Page 9

VOKA.BE

-uitgaven op te vangen. Het mag echter geen aanleiding geven tot een ‘buitensporig tekort’ van meer dan 3% bbp. Deze strategie draagt bij tot een snellere vermindering van de schuld. Dat was zeker van belang voor de EU-lidstaten, waaronder België, waar de schuldgraad nog ruim boven de referentiewaarde van 60% bbp uitstak. Tot slot creëert het ook ruimte om de vergrijzingskosten het hoofd te bieden. Initieel waren de ambities dus nog aanzienlijk. Men rekende op surplussen op de middellange termijn om de schuldgraad versneld te verlagen en een aanzienlijk deel van de vergrijzingskosten te financieren. De verwezenlijking van deze doelstelling moest ertoe leiden dat het primair surplus op een hoog peil bleef. Zo wou men de overheidsfinanciën voorbereiden op de budgettaire kosten van de vergrijzing van de bevolking. Die zouden immers vanaf 2010 voelbaar worden. Initieel verbeterde de begrotingspositie nog: in 2000 verdween het begrotingstekort, twee jaar eerder dan voorzien. De positieve economische conjunctuur deed het tekort sneller dan verwacht wegsmelten.

“De ‘post-Maastricht moeheid’ sloeg feller   toe in België dan in   de rest van de Unie.” Het verlaten van de primaire saldo-norm ging echter gepaard met een af brokkeling van het primaire surplus in de daaropvolgende jaren. De daling van de rentelasten sinds de invoering van de euro maakte budgettaire ruimte vrij. Die ruimte werd niet aangewend voor een versnelde schuldaf bouw. In plaats daarvan opteerden regeringen op de verschillende beleidsniveaus voor een aanzienlijke versoepeling van het begrotingsbeleid: de marge door dalende rentelasten werd opgesoupeerd door meer uitgaven. Sinds 1999 brokkelde het primaire saldo dan ook nagenoeg elk jaar af. Tussen 1998 (toetreding tot de Monetaire Unie) en 2008 daalde het structurele primaire saldo met 5 procentpunt bbp. De tussen 1992 en 1998 opgeteken-

de structurele verbetering was daarmee bijna volledig tenietgedaan. De primaire uitgaven groeiden sterk: tussen 1998 en 2008 bedroeg de gemiddelde groei van de reële primaire uitgaven 2,6% per jaar. Dit stijgingspercentage lag beduidend hoger dan de trendmatige activiteitsgroei. De structurele primaire uitgaven namen dan ook sterk toe ten opzichte van het trendmatige bbp. Vooral de uitgaven voor gezondheidszorgen1 en subsidies2. De regering paste haar nominale begrotingsnormering telkens neerwaarts aan en richtte zich op korte termijn op een begroting in evenwicht. Men beklemtoonde weliswaar de noodzaak aan de opbouw van aanzienlijke begrotingsoverschotten op de (middel)lange termijn. Die termijn werd echter jaarlijks verder vooruit geschoven. De doelstelling van een jaarlijks begrotingsevenwicht werd in de eerste helft van de jaren 2000 weliswaar gerealiseerd. Daarbij kwamen echter af en toe aanzienlijke eenmalige maatregelen aan te pas.3 Gemiddeld genomen versoepelde het begrotingsbeleid ook in de rest van de Unie in de jaren 2000. De ‘post-Maastricht-moeheid’ sloeg echter feller toe in België. 2008-2018: AANPASSINGEN AAN HET STABILITEITS- EN GROEIPACT De in het Stabiliteitspact vervatte begrotingsregels leidden onvoldoende tot een verdere gezondmaking van de overheidsfinanciën in het eurogebied. Een kritische reflectie op de begrotingsnormering was aan de orde. De kritiek op de door sommigen als te stringent ervaren regels zwol ook geleidelijk aan. De toepassing van het pact leidde tot slot ook tot interpretaties die zondigden tegen de geest ervan. In 2005 leidde dit tot een ingrijpende hervorming van het pact. Die legt in essentie de focus op structureel gezonde overheidsfinanciën. De Europese Commissie beoordeelt de begrotingen van de lidstaten sindsdien op basis van de evolutie van het structureel saldo. Dat is het saldo gecorrigeerd voor de stand van de conjunctuur en voor eenmalige factoren aan inkomsten- en uitgavenzijde. Deze structurele benadering van het begrotingsbeleid laat in principe toe het gevoerde beleid te beoordelen. Het nominale begrotingssaldo is daarvoor niet geschikt, net omdat nationale beleidsmakers weinig impact hebben op de economische FEBRUARI 2018 VOKA PAPER 9

Profile for Voka - Vlaams netwerk van ondernemingen

2018 02 vl vokapaper 1  

2018 02 vl vokapaper 1  

Profile for vokavzw