Page 1

VREDESEILANDEN vzw

JAARVERSLAG 2009

Boeren verdienen meer


VREDESEILANDEN VZW JAARVERSLAG 2009

Boeren verdienen meer

1


Inhoud 2

Inleiding ....................................................................................................................

3

1 Over Vredeseilanden ..................................................................................................

5

2 Vredeseilanden en duurzaamheid ................................................................................

7

3 Vredeseilanden in het Zuiden ......................................................................................

9

4 Vredeseilanden in Vlaanderen ....................................................................................

31

5 De sociale balans van Vredeseilanden ..........................................................................

39

6 Milieubeleid van Vredeseilanden ..................................................................................

45

7 Vredeseilanden vzw – Financieel jaarverslag 2009 ..........................................................

49


Inleiding

Zij viel mij direct op, tussen de tientallen dansende en zingende vrouwen die ons verwelkomden: een enthousiasme dat nog groter was dan dat van de anderen, een luide stem, en ogen die mij doordringend bleven aankijken. Clarisse: boerin, alleenstaand, beheerder van de kredietinstelling van Lofepaco. Door Clarisses ontwapenende vrolijkheid was het meteen alsof we elkaar al jaren kenden. Lofepaco verenigt honderden vrouwengroepen in Noord- en Zuid-Kivu, de Congolese provincies grenzend aan Rwanda en Oeganda die de afgelopen jaren regelmatig het toneel zijn geweest van gruwel en geweld. De bijna 20.000 vrouwen van Lofepaco ondervonden het in vele gevallen aan den lijve. Of ze verloren hun mannen, kinderen, broers en zussen, hun have en goed. Zij leerden dat het weinig zin heeft om te wachten tot anderen hun noden lenigen. Met steun van Vredeseilanden helpt Lofepaco vrouwengroepen om kleine landbouwondernemingen op te zetten: geitenkwekerijen, compostproductie, gezamenlijke vermarkting van hun producten. Verder scherpt Lofepaco de leiderschapskwaliteiten van haar leden aan met cursussen. Clarisse geeft het goede voorbeeld. Zij is de incarnatie van de kracht achter de succesvolle landbouw in het Congo van de toekomst. Die toekomst moet vrouwelijker zijn, want “Congo is te mannelijk”, in de woorden van Clarisse. Aan haar zal het niet liggen. Tijdens mijn gesprek met de leiders van een tiental boerenorganisaties dat door Vredeseilanden in Congo ondersteund wordt, zegt zij: “Enkele jaren geleden hebben we afgesproken dat tenminste 30% van de leiders en medewerkers van boerenorganisaties vrouwen moeten zijn. Maar hoe komt het dan dat ik hier de enige vrouw ben?” De twaalf mannen in het zaaltje lachen schaapachtig en bestuderen hun voeten.

AgriCongo 2020 Het is jammer dat de nostalgie de bovenhand neemt in de berichtgeving over 50 jaar Congolese onafhankelijkheid. Het oeverloos gelamenteer dat het vóór de onafhankelijkheid zoveel beter was, stilt namelijk geen hongerige magen en brengt geen welvaart. Volgens Vredeseilanden zijn vrede, goedwerkende overheden en investeringen in familiale landbouw de sleutel tot een welvarend Congo. Circa 70% van de Congolezen woont op het platteland, waar zij op kleine percelen proberen te overleven. Met een intelligent stimuleringsbeleid door de Congolese overheid en gerichte steun van de ontwikkelde landen, kan de armoede fors teruggedrongen worden en zal de landbouw zich een solide basis tonen voor economische ontwikkeling. Dat is precies de inzet van “AgriCongo”, een campagneinitiatief van Vredeseilanden, de belangrijkste Congolese boerenorganisaties, en vijf Belgische NGOs. Centraal staat de Loi fondamentale agricole, de nieuwe landbouwwet die in Congo op stapel staat. De boerenorganisaties werkten mee aan de eerste versie. AgriCongo ondersteunt hun lobbywerk opdat het Congolese parlement de nieuwe wet aanpast aan de noden van de boerenfamilies. Tegelijkertijd wil AgriCongo de stem van boerenorganisaties in het provinciaal bestuur en in Kinshasa beter laten weerklinken. “De toekomst van Congo moet vrouwelijker zijn.”

3


Zoekers in plaats van Planners In zijn boek “The White Man’s Burden” schrijft William Easterly provocerend dat er teveel “Planners” zijn in de ontwikkelingssamenwerking. Mensen die denken dat ze met Grootse Meerjarenplannen en veel geld de armoede de wereld uit kunnen helpen. Maar net zoals in de socialistische dictaturen van het voormalige Oostblok, laten de complexe, politieke uitdagingen van ontwikkelingssamenwerking zich niet met een planmatig keurslijf oplossen. In plaats van Planners zijn er daarom vooral “Zoekers” nodig, schrijft Easterly. Mensen die opsporen wat in hún situatie werkt, daar op inzetten, tegenslagen overwinnen en in de gaten houden of er een betere opportuniteit is, zonder hun uiteindelijke doel uit het oog te verliezen. Clarisse is zo’n Zoeker. Altijd op zoek naar mogelijkheden. Om ondanks de instabiliteit en het geweld in de regio telkens weer een pad te vinden naar een beter leven voor de vrouwen van Lofepaco. Ook Vredeseilanden is zo'n Zoeker. Zoekend naar nieuwe ideeën, naar experimenten en naar manieren om experimenten die werken op veel grotere schaal te repliceren. In 2009 gaven wij directe steun aan circa 134.000 boerinnen en boeren, samen met hun gezinnen bijna een half miljoen mensen. We helpen hen om van hun werk op het veld een onderneming te maken. Om uit te gaan van de vragen van hun klanten – lokaal, regionaal of overzee – en te kijken hoe zij daaraan het beste kunnen voldoen. Door niet enkel te produceren, maar ook zelf te verwerken. Onderhandelingen te voeren met groothandels en supermarkten. Over te schakelen op Fair Trade. Door biologisch te produceren, enz. In dit jaarverslag leest u over de successen die ze hiermee boeken en de struikelblokken die ze op hun weg tegenkomen.

Succesvolle campagne 2010 Een ander voorbeeld van Vredeseilanden als Zoeker was de opbouw van onze campagne rond “Le Belge”, een Senegalese boer die het uitroepen van zijn land tot elfde provincie van België als de meest veelbelovende weg naar een welvarende toekomst zag. De fictieve documentaire die Stijn Meuris over hem maakte was stof tot discussie bij Phara, werd vertoond op Canvas en het digitale kanaal Acht én zette jong en oud tot nadenken aan. En passant droeg “Le Belge” ertoe bij dat onze inkomsten uit giften en de campagne licht stegen, ondanks de economische crisis. Het vertrouwen in Vredeseilanden dat meer dan honderdduizend gulle gevers hiermee toonden, is het bewijs dat ook een complexer verhaal over ontwikkelingssamenwerking op brede maatschappelijke steun blijft rekenen. Wij zijn u zeer erkentelijk voor uw belangstelling en voor deze steun. We blijven dan ook onze uiterste best doen om uw waardering te verdienen. Fons Vaes, voorzitter van de Raad van Bestuur, en Luuk Zonneveld, Algemeen Directeur

4


Over Vredeseilanden

BOEREN VERDIENEN MEER Een beter leven voor boerenfamilies. Boeren een plaats geven op de markt zodat ze eindelijk de kansen krijgen die ze verdienen. Dat is het objectief van Vredeseilanden. Wij willen graag lekker en betrouwbaar voedsel op ons bord. Wij willen graag zorg dragen voor de natuur, voor de volgende generaties. Boeren in het Zuiden en bij ons willen een leefbaar inkomen verdienen met hun werk op het land. Met Vredeseilanden bewijzen we dat beide perfect hand in hand kunnen gaan. Onze duurzame landbouwprogramma’s tonen hoe kwalitatief voedsel kan geteeld én verhandeld worden met respect voor de natuur en loon naar werken voor de boeren. Niet alleen Vredeseilanden gelooft daarin. Iedereen zegt het nu. De wereldbank. De VN. Wetenschappers van overal. De miljoenen boerenfamilies wereldwijd zijn een oplossing. Voor de voedselcrisis en het hongerprobleem. Maar ook voor het armoedeprobleem – de meeste armen zijn tenslotte boeren en boerinnen. En bovendien respecteren hun familiebedrijven veel beter de ecologische balans van onze planeet. Makkelijk gezegd, maar hoe begin je daar aan? Het begin van de oplossing brengt ons een nieuw probleem. Hoe zorgen we ervoor dat boeren en boerinnen hun producten bij de consumenten krijgen en daar een leefbaar inkomen aan verdienen? Precies dat zoekt Vredeseilanden uit. Met onze partners: boerenorganisaties, bedrijven, universiteiten, overheden. Bescheiden, maar ambitieus. Want het is een lastige weg. Marktstudies uitvoeren, overleg organiseren, coöperatieven opstarten, nieuwe kennis opbouwen. Het gaat over zoveel meer dan mensen die zich uit de armoede bevrijden. Uiteindelijk gaat het ook over ons. Het volstaat tenslotte niet dat we solidair zijn door mensen elders in de wereld te helpen. Echte solidariteit vraagt een wereldwijde transitie naar een duurzame economie. Met een duurzame voedselproductie én -consumptie. Daarom werkt Vredeseilanden ook in België om van duurzame producten dagelijkse kost te maken. In scholen, bedrijfsrestaurants, in de sportclub,... Dankzij de inzet van duizenden vrijwilligers en de keuzes van geëngageerde consumenten, blijft het niet bij woorden.

BELGIË

LAOS HONDURAS NICARAGUA

ECUADOR PERU

SENEGAL GAMBIA

VIETNAM

INDONESIË BURKINAFASO TOGO BENIN NIGER

CONGO UGANDA TANZANIA

1 5


6


Vredeseilanden en duurzaamheid

DUURZAAMHEID OP ALLE VLAKKEN Haast iedere organisatie of ieder bedrijf heeft vandaag één of andere vorm van duurzaamheidsbeleid. Vredeseilanden niet. Waarom? Wij zijn een duurzame organisatie. Punt. Onze werking, onze keuzes, onze visie en missie, ons programma: allemaal zijn ze doordrongen van de aspecten van duurzaamheid. Duurzaamheid zit bij Vredeseilanden dus niet vervat in een beleid. Het krijgt vorm op organisatieniveau en op programmaniveau. De economische duurzaamheidspijler komt sterk aan bod in ons programma. We kiezen resoluut voor duurzame, familiale landbouw. We willen de positie van boeren en boerinnen in de landbouwketen versterken, zodat ze zelf hun toekomst in handen nemen en de prijs krijgen die hun product waard is. Samen met boerenorganisaties stappen we naar overheden en bedrijven om te zoeken hoe het beleid win-win situaties kan creëren voor boerenfamilies. Consumenten moedigen we aan om te kiezen voor duurzame producten. De sociale duurzaamheidspijler komt ondermeer aan bod in het eigen personeelsbeleid. We werken sterk aan de betrokkenheid en verantwoordelijkheid van onze mensen: via teamvergaderingen worden medewerkers/sters uitgenodigd om deel te nemen aan besluitvorming, de jaardoelen voor de hele organisatie worden bepaald in samenspraak met de managers van de regionale kantoren, via regelmatige briefings legt de directie haar beslissingen en projecten voor aan de personeelsgroep van het hoofdkantoor. In 2009 herdefinieerde de personeelsdienst de kerncompetenties en de nodige competenties per functie. De functie- en profielomschrijvingen werden in die zin aangepast. Daarnaast is er een vormingsplan (competence development plan) voor alle medewerkers/sters en wordt via functioneringsen evaluatiegesprekken feedback gegeven op het functioneren. Daarbij worden ook individuele jaardoelen voorop gesteld. Voor de ecologische pijler werkt Vredeseilanden aan de directe en indirecte milieu-impact. Om zicht te hebben op directe milieueffecten meten we het verbruik van papier, energie, water, afval en het gebruik van vervoersmiddelen en consumptieproducten in het hoofdkantoor en de regionale kantoren. Sinds 2009 meten we ook de indirecte milieu-effecten van ons programma in het Zuiden. Prof. Bernard Mazijn (Universiteit Gent) ontwikkelde voor Vredeseilanden een meetinstrument waardoor het mogelijk is om de milieu-impact van een landbouwketen (koffie, rijst, pindanoten, groenten, fruit, ...) in kaart te brengen. Dit instrument werd uitgetest in Nicaragua en Indonesië en na deze testfase bijgestuurd. Alle regionale kantoren werden getraind in het gebruik van dit instrument en vanaf 2010 wordt de milieu-impact van alle ketens in kaart gebracht (lees op blz. 45 meer over ons milieubeleid).

GRI Dit rapport is volgens GRI, Global Reporting Initiative, criteria opgesteld. Een groeiend aantal grote bedrijven en organisaties van over de hele wereld engageerden zich om volgens dit duurzaamheidskader te rapporteren. www.globalreporting.org Vredeseilanden voldoet aan niveau C. Het volledig overzicht van de indicatoren is achteraan dit verslag volgens de GRI logica overzichtelijk opgenomen (blz. 72-73).

2 7


8


Vredeseilanden in het Zuiden

MEER SAMENWERKING MET PRIVÉ-BEDRIJVEN Vredeseilanden plaatst zich op het kruispunt tussen boerenorganisaties, universiteiten, bedrijven en overheden. Onze rol ligt in het samenbrengen van de juiste partijen en het wegwerken van de praktische bezwaren die tussen droom en daad van een duurzame voedselketen staan. In totaal werkten we in 2009 vanuit acht regionale kantoren (VECOs) samen met 149 partnerorganisaties. Bijna de helft daarvan zijn boerengroeperingen. De andere helft zijn organisaties uit de civiele maatschappij die bijvoorbeeld lobbywerk doen of campagnes opzetten. Meer en meer werken we ook met privé-bedrijven. U zal ze bijvoorbeeld terugvinden in onze lijst van partnerorganisaties in Vietnam en Indonesië. Die bedrijven krijgen geen financiële steun van Vredeseilanden, maar we hebben hen wel nodig als we de positie van boeren en boerinnen in de landbouwketen willen verbeteren. Een nauwe samenwerking met een bedrijf kan een pak technische kennis opleveren en leidt ook vaak naar interessante afzetmarkten. Om u een indicatie te geven van de draagwijdte van ons programma, vindt u op volgende pagina’s een lijst van onze partnerorganisaties per land en het aantal mensen dat we per programma(onderdeel) direct bereiken. Voor ons totale programma in 2009 gaat dit over ongeveer 70.000 mannen en 64.000 vrouwen. Maar de impact van een ontwikkelingsprogramma lees je niet alleen af van het aantal mensen dat je direct bereikt. In de regio’s waar onze programma’s lopen heeft ook een omvangrijke groep onrechtstreeks baat bij onze activiteiten. Deelnemers aan opleidingen verspreiden hun nieuwe inzichten verder. Door politiek werk veranderen wetten ten gunste van een hele groep mensen. Mentaliteitsveranderingen zijn evenmin in cijfers te vatten. Bovendien kiest Vredeseilanden ervoor om regelmatig een pilootproject op te zetten met een kleine groep mensen en met de resultaten hiervan grotere ngo’s, bedrijven of overheden te overtuigen om de positieve aspecten over te nemen.

3 9


VECO ANDINO 2009 was een overgangsjaar voor ons programma in de Andes regio. In Ecuador beëindigde VECO Andino definitief de samenwerking met haar partnerorganisaties in de cacao-sector (zie jaarverslag 2008). We sloten nieuwe samenwerkingsverbanden af met partnerorganisaties in Peru en Bolivië, maar focussen in een eerste fase enkel op beleidsbeïnvloedend werk. Concrete projecten in Peru zullen in 2010 vorm krijgen.

ECUADOR PERU

In de Andes regio ligt de focus op koffie- en groenteteelt. Daarnaast startten we het afgelopen jaar met een analyse van mogelijkheden voor de verwerking van bananen, bijvoorbeeld onder de vorm van chips.

Dit zijn onze partners in Ecuador: • Federación Regional de Asociaciones de Pequeños Cafetaleros del Sur (FAPECAFES) – www.fapecafes.org.ec • Federación de Asociaciones artesanales de Producción Cafetalera Ecológica de Manabí (FECAFEM) • Servicio para un desarrollo alternativo del Sur (SENDAS) • Chuya Mikuna • Corporación de desarrollo “GRUPPO SALINAS” – www.salinerito.com • El Movemiento de Economía Social y Solidaria del Ecuador (MESSE) • El Espacio Colectivo en haar leden Coordinación Probio en Coordinadora Ecuatoriana de Agro ecología (CEA) • Coordinadora Ecuatoriana de Pequeños Productores de Commercio Justo (CECJ)

Dit zijn onze partners in Peru en Bolivië: • Asociación Nacional de Productores Ecológicos (ANPE) in Peru • Asociación de Organizaciones de Productores Ecológicos de Bolivia (AOPEB) • Centro de Información e Intercambio para la Agricultura Ecológica (AGRECOL) in Peru en Bolivië Net als in Centraal-Amerika krijgt ook MAELA, de Latijns-Amerikaanse agro-ecologische beweging, onze steun.

We bereikten met ons programma rechtstreeks

10

1961 mannen, 821 vrouwen


November 2009: Het kippenvelmoment van onze medewerkster Verónica Andino... Toen we de zaal binnengingen, waren mijn collega’s van El Movemiento de Economía Social y Solidaria del Ecuador (MESSE) en ik uiterst verbaasd. De zaal van het Ministerie van Landbouw was tot de nok gevuld en de minister verontschuldigde zich omdat zoveel boerinnen geen zitplaats hadden. Misschien was het niet de eerste keer dat een minister van Landbouw de vertegenwoordigers van de boerenorganisaties uitnodigde voor overleg, maar het was ongetwijfeld wel één van de weinige keren dat de mensen hoopten dat de man bereid was naar hen te luisteren. Voor ons was dit nieuw. De nationale Wet op de Voedselsoevereiniteit was in april 2009 gestemd, maar we dachten dat die dode letter zou blijven. De Ecuadoriaanse staat bleef geld pompen in maatregelen die niet ten goede komen aan de kleine boeren. Promotie van biobrandstoffen, meer chemische meststoffen,... Daarom waren we verrast toen we in november de president hoorden zeggen dat hij een beleid wou dat gericht was op het verbeteren van de levensomstandigheden van de boerenfamilies en niet op de grote agro-export. Die verklaring zette onze partners van het Agro-Ecologisch Collectief en MESSE aan het werk om een voorstel uit te werken voor de minister van Landbouw. Daarop lanceerde de minister van Landbouw een brede oproep naar alle boerenorganisaties van het land om te praten over de oriëntering van zijn beleid. Boeren- en inheemse leiders van over heel het land, de minister, zijn stafleden en raadgevers kwamen aan het woord. Op het einde was de minister verrast over de tussenkomsten van de boerenleiders. “Deze vergadering en jullie bijdragen zijn zeer belangrijk”, zei hij. “Op mijn ministerie wordt namelijk geargumenteerd dat we geen agro-ecologisch beleid kunnen uitvoeren, omdat de boeren ertegen zouden zijn. Jullie tussenkomsten tonen het tegendeel aan. Ik vraag jullie om tegen de volgende vergadering concrete voorstellen uit te werken voor een landbouwbeleid dat gebaseerd is op het agro-ecologisch model.” De emotie was groot. Een waaier van mogelijkheden ging open. Aan ons nu om de uitdaging aan te gaan en die voorstellen uit te werken.

