Page 1

Basisnet geen eindstation maar tussenstop

Tijdelijke natuur geeft bedrijfsleven de ruimte

Maandblad van de Vereniging van de Nederlandse Chemische Industrie • 07/08 • 21 augustus 2013

DICK BENSCHOP, SHELL NEDERLAND:

‘LAAT ONS DOEN WAAR WE GOED IN ZIJN‘

Nationaal Energie Akkoord in de maak


(Advertorial)

Uitnodiging congres woensdag 11 september, Diemen Bestaat de duurzame productiemedewerker? Is uw productiemedewerker ook in de toekomst inzetbaar? Het Sociaal akkoord van april 2013: “Werknemers moeten zicht houden op duurzame deelname aan het arbeidsproces. Dat is een verantwoordelijkheid die iedere burger zelf draagt en waarbij, indien nodig, de maatschappij een extra steun in de rug kan bieden. Duurzaam inzetbaar zijn moet een permanent streven zijn.” Wat is het belang van duurzame inzetbaarheid? Wat betekent dit voor u als werkgever? Beschikt uw productiemedewerker over de juiste middelen en voorwaarden? Wie is hiervoor verantwoordelijk? Zijn uw productiemedewerkers in staat om tot hun pensioen optimaal werkzaam te blijven? Op woensdag 11 september 2013 organiseert VAPRO in samenwerking met Randstad een congres waar wij u als werkgever in de industrie handvatten aanreiken hoe u invulling kunt geven aan duurzaam inzetbaarheid. Vorig jaar is OVP (Opleidingsfonds Procesindustrie, waarin vertegenwoordigd sociale partners AWVN, VNCI, FNV en CNV) in samenwerking met VAPRO en Randstad een onderzoek gestart naar de duurzame inzetbaarheid van productiemedewerkers in de industrie. Dit onderzoek werd mede gefinancierd door het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid uit de ESF Actie E: sociale innovatie, duurzame inzetbaarheid sectoren. Tijdens deze interactieve middag presenteren wij de resultaten van dit onderzoek. Het vormt de katalysator voor een discussie en de uitwisseling van best practices en ervaringen. Sprekers delen inzichten met u, waaronder Marjolijn ten Hoonte, directeur arbeidsmarkt bij Randstad Nederland en vertegenwoordigers van industriële bedrijven.

Praktische informatie:

Geïnteresseerd? Meld u aan voor het congres op 11 september via vapro.nl/duurzaamheid. Als u vragen heeft, dan kunt u mailen naar onderzoek@vapro.nl of bellen met 070 337 83 30.

Locatie: Randstad, Diemen, Diemermere 25

De plaatsten zijn beperkt. Reageren kan tot uiterlijk 5 september. Tot woensdag 11 september in Diemen!

Tijd: 13.30 tot 17:30

P.S. Meld u nu aan en u hoort de uitkomsten van het onderzoek uit de eerste hand en wisselt belangrijke ervaringen uit met collega’s. Toegang is kosteloos.

Loire 150

Postbus 24090

T 070 337 83 00

Datum: woensdag 11 september

Aanmelden: via www.vapro.nl/ duurzaamheid

2490 AB Den Haag

T 070 320 51 86

E info@vapro.nl

I www.vapro.nl

EMPOWERING PEOPLE AND INDUSTRIES


INHOUD 07/08 | 21 augustus | 2013

14

‘ZEG MIJ NIET DAT SHELL NIET MET DE GROTE VRAAGSTUKKEN VAN DEZE TIJD BEZIG IS’ De kritiek dat Shell te veel zou vasthouden aan fossiel en te weinig zou inzetten op duurzaam is volgens president-directeur Dick Benschop van Shell Nederland niet terecht. “Shell pleit voor een hogere CO2-prijs omdat we denken dat dat het meest effectieve mechanisme is, we investeren in bio, in tweedegeneratie biobrandstoffen, we zijn betrokken bij CO2-opvang en -afvang en we zijn bezig om veel dingen efficiënter te maken.”

28

‘BASISNET IS GEEN EINDSTATION MAAR EEN TUSSENSTOP’ Transportspecialist Henk Bril van Sabic is blij met de Wet Basisnet. De groei van de chemische industrie is voorlopig veiliggesteld. “Maar de wet is niet gemaakt om de chemische industrie ongebreideld te laten groeien. We moeten binnen het risicoharnas blijven passen. Lukt dat niet, dan moeten we aanvullende maatregelen nemen. Ik zie het Basisnet daarom niet als een eindstation, maar als een tussenstop.”

juli/augustus 2013 Chemie Magazine 3


Clear insight

www.ApplusRTD.com Applus RTD is de wereldwijde referentie voor Asset Integrity Services, met een solide basis in Niet-Destructief Onderzoek en Inspecties. Onze focus ligt op het leveren van totaal oplossingen op het gebied van testen, inspecteren en certificeren, die u inzicht geven in de integriteit van uw installaties. Dit doen we al sinds 1937. Onze Asset Integrity Services, standaard en op maat gemaakt, verzekeren de integriteit en conformiteit van uw installaties en verlagen daarmee uw total cost of ownership. Meer informatie ? Applus RTD Nederland Delftweg 144 3046 NC Rotterdam T+ 31 10 716 60 00

Postbus 10065 3004 AB Rotterdam E info.netherlands@applusrtd.com


inhoud 07/08 | 21 augustus | 2013

24

Bio Based Europe Training Center: unieke grensoverschrijdende trainingsfaciliteit in Terneuzen

30

Ontheffing Tijdelijke natuur geeft zowel natuur als bedrijfsleven de ruimte om door te groeien

7

Voorwoord

7

Agenda

9 10 13

14 18 22 24 28 30

46

In het Nationaal Energie Akkoord ontbreken nog een aantal belangrijke piketpaaltjes

Landelijke Aanpak Toezicht Risicobeheersing Bedrijven boekt resultaten, ‘maar we zijn nog niet bij het beoogde einddoel’

18

34 36 40 42 46

49 50 50 50

Basisnet biedt goed kader

NIEUWS

Energie & klimaat Actueel Twitter

ACHTERGROND interview

Dick Benschop, Shell Nederland Veiligheid

Aansprekende resultaten programma LAT RB Wetenswaardig

Carter van polyamide beter voor milieu onderwijs

De ambities van het BBE Training Center Veiligheid

Wet Basisnet aangenomen door Eerste Kamer Milieu

De voordelen van Tijdelijke natuur Mkb

Dishman al jaren 100 procent biobased Energie & klimaat

Nationaal Energie Akkoord in de maak uitgelicht

Handelsmissie naar Texas succesvol Jubileum

Bayer 100 jaar actief in Nederland Recycling

Hergebruik verfresten economisch haalbaar Column: irene van Luijken Mensen Volgende maand Colofon

juli/augustus 2013 Chemie Magazine 5


AGE NDA 11 september Vapro-Congres Duurzame inzetbaarheid Hoofdkantoor Randstad, Diemen

24 september

IPIT-symposium over procesintensificatie De Lindenhof, Delft

VNCI 22 augustus

WG Energie en Klimaat Novotel, Breda

30 augustus

BG Communicatie VNCI, Den Haag

10 september

WG Procesveiligheid Locatie nog nader te bepalen

11 september

WG Logistieke Veiligheid Shell, Rotterdam (Weena)

12 september

WG RC Global Charter VNCI, Den Haag WG Stoffenbeleid VNCI, Den Haag

17 september

WG Arbeidsveiligheid Teleconferentie

Voorwoord

BASISNET BIEDT GOED KADER

D

e Eerste Kamer heeft het wetsvoorstel ‘Basisnet vervoer gevaarlijke stoffen’ aangenomen (zie ook artikel op pagina 28). Een wet die, na ruim zes jaar overleg, de bereikbaarheid van chemische sites zekerstelt, en tegelijkertijd ruimte biedt aan ruimtelijke ontwikkeling. De discussie over het Basisnet in de Eerste Kamer nam nog wel een onverwachte wending. Het ging verrassenderwijs niet over de gekozen balans tussen vervoer en bebouwing, en ook niet over het effect van de vele veiligheidsmaatregelen die in de aanloop naar het Basisnet zijn genomen, maar over de fundamenten van de risicowetgeving zelf. Dat leverde vragen op als: Waarom richt dit wetsvoorstel zich specifiek alleen op vervoer van gevaarlijke stoffen, en niet ook op bescherming tegen risico’s van bijvoorbeeld verkeer, overstromingen en hoogspanningskabels? Weten we zeker dat het geld dat besteed wordt aan risicoreductie langs het spoor niet veel nuttiger besteed kan worden aan bijvoorbeeld het versterken van dijken? De Eerste Kamer heeft natuurlijk gelijk. Zolang risico’s niet onderling vergelijkbaar zijn, en de wetgeving daar niet op is ingericht, is er geen goede basis voor besluitvorming over prioriteiten. Dan is er grote kans dat veel geld gaat naar reductie van risico’s die op dat moment toevallig in de maatschappelijke belangstelling staan, terwijl andere risico’s veronachtzaamd worden. Als chemische industrie kennen wij die afweging maar al te goed. Ook in eigen huis, waar we dagelijks met verschillende soorten risico’s te maken hebben, is het zaak de balans te bewaken. Het is dan ook toe te juichen dat staatssecretaris Mansveld aan de Eerste Kamer een notitie beloofd heeft over hoe dit in toekomst aan te pakken. Toch, hoe belangrijk deze fundamentele discussie ook is, zij mag ons niet afhouden van het nemen van zinnige veiligheidsmaatregelen. En het Basisnet heeft al in zijn wordingsgeschiedenis laten zien dat het daarvoor een goed kader biedt. Goed dus dat die wet er nu is.

VNCI Advocacy Team VNCI, Den Haag

18 september

WG Security Tata Steel, IJmuiden

VNCI-directeur Colette Alma

23 september

BG Energie en Klimaat Shell Nederland Chemie, Moerdijk

24 september WG Milieuzorg VNCI, Den Haag

Meer agenda: www.vnci.nl/actualiteit/ evenementen-kalender.aspx

juli/augustus 2013 Chemie Magazine 7


DĂŠ afvalverwerker Verwerker van: Industrieel afvalwater Oliehoudend afval Brandstofresten Chemisch afval Ook verwerker van: Verontreinigde grond en TAG

ATM

Vlasweg 12, 4782 PW Moerdijk www.atmmoerdijk.nl Tel: 0168-389289 Fax: 0168-389270 Contactpersonen: Rick Leerink (06-53698983) & Ron van Verk (06-51124004)


beeld: shut terstock

Energie & klimaat

DSM en MitSubiShi bunDelen tranSport

Minder lege kiloMeters en Co2-uitstoot DSM Engineering Plastics en Mitsubishi Engineering Plastics hebben hun goederentransport gebundeld via ketenregisseur IDS Supply Chain Executors. Deze horizontale samenwerking, ook wel Chemical Cross Chain Control Center (5C) genoemd, heeft potentie. Het is een extra stap in de verduurzaming van goederentransport die leidt tot vollere vrachtwagens, lagere kosten en minder CO2-uitstoot. Tekst: Emma van Laar

A

ls DSM en Mitsubishi vanuit hun site in Genk moeten leveren aan klanten die zich bij elkaar in de buurt bevinden, worden de zendingen samengevoegd op basis van een aantal met elkaar afgesproken spelregels. Ketenregisseur IDS Supply Chain Executors managet voor beide klanten het transport. “Goederenstromen worden steeds complexer maar tegelijkertijd is er een toenemende behoefte aan transparantie en controle ontstaan”, vertelt Rinus de Kok van IDS. “Wij verwerken met onze slimme systemen en mensen vele transportopdrachten voor meerdere opdrachtgevers. We verzamelen informatie over hun goederenstromen, die we analyseren en optimaliseren.” Naast dit centraliseren van transport-

planning kan een volgende besparende stap de samenwerking tussen bedrijven op het gebied van transport zijn. Het idee achter deze horizontale samenwerking – Chemical Cross Chain Control Center (5C) – is dat bedrijven door het samenvoegen van vergelijkbare activiteiten efficiënter en effectiever kunnen opereren.

Transport verduurzamen

DSM besloot in 2009 het transportmanagement uit te besteden aan IDS. “We zijn samen gaan focussen op zo min mogelijk lege kilometers, op lage kosten en CO2-reductie”, zegt Jan-Pedro Vis van DSM. “Er is onder meer vooruitgang geboekt via het werken met delivery windows (tijdsruimte waarbinnen de klant beleverd wil worden) en het combineren van vrachten naar klanten die dicht bij elkaar zitten (geo-consolidatie). In mei 2012 ontstond bovendien het idee om met Mitsubishi samen te werken.” Dit is snel gegaan: sinds eind 2012 vervoeren de bedrijven samen wanneer dit voordeel oplevert. De voordeelsleutel wordt naar rato van gewicht verrekend. De gezamenlijke goederenstroom met Mitsubishi levert DSM een significante CO2reductie op. Vis: “Graag zouden we nog meer partners toevoegen, bijvoorbeeld ook voor onze locatie in Emmen.”

DSM en Mitsubishi hebben duidelijke afspraken gemaakt over de informatie die ze met elkaar delen. Na de zendingen stuurt IDS een factuur met de transportkosten, waarin ook de besparing is weergegeven. Tussen Mitsubishi en DSM is goed contact sinds Mitsubishi in 2010 de productielijn Xantar (polycarbonaatmengsels) overnam en gebruikmaakt van de productiefaciliteiten van DSM in Genk. Bovendien werd de samenwerking vergemakkelijkt doordat Mitsubishi de bestaande vervoerscontracten overnam en dus ook met IDS samenwerkt. Vis: “Dat we elkaar zo goed kennen helpt zeker bij het creëren van een vertrouwensband. We hebben geen inzicht in de tarieven van de ander en weten ook niet wat hun besparing is. We vertrouwen erop dat IDS de besparingen volgens de afspraak verdeelt.”

Vertrouwen

Steeds meer bedrijven hebben interesse en de wil om horizontaal samen te werken, stelt De Kok. “Het is daarbij belangrijk dat mensen elkaar vertrouwen, veiligheid van data geboden wordt en dat er aantoonbaar voordeel is. Met dit voorbeeld laten we zien dat het kan. Inmiddels voeren we ook gesprekken met andere bedrijven.” p juli/augustus 2013 Chemie Magazine 9


Bert Weckhuysen Bekroond met nWo-spinozapremie Natuurkundige Michail Katsnelson, taalwetenschapper Piek Vossen en chemicus Bert Weckhuysen hebben de hoogste wetenschappelijke onderscheiding in Nederland ontvangen: de NWO-Spinozapremie van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO). De laureaten ontvangen dit najaar elk 2,5 miljoen euro, te besteden aan wetenschappelijk onderzoek.

P

Foto: NWo

rof. dr. ir. Bert Weckhuysen (1968) is hoogleraar Anorganische Chemie en Katalyse aan de Universiteit Utrecht. Hij richt zich op het begrijpen en ontwikkelen van nieuwe of verbeterde katalysatoren en is internationaal één van de grondleggers van de ‘in situ spectroscopie’ van katalysatoren, waarmee het mogelijk is om met licht de werking van een katalysator ‘in actie’ in beeld te brengen. Deze experimentele aanpak is essentieel gebleken omdat de omgeving en reactie-omstandigheden een grote invloed hebben op de werking van katalysatoren. De onderzoeksgroep van Weckhuysen heeft laten zien wat er precies gebeurt als katalysatoren in de loop van tijd minder goed gaan werken (deactiveren). Mede op basis van deze informatie was hij in staat duurzamere chemische processen te ontwikkelen. Hij richt zich bijvoorbeeld op het ontwikkelen van katalysatoren die houtachtige biomassa kunnen omzetten in brandstof en materialen, op het verbeteren van katalysatoren om op een efficiëntere manier aardolie en aardgas te gebruiken en op solar fuels (waarbij zonneenergie gebruikt wordt om brandstoffen te maken). Het onderzoek van Weckhuysen is van groot belang voor de chemische industrie, hij werkt daarom veelvuldig samen met industriële partners. In 2012 won Weckhuysen de prestigieuze International Catalysis Award en ontving hij een Europese ERC Advanced Grant. In dat jaar werd hij de eerste faculteitshoogleraar van de Utrechtse faculteit Bètawetenschappen. Weckhuysen is lid van de KNAW. Daarnaast is hij actief als wetenschappelijk directeur van het Nederlands Instituut voor Onderzoek in de Katalyse (NIOK) en het onderzoeksprogramma CatchBio. Als captain of science van het Topteam Chemie is hij betrokken bij het vormgeven van het topsectorenbeleid van de overheid. De NWO stimuleert kwaliteit en vernieuwing in de wetenschap door het beste onderzoek te selecteren en te financieren. De Spinozapremie wordt jaarlijks toegekend aan in Nederland werkzame onderzoekers die naar internationale maatstaven tot de absolute top van de wetenschap behoren. Op 27 september vindt de feestelijke uitreiking plaats in de Nieuwe Kerk in Den Haag. De laureaten presenteren daar hun onderzoek en hun plannen met de premie. p

TNO eN HCSS riCHTeN experTiSeCeNTrum GrONdSTOffeN Op TNO en HCSS (The Hague Centre for Strategic Studies) gaan hun beschikbare kennis op het gebied van grondstoffen bundelen in een Expertisecentrum Grondstoffen. Het Expertisecentrum gaat functioneren als nationale grondstoffenen materialenmonitor en vraagbaak.

