Issuu on Google+

VUMAGAZINE 2010# 2 m TIPS van wetenschappers voor het nieuwe kabinet m Waarom het geweld in ZUID-AFRIKA maar doorgaat m De beste docenten vertellen hun GEHEIM m Wat kan de SUPERMARKT doen tegen overgewicht?

‘Geachte minister...’ Adviezen aan het Binnenhof


COLOFON

Zevende jaargang, nr. 2, juni 2010. Oplage: 55.000. VU Magazine verschijnt vier keer per jaar. ISSN 1572-445X. Het volgende nummer verschijnt 30 september. VU Magazine is het magazine voor alumni en andere relaties van de Vrije Universiteit Amsterdam, het VU medisch centrum en de Vereniging VUWindesheim. Gehele of gedeeltelijke overname van artikelen is alleen toegestaan na schriftelijke toestemming van de hoofdredacteur. Een gratis abonnement regelt u via www.vu.nl/vumagazine. Redactieadres De Boelelaan 1105, kamer 0E-60, 1081 HV Amsterdam. vumagazine@vu.nl www.vu.nl/vumagazine Redactie Marieke Schilp (hoofdredacteur), Rianne Lindhout (eindredacteur), Anita Mussche M.m.v: Floor Bal, Peter Breedveld, Dirk de Hoog, Maaike Tienkamp, Welmoed Visser, Hanneke Vonk. Redactieraad Femke den Boer, Mariet Bolluijt, Irene Costera Meijer, Tom Doude van Troostwijk, Roeleke Vunderink Uitgever Vereniging VU-Windesheim Correctie Marian van Ham, MetaVision Ontwerp en vormgeving Rob Bömer [rbbmr.nl] Druk Senefelder Misset Verzending Adreswijzigingen of fouten in adressering kunt u doorgeven via www. vu.nl/vumagazine, via vumagazine@vu. nl of via antwoordnummer 2941, 1000 SN Amsterdam. Vragen over de verzending: Charlotte Vroon, vumagazine@vu.nl of 020 5985665.

‘Linksom of rechtsom luxeproduct’ 22

12 Diversiteit is kracht Bij de universiteit van Californië lukt het, de VU wil het ook: divers én een van de beste zijn. 18 Vernieuwend voetbal Begeleider van het NL-elftal Luc van Agt over gps op het veld. 26 Onderwijsgeheimen Drie van de beste VU-docenten vertellen over hun aanpak. 29 Mail & win Een managementboek dat de kunst afkijkt in de dierenwereld en de sport. 4 20 30 32 34

Update campus Update onderzoek In de collegebanken Met de bul op zak Service

Online lezen?

Voortaan staat VU Magazine in handig bladerformaat online. Binnenkort kunt u uw papieren abonnement desgewenst inruilen voor een digitaal abonnement. www.vu.nl/vumagazine

COVERFOTO: ROB BÖMER 2 | VUMAGAZINE


INHOUD

wordt vlees weer een

M&C-VU/RIECHELLE VAN DER VALK

6 Geachte regering...

Beperk wel degelijk die renteaftrek, ga hard optreden in Uruzgan, en meer advies van wetenschappers.

14 Zuid-Afrikaans geweld

M&C-VU/RIECHELLE VAN DER VALK

GREET EGBERS

De enorme criminaliteit in Zuid-Afrika is niet politiek getint, maar komt wel door de apartheid.

23 Afvallen in de supermarkt

Stunten met groente? Of werkt een vettax toch beter? Wilma Waterlander zoekt het uit. VUMAGAZINE | 3


Update[campus] Engels jaarverslag M&C-VU/RIECHELLE VAN DER VALK

Debat over duurzaamheid

Het Engelstalige jaarverslag van de VU – Annual Review 2009 – is uit. Onderzoek, onderwijs, de campus, sociale betrokkenheid en culturele diversiteit komen aan bod. U kunt interviews lezen met studenten en medewerkers die succesvol hebben bijgedragen aan aspecten van deze thema’s. Daarnaast vindt u in deze review de actuele feiten en cijfers over de VU. (RL) www.vu.nl/annualreview2009

VUmc (ver)bouwt VUmc gaat de komende vier jaar flink uitbreiden. In april startte de bouw van het grootste project, de Westflank. In het gebouw komen de spoedeisende hulp, een afdeling voor patiënten met psychische problemen van VUmc-partner GGZ inGeest en een gastenverblijf voor familiele-

Dinsdag 11 mei bezocht voormalig VROM-minister Jacqueline Cramer de VU. Tijdens het duurzaamheidsdebat De Wereld Draait Duurzaam gingen studenten uit verschillende disciplines in gesprek over milieu, klimaatverandering, duurzaam ondernemen en ruimtelijk beleid. Studenten riepen op om iets minder democratisch te worden, als het om duurzaamheid in de politiek gaat. Steeds andere ministers stellen steeds andere prioriteiten, waardoor bijvoorbeeld subsidie op zonne-energie geen continuïteit kent en het begrip duurzaam ondernemen niet aan duidelijke criteria gebonden is. (RL)

Academische vrijheid De Irakese sociologe Majida Shaker werkt een paar maanden aan de VU in het kader van het project Academische Vrijheid. Het VU-project geeft wetenschappers uit oorlogsgebieden de kans om tijdelijk aan de VU te doceren of onderzoek te doen. Shaker (33) doet hier onderzoek naar de

den van patiënten. De Westflank is klaar in 2012. Er wordt ook al gebouwd aan de polikliniek sneldiagnostiek oncologie van VUmc Cancer Center Amsterdam, die in juli 2011 in gebruik wordt genomen. Daarnaast verbouwt VUmc haar intensive care voorzieningen. (AM)

Joods erfgoed Tot eind juli zijn topstukken uit de verzameling van de PortugeesIsraëlitische bibliotheek Ets Haim – Livraria Montezinos te zien in de Universiteitsbibliotheek VU. Op 28 april werd de tentoonstelling ‘Joods erfgoed aan de Zuidas’ geopend. Ets Haim, de oudste Joodse bibliotheek ter wereld, is tijdelijk ondergebracht op de VU omdat de Portugese Synagoge wordt gerenoveerd. (MT)

invloed van Irakese media op democratisch denken en gedrag van Irakezen bij de faculteit Sociale Wetenschappen. Zij is bij de Universiteit van Bagdad werkzaam als docente economische sociologie. In 2009 kwamen ook al twee Irakese wetenschappers naar de VU. (AM)

Voetbal in de sloppenwijken De VU en de Universiteit van Zuid-Afrika (Unisa) organiseren tijdens het WK voetbal voetbalclinics voor kinderen uit de sloppenwijken. De clinics zijn niet alleen gericht op voetbalvaardigheden, maar ook op levensvaardigheden. Twee dagen voor iedere wedstrijd van het Nederlands elftal wordt zo’n voetbalclinic georganiseerd. Ze zijn onderdeel van een groter programma dat tijdens het WK 4 | VUMAGAZINE

academische en maatschappelijke elementen combineert met voetbal. De clinics worden mede georganiseerd door Geert Savelsbergh, een van de vijf hoogleraren die samen de Tutuleerstoel voor jeugd, sport en verzoening bezetten. De VU heeft oude banden met Zuid-Afrika en er vindt veel onderzoek plaats naar het land. Vanaf pagina 14 leest u er meer over. (RL)

Hebreeuws raadsel door Joseph Shiprut de Gabbay, ter gelegenheid van de bruiloft van Abraham ben Joseph Capadose en Ribca de Chaves, dochter van Mozes de Chaves. Amsterdam, 1743.


Online lezen? Voortaan staat VU Magazine in handig bladerformaat online. Binnenkort kunt u uw papieren abonnement desgewenst inruilen voor een digitaal abonnement. www.vu.nl/vumagazine

}vips Van de hand van VU-alumnus Albert Kort verscheen in april bij ADZ Uitgeverij in Vlissingen het boek Bromsnor in Zeeland, een geschiedenis van de gemeenteveldwacht, 1795-1943. De historicus komt tot de conclusie dat het beeld van de plichtsgetrouwe diender uit Zwiebertje, voor wie het hele dorp ontzag had, moet worden bijgesteld. Kort promoveerde in 2001 aan de Erasmus Universiteit op het proefschrift Geen cent te veel. Armoede en armenzorg op Zuid-Beveland, 1850-1940.

Iedereen een fundamentalist Na de C-factor is er nu de Funditest van Trouw en de VU. Vorig jaar kon je nog testen hoe calvinistisch je was, dit jaar weet je na het beoordelen van veertien stellingen hoe fundamentalistisch je bent. Iedereen is een beetje fundi, dat is de onvermijdelijke uitkomst van de test, concludeerde Ad Valvas-redacteur Peter Breedveld. Lodewijk Dros, chef redactie Religie & Filosofie

van Trouw, zegt dat ook: “De politiek polariseert. Voor twijfel lijkt weinig ruimte meer, kiezers vinden dat het relativeren van waarden is doorgeschoten. Moslims, christenen én seculiere denkers hebben ieder hun eigen fundamentalisme.” Dros ontwikkelde de funditest samen met Joke van Saane, godsdienstpsychologe aan de VU. (AM) www.trouw.nl/funditest

JOOST GROL

Bent of kent u een VU-alumnus of -medewerker die een boek publiceert? Laat het weten via vumagazine@vu.nl

Miek Laemers is de nieuwe bijzonder hoogleraar onderwijsrecht. Ze gaat onder meer werken aan een nieuwe opdracht: het verzorgen van cursussen onderwijsrecht voor de Vaste KamerCommissie Onderwijs en voor ambtenaren van OCW. Laemers is sinds 2002 senior onderzoeker en docent bij de rechtenfaculteit van de Radboud Universiteit. Ze publiceerde onder meer over de vrijheid van onderwijs, schoolkeuzevrijheid en de positie van ouders, onderwijskwaliteit, gelijke behandeling en segregatie en integratie.

ANJE KIRSCH

Hoogleraar moleculaire celbiologie en immunologie Reina Mebius krijgt 720.000 euro van onderzoeksfinancier NWO. Zij krijgt deze topsubsidie voor onderzoek naar de rol van zenuwcellen bij de ontwikkeling van het immuunsysteem. Topsubsidies zijn grote, persoonsgebonden subsidies voor gevorderde onderzoekers. Mebius is erg blij met de subsidie omdat het normaal heel moeilijk is om geld voor dit soort fundamenteel onderzoek te krijgen.

MARK VAN DEN BRINK

Klinisch-psycholoog en misbruikexpert Nel Draijer maakt deel uit van een onafhankelijke wetenschappelijke commissie die het seksueel misbruik in de rooms-katholieke kerk gaat onderzoeken. De onderzoekscommissie, die bestaat uit vier hoogleraren en een kinderrechter onder leiding van oudminister Wim Deetman, werd ingesteld door de Nederlandse Bisschoppenconferentie en de Konferentie Nederlandse Religieuzen (KNR), de koepel van kloosterordes en congregaties.

Drie VU-hoogleraren worden lid van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen. De KNAW selecteert elk jaar uitmuntende wetenschappers. De drie uitverkorenen zijn hoogleraar Kinderneurologie Marjo van der Knaap (foto), hoogleraar Criminologie Catrien Bijleveld en hoogleraar Cognitieve Psychologie Jan Theeuwes. Zij worden maandag 13 september geïnstalleerd.

Huiskamer van de toekomst Het Homelab van de

afdeling Informatica is in april geopend. Sensoren in de wanden en het plafond kunnen mensen die zijn uitgerust met een chip in de ruimte volgen. Daarnaast kunnen hartslag, ademhaling en concentratie worden vastgelegd. Met het project ICT4depression bijvoorbeeld, wordt een toekomst verkend waarin ons huis onze voorkeuren en eetgewoonten kent, en aan de huisarts een bloeddrukrapport en dieetlijst laat zien als het slecht met ons gaat. (RL) http://tinyurl.com/2wh43ou

Nog meer stromingen... De Faculteit Godgeleerdheid heeft weer drie religieuze stromingen onder haar vleugels: de oosters-orthodoxen, de hindoes en de boeddhisten. Voor de hindoe-opleiding tot geestelijk verzorger moet nog financiering worden geregeld; de eerste universitaire opleiding in het boeddhisme in Nederland begint in september 2011. De oosterse

kerken leiden hun geestelijken zelf elders op. Wel komen er colleges over oosters-orthodoxe liturgie, theologie en iconen en is eind mei een onderzoekscentrum over de oosterse orthodoxie geopend. De faculteit heeft de afgelopen jaren tal van kerkelijke opleidingen binnengehaald, zoals die van de hersteld-hervormden, moslims en de baptisten. (RL)

...En de dominee-opleiding In april werd bekend dat de predikantenopleiding van de Protestantse Kerk Nederland, voorheen Samen op Wegkerken, zich aan de VU verbindt. Tien jaar nadat de organisatie besloot geen predikanten meer van de VU af te nemen, komt de

erkende dominee-opleiding hier weer terug. De VU gaat vanaf 2012 een van de twee vestigingen van de Protestantse Theologische Universiteit herbergen. De andere komt in Groningen. De vestigingen in Leiden, Utrecht en Kampen sluiten. (PB) VUMAGAZINE | 5


Brieven aan het Binnenhof

6 | VUMAGAZINE


POLITIEK Economische crisis, Afghanistan, inburgering… Hoe het kabinet er straks ook uitziet, het krijgt een zware taak. Zes VUwetenschappers met kennis van zaken richten zich rechtstreeks tot de nieuwe ministers. RIANNE LINDHOUT EN ANITA MUSSCHE PORTRETFOTO’S: M&C-VU/RIECHELLE VAN DER VALK

AAN VAN

De minister van Justitie (en cultuur, en welzijn, en…) h.ghorashi@fsw.vu.nl

BETREFT

Hoofddoekjesverbod Geachte ministers,

W

ist u dat hoofddoeken kunnen helpen bij de empowerment van moslimvrouwen? Diverse onderzoeken laten zien dat veel vrouwen juist voor een hoofddoek kiezen om hun bewegingsruimte te vergroten. Voorstanders van een verbod gaan ervan uit dat een hoofddoek altijd een uiting is van onderdrukking of extremisme. Ze gaan voorbij aan andere redenen die vrouwen hebben om er een te dragen. We vullen vaak in wat we denken dat de beweegredenen zijn achter besluiten van andere mensen. De onderzoekers die goed luisteren naar de verhalen van de anderen komen tot de conclusie dat de redenen om een hoofddoek te dragen zeer verschillend zijn. Al zijn het meestal religieuze redenen, we kunnen, als we maar goed naar de antwoorden luisteren, ook andere aspecten te horen krijgen. Veel vrouwen uit traditionele gezinnen die emanciperen, krijgen met spanningen te maken. Vaak gebruiken deze vrouwen religieuze argumenten om hun gelijkheid ten opzichte van mannen op te eisen. Door zich inhoudelijk te verdiepen in de religie en bewust te kiezen voor een hoofddoek krijgen deze vrouwen binnen hun familie meer vertrouwen en dus bewegingsruimte om zich verder te kunnen ontwikkelen. Voor hen is de hoofddoek niet emancipatieremmend maar juist stimulerend. Dit is ook een van de verklaringen dat zoveel vrouwen op de hogescholen en universiteiten voor een hoofddoek kiezen. De meesten van hen dragen hun hoofddoek met trots. En er is nog een argument tegen een hoofddoekverbod in Nederland. Ik ben zelf niet religieus, maar in mijn geboorteland Iran was ik na de revolutie van 1979 verplicht een hoofddoek te dragen. Omdat de islamitische meerderheid dat wilde. Deze verplichting voelde ik toen als een absolute onderdrukking van mij als vrouw. Ik mocht niet kiezen. Dit is wat Iran onderscheidt van een democratisch land als Nederland, waar niet de wil van de meerderheid bepaalt wat de (kleding)keuze van de minderheid moet zijn, maar waar het recht van de minderheid vooropstaat. Er moet ruimte zijn om anders te zijn, dat is de kern van onze democratie. Ik hoop dat u deze problematiek op een doordachte wijze benadert, zodat de religieuze minderheid in dit land wordt beschermd tegen de verabsolutering van de macht van de meerderheid.

