Issuu on Google+

06

En verder…

Met een gerust hart het internet op?

‘Je hebt die vier jaar echt nodig’


Inhoud

02

Column

03

Maakbaar 08 gerda verburg blikt terug

12 beeldrapportage

op ‘het mooiste departement dat er bestaat’.

Met een natuurbrug is het vrouwtje aan de overkant ook een optie.

06 rijksambtenaar online We hebben allemaal een publieke functie gekregen.

04 LNV-tigers ‘Out of the box’ denken en laten denken.

14 een jaar beleidskern

overige rubrieken

Alle verschillende mensen binnen LNV lopen steeds beter dezelfde kant op.

En route (05) Column (15) lnv’ers in beeld (16)

COLOFON Met Name Hét blad voor ELI’ers, nummer 6, 22 september 2010 REDACTIEADRES Vis 3, Prins Clauslaan 8, Postbus 20401, 2500 EK Den Haag, telefoon: 070 3784857, fax: 070 3786201, e-mail: metname@minlnv.nl MEDEWERKERS Jeroen Dommisse, Hannellieke Haasbroek, Yvo Jouvenaar, Irene Linssen, Tjitte Mastenbroek, Quirijn Metz, Elona Moerdijk, Victor Steultjens en Carla de Vries EINDREDACTIE Evelien Waardenburg VORMGEVING VormVijf, Den Haag FOTOGRAFIE Jeronimus van Pelt, Fotopersbureau WFA OMSLAGFOTO Jeronimus van Pelt ILLUSTRATIES Dik Klut DRUKWERK DeltaHage, Den Haag UITGEVER Directie Communicatie, ministerie van Economische zaken Landbouw en innovatie MET NAME ONLINE verschijnt dagelijks op LNVweb

Het afgelopen weekend ging ik als opstapper mee met  een zeiltocht op zee. In de trein naar Harlingen kon ik door het coupéraam genieten van een ferme dwarsdoorsnede van het mooie Nederlandse landschap. Van coulisselandschap tot droogmakerij, van natuurpark tot eindmorene. Op zo’n lange tocht kom je het allemaal tegen. En eigenlijk weet je het wel, maar je staat er niet altijd zo bij stil: Nederland is gemaakt door mensen. Er is geen plek te vinden waar de mens niet zijn invloed heeft doen gelden. Wij morrelen aan onze leefom­geving, onze werkomgeving, onze sociale omgeving, onze demografie, onze waarden en normen, onze natuur. Wij proberen altijd alles naar onze hand te zetten. En omdat we daar vaak best goed in zijn, koesteren we collectief de illusie dat alles maakbaar is. Niet alles lukt natuurlijk, maar ook mislukkingen kunnen iets moois opleveren. Als ambtenaar ben ik benieuwd wat het mooie residu zal zijn van de niet gehaalde operatie Bekker. Teveel ambtenaren maar wel één pasje voor hen om overal binnen te komen? Dat zou wat magertjes zijn. Misschien de gemeenschappelijke computerwerkplek? Nou moet ik bekennen dat ik niet aan Bekker dacht, toen wij afgelopen weekend tegen wind en stroom in worstelend probeerden om door het Molengat naar de Noordzee boven Texel te komen. De Waddenzee is weliswaar maakbaar gebleken, maar dat wil niet zeggen dat je daarmee als individu zorgeloos door dit cultuurlandschap kunt ploegen, om van de beeldspraak maar eens een rommeltje te maken. En dat is natuurlijk de keerzijde van de illusie van het maakbare, dat zich vooral richt op het collectief. Wat voor het geheel goed kan uitpakken, daar lopen de delen een gerede kans vermorzeld te worden op het aambeeld van het grotere belang. Vooruitgang heet dat dan. En daar wordt veel ondergeschikt aan gemaakt. Dolf Snel Vier columnisten wisselen elkaar af


Korte berichten

04

05

Werkplek in den vreemde Hoe ziet de kamer (of het uitzicht) van onze collega’s in het buitenland eruit? Met Name vroeg het aan Ton Akkerman, LNV-raad op Bonaire én in Suriname. “Beide kamers hebben een tropisch uitzicht.” “In Paramaribo ben ik Landbouwraad, op Bonaire ben ik kwartiermaker voor de zogenaamde BES-­eilanden: Bonaire, Sint Eustatius en Saba worden vanaf 10 oktober een speciale gemeente van Nederland: dat betekent ook het een en ander voor ons werk op de eilanden. Ik ben nu dan ook druk bezig met het vinden van nieuwe medewerkers, het liefst afkomstig uit de

regio. In Den Haag deelt LNV binnenkort een gebouw met Economische Zaken. Dat doen we al in het klein op Bonaire, waar ik gehuisvest ben op het Regionaal Service Centrum. Ik deel mijn kamer met twee collega’s van het ministerie van VROM en één medewerker van de Koninklijke Marechaussee. Als ik ’s morgens vroeg op mijn kantoor op Bonaire uit mijn raam kijk zie ik een ontwakende natuur. ­Flamingo’s die naar voedsel scharrelen in door ­regenwater gevulde zoutvelden en een zon die nog omfloerst is met nevelige flarden. Dan kun je alleen maar concluderen dat je een bevoorrecht mens bent.”

