__MAIN_TEXT__

Page 1

Wie was Jacob Pronk? door Voline van Teeseling Slechts een enkele aantekening in een oude agenda van haar overleden moeder was wat Ria van Teeseling, geboren Maria Pronk, nog had van haar grootvader Jacob Pronk. Ze had geen herinneringen meer aan hem, want toen de familie Pronk in 1940 naar Wieringen vluchtte vanuit Den Helder, bleef opa Jacob achter. Maria, toen 2 jaar oud, zou hem daarna nooit meer zien. Na de oorlog, toen Maria in Nijmegen was beland met haar moeder en broer, bleek Jacob onvindbaar. Maria’s moeder bleef naar hem zoeken, maar Maria was daar niet bij betrokken. Na het overlijden van haar moeder in 1981 vond Maria (die inmiddels Ria van Teeseling heette) een handgeschreven aantekening achterin een oude agenda: ‘Jacob Pronk is overleden 13 oktober 1944 in het kamp de Fledders te Norg en begraven 17 oktober 1944 op de begraafplaats te Norg in graf 7 zesde perk westkant noordelijke helft, slag 10’. Het lot van haar grootvader bleef Ria van Teeseling bezighouden, maar zij kwam er niet aan toe te gaan zoeken. Waar moest ze beginnen en hoeveel informatie zou dat graf sowieso geven? Een paar jaar geleden hervatte ze haar zoektocht. Haar dochter, schrijfster van familieverhalen en portretten en tevens auteur van dit artikel, ploos archieven uit en dook in de geschiedenisboeken. Het leidde niet alleen tot een reconstructie van het leven van Jacob Pronk, eenzaam gestorven in Westervelde (Norg), maar ook tot een graftekst voor het tot voor kort anonieme graf. Boerenzoon Jacob Pronk wordt op 18 januari 1863 geboren in Wieringerwaard als zoon van landbouwer Jan Pronk en Maartje Slikker. Ook beide ouders zijn geboren in de oude polder Wieringerwaard en als Jacob wordt geboren als achtste kind in rij, zijn de economische vooruitzichten voor een boer in Wieringerwaard gunstig. De naastgelegen polders zijn niet lang daarvoor drooggelegd en maken landuitbreiding mogelijk. Door de toegenomen handel met Engeland en Duitsland stijgen de prijzen van onder ander tarwe en kaas aanzienlijk. In welke mate Jacobs vader Jan Pronk daarvan heeft kunnen profiteren is niet bekend, maar lang is het niet geweest. Hij sterft namelijk in september 1871, als Jacob acht jaar oud is. Het is een ramp voor het gezin en nog geen drie maanden later verkoopt Jacobs moeder, Maartje Slikker, de grond met alles erop, zelfs inclusief een herberg. De weduwe Pronk-Slikker vertrekt met haar zoon Jacob en vier andere minderjarige broertjes en zusjes naar Anna Paulowna om daar als boerin de kost te gaan verdienen. Hoe het Maartje Slikker en haar kinderen vergaat weten we niet. Hier raken we het spoor zo’n tien jaar kwijt en weten we alleen dat haar kinderen een voor een uit Anna Paulowna vertrekken, terug Naar Wieringerwaard, naar Den Helder (‘Helder’ genoemd in die tijd), Schagen en zelfs naar Amsterdam. In 1882 lukt het Jacobs moeder, die inmiddels 59 jaar oud is, kennelijk niet meer om een boerenbedrijf te runnen, want haar bezittingen, een huis, stalling en erf in Anna Paulowna, worden via een publieke verkoop voor ƒ800,- verkocht. Mogelijk was ze failliet, maar het zou ook goed kunnen dat zij vanwege haar leeftijd moest stoppen met werken en geen zoon had met voldoende kapitaal om het bedrijf over te nemen. Zij vertrekt in ieder geval met haar jongste zoon Hendrik naar Schagen, waar ze een nieuwe echtgenoot lijkt te hebben gevonden.


