Issuu on Google+

De thuisplek voor kort vreemd proza - No.11

Liefl-ik en Verschrikkel-ik

Gezellig!

Regelmatig vraag je je af: Ben je nou meer een aantrekkel-ik of toch meer een afstotel-ik? En naast de buitenkant hebben wij natuurlijk allemaal ook een liefl-ik en een verschrikkel-ik in ons. Wij vragen ons allemaal af: zullen wij uiteindelijk een onvergetel-ik worden of juist een vergetel-ik? Ik wil best een aandoenl-ik blijven maar ik wil tegelijk geen afhankel-ik worden. Ik voel me zelf vaak een schromel-ik die graag karig doet maar ik zie ook veel uitdrukkel-ikken om mee heen, uitdrukkel-dit, uitdrukkel-dat. Maar als je heel veel uitdrukkelt, dan ben je ook snel op. Maar een onuitsprekel-ik is ook weer niet geschikt voor de Vorlesebühne. Waar ik jeuk van krijg, dat zijn besmettel-ikken. Als je veel voor de wereld wilt betekenen dan kun je een gemeenschappel-ik worden, maar kun je beter geen donald-ik zijn, als ik te lang naar Donald-ik ga kijken dan wordt ik een kotsmissel-ik. Er zijn mensen die vooral van de overduidel-ikken houden maar ik waardeer meer een oprechte Twijfel-acht-ik.

Nee, het weer heeft er niks mee te maken, de vogels vliegen even laag als gisteren en ook de buurvrouw doet niet raar.

Bernhard Christiansen

En twijfel, die u en ik zo goed herkennen. De één lost de twijfel op door over zichzelf te praten als ware zij iemand anders. Anderen projecteren hun twijfel op hun soortgenoten en weer anderen gaan de twijfel rigoreus te lijf en brengen haar minutieus in kaart.

Toch kijken onze Vorlesebühners nu even graag naar zichzelf. Niet naar u of mij, zoals normaal, maar naar zichzelf. In gedachten, starend in de spiegel, onderzoekend, of naarstig zoekend naar complimentjes die er te maken zijn, en met kleine verwijtjes die onvermijdelijk de kop opsteken.

Wij vragen u niet om aan u zelf te twijfelen. Maar als u toch wilt, dan doen we het samen deze winter. Gezellig! De Vorlesebühne www.kortvreemdproza.nl


Kerstavond 24 december 20 uur Molen De Ster, 11/9 euro met Open Buffet: neem zelf eten mee om 18 uur en dan eten we tezamen!

Mijn korte ontmoeting met een hemellichaam Als er al geen hangmannen zijn, dan hangt er ongetwijfeld weer eens een of andere maan in onze buurt rond. Regelmatig loeren de mannen en de manen ‘s nachts in onze kamer. Je kunt ze altijd proberen te negeren, maar je kunt ook kerstavond gebruiken om de lastige buurmanen en buurmannen nou eens zelf op te zoeken. Met: Wim Noordhoek, Marc van der Holst, Twan Zegers, Maaike Haneveld, Bernhard Christiansen. Muziek: Mondo Leone Speciale kerstgast: De mysterieuze krachten van Hang Fu!

Zaterdag 14 januari 20 uur Molen De Ster, 11/9 euro Zondag 15 januari, 14 uur (inloop 13.30 uur) Filmhuis Oosterbeek, 10 euro

Drumpf Op een dag wordt er een lelijke dwerg in jouw huis geplaatst, aan wie je maar moeilijk kunt wennen. Hij plast bij voorkeur in het aquarium, je vind steeds haren van hem in jouw muesli, regelmatig zit hij stiekem de katten aan te randen. Maar, troost je, je kunt niet weten wat hij morgen zal doen. Met: Liesbeth Mende, Bianca Hendriks, Cyriel van Rossum, Simon Weeda, Gerda Blees, Bernhard Christiansen. Muziek: The Avonden

Zaterdag 18 februari 20 uur Molen De Ster, 11/9 euro

Zaterdag 11 maart 20 uur Molen De Ster, 11/9 euro

Kleine agressieve les over het vol kunnen houden zonder eten

Het plezier van het klem zitten

- eerder uitgevoerd tijdens de Gentse feesten-

Op elke straathoek vliegt u tegenwoordig het lekkerste eten in de mond. Normaal is anders. We worden tegenwoordig veel te weinig getraind voor normale toestanden.

De kat streeft naar een kleine kartonnen doos, de broekspijp naar een fietsketting, de mens naar een vaste relatie. Wie klem zit kan en hoeft geen kant meer op, die kan eindelijk van alles loslaten.