Noordzeedagen

Olie uit bos- en tuinafval Onderzoekers van de Universiteit Twente (UT) ontwikkelen samen met de ­Rijksuniversiteit Groningen een methode om zo goedkoop en efficiënt mogelijk bos- en landbouwafval om te zetten in olie. Bestaande raffinaderijen kunnen de olie vervolgens verwerken tot brandstof voor personenauto’s, vrachtwagens en vliegtuigen. De olie wordt gewonnen uit bijvoorbeeld zaagsel en planten­resten die niet geschikt zijn voor consumptie en gaat dus niet ten koste van

de voedselvoorziening. Bij brandstof die wordt gehaald uit bijvoorbeeld suikerriet, een bestaande biobrandstof, is dat wel het geval. De onderzoekers gaan er vanuit dat de nieuwe manier van brandstofwinning binnen vijf jaar op grote schaal toepasbaar is. Binnen tien jaar zou een vijfde van de brandstof voor auto’s, vrachtwagens en vliegtuigen volgens hen uit bos- en tuinafval kunnen worden gehaald. Meer informatie zie: www.utwente.nl

Op donderdag 7 en vrijdag 8 oktober 2010 worden de Noordzeedagen gehouden bij het Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee (NIOZ) op Texel. Het hoofdthema is dit jaar ‘Ongekende Noordzee’. Naast het NIOZ worden de Noordzeedagen georganiseerd door het ministerie van LNV, het ministerie van Verkeer en Waterstaat, Wageningen UR/IMARES, NWO en het Centre for Marine Policy. Tijdens de Noordzeedagen komen wetenschap, beleid en dagelijkse praktijk samen in presentaties en discussies. Drie onderwerpen staan centraal: monitoring van de visserij, ­duurzame scheepvaart (o.a. ballastwater en vervuiling) en een duurzamere Noordzeevis­serij. Deelname kost 175 euro, de ­sluitingsdatum voor aanmeldingen is 23 september 2010. Zie ook www.noordzeedagen.nl


Korte berichten

06

Woord van de maand “Als de tochtexpressie slecht is, zetten we een sprint in en helpen de natuur een handje.” De term ‘tochtexpressie’ dook op in NRC Handelsblad. “Het gaat om het gedrag dat een koe vertoont tijdens de vruchtbare periode”, zegt Adriaan van der Schans, voormalig dierenarts en tegenwoordig project­leider Duurzame garnalenvisserij. “In de natuur doet de stier hier zijn werk. Nu moet de boer, aan de hand van de signalen van de koe, vaststellen of het dier kan worden

geïnsemineerd. Koeien hebben vaak moeite hun tocht te tonen wanneer ze een slechte conditie hebben. Zo voorkomen ze dat ze alweer drachtig worden kort na het afkalven, wanneer de melk­ productie het hoogst is. Doorgaans behandelt de dierenarts de koe om te zorgen dat de koe een eisprong krijgt en weer drachtig kan worden.”

Acht manieren

om je voor te bereiden op samenwonen met EZ Eén Neem een abonnement op een krant met een goed economiekatern, of ga meteen voor het Financieele Dagblad. Twee Verdiep je alvast in overlappende dossiers: zo is het ministerie van Economische Zaken druk bezig met biobrandstoffen, bijvoorbeeld uit koemest. Drie Koop het boek ‘Bluff your Way in Economics’. Vier Leer alle diensten, agentschappen en ZBO’s van EZ vast uit je hoofd. Vijf Ga naar het kantoor van Ton Akkerman op Bonaire (zie pag. 3) Zes De website van EZ is al over naar Rijksoverheid.nl: abonneer je daar op de nieuwsberichten. Zeven Je kunt natuurlijk ook @minez volgen op Twitter.com. Acht En denk eraan: EZ en Financiën zijn twee verschillende ministeries!

