Issuu on Google+

Regiegroep Chemie neemt regie over

Dutch Biorefinery Cluster sluit ‘Green Deal’

Maandblad van de Vereniging van de Nederlandse Chemische Industrie • 11 • 16 november 2011

Energiebesparing door samenwerking in pvc-keten

Magazine

Buitenlandse chemiebedrijven

investeren in Nederland


Binnen drie jaar bent u makkelijker te vervangen dan uw vakmensen.

Het rendement van uw bedrijf komt de komende jaren stevig onder druk te staan. Bestaand personeel vergrijst en nieuwe vakmensen worden schaarser. Dat dit geen vergezocht doemscenario meer is blijkt uit de onafhankelijke onderzoeken in deze Vapro-file. Maar wij stellen niet alleen de harde realiteit aan de orde, wij geven ook een praktische oplossing. U kunt de file gratis aanvragen via www.vapro.nl/file of bel 070 301 10 86.


Inhoud 11 16 november 2011

20

NFIA en CSA initiëren en faciliteren investeringen van buitenlandse chemiebedrijven in Nederland

interview ANNITA WESTENBROEK

‘We blijven ons inzetten voor dezelfde speerpunten’

42 november 2011 Chemie magazine 3


Technip: a leader in plant design and construction

Technip is een wereldwijd leider in design, engineering, levering en bouw van installaties in de olie & gas en (petro)chemie. Met vertegenwoordigingen in 48 landen verspreid over 5 continenten kan Technip projecten van elke omvang uitvoeren. In Nederland werken 500 mensen bij Technip.

Technip Benelux B.V. Technip Benelux B.V. voert wereldwijd complexe EPC projecten uit op het gebied van o.a. ethyleen- en waterstof/synthesegasprojecten, raffinaderijprojecten, gasbehandeling, alsmede LNG processing, LNG-opslag, CO2 Capture en CO2-opslag, bio-energie en windenergie. Onze activiteiten gaan van de haalbaarheidsstudiefase tot de ingebruikname, dus inclusief plant ontwerp, engineering, inkoop, bouw en management (EPCM) op basis van eigen technologie en onder licentie van derden.

Technip-EPG B.V. Technip-EPG levert, als multidisciplinair ingenieursbureau, ruim 30 jaar haar diensten en services aan de Nederlandse markt. Om onze dienstverlening verder te optimaliseren en uit te breiden, werken we binnen de Technip Groep intensief samen. Hierdoor wordt onze ervaring op het gebied van olie & gas, (petro)chemie, bouw & infra, HVAC and energy & water gecombineerd met de uitstekende project- en constructiemanagement expertise van Technip.

Technip Benelux B.V. Postbus 86 2700 AB Zoetermeer Tel: 079 3293 600 Email: tpbenelux@technip.com URL: www.technip.nl

www.technip.com

Technip-EPG B.V. Postbus 8568 3009 AN Rotterdam Tel: 010 220 70 70 Email: infoepg@technip.com URL: www.epg.nl


Inhoud 11 16 november 2011

28

Thermphos blijft met het CaReproject ruim binnen de uitstootnorm voor zware metalen

42

Voorzitter van de Regiegroep Chemie 2.0 Rein Willems licht initiatieven toe en blikt vooruit

40

Topconsortia voor Kennis en Innovatie voor procestechnologie

VEILIGHEID VOOROP

32

Actieplan ‘Veiligheid Voorop’ moet leiden tot het voorkomen van VEILIGHEID incidenten VOOROP

Opinie ‘De chemie moet een geheel nieuwe toekomst in geloodst worden,’ meent VNCI-directeur Colette Alma Agenda

NIEUWS Wetenswaardig Europa’s grootste biokraker op Maasvlakte Innovatie Sterkste tape ter wereld Onderwijs Meer meisjes kiezen scheikunde Veiligheid Melding ongewone voorvallen versoepeld Actueel Eerste GTL uit Quatar in Pernis

07

07 08 11 13 15 18

ACHTERGROND Ondernemerschap 20 NFIA en CSA initiëren en faciliteren buitenlandse investeringen Green Deal 24 Versnelling van transitie naar biobased economy Milieu 28 Cadmiumemissie bij Thermphos 90 procent gedaald Veiligheid 32 Actieplan ´Veiligheid Voorop’ wil de veiligheid van BRZO-bedrijven verder vergroten Uitgelicht 34 Night of the Nerds Energie 36 Energiebesparing door samenwerking in pvc-keten Innovatie 40 Superconsortium voor procestechnologie Topsector 42 VEILchemie stimuleren Regiegroep 2.0 blijft VOO IGHEID Veiligheid 46 ROP VEILIGHEID Overheid leert niets van analyses en rapporten VOOROP van onderzoekscommissies Groene chemie 49 Twee keer zo veel ethanol uit elke ton maïsloof Evenement 51 Internationaal Jaar van de Chemie Column hoofdredacteur Bedrijven Mensen Volgende maand Colofon

53 53 55 55 55

november 2011 Chemie magazine 5


SPIE een gezamenlijke ambitie SPIE-Technology SPIE-Technology biedt oplossingen om maximale waarde te behalen uit uw productiemiddelen. Waarde die wij zien in o.a. veiligheid, milieu, winst en betrouwbaarheid van uw installaties. Wij bieden u hiervoor hulp bij het uitdenken en implementeren van vernieuwende onderhoudsstrategieën, ontwikkelen van nieuwe software voor het efficiënter besturen, registreren of inspecteren van uw assets en kunnen wij uw partner zijn voor het overnemen van de gehele verantwoordelijkheid voor het onderhoud. Wij denken hiertoe altijd mee vanuit de doelstellingen van de klant zoals winst, veiligheid, milieu en de betrouwbaarheid van uw installaties. Wij benaderen uw situatie vanuit een brede expertise en ervaring en zijn open voor verschillende vormen van samenwerking. SPIE Nederland biedt een compleet pakket multitechnische diensten aan de industriële, commerciële en institutionele branche. De divisie SPIE-Technology kan ook een beroep doen op de kennis en ervaring van een van de andere divisies van SPIE Nederland: SPIE-Building Systems, SPIE-Controlec Engineering, SPIE-Industry en SPIE-Infra.

SPIE-Technology I De Brauwweg 74-82 I 3125 AE Schiedam I T +31(0)10 409 04 00 I www.spie-nl.com


AGE NDA

Agenda / Voorwoord

22 november Lab Career Event Amsterdam RAI

25 en 26 november Chemie & Life Sciences Carrièredagen Amsterdam RAI 28, 29, 30 november Slotevenement IYC DeFabrique, Maarssen VNCI 17 november BG Energie en Klimaat ExxonMobil, Breda 22 november WG Stoffenbeleid VNCI, Den Haag 25 november BG Communicatie, VNCI, Den Haag 29 november WG Procesveiligheid Sabic IP, Bergen op Zoom 30 november WG Arbeidsveiligheid Locatie nog niet bekend 30 november Algemeen Bestuur De Beukenhof, Oegstgeest

30 november Dagelijks Bestuur Locatie nog niet bekend 1 december Regiegroep Chemie Academiegebouw, Utrecht

VNCI-directeur Colette Alma

Honger

I

n het kader van de acquisitie-activiteiten van CSA/NFIA (zie artikel op pagina 20) was ik onlangs een paar dagen in Korea. Een land dat veel gemeen heeft met Nederland: het is zeer dichtbevolkt, ligt aan zee, met een groot continentaal achterland, en het heeft een grote chemiesector. Het is ook, wat ik ervan gezien heb, een welvarend land. Ook de issues en ambities in de chemische sector zijn vergelijkbaar met die van ons. Zo is de ruimte beperkt en bestaan er stimuleringsprogramma’s voor jonge bedrijven. Een verschil met Nederland is dat de welvaart nog maar van recente datum is. De huidige generatie werkenden heeft de enorme groei die het land heeft doorgemaakt, en die de bevolking tot welstand heeft gebracht, nog vers in de herinnering. Dat brengt een zeldzaam dynamische atmosfeer met zich mee. Het land ademt ambitie om verder te bouwen, je voelt de honger naar onderwijs en kennis, als bron van inkomen en vooruitgang. Wat collectieve voorzieningen en instituties betreft, is er waarschijnlijk veel dat het land nog van ons kan leren. Groeistuipen brengen nu eenmaal onevenwichtigheden met zich mee, die in een wat rustiger periode weer in balans gebracht moeten worden. Maar wat zij voor hebben op ons is de recente ervaring dat er werk aan de winkel is om de toekomst vorm te geven, en dat kennis en innovatie daarbij onontbeerlijk zijn. Ook bij ons is er werk aan de winkel en moet de chemie een geheel nieuwe toekomst in geloodst worden. Dat kan alleen met een gezonde honger naar onderwijs en kennis. Wat dat betreft, kunnen wij weer wat leren van Korea. p

6 december Persconferentie Locatie nog niet bekend 6 december WG Security VNCI, Den Haag 8 december WG Arbeidshygiëne Teleconferentie 15 december WG Milieuzorg VNCI, Den Haag

november 2011 Chemie magazine 7


Europa’s grootste biokraker op Maasvlakte

8 Chemie magazine november 2011


Wetenswaardig

ton Foto: Neste Oil

biodiesel per jaar

Het Finse Neste Oil heeft op de Maasvlakte de grootste hernieuwbare biobrandstoffabriek van Europa opgestart. De productie van de Next Generation Bio to Liquid (NExBTL ) zal gefaseerd worden opgevoerd. Het opstarten van de nieuwe fabriek versterkt de positie van Neste Oil als ‘s werelds grootste producent van duurzame biobrandstof.   De NExBTL hernieuwbare biobrandstof is een hoogwaardige biobrandstof die te gebruiken is in alle dieselmotoren en bestaande brandstofdistributiesystemen. De brandstof biedt uitstekende prestaties bij lage temperaturen en kan zowel puur als gemengd met fossiele diesel gebruikt worden. NExBTL kan een reductie tot 80 procent van de uitstoot van broeikasgassen bereiken in vergelijking met fossiele diesel.

De Rotterdamse fabriek heeft een productiecapaciteit van 800.000 ton per jaar en zal Neste Oil’s totale productiecapaciteit per jaar verhogen naar twee miljoen ton. De fabriek maakt gebruik van Neste Oil’s eigen NExBTL-technologie, die voor de productie van de hernieuwbare hoogwaardige biobrandstof gebruik kan maken van bijna elke plantaardige olie of dierlijk vetafval. Neste Oil heeft al een identieke fabriek in Singapore (gestart in 2010) en twee fabrieken in het Finse Porvoo (gestart in 2007 en 2009). ‘Door de opstart van de fabriek in Rotterdam komt ons in totaal 1,5 miljard euro tellende investeringsprogramma om de productiecapaciteit van hernieuwbare biobrandstof te verhogen in de laatste fase,’ zegt Neste Oil’s voorzitter en CEO Matti Lievonen.

november 2011 Chemie magazine 9


Naar een perfecte chemie tussen u en onze gassen-portfolio.

Van 1 literflesjes tot duizenden liters per minuut. Alle gassen voor chemie, farmacie en raffinage. Internationale knowhow van Linde Gas als gevolg van continue research en ruim een eeuw ervaring. Standaard gassen en gasmengsels tot hoogzuivere receptuurgassen. In welke leveringsvorm dan ook. U zegt ’t maar. Voor elk proces waarin gassen nodig zijn, biedt Linde Gas Benelux de betrouwbaarste oplossing.

Linde Gas – ideas become solutions.

EL Class I EHEDG Type ce of complian certificates

WESTINGHOUSE HOUSE

CIP PTD plugwissel • Geschikt voor hygiënische clean in place (CIP) processystemen • EHEDG Type EL Klasse I certificaat van conformiteit • Dubbel-buis ontwerp • Gepatenteerde statische en opblaasbare afdichtingen • Geen afdichting in de productstroom • Keuze voor gehele of gedeeltelijke systeemreiniging

www.dmnwestinghouse.com

3D animatie

DMN-WESTINGHOUSE T +31 (0)252 361 800 dmn@dmn-nwh.nl

COMPONENTS FOR BULK SOLIDS HANDLING NDLING

Linde Gas Benelux B.V. Havenstraat 1, Postbus 78, 3100 AB Schiedam Tel. 088 262 62 62, Fax 010 246 15 06, chemie.lg.nl@linde.com, www.lindegasbenelux.com


11x

Innovatie

foto: Teijin Ar amid

zo sterk als staal

In de nieuwe fabriek in Emmen, begin oktober geopend, maakt Teijin Aramid de sterkste tape ter wereld: op basis van hetzelfde gewicht elf keer zo sterk als staal en qua stijfheid vergelijkbaar met koolstofvezel. De tape is tevens bestand tegen chemicaliën en gemakkelijk toepasbaar in dunne en vlakke structuren. Tekst: Erik te Roller

T

eijin produceert in Nederland al onder meer de supersterke aramidevezel Twaron en Sulfron, een materiaal dat de slijtage van autobanden tegengaat. In de nieuwe fabriek in Emmen, die enkele tientallen miljoenen euro’s heeft gekost en tientallen arbeidsplaatsen biedt, wordt op basis van polyetheen de supersterke tape Endumax gemaakt. Met dit nieuwe product wil het bedrijf in 2015 een wereldwijd aandeel van 15 procent in de markt voor supersterke materialen hebben behaald. Voor het eind van 2012

De nieuwe fabriek in Emmen

zal Teijin voor Endumax een productiecapaciteit van 1000 ton per jaar hebben bereikt. Andere productenten van sterke vezels zijn onder andere DuPont met de aramidevezel Kevlar en DSM met polyetheenvezel Dyneema.

Hoogwaardig polyethyleen

Voor de tape gebruikt Teijin dezelfde grondstof als DSM voor Dyneema, namelijk een hoogwaardig type polyethyleen, UHMWPE (ultra high molecular weight polyethylene). DSM maakt hier vervolgens super-

sterke Dyneema-vezels van met behulp van een zogeheten gelspinproces. Teijin gebruikt voor Endumax een ander proces, zogeheten solid state processing. Dit komt neer op het strekken van polymeer (UHMWPE sheet) onder speciale condities, een milieuvriendelijk proces zonder oplosmiddel. Dat gebeurt op een zeer gecontroleerde manier. Het is dus een mechanisch proces. De kristallen die al in het UHMWPE aanwezig zijn, raken nog beter georiënteerd, waardoor de sterkte van het materiaal in de lengterichting enorm toeneemt. Endumax heeft een lage dichtheid, minder dan 1 gram per cm³, en heeft een zeer hoge elasticiteitsmodulus, wat wil zeggen dat het onder hoge trekkrachten vrijwel niet rekt. Hiermee komt het in de buurt van de koolstofvezel. Daarnaast is de kruip, oftewel de blijvende verlenging na langdurige belasting, erg laag voor dit type hoogwaardige polyethyleen. Ook is de tape bestand tegen chemicaliën, niet bros, licht in gewicht en gemakkelijk toepasbaar in dunne en vlakke structuren.

foto: Teijin Ar amid

Toepassingen

Bij toepassingen van de tape valt te denken aan het helpen verhogen van de slijtageweerstand van mechanische onderdelen van machines, aan slijtvaste bekleding van silo’s of laadvloeren van vrachtwagens. Ook is

een belangrijke rol voor de tape weggelegd als versterkend materiaal voor bijvoorbeeld touwen, netten, kabels, pijpen en snijbestendige handschoenen. Afhankelijk van de toepassing levert Teijin de tape in verschillende breedtes. Zo wordt 10 mm breed Endumax gebruikt voor Darwing, een dynamische armsteun voor mensen die hun arm moeilijk kunnen bewegen afkomstig van Focal Meditech in Tilburg. De lichte tape helpt de mechanische krachten in Darwing te balanceren, wat mogelijk is doordat de tape erg dun en tegelijk sterk is en niet rekt.

Bepantsering

Vanwege zijn vermogen om veel energie te absorberen bij een laag gewicht, leent het materiaal zich ook voor bepantsering. Op de korte termijn voorziet Teijin toepassingen, zoals zogenoemde insert plates voor bijvoorbeeld kogelwerende vesten en verder de bepantsering van voertuigen en vliegtuigen, waarbij valt te denken aan bijvoorbeeld een kogelwerende stoel voor helikopterpiloten. Voor de bepantsering verkoopt het bedrijf een soort folie, waarin de tape al verwerkt zit onder de naam Endumax UD /cross-ply, waarbij UD staat voor uni directional, oftewel georiënteerd in één richting, en cross-ply voor een aantal lagen om en om, steeds 90 graden gedraaid. p november 2011 Chemie magazine 11


7YVMLZZPVULLSÅL_PILSTVKLYU PUUV]H[PLM

Het afvullen en mengen van chemische stoffen is een vak apart. Een vak dat wij beheersen als de beste. Al sinds 1934. Of het nu gaat om het afvullen van een kleinverpakking of het mengen van stoffen met een UN classificatie in een 1000-liter verpakking, Bleko Chemie heeft de perfecte mix in huis.

Meer weten? Bel 053-4315835 of kijk op blekochemie.nl

blekochemie.nl Innovatief sinds 1934

NOTOX’ 10 steps to REACH compliance REACH Are you ready for the future?

CONTACT US NOW and we help you submit your registration in time.

w w w . n o t o x . n l

NOTOX B.V. P.O. Box 3476 5203 DL ’s-Hertogenbosch The Netherlands reach@notox.nl


Onderwijs

foto: shut terstock

TU/e: meer meisjes kiezen scheikunde

Chemiedialoog probeert leerlingen te enthousiasmeren voor chemie

‘Ik weet al wat jij gaat studeren!’ In het Isendoorn College in Warnsveld vond op dinsdagavond 8 november een Chemiedialoog plaats. Om leerlingen warm te laten lopen voor de chemie. Twee sprekers hielden een enthousiast verhaal waar goed naar geluisterd werd. De discussie was wat kort en de opkomst viel enigszins tegen. Misschien zijn er toch wel een paar bètatwijfelaars over de streep gehaald om voor chemie te kiezen. Tekst: Elsie Schoorel

R

ond de twintig leerlingen (íets meer jongens dan meisjes) van vwo 4, 5 en 6 en een paar ouders en docenten zitten in het Isendoorn College klaar voor de Chemiedialoog. Scheikundedocent Wil Gradussen, die zelf van alles doet om het vak aantrekkelijk te maken – ‘morgen gaan we bier brouwen’ – leidt de eerste spreker in: Rutger van Santen van de TU Eindhoven. Aan de hand van een groot rood hart legt hij uit waar het begrip scheikunde vandaan komt en hoe zaken als materie, technologie en het leven met

Drie bijeenkomsten

Stichting C3 en de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW) organiseerden in november drie Chemiedialogen op middelbare scholen. De dialogen vonden plaats in Warnsveld, Delft en Zaandam.

elkaar samenhangen. Van Santen neemt de leerlingen mee door de geschiedenis, via het toestel van Kipp voor vuur en de vogelpoep uit Peru voor dynamiet, naar fosfaten voor kunstmest. Terwijl iedereen geconcentreerd luistert, wijst hij op het belang van milieuvriendelijke oplossingen en wijdt hij uit over de “Steen der Wijzen”, ofwel de katalysator. Ter illustratie laat hij een filmpje zien van bewegende moleculen. ‘Dat kun je op You Tube terugvinden hoor!’

