Issuu on Google+

4

Š Paul Hermans

Ontmoeting tussen hemel en aarde


VAN TOEKIJKEN NAAR MEEDOEN In de liturgie streefde Vaticanum II naar een volledige,

bewuste en actieve deelname. Een doelstelling die onze Kerk onderweg wat uit het oog verloor. Hoe kunnen we er vandaag opnieuw werk van maken?

NOG EEN LIKJE VERF Volledige, bewuste en actieve deelname. Daarvan wilde Vaticanum II werk maken in de liturgie. Vijftig jaar na de start van het Tweede Vaticaans Concilie moeten we vaststellen dat we deze doelstelling niet helemaal hebben verwezenlijkt in onze contreien. De visietekst van ons bisdom zet de opdracht van het Concilie terug op de voorgrond. Werken aan liturgie is werken aan de liturgische deelname van het volk Gods.

© Paul Hermans

Bart Paepen

‘Heilig, heilig’. “Als er een lied niet mag ontbreken in onze vieringen, is het dit wel”, dixit vicaris Bart Paepen.

In de diocesane gespreksrondes tijdens het voorbije werkjaar kwam de liturgie opvallend vaak ter sprake. Het is duidelijk dat een groot aantal kerkmensen de liturgie centraal stelt in het kerkelijke leven. Tegelijk klonken in de gesprekken dikwijls geluiden van ontevredenheid en onmacht. Zowat iedereen is het er over eens dat we met een probleem zitten. Op zijn Antwerps uitgedrukt: onze liturgie pakt geen verf. Velen wijten dit aan de vorm van de liturgische diensten: de taal, de symbolen, de ordes van dienst. De enen verlangen daarom nieuwe vormen, de anderen keren terug naar de preconciliaire liturgie.

Van toeschouwer tot deelnemer In de visietekst erkent onze bisschop de moeilijkheid. Een oplossing zoekt hij evenwel niet in in de radicale verandering van onze liturgische vormen. Hij houdt de blik liever gericht op Vaticanum II en op de keuze voor een volledige, bewuste en actieve participatie van het volk Gods aan de liturgie. Concreet betekent dit dat er niet op de eerste plaats gewerkt dient te worden aan de vorm maar wel aan de manier waarop wij aanwezig zijn in een liturgische dienst. Van toeschouwers moeten wij uitgroeien tot deelnemers. Deze beweging begint reeds bij de beleving van de kerkruimte. Wie onvoorbereid in een liturgische dienst binnenstapt, deelt bijna vanzelfsprekend de ruimte in twee op: een podium waarop de liturgische handelingen plaatsvinden en zitplaatsen voor het publiek dat bij die handelingen aanwezig mag zijn. Precies deze tweedeling wilde Vaticanum II vervangen vanuit het bewustzijn dat de liturgische handeling

plaatsvindt in het gehele kerkgebouw en dat iedere aanwezige daarin zijn rol te vervullen heeft.

“De handelende persoon van onze liturgie is niet de voorganger, noch het koor, de lectoren of andere functionarissen, maar de geloofsgemeenschap in haar geheel.

„

De kern van de woorddienst bijvoorbeeld is niet de lector die leest, maar de gemeenschap die luistert. Niet de gebedstekst die de voorganger voorleest, bepaalt de kwaliteit van de liturgie, wel de biddende houding van de gelovigen. De handelende persoon van onze liturgie is niet de voorganger, noch het koor, de lectoren of andere functionarissen, maar de geloofsgemeenschap in haar geheel.

Lijfelijk Dit handelen is op de eerste plaats een lijfelijk gebeuren. Die actieve deelname heeft immers alles te maken met de bewuste inschakeling van ons lichaam in de liturgie: stem, ademhaling, houding, blik en zintuigen. Het is bijvoorbeeld cruciaal dat de gemeenschap de gebeden krachtig beaamt in plaats van enkele onbestemde klanken te mompelen aan het einde van een gebed. Een sterk gezamenlijk ‘amen’ doet ervaren wat het betekent als een gemeenschap van gelovigen zich toevertrouwt aan de God die hen samenbrengt. Dan voelen we dat niet de persoonlijke devotie op de voorgrond staat in de dienst maar dat we deel uitmaken van een collectief gebeuren: wij

Vijftig jaar na het Tweede Vaticaans Concilie is het tijd om onze liturgie van onder het stof te halen.

