Page 1

mei 2017 nr 27-1


Inhoud

Bestuur V.O.V.Z, v.l.n.r. José Jonker, Annelies Frankfoorder, Wendy Weber, Anke van Gimst

inhoud

Oogcontact

Van de voorzitter Op naar de contactlens van de toekomst Oproep om problemen met oogmedicatie te melden Review Rotterdams Glaucoomsymposium Aandacht voor Glaucoom Puzzel Vernieuwend samenwerkings initiatief oogzorg Ontwikkeling virtuele geleidelijn Nationale hoornvliesdag Keratoconus: epidemiologie, behandeleffecten en economische evaluatie “BRMO stay or go” Kort nieuws Oogdruppelboekje voor kinderen 3D Braille lampen ZIEZO beurs Even voorstellen: bestuur

Vice voorzitter Secretaris Penningmeester

Mw. J. Jonker Oogziekenhuis Rotterdam Mw. W. Weber LangeLand Ziekenhuis Zoetermeer Mw. A. Frankfoorder VUmc Amsterdam Mw. A. van Gimst LangeLand Ziekenhuis Zoetermeer

Secretariaat

V.O.V.Z. Postbus 380, 2130 AJ Hoofddorp info@vovz.nl www.vovz.nl

Redactieraad “Oogcontact” Symposium commissie

Mw. W. Weber Mw. J. Jonker Mw. T. van der Linden Mw. J. Jonker Mw. A. Frankfoorder Mw. A. van Gimst Mw. A. Frankfoorder

Onderwijs Communicatie en PR

2

14 17 17 19 21 22 23

Van de redactie

Bestuur V.O.V.Z. Voorzitter

4 5 8 9 9 11 12 13 14

In deze Oogcontact stellen we het nieuwe bestuur voor. Een bestuur wat nu bestaat uit twee vertrouwde, bekwame leden en twee nieuwe gezichten. Samen vol ideeën en enthousiasme. Oogheelkunde, en de gezondheidszorg in het algemeen, is in beweging. Praktijkondersteuners, optometristen, diabetesscreening door verpleegkundigen, fundusfoto’s bij de opticien. Het aantal medewerkers in de oogzorg is toegenomen en breder geworden. De VOVZ wil een beroepsvereniging zijn voor álle (met name MBO) medewerkers in de oogzorg. Doktersassistenten, verpleegkundigen, TOA’s, OK-assistenten, geïnteresseerde opticiens, low vision medewerkers enz. Laat daarom deze Oogcontact eens aan je collega’s zien, deel de informatie, vertel over het bestaan van de VOVZ en misschien zien we dan veel nieuwe gezichten op ons volgende symposium. Want achter de schermen zijn we daar volop mee bezig. Noteer 3 november alvast in de agenda. We vertellen graag waar we de laatste maanden mee bezig zijn geweest en wat de toekomstplannen zijn. Verder een artikel over de contactlens van de toekomst, keratoconus en vernieuwend initiatief in Twente. Kort nieuws en voor de 2e maal een puzzel met een oogheelkundig tintje. Veel leesplezier.

V.O.V.Z. mei nr. 27-1

3


Van de voorzitter

Van de voorzitter… Dit is de eerste editie in 2017 van het informatieve blad “Oogcontact”. Graag wil ik mij eerst even voorstellen; mijn naam is José Jonker en ik ben vanaf 25 januari 2017 voorzitter van de VOVZ. Zoals u weet heeft op 25 januari jl. een bestuurswisseling plaats gevonden. Na vele jaren trouwe dienst hebben Tinie van der linden(voorzitter) en Marion Odekerken (penningmeester) afscheid genomen van de VOVZ. Tinie en Marion hartelijk dank voor jullie tomeloze inzet en enthousiasme. Heel veel geluk voor de toekomst! Afscheid is ook een nieuw begin, deze zijn aan elkaar verbonden. De taken van het nieuwe bestuur zijn als volgt verdeeld: José Jonker voorzitter Annelies Frankfoorder secretariaat Anke van Gimst penningmeester Wendy Weber vice voorzitter / redacteur Later in het blad zullen de bestuursleden zich persoonlijk voorstellen. In samenwerking met het Oogziekenhuis Rotterdam heeft op 14 maart 2017 een glaucoomreview plaatsgevonden. Deze werd druk bezocht en er was ruimte voor vragen en discussies. Later dit jaar zullen er meer bijeenkomsten worden georganiseerd met uiteenlopende onderwerpen. Het programma is op dit moment nog niet bekend, maar houdt onze website in de gaten! Voor de VOVZ leden worden deze bijeenkomsten kosteloos aangeboden. Ook dit jaar zijn wij tijdens het NOG actief geweest. Samen met Bon Tracé hebben wij één workshop ‘Waar blijft de tijd in de zorg!?’ en een presentatie bio artificiële cornea georganiseerd. Beiden werden goed bezocht. Op dit moment zijn wij druk in de weer met het organiseren van het symposium 2017. Het beloofd een mooi en afwisselend programma te worden. Zoals wij u al eerder informeerden zal deze vrijdag 3 november 2017 in Zwolle gaan plaatsvinden. Reserveert u alvast deze datum in uw agenda? Wij zijn nog steeds op zoek naar nieuwe bestuursleden. Heeft u tijd en zin in een uitdaging, meldt u zich aan bij info@vovz.nl, dan wij nemen contact met u op. Onze nieuwe redactrice Wendy Weber is erin geslaagd het blad te voorzien van informatieve , leerzame en leuke artikelen. Ik wens u veel leesplezier!

4

Hartelijke groet, José Jonker voorzitter

V.O.V.Z. december nr. 26-2

Op naar de contactlens van de toekomst Contactlenzen hebben sinds de jaren ’70 een enorme ontwikkelingen doorgemaakt. Steeds betere materialen en verandering in de vervangmodaliteit hebben in de loop der jaren hun weg gevonden naar de klanten. Marco van Beusekom schetst hieronder de toekomstige ontwikkelingen vanuit drie invalshoeken: de traditionele toepassingen, de biosensorische toepassingen en de therapeutische toepassingen. DOOR MARCO VAN BEUSEKOM (OPTOMETRIST)

De contactlens van de toekomst De contactlens zoals wij die vandaag de dag kennen, zal uiteraard ook in de toekomst zijn plaats blijven behouden: een contactlens voor het corrigeren van refractiefouten. Ook zal de contactlens voor de correctie van irreguliere corneas blijven bestaan. De recente ontwikkelingen hebben ervoor gezorgd dat specialisten contactlenzen anders en sneller zijn gaan toepassen 2. Als we kijken naar de zogenaamde traditionele toepassingen, is daar heel duidelijk de invloed en evolutie van de productietechniek in te herkennen. Vooral binnen de vormstabiele lenzen is dit goed te zien. Door de toepassing van submicron-technologie in het afgelopen decennium, heeft de orthokeratologie zich sterk kunnen ontwikkelen. Nieuwe technieken zoals het 2D-printen zijn volop in ontwikkeling. Dergelijke technieken zullen in de toekomst waarschijnlijk zorgen voor 3D-hoogte informatie van het voorste-oogsegment 3, waardoor er een geheel individuele vorm in de contactlens verwerkt zou kunnen worden. Personaliseren Een geheel andere ontwikkeling is het personaliseren van de contactlens. Dit zal verder gaan dan de driedimensionale vorm van het voorsegment, maar ook gelden voor de optische correctie van het oog. Dit alles zal resulteren in een gepersonaliseerde daglens, gemaakt van een nieuw te ontwikkelen (of reeds ontwikkeld) materiaal. Deze lenzen zullen worden gemaakt met een optische nauw-

keurigheid van wellicht een tiende dioptrie of kleiner, met asrichtingen per graad of per halve graad. Het materiaal waarvan deze lenzen zijn gemaakt bevat een microchip waardoor het materiaal zich kan aanpassen aan de verschillende kijkafstanden. Vergelijkbaar met de camera van een mobiele telefoon. Biosensorische lenzen De enorme ontwikkelingen in de microchipindustrie zullen een weerslag krijgen binnen ons vakgebied. De toepassing van (micro)sensoren in contactlenzen is een bijzonder interessante ontwikkeling voor onze beroepsgroep, maar zeer zeker ook voor de consument. Veel onderzoek wordt momenteel gestoken in de ontwikkeling van biosensorische lenzen.