Halleh Ghorashi

‘Er moet ruimte zijn om anders te zijn’

Hoogachtend, Halleh Ghorashi hoogleraar management van diversiteit en integratie, in het bijzonder de participatie van vrouwen uit etnische minderheden, bij de Faculteit Sociale Wetenschappen. P.S.: Mijn advies is voornamelijk gebaseerd op onderzoek dat binnen mijn leerstoel plaatsvindt, onder andere: Brenninkmeijer, N., M. Geerse & C. Roggeband (2009). Eergerelateerd geweld in Nederland, Onderzoek naar de beleving en aanpak van eergerelateerd geweld. Den Haag: Sdu Uitgevers. » VUMAGAZINE | 7


AAN VAN

De minister van Sociale Zaken mlindeboom@feweb.vu.nl

BETREFT

De vergrijzing Geachte minister,

I

k vind het een goed idee om de AOW-leeftijd te verhogen. Critici die zeggen dat er nu al bijna geen zestigplusser werkt en het dus symboolpolitiek is, hebben ongelijk. Sinds regelingen als de VUT zijn afgeschaft, werken steeds meer ouderen door. Toch moet u bedenken dat groei in de arbeidsparticipatie onder gezonde ouderen beperkt is. Meer potentie zit in werknemers van middelbare leeftijd met een gezondheidsbeperking. Deze groep is verrassend groot: een kwart van de 45-plussers onder werknemers geeft aan gezondheidsproblemen te hebben. Een groot deel van deze groep stopt ver voor de pensioenleeftijd met werken. Uit onderzoek waaraan ik zelf heb bijgedragen blijkt dat mensen die voortijdig stoppen met werken meestal lijden aan een ziekte of aandoening. Gezondheid hangt sterk samen met sociaal-economische klasse en de verschillen beginnen al op jonge leeftijd. Werknemers uit de 25 procent armste gezinnen hebben op dertigjarige leeftijd al twee keer zoveel gezondheidsproblemen als werknemers uit de 25 procent rijkste gezinnen. Het aantal jonggehandicapten met een levenslange Wajong-uitkering is nu 170.000 en dreigt in 2025 zelfs 400.000 te worden. Wat u vanaf het komende kabinet moet proberen om meer mensen aan het werk te krijgen, is academisch gezegd ‘het effect van gezondheid op arbeid kleiner maken’. Dat kan op drie manieren. De eerste is instituties van de sociale zekerheid (zoals WIA en Wajong) zorgvuldig blijven bewaken. Er zijn al aanwijzingen dat de instroom weer aan het groeien is. Verder kunt u uitstroom beperken door aanpassingen op de werkvloer te bevorderen. Ik denk echter dat de derde manier uiteindelijk het meest oplevert: investeren in menselijk kapitaal. Scholing is cruciaal. Het beïnvloedt niet alleen het kennisniveau van mensen, maar ook hun gedrag. Ze leren investeren in hun toekomst en gezondheid. Ze kunnen ook beter omgaan met de steeds hogere eisen die arbeidsmarkt en maatschappij stellen. Ik hoop dat u de uitdaging aangaat om de ‘ziektepensioenen’ te laten afnemen. Als u ook de AOW-leeftijd wilt verhogen, heb ik nog een belangrijk advies. Doe het stapsgewijs en geef de mensen de tijd om eventueel zelf maatregelen te treffen. Ik heb onderzoek gedaan onder de rijksambtenaren die vrij plotseling geconfronteerd werden met een veel slechtere pensioenregeling als ze na 1 januari 1950 waren geboren. De groep die vlak na 1 januari 1950 was geboren, was depressiever dan de groep die net iets ouder was. Als u de AOW-leeftijd in meerdere stapjes van een paar maanden verhoogt, en dat al vroeg aankondigt, zal het minder hard aankomen. Hoogachtend, Maarten Lindeboom hoogleraar algemene economie bij de Faculteit Economische Wetenschappen en Bedrijfskunde en onderzoeksleider Veroudering en gezondheid bij Netspar.

AAN VAN

De minister van Financiën pgautier@feweb.vu.nl

BETREFT

Het H-woord Geachte minister,

V

eel partijen zijn er inmiddels van overtuigd dat hypotheekrenteaftrek moet worden beperkt. Het doet sommigen van u nog altijd pijn, maar in de huidige vorm is deze aftrek vooral subsidie voor de banken. U geeft er jaarlijks elf miljard aan uit; u kunt zeker vijf miljard bezuinigen zonder dat het huizenbezit in gevaar komt. In 1914 voerden uw voorgangers de aftrek in om het woningbezit te stimuleren. 8 | VUMAGAZINE

Maarten Lindeboom

‘Als u ook de AOW-leeftijd wilt verhogen, doe het dan stapsgewijs’


Dat is niet gelukt: vergeleken met andere landen hebben Nederlanders wel meer hypotheekschuld, maar niet vaker een eigen huis. Banken bedachten in de jaren negentig hypotheken waarbij je dertig jaar lang alleen rente betaalt. In een apart potje spaar of beleg je om op het eind de lening af te lossen. Of zelfs dat niet: de aflossingsvrije hypotheek. Zo wordt de renteaftrek maximaal. De klant profiteert maar een beetje, want ten eerste werden de huizenprijzen hierdoor nog hoger dan ze al waren, en ten tweede verplicht de bank de huizenkoper ook een dure levensverzekering af te sluiten. Vooral de banken profiteren, terwijl met name starters op de woningmarkt last hebben van deze ontwikkeling. Wat kunt u doen? Er zijn al veel oplossingen geopperd, de beste is dat mensen op hun belastingformulier hun hypotheekschuld moeten aftrekken van hun vermogen. Alleen over hun netto schuld geeft u eventueel een percentage terug aan de woningbezitter. Dan voorkomt u voortaan dat vooral veelverdieners veel geld of beleggingen bezitten, en daarnaast een grote, aftrekbare hypotheekschuld aanhouden. Aftrek tot maximaal 350.000 euro, zoals de SP wil, of een ander maximum keur ik als econoom af. Inkomenspolitiek kunt u veel beter bedrijven via de tarieven van de verschillende belastingschijven. Dan laat u de (woning)markt met rust, maar bepaalt u toch hoe u de lasten over onze schouders verdeelt. Veel mensen, ook sommige economen, denken dat de huidige recessie een slecht moment is voor deze ingreep, maar dat denk ik niet. Het alternatief is namelijk dat u de loonbelastingen laat stijgen; dat is veel schadelijker omdat mensen dan minder gaan werken. In Zweden daalde de huizenprijs tot twintig procent na de plotselinge afschaffing, maar dat kwam voor een groot deel door de recessie. In het Verenigd Koninkrijk daalden de prijzen nauwelijks na een geleidelijkere afschaffing in economisch goede tijden. Het is verstandig om deze wijziging pas over tien, vijftien jaar in te laten gaan maar om dat nu aan te kondigen. Jonge starters zullen profiteren van de prijsdaling. Dat mag ook wel lijkt me, want zij moeten hoogstwaarschijnlijk ook al langer doorwerken en kosten maken om het klimaatprobleem het hoofd te bieden.

Pieter Gautier

‘U kunt zeker vijf miljard bezuinigen’

Hoogachtend, Pieter Gautier hoogleraar labour, region & environment bij de Faculteit Economische Wetenschappen en Bedrijfskunde.

AAN VAN

De minister van Volksgezondheid tgroot@feweb.vu.nl

BETREFT

De marktwerking Geachte minister,

U

w voorganger, minister Klink, wilde dat ziekenhuizen voortaan winst mogen uitkeren aan aandeelhouders. U moet nu beslissen of dat een goed idee was. Ik denk van niet. Klink dacht door winstuitkering meer vreemd vermogen te kunnen aantrekken. Maar ziekenhuizen kunnen nu ook gewoon een nieuwe vleugel bouwen met geleend geld van de bank. Met aandeelhouders zou u een nieuwe, invloedrijke belangengroep creëren, die iets heel anders wil dan optimale zorg, namelijk geld verdienen. Klink dacht ook dat een ziekenhuisdirecteur efficiënter zou werken als hij een commercieel oogmerk heeft. Maar wat hebben wij eraan om geld te besparen als dat daarna naar de aandeelhouders en dus uit de zorg verdwijnt? Als u geld wilt besparen in de zorg, kunt u beter een groter deel van de zorg vermarkten. Sinds 2006 onderhandelen verzekeraars en ziekenhuizen over de kosten van ziekenhuiszorg. Momenteel gaat dat over 34 procent van de zorgkosten. Net als Klink denk ik dat vijftig procent in 2011 haalbaar is, maar dan is de grens bereikt. Onze zorgkosten zijn opgedeeld in ‘diagnose-behandelingcombinaties’. Een beenbreuk betekent een intake, röntgenfoto’s, een specialist, de gipskamer en een nabehandeling. Daaraan hangt een prijskaartje. Ziekenhuizen willen patiënten, verzekeraars willen verzekerden, verzekerden willen lage premies. Door onderhandelen worden de prijzen scherper en de werkwijze efficiënter. » Tom Groot VUMAGAZINE | 9


Vooral makkelijk in te plannen zorg, zoals een heup- of staaroperatie, is zo goedkoper geworden. Zulke zorg is deels bij Zelfstandige Behandel Centra terechtgekomen: gespecialiseerde particuliere kliniekjes in of vlak bij ziekenhuizen, zoals oogklinieken of diabetesbehandelcentra. Er zijn er al negentig, ongeveer evenveel als het aantal ziekenhuizen. Zij kunnen patiënten die allemaal voor hetzelfde komen efficiënter en dus goedkoper behandelen. In de ziekenhuizen blijft relatief steeds meer gecompliceerde en dus duurdere zorg over: een prima taakverdeling. De kwaliteit van de zorg lijkt niet te dalen, want het aantal klachten over de zorg is niet sterk gestegen. Vermarkting is dus een goede zaak. Maar niet alle zorg leent zich voor de vrije markt. In het niet-onderhandelbare deel van de zorg blijft steeds meer complexe, dure zorg over, zoals traumazorg die elk ziekenhuis moet kunnen bieden. De kosten daarvan kunnen beter niet per prestatie worden afgerekend, omdat dit tot grote inkomstenschommelingen voor het ziekenhuis kan leiden. Neem de eerstehulpafdeling, die staat soms leeg. Er is geen patiënt op wie je die kosten kunt verhalen. Dat soort kosten moet je collectief laten betalen. Als u vijftig procent van de zorg weet te vermarkten, hebt u een goed evenwicht. Breng het geld dat u ermee bespaart terug naar waar het hoort: de zorg. Dat hebben we met de groeiende zorgbehoefte hard nodig.

‘Niet alle zorg leent zich voor de vrije markt’

Hoogachtend, Tom Groot hoogleraar management accounting bij de Faculteit Economische Wetenschappen en Bedrijfskunde.

