Page 1

WINTER 05/2021

SAMEN VOOR VOGELS EN NATUUR

Nieuwe en verdwenen wintervogels

Noordelijke nachtbrakers De klapekster: een brute schoonheid


GROTE ZAAGBEK Helge Sorensen/Agami


WINTERVOGELS DIE KOMEN, WINTERVOGELS DIE GAAN

Welkom, het ga je goed

TEKST RUUD VAN BEUSEKOM

Winters met ijs en sneeuw worden steeds zeldzamer door de verandering van het klimaat. Daardoor is ook onze wintervogelbevolking veranderd. Waarom de bonte kraai wegbleef en de Cetti’s zanger zijn intrede deed: over een paar opvallende verschuivingen in wintervogelland.

VOG E LS 05/21•11


CETTI’S ZANGER Daniele Occhiato/Agami

D

rie boerenzwaluwen scheren boven het water van het kalme Gooimeer bij Huizen, op zoek naar insecten. Prachtig om te zien natuurlijk, maar niet echt bijzonder. Toch wel: het is 1 januari 2016! Hartje winter dus, en ik sta te kijken naar mijn eerste boerenzwaluwen. De zwaluwen doen een serieuze poging te overwinteren, geholpen door het zachte winterweer en de insecten die zich dientengevolge op deze stralende nieuwjaarsdag op de vleugels wagen. De ‘boertjes’ zien er wat rafelig uit: ze ruien zelfs hun slagpennen zie ik, iets wat ze normaal in zuidelijk Afrika doen. Insecten langer beschikbaar Boerenzwaluwen die overwinteren, het is nog steeds een zeer zeldzaam verschijnsel. Maar niet helemaal toevallig. Zoals bekend veranderen onze winters door klimaatverandering en worden

De grote zilverreiger is inmiddels op veel plaatsen tal­r ijker dan de blauwe reiger

ze gemiddeld steeds milder. Door zachte winters wordt het groeiseizoen van de vegetatie alsmaar langer en blijven insecten langer beschikbaar. De tjiftjaf is zo’n soort die uitsluitend van insecten leeft, normaliter wegtrekt, maar in zachte winters algemener is. De Cetti’s zanger is een insectenetende standvogel uit Zuid-Europa die de laatste tientallen jaren zijn broedgebied heeft uitgebreid naar Nederland en nu vooral in de moerasgebieden van West- en Midden-Nederland voorkomt. Alleen een echt strenge winter kan de soort nog tijdelijk wegvagen uit ons land. Niet of nauwelijks vorst betekent dat het oppervlaktewater relatief warm blijft en niet dichtvriest. IJsvogels profiteren ervan en hebben daarom tijdens reeksen van zachte winters een hoge overleving. Stevige vorst decimeert de populatie weliswaar aanzienlijk, maar ijsvogels broeden wel drie, soms zelfs viermaal per jaar. Daardoor kan de populatie zich snel herstellen. Ook andere viseters als fuut, blauwe reiger en roerdomp kunnen in zachte winters gemakkelijk bij hun voedsel komen. Kieviten en goudplevieren Zachte winters maken het ook voor grote aantallen steltlopers, eenden en ganzen aantrekkelijk hier de winter door te brengen en niet weg te trekken. Kieviten en goudplevieren bijvoorbeeld kun je nu vaak de hele winter door op graslanden en akkers zien, net als kleine aantallen kemphanen. Ganzen profiteren van het steeds langere groeiseizoen van gras, waar vooral kolgans en brandgans van leven. Maar ook steltlopers van getijdengebieden, zoals zilverplevier, scholekster,


rosse grutto, bonte strandloper en kanoet blijven steeds vaker de hele winter in de Waddenzee en de Delta. Waar je tegenwoordig ook ‘s winters kluten en bontbekplevieren kunt zien, vroeger toch echt zeldzaam in dat jaargetijde. Bescherming werpt vruchten af Er zijn ook vogelsoorten die enkele tientallen jaren geleden ’s winters zeldzaam waren en die vooral hebben geprofiteerd van bescherming. De slechtvalk is daar een goed voorbeeld van; een soort die nu niet meer is weg te denken tijdens een dagje vogelen in de winter. Door verbod op giftige stoffen in chemische bestrijdingsmiddelen die in de landbouw werden gebruikt, kon de populatie zich herstellen. Geholpen door het vele intensieve beschermingswerk van vogelbeschermers, die speciale nestkasten ophingen. Ook de zeearend, waar vogelaars in de jaren zeventig nog massaal op afkwamen, profiteerde van beschermingswerk. Vooral in Duitsland, waarna de zeearend zich vervolgens kon vestigen in grote, nieuwe moerasgebieden in Nederland, zoals de Oostvaardersplassen en de Biesbosch. En neem de grote zilverreiger. Eeuwenlang door mensen op de huid gezeten voor de consumptie, voor hun veren en in Oost-Europa ook omdat grote zilverreigers als bedreiging voor viskwekerijen werden gezien. Dankzij wettelijke bescherming van de soort en van grote moerasgebieden door het Europese Natura 2000-netwerk is de grote zilverreiger inmiddels op veel plaatsen talrijker dan de vertrouwde blauwe reiger. Hij heeft zelfs al een volksnaam, slechts voorbehouden aan écht algemene vogels: witte reiger. > GROTE ZILVERREIGER Bence Mate/Agami

