__MAIN_TEXT__

Page 1

JANUARI 2020 / ¤ 8,50

Jaargang 28 / januari 2020 / De robots komen FILOSOFIE.NL

De robots komen REMEDIES TEGEN TECHNIEKPANIEK

AMBTENARENPRAAT De taaltovenaars van de overheid

ALT-RIGHT-FILMS Bioscoophits voor rechtse mannen

GRIEKSE TRAGEDIES Betere burgers door andermans ellende


€ 15,99

NU € 9,99

Begin iedere dag met een filosofisch citaat Filosofie Scheurkalender 2020 ISBN: 9789085716501

Begin de dag met een moment van rust voor jezelf Levenskunst Scheurkalender 2020

€ 15,99

NU € 9,99

ISBN: 9789085716495

€ 15,99

NU € 9,99

Leef in harmonie met jezelf en je omgeving Psychologie Scheurkalender 2020 ISBN: 9789085716518

Nu verkrijgbaar in de winkel of via filosofie.nl/shop


VOORWOORD

Krankzinnige genieën Een van mijn favoriete verhalen van Roald Dahl is ‘William en Mary’. Kort na het overlijden van haar echtgenoot William komt Mary te weten dat hij heeft meegewerkt aan een buitenissig medisch experiment. Zijn hersenen worden na zijn dood in leven gehouden. Aangesloten op een hart-longmachine kunnen ze eeuwenlang in perfecte staat blijven functioneren. Voor William, een filosoof die vindt dat hij een verdomd goed brein bezit, een onweerstaanbare gedachte. Om toch met de buitenwereld te kunnen communiceren behoudt hij alleen één oog, dat verbonden is met zijn hersenen en in een schaaltje met vloeistof drijft. Mary onderdrukt haar weerzin en besluit het ziekenhuis te bezoeken waar het restant van haar man ligt. Eenmaal daar bekijkt Mary geïntrigeerd het ene oog van haar echtgenoot. Ze begrijpt direct de vele voordelen die de nieuwe situatie met zich meebrengt. Na al die jaren is ze verlost van de zure, bazige man die haar leven vergald heeft. Hij kan niets anders dan haar vol haat aanstaren, terwijl ze langzaam sigarettenrook in zijn ene oog blaast. Eindelijk is hij machteloos en kan ze hem zo lang ze leeft met gelijke munt terugbetalen. Hoewel humoristisch, bevat het verhaal klassieke horrorelementen. Medische techniek in handen van krankzinnige genieën, machines aangesloten op het menselijk brein, complete af hankelijkheid van technische middelen. Technologie boezemt nu eenmaal angst in. Op dit moment zijn het de razendsnelle ontwikkelingen in de bio- en informatietechnologie die voor gevoelens van verwarring en vervreemding zorgen. Wetenschappers experimenteren immers met aangepast DNA, in de zorg voeden robots onze ouderen en Chinese burgers worden door middel van stem- en gezichtsherkenning onder controle gehouden. Toch is de wereldwijde opkomst van ‘disruptieve’ technologieën volgens de eminente techniekfilosoof Peter-Paul Verbeek niet iets om bang voor te zijn. Technologie is gewoonweg ons noodlot, stelt hij. De mens is altijd al een technologisch wezen geweest en moet de technologische conditie van ons bestaan aanvaarden. Verbeek ziet daarin een belangrijke rol weggelegd voor filosofie. Want we hebben filosofie nodig om nieuwe ethische kaders te stellen en concepten als auto­ nomie, verantwoordelijkheid en democratie opnieuw te doordenken. En tot die tijd moeten we het met de literatuur doen.

Technologie boezemt nu eenmaal angst in

REAGEREN?

annemarielaven@filosofie.nl

Annemarie Lavèn Hoofdredacteur a.i.

Filosofie Magazine / januari 2020

03


INHOUD

DOSSIER

Robots, gentech en gezichtsherkenning Nieuwe uitvindingen lijken doodeng. Maar laat u zich vooral niet meeslepen door 足paniekzaaiers.

17-43

4 VRAGEN

ESSAY

HISTORISCH PROFIEL

Kapot internet

Taaltovenaars

Alleskenner

Pionier Marleen Stikker vertelt hoe we de onlinewereld kunnen repareren.

Ambtenaren spelen 足knappe taalspelen.

Middeleeuwer 足Avicenna had een ongekende 足intellectuele honger.

12

52

64

04

Filosofie Magazine / januari 2020


JANUARI 2020

Deze maand: 6 9 10 12

Focus Alicja Gescinska: Gesloten geesten Moreel Dilemma: Mogen web­ winkels onzin verkopen? 4 vragen aan Marleen Stikker DOSSIER: TECHNIEKPANIEK

18 24 28 34 42

Onheilsprofeten Mens en machine Peter-Paul Verbeek: ‘Techniek is ons noodlot’ Spel van een goddelijke gamer Denkpraatje: ‘Toeval volgt je als een schaduw’ TIJDGEEST & GROTE DENKERS

44

ESSAY

Tragische lessen

51 52 59 60

Griekse tragedies helpen ons betere burgers te worden.

64

Een beter burger door andermans ellende Stine Jensen: Alles stuk Ambtenaren zijn taaltovenaars René ten Bos: Quick fixes Bioscoophits voor rechtse mannen Historisch profiel: Avicenna BOEKEN

44

70 74 76

Onontkoombare schaamte Tegen de christelijke arrogantie Terreur van het geluk TOT SLOT

BOEKEN

80 82 83

Schaamte

Het moment: Darwins pijn Agenda Colofon & volgend nummer

Vrouw-zijn is verweven met gêne, leest Jannah Loontjes bij De Beauvoir. JANUARI 2020 / ¤ 8,50

Jaargang 28 / januari 2020 / De robots komen FILOSOFIE.NL

70

De robots komen REMEDIES TEGEN TECHNIEKPANIEK

AMBTENARENPRAAT De taaltovenaars van de overheid Cover.indd 1

ALT-RIGHT-FILMS Bioscoophits voor rechtse mannen

GRIEKSE TRAGEDIES Betere burgers door andermans ellende 17-12-19 15:20

Coverillustratie Job van der Molen

Filosofie Magazine / januari 2020

05


FOCUS

‘Als ik loslaat wie ik ben, word ik wie ik zou kunnen zijn’ Lao Zi

Beeld EPA/CHRISTIAN BRUNA

Bad Aussee, Oostenrijk 8 december 2019 | Een deelnemer aan een winterduik springt in het ijskoude water van een rivier terwijl ze een dirndl draagt, een traditioneel Oostenrijks kostuum.

06

Filosofie Magazine / januari 2020


Filosofie Magazine / januari 2020

07


Denk verder. 4x VOOR

€ 25,-*

In dit nummer over de zorg o.a. Gijs van Donselaar over eigen verantwoordelijkheid in de zorg en Jeannette Pols over de vraag hoe we waardigheid in de zorgpraktijk kunnen herwaarderen. *Als abonnee van Filosofie Magazine ontvangt u Wijsgerig Perspectief vier keer per jaar voor slechts € 25,- (niet-abonnees betalen € 52,-). Neem nu een abonnement en ontvang dit nummer als eerste editie in huis.

Bestellen? Ga naar filosofie.nl/wijsgerigperspectief


COLUMN is filosoof en schrijver met een Pools-Vlaamse achtergrond

Gesloten geesten

H

IL LU STR

IE AT

NK

E

et was een unicum in de Belgische geschiedenis: eind november werd voor het eerst een monnik benoemd tot bisschop. De primeur en de eer vielen te beurt aan Lode Van Hecke. In 2007 werd hij verkozen tot abt van Orval – de plaats waar ze de heerlijke kaas en het nog heerlijkere trappistenbier maken. Twaalf jaar later werd hij benoemd tot nieuwe bisschop van Gent. Zijn voorganger Luc Van Looy gaat met pensioen. Op 23 februari 2020 zal de officiële wijding plaatsvinden. Twee jaar geleden bezocht ik de abt, toen ik het filosofisch televisieprogramma Wanderlust maakte. We spendeerden vele uren, al pratend en al zwijgend, in de wondermooie omgeving van de abdij. De ontmoeting is me altijd bijgebleven, om verschillende redenen. Wat me trof, en wat ik bijzonder mooi vond, is dat religiositeit voor de abt heel duidelijk een kwestie van zoeken is, en niet van weten. Hij is geen gelovige die weet hoe het allemaal werkelijk zit met God en de wereld en zo. Hij is een gelovige die zoekt en twijfelt. Twijfel is de motor van zijn geloof. Het is er de drijvende en niet de onder­ mijnende kracht van. Ook een andere uitspraak van de abt is altijd in mijn gedachten blijven nazinderen. Een van de onderwerpen die in onze gesprekken veelvuldig terugkwamen, was de relatie tussen geloof en ongeloof. We praatten lang over de spanningen tussen religies onderling en tussen atheïsten en gelovigen. De abt hekelde een fout dichotomisch denken. Volgens hem bestond er helemaal geen noemenswaardig spanningsveld tussen gelovigen en ongelovigen. De werkelijke oorzaak van conflicten tussen verschillende religies en ideologieën is de tegenstelling tussen open en gesloten mensen. Mensen die met een open hart en dito geest in het leven staan, die kunnen het meestal prima met elkaar vinden. Verschillen in opvattingen en overtuigingen zijn voor hen geen reden voor conflict. Conflict ontstaat vanuit het gesloten hart en de gesloten geest. Dat is de werkelijke dichotomie die zoveel ellende en onheil in de wereld brengt: open versus gesloten. Het is de twijfel die je ervoor behoedt een gesloten geest te worden. Twijfel opent de vensters van de geest. Het absolute weten daaren­ tegen sluit die vensters. En als de vensters gesloten blijven, waait er nooit eens frisse wind binnen in je hoofd. Dan begint het er muf te ruiken, als in een kamer die in jaren niet gelucht is. Daarom is het een wijs advies: lucht je geest met de gedachten van andersdenkenden. Ga niet uit van het eigen gelijk, maar wees open en weet minder. Uit geestelijk luchten volgt geestelijke verlichting.

EL

IN G

Religiositeit is een kwestie van zoeken

Filosofie Magazine / januari 2020

09


MOREEL DILEMMA

Jeroen Hopster behandelt elke maand een moreel dilemma

Mogen webwinkels ­ onzin verkopen? Onder het motto ‘Wie zijn wij om iets te verbieden?’ verkopen platforms als bol.com desinformatie. Waar begint en eindigt hun verantwoordelijkheid? Auteur Jeroen Hopster Beeld Bas van der Schot

W

ie op bol.com op zoek gaat naar het boek Zwarte zalf: genezing van borsten huidkanker in de 21ste eeuw ziet een disclaimer van de webwinkel op het scherm: ‘Bol.com verkoopt miljoenen boeken. Als bol.com staan we niet achter alle boeken, in het bijzonder als ze schadelijk zijn of mensen kwetsen. We beschouwen het echter als een groter gevaar om te gaan bepalen welke informatie Nederlanders en Belgen tot zich mogen nemen; daarmee ondermijnen we het vrije woord en de democratie.’ Vanwaar die disclaimer? De verkoop van zwarte zalf, een medicijn uit het alternatieve circuit, is in Nederland verboden. Niet alleen wordt de werkzaamheid van het goedje door medici niet onderschreven, maar het gebruik ervan kan ook ernstige brandwonden veroorzaken. Bol.com verkoopt het spul zelf echter niet, alleen een boek erover – en dát mag wel. Dat vindt althans de webwinkel. Weegt het vrije woord inderdaad zwaarder dan de risico’s van kwakzalverij?

10

Filosofie Magazine / januari 2020


De platforms zijn de poortwachters van onze huidige informatiemaatschappij

TEGEN

Bol.com verschuilt zich achter de vrijheid van informatie om zijn eigen verantwoordelijkheid te ontlopen en die af te wentelen op die van de klant. Die tactiek doet denken aan de slogan van de Amerikaanse wapenlobby: ‘Guns don’t kill people; people do.’ Natuurlijk, wat mensen doen met de producten die ze aanschaffen, dat heeft bol.com niet in de hand. Maar het bedrijf heeft wel degelijk invloed op de producten die klanten in huis halen, ook als er risico’s mee samenhangen. Sterker nog: bol.com is een van de invloedrijkste spelers in de verkoop van Nederlandstalige boeken. Het heeft geen monopolie op boekverkoop – van volledige censuur zou dan ook geen sprake zijn wanneer het foute boeken in de ban deed – maar wel een grote hand in het gemak waarmee boeken verkrijgbaar zijn. Die invloed brengt verantwoordelijkheid met zich mee. Zulke verantwoordelijkheid is des te pregnanter in ons huidige informatietijdperk, waarin ontzettend veel informatie – en desinformatie – online toegankelijk is, gefaciliteerd door grote platformen die deze informatie beschikbaar stellen. Gewild of ongewild verwerven de grote platformen die producten aanbieden en informatie beschikbaar stellen zich daarmee ook een publieke taak als gatekeeper. Zij zijn de poortwachters van onze huidige informatiemaatschappij. Dat bol.com allerlei aanbieders verbindt, en bijgevolg nauwelijks in de gaten lijkt te hebben welke producten het zelf precies verkoopt, maakt de taak van poortwachter er niet makkelijker op. Maar hoe lastig die taak is, hangt ook af van hoeveel middelen het bedrijf bereid is om daarin te steken. Je zou ook kunnen redeneren: grote platformen zijn bij machte om serieus te investeren in een gedegen controle van de producten die ze aanbieden. Dat is een investering die ze, moreel gezien, zouden moeten doen.

VÓÓR

Het is je eigen verantwoordelijkheid in welke boeken je je neus steekt, redeneert bol.com. Lezers moeten zelf kunnen bepalen welke informatie ze tot zich nemen; uitgevers moeten vrij zijn te beschikken over wat ze uitgeven. Wat als bol.com daar beperkingen aan zou stellen? Voor je het weet doet de webwinkel ook Vijftig tinten grijs en Blauwe maandagen in de boekenban. Wie is bol.com om te bepalen welke boeken wij mogen lezen? Dat een commercieel platform bepaalt welke boeken in de ban worden gedaan, is hoogst ondemocratisch.

KWAKZALVERIJ

In beginsel snijdt de disclaimer van bol.com enig hout. Het belang van het vrije woord en het belang om geen schade te berokkenen staan vaak met elkaar op gespannen voet. Zulke belangen moeten tegen elkaar worden afgewogen, en dat kan soms lastige dilemma’s opleveren. Maar is er van zo’n lastig dilemma werkelijk sprake bij de verkoop van Zwarte zalf? Hier lijkt de afweging vrij helder: er is geen duidelijk maatschappelijk belang gediend bij de verspreiding van de informatie, terwijl er wel sprake is van een duidelijk gevaar: de inhoud van het boek berust op kwakzalverij, met aanzienlijke kans op medisch schadelijke gevolgen. Ook al is het niet verboden zo’n boek aan te bieden, moreel laakbaar is het wel. Het zou een bedrijf daarom sieren om, zodra daar discussie over ontstaat, zich niet terug te trekken in zijn schulp, maar er actief iets aan te doen – meer dan alleen een disclaimer plaatsen.

Filosofie Magazine / januari 2020

11


4 VRAGEN

‘We zitten diep in de ellende’ Giganten als Google en Amazon hebben de online wereld stukgemaakt, schrijft internetpionier Marleen Stikker. Maar juist doordat het zo’n puinhoop is, hebben we kans om orde op zaken te stellen. Auteur Frank Meester Beeld Maarten Noordijk

1

De Duitse denker Immanuel Kant probeerde in zijn filosofie vier vragen te beantwoorden. Filosofie Magazine legt deze vragen voor aan mensen die in het nieuws zijn.

12

WAT KAN IK WETEN?

‘Als het om techniek gaat, lijkt het erop dat je steeds minder kunt weten. Techniek wordt ontworpen als een black box. Het is niet de bedoeling dat je te weten komt wat er precies binnen in een apparaatje gebeurt. Je kunt de meeste apparaten moeilijk open krijgen; ze zijn verlijmd of je hebt speciale gereedschappen nodig. Bovendien zijn algoritmes niet openbaar, omdat dat tegen bedrijfsbelangen zou ingaan. Techniek wordt gemystificeerd. De binnenkant is voor kenners, de technici, en die zeggen: “We hebben het heel makkelijk voor je gemaakt, maak jij je nu maar geen zorgen om algoritmes of wat er met je gegevens gebeurt, dat regelen wij allemaal voor je. Natuurlijk zijn we te vertrouwen.” Velen gaan daarin mee. Ze laten zich afschrikken door de zogenaamde ingewikkeldheid van techniek. Maar zo ingewikkeld is de huidige techniek ook weer niet. Hier in de Waag [bij het onderzoekscentrum voor kunst, technologie en samenleving dat Stikker 25 jaar geleden begon, red.] zijn we dagelijks aan het knutselen. We pakken de schroevendraaiers erbij. Er zijn hier kinderen vanaf acht jaar met hun leerkrachten die nog nooit een computer

Filosofie Magazine / januari 2020

van binnen hebben gezien. Binnen drie, vier dagen hebben ze hun basiskennis op orde. Dus je kunt veel weten, maar je moet die kennis wel aanbieden in een aansprekende vorm. Niet iedereen wordt enthousiast van algoritmes, maar wel van hoe hun toekomst eruit ziet.’

