2018 02 vl vokapaper 1

Page 14

NAAR EEN TRANSPARANTE UITGAVENNORM HET EUROPESE KADER

3. HET EUROPESE KADER Het Stabiliteits- en Groeipact is het voorbije decennium verschillende keren bijgesteld. Steeds met de betrachting de economische onderbouw aan te scherpen. Men trachtte daarbij meer bepaald een aantal tekortkomingen aan het structureel saldo te verhelpen. Deze sleutelindicator van het Europees begrotingstoezicht bleek immers toch niet enkel beïnvloed te worden door het gevoerde beleid, maar ook door factoren waarop politici geen impact hebben. Bij de invoering in 2011 van de zogenaamde ‘Sixpack’ vulde de Europese Commissie de begrotingsbeoordeling daarom aan met een netto-uitgavennorm.

D

eze tweede normering is niet zo bekend. Ten onrechte. Ze bevat immers duidelijke voordelen in vergelijking met de bestaande structurele saldo-normering. Dit hoofdstuk gaat dieper in op deze normering. De Commissie vraagt nu ook om dit begrotingskader nationaal te verankeren. Deze aanpassingen laten een zinvollere beoordeling van het gevoerde begrotingsbeleid toe.

Deze meetproblemen leiden tot operationele uitdagingen bij de begrotingsopmaak. Die is immers gebaseerd op een beoogde verbetering van het structureel saldo. Er stellen zich eveneens operationele problemen in de beoordelingsfase van de begrotingsprestaties. Een belangrijk aandachtspunt, want een negatieve beoordeling kan financiële sancties uitlokken.

MEETPROBLEMEN STRUCTUREEL SALDO De Europese netto-uitgavennorm bestaat al sinds 2011, initieel als aanvullende begrotingsnorm. Deze normering kwam tot stand als reactie op een fundamenteel probleem waarmee de bestaande structurele saldonorm kampt. Het fundamenteel probleem van het structureel begrotingssaldo is dat het geen waarneembare variabele is. Statistici moeten deze indicator berekenen. En die berekening gebeurt niet zonder moeilijkheden. Het berekende structureel saldo slaagt er soms niet in om de effectieve begrotingsinspanningen te vatten. Dat is in essentie het gevolg van twee meetproblemen. Met name:

Ook tussen de verschillende overheden in ons land was er al veel discussie over de onderlinge verdeling van de structurele inspanning. De verdeling van een inspanning in structurele termen is duidelijk moeilijker dan de verdeling in nominale termen.

afleiding van het structureel saldo 1 De gebeu r t door de u it z u iver ing van ‘economische f luctuaties’. Het is zeer

moeilijk om ‘in real time’ de exacte positie in de conjunct uurc yclus te bepalen. En dus ook het structureel saldo. financiële crisis heeft nog een ander meetprobleem gereveleerd. 2 Debelangrijk Met name dat de overheidsontvangsten

van jaar tot jaar soms sterk kunnen f luc t ueren, bu iten de w i l va n de beleidsmakers om. Ook daardoor meet de evolutie van het structureel saldo vaak niet correct de geleverde inspanningen. 14 VOKA PAPER FEBRUARI 2018

“Het fundamenteel probleem   van het structureel  begrotingssaldo is dat het   geen waarneembare   variabele is.” NAAR EEN EUROPESE UITGAVENNORM Om de hierboven beschreven tekortkomingen aan de structurele saldonormering te verzachten, paste de Commissie in 2011 het budgettair kader aan. Bepaalde delen van het zogenaamde ‘Six-pack-hervormingsprogramma’ zijn hierop gericht. De ‘Expenditure Benchmark’ of netto-uitgavennorm staat daarin centraal.