Issuu on Google+

27-10-2009

13:18

Pagina 1

inhoud

VOVZ binnenwerk 19 3

Inhoud

Van de redactie

1

Van de voorzitter

2

A.L.V. Notulen 2008 en kort verslag van 2009

3

Column

4

Tracé onderwijs nieuwe data 2010

5

Choriodeamelanoom

6

Verpleegkundige meeting van Oogziekenhuizen

8

Specialisme deskundige

10

Techneuten bouwen implantaat voor blinden

11

Groeifactoren en netvliesproblematiek bij diabetes mellitus

12

Geknipt voor u

14/15

Implanteerbare lens verbetert zicht bij ouderen

16

Onderwerpen Symposium 2009 op 10 november

17

Van de redactie

Hebt u er ook zo’n moeite mee “afscheid nemen van de zomer” Het vakantiegevoel bij het bestuur van de VOVZ is alweer een beetje weg daar de laatste 3 maanden van het verenigingsjaar veel werk met zich meebrengt. Echter de goede sfeer binnen het bestuur en een prima inzet van allen maken deze maanden ook heel plezierig. Deze Nieuwsbrief bevat kopij uit eigen gelederen maar ook het zeer interessante en leerzame artikel van mevr. Marinkovic en mevr. Witmer beide oogarts in o.a het OLVG mag u niet missen. De column geeft u hopelijk weer stof tot nadenken. Hoop velen van u op het Symposium te zien. Namens de redactie Femmie van Rijssen

VOVZ Oktober Nr. 19-3

1


27-10-2009

13:18

Van de voorzitter

VOVZ binnenwerk 19 3

Pagina 2

Van de voorzitter Een prachtige zomer loopt ten einde, het herfstseizoen is net van start gegaan. De komst van het najaar betekent elk jaar weer een drukke tijd voor de V.O.V.Z. immers: bestuursvergaderingen, de algemene ledenvergadering, de oogheelkundige cursussen en het symposium staan voor de deur. Na een moment van bezinning: de beleidsdag in juni, is iedereen van bestuur en werkgroepen, ondersteund door leden en vrijwilligers, weer hard aan het werk gegaan om de organisatie van deze gebeurtenissen rond te krijgen. Na het geweldige succes van het lustrumsymposium vorig jaar kijkt menigeen reikhalzend uit naar het komende symposium. Het beloofd weer van een ongekend hoog niveau te worden. Daarom verwachten wij weer een grote opkomst, ondanks een verhoging van het inschrijfgeld, noodzakelijk vanwege de hogere organisatiekosten. Na vele jaren een gelijkblijvend, bijzonder laag tarief te hebben kunnen hanteren, hebben we nu moeten besluiten het inschrijfgeld te verhogen. Waarbij we het entreegeld hebben kunnen vaststellen op een nog alleszins redelijk inschrijfgeld. Hiermee menen we het symposium voor iedereen toegankelijk te kunnen houden. Kortom, er is weer actie bij de V.O.V.Z.! En…. we hebben meer plannen, zoals we op de beleidsdag van dit voorjaar hebben besproken en hetgeen we tijdens de ALV van september 2009 hebben toegelicht aan de aanwezige leden. Allereerst hebben we op de beleidsdag teruggekeken naar 20 jaar V.O.V.Z: aan de hand van de destijds geformuleerde doelen en de lopende activiteiten hebben we de Vereniging geëvalueerd. Ook heden ten dagen blijken de doelstellingen: kwaliteitsverhoging, deskundigheids-bevordering, contacten en netwerken, en professionalisering nog steeds actueel te zijn. Signalen uit het werkveld, veel cursisten op de COZ en SVO scholingen en een groot aantal deelnemers aan het symposium bewijzen dit keer op keer. Deskundigheidsbevordering is dan ook onontbeerlijk voor de ontwikkeling van

2

jezelf naar een volwaardige professional en voor een goede oogheelkundige zorgverlening. Daarom zijn ook de bestaande activiteiten van essentieel belang: de website en de nieuwsbrief, de oogheelkundige scholingen en het symposium blijven bij de V.O.V.Z. hoog op het activiteitenplan staan. Ook hebben we gekeken naar de huidige ontwikkelingen: in de maatschappij, in de zorg en binnen de oogheelkunde. Vergrijzing en een toenemende zorgvraag, verdere uitholling van de AWBZ, een krappere arbeidsmarkt, en extramuralisering zijn voorbeelden van ontwikkelingen die ook voor de V.O.V.Z. van betekenis zijn. Concreet, naar de ontwikkeling van nieuwe activiteiten toe, is dan ook afgesproken de aandacht mede te gaan richten op de VVT-sector (verpleeg-en verzorgingshuizen en de thuiszorg). Daar waar de zorgvragen toenemen en de vraag naar kennisvergroting hoog is. Ook verbreding, door middel van het orienteren en mogelijk samenwerking naar andere beroepsverengingen toe In mijn voorwoord van het julinummer van “oogcontact” kon u lezen dat voor deze activiteiten meer menskracht nodig is. Hopelijk is mijn oproep aan u niet tegen dovemansoren gericht en zet u nu die stap om een actieve bijdrage aan uw V.O.V.Z. te leveren. Stap nu die drempel over: tijdens alle activiteiten is er volop gelegenheid kennis te maken met het bestuur en de werkgroepen. Zij kunnen uw hulp gebruiken, meldt u aan.

Met vriendelijke groeten, Tiny Manders, voorzitter VOVZ.

VOVZ Oktober Nr. 19-3


VOVZ binnenwerk 19 3

27-10-2009

13:18

Pagina 3

Algemene ledenvergadering

Notulen van de 19de Algemene ledenvergadering V.O.V.Z. datum: locatie: aanwezig: afmeldingen:

15 september 2008 13.30 - 15.00 uur VenVN, Utrecht 6 bestuursleden + 1 aspirant bestuurslid + 3 leden 15 leden, 1 bestuurslid

1. Opening: Dhr. T. Manders opent de vergadering en heet een ieder welkom. In de loop van de jaren is het ledental van de vereniging en bezoekers van het symposium verdubbeld. Het programma van het 20e symposium ziet er weer goed uit. Deze keer is de algemene ledenvergadering niet gekoppeld aan een bezoek. 2. Definitieve vaststelling van de agenda: De agenda wordt goedgekeurd.