Met: David Troch, Tine Moniek, Jeroen Boone, Sylvia Hubers, Bernhard Christiansen. muziek: Steffie van Cauter

Met: Midas Dekkers, Eva Herman, Sylvia Hubers, Bernhard Christiansen Muziek: Anna Fernhout


V O R L E S E B U H N E

A U S L E S E

Ach! Ach! Wat kan de wind mij schelen en de regen! Wat kan mij het schelen dat het hier koud is. En nat. Dat ik geen kruik heb in mijn bed en dat ik, als ik al kan slapen alleen maar van lelijke dingen droom. Wat kan mij het schelen dat de wereld vergaat - vroeg of laat. Dat morgen de kippen mij wakker schreeuwen. Wat geeft het! Wat geeft het dat ik morgen met mijn slaperige hoofd de juiste naam murmel, tegen de verkeerde geliefde. Sylvia Hubers Filosofie Er zit een gevaar in filosofie. Voor je het weet zit je ingesloten tussen muren van boeken en zeg je: Het is zoals het is. Het gaat zoals het gaat. Het komt zoals het komt. Het geeft de klootzakken de ruimte. Ze rijden met auto’s over je erf, zetten diepe sporen in het gazon, pissen in je brievenbus, steken hun pik in je vrouw, in je lief, net zolang tot de buren er niet eens echt meer wakker van liggen. En dan zeg jij: het gaat zoals het gaat. Nyk de Vries Bij het station zit er vaak een vrouw die met een twintigtal plastic zakjes in de hand rondjes loopt. In de zakjes zit er alleen lucht. Ze is niet arm. Ze zwerft niet langs de vuilnisbakken. Als je vraagt wat ze in godsnaam doet, zegt ze dat ze op wil stijgen. Van de grond wil gaan. Ze is ervan overtuigd dat ze op een dag zoveel rondjes zal gelopen hebben, dat ze op zal stijgen als een reiger. Of al eens kievit. De vogelsoort maakt haar niets uit. Als ze maar ooit. Op een dag. Uit die beweging. Van deze plek vervliegt. Tot een kleine stip. Tot niets. Tine Moniek Modebladen Je snapt het niet. Je doet wat een vrouw moet doen. Je bladert door recente modebladen. Je koopt, zolang je kredietkaart dat toelaat, alles wat in die modebladen staat. Dag na dag ben je een plaatje. Dag na dag lijk je weggelopen uit de modebladen die je doorbladert. Dag na dag kom je de deur niet uit zolang je niet de juiste handtas, de juiste schoenen en de juiste lingerie bij elkaar hebt gezocht en je niet de bijpassende make-up op je gezicht hebt gesmeerd. Waarom wil er dan in hemelsnaam niemand de juiste ring om de juiste vinger schuiven?   Hindernissenparcours Een nageslacht, geen denken aan. Voor je het goed en wel beseft leg je met je eigen vlees en bloed een hindernissenparcours in een binnenspeeltuin af, lig je in een ballenbad te kronkelen alsof je een kind bent die zijn motoriek nog niet helemaal onder controle heeft tot dusdanig groot jolijt van je eigen vlees en bloed dat je er zelf nog plezier in krijgt ook. Voor je het goed en wel beseft doet andermans vlees en bloed haar mond voor je open, beweegt een tand heen en weer met de trotse mededeling: ‘Het is al de achtste die losstaat.’ David Troch

heb ons lief en achtervolg ons op facebook, twitter, kortvreemdproza.nl en vorlesebuhne@gmail.com


Net als ieder weldenkend mens denk ik in de auto geregeld aan een ontmoeting met marsmannetjes. Vooral op verlaten provinciale wegen, donker, koud, zie ik de gele lichtjes al knipperen. Zeeblauw zijn de wezens, met brede koppen. Ze springvliegen en duwen neuriënd een injectienaald in mijn arm, mijn bloed loopt door een kronkelend buizenstelsel hun schotel in. Dan koppelen ze me af, geven een kusvoetje en verdwijnen. Een minuutje, langer duurt het akkefietje niet. Maar wel mooi vergeten een foto te maken. Of die gasten ook nog een buitenaards virus in mijn lichaam hebben achtergelaten, waardoor ik vanaf dat moment langzaam zal veranderen in een onderdanige herdershond met schurft, dat boeit me niet. Ik kan dit stoere verhaal aan niemand vertellen, dat is de frustratie: geen hond die me gelooft. Dat vind ik ook zo sneu aan het verhaal van Kristian von Bengston, een Deense avonturier die naar een maan van Jupiter wil vliegen. Vorige week plaatste hij een oproep voor reisgenoten en mensen die handig zijn met Excell om te helpen bij de voorbereiding. Dit is het plan: eerst vliegen de astronauten in 600 dagen naar die maan, daarna boort de raket zich door een kilometersdikke laag ijs, waarna de raket zich transformeert tot onderzeeër. Eenmaal onder water breekt het gezelligste deel