V.O.V.Z. mei nr. 27-1

5


Hieronder verstaan we contactlenzen waar een sensor is ingebouwd. Deze sensor kan bepaalde waarnemingen doen en de informatie doorzenden naar een ontvanger. In de eerste lijn zal dit soort lenzen beschikbaar zijn voor specifieke doelgroepen zoals glaucoompatiënten en diabeten. Rond 2010 is de eerste contactlens van deze groep beschikbaar gekomen: Triggerfisch. De triggerfish-lens (SENSIMED, Sensimed AG) is ontwikkeld om 24 uur IOP te kunnen volgen. De lens meet niet de oogdruk in de vorm zoals dit nu standaard is, maar meet veranderingen ten opzichte van een nulwaarde. Er zijn inmiddels diverse studies verricht naar de toepassing van deze contactlens en ook is deze vergeleken met de gouden standaard: Goldmann applanatie tonometrie 4-7. De resultaten met deze lens verschillen en daarom wordt nu gekeken naar de (juiste of beste) klinische toepassing van de lens in de praktijk. Wellicht dat deze lens meer gezien moet worden als aanvulling op de gangbare Goldmann applanatie tonometrie dan in plaats daarvan. De traanlaag bevat vele enzymen, proteïnen en lipiden die allemaal hun specifieke rol vervullen. Daarnaast bevat de traanlaag ook veel biomarkers die als gevolg van een onderliggende ziekte in de traanlaag terechtkomen 8. Biomarkers zijn stoffen die vrijkomen als gevolg van een gebeurtenis die zich in ons lichaam voordoet, waarbij deze biomarkers bijvoorbeeld het afweersysteem aansporen actie te ondernemen. Kortom, aan de hand van het meten van bepaalde stoffen in het traanvocht, kan er een beeld worden gevormd van de toestand van ons lichaam. Twee methodes Op basis van dit gegeven werkt men momenteel aan twee methodes om met behulp van contactlenzen het glucosegehalte in de traanlaag te meten 8,9. Er wordt gewerkt aan lenzen die via een chemische route het glucosegehalte bepalen, maar ook met behulp van sensoren.

6

Eenmaal beschikbaar zal dit grote gevolgen kunnen hebben op het klinisch management van diabetespatiënten en de kwaliteit van leven voor deze patiënten. Denk hierbij maar aan een contactlens die de patiënt feitelijk van minuut tot minuut kan informeren hoe de glucosewaarde in het lichaam ervoor staat, zodat niet meer in de vinger geprikt hoeft te worden. Daarnaast zal het wellicht ook mogelijk zijn om de diverse biomarkers te detecteren die specifiek voor bepaalde aandoeningen zijn, of wellicht het gehalte biomarkers die indicatief kunnen zijn voor een mogelijk aanstaande keratitis. Via een app kan de lens dan waarschuwen voor het aanstaande gevaar of kan deze app wellicht informeren waarop gelet moet worden. Myopie Al jaren verschijnen er studies die rapporteren over de gunstige effecten van bijvoorbeeld orthokeratologie-lenzen op de ontwikkeling van myopie. Ook op het gebied van zachte lenzen gaan de ontwikkelingen snel, in de vorm van toepassing met bestaande multifocale lenzen, maar ook met speciaal voor dit doel ontwikkelde contactlensconcepten 10-12. Vrijwel zeker kunnen we stellen dat myopiemanagement een multidisciplinaire aangelegenheid zal gaan worden, waarbij de voor de optometrist absoluut een rol is weggelegd in het co-management van myopen. Een andere ontwikkeling zal de introductie van lenzen zijn, die medicamenten afgeven op het oog. Iets waar al vele jaren aan wordt gewerkt en waar we nu de eerste resultaten en producten van gaan zien. Slecht vijf procent van een oogdruppel wordt door de cornea opgenomen, de rest wordt afgevoerd of opgenomen in het conjunctivale weefsel, om vervolgens afgevoerd te worden 14,15. Een contactlens is een beter en effectiever vehikel voor medicamenten. Naast voordelen op het gebied van de effectiviteit en duur van toepassing, moeten we niet vergeten dat hiermee de mogelijkheid

V.O.V.Z. mei nr. 27-1

bestaat om de medicamenten conserveermiddelvrij af te leveren. Uiteraard gaat het hier alleen om daglenzen. Op korte termijn (tussen nu en twee à drie jaar) zullen bijvoorbeeld daglenzen ter beschikking komen tegen seizoensgebonden allergieën. Daglenzen die een antiallergische stof bevatten waarmee de drager minder hinder van allergische klachten ondervindt. Conclusie De (traditionele) contactlens zoals die momenteel in de praktijk wordt gebruikt zal zonder meer ook in de toekomst blijven bestaan, maar de productietechnologie zal zich snel ontwikkelen. Langzaam maar zeker zal het punt worden genaderd waarop wij (contactlensspecialisten en optometristen) mogelijk de beperkende factor zullen gaan worden. Met andere woorden, wij zullen moeten zoeken naar de beste manier waarop deze technologie in de praktijk moet worden toegepast. Het is mogelijk dat een deel van onze handelingen overgenomen zal worden door een apparaat of een computerprogramma. Het vak zal er hierdoor anders uit gaan zien.

Met name de komst van contactlenzen met een therapeutisch doel, zal de trend van dagelijks vervangen verder versterken. Ook het gebruik van sensoren zal waarschijnlijk bij daglenzen geïmplementeerd worden. Anders dan nu, waarbij bepaalde typen lenzen in verschillende modaliteiten beschikbaar zijn, zullen nieuwe ontwikkelingen als biosensorisch,- en therapeutische lenzen enkel nog beschikbaar komen in de meest veilige modaliteit: de daglens. Het is niet mogelijk om een (exacte) voorspelling te geven van wanneer precies de introductie van de diverse nieuwe ontwikkeldingen plaats zal vinden. Maar ik durf te stellen dat voor 2020 diverse nieuwe toepassingen, zoals in dit artikel beschreven, beschikbaar zullen zijn in de praktijk. De komst van al deze nieuwe toepassingen zal gepaard zal gaan met discussie over wie welke toepassing tot zijn of haar domein mag rekenen. Daarom is het belangrijk dat iedere contactlensspecialist en optometrist de ontwikkelingen volgt, door publicatie en studies over dit onderwerp te blijven lezen.

Referentie [2] E.-S. Visser, R.P.L. Wisse, N. Soeters, S.M. Imhof, A. Van der Lelij, Objective and subjective evaluation of the performance of medical contact lenses fitted using a contact lens selection algorithm, Cont Lens Anterior Eye. 0 (2016). [3] Y.L. Kong, I.A. Tamargo, H. Kim, B.N. Johnson, M.K. Gupta, T.-W. Koh, et al., 3D printed quantum dot light-emitting diodes, Nano Lett. 14 (2014) 7017–7023. [4] K. Mansouri, F.A. Medeiros, A. Tafreshi, R.N. Weinreb, Continuous 24-hour monitoring of intraocular pressure patterns with a contact lens sensor: safety, tolerability, and reproducibility in patients with glaucoma, Arch. Ophthalmol. 130 (2012) 1534–1539. [5] G. Sunaric-Megevand, P. Leuenberger, P.-R. Preußner, Assessment of the Triggerfish contact lens sensor for measurement of intraocular pressure variations, Acta Ophthalmol. 92 (2014) e414–5. [6] C. Faschinger, G. Mossböck, S. Krainz, [Validity and reproducibility of sensor contact lens profiles in comparison to applanation tonometry in healthy eyes], Klin Monbl Augenheilkd. 229 (2012) 1209–1214. [7] N. Tojo, A. Hayashi, M. Otsuka, A. Miyakoshi, Fluctuations of the Intraocular Pressure in Pseudoexfoliation Syndrome and Normal Eyes Measured by a Contact Lens Sensor, J. Glaucoma. 25 (2016) e463–8. [8] C.-M. Phan, L. Subbaraman, L.W. Jones, The Use of Contact Lenses as Biosensors, Optom Vis Sci. 93 (2016) 419–425. [9] H. Yao, A.J. Shum, M. Cowan, I. Lähdesmäki, B.A. Parviz, A contact lens with embedded sensor for monitoring tear glucose level, Biosensors and Bioelectronic. 26 (2011) 3290–3296. [10] J.J. Walline, Myopia Control, Eye & Contact Lens. 42 (2016) 3–8.. [11] L. Michaud, P. Simard, Marcotte-Collard, Defining a Strategy for Myopia Control, Contact Lens Spectrum. 31 (2016) 36–42. [12] P. Gifford, K.L. Gifford, The Future of Myopia Control Contact Lenses, Optom Vis Sci. 93 (2016) 336–343. [13] S. Gause, K.-H. Hsu, C. Shafor, P. Dixon, K.C. Powell, A. Chauhan, Mechanistic modeling of ophthalmic drug delivery to the anterior chamber by eye drops and contact lenses, Adv Colloid Interface Sci. 233 (2016) 139–154. [14] C.J. White, S.A. DiPasquale, M.E. Byrne, Controlled Release of Multiple Therapeutics from Silicone Hydrogel Contact Lenses, Optom Vis Sci. 93 (2016) 377–386. [15] A. Hui, M. Willcox, In Vivo Studies Evaluating the Use of Contact Lenses for Drug Delivery, Optom Vis Sci. 93 (2016) 367– 376. doi:10.1097/OPX.0000000000000809 Ingekorte/aangepaste versie. Het originele artikel is te vinden in: Visus6-2016 OVN

