Page 1

Van Meerle tot Veerle voorjaar 2011 halfjaarlijks magazine over verfrissend vormingswerk in de Kempen

| 1


vooraf © filip van roe

Mensen van 2011 Eva Hambach

3

2011 werd door Europa uitgeroepen tot het Jaar van de Vrijwilliger. Het weekblad Knack zette eind december Eva Hambach op de cover. Ze is voorzitter van dat Europees Jaar. Knack maakte van haar Mens van het Jaar. Benieuwd wat ze te vertellen heeft?

Kartrekkers

Verenigingen hebben het niet onder de markt. Concurreren tegen de drukte van de tijd is niet makkelijk. Mensen vinden om mee de kar te trekken blijft een hele klus. Er loopt een project om zes Kempense verenigingen daarbij te helpen.

7

Coachen

11

Velt, de Vereniging voor Ecologisch Leven en Tuinieren, bedacht zelf een project om vrijwilligers aan te trekken en bij hen te houden: de Bewegingscoaches. Daarmee wonnen ze een prijs.

Nieuwlichters Verenigingen doen niet enkel aan vergaderen.In de Kempen vind je heel wat ‘nieuwe’ verenigingen. We plukten er vier uit: het Meerhoutse Tarmac, het Ateam van de Laakdalse basketbalclub, de Vorselaarse Werkgroep Transitie en Westelfolk. Uit Westerlo.

15 Projecten

20

13

19

21

We berichten ook nog gauw over onze Vrouwenkrachttentoonstelling. We lopen er de Kempen mee plat. Ook onze Praatpunten zijn een succes. Anderstaligen leren er Nederlands praten. Gewoon alledaags.

Veel leesplezier!

Martine Coppieters

2 |

coördinator Vormingplus

17


vrijwilligers

“De nieuwe vrijwilliger laat zich niet langer voor een kar spannen”

Eva Hambach

voorzitter Europees Centrum voor Vrijwilligerswerk

inter view Roel Sels | foto’s Filip Van Roe

| 3


kempen

eva hambach over vrijwilligers

© filip van roe

Niet langer naastenliefde Proficiat met de titel ‘Mens van het jaar’. Dank je. Een hele eer, lijkt me. Had je het zien aankomen? Nee, helemaal niet. Toen Knack me voor het eerst belde, dacht ik dat ze me voor iets anders nodig hadden. Ik ben wel blij met die onderscheiding. Alles wat helpt om het vrijwilligerswerk in de picture te zetten, is welkom. Het vrijwilligerswerk ziet er in de 21ste eeuw anders uit dan in de vorige. Op welk vlak is er volgens jou het meest veranderd? Vroeger stond vrijwilligerswerk vooral in het teken van ‘mensen helpen’. Dat is nu anders. In alle sectoren en geledingen van de maatschappij zijn nu vrijwilligers actief. Veel milieuverenigingen, culturele of socioculturele verenigingen en sportclubs zouden zelfs niet kunnen bestaan zonder vrijwilligers. Ik vind het trouwens een goede zaak dat het vrijwilligerswerk zich niet alleen beperkt tot een vorm van naastenliefde en dat het in alle sectoren terug te vinden is.

Eva Hambach: “Er is democratie nodig om vrijwilligerswerk te laten gedijen”

Is ook het prototype van de vrijwilliger geëvolueerd? Is zijn profiel veranderd? Ja, dat is duidelijk merkbaar. De ‘nieuwe vrijwilliger’ laat zich niet voor elke kar spannen. Hij weet heel duidelijk wat hij wil doen, waarvoor hij zich wil inzetten en welke taken hij op zich wil nemen. Mensen wegen dat tegenwoordig beter af. Dat komt ook omdat ze heel vaak in meer dan één vereniging actief zijn als vrijwilliger. Ook dat is kenmerkend. Het feit dat ze zich op verschillende vlakken inzetten als vrijwilliger houdt in dat ze zich beter moeten organiseren. Ze moeten beter afbakenen wat ze wel en niet willen doen, en hoe ver hun engagement voor een vereniging kan gaan.

Wanneer ik in de kantoren van het Vlaams Steunpunt Vrijwilligerswerk zit te wachten op directeur Eva Hambach, valt mijn oog op een citaat van antropologe Margaret Mead. Een opleiding voor vrijwilligers? “Never doubt that a small group of thoughtfull, committed citizens can change the world. Indeed, it’s the only thing Dat klinkt erg zakelijk. that ever has”... Maar dat is het niet. Het bevordert de kwaliteit. Goede afspraken maken goede vrienden. En nu we het toch Een inspirerende gedachte. De vrijwilliger aan de macht? hebben over de evolutie van het vrijwilligerswerk en van de Met Eva Hambach kan ik het daar wel over hebben. vrijwilliger: ook de kwaliteit is veranderd. Verbeterd, dus. Het

vrijwilligerswerk is geprofessionaliseerd. Vrijwilligers moeten nu vaak opleidingen volgen voor ze aan de slag kunnen.

Eva Hambach is voorzitter van het Europees Centrum voor Vrijwilligerswerk, directeur van het Vlaamse Steunpunt Vrijwilligerswerk, ‘Mens van het jaar’ (verkozen door weekblad Knack) én bovendien is 2011 het Europees jaar van de vrijwilliger.

4 |

Is dat geen bedreiging voor het vrijwilligerswerk? Ik kan me voorstellen dat het potentiële vrijwilligers afschrikt. Dat zou kunnen. Misschien is zo’n verplichte opleiding of cursus soms een drempel. Maar er is ook een keerzijde. Opleidingen zorgen voor een professionalisering van het


vrijwilligers

vrijwilligerswerk en ook voor meer kwaliteit. Dat werkt dan weer stimulerend. Waar verenigingen wél voor moeten opletten, is dat ze ervaring niet vervangen door opleidingen. Opleidingen en cursussen zijn oké; ik ben daar zeker niet tegen. Maar ze mogen geen excuus zijn om alle expertise overboord te gooien. Zo was er een man die tientallen jaren een ijshockeyteam trainde. Plots wordt van hogerhand beslist dat hij ‘gediplomeerd’ moet zijn als hij nog trainer wil blijven. Dat is een mooi voorbeeld van hoe het verplichten van opleidingen het beoogde effect volledig kan missen. Ik wil nog even terugkomen op je vraag over de evolutie van het vrijwilligerwerk. Nu ik er zo over nadenk, stel ik nog een verandering vast... Ga je gang. Mensen hebben tegenwoordig sneller het gevoel dat ze iets moeten doen. Rampen, overstromingen, aardbevingen, ... zetten mensen er snel toe aan om de mouwen op te stropen. Mensen en -opvallend- ook jónge mensen zijn relatief snel bereid om deel te nemen aan hulpacties. Dat gebeurde vroeger niet zo nadrukkelijk. Wil dat zeggen dat de ‘nieuwe jongeren’ geëngageerder geworden zijn? Of is dat een brug te ver? Dat gaat inderdaad te ver. Want die veronderstelling houdt in dat jongeren enkele jaren geleden niet geëngageerd zouden geweest zijn. En dat is te kort door de bocht. Ik weet wel dat men lange tijd gesproken heeft over ‘de apathische jeugd’, maar ik heb daar nooit veel van gemerkt. Ik geloof niet dat jongeren tien jaar geleden apathisch waren, en nu plots weer geëngageerd en maatschappelijk bewust. Zo zwart-wit is het niet. Ik denk dat jongeren vandaag de dag nog altijd even bereid zijn als tien of twintig jaar geleden om in het verenigingsleven te stappen en een taak als vrijwilliger op te nemen. Meer zelfs: verenigingen die er niet meer in slagen om jongeren te bereiken, hebben het vaak aan zichzelf te danken. Dat is geen verwijt, maar een vaststelling. Organisaties die niet mee-evolueren, worden minder aantrekkelijk. Kijk naar de duivensport. Duivenmelkers klagen dat er nauwelijks opvolging is en dat bijgevolg die volkscultuur verloren dreigt te gaan. Maar de duivensport is ook niet echt met zijn tijd meegegaan. Dan krijg je het automatisch moeilijk om jongeren aan te spreken.

Vrijwilligerswerk is populair Is er cijfermateriaal dat een idee geeft van de populariteit van vrijwilligerswerk? Hoeveel mensen zetten zich in als vrijwilliger?