AAN VAN

De minister van Binnenlandse Zaken gminderman@feweb.vu.nl

BETREFT

Het ambtenarenapparaat Geachte minister,

A

l vele verkiezingscampagnes hebt u het beloofd. Het is nog nooit gelukt. Maar het kan wel: een kleinere overheid. Het sleutelwoord is: vertrouwen. Als het u lukt om bij uzelf en de samenleving het vertrouwen te herstellen in preventie in plaats van repressie, kunt u vele miljarden verdienen. Met relatief kleine investeringen kunnen middenveldorganisaties in jeugdzorg, volkshuisvesting en onderwijs voorkomen dat kinderen in de jeugdzorg komen. Jeugdzorgkinderen kosten miljoenen per kind. De VVD wil bezuinigen op de gemeentebudgetten voor wijkfeestjes. Maar de paar duizend euro die een feestje vandaag kost, kunnen het wijkklimaat zo verbeteren dat er morgen geen écht kostbare problemen zijn. Helaas weigerden uw voorgangers te vertrouwen op preventieve maatregelen en eisten ze snelle, harde resultaten. Penny wise, pound foolish. De resultaten van preventie zijn helaas niet goed zichtbaar te maken. Het draait om vertrouwen. Er is niet alleen gebrek aan vertrouwen in de kracht van preventie, maar ook in de kracht van uitvoerende organisaties. Den Haag schrijft al lang niet meer gedetailleerd de publieke dienstverlening voor. Heel goed, want scholen, welzijnsorganisaties, gemeenten en vele andere lokale en regionale organisaties kunnen maatschappelijke problemen veel beter oppakken en oplossen. Decentralisatie leidt tot innovatie en maatwerk. Helaas heerst er wantrouwen, en nam de Tweede Kamer tot nu toe incidenten zoals bij de IJsselmeer-ziekenhuizen en de duur uitgevallen renovatie van voormalig cruiseschip ss Rotterdam te baat om dat wantrouwen te voeden. Ieder ziekenhuis en iedere corporatie is verdacht: het rijk houdt toch liever zelf de regie. Daarom kwamen er grote toezichthoudende woon- en zorgautoriteiten. Zo moet een ziekenhuis elk plan voor bijvoorbeeld een nieuwe vleugel eerst voorleggen aan de Nationale Zorgautoriteit, een grote organisatie waar veel mensen werken. Ondanks incidenten moet u met het middenveld vertrouwen gaan opbouwen in goed management, goede bedrijfsvoering en een goed toezicht. Natuurlijk gaat er weleens iets mis. Dat is normaal bij de transitie naar meer decentrale verantwoordelijkheid. Maar neem die ss Rotterdam: uiteindelijk is iedereen blij met het multifunctionele centrum dat het is geworden. Door gezamenlijk het middenveld sterk genoeg te maken om de maatschappelijke verantwoordelijkheid te dragen, kunt u vele duizenden beleidsambtenaren, stafambtenaren en toezichtautoriteiten wegbezuinigen. We 10 | V U M A G A Z I N E

Goos Minderman

‘Het kan wel: een kleinere overheid’


moeten niet investeren in het wantrouwende toezicht in de vorm van voorschriften en formats, maar onderling de dialoog aangaan over kwaliteit. Vertrouwen is de basis van bestuur en de basis van toezicht. Als innovatieve, maatschappelijke georiënteerde, goed bestuurde gemeenten, scholen, welzijnsorganisaties, corporaties en ziekenhuizen echt verantwoordelijkheid kunnen krijgen in preventieve maatregelen, kunnen we enorme bezuinigingen realiseren. Een kleinere overheid ligt dan voor ons. Vertrouwen is lucht, bureaucratie is verstikking. Hoogachtend, Goos Minderman bijzonder hoogleraar Public Covernance & Public Law bij de faculteit Economische Wetenschappen en Bedrijfskunde en directeur van het Zijlstra Center.

AAN VAN

De minister van Defensie mj.faber@fsw.vu.nl

BETREFT

Missie Afghanistan Geachte minister,

N

atuurlijk gaat u niet weg uit Afghanistan. Dat kunt u niet maken, als enige onder ruim veertig bondgenoten. Wel denk ik dat u moet ophouden te praten over een opbouwmissie die ook democratie in Afghanistan moet brengen. Dat kan namelijk niet van buitenaf. Humanitaire hulp is iets anders, maar dat is niet uw afdeling. De toekomst van onze krijgsmacht bestaat uit militaire interventies. Hier en daar hard optreden, vooral uit eigenbelang. In Irak heb ik meegemaakt dat onze ambassadeur niet naar de universiteit in Bagdad kon komen om studenten te ontmoeten. De universiteit lag op loopafstand van de ambassade, maar hij moest daarvoor de zwaar beveiligde groene zone verlaten en het kostte veel tijd om dat te regelen. Conclusie: hij verlaat zelden de groene zone en spreekt zelden gewone mensen. Toch zijn het onze diplomaten, politici en militaire commandanten die bepalen hoe het verder moet in oorlogsgebieden en wat goed is voor de mensen daar. In Afghanistan is nog beter te zien waar het fout gaat. We zeggen dat er dankzij ons weer meisjes naar school gaan en verkiezingen worden gehouden (de fraude vergeten we liever). Kortom, we doen alsof onze sociaal-democratische cultuur daar doorbreekt. Dat is niet zo. Als je in Afghanistan iets wilt bereiken, moet je de stamhoofden respecteren. Zo werkt een tribale samenleving: de stamhoofden genieten het respect van de bevolking. Wij hebben in Uruzgan enkele leiders, onder wie de lokale gouverneur - de belangrijkste stamleider - laten vervangen. We hebben gedaan alsof we in Nederland waren. Wat heeft Afghanistan dan wel anders gemaakt, de Taliban minder slagkracht gegeven? Vooral de hardhandige aanpak van de Britten en Amerikanen, waarmee ze belangrijke Taliban-leiders wisten uit te schakelen. De rol van de EU, en zeker van Nederland, op het wereldtoneel zal afnemen. De Chinezen kunnen ijzer met handen breken. Ze knappen in Afrika havens op en leggen wegen aan. Allemaal uit eigenbelang: ze hebben grondstoffen nodig. Ze sluiten keiharde win-windeals, zonder idealisme, maar wel met fatsoen. Ik voorzie dat het denken vanuit eigenbelang ook bij ons boven ideële motieven uit zal stijgen. Ons dieptepunt was in Bosnië. Daar traden we op zonder idealen en zonder fatsoen en hielden het kruit droog tot het leed achter de rug was. Lang geleden heb ik afgeleerd om tijdens mijn reizen mensen te vertellen hoe ze hun problemen kunnen oplossen. Onze abstracte analyses over democratie en civil society brengen de oplossing geen stap dichter bij als ze niet aansluiten op de lokale cultuur. Als u op een realistische manier over militaire operaties gaat besluiten, zal er niet zo snel weer een kabinet over vallen.

Mient Jan Faber

‘Hier en daar hard optreden, vooral uit eigenbelang’

Hoogachtend, Mient Jan Faber bijzonder hoogleraar human security in war situations bij de Faculteit Sociale Wetenschappen. « V U M A G A Z I N E | 11


STUDENTEN Diversiteitsbeleid is een kwestie van eigenbelang. De Amerikaanse universiteit Ucla boekt klinkende resultaten. De VU wil dat ook. PETER BREEDVELD FOTO: PETER SMITH

HOE DIVERSER HOE BETER A

an het begin van zijn eerste jaar als student van de University of California, Los Angeles (Ucla) had Santiago Bernal, geboren in Guatemala, een speciaal programma voor minderheden gevolgd. Het was een zomercursus waarin hij vertrouwd raakte met de campus en de universiteitscultuur. Zijn kamergenoot was een autochtone, blanke Amerikaan die hem botweg zei dat Bernal zijn toelating wel aan positieve discriminatie te danken zou hebben. “Jij hebt de plaats gekregen van mijn vriend, die is afgewezen.” Maar toen de eerste studieresultaten bekend werden, bleken Bernals cijfers aanzienlijk hoger dan die van zijn kamergenoot. “Het lijkt mij”, zei Bernal toen, “dat jij de plaats inneemt die je vriend had moeten hebben.” Bernal is nu vice-directeur van het Center for Community College Partnerships (CCCP) van Ucla, dat banden onderhoudt tussen Ucla en de community colleges in Californië, met speciale aandacht voor bevolkingsgroepen die ondervertegenwoordigd zijn in het hoger onderwijs, zoals latino’s en Afro-Amerikanen. Ucla zet zich in om meer minderheden op haar campus te krijgen. Dit doet ze met speciale programma’s en door de boer op te gaan, de achterstandswijken in, om contact te leggen met de verschillende gemeenschappen in hun eigen taal. De resultaten zijn indrukwekkend. Niet alleen is de samenstelling van de studentenpopulatie bij Ucla spectaculair veranderd, met 44 procent kinderen van ouders die 12 | V U M A G A Z I N E

niet in de VS zijn geboren, ook wordt het procentuele verschil tussen allochtonen en autochtonen die binnen vier of vijf jaar hun diploma halen, in rap tempo kleiner.

Geen concessies aan hoge eisen

En dit allemaal zonder enige concessie te doen aan de hoge eisen aan studenten. Ucla staat nog steeds te boek als een van de beste universiteiten ter wereld. “Wij hameren er bij onze studenten op dat het niet genoeg is om te slagen, ze moeten excelleren”, aldus CCCP-directeur Alfred Herrera tijdens een workshop over het diversiteitsbeleid van Ucla, eind maart aan de VU. Samen met hogeschool Inholland organiseerde VU Connected op 22 en 23 maart een

‘Lelieblanke elite-opleidingen zijn een probleem’ diversiteitsconferentie met veel aandacht voor Ucla. Het doel was onder andere laten zien dat diversiteit een kracht is in plaats van een probleem, zoals VU-bestuursvoorzitter René Smit in maart zei in Ad Valvas. De belangrijkste spreker op het congres, Chris Brink van de University of Newcastle upon

Tyne, voormalig rector van de Zuid-Afrikaanse Universiteit van Stellenbosch, liet zien hoe moeilijk die boodschap is over te brengen. Speciale programma’s in het kader van diversiteit in het hoger onderwijs roepen steevast angstgevoelens op voor een verlaging van de hoge eisen en dus van het prestige van een universiteit of hogeschool. Buitenstaanders, maar ook docenten en hoogleraren, gaan er vaak van uit dat een toegelaten student uit een minderheidsgroep een voorkeursbehandeling heeft gekregen en dus wel weinig in huis zal hebben, aldus Brink. “Maar dat is simplistisch gedacht. Een student uit een gegoed milieu, die altijd alle kansen heeft gehad op de beste onderwijsinstellingen, heeft het op de universiteit een stuk gemakkelijker dan een student uit een achterstandswijk. Dat wil niet zeggen dat die laatste minder getalenteerd is.”

Talenten herkennen en uitbuiten

Ucla leidt allochtonen op die zonder die diversiteitsprogramma’s niet eens zouden zijn opgemerkt. Nu excelleren ze en komen ze zelfs in aanmerking voor prestigieuze studiebeurzen. “We brengen ze verantwoordelijkheidsgevoel en zelfvertrouwen bij en leren ze hun eigen leven in de hand te nemen”, aldus Herrera. Dat zelfvertrouwen is cruciaal. “Als je studenten steeds inwrijft dat ze niet in de wieg gelegd zijn voor een academische opleiding, gaan ze het zelf geloven. Wij moeten ze aansporen hun eigen talenten te herkennen en uit te buiten.”


Een op de vijf VU-studenten is van niet-westerse allochtone afkomst.

Het voordeel van diversiteit De meerwaarde van demografische diversiteit is in 2006 onderzocht bij Ucla. Veertig procent van de onderzochte studentenpopulatie gaf aan dat ze meer begrip hadden gekregen voor anderen door om te gaan met mensen van een andere sociaal-economische klasse, religie of politieke voorkeur. Het onderzoek Does diversity matter in the education process? An Exploration of Student Interactions by Wealth, Religion, Politics, Race, Ethnicity and Immigrant Status at the University of California staat op http://tinyurl.com/37h3jsr.

In Amerika heeft Ucla daarbij echter wel te maken met wettelijke beperkingen, legde Ucla-docent rechten Devon Carbado (zelf als student ook deelnemer aan een van de diversiteitsprogramma’s) uit. De wet verbiedt expliciet voorkeursbehandelingen op basis van onder andere ras, maar volgens Carbado zijn die voorkeursbehandelingen noodzakelijk: “Lelieblanke elite-opleidingen zijn een probleem. Dat moet je oplossen. Een bezwaar tegen positieve discriminatie is dat de balans dan in het voordeel van minderheden zou doorslaan, maar feit is dat de balans nu al is doorgeslagen in het nádeel van minderheden. Mensen zeggen dat zwarten die dankzij positieve discriminatie op een bepaalde positie zijn gekomen als inferi-

eur aan blanken op dezelfde positie worden beschouwd. Maar de notie dat zwarten inferieur zijn, is er juist de óórzaak van dat positieve discriminatie nu noodzakelijk is.” «

Zomercursus De VU biedt komende zomer naar het voorbeeld van de Californische universiteit een summer course aan voor gemotiveerde eerstejaars afkomstig uit scholen met een gemengde leerlingenpopulatie, waarmee de VU samenwerkt. Deze maand bezoekt een VU-delegatie met onder andere studenten Ucla om ervaringen en best practices uit te wisselen. V U M A G A Z I N E | 13


14 | V U M A G A Z I N E


GEVANGEN IN GESCHIEDENIS ZUID-AFRIKA U denkt misschien dat bezoekers van het WK voetbal op het vliegveld al overvallen worden. Zo is het niet, maar er is wel veel geweld in Zuid-Afrika. Tutu-hoogleraar Stephen Ellis zocht uit hoe dat komt.

RIANNE LINDHOUT ILLUSTRATIE: GREET EGBERS

A

ls de apartheid alleen maar dingen had betekend als: ik mag stemmen en jij niet en jij moet met een andere bus mee dan ik, was het eenvoudiger geweest. Dan kon ‘vergeven en vergeten’ mogelijk wel opgaan, zestien jaar na de afschaffing. Maar het apartheidsregime van 1948 tot 1994 had ook aspecten die meerdere generaties op achterstand stellen. Zo mochten zwarten niet in de stad wonen. Nou vooruit, de mannen die nodig waren om het werk te doen, kregen een speciale vergunning. Zij mochten in voor hen aangewezen townships wonen. Vrouwen en kinderen bleven achter in de homelands. Gevolg: jonge mannen onder elkaar, dat leidde tot drinken, gokken, prostitutie en vechten. De politie was er alleen voor de blanken. Kinderen in de homelands groeiden ondertussen op zonder vader en hadden geen toegang tot goed onderwijs.

Ze werden sowieso als dommer en minderwaardig gezien, en dat dus decennialang. Zulke problemen werken generaties lang door, met het opheffen van apartheid is het niet voorbij. Daar komt bij dat de townships weliswaar officieel werden opgeheven, maar het huisje dat je er als zwarte bezit, staat natuurlijk toch in een gebied dat minder gewild blijft. Elke stad ter wereld heeft wijkgebonden sociaal-economische verschillen, maar in Zuid-Afrika is het extreem. Zo hebben veel mensen op allerlei manieren een bijna onmogelijk weg te werken achterstand. Er is wel een zwarte middenklasse opgekomen. Maar laat de strikte rassenscheiding dan verdwenen zijn, de sociale segregatie is nog even sterk als tijdens de apartheid. Historicus Stephen Ellis, gespecialiseerd in Afrika, zocht dit soort dingen uit. Hij is een van de vijf Tutu-hoogleraren op de VU, die » V U M A G A Z I N E | 15


samen de Tutu leerstoel voor jeugd, sport en verzoening bezetten. Hij is ook als onderzoeker verbonden aan het Afrika Studie Centrum in Leiden. Ellis wilde weten of het vele geweld dat nu plaatsvindt in Zuid-Afrika vooral crimineel of toch politiek van aard is. Zijn resultaten laten zien dat criminaliteit en politiek hier niet los van elkaar te zien zijn.

