Page 1

Een maandelijkse uitgave van Voka vzw, Koningsstraat 154-158, 1000 Brussel P912687 | Agiftekantoor Kortrijk X | Verschijnt niet in juli en augustus | Jaargang 1 - mei 2017

MEI 2017

GELD OM TE GROEIEN

Turbo naar de top


GELD OM TE GROEIEN INHOUD

Geld om te groeien Turbo naar de top Inleiding

.........................................................

.................

6

.......................

8

De bank als traditionele financier Extern groeikapitaal als turbo

5

Het aanbod aan groeikapitaal in cijfers . . . . . . . 11 Belgisch groeikapitaalaanbod: selectief en traag . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 15 Aanbevelingen voor meer groeikapitaal in België . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 18 Conclusie

.....................................................

23

colofon Voka-kenniscentrum Niko Demeester | Secretaris-generaal Stijn Decock | Hoofdeconoom Sonja Teughels | Arbeidsmarkt Veronique Leroy | Arbeidsmarkt en arbeidsverhouding Vincent Thoen | Innovatie en economie Jonas De Raeve | Onderwijs Goedele Sannen | Mobiliteit en logistiek Ellen Vanassche | Milieu en klimaat Klaas Nijs | Energie en klimaat Steven Betz | Ruimtelijke ordening en milieu Karl Collaerts | Fiscaliteit en begroting Pieter Van Herck | Welzijns- en gezondheidsbeleid Gilles Suply | EU en internationaal ondernemen

2 VOKA PAPER MEI 2017

Eindredactie Erik Durnez, Sandy Panis

Druk INNI Group, Heule

Foto’s Shutterstock

Voka Paper ‘Geld om te goeien - Turbo naar de top’ is een brochure van Voka – Vlaams netwerk van ondernemingen. De overname of het citeren van tekst uit deze Voka Paper wordt aangemoedigd, mits bronvermelding.

Concept Propaganda, Zaventem Vormgeving Martinique Salomons

Verantwoordelijke uitgever Hans Maertens i.o.v. Voka vzw - Burgemeester Callewaertlaan 6 - 8810 Lichtervelde info@voka.be - www.voka.be


VOKA.BE

De essentie Ondernemingen doen in belangrijke mate een beroep op interne financiering en op diverse vormen van bankfinanciering. Zeker voor kmo’s en midcaps vormen banken traditioneel een voorname bron van financiering. Tijdens de financieel-economische crisis zagen we een terugloop van de kredietverlening door de banken. Die heeft zich ondertussen weer volledig hersteld en zit op recordniveau (126 miljard euro eind 2016). Het heeft echter wel bij beleidsmakers en ondernemingen de aandacht gevestigd op andere financieringsbronnen als alternatief voor of als aanvulling op de banksector.

D

ie interesse en de bijhorende beleidsinitiatieven hebben ertoe geleid dat ook in België de waaier aan externe financieringsbronnen sterk is verruimd. Heel wat ‘nieuwe’ financieringskanalen vinden hun oorsprong in de VS en zijn nu naar hier overgewaaid. Voorbeelden hiervan zijn de business angels, incubatoren en acceleratoren, crowdfunding, maar ook een aanbod aan groeikapitaal of private equity (PE). Private equity omvat zowel groeikapitaal in enge zin (venture capital) dat bedrijven in de eerste fasen financieren, als groeikapitaal voor de latere fasen, voor (door)groei en expansie en voor overnames (buy-out). Private equity biedt niet beursgenoteerde bedrijven extern kapitaal doorheen verschillende levensfasen en vormt dus een perfecte financieringsbron voor zij die willen doorgroeien. Groeikapitaal kent wereldwijd een enorme boost, vooral gedreven door de Amerikaanse markt. Zo werd over 2016 ruim 347 miljard bijkomend verzameld, wat het totaal beheerd vermogen aan groeikapitaal eind 2016 op ruim 2,5 biljoen (!) dollar bracht. Een vijfde of 564 miljard zit bij Europese fondsen. Het totale vermogen beheerd door Belgische fondsen wordt begin 2016 geraamd op 9,22 miljard euro, waarvan ongeveer

1/6 of 1,6 miljard euro voor venture capital (VC). Bovendien zijn er vrij veel fondsen actief in België. Het gemiddelde vermogen dat een Belgisch PE-fonds respectievelijk een VCfonds onder beheer heeft, ligt met 140 miljoen euro en 58 miljoen euro aan de bescheiden kant. Ook wat betreft de investeringen in ondernemingen bestaan er enorme verschillen tussen de EU en de VS. De Europese ondernemingen ontvingen in 2015 in totaal 47,4 miljard euro aan groeikapitaalinvesteringen, veel minder dan de 200 miljard euro van hun Amerikaanse tegenhangers. Bovendien zijn de bedragen per financieringsronde in Europa maar een fractie van die in de VS. De verklaring ligt in het feit dat Europese fondsen zelf ook veel kleiner zijn, maar ook risicoschuwer. WIE?

VINCENT THOEN Structurele partner:

Senior adviseur innovatie en financiering vincent.thoen@voka.be Vincent Thoen volgt op het Voka-kenniscentrum de dossiers op rond innovatie en financiering.

MEI 2017 VOKA PAPER 3


GELD OM TE GROEIEN DE ESSENTIE

Kijken we naar het belang van private equity in België, dan blijkt dat we in 2015 slechts 0,34% van het bbp als PE-financiering ter beschikking stelden, tegenover 1% in de VS. Op het vlak van venture capital of risicokapitaal voor bedrijven in de meest risicovolle fasen, zijn de cijfers trouwens nog dramatischer (0,33% in de VS, 0,2% in EU en slechts 0,015% in België). Vertaald in euro werd in 2015 ongeveer 1,38 miljard euro aan groeifinanciering toegekend, waaronder een paar grote buy-out-transacties. Slechts 61,5 miljoen euro ging naar groeikapitaal in enge zin. Bovendien werden per financieringsronde zeer bescheiden bedragen geïnvesteerd. Dat dwingt Belgische ondernemingen om meerdere rondes op te zetten, consortia van financiers bijeen te brengen, of naar het buitenland te trekken om de funding te verzamelen. Dat laatste zien we de laatste jaren meer en meer gebeuren.

“De totale middelen beschikbaar voor groeikapitaalfinanciering in België zijn te beperkt.” We kunnen dus concluderen dat de totale middelen beschikbaar voor groeikapitaalfinanciering in België te beperkt zijn, dat ze beheerd wordt door een groot aantal kleinere fondsen, die ook per financieringsronde maar kleine bedragen toekennen aan bedrijven op zoek naar middelen. Bovendien blijken nogal wat fondsen op dezelfde doelgroep, ondernemingen uit de technologische en innovatieve sectoren, te focussen. 4 VOKA PAPER MEI 2017

De Belgische groeikapitaalmarkt kan dus duidelijk een nieuwe dynamiek gebruiken. • Zo zou een groter aandeel institutioneel spaarvermogen ingezet kunnen worden. • Door grotere groeikapitaalfondsen te vormen, kan efficiënter gewerkt worden, kunnen grotere deals gefi nancierd worden, en kunnen veel meer Belgische ondernemingen door lokale groeikapitaalfinanciers gesteund worden. • Een grotere, actievere groeikapitaalmarkt zal ook mogelijk maken dat kapitaalverschaffers vlot kunnen in- en uitstappen, wat dan weer zelfversterkend werkt. • Met een aantal gerichte stimuli en regelgevende ingrepen kan de overheid deze dynamiek mee in beweging zetten. • Ondernemingen moeten zich beter informeren over de voordelen van groeikapitaal, eventueel met hulp van professionele adviseurs en experts. • Ondernemingen moeten ook geen schrik hebben om externe PE-verschaffers aan boord te halen en een stukje controle en zeggenschap te delen. Naast de benodigde groeifi nanciering, krijgen ze er immers managementexpertise, ervaring en het netwerk van de groeikapitaalverschaffer bij. Met deze ingrepen kan groeikapitaal in België zich volwaardig ontwikkelen en voor ondernemingen met groeiambities een echt interessant en volwaardig fi nancieringskanaal worden.


VOKA.BE

Inleiding Snelgroeiende ondernemingen die zich opschalen tot grotere ondernemingen, creëren veel meer nieuwe banen dan andere ondernemingen. Ze dragen bij tot meer innovatie en een grotere mededinging en ze versterken de economie. Een van de grootste uitdagingen waar groeigerichte ondernemers echter voorstaan, is het ophalen van voldoende en geschikte financiering ter ondersteuning van hun groeiambities.

F

inanciële middelen zijn essentieel om te kunnen investeren in materiële en immateriële activa en werkkapitaal. Een vlotte toegang tot financiering, en zeker tot groeikapitaal, is cruciaal om de groei van ondernemingen mogelijk te maken. Uit een EU-wijde bevraging van de Europese Commissie blijkt dat Europese kmo’s de toegang tot financiering als een van de top drie belemmeringen zien voor hun verdere ontwikkeling. Voor 10% van alle Europese kmo’s vormt het zelfs de voornaamste bekommernis voor hun toekomst.