H

et is vaak onduidelijk of er op het gebied van grondstoffen problemen zijn te verwachten en wat de beste beleidsstrategie is. Risico’s en handelingsperspectieven zijn onduidelijk en tijdige anticipatie is niet goed mogelijk. Het Expertisecentrum brengt hier veran-

10 Chemie Magazine juli/augustus 2013

dering in door als vraagbaak voor overheid en bedrijfsleven te dienen, partijen bij elkaar te brengen, evenementen te organiseren en nieuw onderzoek te doen. De focus zal op vier kennisgebieden liggen: strategische advisering rondom grondstoffen, kennisontwikkeling en toepassing van mining, kennisontwikkeling en toepassing van alternatieve grondstoffen, en kennisontwikkeling en toepassing van verduurzaming van grondstoffen (recycling). HCSS en TNO hebben de afgelopen jaren veel onderzoek uitgevoerd naar de geo-

en veiligheidspolitieke, respectievelijk economische, ecologische en technologische aspecten van het grondstoffenvraagstuk. Momenteel werken de twee organisaties samen aan een nieuwe visie over strategische relaties met grondstoffen leverende landen, waarbij Nederland kennis en technologie inzet om de voorzieningszekerheid van kritische grondstoffen als metalen, soja en fosfaat te vergroten. p

Het secretariaat van het Expertisecentrum komt bij HCSS in Den Haag. Meer informatie: www.hcss.nl


Actueel

Foto: SAbIc

roB duchateau Wint dpi invention aWard

Rob Duchateau (r.) ontvangt de prijs uit handen van Jacques Joosten van het Dutch Polymer Institute.

ESD-SIC gaat InDuStrIEwatEr akzonobEl hErgEbruIkEn ESD-SIC in Delfzijl gaat komend jaar het industriewater van AkzoNobel Delfzijl hergebruiken. De siliciumcarbideproducent realiseert zo niet alleen een forse besparing op de inkoop van drinkwater en chemicaliën, maar betaalt eveneens een lagere lozingsheffing. Het project wordt mogelijk gemaakt door een subsidie van 75.000 euro uit het programma Innovatief en Duurzaam MKB Groningen.

B

ij de zoutproductie van AkzoNobel in Delfzijl komt een waterstroom van hoge kwaliteit vrij die momenteel in de Eems wordt geloosd. “Eigenlijk is het zonde om water van een dergelijke kwaliteit af te voeren”, stelt manager technologie Joost Demmink van ESD-SIC. “Wij kunnen het water immers goed gebruiken voor een groot aantal demiwatertoepassingen binnen ons bedrijf.” Hergebruik van de waterstroom sluit bovendien goed aan bij de doelstellingen uit de vorig jaar verschenen Roadmap for a Resource Efficient Europe van de Europese Commissie. Daaruit blijkt onder meer dat Europese bedrijven de wereldwijde concurrentieslag alleen overleven als ze hun grondstoffen zo efficiënt mogelijk gebruiken. Ook is er Europese wet- en regelgeving in de maak die er op termijn toe zal leiden dat er een prijskaartje komt te hangen aan het gebruik van diensten uit de natuur, zoals water en schone lucht, die tot nu toe nagenoeg gratis waren.

Stoomketel

ESD-SIC speelt op deze ontwikkelingen in door het industriewater van AkzoNobel Delfzijl op verschillende manieren te hergebruiken. “De belangrijkste toepassing is water voor onze stoomketel waar wij elektriciteit voor ons productieproces mee opwekken”, licht directeur en Plant Mana-

ger of the Year 2013 Cas König het project toe. “Verder onderzoeken wij of het water geschikt is voor de koeling van de koperen elektrodes van onze siliciumcarbideovens”, vult Demmink aan. “Daar gaat 8 megawatt aan elektrische energie doorheen. Het betekent dat het water aan specifieke kwalificaties moet voldoen. Zo mag het niet te schoon, maar ook niet te verontreinigd zijn.”

Besparing

De komende maanden legt Groningen Seaports een aftakking aan van de leiding waar het industriewater van AkzoNobel Delfzijl momenteel doorheen loopt. “Wij willen uiteraard zo snel mogelijk starten”, benadrukt König. “Door het project besparen we onder meer 80.000 tot 100.000 liter drinkwater per jaar. Dat is bijna 90 procent van ons huidige waterverbruik. Daarnaast hoeven we minder chemicaliën, zoals zout, zuur en loog, in te kopen om het drinkwater naar de juiste specificaties op te werken. Bovendien betalen we straks ook nog eens minder lozingskosten. Ook past het project goed binnen onze ambities op het gebied van duurzaam ondernemen en de Responsible Carefilosofie. Water is immers steeds schaarser. Daarom willen wij er zo verantwoord mogelijk mee omgaan.” p

Rob Duchateau (47), chief scientist bij Sabic en parttime associate professor aan de tU Eindhoven, is de winnaar van de DPI Invention Award 2013. Hij kreeg de prijs voor zijn wetenschappelijke resultaten van de afgelopen jaren en voor zijn toepassing van fundamentele kennis als katalysator voor verschillende applicaties en eigenschappen van polymeren. Hij werkte mee aan verschillende patenten op het gebied van Polyolefins en Performance Polymers. Het Dutch Polymer Institute (DPI) reikt de prijs iedere twee jaar uit aan een onderzoeker binnen het DPI-netwerk om het belang van nieuwe ontwikkelingen te benadrukken. Het belangrijkste criterium is het aantal uitvindingen met zowel een belang voor de wetenschap als voor de industrie. p

Siliciumcarbide

juli/augustus 2013 Chemie Magazine 11


twi tter Joël Meggelaars @JoelMeggelaars Boodschap chemische industrie bij lunch debat EU Parlement: toegang grondstoffen en energieprijzen net zo belangrijk als innovatie. @vnci Macco - VNCI @macco0204 Wet Basisnet door Eerste Kamer ; positief nieuws

Shuraila Stoppel @labtaal handschoenen, pipetpuntjes, kweekschalen, blauwe-dopbuizen, autoclaaftape #boodschappenlijstje, #inhetlab Frank Beckx @FrankBeckx Laten we het #schaliegas debat weer niet versmoren door NIMBY. Openheid en geloof in innovatie is ver te zoeken in sommige reacties. Wouter Rosekrans @eten_is_weten Goedemorgen! Tijd voor koffie? Bekijk deze mooie video van Wired Magazine over de chemie in een kopje koffie. Enjoy! Sabine Roeser @SabineRoeser Interview met mij in Chemie Magazine @vnci #chemie #risico #ethiek #emotie VNCI @vnci Chemie in de media: Topsector Chemiebeurs voor Dieuwertje Modder en Wowa Stroek

12 Chemie Magazine juli/augustus 2013

Foto: bA S vAN DER WEl

Cefic @Cefic European Commission takes steps to strengthen innovative chemical industry

Huntsman investeert in mDi-proDuctie “We proudly invest in Europe”, zei Peter Huntsman, CEO van Huntsman, tijdens de opening van de nieuwe MDI-splitter op 18 juni in Rotterdam. Ondanks de huidige crisis is de CEO positief over de toekomst van Europa. “Over vijf jaar is de situatie heel anders”, zei hij. “En nog steeds is Europa verantwoordelijk voor een kwart van de wereldmarkt.”

V

olgens de CEO is de Europese chemie – en zeker de Nederlandse – sterk geïntegreerd, wat nog steeds veel synergie en efficiencyvoordelen oplevert. Daarnaast is de Europese industrie sterk in innovatie en levert zij producten met een hoge kwaliteit. Voor de uitbreiding in Rotterdam werd gekozen vanwege de uitstekende relaties met de associates, waarmee hij doelde op klanten, leveranciers, Havenbedrijf Rotterdam en de overheid. Bij de opening was ook Jon Huntsman aanwezig, die het familiebedrijf in 1970 oprichtte. Met de nieuwe state of the art MDI-splitter, die zo is ontworpen dat deze geschikt is voor MDI-precursors van verschillende bronnen, en een geplande downstream specialtiesfabriek, kan Huntsman zijn klanten bedienen met een volledig assortiment gedifferentieerde polyurethaanproducten voor de automobielindustrie, lijmen, coatings en andere toepassingen. In het Amerikaanse Geismar wordt de productiecapaciteit van MDI eveneens verhoogd, met 50 kiloton naar 500 kiloton per jaar. Deze extra capaciteit, die in 2014 in gebruik wordt genomen, stelt het chemiebedrijf in staat om de leidende positie upstream te versterken, terwijl de Rotterdamse investering meer flexibiliteit geeft om downstream op maat gemaakte producten te leveren. Huntsman heeft hierbij voordeel van de lagere kosten van aardgas in de Verenigde Staten en heeft een aantal andere investeringen gepland die daarvan profiteren. Behalve in Geismar en Rotterdam heeft Huntsman Polyurethanes een derde MDI-faciliteit in Shanghai. p


Actueel

mASTerOpLeidiNG riCHT ZiCH Op BeLANG mANAGemeNT iNTeGrALe VeiLiGHeid

“D

e masteropleiding is voortgekomen uit ervaringen van docenten, onder andere van de opleiding Hogere Veiligheidskunde”, vertelt een van de architecten van de opleiding, docent en leercoach Hans Vermeeren van Triple-SManagement. “Tijdens de verdediging van een aantal examenscripties bleek dat de kandidaten steeds vaker te maken krijgen met vraagstukken die het vakgebied safety overschrijden. Triple-S-Management heeft daarom samen met de TU Delft een masteropleiding ontwikkeld waarin een geïntegreerde benadering van risico’s centraal staat.” De huidige opleidingen op veiligheidsgebied richten zich volgens hem op één specifiek onderdeel, zoals arbeids- of procesveiligheid. “Maar bij een chemiebedrijf spelen ook andere zaken. Sommige medewerkers zijn regelmatig op reis en hun

laptops en smartphones bevatten vaak bedrijfsgevoelige informatie. Maatregelen die voorkomen dat deze gegevens in verkeerde handen vallen zijn daarom essentieel.”

Werkervaring

De opleiding is bedoeld voor mensen die bij voorkeur al een inhoudelijke master op veiligheidsgebied hebben afgerond. Ook moeten ze een aantal jaren werkervaring hebben op het gebied van het managen van risico’s. Deelnemers volgen gedurende een jaar tien bijeenkomsten van drie dagen met een dag- en avondprogramma. Daarnaast horen er zelfstudie en opdrachten bij de opleiding. “De deelnemers maken een adviesopdracht op basis van een vraag van een organisatie. Vervolgens schrijven ze nog een scriptie”, aldus Vermeeren. De totale studiebelasting is 1680 uur. De VNCI is blij met het initiatief, stelt speerpuntmanager Veiligheid, Gezondheid en Milieu, Jos Dingemans. “Er zijn niet veel opleidingen op dit gebied. Goed opgeleide en ervaren mensen met een brede kijk op het managen van risico’s zijn steeds schaarser, terwijl er in de praktijk steeds meer behoefte aan is. Daarom vindt de VNCI het van belang dat er meer keuzemogelijkheden komen.” De eerste zeven cursisten zijn inmiddels

Foto: SHUt tERStocK

Verschillende recent verschenen rapporten en onderzoeken tonen aan dat een integrale kijk op veiligheidsvraagstukken bij bedrijven en overheden soms ver is te zoeken. De masteropleiding Management van Integrale Veiligheid van Triple-SManagement en de TU Delft speelt hier met een praktijkgericht lesprogramma op in. De eerste zeven cursisten ontvangen in het voorjaar van 2014 hun diploma.

druk bezig met hun praktijkopdrachten. Vermeeren verwacht dat ze in het voorjaar van 2014 hun scripties hebben afgerond, zodat ze hun diploma in ontvangst kunnen nemen. p Meer informatie: www.delfttoptech.nl/nl/ masteropleidingen/master-in-managementof-integrated-hazard-risk/

VNCi VerWeLKOmT AVeBe ALS Lid Zine nu cHemie maGa Hones tp r a ooK op sm lezers van Sinds kort kunnen t maandhe e Chemie Magazin tphone ar sm n hu blad ook op p e ap voor de lezen. Een special -telefoons iPhone en Android . Zowel de ijk el maakt dit mog ment is ne on ab t app als he -app van gratis. De iPhone ee het blad m MagZine.nu, waar , is gratis te en rd gelezen kan wo App Store, en downloaden in de ar tphones voor Android-sm Pl bij Google ay.

Avebe (een afkorting van Aardappelmeel verkoop bureau) maakt en verkoopt oplossingen op zetmeelbasis voor voedings-, papier-, bouw-, textiel-, kleefstoffen- en diervoedingsindustrieën. In eerste instantie was Avebe, opgericht in 1919, een marketing- en verkooporganisatie voor zelfstandige Nederlandse aardappelzetmeelcoöperatieven. De focus lag op de productie van aardappelzetmeel, maar R&D op het gebied van gemodificeerd zetmeel werd steeds belangrijker. tegenwoordig bezit Avebe haar eigen productiefaciliteiten, met name in Europa, en verkoopt wereldwijd hoge kwaliteit zetmeel en zetmeelspecialiteiten. p Meer informatie: www.avebe.nl

Meer actueel nieuws op www.vnci.nl en in de wekelijkse gratis Chemie nieuwsbrief (meld je aan via de site). juli/augustus 2013 Chemie Magazine 13


“De voorstanders moeten niet de indruk wekken dat schaliegas op korte termijn onze problemen oplost. Omgekeerd moet je ook niet zeggen dat de schaliegasbubbel barst als er ergens een droge put is.”

Dick Benschop (Shell Nederland) gelooft in energiemix van gas en hernieuwbaar

‘WAARoM ZoU sheLL MeeR in ReneWAbLes MoeTen doen?’ 14 Chemie Magazine juli/augustus 2013


petrochemie

het is opgeschreven in het akkoord is een goede. Daar kunnen we mee werken.”

Kritiek op de beleidskeuzes van Shell, de voortdurende discussie over schaliegas en kort voor het zomerreces de aanzet tot een energieakkoord. Voldoende redenen voor een vraaggesprek met president-directeur Dick Benschop van Shell Nederland. Over renewables bijvoorbeeld: “Die wereldwijde bedrijfstak hangt niet af van de vraag of Shell daar ook één, twee of vier miljard in stopt.” Tekst: Jos de Gruiter

FOTO’S: CA SPER RIL A

M

aatschappelijke partijen, milieuorganisaties, sociale partners en het kabinet bereikten kort voor het zomerreces van politiek Den Haag overeenstemming op hoofdlijnen over een energieakkoord voor duurzame groei. Het uiteindelijke akkoord moet afspraken bevatten over energiebesparing, schone technologie en klimaatbeleid. “Het eindresultaat moeten we nog zien,” zegt president-directeur Dick Benschop van Shell Nederland, “dus ik houd nog een slag om de arm, maar ik ben overwegend positief.” Hij baseert zich op de inhoud van de brief die minister Kamp (EZ) aan de Tweede Kamer stuurde over de stand van zaken rond het SER-overleg. “Het is van strategisch belang dat er een koers voor de lange termijn wordt uitgezet door een grote groep stakeholders op energie- en klimaatgebied. We lijden aan twee kwalen: het overheidsbeleid op deze terreinen verandert regelmatig van koers of wordt niet voortgezet en er zijn grote tegenstellingen tussen verschillende groepen, waarover heftig wordt gestreden. Dat is niet bevorderlijk. Dus als er nu een

koers ligt die breed wordt gesteund, dan is dat winst.” Mits de koers goed is natuurlijk.

“Ik zie goede ontwikkelingen. Zo wordt de renewables-doelstelling beter ingevuld dan in het regeerakkoord, met lagere kosten en een energiemix met minder kolen en minder biomassa. Dat betekent dat we dichter komen bij waar we heen moeten: een combinatie van energiebesparing en een toenemende rol van aardgas en renewables. Dat is de mix waarmee op de meest kosteneffectieve manier de klimaatdoelstellingen gehaald kunnen worden. Ik geloof daarbij sterk in het samengaan van gas en hernieuwbaar: cleaner en greener, dat is de weg. Gas kan snel veel CO2 besparen ten opzichte van kolen. Bovendien is het flexibel inzetbaar, werkt het goed samen met hernieuwbaar en heeft het de potentie om op langere termijn de drager van het energiesysteem te blijven. Ik ben blij te zien dat het akkoord daarnaartoe werkt. Ik denk dat er bovendien meer innovatie in zit. Ook in de chemie komt er een uitdaging op het gebied van energie-efficiency op ons af. Dat weten we. De manier waarop

De VNCI is met een paar elementen uit het beginselakkoord niet blij, zo heeft het kabinet geen geld over voor het behoud van energiebesparende industriële warmtekrachtkoppelingsinstallaties (WKK).

“Wat ik mis is de expliciete steun aan WKK zolang de CO2-prijs nog niet is waar die moet zijn. Daar dreigen we achteruit te lopen en dat is een efficiencyverlies dat je met geen ander beleid te boven komt. Dat vind ik een minpunt uit het akkoord.” De VNCI wenst ook afspraken over compensatie van indirecte ETS-kosten.

“Daarover stond niets in de brief, inderdaad. Maar volgens mij zit het nog wel in het akkoord. Als het er niet in blijkt te zitten, is dat ook een minpunt. Het zou belangrijke winst zijn. Het zou voor het eerst in Nederland zijn dat indirecte kosten worden gecompenseerd.”

Uit eerdere interviews blijkt dat u van mening bent dat winning van schaliegas het concurrentienadeel van Europa ten opzichte van de VS kan verminderen, maar dat u hierin voor Shell geen rol ziet.