van de reis aan en gaan de jongens samen naar leven zoeken. Voor Kristian is het de ultieme jongensdroom, en hij vindt het helemaal niet erg dat dat een enkele reis wordt. Een zelfmoordactie dus, want met je onderzeeër dat boorgat terugvinden en hup de ruimte weer in, dat is te moeilijk. Ik voorspel: Kristian gaat het moeilijk krijgen. Niet omdat hij doodgaat aan vliegen naar de maan van Jupiter. Dood gaan we allemaal. Het grootste probleem wordt dat Kristian zijn heroïeke status niet kan communiceren. Want misschien vindt hij leven. Iets moois driecelligs. Superblij natuurlijk, Kristian is de man die buitenaards leven heeft gevonden! Maar dan zeggen ze thuis nog steeds: ‘Kristian is dood, die gek is naar een maan van Jupiter gevlogen’, want hij kan niet even bellen. Is er dan nog wel lol aan? Of dan is het niet zomaar buitenaards leven wat hij vindt, maar bijvoorbeeld een nest superschattige groene poesjes, of een stapel dode wiskundeleraren uit de periode 1920-1960. En dat Kristian dan aan niemand de foto’s kan laten zien. Dat is pas wreed. Dat weet ik, want ik rij regelmatig in het donker over een verlaten provinciale weg en niemand gelooft wat ik daar tegenkom. Mariska Vollering  


V O R L E S E B U H N E Als sommige mannen vrouwen waren zouden ze de hele dag aan hun borsten zitten, maar omdat ik geen sommige man ben die een vrouw is maar gewoon een vrouw zit ik gelukkig niet de hele dag aan mijn borsten. Als ik daarentegen PF Thomése was, zou ik wel de hele dag met mijn handen in mijn haar zitten. En dat zou dan niet zijn omdat ik wanhopig was maar omdat ze mij oneindig zouden blijven fascineren, die massieve zachte uitsteeksels van kroeshaar langs de randen van mijn hoofd. Ik zou beginnen mijn hand bovenop het kale stuk van mijn hoofd te leggen en het directe contact tussen mijn hand en mijn hoofdhuid, zonder haren ertussen, tot me door te laten dringen. Daarna ging ik met mijn vingertoppen naar de rand waar het haar begon, die elke dag een zo goed als onwaarneembaar stukje verder van het midden van mijn hoofd verwijderd raakte. Met één vinger volgde ik de grens tussen haar en geen haar, de overgang tussen gladde huid en krullerige kroesstructuur. Vervolgens ging ik verder met het haar zelf. Eerst legde ik mijn handpalmen aan beide zijden van mijn hoofd zachtjes op mijn haar, om alleen de textuur van het oppervlak te ervaren, vervolgens begon ik voorzichtig te duwen of te knijpen. Het haar zou langzaam terugveren als ik losliet, een beetje als een spons, maar dan op een onbeschrijfelijke manier anders, omdat haar toch heel iets anders is dan spons. En nadat ik zo een tijdje geknepen en weer losgelaten had ging ik dan weer terug naar het kale stuk van mijn hoofd en begon opnieuw, totdat ik het wonder van mijn haar doorgrond had. Van schrijven zou niets komen. Het is maar goed dat ik in plaats van PF Thomése mezelf ben, met twee gewone borsten waar ik alleen zo nu en dan aan wil zitten, en dat PF Thomése in plaats van mij zichzelf is, zodat we allebei genoeg tijd overhouden om te schrijven. Gerda Blees

A U S L E S E

Geliefden gedragen zich anders tot elkaar als zij in zwemwater verpozen. Mannen (ook de hele grote) liggen in foetushouding in de armen van hun vrouwen en worden liefdevol als gehandicapten door het water gedragen of zachtjes heen en weer bewogen. Vrouwen (ook de hele grote) worden als zeemeerminnen bij de heupen vastgepakt, omhoog gehouden en een stukje verderop geworpen. Deze tafereeltjes gaan gepaard met kleine gilletjes waarbij een enkele man zelfs de hoge kopstem hanteert. Pauline Pisa Houtje touwtje Iedereen ratelt er maar wat op los in een onbekende taal en ik moet overal touwtjes aan vast binden om er iets van te kunnen maken. Ik heb al van alles gemaakt, een touwtjes-boot, een touwtjes-pegasus, een touwtjes-geliefde, een touwtjes-kind. Ik plaats foto’s van mijn dingen op het internet voor de mensen die mij vroeger kenden. Mijn vroegere bekenden benoemen alles wat ze zien en doen alsof het echt is en prijzen hoe bewonderenswaardig het is dat ik zogenaamd zo goed kan ratelen in een onbekende taal. Wat een mooi, onverstaanbaar kind. Goh, eindelijk ook je Pegasus gehaald, gefeliciteerd! En die boot, goedzo vrouw, je bent op alles voorbereid als de Donau je komt halen. Ja, zeg ik braaf, als het water komt zal ik mijn uiterste best doen om van alles twee mee te nemen. Het hoeven niet steeds per se twee van dezelfde soort te zijn. Als ze maar samen passen. Als ze maar niet geleerd hebben in dezelfde taal ratelend het bloed onder elkaars nagels vandaan te halen. Ik ben sindskort verantwoordelijk dat het leven aan dek met al die touwtjes aan touwtjes niet eindigt in een soort macaber potje spinnenwebbengalgje. Gelukkig neem ik mijn werk heel erg serieus. Laura Demelza Bosma