IJsbeer

Na een korte pauze is het de beurt aan Appy Sluijs, verbonden aan de Universiteit Utrecht en lid van De Jonge Akademie. Hij vertelt hoe hij als bioloog in de chemie gerold is. Aan de hand van filmpjes van een professor die proefjes doet (‘misschien voor jullie een beetje kinderachtig’) laat hij onder meer zien hoe je kunt vaststellen hoeveel CO2 er door de tijd heen was. “Momenteel produceren wij ongeveer

veertig keer zo veel CO2 als natuurlijk is. Dat is nog nooit gepresteerd.’ Terwijl hij beelden laat zien van onderzoek op Spitsbergen (waarbij en passant nog even een ijsbeer voorbijkomt), zegt hij dat ze hier fossielen gevonden hebben die aantonen dat het in deze koude omgeving ooit warmer was dan in Nederland. ‘We hebben stuifmeelpollen gevonden van palmen!’ Sluijs heeft de lachers op zijn hand als hij een plaatje van een aap toont. ‘Onze voorouder, die in die warme periode, 55 miljoen jaar terug, ontstond. Zo zie je, verandering is niet alleen slecht.’

Slimme vraag

Er is tot slot gelegenheid om vragen te stellen; een paar handen gaan omhoog. Als een leerling een slimme vraag stelt over het einde van het Perm, reageert Sluijs: ‘Ik weet al wat jij gaat studeren!’ Terwijl ze hun jas aantrekken, filosoferen twee meisjes door over de aanwezigheid van pollen in de sedimenten. Het is duidelijk: deze jongeren lopen wel warm voor chemie. Hopelijk wordt bij vervolgactiviteiten de opkomst nog groter, zodat ook de dialoog met de laag daaronder kan ontstaan, die denkt dat een rechtenstudie toch leuker is. p

Het aantal meisjes dat voor scheikunde kiest aan de Technische Universiteit Eindhoven is gestegen. Dit academisch jaar zijn er 13 meisjes gestart op een totaal van 60 studenten Scheikundige Technologie (ST). Ruim 2,5 keer meer dan vijf jaar geleden. Ook ten opzichte van het aantal mannelijke studenten is een stijging waar te nemen. Bijna 23 procent van de studenten ST aan de TU/e dit jaar is vrouw ten opzichte van 14 procent in 2006. 

D

e stijging is te danken aan de inspanningen van de TU/e om meer meisjes voor techniek te interesseren. ‘Traditioneel kiezen meisjes vaker voor mensgerelateerde studies,’ zegt Nina van Moll, studievoorlichter van de faculteit ST. ‘De maatschappelijke kant van scheikunde is vaak onbekend. Daarom laten wij onze toekomstige studenten zien wat scheikunde voor de mens kan betekenen. Het behandelen van ziektes en het werken aan nieuwe vormen van schonere energie zijn bijvoorbeeld onderwerpen die vrouwelijke studenten aanspreken.’ Daarnaast zet de faculteit ST studentes en oud-studentes in als rolmodel. ‘Zij vertellen over hun ervaringen op voorlichtingsbijeenkomsten en meeloopdagen voor middelbare scholieren. Vrouwelijke alumni die bijvoorbeeld bij multinationals werken, laten middelbare scholieren zien wat ze doen.’ p

november 2011 Chemie magazine 13


Bezoek ons tijdens de

INTERMODAL EUROPE 2011 29 NOV - 01 DEC Stand D-48, Hamburg

ANTI-KRAAK BEWEGING HET VEILIGSTE LADING ZEKERINGSSYSTEEM VOOR CHEMISCH TRANSPORT OVER LAND EN ZEE

TY-GARD.EU

Ty-Gard omsluit de lading op zeer betrouwbare en effectieve wijze. Het werkt snel én veilig: onze producten zijn speciaal ontwikkeld en gecertificeerd voor vervoer van gevaarlijke stoffen per spoor, over zee en op de weg. Ty-Gard is kostenbesparend en milieuvriendelijk, voorkomt ladingschade en incidenten, zodat uw lading niet gekraakt wordt. Voor meer informatie over dit product, bezoek onze website. Of ervaar het zelf: vraag naar een vrijblijvende proefverscheping of demonstratie over dit unieke product van Walnut Industries.

www.ty-gard.eu


Veiligheid

Het ontbreken van een automatische waarschuwing is bij bedrijven die werken met grote hoeveelheden gevaarlijke stoffen een belangrijke reden waardoor het soms misgaat. Door al bij het ontwerp van een installatie instrumenten in te bouwen die dergelijke problemen signaleren, kan dit worden voorkomen. Dat concludeert de afdeling Major Hazard Control (MHC) van de Arbeidsinspectie op basis van een analyse van 77 incidenten met gevaarlijke stoffen in de periode van 2008 tot en met 2010. Bij eenderde van deze incidenten raakten mensen gewond (53). Er vielen drie doden. De VNCI spreekt van een ‘leerzame, maar abstracte rapportage’.

D

e VNCI betreurt het dat, anders dan in de vergelijkbare rapportage over de periode 2004-2007, de analyse tamelijk abstract is en dat een korte beschrijving van de incidenten, waarbij de basisoorzaken zijn genoemd, deze keer ontbreekt. ‘Dat spreekt bedrijven meer aan dan een algemene analyse,’ reageert Macco Korteweg Maris, beleidsmedewerker (transport)veiligheid en gezondheid bij de VNCI. De Arbeidsinspectie vindt dat er meer aandacht moet zijn voor de inventarisatie van de risico’s, de veiligheid rond het onderhouden van installaties en voor noodplannen voor als het toch mis gaat. Dit zijn onderdelen van het verplichte veiligheidsbeheerssysteem van bedrijven. Een deel van de bezochte bedrijven leert te weinig van de eigen aanpak van incidenten; ze maken te weinig gebruik van inzichten die ze zelf opdoen over de zaken die goed gaan en over de zwakke plekken.

Controle onderhoudsstops

De organisatie constateert dat veel incidenten plaatsvinden als bedrijven of afzonderlijke installaties tijdelijk helemaal stilliggen voor groot onderhoud. Ze controleert daarom sinds vorig jaar vaker tijdens onderhoudsstops. Verder informeert de Arbeidsinspectie de betrokken bedrijven en brancheorganisaties over de resultaten, zodat zij hun preventie kunnen verbeteren. De Arbeidsinspectie is ook van mening dat meer aandacht nodig is voor het beperken van de schade als er toch gevaarlijke stoffen vrijkomen. Werknemers die dergelijke calamiteiten bedwingen, moeten goede beschermingsmiddelen hebben. De incidentenrapportage van de Arbeidsinspectie afdeling MHC betreft arbeidsgerelateerde incidenten bij BRZO- en ARIE-bedrijven. Het aantal onderzochte incidenten ligt 50 procent lager dan in de rapportage over de periode 2004-2007. p

foto: shut terstock

‘Incidentenrapportage Arbeidsinspectie leerzaam maar abstract’

Melding ongewone voorvallen versoepeld Op 26 oktober is de nieuwe regeling voor het melden van ongewone voorvallen in werking getreden. Waar voorheen elk ongewoon voorval zo spoedig mogelijk gemeld moest worden, kan binnen de nieuwe regeling voor een aantal voorvallen daarvan afgeweken worden.

B

edrijven kunnen nu aan de vergunningverlener vragen om een voorschrift in de milieuvergunning op te nemen dat bepaalt dat ze niet significante voorvallen (met verwaarloosbare gevolgen voor gezondheid en milieu) niet meteen hoeven te melden. Ze kunnen zo’n voorval dan alleen registreren in plaats van melden of de melding op een later tijdstip doen. Bedrijven die dit maatwerk willen gebruiken, kunnen hierom vragen bij het bevoegd gezag van de milieuvergunning.

Lastenverlichting

Voor (chemie)bedrijven betekent dit een lastenverlichting, want er komt minder administratieve rompslomp bij kijken. De VNCI, die bij de totstandkoming van de nieuwe regeling nauw betrokken is geweest, is dan ook blij met de inwerkingtreding. De VNCI hoopt alleen dat overheden de nieuwe regel op een praktische wijze gaan invullen, want het effect van de nieuwe regeling is daarvan afhankelijk. p november 2011 Chemie magazine 15


Zeven ...

... transporteren, doseren, mengen, breken: GERICKE beschikt over de kennis en de technieken voor iedere denkbare processtap of totaaloplossing. Wij leveren al meer dan 115 jaar machines en complete systemen als optimale toepassing in stortgoed gerelateerde processen. Wij bieden u onze kennis en kwaliteit in combinatie met onze betrouwbaarheid, efficiënte en wereldwijde service.

Geavanceerde stortgoedtechnologie CH-8105 Regensdorf T +41 (0)44 871 36 36

DE-78239 Rielasingen T +49 (0)7731 92 90

Singapore 787813 T +65 64 52 81 33

FR-95100 Argenteuil T +33 (0)1 39 98 29 29

NL-3870 CA Hoevelaken T +31 (0)33 25 42 100

GB-Ashton-under-Lyne Lancashire, OL6 7DJ T +44 (0)161 344 1140

www.gericke.net

gericke.nl@gericke.net

Tijdelijk of semi permanent behoefte aan extra warmte en/of energie? Uw bron van informatie bij het kopen of huren van ketelinstallaties voor stoom, warm en heet water. Verhuur • warmwaterketels tot 8 MW • heetwaterketels tot 12 MW • automatische expansie-inrichtingen • stoomketelunits tot 28 barg van 400 kg/hr tot 16.000 kg/st • ontgassers, voedingswatertanks, ontharders • olietanks 3, 5, 10 en 20m3 • in container, buitenopstelling of romneyloodsen

Services • 24 uurs storingsdienst • leidingwerkmontage • onderhoud • engineering

Milieuzorg • Low-NOx installaties • geluidsbesparende omhuizingen • CE normering

www.ecotilburg.com Postbus 899, 5000 AW Tilburg - Hectorstraat 23, 5047 RE Tilburg - Tel: 013 5839440 - Fax: 013 5358315 - E-mail: info@ecotilburg.com


Veiligheid Steeds meer opdrachtgevers stellen het VCA-diploma verplicht om het aantal ongelukken te verminderen

Centraal register moet fraude met VCA-diploma’s voorkomen

‘A

ls alle bedrijven aan de poort nagaan of het diplomanummer, naam en geboortedatum op het VCA-diploma of -certificaat van iemand overeenkomen met de gegevens in het Centraal Diploma Register en of ze de goede persoon voor zich hebben, zal het snel gedaan zijn met gekopieerde en vervalste papieren,’ zegt Willem Wagemakers, beleidsmedewerker van de Stichting Samenwerken voor Veiligheid (SSVV), die het VCA-systeem beheert en de kwaliteit van de diploma’s bewaakt. ‘Op den duur willen we van het controleren van papieren VCA-diploma’s af en alle controle via het register laten lopen,’ voegt hij eraan toe. Per jaar doen ongeveer 180.000 mensen een VCAexamen. Erkende examenbureaus zetten de gegevens van de geëxamineerden en het bijbehorende diplomanummer in het CDR. De VCA-diploma’s zijn tien jaar geldig. Aangezien het CDR-register in 2004 van start is gegaan, zijn niet alle VCA-diploma’s erin opgenomen. Pas vanaf 2014 is het systeem compleet en waterdicht.

Eastman Chemical

‘Als medewerkers van dienstverleners hier voor het eerst binnenkomen, worden ze uitgebreid gescreend,’ vertelt Ronald Seits, beveiligingsbeambte bij Eastman Chemical in Middelburg. ‘De meesten van hen hebben het groene boekje (veiligheidspaspoort – red.) bij zich, waarin het VCA-certificaat is opgenomen. Steeds vaker hebben ze een VCA-certificaat in de vorm van een pasje bij zich. Wij raadplegen het Centraal Diploma Register alleen als iemand zijn groene boekje of pasje is vergeten. Tot nu toe hadden we geen reden om de registratie standaard te controleren, omdat we fraude met een VCA-certificaat nog nooit hebben meegemaakt.’ AZ_01:Layout 1

21.12.2010

foto: shut terstock

Om veilig te kunnen werken, moeten monteurs, lassers, steigerbouwers, schoonmakers en andere medewerkers van aannemers het nodige weten over veilig werken. Daarom laten petro(chemie)bedrijven alleen medewerkers van aannemers toe die beschikken over een VCA-diploma of -certificaat (Veiligheid, Gezondheid en Milieu Checklist Aannemers). Helaas komt fraude daarbij af en toe voor. Een beter gebruik van het Centraal Diploma Register (CDR) door de opdrachtgevers en aannemers moet hieraan een einde maken. Tekst: Erik te Roller

12:37 Uhr

LESCHACO – your specialist for supply chain solutions.

Gekleurde lampjes

Om de kans op fraude te verminderen, staat de SSVV niet meer toe dat het examen wordt afgenomen op de eigen locatie van de commerciële opleider. Een opleider in Den Haag had zijn opleidingsruimte, tevens het examenlokaal, voorzien van knipperende gekleurde lampjes achter de rug van de examinator. De lampjes codeerden voor het juiste antwoord bij de meerkeuzevragen. Tegelijk werd de onafhankelijk examinator met een verborgen camera gevolgd. Zodra hij of zij zich omdraaide doofden de lampjes. In januari 2011 heeft de politie bij deze opleider een inval gedaan en fraude geconstateerd. Honderden mensen die waren gestuurd door uitzendbureaus, waaronder Polen, Portugezen en Turken, maar ook Nederlanders, hebben mogelijk ten onrechte een VCA-diploma gekregen. De SSVV heeft nagegaan wie er op geprepareerde locaties examen hebben gedaan en wanneer. Vervolgens zijn de namen van deze deelnemers geschrapt uit het CDR. Van de mogelijkheid om opnieuw examen te doen, is nauwelijks gebruikgemaakt. ‘Waarschijnlijk ging het om mensen die hier tijdelijk waren en het land alweer hadden verlaten,’ zegt Wagemakers. De SSVV heeft in 2010 zo’n 1600 examens afgekeurd, ongeveer 1 procent van het totaal. p

Seite 1

We offer integrated, intercontinental logistics with responsible care

1/4 advertentie

for the chemical industry.

Experienced. Dedicated. Customized.

Logistics – phone +31

and beyond.

(10) 2953 153

Since 1879.

Leschaco Nederland B.V. | Hoogvlietsekerkweg 164 | NL 3194 AM Rotterdam-Hoogvliet | info@leschaco.nl | www.leschaco.com

november 2011 Chemie magazine 17


Binnenkort eerste GTL uit Quatar in Pernis

Nieuwe installaties voor de opslag en verpomping van GTLproducten op de Shell Europoort-terminal

Voor het eind van het jaar landt de eerste scheepslading GTL uit Quatar in Europoort aan. Van daar gaat de GTL door een 25 kilometer lange pijpleiding naar de raffinaderij van Shell in Pernis, om daar in diesel en ander producten ver­ werkt te worden. GTL helpt onder meer de roetuitstoot en andere emissies te verminderen. Tekst: Erik te Roller

G

TL (Gas-to-Liquids) is een vloeibare stof gemaakt van aardgas en is een uitkomst voor de landen die over veel aardgas beschikken maar hiervoor te weinig afnemers dichtbij huis hebben. Het proces komt neer op de “vergassing” van aardgas met zuurstof tot waterstof en koolmonoxide (synthesegas) en de omzetting daarvan met behulp van een katalysator in paraffine (met lange koolwaterstofmoleculen). Vervolgens wordt de paraffine met behulp van een katalysator onder toevoeging van waterstof omgezet in kortere en meer vertakte koolwaterstofverbindingen, zogenoemde destillaten (GTLproducten). Het Shell Technology Centre in Amsterdam heeft aan de wieg van dit proces gestaan. Bijna veertig jaar geleden besloot Shell daar onderzoek te starten naar het maken van vloeibare brandstoffen uit andere grondstoffen dan olie.

GTL-fabrieken

Volgens woordvoerder Wim van de Wiel van Shell is GTL in Nederland niet nieuw. Shell produceert GTL al sinds halverwege de jaren negentig in Maleisië en mengt het bij in V-Power diesel. De fabriek in Bintulu in Maleisië heeft een capaciteit van 14.700 vaten olie-equivalent per dag. De GTL-fabriek van het Pearl-project in Quatar zal in stappen een bijna tien keer zo grote capaciteit bereiken: 140.000 vaten olie-equivalent per dag. Daarbovenop komt nog eens 120.000 vaten per dag aan aardgascondensaat, een reeks lichte, vloeibare koolwaterstoffen. Het aardgas is afkomstig uit een veld dat tien keer zo veel aardgas bevat als het veld in Slochteren oorspronkelijk. Investering in het Pearl-project: een slordige 18 à 19 miljard dollar. In maart van dit jaar brachten koningin Beatrix en kroonprins Willem Alexander een bezoek aan de nieuwe fabriek. In juni is de commerciële productie op gang gekomen.

GTL-producten

De GTL-fabriek in Quatar levert vijf verschillende GTL-producten, waarvan de moleculen enigszins van elkaar verschillen. Die vinden toepassing in respectievelijk paraffine, diesel, kerosine, nafta en als grondstof voor smeeroliën. Shell wil GTL ook als pure brandstof beschikbaar stellen aan specifieke klanten. Momenteel loopt er een proef met GTL-diesel voor de vuilniswagens van Van Gansewinkel. De eerste ervaringen wijzen uit dat de dieselmotoren met deze brandstof niet alleen minder NOx (- 8 procent) en fijnstof (- 19 procent) uitstoten, maar ook minder lawaai maken en minder stinken.

Internationale draaischijven

De Rotterdamse raffinaderij, de Shell-raffinaderij in Singapore en de haven van Sohar (Oman) zijn de internationale draaischijven voor het verwerken en verspreiden van de Pearl-GTL-producten. De pijpleiding van de Shell-terminal in Europoort naar Pernis heeft 50 miljoen dollar (circa 36 miljoen euro) gekost. Ook zijn in Europoort twee opslagtanks voor de GTL gebouwd. Verder staan er in Pernis grote menginstallaties (blenders) om diesel te maken met 20 procent tot 25 procent GTL, dat voor iedereen aan de pomp te koop is. p 18 Chemie magazine november 2011

Nieuwe adviseurs voor de VNCI De BAC (Bestuurs Advies Commissie), die het VNCI– bestuur adviseert, heeft een aantal nieuwe leden én een nieuwe voorzitter gekregen. Dit gebeurde tijdens de halfjaarlijkse vergadering begin oktober.

T

ijdens de vergadering stonden onder meer de biobased economy en ‘Veiligheid Voorop’ op de agenda. Het was ook de BAC die de VNCI adviseerde om een visie voor 2030-2050 te formuleren.

Visie

Deze visie wordt in januari 2012 gepresenteerd tijdens een conferentie. De BAC bestaat uit 17 leden en geeft (gevraagd en ongevraagd) adviezen over alle activiteiten van de VNCI vanuit een Responsible Care-perspectief. De BAC bestaat uit personen met verschillende achtergronden en expertises.

Nieuwe leden

De nieuwe leden zijn Erik van Heijningen (oud-voor-

zitter DCMR en waarnemend burgemeester van Cromstrijen), Willem Lageweg (directeur MVO Nederland), Dorette Corbey (voormalig Europarlementariër en voorzitter Commissie Duurzaamheidsvraagstukken Biomassa), Frits Spangenberg (oud-directeur Motivaction), Jeroen van der Sluis (docent Nieuwe Risico’s Universiteit Utrecht) en Atie Verschoor (chemicus bij ECEM).

Voorzitter

De nieuwe voorzitter is Hans van de Vlist, voormalig secretarisgeneraal bij VROM en ABD TOP Consultant bij het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. p


Actueel

Online discussieplatform toekomst chemie gelanceerd De VNCI heeft onlangs haar website over de toekomst van de chemie gelanceerd. Met de website wil de vereniging in discussie gaan met mensen in en om de chemische indus­ trie om te horen wat er leeft, wat men vindt van de industrie en of er een toekomst is voor de sector. Ook bundelt de website alle evenementen, discussies en activiteiten die voor en na publicatie van de visie plaatsvinden.

