__MAIN_TEXT__

Page 1

VolZin

NUMMER 18 | â‚Ź 4,30 16 SEPTEMBER 2011 | JAARGANG 10 | WWW.VOLZIN.NU

tijdschrift voor zinvol leven

hoe lang nog?

Artikel 6 Grondwet 1. Ieder heeft het recht zijn godsdienst of levensovertuiging, individueel of in gemeenschap met anderen, vrij te belijden, behoudens ieders verantwoordelijkheid volgens de wet. UITN

O

Kom DIGING VolZi naar d n-lez ing 2 e 011

VOL018_01_cover.indd 1

08-09-11 16:20


thema

Artikel 6: behouden “Er gaat niets boven vrijheid van godsdienst”

Het is treurig en getuigt van groot onbegrip dat er steeds vaker wordt geroepen dat we artikel 6, de vrijheid van godsdienst, uit de grondwet moeten schrappen. Vrijheid van godsdienst ligt ten grondslag aan de opvatting dat de mens een onvervreemdbare vrijheid toekomt tegenover welke instantie dan ook, stelt Erik Borgman. “Religieuze mensen onderwerpen zich niet zonder meer aan de wet en daarin hebben ze groot gelijk.” door erik borgman foto Hollandse Hoogte

Imam K. el Bakkali, imam Mohammed Tahier Wagid Hosain, dominee Klaas van der Kamp en rabbijn Raphael Evers: samen stemmen.

12 VolZin | 16 september 2011

268260.indd 2

12-9-2011 11:35:06


Het kwam natuurlijk niet onverwacht. Toch ben ik een paar dagen van de kaart geweest, toen bleek dat de Tweede Kamer in beginsel had ingestemd met een verbod op ritueel slachten. Is dit niet het definitieve bewijs dat Nederland vergeten is waar het om gaat bij het recht op godsdienstvrijheid? De Duitse filosoof Jürgen Habermas had er kort na 11 september 2001 al voor gewaarschuwd: als seculiere burgers religie beschouwen als ‘archaïsche relicten’ uit een premoderne samenlevingen die zichzelf als het ware hebben overleeft, dan verschijnt de vrijheid van godsdienst niet langer als een grondrecht, maar als een vorm van ‘culturele natuurbescherming van uitstervende soorten’. Niet iedereen is even snel, dus we moeten religieuze mensen de tijd geven. Dan gaan ze wel inzien dat leven alsof God bestaat geen serieuze mogelijkheid meer is. Wie vraagt zich nog af of wij niet iets te leren hebben van onze joodse en islamitische buren die ervan overtuigd zijn dat ritueel slachten God en zijn schepping eer bewijst en zo een uitdrukking is van menselijke en dierlijke waardigheid? Flauwekul, ze moeten gewoon ophouden dieren te pijnigen! Maar precies het feit dat ritueel slachten wordt geformuleerd als ‘moeten wij zinloze dierenkwelling toelaten?’, laat het probleem zien. Deze manier van kijken maakt godsdienstvrijheid al bij voorbaat een concessie in plaats van een grondrecht.

Extra beschermt De vrijheid van godsdienst is volgens velen een recht dat alleen van belang is voor religieuze mensen en hen extra beschermt. In dit klimaat kon de secularist Floris van de Berg bijvoorbeeld in een discussie beweren dat kinderen niet religieus zouden mogen worden opgevoed. We zouden hen de onschendbaarheid van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens moesten bijbrengen en hen leren daarop hun levenswandel te baseren. Toen ik hem erop wees dat de vrijheid van godsdienst een fundamenteel mensenrecht is en dat die vrijheid zich uitstrekt tot het recht kinderen religieus op te voeden, was zijn antwoord: het recht op godsdienstvrijheid moet worden afgeschaft. Een dergelijke afschaffing wordt vaker bepleit. We hebben vrijheid van geweten, vrijheid van meningsuiting en vrijheid van vergadering, zegt men dan, en dat maakt de vrijheid van godsdienst overbodig. En als de vrijheid van godsdienst meer beschermt dan het recht te denken wat je wilt, te zeggen wat je wilt en samen te komen met wie je wilt, dan is er des te meer reden om haar af te schaffen, want dan

Het is onwaar dat de godsdienstvrijheid alleen gelovigen ten goede komt worden gelovigen blijkbaar voorgetrokken. Nu is het aantoonbaar onwaar dat de godsdienstvrijheid alleen religieus gelovigen ten goede komt. Atheïsten werden lange tijd als uitermate gevaarlijk gezien, omdat gedacht werd dat wie geen God erkende, uiteindelijk geen enkele autoriteit zou respecteren. Het was de erkenning van de godsdienstvrijheid die het uitsluiten van atheïsten van maatschappelijke verantwoordelijkheden deed verschijnen als onrechtmatig. Vandaag de dag spreken alle bepalingen daarom over vrijheid van godsdienst en levensovertuiging en in Nederland krijgt op grond van dit recht bijvoorbeeld het Humanistisch Verbond dezelfde erkenning als kerkgenootschappen en andere religieuze organisaties. Vervolgens is het afschaffen van de vrijheid van godsdienst politiek onverstandig. Hoe kunnen wij van landen met een officiële godsdienst verwachten dat zij mensen met een ander geloof – religieus of seculier – hun rechtmatige vrijheid geven als wij zelf godsdienstvrijheid niet langer erkennen als een grondrecht?

