__MAIN_TEXT__

Page 1

Een maandelijkse uitgave van Voka vzw | Verschijnt niet in juli en augustus | Jaargang 3 - december 2019 Koningsstraat 154-158, 1000 Brussel P912687

VOKA

PAPER DECEMBER 2019

TOT UW DIENST

Hoe halen we het volle potentieel uit onze dienstenexport?


TOT UW DIENST INHOUD

TOT UW DIENST Hoe halen we het volle potentieel uit onze dienstenexport? De essentie

..................................................

3

Een open wereldeconomie: onontbeerlijk voor de Vlaamse welvaart. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 5 Drie uitdagingen voor het Vlaamse verdienmodel. . . . . . . . . . . 8 De nieuwe globaliseringsgolf: handel in diensten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 12 Vlaamse dienstenexport: voor het volle potentieel . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .14 Micronationals in Vlaanderen . . . . . . . . . . . . . 17 Scandinavië, Europese kampioen in dienstenexport . . . . . . . . . . . . . . . 19 Vier aanbevelingen voor een doeltreffend Vlaams dienstenexportbeleid . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 21

colofon Voka-kenniscentrum Niko Demeester | Secretaris-generaal Bart Van Craeynest | Hoofdeconoom Sonja Teughels | Arbeidsmarkt Veronique Leroy | Arbeidsmarkt en arbeidsverhouding Jonas De Raeve | Onderwijs Goedele Sannen | Mobiliteit en logistiek Klaas Nijs | Energie en klimaat Steven Betz | Ruimtelijke ordening en milieu Karl Collaerts | Fiscaliteit en begroting Pieter Van Herck | Welzijns- en gezondheidsbeleid Gilles Suply | EU en internationaal ondernemen Johan Guldix | Innovatie en ondernemen Dieter Somers | Digitale transformatie

2 VOKA PAPER DECEMBER 2019

Eindredactie Sandy Panis, Katrien Stragier Foto’s Dann en Shutterstock Vormgeving Martinique Salomons Druk INNI Group, Heule

‘Tot uw dienst’ is een brochure van Voka – Vlaams netwerk van ondernemingen. De overname of het citeren van tekst uit deze Voka Paper wordt aangemoedigd, mits bronvermelding. Verantwoordelijke uitgever Hans Maertens i.o.v. Voka vzw Burgemeester Callewaertlaan 6 - 8810 Lichtervelde info@voka.be - www.voka.be


VOKA.BE

De essentie Vlaanderen is een echte exportkampioen. Maar de wereldeconomie lijkt steeds meer op zichzelf terug te plooien, denk onder meer maar aan de brexit. Bovendien is de intensiteit van de wereldhandel aan het vertragen, op deze uitzondering na: de handel in diensten. Daar zit nog heel wat onbenut potentieel voor onze Vlaamse ondernemingen, dat we moeten en kunnen ontginnen.

V

laanderen is een echte exportkampioen: onze uitvoer stond in 2016 gelijk aan 100% van ons bbp, wat quasi uniek is in de wereld. Daarnaast kiezen heel wat buitenlandse bedrijven onze regio om de Europese markt aan te boren. Zo stonden in 2015 buitenlandse investeerders in voor 24% van de totale tewerkstelling en creëerden ze een derde van de toegevoegde waarde in de Vlaamse private economie, de financiële sector buiten beschouwing gelaten.

“De handel in diensten groeit 60% sneller dan die in goederen.” Maar de afgelopen jaren lijkt de wereldeconomie steeds meer op zichzelf terug te plooien: de brexit, het uitgesproken protectionistische beleid van de Verenigde Staten en de toenemende tegenstand tegen internationale handelsverdragen zijn hier voorbeelden van. Waar in 2009 om en bij de 40% van de wereldhandel gevat werd door een of meerdere handelsrestrictieve maatregelen, liep dit cijfer op tot 74% in 2018. De intensiteit van internationale handel is bovendien echt aan het vertragen. Zo is de

wereldhandel afgenomen van 61% van het wereld-bbp in 2008 tot 58% vandaag. De vertraging concentreert zich vooral in de handel van halffabricaten, wat kan wijzen op een fundamentele hertekening van de wereldhandel. Daarbij worden complexe internationale waardeketens door nieuwe, slimme Industrie 4.0-toepassingen opnieuw lokaal dicht bij de afzetmarkt georganiseerd. Maar op één vlak is de integratie van de wereldeconomie allesbehalve aan het vertragen: de handel in diensten. Die groeide de afgelopen tien jaar 60% sneller dan handel in goederen. Deze trend zal zich in de nabije toekomst doorzetten. Zo zijn digitale diensten veel sneller internationaal verhandelbaar en vervangen ze steeds meer fysieke goederen. Ten slotte lijken ook meer en meer bedrijven uit de maakindustrie diensten te integreren in hun productaanbod. Ook de Vlaamse dienstenexport is fors gestegen. Waar deze in 2008 nog 39,9 miljard euro bedroeg, liep dit op tot 58,9 miljard euro in 2016. Het aandeel van dienstenexport in de totale export is echter de voorbije 5 jaar blijven hangen, op om en bij de 23%. ➜

WIE? Structurele partner:

GILLES SUPLY Adviseur internationaal ondernemen gilles.suply@voka.be Gilles Suply volgt op het Vokakenniscentrum dossiers op rond internationaal ondernemen.

DECEMBER 2019 VOKA PAPER 3


TOT UW DIENST DE ESSENTIE

Dat terwijl in Nederland en de Scandinavische landen het soortelijk gewicht van de dienstenexport de afgelopen jaren net veel meer gestegen is. Dit kan er op kan wijzen dat Vlaanderen niet haar volle diensten exportpotentieel benut. Vlaanderen heeft meer bepaald nog heel wat potentieel op het vlak van telecommunicatie, informatica en technische diensten. Dienstverleners in deze sectoren zijn vaak ‘micronationals’ of ‘born globals’, relatief kleine bedrijven die toch zeer internationaal actief zijn. Zulke bedrijven vereisen een andere type internationaliseringsondersteuning dan de meer klassieke bedrijven. Daarnaast blijkt dat we vooral nog heel wat opportuniteiten laten liggen in opkomende economieën.

“Goederen en diensten moeten geïntegreerd worden tot één internationaal competitief product.” Op basis van beleidsprogramma’s uit Scandinavië, dat zeer sterk presteert op het vlak van dienstenexport, schuiven we drie beleidssuggesties naar voren om het exportpotentieel van de Vlaamse dienstenleveranciers verder te benutten:

1

Vlaamse micronationals hebben nood aan een holistische benadering voor een succesvolle internationalisering. Daarbij moet er niet enkel gekeken worden naar het ontwikkelen van internationale verkoopskanalen maar ook naar het vinden van internationale partners voor financiering, cocreatie en innovatie. Internationalisering moet dan ook beter geïntegreerd worden in al bestaande begeleidingstrajecten voor Vlaamse micronationals. Hierbij moet er gekeken worden naar het sluiten van slimme partnerships tussen relevante kennisactoren en overheidsagentschappen om hiaten 4 VOKA PAPER DECEMBER 2019

in internationaliseringsbegeleiding in te vullen. De Vlaamse technologieattachés moeten dan weer ingezet worden om specifieke opportuniteiten te identificeren rond slimme internationale partnerships met buitenlandse spelers zoals integratoren, industriële spelers, kennisinstellingen en financiële partners.

2

Matchmaking tussen Vlaamse micronationals en grote industriële spelers faciliteren, kan sterk bijdragen tot een verdere internationalisering van de hele Vlaamse economie op basis van een meer geïntegreerd diensten- en goederenexportmodel. Zo kunnen micronationals digitale diensten aanbieden aan grote industriële spelers, die op hun beurt een aanbod aan technische diensten kunnen koppelen aan hun meer klassieke goederenexport. Zo ontstaat er een interessante symbiose tussen vernieuwende kmo’s met beperkte ervaring in internationalisering en grote industriële spelers die steeds meer Industrie 4.0-toepassingen moeten verwerken in hun businessmodel om internationaal competitief te blijven.

