Issuu on Google+

Interview

Cabaretier Paul van Vliet over de zin van het leven:

‘Ik heb me verzoend met mijn tekorten’ Cabaretier Paul van Vliet (76) treedt nog steeds op. Intiemere voorstellingen dan vroeger, in kleinere schouwburgen. Maar hoe dan ook, de behoefte om te performen blijft. Hij schrijft teksten, gedichten en liedjes en is ambassadeur van Unicef. Is de tijd zichtbaar in zijn huidige werk? En in zijn kijk op het leven? “Innerlijke vrijheid wordt bepaald doordat je niet over jezelf inzit.” Door Willem van Leeuwen foto’s Hollandse Hoogte

Hij staat op uit de knisperende rieten stoel, loopt peinzend naar zijn bureau, haalt een sigaret uit een pakje en stopt haar weer terug. De roker die wil minderen. Dan: “Als ik nu iets schrijf, dan moet het ook echt iets betekenen. In de eerste plaats voor mezelf en pas daarna voor mijn publiek. Dat was vroeger anders. Het moet me nu echt raken.” Even daarvoor de begroeting. Een boerderij aan een landweg nabij Breukelen met een bord Te Koop ervoor. In spijkerbroek en blauwe kabeltrui kwam hij achter een verbouwde schuur tevoorschijn. De kenmerkende witte lokken en scheve glimlach. De sonore lage bas. 76 jaar, oud genoeg om iets te weten van het leven. Langs druipende struiken liepen we naar zijn werkdomein. Cabaretiers? Halve moralisten zijn het, zegt hij. Maar als een artiest op het toneel iets zegt over het leven dan wil dat niet zeggen dat hij buiten de bühne ook verstand heeft van het leven. En trouwens, wat eens zinvol was, hoeft dat later niet meer te zijn.

Vroeger Vroeger genoot hij van andere dingen dan vandaag: “Vroeger, laten we zeggen tot rond mijn vijftigste, ging het om de kicks, om het snelle genot; om auto’s, feesten, meiden. Aanwezig zijn. Succes hebben. Iedere avond stappen, altijd op zoek naar avontuur. Nu hoeft dat niet meer, gelukkig. Nu is er verlangen naar verdieping, verstilling. Vooral in de natuur. De bergen, de zee, geruis van bomen in de wind. Vroeger zag ik de natuur ook wel, maar ik ervoer haar niet. Dat is het grote voordeel van ouder worden, dat je de flauwekul steeds sneller ziet en

uit je leven schrapt. Zowel in wat ik schrijf, als in het leven zelf. Het moet steeds meer ergens over gaan. Over wezenlijke dingen.” Hij leest een ander soort boeken dan vroeger, luistert naar andere muziek. Toen was het rock-‘n roll, popmuziek, nu Rachmaninov, Bach, Mozart: “Ik raak ontroerd door de schoonheid van hun muziek. Daar was ik dertig jaar geleden nog helemaal niet aan toe.” Hij heeft lang slordig geleefd, als in een roes: “Maar vergis je niet, ik heb er ook waanzinnig van genoten. Soms, als ik terugdenk moet ik hardop grinniken: Jezus, je hebt best heftig geleefd.”

