Issuu on Google+

De thuisplek voor kort vreemd proza - No.10

Gezamenlijk zelfonderzoek P.F.Thomése heeft een groot maar vooral onvoorspelbaar oeuvre, een uiterst subtiel kwetsbaar boek als 'Schaduwkind' (gebaseerd op de vroege dood van zijn dochter) naast de qua stijl juist grappig-platvloerse boeken rond zijn favoriete personage J.Kessels, de satirische thriller 'Vladiwostok' gebaseerd op de politiek en media van dit moment naast een historische roman als ,Het zesde bedrijf ' of 'Izak', de poging om in het hoofd te kruipen van een Indonesisch jongetje tijdens de oorlog met Nederland. Hij wil als mens achter zijn boeken zo min mogelijk herkenbaar zijn en fileert tegelijk in zijn essays naast

zijn omgeving ook steeds weer de eigen persoon. Thomése is bereid om het avontuur aan te gaan (net als eerder bv Midas Dekkers) om Bernhard vrij uit zijn gehele oeuvre fragmenten te laten plukken, deze onder te brengen in een compositie van gezamenlijk en raak genadeloos zelfonderzoek, waarop hij zich op de avond zelf laat verrassen door de eigen teksten en de wisselwerking met de teksten van de andere schrijvers. Dat alles onder de vlag van een typisch 'Thomése-thema' dat Bernhard alvast uit 'Nachtwerk' heeft geplukt: 'Het zielloze geschmier van iemand die iemand nadoet die hij zichzelf noemt.'

Luistervinkje Deze editie van de Vorlesebühnebode bevat een aantal gesprekken. Over neuzen, over functionerende exemplaren, over het veranderen van iemands leven en dat iemand je daar dan weer voor bedankt, over normaal of juist niet normaal zijn, over kogels en schietapparaten en over mensen die elkaar heel goed verstaan, maar doen alsof dat niet zo is. Deze gesprekken laten ons luistervinken op plekken waar we niet geweest zijn en waar we, als we er wél geweest zouden zijn, heel raar aangekeken zouden zijn. Maar niet elk gesprek is even echt, om maar even de twijfelachtige lijn tussen werkelijkheid en fictie aan het licht te brengen. Het meest echte en oprechte gesprek vind je middenin. Luistervink mee en daarna -hop!- in de pan met die vogel! De Vorlesebühne www.kortvreemdproza.nl vorlesebuhne@gmail.com


Krabben

Minutieuze munitie

Zou u eventjes mijn rug kunnen krabben? Waarom ik? Je hebt toch ook buren, vrienden, ouders, andere leden van de Vorlesebühne? Zou u eventjes mijn rug kunnen krabben? Waarom altijd de rug, die grote vlakte met één wervel en verder weinig speciale dingen? Als er al gekrabd moet worden kan ik wel interessantere plekken bedenken. Zou u eventjes mijn rug kunnen krabben? Met wat? Met mijn handen, een borstel, met schuurpapier, met zo’n krabding voor de auto? Zou u eventjes mijn rug kunnen krabben? Wat bedoel je met ‘eventjes’? ‘Eventjes’ in de zin van ‘eventjes’ een potloodstreep trekken of ‘eventjes’ in de zin van ‘eventjes boodschappen doen’? Zou u eventjes mijn rug kunnen krabben? Het is geen eerlijke vraag, er zit iets achter. Als ik jouw vraag correct met ‘ja’ beantwoord, dan ben je nog niet tevreden. Zou u eventjes mijn rug kunnen krabben? Zou jij nu eens ter afwisseling een vraag van mij willen beantwoorden? Zegt u het maar. Zou je eventjes mijn gezicht willen openhalen? Sylvia Hubers Graag.

A: Heb jij de kogels meegenomen? B: De kogels? A: Ja die zou jij toch? B: Nee... ik heb de boterhammen. Zou jij niet zorgen voor... A: Ik! Moet ik alles doen! B: Ik weet bijna zeker - met minutieuze precisie - dat jij voor de munitie zou zorgen. A: Neen, ik zou zorgen voor het schietapparaat. En dat heb ik, in deze vioolkist. B: Mag ik even kijken? A: In de volle trein? B: Als we allebei toch geen munitie bij ons hebben... (...) B: Misschien lukt het zonder munitie ook. A: Mwôh, het effect lijkt me dan veel minder. B: Die mevrouw kijkt naar ons. A: Welke? B: Die daar. A: O jee. Dat is me er een. B: En zonder munitie kunnen we niks... - Vrouw: Eh hum! B: Woeah! (...) A: Was me dat even schrikken. B: Volgende keer spreken we het beter af hè. A: Ja. B: Wil je een boterham?