Veel vrienden

M&C-VU/YVONNE COMPIER

Ellis is bang dat tegen de tijd dat u dit leest, er veel nare verhalen over het land in de pers zijn verschenen. “Mensen hebben misschien wel het idee dat ze op weg naar het voetbal-WK op het vliegveld al overvallen worden”, zegt de Engelsman in goed Nederlands. “Dat is helemaal niet waar, je kunt er fijn wonen en voetbal kijken. Het is een fantastisch, inspirerend land. Aardige mensen, een interessante geschiedenis en het heeft bijzondere mensen als Nelson Mandela en Desmond Tutu voortgebracht. Ik heb er veel vrienden en kennissen. Wel voelen mensen boosheid en bitterheid over het verleden.” Zuid-Afrika is de meest succesvolle economie van het continent en ook veel democratischer dan andere Afrikaanse landen. De opvallendste problemen zijn extreem veel hiv-besmettingen, een enorme kloof tussen arm en rijk en jaarlijks zo’n achttienduizend geweldsslachtoffers op een bevolking van 45 miljoen mensen. Veel doden vallen bij vechtpartijen of gewapende diefstal. Mensen uit de middenklasse zijn vooral bang in hun auto overvallen te worden en dat er thuis wordt ingebroken. Dat komt ook veel voor, maar

Stephen Ellis 16 | V U M A G A Z I N E

de meeste slachtoffers vallen in de arme wijken en zijn net als de daders arme, zwarte mannen. Sinds 1994 zijn er nieuwe huizen gebouwd, in de volkswijken werden voorzieningen als water en elektriciteit verbeterd en er zijn vier keer democratische verkiezingen gehouden. Maar de bevolking groeit, en de krottenwijken zijn enorm.

Nieuwe elite

Ellis weet geen oplossing. Hij heeft alleen de achtergrond van de problemen inzichtelijker gemaakt. Duidelijk gemaakt waarom verzoening zo moeilijk is. Politici en beleidsmakers zouden deze kennis wel kunnen gebruiken bij de keuzes die ze moeten maken. Helaas gebeurt dat niet. Ellis: “Net als elders maken Zuid-Afrikaanse politici hun keuzes niet op basis van wetenschap, maar vooral uit politiek belang. In Zuid-Afrika geldt dat nog meer dan hier. Als erfenis van het apartheidssysteem komt daar nog bij dat de wetenschappelijke elite blank is. Advies van hen wordt niet aangenomen.” Ellis wordt er niet moedeloos van. Zijn werk binnen de Tutu-leerstoel bestaat uit het begeleiden van twee Zuid-Afrikaanse promovendi. Zo helpt hij bij de vorming van een nieuwe universitaire elite, eentje die hopelijk ooit geen last meer heeft van de apartheid. «

Zulu’s en VOC’ers De vooral Nederlandse en Duitse blanken vormen sinds hun komst vanaf de VOC-tijd, de zeventiende eeuw, een eigen gemeenschap. Vanaf 1830 trokken ze vanuit de kaap het land in en stichtten Boerenrepublieken. De zwarten leefden in hun eigen verbanden, zoals stammen of Zulu-koninkrijken. In 1910 werd de unie van Afrika gevormd, het huidige ZuidAfrika. Eerst als onafhankelijke staat binnen het Britse gemenebest; in 1931 werd het land volledig onafhankelijk. Toen al waren er wetten die een ongelijke behandeling op grond van huidskleur regelden. De apartheid – gescheiden ontwikkeling van de rassen – werd in 1948 van kracht toen de Nationale Partij de verkiezingen won. In de jaren negentig eindigde de apartheid. Stephen Ellis merkt op dat elk land worstelt met de vraag: hoe moeten we samen leven? In ZuidAfrika is die vraag extra ingewikkeld, nog los van het apartheidsverleden. Er zijn veel groepen: zwarten van verschillende afkomst, kleurlingen uit India en China en blanken die soms pas sinds twee generaties in het land wonen, maar soms al sinds de VOC-tijd. “Die laatste groep voelt zich net zo Afrikaans als iemand die zwart is”, zegt Ellis.


Was de VU fout? Toen het in de jaren zestig politiek correct werd om Zuid-Afrika te boycotten, hield de VU de oude banden met de universiteit in Potchefstroom aan. In 1952 had de VU nog eredoctoraten verleend aan twee Zuid-Afrikaanse wetenschappers die bepaald niet antiapartheid waren. Was de VU ‘fout’ in de apartheidsperiode? Geschiedenishoogleraar Gerrit Schutte bestudeerde de relatie van de VU met Zuid-Afrika. Hij wijst erop dat Nederland de apartheid pas lang na 1948 duidelijk afwees, terwijl de VU al bij de invoering in 1948 sceptisch reageerde. “In 1952, het jaar van die eredoctoraten, werd het driehonderdjarig bestaan van Zuid-Afrika gevierd. Ook premier Drees deed daaraan mee en bezocht het land.” Boycotten kwam pas na 1960 in zwang, maar het VU-bestuur wilde de partneruniversiteit in Potchefstroom juist door blijvend contact ‘bekeren’ tot het afwijzen van apartheid. In die tijd kwamen ook de eerste zwarte Zuid-Afrikaanse studenten naar de VU en in 1972 kreeg dominee Beyers Naudé een eredoctoraat vanwege zijn verzet tegen de apartheid. In de universiteitsraad was veel protest tegen de banden van de VU met Potchefstroom. De breuk kwam in 1976, toen de Zuid-Afrikaanse universiteit liet weten zich aan de apartheidswetten te moeten houden. Vervolgens heeft de VU extra geld en energie gestopt in zwarte universiteiten. De Vrije Universiteit en Zuid-Afrika 1880-2005, twee delen, G. Schutte. Meinema, 2005

Nu weer goed Zuid-Afrikaanse wetenschappers en studenten helpen met wetenschappelijke publicaties. Zo begon in 2002 het South Africa VU University Strategic Alliances: Savusa. Inmiddels werkt de VU samen met zeven Zuid-Afrikaanse universiteiten, waarmee studenten en personeel worden uitgewisseld. In 2007 kwam Desmond Tutu zelf de Tutuleerstoel lanceren die de VU in het leven riep, de leerstoel jeugd, sport en verzoening. Sindsdien zijn de voltallige vijf hoogleraren benoemd, waarvan Stephen Ellis er een is. De anderen werken op het gebied van armoedebestrijding, geneeskunde, voetbal en religie. Ze begeleiden Zuid-Afrikaanse promovendi, maar doen ook andere projecten. Geert Savelsbergh, de voetbalhoogleraar, organiseert rond het WK voetbaltoernooien voor kinderen uit de townships. www.savusa.nl V U M A G A Z I N E | 17


DE ALUMNUS

Voetbalverbeteraar Luc van Agt

‘Geen ijsbaden bij PSV!’ ANITA MUSSCHE FOTO: AD VAN DEN BEEMT

O

ntwikkelingen in de bal of schoenen zullen het voetbal niet meer revolutionair veranderen. De vooruitgang zit hem in meetsystemen, vertelt Luc van Agt, nog in zijn trainingspak in de sportkantine van PSV. Als inspanningsfysioloog werkt de alumnus bewegingswetenschappen daar, en ook voor het Nederlands elftal waarmee hij in Zuid-Afrika is. “De technologie geeft me steeds meer inzicht in de manier waarop we voetballers individueel belasten. De ene speler is de andere niet. Ik wil weten wanneer het voor de ene speler genoeg is, terwijl een ander misschien nog iets meer zou moeten doen om optimaal te presteren.” Van Agt zorgde dat PSV proeftuin werd voor een soort gps-systeem in het klein, het Local Position Management (LPM). Spelers krijgen tijdens de trainingen een kastje op hun rug, dat communiceert met zenders rond het veld. Een trainer kan uit hun positie afleiden of zijn tactiek werkt, maar voor Van Agt zijn de afstanden die een speler aflegt of hoe vaak hij versnelt interessanter. Vooral als hij die informatie in de toekomst ook nog kan koppelen aan hartslagregistratie. Dan weet hij welke inspanning een actie de speler kost. Hartslagregistratie wordt ook steeds geavanceerder. “Ik zit tijdens de training in de dug-out”, wijst Van Agt, “en volg de hartslag van de complete spelersgroep. Dat geeft me informatie over belasting en herstel. Gemiddeld moet een hartslag van 180 bijvoorbeeld naar 120 zakken om een speler te laten herstellen. Gebeurt dat niet, dan kun je ze een beurt laten overslaan. Vroeger moest je de hartslagmeters achteraf uitlezen, nu kun je de informatie al 18 | V U M A G A Z I N E

tijdens de training naar de coach terugkoppelen.” Als dat straks ook in het LPM zit, is hij helemaal gelukkig.

Intelligent textiel

“Het is jammer dat je het niet ook in de wedstrijden kunt gebruiken”, vindt Van Agt. Daar mogen spelers niet met kastjes rondlopen vanwege de veiligheid. Maar de apparatuur wordt steeds kleiner, zo klein dat de hartslag van Afellay straks misschien wel gemeten wordt met drukelektroden in de stof van zijn shirt: “Intelligent textiel noemen ze dat. Dat gaat er allemaal komen.” In de Engelse Premier League kan men ook tijdens de wedstrijd de bewegingen van de spelers vastleggen, met acht camera’s in het dak van het stadion. Van Agt hoopt en verwacht dat trainingssoftware als LPM en wedstrijdanalysesoftware op termijn uitwisselbaar worden. Hoe meer informatie, hoe efficiënter de coach en hij de spelers kunnen trainen. Voor het Nederlands elftal heeft Van Agt niet veel aan deze meetsystemen, omdat de ploeg maar drie weken samen kan trainen. De nadruk ligt daarom op tactiek en minder op fysieke training. Van Agt moet vooral voorzichtig omspringen met zijn topsporters. “Ze zijn moe van een zwaar seizoen, je moet aan de veilige kant blijven zitten. Je wilt niet dat ze geblesseerd raken.” Naast gps en analysesoftware verwacht Van Agt veel van versnellingsmeters en drukmeters die de kracht meten waarmee je de grond raakt. Ook die worden steeds kleiner en bruikbaarder tijdens trainingen. In individuele sporten als atletiek of schaatsen zijn die nu al inzetbaar, doordat de bewegingen steeds herhaald worden. In een teamsport als voetbal is de belasting veel moeilijker te volgen. “Als


Luc van Agt in de dug-out, waar hij tijdens trainingen precies kan volgen welke inspanning een speler levert.

CV 1955 geboren in Eindhoven l 1978 diploma ALO Tilburg l 1979 docent lichamelijke opvoeding l 1987 bul Inspanningsfysiologie VU l sinds 1980 onder andere: atletiek trainer/ coach (inter)nationaal niveau (OS 1988 en 1992), sportfysioloog St. Annaziekenhuis Geldrop, krachttrainer PSV zwemploegen, adviseur nationaal hockeyteam mannen, inspanningsfysioloog, conditie- en revalidatietrainer PSV voetbal, lid overlegplatforms NOC*NSF, inspanningsfysioloog en conditietrainer Nederlands voetbalelftal

je weet hoe zwaar je een speler kunt belasten, kun je door gericht trainen met name spierblessures voorkomen.” Vooral de hamstring heeft het zwaar te verduren, weet Van Agt, doordat er steeds meer gesprint wordt. Voetbalexpert Raymond Verheijen, ook VU-alumnus, ontdekte dat het spel compacter wordt naarmate het niveau hoger is. “Om dan nog los te komen van je tegenstanders, moet je explosief wegkomen.”

Verkeerde kampioen

Van Agt ziet het als zijn rol om kritisch te kijken naar nieuwe vindingen. “Ik ben natuurlijk geen onderzoeker, maar ik word wel ondersteund door de kennis uit mijn studie. Zo is herstellen door koelen in ijsbaden nu helemaal in. Ik kijk altijd of

het effect wetenschappelijk is bewezen voor we iets gaan gebruiken. Bij after cooling is dat nog niet overtuigend, dus geen ijsbaden bij PSV!” Plotseling veert hij op. “Over technologische vernieuwing gesproken: het is ongelofelijk dat voetbal nog geen videoreferee gebruikt, zoals bij hockey of tennis.” Gezien de belangen rond voetbal vindt Van Agt het onbegrijpelijk dat de FIFA dat tegenhoudt, omdat niet alle landen zich het systeem kunnen veroorloven. “Frankrijk kwalificeerde zich voor het WK doordat Thierry Henry tegen Ierland de bal met zijn hand in de goal sloeg. Met een videoreferee was dat niet gebeurd! Stel dat tijdens het WK een cruciale wedstrijd wordt beslist door zo’n blunder. Dan kan zomaar de verkeerde wereldkampioen worden.” « V U M A G A Z I N E | 19


Update[onderzoek] Kindsoldaten helpen

JORIS AARTS EN BERT BROUWENSTIJN

Er is een haalbare manier om effectief psychosociale zorg te verlenen aan kinderen in armoedige oorlogsgebieden. Mark Jordans promoveerde eind april op onderzoek waarbij hij een psychosociaal zorgsysteem ontwikkelde dat toepasbaar is in niet-westerse contexten. Het bestaat onder meer uit groepsbehandelingen op scholen, groepsinterventies met ouders en leerkrachten en individuele therapeutische zorg voor kinderen met ernstige problematiek. Jordans richtte zich ook op kindsoldaten. Zij hebben een extra groot probleem, zegt hij. “Niet alleen door traumatische ervaringen, maar ook door een structureel gebrek aan behandelvormen voor kinderen in deze gebieden.” Hij deed onderzoek in Burundi, Indonesië, Sri Lanka, Soedan en Nepal. Daar is het zorgprogramma ook uitgevoerd, door de Nederlandse hulporganisatie HealthNet TPO. (MT) Meer over het onderzoek op http://tinyurl.com/34afhnx

Romeinse munten

Slakkenwedstrijd

Acht Romeinse munten die in 2008 in het Noord-Brabantse Sint Anthonis zijn gevonden, zijn waarschijnlijk bij elkaar begraven tijdens een ritueel tussen 270 en 290 na Christus. Dat concludeert archeoloog Joris Aarts. Het ritueel kan bijvoorbeeld te maken hebben gehad met het markeren van een territorium, of de plek kan gezien zijn als een verbindingsplaats tussen deze wereld en de bovennatuurlijke onder- of bovenwereld. Vijf van de munten zijn bronzen dubbele sestertii uit de tijd van keizer Postumus (259-268 na Christus), die heerste over het Gallische keizerrijk. De munten zijn tentoongesteld in Museum Ceuclum in Cuijk. (MT) Meer info: http://tinyurl.com/ceuclum