11


VECO MESOAMÉRICA Vredeseilanden werkt in Centraal-Amerika in drie landen: Costa Rica, Nicaragua en Honduras. Vier producten staan centraal: bonen, suiker, groenten, en cashewnoten.

HONDURAS NICARAGUA

Zoals we vorig jaar meldden, bouwden we onze werking in Costa Rica af. Alleen de Costaricaanse beweging voor biolandbouw (MAOCO), en Consorcio Cooperativo de Mercados Locales Campesinos e Indígenas R.L. kregen nog rechtstreekse financiering. Met onze vroegere partnerorganisaties houden we wel contact en omwille van hun expertise zullen we hen blijven inschakelen bij uitwisselingen en opleidingen over bepaalde thema’s.

Dit zijn onze partners in Nicaragua: • NICARAOCOOP • UNAG nationaal en regionaal, de nationale unie van landbouwers en veetelers. Specifiek zal VECO met de afdeling van UNAG in Nueva Segovia een project opzetten rond suiker, en met UNAG in Carazo rond bonen. • FENACOOP • FEMUPROCAN • Alianza Agroecológica de Carazo/COOPAD • De Groep voor de Promotie van de Biolandbouw (GPAE) • De Liga voor de Verdediging van de Rechten van de Consument in Nicaragua (LIDECONIC) • De Nationale Vereniging ter Verdediging van de Consumenten (RNDC)

Dit zijn onze partners in Honduras: • Conglomerado de marañon. Dit is een coöperatieve die cashewnoten verwerkt en exporteert, ook naar Europa. • Coördinatieraad van Boerenorganisaties van Honduras (COCOCH) • Regionale Vereniging Landbouwdiensten in het Oosten (ARSAGRO) • Netwerk voor Alternatieve Gemeenschappelijke Vermarkting (RED COMAL) • Het Comité voor de Verdediging van de rechten van de Hondurese Consument (CODECOH) • La coalición Hondurena de accion ciudadana (CHAAC) • Asociación Campesina Nacional (ACAN) • Asociación de Productores agropecuarios de Oriente (APAO) • Unión de Trabajadores del Campo (UTC) Over de landsgrenzen heen, ondersteunt VECO Mesoamérica ook SIMAS, de informatiedienst over duurzame landbouw in Centraal-Amerika, en Corporación Educativa para el Desarrollo Costarricense, Foro Mercados Locales (CEDECO). Net zoals in de Andes regio werken we eveneens samen met MAELA, de Latijns-Amerikaanse beweging voor biolandbouw. Ook de expertise van FETRAF, een grote Braziliaanse boerenorganisatie, wordt ingeschakeld in ons programma.

12


Daarnaast zijn Vredeseilanden en de Nederlandse ngo Hivos initiatiefnemer van twee CentraalAmerikaanse structuren die de samenwerking tussen verschillende coöperatieven, boerenorganisaties en verwerkingsbedrijven moet bevorderen. • PECOSOL heeft 36 leden in vijf landen. Nicaraocoop, Red Comal, UNAG en andere van onze partnerorganisaties zijn lid. • PROAMO is een samenwerking tussen zeven organisaties, waaronder Nicaraocoop uit Nicaragua en Oro Verde uit Costa Rica.

We bereikten met ons programma rechtstreeks

8175 mannen, 6665 vrouwen

September 2009: Participatieve certificering gelukt! Kleinschalige boeren die biologische producten verkopen op de lokale markt willen dit graag aan hun klanten tonen met een garantielabel. Het is immers een verkoopsargument dat aan belang wint. Maar ze kunnen de kost van een externe controle niet dragen. De zogenaamde “participatieve labels” zijn dan een alternatief. Medewerkers van Vredeseilanden in Nicaragua begeleidden in 2009 de boerenorganisatie Alianza Agroecológica de Carazo/ COOPAD bij het uitwerken en invoeren van zo’n “participatief certificeringsysteem”. Ze deden daarbij beroep op ervaringen van partnerorganisaties uit Costa Rica. Sinds een half jaar bieden 465 bioboeren van COOPAD hun producten op de markt van Carazo aan met een label dat aanduidt dat de producten biologisch geteeld zijn. De initiatiefnemers (consumenten en organisaties) controleren 110 ha volgens vastgelegde richtlijnen. Het certificeringsysteem is gebaseerd op vertrouwen en geloofwaardigheid van de verschillende betrokkenen: de boeren zelf, hun klanten, consumentenorganisaties en de overheid. Nog belangrijker dan het strak naleven van de criteria is de discussie die ondertussen ontstaat tussen deze partijen over landbouw, economie, natuurbehoud en de sociale aspecten van landbouw en voedsel. Het participatief certificeren toont zich een flexibel systeem dat toelaat om voortdurend van elkaar te leren. Vredeseilanden zal er nu voor zorgen dat deze ervaringen ook verspreid raken bij andere organisaties in Midden-Amerika, zodat ze eenzelfde systeem kunnen toepassen.

13


VECO SÉNÉGAL/GAMBIA In 2008 staken we voor het eerst de grens over naar Gambia. Dit jaar kwam er een tweede partner bij. Onze werking in Senegal en Gambia is opgebouwd rond drie producten: sesam, bananen en fonio (een lokale soort graan dat een beetje op couscous lijkt).

SENEGAL GAMBIA

Dit zijn onze partners in Senegal: • Association des Producteurs de la Vallée du Fleuve Gambie (APROVAG) – www.aprovag.org • Fédération des Groupements de producteurs et productrices du Sofaniama Jimara de Kolda (PELLITAL) • Fédération des Unions des Groupements Associés du Niombato (UGAN) • Réseaux de producteurs et productrices de fonio dans la communauté rurale de Djendé • Union National de la filière de banane au Sénégal (UNAFIBS) • Association des Consommateurs du Sénégal (ASCOSEN)

Dit zijn onze partners in Gambia: • National Farmers’ Platform, The Gambia (NFPG) • National Women Farmers in Agriculture (NAWFA)

We bereikten met ons programma rechtstreeks

14

1354 mannen, 2355 vrouwen


Februari 2009: Het fruitverwerkingsbedrijfje van APROVAG gaat van start Het gaat goed met de bananenboerenorganisatie APROVAG. De laatste twee jaar steeg hun aantal leden van 950 naar 1250, en nog elke maand komen er nieuwe leden bij. Ook de boerinnen timmeren vlijtig mee aan de toekomst. Iets meer dan 300 vrouwen zijn op dit ogenblik lid van de organisatie. Ze zitten mee in het bestuur en hebben hun eigen vrouwenafdeling en -groepen in de organisatie. En ze staan ondertussen hun mannetje in commerciĂŤle besprekingen. De vrouwen zijn ook begonnen om naast bananen ander fruit te verkopen en verwerken. Tussen de bananenbomen staat immers nog ander fruit. Hetgeen niet opgegeten werd, bleef doorgaans aan de bomen rotten. Nu wordt het door vrouwen op tijd verzameld, op een artisanale manier verwerkt en verkocht. Vooral gedroogd fruit scoort hier hoog. Een groot gedeelte van het fruit begint via de transporteurs van Aprovag ook zijn weg te vinden naar de stad Tambacounda waar de vrouwenafdeling van de organisatie sinds kort een nieuwe halfmoderne fruitverwerkingseenheid beheert. Gembersiroop, tamarindesiroop, pompelmoessiroop, bissapsiroop, citroensiroop, apebroodsiroop, en ... azijn. Voorlopig is het de enige plaats in Senegal waar azijn gemaakt wordt. Binnen de drie jaar zou de fruitverwerkingseenheid winstgevend moeten zijn. Op dit ogenblik zijn er onderhandelingen met de overheid aan de gang om een verkoopsvergunning voor het verwerkingsfabriekje te krijgen. Die onderhandelingen zijn bijna afgerond. Er zijn ook verschillende marktonderzoeken lopende om de beste manier te vinden om de producten in de steden aan de vrouw te brengen.

15


VECO WEST AFRICA Vredeseilanden werkt al lang in Togo en Benin. Sinds vorig jaar werken we ook in Burkina Faso en vanaf dit jaar hebben we bovendien één nieuwe partnerorganisatie in Niger. De vier landen delen belangrijke grensmarkten. Dit weerspiegelt zich ook in de structuur. Het regionaal kantoor is gevestigd in Cotonou. De projectverantwoordelijken werken vanuit twee antennes in Togo en Benin. Later komt er nog een antenne in Burkina Faso bij. In de hele West-Afrikaanse regio werken we voor het politieke werk samen met de boerenorganisatie ROPPA (Réseau des Organisations Paysannes et de Producteurs en Afrique de l’Ouest).

BURKINAFASO TOGO BENIN NIGER

In Benin specialiseren onze partners zich vooral in rijst en maniok. Dit zijn ze: • • • • •

6 Unions Communales des Riziculteurs (in Glazoue, Dassa, Save, Savalou, Banet en Ouesse) Union des Riziculteurs du Centre (UNIRIZ-C) Conseil de Concertation des Riziculteurs du Bénin (CCR-B) Fédération des Unions de Producteurs du Bénin (FUPRO-Benin) Centre d’information, de recherche et d’action pour la promotion des initiatives paysannes (CIRAPIP) • Centre d’initiation et de recherche-action pour un développement durable (CEIRAD) • Ligue de Défense des Consommateurs du Bénin (LDCB)

In Noord-Togo werken onze partnerorganisaties vooral in de groente- en maïsteelt. • • • •

Réseau des Centrales d’Auto promotion paysanne (RECAP) Fédération des Organisations Paysannes de la Région des Savanes (FOPAS) Coordination Togolaise des Organisations Paysannes et des Producteurs Agricoles (CTOP) Organisation d’Appui à la Démocratie et au Développement Local (OADEL)

In het zuidwesten van Burkina Faso specialiseren onze partnerorganisaties zich in de commercialisatie van niébé, een populaire lokale bonensoort. • Association Sons-Kouadba (ASK) • UPPA Boulgou • FEPAB Onze eerste partner in Niger is Plateforme Paysanne du Niger (PFPN). Zij specialiseren zich in rijstteelt.

We bereikten met ons programma rechtstreeks

16

16964 mannen, 9726 vrouwen


17

Š Marc Goldchstein


VECO EAST AFRICA

CONGO UGANDA TANZANIA

Oeganda, Tanzania en Kenia vormen samen één regionale markt. Ook veel producten uit het oosten van Congo komen op de Oegandese markt terecht, en omgekeerd. Vandaar dat we ervoor kozen om onze programma’s van Oeganda, Tanzania en Congo veel meer op elkaar af te stemmen. Dit weerspiegelt zich ook in de structuur. Het regionaal kantoor is gevestigd in Kampala (Oeganda). De projectverantwoordelijken werken vanuit verschillende antennes in Mbale (Oeganda), Same (Tanzania), Chunya (Tanzania), Dar es Salaam (Tanzania), Butembo (RD Congo). Vanaf volgend jaar komt er nog een antenne in Bukavu (RD Congo) bij. Voor het politiek werk in die regio werken we samen met de Eastern Africa Farmers Federation (EAFF). Zij verdedigen de belangen van de boerenfamilies in de Oost-Afrikaanse regio.

TANZANIA In de loop van 2009 ondervonden we heel wat problemen bij de uitvoering van ons programma in Tanzania (zie pagina 49). Tegen het einde van het jaar zetten we heel wat stappen om onze activiteiten terug op het goede spoor te brengen. Hieronder vindt u een overzicht van de verschillende Vredeseilanden-regio’s in Tanzania. In het noordoosten van Tanzania ondersteunen we activiteiten in het gebied waar de districten Same en Simanjiro aan elkaar grenzen. We focussen er op kippen- en geitenkweek, en uienteelt. In 2009 ontstonden 65 commerciële boerengroepen, en hun aantal zal de komende jaren nog toenemen. Dit zijn onze partners in Same en Simanjiro: • Same District Council • Inyuat E Moipo • Simanjiro District Council • Mviwata Kilimanjaro Regional Network • Roman Catholic Diocese en Same KAYA SACCOS bleken niet sterk genoeg om hun rol in dit programma volledig op te nemen.

Partnerschap met de lokale overheden als strategie voor synergie en duurzaamheid In 2009 werkte Vredeseilanden in de districten Same en Simanjiro samen met vijf partnerorganisaties. Iedere organisatie kreeg een heel specifieke rol toebedeeld bij de uitvoering van het programma. Dit toont zich in de eerste plaats op personeelsvlak. Alle partners “leveren” hun experten aan het programma: Simanjiro District Council stelt 10 van hun medewerkers ter beschikking om het Vredeseilanden-programma uit te voeren, Inyuat E Moipo 2 medewerkers en de Same District Council 5 medewerkers. Naast het personeel betalen de districtsoverheden ook mee voor infrastructuurwerken: tot nu toe werden al irrigatiekanalen, een waterdam, een weg en een anti-parasietenbad voor koeien en geiten aangelegd. Deze manier van werken wordt sterk gewaardeerd door de inwoners van de districten en door de lokale overheden. Vredeseilanden versterkt op die manier immers bestaande ontwikkelingsprogramma’s en overheden worden geresponsabiliseerd. Het is de beste garantie op de continuïteit en duurzaamheid van de activiteiten.

18


In het district Mkuranga, op een 100-tal kilometer ten zuiden van de havenstad Dar es Salaam werken we met boerengroepen die zich gespecialiseerd hebben in cassave/maniok. We merkten dat de ngo’s PELUM en TAWLAE in de regio niet de capaciteit hebben om een commerciële boerenbeweging uit te bouwen. Vandaar dat Vredeseilanden ervoor kiest om de komende jaren zelf een netwerk van commerciële boerengroepen op te zetten en te ondersteunen. Dit zijn onze partners in Mkuranga district: • Mkuranga District Council (MDC) • Mviwata Mkuranga Regional Network De voorbije jaren ondersteunde Vredeseilanden in het Chunya district de opstart van de verwerking en verkoop van olie uit zonnebloemen. Het bleek een schot in de roos. In een eerste fase waren vooral vrouwen actief in de zonnebloemteelt, maar geleidelijk aan begonnen ook mannen zich te interesseren toen ze zagen dat de activiteit winstgevend was. Opmerkelijk is dat zonnebloemen op dit moment 40% van het cash crop land innemen, in plaats van tabak en katoen. Zonnebloemen hebben minder meststoffen nodig, de teelt is minder arbeidsintensief en levert hoge inkomsten op. Momenteel is de vraag nog steeds veel groter dan het aanbod. De zonnebloemen blijken ook positief voor de voedselzekerheid in de streek: doordat mensen genoeg inkomsten halen uit de olie, zijn ze minder genoodzaakt om hun basisvoedsel (maïs en bonen) te verkopen. In 2009 startten we een nieuw 5 jarenprogramma in Chunya district. Het is logisch dat dit programma zich dan ook vooral zal toespitsen op het commercialiseren van de zonnebloemolie. Waar de lokale districtsoverheid een paar jaar geleden nog huiverachtig stond ten opzichte van Vredeseilanden, omdat ze vreesde voor verminderde inkomsten uit de taksen op tabak, werkt ze nu volledig mee in dit nieuwe programma. Ze heeft gemerkt dat de boeren er beter van worden en dat dit ook de belastingsinkomsten ten goede komt. Dit zijn onze partners in Chunya: • Chunya District Council • Mviwata Mbeya Regional Network • Mbozi, Ileje and Isangati Consortium (MIICO) • Chunya Farmers’ Network • Chunya Sunflower Farmers Business Associations Op nationaal vlak werken we voor het politiek werk in Tanzania vooral samen met het Network of Farmers’ Groups in Tanzania (Mviwata), de nationale boerenbeweging in Tanzania. Zij doen aan lobbywerk en richten zich daarnaast vooral op het opstarten van netwerken van boerengroepen. Ze geven ook vorming rond verschillende thema’s. Mviwata heeft op dit moment 60.000 geregistreerde leden over heel Tanzania.

We bereikten met ons programma rechtstreeks

3053 mannen, 4811 vrouwen

19


UGANDA De voorbije jaren werkte Vredeseilanden vooral op marktstudies, analyses en activiteiten in de pindaketen. Dit jaar zal Vredeseilanden daarnaast ook investeren in de commercialisering van maïs.

CONGO UGANDA TANZANIA

Dit zijn onze partners: • • • • • •

Lira District Farmers Association Kumi District Farmers Association Iganga District Farmers Association Tororo District Farmers Association Bugiri District Farmers Association Kagumu Sub County Development Association (KASCODA) en Kameke Farmers' Union (KAFU), in het district Pallisa • Sihubira Farmers Organisation, in het district Busia • Sironko District Farmers Association, maar omwille van organisatieproblemen is de samenwerking in 2009 stopgezet. Voor het politiek werk op nationaal niveau werd samengewerkt met Uganda National Farmer’s Federation (UNFFE). Daarnaast bleek de Uganda Cooperative Alliance ook een interessante partner. Dit partnerschap zal officieel starten in 2010.