2

WAT MOET IK DOEN?

‘Mijn boek heet Het internet is stuk, maar we kunnen het repareren. Waarom is het internet stuk? Vooral doordat een paar grote spelers het hebben overgenomen en de technologie zo naar hun hand hebben gezet dat het gunstig is voor hun verdienmodel – een verdienmodel dat is gebaseerd op surveillance, het manipuleren van gedrag en het verkrijgen van een monopoliepositie die alle sectoren omvat. Neem Amazon. Ze streven daar naar een alomvattend systeem, waarin ons hele leven een transactie wordt. We zijn gevangen in een financieel surveillance­model waarin we gereduceerd worden tot een cel in een spreadsheet. Hoe kunnen we het internet repareren? Allereerst door de regels die we al hebben rond privacy en mededinging opnieuw in stelling te brengen en te handhaven. Dat had


Filosofie Magazine / januari 2020

13


4 VRAGEN

de overheid allang moeten doen. Te lang zijn regels die in andere sectoren wel golden niet van toepassing geweest op internetbedrijven. Daardoor konden sommige zo belachelijk groot worden en ook nog eens privacyregels aan hun laars lappen. Verder moeten we niet accepteren dat technologie een black box is. Dat accepteren we ook niet van de voedselindustrie. We zullen moeten inzetten op de ontwikkeling van een alternatieve technologische infrastructuur en toepassingen die onze soevereiniteit respecteren. Interdisciplinariteit is daarbij essentieel: technici en sociaal wetenschappers moeten samenwerken. Ook gebruikers moeten bij het ontwerpen van techniek betrokken worden.’

3

4

WAT MAG IK HOPEN?

‘Gek genoeg geeft juist het feit dat we diep in de ellende zitten weer hoop. Ik heb nog niet eerder zoveel weerstand tegen Silicon Valley meegemaakt. Of het nu gaat om het Europese mededingingsbeleid of om de opstand van techwerkers. Wat verder hoopvol stemt, is dat er steeds meer technologie wordt ontworpen waar we al die leuke, spannende dingen mee kunnen doen, maar die wel onze soevereiniteit respecteert en geen misbruik maakt van ons vertrouwen. Ken je Brave? Dat is de beste browser van dit moment. En de mensen erachter strijden mee voor onze privacy door rechtszaken te voeren. Ik gebruik de zoekmachine DuckDuckGo. Die maakt geen misbruik van je zoekopdrachten. Misschien is hij nog niet zo goed als Google. Toch moet je hem gebruiken. Door dat te doen wordt hij beter. En soms vind ik er dingen die ik bij Google nooit had gevonden.’

14

‘Internetbedrijven konden privacyregels aan hun laars lappen’

Filosofie Magazine / januari 2020

Het internet is stuk. Maar we kunnen het repareren Marleen Stikker Uitgeverij De Geus 258 blz. | € 20,00

WAT IS DE MENS?

‘Of het nu om het schoolsysteem gaat of om onze representatieve democratie, op dit moment is onze samenleving gebouwd op low of zelfs no trust. We hebben onze samenleving ingericht vanuit de aanname dat iedereen een potentiële misbruiker is. Bovendien ziet ons economische systeem de mens als een wezen dat in een concurrentiestrijd is verwikkeld met anderen en vooral uit is op eigenbelang. Dat haalt niet het beste in ons naar boven. Daar gaan we ons naar gedragen. Technologie versterkt dat beeld door te suggereren dat ze ons gedrag kan voorspellen. Maar het is ook duidelijk dat de mens een sociaal wezen is dat alleen kan overleven door samenwerking. Waarom hanteren we dat niet als ontwerpprincipe voor de systemen die we bouwen?’


LEIDEN

Cyprus Eiland in beweging

rmo.nl

met dank aan:

Embassy of the Republic of Cyprus in The Hague

11.10.19 T/M 15.03.20


ACA DEM IE OP K R ETA Welkom in het aards paradijs

CURSUSSEN FILOSOFIE Over de mens en zijn emoties, praktische wijsheid, geluk en vriendschap, vrijheid en mystiek. Met Hans Achterhuis, Maarten van Buuren, Woei-Lien Chong, Joep Dohmen, Corrie Haverkort, Stine Jensen, Petran Kockelkoren, Frits de Lange, Daan Roovers, Robert-Jan Schippers, Paul van Tongeren en André Wierdsma.

WWW.ACADEMIEOPKRETA.COM Segbroeklaan 414P, 2565 EE Den Haag | 0031 (0)703061837 | 0031 (0)653711019 | info@evdaimonia.com


Robots, gezichtsherkenning

en

gemanipuleerde mais Doodeng, al die nieuwe uitvindingen die maar op ons blijven neerdalen. Gentechnologie, zelflerende robots en surveillanceapparatuur bedreigen ons bestaan, waarschuwen pessimisten: straks veroorzaakt de mens met al die innovaties zijn eigen ondergang. Laat u zich vooral niet meeslepen door die paniekzaaiers, zeggen de filosofen in dit dossier. Wie technologische vernieuwing met een open blik benadert, ziet vooral positieve kanten. En in elk geval helpen uitvindingen ons de wereld op een andere manier te bekijken.


ESSAY

18

Filosofie Magazine / januari 2020


Techniekpaniek Apocalyptische angst voor technologie zit diep in ons denken verankerd. Onheilsprofeten die ons waarschuwen tegen techniek zijn van alle tijden. De vraag is of we naar ze moeten luisteren. Auteur Ralf Bodelier Beeld Job van der Molen

D

e vrees voor moderne technologie heeft diepe religieuze wortels. Eeuwenlang waarschuwden bijbelse ­profeten voor het einde der tijden. Een einde dat de zondige mens over zichzelf had afgeroepen. Dat met Gods toorn niet te spotten valt, wist de voormoderne mens maar al te goed. ­Iedereen kende het bijbelse verhaal van de zondvloed. De mens, met Noach als enige uitzondering, was een verderfelijk leven gaan leiden, waarop de Almachtige de mensheid met een reusachtige vloedgolf over de kling

joeg. Het is een verhaal dat we terugvinden in tal van culturen: van de Koran tot het oude Gilgamesj-epos, in de mythologie van de Afrikaanse Masai en in die van de Groenlandse Eskimo’s. De angst voor het zelfveroorzaakte einde der tijden heeft de dood van de bijbelse God ruimschoots overleefd. Vandaag de dag doemt hij op in het beeld van de mens die Gods plaats inneemt als vernietiger van de aarde. Dreigen wij immers niet zelf een einde te maken aan ons bestaan, daartoe in staat gesteld door onze eigen kern­wapens of door olie en steenkool te verstoken? Dít is

Filosofie Magazine / januari 2020

19


ESSAY

blijkbaar de volgorde: eerst is er de oeroude angst voor de Apocalyps, v ­ ervolgens wordt er ­telkens weer een oorzaak bij gedacht. Vuur, elektriciteit, treinen, liften, telefoons, bioscoopfilms, walkmans en computers: welke techniek ook wordt geboren, nooit komt die ter wereld zonder een boodschap van onheil. De telefoon zou de romantische interactie tussen mensen reduceren tot oeverloos geleuter. Bioscoopfilms werden ervan beschuldigd jongeren aan te zetten tot misdaad, en de oorzaak te zijn van het verwilderen van de zeden, verweken van breinen en bederven van ogen. Begin jaren tachtig vreesde men de walkman, omdat deze zou worden ‘omarmd door hersenloze consumenten’ die als ‘opwindbare nonmensen’ linea recta onder aanstormende auto’s konden marcheren. In de jaren zestig en zeventig was de opkomende computer voor velen een existentiële bedreiging. Hij zou de mens beroven van zijn belangrijkste vermogens: zijn arbeid en zijn denken.

VERWILDEREN De vroegnegentiende-eeuwse luddieten vreesden dat hun eigen weefgetouwen hen werkloos zouden maken – reden om de machines aan gruzelementen te slaan. Honderd jaar later protesteerde Charlie Chaplin in Modern Times tegen de lopende band, omdat die arbeiders reduceerde tot robots. Tegenwoordig zijn het, bijvoorbeeld, de anarcho-primitivisten, geïnspireerd door de filosoof John ­Zerzan, die ons ervan willen overtuigen hoe overheersend techniek en wetenschap zijn geworden. Ooit, zo meent Zerzan, stond simpele techniek ten dienste van de mens. Nu is de mens onderworpen aan complexe technologie, die bovendien in handen is van een kapitalistische elite.

20

Filosofie Magazine / januari 2020

­ onder televisie, smartphone en geld nemen Z de anarcho-primitivisten opnieuw afstand van alle beschaving in een poging te verwil­ de­ren en weer één te worden met de natuur. John Zerzan is meer activist dan fi ­ losoof. Toch waarschuwden niet de minsten onder de filosofen voor de nadelige effecten van technologie. In de Oudheid maakte Socrates grote bezwaren tegen de technologie van het schrift. Wie kon lezen en schrijven hoefde zijn gedachten immers niet meer te onthouden. En wie ze toch opschreef, was gedoemd ze te vergeten. Gelukkig dacht Plato daar anders over toen hij Socrates’ ideeën alsnog aan de papyrus toevertrouwde. Vijfentwintig eeuwen later waarschuwde Martin Heidegger tegen álle moderne technologie. Heidegger benadrukte ‘de potentieel dodelijke machines en apparaten van de technologie’. Al waarschuwde hij vooral dat techno­logie ons het zicht ontneemt op de diepe, mysterieuze ­kanten van het bestaan. Momenteel brengt de Israëlische filosoof en historicus Yuval Noah Harari de gevaren van de moderne technologie sterk onder de aandacht. Het lijkt haast geen toeval dat zijn tweede voornaam direct verwijst naar het invloedrijke verhaal uit de Hebreeuwse Bijbel. In zijn boeken Homo Deus en Lessen voor de 21ste eeuw benadrukt Harari dat we op het punt staan om de moderne mens, de Homo sapiens, op te heffen. En de oorzaak ligt in de toenemende invloed van kunst­ matige intelligentie op onze levens. Wij mensen dénken niet alleen dat we vrij zijn; we denken zelfs dat we almaar meer vrijheid genieten. Volgens Harari worden we echter langzaam maar zeker ‘gehackt’ door algoritmes. Dankzij de moderne biotechno-


Uitvindingen gaan altijd samen met angst logie zijn deze steeds beter in staat om diep in ons lichaam en onze geest door te dringen. Gaandeweg worden we opgezogen door het zwarte scherm – Black Mirror – van onze telefoons, iPads en laptops.

IDEAAL VOOR GESTAPO EN KGB Volgens Harari stuurt deze gloednieuwe combinatie van biotechnologie en infor­ matietechnologie ons kanten op waar we zelf maar amper weet van hebben. Google en Facebook, maar ook overheden en – wie zal het zeggen – regelrechte criminelen weten inmiddels meer van ons dan wijzelf. Ze ­kennen niet alleen onze levensloop en onze aankopen, ze weten ook van onze ziektes en genetische aanleg, ze volgen onze ­emoties, gedachten, angsten en dromen. En wij laten de hackers hun gang gaan. Hoe handig is het immers dat de Strides Habit Tracker ons maant tot meer slapen en ­minder zitten. Of dat Blendle ons laat weten welk artikel we het liefst lezen. We willen ze simpelweg niet meer missen, de geautomatiseerde bloeddrukmeting en de psychologische check-up. Harari vreest dan ook dat we over een halve eeuw met huid en haar zijn overgeleverd aan dit illustere duo ­­­bioen informatietechnologie. In een van zijn

vele televisieoptredens vertelt hij dat we bezig zijn de ideale situatie te scheppen voor organisaties als de Gestapo en de KGB. Vijf jaar geleden was Harari nog een ­onbekend historicus, gespecialiseerd in ­middeleeuwse geschiedenis aan de Hebreeuwse Universiteit van Jeruzalem. Inmiddels verschijnen zijn boeken in vijftig talen. Inmiddels zijn er meer dan 20 miljoen van verkocht. Dat hij zo vlot over de toonbank gaat zou je kunnen verklaren door zijn meeslepende verhaal, zijn superieure schrijfstijl en zijn ontwapenende publieks­optredens. Anderzijds verkopen onheilsboodschappen nog steeds heel wat beter dan geruststellende verhalen. Duizenden jaren aan opgeslagen angst in ons ­reptielenbrein vallen gemakkelijk te activeren. Ook al waarschuwt Harari dat hij geen helderziende is en dat alles heel anders kan aflopen, zijn grote verhaal over de opheffing van de zelfstandig denkende en handelende mens past wel degelijk in een traditie van waarschuwende profeten die hartstochtelijk oproepen tot bekering.

GEZONDE ACHTERDOCHT Het is belangrijk om Harari’s waarschuwingen serieus te nemen, zoals het ook goed was om die van Socrates, Heidegger en John Zerzan te overwegen. Maar juist in een tijd van toenemende angst en apocalyptisch denken is het ook goed om hen met gezonde achterdocht te lezen. En dat lukt w ­ onderwel door in hun redeneringen vier patronen te ontdekken waar iedere doemdenker uiteindelijk op terug blijkt te vallen. Een eerste patroon is de waarschuwing dat het onherroepelijk fout zal lopen, tenzij we alles op alles zetten om het o zo recente en unieke gevaar te ontmantelen. Radicale

Filosofie Magazine / januari 2020

21


ESSAY

Iedere doemdenker valt terug op dezelfde patronen bekering, zo roepen alle profeten, is de enige mogelijkheid om de ondergang af te wenden. Tegelijkertijd constateert Harari dat zo’n radicale bekering niet zal plaatsvinden. We genieten simpelweg te veel van de moderne bio- en informatietechnologie om er radicaal mee te breken. Juist dit realisme versterkt zijn apocalyptische suggestie dat we met open ogen richting afgrond wandelen. Wie jaren later terugkijkt op een dergelijke oproep tot radicalisme, merkt dat het er gelukkig maar zelden van kwam en dat de wereld gewoon door bleef draaien. En dat, wanneer de radicale omwenteling wel plaatsvond, die nogal eens ontaardde in bloedvergieten. Een tweede patroon is de claim van iedere profeet dat de problemen zo nieuw zijn dat er geen historisch vergelijk mogelijk is. Ook Harari benadrukt keer op keer dat er altijd wel systemen waren die ons onze menselijkheid dreigden te ontnemen, maar dat het huidige gevaar van bio- en informatietechnologie zonder precedent is. Op de keper beschouwd is dat natuurlijk zo. Maar ook de introductie van het vuur, het schrift, de trein en de speelfilm waren zonder precedent. Toch liepen ze niet uit op de ondergang van het geheugen, de melkproductie of de zedelijkheid. De uitdaging is telkens weer nieuw; onze angst voor het nieuwe is telkens weer oud.

22

Filosofie Magazine / januari 2020


En daarmee stuiten we op een derde patroon: de voortzetting en uitvergroting van huidige uitdagingen in de toekomst. Profeten gaan er altijd vanuit dat de maar al te concrete problemen van vandaag ­zullen uitlopen op de rampen van morgen. Hun oog voor concrete oplossingen is doorgaans niet al te sterk ontwikkeld. Nu is het zonder meer een probleem dat techgiganten als Google en Facebook veel te veel van ons weten. Tegelijkertijd neemt het verzet tegen hen toe. Via VPN kun je je zoektocht op internet goed versluieren. Facebooks WhatsApp valt te omzeilen via Signal. De Europese Unie dwong Google om zijn gebruikers het recht te geven ‘te worden vergeten’. Zowel de privacywetgeving als het aantal veiligheidsmaatregelen groeit met de dag. Mensen ­zitten nu eenmaal niet stil. Hoe reëel de proble­men ook zijn die Harari benoemt, ons oplossend vermogen is net zo reëel. Het vierde patroon, ten slotte, is de verde­ diging van het voorzorgsprincipe. Zo benadrukt Harari niet alleen hoe groot de kans is dat we worden ingepakt door de illustere combinatie van bio-engineering en infor­ matietechnologie, steevast laat hij er ook op volgen dat we er eigenlijk niet aan hadden moeten beginnen. En dat doet hij dan via de gedachte dat je geen technologie in de markt moet zetten waarvan je de gevolgen niet kunt overzien. Tijdens een discussie op YouTube met de psycholoog Steven Pinker zegt Harari het volgende: ‘Stel je bent een ingenieur. Je staat op het punt om een nieuwe uitvinding te introduceren. Dan doe je er goed aan om je de meest kwaadaardige man voor de geest te halen die je je kunt voorstellen. Bedenk vervolgens wat hij met jouw

uitvinding zou kunnen doen. Overweeg dan opnieuw of je deze uitvinding wel op de markt wilt brengen.’