V.O.V.Z. mei nr. 27-1

7


Oproep om problemen met oogmedicatie te melden Er zijn steeds vaker signalen over problemen met de levering van medicijnen, bijvoorbeeld lange levertijden, de levering van een ander middel dan is voorgeschreven, levering vanuit het buitenland. Deze ‘medicijntekorten’ kunnen vervelende consequenties hebben. Denk aan het minder goed verdragen van de medicatie, problemen met toediening als gevolg van een afwijkend flesje, minder grote herkenbaarheid en extra kosten. In een verzoek van de corneawerkgroep van het NOG aan de Hoornvlies Patiënten Vereniging staat het volgende: Regelmatig komt het voor dat voorgeschreven medicatie niet leverbaar is. Vaak is een alternatief wel beschikbaar en mag de apotheek u een ander merk medicijn geven, als er maar hetzelfde geneesmiddel in dezelfde hoeveelheid in zit. Echter zelfs dat is niet altijd mogelijk. Wij willen de problemen rond de beschikbaarheid van medicatie graag melden bij de Inspectie voor de Gezondheidszorg. Hiervoor vragen wij uw medewerking, omdat wij als oogartsen lang niet altijd op de hoogte zijn van de leveringsproblemen en de geboden oplossing daarvoor door de verschillende apotheken. Hieronder geven wij voorbeelden, maar daarnaast kunt u ook zelf een ander voorval met beschikbaarheid melden. Waar we vooral naar op zoek zijn, is wanneer een medicijn, onafhankelijk van het merk niet aan u geleverd kan worden en wat daar de consequenties voor u van zijn.

8

Voorbeeld 1 U heeft een te hoge oogdruk en de druppels die u daarvoor gebruikt zijn niet leverbaar. Een ander middel kan klachten geven, of kan een mindere verlaging van de oogdruk geven. Voorbeeld 2 U had een zwak werkende steroiddruppel b.v FML of Vexol die minder invloed hebben op de oogdruk, maar deze zijn tijdelijk of langer niet leverbaar…., een sterker steroid ( bijvoorbeeld dexamethason of prednisolon) kan de oogdruk laten oplopen, mogelijk is dan daar weer medicatie voor nodig. Voorbeeld 3 U had medicatie die niet in Nederland leverbaar was, maar wel het buitenland. De apotheek moet hiervoor extra kosten maken die uw zorgverzekeraar niet vergoedt. Mogelijk heeft u extra hiervoor moeten betalen. Voorbeeld 4 U heeft medicijnen tegen afstoting van het hoornvliestransplantaat die niet leverbaar zijn en daarom gebruikt u tijdelijk geen medicatie tegen de afstoting.

namens het bestuur van de Corneawerkgroep Nederland, Dr. M.C. Bartels Op de website van de Hoornvlies Patiënten Vereniging (HPV) www.oogvooru.nl staat een webformulier waarmee melding kan worden gedaan. De HPV verzamelt alle formulieren en verzorgt de aanlevering aan de oogartsen van de corneawerkgroep.

V.O.V.Z. mei nr. 27-1

Bron: HPV

Review Rotterdams Glaucoomsymposium

AANDACHT VOOR GLAUCOOM

Naar aanleiding van het 19e Rotterdams Glaucoomsymposium in februari werd op 14 maart jl. een reviewsessie gehouden. Chang Liu, AIOS bij het Oogziekenhuis Rotterdam nam de voordrachten van het Rotterdams Glaucoomsymposium samengevat onder de loep. Zij besprak zowel inhoudelijk de voordrachten als ook kort hoe het er aan toeging op die dag. Zo had John Salmon (Oxford, Engeland) het over “The seven deadly sins”: dingen die je niet moet nalaten bij je glaucoomonderzoek. 1 Een grondige anamnese, historie, goed doorvragen. 2 Besef goed dat een groot aantal glaucoompatiënten géén hoge oogdruk heeft. 3 Gonioscopie doen. 4 Beoordeel de papil met een hoge vergroting. 5 Meet de grootte van de papil. Bij een grote papil (>2.2mm) is een grote cup niet noodzakelijkerwijs afwijkend. Terwijl bij een kleine papil (1.4-1.5mm) een cd ratio van 0.2 al veel kan zijn. 6 Komt de papil overeen met het gezichtsveld? 7 Gebruik de beschikbare moderne technologieën en diagnostische hulpmiddelen.

Van 12 t/m 18 maart 2017 vond de jaarlijkse glaucoomweek plaats. Niet alleen in Nederland, maar wereldwijd is er aandacht besteed aan deze oogziekte. Het begon in 2008 als Wereld Glaucoom Dag. Inmiddels is het een week waarin met informatiebijeenkomsten, oogdrukmetingen, lezingen en sociale media glaucoom op de kaart wordt gezet. En dat is hard nodig vinden de WGA (World Glaucoma Association) en de WGPA (World Glaucoma Patient Association). Het geschatte aantal glaucoompatiënten wereldwijd zal namelijk toenemen van 64.3 miljoen in 2013, naar 76 miljoen in 2020. En dit vraagt om brede inzet het komende decennium om deze impact van glaucoom in goede banen te leiden.

In de voordracht van Allison McKendrick kwam maculaschade bij glaucoom aan de orde. Traditioneel wordt naar de papil gekeken en als gezichtsveld een 24-2 gedaan. Waarbij er vanuit gegaan wordt dat centrale afwijkingen pas in een ver gevorderd stadium te zien zijn. Nu wordt er gedacht dat er juist centraal vroege schade op te sporen is. Met bijvoorbeeld de 10-2 als gezichtsveld en een speciale OCT scan van het maculagebied.

V.O.V.Z. mei nr. 27-1

9


Advies is om – zeker bij vage klachten van slecht zien – een 10-2 gezichtsveld te maken, ook als de 24-2 geen afwijkingen vertoont. Minimale invasieve chirurgie kan een tussenstap zijn tussen oogdruppelen en Trabeculectomie. Hoewel het gebruik van stents veilig is en voordelen heeft, is het ook kostbaar en zijn de resultaten op langere termijn niet bijzonder goed. De Trabeculectomie is (vooralsnog) de gouden standaard in glaucoomchirugie. Wat chirurgisch ingrijpen betreft, (eerder) een cataract extractie verrichten, kan bij een nauwe kamerhoek zo’n 15% drukdaling geven. José Martinez de la Casa (Madrid) besprak de gevolgen van corneale refractie chirurgie op het monitoren van glaucoom. Door de verandering van vorm en dikte van de cornea wordt de oogdruk een onbetrouwbare factor. Bovendien zijn het vaak (hoog) myope ogen en dat levert op zich al extra moeilijkheden op: - (Hoog) myope ogen hebben een groter risico op glaucoom. - De papil is lastiger te beoordelen. - OCT/GDX e.d. kunnen deze papillen vaak niet goed interpreteren. - Gezichtsvelden vertonen (3x) vaker afwijkingen terwijl er geen sprake is van glaucoom. Daarbij kan corneale refractie chirurgie ook artefacten geven op de gezichtsvelden. Het advies was om patiënten vooraf goed te informeren. Vooraf een foto van de papil te maken en het gezichtsveld vast te leggen. En de oogdruk voor en na de ingreep te meten om te zien wat het verschil is. Over de relatie tussen migraine en glaucoom zijn vele publicaties verschenen. Er wordt zeker aan een verband gedacht, maar er is nog veel onduidelijk en lastig meetbaar.

