Page 1

Vr u

e d r a A e r a b cht

‘Er valt altijd méér te zien’ De wijde blik van Jacques Tati ‘Er wonen lichtbrengers hier’ Stadsdichter Jan Graafland over zijn Gouda

‘De ziel wil zingen’ Stembevrijder Jan Kortie De weldadige traagheid van Suriname Sanskriet: de helende Taal der Goden

1304_VA4_def.indd 1

15-12-10 19:32


v ru c h t bare aarde Vruchtbare Aarde

Een uitnodiging tot blikverruiming. Vier keer per jaar zoekt Vruchtbare Aarde de dwarsverbanden en de samenhangen. Of we nu schrijven over kunst, reizen, architectuur, gezondheid, licht, water of de relatie mens - natuur. Op dat punt zijn we grenzeloos nieuwsgierig. Misschien willen we het onmogelijke en misschien lukt het ons niet altijd, maar we streven ernaar, elke drie maanden weer: op een leesbare wijze door proberen te dringen tot ‘de binnenkant’ der dingen. Vruchtbare Aarde als een driemaandelijkse inspiratiebron voor levenskunstenaars. Zie ook onze website: va-magazine.nl uitgever/hoofdredacteur

Bart Hommersen aan Vruchtbare Aarde werkten mee

Amalia Baracs, Mirre Bots, Sonja Edelaar, Yolande Emmelot, Leonard Groenveld, Marjet Maks, Frans Olofsen, Selma Sevenhuijsen, H.C. Moolenburgh, Patricia Wessels. vormgeving

De Ruimte Ontwerpers (Albert Hennipman, Carline Vrielink) omslagbeeld

Collage: Albert Hennipman en Carline Vrielink illustraties/collages

Albert Hennipman, Carline Vrielink en Sjors Houkes. correctie

Ineke Vlug druk

Incido, grafisch advies- en inkoopbureau abonnementen

Nederland € 19,20 (4 nummers). België € 21,20. Overig buitenland € 31. Een abonnementsjaar wordt stilzwijgend verlengd, tenzij schriftelijk wordt opgezegd voor 1 december advertentieacquisitie

Heleen Petter, 06 480 51 056. petterpromotie@gmail.com

Inhoud editie 4

6 Verleiden om te zingen

‘Zing jij maar niet meer mee, want jij zingt vals!’ Woorden van de juffrouw op de lagere school. Van schrik en schaamte heeft journaliste Mirre Bots haar mond dertig jaar niet meer open durven doen, althans niet om te zingen. Stembevrijder Jan Kortie kijkt net even anders naar de menselijke stem dan de juf van toen. “De ziel wil zingen,” zegt hij. Sterker nog: “Iedereen kan zingen.” Na een workshop bij Jan Kortie klopte Mirre Bots aan voor een interview. Citaat: “Zingen gaat altijd over iets kwetsbaars. Maar als mensen beginnen te improviseren, ontstaan er cadeautjes van schoonheid en bezieling.”

winter 16 Weldadige traagheid

Europeanen zijn opgegroeid met de gedachte dat snelheid altijd positief is. Maar op reis door Suriname vraagt Albert Hennipman, vormgever van Vruchtbare Aarde, zich af of het oponthoud bij de Commewijne rivier wel zulk slecht nieuws is. Staande aan de rivieroever heeft iedereen ineens tijd. Een verslag in woord en aquarel van het door hem beleefde overweldigende gevoel van vertraging en ongeorganiseerd zijn dat hij in Suriname tegenkwam. “Als een schilderij waar je lang naar kijkt, dat steeds meer blootgeeft en alsmaar mooier wordt.”

horeca- regeladvertenties

Ada Volmer-Weijland, Damwand 8, 1274 PD Huizen, tel 035 5255718 a.volmerweijland@tiscali.nl redactie en administratie

