Issuu on Google+

VREDESEILANDEN vzw

JAARVERSLAG 2007

Van voedsel naar inkomen


VREDESEILANDEN VZW JAARVERSLAG 2007

Van voedsel naar inkomen

1


Inhoud 2

Vooraf ........................................................................................................................

3

1 Vredeseilanden in 2007 ..............................................................................................

5

2 Rekenschap en duurzaamheid ......................................................................................

7

3 De keuze van Vredeseilanden, actueler dan ooit ............................................................

11

4 De Zuid-programma’s in 2007 ......................................................................................

17

5 Vredeseilanden in Vlaanderen ....................................................................................

43

6 De sociale balans van Vredeseilanden ..........................................................................

47

7 Milieubeleid van Vredeseilanden ..................................................................................

51

8 Vredeseilanden vzw – Financieel jaarverslag 2007 ..........................................................

55


Vooraf

EEN NIEUWE DIRECTEUR VOOR VREDESEILANDEN De Raad van Bestuur van Vredeseilanden heeft Luuk Zonneveld benoemd tot nieuwe Algemeen Directeur. Luuk Zonneveld neemt begin juni 2008 het roer over van Jan Aertsen, die de organisatie in de voorbije 19 jaar geleid heeft. Eerst als directeur van Coopibo, na de fusie met Vredeseilanden samen met Herman Deprouw, en na diens pensionering verder tot op vandaag. Jan blijft in dienst bij de organisatie om de vernieuwde opdracht van Vredeseilanden verder te ontwikkelen en uit te voeren. De directeurswissel is het sluitstuk van het intensief veranderingsproces dat onze organisatie een nieuwe richting uitstuurde. De krijtlijnen die Jan Aertsen mee uittekende moeten Vredeseilanden in staat stellen om korter op de bal te spelen in een snel veranderende economische, politieke en sociale context. Vredeseilanden wil voortaan nog krachtiger haar rol spelen in een groeiende beweging van boerenorganisaties, bedrijven en consumenten, die waarde hecht aan een toekomst waarin er in de marktlogica aandacht is voor milieu- en sociale thema’s. Meer over deze nieuwe strategische keuzes leest u vanaf blz. 8. Jan Aertsen is absoluut opgetogen over de komst van Luuk Zonneveld: “Ik zou zeer ontgoocheld geweest zijn, als we Luuk niet hadden kunnen overtuigen om onze rangen te versterken. Duurzaamheid is nu hét verhaal. We moeten daar op inzetten: de civiele samenleving waar Vredeseilanden bij hoort, de overheid, het bedrijfsleven, ... Met Luuk haalt Vredeseilanden de ervaring binnen die we zullen nodig hebben om die nieuwe uitdagingen aan te pakken. Ik laat de organisatie met een gerust hart in zijn handen.” “Het is voor mij een eer om tot Algemeen Directeur van Vredeseilanden te zijn benoemd,” zegt Zonneveld. “Door zeer duidelijk te focussen op inkomensverhoging voor boerenfamilies heeft Vredeseilanden op dit vlak een belangrijke expertise opgebouwd. Daarmee draagt de organisatie ook succesvol bij tot de duurzame verbetering van de voedselzekerheid in het Zuiden – een thema dat gezien de huidige voedselcrisis in ontwikkelingslanden helaas uiterst actueel is.” “Bovendien getuigt Vredeseilanden van innovatie-kracht. De organisatie slaagt er bijvoorbeeld in om bedrijven te overtuigen om in de kleinschalige landbouw in het Zuiden te investeren, daarnaast speelt Vredeseilanden een prominente rol in campagnes waarbij de link wordt gelegd tussen de situatie van boerenfamilies (producenten in het Zuiden) en de rol van consumenten (in Noord en Zuid). Opvallend is dat Vredeseilanden er ook in slaagt om, samen met andere organisaties, talloze jongeren voor de ontwikkelingsproblematiek te interesseren.” “Het is een behoorlijke uitdaging om in de voetstappen te treden van mijn voorganger Jan Aertsen. Onder zijn visionaire leiding was Vredeseilanden telkens weer haar tijd vooruit in haar steun aan duurzame landbouw in Zuid en Noord. Ik verheug me op de samenwerking met hem.”

3


WIE IS LUUK ZONNEVELD? Zonneveld was Managing Director van de wereldwijde koepel van Fair Trade, Fairtrade Labelling Organizations (FLO) International in Bonn, Duitsland. Onder zijn leiding werd het wereldwijde zegel voor Fair Trade ingevoerd, werd de kwaliteit van de certifiëring zodanig ontwikkeld dat FLO als eerste certifieerder van sociale ontwikkeling ter wereld ISO-accreditatie ontving, verachtvoudigde de wereldwijde omzet van Fair Trade, en won de organisatie in 2003 de Koning Boudewijn Prijs voor Ontwikkeling. Zonneveld heeft een uitgebreide managementervaring in Noord en Zuid. Na enige jaren als journalist door Afrika en Azië gereisd te hebben, werkte hij vijf jaar bij Fair Trade Original in Culemborg, waar hij o.a. Fair Trade Assistance vzw concipieerde en opzette, voor de bedrijfsmatige ondersteuning van producenten in ontwikkelingslanden. Na nog eens vijf jaar bij de Duitse Heinrich-Böll-Stiftung, waar hij de afdeling Ontwikkelingssamenwerking opbouwde, leefde hij 3,5 jaar in Cuba als manager van het programma van zeven Oxfamorganisaties op Cuba zelf, in Haïti en in de Dominicaanse Republiek. Voordat hij bij FLO begon, werkte Zonneveld een jaar als Programma-Coördinator bij de Heinrich-BöllStiftung in Brussel. De afgelopen maanden werkte Zonneveld als consultant, onder andere voor de Belgische organisatie CompenCO2. Zonneveld is in Nederland geboren, maar bracht zijn jeugd en studietijd door in België, Frankrijk, Duitsland en de VS. Hij heeft diploma’s in sociologie, psychologie, economie en marketing. Zonneveld is 51 jaar, is getrouwd en heeft twee kinderen.

4


Vredeseilanden in 2007

Bij wijze van voorsmaakje, een greep uit de hoogtepunten: Klaar voor de toekomst 2007 was een belangrijk jaar voor Vredeseilanden. De organisatie rondde een intensief strategisch planningproces af waarbij alle geledingen van de organisatie in Zuid en Noord betrokken waren, samen met een aantal relevante externe actoren. Lees meer blz. 11 2007 was ook het jaar van het nieuw 6-jarenprogramma voor medefinanciering door DGOS (De Belgische Ontwikkelingssamenwerking). Gezien de nieuwe strategische keuzes van Vredeseilanden, een niet te onderschatten klus, die niettemin met succes werd afgerond.

Samenwerken met Colruyt in Benin In dit unieke samenwerkingsproject ondersteunt Vredeseilanden samen met Colruyt rijstboeren en -boerinnen om hun inkomen te verhogen. Daarnaast is een belangrijk doel van het project om van Lees meer blz. 18 elkaar te leren en die lessen te gebruiken als voorbeeld voor anderen.

Voedselhulp voor Centraal-Afrika uit ... Congo Sinds vorig jaar wordt de voedselhulp van het Wereldvoedselprogramma voor vluchtelingen in Centraal Afrika, geleverd door de boeren van Coocenki. Dit is het resultaat van 2 jaar intensief overleg tussen vertegenwoordigers van de Belgische Ontwikkelingssamenwerking, het Vredeseilanden-kantoor Lees meer blz. 20 in Congo en het Wereldvoedselprogramma.

Over de grenzen heen De nieuwe keuzes van Vredeseilanden vragen ook een gewijzigde aanpak. Gezien het marktgebeuren zich niet enkel binnen de landsgrenzen situeert, zal de huidige landenwerking evolueren naar een grensoverschrijdende, regionale werking. In Costa Rica, Nicaragua en Honduras beten ze in 2007 de spits af van dit regionaliseringsproces. Lees meer blz. 22

Van Ik ben verkocht tot Fairtradegemeenten In januari 2007 titelden de Vlaamse kranten: “Vlaanderen is absoluut koploper in de wereld op het gebied van Fairtradegemeenten. Samen met hun inwoners, winkeliers, horeca-uitbaters, scholen, verenigingen en bedrijven promoten de Fairtradegemeenten eerlijke handel en duurzame landbouw.” Lees meer blz. 45

Tot in het parlement ... In Costa Rica slaagden een aantal boerenorganisaties er in om, met de steun van Vredeseilanden, Lees meer blz. 23 een wet te laten stemmen ten voordele van biologische landbouw.

Op de pagina’s die volgen, leest u uiteraard nog veel meer. Wij wensen u een boeiende lectuur.

1 5


6


Rekenschap en duurzaamheid

Dit jaarverslag is iets uitgebreider dan de vorige jaren. Wij willen meer informatie geven dan de puur financiële verslaggeving zoals wettelijk vereist. Duurzame ontwikkeling heeft altijd hoog op de agenda van Vredeseilanden gestaan, en dan is het maar logisch dat we niet alleen oog hebben voor de directe prestaties van onze programma’s, maar ook voor de milieuaspecten en de sociale aspecten van onze activiteiten. Duurzaamheidsverslaggeving is het in kaart brengen van de economische, sociale en ecologische resultaten van een organisatie of bedrijf. Verantwoording, openheid en transparantie naar de geïnteresseerde leden, donatoren, overheid, publiek en bedrijven vinden we belangrijk. Daarom willen we dat onze communicatie en onze rapportering beantwoordt aan de steeds hogere maatschappelijke verwachtingen en de vragen van steeds kritischer wordende publiek. Een jaarverslag kan niet langer beperkt blijven tot de obligate financiële balans, een narratief verslag van succesvolle activiteiten en realisaties van het afgelopen jaar. Ook informatie over ‘social governance’, over de eigen milieuzorg en de milieu-impact, over het eigen personeelsbeleid, over de werking met vrijwilligers ... moet gecommuniceerd worden. Wat is rekenschap? Rekenschap (accountability) betekent verantwoordelijkheid nemen voor zijn acties, mensen en middelen en daarover ook verantwoording afleggen tegenover alle belanghebbenden van binnen of buiten de organisatie. Voor Vredeseilanden zijn de interne stakeholders het personeel, het bestuur en de vrijwilligers. De externe stakeholders zijn o.m. de subsidiërende overheden, de particuliere donateurs, leveranciers en andere NGO’s. Rekenschap is meer dan transparantie. Het is een actieve verantwoording die niet alleen over successen vertelt maar ook over mislukkingen, en die uitlegt hoe die successen en mislukkingen er gekomen zijn en wat de organisatie er uit geleerd heeft. We willen hier in de toekomst meer systematisch over rapporteren. Waarom rekenschap afleggen? VREDESEILANDEN WERKT MET PUBLIEKE MIDDELEN In principe legt de organisatie verantwoording af aan de Raad van Bestuur en de Algemene Vergadering. In toenemende mate wordt de samenleving opener, wordt informatie meer beschikbaar, en willen mensen dat met hun mening rekening gehouden wordt. Dat geldt voor de politiek, voor bedrijven, voor verenigingen. Wij werken met publieke middelen (subsidies en giften) en zijn daarover dus ook verantwoording verschuldigd aan het publiek en aan alle andere belanghebbenden. VREDESEILANDEN WIL EEN DRAAGVLAK Vredeseilanden wil kunnen steunen op een breed draagvlak van sympathisanten, schenkers en vrijwilligers. Wij kunnen niet als een eiland van experten functioneren, los van de samenleving. Draagvlak kan onder meer door rekenschap bekomen worden. Daardoor ontstaat ook legitimiteit voor Vredeseilanden, een soort morele steun of recht om te spreken en om aan ontwikkelingssamenwerking te werken. VREDESEILANDEN WIL EFFECTIEF WERKEN We moeten ons een goed doel stellen, en dat is: het inkomen van arme boeren verhogen zodat ze zich zelfstandig kunnen ontwikkelen. De middelen moeten dan ook dat doel ten goede komen.

2

VREDESEILANDEN WIL EFFICIËNT WERKEN De middelen moeten niet alleen aan de juiste doelen besteed worden, maar ook op een efficiënte manier gebruikt worden. We willen de dingen op een goede manier doen, dat ook opvolgen en daarover uitleg geven.

7


Rekenschap geven houdt risico’s in Transparantie betekent dat we ons kwetsbaar opstellen. Dat kan mogelijk misbruikt worden door mensen die met een beperkt perspectief of zonder goede kennis van zaken bepaalde conclusies trekken of aspecten in een specifiek daglicht plaatsen, door mensen die het oneens zijn met de keuzes die Vredeseilanden maakt en die daarom de organisatie schade willen toebrengen, door mensen die eerder willen benadrukken waar we falen dan waar we succesvol zijn. We zullen verstandig moeten omgaan met rekenschap: niet alleen transparant zijn maar ook toelichting geven, niet alleen zelf toelichting geven maar ook externe beoordelingen vragen en die publiceren, journalisten en andere geïnteresseerden uitnodigen en niet alleen reactief antwoorden op hun conclusies. We moeten de verantwoordelijkheid van rekenschap nemen, maar het risico van misbruik van informatie beperken. Hoe geven we rekenschap? In de eerste plaats via het jaarverslag. Dit jaar geven we voor het eerst op een geïntegreerde manier uitleg over vier belangrijke aspecten van ons werk. We gaan daarbij uit van het concept van duurzame ontwikkeling, waarin zowel de economische, de sociale als de milieuaspecten van een bedrijf of organisatie bekeken worden. Voor Vredeseilanden vindt u in dit jaarverslag: • de financiële resultaten (zoals dit vorige jaren reeds gebeurde); • het programma en onze activiteiten in het Zuiden en België; • een toelichting over ons milieubeleid en een eerste aanzet tot rapportage; • een toelichting over hoe we met onze medewerkers en medewerksters omgaan (wat voorheen in de sociale balans summier opgenomen was). Op basis van dit jaarverslag worden artikels op de website en een grootschalige brochure voor het ruime publiek gemaakt. Volgend jaar willen we dit rapport verder ontwikkelen en harmoniseren met een externe duurzaamheidsstandaard, zijnde het Global Reporting Initiative. Duurzame verslaggeving door middel van het Global Reporting Initiative Het Global Reporting Initiative – afgekort GRI – is intussen uitgegroeid tot een algemeen aanvaard systeem. Een groeiend aantal grote bedrijven en organisaties van over de hele wereld engageerden zich om volgens dit kader te rapporteren. Wat biedt GRI? • heeft duurzaamheid als specifieke invalshoek; • omvat zowel economische, sociale als ecologische indicatoren; • voorziet een concreet raamwerk dat vergelijking met andere organisaties mogelijk maakt; • omvat richtlijnen voor duurzaamheidsverslaggeving: principes voor het bepalen van de inhoud van het verslag en uitleg over hoe het samen te stellen; • omvat specifiek voor de non-profit uitgewerkte richtlijnen; • is internationaal erkend en wordt gebruikt door (grote) bedrijven en NGO’s; • voorziet verschillende niveaus van rapportering: er is een minimum set van indicatoren, maar een organisatie kan stapsgewijs aan meer criteria beantwoorden. Het engagement van Vredeseilanden We willen in het voorjaar van 2009 een eerste proefverslag maken over het jaar 2008, zeker voor wat de activiteiten op het hoofdkantoor betreft. Op basis van die oefening kunnen we de nodige systemen bijstellen, met de bedoeling om in 2010 een rapport voor de hele organisatie over 2009 te schrijven dat een GRI label verdient.

8


Aan welke standaard beantwoordt Vredeseilanden reeds? Rekenschap is niet volledig nieuw bij Vredeseilanden; ze wordt enkel vanaf nu en om de voorgestelde redenen uitgebreider en systematischer. In het verleden werd reeds rekenschap afgelegd aan diverse instanties. Voor het overzicht geven we die hier even op een rij. 1. Jaarlijks leggen het bestuur en de directie van Vredeseilanden verantwoording af aan de Algemene Vergadering. 2. De Federale Overheidsdienst voor Ontwikkelingssamenwerking is de grootste financiële bron voor Vredeseilanden. Aan deze instantie dient jaarlijks, volgens wettelijk voorziene standaarden en formaten, uitvoerig inhoudelijke en financiële verantwoording te worden afgelegd. 3. De erkenning als NGO wordt door de federale overheid onderworpen aan een screening van het organisatievermogen van de NGO (de zogenaamde PriceWaterhouseCooper screening). Vredeseilanden beantwoordt daar succesvol aan. 4. Jaarlijks laat Vredeseilanden haar financiële rapporten controleren door de externe bedrijfsrevisor en auditorganisatie Ernst & Young. 5. Het ‘International Non Governmental Organisations Accountability Charter’ is een code die grote internationale NGO’s opgesteld hebben. Dat charter is recent door Vredeseilanden onderschreven en houdt een hele reeks principes van goed bestuur en ethiek in die de organisatie zichzelf oplegt. 6. Vredeseilanden is lid van de ���Vereniging voor ethiek in de fondsenwerving’ en verplicht zichzelf daardoor tot welomschreven ethische praktijken en publicaties inzake fondsenwerving. 7. Elke drie à vier jaar laat Vredeseilanden haar werk te velde evalueren door externe experten die over de doelmatigheid, doeltreffendheid en relevantie van haar werk uitvoerig rapporteren naar het bestuur en de subsidiërende overheid. 8. Daarnaast stuurt Vredeseilanden regelmatig een ‘interne auditor’ naar een van de landkantoren om gedurende een tiental dagen alle financiële en beheersaspecten van dat landkantoor te onderzoeken en aan de Raad van Bestuur te rapporteren. De ‘interne auditor’ is een onafhankelijke expert die voor die taak wordt ingehuurd.

9


10


Naar een échte groene revolutie We merken het allemaal aan de kassa, de voedselprijzen stijgen gestaag. Goed nieuws, zo lijkt, voor landbouw- en ontwikkelingsorganisaties die inzetten op het verbeteren van het inkomen van boeren. Toch mogen we nog niet te vroeg victorie kraaien, want de stijging van de voedselprijzen leidt immers niet in alle gevallen zomaar tot een beter inkomen voor de boer. In de wereld leven 2,5 miljard mensen van de landbouw, boeren, boerinnen en hun kinderen. Zij zijn perfect in staat om iedereen in de wereld te voeden, zowel op het platteland als in de steden. Jacques Diouf, directeur van de Organisatie voor Voedsel en Landbouw (FAO) zei onlangs nog dat het “helemaal geen probleem is” de wereldwijde productie van levensmiddelen binnen een kwarteeuw te verdubbelen. Maar daarvoor moeten we dan wel doen “wat we de afgelopen twintig jaar niet hebben gedaan.” De wereld moet dus resoluut kiezen voor veel meer investeringen in familiale landbouw en de verdere evolutie van de agro-industriële landbouw afwijzen, dat is de echte groene revolutie. Met een mondiale voedselvoorraad van slechts veertig dagen is er geen tijd meer om keuzes uit te stellen. De overgrote meerderheid van de mensen die in armoede leven zijn boeren, dat is bekend. Dat landbouw een belangrijke hefboom tot ontwikkeling is, erkent nu ook de Wereldbank. Wereldwijd moeten overheden en bedrijven hun verantwoordelijkheid nemen. Ze moeten erover waken dat landbouwers loon naar werken krijgen en in goede omstandigheden kunnen boeren. Een aangename waarheid Kleine en middelgrote boerderijen bewijzen dat ze productiever en efficiënter kunnen zijn dan de grote, industriële exportbedrijven. Onderzoek in tropisch Latijns-Amerika wijst uit dat boeren die meer gewassen op één zelfde veld verbouwen, opbrengsten realiseren die twintig tot zestig procent hoger zijn dan bij monocultuur. Ze creëren bovendien meer werkgelegenheid zodat veel meer mensen er een goed inkomen aan overhouden. Een performante familiale landbouw draagt in grotere mate bij tot de economische ontwikkeling en de welvaart in de streken waar hij het voortouw mag nemen, omdat het inkomen eruit vooral in eigen streek gespendeerd wordt. Zo is het ook in België gegaan. En als zulke landbouw ecologisch tewerk gaat, zorgt die ook beter voor het milieu. Zijn energiebalans is veel positiever, hij springt zuiniger om met de schaarse watervoorraden en verhoogt de vruchtbaarheid van gronden... en brengt toch meer op dan de high tech landbouw die volledig steunt op externe inbreng. En dus kunnen we best gelukkig zijn met deze aangename waarheid: de familiale landbouw kan de wereldbevolking voeden, morgen en over vijftig jaar, en dat op een duurzame wijze. Een duurzame keten, van boer tot supermarkt Vanzelfsprekend dragen ook de bedrijven een cruciale verantwoordelijkheid, zowel de handelaars als de verwerkingsindustrie en de grootdistributeurs. Als ze werkelijk maatschappelijk verantwoord willen ondernemen, zullen ze natuurlijk financieel winstgevend moeten zijn. Maar evengoed zullen ze mee moeten waken over een sociaal en ecologisch duurzame landbouw. Essentieel is dat de boeren, die helemaal vooraan in de keten het voedsel voortbrengen, hun rechtmatige plaats krijgen.