“Nederland zou open moeten staan voor minimaal de exploratiefase, los van de vraag of Shell daaraan meedoet. We zijn een gasland, hebben veel ervaring op dit gebied en nu er zich een potentiële nieuwe bron aandient zouden we op zijn minst de nieuwsgierigheid moeten hebben en de bereidheid om de potentie te onderzoeken. Als uit de studie van EZ blijkt dat boren onder bepaalde voorwaarden op verantwoorde manier zou kunnen – wat volgens mij de uitkomst zal zijn – dan zouden we de volgende stap kunnen zetten en kunnen geïnteresseerde partijen proefboringen gaan doen. Schaliegas zal niet op korte termijn onze concurrentiepositie ten opzichte van de VS verbeteren. Het kost tijd voordat we in Europa volumes hebben. Dan praat je over de jaren na 2020. Mij gaat het meer om het besef dat er wereldwijd grote veranderingen gaande zijn en welke potentie er mogelijk ook voor Europa en Nederland ligt.” e juli/augustus 2013 Chemie Magazine 15


CV diCk bensChop Dick Benschop is sinds mei 2011 president-directeur van Shell Nederland. Vanaf 2009 was hij er al vicepresident Strategy and Competitive Intelligence in Group Strategy and Planning. Daarvoor was hij vicepresident van Shell Malaysia Gas & Power. Voordat Benschop in 2003 bij Shell in dienst trad, was hij van 1998 tot 2002 voor de PvdA staatssecretaris van Buitenlandse Zaken in het kabinet-Kok.

In landen als Polen zijn de verwachtingen naar beneden bijgesteld. De tegenstanders grijpen die berichten aan en spreken van overtrokken verwachtingen. Hebben ze een punt?

“Dat is moeilijk te zeggen. Het is all in the game dat een proefboring soms wél iets oplevert en soms níet, en dat het ene bedrijf wel redenen ziet om door te gaan en het andere niet. Wat hebben we: 40 putten in Europa? Tegen hoeveel in de VS? 40.000? Dat betekent dat we nog helemaal niets weten. We zijn net begonnen. Pas na 2020 is duidelijk wat de perspectieven zijn. De voorstanders moeten niet de indruk wekken dat schaliegas op korte termijn onze problemen oplost. Omgekeerd moet je ook niet zeggen dat de schaliegasbubbel barst als er ergens een droge put is of een bedrijf zijn activiteiten verplaatst naar een ander land. Je moet nieuwsgierig zijn en dan stap voor stap ontdekken wat je hebt en dan besluiten. Moeilijker dan dat is het niet.” Wat kunnen Europese bedrijven zelf doen om hun concurrentiepositie te verbeteren?

“Als het gaat om zaken als arbeid, milieu en energie zitten we in Europa wat kosten betreft aan de hoge kant. Dat verplicht bedrijven innovatief te zijn en op de genoemde terreinen te werken aan efficiencyverbetering. Maar de echte bedreiging voor Europa is dat we in een stagnerende markt zitten, qua economie, qua bevolkingsgroei en 16 Chemie Magazine juli/augustus 2013

qua demografische trends. Het probleem van Europa is breder dan dat ons kostenniveau te hoog is.” Is de Europese welvaartspositie in gevaar?

“Het ligt eraan hoe je die definieert. We moeten ons instellen op trendmatige groei die niet de hoogste in de wereld is. En de vraag is waar we onze economische groei vandaan halen. In elk geval niet uit onze bevolkingsgroei of toename van het arbeidsaanbod. Het zal uit de groei van onze productiviteit moeten komen. Uit innovatie. Bovendien blijft de Europese markt interessant. We zijn nu al met 500 miljoen mensen de grootste markt ter wereld en er wonen nog zeker 200 miljoen mensen omheen. Die hoeven niet meteen lid te worden van de EU, maar als we de interne markt in die richting uitbreiden, dan praten we over een gigantische markt. Dat is, denk ik, de aanpak. En wat betreft innovatie: als je concurrentiekracht en innovatie met elkaar verbindt en je kijkt naar het energie- en klimaatbeleid, dan is het een logische combinatie om zo goedkoop mogelijk CO2 te verminderen en zo veel mogelijk geld in innovatie te stoppen. Helaas doen we op dit moment precies andersom: we voeren een relatief duur klimaatbeleid en we doen te weinig aan innovatie.” Hoe draaien we dat om?

“Het klimaatbeleid veel meer op CO2 sturen en al het andere als middel zien, inclusief hernieuwbare energie. Nu sturen we op uitrol, soms relatief duur, en we hebben te weinig geld over voor innovatie. Dan doe je het dus net niet goed. Wil het klimaatprobleem beheersbaar blijven, dan moet er heel veel tegelijk gebeuren. Het energieverbruik moet omlaag, in de conversie moeten we efficiënter worden en we moeten de zwaarste emissiebronnen relatief verminderen. Dan denk ik met name aan

kolen. De afgelopen tien jaar is de helft van de groei van het energieverbruik in de wereld door kolen opgewekt. De andere helft door alle andere bronnen bij elkaar. Tegelijk zullen we CO2-opvang, -opslag en -hergebruik moeten stimuleren. Op enig moment hebben we dat nodig.” En tegelijkertijd moeten we ervoor zorgen dat de concurrentiekracht van de industrie verbetert.

“Dat doe je op twee manieren. Als je stuurt op CO2 en het prijsmechanisme hanteert, dan zoek je naar de goedkoopste oplossingen. Als je kiest voor standaarden en mandaten, met zoveel procent van dit en zoveel procent van dat, dan kom je vijf tot tien keer zo duur uit. Alleen hebben we het bijna nooit over die impliciete CO2-prijs. Als we een biobrandstoffenmandaat of een renewables-mandaat hebben en je rekent uit wat de kosten zijn van een ton CO2 die je via die maatregel bespaart, dan kom je uit op 100 tot wel 300 euro per ton. Zouden we dan geen 30 of 40 euro per ton kunnen lijden? Dat klopt dus niet. Dus je moet de mix van de kosten van klimaatbeleid en de inspanningen die je als bedrijf wilt leveren voor innovatie gaan aanpassen. Daarnaast – dat is meer binnen de kostenverdeling van ETS bijvoorbeeld en de CO2-prijs – moet je natuurlijk bepaalde sectoren en bedrijven ontzien. Die moet je niet wegjagen, want daar heeft het klimaat geen baat bij en daar hebben wij geen baat bij. Tenzij je denkt dat Europa geen klimaatbeleid moet voeren. Ik ben niet van die school en Europa is niet van die school, maar als niets doen je alternatief is, dan is íets doen altijd duurder.” Shell zou te veel vasthouden aan fossiel en te weinig inzetten op duurzaamheid.

“Dat doet geen recht aan onze inspanningen. Shell is ontzettend


petrochemie

‘We zitten in twee races tegelijk: tegen armoede en tegen klimaatverandering’ serieus bezig met de twee problemen waarmee de wereld wordt geconfronteerd. We gaan van zeven naar negen miljard mensen, of nog meer. Die mensen willen welvaart, maar ze gaan ook energie verbruiken. We zijn met twee races tegelijk bezig: een race tegen armoede en een race tegen klimaatverandering. En je kunt niet zeggen: we doen een van beide niet. Dit is wel het basic begrip dat je nodig hebt om het Shellverhaal te begrijpen.

We doen massale investeringen in gas. Tegen de achtergrond van de huidige kolengroei is dat fantastisch. Hoe eerder je CO2 bespaart, hoe beter het is. Ik noem dat wel eens de time value of abatement: een ton CO2 die we nu besparen, is meer waard dan een ton die we over twintig jaar besparen. Onze criticasters stellen de oplossingen te simpel voor. Dit voorjaar verscheen een IEA-studie die duidelijk maakte waar we staan als we de mondiale temperatuurstijging willen beperken tot 2

graden. Op twee terreinen gaat het goed: met investeringen in renewables (zo’n 250 miljard per jaar wereldwijd) en met de groei van het aantal elektrische en hybride auto’s. Op alle andere terreinen lopen we achter. We verbranden te veel kolen, investeren te weinig in kernenergie en ontwikkelen te weinig tweedegeneratie biobrandstoffen. De ontwikkelingen op gasgebied zijn gedifferentieerd: het gaat goed in China en de VS, maar Europa blijft achter. Fascinerend toch? Het leidt in elk geval tot de conclusie dat we een deel van de oplossing missen als we menen dat investeren in hernieuwbaar de volledige oplossing is. We hebben beide nodig: én green én clean. En daar speelt gas een belangrijke rol in. Shell pleit voor een hogere CO2prijs omdat we denken dat dat het meest effectieve mechanisme is, we investeren in bio, in tweedegeneratie biobrandstoffen, we doen onderzoek op het gebied van bio, we zijn betrokken bij CO2-opvang en -afvang en we zijn bezig om een heleboel dingen efficiënter te maken. Zeg mij niet dat Shell niet met de grote vraagstukken van deze tijd bezig is.” U moet u veel meer richten op renewables, vinden uw criticasters.

“De investeringen in renewables zijn wereldwijd 40 tot 50 procent van de investeringen in olie en gas. Waarom zou Shell in renewables moeten doen? Omdat ze tot ontwikkeling moeten komen, zou je kunnen zeggen. Nou, ze zíjn in ontwikkeling. Ze moeten goedkoper worden, maar het is een wereldwijde bedrijfstak van heb ik jou daar. Die hangt niet af van de vraag of Shell daar ook één, twee of vier miljard in stopt. Wij kunnen niet alles doen, dus laat ons doen waar we goed in zijn. Daar zullen ongetwijfeld nieuwe activiteiten bijkomen.” p juli/augustus 2013 Chemie Magazine 17


LANDELIJKE A NOODZAKEL Het programma Landelijke Aanpak Toezicht Risicobeheersing Bedrijven (LAT RB) heeft inmiddels aansprekende resultaten geboekt om toezicht en handhaving door verschillende overheidsinstanties bij BRZO-bedrijven beter op elkaar af te stemmen. “Maar we zijn nog niet bij het beoogde einddoel�, stelt Arie Volmer, directeur QHSE van AkzoNobel Industrial Chemicals en tevens lid van de LAT Regiegroep. Tekst: Adriaan van Hooijdonk

18 Chemie Magazine juli/augustus 2013


Veiligheid

Uniformer toezicht op risicobeheersing bedrijven

AANPAK ZORGT VOOR ELIJKE VERNIEUWING

D

e LAT Regiegroep is een overleg- en bestuursorgaan waarin diverse overheden die bij het toezicht en de handhaving op BRZO-bedrijven betrokken zijn onder meer hun beleid en instrumenten op elkaar afstemmen. De deelnemende partijen komen zo tegemoet aan de wens van het bedrijfsleven om inspecties op een uniforme manier aan te pakken. De Regiegroep bestaat uit een breed pallet aan organisaties, variërend van vertegenwoordigers van provincies en gemeenten, tot afgevaardigden van ministeries, inspectiediensten, waterschappen en veiligheidsregio’s. Daarnaast maken vertegenwoordigers van het bedrijfsleven, waaronder de VNCI, er deel van uit.

In de voorhoede

De verschillende projectgroepen van het LAT RB hebben de afgelopen jaren meerdere projecten uitgevoerd. “Zo zijn er landelijke kwali-

teitscriteria opgesteld voor de inspecteurs van de verschillende inspectiediensten”, licht Jan ten Doeschate, voorzitter van de Regiegroep en tevens manager van de provincie Noord-Brabant, toe. “Ook is er een specialistische academie opgericht waar toezichthouders hun inspectievaardigheden kunnen verbeteren met opleidingen als audittechnieken, inspectiemethodiek en basiskennis BRZO. Opleiding is immers een van de belangrijkste pijlers voor professioneel toezicht. Daarnaast is er een uniforme inspectiemethodiek ontwikkeld, evenals een database waarin inspecteurs hun ervaringen en informatie met elkaar uit kunnen wisselen. Verder hebben we een landelijke handhavingsstrategie opgezet, zodat overheden op dezelfde manier op overtredingen reageren. Ook brengen we tegenwoordig jaarlijks een gezamenlijk rapport uit over de bevindingen van inspecties bij bedrijven in de hoogste gevarencategorie. Kortom, LAT

RB zit in de voorhoede om de noodzakelijke vernieuwingen te introduceren”, aldus Ten Doeschate.

Eén wet, één ministerie

De afgelopen jaren zijn er inderdaad een aantal stappen gemaakt om toezicht en handhaving te verbeteren”, stelt Arie Volmer, die namens AkzoNobel Industrial Chemicals inmiddels twee jaar deel uitmaakt van de Regiegroep. “Maar we zijn nog niet bij het beoogde einddoel, waarbij toezicht en handhaving in één wet en bij één ministerie zijn ondergebracht. Bovendien heeft Nederland bij de invoering van de Seveso-richtlijn een bepaalde vertaalslag gemaakt waardoor de weten regelgeving hier op een andere manier is geregeld dan in andere Europese landen.” Volmer bendadrukt dat het voor een internationaal opererend concern als AkzoNobel lastig is om bijvoorbeeld in Duitsland aan andere regels te voldoen. “Zo zijn wij in Nederland voor een BRZO-inspectie e juli/augustus 2013 Chemie Magazine 19


‘Opleiding is een van de belangrijkste pijlers voor professioneel toezicht’

minimaal tien dagen kwijt. In Duitsland gaat dat veel sneller. Dat komt doordat het proces aan de voorkant, met name de vergunningverlening, beter is geregeld. Bovendien ligt er meer verantwoordelijkheid bij de bedrijven om de risico’s te beheersen.” Ten Doeschate reageert: “Ik ben het met Volmer en de VNCI eens dat de verantwoordelijkheid voor veiligheid in eerste instantie bij de bedrijven zelf ligt. VNO-NCW heeft met de VNCI en andere branches het thema dan ook voortvarend opgepakt met het programma Veiligheid Voorop.” De voorzitter van de Regiegroep heeft verder waardering voor de spiegel die het bedrijfsleven de andere deelnemende partijen tijdens de bijeenkomsten voorhoudt. “Zo is regelmatig gewezen op het belang van goed opgeleide en deskundige inspecteurs. Met de oprichting van de LAT RB-academie hebben wij daarop ingespeeld.” VNO-NCW en de VNCI hebben ervoor gepleit om toezicht en handhaving bij één toezichthouder onder te brengen en in één wet vast te leggen. Ten Doeschate: “Ik zie nog geen stappen in die richting. Wel is er steeds meer bereidheid om de uitvoering beter op elkaar af te stemmen. Samenwerken aan integrale veiligheid, schouder aan schouder, dat is geen vraag meer, dat is een must. Neem bijvoorbeeld

het landelijke inspectieproject Bedrijven met opslagtanks (PGS29) dat in oktober vorig jaar van start is gegaan en ervoor zorgt dat inspecties gezamenlijk en op een uniforme manier worden uitgevoerd.”

Regionale uitvoeringsdiensten

Ten Doeschate wijst erop dat de wet- en regelgeving voor BRZObedrijven relatief jong is. “Het proces van samen optreden gaat stap voor stap. De volgende belangrijke fase is de start van de zes Regionale uitvoeringsdiensten (RUD’s), die zich specifiek op BRZO-bedrijven richten en waarin relevante expertise is gebundeld. Onder aanvoering van de DCMR, een van de zes, gaan deze diensten aan de slag om vergunningverlening, toezicht en handhaving bij onder meer chemiebedrijven te verbeteren. Dat is ook nodig omdat verschillende incidenten in de chemie hebben aangetoond dat fysieke inspecties noodzakelijk zijn.” Volmer ziet de oprichting van de RUD’s eveneens als een belangrijke stap om toezicht en handhaving te verbeteren. “Zeker nu de financiële middelen krapper worden, is het noodzakelijker om hier efficiënter mee om te gaan. De RUD’s spelen daarop in. Verder vind ik het een goede ontwikkeling dat er straks meer risicogebaseerde inspecties komen.” p

VNCI WAARDEERT OPENHEID LAT REGIEGROEP

De VNCI waardeert het werk en de openheid van de LAT Regiegroep en de projectgroepen, stelt Jos Dingemans, speerpuntmanager Veiligheid, Gezondheid en Milieu. “Vertegenwoordigers van het bedrijfsleven mogen aan het overleg deelnemen en hun mening geven. Daardoor worden er breed gedragen besluiten genomen waar alle betrokken partijen van profiteren.” Tegelijkertijd zou de VNCI het liefst zien dat het programma niet nodig zou zijn. “Maar het kan nu eenmaal niet anders, omdat de BRZOwetgeving bij drie ministeries is ondergebracht en in drie wetten is geïmplementeerd. Wanneer er één kolom voor vergunningverlening, toezicht en handhaving komt, hoef je niet te investeren in afstemming.” Daarnaast zou de VNCI graag zien dat inspecteurs meer kennis verwerven op het gebied van procestechniek en de beoordeling van procesrisico’s en veiligheidsstudies. “Als de kwaliteit en de samenwerking verbeteren, zijn er uiteindelijk ook minder inspecteurs nodig”, aldus Dingemans. 20 Chemie Magazine juli/augustus 2013


DĂŠ Logistics Control Tower voor de chemische industrie

Bekijk de DSM business case

Bereken nu zelf Ăşw besparing op www.idsnl.com/besparing


LICHTERE CARTER BETER VOOR MILIEU De Peugeot 508 is de eerste auto met een carter gemaakt van DSM’s Akulon Ultraflow polyamide 6. Niet alleen weegt de auto hierdoor minder dan een metalen versie, ook zijn de productiekosten lager en dalen het brandstofverbruik en de C02-uitstoot van de auto. De carter, ontwikkeld door de Franse producent van kunststof auto-onderdelen Steep Plastique, is 60 procent lichter dan de metalen versie en kan daarnaast tegen een stootje. Door de kwetsbare positie onder aan de motor moet een carter bijvoorbeeld opspattende stenen en stoepranden kunnen weerstaan. De carter heeft bij tests bij Steep en Peugeot succesvol diverse proeven doorstaan, zoals een botsing met een stoeprand, 22 chemie Magazine juli/augustus 2013

botsing met stenen en een vallende motor. “Het vereiste een gezamenlijke teamprestatie door de deskundigen van DSM en Steep om dit project tot een goed einde brengen, en een zeer diep inzicht in de applicatie-eisen. We zijn blij dat dit onderdeel nu in productie is”, zegt ralph ramaekers, global segment manager automotive powertrain bij DSM Engineering Plastic. DSM lanceerde recent ook de eerste high performance PEt die goed bestand is tegen hydrolyse en diverse metalen autoonderdelen kan vervangen, en stond aan de basis van een biobased afdekplaat voor de nieuwe a-klasse van MercedesBenz. “DSM blijft zich richten op de vervanging van metaal in de motor en de carrosserie”, aldus ramaekers.p


Foto: DSM EnginEEring Pl a Stic

Wetenswaardig

juli/augustus 2013 chemie Magazine 23


’We WiLLeN HÉT BiOBaseD CeNT

Scholieren bezoeken de expositie over de biobased economy. Door hun geboortedatum in te vullen kunnen ze zien hoeveelste aardbewoner ze zijn.

