Aap-noot-mies van geloofstaal

Page 1

Achtergrond

Wie begrijpt nog het christelijke aap-noot-mies?

‘Geloofstaal roept weerstand op’ “Ik moet steeds weer beseffen hoe buitenaards mijn geloofstaal klinkt”, zegt predikante Janneke Nijboer. Moet het geloof hertaald worden? Of is dat een knieval voor een cultuur van oppervlakkigheid . “Taal die je niet in één keer begrijpt, daagt juist uit”, vindt bijbelvertaler Pieter Oussoren. Hoe bereik je een klas middelbare scholieren anno 2012? door EVERT TE WINKEL BEELD PANKRA

Op een nacht hoort de profeet Samuël een stem: “Samuël, Samuël.” Aanvankelijk slaat de profeet er geen acht op. Tot driemaal toe wordt hij geroepen. En dan, plotseling beseft hij dat het God is die hem roept. “Spreek Heer, uw dienaar luistert”, is zijn antwoord.

Is dit bijbelse verhaal niet typerend voor het geloofsverstaan van vandaag? De jongere generaties vangen hier en daar nog wel eens een woord op, maar begrijpen ze ook wat die christelijke woorden en verhalen eigenlijk betekenen? Of spreken gelovigen

Moet het aap-noot-mies van geloof opnieuw worden uitgevonden?

14 VolZin | 31 augustus 2012

VOL017_14_evert geloofstaal.indd 14

27-08-12 08:53


geheimtaal? Het christendom staat bekend als een godsdienst van het woord. Maar moet het aap-nootmies van geloof niet opnieuw worden uitgevonden?

Buitenaards Dat jongeren van nu de taal van de kerk en de taal van het geloof niet altijd meer verstaan, ondervond PKNpredikant Janneke Nijboer. “De meeste leerlingen begrijpen helemaal niet waar ik het over heb als ik iets vertel over mijn geloof in iets dat buiten mij is.” PKNpredikant Janneke Nijboer was stomverbaasd toen zij eens op een Iederwijsschool mocht vertellen over haar beroep van dominee en haar passie als gelovige. “Bij leerlingen van een Iederwijsschool verwachtte ik nog wat meer antenne voor geloof. Op zo’n school is er nog aandacht voor een diepere, intuïtieve laag. Maar ik merkte daar helaas niets van.” Nijboer begon daarom maar te vertellen over haar persoonlijke geloofsverhaal. “Deze leerlingen begrepen helemaal niet wat het is om je afhankelijk te weten van iets anders dan jezelf. Dat is voor mij weer onbegrijpelijk.” Het was een echte eyeopener voor de predikant, toentertijd werkzaam in Breda en het vormde de aanleiding voor een blog. “Ik moet steeds weer beseffen hoe buitenaards mijn geloofstaal klinkt”, schrijft Nijboer daarin. Sinds die tijd probeert zij in een helderder taal te spreken over geloof, in een taal die ook begrijpelijk is voor moderne jongeren. “Niet alleen ik merkte dat geloven in iets buiten jezelf volkomen vreemd voor hen is. Een aantal dames die iets kwamen vertellen over de bahai slaagden er evenmin in goed uit te leggen waar zij nu precies in geloven.” Nijboer heeft sindsdien veel meer begrip voor mensen die niet zoveel kunnen met God en Jezus.

Weinig verwondering “Jongeren stellen de bestaansvragen bijna niet meer”, zegt Marieke Brouwer. Ze herkent zich in de ervaring van Janneke Nijboer. Brouwer is luthers predikant in Amsterdam en promoveerde eind 2010 op een onderzoek naar geloofstaal. “Zelfs bij psychologiestudenten zie ik verbazend weinig verwondering over bijvoorbeeld onze sterfelijkheid, het feit dat je er nu bent, maar straks niet meer. Het is verbijsterend hoe weinig mensen zich afvragen hoe dat kan.” De huidige cultuur is daar volgens Brouwer sterk debet aan. “Mensen zijn bezig met compleet andere dingen, zoals televisie en internet, waardoor zij nooit een leeg moment hebben. Ze worden verhinderd om tot zichzelf te komen, de cultuur en de techniek helpen hen de grote vragen te ontlopen.” In de kerk leren mensen tenminste nog om bewust te zijn van bestaansvragen, zegt Brouwer.