© Marc Goldchstein

De keuze van Vredeseilanden, actueler dan ooit

3

BOEREN REDDEN DE WERELD

11


DE ANALYSE VAN VREDESEILANDEN Landbouw in de huidige wereldcontext In de meeste landen waarin Vredeseilanden in het Zuiden actief is, is landbouw goed voor 40 tot 70% van de tewerkstelling van de families op het platteland. Het is de belangrijkste economische activiteit van het armste deel van de bevolking en de meeste nationale regeringen in het Zuiden zien landbouw als een belangrijke factor voor het terugdringen van de armoede. Landbouw staat op een belangrijke plaats als motor voor economische groei en is cruciaal voor het realiseren van de Millennium Development Goals (MDG’s). Recent heeft ook de Wereldbank, na jarenlang deze sector te hebben verwaarloosd, dit bevestigd in haar rapport. Vredeseilanden biedt al vele jaren op allerlei manieren steun aan boerenfamilies in het Zuiden. In de jaren 1970 spitsten de activiteiten van de organisatie zich toe op het zelf uitvoeren van landbouwontwikkelingsprojecten, om nadien te evolueren tot samenwerkingsverbanden met partner-ngo’s waarbij Vredeseilanden de rol van coördinator en moderator kreeg. Ervoor zorgen dat boeren en boerinnen het hele jaar door voldoende en gezond voedsel ter beschikking hebben voor hun familie, dat was/is ons doel. Ook in België gingen we samenwerkingsverbanden aan met boerengroepen. De laatste decennia is de landbouwsector sterk geëvolueerd. Over de hele wereld worden markten geliberaliseerd, regeringen – vooral in de landen in het Zuiden waar wij actief zijn – kregen minder invloed en de meeste diensten die voordien door de overheid werden aangeboden aan de boeren, werden afgeschaft. Boerenfamilies staan onder druk om hun producten te verkopen om nieuwe investeringen te kunnen aangaan. De dringende nood aan geld begon ook aan de voedselvoorraden van de gezinnen te knabbelen. Daardoor kwam er een steeds grotere vraag van de boerenfamilies aan Vredeseilanden om iets te doen aan hun positie op de markt. Nieuwe strategische keuzes Het voorbije jaar rondde Vredeseilanden een intensief veranderingsproces af, dat de organisatie een nieuwe richting uitstuurde. De krijtlijnen die we uittekenden, moeten Vredeseilanden in staat stellen om korter op de bal te spelen in een snel veranderende economische, politieke en sociale context. In 2006-2007 werden in verschillende landen heel diverse sleutelfiguren van overheden, multinationals, supermarkten, boerenorganisaties, sociale bewegingen, enz., evenals eigen personeelsleden van Vredeseilanden, bevraagd over hoe zij dachten dat de wereld zou evolueren tegen 2015. Meer specifiek peilden we naar hun mening over de toekomst die zij zagen voor kleinschalige landbouw en hoe zij de participatie van boeren en boerinnen in de wereldmarkt zagen veranderen. Deze oefening mondde uit in mogelijke scenario’s en een overzicht van de uitdagingen en de bedreigingen voor Vredeseilanden in de ruimere context. Uit deze scenario-oefening groeide het inzicht dat Vredeseilanden voortaan nog krachtiger haar rol moet spelen in een groeiende beweging van boerenorganisaties, bedrijven en consumenten, die waarde hecht aan een toekomst waarin er in de marktlogica aandacht is voor milieu- en sociale thema’s.

12


De visie van Vredeseilanden Vredeseilanden streeft naar een wereld waarin boerenfamilies hun recht opeisen om op een duurzame manier in hun levensonderhoud te voorzien. Een wereld waarin ze werken aan hun eigen ontwikkeling door aan landbouw te doen op een manier die economisch rendabel is, die ten goede komt aan het milieu, en aangepast is aan de lokale cultuur en het sociaal weefsel.

Vredeseilanden beschouwt landbouw als een van de belangrijkste en meest wijdverspreide uitdrukkingen van ons cultureel erfgoed. Boerenfamilies over de hele wereld hebben altijd een leidinggevende rol gespeeld in het bewaren en verder ontwikkelen van dit erfgoed, rekening houdend met economische, sociale, culturele en ecologische elementen en evenwichten. Deze leidinggevende rol komt steeds zwaarder onder druk te staan, vooral door de industrialisering van de landbouw, de liberalisering van de voedselmarkt en de algemene structurele aanpassingsprogramma’s in het Zuiden. De wereld verandert sneller dan ooit tevoren, een evolutie die gekenmerkt wordt door een toenemende economische kloof, waarbij enerzijds een klein aantal mensen extreem rijk is en anderzijds een steeds groter aantal ten prooi valt aan honger, armoede en onrecht. Paradoxaal genoeg komt de meeste honger en armoede nog altijd voor in landelijke gebieden, en zijn het dus boerenfamilies die het meest in armoede leven. Slecht bestuur, onverantwoordelijk burgerschap, de almacht van grote bedrijven en zwakke internationale instellingen zorgen voor nog meer problemen voor de landbouw. Anderzijds zien we elke dag weer nieuwe tekenen van het ontstaan van een nieuwe, alternatieve wereld, van rechtvaardige globalisering: vernieuwende initiatieven die zich richten op duurzame landbouw op mensenmaat en met respect voor het milieu. Deze initiatieven worden wereldwijd uitgevoerd door boeren en boerinnen en hun organisaties, ondersteund door consumenten, privéondernemingen, regeringen en sociale organisaties.

De toegevoegde waarde van Vredeseilanden

Binnen die veranderende context zal Vredeseilanden bijdragen tot het verwezenlijken van een leefbaar inkomen voor boerenfamilies en tot het versterken van hun organisaties, zowel in het Zuiden als in het Noorden. Dat wil Vredeseilanden doen door: – de plaats van boeren in de volledige landbouwketen te verbeteren, van productie tot consumptie; – te ijveren voor een beter beleid op nationaal en internationaal niveau, zowel op economisch, politiek als sociaal vlak; – consumenten aan te moedigen om meer duurzame producten te kopen. Daarom zal Vredeseilanden in de toekomst nauw samen werken met boerenorganisaties, overheden, universiteiten en actoren uit de civiele maatschappij. Vredeseilanden speelt een belangrijke rol in het modereren van multi-stakeholder processen: het samenbrengen van alle stakeholders (regeringen, bedrijven, middenveld- en dienstenorganisaties, privé-actoren en consumenten) en hen motiveren om de omstandigheden te creëren die nodig zijn voor rechtvaardige en duurzame markttoegang en participatie van familiale boeren. Als leer-organisatie met een beperkte omvang zullen we ons concentreren op het verzamelen van informatie en kennis door innovatieve en creatieve initiatieven. Wij zullen ervoor ijveren dat andere actoren onze resultaten zouden overnemen: grotere ontwikkelingsorganisaties, regeringen, privé-actoren, boerenorganisaties, consumentenorganisaties. Die bevinden zich in een betere positie om de succesvolle resultaten op een grotere schaal en in een ruimer gebied toe te passen. We willen er tevens voor zorgen dat gender, participatie en diversiteitsthema’s (meer bepaald interculturaliteit, interculturele gelijkheid en hiv/aids) aandacht krijgen in al onze acties.

13


De toegevoegde waarde van Vredeseilanden, in vergelijking met de andere ontwikkelingsactoren die actief zijn op het vlak van landbouwontwikkeling in landelijke gebieden, wordt bepaald door de eigenschappen van de organisatie zelf en de rol die ze voor zichzelf heeft uitgestippeld. Vredeseilanden is een organisatie die haar programma’s in het Zuiden implementeert door middel van de actieve aanwezigheid van programmateams. De rol van deze teams is om boerenorganisaties en hun leden in staat te stellen hun eigen toekomst in handen te nemen. Dat gebeurt in nauwe samenwerking met andere (strategische) actoren: lokale dienstverlenende ngo’s, de openbare sector, de privé-sector en andere internationale samenwerkingsorganisaties en instellingen. Zo heeft Vredeseilanden een grondige kennis vergaard van de processen die aan de basis, bij de boeren en boerinnen zelf, plaatsvinden. De vergaarde kennis wordt constant vertaald in advocacywerk om invloed uit te oefenen op de beleidsmakers en het grote publiek. Dat vormt de basis voor de unieke aanpak van Vredeseilanden: positieve campagnes voor beleidsveranderingen in plaats van harde acties om de huidige (of zelfs verloren) beleidscontext te behouden. Die aanpak heeft geleid tot een grote en zeer positieve aanhang in Vlaanderen, waarop Vredeseilanden jaar na jaar kan rekenen. De specialisatie van Vredeseilanden op het vlak van duurzame landbouw en ontwikkeling van ketens is bovendien een garantie voor het genereren van uitgebreide kennis. Specialisatie betekent ook dat we in die thema’s en activiteiten betere (efficiëntie en) kwaliteit kunnen garanderen. De globalisering aangrijpen als een kans De uitdagingen en kansen hiervoor zijn volgens Vredeseilanden vooral terug te vinden in een stroming binnen de civiele maatschappij over de hele wereld, maar ook in regeringen en in de privésector, die meer en meer aandacht heeft voor sociale rechtvaardigheid en de leefbaarheid van onze planeet, nu en in de toekomst. Door de globalisering is er een groeiende beweging ontstaan die waarde hecht aan een toekomst waarin er in de marktlogica aandacht is voor milieu- en sociale thema’s en waarin economische activiteiten niet enkel gezien worden in termen van financiële winst of verlies. De civiele maatschappij en de consumenten beginnen geleidelijk aan open te staan voor begrippen als duurzaamheid en wensen hun gedrag te veranderen. Daarnaast zijn er ook overheden op alle niveaus, boerenorganisaties en privé-ondernemingen die in hun beleid meer open staan voor duurzaamheid. In plaats van op korte termijn denken ze nu meer op lange termijn. In die context zal Vredeseilanden deelnemen aan overlegplatformen en partnerschappen met consumentenorganisaties, overheden, privé-ondernemingen, etc. In dialoog gaan en bruggen bouwen worden steeds meer aanvaard als manieren om veranderingen teweeg te brengen.

14


Vredeseilanden zal haar opdracht in de eerste plaats realiseren door samen te werken met lokale organisaties in de landen waar zij actief is. We zullen rechtstreeks samenwerken met boerenorganisaties. De kern van onze partnerschapstrategie is het focussen op onafhankelijke en democratische organisaties van familiale boeren, die tevens een duidelijke strategische visie hebben voor het verbeteren van het inkomen van hun leden, nl. door het nastreven van economische doelstellingen en door het ondersteunen van de boeren om hun rechten op te eisen. Daarnaast werkt Vredeseilanden ook onrechtstreeks samen met lokale (diensten)organisaties die bovenstaande boerenorganisaties kunnen ondersteunen rond specifieke thema’s, of die mee de omstandigheden creëren zodat boerenorganisaties hun doelstellingen optimaal kunnen realiseren. Het kan hier gaan om privé, publieke of civiele organisaties, individuen, onderzoeksinstellingen, openbare organisaties, kerken etc. Projecten alleen lossen niets op Vredeseilanden heeft voor een programmabenadering gekozen in plaats van een projectbenadering. De veranderingen die Vredeseilanden wenst te bereiken gaan immers verder dan het uitvoeren van duidelijk afgelijnde korte-termijnprojecten. Onze werking situeert zich in de complexe (wereld)economie, onze opdracht is er één die pas op lange termijn kan gerealiseerd worden en wordt sterk beïnvloed door een groot aantal factoren waarover Vredeseilanden geen controle heeft. Bovendien willen we werken aan gedrags- en mentaliteitsveranderingen bij personen en organisaties (bijvoorbeeld het denken over handelsrelaties, over ondernemerschap, maar ook het denken over man-vrouw verhoudingen). Binnen een programmabenadering is het ook gemakkelijker om ervoor te zorgen dat boeren en boerinnen en hun organisaties hun ontwikkelingsproces zelf in handen nemen. Vredeseilanden en andere organisaties leveren enkel een (tijdelijke) bijdrage. Aangezien het aspect van globalisering een cruciaal gegeven is in de voedselproblematiek, kan Vredeseilanden zich niet beperken tot het uitvoeren van programma’s in het Zuiden.

© Marc Goldchstein

Nieuwe structuren De nieuwe keuzes die Vredeseilanden gemaakt heeft, vragen ook een aanpassing in onze werkstructuur. Gezien het marktgebeuren zich niet enkel binnen de landsgrenzen situeert, maar veel met import en export naar buurlanden te maken heeft, weerspiegelt dit zich ook in de organisatiestructuur van Vredeseilanden. Tot voor kort hadden we in elk land waar we werkzaam zijn één landkantoor dat de coördinatie van het landprogramma verzorgde. De komende jaren zullen we echter evolueren naar één kantoor per (economische) regio. Deze regio’s zijn: • regio Togo, Benin, en later Burkina Faso en Niger (met kantoor in Cotonou); • regio Senegal, en later Gambia (met kantoor in Dakar); • regio Tanzania, Oeganda, Oost-Congo en later Kenia (regionaal kantoor tegen 2010); • Indonesië (met kantoor Denpasar); • Vietnam en buurlanden (met kantoor in Hanoi); • regio Costa Rica, Honduras, Nicaragua, Guatemala, El Salvador (met kantoor in Managua); • regio Ecuador, en later Peru en Bolivia (met kantoor in Quito).

15


Voor het opzetten van pilootprojecten met boerenorganisaties is het echter ook nodig dat er intensief samengewerkt wordt in de regio’s waar die organisaties actief zijn. Vandaar dat we in elk land ook ‘antennes’ voorzien, van waaruit één of enkele medewerkers activiteiten opzetten en opvolgen. In twee regio’s maakten we de omschakeling al naar de nieuwe structuur (regio Togo-Benin en regio Centraal-Amerika). In 2008 zal die herstructurering zich verderzetten voor de andere regio’s. In Vlaanderen Vredeseilanden wil daarnaast ook in Vlaanderen bijdragen tot het verbeteren van de markttoegang van familiale boeren en boerinnen. Daarvoor zal Vredeseilanden in Vlaanderen een aantal innovatieve projecten opzetten met bedrijven uit de voedselketen en met consumenten. Die innovatieve projecten zullen, waar mogelijk, uitgevoerd worden in alliantie met andere actoren met een gelijkaardige missie. Wat we hieruit leren, willen we versterken en verspreiden, enerzijds door lobbywerk, anderzijds door journalisten warm te maken voor de thema’s. Door middel van campagnes en beleidsbeïnvloeding naar overheid en bedrijven willen we bijdragen tot een veralgemening van verantwoord maatschappelijk ondernemen ten gunste van familiale boer(inn)en en tot de integratie van de belangen van de familiale producenten in het overheidsbeleid. Op een duurzame wijze Duurzaamheid is altijd een sleutelfactor geweest in de werking van Vredeseilanden, met als hoofdelement de constante zoektocht naar duurzame landbouw en duurzame marktketens voor de landbouw. We willen dat boerenfamilies aan landbouw kunnen doen op een manier die economisch rendabel is, die ten goede komt aan het milieu, en die aangepast is aan de lokale cultuur en het sociale kader. In onze manier van werken met partnerorganisaties is duurzaamheid een sleutelwoord. Vredeseilanden wil zich op termijn overbodig maken, door boeren en boerinnen steeds te stimuleren hun eigen ontwikkeling in handen te nemen. We geven een duwtje in de rug, met de bedoeling dat boerenorganisaties in de toekomst zonder onze steun verder kunnen. Binnen haar organisatie en werking zal Vredeseilanden de komende jaren bovendien investeren in het verminderen van de CO2-uitstoot veroorzaakt door onze activiteiten, het verminderen van het energieverbruik, alsook het kiezen voor milieuvriendelijke materialen en producten, geproduceerd op een manier die bevorderlijk is voor de sociale gerechtigheid, vrijheid en waardigheid.

16


De Zuid-programma’s in 2007

2007 was het laatste jaar van een 5-jarige programma- en financieringcyclus. In de concrete illustraties die volgen, zullen we het daarom vooral hebben over wat er in de verschillende landen de voorbije jaren is gebeurd, wat er is veranderd en of de vooropgestelde plannen de gewenste resultaten hebben opgeleverd.

4 17


BENIN – VECO BENIN Dit zijn onze partners in Benin: Ceirad en Cirapib werken aan een maniokprogramma in Djidja, in het departement Zou. Bedoeling is om vooral het inkomen van vrouwen te verhogen door in te zetten op afgeleide producten van maniok (bloem, beignets ...). RABEMAR, CASTOR, LDLD en Un Monde zijn kleine organisaties in de streek van Glazoué die het programma rond rijstcultuur begeleiden in het Département des Collines.

Het rijstprogramma in Savalou Al in 2002 onderzocht Vredeseilanden in Benin samen met partnerorganisaties in de streek van Savalou wat er zoal mogelijk was om de boerenfamilies in die regio vooruit te helpen. Rijst bleek het antwoord. De productie overtrof alle verwachtingen. Nu zet Vredeseilanden vooral in op het beter structureren van de boerenorganisaties en het onderzoeken van nieuwe marktmogelijkheden. Sinds vorig jaar werkt Vredeseilanden samen met de supermarktketen Colruyt aan een uniek project: samen willen ze rijstboeren en -boerinnen in Benin ondersteunen om hun inkomen te verhogen. Maar vooral willen ze dit concreet project aangrijpen om van elkaar te leren. “De bedoeling is dat we elkaars realiteiten leren kennen”, zegt Mieke Lateir van Vredeseilanden. “Met die kennis willen we antwoorden zoeken op een aantal vragen: Wat zijn de obstakels die boerenfamilies in Benin ondervinden om hun rijst aan een goede prijs verkocht te krijgen? Hoe kan een supermarkt een duurzame handelsrelatie aanknopen met familiale boeren en boerinnen? En hoe kan zo’n handels-relatie bijdragen tot de ontwikkeling van een gemeenschap?” Concreet zal Colruyt vooral haar expertise rond kwaliteit aanleveren in dit rijstproject. “Het is namelijk op dat vlak dat de rijstboeren en -boerinnen nog een lange weg te gaan hebben”, vertelt Chiaratou Oceni, verantwoordelijke commercialisatie van Vredeseilanden in Benin. “De Beninse rijst moet in de toekomst kunnen concurreren met de geïmporteerde rijst uit Azië.” In dit kader kreeg Colruyt afgelo-pen februari het bezoek van twee Beninse stagairs. In oktober 2007 ging de rijstaankoper van Colruyt op tegenbezoek in Benin.

18


Léon Assogba, een rijstboer, vertelt over zijn ervaringen:

© Colruyt

“Het succes van de rijst heeft ervoor gezorgd dat we in onze streek heel veel investeringen hebben kunnen doen. Ik heb bijvoorbeeld deze tweedehandsauto kunnen kopen. Ik verhuur de auto ook voor transport van goederen, de chauffeur betaalt me 36.000 FCFA* per week. De auto wordt op die manier een investering die voor nieuwe inkomsten zorgt. Ik heb al veel vragen gekregen van dorpsgenoten, vooral vrouwen, die mijn voorbeeld willen volgen. Ze vragen naar de rentabiliteit en willen weten hoe betrouwbaar de chauffeur is. Sommigen aarzelen om te investeren omdat ze liever niet met hun ‘rijkdom’ te koop lopen. Maar anderen durven het wel aan; de winkel waar we nu voor staan, is bijvoorbeeld ook gebouwd door een vrouw die rijst teelt. Het rijstproject is echt een schot in de roos, al kan het nog verbeteren op gebied van irrigatie en meststoffen. En ik kan u verzekeren, de kinderen zullen me niet tegenspreken. Zij krijgen nu regelmatig lekkere rijst te eten, iets waarvan wij als kinderen enkel konden dromen. Ik vind dat de rijst van Savalou eigenlijk op één of andere manier de naam van VECO zou moeten meekrijgen. Zoals vroeger, wanneer een baanbrekende uitvinding of ontdekking de naam van de ontdekker meekreeg. Want binnen 10 jaar, als de rijst hier volledig is ingeburgerd, zal niemand zich anders nog herinneren dat VECO hiervoor heeft gezorgd!”

Léon Assogba: “Het rijstproject is echt een schot in de roos.”

* 1 euro is ongeveer 656 FCFA.

19


CONGO – VECO CONGO

CENTRAL AFRICAN REP.

SUDAN

TANZANIA

UGANDA

CAMEROON Dit zijn onze partners in Congo: SYDIP is een grote boerenvakbond. Ze bereiken CONGO ongeveer 7.000 families (14.116 leden). WIMA GABON RWANDA doet als netwerk onderzoek naar de noden in de BURUNDI CABINDA dorpen. Dat gebeurt op een echt laagdrempelige Kinshasa (Angola) wijze en met volledige participatie van de mensen uit de dorpen. PNA werkt op een gelijkaardige manier in Ituri. LOFEPACO is de plaatselijke boerinANGOLA nenbond. FAEF verstrekt haar microkredieten exclusief aan vrouwen die een handel willen beginnen. ZAMBIA APAV is een boerenorganisatie. Via de coöperatieve COOCENKI kunnen boeren (ongeveer 1.100 gezinnen) hun oogst gezamenlijk op de markt brengen. APADER werkt momenteel aan een project met rijsttelers. PREPPYG verdedigt de belangen van de pygmeeën en CEAPRONUT zet kleinschalige landbouwprojecten op voor het armste deel van de bevolking.