3. Notulen 27 september 2007: Punt 5A.: Bij verenigingen die zich hebben aangesloten bij de VenVN is het ledental teruggelopen. Voorlopig wordt de VOVZ geen lid. We zijn wel ingeschreven bij de Kamer van Koophandel. De notulen worden verder goedgekeurd, met dankzegging aan de notulist. 4. Mededelingen: De website draait nu weer sinds een paar maanden na lang weggeweest te zijn. De laatste Nieuwsbrief komt digitaal. Inschrijven voor het symposium kan nu ook via de site. De COZ en SVO gaan in 2009 door. 5. A. Algemeen jaarverslag 2007 door de voorzitter Dhr. T. Manders: Het jaarverslag wordt in de volgende Nieuwsbrief gepubliceerd.

B. Financieel jaarverslag 2007: De kascommissie heeft het financiĂŤle verslag van 2007 gecontroleerd en goedgekeurd. Zij hadden twee vragen maar die konden worden uitgelegd. De vereniging is financieel gezond. Wie in 2006 de contributie niet heeft voldaan, wordt geschrapt als lid in 2008. De kosten voor de Nieuwsbrief zijn laag door de goede contacten Mw. F. van Rijssen met de drukker. Hoe gaat het straks als zij niet meer in het bestuur zit? Er wordt al naar alternatieven gekeken. 6. Begroting 2009: De begroting voor 2009 wordt goedgekeurd. Individueel lidmaatschap blijft ?25,00 Het collectieve lidmaatschap blijft ? 60,00. Nieuwe leden tijdens het 20e symposium betalen voor 2009 ? 15,00. Door bij de VenVN te vergaderen zijn de kosten hoger dan voorgaand jaar. 7 Bestuursverkiezing: Geen van de bestuursleden treedt dit jaar af. Mw. L. Vaessen treedt echter wel af als aspirant-bestuurslid. Zij wordt opgevolgd als aspirant bestuurslid door Mw. T. van Weersch.

8. Rondvraag: Visio Loo Erf zal toch geen nieuw bestuurslid leveren als Mw. F. van Rijssen aftreedt. Mw. E. Gutker complimenteert het bestuur en met name Dhr. T. Manders.

VOVZ Oktober Nr. 19-3

3


27-10-2009

13:18

Algemene ledenvergadering

VOVZ binnenwerk 19 3

Pagina 4

Accreditatiepunten symposium: Eerder is dit al aangevraagd bij het NOG. Echter door de diversiteit van de doelgroep zijn er nog geen punten verleend. Voor 2009 zal dit weer uitgezocht gaan worden. De optometristen vereniging verleend wel punten aan dit symposium. Voor verpleegkundigen zal dit over enige tijd ook interessant worden in verband met de BIG-registratie. 9 Sluiting: Onder dankzegging voor de deelname aan de algemene ledenvergadering sluit de voorzitter de vergadering.

Kort verslag van de algemene ledenvergadering 2009. Maandag 21 september 2009 werd de 20e Algemene Ledenvergadering gehouden bij V&VN te Utrecht. Twee leden woonden de vergadering bij. Er hadden zich 15 leden afgemeld voor de vergadering. Na een welkomstwoord van de voorzitter werden de notulen van de 19de ALV van 15september 2008 goedgekeurd door de vergadering. Deze treft u volledig aan in de Nieuwsbrief. Vervolgens gaf de voorzitter een korte terugblik over het afgelopen jaar en volgde de bespreking van het financiële jaarverslag 2008. Tevens werd de begroting voor 2010 gepresenteerd en goedgekeurd. Dit jaar was er één aftredend herkiesbaar bestuurslid. Met unanieme stemmen werd zij herkozen. Tijdens de volgende bestuursvergadering zullen de bestuurs- en werkgroepfuncties verdeeld worden. De vergadering werd hierna gesloten. Ingrid Groenewegen Secretaris V.O.V.Z.

4

Column “Hebt u dit al vaker gedaan?” Mijn hand die met het druppelflesje op weg was geweest naar het linkeroog van meneer Peters stopte en bleef in de lucht hangen. De man zat met het hoofd achterover op de stoel en had zijn ogen helemaal naar links gedraaid om mij te kunnen zien. Ik keek hem aan. Terwijl mijn hand nog boven zijn voorhoofd zweefde, slikte ik een geërgerd ‘nee meneer, dit is de eerste keer’ in. De blik van de man was gespannen. “Ik vraag het maar, voor de zekerheid,” zei hij. Zijn gezicht stond strak en hij knipperde een paar keer snel achter elkaar met zijn ogen. “Ja hoor, ik doe dit al bijna vijftien jaar drie dagen per week. Kijkt u even omhoog?” Mijn hand maakte zijn beweging af en de druppel viel in het oog van de patiënt. Ik pakte het dopje, draaide het op het flesje en dacht: waarom zijn het toch altijd mannen die dit vragen? Komt het doordat ik een vrouw ben dat ze me niet zo gemakkelijk vertrouwen? Of is het toch waar dat mannen bangere patiënten zijn en minder goed tegen pijn kunnen? We hadden het er vaak over met elkaar, in de koffiekamer. Als we met vrouwen onder elkaar waren, lachten soms een beetje om het verschil tussen mannelijke en vrouwelijke patiënten. Toen ik het volgende flesje opende, wierp ik een korte blik op de patiënt. Hij zat nog steeds met zijn hoofd achterover geleund en keek gespannen naar het plafond. Nee, ik geloofde toch niet dat het iets met mij als vrouw te maken had. Waarschijnlijk was hij gewoon nerveus, al had hij ‘nee’ geantwoord toen ik had gevraagd of hij tegen de operatie opzag. Ik zette mijn paraaf op het medicatievoorschrift en ging weer naast de man staan. “Hier komt de volgende druppel. Kijkt u weer naar boven?” “Waar is deze druppel voor?” vroeg hij met enigszins benepen stem. Ik legde de werking van de druppel, en alle andere druppels die ik hem nog ging geven, uit. Nadat ik over de gang van zaken rond de ingreep had verteld, beantwoordde ik zijn vele andere vragen. Welke oogdruppels hij na de operatie moest gebruiken, hoe vaak hij moest druppelen, hoe lang hij hiermee moest doorgaan, hoe je oogdrup-

