__MAIN_TEXT__

Page 1

2. Maria

Met zijn ellebogen op zijn knieën en zijn hoofd in zijn handen wacht Jan Pronk op nieuws. Hij tuurt naar de eikenhouten planken tussen zijn voeten. Al anderhalf uur wacht hij in de lange gang van het marinehospitaal nadat hij werd weggeroepen van zijn werk. Het uitzicht op het Nieuwe Diepe heeft hij nu wel gezien en voor de schilderijen aan de muur van beroemde marineschepen, waar hij normaal zo van houdt, kan hij geen aandacht opbrengen. Hoe langer hij doorbrengt in deze koude gang, waar hij af en toe plaatsneemt op de houten bank met leuningen en dan weer door de hoge statige ramen over het grauwe water uitkijkt, hoe strakker zijn maag lijkt dicht te knijpen. Zal het wel goedkomen met Betsy? Waarom duurt het zo lang? Ze zal toch niet…?

Voline van Teeseling

‘Meneer Pronk, het is zo ver. U ken kòmen.’ Jan schrikt op uit zijn overpeinzingen. Op haar zacht piepende schoenen is de zuster waar hij al zo lang op zit te wachten hem toch nog ongemerkt genaderd. Als het hem vertrouwde Helderse dialect tot hem doordringt, staat hij snel op. Hij weet niet meteen wat te zeggen. ‘Is alles goed met mijn vrouw?’ vraagt hij als ook de inhoud van haar bericht bij hem is aangekomen. Zijn vriendelijke boerengezicht met de dunne rechte mond draait in de richting van de verpleegster. Die glimlacht hem toe met tanden die even wit zijn als haar kapje en schort. ‘Jawel, meneer Pronk. Het is best gegân. Het is een dòchtertje’. Ze knikt bemoedigend. Pas dan permitteert Jan zich een opgeluchte lach. Zijn vrouw en hun kindje hebben het allebei gered. Een meisje is het geworden, een dochter! Na de geboorte van zijn zoon, al ruim vier jaar terug, eind 1933, was hen verteld dat Elizabeth beter niet meer zwanger kon worden. De bevalling was moeizaam

Voorpublicatie uit tweede hoofdstuk van ‘Mijn kapstok staat op Wieringen’, Copyright © 2016 Voline van Teeseling

Profile for Voline van Teeseling

Maria 1e pagina  

Maria 1e pagina  

Advertisement