Page 1

MAG

ZINE

VREDESEILANDEN NIEUWS | TIJDSCHRIFT VAN DE VZW VREDESEILANDEN | VERSCHIJNT IN JANUARI-APRIL-JUNI-AUGUSTUS-OKTOBER JAARGANG 34 NR 4 | EDITIE JUNI 2014 | AFGIFTEKANTOOR 8500 | KORTRIJK 1-2E AFD | P108038 | VERANTWOORDELIJKE UITGEVER: MARIANNE VERGEYLE, BLIJDE INKOMSTSTRAAT 50, 3000 LEUVEN


Javaanse

topkwaliteit op ons bord


Vrijdag 2 augustus 2013. Het wachten op een vrachtwagen met bijzondere lading is bijna voorbij. 18 ton biologische rijst was 2 maanden onderweg, meer dan tienduizend kilometer van thuisland Indonesië tot eindbestemming België. De vrachtwagen rijdt de parking van groothandel Biofresh op. Het zegel wordt gebroken. Het lossen van de container kan beginnen: kartonnen dozen vol pakjes rijst. Niet zomaar een pakje: rijst van topkwaliteit, gezaaid, geoogst, verwerkt, verpakt door Indonesische boeren. Duurzaam, biologisch en met een kwaliteit die zo goed is, dat de rijst geschikt is voor export naar België. Dat is goed nieuws voor de boeren: topkwaliteit heeft een meerprijs, en dat betekent een beter inkomen. Hoe een zakje rijst zijn reis begon in de rijstvelden van Boyolali…

Groeiende vraag naar biologische rijst Rijst is voedsel en rijst is een inkomen voor miljoenen boerenfamilies. De wereldwijde

vraag naar rijst is groot en wordt iedere dag groter door een stijgende wereldbevolking. En samen met die groei, stijgt ook de vraag naar biologische rijst. Want consumenten willen weten wat er op hun bord ligt: een portie duurzame rijst geteeld zonder schadelijke chemische stoffen. In die groeiende vraag liggen nieuwe mogelijkheden. Dat hebben de boeren op Java begrepen. Sinds 2005 produceren ze biologische rijst. Een lang proces van vallen en opstaan dat je alleen, als kleine boer, niet waarmaakt. Eind 2007 wordt een boerenorganisatie opgericht die de biologische boeren van Java onder zijn mantel neemt: APPOLI.

Controle systemen en duurzame technieken In 2010 slaan Vredeseilanden en APPOLI de handen in elkaar. Het gezamenlijke doel: inspelen op de groeiende vraag naar gezonde, biologische rijst van goede kwaliteit en zo het inkomen van van boeren en boerinnen verhogen. Om dit mogelijk te maken, krijgen boeren o.a. technische ondersteuning. Ze leren bijvoorbeeld om zelf biologische meststoffen te

maken, duurzamere teelttechnieken te gebruiken en zetten een collectieve vermarkting op poten om aan de nodige volumes te geraken. Boeren overtuigen om biologisch te produceren is één zaak, maar daarnaast moeten ze een systeem ontwikkelen en toepassen om de kwaliteit te bewaken. Dat is ICS (internal control system), het interne controlesysteem, een verzameling regels en procedures dat moet toelaten om de rijstproductie te certificeren. Het is belangrijk dat iedere boer dezelfde standaarden hanteert. Want als één boer niet voldoet aan de normen, wordt de hele oogst afgekeurd. Je mag geen chemische meststoffen, pesticiden of herbiciden gebruiken. De teeltwijze moet duurzaam zijn en de herkomst van de rijst moet traceerbaar zijn. Daarnaast moeten naast een handleiding voor de boeren, nog de nodige formulieren en documenten ontworpen worden zoals contracten, registratieformulieren enz.. Iedere stap in het proces van rijst telen wordt zorgvuldig opgevolgd. Appoli heeft dan ook een ICS-afdeling opgericht waar leden en werknemers de verschillende processen opvolgen. Daarna kan de externe inspectie aan de slag: BIOCERT, een

