is het magazine voor alumni en andere relaties van de Vrije Universiteit Amsterdam, het VU medisch centrum en de Vereniging VUWindesheim. Gehele of gedeeltelijke overname van artikelen is alleen toegestaan na schriftelijke toestemming van de hoofdredacteur. Redactieadres De Boelelaan 1105, kamer 0E-60, 1081 HV Amsterdam. vumagazine@vu.nl www.vu.nl/vumagazine Redactie Marieke Schilp (hoofdredacteur), Rianne Lindhout (eindredacteur), Anita Mussche M.m.v: Floor Bal, Peter Breedveld, Welmoed Visser, Simone Dortmans. Uitgever VU connected Correctie Marian van Ham, MetaVision Ontwerp en vormgeving Rob Bömer [rbbmr.nl] Druk Senefelder Misset Verzending Adreswijzigingen of fouten in adressering kunt u doorgeven via www. vu.nl/vumagazine, via vumagazine@vu. nl, via antwoordnummer 2941, 1000 SN Amsterdam of tel. 020 5985665.

VUMAGAZINE | 3


Update[campus]

In 2012 bestaat het VU-Orkest vijftig jaar. Dit studentenorkest is al sinds 1962 een van de grootste, beste en meest baanbrekende amateur-symfonieorkesten van Nederland. Met 80 tot 120 man voert het vooral laat-romantische en twintigste-eeuwse muziek uit. Niet alleen was het het eerste

studentenorkest dat zich aan Mahler- en Sjostakovitsj-symfonieën waagde, ook speelt het orkest regelmatig nieuwe werken van hedendaagse componisten. In het jubileumjaar is er, naast een bijzondere programmering, speciale aandacht voor alle oudleden. Ze mogen zich opgeven voor het Déjà VU-Orkest, het reünieorkest. (RL)

DIGIDAAN GERHARD TAATGEN JR.

Michel ter Hark wordt per 1 januari de nieuwe decaan van de Letterenfaculteit. Hij was de afgelopen tien jaar decaan van de faculteit Wijsbegeerte in Groningen. Als wetenschapper hield hij zich onder meer bezig met taalfilosofie.

www.vu-orkest.nl/

Rechtsfilosoof Britta van Beers en wijsgeer Hein van den Berg wonnen elk een studieprijs van drieduizend euro van de Stichting Praemium Erasmianum. Van Beers schreef een proefschrift over menselijke waardigheid en zelfbeschikking in het tijdperk van de medische biotechnologie. Van den Berg promoveerde op de status van biologie binnen de filosofie van Immanuel Kant. Evelien Loeters (l) en Anne Backer kregen begin november veel media-aandacht voor hun scriptie, waarin ze aantoonden dat uitzendbureaus discrimineren. De studenten sociologie van mondialisering en diversiteit deden alsof ze werknemers zochten, maar geen Marokkanen, Turken of Surinamers in dienst wilden nemen. Driekwart van de uitzendbureaus honoreerde dat verzoek.

STUDIOVU/YVONNE COMPIER

sie en gedragsstoornissen: ze zijn allemaal voor een groot deel erfelijk, zo bleek de afgelopen 25 jaar. De Merianprijs is bedoeld om de zichtbaarheid van vrouwelijke wetenschappers te bevorderen. Boomsma heeft echter niet te klagen op dat gebied. Ze won eerder al onder andere een Spinozapremie: de ‘Nederlandse Nobelprijs’ van 2,5 miljoen gulden, en kreeg in 2008 een grote Europese onderzoekssubsidie. (RL)

Preek van de leek Bij het jaarlijkse project ‘Preek van de leek’ beklimmen bekende Nederlanders de kansel om hun licht op een theologisch onderwerp te laten schijnen. Op www.preekvandeleek.nl zijn de preken van onder meer de VU-alumni Désanne van Brederode (zie ook pagina 32) en burgemeester Eberhard van der Laan te downloaden. (WV) 4 | VUMAGAZINE

Mozaïekbeurs Zes van de negentien allochtone afgestudeerden die in oktober een Mozaïekbeurs kregen van wetenschapsfinancier NWO, komen van de VU. De beurs, die overigens wegens bezuinigingen wordt afgeschaft in 2013, is bedoeld om meer afgestudeerden uit minderheidsgroepen te laten instromen in de wetenschap. De

zes laureaten zijn econoom Emil Mihaylov, psycholoog Katherina Alvarez Durnov, medisch onderzoeker Simran Grewal, econoom Dennis Bonam, kunsthistoricus Joana Ozorio de Almeida Meroz en psycholoog Maja Lovrenovic. (PB) Alle toekenningen staan op tinyurl. com/coqlagj

Prijs: € 17,50. ISBN 9789078905516

Societal Impact Award

Hoogleraar biologische psychologie Dorret Boomsma kreeg 17 november de Merianprijs uitgereikt door KNAW-voorzitter Robert Dijkgraaf. Met het Nederlands Tweelingenregister, waarin 80.000 tweelingen en hun familieleden staan ingeschreven, toonden Boomsma en collega’s van veel menselijke kenmerken aan in hoeverre ze erfelijk zijn en door omgevingsfacturen worden bepaald. Intelligentie, migraine, verslavingsgevoeligheid, depres-

Het ongrijpbare gelijk van John Winkle is de debuutroman van economie-alumnus Michiel Mulder. VU-onderzoeker John Winkle is ervan overtuigd de plek in ons brein gevonden te hebben waar de moraal wordt bepaald. De veiligheidsdienst is geïnteresseerd en voert de druk op. De auteur is PvdA-gemeenteraadslid in Amsterdam en senior onderzoeker bij het Economisch Instituut voor de Bouw.

De VU is tweede geworden bij de uitreiking van de Ton Remmers-prijs. Dit is een aanmoedigingsprijs voor gezinsvriendelijke onderwijsinstellingen die kansen bieden aan studenten met kinderen. De Hogeschool Rotterdam werd eerste. De prijs, vernoemd naar de oprichter van de moedermavo, werd uitgereikt op een conferentie in Utrecht over het voorkomen van studie-uitval bij studerende moeders. De VU is genomineerd vanwege de maandelijkse bijeenkomsten voor zwangere studenten en studerende ouders, georganiseerd door studentendecaan Anita Dingelstad. (PB)

Neuropsycholoog en hersenwetenschapper Jelle Jolles heeft de Societal Impact Award gewonnen, een VU-prijs voor maatschappelijk relevante wetenschap. De junior-versie van deze prijs is uitgereikt aan criminoloog Victor van der Geest. Jolles spant zich in om zijn kennis van het menselijke brein toegepast te krijgen in het onderwijs, maar ook bij de behandeling van demente bejaarden. De prijzen werden uitgereikt bij de viering van de Dies Natalis op 20 oktober. (PB)

Van theoloog Harry Kuitert verscheen het nieuwe boek Alles behalve kennis. Theologie biedt geen kennis van God, betoogt Kuitert, het gaat in de godsdiensten om uitingen van onze geest. Daarom moet de kerk zich als een ontwenningskliniek opstellen, waar gelovigen afkicken van hun verslaving aan waarheden, en zich bevrijden van dogmatische religie. Prijs: € 19,95, ISBN 978 90 259 0112 7. Snelle mailers maken kans op een van de vijf exemplaren van het boek die wij mogen verloten. Mail uw postadres naar vumagazine@vu.nl o.v.v. Alles behalve kennis.

DIGIDAAN

Weer prijs voor Boomsma

50 jaar

Historicus Arie van Deursen is 21 november op tachtigjarige leeftijd overleden. Hij was van 1971 tot zijn pensioen in 1996 hoogleraar nieuwe geschiedenis aan de Letterenfaculteit en schreef boeken over met name de gouden eeuw. Hij schreef ook Een hoeksteen in het verzuilde bestel: De Vrije Universiteit 1880-2005.

SASCHA VOSSESTEIN

www.cwts.nl

De Faculteit der Bewegingswetenschappen bestaat veertig jaar. Op www.vu.nl/grenzeloospresteren staat een fototentoonstelling over het onderzoek van de faculteit. Tijdens de 131ste dies natalis op 20 oktober stond de faculteit centraal en reikte de VU een eredoctoraat uit aan de Zuid-Afrikaanse ‘hardloopexpert’ Timothy

Noakes (1949). Hij werd hiermee erkend voor zijn uitzonderlijke verdiensten op het gebied van de inspanningsfysiologie en de sportgeneeskunde. Ook leverde hij een belangrijke bijdrage aan de oprichting van het Sports Science Institute of South Africa. Zijn belangrijkste populair wetenschappelijke boek Lore of Running geldt als hét handboek over hardlopen en helpt lopers wereldwijd hun prestaties te begrijpen en te verbeteren. (RL)

RENÉ DE RUIJTER

VU medisch centrum heeft samen met het Erasmus mc het beste onderzoek van de acht universitaire mc’s in Nederland. Dit bleek vorige maand uit de meest recente citatieanalyse van het Centrum voor Wetenschaps- en Technologische Studies. De afgelopen drie jaar stond het wetenschappelijk onderzoek van VU medisch centrum al op de tweede plaats. Een andere belangrijke uitkomst is dat de impact van het VUmc-onderzoek een stijgende lijn vertoont. Ook komen de resultaten van alle onderzoekinstituten van VUmc ruim boven het wereldgemiddelde uit. Jaarlijks laten de acht UMC’s van Nederland deze analyse uitvoeren die de kwaliteit van hun wetenschappelijke output meet. VUmc laat tevens de kwaliteit van de output van de onderzoekinstituten bekijken. De analyse kijkt naar het aantal publicaties in vooraanstaande wetenschappelijke tijdschriften en naar het aantal keer dat deze artikelen in andere wetenschapspublicaties worden geciteerd. (RL)

40 jaar

Gezinsvriendelijk

STUDIOVU/YVONNE COMPIER

VUmc: toponderzoek

}vips

Cancer Center geopend Het VUmc Cancer Center Amsterdam – diagnose en behandeling, een hypermodern diagnose en behandelcentrum voor patiënten met kanker, is 28 september officieel geopend. Het biedt sneldiagnostiek voor 24 kankersoorten: de meeste patiënten krijgen binnen 48 uur een diagnose en een behandelplan op maat. Uniek is dat het centrum tot stand kwam dankzij de meer dan 100.000 deelnemers aan de VriendenLoterij (voorheen Sponsor Bingo Loterij) die speciaal gespeeld hebben voor dit doel. (RL)

Eredoctoraat Hoogleraar moleculaire toxicologie Nico Vermeulen kreeg 18 november een eredoctoraat van de Universiteit van Kopenhagen. Hij onderzoekt hoe medicijnen in het lichaam worden afgebroken en hoe daarbij soms ernstige bijwerkingen kunnen ontstaan. Zijn experimentele en computermodellen spelen een cruciale rol in het vergroten van dit inzicht. Vermeulen is (co-)auteur van ruim 350 wetenschappelijke publicaties en behoort tot de meest geciteerde wetenschappers op dit gebied. (RL) VUMAGAZINE | 5


ACTUEEL De storm rond Diederik Stapel was nog niet geluwd, of de affaire Poldermans diende zich aan. List en bedrog met onderzoeksdata, hoe voorkom je dat? We vroegen het VU-wetenschappers. ANITA MUSSCHE ILLUSTRATIE: BAS VAN DER SCHOT

Gezocht: LEUGENDETECTOR (M/V) “

Stapel is echt wel redelijk briljant. Voor mij is het onbegrijpelijk dat hij zijn talent, inzicht en charisma zo structureel heeft ingezet voor fraude.” Sander Koole, universitair hoofddocent sociale en organisatiepsychologie aan de VU, maakte de Tilburgse hoogleraar Diederik Stapel van dichtbij mee. Dat deze jarenlang onderzoeksgegevens verzon om zijn hypotheses te bewijzen, kwam deze zomer uit. Moeten wetenschappers hun collega’s beter controleren? Ook de ervaren wetenschappers met wie Stapel samenwerkte, sloegen geen alarm ook al hadden ze soms argwaan. “Bedrog is niet helemaal te vermijden”, denkt hoogleraar methoden en technieken sociale wetenschappen Harry Ganzeboom. “Iedereen kan een dataset verzinnen. Aan de data kun je dat niet zien. Er zijn twee manieren waarop bedrog als dat van Stapel aan het licht kan komen. Zoals hier: doordat zijn promovendi het niet vertrouwden, of doordat het niet mogelijk blijkt om de experimenten te herhalen met hetzelfde resultaat.” In een experimentele wetenschap als die van Stapel, waar de onderzoeker vaak zelf zijn data beheert, is bedrog eenvoudiger te realiseren dan in de observatiewetenschappen waarin hij zelf werkt, vermoedt Ganzeboom. Hijzelf gebruikt veelal databases die door meerdere wetenschappers worden gevuld met gegevens uit grote nationale en internationale onderzoeken. Vele onderzoekers hebben toegang tot die data. Dat maakt analyses makkelijk controleerbaar, dus fraude veel moeilijker, denkt Ganzeboom. Maar

6 | VUMAGAZINE

ook niet onmogelijk. “Je hebt bijvoorbeeld imputatietechnieken, waarmee je probeert ontbrekende gegevens op ingevulde vragenlijsten ‘bij te schatten’. Dat zijn fatsoenlijke statistische methoden, maar je maakt in wezen nieuwe gegevens op basis van oude gegevens. Als je handig bent, kun je ze ook misbruiken.”