24 Chemie Magazine juli/augustus 2013


Onderwijs

Grensoverschrijdende trainingsfaciliteit in regio Gent-Terneuzen

CeNTrUM VaN eUrOPa WOrDeN’ Langs het Kanaal Gent-Terneuzen ontstaat een steeds steviger cluster van biobased industrieën. In de nabije toekomt wordt er een groot tekort aan operators en monteurs verwacht. Het Bio Base Europe Training Center in Terneuzen speelt hierop in door jongeren aan beide kanten van de grens enthousiast te maken voor de (bio)procestechniek en door diverse opleidingen te verzorgen. Tekst: Igor Znidarsic

H

ét Europese centrum voor de biobased economy, dat moet het gebied langs het Kanaal Gent-Terneuzen gaan worden. Daarvoor hebben de havenbedrijven van Gent en Zeeland, een aantal bedrijven in de kanaalzone, de Universiteit van Gent, ROC Scalda en Vlaamse en Nederlandse overheden het samenwerkingsproject Bio Base Europe opgericht. Momenteel hebben de bedrijven in de regio nog geen tekort aan technisch personeel. Het percentage jongeren dat voor een technische studie kiest is in ZeeuwsVlaanderen zelfs hoger dan het landelijk gemiddelde. Toch wordt er in de toekomst, door de uitstroom van babyboomers en doordat Zeeuws-Vlaanderen een krimpgebied is met over twintig jaar 20 procent minder jongeren, een groot tekort aan operators en monteurs verwacht. De grensoverschrijdende trainingsfaciliteit Bio Base Europe Training Center in Terneuzen, samen met de Pilot Plant in Gent tot stand gekomen dankzij een EU-subsidie voor het stimuleren van interregionale projecten, moet hierin verandering brengen. Het Training Center maakt jongeren aan beide kanten van de grens enthousiast voor de (bio)procestechniek en verzorgt diverse opleidingen. Op de begane grond van het klimaat-

bedrijfsvoering is ondergebracht bij een werkmaatschappij, Bio Base Europe Coöperatie, een coöperatie (met uitgesloten aansprakelijkheid) waar diverse bedrijven in de regio lid van zijn, waaronder Yara, Dow, Styron en Cargill, evenals een aantal buitengewone leden, waaronder een regionale werkgeverskoepel. De ambitie is dat alle grote industrieën in de regio (twaalf tot vijftien) lid worden.

Vorkheftruck

neutrale gebouw in Terneuzen is een permanente expositie over de industriële biotechnologie ingericht. Jongeren tussen 10 en 16 jaar maken er kennis met alle facetten van de biobased economy, van grondstoffenschaarste tot het met behulp van micro-organismen uit biomassa halen van bruikbare chemicaliën. De expositie is interactief opgezet, met touchscreens en serious gaming. Ook gaan de jongeren zelf aan de slag met het maken van haargel. Voor ze naar Terneuzen afreizen krijgen ze op school een aantal lessen over het thema en maken ze een werkstuk. Sinds de opening een jaar geleden bezochten vierduizend Vlaamse en Nederlandse leerlingen van het basis- en voortgezet onderwijs uit de wijde omgeving de expositie. Mark van Waes, directeur van het Training Center, wijst de jongeren er graag op dat een wachtchef bij een groot chemiebedrijf in de ploegendienst een aanzienlijk inkomen verdient, want hij heeft een gecompliceerd beroep met een grote verantwoordelijkheid, en hij werkt in continudienst, met bijbehorende forse toeslag. Er wordt volgens Van Waes in de (bio)procesindustrie minstens zo goed als in de IT verdiend, of zelfs beter. De stichting Bio Base Europe Training Center is de eigenaar van het klimaatneutrale gebouw. De

Behalve jongeren enthousiasmeren voor een baan in de (biobased) procestechniek, leidt het Training Center ook volwassenen op en schoolt werkzoekenden om tot procesoperator. Aanvankelijk was het plan om alleen biobased opleidingen te gaan verzorgen. “De bedrijven die we benaderden vonden dat wel interessant,” vertelt Van Waes, “maar ze zeiden: ‘Als je echt iets voor ons wilt betekenen, moet je een breder pakket opleidingen aanbieden.’ Een gemiddelde operator moet per jaar twintig tot dertig trainingen doen, van vorkheftruck tot EHBO. Vaak regelt bij bedrijven iemand van personeelszaken of inkoop dat. Bedrijven wilden met ons in zee als we hen dat volledig uit handen namen. Dat hebben we gedaan.” Het Training Center verzorgt de meeste trainingen overigens niet zelf, maar brengt deze onder bij de in de regio aanwezige opleidingsinstituten. “Omdat wij de klassen vol kunnen maken, kunnen we aantrekkelijke tarieven aanbieden aan de bedrijven”, aldus Van Waes. Het Training Center moet zichzelf bedruipen. Dat lukt momenteel nog niet, maar de fase van break-even komt dichtbij. In Nederland is inmiddels 60 procent van de potentiële bedrijven klant, in Vlaanderen nog maar 10 tot 15 procent. De komende tijd richt het Training Center zich daarom vooral op het Vlaamse deel. Nu de basis voor een gezonde exploitatie is gelegd, worden ook e juli/augustus 2013 Chemie Magazine 25


Het Training Center is gevestigd in een klimaatneutraal gebouw in Terneuzen.

‘Veel jongens hier kiezen voor procestechniek omdat vader, broer of buurman erin werkt’ Barrières

Grensoverschrijdende projecten lopen vaak tegen barrières op het gebied van wet- en regelgeving op, en dat is hier niet anders. Zo bestaat er in Vlaanderen geen diploma procesoperator. “We stemmen de opleidingen daarom af met bedrijven, die ons precies vertellen wat zij van een procesoperator verwachten”, aldus Van Waes. “Cargill is daarin bijvoorbeeld heel streng en geeft precies aan wat de mensen moeten kunnen.” Van der Brugge noemt daarnaast als barrières de arbeidsvoorwaarden, de fiscaliteit en sociale zekerheid. “Het lijkt alsof het er de laatste jaren eerder meer worden dan minder. Iedereen roept steeds dat het nu eens een keer opgelost moet worden in het Europa van 2013, maar het schiet niet op.” Volgens De Raedemaecker is het cruciaal om vergaand samen te werken met de VDAB (de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepenopleiding, een soort combinatie van de Nederlandse UWV en roc’s). “Dat is momenteel de meest efficiënte manier om het grensoverschrijdende aspect te coveren.” Uiteindelijk doet een operator in Nederland hetzelfde als een in Vlaanderen, stelt De Raedemaecker. “We proberen daarom ondanks de verschillen in wet- en regelgeving naar de synergie te zoeken en samen met de bedrijven voordeel uit dit gebouw en de geografische ligging te halen.”

biobased trainingen, op het gebied van fermentatieprocessen en biodiesel, ontwikkeld, wat volgens Van Waes ingewikkelder is dan de klassieke processen. “De vraag uit de markt daarnaar is groot.” De betrokkenen geloven nog steeds dat de biobased economy er komt, maar weten ook dat het mede vanwege schaliegas anders zal gaan dan men enkele jaren terug dacht. Het businessplan is daarop aangepast.

Simulator

De specifieke trainingen voor procesoperator worden aangeboden middels een Simulator Training Unit. “We simuleren met bepaalde computerprogramma’s een heel fabrieksproces”, vertelt Geert de Raedemaecker, voorzitter van de Coöperatie en regional head of pro26 Chemie Magazine juli/augustus 2013

duction bij Yara. “De docent laat dan pompen uitvallen of filters verstoppen, en dan moeten de cursisten de problemen oplossen. We kunnen de meest complexe continuprocessen simuleren en offline oefenen. Een zetmeelraffinaderij, een biodieselplant, in principe kan alles.” De simulator biedt ook de mogelijkheid tot e-learning op afstand. Gertjan van der Brugge, voorzitter van de stichting Bio Base Europe Training Center en bestuurslid van onderwijsinstelling Scalda, vult aan: “Tegenwoordig is de apparatuur in bedrijven zo betrouwbaar dat operators zelden of nooit nog een emergency meemaken. Dat kun je eigenlijk alleen nog maar simuleren. Daarom is deze manier van trainen zo belangrijk.” De Simulator Training Unit is voor-

alsnog uniek in Nederland en Vlaanderen. Van Waes: “De klassieke simulator bootst een bepaald bedrijfsproces na en bij een aanpassing moet iemand van het bedrijf of de leverancier de simulatie komen aanpassen, wat heel kostbaar is. Met de moderne simulatoren die wij gebruiken kun je zelf het eenvoudige onderhoud doen. Wij bieden ze onafhankelijk van de leveranciers aan, dat is het unieke.”

Cluster

Het Training Center is met reden in Terneuzen gevestigd. Van Waes: “Het gebied langs het kanaal heeft een sterke positie in de industriële biotechnologie, met verschillende biodieselproducenten, een grote bio-ethanolfabriek, een vergister. De cluster loopt in Europa voorop, en zou nog verder versterkt moeten worden, dat was ook het achterliggende idee van de EU-subsidie.” Van der Brugge voegt toe: “Er is hier in de regio al 150 jaar chemische industrie, met een sterke biobased traditie. Je had hier de vlascultuur in de landbouw, er waren veel suikerfabrieken. En dat alles lang voordat de term biobased economy in zwang kwam. Mensen hebben in deze streek ook helemaal geen negatief gevoel over de industrie. Veel jongens op het roc kiezen voor procestechniek omdat hun vader, broer of buurman erin werkt, met veel plezier en een goed salaris.” Met samenwerkingspartner COCI Green Chemistry in Bergen op Zoom gaat de regio naar verwachting een voorspoedige bio-toekomst tegemoet. De ambitie is er in ieder geval. Van Waes: “We willen hét biobased centrum van Europa worden.” p


20.25 uur melding van de storing verwachte aankomsttijd 04.48 uur

Uw vacu端m- of drukluchtsysteem defect? Plotselinge piekproductie? Dan eist u een snelle oplossing. Aerzen International Rental staat 24/7 voor u klaar met 100% olievrije huurblowers en -compressoren. Wij helpen u razendsnel uit de brand met transport, installatie en inbedrijfname.

24/7 seRvice & suppoRt +31 (0)26 446 47 23 Aerzen i n t e r n At i o n A l r e n tA l Fotograaf 3, 6921 RR Duiven, +31 (0)26 4464723, info@aerzenrental.com, www.aerzenrental.com

Passie voor douanezaken Bij KGH Customs Services en Douaneopleidingen, bouwen wij bruggen tussen uw bedrijf en de bestaande regelgeving in de internationale handel. We hebben een passie voor douanezaken en kijken er naar uit u van dienst te zijn om een een nog betere afhandeling van uw douaneprocessen te garanderen. Onze focus is om u van A tot Z te begeleiden. Uniek product portfolio Wij bieden gestandaardiseerde en op maat gemaakte oplossingen voor al uw douaneprocessen met als doel optimale besparingen binnen uw organisatie te realiseren. Douanecompetentie We hebben meer dan 50 jaar ervaring op het gebied van douanezaken. Vandaag hebben we meer dan 600 medewerkers in heel Europa, die zijn toegewijd en klaar staan om u te ondersteunen. Geografische dekking Wij zijn gevestigd in 7 Europese landen met een uitgebreid netwerk en breiden nog steeds uit, niet alleen binnen maar ook buiten Europa. Voor meer informatie: sales.nl@kghcustoms.com

Voor de nieuwe start van onze cursussen zie: www.kghdouaneopleidingen.nl

YOUR INDEPENDENT PARTNER FOR CUSTOMS COMPLIANCE AUSTRIA

BELGIUM

DENMARK

GERMANY

NETHERLANDS

NORWAY

SWEDEN

www.kghcustoms.nl


Groei chemische industrie voorlopig veiliggesteld

’Basisnet is geen eindstation’ De Eerste Kamer heeft in juli ingestemd met de Wet Basisnet, die zich richt op veilig vervoer van gevaarlijke stoffen over water, weg en spoor. Na een traject van bijna tien jaar is transportspecialist Henk Bril van Sabic blij dat de groei van de chemische industrie voorlopig is veiliggesteld. Tekst: Adriaan van Hooijdonk

‘I

n de aanloop naar het vaststellen van het Basisnet is al veel veiligheidswinst geboekt”, benadrukt procesmanager Basisnet Arie-Jan Arbouw van het ministerie van Infrastructuur en Milieu. “Niet alleen de overheid, ook de industrie en de vervoerders namen verschillende maatregelen om de veiligheid te vergroten. Zo is op de spoorroutes waar gevaarlijke stoffen worden vervoerd automatische treinbeïnvloeding aangebracht. Daarmee voorkom je vrijwel dat een machinist door een rood sein kan rijden.” Ook heeft een aantal gemeenten waar treinen met gevaarlijke stoffen door binnensteden rijden de bouwplannen aangepast. “Vooral Dordrecht en Zwijndrecht hebben zich tijdens de eindsprint van het Basisnet ingespannen om in de toekomst niet te dicht bij het spoor te bouwen. Ze hebben hun bouwplannen zo ingericht dat er een flinke reductie

28 Chemie Magazine juli/augustus 2013

van het groepsrisico heeft plaatsgevonden.” Veel veiligheidswinst is ook geboekt door bij de samenstelling van treinen brandbare vloeistoffen en brandbare gassen waar mogelijk ten minste 18 meter van elkaar te scheiden, om het explosiegevaar te verminderen (warme-BLEVE-convenant). Ook hebben sommige chemiebedrijven vrijwillig crashbuffers, die bij een botsing de energie absorberen, op wagons geplaatst. Daardoor verkleinen ze de kans dat een wagon wordt doorboord en gaat lekken. Verder is er de afgelopen jaren op verschillende routes ‘hotboxdetectie’ geïnstalleerd om ontsporing door een vastgelopen aslager of een slepende rem te voorkomen.

Grotendeels emotie

Desalniettemin woedt er al jaren een discussie over de veiligheid van het vervoer van gevaarlijke stoffen per spoor. Er vinden in binnen- en buitenland incidenten plaats, die veel

media-aandacht krijgen. Steden als Dordrecht, Breda, Roosendaal, Eindhoven en Venlo maken zich dan ook al jaren sterk om het aantal goederentreinen door hun steden te beperken. Transportspecialist Henk Bril van Sabic begrijpt het wel: “Het spoor is goed voor slechts 7 procent van het vervoer van gevaarlijke stoffen, maar voor 93 procent van de emotie. Veel partijen die bij het proces waren betrokken, zagen voor het eerst hoeveel gevaarlijke stoffen er passeren. Vaak hebben ze er ook geen direct voordeel bij, dus waarom in mijn achtertuin, vragen ze zich af.” Hij benadrukt dat het merendeel van dit vervoer via water, pijpleidingen en de weg gaat. “Bovendien streven steeds meer chemiebedrijven ernaar om de gevaarlijke stoffen op hun produtielocatie te verwerken. Ook maken ze steeds vaker gebruik van elkaars reststromen. Daarnaast zijn steeds meer chemiebedrijven met elkaar verbonden via onder-


transportveiligheid

VRagen oVeR Basisnet De VNCI krijgt van individuele leden geregeld vragen over wat het Basisnet voor hen betekent. In zijn algemeenheid kan gesteld worden dat het Basisnet gericht is op de sector vervoer van gevaarlijke stoffen als geheel. Ook zijn alleen stoffen die een relevant extern veiligheidsprobleem kunnen veroorzaken van belang, vooral de brandbare gassen en de giftige vloeistoffen. Corrosieve en milieugevaarlijke stoffen zijn niet relevant en de brandbare vloeistoffen en giftige gassen slechts in beperkte mate. Voordat de brandbare gassen en giftige vloeistoffen van belang zijn moet er wel sprake zijn van honderden tankauto’s of ketelwagens per jaar. Ook de transportroute is van belang: loopt die door veel dichtbevolkte binnensteden of alleen door landelijke gebieden? De Brabantroute (Dordrecht-Breda-Tilburg-Eindhoven) is wel een traject waar de risicogrenzen snel bereikt kunnen worden. Voor die route zal het van belang zijn dat verladers (ook de minder grote) bepaalde maatregelen nemen, zoals het aanbrengen van crashbuffers op ketelwagens. Meer informatie: Macco Korteweg Maris, 070 337 87 48, kortewegmaris@vnci.nl

grondse pijpleidingen.” De wet gaat op 1 januari 2014 in. Bril benadrukt dat het Basisnet zeker niet is gemaakt om de chemische industrie ongebreideld te laten groeien. “We hebben een risicoharnas gekregen en moeten ervoor zorgen dat we daarin blijven passen. Lukt dat niet, dan zullen we aanvullende maatregelen moeten nemen om de veiligheid te vergroten. Ik zie het Basisnet daarom niet als eindstation, maar als tussenstop.”