Verrijking Die groei, want ouder worden is beslist een verrijking, is langzaam gegaan. Gewoon de tijd die zijn werk doet, met af en toe een gebeurtenis die versnelling brengt. Zoals toen hij ernstig ziek was, in 1992 en een nier kwijtraakte. Het zag er slecht uit. Een gezwel op een lastige plek, een zware operatie in het verschiet. “Ik speelde een reeks voorstellingen in Antwerpen, toen ik de onheilstijding kreeg. Na de laatste voorstelling ging het doek dicht en ik dacht: zo, dat was het dan, dit was het afscheid. Enfin, ik werd opgenomen en geopereerd. Na de operatie kwam de arts naar me toe: “Nou, meneer Van Vliet het was gelukkig goedaardig, u mist een nier, maar dat is niet erg. Ik hoef u nooit meer terug te zien”. Zulke gebeurtenissen doen iets met een mens. Al wilde ik daar aanvankelijk nog niet aan. Ik wilde zo snel mogelijk vergeten, meteen weer het podium op, doorgaan. Lidewij, mijn vrouw, vond dat niet verstandig. Zij zag dat ik nog iets te verwerken had, maar ik was eigenwijs. Een jaar na die laatste voorstelling stond ik weer in Antwerpen. Ik zat in hetzelfde hotel als toen en had daar een interview met een meisje. Ze vroeg: ‘Hoe is het nu met u, meneer Van Vliet, een jaar na die ingreep?’ En ineens moest ik ongelooflijk huilen. Alle spanningen, angst en zorgen kwamen naar boven.”

Inzicht Dergelijke gebeurtenissen zijn belangrijk, zegt hij. Het is goed om de gevolgen van zulke ervaringen te voelen. “Ze maken je kwetsbaar, maar bieden ook

42 VolZin | 16 december 2011

385762.indd 2

12-12-2011 11:53:07


Paul van Vliet: ‘Ik heb heel veel opgelost met energie. Ik dacht dat dat de zin van het leven was: overal energie in douwen. Ook in de liefde, ook in vriendschap’ 16 december 2011 | VolZin 43

385762.indd 3

12-12-2011 11:53:17


inzicht. Je kunt er je voordeel mee doen gedurende de rest van de tijd die je nog hebt. Dat je zuinig bent op jezelf, op je vriendschappen, op de liefde die je ontvangt.”

Burn-out Vijf jaar terug werd hij geveld door een burn-out. Noem het een depressie, mag ook. Achteraf gezien was het een onderdeel van die ontwikkeling naar verdieping en verstilling, maar zo voelde het toen niet. Het was de totale wanhoop. Verlamming. “Ik hing de hele dag als een zombie in een stoel. Ik deed niks. Ik kón niks. Er was ook niks om voor uit de stoel te komen. Ik was gestopt met de grote shows, dacht dat dat fijn zou zijn, maar het bleek toch een gat achter te laten. En dat dan gecombineerd met een leven lang achter succes aan jagen, alles willen doen wat je in je hebt, veel ballen in de lucht houden. Vroeg of laat breekt dat een mens op.” Hij was krachteloos en machteloos, geen sprankje energie: “Ik voelde me een nul. Een grote nul. Een enorme loser. En de mensen konden op me inpraten wat ze wilden: ‘Jij een loser? Met zo’n carrière? Met zo’n huis, zo’n vrouw? Met al die gouden platen? Kijk eens wat een mooi weer het is, jongen, de zon schijnt. Count your blessings!’ Dat maakte het alleen maar erger. Ik voelde me steeds schuldiger. Het enige wat me interesseerde, was lekker eten. Lidewij heeft me fantastisch geholpen. Ze kookte iedere dag iets bijzonders en wat nog veel belangrijker was, ze liet me met rust. Ze liet me in die stoel zitten niksdoen. Ze heeft niet geprobeerd me op te peppen, werd niet boos of verdrietig, ze liet me met mijn depressie. Omdat ze zag dat het nodig was dat het gebeurde.”

Met praten en pillen kwam hij zijn burn-out te boven. De onmacht is weg. En de belangrijkste les? “Dat er ook van mij wordt gehouden als ik apathisch in een stoel hang. Daarvoor had ik altijd de overtuiging dat mensen me alleen aardig vonden als ik iets presteerde. Dat ik eerst iets moest doén voordat er van me gehouden werd. Je moet het verdienen, dat idee. Maar ik hoef helemaal niets te doen. Mensen houden zo ook van me.” Lachend: “Dat is behoorlijk rustgevend, kan ik je verzekeren.” Over de herkomst van die overdreven prestatiedwang: “Het zal wel met de opvoeding te maken hebben gehad. Een scheut calvinisme, plus dat mijn vader eigenlijk nooit goed genoeg vond wat ik deed, het moest altijd beter, totdat ik groot succes had. Een autoritaire man. Met een lastig kind, dat ook.”