Bernhard Christiansen


V O R L E S E B U H N E

A U S L E S E

Hoe win je?

Lazarus

Winnen doe je met iets van ledematen naar omhoog. Dat kunnen armen zijn, maar ook neuzen. Het maakt op het moment dat je wint, ook niet meer uit of je goed of slecht was voor het winnen. Wie voor je supportert hoeft niet mee te spelen om in de winst te delen. Wie in de winst deelt, moet het volkslied niet kunnen zingen. Je mag een gek hoofddeksel hebben. Een kreet die door de muren krijst. Maar bovenal iets dat naar omhoog wijst: enkel mondhoeken desnoods. Je moet niet persĂŠ iets alcoholisch drinken om euforisch te brullen maar het helpt. Je moet niet iets van de sport in kwestie kennen om plaatjes te verzamelen en te azen op een truitje uit. Winnen maakt alle eerder verlies te dragen. Winnen klinkt de ramen uit. Verlies wordt niet gedeeld door iedereen. Er zijn schuldigen. Meestal maar een. Maar winnen doen we altijd samen.

Lazarus luisterde naar de vogels. Hij luisterde aandachtig naar de teruggekeerde vogels. Daarbij dacht hij allerlei profetische gedachten. Lazarus viel uitgeput van het denken in slaap op dat een bank. Heldere visioenen over hoe het langzaam allemaal beter wordt, kruidden zijn sluimer. Lazarus was blij dat hij wakker werd. Om zijn relatie van het bankje te herstellen las hij liggend op dat bankje een boek van een Poolse schrijver. De uil is de dochter van de bakker. Een bijzonder boek vond Lazarus. Lazarus kauwde op gezouten amandelen zonder daarover na te denken. Kleine schilferende stukjes afkomstig van de noten verstopten zich tussen zijn overgebleven tanden. Lazarus dacht aan zijn moeder en lachte zo zacht als eiderdons. Op het einde van de dag passeerde er een Labrador zonder baasje en die kakte voor het bankje. Dat teken uit de hemel maakt Lazarus helemaal klaar voor een normalere toekomst. Jeroen Boone

Tine Moniek

KASTEELHEER GEZOCHT

Graag eens een Vorlesebuhne in jouw eigen stad of op jouw eigen kasteel? Heb wat budget en boek ons! Of graag eens zelf wat verdienen met de Vorlesebuhne? Ga voor ons als agent aan de slag, ga voor ons ontdekken waar wij welkom en gewenst zijn. Graag erbij willen zijn zonder alweer geld te betalen of te ontvangen? Kom ons team van vrijwilligers versterken! Ben je of weet je een uitzonderlijk en voor ons geschikt muzikaal of literair talent? Stuur ons een piepje! vorlesebuhne@gmail.com


