Page 1

SELF SERVICE URBANISM Onderzoek naar het Braziliaanse participatief model voor stedelijke ontwikkeling

H ET S TAT U U T VA N D E S TA D


COLOFON Self Service Urbanism Initiatief Paola Huijding - Volpi Urabane bv Teksten Paola Huijding Eindredactie Genootschap Onze Taal Grafische vormgeving Volpi Urbane Partners in Brazilië Ministério das Cidades Senado Federal Prefeitura Santos Ambienta UniSantos IPEA AEAS

Ministerie van de Steden Senaat Gemeente Santos Niet-gouvernementele organisatie Universiteit Onderzoeksinstituut van de overheid Bond van de architecten van Santos

Dit onderzoek wordt mede mogelijk gemaakt door:

© 2013 Volpi Urbane bv

Volpi Urbane bv Postbus 32032 2303 DA Leiden hello@volpiurbane.com www.volpiurbane.com KvK / Trade Registry 58442499 BTW / VAT NL853041477B01 ING bank L53 INGB 007 2151 87

Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand en/of openbaar gemaakt in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen of op enige andere manier zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de onderzoekers. Alle beelden en illustraties zijn van de auteurs tenzij anders vermeld. De auteurs hebben hun uiterste best gedaan de bronnen van extern materiaal zo goed mogelijk te vermelden. Self Service Urbanism is een handelsmerk van Volpi Urbane bv


INHOUDSOPGAVE

VOORWOORD

04

INLEIDING

05

HET STATUUT VAN DE STAD het ontstaan het proces van totstandkoming wetgeving instrumenten in de praktijk

08 09 11 13

LITERATUUR- EN INTERVIEWLIJST

21

3


VOORWOORD Selfservice Urbanism is een internationaal multidisciplinair onderzoeksprogramma, met teams in Brazilië en Nederland, die gezamenlijk onderzoek doen naar een evenwicht van bottum-up participatie en top-downplanning. In de overtuiging dat hierdoor nieuwe ontwerpopgaven ontstaan in de stedenbouw en architectuur, onderzoekt ze Braziliaanse participatieve wetgeving en praktijkvoorbeelden als ‘best practice’ van participatie. Top-downplanning en de opkomende bottom-up initiatieven kunnen elkaar versterken. Daarvoor is er in Nederland een nieuwe ontwikkelingstrategie gewenst waarin beide in balans zijn. De strategie is gebaseerd op het Braziliaanse Statuut van de Stad, een participatieve wetgeving met planningtools die ingezet kunnen worden bij duurzame stedelijke ontwikkeling. Na bezoek aan verschillende Braziliaanse steden, zoals Santos, Rio de Janeiro en Brasília, is de werking van dit participatiemodel onderzocht. De verkregen kennis wordt in deze brochure samengevat.

ONDERZOEKER Paola Huijding is in 1990 afgestudeerd als architect en stedenbouwkundige

aan de Universidade Federal do Rio Grande do Sul te Porto Alegre in Brazilië. In 2001 behaalde ze haar Nederlandse architectentitel. Sinds 1993 is zij werkzaam in Nederland van waaruit ze ook aan projecten in Duitsland en België werkt. In de afgelopen jaren werkte ze als projectarchitect van Michael Wilford, als senior projectarchitect van Sjoerd Soeters en samen met René Daniëls, voormalige stadsarchitect van Antwerpen. Aan het begin van haar carrière was ze voornamelijk als architect werkzaam. In de loop der jaren richtte ze zich steeds meer op stedenbouw vanwege haar fascinatie voor de veranderingen in stedelijke weefsels en de holistische benadering die stedenbouwkundige vraagstukken eisen. Paola weet dat stedelijke ontwikkeling bij de gratie van vertrouwen bestaat en dat het ontwerpen aan de leefomgeving invloed heeft op de manier waarop mensen deze omgeving beleven en dus op de wijze waarop mensen een rol spelen in hun stad. Ze is er sterk van overtuigd dat de manier waarop mensen zich in de bebouwde omgeving gedragen, ervoor zorgt dat een plek haar identiteit aanneemt.

4


INLEIDING Steden zijn de plek waar de mensheid haar zoektocht naar de verhouding tussen politiek en samenleving begon. Met het ontstaan van de eerste steden deed ook het denken over de maatschappij zijn intrede. De moderne maatschappij en ons sociopolitieke systeem zijn te herleiden tot de Griekse stad (polis). Intussen zijn steden onze bestemming geworden. Meer dan de helft van de wereldbevolking woont op dit moment in steden; in de ontwikkelde wereld is dit percentage hoger dan 78%, in Nederland bijvoorbeeld 90% (2010)1 en in Brazilië 84% (2012)2 . Door de groei van de bevolking hebben steden zich vanuit simpele en spontane maatschappelijke en economische behoeften ontwikkeld tot een complex systeem. Een systeem dat gebaseerd is op het proces van verstedelijking: een ontwikkeling die wellicht niet bij de aangeboren aard van mensen hoort, maar die wel bepaalt hoe we wonen, werken, recreëren en met elkaar omgaan.

1- TNO – Stedelijke Ontwikkeling – drs M.A.J. Linde (2010)

2- IBGE – Instituto Brasileiro de Geografia e Estatística - volkstelling 2012 3- Dr. Barber, B.R. – If mayors ruled the World (2013)

Steden kunnen als broedplaats van democratie werken: daarom is een goede balans in de relatie tussen overheid en burgers belangrijk, zowel voor stedelijke als voor economische en maatschappelijke ontwikkelingen. Vandaar dat het essentieel is om de stad zelf als uitgangspunt te nemen bij de aanpak van diverse maatschappelijke vraagstukken. Selfservice Urbanism is ervan overtuigd dat de kracht hiervoor ligt in de samenwerking van verschillende groepen en belangen in de stad. Top-downplanning en de opkomende bottom-upinitiatieven kunnen elkaar versterken. Via culturele en zakelijke netwerken worden veel vraagstukken op informele wijze opgelost. Met ondersteuning zouden deze bestaande netwerken ook kunnen worden ingezet voor formele oplossingen. Hiervoor is een systeem nodig dat zowel aan de staat als aan de burger rechten en plichten toekent die zelforganisatie stimuleren3. Niet alleen door middel van een vast instrumentarium maar ook door subtiele vormen van bijsturing; door flexibel gebruik te maken van dit instrumentarium om regels toe te voegen aan of juist weg te nemen van de bestaande set van wetten. Internationale uitwisseling werkt inspirerend en bevordert reflectie en daarmee mogelijk verandering. Nederland kan veel voordeel halen uit kennis en ervaring die elders is opgedaan op het gebied van participatieve stedelijke ontwikkeling. Een participatief proces houdt in dat in een vroeg stadium burgers, bedrijven en andere organisaties erbij betrokken worden voor het inbrengen van eigen belangen en voor kennisuitwisseling.