3

Om de vooropgestelde geïntegreerde aanpak te realiseren zal een goede samenwerking tussen het Agentschap Innoveren & Ondernemen (VLAIO) en Flanders Investment & Trade (FIT) cruciaal zijn. Zo hebben Vlaamse start-ups en scale-ups nood aan een op maat gemaakte begeleiding om verder te groeien waarbij innovatie en internationalisering in elkaar overvloeien. Een geïntegreerd VLAIO-FIT-aanbod kan dan ook optimaal het groeipotentieel van deze spelers benutten. Het is belangrijk om te benadrukken dat de dienstenexport niet beschouwd moet worden als een verhaal dat losstaat van de klassieke goederenexport. Een doeltreffend beleid tracht net een wederzijds versterkende wisselwerking te faciliteren waarbij diensten en goederen verder geïntegreerd worden tot één product dat internationaal competitief in de markt gezet kan worden


VOKA.BE

1. Een open wereldeconomie: onontbeerlijk voor de Vlaamse welvaart Het Vlaams economisch verdienmodel is resoluut gestoeld op een open wereldeconomie. Dat is ook logisch: een kleine regio in het hart van Europa die omringd is door kapitaalkrachtige buurlanden en een goeie ontsluiting heeft naar zee, moet al heel snel naar het buitenland kijken om verdere economische groei te realiseren. En cijfers tonen aan dat dit nog veel meer geldt voor Vlaanderen dan voor soortgelijke regio’s en landen.

V

olgens de Nationale Bank van België bedroeg het Vlaamse bbp in 2016 250 miljard euro, terwijl we in datzelfde jaar ook voor om en bij de 250 miljard euro uitvoerden. Dat betekent dat de Vlaamse uitvoer gelijk staat aan 100% van het bbp. Binnen de OESOlanden doen enkel Ierland en Luxemburg het nog beter. Qua invoer zien we een gelijkaardig scenario. Deze bedroeg in 2016 245,5 miljard euro, ofwel 98% van het Vlaamse bbp. Ook hiermee prijkt Vlaanderen op de derde plaats, na – weeral – Ierland en Luxemburg.

Vlaanderen is een exportkampioen Uitvoer in % van het bbp (2016) 250

213 200

150

100 100

50

De openheid van de Vlaamse economie uit zich niet enkel in de in- en uitvoercijfers. Zo zijn buitenlandse investeringen een enorm belangrijke pijler van de Vlaamse economie. Uit een studie van het Vlaams Departement Economie, Wetenschap en Innovatie (EWI) uit 2018 blijkt dat er in Vlaanderen zo’n 4.100 ondernemingen

0

28

OESOgemiddelde

35

Finland

43

Zweden

54

66

80

Denemarken Zwitserland Nederland

Vlaanderen Luxemburg

BRON: OESO en NBB

DECEMBER 2019 VOKA PAPER 5


TOT UW DIENST OPEN WERELDECONOMIE

gevestigd zijn die in buitenlandse handen zijn en hier actief toegevoegde waarde creëren. 1 4.100 mag dan wel een peulschil zijn in vergelijking met het totale aantal ondernemingen dat actief is in Vlaanderen, maar de bijdrage van deze groep aan de Vlaamse economie is enorm. In 2015 stelden deze bedrijven 396.489 mensen tewerk, wat neerkomt op 23,8% van de totale private tewerkstelling in de niet-fi nanciële Vlaamse economie. In totaal creëerden deze ondernemingen ruwweg een derde van de toegevoegde waarde van de niet-fi nanciële private sector in Vlaanderen. Buitenlandse investeerders vinden ook nog steeds vlot de weg naar hier. Volgens Flanders Investment & Trade hebben buitenlandse bedrijven in 2018 voor een nooit geziene 4,24 miljard euro geïnvesteerd in Vlaanderen, waarbij de helft van deze investeringen bestond uit volledig nieuwe ‘greenfield'-projecten.

23,8%

Buitenlandse investeringen belangrijke pijler van de Belgische economie Inkomende buitenlandse investeringen in % van het bbp (2018) 250

211 184

200

Het is dus niet verwonderlijk dat ook op het vlak van buitenlandse investeringen ons land zich onderscheidt van de rest van de wereld. Zo had België voor maar liefst 99% van het bbp aan buitenlandse investeringen in 2018, het vierde hoogste aandeel van alle OESO-landen. Voor Vlaanderen apart zou dit aandeel hoogstwaarschijnlijk nog hoger zijn, maar hierover zijn helaas geen cijfers. Binnen dit kader is het allesbehalve een boude uitspraak om te stellen dat Vlaanderen een van de meest open economieën ter wereld is. Hierboven bleek echter dat alvast twee landen van de OESO qua openheid het nóg beter doen, met name Ierland en Luxemburg. De in- en uitvoercijfers in verhouding tot hun bbp zijn duizelingwekkend: in 2016 bedroeg de uitvoer van Luxemburg maar liefst 216% van het bbp en van Ierland 121% van het bbp. Deze landen slagen erin om zulke cijfers op te tekenen omdat zij zich quasi uitsluitend toespitsen op de uitvoer van financiële diensten. In Vlaanderen is het dan weer markant dat internationale handel en buitenlandse investeringen sterk gecorreleerd zijn met elkaar. Het is ook hierin dat Vlaanderen zich sterk onderscheidt. Als we de Vlaamse exportcijfers van FIT vergelijken met cijfers uit de studie van EWI, dan merken we dat sectoren waar buitenlandse investeerders een groot deel van de bruto toegevoegde waarde creëren ook heel vaak exportkampioenen zijn. Hoe sterker Vlaanderen zich dus kan profi leren als aantrekkelijke locatie om te investeren binnen deze sectoren, hoe meer we internationaal handel zullen drijven. 6 VOKA PAPER DECEMBER 2019

147

150

99 100

50

0

40

26

31

Finland

Denemarken

OESO totaal

54

Zweden

België

Zwitserland Nederland

Luxemburg

BRON: OESO en NBB

Bruto toegevoegde waarde buitenlandse investeerders in miljard euro (2018)

9 8 7 6 5 4 3 2 1 0

Vervoermaterieel Voedingsproducten Kunststof & toepassingen

Ondele metalen

Machines, toestellen en...

Chemie & farma

BRON: EWI

Onze export is nog steeds vooral gericht op de EU. Volgens FIT ging in 2018 71% van onze export naar de EU, waarbij de buurlanden het leeuwendeel voor hun rekening namen. Zo zijn onze vier grootste afzetmarkten niet toevallig Duitsland, Nederland, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk. Het mag dan ook niet verbazen dat


VOKA.BE

“De Vlaamse uitvoer staat gelijk aan 100% van het bbp. Binnen de OESO doen enkel Ierland en Luxemburg nog beter." Vlaanderen enorm gebaat is bij een goed functionerende interne Europese markt. Uit een recente studie van de bekende Duitse denktank Bertelsmann Stiftung blijkt dat België het meest van alle EU-lidstaten profiteert van de Europese Unie en de interne markt. De denktank becijferde dat de interne markt elke Belg gemiddeld 1.627 euro extra per jaar oplevert. De export buiten de EU neemt echter ook nog steeds 30% voor haar rekening. De VS is de zesde belangrijkste afzetmarkt en de belangrijkste buiten de EU voor Vlaanderen.

Op het vlak van buitenlandse investeringen zien we in grote lijnen hetzelfde plaatje. Volgens de studie van EWI zijn onze buurlanden belangrijke investeerders. In de categorie ‘investeerders buiten de EU’ is het opnieuw vooral de VS die een belangrijke bijdrage levert aan de Vlaamse economie. Buitenlandse investeringen vanuit de VS dragen voor een kleine 20% bij aan de totale private werkgelegenheid van buitenlandse investeerders in Vlaanderen en staan in voor meer dan 25% van de totale toegevoegde waarde die hier gecreëerd wordt door buitenlandse investeerders. 1. De financiële sector werd hierbij niet in rekening gebracht.

DECEMBER 2019 VOKA PAPER 7


TOT UW DIENST VLAAMS VERDIENSMODEL

2. Drie uitdagingen voor het Vlaamse verdienmodel Er zijn tekenen aan de wand dat het huidige Vlaamse verdienmodel, dat sterk geënt is op een open wereldeconomie, meer en meer onder druk zal komen te staan. Zo is de weerstand tegen globalisering wereldwijd aan het toenemen. Daarnaast zal de Industrie 4.0-golf een niet te onderschatten impact hebben op de internationale handel. Tot slot tonen verschillende economische indicatoren nu al aan dat de intensiteit van internationale handel werkelijk aan het vertragen is.

