Issuu on Google+

Schrijver van Surinaamse afkomst Anil Ramdas:

“In wat voor land leef ik eigenlijk?” Nederlandse schrijvers hebben alle thema’s wel zo’n beetje behandeld: vrouwen, homo’s, gehandicapten, noem maar op, zegt Anil Ramdas. “Net zo zou Bas Heijne een prachtige zwarte romanfiguur moeten kunnen neerzetten. Maar het gebeurt niet, omdat Nederlandse schrijvers geen allochtonen kennen. Niet werkelijk tenminste, behalve van de boodschappen die ze doen bij de Turkse buurtsuper.” TEKST: NUWEIRA YOUSKINE FOTO: HOLLANDSE HOOGTE

We dansen enigszins om elkaar heen, de schrijver van hindoestaans-Surinaamse afkomst Anil Ramdas en ik. Zijn eerste roman Badal die deze maand uitkomt, lijkt te uitgesproken autobiografisch om niet onmiddellijk de hoofdpersoon van de roman, Badal, te identificeren als Ramdas zelf. Je weet dat je een schrijver nooit mag vragen naar het autobiografisch gehalte van een boek, maar de verleiding is te groot. Badal is van hindoestaanse afkomst, essayist, columnist, correspondent in Delhi en heeft een drankprobleem – allemaal elementen die we rechtstreeks op Ramdas kunnen projecteren. Hij ontkent zachtmoedig maar beslist: “Natuurlijk gebruik je zowel waargebeurde als niet waargebeurde elementen. Het romanpersonage heeft jouw ervaringen en vormende periodes nodig om een karakter neer te zetten. Ik heb juist dit keer voor de roman gekozen omdat het een van de meest flamboyante, grondige manieren is om naar de wereld te kijken. Maar geloof mij maar”, lacht hij, “Badal is eindeloos veel avontuurlijker dan ik.” Hoe het ook zij, Badal vertelt het levensverhaal van een hindoestaanse journalist. Een intellectueel, die door zijn vorming en werk voortdurend gedwongen is over zichzelf en zijn plek in de Nederlandse maatschappij na te denken. Volgens Ramdas voor het eerst in de Nederlandse literatuur vanuit het gezichtspunt van een volwaardig, niet-Westers personage. Een “literaire interventie”, noemt hij het zelf. Toe maar! Is het streven dat dit boek inslaat als een bom?

6

235842.indd 2

“Een bom of een handgranaat, als het maar knalt. Het is een wakker schudden van de Nederlandse literatuur. Het eerste volwaardige, ontwikkelde, zwarte, intellectuele personage – in 2011, let wel! Al veertig jaar lopen er verschillende soorten mensen in onze samenleving rond en die hebben helemaal geen plaats in de letteren gekregen; het zijn hoogstens de bijfiguren geweest of personages van de heimwee-migrantenliteratuur; Nederlandse Marokkanen die over het land van hun ouders schrijven bijvoorbeeld. Waar zijn de zwarte personages die met de Nederlandse letteren bezig zijn, of die werkelijk iets vinden van de maatschappij om hen heen? Nederlandse schrijvers hebben alle thema’s wel zo’n beetje behandeld: vrouwen, homo’s, gehandicapten, noem maar op. Net zo zou Bas Heijne een prachtige zwarte romanfiguur moeten kunnen neerzetten. Maar het gebeurt niet, omdat Nederlandse schrijvers geen allochtonen kennen. Niet werkelijk tenminste, behalve van de boodschappen die ze doen bij de Turkse buurtsuper. Waarom is het boek De Buitenvrouw van Joost Zwagerman zo dramatisch mislukt? Hij voert wel een zwarte vrouw op, maar slaat de plank totaal mis vanwege het gebrek aan identificatievermogen; hij kende geen intellectuele zwarte vrouwen! Dan kun je met ontzettend veel zwarte meiden het bed hebben gedeeld, maar dat is niet de manier waarop je kennis opdoet van een karakter.” Daar valt over te discussiëren natuurlijk. Maar de naam Joost Zwagerman doet onmiddellijk denken aan de schriftelijke vete die u met hem had over een onderwerp dat bij Badal ook een belangrijke rol speelt: de ‘white trash’. Uit wie bestaat deze groep? “Het is de domme massa, die zich voedt met dommigheid, die zich uit in domme gedachten, die gespeend is van elke vorm van cultuur. Racistische gedachten alleen zijn niet genoeg om tot deze groep te behoren. Racisme als wereldbeeld, vanuit een gebrek aan kennis, smaak, aan culturele bagage; een algemene maatschappelijke verloedering, dáár begint de white trash. De realisatie

VolZin | 1 april 2011

28-3-2011 11:00:21


Anil Ramdas: “Intellectuelen onderschatten de haat terwijl ze juist de taak hebben de haat te beheersen�

1 april 2011 | VolZin 7

235842.indd 3

28-3-2011 11:00:30


dat wij zo’n groep in de samenleving hebben, is natuurlijk een proces. Het begint allemaal met wat speldenprikken, waarbij Badal denkt dat het misschien een beetje raar of racistisch is wat iemand zegt, zoals indertijd de uitspraken van Bolkestein over migranten. Maar tegen die uitspraken was ook zoveel weerstand dat Badal toch nog het idee had in een beschaafd land te wonen. Ik ben hier nog steeds met goede mensen. Langzaam maar zeker merkt hij echter dat het weerwoord steeds meer uitblijft. Dan begint hij te twijfelen, dan denkt hij: hé, in wat voor land leef ik eigenlijk? Dus het is ook een bewustwordingsproces bij hemzelf. Hij kijkt nauwkeuriger naar de samenleving en hij wil het kunnen plaatsen.” U zegt dus: de ‘white trash’ is onbeschaafd. Maar wat is beschaving eigenlijk? “Moet ik die vraag beantwoorden? Dat kan ik niet, dat is een veel te grote vraag! Je kan me net zo goed vragen: wat is het leven? Definieer de liefde, of wat is de mens!” Hij zucht. “Laten we het zo zeggen: ongeïnformeerdheid kan leiden tot onbeschaafd gedrag. Er is een theorie die stelt dat de mens geneigd is tot haat. Niet zozeer het object dat gehaat wordt is van belang – dat zoekt ze er wel bij. Eerst is er die haat. Intellectuelen onderschatten die, terwijl intellectuelen juist de taak hebben de haat te beheersen; zij moeten vorming en zelfbeheersing stimuleren. De blanke intellectuele man van nu is in verwarring: hij heeft zich nooit wezenlijk verdiept in de allochtone medemens, maar evengoed niet in de blanke onderlaag. Hij zit in zijn cocon, waardoor de nieuwsgierigheid is opgehouden en angst of

haat vrij spel krijgen. Badal kijkt naar Paul Scheffer bijvoorbeeld, die zich met zijn essay Het multiculturele drama het lot van de kansarme allochtonen leek aan te trekken. Maar eigenlijk interesseren die allochtonen hem niet – nee, het zijn de arme oude witte mensen die last van de allochtonen krijgen, dáár maakt hij zich zorgen over!” Lacht: “Ik ben een goede vriend van Paul Scheffer, hè. Ik zeg het dan ook niet, maar Badal wel. Toch zit er een element van waarheid in, al draaft Badal door. De blanke man is het contact met de realiteit kwijtgeraakt. De vroegere kolonisatoren, die deden misschien wel rare dingen, maar er zat naast het pragmatisme tenminste ook nog een ideaal achter, het beschaven van de koloniën. Nu is zelfs het ideaal er niet meer. Misschien is dat ook wel een element van beschaving: een ideaal, het accepteren van een hogere moraal of autoriteit, iets om voor te knielen.” De beroemde ‘white man’s burden’: ‘we moeten de zwartjes beschaven’. Nu is dus zelfs dat weg. Hoe is Nederland dan van een nieuwsgierige, wereldbevarende natie in een land met een kokervisie veranderd? ‘Tsja, wanneer is de nieuwsgierigheid opgehouden te bestaan? Kijk, die nuchtere, zakelijke, doe-maargewoon-dan-doe-je-al-gek-genoegmentaliteit van Nederlanders, dat is een slimme houding, maar hij werkt maar tot op bepaalde hoogte. Op een gegeven moment kom je zo dicht bij de echte, reële problemen, dat het pragmatisme niet meer genoeg is en dan komen de idealen om de hoek kijken, die de blanke intellectueel van nu ontbeert. Het ideaal van nu is dat we allemaal gelijk zijn.

Anil Ramdas (Paramaribo, 1958), trok in 1977 van Paramaribo naar Amsterdam om sociale geografie te studeren. Hij deed korte tijd onderzoek voor de Universiteit van Amsterdam en stapte daarna over naar de journalistiek als redacteur, columnist en essayist: eerst bij De Groene Amsterdammer, vervolgens bij NRC Handelsblad waarvoor hij ook drie jaar buitenlandcorrespondent in India was. Hij was documentairemaker en presentator voor de VPRO en de NPS. Op dit moment is hij, naast columnist en essayist, presentator van het MTNL-programma Z.O.Z., waar hij met zijn gasten over actuele thema’s discussieert. Ramdas woont in Loenen aan de Vecht, is getrouwd en heeft een zoon en een dochter. Zijn nieuwste boek is Badal, De Bezige Bij, 304 blz., € 19,90 en komt deze maand uit. (Foto: Martijn van Dam)