V O R L E S E B U H N E

A U S L E S E

Kleine agressieve les over het vol kunnen houden zonder eten Wij hadden al heel lang niets meer kunnen eten, overal gras en modder en water, nergens eten. Men zag het ons niet aan, we deden heel gewoon. Heel gewone schattige eendjes, waggelend door het gras, plonzend in het water. “Kwek kwek kwek” deden wij zo vrolijk mogelijk. En men was heel verbaasd toen ineens naast al de dode vissen ook een aantal dode eendjes in het water dreven. Collega die het niet meer vol hadden gehouden. Wij daarentegen hielden het lang vol, langer dan menig mens, langer zelfs dan menig Russische mijnwerker. Bernhard Christiansen Honger Honger uit zich vaak in raspende geluiden vanuit de romp. Honger wordt het meest enthousiast in het derde deel van de wereld uitgeoefend. Hier houden hele groepen zich bezig met het zogenoemde ‘doorhongeren’ tot zij erbij neervallen. In het eerste deel van de wereld is het enthousiasme voor ‘doorhongeren’ veel minder ontwikkeld. Hier heeft men vooral verstand van kijken, ontzettend lang kijken, zonder met de ogen te knipperen. Sylvia Hubers Schoonmaakproduct Maak de prei en de paprika schoon. Er staat nergens bij met welk schoonmaakproduct je dat moet doen. Je twijfelt. Voor de paprika kies je ecologische glasreiniger, voor de prei vloeibare ontstopper. Je houdt de groenten tegen het licht en gelooft dat het zo wel oké is. Zowel de prei als de paprika snij je in reepjes, dan verdwijnen ze in de wok. Het ruikt overheerlijk, en zo smaakt het ook. Als je nu eens een boekje publiceert? Een handige lijst met het geschikte schoonmaakproduct bij elke groente. Je hebt het gat in de markt gevonden. Je broodje is gebakken. David Troch heb ons lief en achtervolg ons op facebook, twitter, kortvreemdproza.nl en vorlesebuhne@gmail.com


Jolanda Panis

De drijvende kracht achter mensen bij elkaar brengen door samen te eten bij Resto Van Harte en de grande dame van het Vorlesebühnediner: ze koos er niet voor om boswachter of musicus te worden, maar weet met het bedenken en maken van eten mensen in beroering te brengen. Haar creaties kan en moet je daarom vooral proeven. Volledig afgestemd op het concept van de avond is het menu behalve erg lekker vaak ook zeer verrassend, ontregelend of zelfs verwarrend. door Sara Sloan en Bernhard Christiansen

B: Wat wou je worden toen je vroeger klein was? J: Ik wilde dokter worden ‘in de derde wereld’. Dat heeft lang gespeeld, tot ik hoorde dat je voor je opleiding in overleden mensen moest snijden in de snijkamer en dat je mensen injecties moest geven. Daar had ik nooit over nagedacht. Toen was mijn doktersambitie voorbij. Uit een beroepskeuzetest kwam 100% boswachter en 100% muzikant. Ik speelde graag accordeon. Ik was wel getalenteerd maar ook weer niet zo verschrikkelijk getalenteerd dat ik concertmusicus zou worden leek me. Dus ik dacht: ja, dan kan ik muziekjuf worden. Dat leek me echt helemaal niks. B: Waarom vond je muziek leren helemaal niks? J: Ik vond het leuk om muziek te maken maar lesgeven leek me saai en doods. Zit je daar in zo’n donker klein hokje en dan komt er elke keer een kind, dat moet je dan een tijdje wat leren wat het zelf niet wil en dan gaat het weer weg en dan heb je de volgende weer. Ik had ook zo’n beeld van de hemel; een vast concept dat ik altijd met me meegenomen heb van de hemel is dat je daar op een gegeven moment misschien in zou komen en daar was dan alles fijn en goed en gebeurde verder niks. Er is niks te beleven, niks

om naar te streven, niks waar je echt voor gaat of je schouders onder kan zetten. S: Alleen maar berusting. J: Precies, een soort tamheid, er hoeft niets meer en je wil niets meer. * S: Hoe is de samenwerking tussen jou en de Vorlesebühne tot stand gekomen? J: Ik leerde Bernhard kennen toen hij als invaldichter te gast was bij Resto VanHarte. Ik vond de Vorlesebühne heel mooi en bijzonder. Het leek mij heel leuk om de avond te ondersteunen met een maaltijd, om deze letterlijk en figuurlijk een beetje voor te koken. Het doel is niet alleen een mooie maaltijd, maar een bijzondere belevenis. Ik vind het ook heel bijzonder dat je met schrijvers, muzikanten, mensen die de Vorlesebühne organiseren en gasten samen één lange tafel deelt. Het voegt iets toe, de beleving wordt compleet en het daagt mij ook weer uit om allerlei invalshoeken te kiezen en het onbekende in te duiken met koken. S: Bijvoorbeeld? J: Bij de aflevering ‘Verloren Post’ diende ik het diner op in de vorm van postpakketjes. Er werd vooraf een grote doos ‘bezorgd’ met daarin flessen soep met de namen van