Landschap in Zicht! Burgers betrekken bij landschap, hoe doe je dat? In het net verschenen boekje ‘Landschap in Zicht!’ van Landschaps­beheer Nederland wordt een voorzet gedaan. Op een praktische manier krijgen bewoners zicht op wat ze waarnemen en waardevol vinden aan het landschap. Zo kan hun kennis en mening gebruikt worden bij bijvoorbeeld het ontwikkelen van een dorpsomgevingsplan. Het boekje is te bestellen of te downloaden via de webwinkel van Landschapsbeheer: www.landschapsbeheer.nl

Korte berichten

07

De prijs van ons voedsel Wegens het grote succes van vorig jaar komt er een tweede debatserie in de Rode Hoed over de toekomst van landbouw en ons voedsel. Centraal staat de vraag: wat betalen we voor ons 5 oktober 2 november 16 november 23 november 30 november 16 december

voedsel in termen van geld, gezondheid, milieu, landschap en biodiversiteit? 20 september was de eerste avond in de reeks. De volgende bijeenkomsten staan gepland op:

Koeien in de wei of op stal Nieuwe dilemma’s op ons bord Voorlichten of sturen Het gevecht om voedselgenen Dilemma’s rond wilde en kweekvis Het gevecht om een plek op ons bord

Aanmelden kan via www.rodehoed.nl


Huur een tiger

08

tekst quirijn metz fotografie david van dam

09

In navolging van drie andere ministeries heeft nu ook LNV zijn eigen Tigers. Yvonne Koorengevel, de drijvende kracht achter dit creatieve netwerk, en Erik Wachelder, een van de vijftien geselecteerden, zijn inmiddels voor de leeuwen gegooid. De aanvragen stromen in hoog tempo binnen.

Wat is een Tiger? Koorengevel: “De naam Tiger staat voor Techniek, ideeën genereren en realiseren. Tigers zijn LNV’ers die naast hun reguliere werkzaamheden creatieve groepsbij­eenkomsten begeleiden en met een frisse blik naar (beleids)vraagstukken kijken. Ze hebben een speciale opleiding gehad, komen uit alle geledingen van de organisatie en zijn LNV-breed inzetbaar.” Wachelder: “Wij proberen vaste denkpatronen te doorbreken en slimme oplossingen te vinden. Voor je het weet, rent iedereen bij een probleem dezelfde konijnenpaden in. Tigers zijn LNV’ers die ‘out of the box’ denken en laten denken.”

LNV-Tigers

Losgelaten


Huur een tiger

10

tekst quirijn metz fotografie david van dam

11

Wat is de meerwaarde van een Tiger? Wanneer kun je een Tiger inschakelen? Koorengevel: “Dat kan wanneer je niet weet hoe je iets moet aanpakken of wanneer je vastloopt. Voorbeeld: hoe kunnen we LNV’ers motiveren gebruik te maken van bepaalde software? LNV-Tigers sluit aan bij de veranderopgave ‘Zichtbaar Onderweg’ die staat voor anders werken.” Wachelder: “Om elkaar beter te begrijpen, was er laatst een bijeenkomst van LNV en

Microsoft Nederland waarbij de Raad van Anders mij en Marthijn de Blaeij vroeg te helpen bij het bedenken van een originele afsluiting. We hebben toen een theateract uitgewerkt, waarin we uit de context getrokken citaten van de dag opnamen. Met deze formule konden we mensen aan het denken zetten en de indrukken van de dag op een leuke manier versterken.”

Hoe werkt een Tigersessie? Koorengevel: “Afhankelijk van de grootte van de groep worden twee Tigers ingezet. De een leidt de sessie, de ander fungeert als buddy. Elke sessie bestaat uit drie hoofdonderdelen.”Wachelder: “We beginnen met de probleemdefinitie, brengen eerst het probleem in kaart. Met een notenkraker kraken we alle aannames. Zodra het probleem helder is, gaan we ideeën genereren.” Koorengevel: “Daarbij gaat het meer om de kwantiteit dan de kwaliteit. We houden een brainstorm aan de hand van verschillende technieken om zo veel mogelijk ideeën op te doen, pakweg honderd.” Wachelder: “Zodra we een bord vol met allerlei ideeën hebben, onderzoeken we met welke we verder gaan. Het gaat erom de waardevolle dingen eruit te pikken. We zijn niet op zoek naar consensus, maar naar gedeeld beeld.”

“Wij proberen vaste denkpatronen te doorbreken en slimme oplossingen te vinden. ”

Koorengevel: “De onbevangen blik. Iemand die niet in de materie zit, kijkt anders tegen zaken aan. Het kan verfrissend zijn om iemand van een compleet andere afdeling te laten meedenken.” Wachelder: “Toen mijn zoon een jaar of vijf was, vroeg hij mij bij alles ‘waarom’. Stapelgek werd ik ervan omdat hij na elk antwoord hetzelfde vroeg. Toch zijn dat de beste vragen: de waarom-vragen.”