Uitdaging 1: Weerstand tegen globalisering Het internationale draagvlak voor globalisering is steeds meer aan het a�rokkelen. De verkiezing van de huidige Amerikaanse president Donald Trump, met zijn ‘America First’-agenda, is hier een eerste prominent voorbeeld van. Het Amerikaanse handelsbeleid voer de afgelopen vier jaar dan ook een uitgesproken protectionistische koers. Hoewel China hier het grootste slachtoffer van was, bleef ook de EU niet gespaard. Zo kondigde Trump op 1 maart 2018 een invoertarief aan van 25% op staal en van 10% op aluminium. Als tegenreactie kondigde de EU haar eigen invoerheffingen aan op Amerikaanse producten. De impact van het Amerikaanse protectionistisch beleid op de Vlaamse economie bleef tot nog toe beperkt. Toch is er een negatief effect. Zo is er een invoerheffing van 10% op niet-bewerkte diamanten uit de VS, wat nefast is voor de diamanthub in Antwerpen. 8 VOKA PAPER DECEMBER 2019

“De protectionistische koers van de VS zal hoogstwaarschijnlijk structureler zijn dan velen vermoeden.” Deze meer protectionistische koers van de VS zal hoogstwaarschijnlijk structureler zijn dan velen vermoeden. Zo zijn ook heel wat Democratische presidentskandidaten, zoals Elizabeth Warren en Bernie Sanders, een stuk kritischer geworden ten opzichte van handelsverdragen. Warren publiceerde bijvoorbeeld deze zomer nog een plan voor ‘economisch patriotisme’, dat bijzonder kritisch is over het Amerikaanse handelsbeleid van de afgelopen jaren. Dat zou te veel ten dienste staan


VOKA.BE

van de Amerikaanse bedrijven in plaats van de arbeiders. De brexit is een ander prominent voorbeeld van de toenemende weerstand tegen globalisering. Het gevaar voor de Vlaamse economie hiervan is een stuk concreter becijferd. Volgens een Vives beleidspaper uit 2017 bedreigt een harde brexit 6,65 miljard euro (ofwel 2,5% van het Vlaamse bbp) aan productie en 28.000 jobs in Vlaanderen.2 Voor de Britse economie is de impact nog veel groter. Volgens een van de meest gerespecteerde Britse denktanks, de National Institute of Economic and Social Research, riskeert het brexitakkoord van premier Boris Johnson de Britse economie te doen krimpen met 3,5%, of 81 miljard euro, tegen 2029. Vreemd genoeg lijkt dit economische verlies door velen in het Verenigd Koninkrijk enkel beschouwd te worden als nevenschade.

Wereldhandel steeds meer afgeremd Wereldexport onderworpen aan handelsrestrictieve maatregelen (in %) 80 75 70 65 60 55 50 45 40

2009

2010

2011

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

BRON: Evenett (2019), Global Trade Alert

Klassieke goederenhandel is het grootste slachtoffer van het toenemende protectionisme Transport materiaal

Basis metalen

Gespecialiseerde machines

Basischemie

Alle handelsrestrictieve maatregelen van kracht in december 2018

1542

1494

1166

985

Exportmaatregelen zoals exportsubsidies

584

704

121

113

Subsidies exclusief exportsubsidies

345

236

140

174

Handelsbeschermende maatregelen

51

43

409

276

Maatregelen betreffende overheidsaanbestedingen

37

40

97

6

76,7

73,5

65,2

64,8

% van export onderhevig aan handelsrestrictieve maatregelen

w

BRON: Evenett (2019)

Een laatste voorbeeld van weerstand tegen globalisering is nog dichter bij huis te vinden, met name het wijdverspreide protest in eigen land tegen het Europese handelsverdrag met Canada, het zogenaamde CETA-akkoord. Hoewel Canada een van de meest ontwikkelde landen ter wereld is, werd het door de tegenstanders geportretteerd als een vervuilend land met minimale arbeids-, milieu- en consumentenbeschermingsvoorwaarden waardoor het handelsverdrag zou leiden tot een ware ‘race to the bottom’. Maar de Vlaamse uitvoer naar Canada sinds het CETA-akkoord dat in voege trad in 2017, vertelt een ander verhaal.

In 2017 nam de export immers toe met 23% en het jaar erop nogmaals met zo’n 16%. CETA heeft daarnaast ook niet geleid tot massaal jobverlies of een a�raak van de Europese regels en normen. Naast deze drie voorbeelden zien we ook in het algemeen overduidelijk een internationale tendens naar meer geslotenheid. De Global Trade Alert, volgens het Internationaal Monetair Fonds de meest omvattende database van handelsrestrictieve en liberaliserende maatregelen, leert ons dat er sinds 2009 gestaag steeds meer handelsrestrictieve maatregelen bijkomen. Waar in 2009 om DECEMBER 2019 VOKA PAPER 9


TOT UW DIENST VLAAMS VERDIENMODEL

en bij de 40% van de wereldhandel gevat werd door een of meerdere van deze maatregelen liep dit cijfer op tot 74% in 2018.

Ansbach te sluiten wegens productieproblemen, hoewel die nog maar enkele jaren voordien werd gerelokaliseerd uit Zuidoost-Azië.

De klassieke goederenhandel is het grootste slachtoffer van handelsrestrictieve maatregelen. Zo zijn de meest getroffen sectoren ‘transportmateriaal’, ‘basis metaalproducten’, ‘machinerie’, ‘basis chemicaliën’ en ‘vervaardigde metalen producten’.

Globaliseringexpert Richard Baldwin stelt binnen dit verband in zijn nieuwe boek ‘The globotics upheaval’ dat in de toekomst de economie door deze vierde industriële revolutie opnieuw ‘lokaler’ en ‘persoonlijker’ zal worden. Hij gelooft dat in het bijzonder jobs die persoonlijk contact vereisen, niet meteen bedreigd worden door artificiële intelligentie en robotisering. Jobs die noch persoonlijk contact noch menselijke creativiteit vereisen, zullen daarentegen steeds meer ofwel geautomatiseerd worden ofwel verschuiven naar zogenaamde ‘telemigranten’. Zo zijn er bijvoorbeeld steeds meer Indische telemigranten die vanuit pakweg Mumbai een website ontwerpen voor Belgische kmo’s tegen een veel lagere prijs dan een doorsnee Belgische webdeveloper zou vragen.

“De klassieke goederenhandel is het grootste slachtoffer van handelsrestrictieve maatregelen.” Uitdaging 2: Industrie 4.0 Het toenemende protectionisme wordt vergezeld door nieuwe ingrijpende technologische toepassingen waarvan de impact op de internationale handel ook ingrijpend zal zijn. Dit Industrie 4.0-verhaal – met doorgedreven robotisering, artificiële intelligentie (AI), 3D-fabricage en Internet of Things – heeft het potentieel om de huidige wereldeconomie te transformeren. Hierbij zullen clusters van kleinere intergeconnecteerde slimme fabrieken dicht bij de afzetmarkt de huidige internationale waardeketens deels of volledig vervangen. Een schatting van McKinsey stelt dat robotisering en AI tegen 2030 kan leiden tot een jaarlijkse afname van handel in goederen ter waarde van 3 biljoen euro. Vooral arbeidsintensieve productievestigingen in lageloonlanden zullen steeds meer gerelokaliseerd worden, want de afnemende kosten van productie ten gevolge van Industrie 4.0-toepassingen neutraliseren hun troef van lage arbeidskosten. Dit vormt dan ook vooral een uitdaging voor ontwikkelingslanden die niet langer een economische groeistrategie kunnen modelleren op basis van het aantrekken van maakindustrie om langzamerhand te evolueren naar een kenniseconomie, zoals ZuidKorea bijvoorbeeld succesvol wist uit te voeren. Zo investeren spelers in de maakindustrie steeds meer in competitieve, volautomatische, slimme fabrieken dicht bij de afzetmarkt. Een recente studie van de OESO toont bijvoorbeeld dat vooral jobs in de maakindustrie van ontwikkelingslanden geautomatiseerd dreigen te worden via herlokalisatie. Dergelijke slimme fabrieken staan echter nog niet volledig op punt. Zo besliste Adidas onlangs om haar volautomatische, slimme fabriek in het Duitse 10 VOKA PAPER DECEMBER 2019

Uitdaging 3: Slowbalisation De intensiteit van de internationale handel is ook echt al aan het vertragen. De Nederlandse trendwatcher Adjiedj Bakas spreekt in dit verband over ‘slowbalisation’, wat in verschillende economische indicatoren valt af te lezen. Zo is de wereldhandel afgenomen van 61% van het wereld-bbp in 2008 tot 58% vandaag. Een studie van McKinsey stelt verder dat de internationale handel in absolute cijfers misschien wel nog aan het toenemen is maar dat de toename sterk aan het vertragen is. Zo groeide het absolute volume van internationale handel tussen 1990 en 2007 gemiddeld 2,1 keer sneller dan het reële wereldbbp, terwijl dit tussen 2011 en 2017 nog maar 1,1 keer was.