de gasten erop. Die gingen de gasten verdelen: ‘Waar zit Ellie? Thijs? Soep voor Jan!’ Zo maakten mensen meteen kennis met elkaar. Het hoofdgerecht bestond uit allemaal kleine doosjes met daarin envelopjes, rolletjes en pakketjes, alle per gast geadresseerd. Ze waren ook allemaal een klein beetje verschillend. Dat is echt heel arbeidsintensief, ook omdat ik alles natuurlijk warm op tafel wil hebben. Het toetje was niet meer ingepakt, daar zat een lintje aan omdat er een postduif aan was komen vliegen die al die toetjes aan zijn poot had hangen. Ik vind het heel leuk om zo’n idee tot het einde toe door te voeren. Door tijdgebrek zit het soms helaas meer in het verhaal dan in de vorm, dat kan natuurlijk ook. S: Herinner je nog jouw eerste avond? J: De eerste officiële avond ging over keuzes, en het duurde ontzettend lang eer ik kon bedenken wat ik daarmee moest. Toen heb ik mijn eigen besluiteloosheid op tafel gezet. Ik had een groot dienblad met veel verschillende soorten soep op een hondje gezet, zo’n plaat op vier wieltjes. Via een heel lang touw trok

ik dat over de lange gedekte tafel naar mij toe. Mensen moesten bedenken welke soep ze wilden en of ze er één of meer zouden nemen, dat allemaal terwijl ze alles van tafel moesten optillen en zorgen dat het allemaal niet mis ging. Dat gaf heel veel consternatie. Dat ontregelen, dat vind ik wel mooi daar. S: Wat voor gast zou jij zijn als jij aan die tafel zat met onbekende mensen en iemand vrolijk een soep met verrassingen serveerde en je je ogen dicht moest doen? Ben je een ontregelaar die er zelf ook van kan genieten om ontregeld te worden? J: Ja. Ik denk dat ik een enorme grijns zou hebben, en ook een beetje van spanning met kloppend hart zou binnenkomen, en een bee tje tegenzin zou voelen op het moment dat ik niet zou weten wat er gebeurt, wat ik eigenlijk dan een klein beetje spannend vind. Als die drempel dat ik het spannend vind eenmaal voorbij is, zou ik het heel leuk vinden. ** B: Vind je het prettig om soms ook een wat minder sympathieke rol te spelen dan je normaal altijd hebt? J: Ja. Ik wil graag dat mensen een lekkere maaltijd genieten maar ik wil ze ook op het verkeerde been zetten en iets onverwachts met het thema doen, wat dus niet altijd synchroon loopt. Dat spanningsveld zoek ik graag op. Ook omdat ik mezelf daarbij moet uitdagen, omdat ik in de basis liever iets maak wat het mensen zo aantrekkelijk mogelijk maakt om het op te eten. Bij het thema ‘Vlaamse reuzen en waterkonijnen’ had ik een soep gemaakt waar je niet doorheen kon kijken. Als je je lepel erin stak, dan kwamen er zwarte korreltjes en slierten uit: de Vlaamse reuzenkeutels en waterkonijnenstaarten. Dat waren zwarte beluga-linzen en zwarte pasta die met inktvisinkt is gekleurd, maar door die suggestie te wekken moeten mensen toch even slikken voordat ze het opeten. Er waren ook een paar thema’s waarbij ik streng was omdat mensen dingen niet mochten. Bij “Rebelleren omdat


het kan” wilde ik ze zo ver drijven dat ze in opstand zouden komen, maar mensen deden gehoorzaam de gekste dingen die ik van ze vroeg. S: Wat voor dingen? J: Er waren verschillende gerechten die elk een eigen kleur hadden die ze niet mochten mengen op het bord, en aan het eind van de avond vroeg ik ze om de servetten netjes opgevouwen terug te leggen in het hoekje van de tafel. Wat ze tot mijn verbijstering allemaal netjes deden! Niemand ging ertegenin! Later hoorde ik dat enkele gasten dachten: goh, wat een raar mens is dat eigenlijk. S: Reageer jij ook weleens met negativiteit of ben je ook opgewekt boos? J: Dat zou mooi zijn. Ik kan wel echt geïrriteerd zijn, vooral als ik moe ben, maar ik kan ook dat ook uitschakelen en er echt induiken als ik iets ga doen. S: Bij de ‘Minutieuze munitie van het ambivalente amfibie’ had ik namelijk een snerpende steek in mijn kies van zo’n heel zuur

