Page 1

Een maandelijkse uitgave van Voka vzw, Koningsstraat 154-158, 1000 Brussel P912687 | Agiftekantoor Kortrijk X | Verschijnt niet in juli en augustus | Jaargang 1 - december 2017

DECEMBER 2017

HUP, HOLLAND, HUP!

Wat wij kunnen leren van onze noorderburen


HUP, HOLLAND, HUP! INHOUD

Hup, Holland, hup!

Wat wij kunnen leren van onze noorderburen Inleiding . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 4 België – Nederland in welvaartstermen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 5 Een budgettaire en fiscale voorsprong . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 7 Een juiste focus op onderwijs . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 9 Ambitieuze klimaatdoelstellingen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 10 Modernisering zorg en arbeidsmarkt . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 12 Innovatie: het mag wat minder zuinig . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 14 De juiste mobiliteitskeuzes . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 15

colofon Voka-kenniscentrum Niko Demeester | Secretaris-generaal Stijn Decock | Hoofdeconoom Sonja Teughels | Arbeidsmarkt Veronique Leroy | Arbeidsmarkt en arbeidsverhouding Vincent Thoen | Innovatie en economie Jonas De Raeve | Onderwijs Goedele Sannen | Mobiliteit en logistiek Ellen Vanassche | Milieu en klimaat Klaas Nijs | Energie en klimaat Steven Betz | Ruimtelijke ordening en milieu Karl Collaerts | Fiscaliteit en begroting Pieter Van Herck | Welzijns- en gezondheidsbeleid Gilles Suply | EU en internationaal ondernemen

2 VOKA PAPER DECEMBER 2017

Eindredactie Erik Durnez, Sandy Panis

Druk INNI Group, Heule

Foto’s Chak López en Shutterstock

‘Hup, Holland, hup! - Wat wij kunnen leren van onze noorderburen’ is een brochure van Voka –­ Vlaams netwerk van ondernemingen. De overname of het citeren van tekst uit deze Voka Paper wordt aangemoedigd, mits bronvermelding.

Concept Propaganda, Zaventem Vormgeving Martinique Salomons

Verantwoordelijke uitgever Hans Maertens i.o.v. Voka vzw - Burgemeester Callewaertlaan 6 - 8810 Lichtervelde info@voka.be - www.voka.be


VOKA.BE

De essentie Na ruim tweehonderd dagen onderhandelen kwam het derde kabinet van de Nederlandse liberaal Mark Rutte tot stand. VVD, CDA, D66 en ChristenUnie vormen samen de regering met een regeerakkoord dat de titel ‘Vertrouwen in de Toekomst’ meekreeg. Het vormt, dankzij de goede staat van de Nederlandse overheidsfinanciën en economie, een ambitieus en evenwichtig akkoord. Als we niets doen, dreigt de concurrentiekloof met Nederland alleen groter te worden.

B

elgië blijft kampen met enkele historische handicaps. De slecht werkende arbeidsmarkt met grote regionale verschillen, de slecht voorbereide vergrijzing en de hoge staatsschuld maken dat de nieuwe Nederlandse regering een veel betere startpositie kent. Nederland kan zijn burgers een betere dienst leveren en dat aan een lagere (belastings)prijs. Het betere uitgangspunt van Nederland maakt dat het voordeel van de taxshift in België meteen wordt uitgehold omdat Nederland zijn tarieven op de vennootschapsbelasting sterker kan verlagen. Zo schaft het ook de dividendbelasting af, wat een extra troef is voor buitenlandse investeerders.

“Als we niets doen,   dreigt de concur rentiekloof met   Nederland alleen   groter te worden.” O o k o p h e t g e b i e d v a n k l i m a at b e leid zijn de Nederla nders a mbit ieus.

Structurele partner:

Ze komen met een vrij goed onderbouwd en uitgewerkt plan om de klimaatdoelstellingen tot 2030 te halen. Hiervoor gaan ze van het gas af en mag in nieuwbouwwoningen geen gasaansluiting meer komen. De kolencentrales moeten de deuren sluiten. Nog belangrijker is dat ze wel voor het behoud van de zware industrie gaan en heel wat miljarden uittrekken om

hun broeikasgassen op te vangen en ondergronds op te bergen. Het is wel onduidelijk of dat technisch en economisch haalbaar is. Op het gebied van mobiliteit is de kloof ook groot. De al veel hogere budgetten voor investeringen en onderhoud van infrastructuur worden nog verder opgetrokken. Nederland gaat ook voluit voor nieuwe mobiliteitsvormen. Nederland verkleint de kloof op een aantal gebieden waarin het minder aantrekkelijk was dan België. Het strengere ontslagrecht en de doorbetaling van het loon bij ziekte worden versoepeld. In twee cruciale domeinen moet Vlaanderen zeker niet onderdoen voor Nederl a nd . He t Vl a a ms onderwijssysteem kan gerust naast het Nederlandse staan, alhoewel er ook wat dat betreft zaken zijn die we van hen kunnen leren. Ook als het over ondersteuning en middelen voor onderzoek en ontwikkeling gaat, is Vlaanderen eerder het gidsland.

WIE?

STIJN DECOCK

Hoofdeconoom Voka stijn.decock@voka.be Stijn Decock is verantwoordelijk voor de macro-economische analyses van het STEVEN Voka-kenniscentrum.

BETZ,

DECEMBER 2017 VOKA PAPER 3


HUP, HOLLAND, HUP! INLEIDING

Inleiding Nederland was decennia lang het gidsland voor Vlaanderen. Op allerlei vlakken leek het land voorop te lopen en was het beter georganiseerd dan België. Op ethisch en cultureel vlak was Nederland van de jaren 60 tot de jaren 90 het richtpunt. Op allerlei beleidsdomeinen werd er een beter onderbouwd beleid gevoerd.