Tijd is geld

Als Stapel vragen kreeg, reageerde hij soms boos en intimideerde zo jonge collega’s, of hij zei zijn ruwe onderzoeksgegevens niet meer te hebben. Dat laatste lijkt vreemd, of is het normaal in de wetenschap? Koole vertelt hoe het toegaat binnen de sociale psychologie: “Het opvragen van ruwe data bij collega’s gebeurt met enige regelmaat al, mijn promovendi doen dat soms. Maar die data kunnen wel beter gearchiveerd worden dan nu gebeurt.” Nauwkeurig archiveren kost tijd. En tijd is geld. Dat bevestigt ombudsman wetenschappelijke integriteit van de VU, Peter Hollander. “Officieel moeten wetenschappers volgens regel III.3 van de Nederlandse Gedragscode Wetenschapsbeoefening van de VSNU al sinds 2004 hun onderzoeksdata vijf jaar bewaren. Maar lang niet elke wetenschapper kent die gedragscode. En wij mensen zijn nu eenmaal geneigd een beetje slordig te werken. Na een rel kun je dan zeggen: ik had me beter aan de regels moeten houden.” Niemand controleert of wetenschappers hun data wel vijf jaar bewaren. “Dat gebeurt alleen als er een grote discussie ontstaat

Fraude op de VU Vijftig jaar geleden had Stapel een evenknie op de VU: Anthonie Stolk. De briljante 34jarige kreeg een leerstoel op de pas opgerichte VU-faculteit geneeskunde. Hij publiceerde als een razende en deed al zijn onderzoek naar tumoren bij vissen en amfibieën alleen. Hij viel door de mand toen farmaceuten ontdekten dat hij hun middelen lang niet zo uitgebreid had getest als hij beweerde. Niet op 23 duizend vissen, maar op zeshonderd bijvoorbeeld. Op zijn 46ste werd Stolk in 1963 eervol met vervroegd pensioen gestuurd. De affaire bleef binnenskamers; de geneesmiddelen die hij onderzocht, bleven in de handel. Bron: Valse vooruitgang – Bedrog in de Nederlandse wetenschap, Frank van Kolfschooten, 1993.

over de uitkomsten van een onderzoek. Je bent bezig met je onderzoek, niet met of de buurman wel netjes werkt. Al kun je fraude uiteindelijk alleen voorkomen als wetenschappers een beetje beter opletten of collega’s zich aan de spelregels houden”, aldus Hollander. Ganzeboom wijst erop dat in wetenschappen als de sociologie, politicologie, maar ook archeologie en epidemiologie, het archiveren van onderzoeksdata wel gemeengoed is. Dat gebeurt in het Nationaal Data-archief DANS, dat wordt beheerd door KNAW en NWO.

Anoniem

Er zijn al wetenschappelijke tijdschriften die auteurs verplichten om alle verzamelde onderzoeksdata beschikbaar te stellen. Dat zou de archivering verder kunnen bevorderen, maar er is een probleem, zegt Hollander: “Proefpersonen moeten anoniem blijven.

Maar haal je hun namen van de onderzoeksdata af, dan kun je fraude weer niet bewijzen.” Een van de structurele maatregelen die Tilburg University nam om fraude als die van Stapel voortaan te voorkomen, is het instellen van een vertrouwenspersoon bij wie wetenschappers vermoedens van misstanden kunnen melden. Meestal moet fraude bij universiteiten worden gemeld bij de rector magnificus. De drempel om dat te doen is te groot, zegt Hollander. Alle universiteiten moeten daarom een onafhankelijke ombudsman wetenschappelijke integriteit hebben, is enkele jaren geleden al afgesproken. VU en VUmc hebben dit voorjaar elk zo’n ombudsman aangesteld. Koole vindt het een goede maatregel. “Stapel organiseerde het zo dat hij werkte met jonge mensen die hij onder druk kon zetten. Die stappen niet gauw naar de rector magnificus.” « VUMAGAZINE | 7


Medisch Centrum Tropisch-west BONAIRE Het beroepsgeheim blijkt er een relatief begrip en er is veel meer tijd voor de patiënt. Wetenschapsjournalist Liesbeth Koenen liep een week mee met Amsterdamse artsen die de gezondheidszorg op Bonaire vooruit helpen. LIESBETH KOENEN TEKST & FOTO’S

B

onaire, hoofdstad Kralendijk. Het is vrijdagavond, happy hour op de pier van hotel Divi Flamengo. De zon is ook vandaag spectaculair ondergegaan in zee, de blote lichaamsdelen zijn zojuist ingesmeerd met een goedje dat net zo agressief is als de muggen, en cocktails, cola en bier gaan rond. Dit blijkt het trefpunt voor bijna alle Amsterdamse artsen die hier tijdelijk gestationeerd zijn vanuit VUmc en AMC om de gezondheidszorg op het tropische eiland te versterken en uit te breiden. De goedlachse chirurge is er, met man en kind. Daar komt ook de jonge internist aanwandelen die eerder dit jaar ruim drie maanden onafgebroken dienst had, dag en nacht. Totdat de nierspecialisten arriveerden, en ze diensten konden delen. Het nefrologenechtpaar, druk bezig een nierdialysecentrum op te zetten, drinkt een glas bij de ingang van de pier. Iets verderop staat toevallig ook de anesthesioloog te praten, die vijftien jaar geleden al begon met

een roulatiesysteem voor collega’s die bereid zijn een maand van hun vakantie te komen werken in het ziekenhuis van het eiland. Voor dokters eindigt de werkweek natuurlijk niet op vrijdagmiddag. Een tik op m’n schouder. Psychiater Cécile Gijsbers van Wijk (1958) roept boven de live muziek uit: “Ik moet naar het ziekenhuis, een TS.” Een Tentamen Suicide, een zelfmoordpoging, al de tweede deze week. Na een poosje komt ze terug, met een triest verhaal over een vastgelopen jonge moeder. Maar ook met enthousiaste woorden over de vlotte gang van zaken. Op Bonaire geen urenlang telefonisch geleur met patiënten: even bij de zusterspost melden dat er iemand moet worden opgenomen is voldoende. Verschillen en overeenkomsten met Nederland. Daar gaat het eigenlijk aldoor over. Bonaire is tegenwoordig dan wel een speciale gemeente van Nederland, cultuur en klimaat zijn echt niet binnenlands. En het feit dat het om

een eiland gaat, ter grootte van Texel, brengt zo z’n eigen hoofdbrekens met zich mee. Die dingen springen eruit tijdens de volle werkweek dat ik aan de zijlijn meeloop met Gijsbers van Wijk.

Verslaafde vrouw

“Bon dia, bon dia.” Iedereen gedagzeggend in het Papiaments stapt ze op haar hakken in stevig tempo over het terrein van de Fundashon Mariadal, de stichting waar bijna alle Bonairiaanse gezondheidszorg is ondergebracht. Van de dienstingang van het verpleeghuis en het ziekenhuis langs de verloskamer, naar de andere kant van het straatje, waar in de bloedhitte heel hard gebouwd wordt. Daar is de kerk, de enorme parasol van palmbladeren, het Heilig Hartbeeld, de openluchtwachtkamer van de huisartsen. Gijsbers van Wijk draagt een witte bloes bij wijze van witte jas, de zwartomrande leesbril ferm in de blonde krullen geplant. Thuis in Amsterdam is ze geneesheer-directeur van GGZ inGeest, een psychiatrische

instelling met 21 locaties en bijna dertigduizend cliënten, dat al langer gelieerd is aan het VUmc, en er in 2012 zelfs mee gaat fuseren. Maar hier is ze op jacht naar een eigen spreekkamer, rijdt ze even langs bij de huisarts die ze niet aan de telefoon krijgt, werkt hard aan een medicijnenlijst psychofarmaca, en bezoekt de gezaghebber van het eiland, die toestemming moet geven voor een dwangopname – net zoals de burgemeester dat in de rest van Nederland doet. In dit geval gaat het om een zwangere, aan cocaïne verslaafde vrouw die niet opgenomen wil worden. “Ik hoorde dat cocaïne hier anderhalve dollar kost”, vertelt Gijsbers van Wijk, “dat zal wel per lijntje zijn.” Coke is overal, lijkt het, en zelfs geaccepteerder dan hasj. Dat verslaving als een psychiatrische ziekte gezien wordt, is nieuw voor Bonaire, waar trouwens vooralsnog met een aangepaste versie van de Krankzinnigenwet van 1884 gewerkt wordt. De »

Bonaire Vroeger een van de Antillen, sinds 10-10’10 een speciale gemeente van Nederland. Inwoners: ongeveer 15.000, plus toeristen. Hoofstad: Kralendijk. Enige andere plaats: Rincon. Maximum toegestane snelheid: 60 kilometer per uur. Op elke nummerplaat, zelfs die van de ambulance, de tekst: diver’s paradise. Godsdienst: vooral rooms-katholiek. Talen: Papiaments, Nederlands, Spaans, Engels. Gezondheidszorg: naast een aantal huisartsen is er de Fundashon Mariadal, een stichting waaronder een ziekenhuis, een verpleeghuis en een gezondheidscentrum (wijkverpleging, kraamzorg, jeugdzorg) vallen.

‘Ik moet naar het ziekenhuis, een Tentamen Suicide’

psychiater Cécile Gijsbers van Wijk 8 | VUMAGAZINE

VUMAGAZINE | 9


vrouw in kwestie zou overgevlogen moeten worden naar Aruba, maar blijkt onvindbaar als de air-ambulance klaarstaat. Later in de week duikt ze weer op, en lijkt ze toch te verleiden tot vrijwillige zorg.

Psychiatrische afdeling

Aruba beschikt over een ziekenhuis met een PAAZ, een psychiatrische afdeling. Bonaire heeft dat (nog) niet. En wat het ziekenhuis en de andere gezondheidszorg op het eiland niet bieden, moet elders geleverd worden. Op Curaçao, of in Columbia of Venezuela bijvoorbeeld. Ook wordt er medische hulp ingevlogen in de vorm van visiterende artsen, vaak uit Curaçao. Het samenwerkingsproject van Fundashon Mariadal met de twee Amsterdamse universitaire ziekenhuizen, dat afgelopen januari begon, is bezig daar nogal wat verandering in te brengen. Het aantal vaste specialismen wordt bijvoorbeeld uitgebreid. Al kun je op een bevolking van 15.000 mensen natuurlijk nooit elk medisch probleem ter plekke het hoofd bieden, binnen afzienbare tijd moet je op Bonaire wel altijd bij een chirurg, een kinderarts, een internist, een nefroloog en een psychiater terecht kunnen. En hoef je niet meer, zoals nu,

drie keer per week naar Curaçao voor je nierdialyse. “Het gaat zeer goed”, zegt Giovanni Frans (1962) met trots in zijn stem. Hij is het enthousiaste kloppende hart van de Fundashon Mariadal, die technisch failliet was toen hij in 1997 aantrad als directeur. De geboren en getogen Bonairiaan heeft geneeskunde gestudeerd in Groningen, is opgeleid als huisarts, maar heeft inmiddels ook een MBA in Health Management. “De kwaliteit hier, ook op de werkvloer, is hoog. Het is natuurlijk wel een work in progress, maar het wordt steeds groter. Met de raden van bestuur van het AMC en het VUmc klikte het meteen, en nu hebben we dan die jumelage voor vijf jaar, maar mijn visie gaat nog verder en dieper.” Frans streeft onder meer naar een doorlopende pool met specialisten die steeds terugkeren. Lang op Bonaire blijven stuit onder meer op het bezwaar dat je je vaardigheden niet genoeg op peil kunt houden. In het ziekenhuis ’s middags even langsgaan bij de chirurge – ze komt van het AMC en heet Manon Cromheecke – maakt daar iets van duidelijk. Het gesprek wordt al snel onderbroken omdat ze een peri-anaal abces (een ontsteking rond de anus) moet verwijderen. Voor morgen staan op het program-

VUmc en AMC op Bonaire Looptijd: vijf jaar. Begonnen op 1 januari 2011. Doel: meehelpen 80 procent van de gezondheidszorg op het eiland zelf te laten plaatsvinden, en op Nederlands niveau krijgen. Methode: Nederlandse VUmc- en AMC-specialisten minimaal drie, maximaal twaalf maanden uitzenden naar Bonaire. Liefst met gebruikmaking van een vaste pool. Aldus ook nieuwe vaste specialismen opbouwen. In samenwerking met de Amstel Academie (VUmc) en het ROC Amsterdam verpleegkundig en paramedisch personeel bijscholen of opleiden. In de planning: onder meer het bouwen en opzetten van een nierdialysecentrum en een PAAZ (=Psychiatrische Afdeling Algemeen Ziekenhuis). Kosten: een paar miljoen per jaar. Financiering: Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. ‘Directeur jumelage en allianties’: de titel die Fundashon Mariadaldirecteur Frans onlangs gaf aan Jean Savelkoul, tot half september lid de raad van bestuur van het VUmc en ook sindsdien organisator achter het project. Overigens wordt er in dit project ook gewerkt aan het verbeteren van de gezondheidszorg op St. Eustatius en Saba: met Bonaire samen de BES-eilanden genoemd.

‘Ik hoorde dat cocaïne hier anderhalve dollar kost’

ma: een circumcisie (besnijdenis), een tongriempje lossnijden, en een spatader strippen (verwijderen). Tenminste, als de bestelde steunkous-op-maat dan gearriveerd is.

Arrogantie

Allemaal relatief simpele ingrepen. Natuurlijk zou ze ook heel goed wat in jargon ‘een grote buik’ heet kunnen doen, maar het probleem is dan de nazorg. Er is geen intensive care, en geen ervoor opgeleid verplegend personeel. Dat heeft sowieso bijscholing nodig. Met een in Nederland gebruikelijk ‘Bel me als er complicaties zijn’, kom je er niet op Bonaire. En zelfs het verzoek om een kopietje van de afsprakenagenda voor die dag, wil maar niet beklijven. De verschillen zijn soms lastig. Giovanni Frans heeft wel een tip voor de Nederlandse artsen: “Bedenk dat we hier altijd de zorg in de lucht hebben gehouden, al honderd jaar. Roep niet te gauw: ‘Dit is niet goed’, of: ‘Waarom gaat dat zo?’ Deel je state-of-the-art-kennis zonder de emoties van arrogantie en het beter weten. En vergeet niet dat de kennis die je hebt alleen binnen je eigen setting opgaat.” Wat bedoelt hij? “Ik geef een voor-

beeld: er kwam een tijdje terug een man binnen, doorzeefd met kogels. Hij bloedde als een rund, had een cardiochirurgisch team nodig, en veel meer bloed dan er op het eiland was. Wat doe je dan? De Venezolaanse chirurg die we hier op dat moment hadden, zei: ‘Als ik hem openmaak, heeft hij in elk geval een kans.’ Dat deed hij, en hij wist de patiënt in leven te houden tot hij naar Columbia kon. Twee maanden later kwam die man hier weer binnenlopen. Met een Amsterdamse blik was hij waarschijnlijk meteen opgegeven.” Dan is er nog de taal als terugkerend punt. De meeste Bonairianen hebben wel Nederlands geleerd, maar het Papiaments is de voertaal. Voor driekwart van de bevolking is het ook hun moedertaal. En iedereen praat nou eenmaal het liefst in zijn moedertaal, al helemaal als je naar de dokter moet. Het plan is nu om in te voeren dat iedereen voor vertrek een cursus Papiaments volgt in Amsterdam. Al met beginkennis op Bonaire aankomen en het rouleren moeten de rest doen.