D

e site vormt een onderdeel van de Toekomstvisie 2030-2050, een blik op de toekomst van de chemiesector. Deze visie verschijnt 20 januari 2012 tijdens een conferentie over dit onderwerp. De visie komt tot stand met de hulp van vele experts binnen en buiten de chemische industrie.

nicatie Irene van Luijken. ‘Op dit moment wordt de visie afgestemd met alle deelnemers. Vervolgens zal de dialoog met stakeholders starten. De resultaten van deze activiteiten komen ook terug op de website.’ p

Foto: Shell

Discussie

‘De VNCI is zeer geïnteresseerd in de mening van onze stakeholders en we gaan graag de discussie aan,’ aldus VNCI’s hoofd commuwww.heeftdechemietoekomst.nl

Innovation Lab vergroot innovatieve slagkracht van Nederland Op 13 oktober is het eerste Centre of Excellence met het Innovation Lab op het gebied van de Organische Chemie officieel geopend aan de Radboud Universiteit. Beide zijn het resul­ taat van krachtenbundeling tussen de Technische Universiteit Eindhoven en de Radboud Universiteit Nijmegen. Het initiatief is mede tot stand gekomen door de Regiegroep Chemie en sluit naadloos aan bij haar ambities om de innovatieve slagkracht van de Nederlandse chemie te vergroten. De opening van het Innovation Lab is een goed voorbeeld van de samenwerking tussen het onderwijs en het bedrijfsleven, een van de activiteiten van de Topsector Chemie.

Grensverleggend

Beide universiteiten willen meer vernieuwend, grensverleggend en maatschappelijk relevant chemisch onderzoek doen, invulling geven aan het aspect “duurzaamheid”, meer studenten nog beter opleiden door aantrekkelijke en nieuwe programma’s aan te bieden en het bedrijfsleven meer bij het onderwijs te betrekken. In deze setting heeft het Innovation Lab als doel de wetenschappelijke en technologische kennis tot maatschappelijke waarde te brengen (valorisatie). De Regiegroep Chemie is verheugd met de bundeling van talent en innovatiekracht in dit expertisecentrum. Dit initiatief zorgt er mede voor dat de sector voorop blijft lopen in wetenschap, innovatie en bedrijfsprestaties. ‘Met de drie pijlers – onderzoek, onderwijs en valorisatie – sluiten de activiteiten van dit expertisecentrum goed aan op de kennis- en innovatieactiviteiten die dit voorjaar zijn geformuleerd in de actieagenda van Topsector Chemie,’ aldus Regiegroep Chemie-voorzitter Rein Willems. p

Foto: holl Shutandse terstock hoogte Foto:

H

et Centre of Excellence is het resultaat van een jarenlange samenwerking van de twee universiteiten op het gebied van de organische chemie. Het nieuwe expertisecentrum kan toonaangevend onderzoek verrichten op alle maatschappelijk relevante thema’s die een raakvlak hebben met de moleculaire wetenschappen, zoals gezondheid, energie en duurzaamheid. ‘Het heeft expertise en voldoende kritische massa over het gehele spectrum van de organische chemie: van life sciences tot en met zonnecellen. De groep onderzoekers binnen het centrum is in staat om elk molecuul te maken of te ontwerpen,’ aldus Jan van Hest, hoogleraar Bioorganische Chemie. Het Centre of Excellence richt zich op onderzoek, onderwijs en kennisvalorisatie. De valorisatie vindt plaats binnen het Innovation Lab. Het Innovation Lab biedt onderdak aan innovatieve bedrijven: spin-offs op het gebied van nieuwe chemie, diagnostische tests, medicijnontwikkeling en biomedische materialen.

WWW

Meer actueel nieuws op www.vnci.nl en in de wekelijkse gratis Chemie nieuwsbrief (meld je aan via de site). november 2011 Chemie magazine 19


NFIA en CSA initiëren en faciliteren buitenlandse investeringen

Zoeken naar schakels in clusters

In mei heeft LANXESS de EPDM-rubberactiviteiten van DSM overgenomen. In oktober liet het Duitse chemiebedrijf weten dat het in Geleen ook een nieuw hoofdkantoor annex R&Dlaboratorium gaat bouwen voor zijn wereldwijde EPDMactiviteiten en twaalf miljoen euro investeert in het toepassen van nieuwe procestechnologie. Een flinke opsteker, niet alleen voor het personeel dat volledig is overgenomen, maar ook voor de Chemelot Campus, de provincie Limburg, het Netherlands Foreign Investment Agency (NFIA) en andere betrokken partijen. Tekst: Erik te Roller

B

as Pulles, directeur van het Netherlands Foreign Investment Agency (NFIA), ziet de investeringen van LANXESS als voorbeeld van hoe de Nederlandse overheid in samenwerking met de chemische indus­trie nieuwe activiteiten wil aantrekken. ‘Bij de deal van DSM en LANXESS zijn we niet betrokken geweest. Wel hebben we na de overname meteen contact gezocht met LANXESS, de provincie en mensen van de regio Brainport om na te gaan welke strategie het bedrijf volgt en hoe we actief bij de uitvoering daarvan betrokken kunnen zijn. Vanuit de regio kijkt de overheid bijvoorbeeld hoe het LANXESS kan helpen bij het verkrijgen van vergunningen en het omgaan met bestemmingsplannen. Als NFIA gaan we bijvoorbeeld na voor welke landelijke fiscale regelingen het bedrijf in aanmer-

20 Chemie magazine november 2011

king komt en leggen we de relatie met de Belastingdienst.’ Frank Schaap, directeur marketing & business development van Chemelot: ‘We zijn blij en trots, dat we LANXESS als lid van de Chemelot-bedrijvengemeenschap hebben mogen verwelkomen. Het bedrijf is wereldleider in EPDM rubber en wil verder innoveren. Ook gelooft het bedrijf in korte lijnen tussen de business en R&D. Vandaar dat het hoofdkantoor en de laboratoria onder één dak komen. Verder wil LANXESS actief deelnemen aan de open innovatie tussen bedrijven en kennisinstellingen op Chemelot, wat de open innovatie verder zal versterken.’

Azië

De NFIA heeft van oorsprong als hoofdtaak om ‘green field investeringen’ vanuit het buitenland aan te trekken. Maar in de chemische industrie draait het

tegenwoordig vooral om overnames en uitbreidingen van bestaande fabrieken. Daar speelt het NFIA op in door samen met regionale ontwikkelingsmaatschappijen het gesprek aan te gaan met buitenlandse bedrijven over hun strategie en wat de Nederlandse overheid daar aan toe kan voegen. ‘Bij overnames van bedrijven spelen we nauwelijks een rol, maar bij de opening van een nieuwe fabriek, pand of laboratorium zie je ons wel, omdat we bij de voorbereiding betrokken daarvan zijn geweest,’ aldus Pulles. Vooral bedrijven uit Azië zoeken volgens Pulles ondersteuning van de Nederlandse overheid, omdat zij van huis uit gewend zijn met de overheid samen te werken. Kortgeleden is de raad van bestuur van Indorama op het ministerie van EL&I ontvangen. Dit bedrijf met eigenaren uit India en hoofdkantoor in Thailand e


Ondernemerschap

Recente investeringen buitenlandse chemiebedrijven Yara

Het Noorse chemiebedrijf Yara heeft in Sluiskil onlangs een nieuwe ureumfabriek in bedrijf genomen, die twee oudere vervangt. Met de nieuwe fabriek (investering 400 miljoen) speelt Yara in op de groeiende vraag in Europa naar ureum in de vorm van AdBlue: een ureumoplossing (32,5 procent) waarmee de uitlaatgassen van vrachtwagens en schepen kunnen worden ontdaan van stikstofoxiden. Verder stelt de nieuwe fabriek Yara in staat zijn CO2-uitstoot in Sluiskil met zo’n 15 procent omlaag te brengen.

LANXESS

De Duitse producent van speciale chemicaliën en materialen LANXESS heeft in mei DSM’s EPDM-rubberactiviteiten overgenomen. In aanvulling daarop bouwt het bedrijf een nieuw hoofdkantoor voor zijn wereldwijde EPDM-rubberbusiness in Geleen, dat begin 2013 klaar zal zijn. Onder hetzelfde dak komen ook laboratoria. Daarnaast steekt LANXESS nog twaalf miljoen in het aanpassen van de helft van de EPDM-productiecapaciteit in Geleen om hierin de nieuwe Keltan ACE-technologie toe te passen. Dit proces vergt minder energie en maakt het mogelijk nieuwe EPDM-typen te produceren vanaf 2013. EPDMrubbers worden onder andere gebruikt voor raamprofielen, afdichtingen, slangen en dakbedekking.

Chemtura

Het Amerikaanse bedrijf Chemtura Corporation produceerde al herbiciden in het Amsterdams Westelijk Havengebied en wilde hier meer activiteiten aanzetten. Het moederbedrijf was net op zoek naar een geschikte plaats in Europa om een tweede fabriek voor Synton® te bouwen, een productlijn met additieven die onder andere de viscositeit van synthetische smeeroliën verbeteren en de levensduur vergroten, die in 2013 in bedrijf komt. De betrokkenheid van de NFIA/CSA, de gemeente Amsterdam en het ministerie van EL&I heeft er volgens directeur Gerard Peereboom, manufacturing director van Chemtura AgroSolutions bv, zeker toe bijdragen dat moederbedrijf Chemtura de keuze op Amsterdam heeft laten vallen.

Indorama

In 2008 nam Indorama de PTA- en PET-fabrieken van Eastman Chemical in Rotterdam over. Het bedrijf met hoofdkantoor in Bangkok en 16.000 werknemers verspreid over zeven landen, investeert honderd miljoen euro in de uitbreiding van de PETcapaciteit, zodat alle PTA-grondstof meteen verwerkt kan worden en niet geëxporteerd hoeft te worden. PET is een polyestertype dat vooral in frisdrankflessen wordt toegepast.

foto: Chris bonis

Teijin Aramid

Begin oktober heeft Teijin Aramid zijn nieuwe fabriek voor Endumax® in Emmen in gebruik genomen. Het gaat om zeer sterke polyetheen tape (HP-PE) gemaakt van een hoogwaardige type polyethyleen, UHMWPE. De tape is bij hetzelfde gewicht elf keer zo sterk als staal en vindt onder andere toepassing in kogelvrije platen, buizen, touwen en netten. Het gaat om markten waarin ook DSM actief is met Dyneema (hoogwaardige polyethyleenvezel op basis van UHMWPE). De productiecapaciteit zal in de loop van volgend jaar tot 1000 ton per jaar stijgen. Het moederbedrijf Teijin heeft besloten de fabriek in Nederland te bouwen vanwege de succesvolle samenwerking met het ontwikkelingscentrum in Arnhem en de productiekennis die aanwezig is in Nederland. november 2011 Chemie magazine 21


‘In het verleden werd de chemie als een moeilijke sector gezien’

nam in 2008 de PTA- en PETfabrieken van Eastman Chemical Company in Rotterdam over. Het gesprek ging over de strategie van Indorama en op welke manier de Nederlandse overheid zou kunnen helpen. Pulles: ‘We kijken altijd naar mogelijkheden om de bestaande business case uit te breiden, bijvoorbeeld met investeringen in nieuwe installaties, het bouwen van een hoofdkantoor, het vestigen van R&D-activiteiten en verbetering van de logistiek. Daarbij zijn we in concurrentie met andere landen, want buitenlandse investeerders kijken ook altijd naar de mogelijkheden om een hoofdkantoor in bijvoorbeeld Zwitserland, Ierland of Engeland te vestigen. Wij wijzen er dan op dat Nederland aantrekkelijk is vanwege de bereikbaarheid, de kwaliteit van de mensen en de fiscale voorwaarden en ook dat het vestigen van een hoofdkantoor dichtbij de productie- en R&Dlocaties zo zijn voordelen heeft.’

Short list

In de nieuwe aanpak van het NFIA heeft het Cluster Strategische Acquisitie (CSA) een belangrijk aandeel. Het gaat om een klein team van de NFIA, waarin ook specialisten van de chemie- en agrofoodsectoren meedraaien. Deze specialisten met hun kennis van de branches kunnen meehelpen om de buitenlandse bedrijven nog effectiever (proactief) te benaderen. Het betreft een driejarig proefproject, waarvan inmiddels één jaar om is. Vanuit de chemiesector nemen Rein Coster, VNCI-speerpuntmanager ondernemingsklimaat, en Ed Flohr aan het CSA deel. De laatste was vice-president van Lankhorst, producent van onder meer scheeptrossen van synthetische vezels en andere kunststofproducten. Hij is tevens lid van de Regiegoep Chemie. Beiden hebben in kaart gebracht welke clusters van chemie- en kunststofbedrijven in Nederland zoal actief zijn, welke plannen ze hebben voor de toekomst, welke schakels in hun clusters nog ontbreken en welke buitenlandse bedrijven als schakel in die clusters zouden pas22 Chemie magazine november 2011

sen. Samen met het NFIA zijn ze gekomen tot een short list van honderd potentiële investeerders. Met medewerking van de betrokken chemiebedrijven en de Technisch Wetenschappelijk Attachees van de ambassades in het buitenland zijn de contacten gelegd. Hun eerste wapenfeit is dat ze het Amerikaanse bedrijf Chemtura Corporation hebben weten te interesseren om de activiteiten in Amsterdam uit te breiden met de productie van Synton vanaf 2013. Dit zijn polymeren om prestaties en viscositeit van motorolie en transmissieolie te verbeteren.

Seminars

‘Dankzij de wisselwerking tussen NFIA en CSA benaderen de mensen vanuit de buitenlandse kantoren van NFIA de chemische sector met veel elan,’ vertelt Rein Coster (VNCI). ‘In het verleden was dat minder, omdat de chemie als een moeilijke sector werd gezien. Samen met het Havenbedrijf Rotterdam, NFIA in Japan en CSA hebben er bijvoorbeeld bedrijfsbezoeken in Japan plaatsgevonden en zijn er twee seminars gehouden. De Nederlandse ambassade in Tokio heeft een “chemisch diner” gegeven, waaraan ongeveer zestig CEO’s van Japanse bedrijven deelnamen. Dit heeft tot nieuwe contacten geleid, waarmee NFIA en CSA verder aan de slag gaan. Verder hebben de NFIA en CSA onlangs een seminar in Korea gehouden.’

Betrokkenheid

Het grote voordeel van de nieuwe aanpak is volgens Pulles dat het bedrijfsleven er nadrukkelijk bij betrokken is. ‘Dit loopt via de Regiegroep Chemie en de bedrijfsparken, zoals in Geleen en Delfzijl. De chemiebedrijven staan ons bij met hun specifieke deskundigheid van de businesses en markten en mede dankzij hun contacten kunnen wij bij potentiële investeerders meteen met een goed verhaal binnenkomen. Aardig is ook dat we nu regelmatig tips krijgen van mensen uit de chemische industrie om ergens achteraan te gaan,’ aldus Pulles. p


Ontdek hoe aantrekkelijk uw bedrijf kan zijn

Isoleren bespaart energie en verhoogt uw winst Het isoleren van technische installaties – zoals industriële leidingen, ketels en tanks – vertegenwoordigt een enorm potentieel aan energie- en CO²-besparingen en kan daarom zeer aantrekkelijk zijn. En de financieringskosten zijn in no time terugverdiend! Maar dit verborgen potentieel van technische isolatie wordt nog niet ten volle erkend door de industrie. Daarom heeft Rockwool Technical Insulation (RTI) het voortouw genomen door kosteneffectieve en energie-efficiënte isolatieoplossingen aan te bieden, die zowel het milieu als uw investering beschermen. Bedenk eens hoeveel extra winst u dit kan opleveren!

Ga naar www.profitableinsulation.com

www.rockwool-rti.com


Annita Westenbroek (Dutch Biorefinery Cluster):

‘Transitie naar biobased rond 2080 voltooid’

24 Chemie magazine november 2011


Green Deal

Wat betreft beschikbaarheid is er voor de chemie geen probleem om van fossiele naar biogrondstoffen over te stappen: er is genoeg. De uitdaging zit hem in de technologie en in het economisch renderend maken van de transitie. Dat is de overtuiging van chemisch technoloog Annita Westenbroek, enthousiast trekker van het Dutch Biorefinery Cluster. Onlangs sloot zij een ‘Green Deal’ met de VNCI en de overheid. Doel: versnelling van de transitie naar de biobased economy. Tekst: Jos de Gruiter

‘We kwamen er over en weer achter dat we technologieën gebruikten waarvan de ander niet wist dat ze bestonden’

foto: ca sper ril a

Z

e gelooft er heilig in: ruim voor het einde van deze eeuw zal de rol van olie zijn uitgespeeld. De chemie is dan voor 100 procent overgestapt op biogrondstoffen en energie halen we voor een belangrijk deel uit zon, wind en andere duurzame bronnen. Dr.ir. Annita Westenbroek is directeur van het Dutch Biorefinery Cluster en trekker van het industriële Platform Agro–Papier–Chemie (APC). APC is het gevolg van de stappen die het Dutch Biorefinery Cluster (agrofood en papierindustrie) en de chemische industrie tot elkaar hebben gezet om gezamenlijke ambities in de biobased economy te realiseren. De Green Deal die de sectoren onlangs sloten met het ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie geeft een extra stimulans aan het initiatief. Onlangs heeft ook de energiesector zich bij het Platform aangesloten. De deal loopt tot 2014. De indus­trie belooft het gebruik van biomassa te bevorderen, waarbij kansrijke mogelijkheden liggen op het gebied van valorisatie van eiwitten uit reststromen, chemische bouwstoffen uit planten, lignocellulose als grondstof, mineralen kringloop sluiting en watervalorisatie. Het ministerie ondersteunt de ontwikkeling met mankracht en door hobbels in wet- en regelgeving weg te nemen zodat potentiële business cases eenvoudig zijn om te zetten naar commerciële initiatieven. In Westenbroek heeft het initiatief een enthousiast pleitbezorger. Wat moet de chemische industrie van u weten? ‘Dat ik chemisch technoloog ben en niet in de chemie ben gaan werken? Ik

ging naar Wageningen, deed er onderzoek naar verwerkingsprocessen voor natuurlijke vezels en promoveerde op het onderwerp. Daarna kwam ik in de industrie terecht die gebruikmaakt van die vezels: de papier- en kartonindustrie. In 2006 ben ik overgestapt naar de brancheorganisatie voor het initiatief “Energietransitie Papierketen”.’ U komt uit een behoorlijk biobased omgeving. ‘De papierindustrie verwerkt al eeuwenlang natuurlijke grondstoffen en ook op dat terrein hebben zich behoorlijk wat veranderingen voltrokken. Hout is eigenlijk pas sinds het eind van de negentiende eeuw in gebruik als grondstof. Voor die tijd waren het heel veel andere biobased grondstoffen. Nu staan we voor een nieuwe transitie: hout wordt populair voor energie en dus schaars. Bovendien: alle grondstoffen worden schaars, dus staan we voor de vraag of we er niet veel meer waarde aan zouden moeten onttrekken dan nu gebeurt.’ In die vaststelling stond u niet alleen. ‘De agrofoodindustrie verwerkt al decennia agrogrondstoffen. Ze zag de geleidelijk toenemende interesse van andere sectoren. Energie en chemie bijvoorbeeld. Het werd duidelijk dat de waarde van de grondstoffen beter benut kon worden. In eerste instantie door de reststromen te verwaarden, maar ook door naar het begin van de keten te kijken: door te onderzoeken of er andere grondstoffen geteeld kunnen worden of dat processen zodanig waren aan te passen dat er meer waarde uit die grondstoffen te halen was. Toen hebben we gezegd:

e

november 2011 Chemie magazine 25


‘Pas als je met elkaar aan tafel gaat, kom je er achter of je iets voor elkaar kunt betekenen’

papier en agro moeten samenwerken want er liggen kansen. Enerzijds hadden we allemaal nieuwe technologieën nodig om bepaalde componenten te isoleren en te valoriseren. Anderzijds bleken reststromen van de één nog van waarde voor de ander. Daarnaast konden we ook voor de optimalisatie van de huidige processen veel van elkaar leren. We kwamen er over en weer achter dat we technologieën gebruikten waarvan de ander niet wist dat ze bestonden. Zo’n zes jaar geleden zijn de eerste gesprekken over samenwerking gevoerd. Uiteindelijk hebben ze geleid tot het Dutch Biorefinery Cluster.’ En vervolgens kwam u bij de chemie terecht. ‘We wisten dat de chemie een ambitieuze doelstelling had neergelegd om biobased te worden. Dat betekent dat 26 Chemie magazine november 2011

ze biobased grondstoffen nodig heeft. Dan moet de agrosector weten wat de chemie wil en de chemie moet weten wat de agrosector kan.’ De sectoren kenden elkaar niet? ‘Ze spraken elkaars taal niet. Als we vanuit de papierindustrie reststromen naar een chemiebedrijf stuurden, kregen we te horen: hier kunnen we niets mee. Dan wil je weten: waarom niet? Het bleek dat er iets in de reststroom zat waarmee het chemiebedrijf niet uit de voeten kon. Het bleek niet moeilijk die component te verwijderen. Zo bleek: pas als je met elkaar aan tafel gaat en elkaars wensen en mogelijkheden leert kennen, kom je er achter of je iets voor elkaar kunt betekenen.’ Was het cultuurverschil of een primitief rondje armpjedrukken?