5


© Mark Walker

© Paul Hermans

Voorbereiden en opruimen. Onzichtbare maar onmisbare taken voor een verzorgde viering.

nemen plaats voor onze God en geven samen gestalte aan onze relatie met de Eeuwige. De meest uitgelezen manier om dit tot stand te brengen is de samenzang. Op geen enkele andere wijze wordt een gemeenschap zo intens verbonden: we stemmen ons letterlijk op elkaar af. Hoe kun je als geloofsgemeenschap beter uitdrukken dat je blij bent dat Jezus er is dan door samen uit volle borst halleluja te zingen?

HOE BELEEFDEN ZIJ DE NIEUWE UITDAGINGEN VAN VATICANUM II Reeds in de eerste sessie van het Tweede Vaticaans Concilie legden de concilievaders de liturgische hervormingen vast in de Constitutie over de heilige Liturgie, ‘Sacrosanctum concilium’. Vicaris Emiel Janssen (86 jaar) en Jef Cleymans (74 jaar) blikken terug op de boeiende tijd net voor, tijdens en na het Concilie. Ann Joris

6

© Paul Hermans

“Wie wil helpen om het kruis, het evangelieboek en de kaarsen aan te brengen?” Het jonge volkje ziet het alvast helemaal zitten.

De ervaring leert dat het niet gemakkelijk is om de Vlaamse kerkganger in deze beweging mee te nemen. Dat mag ons echter niet tegenhouden om er voluit voor te gaan door zoveel mogelijk mensen in te leiden in de liturgische wereld van Vaticanum II. Voor jong en oud, voor al wie trouw aanwezig is in de zondagsmis en voor wie er heel ver van verwijderd is, moeten we plekken creëren waar en tijden waarin ze aan den lijve kunnen ervaren waarover het gaat.

Elk aanbod in die richting vertrekt vanuit een driedubbele geloofsbelijdenis. Eén: de katholieke liturgie heeft toekomst in onze geloofsgemeenschap. Twee: hedendaagse gelovigen zijn bereid tot actieve deelname als ze daartoe op een zinvolle wijze worden uitgenodigd. Drie: God zelf voltooit al onze onvolmaakte pogingen.

Vicaris Emiel Janssen

de twintigste eeuw werkte zij met de steun van de benedictijnen wereldwijd aan een liturgisch reveil. Ook in ons land. Op 5 november 1962 kregen de seminaristen van het aartsbisdom Mechelen-Brussel en van Antwerpen informatie uit de eerste hand. Kardinaal Suenens liet verstaan dat in de liturgie de volkstaal en het Latijn elk hun aandeel moesten krijgen.

“Toen Johannes XXIII op 25 januari 1959 de wereld verraste met de aankondiging van een oecumenisch concilie, was ik bijna negen jaar priester en ruim vier jaar werkzaam als proost van de Christelijke Arbeidersbeweging in Turnhout. Toen we het nieuws op de radio hoorden, borrelden er heel wat vragen op: Wat is een oecumenisch concilie? Wat zal er op de agenda staan?

“Onze boodschap en de manier waarop we die brachten, dienden niet alleen te getuigen van eerbied voor het heilige en de Heilige, maar ook van waardering voor de toehoorders.

Ik geloof.

Tussen de goedkeuring van de constitutietekst en de uitvoering van de besluiten zou echter nog ‘heel wat water door de Schelde vloeien’. Mgr. Daem richtte een werkgroep voor post-conciliaire

„ Emiel Janssen

Op 11 oktober 1962 werd de eerste zittijd geopend met de woorden “de Kerk jubelt!”, een optimistische en bemoedigende boodschap. Het verheugde ons dat het voorbereidende schema over de liturgie als een van de beste bevonden werd. Dat was onder meer te danken aan de liturgische beweging. Al vanaf het begin van

© Bisdom Antwerpen

Vicaris Emiel Janssen


© C-koren

De ‘Constitutie over de heilige Liturgie’ was het eerste document dat de concilievaders goedkeurden.

