Page 1

Jaarverslag 2007


8 Data 200

erentie f n o c s r e 008: p 27 mei 2 adering g r e v r a a j 08: 4 juni 20 Chemie e d n a v g 08: Da 0 2 r e b o t 18 ok erentie f n o c s r e 2008: p r e b m e c 9 de


Inhoudsopgave pagina Bericht van het bestuur / We need room to realise our ambitions

4/8

Bericht van het bureau / The chemical industry: part of the solution

6/9

Energie en klimaat / Energy and climate

13 / 16

Onderwijs en innovatie / Education and Innovation

19 / 22

Veiligheid, gezondheid en milieu / Health, Safety and the Environment

25 / 28

Stoffen / Chemicals

31 / 34

Responsible Care / Responsible Care

37 / 40

Dienstverlening en ondernemingsklimaat / Services and Entrepreneurship

43 / 46

Vereniging / The Association

49 / 52

VNCI-bestuur / VNCI board

54 / 54

VNCI-bureau / VNCI agency

55 / 55

FinanciĂŤn, Toelichting op de balans / Finances, Explanatory notes to the balance sheet

57 / 62

Balans per 31 december 2007 / Balance sheet as at 31 December 2007

58 / 63

Staat van baten en lasten over het jaar 2007 / Statement of income and expenditure for the year 2007

59 / 64

Accountantsverklaring / Auditor’s Report

60 / 65

Leden en donateurs / Members and benefactors

66 / 66

Feiten over de Nederlandse chemische industrie (2007) / Facts and figures

70 / 70

Colofon

73

Jaarverslag VNCI 2007

3


4

Bericht van het bestuur Ruimte nodig voor realiseren ambities De wereld staat in het begin van de 21ste eeuw voor een aantal belangrijke uitdagingen. De dreiging van een klimaatverandering is er daarvan een. Maar we zullen deze eeuw ook antwoord moeten vinden op de vraag hoe we de snel groeiende wereldpopulatie kunnen voeden en hoe we de economische ambitie van steeds grotere groepen wereldburgers op een verantwoorde wijze kunnen realiseren. Die onderwerpen hangen nauw samen. De gerechtvaardigde ambitie van landen als China en India om hun welvaartsniveau te verhogen, draagt voor een deel bij aan versterking van het broeikaseffect. Het hogere welvaartspeil leidt op termijn tot betere gezondheidszorg. Mensen in opkomende economieën zullen langer leven, de kindersterfte zal verder afnemen, de bevolkingsgroei zal toenemen. En dus de noodzaak om de voedselproductie te optimaliseren. Wat dit alles met chemie te maken heeft? Veel, zou ik willen zeggen. De chemische industrie en de mensen die er werken zijn goed in staat om bij te dragen aan oplossingen voor een paar van de grote wereldproblemen. Wij moeten ons realiseren dat we door duurzaam te ondernemen een essentiële rol kunnen spelen in de aanpak van de klimaatverandering. De sector werkt met haar partners, bijvoorbeeld in de auto-industrie, hard aan de ontwikkeling van lichtere onderdelen gebaseerd op kunststoffen. Anders zouden auto’s nog zwaarder wegen, meer brandstof verbruiken en CO2 uitstoten. Ook door huizen en andere gebouwen te isoleren met materialen van de chemische industrie is veel milieuwinst te behalen. Op het gebied van milieuvriendelijke verven en coatings zijn er nog veel mogelijkheden. Maar ook op totaal andere gebieden kan de chemische industrie een voorbeeldfunctie vervullen. Denk bijvoorbeeld aan het project Sneller Beter. Daarin helpen chemische

bedrijven ziekenhuizen bij de ontwikkeling van een veiligheidsbeleid, waardoor een ziekenhuis een veiliger plek wordt voor patiënt en personeel. Dit soort initiatieven toont aan wat chemie met innovatie kan doen, maar kan ook bijdragen aan een gevoel van trots dat medewerkers in de chemie moeten uitstralen.


Innovaties op diverse gebieden zijn dus noodzakelijk. Ze zullen bovendien bijdragen aan de totstandkoming van een beter imago. Dat is niet alleen noodzakelijk om voldoende jonge mensen aan te trekken, maar ook om onze ‘license to operate’ te behouden.

Jaarverslag VNCI 2007

5

Met een ‘license’ zijn we er echter niet: we also have to ‘operate’. Met andere woorden: om onze ambitieuze doelstellingen te kunnen realiseren is ruimte nodig. Ruimte om te innoveren vraagt ruimte om te ondernemen. Daarvoor is onder meer een consistent en langetermijnbeleid van de overheid noodzakelijk. Als we onze ambitieuze plannen, die gebaseerd zijn op de doelstellingen van de overheid, al in 2020 willen bereiken, dan moet het bedrijfsleven er nu in gaan investeren. En dan gaat het over bedragen van honderden miljoenen euro’s. Dat geld moeten bedrijven kunnen vrijmaken. Naast alle uitdagingen die wij onszelf opleggen, lijkt mij hier ook een uitdaging voor de overheid liggen. Jan Zuidam voorzitter VNCI

VNCI jaarve r 4 jun gadering i 200 8


6

Bericht van het bureau De chemie: een deel van de oplossing Een verschuiving van een (vooral) defensieve naar een meer initiërende en actieve opstelling. Die belangrijke omslag had afgelopen jaar plaats in de chemische industrie. Dit jaarverslag geeft er diverse voorbeelden van. Zonder uitputtend te willen zijn: denk aan de opstelling van onze energievisie, de verregaande ambities van de Regiegroep Chemie en de actieve ondersteuning die wij bedrijven gaven op het vlak van REACH-verplichtingen. De bedrijfstak geeft daarmee haar ambitie aan om, waar het gaat om de samenhangende thema’s milieu, energie en klimaat, als deel van de oplossing te worden gezien en niet uitsluitend als deel van het probleem. En dat over een lange reeks van jaren. Een aantal ontwikkelingen in het verslagjaar kunnen worden gezien als uitvloeisel van het in 2006 gepresenteerde plan van de Regiegroep Chemie. In september 2005 merkte het Innovatieplatform de bedrijfstak aan als sleutelgebied. Daarbij heeft het Innovatieplatform prof. dr. ir. Jacques Joosten, directeur corporate technology van DSM en voorzitter van het Dutch Polymer institute (DPI), gevraagd een breed samengestelde regiegroep op te zetten die de ontwikkelrichting van de Nederlandse chemie aan moet geven en innovatiegericht onderzoek en nieuwe bedrijvigheid moet stimuleren. Daarnaast kreeg de regiegroep als taak mee de samenhang tussen wetenschap, publiek-private samenwerkingsverbanden en bedrijven te bewaken. Het businessplan dat de Regiegroep Chemie in 2006 presenteerde, kent vier actielijnen met als doel de bijdrage van de chemie te vergroten en nieuwe bedrijvigheid te creëren. De uitvoering daarvan vraagt een gezamenlijke investering van bedrijfsleven, kennisinstellingen en overheid van ruim een miljard euro. Naast deze vier actielijnen beschrijft het businessplan ook een aantal noodzakelijke ondersteunende maatregelen.

Die moeten leiden tot de beschikbaarheid van voldoende en goed geschoold personeel, een goede aansluiting tussen onderwijs en de arbeidsmarkt, een versterking van het imago van de chemie en eenduidige en gestroomlijnde regelgeving en handhaving. Een noodzakelijk onderdeel van de plannen is verbetering van het imago van de chemie en het werk in de chemie. Een belangrijke mijlpaal in 2007 was daarom de instemming van de algemene ledenvergadering van de VNCI met ondersteuning van het door de regiegroep geïnitieerde imagotraject. In 2008 zal met de uitvoering van die plannen gestart worden. Daarbij is het ook van belang dat alle belanghebbenden, zoals de verschillende belangenorganisaties, bedrijven en instellingen voor onderwijs en onderzoek, meegaan in het proces.


Energiebeleid is ongoing business, maar we hebben in 2007 ook op dat gebied een paar stappen voorwaarts gezet. Zo is onze energievisie, die invulling geeft aan de ontwikkeling van de chemische sector in de richting van een low carbon economy, gepresenteerd. Het is ons eigen en snelle antwoord op de EU-plannen en de doelstellingen van het kabinet. Daarin past ook het duurzaamheidsakkoord, waaraan we in VNO-NCW-verband hebben meegewerkt. In 2008 is het belangrijk om te zien hoe we het duurzaamheidsakkoord voor de sector verder invullen. Daarin zal tevens een indicatie te lezen zijn hoe we als chemisch bedrijfsleven met de overheid op lange termijn afspraken kunnen maken. Wat de belangenbehartiging betreft hebben we in 2007 kunnen vaststellen dat onze internationale positionering is verbeterd. We werken effectief samen in Cefic, onze Europese koepelorganisatie. Daarnaast heeft ICCA, de wereldwijde vereniging van VNCI’s, zich gereorganiseerd en zich versterkt rond de thema’s chemicals & health, responsible care en energy & climate change. Daar gaat ook een belangrijke impuls van uit. VNCI-vertegenwoordigers hebben zitting in een kleine veertig commissies en werkgroepen in Cefic-verband. Ons werk bestaat eruit dat we het belang van de hele Europese sector verdedigen, maar daarnaast ook op al die plaatsen de specifieke problematiek van onze Nederlandse leden neerleggen. En dat gebeurt veelvuldig. Op HSE-gebied, op het gebied van stoffen, maar ook op het gebied van onder-

nemen en handel, hebben Nederlandse bedrijven te kampen met hun eigen problematiek. Het is dus hard werken om die specifieke belangen niet te laten ondersneeuwen in het grote geheel, maar we kúnnen niet anders: wet- en regelgeving op gebieden als veiligheid, milieu en stoffen komt tegenwoordig vrijwel geheel uit Brussel. Hetzelfde geldt voor internationale handel, mededinging en energie. De chemische industrie kan op die terreinen alleen invloed uitoefenen als ze met een grote gezamenlijke stem spreekt. Onze taak is er voor te zorgen dat in die gezamenlijke stem de onze helder doorklinkt. Daarnaast moet die stem ook gehoord worden bij de beleidsmakers en de beleidsbepalers. De breed samengestelde High Level Group on Chemicals heeft de ambitie neergelegd dat de Europese Unie een bloeiende chemische industrie houdt. De klimaatplannen, die kort na de beëindiging van het verslagjaar werden ingediend, zijn in hun huidige vorm schadelijk voor de industrie. Maar we zien in het voorstel wel dat er oog is voor onze belangen. Dat besef moet in 2008 uitmonden in even ambitieuze plannen, die wél recht doen aan de belangen van de industrie. De chemische industrie staat voor een grote uitdaging. Op het gebied van zaken als innovatie, vermindering van CO2emissie, betere prestaties op het gebied van gezondheid, veiligheid en milieu in het kader van Responsible Care en verbetering van het imago, wordt het uiterste gevraagd van bedrijven op het vlak van veranderingsmanagement. Vooral voor kleinere bedrijven is dat een enorme opgave. De VNCI realiseert zich dat en zal zich tot het uiterste inspannen om enerzijds de bedrijven te helpen en anderzijds de regelgeving zo te beïnvloeden dat ze het niet onnodig moeilijk maken. Colette Alma-Zeestraten directeur

Mai l kom en om en! lang st e

Aan het eind van het verslagjaar werden we verblijd met de toezegging van minister Van der Hoeven van EZ om de innovatieplannen van de regiegroep met in totaal ruim 52 miljoen euro te ondersteunen. De versteviging van onze band met wetenschap en onderwijs kan daarmee echt gestalte krijgen. De subsidieverstrekking kan bovendien worden uitgelegd als een signaal dat het kabinet de ambitieuze doelstellingen van de sector serieus neemt en wil ondersteunen.

Jaarverslag VNCI 2007

7


8

We need room to realise our ambitions Early in the 21st century, and the world faces a number of important challenges. The imminent climate change is one of them. Yet this century, we will also have to find an answer to the question of how we can feed the fast growing global population and how we can realise the economic ambitions of ever-increasing groups of world citizens in a responsible manner. Those issues are closely related. The justified ambition of countries such as China and India to improve their standards of living does contribute to an increase of the greenhouse effect. In the long term, higher standards of living will lead to better healthcare. People in up-and-coming economies will live longer, infant mortality rates will fall further, and the population will continue to grow. This results in a necessity to optimise food production. What does all of this have to do with the chemical industry? A lot, I would say. The chemical industry and those working in that sector are more than capable of contributing to the solutions for a number of the major global issues. We have to realise that sustainable business practice can play an important role in tackling climate change. The sector and its partners,

those in the car industry for instance, are developing lighter parts based on plastics. If not, cars would weigh even more, consume more fuel and emit more CO2. By insulating homes and other buildings with materials from the chemical industry, we can help the environment even better. Then there are the numerous possibilities in the field of environmentally friendly paints and coatings. However, there are a number of completely other areas where the chemical industry can serve as an example. What about the ‘Sneller Beter’ project for instance? This project involves chemical businesses that help hospitals prepare a safety policy, making a hospital a safer place for patient and staff. These types of initiatives demonstrate what the chemical industry can do with innovation, but it can also contribute to a feeling of pride which those working in the chemical sector should convey. So innovations in various areas are required. They will furthermore contribute to a better image. We need this, not only to attract enough young people, but also to keep our licence to operate.

A licence alone is not enough though: we also have to ‘operate’. In other words: in order to achieve our ambitious objectives, we need room. Room to innovate requires room to do something. For that, we need a consistent and long-term policy from the government. If we want to realise our ambitious plans - which are based on the objectives of the government - as early as 2020, the business sector must start investing now. We are talking hundreds of millions of euros. Businesses should be able to release that kind of money. Apart form all the challenges we impose upon ourselves, I feel this will also be a challenge for the government. Jan Zuidam, VNCI chairman


The chemical industry: part of the solution A shift from a (primarily) defensive to a more initiating and active position: this significant change has taken place in the chemical industry during the past year. This annual report will give various examples thereof. Without being exhaustive: the formulation of our energy vision, the far-reaching ambitions of the Dutch Chemical Board and our active support to businesses in the field of REACH obligations. As such, the industry expresses its ambition to be regarded as the solution and not just as part of the problem when it comes to the related themes of environment, energy and climate. And that covers several years. Some developments that took place during the year under review can be regarded as a result of the plan presented by the Dutch Chemical Board in 2006. In September 2005, the Innovation Platform earmarked the branch of industry as a key area. The Innovation Platform asked Prof. Dr. Ir. Jacques Joosten, corporate technology director at DSM and chairman of the Dutch Polymer Institute (DPI) to set up a broadly compounded Chemical Board which is to indicate the developmental direction of the Dutch chemical industry and which must encourage new business. In addition, the Dutch Chemical Board

was given the task to monitor the connection between science, public-private joint ventures and businesses. The Chemical Business Plan presented by the Dutch Chemical Board in 2006 has four courses of action with the objective of increasing the contribution of the chemical industry and creating new business. The execution thereof demands a joint investment of more than a billion euros from the business sector, knowledge institutions and the government. In addition to these four courses of action, the business plan also describes a number of required supportive measures, which should lead to the availability of sufficient and skilled personnel, a good connection between education and the labour market, a reinforcement of the image of the chemical industry and univocal and streamlined legislation and enforcement. A necessary element of the plans is to improve the image of the chemical industry and working there. An important milestone in 2007 was the fact that the VNCI general membership meeting consented to support the image building process initiated by the

Dutch Chemical Board. Those plans will be implemented in 2008. It is also important that all interested parties, such as the different interest groups, businesses and organisations for education and research, join in the image building process. At the end of the year under review, we were delighted by the promise from Maria van der Hoeven, minister of Economic Affairs, to support the innovation plans of the Dutch Chemical Board with a total of more than 52 million euros. This will truly reinforce our ties with science and education. Also, the subsidy can be interpreted as a signal that the government does take the ambitious goals of the sector seriously and that it wants to support them. The energy policy is an ongoing business, but we did take a couple of steps forward last year in that respect. We presented our energy vision for instance, which provides a framework for the development of the chemical sector towards a low carbon economy. It is our own and quick response to the EU plans and the objectives of the government. The sustainability agreement, which we participated in in a VNO-NCW context, also fits in well with that.