Anders dan gedacht beschermt langzaam lopen uit voorzichtigheid waarschijnlijk niet tegen vallen. Ouderen die langzaam lopen uit angst om te vallen, lopen waarschijnlijk niet stabieler dan ouderen die sneller lopen. Dat blijkt uit onderzoek van bewegingswetenschapper Sjoerd Bruijn, waarop hij 27 mei promoveerde. Ouderen vallen vooral tijdens het lopen, soms met ingrijpende gevolgen. (MT)

Geen paniek! Een groepscursus blijkt langdurig effectief in het verminderen van veel voorkomende lichte tot matige paniekklachten. Een chronische paniekstoornis kan zo worden voorkomen. Dat blijkt uit onderzoek waarop psycholoog Peter Meulenbeek 29 april promoveerde. Mensen met paniekaanvallen lopen kans op andere psychische problemen. Meulenbeek onderzocht de cursus Geen Paniek, ontwikkeld door GGNet, een instelling voor geestelijke gezondheidszorg. “Na acht bijeenkomsten weten cursisten waar de angst vandaan komt en hoe ze er op een effectieve manier mee kunnen omgaan.” Het Trimbos-instituut en GGNet ontwikkelden ook een internetcursus: die moet nog worden onderzocht. De afdeling Klinische psychologie gaat dat doen en zoekt nog proefpersonen. Voor meer informatie en aanmelden: www.info-geenpaniekonline.nl. (MT) Groepscursus: www.cursusgeenpaniek.nl 20 | V U M A G A Z I N E

PIENEMAN & KOENE

Langzaam lopen

In sperma van poelslakken zit een eiwit dat de eileg vertraagt. Dat is de meest recente ontdekking van Joris Koene, expert in de seks van hermafrodieten. Via slakkenseks leert Koene veel over evolutie. Slakken zijn man en vrouw tegelijk. Eerder ontdekte Koene dat landslakken elkaar tijdens de seks met slijmpijlen beschieten om hun sperma te bevoordelen. Sommige soorten hebben heel ingewikkelde pijlen, en dat ging dan altijd gepaard met een ingewikkeld spermaontvangstorgaan in het vrouwelijk deel van de slak. Dat bewees dat ook bij deze hermafrodieten een ‘evolutiewedstrijd’ tussen man en vrouw bestaat: welke sekse heeft de meeste invloed op de bevruchting? Het recent ontdekte spermaeiwit ovipostatine laat zien dat die wedstrijd tussen de geslachten ook plaatsvindt bij hermafrodieten die heel gewoon seksen, zonder pijlen te schieten. (RL) Voor het artikel, zie http://tinyurl.com/39rxewj


Verslaafde genen De kans dat iemand met roken begint én het dagelijkse aantal sigaretten zijn genetisch bepaald. Dat schreven onderzoekers eind april in het tijdschrift Nature Genetics. Een van die genen ligt op chromosoom 15 in een gebied met genen voor nicotinereceptoren. Er werden ook twee nieuwe genen gevonden die een rol spelen bij de afbraak van nicotine door het lichaam.

Deze resultaten maken duidelijk dat genetische aanleg het voor sommige mensen moeilijker maakt om te kunnen stoppen met roken. De VU-onderzoekers van het Nederlands Tweelingen Register en de Nederlandse Studie naar Depressie en Angst hopen dat hun ontdekking kan bijdragen aan therapieën en medicijnen die het stoppen met roken kunnen bevorderen. (FB)

Bas

IJs en weder In de IJstijd, toen de Noord-Atlantische Oceaan met een dikke laag ijs was bedekt, trad onder het wateroppervlak toch opwarming op. Dat kwam doordat het ijs en het zoete smeltwater een ‘deksel’ vormden op het dieper gelegen zoutwater, dat warmer was. Toen de ijslaag ging smelten, kwam die warmte vrij en dat kan een belangrijke rol hebben gespeeld in de snelle klimaatveranderingen. Die theorie poneert aard- en levenswetenschapper Lukas Jonkers in zijn proefschrift over oceanische veranderingen in de laatste IJstijd, waarop hij 12 mei is gepromoveerd. Om het klimaatsysteem goed te begrijpen, is kennis van de oceaancirculatie onmisbaar. (PB)

Instabiel is beter De heilige graal van de scheikunde is een stukje dichterbij gekomen. Scheikundigen van de VU en de UvA hebben een principe gevonden dat kan helpen om katalysatoren makkelijker te selecteren, wat een lastig probleem is binnen scheikunde. De werking van veel medicijnen berust op een katalysator, een stof die een chemische reactie in gang zet tussen stoffen in het lichaam en het medicijn. Deze katalysator werkt het snelst, zo ontdekten de chemici, als hij instabiel is. Hoe instabieler de katalysator, des te sneller de reactie. Met massaspectroscopie wisten de onderzoekers deze stabiliteit te bepalen. Je kunt stoffen dus vooraf onderzoeken op hun geschiktheid als katalysator, zo blijkt. De scheikundigen publiceerden hun bevindingen in het tijdschrift Nature Chemistry van 4 april. (RL) Het artikel vindt u via http://tinyurl.com/37jkvox

Te veel op routine Werknemers die al lang in dezelfde functie werken, verliezen vaak aan productiviteit en inzetbaarheid omdat ze hun werk te veel op routine doen. Dat begint al rond het veertigste levensjaar. Bestaande strategieën, zoals functiewisseling of een cursus, zijn niet de oplossing. Organisaties moeten hun werknemers stimuleren om zich te blijven afvragen waarom ze hun werk doen zoals ze het doen en of het ook anders kan. Dan blijven ze beter inzetbaar, zo ontdekte bedrijfspsycholoog Felix Steemers in een onderzoek waarop hij 11 mei promoveerde. Een manier om oudere werknemers beter te laten functioneren is door ze te laten meedenken over vraagstukken van hun leidinggevende. Ook helpt het om ze tijdig aan te spreken op verlies van inzetbaarheid. (WV)

Beeld van de kunstenaar Beeldvorming van moderne kunstenaars wordt sterk gestuurd. Dat blijkt uit onderzoek waarop kunsthistorica Sandra Kisters 20 mei promoveerde. Zij onderzocht Auguste Rodin, Georgia O’Keeffe en Francis Bacon. Beeldvorming kan doorslaggevend zijn voor succes, maar ook een interpretatie opleveren waar de kunstenaar het niet mee eens is. Zo kon O’Keeffe zich absoluut niet vinden in de uitleg van haar werk als een uitdrukking van vrouwelijke seksualiteit. Biografische beeldvorming ontstaat wanneer de kunstenaar, of iemand anders, verbanden legt tussen leven en werk – zoals in een autobiografie, interviews en documentaires. Er blijkt een voortdurende wisselwerking te bestaan: een imago wordt bijvoorbeeld geïntroduceerd in de kunstkritiek en vervolgens herhaald in fotografie of cartoons. (MT) http://dare.ubvu.vu.nl/handle/1871/15838

Obese diabeet Fysioloog Wineke Bakker heeft aangetoond hoe het kan dat obesitas leidt tot diabetes (suikerziekte) type II en harten vaatziekten. Insuline, het hormoon dat de suikerspiegel in het bloed regelt, is de boosdoener. Insuline kan zijn werk namelijk niet goed doen bij vetzucht. Kleine bloedvaten regelen de bloeddruk en weefseldoorbloeding in het lichaam. Het hormoon insuline, dat de bloedsuikerspiegel regelt, is hierbij essentieel. Het zorgt voor vaatvernauwing of vaatverwijding van de kleine bloedvaatjes. Vetzucht verstoort

die vaatverwijdende functie van insuline en dus treedt er vaatvernauwing op. Dit leidt tot een verhoogde bloeddruk en slechte doorbloeding. Daardoor worden er minder suikers in de weefsels, bijvoorbeeld spieren, opgenomen en blijft het achter in het bloed. De verhoogde bloedsuikerspiegel die dat oplevert, is wat we diabetes type II noemen. Een verhoogd bloedsuiker op zijn beurt leidt tot meer insulineaanmaak, dit leidt tot verdere bloedvatvernauwing en zo is de cirkel rond. Bakker promoveerde 20 mei bij VU medisch centrum. (RL) V U M A G A Z I N E | 21


M&C-VU/RIECHELLE VAN DER VALK

DE KWESTIE Harry Aiking berekende met collega’s dat varkensvlees minstens € 2,06 per kilo duurder moet worden om de maatschappelijke kosten te dekken. RIANNE LINDHOUT

Harry Aiking onderzoekt duurzame voedselvoorziening bij het Instituut voor Milieuvraagstukken. Duurzaamheid is een bewegend doelwit, zegt hij. Vroeger ging het om verontreiniging, nu vooral over het uitputten van water, land, biodiversiteit en energie.

Minder vlees eten Denkt u nou echt dat dat gaat gebeuren, een vleestax van 35 procent? “Binnen twintig tot veertig jaar komt er sowieso een einde aan de ongebreidelde consumptie van dierlijk eiwit. Dan zijn de wereldbevolking en de gemiddelde levensstandaard zo toegenomen dat de prijzen vanzelf stijgen. De armsten zijn de dupe. China en India zien nu al dat ze hun volk straks niet meer kunnen voeden. Ze kopen op grote schaal land in Afrika. Afrika wordt dus dubbel getroffen. We kunnen kiezen tussen een harde of een zachte landing. De mensheid is denk ik niet verstandig genoeg om de zachte landing te realiseren.” Dat klinkt nog ernstiger dan klimaatverandering en het opraken van de olie. “Ter vergelijking: door fossiele brandstoffen te verstoken, voegen we een à twee procent koolstof toe aan de natuurlijke koolstofcyclus van fotosynthese en metabolisme. Maar met kunstmest, de uitvinding om stikstof uit de lucht vast te leggen waardoor de wereldbevolking zo explosief kon groeien, voegen we tot wel tweehonderd procent toe aan de stikstofcyclus. Die stikstof komt uiteindelijk in zee terecht, waar algenbloei vervolgens alle leven doet verstikken. In de Golf van Mexico is al een dode zone zo groot als half Nederland. Het maken van kunstmest kost 22 | V U M A G A Z I N E

trouwens ook heel veel energie, en een koe stoot per jaar evenveel broeikasgas uit als 70 duizend autokilometers. De problemen van koolstof, stikstof en biodiversiteit hangen nauw met elkaar samen.” We moeten dus allemaal aan de vleesvervangers? “De meeste vleesvervangers van nu zitten ook vol dierlijk eiwit. Vlees is zo lekker vanwege de lange, elastische eiwitvezels die smaak kunnen vasthouden. Soja-eiwitten, waarop veel vervangers zijn gebaseerd, zijn bolletjes. Ter aanvulling doet men er tot wel dertig procent eiwit uit eieren bij: ook dierlijk eiwit dus. Net als zuiveleiwit, wat ons Nederlanders tot Europees kampioen dierlijk-eiwiteters maakt.” Zelfs bij het eten van een bakje yoghurt krijg ik nu schuldgevoel... “Zelf ben ik ook geen vegetariër hoor, laat staan veganist. Ik ga wel bewust om met eiwit. Ik realiseer me dat we nu wereldwijd 400 miljoen hectare akkerland voor voedergewassen gebruiken - dat is het oppervlak van de hele EU. Terwijl we aan Engeland en Schotland genoeg zouden hebben als we het graan en de soja zelf zouden opeten. Bijna de halve wereldgraanoogst en zeventig procent van de soja wordt diervoer.”

Doet de politiek niets? We mogen geen spaarlampen meer gebruiken, maar jaarlijks krijgt de Nederlandse vee-industrie 650 miljoen euro overheidsgeld. Daarmee wordt ook reclame gemaakt voor kip – veelzijdig stukje vlees – en melk. “Absurd inderdaad. Er is wel een nota Duurzaam voedsel, maar daarin worden geen prioriteiten gesteld. Politici zien het verband tussen koolstof, stikstof en biodiversiteit niet. Consumenten moeten minder dierlijk eiwit eten, dus is een belasting op vlees een goed idee en er moeten betere vleesvervangers komen.” Stel, we stevenen af op een harde landing. Hoe ziet het leven er dan over veertig jaar uit? “Linksom of rechtsom wordt vlees net als vroeger een luxeproduct. Wij gaan naar een of twee keer per week vlees terug – China vooruit. Ook zie ik door de massale vleesproductie vervelende epidemieën aankomen, ook hier. De Q-koorts was in aantallen niet zo belangrijk. Sars en vogelgriep zijn we al bijna vergeten. Over de Mexicaanse griep, dat was een varkensgriep, doen we nu lacherig. Maar we zijn aan een ramp ontsnapt.” « m reageren? Mail naar vumagazine@vu.nl.


Twee worsten halen, drie betalen ONDERZOEK Honderden mensen deden boodschappen in een virtuele supermarkt. Hopelijk ontdekt Wilma Waterlander zo hoe we te verleiden zijn tot gezonde inkopen. ANITA MUSSCHE FOTO’S: M&C-VU/RIECHELLE VAN DER VALK

Z

e werd weleens opgebeld door iemand die zei: “Er zijn geen aardappelen!” “Jawel”, zei ze dan, “die liggen daar en daar, in dat gangpad.” Op het laatste kende ze de hele supermarkt uit haar hoofd. Gezondheidswetenschapper Wilma Waterlander liet zeshonderd proefpersonen thuis achter de pc boodschappen doen in een virtuele supermarkt. Zonder dat de proefpersonen het wisten, varieerde ze de prijs van gezonde of juist ongezonde producten. »

V U M A G A Z I N E | 23


Waterlander wil weten of je mensen door prijsmaatregelen gezonder kunt laten eten, om zo overgewicht te bestrijden. Ze doet onderzoek in de lagere inkomensklassen, omdat daar het meeste overgewicht voorkomt en de prijs belangrijk is. “Kennis aandragen en proberen iemands houding te veranderen, blijkt niet voldoende: overgewicht neemt nog steeds toe. Daarom gaan we nu kijken of je via omgevingsfactoren als voedselprijzen gezond eten kunt stimuleren.” Waterlander inventariseerde eerst welke prijsmaatregelen haalbaar zouden zijn. Daarvoor zat ze met haar 23 jaar aan tafel met experts van Unilever, ministeries, de Consumentenbond en retail- en landbouworganisaties. “Dat was wel spannend, zo’n gezelschap van mannen die al zo lang in het vak zitten. Dan voel je je wel heel erg niet de expert!”