Menselijke schaal

Tot dusver zegt vrijwel elke arts terug te willen komen. Daar hebben ze allerlei redenen voor. Zoals dat de dingen op

Bonaire nog op menselijke schaal gaan. Er is alle gelegenheid en ook reden de patiënt veel aandacht te geven. Bijvoorbeeld omdat niet dezelfde middelen als in Amsterdam voorhanden zijn. “Voordat je iemand voor een CT-scan met het vliegtuig naar Curaçao stuurt, kijk je eerst nog eens extra goed.” Ze voelen zich stuk voor stuk weer echt dokter. Roemen ook het contact en overleg met collega’s van heel andere disciplines. En natuurlijk trekt de sfeer op het eiland zelf, waar de ezels en geiten los rondlopen. Waar in de Books & Toys-winkel in de hoofdstraat Mens erger je niet en Ganzenbord prominent in de etalage liggen. Waar de Rose Inn niet alleen ‘The coldiest Beer’ serveert, maar ook smakelijke geit en zoute vis. Een replica van de grot van Lourdes is een openluchtkerk, en voor de intense kleuren van de tropische vissen hoef je overal alleen maar even je hoofd onder water te steken. Het eiland is klein. Letterlijk. In een halve dag heb je bijna alles gezien, en kruis je geheid het pad van een paar bekenden. Maar ook figuurlijk. Het doktersgeheim blijkt op Bonaire een relatief begrip. Iedereen kent elkaar. Maar dat nemen de Amsterdammers voor lief. «

directeur Giovanni Frans

nefrologen Menso Nubé en Muriel Grooteman 10 | V U M A G A Z I N E

chirurge Manon Cromheecke V U M A G A Z I N E | 11


IN DE COLLEGEBANKEN

‘Nu kijk ik die filmpjes en snáp wat ik zie’ Wat: studenten over hun pathologiedocent Want: hij verandert zesjes in tienen met YouTube. ANITA MUSSCHE FOTO’S: STUDIOVU/RIECHELLE VAN DER VALK

12 | V U M A G A Z I N E

W

olter Mooi heeft veel vrienden. De VU-docent van het jaar heeft er bijna duizend, op Facebook: de meesten zijn geneeskundestudenten. “Wij hebben het idee dat die man nooit slaapt”, zegt tweedejaars Bernard Jansen. “Hij moet dag en nacht berichten zitten posten.” Op zijn Facebook-pagina plaatst VUmc-patholoog en docent Wolter Mooi bijna dagelijks tips en links naar internetcolleges, recent verschenen tijdschriftartikelen en andere medische kennis. Met onderwijs heeft dat niet altijd direct te maken. Derdejaars Paul van Schie: “Het zijn tips over leuke dingen, die zijdelings met pathologie of geneeskunde te maken hebben, maar waar je zelf niet zo gauw op zou komen. Welke docent neemt de moeite je gewoon nog iets leuks te vertellen? Dat maakt hem heel geliefd.” Jansen en medestudent Omaima El Tahir zijn beiden ‘vriend’ van Mooi. In de studiezaal laten ze zien hoe hij internet inzet in zijn onderwijs. El Tahir zoekt via Blackboard, de digitale leeromgeving vanwaar VU-studenten alle digitale leerstof kunnen bereiken. Een rozig plaatje met bubbels en vlekjes komt in beeld. Een weefselcoupe, gezien door een microscoop, door Mooi op YouTube en in iTunesU gezet. Door de koptelefoon hoor je hem bedaard uitleg geven, terwijl hij in- en uitzoomt op de cellen. Deze filmpjes bij de practica pathologie zijn het populairst bij zijn studenten. “Tijdens de practica bekijk je zelf preparaten door de microscoop. In die filmpjes leidt professor Mooi je er helemaal doorheen”, legt El Tahir uit. Ook derdejaars

Arjan Heemskerk is erg gelukkig met die filmpjes. “Hij maakt de pathologie léúk. Ik zat vaak twee uur door die microscoop te turen en begreep gewoon niet wat ik zag. Nu kijk ik die filmpjes en snáp wat ik zie. Vorig jaar haalde ik een mager zesje, dit jaar een tien. In mijn ogen is Mooi’s aanpak echt een sprong voorwaarts.”

Hinderlijk geroezemoes

Ook al zijn hoorcolleges zet Mooi op internet. Maar anders dan de meeste docenten spreekt hij naderhand tekst in bij de powerpointdia’s van het college. Zo voorkomt hij hinderlijk geroezemoes op de films. “Ik fiets ’s avonds weleens langs zijn huis en dan zie je hem zelfs tijdens het koken nog met de microfoon om staan”, lacht Heemskerk. “En hij verwerkt onze input tijdens het college erin. Dat geeft meer verdieping.” Internetcolleges kun je overal bekijken. Thuis, op de VU, onderweg op je smartphone. Dat maakt ze ideaal om je tentamens mee voor te bereiden, vinden Jansen en El Tahir. Jansen: “In tentamentijd zitten we vaak met z’n allen in de Openbare Bibliotheek Amster-

‘Hij staat zelfs tijdens het koken nog met de microfoon om’ dam te studeren. Dan zie je overal op die beeldschermen de hoorcolleges van meneer Mooi!” Al die weelde leidt weleens tot het skippen van lesstof, Jansen vindt dat hij daar eerlijk over moet zijn: “Je bent toch pragmatisch. Wat een docent in het hoorcollege vertelt, komt ook terug in een tentamen. Voor het

vorige blok heb ik geen boek meer aangeraakt.” Dat gaat El Tahir wat ver. “Ik red ook niet altijd het hele boek, ik lees het belangrijkste. Maar als je visueel of auditief bent ingesteld, is een internetcollege een heel goede ondersteuning. Het geeft overzicht.”

Toch volle zalen

Zitten er dan nog studenten bij Mooi in de collegezaal? “Ja. Dat komt door professor Mooi”, vindt Heemskerk. “Hij vertelt het met zoveel sjeu dat de zaal vol zit.” Docenten zijn er volgens Mooi dan ook vooral om studenten te motiveren en enthousiast te maken. Een docent is niet langer de enige aangewezen persoon om vragen aan te stellen, vindt hij. Studenten horen constant vragen te stellen bij de leerstof, maar dat kunnen ze heel goed aan elkaar doen. Door hen meer vragen te

laten stellen, worden ze verantwoordelijker voor hun eigen leerproces. En hen zelf naar verdieping laten zoeken levert uiteindelijk betere artsen op, daar is Mooi van overtuigd. Nu stellen studenten hun vragen nog via Blackboard. Met de tienduizend euro die hij kreeg als Docent van het Jaar, wil Mooi een website opzetten waarop studenten van alle opleidingen Geneeskunde in Nederland hun vragen aan elkaar kunnen stellen. Van Schie en Heemskerk denken dat er wel potentie zit in zo’n site. “Maar je moet oppassen dat het niet geforceerd wordt”, denkt Van Schie: “Ik zoek dingen bijvoorbeeld het liefst zelf uit.” Mooi is voortdurend op zoek naar manieren om via internet zijn onderwijs te verbeteren. Zo werkten zijn tweedejaars studenten onlangs voor het eerst samen in groepen via Google docs bij een college over ontstekin-

gen. Zij schreven allemaal samen aan een presentatie. Voordeel: je voelde je verantwoordelijk voor alle lesstof en niet alleen voor het stukje dat je zelf bij moest dragen, vinden Jansen en El Tahir, maar je aandacht werd wel erg versnipperd. Ze vinden het vak als experiment geslaagd. “Het doel was wel goed. Waarschijnlijk moet je er ook aan wennen.” Mooi heeft veel goodwill. Maar hij is dan ook een vriend… Dat is relatief, vinden El Tahir en Jansen. “Hij is heel professioneel. Facebook blijft een medium. Het is niet zo dat je als student roept ‘Heeee, Wolter!’” « www.youtube.com, zoek op “Wolter Mooi” om een indruk te krijgen van zijn films. Ook zijn TEDx-presentatie over zijn onderwijsopvatting staat daarop. V U M A G A Z I N E | 13


OUDERENZORG Steeds meer ouderen, steeds minder zorg. Goede ICT gaat die kloof dichten. De senior van de toekomst heeft een mobiele assistent. RIANNE LINDHOUT ILLUSTRATIE: GREET EGBERS

Geen geraniums, wel Windows W

e zouden een artikel maken over ICT in de ouderenzorg. Wat voor futuristische gadgets zouden we wel niet tegenkomen? Het liep anders. We ontdekten dat er twee veelomvattende ICT-programma’s zijn die nu al bij ouderen thuis worden getest en die sterk op elkaar lijken: ROSETTA en HomeSweetHome. Beide ontwikkeld in Europees verband, maar volledig los van elkaar. Dat lijkt inefficiënt, maar de twee consortia hadden ook tot heel verschillende oplossingen kunnen komen, waarvan er misschien eentje goed was. Zo werkt innovatie. Dat twee afzonderlijke groepen tot dezelfde oplossing kwamen, kan betekenen dat die de meest logische is. Dat ouderen dankzij die aanpak echt langer thuis kunnen blijven wonen, met meer levenskwaliteit. Rosetta, dat wordt gecoördineerd door TNO en waaraan VUmc bijdraagt, is ontwikkeld voor ouderen met dementie. Het assisteert hen en hun verzorgers bij het dagelijks leven. VUmc-gezondheidspsycholoog Franka Meiland onderzoekt of Rosetta effectief en gebruiksvriendelijk is. Het wordt nu bij ouderen thuis in Nederland, Duitsland en België getest. Meiland: “Rosetta integreert drie eerder ontwikkelde systemen. Het eerste biedt

14 | V U M A G A Z I N E

navigatie door de dag. Een computer met touch screen in combinatie met een mobiel apparaat laten duidelijk de dag, de datum en een analoge klok zien. Verder kan een geheugensteuntje op het scherm met een geluidje aangeven wat er op de planning staat: vandaag gaat u naar het ontmoetingscentrum, de buurvrouw komt straks op bezoek, u zou uw kleindochter bellen.” In het fototelefoonboek kun je een foto van die kleindochter aanraken, dan wordt ze meteen gebeld. Ook is er een helpknop, waarmee je direct contact opneemt met de mantelzorger of het zorgcentrum. Stel dat je buiten verdwaald bent, dan kan degene achter de helpknop op een webpagina zien waar je bent en je ‘naar huis praten’. Meiland: “Eerst was het navigatiesysteem een soort tomtom, maar uit testen bij mensen met dementie bleek dat alleen geluid zonder een kaart erbij beter werkt.” Deze Elderly Day Navigator helpt niet alleen geheugenproblemen op te vangen, maar bevordert ook sociale contacten en bewegingsvrijheid. Je spreekt tenslotte je kleindochter dankzij deze agenda en durft weer te gaan wandelen. Je kunt ook foto’s bekijken in het digitale fotoboek en er komen »

V U M A G A Z I N E | 15


Gezond in 2030 Wat wil de oudere? Onderzoek heeft aangetoond dat ouderen vooral behoefte hebben aan vier dingen: sociale contacten, dagbesteding, geheugenondersteuning en veiligheid. Dat was het uitgangspunt van zowel Rosetta als HomeSweetHome.

misschien eenvoudige spelletjes op. Dat kan een aardige aanvulling zijn op een misschien wat karige dagbesteding.

Onder het matras

Het tweede Rosetta-onderdeel bestaat uit sensoren. Op de koelkastdeur, de waterkoker, de voordeur, onder het matras, in de badkamer. Die registreren samen of iemand zijn dagelijkse routine nog normaal uitvoert. Gaat zij niet tien keer uit bed ’s nachts? Komt hij ’s morgens nog in de badkamer om zich te verzorgen en maakt hij nog ontbijt? Blijft de voordeur niet te lang openstaan? Dat wordt allemaal geregistreerd op een webpagina. Bij ernstige of frequente afwijkingen krijgt bijvoorbeeld een casemanager geen groen, maar een oranje of rood bolletje te zien, zodat die op tijd kan checken of alles wel goed gaat. Het is een dagelijkse aanvulling op het huisbezoek van een zorgverlener dat bijvoorbeeld maar eens per zes weken plaatsvindt. Het laatste onderdeel is een valdetectiesysteem dat al op meerdere plaatsen wordt gebruikt. Meiland: “Het bestaat uit camera’s met bewegingssensoren. Als iemand lang niet meer beweegt, gaat éven de camera aan en wordt een

VU Connected organiseerde eind september de bijeenkomst Gezond in 2030. Een panel met daarin onder anderen Wouter Keijser onderzocht samen met het publiek wat de belangrijkste issues zijn in de gezondheidszorg. De uitkomst is te lezen op www.vuconnected.nl. Daar kunt u zich ook aanmelden voor de bijeenkomst Wij in 2030, op 18 januari, over samen leven: het slot van een vierluik over de agenda voor de toekomst.

beeld vastgelegd. Het systeem checkt of de persoon op een ongebruikelijke plek verblijft, bijvoorbeeld liggend op de grond. In dat geval krijgt de zorgverlener een sms met een link naar dat camerabeeld.” In een tijd dat er steeds meer ouderen komen, maar niet meer zorgpersoneel, kan dit een uitkomst zijn. Aan de andere kant: waar blijft de privacy? Meiland: “Patiënten en hun mantelzorgers zeggen: ‘Dat heb ik ervoor over.’” De truc van Rosetta is dat het samen met gebruikers is ontworpen. Vele interviews en werkgroepen vonden plaats, met ouderen zelf, hun mantelzorgers en professionele verzorgers. Dat gebeurt veel te weinig in dit veld, zegt Meiland. “Net als onderzoek of een toepassing wel effectief en bruikbaar is.” Meiland en haar collega’s kijken nu heel concreet of de levenskwaliteit van deelnemende ouderen vooruit gaat, of ze echt langer thuis kunnen blijven en ook hoe de gebruikers het systeem waarderen.