ALOMVATTENDE PASSIVITEIT Het is een interessante kwestie, en de logische consequentie van elke angstige blik op onze technologische mogelijkheden. Harari poneert hem in de laatste minuut van het gesprek en Pinker kan er niet meer op antwoorden. Daarom doe ik het voor hem. Laten we van die meest kwaadaardige man nazi’s als Adolf Eichmann of Josef Mengele maken. En stel dat we in de negentiende eeuw hadden kunnen bedenken waarvoor Eichmann treinen en spoorlijnen zou gebruiken, hadden we die dan ooit gebouwd? Hadden we kunnen voorspellen wat Mengele zou uitvreten in Auschwitz, waren we dan ooit begonnen aan hersenonderzoek of genetica? Bovendien maakten de nazi’s voluit gebruik van het vuur, het schrift, elektri­ citeit en speelfilms. Was het niet beter geweest deze van meet af aan te verbieden? Zou Prometheus, met beelden voor ogen van brandende lijkenstapels in Treblinka, het vuur van de goden hebben gestolen? Louter het idee van een dramatische uitkomst ontaardt in een massief nee tegen alle mogelijkheden die de technologie ons brengt. Mogelijkheden met gitzwarte kanten, maar vooral toch mogelijkheden die onze levens oneindig veel gezonder, veiliger en mooier hebben gemaakt. Uiteindelijk leidt apocalyptisch denken tot niets anders dan stilstand en een alomvattende passiviteit. Want dat is de ultieme consequentie van het voorzorgsbeginsel: speel op veilig en doe nooit iets voor de eerste keer.

Filosofie Magazine / januari 2020

23


ENCYCLOPEDIE

Mens en machine Mogen we erop vertrouwen dat technologische snufjes onze wereld verrijken? Of moeten we dekking zoeken? Vijf uiteenlopende filosofische visies op techniek. Auteur Emma Krone Beeld Job van der Molen

Techniek vervreemdt De blik van de technoloog doet de wereld tekort

E

en rivier kabbelt rustig langs een oever, is een bron van leven en nodigt schilders uit om haar schoonheid vast te leggen. Maar wie met een technologische blik kijkt, ziet dat allemaal niet. Die ziet bijvoorbeeld alleen een bron van energie, een locatie om een waterkrachtcentrale te installeren. Martin Heidegger maakte zich druk over de beperkingen van de technische blik. Hij concentreerde zich op de vraag wat ‘zijn’ is en vond dat de technologische kijk ons zicht op die vraag belemmerde. We zijn geneigd technologie te zien als het geheel van instrumenten, van scharen tot waterkrachtcentrales en telefoons. Maar dat is een vergissing,

24

Filosofie Magazine / januari 2020

vond Heidegger. Technologie is de dominante kijk op de wereld om ons heen die dingen – rivieren, bijvoorbeeld – transformeert tot instrumenten en tot meetbare, manipuleerbare zaken die vooral een doel moeten dienen. Uiteindelijk leidt het idee dat alles te meten, manipuleren en gebruiken valt tot de ondergang van verbazing en respect, en onverschilligheid jegens het verlies daarvan. De technologische beschouwing lijkt op het eerste gezicht neutraal, maar is dat niet. Die doet de wereld tekort en beperkt daarmee ook de personen die technologisch denken. In een wereld waarin de technologische blik de overhand heeft, blijft de mens vervreemd achter.


Techniek verbreedt Met uitvindingen maken we onszelf groter

W

Telefoons zijn een verlengstuk van ons lichaam

e maken boodschappenlijstjes voor de supermarkt, zetten een bril op om te lezen en communiceren via smartphones. Die lijstjes, brillen en telefoons vormen volgens de Amerikaanse filosofen Andy Clark en David Chalmers een uitbreiding van onze hersenen. Ons denken vindt volgens Clark en Chalmers niet alleen plaats in onze hersenen, maar ook in voorwerpen die we gebruiken om bijvoorbeeld te onthouden dat we afwasmiddel moeten kopen. Wij en ons briefje vormen samen een ‘gekoppeld systeem’. Clark en Chalmers leggen hun idee uit aan de hand van een simpel gedachte-experiment over de fictieve Otto en Inga. Beiden willen naar het museum. Inga herinnert zich waar dat is – die kennis zit in haar – en loopt er direct naartoe. Maar Otto heeft alzheimer en hij noteert belangrijke dingen, net als veel andere alzheimerpatiënten. Ook het adres van het museum en de route ernaartoe heeft hij opgeschreven in een notitieblok. Onderweg raadpleegt hij zijn aantekeningen, zoals een ander zijn biologische geheugen zou gebruiken. Volgens Clark en Chalmers zijn de werkwijzen van Inga en Otto analoog: Otto’s notitieblok functioneert op eenzelfde manier als Inga’s geheugen. Otto’s geest heeft zich verbreed naar de externe wereld – voorbij de huid en botten die hemzelf af bakenen. Niet alleen onze hersenen, maar ook de rest van ons lichaam kunnen we uitbreiden met techniek. Zo kunnen we een blindenstok zien als een nieuw tastorgaan voor een blinde, een gehoor-implantaat als een nieuw oor voor een dove, en we kunnen zelfs een online profielfoto beschouwen als extensie van het gezicht. Technologie verbreedt ons dus op fundamentele wijze, zowel geestelijk als lichamelijk.

Filosofie Magazine / januari 2020

25


ENCYCLOPEDIE

Techniek beangstigt De digitale gevangenis jaagt zelfs de ­braafste burger vrees aan

E

ind achttiende eeuw zag filosoof Jeremy Bentham al mogelijkheden om de mens te disciplineren met hulp van techniek. Hij bedacht een ‘panopticum’, een rond gebouw waarin een enkeling een grote groep kon bespieden en die zo onder controle kon houden. Een voorbeeld van een panopticum is de koepelgevangenis, die zo is gebouwd dat een paar cipiers een veelvoud aan gevangenen in de gaten kunnen houden. In China is de afgelopen jaren hard gewerkt aan het panopticum van de eenentwintigste eeuw, dat niet alleen gevangenen monitort, maar ook gewone burgers in het gelid houdt. Met behulp van gezichtsherkenningssoftware kijkt de overheid wie er ‘onaangepast’ gedrag vertoont: wie naast het zebrapad oversteekt, een hond uitlaat zonder riem enzovoort. Verkeerd gedrag betekent verlies van punten in een kredietsysteem dat bepaalt hoeveel vrijheden en rechten Chinese burgers hebben. Technologie wordt gestaag een steeds nauwkeuriger gereedschap om de mens te bespelen. En daarvoor hoeven diensten niet eens iedereen te volgen: alleen het idee dat we bekeken worden kan al intimideren. Bang voor ‘Big Brother’ aarzelen we over wat we delen op sociale media, plakken we laptopcamera’s af en maken gebruik van anonimiserende VPN-diensten.

26

Filosofie Magazine / januari 2020

Techniek vernauwt Algoritmes duwen ons steeds verder de bubbel in

H

et ene moment vragen we Google om tips voor een prettig restaurant. Dan scrollen we door wat aanbevolen pagina’s op Facebook of luisteren we naar muziek die Spotify ons voorstelt. De software van deze bedrijven heeft grote invloed op wat we lezen, bekijken, luisteren en zelfs eten. Het gaat hier over algoritmes: de instructies die maken dat zoekacties resultaten opleveren, dat sociale media ons interessante leestips geven en dat we muziek naar onze smaak krijgen voorgeschoteld. Die algo­ ritmes gebruiken de data die de gebruiker ­achterlaat en combineren die met data van andere gebruikers om u te adviseren: ­mensen met een vergelijkbare smaak ­waardeerden dit restaurant, deze band en dit artikel. Zo krijgt de gebruiker steeds meer van ­hetzelfde geadviseerd, vrijwel zonder verrassingen. Luister op Spotify naar het genre klassiek en krijg daarna de ene symfonie na de andere te horen. Of ‘like’ linksgeoriënteerde politieke pagina’s op Facebook en krijg louter gelijkgezinde auteurs te lezen. Zo belandt u in een homogene bubbel, ­dankzij algoritmes.


In China wordt hard gewerkt aan een digitale gevangenis

Techniek bevrijdt Online informatie verlicht de burger

I

edereen met toegang tot internet is verbonden met een grenzeloze virtuele wereld vol kennis. Informatiestromen bereiken bijna alle hoeken van de wereld en brengen zo de mogelijkheid met zich mee om het volk – de online burgers – te verlichten. Bovendien biedt internet diezelfde burgers de kans om hun mening vrij te uiten en te debatteren. Ook de ‘gewone’ man kan zich zo makkelijk hoorbaar maken. Dat gaat nogal eens mis. Tussen het enorme aanbod aan online ‘kennis’ zit veel onzin, en feiten en meningen lopen nogal eens in elkaar over. Ook blijkt internet een prima plek om haat te verspreiden, onder het motto ‘vrijheid van meningsuiting’. En dan zijn er nog de totalitaire regimes die al die vrijheid maar bedreigend vinden en de toegang tot informatie en meningen voor hun burgers zwaar beperken. En toch. De moeite die totalitaire regimes zich getroosten om internet te censureren, illustreert hoeveel online informatie en debat kunnen bijdragen aan vrije, demo­ cratische samenlevingen.

Filosofie Magazine / januari 2020

27


INTERVIEW

28

Filosofie Magazine / januari 2020


‘Technologie

is ons

noodlot’ Auteur Harmen van der Meulen Beeld Maarten Noordijk

De wereldwijde opkomst van ‘disruptieve’ technologieën is niet iets om bang voor te zijn, volgens techniekfilosoof Peter-Paul Verbeek. ‘We moeten de technologische conditie van ons bestaan aanvaarden.’ Filosofie Magazine / januari 2020

29


INTERVIEW

V

oorbeelden van ­technologie die dit interview met ­techniekfilosoof Peter-Paul Verbeek mede mogelijk ­hebben gemaakt: laptop, e-reader, ­voicerecorder. Maar ook: internet, e-mail, Google. En ouderwetser: trein, boek, koffiezetapparaat. Of nóg prozaïscher: schoenen, brood, douche. Zoals Verbeek al in zijn dissertatie De daadkracht der dingen (2000) concludeerde: technische artefacten bemiddelen het menselijk bestaan. Ze vormen een medium tussen mens en wereld, en geven zo mede vorm aan de menselijke ervaring, inclusief de kaders waarmee we ethiek bedrijven. Dit is de kern van de mediatietheorie, de filosofische stroming waarvan Verbeek een van de grondleggers is. Volgens die theorie staan mens en technologie niet tegenover elkaar, maar in wisselwerking – mens en techniek gaan voortdurend relaties met elkaar aan. Die situatie is al zo oud als de mens zelf. En de komst van nieuwe ‘disruptieve’ technologieën met de potentie grote veranderingen teweeg te brengen in het dagelijks leven, zoals gene editing, kunstmatige intelligentie, robots, algoritmes en geo-engineering veranderen volgens Verbeek niets aan die begin­ positie. ‘De grote golven technologie die nu over de maatschappij heen spoelen kunnen prima begrepen worden als een mediator. Maar de manieren waarop ze mediëren – hoe ze aangrijpen op de mens en de wereld voor ons begrijpelijk of hanteerbaar maken – die zijn wél echt nieuw.’ De aard van de mediatie verandert bij deze technologieën volgens Verbeek radicaal, omdat technologie bijvoor-

30

Filosofie Magazine / januari 2020

‘We zijn de mens al biologisch aan het veranderen’ beeld actorschap krijgt (zoals in algoritmes), omdat mens en technologie in elkaar overvloeien (zoals in organoids: op basis van stamcellen gecreëerd menselijk orgaanweefsel), of omdat technologie menselijke trekken vertoont (zoals de robot Sophia, die in 2017 zelfs burgerrechten kreeg in SaoediArabië). Nieuwe technologieën zetten ons begrip van de relatie tussen mens, maatschappij en natuur op losse schroeven, zozeer zelfs dat uit de ­Verlichting stammende filosofische concepten als autonomie, verant­ woordelijkheid en democratie opnieuw doordacht moeten worden. ‘De oude kaders passen niet meer. Hoe kunnen we nu filosofisch gezien in het reine komen met de impact van technologie?’ Die vraag kan Verbeek met vijf col­ lega’s dankzij een subsidie van bijna achttien miljoen euro van NWO de komende tien jaar gaan onderzoeken, om gaandeweg te komen tot bruikbare nieuwe filosofische concepten.

Wat ziet u als de belangrijkste taak van de techniekfilosofie? ‘Allereerst: verhelderen. Techniek­ filosofie moet de voorwaarden creëren voor een goed debat door mensen te helpen duiden welke rol technologie speelt. En daar gaat het wat mij betreft

ook heel vaak mis: omdat de mens vaak tegenover de techniek wordt geplaatst, hebben we dat goede debat volgens mij onvoldoende. De taak van de academische ethiek is vooral voorwaarden scheppen voor een goede ethische discussie.’

Dat de mens te vaak tegenover de tech­niek geplaatst wordt, koppelt u net als Bruno Latour aan een te rigide vasthouden aan de subject-objectrelatie: ‘de mens’ versus ‘de dingen’. Wat is het probleem daarmee? ‘We kunnen de wereld niet meer zo simpelweg opdelen in die oude metafysische tweedeling: óf subjecten, óf objecten. Latour zegt: als je dat doet, mis je negentig procent van de entiteiten in onze wereld die hybride zijn: half object en half subject. Ik vind dat een heel wijze uitspraak. Pas als we zien dat wat wij als subjecten zijn voor een deel ook het gevolg is van de rol die technologische objecten spelen in onze relatie met onze omgeving, snappen we wat het betekent om mens te zijn. En andersom snap je die technologieën pas echt als je snapt wat ze betekenen in relatie tot mensen.’


In uw werk keert u zich tegen Habermas. Hij wil technologieën zoals gene editing verbieden, omdat we, wanneer we onze natuur veranderen, de basis onder onszelf als morele wezens zouden weghalen. ‘Habermas accepteert niet dat nieuwe technologieën zoals gentechnologie ook de menselijke conditie veranderen. En binnen die conditie moeten we op andere manieren leren verantwoordelijkheid te nemen voor onszelf. Die openheid voor waardeverandering, die mis ik bij Habermas erg. Over vijftig jaar hebben we misschien manieren gevonden om bepaalde ziektes genetisch weg te werken. Als Habermas dan geboren zou worden, denk ik dat ook hij zou zeggen: ja natuurlijk, wie kan daartegen zijn?’

Peter Sloterdijk stelde al in 1999 dat we moeten nadenken over ‘het telen van de mens’. Destijds ontstond daar veel ophef over, maar nu lijkt hij een vooruitziende blik gehad te hebben wat betreft de invloed van biotechnologie. ‘Die ophef ontstond voor een deel doordat Sloterdijk – wellicht als provocatie – een paar verwijzingen naar de nazitijd maakte in zijn tekst. Maar eigenlijk had hij het over een overschatting van onze autonomie en hoe we de mens met technologie aan het ­veranderen zijn. Dat idee is tegenwoordig al veel minder omstreden. We zijn onze ­cognitie nu aan het veranderen met hersen­ implantaten, en er wordt gewerkt aan een lab on a chip om het geslacht van onze kin­deren te kiezen. We zijn dus al de mens biologisch aan het veranderen. Dat leek ooit een absolute grens, maar je ziet hier nu al waardeverschuiving. En misschien moet Sloterdijk er met terugwerkende kracht voor geprezen worden dat hij het lef had toen al te pleiten voor een goede ethische ­discussie.’

U verwijst ook naar de parabel in Nietzsches Zarathoestra waarin de geest eerst een kameel is, vervolgens een leeuw en ten slotte een kind. Het kind zegt ja tegen het leven. Volgens u moeten we op eenzelfde manier ja zeggen tegen technologie. Hoe doen we dat? ‘Nietzsche heeft het erover dat je niet voor je noodlot moet weglopen, maar het recht in de ogen moet kijken – amor fati. Ja zeggen betekent niet dat elke technologie goed is, maar wel dat we de technologische conditie van ons bestaan aanvaarden. Wij zijn altijd al technologische wezens geweest, daar zijn ook heel mooie evolutionaire verklaringen voor. Door onze handen, en doordat we op twee benen zijn gaan lopen, konden we ­technologie ontwikkelen, en onze hele niche in de natuur is ontstaan vanuit technologie. Als dat zo is – en ik geloof dat – dan is technologie ons noodlot. En dan is het eigenlijk kinderachtig om je te verzetten tegen technologie; het enige wat je kunt doen is proberen er verantwoordelijkheid voor te nemen. Wat ons tot mens maakt, is juist het feit dat we ons kunnen herontwerpen.’

Een filosoof die u daarbij inspireert, is Foucault. Wat spreekt u zo aan in zijn werk? ‘Foucault dacht na vanuit concrete maatschappelijke vragen, en liet de bestaande kaders uitdagen door de werkelijkheid zelf. Techniekfilosofie wil zich ook engageren met concrete sociale en maatschappelijke vragen en technologische ontwikkelingen, om zich vervolgens af te vragen wat dat betekent voor de filosofie. Foucault vroeg zich af: wat is er allemaal nodig voor onze autonomie en democratie? Wat Foucault op grote schaal deed – laten ziet dat allerlei machtsstructuren onze vrijheid enorm beperken – kun je in techniekfilosofie op lokale schaal doen, door concrete technologieën of technologie-

Peter-Paul Verbeek (1970) is een belangrijke stem binnen het publieke debat over techniek, maatschappij en ethiek. Verbeek reist de hele wereld af om te spreken over de relatie tussen mens en techniek. Naast zijn werk als universiteitshoogleraar aan de Universiteit Twente en wetenschappelijk mededirecteur van het Designlab aldaar is hij ook lid van de raad van toezicht van TNO, bestuurslid van het Rathenau Instituut en voorzitter van Comest, een mondiaal adviesorgaan van Unesco op het gebied van de ethiek van wetenschap en techniek.