Hoger dan de wet Het is opvallend dat in de media - enkele religieuze media uitgezonderd - er nauwelijk belangstelling bestaat voor vervolging op basis van religie. Vinden Nederlanders soms dat wie op religieuze gronden vervolgd wordt, dat aan zichzelf te wijten heeft? Vinden wij het eigenlijk gewoon fanatisme als mensen liever van onderwijs worden uitgesloten of zelfs liever willen sterven dan dat zij hun overtuiging opgeven? Wat de seculiere samenleving in religie ten diepste tegenstaat is dat gelovigen zeggen niet in staat te zijn hun geloof te relativeren en dat zij trouw aan de religieuze waarden en ideeën belangrijker vinden dan wat dan ook. Rechtsfilosoof Paul Cliteur schrijft in zijn Monotheïstisch dilemma dat het probleem van islam, christendom en jodendom is dat zij Gods wil hoger achten dan de wet. Cliteur heeft half gelijk: religieuze mensen onderwerpen zich inderdaad niet zonder meer aan de wet, ook niet als die democratisch tot stand gekomen is. De wet staat voor hen onder het oordeel van een hogere instantie. Deze basisovertuiging geldt niet alleen van joden, christenen en moslims, maar ook voor boeddhisten en sikhs en trouwens ook voor veel

16 september 2011 | VolZin 13

268260.indd 3

12-9-2011 11:35:10


De Nieuwe Liefde

Uitgelicht oktober 2011 4 oktober

»

8 oktober

»

16 oktober

»

27 oktober

»

14

268260.indd 4

12-9-2011 11:35:13


mensen die niet religieus zijn. Cliteur heeft echter ongelijk als hij dit een probleem noemt. Het is juist de kracht van onze samenleving. Het is precies hierom dat de vrijheid van godsdienst en levensovertuiging beschermd moet worden. Voor de moderne staat is het extreem moeilijk te accepteren dat mensen zich niet zonder voorbehoud aan haar onderwerpen. In de achttiende en negentiende eeuw hebben regeringen van de verschillende landen in Europa geprobeerd religieuze instellingen aan zich te onderwerpen. Sinds de jaren zestig heerst er consensus over de merkwaardige gedachte dat religie de heersende verhoudingen ondersteunt en daarom een autoritaire overheid in de kaart speelt. De nog overgebleven katholieke en doopsgezinde schuilkerken getuigen echter van het tegendeel en in China wordt de zelfstandigheid van de rooms-katholieke kerk bestreden op dezelfde gronden als waarop zij in de negentiende eeuw in Pruisen en Oostenrijk werd bestreden: de staat wil zeggenschap over wat burgers geloven. Moderne staten moeten uiteindelijk over de levens van hun burgers kunnen beschikken. Als het nodig is moet hij hen de oorlog in kunnen sturen. En om bereid te zijn zich te willen opofferen, moeten burgers heilig in de staat geloven. Daarom wil de overheid graag zeggenschap hebben over wat religies doen en verkondigen, daarom probeert zij met eigen rituelen en symbolen te beïnvloeden wat mensen ten diepste geloven en daarom is zij geneigd vrije religie per definitie als subversief te beschouwen. In de publieke discussie lijkt deze visie kritiekloos te zijn overgenomen: mensen moeten zich onvoorwaardelijk onderwerpen aan de volkswil zoals deze in de wetgeving tot uitdrukking komt. Vrijheden moeten binnen dit kader passen.

Mirakel In dit licht is het een mirakel dat het recht op godsdienstvrijheid is vastgelegd. Dit betekende een fundamentele breuk met logica van de moderne staat. Het recht op godsdienstvrijheid stelt vast dat de staat niet onvoorwaardelijk zeggenschap heeft over burgers. Ook de democratische staat gaat over niet over wat mensen ten diepste geloven en als heilig beschouwen. En niet de staat, maar gelovigen zelf beslissen over wat zij moeten zeggen en doen om dat heilige te eren – ook ten overstaan van buitenstaanders: het recht om je geloof te verkondigen behoort tot de vrijheid van godsdienst. In principe gaat de staat hier niet over. Natuurlijk moet de overheid optreden wanneer er in naam van een religieuze overtuiging mensenoffers worden gebracht,

Moderne staten willen dat burgers zich voor hen opofferen en daarom moeten zij heilig in de staat geloven of wanneer mensen met een beroep op een God of de afwezigheid ervan wetten niet gehoorzamen. Maar erkenning van het recht op godsdienstvrijheid legt vast dat dit de volgorde is: vrijheid is het uitgangspunt en moet worden beschermd, tenzij dat onmogelijk is.