Vettax

De specialisten kwamen met positieve maatregelen, zoals het vaker in de aanbieding doen van gezonde producten, of een gezond product gratis geven bij een ander gezond product, zoals aardbeien bij de yoghurt. Maar ze bedachten ook negatieve maatregelen, zoals de vettax, die de prijs van vette

‘Ik wilde een echte 3D-supermarkt, waar je doorheen kon wandelen met je wagentje’ Screendumps van de virtuele supermarkt

producten verhoogt en waarin ook de politiek is geïnteresseerd. Dat is geen kant-enklare oplossing overigens, zegt Waterlander, want olijfolie is ook vet, maar best gezond. “Ook bij verschillende zuivelproducten zouden moeilijkheden ontstaan. Het is niet eenvoudig om harde criteria te maken waarmee je gezonde van ongezonde producten onderscheidt.” De lijst met haalbare prijsmaatregelen vormde de basis voor de rest van haar onderzoek. Om te zien of consumenten zich daar werkelijk door zouden laten beïnvloeden, liet ze er ook mensen uit achterstandswijken met elkaar over in discussie gaan, waaron24 | V U M A G A Z I N E

der groepen proefpersonen uit de Turkse en Marokkaanse gemeenschap. Via buurthuizen in Amsterdam en Utrecht kwam ze met hen in contact. “De meesten zeiden gezonder te gaan eten als het goedkoper was. Maar dan was er ook weer iemand die zei: ‘Ja, als het goedkoper is, houd je ook meer geld in je portemonnee om patat mee te kopen!’” Waterlander nam alle discussies op en zat ze wekenlang woordelijk uit te typen. Dat soort tijdrovende klussen horen erbij, vindt de promovenda. “En het zijn dan ook echt jouw data. Je hebt het onderzoek zelf opgezet, georganiseerd, uitgevoerd. Dat is leuker dan dat je een kant-en-klare dataset krijgt

om te analyseren. Er zijn soms suffe klusjes bij, maar je kunt ook niet de hele dag briljant zitten te zijn.”

Meevaller

Toen ze haar digitale supermarkt ging opzetten, had ze een mooie meevaller. “Ik wilde een echte 3D-supermarkt, waar je doorheen kon wandelen met je wagentje”, zegt Waterlander. Met dat idee kwam ze terecht bij SARA Reken- en netwerkdiensten. “Zo nu en dan heb je een gelukje en dit was er een. SARA heeft jaarlijks een budget om twee projecten voor de VU uit te voeren. Het mijne werd een van die twee. Uit mijn eigen budget


Strijd tegen overgewicht m Overgewicht is een belangrijk onderzoeksthema op de VU. Drijvende kracht daarachter is hoogleraar voeding en gezondheid Jaap Seidell, directeur van het Instituut voor Gezondheidswetenschappen. Hij specialiseerde zich in het meten van overgewicht in Nederland en de gezondheidseffecten daarvan. Hij is wetenschappelijk directeur van het Onderzoekscentrum Preventie Overgewicht in Zwolle, waar het bijzondere project ChecKid loopt. Daarin meten onderzoekers het effect van meer beweging op overgewicht bij kinderen en proberen ze hen gezonder gedrag aan te leren.

m Bij het interfacultaire onderzoeksinstituut EMGO+ van VU en VUmc is ook het Kenniscentrum Overgewicht gevestigd. Naast kenniscentrum is dit een vraagbaak voor preventiemedewerkers, zorgverleners en de media. Bovendien ondersteunt het centrum het ministerie van VWS met het ontwikkelen van beleid op het gebied van overgewicht.

m Snel naar Instituut voor Gezondheidswetenschappen: http://tinyurl. com/2vnxyda. OPOZ: http://tinyurl.com/32atdsr. Zie ook www.overgewicht.org, de site van het Kenniscentrum.

maakte, of bordjes plaatste met ‘reclame’ of ‘gezonde keus’ bij de producten.” Ze ziet een beetje op tegen de grote analyseklus: “Ik moet maar gewoon beginnen. Als ik mijn eigen onderzoeksvraag beantwoord heb, ligt er voor nog wel drie jaar materiaal voor studenten om afstudeeronderzoek mee te doen!” Uit een eerste analyse van het experiment waarin mensen korting kregen op groente en fruit zonder dat ze het wisten, bleek dat er significant meer van werd gekocht. “Ik verwacht een nog sterker effect waar de korting met bordjes zichtbaar was gemaakt.”

Nu een echte supermarkt

had ik dit mooie programma nooit kunnen bekostigen.” Waterlander wist niet helemaal waar ze aan begon: “Het was heel veel werk. Ik heb bij Albert Heijn gekeken hoe het er precies uitzag en Albert.nl bestudeerd. Daar worden zevenduizend producten aangeboden!” Uiteindelijk lagen er zeshonderd producten in haar virtuele schappen. Dat leverde een enorme hoeveelheid onderzoeksdata op. “Ik had zeshonderd producten en zeshonderd proefpersonen die meerdere keren gingen winkelen. Ik heb vier experimenten gedaan, waarbij ik bijvoorbeeld groente en fruit 25 procent goedkoper

Nog spannender wordt het nu Waterlander haar onderzoek in een echte supermarkt gaat uitvoeren. Haar promotor Jaap Seidell maakte in november 2009 bekend dat de VU in supermarkten in Amsterdamse achterstandswijken gaat onderzoeken of lagere prijzen leiden tot gezonder winkelen. “Sindsdien wordt hij om de paar weken gebeld om welke supermarkten het gaat”, lacht Waterlander. Om deelnemers niet te beïnvloeden moet geheim blijven waar het experiment gaat plaatsvinden. Dat is nog helemaal niet zo eenvoudig, want een supermarkt die investeert in zo’n project wil daar natuurlijk ook zelf graag mee naar buiten treden. Dat kan dus niet.” Waterlander zit als inhoudelijk deskundige bij de onderhandelingen. “In een virtuele supermarkt word je al geconfronteerd met wat wel en niet haalbaar is in je onderzoek, maar in het echt is dat probleem nog veel groter. Een echte supermarkt is geen laboratorium waar je alle omstandigheden kunt controleren. Die wil zelf ook zijn eigen

aanbiedingen doen en spaaracties voor smurfen of voetbalplaatjes laten lopen.” Als promovendus wordt Waterlander geacht onderzoek te leren doen. Maar daarbij blijft het niet, vindt ze. “Soms sta ik erbij stil dat ik pas twee jaar geleden ben begonnen. Ik weet zo ontzettend veel meer dan toen. Niet alleen over onderzoek doen, maar ook over bijvoorbeeld organiseren, contacten leggen en onderhandelen.” Nu ze al een paar publicaties op haar naam heeft staan, begint men haar te kennen. “Dit soort onderzoek naar prijsmaatregelen doet bijna niemand, dan ben je gauw de expert. Op mijn specifieke gebiedje weet ik inmiddels misschien wel meer dan mijn begeleiders.” Ze moet zichzelf af en toe wel tot de orde roepen. “Ik moet oppassen dat ik niet afdwaal. Er komt zo veel bij kijken: voedselprijzen, landbouwpolitiek, zelfs de lobby van de frisdrankindustrie speelt mee, heel interessant. Ik lees heel veel over food politics. Ik probeer de vinger te leggen op hoe het werkt.” «

Wilma Waterlander V U M A G A Z I N E | 25


ONDERWIJS Goed onderwijs, waar zit hem dat nou in? Studente Engels en Spaans Zahra Astitou ondervroeg drie van de beste VU-docenten over hun aanpak. ZAHRA ASTITOU

Mijn

FOTO’S: M&C-VU/YVONNE COMPIER

JAN KOOTER Geneticadocent bij de faculteit Aard- en Levenswetenschappen

H

ij was er al verschillende keren voor genomineerd, maar in 2009 was het zover. Geneticadocent Jan Kooter (56) werd docent van het jaar van zijn faculteit. Kooter zoekt contact met al zijn studenten, ook al zitten ze vaak met tweehonderd tegelijk voor hem. “Er zijn er altijd wel een paar die veel vragen stellen. Maar ik richt me vooral op de glazige kijkers. Ik wijs ze aan en vraag: ‘Wat denk jíj?’ Zo probeer ik iedereen bij de les te betrekken.” Hij merkt verschil tussen eerstejaarsstudenten en studenten die verder zijn. “Het niveauverschil onder eerstejaarsstudenten is groot. Naarmate ze vorderen in hun studie krijg je nivellering.” Door de jaren heen zijn de studenten niet echt veranderd, vindt Kooter. “Ik denk wel dat het door de komst van internet moeilijker voor ze is zich lange

26 | V U M A G A Z I N E

tijd geconcentreerd met één ding bezig te houden. De student van nu zoekt het liever even snel op, om dan over te gaan naar een ander onderwerp.”

Begin met een leeg bord

Kooter maakt naast de moderne presentatiemiddelen vaak gebruik van het bord en ervaart dat studenten dat prettig vinden. “Ik begin met een leeg bord en leg stap voor stap mijn stof uit. Zo kunnen studenten mijn gedachtegang beter volgen, omdat ze de stappen die ik neem, kunnen zien.” Wanneer hij de aandacht van een rumoerige zaal wil, stopt hij en wacht tot het stil is. “Wat ook helpt, is fluiten in de microfoon,” zegt Kooter, en hij doet het meteen voor.

‘Ik richt me vooral op de glazige kijkers’

Veel van zijn eerstejaarsstudenten zijn uitgeloot voor geneeskunde. Om ook hun interesse te wekken, probeert hij revolutionaire geneticaonderzoeken met erwten te vertalen naar medische voorbeelden. Kooter heeft een positieve benadering. “Er zal altijd wel vijf procent van de studenten zijn die klaagt – dat iets bijvoorbeeld niet goed te lezen is, of dat het niet te volgen is. Ik probeer me te richten op de grote meerderheid die de stof wel gewoon kan volgen en die me accepteert zoals ik ben. Niet iedereen zal me zien als de ideale docent.” Zijn kracht is dat hij van mensen houdt. “Ik vind het hartstikke leuk om met studenten om te gaan. De onderwerpen die ik behandel vind ik leuk en boeiend. Die fascinatie voor DNA wil ik graag overbrengen. Er zijn veel dingen die we nog niet weten, bijvoorbeeld hoe je fundamentele kennis kunt vertalen naar toepassingen. Voor aankomende generaties studenten is er dus nog voldoende te doen.”


geheim ANITA RAGHUNATH Docent Engelse letterkunde bij de faculteit Letteren

A

nita Raghunath (45) kreeg acht jaar geleden een baan aangeboden aan de VU. Ze verruilde Londen voor Amsterdam. Discussies over boeken vormen de hoofdmoot van haar colleges. Literaire termen bespreken, de teksten interpreteren. Ze straalt enthousiasme uit over haar vakken, en maakt er iets bijzonders van: “Ik wilde eens wat nieuws proberen en begon een college over Caribische poëzie met een liedje van Bob Marley, terwijl de studenten binnen druppelden. Het effect was fantastisch: de hele sfeer en toon van het college veranderde.” Raghunath gelooft sterk in de effectiviteit van variatie in lesgeven. “Er wordt in het onderwijs te weinig aandacht besteed aan interactie met studenten en te veel aan allerlei technologische snufjes.” Ze vindt dat die snufjes het menselijke aspect van literatuur onder-

Drie uitblinkers over de kneepjes van het docentenvak

mijnen. “Literatuur gaat over het menszijn en de diepe gevoelens die daarmee gepaard gaan. Dilemma’s, problemen, complexiteiten. Het jezelf uitdrukken als mens.” Raghunath ziet literatuur als een dialoog met studenten om tot waardevolle inzichten te komen over die diepere aspecten van het leven.

Blijf amusant

Raghunath leert haar studenten reflecteren op datgene wat tot hun beschikking is. “In het dagelijks leven hebben we genoeg snelle beelden en worden we platgegooid met informatie. Ik probeer mijn studenten te leren hoe ze daarover kunnen nadenken.” Dikwijls verplaatst zij zich in haar studenten, om haar onderwijs te verbeteren. “Het is

‘Ik vraag studenten wat ze zélf vinden en dan ontbrandt er iets’

belangrijk om interessant en amusant te blijven voor de studenten, want anders verlies je hun aandacht. Ik probeer de dialoog levend te houden en stop zo nu en dan om de mening van de studenten te vragen. Mijn vakken begin ik altijd met de boodschap dat het om hen draait en niet om mij. Ik wil dat mijn studenten weten dat hun mening sterk gewaardeerd wordt.” Toen ze hoorde dat ze docent van het jaar van haar faculteit werd, was ze vereerd. “Het is het grootste compliment dat je kunt krijgen, omdat het komt van degenen die ertoe doen: de studenten.” Raghunath ziet het als een uitdaging om studenten die op het eerste gezicht ongeïnteresseerd lijken te betrekken bij haar colleges. “Ik vraag zulke studenten dan over wat ze zélf vinden. Op het moment dat ze hierover na beginnen te denken, zie ik dat er iets in ze gaat branden, ik krijg dan een stukje te zien van wat ze werkelijk denken. Dan heb je ze beet. Er ontbrandt iets in ze wat nooit meer uit zal gaan. Daar doe ik het voor.” »

V U M A G A Z I N E | 27


MARC SCHUILENBURG Criminologiedocent bij de faculteit Rechtsgeleerdheid

H

ij geeft heel saai les, zegt Marc Schuilenburg (39) zelf. “Ik laat geen bewegende beelden zien, zing niet, doe geen leuke dansjes. Bij mijn colleges maak ik simpel gebruik van PowerPoint en de vakken die ik doceer – Preventie en bestraffing en Risicosamenleving – zijn zwaar theoretisch.” Heel bescheiden allemaal, maar Schuilenburg is wel door zijn studenten voorgedragen als beste docent van de VU. Zij vinden hem inspirerend. Hij doet bovendien veel meer dan lesgeven alleen, zijn studenten waarderen ook zijn maatschappelijke betrokkenheid. Hij doceert filosofie in de gevangenis en leert gevangenen zo reflecteren. Wanneer hij vertelt over het lesgeven en over de dingen die hij daarnaast doet, spreekt hij met passie. “Ik vind het een privilege om aan de universiteit te werken. Ik krijg betaald voor

28 | V U M A G A Z I N E

de dingen die ik graag doe, want ik houd van doceren en boeken schrijven. Het minste wat ik terug kan doen, is laten zien dat ik het waardeer door elk jaar op z’n minst mijn stof te vernieuwen. Ik had er vroeger altijd een hekel aan wanneer docenten jaar in jaar uit hetzelfde materiaal en dezelfde grappen gebruikten.” Hij geeft toe dat een vak vaste ingrediënten heeft, maar vindt ook dat er voldoende speelruimte is om nieuwe vragen te stellen en andere invalshoeken te bedenken. “Daarmee voorkom je dat jouw vakken een soort McDonalds-formule worden.”