“Wij hebben altijd rijst gekweekt hier. Vanaf de jaren zeventig weliswaar met behulp van kunstmest en pesticiden. Ze zorgden voor hogere productiekosten en het land werd droger. Bovendien ontwikkelde ik astma na het sproeien. Ik heb zelfs eens een soort epileptische aanval gehad, waarschijnlijk door dat gif in te ademen. Neen, ik gebruikte geen masker of andere bescherming. Nu doe ik mee met het SRI-systeem. We fabriceren ons eigen bestrijdingsmiddel volgens een traditioneel recept. Er worden onder andere tabaksbladeren in verwerkt. We vervaardigen ook onze eigen meststof met koeienmest en compost. De productiviteit van het land is verhoogd, we krijgen een betere prijs voor onze rijst en de smaak is ook beter. Ik zou het aan elke boer aanraden”. Cipto, rijstboer op Java

3


System of Rice Intensification (SRI) is een productiemethode waarbij de opbrengst hoger is dan bij gangbare landbouw, terwijl je minder zaad en minder water gebruikt en geen chemische meststoffen of pesticiden toevoegt. Dit is mogelijk door een sterkere ontwikkeling van de wortels van de rijstplant. Wortels krijgen tijd, ruimte en zuurstof om zich zo goed mogelijk te ontwikkelen. Zo kunnen ze beter de biologische voedingsstoffen opnemen. De plantjes zijn ook beter bestand tegen ziektes en extreme weercondities. Indonesische organisatie die op nationaal niveau het biologisch certificaat uitreikt en IMO, een Zwitserse organisatie voor de internationale certificatie. Duurzame landbouw betekent duurzame landbouwtechnieken ontwikkelen en toepassen.

Extra inkomsten Het resultaat van al het harde werk is een pakje biologische rijst dat zijn weg vindt op de internationale markt. Op de lokale markt is er niet voldoende koopkracht om de totale productie van biologische rijst te verkopen

aan hogere prijzen. Met het oog op extra inkomsten voor de regio ontstond daarom het plan om een deel van de rijst te exporteren. Boerenorganisatie Appoli sloot een samenwerkingsakkoord af met een Indonesische exporteur PT Bloom Agro. 18 ton rijst vond zo zijn weg naar de Belgische biologische markt. Maar daar stopt het verhaal nog niet. Steeds meer boeren hebben oren naar dit verhaal en steeds meer consumenten kiezen voor gezonde rijst. Vredeseilanden wil de volgende jaren dan ook met andere boerenorganisaties rond rijststeelt werken en samenwerken met consumentenorganisaties om de lokale markt voor deze kwaliteitsrijst verder te ontwikkelen.

JAVA BOYOLALI

Vredeseilanden in Boyolali Met 235 miljoen inwoners is Indonesië één van de meest dicht bevolkte landen ter wereld. 70% van de Indonesiërs leeft op het eiland Java. Grote steden als Java blijven groeien en met die groei neemt de vraag naar voedsel toe. Vredeseilanden ondersteunt landbouwers in Boyolali district, in Centraal Java, in de buurt van de grote steden Solo (Surakarta) en Yogyakarta. Van de 860.000 inwoners van Boyolali leeft 31% onder de armoedegrens wat betekent dat ze een inkomen hebben van minder dan 1 dollar per dag. Het 4

belangrijkste landbouwgewas in de regio is rijst met 2 tot 3 oogsten per jaar. Er wonen ongeveer 272.000 rijstboeren in Boyolali, waarvan 48.000 biologische rijst produceren. Vredeseilanden werkt in de regio o.a. samen met de lokale ngo LSKBB en de boerenorganisatie Appoli. De boeren werden de afgelopen jaren ondersteund om hun productiemethodes duurzamer te maken, en om de verwerking en commercialisatie te verbeteren.


