Page 1

ZIJ-wint

februari 2019

Vereniging Vrouwen Zeilen https://vrouwenzeilen.nl


In deze ZIJ-wint:

Colofon 33e jaargang. Zij-wint is het jaarblad van de Vereniging Vrouwen Zeilen, opgericht op 1 februari 1985.

Van de voorzitter

pagina 3

Waar je al niet in ‘verzeild’ kunt raken

pagina 3

Aan dit blad werd meegewerkt door Monique Beljaars, Lia Captein, José Groen, Sylvia van der Heiden, Maira van Helvoirt, Ingrid Holtslag, Mirjam Houtlosser, Marianne de Jong, Mariëtte Keijser, Fransje Smit, Ada Munnik, Petra Oudhoff, Gon Voorham, Heske van der Vossen, Gees Wymenga.

Van de redactie

pagina 4

Bestuur & commissies

Nieuwsbrief WALKABOUT

pagina 5

Oefendagen seizoen 2018

pagina 7

Waarom je altijd een reservebroek mee moet nemen

pagina 8

Met de VVZ naar de ondiepe Waddenzee pagina 10 HIJ-kookt: Minestronesoep

pagina 17

Bootpaspoort

pagina 18

Mastbreuk, een zeilavontuur

pagina 20

1 jaar VVZ

pagina 22

Boekenrubriek

pagina 24

De Leslienacht

pagina 26

Hoe organiseer ik mijn logboek?

pagina 29

Ter Leeringhe ende Vermaeck

pagina 30

Stormvast bij windkracht 10

pagina 32

De Afsluiter

pagina 34

Voorzitter: Mariëtte Keijser voorzitter@vrouwenzeilen.nl
 Secretaris: Korrie van Kampenhout secretaris@vrouwenzeilen.nl Penningmeester: Lieske van der Knaap penningmeester@vrouwenzeilen.nl Evenementen: Marianne de Jong en Gon Voorham evenementen@vrouwenzeilen.nl Communicatie en PR: Vera Verburgt communicatie@vrouwenzeilen.nl Ledenadministratie: Korrie van Kampenhout secretaris@vrouwenzeilen.nl Informatie: Korrie van Kampenhout secretaris@vrouwenzeilen.nl Webmaster: Vera Verburgt communicatie@vrouwenzeilen.nl Competentiecommissie: Dodo Koenen en Heske van der Vossen competentie@vrouwenzeilen.nl Organisator oefendagen: Ans Joore oefendagen@vrouwenzeilen.nl Redactie ZIJ-wint: Monique Beljaars, Lia Captein, José Groen, Maira van Helvoirt, Ada Munnik, Heske van der Vossen; bladredactie @vrouwenzeilen.nl Bank- en overige gegevens: NL91 INGB 0001 0020 41 BIC/SWIFT: INGBNL2A nr. KvK: 816612158

Foto voorpagina: Hard werken op de klipper Mon Désir tijdens de Brandarisrace, 20 oktober 2018

2


Van de voorzitter Beste zeilvriendinnen, Op weg naar huis heb ik een mooi zicht op het Markermeer waar tot eind november vele zeilen te zien waren. Het leek wel alsof niemand zijn boot de kant op wilde doen om te blijven genieten van deze eindeloze zomer. En genoten is er deze zomer, was het niet van de zeilwind dan toch in ieder geval van het zonnebaden en het zwemmen. Ook met de VVZ is veel gezeild. Allereerst met drie boten in Kroatië en daarna bij onze jaarlijks terugkerende evenementen en op de wadden. Tijdens de ALV van begin 2018 kreeg het bestuur de opdracht mee minder zuinig te zijn en meer in te zetten op bijvoorbeeld deskundigheid. In 2018 heeft het geld zeker gerold. We hebben drie boten gehuurd voor evenementen en er is extra deskundigheidsbevordering geweest, waaronder twee goed ontvangen workshops over leiderschap aan boord.

De komende jaren zal er door het afnemende aantal eigen boten binnen de VVZ een toenemende behoefte zijn aan huurboten. Voor de IJsselmeerrally en voor het Zeelandweekeinde is er structureel geld beschikbaar voor een huurboot. Is er behoefte aan meer huurboten dan zullen we dit gaan verrekenen met de prijs voor een activiteit. Meer huren dan twee boten per jaar kunnen we vanuit onze contributiegelden niet betalen. Marianne, ons bestuurslid die de evenementen coördineert, is vanaf augustus op wereldreis en komt komende zomer weer terug. Gon Voorham gaat het bestuur helpen bij de coördinatie en dat is geweldig fijn. Heel fijn zou ook zijn dat we ons als leden samen inzetten voor het organiseren van de activiteiten zodat we samen weer een leerzaam en gezellig zeiljaar tegemoet gaan. Mariëtte Keijser Voorzitter

Waar je al niet in ‘verzeild’ kunt raken door José Groen “Ach, dat arme schaap,” zegt Heske naast me in de kuip, “Hoezo schaap? Welk schaap?”, is mijn reactie. “Nou daar,” wijst Heske schuin voor zich. Ik veer op en zie een doodsbang, volwassen schaap tot haar buik in het water staan. Dat overleeft ie niet. We varen op dat moment op de motor door de Dokkumer Ee. Drukte alom. Onverbeterlijke dierenvriend als ik ben, bedenk ik me geen moment en ga te water. Heske, stuurt de boot naar Schaap en vaart voorzichtig zo dicht mogelijk naar de basaltblokken die de oever moeten beschermen. Ik zwem naar het schaap dat me met paniekogen aankijkt en van schrik begint te snuiven. Ik moet erg uitkijken om me niet te bezeren of klem te komen te zitten tussen de blokken. Als ik een beetje vaste, glibberige, grond onder de voeten heb, grijp ik het beest bij zijn nek en probeer hem naar de oever te rukken. Oei, die is nog best hoog. Hoe krijg ik dat dier in vredesnaam weer op het droge? Ik ruk harder en hoor plotseling: “Je bent een HELDIN!” De kapitein van een motorboothet schip steekt zijn duim op en vervolgt zijn weg richting Leeuwarden. Tja.....

Weer een ruk en stapje voor stapje trek ik het beest naar de graskant tot ik zijn voorpoten op de kant weet te krijgen. Hij snapt het en blijft zo staan. Nu snel naar de achterkant zwemmen en flink duwen. En jawel hoor: hij rent naar zijn soortgenoten. Zielstevreden varen we even later weer door, richting Leeuwarden. Beiden voorzien van wat extra karma en een goed gevoel over een zeer geslaagde tocht, van Cuxhaven via Friesland naar Lelystad.

Schaap in de sloot

3

Hulp


Van de redactie Terwijl ik dit schrijf striemt de regen horizontaal tegen de ramen, maar ik zit hier behaaglijk binnen met een kopje thee. Wat een contrast met het afgelopen geweldige zeilseizoen met die lange hete zomer! Tot ver in november heb ik doorgezeild. Maar nu is het zeilseizoen toch wel definitief afgelopen – voor mij althans. Onze boot ligt veilig in zijn box, winterklaar en stevig vastgelegd met extra landvasten, om herfst- en winterstormen goed door te komen. De donkere dagen voor kerst vormen altijd een goede tijd om terug te blikken op het afgelopen zeilseizoen. Daarom vind je in dit nummer van ZIJ-wint diverse verslagen van VVZ-activiteiten, zoals de tocht naar het oostelijk deel van de Waddenzee en van een oefendag,. Ook wordt er in deze ZIJ-wint verhaald over diverse andere kortere en langere (zeil-) avonturen, dichtbij en veraf, variÍrend van mooie verhalen over lange tochten en zware stormen, tot de redding van een schaap-in-nood. Soms loopt het niet goed af: zie het verhaal van Lia over de mastbreuk op haar boot.

boekenrubriek worden daarom, ter inspiratie, enkele oudere en ook een gloednieuw boek beschreven. Binnen de redactie hebben we afscheid genomen van Ellen Pont. We bedanken haar alsnog voor haar inzet al die jaren! Gelukkig is de redactie versterkt door Lia Captein. Daarnaast heb

Geniet, ook van de winter!

Nu er niet gezeild kan worden, kunnen we lezen over zeilen. Lekker bij de warme kachel. In de

4

ik het hoofdredacteurschap overgedragen aan Heske van der Vossen. Ik blijf nog wel betrokken bij de redactie, maar Heske trekt nu de kar . Geniet van de winter. Voor we er erg in hebben is het weer voorjaar, en mogen we weer! Namens de redactie van Zij-wint, Maira van Helvoirt


Nieuwsbrief WALKABOUT door Gees Wymenga en Heske van der Vossen Gees is in 2018 lid geworden van de VVZ en zeilt vanaf haar twintigste in allerlei boten en in alle Europese wateren. Op het moment dat ik dit schrijf, ligt haar boot Walkabout, een Najad 490, in Tenerife. Van mei tot half september 2018 zeilden Gees en echtgenoot Ate daar naartoe. Half december 2018 zullen zij daarheen terugvliegen om hun reis te vervolgen naar o.a. Suriname en het Caraïbisch gebied. Het idee is ieder jaar vijf maanden te zeilen en zeven maanden te werken met achterlating van de boot in een mooi vaargebied. Wat een benijdenswaardige formule! Met goedkeuring van Gees mag ZIJ-wint een samenvatting plaatsen van de reis tot nu toe. Vertrek Eindelijk is het dan zover: op 10 mei 2018 gaan we vanuit onze woonplaats Arnhem naar Makkum om vier maanden vakantie te vieren! We hebben er zin in. Een gek gevoel om Nederland te verlaten om voorlopig niet met de boot hier terug te komen. Engeland Via Oostende varen we naar Dover en de Zuid-Engelse kust. Door de mooie noordenwind zeilen we heerlijk en vlot naar Darmouth. Daar blijven we een week voor reparatiewerkzaamheden en maken prachtige wandelingen. Daarna gaan we door naar Falmouth op de zuidwestpunt van Engeland, ons eerste doel. Van daaruit willen we oversteken naar Spanje. Biskaje Direct na aankomst in Falmouth blijken de voorspellingen voor minimaal drie dagen goed: redelijke noordenwind, geen mist, geen hoge golven, helaas wel regen. We gaan! We vertrekken met mooi weer en prachtige wind. De volgende dagen wisselen regen, mist en laaghangende bewolking elkaar af. In de nachten zien we eigenlijk helemaal niets: het is pikdonker en het regent, zodat we volledig op onze instrumenten zijn aangewezen. Soms vraag je je af waar je mee bezig bent…. Je voelt je alsof je voortdurend in een wasmachine zit. Maar dan ontdekken dolfijnen en zelfs grienden (kleine walvissen) ons en zwemmen met ons mee, prachtig! Na 73 uur en 450 zeemijlen meren we in dikke mist af in A Coruña, Noordwest-Spanje. Noord-Spanje We blijven een paar dagen in A Coruña en gaan per trein naar Santiago de Compostela. Later zeilen we langs Finisterre richting de ria’s van

Noord-Spanje, een soort Spaanse fjorden, prachtig! Heerlijk rustig zeilen, ankeren in beschutte baaien bij mooie stranden en culinair genieten van de vele soorten schelpdieren en inktvis galician style (pulpo). Heel bijzonder. De tijd vliegt voorbij. Na ruim twee maanden op onze boot zeggen we regelmatig tegen elkaar dat het fantastisch is dat je je droom als het ware nu echt beleeft. Heerlijk zeilen, mooie oorden bezoeken, leuke mensen ontmoeten, vrienden die je bezoeken, leven aan boord, echt de tijd hebben om te genieten van alles en onze boot. Kortom: living the dream! Portugese kust Vanuit de Spaanse ria’s zeilen we langs de Portugese kust naar Porto en meren af op de Douro. Lopend naar Porto en genieten van de stad. Door naar Nazaré en Cascaís waar we opstappers oppikken en de Taag op zeilen om af te meren in Lissabon. Reuzegezellige dagen en interessante steden! Oversteek naar Madeira Vanuit Lissabon/Cascais gaan we met zijn tweetjes verder naar de Madeira-eilandengroep. Het wordt onze eerste zeiltocht de Atlantische Oceaan op. De overtocht is 485 mijl lang en we plannen daarvoor drie tot vier dagen en nachten. De voorspelling is goed: noordelijke lichte winden, niet al te hoge golven en stabiel weer. En gelukkig klopt het, wel hebben we af en toe de spinnaker nodig om voortgang te maken. We zien veel (springende) dolfijnen onderweg en slechts heel af en toe een andere boot. Het wordt een prachtige zeiltocht! Na 76 uur meren we voldaan af in Porto Santo, een klein eilandje behorend tot de Madeiragroep. Daar blijven we een aantal dagen. Naar Madeira is het maar 30 mijl zeilen. Dan varen we door naar Funchal. Dit was echt de droom van Ate: op eigen kiel naar Funchal varen! We verkennen

5

het eiland met een autootje en maken prachtige wandelingen. Voordat we vertrekken van Madeira maakt Ate nog een mooie schildering voor op de kademuur, een gewoonte van de vele zeezeilers die hier komen. Our boat, our castle! Op zee werkt onze energievoorziening prima: zonnecellen en een windmolen, eventueel aangevuld met een generator. Onderweg kunnen we water maken, brood bakken en natuurlijk navigeren. Tijdens de oversteek naar Madeira hebben we ook onze passaatzeilen uitgeprobeerd: twee uitgeboomde voorzeilen en een steunzeiltje (net als de Urker vissers doen). Het werkt prima! Het wordt nu warmer en we kunnen ook eindelijk onze zonuitrusting testen: bimini, horren en ventilatie. Ook die doen het goed. Naar de Canarische Eilanden De tocht van Madeira over de Atlantische oceaan naar Lanzarote is 300 zeemijlen, ruim twee dagen en nachten zeilen. De windrichting is prima, de windkracht 5 tot 6 en redelijk hoge golven. Hierdoor is de tocht wat onrustig met in de laatste nacht indrukwekkende golven en een oplichtende zee. Bij aankomst vinden we aan dek gespoelde inktvisjes. We bezoeken diverse Canarische eilanden: Lanzarote, Fuerteventura, Gran Canaria, Tenerife, La Gomera en La Palma. Het zijn vulkanische eilanden en zijn op dezelfde manier ontstaan, maar toch hebben ze allemaal een eigen karakter. Het is heerlijk om de Canarische Eilanden te verkennen met een autootje en veel te wandelen. Lopen op vulkaankraters, tegen steile rotsen, door mooie bossen: het is ongelooflijk hoe mooi deze natuur is. We doen dit samen met vrienden en familie die hier naar toe vliegen. Erg gezellig om ze na drie maanden weer terug te zien! Samen hier rondzeilen, wandelen, snorkelen en bijkletsen is echt top!


