Page 1

a Composition Media, Discover Media Radio, navigatiesysteem


Verklaring symbolen Markeert een verwijzing naar een paraL._kJ graaf met belangrijke informatie en veiligheidsaanwijzingen L binnen een hoofdstuk, die u zou moeten lezen. De pijl geeft aan, dat het onderwerp op de volgende pagina verder gaat.

<

De pijl geeft het einde van een onderwerp aan. Het Symbool markeert situaties, waarin de wagen onmiddellijk moet worden stilgezet. Het symbool markeert een geregistreerd handelsmerk. Het ontbreken van dit teken garandeert niet dat begrippen Vrij mogen worden gebruikt. Symbolen van deze soort verwijzen naar waarschuwingsaanwijzingen, binnen dezelfde paragraaf of op de aangegeven bladzijde, die op mogelijk gevaar voor ongevallen en verwondingen wijzen en hoe u dt kunt voorkomen.

=tTJ Verwijzing naar een waarschuwingsaanwijzing, binnen dezelfde paragraaf of op de aangegeven bladzijde, die op mogelijk gevaar voor beschadiging van uw wagen wijst en hoe u dit kunt voorkomen.

Teksten met dit symbool wijzen u op gevaarlijke situaties, die bij veronachtzaming zware verwondingen of zelfs de dood tot gevolg zullen hebben.

WAARSCHUWING Teksten met dit Symbool wijzen u op gevaarlijke situaties, die bij veronachtzaming zware verwondingen of zelfs de dood tot gevolg kunnen hebben.

VOORZICHTIG Teksten met dit symbool wijzen u op gevaarlijke situaties, die bij veronachtzaming lichte of zware ver wondingen tot gevolg kunnen hebben.

Teksten met dit symbool wijzen u op gevaarlijke situaties, die bij veronachtzaming beschadigingen aan de wagen tot gevolg kunnen hebben. In teksten met dit symbool staan aanwijzingen over het behoud van het milieu. â&#x20AC;˘ In teksten met dit symbool staat extra informatie.


Inhoudsopgave Over dit instructieboekje

2

Inleiding telefoonbediening .............. Beschrijving van de telefoonbediening

Inleiding Voordat u begint Veiligheidsaanwijzingen voor het infotainmentsysteem .................... Overzicht van de bedieningselementen ... Menuoverzicht ......................... Basisinformatie voor de bediening ........ Spraakbediening .......................

. .

.

52 56

3

Instellingen 3

6 7 8 13

Audiofunctie Radiofunctie ........................... Mediafunctie ...........................

Telefoonbediening (PHONE)

Menu- en systeeminstellingen (SETUP) Klank- en volume-instellingen ............ .

.

62 64

Gebruikte afkortingen

65

Trefwoordenlijst ...................

66

16 27

Navigatie Navigatie inleiding en bediening .........

40

1 325R6RNC32

III


Over dit instructieboekje • Een alfabetisch geordende trefwoordenlijst vindt u aan het einde van het instructieboekje. • Een lijst met afkortingen licht vaktechnische afkortingen en benamingen toe. • Richtingsaanduidingen hebben normaliter betrekking op de rijrichting. • Afbeeldingen dienen ter oriëntatie en zijn als principeweergaven op te vatten. • Bij wagens met rechts stuur zijn de bedieningselementen gedeeltelijk anders gerangschikt dan op de afbeeldingen of in de tekst wordt weergegeven. • Technische wijzigingen aan de wagen die na het ter perse gaan van dit boekje zijn doorgevoerd, zijn te vinden in een aanvulling, die aan de wagendocumentatie is bijgevoegd. Beschreven zijn alle uitvoeringen en modellen, zonder deze als meeruitvoering of modelvarianten te kenmerken. Zo kunnen meeruitvoeringen zijn

Composilion Media. Discover Media

beschreven waarmee uw wagen mogelijk niet is uitgerust. Nadere informatie hierover geeft uw Volkswagen Partner u graag. Alle gegevens in dit instructieboekje komen overeen met de stand van de informatie bij het sluiten van de redactie van deze brochure en zijn alleen geldig voor af fabriek ingebouwde apparaten. Vanwege voortschrijdende ontwikkeling van een apparaat en mogelijke updates van de apparaatsoftware zijn afwijkingen tussen weergave en functies op het apparaat en de gegevens in dit instructieboekje mogelijk. Uit afwijkende gegevens, afbeeldingen of beschrijvingen in dit instructieboekje kunnen geen aanspraken worden afgeleid. Zorgt u er alstublieft voor dat dit instructieboekje zich in de wagen bevindt indien u de wagen wilt verkopen of verhuren/uitlenen en dat de in het apparaat opgeslagen gegevens en bestanden zijn gewist.


Inleiding Voordat u begint Voor ingebruikname van het apparaat dient u de volgende stappen uit te voeren om het apparaat goed te kunnen bedienen en de aangeboden functies volledig te kunnen gebruiken: Veiligheidsaanwijzingen

in acht nemen =pagina 3.

Uzelf met de bediening van het infotainmentsysteem vertrouwd maken. In de Systeeminsteil ingen het apparaat op de afleveringsstand (fabrieksinstellingen)terugzetten =pagina 62. /

Voor de mediafunctie geschikte opslagmedia gebruiken ='pagina 27.

Veiligheidsaanwijzingen voor het infotainmentsysteem , WAARSCHUWING Als de bestuurder wordt afgeleid, kan dit ongevallen en verwondingen tot gevolg hebben. Het bedienen van het infotainmentsysteem kan u van het verkeer afleiden. • Altijd oplettend en met verantwoordelijkheidsbesef rijden. • De volume-instellingen zo kiezen, dat u akoestische signalen van buiten, bv. de sirene van de politie en de brandweer, altijd goed kunt horen. • Een te hoog ingesteld volume kan het gehoor beschadigen. Dat geldt ook wanneer het gehoor maar korte tijd aan een te hoog volume wordt blootgesteld.

WAARSCHUWING Het wisselen of aansluiten van een audiobron kan tot plotselinge volumeschommelingen leiden. • Voor het wisselen of aansluiten van een audiobron het basisvolume verlagen.

, WAARSCHUWING Rijadviezen en weergegeven verkeerstekens van het navigatiesysteem kunnen van de actuele verkeerssituatie afwijken. • Verkeersborden en -voorschriften hebben voorrang op de rijadviezen en weergaven van het navigatiesysteem. • Snelheid en rijstijl aanpassen aan het weer, het wegdek, het zicht en de verkeersomstandigheden.

LA WAARSCHUWING

L

ansluiten, plaatsen of verwijderen van pslagmedium tijdens het rijden kan u et verkeer afleiden en ongevallen tot gehebben.

, WAARSCHUWING

Verbindingskabels van externe apparaten kunnen de bestuurder hinderen. • Verbindingskabels zo leggen, dat de bestuurder niet wordt gehinderd.

WAARSCHUWING Niet of niet goed bevestigde externe apparaten kunnen bij een plotselinge rij- of remmanoeuvre en bij een ongeval door het interieur worden geslingerd en verwondingen veroorzaken. • Externe apparaten nooit aan de portieren, aan de voorruit, boven of bij de met 'AIRBAG" gemarkeerde plek op het stuurwiel, het dashboard, de stoelleuningen of tussen deze plaatsen en de inzittenden zelf plaatsen of vastmaken. Externe apparaten kunnen bij een ongeval tot zware verwondingen leiden, in het bijzonder als de airbags worden geactiveerd.

, WAARSCHUWING Een middenarmsteun kan de bewegingsvrij. heid van de armen van de bestuurder belemmeren en daardoor ongevallen en zware verwondingen veroorzaken. • Armsteun tijdens het rijden altijd gesloten houden.

Inleiding


WAARSCHUWING Wanneer de behuizing van een cd-speler wordt geopend, kunnen onzichtbare laserstralen verwondingen veroorzaken. • Cd-speler alleen door een specialist laten repareren.

Verkeerd naar binnen schuiven of naar binnen schuiven van een niet-passend opslagmedium kan het apparaat beschadigen. • Let bij het erin schuiven op de juiste inschuifpositie ='pagina 27. • Hard drukken kan de vergrendeling in de geheugenkaartopening vernielen. • Alleen geschikte geheugenkaarten gebruiken. • Cd's altijd recht en haaks ten opzichte van de voorzijde van het apparaat in de cd-speler schuiven of verwijderen, zonder de cd scheef te houden en daardoor te bekrassen.

• Het erin schuiven van een tweede cd terwijl er een cd in de speler zit of op het moment dat een cd wordt uitgeschoven kan de cd-speler beschadigen. Altijd afwachten tot het opslagmedium helemaal eruit geschoven is!

Aan een opslagmedium klevende verontreinigingen en niet-ronde cd's kunnen de cd-speler beschadigen. • Alleen schone 12cm-standaard-cd's gebruiken! - Geen stickers of iets dergelijks op het opslagmedium plakken. Stickers kunnen losraken en de speler beschadigen. -. Geen bedrukbare opslagmedia gebruiken. Coatings en opdrukken kunnen losraken en de cd-speler beschadigen. - Geen 8 cm single-cd's en niet-ronde cds (shape-cds) erin schuiven. - Geen dvd-plus, Dual Disc en Flip Disc erin schuiven, deze zijn dikker dan normale cds.

Door een te luide of vervormde weergave kunnen de wagenluidsprekers worden beschadigd.


Inleiding

5


Overzicht van de bedieningselementen

Afbeelding 1 Overzicht bedieningselementen Het infotainmentsysteem wordt in verschillende varianten geleverd, die zich wat betreft het opschrift en de functie van de infotainmenttoetsen van elkaar kunnen onderscheiden, bv. AfbeeIding 1 ®. lf () Draai-drukknop: - Indrukken om in of uit te schakelen pagina 8. - Draaien om het volume te regelen =s pagina 8. ® lnfotainmenttoetsen: om een functie te openen. de radiofunctie inschakelen en in de radiofunctie het frequentiebereik kiezen =pagina 16. de mediafunctie inschakelen S> pagina 27. infotainmenttoets indrukken om de telefoonbediening te openen S> pagina 52. Indien geen mobiele-telefoonvoorbereiding is ingebouwd, wordt het geluid van de actuele audiobron onderdrukt. : start de spraakbediening pagina 13.

-

geluid van de actuele audiobron onderdrukken.

-

de navigatiefunctie inschakelen =pagina 40. menu Systeeminstellingen openen c'pagina 62.

-

- [TRAÇJ: actuele verkeersmeldingen openen ='pagina 48.

menu Ki anki nstel 1 -1 ngen openen pagina 64. : wagen- en systeeminstellingen openen ='brochure Instructieboekje.

-

-

IJ:

naar het menuoverzicht schakelen S pagina 7.

® Touchscreen: (aanraakscherm) =pagina 8. ® Steiknop: de werking is afhankelijk van de functie die op dat moment actief is = pagina 8. - In alle radiofuncties voor handmatige zender- of kanaalinstelling draaien en voor het starten en stoppen van de scanfunctie (SCAN) indrukken => pagina 16. - In de mediafunctie voor het openen van de afspeellijst draaien en voor het starten en stoppen van de scanfunctie indrukken pagina 27.

6

1

Composition Media, Oisc.over Med.ia

110.


Om menupunten in lange lijsten te markeren draaien en om de gemarkeerde vermelding te kiezen indrukken ( bv. zenderkeuze uit zenderlijst). - Om sommige instellingen te wijzigen draaien ( bv, volumeaanpassing (GALA)). 速 Benaderingssensor: beeldscherm wisselt bij benaderen automatisch in de bedienmodus 12.

=0

pagina

Menu overzicht Via het touchscreen van het infotainmentsysteem =oAfbeelding 10 kunnen de verschillende hoofdmenus worden gekozen.

lnfotainmenttoets verzicht te openen.

JEIJ indrukken om het menuo-

Functietoetsen: handeling en effect

EEO : schakelt de radiofunctie in =npagina 16. e:

schakelt de mediafunctie in =o pagina 27.

[Telefoon]: [Navigatie]:

openen van de telefoonbediening =n pagina 52. schakelt de navigatiefunctie in =0 pagina 40.

openen van de wagen- en systeeminstellingen =0 brochure Instructieboekje. openen van de klankinstellingen = pagina 64. openen van de systeeminstellingen pagina 62.

Inleiding

7


Basisinformatie voor de bediening Inleiding voor het onderwerp In dit hoofdstuk vindt u informatie over de volgende onderwerpen: Draai-drukknoppen en infotainmenttoetsen .

8

In- of uitschakelen .......................8

• Vanwege de marktspecifieke systeemsoftware zijn mogelijkerwijs niet alle voorgestelde functietoetsen en functies beschikbaar. Het ontbreken van een functietoets op het beeldscherm is geen systeemstoring.

Basisvolume wijzigen ....................9 Functietoetsen op het beeldscherm bedienen 9 Lijstvermeldingen openen en lijsten doorzoeken ............................10 Invoerschermen met beeldschermtoetsenbord .................11 Benaderingssensoren ....................12

• Vanwege landspecifieke wettelijke eisen zijn vanaf een bepaalde snelheid enkele functies op het beeldscherm niet meer beschikbaar. Het gebruik van een mobiele telefoon in de wagen kan bijgeluiden in de luidsprekers veroorzaken.

Extra weergaven en weergavoopties .......12 Door veranderingen in de instellingen kunnen weergaven op het beeldscherm afwijken en kan het apparaat zich deels anders gedragen dan in dit instructieboekje wordt beschreven. Aanvullende informatie en waarschuwingsaanwijzingen: • Veiligheidsaanwijzingen /I. voor het infotainmentsysteem =pagina 3

• In sommige landen kunnen beperkingen bostaan voor wat betreft het gebruik van Blueto oth®apparaten. Informatie is verkrijgbaar bij de lokale autoriteiten

Ic

Bij enkele wagens met ParkPilot wordt bij ingeschakelde achteruitversnelling het volume van de actuele audiobron automatisch verlaagd. De audioverlaging kan in het menu Klankinstel lingen worden ingesteld =pagina 64.

• Overzicht bedieningselementen pagina 6

A

Een lichte druk op de toets of aanraken van het beeldscherm is voldoende om de apparatuur te bedienen.

Draai-drukknoppen en infotainmenttoetsen Lees eerst de veiligheidsaanwijzingen informatie in de inleiding op pagina 8 en volg deze op.

,A op pagina 3 en de

Draai-drukknoppen De linkerdraai-drukknop 0 Afbeelding 1 ® wordt als volumeregelaar of aan-uitknop aangeduid. De rechterdraai-drukknop =Afbeelding 1 als stelknop aangeduid.

lnfotainmenttoetsen In dit instructieboekje zijn alle toetsen op het apparaat door het woord 'infotainmenttoets en een toetssymbool met blauwe inhoud weergegeven, bv. infotainmenttoets jj => Afbeelding 1. lnfotainmenttoetsen worden door indrukken of ingedrukt houden bediend

(Z3 wordt

In- of uitschakelen Lees eerst de veiligheidsaanwijzingen Lî op pagina 3 en de informatie in de in leiding op pagina 8 en volg deze op.

tK)

.......

Om het apparaat handmatig in of uit te schakelen, Afbeelding 10 kort indrukdraai-drukknop 0 ken.


Na het inschakelen start het systeem met het laatst ingestelde volume, voor zover dit de voorinstelling van het maximale inschakelvolume niet overschrjidt =apagina 64. Afhankelijk van het apparaat en het land wordt het apparaat bij het afzetten van de motor of het uit het contact trekken van de sleutel automatisch uitgeschakeld. Als het apparaat weer wordt ingeschakeld, wordt het na ca. 30 minuten opnieuw automatisch uitgeschakeld (nalooptijd).

Het apparaat is vast met de wagen verbonden. Het gebruik in een andere wagen is niet mogelijk.

• 1

Wanneer de accukabels zijn losgemaakt, moet u het contact inschakelen voordat u het apparaat weer inschakelt.

Basisvolume wilziqen

m

Lees eerst de veiligheidsaanwijzingen & op pagina 3 en de informatie in de inleiding op pagina 8 en volg deze op.

Functie: handeling Volume verhogen; volumeregelaar 0 rechtsom draaien of toets ken brochure /nstructieboekje. Volume verlagen; volumeregelaar

0

linksom draaien of toets

Q op het multifunctiostuurwiel indruk-

2 op het multifunctiestuurwiel indrukken.

Wijzigingen in het volume worden op het beeldscherm met een 'balk" weergegeven. Het apparaat is ondertussen voor bediening geblokkeerd.

Als het geluid van het apparaat onderdrukt is, wordt een actueel beluisterde mediabron stilgezet. Op het beeldscherm wordt . weergegeven.

Sommige volume-instellingen en -aanpassingen kunnen vooraf worden ingesteld wpagina 64.

1 I

Geluidsweergave van apparaat onderdrukken

• Als het basisvolume voor de weergave van een audiobron sterk is verhoogd, dan het volume v66r het wisselen van de audiobron verlagen

• Volumeregelaar 0 linksom draaien, tot wordt weergegeven. •

OF: lnfotainmenttoets

indrukken.

Functietoetsen op het beeldscherm bedienen Lees eerst de veiligheidsaanwijzingen zî op pagina 3 en de informatie in de inleiding op pagina 8 en volg deze op.

jJ

utstarke [Pfeiltasten: Speicher

OKI X

I+ 1

V

191

Afbeelding 2 Principeweergave; Overzicht van mogelijke functietoetsen op het beeldscherm

1)

Het apparaat is uitgerust met een touchscreen (aanraakscherm) =nAfbeelding 19 Actieve gebieden op het beeldscherm, waarvoor een functie is gedefinieerd, worden "functietoetsen" genoemd en worden bediend door kort op het beeldscherm te drukken of de toets ingedrukt te houden. Functietoetsen worden in het instructieboekje door het woord "functietoets en een toetssymbool beschreven.

0

Afhankehik van het apparaat.

Inleiding


Functietoetsen starten functies of openen submenus. In submenu's wordt in de kopregel het actueel gekozen menu weergegeven =nAfbeelding

Inactieve (grijze) functietoetsen zijn op dat moment niet bruikbaar.

2®. Overzicht van weergaven en functietoetsen Weergaven en functietoetsen: handeling en effect in de kopregel staan het actueel gekozen menu en eventuele overige functietoetsen weergegeven.

©: aantippen om een ander menu te openen. ©: dradenkruis met lichte druk zonder loslaten over het beeldscherm bewegen. OF: Even de gewenste positie op het beeldscherm aanraken, het dradenkruis volgt naar deze positie.

©:

scrollbalken zijn zichtbaar indien u in een lijst meer vermeldingen kunt kiezen dan er kunnen worden weergegeven, zie =npagina 10, Lijstvermeldingen openen en lijsten doorzoeken. : aantippen om vanuit bepaalde lijsten stapsgewijs een niveau hoger te gaan. : aantippen om vanuit submenu's stapsgewijs terug te gaan naar het hoofdmenu of om gedane invoer ongedaan te maken.________ [Pop-upv]: aantippen, opent een pop-upvenster (optievenster) waarin verdere instellingsopties worden

weergegeven. (z Functie ingeschakeldi / [Functie uitgeschakeld]: sommige functies of weergaven zijn gemarkeerd door een

zogenaamde checkbox en worden geactiveerd of gedeactiveerd door erop te drukken.

J:

aantippen om een ingave of keuze te bevestigen.

: aantippen om een pop-upvenster of een invoerscherm te sluiten. of

EJ:

9:

aantippen om instellingen stapsgewijs te wijzigen.

schuifregelaar met lichte druk zonder loslaten over het beeldscherm bewegen.

cl

Lijstvermeldingen openen en lijsten doorzoeken Einstellungen Klang Bildschirm Zeit und Datum

Lijstvermeldingen met de steiknop markeren en openen e Stelknop draaien, om de vermeldingen na elkaar met een keuzeframe te markeren en zo de lijst te doorzoeken.

• Stelknop indrukken, om de gemarkeerde vermelding op te roepen.

Bildschirm

Lijsten doorzoeken (scrollen) Tastatur: Zustzliche Tastatursprachen Afbeelding 3 Principeweergave Lijstvermeldingen instellingenmenu

Lees eerst de veiligheidsaanwijzingen op pagina 3 en de informatie in de inleiding op pagina 8 en volg deze op. Lijstvermeldingen kunnen door direct aantippen op het beeldscherm of met stelknop =Afbeelding 1 ®worden geopend.

10 1

0",oii1posit uiI Mcdi , Dis ovor Mdit:

Als u in een lijst meer vermeldingen kunt kiezen dan er kunnen worden weergegeven, verschijnt rechts op het beeldscherm een scrollbalk =cAfbeelding 3. • Het beeldscherm boven of onder de scrollbalk kort aan tippen. • OF: Vinger op de scrollbalk plaatsen en zonder los te laten over het beeldscherm bewegen. Op de gewenste positie de vinger van het beeldscherm nemen. • OF: Vinger in het midden van het beeldscherm plaatsen en zonder/os te laten over het beeldscherm bewegen. Op de gewenste positie de vinger van het beeldscherm nemen.

cl


Invoerschermen met beeldschermtoetsenbord Links in de bovenste beeldschermregel bevindt zich de invoerregel met de cursor. Hier worden alle ingaven weergegeven. Invoerschermen voor invoer van "vrije tekst' In de invoerschermen voor een vrije tekst kunnen letters, cijfers en speciale tekens in elke combinatie worden gekozen. Door op de functietoets te drukken wordt de actueel weergegeven tekenreeks overgenomen.

Afbeelding 4 Principeweergave. Invoerscherm met beeldschermtoetsenbord Lees eerst de veiligheidsaanwijzingen zi op pagina 3 en de informatie in de inleiding op pagina 8 en volg deze op.

I

1 nvoerschermen met beeldschermtoetsenbord dienen bijvoorbeeld voor het ingeven van een geheugennaam, het kiezen van een reisdoel of het ingeven van een zoekbegrip voor het zoeken in langere lijsten. De hier opgesomde functietoetsen zijn niet allemaal in alle landen en voor alle themagebieden beschikbaar. In de volgende hoofdstukken worden alleen de van deze principeweergave afwijkende functies verklaard.