WG Plein 380, 1054 SG Amsterdam, tel 020 6898468 (14.00-17.00 uur), fax

0842 238904 e-mail

va@xs4all.nl website

va-magazine.nl

22 Goudse lichtjes Vanaf het moment dat hij zijn welkomstpakket ophaalde aan de balie van het gemeentehuis, voelde hij zich er thuis. Zijn taak als stadsdichter van Gouda startte hij met een gedicht over de meidoorn bij de Sint-Janskerk. “Gouda heeft plekken die zo oud zijn, zo sterk!” Een interview met Jan Graafland. In het dagelijks leven behalve stadsdichter ook oppertuinman van Weleda. Een gesprek over de kleine dingen des levens, Gouds licht, Ramses Shaffy, klamboes, verstilde waterlopen en de verborgen kant van het waterleven. “Jammer, dat we geen jonge watertjes achter hun moeder aan kunnen zien zwemmen.”

4

1304_VA4_def.indd 4

15-12-10 19:20


28 liefdesverklaring aan Tati

“Hoor het geroezemoes. Het zachte geklots van het water. Zie hoe de serveerster zich vergist en bij het cafétafeltje aankomt met de bestelling van een ander.” Hoe kan het ook anders, natuurlijk vallen dit soort kleinigheden op na het zien van een film van de Franse meester Jacques Tati. “Hijzelf was immers een ware meester in het kijken,” zegt de Vlaamse filosofe Ann Meskens. “Als hij op een terrasje mensen observeerde, zag hij het meeste van iedereen.” Een liefdesverklaring aan Tati’s rijke, relativerende blik op het leven. Een wandeling door het heerlijke universum van de Franse meester.

r 2 0 10 40 Anuradha en de oude Godentaal

Met vijf jaar had ze haar schoolkeuze al bepaald. “Het plezier waarmee ik kinderen zag spelen, alsof iedereen hier een hele leuke tijd doormaakte.” Tot een bepaalde leeftijd zou eigenlijk elk kind breed moeten worden opgevoed, aldus de filosofie van deze Indiase school - zodat het kan ontdekken wat echt bij hem of haar past. Wat bij Anuradha Choudry paste, was de studie Sanskriet. Inmiddels geldt ze als een van ’s werelds meest enthousiaste pleitbezorgers. “Het zijn klanken die ons in balans brengen, de gezondheid bevorderen en het bewustzijn verruimen.” Een interview tijdens een van haar bezoeken aan Nederland.

en verder 12

Column Marjet Maks: Andalusische jaarfeesten

14 Column Frans Olofsen: Natuurenergieën in Keins 32 Column Selma Sevenhuijsen: Met Juan in Peru 34 Mooiste VA-interviews: Erna Casparé 36 Heruitgave: Chartres en het raadsel van het labyrint 38 Blikverruiming in de media: De Kaarsvlam 46 Webwinkel: Fanny & Alexander 46 Column H.C. Moolenburgh: Beweeglijk bewustzijn VA editie 4 • 2010 • 5

1304_VA4_def.indd 5

15-12-10 19:20


Goudse De stad is hem dierbaar. Een kleine stad van geloof en hoop. Vanaf het moment dat hij zijn welkomstpakket ophaalde aan de balie van het gemeentehuis, voelde hij zich er thuis. Zijn taak als stadsdichter van Gouda startte hij op verzoek van de jury met een gedicht over de meidoorn bij de Sint-Janskerk. “De stad heeft plekken die zo oud zijn, zo sterk!” Een interview met Jan Graafland, behalve stadsdichter ook de oppertuinman van Weleda – over de kleine dingen des levens, Gouds licht, Ramses Shaffy, klamboes, verstilde loopjes en de verborgen kant van het waterleven. “Jammer dat we geen jonge ‘watertjes’ achter hun moeder aan kunnen zien zwemmen.” Een gesprek dat op een gegeven moment gewoon ergens per e-mail begon...

lichtj

“Je bedoelt dat het gesprek tussen ons vanaf het begin al gaande is? Laat ik me dan eerst voorstellen: hoofdtuinman van Weleda Nederland, docent op Cursuscentrum Kraaybeekerhof, plantencolumnist en stadsdichter van Gouda. Maar bovenal iemand die zichzelf gaandeweg aan het uitvinden is... Dit is uiteraard maar een slag in de lucht. Hoop dat jij inspiratie vindt om er een serieuze wending aan te geven...”