Acceleratiewinden Het zeilen tussen de eilanden is avontuurlijk. In juli en augustus waait het bijna altijd uit het noordoosten tussen de 5 en 7 Bft. Gecombineerd met het effect van zogenaamde acceleratiewinden bij de randen van de eilanden geeft dit erg veel wind. Bij Gran Canaria hadden we opeens ruim 9 Bft (48 knopen). Dan sta je wel even te kijken wat er gebeurt. Daarnaast is er veel oceaandeining. In combinatie met de deining door de wind geeft dit een behoorlijke zeegang. De ‘sea state’ wordt dan ook naast windvoorspelling apart in de weerberichten vermeld. Zo is de voorspelling van de sea state tussen Tenerife en Gran Canaria regelmatig “mar gruesa en el sur”, oftewel een gruwelijke zee aan de zuidkant van het eiland. En dat is het dan ook echt!

Helaas, de tijd vliegt voorbij. Over twee weken moet de boot de kant op en vertrekken wij naar ons ‘andere’ huis in Arnhem. Maar de tocht wordt gelukkig snel weer vervolgd!!

Verder is het zeilen zeer aangenaam: zon, lekker warm, helder water. Ten zuiden van Tenerife zien we veel dolfijnen en walvissen (grienden). Indrukwekkend als je met je bootje tussen de walvissen ligt en ze hoort zuchten. Ate heeft al gedurende de hele reis geprobeerd een vis aan de haak te slaan. Maar ook hier lukt dat nog steeds

6


Alleen vogels op De Kreupel door Ingrid Holtslag. Op hemelvaartsdag 10 mei 2018 stapte ik als nieuw lid aan boord van de Première, de Catalina 28 van Heske, voor een tweedaagse zeiltocht. Nadat we elkaar uitgebreid en heel plezierig telefonisch hadden gesproken, was dit een eerste ontmoeting. Het voelde direct heel vertrouwd en ik verheugde mij zeer op deze tweedaagse tocht. Aan boord was ook Monique Beljaars, het was direct heel gezellig, een fijn begin. Heske liet ons de boot zien en gaf uitleg over de apparatuur aan boord en welke documenten nodig zijn voor de veiligheid. Dit is onder andere de medische verklaring van de VVZ die alle bemanningsleden inleveren bij de schipper bij aanvang van een tocht. Die had ik nog niet bij me, maar volgende keer zal ik daar voor zorgen. Daarna gingen we puzzelen waar we in deze omstandigheden naartoe konden zeilen. De wind kwam uit het noordwesten en was aanvankelijk 2 Bft, maar zou aantrekken tot 4-5 Bft, waarbij ook de golfslag zou toenemen. Het plan was om naar het vogeleiland De Kreupel te zeilen, 4 mijl ten oosten van Andijk.

Oefendagen seizoen 2018 uitvieren, fok bak en roer in de oploefstand. Vooral de fok een stuk inrollen hielp om het schip in balans te krijgen. Dan drift je rustig opzij

weg. Goed om te oefenen! Op elk schip werken er andere krachtenben dus is het handig uit te zoeken hoe het werkt op jouw schip. De wind nam toe, zoals voorspeld, maar we moesten er pal tegenin en met de hogere golfslag schoot dat helemaal niet op. Naar De Kreupel zeilen zou nachtwerk worden en we besloten de haven van Enkhuizen binnen te varen. In de Buitenhaven vonden we een mooi plekje, vlakbij het station.

We voeren uit en we wilden eerst het bijdraaien oefenen. Hoe was dat ook alweer, wat is bijdraaien en wat is bijliggen? We namen het Handboek voor Kajuitzeilen erbij. Bijliggen betekent met een zeilschip onder klein zeil, aan de wind en met de kop op de zeegang een storm over laten komen. Dit doe je als in een storm de kans op ongelukken zo groot geworden is, dat gewoon doorzeilen niet meer verantwoord is. Bijdraaien of bijgedraaid liggen wil zeggen dat een zeilschip met een of meer bakstaand voorzeil wordt stilgelegd. Dat doe je als je het schip even aan zichzelf wilt overlaten, om iets te kunnen doen, koffie zetten, naar de w.c. gaan etc.

Na een overheerlijke maaltijd van Monique hebben we nog even gekeken hoe we WinGPS op de computer kunnen gebruiken. Dit vraagt wel wat aandacht en lukte nu maar gedeeltelijk. Het was heel interessant om te zien wat allemaal mogelijk is met dat programma. Daarna moe en voldaan te kooi. De volgende dag was het stralend en rustig weer en zeilden we relaxed naar De Kreupel. Wat een prachtige plek! Veel steigers, vogels, maar ook veel zwarte mugjes! Later die dag nam de wind af tot 1-3 Bft en kwam uit het zuidoosten in plaats van het voorspelde noordoosten. Bovendien bleek het Enkhuizerzand tot verboden gebied verklaard te zijn, vanwege werkzaamheden aan de dijk. Dus dat werd terugmotoren naar de thuishaven van Heske.

Het duurde even voor we de vaardigheid door hadden: fok stukje inrollen, grootzeil helemaal

Al met al heb ik erg genoten van de tocht en heeft Heske ons heel veel uitgelegd, laten zien en laten doen. Ik heb veel bijgeleerd. Heske en Monique, Bedankt!

7


Waarom je altijd een reservebroek mee moet nemen (en waarom je regelmatig je zwemvest moet controleren) door Maira van Helvoirt Twijfelend stond ik met de spijkerbroek in mijn handen. Ik was mijn tas aan het pakken voor de VVZ-IJsselmeerregatta. Vrijdag heen, zondag terug, dus drie daagjes zeilen... Was een reservebroek nou echt nodig? Al sinds jaar en dag neem ik tijdens zeiltochten altijd een reservebroek mee, voor een mogelijk ongelukje dat zich al die jaren nog nooit heeft voorgedaan. Op het laatste moment besloot ik de spijkerbroek toch maar in te pakken, al was het vooral om de halflege weekendtas wat meer vulling te geven en niet zozeer omdat ik verwachtte dat ik de broek daadwerkelijk nodig zou hebben. Vrijdagmiddag zeilden we onze huurboot vanuit Lelystad naar Enkhuizen. Zoals gebruikelijk werd het in Enkhuizen op vrijdagavond al snel gezellig met alle deelnemers aan het weekend. En verdomd als het niet waar is... binnen no time ging er een vol glas wijn over mijn broek. Witte wijn, dus dat vlekt gelukkig niet, maar het vooruitzicht om een heel weekend in een plakkerige broek en stinkend naar alcohol rond te moeten lopen trok me niet. Eindelijk kwam de reservebroek van pas! Opgelucht trok ik ‘m aan.

Op zaterdag zeilden we dat de stukken er vanaf vlogen. Met resultaat: wij sleepten de eerste prijs in de wacht! ‘s Avonds een geslaagde barbeque. En zondag weer terug van Enkhuizen naar Lelystad. Om de boot zondag eind van de middag in Lelystad de box in te parkeren moesten we achteruit een smal straatje in en dan een haakse bocht maken om achteruit de box in te varen. Een lastige manoeuvre dus. Het leek erop dat we wellicht de paal zouden gaan raken, en ik sprong intuïtief die kant op om mogelijk onheil af te wenden. Een ondoordachte en bovendien onnodige actie, want Annette stond al met een stootwil in de aanslag. Wat er gebeurde weet ik niet precies, maar ik verloor mijn evenwicht en voor ik het wist lag ik in het water. Het was niet koud, ik schrok eigenlijk niet eens, maar zwom de box in en klom er bij de steiger uit. Met de nodige moeite overigens: zo’n steiger is vanuit het water behoorlijk hoog. Iemand die onderkoeld en vermoeid is, lukt dat niet. Ondertussen stuurde Korrie de boot de box in. Ik stond net weer op tijd op de steiger, druipend en wel, om de lijnen aan te pakken. Nadat de

boot was afgemeerd, wilde ik me omkleden. Ik had nog wel een min of meer schoon T-shirt, maar ik was nu door mijn schone broeken heen en moest noodgedwongen de vieze, plakkerige spijkerbroek weer aan. Saskia zette me, stinkend en wel, af bij het station van Delft, en vandaar ging ik met de trein naar huis, waar ik beide vuile broeken in de wasmachine stopte. Eind goed, al goed. In de split second na mijn snoekduik waren er twee vragen door mijn hoofd geschoten: 1. Is mijn horloge eigenlijk wel waterdicht? 2. Waarom is mijn zwemvest niet opgeblazen? Dit vond ik erg verontrustend: wie weet hoe lang ik al met een vals gevoel van veiligheid heb rondgelopen in een onklaar zwemvest? Het antwoord op vraag 1 bleek te zijn: ja. Mijn horloge is vrolijk en onbekommerd, tot op de dag van vandaag, blijven tikken.

8


Voor het antwoord op vraag 2 heb ik mijn zwemvest opengemaakt, en wat bleek: het CO2-patroon bleek niet meer helemaal ver genoeg in de houder geschroefd te zitten. Ik doe het onderhoud van mijn zwemvest zelf, hetgeen ik dan netjes aanteken op het label binnen in het zwemvest. In mijn herinnering doe ik dat ongeveer eens per twee jaar, maar de laatste keer bleek al ruim vijf jaar geleden te zijn... Ik vouw het zwemvest dan open, controleer of alles nog in orde is, blaas het zwemvest op en laat het een dag in bad liggen om te zien of het nog waterdicht is. Daarna laat ik het weer leeg lopen en drogen, en vouw ik alles weer op. Ik weet heel zeker dat ik de laatste keer het CO2-patroon er goed in geschroefd heb. Maar blijkbaar was het, door het frequente gebruik, een beetje losgetrild, waardoor het een paar millimeter minder ver in de houder zat. Het gevolg was dat het mechaniekje, nadat ik te water gestort was, wel in werking was getreden, maar het CO2-patroon net niet had kunnen doorboren. Er zat een deukje in het patroon, maar het was dus niet doorboord. Ik heb het zwemvest meteen helemaal gecontroleerd. Twee dagen na het opblazen was het nog kneiterhard, en nu er een verse CO2-patroon goed ingeschroefd zit heb ik er wel vertrouwen in. Het weekend daarna meteen een nieuwe reservepatroon gekocht, en ook de andere twee zwemvesten op mijn bootje gecontroleerd: die waren gelukkig allebei in orde. De moraal van dit verhaal: • Neem altijd een reservebroek (of twee...) mee. • Controleer regelmatig je zwemvest!

