Page 1

Van losse schakels tot een veilige ketting. Een verslag van 10 jaar Levenslijn-Kinderfonds (2002-2011) voor meer verkeersveiligheid en een betere slachtofferzorg voor kinderen en jongeren.


VooRWooRD Een kind dat wordt doodgereden aan de schoolpoort: er was een tijd, niet zo gek lang geleden, dat dit nieuws met moeite de regiopagina van de kranten haalde. Tien jaar na de oprichting van het Levenslijn-Kinderfonds door de Vlaamse Media Maatschappij, in de schoot van de Koning Boudewijnstichting, is de publieke verontwaardiging over de oorlog op onze wegen groot. Alle media hebben nu aandacht voor de verkeersonveiligheid, en het is ook een actiepunt op de politieke agenda geworden. Verkeersongevallen, zo beseffen we nu met zijn allen, zijn geen faits divers. Ze zijn ook geen fataliteit, we kunnen ze wel degelijk voorkomen! Het Levenslijn-Kinderfonds speelde in deze bewustwording al tien jaar een voortrekkersrol samen met vele

partners, en met de VMMa aan het roer. In deze brochure verneemt u daar meer over. We zijn al onze partners heel erg dankbaar voor de weg die we samen tien jaar lang mochten bewandelen om van Vlaanderen een verkeersveiligere en kindvriendelijkere samenleving te maken. Een deel van de weg werd afgelegd, maar er is nog een heel stuk te gaan! Op elk van u en op elk van ons komt het aan! Namens het BestuurscomitĂŠ van het Levenslijn-Kinderfonds, Kristine Kloeck, Voorzitter 31 december 2012

3


03

11

07

19

31 25


inhouD 03

Voorwoord

07 09

Inleiding Wat het Levenslijn-Kinderfonds doet

11 11 11 12 13 15 16 17

Preventie en Sensibilisatie Yes we can! Hoofd én hart Veiligheidsmateriaal Zeppe & Zikki Handen uit de mouwen Samen sterk Aya: een nieuw gezicht

19 19 20 20 20 21 22

Opvang van Jonge Verkeersslachtoffers Een nieuwe bondgenoot Eerste hulp bij ongevallen Door de bomen het bos Niet-aangeboren hersenletsels En ik? Van ZEBRA tot Rondpunt

25 26 26 27 28

Wetenschappelijk Onderzoek Ruime horizon Niet-aangeboren hoofdletsels Geen ivoren toren Zet ‘m op de fietshelm

31

Het Financiële Resultaat

37

Colofon

5


inleiDing het begon allemaal met grote verontwaardiging over verkeersongevallen, vooral over verkeersongevallen met kinderen. Dat kon Vtm niet over zich heen laten komen, daarop wilde de commerciële zender op een niet-commerciële manier reageren, met inzet van de eigen sterke kanten en met de koning Boudewijnstichting als facilitator.

aantal zwaargewonden

aantal lichtgewonden

VMMa kan het medium ‘televisie’ inzetten om boodschappen rond een nijpend probleem tienduizenden huiskamers in te sturen. Vrij snel na zijn oprichting begint VTM daarom met Levenslijn, de goede-doelactie die op dat moment fondsen werft voor we-

aantal doden 30 dagen

Het Levenslijn-Kinderfonds verhaal heeft een voorgeschiedenis met twee partners: enerzijds is er de VMMa, anderzijds is er de Koning Boudewijnstichting. VMMa - die onderdak biedt aan de tv-zenders VTM, 2BE, JIM, Vitaya en VTMKZOOM en radiozenders Q-music en JOE fm - is een commercieel bedrijf met dus een

winstoogmerk, maar met daarnaast oog voor haar maatschappelijke verantwoordelijkheid: een bedrijf dat ook nuttig wil zijn voor de samenleving. De Koning Boudewijnstichting heeft als opdracht: samenwerken aan een betere samenleving. In de oprichtingsacte wordt de stichting omschreven als “een onafhankelijke structuur die originele ideeën aanmoedigt en nieuwe projecten opzet”. De complementariteit tussen beide is duidelijk.

0 tot 4 jaar

4

51

469

5 tot 9 jaar

5

85

879

10 tot 14 jaar

13

139

1629

15 tot 19 jaar

52

546

4579

0 tot 19 jaar

74

821

7556

VeRkeeRsongeVallen Van kinDeRen en JongeRen in 2002

tenschappelijk onderzoek in de strijd tegen de grote ziekten van deze tijd. Rond de eeuwwisseling gaat Levenslijn op zoek naar een nieuw elan. De marathonshow met BV’s en met de stoet aan bedrijven en particulieren die hun cheque komen overhandigen, heeft dan als uithangbord voor fondsenwerving zijn beste tijd gehad. VTM wil bovendien herbronnen over het thema voor de tweejaarlijkse Levenslijn-campagne. De zender wil, naast wetenschappelijk onderzoek, ook tastbaardere initiatieven ondersteunen waarvan het maatschappelijke belang onmiddellijk zichtbaar is. De Koning Boudewijnstichting heeft in 2002 al een zeer stevige reputatie opgebouwd met als sleutelwoorden: degelijkheid, onafhankelijkheid,

aD statistiek van de FoD economie (2013)

7


groot netwerk, gevoeligheid voor actuele thema’s. Diverse fondsen werden al ingebed in de structuur van de Stichting waaronder ook bedrijfsfondsen. Het bestuur ervan werd door de Stichting toevertrouwd aan een bestuurscomité. De Stichting had toen ook al een aantal projecten ontwikkeld rond de schoolomgeving. Het thema was haar dus ook niet vreemd. Na een geslaagde actie van VTM met de Koning Boudewijnstichting rond allergie en astma in 2000 richt de VMMa in 2002 een bedrijfsfonds op: het Levenslijn-Kinderfonds, in de schoot van de Koning Boudewijnstichting. Dat Fonds wordt beheerd door de Stichting, meer bepaald door een Bestuurscomité met mensen uit de medische, juridische en academische wereld evenals uit de onderwijs- en zorgsector, aangevuld met twee personen van de VMMa. Het Levenslijn-Kinderfonds wil concrete maatschappelijke projecten steunen die het leven van kinderen en jongeren verbeteren. Het thema is snel gevonden. ‘Wij gaan er als zender prat op de vinger aan de pols van Vlaanderen te hebben en te weten wat de Vlaming beroert,’ zegt voormalig nieuwsanker Marc Dupain, die bij VTM een grote trekker van Levenslijn is geweest. ‘Met

de nieuwsdienst berichtten wij als eerste over verkeersongevallen. Je kon toen al niet naast de cijfers kijken! Het verkeer is de grootste doder bij kinderen, een zender die dicht bij zijn kijkers staat, kan daar niet omheen’. Met de VMMa krijgt de Koning Boudewijnstichting een bijzonder bedrijfsfonds te beheren. Het is niet alleen een van de eerste in zijn soort, het mediahuis wil ook actief betrokken zijn en mee de lijnen uitzetten voor de drie pijlers van het Levenslijn-Kinderfonds: preventie en sensibilisatie om het verkeersgedrag van mensen te veranderen, opvang van slachtoffers en steun aan wetenschappelijk onderzoek. De VMMa is nu eenmaal een communicatiebedrijf. Een boodschap relevant maken en ze in een creatieve en vernieuwende vorm gieten die aanspreekt zonder belerend te zijn: het is de core business van elk mediabedrijf. De VMMa wil mensen mobiliseren met een positieve insteek: het verkeer moet veiliger worden voor onze kinderen en wij hebben daarvoor zelf de sleutel in handen. Iconen van het Fonds als Zeppe & Zikki en recenter Aya zien het levenslicht aan de Medialaan. In hun tv-reeks