Flessenhals

Verder vraagt hij zich af hoe het Basisnet in de praktijk gaat werken en wat de betrokken partijen nog kunnen doen om meer maatschappelijk draagvlak te creëren. “Hoe gaat ProRail bijvoorbeeld de vervoersstromen op het spoor monitoren? Groeien huidige rekenmodellen mee met de veiligheidsontwikkelingen? Hoe zorgen we dat sommige emplacementen geen flessenhals

worden, en dat de veiligheidssystemen in andere Europese landen op elkaar worden afgestemd? En, wellicht het allerbelangrijkst: hoe gaan we het de burger allemaal uitleggen?” Arie-Jan Arbouw wijst erop dat er in 2007 (dus voor de crisis) een vervoersprognose tot 2020 is gemaakt om toekomstige risico’s in te schatten. Op basis daarvan zullen de veiligheidszones worden vastgelegd. Ook is er per vervoerstak een analyse van toekomstige knelpunten gemaakt. Voor water is er nog heel veel risicoruimte, waardoor er voor de binnenvaart niets zal veranderen. De basisnetten spoor en weg hebben wel met knel- en aandachtspunten te maken. “Met ProRail hebben we afgesproken dat we iedere drie maanden de vervoersgegevens krijgen. Daarin kunnen we ook zien in hoeverre het vervoer invulling geeft aan het warme-BLEVE-convenant en op welke routes er te veel met gevaarlijke stoffen wordt gereden. Daarnaast kijkt ProRail ook vooruit hoe de vervoersstromen zich gaan ontwikkelen.” Hij benadrukt dat de overheid duidelijke afspraken met de vervoerders heeft gemaakt. “Wanneer ze structureel te veel gevaarlijke stoffen op een bepaalde route blijven transporteren, zullen we harde maatregelen nemen. Overigens zullen we er wel voor zorgen dat de chemische clusters hun stoffen blijven krijgen.” Door in het vervolgtraject van het Basisnet aanvullende veiligheidsmaatregelen te nemen, kan het vervoer volgens hem blijven groeien. “De veiligheidswinst nemen we zeker mee in de rekenmodellen.

Hotboxdetectie is de eerste maatregel die vervoerders als veiligheidswinst mogen gebruiken.” Arbouw verwacht dat het vervoer van gevaarlijke stoffen via de Brabantroute en de Oldenzaalroute de komende jaren zal afnemen, terwijl het via de Betuweroute zal toenemen. Daarvoor zijn nog wel investeringen nodig, zoals een aftakking bij Meteren om Rotterdam te verbinden met de industrie op Chemelot. “Verder zijn we met gemeenten, hulpverlening en ProRail in overleg om bij rangeeremplacementen flessenhalzen te voorkomen.”

Eerlijke antwoorden

De Nederlandse overheid gaat zich volgens hem niet sterk maken voor een internationaal basisnet. “In omringende landen maken ze andere politieke keuzes. Zo wil Duitsland het vervoer over de weg beperken en het vervoer per spoor stimuleren. Maar ik kan mij voorstellen dat als het Basisnet goed blijkt te werken andere landen interesse tonen. Dat signaal krijgen we al uit België.” Arbouw is het verder met Bril eens dat er op communicatief gebied nog veel moet gebeuren. “Met een aantal regio’s hebben we afgesproken om te kijken hoe we meer maatschappelijk draagvlak kunnen krijgen. Staatssecretaris Mansveld heeft voor twee spoorprojecten een beperkt budget vrijgemaakt. De betrokken gemeentes moeten daarvoor wel het initiatief nemen. Ik weet uit eigen ervaring dat burgers veel begrip hebben, maar wel hun zorgen willen uiten en eerlijke antwoorden eisen.” p juli/augustus 2013 Chemie Magazine 29


Geen slapeloze nachten om beschermde soorten meer

tIJdelIJKe natUUr

Beschermde dieren en planten: een zegen voor natuurliefhebbers, maar niet voor chemiebedrijven. Een rugstreeppad of bedreigde orchidee kan (ver)bouwplannen flink verstoren. Maar nu is er de ontheffing Tijdelijke Natuur, die natuur de ruimte geeft om door te groeien z贸nder dat bedrijven hoeven te vrezen voor vervelende bezwaarprocedures, zenuwslopende vertragingen en kostbare natuurcompensatie.

FOTO: HOll AnDSE HOOgTE

Tekst: Marloes Hooimeijer

30 Chemie Magazine juli/augustus 2013

De zandhagedis.


Milieu

Weet Wat er leeft

Bovenaan staat volgens Cees van Houwelingen, operations regulatory affairs leader bij Dow Benelux in Terneuzen, dat je als bedrijf weet welke beschermde soorten er op het terrein (kunnen) voorkomen. Zodat je niet voor onverwachte verrassingen komt te staan bij bouw- of verbouwplannen. “Dat hebben wij wel geleerd toen we voor de bouw van een ethyleen-boosterstation opeens een kostbare vertraging van weken opliepen in het vergunningentraject. Een natuurorganisatie kwam in het geweer vanwege de kamsalamander die in het gebied scheen voor te komen. Uiteindelijk hoefden we geen maatregelen te treffen, maar de gedachte dat we niet direct met onze additionele ethyleen naar het leidingnetwerk zouden kunnen, heeft tijdens de procedure voor behoorlijk wat slapeloze nachten bij de project-

N

ederland telt zo’n 30.000 hectare braakliggende grond. De bestemming, zoals bedrijfsterrein of woningbouw, wordt in fases gerealiseerd. Het kan jaren duren voordat de grondbezitter zover is. En als het moment dan bijna daar is, komen de slapeloze nachten: zijn er tussentijds geen beschermde dieren of planten op het terrein gaan wonen? De vrees leeft voor woedende milieuorganisaties, negatieve krantenkoppen, maar vooral voor uitstel, dure natuurcompensatie, of misschien zelfs afstel of verplaatsing van het bouwproject. Dus zit er niets anders op dan het terrein angstvallig ‘schoon van natuur’ te houden, door veelvuldig te maaien of de grond steeds weer met een tractor kapot te rijden. Dit kost veel geld en energie, geeft een slechte pr, maakt de omgeving er niet aantrekkelijker op en draagt geenszins bij aan natuurontwikkeling in ons land. Dat moest anders kunnen, vond de stichting InnovatieNetwerk, die onder meer natuurinnovatie stimuleert. Op haar initiatief ontstond in 2007 de conceptbeleidslijn Tijdelijke Natuur. Terreineigenaren kunnen een ontheffing Tijdelijke Natuur bij de Dienst Regelingen van het ministerie van Economische Zaken aanvragen. De behandeling van de aanvraag duurt zestien weken, waarop een bezwaartermijn van zes weken volgt. Met de ontheffing krijgt de grondeigenaar toestemming om natuur met beschermde soorten te laten ontstaan en om die – na mini-

maal één broedseizoen – ook weer te mogen verwijderen. De ontheffing kan alleen worden verleend voor soorten die op het moment van de aanvraag niet op het terrein zijn aangetroffen. Voor soorten die er wel al zitten, kan eventueel een reguliere ontheffing worden aangevraagd (zie kader).

Zekerheid

Inmiddels heeft het ministerie twaalf ontheffingen verleend en zijn er vijf in aanvraag. Het Havenbedrijf Amsterdam was de eerste die een ontheffing Tijdelijke Natuur kreeg, voor 9 hectare braakliggend terrein. Remco Barkhuis, hoofd cluster infrastructuur en geoinfo, is enthousiast: “Het aanvragen van zo’n ontheffing is altijd veel eenvoudiger dan problemen achteraf oplossen. En de natuur wordt er altijd beter van. Zo krijgen bijzondere orchideeën de tijd om hun zaden breed uit te zetten en kan de paddenpopulatie groeien. Het is ook een prettigere omgeving om in te werken dan een kale zandvlakte.” Maar bovenal biedt het de grondeigenaar zekerheid. Hij hoeft geen compenserende maatregelen te treffen als hij de beschermde natuur die na de ontheffing is ontstaan wil verwijderen. Oftewel: hij hoeft ter vervanging van de tijdelijke natuur geen nieuw broed-, foerageer- of groeigebied te creëren op een andere plaats. Wat niet wil zeggen dat hij de beesten mag doden of de planten mag vernietigen. “De zorgplicht blijft bestaan”, zegt Barkhuis. “De grondeigenaar moet altijd zorgen dat de dieren in de

mensen gezorgd.” Sinds die les voert Dow regelmatig een flora- en fauna-inventarisatie uit op zijn terreinen, zodat het van tevoren een risico-inschatting kan doen en waar nodig maatregelen kan nemen. Zo weet het nu dat in zijn gebied wilde orchideeën, veldleeuweriken en oeverzwaluwen voorkomen. Van Houwelingen: “Wij willen verantwoord omgaan met de natuurwaarden en zelfs meer natuurwaarde stimuleren, zolang we vooraf maar duidelijkheid hebben en we later niet tegen onverwachte vertragingen op lopen. Als het ter compensatie nodig is dat we ergens anders een oeverzwaluwwand moeten creëren, dan is dat in te plannen en geen groot probleem. Dat is ook het geld niet.” Meer informatie: www.netwerkgroenebureaus.nl

‘Een beschermde soort die hier op de loer ligt is de zandhagedis’ meest geschikte periode worden afgevangen en verplaatst naar een geschikt gebied. En dat planten ook een andere stek krijgen. Maar dit is geen belemmering; in de voorbereidingsfase van een project is hiervoor tijd genoeg.” Om de ontheffing Tijdelijke Natuur toegankelijker te maken hebben grondeigenaren, zoals het Havenbedrijf Amsterdam, Groningen Seaports, de vereniging van zand- en grindproducenten Cascade, en belangenorganisaties, zoals de Vlinderstichting, met de rijksoverheid een Green Deal gesloten. De aanvraagprocedure moet makkelijker worden en het moet straks mogelijk zijn een groepsontheffing aan te vragen. Bij wijze van proef heeft Groningen Seaports zo’n groepsontheffing aangevraagd en gekregen voor 200 hectare braakliggend bedrijfsterrein in Delfzijl. Bart van der Kolk, coördinator duurzaamheid: “Een deel van die grond is al in beheer van klanten van het havenbedrijf, zoals AkzoNo-

e

juli/augustus 2013 Chemie Magazine 31


Help, bescHerMde soorten!

De Flora- en faunawet beschermt zo’n vijfhonderd soorten wilde planten en dieren. Een chemiebedrijf dat op zijn terrein wil slopen, saneren of (ver)bouwen zal eerst door een ecoloog moeten laten vaststellen of er beschermde soorten voorkomen. Het heeft een ontheffing nodig als de verwachting is dat de activiteit een schadelijk effect op de aanwezige soorten zal hebben. Soms is er sprake van een generieke, gebiedsgerichte ontheffing van de terreineigenaar, zoals een havenbedrijf. In zo’n ontheffing zijn afspraken met de rijksoverheid verwerkt over de mitigerende (verzachtende) en compenserende maatregelen die de eigenaar neemt om populaties van beschermde soorten duurzaam in stand te houden, zoals de aanleg van nieuwe poelen voor de rugstreeppad of het creëren van de juiste, vochtige groeiomstandigheden voor orchideeën op de groene kabel- en leidingstroken in de haven. De terreineigenaar hoeft voor afzonderlijke projecten geen aparte ontheffingen aan te vragen. “Wij hebben een generieke ontheffing ingezet bij de bouw van de Vopak-terminal in de Amsterdamse Haven een paar jaar terug”, zegt Remco Bark-

bel Chemicals, Zeolyst en BioMCN. Uit onze inventarisatie vooraf bleek dat soorten als roek, laatvlieger en ruige dwergvleermuis in de buurt al aanwezig waren, en dat natuurontwikkeling potentie biedt voor rugstreeppad, waterspitsmuis en groenknolorchis. Maar voor die eventuele nieuwe populaties hoeven de bedrijven straks geen dure compensatiemaatregelen te treffen voordat ze de grond in gebruik nemen. Wel moeten ze de nieuwe natuur zorgvuldig verwijderen volgens onze gedragscode Flora- en faunawet.” Hoewel het bij BioMCN ‘slechts’ om een halve hectare braakliggend terrein gaat, waar tijdens de inventarisatie geen beschermde soort is waargenomen, besloot het bedrijf toch mee te gaan in de ontheffingsaanvraag. “Zo voorkomen we dat er in de toekomst bij eventuele bouwplannen, die er nu nog niet concreet zijn, problemen ontstaan bij het gebruik van de grond”, zegt QHSEmanager Roelien Wagenaar. 32 Chemie Magazine juli/augustus 2013

huis. “We konden de rugstreeppad en orchideeën daarmee op tijd verplaatsen, zodat Vopak gelijk over tweederde van het terrein kon beschikken. Dat was voor ons belangrijk, want ze zouden pas gaan betalen als de eerste paal de grond in kon. Op de rest van de grond konden ze enkele maanden later ook aan de slag – toen de kuifleeuweriken, graspiepers en kieviten waren uitgebroed.” Voor individuele bedrijven geldt dat ze, wanneer ze niet kunnen meeprofiteren van een generieke ontheffing, zelf een ontheffing kunnen aanvragen bij de Dienst Regelingen van het ministerie van Economische Zaken. Het bedrijf moet dan wel kunnen aantonen dat het project, ondanks de schadelijke effecten, instandhouding van de aanwezige soorten niet in gevaar brengt. Bijvoorbeeld door compenserende maatregelen te treffen als broed- of foerageerterrein van beschermde vogels verloren gaat. Meer informatie: www.hetlnvloket.nl/onderwerpen/vergunningen-ontheffing (Flora- en faunawet ruimtelijke ingrepen)

Het Havenbedrijf Rotterdam heeft al twee ontheffingen Tijdelijke Natuur: voor nog niet uitgegeven terreinen met een omvang van respectievelijk 3,5 en 780 hectare. Groenbeheerder Jan Putters: “Wij willen de natuur best een kans geven, maar ik zal er niet om liegen dat voor ons vooral van belang is dat we de juiste ontheffingen hebben om onze activiteiten door te laten gaan. Een beschermde soort die hier op de loer ligt, in nabijgelegen natuurgebied al voorkomt, is de zandhagedis. Met de ontheffing Tijdelijke Natuur hoeven we ons over de komst van dat beestje, maar ook van de woelmuis of diverse vleermuissoorten geen zorgen te maken.”

Meeliften

Volgens Putters kunnen bedrijven in de Rotterdamse Haven die ook een stuk braakliggende grond hebben en bang zijn dat de zandhagedis, of een van de andere soorten uit de ontheffing, straks hun terrein op sluipt, meeliften op de verleende

ontheffing. “Zolang de soorten er nog niet voorkomen, kunnen wij het betreffende terrein laten toevoegen aan het areaal van onze ontheffing.” Recent hoorde Cees van Houwelingen, operations regulatory affairs leader bij Dow Benelux in Terneuzen, het ‘enthousiaste verhaal’ van de Amsterdamse haven over de ontheffing Tijdelijke Natuur. Voor de oeverzwaluwen, veldleeuweriken en wilde orchideeën die op het Dowterrein al voorkomen (zie kader) heeft een aanvraag geen zin meer, maar voor potentiële nieuwe soorten wellicht wel, meent Van Houwelingen. “Het kan ook interessant zijn als we op bestaand terrein door interne ontwikkelingen nieuw braakliggend terrein krijgen. We hebben een adviseur in de arm genomen om voor ons na te gaan wat een ontheffing Tijdelijke Natuur precies voor Dow kan betekenen.” p Meer informatie: www.innovatienetwerk.org

FOTO: DE VlInDERSTICHTIng

Groningen Seaports heeft een groepsontheffing gekregen voor 200 hectare braakliggend bedrijfsterrein in Delfzijl.