Revolutionair Wat de discussie over de godsdienstvrijheid uiteindelijk laat zien, is hoe revolutionair het idee van de mensenrechten is. Zij poneren dat de staat of de wil van het volk niet de grondslag van de wet is, de staat of de wil van het volk is niet per definitie absoluut en heilig. Het is de taak van de wet iets te beschermen wat aan haar is voorgegeven, wat om respect vraagt en autoriteit heeft. In dit licht zijn fundamentele levensovertuigingen van mensen van belang als pogingen om deze autoriteit te eren en dit respect vorm te geven. Daarbij botsen ze onderling en hebben zij de neiging zichzelf als absoluut te poneren in plaats van zich in dienst te stellen van het absolute. Dat maakt dat aan concrete vormen van fundamentele levensovertuigingen soms grenzen moeten worden gesteld. Maar tegelijk moeten levensovertuigingen beschermd worden tegen de staat die, uit naam van het volk, hun vrijheid voorwaardelijk wil maken. Ook staten hebben de neiging niets als absoluut te erkennen omdat zij zichzelf als het enige absolute beschouwen. De vrijheid van godsdienst geldt als de moeder van alle vrijheidsrechten. Juist op het terrein van godsdienst en levensovertuiging werd voor het eerst het idee ontwikkeld van de onvervreemdbare menselijke vrijheid tegenover welke instantie dan ook. De huidige discussies tonen wat mij betreft aan dat godsdienstvrijheid het fundamentele vrijheidsrecht blijft. Het recht op godsdienstvrijheid maakt duidelijk hoe fundamenteel - en ongemakkelijk - het vrijheidsidee is dat onder de mensenrechten ligt. De rommelige discussies van dit moment zou aanleiding moeten zijn om dit punt opnieuw helder te maken. ■

Erik Borgman is hoogleraar aan de Universiteit van Tilburg met als leeropdracht ‘theologie van de religie, in het bijzonder het christendom’ .

16 september 2011 | VolZin 15

268260.indd 5

12-9-2011 11:35:14


thema

Artikel 6: afschaffen “Geloof is ook maar een mening” De Grondwet bevat genoeg waarborgen voor de godsdienstvrijheid. Religie behoeft geen aparte juridische status, betogen Thijs Kleinpaste (D66) en Marcel Duyvestijn (PvdA). “Noem mening, godsdienst en levensbeschouwing in een adem.” Door thijs kleinpaste & marcel duyvestijn foto HH

In een interview met dagblad De Pers filosofeerde VVD-Kamerlid Jeanine Hennis-Plasschaert eerder dit jaar openlijk over de overbodigheid van artikel 6 van de Grondwet. De vrijheid van godsdienst is immers in zoveel andere grondwetsartikelen geregeld, vond ze. Het was vloeken in de kerk. Nota bene door haar eigen partij werd ze teruggefloten. Sinds de VVD een liefdesrelatie met de SGP heeft, is een discussie over God en koning daar onmogelijk. Maar de vingerwijzers kwamen niet alleen van de VVD. Debatteren over de rol van God in onze wetgeving doet aan alle kanten haren recht overeind gaan staan. Dat debat is echter wel nodig. Onze wetgeving bevat een grote rijkdom aan souvenirs uit voorbije tijden. Herinneringen uit een eeuw waarin er anders tegen religie en geloof werd aangekeken. Het zou goed zijn met de stofkam door alle wetten te gaan om te kijken wat nodig is en wat naar de geschiedenisboeken kan worden overgebracht. Zoals dat artikel 6 van de Grondwet. Het lijkt simpel de wetten opnieuw onder de loep te nemen. Praktisch en efficiënt. Zo zijn wij Nederlanders, zou je zeggen. Maar wie voorstelt om artikel 6 op te doeken, belandt al gauw in getouwtrek over het belang van gewetensvrijheid en wordt als antireligieus gebrandmerkt. Opiniemakers die voor behoud van artikel 6 van de Grondwet zijn, prolongeren zulke oneigenlijke tegenstellingen, om zichzelf vervolgens gretig in de rol van verdediger van het menselijk geweten te manoeuvreren. Zij wijzen dan op het belang van een gewetensvol en in vrijheid gekozen levenspad, het belang van de vrije samenleving waarin niemand vervolgd wordt om het geloof en op het belang van