Daar bestaan nauwelijks cijfers over. Men spreekt, vrij algemeen, over 1 Vlaming op vijf. 20% van de Vlaamse bevolking zou dus een ‘vrijwilliger’ zijn. Maar je moet dat cijfer met een korrel zout nemen. Want voor je het aantal vrijwilligers gaat tellen, zou je eerst moeten definiëren wat een vrijwilliger is. Dat kan je immers heel breed interpreteren. Bovendien zetten, zoals ik daarstraks al aanhaalde, veel mensen zich op meer dan één plaats in als vrijwilliger. Hoe zorg je ervoor dat die ‘dubbele engagementen’ de statistieken niet scheef trekken? Ik heb geen objectief instrument om het te staven, maar mijn gevoel zegt dat 20% een ruime schatting is. Maar goed: het is een aanduiding. Het geeft toch tenminste een idee over de omvang. Is dat vergelijkbaar met andere Europese landen? Heb je daar als voorzitter van het Europees Centrum voor Vrijwilligerswerk zicht op? België scoort middelmatig in die lijst. Maar die lijst zegt niet veel. Ook hier geldt weer dat het ene land het begrip vrijwilligerswerk anders definieert dan het andere. Italië is bijvoorbeeld een land dat in die lijst slecht scoort. Italië bengelt ergens achteraan. Toch is het daar zo slecht Verenigingen die er niet meer in niet gesteld met het slagen om jongeren te bereiken, vrijwilligerswerk, hoor. Maar ze hanteren er een heel hebben het vaak aan zichzelf te danken. strikte definitie van wat vrijwilligerswerk is. En dus komt veel vrijwilligerswerk dat in andere landen wél wordt meegeteld in Italië niet in de statistieken terecht. Nederland is een mooi voorbeeld van het tegenovergestelde. In Nederland word je al als vrijwilliger meegeteld als je een keer boodschappen hebt meegebracht voor de buurvrouw die moeilijk te been is. Als je dan gaat navragen wie ooit vrijwilligerswerk heeft gedaan, krijg je natuurlijk andere cijfers. Zijn de geografische verschillen ook op het veld merkbaar? Ja. Om te beginnen verschilt de manier van aanpakken heel erg. In Italië moet er altijd heel veel gepraat en vergaderd worden voor men aan de slag gaat. En de vergaderingen beginnen nooit op tijd! (lacht) Anderzijds is het vrijwilligerswerk er nogal goed geregeld. Vrijwilligers worden er beter ondersteund dan elders. Ze mogen bijvoorbeeld kopies nemen en telefoneren bij de ondersteunende organisatie waar ze lid van zijn. In Nederland gaat het er strakker en rationeler aan toe. En wat de werking zelf betreft, huldigt men daar veeleer het principe: “Niet zeveren, maar handen uit de mouwen”. | 5


© filip van roe

eva hambach over vrijwilligers

Er is ook een groot verschil in sectoren waarin de vrijwilligers actief zijn. In Nederland en Duitsland is vrijwilligerswerk nog heel erg gefocust op het helpen van mensen. Ik denk dat dat nog een overblijfsel is van het lutheranisme en het calvinisme, en de daarmee gepaard gaande ideeën over naastenliefde. Opmerkelijk in Duitsland is trouwens dat veel notabelen -vaak vrouwen van vooraanstaande mannen- het voortouw nemen in het vrijwilligerswerk. In het oosten van Europa merk je dan weer dat het vrijwilligerswerk nog maar pas tot ontplooiing is gekomen. Vooral oudere mensen hebben nog een slecht gevoel bij vrijwilligerswerk. In het vroegere Oostblok werden mensen vaak tot vrijwilligerswerk ‘verplicht’. Zoiets zindert lang na. Ouderen hebben er nog slechte herinneringen aan. Voor jongeren geldt dat veel minder en je ziet ook dat de situatie nu met grote sprongen vooruitgaat. Die oosterse landen leren ons trouwens een belangrijke les, namelijk dat er een democratie nodig is om vrijwilligerswerk te laten gedijen. Filip De Rynck: Participatie moet altijd en overal mogelijk zijn, niet alleen als er ergens problemen opduiken.

Ook hier rekent de overheid op de inzet van vrijwilligers. Denk maar aan de stewards bij belangrijke voetbalwedstrijden. Aan kinder- en bejaardenopvang die door familie gebeurt. Geen enkel festival zou nog kunnen doorgaan zonder de inzet van een berg vrijwilligers... Hoe sta je daar tegenover? Ik heb daar een dubbel gevoel bij. Als de overheid vrijwilligers inzet omwille van de participatie, vind ik het wel nuttig. Dan heeft het zijn voordelen. Maar als de overheid vrijwilligers gaat gebruiken omdat het een mooie besparing oplevert, is het fout. Principieel vind ik het zeker geen slecht idee om vrijwilligers bij het beleid te betrekken. Je moet immers weten dat veel mensen bereid zijn om zich op vrijwillige basis in te zetten voor de gemeente. Het zou dom zijn om zo’n krachten dan niet te gebruiken. Maar het moet met respect gebeuren en op basis van gezonde afspraken. Een geëngageerde vrijwilliger is meer dan zomaar een hulpje dat gratis in te zetten is. Tot slot: 2011 is uitgeroepen tot Europees jaar van de vrijwilliger. Wat staat er te gebeuren? Zowel op Vlaams als Europees vlak worden een berg activiteiten georganiseerd. Door middel van een reizende tentoonstelling doorheen de Europese Unie wordt het vrijwilligerswerk in de picture gezet. Daarnaast zullen reporters door Europa reizen en het vrijwilligerswerk in beeld brengen. Er komen natuurlijk ook veel overlegmomenten en conferenties, waar onder andere over de kwaliteit, de recrutering en de omkadering van het vrijwilligerswerk zal worden gepraat. Ook op Vlaams vlak zal er veel promotie worden gevoerd. Organisaties kunnen op onze website www.eyv2011.be terecht om teksten en foto’s te plaatsen. Nog in 2011 stellen we een politieke agenda samen die ons een duidelijk overzicht geeft van wat er nog moet gebeuren en waar de pijnpunten liggen. Tegen eind 2011 moet die agenda klaar zijn. 

Links 6 |

• www. eyv2011.be


kempen

kartrekkers

Elke vereniging heeft kartrekkers nodig

© flickr.com/ Pieter Musterd

Waar vind je ze?

tekst Roel Sels | foto’s Bar t Van der Moeren

In het voorjaar van 2010 startte Vormingplus Kempen samen met Stichting Lodewijk De Raet het project ‘Kartrekkers’. Zeven Kempense verenigingen nemen er aan deel. Ze onderzoeken hoe ze nieuwe leden kunnen aantrekken en nieuwe kartrekkers voor hun vereniging kunnen vinden. “Goeie, geëngageerde, nieuwe, en liefst ook jonge leden zijn noodzakelijk voor het voortbestaan van een vereniging,” zegt Viviane Schuer die voor Vormingplus het project begeleidt. Maar hoe vind je die nieuwe kartrekkers? Dat is een probleem waarmee veel verenigingen kampen.

Viviane Schuer: “Jaren geleden nam de KHK (Katholieke Hogeschool Kempen) het verenigingsleven onder de loep in een literatuuronderzoek.”

Drie knelpunten

Het project Kartrekkers probeert niet alleen oplossingen aan te reiken, maar brengt ook verenigingen samen die van mekaars aanpak kunnen leren.Het project Kartrekkers heeft een lange voorgeschiedenis.

“Er werd ook een stuurgroep opgericht met partners uit verschillende betrokken sectoren om die studie op te volgen. In 2006 werd een symposium georganiseerd waarin de bevindingen uit de doeken werden gedaan. Viviane Schuer: “We selecteerden drie knelpunten die de verenigingen ervaarden.”

| 7


kartrekkers

Leen Aerts en Dirk Bockx nemen voor hun vereniging deel aan Kartrekkers

© Bart Van der Moeren

Toekomstdroom

8 |

Pijnpunten

7 Kempense verenigingen

Een hele reeks pijnpunten kwamen daarbij naar voren. We hebben die zorgvuldig bestudeerd en er drie geselecteerd die bij bijna alle verenigingen terugkwamen. Het eerste knelpunt had te maken met de vorming van vrijwilligers. Hoe organiseer je opleidingen of cursussen die ook nog eens betaalbaar zijn? Want de meeste verenigingen hebben het financieel niet erg breed. Een tweede punt dat om aandacht vroeg was de relatie met de lokale overheden. Gemeentebesturen komen immers wel eens in het vaarwater van verenigingen als ze buurtfeesten of andere activiteiten organiseren. Hoe verloopt de samenwerking met gemeentebesturen en hoe kan je eventuele conflicten oplossen? Het derde en laatste pijnpunt dat we van naderbij bekeken, had te maken met het zogenaamde ‘managen van oude en nieuwe vrijwilligers’. Om een vereniging draaiende te houden, is er af en toe nieuw bloed nodig. Er zijn mensen nodig die vroeg of laat de fakkel kunnen en willen overnemen. Hoe kunnen dergelijke mensen gevonden worden binnen de vereniging of hoe kunnen verenigingen op zoek gaan naar nieuwe leden? Hoe vinden ze nieuwe kartrekkers? Die cruciale vragen kwamen bij de bespreking van het derde pijnpunt aan bod.”