Download de studie

‘Survey on the access of finance’ ➜ www.ecb. europa.eu

Uit verschillende analyses1 blijkt dat Europa een tekort kent aan groeikapitaal. Ook de Europese kapitaalmarkten zijn onderontwikkeld, zeker in vergelijking met de Verenigde Staten. Verschillende factoren verklaren deze achterstand. Zo is het beschikbare investeringsvermogen in Europa een stuk beperkter en zijn de Europese aandelenmarkten in omvang een stuk bescheidener. Er is vooral ook de fragmentatie binnen Europa en er blijft de grote verscheidenheid – onder meer qua regelgeving – in de Europese lidstaten. De EU-landen verschillen

“Een vlotte toegang tot financiering, en zeker tot groeikapitaal, is cruciaal om de groei en ontwikkeling van ondernemingen mogelijk te maken.”

onderling sterk wat betreft de wijze waarop financiële middelen naar ondernemingen worden gekanaliseerd. Bovendien is er in Europa in het algemeen minder honger naar risico, en dus is er ook minder enthousiasme voor risicovolle kapitaalfinanciering. Daarom ook wordt traditioneel meer een beroep gedaan op bankfinanciering. Die beperkte beschikbaarheid van risicokapitaal zet een flinke rem op de economische groei in Europa. Die vaststelling is ook de Europese Commissie en de lidstaten niet ontgaan, ze heeft geleid tot tal van beleidsinitiatieven die de boel vlot moeten krijgen. In deze Voka Paper zoomen we in op groeikapitaal of private equity als financieringsalternatief voor Vlaamse groeiondernemingen. Zoals onze Stille Kampioenen, biedt precies deze groep ondernemingen het perspectief om de economische groei in Vlaanderen verder aan te zwengelen. Vertrekkend van de financieringscyclus waar (groei)ondernemingen doorheen moeten, staan we stil bij de verschillende financieringsbronnen die zij mogelijk kunnen aanboren. Voor elke fi nancieringsbron gaan we na of en in welke mate er zich in België een aanbod heeft ontwikkeld. Zoals al aangegeven kan de groeikapitaalfinanciering in Europa en zeker in Vlaanderen zich wel wat sterker ontwikkelen. We formuleren daarom een aantal aanbevelingen naar verschillende stakeholders. 1. O.a. van BCG, AFME en van SEFA van de EC.

MEI 2017 VOKA PAPER 5


GELD OM TE GROEIEN BANK ALS FINANCIER

1. De bank als traditionele financier Bankfinanciering is van oudsher de primaire financieringsbron voor kleine, middelgrote en midcap-ondernemingen. Dus ook voor groeiondernemingen. Uiteraard vormt een voldoende eigenvermogensbasis een eerste voorwaarde vooraleer bancaire financiering kan aangetrokken worden. Maar er zijn nog heel wat beperkende voorwaarden, en die maken deze vorm van financiering niet voor alle projecten geschikt.

B

ancaire kredietverlening is, zeker in het huidige renteklimaat, een interessante en vlot lopende vorm van externe financiering. Maar bankiers beperken hun leningen tot de maximale ontleencapaciteit van ondernemingen, zetten limieten op de looptijd en vragen typisch ook waarborgen. Bankfinanciering is bijgevolg niet geschikt voor alle investeringsplannen en -projecten, zeker niet die op de langere termijn. Tijdens de crisisperiode hebben de banken bovendien – omwille van zowel hun eigen balansbeperkingen, als omwille van de stijgende bedrijfsrisico’s van hun kredietnemers – hun kredietbeleid sterk verstrengd. Dit heeft tot een felle terugval van de kredietverlening geleid in 2009-2010. In de nasleep van de fi nanciele crisis ging de aandacht van beleidsmakers dan ook naar de kredietverlening aan kleine en middelgrote ondernemingen, aangezien zij het zwaarst getroffen waren toen de kredietverlening terugviel. Ook bij ons werden er een heel reeks van nieuwe beleidsmaatregelen getroffen om de terugval van de financiering aan kmo’s en starters in het bijzonder vlot te

126

Miljard De kredietverschaffing door de Belgische banken is eind 2016 met een totaalbedrag van bijna 126 miljard euro geklommen naar het hoogste niveau ooit.

Figuur 1.2. Door de lage rentestand gaan ondernemingen voor meer langetermijnbankkrediet Type onderneming

2014

2015

2016

Kredieten op korte termijn (< 1 jr)

31.275

30.801

31.995

Kredieten op middellange termijn (1-5 jr)

15.035

16.348

16.604

Kredieten op lange termijn (> 5 jr)

65.295

68.416

74.232

Bron: NBB, Geaggregeerde balans van de kredietinstellinegn -Schema A, mei 2017)

Figuur 1.3. De kmo’s vertegenwoordigen ruim driekwart van alle bankkredieten Type onderneming

Bancaire kredietverlening aan ondernemingen Figuur Ondanks de dip in 2009-2010 blijft de groeit 1.1. naar een recordhoogte kredietverlening recordhoogtes bereiken Opgenomen kredieten (miljoenen euro’s)

2014

2015

2016

Kleine ondernemingen

56.367

58.149

59.370

Middelgrote ondernemingen

23.988

24.993

25.726

Grote ondernemingen

27.428

28.918

29.543

Bron: NBB, Centrale voor Kredieten aan Ondernemingen (mei 2017) 130.000

trekken. Voorbeelden zijn de versterkte inzet op de win-winlening, de uitbreiding van de waarborgregeling, de (fiscale) stimulansen rond onder meer crowdfunding en tax shelters voor starters. Maar ook bij de ondernemingen zelf is de aandacht voor alternatieve financieringsvormen sindsdien sterk toegenomen.

105.000

80.000

2008

2009

2010

6 VOKA PAPER MEI 2017

2011

2012

2013

2014

2015

2016

Ondertussen hebben de verbeterde macroeconomische vooruitzichten geleid tot een toename van de kredietvraag voor investerin-

Bron: Lorem ipsum dolor sit amet, consectetuer adipiscing elit, sed diam nonummy nibh euismod tincidunt ut laoreet dolore magna aliquam erat volutpat. Ut wisi enim ad minim veniam, quis nostrud exerci tation ullamcorper suscipit lobortis nisl ut aliquip ex ea commodo consequat.


VOKA.BE

gen en werkkapitaal. Dit biedt de banken een aantrekkelijke manier om de stijgende volumes spaardeposito’s te laten renderen. De kredietverschaffing door de Belgische banken aan ondernemingen heeft zich in België zo volledig hersteld en is eind 2016 met een totaalbedrag aan uitstaande bedrijfskredieten van bijna 126 miljard euro geklommen naar het hoogste niveau ooit.

“Bancaire financiering is nog altijd de belangrijkste vorm van vreemd vermogen voor kmo’s en midcaps.” rekening. Een vaststelling die lijkt te bevestigen dat bancaire kredieten vooral een zaak zijn van kmo’s. De resultaten van de ‘Survey on the Access to Finance of Enterprises’ (SAFE) van de Europese Commissie in 2016, wijzen uit dat voor de Europese kmo’s de voornaamste directe externe fi nancieringsbronnen kaskredieten, bankleningen en leasing zijn (zie figuur 1.4).

Figuur 1.4. Bankgebaseerde kredieten zijn veruit de belangrijkste bronnen van vreemd vermogen voor onderneming Kaskrediet Banklening Leasing Handelskrediet Gereserveerde winsten Gewaarborgde leningen Andere leningen Factoring

Bancaire financiering is nog altijd de belangrijkste vorm van vreemd vermogen voor kmo’s en midcaps, maar de diversiteit van het financieringslandschap is de jongste jaren wel fel toegenomen. Zowel traditionele alternatieven voor bancaire financiering – zoals leasing en factoring – als relatief nieuwe alternatieven – crowdfunding, business angels, incubatoren en acceleratoren – maakten de voorbije jaren een sterke groei door.

Aandelen kapitaal Schuldbewijzen Andere bronnen 0

10% EU-28

20%

30%

40%

50%

60%

Belgie

Bron: SAFE, 2016

Uit detailanalyses blijkt bovendien dat de recente kredietexpansie zich vooral in het segment op de langere termijn (meer dan 5 jaar) voordeed, wat er op wijst dat ondernemingen trachten de historisch lage rente op bankkredieten voor langere tijd vast te leggen (zie fi guur 1.2). De onderverdeling naar grootte toont aan dat de kleine ondernemingen meer dan de helft van de bankkredieten vertegenwoordigen (zie figuur 1.3). Samen met de middelgrote ondernemingen nemen ze bijna 75% van het uitstaand kredietbedrag voor hun

0

Er bestaan trouwens fundamentele verschillen in de wijze waarop bedrijven, inclusief groeiondernemingen, zich in Europa en in de VS fi nancieren. Europese bedrijven vertrouwen veel zwaarder op bankfi nanciering. Globaal genomen komt ongeveer 80% van het vreemd bedrijfsvermogen in Europa in de vorm van bankfinanciering en iets minder dan 20% via de obligatiemarkten. In de VS is bijna het omgekeerde het geval.