Combineer de vrijheid van godsdienst en meningsuiting in één nieuw grondwetsartikel

wederzijdse tolerantie. Gloedvolle woorden die universeel, maar vrijwel altijd ook voorbarig zijn. Want in Nederland bestaat die vrijheid gewoon, ook zonder artikel 6. Artikel 7 van de Grondwet garandeert het recht op vrije meningsuiting en die mening bovendien op schrift, mondeling of op een andere manier te uiten zonder daar vooraf toestemming voor te vragen. Artikel 1 garandeert dat iedere Nederlander niet op arbitraire gronden mag worden gediscrimineerd. Artikel 3 regelt dat iedere Nederlandse ingezetene op gelijke voet in de publieke dienst benoembaar is, en artikel 9 tenslotte regelt de vrijheid van vergadering en betoging. De dagelijkse praktijk is bovendien zo dat de vrijheid van meningsuiting ook symbolen en kleding omvat. Er moeten zwaarwegende redenen zijn om de kledingkeuze van burgers, gelovig of niet, in te perken. Alle kleding valt onder de vrijheid van expressie, ook ‘rare’ of ‘gekke’ kleding. Het boerkaverbod zal daardoor vermoedelijk nog knap ingewikkeld worden.

Waarom expliciet? Welbeschouwd is het met al deze waarborgen dus de vraag waarom de vrijheid van godsdienst expliciet moest worden vastgelegd in de Grondwet. Gezien de geschiedenis van Nederland, de opstand tegen de Spanjaarden om bevrijd te worden van het wereldlijke rooms-katholieke juk, is het misschien logisch dat de vrijheid van godsdienst in Nederland op een voetstuk staat. De hedendaagse relevantie wordt er echter niet mee aangetoond. Dat artikel 6 van de Grondwet overeind blijft, heeft misschien het meest te maken met historische sentimenten en ontzag als het gaat om godsdienst. Dat maakt een grondwettelijke voorkeursbehandeling voor godsdienst echter nog niet terecht. Vanuit een staatkundig perspectief is het op zijn minst merkwaardig om religieuze overtuigingen, boven niet-godsdienstige overtuigingen te plaatsen. Omdat religie een product van de menselijke geest is, is er ook geen reden om het juridisch anders te behandelen dan willekeurig welke andere mening, overtuiging of levensbeschouwing ook. Anders gezegd: geloof is ook (maar) een mening. Dit wordt nog het beste geïllustreerd door de situatie om te draaien. Als godsdienst echt een hogere waarheid is, onweerlegbaar en onontkoombaar – en dus niet afhankelijk van persoonlijke voorkeuren – zou het op zijn minst buitengewoon vreemd zijn om daartegen te rebelleren. Alsof je een auto ‘fiets’ noemt, om

16 VolZin | 16 september 2011

268537.indd 2

12-9-2011 11:35:33


Religie draagt bij aan democratie, aldus rabbijn Raphael Evers en imam K. el Bakkali die vorig jaar samen gingen stemmen.

geen parkeergeld te hoeven betalen. Niemand die dan zegt: “Als jij het een fiets vindt, is dat ook goed, laat die parkeermeter maar links liggen.” Het recht op afvalligheid wordt bovendien een merkwaardige constructie. Je kunt immers niet uit de waarheid of werkelijkheid treden.

Iets te kiezen Het grote idee achter de vrijheid van godsdienst zelf is nu juist dat er iets te kiezen valt. Dat je van je geloof af kunt stappen of tot een andere kerkgemeenschap toe kunt treden. Daarmee geeft de wetgever zelf al aan dat de keuzevrijheid voorop staat en wat ‘waar’ is er in feite niet toe doet, omdat we accepteren dat we het nog niet zo zeker weten. De wetgever zegt daarom: mensen moeten het lekker zelf bedenken. Juist daarom is het vreemd dat de Nederlandse wet onderscheid blijft maken tussen godsdienst en levensbeschouwing enerzijds en de vrijheid van mening en gedachte anderzijds. Zij zijn immers gelijkwaardig. Artikel 9 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) maakt dit onderscheid al veel minder scherp. Daar staan de vrijheid van gedachte, geweten en godsdienst op één lijn. Toch heeft ook dit verdrag een apart artikel voor de vrijheid van meningsuiting, artikel 10. Het praktische bezwaar is evident, zeker nu de Eerste Kamer zich binnenkort buigt over een initiatiefwet van oud-Kamerlid Femke Halsema om de Nederlandse rechter de bevoegdheid te geven te toetsen aan de Grondwet. Daarom is het nu tijd voor een fundamentele herbezinning. Als godsdienst in juridische zin immers anders behandeld blijft worden dan andere levensovertuigingen, ontstaan er situaties waarin sprake is van een ongelijke behandeling tussen mensen met verschillende meningen. Dan mag een trouwambtenaar bijvoorbeeld wel weigeren om homo’s in de echt te verbinden, zolang dat levensbeschouwelijk gemotiveerd is. Een