Janneke Nijboer: “Geloof staat niet tegenover de wereld.” (foto Dick Hogewoning)

Niet onderschatten Bijbelvertaler Pieter Oussoren kijk toch net wat anders aan tegen het vraagstuk van de verstaanbaarheid van het geloof. “Je moet de jeugd van tegenwoordig niet onderschatten. Ieder mens is sterfelijk, ieder mens staat aan de afgrond van zijn eigen dood. Daar houden mensen zich wel degelijk mee bezig.” De metabetekenis van het leven, noemt hij dat. Oussoren, vooral bekend van zijn hoekige vertaling van de (Naardense) Bijbel: “De jongeren van nu zijn een gemengd gezelschap. We denken soms dat de dichterlijke taal van de Bijbel niet meer kan. Maar kijk naar rappers: Zij verkennen op een poëtische manier de grenzen van de taal, rappen zelfs in het Russisch, en het wordt allemaal geaccepteerd. Het is niet gauw te gek als het uit onverdachte mond komt.” Het probleem volgens Oussoren is niet dat jongeren de taal niet meer begrijpen of dat deze hen tegenstaat, waardoor zij weg zouden blijven, maar dat de kerk een slecht imago heeft. “De oplossing daarvoor is niet om de archaïsmen uit de taal te schrappen.”

‘Dat weten we nu wel’ “De taal van de kerk roept weerstand op”, houdt Marieke Brouwer vol. “Mensen hebben bijvoorbeeld slechte ervaringen met het woord God, dan gebruik ik liever ‘het Goddelijke’, een term die meer ruimte biedt. Je kunt nog wel over genade, verlossing en

‘Onderschat jongeren niet. Het probleem is niet de taal maar het imago van de kerk’ 31 augustus 2012 | VolZin 15

VOL017_14_evert geloofstaal.indd 15

27-08-12 08:54


Zestig alternatieven voor het woord ‘God’ De grondwoorden van het christelijk geloof vertalen is een lastige klus. Neem alleen al het woord voor God, misschien wel hét grondwoord binnen het geloof. Sommigen schieten volgens Marieke Brouwer bij het woord God al in de kramp doordat zij slechte ervaringen hebben met deze term. In haar proefschrift Talen naar God verzamelde Brouwer meer dan zestig verschillende alternatieven voor het woord God, waaronder Mysterie, de Onuitsprekelijke, Overlopende Bron, Diepste Zelf, Tederheid, Het Stroomt, Dat wat er is, Goddelijke Vonk en Alles. Opvallend is ook de benaming ‘Of hoe je het ook maar wilt noemen’. Voor het gevoel ‘opgenomen te zijn in een eeuwig geheel’ gebruikt Marieke Brouwer de term De Ene. “Deze term is minder specifiek,” vindt Brouwer. “Deze kan je ook mystiek opvatten, zoals: ‘Het Ene waarin wij leven en sterven’, en ‘De Eenheid van Alles’. Ook Pieter Oussoren maakt gebruik van het woord De Ene. “Dat is niet om te zeggen dat alles maar God is. Integendeel. Er zijn vele geestelijke machten en vele goden, God zit in de kring der goden. Maar God is de Ene, de Unieke.” De keuze om de letters JHWH, door joodse gelovigen vaak ver-