2976 mannen, 3476 vrouwen

© Layla Aerts

We bereikten met ons programma rechtstreeks

20


Januari 2009: “Een lange reis begint altijd met een eerste stap” “De boeren en boerinnen zijn tevreden over onze diensten. We betalen hen meer dan de opkopers én we gebruiken geijkte weegschalen. Geen dubieuze meeteenheden bij ons. Daardoor vinden de boeren dat ze correct betaald worden. Bovendien betalen we meteen in cash uit. Dit in tegenstelling tot veel opkopers die heel erg laat uitbetalen en de boeren gefrustreerd achterlaten omdat ze geen dringende inkopen kunnen doen.” Richard Ariong, de manager van Kumi Farmers Agricultural Commodity marketing Cooperative Society (KUFACCOS) is trots. De nieuwe coöperatieve in het oosten van Oeganda heeft vorig jaar de eerste stap gezet om officieel geregistreerd te worden als handelscoöperatieve. In januari 2009 ontvingen ze hun certificaat van het Ministerie van Toerisme, Handel en Industrie. Ze evalueren hun eerste werkingsjaar. De coöperatieve kon bij haar start een opslagplaats in Kumi huren. Die vulden ze met 45 ton pindanoten van de aangesloten boeren, samen goed voor een waarde van ongeveer 14500 euro. In juni was drie kwart van de stock verkocht en aan het eind van de rit slaagden ze erin om een kleine winst van 750 euro te maken. De kwaliteit van hun pindanoten was nog niet optimaal, want de pindanoten hadden te lang in de opslagplaats gelegen. Bovendien slaagde KUFACCOS er niet in om stevig te onderhandelen met handelaars in pindanoten. Vredeseilanden ondersteunde hen daarom de afgelopen maanden om te prospecteren naar nieuwe klanten. De interesse is er en ze komt van overal: handelaars uit de buurt, maar ook uit Kenya en zelfs uit Soedan. “Maar net toen we dachten dat alles de goeie kant uitging verhoogde de verhuurder van onze opslagplaats zijn prijs met 25%”, vertelt Richard. “Hij zag dat we goeie zaken aan het doen waren en vond dat we dus meer konden betalen. Daardoor zijn we nog sneller op zoek gegaan naar financiering voor onze eigen opslagplaats. Die is nu bijna klaar.” Peter Byemaro van Vredeseilanden begeleidt deze en andere coöperatieves. Hij ziet nog een lange weg voor KUFACCOS. “De boeren moeten er echt van overtuigd geraken dat ze kunnen uitgroeien tot een belangrijke speler in de pindanotenmarkt. Nu ontbreekt het hen nog aan vertrouwen in hun eigen capaciteiten, inzicht in wat de klanten wensen en de commerciële feeling om interessante opportuniteiten te vinden. Bovendien durven ze geen risico’s nemen. Heel begrijpelijk, want boerenfamilies hebben amper financiële marges. Maar risico’s nemen... dat is net een essentieel onderdeel van handel drijven.” Een ander probleem is dat de coöperatieve dikwijls niet genoeg pindanoten in stock heeft. “De tweede helft van vorig jaar was een ramp”, blikt Richard terug. “De droogte heeft ervoor gezorgd dat boeren geen of heel weinig pindanoten konden leveren. Ze hadden klanten, maar konden slechts een derde van de gevraagde hoeveelheid leveren. Anderzijds hebben ze op landbouwbeurzen wel nieuwe contacten gelegd. Een handelaar in Kampala is heel erg geïnteresseerd. De kwaliteit zit goed en ze kunnen een soort pindanoot aanbieden die klanten lekker vinden. Nu moeten ze nog onderhandelen over de voorwaarden. Afhankelijk van de prijs die ze bedingen, zullen ze beslissen of het wel de moeite loont om de hoge transportkost naar Kampala te betalen.”

21


DR CONGO

CONGO UGANDA TANZANIA

Al vijf jaar lang werken we in de streek rond Butembo (Noord-Kivu) met volgende partnerorganisaties aan het verbeteren van het inkomen van de boeren en boerinnen in de streek, en dit door het verstevigen van landbouwactiviteiten. Dit zijn onze partners: • • • • • • • • • •

Coopérative Centrale du Kivu (COOCENKI) Syndicat pour la Défense des Intérêts Paysans (SYDIP) Association des Producteurs de Vuhimba (APAV) Ligue des Organisations des femmes Paysannes au Congo (LOFEPACO) Fonds à l’Entrepreneuriat Féminin (FAEF) Association des Paysans pour le Développement Rural (APADER) La Fédération des Organisations Paysannes au Congo (FOPAC) CACUDEKI Programme de Réhabilitation et de Protection des Pygmées (PREPPYG) FOSCAL We bereikten met ons programma rechtstreeks

5490 mannen, 6890 vrouwen

Volgende organisaties voerden in 2008-2009 een wederopbouwprogramma uit: • Comité Anti–Bwaki (CAB) • Comité Inter Marais du Bushi (Cim-Bushi) • Umoja wa Wamama Wakulima wa Sud Kivu, ou l’Union des mamans paysannes du Sud Kivu (UWAKI) • Union Paysanne pour le Développement Intégré (UPDI) • ACIAR • Ook met de coöperatieve COOCENKI en LOFEPACO, hierboven vermeld, werd samengewerkt We bereikten met ons programma rechtstreeks

22

33875 mensen


Juni 2009: Evaluatie van wederopbouwprogramma in Zuid-Kivu Vredeseilanden is geen noodhulporganisatie. Toch coördineerden we in 2008 en 2009 een wederopbouwprogramma in het door oorlog geteisterde Zuid-Kivu. Onze filosofie daarbij blijft er één van duurzaamheid. Zo introduceerden onze partners nieuw zaaizaad en meststoffen en zetten ze een kredietsysteem op zodat iedereen in de regio in de toekomst nog steeds goede zaden kan krijgen. Onze partnerorganisaties legden ook moerasgronden droog en installeerden comités die de waterkanalen onderhouden. Zo zijn 33.875 mensen erin geslaagd om nu en in de toekomst terug in hun eigen voedsel te voorzien. Het eerste jaar produceerden ze samen 837 ton voedsel dat in de dorpen en de naburige steden verkocht werd. Onze partnerorganisaties zorgden ook voor de aanleg van een nieuwe weg en engageerden hiervoor honderden werkloze jongeren. De infrastructuurwerken hebben positieve gevolgen voor een nog grotere groep boeren en boerinnen, want de nieuwe weg zorgde ervoor dat er veel meer handel is, en zo steeg hun inkomen. Bovendien is de sociale winst groot: mensen kunnen veel sneller en gemakkelijker in een ziekenhuis of school geraken. Daarnaast bouwden COOCENKI en ACIAR twee maalderijen in Noord-Kivu en Ituri, waardoor die organisaties via het Wereldvoedselprogramma meer maïsmeel zullen kunnen leveren aan vluchtelingen in de streek. De twee nieuwe maalderijen in Noord-Kivu en Ituri zijn de enige in de streek.

23


VECO INDONESIA

INDONESIË In Indonesië werken we nog voornamelijk met lokale ngo’s en niet met boerenorganisaties zoals in de andere landen het geval is. Onder het bewind van Soeharto waren boerenorganisaties immers niet toegelaten. Dit veranderde na zijn val eind jaren ’90. Eind 2008 sloten we dan ook partnerovereenkomsten met drie boerenorganisaties die vanaf nu onze steun zullen krijgen: JTM, JANTAN en BITUNA. De producten waarop we vandaag inzetten zijn rijst, pindanoten, koffie, cacao en cashew. Dit zijn onze partners op het eiland Java (rijst): • Jaringan Tani Mandiri (JTM), in het district Boyolali • Lembaga Studi Kemasyarakatan dan Bina Bakat (LSK-BB), in het district Boyolali • Yayasan Pengembang Kreatifitas Generasi Muda (YPKGM), in Lumajang • Lembaga Pengkajian Kemasyarakatan dan Pembangunan (LPKP) • Lembaga Pengembangan Partisipasi Demokrasi dan Ekonomi Rakyat (LP2DER) Dit zijn onze partners op het eiland Sulawesi (koffie en cacao): • Yayasan Duta Pelayan Masyarakat (YDPM), in het district Mamasa • Yayasan Jaya Lestari Desa (JALESA), in het district Toraja • Yayasan Komunitas Indonesia (YAKOMI), in het district Mamasa Dit zijn onze partners op het eiland Flores (koffie, cacao, cashew en rijst): • Jeringan Petani Wulang Gitang (JANTAN), Flores Timur • Yayasan Komodo Indonesia Lestari (Yakines), in Manggarai • Yayasan Tana Nua (YTN), in Ende • Delegasi Sosial (Delsos), in Manggarai • Yayasan Mitra Tani Mandiri Ngada (YMTM-Ngada), in Nagekeo • Lembaga Advokasi Masyarakat (LAPMAS), in Ngada • Yayasan Ayo Indonesia (YAI), in Ruteng • Yayasan Ayu Tani (YAT), Flores Timur Dit zijn onze partners op West-Timor (pindanoten): • Yayasan An Feot Ana (YAFA), in het district TTU • Yayasan Mitra Tani Mandiri (YMTM), in het district TTU • Bituna, in het district TTU Vredeseilanden werkt ook heel nauw samen met twee privé-bedrijven. Dit zijn Mars (voor cacao) en Toarco (voor koffie). Zij krijgen vanzelfsprekend geen financiering, maar deze verwerkingsbedrijven bieden interessante vormingsmogelijkheden en afzetmarkten voor de cacao- en koffieboeren. Daarnaast werken we voor het politiek werk en campagnes rond biologische landbouw en veilig voedsel vooral samen met: • People’s Coalition for Food Soverignty – Koalisi Rakyat untuk Kedaulatan Pangan (KRKP) • Office of Environmental Education Centre (PPLH), Indonesian Development of Education and Permaculture (IDEP) en Yayasan Bali Organic Association (BOA), een consortium van consumentenverenigingen op het eiland Bali • Aliansi Petani Indonesia (API), bekend van hun strijd rond landrechten

24


• The Indonesian Organic Farming Network – Jaringan Kerja Pertanian Organik (JAKER-PO), LSKBB en Gita Perwini, een beweging van biologische landbouw • Serikat Bersama Indonesia Berseru (SBIB)

We bereikten met ons programma rechtstreeks

9102 mannen, 6068 vrouwen

December 2009: “We hebben het tij kunnen keren” Het land is droog in West-Timor. Met heuvels en hellingen tot 45°. Het is op deze hellingen dat de boeren diverse gewassen telen. 2265 boeren van drie etnische groepen vormen er samen Bituna. “We hebben het tij kunnen keren,” vertellen ze. “Waar we tot voor kort afhankelijk waren van tussenhandelaars en bedot werden door opkopers, hebben we nu zelf de controle. Dat komt vooral omdat we inzagen dat je alleen niet kunt vechten tegen machtige partijen. Door een boerenorganisatie te vormen hebben we de verhoudingen stevig bijgestuurd.” Ze weigeren om de kleine gewichtsmaten van de tussenhandelaars te aanvaarden. En ze aanvaarden ook niet dat het die opkopers zijn die de prijs bepalen. Ze doen zelf aan prijszetting, zodat zij het niet meer zouden moeten zijn die altijd aan het kortste eind trekken. Dat is de kracht van de organisatie. Ze verdelen de rollen. Sommigen onderhandelen met de kopers. Anderen gaan op zoek naar marktinformatie. En nog anderen leiden vergaderingen met de basisgroepen. Ze zijn geen zwakke schakels meer waar de handelaars van kunnen profiteren om ze tegen elkaar uit te spelen. Nu hebben die handelaars geen keuze meer dan via Bituna te onderhandelen. En hun meeteenheden? Die moeten ze laten ijken. Bituna is maar één voorbeeld. VECO Indonesia ondersteunt gelijkaardige organisaties. We merkten in 2009 dat de boerenorganisaties sterker werden en dat de prijs die ze kregen voor hun producten steeg. En met hun inkomen, steeg ook hun zelfbewustzijn.

25


VECO LAO

LAOS Pas sinds 2010 laat de Laotiaanse overheid toe dat lokale ngo’s of boerenorganisaties VIETNAM zich ontwikkelen buiten de officiële instanINDONESIË ties. Tot die tijd konden boeren enkel proberen om zich als bedrijf te laten registreren. Vandaar dat Vredeseilanden in het noorden van Laos 19 farmer group enterprises (bedrijfjes van boerengroepen) ondersteunt in de districten Meung, Tonpheung, Houaysay en Paktha. Zij verwerken en verhandelen maïs, pindanoten en thee. Vorig jaar is ook één groep succesvol begonnen met visverwerking i.p.v. maïs. We werken er ook nauw samen met de districtsoverheden in die vier districten. Ondanks onze successen, blijkt het in Laos moeilijk om te werken aan de versterking van boerenorganisaties, zoals we in al onze andere programma’s doen. De richting die Vredeseilanden een aantal jaar geleden gekozen heeft, blijkt heel moeilijk verzoenbaar met de context in Laos. Bovendien wil de Belgische Overheid dat ngo’s hun aantal landen inperken om samenwerking tussen Belgische organisaties te bevorderen en zo haar middelen efficiënter te kunnen inzetten. Die twee factoren samen zorgden ervoor dat Vredeseilanden de beslissing nam om in 2010 onze werking in Laos stop te zetten. We werkten in 2009 hard aan het zelfstandig maken van de boerenbedrijfjes, en andere internationale ngo’s (SNV, Oxfam) zijn geïnteresseerd om ons programma over te nemen. Op die manier wordt de continuïteit toch verzekerd. In het volgende jaarverslag zullen we over de eindevaluatie van ons programma in Laos rapporteren.

We bereikten met ons programma rechtstreeks

26

3383 mannen, 3383 vrouwen


Januari en november 2009: twee sleutelmomenten voor VECO Lao In januari 2009 wonnen de dorpsbewoners van Akha een jarenlang gevecht met een Chinees theebedrijf. Dat bedrijf had een contract getekend met de provinciale overheid van Bokeo dat de Akha dorpelingen uit het Meung district verplichtte hun verse thee rechtstreeks te verkopen aan het Chinese bedrijf. De thee die ze al generaties oogstten konden ze dus niet meer zelf verwerken en tegen hun eigen voorwaarden op de markt brengen. Met steun en begeleiding van Vredeseilanden boden de boeren en boerinnen verzet tegen dit contract. Ze richtten daarvoor zelf een theebedrijf op. Aanvankelijk vonden ze geen gehoor bij de districtsoverheid, maar ze zetten door. Uiteindelijk ging de districtsoverheid toch overstag. In een brief aan de provinciale overheid, beval de districtsoverheid het contract met het Chinese bedrijf op te zeggen. Dat gebeurde uiteindelijk begin 2009. Het nieuwe theebedrijf van de boeren doorstond inmiddels de vuurproef: ze bouwden een verwerkingsinstallatie en Vredeseilanden adviseerde hen bij nieuwe verwerkingstechnieken en marketingstrategieën. In 2010 legden ze de eerste contacten met een fairtrade bedrijf uit de VS. Indien de stalen die ze opstuurden in de smaak vallen, dan is dit de eerste stap naar een langdurig contract in de fairtrade markt. Het werk van Vredeseilanden in Laos kan bovendien – na aanvankelijke scepcis – op complimenten van de centrale overheid rekenen. In november 2009 bezocht een vertegenwoordiger van de overheid de “Farmer Group Enterprises” in Bokeo. De minister van Landbouw ontwikkelt op dit moment namelijk een nieuwe wet rond boerencoöperatieven en wilde van de boeren in Bokeo horen hoe zij het aanpakken. In een eerste versie van de beleidsnota van de minister van Landbouw, werd verslag gedaan van het bezoek aan Bokeo: “de maïsboeren van Bokeo legden hun kapitaal samen om samen hun producten op de markt te brengen. Door zich beter te organiseren, staan ze sterk tijdens onderhandelingen met maïshandelaars.”

27


VECO VIETNAM Vredeseilanden werkt in de noordelijke districten Lang Son, Son Duong, Van Quan, Yen Lap, Binh Gia en Viet Tri. Tot vorig jaar waren de landbouwdiensten van de districtsoverheden onze voornaamste partners. We werkten in 2009 nog voor enkele activiteiten samen met de Agricultural Extension Stations (landbouwvoorlichtingsdiensten), Plant Protection Stations, Veterinary Stations, Agricultural and Rural Development Departments en de officiële boerenverenigingen van de bovenvermelde districten.

LAOS

VIETNAM INDONESIË

Onder de slogan “Creating markets for the poor”, wil de Vietnamese overheid het ondernemerschap bij de arme boerenbevolking stimuleren. Dit past perfect bij de aanpak van Vredeseilanden, en de overheid steunt ons werk dan ook volledig. We werken met vijf boerengroepen in de thee- en groenteteelt en varkenskweek. Waar dit interessant is, verbinden we hen met privé-bedrijven.

Dit zijn onze partners in Vietnam: • • • • • •

Tan Hoi Tea Group Minh Thanh Pig Group Yen Thuong Tea Club Tan Duc Farmer Group Na Chuong Cooperative Son Duong Fish Farm

De privébedrijven waarmee samengewerkt wordt, zijn • Phu Ha Tea Processing Factory • Hop Thanh Pig Farm • Hiep Thanh Tea Company Daarnaast werken we op nationaal niveau nog samen met Vietnam Standards and Consumer Protection Association (VINASTAS) en Civil Society Inclusion in Food Security and Poverty Elimination Network (CIFPEN).