Gerda Blees

is een verse aanwinst voor De Vorlesebühne. In januari zal zij in onze Drumpf-editie voor de derde keer met eigen teksten bij ons optreden, op kerstavond speelt zij voor Maaike Haneveld (met wie zij qua stijl ook verwant lijkt). Veel schrijvers komen wanneer zij bij ons optreden een beetje in een vriendelijk maar vreemd universum terecht, voor Gerda voelt De Vorlesebühne daarentegen als een thuishaven, die zij nu pas heeft ontdekt. In februari verschijnt haar eerste verhalenbundel, Aan doodgaan dachten we niet. door Sara Sloan en Bernhard Christiansen

S: Hoe ben je bij de Vorlesebühne beland? Een huisgenoot had een paar keer gezegd dat de humor van de Vorlesebühne goed bij mij zou passen. Toen ben ik een keer gaan kijken en dacht ik: inderdaad, wat een leuke humor. B: Staat het voor jou vast dat schrijven jouw beroep wordt? Kun je iets anders? Ja, ik wil er mijn beroep van maken. Ik wil ook verder met beeldende kunst, daar ben ik net aan begonnen. Ik werkte voor de universiteit en deed daar promotieonderzoek, wat een logische stap leek omdat ik goed was in mijn studie en er automatisch in door kon gaan. Na mijn afstuderen gaf ik communicatievaardigheden aan de TU Delft. De meeste van mijn collega’s waren niet gepromoveerd en dan ben je op een universiteit toch een beetje tweederangs, vond ik, en dus een beetje sneu. Dus toen ik later bij de Universiteit Utrecht ging werken besloot ik om ook te gaan promoveren. . Ik heb net een jaar vrij genomen van de universiteit en werk er nu weer, maar heb wel besloten dat ik volgend studiejaar naar de kunstacademie wil. Ik ben nu aan het bedenken of ik dan nog bij de universiteit wil werken en mijn promotieonderzoek wil afmaken. B: Wat onderzoek je? Ik deed en doe onderzoek naar receptieve gesprekken tussen Duitsers en Nederlanders. We kunnen het nu doen! Dat jij Duits praat en ik Nederlands en we elkaar begrijpen. B: Gut. S: Hoe vind je het om onderzoek te doen? Als ik iets schrijf of maak, word ik daar echt heel blij van en kan ik van het resultaat ook echt denken: ja, wat goed. Met onderzoek doen heb ik dat niet echt, dat is meer iets wat ik moet doen en met veel pijn en moeite uitvoer. Ik vind het niet zo inspirerend als schrijven of kunst. Maar waarvan ik

dan wel weer denk: kunst, wat heb je daaraan? Of eigenlijk meer: wat heeft de wereld eraan? Ik denk dat ik iets nuttigs moet doen voor de wereld. B: Heb jij niet het idee dat de Vorlesebühne iets nuttigs doet voor de wereld? Ik denk het eigenlijk wel. Wetenschap is dus ook vaak helemaal niet nuttig, dus dat klopt helemaal niet. Het heeft ook te maken met mijn opvoeding. Als ik ga promoveren dan zijn mijn ouders heel trots op me, maar ik weet niet of ze dezelfde mate van waardering zouden hebben als ik ooit ergens een solotentoonstelling heb. Ik denk dat ze mijn vreemde-proza-kant minder goed kennen. Dat ze mij meer kennen als hun lieve dochter en de proza niet zien als iets wat typisch bij mij past. Mijn vader ziet vooral dat ik intelligent ben, hij houdt ervan om met mij over filosofie te praten. B: Dus vooralsnog weten ze er nog weinig van dat je zulke rare dingen doet? Ze weten het wel en ze vinden het ook leuk voor me dat ik het leuk vind, maar ze kunnen zich er minder goed een voorstelling van maken.. Schrijven is dan nog intellectueel - beeldende kunst is echt wat anders. Al verschilt dat ook weer tussen mijn ouders. S: Het klinkt alsof dat wat jouw ouders ‘echt Gerda’ vinden, jij niet echt als ‘echt Gerda’ beschouwt. Zijn er andere mensen die een ander beeld hebben van ‘echt Gerda’, waar jij je wel in kan vinden? Ik heb een oom, die zie ik niet zo vaak maar ik weet dat hij toen ik klein was altijd vond dat ik grappige dingen opmerkte. B: Eigenlijk moet je hem uitnodigen. S: Wil je iets doen wat het gros van de wereld nuttig vindt, of voel je je echt niet nuttig als je een gedicht voordraagt? Eigenlijk voel ik me dan wel nuttig. Het is een