vangen door Adonai (Heer), te vertalen met Ene is een bewuste vertaalkeuze. De term stamt uit Deuteronomium 6,4: “Hoor, Israël!- de Ene is onze God, de Ene alleen!” Oussoren zou het lastig vinden een andere term te vinden die ook voldoende accuraat is: “De Eeuwige zou een optie kunnen zijn, maar dat is wel echt een filosofische term uit de negentiende eeuw. God lijkt daarmee buiten de tijd te staan, maar God grijpt juist in de tijd in en staat niet overal onbewogen boven.” Een ander woord voor God dat Pieter Oussoren overwoog is Barmhartige. “Maar God kan ook hard zijn, mensen raken in de war als zij Gods naam niet terug zien in de daden.” Het voorbeeld van de Godsnaam laat zien dat iedere vertaalkeuze ook een theologische keuze is. Nieuwe woorden vinden om de oude woorden als zonde, schuld en verlossing te vervangen vergt ook theologische doordenking. Het woord zonde vervangen door ‘je doel missen’, zonder het doen van onzuivere daden mee te nemen, versmalt bijvoorbeeld het begrip, terwijl zonde meer is dan alleen het doen van onzuivere daden.

schuld praten. Alleen heb je nieuwe woorden nodig die de kern verhelderen. Dat doen de woorden zelf niet meer.” Volgens Pieter Oussoren is de taal van de kerk juist niet vreemd genoeg. “De woorden zijn sleets geworden. Mensen in de kerk hebben vaak een houding van: ‘Dat weten we nu wel’. Kijk naar de schriftlezing in de PKN. Dat is niet meer dan een saai opstapje naar de preek. Er wordt slordig gelezen. Alsof de dienst pas bij de preek boeiend mag worden.” Volgens Oussoren daagt taal die niet gemakkelijk in één keer te begrijpen is uit. Dan wil je de boodschap vatten. “De bedoeling van mijn bijbelvertaling is dat het een vertaling is die prikkelt. Een student vroeg mij eens nadat was voorgelezen uit de Naardense Bijbel: ‘Boeiend, maar staat dat echt in de Bijbel?’” “De taal van de kerk en de taal van de Bijbel zijn niet de taal van de wereld, niet de taal van onze huidige tijd. En zo hoort het ook. Geloofstaal is bedoeld om te ontregelen, om ons gezamenlijk op het verkeerde been te zetten.” De taal populair maken, is volgens Oussoren dan ook geen oplossing. “De gemeente is zelf de verkondiging.

De geloofsgemeenschap moet open staan voor anderen. Daar moet je over nadenken. Hoe presenteer je jezelf als een aansprekende gemeente. In sommige kerken hangt zo’n muffe en stoffige geur dat mensen alleen al daarom wegblijven.” Ook Janneke Nijboer had soms wel een tegen-intuïtieve ervaringen als het om gelooftaal gaat: “Ik deed mee aan een project met pabostudenten, waarbij ik hen uitnodigde om een keer in de kerk te komen. Ik vroeg mij af of het wel verstandig was een psalm

Pieter Oussoren: “Ik zeg tegen leerlingen: ‘Volg niet de smoezen van je ouders. Verzin zelf wat je doet met God.’” (foto Christiaan Krouwels)

16 VolZin | 31 augustus 2012

VOL017_14_evert geloofstaal.indd 16

27-08-12 08:54


over zondaars te zingen. Het lied leverde inderdaad kromme tenen op. Maar bij de vaste kerkgangers, welteverstaan. Niet bij de pabostudenten. Die vonden de dienst leuk en de mensen aardig. Soms zien wij als kerkgangers problemen die buitenkerkelijken helemaal niet hebben.” De onkerkelijke studenten dragen volgens de predikante niet de bagage mee die de kerkelijken wel meedragen. “Er is in het verleden een te massieve geloofstaal gesproken. Teveel over zonde. Predikanten zijn te weinig in gesprek gegaan, het geloof was te weinig een zoektocht. Je moet de mensen net zo goed kennen als je Bijbel.”