Filosofie Magazine / januari 2020

31


INTERVIEW

domeinen te bekijken. Zoals nu bijvoorbeeld kunstmatige intelligentie – wat doet die met besluitvorming, met verantwoordelijkheid, met democratie. De waarden waarmee we ethiek bedrijven, zijn niet onaf hankelijk van de techniek die we ermee beoordelen.’

U verwijst ook nadrukkelijk naar ­Foucaults teksten over levenskunst. Wat hebben die met techniek te maken? ‘Waar het Foucault om gaat, is dat onze menselijkheid schuilt in het vermogen een kritische productieve relatie aan te gaan met datgene wat ons ­beïnvloedt. Een van zijn meest inspi­ rerende teksten voor mij is “Wat is ­verlichting?” . Foucault laat daarin heel mooi zien dat er geen plek buiten de werkelijkheid bestaat, buiten al die machtsstructuren – of in mijn geval buiten al die mediaties van technologie – maar dat het gaat om het ontwikkelen van een grenshouding. Je kunt zelf de grens opzoeken door je af te vragen: met wat voor begrippen denk ik, en zijn die ook niet het ­product van de structuren, de maatschappij, de technologie waarbinnen ik leef ? Dat is een emancipatoire ambitie. En dat is exact wat ik als techniek­ filosoof beoog: mensen in staat stellen te snappen waar ze in beland zijn, en zelf kritisch na te denken.’

Met technologie zijn enorme belangen gemoeid, van techbedrijven en ook van staten. Hoe belangrijk is het om als techniekfilosoof onafhankelijk te zijn? ‘Onaf hankelijkheid is zeker essentieel als het erom gaat tot concrete aanbevelingen te komen. Het zou verwerpelijk

32

Filosofie Magazine / januari 2020


‘Wij zijn altijd al ­technolo­gische wezens geweest’ zijn als bedrijven of overheden invloed zouden uitoefenen op de inhoud van je werk. Tegelijkertijd zit ik ook in diverse samenwerkingsverbanden van wetenschap en bedrijfs­ leven, waar het juist een kracht is dat bedrijven meedoen. Ik heb bijvoorbeeld een project gedaan over drones, met twee dronebedrijven uit Twente, waarbij we een tool hebben ontwikkeld om de ethische aspecten van drones te identificeren tijdens het ontwerpen. Door de maatschap­pelijke vragen rond dronetechnologie – mensen zijn bang voor drones, ze geven overlast, bedreigen de privacy, ­mensen associëren ze met militaire technologie – mee te nemen tijdens de ontwikkeling, ontstaat er uiteindelijk een geloofwaardige ontwerppraktijk, waar mensen vertrouwen aan kunnen ontlenen. En die bedrijven bieden die tool nu aan, dus zij verdienen er geld mee. Het is een mooi voorbeeld van hoe ethiek en commerciële belangen samen ­kunnen gaan. We zijn ook bezig tot een “begeleidingsethiek” te komen. Ik zit bijvoorbeeld in een werkgroep van ECP, een landelijk platform voor informatietechnologie, waaraan bedrijven als IBM, Microsoft en Facebook deelnemen, maar ook overheidsorganisaties. Samen hebben we een aantal casussen uitgewerkt waarin we de implementatie van technologie kritisch en ethisch volgen. Bijvoorbeeld een eetrobot, die mensen eten geeft in een zorginstelling. Ik vind zo’n samenwerking veelbelovend, omdat die eraan bijdraagt dat er tools komen waarmee organisaties aan de slag kunnen. Tien, vijftien jaar geleden zeiden veel bedrijven nog: ethiek is niet onze afdeling, wij maken gewoon techniek. Dat kun je nu niet meer met goed fatsoen ­zeggen.’

In een artikel over het Chinese socialekredietsysteem, waarmee burgers in de gaten gehouden worden met stemen gezichtsherkenning, beweerde een ambtenaar: ‘Uit de data blijkt gewoon wat iemand goed of verkeerd heeft gedaan, punt uit.’ Wat kunt u inbrengen tegen zo’n argument? En is dat de taak van de techniekfilosofie? ‘Dat is absolúút de taak van de techniekfilosofie. Ik las laatst een krantenartikel waarin een mevrouw stelde dat we eigenlijk door algoritmes moesten laten beoordelen of een wetenschapper in aanmerking komt voor subsidie, want die kunnen het tenminste neutraal en objectief. Dan draait mijn maag echt om. De fantasie dat een algoritme neutraler en objectiever zou zijn dan de mens vind ik echt gevaarlijk, want dan schakel je je eigen kritische denk­ vermogen uit. Algoritmes zijn geen neutrale technologie – geen enkele technologie is neutraal. Die dingen hebben vaak een bias naar geslacht, huidskleur en leeftijd. Dat is onvermijdelijk, dus daar moeten we juist mee leren omgaan. De techniek­filosofie moet laten zien dat die algoritmes iets doen met ons begrip van de wereld, in plaats van neutraal inzicht geven, én we moeten benadrukken dat die algoritmes niet een alternatief zijn voor de mens. Het is niet het algoritme versus de mens – gaat nu de robot rechtspreken of de mens? Nee, wij moeten uitvinden wat verantwoord rechtspreken is, of verantwoord beleid maken in interactie met die algoritmes. We moeten ons de technologie leren toe-eigenen, het karakter van technologie leren kennen. Dat is een heel ander verhaal dan technologie als een soort objectieve vervanger van de mens die het eigenlijk beter kan dan wij.’

Filosofie Magazine / januari 2020

33


ESSAY

Spel van een goddelijke gamer We leven in een vernuftig computerspel, beweren uitvinders en computerwetenschappers. Ze laten weinig heel van ons alledaagse wereldbeeld. Als troostprijs brengen ze wel de gesplitste paden van wetenschap, technologie, filosofie en religie weer samen. Auteur Hans Plets Beeld Job van der Molen

‘U

bestaat niet echt.’ Een beetje filosoof sla je niet meteen uit het veld met zo’n uitspraak. Plato (ca. 427-347 v.Chr.) vertelt ons in zijn grot­allegorie dat de waarneembare wereld niet meer is dan een onvolmaakte afspiegeling van de ware werkelijkheid; Descartes (1596-1650) durft in Discours de la méthode aan het bestaan van alles te twijfelen; volgens George Berkeley (1685-1753) bestaan objecten niet onaf hankelijk van de geest.

34

Filosofie Magazine / januari 2020

Wetenschappers krijgen het doorgaans op hun heupen van dit soort filosofische bespiegelingen. Terwijl zij met bloed, zweet en ­tranen wiskundig complexe modellen en theorieën ontwikkelen die langzaam krediet opbouwen door strenge empirische tests te doorstaan, bedenken filosofen vanuit hun leunstoel bij het knapperende haardvuur de gekste concepten, zonder zich ook maar een moment te bekommeren om de vraag of ze overeenkomen met de werkelijkheid. Het is dan ook opmerkelijk dat de meest recente versie van de stelling ‘U bestaat niet


Filosofie Magazine / januari 2020

35


ESSAY

echt’ juist uit de hoek van de wetenschap komt. De claim luidt dat onze fysieke werkelijkheid, met inbegrip van onszelf, het resultaat is van een computersimulatie. Net zoals wij een hele virtuele werkelijkheid neerzetten in spelletjes als Fortnite of Grand Theft Auto, zouden we zelf het resultaat zijn van een simulatie, ontworpen door wezens waar we verder niets over weten.

TRILJOENEN WERELDEN De rekenkracht van onze computers blijft maar toenemen. In een game als No Man’s Sky kun je maar liefst 18 triljoen planeten verkennen. Andere games zijn zo foto­ realistisch dat spelers nauwelijks nog verschil zien met de werkelijkheid. Als we in dit tempo verdergaan en ook onze andere zintuigen betrekken in deze virtuele werelden, bereiken we binnen afzienbare tijd het punt waarop reëel en virtueel niet meer van elkaar te onderscheiden zijn. En als het een beetje opschiet met de kwantumcomputer ligt dat punt niet eens zo ver in de toekomst. Wanneer het technisch mogelijk is om een werkelijkheid als de onze te simuleren, zo luidt de claim, dan zal de mens er meteen een heleboel ontwerpen, met als resultaat één ‘echte’ werkelijkheid (‘basiswerkelijkheid’) en een groot aantal virtuele werelden. Dat maakt de kans dat wijzelf het resultaat zijn van een simulatie beduidend groter dan de kans dat wij net díé wezens uit de basiswerkelijkheid zijn die als allereerste een w ­ erkelijkheid simuleren. Dit statistische argument vormt de basis van de simulatiehypothese: het vermoeden dat wij in een virtuele werkelijkheid leven. Het staat beschreven in de baanbrekende publicatie ‘Are We Living in a Computer Simulation?’ uit 2003 van de Zweedse filosoof Nick Bostrom.

36

Filosofie Magazine / januari 2020

Of gaan we hier iets te snel? Er bestaat immers een cruciaal verschil tussen ons en de spelers in onze games: wij hebben zelf­ bewustzijn en zij niet. Maar daar hebben de aanhangers van de simulatiehypothese een oplossing voor. Zij gaan ervan uit dat een voldoende nauwkeurig model van onze hersenen volstaat om bewustzijn te verkrijgen. Neurowetenschappers zijn er nog niet uit of dit klopt, maar het is een aanname die we niet zomaar kunnen weglachen. Dus als we het statistische argument aanvaarden en aannemen dat bewustzijn een bijproduct is van complexe informatie, houdt niets ons nog tegen om te denken dat we een virtueel bestaan leiden, net zoals technologen en futuristen als Elon Musk en George Kurzweil dat geloven. Volgens Musk is de kans dat we in de basiswerkelijkheid leven, en dus niet in een simulatie, maximaal 1 op 1 miljard. Stephen Hawking hield het op een kans van 50 procent, terwijl de Bank of America in een rapport uit 2016 in alle ernst aan haar klanten liet weten dat ze tussen 20 procent en 50 procent kans hebben om in een simulatie te leven.

KORRELTJES De simulatiehypothese kan ook op bijval rekenen van een aantal theoretisch natuurkundigen. Onder hen rijpt het inzicht dat we met elementaire deeltjes zoals quarks en elektronen nog niet de meest fundamentele laag van de werkelijkheid hebben blootgelegd. Mogelijk is de fysische werkelijkheid uiteindelijk terug te voeren tot informatie, die ook de basis vormt van een computer­ simulatie. Wat is dan nog het verschil met een gedigitaliseerde werkelijkheid, de wereld van informatie die uit je computer­ simulatie rolt? Verder vertelt de hedendaagse natuurkunde dat ruimte en tijd geen continuüm vormen,


Straks zijn reëel en virtueel niet meer van elkaar te onderscheiden zoals Newton dacht en vrijwel iedereen in het dagelijks leven aanneemt, maar een korrelige structuur vertonen. Er zou namelijk een minimale eenheid van lengte en tijd bestaan. Dat geeft de werkelijkheid dezelfde roosterstructuur als een computersimulatie. De kwantumfysica draagt eveneens zijn steentje bij. De wereld van het allerkleinste zit vol onbepaaldheden en waarschijnlijk­ heden, die pas verdwijnen wanneer iemand een meting verricht. Wetenschappers en ­filosofen proberen al decennia te achter­ halen wat dit over de structuur van de werkelijkheid zegt. Misschien ligt de oplossing in de simulatietheorie. Want hoe geavanceerd de ontwerpers van onze simulatie ook zijn, ze lopen hoe dan ook aan tegen een eindige rekenkracht. Daarom is het aannemelijk dat de bouwers van de simulatie dezelfde techniek toepassen als de makers van games: alleen het gebied waar de actie zich afspeelt bereken je in detail. Van wat verder weg ligt hou je de resolutie laag.

Filosofie Magazine / januari 2020

37


ESSAY

Vertaald naar de kwantumfysica betekent dit laatste dat je de microwereld van elektronen en andere deeltjes in een onbepaalde toestand houdt, totdat de focus naar het gebied van lage resolutie verschuift, want dan heb je meer detail nodig. Dit laat zich in de kwantumfysica vertalen als de overgang van onbepaalde naar bepaalde toestanden. Deze vreemde eigenschap van de kwantumfysica is in de simulatiehypothese niet meer dan een handigheidje om zuinig om te springen met rekenkracht. Om een bepaalde toestand te verkrijgen, moet het programma aan het rekenen slaan. Sommige natuurkundigen ontwikkelen intussen strategieën om experimenteel uit te maken of we in een simulatie leven, al is het nog maar de vraag of we ooit uitsluitsel zullen krijgen. Want als onze ontwerpers ons echt overklassen, lijkt het onwaarschijnlijk dat we hun te slim af kunnen zijn.

Rizwan Virk, die computerwetenschappen studeerde aan het Massachusetts Institute of Techno­logy (MIT) en zelf enkele populaire computergames ontwikkelde, heeft de mogelijkheid van speelbare personages uitgewerkt in zijn boek The Simulation Hypothesis, dat in 2019 verscheen. Nick Bostrom kiest voor de tweede optie, met niet-speelbare personages. Daarin zet een beschaving bijvoorbeeld als een soort archeologisch projectje een voorouder­ simulatie op om na te gaan hoe de verre voorvaderen leefden. Of de ontwerpers willen een concreet probleem aanpakken, zoals klimaatverandering, en draaien daarom een aantal simulaties om te zien hoe verschillende scenario’s uitpakken. In die scenario’s zijn de personages volstrekt kunstmatig; er zit geen echt persoon achter. Dat maakt deze vorm van de simulatiehypothese de radicaalste.

COMPUTERGESTUURDE PRIKKELS Vanuit filosofisch oogpunt wordt het pas echt boeiend wanneer we kijken welke voorstelling wetenschappers zich maken van de mens in een gesimuleerde werkelijkheid. Dan moeten we kiezen tussen twee mogelijkheden: naar analogie van onze eigen games zijn we wel of niet ‘speelbare personages’. In het eerste geval zit er achter een personage een echt wezen. Dat wezen kunnen we zelf zijn, zoals het geval is in de film The Matrix. Daarin liggen lijven massaal gekoppeld aan apparatuur, waarvan ze computergestuurde prikkels ontvangen. Daardoor krijgen ze ervaringen, die radicaal kunnen verschillen van de basiswerkelijkheid. Zo lijkt het voor personen of ze ‘gewoon’ over straat lopen. Op deze invulling zijn allerlei variaties mogelijk en het personage en de ‘echte’ ­persoon hoeven niet dezelfde te zijn.

38

Filosofie Magazine / januari 2020

De kans is groot dat we het resultaat zijn van een simulatie


Lessen In The Simulation Hypothesis schrijft Virk: ‘De simulatiehypothese bundelt verschillende draadjes van de zoektocht naar kennis of de ultieme waarheid, een zoektocht die zich niet beperkt tot wetenschap, maar ook filosofie en religie inhoudt.’ Het zou daarom weleens precies het antwoord kunnen zijn dat één enkel kader aanreikt, een coherent model dat wetenschap en religie samenbrengt. We illustreren dit aan de hand van enkele spirituele en religieuze inzichten waarvoor Virk een overeenkomst ziet met zijn invulling van de simulatiehypothese:

1. D e wereld is ontworpen door een Schepper

In de simulatiehypothese is onze wereld het resultaat van een bewust scheppingsproces. Met de logica van deze hypothese kun je je een soort opperprogrammeur of megakwantum­ computer voorstellen die aan het beginpunt staat van het scheppingsproces. Wie een van de wereldgodsdiensten belijdt, heeft ongetwijfeld een heel ander godsbeeld, maar de simulatie­ hypothese deelt met veel religies het beeld van een opperwezen dat de wereld maakt, zich buiten onze werkelijkheid bevindt, in staat is om ons gade te slaan en desnoods in te grijpen.

2. Onze fysische wereld is niet de echte werkelijkheid

Heel wat levensbeschouwelijke en religieuze stromingen vertellen ons dat de wereld die we waarnemen niet echt is. In het hindoeïsme en boeddhisme is de wereld die we zien maya: een sluier van illusies die de werkelijkheid voor ons verborgen houdt. De overeenkomst met de simulatiehypothese is duidelijk.

3. Leven na de dood

In onze gesimuleerde wereld valt alles te her­leiden tot informatie, inclusief ons bewustzijn. Daarom kunnen we ons voorstellen dat die informatie bewaard wordt op een soort servers, die buiten de simulatie staan. Dat zou betekenen dat we in het spel kunnen sterven, maar ons digitaal bewustzijn blijft bestaan. Dit spoort met de notie van de onsterfelijkheid van de ziel in de abrahamitische religies zoals jodendom, christendom en islam. Ook kan de informatie verder ‘leven’ in een nieuw personage – een optie die Virk verbindt met de boeddhistische notie van reïncarnatie. Ook in onze eigen computerspelletjes hebben personages vaak meerdere levens, waarin ze een lijstje met queesten en verwezenlijkingen moeten afwerken.