1

2

4

3

5

6

5


“Duurzaam produceren is de toekomst” Jo Vandorpe,

Rijstspecialist Vredeseilanden Voor een pakje rijst via de winkelrekken in onze keukenkast beland, moet er veel gebeuren, heel veel. Vooral in het land van herkomst. Vredeseilandenmedewerker Jo Vandorpe legt uit hoe een container Indonesische rijst de oceanen trotseerde om op het bord van de Belgen te belanden.

De eerste stap op weg naar export was al meteen een moeilijke: de certificatie voor

6

biologische teelt rondkrijgen. De rijstboeren van Appoli beschikten over een lokaal biocertificaat, maar dat is niet voldoende om te mogen exporteren naar Europa. Dus is er hard gewerkt om het internationaal biocertificaat te krijgen: “Die certificatie gebeurt door IMO, een Zwitsers bureau. Ze zijn zeer streng. Ze controleren grondig, alles moet op punt staan.

Een belangrijk controlesysteem is ICS (internal control system). Je mag enkel biologische meststoffen gebruiken, niets chemisch. Je teeltwijze moet duurzaam zijn zonder herbiciden, zonder pesticiden. Ook de traceerbaarheid is heel belangrijk. Als niet alle boeren meedoen aan de biologische teelt dan heb je een probleem, dus er moet een controlesysteem zijn. En ook hier in België is het proces nog niet gedaan: als de container rijst in de haven toekomt, wordt er nog eens gecontroleerd of


“Dit kan het toekomstbeeld zijn van onze landbouw. Appoli als voorbeeld van onze toekomst!” er geen pesticidenresten op de rijst zitten. Als er één boer vals speelt, dan komt het uit en verlies je je certificaat. Dat moet je ten alle koste vermijden. In 2012 bezocht ik zelf de streek. Heel indrukwekkend. Alles was zo proper en gelabeld. Je kon direct zien welke zak van welke boer kwam. Die traceerbaarheid is heel belangrijk.” Het dromen van exporteren startte met de samenwerking met een Indonesisch exportbedrijf ‘Pt Bloom Agro’. Indonesië produceert 40 miljoen ton rijst per jaar. Veel wordt daar niet van geëxporteerd. In 2008 was er zelfs een exportban wegens een tekort op de wereldmarkt. De prijzen stegen te snel en de overheid besloot export te verbieden om de eigen rijstvoorziening niet in het gedrang te brengen. Maar een jaar later, kon het exportbedrijf de overheid overtuigen om toch een paar containers te laten vertrekken: “PT Bloom zag in dat de toegevoegde waarde van biologische rijst voor de exportmarkt enorm was. Het gaat om rijst, lokaal verpakt in zakken van 1kg. Als je dat met bulk vergelijkt, dan krijgen de boeren per kilo een veel betere prijs. Er is veel discussie en veel correspondentie met de overheid over gegaan, maar uiteindelijk mochten ze wel exporteren. Het is begonnen met 5 containers, 100 ton. Dat was de start van de exportketen. Op zoek naar meer biologische rijst, kwamen ze bij onze boerenorganisatie en bij Vredeseilanden terecht.” Ook op de eigen lokale markt blijkt de biologische rijst ondertussen een goede toekomst te hebben: “Die export, dat gaat over twee