VOVZ Oktober Nr. 19-3


VOVZ binnenwerk 19 3

27-10-2009

13:18

Pagina 5

pels moest bewaren, hoe je precies moest druppelen… Had hij de informatiefolder niet gekregen tijdens zijn polibezoek? Jazeker, maar hij wilde het gewoon even controleren, voor de zekerheid. Ik onderdrukte weer een gevoel van irritatie, probeerde alle vragen zorgvuldig te beantwoorden en rondde de voorbereiding voor de operatie af. Toen meneer Peters na de ingreep werd teruggebracht naar de kamer, viel het me op dat hij er bijzonder opgelucht en ontspannen uitzag. Ik vroeg hoe het was gegaan. Het was erg meegevallen, vertelde hij. Hij was zo bang geweest voor de verdoving, maar die had hij niet eens gevoeld. Tijdens de operatie had hij ook niet gezien wat er gebeurde. De dokter had gezegd dat het goed was gegaan en dat hij morgen al een groot verschil zou zien. Ik herkende de man van die ochtend niet terug. Hij zat ontspannen in de stoel te vertellen. Waren het dan toch gewoon de zenuwen geweest? Even later liep hij met één afgeplakt oog de afdeling af. Vanuit de kamer zag ik hem behoedzaam door de gang lopen. Terwijl ik zijn enigszins bezwete operatieschort in de waszak gooide, herinnerde ik me de les die ik tijdens mijn opleiding had gehad over slechtziendheid. We hadden allemaal brillen op gekregen waarvan de glazen waren afgeplakt met een verschillend aantal laagjes doorzichtig plastic. Hoe dikker de laag, des te waziger het beeld. Op het laatst had ik geen gezichten kunnen onderscheiden, maar alleen vlekken gezien. Misschien had de patiënt mijn gezicht ook niet goed kunnen zien en had hij zich afgevraagd of hij een jonge student of een ervaren verpleegkundige voor zich had staan. Iemand die het voor het eerst deed of al jaren ogen druppelde. Wellicht had hij daarom die vraag gesteld of ik het wel vaker had gedaan. Dan was mijn gevoel van irritatie niet terecht geweest. In ieder geval zou ik vanaf nu als ik me aan een patiënt voorstelde mijn functie erbij zeggen. Voor de zekerheid. Argus

TRacé-onderwijs organiseert in samenwerking met de Vereniging voor Oogheelkundige Verpleging en Zorgverlening (VOVZ) de Cursus Oogheelkundige Zorg. (COZ). De cursus is bedoeld voor alle zorgmedewerkers binnen het specialisme Oogheelkunde. De kosten zijn € 565.00. inclusief cursusmateriaal.

Datumoverzicht 2010 Cursus Oogheelkundige Zorg, voorjaar 2010 Vrije Universiteit medisch centrum, Amsterdam (woensdag 17.30 – 21.00 uur) 03 – 10 – 17 – 31 maart 2010 en 07 – 14 – 21 – 28 april 2010 Universitair Medisch Centrum St. Radboud Nijmegen (donderdag17.30 – 21.00 uur) 04 – 11 – 18 maart 2010, 01 – 08 – 15 – 22 – 29 april 2010

Cursus Oogheelkundige Zorg, najaar 2010 Vrije Universiteit medisch centrum, Amsterdam (woensdag 17.30 – 21.00 uur) 08 – 15 – 22 – 29 september 2010 en 06 – 13 – 20 - 27 oktober 2010 Universitair Medisch Centrum, Utrecht (dinsdag 17.30 – 21.00 uur) 02 – 09 – 16 – 23 - 30 november 2010 en 07 – 14 – 21 december 2010 Universitair Medisch Centrum Groningen (woensdag 17.30 – 21.00 uur) 03 – 10 – 17 – 24 november 2010 en 01 – 08 – 15 – 22 december 2010

Specialistische Vervolgcursus Oogheelkunde Groningen Locatie Universitair Medisch Centrum Groningen woensdag 17.30 – 21.00 uur) 3 februari,17 februari 2010 10 maart, 31 maart 2010 14 april, 28 april 2010 12 mei, 26 mei 2010 9 juni 2010 Aanmelden tot 1 december 2009 bij TRacé-onderwijs Inschrijven d.m.v. inschrijfformulier en versturen aan: TRacé-onderwijs, Postbus 6090, 5960 AB HORST Zie ook voor informatie en inschrijven op internet: www.trace-onderwijs.nl Telefoon TRacé-onderwijs: 077 4634778, (mobiel): 06 15386413 - De cursus gaat door bij voldoende deelname (minimale groepsgrootte: 12 ) - Aanvragen worden behandeld naar volgorde van binnenkomst. - Er kan een optie worden aangevraagd, echter de definitieve inschrijving vindt plaats na volledig ingevuld en ondertekend inschrijfformulier. Annulering uitsluitend schriftelijk en volgens bepalingen vermeld in de folder. - Voor inschrijven kan gebruik gemaakt worden van de aangehechte aanmeldingsstrook. Via de website is het eveneens mogelijk om in te schrijven. - Betaling vindt plaats na het ontvangen van de nota / acceptgiro.

VOVZ Oktober Nr. 19-3

5


27-10-2009

13:18

Choroideamelanoom

VOVZ binnenwerk 19 3

Pagina 6

Choroideamelanoom

Fotograaf: Mevr. K. Emmanouilidis v/d. Spek

Patiënten met een choroideamelanoom worden vaak naar het LUMC verwezen. Wat zijn de kenmerken van een choroideamelanoom, welke diagnostische onderzoeken zijn zinvol en hoe worden patiënten met deze tumoren behandeld?