Het project ‘Kartrekkers’ dat vorig jaar werd opgestart, is daar nog een uitloper van. Viviane Schuer: “Vormingplus Kempen nam de Stichting Lodewijk De Raet onder de arm: een gespecialiseerde vormingsinstelling voor zowel private als publieke organisaties, die ervaring heeft met het werken rond specifieke thema’s en die die ervaring -onder andere via leertrajecten- ook wil delen met anderen.” Vormingplus Kempen vroeg een aantal verenigingen om deel te nemen aan het project ‘Kartrekkers’. Zeven verenigingen reageerden positief: Den Dorpel (Herentals), Gekko Tejater (Lichtaart), Natuurpunt Kasterlee, Rode Kruis Kasterlee, KAV Voortkapel (Voortkapel, Westerlo), KWB Geel Punt (Geel) en Gezinsbond Geel. Ze werden door Vormingplus Kempen uitgenodigd voor een gesprek. Viviane Schuer: “We wilden van het project ‘Kartrekkers’ geen theoretische cursus maken. Een eenmalige les kan soms zijn nut hebben, maar in dit geval geloofden we veel meer in een aanpak die langer duurt en die mogelijkheden biedt tot opvolgen, bijsturen en uitwisselen van informatie. Vandaar dat dit project de vorm heeft aangenomen van een trajectbegeleiding.”

“We spraken af om op ongeveer een jaar tijd vijf keer samen te komen. Om organisatorische en praktische redenen werd beslist om voor elke sessie twee vertegenwoordigers per vereniging uit te nodigen. Elke twee of drie maanden vindt er een nieuwe bijeenkomst plaats. Zo hebben de vertegenwoordigers de tijd om de informatie die ze opgedaan hebben, voor te leggen aan hun bestuur en om enkele zaken in de praktijk toe te passen of uit te proberen. Op de volgende bijeenkomst kunnen de vertegenwoordigers dan hun bevindingen en ervaringen aan mekaar doorgeven.” Op de bijeenkomsten wordt niet te theoretisch, maar heel concreet gewerkt. “Om te beginnen hebben we de mensen van de zeven verenigingen laten vertellen over hun organisatie. Hoe steekt hun werking in mekaar en vooral: wat willen ze in de toekomst bereiken? Daarna hebben we iedereen met zijn eigen toekomstdroom geconfronteerd. En we hebben aan ieder de concrete vraag gesteld: “Oké, als dat is wat je in de toekomst wil bereiken, wat is dan de allereerste stap die je daarvoor moet zetten?” Op die manier hebben we steeds verder gebouwd en hebben we de verenigingen begeleid. We hebben al gemerkt dat onze specifieke aanpak loont. De deelnemende verenigingen vertonen nogal wat onderlinge verschillen. Dankzij die diversiteit kunnen ze veel van mekaar leren.” Op dit ogenblik is het project al meer dan halfweg. Drie van de vijf ‘sessies’ hebben plaatsgehad. Tijd voor een eerste evaluatie. We namen contact op met Dirk Bockx van Rode Kruis Kasterlee en met Leen Aerts van de Gezinsbond Geel en vroegen hun naar hun bevindingen. 


© Bart Van der Moeren

Leen Aerts: ‘Ik krijg uitsluitend positieve reacties van de bestuursleden’

Leen Aerts (Gezinsbond Geel)

Opgetogen over nieuwe aanpak Leen Aerts van de Gezinsbond Geel is erg opgetogen over het project Kartrekkers. “De reden om mee te doen, zal voor ons wel dezelfde geweest zijn dan voor de zes andere verenigingen: we hebben een oud bestuur dat weliswaar goed werk levert, maar voor de continuïteit is er dringend nood aan verjonging. Omdat Kartrekkers dat specifieke probleem centraal stelde, was het project op maat van onze vereniging geschreven. Maar er komen ook dingen aan bod waarmee elke vereniging worstelt: bijvoorbeeld het actiever maken van passieve leden. Hoe kan je die voor een bestuursfunctie warm maken?”

Leren van elkaar “Het is geen cursus waar iemand een theorie komt verkondigen die wij dan maar in de praktijk moeten zien te zetten. Het is een vijfdelige reeks waar ieder zijn zeg kan doen en waarop iedereen kan leren van mekaar. Het gaat stapsgewijs: je zegt wat het probleem is waarmee je vereniging kampt.

De aanwezige verenigingen delen hun ervaringen en zeggen welke aanpak bij hen gewerkt heeft en welke niet. Met die informatie trek je dan naar je achterban: het bestuur van je vereniging. Ook dat is verrijkend. Ik krijg uitsluitend positieve reacties van de bestuursleden van de Gezinsbond als ik hen vertel wat ik opgestoken heb tijdens de Kartrekkers-bijeenkomsten.

Bestuur is enthousiast Daarvoor ben ik het bestuur trouwens dankbaar. Als je meewerkt met Kartrekkers, heb je wat openheid nodig en moet je kritisch zijn tegenover jezelf. Je mag niet vastgeroest zijn in je eigen principes, want dan heeft dit project geen zin. Bij de Gezinsbond van Geel is dat geen enkel probleem. Het bestuur wil graag weten waar het beter kan. Het bestuur schaart zich achter de voorstellen die ik hen voorleg.” “Door het Kartrekkers-project benaderen we de nieuwkomers nu op een andere manier,” zegt Leen. “We zagen daar in dat wij nieuwe leden niet op de juiste manier verwelkomden:

we stuurden hen een lidkaart en dat was het. En als ze al eens in contact kwamen met het bestuur, gebeurde dat altijd op een vergadering waar een bestuurder het woord nam om een hoop agendapunten te overlopen. Zo overdonder je een nieuwkomer en schrik je hem af. Nu pakken we de dingen anders aan: we plannen dan een bijeenkomst. We praten daar weliswaar over wat een bestuursfunctie zoal inhoudt, maar dat gebeurt op een erg laagdrempelige manier. Bestuursleden mogen bijvoorbeeld niet in de meerderheid zijn, zodat ze de avond niet ongewild naar zich toe kunnen trekken. En er wordt gezorgd voor hapjes en drankjes. Zo zorgen we ervoor dat een officiële vergadering een informele babbel lijkt. Nieuwe leden zullen dat zeker appreciëren. Maar het is nog te vroeg om te zeggen of we ook nieuwkomers bereid zullen vinden om mee in het bestuur te komen zetelen. De komende tijd zullen we daar pas meer duidelijkheid over krijgen. Vergeet niet dat het Kartrekkers-project nog maar net halfweg is.”  | 9


kartrekkers

Dirk Bockx, Rode Kruis Kasterlee

Kartrekkers houdt ons alert Dirk Bockx neemt voor het Rode Kruis Kasterlee deel aan het Kartrekkers-project. Op zich is dat al verwonderlijk, want een goed geoliede organisatie als het Rode Kruis heeft ook zelf mensen in huis die projecten uittekenen en begeleiden. “Dat klopt,” zegt Dirk Bockx, “maar dat neemt niet weg dat het altijd interessant is om ook eens een andere klok te horen luiden.”

Het vinden van jonge leden die op termijn voor de continuïteit moeten zorgen, was niet de hoofdreden om deel te nemen aan Kartrekkers. “Jonge mensen zijn natuurlijk altijd welkom,” zegt Dirk Bockx, “maar eigenlijk niet meer of minder dan mensen van middelbare leeftijd of bejaarden. We willen gewoon de vinger aan de pols houden en niet verstarren.

Het Rode Kruis is een grote organisatie en er is een permanente nood aan mensen. Om een aanvoer van nieuwe ideeën te krijgen, om voor een nieuwe dynamiek te zorgen, om nieuwe projecten op te starten, ... En als je me nu zou vragen wat de grootste sterkte is van Kartrekkers, dan is het juist dat: het houdt ons alert.”