W

at ondernemend Vlaanderen het meest jaloers maakte, was het poldermodel en de slagkracht van de grote Nederlandse ondernemingen. Daar waar België in de jaren 90 een voor een zijn grote ondernemingen kwijt raakte (Petrofina, Tractebel, BBL, Glaverbel, …), speelde Nederland met bedrijven als Philips, Royal Dutch, Unilever, Ahold, Heineken, … in de Europese topliga. Het poldermodel leek ook veel beter te werken dan het sociaal overleg in België. In Nederland werden achter de dijken tussen vakbonden en werkgevers zonder veel dramatiek of stakingen constructieve akkoorden gesloten met het oog op concur-

“De prijs die België betaalde   tegenover Nederland waren   een zwakkere concur  rentiepositie en minder   duurzame overheids financiën.” rentiekracht, werkgelegenheid en koopkracht. Het grote voordeel van het poldermodel was dat het een veel evenwichtiger resultaat opleverde dan het Belgische. Akkoorden werden er niet gesmeed ten koste van de belastingbetaler en de overheidsschuld, waardoor de staats4 VOKA PAPER DECEMBER 2017

schuld in Nederland altijd beheersbaar bleef. Nederland heeft evenmin regio’s die qua werkgelegenheid en welvaart sterk achterop hinken, zoals België die wel kent. Tot slot, Nederland koos ook voor een kapitalisatiesysteem om de pensioenen te betalen. Hierdoor is de vergrijzingskost in Nederland al vooraf betaald, wat een gigantisch verschil is met ons land. Maar ‘Nederland Gidsland’ kreeg sinds de jaren 2000 wel een deuk. Vooral de grote recessie liet zich in Nederland harder voelen dan in België. Dat kwam omdat die recessie gepaard ging met het uiteenspatten van de Nederlandse huizenzeepbel. Heel wat gezinnen kwamen met hun hypotheek onder water te staan. De Nederlandse regering, onder leiding van de liberaal Mark Rutte, greep in 2010 keihard in. Drastische besparingen en een herziening van de hypotheekwet (minder belastingaftrek) drukten hard op de consumentenuitgaven en de economische groei. België, dat toen weinig bespaarde en waar de lonen via de index bleven stijgen, leek het daardoor veel beter te doen. Die voorsprong was wel relatief. De prijs die België betaalde tegenover Nederland waren een veel zwakkere concurrentiepositie en veel minder duurzame overheidsfinanciën. Premier Rutte kan daarom nu de vruchten plukken van de inspanningen van zijn vorige kabinetten en hij kan het verschil met België maken.


VOKA.BE

1. België - Nederland in welvaartstermen

Kunnen we het beleid in Nederland en België vergelijken? En kunnen we dat dan op een of andere manier objectiveren? Voka probeert die vergelijking tussen landen aan de hand van de waar-voor-je-geld-index te maken.

D

e waar-voor-je-geld-index bestaat enerzijds uit de ‘waar’-component, waarbij we de Europese OESO-landen aan de hand van 54 indicatoren vergelijken. Dat is een brede set van indicatoren die zowel de kwaliteit van het onderwijs, het milieubeleid, inspanningen inzake O&O en het economisch beleid meten. We tellen al die indicatoren op waarbij we één score op 100 krijgen per land. Die gaan we dan afzetten tegenover het overheidsbeslag. Hierdoor krijgen we een soort Test-Aankoop-index van het overheidsbeleid. Wat is de prijs-kwaliteitsverhouding van onze overheid? Uit die vergelijking blijkt dat Nederland het veel beter doet dan België en qua ‘waar voor je geld’ in de top-3 van Europa zit. Dat doet het door een meer dan behoorlijke overheidskwaliteit aan te bieden. Inzake ‘waar’ staat Nederland op de zesde plaats in 2017 (t.o.v. plaats 7 in 2016). België is daarentegen een middenmoter op plaats 15 van de 24 landen in onze vergelijking. Tegenover 2016 zijn we zelfs twee plaatsen gezakt. Als we die score dan afzetten tegenover het overheidsbeslag, dan doet Nederland het meer dan uitstekend. Het overheidsbeslag is gezakt tot 43%, ten opzichte van 53% in België. Dat maakt dat Nederland op de derde plaats komt in onze waar-voor-je-geld-index, tegenover plaats 20 voor België. Met andere woorden, Nederland biedt nagenoeg een beleidskwaliteit van de Scandinavische landen, terwijl de belastingdruk er gevoelig lager ligt dan in die landen. In België is dat het omgekeerde: wij betalen de hoge belastingen van Scandinavië, maar we krijgen daar maar een middelmatige overheidskwaliteit voor terug.

Hoe komt het dat Nederland het in de vergelijking Nederland-België zoveel beter doet? We sommen hier vier belangrijke lessen op.

1

Moeilijke beslissingen lonen op termijn Nederland werd in de grote recessie harder getroffen dan België. Dat kwam omdat het land tegelijkertijd met een zware huizencrisis en een globale recessie werd geconfronteerd. De werkloosheid verdubbelde van 3,7% in 2008 tot 7,4% in 2014. In een wat verder verleden werd ook Duitsland geconfronteerd met zware economische problemen (2000-2005).

“Nederland heeft veel   meer een traditie   van vooruitziend en   transparant besturen.” Beide landen grepen zwaar in om de problemen aan te pakken. In Duitsland creëerden de Hartzhervormingen miljoenen banen. De regering-Rutte I (2010-2012) begon onmiddellijk met een besparingsplan van 18 miljard. In het Lenteakkoord van 2012 werd ook een drastische hervorming van de hypotheekwet (die de zeepbel op de vastgoedmarkt mede had veroorzaakt) gestemd, samen met het optrekken van de pensioenleeftijd. DECEMBER 2017 VOKA PAPER 5


HUP, HOLLAND, HUP! BELGIË - NEDERLAND IN WELVAARTSTERMEN

3

Te grote regionale verschillen België kent extreem grote regionale verschillen. In Nederland bedraagt het verschil in werkloosheidsgraad tussen de provincies met de laagste (Zeeland 3,9%) en hoogste werkloosheidsgraad (Groningen 7,2%) 3,3%-punt. In België moet je dan de vergelijking maken tussen West-Vlaanderen (3,7%) en Henegouwen (11,9%) op provinciaal niveau of tussen Vlaanderen (4,9%) en Brussel (16,9%) op gewestelijk niveau. Dat is een verschil van 8,1%-punt op provinciaal niveau en 12%-punt op gewestelijk niveau.