9


Met de VVZ naar de ondiepe Waddenzee

16-25 mei 2018 De Waddenzee, een prachtig en steeds veranderend vaargebied, is misschien wel het moeilijkst te bevaren gebied van Nederland. Je moet met van alles rekening houden: de diepgang van je boot, tijdstippen van hoog- en laagwater, de stand van de maan, de windsterkte, de stroomrichting, op- of afwaaiing. Kortom: met véél meer dan bij een tochtje op het IJsselmeer! Hoe nauw het kan luisteren bewijst wel dat laatst bij sterke oostenwind en bij aflopend water twee veerboten vast kwamen te zitten. Ze moesten wachten tot de vloed opkwam voor ze verder konden varen. De VVZ wilde de uitdaging wel aangaan. Uiteindelijk bleken drie schippers bereid om samen met nog eens zeven VVZ-opstappers de oostelijke wadden te ‘verkennen’. Die schippers waren Joke Oosterbroek, schipper op haar Libertijn, Gon Voorham schipper op een huurboot, de Nij Begjin en Heske van der Vossen, schipper op haar Première. De opstappers waren: Cora Moret, Leny Smit, Ans Joore, Mieke Drent, Trudy Rohn, Philippine Korthof en AnneMarie van Leeuwen. We laten jullie meelezen uit de logboeken. De tekst is door allen geschereven. Uit het logboek van de Nij Begjin, 15 mei 20218 De proefvaart De naam van onze huurboot is Nij Begjin (Fries voor ‘Nieuw Begin’) en zij is van het type Delphia 37. Uitgevoerd met ophaalbare kiel (77-200 cm) en dubbele roerbladen is dit schip uitermate

donkere wolken

geschikt voor het oversteken van ondieptes en droogvallen op het wad. Alvorens naar de wadden te vertrekken vanuit Makkum met de Libertijn en de Première, gaat onze bemanning de dag voor dit vertrek een ‘proefvaart’ maken op het IJsselmeer, zeg maar kennis maken met de eigenschappen van de boot. We gaan manoeuvreren met de motor, onderzoeken hoe het lopende want is georganiseerd, hoe we moeten optuigen en strijken, en hoe de apparatuur bediend moet worden. Voor ons is dit ook een nieuw begin! Onder een stralende warme zon varen we (Leny Smit, Cora Moret, Philippine Korthof en Gon Voorham) vanuit Makkum het IJsselmeer op met een NNO wind 3 Bft, later toenemend 4-5 Bft. Zeilend langs de Afsluitdijk oefenen we het reven en ontreven van het grootzeil en rolfok, we trimmen de zeilen, gebruiken de kaartplotter etcetera, tot de boot (bijna) geen geheimen meer voor ons heeft. Daarna keren we terug naar de haven in Makkum en zoeken de andere inmiddels aangekomen bemanningen op, om te palaveren over de vaartocht de volgende dag met bestemming Terschelling. Wadden: here we come! Uit het logboek van de Libertijn,16 mei 2018 Traject: van jachthaven WSMakkum via de sluizen in Kornwerderzand naar jachthaven West-Terschelling. Vandaag staat er een flinke noordenwind. Zeilen wordt lastig en we zullen veel moeten motoren. De weersvoorspellingen waren niet al te best voor de tocht. Wind N, 5 Bft. Later op de dag 6 tot 7 Bft. Dat laatste zou pas na 17 uur zijn. En dan zouden we volgens de planning binnen zijn. HW Harlingen was om 10 uur. We besloten dan ook om 10 uur te vertrekken. Onder normale omstandigheden is dat geen gek idee. Je hebt dan op de Boontjes wat stroom tegen, maar vanaf Harlingen heb je stroom mee op de Pollendam. En nog mooier, op de Meep heb je na de volgende kentering weer wat stroom mee. Maar de omstandigheden waren verre van optimaal. Op de Boontjes 2 knoop stroom

10

hoge golven

7 bft tegen en ook nog eens 5 Bft wind tegen…. Dat was te veel voor mijn 10 PK motortje. Met een vaart over de grond van twee knopen worstelden we vooruit. De Nij Begjin en de Première waren al snel uit zicht. Maar na Harlingen zal het beter, worden, zo was het idee. Dan hebben we stroom mee en ook wind in de zeilen. Dus een dubbel rif gezet. Een inderdaad, na Harlingen haalden we al motorsailend een grondkoers van 6 á 7 knopen. Niet echt prettig zeilen maar wel te doen. We overwogen nog even om terug naar Harlingen te gaan maar met de gedachte aan de voorspelde noordenwind 7 á 8 Bft voor de volgende dag besloten we om door te gaan. De tocht werd steeds minder prettig. We kregen bakken zeewater over ons heen. Ans, in een te dun zeilpak, bleef in de kajuit. Zo kon ze Trudy en mij van hapjes en drankjes voorzien. Gelukkig heeft Ans geen last van zeeziekte, want in de kajuit was het erg onplezierig toeven. Ook Trudy en ik hielden het niet droog. Daar kwam bij: het slechte zicht, flinke golven, moeizaam navigeren

Zeilen op het Wad door zout water op mijn tablet en op mijn bril. Ook wachtte de voorspelde hardere wind niet tot 17 uur. Om een lange dag kort te maken: rond 18:30 uur kwamen we aan in de haven van Terschelling.


We waren nat en koud. Een vriendelijke dame die ons opving, kwam spontaan met drie glazen Beerenburg aan om ons op te warmen. Ik zat op de boot met in de ene hand een glas thee en in de andere een glas Beerenburg. De glazen klapperden tegen elkaar, zó koud had ik het. Morgen maar een dagje op Terschelling blijven, besloten we. Gelukkig hadden de andere boten dat ook

volgende eiland, Ameland, gaat over ondieptes, een wantij en door smalle geulen. Dat leek ons voor vandaag geen goed idee. Het winderige maar zonnige weer geeft ons volop gelegenheid de spullen te drogen die zout en nat zijn geworden. Want ook bleek gisteren bij aankomst dat ons voorluik niet goed was afgesloten en dat er water op een slaapzak en in een tas met kleding was gelekt. Kortom: eerst maar eens orde op zaken stellen. Na het eten drinken we met zijn tienen een drankje in café De Walvis met uitzicht op het zogenaamde Groene Strand en op de duinen.

café de Walvis

Wat is een wantij eigenlijk? Jan Heuff zegt daarover in zijn boek Vaarwijzer van de Waddenzee: “De vloed dringt door diep uitgeschuurde zeegaten naar binnen en waaiert dan uit over het wad. Onder de eilanden lopen twee vloedstromen: één via het zeegat in het westen en één via het zeegat dat ten oosten van het eiland ligt. De plek waar beide stromen elkaar onder het eiland ontmoeten, heet het wantij. De stroomsnelheid is hier vrijwel nul, zodat op het wantij veel in het water zwevend slib kan bezinken. De wantijen zijn dan ook opgeslibde ruggen die zich tussen de uiteinden van de geulenstelsels doorslingeren. Het wantij wordt op enkele plaatsen doorsneden door een west-oost lopende priel, zodat bij hoogwater doorvaart mogelijk is voor schepen met een beperkte diepgang”.

ronde tafelconferentie al bedacht. Ondanks het afzien op deze eerste zeildag heb ik er een goed gevoel aan over gehouden. We hebben het toch maar gedaan en daar mogen we best een beetje trots op zijn. Als we niet uitgevaren waren, hadden we bovendien twee dagen moeten wachten voor we naar Terschelling konden oversteken. Uit het logboek van de Libertijn,17 mei 2018 Vooral vanwege de stevige wind uit noordelijke, noordoostelijke richting bleven we in de haven van West-Terschelling. De oversteek naar het

Over geulen en prielen, vrij naar Jan Heuff, in zijn boek Vaarwijzer van de Waddenzee. De vloedstroom loopt eerst via de diepe geulen. Verdergaand worden deze geulen steeds smaller en ondieper en vertakken ze zich steeds meer. Dat zijn de prielen. Via de prielen loopt het water over de zandplaten. De hoogste platen staan maar enkele uren onder water. Als het eb wordt, trekt het water zich via dezelfde weg terug in omgekeerde richting. Door de kracht van de soms grote stroomsnelheid schuren geulen en prielen uit en kunnen ze in korte tijd van plaats en vorm veranderen.

duinflora 11


Uit het logboek van de Nij Begjin,18 mei 2018 Traject: van jachthaven West-Terschelling naar jachthaven ‘t Leye Gat (Nes, Ameland). Vandaag is het dan zover. We varen van Terschelling naar Ameland over ondiep stromend water, waarbij we rekening moeten houden met een ondiepte in het Oosterom, vlak bij ons startpunt en met een wantij ongeveer halverwege de route. Mooi toch die techniek. Niet zelf rekenen met kaartdieptes in LAT en andere gegevens over hetzelfde water in NAP. “Vergeet LAT, vergeet NAP”, krijgen we te horen. “Het programma Quicktide berekent het allemaal haarfijn voor je”. Nu gaan we zien of hetgeen we geleerd hebben van Heske en Joke ook echt werkt. Cora heeft het vaarplan van Heske exact gekopieerd, dus ons kan niets gebeuren, ook al omdat Heske met haar Catalina 28 1.15 m steekt, Joke met haar Friendship 26 0,90-1.40 m en wij met onze grote 37-voeter tot een diepte van slechts 80 cm terug kunnen, als we het zwaard ophalen. Bij vertrek van Terschelling is het wat bewolkt en we hebben kalm water. Was het gisteren bij het Schuitengat bij Terschelling een heksenke-

tel met windkracht 6-7 Bft op de kop, vandaag ademt het wad een grijzige, welhaast nostalgische sfeer met versleten vlaggetjes aan de stokken van de visnetten. Er zijn nauwelijks vogels te zien. De weidsheid ademt weldadige rust. Als we het eerste wantij naderen, haalt schipper Gon toch maar het zwaard helemaal op. We varen rustig achter onze ervaren voorgangers aan. En dan blijkt dat het diepste schip, de Première, even vast loopt. Het water stijgt nog, dus 10 minuten later komt ze alweer los. Er valt weinig te zeilen, maar de geul slingert en soms kan het voorzeil even uit, wat Joke en Heske dan ook doen. Wij besluiten dat die hele korte stukjes de moeite van het uitrollen en weer binnenhalen van de overigens mooie high aspect niet waard zijn en besluiten onze aandacht bij de tonnetjes te houden. We varen vooral bij de ondiepe stukken heel nauwkeurig: we vinken af, vingertje bij de kaart, de ene keer de groene staakjes aan stuurboord, de andere keer houden we de rode aan stuurboord. Bij het wantij hobbelen we even, de dieptemeter geeft

12

50 cm aan, maar het is loos alarm, we drijven gewoon door en de verdere tocht verloopt probleemloos. Toch zijn we opgelucht als we na de Blauwe Slenk weer in het diepe water van het Westgat komen. Inmiddels is het weer verder opgeklaard en met een zonnetje meren we af in de haven van Nes. Voor het eerst komt onze hele bemanning op eigen kiel in Ameland aan. We zijn opgetogen! Hoe zo ingewikkeld om over wantijen te varen? Het borreluurtje was wel extra gezellig na de concentratie en de spanning. Uit het logboek van de Première,19 mei 2018 Traject: van jachthaven ‘t Leye Gat naar jachthaven Lauwersoog Buiten. Om naar Schiermonnikoog te komen, moesten we eerst naar Lauwersoog, omdat we slechts twee uur de tijd hadden om rond hoogwater met voldoende water onder de kiel de jachthaven van Schier binnen te varen. Op hetzelfde moment zouden we echter ook een wantij moeten passeren dat tussen Ameland en Schier in ligt. Dus moesten we het volgende hoogwater van de volgende dag afwachten om naar Schier te kunnen. Misschien dat platbodems gewoon door kunnen varen en op hun buik door de modder toch in Schier kunnen komen. Maar wij zeker niet. We kwamen met onze drie boten achter elkaar langs de hoofdsteiger te liggen van de jachthaven van Ameland , ‘t Leye Gat. De Brandaris gaf een mooi windje van NW 3-4 Bft op. Richting goed dus, want we zouden bijna pal oost moeten varen. Maar eenmaal op het water was het bewolkt, met vlak water en bijna geen wind en matig zicht. Mooie stille plaatjes levert dat op met een enkele platbodem in de wazige verte.