Laat ze op hun tenen staan

Schuilenburg vraagt veel van zijn studenten. “Het geheim van goed onderwijs is dat

‘Na een kwartier kom ik met een anekdote’

studenten op hun tenen moeten staan zonder dat ze omvallen. Mijn studenten moeten voortdurend alert zijn, dat vreet energie, maar tegelijkertijd krijgen ze er een voldaan gevoel bij en leren ze normale situaties in een ander daglicht te plaatsen.” Tijdens ons gesprek ervoer ik hetzelfde: ik moest op mijn tenen, maar viel net niet om. Schuilenburg moet vaak lesgeven aan ruim honderd studenten in grote collegezalen. “Ik probeer iedereen in de zaal aan te kijken en doseer de mate van informatie die ik geef. Na een kwartier kom ik met een anekdote om het tempo weer te laten zakken. Ik neem de studenten mee op reis en bouw een ritme op, soms stel ik vragen, maar de interactie is beperkt vanwege de grootte van de zaal.” Het slagingspercentage is bij deze docent niet zo hoog. De stof is moeilijk en hij vraagt veel van zijn studenten. Dat de meeste studenten die slagen een zes halen, vindt Schuilenburg niet erg. “Studeren is ook deels een trucje, een manier van leren, soms duurt het even voor studenten dat doorhebben.” «


MAIL&WIN

Door te beschrijven hoe ze in de dierenwereld, de kerk, het leger en de sport hun zaakjes organiseren, geeft organisatiedeskundige Paul Vlaar managers een frisse blik op hun eigen aanpak. ANITA MUSSCHE

GEVECHT OM DE MACHT Ratelslangen gebruiken hun giftanden alleen om hun voedsel te vangen, nooit tegen elkaar. Als de mannetjes de onderlinge hiërarchie willen bepalen, slaan ze elkaar tegen de grond. Het is niet de bedoeling de concurrent te doden, maar hem op zijn plaats te zetten. Voor het boek Strategy at Every Corner! toonden Paul Vlaar en zijn medeauteurs aan managers onder meer videofragmenten van zulk dierengedrag en vroegen naar de reacties. Een geïnterviewde vergeleek de ratelslangen met makelaars. Ze voeren onderling nooit een harde strijd en hebben gewoon onderling contact. Als je als klant twee makelaars tegelijk hebt benaderd, weigeren ze nog met je te werken, vertelt hij. Een andere manager stelt dat de meeste communicatie in een bedrijf eigenlijk gaat over het bepalen van de positie in de hiërarchie. Het is een constant gevecht om de macht, zegt hij: “Who will become the boss? And what can I do to become the next one?” Moeten we uit de dierenwereld een stramien voor goed leiderschap halen? Nee, zegt Vlaar nadrukkelijk. “We willen managers op een andere manier naar management laten kijken. Veel standaardwerken nemen bestaande sectoren als IT, consultancy en accounting als uitgangspunt. Het gaat meestal over efficiency, standaardisatie, kostenreductie: begrippen uit het begin van de twintigste eeuw. We leven nu in een andere tijd, de omgeving van bedrijven verandert en er ontstaan nieuwe behoeften. Ik wilde niet zeggen ‘zo moet het’, maar laten zien hoe het er in de praktijk aan toegaat. Het boek is bedoeld ter inspiratie.”

Kijk eens naar de kerk

Vlaar keek ook naar de strategieën die het leger, de sportwereld en acteurs in het theater hanteren om hun doelen te bereiken. Een van de hoofdstukken in het boek is gewijd aan het Amerikaanse honkbalteam The Minnesota Twins. In 1990 bungelde het onder aan de competitie. In 1991 won het de World

Series. De auteurs werkten 5636 krantenartikelen door om te ontdekken wat dat succes kon verklaren. Conclusie: goede resultaten bereik je als manager door een sterke teamgeest te ontwikkelen en duidelijke doelen te stellen. En je dromen niet met je op de loop te laten gaan. Speculeren over het winnen van de competitie is niet relevant voor de wedstrijd van vandaag, verklaart de coach van The Twins: ‘I try to emphasize just playing the game.’ Wie zich met zijn bedrijf genoodzaakt ziet mee te veranderen met de maatschappij, zou eens naar de kerk moeten kijken, vindt Vlaar. Die wordt verscheurd tussen de behoefte om aan haar roots vast te houden en tegelijkertijd om te gaan met sociaalmaatschappelijke ontwikkelingen, zoals het homohuwelijk of de wens tot euthanasie. Sommige kerken lossen de spanning op door aparte diensten te organiseren voor ouderen en jongeren. Andere kerken zoeken het in een vernieuwing van de inhoud, door musicals, theaterstukken of zelfs Nick en Simon in de kerk te halen. Strategy at Every Corner! is geen boek voor op elk nachtkastje, al was het maar omdat het in het Engels geschreven is. Maar de auteurs komen met veel interessante voorbeelden van hoe het er in de managementpraktijk aan toe gaat. “Bijna iedereen kan zich wel verplaatsen in een dier, een acteur of een sportman. Daarmee worden de verhalen en voorbeelden in het boek een handig communicatiemiddel.” « Paul Vlaar (red) Strategy at Every Corner! Inspiration for a New Breed of Strategists Uitgeverij Synspire Publishing, mei 2010, 316 pagina’s, € 24,95.

m win

het boek

Onder de snelste lezers verloot de redactie vijftien exemplaren van Strategy at Every Corner!. Mail naam en adres naar vumagazine@vu.nl, met de titel in de onderwerpregel. V U M A G A Z I N E | 29


IN DE COLLEGEBANKEN

Silence please! Concentrate on the movie!

Wat: Brainlab-practicum bij het Amsterdam University College Want: eens zien hoe bijzonder dat AUC nu echt is RIANNE LINDHOUT FOTO’S: PETER VALCKX

H

eftig gebarend zit Kevin achter de computer. ‘Kom hier’, gebaart hij naar een blokje op het scherm. En inderdaad, het komt naar voren! Magisch om te zien. Nee, het blokje zag de gebaren niet, die waren alleen om Kevins gedachte kracht bij te zetten. En die heeft het blokje wel opgevangen. Kevin kan het blokje ook laten verdwijnen. “Yes!” Kevin is proefpersoon, en helpt daarmee zes van zijn collega-eerstejaars van het Amsterdam University College, een brede, Engelstalige UvA-VU-bachelor in de Liberal Arts and Sciences. Ze volgen de richting Information, Communication and Cognition, waarvan dit Brainlab-practicum een onderdeel is. Vroeg een ander groepje zich af welk verschil je hersenen merken tussen chocolade zien en proeven, deze studenten willen weten of beelden die zo snel tussen gewone filmbeelden door opduiken dat je ze niet ziet, toch je stemming kunnen beïnvloeden. Er gaan geruchten dat in reclamespotjes en Amerikaanse verkiezingsfilmpjes volop misbruik wordt gemaakt van deze zogenoemde subliminale beelden, maar de effectiviteit is nooit bewezen.

Gedachten lezen

Kevin weet nog van niets. Met de blokjesoefening leert de software Kevins gedachten te lezen. Hij heeft een eeg-headset op: een koptelefoontje dat niet op zijn oren, maar met twaalf tentakeltjes op zijn hoofd zit. Normaal gesproken moet je voor een elektroencefalogram met gel worden ingesmeerd 30 | V U M A G A Z I N E

en zo, maar deze headsets kunnen op een gebruiksvriendelijke manier hersengolven weergeven. De software maakt grafieken aan van onder andere ‘excitement’, ‘frustration’ en ‘engagement’. Tweehonderd studenten hebben de eerste, algemene vakken van het Amsterdam University College gevolgd; 44 van hen kozen voor het thema Information, Communication & Cognition (ICC). Dat is nog altijd breed, over informatieverwerking op het niveau van psychologie tot informatica, maar dat is dan ook een kenmerk van het AUC. Na deze bachelor kunnen de studenten zich specialiseren in een masteropleiding. In de media is nogal hoogdravend over het AUC geschreven. Inderdaad, het is een intensieve opleiding en inderdaad, de studenten hebben een strenge selectie ondergaan en betalen meer collegegeld dan voor een gewone studie. Maar zoals bij alle practica geldt ook hier: er gaat weleens wat mis en alles duurt langer dan je had gedacht. Soms geven enkele of alle sensoren opeens geen signaal meer door. Rode stippen op het scherm, in plaats van groene. “Is it on?”, klinkt het, en: “It can’t pick up any brain waves.” Practicumassistent Jeroen plukt er wat aan, maakt ze nog even vochtig, en proberen maar weer. Dan is eindelijk alles klaar voor de echte test. “Silence please! Concentrate on the movie!”

In een deuk

Kevin ligt in een deuk. Hij kijkt naar een


neutraal filmpje van mensen die door een drukke straat in Azië lopen. Maar opeens is duidelijk zichtbaar dat er iets tussendoor flitst. Zo subliminaal zijn de beelden dus niet: bij de tweede flits heb je echt wel door dat het een smiley is. “Maar je ziet niet of het een blije smiley is of niet en daar gaat het in dit experiment om”, verdedigt Sennay Ghebreab, de coördinator van het themavak ICC. Hij legt uit dat de studenten de filmpjes zelf gemaakt hebben en dat, ook weer heel gewoon, de middelen beperkt waren. Met simpele Windows-software kun je geen echt subliminale beelden inbouwen. Toch zijn de AUC-studenten anders dan ‘gewone’ studenten. Ghebreab: “Ze komen van over de grens, en ze gaan ook gemakkelijk over grenzen heen. Ze zijn veel meer bereid om over de grenzen van disciplines heen te kijken.” De helft van de studenten is internationaal. In dit groepje is Marnix

zelfs de enige Nederlander. Het kost hem moeite om over te gaan op zijn moedertaal. De studenten wonen allemaal op het Science Park, dat is een voorwaarde bij deze opleiding. “Ik spreek soms weken geen Nederlands.” Marnix deed hiervoor al een studie Trade Management Asia aan de HES. “Uiteindelijk wil ik verder in de filosofie. Dat is in deze opleiding maar een klein onderdeel, dus ik klus er wat bij, maar het is een goede basis.” De opleiding bevalt hem goed. “In het begin was het wel wat rommelig. Het was niet alleen nieuw voor de studenten, maar ook voor de docenten. Ze wisten bijvoorbeeld niet goed hoe ze een goede groepsdiscussie met 25 studenten konden leiden.”

Spin op je hoofd

Marnix’ groepsgenoten en de proefperso-

nen komen uit landen als Italië, Kroatië en Japan. Proefpersoon Sini uit Finland zet haar headset af. “Hij voelt als een grote spin op je hoofd”, zegt ze, “en op sommige plekken zat hij nog strak ook.” Net als veel studenten uit het buitenland, werd Sini niet in de laatste plaats aangetrokken door het idee om in Amsterdam te gaan studeren. De studenten laten straks nog enkele proefpersonen naar hun filmpjes kijken, daarna kunnen ze hun data analyseren. Samen met gastcolleges over onder andere de neurale basis van visueel bewustzijn en detectie van visuele patronen in natuurlijke beelden door computers, leert dat de studenten meer over wat er met fysieke informatieprikkels gebeurt nadat ze je hersenen zijn binnengekomen. « m www auc.nl V U M A G A Z I N E | 31


MET DE BUL OP ZAK > Natuurkunde. Op de VU kun je veel opleidingen volgen. Inmiddels staan er meer dan 40.000 alumni in het adressenbestand. Waar komen ze terecht na hun studie? ANITA MUSSCHE FOTO’S: MARIJN ALDERS

Joris de Vroom

32, afgestudeerd in 2003 Wat doet u? “Bij het KNMI onderzoek ik stofdeeltjes in de lucht, omdat die invloed hebben op het klimaat. Dat combineer ik met educatie: in het Globe-project laat ik middelbare scholieren twee maanden lang iedere dag grondmetingen doen, waarmee ik de satellietmetingen kan controleren. Dat is belangrijk voor mijn onderzoek en de scholieren kunnen zo hun profielwerkstuk schrijven.” Waarom natuurkunde? “Ik ging natuurkunde studeren omdat ik er goed in was. Ik heb er wiskundig inzicht gekregen en analytisch leren denken. Dat stelt me in staat om ook op heel andere vakgebieden gauw mee te praten. Ik heb geleerd dat je niet te snel genoegen moet nemen met een antwoord. Voor je denkt dat je een probleem hebt opgelost, moet je altijd nog even verder kijken.” 32 | V U M A G A Z I N E

Waarom de VU? “Ik wilde weg uit Almelo en niet naar Enschede. Een vriend ging in Amsterdam studeren, toen ben ik er ook eens gaan kijken. Dat was toevallig op de VU.” Wat typeerde uw studentenleven? “Ik speelde in het nationale team onderwaterhockey en trainde zeven, acht keer per week, ik was vooral met mijn sport bezig. En eigenlijk had ik mijn studentenleven al aan het eind van de middelbare school gevierd. Ik had redelijk wat kroegen bezocht in mijn geboortestad.” Wat is een mooie herinnering? “Het overwinningsgevoel als je een heel moeilijke som had opgelost. Soms kon je pas na acht keer alle stappen doorgronden. Dat moment was heel leuk, vooral omdat je dan niks meer hoefde te doen. Je wist: ik ga het tentamen halen, want ik snap het.”