It will be important to find out in 2008 how we can provide a further framework for the sustainability agreement for the sector. It will also give an indication how we, as chemical industry, can make long-term arrangements with the government. As for the promotion of interests, we were able to conclude that our international position has improved in 2007. We cooperate effectively in Cefic, our European umbrella organisation. In addition, the ICCA, the global association of VNCIs, has reorganised itself and has reinforced themes such as chemicals & health, responsible care and energy & climate change. This too gives an important boost. VNCI representatives hold a seat on some forty commissions and working groups in a Cefic context. We defend the interests of the entire European sector, but we also present the specific problems that our Dutch members are faced with to all those commissions and groups, and we do so on a frequent basis. In the fields of HSE, chemicals, entrepreneurship and trade, Dutch businesses face their own problems. So it is hard work not to let those specific interests be snowed under by the bigger whole, yet there is nothing else we can do: these days, legislation

Jaarverslag VNCI 2007

9


10

in respect of safety, the environment and chemicals is virtually always imposed by Brussels. The same goes for international trade, competition and energy. The chemical industry can only influence those areas if it can speak in a major collective voice. It is our task to ensure that our own voice can clearly be heard through that collective voice. Furthermore, that voice must also be heard by the policymakers. The ambition of the broadly compounded High Level Group on Chemicals is for the European Union to keep the chemical industry flourishing. In their current form, the climate plans, which were submitted shortly after the end of the year under review, will damage the industry. However, we recognise the fact that the proposal does have our interests at heart. In 2008, that notion should result in equally ambitious plans, which will do justice to the industry’s interests. The chemical industry is facing a major challenge. Businesses are required to do their utmost to apply change management to issues such as innovation, the reduction of CO2emissions, better performances in the fields of health, safety and the environment within the framework of Responsible Care and image improvement. That

will prove quite a task, especially for smaller businesses. The VNCI realises this and it will do everything it can to help businesses on the one hand and to influence legislation to such an extent that it will not cause any unnecessary obstructions on the other. Colette Alma-Zeestraten director


su d n he lI t a c s i e hem promot C al s d c i ) n a I m l ther ion (VNC the che eans e N of ym The sociat b s t s s s e nd etry A tive inter Netherla ation me CI c N colle ry in the s, inform s. The V r t n n o indus nsultatio mendatio tire sect ro n de m of c and reco of the e t and un e in tings n behalf tact po a positiv al n o o s c ave mic t e h l c a h a t r c a t e en th h c t s a e f i t as tivi ge o a c a m i takes t on the c impa ry. t s u d n i

Jaarverslag VNCI 2007

11


12

spaar- halen lampen


Energie en klimaat Energie, dé mondiale issue van deze eeuw Wereldwijd staan energie- en klimaatbeleid hoog op de politieke en maatschappelijke agenda. Er is niet alleen veel zorg over de impact van klimaatverandering, maar vooral ook over het tempo waarin de fossiele brandstoffen opraken. We moeten minder energie, op efficiëntere wijze, gaan gebruiken. Het in 2006 afgesproken Energie Actieplan van de Europese Commissie omschrijft doelstellingen voor energiebesparing, verbeterde energie-efficiency, betere internationale samenwerking en meer gebruik van hernieuwbare energie. En hiermee ook de vermindering van de CO2-uitstoot. Het Nederlandse kabinet wil voortvarend toewerken naar één van de duurzaamste en efficiëntste energievoorzieningen in Europa in 2020. De Energievisie van de VNCI geeft weer hoe de Nederlandse chemische industrie de komende 25 jaar de transitie naar een klimaatvriendelijke economie (low carbon economy) wil bereiken. De VNCI publiceerde de Energievisie in juli 2007. Behoud van concurrentiepositie in de mondiale chemiemarkt is daarbij eerste vereiste. Dat betekent een gelijk speelveld met concurrenten in opkomende economieën zoals China en India. Innovatie is het sleutelwoord om de chemie in Nederland de komende 25 jaar door deze transitie te leiden. Daarbij spelen milieu- en energiebelangen een belangrijke rol. Responsible Care geldt voor de VNCI dan ook als leidraad. De overheid speelt eveneens een essentiële rol. In het overheidsprogramma EnergieTransitie geven bedrijfsleven, overheid, kennisinstellingen en maatschappelijke organisatie samen invulling aan de ambities. Er is vooral veel aandacht voor Groene Grondstoffen en Ketenefficiency. Eén van de speerpunten van de VNCI betreft Procesintensificatie (PI), het implementeren van state-of-the-art procestechnologie. Via PI-Quickscans worden in 2007-2008 de processen uit de industrie vergeleken met deze stateof-the-art procestechnologie. Zo kan het potentieel voor energie-efficiency verbeteringen op korte en lange termijn in kaart worden gebracht.

In 2007 is de Roadmap Procesintensificatie ontwikkeld, een plan voor het ontwikkelen van nieuwe technologie door gezamenlijke onderzoeks-, ontwikkelings- en proefprojecten. Een ander initiatief binnen de doelstelling van het Platform Ketenefficiency is uitbreiding van het Warmte Kracht Koppeling-vermogen (WKK). Voor eind 2008 zal het potentieel voor 2020 van vernieuwende vormen van WKK in kaart worden gebracht.

Jaarverslag VNCI 2007

13

Chemie maakt de toekomst! Dit motto stond de Regiegroep Chemie voor ogen bij het schrijven van haar businessplan. De Regiegroep Chemie bestaat uit de top van kennisinstellingen en bedrijfsleven. Het businessplan concretiseert de ambities van de sector voor de komende decennia. Zoals de wens van de chemische sector om in 10 jaar tijd haar bijdrage aan het BBP te verdubbelen. En het streven om binnen 25 jaar het gebruik van fossiele bronnen door de chemie drastisch te reduceren en de uitstoot van CO2 te halveren. De sector zal de aanwezige technologische kennis op het gebied van industriële biotechnologie, katalyse, materialen en procestechnologie, de kennisgebieden waar Nederland in excelleert, verder uitbouwen. Als het aan de chemische industrie ligt, wordt Nederland koploper op het gebied van energie- en klimaatinnovatie. Het kabinet wil van Nederland een van de schoonste en zuinigste energielanden in Europa maken. Minister Cramer van VROM introduceerde hiervoor het werkprogramma Schoon en Zuinig. Dit programma beschrijft de ambities van het kabinet op het gebied van energie. Zo wil zij de uitstoot van broeikasgassen, met name CO2, in 2020 met 30% verminderen vergeleken met 1990. Het tempo van energiebesparing moet de komende jaren worden verdubbeld van 1% naar 2% per jaar. En het aandeel duurzame energie wil het kabinet in 2020 verhoogd zien, van de huidige 2% naar 20% van het totale energiegebruik.

eten: g r e v Niet bel a l e i g Ener vragen. aan


14

Het antwoord op Schoon en Zuinig formuleerden VNONCW, MKB-Nederland en LTO-Nederland in het Duurzaamheidsakkoord. In dit op 1 november 2007 gesloten akkoord committeren overheid en bedrijfsleven zich aan strenge doelstellingen voor energiebesparing, inzet van duurzame energiebronnen en minder uitstoot van broeikasgassen. Kan dat allemaal zonder negatieve gevolgen voor de concurrentiepositie van het bedrijfsleven? De industrie denkt van wel als we hoog inzetten op innovaties. Zo bereik je een schoner milieu en creëer je tegelijk meer verdiensten voor het bedrijfsleven door nieuwe energiebesparende technologie en producten. Absolute randvoorwaarde hiervoor is de tegenprestatie van de overheid. Het duurzaamheidsakkoord vraagt de overheid een mondiaal gelijk speelveld te garanderen. Alleen dan kan er voldoende ruimte komen voor milieuvriendelijke innovaties. CO2-emissierechten De eerste handelsperiode CO2-emissierechten 2005-2007 is afgesloten. De voorwaarden voor de tweede handelsperiode (2008 – 2012) zijn ter goedkeuring aan de Europese Commissie voorgelegd, de herziening van de EU-Richtlijn voor de handelsperiode na 2012 is in voorbereiding. De VNCI richt zich op de periode na 2012 waarvoor de Europese Commissie veiling van de rechten in de toekomst voorstelt. Dit voorstel staat haaks op het realiseren van de eerder genoemde ambitieuze innovatie- en transitieagenda. Zolang niet overal ter wereld eenzelfde beleid geldt, zal veilen in Europa grote verstoring van het mondiale gelijke speelveld leiden. Bovendien zal dit Europese bedrijven tot koolstof lekkage (carbon leakage) kunnen aanzetten.

Resultaten van de bestaande energie efficiencyconvenanten: • MJA-2 convenant De 38 chemiebedrijven die deelnemen aan de Meerjarenafspraken energie-efficiency (MJA-2) hebben in 2006 uitstekend gepresteerd: 2,3% energie-efficiency verbetering ten opzichte van 2005 en 22,9% verbetering ten opzichte van het basisjaar 1998. Gemiddeld is dat bijna 2,9% per jaar. • Benchmarkconvenant Minder goed waren in 2006 de prestaties van de 73 chemiedeelnemers aan het benchmarkconvenant. Zij gingen er in energie-efficiency 3,2% op achteruit ten opzichte van 2005. De gemiddelde verbetering ten opzichte van het basisjaar 1999 liep hierdoor terug naar gemiddeld 0,4% per jaar. Een nieuw deelakkoord voor de industrie staat op stapel, binnen het energie-efficiency convenant.


VEMW Sinds 2007 is de VNCI als branche lid van VEMW, de Vereniging voor Energie, Milieu en Water. Deze vereniging behartigt de belangen van zakelijke afnemers op het gebied van gas, elektriciteit en water. Bijna alle leden van de VNCI hebben zich vorig jaar aangemeld voor het VEMW lidmaatschap. De VEMW behaalde in 2007 een aantal belangrijke wapenfeiten in de belangenbehartiging voor de chemische industrie op het gebied van energie en water. Op verzoek van de VEMW opende de Gasunie het overleg over de zogenaamde systeemverbindingsovereenkomst. Hierin staan de voorwaarden die de aansluiting op het gastransportnet regelen. Ook wist VEMW via bezwaarprocedures de toekomstige invloed op de marktwerking te verbeteren. Dit naar aanleiding van de aanvragen voor ontheffing voor de BritNed kabel en de LNG-terminals.

Bovendien slaagde de VEMW erin de noodzaak voor extra kostenefficiencies in de waterketen op de politieke agenda te krijgen. Deze zal de afdrachten van bedrijven in de waterketen moeten verbeteren.

Jaarverslag VNCI 2007

15

Op het gebied van kostenbesparing behaalde de VEMW ook goed resultaat. Zo komen de aansluitkosten voor nieuw te bouwen elektriciteitscentrales niet voor rekening van de gebruikers, is de compensatieverplichting bij storingen uitgebreid en worden de overwinsten van de netwerkbedrijven via een correctie op de tarieven in 2009 gecompenseerd. Verder worden de noodzakelijke verbeteringen voor het functioneren van de gasmarkt bevestigd door de NMa. Tot slot is de maximering van de lozingstemperatuur voor koelwater nu wettelijk verankerd op het hogere niveau van 28째 Celsius. Dit overeenkomstig de Europese richtlijn.

Groene stroom aanvragen!


16

Energy and climate Energy, the global issue of this century Worldwide, the energy and climate policies are high on the political and social agendas. Not only is there serious concern about the impact of climate change, the pace at which fossil fuels are running out is also a major cause of concern. We must start using less energy and be more efficient. The Energy Action Plan by the European Commission agreed in 2006 describes targets for saving energy, improved energy efficiency, improved international cooperation and increased use of renewable energy and, as such, a reduction of CO2 emissions. The Dutch government is ambitious in achieving one of the most sustainable and energy-efficient economies in Europe by 2020. The VNCI Energy Vision indicates how the Dutch chemical industry wants to complete the transition to a low-carbon economy during the next 25 years. The VNCI published its Energy Vision in July 2007. Retention of its competitive position within the global chemical market is a first requirement therein. That means an level playing field with competitors in up-and-coming economies such as those of China and India. In-

novation is the key word in order to guide the Dutch chemical sector through this transition in the next 25 years. Environmental and energy interests play an important role therein. Hence Responsible Care serves as a guideline within VNCI.

Another initiative within the objectives of the Platform Chain Efficiency is the expansion of combined heat and power capacity (CHP). The potential of innovative CHP formats in 2020 will be mapped out before the end of 2008.

The government also plays a vital role. Within the Energy Transition government programme, the business sector, the government, knowledge institutions and social organisations provide a common framework for the ambitions. Environmentally-friendly Raw Materials and Chain Efficiency are focal points therein.

Chemistry defines the future! The Dutch Chemical Board based its business plan on this concept. The Dutch Chemical Board is formed by the very top of knowledge institutions and the business sector. The business plan concretizes the ambitions of the sector for the next decennia, such as the wish of the chemical sector to double its contribution to the GDP within a decade, the aim to drastically reduce the use of fossil fuels by the chemical industry and to halve CO2 emissions. The sector will further expand its current technological expertise in the field of industrial biotechnology, catalysis, materials and process technology, all knowledge areas the Netherlands excels in.

One of the key focus areas of the VNCI is Process Intensification (PI), i.e. implementing state-ofthe-art process technology. In 2007 and 2008, PI Quick Scans are used to compare industrial processes with this state-ofthe-art process technology. This makes it possible to map out the potential for energy efficiency improvements in the short and long-term. In 2007, the Roadmap Process Intensification was developed, a plan for developing new technology through combined research, development and test projects.

As far as the chemical industry is concerned, the Netherlands will become leader in the field of energy and climate innovation. The government wants to make the Netherlands one of the cleanest and most energy-efficient

countries in Europe. To this end, the Minister of Housing, Spatial Planning and the Environment, mrs. Cramer, introduced the ‘Schoon en Zuinig’ (clean and economical) work programme. This programme describes the ambitions of the government in the field of energy. She wants to reduce the emissions of greenhouse gases, CO2 in particular, by 30% compared to 1990 levels. In the years to come, the pace at which energy is saved must double from 1% to 2%. And in 2020, the government wants to see renewable energy account for 20% of the total energy consumption, compared to the current 2%. The response to the ‘Schoon en Zuinig’ programme was formulated by VNO-NCW (Confederation of Netherlands Industry and Employers), SME the Netherlands and LTO Netherlands (Dutch Confederation of Agriculture and Horticulture) in the sustainability agreement. In the agreement, which was concluded on 1 November 2007, the government and the business sector commit themselves to strict targets for energy-saving, renewable energy sources and reduced greenhouse gas emissions. Is that all possible without negative consequences for the competitive position of the


business sector? The industry believes it is, provided we focus our efforts on innovation. This results in a cleaner environment and creates more services for the business sector at the same time, thanks to new energy-saving technologies and products. An absolute precondition for this is the consideration of the government. The sustainability agreement requires the government to guarantee a globally equal playing field. Only in that case can sufficient room be created for environmentally-friendly innovations. CO2 emission rights The first CO2 emissions trade period (2005-2007) has been completed. The conditions for the second trade period (2008-2012) have been submitted to the European Commission for approval, while the revision of the EU Directive for the trade period after 2012 is being prepared. The VNCI is focusing on the period after 2012, with regard to which the European Commission proposes to auction the rights (in the future). This proposal is at odds with the realisation of the previously stated and ambitious innovation and transition agenda. As long as there is no common global policy, auctioning in Europe will lead to a serious distur-

bance in the equal playing field of the world. Furthermore, this could drive European companies to carbon leakage. Results of the existing energyefficiency covenants: • MJA-2 covenant In 2006, the 38 chemical companies that participate in the Long-term energy efficiency Agreements (MJA-2) achieved an excellent result: energy efficiency improved by 2.3% compared to 2005 and thus by 22.3% compared to the reference year 1998. That equals nearly 2.9% per year. • Benchmark covenant In 2006, the performance by the 73 chemical participants to the benchmark covenant were less promising. They showed a 3.2% reduction in energy efficiency compared to 2005. As a result, the average improvement compared to the reference year 1999 was reduced to 0.4% per year. Within the energy efficiency covenant, a new sub-agreement for the industry is in the pipeline. VEMW Since 2007, VNCI, as a sector, has been a member of VEMW, the Association for Energy, the Environment and Water. This

association looks after the interests of business consumers of gas, electricity and water. Last year, nearly all VNCI members registered for VEMW membership. In 2007, VEMW realized a number of important achievements in promoting the interests of the chemical industry in the field of energy and water. At the request of the VEMW, the Gasunie initiated consultation on the so-called system connection agreement. Detailed therein are the conditions that stipulate connection to the gas transport network. In addition, VEMW was successful in improving the future influence on market forces through objection procedures; this following requests for exemption for the BritNed cable and LNG terminals. The VEMW further succeeded in getting the necessity for additional cost efficiencies in the water chain on the political agenda. This will need to improve contributions of companies in the water chain. The VEMW also achieved a good result in the field of cost-saving. For example, connection costs for new power plants to be built

will not be passed on to consumers, the obligation to compensate in the event of failures has been expanded and the excess profits of the utility companies are compensated via a correction in the 2009 rates. Furthermore, the necessary improvements with regard to the functioning of the gas market are confirmed by the NMa (Netherlands Competition Authority). Finally, the maximising of the discharge temperature for cooling water has now been enshrined in the law at the higher level of 28° Celsius. This is in accordance with the European Directive.