Mantelzorgers enthousiast

Professionele zorgverleners staan vernieuwingen als Rosetta nog het meest in de weg, ziet Wouter Keijser. De VU-alumnus stopte met de huisartsge-

Meer ICT De afdeling waar Franka Meiland werkt, Psychiatrie en Verpleeghuisgeneeskunde, werkt onder leiding van hoogleraar Rose-Marie Dröes aan meer ICT-projecten rond dementie. Zo komt er een toepassing die mantelzorgers en mensen met dementie op internet de weg wijst bij het vinden van zorg. Deze DementieWijzer beantwoordt elke zorgvraag met een geschikt zorgaanbod in de eigen regio. Hij wordt nu in enkele onderzoeksregio’s toegepast. www. dementiewijzer.nl. In EU-verband werken zij aan onderwijsmodules voor internet, met uitleg over dementie en hoe je ermee om kunt gaan als omstander, maar ook met interactieve onderdelen zodat elke vraag een professioneel antwoord krijgt. www.startraining.eu. Tot die modules beschikbaar zijn, kan www.dementiedebaas.nl een handige website zijn voor mantelzorgers. Dröes en haar collega’s zinnen op een manier om mensen heel intens te laten ervaren hoe het is om dement te worden. Tot nu toe biedt www.alzheimerexperience.nl de best mogelijke inleving. 16 | V U M A G A Z I N E

10.05

ALARM

FAVOR IET

‘Steeds meer ouderen kunnen met mobieltjes en knoppen overweg’

GELUID

CONTA

minute

n

CT TO ETS

EN TV GIDS

neeskunde om zich volledig aan zorginnovatie te wijden. Momenteel coördineert hij onder meer effectonderzoek in vier landen naar HomeSweetHome, een zorgsysteem dat sterk lijkt op Rosetta, maar ook bedoeld is voor ouderen zonder dementie. Keijser: “De gebruikers willen wel. Steeds meer ouderen kunnen en willen met mobieltjes en knoppen overweg. Ook mantelzorgers zijn enthousiast. Maar artsen denken dat een online verbinding niet goed is voor de relatie. Of ze zijn bang dat hun rol marginaal wordt en dat ze dat in hun portemonnee gaan voelen. Ze vragen zich ook af: heb ik de verantwoordelijkheid als de computer uitvalt?” Wel denkt Keijser dat het verandert. “Zorgprofessionals zullen steeds meer onderkennen dat ze ook maar mensen zijn; dat computers sommige dingen beter kunnen dan zij. Als mevrouw Jansen met haar hartziekte elke dag wat ja/nee-vragen over haar toestand

SPEL

beantwoordt op haar computer, kan de arts haar op tijd bellen om extra pillen te adviseren.” Er zijn nog wel andere haken en ogen, volgens Keijser. “De kosten zijn geen probleem, want de winst is groot. Maar wie de systemen gaat financieren is onduidelijk. En: komt er één standaardsysteem, of allerlei verschillende, zodat iemand die verhuist weer met een ander systeem te maken kan krijgen? Hoe waarborg je de kwaliteit? Dat zijn de kwesties die we de komende vijftien jaar moeten oplossen.” Kunt u zich nog een leven zonder mobieltje of internet voorstellen? Toch zijn ze nog maar zo’n vijftien jaar gemeengoed. Zo onvoorstelbaar als het nu lijkt dat echt oude mensen met mobiele assistenten rondlopen, zo onvoorstelbaar zal het straks waarschijnlijk zijn dat ze dat vroeger niet deden. « www.aal-rosetta.eu www.homesweethome-project.be V U M A G A Z I N E | 17


DE ALUMNUS

Emotie-econoom Henriette Prast

‘Mensen hebben behoefte aan drempels’ RIANNE LINDHOUT FOTO: MARIJN ALDERS

H

et is bewezen. In kantines in de VS is als experiment ingevoerd dat je ongezonde snacks en frisdrank alleen nog contant kon betalen. Het werkte: mensen kochten relatief meer melk, water en salade. Een prachtig voorbeeld van hoe je gedrag kunt sturen, vindt Henriëtte Prast, VU-alumnus en hoogleraar persoonlijke financiële planning aan Tilburg University. “Met een klein drempeltje. De ‘blije snoepers’ kunnen gewoon contant geld meenemen, mensen zonder plan kiezen voor het gemak van alles in één keer met een pasje kunnen betalen en mensen die zich hebben voorgenomen vandaag niet te snoepen, worden geholpen zich daaraan te houden.” Lekkere dingen zijn overal, en geld uitgeven kan ook de klok rond vanuit je luie stoel, op internet. Er zijn steeds minder drempels. En juist die hebben we nodig om goede voornemens waar te maken, weet Prast. Waarschuwingen daarentegen, werken soms zelfs averechts. In New York staat op veel menukaarten hoeveel calorieën er in een gerecht 18 | V U M A G A Z I N E

zitten, om te helpen gezondere keuzes te maken. Dat is niet goed voor mensen die op dieet zijn, las Prast in een economisch toptijdschift. “Zij overschatten vaak het aantal calorieën in een gerecht. Bij het lezen van het werkelijke aantal denken ze: dat valt mee! Dan kan dat stuk taart er ook wel achteraan.” Prast deed promotieonderzoek naar iets heel anders, maar altijd als ze tijdens haar literatuuronderzoek op zo’n psycho-economisch artikel stuitte, bewaarde ze het. De stapel groeide, maar ze deed er niets mee. Tot ze in 2000 een column kreeg in Het Financieele Dagblad. Nog steeds schrijft ze elke week over economie en psychologie.

Bevechten

Inmiddels was ze universitair hoofddocent algemene economie bij de UvA en onderzoeker bij De Nederlandsche Bank. Ze merkte dat haar interesse steeds meer naar de psychologie uitging, en ook dat dat binnen de economie een geaccepteerd terrein begon te worden. “Het werd een serieuze wetenschap. Nout Wellink geloofde erin, maar ik merkte bij anderen vaak dat ik het moest bevechten.” Een coach liet haar inzien dat ze haar groeiende interesse niet langer onder het tapijt moest schuiven, en ook dat ze moest proberen hoogleraar te worden. “Ik zag daar tegenop, maar toen ik zag dat de Universiteit van Tilburg een hoogleraar persoonlijke financiële planning zocht, heb ik gereageerd. Om tegen mijn coach te kunnen zeggen dat ik het had geprobeerd.” Ze werd uitgenodigd, en vertelde dat ze de functie wilde invullen met veel psychologieonderzoek. “Die leerstoel had ook kunnen gaan over hoe je zo weinig mogelijk belasting betaalt.” Maar ze kozen Prast, en zodoende is zij sinds 2005 helemaal op haar plek. Het belangrijkste dat ze heeft geleerd, zegt ze, is dat gedrag minder rationeel is dan je zou denken.

Henriette Prast: ‘Zelfkennis is belangrijker dan kennis.’

CV 1955 geboren in Amsterdam | 1984 afgestudeerd in economie, VU | 1985-2002 UD en UHD algemene economie bij de UvA, promotie aldaar in 1996 | 1997-2007 onderzoeker De Nederlandsche Bank | 2008-2011 raadslid Wetenschappelijke Raad voor Regeringsbeleid | 2005-heden hoogleraar persoonlijke financiële planning aan de Tilburg University

Rationele prikkels, zoals die calorie-informatie op menukaarten, kunnen zelfs averechts werken. Terwijl irrationele prikkels in de vorm van kleine drempels ons wél de kant op sturen die we eigenlijk willen. “Vroeger moest je je spaarvarken stukgooien om bij je geld te kunnen. Nu neemt betaaltechnologie alle drempels weg. Een grote misvatting is dat de omgeving neutraal is. Onze omgeving is niet neutraal en leidt tot minder doordacht omgaan met geld.” Prast vindt dat de overheid veel meer gebruik moet maken van die kennis. “Men moet redeneren: ik denk dat dit is wat jij wilt, dus ik maak dat jou gemakkelijk. Bijvoorbeeld door een brief te sturen met de strekking: als we niets van u horen, gaat u automatisch meer sparen voor uw pensioen. De

markt benut de psychologie van de klant al lang, heel slim en niet altijd netjes. De overheid stelt daar alleen maar informatie tegenover. Dat werkt juist niet.” Zolang dat niet verandert, zullen we onszelf moeten dwingen tot het beste gedrag. Daarvoor geeft Prast nog het volgende mee: “Zelfkennis is belangrijker dan kennis. Wat kun je beter doen: een kilozak drop kopen voor twee euro, of een zakje van twee ons voor één euro? Als je elke dag netjes maar drie dropjes neemt, is die kilozak voordeliger. Maar anders is de kleine zak beter. Mensen overschatten hoe verstandig ze zich in de toekomst gaan gedragen. Onderken hoe je in elkaar zit, en zorg dan zelf voor mechanismen die je helpen te kiezen voor wat je echt wilt.” « V U M A G A Z I N E | 19


Update[onderzoek]

M. BACLAYON en W. ROOS

Griepvirus sterk als beton

Supergenen VU-wetenschappers hebben het complete DNA ontrafeld van een 115-jarige vrouw die in 2005 overleed en bij wie geen spoortje van dementie was te bekennen. Dat komt doordat zij speciale genen had, beweert Henne Holstege van de afdeling Klinische genetica van VU medisch centrum. Het is nog niet duidelijk welke rol die genen precies hebben, maar het lijkt iets te zijn dat beschermt tegen dementie en andere ouderdomsverschijnselen. De ontrafeling van het genoom van Hendrikje van Andel-Schipper – om haar gaat het – is belangrijk om te begrijpen hoe DNA-variaties bijdragen aan een lang en gezond leven. Om echt te begrijpen hoe dit werkt, moet het DNA van duizenden mensen worden onderzocht. (PB)

MS ernstiger bij mannen De kans op multiple sclerose (MS) is bij vrouwen groter dan bij mannen, maar bij mannen is de aandoening ernstiger. Dat blijkt uit onderzoek van Menno Schoonheim van het MS Centrum van VUmc. Schoonheim heeft zijn bevindingen in oktober gepresenteerd tijdens het internationale MS-congres in Amsterdam. Hij ontdekte dat mannelijke MS-

patiënten meer hersenweefsel verliezen, waardoor zij vaker last hebben van cognitieve klachten, zoals geheugenproblemen. Verder blijkt dat de schade aan de witte stof in de hersenen bij mannen groter is. MS werd tot voor kort gezien als een ontstekingsziekte van de witte stof van het centraal zenuwstelsel. Nu blijkt de grijze stof ook betrokken. (PB)

Turken trouwen

‘Migranten blijven komen, hoe moeilijk je het ze ook maakt. Geef niet-westerse migranten meer mogelijkheden legaal in Europa te komen werken. Dat kan voor een bepaalde periode met steeds wisselende groepen. Bushfallers willen hier niet blijven. Ze vinden het hier veel te koud en het eten te smerig. Ze willen geld verdienen en terug. Dat ze hier niet legaal kunnen werken, maakt hen juist zo afhankelijk van regelaars en kwetsbaar voor uitbuiting.’ Zo verwoordde Maybritt Jill Alpes in NRC Handelsblad het beleidsadvies dat voortkomt uit het promotieonderzoek waarop ze 4 november promoveerde bij Sociale Wetenschappen. Voor haar onderzoek woonde ze dertien maanden in Engelstalig Kameroen. Bushfalling is de term die Kameroeners gebruiken voor migratie. Bij gebrek aan vooruitzichten in hun eigen land, willen de meeste jongeren weg. ‘Dat westerse landen het steeds moeilijker maken voor niet-westerlingen uit armere landen om binnen te komen, vergroot juist de aantrekkingskracht. Verhalen over hoe moeilijk het in het buitenland is zonder papieren, worden niet geloofd.’ (RL)

Economische barometer Econometristen van de VU hebben een economische barometer ontwikkeld, die de meest actuele stand van zaken van de economie voorspelt: de Stand van Nederland. Deze wordt gebruikt in het actualiteitenprogramma Eén Vandaag en op de zakelijke nieuwssite z24.nl. De Stand van Nederland voorspelt de economische groei in de lopende en de komende maand. (WV) tinyurl.com/d7qnuhc 20 | V U M A G A Z I N E

LESZEK SCZANIECKI

Geef migranten perspectief

Tweedegeneratie Turken in West-Europa trouwen eerder en vaker dan autochtone leeftijdsgenoten. Daarnaast wonen ze minder vaak samen en hebben ze traditionelere sekserolpatronen. Een groot deel trouwt bovendien met een huwelijksmigrant uit Turkije. Dat blijkt uit het promotieonderzoek waarop demograaf Doreen Huschek 3 oktober promoveerde. Zij onderzocht het huwelijksgedrag van tweedegeneratie Turken in verschillende landen. Daaruit blijkt dat ze hun gedrag wel degelijk aanpassen aan het land waar zij wonen. Zo hechten Turken in Duitsland, net als de Duitsers zelf, meer aan traditionele rolpatronen en zijn Zweedse Turken meer egalitair. (FB)

Antisnurkbeugel Een beugel kan de oplossing zijn voor gesnurk. Dat blijkt uit het onderzoek waarop Ghislane Aarab op 5 oktober bij ACTA promoveerde. Zij onderzocht mensen die snurken en mensen die aan slaapapneu lijden, een aandoening waarbij ze in hun slaap plotseling ophouden met ademhalen. In beide gevallen kan de anti-snurkbeugel uitkomst bieden. Deze duwt de onderkaak naar voren, waardoor de luchtpijp groter wordt. Dat vermindert de klachten aanzienlijk, ontdekte Aarab. Vroeger moesten snurkers en mensen met slaapapneu vaak worden geopereerd of moesten ze slapen met een pomp die hun luchtwegen openhoudt. De beugel is veel goedkoper en minder ingrijpend. Informeer bij uw zorgverzekeraar. (WV)

Natuurkundigen van de VU en FOM hebben ontdekt hoe het kan dat het buikgriepvirus zo enorm sterk is. Het virus bouwt namelijk een voorspanning in. Dit principe wordt ook gebruikt in betonconstructies: de metaaldraden van de bewapening worden uitgerekt, zodat er spanning ontstaat die de hele structuur

weer samentrekt. De spanning werkt krachten van buitenaf, die het beton juist willen oprekken, tegen. Het sterke omhulsel komt het virus goed uit tijdens zijn tocht door het lichaam. Het moet bijvoorbeeld de extreem zure omgeving van de maag weerstaan. De virussen zijn te klein om met een lichtmicroscoop te kunnen zien, dus gebruikten de onderzoekers een tastmicroscoop, die op de tast een virusdeeltje zocht. Daarna werd er hard op gedrukt, tot het uit elkaar barstte. De nieuwe kennis opent deuren voor nieuwe antivirale medicijnen en extra sterke kunstmatige nanodeeltjes. (RL) www.few.vu.nl/~wroos/

Oud en depressief? Kijk dan eens of een behandeling met licht iets voor u is. Dat werkt na drie weken al even goed als antidepressiva. Lichttherapie stond al bekend als veilige, goedkope en effectieve eerste keuze voor behandeling bij winterdepressies. Maar het was onbekend of lichttherapie ook bij een niet-seizoensgebonden depressieve stoornis bij ouderen effectief is. Om dit te onderzoeken, verrichtte Ritsaert Lieverse een dubbelblind gerandomiseerd klinisch onderzoek naar lichttherapie bij ouderen met een depressie. Hij promoveerde 18 november bij VUmc. Depressie bij ouderen komt vaak voor en is een ernstige aandoening. Volgens de Wereldgezondheidsorganisatie is depressie vanaf 2020 volksziekte nummer één na hart- en vaatziekten. (RL) www.lichtvoorlater.nl

...neem geen kalmeringsmiddel Veel oudere vrouwen met een depressie krijgen kalmeringsmiddelen voorgeschreven. Niet goed, want ze kunnen de somberheid juist versterken. Dit en nog veel meer staat in het boek Licht op Later, dat vorige maand verscheen ter gelegenheid van twintig jaar onderzoek naar ouder worden door LASA, de Longitudinal Aging Study Amsterdam. Lasa is een samenwerking tussen VU en VUmc. Elke drie jaar worden enkele duizenden ouderen geïnterviewd, over hun lichamelijke gesteldheid, geestelijke gezondheid, sociale netwerk en hun cognitief functioneren. Een greep uit de resultaten: ouderen tussen 55 en 70 jaar zijn nu meer maatschappelijk betrokken dan hun leeftijdsgenoten van twintig jaar geleden. Het grootste deel van hen doet vrijwilligerswerk.