Zelfstandig Mogelijk schopt de kersverse echtgenoot van zijn moeder, Cornelis Vries, de 19-jarige Jacob het huis uit, want hij gaat niet met zijn moeder mee naar Schagen. Jacob vertrekt naar Den Helder, achter zijn oudere broer Jan aan. Hij vindt daar werk als boerenknecht, maar probeert het ook als sigarenmaker. Ook gaat hij in dienst, niet als dienstplichtige, maar hij vervangt een andere loteling die hem waarschijnlijk betaald heeft om zijn plaats in te nemen. Hij woont in de periode van zijn moeders huwelijk met Cornelis Vries nu eens in Den Helder, dan toch weer even bij zijn moeder in Schagen, om zich uiteindelijk weer met zijn moeder samen in Den Helder te vestigen. Zij is na zes jaar weer gescheiden van de man waarvoor ze waarschijnlijk naar Schagen vertrok. Na zijn diensttijd woont Jacob weer bij zijn moeder. Hij is dan 26 jaar; zijn moeder is inmiddels 65. Kort daarna vertrekt Jacob naar Wieringen. De streek wordt dan, net als de rest van West-Europa, al enige tijd getroffen door een zware landbouwcrisis. Door de komst van stoomboot en spoorwegen wordt er in toenemende mate goedkope tarwe uit de Verenigde Staten geĂŻmporteerd en zuivelproducten uit Denemarken, waardoor de prijzen in Nederland enorm kelderen. Het is een moeilijke tijd, maar Jacob gaat als boerenknecht aan het werk op de boerderij van Pieter Kooij, mogelijk familie van buurman Kooij uit Wieringerwaard, een oude bekende van zijn overleden vader. In de zomer van 1891 overlijdt Pieter Kooij echter na een korte ziekte, waarna Jacob zich definitief inschrijft op Wieringen. Ommekeer Jacobs betrekking op de boerderij van de weduwe van Pieter Kooij, Volkje Heijblok, luidt misschien wel zijn beste jaren in. Minder dan twee jaar na het overlijden van Pieter Kooij maakt Volkje Heijblok haar voornemen bekend om te trouwen met Jacob. Het is dan april 1893. Maakte Jacob haar het hof op de boerderij of was het een economische beslissing van Volkje om snel opnieuw te trouwen? Zij blijft na het overlijden van haar eerste echtgenoot achter met vier minderjarige kinderen en is zwanger van de vijfde. We weten het niet, maar hoe dan ook, op 17 augustus 1894 trouwt Jacob op 31jarige leeftijd met de 39-jarige Wieringse Volkje. Hij wordt daarmee verantwoordelijk voor het Pieter Kooij (3e van r achterste rij) en Jan Pronk (3e van l een-na-achterste rij) in dezelfde klas, Openbare reilen en zeilen van een typisch Lagere School Westerland, 1902 (Foto Historische Vereniging Wieringen) Wierings boerenbedrijf van minstens 6 hectare groot. Het is een gemengd bedrijf, zoals veel Wieringers in die tijd hadden op het hooggelegen Westerland. Er wordt waarschijnlijk rogge verbouwd, er zijn koeien en er wordt melk en boter geproduceerd, er lopen schapen, kippen en twee paarden rond. Er is bouwland, hooiland en de boerderij heeft alles wat een Wieringer nodig heeft: zolder, dors, stal, schuur, weiland, een keuken en kamer.