8

235842.indd 4

VolZin | 1 april 2011

28-3-2011 10:59:59


Een gelijkheidsdenken dat misschien wel werkt in economische situaties – iedereen moet een zekere mate van welvaart hebben bijvoorbeeld. Misschien ook nog in de politiek, maar daar al slechts ten dele: we willen wel dat iedereen stemrecht heeft, maar we willen niet dat elke idioot in het parlement komt. In de culturele wereld is die gelijkheid echt helemaal niet vol te houden. ‘Jouw mening is net zo waardevol als de mijne, jouw muziek is ook kunst, jouw tekening met één potloodstreep is ook heel artistiek?’ Onzin! Ik geloof heilig in het hele simpele criterium dat als je niet tienduizend uur in je leven hebt besteed aan een bepaald onderwerp, je het ook nooit kunt verheffen tot kunst.” Echt? Is dat wetenschappelijk bewezen? Tienduizend uur en je bent een waarlijk kunstenaar? “Jawel, daar is uitgebreid wetenschappelijk onderzoek naar gedaan en zo is het uitgerekend. Het blijkt dat alle grootheden in de wereld - sporthelden, muzikanten, kunstenaars, mensen als Bill Gates enzovoorts - allemaal één overeenkomst hebben: ze hebben allemaal tienduizend uur of meer geïnvesteerd voordat zij hun topprestaties konden leveren. Je moet het natuurlijk niet helemaal al te letterlijk nemen, maar wat ermee gezegd wordt is heel simpel dat je keihard moet werken wil je ergens echt verstand van hebben. Daarom is een muzikant die drie akkoorden kan spelen wel leuk en aardig als hij dat voor zijn vrienden in de kroeg wil doen, maar is het een belediging om het waarlijk muziek te noemen – een belediging voor allen die zich wel bloed, zweet en tranen getroosten om met muziek bezig te zijn.” Badal zoekt steeds die acceptatie van de blanke elite. Tegelijkertijd irriteert hem die zoektocht en gaat hij zelfs twijfelen aan zijn eigen publiek: “Als je de kleurlingen aanpakt, applaudisseren de blanken die al niets om ze gaven. Als je de blanken aanpakt, krijg je applaus van de kleurlingen die je toch al niet hoog hadden zitten”. “Het is inderdaad heel gek als je je eigen publiek niet meer vertrouwt. Je ziet het ook bij andere kunstenaars, theatermakers of cabaretiers van tegenwoordig. Je dicht jouw publiek namelijk karaktereigenschappen en gedachten toe die je kritiseert en belachelijk maakt, maar waarvan je tegelijkertijd weet: die hébben ze. Het Youp van ’t Hek-syndroom: hoe hij ook trapt tegen de kleinburgerlijkheid – die burgermannetjes die kopen wel de kaartjes voor zijn shows. Jörgen Rayman of Najib Amhali, die de draak steken met moslims; het-

“De blanke man is het gevoel met de realiteit kwijtgeraakt”

zelfde verhaal. Altijd weer worstel je met de vraag hoe je het applaus moet interpreteren. Zeg je iets over jouw specifieke gemeenschap dan roepen de blanken: “Geweldig! Dat is pas gedurfde nestbevuiling, individualiteit, bevrijding!” Zeg je iets over de blanke man, dan roepen de kleurlingen: ‘Goed zo, pak ze maar aan, die racisten!’ Er is altijd weer een verkeerde partij die jou om bepaalde redenen goed vindt en je moet je dus voortdurend afvragen wie het is die jou zo leuk vindt. Dat ligt natuurlijk aan de maatschappij waarin we leven. In een zodanig gepolariseerd land als Nederland, waarin mensen steeds meer van elkaar vervreemden, wordt het applaus steeds verdachter. Er bestaat geen onschuldige bijval meer.” Hebt u zelf om die reden wel eens gedacht: dit schrijf ik niet op, dan gaan mensen het toch teveel met mijn persoon identificeren? “Nee, maar zo ging het schrijfproces ook niet. Het is heerlijk om te schrijven vanuit eigen ervaringen – dat schrijft lekker door. Dus daar heb ik, zoals eerder gezegd, zeker gebruik van gemaakt en op basis daarvan heb ik ook dingen opgezocht of plekken bezocht. Het omgekeerde, dus dat ik bepaalde dingen expres niet heb opgeschreven, dat kwam gewoon niet in me op. Daar vroeg de figuur niet om.” Ik denk aan dingen waar je wellicht niet trots op bent. Zoals het drankmisbruik van Badal, waarvan we weten dat het ook in jouw leven een rol heeft gespeeld. “Over de drank heb ik juist met heel veel plezier geschreven! Ik ben zelf te drankzuchtig om met drank te kunnen omgaan, maar het blijft een van de mooiste dingen die er bestaat. Daarom kon ik me ook zo uitleven met een figuur die de beperkingen ervan kent maar er toch mee doorgaat en er een feest van maakt – hoe treurig het dan ook misschien klinkt. Sterker nog, ik vind ook dat bijna alle romanpersonages enigszins drankzuchtig moeten zijn. Personages die allemaal heel redelijk en rationeel zijn en objectief naar zichzelf kijken – dat is dodelijk saai! Alle schrijvers moeten hun romanpersonages lichtelijk dronken voeren.” ■

1 april 2011 | VolZin 9

235842.indd 5

28-3-2011 11:00:37


Interview met Anil Ramdas