Drs. Marina Marinkovic. Oogarts op het OLVG Amsterdam en LUMC Leiden.

Algemeen Het choroideamelanoom is de meest voorkomende primaire maligne tumor in het oog bij volwassenen. Toch is het choroideamelanoom een zeldzame tumor: in Nederland zijn er ongeveer 6 nieuwe patiënten met een choroideamelanoom per miljoen inwoners per jaar. Van de oogmelanomen bevindt ongeveer 8% zich in de iris, 12% in het corpus ciliare en 80% in de choroidea. Van de choroideamelanomen -waarover dit stuk verder gaat- ontstaat een deel uit een naevus en een deel ontstaat de novo; dus zomaar. Moedervlekken of naevi komen veel vaker voor dan melanomen en melanomen kunnen soms op het eerste gezicht behoorlijk op zo’n naevus lijken. Het overgrote deel van deze melanomen is sporadisch, dat wil zeggen dat erfelijkheid geen rol speelt. Slechts een heel klein deel van de patiënten (zo’n 0.6 %) heeft een familiaire vorm. Klachten Veel patiënten hebben geen klachten en hun tumor wordt bij toeval gevonden, bijvoorbeeld bij diabetescontrole of bij controle bij een symptomatische achterste glasvochtloslating. Sommige patiënten komen wel met klachten op de poli: lichtflitsen zien of een visusdaling komen dan het meest voor. De visusdaling kan komen omdat de tumor centraal in het oog zit of omdat de tumor

6

vocht maakt en er daardoor een begeleidende netvliesloslating ontstaat. Als je een gepigmenteerde lesie ziet in het oog die klachten geeft, moet je er rekening mee houden dat je te maken kan hebben met een melanoom. Naevi geven veel minder vaak klachten. Oogheelkundig onderzoek De diagnose oogmelanoom kan in zo’n 90% van de gevallen eigenlijk met het oogheelkundig onderzoek al worden gesteld. Bij het oogheelkundig onderzoek kijk je de patiënt systematisch na. Metingen: Je begint met de visus. Moedervlekken geven zelden een visusdaling, maar melanomen doen dat vaker. De oogdruk wordt beiderzijds gemeten. Bij een hoge druk aan één kant moet je altijd denken aan tumorgroei in het de ooghoek of het corpus ciliare. Voorsegment: Als de tumor zich voor in het oog bevindt kan je sentinel vessels zien. Dit zijn grote vaten op het oog, die “verraden” waar de tumor zich bevindt. Media: Er kan (segmentaal) cataract zijn in het aangedane oog en er kan bloed of pigment in het glasvocht zweven. Achtersegment: Een typisch choroideamelanoom is een gepigmenteerde, bruine lesie al bestaan er ook amelanotische (ongepigmenteer-

VOVZ Oktober Nr. 19-3


VOVZ binnenwerk 19 3

27-10-2009

13:18

Pagina 7

Aanvullend onderzoek Allereerst wordt er een echo gemaakt van het oog. Een oogmelanoom is echografisch vrij laagreflectief (dus vrij donker) terwijl een naevus veel hoger reflectief (witter) is. De vorm van een melanoom is ook vrij typisch: veelal “domeshaped” ; als een soort gladde bult. En anders mushroomshaped, dus als een champignon. Met de echo kan je ook de breedte en dikte van de tumor meten en deze maten zijn nodig om de juiste therapie te kiezen. Vaak wordt er ook een fluorescentie-angiogram gemaakt. Niet alleen een naevus, maar ook een bloeding, een haemangioom of bijvoorbeeld een uitzaaiing van een tumor elders in het lichaam kan eruit zien als een melanoom en met een FAG kan je het verschil soms zien. Een melanoom vertoont pinpointlekkage, dus kleine

Choroideamelanoom

de) melanomen. Om een melanoom te onderscheiden van een veel vaker voorkomende bruine lesie in het oog namelijk een moedervlek of naevus, zoek je naar een aantal kenmerken. Deze kenmerken duiden op een risico voor groei en geven aan dat de kans groot is dat het om een melanoom gaat en niet om een goedaardige moedervlek. Deze kenmerken zijn: 1 Dikte: Een lesie die dikker is dan 2 mm is verdacht. 2 Vocht: moedervlekken kunnen wel vocht maken, maar dat is zeldzaam, bij melanomen komt dat vaker voor. 3 Oranje pigment of lipofusceine- vlekjes op de lesie zijn vrij typisch voor het oogmelanoom. Drusen (witte vlekjes) daarentegen passen meer bij een moedervlek. 4 Als de rand van de pigmentlesie tegen de papil aan zit moet je ook bedacht zijn op een melanoom. 5 Als je een pigmentlesie ziet die in de loop van de tijd groeit, dan is dat ook geen goed teken.

lekkage-stippen op FAG en heeft soms een eigen vaatvoorziening. Verder worden alle patiënten voor de behandeling gescreend op metastasen. Dit gebeurd met bloedonderzoek, een echo van de bovenbuik en een longfoto. Behandeling Er zijn verschillende behandelingen mogelijk. De meest elegante behandeling is de plaatselijke bestraling of brachytherapie. Hierbij wordt een soort radioactief geladen “muntje”, de rutheniumapplicator, buiten op het oog genaaid, precies op de plaats waar zich binnen in het oog de tumor bevindt. De tijd dat het muntje moet blijven zitten, de bstralingsduur, wordt nauwkeurig berekend door de radiotherapeut en meestal is dit tussen de 2 en 6 dagen. Daarna wordt de rutheniumapplicator weer verwijderd. Het is ook mogelijk het oog uitwendig te bestralen. Dit kan stereotactisch of met protonen. In sommige gevallen is het mogelijk de tumor met een operatie te verwijderen. Dit is technisch ingewikkeld en vergt behoorlijk wat van de patiënt (goede conditie en vaak op controle komen na de operatie) en van de chirurg. Als de tumor heel groot is of op een vervelende plaats zit, zal het oog verwijderd worden: een enucleatie. Bij deze operatie wordt meteen een implantaat in de holte gezet en al na enkele weken kan een schaalprothese worden aangemeten die er net zo uitziet als het oog aan de gezonde kant en die kan bewegen. Bij de meeste geenucleerde patiënten is het verschil tussen de prothese en het gezonde oog voor een leek eigenlijk niet of nauwelijks te zien. Uitzaaiingen Helaas kan het oogmelanoom uizaaien. Deze uitzaaingen of metastasen gaan in 80-90% van de gevallen in eerste instantie naar de lever, omdat het uitzaaien via het bloed gebeurd en de lever de eerste “zeef” is. Als een patiënt metastasen heeft is er op dit moment geen behandeling die kan genezen. Wel kan het leven vaak worden verlengd door te behandelen. Deze levensverlengende behandeling kan bestaan uit een operatie, uit het doorspoelen van de lever met chemotherapie of uit chemotherapie in het kader van een studie. Er wordt hard naar andere en betere behandelingen voor uitzaaiingen van choroideamelanomen gezocht omdat 15 jaar na het stellen van de diagnose bijna de helft van alle choroideamelanoompatiënten zal zijn gestorven aan uitzaaiingen van de oogtumor.