Niet voldoeN aaN ReaCH bReNgt uw bedRijfsCoNtiNuïteit iN gevaaR! Bent u Bereid dat risico te nemen? Bij het werken met chemische stoffen moet u al aan veel regels voldoen. de gevolgen van reacH worden steeds duidelijker nu ook de gebruikers de effecten zien en merken. inspecties door de overheid kunnen leiden tot boetes, vertraging bij import, zelfs stopzetten van activiteiten… daarom: Hou de controle over uw bedrijf! tno triskelion kan er samen met u voor zorgen dat u aan alle verplichtingen voldoet. Wat wij aanbieden is o.a.: -- inspectie van uw reacH implementatiesysteem -- Hulp bij voldoen aan maatregelen uit veiligheidsbladen -- evalueren van risico’s met nano-deeltjes -- risico’s van humane- en milieublootstelling in kaart brengen -- opstellen van veiligheidsbladen en exposure scenario’s -- assisteren in reacH autorisatie/sVHc processen -- nieuwe stoffen registraties en/of dossier updates Voor meer informatie zie onze website www.triskelion.nl/chemistry of neem contact met ons op. tel: 088 866 1620 / e-mail: chemistry@tno.triskelion.nl

Label Products PRODUCENT VAN ETIKETTEN

Uw specialist in gevaarsetiketten, behandelingsetiketten, UN labels en GHS symbolen

BESTEL NU ONLINE:

www.gevaarsetiketten.be Label Products nv - Vichtseweg 176a, 8790 Waregem - België - T. +32 56 77 22 40 - F. +32 56 77 22 44


Dishman in Veenendaal is al jaren 100 procent biobased

Wolvet als Wondermiddel

In de serie over mkb-bedrijven deze keer Dishman Netherlands in Veenendaal, dat al sinds 1946 gebruikmaakt van de hernieuwbare grondstof wolvet. De totale productieketen begint bij een Australisch schaap en eindigt via Dishman bij onder meer vitamine D3, huidcosmetica, een tijgergarnaal en smeermiddelen. Tekst: Igor Znidarsic

M

idden in Veenendaal bevindt zich, omgeven door woonwijken en afgeschermd door andere gebouwen, de Nederlandse locatie van Dishman, producent van onder meer cholesterol, vitamine D3 en lanoline-gerelateerde producten voor de farmaceutische, cosmetische, voedings- en diervoedingsindustrie en industriële toepassingen. De basisgrondstof is 100 procent hernieuwbaar: wolvet. Het is grotendeels afkomstig van Chinese wolwasserijen, die de uit Australië en Nieuw-Zeeland afkomstige ruwe wol wassen. Dishman scheidt het wolvet via hydrolyse in zepen en alcoholen. Van de zepen worden vetzuren gemaakt, veelal voor technische toepassingen, zoals smeermiddel in kogellagers of als antiroestbehandeling. Een van de alcoholen, voor 10 tot 14 procent aanwezig in wolvet, is cholesterol. Die

DishMan Group

Dishman heeft naast de Veenendaalse locatie drie vestigingen in Europa en twee in India. Deze ontwikkelen en produceren in opdracht van derden diverse producten. Dishman Netherlands is met een eigen productie een uitzondering en ook de enige binnen het concern die wolvet als grondstof gebruikt. Daarnaast zijn er nog twee vestigingen in China, waarvan er één intermediates maakt voor de geneesmiddelenproductie. Dit jaar komt er een farmaceutische plant bij in Saudi-Arabië. Wereldwijd werken er circa 2500 mensen bij Dishman, waarvan 80 in Nederland. 34 Chemie Magazine juli/augustus 2013

wordt na scheiding via kristallisatie verder gezuiverd. Het dient als grondstof voor vitamine D3, zowel voor de eigen productie als voor derden. “Vitamine D3 kun je alleen uit cholesterol synthetiseren”, weet Eijkman. “Er is geen alternatief. Je kunt het wel synthetisch maken, maar dat is een ingewikkeld en duur proces met 24 stappen.” De vitamine D3 wordt onder meer toegevoegd aan voedingsproducten. Ook wordt het gebruikt in de kippenindustrie. Eijkman legt uit: “Een kip maakt tegenwoordig een heel snelle groeispurt. Om zeker te stellen dat het geraamte van het dier de groei aankan, wordt vitamine D3 aan het voer toegevoegd voor sterke botten.” Daarnaast maakt Dishman in een in 2009 in gebruik genomen high containment laboratorium met cleanrooms zogeheten vitamine-D-analoga: de API’s (Active Pharmaceutical Ingredients) alfacalcidiol, calcifediol, calcitriol en dihydrotachysterol-2. Deze worden gebruikt in geneesmiddelen ter bestrijding van onder andere osteoporose en Engelse ziekte.

Prijsdaling

Het bedrijf bestaat sinds 1946 en begon als onderdeel van wolproducent Scheepjeswol. Later ging de fabriek over in Philips-Duphar, die op basis van chromatografie een nieuw productieproces ontwikkelde om cholesterol, grondstof voor onder andere vitamine D3, uit wolvet te scheiden. In 1980 werd het bedrijf overgenomen door Solvay. Na de millenniumwisseling verplaatste de productie van vita-

mine D3 zich voor een groot deel naar China, met als gevolg een forse prijsdaling. Solvay zag zich in 2005 genoodzaakt de productie van vitamine D3 te stoppen. In 2007 kwam het bedrijf in handen van het Indiase Dishman Pharmaceuticals & Chemicals en levert nu cholesterol aan de Indiase fabriek die vitamine D3 produceert. Zo kan men concurreren met China. “Niet alleen het arbeidsloon in India is lager dan in Europa, ook de productiviteit is hoger”, legt directeur Rob Eijkman uit. “De academici werken er gewoon in drieploegendienst, zes dagen per week.”

Waterbalans

De cholesterol wordt onder meer toegevoegd aan garnalenvoer, zodat de garnalen sneller groeien. Garnalen kunnen zelf geen cholesterol aanmaken en zijn ervoor afhankelijk van hun voeding. Dishman levert het cholesterol aan de voermixers in landen met een intensieve garnalenkweek, zoals Vietnam. “Wij zijn hier wereldleider in”, aldus Eijkman. Verder is de cosmetische industrie een grote afnemer. Een belangrijke eigenschap van cholesterol is dat het zorgt voor de waterbalans in de huid. “Ik weet dat uit eigen ervaring”, zegt Eijkman. “Als je met wolvet werkt heb je nooit kloofjes aan je handen. Je hebt een prachtig zachte babyhuid. Een baby heeft ook tien keer zo veel huidsmeer in zijn huid als een volwassene.” De producten uit wolvet, ook wel lanoline genoemd, zitten onder meer in crèmes, haarshampoo en


mkb

VitaMine D3

haarverf. Hoewel het nu de trend is om plantaardige producten te gebruiken, hebben cholesterol en lanolinealcoholen volgens Eijkman dusdanige eigenschappen dat ze eigenlijk niet te vervangen zijn door plantaardige alternatieven. “Voor sommige producten blijven ze daarom noodzakelijk.”

Alternatieven

Het gaat Dishman sinds de overname door het Indiase moederbedrijf voor de wind. Eijkman: “De afgelopen jaren nam de vraag naar vitamine D3 en naar cholesterol toe. Verder hebben we onze positie als leverancier van cholesterol voor producenten van vitamine D kunnen verbeteren. API’s

namen ook een enorme vlucht.” Momenteel wordt het verouderde gebouw waar het wolvet gescheiden wordt vervangen, met als bijkomend voordeel dat het proces energie- en koelwater-efficiënter kan worden ingericht. Een toekomstig probleem kan de stijgende prijs van wolvet worden. Vanwege een afname van de wolproductie is de prijs de laatste jaren al verdriedubbeld. Vandaar dat Dishman voortdurend zoekt naar alternatieven, voornamelijk van dierlijke oorsprong. “Het nadeel is dat er nogal wat haken en ogen aan zitten qua regelgeving”, zegt Eijkman. “Maar als het nodig is, gaan we daar uiteraard goed naar kijken.”p

Vitamine D is een groep van in vet oplosbare prohormonen, waarvan de twee belangrijkste zijn: vitamine D2 (ergocalciferol, de plantaardige vorm) en vitamine D3 (cholecalciferol, de dierlijke vorm). Vitamine D3 reguleert onder meer de niveaus van calcium en fosfaat in het bloed door de absorptie ervan uit het voedsel in de darmen te bevorderen. Daarnaast vermindert het de mobilisatie van calcium uit het bot. Vitamine D3 wordt in het lichaam geproduceerd onder invloed van uv-licht. In de meeste gevallen is dit echter niet voldoende en blijft de mens afhankelijk van de aanvoer uit externe bronnen. Het zit met name in vis(olie) en in vleesproducten. Vitamine D3 wordt in de lever omgezet in calcifediol, waaruit de nieren calcitriol synthetiseren. “Dat is eigenlijk de actieve stof van vitamine D3, die samen met het metabolisme regelt dat de vernieuwing van de botten goed verloopt”, legt Eijkman uit. “Calcitriol heeft ook een celgroei-remmende werking. Daarom wordt het gebruikt tegen teelbalkanker en psoriasis.”

‘De afgelopen jaren nam de vraag naar vitamine D3 en naar cholesterol toe’

juli/augustus 2013 Chemie Magazine 35


Energieakkoord op hoofdlijnen versterkt onderling begrip maar kan beter

foto: holl andse hoogte

‘Er is vEEl ruis van dE lijn vErdwEnEn’

36 Chemie Magazine juli/augustus 2013


Energie & klimaat

Ruim een half jaar met elkaar praten en onderhandelen over een Nationaal Energie Akkoord heeft weliswaar nog niet geleid tot een echt akkoord – alleen op hoofdlijnen – maar wel tot meer begrip voor elkaars ambities en beperkingen. “Het gezamenlijk perspectief poets je niet meer uit”, zegt Reinier Gerrits, die namens de VNCI en de VNPI (Vereniging Nederlandse Petroleum Industrie) aan het ‘zeer intensieve traject’ deelnam. Tekst: Joost van Kasteren

K

ort voor de zomerperiode presenteerde Wiebe Draijer, voorzitter van de SER, met gepaste trots een Nationaal Energie Akkoord op hoofdlijnen (zie kader). Minister Kamp van Economische Zaken kon zich prima in die hoofdlijnen vinden, getuige zijn brief aan de Tweede Kamer. De uitwerking, waaronder een doorrekening van de effecten voor energie, economie, klimaat, lasten en koopkracht, kon beginnen. De bedoeling is dat er begin september een uitgewerkt akkoord ligt. De euforie over het Nationaal Energie Akkoord bleek van korte duur. Terwijl bij de presentatie ervan nog woorden in de mond werden genomen als ‘doorbraak’ en ‘verheugend’, repte NRC Handelsblad vier dagen later al van een ‘kater’. Ook de VNCI is niet onverdeeld gelukkig met het akkoord op hoofdlijnen (zie kader met reactie van Colette Alma). Desondanks is de stellige verwachting van Reinier Gerrits, speerpuntmanager Energie en Klimaat bij de VNCI, dat er een definitief akkoord komt. “Partijen hebben er veel tijd en energie in geïnvesteerd en hebben, ondanks hun verschillen, toch een gezamenlijk perspectief weten te ontwikkelen. Dat poets je niet meer uit.”

Tafel Twee

Samen met mensen uit de energiewereld, de milieubeweging, de overheid en het overig bedrijfsleven, zat Gerrits aan Tafel Twee, waar gesproken werd over drie onderwerpen: de grootschalige energieproductie, de industrie en het emissiehandelssysteem. “In de periode van eind december tot begin juli

we het eens zijn, is dat we als hebben we vele intensieve gesprekNederland bij Europa moeten aanken gevoerd over elkaars wensen dringen op meer zekerheid voor de en verlangens, maar ook over industrie die investeert in vermindemogelijkheden en beperkingen. Dat ring van de CO2-uitstoot. Ook heeft enerzijds geleid tot meer erkennen partijen nu dat het combegrip voor elkaars standpunten en penseren van de indirecte kosten anderzijds tot meer inzicht in de van het ETS, die worden verooropgave waar we voor staan. Door zaakt doordat energiebedrijven hun die gesprekken is er ook veel ruis extra kosten doorberekenen aan de van de lijn verdwenen. We weten nu klant, van cruciaal belang is voor de op welke punten we het met elkaar energie-intensieve industrie. Ook eens zijn en op welke punten we van dat is winst.” mening verschillen. De eerste categorie is gelukkig veel groter dan de tweede en dat geeft me het vertrouEnergie-efficiëntie wen dat er inderdaad een akkoord Het tweede onderwerp waarop parkomt.” tijen nader tot elkaar zijn gekomen Een van de onderwerpen waarop is het efficiënter benutten van enerpartijen een gezamenlijk perspecgie. “Efficiencyverbetering is een tief hebben ontwikkeld is het van de speerpunten in de Routekaart systeem voor de handel in emissieChemie 2012-2030”, zegt Gerrits. “Het rechten, het ETS. Vanwege een is dus een belangrijk thema voor de enorm overschot, mede als gevolg chemische industrie. Om onze van de crisis, zijn de emissierechten ambities waar te maken, moeten we veel goedkoper dan bij de start werd flink investeren en dat vergt een verwacht. Gerrits: “Voor alle pargoed investeringsklimaat. Daarbij tijen is het gaandeweg duidelijk spelen de kosten van energie een geworden dat het ETS structureel belangrijke rol, temeer daar wij, als versterkt moet worden. We zijn er chemische industrie, energiedraniet voor om de uitgifte van emissie- gers ook gebruiken als grondstofrechten op te schuiven (back loading) fen.” of ze uit de markt te nemen (set Met de meerjarenafspraken (MJA3 aside). Dat zijn doekjes voor het voor niet-ETS-bedrijven en MEE bloeden. In plaats daarvan moeten voor ETS-bedrijven) wordt al fors we ons afvragen waarom er te veel ingezet op het verbeteren van de rechten in de markt zijn en wat je energie-efficiëntie. In juni volgend daar structureel aan kunt doen. Zo jaar moet Nederland bovendien de kun je de toewijzing van emissierechten beter baseren op de werkelijke pro• In 2020 wordt 14 en in 2023 16 procent van alle energie duurzaam opgewekt. ductie in plaats • Een aantal kolencentrales wordt vervroegd gesloten. van de productie • Nederland zet zich in voor structurele versterking van het ETS. van jaren gele• Fiscale voordelen voor zonne-energie worden uitgebreid. den. Een ander • Voor isolatie van sociale huurwoningen wordt budget vrijgemaakt. punt waarover

EnErgiEakkoord op hooFdlijnEn

juli/augustus 2013 Chemie Magazine 37


Cascaderen

Het derde thema aan Tafel Twee was de grootschalige energieproductie en dan met name de inzet van hernieuwbare bronnen, zoals wind, zon en biomassa. “Op zich maakt het ons niet zoveel uit welke bronnen worden gebruikt, mits het zo kosteneffectief mogelijk wordt inge38 Chemie Magazine juli/augustus 2013

‘Voor alle partijen is duidelijk dat het ETS structureel versterkt moet worden’ vuld”, zegt Gerrits. Het punt is wel dat het aanbod van elektriciteit die met zon en wind wordt opgewekt nogal fluctueert. Om die fluctuaties op te vangen heb je een ‘back up’ nodig, gascentrales bieden hiervoor de meeste flexibiliteit. De vraag is wie er moet opdraaien voor de kosten van die ‘back up’-centrales.” Zoals gezegd is fossiele brandstof ook een belangrijke grondstof voor de chemische industrie. Datzelfde geldt in de nabije toekomst ook voor biomassa. Gerrits: “Natuurlijk kun je biomassa verbranden om er elektriciteit van te maken, maar wat we liever zouden zien is dat die biomassa eerst wordt geraffineerd en gebruikt als grondstof voor de chemische industrie of de papierindustrie. Cascaderen dus. Wij zouden dat graag opgenomen zien in het akkoord, omdat we willen voorkomen dat de inzet van biomassa als brandstof zwaar wordt gesubsidieerd ten koste van de inzet van biomassa als grondstof.” In het Nationaal Energie Akkoord is, tot slot, afgesproken dat er een kosteneffectiever groeipad naar verduurzaming van de energievoorziening wordt ingezet. “Door de doelstelling van 16 procent duurzame opwekking drie jaar op te schuiven, naar 2023, wordt er in ieder geval tot 2020 een flinke lastenverlichting gerealiseerd voor zowel consument als industrie.” p

foto: holl andse hoogte

Europese Richtlijn voor energieefficiëntie geïmplementeerd hebben. Gerrits: “In de uitwerking van het Nationaal Energie Akkoord moet hier voldoende invulling aan worden gegeven om te voorkomen dat er alsnog aanvullende beleidskaders ontstaan voor energie-efficiëntie. Belangrijk punt daarbij is wel dat ook energiebesparing in de keten en alternatieve grondstoffen, thema’s die eveneens in de Routekaart beschreven zijn, meegenomen worden.” Een heikel punt is warmtekrachtkoppeling, WKK. Niet zozeer in de gesprekken met de andere partijen van het Energie Akkoord als wel met het ministerie van Economische Zaken. Nederland is met ruim 12 GW opgesteld vermogen (45 procent van het totaal) koploper op dat gebied. Omdat de gasprijs momenteel een stuk hoger is dan die van steenkool, levert de met WKK geproduceerde elektriciteit echter vrijwel niets op. Gerrits: “De overheden van Duitsland en Vlaanderen compenseren de industrie voor de verliezen op hun WKK-installaties, maar de Nederlandse overheid heeft daar geen geld voor over. Heel jammer, want WKK is een buitengewoon effectieve manier om energiebronnen efficiënter te gebruiken. Samen met andere bedrijfstakken, zoals de raffinaderijen, de papierindustrie en de voedingsmiddelenindustrie willen we daar zeker nog actie op gaan voeren.”

vnCi: ‘akkoord tE wEinig gEriCht op duurzamE groEi industriE’ “In zijn brief over de voortgang van het Nationaal Energie Akkoord heeft minister Kamp het over het versterken van de concurrentiekracht, maar daarbij lijkt hij vooral oog te hebben voor de bouw en de energiesector. Wij zouden graag zien dat in het akkoord ook de ambitie wordt uitgesproken dat Nederland een good house blijft voor duurzame, energieintensieve industrie, zoals de chemische industrie”, zegt Colette Alma, directeur van de VNCI. Zij is blij dat er een stap is gezet op weg naar een Energie Akkoord, maar kan een gevoel van teleurstelling niet onderdrukken over het feit dat er nog weinig aandacht is voor duurzame groei van de industrie. “Als grootgebruiker van energie kunnen we een belangrijke bijdrage leveren aan het efficiënt benutten van energiedragers, die voor ons ook grondstoffen zijn. Het akkoord biedt nog onvoldoende basis om de daarvoor noodzakelijke investeringen aan te trekken.” In de hoofdlijnen van het akkoord ontbreken volgens Alma nog een aantal belangrijke piketpaaltjes. Een ervan is het ontbreken van steun voor warmtekrachtkoppeling (WKK). Die is essentieel om de energie-efficiëntie te bevorderen. Ook moeten er duidelijkere afspraken komen over de hervorming van het emissiehandelssysteem (ETS). Ten slotte moet het gebruik van biomassa als grondstof niet worden benadeeld door subsidies voor biomassa als brandstof.