28


29


30


Vredeseilanden in Vlaanderen

VREDESEILANDEN LIET WEER VAN ZICH HOREN Duizenden vrijwilligers spraken opnieuw enkele honderdduizenden mensen aan tijdens het campagneweekend in januari. Scholen en jeugdverenigingen werken niet alleen mee aan de campagne, maar maken ook werk van meer duurzaamheid binnen hun werking. Vredeseilanden-supporters vinden daarnaast meer en meer de weg naar onze websites en fanpagina. Enkele cijfers: • 353 kernvrijwilligers organiseerden de campagne in minstens 84 gemeenten. • Vredeseilanden-stagiairs, -vrijwilligers en -medewerkers vulden 634 lesuren in 91 scholen en daarmee bereikten we ongeveer 12800 leerlingen. • 225 organisaties werkten mee aan het campagneweekend in januari en verkochten naar schatting 102787 gadgets. Daarnaast waren er ook sponsortochten, fuiven, Afrikaanse maaltijden, ... • Een 60-tal jeugdverenigingen deden mee aan Foodhunt. • 5000 leerlingen in circa 50 secundaire scholen werkten één dag voor Oeganda in samenwerking met Zuiddag vzw. • 1200 sportievelingen deden mee aan de Loop naar Afrika. • 8755 donateurs kregen een fiscaal attest. • 5838 mensen kregen onze e-nieuwsbrief. • Meer dan 1000 fans volgen Vredeseilanden via de facebookpagina. • 61.131 unieke bezoekers kwamen op onze website terecht. 9094 unieke bezoekers bezochten www.mijnvredeseilanden.be. • Duizenden luisteraars hoorden één van onze 43 radio-spots op Radio 1, Radio 2, Studio Brussel, MNM of Klara. www.vredeseilanden.be – www.mijnvredeseilanden.be

4 31


16 OKTOBER WAS ZUIDDAG Het concept van ZuidDag is eenvoudig: scholieren uit de derde graad secundair onderwijs gaan tijdens de lesuren één dag werken bij een bedrijf, organisatie of particulier uit hun buurt. Hun dagloon staan ze af aan een jongerenproject in het Zuiden. ZuidDag vzw koos ervoor om in 2009 samen te werken met Vredeseilanden en een project in Lira (Oeganda) te financieren. ‘Jonge boeren verdienen beter!’ werd het thema. Tijdens de zomermaanden trokken acht Vlaamse jongeren uit deelnemende scholen naar Oeganda. Ze verbleven bij gastgezinnen en werden ondergedompeld in het dorps- en landbouwleven. Terug in België kropen ze in de rol van ambassadeur en vertelden hun verhaal in verschillende scholen. Ook een groep Oegandese jongeren kwam naar België om te getuigen over hun leven in Oeganda. Omdat Zuiddag dit jaar samen viel met Wereldvoedseldag, kregen twee Oegandese jongeren zelfs de kans om in het Belgische parlement te vertellen welke dromen ze hebben voor hun toekomst in de landbouw. Ongeveer 5000 leerlingen werkten uiteindelijk een dagje voor ZuidDag. Met de opbrengst van hun ‘werkdag’ worden in drie scholen in Lira jongerenboerderijen opgestart. Op deze modelboerderijen zullen jongeren kennis en ervaring opdoen rond duurzame landbouwtechnieken. Kennis die ze ook thuis bij hun families kunnen toepassen. Tegelijkertijd produceren ze voedsel voor zichzelf en scherpen ze hun ondernemersvaardigheden aan om via verkoop een inkomen te verwerven. De Vlaams-Congolese zangeres Leki is meter van dit project. www.vredeseilanden.be/zuiddag

32


"LE BELGE", EEN KORTFILM VAN STIJN MEURIS Stijn Meuris nam in Senegal het verhaal op van Yacouba Doumbouja, een bananenboer die van zijn plantage een elfde Belgische provincie wil maken. Met dit absurde verhaal wilde Vredeseilanden tijdens haar jaarlijkse campagne de aandacht vestigen op de situatie van miljoenen boerenfamilies die niet of nauwelijks kunnen leven van hun werk op het veld. Het idee kwam van het communicatiebureau Duval Guillaume Antwerpen. Wie is Le Belge? Het hoofdpersonage Yacouba Doumbouja wil een stukje België creëren op Senegalese grond. Eens deel van België hoopt hij op een goede opleiding, een betere infrastructuur, een grotere markt en – wel ja – een stukje van de Europese landbouwsubsidies. Een gek plan? Misschien. Maar voor Yacouba slechts één van de vele pogingen om met zijn bananen eindelijk een leefbaar inkomen te verdienen. Tussen droom en daad staan echter enkele praktische (en diplomatieke) bezwaren. Fictie of realiteit? Het verhaal is verzonnen, maar dat boeren en boerinnen er niet in slagen een inkomen te halen uit hun werk, is dagelijkse realiteit. De film werd opgenomen samen met de leden van de boerenorganisatie APROVAG in Tambacounda in Senegal (zie pagina 15). Vredeseilanden werkt al jaren met hen samen om de Senegalese banaan op de kaart te zetten. Nu krijgen de boeren tot 60% meer geld voor hun bananen omdat ze de kwaliteit ervan verbeterd hebben. Met de juiste ondersteuning is er dus geen elfde provincie nodig om een beter bestaan op te bouwen. Waar was “Le Belge” te zien? Stijn Meuris mocht bij Phara aan tafel schuiven om te vertellen over “Le Belge”. De film werd online verspreid, vertoond op Canvas, op Acht, op TVLimburg en op een aantal kortfilmfestivals. Hij is nog steeds te bekijken op www.vredeseilanden.be/lebelge en zal in 2010 nog volop getoond worden in secundaire scholen.

33


FAIRTRADEGEMEENTEN... ... blijven groeien De campagne FairTradeGemeenten gaat haar zesde jaar in. Via dit actiemodel willen Vredeseilanden, Max Havelaar, Oxfam Wereldwinkels en 11.11.11. nog steeds duurzame producten, zowel uit eerlijke handel als uit duurzame landbouw van bij ons, promoten en meer beschikbaar maken. Eind 2009 werkten 197 gemeenten actief mee aan de campagne FairTradeGemeenten. Dat is bijna twee derde van alle Vlaamse gemeenten. Eind 2009 droegen 78 gemeenten de titel FairTradeGemeente en 22 nieuwe gemeenten schreven zich in de loop van het jaar in. We verwachten in 2010 de 100ste titel te kunnen uitreiken. ... gaan provinciaal Het groeiend aantal gemeenten dat meewerkt aan de campagne, daagde de vijf Vlaamse provincies uit om in een gelijkaardige campagne te stappen. Provinciale ambtenaren Ontwikkelingssamenwerking en de stuurgroep kwamen enkele keren samen, en in maart 2009 hielden we een nieuwe campagne boven de doopvont: FairTradeProvincie. Ook in deze campagne vormen zes criteria de leidraad. ... zijn indrukwekkend in cijfers In de zomer van 2009 organiseerde de stuurgroep een telling van alle actoren die meewerkten aan de campagne. Op dat moment boden 1138 winkels en 532 horecazaken die geregistreerd waren binnen FairTradeGemeenten fairtrade-producten aan. 300 scholen werkten rond fairtrade en 790 organisaties en 252 bedrijven consumeerden structureel enkele fairtrade-producten. Een volgende telling is gepland in de zomer van 2010. ... bougeren De trekkersgroepen blonken ook dit jaar weer uit in originaliteit om gemeentebesturen, verenigingen, scholen en journalisten mee te krijgen in de campagne. Een greep uit de vele voorbeelden: in Aalst kennen ze nu de Fairtrade Flikken, de bakkers van Kasterlee verwerken fairtrade-producten in speculaas en cake, in Malle organiseerde de KWB een fairtrade paaseierentocht. De wedstrijd ‘wie wordt amateurkok van Overpelt’ zat vol gerechten met minstens de helft fairtrade-, bio- of lokale producten. En in West-Vlaanderen was er “the Local Food Express” in Poperinge, en de grote FairTrade Walk in Oostende, Middelkerke, Koksijde en Nieuwpoort waarbij lokale duurzame vissoorten, streekbieren etc. worden aangeboden. ... are part of something huge In februari kwamen opnieuw professionals en trekkers van FairTradeGemeenten vanuit de meeste deelnemende landen samen, deze keer in Lyon. Onmiddellijk na deze conferentie werd werk gemaakt van een internationale website waar alle campagnes van elkaar kunnen leren. 18 landen werken internationaal mee aan de wereldwijde campagne in meer dan 700 gemeenten. In 2010 is de 1000ste titel binnen bereik. ... en zijn bekroond ! De Vlaamse Juristenvereniging (VJV) heeft in december 2009 de prijs 'Recht en duurzaamheid' uitgereikt aan FairTradeGemeente, Advocaten Zonder Grenzen en Public Affairs. Zij proberen om "eerlijke handel in openbare aanbestedingen" te promoten door een wettelijke basis te creëren "waardoor de overheid meer maatschappelijk verantwoord kan gaan ondernemen", zo motiveerde de VJV in een persbericht. "Deze verenigingen willen het recht duurzamer maken, maar willen tegelijk ervoor zorgen dat duurzame producten meer ingang vinden bij onze openbare besturen. Op die manier slaan ze twee vliegen in één klap", aldus juryvoorzitter Wim De Vilder. www.fairtradegemeenten.be

34


DUURZAME CATERING Hoe groter de vraag of de belangstelling van consumenten, hoe groter de bereidheid van bedrijven en overheid om in te zetten op duurzame familiale landbouw. Dus wil Vredeseilanden er mee voor zorgen dat klanten duurzame producten meer appreciĂŤren en consumeren. Zo begeleiden we een aantal grote personeelsrestaurants om over te schakelen naar meer duurzame maaltijden. De milieudienst en het personeelsrestaurant van de Stad Gent waren bij de eersten die mee op de kar sprongen. Een dagelijkse volwaardige vegetarische schotel op het menu was de eerste stap. Sinds begin mei kiest trouwens een derde van de bezoekers voor de vegetarische schotel. Op donderdag (veggiedag) is dat zelfs meer dan 50%. Maar daar bleef het niet bij. Er wordt ook zoveel mogelijk gewerkt met seizoensgroenten. Naar aanleiding van de bioweek werd het volledige drankenaanbod herzien en werden traditionele frisdranken vervangen door lokale biosapjes. En voor de zuiveldessertjes werd er overgeschakeld naar het assortiment van een lokale zuivelboer. Biobrood vond de kok niet haalbaar vanwege de te hoge kostprijs. Sinds de Week van de FairTrade wordt de chocolademousse met fairtrade-chocolade gemaakt. Momenteel wordt er bekeken of het ook mogelijk is om voor een aantal basisproducten, zoals rijst, deegwaren en peulvruchten over te schakelen naar biologische en/of fairtrade-producten, zonder dat de voedselkostprijs te groot wordt. Ook andere grootkeukens (het personeelsrestaurant van de Financietoren, de openluchtinstellingen van de Stad Antwerpen en De Kluis in Sint-Joris-Weert) zetten stappen om meer duurzaam te werk te gaan. Elke deelnemende grootkeuken krijgt tijdens dit proces een intensieve trajectbegeleiding van Vredeseilanden. We ondersteunen de keukenverantwoordelijken met het aanreiken van info over duurzamere producten, zoals de seizoenskalender, info over duurzame vis, recepten met seizoensgroenten, vegetarische recepten,... Verder zoeken we ook actief mee naar mogelijke leveranciers voor de meer duurzame producten en organiseerden een speeddating om lokale leveranciers en hun producten bekend te maken.

35


NAAR MEER COHERENTIE TUSSEN LANDBOUW- EN ONTWIKKELINGSBELEID Het jaar 2009 toonde de omvang van de moeilijkheden in de landbouwsector wereldwijd. In Europa haalden vooral de melkboeren met hun protest de krantenkoppen en tv-journaals. Maar melk is niet de enige sector in crisis. De landbouwinkomens zijn praktisch overal achteruitgegaan. Tegelijk heeft het aantal mensen dat honger lijdt op de wereld de kaap van een miljard overschreden. België en de Europese Unie erkennen dit probleem wel, maar voorlopig hebben ze niet de stevige beleidsveranderingen op tafel gelegd die nodig zijn om deze complexe landbouw- en voedselproblematiek aan te pakken. Het Europees Gemeenschappelijk Landbouwbeleid bepaalt onder meer op welke manier onze voeding wordt geproduceerd en of er al dan niet landbouwproducten worden gedumpt in het Zuiden. Europese politici zijn ondertussen begonnen met het vastleggen van de krachtlijnen voor een nieuw Europees Gemeenschappelijk Landbouwbeleid voor de periode 2013-2020. In deze context hebben de landbouwwerkgroep van het Vlaams Overleg Duurzame Ontwikkeling en de Boerenbond in 2009 een serie dialoogsessies georganiseerd over de doelstellingen voor het Europees landbouwbeleid na 2013. Op vele vlakken werd een consensus bereikt, wat een doorbraak op zich is aangezien nog niet zo heel lang geleden het water tussen Boerenbond en vele van deze organisaties nog bijzonder diep was. Zo werd overeengekomen dat een solidair landbouwbeleid nodig is, waarbij het voor ontwikkelingslanden op korte termijn noodzakelijk is dat ze hun markten kunnen afschermen tegen goedkope import en dat handelsstromen niet destructief mogen zijn voor de familiale landbouw in deze regio’s. Eigen voedselzekerheid voor basisproducten moet gegarandeerd worden en het eigen landbouwsysteem moet zich kunnen ontwikkelen. Deze consensustekst werd ook besproken met de Vlaamse overheid en kon op de nodige bijval rekenen. Voor we er echter in slagen om de nieuwe Europese Landbouwcommissaris, Dacian Diolos, de grote lijnen te laten overnemen van de in België gegroeide consensus, is er nog werk aan de winkel. Een paar lidstaten met een groter soortelijk gewicht dan België zitten op een tegengestelde koers. Bij DGOS en het kabinet Ontwikkelingssamenwerking ligt ondertussen, na een doorgedreven evaluatie van de sector landbouw in de Belgische ontwikkelingssamenwerking, een eerste ontwerpversie van een nieuwe strategienota voedselzekerheid & landbouw op tafel. De ngo’s van de Coalitie tegen de Honger leverden daarvoor in 2009 een grote bijdrage met beleidsvoorstellen voor de nieuwe nota. Die nota moet een goede en coherente ondersteuning bevorderen van de familiale landbouw in de Belgische partnerlanden. Hopelijk worden deze voorstellen in overweging genomen, maar voorlopig krijgen de ngo’s nog geen inzage in de ontwerpversies van de nieuwe nota. Vredeseilanden is voorzitter van de landbouwwerkgroep van het Vlaams Overleg Duurzame Ontwikkeling, en lid van de stuurgroep van de Coalitie tegen de Honger.

36


ACTUA CAMPAGNES EN PUBLICATIES GGO’s, een gadget waar niemand op zit te wachten Chris Claes en Jan Aertsen Naar aanleiding van het debat in het Vlaamse parlement rond de regels voor de teelt van genetisch gewijzigde gewassen in Vlaanderen, richtte Vredeseilanden met andere organisaties (Bioforum, Greenpeace, Bond Beter Leefmilieu, Wervel en Velt) een open brief aan de directies van de supermarkten. Onze boodschap: de klanten noch de boeren zitten erop te wachten. Alleen een handvol grote bedrijven zoals Monsanto hebben er baat bij. Vredeseilanden deed ook een aantal interviews bij boeren om hun stem in het debat te laten horen. Ondanks ons lobbywerk keurde het Vlaams Parlement toch op 25 maart het co-existentiedecreet goed dat het naast elkaar bestaan van biologische, conventionele en genetisch gemodificeerde landbouwteelten wil garanderen.

Uitweg uit de melkcrisis. Oplossingen voor een Europese en internationale problematiek Gert Engelen Door de melkcrisis zien onze Belgische boeren zich genoodzaakt om hun melk met verlies te verkopen of ze te dumpen bij wijze van protest. Overal in Europa kreunen de melkveebedrijven onder de lage melkprijzen. De Europese melksector is echter niet alleen het slachtoffer, maar ook mede de oorzaak van de melkcrisis. In de ontwikkelingslanden dreigt de lokale melksector te bezwijken onder de prijsdruk, veroorzaakt door de geĂŻmporteerde, zwaar gesubsidieerde Europese melkoverschotten. Over de hele wereld is de zuivelmarkt in crisis. Hoe is het zo ver kunnen komen en wat is eraan te doen?

37


Nooit meer honger in de wereld. De voedseltop in Rome, een gemiste kans Gert Engelen Gert Engelen maakte deel uit van de Belgische delegatie op de World Summit on Food Security in Rome (16-18 november) en volgde de werkzaamheden op de voet. “Deze top zal de geschiedenis ingaan als de zoveelste top van de gemiste kansen. De bijeenkomst bracht geen wezenlijke doorbraak in de bestrijding van honger en armoede, omdat het de deelnemers aan eensgezindheid ontbreekt over de te nemen structurele maatregelen. De staatshoofden en regeringsleiders van de machtige landen gaven ook niet thuis: er viel hier toch niet veel eer te rapen.” Toch zijn er ook positieve punten. Tijdens de Voedseltop werd een nieuwe instelling voorgesteld: het Committee on World Food Security (CFS). “Die instelling bestond eigenlijk al maar wordt nu in belangrijke mate hervormd en versterkt om de internationale strijd tegen de voedselonzekerheid te coördineren. Al moeten we er terdege op toezien dat het CFS niet snel vleugellam wordt gemaakt door de instelling financieel in te bedden onder de Wereldbank.” U kan al onze publicaties over actuele thema’s terugvinden via deze link: www.vredeseilanden.be/tag/ publicaties.

Opiniestukken die verschenen in kranten en op websites: • • • • • • • • • •

23/01/09 29/01/09 12/05/09 05/06/09 19/06/09 08/07/09 18/08/09 03/09/09 18/09/09 16/12/09

– – – – – – – – – –

Open brief aan de supermarktbazen (over ggo’s) Een wereldwijd relanceplan begint bij het oplossen van de voedselcrisis Prinses Mathilde snapt het. Nu de rest nog. Na de grondstoffen nu ook de grond in uitverkoop? Ziezo, nu zijn er al één miljard hongerige mensen Hoe komt voedsel op het bord van de G8? De boer mag niet sterven Doodlopende hulp of doodlopend economisch model? Zink is geen voedsel Boer redt klimaat

U kan al deze opiniestukken terugvinden via deze link: www.vredeseilanden.be/tag/opinie.

38


De sociale balans van Vredeseilanden

DE MENSEN ACHTER VREDESEILANDEN Algemene Vergadering De Algemene Vergadering bestaat uit 80 vrijwilligers, deskundigen, leden van de Raad van Bestuur en ex-personeelsleden. De lijst van de leden van de Algemene Vergadering is opvraagbaar bij Vredeseilanden of kan je bekijken op onze website www.vredeseilanden.be/mensen/algemenevergadering. De Algemene Vergadering is het hoogste orgaan. Zij stelt de Raad van Bestuur aan en keurt de jaarrekeningen en bijhorend verslag goed. Raad van Bestuur Leen Bas, André De Smedt, Patricia Grobben, Marleen Iterbeke, Roosmarijn Smits, Alfons Vaes, Jan Van Eechoute, André Van Melkebeek, Annelies Van Raemdonck en Lieven Denys. Voorzitter Raad van Bestuur: Alfons Vaes Meer over de leden van de Raad van Bestuur op www.vredeseilanden.be/mensen/raadvanbestuur. De Raad van Bestuur is verantwoordelijk voor het algemeen beheer. De operationele verantwoordelijkheden delegeert de Raad aan de directie van de organisatie. De voorzitter en alle andere bestuursleden zijn vrijwilligers. Ze ontvangen voor hun mandaat geen vergoeding en hebben evenmin een uitvoerende functie binnen de organisatie. De Raad van Bestuur heeft de principes van goed bestuur geïntegreerd in haar statuten. Zij baseerde zich op de ‘Goede praktijken en aanbevelingen voor het besturen van Social Profit organisaties’ van de Koning Boudewijnstichting. Directie Luuk Zonneveld – Algemeen directeur, Marianne Vergeyle – Directeur Interne Diensten, Teopista Akoyi – Programmadirecteur Afrika, Roos Peirsegaele – programmadirecteur Amerasia, Lieve Vercauteren – programmadirecteur Vlaanderen. Personeel Hoofdkantoor De lijst van de medewerkers van Vredeseilanden staat gepubliceerd op de website van Vredeseilanden: www.vredeseilanden.be/mensen. Personeel Regionale kantoren Regionale verantwoordelijken per regio/land: Amidou Diallo – Togo/Benin/Burkina Faso/Niger; Jan De Waal – Oost-Afrika en Congo; Rogier Eijkens – Indonesië; Roos Dewitte – Midden-Amerika; Stuart Ling – Laos; Hanneke Renckens – Andes; Eduardo Sabio – Vietnam; Ibrahim Ouedraogo – Senegal/Gambia. General Council en workshops Eén of twee keer per jaar wisselen de regionale verantwoordelijken van Vredeseilanden en de werknemers van het hoofdkantoor van gedachten over beleidsthema’s. In 2009 ontmoetten ze elkaar in april en oktober. Daarnaast kwamen personeelsleden uit onze regio’s samen tijdens diverse workshops: Sustainable Agriculture Chain Development; Planning, Learning & Accountability en Financieel Management.