containers per jaar voor Appoli. Dat is eerder symbolisch. Het is heel belangrijk dat onze boerenorganisatie ook een grote meerwaarde kan krijgen op de lokale markt. In de Indonesische supermarkten ligt er tegenwoordig biologische rijst van Appoli in mooie verpakte zakjes. Het is een beetje duurder dan gewone rijst, maar het is betaalbaar. En het wordt gekocht. Je voelt dat de aandacht van de Indonesische consument steeds meer gaat naar eigen gekweekte rijst. Er wordt dan ook goede promotie rond gemaakt. Een grote potentiële klant in Indonesië waar ik in geloof is Kentucky Fried Chicken. Zij nemen per jaar 7000 ton af. Voor zo een bedrijf mogen we geen schrik hebben, we moeten er gewoon naartoe gaan en een dialoog voeren. Dat is ons doel als we met hen samenzitten: zorgen dat die 7000 ton volledig biologisch wordt.” In de zomer van 2013 belandde de rijst in de Belgische winkelrekken via verdeler Biofresh. “Zij hebben dat risico willen nemen, om bijna 20 ton rijst van Appoli af te nemen. Biofresh was heel enthousiast over het duurzame aspect. Hoe we in Indonesië met veel minder input, veel meer produceren via de SRIrijst. Die rijst heeft bijvoorbeeld veel sterkere wortels, je hebt veel minder water nodig dan bij gangbare rijst. En met goede biologische bemesting is de opbrengt veel groter dan bij normale teelt. Java is vijf keer meer bevolkt dan België, Java staat helemaal vol. Er leeft zo veel volk op zo een klein gebied. Ook de rijstvelden zijn vol. In die omgeving biologisch gaan produceren met grotere opbrengsten dan de gangbare landbouw, dat is fantastisch. Duurzaam produceren, dat is ook voor ons de toekomst. Wij gaan hetzelfde meemaken met

de druk op ons landbouwareaal. Onze grondstoffen worden steeds schaarser. Dus dit kan het toekomstbeeld zijn van onze landbouw. Appoli als voorbeeld van onze toekomst! Toen die container met de rijst van Appoli hier in België openging, waren we allemaal zo blij als een kind. Het was fantastisch. De verpakking was fantastisch. Ik had nooit verwacht dat het zo mooi ging zijn.”

“Het gaat om rijst, lokaal verpakt in zakken van 1kg. Als je dat met bulk vergelijkt, dan krijgen de boeren per kilo een veel betere prijs”

7


foto: Jimmy Kets

Investeren

in jong talent


Een toekomst op het platteland Het is geen gemakkelijke klus om jongeren te overtuigen dat er een toekomst is in de rijstvelden. Vaak zien ze binnen hun eigen familie hoe het er op het platteland aan toegaat: veel en hard werk, weinig inkomen. Dan vlucht je nog liever naar de stad. Maar zonder jong talent kan een organisatie niet overleven. Giyarti (20 jaar) en Sidiq (27 jaar) begonnen een paar jaar geleden als vrijwilliger bij Appoli. Ze vonden er snel hun weg en besloten zich te blijven inzetten voor deze boerenorganisatie. Giyarti koopt rijst op bij de leden en zorgt dat het allemaal in de opslagplaats terecht komt. Sidiq zorgt mee voor de uitvoering van het interne controlesysteem. Aan het begin van hun stage had de boerenorganisatie nog geen middelen om de twee jongeren in dienst te nemen en een loon uit te betalen. Daar is ondertussen verandering in gekomen. Maar een voltijds loon is voorlopig nog niet mogelijk. De boerenorganisatie hoopt dat het in de toekomst mogelijk zal zijn om Giyarti en Sidiq voltijds aan te nemen.

Voor Sidiq draait het vooral om het vergroten van de ondernemingszin van de organisatie. Hij vertelt met trots wat zijn doel is: “Eén van mijn taken is om nieuwe, potentiële leden te contacteren en hen te informeren over het interne controlesysteem. Ik heb toekomstplannen, ik zie mezelf als degene die relaties opbouwt en contracten afsluit met kopers, nationaal en internationaal. Het echte ondernemerswerk dus. Ik heb landbouw gestudeerd en ik ben heel gelukkig met deze job. Hier kan ik in de praktijk brengen, wat ik op de universiteit heb geleerd. Ik heb zo veel nieuwe dingen geleerd, over biologische landbouw, over marketing… Ik wil leren hoe we meer ondernemers kunnen worden en hoe we onze producten beter op de markt kunnen zetten.”