MEI 2017 VOKA PAPER 7


GELD OM TE GROEIEN EXTERN GROEIKAPITAAL

2. Extern groeikapitaal als turbo Naarmate een onderneming verder groeit, meer matuur wordt en zich ontwikkelt, bouwt ze een sterkere reputatie op, komen er (stabielere) inkomensstromen in zicht en nemen de risico’s geleidelijk af. Een onderneming evolueert met andere woorden doorheen een financiële groeicyclus waarbij zich steeds meer en andere, externe financieringsbronnen aandienen die aangesproken kunnen worden. Extern groeikapitaal is op zeker ogenblik de turbo om door te stoten naar een hoger niveau.

B

edrijven die echt willen doorgroeien, zullen op een gegeven moment bij de banken onvoldoende klassieke kredieten kunnen bekomen om hun groei verder te realiseren. Op dat moment kan extern groeikapitaal of private equity de onderneming bijstaan in de realisatie van de ambities.

Figuur 2.1. Groei van bedrijven doorheen de ‘funding escalator’ IPO

Cashflow

) Innovatiemandaat

Secondary offerings

Subsidies (vb. O&O, km0-p, kmo-g, FIT-export, investering, opleiding Private equity (strictu senso)

Groeikapitaal of private equity voorziet eigen vermogen aan ondernemingen die niet genoteerd zijn op een aandelenmarkt. Dat kan gebruikt worden om nieuwe producten of technologieën te ontwikkelen, om werkkapitaal uit te breiden, om overnames te doen of om de balansstructuur van een onderneming te versterken. Een externe private equityfinancier kan ook ingeroepen worden om een verdere professionalisering met behulp van externe financiering te realiseren, om een uitstap van of overdracht tussen (familiale) aandeelhouders op te vangen (buy-out). Een specifieke vorm van private equity is venture capital of durf kapitaal. Dat is een kapitaals-investering voor de opstart, de vroege ontwikkeling of de expansie van jonge ondernemingen. Verschillende types Private equity gebruikt verschillende types instrumenten bij het investeren in of het verwerven van een bedrijf. Meest gebruikt zijn eigenvermogensinstrumenten (bijvoorbeeld kapitaalaandelen) of quasi-eigenvermogensinstrumenten (bijvoorbeeld achtergestelde leningen met een extra aandelenoptie). De verschaffers van private equity en venture capital investeren hoofdzakelijk in bedrijven om ze te helpen bij de opstart, de groei, de 8 VOKA PAPER MEI 2017

VC Later Stage VC Seed & Early Stage Incubators/accelerators

Crowdfunding Business Angels FFF Eigen inbreng Seed

PreSeed

Bank financiering incl waarborgen) Startup

Early Stage

Later Stage

Growth

Tijd

Valley of Death Hoger risico

MEER WETEN? ➜ www.bva.be

Lager risico

ontwikkeling en de expanise en dit met een langetermijnperspectief (gemiddeld 5 jaar). Bovendien nemen ze (doorgaans) een actieve rol op in het management van de ondernemingen waarin geïnvesteerd wordt. Groeikapitaalverstrekkers kunnen de vorm aannemen van privépersonen (business angels, family offices), maar zijn overwegend vermogende venture capital- of private equityfondsen, investeringsmaatschappijen, pensioenfondsen of publieke instellingen die bedrijven helpen doorgroeien naar een volgende fase of een hoger niveau. De risicobereidheid van deze geldschieters is doorgaans groter.


VOKA.BE

Figuur 2.1. Groei van bedrijven doorheen de ‘funding escalator’ PRIVATE EQUITY (PE) OF GROEIKAPITAAL ‘IN RUIME ZIN’

VENTURE CAPITAL (VC) OF GROEIKAPITAAL ‘IN ENGE ZIN’

GROWTH: een private equity investeringstype – in de meeste gevallen via een minderheidsbelang – in relatief mature ondernemingen die op zoek zijn naar kapitaal om uit te breiden naar nieuwe markten of om hun activiteiten te herstructureren.

SEED: financiering voorzien voor onderzoek, evaluatie en ontwikkeling van een initieel concept vooraleer een bedrijf de opstartfase heeft bereikt.

BUY-OUT: financiering voor de acquisitie van een onder-

START-UP: financiering van productontwikkeling en initiële marketing. Onderneming heeft zijn product nog niet commercieel verkocht en zit in het oprichtingsproces.

TURNAROUND: financiering ter beschikking gesteld van

LATER-STAGE VENTURE: financiering voor de ontwikkeling en expansie van een operationele onderneming. Laterstage venture neigt ondernemingen te financieren die al door venture capitalinvesteerders worden ondersteund.

Hun fi nancieringsaanbod is derhalve toegankelijker voor veelbelovende ondernemingen met innoverende en mogelijk zeer winstgevende projecten waarvan de slaagkansen echter onzekerder zijn.

“Met een groeikapitaalspeler in zee gaan, zorgt voor een verdere professionalisering van de bedrijfsorganisatie.” Professionalisering Steeds meer niet-beursgenoteerde kmo’s en midcaps hebben wel oren naar de mogelijkheden die de instap van dergelijke externe fi nancieringspartijen hen kunnen bieden. Met een groeikapitaalspeler in zee gaan, zorgt voor een verdere professionalisering van de bedrijfsorganisatie. Zo versterken zij de eigenvermogensbasis en openen ze de weg naar grotere fi nancieringsbedragen, wat toelaat de investeringsplannen te fi nancieren en

neming. Het kan een significante hoeveelheid ontleend geld omvatten om aan de overnameprijs te kunnen voldoen.

een bestaande onderneming die in moeilijkheden zit, met het oog op een herstel van de winstgevendheid.

REPLACEMENT CAPITAL: de aankoop-overname van een minderheidsbelang van bestaande aandelen in handen van een andere private equity verschaffer of van een andere aandeelhouder of aandeelhouders.

uit te voeren. Tegenover de kapitaalinbreng van de groeikapitaalverstrekker staan bovendien ook in de meeste gevallen een vertegenwoordiging in de raad van bestuur en/ of het directiecomité van de onderneming, bijkomende vereisten op het gebied van corporate governance, informatieverstrekking, te behalen rendement, ... Een externe kapitaaltoetreding is enkel mogelijk als de bedrijfsleiding bereid is om (gedeeltelijk) af te stappen van de familiale of besloten eigendomsstructuur en om de volledig onaf hankelijke beslissingsbevoegdheid op te geven. Het management en de bestuurders moeten ervoor open staan om belangrijke strategische beslissingen samen met de externe partner te nemen en een professionele reguliere fi nanciële rapportering op te zetten. Het is dan ook van uiterst belang dat er een ‘klik’ is om goed te kunnen samenwerken, zowel op menselijk als op strategisch vlak. Een groeikapitaalverlener maakt doorgaans een diepgaande analyse die ook heel wat inspanningen vergt van de onderneming en van het management. De inbreng van kennis, ervaring en het netwerk van een externe MEI 2017 VOKA PAPER 9


GELD OM TE GROEIEN EXTERN GROEIKAPITAAL

bestuurder of manager kan verrijkend en vernieuwend werken. Het hele proces, vanaf de eerste kennismaking tot het fi naliseren van de onderhandelingen over de samenwerking, neemt al snel meerdere maanden in beslag. Groeikapitaal is een uitstekend middel om te investeren in de reële economie en om het kmo- en midcapweefsel te ontwikkelen. Bovendien is het complementair aan het familiaal aandeelhouderschap en de beurs. De resultaten liegen er ook niet om: gemiddeld zijn ondernemingen die steun krijgen van private equity innovatiever, meer bereid om te investeren in R&D, productiever en steken ze veel gemakkelijker de grenzen over. Ze zijn bijgevolg winstgevender voor hun aandeelhouders. Een voldoende ontwikkelde lokale markt voor risicokapitaal is dan ook van cruciaal belang als zuurstof voor het ondernemingsweefsel. Ondernemingen die (als dochter) verbonden zijn aan andere Belgische of buitenlandse ondernemingsgroepen, kunnen als alternatief bij hun moeder- of zusterondernemingen aankloppen voor middelen in de vorm van kapitaal of van leningen om hun groeiplannen te fi nancieren. Voor individuele of autonome ondernemingen bestaat die mogelijkheid uiteraard niet. Beursintroductie Extern vermogen aantrekken kan ook door gebruik te maken van het spaargeld van particulieren. Ondernemingen kunnen namelijk in theorie aandelen of obligaties uitgeven om via de kapitaalmarkten een groot publiek aan te spreken. Maar over het algemeen doet vandaag de dag slechts een zeer beperkt aantal ondernemingen, en dan veeleer de grootste, een beroep op deze interessante fi nancieringswijze. Vaak omdat de toegang tot de kapitaalmarkten te moeilijk of te duur is (onder meer als gevolg van publicatie- en

10 VOKA PAPER MEI 2017

“Een voldoende ontwikkelde lokale markt voor groeikapitaal is van cruciaal belang als zuurstof voor het ondernemingsweefsel.”