Moteren maar weer, want we moesten namelijk een uur later bij het wantij in de Zuiderspruit zijn, dat ligt tussen de ZS 31 en ZS 35. Bovendien moesten we ook nog een een lange ondiepe plek van zo’n 5 mijl in het Wierumer Wad het hoofd bieden. Het Amelander wad is erg ondiep. Er moet voortdurend gebaggerd worden om de geul voor de veerboot naar de vaste wal bevaarbaar te houden. Die boot vaart dan ook erg langzaam vergeleken bij het gerace dat je bij Texel, Vlieland en Terschelling tegenkomt. Midas Dekkers vertelde er nog over in één van zijn tv-afleveringen van “De Eilanden”. Quicktide gaf aan wanneer we over dat wantij konden. Het zou niet dieper dan 1.50 m worden, dus dat was best ondiep en best een beetje spannend, aangezien we de vorige dag heel even vastgezeten hadden en het anker hadden moeten uitgooien. En het werd soms inderdaad behoorlijk ondiep, 115 cm. We voelden het slik af en toe zuigen aan de kiel. We vertrokken rond 2 uur voor HW Nes, vandaag om 11:15. Bij het wantij kon de Première er al net overheen, zonder vast te lopen, dit keer. Wel minderen we steeds vaart, wanneer we de diepte op de dieptemeter ondieper zien worden. Want áls je vastloopt met 5 knopen, maak je een behoorlijke smak. Daarna via het Friesche

Wad naar het Wierumer Wad. Het Wierumer Wad was ook spannend, want er stond maar net voldoende water. Het slingert bovendien als een dronken zeeman, dus je moet erg goed uitkijken dat je de goede ton spot, anders zit je zó op de plaat. Ook was het nodig zorgvuldig te bestuderen aan welke kant de groene of rode staken gehouden moesten worden, omdat hier soms maar één kleur staak staat. We hadden dat alles goed voorbereid, dus we kwamen gelukkig niet voor verrassingen te staan. Via de PR 4, een boei in de alweer behoorlijke diepe Paesensrede, kom je in de Zoutkamperlaag, dat 24 uur per dag diep is. Het kan er behoorlijk stromen, maar op het moment dat wij erin kwamen en stuurboord uit gingen naar het zuidoosten, naar Lauwersoog, viel het allemaal mee: we hadden slechts de laatste ebstroom tegen. We konden een flink stuk zeilen in de ZKL, maar op het laatste stuk schoot het niet op, dus toch maar weer meneer Penta erbij gehaald. De lucht brak open, de zon ging schijnen en om 15.15 legden we aan in de jachthaven aan de buitenkant van Lauwersoog. Ook in deze haven was het erg rustig. Als snel kwam ook de Libertijn binnen. De Nij Begjin kwam later, want de bemanning wilde zo lang mogelijk genieten van het mooie rustige zeilweer. Op het log stond 20, 66 nm.

13

Uit het logboek van de Libertijn, 20 mei 2018 Traject: van jachthaven Lauwersoog Buiten naar Jachthaven Schiermonnikoog. Vandaag, 20 mei, maken we de oversteek naar Schier. Het is weer een prima dagje, de zon schijnt en er staat een lekkere wind. Het is maar 5 mijl, maar we kunnen pas vanaf 2 uur voor HW Schier de drempel voor de haven passeren. Er zijn verschillende routes naartoe, de een wat ondieper maar korter dan de ander. Maar alle drie schippers besluiten de meest veilige en diepe doorgang over de platen voor Schier te nemen. Er is druk overleg geweest over stroming, diepte enz. enz. waar we inmiddels al zeer ervaren mee zijn. Je moet op dit traject, waar verschillende geulen elkaar kruisen en het stikt van de boeien, goed opletten of de stuurman wel de juiste boeien aan de goede kant passeert. Maar alles gaat uitstekend. Om beurten zeilen we, af en toe gebruiken we even de motor als de geul erg smal is en de wind net niet uit de goeie richting waait, maar zodra het kan, zeilen we. Bij de haven van Schier staat de havenmeester ons op te wachten. We krijgen een plek aangewezen en zeer voldaan genieten en praten we na dat wij zonder vastlopen zo’n mooie tocht hebben gemaakt.


Uit het logboek van de Première, 22 mei 2018 traject: Schier- Lauwersoog- Engwierum door Friesland De jachthaven van Schier is bij laag water een grote modderbak. De boten staan op hun kiel en komen boven water. Wachten, wachten, wachten. Kijken, kijken, kijken.Wanneer komen die staken nu eindelijk eens omhoog? Loopt de vaargeul al vol? Hoe komen wij hier in godsnaam uit de modder weg van lagerwal met een flinke 4, kleine 5 Bft? Hoogwater Schier is om 16:52, dus weg om 2 uur ervoor, om 14:52, volgens de havenmeester. Maar wij hadden er een hard hoofd in, gezien alle modder om ons heen. Maar hij bleek uiteindelijk gelijk te hebben. Langzaam verdween de modder onder water. Hij hielp ons bovendien om weg te komen door middel van een een lange achterspring erg ver naar voren. Dan heeft hij meer effect. Maar als je hem dubbel zou moeten nemen, loop je natuurlijk het risico dat zo’n lange dubbele lijn ergens vast zou haken. Dus we waren erg blij met zijn hulp. Voorzichtig het haventje uit door het modderslootje. De drempel was laag genoeg zowaar. Langzaam varend tussen de staakjes die al bijna rechtop stonden naar buiten door de slingerende Reegeul, voortdurend gespitst op modderweerstand. In het diepe water van de Zoutkam-

perlaag konden we zeilen en we vlogen als een speer met 5 Bft aan de wind zeilend naar de Robbengatsluis van Lauwersoog. Daarachter ligt het zoete water van het Lauwersmeer. Maar eerst nog tanken in de jachthaven Noordgat van Lauwersoog aan de binnenkant. Daarna begonnen we aan onze tocht binnendoor naar Harlingen, samen met de Libertijn. De Nij Begjin kon vanwege de geringe diepgang terug naar Makkum via de Waddenzee. Het Lauwersmeer lag er schitterend mooi en verlaten bij in de late namiddagzon. We hadden het hele meer voor onze twee bootjes. De wind zat mee, we zeilden als in een droomwereldje tussen de groene randen van het natuurgebied. Mooier kan je het als zeiler niet krijgen. Na de Willem Lorésluis kom je in het Dokkumer Grutdiep. Geen wijd water meer, maar een brede sloot met modderig bruin en zoet water en met mooie groene oevers, bosjes en stille kleine Friese dorpen. We sliepen als een blok aan een vrije plaats van de Marrekrite net na de brug bij Engwierum, ondanks het keiharde gekwaak van de kikkers en het gezoem van een enkele mug. Uit het logboek van de Nij Begjin, 22 mei 2018 Traject: Schiermonnikoog – Ameland over het wad. Wat heeft de bemanning van de Nij Begjin

14

in een paar dagen wadzeilen veel geleerd! Aanvankelijk waren we nog wat onzeker en was het prettig om te overleggen met Heske en Joke over de route en het varen over de ondieptes. Met de app ‘Quicktide’ is navigeren een fluitje van een cent. Toch hebben we eindeloos gepuzzeld op de terugtocht over het wad. Met een oostenwind van Bft 4 is alles bezeild, het kan eigenlijk niet mooier.


Cora maakte in navolging van Heske iedere dag een overzicht van de vaarroute met afstanden en ondieptes zodat je meteen kan zien wanneer je bij een bepaalde plek moet zijn. Leny en Philippine volgen op de kaart nauwgezet waar we ons bevinden. We vertrekken zodra het water in het haventje van Schier hoog genoeg is, dat is om 2 uur (3 uur voor HW) en worden uitgezwaaid door onze vriendinnen. Het eerste stuk hebben we forse stroom tegen en moeten de motor bijzetten om voldoen vaart te maken. Als we de Zoutkamperlaag overgestoken hebben, kan de motor uit. Het is echt een fantastische zeildag. Afstand naar Nes op de kaart is 18 nM, op het log hebben we er bij aankomst 24 gevaren. Uit het logboek van de Première, 23 mei 2018 Traject: Engwierum -Dokkum- Leeuwarden-Franeker Na een uur varen werd Heske de volgende dag gebeld door haar Hans dat haar portemonnee was gevonden bij de jachthaven in Lauwersoog waar we getankt hadden. HELP!! Maar gelukkig bewezen Google en internet nu hun nut: binnen no time was een taxi geregeld vanaf Dokkum heen en terug. Heske dus terug naar Lauwersoog. Wij genieten van het oude stadje Dokkum, koffie en een taartje. De tocht kon volgens het tijdschema worden voortgezet over de Dokkumer Ee. Vervolgens veel bruggen in Birdaard en Leeuwarden. In deze stadjes wordt nog ouderwets bruggeld betaald in een klompje.

15


Leuk voor de toeristen! Maar ook een prachtige manier om te oefenen in het stilleggen en houden van het schip. Dat lukte Annemarie na enig oefenen erg goed en haar dag kon niet meer stuk met een aantal puntjes erbij in haar passepartoutboekje. Na de bruggen van Leeuwarden gingen we stuurboord uit, het Van Harinxmakanaal op. Weer van die prachtige verstilde slootranden met wuivend riet, watervogels, grote bomen bij kneuterige eenzame huisjes. En alsmaar zeilen alleen op de genua! Lekker stil, slechts twee binnenvaartschepen tegengekomen. En daar was het dat we hoorden hoeveel lawaai laagvliegende vliegtuigen kunnnen maken. Het bleek een alsmaar overvliegend toestel van de luchtmachtbasis te zijn, daar vlak bij in de buurt. In Franeker legden we aan de stadskade aan en hadden vervolgens erg veel plezier met een borrel erbij met zijn allen in de Libertijn. Wel moesten we de landvasten wat laten vieren. Uit het logboek van de Nij Begjin, 23 mei 2018 Traject: Ameland – Terschelling Leny heeft besloten om persoonlijke redenen naar huis te gaan en gaat ’s ochtends met de ferry naar Holwerd. We zijn inmiddels goed op elkaar ingespeeld. Het is precies doodtij. We informeren dagelijks bij de havenmeester of er verlaging of verhoging is. Dat wisselt van dag tot dag en van plek tot plek. Vandaag -18cm, dat verandert onze plannen niet. Als we langs de Blauwe Balg varen, liggen daar net als op de heenreis veel zeehonden en –hondjes. Met de verrekijker kunnen we ze goed bekijken hoe ze liggen te zonnebaden. De vaart zit erin, oostenwind Bft 4. Tegen borreltijd liggen we aan de steiger, Philipine en Gon koken. Uit het logboek van de Première, 24 mei 2018 Traject: Franeker- Makkum We werden door de Libertijn gemaand om al

om 9 uur te vertrekken. Na drie kwartier moteren waren we al bij de Tjerk Hiddesluizen bij Harlingen die toegang geven tot de Waddenzee. Daarna konden we als ware niveazeilsters het laatst traject over de Waddenzee zeilen: over de Boontjes met ruime wind en een vriendelijke zon die ons verwarmde en niet verschroeide naar de sluizen van Kornwerderzand. Stroom en wind mee, wat een bofkonten voelden wij ons! Wat een zwaar leven hebben we toch, vonden we (denk aan de act van Brigitte Kaandorp) We moesten wel lang wachten aan de remmingswerken voor de brug en de Lorentzsluizen

16

in Kornwerderzand. We lagen mooi vast op lager wal. Toen we eindelijk het verlossende roodgroen zagen, kwamen we op de achterspring niet weg. Dan maar in de voorspring varen, en de boeg goed beschermen. Weer een mooie oefening! Daarna verder moteren naar Jokes thuishaven: Waterportvereniging Makkum, een eitje. Pas aan het begin van de avond kwam de Nij Begjin langs op weg naar de haven van Tornado Sailing, het verhuurbedrijf. Uit het logboek van de Nij Begjin, 24 mei 2018 Traject: Terschelling - Makkum Het plan is om via het Inschot te varen. Volgens de berekening moeten we ruim op tijd over de ondiepte, het Zuidoostrak, kunnen. Het zit niet mee, want er is een aanzienlijke verlaging. We moeten het plan veranderen en terugvaren via de grote vaarroute (Meep, Pollendam) richting Harlingen. We hebben ook niet alles bezeild. Op het laatste stuk valt tegen de verwachting de wind vrijwel weg. De sluis bij Kornwerderzand gaat vlot. De Première en de Libertijn zijn al In Makkum en begroeten ons. Wat een heerlijk en leerzame zeilvakantie was dit! De Wadden en de eilanden zijn zo mooi, we hebben genoten.


HIJ-kookt

Minestronesoep

Ingrediënten: 1 blik gepelde tomaten 1 pak tomaten- of groente-tomatensap 1 blik flageolets of witte bonen Pastaschelpjes of macaroni 1 bouillontablet (kip of groenten) 2 tenen knoflook Blokjes salami Blokjes ham 1 rode ui in snippers ½ courgette in blokjes 2 wortels in plakjes 2 stengels bleekselderij in plakjes Parmezaanse kaas Olijfolie Peper en zout Voor erbij: Soepstengels Foccaciobrood of stokbrood

Een kuip vol borrelende zeilgasten voorzien van een lekker zomers maal? De scheepskok maakt dan een grote pan minestronesoep waar heel wat mensen van mee kunnen genieten. Je kunt (bijna) alle ingrediënten gewoon in blik of gedroogd aan boord hebben, dus prima voor een onverwachte maaltijd.