Nederland scoort een pak beter in de waar-voor-je-geld-index dan België 1

Zwitserland

13

Finland

2

Ierland

14

Portugal

3

Nederland

15

Oostenrijk

4

Luxemburg

16

Spanje

5

Zweden

17

Polen

6

Estland

18

Slovakije

7

Duitsland

19

Slovenië

8

Ijsland

20

België

9

Noorwegen

21

Frankrijk

10

Tsjechië

22

Hongarije

11

Denemarken

23

Italië

12

VK

24

Griekenland

De lonen werden ook gematigd. De eerste jaren na deze maatregelen was het effect negatief; in 2012 kromp de economie opnieuw en bleef de werkloosheid naar Nederlandse normen hoog. Geleidelijk aan kwam er beterschap en betaalde de moeilijke strategie zich terug. Anno 2017 staat Nederland er economisch veel beter voor dan België: met een overschot op de begroting, staatsschuld onder de 60%, ruim overschot op de lopende rekening en weinig problemen om de vergrijzing te betalen (de pensioenen liggen in fondsen klaar).

2

De Belgische arbeidsmarkt is op vele manieren veel te rigide en regionaal sterk verdeeld Het grootste pijnpunt voor België in de waarvoor-je-geld-index blijft de arbeidsmarkt. Die werkt in België nog altijd zeer slecht. Nu er internationaal hoogconjunctuur heerst, wordt dit des te pijnlijker. België heeft een quasi dubbel zo hoge werkloosheidsgraad dan Nederland en toch tellen we meer openstaande vacatures dan Nederland. Dit betekent dat heel wat werklozen in België niet de aansluiting vinden tot de arbeidsmarkt. De evolutie van de werkloosheidsgraad in de voorbije 10 jaar laat ook zien hoe rigide de arbeidsmarkt is. In recessietijd loopt de werkloosheid maar beperkt op, maar in goede tijden daalt de werkloosheid te weinig. De rigide arbeidsmarkt zorgt ook dat bij hoogconjunctuur de bbp-groei achterop blijft omdat bedrijven minder kunnen groeien vanwege te weinig arbeidskrachten en te weinig injectie naar consumenten (die meer uitgeven omdat ze werk hebben gevonden). 6 VOKA PAPER DECEMBER 2017

Die verschillen kunnen maar heel beperkt verklaard worden door economische geografie (bijvoorbeeld de aanwezigheid van zeehavens in Vlaanderen). Systeemfouten in het Belgisch bestel zorgen ervoor dat de welvaartskloof tussen Vlaanderen en Franstalig België niet kleiner wordt.

Het overheidsbeslag in België ligt aanzienlijk hoger dan in Nederland en Duitsland 60

50

40

2007

2008 Duitsland

2009

2010

Nederland

4

2011 Portugal

2012 Eurozone

2013

2014 Zweden

2015

2016

België

Instituties Nederland staat in de sectie ‘rule of law’ in de waar-voor-je-geld-index op de tweede plaats, België slechts op de vijftiende. In België is en blijft het wetgevings- en handhavingsbeleid vaak versnipperd en onduidelijk. Ook gaan er veel middelen naar allerlei structuren die vaak dubbel werk leveren. Nederland heeft veel meer een traditie van vooruitziend en transparant besturen. Er kan ook veel sneller geschakeld worden, waardoor nieuwe technologie gemakkelijker ingang kan vinden (bijvoorbeeld e-commerce).


VOKA.BE

2. Een budgettaire en fiscale voorsprong De budgettaire en fiscale uitgangspositie ziet er in Nederland heel goed uit, veel beter dan de Belgische. De voorbije jaren was de begroting er al gesaneerd. Daardoor kan het kabinet-Rutte III de uitgavengroei afstemmen op economische groei. Bovendien genieten de Nederlandse gezinnen de volgende jaren van een aanzienlijke netto-lastenverlaging. En zelfs met een beschikbare budgettaire marge maakt de Nederlandse regering de keuze om het draagvlak te versterken. In goede tijden neemt ze enkele moedige beslissingen.

D

e budgettaire situatie van Nederland is veel florissanter dan de Belgische. De Nederlandse begroting sluit dit jaar naar verwachting af met een overschot van 0,7% bbp, de Belgische met een verwacht tekort van 1,5% bbp. De Nederlandse schuldgraad ligt dit jaar naar verwachting al iets lager dan 60% bbp. De Belgische is met 103,8% bbp bijna dubbel zo hoog. Op begrotingsvlak zijn de verschillen tussen Nederland en ons land wellicht het meest uitgesproken.

“Zowel het standaard  tarief als het verlaagde   tarief van de vennoot schapsbelasting zullen   op het einde van de   legislatuur beduidend   onder het Belgische   niveau liggen.” Deze rooskleurige budgettaire uitgangspositie laat de Nederlandse regering toe om de volgende jaren een vrij expansief begrotingsbeleid te voeren. De begroting is immers al in veilig vaarwater beland. Ten opzichte van het ongewijzigd beleid voorziet het regeerakkoord 14,5 miljard euro extra beleid tegen het einde van de legislatuur in 2021. Iets meer dan de helft daarvan (7,9 miljard euro) is bestemd voor extra uitgaven. De collectieve lasten dalen