IPO Initial Public Offering

informatievereisten bij de beursintroductie en nadien). Eens genoteerd op de beurs (na een Initial Public Offering, IPO) heeft een groeibedrijf echter wel een directe toegang tot een potentieel veel ruimer beleggerspubliek. De jongste jaren zien we in Europa echter een gestage daling van het aantal beursintroducties, die voornamelijk lijkt te liggen in een tanende populariteit bij jonge ondernemingen. Als reactie daarop ondernemen beurzen doorheen Europa de jongste jaren verwoede pogingen om alternatieve beursplatformen (‘junior exchanges’) op te zetten, specifiek voor groeibedrijven. Om toegang te krijgen tot die platformen gelden eenvoudigere en administratief minder zware noteringsverplichtingen, zowel bij de introductie van een aandeel als nadien. Voorbeelden hiervan zijn Euronext Alternext en Enternext, de London Stock Exchange’s AIM, het Scandinavische First North van Nasdaq OMX, het Nederlandse Nx’change en de Spaanse Mercado Alternativo Bursatil. Bedrijfsobligatiemarkten zijn dan weer enkel relevant voor de grotere kmo’s en grotere midcaps of grote bedrijven. In Europa zijn de obligatiemarkten in het algemeen (nog) kleiner dan de aandelenmarkten, hoewel de situatie verschilt naargelang de lidstaat.


VOKA.BE

3. Het aanbod aan groeikapitaal in cijfers In dit hoofdstuk staan de ontwikkelingen op de markt voor private equity (PE) centraal. Eerst bekijken we de globale markt voor private equity (PE) als geheel. Vervolgens kijken we naar ontwikkelingen specifiek voor de Belgische markt. Ten slotte identificeren we een aantal tekortkomingen op die markt die groeiondernemingen belemmeren in hun zoektocht naar groeikapitaal.

V

oor de PE-industrie was 2016 wereldwijd op vlak van fondsenwerving opnieuw een zeer robuust jaar. Zo’n 807 fondsen verzamelden samen 347 miljard dollar. Dit is het vierde opeenvolgende jaar waarin meer dan 300 miljard dollar werd opgehaald, maar dat niveau ligt toch nog fl ink onder de ongeveer 400 miljard dollar die in 2007 en 2008 werd opgehaald door fondsen. Maar aangezien er in 2016 een kleiner aantal fondsen geld ophaalde, steeg het gemiddelde bedrag per fonds vorig jaar naar een recordniveau van 476 miljoen dollar. De tien grootste fondsen waren trouwens goed voor ruim 26% van het totale opgehaalde vermogen (zie figuur 3.1). Het totaalbedrag dat eind 2016 onder beheer van PE-verschaffers stond, wordt geraamd op 2,5 biljoen dollar, daarvan is ongeveer 820 miljard dollar of bijna een derde nog niet benut (‘dry powder’) en dus op zoek naar waardevolle investeringsprojecten. Van het totaal vermogen zou ongeveer 564 miljard euro door Europese fondsen beheerd worden. Merk op dat de Aziatische landen, met China op kop, steeds sneller en actiever worden in de groeikapitaalbusiness. ➜

Figuur 3.1. Kerncijfers van beschikbaar groeikapitaal wereldwijd eind 2016

$2,49 BILJOEN

GLOBAAL BEDRAG AAN PRIVATE EQUITY ACTIVA ONDER BEHEER PER JUNI 2016, EEN ABSOLUUT RECORD

$820 MILJARD

BESCHIKBAAR VERMOGEN VOOR INVESTERINGEN VAN PE FONDSEN (‘DRY POWDER’) PER EIND DECEMBER 2016

$471 MILJOEN

GEMIDDELDE OMVANG VAN DE PE FONDSEN IN 2016, EEN ABSOLUUT RECORD

$347 MILJARD

TOTAAL VOLUME AAN OPGEHAALDE MIDDELEN DOOR 830 PE FONDSEN WERELDWIJD IN 2016

26%

AANDEEL VAN DE 10 GROOTSTE FONDSEN IN DE IN 2016 OPGEHAALDE MIDDELEN

MEI 2017 VOKA PAPER 11


GELD OM TE GROEIEN AANBOD IN CIJFERS

Hoewel relatief beperkt in alle EU-lidstaten, is de groeikapitaalactiviteit duidelijk het grootst in de meest ontwikkelde markten (de grote EU-lidstaten, de Benelux, Scandinavië).

Figuur 3.2. Europese private equity- en venture capital-fondsen verbleken ten opzichte van hun Amerikaanse collega’s (fondsenwerving in miljarden euro)

41,6 2011

5,2 24,6

2012

3,9 54,4

2013

4,6 48

2014

4,9 47,6

2015

5,3 0

10

20

30

40

50

60

EU: Venture capital (VC)

EU: Private equity (PE)

Bron: Invest Europe en National Venture Capital Association 2016 Yearbook 69,1 2011

14,7 97,5

2012

15,1 111

2013

12,9 123,6

2014

25,7

2015

25,9

133,1

0

30

US: Private equity (PE)

60

90

120

140

US: Venture capital (VC)

Bron: Invest Europe en National Venture Capital Association 2016 Yearbook

Vergelijken we de cijfers voor Europa en de VS, dan stellen we vast dat de bedragen op een heel ander niveau liggen (zie fi guur 3.2). Zo werd er in 2015 door de Europese private equity-fondsen in totaal 47,6 miljard euro bijkomend aan middelen opgehaald, ongeveer evenveel als in 2014. In de VS was het totaal aan verzameld PE-vermogen bijna drie keer zo groot als in Europa. Ook de extra middelen die in 2015 door VCfondsen verzameld werden, lagen aanmerkelijk lager, zowel in absolute bedragen, als relatief beschouwd als aandeel in het totale verzamelde PE-vermogen in Europa (5,3 miljard euro) en in Amerika (25,9 miljard euro). Bovendien zijn zowel de PE- als de VCfondsen naar omvang van het investeerbare vermogen in Europa kleiner dan in de VS. 12 VOKA PAPER MEI 2017

1,9

Miljoen Een gemiddelde Europese groeionderneming ontvangt slechts 1,9 miljoen euro in de latere VCkapitaalrondes, terwijl hun Amerikaanse tegenhangers 8,7 miljoen euro ontvangen.

Er bestaan ook aanzienlijke verschillen tussen de EU en de VS wat betreft de investeringen in of fi nancieringen toegekend aan ondernemingen. De Europese ondernemingen ontvingen allemaal samen immers minder fi nanciële middelen van hun groeikapitaalverschaffers dan hun Amerikaanse tegenhangers. Zo werd er in Europa in 2015 voor ruim 47,7 miljard euro aan private equityfi nanciering toegekend, waarvan 3,8 miljard euro voor venture capital of risicokapitaal. Voor de VS werd het volume aan middelen dat in 2015 naar venture capital-fi nanciering van jonge ondernemingen vloeide, geraamd op circa 54,4 miljard euro, dat is veertien keer meer dan in Europa. Het totaal bedrag aan private equity zou oplopen tot meer dan 200 miljard euro. Bovendien maken in de VS veel meer ondernemingen gebruik van groeikapitaalfi nanciering. Deze verschillen zijn ook merkbaar op niveau van de omvang van de fi nanciering die individuele ondernemingen ontvangen. Zo ontvangt een gemiddelde Europese groeionderneming bijvoorbeeld slechts 1,9 miljoen euro in de latere VC-kapitaalrondes, terwijl hun Amerikaanse tegenhangers 8,7 miljoen euro vangen. In de latere ontwikkelingsfasen, in het bijzonder bij de ondernemingen die (internationaal) willen doorgroeien (scale-up), wordt dit verschil bovendien fl ink groter (zie fi guur 3.3). De relatief kleine fi nancieringsbedragen in Europa zijn toe te schrijven aan de Europese fondsen die zelf ook kleiner maar ook risicoschuwer zijn dan hun Amerikaanse collega’s. Deze realiteit beperkt uiteraard de mogelijkheden van snelgroeiende ondernemingen om hun producten op internationale markten te verkopen en hun productaanbod te verruimen, … of ze moeten opteren om zich op de Amerikaanse markt te gaan fi nancieren. De Belgische private equity- en venture capital-industrie in cijfers Ook de groeikapitaalsector in België heeft de voorbije 10 tot 20 jaar een hele weg afgelegd en wordt geleidelijk aan matuur. Private equity (PE) blijft in België wel achterlopen ten opzichte van de top in Europa. Dat blijkt onder meer uit de totale opgehaalde bedragen door PE-fondsen over de afgelopen jaren. Die fundraising kent een zeer grillig verloop


VOKA.BE

(zie fi guur 3.4), met een aantal opvallende pieken (2008 en 2010), maar ook sterke dieptes (2012 en 2013). Gemiddeld werd door Belgische investeerders over de periode 20072015 jaarlijks een bedrag bijeengebracht van 312,3 miljoen euro. Op Europees niveau liep dit over dezelfde periode op tot gemiddeld 46,3 miljard euro per jaar. De grootste fondsen zitten overduidelijk in het VK, gevolgd door Frankrijk, Zweden, Zwitserland, Nederland, Duitsland en Italië. België volgt in een groep samen met Denemarken en Polen.