Bereidingswijze: Verhit 2 eetlepels olijfolie in een grote pan en fruit hierin zachtjes de ui en de knoflook tot de uien glazig zijn. Voeg de courgette, wortelschijfjes en bleekselderijplakjes toe en fruit deze 2 minuten mee. Doe daarna de blokjes salami en ham en de gepelde tomaten plus het pak tomaten- of groentensap erbij en breng aan de kook. Voeg dan de pasta en het bouillonblokje toe en laat zachtjes doorkoken tot de pasta bijna gaar is. Voeg dan de bonen (plus sap) toe en laat zachtjes koken tot de pasta beetgaar is. Is de soep iets te dik? Voeg dan nog wat tomatensap of water toe. Breng op smaak met zwarte peper en zout. Serveer de soep heet in kommen en strooi er parmezaanse kaas over. Geef er soepstengels of het foccaciobrood er bij, eventueel met een schaaltje olijfolie om in te dippen. Je kunt de hoeveelheden aanpassen aan de hoeveelheid gasten in je kuip. Eet smakelijk!

17


BOOTPASPOORT Door Ada Munnik Bij aankomst in een buitenlandse zeehaven is het eerste vereiste dat je je aanmeldt bij het havenkantoor. Lokale autoriteiten willen meestal alles weten over de boot en de opvarenden. Er kunnen grote verschillen zijn tussen de eisen die landen stellen, maar ook tussen havens in hetzelfde land. En niet in de laatste plaats zijn er ook grote verschillen in hoe serieus de havenmeester zijn taak neemt. In het ene uiterste moet je de paspoorten van alle opvarenden én de scheepspapieren niet alleen laten zien, maar zelfs afgeven. In het ander uiterste hoef je alleen maar een formuliertje in te vullen en af te rekenen. Je weet dus nooit van te voren welke papieren je nodig hebt. Dus neem je altijd alles mee. Ook om te voorkomen dat je twee keer die enorm lange steiger moet aflopen. Teruglopen moet je toch, want met al die documenten op zak dat leuke terrasje bezoeken doe je liever niet. Eerst die papieren veilig terug aan boord.

Op de Balearen hadden wij een keer vooruitbetaald maar moesten we toch onze (originele) scheepspapieren afstaan, gedurende het hele verblijf. En ja hoor, bij het vertrek vergaten wij onze papieren op te halen. En dat is ernstig, want probeer maar eens onderweg in het buitenland een nieuwe meetbrief of nationaliteitsverklaring te krijgen. Tja, mooie kleurenkopieën van die documenten hadden wij toen nog niet aan boord. We hebben voor dit probleem een oplossing gevonden. In een tijdschrift lazen wij over een bootpaspoort, dat een inschrijving in een haven veel gemakkelijker zou maken. Mijn man heeft vervolgens voor onze boot een vergelijkbaar bootpaspoort gemaakt en wij zijn hier inmiddels zeer enthousiast over. Ook in het havenkantoor reageert het personeel er positief op. De inschrijving verloopt soepel en als men ons bootpaspoort inneemt en wij vergeten het een keer, dan is dat geen probleem want we hebben er nog een paar aan boord. Het paspoort heeft

18

een officieel uiterlijk, maar belangrijker is dat iedereen meteen over alle gegevens kan beschikken, in het Engels en in het Frans. Tips: Neem als breedtemaat voor het afdrukken 19 cm. Alle ‘zwarte’ letters moeten natuurlijk naar eigen behoefte ingevuld worden Voor Italië kan het handig zijn de naam van de verzekeraar toe te voegen met het polisnummer en de expiratiedatum. Niet alles kan je hiermee ondervangen: bemanningslijst, paspoorten, het verzekerde bedrag van de WA-verzekering kan nog steeds apart opgevraagd worden. Maar bijna altijd is dit paspoort voldoende. En...., je kunt direct doorlopen naar dat leuke terrasje.


19


Mastbreuk, een zeilavontuur door Lia Captein In 2015 besloot ik een lange zeilreis te maken. Het idee daarvoor had ik al jarenlang in mijn brein gekoesterd en de tijd leek daarvoor nu rijp. Mijn Etap 30 was wat aan de kleine kant voor zo’n onderneming en ik oriënteerde mij op het vinden van een andere boot, die daarvoor meer geschikt zou zijn. Daarvoor heb je tijd nodig, maar mijn wens was snel te vertrekken, dus ik wilde daar niet teveel tijd aan kwijtraken. Na een vergeefse zoektocht in diverse havens in Nederland, kwam in januari 2016 een vriendin met de mededeling dat de Freedom 38, waar ik jaren geleden al verliefd op was geworden, te koop stond. In Rome nog wel, vlak bij de woonplaats van mijn zus. Dat betekende dat ik mij rustig zou kunnen oriënteren op de aankoop, terwijl ik

bij mijn zus logeerde en het schip zich al in de Middellandse zee bevond, waar ik wilde zijn. Bovendien bleek de boot de eerste 12 jaar van haar bestaan te zijn onderhouden door een goede vriend van mij, die een zeer goede mecanicien is. Als dat geen karma is, weet ik het ook niet meer! Het vliegtuig genomen en een afspraak met de eigenaren gemaakt het schip te bezoeken. De Freedom stond te glanzen in de zon in een eenvoudige haven aan de Tiber. De huid was volledig vernieuwd en de ongestaagde koolstofmast indrukwekkend. Het tuigage was ook bijzonder: een extra groot doorgelat grootzeil en een kleine zelfkerende fok verstevigd met een wishbone, waardoor hij uitgeboomd bleef staan. Eigenlijk was ik meteen al verkocht, dit schip was prima geschikt om lange tochten solo mee te zeilen.

De eigenaren wilden nog graag afscheid nemen van hun schip en ik wilde nog wel wat instructie over de werking van alles. De aankoop werd gedaan en we besloten gezamenlijk de eerste 6 weken naar Griekenland te varen, waar we beiden baat bij zouden hebben. Ik had nog geen weet van enkele onvolkomenheden aan het schip dat wil zeggen: de motor lekte olie, waardoor het oliepeil na iedere gebruiksdag moest worden gecontroleerd en olie bijgevuld (!) en er zat een scheur in de aluminium gooseneck (de verbinding tussen mast en giek). Deze technische problemen werden onderweg pas duidelijk en ik maakte me daar wel zorgen over. Maar de zeilcapaciteiten van dit schip waren fantastisch. Ik was er heel erg blij met de Freedom. Optimistisch als ik ben en misschien wat onnozel, zette ik mijn schouders eronder. In alle zeil- en vertrekverhalen kan je lezen dat technische problemen erbij horen, onvermijdelijk zijn en opgelost dienen te worden. Bovendien was de koop gesloten. Na aankomst in Griekenland, gingen de vorige eigenaren Joost en Christine van boord en was ik alleen, aan mezelf overgeleverd. In de maanden die volgden heb ik het schip leren kennen als een fantastische zeiler! Vele uren heb ik mij solo of met bemanning in de zevende hemel gevoeld, spelend met golven, wind en alle bijkomende elementen. Storm, sterke stroming, onweer en bliksem, zonneschijn, de maan die verandert van kleur en in de zee kan zakken maakten de ongemakken meer dan goed. We zeilden van Nidri naar Rome via de straat van Messina, vervolgens via Sardinië en Barcelona, langs de kust van Spanje door de straat van Gibraltar naar Cádiz. We staken over naar Marokko en arriveerden op de Canarische eilanden.

20


Het was inmiddels eind december, ik verlangde naar een pauze en Lucas, onze zoon ging afstuderen. Een goed moment om de boot achter te laten in een veilige haven, met twee ervaren opstappers aan boord, die op de boot zouden passen. Ik gaf hun toestemming met de Freedom door te zeilen naar het nabijgelegen eiland Lanzarote tijdens mijn afwezigheid. Tijdens die oversteek is er iets misgegaan. De mast brak af met het volledige tuigage in top. Hoe dat veroorzaakt werd weten we niet. Het gebeurde gewoon.Ik was niet aan boord, dus ik kan en wil verder ook niet speculeren over de oorzaak. Gelukkig is niemand gewond geraakt tijdens deze gebeurtenis.De bemanning heeft hulp gevraagd en gekregen van de Spaanse kustwacht, die opdracht gaf het zeil en de lijnen te kappen. Nadat de verzekering op de hoogte was gesteld, kwam er een expert aan boord. Hij heeft getracht de oorzaak van deze mastbreuk in kaart te brengen. Zijn veronderstelling was dat het slijtage zou kunnen zijn. Om deze stelling te onderbouwen werd de maststomp, die nog op de boot stond, los te maken en te versturen naar een gespecialiseerd Italiaans bedrijf. Zij onderzochten de stomp onder andere met behulp van UV-apparatuur. De conclusie was dat er sprake was van materiaalmoeheid en dat de mastbreuk dus was veroorzaakt door slijtage. Ik begon mijn eigen onderzoek en kwam tot de conclusie dat er nooit eerder een koolstofmast was gebroken. Via zeilvrienden vond ik Erik, een

Amerikaanse bootarchitect, inmiddels gepensioneerd, die mede de Freedom heeft ontworpen. Hij was geïnteresseerd en behulpzaam en wilde graag het keuringsrapport van de Italianen inzien. Hij heeft het rapport grondig van commentaar voorzien en kwam niet tot een andere conclusie op basis van deze gegevens. Hij vroeg me foto’s te sturen van de maststomp. De mast was inmiddels in Nederland gearriveerd en ik was dus in staat aan zijn vraag te voldoen. Ik maakte foto’s van de binnen- en buitenzijde van de maststomp en het breukvlak en stuurde die op. Erik bestudeerde de foto’s en kwam met een verhelderende conclusie: de stalen plaat aan de binnenzijde van de mast, die de verbinding tussen mast en giek moet verstevigen ter ondersteuning van de schroefverbinding, was te klein! En daarmee het draagvlak van de verbinding te gering. Deze stelling van Erik was voor de verzekeringsmaatschappij voldoende overtuigend om tot een gedeelte van vergoeding van het schip over te gaan. Voor mij zou het te kostbaar worden om er een nieuwe koolstofmast op te laten zetten en zo kwam mijn avontuur met de Freedom tot een einde. Haar prachtige romp en toebehoren zijn voor 1 euro verkocht aan een blije Nederlander op Lanzarote, die er weer een compleet zeilschip van ging maken. De nieuwe eigenaar was van plan de mast te vervangen door een aluminium exemplaar, waarmee het hele ontwerp veranderd zou worden.

21

Een zeilavontuur blijft altijd een of meer onvoorspelbare elementen bevatten. Maar toch heb ik een belangrijke les geleerd: koop nooit een boot zonder een deugdelijke technische keuring. In dit geval was het euvel er bij een keuring niet uitgekomen, maar toch. Deze teleurstellende afloop van mijn zeilavontuur neemt niet weg dat ik een fantastisch zeiljaar heb gehad en heel dankbaar ben voor alle ontmoetingen en alle hulp van veel lieve mensen die dit avontuur tot een aanvaardbaar einde hebben gebracht.


Dat schiet zo niet op, bedacht ik en ik werd lid van de VVZ. Na een bezoek aan de ledenvergadering en telefonisch contact met Heske van der Vossen, was ik over de drempel en meldde ik mij aan voor een aantal oefendagen. En zo zeilde ik dit jaar heerlijk een aantal keer met VVZ -zeilsters, hartstikke leuk. De eerste ronde was al in april en wind en weer trotserend, startten we met drie vrouwen in een prima weekend het seizoen. Vanuit de thuishaven Aalsmeer voeren we in een paar uur over de Westeinder, door de Ringvaart van de Haarlemmermeerpolder naar De Kaag. Een aardig tochtje, onderweg een paar bruggen, en tijd genoeg voor een kennismaking. Het was wel even wennen om zomaar vreemden aan boord te verwelkomen, maar eerlijk gezegd was het helemaal niet moeilijk. De Kagerplassen is een pittoresk gebied, en valt daarom meestal wel in de smaak bij bezoekers. Koeien aan de dijk, draaiende molens en kleine huisjes verscholen in het riet, voor de randstad een onverwacht landelijk gebied. Het is op de Kaag wel ondiep en ik moet er altijd oppassen waar ik vaar, maar het lukte me mijn reputatie als schipper goed te houden, we liepen dat weekend niet aan de grond. Het was ‘s avonds nog even een organisatie om voor ons alle drie een ruime slaapplaats te creëren maar met wat passen en meten lukte ook dat. Later in het jaar en een aantal weekenden met opstappers verder, werd slapen aan boord met twee opstappers een geoliede machine, maar ook de eerste keer kwamen we nog wel aan wat nachtrust toe. In juni stapten maar liefst drie VVZ-sters aan boord voor een dag. Voor een van hen een weerzien met een vaargebied waar ze sinds haar jeugd niet meer was geweest en dat gaf dan weer aanleiding voor ons alle vier om over onze zeilgeschiedenissen te vertellen. Het was een fijne dag waarop ik zelf ook veel heb bijgeleerd, net als in het eerdere weekend.