bloemetje in de salade. En een paar keer kwam je toen met een glimlach vragen “of we het hadden gevonden”. Ik vond dat heel gemeen, maar tegelijkertijd vriendelijk. J: Ja, dat was de Sechuan button, munitie voor de explosie in je mond. Je had het introverhaal gemist die keer he! Ik kan wel heel vileine grapjes maken. Bij een aflevering over tekorten en dat je niet alles kunt hebben, serveerden we soep in een broodje als eetbaar kommetje. Toen ik zag dat iedereen zijn broodje/ soepkom had opgegeten, vroeg ik: “wil er iemand nog soep?” “Oh ja!”, riep iemand heel enthousiast. Hij keek nogal sip toen ik hem vroeg om zijn kommetje om dat bij te vullen. *** B: Is de Utrechtse Resto VanHarte de merkwaardigste Resto? J: Dat denk ik wel. Op andere plekken worden ook hele leuke en inspirerende dingen gedaan, maar niemand is zo gek geweest om Rollende Resto’s te gaan lassen en zagen en naaien. S: Heb jij dat gedaan? J: Ik heb dat project bedacht voor de start van de tour, waar vervolgens zo’n 150 mensen aan hebben mee- ontworpen en gebouwd en waar nog veel meer mensen bij betrokken waren. Een geweldige belevenis was het en ze zijn nog steeds in gebruik! B: Hoe belangrijk is dat element voor jou om andere mensen mee in beweging te sleuren? J: Heel belangrijk. Dingen maken vind ik leuk,


maar ik vind het jammer als niemand het kan proeven of zien of meemaken. Delen geeft er voor mij meer betekenis aan. B: En als er dan eentje tussen zit die zich niet in beweging laat brengen? Ik was uitgenodigd voor jouw verjaardag en toen moest ik slingers ophangen. Dat deed ik met heel veel tegenzin, ik heb moeite met gezelligheid die zo’n algemeen duwtje krijgt. Dat is voor mij zo’n merkwaardig dubbel iets wat jou betreft, wat ik aan de ene kant heel erg waardeer, maar soms ook te algemeen kan vinden. Zoals die slingers; het heeft niets met mij te maken maar met een bepaald ritueel dat ik niet sympathiek vind. J: Het is voor mij oké dat niet iedereen hetzelfde doet. Bij de ‘Minutieuze munitie van het ambivalente amfibie’ had ik ijsjes bij het toetje die gingen knetteren in je mond. Ik vroeg mensen van tevoren hun ogen te sluiten, en ze wisten niet wat ze gingen krijgen. Dat maakte het effect veel sterker: je neemt veel beter waar als je je ogen sluit en alleen maar proeft. Sommige mensen hebben dat van begin tot het einde helemaal gedaan en hebben echt iets beleefd. Eén persoon hield haar ogen open uit angst. Iemand anders stak het ijsje per ongeluk zelfs in zijn oog, dat ben

ik daarna wat meer gaan sturen, haha. Andere mensen dachten “oh, wat grappig” en deden hun ogen toen meteen weer open. Dat is ook prima. Je hebt dan iets gemist, maar dat is ook een keus. B: Heb je er zelf nooit last van dat je het prettig of nodig vindt dat met festiviteiten steeds dezelfde dingen moeten? J: Ik vind het leuker om iets te laten ontstaan op dat moment. Maar ik vind het ook leuk om te zien hoe mensen van dingen genieten en daar plezier in hebben, en dan hoeft het niet per se mijn ritueel te zijn. B: Dus je bent een motor of je helpt duwen om het voor mensen fijn te maken zonder dat het zo zeer van jou is? J: Beide dingen dus. Het geeft de meeste bevrediging als het iets is wat op dat moment echt bij mensen ter plekke ontstaat of uit mijn inspiratie voortkomt. Tegelijkertijd kan ik bestaande rituelen ook wel mooi vinden, maar ik kan me daar niet altijd in onderdompelen en er helemaal van genieten. Dan meer met verwondering bekijken dan er deel van uitmaken. B: Dat is iets wat ikzelf met bijna alles heb: dat ik geïnteresseerd naar dingen kan kijken maar het moeilijk vind om mij er onderdeel