Levend leren “Op een Kartrekkers-bijeenkomst wordt altijd een heel concreet onderwerp aangepakt. Ideeën worden uitgewisseld en je krijgt de opdracht mee om een paar van die ideeën te implementeren in je vereniging. Zo blijft het project ‘levend’. Want op de volgende vergadering wordt daarop verder gebouwd. Dan worden eventuele resultaten besproken. Dankzij ‘Kartrekkers’ denken wij voortdurend na over onze manier van werken, en proberen we links en rechts wat bij te sturen. ‘Kartrekkers’ houdt ons alert. Dat is een grote verdienste. Want ook voor een vereniging geldt dat stilstaan achteruitgaan is. Wie nooit eens vernieuwt of eens origineel uit de hoek komt, blijft niet aantrekkelijk.”

Snel bijsturen

© Bart Van der Moeren

Of het project ook vruchten afwerpt, is moeilijk te zeggen. Dirk Bockx: “Je kan dat niet meten. Stel dat je een aantal nieuwe leden aanwerft. Ligt dat dan aan het project of zouden die nieuwelingen anders ook wel gekomen zijn? Dat is niet echt duidelijk. En om eerlijk te zijn, interesseert mij dat ook niet. Dankzij Kartrekkers zagen we in dat communicatie veel belangrijker is dan wij tot nu toe dachten. En daar hebben we meteen iets aan gedaan. We hebben iemand aangesteld als communicatieverantwoordelijke. Dat zou zonder Kartrekkers niet gebeurd zijn.” Zie je wel? Toch een meetbaar resultaat! Dirk Bockx: Door Kartrekkers zagen we in dat communicatie veel belangrijker is dan wij tot nu toe dachten. En daar hebben we meteen iets aan gedaan.

10 |


© Bart Van der Moeren

vrijwilligers

inter view Pieter Meireleire | foto’s Marc Ver voor t

Carine De Lille: Bewegingscoaches geven lokaal raad over engagement en groepsbinding

Carine De Lille, Velt

Vrijwilligers coachen vrijwilligers tekst Marian Michielsen | foto’s Bar t Van der Moeren

Vrijwilligers verenigen en behouden, wie kan daar beter tips rond geven dan vrijwilligers zelf? Bij Velt, de Vereniging voor Ecologisch Leven en Tuinieren, geven een vijftiental vrijwillige bewegingscoaches lokale afdelingen en groepen raad over groepsbinding en engagement. Het pilootproject kreeg de Prijs voor het Vrijwilligerswerk van de Vlaamse Gemeenschap en de Verenigde Verenigingen. Het was in februari 2010 dat het project Bewegingscoaches bij Velt vzw van start ging. “We merkten dat lokale afdelingen het moeilijk hadden om nieuwe vrijwilligers te vinden”, vertelt Carine De Lille, coördinator van de Bewegingscoaches bij Velt vzw. “Ze hadden nood aan iets dat vrijwilligers aantrekt en behoudt. Daarom zijn we gestart met de Bewegingscoaches. We noemen ze zo omdat ze vallen onder onze dienst Beweging, die alles rond vrijwilligerswerk organiseert.” | 11


vrijwilligers

velt bewegingscoaches

Het project Bewegingscoaches won de Prijs voor het Vrijwilligerswerk

Het was heel speciaal om de deelnemers die theorie te zien oppikken. Na de theorie volgde de praktijk. De deelnemers hebben dan zes maanden stage doorlopen bij Velt. Uiteindelijk zijn er vijftien Bewegingscoaches overgebleven. Dertien zijn er effectief benoemd, twee zijn nog bezig aan een uitgestelde stage.” De Bewegingscoaches informeren niet over ecologisch tuinieren - daar zijn de lesgevers van Velt al voor - maar ze ondersteunen lokale afdelingen met problemen rond groepsbinding of engagement. Ook groepen die bijvoorbeeld werken rond transitie of tuinieren in potten en die de expertise van Velt vragen, kunnen beroep doen op de Bewegingscoaches. Velt zoekt dan de gepaste coach. © Bart Van der Moeren

Bewegingscoaches: pilootproject “Het bestond nog niet bij Velt, en we vonden het evenmin bij andere organisaties. We hebben het dus helemaal zelf bedacht. De Bewegingscoaches passen helemaal binnen het concept van de nieuwe vrijwilliger. Dat is een vrijwilliger die gericht is op zelfontplooiing. Het zijn heel geëngageerde én geïnteresseerde mensen. Ze zijn daardoor ook snel weg met het coachen.” Velt schreef een vacature uit waar een veertigtal geïnteresseerden op af kwamen. “Uit literatuur en verhalen uit bijvoorbeeld de sportwereld en andere takken distilleerde ik samen met de Stichting Lodewijk de Raet een opleidingstraject van vier dagen.

12 |

En de coaches, die zeggen vooraf hoeveel tijd ze erin willen steken per maand of per week. Hebben ze een probleem, dan vallen ze terug op Carine. “Dat was wel een voorwaarde. De coaches moeten een goede ondersteuning krijgen.” De Bewegingscoaches zijn er in alle maten en gewichten. “Het is een heel diverse groep. Ze komen uit alle provincies, er zijn ook twee coaches aan het werk in Nederland. Er zijn jonge, maar ook wat oudere coaches; ze hebben verschillende opleidingsniveaus en zelfs het aantal mannen en vrouwen is evenwichtig verdeeld.” Ze zijn pas in december benoemd en toch merkt Velt al een positieve tendens. “Er zijn al een aantal coaches bezig. In Brussel wilden enkele mensen bijvoorbeeld een project

opstarten rond tuinieren in de stad. Een Bewegingscoach bekijkt nu of hij die mensen kan samen brengen om een Velt thematische werkgroep op te starten. De Bewegingscoaches kunnen dus ook proactief werken.”

Nieuwe dynamiek kost energie “We merken dat het een nieuwe dynamiek teweegbrengt. We denken het systeem verder uit te bouwen, maar daar zullen we zelf veel energie in moeten steken. Je moet de vrijwilligers goed opvangen. Je moet ze voldoende informatie geven en een goed gestructureerd gesprek voeren over wat de vrijwilliger verwacht en wat de organisatie kan bieden. Daar loopt het vaak al mis bij nieuwe vrijwilligers. Alleen met een goed gesprek weet je of er een match is. Klikt het niet voor een bepaald vrijwillig engagement, dan moet je alternatieven kunnen aanbieden.”

Prijs Vrijwilligerswerk Ook de juryleden van de Prijs voor het Vrijwilligerswerk zagen de voordelen in de Bewegingscoaches. Ze vonden het een innoverend project, en inspirerend voor andere verenigingen en groepen. En ze reikten prompt 2.500 euro en een schilderij uit aan Velt vzw. “Met die prijs zijn we uiteraard heel blij”, besluit Carine De Lille. “Het is een grote erkenning die het project een boost heeft gegeven. De vrijwilligers zijn daardoor nog extra gemotiveerd om hiermee door te gaan.” 


Willie De Backer en Wim Pauels: ‘De spontaniteit waarmee we ontstaan en gegroeid zijn, is tot nog toe alleen maar een sterkte geweest’

© Bart Van der Moeren

Tarmac runt met vrijwilligers een

Kunstencentrum in Meerhout tekst Marian Michielsen | foto’s Bar t Van der Moeren

Een hedendaags kunstencentrum in Meerhout? Niemand die ooit dacht dat daar nood aan was. Tot Tarmac in 2009 het levenslicht zag. Na een werking van anderhalf jaar heeft de vereniging al 260 leden. Redenen genoeg om te polsen naar dat succes. Alles wat Tarmac doet, draait om hedendaagse kunst. Alleen de vorm verschilt wel eens. Tarmac is in de eerste plaats een open atelier: kunstenaars, van beeldhouwers over schilders tot fotografen, kunnen er samen apart werken. Daarnaast organiseert Tarmac workshops voor volwassenen en kinderen. Tot slot is er nog een publiekswerking, die veel groter is uitgevallen dan oorspronkelijk de bedoeling was. Met debatten, concerten, tentoonstellingen, wil Tarmac de hedendaagse kunst naar de mensen van Meerhout en ver daarbuiten brengen. Tarmac groeide spontaan vanuit de Week van de Amateurkunsten. “In 2000 deden we in Meerhout voor het

eerst mee met een groepstentoonstelling”, vertellen Willie De Backer en Wim Pauels van Tarmac. “Daar lag de kiem voor Tarmac. In 2008 volgde een hoogtepunt. Toen toverden we oude fabrieksgebouwen op twee maanden tijd volledig om tot tentoonstellingsruimte. We vonden het jammer dat de Week van de Amateurkunsten maar om de twee jaar plaatsvond. Daarom gingen we op zoek naar een pand om dat nog eens over te doen en waar we ook doorheen het jaar activiteiten konden organiseren.” Sinds de zomer van 2009 woont Tarmac in de voormalige pastorij op het Pastoor Van Haechtplein. Die spontane groei is volgens Wim Pauels ook de kracht van Tarmac: “De spontaniteit waarmee we ontstaan en gegroeid zijn, is tot nog toe alleen maar een sterkte geweest. We zijn nu met elf mensen die de werking dragen. Daarnaast hebben we 260 leden die op de hoogte worden gehouden van de activiteiten en die ook gratis kunnen volgen. Zij komen van Meerhout tot Turnhout en Antwerpen. Dankzij het internet kunnen we de werking echt helemaal opengooien.