Energie Vroeger stak hij overal energie in. Hij kon veel dingen vrij goed: sport, piano spelen, schrijven, op het toneel staan. Toevallig kon hij ook nog aardig leren, goed genoeg om naar de universiteit te gaan. En vergeet niet, hij had een een geweldige energie: “Ik heb heel veel opgelost met energie. Ik dacht dat dát de zin van het leven was; overal energie in douwen. Ook in de liefde, ook in vriendschap. Presteren. Ik dacht dat niets vanzelf ging. Die instelling is goed voor een hoop onrust in je lijf.” Tegenwoordig haakt hij vooral naar echtheid, naar puurheid: “Ik heb razendsnel door of de essentie er is of ontbreekt. Als ik naar een toneelvoorstelling ga, dan kan het gebeuren dat ik na een kwartier denk: dit gaat helemaal nergens over, jongens. Dit is oppervlakkig. Dan mis ik iets dat me raakt. Ik stel hoge eisen aan oprechtheid.

Paul van Vliet (Den Haag, 1935) richtte in 1964 onder meer met zijn toenmalige vrouw Liselore Gerritsen Theater Pepijn op. In 1970 startte hij met een soloprogramma. Zijn eerste programma was ‘Een avond aan zee’ in het Kurhaus. Hij bracht elf succesvolle one-man-shows, tussen 1971 en 2002 die tot de best bezochte theaterproducties van Nederland en Vlaanderen behoorden. Met zijn Engelse shows maakte hij veel buitenlandse tournees, onder meer in New York, Washington, Los Angeles, San Francisco, Montreal, Toronto, Tokio, Jakarta, Singapore en in vrijwel alle landen van het Midden-Oosten. Op 19 april 2011 maakte Van Vliet bekend in Scheveningen een eigen Paul van Vliet Academie te beginnen, die leerlingen gaat scholen in cabaret, kleinkunst en entertainment. Van Vliet wil zelf ook gaan lesgeven.

44 VolZin | 16 december 2011

385762.indd 4

12-12-2011 11:53:28


Als de echtheid er in artistieke zin er wel is, dan is het heerlijk, vindt hij. Sommige van zijn jonge collega’s hebben het in zich: Hans Teeuwen, Theo Maassen, Wim Helsen: “Ik lach graag. Ik hou ontzettend van ongegeneerd lachen, vergeten waarom je lacht, je zakdoek moeten pakken, in onmacht tegen je buurman aanvallen van het lachen. Dat gebeurt alleen als er sprake is van echte humor.” Schrijven over wat wezenlijk is, over wat er echt toe doet, betekent vooral: eerlijk zijn. “Soms heb je een mooi liedje, of een mooie grap, maar dan moet het toch worden geschrapt omdat het op de een of andere manier niet klopt. Het is niet oprecht. Met gevoelige liedjes maak je makkelijk een uitglijer, dan wordt het een smartlap: “Ik schreef vroeger vaak ’s nachts, hier aan de vleugel, met een slok op. Op dat moment vond ik het prachtig, ik zwelgde in mijn eigen mooiigheid, maar de volgende dag bleek het dan kitsch. Emotie moet simpel worden opgediend, overdaad schaadt. Brel zingt Ne me quitte pas, glimlachend, haast verontschuldigend, zo eenvoudig. Daardoor is het nummer zo mooi, zo echt en van binnenuit.”

“Het grote voordeel van ouder worden is dat je de flauwekul steeds sneller ziet en uit je leven schrapt” in de schemer. De schemerlampen in zijn werkschuur verlichten een tabernakel vol herinneringen; een artiestenleven in foto’s, boeken, gouden platen, affiches en andere parafernalia. Veel ervan ademt succes en applaus. “Alles, ieder ding hier heeft een verhaal.” zegt hij. Een rijk leven in spullen en frutsels. Maar hij wil het binnenkort allemaal opruimen: “Anders moeten de nabestaanden het ooit doen, dat is toch ook niks.” We kijken nog even rond, hij met de aandacht van een museumbezoeker die de collectie inmiddels wel kent.