op de kinderzender VTMKZOOM leren Zeppe & Zikki aan kinderen hoe ze zich veilig moeten gedragen op de weg. Ze zijn de helden van het Vlaamse grut geworden; scholen spelen daarop in en versterken hun eigen verkeerscampagnes door ze op te bouwen rond deze figuren. De sensibilisatie werkt trouwens niet alleen van boven naar onder, maar ook omgekeerd. Kinderen manen nu hun ouders aan om de helm op te zetten of een fluohesje te dragen. Een vrij uniek initiatief in de fondsenwereld is de oprichting van een nieuwe organisatie, in dit geval de vzw Zebra. Deze organisatie zal zich vanaf 2002 in Vlaanderen focussen op verbetering van de opvang van jonge verkeersslachtoffers, want op dat vlak was er heel veel werk aan de winkel! Zebra werd al snel een begrip en was mede aanleiding tot het ontstaan van Rondpunt. Rondpunt komt op voor alle verkeersslachtoffers, maar de acties voor jonge verkeersslachtoffers blijven het Zebra-label dragen. Het wetenschappelijk onderzoek kreeg concrete gestalte via het Fonds Wetenschappelijk Onderzoek (FWO). Dat organiseert de oproepen voor onderzoek en zorgt dat de beschikbare mid-


delen een goede bestemming krijgen. Het Levenslijn-Kinderfonds krijgt gerichte steun van een aantal grote sponsors en projectsubsidies van de overheid, naast de bijdragen van de immer enthousiaste lokale fondsenwervers. Maar de VMMa komt ook met nieuwe vormen van fondsenwerving, onder andere door originele veiligheidsmaterialen te verkopen voor preventiecampagnes. De opbrengst gaat naar projecten. Een fluohesje is niet gewoon een fluohesje meer sinds VTM er modeontwerper Walter Van Beirendonck op heeft losgelaten. Het Levenslijn-Kinderfonds volgt geen trends, het zet ze uit, met ontwerpen en producten die veilig ook cool maken. Het Levenslijn-Kinderfonds is het eerste fonds van deze omvang dat verkeersveiligheid op de agenda heeft gezet. Zodoende kon een klimaat groeien dat heel wat initiatieven, ook van andere organisaties, mogelijk maakt, en dat niet alleen de aandacht voor kinderen in het verkeer maar ook een veiliger verkeer voor iedereen stimuleert. Tien jaar na zijn oprichting wordt de boodschap van het Levenslijn-Kinderfonds breed gedragen door vele gewone Vlamingen, die dringend een einde willen aan al dat nodeloze leed en die in het Levenslijn-Kinderfonds een megafoon vinden om samen-leven op onze wegen te bepleiten.

Wat het Levenslijn-Kinderfonds doet De straat is van iedereen, dus ook van kinderen en jongeren. Mobiliteit is een recht voor iedereen en belangrijk voor de ontwikkeling van jonge mensen. Terwijl ze opgroeien worden ze zelfstandiger en vergroot hun leefwereld.. In de praktijk hakt de verkeersonveiligheid zwaar in op dat recht van kinderen. Ouders zijn bang geworden om hun oogappel alleen de straat op te laten gaan. Dus voeren ouders hen, waardoor er nog meer auto’s op de baan zijn. De cijfers geven bezorgde ouders gelijk. In 2011 registreerde de FOD Economie voor het Vlaamse Gewest 7 594 kinderen die betrokken waren bij een verkeersongeval; 36 van hen lieten het leven en 532 werden zwaargewond, met onpeilbaar leed tot gevolg. Hier moet worden opgemerkt dat deze cijfers een stuk beter liggen dan pakweg 5-10 jaar vroeger, een stuk van de weg werd dus afgelegd. Maar ze liggen nog te hoog!

Wat maakt ons verkeer zo gevaarlijk? Ondanks inspanningen van de overheid voldoet de infrastructuur -zeker voor zwakkere weggebruikers- nog niet, en ook met de veiligheidsuitrusting van vele vervoersmiddelen – niet in het minst de fiets – kan het nog beter. Maar er is toch vooral het onaangepaste rij- en verkeersgedrag bij alle soorten weggebruikers. Het Levenslijn-Kinderfonds zet zich al tien jaar actief in om deze hindernissen voor een veilig verkeer te slopen en doet dit op drie domeinen: preventie en sensibilisatie, opvang en begeleiding van jonge verkeersslachtoffers en wetenschappelijk onderzoek. Het Fonds steunt tastbare en zichtbare acties die vruchten afwerpen op korte termijn, maar verliest niet uit het oog dat de resultaten maar duurzaam zijn als de acties een stevig draagvlak hebben. Maatschappelijke of wetenschappelijke evoluties hebben tijd nodig, en dus is ook werken op lange termijn noodzakelijk.

9


1

PREVEnTIE En SEnSIBIlISATIE het levenslijn-kinderfonds heeft campagnes gevoerd doorheen het hele Vlaamse gewest via diverse media en richtte zich daarbij naar groot en klein. scholen, ouders en gemeentebesturen werden ondersteund om rond de eigen school acties i.v.m. verkeersveiligheid te ontwikkelen. met de tV-figuren ‘Zeppe & Zikki’, een zebra en een schildpad die hilarische avonturen beleven, worden de lagereschoolkinderen vertrouwd gemaakt met de do’s en dont’s in het verkeer. Voor de kleuters belichaamt aya de ruimtefiguur die het abc van het verkeer nog moet leren kennen. Voor de jongeren staat nog een game op stapel. Yes we can! Een veiliger verkeer voor kinderen is een zaak van iedereen. Het Levenslijn-Kinderfonds zorgt daarom al tien jaar voor sensibilisatie- en preventiecampagnes met een positieve toon. Productvernieuwing met Van Beirendonck, verrassend met de wereldkampioen op de fiets voor verkeersveiligheid. Uit dergelijke campagnes blijken de troeven van de publiek-private samenwerking tussen de VMMa en de Vlaamse overheid die een partner is voor het Fonds. Inhoudelijk dragen de sensibilisatiecampagnes de creatieve stempel van VTM, in overleg met andere partners. Maar de Vlaamse overheid doet met haar expertise een

stevige duit in het zakje en helpt de boodschap te verspreiden. Hoofd én hart Kinderen de verkeersregels en de verkeersborden bijbrengen is belangrijk. Parallel met die klassieke verkeerslessen stimuleert het Levenslijn-Kinderfonds al tien jaar vernieuwende preventiecampagnes, die aansluiten bij de emotionele beleving van kinderen in het verkeer en die het label verkeerseducatie verdienen. De opvallendste voorbeelden zijn die van Zeppe & Zikki voor lagereschoolkinderen en Aya voor kleuters (zie verder). Ze maken kinderen op een speelse manier vertrouwd met de gevaren in het verkeer en hameren op een respectvolle attitude voor andere ‘verkeerders’. De TV-figuren zijn herkenbare ankers voor dergelijke verkeersopvoeding. Ze zijn bovendien veel meer dan een tv-programma. Er hangt een rist initiatieven rond, in en buiten de school, die de herkenbaarheid en de impact van de boodschap vergroten. Het Fonds probeert ook middelbare scholieren aan te zetten tot verantwoordelijk verkeersgedrag. Zo is er het project ‘Getuigen Onderweg’ voor de derde graad, waarbij een verkeersslachtoffer zelf zijn verhaal komt doen op school. Het zijn beklijvende ontmoetingen die pijnlijk duidelijk maken welke (levenslange) gevolgen een verkeersongeval wel heeft.