Jaarverslag VNCI 2007

17


18

maandag: yoghurt kopen met

bacterieĂŤn

actieve


Jaarverslag VNCI 2007

19

Onderwijs en innovatie Chemie maakt de toekomst De toekomst van de Nederlandse economie ligt in de kracht van innovaties, volgens de chemische industrie. ‘Samen met de overheid de plannen werkelijkheid laten worden en de chemie gereed maken voor de toekomst.’ Zo omschreef Rein Willems zijn missie bij zijn aantreden als nieuwe voorzitter van de Regiegroep Chemie op 1 september 2007. Het businessplan van de Regiegroep Chemie weerspiegelt de hoge ambities van de sector. Zoals binnen 10 jaar de huidige bijdrage van de chemie aan het Bruto Binnenlands Product verdubbelen, binnen 25 jaar het gebruik van fossiele bronnen door de chemie halveren en daarmee ook de CO2-uitstoot, en de aanwezige technologische kennis verder uitbouwen. De Regiegroep Chemie kwam in 2007 met een ambitieus innovatieprogramma en werkte haar businessplan uit in deelplannen. Deze werden in oktober goedgekeurd door de strategische adviescommissie van het Innovatieplatform, waarmee ook de financiering rondkwam. Nederland loopt voorop op het gebied van innovatie en als het aan de Regiegroep Chemie ligt blijft dat ook zo. De Regiegroep Chemie verwelkomde in 2007 nieuwe leden, gelieerd aan het hoger beroepsonderwijs, de verwerkende industrie en de chemische beroepenorganisatie. Het European Technology platform for Sustainable Chemistry (SusChem) beoogt meer synergievoordelen in chemisch onderzoek in Europa te behalen en zo het innovatiepotentieel van de chemische industrie te verhogen. In haar actieplan presenteerde SusChem, in maart 2007, voorstellen voor strategisch belangrijke onderzoeksgebieden voor de chemische en biotechnologische industrie. Universiteiten, onderzoeksinstituten en bedrijven maken door aansluiting bij SusChem naar verwachting meer kans op subsidie vanuit het Europese Zevende Kaderprogramma voor onderzoek en innovatie. SusChem wil zo het innovatieve vermogen en ook het maatschappelijk draagvlak voor de chemische industrie verbe-

teren. In Nederland functioneert de Regiegroep Chemie als nationaal platform voor SusChem. Chemie werd door het Innovatieplatform aangewezen als een van de innovatie sleutelgebieden. COCI De Regiegroep heeft hoge verwachtingen van ‘Chemostarters’, startende bedrijven die innovatieve concepten en producten ontwikkelen. Om succesvolle starters te begeleiden bij de doorstart naar de markt zet de regiegroep een Centre for Open Chemical Innovation (COCI) op met een aantal locaties. Het businessplan voor COCI, opgesteld in 2007, geeft een basisstructuur voor het centrum en locaties. Het plan wordt in 2008 verder uitgewerkt met speciale aandacht voor de financiële aspecten. De doorstarters maken in COCI gebruik van de infrastructuur, diensten en expertise van de locatie en worden ondersteund door bestaande, regionale ondernemingen. De geplande locaties voor COCI zijn Geleen, Amsterdam-Noord en waarschijnlijk een demopark in Rotterdam. De VNCI kijkt in 2008 samen met de Vlaamse federatie Essenscia naar de mogelijkheden van een COCI in het grensoverschrijdende industriegebied Gent-Terneuzen. Human Capital Agenda Een van de actielijnen van de Regiegroep Chemie is de Human Capital Agenda (HCA). Meer afgestudeerde chemici op alle onderwijsniveaus, een betere aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt en stimulering van het ondernemerschap, dat is het streven van de Human Capital Agenda. Vertegenwoordigers uit de sector hebben via workshops bijgedragen aan de totstandkoming van een Roadmap, een doelgericht actieplan om de problemen op het gebied van onderwijs en arbeidsmarkt het hoofd te bieden. De opzet en plannen worden vanaf begin 2008 uitvoerig besproken met organisaties in de sector. Zij reageren positief en tonen zich bereid om hun bijdrage te leveren aan de uitvoering van de plannen. Op deze mannier hebben onder andere de MBO Raad, DAS en het NVON zich al volledig achter de plannen

Even

m te o n e bell

en: g g e l r 7 ove 87 8 337

070-


20

geschaard. Ook deze Roadmap Human Capital Chemie is goedgekeurd en krijgt financiering van de overheid. Europa Ook in Europa erkent men het belang van de innovatieve kracht van de sector voor de toekomst van de economie. De High Level Group on Chemicals stelt in haar rapport vast dat Europa in moet zetten op innovatie en op versterken van de structuren die dit mogelijk maken. De VNCI speelt een actieve rol in dit project en heeft via de werkgroep van Cefic veel inbreng gehad. De Nederlandse plannen voor COCI en de HCA zijn door de HLG Chemicals als voorbeelden op deze terreinen genoemd. Onderwijs Voor de havo en het vwo worden landelijk onderwijsmodules ‘Nieuwe scheikunde’ ontwikkeld. Met financiering van de VNCI ontwikkelde Stichting C3 samen met ontwikkelteams van vwo- en havo-docenten hiervoor acht modules met de nadruk op chemie en industrie. In 2007 kwamen twee modules gereed: ‘Melkzuur, van spierpijn tot kunstknie’ en ‘Zelfherstellende materialen’. Deze modules, bedoeld voor het derde leerjaar, zijn voor alle docenten toegankelijk via de website www.scheikundeinbedrijf.nl, die ook met steun van de VNCI tot stand kwam. Ander onderwijsnieuws is het succes van de duale opleiding aan de Technische Universiteit Eindhoven. Dit is een initiatief van de VNCI dat in 2003 aan de TU/e van start is gegaan om werkende hbo’ers in de chemie en chemische technologie een duale masteropleiding tot chemisch ingenieur te bieden. In 2006 studeerde de eerste lichting af en in 2007 startte een nieuwe richting ‘Polymers and Composites’.

2,3 telt 5 ing s ) Z en (E or uitvoer het v e o der H ikbaar vo oeien uit n a V ter esch ie voortvl g is geb o Minis r a’s d bedra De en eu miljo programm mie. Het 008-2011. g 2 e he zeggin d e van d ssplan C e periode o t e d crete “er is har n o Busin erd voor c Met t de ma: ve l . r e n e A m e s v e e j e r is bli er. Colett orm te g dwerkeI C v a N t V ok da n dat is minis e plannen o e d e van om d kunnen w de slag. E voor t k r g s n gewe zeggin oering aa t de basi emie e o t deze t de uitv tie vorm zame ch e r va lijk m want inno ke en duu r , nodig onde, ste ez een g rgen”. o van m


Jaarverslag VNCI 2007

21

boek uitlezen

EXAMEN!!


22

Education and Innovation Chemistry is the future The future of the Dutch economy can be found in the power of innovations, according to the chemical industry. ‘Realizing plans together with the government and prepare the chemical industry for the future.’ That is how Rein Willems described his mission when he took office as the new chairman of the Dutch Chemical Board on 1 September 2007. The business plan of the Dutch Chemical Board reflects the high ambitions of the sector, such as doubling the industry’s current contribution to the Gross National Product within 10 years, halve the industry’s consumption of fossil sources - and with that the emission of CO2 - within 25 years, and further expand the technological knowledge that is available. In 2007, the Dutch Chemical Board presented an ambitious innovation programme, and it detailed its business plan in subplans. They were approved in October by the strategic advisory committee of the Innovation Platform, as a result of which funding was also sorted. The Netherlands are leader in the field of innovation, and if it were up to the Dutch Chemical Board, that will not change.

In 2007, the Dutch Chemical Board welcomed a number of new members who are affiliated with higher professional education, the processing industry and the chemical professional organisation. The European Technology Platform for Sustainable Chemistry (SusChem) aims to gain more synergy advantages in European chemical research, and to raise the innovation potential of the chemical industry that way. In its action plan of March 2007, SusChem listed a number of proposals for strategically important areas of research for the chemical and biotechnological industry. By linking up with SusChem, universities, research centres and businesses are expected to increase their chances of obtaining subsidies from the European Seventh Framework Programme for research and innovation. This is how SusChem wants to improve the innovative powers and the social support for the chemical industry. In the Netherlands, the Dutch Chemical Board acts as a national platform for SusChem. The Innovation Platform has marked the chemical industry as one of the innovation key areas.

COCI The Dutch Chemical Board has high expectations of ‘Chemo Starters’, new businesses that develop innovative concepts and products. In order to support successful new businesses in their re-launch onto the market, the Dutch Chemical Board will set up the Centre of Open Chemical Innovation (COCI) in a number of locations. The business plan for COCI, drawn up in 2007, provides a basic structure for the centre and locations. The plan will be worked out into detail in 2008, with special attention for the financial aspects. The re-launchers will use COCI for the location’s infrastructure, services and expertise, and they will be supported by existing, regional businesses. The planned locations for COCI are Geleen, North Amsterdam and probably a demonstration park in Rotterdam. In 2008, the VNCI and the Flemish Essenscia federation will look into the possibilities of a COCI in the Gent-Terneuzen cross-border industrial zone. Human Capital Agenda One of the courses of action of the Dutch Chemical Board is the Human Capital Agenda (HCA). The ambition of the Human Capital Agenda is to have more graduated chem-

ists on all educational levels, a better link between education and the labour market and encouragement for entrepreneurship. Through workshops, representatives from the sector contributed to the creation of a Roadmap, a targeted action plan to face the problems in the fields of education and the labour market. The design and plans have been extensively discussed with organisations in the sector since the start of 2008. Their responses are positive and they are prepared to contribute to the execution of the plans. As such, the MBO Raad, DAS and the NVON have already shown their full support for the plans. This Human Capital Chemistry Roadmap has also been approved and will be partly funded by the government. Europe Europe too acknowledges the importance of the industry’s innovative power for the future of the economy. In its report, the High Level Group on Chemicals concludes that Europe must aim for innovation and strengthening the structures that facilitate this. The VNCI plays an active role in this group and made a significant contribution via the Cefic working group. The HLG Chemicals has set the Dutch plans for COCI


and the HCA as examples for these areas. Education National ‘New chemistry’ education modules are being developed for higher general secondary education (havo) and pre-university education (vwo). Together with development teams consisting of vwo and havo teachers and with funding from the VNCI, the C3 Foundation developed eight modules with the emphasis on chemistry and the industry. Two modules were completed in 2007: ‘Lactic acid, from muscular pain to artificial knee’ and ‘Self-recovering materials’. These modules, intended for the third academic year, can be accessed by all teachers via the www.scheikundeinbedrijf.nl website, which was also set up with the support of the VNCI. Other news on the educational front is the success of the dual study programme at the Eindhoven University of Technology. This is an initiative of the VNCI, started at the Eindhoven University of Technology in 2003 in order to offer those in higher senior vocational education with jobs in the chemical industry and chemical technology a dual chemical engineer Master’s programme. In 2006, the first

class graduated, while 2007 saw the start of a new discipline: ‘Polymers and Composites’.

Jaarverslag VNCI 2007

23


24

ie. Zuiver water, dankzij chem


Veiligheid, gezondheid en milieu Veilig zijn en veilig werken is in de visie van de VNCI een eigen verantwoordelijkheid van de sector die verdergaat dan de verplichting door wetgeving. Zeker als het gaat om de bescherming van het personeel tegen de belangrijkste veiligheids- en gezondheidsrisico’s. Samen met de leden werkt de VNCI aan uitwisseling van technieken, methoden en best practices voor veilige en gezonde arbeidsomstandigheden. Leren van elkaar door het uitwisselen van best practices staat daarom centraal bij de regionale netwerken die opgezet zijn of worden. Zo bestaat in de regio Rotterdam-Rijnmond al enkele jaren de Deltalinqs University en worden in West-Brabant en Zeeland Masterclasses Veiligheid georganiseerd om de uitwisseling vorm te geven. In Noordoost Nederland gebeurt dit onder de naam VGM Noord Nederland. De regio’s Zuidoost Nederland en Amsterdam zijn bezig dergelijke initiatieven op te zetten. Naast het delen van best practices kunnen de bedrijven ook leerpunten uit ongevallen en bijna-ongevallen met elkaar uitwisselen. Deze initiatieven weerspiegelen de ambitie van VNCI en haar leden om open en transparant te zijn naar de omgeving. Zo weet de omgeving hoe de chemische industrie voortdurend werkt aan het verbeteren van de veiligheid. Samenwerken om milieudoelen te halen In het doelgroepenbeleid van de afgelopen vijftien jaar werkten het ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu (VROM) en verschillende industriesectoren samen succesvol aan het verminderen van emissies. Het doelgroepenbeleid loopt in 2010 af. Samen met haar leden en het ministerie kijkt de VNCI nu naar mogelijke nieuwe samenwerkingsverbanden om milieudoelen te halen. De VNCI is blij dat het ministerie van VROM zich actiever wil opstellen bij onderhandelingen over Europese wet- en regelgeving om problemen, zoals bij het handhaven van de fijnstofnorm, te voorkomen. Ook in andere gevallen door-

kruist soms de Europese wetgeving het nationaal beleid. Zoals waar de Nederlandse NOx-emissiehandel en de Europese IPPC-richtlijn elkaar in de weg zitten. International Plant Protection Convention (IPPC) De IPPC-richtlijn verplicht bedrijven de best beschikbare technieken voor installaties te gebruiken en zo de milieuvervuiling verder te bestrijden. Bij emissiehandel geldt dat bedrijven zelf kunnen kiezen wanneer ze investeren. Het probleem ligt dus in het feit dat bedrijven bij het verlagen van hun NOx-emissies ook aan de eisen van de Europese IPPC-richtlijn moeten voldoen. De Europese Commissie begon in 2005 met het herzien van de richtlijn. De VNCI verzette zich sterk tegen de gevolgen van deze herziening en blijft dat ook in de toekomst doen. Nu de Europese Commissie toch druk doende is de richtlijn te herzien pleit de VNCI voor vrijstelling van NOx in de richtlijn.

Jaarverslag VNCI 2007

25

De VNCI pleitte ook voor harmonisatie van de IPPC-richtlijn. Het milieu is een samenhangend geheel en bescherming van het milieu vraagt dus om een integrale aanpak. Het stellen van emissieplafonds of handelssystemen die focussen op één milieuonderdeel dragen hier niet aan bij. De toepassing van IPPC zou overal in Europa hetzelfde moeten zijn zodat een gelijk speelveld ontstaat. Water Een ander voorbeeld van een Europese richtlijn die nog omgezet moet worden naar de Nederlandse wet- en regelgeving is de Kaderrichtlijn Water. Hierin is afgesproken dat chemische bedrijven registreren welke stoffen uit de Kaderrichtlijn zij in het oppervlaktewater lozen. Streven is de goede waterkwaliteit te bewaken. Het bedrijfsleven staat achter dit streven, maar vraagt de Nederlandse overheid een goede balans te bewaren tussen economie en ecologie. De Kaderrichtlijn Water is nog niet effectief. Wel zal in 2009 het eerste Nederlandse stroomgebiedplan al moeten voldoen aan de eisen van de richtlijn. Dat brengt het gelijke

rt enko ijeenn n i b erkb ede w t e o n st: g en m o k d beel n. r o o e v amel verz


26

speelveld voor de chemische industrie in gevaar en vraagt van de overheid realistische maatregelen, compensatie voor de hardst getroffen sectoren en geen strengere eisen voor Nederland dan voor de rest van Europa. De VNCI werkte samen met VNO-NCW en VEMW aan een leidraad voor de Kaderrichtlijn Water. WABO De WABO, de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, gaat naar verwachting in op 1 januari 2009. De WABO heeft tot doel het aanvragen van meerdere vergunningen via één loket mogelijk te maken. De Tweede Kamer stemde in met een wetsvoorstel over de WABO waarmee wordt voorzien in integratie van alle toetsingskaders in één toetsingskader. Alle chemiebedrijven in Nederland hebben een milieuvergunning onder de Wet milieubeheer. Deze valt straks ook onder de WABO. VNO-NCW en de VNCI vragen daarom ook om één vergunning voor water en milieu. Toezicht bij de chemie Voor een betere afstemming tussen toezichthoudende diensten in de chemische industrie startte de overheid het project Frontoffice Chemie. Begin 2008 is het rapport ‘Toezicht bij de chemie in 2008’ van de VROM-Inspectie naar een groot aantal chemische bedrijven gestuurd. In dit rapport staat welke controles bij de chemiebedrijven in 2008 door de acht meest betrokken toezichthoudende diensten worden uitgevoerd. Chemische bedrijven kunnen in het rapport onder meer lezen wat voor soort toezicht ze kunnen verwachten. De overheid komt zo, deels, tegemoet aan klachten van ondernemers over onnodige inspecties en controles en de wens voor verlichting van de inspectiedruk. Het komend jaar maken de verschillende inspectiediensten een start met de samenwerking. Het is de bedoeling dat die samenwerking in 2009 intensiever wordt. De provincie zal in de loop van 2008 voor ieder groot chemiebedrijf een coördinator aanwijzen. Deze persoon zorgt voor de afstem-

ming van het toezicht en is vanuit de overheid het eerste aanspreekpunt voor het bedrijf. De VNCI staat positief tegenover het initiatief, maar blijft benadrukken dat een betere en nauwere samenwerking tussen alle toezichthouders essentieel is om werkelijk succes te boeken. Vitaal Om vitale onderdelen van de Nederlandse samenleving veilig te stellen, werken overheid en industrie samen in het project Vitaal. Voor de samenleving is bijvoorbeeld de continuïteit van de olie- en (petro)chemische industrie van essentieel belang. Om deze bedrijven beter te kunnen beveiligen tegen terroristische aanslagen ondertekenen overheid en industrie in mei 2008 een veiligheidsconvenant. Minister Cramer van Volkhuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu committeerde zich samen met de Vereniging van Kunstmestproducenten (VKP) en de Minerale Meststoffen Federatie (MMF) aan het project Vitaal. In het veiligheidsconvenant kunstmest is nu afgesproken om bij de aanschaf van ammoniumnitraat houdende (kunstmest)producten voortaan de koper te registreren. Basisnet Basisnet is een project dat het vervoer van gevaarlijke stoffen over weg, water en spoor afstemt op ontwikkelingen in ruimtelijke ordening en veiligheid. Vervoer over water zal tot in de verre toekomst geen belemmeringen geven. Maar op het gebied van spoorvervoer voorziet de VNCI een aantal knelpunten in binnenstedelijke gebieden. De voorstellen voor de Basisnetten Water en Weg zijn begin 2008 in concept gereed, het concept Basisnet Spoor naar verwachting medio 2008. De uitgewerkte voorstellen voor de drie Basisnetten worden vervolgens na bestuurlijke afstemming aan de Tweede Kamer aangeboden.