Invoerschermen voor kiezen van een opgeslagen vermelding (bv. keuze van een reisdoel) Hier kunnen alleen letters, cijfers en speciale tekens worden gekozen, die in deze combinatie met een opgeslagen vermelding overeenkomen. Met elke tekeninvoer wordt een, met de invoer tot dan toe overeenkomend, reisdoel voorgesteld. Bij samengestelde begrippen de spatie ook intoetsen. Als er minder dan 99 vermeldingen gekozen kunnen worden, wordt het aantal resterende vermeldingen achter de invoerregel weergegeven =Afbeelding 4 速. Als u op deze functietoets drukt, worden de overblijvende vermeldingen in een lijst getoond. Als er minder dan zes reisdoelen beschikbaar zijn, wordt de lijst automatisch geopend.

Overzicht van functietoetsen Functietoetsen

Handeling en effect

ffg:

aantippen om in de navigatiefunctie een postcode in te geven. :

aantippen om het invoerscherm voor cijfers en speciale tekens te openen.

ABC: aantippen om terug naar het letterinvoerscherm te wisselen.

O 3 Letters en cijfers

Letters en

Aantippen om naar een andere toetsenbordtaal te wisselen. Toetsenbordtalen kunnen in het menu Systeeminstellingen worden gekozen =pagina 62. 7Toont het aantal en opent de lijst met te kiezen vermeldingen die overeenkomen met de ingaven. Indrukken om over te nemen in de invoerregel. Ingedrukt houden om een pop-upvenster met op deze letters gebaseerde speciale tekens te laten zien. Gewenste teken overnemen door aantippen. Enkele speciale tekens kunnen ook uitgeschreven worden (bv. AE' voor A). Aantippen om tussen hoofdletters en kleine letters te wisselen. Aantippen om een spatie in te voegen.

Ok

Indrukken om de suggestie uit de invoerregel over te nemen en het invoervenster te sluiten.

Inleiding

1

11

-


Functietoetsen

Handeling en effect Aantippen om tekens in de invoerregel van rechts naar links te wissen. Aantippen om het invoerscherm te sluiten.

Benaderingssensoren Lees eerst de veiligheidsaanwijzingen ,& op pagina 3 en de informatie in de inleiding op pagina 8 en volg deze op.

I

Het infotainmentsysteem beschikt over een geïntegreerde benaderingssensor =Afbeelding 1 ®.

De schermweergave wisselt automatisch van de weergavemodus naar de bedienmodus als uw hand in de buurt van het scherm komt. In de bedienmodus worden functietoetsen automatisch gemarkeerd om de bediening makkelijker te maken.

Extra weergaven en weergaveopties r''n

Lees eerst de veiligheidsaanwijzingen £ op pagina 3 en de informatie in de inleiding op pagina 8 en volg deze op.

Weergaven op het beeldscherm zijn afhankelijk van de instellingen en kunnen dus afwijken van de hier beschreven weergaven.

2

1

Coipos hun Modfla, Ubsunver Media

In de statusregel van het beeldscherm kan bijvoorbeeld de actuele tijd en de actuele buitentemperatuur worden weergegeven. Alle weergaven kunnen pas na een volledige systeemstart van het infotainmentsysteem worden weergegeven.


Spraakbediening Inleiding voor het onderwerp In dit hoofdstuk vindt u informatie over de volgende onderwerpen: Het werken met de spraakbediening ........13

De spraakbediening moet in de taal worden bediend, die ook voor het infotainmentsysteem is ingesteld.

Instellingen spraakbediening ..............15

• In het menu Systeeminstellingen de gewenste taal instellen =pagina 62.

Een aantal functies kunnen door het uitspreken van commandos worden opgeroepen.

Aanvullende informatie en waarschuwingsaanwijzingen:

Aanwijzingen voor de spraakbediening

14

Voor de instellingenmenu's (SETUP) is geen spraakbediening beschikbaar. Tijdens de spraakbediening worden gesproken aanwijzingen als hulp voor de bediening gegeven. Deze kunnen in de lange of korte dialoog uitgegeven worden ='pagina 15.

• Veiligheidsaanwijzingen mentsysteem =pagina 3

J,

voor het infotain-

• Overzicht bedieningselementen =.pagina 6 • Basisinformatie voor bediening =pagina 8

I

Tijdens een parkeermanoeuvre is geen spraakbediening mogelijk.

Ondersteunde talen De spraakbediening is alleen beschikbaar voor de in het infotainmentsysteem instelbare talen.

Het werken met de spraakbedie Lees eerst de veiligheidsaanwijzingen /\ op pagina 3 en de informatie in de in-

leiding op pagina 13 en volg deze op. • Om de spraakbediening te activeren, infotainop het multifunctiementtoets of toets stuurwiel kort indrukken.

ED

De spraakbediening wordt met een oplopende signaaltoon ingeschakeld en een huipmenu met de belangrijkste spraakcommando's verschijnt. De weergave van het huipmenu kan worden in- en uitgeschakeld pagina 15. Gesproken aanwijzingen begeleiden de volgende dialoog. • Het gewenste spraakcommando uitspreken, bv.

"Navigatie" om naar de navigatiefunctie te wisselen. • Als een actie is beëindigd, wordt de spraakbediening met een aflopende signaaltoon beëindigd.

• Om een gesproken aanwijzing van het infotainmentsysteem te onderbreken en direct het volgende spraakcommando te geven, drukt u de apparaattoets kort in. • Om de spraakbediening handmatig te beëindiof toets gen, houdt u de infotainmenttoets op het multifunctiestuurwiel ingedrukt tot de af nemende signaaltoon hoorbaar is. De spraakbediening wordt eveneens beëindigd als u op een functietoets op het beeldscherm drukt of een infotainmenttoets indrukt. Als spraakcommando dient in het algemeen de in een functietoets of op een infotainmenttoets weer gegeven tekst. Lijstoverzichten worden tijdens de spraakbediening doorgenummerd. De cijfers worden links in de functietoetsen weergegeven. Uitspreken van een cijfer opent of activeert de betreffende vermelding. De functietoets E wordt altijd door het spraakcommando "Terug" opgeroepen.

Gebruiksaanwijzing van de spraakbediening Bij het eerste gebruik is het raadzaam eenmalig de gebruiksaanwijzing van de spraakbediening te beluisteren.

Inleiding

1

13


De gebruiksaanwijzing is in hoofdstukken onder verdeeld, die ii na elkaar kunt beluisteren of gericht kunt kiezen.

• lnfotainmenttoets of toets multifunctiestuurwiel kort indrukken.

• Spraakcommando voor het starten van de gebruiksaanwijzing in de in het navigatiesysteem Ingestelde taal uitspreken en aanwijzingen van de spraakdialoog volgen.

Taal

Spraakcomma ndo

Duits

Anleitung

Engels

Instructions

Spaans

Instrucciones

Frans

Instructions

Portugees

Instruçöes

Italiaans

Istruzioni

Tsjechisch

Nvod

Nederlands

Instructies

op het

-

Helpfunctie voor de spraakbediening

• Bedieningsfunctie kiezen en de infotainmenttoets jJ op het navigatiesysteem kort indrukken.

Voor de spraakbediening in het algemeen en voor de via de spraakbediening ondersteunde bedieningsfuncties kan een contextafhankelijke helptekst worden opgeroepen.

• Zo nodig de gewenste bedieningsfunctie kiezen. • Een van de volgende spraakcommandos in de in het navigatiesysteem ingestelde taal uitspreken.

Taal

Algemene helpfunctie voor de spraakbediening

Contextafhankelijke helpfunctie

Duits

Hilfe Sprachbedienung

Engels

Voice control help

Spaans

Ayuda manejo por voz

Ayuda

Frans

Aide système de commande vocale

Alde

Portugees Itahaans

Hilfe Help

I Ajuda do comando por voz

Ajuda_________________________

Aiuto sistema di comando vocale

Aluto

Tsjechisch

Pomochiasov' zâznam

Pomoc

Nederlands

Help spraakbediening

Help

Aanwijzingen voor de spraakbediening Lees eerst de veiligheidsaanwijzingen & op pagina 3 en de informatie in de in leiding op pagina 13 en volg deze op. Let op de volgende aanwijzingen, opdat de spraak bediening optimaal werkt: • Zo mogelijk langzaam en duidelijk spreken. Onduidelijk uitgesproken woorden en cijfers, resp. woorden waarvan lettergrepen worden in geslikt, kunnen niet door het systeem worden herkend. • Telefoonnummers alleen in losse cijfers uitspreken.

14

1

Composition Media, Discover Media

• Met normaal volume spreken, zonder abnormale beklemtoning of lange spreekpauzes. • Bijgeluiden (bv. gesprekken in de wagen) voorkomen. Alle ruiten, portieren en het schuifdak sluiten. • Luchtstroom uit de luchtroosters niet in de richting van de hemelbekleding richten. • Bij hogere snelheden iets luider spreken.


Instellingen spraakbediening Lees eerst de veiligheidsaanwijzingen op pagina 3 en de informatie in de in leiding op pagina 13 en volg deze op.

• lnfotainmenttoets

indrukken.

• Functietoets ER aantippen. • Vervolgens functietoets [spraakbedienirrg] aantippen.

Functietoets: effect dialoogstiji kiezen. : tijdens de spraakbediening volgen er extra aanvullende spraakaanwijzingen. er vervallen enkele extra spraakcommandos van de lange dialoog. [geIijke commandos weergeven]: spraakcommandos voor de actuele bedieningsfunctie worden bij het

openen van de spraakbediening op het beeldscherm weergegeven. [si Starttoon spraakbedieng]: bij het inschakelen van de spraakbediening klinkt een signaaltoon. Aantippen om de signaaltoon uit te schakelen. [w Etndtoon spraakbedening]: bij het uitschakelen van de spraakbediening klinkt een signaaltoon. Aantippen om de signaaltoon uit te schakelen. [ngavetoon in spraakdialoogj: de ingavetoon voor het bevestigen van een spraakcommando is ingeschakeld.

Het volume van de gesproken aanwijzingen voor de spraakbediening is aan te passen in het menu Ki anki nstel ii ngen => pagina 64, of gedurende een gesproken aanwijzing met de volumeregelaar =vAfbeelding 1

J.

Inleiding

1

15


Audiofunctie Radiofunctie Efli Inleiding voor het onderwerp In dit hoofdstuk vindt u informatie over de volgende onderwerpen: Hoofdmenu Radio . .................... ..

16

RDS-radio-informatiediensten .............17 Digitale radiofunctie (DAB, DAB+ en DM8audio) .................................18 Voorkeuzetoetsen .......................19 Zender kiezen, instellen en opslaan ........20 Scanfunctie (SCAN) .....................22

• Basisinformatie voor bediening =pagina 8 • Menu- en systeeminstellingen (SETUP) =pagina 62 • Parkeergarages, tunnels, hoge gebouwen of bergen kunnen het radiosignaal storen.

1

• Eolies of stickers met een metaallaag op de ruiten kunnen bij wagens met ruitantennes de ontvangst belemmeren.

1

TP-functie (Traffic Program) ...............23 Binnenkomend verkeersbericht ............23 Instellingen (EM, AM, DAB) ...............24 Aanvullende informatie en waarschuwingsaanwijzingen: • Veiligheidsaanwijzingen mentsysteem = pagina 3

voor het infotain-

• Overzicht bedieningselementen =pagina 6

Hoofdmenu Radio

Afbeelding 5 Hoofdmenu 'Radio

Afbeelding 6 Radiofunctie. Zenderlijst

m

Infotainmenttoets indrukken om het hoofdmenu 'Radio'te openen =AfbeoIding 5.

Lees eerst de veiligheidsaanwijzingen

A op pagina 3 en de informatie in de in-

leiding op pagina 16 en volg deze op. Functietoetsen in het hoofdmenu Radio Functietoets

Effect Gewenst frequentiegebied kiezen. Weergegeven voorkeuzetoetsgroep wisselen door aantippen van de functietoets.

2

16

1

Composition Media, Discover Media

110


Functietoets

Effect Opent de lijst met radiozenders die op dat moment te ontvangen zijn 20.

-

[Setu

J of

pagina

Opent de schaal van het ingestelde frequentiegebied (frequentieband) =v pagina 21

[Handrnatig

[Weergave

Sv

Extra diensten tonen w pagina 19. De functietoets is alleen in de DAB-functie zichtbaar.

a)

Opent het instellingenmenu van het actueel ingeschakelde frequentiegebied (EM, AM of DAB) Sv pagina 24.

]

Wisselen tussen opgeslagen of te ontvangen zenders Instelling voor de pijltoetsen in het menu Instellingen (FM, AM, DAB) =vpagina 24.

>

De functietoets is alleen zichtbaar tijdens de scanfunctie_=vpagina_22. -

Voorkeuzetoetsen voor het opslaan van zenders =v pagina 19. Zenderlijst updaten (frequentiegebied AM of DAB) Sv pagina 21.

Mogelijke weergaven en symbolen Weergave

I

Betekenis Weergave van de zenderfrequentie of de zendernaam en eventueel radiotekst. Zendernaam en radiotekst zijn alleen zichtbaar als RDS beschikbaar en ingeschakeld is Sv pagina 17.

RDS Offal

Radio-informatiedienst RDS is uitgeschakeld. RDS kan in het menu Instel 1' ngen FM worden ingeschakeld Sv pagina 24.

TP

TP is ingeschakeld en kan worden ontvangen

No TP

T

Sv

-

pagina 23.

Er wordt geen verkeersinformatiezender ontvangen.

j Radiozender is op een voorkeuzetoets opgeslagen. Geen DAB-ontvangst mogelijk.

) Afhanketjk van markt en apparaat.

al

RDS-radio-informatiediensten

Afbeelding 7 Hoofdmenu Rad c

Afbeelding 8

Lees eerst de veiligheidsaanwijzingen ,& op pagina 3 en de informatie in de inleiding op pagina 16 en volg deze op.

RDS (Radio Data Systeem) is een radio-informatiedienst, via welke extra EM-diensten zoals de weergave van zendernamen, automatisch zendervolgsysteem, radiotekst en de TP-verkeersinformatie (TE) mogelijk zijn.

Audiofunctie

1

17


RDS wordt niet door alle apparaten ondersteund en is niet overal en via elke FM-zender beschikbaar.

schakeld die de beste ontvangst oplevert. Dit kan er echter ook voor zorgen, dat een beluisterde regionale uitzending wordt onderbroken.

Afhankelijk van land en apparaat kan RDS worden uitgeschakeld ='pagina 24.

De automatische frequentiewissel en het automatisch zendervolgsysteem kunnen via Instellingen FM worden uitgeschakeld 0' pagina 24.

Zonder RDS zijn geen rad io-informatiediensten mogelijk.

Radiotekst (RDS)

Zendernaam en automatisch zendervoigsysteem

Enkele zenders met RDS zenden extra tekstinfor matie uit - zogenoemde radiotekst.

Als RDS beschikbaar is, kunnen in het hoofdmenu Radio en in de FM-zenderl -ijst zendernamen worden weergegeven.

Radiotekst wordt in de bovenste helft van het beeldscherm boven de voorkeuzetoetsen weergegeven =vAfbeelding 5 ®.

FM-radiozenders zenden onder één naam (bv. Radio 3) tijdelijk of permanent verschillende programma's uit op meerdere, per regio verschillende frequenties.

De weergave van radiotekst kan in Instellingen FM worden gedeactiveerd 0' pagina 24. • Voor de inhoud van de verzonden informatie

1

zijn de radiostations verantwoordelijk.

Het automatische zendervolgsysteem zorgt er standaard voor dat tijdens het rijden altijd naar de frequentie van de ingestelde zender wordt overge-

Digitale radiofunctie (DAB, DAB+ en DMB-audio

Afbeelding 9 Weergave van de voorKeLizecetser1 in de DAB-functie

Lees eerst de veiligheidsaanwijzingen j\ op pagina 3 en de informatie in de in-

leiding op pagina 16 en volg deze op. De DAB-radio-ontvanger ondersteunt de overdrachtstandaarden DAB, DAB+ en DMB-audio.

Afbeelding 10 Weergave van zenderinfo in de DAB-functie Op een kanaal worden meerdere DAB-zenders met beschikbare extra diensten tot een "ensem-

bie' samengevat. DAB-radiofunctie starten • In het hoofdmenu Radio functietoets kiezen. e'Afbeelding 9 (t aantippen en

Digitale radio in Europa wordt uitgezonden via frequenties van band III (174 MHz -240 MHz) en de L-band(1452 MHz - 1492 MHz).

De laatst ingestelde DAB-zender wordt weergegeven, als deze ter plaatse nog te ontvangen is.

De frequenties van beide banden worden als "kanalen" aangeduid en hebben een overeenkomstige code (bv. 12 A).

De gekozen DAB-zender wordt in de bovenste beeldschermregel weergegeven, het actueel gekozen ensemble daaronder 'n'Afbeelding 9.

13

Compoeïno... lrrda. ok,,..v

'4


Extra DAB-zenders Sommige DAB-zenders bieden tijdelijk of permanent extra zenders aan (bv. voor het uitzenden van sportverslagen). In het DAB-hoofdmeriu de zendernamen van de hoofdzender aantippen om een extra zender te kiezen. Of een extra zender kiezen uit de zenderlijst. In het DAB-hoofdmenu wordt de naam van een ingestelde extra zender rechts naast de korte naam van de DAB-hoofdzender weergegeven. Extra zenders kunnen niet worden opgeslagen.

Automatisch zendervoigsysteem: wisselen van DAB naar FM DAB is momenteel niet overal beschikbaar. In de DAB-radiofunctie wordt in gebieden zonder DABdekking weergegeven. Voor het automatische zendervolgsysteem kan in Instellingen DAB het wisselen naar het FM-frequentiegebiod worden toegestaan =pagina 25.

het FM-frequentiebereik weer te vinden en in te stellen. Voorwaarde voor een frequentieoverstijgende zenderwisseling is dat de DAB-zender en de EM-zender dezelfde zenderherkenning uitzenden of dat via DAB doorgegeven wordt met welke EM-zender de DAB-zender correspondeert. Als een overeenkomstige FM-zender is gevonden, wordt (FM) achter de zendernaam weergegeven. Als de corresponderende DAB-zender weer kan worden ontvangen, wordt na enige tijd weer naar de DAB-functie teruggeschakeld. De weergave (FM) verdwijnt. Als een DAB-zender bij te zwakke ontvangst ook in het EM-frequentiegebied niet kan worden teruggevonden, wordt het geluid van de radio uitgeschakeld.

Extra DAB-diensten Functietoets Lweersave o] =Afbeelding 9 aantippen en de gewenste extra dienst kiezen.

Wanneer dan de beluisterde DAB-zender niet moer kan worden ontvangen (bv. geen DAB beschikbaar), probeert het systeem deze zender in Functietoets: effect Geheugenhist): weergave van de voorkeuzetoetsen ='AfbeeFding 9. [Zenderinfo]: gelijktijdige weergave van radiotekst =nAfbeelding 10 ® en diashows ®, in plaats van de

voorkeuzetoetsen, (Radioteksi]: in plaats van de voorkeuzetoetsen wordt radiotekst in de onderste helft van het beeldscherm

weergegeven. Niet alle DAB-zenders ondersteunen radiotekst. [olashow): diashows worden over het hele beeldscherm weergegeven.

• Voor de inhoud van de verzonden informatie zijn de radiostations verantwoordelijk.

Voorkeuzetoetsen Lees eerst de veiligheidsaanwijzingen A\op pagina 3 en de informatie in de inleiding op pagina 16 en volg deze op.

EjJ

In het hoofdmenu Radio kunnen op doorgenummerde functietoetsen zenders van het actueel gekozen frequentiegebied worden opgeslagen. Deze functietoetsen worden als 'voorkeuzetoetsen" aangeduid.

Afbeelding 11 Huufclineîiu 'RnJftj'

Audiofunctie

1 19


Voorkeuzetoets die de gewenste zender weergeeft, aantippen. Zender via de voorkeuzetoetsen openen

Een opgeslagen zender kan na gekozen te zijn via de voorkeuzetoets alleen dan worden beluisterd, als deze op uw huidige locatie nog te ontvangen is. Een van de functietoetsen =Afbeelding 11

® aantippen.

OF: Met de vinger naar links of naar rechts over het beeldscherm veVoorkeuzetoetsgroep wisselen

gen. De voorkeuzetoetsen worden in groepen van elk 5 functietoetsen tlm tlm jjJ en weergegeven tlm ).

(

Zenders onder voorkeuzetoetsen opslaan Zenderlogo's onder voorkeuzetoetsen opslaan

Zie: zenders opslaan

,

pagina 21.

Aan de zenders die onder voorkeuzetoetsen zijn opgeslagen kunnen pagina 20, Zenderlogos onder zenderlogo's worden toegewezen voorkeuzetoetsen opslaan.

Zenderlogo's onder voorkeuzetoetsen opslaan

• Functietoets rsetup ] en aansluitend eriogp] aantippen.

Aan zenders die onder voorkeuzetoetsen zijn opgeslagen kunnen zenderlogo's worden toegewezen, die op de voorkeuzetoetsen worden weergegeven.

• De gewenste voorkeuzetoets aantippen, waaraan een zenderlogo moet worden toegewezen.

Als zenderlogo's zijn afbeeldingen in de gebruikelijke formats (bv. jpg, bmp of png) met een maximale grootte van 400 x 240 pixels, geschikt.

• Zenderlogo kiezen.

In sommige landen kunnen zenderlogo's op het internet, via een link naar de website Volkswagen Senderlogos", worden gedownload.

• De bron waarop het logo is opgeslagen kiezen (bv.).

De handeling herhalen om meer logos toe te wijzen. lnfotainmenttoets jjJ indrukken om terug te keren naar het hoofdmenu 'Radio'.

Zenderlogo's op een compatibel opslagmedium (bv. geheugenkaart of usb-opslagmedium) opslaan, om ze vervolgens in het infotainmentsysteem te importeren.

Zender kiezen, instellen en opslaan

Afbeelding 12 Hoofdmenu 'Radio'

Jonipocitïon flr'rhi. Dsc'j om Mr rij,

Afbeelding 13 Radiofunctie: Zenaeriijst


Lees eerst de veiligheidsaanwijzingen gina 16 en volg deze op.

At! op pagina 3 en de informatie in de inleiding op pa-

Zender kiezen FunctietoetsfJofJ =Afbeelding 12 aantippen. Zender kiezen met de pijitoetsen Overeenkomstig de instelling voor de pijitoetsen wordt gewisseld tussen opgeslagen zenders en ontvangbare zenders. Instelling voor de pijitoetsen in net menu Inste 1 Ii ngen (F-rl, AN1, DAB) =n pagina 24. Functietoets [Zender ] =nAfbeelding 12 aantippen om de zenderlijstte openen. Zender uit zenderlijst kiezen

De lijst doorzoeken en de gewenste zender kiezen door deze aan te tippen.