11


Veiligheidsmateriaal Tien jaar geleden was het een enkeling die zijn kind met een fietshelm naar school stuurde, of hem/haar een fluohesje omdeed vooraleer het kind de deur uit mocht. Het Levenslijn-Kinderfonds heeft het dragen van veiligheidsmateriaal aantrekkelijk en evident gemaakt. In 2002 al deelt het 75.000 fietshelmen uit aan de leerlingen van het vijfde leerjaar. Het kiest voor die leeftijd, omdat zo de lagere klassen het voorbeeld van de coole grotere kinderen willen volgen. Het Fonds promoot het fluohesje voor fietsers en voetgangers: in 2004 werden er 70.000 verspreid bij het jeugdwerk. In 2006 krijgen leerlingen uit

80.000 Vlamingen engageren zich online

het eerste middelbaar ook 120.000 fietslichtjes, waarbij ze twee extra activiteiten voor een veiliger verkeer moeten organiseren op hun school, zoals een fietscontrole of een fietsrouteplan. Recenter is er de Grote Zeppe & Zikki Fluojasjescampagne in 2009, waarbij 50.000 fluojasjes worden verdeeld, en de 68.000 mobiele knipperlichtjes van de Zeppe & Zikki Knipperlichtjescampagne in 2012. Bij deze acties hoort telkens een online-wedstrijd met vragen over het verkeer. Meer dan 80.000 Vlamingen hebben op die manier al beloofd dat ze zich veiliger zullen gedragen en hebben via de wedstrijd informatie gekregen over hoe ze dat moeten doen.

188.000

fietslichtjes


Zeppe & Zikki Op 27 oktober 2008 verschijnen ze voor het eerst op het scherm op VTM en op de kinder- en jeugdzender VTMKZOOM: een zebra en een schildpad, Zeppe & Zikki. In de tvreeks beleven ze hilarische avonturen in het verkeer. Om risico’s op de weg te vermijden of te overwinnen, bedenken ze telkens weer originele oplossingen die evenwel niet altijd het juiste effect hebben. Dit olijke duo is in geen tijd uitgegroeid tot het gezicht van het Levenslijn-Kinderfonds. VTM wil dat de boodschap aanslaat en echte impact heeft op de kinderen. Ze kiest voor een onderhoudende aanpak waarin humor gekoppeld wordt aan kwaliteitsvolle inhoud. Met hun avonturen sluiten Zeppe & Zikki aan bij de

belevingswereld van kinderen en dezen raken aldus vertrouwd met de verkeersomgeving, zonder een vermanend vingertje. De zender heeft een beroep gedaan op pedagogen en op een verkeerspsycholoog van de Vlaamse overheid om de boodschap mee vorm te geven. Zeppe & Zikki is geen vrijblijvend entertainment. Het centrale thema is respect voor alle weggebruikers. De sensibilisatie werkt in twee richtingen: kinderen manen ouders aan om de gordel aan te gespen of een fluohesje aan te trekken. Ouders kijken trouwens mee met hun kroost naar Zeppe & Zikki: VTM scoort erg hoog voor co-viewing, intergene-

rationeel televisiekijken, en heeft de strategie van het Fonds ook daarop afgestemd. De reeks is een schot in de roos. Honderdduizenden Vlamingen hebben ze al gezien. Vlaamse scholen hebben snel ingepikt op het bestaan van deze ambassadeurs voor veilig verkeer. Zeppe & Zikki zijn er nu kind aan huis om de preventie- en sensibilisatie-activiteiten in scholen te ondersteunen. Hun grote populariteit is ook een troef bij andere preventieprojecten; er is trouwens rond de figuren veel extra materiaal uitgewerkt. Sinds december 2011 zijn ze ook in WalloniĂŤ op het scherm op Club RTL, in het Frans gedubd.

13


Jan Van Reusel, hoofd communicatie, Scouts en Gidsen Vlaanderen

Na enkele pijnlijke ongevallen met leden van onze jeugdbeweging waren we zelf op zoek gegaan naar handvaten voor preventie. We hebben intern nieuwe regels opgelegd om activiteiten zoals nachtdroppings veiliger te maken. Maar we zochten toen ook veiligheidsmateriaal. Daar kwam het Fonds als geroepen. Je mag de veiligheidsboodschap van dat materiaal niet te expliciet maken. Als je met de vinger zwaait, dan gaan jongeren rebelleren. Daarom waren deze fluohesjes een geniale vondst. Door de iconische vormgeving, van Walter Van Beirendonck met de grote fluoster vooraan, spraken de hesjes tot de verbeelding. Ze hadden een hoog

rock&roll-gehalte. Jongeren vonden ze vooral cool. Dat ze ook veilig waren, was voor hen mooi meegenomen. Nog altijd schitteren onze leden en andere kinderen ermee als sterren in het duister. Ze horen nu bij het straatbeeld en gelukkig maar, want het thema is vandaag even relevant als toen. We mogen ons niet in slaap laten wiegen. We moeten weggebruikers blijven opvoeden rond respect en veiligheid in het verkeer. Dat doen wij zelf ook. We hebben gezorgd voor fluo op de uniformen. We dragen de hesjes. We moedigen de fietshelm aan. Veiligheid is voor ons een topprioriteit.

Handen uit de mouwen Het Levenslijn-Kinderfonds wil fietsen bij tieners promoten ĂŠn van jongeren actieve partners maken voor een veiliger verkeer. Het ondersteunt daarom fietsateliers: een plek op school om fietsen te herstellen. Ze moeten zelf de handen uit de mouwen steken voor kleinere herstellingen zoals een ketting aanspannen, een band plakken of een fietslicht herstellen. Dat stimuleert hun zelfredzaamheid en hun bewustzijn dat een goed onderhouden fiets belangrijk is voor de veiligheid. De deelnemende scholen krijgen een praktische opleiding door vzw Velo en een fietsherstelkoffer. Recenter is er Velocitie, dat scholieren uit de tweede en derde graad van het middelbaar onderwijs samen met JIM uitdaagt om eigen fietsacties te organiseren en deze beloont met gratis fietsen voor de school.

15


Dominiek Dumont,

’Komen ze vandaag?’ Weken op voorhand al beginnen kinderen op school te vragen wanneer Zeppe & Zikki komen. Zelfs de grotere kinderen, die op andere momenten zo hun best doen om hun cool te bewaren, zijn dol enthousiast. Zodra Zeppe & Zikki de schoolpoort binnenkomen, is er een overrompeling. We maken dan een verkeersparcours op de speelplaats. Zeppe & Zikki beelden een si-

tuatie uit en dan moeten de kinderen zeggen of het goed of fout is. Zeppe & Zikki zijn ideaal om onze eigen campagne te ondersteunen. Ze komen in onze ‘fluomaand’ november, de eerste donkere maand van het jaar. Het is gemakkelijker om kinderen dan te overtuigen om een fluohesje te dragen. We sensibiliseren ook ouders, want zij moeten het goede voorbeeld geven.