Hoe word je Tiger? Koorengevel: “In januari van dit jaar hebben we Tigers geworven. De een schreef een gedicht, de ander kwam met een lot omdat die zichzelf zag als een lot uit de loterij. Ik was aangenaam verrast door het aantal aanmeldingen: 135, terwijl er niet meer dan vijftien plekken zijn.” Wachelder: “Ik was aanvankelijk afgevallen. Daar baalde ik flink van, maar gelukkig mocht ik later alsnog aan de slag. Ik heb het overlegd met mijn leidinggevende en die vond het geen probleem om mij gemiddeld twee uur per week te moeten missen.”

“Wij proberen vaste denkpatronen te doorbreken en slimme oplossingen te vinden. ”

Waarom wordt iemand Tiger? Koorengevel: “Vanwege de inspiratie. Wat je ontdekt, is de veelzijdigheid van een organisatie. En je werkt gezamenlijk ergens aan.” Wachelder: “Geldt voor mij ook: ik vind projectmatig werken leuk. En ik geef graag leiding aan groepen. Daarbij ben ik een constructieve dwarsdenker, zoals ik het in mijn ‘sollicitatie’brief heb omschreven.”


Huur een tiger

12

Wat kost een Tiger? Koorengevel: “Niets. We zijn van en voor de organisatie, maar steken er natuurlijk wel tijd in: er staat officieel twee uur per week voor. Een Tiger-sessie vraagt een grondige voorbereiding.”Wachelder: “Het enige wat geld kost, was de opleiding die wij als Tigers hebben genoten. We hebben twee keer een professionele driedaagse training gehad samen met studenten Industrial Design van de TU Delft. De opleidingskosten kwamen uit het Tiger-budget; mijn eigen directie betaalde de kosten voor maaltijden en overnachting.”

tekst quirijn metz fotografie david van dam

13

“Zodra we een bord vol met allerlei ideeën hebben, onderzoeken we met welke we verder gaan.”

Hoe huur je een Tiger in? Koorengevel: “Simpel: door tijdig een mailtje te sturen naar Tigers@ minlnv.nl. We beginnen met een intakegesprek waarin we het onderwerp van de sessie en de wederzijdse verwachtingen bespreken. Als we het zien zitten, kan een afdeling een Tiger inhuren in plaats van een externe adviseur.” Wachelder: “We zijn geen mediators, dus voor het oplossen van conflicten zit je verkeerd. Overigens hebben we nu (eind augustus, red.) al vijftien aanvragen binnen.”

Nieuwsgierig naar wie de Tigers zijn? Schiet er eens eentje aan of neem een kijkje op LNVweb (zoekterm Tigers).


Internet gedragscode

14

15

tekst yvo jouvenaar illustratie dik klut

Vogelvrij op internet?

Onlangs verschenen de Uitgangspunten online communicatie Rijksam足btenaar. Toch blijven er nog veel vragen voor de ambtenaar 2.0. Met Name was benieuwd wat Peter Kievoet (hoofd Politiek van BBR) en Davied van Berlo (trekker van het Ambtenaar 2.0 platform) er van vinden. Over grijsgebieden, ambtelijke verantwoordelijkheid en vrijheid van meningsuiting.


Internet gedragscode

In de Uitgangspunten: ‘Een ambtenaar is altijd de ambassadeur van zijn organisatie. Ook op internet ben je zorgvuldig, betrouwbaar, positief en respectvol’. Mag ik dus op mijn Hyvespagina nooit eens ergens over mopperen? Kievoet: “Als via jouw Hyves-pagina niet blijkt dat je LNV’er bent, dan geloof ik dat het mag. Maar ik zou het nooit doen. Omdat er mensen naar jouw Hyves­pagina kijken die al lang en breed weten dat jij bij LNV werkt.” Van Berlo: “Of dat heel makkelijk kunnen vinden.” Kievoet: “Precies.” Van Berlo: “Maar Peter, de route waar je nu op insteekt is ‘valt te achterhalen of jij bij LNV werkt’. Dat kan nooit het enige argument zijn. Iedereen kan binnen een paar toetsaanslagen achterhalen waar jij werkt.” In de Uitgangspunten: ‘Wees je ervan bewust dat op het snijvlak van privé en zakelijk de grootste kwetsbaarheden liggen’. Maar waar ligt dat snijvlak dan precies? Kievoet: “Precies waar jij het net noemt, op zo’n Hyvespagina. Als je daar expliciete waardeoordelen over het kabinet gaat plaatsen….ik zou het nooit doen.” Van Berlo: “Ja, maar jij hebt ook een hele algemene positie. De gemiddelde beleidsambtenaar is met een heel specifiek terrein bezig. En op een ander terrein, bijvoorbeeld gezondheidszorg, mag die best iets vinden. Stel je vrouw is ziek, en door wat je meemaakt in ziekenhuizen heb je een sterke mening over het kabinetsbeleid op de gezondheidszorg.