10

Beide hebben met vasodisregulatie te maken. Een vasospasme bij de papil bijvoorbeeld, kan kortdurend voor een verminderde doorbloeding zorgen. Binnen de glaucoompopulatie komt meer migraine voor. En bij glaucoompatiënten met migraine is er meer kans op progressieve gezichtsvelduitval. Bij de acute periode van migraine kun je ook gezichtsvelduitval meten. Deze gaat vaak later weer weg. En dan werd er tenslotte ook gesproken over de Quality of Life. In hoeverre kun je de dingen doen die je wilt doen en een zinvolle invulling geven aan je leven. Gezichtsveldverlies = functieverlies, maar hoeveel gezichtsveldverlies is invaliderend? Uiteraard is dit subjectief en lastig meetbaar. Het is echter goed om te beseffen dat gezichtsvelduitval mensen minder mobiel maakt, ze daardoor minder bewegen, minder ergens komen en dit van invloed is op de algehele gezondheid van iemand. Andere klachten kunnen zijn: - problemen met donkeradaptatie - glare - visusproblemen Leesklachten is de meest gehoorde (en misschien onderkende) klacht. Als oorzaak denkt men hierbij aan snellere vermoeidheid van de ogen en langzamer lezen. Waarschijnlijk kijkt de periferie toch meer mee dan verwacht. Ook maculaschade kan meespelen: er is gemeten dat bij 50% van vroege glaucoom afwijkingen te zien zijn op de 10-2. En hoewel de schade op zich onomkeerbaar is, is functieverlies te verbeteren d.m.v. revalidatie.

V.O.V.Z. mei nr. 27-1

Pappen en nathouden Pappen PUZZEL MEEen ENnathouden WIN! PUZZEL  MEE  EN  WIN!  

Winnaar van de eerste woordzoeker is Wilma van Everdingen uit Krimpen a/d IJssel. Gefeliciteerd! Wil jevan ookdkans makenwop een VVV bon, mee. Winnaar   e  eerste   oordzoeker   is  Wpuzzel ilma  vdan an  weer Everdingen   uit  Krimpen  a/d  IJssel.  G

Wil je  ook  kans  maken  op  een  VVV  bon,  puzzel  dan  weer  mee.  

De woorden staan horizontaal, verticaal, diagonaal en achterste voren. De overgebleven letters vormen een zin. Stuur je oplossing voor 1 augustus op naar info@vovz.nl en vermeld daarbij woorden   staan   horizontaal,   je naam,De   adres, e-mail en lid VOVZ ja/nee. verticaal,  diagonaal  en  achterste  voren.   Veel succes! De  overgebleven  letters  vormen  een  zin.    

O

N

R

S

T

C

E

T

O

L

U

C

O

H

D

I

R

L

O

L

O

M

I

T

X

E

Y

T

V

A

L

Y

G

O

L

C

Y

C

R

P

R

O

E

C

N

A

G

I

B

M

O

C

R

A

L

T

O

N

A

T

U

L

F

A

S

O

F

C

A

N

A

L

P

H

A

G

A

N

M

L

I

R

E

T

R

O

F

D

E

R

P

E

O

C

U

L

O

S

I

M

P

L

E

X

L

X

A

D

C

I

T

P

O

T

E

B

T

L

A

T

A

N

O

P

R

O

S

T

R

O

O

L

I

S

R

A

E

T

O

L

I

H

T

S

N

E

D

I

M

A

C

I

P

O

R

T

E

N

I

R

F

E

L

Y

N

E

F

L

E

ACICLOVIR ALPHAGAN BETOPTIC COMBIGAN ACICLOVIR CYCLOGYL ALPHAGAN DURATEARS

BETOPTIC COMBIGAN CYCLOGYL DURATEARS FENYLEFRINE

FENYLEFRINE HYPROMELLOSE LATANOPROST OCULOSIMPLEX OCULOSIMPLEX OCULOTECT OCULOTECT OXYBUPROCAINE

OXYBUPROCAINE PREDFORTE SAFLUTAN THILOTEARS V.O.V.Z. mei nr. 27-1 TIMOLOL

PREDFORTE SAFLUTAN THILOTEARS TIMOLOL TRAFLOXAL TROPICAMIDE

11


Vernieuwend samenwerkings initiatief oogzorg

Kortere toeganstijd, hoge patiënttevredenheid en kostenbesparing

Ontwikkeling virtuele geleidelijn

dat is in het kort de conclusie van een andere aanpak van de oogzorg in Twente. Juni 2016 startte een Pilot waarbij een optometrist ingezet wordt in de eerstelijnszorg. Deze Pilot is zo succesvol dat deze inmiddels is uitgebreid met meer deelnemende huisartsen en trekt ook de aandacht van zorggroepen elders in het land. Wat was de aanleiding voor deze aanpak? Oogheelkunde behoort tot de drukst bezochte specialismen van Nederland. Al in 2011 werd voorspeldt dat de vraag naar oogzorg tot het jaar 2020 met 200-300% zou stijgen. De toegangstijden tot de poliklinieken oogheelkunde lopen op. De oorzaken zijn: - Toename van het aantal patiënten door de vergrijzing. - Uitbreiding van de behandelmogelijkheden waardoor patiënten langer bij de oogarts blijven. - Landelijk tekort aan oogartsen. - Toenemend aantal verzoeken van de opticien aan de huisarts om door te verwijzen naar een oogarts. Om dit bij te benen zijn er veranderingen in de oogzorg nodig. Er ontstond een succesvolle samenwerking op het gebied van zorgvernieuwing, tussen oogartsen, optometristen, huisartsen en projectleiders van de zorggroep (Federatie Eerstelijnszorg Almelo) en het ziekenhuis (Zorg Groep Twente Almelo). Menzis was als zorgverzekeraar betrokken. Eerstelijns optometrisch onderzoek Doel van de eerstelijnsconsultatie optometrie is een filterfunctie, zorgen dat de patiënt op de juiste plek, door de juiste professional gezien wordt.

12

De optometrist voert een geprotocolleerd onderzoek uit, om de aard en de ernst van de aandoening vast te stellen en geeft advies aan de huisarts. De huisarts blijft hoofdbehandelaar, waardoor er geen aanspraak op het eigen risico van de patiënt wordt gedaan. Indien een verwijzing naar de oogarts noodzakelijk is, is er nu een specifiekere hulpvraag. De patiëntenpopulatie die voor onderzoek in de eerste lijn in aanmerking komt is: • Patiënt ≥ 8 jaar met niet acute visusklachten • Patiënt met niet acute / niet visus gerelateerde klachten (irritatie/branderigheid/tranen) • Patiënt met familiaire belasting m.b.t. de ziekte Glaucoom Of patiënt waarbij de opticien heeft geconstateerd: • Een verhoogde oogdruk • Vermoedelijk cataract • Refractie gerelateerde problematiek De patiënt kan binnen 2-4 weken terecht bij de optometrist. De huisarts ontvangt (dezelfde dag) een bericht met daarin de bevindingen en het advies voor behandeling of vervolgtraject. - Wanneer de patiënt onder hoofdbehandelaarschap van de huisarts blijft, zet deze - indien nodig - het geadviseerde beleid in. - Moet de patiënt gezien worden door een oogarts, dan informeert de huisarts de patiënt en zorgt voor een verwijzing. Evaluatie over 9 maanden toont aan dat 76% van de oogzorg in de eerste lijn kon worden afgehandeld. Dit resulteerde gemiddeld in een kostenbesparing van 37%. Bovenal zijn patiënten tevreden. Over de kwaliteit en gastvrijheid van de optometrist, de snelheid waarmee ze geholpen zijn, het niet aanbreken van het eigenrisico en het duidelijke advies van de huisarts.

V.O.V.Z. mei nr. 27-1

Bartiméus ontwikkelt samen met Geodan een ‘virtuele geleidelijn’ applicatie. Met deze baanbrekende innovatie kunnen mensen met een visuele beperking zich veiliger, onafhankelijker en makkelijker verplaatsen in openbare ruimtes, met name binnen.

tatie in de ruimte te bepalen zodat er voor de gebruiker een route kan worden uitgestippeld. Bij eventuele afwijkingen wordt gelijk een koerscorrectie berekend en kan de gebruiker door middel van trillingen of geluiden in de juiste looprichting worden geleid.