grafiek: Worldwatch Institute gegevens: UNDP, 2012

Brazilië is hiervoor een uitstekende inspiratiebron. Na een lang participatief proces heeft dit land zijn stedelijke ontwikkelingsstrategie juridisch vastgelegd. In dit systeem wordt de rechtszekerheid van (burger)participatie in het Statuut van de Stad juridisch gewaarborgd. Deze brochure licht toe waarom het statuut is ontstaan, hoe het tot stand is gekomen, wat de juridische aspecten van het planningsmodel zijn en hoe het in de praktijk wordt toegepast. Kortom: 1. Ontstaan 2. Proces 3. Wetgeving 4. Praktijkvoorbeelden

5


HET STATUUT VAN DE STAD DE OVERHEID NEEMT EEN ANDERE HOUDING AAN EN WERKT AAN EEN NIEUW SYSTEEM.

6


MET EEN PROACTIEVE HOUDING ZORGT DE OVERHEID ERVOOR DAT BURGERS CONDITIES KRIJGEN VOOR ZELFORGANISATIE.

7


HET ONTSTAAN VAN HET STATUUT VAN DE STAD De noodzaak van deze wetgeving komt voort uit de significante migratiestroom van het platteland naar de steden. Aan het begin van de twintigste eeuw zijn de veranderingen in de Braziliaanse steden mede bepaald door de ontwikkelingen in de industriële sector. Halverwege de eeuw was het aanbod aan arbeidsplaatsen in de steden sterk toegenomen. Door deze toenemende magneetwerking van stedelijke regio’s trokken tussen 1940 en 1980 circa 80 miljoen mensen richting de steden op zoek naar werk. Door het gebrek aan infrastructuur en aan kaders voor stadsontwikkeling hebben deze nieuwe inwoners zich op eigen initiatief gevestigd in voorzieningsloze niemandslanden. Hierbij moesten maatregelen worden genomen om ervoor te zorgen dat deze nieuwkomers recht konden krijgen op betere woon- en leefomstandigheden, onder andere mobiliteit en infrastructuur. De verhouding tussen overheid en burgers heeft in Brazilië een bepalende rol gehad in het ontstaan van de wetgeving voor stedelijke ontwikkeling. Onder druk van volksbewegingen heeft de overheid zich ten doel gesteld het onderwerp ruimtelijke ordening in de grondwet op te nemen. Na twintig jaar van militair dictatoriaal bewind hebben de politici zich voorgenomen om ‘het’ antwoord op ‘de’ maatschappelijke vraagstukken niet eenzijdig te willen geven. Dit niet alleen vanwege politieke overwegingen ten behoeve van de democratisering van het land, maar vooral omdat ze erin geloofden dat de kennis die aanwezig was in de maatschappij positief kon bijdragen aan de opstelling van richtlijnen. Zij waren er ook van overtuigd dat de uitwisseling van kennis tussen de verschillende belanghebbenden een impuls aan het proces kon geven. Een impuls die in de jaren tachtig nodig was omdat het land in een zware economische crisis verkeerde en deze samenwerking kon economische groei stimuleren. De overheid heeft geholpen met het vormen van coalities en heeft partijen bij elkaar gebracht. Dit proces vergrote het blikveld in stedelijke ontwikkeling zodanig dat het aantrekkelijk werd voor stille reserves van de private sector om in de stad te investeren. In 1988 werd voor het eerst in de geschiedenis van het land het onderwerp ruimtelijke ordening opgenomen in de federatieve grondwet. Het waren destijds slechts drie artikelen die, de richtlijnen bepaalden voor een gereguleerde stedelijke ontwikkeling. Naar aanleiding van deze eerste stap en als resultaat van een ruim twaalf jaar durend proces werd op 10 juli 2001 de nieuwe wet, nr. 10.257, het Statuut van de Stad, unaniem goedgekeurd door het Huis van Afgevaardigden en de Senaat. Het Statuut van de Stad is een wet die door middel van participatie tot stand is gebracht. De instrumenten van de wet richten zich op twee hoofddoelen: het recht van burgers om invloed te kunnen uitoefenen op de totstandkoming van stedelijke planning en het recht op eigendom in de sociale woningbouwsector.

4- In de periode tussen 1940 en 1980 groeide de bevolking van Brazilië van 41 naar 121 miljoen inwoners. Tegenwoordig wonen er ruim 193 miljoen mensen in het land. 5- Dictatuurregime in Brazilië: 1964-1984 6- De jaren tachtig worden in Brazilië het verloren decennium genoemd (Década Perdida). Dit vanwege de economische stagnatie en de vermindering van het bnp.

8


HET PROCES VAN TOTSTANDKOMING Dat stedelijke ontwikkeling in Brazilië pas aan het eind van de jaren tachtig geïnstitutionaliseerd is, wil niet zeggen dat er vóór deze periode niets geïnitieerd werd om stedelijke planning te bevorderen. Integendeel. In 1963, het jaar vóór de militaire coup, heeft in de stad Petrópolis in deelstaat Rio de Janeiro een seminar plaatsgevonden onder begeleiding van het Instituut van de Braziliaanse Architecten (IAB). Het seminar ging over stedelijke hervorming en het regulariseren van sociale woningbouw. Het resultaat hiervan was een document met gedetailleerde instrumenten, dat als basis kon dienen voor de wetgeving over stedelijke ontwikkeling. Vanwege het dictatoriale bewind tussen 1964 en 1984 kwam dit document in een la terecht. Pas twintig jaar later, in 1983, werd dit document door het overheidsorgaan dat verantwoordelijk is voor wetsuitvoering (Executivo), ingediend bij het federatieve overheidsorgaan dat wetgeving opstelt (Legislativo). Op dat moment was het tijdperk van het dictatoriale regime bijna aan zijn einde, maar de conservatieve ondernemers, bang voor socialisme en zelfs communisme, verzetten zich tegen ieder voorstel richting de democratisering van het land en protesteerden fel tegen dit initiatief. Naar aanleiding hiervan werd het voorstel niet in stemming gebracht bij het Huis van Afgevaardigden en de Senaat.