0

Voor het sluiten van de zenderlijst de functietoets =Afbeelding 13 aantippen Zonder bediening wordt de zenderlijst na enige tijd automatisch gesloten. De zenderlijsten in de frequentiegebieden FM, AM en DAB worden automatisch aangepast. Zenderlijst aanpassen

In de frequentiegebieden AM en DAB kan de zenderlijst ook handmatig worden aangepast door de functietoets =nAfbeelding 13 aan te tippen.

Zenderfrequentie handmatig instellen Frequentieband weergeven Frequentie stapsgewijs wijzigen

Stelknop één vergrendeling verder draaien. OF: Functietoets

3matigr] =Afbeelding 12 aantippen.

Stelknop draaien. OF: Pijltoets rechts resp. links van de frequentieband aantippen. Een van de pijltoetsen boven op het beeldscherm o'Afbeelding 12 aantippen. De volgende te ontvangen zender wordt automatisch ingesteld

Frequentieband snel doorzoeken

OF: Een van de pijltoetsen boven op het beeldscherm ='Afbeelding 12 ingedrukt houden. Na het loslaten wordt de volgende te ontvangen zender automatisch ingesteld. OF: Vinger op de schuifknop in de frequentieband leggen en door trekken de schuifknop verschuiven. Slelknop kort indrukken.

Frequentieband onderdrukken

Als een zender via een voorkeuzetoets is gekozen, wordt het handmatig kiezen van de frequentie eveneens beëindigd. Zonder bediening verdwijnt de frequentieband na enige tijd automatisch.

Zenders opslaan Gewenste voorkeuzetoets Afbeelding 12 ingedrukt houden tot een De actueel beluisterde zender

I signaaltoon klinkt.

op een voorkeuzetoets opslaan De actueel beluisterde zender is onder deze voorkeuzetoets opgeslagen. ____________

Audiofunctie

1 21


Functietoets [zenderJ =AfbeeIding 12 aantippen om de zenderlijst te openen. Zenders die al op een voorkeuzetoets zijn opgeslagen zijn in de zenderlijst met het symbool * =Afbeelding 13 gemarkeerd. Zender uit zenderlijst op een voorkeuzetoets opslaan

________ Opgeslagen zenders wissen

De gewenste zender kiezen door deze op het beeldscherm ingedrukt te houden. De gewenste voorkeuzetoets waarop de zender moet worden opgeslagen, aantippen. Er klinkt een signaaltoon en de zender is op deze voorkeuzetoets opgeslagen. Om andere zenders uit de zenderlijst op te slaan, de handeling herhalen. In het menu Instellingen EM, AM, DAB kunnen alle opgeslagen zenders afzonderlijk of in een keer worden gewist => pagina 24.

FM)

Vastgezette zendernamen worden met een punt links en rechts van de zendernaam weergegeven.

Sommige radiozenders zenden een zeer lange zendernaam uit, die als rollende tekst op het beeldscherm wordt weergegeven.

De vastgezette tekst wordt weergegeven op alle voorkeuzetoetsen waarop deze radiozender is opgeslagen.

Zendernamen vastzetten (frequentiegebied

Om de actueel weergegeven tekst vast te zetten, op de zendernaam drukken en ingedrukt houden, tot een signaaltoon klinkt.

Scanfunctie (SCAN Lees eerst de veiligheidsaanwijzingen /i\ op pagina 3 en de informatie in de inleiding op pagina 16 en volg deze op.

Scanfunctie starten

Bij ingeschakelde scanfunctie worden alle te ontvangen zenders van het actuele frequentiegebied elk gedurende ongeveer 5 seconden weergegeven.

Stelknop kort indrukken. OF: Functietoets [Setup .] aantipperi endaarna SCAN kiezen. Stelknop kort indrukken.

Scanfunctie beëindigen

OF: Functietoets SCAN aantippen om de scanfunctie bij de weergegeven zender te beëindigen. De scanfunctie wordt ook beëindigd, als een zender handmatig via de voorkeuzetoetsen wordt gekozen.

22

1

Compceition Media, Disco'.'e'; Mc'cli'


TP-functie (Traffic Program)

Afbeelding 14 Hoo;ur1, ni Raaic' met TP-weergave

Afbeelding 15 Zendeflijst met TP-weergave

r-T'ri

van de actuele of corresponderende verkeersinformatiezender worden tijdens de audiofunctie weergegeven.

Lees eerst de veiligheidsaanwijzingen

op pagina 3 en de informatie in de inleiding op pagina 16 en volg deze op. De verkeersinformatiefunctie is alleen via de TPfunctie beschikbaar, zolang een verkeersinformatiezender te ontvangen is. Verkeersinformatiezenders worden in het hoofdmenu 'Radio' en in de zenderlijst met TP aangeduid =Afbeelding 14 en ='Afbeelding 15. Enkele zenders zonder eigen verkeersinformatie ondersteunen de TP-functie door met een verkeersinformatiezender samen te werken (ECN).

TP-functie in- en uitschakelen â&#x20AC;˘ In het menu Instellingen (FM, AM DAS) door aantippen functietoets [yerkeersinformati7:ij] activeren of deactiveren El = pagina 24. Als de op dat moment beluisterde zender de TPfunctie niet ondersteunt, verschijnt No TP rechtsboven op het beeldscherm.

In de FM-functie moet de beluisterde zender de TP-functie ondersteunen. Als na het inschakelen van de TP-functie een zender via de voorkeuzetoetsen gekozen of handmatig ingesteld wordt, die de TP-functie niet ondersteunt, is verkeersinformatie niet mogelijk (weergave No TP). Als de beluisterde verkeersinformatiezender niet meer kan worden ontvangen, wordt ook No TP weergegeven en moet handmatig een zender worden gezocht mpagina 20 Tijdens de AM- of mediafunctie wordt op de achtergrond altijd automatisch een te ontvangen verkeersinformatiezender ingesteld, zolang een dergelijke zender te ontvangen is. Dit kan enige tijd duren.

Ingeschakelde TP-functie en zenderkeuze Zolang de verkeersinformatiefunctie ingeschakeld is, wordt tijdens de audiofunctie rechtsboven TP weergegeven w Afbeelding 14. Verkeersberichten

Binnenkomend verkeersbericht Lees eerst de veiligheidsaanwijzingen Ă&#x201A; op pagina 3 en de informatie in de inleiding op pagina 16 en volg deze op.

I

Een binnenkomend verkeersbericht wordt tijdens de actuele audiofunctie weergegeven.

Tijdens het verkeersbericht wordt een pop-upvenster weergegeven en. indien noodzakelijk, schakelt de radio voor de duur van het bericht over naar de verkeersinformatiezender (ECN). De mediafunctie wordt op pauze gezet en het volume wordt in overeenstemming met de volumevoorinstellingen aangepast ='pagina 64.

Audiofunctie

23


Het volume van het verkeersbericht kan met de volumeregelaaro) =0Afbeelding 1 Oworden gewijzigd. Het gewijzigde volume wordt voor de volgende verkeersberichten overgenomen.

aantippen om het beluis• Functietoets teren van het actuele verkeersbericht te beëindigen. De TP-functie blijft echter geactiveerd. • OF: Functietoets [Uitschakelen] aantippen om het beluisteren van het actuele verkeersbericht te beeindigen en de TP-functie permanent uit te schakelen.

Instellingen (FM, AM, DAB) Lees eerst de veiligheidsaanwijzingen op pagina 3 en de informatie in de i leiding op pagina 16 en volg deze op.

Instellingen FM • Frequentiegebied FM kiezen door op de infote drukken. tainmenttoets • OF: Functietoets =r'Afbeelding 14 en frequentiegebied FM kiezen.

(9) aantippen

• Functietoets [Setup ] aantippen om het menu Insteil ingen FM te openen. Functietoets: effect :_klankinstellingen =0 pagina 64. : scanfunctie (SCAN). Bij ingeschakelde scanfunctie worden alle te ontvangen zenders van het actuelefrequentiegebied elk gedurende ongeveer 5 seconden afgespeeld _pagela 22. [Pijitoetse]: instelling voor pijltoetsen en vastleggen. De instelling wordt voor alle frequentiegebieden

(FM. AM) overgenomen. hejjgjst: met de pijltoetsen worden alle opgeslagen zenders van het gekozen frequentiegebied doorlopen. [zenderlijstj: met de pijitoetsen worden alle te ontvangen zenders van het gekozen frequentiebe-

reik doorlopen. [sVerkeersinformatie (TP)]: TP-functie (verkeersinformatiefunctie) is geactiveerd =opagina_23. [ugenljjt: alle of individuele opgeslagen zenders wissen. [Alle wissen]: alle opgeslagen zenders worden gewist.

Om een individuele zender te wissen, de_gewenste voorkeuzetoets aantippen. [2ndejgp]: zenderlogos aan op voorkeuzetoetsen opgeslagen zenders toewijzen =0 pagina 20. [Radiotekst): radiotekst is ingeschakeld =0 pagina 18. (iiïitgebreide instellj: instellingen voor de RDS-radio-informatiediensten. frequenti(j: automatisch zendervoigsysteem via RDS is geactiveerd. Bij gedeactiis het automatische zendervolgsysteem uitgeschakeld. De functietoets veerde checkbox [begjpI is dan niet actief (grijs). '11

[4dio Data Systeem (Rp)]a): het radiodatasysteem (RDS) is uitgeschakeld =5 pagina 17. Bij ge-

deactiveerde checkbox

El

zijn de functies verkeersinformatie (TP) en radiotekst niet beschikbaar.

[RDS regionaal]: instelling voor automatisch zendervolgsysteem via RDS vastleggen

=0 pagina 17.

er worden alleen alternatieve frequenties van de ingestelde zender met identiek regionaal programma ingesteld. [Automatisch]: er wordt altijd naar de frequentie van de ingestelde zender overgeschakeld

die de beste ontvangst oplevert, ook wanneer daarvoor een regionale uitzending wordt onderbroken. ) Afhankelijk van land en apparaat.

24

1

Compositioti MeULt Discover Medio


Instellingen AM • Frequentiegebied AM kiezen door op infotainte drukken. menttoets • OF: Functietoets =Afbeelding 140aantippen en frequentiegebied AM kiezen. aantippen om het menu • Functietoets Instellingen AM te openen. Functietoets: effect nk: klankinstellingen =e pagina 64.

scanfunctie (SCAN). Bij ingeschakelde scanfunctie worden alle te ontvangen zenders van het actuelefrequentiegebied elk gedurende ongeveer 5 seconden afgespeeld pagina 22. en

Cpijnoetsen): instelling voor pijltoetsen

vastleggen. De instelling wordt voor alle frequentiegebieden

(EM, AM) overgenomen. [Geheugenljst]: met de pijltoetsen worden alle opgeslagen zenders van het gekozen frequentiege-

bied doorlopen. [Zenderhst]: met de pijltoetsen worden alle te ontvangen zenders van het gekozen frequentiege-

bied doorlopen. [rverkeersinformatieTPij: TP-functie (verkeersinformatiefunctie) is geactiveerd = pagina 16. [heugenlilstj: alle of individuele opgeslagen zenders wissen. [Alle wissen]: alle opgeslagen zenders worden gewist.

Om een individuele zender te wissen, de gewenste voorkeuzetoets aantippen. derlogo's]: zenderlogos aan op voorkeuzetoetsen opgeslagen zenders toewijzen pagina 20.

Instellingen DAB • Frequentiegebied DAB kiezen door op de infotainmenttoets te drukken. • OF: Functietoets Afbeelding 140aantippen en frequentiegebied DAB kiezen. • Functietoets [Setup :.J aantippen om het menu Instellingen DABte openen. Functietoets: effect klankinstellingen

pagina 64.

: scanfunctie (SCAN). Bij ingeschakelde scanfunctie worden alle te ontvangen zenders van het actuele frequentiegebied elk gedurende ongeveer 5 seconden afgespeeld => pagina 22. [ijitoet]: instelling voor pijltoetsen

a en

vastleggen. De instelling wordt voor alle frequentiegebieden

(FM, AM) overgenomen. [Geheugenlrjst): met de pijltoetsen worden alle opgeslagen zenders van het gekozen frequentiege-

bied doorlopen Eerlijs.)]: met de pijltoetsen worden alle te ontvangen zenders van het gekozen frequentiege-

bied doorlopen. [af Verkeersinformatie ITPTj]: TP-functie (verkeersinformatiefunctie) is geactiveerd

-

pagina 16.

[tteniiist]: alle of individuele opgeslagen zenders wissen. [Alle w'ssenj: alle opgeslagen zenders worden gewist.

-

Om een individuele zender te wissen, de gewenste voorkeuzetoets aantippen.

- - -. - -

rZenderIogosj: zenderlogo's aan op voorkeuzetoetsen opgeslagen zenders toewijzen =npagina 20.

R Radotekst]:

radiotekst(RDS)_is_ingeschakeld_pagina 18.

[ü7ebrerde insteil.]: instellingen voor de DAB-diensten. DAB-verkeersberichten]: DAB-verkeersberichten worden net zoals TP-verkeersberichten in elke

functie weergegeven.

Audiofunctie

1 25


Functietoets: effect DAB-berichten (nieuws, sport, weer, waarschuwingen, enz.) worden in de actuele DAB-radiofunctie weergegeven. DAB - DAB programmavervolging]; het automatische zendervoigsysteem binnen het DAB-frequentie-

gebied is ingeschakeld. (ef Automatisch omschakelen DAB - FMI; het automatische zendervolgsysteem mag naar het FM-fre-

quentiegebied schakelen. )ba; L-band is ingeschakeld (zenderfrequenties met kleine reikwijdte, voor lokale ont-

vangst).

26

1

Composition Media, Discover Media


Mediafunctie Inleiding voor het onderwerp In dit hoofdstuk vindt u informatie over de volgende onderwerpen: Eisen aan opslagmedia en bestanden ......27 Afspeelvolgorde van bestanden en mappen 29 Hoofdmenu Media . ......................29 Andere mediabron kiezen .................31 Cd plaatsen of verwijderen ................31 Geheugenkaart plaatsen of verwijderen 32 Extern opslagmedium op usb .-e- ...........33 Externe audiobron op multimediabus AUX-IN 34 Multimedia-interface MEDIA-IN ............35 Externe audiobron via Bluetooth® verbinden 37 Andere titel kiezen in het hoofdmenu Media

Auteursrecht De op de opslagmedia opgeslagen audio- en videobestanden worden in de regel beschermd door het auteursrecht volgens de daarvoor geldende internationale en nationale bepalingen. De wettelijke bepalingen opvolgenl

Aanvullende informatie en waarschuwingsaanwijzingen: • Veiligheidsaanwijzingen i voor het infotainmentsysteem =.pagina 3 • Overzicht bedieningselementen =pagina 6 • Basisinformatie voor bediening => pagina 8 MPEG-4 HE-AAC audiocoderingstechnologie en patenten zijn eigendom van Fraunhofer

38

Titelkeuze vanuit de afspeellijst ............38 Instellingen media .......................39 Met "mediabronnen" worden hierna bronnen aangeduid die op verschillende opslagmedia (bv. cd, geheugenkaart, externe mp3-speler) audiobestanden bevatten Deze audiobestanden kunnen via de overeenkomstige spelers of audio-ingangen van het infotainmentsysteem worden afgespeeld (interne cd-wisselaar, geheugenkaartopening, multimediabus AUX-IN etc.).

IIS. Dit product wordt door bepaalde bedrijfsmatige octrooi- en auteursrechten van de Microsoft Corporation beschermd. Het gebruik of de verkoop van dergelijke technologie buiten dit product zonder licentie van Microsoft of een Microsoft vertegenwoordiging is verboden.

Eisen aan opslagmedia en bestanden Lees eerst de veiligheidsaanwijzingen op pagina 3 en de informatie in de inleiding op pagina 27 en volg deze op.

De opgesomde afspeelbare bestandsformaten worden hierna samenvattend als 'audiobestanden" aangeduid. Een cd met zulke audiobestanden wordt "audiogegevens-cd" genoemd.

Af fabriek ingebouwde cd-spelers voldoen aan vei ligheidsklasse 1 volgens DIN lEG 76 (CO) 6/ VDE 0837. In het apparaat mogen alleen 12 cm standaardcd's en geheugenkaarten met een fysieke grootte van 32 mm x 24 mmx 2,1 mm of 1,4 mm worden geschoven.

Audiofunctie

1 27


Voorwaarden voor het afspelen

Mediabron ©Audio-cd's (tot 80 min).

J- Cd-digital-audiospecificatie

Cd-rom-, cd-r-, cd-rw-audiogegevenscd tot max. 700 MB (megabyte) volgens bestandssysteem ISO 9660 Level 1 en 2, Joliet of UDF 1.02, 1.5, 2.01. Sd- en MMC-geheugenkaarten volgens bestandssysteem FAT12, FAT16, FAT32 of VFAT tot max. 2 GB (gigabyte) en SDHC-geheugenkaarten tot max. 32 GB en SDXC-geheugenkaarten tot max. 2 TB (terabyte).

-

Weergave van audiobestanden via Bluetooth®a).

-

©

n.

MEDIA-IN extern opslagmedium

Mp3-bestanden (.mp3) mot bitrates van 32 tot 320 kbit/s of variabele bitrate. - WMA-bestanden (.wma) tot 9.2 mono/stereo zonder kopieerbeveiliging. - AAC-bestanden (.m4a, .m4b, .mp4, .aac). —Afspeellijsten in de formats M3U, PLS, ASX en WPL. - Afspeellijsten niet groter dan 20 kB en met niet meer dan 1000 vermeldingen. - Bestandsnaam en padaanduidingen niet langer dan 256 tekens. - maximaal 4 partities. De externe mediaplayer moet het A2DPBluetooth®profiel ondersteunen =npagina 37. -

- Compatibel met multimedia-interface MEDIA-IN =npagina 135.

) BlueteothO is een geregistreerd merk van Bluetoot0 SIG, Inc Eisen voor de werking van externe opslagmedia via de multimedia-interface MEDIA-IN =pagina 35.

Afhankelijk van de grootte, de gebruikstoestand (kopieer- en wishandelingen), de mapstructuur en het bestandstype van het gebruikte opslagmedium kan de inloestijd sterk wisselen.

Beperkingen en aanwijzingen Verontreinigingen, hoge temperaturen en mechanische beschadigingen kunnen een opslagmedium onbruikbaar maken. Let op de aanwijzingen van de fabrikant van het opslagmedium. Kwaliteitsverschillen tussen opslagmedia van verschillende fabrikanten kunnen bi) de weergave storingen veroorzaken. Houd rekening met de wettelijke bepalingen ten aanzien van het auteursrecht! De configuratie van een opslagmedium of voor de opname gebruikte apparaten en programma's kunnen ertoe leiden dat afzonderlijke titels of het opslagmedium niet leesbaar zijn. Informatie over hoe audiobestanden en opslagmedia het beste kunnen worden vervaardigd (compressierates, 1 D3-tag etc.), vindt u bijvoorbeeld op internet.

28

1

Cornposition Media, Discover Mcdia

Afspeellijsten leggen alleen een bepaalde afspeelvolgorde vast. In afspeellijsten zijn geen bestanden opgeslagen. Afspeellijsten worden niet afgespeeld, als de bestanden op het opslagmedium niet daar zijn opgeslagen, waarde afspeellijst naartoe verwijst (relatieve padaanduidingen). Geen geheugenkaartadapters gebruiken • De navigatiegeheugenkaart is niet als geheugen voor andere bestanden bruikbaar, opgeslagen bestanden worden niet herkend door het infotain mentsysteem. Voor beschadigde of verloren gegane bestanden op de opslagmedia kunnen wij niet aansprakelijk worden gesteld.


Afspeelvolgorde van bestanden en mappen

I Afbeelding 16 Mogelijke structuur van een audiogegevens-cd

jfl

Lees eerst de veiligheidsaanwijzingen

LI\ op pagina 3 en de informatie in de in

leiding op pagina 27 en volg deze op. Vaak zijn de audiobestanden LII op een opslagmedium ingedeeld in mappen Den afspeellijsten Eil om zo een bepaalde afspeelvolgorde vast te leggen.

Titels, mappen en afspeellijsten zijn in overstemming met hun naam op het opslagmedium numeriek en alfabetisch gesorteerd. De afbeelding toont als voorbeeld een typische audiogegevens-cd, die titels El, mappen D en submappen bevat =Afbeelding 16. De titels worden bijgevolg als volgt afgespeeld 1 ): 1.

Titel ® en ® in de hoofddirectory (root) van de cd

2

Titel ® en ® in de eerste map El van de hoofddirectory van de cd Titel ® in de eerste submap F1.1 van de map F1 Titel ® in de eerste submap F1.1.1 van de submap Fl.1 Titel ® in de tweede submap F1.2 van de map F1 Titel ® en ® in de tweede map F2

• De afspeelvolgorde kan door de keuze van • verschillende afspeelmogelijkheden worden gewijzigd =npagina 30. Afspeellijsten worden niet automatisch afge• speeld, maar moeten via het menu voor de keuze van een titel gericht worden gekozen =npagina 38.

Hoofdmenu Media Via het hoofdmenu Media kunnen verschillende mediabronnen worden gekozen en weergegeven. • lnfotainmenttoets indrukken om het hoofdmenu Media te openen =nAfbeelding 17. Het afspelen van de laatst afgespeelde mediabron wordt op de plaats waar het afspelen was gestopt weer voortgezet. Welke mediabron actueel wordt afgespeeld staat linksonder in de functietoets weergegeven

0.

Als geen mediabron kan worden gekozen, wordt dit in het hoofdmenu Media weergegeven. Afbeelding 17 Hoofdmenu MEDIA

W

Lees eerst de veiligheidsaanwijzingen

Lh op pagina 3 en de informatie in de in-

leiding op pagina 27 en volg deze op.

in het menu Instel ii ngen media moet de functie (Or/repeat roi submappenjgeactiveerdzijn pagina39

.

Audiofunctie

1 29

00.


Functietoetsen in het hoofdmenu Media Functietoets

Effect Geeft de actueel gekozen mediabron weer. Aantippen om een andere mediabron te kiezen =c pagina 31.

: interne cd-speler =pagina 31. [o

Sdkaart 1),

[o Sd-kaart 2): Sd-geheugenkaart

'c pagina 32.

extern opslagmedium op usb =npagina 33. externe audiobron op de multimediabusAUX-IN wpagina 34. [MEDIA-1iij: Media-In =pagina 35.