Projectleider Paul de Nooij van Bartiméus aan het woord: ‘Wat zo bijzonder is aan deze app is dat je binnen een paar minuten een virtuele geleidelijn kan maken, waarmee je op de centimeter nauwkeurig kan navigeren. Door gebruik te maken van de Google Tango technologie is er geen noodzaak voor een plattegrond van het gebouw, geen externe apparatuur benodigd zoals bluetooth bakens en worden alle berekeningen op de smartphone uitgevoerd. Daardoor is het mogelijk overal een virtuele geleidelijn ‘aan te leggen’ die is afgestemd op de voorkeuren van de gebruiker. De app is multi-inzetbaar en kan je helpen met het vinden van je route in het ziekenhuis tot aan het vinden van een lege stoel in een bioscoopzaal’.

Voordelen • Je hebt buiten de Lenovo smartphone geen extra hardware nodig. Bij andere hulpmiddelen voor mensen die slechtziend of blind zijn is dit meestal wel het geval; • De virtuele geleidelijn applicatie werkt op een standaard verkrijgbare smartphone: de Lenovo, wat de kosten enorm drukt; • De techniek is zeer nauwkeurig; de positie en oriëntatie van het device kan tot op de centimeter worden bepaald.

Hoe werkt het? Kern van de virtuele geleidelijn is de Google Tango technologie, beschikbaar op de Lenovo Phab 2 Pro smartphone. Deze smartphone is in staat om razendsnel een 3D-model van de omgeving te maken en zijn positie en oriën-

Testen en verder ontwikkelen In de pilot zijn op het terrein van Bartiméus in Zeist zowel binnen als buiten looproutes getest en de resultaten zijn veelbelovend. Op de ZieZo-beurs presenteerden Bartiméus en Geodan een demoversie aan bezoekers. De applicatie wordt verder (door)ontwikkeld met als uiteindelijk doel deze breed beschikbaar te stellen via app-stores.

V.O.V.Z. mei nr. 27-1

Bron: Bartiméus

13


Nationale hoornvliesdag Op 8 april werd de 12e Nationale Hoornvliesdag georganiseerd. Ditmaal in het LUMC in Leiden. De Hoornvlies Patiënten Vereniging is een bijzondere samenwerking van professionals (artsen, contactlensspecialisten, optometristen, doktersassistenten) en patiënten. ’s Ochtends waren er twee plenaire lezingen en ’s middags acht workshops. Er waren ontmoetingstafels op oogaandoening, maar ook voor de medewerker in de oogheelkunde is het een interessante dag en een manier om oogheelkunde eens van een andere kant te bekijken. Zo vertelt dhr.L. Puister hoe het er vroeger aan toeging bij het verkrijgen van donorogen en heeft Mw. D. Lallemand het over een laagdrempelig Facebook initiatief. Drs. A.J.M. Geerards vertelt over haar relatie arts-patiënt en bespreekt casussen. Met hartverwarmende en persoonlijke verhalen herinnert ze ons eraan dat voor ons veel dingen vanzelfsprekend zijn, maar voor de patiënt niet. Bedenk dat je belangrijk bent voor de kwaliteit van zien, en dus voor zelfstandigheid, werk, studie, vrije tijd e.d. In een presentatie van dr. J. van der Wees krijgen we een beeld van de werkzaamheden en ontwikkelingen bij de oogbank. De indicaties voor transplantatie: 25 % keratoconus, 10%

littekens, 4050% endotheliale aandoeningen zoals bijv. Fuchs, bulleuze keratopathie, cornea decompensaties. Het is ook mogelijk om alleen de laag van Bowman te transplanteren (Bv bij keratoconus), maar deze nieuwe techniek is nog niet de standaard.

Promotieonderzoek keratoconus

Dr. D.A. Godefrooij is begin 2017 gepromoveerd op zijn onderzoek naar keratoconus. Zijn lezing gaat over de nieuwste inzichten in de behandeling van keratoconus met o.a. Crosslinking (CXL). Uit het onderzoek van dr. Godefrooij bleek de prevalentie van keratoconus 1 per 375 te zijn. Vertaald naar absolute aantallen: 45.000 in Nederland. Er zijn wel associaties met andere aandoeningen bekend, maar er is zeker nog geen eenduidige oorzaak aan te wijzen. Over keratoconus en het promotieonderzoek leest u verder in: “ Keratoconus: epidemiologie, behandeleffecten en economische evaluatie”.

Keratoconus: epidemiologie, behandeleffecten en economische evaluatie DR. D.A. GODEFROOIJ - MD, PHD AND EPIDEMIOLOGIST De zorg omtrent keratoconus heeft het afgelopen decennium grote veranderingen ondergaan, met innovaties op het gebied van hoornvliestransplantatie technieken en met de introductie van crosslinking. Het doel van dit proefschrift is om bewijs te leveren voor beslissingen met betrekking tot de behandeling van keratoconus, met een speciale focus op crosslinking.

14

Een beknopte inleiding tot keratoconus Keratoconus is een ziekte van het hoornvlies die meestal begint in de puberteit of op jongvolwassen leeftijd. De ziekte tast meestal beide ogen aan, hoewel het begin en de manifestatie niet altijd symmetrisch zijn. De oorzaak van keratoconus is een samenspel van genetische gevoeligheid, omgevingsfactoren en chronische inflammatie.

V.O.V.Z. mei nr. 27-1

Een typische keratoconus patiënt is een jonge man die frequent in zijn ogen wrijft vanwege allergische klachten. Het eerste symptoom zou een verslechtering van zijn gezichtsscherpte zijn als gevolg van progressieve bijziendheid en een toename van zijn cilindrische refractie afwijking. Aangezien het bij keratoconus vaak een onregelmatige cilinder betreft schiet correctie door middel van een bril vaak tekort en is een harde contactlens nodig om een adequate gezichtsscherpte te bereiken. Vergevorderde gevallen van keratoconus, waarbij het stroma en epitheel dunner worden, lopen een risico op het krijgen van littekens op het hoornvlies. In deze gevallen is een hoornvliestransplantatie de enige manier om de visuele functie te herstellen. Als patiënten hun contactlens niet goed kunnen verdragen kan dit ook een reden zijn om een hoornvliestransplantatie te verrichten. Het ondergaan van een hoornvliestransplantatie heeft een aanzienlijke impact op het leven van patiënten, aangezien er na de operatie frequente controles nodig zijn, patiënten dagelijkse oogdruppels moeten gebruiken en er een constant risico is op afstoting van het getransplanteerde hoornvlies. De meeste patiënten krijgen hun eerste transplantatie tussen hun 20ste en 50ste levensjaar. Aangezien een getransplanteerd hoornvlies ongeveer 20 jaar mee gaat, zullen de veel patiënten tijdens hun leven ook een tweede of zelfs een derde transplantatie moeten ondergaan. Daarom is het voorkomen van de noodzaak tot hoornvliestransplantatie één van de prioriteiten in de keratoconus zorg. Epidemiologie Uit onderzoek blijkt dat de incidentie en prevalentie van keratoconus vijf tot tien keer hoger is dan in veel geciteerde studies. In Nederland is de prevalentie 1 per 375. Vertaald naar absolute aantallen: 45.000 in Nederland. Transplantatietechnieken Historisch gezien onderging ongeveer 10 tot 20% van alle keratoconuspatiënten uiteindelijk een hoornvliestransplantatie. Penetrerende