‘Het was wat in elke industrietak speelt: wij doen het al jaren zo en we zien geen reden of mogelijkheid om het anders te doen. De chemiesector is zich vaak niet bewust van de enorme mogelijkheden van de agrofood- en papierindustrie. Anderzijds moet de papier- en agrofoodindustrie beter beseffen dat er meer waarde in hun grondstof zit dan tot nu toe wordt benut, en dat een reststroom vijf keer meer waard kan worden als er iets in het proces wordt aangepast, waardoor een sector als de chemie er een bruikbare grondstof aan heeft.’ Het klinkt alsof het heel veel moeite heeft gekost om partijen met elkaar aan tafel te krijgen. ‘Toen we de stap zetten naar de chemie waren veel chemiebedrijven nog niet concreet met biobased bezig. DSM was eigenlijk de grote uitzonde-


Green Deal

‘Alle partijen moeten elkaar helpen en vertrouwen’

ring. Aan de andere kant was er weerstand in de agrosector omdat het beeld was gecreëerd dat waardevolle biogrondstoffen gebruikt zouden worden om energie mee op te wekken of biobrandstoffen van te maken. Dat werd gezien als verspilling. Toen we met elkaar aan tafel zaten bleek dat de chemie behoefte had aan hoogwaardige componenten.’ De ‘verspillende’ energiesector is inmiddels wel aangeschoven bij de Green Deal. ‘De energiesector wil ook biobased worden. Het agro-papier-chemieplatform is daarom uitgebreid met de energiesector. Daar is best wat discussie over geweest, want wij zeggen in onze visie dat het in eerste instantie gaat om de toepassing van hoogwaardige componenten. Maar ook de energiesector wil de hoogwaardige grondstoffen van de agrosector niet verbranden. Dat is niet rendabel en ook wat duurzaamheid betreft geen ideale oplossing. Als we economisch en duurzaam te werk willen gaan, dan moeten we cascaderen (stapsgewijs benutten van de materiaalinhoud van biomassa – red.). En wat niet meer tot waarde gebracht kan worden, kan de energiesector gebruiken om in energie om te zetten. Dat is een logische oplossing. Niet alle biomassa is geschikt voor hoogwaardige chemie of materialen, en bovendien is er zo veel biomassa dat we te veel chemie hebben als we die voor honderd procent willen omzetten in chemische grondstoffen. We kunnen de energiesector dus ook voor een deel bedienen.’ Het beeld is hardnekkig dat er te weinig biomassa is om helemaal over te stappen van fossiele grondstoffen naar biomassa. ‘Er is niet genoeg om zowel energie als chemie te laten overstappen. Maar voor de chemiesector is er ruim voldoende. Het is hetzelfde als met olie: daarvan wordt ook maar 5 procent gebruikt voor chemie. Van biomassa is vier of vijf keer meer beschikbaar dan

de chemie kan gebruiken. Daarvan wordt overigens ook al een groot deel nuttig toegepast, voor voedsel, veevoer of bestaande biobased producten, zoals houten meubelen en papier. Voor een volledige transitie van fossiel naar biobased is er dus te weinig. We zouden naar een situatie kunnen gaan zoals nu met olie: de chemie lift mee met de energiesector, die zorgt voor de winning, voor het transport en de chemiesector voor het uit de grondstof halen van hoogwaardige componenten. Energie zit nu met ons aan tafel en alle partijen hebben hetzelfde doel. Daarin moeten we elkaar helpen en vertrouwen.’ Een van de belemmeringen die vaak wordt genoemd is de importheffing op biomassa, waardoor de grondstof duur wordt. Wordt daarover in het kader van de Green Deal gesproken? ‘Een van de beste argumenten om met elkaar in gesprek te blijven, is dat we daardoor voorkomen dat er fabels de wereld in worden gestuurd. De chemie ziet het Europese landbouwbeleid als een groot probleem voor de beschikbaarheid van voldoende grondstoffen van goede prijs, maar de agrosector niet. Er wordt bijvoorbeeld geroepen dat veertig procent van het land in Europa braak ligt als gevolg van subsidies. Dat is helemaal niet waar. Er ligt niet zo veel braak en áls het braak ligt, is het omdat de kosten om er iets op te verbouwen hoger zijn dan de opbrengst van het land. Dan is het niet gek. Het bestaan van het landbouwbeleid is erop gericht de boeren voldoende constante steun te geven, zodat wij voldoende voedsel krijgen. En overigens: wanneer suiker voor chemie wordt gebruikt, zijn er geen importheffingen. Chemie betaalt veel minder voor suiker dan voedingsbedrijven.’ Is er ook geen probleem met invoerheffingen op bio-ethanol? ‘Ja, maar dit zijn dezelfde hoge invoerheffingen als op fossiele ethanol. Om de transitie naar biobased te steunen,

zou men kunnen overwegen om net als bij suiker een uitzondering te maken wanneer bio-ethanol voor chemie wordt gebruikt. Je kunt niet in zijn algemeenheid zeggen dat invoerheffingen een groot probleem vormen. Op enkele punten moeten we bekijken of het beleid misschien moet worden aangepast aan de nieuwe situatie.’ Samenvattend: de transitie naar biobased is geen probleem. ‘Niet voor de chemie, niet wat betreft grondstoffen. De uitdaging zit hem in de technologie – vooral de bioraffinage, het scheiden en converteren van de biomassa in componenten die voor de verschillende toepassingen bruikbaar zijn – en in het vinden van een manier het op een economisch verantwoorde manier te doen. Biomassa is niet per definitie goedkoper, maar vooral bijzonder in haar complexiteit. Daarom is het zo belangrijk dat we in Nederland werken aan hoogwaardige toepassingen. Daarnaast moeten we waken voor een te grote onderlinge afhankelijkheid van partijen om het economisch draaiende te houden. Als ik een stuk hout heb waaruit ik twintig componenten kan halen en ik heb twintig afnemers die allemaal hun component moeten afnemen om het geheel economisch rendabel te houden, dan heb ik wel een probleem.’ Worden we ooit honderd procent biobased? ‘Materialen en chemie wel. Ik geloof daar heilig in. Energie is anders. Maar onze kennis van zonne- en windenergie zal zo snel toenemen dat we ons er straks over verbazen dat we ooit over biobrandstof hebben gesproken. Ik denk dat we ruim voor het einde van eeuw, zo rond 2080, kunnen zeggen dat de transitie helemaal voltooid is. Niet omdat de olie dan op is, maar omdat we beseffen dat er alternatieven zijn en dat het veel makkelijker en goedkoper is om die te benutten.’ p november 2011 Chemie magazine 27


Cadmiumemissie bij Thermphos 90 procent gedaald

Therphos blijft volgens de laatste metingen ruim binnen de uitstootnorm voor zware metalen

28 Chemie magazine november 2011

foto: holl andse hoogte

‘Blij en trots dat het gelukt is’


Milieu

Thermphos in Vlissingen zet sinds 2004 alles op alles om de cadmiumuitstoot te verminderen en binnen de aangescherpte normen te krijgen. Om dit te verwezenlijken, koos de fosforproducent voor een proceswijziging met lastige technische vernieuwingen. Na zeven jaar werpen de inspanningen van het CaRe-project hun vruchten af. De laatste metingen laten zien dat Thermphos ruim binnen de uitstootnorm voor zware metalen blijft. Tekst: Emma van Laar

T

hermphos maakt fosfor en fosforhoudende producten. De in Vlissingen geproduceerde fosfor dient als grondstof voor de overige vestigingen van het bedrijf wereldwijd. De belangrijkste grondstof voor fosfor is fosfaaterts. Bij het gebruik en de verwerking daarvan komt onder meer het giftige cadmium vrij. In Europa gelden strenge reductiedoelstellingen voor deze stof. Nederland wilde in 2010 een emissiereductie voor cadmium van 30 procent ten opzichte van 1990 bereiken. De fabriek in Vlissingen levert daar met het CaRe(Cadmium Reductie)-project een aanzienlijke bijdrage aan. Sinds 2004 is veel werk verzet en 14 miljoen euro geïnvesteerd om de cadmiumuitstoot te verminderen. Via een proces in de sinterfabriek en de fosforfabriek wordt bij Thermphos in Vlissingen fosfaaterts omgezet in fosfor, koolmonoxide en slak (CaSiO3). Tijdens het sinterproces, waarbij pellets van gemalen erts en klei tot een hoge temperatuur worden verhit, is er sprake van emissie van zware metalen, waaronder cadmium, lood en zink. ‘Mede door de nieuwe emissiedoelstelling waren we genoodzaakt de emissie van zware metalen tijdens dit proces te reduceren,’ aldus Jacquelien Wijkhuijs, milieucoördinator bij Thermphos.

Het bedrijf was al langer op zoek naar een manier om de uitstoot van cadmium te reduceren.

Cottrellstof

Chris Thomas, sitemanager van Thermphos: ‘We stonden voor een flinke uitdaging, aangezien het optimaliseren van de bestaande afgaswassing geen oplossing bood. Met het aanpassen van de wassystemen zou een hoop extra energie gemoeid zijn. Het gebruik van deze hoeveelheid energie en de daarbij behorende extra CO2-uitstoot is niet te verantwoorden.’ Ook een zoektocht naar nieuwe nageschakelde technieken en een bezoek aan een collega-producent in de Verenigde Staten leverde niets op. ‘Bij dat bedrijf werken ze met een andere technologie en daarnaast zijn er andere regels voor uitstoot in de VS.’ Het cadmiumreductieproces waar Thermphos uiteindelijk mee aan de slag is gegaan, grijpt in op het cottrellstof dat na de fosforovens van het gasmengsel afgescheiden wordt door electrofilters. Cottrellstof is zeer licht (30 kg/m­³) en poreus na het sinteren en bevat zware metalen. In het oude proces werd er een slurry van gemaakt die terug naar de sinterroosters werd geleid. Thomas: ‘In cottrellstof zitten fosfaat en metalen. Ongeveer 90 procent van de aanwezige metalen kwam via het hergebruik van

de slurry terug in de stroom. We wilden daarom voorkomen dat nog langer in de kringloop over de sinterfabriek werd gebracht en wilden stoppen met het recyclen van de metalen. We willen echter wel blijven recyclen, gezien de aanwezigheid van fosfaat. Het was dus zaak de kringloop te doorbreken. Ons idee was om de stof droog terug te voeren. In een aparte oven wilden we cottrelstof verdampen om zodoende de metalen af te scheiden van het fosfaatstof dat achterblijft. Dit was echter erg ingewikkeld. Alleen al een monster nemen van het initiële stof was lastig. We zouden eerder moeten stoppen voordat er slurry van wordt gemaakt en het cottrellstof eruit halen. Maar daarbij wordt het blootgesteld aan zuurstof, waardoor de eigenschappen veranderen. Daarnaast moest dit alles gebeuren in de grote oveninstallaties en werd alles dus op grote technologische schaal uitgedokterd. Het mengsel waar we mee werken, is bovendien radioactief, bevat metalen en is erg heet. Dit maakt dat bijvoorbeeld het vervangen van een onderdeel als een klep een behoorlijke en tijdrovende ingreep is.’

Calcineertrommel

In 2006 was uiteindelijk een proefinstallatie af. Er was een installatie om cottrellstof droog af te scheiden, maar

e

november 2011 Chemie magazine 29


‘We hadden niet ingeschat dat het proces om zo veel vernieuwend en probleemoplossend vermogen zou vragen’

Wiel uitvinden

Naast Thermphos zijn er maar weinig grote fosforproducenten. Er bevinden zich ook fabrieken in de VS, Kazachstan, China en Vietnam. ‘De fosforindustrie is redelijk klein, het is geen industrie met een uitgebreide en snelle technologisch ontwikkeling,’ aldus Thomas. ‘Dit betekent dat we zelf het wiel moeten uitvinden, zeker omdat in de andere landen de milieunormen anders zijn. Het is goed dat hier strenge regels gelden, maar het maakt het lastig om te concurreren met anderen die met soepeler regels te maken hebben. Dit maakt dat we net wat slimmer moeten zijn en zelf het een en ander moeten uitdokteren.’ 30 Chemie magazine november 2011

wat moest men met de stof vervolgens doen? Thomas: ‘Het is erg licht, waardoor we het moesten compacteren. Daarna moesten we het stof calcineren om het inert te maken. Dit gebeurde met een indirect gestookte calcineertrommel. Helaas verstopte de uitgang zeer snel. Gelukkig wisten we dit op te lossen door snel te koelen (quenchen) op een plaats waar het stof afvoeren eenvoudig was.’ Al met al waren er behoorlijk wat problemen. Door de eigenschappen van de stoffen in het proces kostte het veel tijd om deze problemen op te lossen. ‘Het was onder andere een uitdaging om de stof uit de elektrofilters op te vangen. Het vat van het voorgaande natte proces bleek niet geschikt vanwege de vorm. Na verloop van tijd zijn we erin geslaagd het stof af te voeren.’ De volgende stap was om door te gaan met recyclen. In 2008 is ook een tweede oven omgebouwd. De meeste problemen tijdens de proceswijziging werden veroorzaakt door verschillende afsluiters in het systeem. Thomas: ‘Het elektrofilter is een vat met een bodemschraper. Op de bodem is een schacht waarmee het stof weggevoerd kan worden. Er was al een schacht voor de natte route. Deze moest afgedicht worden met een klep. Ook dit zorgde voor problemen en werkte pas na de derde poging. Dit heeft voor behoorlijk wat oponthoud gezorgd, omdat hierbij ook alles eerst radioactief-vrij moest zijn en tijdens alle drie pogingen het hele systeem stil kwam te liggen. Toen het afdichten rond was, hebben we een constructie gemaakt om het droge stof af te voeren.’

Vertraging

Inmiddels was het 2009 en begon de druk op het CaRe-project toe te nemen. De overheid drong aan op voltooiing, omdat de doelstelling van 2010 eraan kwam. Thomas: ‘We had-

den zelf ook gedacht dat we in 2008 al twee ovens af zouden hebben en de emissie met tweederde terug zou zijn gedrongen.’ Thermphos had voor zichzelf als einddoel een reductie in cadmiumemissie van 90 procent en een tussendoel van 70 procent minder uitstoot eind 2007. Milieucoördinator Jacquelien Wijkhuijs: ‘Je voelde dat mensen gingen twijfelen of het ons wel ging lukken. Intern vonden we de vertraging natuurlijk ook vervelend, maar we hadden wel het vertrouwen dat het tot een goed einde zou komen. We hadden alleen niet ingeschat dat het proces om zoveel vernieuwend en probleemoplossend vermogen zou vragen, zoals het maken van eigen kleppen.’ Inmiddels heeft Thermphos een acceptabele set kleppen en draait het cadmiumreducerend systeem. Met de aanpassingen wordt direct van de electrofilters terug naar de fosforoven teruggevoerd, in plaats van in de vorm van een slurry naar het daarvoor plaatsvindende sinterproces. Hierdoor worden geen materialen over de sinterroosters gerecycled, en wat er niet in zit kan er ook niet uitdampen. Zonder het hergebruik van de cadmiumhoudende slurry daalt de emissie in het sinterproces dan ook enorm. Thomas: ‘Uiteindelijk zijn we in december 2010 op het nippertje overgegaan op het nieuwe systeem. We zijn geleidelijk overgegaan naar meer droog recyclen en minder nat. We zagen meteen de hoeveelheid metalen in de pellets en ook in de uitstoot zakken.’

Prognose

De prognose voor heel 2011 is dat er minder cadmium wordt uitgestoot dan vroeger in een maand. Het doel om tot een reductie van 90 procent te komen, wordt gehaald, aldus Thomas. ‘De grenswaarde voor cadmiumemissie is vastgesteld op 50 μg/m³ (Nederlandse emissierichtlijn lucht – NeR). We zullen voor 2011 uitkomen op een gemiddelde waarde van 23 μg. Dit jaar hebben we twee keer een piek in de uitstoot gehad door een storing. Die pieken zijn daarin meegerekend. We zijn enorm blij en trots dat het gelukt is om het te laten werken, ondanks de ongunstige omstandigheden en tegenslagen. We wisten wel dat het zou moeten kunnen werken, de individuele stukken werkten immers. Het was alleen zaak om het samen te laten werken.’ p


Systemen die u helpen.

voor elke situatie een professionele oplossing Tork biedt u een breed assortiment poetsdoeken voor ieder schoonmaak klus. Of u nu iets op moet ruimen na een ongelukje of voor een andere taak. De Tork poetsdoeken laten uw medewerkers efficiĂŤnter schoonmaken en poetsen. Met minder oplosmiddel en zonder te pluizen. Neem contact op met Tork via www.tork.nl of www.tork.be


Leiderschap en cultuur centraal in VNCI-actieplan veiligheid

We zijn weer veilig

We gaan de veiligheid in BRZO-bedrijven (die grootschalig met gevaarlijke stoffen werken) verder vergroten, dat zegt het bedrijfsleven toe in het actieplan ‘Veiligheid Voorop’. Dit moet leiden tot het voorkomen van incidenten zoals de Moerdijk-brand. Als een van de betrokken brancheorganisaties neemt de VNCI van nu af aan een aanzienlijk sterkere rol op zich in het monitoren en verbeteren van de veiligheidsprestaties van de chemie. Tekst: Igor Znidarsic

‘H

et is in de chemie op dit moment niet onveilig’, zegt Jos Dingemans, VNCI-speerpuntmanager Veiligheid, Gezondheid & Milieu. ‘Er is geen reden tot acuut ingrijpen. Wel is er aanleiding om actiever te communiceren over veiligheid, om wat achterblijvers te kunnen bijtrekken, en om daarover in gesprek te zijn met onze stakeholders, met name de overheid.’ Uitgangspunt in het actieplan ‘Veiligheid Voorop’, op 13 september door VNO-NCW aangeboden aan staatssecretaris Atsma, is dat een betere veiligheidscultuur zich niet alleen door wetgeving laat afdwingen. Het gaat ook om houding en gedrag van werknemers. De betrokken brancheorganisaties – Vereniging Nederlandse Petroleum Industrie (VNPI), Vereniging van de Nederlandse Chemische Industrie (VNCI), Verbond van Handelaren in Chemische Producten (VHCP) en Vereniging van Onafhankelijke Tankopslagbedrijven (VOTOB) – vinden daarvoor vooral betrokken leiderschap, een continue verbetering van het veiligheidsbeheerssysteem en actieve veiligheidsnetwerken noodzakelijk. De VNCI geeft aan ‘Veiligheid Voorop’ invulling door een aanzienlijk

32 Chemie magazine november 2011

sterkere rol op zich te nemen in het monitoren en verbeteren van de veiligheidsprestaties van chemiebedrijven. De VNCI doet dit in het kader van het Responsible Care-programma (RC), want alle acties op het gebied van veiligheid vallen per definitie onder RC.