5 39


Vredeseilanden is vertegenwoordigd in de volgende organisaties: • Coprogram: Vredeseilanden is lid van de Raad van Bestuur, werkgroep Financiën, werkgroep HRM, werkgroep mondiale vorming en werkgroep Kwaliteit • 11.11.11: Vredeseilanden is lid van de Raad van Bestuur en de Raad voor Campagnes • Kauri: Vredeseilanden is lid van de Raad van Bestuur • Alterfin: Vredeseilanden is lid van de Raad van Bestuur • Mo*: Vredeseilanden is lid van de Raad van Bestuur • BioForum: Vredeseilanden is lid van de Raad van Bestuur • Acord: Vredeseilanden is lid van de Raad van Bestuur en neemt het voorzitterschap waar • FairTradeGemeenten: Vredeseilanden is lid van de stuurgroep • Max Havelaar: Vredeseilanden is lid van de Raad van Bestuur • Youkali: Vredeseilanden is lid van de Raad van Bestuur • Coalitie tegen de Honger: Vredeseilanden is lid van de Stuurgroep • Voedselteams: Vredeseilanden is lid van de Raad van Bestuur

DE ORGANISATIESTRUCTUUR VAN VREDESEILANDEN vzw

Internationaal Forum Algemene Vergadering

Vrijwilligers

Raad van Bestuur

(elke zes jaar)

Raad van Wijzen

Directie Regionaal Kantoor Nationale Raad

Regionaal Kantoor

Nationale Raad

Hoofdkantoor

Regionaal Kantoor

Nationale Raad

General Council

Regionaal Kantoor

Nationale Raad

Regionaal Kantoor

Nationale Raad

Regionaal Kantoor

Nationale Raad

Regionaal Kantoor

Nationale Raad

Regionaal Kantoor

Nationale Raad adviserende relatie

Er gebeurden geen significante veranderingen aan de organisatiestructuur in 2009.

40


SOCIALE BALANS (PER 31/12/2009) In deze rubriek geven we een aantal cijfers en toelichting met betrekking tot het personeelsbestand van Vredeseilanden (situatie op 31/12/2009).

Hoofdkantoor 2005 2006 2007 2008 2009

41 44 45 51 49 Hoofdkantoor

2005 2006 2007 2008 2009

34,24 34,50 36,96 42,59 41,14

aantal personeelsleden Zuiden Coöperanten Lokale medewerkers 16 107 16 1241 17 1302 15 103 14 105 aantal voltijdse equivalenten Zuiden Coöperanten Lokale medewerkers 16 16 17 1302 15 103 14 105

Totaal 164 184 192 169 168 Totaal

183,96 160,59 160,14

Bij een vacature in het Zuiden wordt in de eerste plaats gezocht naar lokale medewerkers. Het is slechts wanneer een bepaalde expertise in het land niet aanwezig is, dat wij overwegen om voor deze functies (opnieuw) een coöperant aan te werven. Meer en meer is de expertise in de landen waarin we werken beschikbaar en bovendien wordt de kennis van deze lokale mensen steeds belangrijker. Geleidelijk aan zullen we in de komende jaren buitenlandse werknemers in de ruime regio in het Zuiden zoeken en ons niet voornamelijk toespitsen op het rekruteren van coöperanten. In 2009 bestond 62% van het personeelsbestand van Vredeseilanden uit lokale medewerkers. Ook binnen de groep van coöperanten is er een evolutie naar meer Zuid-coöperanten (mensen van niet-Europese origine). In 2009 waren 8 van de 14 coöperanten van niet-Europese origine. In vergelijking met veel andere NGO’s heeft Vredeseilanden veel Zuid-coöperanten in dienst. Coöperanten worden voornamelijk ingezet in de volgende functies: • vertegenwoordiger van Vredeseilanden in het land of de regio; • specifieke expertise: marketing en ontwikkeling van duurzame landbouwketens, inhoudelijke programmacoördinatie, kennismanagement, duurzame landbouw, organisatieversterking; • communicatie en netwerking. Vredeseilanden schakelt regelmatig stagiairs in. Stagiairs zorgen voor vernieuwing en verjonging binnen de organisatie. Ze brengen nieuwe ideeën, visies, werkmethodes en actuele en up-to-date kennis binnen. Stagiairs kunnen zorgen voor academische input als aanvulling op terreinkennis. Bovendien is het een goede rekruteringsbasis om personeel aan te werven. Het werken met stagiairs biedt de mogelijkheid om jonge mensen te laten doorgroeien in de organisatie.

1 Exclusief Congo en Tanzania: geen gegevens beschikbaar vanuit extern auditverslag. 2 Gegevens vanuit extern auditverslag, Congo is inschatting bij gebrek aan auditverslag.

41


We willen nog uitgebreider gaan inzetten op onze werking met stagiairs. We willen een relatie uitbouwen met opleidingsinstellingen en zoeken naar een manier om ‘vaste’ stageplekken te creëren. We bieden stageplaatsen aan in het hoofdkantoor en in het Zuiden. Hier een overzicht van mogelijke stageplaatsen: • toekomstige leerkrachten die een inleefreis maken naar het campagneland en nadien hun ervaringen vertellen in scholen in gans Vlaanderen; • sociaal-cultureel werker binnen het bewegingsteam; • personeelswerker in de personeelsdienst van het hoofdkantoor; • communicatie- en marketingstudenten die voor een periode van 3 maanden naar een bepaald land trekken en verslag uitbrengen van de werking ter plaatse aan de hand van filmpjes, audioverslagen, e-nieuwsbrieven, ... Sinds 2009 heeft Vredeseilanden zich ook ingeschakeld in het junior programma van BTC (Belgische Technische Coöperatie). Dit programma geeft jongeren de kans om een eerste beroepservaring op te doen in de ontwikkelingssamenwerking. Deze jongeren werken minimaal 1 jaar en maximaal 2 jaar in een project van BTC of een programma van een Belgische NGO. Begin 2010 vertrekt in dit kader voor Vredeseilanden de eerste jongere naar Benin om te helpen met het opzetten van experimenten rond duurzame productie van rijst.

Gender evenwicht Op het hoofdkantoor zijn er veel meer vrouwen dan mannen tewerkgesteld, namelijk 68%. De vrouwen zijn ook sterk vertegenwoordigd op leidinggevend en directieniveau. 7 van de 10 leidinggevende functies werden ingevuld door vrouwen. Deeltijdse tewerkstelling is veel meer bij de vrouwen terug te vinden. In 2009 waren er 4 mannen die deeltijds werkten tegenover 18 vrouwen. Deeltijdse werknemers krijgen dezelfde extralegale voordelen als voltijdse werknemers. Er wordt geen onderscheid gemaakt. Alle werknemers vallen onder het toepassingsgebied van de Collectieve Arbeidsovereenkomsten (CAO‘s) van Paritair Comité 329.01. Dit is het Paritair Comité voor de socio-culturele sector, waarin de subsector Ontwikkelingssamenwerking is ondergebracht. Bij de coöperanten is de man-vrouw verhouding momenteel uit evenwicht. In 2009 waren er 2 vrouwen in dienst als coöperant, tegenover 12 mannen. Voor de lokale medewerkers in het Zuiden zien we dat er meer mannen dan vrouwen zijn tewerkgesteld: 57%. Hieronder vallen 60 mannen en 45 vrouwen. De salarisgelijkheid tussen mannen en vrouwen bedraagt 100%. Mannen en vrouwen ontvangen hetzelfde loon als ze dezelfde functie uitoefenen. Dit geldt voor het hoofdkantoor, de coöperanten en de lokale medewerkers.

42


Personeelsverloop

Hoofdkantoor IN UIT

15 17

Coöperanten 2 3

Zuiden Lokale medewerkers 32 36

De in- en uit-diensttredingen in België waren in 2009 grotendeels toe te schrijven aan tijdelijke opdrachten en vervangingsopdrachten: 3 vervangingen wegens zwangerschapsverlof en tijdskrediet, 2 tijdelijke schoolanimatoren, 3 tijdelijke jobstudenten, 2 tijdelijke assistenten. Er gebeurden enkele nieuwe aanwervingen, o.a. in het kader van de nieuwe doelstellingen van Vredeseilanden: • Kredietcoördinator (tijdelijk), • medewerkster fondsenwerving (major donors), • medewerkster duurzame consumptie privésector. Voor de coöperanten: • 2 coöperanten waren einde contract en werden vervangen, • van 1 coöperant werd het contract stopgezet en werd er geen vervanging gerekruteerd.

Lerende organisatie Vredeseilanden blijft ernaar streven om haar medewerkers op alle niveaus in Noord en Zuid, zowel individueel als collectief, permanent de kans te geven zichzelf te ontwikkelen. Vredeseilanden wil een flexibele organisatie zijn, waar mensen zich aanpassen aan nieuwe ideeën en aan doelen van de organisatie en waar leren van elkaar gestimuleerd wordt. Daarom wordt “leren” expliciet als doelstelling opgenomen in het strategisch plan. Vredeseilanden voorziet elk jaar een bedrag van 250 euro per persoon van het hoofdkantoor voor vorming. Iedere werknemer kan hiermee opleidingen volgen die relevant zijn voor zijn/haar job. Daarnaast worden er jaarlijks een aantal workshops gehouden rond specifieke thema’s voor zowel werknemers van het hoofdkantoor als voor medewerkers uit het Zuiden. Vredeseilanden spendeerde in 2009 ongeveer 64.000 euro aan vorming en opleiding voor medewerkers van het hoofdkantoor en workshops voor werknemers van het hoofdkantoor en uit het Zuiden. Naar aanleiding van de nieuwe doelstellingen van Vredeseilanden werd in 2009 een vormingsplan (Competence Development Plan) uitgewerkt en van budget voorzien. In dit plan werden gemeenschappelijke opleidingsnoden gebundeld in gezamenlijke vormingen, workshops, trainingen. Dit plan werd opgemaakt voor het hoofdkantoor, coöperanten en voor de medewerkers in het Zuiden. Het merendeel van de opleidingen zijn onder te brengen onder volgende thema’s: • workshops georganiseerd door Vredeseilanden: PLA, SACD, • ketenontwikkeling, • duurzame voeding, • taalopleidingen, • vorming rond fondsenwerving, • organisatieversterking, • studiedagen, • andere.

43


Naast de formele opleidingen worden er doorheen het jaar regelmatig briefings over verschillende thema’s georganiseerd voor alle personeel. In 2009 werden 22 briefings georganiseerd over onder andere nieuwe evoluties in de programma’s in het Zuiden, toepassing van het nieuwe intranet, informatie over samenwerkingsverbanden, projecten en beslissingen van de directie,... Er wordt jaarlijks een functioneringsgesprek georganiseerd met elk personeelslid en op het einde van het jaar een evaluatiegesprek. In deze gesprekken wordt ook uitgebreid aandacht besteed aan algemene en functiegerelateerde competenties en aan jaardoelen voor het volgende jaar. Telkens wordt bekeken of er eventueel opleidingen nodig zijn om competenties te verwerven/versterken of om de jaardoelen te kunnen halen.

Sociaal overleg Vredeseilanden heeft minder dan 50 werknemers in dienst in het hoofdkantoor en is bijgevolg niet verplicht een ondernemingsraad of vakbondsafvaardiging te installeren. Er zijn 2 officiële personeelsvertegenwoordigers aangesteld vanuit de personeelsvergadering, waarvan 1 vakbondsafgevaardigde. De personeelsvertegenwoordigers organiseren de personeelsvergaderingen. Personeelsvergaderingen worden 3 tot 4 keer per jaar bijeengeroepen. In 2009 werden 3 personeelsvergaderingen georganiseerd.

Welzijn op het werk Vredeseilanden zet zich in om het welzijn van de werknemers tijdens het werk te garanderen. In 2009 werd specifiek aandacht besteed aan voorzorgsmaatregelen ter preventie van de Mexicaanse griep. Er werden geen afwezigheden vastgesteld ten gevolge van de Mexicaanse griep. In 2009 zijn er in totaal 202 ziektedagen genoteerd. Dit redelijk hoge aantal is vooral te wijten aan een aantal langdurige afwezigheden wegens operatie, langdurig herstel blessure,... In 2009 zijn er 2 arbeidsongevallen vastgesteld. Beide arbeidsongevallen gebeurden buiten het kantoorgebouw. 1 medewerkster was een maand arbeidsongeschikt na een val met de fiets met een letsel aan de voet tot gevolg. Het tweede arbeidsongeval zorgde voor enkele dagen afwezigheid met een handblessure. Er wordt ook geïnvesteerd in informele momenten, onder andere een jaarlijkse personeelsuitstap, bezoek aan M museum in Leuven, smoutebollen eten tijdens Leuven kermis,... Ook in het Zuiden worden personeelevenementen georganiseerd, bv. teambuilding activiteiten, nieuwjaarsfeestjes,...

44


Milieubeleid van Vredeseilanden

WELKE MILIEU-IMPACT HEEFT ONZE WERKING? Het milieubeleid van Vredeseilanden past in het globaal duurzaamheids- en verantwoordingsbeleid (accountability). Dat betekent dat we naast de financieel-economische aspecten van de organisatie, ook rekenschap afleggen over de milieu-impact van onze organisatie. Vredeseilanden verbindt er zich toe om de directe en indirecte gevolgen van haar activiteiten op het milieu te minimaliseren. Om de directe milieu-effecten te beperken: • gebruikt het personeel van Vredeseilanden zoveel mogelijk het openbaar vervoer of een ander milieuvriendelijk vervoermiddel. Hiervoor worden railpassen ter beschikking gehouden aan het onthaal; • wordt de afvalproductie zo klein mogelijk gehouden door preventie en door zorgvuldig sorteren; • streven we naar een minimaal verbruik van water, energie, papier en kantoormaterialen. We kiezen resoluut voor groene stroom; • gebruiken we zoveel mogelijk bio, fairtrade en ecologische producten. De indirecte milieu-effecten van Vredeseilanden hebben voornamelijk betrekking op de effecten die voortkomen uit de activiteiten van het Zuidprogramma. We denken dan aan het watergebruik voor irrigatie, gebruik van meststoffen, terugdringen van erosie en bodemverontreiniging en -verarming, energieverbruik voor transport en productie van landbouwproducten. Om deze in kaart te brengen ontwierp Prof. Bernard Mazijn (Universiteit Gent) in opdracht van Vredeseilanden een meetinstrument. Deze omvat een matrix en een handleiding. Hiermee wordt het milieu-effect van een landbouwketen in het Vredeseilanden-programma beschreven. De ontwikkeling van het instrument gebeurde interactief met een aantal kantoren in het Zuiden en werd uitgetest in Nicaragua en Indonesië. Op de General Council van oktober 2009 (bijeenkomst van regionaal verantwoordelijke en medewerkers van het hoofdkantoor) werden de resultaten van deze testfase besproken en het meetinstrument bijgestuurd. Tijdens de PLA-workshop in november (PLA is het Planning, Learning en Acountability systeem dat Vredeseilanden ontwikkelde om haar resultaten van het programma uit te wisselen) werd het meetinstrument aan alle andere kantoren aangeleerd. Op die manier beschikt Vredeseilanden over een adequaat instrument om de effecten van onze activiteiten op het vlak van milieu te meten. Vanuit deze analyse kunnen dan bijsturingen volgen om de impact op het milieu te verminderen. In 2009 besliste Vredeseilanden om de CO2-uitstoot van haar vliegreizen te beperken. Enerzijds is er een oproep om de vluchten van Noord naar Zuid en in het Zuiden zelf zoveel mogelijk te beperken en daar waar het kan gebruik te maken van andere transportmiddelen. Anderzijds zal Vredeseilanden haar CO2-uitstoot compenseren via CO2-gift.be. De uitstoot van elke vlucht wordt berekend en omgezet naar een geldbedrag. Dit wordt dan gebruikt om een aantal projecten te steunen die de negatieve gevolgen van de klimaatveranderingen proberen op te vangen. Deze maatregel ging in voege vanaf 1 januari 2010.