Bas

En: in 1992 paste een derde van de grootouders regelmatig op hun kleinkinderen, nu meer dan twee derde. Anderzijds zijn veel ouderen kwetsbaar, vooral diegenen met een lage opleiding. (RL) Maak kans op een van de vijftien exemplaren van Licht op Later die wij mogen verloten. Mail uw postadres naar vumagazine@vu.nl o.v.v. Licht op later.

Verwaarloosde organisatie The Nanny kan in de toekomst aan de slag op de werkvloer. Kennis uit de orthopedagogiek blijkt nuttig in ‘verwaarloosde organisaties’. Joost Kampen promoveerde 14 november bij de economiefaculteit op onderzoek waaruit dat blijkt. Kampen: “Veel topmanagers zijn niet met hun eigen organisatie bezig, maar met bijvoorbeeld fusieprocessen of hun persoonlijk carrière. Ze hebben geen aandacht voor de emoties van hun eigen werknemers en zijn niet beschikbaar. Die nalatigheid leidt tot emotionele verwaarlozing, waarbij de verhoudingen zijn verziekt op alle niveaus.”

Hij deed zijn onderzoek onder andere bij het Amsterdamse GVB, maar in zijn beroepspraktijk als adviseur zag Kampen het verschijnsel ook op bijvoorbeeld basisscholen. Hij zocht ook oplossingen in de orthopedagogiek: “Aandacht en structuur zijn de sleutelwoorden. Door goed observeren en gesprekken moeten onderliggende problemen aan het oppervlak komen. En eerst moet men de dagelijkse routine herstellen. Komt iemand te laat, dan moet hij daarop worden gewezen. En een functioneringsgesprek moet niet drie keer worden afgezegd.” (RL) mgtbk.nl/qv9

Magieboek op school ‘Open’ protestants-christelijke basisscholen weren nogal eens kinderboeken waarin magie voorkomt, zoals de Harry Potterreeks. Ze doen dat op aandringen van orthodox-christelijke ouders; een duidelijk boekenbeleid is er niet. Dat concludeert Erna van Koeven, die 16 november promoveerde bij de letterenfaculteit. Ze interviewde 144 leerkrachten op 108 scholen. Van die 108 scholen deden er 74 niet mee aan de Kinderboekenweek in 2005, waarin magie centraal stond. Een derde van alle basisscholen

in Nederland is protestants-christelijk. Het merendeel daarvan is open protestants, dat wil zeggen ook voor anders- en niet-gelovige leerlingen. Van Koeven, pabo-docent Nederlands op de Hogeschool Windesheim in Zwolle, schrijft over haar resultaten: ‘Het is de vraag of het levensbeschouwelijk selecteren van boeken past bij de identiteit van deze scholen en de opdracht die scholen hebben leerlingen voor te bereiden op het kritisch en autonoom deelnemen aan een plurale samenleving.’ (RL) V U M A G A Z I N E | 21


PETER VALCKX

Griekenland moest, gedwongen door ‘Merkozy’, afzien van een referendum in eigen land. Europa ondermijnt de nationale democratie, vindt politicoloog André Krouwel.

Op zoek naar de brand ONDERZOEK Achter zijn computer haalt bosbrandexpert Guido van der Werf duizenden satellietbeelden en vliegveldgegevens binnen om zijn hamvraag te beantwoorden: waar blijft de CO2? RIANNE LINDHOUT FOTO’S: STUDIOVU/RIECHELLE VAN DER VALK

G

ezeten achter zijn computer zoomt hij in op het zuidelijk deel van het Amazonewoud. “Kijk, daar zie je nog een rookpluim.” De luchtfoto op Google Earth is toevallig genomen toen er een bosbrand woedde, waarschijnlijk aangestoken om landbouwgrond te verkrijgen. “In de tropen en in Rusland gaat het om tientallen bij tientallen kilometers tegelijk”, vertelt Guido van der Werf. De VU-aardwetenschapper »

ANITA MUSSCHE

Óf welvaart, óf democratie Was deze actie niet een moord op democratisch Europa? “We hadden altijd al een groot democratisch probleem in Europa, omdat het beleid niet meer in de nationale parlementen wordt gemaakt, maar in Europa. Daarna wordt het als een soort voldongen feit aan de landen opgelegd. Als je als minister met 27 landen afspraken hebt gemaakt, kun je daar eigenlijk niet meer op terugkomen. Daarmee is de beleidsverantwoording die politici aan hun nationale parlement moeten afleggen een wassen neus geworden. Dat is een oud probleem. Het verbieden van het referendum in Griekenland is een nieuw probleem.” Wat is het nieuwe probleem? “Het laat zien dat het een land nu zelfs verboden kan worden om aan de eigen bevolking toestemming te vragen voor bepaald beleid. Daarmee zijn de nationale regeringen de macht kwijt over hoe ze de zaken in hun land willen regelen. Griekenland werd voor de keuze gesteld: failliet gaan of doen wat we zeggen. Dat is geen keuze. Bevolkingen kunnen niets meer doen tegen de beslissingen die door een Europese top worden genomen. En niet eens door heel Europa gezamenlijk, maar door enkele landen die met geld komen. Daarmee ondermijnt de Europese beleidsvorming de nationale democratie.” 22 | V U M A G A Z I N E

Wat moeten we dan doen? Uit Europa stappen? “Dat zou kunnen, maar dat brengt gigantische economische problemen met zich mee. Het is óf welvaart, óf democratie. Alleen uiterst links en rechts spreken zich duidelijk uit tegen Europa, zoals bij ons de SP en Wilders. Extreem rechts wil eruit omdat ze de nationale soevereiniteit willen bewaren. Extreem links omdat de EU de sociale zekerheid zou ondermijnen: een Nederlandse werkgever kan bijvoorbeeld ook een goedkope Bulgaar inhuren. Landen kunnen geen eigen loonbeleid meer voeren.” Maar ja, die partijen hebben niet genoeg stemmers om hun wil door te voeren. “Extreem links en extreem rechts groeien hard, mede dankzij Europa. Daardoor kunnen de grote middenpartijen steeds moeilijker coalities vormen. Ze worden afhankelijk van die radicale partijen. Die blazen echter ook de EU niet op.” Is het erg als wij een soort Verenigde Staten van Europa worden? “De Verenigde Staten hebben in een grondwet helder vastgelegd hoe besluiten moeten worden genomen. In Europa zijn de pogingen om een duidelijke grondwet te maken, mislukt. Vervolgens noemen we het een verdrag en gaan toch door. Het probleem is dat niemand durft te zeggen hoe het eindstadium van Europa eruitziet. We bewegen

ons langzaam verder in de richting van een Europese regering, maar dat wordt nooit expliciet bediscussieerd. Onze regering werkt daar zelf aan mee. Nederland heeft nu weer aangedrongen op een commissaris die ook nationale banken dingen op kan leggen. We rennen door een donkere tunnel en weten niet of er aan het eind een muur staat. En niemand durft het licht aan te doen. Maar even stoppen doen we ook niet.” Dus van u mogen ze de EU opheffen? “Nee, ik ben een groot voorstander van Europa! Samenwerking is veel slimmer, vooral met het oog op de veiligheid. Maar de huidige vorm is zeer ondemocratisch en dat heeft grote risico’s voor het draagvlak. De Europese besluitvorming moet simpeler, want nu weet niemand wie eigenlijk beslist. De gemiddelde burger weet al niet hoe de Nederlandse democratie werkt, laat staan de Europese. Neem bijvoorbeeld de COREPER, het diplomatencomité van permanente vertegenwoordigers, dat alle beleidsbeslissingen voorbereidt. Waarschijnlijk weet nog geen vijf procent van de Nederlanders dat het bestaat. Om een politiek project te laten slagen moet je de steun van de bevolking hebben. Het Europese politieke project is wat dat betreft dood.” « m reageren? Mail naar vumagazine@vu.nl. V U M A G A Z I N E | 23


onderzoekt de CO2-uitstoot van ontbossing en bosbranden. Samen met de welbekende uitstoot door fossiele brandstoffen veroorzaakt ontbossing de totale uitstoot door menselijke oorzaak. Werkzaam bij de afdeling Hydrologie en geo-milieuwetenschappen berekende Van der Werf dat ontbossing en veenbrand vandaag de dag 10 procent van de CO2-uitstoot vormen. “Ongeveer een kwart van onze CO2-uitstoot wordt opgenomen door de oceanen, en een kwart door planten. De andere helft blijft achter in de atmosfeer en draagt bij aan het broeikaseffect.” Zo is het nú, maar hoe was het in het verleden? Bleef, toen we minder CO2 uitstootten, toen ook al de helft achter in de atmosfeer, of minder? Oftewel: verandert de opnamecapaciteit van planten en oceanen of is die stabiel? Die kennis kan helpen voorspellen hoeveel CO2 er in de toekomst blijft hangen en dat zegt weer iets over hoe hard het zal gaan met de opwarming van het klimaat. Dat is hard nodig, want de grote onzekerheidsmarges van de huidige voorspellingen remmen het urgentiegevoel, of zorgen juist voor onterechte angst. Van der Werf kreeg maar liefst 1,5 miljoen euro aan Europese subsidie om een tijdbalk te maken die iets van die onzekerheid kan wegnemen. Hij laat die tijdbalk beginnen in 1958, het jaar dat men begon de CO2-concentratie in de atmosfeer te meten. Hij gaat met drie collega’s vanaf die tijd berekenen hoeveel CO2 er jaarlijks werd uitgestoten door ontbossing. Deze gegevens kan hij combineren met de veel beter bekende gegevens over de uitstoot van fossiele brandstoffen en van de hoeveelheid CO2 die jaarlijks in de atmosfeer achterblijft, om een massabalans van CO2 te maken. Zo komt hij te weten of het vermogen van de oceanen en planten om onze CO2 weer gedeeltelijk op te nemen, veranderlijk is of niet.

Indirecte brand

Vanuit Google Earth klikt de wetenschapper door naar een wereldkaart van satellietbeelden, met veel rode gebiedjes. Het is net alsof je rechtstreeks naar branden kijkt, maar de 24 | V U M A G A Z I N E

‘Vroeger ging je eerst rustig bedenken hoe het kon zitten. Die kunst ben ik langzaam aan het verleren’ beelden tonen pieken in de concentratie van koolmonoxide (CO), een stof die samen met CO2 ontstaat bij brand en die later ook wordt omgezet in CO2. Je ziet dus indirect waar het brandt. Van der Werf gaat gegevens over CO omrekenen tot informatie over CO2 om goede schattingen te kunnen maken. “We gaan in de buurt van bosbranden, bijvoorbeeld in Singapore en Brazilië, apparatuur neerzetten die continu CO en CO2 meet. Ik weet dan wat de ratio tussen CO en CO2 is bij verschillende typen brand, zodat ik uit CO-gegevens van satellieten CO2-gegevens kan afleiden.” De ene bosbrand is de andere niet. De foto naast de rookpluimfoto op Google Earth toont een groen bladerdak, met een raster van lichtbruine puntjes met heel dunne lijntjes ertussen. “Er zijn wegen in het woud aangelegd, en de waardevolle boomstammen zijn omgehakt en meegenomen”, legt Van der Werf uit. “Daarna wordt het bos in brand gestoken om de grond vrij te maken voor bijvoorbeeld sojateelt.” De zuidelijke Amazone is een extreem voorbeeld: puur bos verandert er op grote schaal in kaal gebied. In Afrika gebeurt ontbossing op kleinere schaal. Kleine boeren ontbossen een stukje woud en doen dat minder ingrijpend. Als je koeien wilt laten grazen, hoeft niet alle begroeiing plat en kan het op termijn weer aangroeien. Van der Werf: “Ik heb de wereld ingedeeld in pixels van vijfhonderd bij vijfhonderd meter. Voor bijna een miljard van die pixels ga ik bepalen hoeveel CO2-uitstoot er per jaar was door ontbossing.” En dat dan voor elk jaar dat deze satellietbeelden bestaan. Door een aantal tijdreeksen van satellietgegevens te combineren, kan Van der Werf niet alleen zien of er een brand is geweest, maar ook

vindt het niet erg. “Mijn succes komt mede door de mazzel dat ik bij goede groepen heb gewerkt en al vroeg een aantal veel geciteerde artikelen schreef. Het wetenschappelijke werk is opgeschoven in de richting van het ingenieursvak. Vroeger ging je eerst eens rustig bedenken hoe het kon zitten. Die kunst ben ik langzaam aan het verleren. Het werkt nu vaak andersom: er zijn heel veel data, en als ik bedenk hoe ik ze slim kan gebruiken, kan ik leuke dingen doen die een heel breed perspectief geven.”

Slimme truc

Guido van der Werf of deze brand daadwerkelijk tot ontbossing leidde, en hoe extreem de ontbossing was.

Niet zeuren

Van der Werfs werk bestaat voor het grootste deel uit het binnenhalen en duiden van satellietgegevens. Al die gegevens gaan in een rekenprogramma om tot hapklare CO2hoeveelheden te komen. Dat klinkt als best een saaie baan. “Het is soms ‘niet zeuren en doorgaan’”, beaamt Van der Werf, die nota bene in 2008 van wetenschapsfinancier NWO de Vening Meinesz-prijs voor de meest veelbelovende aardwetenschapper won. Hij

Van der Werf (1972, Geleen) begon eerst een studie econometrie aan de VU, maar stapte over naar fysische geografie, richting hydrologie. Water dus – hoe kwam hij terecht bij vuur? “Een van mijn laatste vakken ging over het gebruiken van satellietdata. Dat vond ik superleuk. Ik kon stage lopen bij NASA en daar later nog drie jaar werken.” Hij ontwikkelde een model om te berekenen hoeveel CO2 er vrijkomt bij een bepaald type bosbrand van een bepaalde oppervlakte. Daarmee stelde hij vast dat ontbossing en veenbranden niet 20, maar 10 procent van alle CO2-uitstoot veroorzaken. “Helaas blijft die 20 procent hangen in de hoofden. Politici blijven zeggen dat we het klimaat kunnen redden door alleen de ontbossing aan te pakken. Ik merk dat mensen pakken wat hun uitkomt, als het om wetenschap gaat. Wat je mening ook is, de ‘feiten’ die hem onderbouwen, vind je altijd wel ergens.”