Over de grenzen

Het actieplan dat de VNCI gaat uitvoeren is dynamisch en betreft met name de borging van de veiligheid. Dingemans: ‘We gaan ieder jaar kijken hoe we ervoor staan en daarover rapporteren, en indien nodig acties ondernemen. Met de bedoeling elk jaar te kunnen laten zien: we zijn weer veilig.’ Over meer administratie hoeven de lidbedrijven zich geen zorgen te maken: ‘De gegevens die we willen monitoren, verzamelen we via een bestaand instrument: de RC-vragenlijst. Daar voegen we een beperkt aantal vragen aan toe.’ De 102 BRZO-plichtige leden zal bijvoorbeeld gevraagd worden of ze


Veiligheid

VEILIGHEID VOOROP

actief deelnemen aan veiligheidsnetwerken. Er zijn inmiddels vijf veiligheidsnetwerken operationeel rond chemische clusters. De oprichting is door de VNCI gefaciliteerd om ook over de grenzen van bedrijven heen te leren van incidenten en best practices te delen. Volgens Dingemans functioneren de meeste redelijk goed. ‘Maar er zijn nog te weinig bedrijven bij aangesloten. Wij gaan daarom alle BRZO-lidbedrijven die nog geen lid zijn stimuleren om lid te worden van zo’n netwerk.’ De VNCI zal daarbij ook haar coördinerende rol versterken, zodat de netwerken onderling ervaringen gaan uitwisselen. De VNCI zal jaarlijks over de participatie van haar leden in de netwerken rapporteren. Dingemans: ‘Actieve veiligheidsnetwerken zijn noodzakelijk voor optimale veiligheidsbeheersystemen. Dat kun je alleen bereiken als je open staat en bereid bent te leren van anderen. Dat geldt trouwens ook voor leiderschap.’

Betrokkenheid

‘Als de leiding niet betrokken is of geen betrokkenheid toont, kan een bedrijf geen goede veiligheidscultuur hebben’, zegt Dingemans. Betrokken leiderschap (op VGM-gebied) is dan

ook een van de onderliggende principes van RC. Om hier een extra impuls aan te geven, zal de VNCI een aantal indicatoren betreffende leiderschap en cultuur bij haar leden meten en daarover rapporteren. Dingemans: ‘We gaan locatieleiders aanspreken en we gaan met Senior Manager Inspecties de betrokkenheid van de hoogste leidinggevende bij veiligheid zichtbaar maken. En we gaan bijvoorbeeld best practices laten zien in Chemie magazine.’ (Zie kader.) Op basis van de rapportages wordt gekeken waar verbetermogelijkheden liggen (branchebreed). Nieuw is dat wanneer bedrijven bij voortduring slecht presteren en daarbij niet het maximaal mogelijke doen om hun prestaties op een acceptabel niveau te brengen, hen gevraagd wordt om het lidmaatschap op te zeggen. ‘Je wilt niet dat de echt slechte presteerders het blazoen van de overige leden besmetten’, aldus Dingemans. Verder zal de VNCI haar leden stimuleren om hun HSE-managementsys­ temen te certificeren, waar dat nog niet gebeurd is. Ook zal leden gevraagd worden om een compliance managementsysteem te hanteren. Zo’n systeem leidt ertoe dat het bedrijf zichzelf systematisch controleert en kijkt of op alle relevante aspecten voldaan wordt aan de wet. Dingemans: ‘Je moet voorkomen dat je bij een overheidsinspectie erachter komt dat je de zaken niet op orde hebt’. En verder komt er de mogelijkheid voor een “peer review”. Daarbij nemen experts van een bedrijf de praktijk van een ander bedrijf onder de loep en geven verbeteradviezen.

Indicatoren

De VNCI gaat de veiligheidsprestaties meten door jaarlijks middels haar RC-enquête naast de reeds bestaande prestatie-indicator LTI (Lost Time Incident, ongeval met verzuim) ook de LOPC (Loss of Primary Containment, spill van verontreinigende stoffen) te inventariseren en te communiceren met leden en de buitenwereld. Hetzelfde zal gebeuren

voor transportincidenten. Voor het monitoren van cultuur-prestaties zijn drie indicatoren geselecteerd: het hanteren van leading indicators; van kracht zijn en consequent toepassen van MoC(Management of Change)procedure in het bedrijf; en registreren en onderzoeken van process safety near misses. De VNCI zal tevens de (samenvatting van de) rapportage van BRZO-inspecties bijleden opvragen, en op basis daarvan de prestaties van de sector monitoren. De VNCI zal jaarlijks rapporteren over de bijgehouden parameters en individuele leden terugkoppeling geven over hun relatieve prestatie in vergelijking met anderen. Verder zal de VNCI bevorderen dat leden een competentiemanagementsysteem hanteren.

Ketenverantwoordelijkheid

Prachtig, zo’n actieplan, maar van de 420 bedrijven die onder de BRZOregeling vallen zij er maar 150 aangesloten bij de brancheverenigingen die ‘Veiligheid Voorop’ hebben ondertekend. Dingemans is bekend met deze kritiek. De oplossing is ketenverantwoordelijkheid. ‘Wij informeren onze klanten en (toe)leveranciers over onze stappen op veiligheidsgebied en sturen zo via de commerciële kanalen een prikkel uit naar de partners in de keten om veilig te werken. De partner moet dus aantonen dat hij ook veilig werkt. Anders worden er – dat zou de ultieme consequentie kunnen zijn – geen zaken gedaan.’ Zo moeten aan het veiligheidsmanagement van logistieke dienstverleners voor gevaarlijke stoffen bepaalde eisen worden gesteld en dient een aannemer die risicovol werk verricht adequaat veiligheidsmanagement te hebben en competent zijn voor de opgedragen taken. De VNCI zal lidbedrijven stimuleren om hierop toe te zien. p

Oproep

Chemie magazine is op zoek naar best practices op het gebied van ‘betrokken leiderschap’, met name op VGM-gebied. Ken je een bedrijf dat als voorbeeld kan dienen voor andere, of ben je zelf een manager die een toonbeeld is van betrokken leiderschap, stuur dan een korte motivatie naar de hoofdredacteur van Chemie magazine: znidarsic@vnci.nl , en wellicht lees je er meer over in een van de komende edities van Chemie magazine. november 2011 Chemie magazine 33


34 Chemie magazine november 2011

Night of the Nerds Meer info: www.nightofthenerds.nl p

over geur. Met drie ventilatoren op het publiek gericht gaven een chemicus en kok inzicht in hoe geur werkt. Een verhaal over het onderbewuste en gevoel, waarbij deelnemers vertelden dat ze pesto, badzout en gras roken. Fout dus: het moest potgrond en basilicum zijn. Leuk feitje: 3 procent van ons DNA wordt gebruikt om ons reukorgaan te bouwen. Zo ingewikkeld is geur dus. Er was tijdens de Night of the Nerds ook een Phenom desktop SEM elektronenmicroscoop met touch-screen aanwezig. Bezoekers konden zo zelf de peperdure microscoop bedienen en tot wel 45.000 keer inzoomen. Dat betekent dat een draadje stof van een tiende millimeter op het scherm opeens 4,5 cm groot was.

Foto’s en tekst: Mark Vis en Aldo Brinkman (Scheikundejongens.nl)

De allernieuwste technologische ontwikkelingen kwamen voorbij, van 3D-gaming tot een kinecte dance battle, van bacterieel loungen tot nerdtalks door jonge uitvind-nerds. Door de hoeveelheid parallelle sessies was er op ieder moment voor iedereen wel wat te doen. De sessie van Cook & Chemist ging

Op zaterdagavond 8 oktober was science center Nemo in Amsterdam weer het podium van de Night of the Nerds. In een interactief programma werd de jonge nerd tussen 16 en begin 20 langs de nieuwste ontwikkelingen in de digitale wereld geleid, langs games en chemie, langs geuren en smaken, de onvermoede krachten van het brein, de muzikaal-technische wereld en vele dimensies van het beeld.


Tijdens de Clinic ‘Koken met chemie’ leerden de deelnemers hoe je rook met een smaakje opvangt in een vloeistof, die je vervolgens kunt eten, en hoe je geur- en smaakstoffen extraheert in vet, om vervolgens ijs te maken in bijzondere smaken

Uitgelicht

november 2011 Chemie magazine 35


Ketenproject verbetert energie-efficiency in chloor/pvc-productieketen

Energiebesparing door samenwerking

Vijf grote bedrijven in de energie-intensieve productie- en verwerkingsketen van pvc gaan samenwerken in de keten. Air Products, AkzoNobel, Huntsman, ShinEtsu en Wavin hebben daartoe op 25 oktober een overeenkomst getekend. De bedrijven gaan een aantal energiebesparingsmaatregelen nemen die ze binnen vijf jaar willen terugverdienen. Tekst:Joost van Kasteren

T

ijdens de bijeenkomst op 25 oktober is een managementverklaring ondertekend tussen de betrokken bedrijven onderling en met Agentschap NL over het verbeteren van de energie-efficiency in de chloor/pvcproductieketen. Afgesproken is om in ieder geval te beginnen met het uitvoeren van vijf maatregelen (zie kader). Daarbij zijn ook afspraken gemaakt over de ondersteuning bij het uitwerken van de maatregelen in termen van mensen en middelen en over het betrekken van andere partijen, zoals overheden. ‘Zeer waardevol,’ noemt Remko van der Meijden het project Energie-efficiency in de productieketen van chloor. Hij is senior process engineer voor de chloorfabrieken van AkzoNobel Industrial Chemicals in de Botlek. Naast de resultaten is hij ook zeer te spreken over het proces zelf. ‘Omdat je kijkt naar de keten, ligt de nadruk sterk op de grensgebieden tussen de verschillende bedrijven, die normali-

36 Chemie magazine november 2011

ter weinig aandacht krijgen. Daardoor word je gedwongen om als het ware van buitenaf tegen je eigen productieproces aan te kijken. Dat is buitengewoon stimulerend.’

Commitment

Ook Laurence Thring, senior engineer bij Huntsman, gebruiker van chloor en producent van MDI, een van de grondstoffen voor polyurethaan, is zeer te spreken over het project. ‘Het heeft niet alleen een aantal concrete maatregelen opgeleverd, waarmee we aan de slag kunnen. Maar ook commitment, daadwerkelijke betrokkenheid van de deelnemende bedrijven om de energie-efficiency in de keten te verbeteren. Je creëert in feite een win-win situatie, waarbij de winst van meer efficiency in de keten wordt vertaald in een voordeel voor alle partijen. Voor ons is dat heel belangrijk. Omdat we ons concentreren op ons productieproces, besteden we veel uit. Als we de energieefficiency in onze keten kunnen

verbeteren, blijven we aantrekkelijk als productielocatie.’

Pijpleidingen

Het project Energie-efficiency in de keten van chloor/pvc is het eerste ketenproject in de energie-intensieve industrie. Het idee om de energieefficiency in de chloorketen in kaart te brengen en te verbeteren, komt van AkzoNobel en Agentschap NL. Het project is uitgevoerd als onderdeel van de Meerjarenafspraak Energie Efficiency (MEE) en wordt gefinancierd door Agentschap NL. ‘Deze Meerjarenafspraak is eind 2009 gestart met de ETS-bedrijven,’ vertelt Mireille Reijme van Agentschap NL. ‘Deze bedrijven hebben al ruime ervaring met energie-efficiënt ondernemen binnen hun eigen bedrijfspoort. Maar energie-efficiënt samenwerken in de keten is nieuw voor de meeste ETSbedrijven. Om hun ideeën te delen met hun ketenpartners moeten de bedrijven elkaar kunnen vertrouwen. Gezamenlijk werken aan een duurzame


Energie Huntsman is een van de ondertekenaars van de overeenkomst

Maatregelen

toekomst vergt daarnaast discipline en tijd om nu alvast over de toekomst na te denken. In de waan van de dag is het eenvoudig om maar zo efficiënt mogelijk door te werken onder de huidige condities. Belangrijk voor het succes van dit project is dat er vanuit het management commitment is om met deze ketensamenwerking verder te gaan.’

Facilitator

Naast AkzoNobel en Huntsman maken ook Air Products, Shin-Etsu en Wavin deel uit van de groep. Het merendeel van de deelnemende bedrijven is via pijpleidingen met elkaar verbonden op het bedrijventerrein in de Botlek. Alleen pvc-verwerkend bedrijf Wavin bevindt zich 200 kilometer verder in Hardenberg, Overijssel. Adviesbureau CE Delft werd aangetrokken als facilitator, met name omdat het al ervaring had opgedaan met ketenstudies. Het project begon driekwart jaar geleden met het opstellen van een keten-

kaart, vertelt Ab de Buck van CE Delft. Een belangrijke eerste stap daarbij is het definiëren van de keten. Omdat chloor een zo veelzijdig product is in de chemische industrie, moeten daarbij keuzes worden gemaakt. Gekozen werd voor een keten die begint met zout en eindigt bij gerecycled pvc. ‘Weliswaar sluit je daarmee een heleboel andere chloorketens uit, maar je moet,’ aldus De Buck, ‘een keuze maken om het geheel overzichtelijk te houden.’

Pvc-kozijnen

Gerecycled pvc is gekozen als eindpunt van de keten. Op die manier wordt ook de bijdrage van secundair pvc aan de energie-efficiency in de keten meegenomen. Momenteel is die bijdrage nog betrekkelijk gering, maar naar verwachting gaat de stroom de komende jaren toenemen, onder meer vanwege vervangen van riool- en waterleidingbuizen en van pvc-kozijnen. De ambitie van de Europese vcen pvc-industrie is om in 2020 de hui- e

1) Demi-water dat bij AkzoNobel binnen komt opwarmen met restwarmte in plaats van stoom. Onderzocht wordt of de restwarmte van het bedrijf zelf voldoende is of dat ook restwarmte van andere bedrijven in de keten nodig is. 2) Stoom afnemen van het nog aan te leggen stoompijpnetwerk van Stedin in de Botlek. Daarmee zou AkzoNobel minder aardgas nodig hebben. 3) Verbeteren van de inzameling van pvc, waardoor het aandeel gerecycled pvc de komende jaren kan verdubbelen. Om dat de energie-inhoud van secundair pvc maar een kwart is van die van “virgin”, is dat een forse besparing. 4) Zout water (brijn) uit de MDI-fabriek van Huntsman gebruiken als grondstof voor de chloorproductie. Gezien de gevoeligheid van de membraanelektrolyse voor verontreiniging moet de kwaliteit van aangeleverd zout hoog zijn. 5) Meer waterstof naar Air Products in plaats van het te gebruiken als brandstof. Daarvoor is nodig dat de capaciteit van de waterstofcompressor bij AkzoNobel wordt vergroot. Dat wordt pas economisch rendabel bij uitbreiding van de chloorproductie.

november 2011 Chemie magazine 37


‘We kijken vooral naar de interacties tussen bedrijven’

krijgt in de energiehuishouding van de keten. Voor de gebruikte energiedragers, zoals stoom en elektriciteit, is uitgerekend wat het kost aan primaire brandstof om ze te maken, eveneens in Joules.

Natronloog

Zoals gezegd, zijn de bedrijven op allerlei manieren met elkaar verknoopt. Een ruwe schets: AkzoNobel zet zout om in chloor en natronloog met waterstof als bijproduct. Chloor gaat per pijplijn naar onder meer Huntsman en Shin-Etsu. Huntsman maakt er MDI van, een grondstof voor polyurethaan. Shin-Etsu gebruikt chloor als grondstof voor pvc. Bij de productie van MDI wordt chloor omgezet in waterstofchloride (HCl), dat grotendeels wordt afgevoerd naar Shin-Etsu om er ook pvc van te maken. Een deel van het HCl wordt met natronloog, afkomstig van AkzoNobel, omgezet in zoutwater dat als afvalwater wordt afgevoerd en verwerkt. Pvc-korrels van Shin-Etsu gaan onder andere naar Wavin dat er riool- en waterleidingbuizen van maakt. De waterstof die vrijkomt bij de chloorproductie gaat per buisleiding naar Air Products, dat het doorverkoopt aan andere afnemers. Een deel wordt gebruikt als brandstof. dige inzet van secundair pvc te verdubbelen. De energie-inhoud van secundair pvc is ongeveer een kwart van die van ‘virgin’ pvc, dus daar zit een behoorlijk besparingspotentieel. De zoutwinning zelf is niet meegenomen in de keten. ‘We hebben de knip bij de fabriekspoort gelegd,’ zegt Van der Meijden van AkzoNobel, ‘omdat we geïnteresseerd zijn in de dynamiek van de productieketen. Een analyse van het energieverbruik bij het winnen van zout en het transport naar Rotterdam levert in deze context geen meerwaarde op.’ Wel wordt de energie-inhoud van het aangevoerde zout meegenomen door op basis van de literatuur vast te stellen hoeveel Joule aan energie een ton zout vertegenwoordigt. Dat geldt niet alleen voor zout. Ook de andere massastromen in de keten zijn omgezet in Joules, zodat je direct inzicht 38 Chemie magazine november 2011

Buffers

Laurence Thring van Huntsman geeft een voorbeeld van de verknooptheid van de ketens. ‘Een van de voorgestelde maatregelen is om het zout, dat we nu nog als zoutwater afvoeren naar de afvalwaterzuivering, te gebruiken voor de productie van chloor. Dat betekent dat we minder of geen zoutwater meer produceren. In principe zou de waterzuivering dan van zout- naar zoetwaterbedrijf kunnen overschakelen. Toch is het beter om dat niet te doen, want stel dat AkzoNobel ons zout een tijdlang niet kan gebruiken, dan moet het toch weer worden afgevoerd. Je moet dus buffers inbouwen in de keten.’ De ketenkaart is vooral van belang om een overzicht te krijgen van de energiestromen (inclusief materialen). Hij hoeft niet op de Joule nauwkeurig te zijn, als maar duidelijk is wat de pro-

cessen zijn, hoe ze aan elkaar zijn gekoppeld en wat de ordegrootte van de energiestromen is. Van der Meiden: ‘In principe beschouwen we de productieprocessen als een black box. We kijken vooral naar de interacties tussen bedrijven. Het belangrijkste is dat zichtbaar wordt waar eventueel de grote klappers te maken zijn op het gebied van energie-efficiency.’