Figuur 3.3. Gemiddelde investeringen per financieringsronde, EU vs VS, 2015 In miljoenen 150

120

90

60

30

0

Seed VC

Early stage VC

Later stage VC

Total VC

IPO's

Follow-ons

VS

Europa

Bron: AFME, Highgrowth 2017

Figuur 3.4. Fondsenwerving door Belgische PE-fondsen (2007-2015) In duizend

800 700 600 500 400 300 200 100 0

2009

2010

2011

2012

2013

2014

Bron: Invest Europe

2015

Het totale vermogen dat door Belgische PEfondsen wordt beheerd, wordt begin 2016 geraamd op 9,216 miljard euro, in 66 geidentificeerde fondsen. Ongeveer 1,6 miljard euro of 17,7% daarvan staat op conto van 28 venture captal VC-gerichte fondsen (zie fi guur 3.5). Dat betekent ook dat de gemiddelde omvang van een Belgisch PE-fonds, zoals gemeten door het totale kapitaal onder beheer, rond de 140 miljoen hangt. Een gemiddeld VC-fonds heeft met 58 miljoen bovendien nog een aanzienlijk kleiner investeringsbudget ter beschikking. De beperkte omvang van de Belgische fondsen is in de afgelopen jaren nog toegenomen met het wegvallen van de bancaire private equity. De Belgische grootbanken hadden verhoudingsgewijs grotere fondsen. Verder blijkt het aanbod aan risicofi nanciering, zowel in aantal aanbieders als in totaal investeringsvolume, algemeen genomen groter in Vlaanderen dan in Wallonië. Bovendien gaat het aanbod in Vlaanderen voornamelijk uit van privé-initiatieven, terwijl het aanbod in Wallonië grotendeels komt van publieke initiatieven. ➜

Figuur 3.5. Kerncijfers van groeikapitaal in België (2015)

66

AANTAL BELGISCHE PRIVATE EQUITY FONDSEN

€9,21 MILJARD

GLOBAAL BEDRAG AAN PRIVATE EQUITY ACTIVA ONDER BEHEER PER JUNI 2016, EEN ABSOLUUT RECORD

€1,63 MILJARD

TOTAAL BEDRAG AAN VENTURE CAPITAL ACTIVA ONDER BEHEER IN BELGIË

28

€312 MILJOEN

GEMIDDELD OPGEHAALD WAARVAN 28 BELGISCHE VENTURE VERMOGEN DOOR BELGISCHE CAPITAL FONDSEN PRIVATE EQUITY SPELERS OVER DE LAATSTE VIJF JAREN

€139,6 MILJOEN

GEMIDDELDE OMVANG VAN EEN BELGISCH PRIVATE EQUITY FONDS

€58,2 MILJOEN

GEMIDDELEDE OMVANG VAN EEN BELGISCH VENTURE CAPITAL FONDS

MEI 2017 VOKA PAPER 13


GELD OM TE GROEIEN AANBOD IN CIJFERS

De investeringen in groeikapitaal door Belgische PE-fondsen belopen in 2015 ongeveer 1,380 miljard euro, in 96 Belgische bedrijven. Dit werd dan grotendeels gebruikt voor een reeks grote buy-out deals, goed voor bijna 1,2 miljard euro. Private equity als fi nancieringsbron vertegenwoordigt in België slechts 0,34% van het bbp tegenover ruim 1% in de VS (zie fi guur 3.6). We zitten met die score maar net boven het Europese gemiddelde. Op het vlak van de toekenning van venture capital of het risicokapitaal in de eerste fase, zijn de cijfers zelfs nog minder positief. Venture capital kent in België weliswaar een wisselend verloop, met jaren met relatief veel investeringen en jaren met beperkte fi nanciering. De jongste jaren blijkt het totale VC-investeringsvolume in België sterk achter te blijven bij dat in onze buurlanden. In 2015 zou ongeveer 61,6 miljoen euro aan groeikapitaal in enge zin aan 48 Belgische groeiondernemingen zijn toegekend, wat neerkomt op gemiddeld 1,3 miljoen euro per bedrijf. We bereiken dus in de verste verten niet de investeringsniveaus die gerealiseerd worden in Silicon Valley, Californië, of rond Route 128, Boston (zie fi guur 3.7). Dit is ongetwijfeld een van de verklaringen waarom jonge, beloftevolle Vlaamse starters en groeiondernemingen naar Amerika trekken om hun fi nanciering bijeen te krijgen. Algemeen beschouwd compenseert het groeikapitaal dat private fi nanciers ter beschikking stellen niet wat de banken tijdens de fi nanciële crisis hebben afgebouwd.

Figuur 3.6. België haalt in 2015 net het Europese gemiddelde wat betreft de totale private equity financiering Private equity investeringen (in % bbp) 1% 1,0

0,8

0,6

0,4

0,34%

0,2

0,0

VS

DE

FI

NL

VK

NO

SE

FR

BE

EU-28

DU

ZW

Bron: OECD, Invest Europe

Figuur 3.7. België bereikt in de verste verte niet de investeringsniveaus van in de VS Venture capital investeringen (in % bbp) 0,35

0,33%

0,30 0,25 0,20 0,15 0,10 0,05 0,00

0,02% VS

FI

ZW

Bron: OECD, Invest Europe

14 VOKA PAPER MEI 2017

0,30%

SWE

UK

FR

DE

DU

NL

EU-28

0,01% NO

BE


VOKA.BE

4. Belgisch groeikapitaalaanbod: selectief en traag

“Vele financiers staan niet zomaar te springen om in te stappen in de meest risicovolle fase, met name de opstart en de eerste ontwikkeling van een jonge onderneming.” Uit verschillende studies blijkt dat heel wat ambitieuze jonge groeiondernemingen in België nog steeds moeilijk toegang krijgen tot externe kapitaalfinanciering. Het jongste decennium werden zowel door de privé als door de overheid heel wat initiatieven ondernomen die inspelen op die behoefte aan externe kapitaalfinanciering van ondernemingen.

D

e focus lag daarbij voornamelijk op het vlot trekken van de financiering aan starters, spin-offs en zeer jonge ondernemingen, vaak dan ook uit hightech of innovatieve sectoren (life sciences, biotech, fi ntech, ICT). Zo is er een degelijk netwerk van business angels in Vlaanderen en Wallonië uitgebouwd, er is een veelvoud aan fondsen voor venture capital en private equity en er zijn diverse publieke initiatieven die risicofinanciering aanbieden. Nieuwe financie-

Download het rapport

‘The shortage of Risk Capital for Europe’s High Growth Businesses’

➜ www.afme.eu

ringsvormen zoals het aanbieden van achtergestelde leningen via private banking en het oprichten van crowdfundingplatformen vinden – langzaamaan – ingang. Het resultaat is dat er in België wel een divers aanbod aan groeikapitaalfinanciering voor jonge, startende en ambitieuze ondernemingen is gegroeid, maar dat dit tegelijkertijd gekenmerkt is door een te bescheiden schaal en omvang, een veelheid aan relatief kleine spelers en een grote versnippering. MEI 2017 VOKA PAPER 15


GELD OM TE GROEIEN BELGISCH GROEIKAPITAALAANBOD

Dit verkruimelde en te beperkt aanbod aan groeikapitaal resulteert in belangrijke nadelen en beperkingen die de fi nanciering van ondernemingen via groeikapitaal in België sterk afremmen en zo ook de groei van de ondernemingen beperken.

5

miljoen Bedragen boven 5 miljoen euro binnenhalen is niet evident.

Selectief en overlappend aanbod Van een versnipperd aanbod zou men kunnen verwachten dat er, aangezien een groter aanbod aan kapitaal en kennis beschikbaar is, ruimte is om een grotere verscheidenheid aan sectoren en een bredere diversiteit aan ondernemingen te bedienen. In de praktijk blijken heel wat groeikapitaalaanbieders echter een – gedeeltelijk overlappende – voorkeur te hebben voor dezelfde doelgroep(en) ondernemingen, zowel naar leeftijd als naar marktsector.

“In België is er wel een divers aanbod aan groeikapitaalfinanciering voor jonge ondernemingen, maar dat is zwaar versnipperd.” Omwille van de hoge investeringsrisico’s zal het vinden van aanbieders voor de financiering van de opstart (seed en start-up) en de eerste ontwikkeling (early stage) van een jonge onderneming, ook wel de ‘first equity gap’ genoemd, moeilijk blijven. Vele fondsen verkiezen on16 VOKA PAPER MEI 2017

dernemingsprojecten die zich al in een verder gevorderd stadium bevinden en waar meer zekerheid bestaat over de (te verwachten) kasstromen en inkomsten. Toch zijn er heel wat echte durf kapitalisten, waaronder overheidsfondsen, die ervoor gezorgd hebben dat het early stage groeikapitaallandschap in Vlaanderen nu sterk ontwikkeld is. Een kwalitatieve starter vindt vandaag in principe voldoende kapitaal in België. Maar we komen van ver, en het is vooral de jongste jaren snel gegaan. Nu is er een heel ecosysteem van financiers, met business angels, crowdfunders en starterbegeleiders en -adviseurs. De start-ups en hun ideeën zijn ook veel volwassener geworden. Maar het blijft nodig om voor een continue aanvoer van middelen te zorgen, zeker gezien het sterk gestegen aantal starters in Vlaanderen. Heel wat Belgische groeikapitaalaanbieders, waaronder een aantal van de grootste en bekendste, mikken bovendien voornamelijk op eerder hoogtechnologische of innovatieve domeinen (life sciences, cleantech ICT, ...). Dat zijn toekomstgerichte domeinen waar heel wat opportuniteiten liggen. Hoewel ondernemingen in deze domeinen inderdaad kunnen rekenen op een ruimer aanbod en de investeerders tegen elkaar kunnen uitspelen, blijft het ook voor hen meestal noodzakelijk om verschillende financiers te overtuigen aan boord te stappen. Maar zo ontstaat bij ondernemingen de perceptie dat dergelijke externe groeifinanciering enkel gericht is op en geschikt is voor innovatieve en hoogtechnologische bedrijven. Voorbeelden uit de binnen- en buitenlandse praktijk leren echter dat risicokapitaalfinanciers


VOKA.BE

net meer en meer op zoek zijn naar financieringsopportuniteiten bij ondernemingen met meer traditionele activiteiten met veel groeipotentieel. Voor meer mature ondernemingen, die wel over een degelijk, stabiel bedrijfsmodel beschikken maar weinig groeipotentieel lijken te hebben, blijft het wel moeilijk om risicokapitalisten te overtuigen. Ook voor jonge, ambitieuze ondernemers die via een buy-out de familiale onderneming van de vorige generatie of van andere familieleden willen overnemen, blijkt het in de praktijk niet steeds zo gemakkelijk om die fondsen bijeen te krijgen.