“Ik ben opgegroeid in een boerenfamilie, we hadden het niet breed. Ik heb twee oudere broers. Eentje werkt mee op de boerderij en de andere is chauffeur,” vertelt Giyarti. “Ik had vroeger een job in een supermarkt, het stelde niet veel voor. En toen kwam de aanbieding om als vrijwilliger bij Appoli te beginnen, dat kon ik niet laten liggen. Via deze job kan ik zelf bijdragen aan een betere toekomst voor boerenfamilies. Dat ga ik doen door mee te werken aan de ontwikkeling van deze organisatie, door er meer ondernemerschap in te krijgen. Door mijn werk hier heb ik al heel veel mensen ontmoet, nieuwe vrienden gemaakt en ontzettend veel bijgeleerd over biologische landbouw.”

11


Van vrijwilliger tot duurzaamheidsspecialist Je bent 19 jaar en je wil, naast je studie taal- en letterkunde, de wereld en de manier waarop we met voedsel omgaan beter leren kennen? Maak kennis met Aäron De Fruyt. Hij stapte in het jongerentraject van Vredeseilanden, dat oplossingen zoekt voor de vraag van 9 miljard. In 2013 nam hij deel aan de jongerenreis naar Indonesië om te ontdekken wat Vredeseilanden in de praktijk doet. An Schepens is campagnecoördinator voor Oost-Vlaanderen. Ze begeleidde de jongerenreis en het jongerentraject dat enthousiastelingen zoals Aäron omvormt tot duurzaamheidspecialisten in spe.

Vanwaar je interesse voor Vredeseilanden? Aäron: Ik ben via een vriendin bij jullie terechtgekomen. Ik kende de mannekes en een beetje de visie van Vredeseilanden, maar dat was het dan ook. Mijn eerste echte kennismaking was de jongerenreis naar Indonesië in 2013. Daar heb ik het volledige beeld gezien van wat jullie doen. Ik zit ondertussen ook in het vrijwilligerscomité van Brugge. Als er iets te doen is, bijvoorbeeld een standje dat bemand moet worden tijdens een festival, dan ben ik paraat. Alleen de januaricampagne is moeilijk voor mij, want dan zit ik midden in de examens. Maar als die gedaan zijn, doe ik terug mee. Wat heb je bezocht in Indonesië? Aäron: De rijstboeren op Java en cacao- en koffievelden op Flores. Op Java zijn we drie dagen bij de boerenorganisatie Appoli gebleven. We hebben ze heel goed leren kennen. Ik logeerde bij Minarso, een rijstboer en boerenleider. Hij heeft ons alles laten zien: het veld, onkruid wieden, het pellen van de rijst, de machines… We hebben de hitte meegemaakt. Het was trouwens net ramadan. Vreselijk, je 12

staat op het veld in die hitte zonder iets in je maag.

mest van koeien. Heel arbeidsintensief, want je moet die compost regelmatig omwoelen.

An: Die dagen bij Appoli waren voor mij ook een ontdekking, vooral om te zien dat ze nu ook het hele verwerkingsproces zelfstandig doen. Ik ben in 2012 ook op bezoek geweest bij de boeren van Appoli en ik heb hun vooruitgang met eigen ogen kunnen zien. Minarso was zo blij dat we terug kwamen kijken, dat we die vooruitgang konden zien. Hij vertelde ook dat steeds meer boeren overschakelen naar biologische rijst. Ze zien het voordeel van de rijst: het hogere inkomen en de investeringen die je kan doen.

An: En de SRI-methode, die duurzame manier van rijst telen, dat was daar zo wat de heilige graal. We hebben zelf een vergelijkende studie gedaan ter plekke. We hebben rijst op het SRI-veld vergeleken met die op een gewoon veld. De oogst was effectief veel groter op het SRI-veld.