Middelbare Veiligheidskunde en Middelbare Arbeidshygiëne Dit kan nu bij PHOV! Stichting PHOV geeft al ruim 20 jaar de opleiding HVK en heeft hiermee een stempel gedrukt op het vakgebied Veiligheidskunde. Nu gaan we verder en delen onze kennis ook op MVK- en MAH-gebied.

Kies voor PHOV, dan kies je voor • avondopleiding, dus geen verlies van werktijd • boeiende combinatie van theorie en praktijk • specialisatie Middelbare Arbeidshygiëne voor MVK’ers De opleiding start op 23 september 2013 in Utrecht. De lestijden zijn van 18.00 - 21.15 uur.

Meer weten? Bel ons gerust op 030 231 82 12 of check onze website www.phov.nl

Kennis verbreden en verdiepen

www.pao.tudelft.nl

Chemical Engineering

6 modules, inschrijven per module mogelijk 11 september 2013 tot en met 12 februari 2014

Polymeerchemie en -technologie

6 modules, inschrijven per module mogelijk 1 oktober tot en met 10 december 2013

Toxicologie - 3 dagen in oktober 2013 Explosieveiligheid - 13 t/m 15 november 2013 Sproeidrogen - 20 en 21 november 2013 Poeders en granulaten - 20 en 21 november 2013 Sproeidrogen - 20 en 21 november 2013 Geluidarm Construeren in de Industrie - 20 t/m 22 november 2013 Industriële Meng- en Roerprocessen - 26 t/m 28 november 2013 Dispersies in de industrie - 27 t/m 29 november 2013 Thermische Analyse - 27 t/m 29 november 2013 Cursussen op aanvraag Deeltjeskarakterisering • Validatie van Meetresultaten • Carcinogene stoffen Interesse in andere cursussen op het gebied van Chemie of Techniek? Kijk voor alle cursussen op www.pao.tudelft.nl

Postbus 5048 2600 GA Delft

015 278 83 50 info@paotechniek.nl


‘HANDELSMISSIE TEXAS GROOT SUCCES’

De handelsmissie, gericht op de sectoren olie & gas, chemie, havens en smart grids, was volgens Pulles van de Netherlands Foreign Investment Agency (NFIA) een groot succes. “De Vlaams-Nederlandse delta is verder op de kaart gezet als partner voor bilaterale handel, als bestemming voor investeringen en voor samenwerking in kennis, technologie en hoogwaardige productie. Daarnaast zijn met bestaande investeerders uit de petrochemie de relaties weer stevig aangehaald.” Het programma bestond onder meer uit een netwerkbijeenkomst met Amerikaanse bedrijven, een seminar over smart grids en een ontmoeting met bedrijven uit de havensector. Ook opende Schultz een nieuwe spoorlijn bij Vopak, een oorspronkelijk Rotterdams tankopslagbedrijf, en werden Shell- en ExxonMobil-locaties bezocht. De deelnemende bedrijven waren grotendeels afkomstig uit chemie-ondersteunende sectoren en deden de nodige zaken. Zo sloot Hint Engineering een contract met Dow Chemical voor de levering van analyseapparatuur voor het chemisch complex Sadara in Saoedi-Arabië. Er gingen weinig chemiebedrijven mee. Dat had volgens Van Harten, voorzitter van de Topsector Chemie, een reden: 40 Chemie Magazine juli/augustus 2013

“Er zit in Texas net zo veel chemie als in Nederland en Vlaanderen, en vaak dezelfde bedrijven.” Toch pakt de handelsmissie volgens hem ook voor de chemie succesvol uit. “De Amerikanen lieten ons de effecten van schaliegas zien op de economie en de concurrentiepositie van de VS, en daarmee impliciet op die van Europa. Er komen in de VS voor tientallen miljarden dollars aan investeringen los, wat miljoenen banen oplevert. Rutte en Peters hoorden het nu uit de eerste hand, en zagen dat er gewoon bij een stadion en op een luchthaven naar schaliegas wordt geboord. In Nederland is die discussie toch wat krampachtiger.” Pulles beaamt dit: “De gunstige energieprijzen en beschikbaarheid van betaalbare feedstocks in Texas drukten het bezoek met de neus op het feit dat we rekening moeten houden met verdere rationalisering van downstream-activiteiten in de petrochemie in Europa als de situatie niet verbetert.” De missie was historisch omdat Vlaanderen en Nederland zich voor het eerst als één economische regio presenteerden. Met succes. “De Amerikaanse chemiebedrijven hebben nadrukkelijk aangegeven dat binnen Europa de combinatie van Antwerpen en Rotterdam tot de beste vestigingslocaties ter wereld behoort”, aldus Pulles. Daarnaast heeft de Topsector Chemie aan de Amerikaanse beslissingsmakers kunnen overbrengen dat Europa ook sterk is in de ‘hogere koolstofketens’ en dat de drive naar vergroening ook kansen biedt. De wederzijdse handel tussen de Nederlands-Vlaamse deltaregio en Texas bedroeg in 2012 zo’n 15 miljard dollar. p

FOTO: BELGA, NICOLAS MAETERLINCK

Mark Rutte en zijn Vlaamse collega Kris Peeters brachten in juli, samen met minister Schultz van I&M en de Vlaamse minister Crevits, een driedaags bezoek aan Texas – met in hun kielzog negentig Nederlandse en Vlaamse bedrijven. Bas Pulles van NFIA en voorzitter van de Topsector Chemie Gerard van Harten kijken terug op een constructieve missie.


Uitgelicht

De Vlaamse premier Kris Peeters (l.) en zijn Nederlandse collega Mark Rutte geven gezamenlijk een toespraak aan het begin van de handelsmissie in Texas. juli/augustus 2013 Chemie Magazine 41


150-jarig Bayer een eeuw actief in Nederland

‘EEn mEdicijn ontwikk Bayer bestaat 150 jaar en is 100 jaar actief in Nederland. Het geheim van het succes is volgens CEO Marijn Dekkers de sterke focus op R&D en innovatie. Hij roemt met name de farmaceutische innovaties, zoals Xarelto, dat beroertes kan voorkomen, en is verbaasd dat mensen wel weten wie de maker is van hun smartphone maar niet geïnteresseerd zijn in de producent van het medicijn dat hun leven redde. Tekst: Igor Znidarsic

T

oen koopman Friedrich Bayer en verfmeester Johann Friedrich Weskott in 1863 in Wuppertal een bedrijfje begonnen dat synthetische textielverfstoffen maakte uit koolteer, konden ze niet bevroeden dat zij aan de bron stonden van wat anno 2013 een wereldconcern is met meer dan 110.000 medewerkers en 40 miljard euro omzet. Vandaag de dag maakt Bayer geen kleurstoffen meer, maar realiseert het de helft van de omzet binnen de divisie HealthCare, 30 procent binnen MaterialScience en 20 procent binnen CropScience. Dit jaar bestaat Bayer niet alleen 150 jaar, maar is ook een eeuw actief in Nederland, waar 850 mensen op vijf locaties werken aan hoogwaardige producten voor de gezondheidzorg, de landbouw en materialen voor bijvoorbeeld energiebesparing. Ter gelegenheid van dit jubileum nam de Nederlandse CEO Marijn Dekkers

Marijn Dekkers: “Goed gevulde pijplijn aan nieuwe producten.”

Foto’s: BAyer

Bayer in nederland

42 Chemie Magazine juli/augustus 2013

de tijd om een aantal Nederlandse media te woord te staan, waaronder Chemie Magazine. Volgens Dekkers is de kracht van het bedrijf de voortdurende focus op R&D en innovatie. “Onze missie, ‘Science For A Better Life’, stimuleert ons om onze positie te blijven versterken als innovatief bedrijf dat internationaal respect afdwingt. Ook voor de toekomst zullen wij daarom onze investeringen in research en development voortzetten, en zo verdere innovatie blijven ondersteunen.”

Goed gevulde pijplijn

In 2012 bedroegen de investeringen 2 miljard en de R&D-uitgaven 3 miljard euro. Binnen de divisie HealthCare heeft dit geleid tot een “goed gevulde pijplijn aan nieuwe producten”, zegt Dekkers. “We hebben onlangs een nieuwe tromboseremmer en een oogmedicijn op de markt gebracht en komen binnen-

Volgens Markus Arnold, senior Bayer representative bij Bayer Benelux, zijn de bloeiende activiteiten van Bayer in Nederland onder meer te danken aan het stabiele politieke en economische klimaat, de uitstekende infrastructuur, de internationale oriëntatie van het bedrijfsleven en de beschikbaarheid van hoogopgeleid meertalig personeel. “Maar ook de vruchtbare omgeving voor innovatie en ontwikkeling is belangrijk voor een innovatie gedreven bedrijf zoals Bayer. Hier spelen de overheidssteun en de goede samenwerking met wetenschap en universiteiten een belangrijk rol, die we erg appreciëren.”


jubileum

kElEn kost vEEl gEld’ Inspectie van tumorweefselmonsters met het blote oog. De monsters ondergaan daarna nog aanvullende analytische tests.

kort met een aantal oncologieproducten, waarvan er één heel ingenieus werkt op basis van radioactief radium, voor uitzaaiingen in het bot bij patiënten met prostaatkanker.” Van de door CropScience ontwikkelde producten noemt hij onder andere Luna, dat gewassen beschermt tegen schimmelziekten en bewaarrot. “Daardoor verbetert de bewaarbaarheid en houdbaarheid van veel groenten en fruit aanmerkelijk.” CropScience houdt zich bezig met bestrijdingsmiddelen tegen onkruid, insecten en schimmels en, in het in Limburg gevestigde Nunhems, met zaadveredeling. “De relevantie hiervan is groot”, stelt Dekkers. “We gaan van zeven naar negen miljard bewoners op deze aarde in 2050. Er is nauwelijks nog extra landbouwgrond beschikbaar. Daarom is het zo belangrijk dat de oogst op de bestaande landbouwgrond verbetert. Dat doen we met betere zaden en betere bescherming van het gewas.” De derde divisie, MaterialScience, produceert polyurethaan en polycarbonaat. De eerste stof wordt gebruikt voor schuimrubber en isolatie, van de tweede worden onder de merknaam Apec onder meer koplampen voor auto’s gemaakt.

Nobelpreisträger

Volgens Dekkers hebben de innovaties, de internationalisering en het aanpassingsvermogen van Bayer een grote rol gespeeld in wat het

‘Om bètastudies te promoten ontvangen onze laboratoria elke dag een schoolklas’ bedrijf in 150 jaar heeft bereikt. Op het aanpassingsvermogen wordt de komende tijd nog meer beroep gedaan, onder meer door het dreigende tekort aan bèta’s. Dekker maakt zich zorgen over de desinteresse voor techniek in de samenleving. “Vooral op het gebied van de klassieke natuurwetenschappen fysica, biologie en chemie. We hebben in de loop der jaren studenten verloren aan informatica. En ook aan de idee dat chemie geen makkelijk vak is en dat je aan financiële services meer kunt verdienen. We moeten daarom meer effort steken in het promoten van bètastudies bij de jeugd. Bayer doet dit al zo veel mogelijk. Zo ontvangen we in de laboratoria in Leverkusen elke dag een klas, waar de jongelui zes uur lang experimenten uitvoeren en dan naar huis gaan met een T-shirt waar ‘Nobelpreisträger 2040’ op staat. Ook

belangrijk is dat je leraren hebt die bij twaalf- en dertienjarigen interesse kweken in bètavakken. Ik had zelf een fantastische chemieleraar, die verhalen over toepassingen rond de elementen van het periodiek systeem vertelde. Hij maakte het levend.”

Energieverbruik

Een andere ‘uitdaging’ die de CEO noemt is de toenemende mondiale concurrentie. “Ik ben net terug uit China, waar ik zowel de burgemeesters van Shanghai en Beijing als de minister van Handel onafhankelijk van elkaar hoorde zeggen dat ze ‘Made in China’ steeds meer gaan inruilen voor ‘Created in China’. Daarom gaan universiteiten er partnerships aan met grote bedrijven. China heeft de afgelopen jaren meer patenten aangevraagd dan welk land ook. Daar begint zich een

e

juli/augustus 2013 Chemie Magazine 43


Diverse componenten gemaakt van Apec worden gebruikt in de koplampen van de Volkswagen Golf.

Oogst van nieuwe chilivariëteiten in de kas van Nunhems in Limburg.

‘Publiek kent Bayer vooral van aspirine en misschien van Sinaspril en Rennies’ maatschappij te ontwikkelen die gericht is op toevoeging van innovatiewaarde, in plaats van dingen zo goedkoop mogelijk maken. Met zo’n land concurreren wordt moeilijk.” Ook de lage energieprijzen in de Verenigde Staten vanwege schaliegas vormen een bedreiging voor de Europese (chemische) industrie. “Dat is overigens geen overweging om productie dan maar te verplaatsen naar Amerika. Je kunt dergelijke beslissingen nooit nemen met een maagdelijk blad. Je hebt altijd al bepaalde infrastructuur in een land, en wij zullen daarom zeker in Duitsland blijven investeren. Zo bouwen we er momenteel een nieuwe TDIplant met een veel beter kostenplaatje wat betreft energie- en oplosmiddelenverbruik, waarmee we onze marges verbeteren. Maar energiekosten worden wel meer en meer een probleem. Als je over vijftien jaar iets groots gaat bouwen zijn Duitsland en Nederland wat betreft energie niet de meest voor de hand liggende landen.”

Dankbrief

Het publiek kent Bayer vooral van aspirine en misschien van Sinaspril en Rennies. Voor de rest is Bayer net als de chemische industrie vrij 44 Chemie Magazine juli/augustus 2013

onzichtbaar. Dekkers heeft daar moeite mee. “Als ik iemand vraag naar het merk van een mobieltje, weet hij meteen of het een Blackberry, een Apple of een Samsung is, en zelfs welk model. Maar als iemand kanker krijgt, naar de dokter gaat, een medicijn krijgt en beter wordt, schrijft hij wel een dankbrief aan de dokter, maar heeft geen idee dat Bayer het medicijn heeft ontwikkeld dat zijn leven heeft gered. Ik maak me daar zorgen over. De samenleving is wel afhankelijk van de innovaties van de farmaceutische industrie, die mensen in leven houdt, maar waardeert die industrie niet. En als je ergens geen waarde-

ring voor hebt, ben je dan wel bereid ervoor te betalen? Volgens de politiek moeten medicijnen alleen maar goedkoper, maar het kost heel veel geld en tijd om een medicijn te ontwikkelen. Dat wordt enorm onderschat. Het gaat mij er niet om dat ik die dankbrief wil krijgen, maar om de erkenning voor wat de industrie bijdraagt aan de gemeenschap. Alleen met die erkenning kun je blijven doen wat je doet en blijven investeren om het nog beter te doen.”p

Viering 100 jaar in nederland

ter ere van het 100-jarig bestaan in Nederland doneerde Bayer 100.000 euro aan het oranje Fonds. Hiermee zal het oranje Fonds sociale initiatieven ondersteunen waarbij vrijwilligers zich inzetten voor kwetsbare groepen, zodat deze mensen verbinding houden of krijgen met de samenleving. Daarnaast organiseerde Bayer in juli op het Museumplein in Amsterdam de openluchtfototentoonstelling Science in the City. Via twintig grote billboards kregen bezoekers informatie over wetenschappelijke thema’s die met gezondheidszorg, voeding en klimaat te maken hebben. eén van de foto’s toonde een animatie van een menselijk hart, een andere schimmel die planten en gewassen ziek maakt.


Rope AcceSS? Sky-AcceSS! LSB

SKY-ACCE

SS +

+

www.LSB-Sky-AcceSS.com lsb sky-Access bV Hofdwarsweg 1, Geleen The Netherlands T. +31 (0)46 - 474 24 10 info@lsb-sky-access.com


Technisch mogelijk, economisch haalbaar

Niets staat verfrecycliNg iN de weg

Per jaar verdwijnen duizenden liters ongebruikte verf in de verbrandingsoven van de afvalverwerker. Dat kan beter, vindt de verfindustrie. Onlangs werd onderzoek afgerond naar de technische en economische mogelijkheden om verfrestanten te hergebruiken. De conclusie: niets staat verfrecycling in de weg.

foto: shut terstock

Tekst: Jos de Gruiter

46 Chemie Magazine juli/augustus 2013


recycling

I

n elke schuur zijn ze te vinden: blikken met resten nietgebruikte verf. Bewaard om ooit nog gebruikt te worden. Maar als het slecht gesloten blik op een dag wordt geopend, blijkt de verf uitgedroogd of beschimmeld. En dus blijven de blikken staan, tot de grote schoonmaak. Dan worden ze verzameld en naar het gemeentelijk milieudepot gebracht. Vervolgens worden ze vernietigd en dienen ze als brandstof voor de vuilverbrandingsoven. Daar leveren ze nog een beetje energie op, maar erg duurzaam is het proces niet. En zeker geen cradle-to-cradle. Een life cycle analysis (lca) – in opdracht van de Vereniging van Verf- en Drukinktfabrikanten (VVVF) door de Interfacultaire Vakgroep Milieukunde (IVAM) van de UvA en de Chemiewinkel Amsterdam uitgevoerd - bracht aan het licht dat recycling van verfrestanten leidt tot een ruim 70 procent lagere milieubelasting ten opzichte van de bestaande productiemethoden. Uit milieuoogpunt is hergebruik van de verfrestanten uit kelders en schuren dus zeer profijtelijk. Blijven drie vragen over: is recycling van verfrestanten rendabel, is de kwaliteit van gerecyclede verf voldoende, en omarmt de markt het product?