15

miljoen Zelfs de grotere Belgische investeringsfondsen zullen niet snel veel meer dan 10 à 15 miljoen per onderneming investeren.

Lagere investeringsbedragen Het versnipperd aanbod leidt ook tot beperkingen voor de financieringsbedragen waarop ondernemingen een beroep kunnen doen. Een onderneming met een goed business plan en een minimum aan eigen inbreng slaagt er meestal wel in kleinere bedragen (tot 5 miljoen euro) aan te trekken, maar het binnenhalen van bedragen boven de 5 miljoen euro is veel minder evident. Zeker bij één individuele financier. Een groeibedrijf dat op een veel grotere schaal wil beginnen werken en internationaal wil doorbreken, stelt bij een grote kapitaalronde vaak vast dat de financiering de ambitie niet zomaar kan volgen en belandt dan in een moeilijke fase om geld en investeerders te vinden, ook wel gekend als de ‘second equity gap’. Zelfs de grotere Belgische investeringsfondsen zullen niet snel veel meer dan 10 à 15 miljoen euro per ronde of zelfs per onderneming investeren. In de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk vindt die beloftevolle onderneming wel de nodige financiering. Voor de groeibedrijven die significant grotere bedragen willen ophalen, is het aanbod aan Belgisch risicokapitaal vaak onvoldoende. Door de beperkte omvang van het merendeel van de Belgische fondsen, leiden omvangrijkere kapitaalrondes (eventueel in combinatie met een tweede en derde kapitaalronde) tot een te groot concentratierisico bij een individueel risicokapitaalfonds. Dat fonds zal zijn totale kapitaalinbreng in een enkele onderneming beperken. De onderneming in kwestie zal zich ofwel moeten neerleggen bij een minder ambitieuze financieringsronde, ofwel op zoek moeten gaan naar andere financiers om de volledige financieringsbehoefte te voldoen via een consortium. Op die manier kunnen deals tot 20 miljoen euro in België succesvol afgesloten worden. Voor grotere kapitaalrondes wordt het een heel moeilijke uitdaging en volstaat de Belgische markt in vele gevallen niet meer.

Inefficiënt financieringsproces Het ruime aanbod aan potentiële fi nanciers betekent ook dat het voor ondernemingen op zoek naar kapitaal veel lastiger is en meer tijd en energie vergt om bij de juiste fi nancier(s) uit te komen om de financiering rond te krijgen. Zo is het vaak voor de ondernemer niet duidelijk wie welke fi nancieringsinstrumenten aanbiedt en wie dus het meest geschikt is voor hem. Hij zal eventueel verschillende partijen samen moeten betrekken, met elk eigen voorwaarden, beperkingen, verplichtingen, … en met intensieve onderhandelingen als gevolg. Door de kleinere financieringsbedragen per ronde zal hij vaak ook opeenvolgende kapitaalrondes moeten opzetten. Dit alles vertraagt het ganse fi nancieringsproces en maakt het ook veel complexer en kostelijker. Ook voor de groeikapitaalverschaffers betekenen de vele, kleinere deals hogere transactiekosten. Voor elk dossier, los van de investeringsgrootte, moeten ze een screening- en evaluatieproces (due diligence) uitvoeren, onderhandelingen en overleg voeren en finaal een financieringscontract opmaken. Als gevolg hiervan zullen sterke groeiers ofwel hun plannen moeten aanpassen, hun groei moeten afremmen, of kapitaal moeten aantrekken in een internationale context. Zo zien we de laatste jaren dat beloftevolle Belgische groeibedrijven naar de Europese of zelfs direct naar de Amerikaans PE-markt trekken om daar investeerders-fi nanciers te vinden. Daarnaast kent ook het aanbod aan groeifinanciering vanuit het buitenland op de Belgische markt een groeiend verloop. De succesverhalen van een aantal Vlaamse groeibedrijven hebben buitenlandse financiers aangetrokken om ook in België actief te worden en zo voor een ruimer en meer divers aanbod te zorgen. In sommige gevallen leidt dat tot een volledige overname, maar in vele gevallen treedt de buitenlandse investeerder gewoon toe tot het kapitaal en zorgt hij met de inbreng van zijn internationale expertise en zijn netwerk voor extra dynamiek om het bedrijf te laten doorgroeien.

20

miljoen Voor financiering boven de 20 miljoen euro volstaat de Belgische markt niet.

Het aantrekken van buitenlandse risicofinanciering hoeft niet per defi nitie slecht te zijn, maar het verliezen van bedrijven aan buitenlandse spelers is natuurlijk wel een probleem als de oorzaak enkel ligt in het niet vinden van voldoende risicokapitaal bij Belgische spelers.

MEI 2017 VOKA PAPER 17


GELD OM TE GROEIEN AANBEVELINGEN

5. Aanbevelingen voor meer groeikapitaal in België Financiering via groeikapitaal bereikt vandaag in ons land nog lang niet zijn maximumpotentieel. We formuleren een reeks aanbevelingen die zowel de vraag naar groeikapitaal door ondernemingen, als het aanbod door investeerders kunnen bevorderen. Zo willen we het gebruik van groeikapitaal veralgemenen als volwaardig financieringskanaal voor ondernemingen bij de realisatie van hun groeiambities. Dit moet er mee toe leiden dat meer Vlaamse small- en midcaps naar een hoger niveau kunnen doorstoten. De aanbevelingen bouwen voort op enkele vaststellingen rond de Belgische groeikapitaalscène: 1.

Het aanbod aan groeikapitaal in België is nog veel te klein; 2. Groeikapitaal wordt aangeboden via een grote waaier aan kleinere spelers; 3. Ondernemers hebben te weinig kennis van of staan nog te weinig open voor groeikapitaal als fi nancieringsbron. Voor elk van de voornaamste betrokken actoren, met name de ondernemers en ondernemingen met groeiplannen, de groeikapitaalverschaffers of -investeerders, en de beleidsmakers, hebben we een aantal voorstellen gebundeld.

18 VOKA PAPER MEI 2017


VOKA.BE

AANBEVELINGEN VOOR ONDERNEMERS MET GROEIPLANNEN

1

ACTIEF OP ZOEK GAAN NAAR EXTERN GROEIKAPITAAL ALS FINANCIERINGSBRON Heel wat ondernemers-eigenaars met ambitie worstelen met het openstellen van het kapitaal van hun onderneming voor externe partijen als volwaardige partner. Ze vrezen dat ze zo de controle over hun ondernemingsproject volledig uit handen moeten geven. Een essentiële voorwaarde om groeikapitaal als volwaardig financieringsinstrument te kunnen gebruiken, zit echter in de bereidheid om het kapitaal, de zeggenschap en het beheer open te stellen. In ruil voor hun financiële inbreng willen groeikapitaalverschaffers immers ook inspraak in de koers en de werking van de onderneming. Maar zij brengen ook bijkomende kennis en ervaring, hun netwerk en contacten in. Ze zorgen vaak voor een verdere professionalisering van het management. De instap van externe partijen kan zo een nieuwe dynamiek en frisse wind brengen in de onderneming. Met juridische afspraken en bedingen kunnen een aantal zekerheden worden voorzien die de oorspronkelijke aandeelhouders gerust stellen, die vertrouwen scheppen en waar alle partijen baat bij hebben.

Download het overzicht van risicokapitaalverschaffers in Vlaanderen:

➜ www.vlaio.be

“Financiering van ondernemingen via groeikapitaal bereikt vandaag in ons land nog lang niet zijn maximumpotentieel.”