vernieuwing op waarin hij samen met leken, priesters, religieuzen en vicarissen nadacht over mogelijke wegen om de vernieuwing te realiseren. De bisschop gaf een reeks lezingen en bezocht samen met vicaris-generaal Eykens parochies om ter plekke te kijken welke oplossingen men uitwerkte om ‘met het gezicht naar het volk’ te celebreren. Voordien had ik zelf al de gunstige gevolgen van die opstelling mogen ervaren tijdens eucharistievieringen op studieweekends van de VKAJ. Volkstaal en actieve deelname. Dat waren de sleutelwoorden voor de liturgische beleving na Vaticanum II. Als priester waren we ons er terdege van bewust dat het gebruik van de volkstaal bij het voorgaan andere eisen stelde dan het celebreren in het Latijn. We dienden meer aandacht te geven aan een duidelijke en verstaanbare uitspraak. Onze boodschap en de de manier waarop we die brachten, dienden niet alleen te getuigen van eerbied voor het heilige en de Heilige, maar ook van waardering voor de toehoorders. Vandaag kun je je moeilijk voorstellen hoe de eucharistie voor het Concilie verliep. De meest gemotiveerde gelovigen volgden in hun missaal de vertaling van de lezingen die de priester in het Latijn voorlas en van de gebeden die hij submissa voce bad. Anderen baden hun rozenhoedje of wachtten min of meer devoot tot ze ‘bij het kruiske’ naar huis – of op café – konden. Hun deelname beperkte zich vaak tot aanwezig zijn bij een wonderlijk gebeuren dat de priester aan het altaar verrichtte. Plots moesten deze mensen aandachtig luisteren, luidop antwoorden en meezingen. Ook voor hen was het een hele ommekeer. We moesten op zoek naar leken die een liturgische deeltaak op zich wilden nemen, lectoren dienden gevormd, Zingt Jubilate moest

Jef Cleymans

kerkgangers aanzetten tot meezingen en de actieve deelname bij de vieringen van de sacramenten moest bevorderd. Dat liep niet altijd even vlot. Actieve deelname impliceert immers dat de gelovige zich terdege voorbereidt op het ontvangen van deze sacramenten. Hier stootten we vaak, ook vandaag nog trouwens, op de moeilijkheid dat de vrager een ritus wenst en de bedienaar een sacrament wil aanbieden. Vandaag blijft Vaticanum II een uitdaging. Aan ons om er samen werk van te maken... om er nog steeds werk van te maken, ook na vijftig jaar.”

Jef Cleymans “In het grootseminarie droomde ik samen met vele anderen over een nieuwe toekomst voor de Kerk. Pastoor Jan Hillen zaliger werkte in die tijd aan een kindvriendelijke vormselcatechese. Wij gingen met deze pionier mee. De liturgie moest verstaanbaarder, vonden we. De predicatie mocht niet over de hoofden heen. En toen kwam dat Concilie. Pal na mijn priesterwijding in 1962. Ik juichte het toe.

“Ik kom nog altijd mensen tegen die net na het Concilie de liturgische vernieuwing handen en voeten gaven in onze parochies en die er nu nog steeds de kar trekken.

„

sloeg aan! Het was echter nog een ‘zoeken’. De grote verandering kwam enkele jaren na het Concilie, toen ik in 1968 in de parochie Sint-Lambertus in Ekeren belandde. Met de hulp van twee jonge onderpastoors werkte ik een heuse jeugdliturgie uit, gedragen door een prachtige kern van jonge mensen. Ik herinner me nog goed dat de kerk te klein was tijdens de eerste eucharistieviering. Buiten stond een lange rij wachtenden, niet alleen jongeren. Ook de andere weekendvieringen, nu in het Nederlands, vielen in goede aarde. ‘Nu kunnen we tenminste alles verstaan’, hoorde je geregeld. Sommigen spuiden kritiek: ‘Moet dat nu echt? Het is toch mooi in het Latijn.’ Het was ook de tijd van de ‘16-avonden’ die de liturgische vernieuwing in de parochies handen en voeten moesten geven. Dat was een succes. Vandaag kom ik nog altijd mensen tegen die er toen bij waren en die nu nog steeds de kar trekken in hun parochie. Wat rest er van deze bruisende tijd? De jeugdliturgie werd een gewoonte, de jongeren kwamen niet meer zo massaal, hun enthousiasme ebde weg. Ja, ik ben wat ontgoocheld. Er is al veel gebeurd, maar er moet nog heel veel gebeuren. Maar er is hoop. Er groeien nieuwe kansen. Kijk maar naar de vele jongeren die zich inzetten in projecten voor armen, voor het milieu, voor medemensen hier en elders.”