De vertraging in de internationale handel concentreert zich vooral in complexe waardeketens Evolutie handelsintensiteit (in procentpunten)

15 10 5 0 -5 -10 -15

Chemische producten

Transport materiaal

Auto

Elektrische machines

2000 - 2007

2000-2017

BRON: McKinsey Global Institute

Machines & apparatuur

Computers & electroina


VOKA.BE

Het Britse vakblad The Economist stelt dat er zich vooral een vertraging voordoet in de handel van halffabricaten: waar die in 2008 nog goed was voor 19% van het wereld-bbp, was dit in 2018 nog maar 17%. Volgens McKinsey concentreert de vertraging zich ook voornamelijk in de handel van halffabricaten in zeer complexe internationale waardeketens zoals transportmateriaal, elektronica, machinerie en chemische stoffen.

"De intensiteit van de internationale handel is echt aan het vertragen." Deze waardeketens stemmen sterk overeen met de grootste Vlaamse uitvoercategorieën. Zo stond volgens FIT anno 2018 de chemie en farma-industrie in voor 22,9% van de totale Vlaamse uitvoer, waarmee het de sterkst uitvoerende sector is in Vlaanderen. Op nummer twee stond transportmaterieel, dat instaat voor 12,6% van de totale Vlaamse uitvoer. Tot slot nemen machines, mechanica en elektr(on)ische apparatuur 10,6% van de Vlaamse uitvoer voor hun rekening. Quid Vlaanderen? Het is niet volledig duidelijk of bovenstaande trends een bedreiging vormen voor het huidige Vlaamse verdienmodel, dat sterk afhankelijk is van doorgedreven internationale handel. Zo heeft de maakindustrie gelukkig nog steeds een

vaste voet aan de grond in Vlaanderen en slaagt ze er zelfs in om nog te groeien. Vooral Industrie 4.0 kan ertoe leiden dat de maakindustrie verder gerelokaliseerd wordt vanuit lageloonlanden, waarbij slimme fabrieken – die weliswaar minder arbeidsintensief zijn – toch leiden tot jobcreatie in Vlaanderen. Het toenemende protectionisme vormt echter een zeer concrete bedreiging aangezien Vlaanderen een kleine afzetmarkt is en altijd zal blijven: slimme fabrieken die zich hervestigen in Vlaanderen zullen altijd a�ankelijk blijven van een open wereldeconomie. Het is dan ook van uitermate groot belang dat Vlaanderen zich er goed over bezint hoe om te gaan met deze veranderende internationale omgeving, om de welvaart die hier gecreëerd wordt duurzaam te verankeren. In het bijzonder moet Vlaanderen aandacht schenken aan waar de opportuniteiten liggen voor onze regio binnen deze veranderende internationale omgeving. De hierboven beschreven ‘slowbalisation’ laat op dat vlak één belangrijke nieuwe internationale trend buiten beschouwing, met name de forse toename aan handel in diensten. Die luidt potentieel een nieuwe soort globaliseringsgolf in, waar ook Vlaanderen een graantje van kan meepikken. 2. In de studie wordt een harde brexit gedefinieerd als een scenario waarbij handel tussen de EU en het VK onderworpen zou worden aan de ‘Most Favoured Nation’-invoerheffingen van de Wereldhandelsorganisatie met daarnaast nog eens niet-tarifaire handelsbelemmeringen van 8,31%.

DECEMBER 2019 VOKA PAPER 11


TOT UW DIENST NIEUWE GLOBALISERINGSGOLF

3. De nieuwe globaliseringsgolf: handel in diensten Het is nog niet volledig duidelijk wat de impact van de vertraging van de globalisering precies zal zijn op het Vlaamse exportgedreven verdienmodel. De vertraging concentreert zich echter sterk in de goederenhandel. In de handel van diensten kunnen we bijna een tegenovergestelde evolutie waarnemen: volgens McKinsey groeide de handel in diensten de afgelopen tien jaar 60% sneller dan de handel in goederen. Het internationale dataverkeer is dan weer 64 keer toegenomen sinds 2007.

D

e dienstenhandel zal de komende jaren exponentieel meer blijven groeien dan de goederenhandel. De groei zal echter vooral gedreven worden door digitale diensten. In bepaalde andere dienstencategorieën zien we zelfs een gelijkaardige beweging als bij de goederenhandel. Zo is ook de handel in financiële diensten sterk afgenomen. The Economist stelt bijvoorbeeld dat grensoverschrijdende bankleningen nu nog maar instaan voor 36% van het wereld-bbp, terwijl die in 2006 nog goed waren voor 60%. Er zijn verschillende verklaringen waarom vooral digitale diensten nog sterk zullen internationaliseren. Eerst en vooral zijn digitale diensten veel sneller internationaal verhandelbaar dan fysieke goederen. Globaliseringsexpert Richard Baldwin stelt dat de vorige globaliseringsgolf vooral toegespitst was op de productie van goederen die verscheept worden over de hele wereld. Dat vereist heel wat fysieke infrastructuur zoals productievestigingen, havens en schepen.

Handel in diensten stijgt, handel in goederen stokt Wereldhandel in % van het bbp 54

13,5

52

13

50

12,5

48

12

46

11,5

44

11

42

12 VOKA PAPER DECEMBER 2019

2012 Goederen

(linkse as)

2014

2016 Diensten

2018

(rechtse as)

BRON: Wereldbank

“Door de verschuiving naar een digitaal gedreven economie kunnen ook kleinere bedrijven zeer internationaal actief zijn.” Het zou dan ook onmogelijk zijn om de internationale handel in goederen te verdubbelen in amper 18 maanden. De digitale dienstenhandel is echter veel minder a�ankelijk van de wetten van de fysica en kan exponentieel sneller groeien. Eenmaal een softwarepakket ontwikkeld is, kan dit in principe met een simpele muisklik terstond overal ter wereld waar er internet is aan de man gebracht worden.

10,5 2010

Bovendien vervangen digitale diensten steeds meer fysieke goederen. Om maar een voorbeeld te geven: vroeger hadden fi lm- en muziekliefhebbers kasten die uitpuilden van de CD’s en DVD’s, en daarvoor zelfs nog van de fi lmcassettes en vinylplaten. Nu hebben ze een abonnement op het videostreamingplatform Netflix en het muziekstreamingplatform Spotify. Daarvoor betalen ze maandelijks een bescheiden som geld, die hen de toegang geeft tot een immens aanbod aan muziek, fi lms en series waar voorheen enkel de meest fervente verzamelaars over beschikten. Ten slotte integreren steeds meer bedrijven (digitale) dienstverlening in hun businessmodellen om end-to-end solutions aan te bieden. De Boston Consulting Group (BCG) spreekt in dit verband over ‘cross-border servitization’.


VOKA.BE

Een producent van machines gaat bijvoorbeeld ook steeds vaker een bijhorend software-ecosysteem leveren waaraan diensten zijn gekoppeld waarmee de klant zijn processen verder kan optimaliseren. In de paper ‘New Business Models for a New Global Landscape’ verwijst BCG naar het voorbeeld van Rolls Royce. Waar dat vroeger vliegtuigmotoren verkocht, verkoopt het nu vlieguren en betaalt de klant voor elk gevlogen uur. Via slimme sensoren ingebouwd in de motoren kan Rolls Royce in zijn datacentrum in het Britse Derby nauwgezet de performantie van de vliegtuigmotoren monitoren en op deze manier onderhouds- en herstelwerken inplannen.

Waar bedrijven vroeger eerst lokaal schaal moesten opbouwen om vervolgens stap per stap te internationaliseren en uit te groeien tot een multinational, leiden digitalisering en het internet steeds meer tot zogenaamde ‘micronationals’ of ‘born globals’. Die kunnen op enkele jaren tijd over de hele wereld actief zijn zonder per se een sterk uitgebouwde internationale aanwezigheid te hebben. Zulke micronationals hebben vaak een competitief voordeel op de iets loggere multinationals omdat zij flexibel en snel kunnen inspelen op de marktvraag. Het is dan ook niet te verwonderen dat volgens berekeningen van The Economist het aandeel van multinationals in de totaal gegenereerde winsten in de wereld gedaald is van 33% in 2008 tot 31% vandaag.

“Vooral digitale diensten zullen nog sterk internationaliseren.”

Deze verschuiving van een fysieke economie gekenmerkt door incrementele innovatie naar een hypergeconnecteerde digitale economie, die vooral gekenmerkt wordt door disruptieve innovatie, vertaalt zich ook al in investeringspatronen. Volgens een strategische nota opgemaakt door de officiële denktank van de Europese Commissie, het European Political Strategy Centre, spenderen steeds meer bedrijven een groter aandeel van hun investeringen aan immateriële activa (waaronder software, intellectuele eigendom, en onderzoek en ontwikkeling) in plaats van aan de meer klassieke investeringen in materiële activa. Dit biedt op zijn beurt opportuniteiten aan digitale dienstenleveranciers, waardoor er een sneeuwbaleffect ontstaat en de internationale handel in digitale diensten opnieuw groeit.