Toch is Van der Werf wel degelijk creatief. Hij vond een slimme truc om oudere bosbrandgegevens op te diepen dan mogelijk is met satellietbeelden. De hogere kwaliteit data bestaat namelijk pas sinds het jaar 2000. Dat is te kort om een tijdbalk te maken die je enigszins betrouwbaar kunt doortekenen naar de toekomst. De oplossing vond hij op het vliegveld. Sinds jaar en dag wordt op elk vliegveld dagelijks de zichtkwaliteit genoteerd. Die hangt onder andere samen met fijnstof. Bij ontbossing komt naast CO2 veel fijnstof in de lucht door de branden. Bij grootschalige ontbossing ontstaat een economie en komt er altijd een vliegveldje, dus er zijn genoeg gegevens. Van der Werf: “Ik zoek eerst de overlap tussen vliegveldgegevens en satellietgegevens. Dan kan ik de zichtgegevens omrekenen naar een CO2-getal.” Ook al doet de krachtige computer die Van der Werf heeft het echte monnikenwerk, het blijft een hele klus voor de onderzoeker, samen met twee aio’s en een postdoc. Ze hebben vijf jaar de tijd en krijgen versterking van de rest van het team van Van der Werf. “Ik denk dat we vier jaar en elf maanden bezig zijn om de CO2-uitstoot door bosbrand te achterhalen, en dan in één maand de grafiek maken waar het om gaat.” « V U M A G A Z I N E | 25


ŠIMEK MEETS GIPHART Ronald Giphart, schrijver op locatie, interviewen? Waarom dan niet op de zestiende verdieping van de VU bijvoorbeeld, in de kerkzaal, waar zich het kerstverhaal van Giphart afspeelt, dat hij aan de VU schenkt als afscheid. En waarom niet in de aanwezigheid van de masterstudenten journalistiek van de VU? Zij zouden voor één keer mijn redactie kunnen vormen, materiaal verzamelen en gezamenlijk met mij de strategie voor het gesprek bepalen. Goed idee toch? Je bent tenslotte VUsionair of niet. MARTIN ŠIMEK FOTO’S: 31PICTURES.NL

A

lles is akkoord, alleen de redactie laat het afweten. Tentamens gaan voor. De opkomst in de kerkzaal is niettemin indrukwekkend. Is het soms verplicht gesteld? Ik tref de studenten een half uur voor de komst van Giphart. Ik stel vragen, zij antwoorden. Een studente: Tien jaar geleden heb ik veel van zijn boeken gelezen, met veel plezier ook. En heb ik hem verdedigd tegenover vriendinnen die hem niet goed vonden. Ze zeiden: het is allemaal maar plat vermaak. Ik was het daar niet mee eens. Hij heeft een snelle pen, maar ook een origineel woordgebruik, veel nieuwe woorden introduceerde hij, of dat probeerde hij althans, vooral veel scheldwoorden. Ik vond het spannend. Ik was een puber en er kwam veel seks in voor. Later ben ik er hetzelfde over gaan denken als mijn vriendinnen toentertijd. Nee, het is geen hoogwaardige literatuur. Šimek: Wie leest Giphart nu nog en wie wil het voor hem opnemen? Andere studente: Ik heb veel boeken van hem gelezen, ook zijn laatste boek IJsland. Ik vind dat hij over de dingen nadenkt. Ik vind niet dat het plat is. Hij heeft altijd wel achterliggende gedachtes, speelt met de taal, dat vind ik ook leuk. Šimek: Maar als Giphart straks binnenkomt, dan komt wat jullie betreft dus 26 | V U M A G A Z I N E

niet Mick Jagger binnen, zoals het was in de tijden van zijn debuut in 1992 Ik ook van jou? Studente: We hadden een workshop met hem. Ik vond het een heel aardige man, maar het is geen Mick Jagger, nee. Ik heb Giph gelezen en ik ben gestopt toen op een gegeven moment de moeder en de dochter een trio hadden met de hoofdpersoon. Toen was ik er wel klaar mee. Šimek: Hoe oud zijn jullie? Wie denkt de jongste te zijn? Student: 21. Šimek: Is iemand jonger? Eenmaal, andermaal.., Oké, de jongste is 21. Wie vindt zichzelf de oudste? Student: 26. Studente: Nog ouder: 27. Šimek: Dus onder studenten van 21 tot 27 wordt Giphart niet meer gelezen. Lezen jullie wel zijn column in de Volkskrant? Studente: Die vind ik wel leuk. Student: Dat is precies waarom ik afhaak, die column. De doelgroep zijn dertigers en veertigers die graag koken, en daar associeer ik me echt niet mee. Studente: Als je als schrijver de lifestylekant opgaat, dan degradeer je jezelf in mijn ogen als schrijver. Andere studente: Hij heeft wel een roman geschreven, Troost, daarin combineert hij het culinaire met het schrijven. » V U M A G A Z I N E | 27


Het hele boek gaat over koken en over hoe het eraan toegaat in toprestaurants. Wat me is bijgebleven, is de slotscène in het bos, hij staat tegenover een hert dat hem indringend aankijkt en bij hem valt alles dan ineens op z’n plaats. Dat was wel een heel mooi einde. Hoogleraar Journalistiek Irene CosteraMeijer: Wil je niet even aan ons vertellen wat je plan is? Šimek: Ik heb geen plan, je moet geen plan hebben als je niet voorbereid bent. Een plan zou ik gehad hebben als jouw studenten voor mijn redactie hadden gespeeld. Ik moet dus kiezen voor spontaan. Andere opties zijn er niet, wat mij betreft. Laten we even pauzeren.

Even later komt Ronald Giphart binnen, geeft handjes en wordt verwelkomd door de organisatoren. Ik doe of hij lucht is en neem het woord: Šimek: Jongens en meisjes, ik ben expres niet naar Ronald Giphart toegelopen om hem te verwelkomen. Dat was een van de karakteristieken van mijn radioprogramma “Šimek ’s nachts”, dat ik nooit mijn gast ontmoette voor de uitzending. Vijftien jaar geleden, toen ik Ronald op de radio interviewde, was dat nog niet zo, maar later heb ik de formule aangepast en liet ik de ontmoeting plaatsvinden binnen de uitzending. Zo wil ik het hier ook doen. Laten we beginnen bij de ontmoeting.

De gympen van Giph Giphart verschijnt voor de studenten en we omarmen elkaar. Giphart: Lang geleden. Weet je nog de allereerste keer dat we elkaar hebben ontmoet, Šimek? Šimek: Dat was dus kennelijk niet tijdens ons radiointerview vijftien jaar geleden. Giphart: Nee, toen was je AnoNe. (G. wendt zich tot de studenten) Kent iemand AnoNe? AnoNe was een cartoonist in Propria Cures die voordat Gummbah met grove tekeningen kwam al hele grove, harde, realistische tekeningen maakte. Hoe ben jij bij PC gekomen? Šimek: Als gastredacteur. Maar vanaf nu alsjeblieft moet het alleen over jou gaan. Giphart: Maar het wordt leuker als het een gesprek is. Ben je nog met die donkere dame? Šimek: Ja. Giphart: Want die komt ook in Ik ook van jou voor. Šimek: We hebben twee kinderen. Giphart: Ik heb drie kinderen. En ik weet dat ze alledrie van mij zijn. Mijn jongste kind was heel erg ziek, dus we hebben een familieonderzoek gedaan waarbij we allemaal, de hele familie, ons DNA moesten afstaan. Mijn zoon werd geboren met een tumor in zijn alvleesklier. Als volwassene ben je dan ten dode opgeschreven, maar kinderen hebben nog het vermogen te herstellen. Šimek: Wat vind je van kanker? Giphart neemt een lange pauze. Dan: Ha! Wat vind ik van kanker? Het is… Ik heb te veel mensen verloren aan kanker om er nou ja…. Ik word wel gedreven door de drang om grappen te maken en ook wel over kanker. Maar hoe meer mensen ik verlies door kanker, hoe minder groot die drang wordt. Mijn vader is overleden aan kanker, mijn tante is net overleden, 28 | V U M A G A Z I N E

Herman… eh… Martin Bril is uiteraard aan kanker overleden, iedereen, velen van ons gaan het krijgen. Weet je? Ik heb een jetlag, ik kom net terug uit New York. Terwijl ik hier zit te praten merk ik dat ik toch incoherent zit te ouwehoeren. Kom ik incoherent over? Publiek: Nee nee nee. Šimek: Wat deed je in New York? Giphart: Met mijn gezin. Ik heb jarenlang een tv-bedrijf gehad. We moesten het opheffen, we hadden geen opdrachten meer. En toen kwam plotseling de belasting met een teruggave. Toen dacht ik: met z’n allen dat geld opmaken in New York. In een hotel zitten met een zwembad op het dak. Šimek: Vijftien jaar geleden had je honderdduizend boeken verkocht. Hoe staat de teller nu? Giphart: Mijn uitgever heeft het een paar jaar geleden uitgerekend en toen was het 1,2 miljoen. Šimek: Heb je een eigen huis? Giphart: Ik heb een eigen huis. Šimek: Afbetaald? Giphart: Nee. Šimek: Is dat voordelig? Giphart: Ik heb een hele goede vriend, een bankier. En als hij zegt: neem een hypotheek, dan ga ik mee. En nu staan we voor de afgrond te wachten tot de crisis definitief zal toeslaan. Šimek: Tom van Deel heeft destijds in Trouw geschreven: ‘Neuken en nog eens neuken.’ Je vond dat onzin en legde uit dat jij geen oorlog had meegemaakt en dat seks dus het enige is dat een beetje spannend is in je leven. Je vertelde over je vriendinnetje met kleine borsten dat zich op haar lichaam wreekte door erin te snijden. Je vertelde dat dat eigenlijk je geluk was als schrijver. Waar schrijf je nu over?

Giphart: In de dynamiek van zo’n gesprek zal ik dat soort dingen ongetwijfeld gezegd hebben. Maar het is voor een schrijver natuurlijk vrij vervelend, en dat weet je natuurlijk ook omdat jij inmiddels ook schrijver bent, als je boek wordt samengevat in een woord of een begrip, in een zin of een thema. Een boek is veel rijker dan dat. Ik heb inderdaad de Tweede Wereldoorlog niet meegemaakt. Alle boeken gaan over vijf of zes universele thema’s: liefde, volwassen worden, de strijd van het individu tegen de massa, de dood, de hypocrisie van de mensen. Šimek: Jouw moeder is aan multiples sclerose overleden. Giphart: Aan een heel agressieve vorm ervan. In 1995 koos ze ervoor uit het leven te stappen, nadat ze het twee jaar eerder had aangekondigd. Ze was een voorvechtster van euthanasie. Šimek: Je maakte destijds, na de dood van je moeder, niet de indruk dat je veel over de dood zou gaan schrijven. Je had eerder iets van: dat heb ik nu wel gehad en nu ga ik weer verder met het leven. Wanneer ontmoette je je huidige vrouw? Giphart: Vlak na ons gesprek, op m’n dertigste. We kregen vrij snel kinderen. Mijn oudste zoon is nu dertien. Eigenlijk speelde de dood niet wezenlijk een rol in mijn leven tot het moment waarop hij geboren werd. Dat je ouders sterven, dat gebeurt. Maar toen dat weerloze wurmpje daar in dat wiegje lag, werd ik plotseling overvallen door doodsangst. De angst dat hij dood zou gaan. En door de angst dat ik zelf dood zou gaan. Šimek: Je wilde je kind niet alleen laten. Giphart: Er moet iemand zijn om voor een kind te vechten. Kijk, seks en dood hebben met elkaar te maken. De oude Grieken hadden het al over Eros en Thanatos. Mijn moeder was een levensgenieter, ze heeft veel mannen gehad, ze was een behoorlijke losbol eigenlijk. Ik zal niet zeggen een slet, want dat zou onbetamelijk zijn, maar ze hield van mannen. Een mannenverslindster en ze schaamde zich er ook niet voor. En dat vind ik te bewonderen, dat ze open in het leven stond en er ook plezier in had. Ik heb wel gemerkt dat er in de loop der jaren een bepaalde gereserveerdheid is ontstaan ten opzichte van het onderwerp seks. Er wordt altijd gedaan of Nederland volledig seksueel bevrijd is, maar dat was twintig jaar geleden misschien zo, nu niet meer. Ik denk dat jullie een preutsere generatie zijn dan de generatie van je ouders. Šimek: Wie wil nou een moeder die je haast slet kan noemen? Dat kan ook een reactie zijn op die bevrijding. Giphart: Ja, dat zijn psycho-generatieve spanningen. Je zet je af tegen de generatie voor je. Dat is ook zo, ja. Šimek: Vijftien jaar geleden was je voor de jongeren een soort god, die schreef over wat ze bezighield. En dan ga je trouwen en een familie stichten. En vervolgens heb je het over een zwembad, een huis, een hypotheek en een vriend-bankier. Voelt dat niet een beetje als verraad? Giphart: Lendl. Šimek: Lendl? Giphart: Een van de allerbeste tennissers die de wereld ooit gehad heeft. Nemen we het nu Lendl kwalijk dat hij niet meer de tennisser is die hij toen was? Hij is gegroeid. Šimek: Het leven van een sporter eindigt rond zijn dertigste. Hij is tot zijn 33ste doorgegaan. Dat is niet een goede vergelijking. Giphart: Het leven van een schrijver stopt op de laatste bladzijde van een boek. En dan gaan we naar het

Ronald Giphart

volgende boek, het volgende leven. Šimek: Jij bent nu 46. Giphart: 45. Šimek: 45. Kijk, alleen het feit dat je me corrigeert, is dat de neiging om jong te blijven? Je had die kans, je was dertig en je was de lieveling van een hele jonge generatie. Giphart: Hoe had ik jong moeten blijven? Šimek: Hoe heet je vrouw? Giphart: Masha. Šimek: Masha. Dan zit je met Masha en dan denk je: dit is voor altijd. Met haar wil ik kinderen hebben. Maar meteen daarna denk je: Shit! Ik schrijf over meisjes die in zichzelf snijden en ik wil het onderwerp seks exploreren. Ben je in dat opzicht nog altijd vrij om te schrijven wat je wilt schrijven? Giphart: Nou, dat is een goede vraag. Applaus. Toen ik Ik ook van jou schreef, werkte ik als nachtportier in een ziekenhuis. Als een verpleegster meekeek naar wat ik schreef en ik had daar geen moeite mee, was het een ander soort stuk dan als ik m’n laptop dichtklapte. Dat waren de betere stukken. Šimek: Ja. Giphart: Ik heb liever niet dat een verpleegster meeleest. Mijn vrouw is nu mijn verpleegster geworden, zeg maar. Als ik wat ik schrijf met enige gêne aan mijn vrouw laat lezen, dan zijn dat de betere stukken. Het enige waar ik rekening mee houd, in mijn columns, dat zijn mijn kinderen. Ik herinner me een column van Kees van Kooten over zijn dochter Kim en over haar eerste ongesteldheid. Dat wil je toch niet, dat je vader dat doet. Dat is een grens. Ik ben nu al tijden met een roman bezig over een wijnschrijver. Zijn zoon is sommelier, dat is iemand die in restaurants wijnen aanprijst, en die zoon heeft een hele mooie vriendin waarop de vader verliefd wordt. Šimek: Gaan zij dat lezen? (Wijst naar zaal) Giphart: Heeft iemand mijn laatste roman gelezen, IJsland? (Gelach) »

‘Als ik in de spiegel kijk, zie ik nog steeds een leuke, jeugdige student’

V U M A G A Z I N E | 29


Martin Šimek

Deze editie van de Supermarktwijngids is ook verkrijgbaar als iPhone-app.