nieuwe ontwikkelingen

Intussen bleven de steden op ongecoördineerde wijze groeien. Betaalbare woningbouw, openbaar vervoer en infrastructuur waren urgente kwesties geworden. Door het gebrek aan voldoende sociale woningbouw en door de slechte leefomstandigheden in de arme wijken ontstonden in de jaren zeventig en tachtig georganiseerde volksgroeperingen die bekendstonden als Sociopolitieke en Stedelijke Bewegingen.7 Door de samenwerking van vertegenwoordigers van volksbewegingen en professionals werd het Nationaal Forum voor Stedelijke Hervorming8 opgericht. Dit forum diende een petitie met 130.000 handtekeningen in bij de federatieve overheid om stedelijke planning op te nemen in de grondwet. Als gevolg van deze petitie, en op basis van het document uit 1963, werden in 1988 zestien verschillende wetsvoorstellen voor stedelijke ontwikkeling opgesteld, waaronder dat van senator Pompeu de Souza (1914-1991), dat bijna unanieme steun kreeg van de verschillende politieke partijen. Ondanks aanhoudend bezwaar van de conservatieve klasse werden naar aanleiding van zijn voorstel drie artikelen in de grondwet opgenomen: een artikel voor stedelijk recht (artikel 24,I) en twee voor stedelijke politiek (artikelen 182 en 183). Voor deze tijd kwam het woord urbana (‘stedelijk’) in de grondwet enkel voor in het artikel over belastingheffing op onroerende zaken.9 Na de dood van senator Pompeu de Souza in 1991 pakte het toenmalige lid van het Huis van Afgevaardigden Inácio Arruda10 het proces op voor de uitwerking van het wetsvoorstel dat uiteindelijk het Statuut van de Stad is geworden. In 1999 diende hij het definitieve wetsvoorstel in. Deze wet werd in 2001 unaniem goedgekeurd door het Huis van Afgevaardigden en door de Senaat. Dit was een mijlpaal in het proces van democratisering van het land. Hoe is het proces verlopen in de ruim twaalf jaar vanaf 1988, toen de drie artikelen in de grondwet werden opgenomen, tot aan de goedkeuring van de volledige wet in 2001?

7- Movimentos Socias Urbanos.

Als basis voor het Statuut van de Stad diende burgerinitiatief uit 1963. Inhoudelijk hebben onafhankelijke professionals eraan bijgedragen en in de jaren tachtig hebben volksbewegingen het bij de politiek geagendeerd. De overheid heeft de uitwerking van het definitieve wetsvoorstel door middel van een participatief proces geleid. Al in een vroeg stadium zijn burgers, bedrijven en andere organisaties erbij betrokken.

9- Vergelijkbaar in Nederland is de WOZ (Wet waardering onroerende zaken), geïntroduceerd in 1994.

Tijdens het definitief opstellen van het Statuut van de Stad hebben vertegenwoordigers met verschillende maatschappelijke belangen bijdragen geleverd: bewoners- en burgerinstanties, beroepsverenigingen (architecten, stedenbouwers, geografen, ingenieurs van diverse disciplines, agronomen), juristen, vakbonden, maatschappelijke en sociale instanties, opleidings- en onderzoeksinstituten, de kerk, progressieve parlementariërs, gemeenten en dienstverleningsorganisaties.

8- FNRU – Fundo Nacional de Reforma Urbana.

10- Dhr. Inácio Arruda is sinds 2006 senator en heeft in november 2012 een interview aan Selfservice Urbanism gegeven over het proces van totstandkoming van het Statuut van de Stad. 11- Conselho Nacional de Desenvolvimento Urbano – CNDU. 12- Ministério das Cidades. 13- Conselho das Cidades.

9


Met deze werkwijze wilde de overheid een regeling bewerkstelligen ten behoeve van een democratisch en duurzaam stedelijk systeem. Vanwege de wijze waarop die regeling tot stand is gebracht, konden ook de conservatieve ondernemers eraan bijdragen, en uiteindelijk hebben zij de voordelen van vele instrumenten ingezien.

Het Statuut van de Stad is erkend door de VN en de Wereldbank en is op de UN Habitat II -conferentie in 1996 erkend als een van de veertig beste initiatieven ter wereld, dat onder andere door middel van participatieve budgettering de communicatie over en weer tussen overheid en burger stimuleert.

publicatie gabinete senador Inácio Arruda

afbeeldingen: Ministério das Cidades

10

Naar aanleiding van deze wet is in 2001 de Nationale Commissie voor Stedelijke Ontwikkeling11 opgericht, in 2003 het Ministerie van de Steden12 en in 2004 de Stedenraad.13 Alle drie hebben ze tot doel het participatieve karakter van het Statuut van de Stad te beschermen, zowel bij de opstelling van instrumentaria als bij de ondersteuning van gemeenten en burgers bij de implementatie van de nieuwe wetgeving. Tot 2001 vielen stedelijke kwesties onder de verantwoordelijkheid van het Ministerie van Infrastructuur, dat in 1990 was ontstaan uit de samenvoeging van drie andere ministeries (Mijnen en Energie, Communicatie en Transport). “Het Statuut van de Stad: een betere stad begint bij ieder van ons” Ter gelegenheid van het tienjarig bestaan van de wetgeving lanceerde de overheid in oktober 2011 en maart 2012 een campagne om burgers extra attent te maken op de mogelijkheden van participatie binnen hun gemeenten. Tevens werden de bereikte resultaten van de wet geëvalueerd, op internationaal, landelijk en gemeentelijk niveau.


WETGEVING -WET NR. 10.257 Het Statuut van de Stad wordt conform de decentrale politieke structuur van BraziliĂŤ toegepast, zowel wat de inhoud betreft als de wijze van implementatie en uitvoering daarvan. Het bevat instrumenten voor stedelijke planning en milieu, stedelijk bestuur (politiek, fiscaal en juridisch), (burger)participatie, participatieve budgettering en samenwerking tussen de publieke en de private sector. Het Statuut van de Stad, dat door de federatieve overheid als wet vastgelegd is, bepaalt de richtlijnen en draagt instrumenten aan. Gemeenten in het hele land kunnen ieder op basis van deze wetgeving hun eigen statuut van de stad maken. De reden hiervoor is dat de federatieve overheid en de bestuurders op gemeentelijk niveau zich ervan bewust zijn dat iedere gemeente haar eigen problematiek en behoeften heeft ten aanzien van stedelijke ontwikkeling, evenals haar eigen verantwoordelijkheid hiervoor. Een gemeente mag dus op basis van de staatsrichtlijnen en de staatsinstrumenten haar eigen ontwikkelingsstrategie door middel van ruimtelijkeordeningswetten vaststellen, zolang deze niet in strijd is met de oorspronkelijke wetgeving.

afbeelding: MinistĂŠrio das Cidades

De structuur van de wet: Het Statuut van de Stad bestaat uit vijf hoofdstukken: I- II- III- IV- V-

Algemene richtlijnen Instrumenten voor stedelijk beleid Bestemmingsplannen Democratisch bestuur van de stad Algemene bepalingen

(art. (art. (art. (art. (art.