Jaarverslag VNCI 2007

27

lm fietshe kopen


28

Health, Safety and the Environment In the opinion of the VNCI, being safe and working safely are the responsibility of the sector, which goes beyond the obligations imposed by legislation, especially where the protection of staff against the biggest health and safety risks is concerned. Together with its members, the VNCI is working on the exchange of technologies, methods and best practices for safe and healthy working conditions. That is why learning from each other and exchanging best practices are the key elements for the regional networks that have or will be set up. There’s the Deltalinqs University in the Rotterdam-Rijmond region for instance, which has been there for a number of years now, while Safety Master Classes are being organised in WestBrabant and Zeeland so as to provide a framework for the exchange. In the north-east of the country, this is done under the name HSE Noord Nederland. The south-eastern regions and Amsterdam are currently in the process of setting up such initiatives. In addition to sharing best practices, the businesses can also exchange things they have learned from accidents and near-accidents. These initiatives reflect the ambition of VNCI

and its members to be open and transparent towards the public. That way, the public knows that the chemical industry continues to improve safety. Working together in order to achieve environmental objectives In the target group policy of the past fifteen years, the Ministry of Housing, Spatial Planning and the Environment (VROM) and various industrial sectors successfully reduced emission levels. The target group policy will end in 2010. Together with its members and the ministry, the VNCI is now looking at possible new joint ventures to achieve the environmental objectives. The VNCI is glad to see that the Ministry of Housing, Spatial Planning and the Environment wants to take a more active approach in the negotiations on European legislation so as to prevent any problems, such as those in respect of enforcing the fine-dust norm. In other cases too, European legislation sometimes thwarts the national policy. One example is the Dutch NOx emission trade and the European IPPC Directive, which are in each other’s way.

International Plant Protection Convention (IPPC) The IPPC Directive compels businesses to use the best available technologies for systems and to fight environmental pollution in that way. In the emission trade, businesses themselves can decide when to invest. So the problem lies in the fact that businesses now also have to meet the requirements of the European IPPC Directive when reducing their NOx emissions. The European Commission started its review of the directive in 2005. The VNCI strongly opposed the consequences of this review and it will continue to do so. As the European Commission is busy reviewing the directive, the VNCI pleads for NOx to be exempted in the directive. The VNCI also strongly advocated the harmonisation of the IPPC Directive. The environment is a coherent whole, and protection of the environment requires an overall approach. Setting emission ceilings or trade systems that focus on a single environmental element do not contribute to this. The application of IPPC should be the same throughout Europe, creating an equal playing field.

Water Another example of a European directive that still has to be converted into Dutch legislation is the Water Framework Directive. It stipulates that chemical businesses must register which substances listed in the Framework Directive they discharge into the surface water. The aim is to monitor the good water quality. The industry does support this aspiration, but it has asked the Dutch government to maintain a healthy balance between economy and ecology. The Water Framework Directive is not effective yet. Nevertheless, the first Dutch drainage area plan will have to meet the requirements of the directive as early as 2009. This forms a risk for the equal playing field for the chemical industry, and requires the government to take realistic measures, to compensate the sectors that are hit hardest and to abandon requirements for the Netherlands that are stricter compared to those for the rest of Europe. The VNCI, VNO-NCW and VEMW worked together on a guideline for the Water Framework Directive. WABO The WABO, the General Provisions for Environmental Law Act,


is expected to come into force on January 2009. The objective of this act is to facilitate the application of multiple permits via a single counter. The House of Representatives adopted a legislative proposal in respect to the new act, which provides for the integration of all test frameworks into a single test framework. All chemical companies in the Netherlands hold an environmental permit by virtue of the Environmental Management Act, which will later come under the General Provisions for Environmental Law Act too. VNO-NCW and the VNCI therefore want a single permit for water and the environment. Supervision in the chemical industry In order to improve the coordination between supervisory services in the chemical industry, the government started the Chemical Industry Front Office project. At the start of 2008, the ‘Supervision in the chemical industry in 2008’ report by the VROM Inspectorate was sent to a large number of chemical companies. This report states which inspections will be carried out at the chemical companies by the eight most closely involved

supervisory services. The report will tell chemical companies about the type of supervision they can expect. As such, the government partly complies with complaints from business owners about unnecessary inspections and checks, and the wish to ease the pressure of inspections. During the next year, the different inspection services will start with the cooperation. That cooperation is intended to intensify in 2009. In the course of 2008, the province will appoint a coordinator for each large chemical business. This person will coordinate the supervision and is the first point of contact for the business. The VNCI feels positive about the initiative, but it continues to emphasise that better and closer cooperation between all supervisors is vital in order for it to be really successful. ‘Vitaal’ So as to safeguard essential elements of Dutch society, the government and industry have been working together on the ‘Vitaal’ project. The continuity of the oil and (petro) chemical industries is essential for the public. In order to improve protection of these businesses against terrorist attacks, the government and the industry will sign a safety

agreement in May 2008. The Minister of Housing, Spatial Planning and the Environment, Jacqueline Cramer, committed herself to the ‘Vitaal’ project together with the Dutch Association for Fertiliser Manufacturers (VKP) and the Dutch Mineral Fertilisers Federation (MMF). The fertiliser safety agreement now stipulates that the purchasers of (fertiliser) products that contain ammonium nitrate are registered from now on. Basisnet The Basisnet project coordinates the transport of hazardous substances by road, water and rail with the developments in spatial planning and safety. Transport by water will not pose any problems for years to come, but the VNCI has identified a number of bottlenecks in city centre areas when it comes to transport by rail. The draft proposals for the Basisnet Water and Road will be ready early 2008, while the draft for the Basisnet Rail is expected to be ready in the middle of 2008. The detailed proposals for the three Basisnet will be presented to the House of Representatives following administrative coordination.

Jaarverslag VNCI 2007

29


30

vrijdag

allesreiniger meenemen


Stoffen REACH in werking De invoering van de nieuwe stoffenwetgeving REACH (REACH staat voor Registration, Evaluation and Authoristaion of CHemichals ) op 1 juni 2007 kende een lange, intensieve voorbereidingsperiode. De VNCI organiseerde veel en uiteenlopende activiteiten om haar leden klaar te stomen voor REACH, zoals workshops en de traditionele stoffendag. Ook droeg de VNCI bij aan voorlichtingsactiviteiten van derden. In haar eigen media, Chemiezine en Chemie Magazine, vroeg de VNCI ruim aandacht voor REACH. Ook bij de voorbereiding op de overheidsvoorlichtingscampagne was de VNCI nauw betrokken. Daarnaast speelt de VNCI een belangrijke rol in het mede bepalen en vormgeven van de Cefic strategie. In Cefic verband hielp de vereniging handreikingen, circulaires en ander voorlichtingsmateriaal ontwikkelen. Uit de grote opkomst bij de stoffendag van eind april 2007 blijkt hoezeer de sector doordrongen is van het belang van REACH. De bedrijven weten maar al te goed dat REACH impact heeft op hun complete bedrijfsvoering. Maar welke gevolgen er precies zijn voor bijvoorbeeld hun productportfolio, strategie en strategische positie, dat overzicht is er nog niet. De VNCI attendeert haar leden er veelvuldig op dat een chemiebedrijf meestal niet alleen producent is van chemische stoffen, maar hier vaak ook importeur en gebruiker van is. REACH in wetgeving verankerd REACH is een verordening en geldt dus rechtstreeks in alle EU-landen. Toch moest Nederland een aantal zaken regelen. In 2007 is hierom de Wet Milieubeheer uitgebreid met het hoofdstuk ‘Stoffen en Producten’. Daarin zijn de nationale bepalingen opgenomen, nodig voor de goede invoering en uitvoering van REACH. Het gaat daarbij onder andere om de instelling van het Bureau REACH en de aanwijzing van bevoegdheden, handhaving en sanctionering. Ook onderwerpen die in de huidige Wet Milieugevaarlijke stoffen

geregeld zijn, maar geen onderdeel uitmaken van REACH zijn daarin opgenomen, zoals de zorgplicht, spoedeisende maatregelen en regels voor genetisch gemodificeerde organismen. Bij de totstandkoming van deze wetgeving is de VNCI nauw betrokken geweest.

Jaarverslag VNCI 2007

31

Veiligheidsinformatiebladen Binnen de invoering van REACH vormen de Veiligheidsinformatiebladen een van de belangrijke kostenposten. Vanaf de invoering van REACH gelden andere eisen aan de vorm en inhoud van de Veiligheidsinformatiebladen. Alle nieuwe Veiligheidsinformatiebladen moeten direct aan de nieuwe eisen voldoen, alle andere uiterlijk op 1 december 2010. Eind 2007 verscheen een boek over Veiligheidsinformatiebladen. De VNCI is medeauteur van deze publicatie. De leden ontvingen een gratis exemplaar. GHS Wereldwijde harmonisatie van aanduiding van gevaarlijke stoffen is het doel van het Globally Harmonized System of Classification and Labelling of Chemicals (GHS). In 1992 is in VN-verband afgesproken om de regels van indeling en etikettering van gevaarlijke stoffen en mengsels wereldwijd op elkaar af te stemmen. De VNCI is groot voorstander van deze harmonisatie, omdat het de internationale handel in chemische producten zal vereenvoudigen. De eerste versie van het Globally Harmionized System of Classification and Labelling of Chemicals is in 2002 vastgesteld. Er is toen afgesproken dat de verdragspartners (waaronder de EU) het systeem in uiterlijk 2008 zouden implementeren. In juni 2007 publiceerde de Europese Commissie een voorstel voor een nieuwe verordening. Deze verordening voor de indeling, etikettering en verpakking van gevaarlijke stoffen en mengsels is ter vervanging van de huidige eisen op dit gebied (CLP-verordening). De afspraken uit het GHS worden dan in deze verordening geïmplementeerd. In 2008 wordt deze verordening behandeld. Naar verwachting moeten vanaf 1 december 2010 de gevaarlijke stoffen

nieuwe medicijnen halen


32

volgens dit GHS-systeem worden ingedeeld en vanaf 1 juni 2015 gaat het GHS ook gelden voor preparaten (mengsels van stoffen). Medio 2007 heeft het Nederlandse bedrijfsleven onder aanvoering van de VNCI haar standpunt over GHS vastgesteld. Dit standpunt is voor het overgrote deel overgenomen door Cefic. Invoering van GHS gelijktijdig met REACH legt een bijzonder hoge druk op de betrokkenen vanuit de industrie. De VNCI is sterk voor de harmonisatie van etikettering en veiligheidsinformatie. Maar de vereniging signaleert met bezorgdheid dat Europa aan de GHS-vereisten van de Verenigde Naties nieuwe elementen toevoegt. Gevolg hiervan is het heretiketteren van sommige producten van buiten Europa. En dat was nou juist niet de bedoeling van de wereldwijde harmonisatie. Verder wijst de VNCI op de hoge investeringen die gepaard gaan met de invoering van GHS. Het vraagt veel inzet en een bijzonder lange adem voordat alle landen alle stoffen en mengsels op dezelfde manier classificeren. VNCI en Cefic sturen erop aan dat Europa het initiatief neemt met het harmoniseren van classificaties en een lijst maakt waarop alle stoffen staan geclassificeerd. Hier kunnen andere landen in de wereld dan op aansluiten. Beide brancheverenigingen bieden de Europese Commissie aan samen te werken om dat proces te versnellen. Belangrijk aandachtspunt voor de VNCI is de verplichting van bedrijven om informatie beschikbaar te stellen aan vergiftigingencentra. Op dit moment is de invulling van deze verplichting nationaal geregeld en ook in de CLPverordening is deze ‘emergency response’ regelgeving een aangelegenheid voor de afzonderlijke lidstaten. Gevolg is dat een bedrijf in elk EU-land weer met andere eisen te maken heeft. In 2007 is door de VNCI een intensieve lobby gestart voor verdergaande harmonisatie deze regelgeving. En met succes, de VNCI-voorstellen worden op dit moment besproken in zowel de raad als het Europees Parlement.

De VNCI is in ieder geval blij dat er door GHS internationale stroomlijning komt op dit gebied en dat daardoor de internationale handel vergemakkelijkt wordt. Ook al brengt de invoering van zowel REACH als GHS enorm veel werk en hoge investeringen met zich mee, de chemische industrie ervaart beide ook als een stimulans voor vernieuwing. Tenslotte is de chemische industrie altijd sterk in het omvormen van bedreigingen tot kansen. Nanotechnologie en nanomateriaal De VNCI ziet kansen voor innovatie in het kennisgebied van nanomaterialen en nanotechnologieen (N&N). N&N zijn belangrijk voor het Nederlandse bedrijfsleven en samenleving. Nanotechnologieën hebben betrekking op de productie en het gebruik van nanomaterialen. We praten dan over materie in de orde van grootte van 1 tot 100 nanometer (1 nanometer = 10-9 meter, 1/80,000 van de dikte van een haar van een mens). De betekenis van N&N voor de economie en onze concurrentiepositie neemt toe en naar verwachting zal N&N belangrijke oplossingen kunnen bieden voor problemen op het gebied van milieu, volksgezondheid, voeding, energievoorziening en veiligheid. Zoals ook omschreven staat in de kabinetsvisie Van Klein naar Groots. Maar, tegelijk nemen ook de maatschappelijke zorgen toe over de mogelijke risico’s van N&N en vooral de onzekerheid over die risico’s. In 2007 startte VNO-NCW een werkgroep om deze problematiek te bespreken. De VNCI heeft zitting in deze werkgroep.


Jaarverslag VNCI 2007

33

23 april 2008: REACH & GHS voorlichtingsdag


34

Chemicals REACH in operation The introduction of the new legislation on substances, REACH, on 1 June 2007 was preceded by a long and intensive preparation period. REACH is the Registration, Evaluation and Authorisation of CHemicals. The VNCI organised many and diverse activities to prepare its members for REACH, like workshops and the traditional substances day. It also contributed to third-party information events. The VNCI discussed REACH at length in its own media - Chemiezine and Chemie Magazine - too, while it was closely involved in the preparations for the government’s information campaign. In addition, the VNCI played a major role in determining and designing the Cefic strategy. In a Cefic context, the association helped design handouts, circulars and other information material. The high attendance numbers at the substances day at the end of April showed the great extent to which the sector is aware of the importance of REACH. Businesses know all too well that REACH affects their entire business operations. However, it is still unclear what the exact consequences are for, for example, their product portfolio, strategy and strategic position.

The VNCI regularly points out to its members that a chemical business does not just produce chemical substances, but that it often imports and uses them as well. REACH embedded in legislation REACH is a regulation and as such it is directly applicable in all EU countries. Still, the Netherlands had to organise a number of things. To that end, the Environmental Management Act was given an extra chapter in 2007: ‘Substances and Products’. It contains the national stipulations, required for the correct implementation and execution of REACH. It involves, among other things, the establishment of the REACH Bureau and the designation of authorities, enforcement and sanctioning. It furthermore contains subjects that are provided for in the existing Chemical Substances Act but which do not form part of REACH, such as the duty of care, emergency measures and regulations in respect of genetically modified organisms. VNCI was closely involved in the creation of this legislation. Safety Information Sheets The Safety Information Sheets formed one of the most important cost items within the implementation of REACH. Since

the introduction of REACH, the requirements for the style and contents of the Safety Information Sheets have changed. All new Safety Information Sheets will have to meet the new requirements immediately; the deadline for all others is 1 December 2010. A book on Safety Information Sheets was published at the end of 2007. The VNCI is the co-author of this publication and its members received a copy free of charge. GHS Global harmonisation of the classification of hazardous substances is the objective of the Globally Harmonised System of Classification and Labelling of Chemicals (GHS). In 1992, the United Nations agreed to globally coordinate the regulations for classification and labelling of hazardous substances and mixtures. The VNCI is a big supporter of this harmonisation, as it will simplify the international trade in chemical products. The first version of the Globally Harmonised System of Classification and Labelling of Chemicals was adopted in 2002. It was agreed at the time that the co-signatories (including the EU) are to implement the system no later than 2008.

In June 2007, the European Commission published a proposal for a new regulation. This regulation for the classification, labelling and packaging of hazardous substances and mixtures will replace the existing requirements in this field (CLP regulation). The agreements arising from the GHS will be implemented in this regulation, which will be discussed in 2008. The expectation is that hazardous substances will have to be classified in accordance with this GHS system as from December 2010, and that the GHS will also apply to preparations (mixtures of substances) as from June 2015. Mid-2007, the Dutch business industry - led by the VNCI determined its point of view on GHS. Cefic adopted most of this point of view. When GHS is implemented at the same time as REACH, it would put enormous pressure on the industrial parties involved. The VNCI strongly advocates the harmonisation of labelling and safety information, but the association is worried to see that Europe has added new elements to the GHS requirements of the United Nations. The consequences thereof are that some products from outside Europe need to be re-labelled, which is exactly what global


harmonisation is not about. Furthermore, the VNCI points out the high investments involved in the implementation of GHS. It will require a lot of effort and time for all countries to classify all substances and mixtures in the same way. VNCI and Cefic aim for Europe to take the initiative in the harmonisation of classifications and draw up a list that classifies all substances. Other countries in the world can then follow suit. Both associations will offer the European Commission to work together in order to speed up that process. An important point of interest for the VNCI is the obligation of businesses to provide poison treatment centres with information. At the moment, the framework for this obligation is regulated on a national level, and in the CLP regulation this emergency response legislation is also something that is dealt with by the member states individually. The result is that companies in every EU country are faced with different requirements. In 2007, the VNCI started an intensive lobby for further-reaching harmonisation of this legislation. And successfully so: the VNCI proposals are currently being discussed both by the council and the European Parliament.