2

BLIJVEND INZETTEN OP DE PROFESSIONALISERING VAN HET MANAGEMENT In de eerste plaats moet de onderneming haar groeiambities blijven nastreven. Dat vraagt dat ook het management zich continu blijft professionaliseren. Elke aanbieder van groeikapitaal krijgt jaarlijks hopen investeringsvoorstellen in de bus, slechts een zeer beperkt aantal overleeft de zware screeningrondes en finaal zijn er misschien een handvol die ook hun financiering toegekend zullen krijgen. Een van de voornaamste beoordelingscriteria die elke investeerder hanteert, is de kwaliteit en het professionalisme van het managementteam van de onderneming die

financiering zoekt. Het komt er dus op aan zich te onderscheiden van de rest, met een kwalitatief en attractief investeringsdossier, om de kansen op een succesvolle financiering te maximaliseren.

3

HULP EN STEUN VAN SPECIALISTEN EN ADVISEURS INSCHAKELEN Dankzij de toegenomen diversiteit aan financieringskanalen, -vormen en -aanbieders zijn er voor kmo’s en midcaps in het algemeen veel meer keuzemogelijkheden. Maar waar grote ondernemingen de mankracht en expertise vaak in huis hebben om verschillende keuzemogelijkheden tegen elkaar af te wegen en de beste optie te kiezen, is het voor kleinere ondernemingen nauwelijks haalbaar om alle mogelijkheden en voorwaarden van die financieringsvormen te doorgronden. Zij moeten daarvoor een beroep kunnen doen op externe financiële adviseurs. Dat kan de bankier zijn, maar evenzeer de accountant, belastingconsulenten, collega-ondernemers, ondernemingsorganisaties zoals Voka,… Zijn kunnen ondernemers wegwijs maken, adviseren en bijstaan bij het aanboren van nieuwe financieringsvormen zoals crowdfunding, business angels, private equity, … Ook vanuit de overheid kan hierop worden ingespeeld door het stimuleren van de creatie van netwerken van ondernemers en andere initiatieven waar kennis wordt gedeeld, net als het aanbieden van allerhande online wegwijzers. In Vlaanderen gebeurt dat bijvoorbeeld al in sterke mate via allerlei acties en initiatieven van het Agentschap Innoveren en Ondernemen (VLAIO).

AANBEVELINGEN VOOR INVESTEERDERS

1

MOBILISEREN VAN MIDDELEN BIJ INSTITUTIONELE BELEGGERS Vandaag staan historisch hoge bedragen geparkeerd op spaarrekeningen (meer dan 247,1 miljard euro begin 2017) bij de banken. Ook de Belgische institutionele investeerders, zoals beleggingsfondsen, pensioenfondsen en verzekeraars (177,2 miljard euro begin 2017 alleen al bij de ICB’s) beschikken over enorme reserves. Maar die middelen vinden niet of slechts met mondjesmaat hun weg naar ondernemingen in de vorm van groeikapitaal. Het huidige financieringsaanbod in België is te kleinschalig door een te laag volume aan beschikbare financieringsmiddelen. Een schaalvergroting dringt zich al langer op. De bijkomende inzet van een zeer beperkte fractie van het totaal vermogen dat de institutionele beleggers onder beheer hebben, kan het aanbod aan groeikapitaal in België naar omvang MEI 2017 VOKA PAPER 19


GELD OM TE GROEIEN AANBEVELINGEN

direct op een internationaal vergelijkbaar en aanvaardbaar niveau brengen. Het komt er dus op aan precies deze groep aan te porren en te overtuigen van het investeringspotentieel van groeikapitaal, de hogere rendementsperspectieven, en de voordelen die bijkomende investeringen in de groeiondernemingen hebben voor de Belgische economie in zijn geheel. Het is uiteraard niet noodzakelijk – mogelijk zelfs niet wenselijk – dat de institutionele beleggers zelf rechtstreeks gaan investeren in groeiondernemingen. Ze hebben daarvoor niet noodzakelijk de juiste kennis en expertise. Ze kunnen daarvoor een beroep doen op de gespecialiseerde groeikapitaalfondsen en -aanbieders.

2

POOLING VAN MIDDELEN IN GROTERE GROEIKAPITAALFONDSEN

De Belgische groeikapitaalmarkt kampt niet enkel met een te klein investeringsvolume, maar ook met een versnipperd aanbod gespreid over een groot aantal eerder kleinere aanbieders. Een schaalvergroting en consolidatie van groeikapitaalverschaffers is dus wenselijk. Het stimuleren van de creatie van grotere fondsen verdient dus ook een duw in de rug. In de eerste plaats kunnen de beheerders van groeikapitaalfondsen zelf het initiatief nemen door bestaande fondsen te laten samensmelten, door nieuwe, grootschaligere fondsen op te richten of door pooling van de beschikbare middelen via een ‘fund of funds’-constructie. Daarnaast kunnen ook de beleidmakers of de toezichthouders met bepaalde stimulansen en/of regelgeving een schaalvergroting in beweging brengen. Het moet mogelijk zijn om een paar grote Belgische fondsen te vormen die een paar honderden miljoen euro (300 à 400 miljoen euro of meer) in beheer hebben en kunnen inzetten als groeikapitaal. De vorming van grotere fondsen moet toelaten om grotere en opeenvolgende fi nancieringsrondes van lokale ondernemingen te realiseren. Zo kan worden vermeden dat kleinere, snel op elkaar volgende fi nancieringsrondes nodig zijn of dat uitgeweken moet worden naar grotere, buitenlandse aanbieders. Een ruimere spreiding van de risico’s biedt grotere fondsen ook de mogelijkheid om de fi nancieringsvraag te beantwoorden van een ruimere en zowel naar sector als naar ontwikkelingsstadium meer diverse groep van ondernemingen. Op dit moment lijken heel wat aanbieders in dezelfde vijver te vissen, op zoek naar hetzelfde type investeringen. Het verruimen van de investeringsscope

20 VOKA PAPER MEI 2017


VOKA.BE

biedt heel wat kansen. Door hun grotere schaal en ruimere dealflow kunnen grotere fondsen bovendien kostenefficiënter werken en meer kennis en expertise opbouwen. Grotere fondsen zijn meestal beter in staat om ervaren professionals aan te trekken. Een groter en professioneel geleid fonds kan op zijn beurt weer aantrekkelijker zijn voor institutionele investeerders. Grotere lokale fondsen verwerven ook sneller naam- en reputatiebekendheid op de lokale markt, onder financiële adviseurs en ondernemingen. Ondernemers met groeiambities zullen daardoor sneller de weg vinden naar deze financiers.

5-8

jaar Groeikapitaalfinanciers willen doorgaans na 5 tot 8 jaar uitstappen uit het kapitaal van de onderneming waar ze zijn ingestapt.

3

CREËREN VAN EEN GOED DRAAIENDE EXITMARKT Groeikapitaalfi nanciers willen op een gegeven moment, doorgaans na 5 tot 8 jaar, uitstappen uit het kapitaal van de onderneming waar ze zijn ingestapt. Ze overwegen daarbij verschillende exit-mogelijkheden, gaande van een verkoop aan een andere private equity-speler, een verkoop of ‘trade sale’ aan een andere onderneming, een verkoop aan het management of de initiële eigenaars, tot een introductie op een aandelenbeurs. Beursintroducties zijn sowieso eerder uitzonderlijk en de jongste jaren is het helemaal geen sinecure om minder bekende, small of midcap groeibedrijven met succes naar de beurs te brengen. Heel wat aandelenbeurzen bieden daarom alternatieve handelsplatformen aan met minder stringente voorwaarden en meer op maat van beloftevolle, kleinere ondernemingen. In vele gevallen zal een vlotte, succesvolle verkoop aan een andere

“Ook de institutionele investeerders vinden de weg naar het risicokapitaal niet of slechts met mondjesmaat.” partij echter de voorkeur krijgen. Om zoveel mogelijk interesse te wekken bij kandidaatovernemers, uit binnen- en buitenland, is in de eerste plaats een actieve en ontwikkelde, volwassen lokale private equity-markt noodzakelijk. Hoe meer activiteit, hoe meer interesse, en hoe meer en gemakkelijker investeerders inen uittreden. Daarnaast hebben niet alleen de durfkapitaalverschaffers zelf, maar ook andere beleggers, institutionele investeerders en aller-

lei dienstverlenende partijen (zoals de lokale aandelenbeurzen, financiële en juridische adviseurs) er alle belang bij om samen met elkaar ook die alternatieve uitstappistes maximaal uit te bouwen. Op dit vlak is er zeker werk aan de winkel.