trouwambtenaar die antikapitalist is, mag echter geen huwelijken weigeren van beursspeculanten – met Das Kapital van Marx als grondslag. Hoewel artikel 6 van de Grondwet als artikel 9 van het EVRM stellen dat de vrijheid geldt behoudens ieders verantwoordelijkheid tegenover de wet, zodat de overheid een instrument heeft voor het bewaken van de publieke veiligheid en zeden, is de situatie nu zo dat mensen die zeggen ‘dit moet ik van God’, meer rechten hebben dan anderen. Verscheidene arresten getuigen daarvan. Dat kan vreemde situaties opleveren, vooral als mensen door slimmigheden onder de wet uit proberen te komen. Het stichten van een kerk is immers doodeenvoudig: een tocht naar de notaris en de Kamer van Koophandel volstaat.

Een nieuwe noemer Om te voorkomen dat rechters in de positie worden gebracht waarin zij een oordeel moeten vellen over wat wel en niet godsdienstig is, is het beter om al die producten van het menselijk brein te vatten onder een nieuwe noemer. Het is overigens op voorhand een onmogelijke opgave is die godsdienstigheid te bepalen, want toon maar eens aan dat God ergens in het ene geval wel, en in het andere geval niet mee te maken heeft. Het is echter een feit dat godsdienstige overtuigingen in de dagelijkse praktijk voor meer bescherming zorgen dan niet-godsdienstige overtuigingen. Een nieuw grondwetsartikel kan de vrijheid van godsdienst en meningsuiting combineren. Noem mening, godsdienst en levensbeschouwing in een adem, zodat de twee niet langer als ongelijke grootheden worden gezien, maar beide gelden als uniek product van het menselijk vernuft. ■ Thijs Kleinpaste en Marcel Duyvestijn, beiden actief is de Amsterdamse politiek, schrijven een boek over godsdienstvrijheid dat in 2012 zal verschijnen. Werktitel: ‘Goddelijke zomer’.

16 september 2011 | VolZin 17

268537.indd 3

12-9-2011 11:35:37


Wibren van der Burg: “De dwingende meerderheidsideologie heeft weinig begrip meer voor mensen die om wat voor reden dan ook afwijken� 18 VolZin | 16 september 2011

268769.indd 2

12-9-2011 11:43:36


thema

Godsdienstvrijheid schrappen?

“Een blamage voor Nederland” Artikel 6 van de Grondwet schrappen? Juridisch zal het weinig uitmaken, want internationale verdragen garanderen de godsdienstvrijheid al. Wel gaat er dan een verkeerd signaal uit naar religieuze minderheden die zich nu al vogelvrij voelen, vindt rechtsfilosoof Wibren van der Burg. door Bert van der kruk foto’s Christiaan krouwels

Wibren van der Burg (52) is een sportief mens. Hij wandelde, fietste en schaatste de Friese Elfstedentocht. Op zijn website moet daarvan het onomstotelijk bewijs nog verschijnen, meldt hij haast verontschuldigend, naast het korte Friestalige gedichtje dat het schaatsen bezingt: reedridend sjongt my it iis. De rechtsfilosoof, verbonden aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam, stelt zich ook in het publieke debat keer op keer sportief op. Hij is vrijzinnig protestant, maar wordt niet moe op te komen voor de rechten van orthodoxe gelovigen die er standpunten op nahouden die hij verafschuwt. Zo kunnen draagsters van een boerka op zijn steun rekenen. “Ik erger me, als burger, kapot aan een boerka. Maar als jurist zeg ik: het is niet onze taak om alle ergernissen van burgers te vertalen in wetgeving.” In zijn schaduwrijke Utrechtse achtertuin beginnen we het gesprek met een onderwerp dat de Tweede Kamer al gepasseerd is: het verbod op onverdoofd slachten. Erik Borgman was daar ronduit van geschrokken. En Van der Burg? “Ik heb mij verbaasd, vooral over de manier waarop er gedebatteerd is. Er is nauwelijks serieus rekening gehouden met feit dat rituele slacht een wezenlijk aspect is van de godsdienstige beleving van een aantal Nederlanders. Het heeft mij verbaasd hoe licht er over de bescherming van de godsdienst is heengestapt. Ik vraag me ook af of het juridisch stand houdt. Ik denk dat het Europese Hof voor de Rechten van de Mens kan constateren dat het verbod op gespannen voet staat met de godsdienstvrijheid. Het rare is: nu moeten gelovigen bewijzen dat er bij rituele slacht geen sprake van onnodig lijden is. Dat is de omgekeerde bewijslast. Terwijl die bewijslast natuurlijk moet liggen bij degenen die het grondrecht inperken. En die zullen echt met heel overtuigende argumenten moeten komen. Die overtuigende ar-