Congolese boeren van Noord-Kivu leveren tonnen voedsel aan de vluchtelingen in hun eigen streek Begin maart 2008 sloeg Josette Sheeran, directeur van het Wereldvoedselprogramma (WFP) van de Verenigde Naties alarm. Door de torenhoge voedselprijzen zag het WFP haar voorraden slinken. Geen goed nieuws voor miljoenen vluchtelingen en mensen in gebieden waar hongersnood dreigt. Een van de pistes die de organisatie nu bewandelt, is het meer lokaal aankopen van voedsel, om zo alvast te besparen in transportkosten. De Congolese boerenbeweging van Noord-Kivu heeft in augustus 2007 na twee jaar intensief overleg een contract ondertekend met het Wereldvoedselprogramma. De eerste bestellingen – 150 ton maïsmeel en 300 ton bonen – zijn ondertussen geleverd aan het WFP en verdeeld onder de vluchtelingen in Centraal-Afrika. Nu werken de boeren en boerinnen van Noord-Kivu aan een derde levering van maar liefst 1.000 ton. Om tot dit resultaat te komen, vond het voorbije jaar intensief overleg plaats tussen vertegenwoordigers van de Belgische Ontwikkelingssamenwerking, het Vredeseilanden-kantoor in Congo, de boerenbeweging in Noord-Kivu en het Wereldvoedselprogramma. Negentig procent van de mensen in de streek waar Vredeseilanden actief is, zijn boer of boerin. Temidden van het geweld werden zij twee keer slachtoffer. Ten eerste brachten het militair conflict en de sociale vijandigheden hun levensstandaard tot een dieptepunt, en ten tweede konden boeren en boerinnen hun producten nog moeilijk op de markt krijgen omdat die verstoord werd door (gratis) voedselgiften. Vredeseilanden gelooft dat het lokaal aankopen van voedselhulp oplossingen kan bieden. We vonden een stevige bondgenoot in de cel voedselhulp van de Directie-Generaal Ontwikkelingssamenwerking (DGOS) om deze lokale aankopen te realiseren in Noord-Kivu. DGOS liet een studie uitvoeren naar de aankoopmogelijkheden in de regio en nam een medewerker van Vredeseilanden en een boerenleider mee naar het hoofdkwartier van het Wereldvoedselprogramma in Rome om er de voordelen van lokale aankopen te bepleiten.

20


Een haalbaarheidsonderzoek volgde. Zowel de sterke, goed georganiseerde boerencoöperatieve COOCENKI als de aanwezigheid van een grote voedselopslagplaats in Butembo (gebouwd met steun van het Belgisch Overlevingsfonds) waren een troef. Drie maanden na het bezoek aan Rome tekenden het WFP en de lokale boerenorganisaties in Noord-Kivu hun contract. Dat contract versterkt de positie van de boerenbeweging in Noord-Kivu: landbouw is opnieuw een sector geworden waar mensen in geloven. Het geeft hoop in een regio waar conflicten niet veraf zijn. Op termijn kunnen de contracten met het WFP ervoor zorgen dat RD Congo minder voedsel moet importeren, wat een positief effect op de betalingsbalans kan hebben. Toch liep de levering van de eerste bestellingen niet van een leien dakje. Nieuwe problemen doken op. Krediet bleek een belangrijk obstakel. Om te kunnen leveren aan het WFP moeten de boerenorganisaties een waarborg van 5% van de waarde van de goederen kunnen ophoesten. En dat in een streek waar de banken geen vertrouwen hebben in boeren, en waar intresten van 30% op jaarbasis courant zijn. Een boerenbank opzetten is de uitdaging voor de toekomst. Daarvoor is nieuwe kennis nodig. Vredeseilanden en haar partners zullen in de komende jaren proberen zo’n bank op te zetten. Het werd ook duidelijk dat het malen van de maïs het grootste technisch probleem is. Dag en nacht werkten de boeren en boerinnen om de maïs met kleine machines te malen. De Belgische Ontwikkelingssamenwerking stemde erin toe de aanpak van dat probleem te steunen door twee nieuwe grote maalderijen te financieren. Zo zal in de hele provincie de prijs voor het malen van maïs dalen, en bijgevolg ook de totaalprijs van het voedsel op de lokale markt. Ook wordt de drainage van moerasgronden voorzien, en de heraanleg van een aantal wegen financieel ondersteund. De infrastructuur is nog steeds een groot probleem voor de boeren in Kivu, want zonder goede wegen is het niet mogelijk om hun producten snel naar de stad te vervoeren om ze te verkopen. Het zijn stuk voor stuk grote uitdagingen, waarover we de komende jaren zeker nog verder zullen berichten.

Rechts op de foto: Bunambo Kambale, directeur van COOCENKI, in de opslagplaats.

21


COSTA RICA CEDECO is voor de familiale bioboeren een belangrijke partner voor de afzet van hun producten via lokale boerenmarkten. ORO VERDE speelt een vergelijkbare rol, maar bewaakt en verbetert de afzet van lokale bio in de Costaricaanse supermarkten. MAOCO is de beweging van biologische landbouw in Costa Rica en heeft verschillende lidorganisaties zoals APOT. FEDEAGUA is een sterke basisorganisatie in de provincie Guanacaste. COPPROALDE doet eveneens aan politiek lobbywerk en is ook bekend van zijn Campesino a Campesino acties, waarbij boeren van elkaar leren. AUPA en CMC organiseren programma’s voor leiderschapsvorming en ondersteunen boerenorganisaties zodat die zich kunnen versterken en verbeteren. Daarnaast werd er steun verleend aan specifieke projecten: aan het Programma van Duurzame Scholen (PES) aan Voces Nuestras voor haar wedstrijd Voces, Imágines y Testimonios die aandacht wil vragen voor de positie van boerinnen in Centraal-Amerika.

In de plaats van twee landenprogramma’s (Costa Rica en Nicaragua) startte Vredeseilanden vanaf 2007 met één programma in de Centraalamerikaanse regio (zie ook p. 15). Het landkantoor in San José werd gesloten (één contactpersoon behouden). Vanuit Managua zullen we onze activiteiten in Centraal-Amerika, met zwaartepunt in Nicaragua en Honduras, coördineren. We stoppen dus vanaf 2008 met de financiële steun aan de meeste partners uit Costa Rica, maar blijven zeker met hen samenwerken in de toekomst. Zo heeft Oro Verde een heel interessante benadering naar supermarkten waar boerenorganisaties in andere landen heel wat kunnen van leren. Bovendien kunnen we door samenwerking op Centraalamerikaans niveau beter onze stem laten horen als het over algemene problemen gaat; in de verdediging van de boerenrechten tegenover grote multinationals bijvoorbeeld is dit een voordeel. En ook de onderhandelingen over vrijhandelsakkoorden met Europa kunnen best met argusogen en vanuit alle landen worden gevolgd. Kortom, in een geglobaliseerde wereld is een geglobaliseerde – in dit geval Centraalamerikaanse – aanpak nodig.

Van koffiepluksters tot onderhandelingsexperten In Costa Rica, net als in andere Latijns-Amerikaanse landen, zijn de productie en de verkoop van koffie in handen van de mannen. Meer dan vier jaar geleden echter heeft een groep Costaricaanse vrouwen van het kanton Turrialba beslist om dat te veranderen. Ze wilden hun koffie zelf beginnen verhandelen, ook buiten de nationale grenzen. Een van de huidige groepsleden is Fresy Campos. Van kleins af aan heeft ze geleerd om zorg te dragen voor de natuur. Haar man was onderwijzer en ze hadden een kleine groentetuin. Zij heeft er altijd van gedroomd om een secretariaats- of lerarenopleiding te volgen, maar haar dromen hingen af van het geld dat haar man thuisbracht. Dat is voor de meerderheid van de plattelandsvrouwen het geval. Enkele jaren geleden besliste ze om zich aan te sluiten bij de organisatie APOT. Die vereniging organiseert opleidingen voor boeren en boerinnen die biologische producten telen. Daarnaast nemen ze ook initiatieven voor de promotie van die producten en zoeken ze naar nieuwe verkoopplaatsen.

22


Fresy specialiseerde zich in koffie en volgde een aantal opleidingen. Zij is fier omdat zij nu haar steentje kan bijdragen aan het gezinsinkomen. “Voor mij was het een hele voldoening om mijn huisje te kunnen inrichten en mijn ouders te helpen. Eerst schrokken ze ervan en vroegen waar ik zoveel geld vandaan haalde”, vertelt Fresy. De bestellingen voor APOT overstijgen vandaag de nationale markt: meer dan 4.000 kg biologische koffie per maand. APOT verkoopt nu ook aan nichemarkten in de Verenigde Staten en Europese landen. “Ik had me nooit kunnen voorstellen dat ik de producten van mijn moestuintje verder dan aan mijn buren zou verkopen, dat ik zou onderhandelen met grote koffiekenners op wereldvlak ... Ik kon me niet voorstellen dat studenten bij mij thuis zouden komen luisteren naar mijn ervaring; mijn kinderen zijn daar trots op”, merkt Fresy op. “Geloven in het werk van de vrouwen, in hun capaciteiten en mogelijkheden om nieuwe dingen op te starten, dat is wat organisaties in de eerste plaats moeten doen”, voegt zij eraan toe. Zo slaagden de vrouwen van APOT erin om een marktplaats in Turrialba te installeren. “We vonden dat hij moest groeien, dat er meer producten moesten komen, meer variëteit. De markt werd een plaats om te praten, koffie te drinken, te vertellen over de projecten van de vrouwen. We nodigden meer mensen uit om hun producten te brengen. Vredeseilanden en anderen steunden ons daarbij. We bouwden een echte markt. Niet meer in volle zon, maar met een afdak, podium, weegschalen, en alles begon te groeien ... We verkopen fruit, groenten, wortels, eieren, kippen, kazen, koffie, yoghurt, traditioneel brood, gebakken tamal, tamales van blad, honing, suikerrietsap. Wij boerinnen bepalen de prijs. En de kopers zijn dik tevreden.” De invloed van APOT gaat ook verder, geeft Fresy aan. “Samen met andere organisaties hebben we in 2007 bereikt dat er een wet gestemd is in het nationaal parlement ter ontwikkeling, promotie en bevordering van de biologische veeteelt- en landbouwactiviteit. In 2008 zullen er uitvoerende maatregelen genomen worden.”

Fresy Campos (links op de foto)

23


ECUADOR – VECO ECUADOR COLOMBIA

Pacific Ocean CEFODI moedigt in de provincie Esmeraldas duurzame Esmeraldas landbouw aan. De organisatie helpt de plaatselijke Ibarra bevolking met alternatieve financiering en verstevigt Quito ook het sociale netwerk. Manta Ambato PETRINO ijvert voor gelijke en duurzame lokale ontwikRiobamba Guayaquil keling voor iedereen en vormt lokale leiders. CORECAF is een vakbond van koffieboeren met ruim Cuenca vijfduizend leden. FAPECAFES is een federatie van vier basisverenigingen: Procap, Apecam, Procafeq en Loja Apecap. Beide organisaties staan in voor de commerPERU cialisering van koffie en ijveren voor de verhoging van de koffieprijzen. Zo dragen ze bij tot een beter inkomen voor de kleine producenten. Facepafes kan ook rekenen op de medewerking van FACES, een dienstverlenende organisatie. SENDAS werkt vooral met vrouwen en jongeren die uitgesloten blijven van andere lokale ontwikkelingsprocessen, zoals bijvoorbeeld Chuya Mikuna (zie hierna), een groep van boerinnen die groenten telen en verkopen. Vredeseilanden (VECO Ecuador) zelf lobbyt rond verschillende thema’s. Dat gebeurt in alliantie met nationale netwerken en groeperingen, zoals CEA (Coordinadora Ecuatoriana Agroecológica), PROBIO (Productores biológicos), CAMARAN (Consorcio Interinstitucional), MAELA, Centrale Universiteit Ecuador.

24


Chuya Mikuna: “Schoon Voedsel” Onze partnerorganisatie Chuya Mikuna is een organisatie van 170 families die in het gure berggebied van Cañar leven. De overgrote meerderheid van hen zijn indigena’s en meestal is het een vrouw die aan het hoofd van de familie staat. Milieu en gezondheid zijn voor hen basisprincipes. Daarom hebben ze hun organisatie “Schoon Voedsel” gedoopt en telen ze biologische groenten. Samen met Sendas, een andere partner van Vredeseilanden, zijn ze op zoek gegaan naar verschillende mogelijkheden om hun groenten op de markt te krijgen. De boerinnen die een interessante plaatselijke markt in de buurt hebben, verkopen een groot gedeelte van hun producten daar. Zo vergroten ze hun winstmarge ten opzichte van anderen die aan de tussen-handelaren verkopen. De rest gebruiken ze voor hun eigen consumptie en ongeveer 10% leveren ze aan de organisatie als bijdrage voor de opleiding die ze krijgen. Andere boeren en boerinnen, die op plaatsen wonen waar er geen wekelijkse of dagelijkse markt is, verkopen hun producten via Chuya Mikuna, die verschillende verkoopskanalen heeft: zo zijn er de taleguitas (mandjes) van een consumentengroep in Machala aan de kust, vergelijkbaar met de groetenpakketten in België. Die consumenten zijn blij dat ze in hun mandjes niet alleen goedkope, maar ook gezonde producten vinden. Twee keer per maand levert Chuya Mikuna groenten aan deze consumentengroep. Ze nemen dan bananen en andere fruitsoorten van de kust mee terug naar de bergen om deze aan hun leden en andere geïnteresseerden te verkopen. Ook in Cuenca, de grootste stad in de buurt, groeit en bloeit er een initiatief van gezonde en goedkope voedselmandjes, wat een bijkomende afzetmarkt voor Chuya Mikuna betekent. In het ruwe berggebied waar de boerinnen van Chuya Mikuna wonen, laten de omstandigheden niet toe om het hele jaar door groenten te oogsten. Daarom heeft de organisatie contact gezocht met andere boerenorganisaties die ook biologisch produceren. Vanuit drie verschillende regio´s komen er nu groenten naar het plaatselijke opslagcentrum. Ze worden er gesorteerd, gewassen en dan verkocht aan de consumentenorganisaties. Chuya Mikuna staat ondertussen in Ecuador bekend als een organisatie die op een slimme manier via netwerking aanbod en vraag probeert te verenigen. Daarnaast heeft Chuya Mikuna de gemeenteraad ook weten te overtuigen om te werken aan betere marktplaatsen en meer aan milieubescherming te doen. Ook buiten de regio laat Chuya van zich horen. Ze staan aan de wieg van het eerste netwerk van boeren en consumenten in Ecuador: Tierra y Canastas (grond en mandjes). Dat initiatief wil de inheemse biologische producten van Ecuador promoten en een stem geven aan de boeren en boerinnen. Chuya Mikuna is het bewijs dat kleinschalige, milieuvriendelijke initiatieven, die ingaan tegen de tendensen naar meer grootschaligheid, evengoed economisch levensvatbaar kunnen zijn.

25


INDONESIË – VECO INDONESIA Indonesië is het land met de meeste partners. Het is onbegonnen werk ze allemaal op te sommen. Dat heeft ondermeer te maken met het feit dat Vredeseilanden actief is op verschillende, geïsoleerde eilanden. Daarnaast hebben de meeste van deze doorgaans kleinschalige NGO’s verschillende specialisaties en competenties: duurzame landbouw, gender, lokaal lobbywerk en commercialisering. Ondanks de versnippering proberen we zoveel mogelijk partners rond hetzelfde thema te groeperen, zodat ze elkaar versterken. Dat is ondermeer het geval voor de organisaties die instaan voor de uitvoering van het LEISA-programma (Low External Input Sustainable Agriculture). In 2007 werden via de partnerorganisaties van Vredeseilanden in Indonesië 66.683 boeren bereikt (27.540 vrouwen en 39.143 mannen). We werkten hiervoor samen met 28 partnerorganisaties en 4 boerenorganisaties. Daarnaast werd er ook samengewerkt met 4 nationale netwerken, namelijk: • KRKP (Koalisi Rakyat untuk Ketahanan Pangan/People Coalition for Food Sovereignty; • Jaker PO (Jaringan Kerja Pertanian Organik - Network for Organic Agriculture); • BOA (Bali Organic Association); • National Farmer organization API (Aliansi Petani Indonesia).

Agroforestry op Flores

26


Agroforestry veranderde de ideeën van boeren en boerinnen op Flores: armoede bestrijden door nieuwe dingen uit te proberen Flores is een eiland van de provincie Nusa Tenggara Timur, de vierde-armste provincie van Indonesië. De combinatie van weinig regen, droge akkers en overwegend onvruchtbare bodems is een belangrijke factor van die armoede. Die natuurlijke omstandigheden zorgen ervoor dat het voor boeren extra moeilijk is om een hoge productie te halen. Sinds 1980 al zoeken verschillende spelers in Indonesië (boerenorganisaties, kerken, overheden, ngo’s) naar nieuwe landbouwmethodes die aangepast zijn aan het specifieke milieu van Flores. VECO Indonesia en haar partners investeerden volop in LEISA (Low External Input Sustainable Agriculture) als alternatieve methode om aan landbouw te doen op deze droge, weinig vruchtbare grond. Het idee werd gelanceerd in 1998. Sinds dat jaar promoten partners van Vredeseilanden het agroforestry model: het combineren van voedselgewassen met andere planten, aangevuld met bijvoorbeeld veeteelt. In 2000 kwam de verspreiding van agroforestry goed op gang. Een belangrijke verwezenlijking is dat deze landbouwmethode sindsdien heel vaak gebruikt wordt voor adat of gemeenschappelijke gronden. Mensen gebruikten deze dorpsgronden voorheen nauwelijks, maar nu worden er voedselgewassen en cash crops geteeld. Ze worden ook gebruikt om te composteren. Eind 2007 gebruiken volgens tellingen 44.251 (waaronder 15.386 vrouwen) agroforestry, of 76.053 ha land. Het model heeft ook de mentaliteit van de boeren en boerinnen veranderd. Slash and burn, het afbranden van velden (wat de bodem op termijn uitput), gebeurt nog zelden. Boeren en boerinnen zijn zich ook meer en meer gaan groeperen om hun problemen samen aan te pakken. Bovendien zorgt LEISA ervoor dat er optimaal gebruik wordt gemaakt van de aanwezige planten en kennis, zodat er minder externe inputs (zoals kunstmest en pesticiden) moeten aangekocht worden. De voorbije jaren hebben de partners continu gezorgd voor opleiding, uitwisselingsbezoeken, evaluatie van de technieken, het oplossen van de problemen die door de boeren gesignaleerd werden, enz. De grote taak die nu op hun bord ligt, is de lokale overheid ervan te overtuigen om de methode te promoten bij de 1,2 miljoen boeren en boerinnen van Flores waar geen partners van Vredeseilanden actief zijn.

27


LAOS – VECO LAO Partners: Meung Districtsoverheid Paktha Districtsoverheid Boerengroepen Eg Nam Phuk, Dan, Mom, Phadam In de provincie Bokeo werken we samen met de lokale Kamer van Koophandel Onze aanvankelijke doelstellingen zijn allemaal bereikt. Zowel de projecten in Meung (2003-2007) als in Paktha (2004-2007) leverden verbeterde levensomstandigheden op voor boeren tijdens de actieperiode. VECO’s bijdrage was beduidend, aangezien we in die periode de enige NGO waren die met deze boeren werkte. De voedselzekerheid werd verhoogd door een verhoogde rijstproductie, terwijl een verdubbeling van de veestapel (vooral door ziektebestrijding) de voornaamste factor was die tot inkomensverhoging leidde.

Mr. Lan (links op de foto)

28


Stuart Ling vertelt Stuart Ling is al jaren het gezicht van Vredeseilanden in Laos. Hij gaat veel en graag op bezoek bij de boeren en boerinnen met wie hij werkt. Onlangs schreef hij het verhaal van meneer Lan neer. “Toen ik meneer Lan in 2003 voor het eerst ontmoette in het dorp Houaypa zat hij aan de grond. Zijn twee laatste koeien waren net doodgegaan in een epidemie van hemorragische septicemie. Een muizenplaag het jaar voordien had een groot deel van de drooglandrijstvelden die zijn vrouw en acht kinderen te eten gaven, vernield. Lan zelf had zijn nek verwond bij een val, hij had pijn en was niet in staat om behoorlijk te werken. Zoals vele anderen in zijn etnisch Khmu-dorp van 45 families in noordelijk Laos, greep hij naar opium om de pijn te verlichten. In 2004 startte VECO Laos officieel haar voedselzekerheidsprogramma in 11 hooglanddorpen, waaronder Houaypa, in het district Paktha. Een studie had het gebrek aan rijst en de sterfte van huisdieren aangeduid als de twee prioritaire problemen. Het werk startte dus met een irrigatieproject om wat vlak land (dat gebruikt kon worden voor natte rijst) in gebruik te nemen met het Voedsel Voor Werk-programma. Dan kwamen de dierenartsen en voor vaccinatiediensten begon men met de bouw van een veldstation met een koelkast op zonne-energie. Maar de dingen gingen traag vooruit; opiumverslaving verstikte de ontwikkeling. De mannen verlieten het dorp om te gaan werken voor opium in nabije Hmong dorpen, en de vrouwen en kinderen bleven achter om op de velden te letten. Erger: de opiumprijzen stegen als gevolg van overheidscontroles op de aanplant, en de armoede werd niet opgelost. VECO Laos zocht bijkomende financiering van Misereor en in 2006 was Lan een van de 40 mensen die succesvol een ontwenningskuur afwerkte. En toen begonnen er echt dingen te gebeuren. Met vernieuwde kracht bewerkte Lan wat nat rijstland en met spanning wachtte hij op zijn eerste oogst. Zijn nek was genezen. Nu hij van zijn verslaving af was, kwam hij ook in aanmerking voor een lening om een buffel te kopen om te ploegen, met een terugbetalingstermijn van drie jaar. In hetzelfde jaar werd een opleidingscentrum opgericht, waar de boeren de basis van natte rijstbouw in het regenseizoen konden aanleren. Lan deed het goed en was vrijwilliger om tijdens het droogseizoen rijstteelt te proberen. De traditionele variëteiten groeien alleen tijdens het regenseizoen, dus VECO testte een variëteit die aangepast was voor koud weer. De andere boeren waren sceptisch: de rijst leek niet te groeien gedurende twee maanden. Maar al die tijd waren de wortels zich aan het ontwikkelen zodat, toen het warme weer kwam, het gewas zich snel ontwikkelde en een oogst gaf die zelfs groter was dan die van de natte-seizoen rijst. Dat jaar had de familie van Lan voor het eerst voldoende te eten. In 2007 bewerkte hij nog meer nat rijstland en stopte hij met het afbranden van landbouwgrond (wat op termijn nefast is voor de bodemvruchtbaarheid). Hij werd assistent-leraar in het opleidingscentrum. In 2007 verkocht hij drie ton rijst van zijn natte-seizoen rijstoogst en kon daarmee zijn buffel vervroegd terugbetalen. Nu is hij zijn huis aan het opknappen en droomt hij van een kleine handtractor.”