Een studie van de Nationale Bank van België stelt bovendien dat bedrijven uit de maakindustrie tot 25% meer exporteren én tegen een hogere prijs als zij diensten integreren in hun goederen. De studie toont ook mee aan dat de ‘servitization’ van onze economie per definitie niet moet leiden tot een deindustrialisering. Integendeel: door diensten te koppelen aan goederen, kan de Belgische industrie net versterkt worden. Van multinational naar micronational De verschuiving naar een steeds meer digitaal gedreven economie zorgt ervoor dat ook kleinere bedrijven zeer internationaal actief kunnen zijn.

DECEMBER 2019 VOKA PAPER 13


TOT UW DIENST HET VOLLE POTENTIEEL

4. Vlaamse dienstenexport: voor het volle potentieel Door de enorme opportuniteiten die de internationale handel in diensten biedt, moet Vlaanderen nadenken of het ten volle haar exportpotentieel benut in de dienstensector. Op basis van de eerder beperkte data die voor handen zijn, hebben we getracht om enkele algemene inzichten te verschaffen over de Vlaamse dienstenexport. Zo hebben we eerst gekeken hoe we het doen in vergelijking met Nederland en de Scandinavische landen. Vervolgens hebben we in kaart gebracht in welke sectoren en in welke landen er nog heel wat dienstenexport potentieel te rapen valt voor de Vlaamse bedrijven.

De Vlaamse dienstenexport Het leeuwendeel van de Vlaamse uitvoer bestaat nog steeds uit goederen. Zo bedroeg in 2016 het aandeel van goederenuitvoer meer dan driekwart van de totale Vlaamse uitvoer, goed voor 191,7 miljard euro. Het overige kwart van 58,9 miljard euro bestond logischerwijze uit diensten. Dit hoeft niet negatief te zijn: het is en blijft belangrijk om een performante maakindustrie in Vlaanderen te houden. De Vlaamse dienstenexport is overigens fors gestegen de afgelopen jaren. Waar deze in 2008 nog 39,9 miljard euro bedroeg, liep dit op tot 58,9 miljard euro in 2016. Wat wel opvalt, is dat de dienstenexport in Vlaanderen geen inhaalbeweging aan het maken is ten opzichte van de goederenexport. Hiermee wijkt de Vlaamse exportsamenstelling sterk af van de wereldtrend zoals beschreven hierboven. Zo verschoof de verhouding goederen- versus dienstenexport tussen 2011 en 2016 nauwelijks: waar in 2010 diensten instonden voor 23% van de totale export, was dit in 2016 23,5%. Dit kan wijzen op onontgonnen potentieel voor onze dienstenexporteurs, zeker als we dit vergelijken met de landen en regio’s waar we ons graag aan spiegelen, met name Scandinavië en Nederland. In Nederland nam het aandeel van de dienstenexport als procent van de totale export tussen 2011 en 2016 14 VOKA PAPER DECEMBER 2019

Vlaanderen exporteert relatief weinig diensten in vergelijking met Scandinavië en Nederland Aandeel dienstenuitvoer in % van totale uitvoer 40%

35%

30%

25%

20%

15%

2011

2012 Nederland

2013 Vlaanderen

2014 Finland

2015

2016

Zweden

Denemarken

BRON: OESO, NBB, eigen berekeningen

toe met 5%. In Finland en Zweden was deze trend nog een stuk indrukwekkender, met telkens 7%. Denemarken tekent een lichtere stijging op maar de dienstenexport staat sowieso al in voor een veel groter deel van de totale export: met name een enorme 38%.


VOKA.BE

Welke diensten exporteren we? Als we naar de samenstelling van de Vlaamse dienstenexport kijken, dan is de categorie ‘vervoer en opslag’ de grootste slokop. In 2016 stond deze in voor 17,8 miljard euro aan export, waarmee het 30% van de totale Vlaamse dienstenexport voor haar rekening neemt. Dit hoeft ook niet te verbazen: met vier belangrijke havens voor zowel de maritieme vaart als de binnenvaart en een belangrijke internationale luchthaven is en blijft Vlaanderen een belangrijke logistieke draaischijf in het hart van West-Europa. De afgelopen vijf jaar werd overigens nog een bescheiden groei geboekt van 2,7% in deze categorie. De tweede belangrijkste categorie – met een export van 11,9 miljard euro – zijn industriële diensten. Deze uitvoer is met 44,6% gegroeid tussen 2008 en 2016. We merken ook dat de industriële dienstenexport exponentieel sterker stijgt dan de industriële goederenexport. De export van machines, apparaten en werktuigen is bijvoorbeeld tussen 2008 en 2016 met 7% gestegen, een stuk minder dan de 44,6% groeimarge van de industriële diensten in dezelfde periode. Dit kan erop wijzen dat onze industrie ook steeds meer diensten integreert in haar producten en dat ook zij de hierboven genoemde ‘servitization’ aan het doorvoeren is,

Samenstelling van de Vlaamse uitvoer in diensten (2016) (in miljard euro) Vervoer en opslag Industrie m.i.v. extractieve nijverheid

Vrije beroepen en wetenschappelijke en technische activiteiten Informatie & communicatie Bouwnijverheid Financiële activiteiten en verzekeringen Administratieve en ondersteunende diensten Andere diensten 0

10

5

15

20

BRON: NBB

De industriële dienstenexport stijgt sneller dan de industriële goederenexport Evolutie export (2008:100%) 160 140 120 100 80

“In tegenstelling tot de wereldwijde trend is de Vlaamse dienstenexport geen inhaalbeweging aan het maken.”

60 40 20 0

2008

2009

2010

2011

2012

2013

2014

2015

2016

2016

2016

Vervaardiging van machines, apparaten en werktuigen Industriële diensten export

BRON: NBB

hoewel dit enkel eerder anekdotisch bewijs is. Verder onderzoek is vereist om dit werkelijk ten gronde te kunnen analyseren.

Grote groeiers in de Vlaamse dienstenexport (in miljard euro)

De derde grootste categorie beslaat de ‘groot- en detailhandel’, ‘reparatie van auto’s’ en ‘motorfietsen’ met 9,1 miljard euro. Ook deze categorie kende een forse groei in export tussen 2011 en 2016: 61%.

12

14

10 8 6

Het is daarnaast interessant om op te merken dat op het vlak van financiële diensten – vandaag waarschijnlijk een van de meest geïnternationaliseerde dienstenactiviteiten – Vlaanderen relatief weinig exporteert. In 2016 was dit 1,9 miljard euro, waarmee het pas de achtste grootste dienstenexportcategorie was. Hoewel dit in vergelijking met 2008 nog steeds een stijging is van 36% hebben financiële diensten volgens Tielens & Van Hove (2015) geen groot exportpotentieel.

4 2 0

2008

2009

2010

2011

Informatie en communicatie

2012

2013

2014

Vrij beroepen en wetenschappelijke en technische activiteiten

Groot- en detailhandel, reparatie van auto’s en motorfietsen Industrie m.i.v. extractieve nijverheid

BRON: NBB

DECEMBER 2019 VOKA PAPER 15


TOT UW DIENST HET VOLLE POTENTIEEL

Als we kijken naar de grootste stijgers tussen 2011 en 2016, dan zien we dat naast de twee voorgenoemde ‘industriële diensten’ en ‘groot- en detailhandel’, ‘reparatie van auto’s’ en ‘motorfietsen’ ook de export van ‘informatie- en communicatiediensten’ toegenomen is met 76%. In absolute cijfers gaat het om een eerder bescheiden 3,5 miljard euro, waarmee deze sector instaat voor 6,6% van de totale dienstenexport. Aangezien deze types diensten sterk gestegen zijn de afgelopen jaren, valt te verwachten dat hier nog het meeste winst qua exportpotentieel valt te boeken.