In plaats van [MEDIA-IN) kan, afhankelijk van de aangesloten mediabron, of worden weergegeven.

fJ

Bluetooth®audio =cpagina 37. [SeIectie)

resp.

Opent de afspeellijst =pagina 38. Andere titel kiezen tijdens mediafunctie =cpagina 38 Weergave wordt gestopt._Functietoets

8 verandert in

Weergave wordt vervolgd. Functietoets S verandert in Opent het menu Instellingen media wpagina 39.

pagina 38.

ij =c pagina 38.

Alle titels herhalen. Alle titels op hetzelfde geheugenniveau als de actueel afgespeelde titel worden her haald. Als in het menu Instel 1 ingen media [t Mix/repeat mci submappen] is geactiveerd, worden ook submappen meegenomen pagina 39. Actuele titel herhalen. Afspelen in willekeurige volgorde. Alle titels op hetzelfde geheugenniveau als de actueel afgespeelde titel worden 'meegenomen. Als in het menu Instellingen media [kt Mix/repeat inci. submappenj is geactiveerd worden ook submappen meegenomen pana 39. Bij ingeschakelde scanfunctie worden alle titels van de actuele afspeellijst elk gedurende ongeveer 10 seconden afgespeeld. De functietoets is alleen zichtbaar tijdens de scanfunctie. Omde scanfunctie te starten, op stelknop =vAfbeelding 1 drukken of de afspeellijst [Selectie openen en functietoets aantippen.

]

®

Weergaven en symbolen in het hoofdmenu Media' Weergave

Betekenis Weergave van titelinformatie (cd-tekst

,

lD3-tag voor mp3-bestanden).

Audio-cd's: weergave van Titel en titelnummer, overeenkomstig de volgorde op het opslagmedium.

A

Audiobestanden: weergave van artiestennaam, albumnaam en titelnaam.

©

Weergave van de albumcover, als deze beschikbaar is op het opslagmedium. Afspeeltijd van de titel en resterende afspeeltijd in minuten en seconden. Bij audio___________ bestanden met variabele bitrate (VBR) kan de weergegeven speeltijd afwijken.

RDS Qffal

Radio-informatiedienst RDS Is uitgeschakeld. RDS kan in het menu Insteli ingen FM worden ingeschakeld o'pagina 16.

TP

TP is_ingeschakeld en kan worden ontvangen =pagina 16.

No TP

Er wordt geen verkeersinformatiezender ontvangen. Geen DAB-ontvangst mogelijk.

a/ Afhankelijk van land en apparaat

30

1

Composition •Media.. Discover Mcdie


Andere mediabron kiezen • In het hoofdmenu Media infotainmenttoets meerdere keren indrukken om de beschikbare mediabronnen achtereenvolgens te doorlopen. • OF: In het hoofdmenu Media functietoets =Afbeelding 18 Qaantippen en de gewenste mediabron kiezen. In het pop-upvenster zijn momenteel niet beschikbare mediabronnen inactief (grijs) weergegeven. Als een voorheen beluisterde mediabron opnieuw wordt gekozen, wordt de weergave vervolgd op de plek waar deze is gestopt. Afbeelding 18 HoofdIne:u MEDIA Lees eerst de veiligheidsaanwijzingen & op pagina 3 en de informatie in de inleiding op pagina 27 en volg deze op. Optioneel beschikbare mediabronnen Functietoets: mediabron

J: interne cd-speler =pagina 31. 1: Sd-kaart ij, [0 5d-kaart 2]: Sd-geheugenkaart pagina 32. J: extern opslagmedium op usb = pagina 33. J: externe audiobron op de multimediabusAUX-IN =pagina 34. [MEDIA-IN): Media-In =pagina 35.

In plaats van [MEDIA-IN] kan, afhankelijk van de aangesloten mediabron, gegeven.

of

fJ worden weer

BT-audio]: Bluetooth®audio = pagina 37.

• U kunt ook een andere mediabron kiezen in de weergave Afspeellijst => pagina 38.

Cd Diaatsen of verwijderen

Afbeelding 19 Opslagmediumopeningen in het dashboardkastje Lees eerst de veiligheidsaanwijzingen op pagina 3 en de informatie in de inleiding op pagina 27 en volg deze op.

Tijdens het rijden zou de bestuurder het apparaat niet moeten bedienen. Opslagmedium voor het begin van de rit plaatsen of verwisselen! 10.

Audiofunctie

1 31


De cd-speler kan zowel audio-cds als audiodatacds afspelen. Cd plaatsen • Cd met de zijde met tekst naar boven houden • De cd altijd slechts zo ver in de cd-opening =Afbeelding 19 ® schuiven, dat deze automatisch naar binnen wordt getrokken. • Het afspelen begint na het plaatsen automatisch. Cd verwijderen Bij cabriolets moet afhankelijk van het land voor het verwijderen van de cd, de sleutel in het contact zitten (diefstalbeveiliging).

Q indrukken.

• Toets

• De geplaatste cd wordt uit het apparaat geschoven en moet binnen 10 seconden worden verwijderd.

Cd niet leesbaar of defect Als de gegevens op een geplaatste cd niet kunnen worden gelezen of de cd defect is, wordt er een overeenkomstige aanwijzing op het beeldscherm weergegeven. Afhankelijk van het apparaat wordt een niet-leesbare cd automatisch driemaal kort eruit geschoven en weer naar binnen getrokken om 3 nieuwe leespogingen te starten, voordat de aanwijzing wordt weergegeven. • Op een slecht wegdek en bij heftige trillingen kan de speler bij het afspelen overslaan.

Als de binnentemperatuur in het apparaat te hoog is, worden geen cd's meer geaccepteerd of afgespeeld. Als na het plaatsen van verschillende cds steeds een cd-spel erstori ng wordt weergegeven, een specialist raadplegen.

Als de cd niet binnen ca. 10 seconden wordt verwijderd, wordt deze om veiligheidsredenen weer in de speler geschoven zonder dat naar de cd-functie wordt geschakeld.

Geheugen kaart plaatsen of verwijderen

Afbeelding 20 Opslagmediurnopeningen in het dashboardkastje Lees eerst de veiligheidsaanwijzingen op pagina 3 en de informatie in de inleiding op pagina 27 en volg deze op. Tijdens het rijden zou de bestuurder het apparaat niet moeten bedienen. Opslagmedium voor het begin van de rit plaatsen of verwisselen! Er worden alleen afspeelbare audiobestanden weergegeven en afgespeeld. Andere bestanden worden genegeerd.

3

2

I

Composition Media. Discovr Media

Geheugenkaart plaatsen Een compatibele geheugenkaart met de afgesneden hoek eerst en met het opschrift naar boven (contacten naar beneden) in een van beide geheugenkaartopeningen =Afbeelding 20 schuiven, tot deze vastklikt.

©

Als een geheugenkaart niet erin kan worden geschoven, de inschuifpositie en geheugenkaart controleren. De geluidsweergave begint automatisch, als er audiobestanden op de geheugenkaert zijn opgeslagen en deze leesbaar zijn. 10.


Geheugenkaart verwijderen

Geheugenkaart niet leesbaar

De geplaatste geheugenkaart moet op het verwijderen worden voorbereid.

Als er een geheugenkaart wordt geplaatst waarop bestanden staan die niet gelezen kunnen worden, wordt na het laden naar de functie van de geheugenkaart omgeschakeld.

• Op de infotainmenttoets MENU drukken, aansluitend aantippen om het menu Systeeminstellingen te openen. • Functietoets

resp. [j<eart 2 veilig verwijderen] aantippen. Nadat de geheugenkaart met succes door het systeem is afgemeld, wordt de functietoets grijs. ]d-kaart 1 veilig verwijderen]

• Op de geplaatste geheugenkaart drukken. De geheugenkaart springt in de verwijderpositie.

De volgende aanwijzing verschijnt: Geen afspeelbare bestanden beschikbaar. • De navigatiegeheugenkaart is niet als geheugen voor andere bestanden bruikbaar, opgeslagen bestanden worden niet herkend door het infotainmentsysteem.

1

• Geheugenkaart verwijderen.

Extern opslagmedium op usb

.-

3

Lees eerst de veiligheidsaanwijzingen op pagina 3 en de informatie in de in leiding op pagina 27 en volg deze op.

• Op de infotainmenttoets drukken, aansluitend EIR aantippen om het menu Systeeminsteli ingen te openen.

Afhankelijk van het land en de uitrusting kan zich ook een usb-aansluiting .-e- in de wagen bevinden

• Functietoets [Usb-opsiagmedium veilig verwijderen] aantippen. Nadat het opslagmedium met succes door het systeem is afgemeld, wordt de functietoets grijs.

w brochure Instructieboekje. Indien in plaats daarvan een multimedia-interface MEDIA-IN in de wagen zit, moet voor het aansluiten van het externe opslagmedium een adapterkabel worden gebruikt Sv pagina 35.

• De verbinding met het opslagmedium kan worden verbroken. Opslagmedium niet leesbaar

Er worden alleen afspeelbare audiobestanden weergegeven en afgespeeld. Andere bestanden worden genegeerd

Bij het verbinden van een opslagmedium waarvan de gegevens niet gelezen kunnen worden, verschijnt de aanwijzing Geen afspeel bare bestanden beschikbaar.

De geluidsweergave begint automatisch, als er audiobestanden op het opslagmedium zijn opgeslagen en deze leesbaar zijn

I

Lees en neem de gebruiksaanwijzing van de fabrikant van het externe opslagmedium in

acht.

zj

Verbinding verbreken Het verbonden opslagmedium moet v66r het verbreken van de verbinding op het verwijderen worden voorbereid.

Audiofunctie

1 33


Externe audiobron op multimediabus AUX-IN

Afbeelding 21 HooldMleIlb N1uDIA

Afbeelding 22 1. op AUX-IN.

nD..

:,

,hron

leiding op pagina 27 en volg deze op.

Een aangesloten externe audiobron wordt met AUX op het beeldscherm weergegeven =AfbeeIding 22.

Afhankelijk van het land en de uitrusting kan zich ook een AUX-IN-bus w in de wagen bevinden

Externe audiobron op multimediabus AUXIN aansluiten

Lees eerst de veiligheidsaanwijzingen

A op pagina 3 en de informatie in de in-

brochure Instructieboekje. Om de externe audiobron aan te sluiten deze via een geschikte aansluitkabel met 3,5 mm jackplugsteker met de AUX-IN-bus verbinden. Indien in plaats daarvan een multimedia-interface MEDIA-IN in de wagen zit, moet voor het aansluiten van de externe audiobron via de 3,5 mm jackplugsteker een adapterkabel worden gebruikt pagina 35. De aangesloten externe audiobron wordt via de wagenluidsprekers weergegeven en kan niet via het infotainmentsysteem worden bediend.

• Basisvolume van het infotainmentsysteem verlagen. • Externe audiobron op multimediabus AUX-IN aansluiten. • Geluidsweergave van de externe audiobron starten. • In het hoofdmenu Media de functietoets =Afbeelding 21 aantippen en kiezen.

(D

Het volume van de externe audiobron moet aan het volume van de andere audiobronnen worden aangepast =pagina 64.

Bijzonderheden bij het gebruik van een ext rne audiobron via de multimediabus AUX-IN Handeling

Effect

Keuze van een andere audiobron op het infotain mentsysteem.

Externe audiobron gaat op de achtergrond verder.

Weergave van de externe audiobron beëindigen

Het infotainmentsysteem btjft in het menu AUX.

Steker van de multimediabus AUX-IN lostrekken

Het infotainmentsysteem wisselt naar de weergave van de laatst afgespeelde audiobron.

• Lees en neem de gebruiksaanwijzing van de fabrikant van de externe audiobron in acht.

34

1

Composition Media, Discover Media

Als de externe audiobron op het 12 volt stopcontact van de wagen is aangesloten, kan dit storende geluiden veroorzaken.


Multimedia-interface MEDIA-IN Met externe opslagmedia worden in dit instructieboekje USB-opslagmedia bedoeld, die afspeelbare bestanden bevatten, zoals bijvoorbeeld, mp3-speIers, iPodsTM en USB-sticks. Via de multimedia-interface MEDIA-IN wordt een voor USB gebruikelijke spanning van 5 volt beschikbaar gesteld.

Adapter voor het aansluiten van een opslagmedium Afbeelding 23 Mu]ttmedja-nterface MEDIA-IN Lees eerst de veiligheidsaanwijzingen op pagina 3 en de informatie in de inleiding op pagina 27 en volg deze op. Afhankelijk van het land en de uitrusting kan zich ook een multimedia-interface MEDIA-IN in de wagen bevinden =n brochure Instructieboekje.

Een extern opslagmedium wordt met een adapter op de multimedia-interface MEDIA-IN aangesloten. Een adapter zit in de !everingsomvang. Meer adapters zijn verkrijgbaar bij uw Volkswagen Partner. Geen geheugenkaartadapters, USB-verlengsnoeren of USB-hubs (USB-verdelers) gebruiken!

Audiobestanden op een op de muitimedia-interface MEDIA-IN aangesloten extern opslagmedium kunnen via het infotainmentsysteem worden afgespeeld en bediend. Eisen Opslag_media die kunnen worden aangesloten Leesbare bestanderi en formaten Opslagmedium gespecificeerd volgens USB2.O. Opslagmedium in het FAT-bestandssysteem FAT16 (<2GB) resp. FAT32 (>2GB). iPodsTM8) en iPhonescMd) van verschillende generaties MTP-speler met het "PlaysForSure"- of "ReadyForVista"-merkteken.

- Audiobestanden in het format mp3, WMA en AAC. - Afspeellijsten in de formats M31U, PLS, ASX en WPL.

Lees de gebruiksaanwijzing van het externe opslagmedium en neem deze in acht. iPod' en IPhoner zijn beschermde handeismerken van Apple Inc

Aanwijzingen en beperkingen Op het infotainmentsysteem kunnen alleen via de multimedia-interface MEDIA-IN leesbare audiobestanden worden weergegeven, afgespeeld en bediend. Bij MTP-spelers kan het - afhankelijk van de batte rijstatus en de hoeveelheid gegevens - enkele minuten duren, tot deze speelklaar zijn. Externe harde schijven met een hogere capaciteit dan 32 GB moeten onder bepaalde omstandigheden als FAT32 worden geformatteerd Programma's en aanwijzingen hiervoor zijn bijvoorbeeld te vinden op internet.

Bij opslagmedia die in meerdere partities zijn onderverdeeld, wordt alleen de eerste partitie herkend. Overige beperkingen en aanwijzingen met betrekking tot de eisen aan medisbronnen in acht nemen =5 pagina 27. Extern opslagmedium aansluiten of losmaken • Passende adapter op de multimedia-interface MEDIA-IN aansluiten =5 pagina 35. • Extern opslagmedium via de adapter met de multimedia-interface MEDIA-IN verbinden • Extern opslagmedium zo nodig inschakelen resp. juiste gegevensmodus kiezen.

Audiofunctie

1 35


Onafhankelijk van eventuele andere informatie kan het externe opslagmedium op elk moment zonder gegevensverlies van de multimedia-interface MEDIA-IN worden losgetrokken. Let er bij lostrekken van een iPodTM of iPhoneTM van de adapterkabel op, dat beide ontgrendelingen op de smalle zijkanten van de iPodTM-steker gelijktijdig worden ingedrukt. Bediening via het infotainmentsysteem Een correct op de multimedia-interface MEDIA-IN aangesloten extern opslagmedium kan via het infotainmentsysteem worden bediend. • In het hoofdmenu Media de functietoets =AfbeeIding 24 Q aantippen en {MEDIA-IN) kiezen.

iPodTM en iPhoneTM Bij een aangesloten iPodTM of iPhonerM worden op het bovenste keuzeniveau de iPod-specifieke lijstweergaven (C3 Afspeellijsten, Artiesten, El Albums, El Titels, El Podcasts etc.) getoond. De muziekbediening op de aangesloten iPodTM of iPhoneTM is daarbij geblokkeerd. Het afspeelvolume van sommige iPodsîM of iPhonesTM kan aan het volume van de andere audiobronnen worden aangepast =pagina 27. Vanaf een iPodTM of iphoneTM kunnen geen bestanden worden geïmporteerd.

Verdere bediening van het externe opslagmedium (andere titel kiezen, titelkeuze en afspeelmodi oproepen) geschiedt zoals staat beschreven in de betreffende hoofdstukken => pagina 27. Mogelijke storingmeldingen na aansluiten van een extern opslagmedium - Handelwijze -

Foutmelding

Oorzaak

Apparaat wordt niet ondersteund

Adapterkabel controleren. Weergave van het externe opslagmedium of communicatie via Software van de multimedia-interface de gebruikte adapterkabel is niet MEDIA-IN via uw Volkswagen Partner laten updaten. mogelijk. Indien mogelijk. de software van het externe_opslagmedium_updaten.

Apparaat werkt niet

Communicatie is gestoord

Verbinding en paraatheid van het externe opslagmedium controleren.

Vanwege het grote aantal verschillende opslagmedia en verschillende iPodTM en iPhoneTM-generaties kan niet worden gegarandeerd, dat alle beschreven functies storingvrij uitvoerbaar zijn. • Externe mediaspelers niet tegelijkertijd voor het afspelen van muziek via Bluetooth® en via de multimedia-interface MEDIA-IN met het infotainmentsysteem verbinden, omdat dit tot beperkingen bij het beluisteren kan leiden.

1

De gebruikte adapterkabel mag niet ingeklemd of scherp verbogen zijn. Dit kan de adapterkabel beschadigen en uitval van functies veroorzaken.


Externe audiobron via Bluetooth® verbinden • OF: Een externe Bluetooth®audiobron uit de lijst kiezen. • De aanwijzingen over de overige handelingen op het beeldscherm van het infotainmentsysteem en op het display van de Bluetooth-audiobron opvolgen. Eventueel moet de weergave op de BIuetooth®au diobron nog handmatig worden gestart. Als het afspelen op de Bluetooth®audiobron wordt beëindigd, blijft het infotainmentsysteem in de Bl u etooth®a u diofu nctie . Afbeelding 24 Hoofdmenu MEDIA Lees eerst de veiligheidsaanwijzingen op pagina 3 en de informatie in de inleiding op pagina 27 en volg deze op. In de Bluetooth®audiofunctie kunnen audiobestanden, die op een via Bluetooth® verbonden Bluetooth®audiobron (bv. mobiele telefoon) worden afgespeeld, via de wagenluidsprekers worden weergegeven (Bl u etooth®a u dioweergave) . Voorwaarden: • De externe Bluetooth®audiobron moet het A2DPBl u etooth®profiel ondersteunen. • In het menu Instellingen Bluetooth moet de functie [_Ïrietooth-audo (A2DP/AVRcP)] zijn geactiveerd =npagina 61. Bluetooth ®-audioweergave starten • Bl u etooth®zichtbaarheid op de externe Bluetooth®audiobron (bv. mobiele telefoon) inschakelen. • Basisvolume van het infotainmentsysteem verlagen. • Infotainmenitoets

ftJ indrukken.

• Functietoets =0 Afbeelding 24 [ST-audio) kiezen.

Cjt aantippen en

Weergave bedienen In hoeverre de Bluetooth®audiobron via het infotainmentsysteem kan worden bediend, is afhankelijk van de verbonden Bluetooth®audiobron. Bij sommige mediaspelers die het AVRCP-Bluetooth®profiel ondersteunen, wordt de weergave van de Bluetooth®audiobron automatisch gestart of gestopt, als naar de Bluetooth®audiofunctie of naar een andere audiobron wordt gewisseld. Bovendien kan het mogelijk zijn de titel weer te geven of een andere titel te kiezen via het infotainmentsysteem. • Vanwege het grote aantal verschillende Blue• tooth®audiobronnen kan niet worden gegarandeerd, dat alle beschreven functies storingvrij uitvoerbaar zijn. Op de verbonden Bluetooth®audiobron moe• ten de waarschuwings- en servicetonen (bv. toetstonen op de mobiele telefoon) altijd worden uitgeschakeld, om storinggeluiden en storingen in de werking te voorkomen. • Externe mediaspelers niet tegelijkertijd voor • het afspelen van muziek via Bluetooth® en via de multimedia-interface MEDIA-IN =npagina 35 met het infotainmentsysteem verbinden, omdat dit tot beperkingen bij het beluisteren kan leiden.

• [ëuw apparaat zoeken] aantippen om een externe Bl ue too th®audiobron voor de eerste keer te verbinden.

Audiofunctie

1 37


Andere titel kiezen in het hoofdmenu Media Lees eerst de veiligheidsaanwijzingen £ op pagina 3 en de informatie in de inleiding op pagina 27 en volg deze op. De titels van de beluisterde mediabron kunnen met de pijltoetsen achter elkaar worden doorlopen. Met de pijltoetsen kan niet naar de weergave vanuit een afspeellijst worden gewisseld. De geluidsweergave vanuit een afspeellijst moet handmatig via het menu voor de keuze van een titel worden gestart =pagina 38. Afbeelding 25 Hoofdmenu ivlEDiA Bediening via hoofdmenu Media 1 Effect

Handeling Functietoets

eenmaal kort aanfippen.

Naar het begin van de actuele titel. Als de looptijd van de titel minder dan 3 seconden bedraagt, wordt naar het begin van de voorgaande titel gewisseld.

Functietoets tippen.

tweemaal kort achter elkaar aan-

Naar het begin van de vorige titel. Van de eerste titel wordt naar de laatste titel van het afgespeelde opslagmediurn gewisseld.

________________ Functietoets eenmaal kort aantippen.

Naar de volgende titel. Van de laatste titel wordt weer naar de eerste titel van het afgespeelde opslagmedium gewisseld.

.

Functietoets

ingedrukt houden.

Snel achteruit.

Functietoets

ingedrukt houden.

Snel vooruit.

Functietoets

eenmaal kort aantippen.

Weergave wordt gestopt. Functietoets

Functietoets

fJ eenmaal kort aantippen.

..

-

fJ verandert in

Weergave wordt vervolgd. Functietoets 0 verandert

i.

Titelkeuze vanuit de afspeelli Lees eerst de veiligheidsaanwijzingen op pagina 3 en de informatie in de inleiding op pagina 27 en volg deze op. Afspeellijst openen • In het hoofdmenu Media de functietoets [ÏktieJ aantippen SAfbeelding 25, om de afspeellijst te openen. De actueel beluisterde titel is gemarkeerd =>Afbeelding 26. • Afspeellijst doorzoeken en gewenste titel aanlippen. Afbeelding 26 Mediafunctie. Afspeellijst van een mediabron

38

1

Composition Media, Discover Media

Als titelinformatie beschikbaar is, worden titelnamen ïn plaats van Titel + nr. weergegeven.