Opdracht

Het wordt steeds moeilijker om iets te schrijven dat hem kan bekoren. Vroeger was hij sneller tevreden, al was hij wel een perfectionist: “Ik schreef dingen waarover ik toen slechts een vermoeden had. Ik schreef intuïtief”. Hij declameert: “Voel me soms een vreemdeling in het huis dat ik bewoon, het lichaam dat ik heb van vlees en bloed”. Dat is een tekst die pas veel later door de waarheid van mijn leven werd gedekt. Nu pas is ze waar.” Oprechtheid, eerlijkheid, ook in de liefde zijn het essentiële begrippen: “Ik ken geen vrouw die zo zuiver is op dit vlak als Lidewij. Zet mijn fladderigheid daar tegenover en je begrijpt dat we hevige confrontaties hebben gehad. Die confrontaties zijn levenslessen geworden. Lessen in zuiverheid en oprechtheid.”

De opdracht van zijn leven is simpel, eruit halen wat er in zit. Je talenten ten volle benutten. Ja, hij heeft er alles uitgehaald. “Doodgaan? Ik vind het niet erg.” Hij zwijgt, test zijn laatste antwoorden een tijdje op eerlijkheid. “Nee, het klopt wel, ik heb er alles uitgehaald. Als ik nu zou sterven, zou het goed zijn. Ik zal niet gefrustreerd op mijn sterfbed liggen en bedenken wat ik allemaal níet heb gedaan. Ik geloof niet in een hiernamaals. Wij mensen zijn onderhevig aan de natuurwetten, net als die boom,” zegt hij en hij wijst door het raam op een verdorde eik in het gras. “Die redt het niet, die valt binnenkort om. Net als ik ooit omval. Dat vind ik niet erg, als ik maar niet hoef te lijden. Ik heb mijn talenten gebruikt. Natuurlijk heb ik ook jaren vermorst, periodiek te weinig uitgevoerd, mensen tekort gedaan, dingen laten liggen. Maar al met al kan ik mezelf recht aankijken in de spiegel. Ik heb me verzoend met mijn tekorten. Met het gereedschap dat ik gedurende mijn leven had, mijn talenten, de energie en het inzicht van het moment, heb ik het goed gedaan.”

Ambassadeur

Te stil

Sinds 1992 is hij ambassadeur en het gezicht in Nederland van Unicef. “De showbizz is geweldig, maar het was me op den duur te beperkt. Ik heb een egocentrisch vak en wilde meer zingeving. Ik vind het heel prettig om een groter doel te hebben. Het was een bevrijding om niet meer alleen over mezelf te hoeven praten, maar over Unicef. Innerlijke vrijheid wordt bepaald doordat je niet over jezelf inzit. Bezig zijn met iets groters, haalt je uit je kleine wereldje. Unicef geeft mij vreugde en vrijheid.” Buiten zakt de natte tuin met zijn oude bomen weg

Hij loopt mee naar de weg waar de auto staat geparkeerd naast het bord Te Koop. “Het wordt me te stil hier”, zegt hij in het laatste licht van de dag. “Er vallen ook steeds meer mensen weg. In de stad heb je het op leeftijd toch wat makkelijker dan op het platteland. Maar er komt geen hond kijken. Crisis. We zullen hier nog wel even zitten.” Dan loopt hij de polderweg op en dirigeert zijn bezoeker molenwiekend in de juiste richting. In de achteruitkijkspiegel zie ik hem, staand op de bolle weg snel kleiner worden. ■

Oprechtheid

16 december 2011 | VolZin 45

385762.indd 5

12-12-2011 11:53:31


Interview Paul van Vliet