Hoe wordt een mens stadsdichter van Gouda? “Eerlijk gezegd was het geen initiatief van mezelf. Mijn blonde Goudse-kaasvriendin heeft mij met zachte en verleidelijke hand hier naartoe gebracht. Ze overschat me, daartoe is ze natuurlijk verplicht. En in mijn overmoed ben ik naar de jury gegaan om hen te overtuigen dat ik een goede stadsdichter zou zijn. En ze zijn er ingetuind. “Twee jaar lang mocht ik stadsgedichten fabriceren. Elke maand maak ik een gedicht dat op een poster door de stad wordt verspreid en op het stadhuis wordt aangeplakt. Daarnaast huurt men mij in voor specifieke klussen, zoals het opluisteren van de Nationale Waterconferentie. “Wie door het stadscentrum van Gouda wandelt, loopt vroeg of laat tegen water op. Gouda is al eeuwenlang verbonden met het water van de Gouwe en de Hollandsche IJssel. Onder de naam Hollandse Waterstad zijn plannen ontwikkeld om de stad haar ligging aan het water terug te geven. Voor de Nationale Waterconferentie schreef ik een doorlopend gedicht over het fenomeen water, bestaande uit 33 coupletten van vier regels. Ik predikte het als een dominee vanaf de kansel in de Sint Jan (Neerlands grootste en mooiste kerk) voor zo’n driehonderd waterhotemetoten uit het hele land.”

“In een oud stadje als Gouda zie je hier en daar van die verstilde waterloopjes die onopgemerkt onder middeleeuwse gebouwen doorgaan.” 22

1304_VA4_def.indd 22

15-12-10 19:21


Emoto-kristallen

Stadsdichter struint langs plekken die een glimlach tevoorschijn roepen

tjes

Waar komt zo’n gedicht vandaan? “Gaandeweg merkte ik dat de deelnemers aan de conferentie een toch iets eendimensionale blik op water aan het ontwikkelen waren. Water als toeristisch melkkoetje. Verborgen waterloopjes in de stad ontsluiten voor toeristen – dat idee. Ik wilde daar iets tegenoverstellen, de bezoekers laten nadenken over het innerlijk van water, over de minder bekende kant van water, zogezegd. De duisternis, de koelte, de kringloop van het etherische. Geïnspireerd op het gedachtegoed van Victor Schauberger, gevoegd bij hetgeen ik van de grachtenmuren weet, en de onzichtbare onderdoorgangen.” Vertel eens iets meer over dat minder bekende innerlijk van water. “We zijn nu op het punt beland, waar ik mijn kennis normaal gesproken in poëzie laat overlopen. Nu vraag je mij als het ware mijn dichtsels te gaan duiden. De verbeelding geeft nu eenmaal meer armslag dan feitenrijtjes. Westerse kinderen ordenen voorwerpen op gelijksoortigheid (messen bij vorken etc); Afrikaanse kinderen ordenen nog op praktisch gebruik. Het mes niet bij de vork, maar bij de sinaasappel. “Maar goed, dat water... Er is zoiets als wat wij ‘water’ plegen te noemen. Voor sommigen misschien niet meer dan stuurs geworden kraanwater, maar voor mij een dartele levende substantie. Meer nog: water is het leven zelf, maar ongevormd nog. Water kan alle kanten uit – transparant en zeer gevoelig voor invloeden. “Over het geven van water aan kamerplantjes wordt weinig nagedacht, maar in wezen is het wat mij betreft een heilige daad – het etherisch voeden van het plantenwezen. Anders gezegd: Het is niet de plant die groeit, maar het is het water dat door de plant heen leeft en streeft. Het water is de kracht, de plant is de weg. De hele plant is als het ware uitdrukking van het water. “Water voelt zich prettig in planten. Denk aan Emoto’s