29


NICARAGUA – COSTA RICA – HONDURAS VECO MESOAMÉRICA

HONDURAS

UNA G (Unión de Agricultores y Ganaderos) is een belangrijke boerenbond in Nicaragua met een nationaal secretariaat in Managua en regionale kantoren Managua in Nueva Segovia, Managua, Carazo en Rivas. De bond komt op voor de belangen van de familiale boeren bij de export. ACCP (Asociación Campesina Conociédonos y Produciendo) in COSTA RICA Condega verleent kredieten en ondersteunt de verkoop van graanproducten, de belangrijkste inkomstenbron van de streek. SIMAS is dan weer gespecialiseerd in rurale communicatie. GPAE (Grupo de Promoción de la Agricultura Orgánica) is een nationaal netwerk dat de ecologische landbouw promoot en bij de overheid pleit voor landbouwdiversiteit en de erkenning van bioproductie als systeem. CEN (Centro de Entendimiento con la Naturaleza) is een ecologisch onderzoekscentrum. Verder werken we in Nicaragua samen met de 2 sociale bewegingen: CPICH, dat zich het lot aantrekt van de indiaanse bevolking in en rond Chorotega, en MMS, een vrouwenorganisatie.

30


UNAG, pleitbezorger van boerenfamilies Op een boerderij in de wijk Pochocuape, vlakbij de dichtbevolkte wijk San Judas de Managua, woont Juanita Lanza Navarrete. “Ik ben geboren en getogen op de boerderij. Het land bewerken is wat ik geleerd heb en wat ik ben. Al van toen ik een klein meisje was, plukte ik koffie op de boerderijen van de rijkelui.” Meer dan 28 jaar geleden heeft Juanita haar eigen boerderij bekomen tijdens de landbouwhervormingen van de Sandinistische regering in de jaren 80. Al meer dan 18 jaar is zij actief lid van de Nationale Unie van Landbouwers en Veetelers (UNAG). Momenteel is ze voorzitster van UNAG Managua. Op haar boerderij kweekt Juanita granen, fruit, bonen en geneeskrachtige kruiden. Via een programma van de overheid dat de allerarmsten wil helpen, heeft ze ook een koe en enkele kippen gekregen. De scharreleieren kan ze met haar bonen ook verkopen op de markt. “Tot een paar jaar geleden hadden we in de gemeente problemen om onze bonen en andere op de boerderij geteelde producten te verkopen aan een goede prijs. Meestal verkochten we ze individueel aan tussenpersonen aan erg lage prijzen”, vertelt doña Juanita. “Ik volgde een aantal opleidingen bij UNAG over boerderijplanning en businessplannen. Dat motiveerde me om met eigen middelen een marktkraampje voor landbouwproducten op te zetten in de stad. Ook andere collega’s van de streek die hun overschot willen verkopen, kunnen dat in mijn kleine winkel doen.” UNAG moedigt haar leden ook aan om specifieke problemen aan te kaarten bij hun politici. Zo was er van de streek van Juanita geen weg naar de stad die het hele seizoen door berijdbaar was. Tevens hadden bijna alle boeren en boerinnen te kampen met een gebrek aan goedkope leningen om te kunnen investeren. “Nu hebben wij, dankzij de steun van UNAG, een degelijke en toegankelijke weg voor de gemeente. We hebben nu in Cadro Galán ook 200.000 córdoba* krediet gekregen, en een half miljoen ging naar San Isidro de la Cruz Verde om bonen, tomaten, maïs, bakbananen ... te planten. We hebben dat ondertussen terugbetaald en een nieuwe aanvraag is al goedgekeurd.” Doña Juanita is moeder, echtgenote en boerin, maar is er ook in geslaagd om zich te manifesteren als een leidster met visie. Dat maakte haar tot de huidige departementsvoorzitster van UNAG Managua. In die functie wil ze nog meer acties opzetten die het leven van boerenfamilies in haar streek verbeteren.

Doña Juanita (rechts op de foto)

* 1 euro is ongeveer 28 córdoba.

31


SENEGAL – VECO SENEGAL MAURETANIE

Pellital in Kolda is een federatie van boeren, waarbij 13 boerengroepen zijn aangesloten. Naast het geven van teeltadvies en praktische ondersteuning, ijveren de medewerkers van Pellital ook voor het openstellen van de grens met Gambia voor landbouwproducten uit de streek. Aprovag is sinds 2006 een nieuwe partner in de regio Tambacounda. Een van de doelstellingen van deze organisatie is het verbeteren van de markttoegang voor de lokale bananen en afgeleide producten. UGAN (in de regio Fatick) is een boerenorganisatie die werkt rond de sesamketen. Ook rond het gewas fonio ondersteunt VECO een netwerk van boerengroepen – vooral vrouwen – in de regio van Kolda. Fonio is een voedzaam grasgraan dat goed gedijt op schrale gronden.

Podor St.-Louis Thiés Dakar

Touba Diourbel

Gorée

MALI

Kaolack Tambacounda GAMBIA

Ziguinchor

Kolda

GUINÉE-BISSAU Atlantic Ocean

“Dankzij VECO Senegal kunnen we onze producten verkopen in de stad.”

32

Kedougou

GUINÉE


Investeringen in Pikine (Dakar), positief geëvalueerd Twee jaar geleden stopte VECO Senegal haar financiële steun aan CLC (Cadre Local de Concertation) in het arrondissement Pikine-Dagoudane, een voorstad van Dakar. Dit jaar gingen onze medewerkers er op bezoek, samen met een evaluatiemissie van het Senegalese Directoraat van Gemeenschapsontwikkeling. Dat bezoek gaf dus de gelegenheid om na te gaan wat de blijvende impact is geweest van de interventie van VECO Senegal in dit arrondissement van 300.000 inwoners. De bevindingen van de evaluatiemissie waren zeer positief. In het bijzonder sprak ze waardering uit voor de manier waarop VECO Senegal haar partners begeleidde: de opleiding van de basisgroepen, het nauw betrekken van de doelgroepen bij het uitdenken zowel als bij het uitvoeren van de plannen, en de nadruk op een inkomensverhoging voor gemarginaliseerde bevolkingslagen. De missie tekende de volgende getuigenissen op. Abdoulaye Faye, de coördinator vertelt: “Vóór de samenwerking met VECO werd er hier helemaal niet gesproken van Cadres Locaux de Concertation (CLC); men had het enkel over jongerengroepen, vrouwenverenigingen, gehandicaptengroepering enz. VECO heeft ons overtuigd van de noodzaak om ons te verenigen in federaties van basisgroepen, om sterker te staan en met één stem te kunnen spreken. Dankzij hun professionele omkadering en opleidingen werkt hier nu een sterke ploeg en zijn we in staat onze programma’s zelfstandig te beheren. We beschikken eveneens over handleidingen en een goed strategisch plan. Na twee jaar gebruiken we nog steeds dezelfde instrumenten. Dat is pas duurzame ontwikkeling!” Bij het CLC van Pikine Nord is het de programmaverantwoordelijke die het woord neemt: “Onze organisatie is geboren dankzij VECO, die ons geholpen heeft de basisgroepen van onze gemeente samen te brengen. Vooral in het stimuleren van stadslandbouw zien we hun invloed tot op de dag van vandaag. Zo raakte een belangrijke bevolkingslaag van onze gemeente, met name de tuinbouwers, mee opgenomen in onze dynamiek. VECO heeft ook nieuwe technieken aangebracht, dingen waar we wel al over gehoord hadden, maar nog nooit mee gewerkt, zoals het “goutte-à-goutte”-irrigatiesysteem via straalpijp.“ Wanneer het over de verhoging van de gezinsinkomens gaat, vertellen de granenverwerksters van de gemeente Guinaw Rail het volgende: “De verwerking van lokale granen is iets waar wij al lang mee bezig waren. Dankzij VECO kunnen we nu onze producten verkopen in de kiosken die werden geïnstalleerd in de vier gemeenten in Pikine Dagoudane. Het project versterkte de band tussen stad en platteland. Tot op vandaag draait onze kiosk nog steeds op volle toeren en kennen onze producten een behoorlijk succes. Momenteel zijn we bezig met het oprichten van een restaurant om de verkoop van lokale granen nog meer te kunnen promoten. We zijn er zeker van dat we met VECO zullen blijven samenwerken. Andere organisaties kunnen leren van onze ervaring, en misschien kunnen bijvoorbeeld de fonioboeren en -boerinnen in Sedhiou en de sesamtelers in Fatick hun producten in onze kiosken verkopen. We blijven dus zeker in contact!”

33


TANZANIA – VECO TANZANIA Drie organisaties, samengebracht in MIICO, verspreiden kennis allerhande onder de boeren in de regio Mbozi, Mbeya en Chunya. In 1992 startte MRHP (Mwanza Rural Housing Programme) in Missungwi met een spaar- en kredietsysteem. Het is nog altijd razend populair. Speciaal is de nauwe samenwerking met de districtsoverheden van Same en Chunya. Zij zijn de motor van de programma’s rond voedselzekerheid die we voor het Belgisch Overlevingsfonds coördineren. In Same spelen ook de ontwikkelingstakken van zowel de Katholieke als de Lutherse kerk een belangrijke rol. Op nationaal niveau werken we samen met TRACE (Trading and Consultancy Centre) dat zich toelegt op managementondersteuning. Naast TAWLAE, dat vooral projecten voor en door vrouwen opzet, is ook MVIWATA is een belangrijke partner. Dat is de nationale boerenbond van Tanzania. Zij speelden een belangrijke rol in de internationale campagne rond de Economische Partnerschapsakkoorden (zie ook p. 44).

Anne Mwambuzi: “Toen mijn man overleed, wist ik niet hoe het verder moet met mij en mijn 7 kinderen. Dankzij TAWLAE en Vredeseilanden kreeg ik de kans om te investeren in de verwerking van maniok, met succes.”

34


Over maniok en marketing “Hoe kan ik als boekhoudster en één are land waarop vooral maniok groeit, toch genoeg verdienen om mijn zeven kinderen naar school te laten gaan?” Dat was de vraag die Anna Mwambuzi zich na de dood van haar man in 1994 stelde. Veel andere niet-gediplomeerde vrouwen van haar dorp, op een 100 km van de grote havenstad Dar es Salaam, zaten in dezelfde situatie. Anna stelde vast dat de mannen die de maniok kwamen opladen om in de stad te verkopen, meer verdienden aan die verkoop dan zijzelf als boerin. Bovendien ging heel wat maniok verloren na de oogst omdat er geen goede plaats was om die te bewaren of te verwerken. Ze besloot om zich in te schrijven voor een cursus waar ze veel bijleerde over de verwerking van maniok. Maar voor die verwerking waren machines nodig, en niemand van de cursisten had het geld om zo’n machines aan te schaffen. Daarop probeerde ze een aantal mensen aan te spreken om mee te investeren. Zonder succes. Toch bleef Anna niet bij de pakken zitten. Toen in 2004 mensen van TAWLAE langskwamen in haar dorp om de plannen rond de maniokverwerking voor te stellen, zat Anna op de eerste rij. TAWLAE bracht de districtsverantwoordelijken en geïnteresseerde boeren en boerinnen samen in groepen. Daarna volgden vergaderingen, marktstudies ... Keer op keer legde TAWLAE zijn conclusies voor aan de groepen voor feedback. Uiteindelijk kwam er een definitief plan. De groepen werd aangeraden om meer land te bewerken. Land is er in de streek immers genoeg. TAWLAE introduceerde ook nieuwe variëteiten die meer resistent waren tegen ziekten. Zo kon de productie verhoogd worden. Uit studies bleek dat de meeste mogelijkheden zaten in het malen van maniok tot witte bloem, klaar voor gebruik. De groep van Anna probeerde het uit. TAWLAE stelde aan haar groep kleine verwerkingsmachines ter beschikking. Anna zocht persoonlijk contact met enkele handelaars in Dar es Salaam en er was interesse. De afgelopen jaren schreef Anna haar ervaringen neer en vertelde erover op veel seminaries. Ze promootte haar bloem ook op lokale en nationale beurzen. Het maakte haar bekend in de streek. Uit haar ervaring leerden de andere groepen bijvoorbeeld dat het gemakkelijker is om zelf contact te zoeken met kleine handelaars dan met grote bedrijven in de voedingsindustrie. Die laatste stellen immers kwaliteitseisen die voor de boeren en boerinnen op dit moment nog niet haalbaar zijn. Traditioneel plantten families maniok voor eigen gebruik. In het dorp van Anna is maniok nu echter een cash crop geworden. Tot 2004 was de maniokproductie onvoldoende volgens de districtsstatistieken. Dat veranderde na tussenkomst van TAWLAE, en door het verkopen van de overschot is ook de levensstandaard van de families verhoogd. Vandaag vertelt Anna ons dat ook dorpen buiten de interventiezone van TAWLAE de methodes kopiëren. Vooral jongeren en vrouwen interesseren zich voor de nieuwe technieken. Ondanks de positieve evolutie, merkt Anna op dat er nog heel wat uitdagingen zijn: de lange afstanden van de velden naar de plaatsen waar de verwerkingsmachines staan, het risico dat alles nu ingezet wordt op maniok en er weinig geïnvesteerd wordt in andere gewassen, de beperkte marktkennis die de boeren en boerinnen hebben en het gebrek aan investeringskapitaal o.a. om nieuwe machines aan te kopen. Om dat laatste probleem op te lossen heeft Anna met haar groep een spaar- en kredietinstelling opgezet. Ze hoopt ook dat het district het maniokprogramma zal opnemen in haar ontwikkelingsplannen voor het hele district. De komende jaren wil Vredeseilanden in Tanzania diezelfde weg inslaan: boerengroepen ondersteunen om met hun producten een stevige plaats op de markt te verwerven, vooral in de steden, waar de meeste consumenten wonen.

35


TOGO – VECO TOGO

BURKINA FASO

RAFIA is één van de belangrijkste NGO’s van Noord-Togo. Vanuit Dapaong verleent deze partner organisatorische en technische steun aan landbouworganisaties. RECAP lobbyt in naam van de aangesloten boerengroepen uit de regio. Alles draait daarbij rond de teelt en verkoop van duurzame landbouwproducten. RECAP heeft zelfs een eigen spaar- en kredietfonds. PROSEM is op velerlei terreinen actief: de verbetering van landbouwtechnieken, organisatievorming, kennis over grondrechten en grondbeheer en rechtvaardige man-vrouwrelaties. FODES en FONGTO zijn federaties van NGO’s met als doel de slagkracht van hun leden te versterken door kennisuitwisseling en door de verdediging van hun collectieve belangen.

BENIN

GHANA

© Marc Goldchstein

In 2007 vonden heel wat veranderingen plaats in de organisatiestructuur van VECO Togo. Zoals hierboven vermeld (pagina 12) is het de bedoeling om te evolueren naar één landkantoor voor de Lomé regio Togo, Benin en (in de toekomst) Niger. Dit kantoor krijgt zijn plaats in Cotonou, wat betekent dat het kantoor in Lomé gesloten zal worden. Het voorbije jaar werd dan ook heel veel energie gestoken in het uittekenen van de nieuwe structuur, het begeleiden van het personeel van het landkantoor, en het informeren van onze partnerorganisaties over deze wijzigingen. In de toekomst zullen we in Togo blijven samenwerken met sterke boerenorganisaties zoals RECAP.

De productie van tomaten is vertienvoudigd sinds 2000.

36


“Welk gewas moet ik telen? Ik weet het echt niet meer.” De familie van Maliké Bomboma weet niet meer wat ze moet planten. Aan goede oogsten geen gebrek: zakken vol maïs, kisten vol tomaten. Maar de verkoop vlot niet. De mensen in de stad kopen liever buitenlandse producten, omdat die van betere kwaliteit zijn en vooral omdat ze goedkoper zijn. Blikjes tomatenpuree uit Italië bijvoorbeeld verdringen de Togolese tomaten van de markt. De gevolgen laten zich raden. Boerenfamilies, zoals die van Maliké, kunnen hun lening niet meer afbetalen. Ouders hebben geen geld meer om hun kinderen naar school te sturen. Boerenorganisaties verliezen lidgeld, zodat ze geen vorming meer kunnen organiseren. Wat zal de toekomst brengen? 2007 stond in het teken van de Economische Partnerschapsakkoorden tussen de Europese Unie en Afrikaanse landen. Vredeseilanden voerde samen met Afrikaanse boerenorganisaties, 11.11.11 en Oxfam-Wereldwinkels campagne rond deze thematiek. Met onze acties wilden we verhinderen dat de akkoorden in hun huidige vorm ondertekend zouden worden. Dat zou immers betekenen dat Afrika haar markten bijna volledig zou moeten openstellen voor goedkope landbouwproducten uit Europa. Maar Afrikaanse boeren en boerinnen kunnen niet concurreren tegen de grootschalige en vaak gesubsidieerde Europese landbouw. Ze voeren een ongelijke strijd. De tomatenboeren uit Togo dreigen hun inkomen te verliezen. En miljoenen andere boerenfamilies met hen. “Niemand vraagt ons, boeren en boerinnen uit Afrika, wat we van die vrijhandelsakkoorden denken. Alles wordt boven ons hoofd beslist”, vertelt Daminka Kangbeni van onze partner RAFIA. “Mijn organisatie startte jaren geleden een project om jonge boeren de kans te geven in de regio te blijven werken, ook buiten het normale teeltseizoen (dus het regenseizoen). Want veel jongeren emigreren noodgedwongen naar de buurlanden, op zoek naar werk.” Groenteteelt bleek de oplossing. Die gebeurt immers in bevloeide tuinen, in laaggelegen landbouwgebieden. “We hebben de boeren en boerinnen jarenlang begeleid”, gaat Daminka verder, “en met succes. De productie van tomaten bijvoorbeeld is sinds 2000 vertienvoudigd. De inkomsten van deze teelt hebben heel duidelijk een zichtbaar positieve impact gehad op de levensstandaard van de boeren en boerinnen in de streek. Je zag dat er meer kinderen naar school gingen, dat de kwaliteit van de woningen verbeterde, ook de wegen, de toegang tot drinkwater, enz. Maar ondertussen zie je niet veel meer veranderen. De prijs van de tomaten is serieus gedaald. Daar hebben de boeren voor een deel zelf schuld aan: ze zetten alles in op de tomatenteelt, wat tot een overproductie leidde. Ze hebben nu beslist om meer te gaan diversifiëren met producten als ajuin en andere groenten. De mogelijkheid om een meerwaarde aan de tomaten te geven via de verwerking tot puree of concentraat werd bestudeerd. Maar daar zit geen toekomst in. Hier is het voornaamste obstakel heel duidelijk de concurrentie van dezelfde producten uit sterk geïndustrialiseerde landen als Italië of Spanje en die, als de EPA’s ondertekend worden, zonder taksen zullen ingevoerd worden.” Dit verhaal bewijst dat het nodig is om sterke boerenorganisaties te creëren, met even sterke leiders, die hun stem kunnen laten horen bij hun eigen regering: om er te pleiten voor regulerende mechanismen waar nodig, en om hun regering aan te moedigen in internationale handelsorganisaties standpunten in te nemen die in het belang zijn van hun boeren en boerinnen.

37


UGANDA – VECO UGANDA SUDAN KENYA Uganda is een land waar Vredeseilanden samnwerkt met partnerorganisaties. Een aantal landbouwD.R.Congo organisaties hebben voedselzekerheid als belangrijkste werkterrein. Sommige zoals Kwedo of Wawoya beperken zich daarbij tot vrouwengroepen. Dienstverlenende NGO’s Kampala zoals FINCA hebben vooral een vormende opdracht, bijvoorbeeld inzake kredietspreiding of ecologische landbouwtechnieken. Vision Teso Rural Development Organisation vormt in dit rijtje een uitzondering: TANZANIA RWANDA TANZANIA ze zorgt voor toegang tot drinkwater én voor onderwijs aan schoolrijpe kinderen. Op nationaal niveau zijn er een aantal netwerken voor advocacy. Bekend is de Uganda Land Alliance die wetsherzieningen rond grondbezit en pachtovereenkomsten wil afdwingen. Er is ook PELUM, dat zich in heel Oost- en Centraal-Afrika inzet voor een meer ecologisch grondbeheer. Food Rights Alliance doet belangrijk lobbywerk rond het recht op voedsel voor iedereen. Het Uganda NGO Forum verdedigt de belangen van verschillende sociale bewegingen en ngo’s bij de regering.