16

Ik vind dat duidelijk onder vrijheid van menings­ uiting vallen.” Kievoet: “En toch: een minister, DG of SG kan voor jouw uitspraken ter verantwoording geroepen worden. En misschien denk jij dat jouw departement niet bij bepaald beleid is betrokken, terwijl dat wel zo is. Mijn punt is, dat je je moet realiseren dat het uiten van elke politieke mening op internet consequenties kan hebben. Dat is een gegeven als je werkt bij een club als de onze. Je moet je altijd afvragen: wat kan het voor de LNV-organisatie en mijn minister betekenen als ik dit in de openbaarheid breng?”

‘Een ambtenaar is altijd de ambassadeur van zijn organisatie. Ook op internet ben je zorgvuldig, betrouwbaar, positief en respectvol’ Hebben we door web 2.0 in essentie allemaal een publieke functie gekregen? Kievoet: “Ik denk van wel, ja.” Van Berlo: “We hebben het nu alleen over de verantwoordelijkheid die je als medewerker hebt. Maar er is nog een andere kant. In de VS is onlangs een medewerker van het ministerie van Landbouw ont­slagen. Ze gaf een lezing waarin

17

ze een anekdote vertelde over zichzelf, uit de tijd voordat ze ambtenaar was. Dat precieze stukje van die lezing is uit de context gehaald en online gezet. Dat heeft het nieuws gehaald en ze is ontslagen. Later pas bleek dat binnen de context van de hele lezing, haar opmerking helemaal niet raar was. Daarmee wil ik aangeven: het is niet altijd jouw keuze om in de openbaarheid te treden als ambtenaar.” Kievoet: “Elke publieke handeling is een handeling waarbij je je verantwoordelijkheid moet pakken als ambassadeur van je departement en minister.” Van Berlo: “Maar wat deze medewerker vertelde was helemaal niet raar. Het werd alleen uit de context gehaald. Ik vind dat een leidinggevende of bewindspersoon in zo’n geval moet opkomen voor zijn of haar medewerker. Juist omdat ambtenaren meer publieke personen zijn geworden, maar zich niet kunnen verdedigen.” Het zal steeds makkelijker worden om uitspraken van mensen te vinden die schadelijk voor hun carrière zijn. Zelfs uitspraken die je twintig jaar geleden in de schoolkrant hebt gedaan, kunnen je achtervolgen. Kievoet: “Dat zal steeds meer gaan gebeuren, ja. En nu al. Neem minister Kramer die werd geconfronteerd met haar krakerssympathieën uit haar jeugd. Maar je hebt gelijk, er ligt aan de kant van het apparaat, politiek en media ook een verantwoordelijkheid om daar juist mee om te gaan.” Van Berlo: “Beide kanten, medewerker en leidinggevende moeten hier hun weg in vinden. En ja, er gaat wel eens iets mis, maar dat moet geen reden zijn om internet links te laten liggen.” Kievoet: “Rekening houden met gevolgen van je

tekst yvo jouvenaar illustratie dik klut

publieke uitspraken is altijd onderdeel van het ambtenaarschap geweest. Web 2.0 heeft het alleen acuter gemaakt. Ik kan zo een aantal casussen uit dit jaar bedenken waar politiek gedoe dreigde door uitspraken van een ambtenaar op internet.”

Dus daar moeten we ons bewust van zijn. Maar is het reëel om te verwachten dat 7000 LNV’ers hier allemaal bij stilstaan, elke keer dat ze online gaan? Kievoet: “Laat ik het zo zeggen, als het een publieke actie op het internet is, zou dat wel zo moeten zijn.” Van Berlo: “Je moet er naar streven. Maar gaat dat lukken met 7000 man? Nee. Je werkt aan meer bewustzijn.” Kievoet: “Ik merk dat veel mensen niet weten dat ambtenaren in functie formeel altijd namens de minister spreken. Web 2.0 wijst ons daar keihard op.” Zie ook: http://ambtenaar20.ning.com/group/ ambtelijkmeesterschap


18

19

tekst evelien waardenburg fotografie jeronimus van pelt

Ruim een half jaar na de val van het kabinet, weten we nog steeds niet of demissionair minister Gerda Verburg (en kamerlid) weer deel zal uitmaken van een nieuw kabinet. “Ik ben beschikbaar, maar wil niet op de zaken vooruit lopen”, antwoordt ze op de vraag of ze weer minister wil ­worden. Ze blikt terug op haar afgelopen jaren bij ‘het mooiste ­departement dat er bestaat’, waar ze aan drie jaar niet genoeg heeft gehad, vindt ze zelf. “Je hebt die vier jaar echt nodig om werkelijk iets neer te zetten.”