| 13


vrijwilligers

tarmac 'ons hart ligt op onze tong'

Onder de leden zit een resem vrijwilligers die helpt als het nodig is. Het gaat om een twintigtal mensen, meestal uit het atelier of goede kennissen. Het gaat zelfs zo ver dat die soms boos worden als we hun hulp niet vragen. De taakjes gaan van tappen, tot gyproc plaatsen en tentoonstellingen of filmavonden klaarzetten. We vragen hen ook eerst wat ze graag willen doen, want het mag geen verplichting zijn. Vaak roepen we hen met onze nieuwsbrief op om te helpen. We schrikken vaak van de respons daarop. En als het snel moet gaan, nemen we de telefoon. We vergoeden onze vrijwilligers niet voor het werk dat ze doen, maar we geven wel een vrijwilligersfeest.”

‘Het moet plezant blijven’ Een echte vergaderstructuur heeft Tarmac niet. “Standaard vergaderen we de tweede dinsdag van de maand en dan bespreken we de grote lijnen. Die vergadering loopt meestal heel hard uit. We hebben ook verschillende werkgroepen die onderling afspreken om zaken te organiseren. De atelierruimte is heel belangrijk: er wordt veel uitgewisseld in Tarmac zelf. We willen de spontaniteit niet beknotten. Het moet nog altijd plezant blijven. Zo hebben we dadelijk nog een brainstormsessie. We hebben een mailtje gestuurd over de shoutbox. Wie kan, komt dan af. En dat werkt.” “We kennen ook een vlakke structuur. Er is wel een voorzitter, maar die is er alleen op papier. We proberen altijd tot een consensus te komen bij © Bart Van der Moeren

meningsverschillen. Als iemand een andere visie of idee heeft , praten we daarover. En meestal komen we er ook uit. Ons hart ligt op onze tong. En dat vinden we belangrijk.” “Buiten de vergaderingen communiceren we intern vooral via een shoutbox op internet. Eerst deden we dat via netwerksite Facebook, maar om interne zaken te bespreken bleek dat al snel niet zo handig. We gebruiken die wel om onze werking naar buiten te brengen.”

Straf elftal Wat Tarmac straf maakt, is de compatibiliteit van de kernleden. “Alle elf vullen elkaar perfect aan. Anders is het ook niet haalbaar om zoiets te organiseren. We zijn allemaal heel divers. Maar de passie voor hedendaagse kunst bindt ons. Net zoals de goesting. Wij zijn niet bang om te springen. Alleen de tijd is de grote moeilijkheid. Iedereen heeft een stevige job en familie. Je houdt het niet voor mogelijk hoe we dat allemaal combineren. Het is een moeilijke oefening, want de goesting is groter dan de tijd.” De uitdaging voor Tarmac ligt nu in het behoud van het pand. “Achter de oude pastorij komt een nieuw gemeentehuis. Voor die werkzaamheden moet een deel van het atelier, een belangrijk stuk van Tarmac, afgebroken worden. Ook de machines moeten dan door onze tuin. Maar wees gerust, daar maken we ook wel iets van”, besluit Willie. “De kans is groot dat er tegen de zomer zo’n grote grijper versierd in onze hof staat (lacht).” 

tekst Marian Michielsen | foto’s Bar t Van der Moeren

Er zijn weinig verenigingen zonder feestcomité. Maar een heus animatieteam ontbreekt bij velen. Niet bij de basketbalclub BBC Laakdal. Cristl Buelens, Pieter Janssens, Nancy Ost, Viviane Schuer, Christel Geyselings en Natascha Janssen willen sinds dit seizoen de jeugd meer betrekken bij de basketbalclub door allerlei activiteiten te organiseren.

Link 14 |

© Bart Van der Moeren

• www. tar-mac.be


participatie

Het Animatieteam van de Laakdalse basketbalclub

A-team verlicht het bestuur Een mosselfeest, quiz en een eindeseizoensfeest hadden ze al bij BBC Laakdal. Maar het A-team (of voluit: het animatieteam) wil verder gaan dan dat. “We zijn eigenlijk een vereniging binnen een vereniging”, vertelt Nancy Ost van het A-team. “We zijn een ondersteunend team dat meer naar de jeugd en de supporters toe wil werken. BBC Laakdal heeft vijf ploegen: de premicroben, de microben, de pupillen, senioren 1 en senioren 2. Vooral voor de premicroben, de microben en de pupillen organiseren wij activiteiten en proberen zo het bestuur wat te ontlasten.”

Dat kan gaan van een teambuilding over een vriendjesdag waarbij de kinderen een vriendje mogen uitnodigen op de club tot een nieuwjaarsreceptie. Bij de eerste teambuilding in september is het de bedoeling dat de kinderen elkaar en hun coach beter leren kennen. Dit gebeurt in een natuurlijke omgeving. Ook de supporters worden in de bloemetjes gezet. In februari vindt de Dag van de supporter plaats en voor het einde van het jaar organiseert het A-team nog een daguitstap voor de hele bende.

| 15


a-team animatieteam bbC 

Volgens Nancy was er wel nood aan meer betrokkenheid van de jeugd. “Het mosselfeest en de quiz zijn belangrijk om geld in het laatje te brengen. Maar ze zijn ook meer gericht naar een oudere generatie. Wij proberen nieuwe dingen in de groep te brengen. We willen gewoon dat de kinderen een jaar plezier kunnen maken. We willen de kleinsten gelukkig maken. En dat hoeft niet eens zoveel moeite te kosten. Een vriendjesdag is gemakkelijk te organiseren. En toch amuseren de kinderen zich dan geweldig.”

Bestuur zonder zorgen Het A-team organiseert alles zelf. “Voor de nieuwjaarsreceptie bijvoorbeeld maakten we zelf de uitnodigingen en brachten we die rond. We zorgden voor hapjes en drankjes. We speelden ook eerst spelletjes met de kinderen om het ook voor hen leuk te maken. Daarna mochten de ouders komen. Alles wat bij de nieuwjaarsreceptie kwam kijken, deden wij. Het bestuur hoeft zich daar dan geen zorgen om te maken.” Het A-team heeft alles onder controle.

Geen vrijwilligerstekort De meeste verenigingen zitten te schreeuwen om vrijwilligers.” Maar bij ons was het anders: het idee van een A-team werd gelanceerd.

En onmiddellijk sprongen er zes enthousiastelingen het basketveld op. Vijf vrouwen en één man”, ontleedt Nancy. “De meeste vrijwilligers zijn ouders van één van de leden. Maar Pieter traint bijvoorbeeld de damesploeg, en Viviane is supporter. Zij is onze grootste fan. Het A-team draait heel goed met de kern van zes personen. Maar helpende handen en schitterende brains zijn natuurlijk altijd welkom.” 1 à 2 keer per maand komt het A-team samen. “We bespreken dan de activiteiten die voorbij zijn en die nog komen. En tussendoor spreken we af via e-mail. Eigenlijk gaat dat heel goed. We zien elkaar ook nog elke week als onze kinderen basketten, hé.”