keratoplasty (PKP) was lange tijd de meest gebruikte hoornvliestransplantatie techniek. Met deze techniek worden alle lagen van het hoornvlies - ook het gezonde endotheel vervangen door donorweefsel. Behoud van het eigen endotheel is van belang omdat het merendeel van de afstotingsreacties na hoornvliestransplantatie gericht is op het endotheel van het getransplanteerde hoornvlies. Op dit moment wordt de diepe anterieure lamellaire hoornvliestransplantatie techniek (DALK) steeds meer toegepast, waarbij het aangetaste stroma wordt vervangen, maar het endotheel gespaard blijft. Eén van de beloften van DALK is dat getransplanteerde hoornvliezen langer mee gaan dan bij PKP. Dit is van groot belang omdat de meeste keratoconuspatiënten relatief jong zijn en her-transplantatie over het algemeen een minder goede gezichtsscherpte oplevert en daarnaast ook weer sneller vervangen moet worden. Echter, de resultaten van DALK zijn niet eenduidig en aangezien DALK pas een aantal jaar wordt toegepast kunnen er nog geen conclusies over de lange termijn resultaten worden getrokken. Hoewel DALK een aantal voordelen heeft ten opzichte van PKP weten we weinig over de praktische uitvoering van deze en andere nieuwe transplantatie technieken. Behandeleffecten Crosslinking is een relatief nieuwe behandeling die is gericht op het stoppen van de progressie van keratoconus. Tijdens de oorspronkelijke crosslinking procedure wordt het epitheel verwijderd (epi-off crosslinking). Hierdoor kunnen riboflavine oogdruppels doordringen in het stroma. Riboflavine is een molecuul dat reageert met UV-A straling waardoor er nieuwe verbindingen tussen collageenvezels worden gemaakt. Hierdoor wordt het hoornvlies sterker. Aan het begin van dit PhD traject waren de gunstige korte termijn effecten van crosslinking met betrekking tot het voorkomen van progressie van keratoconus aangetoond bij volwassenen. Tot op heden zijn er geen gecontroleerde studies uitgevoerd om de werkzaamheid bij kinderen aan te tonen.

V.O.V.Z. mei nr. 27-1

15


Het voorkomen van progressie bij kinderen is echter cruciaal aangezien kinderen vaak een veel snellere progressie laten zien dan volwassenen. Er zijn twee belangrijke doelen voor de verbetering van de huidige crosslinking behandeling: Het verkorten van de behandeltijd en het intact laten van het epitheel tijdens de behandeling (transepitheliaal). Het verkorten van de behandeltijd heeft het voordeel van een hoger patiëntcomfort en lagere kosten voor de gezondheidszorg. Het intact laten van het epitheel heeft het voordeel van minder postoperatieve pijn en een lager risico op postoperatieve complicaties. Het lijkt er echter op dat deze behandeling minder effectief is, omdat veel patiënten die met deze techniek waren behandeld opnieuw behandeld moesten worden met epi-off crosslinking. Prognose na crosslinking Na een (epithelium-off) behandeling is bij 93% sprake van een stabiele keratoconus. De maximale follow-up in de literatuur is 10 jaar. We weten nog niet wat crosslinking op de langere termijn doet. Gemiddeld is er een lichte verbetering van de vorm van de cornea en een kleine toename van de visus. Er is nog geen betrouwbaar gevalideerd model waarmee de individuele gezichtsscherpte voorspeld kan worden. Wat betreft het effect op de vorm van het hoornvlies, is de enige voorspellende factor, de locatie op de cornea waar de grootste vervorming door de keratoconus heeft plaatsgevonden. Wat de gezichtsscherpte betreft, is de enige voorspellende factor de gezichtsscherpte voor de crosslinking behandeling. Economische evaluatie Het voorkomen van hoornvliestransplantaties is één van de prioriteiten in de zorg omtrent keratoconus. Denk aan de belasting en risico’s voor de patiënt, de wachtlijst voor een donor en het kostenaspect.

16

Na de invoering van crosslinking in Nederland (2007) is het aantal transplantaties met 25% gedaald. Het is aannemelijk dat crosslinking een belangrijke rol heeft gespeeld in deze daling. Dr. Godefrooij onderzocht de vraag of het aanvaardbaar is om een groot aantal patiënten te behandelen met CXL om een veel kleiner aantal hoornvliestransplantaties te voorkomen. De langst gedocumenteerde werking van crosslinking is tien jaar. Echter, in studies over de lange termijn follow-up na wordt geen trend gezien richting een afname van de werking van deze behandeling. Daarom is het reëel om te veronderstellen dat de werking langer is. Als er een werking van twintig jaar wordt verondersteld heeft crosslinking een zeer gunstige verhouding tussen kosten en baten ( 10.149 per QALY). Het is dus een goede investering om kwaliteit van leven in de toekomst veilig te stellen. Een van de doorgerekende scenario’s liet zien dat de verhouding tussen kosten en baten verder zou verbeteren als patiënten in een vroeger ziekte stadium zouden worden behandeld. Er is geen vast moment voor CXL behandeling. Het wordt toegepast als er sprake is van progressie. Heel algemeen kun je stellen: < 18 jaar: eerder CXL, omdat er meestal sprake is van snelle(re) progressie >18 jaar: als er sprake is van progressie Crosslinking in het kort: Epithelium-off behandeling: Verdoving met druppels Plaatsen ooglidspreider Epitheel afschrapen 10-30 min druppelen met riboflavine 5-30 min bestralen met UV licht Oogverband of bandagelens

V.O.V.Z. december nr. 26-2

“BRMO stay or go” In het digitale Tijdschrift voor Hygiëne en Infectiepreventie, dTHIP is het artikel “BRMO stay or go; Factoren die bijdragen aan BRMO-negatiefkweken na 12 maanden” gepubliceerd van de pas afgestudeerde Celine van Weerlee, adviseur Infectiepreventie.

ristieken. Cross-sectionele data analyse na 12 maanden is uitgevoerd met behulp van univariate en multivariate logistische regressie.

Achtergrond De toename van bijzonder resistente micro-organismen (BRMO), is wereldwijd een groeiend gezondheidsprobleem. Aangezien weinig informatie beschikbaar is over de duur van BRMO-dragerschap binnen de ziekenhuisen huisartsenpopulatie is het doel van dit onderzoek om het percentage BRMO-negatief gekweekte patiënten één week na stoppen antimicrobiële therapie en na drie, zes en twaalf maanden te onderzoeken bij zowel ziekenhuis- als huisartspatiënten. Daarnaast worden de factoren die mogelijk geassocieerd zijn met het BRMO-negatiefkweken binnen deze patientenpopulatie in kaart gebracht.

Resultaten Het percentage BRMO-negatief gekweekte patiënten na 3, 6 en 12 maanden was respectievelijk 42.4%, 42.5% en 50%. Nadere analyse laat zien dat alleen de associatie tussen geen bezoek aan het buitenland de afgelopen 3 maanden en BRMO-negatiefkweken na 12 maanden significant is (OR=3.009, p=0.059).

Methode Tussen januari 2013 en mei 2016 is een prospectief cohort onderzoek uitgevoerd onder 101 ziekenhuis- en huisartspatiënten (leeftijd 18-93 jaar), geïncludeerd op basis van een positieve BRMO-kweek. Data zijn verzameld aan de hand van rectumkweken en vragenlijsten over demografische- en gezondheidskarakte-

Conclusies Patiënten die na 3 maanden nog niet BRMO-negatief gekweekt zijn, hebben een kleine kans BRMO-negatief gekweekt te worden na 12 maanden. Daarnaast blijkt dat niet alleen opname in een buitenlands ziekenhuis, maar ook bezoek aan het buitenland een negatieve invloed heeft op het kwijtraken van BRMO. Gezien intermitterend BRMO- dragerschap voorkomt, is stamtypering van belang om te onderzoeken of het steeds om nieuwe blootstelling gaat of dat patiënten dezelfde BRMO bij zich dragen. Bron: http://www.dthip.nl

Kort Nieuws

Proefschrift maculadegeneratie Yara Lechanteur schreef een proefschrift over “Wat zijn de risicofactoren voor de ontwikkeling en progressie van leeftijdgebonden maculadegeneratie (LMD)”. Haar doel was om erachter te komen welke mensen een verhoogd risico lopen, maar dit bleek niet zo eenvoudig. Bij LMD spelen meerdere factoren een rol,

zoals bijvoorbeeld het voedingspatoon, wel/ niet roken en genetische factoren. Om op een individuele behandeling uit te komen, bleek dat de patiënten eerst in subgroepen verdeeld moeten worden. Het is nog lang niet zover dat het risico voor één bepaalde persoon berekent kan worden.