W ‘Boeren zijn de helden van de toekomst’

e schrijven begin september. De politieke ontwikkelingen volgen elkaar in rap tempo op. Maar Gerda Verburg beschouwt de verwikkelingen met de haar kenmerkende nuchterheid. Hoewel ze krap drie uur geslapen heeft, oogt ze fris en ­opgewekt. Na 72 uur CDA-fractieberaad overheerst bij haar een gevoel van opluchting over het bereikte resultaat: de onderhandelingen over een kabinet met het CDA, de VVD en gedoogsteun van de PVV worden voortgezet. Wél voelt ze zich de laatste twee dagen ouder geworden. Ook haar partner ervaart deze dagen als heftig. Toch zijn slaapgebrek en de lange dagen van een minister haar niet tegengevallen. “Ik doe dit werk met hart en ziel. Dat moet ook, anders is het niet op te brengen. Het is zo intensief en niet iedereen staat met applaus klaar.

’s Morgens tussen zes en acht uur heb ik voor mezelf. Dan besteed ik aandacht aan m’n lichamelijke conditie. Dat houdt mij op de been.” Verburg noemt het ‘laagdrempelige’ ­ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit het mooiste departement dat er bestaat. Het gaat over bijna al het leven: de flora, fauna en onze voedsel­productie, betoogt ze. “Nederlanders beseffen niet hoe belangrijk dit departement eigenlijk is voor het dagelijkse bestaan: iedere dag voedsel tegen zeer billijke prijzen. Buiten Nederland zien mensen dat wel, daar beschouwt men Nederland als gidsland, vanwege onze ‘gouden driehoek’ die we hebben tussen kennis, onderzoek en bedrijfsleven en departement. Dat is onze kip met de gouden eieren, die moet blijven bestaan.”


20

Niet te stoppen trend Aan drie jaar heeft ze naar eigen zeggen niet genoeg gehad, maar wel heeft ze een aantal wapenfeiten op haar naam staan. “Ik ben ongelofelijk trots op de koers die we hebben verlegd, via innovatie naar verduurzaming. Dat is een trend die niet meer te stoppen is. De ontwikkeling van de tuinbouw, de landbouw, de visserij, de veeteelt, is een beweging, een soort zeestomer die je maar heel langzaam kunt bijsturen, maar wat er nu gebeurt is onomkeerbaar. Dat zal zich ontwikkelen via bijvoorbeeld een platform verduurzaming voedsel. Dat is nu anderhalf jaar actief en hier zitten alle spelers uit de hele voedselketen in. Dat is spectaculair, een enorme ontwikkeling. De hele keten volgt de verduurzamingskoers.”

Rotte vis Het Mosselconvenant noemt ze als tweede voorbeeld waar ze trots op is. “De mosselsector uit Zeeland en de natuurbeschermingsorganisaties hebben elkaar járenlang letterlijk voor rotte vis uitgemaakt en elkaar de tent uitgevochten. Dat ging ten koste van de mosselvisserij en van het Waddengebied. Door het sluiten van het convenant zijn ze elkaar gaan ontdekken als partners in plaats van als tegenstanders. Een jaar later zeiden ze: ‘we hadden dit al twee jaar eerder moeten doen’.”

Hobbels Als derde wapenfeit noemt ze het groei­ende partnerschap tussen boeren en terreinbeherende organisaties op het gebied van Natura 2000. “Het is belangrijk dat betrokkenen mét elkaar

willen samenwerken en met elkaar iets willen betekenen voor de natuur omdat iedereen het besef heeft dat natuur wezenlijk is voor mensen en voor de toekomst van ons land. Er zijn enorme strubbelingen geweest, Natura 2000 heeft veel spanningen opgeleverd, maar langzamerhand, doordat ik rek en ruimte heb aangebracht en er in een aantal gebieden een beheerplan is gemaakt, begint het te lopen. Ik denk dat we nog wel een paar hobbels te nemen hebben, maar dat we over een paar jaar terugkijken op een prachtig resultaat.”

‘Ik begrijp de emotie. Niet alleen in Zeeland, ik begrijp hem overal’

21

Ingrijpend Het beleidsonderwerp dat het ‘stevigst heeft bijgedragen aan haar (nauwelijks zichtbare) veroudering’ is zonder twijfel de Q-koorts. De stevige ingrepen die ze heeft moeten nemen, waren voor haar de moeilijkste beslissingen in haar hele ministerschap tot nu toe. Weinig bekendheid met Q-koorts noemt ze als belangrijkste oorzaak. “Je moet soms koersen op aannames of zaken waar je geen enkel hard gegeven over hebt. We hadden niets om de melk te testen, we hadden en hebben nog steeds geen mogelijkheid om de geiten individueel te testen, we weten nog steeds niet hoe de Q-koortsbacterie wordt overgedragen. Je zet een koers uit, alle ­argumenten wegend en enkele stappen vooruitdenkend. Dat was ingewikkeld en ook heel ingrijpend. Maar de maatregelen hebben wél als effect dat we het aantal nieuwe humane Q-koortsgevallen terug hebben kunnen brengen tot onder het niveau van 2007. We hebben stevig ingegrepen, maar het heeft wel veel effect gehad.” Over de samenwerking met haar ambte­naren is Verburg zeer tevreden. Toch heeft ze ook nog wat goede raad. “LNV’ers zijn zeer toegewijd. Wat me wel opviel is dat sommigen moesten wennen aan de hoeveelheid aandacht vanuit de Tweede Kamer en de samenleving. Ik vind het hartstikke goed dat we zoveel aandacht krijgen, we zijn relevant!” Hoewel: “We kregen van de Partij voor de Dieren eens de vraag: ‘Weet u wat er omgaat in het hoofd van een giraffe?’ Het (concept)antwoord luidde: ‘Wat er omgaat in het hoofd van een giraffe gaat mij enkele