Hoe een boerenorganisatie groeit Sihubira Farmers Organisation is een kleine boerenorganisatie tegen grens met Kenia. Momenteel zijn 365 boerenfamilies lid van de organisatie. Het allereerste kantoortje van de organisatie was ... een boom, met een paar bankjes errond. Dertien mannen en vrouwen uit het dorp kwamen er regelmatig samen om thee te drinken en nieuws uit te wisselen. Meer en meer begonnen ze na te denken over hun landbouwactiviteiten. Niet iedereen in het dorp had het hele jaar genoeg te eten. Hoe konden ze de opbrengst verhogen? Hoe konden ze een oplossing vinden voor het probleem van de droogte, of voor een aantal andere problemen waarmee ze kampten? De laagste bestuursniveaus in Uganda (district en subcounty) hebben de rol om diensten te leveren. Een veearts, een adviseur rond landbouw, iemand die gezondheidsadvies geeft ... staan ter beschikking van de mensen in het district. Maar deze ambtenaren namen zich nooit de moeite om naar het afgelegen Sihubira te reizen. Nog nooit hadden de boerenfamilies in de streek een beroep op hun diensten kunnen doen. Dus beslisten de dames en heren onder de boom om zelf die adviesfunctie over te nemen en een eigen organisatie op te richten (1994). Ze betaalden een landbouwadviseur uit het nabijgelegen Tororo district, en begonnen hun toer in de dorpen, om de mensen hun plannen uit te leggen. En toen sloeg de honger toe In 1997 trof het cassava-mozaïekvirus de regio. Een ramp voor de streek. Alle families planten het wortelgewas cassava in hun tuin. De wortels kunnen tot een paar jaar in de grond blijven en zijn dus een soort voedselspaarpot voor de mensen. Voor families die onder de armoedegrens leven, is cassava hun dagelijks voedsel.

38


Jessica en Hellen vertellen: "Alle cassavaplanten in de streek gingen dood. We aten maar één keer per dag meer, en dan nog hadden we niet genoeg voor al onze kinderen. Opeens moesten we voedsel gaan kopen. Maar er was geen geld. Dus gingen we bij andere boeren wieden en ploegen tegen betaling. Dan moesten we te voet een tiental kilometer stappen tot een plaats waar we zakjes van 1 kg cassavabloem konden kopen." Een bezoeker bracht Sihubira Farmers Organisation in contact met VECO. Zij spraken een onderzoeksinstelling aan die na een lang zoekproces een resistente cassavavariëteit ontwikkelde. Sihubira FO plantte de nieuwe stekjes in 'moedertuinen' en verspreidde de nieuwe variëteit zo onder de bevolking. De voedselzekerheid in de streek is nu gegarandeerd. Het gaf de organisatie hoop en veel vertrouwen bij de bevolking. Veel plannen en nieuwe uitdagingen In 2001 werd Sihubira Farmers Organisation een volwaardige partnerorganisatie van Vredeseilanden en sindsdien krijgen ze financiering voor een aantal van hun activiteiten. Aandacht voor voedselzekerheid en werken aan inkomensverhoging van boerenfamilies, zijn nog steeds hun grootste bekommernis. Met dezelfde onderzoeksinstelling startten ze een nieuw initiatief rond betere variëteiten van pindanoten en maïs. De resultaten zijn hoopgevend. Vrouwen die onder de armoedegrens leefden, slagen er nu in om een deel van hun productie over te houden voor verkoop. Vooral in Kenia, een paar kilometer verder, ligt potentieel voor bepaalde producten. In 2007 werkte Sihubira FO met steun van Vredeseilanden vooral aan een mentaliteitswijziging bij de boeren en boerinnen. Velen verkopen hun oogst onmiddellijk, als er overschot is. Daardoor krijgen ze een lage prijs voor hun producten. Medewerkers van Sihubira FO proberen hen ervan te overtuigen een deel te stockeren en de evolutie van de prijzen op de voet te volgen, zodat ze op het juiste moment kunnen verkopen. Dat vraagt om een goede opslagruimte. De plannen zijn klaar. En dat vraagt ook om de oprichting van een marketingcomité dat vorming moet krijgen over basiseconomie. Hoe worden prijzen gevormd? Hoe zit onze markt in elkaar?

© Patrick De Spiegelaere

In heel Oost-Afrika kweken boeren pindanoten. Samen met al haar partnerorganisaties in Uganda en Tanzania zal Vredeseilanden zoeken naar betere marketingstrategieën voor pindanoten. Ook de mensen van Sihubira zullen daarbij betrokken worden. Zo kunnen de boeren en boerinnen in die streek de nieuwe inzichten toepassen en hun inkomen zien verhogen.

39


VIETNAM – VECO VIETNAM Dit zijn onze partners in Vietnam: Omdat de NGO-sector in Vietnam slechts langzaam ontwikkelt, werkt VECO Vietnam met vijf eigen ‘field-teams’. Voor het werken met deze teams heeft VECO Vietnam een overeenkomst met de districtsoverheden en de provinciale ‘Peoples Committees’. De teams werken ook erg nauw samen met de ver-schillende departementen van het Ministerie van Landbouw. Sinds 2007 zijn sommige activiteiten zelfs volledig uitbesteed aan het Ministerie van Landbouw, meer bepaald in Lang Son, waar de samenwerking met het district en de provinciale autoriteiten zeer goed was. Ondanks de beperkte middelen is VECO Vietnam er de voorbije jaren in geslaagd het vertrouwen en de waardering te winnen van de boeren en de districtsoverheden. De aangepaste manier van werken en de effectiviteit van de interventies van het team op het terrein zijn daar zeker niet vreemd aan. Dat blijkt uit het hoge percentage van boeren dat na een opleiding de aanbevelingen en technieken met succes toepast, maar ook uit de positieve commentaren tijdens de evaluatievergaderingen van de Project steering Commmitees.

Hoe een jonge boer een dorpsdierenarts werd Het dorp My Long ligt aan de oever van een rivier in een groene vallei in het noorden van Vietnam. De vallei is omringd door steile beboste heuvels. De dorpelingen leven er sinds mensenheugenis van het telen van rijst en het kweken van een paar varkens. Dat was vroeger voldoende om in hun eigen behoeften te voorzien. In de laatste decennia groeide de bevolking echter aanzienlijk en nam de druk op het land toe, de beschikbare percelen werden meer en meer opgedeeld. De oogst van de meeste boerenfamilies is daardoor niet meer voldoende om het jaar door te komen. Zo is het ook met de ouders van Que, een jongeman uit het dorp. Ondanks de extra inkomsten van het varkensvlees dat ze op de markt verkopen, hebben ze moeite om rond te komen en is in sommige maanden het voedsel schaars. Een bijkomend probleem is dat er bij de varkens vaak ziektes voorkomen, wat uiteraard een weerslag heeft op de inkomsten uit de varkensteelt. In My Long zijn er twee dierenartsen. Beiden zitten al lang in het vak en zijn nooit bijgeschoold, hun kennis is erg beperkt. Het gebeurt regelmatig dat ze bij een ziekte de verkeerde diagnose stellen en ook de verkeerde medicatie voorschrijven, waardoor veel varkens sterven. Maar de dorpelingen hebben geen alternatief, de veearts van de meest nabijgelegen stad vraagt te veel geld om langs te komen in My Long. Op die manier blijft het kweken van varkens een risicovolle onderneming. Het is dan ook niet verwonderlijk dat vele jongeren ervoor kiezen om het dorp te verlaten en hun geluk te beproeven in Hanoi, de snel groeiende hoofdstad van Vietnam. Ook Que was van plan om naar Hanoi te trekken, tot hij toevallig aan de praat geraakte met mevrouw Hang, een medewerkster van VECO Vietnam. Zij kende Que al een tijdje, en terwijl ze zaten te praten over zijn familie en de toekomst, vroeg ze hem of hij niet wou deelnemen aan een opleiding van VECO voor dorpsdierenartsen. Na overleg met zijn ouders besloot Que om het te proberen, wat had hij immers te verliezen? Als het niet lukte kon hij nog altijd naar Hanoi trekken. Om een lang verhaal kort te maken: gedurende vier maanden volgde Que een opleiding waarbij hij het opsporen en genezen van de meest voorkomende ziektes bij varkens en koeien onder de knie

40


kreeg. Van VECO Vietnam kreeg hij een tas met medisch gereedschap en een klein startkapitaal. Om zijn diensten bekend te maken, bedacht hij een slim plan. Hij overtuigde zijn oom, de lokale apotheker, om een hoekje van zijn apotheek aan hem af te staan. Que maakte een informatiebord, stalde zijn medicijnen uit en vatte zelf post in de winkel om geïnteresseerde klanten te woord te staan. In het begin waren de dorpelingen wat sceptisch, maar vrij snel hadden ze door dat de diensten van Que betrouwbaarder waren dan die van zijn voorgangers en dat hij vooral niet duurder was. Wat meer is, als Que zelf de oplossing niet vond, deed hij niet alsof en riep hij het advies in van de dierenartsenpraktijk in de stad. Zo wist Que snel het vertrouwen van klanten te winnen, hij praatte veel met de dorpelingen en kreeg op die manier snel zicht op het uitbreken van ziektes. Hij gaf ook regelmatig gratis advies aan de boeren. Na verloop van tijd werd Que, ondanks zijn jonge leeftijd, in het dorp erkend als een bekwame en betrouwbare hulpverlener en een valabel alternatief voor zijn oudere collega’s, bij wie het succes van Que stilaan een doorn in het oog werd. Dat lieten ze onrechtstreeks ook merken via klachten en roddels over Que. Que voelde zich hierbij wat ongemakkelijk, vooral omdat het hier twee ouderen van het dorp betrof. Hij besloot beiden uit te nodigen voor een gesprek, samen met zijn vader. Tijdens het gesprek raakten beide ouderen onder de indruk van het enthousiasme en de kennis van Que en ze besloten dat er in het dorp plaats was voor alle drie. Maar er is meer. Na verloop van tijd begonnen de dorpelingen een andere aanpak te zien bij de twee oudere veeartsen. Ze waren plots een stuk vriendelijker voor hun klanten en logen hen niet meer voor. De druk van de concurrentie had hen duidelijk doen inzien dat ook zij een inspanning moesten doen. En hoe is het nu met Que? Hij overweegt om een doorgedreven opleiding te volgen en zo zijn diploma van veearts te halen. Op die manier zou hij voltijds van zijn nieuwe beroep kunnen leven. Hij is erg fier op de resultaten van zijn werk en tegelijk blij dat hij iets kan betekenen voor het dorp waar hij opgroeide.

Que bij zijn kast met medicijnen

41


42


Vredeseilanden in Vlaanderen

Vredeseilanden kreeg in 2007 de enthousiaste steun van: 800 kernvrijwilligers; 12.000 vrijwilligers die gadgets verkopen in januari; 130.000 mensen die een gadget kochten; 108 scholen; 15.000 leerlingen; 345 jeugdverenigingen; 9.924 schenkers.

Vredeseilandenweekend Elk jaar komen in januari duizenden vrijwilligers in actie voor Vredeseilanden. Jong en oud, samen brengen ze gadgets zoals onze sleutelhangers aan de man. Dat is hard nodig om onze partnerorganisaties te kunnen blijven ondersteunen. Veel vrijwilligers zijn superenthousiaste jongeren uit jeugdbewegingen. Om dit jong enthousiasme passend te belonen, bedachten we de wedstrijd "Win een dj". Door mee te werken aan onze actie maak je als jeugdbeweging kans op het winnen van een top-dj. Ook een Oegandese dj kwam voor de gelegenheid naar BelgiÍ om in januari plaatjes te draaien op een aantal fuiven, en om een Vlaamse dj te selecteren die op tegenbezoek zou gaan naar Oeganda. Focus op supermarkten Bij de straatverkoop wordt de laatste jaren vooral gefocust op de verkoop aan de in-/uitgang van grootwarenhuizen. Dat zal ook volgend jaar nog het geval zijn. Het succes van de actie hangt af van de inzet van velen. Op de warenhuizen-actiesite kan je de bezettingsgraad volgen, opsporen waar Vredeseilanden nog hulp kan gebruiken, je kan er een verslag of een foto van je actie kwijt, je kan je ervaring delen met andere vrijwilligers ... Campagne: Afrikaanse boer met uitsterven bedreigd? Tien jaar lang voert de Noord-Zuidbeweging een gezamenlijke campagne om tegen 2015 de Millenniumdoelstellingen te behalen: 2015 DE TIJD LOOPT. Ook Vredeseilanden zet zijn schouders onder dit initiatief. Meer nog, we willen onze campagnes zo veel mogelijk samen voeren met andere organisaties die meewerken aan het behalen van de eerste millenniumdoelstelling: armoede en honger bestrijden. Vredeseilanden, 11.11.11 en Oxfam-Wereldwinkels zetten daarom samen een campagne op die startte in 2007 en doorloopt tot juni 2008. Actuele thema's zoals de Economische Partnerschapsakkoorden en de internationale grondstoffenproblematiek kwamen aan bod. Vredeseilanden legde in haar campagne de nadruk op de nadelige gevolgen van de Economische Partnerschapsakkoorden, of de EPA's. Het thema werd concreet gemaakt door het verhaal van Tanzaniaanse melkboerinnen en Togolese tomatenboeren (zie p. 36) te vertellen. Jan Decleir zorgde net voor het campagneweekend van Vredeseilanden voor een kippenvelmoment. Hij las op het Brusselse Schumanplein, vlakbij het gebouw van de Europese commissie, verhalen voor van Afrikaanse opa’s die zich zorgen maken over de toekomst.

5 43


Lobbywerk rond de Economische Partnerschapsakkoorden Medewerkers van Vredeseilanden en onze Afrikaanse partnerorganisaties volgden de evolutie in de onderhandelingen over de EPA’s heel nauw op. We stuurden brieven naar onze politici, namen deel aan conferenties, zaten aan tafel met parlementsleden en kabinetten, en probeerden hen op alle mogelijke manieren te laten luisteren naar de analyses van Afrikaanse boerenleiders. Heeft ons lobbywerk iets uitgehaald? Vredeseilanden is maar een kleine speler op internationaal vlak. Maar in de landen waar we actief zijn hebben we Afrikaanse boerenorganisaties de kans gegeven om in hun eigen land hun politici te sensibiliseren. We hebben meegewerkt aan het verzamelen van verhalen en analyses die duidelijk maken dat de EPA’s in hun huidige vorm geen goed kader bieden voor Afrikaanse familiale landbouwers. We hebben hier in Vlaanderen de mensen geïnformeerd over deze moeilijke thematiek. Meer dan 50.000 mensen ondertekenden de petitie-actie die we opzetten samen met 11.11.11 en Oxfam-Wereldwinkels. En wat was de stand van zaken rond de EPA’s eind 2007, de deadline die de Europese Commissie zich gesteld had? Sommige landen als Senegal weigerden een EPA met Europa te tekenen. Met andere landen zijn er interim-EPA’s ondertekend. De Caraïbische regio heeft wel een EPA ondertekend. Europa zet alle landen die nog niet getekend hebben nog steeds fel onder druk om dat wel te doen.

Het Belgisch beleid tegen de honger? Vredeseilanden organiseerde op 8 november 2007 samen met andere NGO’s van de coalitie 2015 DE TIJD LOOPT een lunchbriefing in het federaal parlement, onder de titel “Het Belgisch beleid tegen de honger?”. We lieten boeren uit Congo, Brazilië en België aan het woord, om het belang van een duurzame landbouwsector in de strijd tegen armoede te benadrukken. Landbouw verdient opnieuw een prominentere plaats binnen de Belgische ontwikkelingssamenwerking. Deze briefing was het eerste evenement in een dialoogreeks over landbouw en ontwikkeling tussen de verschillende actoren van de Belgische ontwikkelingssamenwerking. Op 13 december vond de eerste Ronde Tafel plaats. Daarna volgden nog twee Ronde Tafels die elk dieper ingingen op een thema, en een colloquium in maart 2008 dat de tussentijdse resultaten aan een bredere groep voorstelde.

44


Ik ben verkocht We blijven IK BEN VERKOCHT gebruiken als outinglabel, ook al is de campagne afgelopen. Individuen, scholen, bedrijven, jeugdbewegingen, sportclubs, winkels ... kunnen zich nog steeds ‘outen’ als ze ja zeggen tegen een rechtvaardig inkomen voor boeren in de hele wereld via eerlijke handel en duurzame landbouw. Als ze dat kenbaar maken aan iedereen die het horen wil. En als ze op regelmatige basis producten van eerlijke handel en duurzame landbouw kopen en consumeren. Het IK BEN VERKOCHT-label ondersteunt volop het model FairTradeGemeenten. En in die gemeenten bewoog heel wat het afgelopen jaar. FairTradeGemeenten “45% van de Vlaamse steden en gemeenten is goed op weg naar de titel van FairTradeGemeente of heeft hem al op zak. “Vlaanderen is daarmee absolute koploper in de wereld. Samen met hun inwoners, winkeliers, horeca-uitbaters, scholen, verenigingen en bedrijven promoten de FairTradeGemeenten eerlijke handel en lokale duurzame landbouw.” Bovenstaand bericht stond begin januari 2007 te lezen in verschillende Vlaamse kranten. Ter aanvulling: op het moment van het schrijven van dit jaarverslag is reeds 50% – de helft! – van de gemeenten in Vlaanderen actief. In de stuurgroep van FairTradeGemeenten in Vlaanderen zitten 11.11.11, Max Havelaar, Oxfam Wereldwinkels en Vredeseilanden. We kunnen voor dit initiatief rekenen op de steun van de Vlaamse overheid. Het concept van de FairTradeGemeente vindt zijn oorsprong in Groot-Brittannië. Naast Vlaanderen hebben intussen al 16 landen en deelstaten FairTradeGemeenten. Alle landen met FairTradeGemeenten kwamen op vrijdag 25 en zaterdag 26 januari 2008 bijeen op een internationale conferentie in Brussel. Opvallend is dat de eerste vijf criteria overal dezelfde zijn. Dat gaf heel wat mogelijkheden voor de deelnemers om praktijkervaringen uit te wisselen, elkaar tips te geven voor een geslaagde FairTradeGemeenten campagne, etc. Ook uit het Zuiden was er belangstelling voor het concept: een delegatie uit Brazilië was aanwezig op de conferentie. De komende jaren zullen partners van Vredeseilanden mee uitzoeken of een soortgelijke campagne nuttig is in hun streek en of zij van start kunnen gaan met een aangepast concept van FairTradeGemeenten.

45


46


De sociale balans van Vredeseilanden

In deze rubriek geven we een aantal cijfers en toelichting met betrekking tot het personeelsbestand van Vredeseilanden (situatie op 31/12/2007).

2005 2006 2007

2005 2006 2007

aantal personeelsleden Hoofdkantoor Coöperanten 41 16 44 16 45 17 aantal voltijdse equivalenten* Hoofdkantoor Coöperanten 34,24 16 34,50 16 36,96 17

Zuiden Lokale medewerkers 1070 1241 1302 Zuiden Lokale medewerkers3 — — 1304

Hoofdkantoor Het aantal personeelsleden en het aantal voltijdse equivalenten is licht gestegen. De stijging werd veroorzaakt door aanwervingen voor tijdelijke projecten in verschillende diensten en voor vervanging tijdens zwangerschapsverlof en tijdskrediet. Coöperanten (in het Zuiden) Coöperanten worden voornamelijk ingezet in de volgende functies: • vertegenwoordiger van Vredeseilanden in het land of de regio; • specifieke expertise: marketing, toegang tot markten en ontwikkeling van duurzame ketens, inhoudelijke programmacoördinatie, kennismanagement, duurzame landbouw, organisatieversterking; • communicatie en netwerking. Lokale medewerkers (in het Zuiden) Bij een vacature wordt in de eerste plaats gezocht naar lokale medewerkers. Het is slechts wanneer een bepaalde ervaring in het land niet aanwezig is, dat wij overwegen om voor deze functies (opnieuw) een coöperant aan te werven. Meer en meer is de expertise beschikbaar in de landen waarin we werken. Geleidelijk aan zullen we in de komende jaren buitenlandse werknemers in de ruime regio in het Zuiden zoeken en ons niet voornamelijk toespitsen op het rekruteren van Europese coöperanten. In 2007 bestond 68% van het personeelsbestand van Vredeseilanden uit lokale medewerkers.

6

1 2 3 4

Exclusief Congo en Tanzania: geen gegevens beschikbaar vanuit extern auditverslag. Gegevens vanuit extern auditverslag, Congo is een schatting bij gebrek aan een auditverslag. —: Geen gegevens beschikbaar. Gegevens vanuit extern auditverslag, Congo is een schatting bij gebrek aan een auditverslag.

47


Gender evenwicht Voor het hoofdkantoor blijft de dalende tendens in het aantal mannen zich doorzetten. Voor het Zuiden zien we dat er eerder meer mannen dan vrouwen zijn tewerkgesteld. Hoofdkantoor

Zuid-kantoren

29% 41% 59%

71%

Mannen

Vrouwen

Personeelsverloop Hoofdkantoor IN UIT

17 16

Coöperanten 5 7

Zuiden Lokale medewerkers 19 35

De in- en uitdiensttredingen in België waren in 2007 grotendeels toe te schrijven aan tijdelijke opdrachten: • 2 medewerkers scholenanimatie, 2 vervangingen wegens zwangerschapsverlof en tijdskrediet, 6 studentenjobs; • bij de dienst Bewegingswerk werd versterking aangeworven voor het tijdelijke project Change the Game; • bij de dienst Advocacy werd een tijdelijk project goedgekeurd waarvoor versterking werd aangeworven. Daarnaast was er een verschuiving binnen de Financiële dienst waardoor er een functie vrijkwam en werd er bij de dienst Communicatie- en fondsenwerving een fondsenwerver aangeworven. Voor de coöperanten: • de VECO-vertegenwoordigers van Uganda, Vietnam en Indonesië waren einde contract en voor deze functies werd vervanging aangeworven; • in het kader van de regionalisering in Togo/Benin werd een regionale coördinator aangeworven; • in het kader van de regionalisering werd indien mogelijk een lokaal contract aangeboden aan de regionale marketing advisors. Voor lokale medewerkers: • De in- en uitdiensttredingen kaderden vooral in de lopende regionaliseringsprocessen, de overgang van landkantoren naar regionale kantoren.