V.O.V.Z. december nr. 26-2

Bron: Scope maart 2017

17


Om stress en angst bij oogonderzoek te verminderen

Kort Nieuws

Grote Amerikaanse subsidies voor oogonderzoek Radboudumc De Amerikaanse Foundation Fighting Blindness heeft twee belangrijke subsidies toegekend aan onderzoekers van het Radboudumc voor een totaalbedrag van vijf miljoen dollar. Daarmee kunnen de onderzoekers de komende vijf jaar therapieën voor erfelijke netvliesziekten en het Usher syndroom verder ontwikkelen. Nederland telt enkele duizenden kinderen en volwassenen met een erfelijke netvliesziekte. Het zijn aandoeningen die tot op heden niet behandeld kunnen worden. In het Radboudumc werken diverse onderzoeksgroepen aan de ontwikkeling van nieuwe therapieën die een behandeling mogelijk moeten maken. Genetische pleister Het eerste project is een samenwerking van de afdelingen Genetica, KNO en Oogheelkunde van het Radboudumc om genetische foutjes op te sporen, die leiden tot afwijkingen in het boodschapper RNA (mRNA). Frans Cremers, hoogleraar ooggenetica en coördinator van het project: “Het mRNA vertaalt DNA naar eiwitten. Wij hebben een ‘genetische pleister’ ontwikkeld die foutjes in dit mRNA kan afplakken, waardoor weer goed functionerende eiwitten ontstaan. Met deze subsidie willen we onze afplaktechniek verder verbeteren en die vervolgens testen in diermodellen. Zo hopen we uiteindelijk experimentele therapieen te ontwikkelen voor patiënten met retinitis pigmentosa, de ziekte van Stargardt of het Usher syndroom. Allemaal oogziekten waarin dit type genetische foutjes soms voorkomen.”

18

Regulatie controleren In het tweede project werkt de afdeling Genetica van het Radboudumc samen met universiteiten in Londen, Mainz en Tübingen. Het werk in cellen, dus ook in de netvliescellen in het oog, wordt uitgevoerd door eiwitten. Om de diverse werkzaamheden uit te kunnen voeren, kent elke cel een eigen dynamische balans van actieve eiwitten. “Wij willen de mechanismen ontrafelen die de hoeveelheid werkzame eiwitten in een netvliescel reguleren”, zegt Ronald Roepman, hoogleraar genetica en coördinator van dit project. Deze regulatie is verstoord in erfelijke netvliesziekten. De kennis die we zo opdoen, kunnen we dan gebruiken voor de ontwikkeling van geneesmiddelen die deze verstoring tegengaan. Op deze manier proberen we de progressie van blindheid in patiënten tot staan te brengen.” Twee van de drie De Amerikaanse Foundation Fighting Blindness heeft dit jaar in totaal drie van deze grote subsidies toegekend, waarvan er twee naar Nijmeegse onderzoeksgroepen zijn gegaan. Bron: http://nieuws.radboudumc.nl maart 2017

V.O.V.Z. mei nr. 27-1

Oogdruppelboekje voor kinderen Veel kinderen vinden oogdruppelen het spannendste onderdeel van het oogheelkundig onderzoek. Bartiméus wil de spanning verminderen, met hulp van het ‘oogdruppelboekje’. Jaarlijks komen er tienduizenden kinderen bij een oogarts of orthoptist terecht. Moet ik vandaag gedruppeld worden? is de eerste vraag waar veel kinderen mee binnenkomen. Veel kinderen vinden het oogdruppelen het spannendste onderdeel van het oogheelkundig onderzoek. Want de oogdruppels voelen niet fijn. En heb je net een vervelende druppel in je ene oog gehad, moet het vervolgens ook nog in het andere oog. Tijdens het druppelen verzoekt de oogarts of orthoptist het kind omhoog te kijken. Dat maakt het lastig de aandacht ergens anders op te vestigen, want je kunt niet wegkijken zoals bij een prik in de arm. De angst, spanning en onzekerheid die kinderen tijdens het oogdruppelen ervaren, zorgen ervoor dat de onderzoeken moeizamer verlopen én dat de uitkomsten van de onderzoeken minder betrouwbaar kunnen zijn. Oogdruppelboekje De specialisten van Bartiméus DiVA, een afdeling voor diagnostiek van (zeldzame) visuele aandoeningen, hebben in 2015 een praktisch hulpmiddel ontwikkeld om de grootste angst en onzekerheid rondom het druppelen bij de jongste kinderen (tussen 4 en 12 jaar) weg te nemen: het oogdruppelboekje. Dit past in het streven van Bartiméus om te investeren in kindgerichte zorg.

Zij hebben de jonge cliënten zélf gevraagd wat ze precies spannend vindenn tijdens de oogheelkundige onderzoeken en met een aantal kinderen verder nagedacht hoe dit opgelost kan worden. De oogdruppelboekjes zijn tijdens een presentatie vorig jaar geïntroduceerd en beschikbaar gesteld voor alle orthoptisten die dit willen gebruiken. Het oogdruppelboekje is een hulpmiddel dat kinderen meer controle geeft over de situatie. In het oogdruppelboekje kan het kind aangeven hoe hij de druppels toegediend wil krijgen, bijvoorbeeld: wil hij bij mama op schoot zitten? En wil het kind zelf aftellen tot de druppel komt? Daarnaast zijn er speciale kaarten met tips

V.O.V.Z. mei nr. 27-1

19


voor ouders en zorgverleners beschikbaar om kinderen op een effectieve manier af te leiden en te helpen ontspannen. Zowel het kind als de arts profiteren van een beter en sneller verloop van het onderzoek: voor het kind verloopt het onderzoek een stuk fijnen én minstens zo belangrijk, de uitkomsten zijn veel betrouwbaarder voor de arts. Onderzoek Een projectteam van Bartiméus (bestaande uit orthoptisten Heleen Veen en Florine Pilon, oogarts Mies van Gender en klinisch fysicus Gerard de Wit) is aan de hand van het oogdruppelboekje vorig jaar een onderzoek gestart naar de effecten van het boekje. Het team wil wetenschappelijk onderzoeken wat het effect van het gebruik van het oogdruppelboekje is op angst, stress en pijn bij

kinderen tijdens een oogheelkundig onderzoek. Gedurende zes maanden wordt er zowel bij Bartiméus als in de deelnemende ziekenhuizen het effect van het oogdruppelboekje gemeten en daarna zal het projectteam verslag uitbrengen van de resultaten. Ziekenhuizen Het oogdruppelboekje wordt momenteel al gebruikt in enkele ziekenhuizen in de regio Amersfoort, in Rotterdam en bij Bartiméus. Twee ziekenhuizen uit het werkgebied van Zorg en Zekerheid gaan meewerken aan dit onderzoek: het Alrijne Ziekenhuis (locatie Alphen aan de Rijn) en Eyescan kliniek in het Amstelland Ziekenhuis. Vanaf voorjaar 2017 zullen zij het oogdruppelboekje gaan aanbieden. Bron: GeZZond – maart 2017

3D Braille lampen Bij een bezoek aan Spoor 8 woon-inspiratiecentrum in Nistelrode, viel mijn oog op een aantal bijzondere lampen. Toen ook nog bleek dat deze een “oogheelkundige voorgeschiedenis” hadden, besloot ik contact op te nemen met de maker ervan. Lees hoe beeldend kunstenaar Marjan Juurlink op dit idee kwam. Marjan Juurlink: “Doordat de braille boeken van mijn 19 jarige blinde zoon bij het oud papier terecht kwamen, besloot ik er iets mee te gaan doen”. Braillepapier wordt vaak uit wat ruwere papiersoorten geproduceerd. Het is een hoogwaardig, zwaar papier. Daardoor bestaat een boek in braille vaak wel uit vijf of meer banden (zie foto). “Deze worden met grote elastieken gebundeld en gewoon één-voor-één door de brievenbus gedaan. Maar retoursturen kan niet en dus kwamen de boeken uiteindelijk bij het oud papier terecht.” En juist dat het bij het oud papier verdween was de inspiratie voor Marjan. “Het is mooi papier om te verwerken en al snel maakte ik er een soort ‘happertjes’ van. Ik lijmde er meerdere aan elkaar en er ontstonden mooie vormen.”

In eerst instantie maakte zij er 3D kunstwerken van en zij heeft ermee geëxposeerd. “Het idee om er lampen van te maken, kwam later. Het is best veel werk. Eerst de band uit elkaar halen door de nietjes te verwijderen. Dan de vellen op maat snijden en vouwen. Vervolgens systematisch aan elkaar lijmen met een lijmpistool, zodat je weinig of geen lijmresten ziet. Het mooie stereffect door het vouwen geeft de kap een sfeervol en sprookjesachtig uiterlijk als de lamp aan is.” Spoor 8 is gericht op het recyclen en hergebruiken van natuurlijke materialen en daar zijn deze lampen een prachtig voorbeeld van.