VOVZ Oktober Nr. 19-3

7


27-10-2009

13:18

Meeting Oogziekenhuizen

VOVZ binnenwerk 19 3

Pagina 8

Verpleegkundige meeting van Oogziekenhuizen.

Mijn naam is Tinie van der Linden. Ik ben verpleegkundige en praktijkopleider in het Oogziekenhuis in Rotterdam. Van 9 tot 13 mei van dit jaar heb ik een bezoek gebracht aan Stockholm en Helsinki in het kader van deWAEH. De WAEH staat voor World Assosiation of Eye Hospitals. Tijdens deze dagen waren er verschillende meetings. Er was ook een nurse meeting. We hebben bezoeken gebracht aan een Oogziekenhuis in Stockholm en de oogkliniek van het academisch ziekenhuis van Helsinki. Er waren deelnemers uit Nederland, Belgie, Engeland, Zweden, Finland, Amerika, Australie en Tailand. Niet uit alle landen waren er verpleegkundigen aanwezig. Als verpleegkundige is het erg leuk om te horen hoe verpleegkundigen uit andere landen met dezelfde soort patiënten werken. Wat zijn de overeenkomsten en waarin verschillen we? De eerste dagen van de reis verbleven we in Stockholm. Op zaterdagmiddag hadden we de eerste ontmoeting met de deelnemers. We maakten een wandeling door Stockholm en brachten een bezoek aan het Nobel museum. Op zondag begon de nurse meeting en de meeting van de managers. Niet alle dagen waren er dezelfde en ook niet evenveel deelnemers. Omdat we verschillende plaatsen bezochten verschilden de deelnemers per dag. De nurse meeting bestond de eerste dag uit ongeveer 25 deelnemers We hadden zelf van te voren inbreng gehad in de onderwerpen die we wilden bespreken.

heelkundig verpleegkundige 1 jaar. Daarna is er een specialisatie mogelijk voor glaucoom of diabetes. Deze specialisaties duren 10 weken. Er kan ook nog een specialisatie voor orthoptist gevolgd worden. Deze duurt 1á 1 1/2 jaar. In Zweden mogen optometristen geen medicijnen voorschrijven en geen druppels toedienen. In Zweden doen verpleegkundigen veel onderzoeken die in Nederland door Toa’s gedaan worden zoals diabetes controle, glaucoomcontrole(GDX, HFA), FAG. Verpleegkundigen daar maken ook CT”s, echo’s en doen SEH triage.Zij werken ook vaak op de OK. Speciale kinderverpleegkundigen die ook orthoptist zijn gaan naar consultatiebureaus om te kijken naar de kinderen die niet geslaagd zijn voor de ogentest. Zij bekijken of het kind ook nog gezien moet worden door een oogarts. In Engeland duurt de specialisatie voor oogheelkundig verpleegkundige ook een jaar. Speciaal opgeleide verpleegkundigen doen daar ook laserbehandelingen en verwijderen chalazions en geven botox injecties. In Engeland is het mogelijk een master degree te behalen als oogheelkundig verpleegkundige. Zij doen veel wetenschappelijk onderzoek. In Belgë zijn alle TOA’s ook verpleegkundige. In Denemarken zijn een aantal verpleegkundigen die Avastin injecties toedienen. Er waren geen deelnemers uit Denemarken, zodat we daar niet veel meer informatie over konden krijgen.

Eén van de onderwerpen waar we over gesproken hebben was de opleiding van ophtalmic nurses. In Zweden duurt de specialisatie voor oog-

8

VOVZ Oktober Nr. 19-3


VOVZ binnenwerk 19 3

27-10-2009

13:18

Pagina 9

Meeting Oogziekenhuizen

Een tweede onderwerp was hygiëne. In Zweden hangt bij elk bed een alcohol dispenser. In Helsinki hangt bij elke deur een alcohol dispenser. In Helsinki geven ze patiënten geen hand uit hygiëne oogpunt. Toch konden we daar zo, zonder ons om te kleden het operatiecomplex op lopen en zelfs de deur van de OK ging gewoon open terwijl er een operatie gaande was. Wat verder opviel. In Tailand bestaat geen aparte opleiding voor verpleegkundigen in de oogheelkunde. De verpleegkundigen waar wij mee gesproken hebben werkten in het Rutnin Eye hospital in Bangkok. Dit is een particulier ziekenhuis. Ze doen daar erg veel cataract OK’s Patiënten gaan na de operatie bijna nooit naar huis. Voor een klein bedrag wordt je een dag in de watten gelegd met een eigen kamer, en een touch screen waarmee je licht, gordijnen, internet, tv e.d. kunt bedienen en het eten op de kamer wordt geserveerd. Familie kan ook blijven slapen. Elke patiënt krijgt voor de operatie een voetmassage. Dit doen ze omdat je hier rustig van wordt. In Finland viel op dat elke patiëntencategorie op een eigen verdieping gehuisvest is. De retina patiënten kwamen als poli patiënt, voor dagopname of klinisch opgenomen op één afdeling. Er waren wel heel veel patiënten op de spoed eisende hulp. De gemiddelde wachttijd was daar tussen de 5 en 7 uur. Niemand klaagde, op andere plaatsen in Finland is de wachttijd veel langer.