van te vinden. Het is een merkwaardige tik dat ik dan maar zelf een ding moet verzinnen om mij daarin thuis te kunnen voelen. S: Heb jij zowel de kwaliteit om te ontregelen als om je thuis te voelen bij minder absurde dingen? J: Ja, maar als ik alleen maar consument of deelnemer ben, vind ik dat lastiger. Ook bij de Vorlesebühne had ik me al vaker voorgenomen om te komen maar het lukte veel te weinig er te zijn. Ik dacht: als ik voor de Vorlesebühne ga koken, dan ben ik er wel altijd, dan moet ik het wel inplannen en dan heb ik ook een rol in het geheel. **** B: Hoe belangrijk is het voor jou om volgelingen te kweken, mensen die duidelijk door jou geïnspireerd zijn en op jou gaan lijken in driften en wat ze doen? J: Ik denk soms weleens: kan iemand anders niet even dit doen in plaats dat het allemaal op mij neerkomt? Maar dat is meer hulp. En ik vind het leuk als iemand vindt waar hij enthousiast van wordt, maar dat hoeft niet hetzelfde te zijn als wat ik doe. Dat zou ik misschien eerder bedreigend vinden, iemand die precies hetzelfde gaat doen, dan prettig. B: Heb jij veel opofferingsgezindheid in jou, dat uiteindelijk de gemeenschap altijd belangijker is? J: Ja, ik ga vaak veel te ver door als het eigenlijk al lang genoeg is. Het andere krijg altijd een hogere prioriteit dan ik. Dat vind ik een slechte eigenschap. Daarmee doe ik mezelf tekort en soms ook mensen die dicht bij me staan en meer van mijn aandacht verdienen. S: Kun je onder druk gezet worden om minder opofferingsgezind te worden? Kunnen andere mensen je onder druk zetten om minder voor de anderen te doen? B: Het is toch wel een verschil of het de algemene opoffering is of dat iemand uit familieof vriendenkring zich verwaarloosd voelt. Er kan iemand zijn die helemaal opgaat in het publieke werk, in het mensen helpen en

daardoor alles om zich heen vergeten. Dus het hoeven niet altijd overdreven aanhankelijk of afhankelijke figuren daaromheen te zijn. J: Het is er misschien ook aan gerelateerd ik me al snel ergens verantwoordelijk voor voel. Dat toont aan dat het heel erg uit mij komt. Je kan opofferingsgezindheid als iets prachtigs nastrevenswaardigs zien maar dat is het denk ik niet, want je doet het zelf. En het kan zijn dat je andere mensen iets moois brengt maar het kan ook zijn dat je alleen maar jezelf verantwoordelijk aan het voelen bent, wat ook weer belastend kan zijn voor anderen. ***** B: Je was lange tijd zoekend naar de ideale baan voor jou? J: Ja, nog steeds wel. Ik heb veel verschillends gedaan. Van begeleider in de psychiatrie tot adviseur van directies van zorginstellingen tot chef-kok. Soms denk ik: oh, ik heb het gevonden. Ik heb ooit ergotherapie gestudeerd en dan ligt voor de hand dat je ergotherapeut wordt in een instelling. Dan zijn mensen twintig minuutjes bij je, dan moet je ze iets adviseren en dan komen de volgenden weer. Dat vond ik heel beklemmend. Het idee dat je ziet wat er nodig is en daar vrij mee aan de slag kan gaan, dat hoort bij me. Resto VanHarte biedt daar veel ruimte voor. Voor mij zijn het niet alleen de diners, dat is ook een deel, maar het gaat eigenlijk vooral over mensen – met name die het niet zo makkelijk hebben en graag ergens naartoe zouden willen en geen besef hebben van hoe waardevol ze eigenlijk zijn. En met hen aan de slag te gaan. In het vrijwilligersteam hebben we ook plek voor mensen die zoekende of herstellende zijn. Ik vind het heel mooi om te zien hoe iemand dan na een tijdje ineens gaat opbloeien en zelfverzekerder wordt en een vervolgstap durft te maken en dat mensen eigenlijk weer hun eigen waarde gaan zien en ervaren. *