10.


Overzicht van functietoetsen in de afspeellijst Functietoets: effect : opent het menu Bronnen. Een andere mediabron kiezen door deze aan te tippen. ® geeft de actueel gekozen mediabron weer. Aantippen om naar de mediabron te wisselen.

J:

interne cd-speler m pagina 31.

[arjJ, LOSd-kaart2]: [MEDIA-IN]:

J:

L

BT-audio]

Sd-geheugenkaart S pagina 32.

externe audiobron op multimedia-interface MEDIA-IN =pagina 35. externe mediaspeler via Bluetooth® aangesloten = pagina 37.

functietoets aantippen om de bovenhiggendo map van de mediabron te openen

; start de geluidsweergave bij de eerste titel. : alle titels herhalen. Alle titels op hetzelfde geheugenniveau als de actueel afgespeelde titel worden herhaald. Als in het menu Instel ii ngen media [' Mix/repeat ind. submappen] is geactiveerd, worden ook submappen meegenomen =cpagina 39. : actuele titel herhalen.

J: Afspelen in willekeurige volgorde. Alle titels op hetzelfde geheugenniveau als de actueel afgespeelde titel worden meegenomen. Als in het menu Instellingen media [v Mx repeat ind. submappe] is geactiveerd, worden ook submappen meegenomen = pagina 39. : bij ingeschakelde scanfunctie worden alle titels van de actuele afspeellijst elk gedurende ongeveer 10 seconden afgespeeld. : afspeellijst sluiten. • Titels, mappen en afspeellijsten kunnen ook door verdraaien van de stelknop gemarkeerd, en door te drukken opgeroepen resp. geopend worden.

InstellinQen media

12

Lees eerst de veiligheidsaanwijzingen

Instellingen media

Lî\ op pagina 3 en de informatie in de in-

• Hoofdmenu Media kiezen door op de infotainmenttoets te drukken.

leiding op pagina 27 en volg deze op.

• Functietoets Lsetup ] aantippen om het menu Instellingen media te openen Functietoets: effect

c: klankinstellingen =cpagina 64. [w

Mix/Repeat inclusief submappenj:

submappen worden in de gekozen afspeelmodus meegenomen => pagina

29. [oothj:

instellingen Bluetooth®

5t Verkeersinformatje

=5

pagina 62.

i43] : TP-functie (verkeersinformatiefunctie) is geactiveerd => pagina 16.

Audiofunctie

1 39


Navigatie

Navigatie inleiding en bediening Inleiding voor het onderwerp In dit hoofdstuk vindt u informatie over de volgende onderwerpen; Aanwijzingen voor navigatie ...............

40

Navigatiebestanden van een geheugenkaart actualiseren en gebruiken ................

41

Hoofdmenu Navigatie . ................... Nieuw reisdoel (reisdoelingave) ............

41

.......

43

Route.................................

44

Mijn reisdoelen (reisdoelgeheugen)

........

45

Bijzondere reisdoelen .................... Weergave .............................. Splitscreen .............................

46

Na het starten van de routegeleiding

42

47 47

Kaartweergave ..........................

48

TMC-verkeersmeldingen en dynamische routegeleiding (TRAFFIC) ................ vCards (digitale visitekaartjes) importeren ...

48

Verkeerstekenweergave ..................

49

Routegeleiding in de demomodus .......... Navigatie-instellingen ....................

50

49

50

Algemene informatte Via het satellietsysteem gps (Global Positioning System) wordt de actuele positie van de wagen bepaald. Sensoren in de wagen meten de afgelegde weg. Met het opgeslagen, gedetailleerde kaartmateriaal en aan de hand van de opgeslagen we-

geninformatie worden alle meetwaarden geanalyseerd. Zo nodig worden verkeersmeldingen in de routeberekening geïntegreerd (dynamische routegeleiding pagina 48). Met alle beschikbare gegevens berekent het navigatiesysteem een optimale route naar het reisdoel. Als reisdoel kan een adres of een bijzonder reisdoel, bv. tankstation of hotel, ingevoerd worden. Gesproken navigatiemeldingen en grafische weergaven op het navigatieapparaat en in het instrumentenpaneel leiden u naar het reisdoel. Afhankelijk van het land kunnen enkele functies van het infotainmentsysteem vanaf een bepaalde snelheid niet meer via het beeldscherm worden gekozen. Dit is geen onjuiste werking, maar een gevolg van de wettelijke voorschriften van het land.

Aanvullende informatie en waarschuwingsaanwijzingen: • Veiligheidsaanwijzingen , voor het infotainmentsysteem wpagina 3 • Overzicht bedieningselementen =pagina 6 • Basisinformatie voor bediening =pagina 8 • Nieuw reisdoel (reisdoelingave) wpagina 42 • Mijn reisdoelen (reisdoelgeheugen) pagina 45

Aanwijzingen voor navigatie Lees eerst de veiligheidsaanwijzingen £ op pagina 3 en de informatie in de in

leiding op pagina 40 en volg deze op. Als het navigatiesysteem geen gegevens van GPS-satellieten kan ontvangen (dicht bladerdak, parkeergarage), is navigatie via de wagensensoren nog wel mogelijk.

Mogelijke beperkingen bij de navigatie In gebieden die niet of onvolledig gedigitaliseerd op het opslagmedium beschikbaar zijn (bv. eenrichtingswegen en wegen die onvoldoende geregistreerd zijn), wordt door het navigatiesysteem eveneens geprobeerd een routegeleiding mogelijk te maken.

40

1

Composition Media, Discover Media

Bij ontbrekende of onvolledige navigatiegegevens kan de wagenpositie mogelijkerwijs niet precies bepaald worden. Dit kan ertoe leiden, dat de navigatie niet zo nauwkeurig is als u gewend bent.

Navigatiegebied en actualiteit van navigatiebestanden De wegen veranderen voortdurend (bv. nieuwe straten, wijziging van straatnamen en huisnummars) Hierdoor kan het gedurende de routegeleiding leiden tot storingen of onnauwkeurigheden als de navigatiebestanden niet actueel zijn. Volkswagen adviseert de navigatiebestanden regelmatig te actualiseren. Actuele navigatiebestanden zijn verkrijgbaar als download via de "Volkswagen Portal" of bij uw Volkswagen Partner. 1


Navigatiebestanden van een geheugenkaart actualiseren en gebruiken

CEO

Lees eerst de veiligheidsaanwijzingen ,& op pagina 3 en de informatie in de inleiding op pagina 40 en volg deze op. Voor het infotainmentsysteem zijn altijd de actueel voor dit apparaat geldende navigatiebestanden nodig om alle functies volledig te kunnen gebruiken. Als een oudere navigatiebestandsversie wordt gebruikt. kan de werking van het navigatiesysteem worden beïnvloed.

Als de geplaatste geheugenkaart geldige navigatiebestanden bevat, verschijnt een tekstmelding De bron bevat de geldige navigatiedatabank. De navigatie kan worden gestart.

Geheugenkaart niet verwijderen als er navigatiegegevens worden gebruikt. Dit kan de geheugenkaart vernielen!

Actuele navigatiebestanden kunnen op internet via de "Volkswagen Portal" worden gedownload en op een compatibele geheugenkaart worden opgeslagen

Voor het verwijderen van de geheugenkaad moet deze op het verwijderen worden voorbereid pagina 27. Zonder geheugenkaart is de navigatie en de ontvangst van TMC-meldingen niet mogelijk.

Geschikte geheugenkaarten zijn bij de Volkswagen Partner verkrijgbaar,

LEIJ

Navigatiebestanden actualiseren

Een beschrijving van de handelwijze is te vinden op internet via de Volkswagen Portal. Navigatiebestanden gebruiken • Geheugenkaart met de opgeslagen navigatiebestanden plaatsen pagina 27. • Geheugenkaart tijdens de controle niet verwijderen. Wachten tot de controleweergave verdwijnt

De navigatiegeheugenkaart is niet als geheugen voor andere bestanden bruikbaar, opgeslagen bestanden worden niet herkend door het infotainmentsysteem.

Volkswagen adviseert voor het gebruik van de navigatiebestanden alleen originele Volkswagen-geheugenkaarten te gebruiken. Het gebruik van andere geheugenkaarten kan tot beperkingen in de werking leiden.

Hoofdmenu 'Naviciatie

Ii

• 887km -

12:14

vix

Via het hoofdmenu Navigatie kan een nieuw reisdoel worden gekozen, een eerder aangedaan of opgeslagen reisdoel worden geopend en naar bijzondere reisdoelen worden gezocht. Hoofdmenu Navigatie' openen • lnfotainmenttoets indrukken, om het laatst geopende navigatiemenu te openen. • Als niet het hoofdmenu Navigatie wordt weergegeven, de infotainmenttoets opnieuw indrukken, tot het hoofdmenu Navigatie verschijnt.

0

Afbeelding 27 Hoofdmenu 'Navigatie

• OF: Op de functietoets drukken, om per menu terug te schakelen naar het hoofdmenu Naviga-

tie.

O

Lees eerst de veiligheidsaanwijzingen op pagina 3 en de informatie in de inleiding op pagina 40 en volg deze op. De navigatiefuncties zijn alleen oproepbaar als er navigatiegegevens voor het gebied waarin momenteel wordt gereden in het infotainmentsysteem beschikbaar zijn.

Navigatie

1

41


Functietoetsen en weergaven in het hoofdmenu Navigatie Functietoets

Effect Splitscreen wordt weergegeven

=5

pagina_47.

Weergeven en functietoetsen voor kaartweergave =spagina 48.

®

[Nieuw reisdoel RI: nieuw reisdoel ingeven

pagina 42.

[Route R]: tijdens een routegeleiding =u pagina 44. [Mijn reisdoelen » u]

Opgeslagen reisdoelen openen of beheren =5 pagina 45.

[dTzresd]

Zoeken naar bijzondere reisdoelen (bv. hotels, tankstations) in een bepaald gebied upagina 46.

[Weergav]

Wijzigen van de kaartweergave of weergeven of verbergen van het splitscreen =5 Afbeelding 27 =spagina 47.

®

)

[setup

Opent het menu Instellingen navigatie

=5

pagina 50.

Nieuw reisdoel (reisdoelinqave

W

Lees eerst de veiligheidsaanwijzingen op pagina 3 en de informatie in de inleiding op pagina 40 en volg deze op. • In het hoofdmenu Navigatie op de functietoets

[Nieuw doel P) drukken

• Functietoets (Opties v] aantippen en de gewenste reisdoelingave kiezen (Adres, Bijzonder reisdoel of Op kaart).

Houd er bij het inperken van een reisdoeladres in elk geval rekening mee dat elke ingave de daaropvolgende keuzemogelijkheden verder begrenst. Als een gezochte straat bijvoorbeeld niet in het eerder ingegeven postcodegebied ligt, kan deze ook in het latere straatkeuzemenu niet worden gevonden.

Adres Na ingave van een land en een plaats kan al een routegeleiding naar het stadscentrum van de gekozen plaats worden gestart. Functietoets: effect het gewenste land kiezen. de gewenste plaats of postcode ingeven. t: de gewenste straat ingeven. [Huisnummer]: het gewenste huisnummer ingeven. [Kruising]: de kruising kiezen. [Laatste reisdoelenj: opent het menu Mijn rei sdoel en

pagina 45

n: start de routegeleiding naar het gekozen adres.

Bijzonder reisdoel Routegeleiding naar een bijzonder reisdoel starten. Functietoets: effect 2kge]: kiezen van het zoekgebied waarbinnen naar bijzondere reisdoelen moet worden gezocht. [Omgeving huidige positie]: bijzondere reisdoelen worden in de omgeving van de huidige positie ge-

zocht. [Omgeving reisdoe)]I: bijzondere reisdoelen worden in de omgeving van het reisdoel gezocht. (Langs de route]aI: bijzondere reisdoelen worden langs de route gezocht. [Omgeving adres]: bijzondere reisdoelen worden in de omgeving van het in te geven adres gezocht.

42

1

Composition Media, Discover Media

lo,


Functietoets: effect bijzondere reisdoelen worden in de omgeving van het op de kaart gekozen reisdoel gezocht. Functietoets [5tk] aantippen om een reisdoel op de kaart te kiezen.

[Op kaart kiezen):

hoofdcategorie (bv. Auto en reizen), categorie (bv. Vliegveld) en vervolgens de gewenste vermelding uit de lijst kiezen. [Opslaan]: slaat het gekozen bijzondere reisdoel op in het reisdoelgeheugen =5 pagina 45. [Categorie zoeken]:

brengt een telefoonverbinding met het bij het bijzondere reisdoel opgeslagen telefoonnummer tot stand. [Nummer kiezen]:

n: [Naam zoeken]:

start de routegeleiding naar het gekozen bijzondere reisdoel.

een bijzonder reisdoel zoeken door de naam in te geven.

De functietoets is alleen zichtbaar bij actieve routegeleiding

Op kaart Reisdoel op de kaart kiezen en met gen.

ED bevesti-

Functietoets: effect [Opslaan]:

slaat het gekozen bijzondere reisdoel op in het reisdoelgeheugen pagina 45.

[Bewerk.]:

reisdoel bewerken of een ander reisdoel ingeven.

es: n:

routeopties instellen, zie Navigatie-instellingen =upagina 50 start de routegeleiding naar het gekozen bijzondere reisdoel.

Na het starten van de routegelei * 887km

Afhankelijk van de instellingen worden na de start van een routegeleiding drie alternatieve routes voorgesteld =sAfbeelding 28. Deze 3 routes komen overeen met de hier beschikbare routeopties economische, snelle en korte route.

12:14

Routecriteria: betekenis Min

FRI

IA!II

Afbeelding 28 Berekenen van de route Lees eerst de veiligheidsaanwijzingen ĂŽ\ op pagina 3 en de informatie in de inleiding op pagina 40 en volg deze op. Na het starten van de routegeleiding wordt de route naar het eerste reisdoel berekend. Het berekenen van de route geschiedt volgens de gekozen instellingen in het menu Routeopties =spagina 50.

Routekleur blauw: economische route, berekening waarbij rekening is gehouden met economische aspecten. Routekleur rood: de snelste route naar het reisdoel, ook als daarvoor omwegen nodig zijn. Routekleur oranje: de kortste route naar het reisdoel, ook als daarvoor een langere reistijd nodig is. De routegeleiding kan ongewone trajecten bevatten, bv. secundaire wegen. â&#x20AC;˘ Gewenste route kiezen door rechts op de kaart aan te tippen. De instelling voor de routecriteria in het menu Routeopti es wordt overeenkomstig gewijzigd. Als er geen route wordt gekozen, start de routegeleiding na ca. een minuut automatisch, overeenkomstig de in de Routeopties gekozen instelling.

Navigatie

1

43


Navigatiemeldingen (gesproken rijadviezen) Nadat de route is berekend, volgt een eerste navigatiemelding V66r het afslaan worden maximaal drie navigatiemeldingen gegeven, bijvoorbeeld "Binnenkort links afslaan", Na 300 meter links afslaan" en "Nu links afslaan". â&#x20AC;˘ Door op de stelknop te drukken wordt de laatste navigatiemelding herhaald. Welke afstanden worden gemeld, is sterk afhankelijk van het soort weg waarop wordt gereden en de gereden snelheid. Op snelwegen bijvoorbeeld worden navigatiemeldingen beduidend eerder gegeven dan in het stadsverkeer. Bij wegen met meerdere rijstroken en vertakkingen en op een rotonde worden eveneens overeenkomstige navigatiemeldingen gegeven, bijvoorbeeld "De rotonde bij de tweede afslag verlaten. Bij bereiken van het reisdoel krijgt u een navigatiemelding dat het "Reisdoel" is bereikt. Als het reisdoel niet exact kan worden bereikt, omdat het zich in een niet-gedigitaliseerd gebied bevindt, volgt een navigatiemelding dat het "Doelgebied" is bereikt. Als extra aanwijzing volgt in welke windstreek en afstand het hiervoor bepaalde doel zich bevindt. De navigatie wordt "offroad' voortgezet.

Tijdens de dynamische routegeleiding wordt u op gemelde verkeersopstoppingen op de route gewezen. Als de route op basis van een verkeersopstopping opnieuw wordt berekend, krijgt u een extra navigatiemelding. Tijdens een gesproken rijadvies kunt u het volume met de volumeregelaar 0 tot een gedefinieerd minimaal en maximaal volume wijzigen. Alle verdere gesproken rijadviezen worden nu met dit volume weergegeven. Meer instellingen voor de gesproken rijadviezen: zie Insteli ingen navigatiemeld -ingen =5 pagina 50.

111

Als u tijdens een routegeleiding een afslag heeft gemist, en er geen mogelijkheid is om te keren, blijft u dan verder rijden totdat door het navigatiesysteem een alternatieve route wordt aangeboden. â&#x20AC;˘ De kwaliteit van de door het apparaat gegeven rijadviezen is afhankelijk van de ter beschikking staande navigatiegegevens en de eventueel gemelde verkeersopstoppingen. -1

1

Route Lees eerst de veiligheidsaanwijzingen

,A op pagina 3 en de informatie in de in-

De functietoets ve routegeleiding.

is alleen zichtbaar bij actie-

leiding op pagina 40 en volg deze op. In het hoofdmenu Navigatie op de functietoets drukken. Functietoets: effect (Routegeieiding stoppen]: de actuele routegeleiding wordt geannuleerd. [Reisdoei/tussenstopj: een nieuw reisdoel of een tussenstop ingeven =5 pagina 42. [Route-infoj0]: weergave van informatie over de actuele route. [Reisdoei opsiaan]: het actueel gekozen reisdoel in het reisdoelgeheugen opslaan. (Routeiiist): weergave van de te berijden wegen op de route en de gereden afstand op dat mo-

ment. [Fiie vooruit): het voorliggend trajectgedeelte (0,2 tot 10 km) van da actuele route blokkeren om bijvoorbeeld

een file te omzeilen. Voor het opheffen van de blokkade, functietoetsen [File opheffen) aantippen.

44

1

Composition Media, Discover Media

en vervolgens


Mijn reisdoelen (reisdoelgeheugen)

m

Lees eerst de veiligheidsaanwijzingen & op pagina 3 en de informatie in de in leiding op pagina 40 en volg deze op. In het menu Mijn reisdoelen kunnen al opgeslagen reisdoelen worden gekozen. • In het hoofdmenu Navigafie op de functietoets rMijn doelen 0s] drukken. • De gewenste functietoets kiezen: Positie opslaan Reisdoelen en contacten

Als het Vlaggetjesreisdoel permanent moet worden opgeslagen, moet de positie in het Reisdoel geheugen worden herbenoemd. Anders wordt de opgeslagen positie door een nieuw vlaggetjesreisdoel overschreven. • Vlaggetjesreisdoel in Reisdoelgeheugen markeren. • De functietoets

ps(

aantippen.

In het volgende invoerscherm kan de naam wor den gewijzigd. Functietoets aantippen om het reisdoel op te slaan. Reisdoelen en contacten

Thui sadres

• De gewenste functietoets kiezen. Positie opslaan • Als u de functietoets [Positie opslaan] aantipt, wordt de weergegeven positie als Vlaggetjesreisdoel in het Reisdoel geheugen opgeslagen. Functietoets: effect [Laatste reisdoeien is]:

weergave van de reisdoelen waarheen al eerder een routegeleiding werd_gestart.

weergave van de handmatig opgeslagen reisdoelen en de geïmporteerde vCards pagina 49, vCards (dig/ta/e visitekaartjes) importeren.

[Reisdoeigeheugen H']:

[Favorieten [iacten

'4 weergave van de reisdoelen die als favoriet zijn opgeslagen. wj: weergave van de telefoonboekvermeldingen met opgeslagen adresgegevens (postadres).

Thuisadres Er kan slechts één adres of positie als thuisadres worden opgeslagen. Het opgeslagen thuisadres kan gewijzigd of overschreven worden.

De routegeleiding start naar het opgeslagen adres, indien al een thuisadres is opgeslagen. Indien nog geen thuisadres is opgeslagen, kan een thuisadres toegewezen worden.

Thuisadres voor de eerste keer toewijzen: Op de functietoets

[Huidige positie)

drukken, om de huidige positie als thuisadres op te slaan.

J: aantippen om het thuisadres handmatig in te geven. Thuisadres bewerken: Het thuisadres kan in het menu Navigatie-instellingen worden gewijzigd w pagina 50

Navigatie

IM

1 45


Bijzondere reisdoelen

1

De in het navigatiegeheugen opgeslagen bijzondere reisdoelen zijn in verschillende bijzondere-reisdoelcategorieën ingedeeld. Aan elke bijzonderereisdoelcategorie is een symbool voor weergave op de kaart toegekend.

~~7ff( 2

In het menu Instellingen kaart kunt u kiezen welke categorieën bijzondere reisdoelen op de kaart moeten worden weergegeven => pagina 50. U kunt tot 10 categorieën bijzondere reisdoelen kiezen.

Afbeeldiiiy 29

LZOHUe' 1,

op ki

Lees eerst de veiligheidsaanwijzingen op pagina 3 en de informatie in de inleiding op pagina 40 en volg deze op. Bijzonder reisdoel op kaart kiezen Functietoets: effect

®: meerdere bijzondere reisdoelen in dit gebied. Symbool aantippen om een lijstweergave van de bijzondere reisdoelen te openen. een enkel bijzonder reisdoel in dit gebied. Symbool aantippen om de detailweergave van het bijzondere reisdoel te openen. Bijzonder reisdoel zoeken • In het hoofdmenu Navigatie op de functietoets .] drukken.

[Bijzondere reisdoeien

• De functietoets (Meer biizondere re sdoeienj aantip-

pen. Functietoets: effect [Zoekgebied]: kiezen van het zoekgebied waarbinnen naar bijzondere reisdoelen moet worden gezocht. [öi9eving huidige positie]: bijzondere reisdoelen worden in de omgeving van de huidige positie ge

zocht. (Omgeving reisdoei]a): bijzondere reisdoelen worden in de omgeving van het reisdoel gezocht. (Langs de route)a): bijzondere reisdoelen worden langs de route gezocht. [Omgeving adres]: bijzondere reisdoelen worden in de omgeving van het in te geven adres gezocht. (Op kaart kiezen]: bijzondere reisdoelen worden in de omgeving van het op de kaart gekozen reis-

doel gezocht. Functietoets [Bemerken] aantippen om een reisdoel op de kaart te kiezen. hoofdcategorie (bv. Auto en rel zen), categorie (bv. Vliegveld) en vervolgens de gewenste vermelding uit de lijst kiezen. [Çggorie zoeken

[Opsiaan). slaat het gekozen bijzondere reisdoel op in het reisdoelgeheugen pagina 45. [Nummer kiezen]: brengt een telefoonverbinding met het bij het bijzondere reisdoel opgeslagen tele-

foonnummer tot stand. en. start de routegeleiding naar het gekozen bijzondere reisdoel. [Naam zoeken]: bijzonder reisdoel door ingave van naam resp. via synoniemen van categorieën (bv. "sla-

pen" voor hotels/pensions) zoeken. 11

De functietoets is ateen zichtbaar bij actieve routegeieidirig.