Jef Cleymans Mijn eerste benoeming zond me als onderpastoor naar de Heilig-Hartparochie in Boom. We stichtten er een jeugdhuis, van waaruit we jeugdmissen organiseerden. Velen omschreven deze verkeerdelijk als ‘jazz-missen’, maar het

Meer getuigenissen over Vaticanum II vind je op http://www.volgconcilie.be.

7


© Muziekcentrum Zurenborg

Een wekelijkse gezangenfolder voor de aanwezige kerkgangers.

ZINGEND GELOVEN ‘Looft Hem die gezeten is op tronen van gezang’ zingen de drie jongelingen in de vuuroven uit het boek Daniël. Pas in de schoonheid wordt de liturgie ‘waar voor het hart’. Deze visie ligt aan de basis van de kerkmuzikale praktijk die de Sint-Norbertusparochie sinds 2004 uitwerkt. Tot dan gebruikte het parochiale koor in de Sint-Norbertuskerk aan de Dageraadplaats in Antwerpen de liturgie als podium voor zijn ‘concerterend’ optreden. Voor zover de gemeenschap al zong, bestond het repertorium uit liederen waarvan de meeste bezwaarlijk ‘liturgisch’ kunnen heten. Er was dus werk aan de winkel. Emmanuel Van Kerckhoven en Frans Van Looveren, organisttitularis en cantor van de Sint-Norbertuskerk

© Muziekcentrum Zurenborg

Emmanuel Van Kerckhoven aan het orgel: een krachtige en gevarieerde begeleiding met stimulerende voor- en tussenspelen ondersteunen de gemeenschapszang.

Het eerste werk betrof de uitbreiding van het repertorium. We putten graag uit de rijke muzikale schat van de reformatie en van de anglicaanse Kerk, zonder de rijkdom van de gregoriaanse traditie te vergeten. Voor de antwoordpsalmen maken wij dankbaar gebruik van de mogelijkheden die KerkNet aan parochies biedt. De vernieuwde zangbundel Zingt Jubilate was en is bij dit alles een gids naast vele andere. Bij de liederen worden steeds teksten gebruikt met bijbels karakter. Gelukkig zijn die in grote hoeveelheid te vinden bij religieuze dichters zoals Barnard, Ad den Besten, Oosterhuis, Jongerius, Troost of De Vries. Daardoor kan de gemeenschapszang een naar binnen toe gezongen verkondiging worden, meer ‘inning’ van bijbels geloof dan ‘uiting’ van subjectieve religieuze gevoelens. Als houvast voor de kerkgangers maken we elke week een gezangenfolder, notenbeeld incluis.

Melodieën schieten wortel De reformatorische en anglicaanse melodieën zijn zeer eenvoudig en dus makkelijk zingbaar voor de gemeenschap, die steeds geleid wordt door de cantor. Enkele minuten repetitie voor de zondagsviering volstaan om zulk lied aan te leren. We kiezen liefst melodieën waarop verschillende teksten met een identieke structuur gezongen kunnen worden. Zo kan een nieuwe melodie geregeld terugkeren en echt wortel schieten binnen de gemeenschap. Op het orgel brengen we steeds krachtige en gevarieerde begeleidingen en tussenspelen die de gemeenschap ondersteunen. Tegelijkertijd richtten we een cantorij op om de gemeenschapszang in schoonheid te stimuleren: opgesteld vlak bij de andere kerkgangers zingt ze vierstemmig of in een wisseling van

8

vrouwen- en mannenstemmen voor, de gemeenschap antwoordt eenstemmig, samen met de cantorij. Deze bestaat momenteel uit twaalf min of meer muzikaal geschoolde leden, veelal druk bezette mensen van middelbare leeftijd die met een minimum aan repetities een maximum aan rendement nastreven. Betekenisvol detail: slechts twee leden van de cantorij wonen binnen de parochie. Het mag duidelijk zijn dat de uitbouw van een leefbaar koor van enig niveau vereist dat er gerekruteerd kan worden uit een breder veld dan de territoriale parochie. Een kwaliteitsvolle liturgische muziekpraktijk veronderstelt grotere gemeenschappen dan de huidige parochies. Twee jaar geleden startten we ook met de organisatie van Bachcantates tijdens zondagse eucharistievieringen. Bach zelf schreef ze destijds als muzikale commentaar bij de Bijbellezingen van de zondagsliturgie. Door ze terug - in de viering te betrekken, stellen we hun liturgische dimensie opnieuw centraal. Bovendien licht dominee Dick Wursten, Bachkenner bij uitstek, ze steeds toe tijdens de homilie.