In any case, the VNCI is glad that GHS will bring about international streamlining in this area, and that it will facilitate international trade as a result. Even though the introduction of both REACH and GHS will involve a huge amount of work and high investments, the chemical industry sees both as an encouragement for renewal. After all, the chemical industry has always been good at turning threats into opportunities. Nanotechnology and nanomaterials The VNCI sees opportunities for innovation in the field of knowledge of nanomaterials and nanotechnologies (N&N). N&N are important for the Dutch business sector and society. Nanotechnologies relate to the production and use of nanomaterials. We are talking about matter in the order of 1 to 100 nanometre (1 nanometre = 10-9 metre, 1/80.000 of the thickness of a human hair). The significance of N&N for the economy and our competitive position is growing and it is expected to provide important solutions for problems in the fields of the environment, public health, food, energy supply and safety. This has also been

described in the government vision ‘Van Klein naar Groots’. At the same time however, public worries about the possible risks of N&N are growing and the uncertainty about those risks in particular. In 2007, VNO-NCW started a working group to discuss these issues. The VNCI is a member of this working group.

Jaarverslag VNCI 2007

35


36

kate s d n o v a : g a d ij r v


Responsible Care Het Responsible Care-programma verenigt de chemische industrie bij het voortdurend verbeteren van haar prestaties op het gebied van veiligheid en gezondheid van mens en milieu. De deelnemende bedrijven zijn daarbij doordrongen van het belang om open te communiceren naar de omgeving over hun producten en werkprocessen. De resultaten in het Responsible Care-rapport (maart 2008) laten zien dat de doelstellingen van het programma behaald worden. De chemische industrie slaagde erin in 2006 haar prestaties op het gebied van veiligheid, gezondheid en milieu verder te verbeteren. Responsible Care Global Charter In 2006 kreeg Responsible Care een verdieping met het Responsible Care Global Charter. Aan de oorspronkelijke elementen van Responsible Care zijn als extra aandachtspunten toegevoegd: een grotere transparantie, duurzaam ondernemen, de zorg voor gebruik van chemicaliën in de productketen en de harmonisatie van het wereldwijde programma. De VNCI evalueerde in 2007 het bestaande Responsible Care-programma. De verbetervoorstellen hieruit neemt de VNCI samen met de nieuwe elementen uit de Global Charter mee in het vernieuwde Responsible Care-programma. Een belangrijk verbetervoorstel is de jaarlijkse rapportage van de werkgroep Responsible Care Global Charter. Hierin rapporteert de werkgroep aan het bestuur over de behaalde mijlpalen. De werkgroep legt daarnaast ook het activiteitenplan voor het nieuwe jaar ter goedkeuring voor. Externe verificatie In 2007 startte een pilot externe verificatie met als basis het Responsible Care-rapport. Bij de externe verificatie wordt samen met een onafhankelijk bureau gekeken naar de rapportage van een bedrijf. Er wordt vervolgens beoordeeld of dit op de juiste manier tot stand komt en of de sector waarheidsgetrouw rapporteert over haar resultaten

op het gebied van Responsible Care. Om het Responsible Care-rapport te kunnen verifiëren, brengen we alle werkprocessen die leiden tot het samenstellen van het rapport in kaart. Voor de VNCI betekent dit dat we in eigen huis ook aan de slag moeten met Responsible Care en dus ook de relevante werkprocessen van onze beleidsmedewerkers in kaart brengen.

Jaarverslag VNCI 2007

37

Zelfevaluatie De jaarlijkse zelfevaluatie van de VNCI rapporteert over de vorderingen die Nederlandse chemiebedrijven maken met de implementatie van het Responsible Care-programma. In 2007 vulde ongeveer 65% van de VNCI-leden de evaluatie over 2006 in. De implementatiegraad van het programma nam in dat jaar licht toe. Responsible Care is voor de sector een manier van werken die verankerd moet zijn in ons dagelijks functioneren, ook bij de VNCI zelf. Daarom is Responsible Care geïntegreerd in de persoonlijke doelstellingen van de VNCI-beleidsmedewerkers. Vier van hun projecten krijgen de status van etalage-project en fungeren als een goed voorbeeld van Responsible Care. Responsible Care-prijs De VNCI reikt de Responsible Care-prijs jaarlijks uit aan het meest inspirerende en innovatieve initiatief. In 2007 ging de prijs naar Dow Benelux in Terneuzen voor het project ‘Innovatief industrieel hergebruik van huishoudelijk afvalwater’. Dow Benelux wist hiermee eveneens de Europese Cefic Responsible Care-award in de wacht te slepen.

Responsible Care- prijs: uitreiking op VNCI-jaarvergadering


38

Verwacht in 2008 Responsible Care draagt door een open communicatie bij aan het verbeteren van het imago van de chemie. De chemische industrie gaat meer en meer over tot een echte dialoog met de omgeving over haar functioneren. Deze dialoog krijgt in 2008 een concreet vervolg. De doelstellingen op het gebied van open communicatie en transparantie wil de VNCI in 2008 waarmaken door een het opzetten van een stakeholderdialoog. Ook de pilot externe verificatie krijgt een vervolg. Vanaf 2008 draagt de VNCI op ICCA-niveau de verantwoordelijkheid voor de prestatie monitoring van het wereldwijde Responsible Care-programma. De VNCI beoogt hiermee de Key Performance Indicators voor Responsible Care verder te harmoniseren en zo de administratieve druk te verminderen. De komende jaren ondersteunt de VNCI haar leden bij het invoeren van het vernieuwde Responsible Care-programma en blijft kritisch kijken naar de prestaties van de sector. Daarnaast gaat de VNCI meer aandacht besteden aan de ontwikkelingen in de wereld rondom de sector zodat de chemische industrie hier vroegtijdig op kan anticiperen.


Jaarverslag VNCI 2007

39

lezen Responsible Care-rapport 2008


40

Responsible Care The Responsible Care programme unites the chemical industry in its continuous quest to improve its performance in the field of health & safety for man and the environment. The participating companies are aware of the importance of open communication towards the surroundings about their products and working procedures. The results in the Responsible Care report (March 2008) show that the objectives of the programme have been achieved. In 2006, the chemical industry managed to further improve its performance in the fields of health & safety and the environment. Responsible Care Global Charter In 2006, Responsible Care was extended with the Responsible Care Global Charter. A number of additional points of interest were added to the original elements of Responsible Care: greater transparency, sustainable entrepreneurship, careful use of chemicals in the product chain and harmonisation of the global programme. In 2007, the VNCI evaluated the existing Responsible Care programme. The VNCI will incorporate the improvement proposals

arising from this evaluation and the new elements from the Global Charter in the updated Responsible Care programme. An important improvement proposal is the annual report from the Responsible Care Global Charter working group. It tells the board of directors about the milestones that have been achieved. Furthermore, the working group presents the activity plan for the next year for approval. External verification An external verification pilot was started in 2007, based on the Responsible Care report. During external verification, the reporting procedure of a business is inspected with the help of an independent agency. It is then assessed whether this procedure was established correctly and whether the sector reports faithfully on its results in the field of Responsible Care. So as to be able to verify the Responsible Care report, we will map out all working procedures that lead to the preparation of the report. For the VNCI, it means that we have to apply Responsible Care at our own company as well and that we have to map out the relevant working processes of our professional services too.

Self-assessment The annual VNCI self-assessment reports on the progress of Dutch chemical companies in respect of the implementation of the Responsible Care programme. In 2007, approximately 65% of VNCI members completed the 2006 assessment form. In that year, the implementation levels of the programme rose slightly. For the sector, Responsible Care is a way of working that should be embedded in our daily performance, also at the VNCI itself. That is why Responsible Care has been integrated in the personal objectives of the VNCI professional services. Four of their projects are given the status of template project and will serve as an example of Responsible Care. Responsible Care award Each year, the VNCI presents the Responsible Care award to the most inspiring and innovative initiative. In 2007, this award was presented to Dow Benelux in Terneuzen for its ‘Innovative industrial reuse of domestic waste water’ project. Dow Benelux also won the European Cefic Responsible Care award with the same project.

Expectations for 2008 Through open communication, Responsible Care contributes to the improvement of the chemical industry’s image. This industry more and more enters into a true dialogue with its stakeholders about its performance. This dialogue will have a specific follow-up in 2008. The VNCI wishes to achieve the objectives for open communication and transparency in 2008 by setting up a stakeholder’s dialogue. The external verification pilot will also be followed-up. Starting in 2008, the VNCI will be responsible on an ICCA level for the performance monitoring of the global Responsible Care programme. As such, the VNCI intends to further harmonise the Key Performance Indicators for Responsible Care and ease the administrative pressure. During the coming years, the VNCI will support its members by implementing the updated Responsible Care programme and it will continue to critically monitor the sector’s performance. In addition, the VNCI will pay more attention to the global developments in the chemical sector, enabling this sector to anticipate early.


s nite u me m a r rog p are its C n i e l try sib s n u o its p ind s e e v l o a r eR mic mp i e Th h o c & tt h s t the e l u hea . sq f u o ent o d m u l n o fe tin nvir he con e t in he t e c d n n na rma a o m f per for y t e saf

Jaarverslag VNCI 2007

41


42

elk koffiem

kopen


Jaarverslag VNCI 2007

43

Dienstverlening en ondernemingsklimaat De chemische industrie is een van de meest belangrijke sectoren voor de Nederlandse economie. De sector exporteert met 17 procent van de totale Nederlandse export relatief veel. De bijdrage aan het handelsoverschot bedroeg in 2006 17 miljard euro. De VNCI bewaakt het ondernemingsklimaat voor de chemische industrie in Nederland en wil de concurrentiekracht voor de sector behouden met aandacht voor onze maatschappelijke verantwoordelijkheid en milieubelangen. ReachCentrum Netherlands Een uitdaging voor ondernemend Nederland vormt de introductie van REACH, Registration, Evaluation and Authorisation of CHemicals. Deze nieuwe Europese stoffenwetgeving verordent bedrijven om van alle stoffen die in hun bedrijf omgaan de risico’s te kennen en beheersbaar te houden. In april 2007 lanceerden VNCI en Europese zusterorganisatie Cefic het ReachCentrum Netherlands om Nederlandse bedrijven te helpen zich voor te bereiden op REACH. In het ReachCentrum Netherlands stellen Cefic en Nederlandse consultants hun aanzienlijke kennis en ervaring op commerciële basis beschikbaar aan iedereen die hier behoefte aan heeft. Dit zijn vooral kleinere bedrijven, importeurs, afnemers van chemische producten, downstream users en brancheorganisaties. Cefic kent de Brusselse regelgeving, weet welke valkuilen er zijn en hoe je alles moet implementeren. Veel (kleinere) bedrijven hebben geen tijd om zelf 600 pagina’s wetgeving door te spitten. Bovendien is de informatie in het Nederlands beschikbaar. Waar de VNCI via workshops en symposia algemene informatie biedt, faciliteert het ReachCentrum bedrijven met specifieke ondersteuning, eventueel op contractbasis. De eerste successen zijn geboekt. Wet- en regelgeving Bedrijven betalen vergeleken met andere landen in Nederland relatief hoge kosten voor milieuregelgeving. Zo blijkt

uit het rapport ‘Milieubeleid en concurrentiepositie’ van het Milieu- en Natuurplanbureau. Toch pakken die hoge kosten niet al te negatief uit voor de Nederlandse economie. Want Nederland scoort uitstekend op criteria die belangrijker zijn voor de concurrentiepositie van bedrijven dan milieuregelgeving. Criteria zoals de gunstige geografische ligging, beschikbaarheid van goede productiefactoren, toegang tot de afzetmarkt en aanwezigheid van andere bedrijven. Al deze voordelen maken de hogere kosten van milieubeleid nog enigszins acceptabel. MKB Met het ReachCentrum Netherlands komt de VNCI ook tegemoet aan de behoeften van MKB-bedrijven in de chemische sector. Een van de doelstellingen van de VNCI is om, zoals verlangd, meer te betekenen voor MKB-bedrijven. Met het opzetten en ondersteunen van een MKB-platform beoogt VNCI deze doelgroep te ondersteunen bij het oplossen van de specifieke problematiek waar zij tegenaan lopen. In dit platform krijgt het MKB een podium voor onderlinge uitwisseling van ervaring en kennis. De VNCI bereidde in 2007 de eerste MKB-bijeenkomst voor die in het eerste kwartaal van 2008 plaats vindt. Het MKB-platform is een interactief netwerk waar leden kennis en ervaringen met elkaar kunnen delen. In de chemie is er in Nederland sprake van een MKB-bedrijf als er minder dan 250 fte in dienst is en minder dan 50 miljoen euro omzet en er sprake is van een onafhankelijk bedrijf (minder dan 25% van aandelenkapitaal in handen van een ander concern). Internationale regelgeving Voor de concurrentiekracht van de chemische sector zijn buitenlandse handel en investeringen van groot belang. De VNCI maakt zich zowel nationaal als internationaal sterk voor een goede handelspolitiek, op gebieden als douane wetgeving, oorsprongsregels en voorlopers van explosieven. Zeker nu steeds meer regelgeving uit ‘Brussel’ komt.

ww

w.

vnc

i.n

l


44

In 2007 boekte de VNCI op dit gebied een belangrijk resultaat bij de Europese Commissie. De commissie formuleerde plannen op het gebied van het handelspolitiek instrumentarium, met name met betrekking tot de anti-dumping regels. Samen met een brede coalitie van de Europese industrie verwoordde de VNCI de weerstand van de chemische industrie en bewoog de Europese Commissie ertoe af te zien van hervorming van het handelspolitiek instrumentarium. Cefic’s strategische implementatiegroep (SIG) International Trade maakt zicht hard voor de industrie in de internationale handel. De VNCI coÜrdineert deze groep bij de onderhandelingen over vrijhandelsverdragen met onder andere Korea, India en ASEAN. Bij de viering van het tienjarig bestaan van de OPCW zorgde de SIG International Trade voor een positief beeld van de chemische industrie. Namens Cefic participeerde de VNCI zowel in de EU-China Working Group on Chemicals als in de 35th ASEAN Chemicals Industry Council. High Level Group De VNCI acteerde ook succesvol in een ander belangrijk internationaal initiatief, de High Level Group on the Competitiveness of the European Chemicals Industry. Aandringen van de VNCI leidde ertoe dat Nederland bijzonder goed vertegenwoordigd is in deze tijdelijke commissie, voorgezeten door de Europese Commissie. De VNCI is uitermate verheugd dat de Nederlandse minister van Economische Zaken deelneemt, samen met twee CEO’s uit de Nederlandse industrie. Door op verschillende niveaus de Nederlandse boodschap over te brengen kan ons goede ondernemingsklimaat gehandhaafd blijven.

Industriebeleid Op nationaal niveau startte het Ministerie van Economische Zaken de voorbereidingen om in 2008 de tweede industriebrief te kunnen lanceren. De ambitie van de chemie is hoog: in 2032 wil zij het gebruik van fossiele brandstoffen met de helft teruggebracht hebben. En in 2017 wil de chemische industrie een tweemaal zo hoge bijdrage aan het BBP leveren. Maar dan zal de overheid ook haar deel moeten doen door randvoorwaarden te scheppen. De VNCI verwacht dat de overheid gehoor zal geven aan de beleidsaanbevelingen uit de industriebrief. Daarmee wordt het voor de industrie realistisch om de scherpe doelstellingen te halen en een transformatie van historische betekenis teweeg te brengen. Want de chemische industrie speelt een grote rol bij het bereiken van een duurzame economische groei voor Nederland. Facts and figures van chemie in Nederland In 2007 startte een kwalitatieve verbeteringsslag met als doel een meer eenduidige interpretatie van cijfers binnen de chemische industrie. Op basis hiervan kan een betere analyse van het verleden plaatsvinden en, uiteindelijk, een voorzichtige toekomstverwachting.

zie pagina 71 voor de feiten en cijfers

VNCI

Facts and Figures


Jaarverslag VNCI 2007

45

Het ‘Handboek producten Nederlandse Chemie 2008’ is in november 2007 op de markt gebracht.


