Page 22

M&C-VU/YVONNE COMPIER

DE KWESTIE Nederlanders halen veel geld op bij natuurrampen, en liefst brengen ze het hoogstpersoonlijk naar het rampgebied. Niet per se slecht, vindt Theo Schuyt. ANITA MUSSCHE

Theo Schuyt is hoogleraar filantropie en hoofd van de werkgroep Filantropische studies aan de VU. Tweejaarlijks brengt dit expertisecentrum de Nederlandse filantropische sector in kaart (www.geveninnederland.nl).

Aan wie moet je geven? Een collega zamelde geld in voor Pakistan. Haar vriend die arts is, zou het besteden in het ziekenhuis waar hij heen ging. Is dat soort initiatieven een goed idee? “Als je contacten hebt ter plekke, dan moet je dat vooral doen. Ken je mensen die daar al een hospitaaltje hebben, alsjeblieft: haal geld voor ze op en maak het over. Na de tsunami gebeurde dat ook. Maar wie geen zicht heeft op de situatie ter plekke, de bestuurlijke verhoudingen en de wettelijke beperkingen, moet geen particuliere hulpactie willen opzetten. Grote ontwikkelingsorganisaties hebben vaak al een infrastructuur waar ze gebruik van kunnen maken. Zoals op Haïti, waar al ontwikkelingsprojecten liepen. Het voordeel van grotere organisaties is dat ze op grotere schaal kunnen inzetten, zoals op transporten van voedsel en hulpgoederen.” Zijn er inderdaad steeds meer privé-initiatieven? “Ja, maar dat is niets nieuws in Nederland. Kijk naar het Rijksmuseum, de Stadsschouwburg, het Tropenmuseum. Dat was allemaal particulier initiatief en particulier geld. Door het uitbouwen van de verzorgingsstaat waren we dat een beetje verleerd. Maar internationale banken weten precies waar groepen geëmigreerde Nederlanders zitten: 22 | V U M A G A Z I N E

Nederlanders sparen en geven. Nu de overheid niet meer alles doet, wordt de trend do it yourself. Geven kán ook, want Nederland is nog nooit zo rijk geweest.” De hulp zelf willen geven, is dat niet een beetje egotripperij? “De trend is dat mensen zelf een verschil willen maken. Mensen willen iets steunen, maar ze willen daar zelf direct bij betrokken zijn. Ze hebben bijvoorbeeld gereisd in het buitenland en gezien hoe het daar gaat. Ze denken: Ik ben er geweest, ik voel me erbij betrokken, ik haal een bedrag op in mijn eigen omgeving en sticht een school in Beira in Mozambique. Mensen gaan soms jaarlijks terug om te kijken hoe het gaat. Geen egotripperij dus, maar oprechte betrokkenheid.” Gaan particuliere inzamelingsacties niet ten koste van de grote hulporganisaties? “Nee, want het is geen competitiemarkt, het is een groeimarkt! En wist je dat mensen die in een ander land werken en geld overmaken naar familieleden of projecten in hun land van herkomst, samen meer ophalen dan alle ontwikkelingssamenwerking van de hele wereld? Dat heeft de Wereldbank becijferd, het gaat om 250 miljard per jaar voor hulp, opleiding, noem maar op.”

Blijft er bij kleinere initiatieven minder aan de strijkstok hangen? “Als particulier ken je de gevers persoonlijk. Het zijn je familieleden, vrienden, collega’s. Dus kun je hen moeilijk teleurstellen of het geld in je eigen zak steken. Maar de verantwoordingsdruk bij een grote organisatie die met publiek geld werkt is ook heel groot. Rechtstreekse hulp kost minder, maar ook grote noodhulptrajecten zoals de samenwerkende hulporganisaties, spreken een overhead van maximaal drie tot zeven procent af. Bij de tsunami was het drie procent. Dat wordt netjes gecontroleerd door de accountants.” Is geven aan 555 beter dan aan je eigen favoriete hulporganisatie? “De Samenwerkende Hulp Organisaties hebben het voordeel dat ze meer mediaaandacht kunnen genereren, omdat ze het collectief doen. En mensen geven sneller als ze geconfronteerd worden met beelden van hoe erg de situatie is. Maar als jij doneert aan het Rode Kruis, komt dat ook in Pakistan terecht. Het een gaat niet ten koste van het ander, het is een optelsom.” « m reageren? Mail naar vumagazine@vu.nl.

VU Magazine 2010#3  

Alumni- en relatiemagazine van de Vrije Universiteit Amsterdam, editie september 2010.

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you