Brainstormsessie

In de tweede fase zijn de vertegenwoordigers van de betrokken bedrijven met elkaar om de tafel gaan zitten voor een brainstormsessie, waarin – rijp en groen – ideeën worden gelanceerd om de energie-efficiency in de keten te verbeteren. Daarbij wordt niet zozeer naar de financiële kosten en baten gekeken, althans niet in eerste instantie. Dat leverde ruim 25 ideeën, waarvan er na de eerste selectie vijftien overbleven, die technisch als economisch haalbaar leken. Daarvan hebben er vijf prioriteit gekregen en daarover zijn eind oktober dus concrete afspraken gemaakt. Wat de brainstorm betreft, wil Thring benadrukken hoe belangrijk het is om een goede “facilitator“ te hebben. ‘Vertegenwoordigers van bedrijven hebben vaak de blik naar binnen gericht. Ze zijn gefocust op het optimaliseren van hun eigen toko. Het belang van een ketenstudie is nu juist dat je over de grenzen van je eigen bedrijf heen kijkt. Daar moet je een neutraal iemand voor hebben, met voldoende verstand van zaken om mensen uit te dagen. Ik moet zeggen dat CE Delft die rol op een voortreffelijke wijze heeft vervuld.’ Op de bijeenkomst op 25 oktober werden vijf maatregelen geselecteerd die energetisch en economisch het meest interessant zijn en binnen nu en enkele jaren gerealiseerd zullen worden. Ook de andere maatregelen zullen worden opgepakt. Daardoor kan uiteindelijke een besparing ontstaan van een kleine 5 procent. Dat lijkt niet veel, maar op een totaal energieverbruik van 35 Petajoule (10 procent van het energieverbruik van de chemische industrie) is het een behoorlijke hoeveelheid, die overeenkomt met het energieverbruik van 20.000 woningen. p


Met meer dan 100 jaar ervaring op de markt, heeft Messer zich ontwikkeld tot een van de toonaangevende bedrijven op het gebied van technische, speciale en medische gassen. Maar Messer doet meer dan het leveren van het juiste gas voor alle mogelijke toepassingen. Wij bieden professionele oplossingen in alle takken van de industrie, gaande van constructiebedrijven, laboratoria, chemische industrie tot voedingsindustrie ed. Voor meer informatie, surf naar onze website www.messer.nl

Meer dan gas alleen Messer BV, Middenweg 17 - NL-4782 PM Moerdijk, tel. +31 168 38 43 00

RA CEHT estiging

opent v land in Neder

CEHTRA Consultancy for Environmental & Human Toxicology and Risk Assessment

Binnen Europa is CEHTRA een van de leidende consultancies op het gebied van chemische regelgeving (o.a. REACH, PPP en BPD). Recentelijk was CEHTRA succesvol betrokken bij: Äż&ÄŽÄŻÄą<ĹĹÄ?Äś <5ÄŽ5::Äą;Ä&#x2019;Ä&#x2018;Ĺ&#x152;ĹĎÄ­7ÄąÄ&#x2018;ÄŽÄ­ÄąÄ?Ä­Äą)IJ -ÄąÄ?Ä&#x2018;Ä?ĭĹĎ7ÄŽÄŻ7ÄŽľĴijĴ>78ÄŽÄŻÄąÄ?Ĺį7;Ä&#x2019;Ä?ĹĹÄ?Ä­

Äż$ĹĹÄ?Ä­5ÄŽĜĴ5Ä°Ä&#x2019;7Äą<Äą;Ä&#x2019;Ä&#x2018;Ĺ&#x152;ĹĎÄ­7ÄąÄ&#x2018;ÄŽÄ­ÄąÄ? Ä­Äą7Ä&#x2018;Ä°7ĭĹĎÄ?7İĨÄ&#x2019;:78ÄŽ(')<5::ĹĎ

ĿĹÄ&#x2019;;5Ä?ĹĎ;Ä&#x2019;Äą::ĹĎĹĎ7ÄŽÄ­7ĹĎĹĎ<5ÄŽÄ­Ä&#x2018;;;7ÄąÄ?;<5ÄŽ 5Ä°Ä&#x2019;7Äą<Äą;Ä&#x2019;Ä&#x2018;Ĺ&#x152;ĹĎĹĎÄ?ĹĹÄ?Ä­5ÄŽÄ´ÄŠÄ?Ä&#x2018;Ä­ÄŞÄ°Ä&#x2019;ĹĎÄ&#x2018;ÄŽÄ­ÄąÄ? ĭĹĹÄ&#x201C;5;ÄŹÄą;İĨĹÄ?Ä?7ÄŽÄŻ;Ä?7İĨÄ&#x2019;:78ÄŽĆŽ<ÄąÄ?Ä&#x2018;Ä?ĭĹĎ7ÄŽÄŻ(PPP)

ÄżIJÄ&#x2018;;Ä?ÄąÄ&#x2019;7Ä°5Ä&#x2018;Ä&#x2018;Ä­Ä°Ä&#x2018;ÄŽÄ&#x2019;5Ä°Ä&#x2019;ÄąÄ&#x2019;Ä°

-Ä&#x2018;Ä&#x2018;Ä?<Ä?5įĹĎÄ&#x2018;6ĹĹĎ<Ä?78ÄŹ:78<ĹĎĭĹÄ&#x2018;Ĺ&#x152;ÄąÄ?Ä&#x2019;Äą9ÄŞÄŽÄ&#x2019;ÄŞ>7İĨÄ?7İĨÄ&#x2019;ĹĎÄ&#x2019;Ä&#x2018;Ä&#x2019;IJ+)%+)#%*- IJ+)%+)#%*-

Voor verdere informatie:

$5Ä?Ä°ÄąÄ?;;ĹĎ;

CEHTRA NETHERLANDS BV Zonnemare 12, 4571 CX Axel

T +31 (0)115 - 691 608 M +31 (0)6 - 57 053 566

marc.aerssens@cehtra.nl www.cehtra.com


Alle publiek-private onderzoek wordt bestuursmatig bij elkaar gebracht

Superconsortium voor procestechnologie Eind oktober heeft het kabinet bij de Topsector Chemie verzocht om innovatiecontracten te ontwikkelen voor de nieuw op te richten Topconsortia voor Kennis en Innovatie. Deze TKI’s zijn het gevolg van het nieuwe Innovatiebeleid van de overheid. De Topsector Chemie heeft Tjeerd Jongsma, directeur van Institute for Sustainable Process Technology (ISPT) gevraagd een TKI op te zetten voor procestechnologie. ‘Hiermee kunnen we onze internationale positie behouden en uitbouwen.’ Tekst: Gerard van Nifterik

‘A

l het publiek-private onderzoek bestuursmatig bundelen in één superconsortium Procestechnologie, dat is wat we willen’, zegt Tjeerd Jongsma.‘ Iedereen is daarbij gebaat: het bedrijfsleven, de overheid en kennisinstellingen. Er ontstaat daardoor een betere afstemming van onderzoek en dat is ontzettend belangrijk.’ Medio 2008 kwam de Adviescommissie Rinnooij Kan met een rapport waarin werd geconcludeerd dat de kennisinstituten in de Nederlandse procesindustrie nog beter zouden kunnen worden ingezet voor het realiseren van zogenoemde doorbraakinnovaties. Deze commissie beoordeelde of ingediende initiatieven voldoen aan de eisen van een Innovatieprogramma en adviseerde de minister van Economische zaken op

40 Chemie magazine november 2011

dat gebied. Gevolg van dit advies uit 2008 was om de programma’s van het DSTI en die van Actionplan Process Intensification (APPI) samen te voegen tot een nieuw instituut om zo Nederland een leidende rol te geven in het ontwikkelen van een duurzame procesindustrie. Zo startte in 2009 het ISPT. Inmiddels zijn er vijftig multinationals, mkb-ers, universiteiten en onderzoeksinstellingen als WUR, ECN en TNO aangesloten. De bijdrage van de leden van ISPT wordt gebruikt voor onderzoek, waarbij de overheid als cofinancier optreedt.

Keuze voor clusters

Jongsma: ‘Het bijzondere zit hem in de opzet. Een deel van de participatie is in cash; een deel is in uren. Daar krijgen de deelnemers stemrecht voor terug. Dat gaat met een soort ticketsysteem.

Je krijgt als bedrijf voor je inleg een aantal stemtickets. Deelnemers kunnen gezamenlijk stemmen voor meerdere projecten. Deze aanpak is misschien niet gangbaar, maar is zeer effectief. Als je het vergelijkt met een bilaterale samenwerking is het voordeel van deze aanpak dat je een programmering krijgt die op een veel hoger niveau ligt. Dat is het idee. Uiteindelijk zijn we op zoek naar synergie en met onze manier kom je dieper in de onderliggende vraagstelling terecht; met een ruimere scope.’ Jongsma noemt als voorbeeld onderzoek naar de energy-efficiency van een destillatieproces. ‘Je kunt natuurlijk inzoomen op één onderdeel: een warmtepomp bijvoorbeeld. Wij hebben daarentegen binnen het ISPT een cluster gemaakt dat in de breedte, vanuit verschillende


Innovatie

TJEERD JONGSMA

gezichtshoeken, kijkt naar het totale energiegebruik van het proces; variërend van akoestische warmtepompen tot spinningdisktechnieken. Zo kom je het best tegemoet aan de gezamenlijke doelstelling ten aanzien van zo’n proces: namelijk het energieverbruik verlagen en de energy-efficiency vergroten.’

Community

De mensen, de juiste specialisten bij elkaar, de kruisbestuiving, daar gaat het om volgens Jongsma. ‘Daarom is ISPT ook succesvol. Het is een trust based platform. Je ziet dat een grote groep experts actief en in open communicatie samenwerkt. Er is een echte community ontstaan, en dat is belangrijk. We kunnen elkaars kennis gebruiken en leren daardoor ontzettend veel van elkaar. Je ziet dat ook aan hoe er met de gegenereerde kennis wordt omgegaan. De ontwikkelde kennis komt in de eerste plaats terecht bij de partners die aan het betreffende onderzoek hebben meegewerkt; maar anderen profiteren daar ook van. Patenten vallen in eerste instantie aan het instituut. Vervolgens kunnen de deelnemende bedrijven de kennis in licentie overnemen; ook al om te voorkomen dat er kennis wordt ontwikkeld die op de plank blijft liggen. Hoe de motor aan de gang blijft? De truc is om als instituut de juiste mensen op de juiste plek bij elkaar te krijgen. En dat lukt. Het aantal partners groeit en de bestaande partners geven aan dat ze graag door willen gaan.’

Innovatiecontracten

Eind oktober werd Jongsma uitgenodigd door de Topsector Chemie om

een Topconsortium Kennis en Innovatie (TKI) op te zetten voor Procestechnologie. Procestechnologie is naast Biobased Economy en Materiaaltechnologie een van de drie TKI’s waar de Topsector Chemie zich op richt. Een Topconsortium voor Innovatie en Kennis is kort gezegd bedoeld om het innovatiebeleid binnen de betreffende sector voor de komende jaren uit te stippelen, en wel van fundamenteel onderzoek tot en met valorisatie. De samenwerking in deze consortia wordt bekrachtigd in een zogenoemd innovatiecontract. De consortia werken de actieagenda’s uit in concrete actiepunten en innovatiecontracten. De innovatiecontracten zijn bedoeld om inhoudelijke en financiële afspraken tussen bedrijven, wetenschappers en de overheid vast te leggen. Jongsma: ‘We gaan breed de procestechnologie inventariseren, bundelen; alle onderzoeksprojecten en andere initiatieven tot aan valorisatie aan toe. We werken samen met partijen als de Onderzoeksschool Procestechnologie (OSPT), het Nederlands Kennisnetwerk Scheidingstechnologie (NL GUTS), het Netwerk Procesintensificatie (PIN NL), maar ook onderzoeksinstituten en universiteiten en valorisatieplatforms als Plant One. ‘ Ook de onlangs voorgenomen integratie van ISPT en OSPT past daar uitstekend in.

Consortium

Jongsma: ‘We willen alle publiekprivate onderzoek bestuursmatig bij elkaar te brengen in een groot superconsortium. In dat verband willen we ook een Academical Advisory Board in het leven roepen, waarmee je veel beter richting kan geven aan onder-

Tjeerd Jongsma studeerde polymeertechnologie aan de Universiteit van Groningen, waar hij afstudeerde in 1992. Vervolgens bekleedde hij verschillende functies binnen de onderzoeksinstelling ATO-DLO en was onderzoeksdirecteur bij Friesland Campina. Hij was actief betrokken bij het opzetten van het Dutch Separation Technology Institute (DSTI).

zoek aan universiteiten. Alles wordt nu nog per universiteit gedaan, maar straks worden al die verschillende onderdelen geïncorporeerd in één organisatie. Dat gaat natuurlijk niet in een keer. Het wordt een stapsgewijs proces, waarbij bestaande afspraken en regelingen worden afgebouwd. Je zult de oude identiteiten nog wel enige tijd kunnen waarnemen. We moeten uiteindelijk naar een organisatorische structuur waar al die onderdelen inpassen: sommige zijn instituten of stichtingen, andere weer een bv. En dan is er natuurlijk ook nog overlap met de Biobased Economy TKI. Bioraffinage, hier een essentieel onderdeel van, is procestechnologie. Het ISPT is daarom gevraagd voor de Biobased Economy TKI de paragraaf bioraffinage in te vullen.’ De herstructurering zal nog tot zeker medio volgend jaar duren. ‘Het eerste kwartaal van 2012 hopen we commitment van de overheid te hebben voor onze plannen. De richting van het programma moet dan al duidelijk zijn; het doel geformuleerd en duidelijkheid over wie welke rol gaat spelen.‘ ‘Waarom die bundeling belangrijk is? Kijk, we hebben in Nederland een heel sterke chemie, petrochemie en agrotechnologie. We zijn gewoon een heel sterk procestechnologieland. Maar we werken veel te versplinterd. Hiermee kunnen we ervoor zorgen dat we onze internationale positie behouden en verder uitbouwen. Dit is de kans.’ p november 2011 Chemie magazine 41


‘We zien pps-en als een eerste stap in het noodzakelijke innovatieproces’

Rein Willems: ‘We zijn een topsector, dit betekent dat we in staat moeten zijn beter te groeien dan de rest’

42 Chemie magazine november 2011

foto: Ca sper Ril a

Regiegroep 2.0 blijft chemie stimuleren


Topsector

De Regiegroep Chemie neemt de regie over van het Topteam Chemie en wordt omgebouwd tot Regiegroep Chemie 2.0. Die blijft zich inzetten voor dezelfde speerpunten, maar de programma’s worden beter gedefinieerd en nieuw gevormde kernteams gaan invulling geven aan de verschillende projecten. Voorzitter Rein Willems licht de initiatieven van de Regiegroep en de Topsector Chemie toe en blikt vooruit. Tekst: Emma van Laar

D

e Regiegroep Chemie, opgericht in 2006, wil realiseren dat de chemische sector een (grotere) bijdrage levert aan het versterken van de positie van Nederland als kenniseconomie en zet zich in voor voldoende goed geschoolde chemici en het verbeteren van het imago van de chemie. Voorzitter van de Regiegroep Chemie is Rein Willems, voormalig directeur van Shell Nederland, oud-voorzitter van de VNCI en voormalig Eerste Kamerlid. Hij is tevens leider van het Topteam Chemie, dat opgericht is vanuit de Regiegroep en in het leven is geroepen om invulling te geven aan de nieuwe beleidsagenda die van alle topsectoren, negen stuk in totaal, werd verwacht. Willems heeft als voorzitter zijn team samengesteld met vertegenwoordigers uit het bedrijfsleven (Bert Jan Lommerts, algemeen directeur Latexfalt), wetenschap (Bert Weckhuysen, hoogleraar anorganische chemie en katalyse, UU) en de overheid (Renée Bergkamp, directeur-generaal innovatie bij EL&I). Een week voor Prinsjesdag heeft de minister van EL&I zijn officiële reactie op de plannen van de negen topsectoren gegeven in zijn bedrijfslevenbrief “Naar de top – Het bedrijvenbeleid in actie(s)”. Mede vanwege de verkiezing van de chemie als topsector is de Regiegroep Chemie haar plannen en doelstellingen momenteel aan het updaten. ‘We zijn de Regiegroep een

beetje aan het ombouwen,’ zegt Willems. ‘Dit is mede ingegeven door de agenda die we voor de topsector hebben gemaakt. We blijven ons inzetten voor dezelfde speerpunten. De programma’s worden beter gedefinieerd en we gaan kernteams vormen die invulling gaan geven aan de verschillende projecten, zoals het Human Capital Agenda Chemie, Centra voor Open Chemische Innovatie (COCI) en een technologische kennisagenda.’ Hoe staat het ervoor met de Human Capital Agenda en het verbeteren van het imago van de chemie? Willems: ‘Vanaf het begin zijn we samen met het platform bètatechniek bezig met de Human Capital Agenda, waarmee we willen bereiken dat jongeren voor de chemie kiezen. Op die manier willen we er voor zorgen dat we aan de groeiende behoefte aan kenniswerkers op alle niveaus kunnen voorzien. Zo wordt via verschillend projecten de aandacht voor chemie in het onderwijs verbeterd. Natuurlijk duurt het flink wat jaren voordat uiteindelijk een vooruitgang in uitstroom te zien is. Er zijn resultaten geboekt, desondanks blijft de lage instroom in met name het wetenschappelijk onderwijs achter bij de behoefte.’ Veranderen de plannen op het gebied van de Human Capital Chemie Agenda binnen de Regiegroep 2.0? ‘Er verandert wel een en ander op dit

gebied. Niet zozeer als het gaat om de agenda voor de chemie, maar ook andere topsectoren gaan een Human Capital Agenda opstellen. Daarnaast komt er in aanvulling op de sectoragenda’s een gezamenlijk masterplan bètatechniek, waarin de activiteiten uit de afzonderlijke agenda’s op elkaar afgestemd worden. Wij zullen samen met het platform bètatechniek het voortouw nemen in de ontwikkeling van deze generieke agenda voor het hele bètacluster. Wat betreft de chemieagenda blijven we ons inzetten voor het verhogen van de uitstroom van jongeren in de chemie, van vmbo tot wo. Ook de aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt is een belangrijk speerpunt. De start van Centra voor innovatief Vakmanschap en Centres of Expertise is hierbij belangrijk.’ Jullie hebben twee harde doelstellingen gesteld bij de oprichting. Hoe staat het daarmee? ‘Bij de oprichting hebben we de ambitie uitgesproken om te komen tot een verdubbeling van de bijdrage van de chemie aan het bruto nationaal product binnen tien jaar en daarnaast het halveren van het gebruik van fossiele grondstoffen binnen 25 jaar. We hebben al het een en ander bereikt. Zo is de samenwerking tussen bedrijven en kennisinstellingen behoorlijk verbeterd, van 30 miljoen in 2006 naar 120 miljoen dit jaar. Met de bijdrage aan het BNP gaat het goed, we lopen voor op andere sectoren.’ Zijn de doelstellingen van de vernieuwde Regiegroep Chemie aangepast en in hoeverre heeft dit te maken met de plannen van de Topsector Chemie? ‘We gaan verder met de doelstellingen die we met het Topteam hebben opgesteld en het initiële businessplan uit 2006. Daarbij is een belangrijke toevoeging het bevorderen van de betrokkenheid van het mkb. Onze doelstellingen zijn om tot de top drie te e november 2011 Chemie magazine 43