kristalbeelden. Het leuke is dat die waterkristalbeelden vaak bloemvormig zijn en ook getalsmatig overeenkomsten vertonen met bloemen, wat betreft de verhouding blaadjes/ kristalvlakken. Denk ook aan de ijsbloemen op ramen. Maar laten we wel wezen: alles wat je zegt over ‘bloemkristallen’ blijft natuurlijk poëzie. Veel kinderen vinden het overigens prachtig, heb ik ontdekt. Dan zal er vast iets van waarheid in zitten. “Water houdt ook van complexiteit. Wanneer je water in leidingen en kanalen dwingt, verliest het zijn spelplezier. Dan gaat water zich vervelen, dan wordt water landerig en onwillig. Dat ervaren wij als ‘overlast’. Probleem is dat wij dat vormloze en eeuwig veranderende water maar moeilijk als levend kunnen erkennen. Water laat zich nu eenmaal niet labelen. Hm, lastig. Iedereen weet wat water is en toch weet haast niemand er het fijne van. “Terug naar Gouda. Verplaats je voor de aardigheid eens in het door Gouda stromende water. Als je als water druk in de weer bent geweest, heb je ook rust nodig. Daarom houdt water van koelte en donkerte. In een oud stadje als Gouda zie je hier en daar van die verstilde waterloopjes die onopgemerkt onder middeleeuwse gebouwen doorgaan. De verborgen kant van het waterleven. Jammer, dat we geen jonge watertjes achter hun moeder aan kunnen zien zwemmen...”

Wat heb je precies met Gouda? “Tja, wat heb ik met Gouda? Alles en toch ook weer niets. Vijf jaar geleden ben ik van Alphen aan den Rijn naar Gouda verhuisd. Van een groeigemeente naar een historisch stadje met uitbundige cultuur en honderden nationaliteiten. Je kiest om je ergens mee te verbinden of niet. Als stadsdichter is mijn verbondenheid tevens mijn communicatiebron. Maar wat mij nog het meest boeit aan Gouda is dat het ongetwijfeld de meest waterige, drassige en VA editie 4 • 2010 • 23

1304_VA4_def2.indd 23

15-12-10 19:35


“Een prachtig instituut in Gouda is de Ideeënbrouwerij. Een groep creatievelingen die aan de lopende band ludieke acties bedenkt. Zij kwamen met het idee van de Goudkistjes, een klein vitrinekastje voor aan de gevel, om iets ten toon te stellen. Bijvoorbeeld een foto, een tekening een gedicht of een krantenartikel. Of een klein voorwerp.”

daarmee muggenrijke stad van Nederland is. Klamboestad Gouda, zeggen we hier. Klamboes kun je hier ook op iedere straathoek kopen. Donker is het hier ook en heel somber op donkere dagen. “Gouda ligt een meter of zes beneden NAP en is ooit door wat nu de Hollandse IJssel heet als klei uit haar schoot geworpen. Verder is het veengrond. Overal trilt het op plekken waar een auto, of iets anders zwaars, voorbijkomt. Gouda zakt snel. Nergens in Nederland moeten straten zo vaak worden opgehoogd. Maar de oude binnenstad zelf ligt stevig verankerd op een kleiplaat. Wat een wijsheid. “Toch kon de toren van de Sint Jan niet te hoog worden gebouwd, want dan zou die alsnog door de klei wegzakken in het veen. Dus hebben ze de Sint Jan het grootste kerkschip van Nederland gegeven. De gebrandschilderde glazen van de Sint-Janskerk zijn befaamd, vooral de zogeheten Regulierenglazen in de Jeruzalemkapel. “De eerste kasteelheren hebben ooit een slotgrachtje om hun slot gegraven. Dat slot is al eeuwen weg. Maar op de plek van het slot staat nu het voormalige stadsziekenhuis Catharina Gasthuis. Ook middeleeuws prachtig. Het slotgrachtje is er nog wel, al is het vrijwel overal onzichtbaar. Dat grachtje omringt in feite de verborgen oorsprong van Gouda. Hier komt het water op krachten, om daarna terug te worden geschonken aan de Gouwe en de grachten... “De Goudse cultuur is altijd sterk gericht geweest op het inbrengen van licht. Dat zie je niet alleen in de virtuoze glazen, maar wat te denken van de Gouda kaarsen? En van de Gouden kazen uit het drassig graslandschap? En laten we vooral kaarsjesavond niet vergeten, waar we met zijn veertigduizenden Kerstliedjes rondom het stadhuis zingen, met de koningin erbij als ze tijd heeft. Gouda zoekt altijd naar het omgaan met de zwaarte. Ha, misschien ben ik zelf ook aan de zware kant...”