De oorspronkelijke, langere versie van dit artikel staat op tinyurl.com/cg7qhg2, waar ook de andere evenementen binnen het VU-jaarthema ‘Grenzeloos presteren?’ staan.

GEEN AIO MAAR VINO Nicolaas Klei studeerde rechten aan de VU, maar wijst nu de weg in de supermarkt. Welke wijn moet je kopen, en welke zeker niet? RIANNE LINDHOUT NICOLA AS KLEI

NICOLA AS KLEI

SUPERMARKT

30 | V U M A G A Z I N E

Šimek: Diegene is naar de wc. Dat is keihard, hè? Giphart: Dus ik mag ervan uitgaan dat ze dat nieuwe boek ook niet echt boven aan de lijst hebben staan. Šimek: Jouw debuut is een enorm succes, tot op vandaag. Kijk naar de handen die omhoog gaan als ik vraag wie het gelezen heeft. Zie je, alle handen. Wat ik zeggen wil: als je met dat meisje dat in zichzelf sneed ging trouwen, had je dan dat boek over haar geschreven? Giphart: Wat misschien het verschil tussen toen en nu is, is dat ik toen overdonderd was, op mijn twintigste. Nu ben ik 45. Iedereen maakt in zijn leven extatische hoogtepunten mee en diep leed. Ieder huisje heeft zijn kruisje. Šimek: Dus jouw indirecte antwoord is: Mijn probleem is dat ik niet meer overdonderd word? Giphart: Niet meer door de dingen waarvan ik toen overdonderd raakte. IJsland gaat over drie cabaretiers op tournee, die grote zalen platspelen. Ze zijn als vrienden het podium opgekomen, maar na verloop van jaren is de vriendschap voorbij. Toch staan ze nog voor duizend man te spelen dat ze elkaars vrienden zijn. En een van hen, Giph, heeft net een ziek kind gehad. Hij heeft altijd zijn humor gebruikt om te strijden tegen de wereld, behalve toen hij diep in de nacht op de intensive care zat bij dat jongetje dat voor zijn leven lag te knokken. En hij wist ook: ik moet niet meer het podium opgaan om mensen te vermaken, dat is niet oprecht. Wat ik maar wil zeggen: ik schrijf nog altijd over persoonlijke dingen, al is dit een onderwerp dat wellicht de leeftijdsgroep die hier voor ons zit minder raakt. Maar ik kan toch niet bij het schrijven gaan zitten bedenken hoe ik een groep moet bedienen. Šimek: Je hebt als schrijver gekozen om de natuurlijke loop van je leven te volgen en daaruit te putten met onderwerpen als dood en ziekte… Giphart: En vreemdgaan natuurlijk, dat is ook een leuk thema. Šimek: Ben je net zo vrij als je moeder was?

MAIL&WIN

WIJNGIDS 2012

‘En jij was qua taal nog zo vernieuwend, hè?’

Giphart: Nee nee nee. Mijn moeder kreeg op een gegeven moment tijdens dat ze met mijn vader getrouwd was een verhouding met een andere man. Een jongere man. En de vrouw van die jongere man heeft mijn vader gebeld en gezegd van: Weet u dat mijn man rommelt met uw vrouw? Mijn vader heeft toen mijn moeder daarmee geconfronteerd en dat is op een scheiding uitgelopen. En mijn vader kwam op een gegeven moment die vrouw tegen die hem had gebeld en ze zijn tot de dood van mijn vader bij elkaar gebleven. Kan je het volgen? Šimek: Jaja. Je moeder heeft een vrijer gevonden omdat ze zag dat de vrouw van die vrijer de ideale partner was voor jouw vader. Dat vind ik genereus. Alle gekheid op een stokje, een heel ouderwetse uitdrukking overigens: wat is de moderne uitdrukking voor hetzelfde? Giphart: Ik ben niet erg thuis in de jongeren-uitdrukkingen van de kinderen. En ik moet zeggen dat ik ook erg conservatief ben. Van mijn vader mocht ik vroeger nooit moderne uitdrukkingen gebruiken. Dat vond hij vervelend. En nu hoor ik mijn zoon ‘vet’ en ‘kapot leuk’ zeggen. Šimek: En jij was qua taal nog zo vernieuwend, hè? Giphart: Ja. Šimek: Schrijver op locatie, wat betekent dat? Giphart: Ieder jaar nodigt de Faculteit der Letteren een schrijver uit om colleges te geven, aanwezig te zijn op de universiteit, zelf dingen te bedenken, de studenten te woord te staan en een geschenk te schrijven. Iedere donderdag in principe heb ik hier mijn eigen kantoortje. Šimek: Ben je echt in contact met studenten? Giphart: Ja, maar minder dan ik van tevoren gedacht had. Šimek: Wiens schuld is dat? Giphart: Als ik in de spiegel kijk, zie ik nog steeds een ‘Een meester in het schrijven hele leuke, vrolijke, jeugdige student, terwijl ik natuurvan vileine proefnotities.’ harold hamersma lijk al een oude, bedaarde heer ben. Ik ‘Zelfs hebalsook een je niet van wijn houdt, is dit verrukkelijk leesvoer.’ tros nieuwsshow soort spreekuur gehad, dat studenten langskwamen Sneeuw, zon, wind of regen: deze gids zorgt ervoor dat uw naar de supermarkt wordt beloond met de heerlijkste om over schrijven te praten. Dat heb iktocht vroeger ook Omfietswijnen®. Nicolaas Klei heeft opnieuw álle wijnen van álle superveel gedaan, met studenten praten. Maar altijd op voet markten, Hema, Gall&Gall, natuurvoedingswinkels en wereldwinkels geproefd. Van incrowd-aperitief tot onbevan gelijkwaardigheid, terwijl ik nu merk, en dat vind tot wijn die smaakt naar stemde katerwijn, van jetsetdruif zomer zon. Met de Supermarktwijngids drinkt u altijd de ik niet echt een heel erg prettig gevoel,lekkerste dat het wijn. heel 3189 Wijnen van p 1,99 duidelijk docent-student is. Of oudere naar jongere. Ertot p 199 367 Omfietswijnen® komt een fase in je leven dat je die grens over moet. 288 Biologische wijnen Klei (1961) Dat je geen student meer bent onder studenten, al leid Nicolaas schreef naast elf edities de populaire ik nu nog steeds op een bepaalde manier een studen- van Supermarktwijngids onder andere Tot op en Van druif tenleven. Ik slaap nog steeds regelmatig uit en werk ’s detot bodem dronk. Hij heeft al jaren een veelgelezen nachts door. wijnrubriek in Elsevier en AD. Šimek: Ja. Giphart: Ik stond van de week in een lift in New York met mijn dertienjarige zoon en ik had deze schoenen aan. Er stapt een Amerikaan de lift in en die zegt tegen mijn zoon: ‘Tell your father he has got nice sneakers.’ In Amerika dragen mannen van mijn leeftijd niet meer zulke schoenen. En toen zag ik mijn zoon naar mijn schoenen kijken en naar die mooie leren schoenen van die man, die jonger was dan ik. Mijn reactie was wel: ik ga straks even in de schoenenwinkel kijken. Šimek: Voel ik hier een slotzin aankomen: mijn gympen is het enige dat nog jong aan me is? Giphart: Hahaha. Šimek: Dank je wel voor een gesprek. Giphart: Ik heb het met plezier gedaan. (Wij omarmen elkaar) «

2012

������ ������

PODIUM

Even slikken is het wel voor hem, als de jaarlijkse 3500 flessen wijn weer bij hem in de keuken worden bezorgd. Wekenlang ruim zestig wijnen proeven per dag, dat deed wijnjournalist en VU-alumnus Nicolaas Klei dit jaar voor de elfde keer om de Supermarktwijngids te maken. Bijna alle wijnen uit de supermarkt staan erin, en ook die van Hema, Gall & Gall, natuurvoedingswinkels en de Wereldwinkel. In de oude, gelukkig ruime keuken staat op een klein bureautje een laptopje waarop Klei zijn aantekeningen maakt. ‘Ranzige roombroodjes’ of ‘volle pampers’, associeert hij erop los. Maar gelukkig proeft hij ook veel ‘sappig fruit’ en ‘oprechte eenvoud’. Klei (1961) beliep een intrigerend carrièrepad. Tijdens zijn rechtenstudie aan de VU ontwikkelde hij zijn liefde voor wijn in een proefclubje met vrienden. Na zijn afstuderen in de rechtsgeschiedenis had hij baantjes als alfahulp en winkelmedewerker bij Gall&Gall. “Rechtsgeschiedenis was leuk om te doen, maar iets anders dan professor worden kun je er niet mee. En aangezien er maar één professor per kwarteeuw nodig is… Ik heb nog wel gesolliciteerd als aio. Maar dan word je een archief binnengeduwd, de sleutel wordt omgedraaid en vier jaar later mag je naar buiten komen met een proefschrift.”

Geen poeha

Klei bleef bij zijn ouders wonen. Zijn vader Bert schreef jarenlang luchtige columns in Trouw. Geen idee of schrijfstijl erfelijk is, maar ook Nicolaas heeft de gave om luchtig en toegankelijk te schrijven. Hij werd ontdekt, eerst door het ‘Genootschap ter bevordering en verbreiding van nutteloze kennis’, waarvoor hij na een eenmalige inzending elke paar weken een stukje mocht schrijven – in Trouw. Later vroeg een farmaceutisch tijdschrift Klei een wijncolumn te gaan schrijven. Uitgeverij Nijgh & Van Ditmar zocht in 1994 een Johannes van Dam op wijngebied, en de stagiaire kende Klei.

Toen was de stap naar de column in het Algemeen Dagblad vanaf 1995 snel gemaakt. Sindsdien heeft hij al heel wat omfietswijnen en weggietwijnen – zijn eigen termen – besproken. Klei is niet van de poeha rond wijn, hij zou nooit driehonderd euro neertellen voor een fles. Maar ook al is veel supermarktwijn heel dik in orde, het allerbeste staat daar niet in de schappen, vindt hij. “Zelf vind ik goed gemaakte wijn van kleine boeren het lekkerst. Die heeft meer eigenheid. Maar zij maken niet genoeg voor de supermarkt. Dat is de frustratie van de betere supermarktwijninkoper.” Leren de supermarkten eigenlijk iets van hem? Oftewel: ziet Klei het aanbod verbeteren? “Albert Heijn heeft gezegd: ‘We willen de beste zijn in die gids.’ Sinds een jaar of vijf merk ik dat, daarvoor hield het niet over. De andere winkels laten zich niets aan me gelegen liggen. Hun wijn is al elf jaar zo’n beetje hetzelfde.” Wel grappig is wat er bij de Hema is gebeurd, vertelt Klei: “Zij stonden dertig jaar geleden bekend om hun lekkere wijn. Daarna ging het achteruit. In de eerste gids was de kwaliteit maar zozo. Maar toen begon daar een nieuwe inkoopster. Ze wist weinig van wijn, maar haar baas vond dat juist leuk. Ze had er lol in, leerde veel bij en verbeterde het aanbod sterk.” Voor andere inkopers is het inkopen van wijn vooral een geldkwestie, denkt Klei. “Daarvoor deden ze het wc-papier en volgend jaar gaan ze over naar de kattenbrokken.” « Nicolaas Klei, Supermarktwijngids 2012. Uitgeverij Podium, 2011, 710 pagina’s, € 15,-. Ook verkrijgbaar als app voor iPhone en iPod Touch, zie www.omfietswijn.nl

m win

het boek

Onder de snelste lezers verloot de redactie vijf exemplaren van de Supermarktwijngids 2012. Mail uw naam en adres naar vumagazine@vu. nl, met de titel in de onderwerpregel. V U M A G A Z I N E | 31


MET DE BUL OP ZAK > Filosofie. Op de VU kun je veel opleidingen volgen. Inmiddels staan er meer dan 45.000 alumni in het adressenbestand. Waar komen ze terecht na hun studie? ANITA MUSSCHE FOTO’S: MARIJN ALDERS

Erno Eskens

47, afgestudeerd in 1990 Waar werkt u? “Ik ben hoofd van de Internationale School voor Wijsbegeerte (ISVW) in Leusden en uitgever van filosofieboeken en luistercolleges. Ik wil de filosofische theorieën bekend, maar ook toepasbaar maken, zodat je ze in de politiek, je privéleven of je beroep kunt gebruiken. We denken allemaal, maar je kunt leren het beter te doen. In die zin is filosofie een praktisch vak.” Hebt u uw carrière bewust gepland? “Nee, ik heb steeds gedaan wat ik leuk vond. Met een paar mensen ben ik, zonder geld, Filosofie Magazine begonnen... Ik wil filosofie zo levend mogelijk maken. Daarom hebben we ook de Maand en de Nacht van de Filosofie bedacht. En voor mijn lol heb ik in de avonduren nog vier boeken geschreven.”