gumentatie heb ik in het Kamerdebat niet gezien. Ik denk dat er te overhaast gestemd is.” Is het een proefballonnetje, om vervolgens ‘grotere’ kwesties aan te kunnen pakken? “Het is symboolwetgeving. De rituele slacht is makkelijk aan te pakken, op het eerste gezicht. Het gaat om minderheden die weinig politieke macht hebben en zich er dus niet tegen kunnen verzetten. Ik zou zeggen: het leed dat dieren bij bio-industrie en gewone slacht wordt aangedaan, is even problematisch – en kwantitatief in ieder geval groter. Maar ja, kiloknallers kun je uit onze supermarkten niet wegdenken, dan vervreemd je te veel kiezers van je.” Behalve uit direct betrokken groeperingen werd er nogal lauw of onverschillig gereageerd uit de rest van de samenleving, alsof niet helemaal helder was wat er op het spel stond. Deelt u die waarneming? “Ja, de reactie past in een breder verschijnsel: een groot deel van de Nederlanders kan zich niet meer verplaatsen in orthodox-religieuze medeburgers. Vergelijk het met het hoofddoekje: dat is volgens veel Nederlanders toch maar een lapje stof dat je af kunt doen. Religie is de laatste jaren vooral bekeken als irrationeel, achterlijk en discriminerend, ook door allerlei schandalen en de voortdurende onderdrukking van vrouwen en homo’s in sommige godsdiensten. Godsdienst past eigenlijk niet meer in onze moderne samenleving. Dus waarom zou je gelovigen tegemoet komen? Ze hebben een eigen keus gemaakt en moeten daarvan de gevolgen ook maar dragen. Wie gaat wintersporten en z’n been breekt, moet dat ook.” Stellen we godsdienst daarmee onderhand gelijk? “Nou, deze parallel is misschien niet eerder getrokken, maar godsdienst wordt wel beschouwd als een puur vrije keus. Je kunt dus zelf kiezen om bepaalde voorschriften wel of niet na te komen. Dat klopt natuurlijk ook grotendeels, maar voor veel orthodoxe gelovigen is godsdienstige overtuiging iets wat zich veel dwingender oplegt. Zij herkennen zich in de aan Luther toegeschreven uitspraak ‘Hier sta ik, ik kan niet anders’. Heel veel Nederlanders kunnen zich niet meer voorstellen dat voor veel gelovigen religie zo wezenlijk kan zijn.”

16 september 2011 | VolZin 19

268769.indd 3

12-9-2011 11:43:40


Rabbijn Evers zei in VolZin dat jongensbesnijdenis het volgende punt zal zijn. Is dat reëel? “Dat daar nu discussie over komt, is duidelijk. In San Francisco is bijvoorbeeld geprobeerd jongensbesnijdenis via een referendum te verbieden.. Sterker nog, volgende maand verdedigt iemand bij mij een proefschrift waarin staat dat jongensbesnijdenis moet worden verboden.” Welk standpunt neemt u in als het over de toekomst van artikel 6 gaat? “Ik zit met een nogal paradoxale houding. Ik ben vrijzinnig protestants en kom de laatste tijd voortdurend op voor allerlei rechten van orthodoxen – moslims en protestanten – met standpunten waarmee ik het faliekant oneens ben en als homo vaak grote moeite heb. Ik ben principieel voor openbaar onderwijs, maar kom op voor de rechten van bijzonder onderwijs. Als burger ben ik daar tegen, maar als jurist zeg ik: grondrechten zijn er juist om dingen te doen waar ik het zelf niet mee eens ben of me kapot aan erger. Ze zijn er om ergerlijk gedrag te beschermen. In die zin ben ik geen typische CDA-verdediger van de vrijheid van godsdienst en dat soort zaken, integendeel. Maar grondrechten zijn wezenlijk, en de vrijheid van godsdienst is een van onze meest wezenlijke grondrechten.” Voorstanders van afschaffing denken daar anders over. “Zij hebben een punt, als het gaat over een aantal achterhaalde gebruiken: het ambtsgebed, de bede in de Troonrede en op de euro, dat soort zaken. Dat zijn overblijfsels uit het verleden die we beter kunnen schrappen. Privileges van vroeger, inmiddels triviaal. Dat geldt niet voor de regelingen, die voor een deel met de vrijheid van godsdienst te maken hebben, waarin godsdienstige groepen anders worden behandeld dan een voetbalvereniging. De overheid heeft