4. Een hiërarchie van God en engelen

De basisintuïtie achter de simulatiehypothese is, zoals uitgelegd, de verwachting dat wijzelf binnen afzienbare tijd in staat zullen zijn om een werkelijkheid als de onze te simuleren. Als we in een simulatie leven en we dat punt bereikt hebben, zou de door ons gesimuleerde werkelijkheid een simulatie binnen een simulatie vormen. Andersom kan de ontwik­ kelaar van onze werkelijkheid de simulatie zijn van een nog hogere simulatiewereld. Als we die lijn doortrekken, verschijnt een basiswerkelijkheid met daarin een reeks in elkaar genestelde gesimuleerde werkelijkheden. Ook dat idee kunnen we vertalen naar een religieus wereldbeeld: in de basiswerkelijkheid bestaat de ultieme Schepper, God, terwijl de simulaties op tussenliggende niveaus van werkelijkheden toe te schrijven vallen aan de hiërarchie van engelen uit de abrahamitische godsdiensten.

Filosofie Magazine / januari 2020

39


ESSAY

Beide mogelijkheden sluiten elkaar overigens niet uit: er is een virtuele werkelijkheid denkbaar met een mix van speelbare en niet-speelbare personages, zoals in onze eigen computergames.

40

Filosofie Magazine / januari 2020

CHAOS Wat nou als de simulatiehypothese inderdaad blijkt te kloppen? Sommigen, zoals sterrenkundige Avi Loeb, vrezen dat onze sociale orde dan in elkaar zal storten, omdat we ons niet langer verantwoordelijk voelen voor onze daden. En wat is een mensenleven nog waard als alle gedachten en emoties bestaan uit enen en nullen, geprogrammeerd door god-weet-wie? Slaagt de mensheid er dan nog in om zin te geven aan het leven? Moeten we ons uitsloven om de boel zo verrassend en boeiend mogelijk te houden, uit angst dat onze ontwerpers op ons uitgekeken raken en uit verveling de simulatie stopzetten? In een opiniestuk in The New York Times roept de Amerikaanse filosoof Preston Greene op om vooral niet te onderzoeken of de simulatiehypothese waar is. Want er zijn twee mogelijkheden: ofwel de onderzoekers vinden geen bewijs voor de simulatiehypothese – en dan zijn de experimenten sowieso voor niets geweest – ofwel ze stellen onomstotelijk vast dat we in een ontworpen simulatie leven. In het laatste geval was het misschien niet de bedoeling van onze ontwerpers dat we dat zouden achterhalen en breken ze daarop meteen de simulatie af. Greenes redenering doet denken aan ‘de gok van Pascal’: we weten niet of er een God is, maar alle opties in acht genomen, kunnen we maar beter handelen vanuit de gedachte dat Hij bestaat. Volgens Virk levert de simulatiehypothese de wetenschappelijke onderbouwing voor wat eeuwenoude religieuze tradities ons vertellen. Daarmee is een van de meest intrigerende aspecten van de simulatie­ hypothese ongetwijfeld dat die vanuit een wetenschappelijk-materialistische benadering een c­ oncrete invulling geeft aan (vooral oosterse) spiritualiteit.


Wat is het leven waard als alles bestaat uit enen en nullen? Toch vallen er enkele kanttekeningen bij te plaatsen. In de eerste plaats surft de simulatiehypothese op de golven van optimisme die de steile opmars van de computer­ wetenschappen begeleiden. Maar die successen ­vallen in hoofdzaak te herleiden tot steeds sterkere rekenkracht, terwijl het nog maar zeer de vraag is of de stap naar een gesimuleerde werkelijkheid met bewuste personages louter een zaak is van modelleren en rekenen. Verder schuilt de verleidingskracht van de simulatiehypothese voor een flink stuk in het alternatief dat deze biedt voor problemen waar de natuurkunde al enkele decennia tevergeefs mee worstelt. Denk aan de aard van donkere materie en donkere energie, over de vraag wat kwantumfysica vertelt over de werkelijkheid en hoe je dat kunt verzoenen met gravitatie, waarom materie de overhand heeft op antimaterie et cetera. Maar dat we met de bestaande modellen van de werkelijkheid al een tijdje geen tastbare vooruitgang boeken in het beantwoorden van fundamentele vragen, is nog geen reden om dan maar het eerste het beste alternatief te omarmen. De simulatie­hypothese is dan ook verre van een aanvaard model van de werkelijkheid.

Het is bovendien de vraag in hoeverre de simulatiehypothese een alternatief wetenschappelijk model is. Daarvoor moet het zich immers kunnen blootstellen aan empirische toetsing. Nu zijn er enkele verdienstelijke pogingen en vooruitzichten op dat vlak – vandaar de waarschuwing van Greene – maar het blijft zeer sterk de vraag of een echte toetsing ooit slaagt. Zelfs al zouden onderzoekers onomstotelijk kunnen vast­ stellen dat onze werkelijkheid kenmerken van een computermodel vertoont, dan bewijst dat nog steeds niet dat we daadwerkelijk het product van een simulatieoefening zijn. Bovendien blijft de simulatiehypothese vooralsnog een beschrijvend model dat soepel genoeg is om veel reeds waargenomen verschijnselen te verklaren, maar weinig con­crete voorspellingen oplevert. Tot slot wordt een auteur als Virk sterk gedreven door een diep verlangen naar eenheid tussen (oosterse) spiritualiteit en wetenschap. Een dergelijk verlangen is legitiem als motivatie om aan wetenschap te doen, maar mag uiteraard de wetenschappelijke blik niet vertroebelen. De simulatiehypothese verbindt computergames met fundamentele natuurkunde en – althans in de interpretatie van Virk – spiritualiteit. Drukt deze knotsgekke combinatie uit hoezeer wetenschappers de wanhoop nabij zijn in hun zoektocht naar het ultieme beschrijvingsmodel van de werkelijkheid? Of zullen we de hypothese over enkele jaren afdoen als een modegril, ontsproten aan het brein van fantasten? Misschien illustreert de aandacht ervoor boven alles ons verlangen naar een model van de werkelijkheid dat ook iets vertelt over onszelf en onze plaats in het geheel, een dimensie die in de gangbare theorieën van de natuurkunde ontbreekt.

Filosofie Magazine / januari 2020

41


DENKPRAATJE

‘Toeval volgt je als een schaduw’ Is het een kwestie van tijd voordat de mens het toeval beheersbaar maakt met technische snufjes? Een alarmmatje en een slimme mobile zijn het er nog niet over eens. Auteur Marc van Dijk BABYKAMER, NACHT Een baby ligt te slapen in haar wiegje. Tussen haar matras en het overtrek ligt een alarmmatje dat haar ademhaling, hartslag en bewegingen registreert. Boven haar hoofd hangt een educatieve mobile met draaiende onderdelen, voorzien van de allernieuwste techniek.

WAKY (ALARMMATJE)

Ga om deze artikelen te lezen naar Filosofie.nl/denkpraatje

42

LEARNY

Je hebt het er maar druk mee. Denk je echt dat dit iets zal helpen als het toeval wil dat er iets verschrikkelijks gebeurt met dit k ­ indje?

Dit kind is kerngezond. Je kunt het de hele dag meten, maar dat neemt niet weg dat er iets toevalligs kan gebeuren, iets noodlottigs. Het leven van dit kind zelf is al een gevolg van toevalligheden. Waarom versmolten juist deze ene zaadcel en deze eicel? Het kind had ook in een sloppenwijk in Bangladesh geboren kunnen worden. Denk je dat ze daar een alarmmatje had gekregen? Toeval is een wezenlijke eigenschap van het menselijk leven.

WAKY

WAKY

Het toeval wil niks. En als het stiekem toch iets wil, ben ik er juist om het te slim af te zijn. Wat ben jij voor een barbaar, ondanks je geraffineerde uiterlijk en al je technische mogelijkheden? Jij zou aan mijn kant

Dat zullen we nog weleens zien. Gelukkig hebben de mensen het toeval op veel terreinen succesvol bevochten. Er zijn prenatale tests die nare afwijkingen voortijdig in beeld brengen. Misschien is het toeval

De baby draait zich nu al twee intervallen minder vaak om dan normaal. Dit is op basis van mijn eerdere metingen nog niet alarmerend. Ik stuur nog geen melding, maar het is code oranje.

‘DENKPRAATJE’ is een fictieve filosofische dialoog. Deze aflevering is geïnspireerd op twee interviews met de Britse filosoof John Gray, door Elma Drayer en Ivana Ivkovic.

­ oeten staan. Deze baby is te geliefd om m zomaar aan het toeval over te laten. Daarom hebben de mensen ons bedacht. Als haar slaappatroon iets te veel afwijkt, sla ik alarm. Over alarm gesproken: er was net een kleine beweging, maar ik hou code oranje toch nog even aan.

LEARNY (MOBILE)

Filosofie Magazine / januari 2020


‘De mensen zijn eval hard op weg het to zoveel mogelijk uit te sluiten’

‘Inder maar iets daad, wat w is voor he ezenlijk t kun je on leven, mogel uitsluiten ijk ’

voor toekomstige baby’s helemaal niet meer wezenlijk. De mensen zijn hard op weg om gedurende hun complete levensloop het toeval zoveel mogelijk uit te sluiten.

WAKY

LEARNY

LEARNY

Inderdaad, daar zijn ze hard mee bezig. Maar iets wat wezenlijk is voor het leven, kun je onmogelijk uitsluiten. Een baby kan ook stikken in jouw draadjes, terwijl jij juist bedoeld bent om wiegendood te voorkomen. Dat noemen de mensen tragiek. Met de toename van de beheersing zal ook het noodlot meebewegen. Het toeval zal de beheersing altijd volgen, als een schaduw.

Bach of Mozart, ik heb alles, dus kun je zelf de knoop even doorhakken?

WAKY

LEARNY

Wat ben jij macaber. Sommige apparaten wíllen gewoon niet vooruit. Terwijl het toch duidelijk is dat de mens gekenmerkt wordt door zijn steeds slimmer gevoerde gevecht tegen het toeval. Berusting in het lot is tegen­ natuurlijk voor de mens; juist het verzet tegen het toeval is wezenlijk. Antropogenetica staat nog in de kinder­ schoenen, maar is onstuitbaar in opmars. De mens zal zijn eigen evolutie verder in eigen hand nemen.

Optimaal voor de baby op dit moment? Stilte. Maar je hebt me nu uitgedaagd, ik zet een fraaie ouverture op. Al was het maar om aan jou te laten zien dat toevalligheden onlosmakelijk verbonden zijn met het menselijk leven; de gelukkige ouders hadden ook niet kunnen voorspellen dat ons gesprek ertoe zou leiden dat ik midden in de nacht muziek zou afspelen. Misschien kun je op een dag begrijpen dat toeval het leven niet alleen bedreigt, maar ook v ­ errijkt; vriendschappen, liefdes en baby’s ontstaan ook toevallig. Dat wat heerlijk of verschrikkelijk is voor het leven, lijkt altijd door de deur van het toeval binnen te komen. Die onbeheersbaarheid bepaalt juist de intensiteit van een mensenleven. Niet voor niks waren de Olympische goden vaak jaloers op het geluk van de stervelingen!

LEARNY Mensen denken graag dat ze in de kosmos een speciale plaats innemen. Maar als de kosmos een jaar oud zou zijn, zou de mens pas een paar seconden bestaan. Die laatste seconden zijn een louter toevallige wending in een onverschillig universum. Dat is voor mensen heel moeilijk te accepteren. Het krenkt ze in het narcisme dat hen vanaf hun hightechwiegje typeert.

Code oranje is ingetrokken. Maar ik voel me onbehaaglijk. Kun jij misschien een stukje Bach of Mozart opzetten?

WAKY Je moet afspelen wat op dit moment optimaal is voor de ontwikkeling van het babybrein, op basis van de door jou verzamelde data, sukkel! Moet ik jou echt alles uitleggen?

Muziek schalt door de kamer. De baby wordt wakker en begint te huilen. Een van de ouders komt haar troosten en zet de mobile f­ ronsend uit. ­

Filosofie Magazine / januari 2020

43


ESSAY

Wat tragedies ons leren De illusie van vrijheid doet ons vergeten dat we deel zijn van een keten van generaties, die ons mede bepalen. De oude Griekse tragedies brengen dat besef terug. Auteur Ben Schomakers

J

e zult maar verantwoordelijkheid als die van Agamemnon voelen. In een vlaag van overmoed heeft hij gepocht een betere jager te zijn dan zelfs de godin van de jacht. Als de vloot van de Grieken onder zijn gezag naar Troje moet uitvaren, voor de oorlog die de Grieken definitief tot Grieken moet maken en de Trojanen (en alle anderen) tot buitenstaanders, brengt Artemis uit ontstemming alle winden tot stilstand. Er waait geen zuchtje meer. Wekenlang niet. Het ongeduld onder de ­strijders neemt wel toe. Fel. De expeditie dreigt te mislukken nog voor ze in gang is gezet. De dreiging wordt afgewend door de ziener. Hij vertelt Agamemnon hoe de godin gunstig gestemd kan worden, zodat de ­winden weer waaien: Artemis vraagt het offer van Iphigeneia, de jonge dochter van Agamemnon. Het meisje moet op een altaar sterven. Agamemnon wikt en weegt, belooft het offer, maar stuurt ook een brief waarin hij schrijft dat hij het toch niet doet, waarna hij zichzelf ervan overtuigt dat hij in die grote geschiedenis die geschreven gaat ­worden de

44

Filosofie Magazine / januari 2020

Grieken niet in de steek kan laten, dat hij zichzelf als hun grote leider niet in de steek kan laten en dat hij met de dood van zijn dochter voor dat moment van overmoed zal boeten. Met het offeraltaar als omweg zal hij ten strijde trekken.

RISKANT MAAR ONVERMIJDELIJK De drie grote Griekse tragici schreven over Iphigeneia en de onmogelijke keuze van haar vader: Aeschylus en Sophocles in nietbewaarde stukken, en Euripides in zijn schitterende laatste tragedie, Iphigeneia in Aulis. Het verhaal leent zich dan ook bij uitstek voor een Griekse tragedie. Op de eerste plaats gaat het in een tragedie altijd om een handeling die door het cruciale personage voltooid moet worden, niet een losse daad (een dolkstoot, de verzending van een brief, een kus), maar een handeling van groot belang. In Iphigeneia in Aulis beseft Agamemnon dat door de van hem gevergde handeling zijn leven op het spel gezet wordt. Als hij die niet ten uitvoer brengt, is dat leven weg: als hij voor de Grieken niet de route naar Troje opent, is hij niet langer de moedige, voor niets terugdeinzende aanvoerder van zijn


Het offer van Iphigenia, Arnold Houbraken, 1690-1700

Filosofie Magazine / januari 2020

45


ESSAY

land. Maar als hij de handeling wel voltrekt, kost dat hem zijn dochter, zijn echtgenote en zijn thuis. Rond die ene, riskante handeling wordt getwijfeld en nagedacht, maar dat kan haar niet voorkomen. Het ­personage dat een middelpunt van een tragedie is, wordt altijd aan de mythologie of de geschiedenis van de heldhaftige huizen ontleend – en is dus niet vrij. Het hoort bij zijn identiteit dat hij de handeling voltrekt. Alle Atheners weten dat Agamemnon ­Iphigeneia geofferd heeft. Agamemnon mag op het toneel op duizend manieren aarzelen om tot zijn besluit te komen, hij zal er toch toe komen. Het speelt in elke tragedie: de daad die vaststaat en die op leven en dood

46

Filosofie Magazine / januari 2020

uitgevoerd wordt, heeft enorme nadelen, brengt schade toe of heeft nare morele implicaties. Zo verliest Agamemnon zijn dochter, zijn vrouw, zijn thuis. Altijd heeft de handeling levensgevaarlijke nadelen, die de beslissing echter niet verhinderen.

COÖRDINATEN In hun worsteling oriënteren Agamemnon en andere figuren uit tragedies zich op wat ik de ‘coördinaten’ van het bestaan noem. Die gelden niet alleen in het theater, maar ook daarbuiten, in het alledaagse bestaan. Misschien zijn we dat vergeten, in de moderne tijd, waarin de illusie van vrijheid ons zo ver van onszelf wegdrijft dat we niet meer beseffen dat we niet op onszelf

leven, maar deel zijn van een keten van generaties, die ons mede bepalen. We zijn ook onze geschiedenis, de geschiedenis van ons eigen leven, en die van de levens die aan ons voorafgaan. We dragen verantwoordelijkheid en schuld voor de feiten van die levens. We zijn ethisch niet vrij en staan in het licht van een nietpragmatische ethiek, misschien niet een van duidelijke regels, maar wel van een globale inzet (zuiverheid, ontwikkeling, vrijheid, invoelen, ontvankelijkheid – vraag het Anti­ gone). We zijn een individueel zelf, dat we niet zelf gemaakt of gekozen hebben en waarvoor we alleen met schade vluchten. Schuld, geschiedenis, familie, ethiek en het zelf zijn coördinaten van het bestaan, sterren aan de hemel van reflectie, die we vaak verwaarlozen, die voor ieder van ons op een eigen wijze schijnen en die we kunnen zoeken als het nodig is. Als het duister is en we niet weten welke weg we moeten gaan, welke beslissing we moeten nemen. Ze spelen een rol in de tragedie bij de protagonist die de handeling uitvoert, maar alter­natieven overweegt. Wat is dus een tragedie? Een theaterstuk georganiseerd rond een cruciaal personage (een held, een bekende uit de mythologie, een halfgod), dat één grote, belangrijke, levensbepalende handeling moet uitvoeren en daarbij met de hachelijkheid ervan geconfronteerd wordt, met alternatieven die gerieflijker lijken, maar niet verkozen worden omdat het personage nu ­eenmaal is wie hij is en bestaans­ coördinaten heeft die hij niet uit het oog mag verliezen.