‘We moeten ervoor zorgen dat mensen begrijpen dat chemie een rol speelt bij van alles’

behoren in de ontwikkeling van slimme materialen en ook op het gebied van procestechnologie willen we een belangrijke speler blijven. Daarnaast zien we een belangrijke rol voor de Nederlandse chemie in de biobased economie. Bovendien blijft onderwijs uitermate belangrijk. De aan het begin gestelde doelen zijn herschreven. Wat betreft het BNP willen we 2 procent boven de gemiddelde groei zitten. We zijn een topsector, dit betekent dat we in staat moeten zijn beter te groeien dan de rest.’ Is de rol van publiekprivate samenwerking belangrijker geworden? ‘Publiekprivate samenwerking (pps) wordt belangrijker. Zoals gezegd, is de totale investering in pps-en gegroeid naar 120 miljoen euro. Maar het is iets waar nog veel winst te behalen is, en daarom is het een van de actielijnen van de Regiegroep Chemie. We zien pps-en als een eerste stap in het noodzakelijke innovatieproces binnen de chemie. In de afgelopen jaren zijn er pps-en ontstaan op het gebied van biotechnologie, voeding, katalyse en duurzame processen, materialen en procestechnologie. Wij gaan meer structuur in deze programma’s en de coördinatie tussen pps-en onderling brengen. Er lopen op bepaalde gebieden soms meerdere programma’s naast elkaar, zoals B-Basic en CatchBio (biobased economie) en DPI en BPM (slimme materialen). We willen uiteindelijk toe naar vier Topconsortia voor Kennis en Innovatie (TKI’s) voor slimme materialen, biobased, procestechnologie (ISPT) en een gericht fundamentele chemie waaronder katalyse (TASC)’. Minister Verhagen heeft in zijn bedrijfslevenbrief aangegeven wat hij met de voorstellen van de topsectoren doet. Zijn jullie tevreden over zijn toezeggingen? ‘We zijn zeer tevreden over de toezeg44 Chemie magazine november 2011

gingen van de minister. Feitelijk zegt hij dat het kabinet de plannen ziet zitten en overneemt. Al moet er nog een specifieke uitwerking komen. De belangrijkste maatregelen hebben te maken met de stimulering van onderzoek en ontwikkeling en ondernemerschap. Naast het eerder toegezegde innovatiefonds ter waarde van 500 miljoen euro en belastingaftrek voor investeringen in onderzoek en ontwikkeling, worden met nog een aantal maatregelen investeringen uit het mkb en innovatief ondernemerschap gestimuleerd. De financiële aftrek is belangrijk omdat het buitenlandse bedrijven kan aantrekken. Bovendien zal de overheid met minder en eenvoudigere regels ruimte bieden aan ondernemers. Daarnaast zal er worden geïnvesteerd in de verbetering van de kwaliteit van het hoger onderwijs en zal het tekort aan bètatechnici in alle topsectoren aangepakt worden. Dit is het generieke beleid maar er zijn ook specifieke maatregelen voor de negen sectoren. Voor de Topsector Chemie is bijvoorbeeld de continuering van de financiering van de publiekprivate samenwerking in DPI in 2012 toegezegd. Ook voor DPI Value Centre reserveert het kabinet 1,2 miljoen euro als overbrugging in 2012. Bovendien is geld vrijgemaakt om de lopende Human Capital Agenda in 2012 te kunnen continueren.’ Hoe ziet het traject van de Topsector Chemie nu uit? ‘We gaan op allerlei manieren de chemie stimuleren. Het belangrijkste is dat bedrijven en kennisinstellingen samenwerken en in pps-en de brug tussen fundamenteel onderzoek en nieuwe bedrijvigheid vormen. Naast de eerdergenoemde trajecten gaan we verder met Innovation Labs, waarvan net de eerste in Nijmegen is geopend. Zo’n lab biedt onderdak aan innovatieve bedrijven en maakt het

mogelijk voor spin-offs om te experimenteren op pilotschaal. Het liefst willen we op termijn een innovatielab op elke universiteit om daarmee de innovatieve slagkracht van de Nederlandse chemie vergroten. Ook COCI’s, waar starters en kleine bedrijven gebruik kunnen maken van de faciliteiten van een bestaand bedrijventerrein, blijven we stimuleren. Misschien dat er naast Chemelot (Geleen), PlantOne (Botlek) en de Green Chemistry Campus (Bergen op Zoom) nog een of twee COCI’s bijkomen.’ De minister vraagt om innovatiecontracten tussen bedrijfsleven en onderzoeksinstellingen, nog dit jaar. Is dit haalbaar? ‘De minister wil inderdaad dat bedrijven, kennisinstellingen en overheid in elke topsector innovatiecontracten afsluiten, waarin is vastgelegd welke onderzoekprogramma’s er zijn en door wie die worden gefinancierd. We zijn enigszins ongerust over deze contracten. Het zal niet zomaar lukken om investeringen voor een langere termijn vast te leggen. We maken liever afspraken voor een à twee jaar met daarbij intenties om in de toekomst met elkaar verder te gaan. Een vijfjarig contract kan investeerders afschrikken. We hebben de stap van 30 naar 120 miljoen investeringen in pps-en niet gemaakt door het tekenen van lange termijn contracten.’ Wat zijn de grootste uitdagingen waar de chemie de komende jaren voor staat? ‘Het grootste probleem is om straks voldoende mensen voor de sector te hebben en daarnaast is het imago toch nog steeds een aandachtspunt. We moeten ervoor zorgen dat mensen begrijpen dat chemie een rol speelt bij van alles, van energie tot voeding en klimaatproblemen. Als die koppeling beter gemaakt wordt, zullen opleidingen en banen binnen de chemie aan populariteit winnen. We hebben in Nederland nog altijd een solide basis van grote chemiebedrijven. We moeten goede mensen opleiden om die bedrijven hier te houden. Het is goed om te merken dat onlangs enkele buitenlandse bedrijven hier hun R&D hebben gevestigd, mede door onze innovatiecentra. Dit is precies wat we nastreven om de chemie hier te houden.’ p


ʦ̮˃ˈ˘˃ˎ˘ˇ˔˙ˇ˔ˍˇ˔ ʸˇ˔˙ˇ˔ˍˇ˔˘˃ːʜ ʫːˆ˗˕˖˔ˋˇˇˎ˃ˈ˘˃ˎ˙˃˖ˇ˔ ʱˎˋˇˊˑ˗ˆˇːˆ˃ˈ˘˃ˎ ʤ˔˃ːˆ˕˖ˑˈ˔ˇ˕˖ˇː ʥˊˇˏˋ˕˅ˊ˃ˈ˘˃ˎ ʱˑˍ˘ˇ˔˙ˇ˔ˍˇ˔˘˃ːʜ ʸˇ˔ˑː˖˔ˇˋːˋˉˆˇˉ˔ˑːˆˇːʶʣʩ

ʣˈ˘˃ˎ˕˖ˑˈˈˇː  ʶˇ˔ˏˋː˃ˎ  ʯˑˇ˔ˆˋˌˍʤʸ

 ʸˎ˃˕˙ˇˉʓʔʏ  ʖʙʚʔʲʹʯˑˇ˔ˆˋˌˍ ˙˙˙ʎ˃˖ˏˏˑˇ˔ˆˋˌˍʎːˎ ʶˇˎʜʒʓʘʚʐʕʚʛʔʚʛ ʨ˃˚ʜʒʓʘʚʐʕʚʛʔʙʒ  ʥˑː˖˃˅˖˒ˇ˔˕ˑːˇːʜ ʴˋ˅ˍʮˇˇ˔ˋːˍʊʒʘʐʗʕʘʛʚʛʚʕʋ ʈʴˑː˘˃ːʸˇ˔ˍʊʒʘʐʗʓʓʔʖʒʒʖʋ ʣʶʯˋ˕ˇˇː˄ˇˆ˔ˋˌˈʎ


Waarom we niet leren van onderzoekscommissies

Shit happens

Na elke ramp stellen overheden onderzoekscommissies in. Die moeten analyseren wat er mis ging en lessen formuleren, om herhaling te voorkomen. Maar volgens hoogleraar bestuurskunde Hans de Bruijn leert de overheid niets van de analyses en rapporten van onderzoekscommissies. In zijn enkele jaren geleden verschenen essay ‘Een gemakkelijke waarheid’, dat nog steeds zeer actueel is (binnenkort komt de Onderzoeksraad met een rapport over ChemiePack), legt hij uit waarom niet. Tekst: Igor Znidarsic

46 Chemie magazine november 2011

N

a de vuurwerkramp in Enschede volgde de cafébrand in Volendam en daarna kwam de Schipholbrand. En zo zijn er volgens Hans de Bruijn, hoogleraar bestuurskunde aan de TU Delft, nog tal van voorbeelden waaruit blijkt dat de overheid, alle onderzoekscommissies ten spijt, ten aanzien van rampen nogal hardleers is. Het probleem is dat onderzoekscommissies verschillende redeneerschema’s hanteren, die – op basis van dezelfde feiten – tot totaal verschillende betekenisgevingen leiden. Zo hanteerde de Onderzoeksraad bij de Schipholbrand de causale betekenisgeving, waarbij een causaal verband tussen handelingen en actoren werd gereconstrueerd. Conclusie: er waren minder slachtoffers gevallen als betrokkenen goed hadden samengewerkt en conform de wet- en regelgeving hadden gehandeld. De Commissie Hulshof hanteerde bij het vergelijkbare onderzoek naar het gifschip Probo Koala de contextuele betekenisgeving, waarbij ook de vraag werd gesteld: waarom deden de belangrijkste spelers wat ze deden? De commissie kwam ook tot een aantal verklaringen: de gebrek-

kige regelgeving, de bijzonderheid van de situatie, de veelheid aan betrokken organisaties. Volgens De Bruijn kunnen we van de causale benadering niet leren omdat ‘wie de vraag naar het waarom niet stelt, niet weet wat de diepliggende oorzaken zijn voor het gedrag van organisaties en individuen’.

Bad guys

Daarnaast is er volgens De Bruijn bij de Onderzoeksraad ook sprake van casuïstisch onderzoek: het besteedt alleen aandacht aan het ene, bijzondere geval. Bij de Commissie Hulshof daarentegen is sprake van vergelijkend onderzoek, dat de vraag stelt: leidt deze handelwijze, die in het ene, bijzondere geval tot een ernstige gebeurtenis leidde, in andere gevallen ook tot problemen? Van een casuïstische benadering leren we volgens De Bruijn niet. Een voorbeeld: ‘Stel er is een handhavingsorganisatie die de volgende strategie hanteert. Er zijn onder de bedrijven good guys en bad guys. Good guys worden op een coöperatieve wijze tegemoet getreden, de bad guys met zero tolerance. Van de 1000 keer dat er wordt gehandhaafd bij de good guys gaat het 999 keer goed.


Veiligheid

foto: holl andse hoogte

Marginale toets

Een keer gaat het mis en komt er een onderzoekscommissie in actie. De conclusie bij een casuïstische benadering is: er werd niet onverkort gehandhaafd, regels werden veel te soepel toegepast, sancties werden nauwelijks opgelegd. Wordt echter aandacht besteed aan de 999 andere gevallen, dan komt het ene geval in een heel ander daglicht te staan.’

Dilemma’s

Volgens De Bruijn is zachte handhaving in vrijwel alle situaties functioneel – en harde disfunctioneel – maar kan door bad guys worden misbruikt. ‘Wie aan dergelijke dilemma’s voorbijgaat, komt altijd met eenvoudige en lineaire oplossingen: er moet onverkort worden gehandhaafd. Als onze handhaver dat doet, verliest hij zijn legitimiteit bij de 999 good guys en wordt hij doof en blind; geen bedrijf zal hem nog vrijwillig informeren. Op lange termijn zijn de gevolgen hiervan voorspelbaar: harde handhaving werkt niet, dus keren de handhavers terug naar de oude situatie en verandert er weinig. Omdat bij het formuleren van leerervaringen geen rekening is gehouden met het gegeven dat de strategie die een keer mis ging 999 keer goed ging.’

Een causaal-casuïstische redenering is volgens De Bruijn te gemakkelijk en blokkeert leerprocessen. Maar een eenzijdig contextueel-vergelijkend redeneerpatroon kan weer een ‘te gemakkelijke waarheid’ opleveren. Ten eerste omdat bestaande situaties kunnen worden gelegitimeerd. Men redeneert: er was sprake van een complex aan factoren, er waren veel betrokkenen, het is de optelsom van de factoren die de ramp verklaart; iedereen heeft in redelijkheid juist gehandeld, toch deed de ramp zich voor. ‘Conclusie: het gaat soms zoals het gaat, shit happens.’ Ten tweede: hoe meer overwegingen erbij worden betrokken, des te sterker de oordeelsvorming het karakter krijgt van wat juristen een “marginale toets” noemen. ‘De vraag is niet of goed of fout is gehandeld, maar of betrokkenen, gegeven de complexiteit van de context, in redelijkheid tot hun gedrag hadden kunnen komen. Wie vergelijkend analyseert, gaat mee in gebeurtenissen zoals deze zich ontvouwden voor de beslissers en loopt zo het risico de captive te worden van degenen die worden onderzocht.’ Daarnaast signaleert De Bruijn dat hoe meer maatschappelijke impact een gebeurtenis heeft, hoe sterker de neiging om causaal-casuïstisch te redeneren. Ook ziet hij veel commissies in à contrario vervallen: ‘Is de verklaring voor falen volgens de commissie gelegen in een decentrale bestuursstructuur, dan is centralisatie geboden, is de verklaring dat er niet is gehandhaafd, dan moet er onverkort worden gehandhaafd, etc.’

Ambigu

Volgens De Bruijn creëert een commissie die een ernstige gebeurtenis moet analyseren pas een rijk beeld wanneer zij langs twee lijnen werkt: terugkijken vanuit de gebeurtenis, waarbij de causale en casuïstische benadering kan worden gebruikt, en vooruitkijken met de ogen van de spelers, die in de gegeven omstandigheden moesten handelen, waarbij de contextuele en vergelijkende benadering kan worden gehanteerd. ‘Het is ook de combinatie van benaderingen die ons kan bewaren voor al te simpele aanbevelingen à contrario.’ Deze combinatie leidt volgens De Bruijn tot een minder rond en helder verhaal dan een analyse gestoeld op de causaal-casuïstische benadering.

‘De beelden van oorzaken en gevolgen zullen minder eenduidig zijn en af en toe zelfs ambigu of meerduidig. Dit kan botsen met een van de functies van onderzoekscommissies, het wegnemen van maatschappelijke onrust, die juist om een eenduidige analyse vraagt. In dat geval zou het van wijsheid getuigen als een commissie zich hiervan bewust is en de aanbevelingen niet te gedetailleerd maakt en zo mogelijkheden biedt voor een overheid om bij de uitwerking wel recht te doen aan context en vergelijking.’

Politieke activiteit

De Bruijn heeft de rapporten bestudeerd over 9/11, het Bos en Lommerplein (constructiefouten in het plein en de parkeergarage), het ongeluk met de Challenger, de Schipholbrand, het gifschip Probo Koala, de massavernietingingswapens in Irak en de aanloop tot de Jom Kippoer oorlog. Het is volgens hem opmerkelijk dat onderzoekscommissies – bewust of onbewust – zulke verschillende benaderingswijzen hanteren, zonder deze expliciet te maken. ‘Bij hetzelfde empirische materiaal zijn verschillende, conflicterende betekenisgevingen mogelijk. Betekenisgeving is hiermee geen objectieve activiteit. Er komen talloze normatieve vooronderstellingen over bestuur, overheids­ sturing en de relatie overheid-burger in mee. Er is geen objectiveerbare maatstaf om tot de “juiste” betekenisgeving te komen, dus is betekenisgeving een politieke activiteit. Als dit zo is, dan mag het proces om tot betekenisgeving te komen wel wat transparanter zijn, zeker bij geïnstitutionaliseerde commissies als de Onderzoeksraad.’ p

Het essay is te downloaden op www.nsob.nl

transparantie

De Bruijn verwijst naar een praktijk in de VS. ‘Onder invloed van Sunshine regelgeving – wat de overheid doet, moet in het volle licht gebeuren – organiseert de National Transportation Safety Board hoorzittingen waarin leden van de board en stafmedewerkers met elkaar in debat gaan over de bevindingen naar aanleiding van een ongeluk of ramp. Wellicht is dat een interessante praktijk voor sommige commissies in Nederland. Het betekent dat het proces betekenisgeving, meer dan nu het geval, zichtbaar is. Erg omslachtig is het niet: het is een kwestie van camera’s bij vergaderingen die nu ook worden gehouden. En het dwingt commissies zich over keuzes die zij maken beter te verantwoorden.’ november 2011 Chemie magazine 47


GEVAARLIJK GOED VERPAKT ?! CarePack Holland heeft het grootste assortiment UN-gekeurde verpakkingen voor gevaarlijke stoffen - monsterverpakkingen

- jerrycans

- dozen, standaard maten

- blikken

- dozen, op maat

- vaten

- 4GV-dozen

- palletboxen

- medische verpakkingen

- flessen

- transportbakken

- zakken

C areP ack H olland B V - T el 020-3540787 - Fax 020-3540650 E m ail info@ carepack.nl - W ebsite www.carepack.nl

7EMAKEITWORK

3TEEDS MEER MODERNE BEDRIJVEN IN DE INDUSTRIÃ&#x2018;LE SECTOR WERKEN MET GEVAAR LIJKE PRODUCTEN EN CHEMISCHE STOFFEN $E SECTOR ZIET ZICH GECONFRONTEERD MET STEEDS STRINGENTERE WETTELIJKE EISEN DIE IN DE BEDRIJFSVOERING DE NODIGE AANDACHT VERGEN $E OPSLAG EN DISTRIBUTIE VAN DEZE STOFFEN BRENGEN RISICOS EN FORSE INVESTERINGEN MET ZICH MEE7ANNEER U NIET DE VEREISTE KENNIS IN

HUISHEEFTOFLIEVERINVESTEERTINUWECHTE@COREBUSINESS ISUITBESTEDENEEN VOORDEHANDLIGGENDEKEUZE$AARBIJZOEKTUEENSPECIALISTDIEUHETGEVOEL GEEFTDATHETWERKELIJKGOEDZIT)N6ANDEN!NKERVINDTUEENPARTNERDIEUW VERTROUWENWAARMAAKT.AASTONZELOGISTIEKEDIENSTENBIEDTONSTRANSPORT EN KENNISNETWERKUGROTEVOORDELEN

WWWVANDENANKERCOM VANDEN!NKER"60OSTBUS !#3ON4  &  %INFO

VANDENANKERCOM


Groene chemie

Tweede generatie ethanol staat op doorbreken DSM stelt enzymen en gisten beschikbaar waarmee producenten uit elke ton maïsloof of tarwestro tot twee keer zo veel ethanol kunnen maken als voorheen. Hiermee komt de rendabele productie van de tweede generatie biobrandstoffen binnen bereik, die geen bedreiging vormt voor de voedselvoorziening.

A

nton Robek, directeur van DSM Biobased Products & Services, verwacht dat diverse demonstratiefabrieken, deels met DSM-technologie, in 2013 in bedrijf komen. Het bijzondere van DSM’s technologie is dat het niet alleen de cellulose uit planten via glucose kan vergisten tot ethanol, maar ook de cellulose via de zogenoemde C5-suikers arabinose en xylose. Zo kan de opbrengst afhankelijk van de biomassa veel groter zijn en soms zelfs verdubbelen. In juni heeft DSM dochterbedrijf C5 Yeast Company van Cosun overgenomen, die eveneens actief is op dit gebied. De octrooien van C5 Yeast Company en die van DSM vullen elkaar aan.

Demonstratiefabriek

Inmiddels draait er in Denemarken al een demonstratiefabriek van Inbicon, een dochterbedrijf van Dong Energy, die ethanol uit tarwestro maakt. Hierbij worden echter alleen C6-suikers, zoals glucose, uit de cellulose ontsloten en omgezet in ethanol. De rest van de biomassa, inclusief de hemicellulose, wordt omgezet in biogas. Verder bouwt de Italiaanse Chemtex een demonstratiefabriek van 40.000 ton ethanol per jaar. In de Verenigde Staten gaan de Spaanse ethanolproducent Abengoa Bioenergy en het Amerikaanse Poet grotere fabrieken bouwen voor ethanol op basis van cellulosehoudende grondstoffen. Al

foto: RGBStock

Tekst: Erik te Roller

Tarwestro is een uitstekende grondstof voor de productie van ethanol

deze fabrieken komen naar verwachting in de komende twee jaar in bedrijf.