01 04 39 43 46

t/m t/m t/m t/m t/m

03) 38) 42) 45) 58)

Hoofdstuk I bepaalt de algemene doelstelling voor stedelijke ontwikkeling en de rol van overheidsorganen op alle drie de niveaus: gemeente, deelstaat en federatie. Hoofdstuk II bevat de instrumenten voor stedelijke ontwikkeling, met de nadruk op de sociale functie van woningbouw, de rol van het belastingstelsel bij verstedelijking en de belangen vanuit de overheid ten aanzien van stedelijk bestuur. Ten behoeve van ruimtelijke planning zijn negen instrumenten, voor het stedelijke belastingsysteem zijn er drie en om de belangen op het wettelijk- en politiekniveau te waarborgen zijn twintig instrumenten. Hoofdstuk III omschrijft het participatieve bestemmingsplan. Hoofdstuk IV waarborgt het recht op participatie in het proces van besluitvorming rondom stedelijke ontwikkeling. Hiervoor zijn vier instrumenten. Hoofdstuk V bevat algemene regelgeving en ook toelichting op enkele voorstellen die tegengehouden zijn bij de definitieve vaststelling van de wetgeving. Beknopte toelichting op de hoofdstukken: I. ALGEMENE RICHTLIJNEN Het Statuut van de Stad bepaalt richtlijnen voor participatieve stedelijke ontwikkeling, inclusief wonen, infrastructuur en transport. De richtlijnen zijn van algemeen karakter: a) b) c) d) e) f) g)

Ze bepalen in hoofdlijnen principes ten behoeve van stedelijke ontwik- keling en algemeen juridische regels hiervoor. Ze dienen geen gedetailleerde omschrijving te bevatten voor de toe- passing van de wet. Ze moeten een nationaal karakter hebben en uitvoerbaar zijn voor ver- schillende overheidsorganen. Ze dienen van toepassing te zijn voor gelijkwaardige situaties in het hele land. Ze dienen zich te richten op fundamentele kwesties. Ze dienen geen belemmering te vormen in de autonomie van deelstaten en evenmin van gemeenten. De verantwoordelijkheid voor stedelijk be- leid ligt bij de gemeente. Die moet de sociale functies in de stad waarborgen en de ontwikkeling van burgers stimuleren. Het bestemmingsplan is het basisinstrument voor ruimtelijke ordening.

11


II. INSTRUMENTEN VOOR STEDELIJK BELEID De instrumenten van het Statuut van de Stad zijn vaak op internationaal niveau te vergelijken met instrumenten die het grondgebruik in de stad reguleren. Op gemeentelijk niveau hebben ze een economisch, juridisch en politiek karakter. Op deelstaat niveau zijn de instrumenten bedoeld voor ordening van territoria en voor economische en maatschappelijke ontwikkeling zowel voor plannen op metropool- als op microgebiedniveau. Ze kunnen regulerend zijn voor bijvoorbeeld verkaveling, (exponentiële)belasti ngheffing, onteigening, bebouwing, bijzonder gebruik van stedelijke bebouwing, verleggen van grondgebruik, consortiumvormen tussen privé-ondernemers en overheid, en gebiedsobligaties. III. BESTEMMINGSPLAN (participatief bestemmingsplan) De functie van het bestemmingsplan is: interveniëren in het proces van stedelijke ontwikkeling op gemeentelijk niveau. Deze interventie baseert zich op de integrale aanpak van politiek, economie, financiën, cultuur, milieu, maatschappij en de fysieke aspecten van de gemeente. Deze aanpak wordt mogelijk gemaakt door het participatieve proces vanuit de samenwerking van verschillende groepen en belangen in de stad bij het opstellen van het bestemmingsplan. Op deze wijze worden de richtlijnen voor stedelijke ontwikkeling bepaald, geïmplementeerd en weer ter revisie voorgelegd als dit door een natuurlijk proces in de stad nodig blijkt te zijn. Er zijn tientallen instrumenten in het Statuut van de Stad die in het bestemmingsplan overgenomen kunnen worden. Het statuut is een toolbox die de gemeenten kunnen gebruiken om op grond van eigen behoeften het bestemmingsplan samen te stellen. Deze toolbox bevat instrumenten ten behoeve van financiering van projecten, belastingheffing, stedelijk bestuur en wetgeving voor stedelijke ontwikkeling. Van enkele instrumenten is de toepassing voor iedere gemeente verplicht: opstellen van een programma en visie ten behoeve van toekomstige ontwikkelingen binnen de gemeentelijke grenzen, vastleggen van het stedelijk gebied binnen de gemeentelijke grenzen en belastingheffing op onroerende zaken. IV. DEMOCRATISCH BESTUUR VAN DE STAD Dit hoofdstuk legt de rechtszekerheid van participatie van burgers, in de breedste zin van het woord, binnen de dimensie van stedelijk bestuur wettelijk vast. Bijvoorbeeld: participatieve bestemmingsplannen en participatieve budgettering op gemeentelijk niveau. De Stedenraad die in 2004 opgericht is, zorgt ervoor dat de vertegenwoordigers van steden bij elkaar kunnen komen om te praten over gemeenschappelijke vraagstukken en ervaring te delen. De gemeentelijke commissies die deelnemen aan de bijeenkomsten van de stedenraad zijn wettelijk samengesteld door ondernemers, maatschappelijke organisaties, ngo’s, beroepsverenigingen, opleidingsinstituten op academisch niveau, onderzoeksinstituten, vakbonden en overheidsorganen. V. ALGEMENE BEPALINGEN De algemene bepalingen zijn voor de onderzoeksdoelstellingen in Nederland niet van belang, aangezien ze gerelateerd worden aan het Braziliaanse belastingsysteem en de Braziliaanse sancties in het geval van overtreding van de wetgeving.

afbeelding: Ministério das Cidades

12


INSTRUMENTEN IN DE PRAKTIJK PRAKTIJKVOORBEELDEN Ter illustratie van de toepassing van enkele instrumenten van het Statuut van de Stad worden hier vier praktijkvoorbeelden uitgewerkt op de volgende gebieden: participatief bestemmingsplan, participatieve budgettering als instrument voor democratisch bestuur, gebiedscertificaten als instrument voor financiering van stedelijke ontwikkeling en participatieve sociale woningbouw.