Aäron: Het is duidelijk dat Minarso veel aanzien heeft binnen zijn gemeenschap en een uithangbord is voor de biologische rijst in zijn regio. Kon je een verschil zien tussen duurzame landbouw en gangbare teelt? Aäron: We hebben bijvoorbeeld gezien hoe ze biologische meststoffen maken. Dat waren vooral overschotten van papaya, bananenbladeren, overrijp fruit op één hoop gegooid en

Wat maakte de grootste indruk? Aäron: Het werk, zoveel werk. Het is snikheet overdag. Die boeren en boerinnen staan van 7u tot 12u op het veld en daarna is het echt te heet om nog iets te doen. Als het wat afkoelt beginnen ze opnieuw. ’s Avonds komen ze van het veld en dan is er thuis nog al dat werk. Of zoals bij Minarso: nog eens het werk voor de coöperatieve. En toch zag ik nog jongeren die kiezen voor dit beroep An: Er zijn inderdaad jongeren die er echt in geloven. Aäron: De meesten zeggen: “ik wil naar de stad”. Dat is ook logisch. Ouders proberen


genoeg geld te verdienen om de studies van hun kinderen te betalen. Die kinderen willen hun geluk beproeven in de stad. En dan zijn ze weg uit de landbouw.

ook duurder dan gewone rijst. Niet iedereen in Indonesië kan dat betalen. Je ziet vooral een middenklasse die dat koopt.

An: Wat ook indruk maakte was het bezoek aan de verschillende coöperaties. Ook coöperaties die pas opgestart waren. En dan zie je wat Vredeseilanden doet, het verschil dat we kunnen maken. Dan zie je dat sommige organisaties zonder ondersteuning het heel moeilijk hebben om alles georganiseerd te krijgen.

Aäron: We hebben zelf op de markt gestaan, samen met een jongerenorganisatie die werkt rond duurzaam, gezond voedsel en het promoten van de rijst. Het was niet gemakkelijk om mensen te overtuigen meer te betalen voor een pakje biologische rijst. Mensen vonden het wel interessant, maar kopen zat er niet echt in.

Heb je de rijst hier in België al gekocht? An: We zijn na de reis zelfs samen naar de supermarkt gegaan om een pakje te kopen. Maar we waren te vroeg, de rijst was er nog niet.

An: Die jongeren zijn super gemotiveerd. Er sluiten zich ieder jaar meer en meer jongeren aan om duurzame landbouw te promoten. Je voelt dat het bij hen wel leeft en dat het besef groeit. Er is een opmars bezig.

Aäron: Ondertussen hebben we de pakjes gevonden. Vooral de mooie verpakking valt op. Dat is goed, dat zet de duurzame landbouw mooi in de verf. Die rijst is trouwens ook bij de boerenorganisatie verpakt. Er is daar 1 vacuümmachine en die was net stuk toen we daar waren. Die stond in zo een kleine ruimte vol met zakjes en mensen. Dat wordt zakje per zakje verpakt. Wij waren er op vrijdag en maandag moest de rijst de container op. Maar net dan gaat dat toestel stuk. Het was wachten op een technieker. Pure stress. Maar het is gelukt.

De reis is bijna een jaar geleden, wat doe je nu? Aäron: Ik ben dit jaar in het jongerentraject van Vredeseilanden gestapt, samen met een 20-tal jongeren die interesse hebben in het hele voedselproces, economisch, ecologisch…

Aäron: En daar zijn veel antwoorden op. Duurzame landbouw is het antwoord van Vredeseilanden. Dat hebben we nu gezien in het Zuiden. Hier in België gaan we op bezoek bij organisaties zoals het ILVO (Instituut voor Landbouw-en Visserijonderzoek). Verschillende sprekers kwamen mee discussiëren over het voedselvraagstruk. We kregen al mensen over de vloer van Boerenbond, Biofresh, Protos, VIB (Vlaams Instituut voor Biotechnologie), de duurzaamheidsambtenaar van Gent kwam langs en er was een middag rond ggo’s… Heel veel input, heel interessant. We proberen zoveel mogelijk inzicht te krijgen: als we iets lezen in de media, dan zetten we dat op onze facebookgroep. De eerste 2 jaar is het vooral kennis verzamelen, het derde jaar zullen we met Act4change een masterclass organiseren. Uiteindelijk zullen we echte duurzaamheidsspecialisten zijn. Je kan nog steeds instappen in het jongerentraject. Meer info: www.vredeseilanden.be/jongerentraject of stuur een mailtje naar an.schepens@vredeseilanden.be

An: Binnen dat traject zijn we gestart met de vraag van 9 miljard: hoe 9 miljard mensen voeden in 2050.