Hoge vlucht

’Als de demonstraties succesvol zijn zal de bouw van commerciële fabrieken daarna een hoge vlucht nemen,’ zegt Robek. ‘Amerika heeft namelijk de ambitie om de productie van biobrandstoffen op te voeren tot 36 miljard gallon in 2022, om het land minder afhankelijk te maken van olie uit het buitenland en om banen te scheppen. Hiervan mag maximaal 15 miljard gallon afkomstig zijn van eerste generatie brandstoffen, dus bijvoorbeeld ethanol op basis van maïszetmeel. Een deel van de behoefte aan tweedegeneratie-brandstoffen kan ingevuld worden met onder andere biodiesel op basis van plantaardige oliën, dierlijke vetten en verder ethanol op basis van suikerriet uit Brazilië. Zeker 16 miljard gallon moet komen van de ethanolproductie op basis van materialen als plantenresten en afvalhout.

Nieuwe fabrieken

Ervan uitgaande dat een commerciële fabriek een capaciteit van 50 miljoen gallon heeft, betekent dit dat er tussen nu en 2022 nog 320 nieuwe ethanolfa-

brieken in de VS zullen moeten verrijzen. ’DSM wil zich niet zelf in de bulkproductie van bioethanol begeven, maar hiervoor wel de enzymen en gisten leveren. Robek: ‘Wij zijn in gesprek met verschillende partners. Samen met hen zoeken we naar de beste methoden om het plantenmateriaal voor te behandelen, de suikers te ontsluiten en te vergisten en de ethanol te zuiveren. Een demonstratiefabriek dient om hiermee praktijkervaring op te doen. Ons doel is om niet alleen technologie te leveren die werkt, maar ook kostenoptimaal is.’

Barnsteenzuurproductie

Een andere succesvolle ontwikkeling van DSM is de productie van barnsteenzuur op basis van zetmeel. Samen met de Franse zetmeelproducent Roquette bouwt DSM voor dit product momenteel een commerciële fabriek in het Italiaanse Casano, die eind 2012 in bedrijf zal komen. Het volgende doel dat DSM in het vizier heeft en in de komende vijf jaar op de markt denkt te kunnen brengen, is bio-adipinezuur, een grondstof voor polyamide 6.6 en polyamide 4.6 (Stanyl). Hiervoor is het bedrijf in gesprek met potentiële partners. p november 2011 Chemie magazine 49


10:40:24

Sample fulfillment made simple... and more profitable! We deliver comprehensive global chemical sample fulfillment services: UÊ,i`ÕVi`ÊÃ>“«ˆ˜}ÊiÝ«i˜Ãià UÊ->“«iÊň««ˆ˜}Ê܈̅ˆ˜ÊÓ{ʅœÕÀà UÊ7œÀ`܈`iÊň««ˆ˜}ʏœ}ˆÃ̈Và UÊ*ÀœviÃȜ˜>Êwʏˆ˜}Ê>˜`Ê՘ˆvœÀ“Ê«>VŽ>}ˆ˜}Ê UʘÌiÀ˜iÌʜÀ`iÀˆ˜}]ÊÌÀ>VŽˆ˜}Ê>˜`ÊÀi«œÀ̈˜}ÊÃÞÃÌi“ÃÊ UÊ,i}Տ>̜ÀÞÊVœ“«ˆ>˜ViÊ UʘÛi˜ÌœÀÞʓ>˜>}i“i˜Ìʈ˜VÕ`ˆ˜}ÊL>ÀÊVœ`ˆ˜}Ê UÊ ÕÃ̜“ˆâi`Êi“>ˆÊVœ˜wÊÀ“>̈œ˜Ã

USA +1-860-354-3997 Europe +31-416-651977 www.chemicalmarketing.com


Evenement

Internationaal Jaar van de Chemie 2011 is uitgeroepen tot het Internationaal Jaar van de Chemie. Het hele jaar door vinden activiteiten plaats om chemie te promoten als oplossing voor vraagstukken rond energie, huisvesting, gezondheid, voedsel, infrastructuur en economie. Een greep uit het aanbod. Madame Curie & het Geheim van de Sidderende Straal Omschrijving: Muziektheaterprogramma. Marie Curie is met een belangrijke formule (röntgenstraling) als zij ontvoerd wordt. Iedereen is ongerust, ze zou in Zweden de Nobelprijs in ontvangst nemen. Dan worden zij en een van haar ontvoerders verliefd (Chemie!) en weten ze m.b.v. een onzichtbaarheidserum te ontsnappen. Tijd en plaats: 17 juni tot einde 2011. O.a. in het Zeeheldentheater, Den Haag. Doelgroep: Jeugd bovenbouw. Organisatie en info: Briza, info@briza.nl.

Verborgen Krachten: Nederlanders op zoek naar energie Omschrijving: Tentoonstelling over de hoogte- en dieptepunten van onze nationale energiegeschiedenis, maar ook het heden en de toekomst komen aan bod. De expositie toont de recent door Museum Boerhaave verworven wetenschappelijke collectie van Shell Technology Centre Amsterdam en laat de rol zien die Shell in onze nationale energiegeschiedenis heeft

gespeeld. Tijd en plaats: 30 september t/m 18 maart 2012. Museum Boerhaave, Leiden. Doelgroep: Iedereen. Organisatie en info: www.museumboerhaave.nl.

Tijd en plaats: 28, 29 en 30 november. DeFabrique, Maarssen. Doelgroep: Bedrijfsleven, wetenschappers, studenten. Organisatie en info: KNCV en NWO, www.chains2011.nl.

Curie-lezing: Biobased Economy

Curie-lezing: Radio- en stralenchemie sinds Madame Curie

Omschrijving: TNO specialisten op het gebied van duurzame energie en producten laten zien welke alternatieven biologische processen en materialen vervangbaar zijn voor milieubelastende producten en processen. Aansluitend lezing over tentoonstelling ‘Verborgen krachten ‘. Tijd en plaats:25 november. Museum Boerhaave, Leiden. Organisatie en info: KNCV.

Wetenschappelijk slotevenement IYC: CHAINS Omschrijving: Officieus sluitstuk van het Internationale Jaar van de Chemie, met onder meer vele lezingen waarbij de raakvlakken tussen de diverse chemische disciplines overschreden zullen worden.

bronkhorst 185 x 62 300dpi.pdf

1

13-10-11

Omschrijving: Lezing over de vele nuttige toepassingen van radioactiviteit sinds de uitvindingen van tweevoudig Nobelprijswinnares Madame Curie door Bert Wolterbeek, hoogleraar Radiochemie van de TU Delft. Na een kort stukje historie over Marie Curie wordt het gebruik van radioactiviteit en de daarbij behorende radiochemie uitgediept aan de hand van diverse toepassingen. Tijd en plaats: 9 december. Museum Boerhaave, Leiden. Doelgroep: Volwassenen. Organisatie en info: KNCV en Museum Boerhaave, www.museumboerhaave.nl.

NWO Women in Chemistry: Curie

Omschrijving: Op 10 december is het precies 100 jaar geleden dat de eerste vrouw de Nobelprijs voor de Chemie kreeg: Marie Curie. De afdeling Women in Chemistry van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek en Museum Boerhaave staan bij dit moment stil met twee lezingen en een bezoek aan de tentoonstelling ‘Verborgen krachten’. De bezoekers stappen kort in het leven van deze fascinerende vrouw die haar tijd, in de door mannen gedomineerde wetenschapswereld, ver vooruit was. Tijd en plaats: 8 december, Museum Boerhaave, Leiden. Doelgroep: Volwassenen.

WWW

Meer informatie: www.chemistry2011.org www.jaarvandechemie.nl

13:02

advertentie

november 2011 Chemie magazine 51


Transportservice van huis uit

De ultieme combinatie van techniek en service ™ Cartridge seals snel leverbaar ™ Gunstige kwaliteit-/prijsverhouding ™ Sublieme service Mechanical Seals š Power Transmission Couplings š Filtration Systems Engineered Bearings š Fluid Control Systems John Crane Holland B.V. Bergen 9-17 2993 LR Barendrecht Tel: +31 (0)180 656500 Fax: +31 (0)180 611464 Email: info@johncrane.nl

www.johncrane.nl

Internationaal Transportbedrijf L. van der Lee en Zonen B.V.

T (015) 213 59 11 E leebv@vanderlee.nl

I www.vanderlee.nl

services

Jouwuitdaging: meegroeienmeteeninnovatieve international? Zeton, met vestigingen in Nederland en Canada, is een snelgroeiende en innovatieve international. Haar specialisatie ligt in het ontwerpen en bouwen van klantspecifieke modulaire pilot plants en kleinschalige productieplants voor de (petro)chemische en farmaceutische industrie. Gehuisvest op de Marssteden in Enschede, is Zeton een vooraanstaande speler op de mondiale markt voor turnkey levering van skid mounted procesinstallaties. Voor Zeton zoeken wij een Lead Process Engineer en een Sales Engineer/ Manager - Process Plants. Zoek jij een uitdagende spilfunctie waarin een grote mate van zelfstandig werken wordt geboden? Kijk dan op onze website voor meer informatie over deze vacatures.

Zeton-Enschede Dedicated to Excellence

matchingthebestinchemistry&life-sciences

www.cls-services.nl recruitment & selection and outsourcing in chemistry | pharma | biotech | food


Column

hoofdredacteur Living off the land B e d r i j v e n

Verkoop Deco-activiteiten

BASF Coatings heeft de verkoop aangekondigd van de Deco-activiteiten van Relius Coatings en haar dochterondernemingen in Frankrijk en Nederland. Het bedrijfsonderdeel omvat bouwverven, pleisters, lakken en beitsen en is regionaal geconcentreerd. Tot de desinvestering behoren de vestigingen Memmingen in Duitsland en Deurne in Nederland en de verkooppunten die Relius in deze business heeft. De BASF-activiteiten op het gebied van Deco in Zuid-Amerika en China maken geen deel uit van de verkoop. p

foto: Ca sper Ril a

Onderhoud appar atuur

Stork Technical Services gaat de stoomturbines, turbocompressoren en gerelateerde apparatuur in de EMEA-regio (Europe, Middle East en Africa) van Shell onderhouden. Dit Enterprise Framework Agreement beslaat een periode van 5 jaar. p

Igor Znidarsic is hoofdredacteur van Chemie magazine

W in s t v erdubbel ing

Safco (Saudi Arabian Fertilizer Company) zag over het derde kwartaal van 2011 de nettowinst verdubbelen tot 323 miljoen dollar. De Saoedische producent van kunstmest wist vooral te profiteren van de sterke vraag naar kunstmest en petrochemie uit Aziatische landen. p

o v ern a me

Resinall Rütgers Resins (RRR), een joint venture tussen het Duitse Rutgers Novares en het Belgische Resinall Europa, neemt het chemiebedrijf Neville Chemical Europe (NCE) in Uithoorn over van de Amerikaanse Neville Chemical Company. De overname is bedoeld om de leidende positie van RRR als producent in de Europese markt van industriële koolwaterstofharsen van de joint-venture-partners duurzaam te versterken. p

Chemis ch t r a n sp or t

Logistiek dienstverlener Dachser Netherlands gaat zich verder toeleggen op chemisch transport. De nieuwe locatie die de transporteur in Zevenaar bouwt zal voldoen aan alle veiligheidsnormen die nodig zijn om meer chemisch vervoer in Nederland mogelijk te maken. In Nederland bestaat circa 10 procent van de lading die Dachser vervoert uit chemische producten. Het concern ziet kansen voor verdere groei. p

‘De uitdaging zit hem in de technologie’

Toen Nederlandse Staatsmijnen (Dutch State Mines) honderd jaar geleden in Nederland niet voldoende arbeidskrachten kon vinden om het zwarte goud uit de grond te halen, werden mijnwerkers uit het buitenland aangetrokken, onder meer uit Slovenië, en één daarvan was mijn grootvader. Ik heb dus aan DSM te danken dat mijn leven zich in Nederland afspeelt. Hier moest ik aan denken toen ik onlangs een bedrijfsbezoek bracht aan DSM. De Limburgse mijnen zijn na de vondst van het gas onder Slochteren gesloten. Op een van de afvalbergen kun je tegenwoordig indoor skiën. DSM ging eerst in de petrochemie, verschoof de productie daarna meer naar plastics en fijne chemicaliën, en transformeerde zich uiteindelijk naar een bedrijf dat een breed scala aan producten maakt voor de voedingsmiddelenindustrie, de gezondheidssector, de automobielindustrie, verf en bouw. Bright Science. Better Living, zo luidt de slogan waarmee Royal DSM zich tegenwoordig profileert. DSM is al jaren koploper op biobased-gebied. Het bedrijf produceert onder meer enzymen en gisten waarmee uit de cellulose in plantenresten, zoals maïsloof en tarwestro, tot twee keer zo veel ethanol kan worden gemaakt als voorheen. Dit brengt de rendabele productie van de tweede generatie bio-fuel, die niet meer met de voedselproductie concurreert, heel dichtbij. De bio-ethanol kan tevens als grondstof dienen voor onder andere bio-plastic. Tijdens de rondleiding door de laboratoria straalden de onderzoekers een en al optimisme uit. Als het aan DSM ligt, wordt het straks weer living off the land, zoals de mens dat tot pakweg honderd jaar geleden deed, toen hij overstapte op fossiele grondstoffen. De vraag is alleen of we voldoende zullen kunnen produceren voor de 10 miljard verwachte aardbewoners. Annita Westenbroek, directeur van het Dutch Biorefinery Cluster, denkt van wel. Volgens haar is de chemie voor het einde van de eeuw voor 100 procent overgestapt op biogrondstoffen en halen we de energie behalve uit biogrondstoffen voor een belangrijk deel ook uit zon, wind en andere duurzame bronnen, zo vertelt ze in deze Chemie magazine. Zij ziet een toekomst voor zich zoals nu met olie: de energiesector zorgt voor de winning en het transport, de chemie lift daarop mee en zorgt voor het uit de grondstof halen van hoogwaardige componenten. De uitdaging zit hem daarbij in de technologie, vooral de bioraffinage, en in het vinden van een manier om het rendabel te doen. In de laboratoria van bedrijven als DSM wordt aan die toekomst hard gewerkt. Toch leuk om te weten dat mijn grootvader aan de basis daarvan stond. p november 2011 Chemie magazine 53


Service

Colofon

Mensen DSM Food Specialties

Karnika Goel (26), senior communications officer bij DSM Food Specialties, staat in de Viva 400, in de categorie zakelijk. De lijst bevat 400 jonge, succesvolle vrouwen in Nederland. In elk van de zeven categorieën wordt via online stemmen een winnaar gekozen. De vrouwen worden voor de lijst geselecteerd omdat ze in 2011 een bijzondere move hebben gemaakt, een prijs hebben gewonnen of op een andere manier zijn opgevallen in hun vakgebied. Goel staat in de lijst omdat ze door Logeion, beroepsvereniging voor communicatieprofessionals, is benoemd tot CommunicatieTalent 2011. De jury prees haar omdat ze bij complexe organisaties als TNO, Philips en DSM erin slaagde emotie aan techniek toe te voegen. De winnaars worden bekendgemaakt op 23 november tijdens het Viva400-event. TU Eindhoven

Dick Broer, hoogleraar Functionele Organische Materialen aan de TU Eindhoven, heeft de Gilles Holst Medaille 2011 ontvangen voor zijn onderzoek op het gebied van vloeibaar kristallijne polymeren, dat tot tal van innovaties heeft geleid, zoals lcdbeeldschermen, biosensoren en op licht reagerende materialen voor zonne-energie. Diverse onderzoeken van Dick Broer vonden en vinden plaats onder de vlag van het Dutch Polymer Institute. De medaille wordt eens in de vier jaar uitgereikt aan een excellente Nederlandse wetenschapper die werkt op het grensgebied van natuurkunde en scheikunde, waarbij het onderzoek heeft bijgedragen aan een praktische toepassing. DSM

Koninklijke DSM stelt voor Victoria Haynes en Eileen Kennedy te benoemen als leden van de Raad van Commissarissen. De voorgenomen benoeming staat op de agenda voor de vergadering van aandeelhouders die in mei 2012 wordt gehouden. Haynes heeft de Amerikaanse nationaliteit en is president en CEO van het adviesorgaan Research Triangle Institute. Kennedy, eveneens met de Amerikaanse nationaliteit, is professor voedingsleer aan de Tufts universiteit in Boston.

VNCI online www.vnci.nl

Website met onder meer dagelijks nieuws, het archief van Chemie magazine en alles over de chemische industrie in Nederland www.vnci.nl/nieuwsbrief

Gratis nieuwsbrief met daarin wekelijks het laatste nieuws over de chemische industrie en de VNCI

twitter.com/vnci

De VNCI op Twitter met het laatste nieuws, vacatures en reactiemogelijkheden op alle berichten

www.vnci.nl/linkedin

Discussieer mee met meer dan 1000 betrokkenen uit de chemische industrie en bezoek de vacatures in de LinkedIn-groep van de VNCI

Volgende maand (14 december)

Industrie en onderwijs in gesprek over gewenste skills PED-inspecties drukapparatuur

Redactie Igor Znidarsic (hoofdredacteur) Jos de Gruiter (redacteur) drs. Marieke Moraal (eindredacteur) Contact redactie Loire 150, 2491 AK, Den Haag T 070 337 87 28, F 070 320 39 03 E znidarsic@vnci.nl, gruiter@vnci.nl Medewerkers Drs.ing. Inge Janse, ir. Joost van Kasteren, drs. Emma van Laar, ir. Gerard van Nifterik, Casper Rila, ir. Erik te Roller, drs. Esther Rasenberg, Marga van Zundert Vormgeving Curve, Haarlem Advertentie-exploitatie Mooijman Marketing & Sales, Julius Röntgenstraat 17, 2551 KS Den Haag, T 070 323 40 70, E dm@mooijmanmarketing.nl Advertenties vallen buiten de verantwoordelijkheid van de redactie Druk Ten Brink, Meppel Abonnementen Chemie magazine is gratis voor VNCIleden en voor leden van de aangesloten lidverenigingen. Voor anderen bedragen de abonnementskosten per jaar 80 euro in Nederland en 100 euro in overige landen (incl. btw). Abonnementen eindigen per 31 december. Als niet voor 1 november wordt opgezegd, loopt het abonnement door. Nieuwe abonnementen/mutaties schriftelijk opgeven via crs@vnci.nl. Meer info: 070 337 87 28

Toekomst van de chemie in Europa Veiligeheidsnetwerken

Overname Overname van artikelen uit Chemie magazine is alleen toegestaan na voorafgaande schriftelijke toestemming van de redactie. In de meeste gevallen zal die graag worden gegeven

10 uitdagingen van de chemie

ISSN 1572-2996

En nog veel meer… 54 Chemie magazine november 2011

Chemie magazine is het maandblad van de Vereniging van de Nederlandse Chemische Industrie (VNCI) en verschijnt 11x per jaar

Beeld cover Chris Bonis


chemistry, blends & knowledge

AD Productions B.V. is gespecialiseerd in het formuleren en mengen van chemische vloeistoffen en poeders

AD Productions B.V. Markweg Zuid 27 4794 SN Heijningen Postbus 102 4793 ZJ Fijnaart

T +31 (0)167 - 526 900 F +31 (0)167 - 526 969 info@adinternationalbv.com www.adinternationalbv.com

10:35:07 AM

Uw proces verdient...

...een Verderflex Dura VAN HARTE AANBEVOLEN Verdringerpompen Excentrische wormpompen Slangenpompen Membraanpompen Tandwielpompen Schottenpompen Impellerpompen Oscillerende zuigerpompen

Lobbenpompen Rondselpompen Centrifugaalpompen Open waaier Gesloten waaier Half-open waaier Wervelstroomwaaier

EĂŠnkanaal-waaier Zijkanaalwaaier Schroefkanaalwaaier Turbinewaaier Doseerpompen Versnijders Service en skidbouw

Kijk voor ons compleet fitnessprogramma op www.wijkboerma.nl of bel 050 549 59 00



Chemie magazine november 2011