VOORBEELD 1 herziening bestemmingsplan havenstad Santos VOORBEELD 2 participatieve budgettering BrasĂ­lia - Distrito Federal VOORBEELD 3 gebiedscertificaat - herontwikkeling havengebied Rio de Janeiro VOORBEELD 4 participatieve sociale woningbouw Vanguarda centrum Santos

BrasĂ­lia

Rio de Janeiro Santos

13


PARTICIPATIEVE BESTEMMINGSPLAN SANTOS Als gevolg van de nieuwe wetgeving uit 2001 het Statuut van de Stad moesten alle gemeenten in Brazilië met meer dan 20.000 inwoners hun bestemmingsplannen vastgesteld hebben tot uiterlijk oktober 2006. Dezelfde verplichting geldt voor gemeenten die onderdeel zijn van een metropool, gemeenten met een bijzondere toeristische waarde en gemeenten met bijzondere natuurgebieden. Iedere gemeente heeft haar eigen ontwikkelingsprioriteiten, fysieke eigenschappen en economische belangen. Het bestemmingsplan moet rekening houden met deze lokale diversiteit en de prioriteiten van iedere gemeente, zowel op stadsniveau als op regioniveau. Een gemeente die krimpt, bijvoorbeeld, heeft andere prioriteiten en doelen dan een gemeente met sterke bevolkingstoename of een met een bijzonder cultuurhistorisch karakter. Om die reden is het bij het opstellen van bestemmingsplannen, en later bij de revisie ervan, van groot belang dat overheidsorganen, bedrijven, beroepsorganisaties en burgers samenwerken bij het definiëren van dit juridische document, vanuit hun eigen belangen en verantwoordelijkheden in de stad. Het recht om samen te werken wordt in het Statuut van de Stad gewaarborgd. Hier worden de voorwaarden voor participatie gedefinieerd. Het participatieve proces is in feite voor de gemeente verplicht en voor de burger, in de breedste zin van het woord, is het een recht om bij te dragen aan de ontwikkeling van zijn eigen stad. Zoals eerder genoemd zijn er tientallen instrumenten in het Statuut van de Stad die in het bestemmingsplan overgenomen kunnen worden. Het statuut is een toolbox die gemeenten kunnen gebruiken om naar eigen behoeften het bestemmingsplan samen te stellen. Deze toolbox bevat instrumenten ten behoeve van financiering van projecten, belastingheffing, stedelijk bestuur en wetgeving voor stedelijke ontwikkeling. Het bestemmingsplan dient rekening te houden met: - Participatie: in een vroeg stadium worden burgers, bedrijven en andere organisaties betrokken bij het inbrengen van eigen belangen en bij kennisuitwisseling. - Regiobelangen: bij het opstellen en de revisie van het bestemmingsplan houdt iedere gemeente rekening met de belangen van de regio waartoe ze behoort. De gemeenten kijken waar hun potentie ligt om aan de regionale doelstellingen bij te dragen. - Milieu. - Sociaaleconomisch: bevolkingsgegevens van de afgelopen tien jaar. Bevolkingstoename, demografische dichtheid, migratie, water- en energiegebruik, economische fluctuatie en potentie van economische groei. - Infrastructuur en openbare diensten: huidige situatie en ontwikkelingsstrategie voor tien jaar wat betreft water, riool, sanering, drainage, verkeerssysteem, openbaar transport, openbare verlichting, telecommunicatie, gebouwen voor onderwijs, gezondheid, maatschappelijke instanties, cultuur en sport, recreatie en openbare veiligheid. - Administratief beleid en fysieke structuur van de gemeente: wetten ten aanzien van grondgebruik, gemeentelijke grenzen, stedelijke uitbreidingen, verkaveling van stedelijke grond, functies en dichtheid, verkeerssysteem, bouwbesluit en administratieve procedures. Op basis van bovengenoemde aspecten dient het bestemmingsplan de richtlijnen te bepalen ten behoeve van institutionele werkzaamheden, sociale economie en milieu. Dit geldt ook voor de fysieke richtlijnen ten behoeve van ruimtelijke ontwikkeling, voor de korte en de lange termijn. In Nederland werd in 2010 de brochure Met globale bestemmingsplannen meer mogelijkheden gepubliceerd door het toenmalige ministerie van VROM. Dit was het begin van een zoektocht naar meer flexibiliteit en minder regels. “De overheid stimuleert participatie en zelforganisatie van burgers. Toch gebeurt er maar weinig. Een veel gehoorde klacht is dat er te veel regels zijn”.14 Naar aanleiding 14


hiervan experimenteert de SEV, tegenwoordig Platform 3115 , in de praktijk met flexibele bestemmingsplannen. In het experiment komen drie varianten hiervan aan de orde: globale bestemmingsplannen,16 uitnodigingsplanologie17 en ruimtelijke verordening.18 In Brazilië worden sinds 2001 bestemmingsplannen door middel van participatieve processen opgesteld. Hierdoor wordt de flexibiliteit die de maatschappij en de overheid wensen in het bestemmingsplan opgenomen. Om dit proces te illustreren, lichten we hier het revisieproces van het bestemmingsplan van de stad Santos toe. Santos is een havenstad in de deelstaat São Paulo, op circa 70 kilometer van de stad São Paulo. De haven van Santos is de grootste van Zuid-Amerika, het is een economisch centrum, net zoals de havenstad Rotterdam. Economisch, in relatieve zin, hebben deze twee deelgebieden een vergelijkbare betekenis voor hun land. In 2009 heeft burgerparticipatie grote invloed gehad op de herziening van het bestemmingsplan van de stad. Naar aanleiding van de openbare vergaderingen zijn er circa tweehonderd voorstellen ingediend door burgers, ondernemers, stakeholders, universiteiten en andere organisaties. In de eerste vergaderingen kregen burgers een toelichting op wat een bestemmingsplan precies inhoudt. De gemeente nam het initiatief voor de organisatie van bijeenkomsten, wethouders van participatie hebben de wetgeving in simpele taal vertaald en burgers goed ingelicht. Met kennis van zaken konden burgers in de daaropvolgende vergaderingen hun bijdrage leveren. Hier beïnvloeden burgers de toekomstige projecten in de stad zonder dat die specifiek door henzelf gerealiseerd zullen worden. Architecten en beleidsmedewerkers van de gemeente hebben de voorstellen geanalyseerd en verdeeld over acht categorieën: mobiliteit, groen en openbare ruimte, woningbouw en bebouwingspercentage, infrastructuur, duurzaamheid op stedelijke schaal (milieu), duurzaam bouwen, veiligheid en natuurrampen en als laatste erfgoed. Na optimalisatie bleven circa vijftig concrete voorstellen over. Qua percentage zijn de ingediende voorstellen in de volgende verhouding verdeeld: 29% woningbouw, 22% groen en openbare ruimte, 17% mobiliteit, 14% infrastructuur, 6% veiligheid, 1% erfgoed en 1% duurzaam bouwen. De resterende 10% bevatte voorstellen die buiten het bestemmingsplan vielen. Na deze analyse- en classificatiefase zijn voor ieder onderwerp aparte openbare sessies gehouden. In deze sessies konden wethouders en burgers van gedachten wisselen. Uit dit participatieve proces zijn de definitieve voorstellen bepaald waarop de wethouders tijdens de raadsvergadering hebben gestemd. Als gevolg hiervan is het bestemmingsplan aangepast en naar de burgemeester gestuurd. WETHOUDER

