2018 02 vl vokapaper 1

Page 18

NAAR EEN TRANSPARANTE UITGAVENNORM TOEPASSING UITGAVENNORMERING

4. Toepassing uitgavennormering Een vorig hoofdstuk ging dieper in op de evolutie van de primaire uitgaven de voorbije jaren. De jaarlijkse groei daarvan is toen duidelijk afgeremd. De vraag is echter of die afremming voldoende was om onze overheidsfinanciën op een duurzaam pad te brengen. Daarbij moeten we ook rekening houden met de budgettaire impact van eventuele belastingverhogingen en -verlagingen. Combinatie van beide factoren levert de basis voor de berekening van de nettouitgavennorm.

W

e passen de Europese netto-uitgavennorm toe op België voor de jaren 20142018. We baseren ons hierbij op de ex post evaluaties die de Commissie zelf maakte van het gevoerde begrotingsbeleid. Voor 2017 en 2018 gaat het uiteraard nog om voorlopige, ex ante evaluaties. De Commissie voorzag in 2014 een maximaal toelaatbare reële groei van de netto-uitgaven van 0,2%. Mits toepassing van deze normering zou België dat jaar voldoende structurele vooruitgang maken richting zijn middellange termijn doelstelling (MTO). Er was dus slechts een beperkte reële marge. In werkelijkheid bedroeg de reële netto-uitgavengroei echter 0,6%. Het netto-uitgavenniveau lag op het einde van 2014 dus hoger dan wat de normering voorschreef. Deze overschrijding bedroeg, uitgedrukt in procent van

Tabel 2: Naleving van de netto-uitgavennorm 2014

2015

2016

2017*

2018*

Maximaal toelaatbare reële groei nettouitgaven (in %)

0,2%

0,03%

0,2%

0%

1,6%**

Effectieve reële groei netto-uitgaven (in %)

0,6%

-0,2%

1%

0,6%

2,6%**

Overschrijding uitgavennorm (in % bbp)

0,2% bbp

-0,1% bbp

0,4% bbp***

0,3% bbp

0,5% bbp

*   Voor de jaren 2017 en 2018: voorlopige raming op basis van de begroting 2018. **   Vanaf 2018 drukt de Commissie de toelaatbare groei van de netto-uitgaven uit in nominale    termen. *** Na correctie voor de plotse inflatie-opstoot in 2016. Daardoor stegen de bezoldigingen en     sociale uitkeringen immers vier maanden eerder dan voorzien bij de begrotingsopmaak.     Zonder deze correctie bedroeg de afwijking van de netto-uitgavennorm in 2016 0,6% bbp.

“Ook in 2019 en de   daaropvolgende jaren zal er   weinig of geen ruimte zijn   voor groei van de reële  uitgaven.” het bbp, 0,2%. Enkel in 2015 voldeed België aan de netto-uitgavennorm; in 2014 en 2016 was dit niet het geval. Voor 2017 en 2018 riskeren we opnieuw een overschrijding van de uitgavennorm; maar het gaat hier nog om voorlopige ramingen van de Commissie (najaar 2017). 18 VOKA PAPER FEBRUARI 2018

Ook de toepassing van de netto-uitgavennorm blijft België dus voor een grote begrotingsuitdaging stellen op het pad naar zijn middellange termijn doelstelling. Dat komt in belangrijke mate omdat deze norm de vermindering van de interestuitgaven terecht niet meetelt als ‘structurele verbetering’. Zowel in 2017 als in 2018 rekent de regering op aanzienlijke rentemeevallers. Ook in 2019 en de daaropvolgende jaren zal er weinig of geen ruimte zijn voor groei van de reële uitgaven, als men een structureel evenwicht wil bereiken en de globale fiscale druk op een redelijker peil wil brengen.