48


Lerende organisatie Vredeseilanden blijft ernaar streven om haar medewerkers op alle niveaus in Noord en Zuid, zowel individueel als collectief, permanent de kans te geven zichzelf te ontwikkelen. Vredeseilanden wil een flexibele organisatie zijn, waar mensen zich aanpassen aan nieuwe ideeën en aan doelen van de organisatie en waar leren van elkaar gestimuleerd wordt. Daarom wordt “leren” expliciet als doelstelling opgenomen in het strategisch plan. In 2007 investeerde Vredeseilanden 13.758 euro in vorming en opleiding voor medewerkers van het hoofdkantoor en de coöperanten. Dit komt neer op gemiddeld 222 euro per werknemer. Het merendeel van de opleidingen zijn onder te brengen onder volgende thema’s: • taalopleidingen; • vorming rond fondsenwerving; • vzw-wetgeving; • organisatieversterking. Sociaal overleg Vredeseilanden heeft minder dan 50 werknemers in dienst in het hoofdkantoor en is bijgevolg niet verplicht een ondernemingsraad of vakbondsafvaardiging te installeren. Het personeel heeft echter aangegeven dat zij een officiële personeelsvertegenwoordiging wensen. Er zijn momenteel twee personeelsvertegenwoordigers aangesteld vanuit de personeelsvergadering, waarvan één vakbondsafgevaardigde. De personeelsvertegenwoordigers organiseren de personeelsvergaderingen. Personeelsvergaderingen worden 3 tot 4 keer per jaar bijeengeroepen. In 2007 werden drie personeelsvergaderingen georganiseerd. Er werd in 2007 geen specifiek overleg met de vakbond georganiseerd.

49


50


Milieubeleid van Vredeseilanden

Het milieubeleid van Vredeseilanden past in een globaal duurzaamheidsbeleid en verantwoordingsbeleid (accountability) waarin zowel voor de econonomische, sociale, financiële als milieuaspecten van de organisatie rekenschap wordt afgelegd aan onze stakeholders. Vredeseilanden verbindt zich ertoe om de directe en indirecte gevolgen van haar activiteiten op het milieu zo miniem mogelijk te houden. Teneinde dit beleid te verwezenlijken zal Vredeseilanden een actieplan ontwikkelen betreffende: • de directe milieueffecten van het hoofdkantoor in Leuven; • de directe milieueffecten van de landen- en regionale kantoren; • de indirecte milieueffecten van het Noordprogramma en het Zuidprogramma. Dit alles zal o.m. uitgedrukt worden in de ecologische voetafdruk van Vredeseilanden. Dit actieplan omvat een analyse van de beginsituatie, de doelstellingen en de jaarlijkse acties, evenals een jaarlijkse interne audit om de realisatie ervan na te gaan. Het actieplan en de conclusies omtrent de realisatie zullen jaarlijks gepubliceerd worden. De directe milieueffecten hebben betrekking op het vervoer, de afvalproductie en het verbruik van water, energie en papier door de organisatie zelf. Om de directe milieueffecten te beperken: • zal het personeel van Vredeseilanden aangespoord worden om zoveel mogelijk openbaar vervoer of een milieuvriendelijk vervoermiddel te gebruiken; • zal de afvalproductie zo klein mogelijk gehouden worden door preventie en door sorteren; • wordt naar een minimaal verbruik van water, energie, papier en kantoormaterialen gestreefd; • wordt ecoconsumptie gestimuleerd door zoveel mogelijk bio, fairtrade en ecologische producten te gebruiken. De indirecte milieueffecten hebben voor Vredeseilanden betrekking op de effecten die voortkomen uit de activiteiten van vooral het Zuidprogramma. De directe milieueffecten ontstaan door de uitvoering van het programma dienen zo beperkt mogelijk te blijven: o.m. waterverbruik voor irrigatie, gebruik van schadelijke meststoffen en bestrijdingsmiddelen, bodemverontreiniging of –verarming, energieverbruik voor productie en transport van landbouwproducten. De implementatie van het actieplan is gepland als volgt: • Een eerste publicatie van de directe milieueffecten van het hoofdkantoor over het jaar 2007 wordt in dat jaarverslag gepubliceerd. • Een actieplan betreffende de directe milieueffecten van het hoofdkantoor wordt gemaakt in 2008. • Tegen eind 2008 zal voor de meting van de indirecte milieueffecten een meetinstrument (screening tool) ontwikkeld worden in samenwerking met externe deskundigen en andere ontwikkelingsorganisaties. • De land- en regiokantoren worden aangespoord om in 2009 een actieplan te ontwikkelen voor zowel de directe als de indirecte milieuaspecten en vanaf januari 2009 te starten met metingen om de beginsituatie vast te leggen.

7 51


Milieurealisaties in 2007 Onderstaande gegevens hebben betrekking op activiteiten van het hoofdkantoor van Vredeseilanden. Dit is de huidige stand van zaken die nu verder zal vergeleken worden met het verbruik van andere organisaties. realisatie 2007 PAPIER totale aankoop A4-papier per jaar (aantal vellen) totale aankoop A4-papier per persoon per jaar (aantal vellen) aandeel gekocht gerecycleerd A4-papier t.o.v. niet-gerecycleerd papier totale aankoop A4-papier per jaar voor mailings en informatie aan sympathisanten (aantal vellen)

262.500 6.500 100% 1.588.000

Het grootste deel van de aankoop van papier wordt gebruikt voor mailings met informatie aan de sympathisanten. KANTOORBENODIGDHEDEN bedrag ecologisch kantoormateriaal t.o.v. het totaal

43%

Het niet-ecologische materiaal betreft o.a. stiften, rekenmachines, nietmachines, waarvoor moeilijk een ecologisch alternatief te vinden is. VOEDINGSPRODUCTEN bedrag voedingsproducten met label Biogarantie t.o.v. de totale aankopen bedrag van aankopen Fair Trade t.o.v. de totale aankopen bedrag aankopen met label Biogarantie + Fair Trade label

38% 23% 17%

Als een voedingsproduct wordt aangeboden in een variant met het label bio of Fair Trade, dan wordt ervoor gekozen om de variant met het label aan te kopen. ONDERHOUDSPRODUCTEN bedrag aankopen ecologische onderhoudsproducten t.o.v. de totale aankopen

80%

Alle aangekochte onderhoudsproducten zijn van Ecover, behalve luchtverfissers, wc-blokjes, waarvoor moeilijk een ecologisch alternatief gevonden kan worden. WATER jaarlijks verbruik in m3 m3/persoon/jaar

274 6,09

ENERGIE elektriciteit (kwh/persoon/jaar) verwarming (gj gas/persoon/jaar) Sinds 2005 gebruikt Vredeseilanden groene stroom. In 2007 werd er dubbele beglazing geplaatst waar dat nog niet het geval was, waardoor het verbruik verminderd is. Er wordt deelgenomen aan de campagne "dikke-truiendag".

52

608 1.621


MOBILITEIT professionele werkverplaatsingen: aandeel openbaar vervoer woonwerkverplaatsingen: aandeel km afgelegd met trein, bus, fiets of te voet vliegtuigreizen: km per jaar vliegtuigreizen: kg CO2 uitstoot per jaar

9% 70,22% 669.905 227.600

Er is een dienstfiets ter beschikking van de medewerkers. Er wordt jaarlijks deelgenomen aan de campagne "ik kyoto". De auto wordt opmerkelijk veel gebruikt voor professionele werkverplaatsingen. Dit betreft vooral verplaatsingen voor bezoeken aan vrijwilligers. Tijdstip en plaats van die bezoeken bemoeilijken het gebruik van openbaar vervoer. 10 van de 45 werknemers komen dagelijks te voet of met de fiets naar het werk. AFVAL hoeveelheid hoeveelheid hoeveelheid hoeveelheid

restafval per persoon per jaar (in kg) PMD-afval per persoon per jaar (in kg) papierafval per persoon per jaar (in m3) drankverpakking met statiegeld t.o.v. de totale aankopen van flessen

18 0,8 0,9 95%

Geplande acties in 2008 • Er wordt een studie uitgevoerd waarin wordt bekeken hoe de achtergevel van het gebouw het best geïsoleerd kan worden. • Een aantal verlichtingspunten wordt vervangen, waarbij er zoveel mogelijk wordt gekozen voor spaarlampen. • Een aantal kantoren wordt geschilderd en er wordt bestudeerd of er ecologische verf gebruikt kan worden. • Er wordt een haalbaarheidsstudie uitgevoerd waarin wordt bekeken of er gecomposteerd kan worden en op welke manier dat best gebeurt. Door te composteren kan de hoeveelheid restafval verminderd worden. • Er wordt een haalbaarheidsstudie uitgevoerd over het plaatsen van zonnepanelen. • De objectieven voor 2009 worden geformuleerd.

53


54


Vredeseilanden vzw – Financieel jaarverslag 2007

1. MANAGEMENT SAMENVATTING Met dit jaarverslag 2007 zijn we erin geslaagd een bijna volledige integratie van de boekhoudcijfers van het hoofdkantoor en de landkantoren van Vredeseilanden te realiseren: de cijfers van hoofdkantoor en de kantoren in de landen worden opgeteld om zo een volledig beeld te krijgen over de financiële toestand van de organisatie. Alleen omdat de externe audit (door E&Y) van D.R. Congo is uitgesteld (vooral omwille van veiligheidsredenen in Noord-Kivu) hebben we de cijfers van VECO-Congo nog niet kunnen integreren. Het geïntegreerde resultaat 2007 (hoofd- en landkantoren samen) is licht positief, 75.932 euro. We geven hierover op de volgende bladzijden verdere toelichting. Dit financiële jaarverslag is het eindproduct van een intensief proces van controles: de financiële dienst controleert de jaarrapporten van de landkantoren een eerste maal, stelt vragen, ondersteunt waar nodig; daarna worden de boekhouding en het jaarrapport voor elk landkantoor afzonderlijk extern geauditeerd door lokale E&Y-kantoren; tegelijkertijd worden de cijfers van het hoofdkantoor in Leuven gecontroleerd door onze bedrijfscommissaris, Marleen Vandeurzen. De bedrijfscommissaris controleert ook nog eens voor de laatste maal alle auditverslagen van de landkantoren, en maakt dan het verslag op over de geïntegreerde cijfers (u vindt dit verslag in bijlage a). Een intensief proces, waardoor we kunnen garanderen dat onze boekhouding een eerlijke en correcte weerspiegeling van de werkelijkheid is. Daarnaast zijn de auditverslagen dan weer een leidraad voor de Vredeseilanden-managers en de financiële dienst om eventuele pijnpunten te identificeren en te verbeteren. Voor onze belangrijkste donor DGOS was 2007 het laatste jaar van een vijfjarige programmafinanciering. In 2008 starten we een nieuwe cyclus. De uitbreiding van het financiële jaarverslag met inhoudelijke informatie over onze programma’s is een heel goede zaak: het biedt de gelegenheid aan de lezer om de verbinding te leggen tussen de cijfers en de actie, en op die manier ook een beeld te vormen van de efficiëntie van onze programma’s. Ook naast het nieuwe strategische programma 2008-2013 hebben we een financieel plan gelegd. Belangrijke thema’s die hier naar voor komen zijn: • optimale financiële transparantie nastreven; • het financiële management van de organisatie en de kantoren optimaliseren, zeker in het licht van de regionalisatie van kantoren; • verbeterde (en uniforme) sturingsinstrumenten vanuit het hoofdkantoor aanbieden aan de landkantoren; • diversificatie van de inkomensbronnen; • beperken van de kosten voor algemeen beheer tot maximum 10%; • op elkaar afstemmen van interne en externe controlesystemen. Naar deze thema’s wordt in het hierna volgend verslag regelmatig gerefereerd.

8 55


RESULTATENREKENING 2007 a. Geïntegreerde resultatenrekening

Codes I

Bedrijfsopbrengsten A. Omzet B. Toename (+); Afname (–) in voorraad goederen in bewerking en gereed product en in de bestellingen in uitvoering C. Geproduceerde vaste activa D. Lidgelden, schenkingen, legaten en subsidies E. Andere bedrijfsopbrengsten II Bedrijfskosten A. Handelsgoederen, grond- en hulpstoffen 1. Inkopen 2. Toename (–); Afname (+) in voorraad B. Diensten en diverse goederen C. Bezoldigingen, sociale lasten en pensioenen D. Afschrijvingen en waardeverminderingen op oprichtingskosten, en immateriële en materiële vaste activa E. Toevoegingen (+); Terugnemingen (–) in waarde van voorraden, bestellingen in uitvoering en handelsvorderingen F. Toevoegingen (+); Terugnemingen (–) in voorzieningen voor risico's en kosten G. Andere bedrijfskosten H. Als herstructureringskosten geactiveerde bedrijfskosten (–) III Bedrijfswinst (+) Bedrijfsverlies (–) IV Financiële opbrengsten A. Opbrengsten uit financiële vaste activa B. Opbrengsten uit vlottende activa C. Andere financiële opbrengsten V Financiële kosten A. Kosten van schulden B. Toevoegingen (+); Terugnemingen (–) in waarde van andere vlottende activa dan bedoeld onder II.E. C. Andere financiële kosten VI Winst uit de gewone bedrijfsuitoefening (+) Verlies uit de gewone bedrijfsuitoefening (–) VII Uitzonderlijke opbrengsten A. Aanpassingen aan afschrijvingen en waardeverminderingen van immateriële en materiële activa B. Aanpassingen aan waardeverminderingen financiële vaste activa C. Aanpassingen aan voorzieningen voor uitzonderlijke risico's en kosten D. Winst uit verkoop van vaste activa E. Andere uitzonderlijke opbrengsten VIII Uitzonderlijke kosten A. Uitzonderlijke afschrijvingen of waardeverminderingen van immateriële en materiële activa B. Waardeverminderingen financiële vaste activa C. Toename (+), afname (–) van voorzieningen voor uitzonderlijke risico's en kosten D. Verlies uit verkoop/buitengebruikstelling van vaste activa E. Andere uitzonderlijke kosten F. Uitzonderlijke kosten gekapitaliseerd IX Winst van het boekjaar (+) Verlies van het boekjaar (–) Wisselkoersverschillen toe te voegen aan financieel resultaat Wisselkoersverschillen toe te voegen aan financieel resultaat Wisselkoersverschillen toe te voegen aan financieel resultaat Wisselkoersverschillen toe te voegen aan financieel resultaat Wisselkoersverschillen toe te voegen aan financieel resultaat Winst (+) / verlies (–) van het boekjaar

70/74 70 71 72 73 74 60/64 60 600/8 609 611 622 630 631/4 635/8 640/83 649 70/64 64/70 75 750 751 752/9 65 650 651 652/9 70/65 65/70 76 760 761 762 763 764/9 66 660 661 662 663 664/8 669 70/66 66/70

GEINTETOTAAL GREERD HK en TOTAAL0 LANDEN Euro Euro 2007 2007 12.533.323 18.365.465

12.428.375 18.260.517 104.948 104.948 12.603.074 18.436.293

3.734.203 4.057.659

3.734.203 4.057.659

211.727

211.727

92.978 92.978 4.506.507 10.339.726

-69.751 192.680

-70.828 192.680

191.010 1.670 17.218

191.010 1.670 17.218

17.218 105.712

17.218 104.635

15.075

15.075

15.075

15.075

120.787

119.710

-36.527 -14.727 6.117

-36.527 -14.727 6.117

282 75.932

0 Geïntegreerd totaal: door integratie van de cijfers van hoofdkantoor (HK) en landkantoren (LK) vallen de onderlinge transacties tegenover elkaar weg, nl. transfers van HK tegenover inkomsten van LK’en. 1 Diensten en Diverse goederen: voor hoofdkantoor gaat dit over kantoorbenodigdheden, nutsvoorzieningen, reizen en verplaatsingen, documentatie, vergaderingen, consultancy-kosten, website en telecommunicatie, werkingskosten voor de coöperanten...; voor landkantoren is het grootste aandeel voor kosten voor vormings- en vergadersessies met partnerorganisaties.

56

74.573


HOOFDKANTOOR

TOTAAL LANDEN

BENIN

TOGO

SENEGAL

Euro 2007 12.104.639

Euro 2007 6.260.826

Euro 2007 587.684

Euro 2007 323.700

Euro 2007 412.811

Euro 2007 754.114

Euro 2007 742.935

Euro 2007 696.765

12.030.562 74.077 12.235.284

6.229.955 30.871 6.201.009

587.684

412.811

696.765

395.576

750.746 3.368 741.395

742.935

587.684

311.504 12.196 324.570

743.729

1.844.882 2.724.494

1.889.321 1.333.165

206.603 156.931

95.527 101.620

144.377 109.229

342.842 125.071

51.120

160.607

28.409

2.915

9.171

89.075 7.525.713

3.903 2.814.013

195.741

124.508

COSTA RICA

LAOS

Euro 2007 674.285

Euro 2007 384.043

Euro 2007 326.781

Euro 2007 292.183

Euro 2007 1.065.526

384.043 383.904

318.112 8.669 323.782

292.099 85 287.622

1.065.526

704.440

667.731 6.553 667.144

282.375 223.366

38.003 153.791

135.453 101.134

104.016 18.225

238.588 60.901

142.002 134.888

159.534 148.009

19.569

19.193

31.877

4.897

23.767

6.829

13.979

132.799

253.913

218.795

480.769

425.659

261.663

526

12.381

179.798 501 8.488

11.211 1.169 8.729

8.488 41.167

8.729 63.468

UGANDA

17.234

12.719

7.141

139

2.998

-870 45

-795 1.119

-7.675 370

45

1.119

365 5 627

VIETNAM INDONESIE

12.719

325

7.141

15.075

1.448

-7.932 10.378

15.075

1.448

10.378

78.543

17.234

14.167

325

2.446

1.453

577

8.816

1.453

577

8.816

1.505

5.513

1.084

1.505 1.493

5.513

1.084 32.095

1.592

-374 3.249

3.249

7.141

1.592

1.493

0

-826

35.344 -374

-36.527 -14.727 6.117

33.406

719.640 24.363

-826

41.167

1.041.162

4.562

627 17.234 -826

41.167

ECUADOR NICARAGUA

3.903

59.817 -130.644 180.300

TANZANIA

17.234

-9.525 -1.167

-325

-2.446 -968

-887 -2.186

-165 -1.985

-1.493

3.475

0

-968

4.068

-557

0

-21.687 -8.421 6.117

-374

11.353

2 Bezoldigingen, sociale lasten en pensioenen: voor hoofdkantoor gaat dit over 37 VTE werkzaam in Leuven en 17 coรถperanten; voor de landkantoren gaat dit over 130 lokale medewerkers. 3 Andere bedrijfskosten: voor hoofdkantoor gaat dit over de doorstortingen naar de landkantoren in het Zuiden en andere internationale partnerorganisaties; voor de landkantoren gaat dit over de doorstortingen naar de nationale partnerorganisaties.

57


b. Resultaat van het boekjaar Het resultaat van Vredeseilanden voor 2007 is 75.932 euro (geïntegreerd resultaat van het hoofdkantoor en de landkantoren). Het resultaat voor hoofdkantoor alleen is 41.167 euro. Voor het hoofdkantoor halen we dus een positief resultaat van 41.167 euro, in plaats van een negatief begroot resultaat van –664.222 euro1. Waar ligt hiervoor de verklaring? • Aan kostenzijde hebben we ongeveer 100.000 euro minder eigen middelen besteed dan begroot, vooral voor algemeen beheer, overhead en coöperanten (+100.000 euro). • We hebben in 2007 minder uitgegeven dan gepland voor het investeringsfonds (zie hieronder) (+365.000 euro). • We hebben meerinkomsten uit: particuliere opbrengsten (+165.000 euro), financiële opbrengsten (+175.000 euro) en loonsubsidies (+25.000 euro). • We hebben wel meer voorzieningen aangelegd (–90.000 euro) en minderinkomsten uit administratiekosten (–35.000 euro). De uitgaven voor het investeringsfonds in 2007 bedroegen dus een kleine 300.000 euro, dat is ongeveer 365.000 euro minder dan gepland. We stellen vast dat voor de activiteiten rond merkopbouw (publiciteit) en de grootwarenhuisactie (vernieuwende januari-campagne activiteiten) de geplande budgetten overschat zijn geweest. Hier wordt voor 2008 ook rekening mee gehouden, in de zin dat de niet bestede saldi niet volledig worden doorgeschoven naar die specifieke acties. Anderzijds zijn de geplande bestedingen rond de audit van de gehele organisatie, cultuur ... uitgesteld naar 2008, en dus toegevoegd aan de oorspronkelijke budgetten voor 2008. We leggen voor 2008 budgettair gezien vooral het accent op de noodzakelijke structuuraanpassingen in het Zuiden, of m.a.w. de uitvoering van de aanbevelingen van de organisationele audits van de landkantoren. De huidige stand van zaken van het investeringsfonds wordt geïllustreerd in onderstaande tabel (bedragen in euro): Bestemming Grootwarenhuizen Fondsenwerving/merk Nieuwe projecten met de distributiesector Cultuur Organisationele Audit Competentie-ontwikkeling Zuid-studies Structuuraanpassingen in het Zuiden Totaal2

Besteed in 2006 31.146 10.000 — 25.000 — — — — 66.146

Begroot in 2007 42.000 257.000 100.000 25.000 45.000 30.000 127.500 37.500 664.000

Besteed in 2007 18.856 133.948 19.287 0 14.392 2.047 94.785 16.520 299.835

Het in 2007 bestede bedrag van 299.835 euro zal na goedkeuring door de Algemene Vergadering worden onttrokken aan de reserves. Bijgevolg wordt het te bestemmen resultaat 2007 375.767 euro (= 75.932 euro + 299.835 euro).

1 Een negatief begroot resultaat omdat er gepland was 664.000 euro voor 2007 terug te nemen uit het investeringsfonds. 2 Verwacht saldo investeringsfonds ná 2008: ongeveer 735.000 euro.