Wibren van der Burg (Harderwijk, 1959) is rechtsfilosoof en ethicus. Hij is sinds 2008 hoogleraar rechtsfilosofie en rechtstheorie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Het centrale thema van zijn onderzoek en onderwijs is de wisselwerking tussen recht, ethiek en samenleving. Daarbij gaat zijn aandacht vooral uit baar de vragen van de cultureel en religieus diverse samenleving. Eerder was hij werkzaam aan de universiteiten in Tilburg (hoogleraar metajuridica) en Utrecht (Centrum voor Bio-ethiek en Gezondheidsrecht). Van 2002 tot 2006 was Van der Burg voorzitter van het landelijk bestuur van de Remonstrantse Broederschap.

immers de plicht niet alleen gelijke gevallen gelijk te behandelen, maar ook ongelijke gevallen ongelijk te behandelen, naar de mate van ongelijkheid. Dat komt al bij Aristoteles vandaan; het is het principe van formele rechtvaardigheid. Dus: als je weet dat iets voor iemand heel wezenlijk is, dan moet je de bereidheid opbrengen om daar rekening mee te houden, om te accommoderen. Die traditie hebben we in Nederland altijd heel sterk gehad. Zo hebben we het in de negentiende eeuw voor doopsgezinden mogelijk gemaakt om geen eed te zweren, we hebben gewetensbezwaren tegen militaire dienst en sociale verzekering gehonoreerd en recent ook tegen het sluiten van huwelijken tussen homoparen. Het rekening houden met de behoeften van sommige groepen gelovigen is geen privilege, maar gewoon de burger serieus nemen. Het is een typisch Nederlandse manier van omgaan met minderheden, maar de bereidheid om op die manier met elkaar om te gaan, lijkt langzaam te verdwijnen.” Omdat geloof ook maar gewoon een mening is? “Dat wordt gezegd, ja, maar dat is dus niet zo. Godsdienst is voor veel gelovigen een diepgewortelde overtuiging, maar ook een identiteit en een praktijk. Daar horen bijvoorbeeld dieet- en kledingvoorschriften bij. We hebben net de ramadan achter de rug; daar doet niemand moeilijk over, want niemand heeft er last van. Bij alcoholgebruik ligt dat al anders; ik ben zelf geheelonthouder maar hoor het ook van mijn moslimstudenten: er is echt sprake van sociale druk om gewoon gezellig mee te drinken. Of varkensvlees, waarom zou je daar zo moeilijk over doen? Er is een soort ongevoeligheid ontstaan. Mensen zien niet meer dat godsdienst voor sommige gelovigen het hele leven bestrijkt.” Waarom zien ze dat niet? “Omdat we in onze samenleving inmiddels te maken hebben met een liberaal-progressieve meerderheidsideologie, een vrij dwingende gelijkheidsideologie: blank, seculier, vrijzinnig. Zeventig procent van de bevolking herkent zich daarin, ook de meeste christenen; zij hebben hun godsdienst geprivatiseerd. De meeste witte Nederlanders, zeker in de stad, hebben nauwelijks persoonlijk contact met mensen die diep gelovig zijn. Ze kunnen zich moeilijk inleven in hun situatie. Dat is trouwens andersom ook zo. De verdedigers van de godsdienstvrijheid zijn op hun beurt vaak niet in staat om de negatieve gevoelens over godsdienst te begrijpen. Als voor jou zelf godsdienst iets heel moois is, dan beschouw je al die seksschandalen in de rooms-katholieke kerk als een toevallig incident. Maar objectief gezien, vanuit het buitenstaandersperspectief, is er toch wel iets meer aan de