AANBEVELINGEN VOOR DE BELEIDSMAKERS

1

STIMULEREN VAN NOODZAKELIJKE SCHAALVERGROTING IN HET AANBOD AAN GROEIKAPITAAL Ook politici stellen vast dat heel wat van onze bedrijven moeite hebben om door te groeien, gewoon omdat er onvoldoende groeikapitaal beschikbaar is in België, ondanks de grote volumes aan opgebouwd vermogen bij institutionele beleggers. Hoewel het in de eerste plaats de rol en de verantwoordelijkheid van de fondsenbeheerders zelf is om meer middelen te mobiliseren voor groeikapitaalfi nanciering en te opteren voor de vorming van grotere kapitaalaanbieders, kan de overheid bijdragen aan het realiseren van de noodzakelijke schaalvergroting in de Belgische groeikapitaalmarkt. In de eerste plaats kan de federale regering de institutionele investeerders aanzetten om een groter deel van het beheerde vermogen naar de groeikapitaalmarkt te laten vloeien. Zij kan dit doen door een reeks regelgevende bepalingen te versoepelen die institutionele beleggers beperken of afremmen in het ter beschikking stellen van middelen voor risicokapitaal aan ondernemingen. Met dezelfde of gelijkaardige maatregelen kan de overheid ook de vorming van grotere groeikapitaalfondsen aanmoedigen. Gegeven de grote volumes aan spaar- en institutioneel vermogen, is het niet noodzakelijk noch wenselijk dat de overheid zelf extra middelen vrijmaakt en investeert in groeikapitaal voor ondernemingen. Ze kan dit beter overlaten aan de experts en de markt en zelf inzetten op het mobiliseren van die vermogens. Maar ze kan wel via haar bestaande financieringsinstrumenten (zoals PMV, LRM en ARKimedes in Vlaanderen, FPIM op federaal niveau) bestaande aanbieders en partijen samenbrengen om zo grotere fi nancieringsdeals mogelijk te maken, zodat de markt verruimt. De overheid moet er zich alleen voor hoeden dat haar middelen niet in de plaats komen van privémiddelen, maar enkel dienen om private spelers aan boord te krijgen. MEI 2017 VOKA PAPER 21


GELD OM TE GROEIEN CONCLUSIE

2

ALTERNATIEVE FINANCIERINGSBRONNEN EN EXIT-MOGELIJKHEDEN De groeikapitaalmarkt staat niet los van de andere financieringsbronnen. Naast groeikapitaal verleend door private equity-aanbieders zullen ondernemingen in vele gevallen doorheen hun ontwikkeling ook een beroep doen op andere financiers en financieringsvormen. Die alternatieve f inancieringsbronnen bieden voor de eigenaars-aandeelhouders, voor de groeikapitaalverschaffers en voor andere financiers ook een mogelijkheid om hun investering te gelde te maken en uit de onderneming te stappen. De overheid moet erop toezien dat ook die andere financieringsbronnen vlot toegankelijk zijn en ze moet eventuele beperkende belemmeringen in de mate van het mogelijke wegwerken. Verder kan de overheid nieuwe initiatieven ondersteunen die alternatieven of vernieuwing brengen. Voorbeelden hiervan zijn de alternatieve beursplatformen specifiek gericht op small en midcap bedrijven, zoals de Euronext Alternextmarkt in Brussel, of digitale platformen voor private en publiek kapitaal (zoals EuroQuity). De jongste jaren is de rol en de positie van Brussel als financieel centrum onder druk gekomen en zijn heel wat activiteiten naar andere financiële centra verschoven. Zo opereren een aantal grotere, buitenlandse private equity-fondsen die actief zijn in België niet langer vanuit een vestiging in België, maar vanuit het buitenland. De overheid heeft er alle belang bij Brussel als financieel centrum verder te promoten in binnen- en buitenland. De brexit opent op dat vlak trouwens een opportuniteit om activiteiten terug te winnen en zo Brussel te versterken als financieel centrum, niet alleen voor lokale bedrijven.

3

ALGEMENE STIMULI VOOR ‘PATIENT CAPITAL’ De Vlaamse en federale overheden hebben de afgelopen jaren heel wat interessante beleidsinitiatieven (in de vorm van bijzondere fiscale aftrekposten, subsidies, premies, taks shelters, …) genomen om de financiering van ondernemingen – voornamelijk jonge start-ups en kmo’s – vlotter te laten verlopen. Elk van deze maatregelen is goed bedoeld en heeft ongetwijfeld een positieve stimulans voor de respectieve doelgroepen. Maar toch zijn deze maatregelen zeer divers, behoorlijk complex, overlappend, en algemeen beschouwd te kleinschalig en beperkt tot relatief kleine en specifieke doelgroepen. Bovendien zijn ze te vaak ook onbekend of moeilijk te begrijpen voor de doelgroep. Door 22 VOKA PAPER MEI 2017

“De overheid moet erop toezien dat ook alternatieve financieringsbronnen vlot toegankelijk zijn.”

MEER WETEN? ➜ euroquity. com

het grote aanbod aan recente maatregelen over de bevoegdheidsniveaus heen, wordt het voor vele ondernemers – en deskundigen – zeer moeilijk door de bomen het bos nog te zien. Meer generieke en algemene (fi scale) maatregelen die de externe langetermijnkapitaalverschaffi ng aan alle ondernemingen bevorderen en ondersteunen, zijn dan ook te verkiezen. Ondernemers-eigenaars en investeerders die zogenaamd ‘patient capital’ in hun bedrijf inbrengen, willen in de eerste plaats de langetermijngroei en -ontwikkeling van het bedrijf – en de bijhorende jobcreatie – mede mogelijk maken. Eerder dan het snelle geldgewin, zijn ze bereid hun centen voor langere tijd vast te zetten en de risico’s te dragen die aan een dergelijk langetermijnengagement verbonden zijn.

4

EXTRA BESCHERMINGSMOGELIJKHEDEN BIEDEN AAN DE ONDERNEMER-EIGENAAR Niet alle ondernemers-eigenaars zijn even happig om externe fi nanciers te laten toetreden. Zij vrezen de controle, de zeggenschap en het beheer van de onderneming die zij van bij de oprichting hebben gekoesterd, te moeten delen met derden, of erger nog, te moeten afstaan. In principe bestaan er juridisch mogelijkheden om zo’n scenario te vermijden en de oorspronkelijke aandeelhouders te beschermen. Toch moet de overheid onderzoeken of en welke bijkomende maatregelen genomen kunnen worden die de ondernemers-eigenaars overtuigen om het kapitaal vlotter open te zetten voor externe kapitaalverschaffers en hun controle en zeggenschap (deels) op te geven. Bijvoorbeeld door in het vennootschapsrecht de mogelijkheid in te voeren om aandelen met meervoudig stemrecht uit te geven en zo trouwe (lees: langetermijn-) aandeelhouders te belonen. Een andere piste vormt het wettelijk mogelijk maken dat aan de oorspronkelijke ondernemers-eigenaars gedurende een vastgelegde, langere termijn een of meer bestuurdersmandaten toekomt.


VOKA.BE

6. Conclusie Ondernemingen met ambitieuze groeiplannen moeten op een gegeven moment op zoek naar externe partijen om de nodige middelen bijeen te krijgen. Groeikapitaal of private equity vormen dan een aantrekkelijke piste aangezien financiering wordt voorzien doorheen de verschillende levensfasen, van opstart, over ontwikkeling tot groei en expansie.

D

oor de opkomst van business angels, incubatoren, crowdfunding en een reeks overheidsinitiatieven, zoals de win-winlening, taks shelters, … is er nu een ruim aanbod voor starters in België voor handen. Het aanbod aan groeikapitaal voor de eerste ontwikkelingsfase en de doorgroei heeft in België echter onvoldoende schaal. Het totaalvermogen dat voor private equity-financiering beschikbaar is, is veel te klein. Door een extra deel van de middelen op spaardeposito’s bij de banken (247,1 miljard euro eind 2016) en, zeker, van het institutioneel vermogen (177,2 miljard bij de instellingen voor collectieve beleggingen) te heroriënteren richting groeikapitaal, kunnen de financieringsnoden van een veel grotere groep lokale bedrijven in veel ruimere mate door lokale groeikapitaalfondsen voldaan worden. Niet alleen is het volume te beperkt, ook de financieringsfondsen zijn te klein en de ondernemingen krijgen per ronde te weinig middelen. Door grotere fondsen te vormen kunnen ook grotere deals gerealiseerd worden. Dan moeten ondernemingen met een financieringsbehoefte niet meer op zoek naar verschillende financiers, krijgen ze hun financiering in minder rondes bijeen, en gaan ze ook minder snel buitenlandse financiers aanspreken, typisch in de VS en het VK. Grotere fondsen werken zelf ook efficiënter en kunnen risico’s ruimer spreiden. Maar ook langs de kant van de groeiondernemingen zien we dat er werk aan de winkel is. Zo moeten ze zich beter informeren over het

potentieel dat private equity biedt en moeten ze bereid zijn hun kapitaal op te stellen voor dergelijke financiers. Die brengen immers naast extra funding ook kennis en ervaring in. Bovendien kunnen met allerlei juridische constructies de eigendomsrechten van de initiële aandeelhouders beschermd worden.

“Groeikapitaal heeft ontegensprekelijk heel wat opportuniteiten om zich in België volop te gaan ontwikkelen.” Groeikapitaal heeft dus ontegensprekelijk heel wat opportuniteiten om zich in België volop te gaan ontwikkelen. Dat sluit perfect aan bij ons voornamelijk familiaal geïnspireerd kmoweefsel. Private equity zoekt bedrijven met het profiel van een stevige verankering in een nichemarkt en die mooie groeiperspectieven kunnen voorleggen. Dankzij private equity kunnen ze een drempel overschrijden en doorgroeien naar een hoger niveau.

MEI 2017 VOKA PAPER 23


RUBRIEK ONDERWERP

GELD OM TE GROEIEN

Turbo naar de top

24 VOKA PAPER MEI 2017

Profile for Voka - Vlaams netwerk van ondernemingen

2017 05 vl vokapaper  

2017 05 vl vokapaper  

Profile for vokavzw