46 1

Coniposition Media. Discover Media


Weergave

W

Lees eerst de veitigheidsaanwijzingen op pagina 3 en de informatie in de inleiding op pagina 40 en volg deze op.

• In het hoofdmenu 'Navigatieop de functietoets (Weergum] drukken.

Functietoets: effect tweed i mensiona le kaartweergave (conventioneel). 3D..: driedimensionale kaartweergave (vogelperspectief). 0a). reisdoel op de kaart weergeven.

gehele traject op de kaart weergeven. [Dag cacht]. omschakelen tussen dag- en nachtweergave. [plitscreen]: aantippen om het splitscreen weer te geven pagina 47. Het splitscreen kan ook worden

weergegeven of verborgen door te drukken op de infotainmenttoets vi

EAD .

De functietoets is alleen zichtbaar bit actieve routegeleiding.

SDlitscreen Lees eerst de veiligheidsaanwijzingen op pagina 3 en de informatie in de inleiding op pagina 40 en volg deze op.

j11

In het splitscreen =vAfbeelding 30 ® kan extra informatie worden weergegeven Splitscreen weergeven en verbergen lnfotainmenttoets

indrukken.

Functietoets = aantippen om een weergaveoptie te kiezen.

Afbeelding 30 Splitsu- een weeijegeven Functietoets: effect weergave van de actueel gekozen audiobron. [Kompas]: kompasweergave met actuele rijrichting en weergave van actuele wagenpositie (straatnaam). [Manoeuv]al: weergave van het rijadvies met rijrichtingspijlen, gegevens over de afstand en straatnamen. rverkeerstvkj: afhankelijk van de wagenuitrusting, weergave van de in de navigatiegegevens opgeslagen

verkeerstekens

j: vi

=5

pagina 49.

actuele wagenpositie in coördinaten en gps-status (satellietenontvangst).

De functietoets is alleen zichtbaar bij actieve routegeleiding

aantippen of op de infotaimentDe functietoets drukken om het splitscreen te verbertoets gen.

Navigatie

1

47


Kaartweergave

jfl

0

7 , iI

Lees eerst de veiligheidsaanwijzingen

,A op pagina 3 en de informatie in de in-

leiding op pagina 40 en volg deze op. Functietoetsen en weergaven in de kaartweergave Functietoets ® aantippen om functietoetsen weer te geven.

1

® en

Afbeelding 31 Veergaven en functietoetsen in de kaartweergave. Functietoets: effect

®: automatische schaal kiezen. Bij ingeschakelde functie wordt het symbool blauw weergegeven. weergave van de actuele hoogtemeter. weergave van de kaartschaal. Stelknopdraaien om de schaal van de kaart te wijzigen.

J: kaartoriëntatie wijzigen (richting noorden of rijrichting). Deze functie is alleen mogelijk in 2D-weergave. : wagenpositie in kaartfragment centreren. : zoomt korte tijd in op het kaartoverzicht. Na enkele seconden wordt automatisch de laatst gekozen schaal weergegeven.

TMC-verkeersmeldingen en dynamische routegeleiding (TRAFFIC) Lees eerst de veiligheidsaanwijzingen

Atop pagina 3 en de informatie in de inleiding op pagina 40 en volg deze op.

Functietoets: effect

ED weergave van alle ontvangen TMC-meldingen.

Het apparaat ontvangt op de achtergrond voortdurend TMC-verkeersmeldingen, als op de actuele positie een TMC-verkeersinformatiezender te ontvangen is. De beluisterde zender hoeft niet de TMC-verkeersinformatiezender te zijn. TMC-verkeersmeldingen worden als symbolen op de kaart weergegeven = pagina 49 en zijn nodig voor een dynamische routegeleiding pagina 48. TMC-verkeersmeldingen weergeven • lnfotainmenttoets [TRAFFIc) indrukken, om de lijst van de actuele TMC-verkeersmeldingen weer te geven • Functietoets ED aantippen en Alle of Route kiezen,

weergave van de ontvangen TMC-meldin gen die de actueel berekende route betreffen. Dynamische routegeleiding met TMC Voor een dynamische routegeleiding moet Dynamische route in de routeopties zijn geactiveerd pagina 50. Wanneer tijdens een routegeleiding een TMC-melding over een verkeersopstopping wordt ontvangen die op de actueel bereden route ligt, wordt er een uitwijkroute berekend, indien deze volgens het navigatiesysteem een tijdvoordeel oplevert. Wanneer een uitwijkroute geen tijdvoordeel oplevert, wordt de verkeersopstopping gewoon genomen. In beide gevallen volgt er een gesproken melding. Kort voor het bereiken van een gemelde verkeersopstopping wordt hier opnieuw op gewezen.

48

1

Co

po'.,'c'

,.,


Het omzeilen van een file op basis van TMC-verkeersmeldingen levert niet altijd tijdwinst op, de uitwijkroute kan ook overbelast raken. De kwaliteit van de dynamische routegeleiding is afhankelijk van de uitgezonden TMC-verkeersmeldingen. Voor de inhoud hiervan zijn de verkeersredacties van de radiozenders verantwoordelijk. De voor u liggende route kunt u ook handmatig blokkeren, om de route opnieuw te laten berekenen =opagina44. TMC-verkeersmeldingen op de kaart (keuzemenu) Symbool: betekenis A : Langzaamrijdend verkeer A : File Ongeval A Gladheid

Symbool: betekenis zt Gevaar Werk aan de weç ®: Sterke wind Wegversperring Tijdens een routegeleiding worden verkeersopstoppingen die niet op de berekende route liggen grijs weergegeven. De uitbreiding van een verkeersopstopping op de berekende route wordt aangegeven door een rode lijn. Gebeurtenissen die de berekende routegeleiding hebben beïnvloed en hebben geleid tot een nieuwe route, worden oranje weergegeven. De plaats van een TMC-symbool geeft het begin van een verkeersopstopping aan, als deze via de TMC-verkeersmelding eenduidig is gedefinieerd.

A Slipgevaar

vCards (digitale visitekaartjes) importeren

O

Lees eerst de veiligheidsaanwijzingen & op pagina 3 en de informatie in de in leiding op pagina 40 en volg deze op. Op internet kunnen via "Volkswagen NAV Companion" reisdoelen worden gezocht. De gpsgegevens van gevonden reisdoelen kunnen als vCards (digitale visitekaartjes) op een compatibel opslagmedium worden opgeslagen. Er staat ook een instructie op de internetpagina van Volkswagen NAV Companion. vCards importeren in het reisdoelgeheugen • Het opslagmedium met de opgeslagen vCards erin schuiven resp. met het infotainmentsysteem verbinden =npagina 27. • In het hoofdmenu Navigatie de functietoets ] aantippen.

[etup

• In het menu_Navigatie-insteli ingen de functietoets [Doelen mporteren aantippen. • Het opslagmedium met de opgeslagen vCards kiezen uit de lijst. • [Alle vCards uit deze map mporteren] aantippen.

• OF: De geheugenplaats van de vCards openen en de gewenste vCard aantippen. • lmportmelding met de functietoets gen.

bevesti-

De opgeslagen vCards zitten nu in het reisdoelgeheugen pagina 45 en kunnen voor navigatie worden gebruikt.

T1

Per vCard kan maar een adres worden geïmporteerd. Bij vCards die meerdere adressen bevatten, wordt alleen het hoofdadres geïmporteerd. -1

Verkeerstekenweergave Lees eerst de veiligheidsaanwijzingen jt' op pagina 3 en de informatie in de inleiding op pagina 40 en volg deze op.

Als er voor de actueel bereden weg verkeerstekens in de navigatiegegevens zijn opgeslagen, kunnen deze in de kaartweergave worden weergegeven (bv. snelheidsbegrenzing).

De verkeerstekenweergave moet in het menu Insteil ingen navigatie zijn ingeschakeld pagina 50.

Houd er rekening mee dat de navigatiegegevens actueel moeten zijn en let op beperkingen bij de navigatie pagina 401

Navigatie

1

49


Routegeleiding in de demomodus Lees eerst de veiligheidsaanwijzingen ,& op pagina 3 en de informatie in de in leiding op pagina 40 en volg deze op.

Een virtuele routegeleiding wordt echter na het bereiken van het fictieve reisdoel herhaald en begint altijd opnieuw vanaf het startpunt, als deze niet tussendoor is gestopt.

Als in het menu Navigatie-instellingen de demomodus is geactiveerd =0 pagina 50, wordt na de stad van een routegeleiding een extra popupvenster geopend.

Als in het menu Navigatie-instellingen het startpunt voor de demomodus handmatig werd vastgelegd, begint de virtuele routegeleiding vanaf deze positie.

â&#x20AC;˘ Als u op de functietoets (Demomodus] drukt, start een "virtuele routegeleiding" naar een ingegeven reisdoel.

Een handmatig ingegeven startpunt wordt door de actuele wagenpositie overschreven, als de wagen zich beweegt.

â&#x20AC;˘ Als u op de functietoets [Normaaj] drukt, wordt een "echte routegeleiding" gestart. Verloop en bediening van een virtuele routegeleiding zijn vergelijkbaar met een echte routegeleiding

Demomodus na het gebruik uitschakelen, anders moet elke keer voor het starten van een routegeleiding voor een virtuele of een normale routegeleiding worden gekozen.

Navigatie-instellingen Lees eerst de veiligheidsaanwijzingen op pagina 3 en de informatie in de inleiding op pagina 40 en volg deze op.

â&#x20AC;˘ In het hoofdmenu Navigatie de functietoets [Setup :] aantippen.

Functietoets: effect outeopties): instellingen voor de routeberekening uitvoeren. 3 alternatieve routes voorstellen]: na starten van de routegeleiding worden 3 alternatieve routes

voorgesteld =0 pagina 43. kiezen van de soort route. (Economische]: berekening van de route, rekening houdende met economische aspecten. e: snelste route naar het reisdoel. Kode: de kortste route naar uw reisdoel, ook als daarvoor een langere reistijd nodig is. [ Dynamische route): dynamische routegeleiding met TMC is ingeschakeld =v pagina 48. [" Autosnelweg mijden): met autosnelwegen wordt, indien mogelijk, bij de routeberekening geen re-

kening gehouden. (c i Veerboten en autotreinen mijden): met veerboten en autotreinen wordt, indien mogelijk, bij de routeberekening geen rekening gehouden. [ Totwegen mijden]: met tolwegen wordt, indien mogelijk, bij de routeberekening geen rekening ge-

houden. [si Tunnels mijden): met tunnels wordt, indien mogelijk, bij de routeberekening geen rekening gehouden. (legen met vignetplicht mijden]: met wegen met vignetplicht wordt, indien mogelijk, bij de routebere-

kening geen rekening gehouden. Beschikbare vignetten]: aanwezige vignetten in de lijst markeren ((Wegen met vignetplicht mijden] moet

geactiveerd zijn). Met wegen met vignetplicht waarvoor een vignet is gemarkeerd als aanwezig, wordt rekening gehouden bij de routeberekening. : instellingen voor de kaartweergave uitvoeren. (Dag/nacht]: wisselt tussen dag- en nachtweergave van de kaart.

50

1

Coniposition Media, Discover Media


Functietoets: effect '[t Autozoom]: de kaartschaal wijzigt bij geactiveerde autozoom automatisch, afhankelijk van de

'route waar wordt gereden (ritten op autosnelweg: kleine schaal, binnenstad: grotere schaal). 'ja' Verkeerstekens weergeven): in de navigatiebestanden opgeslagen verkeerstekens worden tijdens

een routegeleiding voor de actueel bereden weg weergegeven =5 pagina 49. [categorieën voor bijz reisdoelen kie]: kiezen van categorieën voor bijzondere reisdoelen, die op de

kaart moeten worden weergegeven

=5

pagina 46.

(E,, Markeringen voor brjz reisdoelen tonen]: weergave van merklogo's voor geselecteerde categorieën

voor bijzondere reisdoelen (bv. weergave van merklogo's bij tankstations). (Rt Favorieten weergy]: onder favorieten opgeslagen reisdoelen worden op de kaart weergegeven

(oranjekleurig symbool).

- - -

ijstrookadvIef]: tijdens een routegeleiding wordt bij het rijden en afslaan op wegen met meerdere rijstroken een extra melding met rijstrookadvies weergegeven. Alleen als informatie voor het gebied mde database is bigevoerd.

[Tankopties]: instellingen voor de tankopties uitvoeren. 1 (Voorkeurtankstation kiezen):

het gekozen tankstationmerk wordt bij het zoeken naar voorkeurtankstations als eerste weergegeven.

[s Tankwaarschuwing]: tankwaarschuwing is ingeschakeld. Als de brandstofvoorraad tot de reservehoeveelheid is verbruikt, wordt een overeenkomstige aanwijzing gegenereerd die het zoeken naar tankstations mogelijk maakt. Lsavigatemelding]: instellingen voor de navigatiemeldingen uitvoeren.

het volume van de gesproken rijadviezen instellen. [et Geen meldingen tijdens een jj]: tijdens een telefoongesprek worden geen gesproken rijadviezen gegeven. [Uitgebreide insteli]: uitgebreide instellingen voor de navigatiefunctie uitvoeren. [Tijdweergave]: weergave

0 tijdens een routegeleiding.

[Aankomsttijd): de vermoedelijke aankomsttijd bij het reisdoel wordt weergegeven. jijd: de vermoedelijke rijtijd naar het reisdoel wordt weergegeven. [Statusregel]: weergave ± tijdens een roUtegeleiding.

Rel sdoel: de berekende afstand tot het reisdoel wordt weergegeven. Tussenstop: de berekende afstand tot de volgende tussenstop wordt weergegeven. [xi Aanwijzing landsgrens gepasseerd]: weergave van de maximumsnelheden voor het betreffende land bij het passeren van de landsgrens. [LJ Oemomodus]: als de demomodus is geactiveerd, kan na het starten van een routegeleiding een

virtuele routegeleiding naar een ingegeven reisdoel worden gestart

=5

pagina 50.

[Startpunt demomodus bÏei]: als de demomodus is geactiveerd, kan bij stilstaande wagen ook een

fictief startpunt voor de virtuele routegeleiding worden vastgelegd. [eheugen beh . gf]: instellingen voor opgeslagen reisdoelen uitvoeren. irsoneren op]: sorteervolgorde van de telefoonboekvermeldingen met opgeslagen adresgegevens 1 (postadressen) kiezen, zie ook =v pagina 45. huisadres ingeven]: thuisadres toewijzen of bewerken, zie ook =v pagina 45. [Gebruikersgegevens wissen): opgeslagen reisdoelen wissen (bv. Laatste rel sdoel en of Rei s-

doelgeheugen). len importeren]: digitale visitekaartjes (vCards) in het reisdoelgeheugen imponeren =vpagina 49. [versie-informatie): informatie over de opgeslagen navigatiegegevens

Navigatie


Telefoonbediening (PHONE) Inleiding telefoonbediening EIJ Inleiding voor het onderwerp In dit hoofdstuk vindt u informatie over de volgende onderwerpen: Plaatsen met bijzondere voorschriften ......53 Mobiele telefoon met infotainmentsysteem koppelen en verbinden ...................53 Algemene informatie .....................54 .............................55

Bluetooth

De hierna beschreven telefoonfuncties kunnen va het infotainmentsysteem worden bediend, als een ingeschakelde mobiele telefoon met het infotainmentsysteem is gekoppeld en verbonden. • Mobiele telefoon met infotainmentsysteem koppelen en verbinden =pagina 53. Voorwaarde voor een verbinding tussen een mobiele telefoon en het infotainmentsysteem is, dat de mobiele telefoon de Bluetooth®functie ondersteunt. Als er geen mobiele telefoon met het infotainmentsysteem is verbonden, is de telefoonbediening niet beschikbaar. Aanwijzingen over het gebruik van een mobiele telefoon in de wagen zonder aansluiting op de buitenantenne in acht nemen =brochure Instructie-

boekje. Aanvullende informatie en waarschuwingsaanwijzingen: • Veiligheidsaanwijzingen mentsysteem =pagina 3

z"r

voor het infotain-

• Overzicht bedieningselementen ='pagina 6 • Basisinformatie voor bediening - pagina 8

, WAARSCHUWING -let bellen met en bedienen van de telefoonbediening tijdens het rijden kan u van het verkeer afleiden en ongevallen veroorzaken. • Altijd oplettend en met verantwoordelijkheidsbesef rijden. • De volume-instellingen zo kiezen, dat u akoestische signalen van buiten, bv. de sirene van de politie en de brandweer, altijd goed kunt horen.

52

1

omposibon Bted, Dicover Media

WAARSCHUWING (vervolg) • In gebieden met geen of een beperkt werkend netwerk voor mobiele telefonie en onder bepaalde omstandigheden in tunnels en garages kan een telefoongesprek worden afgebroken en geen telefoongesprek tot stand worden gebracht - ook het alarmnummer kan niet worden gebeld!

,

WAARSCHUWING

Een niet-bevestigde of onjuist bevestigde mobiele telefoon kan bij plotseling remmen of bij een onverwachte rijmanoeuvre alsmede bij een ongeval door de wagen worden geslingerd en verwondingen tot gevolg hebben. • De mobiele telefoon tijdens het rijden altijd op de juiste wijze en buiten de werkingsgebieden van de airbag bevestigen.

AWAARSCHUWING Een ingeschakelde mobiele telefoon kan storingen in uw pacemaker veroorzaken, indien u de telefoon direct op de pacemaker draagt. • Tussen de antenne van de mobiele telefoon en de pacemaker een afstand van ten minste 20 centimeter aanhouden, omdat mobiele telefoons de werking van pacemakers kunnen beïnvloeden. • Een ingeschakelde mobiele telefoon niet in de binnenzak direct op de pacemaker dragen. • De mobiele telefoon bij mogelijke interferenties direct uitschakelen.

WAARSCHUWING Een geopende middenarmsteun kan de bewegingsvrijheid van de armen van de bestuurder belemmeren en daardoor ongevallen en zware verwondingen veroorzaken. • Armsteun tijdens het rijden altijd gesloten houden.


Hoge snelheden, slechte weers- en wegomstandigheden alsmede de kwaliteit van het netwerk kunnen negatieve invloed hebben op een telefoongesprek in de wagen. De schermweergaven van de telefoonmenu's zijn afhankelijk van de gebruikte mobiele telefoon. Afwijkingen zijn mogelijk.

• Als u buiten het bereik van het netwerk bent, kan dit tot storingen leiden. Het gesprek kan tevens worden afgebroken. De meeste elektronische apparaten zijn beschermd tegen RF-signalen (hoogfrequentie). In enkele gevallen kunnen elektronische apparaten echter niet tegen de RF-signalen van de telefoonbediening (PHONE) beschermd zijn. Hierdoor kunnen storingen worden veroorzaakt.

• Instructieboekje van de mobiele telefoon als• mede mogelijke voorschriften voor het gebruik van een headset in acht nemen

Plaatsen met bijzondere voorschriften Lees eerst de informatie in de inleiding en de veiligheidsaanwijzingen op pagina 52 en volg deze op. Mobiele telefoon en mobiele-telefoonvoorbereiding op plaatsen met explosiegevaar uitschakelen! Deze plaatsen zijn weliswaar vaak, maar niet altijd duidelijk gemarkeerd in Inleiding voor het onde,werp op pagina 52. Voorbeelden hiervan zijn: • omgeving van leidingen en tanks, waarin zich chemicaliën bevinden • benedendeks op schepen en veerboten • omgeving van wagens die op vloeibaar gas (zoals propaan of butaan) rijden.

L4.WAARSC-UWING

Mobiele telefoon op plaatsen met explosiegevaar geheel uitschakelen!

An Op plaatsen waar bijzondere voorschriften gelden en waar het gebruik van mobiele telefoons is verboden, moet de mobiele telefoon altijd worden uitgeschakeld. De door de ingeschakelde mobiele telefoon afgegeven straling kan interferenties bij gevoelige technische en medische apparatuur veroorzaken. Dit kan een storing of beschadiging van de apparatuur tot gevolg hebben.

• plaatsen waar chemicaliën of stofdeeltjes, zoals meel, stof of metaalpoeder in de lucht zitten • elke andere plaats waar de motor moet worden afgezet

Mobiele telefoon met infotainmentsysteem koppelen en verbinden Lees eerst de informatie in de inleiding en de veiligheidsaanwijzingen & op pa gina 52 en volg deze op. Om een mobiele telefoon via het infotainmentsysteem te kunnen bedienen, is een eenmalige koppeling van beide apparaten noodzakelijk. De koppeling mag alleen bij stilstaande wagen plaatsvinden. De volgende instellingen moeten beslist op de mobiele telefoon en het infotainmentsysteem zijn gedaan:

• De Bluetooth®functie moet op de mobiele telefoon en in het infotainmentsysteem zijn geactiveerd resp. op zichtbaar zijn ingesteld. • De toetsblokkering van de mobiele telefoon moet zijn gedeblokkeerd. Gebruiksaanwijzing van de mobiele telefoon lezen Na het inschakelen van het contact wordt de Bluetooth®functie op het infotainmentsysteem gedurende ongeveer 3 minuten geactiveerd resp. zichtbaar geschakeld. Tijdens het koppelingsproces moeten gegevens worden ingevoerd via de toetsen van de mobiele telefoon. De mobiele telefoon moet hiervoor gereed worden gehouden.

Telefoonbediening (PHONE)

1

53


Als de koppeling succesvol is afgerond, worden het in de mobiele telefoon opgeslagen telefoonboek alsmede de oproeplijsten automatisch geladen. De duur van het laden is afhankelijk van de hoeveelheid opgeslagen gegevens in de mobiele telefoon. Na beëindiging van het laden zijn de gegevens beschikbaar in het infotainmentsysteem.