Een mooie anekdote over je kwam ik tegen in het Algemeen Dagblad. Je roemde het belang van de kleine dingen des levens. Je vertelde over je aankomst in de stad, en het oprechte welkom dat de dame aan de balie van het gemeentehuis je had bereid. Wat maakte eigenlijk dat je je onmiddellijk in Gouda thuisvoelde? “Tjonge, je doet wel grondig onderzoek zeg. Tja, wat die ontvangst in het gemeentehuis betreft, je kijkt een ander mens in de ogen en ervaart dat zo’n ambtenaar precies op de goede plek neergestreken is. Het leuke is: zij meende wat ze zei en dat is wat je op zo’n moment voelt. Nu ik dat zeg, moet ik ineens aan Ramses Shaffy denken die destijds half huilend alle aanwezige ambtenaren van Amsterdam begon te bedanken toen hij zijn Nederlands paspoort kwam ophalen. Reken maar dat zo’n reactie als van Shaffy destijds in het stadhuis is aangekomen. Soms moeten we als mensen even dwars door alle conventies heenbreken en de ruimte opzoeken tussen regels en wetten.”

Over je taak als stadsdichter zei je eens dat je de ‘samenhang in Gouda’ wilde ontdekken en dat je ‘de logica in alle gebeurtenissen in de stad’ inzichtelijk wilde maken. Waar ben je op gestoten in de jaren dat je er nu woont? “Er is hier een maatschappelijk/cultureel actieve groep van mensen die je de lichtbrengers zou kunnen noemen. Over hen heb ik eens een gedicht gemaakt dat heet: Gedachte kring. Het gaat om een niet-zichtbare kring van mensen die Gouda samenhoudt. Geen onverschillige forensen. Geen ontheemden of verbitterden. Geen halve criminelen, maar mensen met levensplezier. Ze zijn in tal van groepen actief. Kennen elkaar niet allemaal. Het is geen bestaande, maar een door mij gedachte kring. Deelnemen aan de gedachte kring is een keuze. Een strofe uit het gedicht luidt: De dwang is zacht. De kring is teer. Dus hou de kring gedacht. “Een prachtig en wel bestaand instituut in Gouda is de Ideeënbrouwerij (ideeënbrouwerij.nl). Een groep creatievelingen die aan de lopende band ludieke acties bedenkt,

24

1304_VA4_def2.indd 24

15-12-10 19:38


Meidoorn bij de St-Jan Zwijgend bewaren oude muren en klinkers geheimen van het verleden.

die nog hout snijden ook. Zij kwamen met het idee van de Goudkistjes op de proppen, een klein vitrinekastje dat mensen aan de gevel van hun woning kunnen ophangen, en dat inmiddels naast heel veel voordeuren in Gouda en nu ook in andere steden hangt. Wat is een goudkistje? “Een kistje om iets ten toon te stellen. Bijvoorbeeld een foto, een tekening, een gedicht of een krantenartikel. Je kunt er ook een klein voorwerp in plaatsen. Begin 2004 is het idee voor de goudkistjes geboren, uit de vraag hoe je bewoners meer met elkaar in contact kunt brengen en de buurt minder anoniem kunt maken. Het idee is dat goudkistjes kleur geven aan de buurt en het contact stimuleren op een leuke en creatieve manier.” Ik ben gelijk even gaan zoeken naar de IdeeënBrouwerij op internet. Op de-Rijk-in-Gouda-kaart vond ik mooie en bijzondere plekken in Gouda. ‘Plekken waar je je rijk voelt, die je blij maken, waar je spontaan een glimlach op je gezicht krijgt.’ Mooi initiatief. Wat zijn bij jou eigenlijk de Goudse plekken waar je spontaan een glimlach van op je gezicht krijgt? “Dan denk ik gelijk aan mijn boodschappenstraatje, de Groenendaal. Hier zitten naast elkaar: mijn schoenmaker en een klompenleverancier; een Turkse-pizzabakker en de Wereldwinkel; de Natuurwinkel en een geschikte modezaak voor een dichter, en dan nog zo’n new-age winkeltje waar ik mijn wierookstokjes haal. Maar liever nog struin ik rondom de Sint Jan, waar het ‘Achter de kerk’ ligt. Daar maakte ik de bijgesloten gedichten.”