In Zweden en Finland kun je aan de badge van alle personeel zien welke talen ze spreken. Door vlaggetjes op de badge is dit herkenbaar. Alle deelnemende ziekenhuizen hebben ook afgesproken dat we in de toekomst meer gegevens gaan uitwisselen, zoals gegevens voor verpleegkundig wetenschappelijk onderzoek, onderwijs, gegevens voor incident registratie en gegevens over klinische paden. We gaan ook een verpleegkundige uitwisseling opzetten. Met Leuven vindt die plaats in oktober en november. Ik heb een erg leerzame week gehad. Ik ben benieuwd of er meer leden zijn van de VOVZ die hun verhaal willen delen met andere leden.

VOVZ Oktober Nr. 19-3

9


27-10-2009

Specialisme deskundige

VOVZ binnenwerk 19 3

13:18

Pagina 10

Specialisme deskundige

Jacolien Blom Manager Oogheelkunde VUmc Amsterdam

De oogheelkundige klinische zorg verplaatst zich van opname naar dagopname. Dit betekent dat diverse oogheelkundige afdelingen sluiten en bedden toegewezen krijgen bij een andere afdeling. Om verpleegkundigen / verzorgende betrokken te houden bij een specialisme is het raadzaam om per gecombineerde afdelingen/ poliklinieken specialisme deskundigen aan te stellen. Dit heeft als voordeel dat zij de innovaties binnen het vakgebied in de gaten kunnen houden en kunnen overbrengen naar de andere teamleden. Denk aan lezen vakbladen, symposia en of congres bezoek en lid zijn van patiĂŤntenverenigingen of vakgroepen. Voor artsen van het specialisme geeft dit als voordeel dat er direct een aanspreekpunt op de afdeling of polikliniek is, waardoor de betrokkenheid bij het specialisme verhoogt wordt. Voor de afdeling poliklinieken zelf werkt dit kwaliteit verhogend. Ook de studiemogelijkheden worden hierdoor vergroot. De verpleegkundige/ verzorgende kan zich richten op haar/zijn specialisme is bij vragen altijd het aanspreekpunt. Ook kan deze verpleegkundige de protocollen voor zijn of haar rekening nemen. Verdere vakinhoudelijke wijzigingen bespreken en doorvoeren. Bij diverse operatie afdelingen in ziekenhuizen is het begrip van specialisme deskundige ingevoerd en werkt het naar volle tevredenheid. Bij gecombineerde klinische afdelingen van ziekenhuizen wordt dit begrip niet altijd toegepast, dit is dus een uitstekende kans om de kwaliteit van uw afdeling/ polikliniek te vergroten.

10

VOVZ Oktober Nr. 19-3


VOVZ binnenwerk 19 3

27-10-2009

13:18

Pagina 11

Implantaat

Techneuten bouwen implantaat voor blinden Door Willem de Moor, zaterdag 26 september 2009 09:34, views: 17.615

Onderzoekers van het Massachusetts Institute of Technology hebben een prototype voor een implantaat ontwikkeld dat blinde mensen een deel van hun gezichtsvermogen kan teruggeven. De oogzenuw dient daarbij intact te zijn. Het implantaat stimuleert de oogzenuwen door elektrische signalen aan de oogzenuw door te geven. De elektronische stimulatie werkt door middel van een bril waarop een videocamera is gemonteerd. De beelden worden draadloos naar een kleine chip gestuurd die op de oogbol is bevestigd en de signaalverwerking voor zijn rekening neemt. De signalen worden vervolgens naar elektroden gestuurd die de zenuwcellen onder de retina stimuleren. Daarbij worden de signalen over het netvlies verdeeld zodat met het beeld corresponderende delen van het netvlies gestimuleerd worden: het beeld wordt dus op het netvlies ‘gemapped’. Om met de camerabril iets te kunnen zien, dienen patienten een intact netvlies en dito oogzenuw te hebben. Daarom kunnen alleen mensen die door bijvoorbeeld retinitis pigmentosa of maculadegeneratie blind geworden zijn met de techniek geholpen worden. De implantatietechniek van de groep onderzoekers van het MIT en andere onderzoeksinstanties maakt gebruik van minder ingrijpende operaties dan eerdere, vergelijkbare implantaten. De elektrodes van het MIT-prototype worden bijvoorbeeld onder het netvlies in plaats van erop aangebracht, wat ook het risico op beschadiging vermindert. De signaalverwerkingschip, die in een titanium verpakking gevat is, wordt via inductiespoelen van energie voorzien. Het systeem verkeert nog in het prototype-stadium: de implantaten werden vooralsnog alleen op varkens getest. Wanneer proeven met mensen beginnen, zullen ook de signaalverwerkingsalgoritmes fijn afgesteld kunnen worden op basis van feedback door menselijke proefpersonen.

VOVZ Oktober Nr. 19-3

11


27-10-2009

13:18

netvliesproblematiek

VOVZ binnenwerk 19 3

Pagina 12

Groeifactoren en netvliesproblematiek bij diabetes mellitus: nieuwe behandelingsstategieën A.N. Witmer 1, R.O. Schlingemann 2 Afdeling Oogheelkunde van het Onze Lieve Vrouwe Gasthuis 1 en het Academisch Medisch Centrum2, Amsterdam Correspondentieadres: Dr. A.N. Witmer, Afdeling Oogheelkunde, Onze Lieve Vrouwe Gasthuis, Oosterpark 9, 1091 AC Amsterdam. Tel. 020-5993047, E-mail: a.n.witmer@olvg.nl

Inleiding. Nieuwe medicijnen die de groei en lekkage van bloedvaten in het oog kunnen afremmen hebben in korte tijd een revolutie ontketend in de oogheelkunde. Deze medicijnen worden ingezet bij de behandeling van de twee belangrijkste oogaandoeningen leidend tot onbehandelbare blindheid en slechtziendheid in Nederland:, leeftijdsgebonden maculadegeneratie en diabetische retinopathie. De meeste van deze medicijnen zijn remmers van ‘vascular endothelial growth factor’ (VEGF), een groeifactor ontdekt in de oncologie, maar waarvan het bestaan al in 1948 voorspeld is door een Engelse oogarts die onderzoek deed naar diabetische retinopathie.