Niet lang na zijn trouwen, op 2 oktober 1894, krijgen Volkje en Jacob een zoon, Jan, gevolgd door een tweede zoon, Nan, op 21 juni 1897. Samen met de kinderen van zijn vrouw Volkje bestaat het gezin dan uit zeven kinderen: de vier meisjes Maartje, Betje, Geertje en Aaltje Kooij op een rij, gevolgd door de drie jongens Pieter Kooij, Jan Pronk en Nan Pronk. Het duurt enige tijd voordat de boerderij van wijlen Pieter Kooij via Jacobs echtgenote Volkje ook daadwerkelijk op zijn naam komt te staan, maar tot die tijd fungeert Jacob Pronk waarschijnlijk toch gewoon als hoofd van het samengestelde gezin. De zoons uit twee huwelijken gaan in ieder geval samen naar school, zoals de foto op de vorige pagina laat zien, de boerderij draait en de kachelpijp rookt. De eerste jaren zijn hoopvol. Het tiendrecht, de inning van een tiende van de oogst door de kerk en later door andere tiendrechthouders, is in 1893 afgeschaft en de landbouwcrisis lijkt op zijn retour. In 1895 stijgen zelfs voor het eerst de tarweprijzen weer. In 1902 krijgt Jacob samen met Volkje de voogdij over de kinderen uit Volkjes eerste huwelijk en op dat Volkje Heijblok, jaartal onbekend. Van Jacob Pronk is moment kan ook de erfenis van wijlen Pieter Kooij worden geen foto bekend (foto privébezit R. van Teeseling). verdeeld. Volgens de gangbare praktijk in Wieringen moet Jacob Pronk daarbij de erfgenamen, de vijf kinderen Kooij, wel eerst uitkopen en daarvoor sluit hij een hypotheek af bij de bank van ƒ3.800,- met huis, erf en bouwland als onderpand. Ongeluk Vanaf dan gaat het bergafwaarts met het boerenbedrijf. Is het de grote schuldenlast die Jacob moet opbrengen die hem parten speelt? Lukt het hem minder dan de oorspronkelijke Wieringers om mee te draaien in de op wederzijds vertrouwen gebaseerde ruilhandel en moet hij dus extra werken voor de moeilijk te verkrijgen contanten voor de aflossing van zijn hypotheek? Of was zijn lot heel typerend voor veel Wieringer boeren die in tijden van modernisering met (te) kleine boerderijen moesten concurreren? De boerenbedrijven waren in die tijd door de eindeloze verdeling van grond onder erfgenamen klein en erg versnipperd. Dit maakte de bedrijfsvoering tijdrovend en weinig concurrerend. Wat er ook precies gebeurd is, op 1 januari 1905, nog geen tien jaar na zijn huwelijk kan Jacob de halfjaarlijkse hypotheekaflossing van ƒ37,50 niet meer betalen. De Intercommunale Hypotheekbank in Amsterdam, waar de lening loopt, geeft hem weinig respijt en op 23 februari 1905 wordt zijn totale eigendom per opbod verkocht in de lokale herberg. Daarna volgen jaren van hard werken en armoede. Waar Jacob met zijn gezin blijft staat niet vast, maar mogelijk kan hij zijn oude boerderij Schager Courant 9 februari 1905 (krantenarchief Regionaal Archief Alkmaar) blijven huren. Zijn stiefkinderen trekken één voor één bij hem weg en hij trekt op Wieringen rond als loonarbeider. Dat doet hij in ieder geval samen met zijn oudste zoon Jan die in 1909, op 15-jarige leeftijd, in zijn notitieboekje opschrijft dat hij samen met vader moest ‘koppen, inleggen en ankers schoonboenen’ op de ansjoviszouterij van de familie Peereboom. Het was de bloeiperiode van de wierwinning op Wieringen dus ook aan andere (seizoens)arbeid is er geen gebrek op Wieringen. Zoon Jan noteert ‘wier karren’, ‘dorschen’ en ‘penen roeden’ in zijn boekje. Jacobs voormalige boerderij, eens een traditionele Wieringer boerderij, wordt deel voor deel