En nu? “Waar ik nu mee bezig ben is te onderzoeken in hoeverre Gouda nog waar kan maken wat ze naar toeristen roept. Goudse Lichtstad. Kaarsen worden er in Gouda niet meer gemaakt. Kazen ook niet, alleen nog zoete wafels. De kunst is het om de commerciële kretologieën op zichzelf te laten terugslaan en de commerciëlen aan het denken te zetten. Dat

1304_VA4_def2.indd 25

In een stille strijd van eeuwen ontwrong zich de Meidoorn aan de knellende stenen. Het getergde hout reikt naar de hemel, rust bij de sterren die in witte bloesems spreken. Jan Graafland 25 december 2008

Een aantal mooie plekken bij elkaar in het centrum van Gouda.

Kijk op va-magazine.nl

15-12-10 19:38


“De eerste kasteelheren hebben ooit een slotgracht om hun slot gegraven. Dat grachtje omringt in feite de verborgen oorsprong van Gouda. Hier komt het water op krachten, om daarna terug te worden geschonken aan de Gouwe en de grachten...”

is iets wat ik geprobeerd heb op de waterconferentie. Dus die geheimzinnige onderaardse waterloop niet commercieel exploiteren. We moeten het ‘binnenste’ niet willen uitbuiten, maar in zijn kracht laten. Ik wil die bronnen liever blijven voeden – bijvullen. Misschien ook uit een soort van medelijden. “Dat houdt mij hier in de tuin bij Weleda ook bezig. Iedereen zit overal aan met zijn fikken. Maar de Weledatuin in Zoetermeer is een heel nieuwe plek, waar ik nieuwe krachten laat samenkomen die vanuit de omtrek binnenstromen. Ja, dat te ordenen, dat houdt mij wel bezig. Het scheppen van een nieuw krachtpunt, zowel in symbolische als in fysieke zin.” Hoe moet ik me dat voorstellen, dat samenkomen van nieuwe krachten vanuit de omtrek? “Als ik je een schets zou geven van de directe omgeving, kom ik uit op: industrieterrein, tientallen hectaren kas met veel vals licht, spoorlijn, snelweg, hogesnelheidslijn en dagelijks overvliegende helikopters, vanwege het een of ander. En dan nog een rondweg langs onze tuin met een lange bocht waar men graag met motoren en auto’s overheen racet. Je begrijpt dat alles wat er in deze omgeving nog te vinden zou zijn aan natuurwezens van lieverlede en op hoop van zegen onze tuin is binnengetrokken. “In mijn kleine stadstuintje in Gouda zie ik ontelbare vliegende mieren uit de kieren in mijn straatje vermalen worden tussen de brede kaken van libelles en, wat hoger, door de zwaluwen. Maar vlinders blijven erbuiten. Die zijn onschendbaar, ontdekte ik laatst. Na vele gevaarlijke dagen tussen padden, libelles en katten was een paar koolwitjes nog altijd samen. En zat een ‘landkaartje’ zomaar wijduit opengeslagen op de vlinderstruik.”