58


Voorstel voor toewijzing van het te bestemmen resultaat 2007 Bij de opmaak van de begroting 2008, en het doorvoeren van door DGOS opgelegde snoeioperaties in de budgetten van het nieuwe 3-jaren-programma 2008-2010, stelden we vast dat het relatieve aandeel van de begroting voor de Zuid-programma’s (lichtjes) lager ligt dan in 2007. Dit kan niet de bedoeling zijn: omdat onze finaliteit in het Zuiden ligt en dit ook in de begroting moet weerspiegeld zijn, willen we nu al een extra budget voorzien dat specifiek bestemd is voor de uitbouw van onze programma’s in het Zuiden. Vandaar het voorstel om een fonds voor programma-opportuniteiten in het Zuiden aan te leggen. Vanuit het resultaat 2007 willen we 200.000 euro toewijzen aan dit fonds. Waar het investeringsfonds een tijdelijk fonds is, bestemd om nu de condities te creëren om de voor de organisatie noodzakelijke toekomstsprong mogelijk te maken, zal het fonds voor programmaopportuniteiten, in zoverre het resultaat dat jaarlijks toelaat, een permanent karakter krijgen, gestoeld op de volgende principes: 1. M.b.t. oorsprong: de jaarlijks overgedragen winst (indien van toepassing) zal zo mogelijk toegewezen worden aan dit fonds; jaarlijkse aanvulling tot een minimum van 100.000 euro. 2. M.b.t. bestemming: • Het gaat om ondersteuning van het programma in het Zuiden (dus niet om ondersteuning van beheer, of structurele kosten verbonden aan het veranderingsproces). • Het gaat om het benutten van kansen die een belangrijke bijdrage tot het programma kunnen leveren. Bijvoorbeeld door een interessant contact met een bedrijf of organisatie. • Het gaat om opportuniteiten, in die zin dat ze niet te plannen zijn en dus niet voorzien zijn in de jaarbegroting van het land of regio. • De kost van één opportuniteit mag niet meer bedragen dan de helft van het voor dat jaar beschikbare fonds. • De voorstellen voor programma-opportuniteiten moeten geargumenteerd worden door de VECOvertegenwoordiger of PMU, en zullen beslist worden door de directie. We stellen voor het saldo van 175.767 euro toe te voegen aan het overgedragen resultaat (toe te voegen aan resultaat 2006). In 2009 zien we al de volgende mogelijkheid voor toewijzing van dit resultaat: de organisationele audits van hoofdkantoor en landkantoren die op dit moment aan de gang zijn, zullen herstructureringen van de kantoren met zich meebrengen, ook op het vlak van personeel. Op basis van het vernieuwde personeelsbestand zal er een herberekening van het sociaal passief (fonds voor uitbetaling van het personeel (in hoofdkantoor en landkantoren) bij eventuele stopzetting of gedeeltelijke stopzetting van de activiteiten) gebeuren, zodat dit fonds beter aansluit bij de werkelijke situatie.

59


c. Toelichting resultaat 1) Hoofdkantoor Voor een analyse van het resultaat 2007 van het hoofdkantoor biedt de voorstellingswijze per kostenplaats (uitgaven per dienst of programma) en kostendrager (opbrengsten per bron) de interessantste informatie. KOSTEN ALGEMEEN BEHEER

REALISATIE Directie / RVB / AV / Beleidsorganen Personeelsdienst Financiële Dienst Communicatie Secretariaat

BUDGET

314.197 147.751 252.492 280.256 139.505

343.528 109.161 275.177 311.655 154.629

1.134.201

1.194.150

330.864 194.813

269.510 190.827

525.676

460.337

581.847 462.856 75.748 175.981

395.775 490.672 82.079 148.607

1.296.431

1.117.133

Landenondersteuning Content Development Unit Program Management Unit

96.285 317.219 228.715

70.000 385.134 262.704

Coöperanten

799.068

847.251

Benin Togo Senegal Tanzania Uganda Zimbabwe Congo

528.707 328.447 493.181 927.439 645.637 5.725 694.482

540.561 328.300 386.441 1.098.786 702.708 0 581.562

Vietnam Laos Indonesië

268.198 268.027 1.061.532

257.337 228.690 1.159.275

Costa Rica Ecuador Nicaragua Venezuela

383.612 651.683 643.049 4.868

370.966 625.277 640.741 0

8.345.872

8.485.734

89.075 61.502 487.881 —

— — 1.000.000 100.000

11.940.638

12.357.354

341.001

–222

TOTAAL ALGEMEEN BEHEER FONDSENWERVING & CAMPAGNE Fondsenwerving Campagne TOTAAL FONDSENWERING & CAMPAGNE NOORD-ACTIES Advocacy Lobby Mobilisatie Externe relaties Partner Programma Vlaanderen TOTAAL NOORD-ACTIES ZUID-ACTIES

LANDENPROGRAMMA'S ZUID AFRIKA

AZIE

LATIJNS AMERIKA

TOTAAL ZUID-ACTIES Voorzieningen/terugname voorzieningen Vastgestelde rechten Overlopende rekeningen Voorziening onvoorziene kosten TOTAAL COURANTE UITGAVEN COURANT RESULTAAT

60


OPBRENGSTEN GOUVERNEMENTELE OPBRENGSTEN EU

REALISATIE

Projectfinanciering

BUDGET

220.384

333.013

617.832 4.159.003 470.716 1.299.522 173.914 635.680

561.816 4.190.035 594.155 1.282.877 0 670.525

30.000 6.380 57.682

10.517 0 82.316

7.350 10.000 176.062 5.315 57.859

0 10.000 185.000 39.016 93.800

70.324

50.000

125.454

99.934

8.123.477

8.203.005

304.308 28.457 663.334 70.000

280.213

DGOS AP Educatie AP Partnerfinanciering AP Uitzenden personen BOF programma's in het Zuiden BOF Wereldvoedseldag Administratiekosten Andere federale overheden Vlaamse Gemeenschap ALT (Administratie Land- en Tuinbouw) Provincies Limburg Antwerpen Oost-Vlaanderen West-Vlaanderen Vlaams-Brabant GEMEENTEN EN STEDEN LOONSUBSIDIES (Maribel, Gesco, DAC) TOTAAL GOUVERNEMENTELE OPBRENGSTEN OPBRENGSTEN VAN NGO's, STICHTINGEN EN BEDRIJVEN NGO's 11.11.11 andere binnenlandse buitenlandse STICHTINGEN BEDRIJVEN TOTAAL OPBRENGSTEN VAN NGO'S, STICHTINGEN EN BEDRIJVEN

1.228.364

25.000

35.000

1.091.099

1.543.577

853.315 100.507 53.099 795.466

850.000 60.000 0 725.550

1.802.387

1.635.550

180.300 74.077

75.000 —

254.377

75.000

1.010.299 0

1.000.000 –100.000

12.281.639

12.357.132

PARTICULIERE OPBRENGSTEN GIFTEN Direct Mailing Loop naar Afrika LEGATEN CAMPAGNE TOTAAL PARTICULIERE OPBRENGSTEN DIVERSE OPBRENGSTEN Financiële opbrengsten Recuperatie werkingskosten TOTAAL DIVERSE OPBRENGSTEN Overlopende rekeningen Voorziening tegenvallende opbrengsten TOTAAL

61


UITGAVEN BETAALD VANUIT INVESTERINGSFONDS OCA Directie / RVB / AV / Beleidsorganen Competentie-ontwikkeling Personeelsdienst Merkopbouw Communicatie Extra acties voor fondsenwerving Fondsenwerving Grootwarenhuisactie Campagne Cultuur Youkali Externe relaties Innovatieproject Partnerprogramma Vlaanderen Zuid-Studies Programme Management Unit Structuuraanpassingen Togo-Benin Landenprogramma's Zuid Benin Nicaragua TOTAAL INVESTERINGSUITGAVEN Terug te nemen uit investeringsfonds:

REALISATIE 14.392 2.047 66.774 67.174 18.856 0 19.287 94.785

BUDGET 45.000 30.000 100.000 157.000 42.000 25.000 100.000 127.500

16.520 0

30.000 7.500

299.835

664.000

12.240.473

13.021.354

41.167

–664.222

299.835

ALGEMEEN TOTAAL UITGAVEN RESULTAAT

 Analyse per kostenplaats

10%

5% 11%

74%

Algemeen beheer Fondsenwerving Noord-acties Zuid-acties

Algemeen beheer Fondsenwerving Noord-acties Zuid-acties

2007 1.134.201 525.676 1.296.431 8.345.872 11.302.181

10% 5% 11% 74%

2006 1.062.481 432.456 1.185.775 8.202.934 10.883.646

10% 4% 11% 75%

Algemeen Beheer Onder kosten voor algemeen beheer verstaan we de werkings- en personeelskosten van de ondersteunende diensten van het hoofdkantoor, alsook van de bestuursorganen van de organisatie. (14 VTE werkten in 2007 voor Algemeen Beheer.) Vredeseilanden streeft ernaar om dit in verhouding tot de totale kosten van de organisatie op maximum 10% te houden (was ook al zo in 2006). Fondsenwerving Dit zijn de kosten voor de publiekscampagne in januari en de andere fondsenwervende acties doorheen het jaar. Voor 2007 is het aandeel van de kosten voor fondsenwerving gestegen tot 5% (4% in 2006): deze stijging is verbonden aan de uitvoering van het fondsenwervingsplan en de extra investeringen die in 2007 werden gedaan voor het bereiken van nieuwe doelgroepen (zal zich voortzetten in 2008 en 2009). (5 VTE werkten in 2007 voor Fondsenwerving.)

62


Noord-acties De Noord-acties omvatten de uitgaven verbonden aan activiteiten rond beleidsbeïnvloeding, mobilisatie, alliantievorming en partnerwerking in Vlaanderen. Deze uitgaven stegen licht t.o.v. 2006, een stijging die vooral is toe te wijzen aan het lobbywerk (met extra fondsen vanuit het overlevingsfonds en EU voor het opnemen van de trekkersrol in het organiseren van Ronde Tafels rond het Belgisch en Europees landbouwbeleid. Zie ook blz. 44). (12 VTE werkten in 2007 voor Noord-acties.) Zuid-acties De Zuid-werking van Vredeseilanden omvat op het hoofdkantoor de programma-ondersteuning voor het Zuiden door de financiële dienst (externe audits en ondersteuningsmissies), door de Programme Management Unit en door de Content Development Unit. (6 VTE werkten in 2007 voor deze Zuiddiensten.) Daarnaast zijn er uiteraard de doorstortingen naar de landen: • in Latijns-Amerika: Ecuador, Regio Midden-Amerika; • in Afrika: Senegal, Togo, Benin, Oeganda, Tanzania, D.R. Congo; • in Azië: Laos, Vietnam en Indonesië. We gaan verder in op de uitgaven in de landen in paragraaf 2.

 Analyse per financieringsbron1 2% 16%

Gouvernementele opbrengsten

10%

NGO’s, stichtingen en bedrijven

72%

Particuliere opbrengsten Financiële opbrengsten

gouvernementele opbrengsten ngo's, stichtingen en bedrijven particuliere opbrengsten financiële opbrengsten

2007 8.123.477 1.091.099 1.802.387 180.300 11.197.263

72% 10% 16% 2%

2006 7.705.533 1.368.539 1.912.693 117.868 11.104.633

70% 12% 17% 1%

Gouvernementele opbrengsten De gouvernementele opbrengsten zijn gestegen t.o.v. 2006, zowel nominaal als relatief. De grootste stijging vind je in de Belgisch Overlevingsfonds Subsidies (zowel voor het Zuiden als voor het eerder genoemde lobbywerk), naast een normale (index)stijging van de programmafinancieringssubsidie van DGOS. Anderzijds valt er in 2007 een aanzienlijk subsidiebedrag weg van de Provincie Antwerpen (185.000 euro). Nochtans streeft Vredeseilanden naar minder subsidieafhankelijkheid (minder dan 70% in 2010) en méér diversificatie van de financieringsbronnen. In 2007 zijn we daar nog niet echt in geslaagd.

1 Een lijst van donoren vindt u in bijlagen b (alle donoren) en c (gedetailleerde lijst Belgische gemeenten)

63


Opbrengsten van ngo’s, stichtingen en bedrijven Deze rubriek omvat zowel de opbrengsten van andere Belgische organisaties (zoals 11.11.11), enkele Belgische stichtingen, en voornamelijk buitenlandse organisaties zoals Cordaid, ICCO, Misereor ... Tot nu toe ontvangen we in de categorie ‘bedrijven’ enkel een financieringsbijdrage van Colruyt voor een specifiek project. Het aandeel van deze groep van opbrengsten is gedaald t.o.v. 2006, enerzijds omdat een aantal verwachte opbrengsten (ongeveer 250.000 euro) nog niet binnen waren op 31/12 (en dus in de rubriek ‘overlopende rekeningen’ terug te vinden zijn), maar anderzijds signaleert deze daling toch dat er nood is aan verdere intensifiëring van de zoektocht naar cofinancieringsbijdragen en alternatieve financieringsbronnen. Particuliere opbrengsten Zowel campagne-opbrengsten, opbrengsten uit de “Loop naar Afrika” als opbrengsten uit direct mailing acties lagen in 2007 aanzienlijk hoger dan in 2006 (samen zo’n 16% hoger). Het totaal van deze rubriek is lager omdat we in 2006 onvoorziene legatenopbrengsten van 400.000 euro hebben ontvangen, terwijl dit in 2007 maar zo’n 50.000 euro was. Hieronder een overzicht van de particuliere opbrengsten over de laatste 4 jaar. 3.000.000 2.500.000 2.000.000 1.500.000 1.000.000

Direct mailing Campagne

500.000

Loop naar Afrika Legaten

0 2004

2004 2005 2006 2007

direct mailing 809.282 1.078.664 765.529 853.315

2005

2006 campagne 534.862 694.854 636.336 795.466

2007 Loop naar Afrika 57.969 53.723 108.650 100.507

legaten 0 2.657.355 402.178 53.099

Financiële opbrengsten De financiële opbrengsten vloeien voort uit korte-termijnbeleggingen (van 1 tot 3 maand) van de liquide middelen. Deze lagen in 2007 hoger dan in 2006.

64


2) Landen De verdeling van de doorstortingen van het hoofdkantoor over de verschillende landenprogramma’s wordt geïllustreerd in de onderstaande grafiek. 1.200.000 1.000.000 800.000 600.000 400.000 200.000

2007 2006

Be

ni n To Se go ne Ta gal nz an Ug ia Zi and m a ba bw Co e n Vi go et na m L In ao do s n Co esi st ë a R Ec ica ua Ni do ca r ra gu a

0

De opvallende stijging van de omzet van het Tanzania-programma heeft te maken met de opstart van een nieuw BOF-programma in 2007, in het Simanjiro en Same district. Het Zimbabwe-programmawerd in 2007 definitief afgesloten en voor de andere landen was de omzet in 2007 vergelijkbaar met 2006.  Analyse van de kosten Kijken we naar de kostensoorten (cf. geïntegreerde resultatenrekening), dan onderscheiden we dezelfde rubrieken als bij het hoofdkantoor, al ligt de interpretatie ietwat anders: Diensten en diverse goederen (61) Omvatten de werkingsmiddelen van de landkantoren (gemiddeld 30% van de uitgaven). Het aandeel van kosten voor vormings- en vergadersessies met partnerorganisaties, of m.a.w. het uitvoeren van de partnerondersteunende en faciliterende rol van de landkantoren, is hier erg groot. Bezoldigingen, sociale lasten en pensioenen (62) Omvatten de personeelskosten van het lokale personeel (gemiddeld 21% van de uitgaven). Het gaat hier in 2007 om zo’n 130 lokale medewerkers: • programme officers, verantwoordelijk voor een specifiek thema (werken 100% programma-ondersteunend); • VECO-vertegenwoordiger (werkt zo’n 80% programma-ondersteunend; 20% coördinerend); • ondersteunende staf. (Zie ook sociaal luik van dit jaarverslag.) Afschrijvingen (63) Omvatten de investeringen van de landkantoren (aankoop van materiaal, voertuigen ...; worden onmiddellijk 100% afgeschreven). Andere bedrijfskosten (64) Dit zijn de transfers van de landkantoren naar de partnerorganisaties. Gemiddeld 10% van de totale uitgaven van het landkantoor gaan naar coördinatie en administratie van het landkantoor zelf.

65


2. DE BALANS PER 31/12/2007 d. Geïntegreerde balans ACTIVA

VASTE ACTIVA I Oprichtingskosten II Immateriële vaste activa III Materiële vaste activa A. Terreinen en gebouwen 1. In volle eigendom 2. Andere B. Installaties, machines en uitrusting 1. In volle eigendom 2. Andere C. Meubilair en rollend materieel 1. In volle eigendom 2. Andere D. Leasing en soortgelijke rechten E. Overige materiële vaste activa 1. In volle eigendom 2. Andere F. Activa in aanbouw en vooruitbetalingen IV Financiële vaste activa A. Verbonden ondernemingen 1. Deelnemingen 2. Vorderingen B. Ondernemingen waarmee een deelnemingsverhouding bestaat 1. Deelnemingen 2. Vorderingen C. Andere financiële vaste activa 1. Aandelen 2. Vorderingen en borgtochten in contanten

66

Codes 20/28 20 21 22/27 22 22/91 22/92 23 231 232 24 241 242 25 26 261 262 27 28 280/1 280 281 282/3 282 283 284/8 284 285/8

GEINTEGREERD TOTAAL 2007 Euro 486.437,55

HOOFDKANTOOR

437.520,28 408.200,03 408.200,03

437.520,28 408.200,03 408.200,03

28.396,36 28.396,36

28.396,36 28.396,36

923,89 923,89

923,89 923,89

48.917,27

47.372,96

48.917,27 43.032,61 5.884,66

47.372,96 43.032,61 4.340,35

2007 Euro 484.893,24

VLOTTENDE ACTIVA V Vorderingen op meer dan één jaar A. Handelsvorderingen B. Overige vorderingen waarvan geen of abnormale lage interesten VI Voorraden en bestellingen in uitvoering A. Voorraden 1. Grond- en hulpstoffen 2. Goederen in bewerking 3. Gereed product 4. Handelsgoederen 5. Onroerende goederen bestemd voor verkoop 6. Vooruitbetalingen B. Bestellingen in uitvoering VII Vorderingen op ten hoogste dan één jaar A. Handelsvorderingen B. Overige vorderingen waarvan geen of abnormale lage interesten VIII Geldbeleggingen IX Liquide Middelen X Overlopende rekeningen

29/58 29 290 291 2915 30 30/36 30/31 32 33 34 35 36 37 40/41 40 41

8.377.767,01 6.705.133,52 334,23

50/53 54/58 490/1

96.233,67 87.305,03 7.541.919,66 6.003.677,18 520.296,19 472.230,31

TOTAAL DER ACTIVA

20/58

8.864.204,56 7.190.026,76

334,23 141.921,00 141.921,00

141.921,00 141.921,00

141.921,00

141.921,00

77.062,26 77.062,26


BENIN

TOGO

SENEGAL

TANZANIA

UGANDA

ECUADOR

NICARAGUA

COSTA RICA

LAOS

VIETNAM

INDONESIE

2007 Euro 0,00

2007 Euro 0,00

2007 Euro 1.544,31

2007 Euro 0,00

2007 Euro 0,00

2007 Euro 0,00

2007 Euro 0,00

2007 Euro 0,00

2007 Euro 0,00

2007 Euro 0,00

2007 Euro 0,00

0,00

0,00

1.544,31

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

1.544,31

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

1.544,31

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

163.537,97 0,00

106.753,43 0,00

131.557,45 286,90

468.901,91 0,00

278.983,40 47,33

89.923,80 0,00

86.518,08 0,00

52.123,38 0,00

38.072,27 0,00

65.744,73 0,00

214.634,32 0,00

0,00

0,00

286,90

0,00

47,33

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

3.259,69

12.758,24

13.070,78

11.431,76

28.044,71

9.246,74

1.359,64

2.653,22

15.214,11

4.140,63

0,00

3.259,69

12.758,24

13.070,78

11.431,76

28.044,71

9.246,74

1.359,64

2.653,22

15.214,11

4.140,63

0,00 163.537,97 0,00

0,00 103.493,74 0,00

0,00 118.512,31 0,00

0,00 455.831,13 0,00

0,00 245.338,30 22.166,01

621,10 61.258,00 0,00

0,00 77.271,33 0,00

8.307,55 42.456,20 0,00

0,00 35.419,04 0,00

0,00 45.830,12 4.700,50

0,00 189.294,32 21.199,37

163.537,97

106.753,43

133.101,76

468.901,91

278.983,40

89.923,81

86.518,08

52.123,38

38.072,27

65.744,73

214.634,32

67


PASSIVA

68

GEINTEGREERD TOTAAL 2007 Euro 5.385.710 1.472.888 1.472.888

HOOFDKANTOOR 2007 Euro 5.320.326 1.472.888 1.472.888

EIGEN VERMOGEN I Fondsen van de vereniging A. Beginvermogen B. Permanente financiering III Herwaarderingsmeerwaarden IV Bestemde fondsen V Overgedragen winst (+) Overgedragen verlies (–) VI Kapitaalsubsidies

Codes 10/15 10 100 101 12 13 140 141 15

VOORZIENINGEN VII A. Voorzieningen voor risico's en kosten 1. Pensioenen en soortgelijke verplichtingen 2. Belastingen 3. Grote herstellings- en onderhoudswerken 4. Overige risico's en kosten B. Voorzieningen voor schenkingen en legaten met terugnemingsrecht