meters boven de pet’. Dat vind ik fantastisch. Dit antwoord heeft uiteindelijk helaas niet ‘mijn tas gehaald’. Een volgende keer moeten dit soort antwoorden wel mijn tas halen. Assertief en actief naar buiten treden is een proces dat verder moet gaan.” Een van haar eerste daden bij haar aan­treden als minister in februari 2007 was het omdraaien van de letters van LNV in voedselkwaliteit, natuur en dus landbouw. Welke volgorde ze ook hanteert, ze vindt het cruciaal dat die drie met elkaar in balans zijn. “De eerste en de derde zijn natuurlijk altijd verbonden, want zonder landbouw en tuinbouw geen voedsel, maar zonder natuur en biodiversiteit gaat het natuurlijk niet.” Tegen de tijd dat ze óf van het ene ministerschap in het andere ministerschap stapt óf afscheid van LNV neemt, komt ze hier op terug, belooft ze. “Ik vind dat we op dat punt het nodige hebben bereikt, maar nog niet altijd worden boeren op waarde geschat. Boeren produceren ons voedsel en ze beheren ons landschap. Ik voorspel: boeren worden ooit de nieuwe helden van Nederland.” En voor het voortbestaan van LNV geeft ook de demissionaire minister geen garanties. “Ik begrijp de onzekerheid van iedereen heel goed. Maar ik zou tegen iedereen willen zeggen: probeer je onzekerheid in bedwang te houden en werk zoals altijd, toegewijd en met de geza­menlijke doelen voor ogen en heb er vertrouwen in dat wat er ook gebeurt, er zorgvuldige procedures gehanteerd zullen worden.”


De Flexplek

22

23

tekst quirijn metz fotografie david van dam

Een nieuwe aflevering van het feuilleton over Dorine (gedreven vernieuwer), Silvia (persoonlijke groeier), Harm (zinvolle bijdrager) en Radjen (trouwe medewerker). Deze keer: Silvia wordt een echte tweep.

Tweeps Vlak voordat de lift die Harm naar de vierde verdieping moet brengen in beweging komt, steekt Silvia haar voet tussen de deur. “Ho, ho, ik moet ook mee!” Silvia heeft met een handtas, een beker koffie, een paraplu en een smartphone letterlijk haar handen vol. “Hoi Harm. Wat een gekkenhuis vandaag. Bijna de trein gemist en nu moet ik snel door naar de open koffie van Ambtenaar 2.0.” “Ambtenaar 2.0? Zo, zo. Gaat mevrouw soms leren twitteren. Ik dacht dat jij als moderne vrouw alle hoeken en gaten van het internet wel kende.” “Vierde verdieping”, zegt de lift. Harm en Silvia stappen uit.

“Ik vind het eigenlijk maar een gedoe hoor, die sociale media. Ik heb helemáál geen zin om mijn hele hebben en houwen wereld­kundig te maken. Ik praat liever met mensen die ik in de ogen kan kijken”, antwoordt Sylvia, voordat ze zich naar de Koffie spoedt. “Ach Sil, wat doe je nou weer sceptisch. Je kunt Twitter ook heel functioneel gebruiken. Neem nou Joost Reus van VDC. Die twitterde laatst dat supermarktketen Deen overstapt op duurzaam varkensvlees. Veel van zijn followers zijn ook met duurzaam voedsel bezig, dus dan is dat toch heel mooi?”

“Ja, dat klinkt wel leuk. Maar anderen twitteren dat ze een dropje gaan eten. Daar zit toch niemand op te wachten. Maar goed, nu ga ik maar eens kijken of het wat is.” Later die middag wandelt Harm langs de vaste flexplek van Silvia; hij ziet dat ze Twitter heeft openstaan. De berichtjes van Davied van Berlo, Marianne Thieme, Frits Wester, Radjen en Dorine vullen het scherm. “Ha Harm. Dat twitteren is toch wel leuk. Ik heb zoveel geleerd vanmorgen en ik heb jou ook al gevonden. Zonet heb ik zelfs mijn eerste eigen tweet gestuurd”, vertelt Silvia.