Enkele Vlaamse dienstensectoren hebben nog heel wat exportpotentieel Sectorale groeiverwachtingen 0,20 0,18 0,16 0,14 0,12 0,10 0,08 0,06 0,04

16 VOKA PAPER DECEMBER 2019

dien sten en mimv lan ijnb douw

Adv

Mar

Ond ont erzoek wik kelin & g

iesv erlen ing

verv oer itiem

Bou w

Tec hn die ische nst en

Info rma tica

atie Tele co

mm unic

Luc htv erv oer

BRON: Tielens & Van Hove (2015)

België laat vooral kansen liggen in opkomende economieën Belgische dienstenexport in miljoen dollar (2017) 20000 18000 16000 14000 12000 10000 8000 6000 4000

India

Brazilië

China

Luxem burg

rland Zwitse

d Konin

Duitslan

d

krijk

ten

Verenig

Fran

Veren igde Sta

krijk

0

d

2000 rlan

Naar waar exporteren we? Er zijn jammer genoeg absoluut geen duidelijke data voorhanden om nauwkeurig in kaart te brengen naar waar onze dienstenleveranciers precies exporteren. Een belangrijke verklaring hiervoor is dat in tegenstelling tot bij goederenexport er geen douaneformaliteiten ingevuld moeten worden voor de dienstenexport. De overheid heeft dan ook geen goeie kanalen om gedetailleerd de export van diensten in kaart te brengen. Het in kaart brengen van de geografische verdeling van onze dienstenexport dient dan ook altijd via indirecte kanalen in kaart gebracht worden. Aangezien er geen recente Vlaamse cijfers zijn over een geografische uitsplitsing van de dienstenexport, hanteren we hier Belgische cijfers om enkele algemene observaties te maken die nuttig kunnen zijn om verder beleid uit te stippelen.De OESO leert ons dat onze grootste afzetmarkten vooral binnen Europa te situeren zijn en dan vooral in de directe buurlanden, met daarnaast nog de VS. Bij zowel vervoer, telecom, informatica als commerciële diensten kijken de Vlaamse dienstenleveranciers in de eerste plaats naar de directe buurlanden, in de tweede plaats naar de rest van Europa en in de derde plaats naar de VS. Wat echter opvalt is dat de Belgische dienstenexport naar de opkomende economieën geen gelijke tred houdt met de exponentiële groei die deze landen hebben ervaren de afgelopen jaren. Sterker nog: de Belgische dienstenexport naar China, India en Brazilië is in 2017 telkens lager dan de dienstenexport in 2010. De dienstenexport naar de EU tekent daarentegen een forse groei op tussen 2010 en 2017, ondanks een dip in 2015. Dit kan erop wijzen dat België niet het volle exportpotentieel benut van de opkomende markten.

0,02 0,00

Ned e

Tielens & Van Hove (2015) hebben een methodologie opgemaakt om het toekomstig sectoraal exportpotentieel van de Vlaamse dienstensector te vatten. Daaruit bleek dat in het bijzonder luchtvervoer, telecommunicatie, informatica en technische diensten nog het meeste groeipotentieel hebben om verder te exporteren. Dit ligt in lijn met de snelste groeiers in de Vlaamse dienstenexport van de afgelopen jaren.

Belgische dienstenexport in miljoen dollar 100000 90000 80000 70000 60000 50000 40000 30000 20000 10000 0

2010

2011

2012

China, India & Brazilië

BRON: OESO

2013 EU

2014

2015

2016

2017


VOKA.BE

5. Micronationals in Vlaanderen Export in diensten blijft nog steeds een stuk abstracter klinken dan de klassieke export in goederen. Om deze reden geven we hieronder drie voorbeelden van echte Vlaamse dienstenexportkampioenen actief in de telecommunicatie, informatica en technische diensten. We kiezen ook specifiek voor deze sectoren omdat volgens de analyse hierboven deze sectoren het hoogste exportpotentieel hebben. Comsof Comsof is een bedrijf opgericht en gevestigd in Gent met 40 werknemers en een omzet van 4 miljoen euro. Het bedrijf heeft een softwareprogramma ontwikkeld dat de planning en het ontwerp voor de uitrol van verschillende types nutsnetwerken automatiseert zoals glasvezel gecombineerd met 5G-antennes, smart grids, en warmtenetten. Deze geautomatiseerde designs zijn overigens zeer gedetailleerd: voor glasvezel gaat dit tot de aansluiting van alle gebouwen in een stad, en zelfs een volledig land. Comsof is een ware micronational: het bedrijf heeft klanten in meer dan 50 landen met vooral een focus op Europa, Noord-Amerika en het Midden-Oosten. Al deze klanten worden bediend vanuit twee kantoren: het hoofdkantoor in Gent en een kantoor in Toronto. Lokale aanwezigheid in elke afzetmarkt is overigens niet vereist aangezien het gaat om een nichemarkt waarbij er, a�ankelijk van het land, soms enkele spelers of slechts één speler actief zijn. Interpersoonlijke contacten, zoals tijdens beurzen en bij federaties zijn van onschatbare waarde. De grote sterkte om vanuit Vlaanderen te opereren is overigens volgens Comsof de skills, attitude én talenkennis van de Vlaming. Als kleine wereldspeler moet Comsof ook het hoofd bieden aan een aantal uitdagingen die gepaard gaan met internationaal zakendoen waar grote multinationals minder problemen mee hebben wegens hun gigantisch netwerk. Eerst en vooral verschillen de regelgevende kaders en culturele subtiliteiten zeer sterk van land tot land. Als klein bedrijf is het vaak een uitdaging om deze regelgevende versnippering goed te kunnen opvolgen. Daarnaast is het als klein Vlaams bedrijf niet altijd gemakkelijk om een voet tussen de deur te krijgen bij grote klanten. Daarom gaat Comsof lokale partnerschappen aan met bedrijven die in-

“Als klein bedrij�e actief over de hele wereld, is het een uitdaging om de regelgevende versnippering op te volgen.” RAF MEESMAN, CEO COMSOF

gebed zijn in het lokale ecosysteem: zo komen ze op de radar van belangrijke spelers. Ten laatste moet het bedrijf altijd opletten voor copycats. Zo zijn er altijd buitenlandse concurrenten die er op uit zijn om de innovatieve software van Comsof te kopiëren.

DECEMBER 2019 VOKA PAPER 17


TOT UW DIENST MICRONATIONALS

kan er heel wat werk vanop afstand uitgevoerd worden: de technische diensten kunnen bijvoorbeeld voor om en bij de 90% via het internet verzorgd worden. Ook Skyline Communications heeft verschillende uitdagingen die gepaard gaan met het verder uitrollen van zijn internationaal verhaal. Zo wordt het bedrijf meer geconfronteerd met ‘digitaal protectionisme’. In India moet Skyline Communications bijvoorbeeld sinds kort soms een bijkomende belasting betalen die kan oplopen tot 20% voor de software die ze daar verkopen. Daarnaast moet het, net zoals Comsof, altijd opletten voor copycats. En ten slotte moet het bedrijf ook vaak met grote integratoren samenwerken om te kunnen leveren aan echte grote spelers.

“We worden geconfronteerd met steeds meer verschillende standaarden en certificatieverplichtingen in de wereld.” BART SWINNEN, CEO LUMINEX

Skyline Communications Skyline Communications is een bedrijf gevestigd in Izegem met meer dan driehonderd werknemers en een wereldwijde omzet van meer dan 30 miljoen euro. Dit bedrijf verkoopt zogenaamde 'DataMiner'-software die toelaat om telecomnetwerken op een zo efficiënt mogelijke manier aan te sturen en te bewaken. Om het concreet te maken: door de software van Skyline Communications moet een telecomoperator in België 20.000 minder technische interventies ‘ter plekke’ uitvoeren. Het bedrijf verkoopt naast een softwarelicentie ook een soort technische dienst: zo moet de software telkens aangepast worden aan de noden van de klant. Ook Skyline Communications is een ware ‘born global’: het bedrijf haalt meer dan 92% van zijn omzetcijfer uit export. Europa is nog steeds hun belangrijkste afzetmarkt maar ook de Verenigde Staten, het Midden-Oosten en Zuidoost-Azië zijn belangrijke afzetmarkten. Het bedrijf heeft naast Izegem nog drie andere kantoren in Lissabon, Miami en Singapore. De ontwikkeling van nieuwe producten gebeurt echter voornamelijk vanuit Izegem. Ook bij Skyline Communications 18 VOKA PAPER DECEMBER 2019