16 160/5 160 161 162 163/5 168

SCHULDEN VIII Schulden op meer dan één jaar A. Financiële schulden 1. Achtergestelde leningen 2. Niet achtergestelde obligatieleningen 3. Leasingschulden en soortgelijke schulden 4. Kredietinstellingen 5. Overige leningen B. Handelsschulden 1. Leveranciers 2. Te betalen wissels C. Ontvangen vooruitbetalingen op bestellingen D. Overige schulden 1. Met Interesten 2. Geen of abnormaal lage interesten 3. Garanties ontvangen in cash IX Schulden op ten hoogste één jaar A. Schulden op meer dan één jaar binnen het jaar vervallend B. Financiële schulden 1. Kredietinstellingen 2. Overige leningen C. Handelsschulden 1. Leveranciers 2. Te betalen wissels D. Ontvangen vooruitbetalingen op bestellingen E. Schulden m.b.t. belastingen, bezoldigingen en sociale lasten 1. Belastingen 2. Bezoldigingen en sociale lasten F. Overige schulden 1. Obligaties en vervallen coupons 2. Intrest-dragend 3. Met geen of zeer lage intrest X Overlopende rekeningen

17/49 17 170/4 170 171 172 173 174 175 1750 1751 176 179 1790 1791 1792 42/48 42 43 430/8 439 44 440/4 441 46 45 450/3 454/9 48 480/8 4890 4891 492/3

7.248 1.814.266

580.412

TOTAAL DER PASSIVA

10/49

8.864.205

7.190.028

3.072.246 967.512 –126.937

3.013.912 833.527

924.273 493.273 80.692

841.771 410.770 0

37.139 375.442 431.000

37.139 373.631 431.000

2.554.222

1.027.931

739.956

447.519

393.916 393.916

201.413 201.413

338.792 59.261 279.530 7.248

246.106 246.106


BENIN

TOGO

2007 Euro

SENEGAL

TANZANIA

UGANDA

ECUADOR

NICARAGUA

0 0 0

2007 Euro 8.375 0 0

2007 Euro

COSTA RICA

LAOS

2007 Euro 25.161 0 0

2007 Euro 18.591 0 0

2007 Euro

0 0 0

2007 Euro 1.407 0 0

2007 Euro –43.692 0 0

2007 Euro 24.620 0 0

0 0 0

8.329 0 –6.922

0 17.234 –60.927

21.145 3.475 0

0 0 0

13.613 2.446 –7.684

1.435 23.726 0

0 0 0

0 0 0

0 0 0

0 0 0

0 0 0

12.837 12.837 12.837

0 0 0

VIETNAM

INDONESIE

0 0 0

2007 Euro 3.642 0 0

2007 Euro 27.564 0 0

13.813 4.778 0

0 0 0

0 4.319 –677

0 78.290 –50.727

0 0 0

0 0 0

22.893 22.893 22.893

46.773 46.773 44.962

1.811

163.538

105.347

176.794

444.282

278.983

68.711

61.357

33.532

38.072

39.210

140.298

3.023

18.345

59.103

29.021

85.429

5.774

47.415

33.532

28.318

6.311

0

0 0

16.609 16.609

1.232 1.232

21.950 21.950

78.181 78.181

342 342

43.820 43.820

32.869 32.869

21.336 21.336

0 0

0 0

3.023 0 3.023 0

1.736 0 1.736 0

57.872 56.401 1.470 0

7.071 774 6.297 0

0 0 0 7.248

5.432 480 4.952 0

3.595 0 3.595 0

663 0 663 0

6.982 0 6.982 0

6.311 1.606 4.705 0

0 0 0 0

0 160.515

0 87.002

0 117.691

0 415.261

7.248 193.554

0 62.938

0 13.942

0 0

0 9.754

0 32.899

0 140.298

163.538

106.753

133.102

468.902

278.983

89.924

86.518

52.123

38.072

65.745

214.634

69


e. Toelichting Balans 1) Hoofdkantoor a. VASTE

ACTIVA

Materiële vaste activa • Onder de post ‘terreinen en gebouwen’ staat de boekwaarde van het kantoor in de Blijde Inkomststraat. Dit gebouw wordt afgeschreven op 33 jaar. De voor 2007 geplande investeringen aan de achtergevel van het gebouw (hiervoor was een voorziening aangelegd), zijn uitgesteld. De voorziening werd wel aangesproken voor schilderwerken op de benedenverdieping en in de onthaalruimte. • Er werd alleen geïnvesteerd in computermateriaal voor een bedrag van 12.255 euro en in klein meubilair voor een bedrag van 426 euro. In bijlage d vindt u meer informatie over de investeringen in 2007 (investeringstabel 2007). Financiële vaste activa • Het financieel vast actief bestaat uit aandelen van Alterfin; het werd verhoogd door de aankoop van nieuwe aandelen met het opgespaarde dividend, ter waarde van 500 euro. Onder de vorderingen en borgtochten in contanten vinden we de huurwaarborg voor het magazijn in Heverlee. Besluit: De vaste activa van het hoofdkantoor dalen jaarlijks door afschrijving van gebouwen en computermateriaal. Een verdere uitvoering van het investeringsplan voor onderhoud en herstellingen aan het gebouw is gepland. b. VLOTTENDE

ACTIVA

Voorraden • De voorraad campagnemateriaal daalde licht in vergelijking met dezelfde momentopname vorig jaar. Geldbeleggingen en liquide middelen • Op het einde van het boekjaar stond er 6.090.982 euro op de termijn- en zichtrekeningen van het hoofdkantoor, te vergelijken met 6.203.436 euro op hetzelfde moment vorig jaar (–1,8%). Op 31/12/2007 stonden de liquide middelen bij de volgende financiële instellingen: Financiële instellingen en kas Triodos KBC Bank van De Post Giftenrekeningen bij andere banken Kas Obligaties & kasbons legaat TOTAAL

Bedragen in euro 5.193.204 719.752 53.597 34.861 2.263 87.305 6.090.982

Het liquiditeitsverloop doorheen het jaar toont aan dat dit bedrag nodig is om de operationele uitgaven (ongeveer 1 miljoen euro per maand) van de eerste maanden van het jaar te bekostigen: dit is in de maanden januari tot april/mei voor een groot deel voorfinanciering van overheidssubsidies, omdat we die pas in april of nog later (in 2008 waarschijnlijk pas eind juni) ontvangen. Op die manier hoeft Vredeseilanden geen overbruggingskredieten aan te gaan.

70


In de loop van 2007 stelden we vast dat er steeds meer dan voldoende liquiditeit was. In 2008 (ná uitzonderlijk late ontvangst overheidssubsidie) zullen we evalueren of we ook de komende jaren deze liquiditeitsvoorziening moeten aanhouden. Overlopende rekeningen • Onder de overlopende rekeningen vinden we o.a. subsidies die betrekking hadden op 2007 maar die we pas zullen ontvangen in 2008. Dit zijn voorfinancieringen waaraan soms ook risico’s verbonden zijn. De meeste van deze subsidies hebben we ondertussen al ontvangen in 2008. De belangrijkste zijn: Omschrijving Cordaid (Indonesië en Tanzania) DGOS programmafinanciering 2008 (Senegal) DGOS voedselhulp (Congo) Provincie West-Vlaanderen (Benin, Togo) PPLM (Togo) NOVIB (Indonesië)

Bedrag 191.632 92.000 100.000 24.696 22.295 9.994

Al ontvangen in 2008 Ja, voor Tanzania (125.000 euro) Neen Ja Neen Neen Ja

Besluit: Het vlottend actief van het hoofdkantoor steeg met ongeveer 136.000 euro of 2% t.o.v. 2006: • daling van de liquide middelen; • stijging van de overlopende rekeningen (voorfinancieringen).

c. EIGEN

VERMOGEN

Fondsen van de vereniging • De fondsen van de vereniging (het kapitaal) zijn ongewijzigd in vergelijking met 2006. Bestemde fondsen • Sociaal fonds: Dit fonds werd aangelegd voor uitbetaling van het personeel (in hoofdkantoor en landkantoren) bij eventuele stopzetting of gedeeltelijke stopzetting van de activiteiten. Het sociaal fonds is niet gewijzigd in vergelijking met 2006 (1.174.998 euro). • Investeringsfonds: In juni 2006 werd dit fonds aangelegd voor specifieke uitgaven nodig om een toekomstsprong te maken en zo de randvoorwaarden te scheppen voor de realisatie van ons toekomstplan 2008-2013, met als specifieke kenmerken: – het wordt uitgegeven in 2006/2007/2008/2009 om een substantiële sprong te maken; – zowel voor Zuid als Noord; – vooral voor niet- (of nog niet) subsidieerbare activiteiten; – in een goede verdeelsleutel tussen innovaties (die niet subsidieerbaar zijn), investeringen in fondsenwerving/merk (als garantie voor de continuïteit), randvoorwaarden nodig voor ons toekomstplan (structuuraanpassingen, competentiesprong, investeringen in allianties ...); – het voorstel tot besteding of terugname wordt bekrachtigd op de Algemene Vergadering. De daling van het investeringsfonds in 2007 t.o.v. 2006 is het bedrag dat na goedkeuring door de Algemene Vergadering (juni 2007) aan dit fonds werd onttrokken op basis van de uitgaven 2006 (ongeveer 62.000 euro). In 2007 werden voor een bedrag van ongeveer 300.000 euro uitgaven gedaan verbonden aan de specifieke bestemming van dit fonds: in juni 2008 stellen we voor aan de Algemene Vergadering om dit bedrag aan het investeringsfonds te onttrekken. In het hoofdstuk over de resultatenrekening wordt een gedetailleerd overzicht gegeven van de uitgaven 2007 op het investeringsfonds.

71


Overgedragen resultaat • Aan het overgedragen resultaat voor het hoofdkantoor van 2006 (792.360 euro) wordt het resultaat van het boekjaar 2007 toegevoegd (41.167 euro). In het hoofdstuk over de resultatenrekening wordt een voorstel tot resultaatstoewijzing geformuleerd, dat zal worden voorgelegd aan de Algemene Vergadering in juni 2008. Besluit: Het eigen vermogen van Vredeseilanden hoofdkantoor stijgt met 41.167 euro (0,8%), het bedrag van het positieve resultaat 2007. De evolutie van het eigen vermogen van Vredeseilanden over de laatste jaren wordt geïllustreerd in de volgende grafiek. 6.000.000 5.000.000 4.000.000 3.000.000 2.000.000 1.000.000 eigen vermogen

0 2003

2004

2005

2006

2007

De stijging in 2005 is te verklaren door de ontvangst van een uitzonderlijk legaat. Daarna kent het eigen vermogen opnieuw een normale stijging, parallel met de omzetstijging. d. VOORZIENINGEN Grote herstellings- en onderhoudswerken • De voorziening voor werken aan de achtergevel (20.000 euro) en schilderswerken (na terugname nog 17.139 euro) blijft aangehouden voor 2008. Voorziening voor overige risico's en kosten • Wij leggen op het hoofdkantoor voorzieningen aan voor mogelijke financiële risico's, ook als ze betrekking hebben op de landkantoren. In vergelijking met 2006 namen deze voorzieningen toe met ongeveer 230.000 euro. Deze extra voorzieningen vloeiden voornamelijk voort uit het voorbehoud dat werd gemaakt door de externe auditor E&Y in de auditverslagen van Senegal en Benin (zie paragraaf over de landen). Voorzieningen voor subsidies met terugnemingen • Hier vinden we voorzieningen voor vastgestelde rechten en voor eventuele terugbetalingen aan subsidiegevers. Deze laatste worden effectief terugbetaald als er bij afrekening een saldo wordt vastgesteld; in het eerste geval worden ze aangehouden tot de finale controle door de subsidiegever achter de rug is: – voor EU-projecten: 101.000 euro; – voor DGOS programmafinanciering: 260.000 euro.

72


Besluit: De voorzieningen van het hoofdkantoor stijgen met 12% t.o.v. 2006 (d.w.z. met een bedrag van 89.075 euro), vooral toe te schrijven aan de verhoging van de voorzieningen voor risico’s en kosten (de andere voorzieningen dalen). e. Schulden Schulden op ten hoogste één jaar • De schulden op ten hoogste één jaar omvatten de openstaande facturen van leveranciers. Het bedrag van 201.413 euro is vergelijkbaar met het openstaande bedrag vorig jaar. Het hoofdkantoor had op 31/12/2007 ook nog openstaande schulden aan de landkantoren, maar deze worden in de geïntegreerde balans geannuleerd door de vorderingen van de landkantoren op het hoofdkantoor. • Onder de schulden m.b.t. bezoldigingen en sociale lasten vinden we het vakantiegeld verschuldigd in 2008 en nog openstaande schulden RSZ (het gaat om facturen die eind decem-ber werden ontvangen). Overlopende rekeningen • De overlopende rekeningen van het passief omvatten de subsidies die we reeds ontvingen maar nog moeten uitgeven (= overdracht naar het volgende jaar). Ook vinden we "nog te ontvangen facturen" onder deze overlopende rekeningen. Voor het hoofdkantoor zijn dit de kosten voor de externe audits in de landen en de audit van het hoofdkantoor voor boekjaar 2007 (= 93.541,13 euro). In volgende tabel vindt u een detailoverzicht van de overlopende rekeningen in 2007. Overlopende rekening van het passief in 2007 Benin Maniok BOF fase 3 Congo PIA BOF fase 3 Tanzania Chunya BOF fase 4 Tanzania SEEP BOF fase 1 Oeganda Food Sec BOF fase 4 Oeganda Cordaid Oeganda ICCO Ecuador Talitha Koum Ecuador Provincie Limburg Vietnam Misereor Vietnam Cordaid Indonesia Fonds Totaal

Bedragen in euro 12.572,39 28.770,36 64.784,04 64.744,98 90.140,00 48.535,00 80.000,00 40.000,00 7.350,00 12.214,00 15.200,00 22.550,00 486.870,77

Besluit: In 2007 stegen de schulden van het hoofdkantoor met 2% t.o.v. 2006. De overlopende rekening van het passief voor het hoofdkantoor daalde verder (nog eens 7%, vorig jaar al 30%), wat erop wijst dat de ontvangen gelden sneller worden doorgestuurd naar onze landkantoren.

73


2) Landen a. VASTE ACTIVA Onze landkantoren hebben geen terreinen of gebouwen in eigendom (de kantoren worden gehuurd). Ook uitrustingsmateriaal, meubilair of rollend materiaal hebben de landkantoren niet in eigendom: de activa die worden aangekocht met subsidies, worden na afloop van het programma ter beschikking gesteld van de partnerorganisaties. Voor VECO-Senegal kan je wel een huurwaarborg terugvinden op de balans (financiële vaste activa). b. VLOTTENDE ACTIVA Vorderingen op ten hoogste één jaar • Voor de landkantoren gaat het hier voornamelijk om vorderingen op het hoofdkantoor (terugbetalingen die ze nog te goed hebben, voor een totaalbedrag van 38.080 euro) of voorschotten gegeven aan personeelsleden die het terrein op gaan en die nog niet werden vereffend op 31/12. Liquide middelen • Op 31/12/2007 hebben de landkantoren in totaal 1.538.242 euro op hun lokale bankrekeningen: dit is logisch, want hoewel het hoofdkantoor ten laatste op 31/12 de gelden van de programmafinanciering naar de landkantoren doorstuurt, hebben ze lokaal nog tijd tot 31/3 van het volgende jaar om die gelden te besteden. Bovendien zien we dat vooral de landen waar ook Belgisch Overlevingsfonds projecten lopen (Oeganda, Tanzania, Benin) relatief hoge banksaldi hebben op 31/12, omdat de besteding van de projectfases niet samenvalt met het kalenderjaar, maar eerder loopt van juni/juli tot mei/juni. Overlopende rekeningen van het actief • De overlopende rekeningen van het actief omvatten voor Oeganda, Vietnam en Indonesië vooruitbetaalde huurgelden (voor kantoor) en verzekeringen. c. EIGEN VERMOGEN De landkantoren hebben weinig of geen eigen vermogen: de kleine bedragen die terug te vinden zijn op ‘bestemde fondsen’ (of reserves) en/of ‘overgedragen winst’ betreffen diverse lokale opbrengsten (geen subsidies), gecumuleerd vanuit het verleden. De negatieve bedragen (overgedragen verlies) betreffen vooral de uitzonderlijke corrigerende operaties die sommige landkantoren in 2006 hebben geboekt (dus overgedragen verlies van 2006). d. VOORZIENINGEN In Ecuador, Vietnam en Indonesië worden voorzieningen aangelegd voor pensioenen en soortgelijke verplichtingen, om te voldoen aan de eisen van de lokale arbeidswetgeving. De externe auditor E&Y maakte in de auditverslagen van VECO-Senegal en VECO-Benin een voorbehoud omwille van een risico op terugvordering van in het verleden foutief berekende loonbelastingen: hiervoor werden extra voorzieningen aangelegd op het hoofdkantoor. Het is een prioriteit van de organisatie om deze risico’s te regulariseren in 2008.

74


e. SCHULDEN De landkantoren hebben voornamelijk leveranciersschulden (voor landen als Oeganda en Costa Rica is dit bedrag relatief hoog omdat hieronder ook de tegoeden aan de partnerorganisaties werden geboekt), een belastingschuld voor VECO-Senegal, en sociale zekerheidsverplichtingen die betrekking hebben op 2007.

f. OVERLOPENDE

REKENINGEN VAN HET PASSIEF

Hier vinden we de subsidies terug die op 31/12/2007 nog niet werden uitgegeven en dus worden doorgeschoven naar 2008. Voor de landen met BOF-projecten (Tanzania, Oeganda, Benin) zijn deze bedragen hoger.

75


Bijlage a: VERSLAG VAN DE COMMISSARIS

76


77


Bijlage b: LIJST ALLE DONOREN* Donor 11.11.11 AGRITERRA ALT BTC COLRUYT CORDAID CPE DGOS BOF DGOS EDUCATIE DGOS PARTNERFINANCIERING DGOS UITZENDEN PERSONEN DKA EU PROJECTFINANCIERING FEDERALE DIENST DO GEMEENTEN EN STEDEN GILLES STICHTING HIVOS ICCO ILEA LOONSUBSIDIES MISEREOR NOVIB PASSAGE NEDERLAND PAIN POUR LE MONDE/BRUT PROVINCIE ANTWERPEN PROVINCIE LIMBURG PROVINCIE OOST-VLAANDEREN PROVINCIE VLAAMS-BRABANT PROVINCIE WEST-VLAANDEREN RAD TALITA KOUM VLAAMSE GEMEENSCHAP

Bedrag 2007 304.308 60.000 57.682 5.000 25.000 96.200 10.010 1.679.572 617.832 4.624.563 470.716 31.200 220.384 25.000 70.324 20.000 13.476 90.000 35.156 125.454 189.298 110.000 7.500 23.594 10.000 7.350 176.062 57.859 5.315 6.910 50.000 6.380

* Bovenstaande lijst bevat de werkelijk ontvangen bedragen op het hoofdkantoor voor het boekjaar 2007.

78


Bijlage c: LIJST BELGISCHE GEMEENTEN Gemeente Aalst De Pinte Destelbergen Destelbergen Diest Eeklo Eeklo Genk Grimbergen Halle Hasselt Herent Herentals Herenthout Holsbeek Ieper Lanaken Lovendegem Maasmechelen Maaseik Malle Mechelen Merchtem Mol Oostende Oud-Heverlee Rotselaar Schoten Schilde Tienen Tessenderlo Tessenderlo Waasmunster Wichelen Wommelgem Wijnegem Zemst Zuienkerke

2007* Bedrag 1.562 300 4.212 4.060 4.000 1.125 1.000 1.335 6.193 2.500 2.500 2.773 1.000 800 1.200 250 574 300 2.125 3.000 2.000,00 2.079,00 250,00 1.346,66 1.737,90 1.475,00 2.100,00 2.000,00 2.500,00 450,00 5.500,00 2.000,00 125,00 287,50 900,00 4.599,99 125,00 38,00

Project Benin Manioc — Congo (geiten) Congo (geiten) Congo (geiten) Tanzania (Tawlae) — — Benin Manioc Benin Manioc Tanzania (Chunya) — — — — — Congo (geiten) N Congo (geiten) Tanzania (Chunya) Benin Manioc — Congo (geiten) Benin Manioc Congo (geiten) — Congo (geiten) — — Congo (geiten) Congo (geiten) — — — — — —

* Dit zijn de werkelijk ontvangen bedragen tijdens het boekjaar 2007

79


Bijlage d: INVESTERINGSTABEL 2007 Omschrijving

Datum Nummer factuur factuur Computerapparatuur en software Scherm HP Pavillion plasma 25/01/07 AAN 113 1 pc 18/06/07 AAN 703 1 laptop YM Senegal 29/09/07 AAN 1197 1 laptop 11/10/07 AAN 1259 3 laptops 23/10/07 AAN 1330 Laserprinter 25/10/07 AAN 1331 5 pc's 17/12/07 AAN 1550 Camcorder Canon 19/06/07 AAN 760 TOTAAL Meubilair Draaizuil 12/07/07 AAN 867 TOTAAL

80

Leverancier

Start Einde Aankoopafschrijving afschrijving bedrag

EXELL DOLMEN

jan/07 jun/07

2009 2010

216,99 1.111,54

MEDIAMARKT DOLMEN DOLMEN DOLMEN DOLMEN

sep/07 okt/07 okt/07 okt/07 dec/07

2010 2010 2010 2010 2010

1.048,99 629,65 1.844,66 1.369,13 5.748,64

PIXMANIA

jun/07

2010

285,90 12.255,50

KAISER+KRAFT

jul/07

2011

425,92 425,92


Š Marc Goldchstein

Vredeseilanden vzw | Blijde Inkomststraat 50 | 3000 Leuven Tel. 016-31 65 80 | info@vredeseilanden | www.vredeseilanden.be


Vredeseilanden jaarverslag 2007