32 | V U M A G A Z I N E

Was filosofie een zware studie? “Ja, ik studeerde wel tien uur per dag. Het is ook een studie die je uit het lood slaat. Je leest een filosoof en gaat daar helemaal in mee, maar bij elke volgende denk je: nee, déze heeft gelijk. Heel confronterend en daarom heel spannend.” Hoe was uw studentenleven? “Ik zat in de wereld van de bandjes, ik speelde gitaar. Ik ken elke oefenruimte van het ACC, nu de Griffioen. Met mijn band van toen zit ik nog ieder jaar een week in een boerderij.” Wie is u speciaal bijgebleven? “Door Sander Griffioen ben ik overgestapt van politicologie naar filosofie. Ik wilde weten wat goede politiek is, maar bij politicologie speelden de ethische kwesties toen geen belangrijke rol. Griffioen legde die juist op tafel en besprak verschillende strategieën om ze aan te pakken.”

Martin Valenkamp

67, afgestudeerd in 1984 Wat doet u nu? “Ik organiseer cursussen over filosofie en theologie en ik ben een eigen schooltje aan het oprichten, dat met filosofie en kennis bezig is. Als mens ben ik een echte filosoof. Door mijn opleiding heb ik die trek geprofessionaliseerd.” Waarom deze studie? “Na de kweekschool deed ik pedagogiek aan de VU. Ik mocht er ethiek geven aan pedagogiekstudenten, op voorwaarde dat ik tegelijkertijd mijn doctoraal wijsbegeerte haalde. Ik vond het altijd geweldig om studenten warm te maken voor nadenken over theoretische vragen, hen logisch leren denken met wetenschapstheoretische tools.” Was het een pittige studie? “De hoeveelheid en zwaarte van de teksten waren pittig. Je moest alles kunnen lezen, maar door Erik Fromm kwam ik maar niet heen.

m waar

zijn onze alumni filosofie?

De VU heeft een aantal alumni uit het oog verloren. Kent u een van de onderstaande alumni, wilt u hen dan vragen hun juiste gegevens door te geven? Dat kan via het aanmeldingsformulier op www.vu.nl/alumni of via een e-mail naar alumni@vu.nl. Tussen haken het jaar van afstuderen: A.J. van der Helm [1967], R.H. van Til [1971], G.E. Morbey [1971], J.E. de Oude [1972], P.J.J. Jansen Van Veuren [1973], S. Schaap [1973], mw. B. Zilversmidt [1973], D.F.M. Strauss [1973], J.W. Roose [1974], J.N.J. Kraay [1974], J.A. van Hee [1974], D.A. Flikweert [1974], H.C.J. Batjes [1974], G.F. Deems [1975], mw. H.A. Haack [1975], R. van der Veer [1975], mw. M.E.J. Vermunt [1975], L. Noordegraaf [1975], mw. S.H. Remynse [1976], J. van de Poel [1976], mw. Y.M. Roling [1976], W.A. Paymans [1976], mw. G.J.H. Schuurmann [1977], L.C. Snel [1977], C. Waalewyn [1977], H. Klifman [1978], M.W. Audier [1978], mw. A.P.M. Laurs [1978], J.M. Nchabeleng [1978], S.P.M. Twisk [1979], W. Boot [1979], A.R. Scheepers [1979], G.H.J. Hick [1980], H.P. Staal [1980], W.B. Prins [1980], A.C. Overboom [1981], J.N.T.G. Kroone [1982].

Pas toen ik ontdekte dat hij marxist was – en daar had ik niet veel mee – lukte het. Daarna las ik al zijn boeken en heb ik ze iedereen aanbevolen.” Hoe was uw studentenleven? “Ik liep college bij mijn collega’s, omdat ik al wetenschappelijk medewerker was bij de faculteit Wijsbegeerte toen ik er studeerde. Ik moest eens bij professor Van Peurzen tentamen wetenschapsfilosofie doen. Een hoogleraar gaf een feestje. Van Peurzen kuierde naar me toe met een borrel in zijn hand. ‘Kom, dan beginnen we vast’, zei hij. Toen heb ik daar tentamen gedaan.” Wie is u bijgebleven? “Geschiedenisfilosoof M.C. Schmidt had prachtige beschouwingen over stromingen en over de zin van de geschiedenis. Hij zei: ‘Martin, je moet geen stellingen poneren, je moet alleen maar vragen stellen. Maar je moet wel duidelijk maken waaróm je ze stelt.’”

Désanne van Brederode 41, afgestudeerd in 1996

Wat voor werk doet u? “Ik schrijf romans, columns en boeken en geef veel lezingen over levensbeschouwelijke onderwerpen. Ik verdien mijn brood met gestructureerd mijn gedachten verwoorden. Dat vind ik een heel groot cadeau.” Waarom filosofie? “Ik wilde naar de Toneelschool, maar werd afgewezen. Bij filosofie leerde je hetzelfde: een poos meeleven met de gedachten van een ander. Het is zo anders boodschappen doen met de bril van Schopenhauer of Nietzsche op! Je rekt je eigen denkbeelden op. Ik dacht wel: waar blijf ik nog zelf? Toen heb ik een boek geschreven waarin alles stond zoals ík het vond. Daarmee debuteerde ik tijdens mijn studie.” Waarom koos u voor de VU? “Dat de VU christelijk was gaf de doorslag. Ik geloof

en dat was zeker in de jaren negentig lastig. Op de VU was dat niet raar. De degelijkheid van de studie sprak me ook aan. Op de VU was het: eerst het hele boek kennen, dan praten we verder.” Hoe was uw studentenleven? “We hadden al snel een hecht vriendenclubje. Al in november van het eerste jaar huurden we een huisje samen, waar we tot diep in de nacht stevige filosofische gesprekken voerden. Zo ontstond een nieuwe, heel actieve faculteitsvereniging. Een hoogtepunt was de uitwisseling met studenten in Sint Petersburg.” Wie is u speciaal bijgebleven? “Bob Goudswaard, een heel inspirerende docent. De goede docenten leerden ons niet alleen vragen te stellen, maar hadden die ook nog zelf. Goudswaard lag wakker van onrecht in de wereld, maar wílde er ook wakker van liggen.” « V U M A G A Z I N E | 33


SERVICE

Rechtenalumni kunnen op vrijdagmiddag 27 januari actuele, juridische cursussen volgen. Zie www.rechten.vu.nl/alumni. Aanmelden via alumni.rch@vu.nl. Actief op LinkedIn? Kom in contact met oud-studiegenoten via de netwerkgroep Alumni Rechtsgeleerdheid VU.

m FRIESLAND

Vrijdag 3 februari ontvangt het Gerechtshof Leeuwarden graag de alumni uit de regio Fryslân. Rondleiding, lezing en borrel, van 16.00-19.00 uur. U kunt zich opgeven bij dhr. J.D. Capel: j.d.capel@kpnplanet.nl of Heemstrasingel 37, 9062 GE Oentsjerk.

m 65 JAAR VSPVU

De Vereniging der Studenten Psychologie en Pedagogiek aan de VU (VSPVU) viert haar 65-jarig jubileum maandagavond 2 april. Met een terugblik, een optreden en een borrel. Aanhang is welkom. Opgeven via lucie@vspvu.nl. Meer informatie volgt via e-mail en op www.vspvu.nl.

m NIEUWJAARSCONCERT

Leden van de alumnikring Geneeskunde VUmc kunnen gratis naar het nieuwjaarsconcert van het VU-Orkest op maandagavond 23 januari in het Concertgebouw. Dit jaar met werken van Bartók en Strauss. Partners en introducés: € 16,-. Aanmelden via alumni@VUmc.nl, T 020 444 3165 of www.vumc.nl/alumni. Daar staat ook het jaarprogramma 2012 en informatie over lid worden. Niet-geneeskundealumni kunnen kaarten met korting bestellen op www.vu.nl/ nl/alumni/agenda.

m SOCIALE WETENSCHAPPEN

Oud-studiegenoten en docenten ontmoeten? Komend voorjaar organiseren de opleidingen van Sociale Wetenschappen hun eigen alumniactiviteiten. Blijf op de hoogte via de agenda op www.vu.nl/alumni of word lid van de LinkedIn-groep VU alumni Sociale Wetenschappen.

‘Het is TIJD voor wat

ik ECHT LEUK vind’ In het Coachcafé gaat het over kwaliteiten, dromen en loopbanen. ANITA MUSSCHE FOTO: JOEP NIESINK

D

e 35 deelnemers scharrelen rond om een stoel en een coach te bemachtigen voor de eerste ronde van het Coachcafé. Er vormen zich groepjes in de hippe multimediaruimte MediaXperience in het VU-hoofdgebouw. Twee van de drie jonge VU-alumni die bij coach Ineke van Dijk aan tafel belanden, kregen onlangs pas hun bul. Alleen bewegingswetenschapper Ellen werkt al vier jaar. Het Coachcafé is voor mensen die aan het begin van hun carrière staan. Zij vragen zich vanavond af wat hun talenten, dromen en reële mogelijkheden zijn. De eerste ronde gaat over kernkwaliteiten. Van Dijk vraagt haar groepje om elkaars kernkwaliteiten te beschrijven. Lastig na alleen een voorstelrondje, maar achteraf blijken de karakteristieken wel te kloppen. Alleen Ellen is niet zo tevreden met de inschatting ‘behoudend’, omdat ze ‘al’ vier jaar bij dezelfde werkgever werkt. Toch zit er iets in: “Ik ben blijven hangen. Het is tijd om iets te gaan doen dat ik echt leuk vind. Het is heel goed om dat eens hardop te zeggen.”

VU magazine verdwijnt na dit nummer, maar de VU-alumninieuwsbrief blijft. Alleen: van veel VU-alumni hebben we geen mailadres. Wilt u op de hoogte blijven? Geef dan uw mailadres door aan het VU-alumnibureau: alumni@vu.nl of T 020 598 9197. Op www. vu.nl/alumni vindt u ook eerder verschenen nieuwsbrieven, oraties, promoties, alumniactiviteiten en een overzicht van verenigingen.

Sluit je aan bij het ideële netwerk

VU Connected is een netwerk voor iedereen die zich betrokken voelt met en bij de samenleving. Een netwerk dat wetenschap, kennis en ervaring verbindt met actuele vraagstukken. Zo brengt VU Connected thema’s op het gebied van economie, duurzaamheid, gezondheid en samen leven verder.

Inmiddels zijn bijna 7.000 mensen lid van VU Connected. Sluit je nu aan bij ons landelijk netwerk. Als lid kom je bovendien gratis naar onze events. Een lidmaatschap kost € 17,50 per jaar. Alumni van de VU krijgen € 2,50 korting en betalen € 15,-. Ga daarom vandaag naar vuconnected.nl/lidmaatschappen.

De samenleving van 2030: vier miniconferenties

VU Connected vind je op:

www.vuconnected.nl

Wat worden de belangrijkste kwesties op het gebied van gezondheid, duurzaamheid, economie en samen leven? Het denkwerk van de deelnemers aan de afgelopen drie bijeenkomsten heeft tot een mindmap geleid. Met daarin de tien grootste issues. Bijvoorbeeld: hoe houden we de kwaliteit van het leven van ouderen hoog (zie ook pag. 14)? Of: hoe zorgen we dat winst en verlies rechtvaardig worden verdeeld en hoe gaan we om met verliezers? Kijk voor de volledige mindmap op vuconnected.nl/2030. Deze uitdagingen geven voeding aan maatschappelijk debat en aan wetenschappelijk onderzoek.

www.twitter.com/VUconnected

www.linkedin.com – Groups

www.facebook.com/VUconnected

Samen leven: Sportief

‘De gezondheid van de sporter moet centraal staan en niet prestatie.’ – aanbeveling dopingexpert Toine Pieters (VU) voor Charter Sportief. Wetenschappers, (top)sporters en deskundigen gaan in het themaproject Sportief in debat over agressie rondom het sportveld, doping en oneerlijke waardering van sportprestaties. De eerste resultaten zijn al vastgelegd in Charter Sportief, waarin we samen formuleren hoe het anders kan. Kijk voor de volledige charter op vuconnected.nl/charter en laat jouw aanbeveling achter.

m OUD-MEDEWERKERS

34 | V U M A G A Z I N E

De volgende Coachcafés vinden plaats op 19 januari en 22 maart. Voor een impressie van de Coachcafés en aanmelden: www.vu.nl/alumni > agenda.

Nieuwsgierig en betrokken?

Kom naar de slotbijeenkomst Wij in 2030 op 18 januari. Bepaal samen met politici, wetenschappers en het bedrijfsleven wat op de agenda van 2030 niet mag ontbreken. Meld je nu aan op vuconnected.nl.

m ALUMNINIEUWSBRIEF?

Hebt u bij de VU gewerkt? Op http://tinyurl. com/covpe7f vindt u alle informatie waarmee u op de hoogte kunt blijven van wat er op de VU gebeurt.

“We willen iets aanbieden waar alumni iets aan hebben. Voor jonge mensen is dat loopbaanbegeleiding”, zegt Caroline Kleine Staarman van het Alumnibureau van de VU dat de avond organiseert. “Het slaat enorm aan. Deze avond was binnen 24 uur volgeboekt.” De kosten vallen mee doordat een hele pool van enthousiaste coaches vrijwillig meewerkt. Coach Jeroen Geerlings is zelf VU-alumnus. “Het is ontzettend leuk hoe je mensen stappen ziet zetten en vol energie de deur ziet uitlopen.” Dan is het tijd voor dromen – en een nieuwe coach – in ronde twee. “Ik ben niet zo’n dromer”, zegt Pieter, alumnus Beleid, communicatie en organisatie, als Geerlings hem erop wijst dat hij meteen praktische problemen opwerpt tegen zijn eigen spontaan bedachte droom, chef de mission worden bij de Olympische Spelen. Voor praktische zaken is er ronde drie. Ellen krijgt daar het advies om met mensen uit haar netwerk te gaan praten. “Dat is niet nieuw, maar heel goed om dat zetje te krijgen.” En Pieter? “Dat chef de mission heb ik meteen laten varen. Ik had al eerder bedacht dat HR wel iets voor me was. Het Coachcafé heeft me vooral geholpen bij erachter komen wat ik kan en wil. Je kunt je plannen ventileren.”

VU CONNECTED

m ALUMNIDAG RECHTEN

De avond was binnen 24 uur volgeboekt.

Kom naar Sport, een mannenwereld op 26 januari. In een talkshow praat Barbara Barend met senior onderzoeker Agnes Elling, snowboarder Bibian Mentel en adjunct-directeur Marijke Fleuren (KNHB) over de oneerlijke waardering van sportprestaties. Meld je aan op vuconnected.nl. V U M A G A Z I N E | 35


ADVERTENTIE

07_ADV_VU_Uitgeverij_November_2011_Proef02.indd 1

17-11-11 16:25


VU Magazine 2011#3