1 jaar VVZ door Mirjam Houtlosser Zo! Het eerste jaar als VVZ-ster in seizoen 2018 zit er op en het was leuk en de moeite waard. Veel nieuwe ervaringen en heel wat om te overdenken. Ik ben nu al benieuwd naar een volgend seizoen, maar hier vertel ik over het voorbije. Ik start met wie ik ben: Mirjam Houtlosser, 60 jaar en schipper van de Isis. Een klein maar fijn zeewaardig jachtje. Jaren voer ik

met een vaste opstapper, maar die stopte een jaar of twee geleden. Op dat moment begon de voortdurende zoektocht naar bemanning en dat leidde vaak tot dit soort reacties: “Ja leuk we willen zeker mee, maar o nee wat jammer dat het weer niet goed is, liever een andere keer”, “Nee mam, dit weekend ga ik iets anders doen”, “Nee Mirjam, dank voor de uitnodiging, we hebben al plannen”, ”O wat leuk, zaterdagmiddag tussen 5 en 6 hebben we nog tijd, is dat wat?’.

22

Plotseling moet ik de dingen die ik doe uitleggen...


Ten slotte kwam in september voor een laatste ronde, na wat planningsperikelen, uiteindelijk één zeilster aan boord. Maar wat voor een! We zeilden mee met de informele zeilwedstrijd die de lokale zeilvereniging organiseerde ter afsluiting van het seizoen en wonnen de tweede prijs. Al met al waren het drie gezellige leuke en verrassende reisjes. Door de gemeenschappelijke passie bleek het eigenlijk altijd gemakkelijk een prettig contact op te bouwen en met elkaar een fijne dag of heerlijk weekend te hebben. Wat ik het meest verrassend vond is dat ik zelf als schipper heel veel van al die opstappers heb geleerd. Ten eerste omdat er gewoonweg hele goede zeilsters bij de VVZ zijn, die het allemaal even leuk vinden om kennis en vaardigheden te delen. Maar ook het contact met de minder ervaren zeilsters leidt tot leren. Plotseling moet ik de dingen die ik doe uitleggen en dan blijkt ook niet alles even logisch bedacht. Misschien speelt hier ook een rol dat ik nooit een zeilopleiding heb

gevolgd. Ik heb leren zeilen doordat mijn vader mij in een klein jolletje, een zogeheten Piraatje zette, het bootje afduwde en “ Goede reis!” riep. Vanaf de kant gaf hij daarna nog wat adviezen mee en dat was het. Hoe ik bijvoorbeeld ordentelijk een lijn moet opschieten, heb ik pas veel later en bij toeval geleerd. Een zeil netjes invouwen, nooit geleerd. Een paalsteek? Geen idee. Natuurlijk heb ik door de jaren heen van deze en gene heel wat tips gekregen en tricks geleerd en ook allerlei theoriediploma’s behaald zoals marifonie, vaarbewijs en TKN, maar juist het zeilen met andere ervaren én onervaren zeilsters, blijkt nu nog een bron van inzicht en deskundigheidsbevordering. Geweldig.

reizen heb ik nog veel opgestoken, het was echt een mooi en leerzaam zeiljaar.

Tussen de afspraken met VVZsters door heb ik ook nog andere reizen met mijn boot gemaakt, onder andere met opstappers van mijn lokale watersportvereniging, waaronder een naar Southwold en Pinn Mill. Op eigen kracht recht naar de overkant was heel bijzonder. Ook op deze

Het was al met al een super eerste VVZ-jaar en ik wil de vereniging daarvoor graag bedanken. Natuurlijk gaat mijn dank ook en vooral uit naar de ervaren en minder ervaren opstappers die ik aan boord had. Dank voor alle gezelligheid en ik heb veel van jullie geleerd!

23

Kers op de taart van dit eerste VVZ-jaar was voor mij wel het weekend met de Brandarisrace. Met zo’n twintig vrouwen scheepten we in Makkum in op de klipper Mon Désir en deden we mee aan de Brandarisrace van Harlingen naar Terschelling. Een fantastische afsluiting van het seizoen, die ik alle VVZ-sters kan aanraden. Gezellig, sportief en heel erg bijzonder. Zo’n zeventig bruine vlootschepen bij elkaar, een onvergetelijke aanblik. En natuurlijk de Waddenzee zelf, die is ook in het najaar meer dan de moeite waard.


Boekenrubriek

door Petra Oudhoff

door Gon Voorham

door Sylvia van der Heiden

“De diepte in” van G. Bruce Knecht heeft op mij veel indruk gemaakt. Het gaat over de Sydney Hobart-race van 1998. Een rampzalig verlopen zeilwedstrijd waarbij zes zeilers de dood vonden. Deels omdat de orkaan Helen, veel zwaarder was dan aanvankelijk werd verwacht. Ook ontstonden 9 tot 10 meter hoge golven door wind tegen stroom. Uiteindelijk werd er regelmatig 65 knopen wind gemeten, met uitschieters van 80 knopen.

Pas door mij aangeschaft is het fantastische boek “Zeilen zonder zorgen”. Het is een uitkomst voor zeilers op jachten met een kleine bemanning (een of twee personen). Het behandelt stap voor stap alle manoeuvres en handelingen aan boord van een zeiljacht. Het boek geeft uiterst bruikbare tips en oplossingen om alles makkelijk, overzichtelijk en zonder stress te laten verlopen en zonder dat je een extra handje aan boord nodig hebt. Van zeilen hijsen, reven, in de haven manoeuvreren tot ankeren, en alles daartussenin. Met de handige tips uit dit zeer uitgebreide naslagwerk blijft het voor iedereen aan boord leuk, veilig en ontspannen! Een ideaal boek met een schat aan informatie voor zowel stellen die samen varen als solozeilers en opstappers.

Mijn man Martin en ik zeilen flinke afstanden, maar we zouden nooit een heel groot vaarwater willen oversteken. Maar wat is het heerlijk om in de vakantie de verhalen te lezen over de avonturen van wereldomzeilers. Bijvoorbeeld als je verwaaid ligt of je juist erg verveelt. Eén van die verhalen is “Rond de wereld met een glimlach” van Cees de Reus. Al weet ik niet of die glimlach die van ons is of die van de schrijver.

In het boek worden drie boten gevolgd: de Sayonara van Larry Ellison, toen de op een na rijkste man ter wereld, de Sword of Orion en de Winston Churchill. Het boek begint traag, maar als de schepen eenmaal op zee zijn, wordt het bloedspannend. De beman-ningen en hun gedachten en gevoelens worden gevolgd, evenals besluitvorming en leiderschap in de groep (of het soms zorgwekkende gebrek daaraan) en de aarzelingen en de twijfels. Maar ook de moed om bij 30 knopen wind de mast in te gaan! Het schil-dert de schade, het vergeefs starten van de motor als de boot een rol gemaakt heeft, het verlies van de mast en het besluit om de reddingsvlotten in te gaan. Je wilt gewoon weten hoe het met iedereen afloopt en het boek leest in één ruk uit. Het is een page-turner van jewelste.

Door middel van vele QR-codes in het boek kunnen filmpjes worden bekeken van de besproken handelingen. “Zeilen zonder Zorgen”, doorDuncan Wells uitgeverij Hollandia, ISBN 9789064106088, € 19.95.

Een stel zestigers besluit ‘zomaar’ alles achter zich te laten en de wereld rond te zeilen. Ze hebben een boot, een Standfast 40P en zeilervaring, maar geen technische achtergrond of inzicht. Ze stelden zich die reis voor in wuivende palmen en een stralende zon. Ze zeilen veel, volgen ongebaande paden en beschrijven prachtige cultuur Dus ook voor lezers die niet houden van alleen stoere ‘waterverhalen’, is het een interessant boek. Veel bestemmingen komen aan bod (met foto’s), maar nergens wordt het langdradig of saai. En je blijft erbij glimlachen… Het enige dat jammer is, is dat het een (in eigen beheer uitgegeven?) pocket is waarvan de pagina’s in rap tempo loslaten uit de rug. “Rond de wereld met een glimlach”, door Cees de Reus Brave New Books, ISBN nr.: 9789402163742, € 22,-

“De diepte in”, door G. Bruce Knecht Nijgh & Van Ditmar, ISBN nr: 9789038803265, € 27,50

24


door Heske van der Vossen Wieke van Oordt is bij ons vooral bekend als schrijfster van kinderboeken. En sinds ze aan het zeilen is geslagen, misschien ook van haar column in het maandblad ‘Zeilen Magazine’ . Zeer onlangs (november 2018) kwam er een ‘volwassen’ boek van haar uit. In 17 korte verhalen laat ze de lezer haar ontwikkeling als zeilster meebeleven. Vanaf haar jonge jeugd als zusje van een grote broer in een open boot op de plassen, via een cursusweek op zee, waarbij ze ongenadig commentaar krijgt (“Zeezeilen legt de ziel bloot”, zegt de instructeur), tot aan de oversteek als opstapster over de grote zoute zee. Ze leert Zeils, komt erachter welke zeiltaboes er zijn, ontmoet rode broeken-, bruine vloot- en zoutzeilers en ontdekt het beste plekje aan boord om over te geven. Het zijn eigenlijk 17 sfeertekeningen waarin zij in monologues intérieures, de lezer laat meegenieten van haar gedachten en gevoelens en haar vergevingsgezinde commentaar op de zeiltypes die ze tegenkomt. Schrijfster laat veel onbenoemd en daardoor vult de lezer in en komen de beelden raak binnen. Haar subtiele beschrijvingen van personen en situaties aan boord en reacties op haar als vrouw zullen ons VVZ-ers als muziek in de oren klinken. En meer dan herkenbaar zijn: we zijn het zelf. Dat maakt dat je dit boekje (155 pagina’s) in één ruk wilt uitlezen. En ook wat betreft taal en stijl is dit boek heel toegankelijk: in ‘gewone’ mensentaal geschreven en bijna in spreektaalzinnen. Met een licht ironische toon neemt Wieke van

Oordt zowel zichzelf als haar ‘medespelers’ op de hak. Zelfspot is haar niet vreemd en ook daarin herkennen wij, zeilende vrouwen, onszelf: serieus, goed voorbereid en superonzeker. Wij (en de schrijfster) maken ongemerkt een ontwikkeling door, we kunnen van alles, maar zijn ons daar niet van bewust. We blijven ons onzeker voelen en onszelf te laag waarderen. En toch zijn we stoer en kunnen we ongemakken tackelen. Behalve dan als het om zeeziekte gaat. Over het zeilen zegt ze: “Het gaat onder je huid zitten en je komt er nooit meer van af”. Die uitspraak verklaart wellicht de ondertitel: ik probeer het toch. Want wie blijft er nou alsmaar het water opgaan, hoewel je bang bent en zeeziek, het koud hebt, niet lekker kan slapen en voortdurend denkt dat je het niet kunt? In de typografie van de titel is een grapje uitgehaald: het woord niet is als het ware met de hand geschreven toegevoegd aan de ‘oorspronkelijke’ titel:’Meisje kunnen zeilen’. Het geeft precies de ambivalentie weer van onze houding ten aanzien van het zeilen: wel willen en kunnen, maar denken het niet te kunnen. Misschien moeten we daarmee ophouden! Dat lijkt de impliciete boodschap te zijn. Herman de Coninck zegt het zo: “Angst en geluk zijn tweelingzusjes”. Voor de boordbibliotheek, lezen dat boek!! “Vrouwen kunnen niet zeilen; ik probeer het toch”, door Wieke van Oordt. Uitgeverij Hollandia. ISBN9789064106644. € 14,99

25


De Leslienacht Le Tournesol sailing Atlantic 2018-2019 door Marianne de Jong 24 oktober 2018 Mijn warme hand ligt op de bolle buik van mijn lieve dochter Annelies. Hij duwt mijn hand zacht weg, met zijn knietje of met zijn voetje, wie zal

het zeggen. “Dag mijn lieve kleine knulletje”, fluister ik tegen de buik, “Oma gaat weer eventjes zeilen samen met Opa Rob. Zorg goed voor Mama als ik daar op de hele grote grote zee ben. Tot snel”. Een traantje loopt over m’n wang als het vliegtuig de landing inzet en aanstuurt op

26

Funchal Airport, Madeira. Ik zie uit het raampje de smalle haveningang van Quinta do Lorde en denk terug aan zaterdagochtend, rond 08:00 uur, 13 oktober.