tegen het eind van de legislatuur per saldo met 6,4 miljard euro. Sociale zekerheid, defensie en onderwijs kennen de sterkste uitgavenstijgingen. Die impuls vertaalt zich in een gemiddelde jaarlijkse uitgavengroei van reëel 2,1%, iets boven de verwachte economische groei. Het overheidsbeslag van 43,2% bbp zal dus vrij constant blijven. Het ligt beduidend lager dan het Belgische, dat gelukkig de jongste jaren ook afneemt. De dalende lastendruk situeert zich duidelijk bij de directe belastingen: zowel lasten op arbeid als op kapitaalinkomsten gaan omlaag. De belastingen op inkomen en arbeid dalen tegen het eind van de legislatuur met 7,5 miljard euro, vooral door de invoering van een tweeschijvensysteem in de personenbelasting. Er komt een basistarief van 36,93%, aangevuld met een toptarief van 49,5%. Hoewel aftrekposten behouden blijven, evolueert Nederland in de richting van een eenvoudiger belastingstelsel. De regering-Michel zette op dat vlak veel kleinere stappen door het belastingtarief van 30% geleidelijk af te schaffen en de ondergrens van de 45%-schijf te verhogen. Ook de lastendruk op winst en vermogen gaat omlaag met 3,1 miljard euro. Nederland verlaagt de vennootschapsbelasting, net zoals ons land. Het Nederlandse standaardtarief bedraagt vandaag al 25%, het niveau dat België ambieert tegen 2020. Tegen het eind van de legislatuur in 2021 daalt dit tarief stapsgewijs tot 21%, iets beneden het Europese gemiddelde. Het verlaagde tarief van 20%, van toepassing op de eerste 200.000 euro winst van alle vennootschappen, zakt tegen het einde van de legislatuur tevens met 4%-punt tot 16%. 12 Zowel het standaardtarief als het verlaagde tarief zullen op het einde van de legislatuur dus (opnieuw) beduidend onder het Belgische niveau DECEMBER 2017 VOKA PAPER 7


HUP, HOLLAND, HUP! BUDGETTAIRE EN FISCALE VOORSPRONG

liggen. Het nieuwe kabinet voorziet ook in een belangrijke budgettaire compensatie binnen de vennootschapsbelasting. Net zoals bij ons worden de interestaftrek (in uitvoering van de Europese anti-belastingontwijkingsrichtlijn) en de verrekening van overgedragen verliezen ingeperkt. De regering zet ook alles op alles om reële buitenlandse investeringen aan te trekken en te behouden. Zo wordt de dividendbelasting van 15% – de facto enkel verschuldigd door buitenlandse aandeelhouders – afgeschaft. Zo wil de Nederlandse regering (nieuw) buitenlands kapitaal aan het land binden en hoofdkwartieren van Nederlandse multinationale ondernemingen blijven verankeren. Onze regering zette op dat vlak recent ook enkele goede stappen zoals de uitbreiding van de DBIvrijstelling en de invoering van fiscale consolidatie. Zaken die in Nederland al lang bestaan. De Nederlandse regering gebruikt de vrije beleidsruimte voor bijna de helft om een netto-lastenverlaging te realiseren. Ze opteert daarbij niet voor een lineaire daling van alle belastingen, maar maakt een beleidsmatig moeilijke, maar economisch correcte keuze. Ze creëert ruimte voor extra lastenverlagingen op inkomsten uit arbeid en kapitaal door ze gedeeltelijk te compenseren via bijkomende lasten op consumptie en energie. Ook onze regeringen verhoogden de jongste jaren de indirecte belastingen, maar eerder via

Verwachte evolutie van de belangrijkste budgettaire en fiscale kerncijfers Nederland In % bbp

2017

2019

2021

2017

2019

Begrotingssaldo

0,7%

0,9%

0,5%

-1,5%

-1,5%

Structureel saldo

0,3%

-0,1%

0,2%

-1,5%

- 1,7%

Schuldgraad

57,7%

51,5%

45,8%

103,8%

101,2% %

Ontvangstenratio

43,9%

43,8%

50,9%

50%

Fiscale druk

39,1%

39,3%

44,4%

43,7%

Uitgavenratio

43,2%

42,9%

52,4%

51,4%

Bron: 2017 en 2019: Herfst-vooruitzichten EC, nov 2017; 2021: Centraal Planbureau, Analyse economische en budgettaire effecten van de financiële bijlage van het Regeerakkoord

gerichte maatregelen (verhoging van de btw op elektriciteit, bijdrage aan het energiefonds, hogere accijnzen op diesel, tabak en alcohol). Macro-economie België: plaats 23

Impact op de belastingen en sociale premies van het beleidspakket in het Nederlands regeerakkoord Netto lastenevolutie (in mrd. euro) Inkomen en arbeid

-7,5

Vermogen en winst

-3,1

Milieu

1,4

Overig

2,8

Totaal beleidsmatige lasten

-6,4

Bron: Centraal Planbureau, Analyse economische en budgettaire effecten van de financiële bijlage van het Regeerakkoord

8 VOKA PAPER DECEMBER 2017

België

Macro-economie Nederland: plaats 6

De Nederlandse en de Belgische regeringen voeren al bij al een vrij gelijkaardig beleid. De Nederlanders genieten echter van een ruimere budgettaire marge, waardoor ze grotere stappen kunnen zetten. De ruimte voor netto-lastenverlagingen maakt het ook mogelijk om tegelijk moeilijke fiscale hervormingen verteerbaar te maken. Die budgettaire ruimte hebben de Nederlanders te danken aan het gevoerde beleid in de voorbije beleidsperiodes. Voor onze regeringen is dus niet enkel de lectuur van het nieuwe Nederlandse regeerakkoord relevant, maar ook de vorige edities.

WIE?

KARL COLLAERTS

Senior adviseur fiscaliteit & begroting karl. collaerts@voka.be Karl Collaerts volgt op het Voka-kenniscentrum de dossiers op rond fiscaliteit en begroting.


VOKA.BE

3. Een juiste focus op onderwijs Onderwijs is een van de domeinen waarvoor Vlaanderen – onderwijs is een regionale bevoegdheid – niet moet onderdoen voor Nederland. Beide onderwijssystemen zijn kwalitatief hoogstaand en op verschillende vlakken scoort Vlaanderen zelfs beter.