WETHOUDER

Vereadora Cassandra Maroni Nunes

Vereador Sadao Nakai

OVERLEG MET VERTEGENWOORDIGERS

OPENBARE ZITTING

ARCHITECT

Arq. Dr. J.M. Carriço

foto’s: gemeente Santos

afbeeldingen: Gemeente Santos 14- Marit van der Schaar in ‘Het experiment’ (artikel februari 2012, SEV). 15- Platform 31: fusieorganisatie van KEI, Nicis Institute, Nirov en SEV. 16- Bij een globaal bestemmingsplan ligt geen eindbeeld vast, maar zijn er verschillende uitvoeringen en inrichtingen toegestaan. Het woord ‘globaal’ slaat op zowel de bouw als het gebruik. Een gebied kan meerdere bestemmingsplannen hebben. De globaliteit hangt af van de verbeelding en de regels. (SEV, ‘Het experiment’ – februari 2012.) 17- Het gaat hierbij om hoofdlijnen die door de overheden bepaald worden. Deze hoofdlijnen zijn de contouren voor wel of geen ruimtelijke veranderingen. Binnen deze contouren zijn de overheden uitnodigend en faciliterend naar initiatiefnemers (privaat en particulier). Het uitgangspunt daarbij is dat in principe alles mag, tenzij… Dit ‘tenzij’ kan de overheid bepalen met advies van de stakeholders. Deze variant heeft vier mogelijkheden: ja, ja tenzij, nee tenzij, nee. De functies worden losgelaten en er worden regels zoals geluidsregels, milieuregels en bouwregels verbonden aan het tenzij. (SEV, ‘Het experiment’ – februari 2012.) 18- Deze variant gaat in op de plannen van het ministerie van Infrastructuur en Milieu binnen de nieuwe Omgevingswet over bestemmingsplannen. Dit zou de regeldruk moeten verminderen en een aanvraag van een functiewijziging eenvoudiger maken. De omgevingsverordening maakt duidelijk op welke objecten wetten en regels van toepassing zijn. Er geldt dus geen bestemming meer voor, waardoor een bestemmingswijziging in principe niet meer nodig is. Een gebiedsvisie bepaalt de toekomstige invulling van het gebied. Dit wordt vertaald naar een verordening in de vorm van regels. Daarbij is er geen koppeling met de oude plankaart meer. (SEV, ‘Het experiment’ – februari 2012.)

15


De burgermeester is de hoogste ambtenaar die recht en macht heeft om de bestemmingsplantekst definitief te maken, wel of niet met veto. Het definitieve bestemmingsplan is hierna door de kamer vastgesteld met vijf consistente voorstellen uit het proces van burgerparticipatie. Hier is belangrijk om te benadrukken dat in BraziliĂŤ om de vier jaar de burgemeester rechtreeks door burgers gekozen wordt. Om de wisselwerking tussen top-down en bottom-up bij het vaststellen van beleidskaders te illustreren, nemen we als voorbeeld de opgave van ‘verticalisering’(hoogbouw) in het bestemmingsplan van Santos. De gemeente wist hoe belangrijk het was om de economische groei te faciliteren. Door de snelle groei moeten meer woningen worden gebouwd en hierdoor wordt de beschikbaarheid van grond en daarmee de woningmarkt onder druk gezet. Omdat het Atlantisch regenwoud op het vasteland beschermd wordt, is er alleen in het eilanddeel van Santos ruimte voor nieuwe woningen. Om die reden was de intensivering van het grondgebruik een belangrijk onderwerp voor verschillende partijen. Op slechts 25% van de gemeentelijke grond mag gebouwd worden; 75% van de gemeente bestaat uit beschermd natuurgebied. Van deze 25% bebouwbaar oppervlak grenst 10% aan het natuurgebied. Er is besloten dat hier lage dichtheid van toepassing is, wat betekent dat de stad alleen echt kan groeien op slechts 15% van haar totale oppervlak. Als gevolg hiervan is verticalisering noodzakelijk, en dit is een groot discussiepunt tijdens het revisieproces geweest. De gemeente ziet verticalisering als enige optie. Architecten hebben inzichtelijk gemaakt wat de mogelijkheden hiervoor waren, ontwikkelaars droegen eraan bij met de wensen van de markt en burgers hebben voorstellen voor alternatieven gedaan. De instrumenten van het Statuut van de Stad maken het mogelijk dat voor zulke opgaven een balans gezocht kan worden. Gezamenlijk is er dus voor gekozen de intensivering van hoogbouw toe te staan maar het totale bouwvolume per kavel, ten opzichte van het vorige bestemmingsplan, te reduceren. Met andere woorden: het gebied waar hoogbouw gepland was, is vergroot maar het volume van de bebouwing is met 20% verlaagd. Het bestemmingsplan geeft aan welk volume (maximaal vloeroppervlak) op de kavels gerealiseerd kan worden. Met een formule voor de verhouding tussen het bebouwingspercentage en het maximale vloeroppervlak wordt de hoogte bepaald. Omdat het bebouwingspercentage hierdoor variabel wordt , kunnen verschillende functies beter ingepast worden op de kavels. Hoe kleiner het bebouwingspercentage, hoe hoger het gebouw. De maximale hoogte is niet vastgesteld, net zomin als het eindbeeld van het gebied.De flexibiliteit van de verdere ontwikkeling is opgelost met een formule op basis van een maximaal vloeroppervlak. Het verdiepingsvloeroppervlak en de hoogte van het gebouw zijn flexibel en de verhouding daartussen is aan elkaar gekoppeld.

knipsel uit locale krant: Tribuna

40% bebouwingspercentage

20% bebouwingspercentage

schema t.b.v. vergelijking tussen flexibel model en model met vaste maximale bebouwingspercentage en hoogte.