Mobiele-telefoonkoppeling starten

OF: • De op het beeldscherm van het infotainmentsysteem weergegeven pincode met de op de mobiele telefoon weergegeven pincode vergelijken. Komt deze overeen, dan moet deze op beide apparaten worden bevestigd. Als de koppeling succesvol is afgesloten, wordt het hoofdmenu Phone weergegeven.

• Apparaattoets [jÏ5b] indrukken. • De functietoets [Telefoon zoeken] aantippen.

OF: • Apparaattoets [PHONE] indrukken. • Functietoets [setup n] aantippen. • Functietoets LTelefoon kiezen] en aansluitend [Telefoon zoeken] aantippen. Als de zoekprocedure is afgesloten, worden op het beeldscherm de namen van de gevonden Bluetooth®apparaten weergegeven. • De te koppelen mobiele telefoon uit de lijst met gevonden Bluetooth®apparaten oproepen. Het infotainmentsysteem en de mobiele telefoon worden nu met elkaar verbonden. Om de verbinding van beide apparaten af te sluiten, zijn soms extra ingaven op de mobiele telefoon en op het infotainmentsysteem noodzakelijk. • Zo nodig de koppeling op de mobiele telefoon bevestigen.

Koppelen en verbinden van mobiele telefoons Er kunnen maximaal 4 mobiele telefoons met het infotainmentsysteem zijn gekoppeld, maar er kan altijd slechts een mobiele telefoon tegelijk met het infotainmentsysteem zijn verbonden. Bij het inschakelen van het infotainmentsysteem wordt automatisch verbinding met die mobiele telefoon gemaakt die als laatste verbonden was. Kan met deze mobiele telefoon geen verbinding worden gemaakt, dan probeert de telefoonbediening automatisch een verbinding met de volgende mobiele telefoon uit de lijst van gekoppelde apparaten te maken. De reikwijdte van een Bluetooth®verbinding bedraagt maximaal 10 meter.. Een bestaande Bluetooth®verbinding wordt onderbroken, als deze afstand wordt overschreden. De verbinding wordt automatisch hersteld, zodra het apparaat zich weer in het Bluetooth®bereik bevindt.

Afhankelijk van de mobiele telefoon; • De pincode die op het beeldscherm van het infotainmentsysteem wordt weergegeven via de mobiele telefoon intoetsen en bevestigen.

emene informatie

W

Lees eerst de informatie in de inleiding en de veiligheidsaanwijzingen & op pagina 52 en volg deze op. Aanwijzingen over het gebruik van een mobiele telefoon in de wagen zonder aansluiting op de buitenantenne in acht nemen => brochure Instructie-

boekje. Alleen compatibele Bluetooth®apparaten gebruiken. Informatie over compatibele Bluetooth®pro ducten zijn bij uw Volkswagen Partner of via internet verkrijgbaar. Raadpleeg de gebruiksaanwijzing van uw mobiele telefoon en van de eventuele accessoires.

54.

C.onosition iiledia. [)isc.00er Mecfi.i

Als u buiten het bereik van het netwerk bent, kan dit tot storingen leiden. Het gesprek kan tevens worden afgebroken. De meeste elektronische apparaten zijn beschermd tegen RF-signalen (hoogfrequentie). In enkele gevallen kunnen elektronische apparaten echter niet tegen de RF-signalen van de telefoonbediening beschermd zijn. Hierdoor kunnen storingen worden veroorzaakt. • In sommige landen kunnen beperkingen bestaan voor wat betreft het gebruik van Bluetooth®apparaten . Informatie is verkrijgbaar bij de lokale autoriteiten.


• Wanneer u de telefoonbediening met behulp van Bluetooth®techniek met een apparaat verbindt, leest u dan voor gedetailleerde veilig-

heidsaanwijzingen de gebruiksaanwijzing van het betreffende apparaat. Uitsluitend compatibele Bluetooth®prod u cten gebruiken.

Bluetooth® Lees eerst de informatie in de inleiding en de veiligheidsaanwijzingen A op pagina 52 en volg deze op.

Bl u etooth® is een geregistreerd merk van BluetoOth® SIG, Inc.

BI uetooth®

Wanneer er een mobiele telefoon met de telefoonbediening verbonden is, vindt de datacommunicatie plaats via een van de 2 BIuetooth®profielen.

De BIuetooth®technoIogie dient voor de verbinding tussen een mobiele telefoon en de telefoonbediening van de wagen. Voor het gebruik van de telefoonbediening met een mobiele telefoon met Bluetooth® is een eenmalig koppelingsproces nodig. Sommige mobiele telefoons met Bluetooth® worden bij het inschakelen van het contact automatisch herkend en verbonden als ze van tevoren al met de telefoonbediening verbonden waren. Daarbij moeten zowel de mobiele telefoon zelf als Bluetooth® op de mobiele telefoon zijn ingeschakeld en alle actieve BIuetooth®verbindingen naar andere apparaten zijn verbroken.

Bluetooth®profieIen

Bluetooth® Hands-Free-Profile (HFP): als een mobiele telefoon via het HEP met de telefoonbediening is verbonden, kan er draadloos via de handsfreeset worden gebeld. De buitenantenne van de wagen kan niet worden gebruikt. Aanwijzingen over het gebruik van een mobiele telefoon in de wagen .nnder aansluiting op de buitenantenne in acht nemen brochure Insfructieboekje • Advanced Audio Distribution Profile (A2DP): Bl u etooth®profieI voor overdracht van audiosignalen in stereokwaliteit.

De Bluetooth®radioverbinding is gratis

Telefoonbediening (PHONE)

1

55


Beschrijving van de telefoonbediening Inleidinci voor het onderwer In dit hoofdstuk vindt u informatie over de volgende onderwerpen:

Aanvullende informatie en waarschuwingsaanwijzingen:

Hoofdmenu Phone ...... .................

56

Menu telefoonnummer ingeven . ...........

57

• Veiligheidsaanwijzingen /? voor het infotainmentsysteem =pagIna 3

Menu Telefoonboek (contacten) ...........

58

• Overzicht bedieningselementen =pagina 6

Menu 'Oproeplijsten . .....................

59

• Basisinformatie voor bediening w pagina 8

Snelkeuzetoetsen .......................

60

Instellingen telefoon

60

• Inleiding en veiligheidsaanwijzingen lefoonbediening pagina 52

.....................

Instellingen Bluetooth®

61

Instellingen gebruikersprofiel ..............

61

Sommige functies en instellingen zijn alleen bij stilstaande wagen mogelijk en worden niet door alle mobiele telefoons ondersteund

voor te-

• Het gebruik van een mobiele telefoon in de wagen kan bijgeluiden in de luidsprekers veroorzaken.

1

I

Sommige netwerken ondersteunen mogelijk niet alle taalafhankelijke tekens en diensten. <

Met de telefoonbediening kunnen maximaal 20 mobiele telefoons middels 2 BIuetooth-profielen (HFP en voor audioweergave A21DP) S pagina 54 met het infotainmentsysteem worden verbonden.

Hoofdmenu Phone

Afbeelding 32 H

.1rntr,n 'l

Arueeding 33 [nkun,

Lees eerst de informatie in de inleiding op pagina 56 en volg deze op.

en opgeslagen. Ze staan weer ter beschikking als de mobiele telefoon opnieuw met de telefoonbediening wordt verbonden.

Na het eerste koppelingsproces duurt het enkele minuten voordat de telefoonboekgegevens van de gekoppelde mobiele telefoon in het infotainmentsysteem beschikbaar zijn.

Als telefoonboekgegevens in de mobiele telefoon zijn gewijzigd, kan het handmatig aanpassen van de telefoonboekgegevens via het menu Instel lingen gebruikersprofiel worden gestart =pagina61.

J

Toewijzing aan een gebruikersprofiel De telefoonboekgegevens, oproepenlijsten en opgeslagen snelkeuzetoetsen worden in de telefoonbediening aan een gebruikersprofiel toegewezen

56

1

Compositlon Media, Discover Media


Er kunnen maximaal 4 gebruikersprofielen voor mobiele telefoons in de telefoonbediening worden opgeslagen. Als een andere mobiele telefoon wordt gekoppeld, dan wordt automatisch het langst niet-gebruikte gebruikersprofiel gewist. Functietoets

®

Functietoetsen van de telefoonbediening • lnfotainmenttoets Q2J indrukken, om het hoofdmenu Phone te openen

Effect Naam van de gekoppelde telefoon resp. het gebruikte gebruikersprofiel. Aantippen om een andere mobiele telefoon te verbinden of te koppelen

©

Snelkeuzetoetsen, die elk van een telefoonnummer kunnen worden voorzien .-n pagina 60.

LNr. kiezen

Cijferblok voor de ingave van een telefoonnummer openen =n pagina 57. Telefoonboek van de gekoppelde mobiele telefoon openen =n pagina 58.

[Oproepen .-]

rsetup

1

0 E -

Oproepenlijsten van de gekoppelde mobiele telefoon openen 59.

pagina

Menu Instellingen tel efoon openen =n pagina 60. Aantippen om een oproep te beantwoorden. Aantippen om een gesprek te beëindigen. OF: Aantippen om een inkomende oproep af te wijzen. Aantippen om het geluid van de beltoon tijdens een oproep te onderdrukken resp. om de geluidsonderdrukking van de beltoon uit te schakelen. Aantippen om het geluid van de microfoon tijdens een gesprek te onderdrukken resp. om de geluidsonderdrukking van de microfoon uit te schakelen.

Weergaven en symbolen van de telefoonbediening Weergave

Betekenis

®

Naam van de mobiele-telefoonnetwerkbeheerder (provider) waarbij de sim kaart van de gekoppelde telefoon is aangemeld. Weergave van het telefoonnummer of de opgesagen naam. Als in het telefoonboek bij de naam een foto is opgeslagen, kan deze worden weergege- ven =n pagina 60.

MIDI

Ladingstoestand van de gekoppelde mobiele telefoon.

.....

Signaalsterkte van de momenteel ontvangen mobiele-telefoonzender.

Menu telefoonnummer ingeven Lees eerst de informatie in de inleiding op pagina 56 en volg deze op. In het hoofdmenu Phone de functietoets [Nr. kiezen ffl) aantippen.

Afbeelding 34 Menu 'telefoonnummer Ingeven'

Telefoonbediening (PHONE)

1

57

<


Mogelijke functies Telefoonnummer ingeven Telefoonnummer via het toetsenbord ingeven.

Contact uit lijst kiezen

Functietoets 0 aantippen, om de verbinding tot stand te brengen. Beginletters van het gezochte contact via het toetsenbord ingeven. In de contactenlijst verschijnen mogelijke vermeldingen. De contactenhijst doorzoeken en het gewenste contact aantippen, om de verbinding tot stand te brengen. Functietoets brengen.

Voicemailbox opbellen

ca. 2 seconden aantippen, om de verbinding tot stand te

Indien nog geen telefoonnummer van de voicemailbox is opgeslagen, het telefoonnummer ingeven en met bevestigen.

ED

Een al opgeslagen telefoonnummer kan in het menu Instel 11 ngen gebrui kersprofiel worden gewijzigd =pagina 61. Landcode ingeven

Bij het invoeren van een landcode kan in plaats van de eerste beide cijfers (bv. "00") het teken "+" worden ingevoerd.

=

Functietoets ca. 2 seconden aantippen om het +-teken in te voegen.

Voorkeuzefunctie

Alarmnummer

Telefoonnummer zonder netnummer ingeven en functietoets aantippen. Het in het menu Instell ingen gebruikersprofiel =npagina 61 opgeslagen netnummer wordt automatisch voor het ingegeven telefoonnummer geplaatst en een verbinding opgebouwd. Functietoets aantippen, om het alarmnummer te bellen. Functietoets aantippen om hulp bij pech te verkrijgen.

Pechoproep

1

Informatie-oproep

Hiervoor staat de Volkswagen Partnerorganisatie met haar servicevoertuigen ter beschikking. Functietoets aantippen, om informatie over het merk Volkswagen en geko zen extra diensten met betrekking tot verkeer en uw reis te verkrijgen.

) De functietoets is alleen te zien ais de voorkeuzefunctie in het menu Instel 1 ingen gebrul kersprofiel is geactiveerd >pagina6l

Menu Telefoonboek (contacten

Afbeeld誰ng 35 Menu C. rttiut'

1

Lees eerst de informatie in de inleiding op pagina 56 en volg deze op.

Er worden alleen contacten Uit het ielefoongeheugen geladen.

58

1

Composition Media, Discover Media

Afbeelding 36 Zoeke 1 erm Na het eerste koppelingsproces duurt het enkele minuten voordat de telefoonboekgegevens 1 ) van de mobiele telefoon in het infotainmentsysteem beschikbaar zijn. 110.


Het telefoonboek kan ook tijdens een gesprek worden geopend.

In het hoofdmenu Phone op de functietoets 1 drukken.

[Contacten

Als in het telefoonboek bij de naam een foto is opgeslagen, kan deze in de lijst naast de naam worden weergegeven =0 pagina 60. Vermelding zoeken Contact uit lijst kiezen

Lijst doorzoeken en het gewenste contact aantippen. om de verbinding tot stand te brengen. Functietoets openen.

Contact via het zoekscherm zoeken

n =oAfbeelding 35

Q aantippen om het zoekscherm te

Gezochte naam ingeven in het zoekscherm =oAfbeelding 36. Bij elke invoer van een teken wordt een telefoonboekvermelding in het ingaveveld weere even Rechts naast het invoerveld wordt het aantal passende resultaten weergegeven. Functietoets aantippen om naar de lijstweergave te wisselen. Lijst doorzoeken en het gewenste contact aantippen, om de verbinding tot stand te brengen.

• De beschikbaarheid van het telefoonmenu is afhankelijk van de gebruikte telefoon.

-1

Menu OproepIijsten • In het hoofdmenu Rhone op de functietoets [Oproepen .'] drukken.

• Functietoets =oAfbeelding 37 ® aantippen en de gewenste oproeplijst kiezen: Alle Gemist Gekozen nummers Beantwoorde oproepen

Afbeelding 37 Menu 'Oproeplijst' Lees eerst de informatie in de inleiding op pagina 56 en volg deze op.

Als een telefoonnummer in het telefoonboek is opgeslagen, wordt in de oproeplijst in plaats van het telefoonnummer de opgeslagen naam getoond Als in het telefoonboek bij de naam een foto is opgeslagen, kan deze in de oproeplijst naast de naam worden weergegeven =opagina 60.

Mogelijke weergaven in het menu 'Oproepen Weergave

Betekenis Gemiste opr.: toont telefoonnummers van gemiste en onbeantwoorde oproepen.

_______ -

Gekozen nrs.: toont telefoonnummers die via de mobiele telefoon en via de telefoonbediening van het infotainmentsysteem werden gekozen. Beantwoorde: toont telefoonnummers die via de mobiele telefoon en via de telefoonbediening van het infotainmentsysteem werden beantwoord.

• De beschikbaarheid van de oproeplijsten is afhankelijk van de gebruikte telefoon.

1

Telefoonbediening (PHONE)

1

59


Snelkeuzetoetsen Lees eerst de informatie in de inleiding op pagina 56 en volg deze op. De snelkeuzetoetsen Sv Afbeelding 380 kunnen elk van een telefoonnummer worden voorzien. Als in het telefoonboek bij de naam een foto is opgeslagen, kan deze in de snelkeuzetoets worden weergegeven =0 pagina 60. Alle snelkeuzetoetsen moeten handmatig worden toegewezen en zijn dan aan een gebruikersprofiel toegekend. Afbeelding 38 Hoofdmenu 'Phone' Mogelijke functies Snelkeuzetoetsen toewijzon

In het hoofdmenu Rhone een niet-bezette snelkeuzetoets aantippen. Gewenste contact uit de lijst kiezen. Indien bij hot gekozen contact meerdere telefoonnummers zijrt opgeslagen, het gewenste_nummer kiezen. In het hoofdmenu Rhone een toegewezen snelkeuzetoets ingedrukt houden, tot het menu Contacten wordt geopend.

Toegewezen snelkeuzetoetsen bewerken

Gewenste contact uit de lijst kiezen. Indien bij het gekozen contact meerdere telefoonnummers zijn opgeslagen. het gewenste nummer kiezen. Om het menu Contacten te sluiten, zonder wijzigingen over te nemen, de functietoets aantippen.

Toegewezen snelkeuzetoetsen wissen

Een op de snelkeuzetoets opgeslagen telefoonnummer kan in het menu Instellingen gebruikersprofiel_worden_gewist =0 pagina 61.

In het hoofdmenu Phone een bezette snelkeuzetoets kort indrukken, om Verbinding via snelkeuze - de verbinding met het daar opgeslagen telefoonnummer tot stand te bren ___.,_. 4__* ..*_...._.1 1_ UL3 LUL 31011W LII CI l9C1 t gen

lnstellinaen telefoon

W

Lees eerst de informatie in de inleiding op pagina 56 en volg deze op.

In het hoofdmenu Phone de functietoets [Setup so) aantippen.

Functietoets: effect [Telefoon kiezeni: de telefoon kiezen die met het infotainmentsysteem moet worden verbonden.

OF:

[CĂ?ioon zoeken] aantippen om een nieuw apparaat te verbinden.

[Biuetooth]: opent het menu Instellingen Bluetooth=npagina 61. [Gebruikersprofie]. opent het menu Instel 11 ngen gebrui kersprofi

[n Voigorde van de oproepilisten omkeren):

ei

pagina 61.

bij geactiveerde checkbox worden de vermeldingen van de oproep-

lijsten omgekeerd. [ Herinnering, mob teiefoon niet vergeten]: bij een BluetoothÂŽverbind Ing verschijnt bij uitschakeling van het

contact de melding "Mobi ei e tel efoon niet vergeten, alstublieft". Beitoon kiezen] 8 ): kiezen van de beltoon uit een lijst van vooringestelde beltonen. De gekozen beltoon wordt kort afgespeeld en is bij het verlaten van het submenuingesteld. ' Afbeeldingen voor contacten tonen)C): als in het telefoonboek bij een contact een foto is opgeslagen, kan deze

in de snelkeuzetoetsen, de oproeplijsten en in het adresboek worden weergegeven " Afhankeiiik van de mobiele teietoon

60

1

Composition Media, Discover Media


Instellingen Bl u etooth® Lees eerst de informatie in de inleiding op pagina 56 en volg deze op.

In het hoofdmenu Phone de functietoets [Setup en aansluitend [pjtooth aantippen.

Functietoets: effect [ Bluetooth]: aantippen om Bluetooth® uit te schakelen. Alle bestaande verbindingen worden verbroken. [2ï3i'3baarheidj: in- en uitschakelen van de Bluetooth®zichtbaarheid van het infotainmentsysteem via de

functietoets J. De zichtbaarheid moet voor het extern koppelen van een mobiele telefoon met het infotainmentsysteem zijn ingeschakeld. De zichtbaarheid wordt bij de instelling [Bij starten] na het starten van de motor vanzelf uitgeschakeld. weergeven resp. wijzigen van de apparaatnaam. Deze naam wordt aan andere Bluetooth-appaEaml raten weergegeven nadat deze apparaten zoeken hebben uitgevoerd. [Gekoppelde appar.]: weergave van de gekoppelde apparaten. [Apparaten zoeken]: zoeken naar zichtbaar geschakelde Bluetooth -apparaten, die zich in de reikwijdte van

het infotainmentsysteem bevinden. Het bereik bedraagt maximaal 10 meter. [sï Bluetooth-audio (A2DP/AÇ)j: wanneer er een externe audiobron via Bluetooth® met het infotainmentsysteem moet worden verbonden, moet deze functie geactiveerd zijn=o pagina 37.

Instellingen gebruikersprofiel

J

Lees eerst de informatie in de inleiding op pagina 56 en volg deze op.

In het hoofdmenu Phone de functietoets [Setup en aansluitend [Gebruikersprofiel] aantippen.

Functietoets: effect [Favorieten be5f53]: snelkeuzetoetsen bewerken.

Toegewezen snelkeuzetoets: aantippen om het opgeslagen nummer te wissen. Vrije snelkeuzetoets: aantippen om een nummer uit het adresboek op de snelkeuzetoets op te slaan. [Voicemvi nummer]: voicemailnummer ingeven of wijzigen. [v' Voorkeuze]: voorkeuze ingeven die v66r een ingegeven telefoonnummer wordt geplaatst =a pagina 57. [333ïen op]: sorteervolgorde van de telefoonboekvermeldingen vastieggen,

achternaam, voornaam of

voornaam, achternaam. [Contacten impoderen]: aantippen om het adresboek van de verbonden telefoon te importeren of het al geïm-

porteerde adresboek bij te werken. [Andere gebruikersprofielen winnen]: individuele of alle niet-actieve gebruikersprofielen wissen.

Telefoonbediening (PHONE)

1

61


Instellingen Menu- en systeeminstellingen (SETUP) LIII Inleiding voor het onderwerp In dit hoofdstuk vindt u informatie over de volgende onderwerpen:

Aanvullende informatie en waarschuwingsaanwijzingen:

Hoofdmenu 'Systeeminstellingen (setup) . . .

• Veiligheidsaanwijzingen /',., voor het infotainmentsysteem Sv pagina 3

62

Afhankelijk van het land en apparaat en afhankelijk van de uitrusting van de wagen varieert de keuze aan mogelijke instellingen

• Overzicht bedieningselementen =vpagina 6 • Basisinformatie voor bediening SO pagina 8

Hoofdmenu Systeeminstellingen' (setup) Lees eerst de informatie in de inleiding op pagina 62 en volg deze op.

1 nfotainmenttoets

indrukken.

• OF: lnfotainmenttoets indrukken en daarna functietoets Eig aantippen. • Functietoets van het onderdeel indrukken waarvoor instellingen doorgevoerd moeten worden.

Functietoets: effect k: volume- en klankinstellingen uitvoeren Sv pagina 64. [Beeldscherm): instellingen voor het beeldscherm uitvoeren. 1 Beeldscherm uit (in losi]: indien de functie is geactiveerd en het infotainmentsysteem wordt niet

bediend, dan schakelt het beeldscherm zich na ca. 10 seconden automatisch uit. Door aantippen van het beeldscherm of indrukken van een infotainmenttoets schakelt het beeldscherm zich weer in. [Helderheidsstappen]: helderheidsstap van het beeldscherm kiezen. Bevestigingstoon): bevestigingstoon bij aantippen van een functietoets in het beeldscherm is ge-

activeerd. [t Tijd weergeven in stand-bymodus): in de stand-bymodus wordt de actuele tijd op het beeldscherm

van het infotainmentsysteem weergegeven. [Tijd en d4f3j: tijd- en datuminstellingen uitvoeren. [ijdbron: tijdbron (gps of handmatig) kiezen.

tijd en datum kunnen worden gekozen via de functietoets [Tijdzone]. Functietoetsen en voor handmatige ingave werken dan niet. [Handmatig]: tijd en datum kunnen handmatig via de functietoetsen

d en

worden

ingegeven. Functietoets )ji]dzonej werkt dan niet.