9 oktober 2018 De reis vanuit Lissabon richting Madeira verloopt goed tot we op dag 4 van meerdere kanten berichten krijgen dat er een orkaan Leslie onderweg is richting Madeira. We wisten wel dat er zich een onrustig front aan het ontwikkelen was op de oceaan, echter onze weerstations geven aan dat de storm honderden mijlen ten noorden van Madeira zal blijven ronddwalen en juist zal afbuigen in noordwestelijke richting. Maar de werkelijkheid blijkt anders. Want hoe dichterbij we komen in de buurt van Madeira, hoe verontrustender de weerbeelden. Het wordt namelijk duidelijk dat de storm zich tot een orkaan aan het ontwikkelen is en veel oostelijker trekt dan voorspeld. Daarom passen wij onze route op vrijdag 12 oktober 2018 aan en besluiten we om te gaan schuilen op het eiland Porto Santo, 30 mijl ten noordoosten van Madeira. We zetten de motor er flink bij om te versnellen, want we merken wel dat de zee onrustig wordt en de wind onrustbarend toeneemt. Om 23:00 uur arriveren we in de haven van Porto Santo. Daar aangekomen blijkt dat we hier absoluut niet kunnen aanmeren. De haven is bomvol. In het midden liggen boten voor anker tegen elkaar aan te bonken, waardoor er een onveilige situatie is ontstaan. Daar wil je niet bij gaan liggen in deze aankomende storm. Er zit maar ĂŠĂŠn oplossing op: doorvaren naar Madeira. De weersvoorspelling geeft aan dat we tot ruim 09:00 uur de volgende dag de tijd hebben om daar veilig aan te komen, met gemiddeld 20 knopen wind, wat heel goed te doen is. We zijn er beduusd van wanneer we ons realiseren dat we door moeten varen. Maar er zit niks anders op. We halen het wel, houd ik mijzelf voor. Ik neem plaats achter de kaartentafel en kan zo de afgelegde route goed volgen op het Yachtcontrol scherm. Ook kan ik af en toe een antwoord geven, met name op momenten dat de touchscreen van de plotter het buiten door de enorme hoeveelheid water even opgeeft. Omdat het thuisfront van deze Leslie afweet, en door alle technieken van deze tijd onze exacte lokatie kan zien, is het belangrijk om hun te laten weten wat er aan de hand is en waarom we doorvaren naar Madeira. Dus sturen we een paar geruststellende berichtjes. Bij het uitvaren blijkt al snel dat de voorspelling qua windkracht niet klopt met de werkelijkheid. De eerste windvlagen bereiken al snel 34-38 knopen (windkracht 8). De richting blijkt wel te kloppen. Zuid, dus tegen. Ook de stroom staat tegen. Al snel blijken wind en golven steeds sterker te worden. Boven-

dien zijn de golven niet goed te zien vanwege het donker, dus worden we regelmatig verrast door een enorme waterpartij over de boot. Het wordt worstelen om vooruit te komen. Soms loopt Le Tournesol slechts 2 knoop over de grond. Dus de tocht gaat aanzienlijk langer duren dan de geplande 7 uren om in Madeira aan te komen. Rob is de hele nacht de rust zelve, hoe hard de boot ook op de golven klapt, hoeveel water er ook over de boot heen komt en hoe langzaam ook Le Tournesol de mijlen wegtikt. En dan die kletsnatte maar oh zo geruststellende knipoog, en mijn magere glimlach als antwoord.

27


Een ander hoofdstuk in dit verhaal is het brandstofverbruik. Doordat regelmatig op de motor moet worden gevaren in verband met de gewenste aankomsttijd, moeten we goed rekening houden met het verbruik en de resterende hoeveelheid. Alle reservejerrycans zijn leeg, maar volgens alle berekeningen moeten we het halen. En we hebben het gehaald, maar dat dit bijkomend spannend was behoeft geen uitleg. Maar eindelijk, op 13 oktober 08:00 in de ochtend, als het begint te schemeren, zien we de haveningang van Quinta do Lorde, Madeira. Moe, nat en blij zijn we. Tournesol, wat heb je het tot nog toe goed gedaan in al dat geweld op je romp! Nu nog de laatste hobbel: aanleggen in de jachthaven. Rob is net terug van het voordek, waar hij een paar lijnen en stootwillen heeft klaargelegd. De golven zijn minstens zes meter hoog, de wind beukt met 38 knopen tegen de romp. Door het stuivende water zien we alleen het groene havenhoofd. “We zijn er, we zijn er”, praat ik mezelf moed in. “It won’t be easy, be well prepared”, klinkt het marifoonbericht van onze Deense vrienden nog na in onze oren. De hele tocht van Lissabon naar Madeira hebben we samen opgevaren en deelden we regel-

matig gezellige en geruststellende berichten. Naarmate de wind toenam, werd het stiller over de marifoon, en tuurden we in de duisternis om af en toe elkaars toplicht te kunnen zien. Maar nu staan ze op ons te wachten in de stromende regen. Rob neemt het stuurwiel weer van me over. “Hoe gaan we dit doen”, hoor ik hem in zich zelf praten. Een eerste piepkleine twijfel?? Het lukt hem om recht voor de haveningang te komen, gas erbij en met de storm op de kont spuiten we de haven in. En.... wég zijn de golven. De Denen en een Fransman in onderbroek helpen ons met aanleggen. En dan die knuffel van vier

28

kletsnatte stevige kerels! Zoute en zoete tranen mengen zich. De Leslienacht is achter de rug. We ruimen de boot op, drogen alle zeilen, dweilen de vloer en pakken een lange warme douche. Het vliegtuig remt maximaal en benut de volledige kleine landingsbaan van Funchal Airport. Daar staat mijn schipper, en mijn maatje, m’n knipoog-in-moeilijke-tijden-kampioen. Hier is je first mate weer lieverd, trossen los, op naar Tenerife!


Hoe organiseer ik mijn logboek?

Door Ada Munnik

te melden had. Of dat je te weinig ruimte hebt, omdat je juist veel te melden had.

Herkennen jullie het volgende? Je geeft de basisgegevens weer van de te maken tocht en tijdens het varen voeg je nog relevante data toe en wellicht ook nog een ‘verhaal’ over bepaalde (sociale) gebeurtenissen. Daaronder komt dan de informatie over de volgende trip. Vervolgens voeg je onderweg belangrijke info toe die je beter vooraf had kunnen vermelden. Als je een paar tochten verder bent is de toegankelijkheid van je logboek zoek: waar staat nou wat? Er zit geen structuur in! Er bestaan gestructureerde voorgedrukte logboeken. Het nadeel daarvan vind ik dat je vaak half lege bladzijden overhoudt, omdat je weinig

29

Wij bedachten en gebruikten daarom onderstaand etiket, opgemaakt in excel. Door bij de start van een tocht een etiket in je logboek te plakken waar de basisgegevens voor de start op ingevuld kunnen worden, zorg je ervoor dat je in één oogopslag ziet waar de basisgegevens staan, waar een tocht begint en waar hij eindigt. Bovendien is er nu veel ruimte om je verhaal kwijt te kunnen. Maar nooit te veel ruimte, want het etiket van de volgende dag plak je gewoon onder de tekst van de vorige dag. Op een A4 stickervel passen vijf etiketten. Etiketten die je natuurlijk naar eigen behoefte kunt indelen.


Ter Leeringhe ende Vermaeck door Ada Munnik In april 2017 besloten we onze boot Ile Flottante, die op dat moment in Le Lavandou in ZuidFrankrijk lag, te verplaatsen naar Pisa in Italië. In de zomermaanden stijgen de prijzen van de ligplaatsen in Frankrijk namelijk nogal en daar hadden we geen zin in. We wilden langs de kust varen, de afstand bedroeg ongeveer 180 nM. We hadden daar tien dagen voor uitgetrokken. Met wat stops en bezichtigingen van leuke stadjes onderweg, leek ons dat een reële inschatting. Mijn echtgenoot had met hulp van twee zwagers een maand geleden de boot al helemaal vertrekklaar gemaakt. De kachel was ook nagekeken en vaak gebruikt, omdat het ‘s avonds ook toen al behoorlijk afkoelde. Bovendien had de motor een grondige onderhoudsbeurt gekregen van een erkend Volvo Pentabedrijf ter plaatse en de dieseltank was tot aan de nok gevuld. Voor vertrek controleerden we de motor nogmaals en alles was piekfijn in orde. We konden door deze grondige voorbereiding snel vertrekken. We hadden veel zin in deze voorjaarstocht. De tocht verliep aanvankelijk voorspoedig, ondanks veel tegenwind, sterke stroming en een lage buitentemperatuur. Door deze omstandigheden moesten we per dag meer vaaruren maken dan gepland en zetten we vaker de motor bij, om op tijd in de volgende haven te zijn. Eenmaal in de veilige haven met een boek op de bank bij ons snorrende kacheltje in de warme kajuit, was het weer heerlijk genieten.

Na twee dagen kwam Savona, onze eerste Italiaanse havenplaats in zicht. In het onrustige water met vrij hoge golven moesten we de druk bevaren aanlooproute oversteken. Omdat op dat moment de wind sterk afnam en wij de vaarroute recht wilden oversteken, streken we de zeilen en startten we de motor. Na een tijdje begon de motor te sputteren en leek hij afgeremd te worden en liep de snelheid terug. Achteruit varen om iets uit de schroef krijgen leverde alleen op dat bij lage toerentallen de motor het helemaal niet naar zijn zin had. Totdat hij er gewoon mee stopte. De temperatuur was vast te hoog. We moesten op dat moment nog circa twee mijl naar Savona. Inmiddels was de wind helemaal weggevallen en zaten we midden tussen de af- en aanvarende zeeschepen. Via de AIS zagen we de MMSI-nummers. Dat was best tricky. Ik probeerde daarom via de VHF door te geven dat wij stuurloos waren, maar er kwam geen respons. Ook probeerde ik via de marifoon contact te krijgen met de havenmeester. Maar mijn oproepen en de mededeling dat we stuurloos waren, bleven onbeantwoord. Na herhaaldelijke oproepen kwam er plotseling een Search-and Rescueboot onze kant opgevaren, die ons de buitenhaven binnensleepte, onder het wakend oog van een pilotschip. In de haven nam de havenmeester in zijn krakkemikkige bootje van 2,5 meter lengte de begeleiding over en hielp ons naar een prachtig plekje in de oude haven. Wat een VIP behandeling! We voelden ons opgelucht en feestelijk, en moesten denken aan een vergelijkbare situatie in een Griekse haven. Dat ging er heel anders aan

Brandstofproblemen?

30

toe! Bij het afmeren, probeerden we de motor nogmaals en tot onze verbazing liep de motor als vanouds. Nadat we alle havenformaliteiten hadden afgehandeld, gingen we op zoek naar een monteur. Die begreep onmiddellijk het probleem: dat moest wel een “dichtgeslibde koelvloeistofslang”zijn, zo beweerde bij. Hij verving hem direct. Intussen genoten wij, verlost van de zorgen om de motor, van de prachtige stad Savona. Twee dagen later konden we in de rustige haven een proefvaart maken en alles werkte naar behoren. Top! De volgende dag meteen weer verder, want onze reservedagen dreigden op te raken. Op weg naar Grazie, via Chiavari. Grazie heeft een nauwe haveningang met een prachtige fortificatie en kathedraal, waardoor de haven goed beschut ligt. De motor liep als een zonnetje. De volgende dag zou het begin van de laatste etappe worden van deze voorjaarstocht. Er lag een depressie op de loer, maar volgens Passageweather zou die ons pas in de avond bereiken. Maar jullie weten dat niets veranderlijker is dan het weer. En ja hoor, al na een uur zeilen trok de wind aan, de golven bouwden zich op, de wind ging krimpen en het begon te stortregenen. We probeerden aanvankelijk al kruisend Pisa nog te bereiken. Maar met nog 30 mijl te gaan, windkracht 7 tegen, met golven van twee meter hoogte, besloten we de motor bij te zetten. En…. $#@5&8…en #4@# ,... geen motor! Het is toch niet te geloven!


We besloten naar de ruime vluchthaven Carrare te zeilen en daar in de haven de havenmeester op te roepen. So far so good. Maar ja, we hadden even geen rekening gehouden met de siësta van de havenmeester. Op beide kanalen die in de pilot vermeld stonden en het telefoonnummer werd niet gereageerd. De havenmeester sliep kennelijk diep. In de beperkte beschutting van de haven, probeerden we tegen beter weten in maar wel vol hoop de motor weer aan de praat te krijgen. En jawel hoor, het vertrouwde geluid was weer te horen, een pak van ons hart. Nu we de boot met motor onder controle hadden, konden we de situatie overzien. Met deze stormwind bleek het echter onmogelijk om de boot tussen andere boten aan te leggen, gezien de smalle doorgang tussen de schepen. De enige mogelijkheid was om aan het begin van de haven aan te leggen, bij een steiger die een halve meter wild op en neer ging. Van de regen in de drup dus, maar we waagden het erop. En het lukte ons: na veel inspanning en creatieve oplossingen, (want de mooringlijn kwam maar tot halverwege de boot), lagen we dan eindelijk stormvast. Behoorlijk uitgeput zaten we bij te komen, toen we geschreeuw hoorden op de steiger. We schoten gealarmeerd naar buiten. Daar stond dan eindelijk de havenmeester, die ons met veel misbaar kenbaar maakten dat we hier onmogelijk konden liggen. En waarom we hem niet hadden opgeroepen. Toen we vertel-

den dat we dit echt wel hadden gedaan, werd ons gezegd dat de informatie van de pilot niet klopte. En zijn telefoon dan? Die had hij niet gehoord. Dat het ons toch gelukt was om de boot veilig af te meren ging zijn verstand te boven. We werden gesommeerd om tussen een aantal boten opnieuw af te meren. Daarbij zouden we assistentie van een marinerobootje krijgen. Het eindigde erin dat wij het marinerobootje voor een aanvaring moesten behoeden door sterk achteruit te varen. Uiteindelijk wisten we lijnen naar de kant te krijgen en konden we door mensen op de steiger vastgesjord worden.

koud en hadden we de kachel aangehad. Deze gebruikt nogal wat diesel en wij noteerden wel altijd de motoruren om zo het dieselniveau te bewaken maar we hadden gewoon niet aan aan het dieselgebruik van de kachel gedacht, dus aantekeningen daarover waren er niet. Er was dus veel meer diesel verbruikt dan onze sommetjes aangaven. Dit lagere dieselniveau in combinatie met schuingaan bij flinke golfslag had ervoor gezorgd dat de motor bij ruigere omstandigheden lucht aanzoog in plaats van diesel. Op kalmer water deed zich dit probleem natuurlijk niet voor!