De wrijving tussen de onvermijdelijke opdracht en het zinvolle alternatief dat na­delen wegneemt, de wrijving die op grond van de ervaring van de eigen positie en het zelf overwonnen wordt wat de weg vrijmaakt om te doen wat er gedaan moet worden: dat is de kern van een Griekse tragedie.

Kijkers krijgen helderheid over iets wat in de schaduw rustte

MUZIKALE OPVOEDING Maar dat is nog niet haar boodschap of haar les, want die bestaat in het uiteindelijke effect dat ze heeft op haar toeschouwers. Om daarmee te beginnen: in het kleine, maar invloedrijke werkje Over poëzie geeft Aristoteles een ‘definitie’ van de tragedie, met als hoogtepunt een beschrijving van het effect van de tragedie op het publiek. Een tragedie is namelijk ‘een uitbeelding van een serieuze, belangrijke handeling (...) die dankzij medeleven en vrees de katharsis van dat soort toestanden (of emoties) bewerkstelligt’. Katharsis. Het woord wordt vaak als raadselachtig ervaren, maar misschien hoeft dat niet. Elders legt Aristoteles uit waarom een goede burger een muzikale opvoeding nodig heeft. We hebben in onze ziel emoties waarmee we reageren op toestanden en ageren om iets te verkrijgen. Maar emoties ervaren we zelden zuiver. Wraakzucht mengen we met consideratie en schuld. Liefde met schaamte, moed, frustratie, zelf behoud. Emoties zijn bovendien in het dagelijks leven meestal niet geprononceerd, omdat we ook andere, doelgerichte bezigheden hebben en we ons op anderen afstemmen. De contouren van onze emoties zijn vaag. Ze zijn er, maar we kennen ze niet altijd goed en leven er vaak niet naar. Maar er is muziek die geestdrift uitdrukt, verdriet, verlangen, uitbundigheid, geluk zelf: die muziek, in de passende toonsoort, op het geschikte instrument gespeeld, ­zuivert (katharsis!) de emoties uit de wirwar

en leidt ze naar de voorgrond van de ziel. Daarom moeten mensen een muzikale opvoeding krijgen, zodat de muziek ze die emoties zuiver laat ervaren, laat kennen. En die kennis duurt langer dan het moment. Leren kennen betekent: iets in onszelf tot leven wekken en het beschikbaar maken. We kennen het, we zijn in staat het in te zetten. Een tragedie heeft het vermogen vrees en medeleven inducerende emoties te mobili­ seren, die daarbij tot katharsis, tot zuivering gebracht worden. Het aanslibsel van andere emoties, van alledaagsheid, van onverschilligheid wordt afgespoeld, zodat de emoties het middelpunt van de aandacht worden. Er wordt bij de kijkers een emotie levendig. Ze krijgen helderheid over iets wat eerst in de schaduw rustte. En die helderheid kan blijven. Zo’n helderheid is ook het effect van een tragedie. Noem dat ‘identificatie’. Toeschouwers bij een tragedie vallen even samen met de ­protagonist. Maar dat betekent niet dat ze zich buiten het theater als die protagonist zullen gedragen, al was dat waarvoor Plato waarschuwde toen hij de dichters uit zijn ideale samenleving weerde.

FUNDAMENTELE PASSIE Aristoteles zag in het theater omstandigheden die de identificatie relativeren en tot distantie

Filosofie Magazine / januari 2020

47


ESSAY

De toeschouwers worden wie ze zelf zijn

Dit artikel is een bewerking van het college ‘De les van de tragedie’ gegeven tijdens de collegedag ‘Antieke levenskunst’ die Filosofie Magazine in oktober 2019 in Leiden organiseerde. Het volledige essay ‘De les van de tragedie’ zal in het voorjaar van 2020 verschijnen bij uitgeverij Letterwerk in Antwerpen.

48

temmen, en daarmee de voorwaarde scheppen om de passionele constellaties zuiver onder ogen te zien. Zo verschijnen de acteurs niet als herkenbare mensen, maar gehuld in een statisch gewaad en met een onbeweeglijk masker voor het gezicht. De personen op het podium zijn wel aan ons verwant, maar tegelijk ook anders. Het gaat om helden en mythologische figuren, en wie zich daarmee identificeert is hoogmoedig. Die afstand is maar goed ook: de tragische personages zijn dankzij hun culturele identiteit wezenlijk onvrij en doen inderdaad gevaarlijke dingen. Enerzijds worden de toeschouwers van de tragedie ertoe verleid zich met de personages te identificeren, anderzijds zijn er grote verschillen zodat zij afstand kunnen ervaren. Wat toeschouwers zien, de constellatie van de ziel, is daardoor eerder een onderwerp van emotionele en intellec­tuele aandacht dan een zuivere passie die meesleept en tot handelen aanzet. De per­sonages worden voor een uitbeelding aan­gezien, niet voor een werkelijkheid. De tragedie heeft in de Atheense samen­ leving dus een mooie betekenis, doordat ze ­bijdraagt aan de ontwikkeling van een individu. Onze horizon verbreedt zich. Het gaat om een fundamentele passie, waarvan het goed doet haar te voelen en die ons ook een zekere macht geeft: een macht die

Filosofie Magazine / januari 2020

structuren in anderen herkent. Die macht bestaat er niet uit dat we anderen kunnen manipuleren, maar uit het feit dat we in staat zijn iets te zien.

OVERSCHADUWD DAL Maar er is meer. De tragedie geeft vooral een les in zelf bewustzijn. Toeschouwers worden bovendien behendiger, meer van hun plaats in de werkelijkheid bewuste en opener mensen doordat ze zich met de protagonisten kunnen confronteren. Die besluiten tot een in feite onvermijdelijke handeling door dat plan te vergelijken met het alternatief en zich dan door hun coördinaten te laten ­overtuigen. De grote mensen midden in het theater zoeken naar de hemelpolen van hun bestaan, de onvrije factoren waarmee ze geboren zijn of die dankzij het leven bij hen zijn gaan horen en waarvoor ze uiteindelijk vrij kiezen. En dus moeten zij dit doen. Beslissen ze iets anders, dan stappen ze uit hun geschiedenis en uit het zijn. Dat is wat ze tonen op het podium. En wat het grote publiek ziet. Dat leert zo met dezelfde blik naar het eigen leven te kijken, waarbij het ervan doordrongen raakt dat het andere coördinaten heeft, omdat ieder voor zich een andere betekenis in het geheel van de geschiedenis en de wereld heeft. De ­toeschouwers zullen niet over voor ieder zichtbare toppen gaan, maar bewegen in het overschaduwde dal, onopvallend, met ambities in hun kleine, eigen leven. Dat is hun plaats, een plaats waar ze vrijer zijn, omdat het alternatieve leven voor hen wel toe­ gankelijk is, omdat ze de grote handeling kunnen overwegen, maar niet hoeven uit te voeren. Zij blijven wie ze zijn. Ook dat is een les van de tragedie, die een wijdere strekking heeft. De toeschouwers van de tragedie kijken vanaf de tribune naar het podium, waar zij de grote personages zien, zo duidelijk dat ze de structuur en de dynamiek van hun bestaan herkennen, en die ook op zichzelf toepassen, met identificatie en met distantie. Ze worden wie ze zelf zijn. Maar tegelijk kijken ze naar elkaar met een


Afbeeldingen: Arnold Houbraken, Fototeca Gilardi, Alamy Stock Photo blik van verstandhouding: wat voor mij geldt, geldt ook voor jou. Ik heb mijn geschiedenis en mijn zelf. Jij ook. Ik heb mijn passies, ik ken ze zelfs, ik herken ze ook bij jou, die ze ook heeft. De deelnemers aan het feest worden in het theater niet gehersenspoeld zodat ze gaan geloven dat de goden grillig zijn en het leven tragisch is, zoals lief hebbers van tragedies in het verleden wel hebben beweerd. Wat wel zichtbaar gemaakt wordt, is dat in het leven mensen soms voor een keuze geplaatst worden. Ze moeten een daad verrichten om iets in orde te brengen, iets te redden – iemand, een situatie, een zelf, een zelf beeld, een beeld bij de anderen, een belofte – waarbij die daad ernstige nadelen heeft en het wenselijk maakt hem niet uit te voeren en naar een alter­natief te vluchten.

GLOEIEND VUUR Mensen laten zich bij hun beslissingen ­leiden door die passie, die drang iets te doen of iets te ontvluchten, maar ook door de coördinaten van hun bestaan, die voor de helden de moeilijke handeling onontkoombaar, maar voor de toeschouwers de kleine ontwijking aanvaardbaar maken. Mensen zijn geen dansend vlammetje dat oplaait van situatie tot situatie en dan van vorm verandert, maar een gloeiend vuur waarin geschiedenis, schuld en familieverantwoordelijkheid gemengd zijn en een zelf dat geheugen heeft en

waarbij verlangen hoort. Onder die omstandigheden moeten we proberen het voor ieder van ons juiste te doen. Het gaat in de tragedie over menselijke vrijheid, niet in die tragische zin die de modernen ertoe heeft aangezet de tragedie te koesteren. Het gaat niet om het aantonen van de illusie van vrijheid dankzij dwarse goden of een ontembaar lot. Zijn mensen dan toch vrij, absoluut vrij? Nee: Agamemnon is niet vrij om Iphigeneia níét te offeren. Op zijn schouders drukt de toekomst van Griekenland. En er zijn altijd omstan­digheden en onmogelijkheden die vrijheid in de weg staan: mensen plooien niet op bevel. Is Agamemnon dan onvrij, absoluut onvrij? Nee, ook niet: hij kan zich door de tranen van Iphigeneia laten vermurwen of de ziener weghonen die hem het offer als uitweg heeft voorgesteld. Maar hij leest zijn coördinaten, hij aanvaardt wie hij is, waar hij zich bevindt, wat hem door de werkelijkheid gegeven is en doet wat hij op aanwijzing daarvan moet doen. Misschien is dat wel de grootste vrijheid: die waarin het menselijk handelen zich laat bepalen en bezielen door wat de werkelijkheid al is. Daardoor ontstaat het nieuwe als een logisch vervolg van wat er al is. En dat optimisme is wel een mooi geschenk van de tragedie, vroeg in het nieuwe jaar, als wijn verpakt voor onderweg in een lederen zak, om de schepelingen van het leven aan het begin van hun nieuwe route mee te geven.

Filosofie Magazine / januari 2020

49


‘Als er een blad groot is geworden door eigenzinnig en onafhankelijk te blijven, is het De Groene wel’ Xandra Schutte, hoofdredacteur

Nu 10 weken voor €15 Ga naar www.groene.nl/filosofie óf bel 020-5245555 Onafhankelijk weekblad, sinds 1877 Wekelijks:  diepgravende onderzoeksjournalistiek  essays van de beste denkers uit binnenen buitenland  20 pagina’s cultuur & boeken, en verder:  literair tijdschrift De Gids  maandelijks een documentaire in onze filmclub


COLUMN is filosoof en maakt programma’s over filosofie voor omroep HUMAN

Alles stuk

H

ILLU S TIE TR A

EN KE

G

LIN

et thema van de maand van de filosofie (‘Falen’) van vorig jaar kwam te vroeg. Want het falen in de publieke ruimte heeft sindsdien een hoge vlucht genomen. Vorige maand konden we kijken naar Mijn seks is stuk, een documentaire van Lize Korpershoek over het feit dat ze geen zin meer had in seks. En we konden luisteren naar de podcast Roels Sofasessies, waarin zanger Roel van Velzen met BN’ers praat over zijn eigen scheiding en die van hen. Het is de overtreffende trap van intieme faal-openhartigheid. Geen van beiden ambieert in de producties grote vragen te beantwoorden over, pak ’m beet, vrouwen en seksualiteit, of de hoeveelheid scheidingen in deze tijd. Nee, het gaat helemaal om hun persoonlijke faalverhaal. Dat verhaal vertellen ze met relatief groot gemak in grote talkshows. Korpershoek zegt dat ze het niet moeilijk vindt om kwetsbaar te zijn, wat een rare paradox oplevert, want dat maakt haar meteen wat onkwetsbaar. En het roept de vraag op wat dan het probleem is. Geen zin in seks. So what? Van Velzen heeft de podcast ‘gewoon helemaal voor zichzelf’ gemaakt. Met grote belangstelling heb ik hun beider producten gezien en beluisterd, want de bizarre openheid der mislukkingen is fascinerend, temeer omdat de makers zelf geen hoger doel nastreven (bijvoorbeeld ‘taboedoorbrekend’, ‘emancipatoir’). Dat wordt hun hooguit door anderen toegedicht. Ik merkte dat Van Velzen mij wist te ontroeren, en Korpershoek niet. Korpershoek is zo ontzettend niet bang voor kwetsbaarheid dat het geheel perfect past in eigentijdse vlog diaries waarin makers al hun dagelijkse besognes met verve delen – dat het over seks gaat, ach, maakt het nog wat uit? Van Velzens podcasts zijn wel intiem, want je ziet al die BN’er-koppen niet. Het gaat om wat ze zeggen. De échte kwetsbaarheid van oudere jongere Van Velzen (1976) uit zich in de wijze waarop hij zichzelf soms opgewekt overschreeuwt bij tamelijk pijnlijke verhalen. Er staat veel op het spel: een gezin dat uit elkaar dondert. Wat mij voor hem innam was de onverwachte hartstocht waarmee Van Velzen bij anderen dan zichzelf te rade gaat voor oplossingen en troost: levenswijsheid van anderen, liedjes, boeken en... filosofie. Hij en Richard Kemper buigen zich ineens vol vuur over een filosoof. Alain de Botton! Zijn boek over de liefde heeft ze erdoorheen gesleept! Dirk de Wachter heeft onlangs voorgesteld dat we bij groot ongeluk minder met de psychiater en meer met de buren moeten gaan praten. Dat hoeft gelukkig helemaal niet. Je kunt ook een goed boek lezen. Of naar de podcast van Van Velzen luisteren.

De bizarre openheid der mislukkingen is fascinerend

Filosofie Magazine / januari 2020

51


ESSAY

Het virtuoze van de ambtenaar Wie nog denkt dat ambtenaren onbegrijpelijke taal gebruiken, moet Wittgenstein er maar eens op naslaan. Auteur Frank Meester Beeld def.

K

lare taal, dat zouden ambtenaren eens moeten leren. Het kabinet heeft er drie miljoen euro voor uitge­ trokken. De ‘Direct Duidelijk Brigade’ komt bij de ambtenaren langs om ze een schrijfcursus te geven. Natuurlijk, helder taalgebruik is belangrijk in een brief over de plaatsing van een vuilcontainer of over het ophalen van een p ­ aspoort.

52

Filosofie Magazine / januari 2020

Maar ambtenaren schrijven niet alleen voor burgers. Een groot deel van hun teksten is bedoeld voor andere ambtenaren, voor ­juristen of voor politici. Er werken in Nederland bijna een miljoen ambtenaren. Dat lijkt misschien veel, maar het Nederlandse ambtenarenapparaat is met zo’n zes procent van de totale bevolking ­relatief klein in vergelijking met dat in de ons omringende landen. Zelfs in Amerika ­werken verhoudingsgewijs meer mensen


voor de overheid. Hoewel ze met relatief weinig zijn, hebben Nederlandse ambtenaren wel veel invloed op het Nederlandse beleid. Daarom worden ze de vierde macht genoemd, die boven op de trias politica – wetgevende, uitvoerende en rechterlijke macht – komt. Die vierde macht lijkt misschien ­weinig voor te stellen. De politiekbesluitvormers nemen immers de beslissingen en de ambtenaren voeren die slechts uit. Toch is dat in de praktijk niet zo. Om opdrachten te kunnen uitvoeren moet je ze namelijk eerst interpreteren en vervolgens manieren zien te vinden om ze ten uitvoer te brengen. Daarmee neem je zelf beslissingen. Bovendien voeren ambtenaren

niet alleen uit, ze geven ook advies aan politici, waardoor ze een grote invloed hebben op het opstellen van nieuwe regels en nieuw beleid. De feitelijke macht ligt dus voor een deel wel ­degelijk bij de ambtenaren. Daarbij doen ze hun invloed breed ­gelden. De staat – en dus het ambtelijk apparaat – bemoeit zich met bijna alles wat er in de samenleving gebeurt, van onderwijs tot infrastructuur, van ontwikkelingssamenwerking tot arbeidsmarkt en van herverdeling tot gezondheidszorg. Hiervoor zijn heel veel hoogopgeleiden nodig die deskundig zijn op uiteenlopende gebieden: ICT’ers, archeologen, milieuexperts, bouwkundigen, rekenaars, tekenaars, juristen, en ga zo maar door. In de

praktijk hebben deze mensen een enorme kennis- en ervaringsvoorsprong op de bestuurders onder wie ze werken, in de eerste plaats doordat ze ervoor hebben doorgeleerd en in de tweede plaats doordat ze vaak veel l­ anger op het dossier zitten te broeden dan de verantwoordelijke politicus, die meerdere dossiers onder zijn hoede heeft en bovendien de kans loopt om na vier jaar vervangen te worden. Ambtenaren heten dus met recht de vierde macht, maar dat betekent niet dat ze een eensgezind machtsblok ­vormen. De een werkt voor de gemeente, de ander voor de provincie en weer een ander voor een ministerie. Ze ­bouwen ieder voor zich een eigen ­netwerk op binnen en buiten de eigen

Filosofie Magazine / januari 2020

53


ESSAY

NET NIET HELDER De bedoeling was goed toen de auteurs van het rapport De route naar een beheerste en adaptieve bedrijfsvoering een lijstje opnamen met begrippen en heldere definities. ‘Helder’ bleek in dit geval alleen behoorlijk ingewikkeld te zijn. Een paar voorbeelden: TOEZICHT Het verrichten van beheertaken ter waarborging van de continuïteit en integriteit door periodieke systeemtoetsen en audits in de planning- en controlcyclus. UITVOEREN De administratieve en/of transactionele processen die binnen de bedrijfsvoering worden uitgevoerd. INNOVATIE-INCUBATOR Een creatieve omgeving ter versnelling van het creëren van innovatieve oplossingen/ideeën. Bron: De route naar een beheerste en adaptieve bedrijfsvoering. Deloitte Development LLC in samenwerking met het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, 2019

54

Wat voor mevrouw De Vries onzin is, kan voor juristen klare taal zijn organisatie, met burgers, bedrijven en ­belangengroepen. Ze hebben dus beslist niet allemaal dezelfde belangen. Om die verschillende belangen te dienen, moeten ze ver­gaderen, standpunten afstemmen en vooral effectieve stukken schrijven. Ze doen daarmee belangrijk werk. De poli­tieke waan van de dag laat zich nu eenmaal niet altijd rijmen met juridische juistheid, de optimale belangen­afweging, de efficiëntste uitvoering of de financiële realiteit. Het is de taak van een ambtenaar om tegenwicht te bieden aan de hijgerigheid van de p ­ olitieke arena. Tot zover het werk van de ambtenaar, nu terug naar de klare taal.