J: actuele tijd handmatig instellen. [it Zomertijd automatisch instellen]: de tijd wordt automatisch aangepast. [Tijdzone]: gewenste tijdzone kiezen. [Tijdweergave]: format voor de tijdweergave (120f 24 uur) kiezen.

actuele datum instellen. [Datumweergave]: format voor de datumweergave kiezen (DO. MM. JJ, JJ-MM-DD of MM-DD-JJ). [TaaliLanguage]: gewenste taal voor tekst- en spraakweergave kiezen. [Toetsenbord]: gewenste indeling kiezen (alfabetisch of toetsenbordindeling).______________________________ [ptra toetsenbordtalen]: extra toetsenbordtalen kiezen.

62

1

Composition Media, Discover Media

00.


Functietoets: effect eenheden voor de weergaven in de wagen vastleggen. Afstand, Snelheid, Temperatuur, Volume, Verbruik en Spanning. [praakbedien]: instellingen voor de spraakbediening uitvoeren =n pagina 13. [Sd-kaart 1 veilig verwijderen], [Sd-kaart 2 veilig verwijderen]: de gewenste geheugenkaart bij het systeem afmelden.

Nadat de geheugenkaart met succes door het systeem is afgemeld, wordt de functietoets grijs. [usb-opslagmedium veilig verwijderen]: usb-opslagmedium bij het systeem afmelden Nadat het usb-opslagmedi-

um met succes door het systeem is afgemeld, wordt de functietoets grijs. [Fabrieksinste liegen]: het terugzetten op de fabrieksinstellingen wist overeenkomstig alle eerder uitgevoer-

de ingaven en instellingen. [Bluetooth]: instellingen voor BluetoothÂŽ uitvoeren =n pagina 61. [ygteemingtie

weergave van systeeminformatie(apparaatnummer, hard- en softwareversies).

[Copyright]: copyright informatie.

â&#x20AC;˘ Voor een optimale werking van alle infotainmentsystemen is het van belang, dat de datum en de tijd correct in de wagen zijn ingesteld.

Instellingen

1

63


Klank- en volume-instellingen EU Inleiding voor het onderwerp In dit hoofdstuk vindt u informatie over de volgende onderwerpen:

Aanvullende informatie en waarschuwingsaanwijzingen:

Instellingen uitvoeren ....................64

• Veihgheidsaanwijzingen /: voor het infotainmentsysteem pagina 3

Afhankelijk van het land en apparaat en afhankelijk van de uitrusting van de wagen varieert de keuze aan mogelijke instellingen.

• Overzicht bedieningselementen =5 pagina 6 • Basisinformatie voor bediening =5 pagina 8

Instellinqen uitvoeren Lees eerst de informatie in de inleiding op pagina 64 en volg deze op.

Bij het sluiten van een menu worden wijzigingen automatisch overgenomen.

• lnfotainmenttoets [SOUND] indrukken. • OF: lnfotainmenttoets MENU indrukken en daarna functietoets KE aantippen. • Functietoets van het onderdeel indrukken waarvoor instellingen uitgevoerd moeten worden. Overzicht van weergaven en functietoetsen Functietoets: effect e: volume-instellingen uitvoeren. [Berichten]: volume van berichten (bv. verkeersberichten) vastleggen. [Navigatiemeldingen]: volume van de gesproken rijadviezen instellen. {Spraakbedieningj: volume van de spraakbediening vastleggen. i [Oaai inschakelv)3]: maximaal inschakelvolume vastleggen. [Ïmeregeiing (9) .)): invloed van de snelheidsafhankelijke volumeregeling vastleggen. Het audiovo-

lume wordt bij toenemende snelheid automatisch verhoogd. [AudlovoEume Iag]: instellen hoeveel het audiovolume tijdens bv. actieve ParkPilot moet dalen. '[Bluetooth-audio]: volume van audiobronnen die via Bluetooth® zijn verbonden vastleggen (Laag, Mid-

del of Hoog)._________ (Éiizer handmatig instellen): klankkleur instellen. [Bassen - Middentonen - Hogetonen): klankkleur instellen. [bÏnce - Fd]: klankcentrum instellen. Het dradenkruis toont het actuele klankcentrum in het interieur. De

gewenste positie in de weergave van het interieur aantippen of de pijltoetsen voor stapsgewijze verandering gebruiken, om het klankcentrum te wijzigen. Om het klankcentrum in de weergave van het interieur te centreren, de functietoets tussen de pijlen aantippen. (Et eevestigingstoon): bevestigingstoon bij aantippen van een functietoets in het beeldscherm is geactiveerd. [9een sas -meldingen bij tel -oproep]: tijdens een telefoongesprek worden geen gesproken rijadviezen gege-

ven. [Subwooferj: het volume van de subwoofer instellen.

6•4

1

tdti:rclia. Dieco," er •Mrd•iri


Gebruikte afkortingen Afkorting A2DP AM

Betekenis Fabrikantoverschrijdende techniek voor het versturen van audiosignalen via Bluetooth速 (Advanced Audio Distribution Profile). Amplitudemodulatie (middengolf, Mw).

AUX-IN

Extra audio-ingang (Auxiliary Input)

AVRCP

Fabrikantoverschrijdende techniek voor het op afstand bedienen van audiobronnen via Bl u etoo th速 (Audio Video Remote Control Profile)

DAB DIN DRM DTMF EON EM

Digitale overdrachtstandaard voor digitale radio (Digital Audio Broadcasting). Duits Instituut voor Normalisatie Digitaal auteursrecht (Digital Rights Management) Dubbeltonige meervoudige frequentie-kiestonen (Dual Tone Multiple Frequency). Ondersteuning voor andere radionetwerken (Enhanced Other Network). Frequentiemodulatie (ultrakorte golf, UKw).

GSM

Wereldwijd systeem voor mobiele communicatie (Global System for Mobile Communications)

HEF

Handenvrij telefoneren (Hands-Free-Profile)

1MEI

Serienummer voor eenduidige identificatie van de mobiele telefoon (International Mobile Station Equipment Identity).

Led

Lichtdiode (Light Emitting Diode)

MDI

Extern opslagmedium bv. iPod (Media Device Interface),

Mp3

Formaat voor het comprimeren van audiobestanden.

FIN

Persoonlijk identificatienummer.

RDS

Radiogegevenssysteem voor extra diensten (Radio Data Systeem).

SIM

Identificatiemodule abonnee (Subscriber Identity Module)

Sms

Korte-berichtendienst (Short Message Service).

TMC

Verkeersmelding voor de dynamische navigatie (Traffic Message Channel).

TP

Verkeersinformatiefunctie in de radiofunctie (Traffic Program).

VBR

Variabele bitrate

WMA

Formaat voor het comprimeren van audiobestanden.

Gebruikte afkortingen

1

65


Trefwoordenhijst Bluetooth Instellingen .........................61 Profile .............................55

A Aanwijzingen Navigatie ..........................

40

Afleveringstoestand herstellen

..........

62

Bluetooth-audio .......................37 Kiezen ............................31

Afspeellijst ...........................

38

BT-audio .............................37

Afspelen in willekeurige volgorde (mix) ...

30

AM ..................................

16

Apparaattoetsen

.......................

8

.........................

27

AUX -IN .............................. Externe audiobron ................... MultimediabusAUX-IN ................

34 34 34

Auteursrecht

c Cd Defect .............................32 Functie ............................31 Kiezen ............................31 Niet leesbaar .......................32 Plaatsen ...........................32 Verwijderen ........................32

B Basisvolume .......................... Geluid onderdrukken (Mute) ............ Wijzigen ............................

9 9 9

Bediening Basisinformatie voor de bediening ........ 8 Beeldschermtoetsenbord ............... 11 Checkboxen ......................... 9 Draai-drukknoppen ................... 8 12 Extra weergaven .................... Functietoetsen ....................... 9 Geluid onderdrukken (Mute) ............ 9 In- en uitschakelen .................... 8 Infotainmenttoetsen ................... 8 Invoer.............................. 11 Invoerscherm ........................ 11 Lijsten doorzoeken ................... 10 PHONE ........................ 52,56 16 RADIO ............................ 10 Schuifregelaar ...................... Scrollen ........................... 10 Spraakbediening .................... 13 Touchscreen ......................... 9 Volume wijzigen ...................... 9 Bedieningselementen (infotainmentsysteem) Beeldscherm Bedienen ...........................

.6

.

9 6

.

Beknopte informatie .................... Bijzondere reisdoelen ...............

3

42, 46

Bijzonderheden AUX-functie ........................ Spraakbediening .................... Volumeverlaging ..................... Weergaven ......................... Zenderlogos opslaan .................

Contact uit Uitschakeltijd (time-out) ................8 Copyright Informatie ..........................63 Cursor ................................11

0 DAB Zie: RADIO .........................

18

Datum instellen .......................

62

Demomod us Navigatie .......................... Draai-drukknoppen ...................

34 14 8 12 19

50 6, 8

Dynamische routegeleiding met TMC .....

48

E Eisen aan Cd's .............................. Sd-kaarten .........................

27 27

Eject Zie: Cd ............................

32

EON ..............................

Beeldschermtoetsenbord ................ 11 Beeldscherm (infotainmentsysteem)

Checkboxen ...........................9

23, 65

Explosiegevaarlijke plaatsen Telefoon ... ........................

53

Externe audiobron ..................... BT-audio ........................... MDI.............................. MEDIA-IN ..........................

34 37 35 35

Extern opslagmedium USB.............................. Zie: MEDIA-IN ......................

33 35

F Fabrieksinstellingen ...................62

66

1

Composition Media, Discovei Media


File omzeilen FM ...............................

.

48

Media Menu- en systeeminstellingen .......... Navigatie .......................... RHONE ........................... Radio............................. Spraakbediening .................... Systeem........................... Tijd............................... Volume ........................... Voorinstellingen .....................

1665

Frequentiegebied AM............................... FM............................... Wisselen .......................... Functietoetsen .......................

16 16 16 6, 9

Functietoetsen (softkeys) ................ 9 Hoofdmenu 'Media' .................. 29 16 Hoofdmenu 'Radio' ...................

G GALA..............................

64

Gebruikersprofiel Instellingen ........................

61

Gegevens wissen Geheugenkaart Geheugenkaart voorbereiden om te verwijderen ........................... Kiezen ............................ Onleesbaar ........................ Plaatsen ........................... Verwijderen

62

32 31 32 32

32

Geluid onderdrukken (Mute) .............. Geluidsweergave Cd............................... RADIO -

Hardkeys ............................ Hardkeys (infotainmentsysteem) ........ Herhaalfunctie (repeat) ................. Hoofdmenu Instellingen (SETUP) ................. Klank............................ MEDIA ............................ PHONE ........................... RADIO...........................

lnfotainmenttoetsen ................. Ingaven wissen . Inleiding . . Inschakelen ......................... Instellingen AM.............................. Bluetooth .......................... DAB.............................. Datum............................ Fabrieksinstellingen .................. EM............................... Gebruikersprofiel .................... Hoofdmenu ........................ Klank............................

39 62 50 60 24 15 62 62 64 62

Invoerscherm

11

iPhone...............................

36

iPod

36

K Kaartweergave Functietoetsen ...................... Wijzigen ...........................

48 47

Kiezen (telefoonnummer) ...............

57

Klankcentrum (balance, fader) ...........

64

Klankinstellingen (hoge tonen, lage tonen)

64

L ....................

10

MDI................................. Zie: Multimedia-interface MEDIA-IN ....

65 35

Lijsten doorzoeken 31 16M

8 MEDIA Achteruit ........................... 6 Afspeellijst ........................ 30 Afspeellijsten ....................... Afspeelmogelijkheden ................ 62 Afspeelvolgorde ..................... 64 Afspelen in willekeurige volgorde (mix) . 29 Andere mediabron kiezen ............. 56 Andere titel kiezen ................... 16 Audiogegevens-cd ................... Auteursrecht ........................ Beperkingen ........................ Bitrate............................. 6, 8 Bluetooth-audio ..................... 62 Cd-functie .......................... 3 Cd defect .......................... 8 Cd niet leesbaar ..................... Cd plaatsen ........................ Cd verwijderen ..................... 25 Eisen ............................. 61 Extern opslagmedium op usb .......... 25 Functietoetsen ...................29 62 Geheugenkaart onleesbaar ........... 62 Geheugenkaart plaatsen .............. 24 Geheugenkaart verwijderen ........... 61 Geheugenkaart voorbereiden om te verwij62 deren ........................... 64

Trefwoordenlijst

1

67

38 38 28 30 29 30 31 38 27 27 28 27 37 31 32 32 32 32 27 33 30 32 32 32 32


Herhaalfunctie (repeat) . Hoofdmenu ........................ Instellingen ......................... iPhone ............................ iPod ............................. Keuzemenu mediabronnen ............ MDI ............................. MEDIA-IN ......................... Mediafunctie ........................ Mp3-bestanden ..................... Multimediabus AUX-IN ............... Opslagmedium kiezen ................ Scanfunctie ........................ Titelinformatie ...................... Titel kiezen ........................ Vooruit ........................... Weergaven ........................ Weergaven en symbolen ............. WMA-bestanden ....................

30 29 39 36 36 31 35 35 27 27 34 31 30 30 38 38 29 30 27

MEDIA-IN Kiezen ........................... Zie: Multimedia-interface MEDIA-IN .....

31 35

Mediabronnen ........................ Bluetooth-audio ..................... Cd ............................... Kiezen ........................... MEDIA-IN ......................... Sd-kaart ...........................

31 31 31 31 31 31

Menu Oproeplijsten

59

MENU

.......................

................................

Menuoverzicht (MENU)

..................

7 7

Mijn reisdoelen

45

Multimedia-interface MEDIA-IN iPhone-bediening .................... iPod-bediening ...................... Storingen ......................... Storingmeldingen ...................

35 36 36 36 36

Multimediabus AUX-IN

34

Mute

................

................................

Deeltraject blokkeren ................. Demomodus ........................ Dynamische routegeleiding ......... 44, File omzeilen ....................... File vooruit ......................... Functietoetsen ...................... Hoofdmenu openen .................. Hoofdmenu 'Navigatie ......... ........ Instellingen ... ...................... Kaartweergave ...................... Kompasweergave ................... Manoeuvrelijst ...................... Mijn reisdoelen ...................... Mogelijke beperkingen ................ Na het starten van de routegeleiding ..... Navigatiebestanden actualiseren Navigatiebestanden van een geheugenkaart actualiseren Navigatiebestanden van een geheugenkaart gebruiken Navigatiegebied Navigatiemeldingen Nieuw reisdoel ingeven Positie opslaan Reisdoelen en contacten Reisdoelgeheugen Reisdoelingave Reisdoel de kaart kiezen Reisdoel wijzigen Route-informatie Routegeleiding stoppen Routelijst Splitscreen Splitscreen weergeven en verbergen Thuisadres ingeven TMC-verkeersmeldingen TRAFFIC Tussenstop ingeven vCards importeren Verkeersopstoppingen weergeven Verkeerstekenweergave Weergaven en symbolen Weergave wijzigen

9

N

........

44 50 48 48 44 42 41 41 50 48 47 47 45 40 43 41

.......................

41

......................... ..................... .................. ............... ...................... .............. ................... ..................... ............ op .................... .................... ............... .......................... ......................... ... .................. .............. .......................... .................. ................... ....... .............. .............. ...................

41 40 44 42 45 45 45 42 43 44 44 44 44 47 47 45 48 48 44 49 48 49 42 47

NAV (Navigatie) Actualiteit navigatiebestanden

40

43

Nummer kiezen

57

Navigatiebestanden Actueliseren ........................ Actualiteit navigatiebestanden .......... Gebruiken .........................

41 40 41

0

Navigatiemeldingen

44

Naderingssensor

.......................

Na het starten van de routegeleiding

. ..

...................

NAV (navigatie) ....................... Aanwijzingen voor navigatie ........... Actualiteit navigatiebestanden .......... Bijzondere reisdoelen ............. 42, Bijzonder reisdoel op kaart kiezen ....... Bijzonder reisdoel zoeken ............. Contacten ..........................

6

40 40 41 46 46 46 45

.......... .......................

Oproeplijsten .........................59

r PHONE A2DP .............................55 Algemene informatie .................54 Beschrijving van de werking ...........55 Bluetooth-profielen ...................55


Contacten 58 Explosiegevaarlijke plaatsen ........... 53 Functietoetsen ...................... 57 Gsm-netwerk ....................... 55 HFP .............................. 55 Hoofdmenu ........................ 56 Instellingen ......................... 60 Instellingen Bluetooth ................. 61 Instellingen gebruikersprofiel ........... 61 Kiezen ......................... 57, 58 Koppeling via infotainmentsysteem ...... 53 Mobiele-telefoonkoppeling .......... 53, 54 53 Plaatsen met bijzondere voorschriften . . . Snelkeuzetoetsen ................... 60 Telefoonbediening ................ 52, 56 Telefoonboek ....................... 58 Telefoonnummer ingeven .............. 57 Verbinding via infotainmentsysteem ..... 53 Voicemailbox opbellen ................ 58 Weergaven en symbolen .............. 57 . . . 53 Plaatsen met bijzondere voorschriften .................... Pop-upvenster 9

Zender opslaan .................... Zendervolgsysteem via RDS ........... Radiotekst (RDS)

Automatisch zendervolgsysteem ....... RDS regionaal ..................... TP (Traffic Program) ................ Reisdoelgeheugen

...............

Repeat ............................. Routegeleiding

Demomodus ........................ Dynamisch met TMC .................

50 48

S SCAN

Media Radio

............................. .............................

30 22

Scanfunctie (SCAN)

MEDIA ........................... Radio ............................. Schuifregelaar

Scrollen

R

......................

RDS

20 17 17 17 17 17 23 45 30

........................

.............................

30 22

10 10

Sd-kaart

16 DAB-geheugenlijst ................... 18 DAB-overdrachtstandaarden ........... 18 DAB-radiotekst ...................... 18 DAB-slideshow ...................... 18 DAB-werking ....................... 18 DAB-zenderinfo ..................... 18 DAB-zendervolgsysteem met FM ....... 18 EON .............................. 23 Extra DAB-diensten .................. 18 Extra DAB-zender ................... 18 Frequentiewissel .................... 16 Hoofdmenu ........................ 16 Instellingen ......................... 24 Instellingen AM ..................... 25 Instellingen DAB .................... 25 Instellingen FM ...................... 24 Radiofunctie ........................ 16 Radiotekst (RDS) .................... 17 17 .......................... RDS Scanfunctie (SCAN) .................. 22 TP (Traffic Program) ................. 23 Verkeersbericht (INFO) ............... 23 Verkeersinformatie ................... 23 Voorkeuzetoetsen ................... 19 Weergaven en symbolen .............. 17 Weergave zendernamen .............. 17 Zenderfrequentie instellen ............. 20 Zender instellen ................... ..20 Zender kiezen ...................... 20 Zenderlijst ......................... 20 Zenderlogo's opslaan ................. 19 Zendernamen vastzetten .............. 22

RADIO

Zie: Geheugenkaart

...............................

.................

32

Setup

Media

.............................

39

SETUP Zie: Instellingen .................... .

62 64 60 9 .......... 6

Snelheidsafhankelijke volumeregeling Snelkeuzetoetsen Softkeys . Softkeys (infotainmentsysteem) Splitscreen

NAV (navigatie)

.....................

Spraakbediening ......................

Aanwijzingen ....................... Bediening .......................... Gebruiksaanwijzing ................. Instellingen ......................... Ondersteunde talen ................. Spraakcommando's .................. Storingen door mobiele telefoon .........

47 13 14 13 13 15 13 13 8

II Tekeninvoerindicator (cursor) ........ Tekstingave .

11 11

62 8 TMC-verkeersmeldingen ................ 48 48 Op kaart .......................... Symbolen .......................... 48 9 Toetsen .............................. Toetsenbord ........................... 11 Tijd instellen

Time-out ..............................

Trefwoordenlijst

1 69


Toetsen (infotainmentsysteem) Touchscreen (infotainmentsysteem)

6 .......

TP (Traffic Program) ECN .............................. In- en uitschakelen ................... Verkeersbericht (INFO) ...............

6 23 23 23

Volumeverlaging Voorkeuzetoetsen

.......................

8

.....................

19

Weergave AUX-IN ............................ Extern opslagmedium (usb) ............ MEDIA ............................ NAV (navigatie) ..................... Sd-kaart ........................... Titels ..............................

34 33 29 47 29 38

Wissen Alle ingaven ........................ Gebruikersingaven ...................

62 62

w

u Uitschakelen

..........................

Uitschakeltijd (time-out) UKW Zie: FM

Verkeersberichten ................... 64 Wijzigen ............................ 9 Volumeverdeling (balance, fader) ........ 64

.................

8 8

............................

65

USB Extern opslagmedium aansluiten ........ Niet leesbaar ....................... Verbinding verbreken .................

33 33 33

v vCards Importeren

z .........................

Veiligheidsaanwijzingen Infotainmentsysteem .................. Verkeersbericht (INFO)

.................

Verkeers informatie Zie: TP (Traffic Program)

49 3 23

..............

23

Verkeersmeldingen TMC

................

48

Verkeerstekenweergave

................

49

Voicemailbox opbellen

.................

58

Volume Basisvolume ......................... 9 Snelheidsafhankelijke volumeregeling (GALA) .............................. 64

Zender Instellen ........................... Kiezen ............................ Opslaan ........................... Scanfunctie (SCAN) .................. Zendernamen vastzetten ..............

20 20 20 22 22

Zenderlogo's opslaan

..................

19

.........................

17

Zendernamen

Zendervolgsysteem Zenderzoeksysteem Zonder geluid

....................

17

...................

22

..........................

9


Composition Media, Discover Media: Radio, navigatiesysteem Stand: 14.09.2012 Niederindisch: 11.2012 Artikel-Nr.: 132.5R6,RNC.32

I I uI I I 01 1V M IU 1 325R6RNC32

Profile for Volkswagen Nederland

Handleiding Composition Media, Discover Media  

Volkswagen Handleiding Composition Media, Discover Media

Handleiding Composition Media, Discover Media  

Volkswagen Handleiding Composition Media, Discover Media

Advertisement