Huiswerk Tijdens de vergaderingen wordt ook huiswerk uitgedeeld. “We beginnen nu bijvoorbeeld aan de planning van de daguitstap”, illustreert Nancy Ost van het A-team. “Vooraf sturen we iedereen met de opdracht naar huis om een activiteit te zoeken voor zestig mensen, die goedkoop is en die bereikbaar is met de trein. Tijdens de vergadering overlopen we alle mogelijkheden en de beste kiezen we er uit. Beslissingen worden samen genomen. Al zal Pieter misschien sneller de knoop doorhakken. Pieter is het communicatiemiddel tussen het A-Team en bestuur. Hij neemt onze voorstellen mee naar het bestuur om ze te toetsen op de financiële haalbaarheid.” Pijnpunten zijn er nog niet echt te bespeuren bij het A-team. “Er kruipt wel veel tijd in, maar we doen het ook heel graag”, weet Nancy. “We zijn nog niet zo lang bezig, maar het gaat echt heel goed. En we maken veel plezier. Het A-team is een echte hobby.” 

© Bart Van der Moeren

16 |

Alma De Walsche, De transitiebeweging komt overgewaaid uit GrootBrittanië en verspreidt zich ook in Vlaanderen. Transitie draait om ‘overgang’: een overgang naar een samenleving met een kleinere ecologische voetafdruk, een samenleving die vriendelijker omgaat met de aarde. De transitiebeweging gelooft dat er een nieuw systeem nodig is. We hebben niet alleen andere auto’s nodig, maar een hele nieuwe mobiliteit. We hebben geen ander voedsel nodig, maar we moeten het anders gaan winnen. Alles moet anders georganiseerd worden als we de aarde willen sparen. Her en der in Vlaanderen ontstaan er lokale werkgroepen die met transitie bezig zijn. Sinds anderhalf jaar is er zo ook één in Vorselaar.

Voedselteam voor 30 gezinnen “Een concreet initiatief dat we hebben opgestart is het voedselteam. Dertig procent van je ecologische voetafdruk wordt immers bepaald door je voedingsgewoontes. Het is heel gemakkelijk om dat concreet te maken. Door producten te eten uit eigen streek, verklein je je voetafdruk. Met het voedselteam kopen we zelf groenten en fruit aan bij lokale landbouwers. De leden (ondertussen zijn het er een dertigtal) bestellen hun producten online en kunnen hun voedselpakket elke week afhalen. Soms zitten er vergeten groenten bij het voedselpakket. Dan voegen we ook een receptje toe.”

Biologische dorpstuin Een ander concreet initiatief is de biologische groentetuin. “De gemeente Vorselaar bezit de Schranshoeve als historisch monument. Een deel van de tuin daarvan mogen wij als Transitie Werkgroep onderhouden als biologische groentetuin. Daar zijn we in het najaar mee gestart. In de winter ligt het stil, maar we hopen er snel terug aan te beginnen.” Daarnaast organiseert de Werkgroep regelmatig inhoudelijke avonden over klimaatopwarming of biodiversiteit.


vrijwilligers

Werkgroep Transitie Vorselaar

Groeien kost vooral tijd tekst Marian Michielsen | foto’s Bar t Van der Moeren

Alma De Walsche: Dit jaar willen we de kern consolideren en ons kenbaar maken voor het grote publiek. De Werkgroep Transitie kwam er door enkele mensen die geloofden dat er in Vorselaar een vruchtbare bodem was voor zo’n initiatief. “We hebben ook een gemeente die daar voor open staat”, gaat Alma De Walsche verder. “Vorselaar zet meer in op openbaar vervoer; ze is ook met klimaatwijken gestart. De conjunctuur was ons gunstig. We moeten niet tegen de gemeente in gaan. We zijn dit jaar ook erkend als vereniging en maken ook deel uit van de milieuraad.”

Uitbreiden zonder groeipijn In de nabije toekomst wil de Werkgroep

Transitie uitbreiden, maar ook niet te snel. “We willen ons enerzijds meer kenbaar maken in de gemeente, maar anderzijds moeten we goed genoeg voorbereid zijn. We moeten onze boodschap goed kunnen duidelijk maken. Dat is iets waar we dit jaar aan willen werken: de kern consolideren en ons kenbaar maken met een aantal activiteiten voor het grote publiek.”

© Bart Van der Moeren

alleen maar uit vrouwen. Maar mannen zijn zeker ook welkom. De publieke activiteiten vinden plaats in het buurthuis. Dan kunnen we wel beroep doen op enkele sympathiserende leden of partners van de vrouwen.”

Hoofd, hart en handen

De werking van de transitiegroepen situeert zich op drie domeinen: het hoofd, het hart en De Werkgroep bestaat alleen maar uit de handen. “Het gaat erom de problematiek vrijwilligers. De kern van een tiental leden te begrijpen en een signaal te willen geven komt één keer per maand samen. dat het anders moet (hoofd)”, verduidelijkt “Om de beurt vergaderen we bij iemand thuis. Toevallig bestaat onze kern momenteel Alma. | 17


© Bart Van der Moeren

transitie kost tijd

vervolg 

“We willen niet alleen praten, maar we willen ook iets doen (handen). En de leden moeten beseffen dat een verandering moeite en tijd kost. Verandering gebeurt niet van vandaag op morgen, er is psychologie en pedagogie voor nodig. Dat zit in het hart.”

Tijd en geld De Werkgroep Transitie heeft maar een krap budget. “We maken reclame voor onze activiteiten door flyers te verspreiden. Die bekostigen we voorlopig zelf. We hebben er een fonds voor aangelegd. Daarnaast spreken we onze perscontacten aan, hebben we een eigen mailinglist, contacteren we het gemeentelijk infoblad, betrekken we Natuurpunt, enzovoort. Door onder andere de verkoop van drankjes op de publieke activiteiten kunnen we weer een aantal uitgaven compenseren. Voorlopig ziet niemand van de leden dat als een bezwaar om er mee verder te gaan. Maar we hopen wel dat er in de toekomst subsidies kunnen komen.” Het geld is dus geen probleem, het gebrek aan tijd des te meer. “Eigenlijk zijn we allemaal heel ambitieus. We zijn allemaal vrouwen. De meesten hebben een gezin en een vaste job. Het gebrek aan tijd is één van de grootste beperktheden van onze werkgroep. Dat is ook de voornaamste reden waarom mensen soms afhaken. Maar de goesting is er in alle geval.” 

18 |

Leven blazen in folk Het behoud van het muzikaal erfgoed uit de streek. Daar streeft Westelfolk naar, een folkvereniging uit – wat had je gedacht?- Westerlo. Bij Westelfolk kan je cursussen volgen voor traditionele muziekinstrumenten zoals de hommel of vlier, trekzak of Vlaamse doedelzak. Daarnaast geeft Westelfolk ook cursussen om zelf een draailier of vlier te bouwen, schuimt een bakploeg alle oude steenovens uit de streek af om ze in gang te steken, en blaast ze oude traditionele feesten zoals de halfvastenviering nieuw leven in.

tekst Marian Michielsen | foto’s Bar t Van der Moeren

De vereniging heeft nu 95 vaste leden. Maar dat had niemand vijf jaar geleden durven verwachten. “Ik wilde vijf jaar geleden trekzak leren spelen”, begint Erik Van Dyck van Westelfolk. “Ik vond wel cursussen in Gooik en verder weg, maar niets in de buurt. Toen heb ik een lesgever gevraagd om naar de Kempen af te zakken. Al gauw had ik vijf mensen bij elkaar die dit ook wel wilden volgen. Zo ging Westelfolk van start. Het is echt enorm gegroeid.”

Een kwestie van organisatie “Eerst deed ik alles samen met mijn broer en een neef. Maar dat was niet meer te doen. Dus hebben we een structuur in het leven geroepen. We zijn nu een vzw en hebben een achttal werkgroepen: huisvesting, erfgoed, muziek, optredens, website, secretariaat, bakkers en jongeren. We vergaderen nog allemaal samen, één keer per maand. Maar op termijn moet elke werkgroep op zich staan en een verantwoordelijke hebben in ons bestuur.”


© Bart Van der Moeren

vrijwilligers

We proberen de vereniging dan ook zo open, volks en vriendelijk mogelijk te houden. Die openheid en laagdrempeligheid is ook belangrijk. Voor onze cursussen moet je geen noten kunnen lezen, we leren een instrument aan op het gehoor. Ook de kosten houden we laag. Zo trekken we heel wat verschillende mensen aan, die ook allemaal ideeën kunnen opperen. Een cursus draailier bouwen? Iedereen verklaarde het idee voor gek. Maar ondertussen is de cursus wel volzet. Onlangs stelde iemand voor om te starten met een cursus hommel voor kinderen. Dus zijn we daarvoor nu mensen aan het zoeken. Er zijn heel veel mogelijkheden en dat trekt mensen aan.”