6 45


Milieurealisaties hoofdkantoor Vredeseilanden engageert zich om de CO2-uitstoot op te meten en maatregelen te nemen om de uitstoot in de toekomst te beperken. Onderstaande gegevens hebben betrekking op activiteiten van het hoofdkantoor van Vredeseilanden. realisatie 2008 realisatie 2009 PAPIER totale aankoop A4-papier per jaar (aantal vellen) totale aankoop A4-papier per persoon per jaar (aantal vellen) aandeel gekocht gerecycleerd A4-papier tov wit papier totale aankoop A4-papier per jaar voor mailings (aantal vellen)

175.000 3.431 100% 1.448.300

212.500,00 4.336,73 100% 1.676.300

41%

60%

86%

82%

83%

83%

252 4,94

203 4,14

Het grootste deel van de aankoop van papier wordt gebruikt voor mailings met informatie aan de symphatisanten. We proberen dit te beperken. Het papierverbruik stijgt, ondanks dat er recto-verso printers ge誰nstalleerd werden en minder kopies werden genomen. De stijging is te wijten aan het feit dat er meer infodossiers werden opgemaakt over relevante thema's zoals de voedselcrisis. Bovendien voegden we in januari 2009 eenmalig een groot aantal fondsenwervende bijlagen bij kranten en tijdschriften. KANTOORBENODIGDHEDEN bedrag ecologisch kantoormateriaal tov het totaal In 2009 hebben we nog veel meer aandacht besteed aan het vinden van een ecologische variant voor kantoorbenodigdheden, bijvoorbeeld voor mappen voor workshops, dagbladhouders, materiaal voor whiteboards,... VOEDINGSPRODUCTEN bedrag aankopen voedingsproducten met label Biogarantie en/of fairtrade Als een voedingsproduct wordt aangeboden in een variant met het label bio of fairtrade, dan wordt ervoor gekozen om de variant met het label aan te kopen. Bij de aankoop van voedingsproducten voor evenementen is er nog ruimte voor verbetering. ONDERHOUDSPRODUCTEN bedrag aankopen ecologische onderhoudsproducten tov de totale aankopen Alle aangekochte onderhoudsproducten zijn van Ecover, behalve enkele producten waarvoor moeilijk een ecologisch alternatief gevonden kan worden. We houden continu in het oog of we bepaalde producten kunnen vervangen door een ecologische variant. WATER jaarlijks verbruik in m3 m3/persoon/jaar

46


realisatie 2008 realisatie 2009 ENERGIE elektriciteit: groene stroom kwh/persoon/jaar verwarming gj gaz/persoon/jaar

528

663

1.564

1.567

4 0,7 0,8 9,9

7 0,7 0,9 13,2

95%

95%

18%

35%

89,5% 413.530

92,0% 372.790

227.600

140.850

Vredeseilanden gebruikt groene stroom. Het elektriciteitsverbruik is in 2009 gestegen, onder andere omdat een noodzakelijke airconditioning werd geïnstalleerd in de serverruimte. We zullen gedurende een bepaalde periode een verbruiksmeter gebruiken om te kunnen bepalen welke apparaten veel elektriciteit verbruiken en mogelijke verbeteringen door te voeren. AFVAL hoeveelheid restafval per persoon per jaar (in kg) hoeveelheid PMD-afval per persoon per jaar (in kg) hoeveelheid papierafval per persoon per jaar (in m3) hoeveeheid GFT-afval per persoon per jaar (in kg) hoeveelheid drankverpakking met statiegeld tov de totale aankopen van flessen MOBILITEIT professionele werkverplaatsingen: aandeel openbaar vervoer woonwerkverplaatsingen: aandeel km afgelegd met trein, bus, fiets of te voet vliegtuigreizen: km per jaar omzetting van vliegtuigreizen in CO2-uitstoot: kg CO2-uitstoot per jaar Er is een dienstfiets ter beschikking van de medewerkers. Sinds 1 januari 2009 betaalt Vredeseilanden het woonwerkverkeer met openbaar vervoer aan 100%. Dit heeft meerdere medewerkers gestimuleerd om over te schakelen naar het openbaar vervoer. Deze positieve trend zet zich ook door in de professionele werkverplaatsingen. Nochtans blijft het gebruik van de auto hier nog altijd hoog. Dit is o.a. te wijten aan het gebruik van de auto door de provinciale vrijwilligerscoördinatoren tijdens de jaarlijkse campagneperiode.

Geplande acties 2010 • Deelname aan jaarlijkse campagnes als "dikketruiendag" en "ik kyoto". • In plaats van 4 General Councils op 2 jaar te organiseren, worden er vanaf volgend jaar slechts 3 georganiseerd op 2 jaar. Hierdoor zal het aantal vliegtuigreizen ingeperkt worden. • Vredeseilanden engageert zich om haar CO2-uitstoot te compenseren via CO2-gift. De uitstoot van elke vlucht wordt berekend en omgezet naar een geldbedrag. Dit wordt dan gebruikt om een aantal projecten te steunen die de negatieve gevolgen van de klimaatveranderingen proberen op te vangen. Deze maatregel gaat in voege vanaf 1 januari 2010. • Er wordt bekeken of er waterkoelers rechtstreeks op de waterleiding kunnen geïnstalleerd worden.

47


48


Vredeseilanden vzw – Financieel jaarverslag 2009

FINANCIEEL JAARVERSLAG 2009

7

INLEIDING Net zoals vorig jaar presenteren we, voor de 2de keer op rij, een volledig financieel overzicht van de hele Vredeseilanden-groep. De bekroning van een proces van verschillende jaren. Zo kunnen we een correct en volledig beeld geven over het geheel van onze activiteiten. De voorbije jaren zetten we immers grote stappen om te komen tot een globale financiële verslaggeving voor de hele Vredeseilanden–groep. Daarmee bedoelen we het hoofdkantoor in Leuven en de verschillende regiokantoren in het Zuiden. Deze globale financiële verslaggeving noemen we de geïntegreerde resultatenrekening en balans. Vorig jaar is het ons voor de eerste keer gelukt om een betrouwbaar geïntegreerd verslag voor te leggen voor al onze landen. Vredeseilanden is één van de weinige ngo’s die deze geïntegreerde cijfers kan presenteren. De integratie van de cijfers is een complex proces. Alle landen moeten immers op een eenvormige manier rapporteren aan het hoofdkantoor. Deze rapportering wordt dan geverifieerd door de financiële dienst op het hoofdkantoor. Daarna worden alle kantoren bezocht door de plaatselijke revisoren van het internationale auditkantoor KPMG die van hun bevindingen een verslag maken. Uiteindelijk, nadat ook het hoofdkantoor aan een grondige controle is onderworpen, maakt het college van commissaris-revisoren van Vredeseilanden, bestaande uit mevrouw Marleen Vandeurzen en KPMG, hun definitief verslag op, na een kritische lezing van alle verslagen van de verschillende kantoren. De financiële rapportering bestaat uit 3 delen: de resultatenrekening, de balans en het verslag van de commissaris-revisor. De balans is een overzicht van alle bezittingen en schulden van Vredeseilanden op de laatste dag van het jaar waarover gerapporteerd wordt. De resultatenrekening geeft een overzicht van alle kosten en opbrengsten die de organisatie had gedurende 1 jaar. Het verslag van de commissaris–revisor is een onafhankelijke opinie over hoe correct de weergegeven cijfers zijn. Naast de geïntegreerde balans en resultatenrekening van de hele organisatie Vredeseilanden, geven we ook een gedetailleerd beeld van de resultatenrekening van het hoofdkantoor. In de loop van 2009 ondervonden we heel wat problemen bij de uitvoering van ons programma in Tanzania. De problemen kwamen aan het licht tijdens opvolgings- en controlebezoeken vanuit ons regionaal kantoor in Kampala (Oeganda). Vanaf mei 2009 kregen zij immers de opdracht om de programma’s in de hele Oost-Afrikaanse regio te begeleiden (zie pagina 18). De problemen situeerden zich zowel op inhoudelijk als administratief vlak. Daarenboven werden we ook nog geconfronteerd met een gewelddadige inbraak in ons kantoor in Dar Es Salaam waarbij onder andere verschillende computers gestolen werden. Op basis van de informatie verkregen tijdens de missies vanuit het regionaal kantoor, werden een aantal personeelswissels doorgevoerd en werd een einde gemaakt aan de samenwerking met een aantal partnerorganisaties die duidelijk onvoldoende beheerscapaciteit en expertise hadden om een zinvolle bijdrage te kunnen leveren bij de realisatie van de doelstellingen van het programma. Als we nu na een aantal maanden terugkijken, stellen we vast dat we op inhoudelijk vlak belangrijke stappen vooruit gezet hebben, maar op administratief vlak presteert VECO Tanzania nog steeds onvoldoende. We informeerden in de loop van het jaar regelmatig DGOS over de stand van zaken, en zetten een belangrijk bedrag opzij voor het geval we een deel van de verkregen subsidie zouden moeten terugbetalen. In de loop van 2010 zijn verschillende maatregelen gepland om de administratieffinanciële organisatie terug op een degelijk niveau te brengen. Medewerkers van de financiële dienst van het hoofdkantoor zullen de komende maanden verschillende keren naar Tanzania reizen voor opvolging en ondersteuning van de nieuwe ploeg.

49


1. RESULTATENREKENING 1.1.

Geïntegreerde Resultatenrekening (zie bijlage a)

1.1.1. Kosten Diensten en diverse goederen (61-rekeningen) Dit zijn de kosten voor de werking van zowel het hoofdkantoor als van de landenkantoren. Bezoldigingen, sociale lasten en pensioenen (62-rekeningen) Dit is de totale loonkost van alle personeelsleden, zowel van het personeel op het hoofdkantoor in Leuven, als van de coöperanten, als van het lokaal personeel. Afschrijvingen en voorzieningen (63-rekeningen) Onder de afschrijvingen vinden we de waardevermindering van investeringen in het lopende boekjaar. Alle investeringen in de landenkantoren worden in het jaar van aankoop volledig afgeschreven. In het hoofdkantoor worden investeringen over verschillende jaren afgeschreven volgens de door de Raad van Bestuur vastgelegde afschrijvingstermijnen. Onder deze rubriek vinden we ook een aantal voorzieningen voor risico’s en kosten terug. De meeste van deze voorzieningen zijn verbonden met gebeurtenissen in onze kantoren in het Zuiden. Andere bedrijfskosten (64-rekeningen) Het belangrijkste bestanddeel van deze rekening zijn, voor wat betreft de landenkantoren, de stortingen aan de verschillende partners in het Zuiden. Voor het hoofdkantoor gaat het hier om een aantal directe stortingen aan internationale netwerken.

1.1.2. Opbrengsten Bedrijfsopbrengsten (70-74-rekeningen) In de geïntegreerde resultatenrekening worden alle reguliere inkomsten van de organisatie samen vermeld onder deze rubriek. We maken vanaf dit jaar een opsplitsing in 3 rubrieken: “Subsidies”, “Schenkingen, legaten en lidgelden” en “Andere bedrijfsopbrengsten”. De meeste inkomsten bestemd voor de landen lopen via het hoofdkantoor. Een aantal kleinere stortingen van stichtingen of subsidieverleners worden echter rechtstreeks aan het regiokantoor overgemaakt zonder via het hoofdkantoor te passeren. Meer uitleg over de opbrengsten vindt u onder 2.4.2. Overzicht van de opbrengsten van het hoofdkantoor.

50


FINANCIEEL JAARVERSLAG 2009

1.2.

Analytische resultatenrekening hoofdkantoor

In tegenstelling tot de cijfers van de geïntegreerde resultatenrekening stellen we de kosten van het hoofdkantoor opgesplitst per dienst voor. Dit heeft als voordeel dat we zeer duidelijk kunnen aantonen hoeveel we effectief besteden aan het functioneren van elke dienst en – specifieker – aan algemeen beheer, aan fondsenwerving en aan de realisatie van onze doelstellingen. Volgens het budget hadden we een resultaat van –674.366 EUR moeten halen. Dit verlies diende verrekend te worden op het investeringsfonds waarna het resultaat volgens het budget op ongeveer 0 EUR zou uitkomen. Het definitieve resultaat van het boekjaar bedraagt –70.007 EUR. Dit resultaat wordt, uiteraard na het akkoord van de Algemene Vergadering, verrekend met het investeringsfonds. De redenen voor dit toch wel aanzienlijke verschil tussen budget en realisatie zijn de volgende: • Aan de kostenzijde merken we dat verschillende landen het gebudgetteerde bedrag niet volledig uitgegeven hebben. De meest opvallende zijn: Tanzania, Benin en Oeganda. Hiervoor zijn er verschillende redenen. In sommige gevallen werden subsidiedossiers laattijdig goedgekeurd door het BOF (Belgisch Overlevingsfonds) waardoor de activiteiten later dan gepland konden aangevat worden. In sommige andere landen liep het DGOS–programma of een BOF-project vertraging op. In het Noorden stellen we vast dat de budgetten over het algemeen iets te optimistisch waren. Dit is vooral opvallend in het Noordprogramma waar we heel wat moeite hadden om een goed team samen te stellen. Hierdoor liepen de geplande activiteiten vertraging op en slaagden we er dus ook niet in het budget volledig uit te geven. Ook de uitgaven ten laste van het investeringsfonds werden maar voor iets meer dan de helft gerealiseerd omdat een aantal geplande activiteiten vertraging opliepen. • De opbrengsten zijn globaal gezien heel wat lager dan gebudgetteerd, voornamelijk dan de particuliere opbrengsten en de opbrengsten van NGO’s, stichtingen en bedrijven. Ook de subsidies zijn aanzienlijk lager dan verwacht. Dit hangt rechtstreeks samen met wat we hierboven meldden in verband met de kosten: de niet uitgegeven overheidssubsidies werden, in overeenstemming met de geldende regelgeving, integraal overgedragen naar een volgend boekjaar.

51


RESULTAAT 2009 ten opzichte van Budget 2009 en Resultaat 2008 KOSTEN ALGEMEEN BEHEER

RESULTAAT 2008 Directie en Beleidsorganen Personeelszaken Financiën Secretariaat Externe relaties

TOTAAL ALGEMEEN BEHEER

BUDGET 2009

RESULTAAT 2009

RES/BUDGET 09

381.163 177.194 343.315 144.580 101.497

295.628 315.321 436.777 175.897 75.061

254.186 202.344 317.305 158.625 72.538

–14% –36% –27% –10% –3%

1.147.749

1.298.684

1.004.997

–23%

358.022 366.382

591.615 348.398

451.777 352.331

–24% 1%

724.404

940.013

804.109

–14%

338.565 169.341 332.738

574.347 238.639 512.148

403.889 208.165 435.487

–30% –13% –15%

840.644

1.325.134

1.047.541

–21%

408.458

39.572 140.159 106.352

445.617 65.683 124.501

1026% –53% 17%

286.084

635.800

122%

350.841 428.825 1.124.902

172.730 177.585 913.765

–51% –59% –19%

801.015 373.428 2.288.692 244.840 1.074.385 969.467 285.951 207.650 941.365 1.008.565 567.700

536.089 340.488 1.222.908 375.038 199.728 648.142 276.440 178.951 892.873 908.056 509.639

–33% –9% –47% 53% –81% –33% –3% –14% –5% –10% –10%

7.181.492

6.474.366

4.865.444

–25%

9.178.016

8.665.018

6.765.324

–22%

11.890.813

12.228.848

9.621.971

–21%

12.228.848

9.621.971

–21%

FONDSENWERVING Fondsenwerving Januari-Campagne TOTAAL FONDSENWERVING PROGRAMMA’S NOORD-PROGRAMMA Programma Noord Draagvlak Communicatie TOTAAL NOORD-PROGRAMMA ZUID-PROGRAMMA COORDINATIE VAN DE PROGRAMMA EXPERTISE Advocacy SACD (incl. credit) PLA (incl. Learning) TOTAAL COORDINATIE VAN DE PROGRAMA EXPERTISE Programmabeheer Afrika Programmabeheer Amerasia Coöperanten

245.933 654.391 497.692 844.441

LANDEN Togo/Benin Senegambia Oost-Afrika

828.679 333.870 2.586.743 Congo Tanzania Uganda

Vietnam Laos Indonesië Mesoamérica Andes Andere TOTAAL LANDEN ALGEMEEN TOTAAL ZUID-PROGRAMMA TOTAAL KOSTEN Overlopende rekeningen ALGEMEEN TOTAAL KOSTEN

52

309.077 230.835 1.210.430 932.823 730.134 18.901

287.365 12.178.178


FINANCIEEL JAARVERSLAG 2009

OPBRENGSTEN GOUVERNEMENTELE OPBRENGSTEN EU Projectfinanciering

RESULTAAT 2008

BUDGET 2009

RESULTAAT 2009

RES/BUDGET 09

105.872

0

0

Noord-Luik Zuid-Luik Overdrachtsaldo vorig jaar in België Structuurkosten DGOS

800.057 4.563.480

996.609 4.031.463

–2% –11%

301.140

1.013.542 4.539.335 55.000 304.853

306.301

0%

BOF programma’s in het Noorden BOF programma’s in het Zuiden

120.764 1.281.186

0 1.448.096

72.522 846.778

–42%

500.000

0 10.000 17.357

43% –31%

7.460 65.880

7.000 25.000 0 0

35.701 7.350 13.457 206.543 88.566

37.500 0 13.000 0 68.250

20.203 15.000 10.000

–23%

43.410

–36%

83.312

50.000

74.739

49%

140.514

114.440

186.584

63%

DGOS

Voedselhulp Argus PODDO Vlaamse Gemeenschap – VAIS Vlaamse Gemeenschap – ALDO/ALT

7.712

PROVINCIES West-Vlaanderen Limburg Antwerpen Oost-Vlaanderen Vlaams-Brabant GEMEENTEN EN STEDEN LOONSUBSIDIES (Maribel, Gesco, DAC) Andere subsidies TOTAAL GOUVERNEMENTELE OPBRENGSTEN OPBRENGSTEN VAN NGO’s, STICHTINGEN EN BEDRIJVEN 11.11.11 STICHTINGEN, VZW’s EN NGO’s BEDRIJVEN TOTAAL OPBRENGSTEN VAN NGO’s, STICHTINGEN EN BEDRIJVEN PARTICULIERE OPBRENGSTEN EVENEMENTEN (Loop naar Afrika, Senegal Classic,...) GIFTEN DONATEURSBESTAND PROSPECTIE LEGATEN MAJOR DONORS PROGRAMMA ZUIDDAG CAMPAGNE TOTAAL PARTICULIERE OPBRENGSTEN FINANCIELE OPBRENGSTEN INTRESTEN DIVERSE OPBRENGSTEN TOTAAL FINANCIELE + DIVERSE OPBRENGSTEN Overlopende rekeningen Buffer tegenvallende opbrengsten

4.435

–46%

615

8.325.717

7.676.016

6.639.293

–14%

282.892 1.124.509 30.000

286.934 1.485.013 10.000

287.788 795.865 30.000

0% –46% 200%

1.437.401

1.781.947

1.113.653

–38%

111.063 853.765

636.808

100.000 716.153 110.887 148.000 50.000 100.000 816.480

156.903 769.954 23.619 20.000 33.343 15.324 589.287

57% 8% –79% –86% –33% –85% –28%

1.833.797

2.041.520

1.608.430

–21%

198.592 601

110.000

135.012 55.577

23%

199.193

110.000

190.589

73%

232.161

144.996 –55.000

TOTAAL OPBRENGSTEN

11.941.104

11.554.483

9.551.964

–17%

ALGEMEEN RESULTAAT

–237.074

–674.366

–70.007

–90%

165.039

4.306

310.522

7111%

Toevoeging/afname algemene reserve na verrekening met investeringsfonds

53


1.2.1. Analyse van de kosten en opbrengsten t Overzicht van de kosten

10% 8%

82%

Algemeen beheer Fondsenwerving Realisatie van de doelstellingen

Algemeen beheer uit de reguliere begroting uit het investeringsfonds Fondsenwerving uit de reguliere begroting uit het investeringsfonds Realisatie van de doelstellingen uit de reguliere begroting uit het investeringsfonds Totaal

2009 1.004.997 917.098 87.900 804.109 654.903 149.206 7.812.865 7.669.442 143.423 9.621.971

10%

8%

82%

2008 1.147.749 1.076.668 71.081 724.403 564.635 159.768 10.306.025 10.134.762 171.263 12.178.177

9%

6%

85%

Algemeen Beheer Kosten van algemeen beheer zijn de werkings- en personeelskosten van de ondersteunende diensten op het hoofdkantoor (secretariaat, personeel, financiÍn, interne communicatie, directie), van de directie en van de bestuursorganen. Alhoewel we dit jaar minder uitgeven aan algemeen beheer dan vorig jaar komen we toch op een hoger percentage uit doordat de kosten in zijn geheel sterker gedaald zijn dan de kosten voor algemeen beheer. We streven er naar dit percentage op 10% te houden. Fondsenwerving De kosten voor fondsenwerving zijn enerzijds de personeels- en werkingskosten van de januaricampagne en anderzijds de kosten voor de fondsenwerving doorheen het jaar. Een belangrijk deel van de kosten voor fondsenwerving (vooral dan voor vernieuwende initiatieven) wordt gefinancierd vanuit het investeringsfonds. Voor de berekening van het percentage van de kosten voor fondsenwerving worden deze kosten uiteraard ook meegerekend. De organisatie besliste om gedurende enkele jaren extra te investeren in fondsenwerving om zo op een duurzame manier de inkomsten vanwege particulieren, stichtingen, NGO’s en bedrijven te verhogen. Op die manier willen we op middellange termijn beduidend minder afhankelijk worden van de subsidies van de Belgische federale overheid. Deze investering wordt gedeeltelijk betaald door het investeringsfonds maar ook gedeeltelijk vanuit de reguliere begroting. Het logische gevolg hiervan is natuurlijk dat de kosten voor fondsenwerving dit jaar beduidend hoger zijn dan vorig jaar.