20

V.O.V.Z. mei nr. 27-1

V.O.V.Z. mei nr. 27-1

21


EVEN VOORSTELLEN:

De Nationale Oogbeurs over leven met minder zicht Op 24 en 25 maart vond de 21e editie van de ZieZo-beurs plaats. Na een jaar van afwezigheid, werd de beurs voor het eerst georganiseerd in het Beatrixgebouw in Utrecht. De ZieZo beurs is een tweejaarlijks evenement voor mensen met een visuele beperking, die de mogelijkheden laat zien, een zo onbeperkt mogelijk leven te leiden. Met 50 stands, verschillende workshops en lezingen was er van alles te ontdekken over wonen, werken, leren en reizen met minder zicht. Van low-vision hulpmiddelen, tot aangepaste spellen en van gesproken uitleg bij films tot informatie over tandem-fietsen. Er was voor ieder wat wils.

Wat opvalt is dat er bezoekers zijn van alle leeftijden, natuurlijk zijn er veel geleidehonden en het geluid van Showdown komt je tegemoet als je binnenloopt. (Showdown is een snelle reactiesport die lijkt op een kruising tussen tafeltennis en air-hockey. In de bal zitten belletjes en de spelers dragen een afgeplakte skibril, zodat voor ieder de visuele handicap gelijk is, maar ook ziende spelers mee kunnen doen) KNGF geleidehonden heeft een ‘hondensimulator’ bij zich. Dit is een metalen constructie, waarmee je kunt voelen hoe het is om met een geleidehond te lopen. Een slechtziende jongen van een jaar of 11 komt met zijn ouders informeren of hij dit eens mag ervaren. Door de drukte op de beurs is dit nog best een uitdaging. Mensen konden ook uitleg krijgen in het ‘tablet café’ of meedoen aan een onderzoek van de Universiteit van Utrecht. Er waren onder andere presentaties over ‘bladmuziek lezen op de I-pad’ , ‘effectief werken met een visuele beperking’ of ‘Do it yourself: uw eigen hulpmiddel maken’. Alleen al op vrijdag waren er zo’n 1800 bezoekers. Niet alleen patiënten/cliënten maar ook zorgprofessionals. De zaterdag zal dit bezoekersaantal ongeveer geëvenaard hebben. Voorheen was de beurs over 3 dagen verspreid in de Expo in Houten. Maar teruglopende bezoekersaantallen, veranderingen in de zorg en onzekerheid door de overheveling van zorg naar de gemeentes, vroegen om een andere aanpak. Deze vernieuwde versie van een 2-daagse beurs op een nieuwe, goed toegankelijke locatie wordt geëvalueerd en zal en zeker weer een vervolg krijgen.

22

V.O.V.Z. mei nr. 27-1

Mijn naam is José Jonker en ik ben werkzaam in Het Oogziekenhuis Rotterdam als teamleider van het zorgpad medische retina. Sinds 1994 werk ik in de oogheelkunde. Je kunt wel zeggen dat ik daar ondertussen ruime ervaring heb opgedaan. Vanaf november 2012 ben ik actief in het VOVZ bestuur. Eerst als aspirant bestuurslid en na één jaar werd ik bestuurslid. Mijn allereerste taken bestonden uit het mede organiseren van het jaarlijkse symposium. Dit deed ik vol energie en enthousiasme. Wat vond ik dat leuk! Om de kwaliteit van de oogheelkundige zorg te verhogen is het van belang om te netwerken, te sparren en ideeën uit te wisselen. Door dit te doen wordt de kwaliteit van de oogheelkundige zorg naar een hoger niveau gebracht. Ieder lid van de VOVZ kan hier zijn voordeel mee doen. Door nieuwe inzichten en technieken te delen blijft ieder lid up-to-date. Het jaarlijkse symposium is voor mij persoonlijk altijd een hoogte punt. Daar ontmoet je bekenden en José collega’s uit de oogheelkundige zorg. Vanaf januari 2017 ben ik voorzitter van de VOVZ. Ik ervaar dit als een enorme eer en hoop het voorzitterschap op een goede manier uit te kunnen voeren Heb je behoefte aan contact buiten de bijeenkomsten of het jaarlijkse symposium om, schroom niet contact op te nemen. Dit kan via het mailadres www.vovz@gmail.com Mijn naam is Annelies Frankfoorder en ik ben secretaris van de VOVZ sinds 2014. Ik ben getrouwd met Ronald en wij hebben 3 kinderen met aanhang. Ik ben al bijna 40 jaar in de gezondheidszorg als verpleegkundige werkzaam. In het Spaarne gasthuis ben ik in het jaar 2000 begonnen, met de oogheelkunde, maar na een half jaar overgegaan naar de poli oogheelkunde van het VUMC in Amsterdam waar ik inmiddels ruim 16 jaar werkzaam ben. De oogheelkunde in het VUMC is een hele gevarieerde werkplek, met de specialisatie Retinoblastoom waar ik mij nog altijd zeer op mijn plek voel. Omdat ik al zo lang op de dezelfde werkplek verbleef, had ik behoefte om er “ iets”bij te doen. De VOVZ was voor mij een uitdaging en leerzame werkplek. Na een jaar als aspirant lid meegelopen te hebben met Ingrid Groenewegen heb ik haar taak als Secretaris overgenomen. Ik vind het voor de oogheelkunde een hele inspirerende aanvulling, en heb plezier in mijn functie. Wel hoop ik van harte dat er nog nieuwe bestuursleden bij komen, anders wordt het voor ons kleine bestuur een te zware belasting om alles in de toekomst draaiende te houden!!!! Ik ben Anke van Gimst- van Belkum. Ik ben 52 jaar ,getrouwd, heb 2 dochters en 3 honden en sinds 2012 gediplomeerd TOA. Daarvoor werkte ik als doktersassistente op de polikliniek oogheelkunde in het LangeLand Ziekenhuis in Zoetermeer. Tijdens het symposium van 2015 vroeg het bestuur van het VOVZ aandacht van de leden om iets te betekenen voor de vereniging. Dat mocht ook als ondersteuner en ik was eigenlijk niet van plan om een bestuursfunctie te gaan bekleden, maar ik wilde wel iets meer betekenen voor de beroepsgroep. Sinds 30 januari 2017 ben ik toegetreden tot het bestuur van het VOVZ. Ik vervul daar de functie van penningmeester. We zijn met een (te) kleine, maar zeer enthousiaste groep en ons doel is om het VOVZ nog meer op de kaart te zetten. We willen naast het jaarlijks symposium meer leermomenten gaan aanbieden voor de leden. Daar kunnen we best nog wat hulp bij gebruiken! Voor meer informatie kun je contact opnemen via info@vovz.nl Mijn naam is Wendy Weber, 47 jaar, getrouwd en werkzaam als TOA in ’t Langeland Ziekenhuis. Na de middelbare school heb ik de Optiekopleiding aan de Christiaan Huygens van ’t Hoff gedaan. Gevolgd door de toenmalige MBO optometrie en Contactlenzen. In die periode heb ik de overstap gemaakt van de optiekzaak naar het ziekenhuis zodat ik ook de TOA opleiding kon doen. Daarna ben ik nooit meer weggegaan, het werken op de polikliniek oogheelkunde beviel me heel goed. Inmiddels doe ik dat dan ook al bijna 26 jaar. Het leuke om bij de VOVZ betrokken te zijn, is dat ik op een andere manier uitgedaagd wordt om met mijn vak om te gaan. Het werkt inspirerend. Op bestuurlijk vlak heb ik enige ervaring met verenigingswerk en het organiseren van evenementen. Ik ben graag creatief bezig, hou van boeken en lekker buitenzijn. Die creativiteit ga ik inzetten voor het verzorgen van ‘Oogcontact’. De variatie aan medewerkers in de oogzorg is groot, en ik hoop van harte dat we ieder kunnen aanspreken met artikelen vanuit verschillende invalshoek.

V.O.V.Z. mei nr. 27-1

23

Annelies

Anke

Wendy


advertentie Erasmus MC Zorgacademie ???

Oogcontact 2017 05  
Oogcontact 2017 05  
Advertisement