2018 02 vl vokapaper 1

Page 6

NAAR EEN TRANSPARANTE UITGAVENNORMERING INLEIDING

Inleiding

Om tot een duurzame sanering van de overheidsfinanciën te komen, is de toepassing van de netto-uitgavennorm een prima instrument. Het zal ook de begrotingsuitdagingen duidelijk aan de oppervlakte brengen. Hoe kunnen we dat bereiken en waar staan we vandaag?

H

et eerste hoofdstuk van deze paper blikt terug op het begrotingsbeleid van de voorbije 30 jaar vanuit het oogpunt van de toegepaste begrotingsnormering. We leren daaruit dat onze begrotingssituatie in de jaren 90 verbeterde. Het structureel primair saldo ging vooruit met vijf procentpunt tussen 1992 en 1998. De dwingende uitdaging om een toegangsticket voor de Monetaire Unie te verwerven speelde daarbij zeker een

“De begrotingen van   de verschillende   overheden in België   zijn onvoldoende op   elkaar afgestemd.” belangrijke rol. Maar in deze periode normeerde ons land ook zijn primair saldo en legde het een limiet op aan inkomsten- en uitgavenevoluties. Na 2000 viel de normering van het primair saldo de facto weg. De focus verschoof naar de normering van het netto-financieringssaldo, in structurele termen. Paradoxaal genoeg hebben we sindsdien net te weinig structurele vooruitgang geboekt. 6 VOKA PAPER FEBRUARI 2018

De analyse in het tweede hoofdstuk leert dat de groei van de primaire uitgaven duidelijk sterker was dan de trendmatige groei van het bbp. We bekijken die groei ook in Europees perspectief. Een normering van de uitgavengroei lijkt wenselijk. Tot die vaststelling kwamen in 2011 ook de Europese Commissie, de Europese raad en in feite ook België. Sindsdien normeren ze ook de netto-uitgavengroei. In het preventieve luik van het Groei- en Stabiliteitspact passen ze deze normering sindsdien al toe. Deze normering is echter nog weinig bekend. We beschrijven in hoofdstuk drie de ontstaansgeschiedenis, de filosofie en werking en lichten de voordelen ervan toe. Voldeed het Belgisch begrotingsbeleid de voorbije jaren aan de netto-uitgavennorm? Die vraag krijgt een antwoord in het vierde hoofdstuk. Sinds 2014 bevindt ons land zich in de preventieve fase van het Stabiliteits- en Groeipact. We moeten sindsdien dus ook voldoen aan de netto-uitgavennorm. We vergelijken in dat hoofdstuk de jaarlijkse begrotingsprestaties op basis van de netto-uitgavennorm. Dat leidt tot de conclusie dat de toepassing van de nettouitgavennorm de begrotingsuitdagingen in ons land verduidelijkt en een beter instrument zou zijn om tot een duurzame sanering van de overheidsfinanciën te komen. Het laatste hoofdstuk is gewijd aan de zwakke begrotingscoördinatie tussen de verschillende overheden in België. We leggen de vinger op de wonde door ook hier woord en daad met elkaar te confronteren. We stellen vast dat de wettelijke verankering van de netto-uitgavennorm in België de nood aan begrotingsafstemming zal verhogen. Tot slot verdiepen we ons in de begrotingscoördinatiemechanismen in Duitsland, een federaal land met een orthodoxe begrotingstraditie.