Een zingende gemeenschap Ons werk is nog lang niet af. Maar na acht jaar consequent werken, is onze gemeenschap echt een zingende gemeenschap geworden. Ze maakt meer en meer waar wat nog te weinig wordt beseft: onze liturgie zal volop een feestelijk zingende liturgie zijn, of ze zal niet zijn.

Meer info op www.muziekcentrumzurenborg.be.


© Jacques Teurlings

VESPERS ALS ZINVOLLE AFRONDING VAN DE WERKWEEK Zo’n vijftal jaar geleden startte de toenmalige federatie HerentalsOlen op initiatief van de werkgroep liturgie een vesperdienst op vrijdagavond in de pinksterkapel van de zusters franciscanessen van Herentals. Inmiddels kan het initiatief op een kleine trouwe groep deelnemers rekenen. Wekelijks vieren een tiental gelovigen mee. Heidi Krieckemans

Heidi Krieckemans geeft een korte beschouwing bij een tekst uit de Schrift tijdens de wekelijkse vesperdienst op vrijdag in Herentals.

Met de vesperdienst wilde de werkgroep liturgie naast de eucharistievieringen in het weekend, een zinvol en sterk gebedsmoment tijdens de week aanbieden. En zo ervaren de deelnemers het ook. Laatst omschreef iemand het als “de ideale manier om de werkweek af te sluiten en rustig het weekend in te gaan”. De vesperdienst volgt de opbouw van een traditionele vesperdienst, maar in plaats van het getijdenboek kozen we bewust voor de nieuwe liederenbundel Zingt Jubilate omdat deze liederen en psalmen iets toegankelijker zijn om aan te leren en samen te zingen. Om iedereen de kans te geven om mee te zingen en om de stemmen alvast wat op te warmen, starten we telkens met een inzingmoment. Dan volgt het eigenlijke gebedsmoment. Als openingslied zingen we steevast lied 25d Wij die U nooit hebben gezien. Dit lied plaatst de zanger tegenover zijn of haar God: “Eeuwige, onze God. Wij die U nooit hebben gezien, zie ons hier staan. Wij die van U hebben gehoord, hoor Gij ons aan. Uw naam is dat Gij mensen helpt, wees onze hulp.” Daarna zingen we samen een hymne, een psalm en een acclamatie.

Bijzondere dynamiek Vervolgens leest de voorganger een stukje uit de Schrift. Vijf voorgangers gaan om de

beurt voor, ieder op zijn of haar manier, met eigen accenten, eigen woorden. Het geeft de gebedsdienst een bijzondere dynamiek. De voorganger kiest een passende tekst uit het Oude of Nieuwe Testament of werkt met de lezingen van de dag. Bij die tekst geeft hij of zij een korte beschouwing die ieder in stilte overweegt. Vervolgens zingen we het Magnificat van Maria. Daarna nodigt de voorganger opnieuw uit tot stilte om voor onze God te brengen wat er leeft in ons hart. Ieder kan en mag zijn gebedsintentie uitspreken, luidop of in de stilte van zijn of haar hart. Iedere gebedsintentie beamen we samen met een antwoordzang. Na het stiltemoment bundelen we al deze intenties in het samen bidden van het onzevader. Tot slot spreekt de voorganger een gebed uit en zingen we elkaar de vrede toe in het slotlied 26a Met vrede gegroet en gezegend met licht.

Samen dragen Het bijzondere aan deze dienst is dat je voelt dat alle aanwezigen het gebedsmoment mee dragen. Iedere aanwezige durft het aan om op een intense manier mee te zingen, mee te bidden. Net door dit samen gedragen karakter van de vesperdienst, krijgt iedere liturgische handeling er zijn juiste intentie. Dat maakt dit gebedsmoment zo sterk, zo intens en zo deugddoend.

Elke vrijdag om 19 uur in de pinksterkapel van het klooster van de zusters franciscanessen, Nonnenstraat in Herentals, behalve in de grote schoolvakanties.

© Jacques Teurlings

9 © Jacques Teurlings


Vaticanum II en de liturgie: van toekijken naar meedoen - Relevant