16


PARTICIPATIEVE BUDGETTERING BRASÍLIA - DISTRITO FEDERAL Participatieve budgettering, of burgerbegroting, is een van de instrumenten ten behoeve van democratisch bestuur op gemeentelijk niveau. Het geeft de burger recht op zeggenschap op een deel van de besteding van het budget van de stad en zodoende stimuleert het de reflectie op prioriteiten binnen eigen wijk en gemeente. In Brazilië is al in de jaren zeventig de participatieve budgettering ontstaan: het werd ondersteund door politici die voorstander waren van decentralisatie van de overheid. Dit systeem is van kracht geworden met de nieuwe wet van de federatieve constitutie, uit 1988. Vervolgens is het in het Statuut van de Stad opgenomen. De eerste stad waar participatieve budgettering met succes is toegepast, is Porto Alegre in de zuidelijke deelstaat Rio Grande do Sul. Het ‘Porto Alegre-model’ is in 1996, tijdens de UN Habitat II conference, erkend als een van de veertig beste initiatieven ter wereld dat door middel van bottom-upparticipatie de interactie tussen overheid en burger stimuleert. In Nederland wordt het ‘Porto Alegre-model’ als voorbeeld genoemd in de publicatie ‘Nederland op weg naar de burgerbegroting’ van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties uit augustus 2011. Burgercommissies worden samengesteld door bewoners met diverse economische en politieke belangen per wijk of stadsdeel. Vanuit deze burgercommissies worden vertegenwoordigers gekozen die vervolgens deelnemen aan de raad van participatieve begroting. Deze raad is verantwoordelijk voor het aandragen van gekozen projecten en het onderhandelen met de overheid. Projecten worden in eerste instantie door burgers bedacht en soms uitgewerkt met behulp van professionals. Binnen de gemeenteraad wordt gestemd over projecten die, op verschillende schaalniveaus en ten behoeve van uiteenlopende maatschappelijke belangen, gerealiseerd zullen worden. Hiervoor wordt het nodige budget in de gemeentelijke begroting gereserveerd. Medewerkers van verschillende gemeentelijke afdelingen kunnen deze commissie vakinhoudelijk ondersteunen. De uiteindelijk gekozen projecten en de bijbehorende budgettering zijn bindend. Kortom: bottom-up beïnvloedt top-down in een proces van onderling vertrouwen tussen burger en overheid.

Volume 2 - Número 2 Associação Nacional dos Servidores da Carreira de Planejamento e Orçamento

2012

Het proces in Distrito Federal-Brasïlia 1. De gemeente faciliteert een keer per jaar een openbare bijeenkomst. Per stadsdeel worden vergaderingen gehouden. Bewoners en ondernemers van het stadsdeel mogen eraan deelnemen en hebben stemrecht. 2. Het aantal deelnemers in de stadsdeelvergadering bepaalt het aantal projecten en vertegenwoordigers die aangedragen worden aan de plenaire vergadering. Iedere groep van 30 deelnemers geeft recht op een prioriteitsproject. Iedere groep van 10 deelnemers bepaalt een vertegenwoordiger voor de plenaire vergadering.

In de volgende schema’s wordt uitgelegd hoe het systeem in de praktijk werkt. Hier maken we gebruik van het voorbeeld uit het federatieve district waar de hoofdstad Brasília gesticht is. Openbare bijeenkomst met 154 deelnemers

3. In de plenaire vergadering komen de vertegenwoordigers van ieder stadsdeel met hun prioriteitsprojecten. In deze vergadering overleggen de vertegenwoordigers met elkaar en maken de definitieve lijst van projecten die voor stemming op internet worden gepubliceerd. De gekozen projecten worden aan de overheid overgedragen voor realisatie uit de hiervoor gereserveerde begroting (participatief budget).

1

2

3 17


GEBIEDSCERTIFICATEN RIO DE JANEIRO - PROJECT PORTO MARAVILHA In 1995 ontstond in São Paulo de mogelijkheid om certificaten voor extra bouwvolume te kopen. Dit naar aanleiding van de nieuwe artikelen 182 en 183 in de federatieve grondwet uit 1988. De wetgeving maakt de verkoop van bouwcertificaten mogelijk om de overheidsinvestering ten behoeve van gebiedsontwikkeling te kunnen dekken. De opbrengst van de verkoop van deze gebiedscertificaten is bedoeld voor de financiering van openbaar gebied en infrastructuur. Op deze wijze genereert de ontwikkeling van het gebied in kwestie zelf de financiële middelen die normaal gesproken door de gemeentelijke kas bekostigd zou worden. Deze certificaten worden verhandeld op de beurs en geven de bezitter recht op de realisatie van extra bouwvolume ten opzichte van dat wat het vastgesteld is in het bestemmingsplan.

afbeelding: Porto Maravilha, gemeente Rio de Janeiro

De gebieden in de stad waar CEPAC19 van toepassing is, worden in het bestemmingsplan aangeduid. Ook geldt voor deze gebieden het maximale percentage aan volume dat door middel van certificaten toegevoegd mag worden. Als men binnen de basiskaders van het bestemmingsplan bouwt, betaalt men niets extra’s; wil men meer bouwen, dan kan dat tot een maximum dat vastgesteld is in het bestemmingsplan en door middel van aankoop van certificaten op de beurs. Aan het begin van het ontwikkelingstraject worden deze certificaten door de gemeente aan de markt verkocht (beurs). Iedereen mag deze certificaten kopen en vervolgens verhandelen al naar gelang de marktvraag. Om dit proces te illustreren maken we gebruik van de herontwikkeling van het oude havengebied in het centrum van Rio de Janeiro dat een grote transformatie ondergaat in verband met de Olympische Spelen in 2016. Porto Maravilha Ten behoeve van de herontwikkeling van het oude havengebied in het centrum van Rio de Janeiro moest het bestemmingsplan een proces van participatieve revisie ondergaan. In het nieuwe bestemmingsplan is de toepassing van CEPAC vastgelegd. Per deelgebied is aangegeven hoeveel extra bouwvolume toegestaan is met de aankoop van gebiedscertificaten. Het totale gebied van 5 miljoen m² biedt de mogelijkheid voor 4 miljoen m² extra bouwvolume. De opbrengst van de verkoop van certificaten dient voor de realisatie van openbare ruimten en infrastructuur: 4km tunnels, 70km verbetering van wegen, 66km drainagesysteem, 85km rioolstelsel, 120km waterleiding, 650.000m2 stoep, 17km fietspaden, 3 rioolzuiveringsinstallaties en 15.000 nieuwe bomen.