KLARETAALFILOSOOF Ook de Oostenrijkse filosoof Ludwig Wittgenstein ging het om klare taal, tenminste in zijn eerste hoofdwerk, Tractatus Logico-­ Philosophicus (1921). Met dat boek meende hij alle filosofische vraagstukken voorgoed te hebben opgelost. De meeste filosofische pro­blemen waren volgens hem namelijk schijnproblemen – taalverwarringen.

Filosofie Magazine / januari 2020

­ anneer je een beter begrip zou hebben W van hoe taal werkt, kon je die taalver­ warringen volgens Wittgenstein oplossen. Hoe werkt taal dan volgens deze klaretaal­ filosoof ? Nou, neem het woord ‘ambtenaar’, dat verwijst naar een ambtenaar in de wereld zoals het woord ‘stoel’ naar een echte stoel ­verwijst. Stel dat die ambtenaar op die stoel zit, dan beschrijft de zin ‘De ­ambtenaar zit op de stoel’ een stand van zaken in de wereld. Om te weten of een zin waar is of niet, moet je hem verifiëren: je kijkt of hij overeenkomt met een stand van zaken in de wereld. Als de ambtenaar op de stoel zit en je zegt: ‘De ambtenaar staat op de stoel’, dan is dat een onware uitspraak. Tot zover is alles wel duidelijk, lijkt me. Maar nu komt het: er zijn ook uit­spraken die je helemaal niet kunt v ­ erifiëren. Neem de zin: ‘Het leven dient om gelukkig te worden.’ Hoe kun je het waarheidsgehalte daarvan checken? Met welke stand van zaken in de wereld komt die overeen? Of deze: ‘God is groot.’ Zo’n uitspraak is niet waar of onwaar, maar zinloos, zonder betekenis. We kunnen over die onderwerpen niet zinvol spreken.


Geachte mevrouw De Vries, Via de gemeentelijke website of telefonisch bij het gemeentelijk contact Centrum heeft u een aanvraag ingediend om een kliko te ontvangen. Bij deze deel ik u mede, dat in de week van (datum) tussen 16:00 en 21:00 uur, een medewerker van de NV MS bij u langs komt, om de aangevraagde kliko bij u af te leveren. Voor meer informatie kunt u ­contact opnemen met de afdeling Logistiek, ­telefonisch bereikbaar tussen 8:30 uur en 15:30 uur via telefoonnummer (nummer). Tevens deel ik u mede dat de NV MS niet aansprakelijk is voor schade aan personen of goederen ontstaan door gebruik.

Geachte mevrouw De Vries, Een tijdje terug heeft u een grijze huisvuilcontainer aangevraagd. Deze container wordt in de week van (datum) bij u thuis bezorgd. Een van onze medewerkers zal de container tussen 16.00 uur en 21.00 uur voor uw voordeur zetten. U hoeft hiervoor niet thuis te blijven. Voor meer informatie kunt u contact opnemen met de afdeling logistiek van de Milieuservice, telefonisch bereikbaar van maandag t/m vrijdag tussen 8.30 uur en 15.30 uur via telefoonnummer (nummer).

Daarom moeten we d ­ ergelijke uit­spraken gewoon niet doen. V ­ olgens Wittgenstein bestaat het grootste deel van de filosofie uit van die zinloze u ­ itspraken. Filosofen spreken en schrijven geen klare taal. De Tractatus eindigt met de beroemde zin: ‘Over dat waarover niet kan worden gesproken, moet men zwijgen.’ Nu Wittgenstein alle filosofische problemen had ­opgelost, had het voor hem geen zin meer om nog verder te filosoferen. Hij besloot belangrijker werk te gaan doen: hij werd ambtenaar, onder­wijzer op een lagere school.

TEKENS ZONDER BETEKENIS Maar ik loop op de zaken vooruit. Nog even terug naar de Tractatus. Daarin schreef ­Wittgenstein dat, om de misverstanden de wereld uit te helpen, je iemand – in ons geval de ambtenaar – moet laten zien ‘dat hij bepaalde tekens in zijn volzinnen geen bete­kenis heeft gegeven’. Als ik dagblad Trouw mag geloven, is dat ook precies wat de Direct Duidelijk Brigade doet. In die krant staat een voorbeeld van hoe de taalbrigade te werk gaat. In de column links (boven) de brief zoals die door een ambtenaar is geschreven. De tweede brief (linksonder) is veel duidelijker. Het is de door de taalbrigade verbeterde versie. Dat komt doordat woorden en zinnen die geen of een onduidelijke betekenis lijken te hebben voor mevrouw De Vries zijn vervangen door woorden die ze wel begrijpt of gewoon zijn verwijderd. De taalbrigade gaat dus precies zo te werk als Wittgenstein in zijn Tractatus aanraadde. Het laatste stukje, over de aansprakelijkheid, is in de tweede brief volkomen afwezig. Misschien heeft de taalbrigade gelijk en verwijst de zin ‘Tevens deel ik u mede dat de NV MS niet aansprakelijk is

Filosofie Magazine / januari 2020

55


ESSAY

KLARE WARTAAL In rapporten en overheids­brieven wemelt het van voor gewone stervelingen onbegrijpelijke zinnen. Een algeheel risico van de maatregel is dat, welke optie ook wordt gekozen, er een risico ligt ... (Bron: Impactanalyse asielprocedure, ministerie van Justitie en Veiligheid. Immigratie- en Naturalisatiedienst, 2019)

Opschaling van innovatie, zowel in het zorgproces als technologisch, is een belangrijke pijler van de programma’s die deze kabinetsperiode in gang zijn gezet, en van de hoofdlijnenakkoorden die met het veld zijn gesloten. Bron: Kamerbrief over voortgangsrapportage Innovatie & Zorg­vernieuwing, ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Hugo de Jonge (minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport), Bruno Bruins (minister voor Medische Zorg en Sport), Paul Blokhuis (staatssecretaris van Volksgezondheid), 2019

De combinatie van deze punten leidt bovendien tot uitvoeringsconsequenties met mogelijk een grote impact. Bron: Bijlage Kamerbrief van Zorgverzekeraars Nederland aan het Ministerie van VWS. Zorgverzekeraars Nederland. P.H. van Holst-Wormser (algemeen directeur), 2019

In mijn wens naar maximale transparantie heb ik besloten tot een zoekslag naar alle communicatie die plaatsvond (...) binnen mijn departement en van mijn departement naar het Openbaar Ministerie (OM) ... Bron: Kamerbrief over onderzoek naar Wilders, ministerie van Justitie en Veiligheid. Ferd Grapperhaus (minister van Justitie en Veiligheid), 2019

56

Filosofie Magazine / januari 2020


Ambtenaren moeten tegenwicht bieden aan de hijgerige politieke arena voor schade aan personen of goederen ontstaan door gebruik’ voor mevrouw De Vries niet naar een stand van zaken in de wereld. Maar voor een jurist ­hebben die tekens wel betekenis. En dat is van essentieel belang. Want zodra de burger bezwaar aantekent, begint er een juridische procedure en gaan juristen deze brief lezen. Dus deze ambtenaar schrijft niet alleen voor mevrouw De Vries, maar ook voor juristen. En wat binnen de context van mevrouw De Vries wellicht onzin is, kan in de juridische context juist klare taal zijn.

SNACKBARCONTEXT Het opmerkelijke is nu dat dit precies is wat Wittgenstein zich realiseerde toen hij na het publiceren van de Tractatus was gestopt met filosoferen. Hij ontdekte dat zijn klaretaaltheorie misschien iets te simplistisch in elkaar stak. Hij had toch niet alle filosofische vraagstukken opgelost. Hij pakte het filosoferen weer op en begon voortaan te denken in ­termen van taalspelen. Een taalspel zou je kunnen zien als een bepaalde context waarbinnen woorden en zinnen een specifieke betekenis en functie hebben. In Meesters in de filosofie, een inleiding in de wijsbegeerte die ik met mijn broer Maarten schreef, legden we die taal­ spelentheorie uit aan de hand van de woorden ‘een’ en ‘met’. Die woorden hebben in de context van dit artikel niet zoveel betekenis en de combinatie van die woorden lijkt ook vrij willekeurig. Maar in het taalspel van de snackbar zijn ze zeer betekenisvol. ‘Een met’ is in die context een beschrijving van een stand van zaken, namelijk van een zak patat met mayonaise erbovenop. Eigenlijk zijn die woorden niet alleen een beschrijving, maar vormen ze

ook een opdracht: wanneer je ‘een met’ zegt tegen de patatboer, uit beleefdheid gevolgd door ‘alstublieft’, dan zeg je: ‘Maak voor mij een patat met mayonaise klaar.’

SLANGENMENS Als we de tekst van de klikoambtenaar dus alleen in het licht zien van klare taal voor de burger, doen we hem tekort, want hij houdt misschien ook wel rekening met de betekenis en het effect van zijn woorden binnen het taalspel van een jurist. Nu blijkt dat die simpele brief over de aflevering van een vuilcontainer al voor minimaal twee taalspelen bestemd is, op hoeveel borden tegelijk speelt een ministe­rieel beleidsstuk dan wel niet? Op het bord van collega’s van de provincie en de gemeente, wellicht op dat van bedrijven en politici, maar als het een beetje tegenzit ook nog op dat van burgers, journalisten en juristen. Het zou zomaar kunnen dat de ambtenaar voor collega’s op het departement klare taal spreekt, en tegelijkertijd ­binnen het politieke taalspel de plannen van de huidige minister op zo’n slimme manier verwoordt dat ze in lijn zijn met het beleid van de vorige minister. Uiteraard moet niet alleen de ambtenaar op een ministerie zich gedragen als een slangenmens, maar ook provinciale of gemeente­ lijke functionarissen moeten zo kunnen schrijven dat ze lastige vragen van journalisten vermijden, dat ze er tegelijkertijd voor zorgen dat de burgemeester niet onderuitgaat en dat de wethouder niet voor schut staat. Ambtenaren zijn geen slechte schrijvers. Ze zijn juist taalvirtuozen, die hun teksten zo weten op te stellen dat ze binnen verschillende taalspelen verschillende betekenissen hebben en dus ook verschillende effecten.

Filosofie Magazine / januari 2020

57


goed leven|beter denken ISVW.NL Een verblijf op Landgoed ISVW is een feest. Alle opleidingen en evenementen worden verzorgd door de beste docenten. Je maakt kennis met geestverwanten, geniet van heerlijke maaltijden en je ontspant met een wandeling door de bossen. Kijk op isvw.nl. l EVENEMENT

WOORDEN VAN VUUR MYSTIEKE LIEFDE IN OOST EN WEST 21 EN 22 MAART 2020 v.a. € 320,-

Wat is de liefde? Talloze filosofen hebben zich over deze onmogelijke vraag gebogen. Een bijzondere benadering komt uit de mystieke tradities. Zowel in het Westen (Fénélon, Hadewijch) als in het Oosten (Rumi, Mahadeviyakka) wordt de hoogste liefde gezien als de intieme ontmoeting van mens en god. Ook als we niet in het goddelijke geloven, kan deze gedachte ons inspireren tot een levenshouding van steeds grotere openheid, afstemming en zelfloosheid. Met Michel Dijkstra en Marc de Kesel.

SUMMERSCHOOLS Kom naar de ISVW voor een denkvakantie in een mooie omgeving, geniet met gelijkgestemden van het goede leven en het betere denken. Kijk op isvw.nl voor meer informatie, of kom naar de Open Dag. ‘Midden in de winter begreep ik eindelijk dat er in mij een onoverwinnelijke zomer huisde’ – Albert Camus

@isvwijsbegeerte

Saskia Kalb ‘Avontuur is niet buiten de mens. Het zit binnenin.’

JULI 2020 6-10 T.S. Eliot. The Four Quartets 6-10 Hoe sta je in de wereld? 8-12 Hersenbeest 8-12 Tao & Qigong 13-17 De politieke Spinoza 15-19 Nietzsche, Foucault, Agamben 20-24 Veerkracht 27-31 Vrij zijn en inspiratie 27-31 De stoïcijnse week AUGUSTUS 2020 3-7 Socratisch gesprek 3-7 Vrijheid, waarheid, liefde 10-14 Leven in overvloed 10-14 Filosofie en religie 12-16 Griekse mythologie 17-21 De woorden en de dingen 17-21 Ecologisch denken 24-28 Foute denkers 28-29 Socrates Summerschool

ISVW Open Dag met een gastlezing van Marjan Slob. 19 januari 2020 @ info@isvw.nl

De schoonheid van angst

ISVW

Toen Saskia Kalb een jaar of zestien was, kreeg ze voor het eerst een angstaanval. Deze ervaring tekende haar leven. Nu deelt ze haar verhaal in het boek De schoonheid van angst. Lees wat Saskia heeft geleerd en hoe angst ook een waardevolle bijdrage aan je leven kan leveren.

€ 24,95 | 304 BLZ. ISVW

@isvwijsbegeerte

033-465 07 00


COLUMN is filosoof en was tussen 2017 en 2019 Denker des Vaderlands

Quick fixes

H

ILL

US TR

TIE

A

oe gaan we het oplossen, meneer Ten Bos?’ Deze vraag krijg ik honderden keren per jaar, vooral door toehoorders van mijn colleges of lezingen over grote kwesties als milieuvervuiling. Ik word er altijd een beetje kregel van. Niet dat ik het de mensen kwalijk neem dat ze hem stellen, want de vraag is begrijpelijk. Het punt is dat hij bij mij een soort verlegenheid oproept: ik heb de macht niet hem te beantwoorden. Het probleem is zo groot dat vragen naar een oplossing, hoe begrijpelijk ook, enigszins ongepast lijkt. Waarom? Omdat je pas zicht op de vraag krijgt als je begrijpt hoe onmachtig je bent. Van een van mijn leermeesters, Gilles Deleuze, leerde ik dat filosofie problemen zichtbaar moet maken waarvoor geen plan, geen programma en geen oplossing is. Als ik dus ergens een verhaal vertel over bijvoorbeeld het uitsterven van soorten en zelfs het uitsterven van de mens, dan verbiedt de filosoof in mij de vaak aan mij gestelde vraag te beantwoorden. Sterker nog: over dit soort vragen meteen denken in termen van oplossingen versluiert het probleem (de ware omvang ervan, de complexiteit ervan enzovoort). Samen met zijn collega Félix Guattari beweerde Deleuze ooit dat filosofie niets anders is dan het bedenken van concepten die moeten helpen om het probleem zichtbaar te maken. Met betrekking tot extinctie gebruik ik een heel arsenaal aan concepten die een glimp op het probleem moeten opleveren: intimiteit (het gebrek eraan), nihilisme, toe-eigening, speculatie, misantropie enzovoort. Paradoxaal is hier dat hun betekenis pas echt duidelijker wordt als er langzaam maar zeker, en nooit te snel, oplossingen voor het probleem beginnen te dagen. Ik kan me bijvoorbeeld geen voorstelling maken van het uitsterven van onze soort. Ik kan er alleen over speculeren. Toch schrijven wetenschappers steeds vaker over dit onvoorstelbare. Hoe moet ik me hiertoe verhouden? Misschien is het een oplossing om eens echt te gaan nadenken over wat het betekent als onze soort ‘mislukt’ en de plaat poetst. Misschien is het daarom een goed idee om te kijken naar eerdere mensensoorten (hominiden) die zijn verdwenen. Wat betekende het voor hen om uit te sterven? Is zoiets eenzaam? Traumatisch? Afstompend? Kunnen we ons van hun wanhoop een voorstelling maken? Of zijn dit slechte vragen? Natuurlijk leveren dergelijke ‘oplossingen’ geen oplossing voor het echte, concreet bestaande probleem. Maar ze zorgen ervoor dat we dat probleem als het ware gaan koesteren of cultiveren en dat quick fixes als illusies worden ontmaskerd. Goede filosofie leert je hoe je je moet laten doordringen van een probleem.