46

Services and Entrepreneurship The chemical industry is one of the most important sectors for the Dutch economy. With 17 percent of all Dutch exports, the sector exports relatively much. Its contribution to the trade surplus in 2006 was 17 billion euro. The VNCI monitors the investment climate for the chemical industry in the Netherlands and wants to maintain the competitive power for the sector, focusing on our social responsibility and environmental interests. ReachCentrum Netherlands The introduction of REACH, Registration, Evaluation and Authorisation of CHemicals, forms a challenge for entrepreneurs in the Netherlands. This new European substances legislation prescribes that companies know and control the risks of all substances in their company. In April 2007, VNCI and its European sister company Cefic launched ReachCentrum Netherlands, to help Dutch companies prepare for REACH. In the ReachCentrum Netherlands, Cefic and Dutch consultants share their considerable knowledge and experience on a commercial basis with anyone who needs it. They usually include smaller companies, importers, buyers of chemical

products, downstream users and trade associations. Cefic knows the legislation imposed by Brussels, knows the pitfalls and how to implement everything. Many (smaller) companies do not have the time to wade through 600 pages of legislation themselves. Moreover, the information is available in Dutch. Whereas the VNCI provides general information via workshops and conferences, the ReachCentrum facilitates companies with specific support, and can also do this on a contract basis if so required. There have already been a number of initial successes. Legislation Compared to other countries, companies in the Netherlands pay relatively much for environmental legislation. This was evidenced by the ‘Environmental policy and competitive positions’ report issued by the Netherlands Environmental Assessment Agency. Still, the effects of those high costs on the Dutch economy are not too bad. The Netherlands have an excellent score for criteria that are more important for the competitive position of companies than environmental legislation: criteria such as the favourable geographical position, availability of good production factors, access to

the market and the presence of other businesses. All these advantages make the higher costs of the environmental policy a little bit more acceptable. SMEs With its ReachCentrum Netherlands, the VNCI also meets the needs of SMEs in the chemical sector. Once of the goals of the VNCI is to do more for SMEs as and when required. By setting up and supporting an SME platform, VNCI wishes to support this target group in solving the specific problems they face. It provides the SMEs with a platform for the mutual exchange of knowledge and experience. In 2007, the VNCI prepared the first SME meeting which is set to be held in the first quarter of 2008. The SME platform is an interactive network that enables its members to share knowledge and experiences. In the Dutch chemical industry, a company can call itself an SME when its FTE is lower than 250, has a turnover of less than 50 million euro and is an independent company (less than 25% of its share capital is in the hands of a different group of companies).

International legislation Foreign trade and investments are vital for the competitive power of the chemical sector. Both on a national and international level, the VNCI advocates proper trade politics in fields such as customs and excise legislation, origin regulations and precursors of explosives, especially since more legislation is now being imposed ‘by Brussels’. In 2007, the VNCI booked a significant result with the European Commission in that respect. The Commission formulated plans in the field of trade-political instruments, particularly with regard to anti-dumping regulations. Together with a large coalition of the European industry, the VNCI formulated the objection from the chemical industry and got the European Commission to abandon reformation of the trade-political instruments. Cefic’s strategic implementation group (SIG), International Trade, supports the industry in the international trade. The VNCI coordinates this group during the negotiations regarding free trade treaties with Korea, India and ASEAN, among others. During the celebrations of the tenth anniversary of the OPCW,


the SIG International Trade painted a positive picture of the chemical industry. On behalf of Cefic, the VNCI took part in both the EU-China Working Group on Chemicals and the 35th ASEAN Chemicals Industry Council. High Level Group The VNCI was also successful with another important international initiative, the High Level Group on the Competitiveness of the European Chemicals Industry. Pressure by the VNCI has resulted in the Netherlands being extremely well represented in this temporary commission, chaired by the European Commission. The VNCI is very pleased that the Dutch minister of Economic Affairs takes part, together with two CEOs from the Dutch industry. By conveying the Dutch messages at different levels, our good investment climate can be sustained. Industrial policy On a national level, the Ministry of Economic Affairs started its preparations for the 2008 launch of the second industrial letter. The chemical industry has high ambitions: it wants to halve the consumption of fossil fuels by 2032, and in 2017, the

chemical industry wants to double its contribution to the GDP. However, the government will have to accept its fair share by creating preconditions. The VNCI expects the government to comply with the policy recommendations from the industrial letter. This will make it feasible for the industry to achieve the strict objectives and to set about a transformation of historic proportions. After all, the chemical industry plays a major role in achieving sustainable economic growth for the Netherlands. Facts and figures of the chemical industry in the Netherlands An improvement programme was started in 2007 with the objective to realise a more univocal interpretation of figures within the chemical industry. On the basis thereof, it will be possible to make a better analysis of the past and, ultimately, a conservative future projection.

1 ge 7 a p s seer fact res fo figu and

Jaarverslag VNCI 2007

47


48

Inschrijven voor cursus!


Jaarverslag VNCI 2007

49

Vereniging De Vereniging In 2007 richtte de VNCI zich, naast de vele activiteiten binnen haar speerpunten, ook op veel sectorbrede activiteiten. Zoals de uitgave van de brochure ‘Het voordeel van een sterke verbinding’. Deze brochure maakt zichtbaar wat doen, waar we voor staan en dus welke meerwaarde het lidmaatschapschap van de VNCI biedt aan een chemieproducent in Nederland. Want veel van wat wij doen speelt zich af aan vergadertafels en achter bureaus en is niet altijd zichtbaar. Hieronder volgt een overzicht van belangrijke activiteiten uit 2007 die nog niet langskwamen in dit jaarverslag. Het klimaatprobleem Thema van de VNCI-jaarvergadering op 6 juni 2007 was klimaatverandering. Willen we klimaatverandering beperken, dan moet de emissie van broeikasgassen omlaag. De chemische industrie heeft hierbij een belangrijke rol. Niet alleen door zelf nog energie-efficiënter te opereren, maar ook door producten en technologieën te leveren die de CO2uitstoot beperken. Minister Cramer van VROM gaf tijdens de jaarvergadering de aftrap voor een stevige paneldiscussie tussen politiek en chemische industrie. Kopstukken uit politiek, industrie en NGO’s vonden elkaar in hun standpunten over oplossingen waarmee de chemische industrie kan helpen om het tij van klimaatverandering te keren. Grote gemene deler was ‘verbeter de wereld, begin bij jezelf’. De gemeenschappelijke conclusie: de chemische industrie moet zelf initiatieven tonen en de overheid zal ons daarbij moeten stimuleren en zorgen voor een zo goed mogelijk ´level playing field´. Nieuwe voorzitter Rein Willems, voorzitter sinds juni 2004, droeg tijdens de jaarvergadering de voorzittershamer over aan Jan Zuidam. Zuidam is vicevoorzitter van de Raad van Bestuur van DSM en was vanaf 1992 directeur van DSM Research te Geleen. In 1998 trad Jan Zuidam toe tot de Raad van Bestuur.

Imago chemie Verbetering van ons imago. Daar werkt de chemische industrie naar toe, zowel op Europees als op nationaal niveau. Zo gaat de sector steeds meer de dialoog aan met zijn stakeholders. Een positiever imago is essentieel voor een positieve verhouding met overheid en regelgevers. Een die op vertrouwen is gebaseerd, en niet op wantrouwen. En natuurlijk moeten we ook in de toekomst genoeg jonge mensen interesseren in een loopbaan in de branche. Om een positiever imago te creëren wordt eerst de identiteit van de chemische industrie vastgesteld. We stellen vragen als ‘Wie zijn we eigenlijk?’, ‘Wat is uniek aan chemie?’ en ‘Wat is onze rol in de Nederlandse samenleving?’. Deze vragen stonden ook centraal in de workshop ‘Bouwen aan vertrouwen’, onderdeel van het Europese Build Trust-programma van Cefic. Ander belangrijk thema van deze workshop was de wijze waarop een chemiebedrijf zijn omgeving tegemoet treedt. Dit heeft een grote invloed op het imago van de chemie. Duidelijk werd dat de chemische industrie zich langzaam maar zeker steeds meer open durft te stellen voor kritiek uit de samenleving. De identiteit van de chemie wordt beschreven in de ‘corporate story’ die medio 2008 wordt afgerond. Deze corporate story vormt de basis voor een meerjarig communicatietraject van de chemie, zowel binnen de sector als daarbuiten. Kabinetsvisie en plannen Balkenende IV presenteerde in 2007 haar beleidsprogramma voor 2007-2011. Energie, milieu en de aanpak van klimaatverandering spelen een grote rol. De VNCI staat in het algemeen positief tegenover het regeerakkoord. Bijvoorbeeld op het gebied van ondernemerschap en duurzaamheid. Zorgen heeft de VNCI over de concrete gevolgen van de plannen voor de concurrentiepositie van de chemische industrie. Het beleidsplan, dat een uitwerking is van het regeerakkoord, bevat volgens de VNCI te weinig concrete uitwerkingen om echt resultaten te behalen.

vnc

w

. ww

en

d ile

.nl

t ne


50

Het kabinet acht de (chemische) industrie belangrijk voor de economische ontwikkeling van ons land. Daarom wil zij de Randstad aantrekkelijker maken voor bestaande en nieuwe economische activiteiten die een hogere toegevoegde waarde bieden. Kansen hiervoor liggen onder meer in clusters als de (petro)chemische industrie en de ‘lifesciences’. De aandacht gaat hierbij uit naar versterking van het vestigingsklimaat, het investeringsklimaat en de bereikbaarheid. Ook inzetten op het innoverend vermogen, de productiviteit en de flexibilisering van de arbeidsmarkt vallen binnen deze strategie en passen zo goed bij de strategie van de VNCI. De miljoenennota van 2007 schetst forse investeringen in een schoon, gezond en veilig Nederland. De sector wil graag meewerken aan de realisatie van deze hoge ambities. Maar dan moet de chemische industrie wel voldoende ruimte hebben om te groeien en te ondernemen. In een sectorafspraak wil de VNCI vastleggen welke rol de chemische industrie, als grootverbruiker van energie, kan spelen bij het oplossen van het klimaatprobleem. Goede prestaties in 2007 “Met een omzetstijging van naar verwachting 6,5% presteerde de Nederlandse chemische industrie in 2007 opnieuw goed”, concludeerde VNCI-voorzitter Jan Zuidam tijdens de eindejaarspersconferentie van de VNCI. Hier werden de cijfers bekend gemaakt. De omzet van de Nederlandse chemische industrie komt uit op circa 50 miljard euro. De groei is te danken aan een toename van het productievolume met 3,5% en een stijging van de afzetprijzen met 2,5%. Hiermee presteert de Nederlandse chemische industrie nog steeds boven het EU-gemiddelde van 3%. Vernieuwde posters periodiek systeem Samen met de Vlaamse branchevereniging voor chemiebedrijven, Essenscia, publiceerde de VNCI een vernieuwde poster van het periodiek systeem. Het periodiek systeem brengt de chemische en fysische eigenschappen van de

elementen in kaart. Op de posters staan naast alle 103 elementen ook verschillende toepassingen afgebeeld. Op internet is het periodiek systeem te bekijken op www.periodieksysteem.com. Vernieuwde communicatie Chemie Magazine kreeg in 2007 een nieuw jasje. Het maandblad is nu ingedeeld in vier blokken. Rubriekspagina’s met de belangrijkste trends en thema’s in de chemische industrie worden gevolgd door een blok met achtergrondverhalen, interviews en reportages. Dan volgt een blok met infografieken, opinieartikelen, columns en tot slot pagina’s met VNCI-nieuws. Ook met deze veranderingen wil de VNCI bijdragen aan de verbetering van de beeldvorming van de chemie. In 2007 is ook Ledennet gelanceerd. Dit besloten gedeelte van de VNCI-website is bestemd voor leden van de VNCI. Het biedt leden onder meer actualiteiten over de branche, vergaderstukken en dossiers waarin relevante informatie over de VNCI-speerpunten zijn gebundeld. Leden kunnen met een interesseprofiel zelf aangeven of zij een seintje willen krijgen als er iets nieuws verschijnt over dat onderwerp op het ledennet. Met Ledennet kan de VNCI snel en effectief communiceren over zaken die van invloed zijn of zullen worden op de chemische industrie in Nederland. Publiciteit De media-aandacht concentreerde zich in 2007 rond een aantal specifieke onderwerpen. Zo genereren de economische cijfers, resultaten en verwachtingen elk jaar weer ruime media-aandacht. Ook de voorzitterswissel van zowel de VNCI als de Regiegroep Chemie zorgde voor de nodige publiciteit net als de winnaar van de Responsible Careprijs, Dow Benelux uit Terneuzen. Daarnaast is ook het werk van de Regiegroep Chemie belicht.


Jaarverslag VNCI 2007

51

e

hur

n n ee a v l Le dee g’ oor v ndin i t e b r H e ‘ 7 ke v 200 ster roc denb

r mbe e c e d . is in enen h c vers


52

The Association In 2007, in addition to the many activities within its key focus areas, VNCI also aimed at many sector-wide activities. This included the publication of the brochure ‘De kracht van een sterke verbinding’ (the advantage of close relations). This brochure provides an insight into what we do, what we stand for and thus what added value VNCI membership offers to chemical manufacturers in the Netherlands. Since a lot of our time is spent in meetings and behind desks, our efforts are not always tangible. Listed below is an overview of the main activities in 2007, not previously discussed in this annual report. The climate problem The main theme at the VNCI annual meeting of 6 June 2007 was climate change. If we want to limit climate change, the emission of greenhouse gases must be reduced. The chemical industry plays an important role therein, by making operations even more energy-efficient, as well as introducing products and technologies that reduce CO2 emissions. At the annual meeting, J. Cramer, Minister of Housing, Spatial Planning and the Environment, kicked off a heated panel debate between politicians and the chemical

industry. Political leaders, the industry and non-governmental organizations (NGO) proved to share common ground in their views on solutions that the chemical industry can use to turn the tide of climate change. The common denominator was ‘if you want to change the world, start at yourself’. The common conclusion: the chemical industry must be self-starting in its initiatives, stimulate us in that process and provide the best possible level playing field. New chairman Rein Willems, who had been chairman since June 2004, passed on the gavel to Jan Zuidam. Zuidam is vice-chairman of the Board of Directors at DSM and has been director of DSM Research in Geleen since 1992. Jan Zuidam was appointed a board member in 1998. The image of the chemical industry The chemical industry is trying to improve its image, both at a European and national level. For example, the sector continuously intensifies the dialogue with its stakeholders. A better image is vital for positive relations with the government and regulators and must be based on trust, rather than distrust. And in the

future too, we must of course interest sufficient numbers of young people to take up a career in the sector. In order to create a more positive image, the identity of the chemical industry is established first. We ask questions such as ‘Who are we really?’, ‘What makes the chemical sector unique?’ and ‘What is our role in Dutch society?’ These questions were also focal point in the workshop ‘Building on trust’, part of the European Build Trust-programme of Cefic. Another important theme of this workshop was the manner in which a chemical company approaches its surroundings. This has a large influence on the image of the chemical sector. It became clear that the chemical industry is gradually becoming more receptive to criticism from society. The identity of the chemical sector is described in the corporate story, which will be completed in the middle of 2008. This corporate story forms the basis for a long-term communication programme by the chemical sector, both within it and outside. Government views and plans In 2007, the Balkenende IV government presented its policy programme for the period

2007-2011. Energy, the environment and tackling climate change play major roles therein. The VNCI generally approves of the coalition agreement, e.g. in the field of entrepreneurship and sustainability. However, the VNCI is concerned about the concrete consequences of the plans for the competitive position of the chemical industry. According to the VNCI, the policy plan, which is based on the coalition agreement, lacks concrete details in order to really achieve results. The government deems the (chemical) industry important to the economic development of our country. Hence they want to make the Randstad agglomeration more attractive to current and new economic activities that offer more added value. Opportunities in this respect can be found in clusters such as the (petro) chemical industry and life sciences. Here the attention is focused on improving the climate for establishing new businesses, the investment climate and accessibility. Efforts aimed at innovative capacity, productivity and increased flexibility in the labour market fall within this strategy and as such fit in well in the strategy of the VNCI.


The 2007 budget memorandum details substantial investment in cleanliness, health and safety in the Netherlands. The sector is looking forward to contributing to the realisation of these high ambitions. However, in that case, the chemical industry must be given the room to grow and be entrepreneurial. The VNCI wants to lay down what role the chemical industry, as a bulk consumer of energy, can play in solving the climate issue in a sector agreement. Positive performances in 2007 “With an expected rise in turnover of 6.5%, the Dutch chemical industry, as in previous years, performed well in 2007”, concluded VNCI chairman Jan Zuidam during the VNCI end-ofyear press conference. It was on this occasion that the figures were published. The turnover of the Dutch chemical industry will reach approximately 50 billion euro. This growth is based on an increase in production volume by 3.5% and a rise in sales prices of 2.5%. As such, the Dutch chemical industry is still performing above the EU average of 3%. New posters of the periodic table Together with the Flemish trade association, Essenscia, the

VNCI published a new poster of the periodic table. The periodic table provides an overview of the chemical and physical properties of the elements. In addition to all 103 elements, the poster further shows the different applications. The periodic table can be viewed on the Internet on www.periodieksysteem.com.

their interests, members can indicate whether they want to be informed when news on that particular subject appears within the membership network. Ledennet provides VNCI with fast and effective communication on matters that affect the chemical industry in the Netherlands, or which will do so in the future.

Renewed communication In 2007, Chemie Magazine was given a makeover. The monthly magazine is now divided into four sections. News columns featuring the main trends and themes in the chemical industry are followed by a section with background stories, interviews and reports. This is followed by a section with information charts, (readers’) opinions, columns and concludes with VNCI news. VNCI want to use these changes also to contribute to the improvement of the image of the chemical sector.

Publicity In 2007, media attention focused on a number of specific subjects. Each year the economic figures, results and forecasts generate ample media attention. The change of chairman within both the VNCI and the Dutch Chemical Board also created the necessary publicity, as did the winner of the Responsible Care Award, Dow Benelux of Terneuzen. The work of the Dutch Chemical Board was also highlighted.