I

n de meest recente PISA-scores, het internationale onderzoek van de OESO naar de prestaties van scholieren, haalt Vlaanderen hogere resultaten dan Nederland. De KU Leuven (40) staat hoger op de Times Higher Education ranking dan de Technische Universiteit Delft (59) en de Universiteit van Amsterdam (63), en de onderwijsmismatch voor hoger opgeleiden blijkt vijf jaar na het afstuderen kleiner dan in Nederland. De Nederlandse onderwijsplannen zullen hier geen grote verandering in brengen. Ze ogen over het algemeen immers minder ambitieus dan het Vlaams regeerakkoord. De Vlaamse regering wil nu verschillende onderwijswerven tegelijk aanpakken: duaal leren, secundair onderwijs, lerarenloopbaan, lerarenopleiding, volwassenenonderwijs, hoger beroepsonderwijs, deeltijds kunstonderwijs, … maar ze ondervindt bij het omzetten in concrete wetgeving dat het onderwijsveld stevig op de rem staat. Het gaat voor hen blijkbaar te snel. De kans wordt dus groot dat belangrijke dossiers zoals de hervorming van het secundair onderwijs en het lerarenloopbaanpact op de lange baan worden geschoven. Rutte III daarentegen plant geen algemene hervormingen, maar schaaft binnen de bestaande structuren verschillende zaken bij. De focus ligt op de bestrijding van kansenongelijkheid en de stimulering van talent, goede docenten met een sterk statuut, toponderzoek en krachtig beroepsonderwijs. Voor die plannen investeert Nederland wel forser dan Vlaanderen. Voor de versterking van techniekonderwijs wordt bijvoorbeeld 100 miljoen euro geïnvesteerd,

Onderwijs België: plaats 16

Onderwijs Nederland: plaats 5

terwijl de Vlaamse regering hiervoor onlangs 5 miljoen euro vrijmaakte. Daarnaast investeert Nederland sterk in de leraren en in fundamenteel en toegepast onderzoek. Voor een aantal zaken schuift Nederland terecht op richting het Vlaamse beleid. Het hoger onderwijs wordt bijvoorbeeld verder gedemocratiseerd. Het inschrijvingsgeld wordt verlaagd voor het eerste jaar (maar het blijft hoger dan het recent verhoogde Vlaamse inschrijvingsgeld) en bachelor- en masteropleidingen worden minder selectief. Net als Vlaanderen kondigt Nederland aan om de financiering van het hoger onderwijs te herbekijken met specifieke aandacht voor technische opleidingen. De volgende Vlaamse regering moet deze ongelijke financiering dringend rechtzetten. Maar op een aantal zaken kan Vlaanderen leren van het Nederlandse beleid. Wat de meertaligheid van het hoger onderwijs betreft, zal het Nederlandse kabinet scherper toezien op de naleving van de wet dat opleidingen alleen Engelstalig zijn wanneer dit een toegevoegde waarde heeft, de kwaliteit van voldoende niveau is en er in voldoende mate Nederlandstalige opleidingen zijn. Zelfs met dit scherper toezicht blijven ze meertaligheid veel soepeler benaderen dan Vlaanderen. Hier is men omwille van historische redenen dogmatischer. Hoewel Vlaanderen het dus beter doet dan Nederland op het vlak van onderwijs, scoort Nederland toch beter dan België op de waar-voor-je-geld-index. Het Franstalig onderwijs en de factor `levenslang leren’ trekken de Belgische score naar beneden. WIE?

JONAS DE RAEVE

Adviseur onderwijs jonas.deraeve@voka.be Jonas De Raeve volgt bij het Voka-kenniscentrum de dossiers op rond onderwijs.

DECEMBER 2017 VOKA PAPER 9


HUP, HOLLAND, HUP! AMBITIEUZE KLIMAATDOELSTELLINGEN

4. Ambitieuze klimaatdoelstellingen De klimaatdoelstellingen in het nieuwe Nederlandse regeerakkoord klinken ambitieus. Indien deze ambitie op Europees niveau geen navolging kent, wil het land mogelijke concurrentienadelen vermijden door met andere, gelijkgestemde landen in Noordwest-Europa afspraken te maken om het beleid op mekaar af te stemmen.

N

ederland wil tegen 2030 49% CO2-emissiereducties realiseren ten opzichte van 1990 en de Europese doelstelling aanscherpen: -55% CO2-reductie tegen 2030 in plaats van de nu voorziene -40%. Dat vraagt om een aantal afspraken met andere landen om concurrentienadelen voor de eigen industrie te vermijden indien blijkt dat Europa als geheel onvoldoende ambitieus is. Om te voorkomen dat door dit regionaal beleid ergens anders meer CO2 wordt uitgestoten zijn flankerende beleidsmaatregelen nodig, zoals het (gezamenlijk) opkopen van ETS-rechten. In 2016 steeg de totale Nederlandse broeikasgasuitstoot opnieuw met ongeveer 1% ten opzichte van 20151, vooral door een toename van de CO2-emissie. Dat de nieuwe Nederlandse regering dan ook een ambitieuze klimaatvisie en becijferd plan voorop10 VOKA PAPER DECEMBER 2017

Ecologie BelgiĂŤ: plaats 10

Ecologie Nederland: plaats 13

stelt, kan enkel toegejuicht worden. Een goed en slim klimaatbeleid biedt immers kansen voor economische groei en werkgelegenheid. Een ambitieus klimaatbeleid houdt echter economisch enkel steek als dat geflankeerd wordt door een performant innovatie- en industrieel beleid. De vraag stelt zich dan ook of Nederland in staat zal zijn om de concurrentiepositie en competitiviteit van zijn bedrijven op de middellange termijn te vrijwaren. Het Nederlandse regeerakkoord vermeldt daarbij (terecht) dat een passend, op innovatie gericht beleidspakket hiervoor zal moeten zorgen. Het voorziet dat daarbij 82% van de industriĂŤle emissiereductie af komstig zal zijn van de afvang en opslag van koolstofdioxide (Carbon Capture and Storage, CCS). Via deze technologie denkt Nederland een oplossing


VOKA.BE

te bieden om de CO2-uitstoot van de grote energie-intensieve bedrijven zoveel mogelijk te verminderen. In Nederland zijn die bedrijven verantwoordelijk voor ongeveer 45% van de totale CO2-uitstoot (gereguleerd onder ETS2). Wereldwijd lopen er slechts een beperkt aantal proefprojecten. Redenen hiervoor zijn onder andere de hoge kostprijs en het gebrek aan draagvlak bij de bevolking. Een van de laatste Europese projecten – toevallig ook in Nederland – is recent stopgezet nadat private investeerders zich eruit terugtrokken.3 De vraag is dan ook wat er zal gebeuren indien CCS in de nabije toekomst niet de verhoopte emissiereducties zal realiseren. Het is in ieder geval wel positief dat Nederland een duidelijk beleid voor ogen heeft.