Luminex Als laatste voorbeeld, nemen we graag de kersverse Leeuw van de Export in de categorie maximaal 49 medewerkers: Luminex. Luminex is gevestigd in Genk, heeft 22 medewerkers en een omzet van 5 miljoen euro. Het bedrijf biedt totaaloplossingen aan voor licht- en geluidssturing en is dan ook vooral actief in de entertainment industrie. Zo wordt er heel vaak gebruik gemaakt van Luminex technologie & kennis bij live optredens van wereldvermaarde artiesten. Het bekende Deense Roskilde festival is slechts een van de vele referenties die Luminex kan optekenen. Een interview met Luminex in het FIT-magazine Wereldwijs leert ons dat 92% van de omzet buiten Vlaanderen wordt gerealiseerd en dat in 45 verschillende landen. Luminex kan overigens heel wat zaken vanuit Genk opvolgen maar onderstreept desalniettemin het belang van lokale aanwezigheid. Zo moet het bedrijf de markt voldoende leren kennen om te kunnen inspelen op de specifieke noden in de desbetreffende regio wat niet lukt vanop afstand. Daarom heeft het bedrijf bijvoorbeeld een lokale vertegenwoordiging in Frankrijk, het VK, Canada en Japan. Luminex wordt geconfronteerd met steeds meer verschillende standaarden en certificatieverplichtingen in de wereld, wat een serieuze toegangsdrempel kan vormen om een bepaalde markt te betreden. Als een relatief klein bedrijf is het bovendien niet altijd eenvoudig om telkens per markt goed in kaart te brengen wat de specifieke vereisten zijn. Daarnaast is het altijd een uitdaging om de juiste partners in elke markt te identificeren, wat in het bijzonder geldt voor de iets moeilijkere markten zoals China. Ten slotte is het ook altijd zoeken naar de meest adequate structuur voor het opzetten van een eigen entiteit in het buitenland indien lokale aanwezigheid wenselijk lijkt te zijn.


VOKA.BE

6. Scandinavië, Europese kampioen in dienstenexport Uit de bovenstaande analyse blijkt dat Vlaanderen niet haar volle dienstenexportpotentieel benut en dat er vooral opportuniteiten zijn in de categorieën ‘telecommunicatie’, ‘informatica’ en ‘technische diensten’.3 Daarnaast is Europa ook de belangrijkste afzetmarkt voor onze dienstenleveranciers en laat Vlaanderen hoogstwaarschijnlijk kansen liggen in de opkomende landen. In dit hoofdstuk kijken we naar enkele ‘best practices’ uit het buitenland, die specifiek inspelen op deze vaststellingen. Hierbij kijken we vooral naar landen die sterk presteren op dienstenuitvoer: Denemarken, Zweden en Finland. Zweden: ‘Going Global’-programma In 2015 heeft Zweden een omvattende exportstrategie opgemaakt waarin er specifiek aandacht geschonken wordt aan een betere begeleiding van ‘born globals’ of ‘micronationals’. Zo stelt de strategie dat in het bijzonder bedrijven actief in de informatica en telecommunicatie onmiddellijk naar het buitenland moeten kijken om te groeien. Dergelijke bedrijven hebben echter een veel intensievere en omvattende begeleiding nodig omdat zij een stuk kleiner zijn dan de meer klassieke exporterende bedrijven.

“Micronationals hebben intensievere begeleiding nodig omdat zij kleiner zijn dan de klassieke exporterende bedrijven.” Dit heeft geleid tot de opzet van het ‘Going Global’-programma, dat specifiek technologische start-ups en scale-ups begeleidt bij een succesvolle internationalisering. 4 De deelnemende bedrijven worden in dit programma begeleid in het analyseren van de internationale markt om opportuniteiten te identificeren. Dit vormt vervolgens de basis voor een op maat gemaakt internationaal businessplan. Het sluitstuk van ‘Going Global’ is het uitbouwen van een internationaal ecosysteem. Voor de uitbouw van zo’n internationaal ecosysteem worden de deelnemende bedrijven begeleid door de internationale vertegenwoordigers van Business Sweden, het Zweedse agentschap voor exportpromotie. Dit ecosysteem moet de desbetreffende scale-up of start-up op alle vlakken versterken en overstijgt de ontwikkeling van

internationale verkoopskanalen. Zo worden ook financiële partners en organisaties en bedrijven waarmee joint ventures opgericht kunnen worden, opgenomen in de uitbouw van het internationale ecosysteem. ‘Going Global’ is daarnaast een programma waarbij alle relevante stakeholders in Zweden de kennis bundelen om de nichebegeleiding die dergelijke bedrijven nodig hebben, te kunnen voorzien. Zo zijn verschillende overheidsagentDECEMBER 2019 VOKA PAPER 19


TOT UW DIENST SCANDINAVIË KAMPIOEN

schappen betrokken bij de uitrol van het project, waaronder het agentschap voor exportpromotie, het agentschap voor innovatie en het Zweedse publieke investeringsfonds. Aan de privékant zijn dan weer incubatoren en technologieparken betrokken. Denemarken: internationale innovatiecentra Sinds 2006 is Denemarken begonnen met de uitbouw van een internationaal netwerk van innovatiecentra. Deze innovatiecentra zijn het resultaat van een samenwerking tussen verschillende spelers uit de publieke sector, in het bijzonder het exportpromotie- en investeringsagentschap en het agentschap voor innovatie, wetenschap en hoger onderwijs. Vandaag telt Denemarken reeds acht internationale innovatiecentra in Boston, München, New Delhi, São Paulo, Seoul, Shanghai, Silicon Valley en Tel Aviv. Deze centra bevorderen samenwerking en kennisuitwisseling tussen Deense bedrijven, start-ups, kenniscentra en onderzoeksinstellingen. Daarnaast helpen de innovatiecentra Deense tech-start-ups internationaal op te schalen via aangepaste programma’s zoals ‘ScaleIt’, vergelijkbaar met het Zweedse ‘Going Global’-programma. Opnieuw kan dit zeer breed ingevuld worden: zo worden deze centra niet en-

“De Deense innovatiecentra worden ingezet voor het vinden van klanten maar ook voor partners rond financiering, cocreatie en innovatie.” kel ingezet voor het vinden van potentiële klanten maar evenzeer voor partners rond financiering, cocreatie en innovatie. Deze innovatiecentra zijn bovendien een uithangbord voor de Deense economie en worden dan ook ingezet om Denemarken te verkopen als een ideale investeringslocatie voor bedrijven actief in kennisintensieve sectoren. Finland: Business Finland Waar vroeger innovatie enerzijds en internationalisering en investeringen anderzijds onder twee verschillende overheidsagentschappen werden ondergebracht, richtte Finland in 2018 één overheidsagentschap op dat bevoegd is voor alle drie deze domeinen: Business Finland. Hiermee wou de Finse regering één agentschap aanstellen dat het centrale aanspreekpunt is voor bedrijven doorheen

20 VOKA PAPER DECEMBER 2019

hun volledige levenscyclus. Dit heeft ertoe geleid dat het agentschap een holistisch dienstenpakket kan aanbieden waarbij innovatie en internationalisering volledig geïntegreerd worden. Een voorbeeld is het ‘AI business’-programma, dat dient om de internationale groei van de Finse digitale dienstensector te stimuleren. De afgelopen twee jaar hebben honderdtwintig innovatieve kmo’s actief in de sector van digitale diensten, financiering gekregen via dit programma, dit met een specifieke focus op het verder ontwikkelen van hun innovatieve toepassingen. Het programma begeleidt deze kmo’s ook bij het vinden van internationale cocreatie en co-innovatie partners, van internationale industriële spelers tot systeemintegratoren en industriële dienstenleveranciers. In dit hele gebeuren is Business Finland dan ook een one-stop-shop voor deze bedrijven voor alle facetten in hun groeiverhaal. Een ander voorbeeld is het ‘Connected Intelligent Industries Finland’-programma. Met dit programma tracht Business Finland de samenwerking tussen kmo’s, grote bedrijven en onderzoeksinstellingen te bevorderen met opnieuw het oog op het stimuleren van innovatie en internationalisering. Via dit programma heeft Business Finland bijvoorbeeld verschillende relevante Finse spelers samengebracht rond het ‘digital twin’-concept. ‘Digital twin’ betekent zoveel als een digitale representatie van een fysiek product. Door digital twins kan de dure ontwikkeling van fysieke prototypes voor nieuwe op maat gemaakte producten vermeden worden aangezien het nieuwe product volledig getest en aangepast kan worden in een digitale omgeving. Het matchen van een kleine softwareontwikkelaar, een grote industriële speler en een onderzoeksinstelling heeft dan ook geleid tot een innovatieve toepassing die de competitiviteit van beide spelers sterk verhoogt. Dit consortium wordt dan vervolgens verder begeleid door Business Finland in het vinden van internationale opportuniteiten. Ten slotte zet Business Finland programma’s op rond vernieuwende concepten waarin digitale diensten ook een belangrijke rol spelen. Zo zijn er onder andere aangepaste programma’s rond smart mobility, personalized health, smart life en smart energy waarbij er vooral gekeken wordt naar matchingopportuniteiten tussen verschillende spelers in het domein, die hen internationaal sterker kunnen maken. 3. Luchtvervoer laten we buiten beschouwing omdat exportpromotiebeleid hier weinig vat op heeft. 4. Deelnemende bedrijven dienen in de volgende sectoren actief te zijn: hightech & hardware; IoT; fintech; marketing/ digital marketing; HR & recruitment; education, VR, gaming & entertainment, digital health/ life science/ wellbeing, sustainability/ cleantech.