In 2007, ‘Ledennet’ was launched as well. This private section of the VNCI website is intended for use by VNCI members only. It offers members an insight into current affairs in the sector, meeting documents, and dossiers that incorporate relevant information on VNCI key focal areas. By means of a profile of

Jaarverslag VNCI 2007

53


54

VNCI-bestuur / VNCI board Bestuur Het algemeen bestuur bestond in 2007 uit 21 personen. Vier vacatures waren beschikbaar. De heren M.J. ten Doesschate, R, Heutink, R. Smit, H.G.M. Egberink, en G.A.F. van Harten werden herkozen. Als nieuw lid werden benoemd de heren P.C.J. Slikke en P. Hamm. Het bestuur nam afscheid van de heren R. Willems, J.H. Telgen en F. Terhorst.

ir. H.J.M. Hanstede ir. G.A.F. van Harten R. Heutink ir. M. Knuttel dr.ir. B.J. Lommerts D.F.J.M. Luijten J. van Noorden

Board of directors The governing board comprised 21 persons in 2007. There were four outstanding vacancies. Messrs M.J. ten Doesschate, R, Heutink, R. Smit, H.G.M. Egberink, and G.A.F. van Harten were re-elected. Messrs P.C.J. Slikke and P. Hamm were appointed new members. The board of directors said goodbye to Messrs R. Willems, J.H. Telgen and F. Terhorst. Samenstelling (per 31 december 2007) / Composition (as at 31 December 2007) Dagelijks Bestuur / Executive Board ir. J. Zuidam (voorzitter / chairman) - DSM N.V. drs. W. Fuhrmann (vice-voorzitter / vice-chairman) - Akzo Nobel Base Chemicals B.V. ir. H.G.M. Egberink - Sabic Europe B.V. ir. A.J.M. Hamm - Bio MCN ir. G.A.F. Harten - Dow Benelux B.V. dr. ir. B.J. Lommerts - Latexfalt B.V. ir. A.J. van der Put - Neville Chemical B.V. B.P.T. de Wit - Shell Nederland B.V. Algemeen Bestuur / Governing Board ir. J. Zuidam (voorzitter / chairman) - DSM N.V. J.P.H.M. Benders - Lyondell Chemie Nederland B.V. M.J. ten Doesschate - ExxonMobil Chemical Holland B.V. ir. H.G.M. Egberink - SABIC Europe B.V. drs. W. Fuhrmann - Akzo Nobel Base Chemicals B.V. ir. A.J.M. Hamm - Bio MCN

C. van Oostenrijk Kunststof industrie W.A. Pfeiffer ir. A.J.M. van der Put P.C.J. van de Slikke R. Smit ir. A.J. Vos mr. M.M. Weehuizen B.P.T. de Wit

- Solvay Pharmaceuticals B.V. - Dow Benelux B.V. - PURAC biochem B.V. - Norit Nederland B.V. - Latexfalt B.V. - V FIG Vereniging van Fabrikanten van IndustriĂŤle Gassen -N  EA Vereniging van Geur- en Smaakstoffenfabrikanten - NRK Nederlandse Rubber en -N  VZ Nederlandse Vereniging van Zeepfabrikanten - Neville Chemical Europe B.V. - V HCP Verbond van Handelaren in Chemische Produkten - Eastman Chemical B.V. - GE  Advanced Materials - V KP Vereniging van Kunstmestproducenten - Shell Nederland B.V.

Vacatures vertegenwoordigers van Lidverenigingen / Vacancies representatives of partner associations - Nefyto - Vereniging van Verf- en drukinktfabrikanten(VVVF)


VNCI-bureau / VNCI agency VNCI-bureau (per 31 december 2007) / VNCI agency (as at 31 December 2007) Directie / Management Board dr.ir. Colette Alma-Zeestraten MBA, algemeen directeur / general manager ir. Hans Veenenbos, adjunct directeur / assistant manager Juridische zaken / Legal affairs mr. Jos Roosen Professionele services / Professional services drs. Gert Jan Bots, Veiligheid en Milieu / Safety and the Environment ir. Nelo Emerencia, Onderwijs en Innovatie / Education and Innovation dr. Jacob Bouwma, Stoffen / Chemicals drs. Rein Coster, Dienstverlening en Ondernemersklimaat / Services and Entrepreneurship Leen Donk, Onderwijs / Education ing. Macco Korteweg –Maris, Veiligheid / Safety drs. Sjoerd Looijs, Responsible Care en Duurzaam ondernemen / Responsible Care and Susatainable Entrepreneurship ir. Leantine Mulder-Boeve, Milieu / Environment drs. Dirk van Well, Stoffen / Chemicals drs. Eduard van der Wilt, Veiligheid en Milieu / Safety and the Environment Secretariaat / Sercretary Lucia Bogaards-de Boer, secretaresse Veiligheid en Milieu / secretary for Safety and the Environment Amber Cornelissen, secretaresse Onderwijs en Innovatie, Communicatie / secretary for Education and Innovation, Communications Astrid Molenkamp, office manager Gwendola Piek, secretaresse Energie, Stoffen en Responsible Care / secretary for Energy, Chemicals and Responsible Care Eshita Sewcharan, secretaresse / secretary Josette Vollebregt - Petterson, secretaresse / secretary

Administratie en beheer / Administration Bibi van Duinen, systeembeheer / system management Jan DuvĂŠ, repromedewerker / repro assistant Anja Franchimon, receptioniste / receptionist Pieter Heemskerk AA, controller, hoofd administratie / controller, head of administration Judith van der Lugt, medewerker relatiebeheer / customer relationship management assistant Jimmy Telwin, boekhouder / accountant Claudia Smit-Raaphorst, hoofd beheer / head of administration Communicatie / Communications Scarlet Bulterman BA drs. Axel Dees drs. Ingeborg van Honschooten Adriaan van Hooijdonk drs. Arendo Schreurs

Jaarverslag VNCI 2007

55


56

deze maand: vakantiegeld


Financiën De conceptbegroting voor het jaar 2007 werd vastgesteld door het bestuur in december 2005 en aangenomen op de algemene ledenvergadering van 7 juni 2006. Als basis voor deze begroting werden de cijfers betreffende 2005 gebruikt. Aan de hand van de verwachtingen over het jaar 2006 heeft het bestuur in december 2006 een definitieve begroting vastgesteld, die op de algemene ledenvergadering van 6 juni 2007 werd goedgekeurd. Het financiële jaarverslag VNCI 2007 is gecontroleerd door Ernst & Young Accountants. De jaarcijfers opgenomen in het jaarverslag van de vereniging vormen een verkorte versie van het financiële jaarverslag. Het complete financiële jaarverslag VNCI 2007 ligt voor de leden ter inzage op het secretariaat. Resultaat De rekening van baten en lasten over het jaar 2007 sluit met een overschot van € 511.846. Ten opzichte van het begrote overschot van € 20.000 betekent dit een verbetering met € 491.846. De totale baten kwamen uit op € 5.177.048. Begroot was een bedrag van € 4.969.000. Een hogere opbrengst derhalve van € 208.048. De totale kosten kwamen uit op € 4.665.202. Begroot was een bedrag van€ 4.949.000, zodat de lasten € 283.798 lager zijn uitgekomen dan begroot. Algemene reserve Het resultaat voorgaand boekjaar is toegevoegd aan de algemene reserve. De algemene reserve bedraagt per 31 december 2007 € 1.782.432.

Toelichting op de balans Grondslagen van waardering en resultaatbepaling De jaarrekening is opgesteld in overeenstemming met de Richtlijn voor de jaarverslaggeving 640 ‘Organisaties zonder winststreven.’ De materiële vaste activa zijn gewaardeerd tegen de aanschafwaarde minus lineaire afschrijvingen. De gehanteerde afschrijvingspercentages zijn afhankelijk van de te verwachten economische levensduur.

Jaarverslag VNCI 2007

57

De vorderingen zijn gewaardeerd tegen nominale waarde, onder aftrek van een noodzakelijk geachte voorziening voor oninbaarheid. De effecten betreffen obligaties welke tegen nominale waarde zijn gewaardeerd: verschillen in aan- en verkoop worden direct verwerkt in de resultatenrekening. De overige posten zijn gewaardeerd tegen nominale waarde. De baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. De huurlasten bedragen per ingangsdatum van het contract, zijnde 1 juli 2007, € 28.707 per maand. De huurovereenkomst wordt voorafgegaan door een huurvrije periode van effectief 8 maanden. De huurvrije periode wordt verdeeld over de looptijd van het contract inclusief de effectieve huurvrije periode en verlaagt de maandelijkse huurtermijn met € 1.794. De pensioenregeling van de VNCI is gebaseerd op het geïndexeerd middelloon, hetgeen definieert als een zogenaamde ‘defined benefit regeling’. In de jaarrekening wordt de pensioenregeling verwerkt als zijnde een ‘defined contribution regeling’. Dit houdt in dat alleen de in het boekjaar betaalde pensioenpremie als lasten in het resultaat zijn verwerkt. De backservicelast wordt derhalve als kosten gerealiseerd in het jaar dat deze door de verzekeraar (Nationale Nederlanden) wordt gefactureerd. Aan de stichting Communicatie Centrum Chemie (C3) is gedurende een periode van vier jaren een bijdrage toegezegd van € 100.000. Deze bijdrage wordt naar gelang de uitvoering van de activiteiten uitgekeerd. Deze toezegging wordt jaarlijks in de jaarrekening als last verwerkt.

belasting-ier formul invullen


58

Balans per 31 december 2007 (voor winstverdeling) Activa

Passiva

Vaste activa

2007 €

2006 €

Materiële vaste activa

372.532

364.878

Vlottende activa Vorderingen 955.875 916.389 Effecten 1.250.000 1.250.000 Liquide middelen 837.739 395.238 3.043.614 2.561.627 ________ ________ 3.416.146 2.926.505

Eigen vermogen Algemene reserve Onverdeeld resultaat

1.782.432 511.846

2007 €

2006 €

1.616.985 165.447

2.294.278 Kortlopende schulden en Overlopende passiva 1.121.868

1.782.432

1.144.073

________ ________ 3.416.146 2.926.505


Staat van baten en lasten over het jaar 2007 Baten

Contributies Rente Overige baten

Begroting 2007 €

Realisatie 2007 €

2006 €

4.733.000 60.000 176.000 4.969.000

4.788.232 116.291 272.525 5.177.048

4.288.730 82.139 188.030 4.558.899

2.916.000 70.000 30.000 30.000 103.000 110.000 168.000 255.000 207.000 51.000 66.000 200.000 743.000 4.949.000 ________ 20.000

2.773.575 209.601 12.994 38.464 84.518 77.433 151.454 255.000 153.870 43.363 58.029 86.476 720.425 4.665.202 ________ 511.846

2.712.302 484.567 31.098 23.354 81.081 101.145 149.200 255.000 153.325 57.050 51.558 105.434 188.338 4.393.452 ________ 165.447

Jaarverslag VNCI 2007

59

Lasten Personeelskosten Huisvestingskosten Catering Inventariskosten Afschrijvingskosten Kantoorkosten Reis- en vergaderkosten Bijdrage Stichting C3 Voorlichtingskosten Adviseurs Algemene kosten Speerpuntenbeleid Contributies en bijdragen

Surplus

tie u b i tr Con etalen b


60

Accountantsverklaring Opdracht Wij hebben gecontroleerd of de in dit verslag opgenomen balans en staat van baten en lasten van de Vereniging van de Nederlandse Chemische Industrie te Den Haag over 2007 op de juiste wijze is ontleend aan de door ons gecontroleerde jaarrekening 2007 van de Vereniging van de Nederlandse Chemische Industrie. Bij die jaarrekening hebben wij op 14 april 2008 een goedkeurende accountantsverklaring verstrekt. Het bestuur van de vereniging is verantwoordelijk voor het opstellen van de balans en staat van baten en lasten in overeenstemming met de grondslagen zoals gehanteerd in de jaarrekening 2007 van de Vereniging van de Nederlandse Chemische Industrie. Het is onze verantwoordelijkheid een accountantsverklaring inzake de balans en staat van baten en lasten te verstrekken. Werkzaamheden Wij hebben onze controle verricht in overeenstemming met Nederlands recht. Dienovereenkomstig dienen wij onze controle zodanig te plannen en uit te voeren dat een redelijke mate van zekerheid wordt verkregen dat de balans en staat van baten en lasten op de juiste wijze is ontleend aan de jaarrekening. Wij zijn van mening dat de door ons verkregen controleinformatie voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel.

Oordeel Naar ons oordeel is de balans en staat van baten en lasten in alle van materieel belang zijnde aspecten op de juiste wijze ontleend aan de jaarrekening. Toelichting Wij vestigen er de aandacht op dat voor het inzicht dat vereist is voor een verantwoorde oordeelsvorming omtrent de financiĂŤle positie en de resultaten van de vereniging en voor een toereikend inzicht in de reikwijdte van onze controle de balans en staat van baten en lasten dient te worden gelezen in samenhang met de volledige jaarrekening, waaraan deze is ontleend, alsmede met de door ons daarbij op 14 april 2008 verstrekte goedkeurende accountantsverklaring. Deze toelichting doet geen afbreuk aan ons oordeel.

Den Haag, 26 mei 2008

Ernst & Young Accountants namens deze w.g. G.W. Hilverda RA


Jaarverslag VNCI 2007

61

raak nt p s Af unta o acc aken m


62

Finances The draft budget for the year 2007 was determined by the board in December 2005, and accepted by the general assembly on 7 June 2006. The figures for 2005 formed the basis of this budget. Using the projections for the year 2006, the board prepared a final budget in December 2006, which was approved at the general assembly on 6 June 2007. The financial VNCI annual report for 2007 was audited by Ernst & Young Accountants. The annual figures contained in the annual report of the association are an abridged version of the financial annual report. The complete VNCI financial annual report for 2007 is available for inspection by the members at the secretariat. Results The statement of income and expenditure for the year 2007 balanced with a surplus of € 511,846. Compared to the budgeted surplus of € 20,000, this means an improvement of € 491,846. The total income was € 5,117,048. The budgeted amount was € 4,969,000. That constitutes a higher yield of € 208,048. The total costs were € 4,665,202. The amount budgeted was € 4,949,000, meaning that the

Explanatory notes to the balance sheet costs were lower than budgeted by € 283,798. General reserve The result of the previous financial year has been added to the general reserve. As at 31 December 2007, the general reserve amounted to € 1,782,432.

Accounting principles The annual accounts were prepared in accordance with the Annual Reporting Guideline 640 ‘Non-profit Organisations’. The tangible fixed assets have been valued at the acquisition price minus straight-line depreciation. The depreciation percentages applied depend on the anticipated economic life. The accounts receivable have been valued at nominal value, under deduction of a provision for bad debts deemed necessary. The securities are bonds valued at nominal value: differences in acquisition and sale are immediately incorporated in the profit and loss account. The other entries have been valued at nominal value. The income and expenditure will be allocated to the year they relate to. As at the commencement date of the lease, 1 July 2007, rental expenditure amounts to € 28,707 per month. The lease is preceded by a rent-free period of 8 months effectively. The rent-free period is spread out across the term of the lease, including the

effective rent-free period, and lowers the monthly rent instalment by € 1,794. The VNCI pension scheme is based on the indexed average wage, referred to as a so-called defined benefit scheme. In the annual accounts, the pension scheme is incorporated as a defined contribution scheme. This means that only the pension premiums paid during the financial year are incorporated in the result as expenditure. Therefore, the back-service charge is realised as expenses in the year they are invoiced by the insurer (Nationale Nederlanden). The Chemical Communications Centre (C3) has been promised funding of € 100,000 for a period of four years. This funding will be paid out according to the execution of the activities. Each year, this obligation is incorporated in the annual accounts as costs.


Balance sheet as at 31 December 2007 (before profit appropriation) Assets

Liabilities

Fixed assets

2007 €

2006 €

Tangible fixed assets

372.532

364.878

Current assets Accounts receivable 955.875 916.389 Securities 1.250.000 1.250.000 Liquid assets 837.739 395.238 3.043.614 2.561.627 ________ ________ 3.416.146 2.926.505

Equity capital General reserve Retained earnings

1.782.432 511.846

2007 €

2006 €

1.616.985 165.447

2.294.278 Current liabilities and Accrued liabilities 1.121.868

1.782.432

1.144.073

________ ________ 3.416.146 2.926.505

Jaarverslag VNCI 2007

63


64

Statement of income and expenditure for the year 2007 Income

Contributions Interest Other income

Budget 2007 €

Realisation 2007 €

2006 €

4.733.000 60.000 176.000 4.969.000

4.788.232 116.291 272.525 5.177.048

4.288.730 82.139 188.030 4.558.899

2.916.000 70.000 30.000 30.000 103.000 110.000 168.000 255.000 207.000 51.000 66.000 200.000 743.000 4.949.000 ________ 20.000

2.773.575 209.601 12.994 38.464 84.518 77.433 151.454 255.000 153.870 43.363 58.029 86.476 720.425 4.665.202 ________ 511.846

2.712.302 484.567 31.098 23.354 81.081 101.145 149.200 255.000 153.325 57.050 51.558 105.434 188.338 4.393.452 ________ 165.447

Expenditure Staffing costs Accommodation costs Catering Assessment costs Depreciation costs Office expenses Travel and meeting expenses Contribution to Stichting C3 Information costs Consultants General expenses Key objective policy Funding and contributions

Surplus


Auditor’s Report Introduction We have audited whether the accompanying abbreviated financial statements of the VNCI, The Hague, for the year 2007 have been derived consistently from the audited financial statements of VNCI, for the year 2007. In our auditor’s report dated 14 April 2008 we expressed an unqualified opinion on these financial statements. Management is responsible for the preparation of the abbreviated financial statements in accordance with the accounting policies as applied in the 2007 financial statements of VNCI. Our responsibility is to express an opinion on these abbreviated financial statements.

rial respects, from the financial statements.