Roodvrije opname van het linkeroog met non-proliferatieve diabetische retinopathie. Verspreid zijn micro-aneurysmata te zien (kleine zwarte puntjes) en harde exsudaten in de macula (witte neerslagen) met macula-oedeem in de gele vlek.

Diabetische retinopathie (DR) is een ziekte van het netvlies waarbij veranderingen in de haarvaten (capillairen), zoals vaatwandlekkage en vaatnieuwvorming, het gezichtsvermogen bedreigen. De ziekte kent een opvolging van verschillende stadia, waarbij een scala aan mechanismen een rol speelt. Het kan wel 5 tot 20 jaar duren voordat iemand met diabetes DR ontwikkelt. In de eerste jaren zijn

12

er al subtiele veranderingen in het netvlies, zoals een veranderde bloeddoorstroming, verlies van vaatwandcellen en een verhoogde doorlaatbaarheid van de normaal ondoorgangkelijke capillairen van het netvlies, die voor de oogarts nog niet waarneembaar zijn. Deze veranderingen worden veroorzaakt door het hoge nachtelijke zuurstofgebruik van het netvlies, wat dat leidt tot zuurstofgebrek, en de metabole effecten van hoge glucosespiegels (hyperglycaemie) in het netvliesweefsel. Naast vaatwandcellen gaan hierdoor waarschijnlijk ook andere celtypen, zoals gliacellen en neuronen, te gronde. Er wordt aangenomen dat in de eerste jaren van diabetes mellitus het verlies van vaatwandcellen gecompenseerd kan worden door celdeling. Op een gegeven moment schiet dat tekort en ontstaat de ziekte DR. De bepalende rol van hyperglycaemie bij DR wordt bevestigd door grote Engelse en Amerikaanse klinische studies, waarin werd aangetoond dat verlaging van de bloedglucosespiegels een enorm gunstig effect heeft op het ontstaan van DR en mate van progressie van bestaande DR. Het is opvallend dat hierbij naast een slechte glycaemische instelling andere algemene factoren zoals hoge bloeddruk en een afwijkend vetspectrum een ongunstige rol spelen. De preventie maar ook de behandeling van DR begint dus bij de huisarts of internist! DR wordt ingedeeld in twee stadia: non-proliferatieve en proliferatieve DR. Bij non-proliferatieve DR worden in het netvlies aanvankelijk kleine vaatuitstulpingen gezien (microaneurysmata), meestal bij kleine gebieden waar de capillairen afgesloten zijn of verloren zijn gegaan. In deze gebiedjes, waarin ook intraretinale bloedingen zichtbaar zijn, bestaat zuurstoftekort en dit leidt tot activering van groeifactoren als vascular endothelial growth factor (VEGF). Deze stof werkt in op de vaatwandcellen en veroorzaakt vaatwandlekkage en in hoge spiegels ook vaatnieuwvorming. VEGF werkt hierbij niet alleen, ; er zijn aanwijzingen dat onder andere veranderingen in het complexe groeihormoon systeem ook een bijdrage leveren. De afwijkingen in het netvlies kunnen zich in maanden tot jaren uitbreiden: gebiedjes in het centrale deel van het netvlies raken verdikt door vochtophoping (macula-oedeem) en bevatten gele neerslagen van uit het plasma gelekte lipo-

VOVZ Oktober Nr. 19-3


VOVZ binnenwerk 19 3

27-10-2009

13:18

Pagina 13

Bij proliferatieve DR kunnen in het netvlies buiten de gele vlek (de periferie) in de loop van de tijd vrijwel alle capillairen afgesloten raken. Dergelijke uitgebreide capillaire “non-perfusie” leidt tot extreem zuurstoftekort en gaat meestal gepaard met hoge VEGF spiegels VEGF in het glasvocht, met vorming van nieuwe vaten (neovascularisaties) op de oogzenuw of elders op het netvlies als gevolg. Met de neovascularisaties, die gemakkelijk bloeden, groeien bindweefselcellen mee die in een later stadium verlittekening op het netvlies veroorzaken. Tractie van deze littekenstrengen veroorzaakt netvliesloslating (tractie-ablatio). Bij deze verbindweefseling speelt een andere groeifactor een rol, genaamd ‘connective tissue growth factor’ (CTGF), en er zijn aanwijzingen dat de overgang van een stadium met vaatgroei naar een stadium met bindweefselvorming wordt bepaald door de balans van de spiegels van VEGF en CTGF in het oog. Bij proliferatieve DR is in een vroeg stadium vernieti-

netvliesproblematiek

proteïnen, genaamd harde exsudaten. Reikt een dergelijk gebied van oedeem tot in de gele vlek, dan is dat bedreigend voor het zicht (visus)., Bij daling van de visus is een laserbehandeling noodzakelijk. Hierbij wordt een deel van het netvlies -permanent- vernietigd, en daarmee wordt vermoedelijk lokaal de balans hersteld van vraag en aanbod van zuurstof. Er kan bij de gele vlek zelf echter ook uitval van capillairen optreden, een niet te behandelen oorzaak van visusdaling. Hoe vroeger een laserbehandeling kan worden uitgevoerd des te kleiner is de kans dat het diabetisch macula-oedeem echt slechtziendheid veroorzaakt. Screening van alle mensen met diabetes op oogafwijkingen, ook als er geen klachten zijn, is dus enorm belangrijk. Hoewel de rol van VEGF bij het ontstaan van diabetisch macula-oedeem niet onomstotelijk in experimentele studies is vastgesteld, wijzen de eerste klinische resultaten van VEGF remmers zoals ranibizumab (Lucentis®) en bevacizumab (Avastin®) bij de behandeling van patiënten met diabetisch maculaoedeem op een belangrijke rol van VEGF. Hoewel dit nog in grote lopende gerandomiseerde klinische studies moet worden bevestigd laten deze voorlopige resultaten zien dat er in het eerste jaar van de behandeling een geleidelijke maar substantiële verbetering van de gezichtsscherpte mogelijk is door vermindering van het macula-oedeem. Dit is meer dan laserbehandeling kan bieden. Een probleem is echter dat deze medicijnen gegeven moeten worden met maandelijkse injecties in het oog. Het is ook niet bekend of dit niet jaren moet worden volgehouden om het gezichtsvermogen te behouden. Een ander nadeel van injecties in het oog ten opzichte van laserbehandeling is de kans op een bacteriële infectie in het oog (kleiner dan 0,1% ten opzichte van 0%) door de minuscule insteekopening van de injectie.