hebben in heel wat gemeenten een beweging op gang gebracht . Het straatbeeld verandert gaandeweg, nu de speelstraat ingeburgerd is of de gemachtigde opzichter kinderen rond de school veilig helpt en leert oversteken. Honderden scholen houden fietscontroles en leren hun leerlingen fietsen en zich bewegen in het verkeer. De gemeentebesturen volgen. Hun mobiliteitsbeleid heeft onder druk van de ‘straat’ meer oog voor kinderen en andere zwakkere weggebruikers. Steeds meer gemeenten maken werk van een veilige schoolomgeving, betere oversteekplaatsen, smallere en dus tragere wegen of gemachtigde opzichters. De golven van deze beweging reiken zelfs tot op gewestelijk niveau: in 2005 voerde de Vlaamse overheid de zone 30 aan scholen in. Deze lokale projecten leren de jury van het Fonds, die de lokale projecten selecteert, ook waar nog hiaten zitten. Dat is zeker zo voor de verkeersopvoeding na de lagere

school. Zodra kinderen naar de middelbare school gaan, laten ouders hen vaker alleen met de fiets rijden. Maar de scholen liggen verder van huis, de omgeving is minder vertrouwd, de verkeerssituaties onderweg zijn ingewikkelder en de jongeren hebben meer nood aan zelfstandigheid. Er wordt op de middelbare school bovendien veel minder gewerkt rond dit thema. Deze vaststelling leidt tot nieuwe initiatieven voor verkeersopvoeding voor middelbare scholieren, maar ook tot het schoolbereikbaarheidsplan, een handig en eenvoudig plan met uitgestippelde routes om scholen in een gemeente veilig te bereiken.

verkeersouder, basisschool sint-lodewijkscollege, sint-andries

Samen sterk Verkeersveiligheid heeft vele dimensies. Het Levenslijn-Kinderfonds geeft daarom heel veel verschillende initiatieven een duwtje in de rug. Leidraad daarbij is de Verkeerswaaier, die vijftien actiemodellen bundelt – haalbare ideeën voor lokale projecten voor veilig verkeer waarmee iedereen, van buurtbewoners en scholen tot lokale verenigingen, aan de slag kan gaan. Voor de projecten wordt samengewerkt met de gemeente, de politie of de school en er is begeleiding door o.a. Mobiel 21 (vroeger Langzaam Verkeer), de Vlaamse Stichting Verkeerskunde en het Belgisch Instituut voor Verkeersveiligheid. Want sensibilisatie is effectiever als verschillende methodes en organisaties elkaar versterken. Ongeveer 300 lokale projecten werden de afgelopen tien jaar vanuit het Levenslijn-Kinderfonds ondersteund. Zij


Aya: een nieuw gezicht Aya is sinds 2012 een nieuw mediagezicht voor het Levenslijn-Kinderfonds: Hij spreekt vooral de kleuters (en hun ouders en leerkrachten) aan. Bij het begin van de zomervakantie 2012 is dit animatiefiguurtje voor het eerst verschenen op VTMKZOOM. Aya is een knalgeel ruimtewezentje dat tot zijn verbazing belandt in de tuin van de guitige broer en zus, Otto en Belle. Aya is als een kleuter: speels, onvoorspelbaar en wispelturig en altijd op ontdekkingstocht. Otto en Belle leren Aya de basisregels in het verkeer. De ingrediĂŤnten van de reeks zijn ook degene die Zeppe & Zikki, voor lagereschoolkinderen, tot een succes maakten: een dosis spanning, een scheut humor en geen betweterig vingertje.

De nieuwe reeks is een samenwerking tussen het Levenslijn-Kinderfonds, VMMa, Mobiel 21 en de Vlaamse minister voor Mobiliteit, Hilde Crevits. Om het project vorm te geven is een beroep gedaan op kleuterleidsters, pedagogen, verkeerspsychologen, academici en communicatiespecialisten.

Er is een eventpark waarmee Vlaanderen wordt doorkruist, met een uitvergroot Aya-bordspel en een Aya-glijbaan, en er staan nog educatieve toepassingen op stapel.

Aya is, net als Zeppe & Zikki, veel meer dan een tv-programma. Er hangt een reeks initiatieven rond die de herkenbaarheid en de impact van de boodschap vergroten. Er is een interactief Aya-spelbord dat gratis werd verspreid in kleuterscholen. Tijdens het spel voeren kleuters waarnemings-, vertel-, doe- en inlevingsopdrachten uit om te leren hoe ze zich veilig in het verkeer kunnen bewegen. Duizenden kleuterstemmetjes zongen al het Aya-lied.

17


2

oPVAnG VAn JonGE VERKEERSSlAcHToffERS Zebra is een bondgenoot-organisatie voor jonge verkeersslachtoffers. gesticht en gesteund door het levenslijn-kinderfonds heeft ze de thematiek van opvang van jonge verkeersslachtoffers op de agenda geplaatst. een bijzonder aandachtspunt vormen de nah’s: de niet-aangeboren-hersenletsels; deze tonen zich op onverwachte wijze en op onverwachte momenten en zijn dan ook moeilijk te hanteren én door de jonge verkeersslachtoffers én door hun omgeving. een ander cruciaal thema is de trajectbeleiding waardoor verkeersslachtoffers begeleid worden in de doolhof van hulpverlening en ondersteuning. Zebra is thans een onderdeel van Rondpunt die de thematiek van opvang van verkeersslachtoffers van welke leeftijd ook behartigt. Wanneer het Levenslijn-Kinderfonds in 2002 wordt opgericht, is er in Vlaanderen geen aangepaste opvang voor jonge verkeersslachtoffers. Ziekenhuizen en revalidatiecentra doen hun werk, uiteraard, maar verder zijn de opvang en begeleiding voor kinderen beperkt en versnipperd. Ouders die met de kop tegen de muur liepen, hebben waardevolle initiatieven opgezet, maar die staan financieel onder druk. Vanaf 2002 en tot op vandaag zal het Levenslijn-Kinderfonds organisaties en overheden stimuleren om in te spelen op de noden van kin-

deren na een verkeersongeval, om de gevolgen ervan waar enigszins mogelijk te verzachten. Een nieuwe bondgenoot Van bij de start zet het Levenslijn-Kinderfonds de adequate opvang van jonge verkeersslachtoffers boven aan de prioriteitenlijst. Zebra werd geboren, een overkoepelende organisatie die in geen tijd uitgroeit tot een ijkpunt voor de opvang en begeleiding van jonge verkeersslachtoffers. Het is het troetelkind van het Fonds. ZEBRA, dat ondertussen is opgegaan in Rondpunt (zie pag 22), zoekt de hiaten in de hulp aan jonge verkeersslachtoffers, kijkt wie die leemtes kan vullen en welke projecten daarvoor een opstapje kunnen gebruiken. ZEBRA wil kinderen en jongeren na een ingrijpende en ontwrichtende gebeurtenis als een ongeval niet aan hun lot overlaten, niet net na de feiten, maar ook niet (lang) nadien. ZEBRA wil hun bondgenoot zijn en steunt daarom initiatieven die hen omringen met de best mogelijke zorg thuis, in het ziekenhuis, in het revalidatiecentrum, op school en in hun vrije tijd. ZEBRA helpt ouders, familie, leerkrachten, politie, artsen en hulpverleners daarbij en coördineert dit aanbod, zodat projecten elkaar aanvullen en versterken. Zo trekt ZEBRA het opvangnet rond jonge slachtoffers strakker aan.