Uitgroeien wordt ambitie

Erik Van Dyck: “Westelfolk willen we laten uitgroeien tot een Kempisch Folklorecentrum. Maar daarvoor moeten we professionaliseren, anders halen we dat niet.”

Vrijwilligers nodig En daarvoor heeft Westelfolk vrijwilligers nodig, véél vrijwilligers. “We hebben een vaste kern van een tiental personen. Maar het blijft moeilijk om vrijwilligers te vinden. Veel mensen zijn geïnteresseerd in de vereniging, maar om uiteindelijk iets in handen te nemen, dat is niet altijd even gemakkelijk. Ik heb vroeger mee een scoutsgroep en een jeugdhuis opgericht. Toen vond je veel makkelijker enthousiastelingen, al kan dat ook met de leeftijd te maken hebben. Nu heb je meer overtuigingskracht nodig om mensen te vinden die zich willen engageren.” Toch ziet Westelfolk beterschap. “We zijn nog maar een jonge vereniging. Nu pas beginnen mensen zich aan te bieden buiten de cursussen. Zo hebben we elke maandag een Folkcafé. Daar komen alle cursisten naartoe om samen te spelen.

Iemand stelde voor om er een echt café van te maken met een bar en drank. En onlangs hebben we een huifkar gekregen. Die hebben we helemaal opgelapt om te gebruiken tijdens de optredens. Ook daarvoor hebben zich mensen aangeboden. Het begint stilaan te lopen.”

Gratis is makkelijker Eigenlijk loopt Westelfolk alleen maar op vrijwilligers. “Ook onze lesgevers krijgen geen vergoeding. We hebben het hen aangeboden, maar zij dachten dat dat de dingen alleen maar moeilijker zou maken. We betalen ze dus niet. Dat is duidelijk voor iedereen. Voor veel mensen gaat er ook een wereld open. Zij zijn verbaasd dat zoveel mensen met folk bezig zijn en daarom doen ze het graag.” De vrijwilligers zijn dus heel enthousiast. “Ze komen zich spontaan aanbieden. Dat is een goed teken.

Echte ambities had de vereniging vijf jaar geleden nog niet. Maar nu wil ze echt uitgroeien tot een Kempisch Folklorecentrum. “Als iemand bijvoorbeeld een cursus kantklossen of een cursus zwaarddansen wil organiseren, moet dat kunnen. Maar daarvoor moeten we professionaliseren, anders halen we dat niet.” Een eerste stap daarin is een nieuwe locatie. “We geven nu cursussen op zeven verschillende locaties. Dat is verwarrend. We merken ook dat we zo niet meer kunnen groeien. Maar gelukkig kunnen we binnenkort gebruik maken van de ruimte boven parochiezaal ’t Centrum. De uitdaging van 2011 wordt om dat lokaal netjes in te richten met een secretariaat, bergruimte, cursuslokalen. Dat moet onze plek worden. Zo krijgen we ook een gezicht en kunnen we hopelijk nog meer mensen aantrekken.” Voor de vergaderingen moest Westelfolk nu nog terugvallen op een ander lokaal. “We komen de eerste maandag van de maand samen. Daarnaast zien we elkaar elke week tijdens het Folkcafé. Maar er gebeurt ook heel veel per mail. We trekken mensen aan van Oud-Turnhout tot Oud-Heverlee. Daarvoor zijn e-mail en de website natuurlijk heel belangrijk.” Om de vrijwilligers te bedanken voor hun inzet wordt er in september een folkfeest gehouden. Daar krijgen alle vrijwilligers gratis eten en drinken. Wie nog twijfelde om toe te treden tot Westelfolk, is nu misschien overtuigd? 

Link • www. westelfolk.be

| 19


projecten

Vrouwenkracht

De tentoonstelling toert Voor de Wereldvrouwendag van 2009 brachten we een boek uit met getuigenissen van een twintigtal Kempense vrouwen. Die vrouwen werken als vrijwilliger. In de speeltuin, bij de chiro, in een asielcentrum of bij mensen die in armoede leven. Iris Baetens schreef die verhalen neer. An Nelissen maakte portretten. Het boek is zo goed als uitgeput, maar de getuigenissen mochten we niet verloren laten gaan. Sinds maart 2010 toert de tentoonstelling die we daarrond maakten door de Kempen. Die zorgt voor veel warme en deugddoende momenten. Op de plekken waar ze komt, geven onze partners extra aandacht aan hùn vrijwilligers. Het worden vaak heuse feestjes, waar speeches, bloemetjes en muziek de sfeer maken.

Door de Kempen Zo stond de tentoonstelling bijvoorbeeld in juli 2010 in het Balense vrijetijdscentrum De Kruierie. Na de voorstelling van ons Vrouwenkrachtproject onderstreepte schepen Petra Geukens het belang van vrijwilligerswerk voor haar gemeente. In augustus stond de tentoonstelling in het Herentalse Woon- en Zorgcentrum. De vele vrijwilligers werden er letterlijk in de bloemetjes gezet. Een bewoner van het rusthuis haalde zijn zangtalent naar boven en zong een duet met Lea De Win. In oktober deed de tentoonstelling Vosselaar aan op initiatief van de Wereldwinkel en de lokale Fairtrade-trekkersgroep.

Links • www. vrouwenkracht.org • www.uitinvlaanderen.be

20 |

In de bib van Geel stond ze om het tienjarig bestaan van de Noord-Zuiddienst op te fleuren. De bibliotheekverantwoordelijke greep de kans om er ook alle vrijwilligers te bedanken. Onze tentoonstelling stond enkele weken in de Turnhoutse Kringwinkel WEB. Leentje, medewerkster van ’t Antwoord zei er :

“Ik ben niemand in deze grote wereld. Tot ik ‘t Antwoord leerde kennen. Als ik vergaderingen bijwoon of wat ook mag doen binnen ‘t Antwoord, dan voel ik mij iemand. Voor mij betekent vrijwilligerswerk meer dan alleen bezig zijn. Meer dan alleen dingen doen in mijn vrije tijd. Vrijwilligerswerk is voor mij werken aan mijzelf. Iets kunnen betekenen voor mensen. En iets kunnen veranderen, ook al is het maar heel klein, om deze wereld leefbaarder te maken voor iedereen.”

Winnaars Ondertussen loopt ook nog onze wedstrijd. Op elke tentoonstelling vind je daarvoor een deelnameformulier. Vrouwen die zich aanmelden als vrijwilligster kunnen een prijs winnen voor hun vereniging. Zo won Tilly Thimm van VIVASVV Mol eerder al een verwenpakket voor de bestuursleden van haar vereniging. Bij de familie Maenendonckx stond voor hen een Geelse koffietafel klaar en nadien bezochten ze de koffiebranderij.

Kalender voorjaar 2011 Turnhout tot en met wo 9 maart in het CM-gebouw, Korte Begijnenstraat 22 Herentals wo 16 tot en met zo 20 maart in de Lakenhal, Grote Markt Laakdal woensdag 23 maart tot wo 20 april in het Gemeentehuis, Kerkstraat 21 Mol wo 11 mei tot en met za 21 mei in de Exporuimte van ’t Getouw, Molenhoekstraat 2


Na Turnhout en Geel nu ook in Hoogstraten en Mol

Praatpunten zijn populair Praatpunten zijn plaatsen waar anderstalige mensen wekelijks Nederlands kunnen oefenen. Dat doen ze door te praten met Nederlandstalige vrijwilligers. Praten over dagelijks leven De gesprekken gaan er over alledaagse dingen zoals werk, hobby’s of familie. Daardoor heerst er ook een ontspannen sfeer. Spreekangst hoeven de deelnemers dus niet te hebben. De vrijwilligers zijn er vooral om het gesprek op gang te brengen. Ze geven zo nu en dan wat tips om correct te praten. Ze proberen ook de dagelijkse woordenschat wat uit te breiden. De Praatpuntsessie duurt telkens 2 uur, maar de deelnemers mogen vrij in en uit lopen. Ze hoeven ook niet elke week op te dagen.

Succes in de regio Praatpunt kent een groot succes in onze regio. Na Praatpunt Geel en Praatpunt Turnhout ging in het najaar van 2010 dat van Hoogstraten van start. In januari werd Praatpunt Mol gelanceerd.