20 VolZin | 16 september 2011

268769.indd 4

12-9-2011 11:43:44


hand. Kijk, ik ben in een vrijzinnige minderheid op de Veluwe opgegroeid, ik weet dus ook hoe onderdrukkend godsdienst kan zijn. Alleen al die ervaring is voor mij genoeg geweest om nooit CDA’ er te worden.” Welk probleem los je op met het schrappen van artikel 6? “Ik denk dat je er niks mee oplost. Het opruimen van de relicten die als privileges gelden, kun je ook los van dit grondwetsartikel doen. Schrappen zou juridisch weinig uitmaken, omdat we dan nog altijd de internationale verdragen hebben waarin godsdienstvrijheid is vastgelegd. We hebben dan nog steeds het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens, waar sommigen ook al zo kritisch over zijn. Maar ik denk steeds: prachtig dat we dat hebben, al was het maar voor de Jehovah’s Getuigen, typisch zo’n minderheid waaraan iedereen zich ergert – en nog wel om begrijpelijke redenen ook – maar die in veel Europese landen lastig gevallen worden. Juridisch zou schrappen dus niet veel veranderen, maar ik zie ook niet welk probleem het zou oplossen als het wel effect heeft. Ik ken geen voorbeelden, althans in recente jurisprudentie,waar een beroep op artikel 6 heeft geleid tot onaanvaardbare voorrechten voor gelovigen. Daarnaast gaat van schrappen van het grondwetsartikel volgens mij een volstrekt verkeerd signaal uit richting groepen burgers – orthodoxe protestanten, moslims en joden – die toch al het gevoel hebben dat ze vogelvrij zijn. Het zou bovendien internationaal een absolute blamage voor Nederland zijn, dat het land dat als eerste vrijheid van godsdienst en geweten heeft vastgelegd in een soort constitutie, namelijk bij de Unie van Utrecht in 1579, nu als eerste de godsdienstvrijheid zou afschaffen.” Hoe lang geeft u artikel 6 nog? “Laten we reëel zijn: er is tweederde meerderheid in het parlement nodig om het te schrappen. Mevrouw Hennis-Plasschaert heeft het voorgesteld en nog wat VVD’ers en Paul Cliteur, maar dat zijn minderheden. Politiek gezien zie ik het er dus niet van komen. Maar het draagvlak voor de vrijheid van godsdienst zie je wel kleiner worden. Sowieso is het draagvlak voor het recht om anders te zijn, zoals Femke Halsema het noemde, aan het afnemen. Etnische groepen hebben daarmee te maken, maar ook mensen die een andere taal spreken. Of vrouwen die zwanger worden: ze moeten niet zeuren, ze moeten gewoon mee in de ratrace. Voor homo’s geldt het zelfde: die hebben nou toch hun huwelijk, dus waarom nog aparte cafés en een Gay Pride Parade? De dwingende meerderheidsideologie heeft weinig begrip meer voor mensen die om wat voor reden dan ook afwijken.”■

column

mohammed benzakour

Ogen prikken, landje pikken Een paar kwesties hebben mij afgelopen tijd geïntrigeerd. Eentje betrof de laatste Spaanse El Classico, de Supercup tussen FC Barcelona – Real Madrid. Daar ging ik eens goed voor zitten. Deze prachtpartij leverde niet alleen de trofee op voor de beste ploeg - FC Barcelona, het team dat voetbal tot kunst heeft verheven – de match verzandde bovendien in een typisch Iberisch potje knokken. Een kleine veldslag waarbij op een goed moment de gefrustreerde Real-trainer, José Mourinho, zich solidair betoonde aan zijn zelf opgeleide knokploeg: hij belaagde Barca’s assistent-trainer Tito Vilanova. Dit voorval is breed uitgemeten. Maar mij fascineert vooral de vraag waarom onze godganse media het verkeerd zagen. Iedere journalist, verslaggever, commentator en voetbalanalist repte over ‘prikken in het oog’ – en dat klopt simpelweg niet. Wie rustig de beelden bekijkt, ziet geen oog geprikt worden, neen, Mourinho deelt gewoon een ouderwetse oorvijg uit – zelfs een blinde ziet dat. Net zo dwaas, zeker, maar ‘oogprikken’ is het niet. Een pietluttigheid misschien, maar zoiets kan mij dus dagen wakker houden. Is iedereen blind of zie ik nou zo goed? Het zegt iets over mij, zeker, maar evengoed zegt het iets over de stand van onze hedendaagse journalistiek. Het tweede bericht is van ‘n andere orde, een onopvallend stukje in de economiekatern: ‘Chinees koopt stuk IJsland’ Kan dat? Jawel. Ene Huang Nubo, een steenrijke projectontwikkelaar, heeft zijn oog laten vallen op 300 vierkante kilometer in het noordoosten van de eilandstaat. Zijn plan: een reeks vijfsterrenhotels met toeristische attracties, golfresorts en megafestivals. Zijn doel: centen verdienen aan de Chinese nouveau riche die geteisterd door luchtvervuiling en congestie kan uitpuffen in de frisse leegte vlakbij de poolcirkel. Zo begint alle afbraak. Zo begon het ook in Marrakech en Fez, ooit Marokko’s mooiste steden. Tot de overheid grond en panden begon te verkopen aan buitenlandse investeerders. Intussen zijn de stadsharten goeddeels in handen van puissant rijke Franse en Amerikaanse vastgoedbeleggers die de mythische medina’s vakkundig vernacheld hebben tot lawaaierige pretparken van piepschuim en Coca Cola. Mijn les van 11 september: de dreiging van onze planeet komt niet van terroristen, maar van mannen met dikke bankrekeningen.

16 september 2011 | VolZin 21

268769.indd 5

12-9-2011 11:43:50

Profile for VolZin

Godsdienstvrijheid: hoe lang nog?  

Themanummer over artikel zes van de grondwet over godsdienstvrijheid

Godsdienstvrijheid: hoe lang nog?  

Themanummer over artikel zes van de grondwet over godsdienstvrijheid

Profile for volzin
Advertisement