VO G E LS 05/21•13


BONTE KRAAI John Gooday/Nature in Stock

Bonte kraaien blijven weg Zijn er dan ook vogels die we ’s winters steeds minder zien? Jazeker, en een belangrijke oorzaak hiervoor is ook weer klimaatverandering. Want niet alleen in West-Europa worden de winters milder, maar ook in Scandinavië en de Baltische staten. De bonte kraai overwinterde rond 1980 nog met tienduizenden exemplaren in Nederland. Ik kan mij grote groepen bonte kraaien herinneren in het Vechtplassengebied en de Eempolders. Nu moet je ze met een lantaarntje zoeken. Bonte kraaien hebben hun trekgedrag aangepast en blijven tegenwoordig in hun Scandinavische broedgebieden overwinteren, waar ze profiteren van mildere winters en verbeterde voedselomstandigheden (afval, oogstresten). Ook grote aantallen roeken en kauwen blijven nu in Scandinavië hangen en worden nauwelijks meer trekkend gezien in oktober. Omdat we zelf nog steeds veel kauwen en roeken hebben valt dit veel minder op dan de achteruitgang van de bonte kraai.

KLUUT Marcel de Bruin/Buiten-Beeld

In Noordoost-Europa vriest het oppervlaktewater eveneens minder snel dicht dan vroeger. Er zijn daarom ook vogelsoorten die langer in het Oostzeegebied blijven hangen, zoals brilduiker, grote zaagbek en nonnetje; de tendens is om steeds noordelijker te overwinteren. Maar het zou te eenvoudig zijn om de veranderingen in het ’s winters voorkomen bij ons daar geheel op af te schuiven. In het IJsselmeergebied – belangrijk overwinteringsgebied voor deze eenden – is veel veranderd. Zo is het Markermeer door de afname van spiering veel minder aantrekkelijk voor


nonnetjes en grote zaagbekken. Nonnetjes kon je langs de Oostvaardersdijk zien in groepen tot wel duizend exemplaren; kom daar nu nog eens om. De vogelbevolking blijft veranderen, ook die in de winter. Die boeiende veranderingen kunnen we volgen en daar kan iedereen aan meedoen. Bijvoorbeeld door te participeren in diverse wintervogeltellingen van Sovon Vogelonderzoek Nederland. Is dat een brug te ver, doe dan mee aan de Tuinvogeltelling, straks op 28, 29 en 30 januari!

Kluten en bontbekplevieren blijven steeds vaker de hele winter in de Waddenzee en de Delta VOG E LS 05/21•15


Waarom zwermende spreeuwen nooit botsen TEKST JEANET VAN ZOELEN

Bijna iedereen kent dat adembenemende beeld wel: zo’n golvende, bijna dansende spreeuwenwolk. Waarom doen spreeuwen dat? En waarom botsen ze nooit?

S

preeuwen hebben drie redenen om bij elkaar te vliegen. In de eerste plaats: aan het eind van de dag verzamelen ze zich om te slapen en zo’n grote wolk valt op en wijst soortgenoten de weg. Samen overnachten is nu eenmaal veiliger, want meer ogen hebben de vijand sneller in beeld. Verder is het voor een sperwer moeilijker om een spreeuw te pakken uit een verwarrend bewegende zwerm. Ten slotte kunnen de spreeuwen elkaar


SPREEUW Lars Soerink/Vilda

’s ochtends weer volgen naar goede voedselplekken. Knap: geen botsingen Zwermende spreeuwen botsen niet en dat is knap. Prof. dr. Charlotte Hemelrijk van de Rijksuniversiteit Groningen heeft in een model onderzocht hoe dat in zijn werk kan gaan. Het blijkt dat spreeuwen allemaal even snel vliegen – zo’n 36 km/u – want remmen of versnellen kost te veel energie. Dat maakt

het al makkelijker, want bots maar eens met iemand die precies even hard gaat Dat kan alleen als je de bocht om gaat. Zeven buurvogels Omdat spreeuwen boven hun slaapplaats zwermen, moeten ze toch geregeld een bochtje maken. Daar hebben ze dus een bots-vrije oplossing voor; ze houden maximaal zeven buurvogels in de gaten en zorgen dat ze daar niet tegenaan vliegen. Als een paar

spreeuwen van koers veranderen, dan verspreidt die beweging zich dus door de hele wolk, omdat ze zich allemaal razendsnel aanpassen aan hun eigen zeven buren. Meer weten? Spreeuwenwolken zijn op veel plekken te zien in het najaar. Op vogelbescherming.nl/spreeuwenzwerm vindt u per provincie een overzicht van een aantal bekende plekken. VOG E LS 05/21•51