Eindeloze dialoog Sorry, zei u iets? Pardon? Excuseer, of u iets tegen me zei? Het spijt me zeer, ik zei niets tegen u. Vergeef me, maar ik zou toch zweren dat u het woord tot mij richt. Op de eer van mijn overleden moeder en ongeboren kinderen en met de beste wil van de wereld: ik heb geen woord tegen u gezegd. Maar goed ook, gore lafbek. Sorry, zei u iets? Pardon? Excuseer, of u iets tegen me zei? Het spijt me zeer, ik zei niets tegen u. Vergeef me, maar ik zou toch zweren dat u het woord tot mij richt. Op de eer van mijn overleden moeder en ongeboren kinderen en met de beste wil van de wereld: ik heb geen woord tegen u gezegd. Maar goed ook, gore lafbek. Sorry, zei u iets? Pardon? Excuseer, of u iets tegen me zei? Het spijt me zeer, ik zei niets tegen u. Vergeef me, maar ik zou toch zweren dat u het woord tot mij richt. Op de eer van mijn overleden moeder en ongeboren kinderen en met de beste wil van de wereld: ik heb geen woord tegen u gezegd. Maar goed ook, gore lafbek. Sorry, zei u iets? Pardon? Excuseer, of u iets tegen me zei? Het spijt me zeer, ik zei niets tegen u. Vergeef me, maar ik zou toch zweren dat u het woord tot mij richt. Op de eer van mijn overleden moeder en ongeboren kinderen en met de beste wil van de wereld: ik heb geen woord tegen u gezegd. Maar goed ook, gore lafbek.

Heb ik je eigenlijk ooit bedankt voor het veranderen van mijn leven? Hoezo? Of weet je dat soms niet meer? Wat dan? Je zei iets dat mijn leven heeft veranderd. Ooit. Nee, dat wist ik niet. Wat zei ik dan? Dat weet ik niet meer, maar ik zat in de knoop, jij zei iets en toen wist ik weer hoe het verder moest. Maar je weet dus niet meer wat. Nee, dat is het gekke, alleen maar dát – en dat jij degene was het was die het zei. Maakt het iets uit? Zit je wéér in de knoop? Nee nee, ik was gewoon benieuwd... Weet je wat ik denk? Dat je zelf verandert, of iemand nu iets zegt of niet. Ik had alles kunnen zeggen. Ik had iedereen kunnen zijn. Misschien zei ik alleen maar: ‘Doe de deur dicht, want het tocht.’ of zo. En op grond daarvan heb jij dan je leven veranderd. Terwijl ik alleen maar vroeg of de deur dicht mocht. Zou je denken? Ik weet het wel zeker. Niet in alles tekens zien. Precies! Precies! Wat precies, precies? Nou doe je het wéér! Iets zeggen waardoor je mijn leven...

(lees terug vanaf het begin)

Wortelstoemp Willem Bongers-Dek

Ingmar Heytze

Tine: Wortelstoemp met stukje beest in paneermeel. Bernhard: Wat zeg je? Tine: Wortelstoemp met stukje beest in paneermeel. Bernhard: Verder niets? Tine: Nee, verder niets. Geen toetje vanavond. Moniek & Christiansen


Normaal, dialoog voor vijf personen

Neus

1. Hoe kan het nou toch, dat iedereen normaal is behalve ik? Waar heeft iedereen dat geleerd? Om zo normaal te zijn?

A: “Wat is er met je neus gebeurd?” B: Haalt schouders op A: “Je neus was eerst anders.” B: “Dan zou kunnen.” A: “Ik hield meer van je met je vroegere neus. Dit is een gekke neus. Ik herken je bijna niet meer.” B: “Er is aan mij niets veranderd hoor.” A: “Jawel en dat is heel erg! Waar is je oude neus?” B: “Ik weet het ook niet. Ik voel me niet anders. Mijn neus voelt ook niet bijzonder anders” A: “Kan er niet een stukje vanaf? Daarzo bijvoorbeeld? Zodat je neus weer de oude wordt?” B: “Nee daar gaan we niet aan beginnen. Dat is zo'n gedoe. Ik voel me prima met deze neus. Ik kan hem zelf niet eens zien.” A: “Maar ík wil jou niet met deze neus. Ik wil jou met je normale neus. Je mooie normale neus zoals ik jouw neus ken, zo is jouw neus het mooist.” B: “Jij mag anders wel eens een aangepaste neus.” A: “Wat?” B: “Bij jou mag er wel een stukje bij, bij jouw neus. Het begint me een beetje te vervelen, steeds diezelfde neus van jou. Kan je daar niet wat aan doen?” A: “Nee dat kan ik niet, echt niet, ik hou van mijn neus!” B: “En ik van de mijne, zoals hij nu is. Zijn we nou klaar?”