Scope We conducted our audit in accordance with Dutch law. This law requires that we plan and perform the audit to obtain reasonable assurance that the abbreviated financial statements have been derived consistently from the financial statements. We believe that the audit evidence we have obtained is sufficient and appropriate to provide a basis for our audit opinion.

The Hague, 26 May 2008

Opinion In our opinion, these abbreviated financial statements have been derived consistently, in all mate-

Emphasis of matter For a better understanding of the company’s financial position and results and the scope of our audit, we emphasize that the abbreviated financial statements should be read in conjunction with the unabridged financial statements, from which the abbreviated financial statements were derived and our unqualified auditor’s report thereon dated 14 April 2008 . Our opinion is not qualified in respect of this matter.

for Ernst & Young Accountants w.g. G.W. Hilverda RA

Jaarverslag VNCI 2007

65


66

Leden en donateurs / Members and benefactors In de alfabetische opgave van de leden-ondernemers zijn de tot een concern behorende divisies, voorafgegaan door een punt, en de daartoe behorende ondernemingen (locaties), alsmede dochterondernemingen van bedrijven cursief vermeld. De betreffende (dochter) ondernemingen zijn niet apart in de alfabetische opgave opgenomen. In the alphabetic list of member companies, the group divisions, preceded by a bullet, and the associated companies (locations) as well as the subsidiaries of companies are printed in italics. The organisations and subsidiaries in question are not listed separately in this alphabetic list. Leden / Members AD Productions B.V. - Heijningen Air Liquide Technische Gassen B.V. - Terneuzen Akzo Nobel N.V. - Arnhem Delamine B.V. - Delfzijl . Akzo Nobel Chemicals B.V. – Amersfoort Locatie: Arnhem . Akzo Nobel Base Chemicals B.V. - Amersfoort Locaties: Delfzijl, Deventer, Hengelo, Rotterdam/Botlek . Akzo Nobel Functional Chemicals B.V. - Amersfoort Locaties: Herkenbosch, Delfzijl, Hengelo . Akzo Nobel Polymer Chemicals B.V. – Amersfoort Locatie: Deventer . Akzo Nobel Coatings B.V. – Sassenheim . Akzo Nobel Car Refinishes B.V. – Sassenheim . Akzo Nobel Decorative Coatings B.V. - Sassenheim Locaties: Groot-Ammers, Wapenveld Albemarle Catalysts Company B.V. - Amersfoort Locatie: Amsterdam ARKEMA B.V. – Amsterdam ARKEMA Rotterdam B.V. – Vondelingenplaat ARKEMA Vlissingen B.V. – Vlissingen BASF Nederland B.V. - Arnhem BASF Nederland B.V. Catalyst Division – De Meern BASF Resins B.V. - Nijehaske BIO MCN - Farmsum

Broomchemie B.V. – Terneuzen Cabot B.V. – Rotterdam/Botlek Caldic Chemie B.V. – Rotterdam Locaties: Europoort en Zevenbergen Celanese Emulsions B.V. - Beek Chemetall N.V. - Oss Ciba Specialty Chemicals Maastricht B.V. - Maastricht Cindu International N.V. - Uithoorn Cindu Chemicals B.V. - Uithoorn Neville Chemicals Europe B.V. – Uithoorn Coatex Netherlands B.V. – Moerdijk Chemtura Netherlands B.V. - Amsterdam CP Kelco B.V. - Nijmegen Diolen Industrial Fibers B.V. - Arnhem Locatie: Emmen Dow Benelux N.V. - Terneuzen Locatie: Farmsum DSM NV - Heerlen . DSM Agro B.V. – Sittard Locatie: IJmuiden . DSM Anti-Infectives – Delft . DSM Biologics - Groningen . DSM Coating Resins B.V. - Zwolle DSM Composite Resins - Zwolle DSM Coating Resins Nederland B.V. - Hoek van Holland DSM Resins International B.V. - Schoonebeek . DSM Elastomers - Sittard . DSM Engineering Plastics - Sittard . DSM High Performance Fibers B.V. – Heerlen DSM Fiber Intermediates - Sittard . DSM Food Specialties – Delft . DSM Melamine – Sittard . DSM NeoResins - Waalwijk . DSM Pharmaceuticals Products – Sittard DSM Pharma Chemicals - Venlo . DSM Special Products Rotterdam B.V. - Rotterdam/Botlek . DSM Thermoplastic Elastomers B.V. - Sittard Du Pont de Nemours (Nederland) B.V. - Dordrecht Dynea B.V. – Farmsum


Eastman Chemical Company – Capelle aan den IJssel Eastman Chemicals Middelburg B.V. – Middelburg Eastman Chemical Europoort B.V. – Rotterdam/Europoort Elementis Specialties Netherlands B.V. - Delden Evonik Carbon Black Nederland B.V. - Rotterdam/Botlek Exxon Mobil Chemical Holland B.V./Inc. - Breda Locaties: Amsterdam, Rotterdam/Botlek en Rotterdam/ Europoort Ferro (Holland) B.V. – Rotterdam Divisie : Porcelain Enamel – Rotterdam Forbo Swift Adhesives Nederland B.V. - Naaldwijk Fujifilm Manufacturing Europe B.V. - Tilburg Givaudan Nederland B.V. – Barneveld Givauadan-Quest International Nederland B.V. - Naarden The GTBE Company N.V. – Den Haag Hercules B.V. - Rijswijk Locatie: Zwijndrecht Hexion Specialty Chemicals B.V. – Vondelingenplaat Locaties: Vondelingenplaat/Pernis, Maastricht en Botlek Huntsman Holland B.V. - Rotterdam/Botlek ICI Nederland B.V. - Naarden Acheson Produktie B.V. - Scheemda National Starch & Chemical B.V. - Zutphen IFF (Nederland) B.V. - Hilversum Locatie: Tilburg INEOS NOVA Innovene Netherlands B.V. – Breda Johnson Matthey B.V. - Maastricht Kemira ChemSolutions B.V. - Tiel Kemira Polymers Manufacturing B.V. - Botlek Kisuma Chemicals B.V. - Veendam Kolb Nederland B.V., Dr. W. - Klundert Kollo silicon carbide B.V. - Farmsum Latexfalt B.V. – Koudekerk aan den Rijn Lubrizol Advanced Materials Resin B.V. - Farmsum Lyondell Basell Industries . Basell Polyolefins - Hoofddorp Basell Benelux B.V. - Zevenbergen . Lyondell Chemie Nederland B.V. - Rotterdam Locaties: Botlek en Maasvlakte

Mallinckrodt Baker B.V. - Deventer Nedmag Industries Mining & Manufacturing B.V. – Veendam Norit N.V. - Borne Locaties: Amersfoort, Klazinaveen en Zaandam Nyrstar Budel B.V. - Budel Organik Kimya Netherlands B.V. - Botlek Organon BioSciences B.V., onderdeel van Schering Plough - Oss . Intervet International B.V. , onderdeel van Schering Plough - Boxmeer Locatie: De Bilt . N.V. Organon , onderdeel van Schering Plough - Oss –Locaties: Apeldoorn en Boxtel PFW Aroma Chemicals B.V. - Barneveld PPG Industries Chemicals B.V. – Delfzijl PQ Nederland B.V. – Amersfoort Locaties: Maastricht en Winschoten Zeolyst C.V. - Delfzijl PURAC biochem B.V. – Gorinchem Quaker Chemical B.V. – Uithoorn Rohm and Haas B.V. – Farmsum Sabic Europe B.V. – Sittard Locatie: Beek Sabic Innovative Plastics B.V. - Bergen op Zoom Sachem Europe B.V. – Zaltbommel Schmits Beheer B.V. – Almelo Schmits International B.V. – Almelo Schmits Nederland B.V. - Almelo Shell Nederland Chemie B.V. - Rotterdam Locaties: Moerdijk en Rotterdam/Pernis Shin-Etsu PVC B.V. – Hilversum Locatie: Rotterdam/Hoogvliet Solvay Chemie B.V. - Roermond Solvay Pharmaceuticals B.V. - Weesp Locaties: Olst en Veenendaal SupraPolix B.V. – Eindhoven Tanatex Chemicals B.V. - Ede Teijin Twaron B.V. – Arnhem Locaties: Emmen en Farmsum ThermPhos International B.V. - Vlissingen Tronox Pigments (Holland) B.V. - Rotterdam/Botlek

Jaarverslag VNCI 2007

67


68

Umicore Nederland B.V. – Eijsden Uniqema B.V. - Gouda

LEDEN-VERENIGINGEN / MEMBER ORGANISATIONS Vereniging van Fabrikanten van Industriële Gassen (VFIG) - Baarn Air Liquide B.V. – Eindhoven Air Liquide Industrie B.V. - Rotterdam Air Products Nederland B.V. – Amsterdam Locatie : Rotterdam Linde Gas Benelux B.V. – Schiedam Messer Nederland B.V. - Moerdijk Nederlandse Technische Gasmaatschappij B.V. - Tilburg Praxair B.V. - Schoten (B) Westfalen Gassen Nederland B.V. - Deventer Yara Industrial B.V. - Vlaardingen Medidis B.V. - Almere Vereniging van Geur- en Smaakstoffenfabrikanten (NEA) - Leidschendam Buteressence B.V. – Zaandam DSM Food Specialties - Delft Erven Th. Koomen B.V. - Middenmeer Exter B.V. - Zaandam Flavodor Flavours + Fragrances B.V. - Waalwijk Frutoria B.V. - Huizen Givaudan Nederland B.V. - Barneveld Givaudan - Quest International Nederland B.V. - Bussum Holland Aromatics B.V. - Almere IFF (Nederland) B.V. - Hilversum Locatie: Tilburg Pembroek B.V. - Loosdrecht PFW Aroma Chemicals B.V. - Barneveld Aako B.V. - Leusden Symrise B.V. - Rosmalen

Vereniging van Kunstmest Producenten (VKP) - Leidschendam Amsterdam Fertilizers B.V. - Amsterdam DSM Agro B.V. – Sittard Locatie: Geleen Fertiva GmbH - Manheim Kemira GrowHow B.V. - Rotterdam/Europoort Yara Sluiskil B.V. - Sluiskil Zuid-Chemie B.V. - Sas van Gent

GEASSOCIEERDE LEDEN / ASSOCIATED MEMBERS Arizona Chemical B.V. – Almere Ashland Nederland B.V. - Barendrecht BASF Nederland B.V. - Arnhem Bayer B.V. – Mijdrecht Borax Rotterdam N.V. - Rotterdam/Botlek 3 M Nederland B.V. - Zoeterwoude Nalco Netherlands B.V. - Tilburg Rohm and Haas Belgium N.V. - Antwerpen (B) Supresta Netherlands B.V. - Amersfoort Troy Chemical Company B.V. – Maassluis VWR International B.V. - Amsterdam

GEASSOCIEERDE LID-VERENIGINGEN / ASSOCIATED MEMBER ORGANISATIONS Aqua Nederland - Zoetermeer Federatie Nederlandse Rubber- en Kunststoffen (NRK) - ’s-Gravenhage FeNeLab – ’s-Gravenhage Nederlandse Cosmetica Vereniging (NCV) - Nieuwegein Nederlandse Stichting voor Fytofarmacie (NEFYTO) - ‘s-Gravenhage Nederlandse Vereniging van de Research georiënteerde Farmaceutische Industrie (NEFARMA) - ‘s-Gravenhage Nederlandse Vereniging van Zeepfabrikanten (NVZ) – Zeist Verbond van Handelaren in Chemische Produkten (VHCP) ‘s-Gravenhage


Vereniging van Onafhankelijke Tankopslagbedrijven (VOTOB) – ’s-Gravenhage PlasticsEurope Nederland – ’s-Gravenhage Vereniging van Verf- en Drukinktfabrikanten (VVVF) – ’s-Gravenhage

DONATEURS / BENEFACTORS Atrion B.V. - Nijmegen Coöperatie Chemical Marketing Concepts Europe U.A. - Waalwijk Royal Haskoning Dordtse Engineering B.V. - Dordrecht Kodak Polychrome Graphics Manufacturing B.V. – Bunschoten Notox Safety & Environmental Research B.V. - ‘s-Hertogenbosch Océ-Nederland B.V. - Venlo Philips Electronics B.V. – Eindhoven Royal Haskoning - Nijmegen Saybolt Nederland B.V. - Rotterdam Tebodin B.V. - ‘s-Gravenhage

Jaarverslag VNCI 2007

69


70

Feiten over de Nederlandse chemische industrie (2007) Nederland wil een omgeving vormen waarin de chemische industrie concurrerend, duurzaam, innovatief en zorgvuldig kan opereren en groeien én wordt gewaardeerd om haar bijdrage aan de welvaart en het welzijn in Nederland. Na de voedingsmiddelenindustrie is de chemie de grootste industriële sector van ons land en levert een forse bijdrage aan het Bruto Binnenlands Product (2,9% in termen van toegevoegde waarde). In de chemische industrie werken in totaal ongeveer 68.000 mensen. De sector telt ruim 410 bedrijven (met meer dan tien werknemers) en vertegenwoordigt circa 10% van de industriële werkgelegenheid, 15% van de productie en 20% van de export. Met een omzet van € 50 miljard in 2007 speelt de chemische industrie een belangrijke rol in de Nederlandse economie. De positieve bijdrage aan de handelsbalans bedroeg in 2007 € 19 miljard. De chemische industrie kent haar verantwoordelijkheid. Zij wil niet alleen een economische maar vooral ook een veilige en duurzame bijdrage leveren aan de samenleving. De chemische industrie hanteert daarom hoge veiligheidsen milieu-eisen. Op de vouwkaart ziet u een overzicht van feiten en cijfers van de Nederlandse chemische industrie in 2007. De meest recente cijfers over veiligheid en milieu zijn van 2006. Brongegevens zijn afkomstig van VNCI, CBS en Cefic.

Facts about the Dutch chemical industry (2007) The Netherlands wish to create an environment where the chemical industry can operate and grow competitively, innovatively and carefully, whilst also being appreciated for its contribution to the prosperity and wellbeing in the Netherlands. After the food industry, the chemical industry is the largest industrial sector in our country, contributing significantly to the Gross Domestic Product (2.9% in terms of added value). A total of around 68,000 people are employed in the chemical industry. The sector has more than 410 companies (with more than ten employees) and represents approximately 10% of industrial employment, 15% of production and 20% of exports. With a turnover of € 50 billion in 2007, the chemical industry plays a major role in the Dutch economy. Its positive contribution to the trade surplus in 2007 was € 19 billion. The chemical industry knows its responsibilities. It wishes to make an economic, but also a particularly safe and sustainable contribution to society. That is why the chemical industry applies high safety and environmental requirements. The map gives you an overview of facts and figures of the Dutch chemical industry for 2007. The most recent figures for safety and the environment date back to 2006. Sources: VNCI, CBS (Statistics Netherlands) and Cefic.


Jaarverslag VNCI 2007

71

VNCI

uit te nemen


72


n o f o l o C Uitgave

Vereniging van de Nederlandse Chemische Industrie (VNCI) mei 2008

Tekst & eindredactie

Zzzoem Tekst & Advies, Sharmila Kishna Afdeling Communicatie VNCI

Vormgeving en illustraties

ph-ontwerp, Hans Langstraat, www.ph-ontwerp.nl

Drukwerk

drukkerij Best, Best

Adres

Vereniging van de Nederlandse Chemische Industrie (VNCI) Loire 150 2491 AK, Den Haag Postbus 443 2260 AK Leidschendam Telefoon (070) 337 87 87 Telefax (070) 320 39 03 E-mail info@vnci.nl Website www.vnci.nl

De VNCI zorgt voor een stevig fundament onder de chemische industrie in Nederland en behartigt de collectieve belangen van de chemische industrie in Nederland. De ambitie is om een omgeving te scheppen waarin de chemische industrie concurrerend, duurzaam, innovatief en zorgvuldig kan ondernemen en groeien en wordt gewaardeerd om haar bijdrage aan de welvaart en het welzijn in Nederland. Namens de chemische industrie onderhoudt de VNCI voortdurend contacten met nationale en Europese overheden en politici over regelgeving, afspraken en verplichtingen die de bedrijfstak aangaat. De VNCI propageert zowel intern als extern sinds 1992 het Responsible Care-programma, het streven van de chemische industrie om de prestaties op gebied van veiligheid, gezondheid en milieu en de communicatie daarover te verbeteren. Hoewel bij deze uitgave de uiterste zorg is nagestreefd, kan voor eventuele (druk-)fouten en onvolledigheden niet worden ingestaan en aanvaarden auteur(s), redacteur(en) en uitgever deswege geen aansprakelijkheid, noch voor schade, van welke aard ook, die het directe of indirecte gevolg is van handelingen en/of beslissingen die (mede) gebaseerd zijn op de informatie in deze uitgave. Š Copyright 2008 VNCI, Den Haag Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieÍn, opnamen of enige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever: VNCI, Postbus 443, 2260 AK Leidschendam.

Jaarverslag VNCI 2007

73


VNCI Postbus 443 2260 AK Leidschendam www.vnci.nl

VNCI Jaarverslag 2007  

VNCI Jaarverslag 2007

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you