PESTVOGEL Markus Varesvuo/Agami

DE NATIONALE TUINVOGELTELLING

Iedereen telt mee TEKST MARC SCHEURKOGEL

Dat vogels rond het huis aan populariteit winnen is goed te zien bij de Nationale Tuinvogeltelling. Vorig jaar telde een recordaantal van bijna 200.000 mensen vogels in eigen tuin. Tel het laatste weekend van januari ook (weer) mee!


Pestvogels, witkopstaartmezen, barmsijzen, kruisbekken: je weet nooit wat de winter brengt.

H

et jaarlijkse evenement, dat inmiddels voor de negentiende keer wordt georganiseerd, is het grootste citizen science-project van Nederland. Het belang van deze burgerwetenschap is niet te onderschatten en levert belangrijke informatie op. De terugloop van het aantal merels een aantal jaren achtereen werd bijvoorbeeld zichtbaar tijdens die tellingen. Ook het feit dat de spreeuw de laatste decennia in aantal is afgenomen tekent zich af in de resultaten. Tegelijkertijd zien we in de telling ook terug wanneer een vogelsoort juist in opmars is. De waargenomen trends bieden nuttige informatie voor het beschermingswerk. Weet ik wel genoeg van vogels? Niet iedereen heeft evenveel vogelkennis. Sommige kenners zien aan een stipje op de horizon al welke vogel

foto: Simone Best

het is, terwijl een ander met moeite een pimpelmees van een koolmees kan onderscheiden. Toch mag dit geen drempel zijn om het laatste weekend van januari mee te tellen. Iedereen, jong en oud, is van harte uitgenodigd om mee te doen. Voor wie nog twijfelt aan zijn eigen vogelkennis zijn er prima hulpmiddelen. Via mijntuinvogeltelling.nl, waarmee de telling kan worden doorgegeven, kun je ook een vogelgids én een herkenningstool raadplegen. Dat kan al behoorlijk wat twijfel wegnemen. En omdat er zoveel tellers meedoen, zijn

kleine foutjes zeker niet rampzalig. Echte onwaarschijnlijkheden worden voor en achter de schermen ook nog wel aangepast. Vreemde vogels Gekke en bijzondere waarnemingen komen we elk jaar tegen. Schijtlijsters, snoeshanen en afbeeldingen van Pino passeren traditioneel de revue op social media. Jaarlijks zijn er ook échte bijzonderheden te melden. Een watersnip in de tuin is bijvoorbeeld geen alledaagse gast. Nog spectaculairder is bijvoorbeeld een hop. Vorig jaar mochten we zelfs een zomertortel begroeten in VOG E LS 05/21•19


een achtertuin! ‘s Zomers al bijzonder, maar in de winter helemaal uniek. En wie weet is er dit jaar sprake van een invasie vanuit Scandinavië van spectaculaire wintergasten. Pestvogels, witkopstaartmezen, barmsijzen, kruisbekken: je weet nooit wat de winter brengt. Natuurlijk zijn zulke uitschieters een leuke meerwaarde, maar voor de telling zijn eigenlijk de ‘gewone’ vogels het meest van belang. Bovendien: élke vogel is natuurlijk een verrijking voor de tuin.

foto: Janko van Beek/Buiten-Beeld

Waarom meedoen? Het jaarlijks tellen van vogels in hetzelfde weekend levert dus nuttige informatie op. Maar wat misschien nog wel belangrijker is: vogels tellen in eigen tuin is ontzettend leuk. Een prachtige tijdsbesteding om met het gezin te doen én educatief verantwoord. Een uitje in eigen huis&tuin! Met de hele klas tellen kan ook, met de Tuinvogeltelling voor scholen. En wat wij allang wisten is inmiddels ook onomstotelijk uit onderzoek naar voren gekomen: groen en vogels dicht bij huis maken mensen gelukkig. Overtuigender kunnen we het niet maken… Kortom; omcirkel het weekend van 28 t/m 30 januari in de agenda’s of op de kalender en reserveer een half uurtje voor de Nationale Tuinvogeltelling 2022. Snuffel ter voorbereiding óf om de vogelkennis nog wat op te vijzelen vooral eens rond op tuinvogeltelling.nl. GOUDHAAN Daniele Occhiato/Agami

Omcirkel het weekend van 28 t/m 30 januari in de agenda’s of op de kalender en reserveer een half uurtje voor de Nationale Tuinvogeltelling 2022 VO G E LS 05/21•21