An: Voor dat pakje is ook erg hard gewerkt, vooral op de kwaliteit van de rijst. Dat was de hele bedoeling: kwaliteitsvolle rijst op de markt brengen. En het is natuurlijk ook heel lekkere rijst. Toen we samen met Minarso naar een feest op Java gingen, lag er gewone rijst. Minarso zei meteen: “Dat eet ik niet. Dat is slechte rijst, ik eet alleen biologische rijst”. Maar voor de eigen bevolking is nog wat promotie nodig, daar is nog werk aan. Het is 13


Kook en win

een reis voor 2 ĂŤ i s e n o d n I r a na


Zin gekregen om zelf rijst te proeven op Java? Verdeler Biofresh geeft je de kans om de boeren van Appoli te bezoeken en Java te ontdekken.

Wat moet je doen? Koop een pakje rijst: Pandan, Merapi of Rain Forest van Sunria. Maak een gerecht met minstens twee andere ingrediĂŤnten. Neem een foto en stuur die samen met je recept voor 30 juni 2014 naar sunria@biofresh.be. Voorwaarden en wedstrijdreglement vind je op www.biofresh.be/sunria

Deze actie wordt georganiseerd door Biofresh en ondersteund door Bioforum en Vredeseilanden 15


VREDESEILANDEN NIEUWS | TIJDSCHRIFT VAN DE VZW VREDESEILANDEN | VERSCHIJNT IN JANUARI-APRIL-JUNI-AUGUSTUS-OKTOBER JAARGANG 34 NR 4 | EDITIE JUNI 2014 | AFGIFTEKANTOOR 8500 | KORTRIJK 1-2E AFD | P108038 | VERANTWOORDELIJKE UITGEVER: MARIANNE VERGEYLE, BLIJDE INKOMSTSTRAAT 50, 3000 LEUVEN HOOFDKANTOOR VREDESEILANDEN | Blijde Inkomststraat 50, 3000 Leuven | tel. ++32(0)16/31 65 80 | fax ++32(0)16/31 65 81 | E-MAIL EN WEBSITE: info@vredeseilanden.be | www.vredeseilanden.be | REKENINGNUMMER: BE64 0000 0000 5252 | Vrijwilligerscoördinatoren: Nationaal Verantwoordelijke vrijwilligers: Hannelore Tyskens | hannelore.tyskens@vredeseilanden.be | 0494 10.87.43 | Vrijwilligerscoördinator Regio West-Vlaanderen: Dries Aelter | dries.aelter@vredeseilanden.be | 0491 37.14.57 | Vrijwilligerscoördinator Regio Antwerpen: Filip Cuypers | filip.cuypers@vredeseilanden.be | 0485 57.54.66 | Vrijwilligerscoördinator Regio Oost-Vlaanderen: An Schepens | an.schepens@ vredeseilanden.be | 0472 24.33.07 | Vrijwilligerscoördinator Regio Vlaams-Brabant: Anne Verhaegen | anne.verhaegen@vredeseilanden.be | 0496 50.57.11 | Vrijwilligerscoördinator Regio Limburg: Linda Dirix | linda.dirix@vredeseilanden.be | 016/74.47.15 | Voor leerkrachten en scholen: Bert Wallyn | bert.wallyn@vredeseilanden.be | 016/31.65.80| Foto’s: Jelle Goossens (pag14-15) | Illustratie: Willem Pirquin | Teksten: Frederieke Duchateau, Caroline Huyghe (pag 11) | Hoofdredactie: Frederieke Duchateau | Lay-Out: Kasper | Papier: dit magazine wordt gedrukt op gerecycleerd papier.

BELGIE/BELGIQUE PB/PP BC 6712


Magazine juni 2014  

Het Vredeseilanden Magazine van juni 2014 over biorijst uit Indonesië.

Advertisement
Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you