19- Certificado de Potencial Adicional de Construção (certificate of potential additional construction)

18

CEPAC aanduiding in het gebied van 5 miljoen m² gegevens: gemeente Rio de Janeiro


PARTICIPATIEVE SOCIALE WONINGBOUW SANTOS - PROJECT VANGUARDA Het project Vanguarda in Santos is een goed voorbeeld van de wijze waarop burgers met lage inkomens gebruik hebben gemaakt van enkele instrumenten van het Statuut van de Stad voor het bouwen van hun eigen woningen. Evengoed laat dit project zien hoe belangrijk het is dat burgers regelmatig door de overheid worden geïnformeerd over hun rechten om projecten te initiëren. “Dit is voor mij een openbaring. Het is fantastisch om te leren wat jouw rechten zijn en dit vervolgens aan andere te kunnen overdragen”, aldus Samara Margareth Faustino een van de bewoners en initiatiefnemers van dit project. Enige achtergrondinformatie is nodig om het proces van Vanguarda te begrijpen. In het historische centrum van Santos wonen tegenwoordig 14.000 mensen in huurkazernes (cortiços). Dit zijn grote woonhuizen die halverwege de negentiende eeuw als huisvesting dienden voor de arme bevolking. Op dat moment groeide de stad enorm, als gevolg van de havenactiviteiten in verband met de export van koffie. De oorspronkelijke rijke eigenaren van de woonhuizen vertrokken naar nieuwe gegoede wijken en het centrum verpauperde. Met de sanering van de stad aan het begin van twintigste eeuw werden vele van deze gebouwen gesloopt, maar er bleven er ook nog vele staan, waar mensen tot op de dag van vandaag in slechte omstandigheden wonen voor een hoge huurprijs die door de particuliere eigenaren gevraagd wordt. Omdat het verkrijgen van een woning via het reguliere systeem voor sociale woningbouw te traag verliep, besloten de bewoners van de huurkazernes zelf hiervoor een oplossing te vinden. De oprichting van een bewonersvereniging20 is de eerste stap geweest. Deze vereniging werd door een niet-gouvernementele organisatie van architecten (Ambienta) ondersteund: die hielp bij de bestudering van de wetgeving, bestuurde de mogelijkheden om een bouwlocatie het verkrijgen en zette de financiering van dit eerste project mee op. De tweede stap was het zoeken van een bouwlocatie in dezelfde wijk, waarbij ervoor gezorgd moest worden dat deze locatie in het bestemmingsplan werd aangeduid als ZEIS: Zona Especial de Interesse Social (gebied met bijzondere maatschappelijke doelstelling). Deze zones, gebieden in de stad, dienen als zodanig in het bestemmingsplan aangeduid te worden, om de toekenning van bouwlocaties voor sociale woningbouw te garanderen. Omdat het bestemmingsplan participatief is, kunnen burgers de locatiekeuze beïnvloeden. Voor het project Vanguarda heeft de bewonersvereniging bij de gemeente het verzoek ingediend om de bestemming van de gekozen locatie als ZEIS aan te duiden. Behalve het regulariseren in het bestemmingsplan moest de grond eigendom van de vereniging worden. Omdat de locatie braak lag en geen ontwikkelingsplannen voor waren, heeft de federatieve overheid, die eigenaar was van de locatie van 6000m², het terrein aan de vereniging overgedragen. Dit initiatief en het bereikte resultaat in deze fase zijn mogelijk geweest doordat het Statuut van de Stad hiervoor wettelijke instrumenten aan burgers biedt.

huurkazernes (cortiços) foto’s: Marcelo Mora

De bewonersvereniging zocht, samen met Ambienta, verder naar de beste rechtsvorm om zich bij het ministerie van de Steden te laten registreren. Dit was nodig om gebruik te kunnen maken van het overheidsfinancieringssysteem21 voor sociale woningbouw, een financieringsstroom die ervoor zorgt dat de initiatiefnemer rechtstreeks over het geld beschikt. Dit betekent ook dat hij of zij de administratie en investeringen zelf uitvoert. De bewonersvereniging is daardoor volledig verantwoordelijk voor de goede besteding en de bewaking van het budget. Deze financieringsvorm is bedoeld voor burgers met een inkomen van één tot drie keer het minimumloon. De toekomstige eigenaren hebben twintig jaar om de renteloze lening af te lossen. In totaal worden er 181 appartementen gerealiseerd in twee gebouwen volgens het ontwerp van de architecten van Ambienta. Die organisatie heeft de bewoners ook bij de aanbestedingsprocedure ondersteund en de begeleiding tijdens de bouw verzorgd.

20- Associação de moradores de cortiços: bewonersvereniging van huurkazernes. 21- Financiamento Crédito Solidário: solidariteitsfonds voor financiering.

19


Omdat de bouwbegroting hoger was dan het beschikbare budget, hielpen de toekomstige bewoners de aannemer, zowel bij de administratie van het project als bij bouwwerkzaamheden. Ieder uur dat een bewoner besteedde, werd opgenomen in de administratie en telde als financiële bijdrage aan de betaling van zijn eigen woning. Naast de woonfunctie hebben de bewoners, leden van de bewonersvereniging, gezamenlijk besloten commerciële ruimten voor eigen ondernemerschap in de plint van het gebouw op te nemen. De opbrengst van de activiteiten dient als inkomsten voor henzelf. Op advies van Ambienta hebben de bewoners duurzaamheidsmaatregelen in het gebouw opgenomen, zoals het aanleggen van een grijswatercircuit en bouwen met gerecyclede materialen. Het belangrijkste resultaat is bereikt door burgers te stimuleren om actief te worden: allereerst door ze te informeren over hun rechten en over de wettelijke mogelijkheden en vervolgens door ze tijdens het traject te begeleiden. Het werk van de niet-gouvernementele organisatie Ambienta is hier crucial geweest. maquette nieuwbouw foto’s: Ambienta

bouwplaats en bewonersoverleg foto’s: Ambienta

bouwplaats februari 2012 foto: Selfservice Urbanism

20




  

 







    

  



LITERATUURLIJST                                                                                 

21


INTERVIEWLIJST                                                                            

                                                              


23


Volpi Urbane BV

24

Profile for Volpi Urbane

PARTICIPATIE  

Participatief Model Brazili" Het Statuut van de Stad

PARTICIPATIE  

Participatief Model Brazili" Het Statuut van de Stad

Advertisement

Recommendations could not be loaded

Recommendations could not be loaded

Recommendations could not be loaded

Recommendations could not be loaded