2. Hoe komt het toch dat ik vaak de enige ben in een gezelschap die abnormaal is... Kijk de anderen, stuk voor stuk functionerende exemplaren van de menselijke gestalte, in deze maatschappij. En dan ik... 3. Moet je zien hoe doorsnee die anderen allemaal zijn... Het is echt niet normaal. Zo doorsnee. Als ik ook maar half zo doorsnee was als die anderen, dan was ik echt niet normaal. Mafketels. 4. Ja zij... Zij hebben vast een cursus gevolgd. Anders waren ze niet zo, zo precies zoals het hoort. Ze moeten er hard voor hebben gewerkt, want het is niet makkelijk om alles precies te doen zoals het hoort. Ik ben te lui, en daardoor ben ik abnormaal gebleven. Ik had beter mijn best moeten doen. Moet je die normalen zien, hunnie, ze staan te stralen in hun alom geaccepteerde Zijn. En ik sta hier, geheel een ander te wezen. 5. Wat doe ik hier? Wat zouden zij op dit moment denken? Ze vinden me vast stom. Iedereen vindt mij altijd stom. Mijn moeder zei: 'Doe toch eens normaal!' En dan ging ik opzoeken in het woordenboek wat 'normaal' is. En dan stond daar: 'Gewoon; niets verontrustends'. Dus ik probeer altijd maar gewoon te zijn en niets vanzelfsprekends uit te stralen. Zal ik eens vragen aan hen of dat mij is gelukt? Sylvia Hubers

Ariadne Verstegen


de thui sp l e k vo o r kor t vr eemd p r oza - ww w.kor tv r eemdpr oza.nl zaterdag 17 september Molen De Ster Utrecht

zaterdag 15 oktober Molen De Ster Utrecht

Onderwereldse processen

Het zielloze geschmier van iemand die iemand nadoet die hij zichzelf noemt

Als je door de wereld loopt dan voel je hoe de zwaartekracht steeds aan jou trekt, ze wil jou onder de aarde zuigen. Terwijl het boven meestal een slap rommeltje is zoemt het onder ons van energie en van doelgerichtheid. Maar waar leidt het allemaal naartoe? Met Pauline Pisa, Michiel Lieuwma, Mariska Vollering, Twan Zegers, Bernhard Christiansen Muziek: Bertine Klappe

‘Als ik in de spiegel naar mezelf staar besef ik dat ik enkel de huid herken, de topografie van rimpels, vlekjes en oneffenheden, van teintverschillen, maar niet diegene die erbinnenin zit. Als er al iemand in zit.’

Met P.F.Thomése, Nyk de Vries, Gerda Blees, Bernhard Christiansen en muziek van ‘Das Grau’ (Marijke Verkaart & Karel Goedhart). zaterdag 24 december Molen De Ster Utrecht

KERSTAVOND VORLESEBÜHNE

neem eten mee, we eten samen en daarna is er de vorlesebühne

Bij een bühne in de molen (18u) kunt u imet de schrijvers en musici van die avond meeëten! Jolanda’s Keuken bereidt een overheerlijk en voedzaam driegangenmenu. Iedereen is welkom. Een echte aanrader. U betaalt naar rato van uw smaakgenot. Reserveren via vorlesebuhne@gmail.com is nodig, uiterlijk de donderdag voor de Vorlesebühne. Deze Vorlesebühnes beginnen om 20.00 uur (zaal open 19.30 uur) Houtzaagmolen De Ster, Molenpark 3, Utrecht. (Dichtbij Utrecht CS, toegankelijk via de stadskant over de loopbrug). Toegang: 10 euro of met korting 7 euro (ook met bibliotheekpas!) Reserveren? vorlesebuhne@gmail.com


De Vorlesebühne No. 10 September 2016