soort overtuiging die ik heb. Ik zat helemaal in de stroom. Zulk soort ambitie, prestatiedrang. B: In de laatste editie vertelde je over de kerkstrijd van je moeder, dat het bijna tot een crisis kwam. Is die prestatiedrang daarvan afgeleid? Mijn moeder is inderdaad lid van een kerk en ze is voorzitter geworden van het kerkbestuur om een conflict binnen dat bestuur even op te lossen. Vervolgens is dat heel ingewikkeld en kost het haar veel energie. Dat is een soort neiging die ik ook kan hebben. Ik woon met twintig mensen samen en heb de neiging om het op te willen lossen als er iets mis gaat. En als schrijver of kunstenaar doe je dat soort dingen niet, dan ben je niet bezig om bepaalde problemen die er zijn op te lossen. B: Alleen om ze te spiegelen. S: En representeren. Precies. ** S: Hoe kom je bij beeldende kunst? Via een huisgenoot die moderne kunst verzamelde ben ik naar beurzen en tentoonstellingen gegaan. Ik begon het steeds meer te waarderen en kreeg ook zelf ideeën van dingen die ik wilde maken en doen. Tijdens het mediteren zag ik twee deurmatten en dacht ik: ja, die ga ik inlijsten. Dat was mijn eerste kunstwerk, ze hangen nog steeds aan

de muur. Daarna heb ik een tijdje niet superveel met kunst gedaan, tot iemand vroeg waarom ik niet naar de kunstacademie ging. Toen dacht ik: ja, dat wil ik graag. B: Heb je als kind al eerder verhalen of gedichten geschreven? Niet zo veel. Ik schreef wel altijd voor de schoolkrant maar ik schreef eigenlijk nooit fictie of gedichten. Altijd meer columnachtige dingen. B: Hebben die gedichten ook vaak zo’n belangrijk verwerkingselement, dat je met liefdesverdriet of zo zit en daar iets van maakt? Soms. Ik heb een – vind ik zelf – hele mooie serie wanhopige liefdesgedichten, dat was heel leuk om te doen. Echt het transformeren van de werkelijkheid tot iets veel leukers. S: En die deurmatten, was dat ook een transformatie van de werkelijkheid of een verwerkingsproces? Nee, die deurmatten is eigenlijk iets waar ik steeds op terugkom: dat ik sommige dingen mooi vind om te zien en daar de aandacht op wil vestigen. Dat vertelt veel minder een verhaal maar is echt juist meer: kijk eens, dit zijn twee deurmatten. Ik ben nu bezig om een ideale handdoek aan een haakje te maken. Dus ik heb nu zo’n tegelwandje met 9 tegels. Ik heb ook haakjes gekocht maar nog niet het perfecte haakje. Nu moet ik nog een handdoek kiezen, het liefst een gebruikte die een beetje ruw en verwassen is. Dat is dus nog een hele


zoektocht. S: Je hebt het over promotieonderzoek, schrijven en nu weer kunst. Als de wereld zichzelf wel nuttig zou houden, wat zou je dan doen? Een combinatie tussen schrijven en beeldende kunst. Wat ik fijn vind aan beeldende kunst ten opzichte van schrijven is dat wat ik doe veel fysieker is. Schrijven is alleen maar cognitief en eigenlijk heel ontastbaar en als je iets gaat maken dan ben je ook echt met iets bezig. Dat vind ik wel een fijn tegenwicht. S: Dus kiezen voor beeldende kunst versterkt eigenlijk dat willen schrijven, namelijk verder gaan in het artistieke? Ja. Ik wil het graag allebei. ‘s Ochtends schrijven, ’s middags een beetje knutselen. En geschreven kunstwerken. ** S: Je kan een vervreemdende blik hebben in je teksten. Heb jij net als veel andere mensen die de Vorlesebühne fijn vinden zo’n mankement dat je je niet vaak thuis voelt maar daar wel? Ik heb die blik wel, maar ik heb er niet vaak last van dat anderen die blik niet hebben. Bij de Vorlesebühne voel ik wel dat ik echt iets kan toevoegen en juist gewaardeerd word om die rare blik. B: Heeft het voor jou iets aantrekkelijks om zo’n grens op te zoeken, zoals toen je afgelopen editie over het haar van Thomése sprak? Of had je gewoon iets met dat haar? Ik dacht dat hij er zelf niet bij zou zijn. Ik heb hem een keer ontmoet, toen zag ik al dat haar en toen ging ik daar echt over nadenken. Ik was er dus echt al mee bezig. Maar dat hij daar zat en dat het publiek zo sterk reageerde, had wel effect op mij. B: Had je nog geprobeerd iets te verzinnen om het aan te raken? Nee, ik durfde het ook niet meer te vragen. Hij reageerde best leuk, hij zei: ik zit inderdaad vaak met mijn vingers op die grens, dat is wel een automatisch iets om aan te voelen en ik kan me voorstellen dat het heel anders is dan aan je borsten voelen. ** S: Hoe zit het met die urinevrouw die zei dat je antennes te veel naar buiten stonden, wat je