Uiterst positief

In Nederland wordt jaarlijks 60.000 ton watergedragen muurverf afgezet. Naar schatting 10.000 ton daarvan blijft achter in halflege blikken. Eenderde daarvan, zo’n 3500 ton, zou geschikt zijn voor hergebruik. Om de technische en bedrijfseconomische haalbaarheid daarvan te toetsen, is de afgelopen maanden een analyse uitgevoerd door afvalverwerker Sita, in samenwerking met vertegenwoordigers uit de industrie. Dat gebeurde onder begeleiding van de Werkgroep Business Case Verfrestanten van de VVVF, bestaande uit vertegenwoordigers van PPG, AkzoNobel, Ursa Paint, afvalverwerker Sita en het VVVFbureau. De bevindingen zijn volgens projectleider Cees Pille van de VVVF ‘uiterst positief’, zowel ten aanzien

van de techniek als de economische haalbaarheid. “Bij Sita is bruikbare verf geselecteerd voor monsters”, vertelt hij. “Oplosmiddelhoudende verf is verwijderd en de monsters zijn gecontroleerd op kleur, verontreiniging, schimmelvorming, bodemkoek en de kwaliteit van de latex. Het bleek redelijk eenvoudig om bruikbare verf te selecteren. Na de selectie hebben de drie producenten uit de werkgroep technische criteria opgesteld waaraan de monsters minimaal moesten voldoen om als grondstof te kunnen worden toegevoegd aan nieuwe verf. Dat waren eisen ten aanzien van dichtheid, viscositeit, vaste-stofgehalte, VOS-gehalte, fijnheid, ph-waarde, kleur, dekking, CMR-stoffen en bacteriële besmetting. De algemene kwaliteit van de verf was boven verwachting goed.”

Juridisch verschil

Op basis van de specificaties heeft Sita een calculatie gemaakt. Om niet in strijd met de Mededingingswet te handelen, heeft de afvalverwerker op individuele basis met de bedrijven uit de werkgroep over de prijs gesproken. Alle bedrijven kwamen tot de conclusie dat de business case technisch en bedrijfseconomisch haalbaar is. Pille: “Eigenlijk is er nog maar één hobbel. Voor de wetgever is er een juridisch verschil tussen afval en een grondstof. We hebben dat bij de overheid aangekaart en daarop is zeer alert gereageerd. De juridische status is binnenkort aangepast. Dat heeft nogal wat voordelen. Als het niet gebeurt moet elk bedrijf zijn milieuvergunning aanpassen. Dat kost tijd en geld en zou dus een rem op de voortgang van het initiatief betekenen.” Ook de economische situatie kan een rem zijn: “Het is begrijpelijk als bedrijven op dit moment een beetje terughoudend zijn. Aan de andere kant kan het helpen om de problemen rond beschikbaarheid en prijs van grondstoffen het hoofd te bieden.”

Ecologische voetafdruk

Pille spreekt de hoop uit dat in de loop van dit jaar het eerste product op de markt verschijnt. Anders dan

in Canada (zie kader) zal dat geen verf zijn die onder een gezamenlijke merknaam wordt gepresenteerd. Elk deelnemend bedrijf zal zijn eigen marketingstrategie kiezen. Het zal ook geen verf zijn die 100 procent hergebruikt is. Naar verwachting zullen fabrikanten 10 tot 20 procent hergebruikte grondstof aan hun nieuwe verf toevoegen. Dat lijkt misschien teleurstellend, maar het gaat volgens werkgroepvoorzitter Kees Mylanus (VVVF-bestuurder en KEIM-directeur) om het doel: “We hergebruiken verfrestanten, die daardoor niet in het milieu komen en waardoor we de ecologische voetafdruk van onze producten verminderen.” Pille hoopt dat bedrijven, ondanks de crisis waarin de industrie verkeert, serieus kijken naar de mogelijkheden van hergebruik. “Ze kunnen vanaf nu verfrestanten inkopen bij Sita. De VVVF hoopt in de toekomst met meer afvalbedrijven samen te werken.” p

Hergebruik iN Het buiteNlaNd

In het buitenland is het hergebruik van verfrestjes al langer gebruik. In Canada is het merk Boomerang ruim vijftien jaar op de markt. Boomerang wordt in zestien standaardkleuren gemaakt op basis van niet-gebruikte verven en verfrestanten en vindt zijn weg naar de particuliere schilder. Ook in de Verenigde Staten is een begin gemaakt met recycling. In de staat Oregon is het inzamelen van oude verf en verfresten voor hergebruik of – als dat niet mogelijk is – voor verantwoorde afvoer, bij wet geregeld. De staat hoopt op deze wijze jaarlijks 2 miljoen liter verf terug te halen. Als de maatregel zijn vruchten afwerpt zullen andere staten het voorbeeld volgen. Californië heeft dat besluit al genomen. Onder de naam PaintCare hebben fabrikanten en overheid de handen ineengeslagen en is een inzamelingssysteem opgezet dat particuliere consumenten en beroepsschilders in staat stelt hun verfresten in te leveren. De fabrikanten zorgen vervolgens voor ‘verantwoorde verwerking’. Om het systeem te laten draaien betalen particulieren en beroepsschilders een kleine toeslag.

juli/augustus 2013 Chemie Magazine 47


U heeft met spoed

random packing

LESCHACO –

nodig?

your specialist for supply chain solutions. We offer integrated, intercontinental logistics with

MADE IN HOLLAND

responsible care for the chemical industry.

Experienced. Dedicated. Customized.

Logistics – phone +31

and beyond.

(10) 2953 153

Since 1879.

Leschaco Nederland B.V. | Hoogvlietsekerkweg 164 | NL 3194 AM Rotterdam-Hoogvliet | info@leschaco.nl | www.leschaco.com

Transportservice van huis uit

Zie hoe onze machines dat mogelijk maken.. Ga naar: www.mte-bv.com/ mte-university e sales@mte-bv.com

Internationaal Transportbedrijf L. van der Lee en Zonen B.V.

T (015) 213 59 11 E leebv@vanderlee.nl

I www.vanderlee.nl


Bedr ijven

Column/Bedrijven Irene van LuIjken

Chemie verandert – óók de Boardroom

W

CSM gaat verder als Corbion. Vanwege onvoldoende financiële capaciteit om zowel de biobased-bedrijven als de Bakery Supplies-bedrijven te laten groeien, begon CSM een grootschalig desinvesteringsproces voor de Bakery Supplies-bedrijven. Onder de nieuwe naam transformeert het bedrijf zich verder naar een aanbieder van biobased voedingsingrediënten en biochemicals. Broekman Group heeft logistiek dienstverlener TWO Chemical Logistics overgenomen van TWO-eigenaar Emons. Het personeel en de TWOvestigingen in Nijmegen en Maastricht zijn nu onderdeel van Broekman Logistics. TWO Chemical biedt one-stop-shop-oplossingen voor klanten in de chemische industrie.

Irene van Luijken is manager Communicatie & Public Affairs bij de VNCI.

Om de toelevering van MCA-oplossing (monochloorazijnzuur) te optimaliseren verhoogt AkzoNobel de productiecapaciteit in Delfzijl. Deze capaciteitsstijging helpt het bedrijf de groeiende vraag op te vangen van klanten die gebruikmaken van MCAoplossing in plaats van vaste MCAflakes. De failliete fosforfabriek Thermphos heeft van de rechtbank in Middelburg een boete gekregen van 200.000 euro vanwege een incident waardoor in 2009 twee doden vielen. De rechtbank vindt dat Thermphos schuldig is aan dood door schuld en dat het bedrijf fors tekortschoot in het naleven van veiligheidsregels. Dow Benelux in Terneuzen investeerde in 2012 56 miljoen euro, 16 miljoen minder dan in 2011 en aanzienlijk minder dan in de periode 2006-2010. Dit blijkt uit het duurzaamheidsverslag 2012. Op het gebied van veiligheid en milieu was 2012 juist een uitstekend jaar: Dow Terneuzen boekte een all-time record met 299 dagen zonder veiligheidsincidenten.

‘Old boys network houdt onbalans in stand’

e zitten in een economische crisis. Al jaren. En blanke mannen van middelbare leeftijd domineren nog altijd de boardroom. Toeval of niet? Tijdens onze jaarvergadering sprak ik met talentvolle dames die hard werken en hopen de carrièreladder te beklimmen binnen de chemische industrie. Een mooi vooruitzicht. Zij zullen over tien tot vijftien jaar de managementlagen van de chemische sector verrijken. En de volgende generatie staat al te trappelen: de talentvolle jonge studenten die met een Topsector Chemiebeurs zijn binnengekomen. Een utopie? Nu nog wel. Ook de chemische industrie is nog altijd een mannenwereld. Nu maakt mij dat op zich niet zo veel uit; ik werk graag met mannen – zij zijn ambitieus, daadkrachtig en duidelijk. Maar voor de balans en de bedrijfsvoering zou het goed zijn als meer vrouwen in het hogere segment doordringen. Daarvoor moeten we een paar randvoorwaarden aanpassen. Als eerste moeten we naar een alternatief uitgangspunt in onze samenleving over het combineren van werk en privé. Nog altijd is onze samenleving op calvinistische fundamenten gebouwd waarin het bijna automatisme is dat de vrouwen in deeltijd gaan werken. Willen we meer vrouwen in de boardroom, dan zullen we een mentaliteitsverandering moeten ondergaan. Onderdeel daarvan is dat iedereen fulltime werkt (ook goed voor de economie), met dus gelijke kansen voor iedereen. Vanuit dit uitgangspunt is iedereen (gelukkig) vrij zijn eigen keuzes te maken om minder te werken, maar heeft men wel het besef dat het pad naar een managementfunctie dan veel langer, of zelfs afgesloten is. Daarnaast is meer diversiteit in de boardroom ook noodzakelijk voor een gezonde bedrijfsvoering. Diversiteit in managementlagen brengt een andere dynamiek met zich mee, die kan leiden tot innovatieve en niet te voorzichtige beslissingen. Ook het personeelsbeleid wordt vaak wat menselijker door diversiteit in alle lagen van de organisatie toe te passen. Niet alleen vrouwen maar ook homo’s en allochtonen zie ik graag verschijnen. Bijkomend effect is dat de chemische industrie een veel grotere groep aanstormend talent zal aanspreken, met hogere instroom op chemisch onderwijs als gevolg. Kortom: weg met het old boys network dat deze onbalans in stand houdt. Er is geen glazen plafond, zolang je het niet zelf creëert. Chemie verandert. Heren in de boardroom, u bent gewaarschuwd!

juli/augustus 2013 Chemie Magazine 49


Service MENSEN SHELL

Ben van Beurden (54) wordt per 1 januari 2014 de nieuwe topman van Shell. Van Beurden werkt al sinds 1983, na zijn afstuderen in Delft als chemisch ingenieur, voor het bedrijf. Na een lange carrière die hem door Afrika, Azië, de Verenigde Staten en Groot-Brittannië in diverse commerciële en technische functies voerde, werd hij begin dit jaar opgenomen in de directie als Downstream director. Hij volgt Peter Voser op, die met vervroegd pensioen gaat.

COL OFON Chemie Magazine is het maandblad van de Vereniging van de Nederlandse Chemische Industrie (VNCI) en verschijnt 11x per jaar

Redactie Igor Znidarsic (hoofdredacteur)

VNCI

Bij de VNCI vindt een aantal personeelswisselingen plaats. Eindredacteur nieuwe media Inge Janse vertrekt naar Industrielinqs, waar hij per 1 september aantreedt als adjuncthoofdredacteur Petrochem & redactie- en innovatiemanager. Arnout Schikhof verruilt zijn baan als beleidsmedewerker Responsible Care en Duurzaam ondernemen per 1 november voor een baan bij het Europees Patentbureau. Communicatiemedewerker Cyrille Timmerman heeft haar baan opgezegd en is op zoek naar een nieuwe uitdaging. Speerpuntmanager Veiligheid, Gezondheid en Milieu Jos Dingemans ten slotte wordt lid van het management van Aspen Pharmacare.

Marloes Hooimeijer (eindredactie) Inge Janse (redacteur) Jos de Gruiter (redacteur)

Contact redactie Loire 150, 2491 AK, Den Haag T 070 337 87 28, F 070 320 39 03 E redactie@vnci.nl

Medewerkers

HAVENBEDRIJF ROTTERDAM

Allard Castelein (55) wordt per 1 januari CEO van het Havenbedrijf Rotterdam. De twee aandeelhouders, de gemeente Rotterdam en de Staat, hebben Castelein benoemd als opvolger van Hans Smits. Castelein is nu nog vicepresident Environment van Shell.

Joost van Kasteren, Emma van Laar, Noortje van Dorp, Casper Rila, Erik te Roller, Adriaan van Hooijdonk, Marga van Zundert

Vormgeving

TU DELFT

Jeroen van der Veer is door de minister van OCW per 1 juli benoemd tot de nieuwe voorzitter van de raad van toezicht van de TU Delft. De oud-CEO van Shell is nu onder meer voorzitter van de raad van commissarissen van ING en Philips en voorzitter van het Rotterdam Climate Initiative.

Curve, Haarlem

Advertentie-exploitatie Mooijman Marketing & Sales, Julius Röntgenstraat 17, 2551 KS Den Haag,

VOLGENDE MAAND (25 SEPTEMBER)

T 070 323 40 70,

PURSCHUIM LASTIG INNOVEREN IN NEDERLAND LIFE SAVING RULES VADER EN ZOON IN CHEMIE SOCIALE INNOVATIE BIJ AKZONOBEL EN DOW INTERVIEW MP LAMBERT VAN NISTELROOIJ VISIE OP VEILIGHEID

Advertenties vallen buiten de verantwoordelijk-

EN NOG VEEL MEER…

krijgt zo spoedig mogelijk bericht. Meer infor-

VNCI ONLINE

Overname

WWW.VNCI.NL

Website met onder meer dagelijks nieuws, het archief van Chemie magazine en alles over de chemische industrie in Nederland

E dm@mooijmanmarketing.nl

Gratis nieuwsbrief met daarin wekelijks het laatste nieuws over de chemische industrie en de VNCI

50 Chemie Magazine juli/augustus 2013

Druk DeltaHage, Den Haag

Abonnementen Wie werkzaam is in de chemische industrie of op een andere wijze direct of indirect bij de chemische industrie betrokken is komt in aanmerking voor een kosteloos abonnement op Chemie Magazine. Meld u aan via crs@vnci. nl of www.vnci.nl/actualiteit/maandblad en u matie: znidarsic@vnci.nl of 070 337 87 28.

Overname van artikelen uit Chemie magazine is TWITTER.COM/VNCI

De VNCI op Twitter met het laatste nieuws, vacatures en reactiemogelijkheden op alle berichten

alleen toegestaan na voorafgaande schriftelijke toestemming van de redactie. In de meeste gevallen zal die graag worden gegeven

Beeld cover WW.VNCI.NL/LINKEDIN

WWW.VNCI.NL/NIEUWSBRIEF

heid van de redactie

Discussieer mee met meer dan 2000 betrokkenen uit de chemische industrie en bezoek de vacatures in de LinkedIn-groep van de VNCI

Casper Rila ISSN 1572-2996


chemistry, blends & knowledge

AD Productions B.V. is gespecialiseerd in het formuleren

en mengen van chemische vloeistoffen en poeders AD Productions B.V.

services

Markweg Zuid 27 4794 SN Heijningen Postbus 102 4793 ZJ Fijnaart

T +31 (0)167 - 526 900 F +31 (0)167 - 526 969 info@adinternationalbv.com www.adinternationalbv.com

matching the best in chemistry & life-sciences

www.cls-services.nl

Dedicated to Excellence

recruitment & selection and outsourcing in chemistry | pharma | biotech | food


making the difference

SGS is unique in the market in finding and creating opportunities and is recognized as the global benchmark for quality and integrity. As the world’s leading inspection, verification, testing and certification company, with more than 75,000 employees, SGS operates a network of over 1,500 offices and laboratories around the world. SGS helps to improve quality, safety, performance and efficiency for the following industries: Agricultural - Automotive Consumer Testing - Environmental - Industrial - Life Science - Minerals - Oil, Gas & Chemicals - Systems & Services Certification Governments & Institutions.

sgs gRoUP NETHERLANDs

sgs gRoUP BELgiUm

Malledijk 18 P.O. Box 200 NL-3200 AE Spijkenisse t +31 (0)181 69 33 33 e sgs.nl@sgs.com

SGS House Noorderlaan 87 B-2030 Antwerpen t +32 (0)3 545 44 00 e sgs.be@sgs.com

www.sgs.com

Chemie Magazine augustus 2013  

Maandblad van de VNCI

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you