De volgende dag besloten we naar Pisa te vertrekken, ondanks de windkracht 5 Bft. De wind was weer tegen, de golven wel 1,5 meter hoog. Maar de tijd drong en Pisa was niet ver meer. Maar bij Pisa wachtte ons een nieuwe uitdaging. De haveningang bleek erg smal. Hoge brekers beukten op en over de havenhoofden. We maakten enkele benauwde ogenblikken door. De motor startte echter direct en na een hoge roller waagden we ‘de sprong’ de veilige haven in.We werden tussen de havenhoofden meegezogen, heen en weer gekwakt en na enkele spannende ogenblikken konden we veilig afmeren.

De diagnose van de monteur in Savona had wel voor werkgelegenheid gezorgd, maar absoluut ons probleem niet opgelost. Bijtanken was de juiste oplossing geweest. Zo simpel kan het dus soms zijn. Maar kom er maar eens op als je moet vechten met wind en golven en de grote zeestomers angstwekkend dicht in de buurt komen.

De volgende dag begrepen we opeens waardoor ons motorprobleem werd veroorzaakt! Ondanks zeer zorgvuldig bijhouden van alle vaargegevens, hadden we één ding over het hoofd gezien. Tijdens de klusweek en bij aanvang van onze tocht waren de avonden erg

En de brandstofmeter? Gaf die niet aan dat de tank aardig leeg raakte? Helaas zijn de brandstofmeters op de meeste Bavaria’s volstrekt onbetrouwbaar.

31

De moraal van dit verhaal: noteer niet alleen de motoruren, maar ook het aantal uren dat de kachel heeft gebrand. Want de kachel gebruikt meer diesel dan je denkt. En verder: een vakman kan er ook wel eens flink naast zitten.


Stormvast bij windkracht 10 door Ada Munnik In september 2016 vertrokken we vanuit Valencia naar de zuidkust van Frankrijk. In een van de havens daar wilden we namelijk de boot laten overwinteren. Het was een heerlijke tocht, maar het het weer aan de Franse zuidkust was opvallend onbestendiger dan bij de Spaanse oostkust. We merkten dat de weersvoorspellingen vaak niet klopten, want meestal stond er in werkelijkheid meer wind dan was voorspeld. We wilden naar Port NapolĂŠon en we schatten in dat we die haven net voor een fikse depressie konden bereiken. Maar niks daarvan, het loopt vaak anders dan je denkt: de depressie, met een voorspelde 7-8 Bft , bereikte ons eerder dan verwacht. Met nog 30 mijl voor de boeg besloten we daarom naar de vluchthaven Port Gardian te gaan, de haven van Saintes-Maries-de-la-Mer. Meestal meer je in de Middellandse Zee af aan een mooringlijn, maar in deze haven konden we gelukkig afmeren aan twee palen die door middel van zijlijnen verbonden waren aan de steiger. Die gaven namelijk veel meer mogelijkheid om veel lijnen uit te brengen. Het was een stevige klus om de Ile Flottante daar bij windkracht 6 stormvast aan af te meren. De boeg bevestigden wij met vier landvasten met shock absorbers en twee springen. Daarnaast maakten we voor de zekerheid ook nog lijnen links en

Uitzicht vanaf de Ile Flottante

rechts aan de zijlijnen vast. Aan de achterzijde brachten we twee landvasten en twee gekruiste lijnen met veren aan naar de steiger En, voor het geval de boot toch de steiger zou raken, hingen we vijf stootwillen op aan de achterzijde. Zo, laat nu die storm maar komen.

Even later arriveerde naast ons een boot met een gezin. Hun voorlijnen waren te kort om de palen te bereiken, dus werden ze verlengd met een dunnere lijn. In totaal hadden zij twee voor- en twee achterlandvasten. Na een uur zwoegen met elkaar waren ook zij afgemeerd. Maar wij hadden zo onze bedenkingen over hun stormvastheid. Ondertussen was de storm in hevigheid toegenomen. De voorspelde 8 werd een 9 en snel werd ook dit record aan barrels geslagen. We lagen de komende 40 uur in windkracht 10 en in hevige stortregen. Veel nachtrust werd ons niet gegund. Want het geluid van de gierende storm met jankende uithalen is een onheilspellend geluid. In de boot piept, kraakt, bonkt en klotst het. Het maakt je gespannen en je bent voortdurend aan het luisteren of het wel goed gaat. Door de voortdurende rukken en de regen rekten de lijnen uit waardoor we de steiger dreigden te raken. Tot tweemaal toe moesten we er die stikdonkere nacht uit om de zes voorlijnen aan te halen, voortdurend besproeid door opspattende golven en stromende regen. Alle lijnen stonden snaarstrak, en het was een hele toer om ze in de juiste volgorde los te maken en aan te halen, zonder dat er een andere lijn losschoot. En ook het feit dat je dat alles kruipend moest doen en je overal steeds stevig moest vasthouden, maakte die klus er niet gemakkelijker op. De eigen veiligheid gaat natuurlijk voor.

Buren verlaten de boot in de storm

32


Op een bepaald moment kwam de boot met een brommend geluid in een trillende cadans. Onheilspellend en beangstigend was het grommende geluid, dat de zee voortbracht. Alsof een zeemonster klaar stond je te verslinden. Ik had daarover wel eens in boeken gelezen, maar nu begreep ik pas echt hoe dat klonk. De volgende dag vertelden de buren ons dat ze niet geslapen hadden en het niet langer uithielden. Kruipend over de steiger vertrokken ze naar het dorp. Wij bleven liever op de Ile Flottante, want je weet maar nooit hoe het verder zou gaan met deze enorme storm. De golven waren inmiddels tot 6 meter hoog opgebouwd. De zeespiegel was 1,5 meter gestegen. De boulevard stond blank. Voortdurend werden we besproeid met zout zeewater dat, omdat wij aan lager wal lagen, met donderend geweld op het muurtje beukte waarachter wij afgemeerd lagen. Het gaf een prachtig vergezicht over de aanstormende golven, maar het was wel van

de dag erna een dreigende prachtigheid. Gelukkig doorstonden onze lijnen de wind goed. Maar daarmee waren we er nog niet. Want ondertussen was er een stevige deining in de haven ontstaan, die veroorzaakt werd door de binnendenderende golven van zeker 1 meter hoog. Dat was het volgende probleem waar iedereen mee te maken kreeg. De steiger achter ons begaf het en met met veel moeite werden de daar afgemeerde bootjes door het havenpersoneel achter onze steiger afgemeerd. Aan het einde van de middag kwamen onze buren kijken hoe het hun boot verging. Gelukkig waren ze net op tijd want even later brak er een voorlandvast. Door al dat geweld was het onmogelijk om deze lijn zonder hulp opnieuw vast te maken. We hielpen wat we konden en met veel moeite lukte het ons een zijlijn aan onze boot te bevestigen, zodat het schip van de buren niet op de kant kapot zou slaan. Gelukkig kwam er ook hulp van de havenmeester, die in zijn RIB in staat was dikkere voorlijnen te bevestigen. Met zeven man sterk is het uiteindelijk gelukt het schip te bewaren voor schipbreuk in de haven.

Prachtig, maar ook bloedstollend

Pas aan het eind van de volgende nacht nam de wind in sterkte af. Er kon weer geslapen worden en er kwam tijd om het prachtige stadje Saintes-Maries-de-la-Mer te bezoeken. ‘s Avonds hebben wij bij een gezellig etentje met de buren de storm ‘weggegeten’. Een longontsteking en een ervaring rijker konden we daarna onze tocht langs de mooie zuidkust vervolgen.

33

levensgevaarlijk


De afsluiter door Fransje Smit Haha, Oma vertelt…. Over de tijd van de stroomatlas, getijdentafels, de tijd van gegist bestek en de Wateralmanak. De tijd, dat de haven van Vlieland eigenlijk nog gewoon een te kleine vissershaven was. En dat je op Texel nog gewoon cash bij de havenmeester moest afrekenen in plaats van in de weer gaan met codes, coins, insteekcards of andere digitale ongemakken. De tijd dus van vóór de GPS, de smartphone, de handige apps. Over de periode, dat we met onze kleine kinderen in Friesland van ‘speeltuin naar speeltuin’ voeren. Die periode ligt inmiddels wel een beetje achter ons en ik sla de vele keren zeilen over het IJsselmeer even over. We besluiten op enig moment om de Waddenzee te gaan verkennen. Niet dat wij nou meteen zulke Waddenzeehelden waren. Integendeel. Zeilen konden we, op de navigatiecursus hadden we van alles geleerd over stroom, rijzend en vallend water, hoog en hoog-hoog water, over betonning, maanstanden, en zo meer. Als eerste heldendaad nemen we de sluis bij Kornwerderzand. Een hele prestatie. (Dat is het trouwens vandaag de dag nog steeds!) En ja, via De Boontjes bereiken we Harlingen. Een topprestatie, vinden we zelf. Maar goed, we bouwen kennis en kunde op. En beleven veel plezier op het Wad.

Terschelling en Ameland. In een bootje van drie meter! We hebben het niet meer. Ophalen kunnen we hem niet met een scherp jacht. Hulpdiensten waarschuwen? We staan als verlamd aan boord. Na enige tijd keert hij om en bereikt veilig het moederschip. Mijn man boos, ik in tranen. We sluiten hem in onze armen, maken hem verwijten. Lachen en huilen. Maar hij slaat totaal geen acht op mijn tranen en de verwijten van zijn vader. “Hoezo nou? Gewoon halve wind heen en halve wind terug”. Apenkop. Het is inmiddels bijna 40 jaar later en hij is een uitstekende en ook voorzichtige zeiler geworden. Onze dochter heeft onlangs CWO I, II en III gehaald.

Onze dochter verveelt zich aan boord; mijn man leert deze wijsneus van 13 daarom navigeren. Haar belangstelling voor zeilen is ineens helemaal terug! Onze zoon is echt een doener en niet zo in voor alles wat er intellectueel zoal te weten is. In de bijboot – een Middellandse Zeejol met fokje, Watergeus geheten – past hij het principe toe van ‘gis en mis’. En mis gaat er genoeg! Een jaar later, op zo’n werkelijk zeldzaam mooie avond gaan we voor anker onder Ameland. We spreken wachten voor de nacht af; twee aan twee, ieder met een kind. Doen we één anker om te kunnen uitzwaaien? Of toch maar eentje voor en eentje achter tegen het krabben? Hmm…windkracht 2 tot 3. We zijn daarover nog druk aan het delibereren als we ineens merken, dat onze zoon zich uit ons zicht verwijdert met de Watergeus. We roepen hem na, dat hij terug moet komen. Of hij hoort ons echt niet, of hij doet alsof, maar het stipje wordt snel kleiner. Hij koerst regelrecht af op het zeegat tussen

34

Varen op de Waddenzee


Vera Verburgt, ICT-adviseur

033 434 08 42 | activeinfo.nl

www.gcc.nl


Samen op zoek naar een nieuw financieel evenwicht? Bel of mail naar ... DRS. JUDITH BOOTSMAN FFP |BEDRIJFSECONOOM | FINANCIEEL PLANNER |MFN REGISTERMEDIATOR

06 10 53 93 98 | bootsman-consultancy.nl

breehorn

Breehorn bouwt al meer dan 50 jaar degelijke schepen voor serieuze zeilers. Stoere schepen met een elegant uiterlijk die erom vragen in actie te zijn en met u naar verre kusten te zeilen.

Breehorn, een werf waar zeilers bouwen voor zeilers

www.breehorn.nl Vosseleane 69 8551 ML Woudsend Nederland Tel +31 (0) 514 592233 info@breehorn.nl

Profile for Vereniging Vrouwen Zeilen

VVZ magazine 'ZIJ-wint' 2019  

Jaarlijkse glossy van de Vereniging Vrouwen Zeilen

VVZ magazine 'ZIJ-wint' 2019  

Jaarlijkse glossy van de Vereniging Vrouwen Zeilen

Advertisement