19


Nathalie Ansoms, psychologe, Pulderbos revalidatiecentrum voor kinderen en jongeren

Eerste hulp bij ongevallen In de chaos vlak na een ongeval worden kinderen soms nog te veel aan hun lot overgelaten. Een goede eerste opvang beïnvloedt hoe zij dit trauma verwerken. ZEBRA doet in 2006 met het ZEBRA-charter een oproep aan het brede publiek om op de plaats van het ongeval vijf eenvoudige tips te respecteren bij kinderen. De oproep wordt verspreid in samenwerking met overheden, organisaties en bedrijven. Zo werden deze tips ook een onderdeel van de werking van de hulpdiensten. Zo krijgen jonge slachtoffers, dankzij de ZEBRA-actie, van de interventiediensten een zebraknuffel om hen gerust te stellen (zie verder). De interventiediensten worden opgeleid om te leren hoe kinderen reageren, wat ze kunnen doen, naar wie ze kunnen doorverwijzen. Door de bomen het bos Na een verkeersongeval zien slachtoffers en hun ouders door het bos de bomen niet meer. Van alle kanten

“Het Levenslijn-Kinderfonds prikkelt je om over het muurtje heen te kijken en om buiten je overvolle takenpakket te zoeken wat nog mogelijk is. Zo hebben wij broers en zussen bevraagd van verkeersslachtoffers die bij ons revalideerden. Ze hebben vaak het gevoel dat ze overal buiten gehouden worden. Ze begrijpen wel dat hun ouders worden opgeslorpt door de zorg voor het gewonde kind en ze willen het hen niet nog moeilijker maken. Maar zo verdwijnen ze een beetje. Deze kinderen willen iets kunnen doen, al is het een tekening maken om de kamer op te vrolijken. We hebben gemerkt dat

we broers en zussen een plaats kunnen geven met een aantal eenvoudige ingrepen zoals hen ook uitnodigen bij activiteiten. Met middelen van het Levenslijn-Kinderfonds hebben we ook een leesboek met een werkmap uitgegeven voor broers en zussen van verkeersslachtoffers. Het boek zorgde voor emotionele herkenning, de werkmap gaf informatie. De map deed ook dienst als dagboek waarin ze tekeningen konden maken of foto’s plakken. Dit zouden we anders niet gedaan hebben. Het Fonds geeft mogelijkheden.

komen vragen op hen af, maar zij denken aan één ding: komt het goed met mij/mijn kind? Trajectbegeleiding maakt de bomen weer zichtbaar door hen te begeleiden doorheen de hulpverlening. Trajectbegeleiding staat ook van bij het begin op de agenda van het Levenslijn-Kinderfonds. Er is jaren aan gesleuteld, met de verwachtingen, de ervaringen en de noden van jonge slachtoffers als leidraad. Trajectbegeleiders zijn het vaste aanspreekpunt voor deze gezinnen, ze verwijzen door en leggen verbindingen tussen diensten en dit vooral op de cruciale momenten in het proces van genezing en re-integratie. Het moment waarop een kind de cocon van het revalidatiecentrum verlaat, de eerste keer dat het weer naar school gaat, de eerste keer dat het opnieuw alleen de fiets neemt. Er kunnen juridische knelpunten zijn of aanslepende problemen met de verzekering. De slachtoffers zijn vaak ook veranderd. Soms kunnen ze niet meer wat ze vroeger wel konden en

hebben ze hulp nodig om een hobby of onderwijs op maat te vinden. Soms is er aan de buitenkant niets meer te zien, maar blijft het binnenin wringen. ZEBRA/Rondpunt heeft nu een eigen ‘Trajectbegeleiding voor gewonde kinderen of jongeren en hun omgeving na een verkeersongeval’. Niet-aangeboren hersenletsels Kinderen en jongeren die een hersenletsel oplopen in een verkeersongeval hebben vaak specifieke problemen: motorisch, maar ook cognitief, gedragsmatig of emotioneel. Het kind is veranderd, ook al is dat op het eerste gezicht niet altijd merkbaar. De kinderen en hun ouders weten niet wat hen te wachten staat. Ze hebben hulp op maat nodig. Het is zelfs voor artsen niet altijd gemakkelijk om een diagnose te stellen van een niet-aangeboren hersenletsel (NAH), omdat het zich op heel verschillende manieren en in heel verschillende omstandigheden kan uiten. Soms worden de gevolgen er-


van pas een hele tijd na het ongeval vastgesteld. Als artsen of begeleiders dan niet weten wat hen is overkomen, worden de symptomen niet met het trauma in verband gebracht en blijven kinderen met NAH onzichtbaar. Het is de verdienste van ZEBRA/Rondpunt dat het de problematiek van kinderen met een niet-aangeboren hersenletsel onder de aandacht brengt. En ik? Alle aandacht gaat na een ongeval naar het kind dat slachtoffer is, en dat is normaal. Maar er wordt wel eens vergeten dat er nog kinderen en jongeren bij betrokken zijn, die met hun verwarring en verdriet blijven zitten. Het gaat in de eerste plaats om de broers en zussen. Zij krijgen minder aandacht dan voorheen, zij willen be-

grijpen wat er gebeurt en zij willen iets doen voor het slachtoffer. Via projectoproepen steunt het Levenslijn-Kinderfonds vernieuwende initiatieven voor de opvang en de begeleiding van deze indirecte slachtoffers. Zo is er van de hand van ZEBRA, Ouders van een Overleden Kind (OVOK), Ouders van Verongelukte Kinderen (OVK) en het Steunpunt Algemeen Welzijnswerk de brochure “Voor altijd mijn zus, mijn broer.� Die helpt ouders die een kind verloren hebben bij een verkeersongeval de andere kinderen uit het gezin op te vangen. ZEBRA heeft ook het Werkboek voor broers en zussen mogelijk gemaakt, dat informatie geeft over de behandeling en ruimte om emoties te ventileren (zie verder).

Er zijn nog andere indirecte betrokkenen, zoals de vriendjes op school, in de buurt of in de jeugdbeweging. Of kinderen die een ongeval hebben zien gebeuren. Voor hen is er de Zeppe-kit die begin 2012 in een nieuw jasje werd gestoken. Hij bevat informatie en didactisch materiaal voor leerkrachten van een leerling in het kleuter- of lager onderwijs die betrokken is (geweest) bij een verkeersongeval. Sinds 2008 is er ook de Zeppe-site, een educatieve en interactieve website waar kinderen, ouders en leerkrachten kunnen lezen over de impact van een verkeersongeval en waar jonge slachtoffers herkenning en bevestiging kunnen vinden.

de interventiediensten geven een

zebraknuffel om de jonge verkeersslachtoffers gerust te stellen

21


Van ZEBRA tot Rondpunt De aandacht voor verkeersslachtoffers moet ingebakken zitten in de visie en het beleid van overheden en organisaties. ZEBRA heeft daarom altijd willen wegen op de politieke agenda, en beleidsmakers willen aanzetten tot maatregelen die de re-integratie van kinderen na een ongeval bevorderen. Zo houdt ZEBRA in 2004 en 2005 een Ronde van Vlaanderen van de provinciegouverneurs, waarbij zij zich symbolisch engageren voor de opvang van slachtoffers. In 2007 is er de Staten-Generaal voor de opvang van verkeersslachtoffers en hun nabestaanden, waar specialisten uit verschillende disciplines oplossingen

aanreiken voor alle mogelijke problemen na een ongeval. De Vlaamse overheid neemt ook de handschoen op en richt in 2008 het Steunpunt voor Verkeersslachtoffers op samen met ZEBRA, Ouders van Verongelukte Kinderen en het Steunpunt Algemeen Welzijnswerk. Geleidelijk groeien ZEBRA en het Steunpunt naar elkaar toe. In 2011 worden ze samen de vzw Rondpunt, voor de helft met geld van het Levenslijn-Kinderfonds, voor de andere helft met subsidies van de Vlaamse overheid. Een mooi voorbeeld van publiek-private samenwerking. Rondpunt professionaliseert de begeleiding van verkeersslachtoffers ver-

der. Zij kunnen er terecht voor informatie en ondersteuning. Rondpunt is ook een kenniscentrum en een aanspreekpunt voor professionals. Het wil ook blijven wegen op het beleid. Binnen Rondpunt waakt ZEBRA er met de ZEBRA-acties over dat de aandacht voor jonge verkeersslachtoffers, waarrond het baanbrekend werk heeft verzet, niet verslapt.