afgebroken, misschien wel als gevolg van de hevige storm die in februari 1909 Wieringen teisterde34), en verbouwd voor het huisvesten van twee gezinnen. Of het te krap wordt in de woning, de seizoensarbeid te weinig oplevert of de afgang van de failliete boerderij te groot is, is niet bekend, maar Jacob Pronk vertrekt begin 1911 van Wieringen om zich met zijn vrouw Volkje en zijn twee eigen zonen te vestigen in Den Helder, de plaats waar ook zijn moeder zich definitief gevestigd had. Zijn inmiddels meerderjarige stiefkinderen blijven achter op Wieringen. Eindpunt Den Helder? In Den Helder breekt een lange periode aan van overleven en ongeluk. Jacob probeert een melkhandeltje op te zetten, maar al na twee-en-een-half jaar, najaar 1913, worden zijn twee koeien en zijn melkkar in beslag genomen vanwege het niet voldoen van een openstaande schuld. Ook in de familiekring zit het niet mee. De man van zijn oudste stiefdochter, visser, overlijdt, net als Jacobs moeder en zijn 28-jarige stiefzoon Pieter. Veel is er niet bekend over zijn werkzaamheden, maar hij geeft het op als melkman. Begin jaren ’30 werkt Jacob Pronk inmiddels als sjouwer op de marinewerf in Den Helder. Als in diezelfde periode zijn laatste zoon, Jan, trouwt en het ouderlijk huis verlaat, vertrekt ook Jacobs vrouw, Volkje, naar Wieringen. Zij trekt daar in bij haar oudste dochter Maartje, die inmiddels ook haar tweede man heeft verloren, en overlijdt kort daarna. Volkje wordt bijgezet in het graf waar ook haar eerste man en de enige zoon van haar eerste man begraven liggen. Ondanks 36 jaar huwelijk, is de achternaam Pronk nergens op de grafsteen te vinden. Jacob blijft achter in Den Helder, trekt in bij zijn zoon Jan en zijn vrouw, maar vertrekt weer zodra er kinderen komen: Jan en Maria. Hij slijt zijn oude jaren dichtbij zijn zoon Jan en diens gezin, maar hij verhuist ook geregeld en heeft vermoedelijk een karig bestaan. Als in 1940 de oorlog uitbreekt en al snel blijkt dat Den Helder niet veilig is vanwege de vele bombardementen op de marinewerf daar, vlucht Jacobs zoon Jan met zijn gezin naar Wieringen, waar ze worden opgevangen door de familie Kooij. Jacob blijft in Den Helder. Hij is met zijn 77 jaar misschien te oud om mee te vluchten, of wellicht voelt hij zich niet welkom op Wieringen. Hij wordt in Den Helder waarschijnlijk nog wel geregeld bezocht door zijn zoon Jan die overdag op de marinewerf blijft werken. Als zijn zoon Jan in 1942 overlijdt aan de uiteindelijke gevolgen van een bombardement op de marinewerf en vlak daarna ook zijn schoondochter naar Nijmegen vertrekt, is hij op zichzelf aangewezen. Daar raken we zijn spoor kwijt om hem nog eenmaal terug te vinden, ver weg van huis. In november 1943 duikt hij op in Drenthe, waar hij via kamp Gijsselte in Westervelde (Norg) terecht komt, in kamp ‘De Fledders’. Het kan haast niet anders of Jacob Pronk is door de Duitse bezetter afgevoerd uit Den Helder en naar dit kamp voor ‘logementsbewoners en zwervers’ gebracht. Den Helder was onderdeel geworden van de Atlantikwall, de Duitse verdedigingswerken langs de gehele Noordzeekust ter bescherming tegen een Geallieerde invasie. Gepensioneerden en zieken die geen bijdrage leverden aan de bouw, werden op transport gezet. Jacob was daar waarschijnlijk ook een van. Nog geen jaar heeft hij het volgehouden in kamp ‘De Fledders’, om uiteindelijk op 81-jarige leeftijd, op 13 oktober 1944 in Norg te sterven en naamloos te worden begraven. Dankzij de speurtocht van Ria van Teeseling en haar man en dankzij de medewerking van Historische Vereniging Norg is in 2017, 73 jaar na zijn overlijden, zijn laatste rustplaats uit de anonimiteit gehaald. En hopelijk dankzij dit artikel ook zijn persoon. Dit artikel is verschenen in De Boerhoorn, kwartaalblad van Historische Vereniging Norch, Jaargang 23, no. 86, December 2018. Een versie van dit artikel inclusief bronvermeldingen is te vinden op www.volinevanteeseling.nl/portfolio-item/jacob-pronk of op te vragen via contact@volinevanteeseling.nl

Profile for Voline van Teeseling

Wie was Jacob Pronk?  

Slechts een enkele aantekening in een oude agenda van haar overleden moeder was wat zij nog had van haar grootvader Jacob Pronk, geboren in...

Wie was Jacob Pronk?  

Slechts een enkele aantekening in een oude agenda van haar overleden moeder was wat zij nog had van haar grootvader Jacob Pronk, geboren in...

Advertisement