54


FINANCIEEL JAARVERSLAG 2009

Kosten voor de realisatie van de doelstellingen Dit is het totaal van de uitgaven na aftrek van de kosten voor algemeen beheer en voor fondsenwerving. Deze uitgaven zijn zowel voor onze Noord- als onze Zuidwerking. Onder Noordwerking verstaan we de uitgaven van het eigenlijke Noordprogramma en de uitgaven voor de coördinatie van de programma-expertise (zie hoofdstuk 4: Vredeseilanden in Vlaanderen). Als we het hebben over Zuidwerking hebben we het uiteraard over de bestedingen in de verschillende landen maar ook over de kosten verbonden aan de ondersteuning van de Zuidwerking in België en kosten voor de coöperanten in het Zuiden. Voor een uitgebreid overzicht van de activiteiten in de verschillende landen, zie hoofdstuk 3: Vredeseilanden in het Zuiden. Een korte verklaring van de verschillen tussen budget en realisatie in 2009 en tegelijk een verklaring voor het grote verschil tussen het resultaat van 2008 en 2009, is te vinden in de inleiding van 1.2.

t Overzicht van de opbrengsten 2% 17%

Overheidssubsidies 12%

NGO’s, stichtingen en bedrijven

69%

Particuliere opbrengsten Financiële en diverse opbrengsten Financieringsbronnen Overheidssubsidies NGO’s, stichtingen en bedrijven Particuliere opbrengsten Financiële en diverse opbrengsten Totaal

2009 6.639.293 1.113.653 1.608.430 190.589 9.551.964

69% 12% 17% 2%

2008 8.325.717 1.437.401 1.833.797 199.193 11.796.108

71% 12% 16% 2%

Vredeseilanden heeft vier belangrijke bronnen van inkomsten die we hieronder kort bespreken. Overheidssubsidies Dit blijft veruit de belangrijkste inkomstenbron voor Vredeseilanden. Zowel qua relatief aandeel als in absolute cijfers dalen de overheidssubsidies als we ze vergelijken met vorig jaar. Dit heeft voornamelijk te maken met vertraging opgelopen bij de uitvoering van een aantal programma’s in het zuiden. Hierdoor worden een aantal verkregen overheidssubsidies overgedragen naar het volgende jaar. In ons verslag van vorig jaar schreven we al dat we het aandeel van deze inkomsten onder de 70% willen terugdringen tegen 2010. In 2009 bereiken we met een aandeel van 69% deze doelstelling. Vermits we zoveel subsidies doorschoven naar 2010, gaat het hier waarschijnlijk wel om een eenmalige situatie. Binnen deze rubriek blijft het federale Directoraat Generaal Ontwikkelingssamenwerking (DGOS) veruit de belangrijkste inkomstenbron. Het gaat dan voornamelijk over programmafinanciering en financiering vanuit het Belgisch Overlevingsfonds (BOF). Daarnaast ontvingen we tewerkstellingssubsidies (GESCO, DAC en Sociale Maribel) en subsidies van een aantal lagere overheden in België (zie bijlage e).

55


NGO’s, stichtingen en bedrijven In deze rubriek vinden we de toelagen van een aantal Belgische NGO’s en stichtingen waarvan 11.11.11 zeker de belangrijkste is, toelagen van een aantal NGO’s en stichtingen uit andere Europese landen en een bijdrage van 1 Belgisch bedrijf (zie bijlage d). In 2008 zetten we hier een opvallend sterke prestatie neer met een stijging ten opzichte van 2007 van een 350.000 EUR en een stijging van 10% naar 12%. Dit sterke resultaat konden we dit jaar spijtig genoeg niet handhaven. Het aandeel van deze inkomstenbron in het geheel handhaaft zich wel op 12%. De terugval in absolute cijfers is te linken aan de economische crisis waardoor deze donoren zich gedwongen voelen om hun uitgaven kritisch te herzien en te beperken, maar ook aan de vertraging die we opliepen bij onze uitgaven in het zuiden. Binnen de organisatie beslisten we om sterker in te zetten op de institutionele fondsenwerving om deze toch wel zorgwekkende evolutie te keren. Particuliere opbrengsten Particuliere opbrengsten Evenementen Giften Campagne Totaal

2005 53.723 1.078.667 694.854 1.827.244

2006 108.650 795.529 636.336 1.540.515

2007 100.507 853.315 795.466 1.749.288

2008 111.063 853.765 636.808 1.601.636

2009 156.903 826.916 604.611 1.588.430

2.657.355

402.178

53.099

232.161

20.000

Legaten

Na de overheidssubsidies, is deze rubriek de 2de belangrijkste inkomstenbron voor Vredeseilanden. We vinden hieronder vooral de giften die ons gedurende het jaar bereiken (permanente opdrachten, giften op mailings,...) met daarnaast de opbrengst van de jaarlijkse campagne en van de evenementen. Als we het hebben over evenementen, spreken we uiteraard vooral over de Loop naar Afrika (20 km van Brussel) maar daarnaast waren we einde 2009 al volop bezig met de organisatie van de Senegal Classic en kwamen de eerste giften voor dit evenement ook al binnen einde 2009. Vandaar dus de sterke stijging van deze rubriek. Ondanks de economische crisis slagen we er globaal toch in een vrij goed resultaat neer te zetten met een zeer kleine daling van 0,8% ten opzichte van 2008. Vanwege hun uitzonderlijk en onvoorspelbaar karakter blijven we de legaten apart vermelden. 2.000.000 1.800.000 1.600.000 1.400.000 1.200.000 1.000.000 800.000 600.000

Campagne

400.000

Giften

200.000

Loop naar Afrika

0 2005

2006

2007

2008

2009

Financiële opbrengsten Uiteraard wordt niet elke euro die binnenkomt de volgende dag uitgegeven. Daarom beleggen we regelmatig kasoverschotten op korte termijn in volstrekt risicoloze instrumenten met gegarandeerde rentevoet. Daarenboven waken we er over dat deze beleggingen zo ethisch mogelijk zijn.

56


FINANCIEEL JAARVERSLAG 2009

2. BALANS De balans van Vredeseilanden vindt u in bijlage b. De balans bestaat uit 4 grote rubrieken die we hierna één voor één kort overlopen. 2.1.

Vaste Activa

Materiële vaste activa In het hoofdkantoor vinden we onder deze rubriek voornamelijk het gebouw in de Blijde Inkomststraat waar de kantoren van Vredeseilanden gevestigd zijn, terug. Daarnaast bevat het vast actief ook nog enkele kleinere posten, voornamelijk informatica-materiaal en meubilair. In de regiokantoren is deze rubriek leeg. Zij huren immers hun kantoorruimte. Omwille van de geldende subsidieregels worden de lokaal gedane investeringen in het jaar van aankoop volledig afgeschreven. Om die reden vinden we ze ook niet terug in deze samenvatting van de balans. Financiële vaste activa Het voornaamste onderdeel van deze rubriek zijn onze aandelen in Alterfin cvba, een coöperatieve vennootschap voor kredietverlening aan microfinancieringsintellingen en fairtrade organisaties. Het dividend dat we jaarlijks ontvangen van deze investering zetten we telkens om in extra aandelen. Daarnaast vinden we hier nog een paar borgen voor huurcontracten terug, voornamelijk in de landen. 2.2.

Vlottende activa

Voorraden Onder deze rubriek vinden we de voorraden campagnemateriaal in het hoofdkantoor. De waarde van deze voorraden is licht gedaald ten opzichte van vorig jaar. Geldbeleggingen en liquide middelen Het grootste deel van de beleggingen en liquide middelen bevinden zich op rekeningen bij Triodos Bank. Dit is conform met de beslissing van de Raad van Bestuur om zo veel mogelijk van onze gelden op een zo ethisch mogelijke manier te beleggen. Voor onze dagelijkse verrichtingen blijven we wel met Belgische grootbanken werken omdat er hiervoor geen valabel ethisch alternatief bestaat. Ook in onze Zuidkantoren zijn er soms heel wat liquide middelen aanwezig. Het gaat hier vooral om reeds van het hoofdkantoor ontvangen middelen voor besteding in de eerste maanden van 2010. Overlopende rekeningen Deze rubriek bevat voornamelijk voorschotten verleend aan een aantal landen om hun activiteiten in 2010 vlot te kunnen opstarten. Daarnaast vinden we hier ook enkele subsidies voor het boekjaar 2010 die op 31 december 2009 nog niet toegekomen waren. De belangrijkste zijn enkele nog te ontvangen schijven van goedgekeurde projecten van het Belgisch Overlevingsfonds.

57


2.3.

Eigen Vermogen

Het eigen vermogen van Vredeseilanden vzw bestaat uit verschillende onderdelen. Vermits de opdeling van de voorbije jaren verouderd was, beslisten we om een nieuwe functionelere opdeling voor te stellen aan de Algemene Vergadering. Deze werd goedgekeurd. Sociaal fonds Het is evident dat wij als organisatie over een sociaal fonds moeten beschikken dat voldoende groot is om, in geval van een zeer ernstige crisis, op een correcte wijze afscheid te nemen van een belangrijk aantal personeelsleden. Het bedrag van dit sociaal fonds moet jaarlijks, bij de afsluiting van het boekjaar en de bestemming van het resultaat, geactualiseerd worden op basis van de reële personeelskost van het afgelopen jaar. Het fonds werd geactualiseerd op 31/12/2009. Dekking materieel vast actief In onze balans staat op de actiefzijde een belangrijk materieel vast actief. Dit vast actief bestaat voornamelijk uit het gebouw in Leuven waarover Vredeseilanden in volle eigendom beschikt. Dat gebouw is essentieel voor de werking van de organisatie. Indien we niet over een dergelijk vast actief zouden beschikken, zou dit onze werking beduidend bemoeilijken. Het is dan ook essentieel om dit vast actief in te dekken met eigen vermogen. Werkkapitaal Als organisatie zijn we voor een belangrijk deel afhankelijk van subsidies. De uitbetaling van deze subsidies laat nogal eens op zich wachten. Bij de aanvang van het huidige programma 2008-2010 ontvingen we de eerste schijf van de subsidie voor de eerste 6 maanden van 2008 pas in juli 2008, dus meer dan 6 maanden na de aanvang van de activiteiten. Dit was weliswaar een uitzonderlijke situatie maar het is gebruikelijk dat de overheid met een vertraging van een 3-tal maanden betaalt. Dit geldt zowel voor het DGOS-programma als voor de verschillende dossiers van het BOF (Belgsich OverlevingsFonds). Vredeseilanden moet in staat zijn voor deze periode de activiteiten voort te zetten en voor te financieren. Minimaal moeten het personeel en de vaste kosten betaald worden. Daarenboven moeten ook de activiteiten in het Zuiden zo normaal mogelijk doorlopen tijdens een dergelijke periode. Het Zuiden mag niet de dupe worden van het feit dat de Belgische overheid steeds 3 maanden na datum betaalt. In de literatuur vinden we terug dat het gebruikelijk is dat een organisatie voorziet dat ze gedurende 12 weken kan overleven zonder inkomsten en er dus een werkkapitaal ter beschikking is voor diezelfde periode. Gezien het feit dat de overheid in België standaard tussen de 10 en 12 weken na aanvang van een periode betaalt, lijkt deze marge van 12 weken iets te beperkt maar het feit dat onze campagne in januari valt, compenseert deze eerder krappe marge. We kunnen ervan uitgaan dat in de feiten het sociaal fonds effectief beschikbaar is als werkkapitaal maar het is onvoldoende groot om de volledige nood aan werkkapitaal voor een periode van 12 weken te dekken. We voorzien dus een bijkomend werkkapitaal. Andere bestemde fondsen Eventueel kan er voor andere specifieke situaties een bestemd fonds gecreëerd worden. Het investeringsfonds is een dergelijk instrument. Op dit moment is er geen nood om nog andere dergelijke specifieke fondsen te creëren.

58


FINANCIEEL JAARVERSLAG 2009

Eigen vermogen zonder specifieke bestemming Het verschil tussen het huidige eigen vermogen, het fonds dekking materieel vast actief, het investeringsfonds en het werkkapitaal, is eigen vermogen zonder een specifieke bestemming. Het is een “overige reserve”, beschikbaar voor de werking van de organisatie. Het eigen vermogen ziet er dus nu als volgt uit: Eigen vermogen – Nieuwe voorstelling na resultaatverdeling 2009 Sociaal Fonds Fonds dekking materieel vast actief Bijkomend werkkapitaal Investeringsfonds Overige Reserve Totaal eigen vermogen

Bedragen in euro 1.631.283,44 419.554,27 1.324.124,56 751.377,08 886.894,73 5.013.234,08

2.3.1. Investeringsfonds Gezien dit bestemd fonds een zeer specifiek onderdeel is van het eigen vermogen, willen we er hier toch even verder op ingaan. Het investeringsfonds is een belangrijk deel van het zeer aanzienlijk legaat dat Vredeseilanden enkele jaren geleden ontving en dat gereserveerd werd door de Algemene Vergadering voor specifieke projecten, acties en activiteiten waarvoor we niet direct financiering ter beschikking hebben en die ons moeten toelaten kwalitatief een stevige sprong vooruit te maken, zowel in onze Noord- als in onze Zuidwerking. Jaarlijks wordt een budget voorgelegd aan de Algemene Vergadering en eveneens jaarlijks wordt een afrekening van het voorbije jaar voorgesteld. INVESTERINGSFONDS

Totaal budget

OCA

65.000

Competentie-ontwikkeling Merkopbouw Extra acties voor fondsenwerving Grootwarenhuisactie

180.000 747.500 100.146

Uitgaven tot 2008

Budget 2009

Resultaat 2009

Beschikbaar saldo na 2009

60.473

0

6.628

–2.101 157.411

2.047

145.000

20.542

101.358

50.500

51.872

224.604

236.500

115.781

62.341

Major Donors

253.886

37.155

33.426

25.000

25.000

25.000

21.085

28.260

0

78.915

Zuid-Studies

127.500

94.785

Structuuraanpassingen

217.500

151.401

108.000

91.552

–25.453

Milieu-acties

10.000

10.000

–10.000

Ontwikkeling en supervisie HR manuals RO

38.257

25.729

–25.729

678.672

380.529

751.377

–92.293 0 32.715

46.500

–71.953 -10.000

38.257

262.354 768.094

163.386

78.915

32.715

262.354

62.411

37.805 25.000

50.000

100.000

1.900.000

45.000 58.867

100.000

TOTAAL UITGAVEN

95.000 45.000

–33.426

Innovatieproject

Beschikbaar saldo na 2010 –2.101

37.805

Cultuur Youkali

Niet toegewezen

Budget 2010

–63.986 262.354

353.624

397.753

Het in 2009 bestede bedrag van 380.529 euro wordt na goedkeuring door de Algemene Vergadering onttrokken aan het eigen vermogen. Sommige kantoren in het Zuiden beschikken verder nog over een kleine hoeveelheid eigen vermogen. Dit eigen vermogen is afkomstig uit diverse lokale opbrengsten (geen subsidies) gecumuleerd in het verleden.

59


2.4.

Voorzieningen

Onder deze rubriek vinden we enerzijds een aantal voorzieningen voor een aantal sociale en fiscale geschillen in enkele landen en anderzijds een belangrijke voorziening voor eventueel terug te betalen subsidies aan de Belgische federale overheid (DGOS). De rubriek voorzieningen is iets gedaald ten opzichte van vorig jaar. In 2009 konden we enkele belangrijke voorzieningen terugnemen maar daarnaast moesten we toch ook enkele nieuwe voorzieningen aanleggen. De belangrijkste nieuwe voorziening is een voorziening voor moeilijk inbare vorderingen in Tanzania (zie ook de inleiding). 2.5.

Schulden

Als we de schulden vergelijken met het balanstotaal, zien we dat die zeer beperkt zijn. In het hoofdkantoor zijn er enkele schulden aan leveranciers en een aantal sociale schulden. Ook in de landen vinden we meestal enkele schulden aan leveranciers of sociale schulden terug. Vredeseilanden heeft geen lopende bankkredieten. 2.6.

Overlopende rekeningen

Hier vinden we de subsidies die op 31 december nog niet uitgegeven werden en dus doorgeschoven worden naar 2010. Het gaat hier zowel om DGOS-programmafinanciering als om BOF-financiering.

60


FINANCIEEL JAARVERSLAG 2009

61


Bijlage a: RESULTATENREKENING 2009

I

III IV

HOOFDKANTOOR

2009

2009

Codes

Euro

Euro

70/74

10.584.422

9.440.572

D1. Subsidies

73

8.910.007

7.778.063

D2. Lidgelden, schenkingen, legaten

73

1.548.995

1.548.995

Bedrijfsopbrengsten

E. Andere bedrijfsopbrengsten II

GEINTEGREERD TOTAAL

Bedrijfskosten

125.420

113.515

60/64

74

10.770.909

9.614.056

B.

Diensten en diverse goederen

61

3.473.560

1.674.064

C.

Bezoldigingen, sociale lasten en pensioenen

62

4.361.827

3.033.859

D.

Afschrijvingen en waardeverminderingen op oprichtingskosten, en immateriële en materiële vaste activa

630

205.374

43.081

F.

Toevoegingen (+); Terugnemingen (–) in voorzieningen voor risico’s en kosten

635/8

–235.223

–245.255

G.