in de laatste editie vertelde? Dat heeft die vrouw ook echt gezegd. En het klopt ook. Als ik met twee mensen ben, dan hou ik bijvoorbeeld heel erg in de gaten of de andere twee het naar hun zin hebben. Als de een iets doet waarvan ik denk dat die ander het niet leuk vindt, denk ik: wat moet ik nu doen? Ik ben er dan niet mee bezig of ik het zelf nog naar mijn zin heb. B: Had je dat ook zelf kunnen ontdekken aan je urine? Nee, het is een bekend probleem maar het was grappig dat zij volgens mijn urine ook vond dat het zo was. B: Maar dat is nu al bijna verholpen? Ja. Nog even en ik voel de buitenwereld helemaal niet meer aan. B: Je vertelde in de vorige editie ook over je ambitie van man en kinderen. Ja. Dat van die antennetjes naar buiten was ook bedoeld om betere relaties te kunnen hebben. Ik besefte dat mijn relaties eigenlijk nooit zo’n succes zijn en ben gaan kijken wat ik daarin doe. Ik denk dat ik nu in staat ben om überhaupt iemand uit te kiezen die echt leuk is. B: Hoe is dat dan andere keren gebeurd? Vaak meer dat ik diegene interessant vond maar die persoon, als ik eraan terugdenk, eerst gewoon onaardig vond. B: Maar die arrogantie had toch iets sprankelends of zo? S: Voel je je nu in de praktijk ook echt niet aangetrokken tot interessante narcisten? Ik weet het niet, het is pas heel vers. Ik ben het nu een beetje aan het uittesten. Als ik nu over straat loop dan kijk ik om me heen. B: Denk je achteraf weleens: ‘op die had ik moeten vallen’? Ik heb laatst wel een keer gehad dat ik met een vriendin ergens was en toen ik weg liep toen had ik het over een jongen en toen concludeerden we: nee, die andere jongen was veel leuker. En dat ik daar inderdaad niet voor gevallen was, terwijl dat wel had gekund. Ik had een soort onbewuste neiging om problemen op te willen lossen, waardoor ik niet kijk naar mannen die geen probleem zijn. S: Dus je moet eigenkijk rondkijken en dan merken door wie je totaal niet geboeid wordt, en dat is dan mogelijk een kandidaat voor een


gezonde relatie? Bij mijn therapie heb ik een opdracht gedaan waarbij ik van verschillende stoelen moest zeggen of ik die aantrekkelijk vond. De stoel die ik het meest probleemloos vond was ook de stoel waar ik het meest blij van werd als ik ernaar keek. Dus waarschijnlijk kan ik meer kijken naar of ik iemand zie waar ik vrolijk van wordt. S: Is dat veranderd, werd je aan het begin van de therapie meer aangetrokken tot een stoel met een krom pootje? Ja, eerst had ik vanuit mezelf niet veel aandacht van waar ik blij van word maar bleef ik vooral gefascineerd kijken naar die andere. Dat was een kussentje. Zo van: misschien kan daar ook wel wat mee. Een twijfelgeval waar ik dan langer over na blijf denken en daar dan ook meer aandacht aan geef. S: Kijken naar iets waar je blij van wordt, is dat een voorbeeld van de antennes meer op jezelf hebben gericht? Ja. Dat kunnen we terugbrengen naar de Vorlesebühne, want daar voelde ik toen ik er voor het eerst was al heel duidelijk dat ik er heel blij van werd. Terwijl ik bij veel andere dingen vooral redenen kan bedenken waarom het goed of leuk zou zijn. ** S: Je hebt aan veel wedstrijden en projecten meegedaan. Voor een van die wedstrijden kon je bijvoorbeeld een kaartje voor Lowlands winnen. B: Met welke intentie doe je daaraan mee, wil je dat kaartje winnen? Tijdens de Lowlandswedstrijd was ik bezig met een roman en wilde ik in de aandacht van een uitgeverij te komen. Naar aanleiding van die wedstrijd werd ik inderdaad uitgenodigd bij Prometheus. Met die intentie heb ik ook meegedaan aan Poetry Slam, want het specifieke wedstrijdgedeelte daarvan vind ik eigenlijk helemaal niet leuk. B: Wat heb je gehaald bij Poetry Slam? Een seizoen, tot de finale van het NK. Het was helemaal terecht dat ik daar afviel, ik zag dat anderen echt goed konden voordragen. B: Is het jouw handicap dat je teksten beter zijn dan je voordracht?