Ans Janssens (19) heeft een hoge dwarslaesie na een zwaar ongeval toen ze veertien was. Ze is een van de gezichten van Breakbaar, een ZEBRA-actie die jongeren aanmoedigt om iets leuks te doen met een vriend of vriendin die een verkeersongeval heeft gehad.

Ik heb een paar trouwe vrienden die me tijdens die twee en een half jaar in het revalidatiecentrum elke zondagavond zijn komen bezoeken. Die mensen zijn nu nog altijd heel belangrijk in mijn leven. Ik heb geluk dat zij gebleven zijn. Je moet al veel dingen opgeven. Je verliest vrienden. Met Breakbaar proberen we duidelijk te maken dat het zo niet hoeft te zijn. Dat vrienden niet bang moeten zijn om het verkeerde te zeggen. Je bent gewoon al blij dat ze er zijn. Hij was op weg naar de garage om de remmen van zijn wagen te laten herstellen. Hij sloeg af op een kruis-

punt waar ik aan het oversteken was en reed me aan op mijn fiets. In het ziekenhuis had ik wel een vaag idee van de ernst van mijn toestand, maar dat ik voor altijd in een rolstoel zou belanden, daar sprak niemand over. Misschien maar goed ook. Dat nieuws zou te confronterend zijn geweest. Toen ik verhuisde naar een revalidatiecentrum, ging ik er aanvankelijk vanuit dat alles in orde zou komen. Maar ik zag steeds meer mensen na mij binnenkomen in een rolstoel, overschakelen op een looprek, dan op krukken en uiteindelijk buitenstappen. Bij mij veranderde er niet veel. Het drong stilaan tot mij door dat ik niet beter ging worden. Ik heb het moeilijk gehad, ja, maar ik ben gelukkig nooit echt depressief geworden. Beetje bij beetje leer je je situatie te aanvaarden. Het revalidatiecentrum had weinig ervaring met mensen met een dwarslaesie. Ik ben er twee en een half jaar gebleven en het eerste anderhalf jaar was ik ook in het weekend daar, omdat ik toen thuis niet tot boven geraakte. Ik kreeg er kinesitherapie en ergotherapie en ik kon er les volgen. Ik bleef ook via de webcam lessen volgen in mijn thuisschool waar ze zich al die tijd hard voor mij hebben ingezet. Terugkeren naar huis was heel moeilijk. Thuis werd ik geconfronteerd met alles wat ik niet meer kon. Mijn moeder, mijn broer of mijn zus moest me bij alles helpen. Ik keek ernaar

uit om terug naar school te gaan, maar dat was ook zwaar omdat veel leerlingen niet wisten hoe ze met mij moesten omgaan en niets tegen me zeiden. Ik schreef dat in die periode van me af op ZEBRA-web, waardoor ik dat gevoel kon loslaten. We hebben als gezin grotendeels zelf onze weg moeten vinden. We hebben weinig begeleiding gekregen. Trajectbegeleiding zoals Rondpunt dat nu aanbiedt, zou voor ons gezin een groot verschil hebben gemaakt. Mijn mama, mijn broer en mijn zus hebben zelf de impact van mijn ongeval moeten verwerken. Voor hen was er niets. Zelf heb ik ook weinig beroep gedaan op psychologische hulp. Ik zag niet hoe praten me zou helpen. Ik heb het langzaam leren aanvaarden. Ik studeer nu taal- en letterkunde, Frans en Nederlands, in Leuven. Ik zit er op kot. Ook daar heb ik alles zelf moeten uitzoeken. Ik heb ondertussen plezier leren vinden in andere dingen, kleinere dingen. Ik hou van schrijven. Ik geniet ervan als mijn vrienden me mee op sleeptouw nemen en me behandelen als een gewoon meisje. We zijn dankzij Breakbaar met ons vriendenclubje naar Londen geweest, voor het eerst zonder mijn mama als verpleegster. Dat was een echte doorbraak. Zo leef ik nu: ik laat het op me afkomen en dan pas ik me aan.

23


3

WETEnScHAPPElIJK onDERZoEK De universiteiten werden geprikkeld om wetenschappelijk onderzoek op te zetten rond kinderen en verkeer. met het Fonds Wetenschappelijk onderzoek - Vlaanderen (FWo) als partner, konden langlopende onderzoeken in gang raken, onder meer omtrent de fietshelm en de letsels die voorkomen kunnen worden door een geschikte helm. maar ze gaan ook over hoe kinderen hun slachtoffer-zijn ervaren, over bewegingsproblemen na een ongeval enz. Het springt minder in het oog dan Zeppe & Zikki of de fluohesjes. De resultaten zijn niet onmiddellijk zichtbaar. Maar wie de ambitie heeft om een thema op de maatschappelijke

agenda te zetten, moet zijn argumenten kunnen onderbouwen. Het Levenslijn-Kinderfonds trekt daarom de kaart van het fundamenteel wetenschappelijk onderzoek om de aanpak van verkeersonveiligheid duurzaam te maken. Dertig procent van de inkomsten van het Fonds gaat via een projectoproep van het Fonds Wetenschappelijk Onderzoek – Vlaanderen (FWO) naar onderzoeksprojecten rond verkeersongevallen. Door langlopende projecten van minstens vier jaar te steunen kiest het Levenslijn-Kinderfonds voor een aanpak in de diepte. Het FWO selecteert de projecten en volgt ze op, zodat de wetenschappelijke kwaliteit gewaarborgd is.

25


PRoFessoR matthieu lenoiR vakgroep Bewegings- en sportwetenschappen, universiteit gent

Ruime horizon De nasleep van een ongeval is zoveel meer dan de fysieke behandeling : het emotionele trauma, de moeilijkheden die slachtoffers ondervinden wanneer ze de draad van hun leven opnieuw proberen op te pikken, het functioneren op school, in het gezin, enz. Er is dan ook een breed gamma van thema’s die in aanmerking komen voor het wetenschappelijk onderzoek met ondermeer de preventie van verkeersongevallen, diverse psychologische aspecten, zoals de impact van een trauma, de re-integratie op school of de beleving van broers en zussen van het verkeersslachtoffer. Zo is er het onderzoek van de Universiteit Gent naar post-traumatische stress bij kinderen die betrokken waren bij een verkeersongeval, en meer bepaald naar de factoren die het

In het verkeer nemen we voortdurend tactische beslissingen. Hoe zit dat met kinderen? Hoe verwerken zij visuele informatie om op basis daarvan te reageren? Via een toestel dat oogbewegingen registreert en analyseert welke informatie wordt gebruikt om een taak uit te voeren, hebben we vastgesteld dat kinderen erg dichtbij kijken in het verkeer. In tegenstelling tot wat hun ouders denken, moeten kinderen zich nog erg concentreren op de controle over de fiets. Ze anticiperen daardoor niet of trager. Als bovendien het fietspad in slechte staat is, dan besteden kinderen het grootste deel van hun visuele aandacht aan de

risico op een stoornis vergroten of die het kind ertegen beschermen. Spoedgevallendiensten doen er hun voordeel mee. Zij hebben begrijpelijkerwijs vooral oog voor de medische behandeling van jonge verkeersslachtoffers die op hun dienst binnenkomen, maar door te letten op kleine details kunnen ze de psycho-emotionele nasleep vergemakkelijken. In die lijn is er ook ‘Kinderen als slachtoffer van het Verkeer’ van de Universiteit Gent en het Onderzoekscentrum Kind & Samenleving: via diepte-interviews met kinderen na een verkeersongeval wil men de gebeurtenissen begrijpen vanuit het perspectief van deze kinderen zelf, zodat ouders, leerkrachten, revalidatiecentra en scholen hen beter kunnen opvangen en begeleiden.

zone net voor hun fiets. Dat heeft belangrijke implicaties voor het beleid. Het was voor ons ook essentieel dat ons onderzoek niet in het labo zou blijven. Ons einddoel is een bruikbare toepassing voor scholen, waarbij kinderen op een computer verkeerssituaties ‘meemaken’ als fietser en hun oogbewegingen geregistreerd worden. Nadien herbekijken ze het fragment: waar keken ze en waar hadden ze moeten kijken? Zo leren kinderen waar de informatie zit die ze nodig hebben om zich veilig te bewegen in het verkeer. Tegen 2015 moet de toepassing er zijn. Zonder het Fonds was het veel trager gegaan.