In 1998 had VA een interview met een collega van je, Weledaapotheker Theo van Oort. We keken naar de Zwitserse film Kennis van Helen. Een prachtige documentaire over de Tibetaanse geneeskunde. De lijfarts van de Dalai Lama wees in die film op het belang

van de groeiplaats van geneesplanten. Hoe kijk jij daar tegenaan als oppertuinman van Weleda? “Laatst had ik een kruidengenezer uit Mongolië in de Weleda-tuin. We verstonden elkaar niet, maar hadden veel pret om een zelfde soort benadering van planten. ‘Meteen uit de grond rukken en proeven die hap.’ Dan elkaar aankijken en weten hoe laat het is. Prachtig was dat. In de loop der jaren heb ik zo tal van dingen over planten geleerd – gewoon op basis van waarnemen en overdenken. “Nu heb je een thema aangesneden waarover ik nog heel lang door zou willen praten. De plant en zijn omgeving. De groei van planten is een proces. En alle processen hebben plaats in grensgebieden. Op die grensgebieden ontstaan weerstanden en die weerstand maakt ontwikkeling mogelijk. En nou komt het: een bepaalde plantensoort vind je meestal in het gebied dat tegengesteld is aan het karakter van die soort. “Een voorbeeld: riet staat als plant in en langs het water. Maar een rietstengel heeft zelf een ongelooflijk laag vochtgetal. Riet verzet zich als het ware tegen water. Je zou het ‘rietproces’ zelfs kunnen omschrijven als: water afhouden. Riet is dus ook helemaal geen waterplant, maar juist een aardeplant. Voor zo’n aardeplant in een waterig milieu is er dus werk aan de winkel. “Nog een voorbeeld: de cactus. Hier speelt precies het omgekeerde. Cactussen hebben in de woestijn na een regenbui een ongelooflijk hoog vochtgetal. Cactussen zijn waterplanten, maar staan in een droog milieu. Of denk aan de waterkers. Een plant die woekert in een waterig milieu en die zich daarbij ontwikkelt tot een en al vuur (zwavelstoffen). “Dit soort eigen aardigheden vind je bij iedere plant. De volgende stap is dan wat voor inwerking die eigenaardigheden kunnen hebben op het menselijk organisme. Kort door de bocht zou je de werkzaamheid van waterplanten juist verwachten in de ‘wateren’ van de mens, en zou je het heil van vuurplanten mogen verwachten bij ‘vuren’ in de mens, en zou je bij woestijnplanten moeten zoeken naar de ‘woestijnen’ in de mens.

26

1304_VA4_def2.indd 26

15-12-10 19:38


Amalia Baracs Verwonderingscolumn

Elsa Beskow: een wonder

“Wordt het te droog in ons hoofdgebied (dat een woestijnkarakter heeft ten opzichte van het buikgebied), bijvoorbeeld in geval van droge holteslijmvliezen, dan zouden we dus een cactus kunnen gebruiken of een daarvan afgeleid product als aloë-gel. Zo bezien is het dus tamelijk logisch dat een op een bepaalde plek groeiende plant de passende remedie is voor klachten die kunnen ontstaan door het verblijf in die omgeving. Maar nu moet ik natuurlijk oppassen, want ik ben geen arts en wil daar ook niet voor doorgaan. Dus neem dit allemaal met een zekere reserve tot je, als je wilt. Ik ben een tuinman die zich mee laat voeren door de muzen. Ik leef in het gebied waar ambacht en poëzie in elkaar overgaan. Een grens daartussen ken ik niet.” Bart Hommersen

Het is nog steeds een mooie makkelijk te lopen wandeling in een schilderachtig winterlandschap, zegt een wandelaar over de oude, geruisloos verdwenen NS-wandeling van 14 km van Gouda naar Oudewater. Een afgedankte wandelingen die nog prima te lopen lijkt. De wandeling route Tiendweg volgt een deel van het Floris V-pad (LAW 1-3; van Muiden naar Bergen op Zoom, in totaal 225 km). De wandeling begint bij station Gouda en is ongeveer 14 km lang. U loopt eerst door het centrum van Gouda en langs de Hollandsche IJssel naar Haastrecht. Vervolgens wandelt u over de Tiendweg naar Oudewater.