Aukje Hassoldt

39, afgestudeerd in 1994 Waar werkt u? “Ik geef bij TNO leiding aan 130 milieuprofessionals. We zijn bezig met milieuvragen in de stedelijke omgeving, van wijk tot Europees niveau. Denk aan lucht, gezondheid, veiligheid, klimaatneutraal, duurzaamheid. Ik ben er vooral om verbanden te leggen, te zorgen voor samenwerking en te wijzen op kansen in de buitenwereld.” Was uw studie wat u ervan verwachtte? “Als kind las ik de Kijk, ik zag mezelf helemaal als onderzoeker. Tijdens mijn studie ontdekte ik dat ik juist een generalist ben. Natuurkunde was zwaar, maar ik haalde toch behoorlijke cijfers. Als ik dacht: ik ga een zes halen, ging ik niet naar het tentamen, dan leerde ik liever nog even door. Handig, want bij je eerste baan tellen cijfers wel degelijk.”


m waar

zijn onze alumni natuurkunde?

De VU heeft een aantal alumni uit het oog verloren. Kent u een van de onderstaande alumni, wilt u hen dan vragen hun juiste gegevens door te geven? Dat kan via het aanmeldingsformulier op www.vu.nl/alumni of via een e-mail naar alumni@vu.nl. Tussen haken het jaar van afstuderen: C.J. Rupke [1973], S.D. Wassenaar [1974], C. Goudswaard [1974], D.B.B. Rysenbry [1975], A.S.J. Noordyk [1975], A. Dhani [1976], L. Lassche [1976], mw. E.M. Bos [1977], W. Spierenburg [1977], Y.F. Winkler [1978], mw. E. Eskes [1978], J.P. Ams [1978], W.J. Schoenmaker [1979], mw. J.Y. Boot [1979], J.M. Lagrand [1979], H.W.L. Bruckman [1979], A.S.M. Koeleman [1980], P.P. van Bemmelen [1980], R.A. Hacquebord [1980], V.N.M. Kreuk [1981], A.P.T. Sarneel [1981], D.J.M. Polder [1982], P. Licht [1982], mw. E.C. Vis [1983], T.N. Jansen [1984], P.A. Veenhuizen [1984], A. van Egmond [1984], P.M.A. Mosseveld [1985], W. Hengeveld [1986], M. Corbeek [1987], E.P.M. Corten [1987], R.J.H. Blommestijn [1988], J.A. Mersmann [1988], H. Markson [1989], J.J.Z. Zalmstra [1990], J.P.M. Schelvis [1990], B.M. van Bolhuis [1993].

Hoe was uw studentenleven? “Ik was lid van studentenvereniging Aik. We waren braaf, er werd niet gezopen of geblowd, er waren weinig relaties of relatiebreuken. Ik heb veel geleerd van mijn medestudenten: creatieve, gedreven mensen met een brede interesse. Door hen kwam ik op het idee ook scheikunde- en psychologievakken te doen.” Wat is uw leukste herinnering? “Ik liep stage op een sterrenwacht in een zijdal van de Rhône in Zwitserland, die door studenten werd bemand. Tijdens heldere nachten deed je je metingen, met het dak opengeschoven. Prachtig. Na een maand was je gesloopt. De bewolkte nachten had je wel nodig om bij te slapen.” En de slechtste? “Een medestudent overleed door een ongeluk met een tram. Ik was vlak daarvoor met hem mentor geweest bij de eerstejaars. Het hakte er bij iedereen enorm in.”

Gerard Cornet

53, afgestudeerd in 1982 Wat voor werk doet u? “Als beleidsmedewerker bij SRON ondersteun ik directie en bestuur, adviseer ik over onderzoek waarop wij ons zouden moeten concentreren en over hoe onze kennis ook buiten de ruimtevaart is toe te passen. Zo kun je de sensoren waarmee wij het heelal onderzoeken, ook in ziekenhuizen gebruiken.” Wat vond u leuk aan natuurkunde? “Ik wilde weten waar we vandaan komen, hoe het heelal in elkaar zit. Door wat je waarneemt in formules te vatten, kun je voorspellingen doen over dingen die je nog niet hebt waargenomen! Dat blijf ik magisch vinden.” Was de VU wat u ervan verwachtte? “Ik woonde in Amsterdam-Slotermeer, een half uur fietsen, dat was makkelijk. Ik kwam niet uit een christelijk nest en vond wel dat er heel brave jongens en meisjes rondlie-

pen. Professor Grosheide van wiskunde begon ’s morgens op college met een ochtendgebed. Dat was wel wennen!” Wat is uw leukste herinnering? “Voor het jubileum van de faculteit in 1980 hebben mijn vriend Piet Stammes en ik een film gemaakt over Natuurkunde. Vijftig minuten film kostte ons een half jaar. De hoofdpersoon, nu hoogleraar in Groningen, moest op zijn fiets de vijver in rijden. Die scène moesten we een paar keer overdoen.” En wat was minder? “Tijdens internationale vrouwendag ben ik met een stel anderen door de portier uit het restaurant verwijderd. Daarvan was een deel omgedoopt tot VU-Vrouwen restaurant. Omdat er verder weinig plaats was, waren wij daar gaan zitten. In Ad Valvas werden we een beetje afgeschilderd als vrouwenhaters. Maar achteraf gezien geeft het wel een leuk tijdsbeeld.” « V U M A G A Z I N E | 33


s e r v i c e vo o r a l u m n i

50 jaar vriendschap m BWI VOETBALT

Op 1 juli organiseert Alubwi, de vereniging van Bedrijfswiskunde & informatica, een voetbaltoernooi en barbecue in het Amsterdamse Bos. Aanmelden tot en met 24 juni via www.alubwi.nl.

m LITERATUUR EN GENEESKUNDE

Op 15 september 14.00 uur organiseert alumnikring geneeskunde VUmc weer een lezing Literatuur en Geneeskunde, dit keer met het thema ‘Besmet’. Plaats: Amstelzaal VUmc. Gratis voor leden van de alumnikring. Kent u studiegenoten die nog geen lid zijn van de alumnikring geneeskunde? Wijs hen op www.VUmc.nl/alumni. Foto’s en een verslag van de alumnidag van 27 maart staan op www.VUmc.nl/alumidag.

m SYMPOSIA VOOR SOCIALE WETENSCHAPPERS

> 28 juni Madagascar-symposium ter ere van het vijfjarig bestaan Madagascar-project van Antropologie. > 30 juni symposium Texts, Images and Screen Media: Interdisciplinary Approaches in the Study of Media, Religion and Culture. Zie www.fsw.vu.nl/agenda.

m UW MENING OVER DE VU

De VU heeft behoefte aan meer interactie met alumni. Daarom is het VU-panel opgericht. De panelleden geven hun mening over uiteenlopende onderwerpen, zoals het imago van de VU, het onderwijs, de relatie met de arbeidsmarkt en het onderzoek. De leden worden regelmatig benaderd, meestal voor het invullen van een online enquête. Wilt u de VU adviseren? Meldt u dan aan via www. hetvupanel.nl

m WAT DOET U NU?

Wat doen VU-alumni na hun studie? Geef ons door waar u bent gaan werken en of u erover wilt vertellen aan studenten. De VU organiseert regelmatig activiteiten waarbij (aankomende) studenten alles kunnen vragen aan alumni. Wilt u meedoen, vul dan het wijzigingsformulier in op www.vu.nl/ alumni. U kunt hier ook uw e-mailadres en/of verhuizing doorgeven. 34 | V U M A G A Z I N E

Al vijftig jaar komt een groepje theologiealumni bij elkaar over de vloer. ‘Er stonden een keer zes reiswiegjes naast elkaar op het bed.’ MANON STASSEN

Je moet niet alles geloven wat hij zegt hoor”, zegt Kees Warner met een grijns. Leen Herlaar: “Hoezo?! Jij bent toch degene die altijd liegt hier?!” “Kijk, zo gaat het dus al jaren tussen ons.” In het voorjaar van 1960 startte een groepje theologiestudenten een jaarclub met de naam Hadzekenim, Hebreeuws voor ‘de oudsten’. Ze besloten maandelijks bij elkaar te komen voor gesprekken, discussies en gezelligheid. Nu, vijftig jaar later, wonen ze verspreid over Nederland en zelfs België, maar nog steeds is iedereen bereid om twee keer per jaar naar een bijeenkomst te komen. Na vijftig jaar maken de gesprekken en discussies over het godsbeeld steeds vaker plaats voor het delen van ervaringen en herinneringen ophalen. Leen Herlaar: “Samen met de inmiddels overleden dominee Hiensch, die ook bij de Hadzekenim zat, stond ik in 1967 in de kerk van de gemeente Weesp, wat toen een heel

streng gelovige stad was. Wij moesten daar het geloof een beetje toegankelijker maken voor de inwoners. Dat riep weerstand op bij de zittende garde. Het was fijn om dat in deze groep te kunnen bespreken.”

Iedere levensfase

De hechte band tussen de leden is duidelijk voelbaar: “We delen lief en leed met elkaar, al wordt het naarmate je ouder wordt natuurlijk wel wat vaker leed”, zegt Paula Ubels. De herinneringen aan de inmiddels overleden leden blijven warm: ze horen er nog steeds bij. Ook weduwen en weduwnaars van de leden blijven komen. Met het oprichten van Hadzekenim werd het fundament gelegd voor een levenslange vriendschap en betrokkenheid. Na vijftig jaar heerst er bij de leden een groot besef van de waarde van hun groepsverband. Herlaar: “Na al die tijd heb je een behoorlijk lange gezamenlijke geschiedenis, dat schept een diepe band, je beleeft iedere levensfase toch min of meer samen.” Mia Diekema, die vandaag de gastvrouw is, illustreert: “Er stonden een keer zes reiswiegjes naast elkaar op het bed, boven in de slaapkamer. Je wist soms niet meer welk kind nou bij wie hoorde.” m ook

een reünie?

Houdt u ook een reünie met andere alumni of ontmoet u elkaar op een andere manier? Laat het ons weten! Mail vumagazine@vu.nl.


s e r v i c e va n v u c o n n e c t e d POLITICI TE GAST: EEN TERUGBLIK

GUUS DUBBELMAN

De afgelopen periode waren veel politici te gast in programma’s van VUconnected. Op 18 mei kwamen de nummers twee van de zes grote partijen naar het 020 Verkiezingsdebat van Groot Gelijk. En op 20 mei was Jan Marijnissen te gast in Filosofie op de Zuidas. Hierbij een korte terugblik.

m FILOSOFEREN IN WOELIGE TIJDEN

Ad Verbrugge verzorgt dit najaar de minor ‘Filosoferen in woelige tijden’. Een korte maar diepgaande opleiding voor wie geen volledige filosofiestudie wil volgen maar wel de eigen tijd en cultuur kritisch wil doordenken. Zie http://filosofereninwoeligetijden.nl/.

m EK DEBATTEREN

Groot Gelijk

De filosofie van Jan Marijnissen

Je moet met mensen in gesprek gaan en proberen hun concrete problemen op te lossen. In Filosofie op de Zuidas van donderdag 20 mei ging Ad Verbrugge, filosoof aan de VU, hierover met hem in gesprek. Dat Marijnissen zelf het levende voorbeeld is van de praktische, activistische gerichtheid op ‘de gewone man’ bewijst hij met vele persoonlijke anekdotes over zijn eigen schooltijd en arbeidsverleden. Achter het neoliberalisme schuilt volgens Marijnissen een cultureel probleem: een gebrek aan beschaving bij zowel politici als burgers. Hij hoopt daarom op een louterende werking van de kredietcrisis. Ook hebben we volgens hem mensen nodig die een gezicht geven aan het idee van verantwoordelijkheid voor je omgeving.

JOEP NIESINK

Hoe is het om de nummer twee op de verkiezingslijst te zijn? De kandidaten zijn eensgezind: dat is niet erg. “Zullen we het over de inhoud gaan hebben?” Harry van Bommel (SP), Edith Schippers (VVD), Ank Bijleveld (CDA), Nebahat Albayrak (PvdA), Jolande Sap (GroenLinks) en Boris van der Ham (D66) – van links naar rechts op de foto – gingen 18 mei onder leiding van Pieter Broertjes, aftredend hoofdredacteur van de Volkskrant, met elkaar in debat over actuele onderwerpen als de studiefinanciering, de bezuinigingen en mogelijke coalities. De doorrekeningen van het Centraal Planbureau leverden veel discussie op tussen de partijen, waarbij iedereen verkondigde dat zijn of haar partij hier heel sterk uit zou gaan komen. Harry van Bommel: “We moeten niet doen alsof deze verkiezingen het wereldkampioenschap bezuinigen zijn.” Groot Gelijk wordt georganiseerd door VUconnected, de Volkskrant en studentenvereniging L.A.N.X.

Ad Verbrugge en Jan Marijnissen

Bron: de Volkskrant 19 mei, Ron Meerhoff en Jonathan Witteman en Trouw, 25 mei, Jelle van Baardewijk en Marco Eliens. Bekijk op www.vuconnected.nl beeldverslagen van activiteiten onder Programma gemist.

Wie zijn de meest overtuigende sprekers van Europa? Zeshonderd studenten uit heel Europa komen van 13 t/m 17 juli naar Amsterdam om te bepalen wie zich Europees Kampioen Debatteren 2010 mag noemen. Bezoek de finale in de Westerkerk op vrijdag 16 juli of kom naar de voorrondes op de VU en de UvA (13-15 juli). Maandag 12 juli organiseert de EK-organisatie een lezing met Luis Moreno-Ocampo, hoofdaanklager bij het Internationaal Strafhof (ICC). Hij spreekt over de keuze voor rechtvaardigheid in situaties waarin oorlogsmisdadigers vrede aanbieden in ruil voor amnestie. Zie voor meer informatie: www.amsterdameudc.org. Aanmelden kan op www.vuconnected.nl.

m MAATSCHAPPELIJK

VERANTWOORD ONDERNEMEN VOOR HET MKB Meer dan geld alleen, is het motto van veel ondernemers. Het koppelen van waarden als duurzaamheid en eerlijkheid aan producten is voor ondernemers een belangrijke drijfveer voor hun handelen. Het aantal midden- en kleinbedrijven dat aan Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen (MVO) doet lijkt te dalen. Hoe kun je MVO in het MKB stimuleren? Ace@vu is het expertisecentrum van de VU voor MVO. Het lectoraat duurzaam ondernemen van de CH Windesheim richt zich ook op MVO. Samen met deze organisaties gaat VUconnected het themaproject uitwerken en komt daarom graag in contact met mensen uit de praktijk. Bent u zelf bezig met MVO of kent u andere alumni die hiermee bezig zijn, laat het ons dan weten via vuconnected@dienst.vu.nl met als onderwerp MVO.

V U M A G A Z I N E | 35


ADVERTENTIE


VU Magazine 2010#2