“82% van de industriële   emissiereductie in  Nederland zal   afkomstig zijn van de   afvang en opslag van  koolstofdioxide.” Ook in Vlaanderen zullen innovatieroutes voor verdere emissiereducties bij de industrie nodig zijn om de wenselijke CO2-reducties te realiseren. Ook bij ons kan CCS/CCU (waarbij dit laatste slaat op ‘usage’ of ‘gebruik’) een rol spelen in de transitie naar een CO2-arme samenleving. De focus in Vlaanderen zal echter voornamelijk op CO2-gebruik (CCU) moeten liggen, wegens gebrek aan lokale opslagmogelijkheden. Het CO2-reductiepotentieel bij gebruik is echter kleiner dan bij opslag. Op langere termijn kan eventueel ook ingezet worden op het transport van CO2 naar het buitenland. De kosten hiervan zijn echter nog onduidelijk en er is ook niet geweten of er in het buitenland wel vraag is om onze ‘Vlaamse’ CO2 op te slaan. Er zal dus innovatie nodig zijn om milieuvriendelijker te produceren en energiezuiniger te werken. Dit kost echter geld. In Nederland wordt dan ook resoluut de weg van innovatie gekozen en worden er hiervoor middelen vrijgemaakt. Ook de Vlaamse beleidsmakers moeten een duidelijk innovatiekader tot stand brengen waarbij zowel

financiële als niet-financiële hinderpalen (bv. regelgevende barrières) weggewerkt worden. Ten slotte besteedt het Nederlandse regeerakkoord heel wat aandacht aan het energieverbruik van bestaande woningen. Hoewel Nederland vandaag bekend staat als een gasland, heeft het nu beslist om gas uit te faseren. Er wordt in dit kader gemikt op een verdere verduurzaming van het woningbestand, in de eerste plaats door een terechte focus op isolatie. De resterende warmtevraag moet dan op langere termijn ingevuld worden door warmtepompen, zonneboilers of door warmtenetten die gebruik maken van restwarmte of geothermie. Dit door onder andere 30.000 tot 50.000 bestaande woningen tegen 2021 per jaar ‘gasvrij’ te maken. Ook moeten ongeveer 50.000 nieuwbouwwoningen per jaar aardgasloos opgeleverd worden. In ruil voert men een ‘warmterecht’ in, waarmee eindgebruikers aanspraak kunnen maken op een aansluiting op een (verzwaard) elektriciteitsnet of een warmtenet. Ook in Vlaanderen is er nog een groot potentieel voor de verduurzaming van het gebouwenbestand. Ons gebouwenbestand is immers verouderd en de ruimtelijke ordening is vanuit klimaatoogpunt allesbehalve optimaal. De ambitie in het Nederlandse regeerakkoord kan ons dus ook op dit vlak inspireren.

1. Bron: Compendium voor de leefomgeving (2017): http://www.clo.nl/ indicatoren/nl0165-broeikasgasemissies-in-nederland?ond=20880 2. Bron: Compendium voor de leefomgeving (2017): http://www.clo.nl/ indicatoren/nl0584-ets-emissies-kooldioxide 3. Het Rotterdam Opslag en Afvang Demonstratieproject, afgekort ROAD

WIE?

ELLEN VANASSCHE

Adviseur milieu & klimaat ellen.vanassche@voka.be Ellen Vanassche volgt op het Voka-kenniscentrum de dossiers op rond milieu en klimaat.

DECEMBER 2017 VOKA PAPER 11


HUP, HOLLAND, HUP! MODERNISERING ZORG EN ARBEIDSMARKT

5. Modernisering zorg en arbeidsmarkt België en Nederland worden allebei geconfronteerd met de uitdagingen van de vergrijzing, het behoud van innovatie, de betaalbaarheid van de zorg en de toenemende arbeidsongeschiktheid. We geven alle twee zowat evenveel uit aan welzijn en zorg (respectievelijk 10,4 en 10,8% van het bbp). Maar Nederland kan jaar na jaar steeds een mooier palmares voorleggen in de kwaliteit van zorg. Op vlak van arbeidsmarktbeleid is de flexibiliteit in Nederland dan weer veel groter dan in België. Maar niet alles is daarbij even wenselijk. Verandering in zorg Nederland en België kennen dezelfde recepten van verandering: inzet op preventie, digitalisering (e-health), nieuwe zorgmodellen met netwerken, coördinatie en verschuiving van de zorg naar de thuisomgeving. Een upgrade van hoe we omgaan met ouderen staat ook op de agenda. Maar Nederland zet veel doortastender in op deze verandering, met het oog op de transformatie van de zorg, en het durft ingrijpen op ongepaste zorg (een overdaad aan medische onderzoeken, te veel of te weinig voorschrijven van geneesmiddelen, …). ‘Evidence based’ staat er veel hoger op de agenda, en vergoedingen van zorgverstrekkers worden hier bewust op gericht (bundled payment). Nederland vat de koe bij de horens en de overheid zet nu volop in op het promoten en ondersteunen van openbare aanbestedingen voor de selectie van wie sociaal welzijn mag aanbieden. Door de snellere vooruitgang heeft het meer financiële zuurstof die het in solidariteit en innovatie kan pompen. België kan dus heel wat leren van Nederland, hoewel we (kleinere) stappen in dezelfde richting zetten. We dienen twee versnellingen hoger te schakelen. Maar soms slaat Nederland de bal ook serieus mis, zoals bij het verplicht doorbetalen bij ziekte gedurende twee jaar door de werkgever. Het is goed om te zien dat Nederland steeds leert van zijn fouten, en dit nu vermindert naar een jaar.

“Nederland kan vaak   dienen als gidsland voor het  arbeidsmartkbeleid.”