De afgelopen weken las ik Elsa Beskows Reis naar het Land-van-LangGeleden aan vele kinderen voor. En ik was zo intens verwonderd en gelukkig te merken hoe niet alleen de jongsten van vier, vijf, zes jaar, maar ook de meisjes en jongens van zeven, acht en negen jaar betoverd werden door dit prachtige prentenboek. Elsa werd in 1874 geboren als dochter van een Noorse vader en een Zweedse moeder. Een ouderpaar dat hun zes kinderen als vanzelfsprekend vertrouwd maakte met de Scandinavische natuur en cultuur, met inbegrip van de elfen en dwergen en ook trollen. Elsa kon prachtig tekenen en wist al op haar zevende jaar dat ze later sprookjesboeken wilde gaan tekenen en schrijven. Dolgraag wilde ze naar de kunstacademie, wat om financiële redenen niet lukte (haar vader was net gestorven), en dus ging ze naar de kunstnijverheidschool in Stockholm. Daar ontmoette ze de jonge onderwijzer Nathanael Beskow. Ze trouwden in 1897 en kregen zes zonen. Voor al haar jongens maakte Elsa Beskow een prentenboek. Zo ontstonden Hansje in ’t Bessenland, Olle’s skietocht, Pelle’s nieuwe kleren – al vele decennia geleden in het Nederlands vertaald en nog steeds heruitgegeven. Haar leven lang, tot vlak voor haar dood in 1953, maakte Elsa Beskow boeken – alles bij elkaar 33 prentenboeken en acht sprookjesboeken. Steeds met een ondertoon van harmonie en een gevoel van ‘alles klopt’. In haar boeken wisselen het gewone leven en de kinderfantasie elkaar op een wonderbaarlijke, maar tegelijk ook heel natuurlijke manier af. Lang niet alle prentenboeken van Elsa Beskow zijn in Nederland uitgegeven, waarschijnlijk omdat de trollen en andere echt Scandinavische cultuurelementen niet door de Nederlandse kinderen herkend zouden worden. Daardoor was ik des te verbaasder dat onlangs nog een van haar latere prentenboeken in het Nederlands is verschenen: Reis naar het Land-van-Lang-Geleden. Dit sprookjesachtige verhaal gaat over een broertje en een zusje die met hun ouders diep in het bos wonen. Ze spelen vaak met een oude boomstronk die een beetje op een draak lijkt. Op een dag maken Kai en Kaisa met behulp van een kapotte paraplu vleugels aan de boomdraak. En dan betovert een ondeugende grijze kabouter de boomstronk, zodat deze gaat leven en bewegen. Als de kinderen roepen: ‘Nu vliegen we de wijde wereld in,’ vliegt de draak met Kai en Kaisa de lucht in. ‘Waar zullen we naartoe gaan?’ vraagt hij met bulderende stem. En Kai roept: ‘Naar het land van Lang Geleden!’ Het begin van een geweldige en heerlijke reis, waarbij de kinderen kennis maken met een prinses, haar ridder, een echte boze draak, een domme trollenkoning en nog een heleboel anderen in het paleis (waar ze als koningskinderen worden opgevoed). Natuurlijk krijgen ze op een gegeven moment heimwee… En dan lijkt het allemaal nog mis te gaan als hun aardige boomdraak op een eiland in stukken uiteenvalt. Hoe komen ze nu weer terug? Gelukkig maakt de grijze kabouter alles weer goed. Eenmaal thuis aait Kaisa de lieve - nu voor altijd slapende boomdraak over zijn mosvel en zegt: ‘Dank je wel dat je ons hebt thuisgebracht’. Een boek met verrukkelijke schilderingen dat alle kinderen aanspreekt. Amalia Baracs E. Beskow: Reis naar het Land-Van-Lang- Geleden. Uitgeverij Christofoor. 1e druk | gebonden | 36 blz. € 13,50 | ISBN: 9789060386552.

VA editie 4 • 2010 • 27

1304_VA4_def2.indd 27

15-12-10 19:42

Gouda Interview Jan Graafland in VA 4-2010  

Een interview met Jan Graafland over zijn liefde voor Gouda in Vruchtbare Aarde 4-2010

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you