Niet-aangeboren hoofdletsels Verkeersongevallen zijn de belangrijkste oorzaak van een hoofdtrauma bij kinderen, en de gevolgen van een dergelijk letsel kunnen ingrijpend zijn. Rond zware hoofdtrauma’s is al veel onderzoek gedaan, maar dat is niet zo voor de gevolgen van een mild hoofdtrauma bij een ongeval. Met de steun van het Levenslijn-Kinderfonds brengt het team van professor Lieven Lagae, hoofd kinderneurologie van het UZ Leuven, de impact hiervan in kaart. Via neuropsychologische testen werd vastgesteld dat zelfs bij een mild trauma subtiele veranderingen plaatsvinden in de hersenfuncties, die te maken hebben met aandacht, geheugen en ruimtelijk inzicht. Ze ontwikkelen nu een testbatterij waarmee ziekenhuizen na een ongeval kunnen vaststellen of die cognitieve functies verstoord zijn. Sommige kinderen


compenseren dit verlies vanzelf, maar kinderen die al leer- of aandachtsproblemen hebben, kunnen het lastiger krijgen. Als dat meteen na het ongeval geweten is, kan preventief worden ingegrepen. Collega’s in Leuven van de Onderzoeksgroep Bewegingscontrole & Neuroplasticiteit doen onderzoek naar bewegingsproblemen bij kinderen en jongeren na een ongeval, naar hoe de hersenen deze bewegingen aansturen en welke verschillen er zijn met kinderen die geen hersentrauma opliepen. Aan de hand van de resultaten kan aan de revalidatie gesleuteld worden.

Geen ivoren toren Fundamenteel wetenschappelijk onderzoek kan de basis zijn voor concrete acties rond verkeersveiligheid. Dat is zo voor verschillende onderzoeken die gesteund werden zoals dat van de Universiteit Gent rond hoe kinderen en jongeren omgaan met visuele informatie op de baan (zie hoger). Wat hebben ze gezien en wat hebben ze niet gezien? Dat kan in het verkeer grote gevolgen hebben. Met die resultaten kan men kinderen in de verkeersopvoeding veiliger leren fietsen.

centen. Onderzoekers van de KU Leuven gaan met de steun van het Fonds na of 17-18-jarigen die veel videospelletjes zoals racing-games spelen of actiefilms bekijken met achtervolgingsscènes, hierdoor beïnvloed worden in hun effectieve rijgedrag en ook op de baan geneigd zijn om meer risico’s te nemen. Op basis hiervan willen de onderzoekers doelgroepen voor preventie beter afbakenen.

Een van de knelpunten waarop het Levenslijn-Kinderfonds herhaaldelijk stoot, is de sensibilisatie van adoles-

27


ZET ‘M OP: DE FIETSHELM Wie in een ziekenhuis of revalidatiecentrum werkt, ziet wanneer een slachtoffer bij een ongeval met hoofdletsel een helm droeg en wanneer niet. Met een fietshelm heb je tot vijfentachtig procent minder kans op een hersenletsel. Het onderzoeksteam van de KU Leuven is daarom onder leiding van neurochirurg Jan Goffin in 2003 een onderzoek begonnen naar de perfecte fietshelm. Professor Bart Depreitere, neurochirurg en lid van het onderzoeksteam: “’Moeten we dan geen helm dragen tot die van jullie er is?’ vragen mensen soms. Toch wel! De fietshelmen van nu beschermen. Ze helpen het aantal hersenletsels gevoelig terug te dringen. Maar we willen de bescherming nog vergroten.

Voor een diepgaand onderzoek als dit is veel mankracht nodig. Er zijn vier doctoraten afgewerkt, er zijn er nog drie lopende. Dat kon dankzij de structurele financiering van het FWO via het Levenslijn-Kinderfonds. Zonder zouden we nooit tot op dit niveau zijn geraakt. Het onderzoek zit nu in de eindfase. We hebben onderzocht welke hoofdletsels fietsers kunnen oplopen bij een verkeersongeval, welke mechanische bewegingen er dan plaatsvinden, wat het hoofd opvangt. We hebben als eersten ontdekt dat de hersenen bij een zware plotse klap in het hoofd ook een draaiende beweging maken, die zorgt voor ernstige letsels zoals kneuzingen en bloedingen. Zo konden we verfijnen aan welke criteria de helm moet voldoen om een hoofd tegen deze letsels te beschermen.

Parallel daarmee denken we na, in samenwerking met het Centrum voor Materialenonderzoek, over hoe we die draaiende beweging kunnen verminderen met een ander type helm. We werken rond het ontwerp en het type schuim dat kan worden gebruikt. Over enkele jaren moeten we een werkbaar prototype hebben.” De wetenschappers van het team van professor Goffin laten bovendien geen enkele gelegenheid onbenut om te sensibiliseren rond het dragen van een fietshelm, soms ernstig, soms met een knipoog, zoals met hun filmpjes over wat een zware klap betekent voor een pompoen met of zonder helm…


tot

85%

minder kans

op een hersenletsel mĂŠt helm

29


4

HET fInAncIElE RESUlTAAT VAn 10 JAAR lEVEnSlIJn-KInDERfonDS Het financiële hoofdstuk is er één van ‘evenwicht tussen inkomsten en uitgaven’. Zorgen voor uitgaven is niet moeilijk: ook in het werkdomein van het Levenslijn-Kinderfonds liggen nog vele uitdagingen te wachten op initiatieven. Een overzicht van wat er met de uitgaven gebeurt, staat in de voorgaande bladzijden. De grafiek (op de volgende pagina) geeft aan hoe de verdeling ervan over de drie pijlers gespreid is. Maar er zijn nu eenmaal geen uitgaven mogelijk zonder inkomsten. Het is een grote opdracht om die te realiseren. Daarbij kan gerekend worden op initiatieven van VMMa via

de actie Levenslijn. De inkomsten van het Levenslijn-Kinderfonds komen uit drie hoeken. Vooreerst zijn er de bijdragen van vele mensen die met hun giften nog altijd de doelstellingen van het Fonds ondersteunen. In tweede instantie zijn er grote bedrijven. Zij engageren zich met substantiële bijdragen. In derde instantie is er de steun van de overheden; inzonderheid van de Vlaamse overheid. Hun inbreng bestaat uit het subsidiëren van goed uitgewerkte projecten. De drie groepen komen elk in de bijgevoegde getuigenissen aan bod; zij zijn een illustratie van een zogenaamde PPS aanpak: een privaat-publieke samenwerking.