Sociaal kapitaal België: plaats 14

Sociaal Kapitaal Nederland: plaats 4

Gidsland voor arbeidsmarktbeleid Op heel wat vlakken kan Nederland dienen als gidsland voor het arbeidsmarktbeleid. De Nederlandse regering erkent bijvoorbeeld dat bepaalde vormen van f lexibiliteit te ver zijn doorgeschoten, zoals nul-uren- of oproepcontracten, en ze legt hier beperkingen op. Ook de begrenzing van het groeiend aantal zzp’ers (zelfstandige zonder personeel) en de dunne lijn die wordt aangepakt tussen werknemer, zzp en schijnzelfstandigheid zijn daar voorbeelden van. Tegelijk versoepelt Nederland verder zijn arbeidsmarkt door bijvoorbeeld een ruimere periode van opeenvolgende tijdelijke contracten toe te laten. Belangrijk in de vergelijking met België is dat de globale arbeidsperformantie in termen van aantal tewerkgestelde mensen er veel hoger ligt. Waar België tot op vandaag geen matuur debat kent inzake verdere versoepeling en zijn weg kwijt is in de vele complexe regelingen, timmert Nederland verder aan de modernisering van zijn arbeidsmarkt met als credo: het minder vast maken van vast werk en het minder flexibel maken van flexwerk. Daar kan België enkel maar van leren.

WIE?

PIETER VAN HERCK

Senior adviseur welzijns- en gezondheidsbeleid pieter.vanherck@voka.be Pieter Van Herck volgt op het Vokakenniscentrum de dossiers op rond welzijns- en gezondheidsbeleid.

12 VOKA PAPER DECEMBER 2017

WIE?

SONJA TEUGHELS

Senior adviseur arbeidsmarkt sonja.teughels@voka.be Sonja Teughels volgt op het Vokakenniscentrum de dossiers op rond arbeidsmarkt.


VOKA.BE

Ontslag is goedkoper in Nederland omdat naast de lagere opzegvergoedingen, werknemers minstens twee jaar in dienst moeten zijn om een vergoeding te ontvangen. In het recente Nederlandse regeerakkoord zien we dat Nederland enigszins wil afstappen van die rigiditeit maar terzelfder tijd ontslag wat duurder maakt door werknemers al van bij de aanvang een recht op een opzegvergoeding te geven. Daarmee hervormt Nederland meer in de richting van België.

“Het credo in   Nederland: het   minder vast maken   van vast werk en het   minder flexibel maken   van flexwerk.”

Een goedkoper ontslagrecht Op het eerste gezicht verschillen de stelsels van ontslagrecht in België en Nederland behoorlijk van elkaar. In Nederland lijkt ontslag goedkoper maar wel rigider dan in België. Rigide omdat de reden van het ontslag vooraf getoetst moet worden door een onaf hankelijke derde instantie. In België moet de werkgever geen voorafgaandelijk rechtelijk akkoord hebben om over te gaan tot ontslag. Maar die ontslagmacht van de Belgische werkgever is toch relatief omdat een rechtelijke controle achteraf wel mogelijk is. Daarnaast zijn er in de Belgische context verschillende situaties en beschermde categorieën waarvoor ontslag toch moeilijk is.

Arbeidsmarkt België: plaats 22

Het Nederlandse systeem kan echter wel inspirerend werken voor ons Belgisch ontslagrecht. In Nederland dient de opzegvergoeding voor een transitie naar ander werk. Het zit zowel vervat in de naam (‘transitievergoeding’) als in de toepassing. Dit wordt onder meer geïllustreerd door de optie om bepaalde (her) scholingskosten in mindering te brengen van de transitievergoeding. Dat moedigt werkgevers aan om stil te staan bij de bredere inzetbaarheid van hun werknemers, wat finaal de kansen van de werknemer op de arbeidsmarkt vergroot. In België is de opzegvergoeding in vele gevallen een passieve som geld. De ontslagen werknemer zal, in het beste geval met hulp van outplacement, opnieuw zijn weg moeten zoeken op de arbeidsmarkt. Voor de werkgever is vooralsnoger geen incentive om zoals in Nederland van de transitie naar ander werk een actiepunt te maken.

WIE?

VERONIQUE LEROY

Arbeidsmarkt Nederland: plaats 8

Adviseur sociaal recht & arbeidsmarkt veronique.leroy@voka.be Veronique Leroy volgt op het Vokakenniscentrum dossiers op rond sociaal recht en arbeidsmarkt.

DECEMBER 2017 VOKA PAPER 13


HUP, HOLLAND, HUP! INNOVATIE MAG MINDER ZUINIG

6. Innovatie: het mag wat minder zuinig Matige investeringen in onderzoek en ontwikkeling vormen al jaren de achilleshiel van de Nederlandse kenniseconomie. De O&O-intensiteit van het Nederlandse bedrijfsleven ligt met 1,3% van het bbp toch nog net maar net op het EU-gemiddelde. Bedrijven in Vlaanderen investeren opmerkelijk meer in de ontwikkeling van nieuwe kennis en innovatie (1,9%).

N

ederland kent een open en goed vestigingsklimaat, met aantrekkelijke fiscale regelingen voor innovatie (wet bevordering speur- en ontwikkelingswerk, WBSO), en de Nederlandse overheid voert sinds 2010 een vrij stabiel innovatie- en topsectorenbeleid. Voorheen durfde het beleid elke vier jaar wel eens grondig wijzigen. Vlaanderen voert al ruim twintig jaar een intens en doortastend wetenschaps- en innovatiebeleid, met veel aandacht voor het wetenschappelijk én het toepassingsgericht onderzoek, met de uitbouw van een aantal strategische onderzoekscentra en nu ook een bedrijfsgedreven clusterbeleid. Die doorgedreven inzet blijkt ook uit de gezaghebbende European Innovation Scoreboard van de Europese Commissie. Op basis van hun innovatieprestaties worden Vlaanderen en Nederland anno 2017 beiden tot de groep innovatieleiders in Europa gerekend. Die kopgroep vormen ze samen met de Scandinavische landen, Duitsland en het VK. Maar de matige investeringen in onderzoek en ontwikkeling vormen al jaren de achilleshiel van de Nederlandse kenniseconomie. In Vlaanderen investeren ondernemingen 1,9% van het bbp in O&O, in Nederland is dat ‘maar’ 1,3%. Die investeringen zijn wel belangrijk omdat ze de basis vormen van nieuwe producten, processen en diensten, en dus om de concurrentie voor te blijven. Maar ook de publieke O&O-intensiteit in Nederland bleef de laatste jaren quasi constant (0,67%), net boven het EU-gemiddelde. Dat de overheid een belangrijke stimulerende rol kan spelen om de private innovatie-inspanningen op te drijven, heeft de Vlaamse regering alvast duidelijk begrepen. De lopende regering-Bourgeois plant tegen 2019 zo’n 500 miljoen euro meer te investeren in O&O en innovatie dan bij de start in 2014. De publieke O&O-intensiteit is zo al licht toegenomen tot ongeveer 0,8% van het bbp. 14 VOKA PAPER DECEMBER 2017