Ja. In de halve finale ging ik door naar de finale dankzij de jury die zei dat ik goede gedichten heb maar ze niet zo goed kan voordragen. B: Heb jij het beeld dat je beginnend bent en over een paar jaar waarschijnlijk veel beter kunt voordragen, of dat dit jouw ding zal zijn en de teksten altijd sterker zullen zijn dan de voordracht? Ik denk dat ik er wel een beetje in zal groeien, maar ik ben meestal best tevreden met hoe het gaat. Het heeft er ook mee te maken hoe ontspannen ik ben, op het NK was ik heel geïntimideerd door de bijdehante presentatoren. S: Schrijf je die teksten speciaal voor de evenementen waar je voordraagt of heb je een heel assortiment teksten liggen? Voor de Vorlesebühne schrijf ik meestal wel speciaal mijn teksten, alhoewel ik ook weleens wat teksten had waarvan ik niet goed wist wat ik ermee moest en toen dacht: oh, dat kan goed naar de Vorlesebühne. Verder treed ik altijd op met poëzie, dan lees ik de gedichten voor die ik heb. B: Wat is er verder met Prometheus gebeurd? Ik heb een roman gestuurd, de redacteur was heel enthousiast maar de verkoopafdeling dacht dat het niet verkocht zou worden. Het was een lastige combinatie omdat het vrouwelijk, spannend en toch literair was. S: Waarom is dat geen combinatie? Ik geloof dat ze het als een thriller wilden uitgeven, maar ik wilde als literatuur verkocht worden. Nu ben ik met mijn verhalen bij uitgeverij Podium. Ik denk dat die verhalen beter zijn dan die roman, dus ik ben er wel blij mee dat ik nu met iets beters debuteer. B: Hebben die verhalen raakvlak met de verhalen die je bij ons voorleest? Ze zijn serieuzer, alhoewel er ook wel licht absurde dingen gebeuren, maar ik probeer de lezer wel zo mee te nemen dat het ook echt kan. En mijn humor zit erin, maar misschien iets meer gedoseerd. Als ik heel lang met de Vorlesebühne mee doe, dan kan ik misschien net als Sylvia zo’n bundel maken. Dat lijkt me heel leuk, dan wordt het zo’n genre in de literatuur, kort vreemd proza. Ik zie zeker een toekomst voor kort vreemd proza, en voor de Vorlesebühne. ***


ALS ik in de spiegel naar mezelf staar, ben ik

MAAR wie wil er, als hij even nadenkt, het volk zijn, altijd genaaid, altijd verongelijkt? Dat hele populisme dat nu zo handig aan de man wordt gebracht is één lange bevestiging van het volk dat ervan baalt om steeds het volk te moeten zijn. Net als in het toneelstuk van Pirandello willen ze ook een keer Hendrik IV zijn en ook een keer zelf op de troon zitten, heersen over het sterfelijk gepeupel. Arm volk, kankert voort, jullie kunnen niet anders, jullie zullen gepiepeld blijven worden – tot je gaat nadenken. Maar aangezien je dat hebt uitbesteed aan anderen , zijn jullie verworden tot andermans stemvee, koopvee en klapvee en kunnen jullie lang wachten op de ommekeer. Minstens tot de dood. Je eigen dood, stikkend in je eigen gal.

En allengs besef ik dat ik enkel de huid herken, de topografie van rimpels, vlekjes en oneffenheden, van teintverschillen, maar niet diegene die erbinnenin zit. Als er al iemand in zit. ***

***

er niet meteen. Ik moet eerst tevoorschijn komen uit het gezicht dat zich aan mij voordoet. En dan nog. Ben ik het? Of lijk ik het? Wat ik zie, is een afbeelding. Het van mij afgebeelde gezicht is een landschap waar ik aarzelend op zoek ga naar mezelf, naar wat ik wens te beschouwen als mezelf. Ik lach, om mezelf te laten lachen, maar er verschijnt slechts een grimas. Niet het gezicht doet mij na, ik doe het gezicht na, merk ik. Het bestaat pas als ik het waarneem. Ik denk dat ik het bestuur, maar het enige wat ik kan doen, is volgen wat zich aan mij voordoet. Dit gezicht gebeurt buiten mij om. Hoe langer ik ernaar kijk, des te afstandelijker het wordt.

P.F. Thomése

BURGERMEESTER GEZOCHT Graag eens een Vorlesebuhne in jouw eigen stad of op jouw eigen kasteel? Heb wat budget en boek ons! Of graag eens zelf wat verdienen met de Vorlesebuhne? Ga voor ons als agent aan de slag, ga voor ons ontdekken waar wij welkom en gewenst zijn. Graag de Vorlesebühne samen beter maken met jouw ideeën? Kom ons team van vrijwilligers versterken! Ben je of weet je een uitzonderlijk en voor ons geschikt muzikaal of literair talent? Stuur ons een piepje! vorlesebuhne@gmail.com


Gerda Blees is een Nederlandse schrijfster en kunstenaar. Haar werk is in vele talen vertaald.