ging van grote delen van het netvlies door panretinale laserbehandeling noodzakelijk en effectief, waarschijnlijk door vermindering van het zuurstofgebruik van het perifere netvlies. Bij massale bloedingen in het glasvocht of bij tractie-ablatio kan alleen glasvochtchirurgie (vitrectomie) het gezichtsvermogen soms nog verbeteren. Blindheid door DR ontstaat vooral bij patiënten bij wie de laserbehandeling te laat wordt gestart of aanvankelijk weinig effectief is, wat het belang van screening op DR weer onderstreept. Het is in de afgelopen jaren gebleken, dat VEGF remmers zeer effectief zijn in het tijdelijk onderdrukken van vaatgroei bij proliferatieve DR. Dit biedt bij de behandeling de mogelijkheid om lasertherapie gecontroleerd uit te voeren en vermindert aanzienlijk de kans dat het gezichtsvermogen verloren gaat door een te laat gestarte behandeling. In de toekomst zal het misschien ook mogelijk worden de bindweefsel vorming te beïnvloeden met medicijnen die stoffen als CTGF remmen. Conclusies. Het is aannemelijk dat medicijnen die VEGF remmen, zoals ranibizumab en bevacizumab, een belangrijke aanvullende rol gaan spelen bij de behandeling van diabetisch macula-oedeem en bij proliferatieve diabetische retinopathie. Er is hoop en verwachting dat hierdoor veel minder mensen met diabetes blind zullen worden. Literatuur Lorenzi M, Gerhardinger C. Early cellular and molecular changes induced by diabetes in the retina. Diabetologia 2001; 44:791-804 Witmer AN, Vrensen GFJM, Van Noorden CJF, Schlingemann RO. Vascular endothelial growth factors and angiogenesis in eye disease. Progress in Retinal and Eye Research 2003; 22:1-29 Richtlijn werkgroep diabetische retinopathie van het Nederlands Oogheelkundig Gezelschap en Orde van Medisch Specialisten. Richtlijn. Diabetische retinopathie. Screening, diagnostiek en behandeling. 2006; ISBN-10: 90-8523-125.6 Frank RN. Diabetic retinopathy. New England Journal of Medicine 2004;350: 48-58 Kuiper EJ, Van Nieuwenhoven FA, de Smet MD, van Meurs JC, Tanck MW, Oliver N, Ingeborg Klaassen I, Van Noorden CJF, Goldschmeding R, Schlingemann RO. The Angio-Fibrotic Switch of VEGF and CTGF in Proliferative Diabetic Retinopathy. PLoS ONE. 2008; 3:e2675 Schlingemann RO, Witmer AN. Treatment of retinal diseases with VEGF antagonists. Prog Brain Res. 2009;175:253-67.

VOVZ Oktober Nr. 19-3

13


27-10-2009

13:18

Pagina 14

geknipt voor u

VOVZ binnenwerk 19 3

14

VOVZ Oktober Nr. 19-3


VOVZ binnenwerk 19 3

27-10-2009

13:18

Pagina 15

geknipt voor u VOVZ Oktober Nr. 19-3

15


27-10-2009

13:18

Implanteerbare lens

VOVZ binnenwerk 19 3

Pagina 16

Implanteerbare lens verbetert zicht bij ouderen Door Willem de Moor

Een Amerikaans bedrijf dat protheses ontwikkelt, heeft een miniatuur-telescoop gemaakt die het zicht van LMD-patiënten deels moet herstellen. Het bedrijf meldt dat het implantaat in de laatste stadia voor commerciële toepassing verkeert. Een wetenschappelijke commissie heeft de FDA aanbevolen het implantaat goed te keuren als behandelmethode voor patiënten. De Food and Drug Administration, de Amerikaanse overheidsinstantie die onder meer verantwoordelijk is voor het verlenen van goedkeuring om medicijnen en medische apparatuur op de markt te brengen, zal zich over de aanbeveling buigen. De beoordeling door een wetenschappelijke commissie is een van de laatste stappen alvorens het apparaat bij patiënten mag worden ingebracht. De ‘telescoop’, zoals VisionCare Ophthalmic Technologies, het bedrijf achter de kunstmatige lens, zijn prothese noemt, zou op relatief korte termijn mensen met een specifieke oogaandoening kunnen helpen zien. In Europa kreeg de telescoop al het CE-keurmerk.

16

The telescope implant is only 4mm long and contains two wide angle glass microlenses

De prothese, door zijn ontwerper Isaac Lipshitz een implanteerbare miniatuur telescoop genoemd, is een hulpmiddel om het gezichtsvermogen van LMD-patiënten te verbeteren. Deze mensen verliezen hun zicht op latere leeftijd door maculaire degeneratie, een aandoening die de gezichtsscherpte aantast door verminderde functie van de gele vlek. In Amerika zouden ongeveer 1,7 miljoen mensen een vorm van LMD hebben; in Europa zou 2,3 procent van de inwoners last van de ziekte hebben. De implanteerbare lens van dokter Lipshitz wordt in één oog aangebracht en vergroot beelden 2,2 tot 3 maal en projecteert het beeld op gezonde delen van het netvlies. De telescoop bevat twee kwartsglazen lenzen en is 4mm groot. Het andere oog blijft onbehandeld en zorgt voor perifere visie.

VOVZ Oktober Nr. 19-3


Oogcontact 2009-10