Andere bedrijfskosten

640/8

2.965.371

5.108.306 –173.484

Bedrijfswinst (+)

70/64

Bedrijfsverlies (–)

64/70

–186.487

Financiële opbrengsten

75

134.273

111.392

B.

Opbrengsten uit vlottende activa

751

111.392

111.392

C.

Andere financiële opbrengsten

752/9

22.881

65

27.621

652/9

27.621

V

Financiële kosten

VI

Winst uit de gewone bedrijfsuitoefening (+)

70/65

Verlies uit de gewone bedrijfsuitoefening (–)

65/70

–79.836

VII

Uitzonderlijke opbrengsten

76

30.770

760

0

C.

A.

Andere financiële kosten

Aanpassingen aan afschrijvingen en waardeverminderingen van immateriële en materiële activa Aanpassingen aan waardeverminderingen financiële vaste activa

761

0

C.

Aanpassingen aan voorzieningen voor uitzonderlijke risico’s en kosten

762

0

D.

Winst uit verkoop van vaste activa

E.

Andere uitzonderlijke kosten

VIII Uitzonderlijke kosten E. IX

Andere uitzonderlijke kosten

763

428 30.343

66

33.881

664/8

33.881

Winst van het boekjaar (+)

70/66

Verlies van het boekjaar (–)

66/70

–70.007 –82.947

Wisselkoersverschillen toe te voegen aan financieel resultaat

14.767

Wisselkoersverschillen toe te voegen aan financieel resultaat

4.679

Wisselkoersverschillen toe te voegen aan financieel resultaat

–1.548

Winst (+) / verlies (–) van het boekjaar*

7.915 –70.007

B.

764/9

7.915

–65.049

–70.007

* De resultaten van de regiokantoren worden grotendeels veroorzaakt door koersschommelingen van de lokale munt.

62


FINANCIEEL JAARVERSLAG 2009

BENIN/TOGO

SENEGAL

TANZANIA

UGANDA

DR CONGO

ANDES

MESOAMERICA

LAOS

VIETNAM

INDONESIE

2009

2009

2009

2009

2009

2009

2009

2009

2009

2009

Euro

Euro

Euro

Euro

Euro

Euro

Euro

Euro

Euro

Euro

789.135

356.466

586.029

652.219

468.541

589.302

944.073

198.272

255.304

934.423

789.135

356.466

577.469

652.219

468.086

588.756

942.054

198.013

255.237

934.423

454

547

2.020

259

66

785.689

356.461

598.945

649.550

471.195

579.092

945.007

206.689

245.021

969.151

287.800

102.250

270.948

222.071

73.321

135.902

202.695

156.535

74.846

273.127

141.928

107.974

167.633

234.705

43.548

178.131

136.690

50.154

110.747

156.459

53.887

5.300

18.758

5.064

34.456

3.562

22.715

8.560

750

17.801 10.032

302.073

140.937

3.446

5

141.606

187.711 2.668

–12.916 1

319.871

12.916 5

5.827

5

5.827

58.678

248

4.796

248

4.796

2.280 8.178

–8.416

–34.728 348

4.572

348

4.572

1.017

10.576

1.017

10.576

3.862

–2.654

54 –9.433

1.506

28.837

1.506

28.837

4.953

28.929

4.953

28.929

511.733

10.283 –933

2.280

3.447 –3.159

582.906

10.210 –2.654

12.916

1

261.497

–30.156 428

428

8.086 –3.159

–2.654

3.159

2.765

–2.029

0

0

–2.029

0

111

3.862

–8.086

–3.862

–143

–842

–143

–842

482 –9.433

–30.156

9.433

31.391 7.692

0

482

8.927

63


Bijlage b: DE BALANS PER 31/12/2009 ACTIVA

Codes VASTE ACTIVA

20/28

III

Materiële vaste activa

484.895,22

469.591,23

418.589,63

418.589,63 388.344,22

1. In volle eigendom

22/91

388.344,22

388.344,22

23

26.370,18

26.370,18

231

26.370,18

26.370,18

24

3.875,23

3.875,23

1. In volle eigendom

241

3.875,23

3.875,23

Financiële vaste activa

28

66.305,59

51.001,60

284/8

66.305,59

51.001,60

284

45.505,61

45.505,61

285/8

20.799,98

5.495,99

1. Aandelen 2. Vorderingen en borgtochten in contanten VLOTTENDE ACTIVA

29/58

8.093.736,28 6.874.070,07

Vorderingen op meer dan één jaar

29

28.597,75

B. Overige vorderingen

291

28.597,75

30

158.684,00

158.684,00

30/36

158.684,00

158.684,00

34

158.684,00

158.684,00

40/41

203.802,72

76.467,93

Voorraden en bestellingen in uitvoering A. Voorraden 4. Handelsgoederen Vorderingen op ten hoogste dan één jaar A. Handelsvorderingen

40

600,64

B. Overige vorderingen

41

203.202,08

76.467,93

VIII Geldbeleggingen

50/53

4.643.127,58 4.361.857,52

IX

Liquide Middelen

54/58

2.465.187,67

X

Overlopende rekeningen

490/1

594.336,56 1.945.676,64

20/58

8.578.631,50 7.343.661,30

TOTAAL DER ACTIVA

64

Euro

388.344,22

C. Andere financiële vaste activa

VII

2009

Euro

22

1. In volle eigendom

VI

2009

22/27

C. Meubilair en rollend materieel

V

HOOFDKANTOOR

A. Terreinen en gebouwen B. Installaties, machines en uitrusting

IV

GEINTEGREERD TOTAAL

331.383,98


FINANCIEEL JAARVERSLAG 2009

BENIN/TOGO

SENEGAL

TANZANIA

UGANDA

DR CONGO

ANDES

MESOAMERICA

LAOS

VIETNAM

INDONESIE

2009

2009

2009

2009

2009

2009

2009

2009

2009

2009

Euro

Euro

Euro

Euro

Euro

Euro

Euro

Euro

Euro

Euro

90.705,88

493.337,27

114.867,38

356.163,46

451.155,95

31.747,88

165.942,46

622.687,27

13.607,23

1.696,76

13.607,23

1.696,76

13.607,23

1.696,76

13.607,23

1.969,76

174.777,90

227.036,48

28.451,86

145,89

28.451,86

145,89

5.126,30

20.105,14

44.979,80

71.511,35

21.740,14

20.113,81

5.126,30

20.105,14

44.979,79

71.511,35

21.740,14

19.513,17

7.783,47

19.730,50

7.783,47

19.730,50

600,64 281.270,06 169.651,61

188.385,13

206.931,34

228.733,24

40.836,95

402.388,65

4.889,13

19.437,27

90.705,88

493.337,27

93.127,24

114.867,38

46.441,54

356.163,46

429.648,57

30.714,92

157.138,29

556.924,58

1.393,57

1.032,95

1.020,70

45.886,30

451.155,95

31.747,88

165.942,46

622.687,27

65


PASSIVA

Codes EIGEN VERMOGEN I

10/15

HOOFDKANTOOR

2009

2009

Euro

Euro

5.154.628,24 5.013.222,08

Fondsen van de vereniging

10

1,472.888,17 1.472.888,17

A. Beginvermogen

100

1.472.888,17

1.72.888,17

IV

Bestemde fondsen

13

2.559.788,18 2.511.964,62

V

Overgedragen resultaat

140

1.187.001,10 1.098.376,23

Resultaat van het boekjaar HO

–65.049,21

–70.006,94

VOORZIENINGEN

16

557.700,25

421.731,24

VII

160/5

428.110,42

292.141,41

A. Voorzieningen voor risico’s en kosten 1. Pensioenen en soortgelijke verplichtingen 4. Overige risico’s en kosten B. Voorzieningen voor schenkingen en legaten met terugnemingsrecht

SCHULDEN A. Financiële schulden B. Handelsschulden IX

Schulden op ten hoogste één jaar C. Handelsschulden 1. Leveranciers E. Schulden m.b.t. belastingen, bezoldigingen en sociale lasten

105.527,13 322.583,29

292.141,41

168

129.589,83

129.589,83

2.866.303,01 1.908.707,98

17

0,00

170/4

0,00

175

0,00

42/48

593.209,42

452.148,99

44

247.499,64

206.346,05

440/4

247.499,64

206.346,05 244.880,32

45

339.431,34

1. Belastingen

450/3

70.225,34

2. Bezoldigingen en sociale lasten

454/9

269.205,99

244.880,32

6.278,44

922,62

F. Overige schulden X

160 163/5

17/49

VIII Schulden op meer dan één jaar

Overlopende rekeningen

TOTAAL DER PASSIVA

66

GEINTEGREERD TOTAAL

48 492/3

2.273.093,59 1.456.558,99

10/49

8.578.631,50 7.343.661,30


FINANCIEEL JAARVERSLAG 2009

BENIN/TOGO

SENEGAL

TANZANIA

UGANDA

DR CONGO

ANDES

MESOAMERICA

LAOS

VIETNAM

INDONESIE

2009

2009

2009

2009

2009

2009

2009

2009

2009

2009

Euro

Euro

Euro

Euro

Euro

Euro

Euro

Euro

Euro

Euro

1.406,54

–43.692,50

69.972,40

1.426,30

56.448,46

1.406,54

–43.692,50

2.098,91

22.086,12

8.600,94

46.693,40

12.069,78

13.667,66

49.915,28

1.987,90

–3.325,85

33.867,74

944,30

47.521,46

–2.029,00

111,00

–143,00

–842,00

482,00

8.927,00

46.583,73

24.529,28

23.955,84

40.900,16

46.583,73

24.529,28

23.955,84

40.900,16

18.131,87

22.539,26

23.955,84

40.900,16

28.451,86

1.990,02

186.978,59

272.425,73

20.733,48

493.337,27

112.768,51

300.978,79

379.933,14

31.747,88

140.560,32

525.338,64

10.558,30

56.401,18

–6.471,33

119.411,48

1.907,41

12.223,88

14.979,04

11.446,86

1.157,95

1.653,94

686,02

–13.196,43

117.065,77

12.579,78

4.571,80

1.653,94

686,02

–13.196,43

117.065,77

12.579,78

4.571,80

1.653,94

6.725,10

0,05

6.874,06

8.161,47

56.401,18

1.448,27

56.401,18

6.713,20

6.725,10

0,05

1.710,81

608,07

12.223,88

2.399,26

369,23

10.091,20

982,47

1.157,95

0,00

238,83

2.132,68

1.416,79

6.874,06

224,96

0,00

932,99

2.345,66

1.299,35

176.420,29

216.024,55

27.204,81

373.925,79

110.861,06

288.754,91

364.954,10

20.302,02

139.402,37

523.684,70

188.385,13

228.733,24

90.705,88

493.337,27

114.867,38

356.163,45

451.155,82

31.747,88

165.942,46

622.687,27

67


Bijlage c: VERSLAG VAN DE COMMISSARIS

68


FINANCIEEL JAARVERSLAG 2009

69


Bijlage d: LIJST DONOREN Donor

Bedrag

11.11.11

287.787,66

ALT/ADLO Colruyt

30.000,00

Cordaid

391.554,08

DGOS BOF

624.421,45

DGOS Programma Noord

1.013.542,01

DGOS Programma Zuid

4.537.886,66

DKA

15.000,00

Gemeenten en steden

79.122,80

Gilles Stichting

57.893,00

ICCO

35.000,00

Ileia

39.418,00

Loonsubsidies

186.584,42

Misereor

207.000,00

Nationale Loterij

615,08

Novib

15.000,00

Poddo Programma Overheidsdienst DO

17.357,00

Provincie Antwerpen

70

7.711,59

5.000,00

Provincie Limburg

15.000,00

Provincie Vlaams-Brabant

55.909,67

Provincie West-Vlaanderen

17.053,33

Zuiddag

35.549,55


Bijlage e: LIJST GEMEENTEN Gemeente Aalst Aartselaar De Pinte

Bedrag 4.603,16 12.000,00 625,00

Destelbergen

4.201,90

Diest

7.000,00

Eeklo

1.250,00

Genk

4.189,73

Grimbergen

5.460,00

Halle

2.500,00

Hasselt

1.500,00

Herent

2.771,77

Herentals

1.000,00

Holsbeek

1.200,00

Ieper

250,00

Lanaken

585,00

Lochristi

750,00

Londerzeel

4.732,40

Lubbeek

1.285,71

Maasmechelen

1.875,00

Malle

2.000,00

Mechelen

3.709,00

Mol

1.730,85

Oud-Heverlee

2.325,00

Oud-Turnhout

750,00

Rotselaar

2.500,00

Tessenderlo

1.250,00

Waasmunster

125,00

Wichelen

345,00

Wijnegem

5.185,28

Wommelgem

733,00

Zele

640,00

Zuienkerke

50,00

71


Overzicht van GRI-indicatoren waarover in dit jaarverslag wordt gerapporteerd GRI-indicator

Omschrijving

Pagina

PROFIEL VAN DE ORGANISATIE 1.

Strategie en analyse

1.1

Visie en strategie op KT, MT en LT

2.

Organisatieprofiel

2.1

Naam van de organisatie

2.2

Voornaamste producten, merken en/of diensten

5

2.3

Operationele structuur van de organisatie incl. filialen, afdelingen...

40

2.4

Locatie van het hoofdkantoor

2.5

Aantal en naam van de landen waar de organisatie werkt

2.6

Eigendomsstructuur en rechtsvorm

2.7

Afzetmarkten (geografisch, sectoren,...)

2.8

Omvang van de organisatie (werknemers, omzet, eigen vermogen, hoeveelheid producten en diensten

Colofon

Colofon 10-29 Colofon, 40 9 39-42

2.9

Significante veranderingen aan de structuur gedurende de verslagperiode

2.10

Onderscheidingen ontvangen tijdens de periode

3.

Verslagparameters

3.1

Verslagperiode

Colofon

3.2

Datum van het vorige verslag

Colofon

3.3

Verslaggevingscyclus

Colofon

3.4

Contact voor vragen ivm het rapport

Colofon

3.5

Proces gevolgd voor het bepalen van de inhoud van het rapport

Colofon

3.6

Aflijning van het verslag

Colofon

3.7

Specifieke beperkingen voor de reikwijdte van het verslag

46

3.8

Verslaggeving over samenwerkingsverbanden en filialen

40

3.10

Uitleg over gevolgen van wijzigingen aangebracht aan informatie verstrekt in vorige rapporten

58-59

3.12

GRI-Inhoudstabel

72-73

4.

Goed Bestuur

4.1

Bestuursstructuur van de organisatie

40

4.2

Heeft de voorzitter ook een uitvoerende functie binnen de organisatie?

40

4.3

Aantal onafhankelijke bestuurders

40

4.4

Inspraakmogelijkheden voor werknemers, vrijwilligers en stakeholders

44

4.5

Verband tussen de vergoeding van de hoogste bestuursorganen, senior managers en uitvoerend personeel, en de performantie van de organisatie

40

Procedures binnen het hoogste bestuursorgaan om belangenconflicten te vermijden

40

Proces om de kwalificaties en expertise van het hoogste bestuursorgaan te bepalen

40

4.10

Proces om het hoogste bestuursorgaan te evalueren

40

4.14

Overzicht van relevante stakeholders

4.15

Inventarisatie en selectie van relevante belanghebbenden

4.6 4.7

72

5

40

31, 40 31


GRI-indicator

Omschrijving

Pagina

PRESTATIE-INDICATOREN Milieu-indicatoren EN1

Gebruikte materialen/gewicht of volume

45-47

EN3

Direct energieverbruik per energiebron

47

EN8

Totaal waterverbruik/bron

46

EN22

Totaalgewicht afval naar type en verwijderingsmethode

47

EN29

Significante milieugevolgen van producten en het vervoer van personeelsleden

47

Economische Indicatoren EC1

Directe economische waarde gegenereerd door de organisatie

49-67

EC4

Belangrijke financiële steun van overheden

55,70

Sociale indicatoren LA1

Totaal aantal werknemers opgesplitst volgens type werk, arbeidsovereenkomst en regio

41

LA2

Personeelsverloop per leeftijdsgroep, geslacht en regio

43

LA3

Voordelen voor voltijdse medewerkers die niet gelden voor tijdelijke werknemers

42

LA4

Percentage werknemers dat valt onder collectieve arbeidsovereenkomsten

42

LA7

Ongevallencijfer, absenteïsme en verloren dagen

44

LA8

Opleiding, vorming en preventie bij werknemers en hun omgeving omtrent ernstige ziektes

44

Gezondheids- en veiligheidsonderwerpen zijn in formele akkoorden gegoten met de vakbonden

44

Aantal uren vorming dat medewerkers volgen/jaar en per werknemerscategorie

43

Programma’s voor levenslang leren en hulp bij het organiseren van loopbaaneindes

43

Percentage werknemers dat regelmatig adviezen rond carrièreplanning ontvangt

43

Samenstelling van bestuursorganen en onderverdeling van werknemers volgens diversiteitsindicatoren

39, 41

LA9 LA10 LA11 LA12 LA13 LA14

Verhouding tussen basissalarissen van mannen en vrouwen per medewerkerscategorie

42

Publiek Beleid SO5

Standpunten tov de overheid en deelname aan standpuntbepaling van de overheid en lobbying

36-38

73


COLOFON Voor algemene vragen over dit jaarverslag kan je terecht bij: Nele Claeys Diensthoofd Communicatie 016/31 65 80 nele.claeys@vredeseilanden.be Voor vragen in verband met het financieel verslag kan je terecht bij Kris Goossenaerts Diensthoofd Financiën 016/31 65 80 kris.goossenaerts@vredeseilanden.be Vredeseilanden vzw Blijde Inkomststraat 50 3000 Leuven www.vredeseilanden.be info@vredeseilanden.be Vredeseilanden is lid van 11.11.11, de koepel van de Vlaamse Noord-Zuidbeweging. Dit verslag behandelt het kalenderjaar 2009. Het vorige verslag handelde over het kalenderjaar 2008. Verslagen worden jaarlijks gemaakt en gaan over het geheel van de activiteiten van Vredeseilanden in België en de landen overzee zoals ze vermeld worden op de blz. 9-38 tenzij anders vermeld. Dit verslag werd samengesteld door een werkgroep met vertegenwoordigers van de betrokken afdelingen in opdracht van de directie. Coverfoto’s: Jimmy Kets

74


Vredeseilanden vzw | Blijde Inkomststraat 50 | 3000 Leuven Tel. 016-31 65 80 | info@vredeseilanden | www.vredeseilanden.be

Vredeseilanden jaarverslag 2009  

Het uitgebreide jaarverslag van Vredeseilanden volgens de GRI (Global Reporting Initiative) maatstaven.

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you