Gerda Blees ziet het leven afwisselend heel erg en een beetje zitten.

Gerda Blees groeide op in buitenwijken en provincieplaatsen van de Randstad.

Gerda Blees heeft volgens een vrouw die haar urine heeft onderzocht haar antennetjes iets te veel naar buiten staan.

Gerda Blees tussen haakjes Amsterdam komma 1985 is altijd heel gewoon gebleven. Zo eet zij nog altijd elke dag brood en draagt ze onder haar kleren ondergoed. Gerda Blees is de dochter van een hogeschooldocent en een rekenkameronderzoekster. Na een turbulente periode met een langslepend conflict in een kerk is de moeder van Gerda Blees gelukkig niet overspannen geraakt, maar ze zat wel op het randje. Het gezicht van Gerda Blees werd in haar jonge jaren weleens vergeleken met een pannekoek of een andere ronde vorm, zoals een tennisbal. Gerda Blees poepchinees. Gerda Blees is een introverte vrouw met periodieke exhibitionistische neigingen. Schudderig leeft ze haar verwarde leven, zonder dat iemand er een boodschap aan heeft. Gerda Blees deed achtereenvolgens aan tangodansen, sportklimmen, naaien, bolderen, cello spelen, films maken. Op dit moment doet ze aan bluesdansen. Haar gitaar heeft ze al enkele weken niet aangeraakt. Gerda Blees werkt op de universiteit maar weet niet zeker of ze dit, los van het inkomen dat ze ermee genereert, wel wil. Gerda Blees woont in een groot huis langs een provinciale weg en heeft geen man of kinderen, hoewel ze daarvan wel zeker weet dat ze die, ondanks de tijd die het zou kosten, graag zou willen. Gerda Blees heeft veel vrienden en bekenden die op haar verjaardag komen.

Gerda Blees gaat op advies van diezelfde vrouw een manueel therapeut bezoeken in Alblasserdam die haar werveltjes goed gaat zetten zodat ze straks geen buikpijn meer heeft. Gerda Blees zou graag tegen de mensen willen zeggen: let op en denk na! Gerda Blees zou ook graag eens al haar hoofdhaar afscheren, maar ze durft het niet omdat ze zich zorgen maakt over wat haar ouders en eventuele potentiĂŤle vaders van haar kinderen ervan zullen denken. Gerda Blees gelooft stiekem dat alles morgen of overmorgen goed komt. Gerda Blees


de thui sp le k vo o r kor t vr eem d p r oza - ww w.kor tv r eemdpr oza.nl

Mijn korte ontmoeting met een hemellichaam Kerstavond 24 december, 20 uur Molen De Ster, 11/9 euro. met Open Buffet: neem zelf eten mee om 18 uur en dan eten we tezamen! Met: Wim Noordhoek, Marc van der Holst, Twan Zegers, Maaike Haneveld, Bernhard Christiansen. Muziek: Mondo Leone. Speciale kerstgast: De mysterieuze krachten van Hang Fu!

Kleine agressieve les over het vol kunnen houden zonder eten Zaterdag 18 februari, 20 uur Molen De Ster, 11/9 euro - De Gentse Feesten Editie!- Met: David Troch, Tine Moniek, Jeroen Boone, Sylvia Hubers, Bernhard Christiansen. Muziek: Steffie van Cauter

Drumpf

Zaterdag 14 januari, 20 uur Molen De Ster, 11/9 euro en Zondag 15 januari, 14 uur (inloop 13.30 uur) Filmhuis Oosterbeek, 10 euro Met: Liesbeth Mende, Bianca Hendriks, Cyriel van Rossum, Simon Weeda, Gerda Blees, Bernhard Christiansen. Muziek: The Avonden

Hetpleziervanhet klemzitten Zaterdag 11 maart, 20 uur Molen De Ster, 11/9 eurom Met: Midas Dekkers, Eva Herman, Sylvia Hubers, Bernhard Christiansen. Muziek: Anna Fernhout

Bij een bühne in de molen (18u) kunt u met de schrijvers en musici van die avond meeëten! Jolanda’s Keuken bereidt een overheerlijk en voedzaam driegangenmenu. Iedereen is welkom. Een echte aanrader. U betaalt naar rato van uw smaakgenot. Reserveren via vorlesebuhne@gmail.com is nodig, uiterlijk de donderdag voor de Vorlesebühne. Deze Vorlesebühnes beginnen om 20.00 uur (zaal open 19.30 uur) Houtzaagmolen De Ster, Molenpark 3, Utrecht. (Dichtbij Utrecht CS, toegankelijk via de stadskant over de loopbrug). Toegang: 11 euro of met korting 9 euro (bieb / studenten) Reserveren? vorlesebuhne@gmail.com


De Vorlesebühne No. 11 November 2016