31


Rita Van Laecke lokale groep fondsenwerving, Damme

Verkeersveiligheid beroert veel mensen, ook in een landelijk gebied als Damme. Veel kinderen gaan met de fiets naar school, en dus is gevoeligheid van de gezinnen voor verkeersongevallen groot. Het raakt iedereen. Wij doen voor het Levenslijn-Kinderfonds een twintig-tal acties per jaar, zoals een paasontbijt, wandeltochten, loopwedstrijden. Na al die jaren hebben we een vast netwerk van sponsors, maar elk jaar halen we er toch twee of drie nieuwe over de streep. Een campagne zoals die van Zeppe & Zikki is daarbij een handige kapstok.

Inkomsten 2002 - 2011 Vlaamse overheid Federale overheid Grote sponsors Giften en lokale acties

29%

24%

€ 7.186.327,10 € 797.808,25 € 4.020.454,06 € 4.990.524,69

€ 16.995.114,10

42%

5%


Totaal over 10 jaar

€ 16.995.114,10 Danku Vlaanderen!

Verdeling van de verzamelde middelen 2002 - 2011 Preventie en sensibilisatie Opvang van jonge verkeersslachtoffers Wetenschappelijk onderzoek Werking- en secretariaatskosten Materialen voor fondsenwerving

€ 5.939.792,38 € 3.674.343,67 € 4.862.302,14 € 1.767.491,87 € 751.184,04

€ 16.995.114,10

4% 35%

10%

29% 22% 33


Wij zijn een onderneming die dicht bij de mensen staat en dat uit zich in onze maatschappelijke betrokkenheid. Met onze sponsoring kiezen wij voor thema’s die veel mensen raken, en er zijn weinig thema’s die mensen zo beroeren als veilig verkeer. Wij verlenen logistieke steun, wij verkopen elk jaar de gadgets van het Levenslijn-Kinderfonds in onze bank- en hoofdkantoluc RomBouts directeur kBc

ren en bij onze verzekeringsagenten. Daarnaast schenken we een bedrag aan het Fonds. We zetten ook onze communicatiemachine in voor de boodschap van het Levenslijn-Kinderfonds, van affiches in de kantoren tot de boodschap op de schermpjes van de geldautomaten. Dit is niet gewoon ons logo lenen, dit is een partnerschap.


Hilde Crevits Vlaams minister voor Mobiliteit

Mijn beleid op weg naar een veiliger verkeer steunt op vier grote pijlers, de vier E’s: educatie, engineering (infrastructuur), enforcement (handhaving) en evaluatie. Zorgen voor meer verkeersveiligheid voor alle leeftijdsgroepen, in het bijzonder voor kinderen en jongeren, is een absolute topprioriteit voor de Vlaamse overheid. Het aanleren van een veilige houding in het verkeer kan dus niet vroeg genoeg starten en is een levenslange opdracht. De kennis, de vaardigheden en attitudes om zich op een prettige én veilige manier in het verkeer te verplaatsen, dienen van jongs af aan stap voor stap aangeleerd te worden. Dat kan op verschillende manieren, door naar goede voorbeelden te kijken (van grote broer of zus, van papa of mama) en ook door zelf veel te oefenen (zelf

ervaring op te doen). Daarom steun ik samen met de Koning Boudewijnstichting de projecten van het Levenslijn-Kinderfonds zoals Zeppe & Zikki en Aya. Televisie is een goed medium om deze groep op een leuke manier te sensibiliseren en verkeersveilige attitudes te promoten. Ze geven het goede voorbeeld, zonder dat het belerend overkomt. Op deze ervaringen voortbouwend investeren we nu ook in de ontwikkeling van een educatieve ‘online game’ voor tieners zodat ook deze doelgroep overtuigd wordt van het belang van een veilig verkeersgedrag. Verkeers- en mobiliteitseducatie op een aantrekkelijke manier vorm geven is een permanente uitdaging, maar vormt de beste waarborg voor een veilige loopbaan als verkeersdeelnemer, nu én later.

35


aantal doden 30 dagen

aantal zwaargewonden

aantal lichtgewonden

VeRkeeRsongeVallen Van kinDeRen en JongeRen

0 tot 4 jaar

4

51

469

5 tot 9 jaar

5

85

879

10 tot 14 jaar

13

139

1629

15 tot 19 jaar

52

546

4579

0 tot 19 jaar

74

821

7556

aantal doden 30 dagen

aantal zwaargewonden

aantal lichtgewonden

in 2002

0 tot 4 jaar

4

39

534

5 tot 9 jaar

6

47

735

10 tot 14 jaar

5

99

1333

-111,43

15 tot 19 jaar

20

345

4400

-54,91

0 tot 19 jaar

35

530

7002

-7,91

in 2011

aD statistiek van de FoD economie (2013)

Aanbevolen websites: www.levenslijn.be www.zeppezikki.be www.aya.be www.rondpunt.be

facebook.com/Levenslijn facebook.com/zeppezikki facebook.com/ayaOttoBelle

@Levenslijn @Zeppe_en_Zikki @AyaOttoBelle


colofon Het Levenslijn-Kinderfonds wordt in de schoot van de Koning Boudewijnstichting beheerd door een bestuurscomité. Voorzitter van het Bestuurscomité: Kristine Kloeck, gewezen afgevaardigd bestuurder van Child Focus Leden: Kristien Arnouts, inspecteur-generaal SO, hoofd van de dienst interne beleidsontwikkeling COC Paul Broos, emeritus gewoon hoogleraar Anatomie en Heelkunde aan de KU Leuven Marc Dupain, algemeen coördinator Levenslijn voor VMMa (tot eind 2012) Guido Knops, eredirecteur van de Koning Boudewijnstichting Winok Oplinus, coördinator Levenslijnactie voor VMMa Catharine Vander Linden, revalidatiearts bij het Universitair Ziekenhuis Gent

Ann Verhetsel, hoogleraar aan de Universiteit Antwerpen Secretaris: Jan Van Gils, opdrachthouder bij de Koning Boudewijnstichting Het Levenslijn-Kinderfonds kan gecontacteerd worden via de Koning Boudewijnstichting, Brederodestraat 21 te 1000 Brussel, 02-511 18 40 – www.levenslijn.be

Wettelijk depot: D/2893/201 3 /04 ISBN: 978-90-5130-804-4 EAN: 978 905 1308 044 NUR: 976 Redacteur: Isa Van Dorsselaer Eindredactie: Jan Van Gils Lay out: Ruthje Goethals De Koning Boudewijnstichting steunt jaarlijks zo’n 1.500 projecten en individuen die zich engageren voor een betere samenleving. We organiseren ook debatten over belangrijke maatschappelijke thema’s, delen onderzoeksresultaten in (gratis) publicaties,

gaan partnerschappen aan en stimuleren filantropie. Op die manier wil de Stichting duurzaam bijdragen tot meer rechtvaardigheid, democratie en respect voor diversiteit. De Koning Boudewijnstichting is onafhankelijk en pluralistisch. Ze werkt vanuit Brussel en is actief op lokaal, regionaal, Belgisch, Europees en internationaal niveau. Ze werd opgericht in 1976 toen Koning Boudewijn 25 jaar koning was. Dank aan de Nationale Loterij en alle schenkers voor hun gewaardeerde steun. www.kbs-frb.be facebook.com/pages/ Koning-Boudewijnstichting @KBS_FRB KBSFRBvideo

37


VMMa Levenslijn, Medialaan 1, 1800 Vilvoorde - BelgiĂŤ T. 02/255.39.70, f. 02/252.51.41, info@levenslijn.be

Levenslijn jv 2013 issuu  
Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you