Vrijwilligers De Nederlandstalige vrijwilligers zijn geen taalexperten. Enthousiasme, een gezonde interesse in andere culturen en een vleugje geduld zijn belangrijker. Normaal zitten ze met z’n tweeën samen met een viertal anderstaligen aan kleine tafeltjes. Af en toe spelen ze ook taalspelletjes.

worden, dat de tafelverdeling goed verloopt, ... Zij zijn het aanspreekpunt voor anderstaligen en vrijwilligers. Zowel in Hoogstraten als in Mol is dat iemand van Kreatief vzw.

deN Babbelhoek In Herentals loopt er sinds 2005 een gelijkaardig initiatief. In deN Babbelhoek komt wekelijks een groep anderstaligen samen met enkele geëngageerde vrijwilligers. Bij deN Babbelhoek wordt er niet alleen Nederlands geoefend: ze nemen ook deel aan activiteiten in Herentals, houden een feestje of doen een uitstapje. Ze hebben zelfs hun eigen website: www.denbabbelhoek.be.

Meedoen? Ben je anderstalig en wil je je Nederlands oefenen? Of ben je Nederlandstalig en wil je graag vrijwilliger worden? Kom eens langs op een Praatpunt in je buurt of neem contact even contact op.

Praatpunt Hoogstraten elke woensdagavond van 19 tot 21 uur. Niet tijdens schoolvakanties. waar? Gemeentelijke basisschool, Gravin Elisabethlaan 21. Contact Luk (kreatief@skynet.be of 03 314 37 86)

Praatpunt Mol elke donderdagavond van 19 tot 21 uur. Niet tijdens schoolvakanties. waar? CVO Kempen-Mol, ingang via Chrysantenlaan. Contact Vera (kreatief.mol@skynet.be of 014 31 69 18)

Praatpunt Geel elke donderdagnamiddag van 13.30 tot 15.30 uur. Niet tijdens schoolvakanties. waar? Huis Van de Dialoog, Logen 104. Contact Chris (kreatief.geel@skynet.be of 014 56 05 95)

Praatpunt Turnhout elke maandagavond van 19 tot 21 uur. Niet tijdens schoolvakanties. waar? Cultuurhuis de Warande, lokaal A, Warandestraat 42 Contact Nic (nic.vangrootel@turnhout.be of 014 47 21 62)

deN Babbelhoek Herentals iedere dinsdag van 12.30 tot 15 uur. waar? Huis van het Nederlands, Fraikinstraat 38 Contact Brigitte (014 22 17 81)

Voor hen is het een uitgelezen kans om kennis te maken met de rijkdom aan culturen en mensen die er in de regio leven. Elk Praatpunt wordt ook begeleid door een professionele kracht. Die zorgt ervoor dat alle vragen een antwoord krijgen, dat kleine problemen opgelost

| 21


ellamira een unieke samenwerking tussen vereniging en bibliotheek

Ellamira biedt een pakket aan voor Kempense verenigingen en bibliotheken. Vrouwenkracht is het centrale thema. We koppelden 25 vrouwenfilms aan een vormingsactiviteit. Die kan je samen met je bib voor je vereniging aanvragen. De films zijn stuk voor stuk pareltjes waarin het verhaal van een vrouw centraal staat of die door een vrouw geregisseerd werden. We zochten interessante sprekers of een leuke activiteit die het thema van de film verder uitdiept. Open Doek zorgt voor gratis apparatuur. Die moet je wel zelf komen ophalen en terugbrengen. Kijk snel op www.ellamira.be voor het volledige aanbod. Programmeren kan tot eind 2011. Spreek daarvoor je bibliothecaris of je cultuurdienst aan. Een organisatie van het Platform Vrouwenkracht Kempen, Vormingplus Kempen, Open Doek en de provincie Antwerpen

www.ellamira.be

ma 04/04

Laakdal Joodse en Palestijnse vrouwen, met Jennie Vanlerberghe

di 12/04

Laakdal film: Bread and Roses

wo 13/04 Laakdal film: Sophie Sholl

do 14/04 Laakdal film: Bandit Queen

za 11/06

Meerhout openluchtfilm:Rabbit Proof Fence

28/05-12/06

Meerhout tentoonstelling: Los Niños de la Guerra

Leer de UiTdatabank kennen! De UiTdatabank is een uiterst krachtig middel om promotie te maken voor je activiteiten. Kranten, magazines en websites maken gebruik van de gegevens die jij invoert. Vormingplus Kempen heeft twee getrainde begeleiders om mensen uit verenigingen te leren werken met de UiTdatabank. Onze begeleiders werken graag met groepen van een tiental personen in een lokaal waar per twee mensen een computer staat.

Zin om zo’n introsessie mee te maken? 22 |

Vraag het even na bij de cultuurdienst van je gemeente. Die kan zo’n sessie gratis bij ons aanvragen. Meer weten? Mail dirk@vormingpluskempen.be


Van Meerle tot Veerle

colofon Dit is een uitgave van Vormingplus Kempen vzw. Wil je dit tijdschrift voortaan gratis thuis ontvangen? Iets niet duidelijk? Een leuk project in gedachten? Meer info nodig over een activiteit?

Contact Vormingplus Kempen vzw, Graatakker 4, 2300 Turnhout open elke werkdag van 9 tot 17 uur telefoon 014 41 15 65 fax 014 41 05 77 e-mail info@vormingpluskempen.be web www.vormingpluskempen.be bank 646-0124040-88

Vormingplus Kempen

de Kempense vormingskalender

Vormingplus Kempen werkt nauw samen met Suiker, de gratis en toonaangevende Kempense cultuurkrant. We verzorgen voor hen de maandelijkse vormingskalender met alle cursussen, lezingen en workshops in de regio. Ook van jullie activiteiten.

Jouw activiteiten in Suiker?

• is een pluralistische organisatie erkend door het Ministerie van Cultuur als Volkshogeschool voor het Turnhoutse arrondissement • wordt gesubsidieerd door de Vlaamse Gemeenschap, afdeling Cultuur • is lid van de Federatie van Organisaties voor Volksontwikkelingswerk.

Voer ze snel in op www.uitdatabank.be

Het team van Vormingplus Kempen

dirk@vormingpluskempen.be (014 41 15 65)

Best doe je dat zo’n twee maanden op voorhand. Vink ze aan als ‘cursus of workshop’.

Meer weten?

Coördinator Martine Coppieters (martine@vormingpluskempen.be) Adjunct-coördinator Jan Van Hout (jan@vormingpluskempen.be) Communicatiemedewerker Dirk Raeymaekers (dirk@vormingpluskempen.be) Administratie en logistiek Lieve Decoster (lieve@vormingpluskempen.be) Educatieve medewerker oost Kristel Vanhulle (kristel@vormingpluskempen.be) Educatieve medewerker noord Christa Truyen (christa@vormingpluskempen.be) Educatieve medewerker west Janna Janssens (janna@vormingpluskempen.be) Educatieve medewerker zuid Viviane Schuer (viviane@vormingpluskempen.be) Educatieve medewerker dienstverlening Leen de Nijs (leen@vormingpluskempen.be)

Suf georganiseerd? Adresgegevens Gegevens die we noteren als je je inschrijft of als je informatie aanvraagt, komen in het adressenbestand van Vormingplus Kempen. Ze worden gebruikt om je op de hoogte te houden van ons programma en je te verwittigen als er iets wijzigt. We kunnen ze ook doorgeven aan anderen die interessante informatie voor je hebben. Als je dat liever niet wil, laat het ons even weten (wet van 8 december 1992 op de bescherming van de persoonlijke levenssfeer).

Opmaak eindredactie en opmaak: Vormingplus Kempen fotografie: o.a. Bart Van der Moeren, Filip Van Roe, Marc Vervoort, Geert Maes druk: drukkerijmaes.be verantwoordelijke uitgever: Martine Coppieters, p/a Graatakker 4, 2300 Turnhout

Een dipje omdat je geen ideeën meer hebt voor je vereniging? Snuister gauw wat in ons vormingsaanbod. Je vindt er een massa cursussen, workshops en lezingen. En we hebben voor een aantal daarvan nog een toelage van 75%! www.vormingpluskempen.be/organiseer-zelf.html | 23


hit

ter

en

el f a t n e e rond

sc

ten a r p n e m a

en

s

vrien d e n!

t laa

m

s n e

Van Meerle tot Veerle voorjaar 2011  

het halfjaarlijkse magazine van Vormingplus Kempen, met deze keer veel aandacht voor vrijwilligers en verenigingen

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you