“Ik gebruik alleen wel een pseudoniem, want er zijn al zoveel Silvia’s.” “Ja, Sylvia Witteman twitterde vandaag dat ze sudderlapjes wilde eten. Misschien moet je dat berichtje van Joost Reus naar haar retweeten.” “Mmm, Harm ik weet eigenlijk niet of dat nou wel kan als LNV’er.” “Tsja, da’s een lastige discussie. Op Yammer las ik daar laatst ook nog wat over.” “Wat is jammer?”


Beeldverhaal

24

25

tekst quirijn metz fotografie david van dam

Het effect van ecoducten Dagelijks denderen er tien­duizenden, zo niet honderd­duizenden auto’s onderdoor. Door ecoducten komen natuurgebieden weer met elkaar in verbinding te staan. Ze zijn in eerste instantie bedoeld voor dieren, die via zo’n natuurbrug van de ene kant van de snelweg naar de andere kant kunnen gaan. En vice versa. Wildwissels, zoals ze ook wel worden genoemd, zijn een noodzakelijk hulpmiddel om allerlei soorten kleine en grote dieren in stand te houden. Vanuit de samen­leving klinkt echter steeds vaker de roep om ecoducten ook open te stellen voor mensen. Uit onderzoek van Alterra in opdracht van LNV blijkt dat medegebruik door wandelaars, fietsers en paardrijders er naar alle waarschijnlijkheid niet toe leidt dat het gebruik door dieren negatief wordt beïnvloed.

de eerste ecoducten waren er eind jaren tachtig. nu zijn er tien en staan er nog 25 gepland.


Beeldverhaal

26

eind volgend jaar moeten de ge誰so足leerde leefgebieden in hoog buurlo blijvend met elkaar zijn verbonden.

de natuur in nederland is versnipperd, waardoor dieren zich alleen kunnen voortplanten binnen het kleine leefgebied. met een natuurbrug is het vrouwtje aan de overkant van de weg ook een optie.

in de periode 2009-2012 realiseert rijkswaterstaat samen met prorail en de provincie gelderland negen ecoducten. een daarvan is momenteel in aanbouw: ecoduct hoog buurlo, op de a1 bij apeldoorn.

terlet over de a50, een van de eerste ecoducten van nederland


LNV’ers in beeld

28

Doorwerken achter de geraniums Bob in ’t Hout (DICTU) is een markante figuur: creatief, ­kritisch, onconventioneel en hij steekt zijn mening niet onder stoelen of banken. Na 48 jaar in het communicatievak komt In ’t Houts pensionering in zicht, in mei volgend jaar. In ’t Hout kwam pas op zijn 61e naar LNV, waar hij senior communicatieadviseur bij DICTU werd. Zijn carrière speelde zich tot dan toe voornamelijk in de mediawereld af. Hij schreef mee aan talloze programma’s, was onder meer hoofd PR bij de Volkskrant, perschef/hoofd in- en externe betrekkingen bij de VARA en programma­manager bij de NCRV-televisie. In 2003 schreef hij het scenario voor de speelfilm ‘Kees de jongen’.

Cartoons Samen met Daniëlle Kramer ‘is’ Bob de afdeling communicatie van DICTU. “We doen hier alles zelf. We bedenken ideeën en voeren die uit. We maken bladen, waaronder DICTU Upgrade, campagnes, affiches, folders, boekjes, films, intranet en zelfs een stripverhaal.” Soms komen In ’t Houts creativiteit en ervaring in botsing met ‘de regels’. Binnen de Rijkshuisstijl wordt ‘bij voorkeur’ geen gebruik gemaakt van cartoons. In ’t Hout: “Of je wel of geen cartoons gebruikt

beslist de redactie, niet de vormgever. Humor en relativering zijn belangrijke gereedschappen bij communiceren. Een voorbehoud op het gebruik van cartoons is bemoeienis met de inhoud. Dat kan nooit de bedoeling zijn van een grafische huisstijl.”

Scenario’s In ’t Hout gaat na zijn pensionering meer tijd maken voor het schrijven van scenario’s. Hij heeft er al een paar bijna klaar, “maar die moeten aangepast worden aan eisen van het Filmfonds.” Ook wil hij graag thrillers gaan schrijven. “Er zijn probeersels, die werk ik uit. Een plot bedenken is spannend.” Qua stijl bewondert hij Bob den Uyl en Marten Toonder. “Zijn autobiografie kan ik aanbevelen.” En ja, hij blijft ook graag nog in beeld bij LNV. “Schrijven, ideeën leveren of helpen bij het opzetten van projecten. Doorwerken achter de geraniums!”


Met Name Magazine