Overbruggend “Wij moeten overbruggend zijn”, vindt Oussoren. “Mensen gaan bij een kerk weg waar zij ‘blij gedoe’ tegenkomen. Ontmoeten zij blijdschap, dan blijven ze.” Predikanten moeten daarbij niet teveel aandacht op zichzelf vestigen. “Een reden dat ik zelf stukken van de Bijbel ging vertalen, was omdat ik predikanten zo vaak tijdens een preek hoorde zeggen: ‘Er staat hier dit, maar eigenlijk betekent het wat anders.’ Dat is een rare boodschap, blijkbaar staat er iets anders in de bijbel dan er staat. Ik begrijp het wel, zo’n dominee wil ook laten zien dat hij niet van de straat is.” Ook Nijboer ziet wel wat in ‘overbruggend’ zijn: “In de taal moet je ruimte én verbinding zoeken. Maar een kerk moet zeker ook ruimte bieden. Als het christelijk geloof iets te bieden heeft, dan is dat wel bevrijding.” Maar streep je eigen opvattingen, je eigen originaliteit niet weg, benadrukt Oussoren. “Een boodschap die met overtuiging gebracht wordt, is van deze tijd. Ook als de boodschap verouderd lijkt.” ‘Overtuiging’ klink Brouwer wat betweterig in de oren, maar, inderdaad, de boodschap hoeft niet wezenlijk te veranderen: “Vragen over liefde, dood, tijdelijkheid en goed leven zijn blijvend. Maar hoe spreek je daarover? Mensen hebben het idee gekregen dat ze alles letterlijk moeten nemen. God wordt zo een persoon die van alles wil. Maar de echte boodschap over goedheid, liefde, dood en tijdelijkheid is verpakt in metaforen. Je kunt alleen in beelden over het goddelijke spreken.”

Smoezen van je ouder Grote vraag is hoe je dat precies aanpakt. Stel je moet voor een klas middelbare scholieren anno 2012 uitleg-

‘Er is in het verleden een te massieve taal gesproken. Teveel over zonde’

Marieke Brouwer: “Verbazingwekkend hoe weinig mensen zich dingen afvragen.” (foto Martine Sprangers)

gen wat je gelooft. Wat zeg je dan? Brouwer: “Goh, een moeilijke vraag. Ik zou een voorbeeld geven over hoe je het leven kan leven. ‘Wat is voor jullie belangrijk?’ vraag ik dan. Vaak noemen kinderen dan liefde. Met zo’n huis, tuin en keukenbegrip kan je terug naar de traditie en de woorden van de traditie opnieuw van betekenis voorzien.” Oussoren denkt even na: “‘Wie komt er weleens in een kerk of moskee?’ Als ik wat op school vertel over mijn werk en mijn geloof dan stel ik als eerste die vraag”, antwoordt Oussoren. “Meestal zijn het er weinig. Leerlingen die wel naar de kerk of de moskee gaan beschouw ik als bondgenoten. Anderen hebben vaak de negatieve oordelen van de ouders overgenomen”, constateert hij treurig. “Sommige ouders van die leerlingen heb ik zelf nog op catechisatie gehad. Tegen hun kinderen zeg ik dan: ‘Volg niet de smoezen van je ouders. Verzin zelf wat je doet met God, het liefst samen met anderen’.” Janneke Nijboer: “Ik probeer geloof en wereld met elkaar te verbinden en niet de confrontatie met de wereld aan te gaan. Ik leg uit dat ik het geloof beschouw als stapstenen. Je moet op weg gaan, het geloof volgt wel. Ik probeer het gesprek aan te gaan. Het einde van het evangelie van Johannes vind ik prachtig: Het eindigt met een open graf. We mogen het gesprek op gang houden.” ■

31 augustus 2012 | VolZin 17

VOL017_14_evert geloofstaal.indd 17

27-08-12 08:54