O&O-intensiteit vergeleken (O&O-uitgaven tov bbp) 3,0

2,5

2,0

1,5

1,0

2,69% 1,97%

1,9% 1,3%

1,9% 0,5

0,79%

0,0

privaat VL

Innovatie België: plaats 8

Innovatie Nederland: plaats 14

publiek

0,67%

totaal

NL

In aanloop van de verkiezingen hebben zowel de Nederlandse academische als de bedrijfswereld daarom fors gepleit voor meer overheidsinvesteringen in innovatie en kennis als hef boom voor de bedrijfsinvesteringen. De regering-Rutte III is alvast deels tegemoet gekomen aan deze vraag en wil de komende jaren het budget voor zowel het fundamenteel onderzoek als het budget voor toegepast onderzoek en innovatie stapsgewijs verhogen tot jaarlijks 200 miljoen structureel extra vanaf 2020. De extra middelen worden op alle banken positief onthaald, maar ze zijn toch flink minder dan gevraagd en bovendien in vergelijking met de Vlaamse plannen eerder aan de zuinige kant. WIE?

VINCENT THOEN

Senior adviseur innovatie vincent.thoen@voka.be Vincent Thoen volgt op het Voka-kenniscentrum de dossiers op rond innovatie.


VOKA.BE

7. De juiste mobiliteitskeuzes Wat mobiliteit betreft, streeft elk West-Europees land hetzelfde na: mobiel en bereikbaar worden en blijven. Maar ze doen dat niet allemaal op dezelfde manier. Nederland investeert om de ‘toenemende drukte op de weg, het spoor, het water en in de lucht te verminderen’. En het gaat daarbij niet enkel om fysieke, maar ook om digitale infrastructuur.

H

et investeringsbeleid van de vorige VVDministers voor infrastructuur wordt herbevestigd in het nieuwe regeerakkoord: Nederland gaat twee miljard euro extra investeren in mobiliteitsinfrastructuur. Het verschil is gekend: de Belgische overheid investeerde de afgelopen jaren nauwelijks 0,6% van het bbp in transportinfrastructuur. Nederland investeerde diezelfde periode bijna dubbel zoveel. Dat al die investeringen in de Nederlandse mobiliteit hun vruchten afwerpen, blijkt uit de goede scores die Nederland haalt in verschillende rankings. In de competitiviteitsindex van het World Economic Forum (WEF) prijkt Nederland op de derde plaats (de beste Europese score) op vlak van kwaliteit van infrastructuur. België zakt jaarlijks en staat pas op de 24ste plaats. 1. MaaS (Mobility as a Service) De ontwikkeling van mobiliteitsdiensten zit in de lift en dat heeft de nieuwe Nederlandse regering goed begrepen. Nederland investeert in digitale infrastructuur en gaat de wet- en regelgeving aanpassen zodat openbaar vervoer en taxibedrijven vlot geïntegreerd kunnen worden in MaaS (Mobility as a Service). In Vlaanderen en Brussel sleutelt men ook aan een nieuwe taxiregelgeving. Benieuwd hoe ver die zullen gaan om nieuwe businessmodellen een kans te geven. 2. Keuzes durven maken Onze noorderburen hanteren sinds eind jaren tachtig een mainportbeleid. Dat betekent dat de haven van Rotterdam en de luchthaven van Schiphol maximaal gestimuleerd moeten worden, gelet op hun groot socio-economisch belang. De Nederlandse overheid gaat nu de kostentoerekening van infrastructuur herbekijken voor de Nederlandse zeehavens. Reden: een ‘level playing field’ creëren tussen de havens van Rotterdam en Antwerpen omdat de Nederlandse havens vennootschapsbelasting moeten betalen en de Belgische vooralsnog niet.

“Nederland gaat twee miljard  euro extra investeren in  mobiliteitsinfrastructuur.” Een keuze waar Vlaanderen hopelijk wel verder durft te gaan dan Nederland is de kilometerheffing voor personenwagens. In Nederland komt er enkel een voor vrachtwagens. Bij ons hebben we die al en pleiten we voor een uitbreiding naar auto’s. In Nederland heeft men die oefening al eens gedaan, maar hopelijk doen wij ze nu eens een keer beter …

Score in de competitiviteitsindex van het WEF (vergelijking van 137 landen)

Algemene ranking

Nederland

België

4

20

Kwaliteit infrastructuur

3

24

Kwaliteit wegeninfrastructuur

5

46 18

Kwaliteit spoorinfrastructuur

6

Kwaliteit haveninfrastructuur

1

7

Kwaliteit luchtvaartinfrastructuur

4

20

Bron: The Global Competitiveness Report 2017–2018, World Economic Forum, te raadplegen op: http://www3.weforum.org/docs/ GCR2017-2018/05FullReport/TheGlobalCompetitivenessReport2017

WIE?

GOEDELE SANNEN

Senior adviseur logistiek en mobiliteit Goedele.sannen@voka.be Goedele Sannen volgt op het Vokakenniscentrum de dossiers op rond mobiliteit en logistiek.

DECEMBER 2017 VOKA PAPER 15


RUBRIEK ONDERWERP

HUP, HOLLAND, HUP! Wat wij kunnen leren van onze noorderburen

16 VOKA PAPER DECEMBER 2017

Profile for Voka - Vlaams netwerk van ondernemingen

2017 december vl vokapaper  

2017 december vl vokapaper  

Profile for vokavzw