VOKA.BE

7. Vier aanbevelingen voor een doeltreffend Vlaams dienstenexportbeleid

Het Scandinavische model reikt verschillende interessante beleidspistes aan die verder verkend kunnen worden in Vlaanderen om ons volle exportpotentieel op het vlak van diensten beter te benutten. Het succes van het Scandinavische model is gestoeld op twee kernpunten: een aangepast programma voor micronationals waarbij innovatie en internationalisering geïntegreerd benaderd worden en het bewerkstelligen van een symbiose tussen kleine vernieuwende dienstenspelers en grote industriële spelers wat zowel innovatie als internationalisering verder stimuleert.

H

ierbij is het belangrijk om vast te stellen dat het Scandinavische model de dienstenexport niet zozeer beschouwt als een verhaal dat losstaat van de klassieke goederenexport. Het tracht in de plaats een wederzijds versterkende wisselwerking te faciliteren waarbij diensten en goederen geïntegreerd worden tot één product die internationaal competitief in de markt gezet kan worden.

1

Vlaamse dienstenexport beter in kaart brengen Een eerste belangrijke voorwaarde is gedetailleerde data over dienstenexport. Er zijn vandaag maar zeer rudimentaire cijfers beschikbaar met betrekking tot de Vlaamse

“Enkel met gedetailleerde data kan het exportbeleid inzetten op beloftevolle dienstenniches.” dienstenexport. Er is nood aan een betere geografische opsplitsing van onze dienstenexport om beter te kunnen identificeren op welke markten onze dienstenleveranciers het meest actief zijn en op welke markten ze mogelijk betere ondersteuning nodig hebben.

DECEMBER 2019 VOKA PAPER 21


TOT UW DIENST VIER AANBEVELINGEN

Daarnaast moet de sectorale uitsplitsing van onze dienstenexport veel fijnmaziger opgemaakt worden. In onze analyse bleek bijvoorbeeld dat telecommunicatie, informatica en technische diensten nog heel wat exportpotentieel bieden. Deze categorieën zijn echter veel te ruim geformuleerd om echt te identificeren waar exact het potentieel zich bevindt. Enkel met gedetailleerde data kan het exportbeleid inzetten op beloftevolle dienstenniches in deze ruime sectoren. De Nationale Bank van België en Flanders Invest ment a nd T rade moet en d a n ook trachten om op regelmatige basis een gedetailleerd overzicht op te maken van de dienstenexport.

“Matchmaking tussen micronationals en grote industriële spelers kan sterk bijdragen tot een verdere internationalisering van de hele Vlaamse economie.”

2

Aangepaste programma’s voor Vlaamse micronationals Vlaamse micronationals hebben veel meer nood aan een holistische benadering voor een succesvolle internationalisering, waarbij er niet enkel gekeken wordt naar het ontwikkelen van internationale verkoopskanalen maar ook naar het vinden van internationale partners voor financiering, cocreatie en innovatie. Er bestaat al een ruim aanbod in het Vlaamse werkgeverslandschap dat specifiek gericht is op het begeleiden van micronationals in hun groeiverhaal. Er is dan ook niet zozeer nood aan volledig nieuwe programma’s. In de plaats moet internationalisering geïntegreerd worden in het bestaande aanbod, waarbij er gekeken wordt naar het sluiten van slimme partnerships tussen relevante kennisactoren en overheidsagentschappen om hiaten omtrent internationaliseringsbegeleiding in te vullen. Actoren met een sterke lokale verankering kunnen in dit verhaal coördinerend optreden en alle relevante spelers samenbrengen in zowel de publieke als de private sector om een lokale begeleiding te voorzien die zich vooral focust op het uitwerken van een omvattende internationaliseringsstrategie. Voor de uitrol van de strategie kunnen dan weer Vlaamse technologieattachés ingezet worden

22 VOKA PAPER DECEMBER 2019


VOKA.BE

om specifieke opportuniteiten te identificeren rond slimme internationale partnerships met buitenlandse spelers zoals integratoren, industriële spelers, kennisinstellingen en fi nanciële partners. Zoals de Deense innovatiecentra moeten de Vlaamse technologieattachés dan gestationeerd worden in regio’s die bekend staan als strategische innovatiehubs rond thema’s waarin de Vlaamse bedrijfswereld al vooruitstrevend is.

3

Matchmaking tussen kleine digitale dienstenleveranciers en grote industriële spelers Het faciliteren van matchmaking tussen Vlaamse micronationals en grote industriële spelers kan sterk bijdragen tot een verdere internationalisering van de hele Vlaamse economie op basis van een meer geïntegreerd diensten- en goederenexportmodel. Zo kunnen micronationals digitale diensten aanbieden aan grote industriële spelers, die op hun beurt een technisch dienstenaanbod kunnen koppelen aan hun meer klassieke goederenexport. Op deze manier ontstaat er een interessante symbiose tussen vernieuwende kmo’s die weinig ervaring hebben met internationalisering en grote industriële spelers die Industrie 4.0-toepassingen steeds meer zullen moeten verwerken in hun businessmodel om internationaal competitief te blijven.

Bronnen 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9. 10. 11. 12. 13. 14. 15. 16. 17. 18. 19.

Buitenlands zeggenschap in de Vlaamse economie: een kwantitatieve analyse, Vlaams departement Economie, Wetenschap, Innovatie, 05.2018 De impact van Brexit op de Vlaamse economie, Vives beleidspaper november 2017 Estimating economic benefits of the Single Market for European countries and regions, Bertelsmann Stiftung, 2019 Flanders Investment and Trade Globalization in transition: the future of trade and value chains, McKinsey Global Institute, 01.2019 Globalisation has faltered, The Economist, 24.01.2019 Global Trade Alert Het potentieel van de Vlaamse dienstenexport, Joris Tielens & Jan Van Hove, 12.2015 Integration of products and services, European Political Strategy Centre, 6.10.2015 Nationale Bank van België New business models for a new global landscape, The Boston Consulting Group Henderson Institute, 14.11.2017 OECD Employment Outlook 2019, OESO, 2019. OESO Protectionism, state discrimination, and international business since the onset of the Global Financial Crisis, Simon J. Evenett, Journal of International Business Policy, 20.12.2018 The economic impact of Prime Minister Johnson's New Brexit Deal, National Institute of Economic and Social Research, 30.10.2019 The Globotics Upheaval, Richard Baldwin, 2019 Regionale verdeling van de Belgische in- en uitvoer van goederen en diensten 2007-2016, Nationale Bank van België Sweden’s Export Strategy, Government Offices of Sweden, 09.2015 Wereldwijs n° 123, Flanders Investment and Trade, 10.2019

4

Intensieve samenwerking tussen VLAIO en FIT Om de vooropgestelde geïntegreerde aanpak te realiseren is een goede samenwerking tussen het Vlaams Agentschap Innoveren & Ondernemen (VLAIO) en Flanders Investment & Trade (FIT) vereist. Zoals Business Finland aantoont, zijn innovatie en internationalisering in tijden waarin Industrie 4.0-toepassingen aan een steile opmars bezig zijn, steeds vaker twee zijden van dezelfde medaille. Zo hebben Vlaamse ‘born global’ start-ups en scale-ups nood aan een op maat gemaakte begeleiding om verder te groeien waarbij innovatie en internationalisering in elkaar overvloeien. VLAIO moet dan instaan voor innovatiesteun om de ontwikkeling van veelbelovende producten van zulke spelers verder te stimuleren. Daarnaast moet het ook matchmaking stimuleren tussen kleine innovatieve spelers en grote industriële spelers. FIT moet dan weer het betreffende bedrijf of het consortium aan bedrijven dat resulteert uit de matchmaking, actief begeleiden in de zoektocht naar internationale partners. Een geïntegreerd VLAIOFIT-aanbod kan dan ook optimaal het groeipotentieel van deze spelers benutten.

DECEMBER 2019 VOKA PAPER 23


TOT UW DIENST

Hoe halen we het volle potentieel uit onze dienstenexport?

Profile for Voka - Vlaams netwerk van ondernemingen

2019-12-VL-Voka Paper  

2019-12-VL-Voka Paper  

Profile for vokavzw