EN

KE

LIN

G

Is uitsterven eenzaam? Traumatisch? Afstompend?

Filosofie Magazine / januari 2020

59


INTERVIEW

Alt-right in de bioscoopzaal Bewerkingen van oude films, nieuwe hoofdstukken van bekende series en variaties op kassuccessen: bioscopen draaien momenteel voor een groot deel op beproefde formules. En die zeggen veel over het politieke klimaat, vindt mediawetenschapper Dan Hassler-Forest. Auteur Simon Gusman Beeld Getty Images

60

Filosofie Magazine / januari 2020


B

ioscoopbezoekers gaan massaal naar avonturenfilms uit de oude Star Wars-serie, naar de zoveelste film over een superheld uit de succesvolle Marvel-stal of naar een nieuwe uitgave van Disney-klassiekers, zoals The Lion King. Mediawetenschapper Dan Hassler-Forest (Universiteit Utrecht) ziet daarin een duidelijk teken van de tijd. Zijn nostalgische films typisch voor onze tijd? ‘De media-industrie heeft altijd al ingespeeld op nostalgische gevoelens, maar de mate waarin varieert. In periodes waarin er een conservatief politiek klimaat heerst, zie je meer nostalgische cultuur. In de jaren vijftig was er veel nostalgie naar de jaren twintig en dertig. In de jaren tachtig zag je onder de conservatieve Reagan een hang naar de jaren vijftig als gouden tijdperk waarin alle mensen hun plek kenden. En ook in de e­ enentwintigste eeuw zie je al een tijdje een verlangen naar eerdere periodes.’

Remakes en variaties op oude films spelen in op die trend, signaleert Hassler-Forest. Ze slaan aan bij een publiek dat goede herin­neringen bewaart aan de eerdere versies, die verschenen in een tijd waarin alles nog goed was – in de herinnering van de fans, t­ enminste. Hoe geven die films ons een goed gevoel? ‘Film, televisie en reclame hebben als belang­rijkste functie ons gerust te s­ tellen. Als je naar een film gaat, wil je daar met een opgelucht en fijn gevoel uit komen. Grote films hebben daardoor vaak een

Filosofie Magazine / januari 2020

61


INTERVIEW

‘De superheld belichaamt orde, rust en regelmaat’

co­nser­vatief karakter. Die vertellen je: er zijn problemen in de wereld, maar die kunnen we overwinnen, want de wereld is op zich goed zoals hij is. Er zijn in zulke films altijd slechteriken die iets willen veranderen aan de wereld, maar die worden gestopt door een superheld die orde, rust en regelmaat belichaamt. Het positieve beeld van het verleden gaat gepaard met een negatief beeld van de toekomst. Sciencefiction schetst vrijwel altijd een akelige toekomstige samenleving. Angst voor de toekomst en een warme band met het verleden gaan hand in hand.’

SUPERHELDEN Een held met speciale krachten moet het opnemen tegen een slechterik die de wereld wil vernietigen: dat is de vaste kern van de superheldenfilms die de afgelopen jaren razend populair zijn. Soms heeft de held bovenmenselijke krachten, zoals Spiderman, die overal tegenop kan klimmen als een spin, of Wolverine, bij wie wonden supersnel genezen. En soms is hij ‘gewoon’ bijzonder: erg slim, sterk en/of rijk, zoals Batman. De commercieel succesvolste film aller tijden is de superheldenfilm Avengers: Endgame (2019). Die bracht bijna drie miljard euro op. Ondanks de conservatieve inslag hebben superheldenfilms recentelijk gevarieerdere casts gekregen. Zo hebben Wonder Woman (2017) en Captain Marvel (2019) vrouwelijke hoofdrollen. Black Panther (2018), met een grotendeels niet-witte cast, staat in de top 10 van winstgevendste films ooit.

62

Filosofie Magazine / januari 2020

Het verlangen naar vroeger en zorgen over de toekomst ziet u ook bij de ­­ ‘alt-right’-beweging. Hoe zit dat? ‘Een fundamenteel aspect van dergelijke rechtse bewegingen is een heel reactionaire gedachte: onze maatschappij was vroeger puur en authentiek, en is dat nu niet meer. Vroeger was Nederland nog echt Nederland, vierden we gezellig samen Sinterklaas met echte Zwarte Pieten. Maar in het niet zo verre verleden is dat fout gegaan; die utopie is kapotgemaakt.’

Hassler-Forest wijst op een groep jonge witte mannen die zich aangevallen voelen door feministen en zogenoemde social justice ­warriors, en die vinden dat deze ‘indringers’ moeten worden bestreden. Zij voelen zich aangetrokken tot nostalgische superheldenfilms, bijvoorbeeld over Batman of over leden van het superheldenteam van de ­Avengers (zie kader ‘Superhelden’.)


Maar filmmakers besteden tegenwoordig ook veel aandacht aan een gevarieerde cast, en een redelijk recente superheldenfilm is Wonder Woman, met een vrouw in de hoofdrol. Hoe pakt dat uit bij het conservatieve publiek? ‘De laatste films, waarin de hoofdpersoon een vrouw is en de spelers diverser zijn, zijn sterk bekritiseerd door de alt-right-fans. In hun ogen waren de films vroeger niet politiek en gingen ze over hen, en nu zijn ze wel politiek en gaan ze niet meer over hen. Daarmee is hun iets afgenomen dat ze terug willen. Deze groep mensen is in de minderheid, maar laat zich heel duidelijk horen.’

‘In conservatieve tijden zie je meer nostalgische cultuur’

Hoe verhouden de nieuwe vrouwelijke helden zich tot de traditionele mannelijke helden? ‘Voorheen stonden vrouwelijke personages alleen in dienst van mannelijke personages, als trofee of met een verzorgende moederrol. Een vrouw die op zichzelf staat, dat is in onze verhaalcultuur een vrij nieuw idee.’

De mannelijke hoofdfiguren in dit soort films beschouwen zichzelf vanzelfsprekend als helden, zegt Hassler-Forest: ze offeren zich op voor het grotere geheel en zijn in

STAR WARS De eerste drie films van de iconische Star Wars-serie, uit de jaren zeventig en tachtig, volgen de ogenschijnlijk onbeduidende Luke Skywalker. Hij ontwikkelt zich tot held als hij de strijd aangaat met een kwaadaardig ‘galactisch’ keizerrijk. Aan het begin van deze eeuw volgden er nieuwe films, die zich afspeelden vóór de originele trilogie en die gingen over de jeugd van de slechterik uit de eerste serie, Darth Vader. Recentelijk is Star Wars verkocht aan Disney, dat weer nieuwe films uitbracht. Net als in sommige nieuwe superheldenfilms is ook hierin sprake van een gevarieerdere cast en kunnen vrouwen een hoofdrol spelen.

dat opzicht te vergelijken met het soort mannen dat het fascisme verheerlijkte. Het alt-right-deel van het publiek bij wie dat stramien aanslaat, moet niets h ­ ebben van de vrouwen die zich naar binnen hebben gewerkt in ‘hun’ films – net zomin als ze in de echte wereld gediend zijn van vrouwen in vooraanstaande p ­ osities. ‘Voorheen waren de witte mannen de hoofdpersonen en stonden vrouwen in zekere zin in dienst van hun bestaan. Nu is dat niet meer zo, maar deze mannen willen hun ­centrale positie terug.’ Als die mannen er niets van moeten hebben, waarom zetten grote productie­ maatschappijen dan toch in op diversiteit? ‘Dat is simpel: het meeste geld valt te halen bij hoogopgeleide mensen die in steden wonen. Die kunnen het zich veroorloven veel geld aan media te besteden. Die willen hun kinderen progressiever opvoeden, en daar wordt naar gehandeld. Ze brengen dit zelf ook sterk naar voren om hun eigen imago progressief te doen lijken. Star Wars is niet plotseling een feministisch manifest geworden, maar sluit wel aan bij de waarden van het publiek waar “toevallig” het geld te halen valt.’

Filosofie Magazine / januari 2020

63


HISTORISCH PROFIEL

64

Filosofie Magazine / januari 2020


De man die alles wilde weten Hij schreef over filosofie, recht, geneeskunde en heel veel meer. Middeleeuwer Avicenna had een ongekende intellectuele honger en beïnvloedde eeuwenlang het denken in het Midden-Oosten en Europa. Auteur Geertje Dekkers  Beeld Hajo de Reijger

N

ooit sliep de jonge Aboe Ali al-Hoessein ibn -Abdoellah ibn- Sina Buchari een nacht door. De tiener was zo druk met lezen en nadenken, met het verwerken van ideeën, dat een gewone nachtrust er niet in zat. Er was gewoon te veel te leren en er waren te veel vragen te beantwoorden. Als de boeken van oude filosofen de jongen niet verder hielpen, verlichtte hij zijn geest met wijn en gebeden, totdat hij een inzicht kreeg. Zo legde Ibn Sina, in het Westen beter bekend als Avicenna, de basis van zijn rijke filosofische leven – volgens zijn eigen vertelling tenminste. Vanaf zijn jonge jaren hield hij zich bezig met geneeskunde, recht, logica, wiskunde en vrijwel alle andere disciplines die de denkers van zijn tijd belangrijk

vonden. Aan elk van die domeinen voegde hij eigen ideeën toe, en dat maakte hem tot een van de belangrijkste middeleeuwse denkers.

TURBULENT BESTAAN Avicenna werd rond 980 geboren in het plaatsje Afshana en groeide grotendeels op in het nabijgelegen Bukhara, in hedendaagse Oezbekistan. Het gebied waar hij woonde viel onder de Perzische Samaniden-dynastie, die indertijd op haar laatste benen liep. Avicenna’s hele leven lang zou het politiek onrustig zijn in de regio, en omdat zijn leven nauw verweven was met dat van de leiders, was ook Avicenna’s eigen bestaan turbulent. De ene verhuizing volgde op de andere, gestuurd door de machtswisselingen. Zijn vader, een hoge ambtenaar van de Samaniden, was mogelijk een aanhanger van

Filosofie Magazine / januari 2020

65


HISTORISCH PROFIEL

Avicenna vond zichzelf slimmer dan zijn leermeester het ismaïlisme, een sjiitische stroming. Dat was riskant onder de soennitische Samaniden, maar voor de jonge Avicenna had de religieuze richting van zijn vader ook een voordeel. Ismaïlieten hielden zich bovengemiddeld veel bezig met filosofie, wiskunde en aanverwante zaken. Het pientere kind werd dus waarschijnlijk al van jongs af aan intellectueel gestimuleerd. In elk geval werd hij al vroeg naar een plaatselijke groenteboer gestuurd, die hem de Indiase cijfers onderwees, het cijfer­ systeem dat wij kennen als Arabisch omdat het via de Arabische wereld naar Europa kwam. Het systeem werd geliefd onder rekenaars en wiskundigen, onder andere omdat het de nul had, een bijzonder praktische innovatie. Behalve rekenles kreeg Avicenna ook onderwijs in de Koran, en volgens zijn eigen levensbeschrijving had hij die op zijn tiende onder de knie. Er volgden lessen van een filosoof, maar die was volgens Avicenna minder snugger dan hijzelf, dus las en leerde hij in zijn tienerjaren vooral zelfstandig. Zijn leraar vertrok en Avicenna studeerde verder, vooral in de geneeskunde. Hij las werken van de GrieksRomeinse arts Galenus, want klassieke teksten waren een belangrijke basis onder de Arabische geleerdheid van

66

Filosofie Magazine / januari 2020

zijn tijd. Razendsnel verzamelde hij op dat terrein wijsheid en rond zijn zestiende behandelde hij patiënten – met succes.

ARISTOTELES EN DE KORAN Daarmee was Avicenna nog niet tevreden, want toen volgde de bezeten studeerperiode waarmee dit verhaal begon en waarin hij zich vooral bezighield met logica en filosofie. Hij zette snel grote stappen vooruit, maar op één terrein kwam hij niet verder. Avicenna kon niets met metafysica, de tak van filosofie die zich bezighoudt met fundamentele vragen zoals de kwestie wat ‘zijn’ eigenlijk inhoudt, of wat eenheid is. Hij bestudeerde deze filosofie via het werk van Aristoteles, die hij maar niet begreep. Veertig keer las hij diens Metafysica, vertelde hij later; hij kende het boek vrijwel uit zijn hoofd, maar hij doorgrondde het niet – waarschijnlijk omdat hij de theorie niet op één lijn kreeg met de islam waarmee hij was opgevoed, maar die ver van Aristoteles’ leefwereld af stond. Alles werd duidelijk toen hij een verhandeling in handen kreeg van al-Farabi, een twintig jaar oudere geleerde, die hem duidelijk maakte dat Aristoteles’ ideeën en de Koran goed samen konden gaan. Avicenna werkte

al-Farabi’s ideeën verder uit en paste klassieke denkers als Aristoteles, maar vooral ook Plato in in een islamitisch wereldbeeld. Daar ligt een belangrijk deel van zijn intellectuele erfenis, die zich ook buiten de islamitische wereld verspreidde. Zo zou de grote christelijke theoloog Thomas van Aquino in de dertiende eeuw veel van zijn denkwerk gebruiken om de oude filosofen te verzoenen met het christendom, dat veel overeenkomsten had met de islam. Avicenna bedacht ook een godsbewijs, dat begon met een redenering die sterk deed denken aan Aristoteles. In iets versimpelde versie verliep die redenering als volgt: onze waarnemingen maken ons duidelijk dat er dingen zijn. Die dingen moeten een oorzaak hebben. En ook van die oorzaken moet weer een oorzaak bestaan enzovoort. Maar die keten van oorzaken kan niet oneindig doorgaan, vond Avicenna, en ooit eindigt hij bij de eerste oorzaak van alles, die zelf geen oorzaak heeft. Tot zover klonk de redenering aristotelisch; daarna nam de filosoof een islamitische afslag. Want die laatste, niet-veroorzaakte oorzaak van alles was volgens Avicenna zijn God, de Schepper. Die werd de basis van zijn metafysica. Later zouden christelijke denkers hem daarin volgen en het bestaan van God op vergelijkbare manier bewijzen. Ook andere ingevingen van Avicenna doen denken aan redeneringen die eeuwen later in Europa zouden klinken. Het zwevende-man-gedachteexperiment bijvoorbeeld, dat begon met een mens die zomaar ineens ontstond, zwevend in de lucht, zonder zijn lichaam te voelen of iets anders waar te nemen. Zelfs die persoon, zo


redeneerde Avicenna, zou zich realiseren dat hij bestond. Of exacter geformuleerd: dat zijn ziel er was. Zo’n zes eeuwen later zou René Descartes een redenering opzetten die er in eerste instantie anders uitzag, maar in de kern vergelijkbaar was. Die (beroemde) redenering begon met twijfel aan alles – ook aan het bestaan van Descartes’ eigen lichaam. Misschien was het lijf dat hij voelde wel het resultaat van zinsbegoocheling. Hoe hij ook twijfelde, hij kon niet ontkennen dat er iets was dat twijfelde: een ik, of een ziel. Zijn conclusie was dus dezelfde als die van de zwevende man die niets voelde of zag, en zich toch bewust was van zichzelf. Dat zelf, dat ik, of die ziel was voor allebei de filosofen fundamenteel anders dan het lichaam.

MEDISCH STANDAARDWERK Behalve met dit soort abstracte beschouwingen bleef Avicenna zich bezighouden met veel concreter zaken, zoals de behandeling van zieken. Een van hen was de Samanidische emir Nuh ibn-Mansur, die hem op zijn achttiende aanstelde als hofarts. Dankzij die baan kreeg Avicenna toegang tot de koninklijke bibliotheek, met een weelde aan literatuur in allerlei disciplines. Bijna elk bekend boek stond daar en Avicenna verdiepte er zijn kennis. Intellectueel was het een mooie tijd, maar er kwam een einde aan toen de Samaniden begin elfde eeuw het laatste restje van hun macht kwijtraakten. Voor Avicenna begon de hierboven aangekondigde reeks verhuizingen van het ene hof naar de andere stad, waar hij diende als jurist en arts.

Tussendoor las, dacht en schreef hij door, onder andere aan zijn Canon van de geneeskunde. Die legde de menselijke anatomie uit, en de werking van het menselijk lichaam – voor zover Avicenna die begreep. Er stonden overzichten in van afwijkingen en instructies om systematisch de oorzaak van klachten te achterhalen. Daarnaast bevatten de boeken suggesties voor medicijnen en overige behandel­ methoden. Eeuwenlang zouden zowel islamitische als christelijke en joodse artsen vertrouwen op (vertalingen van) dit standaardwerk.
Avicenna

behandelde ook zichzelf, deels met succes. Zo bestreed hij ernstige hoofdpijn met koude kompressen. Maar toen hij in 1034 last kreeg van kolieken, greep hij al te drastisch in. Het was (weer eens) oorlog en in de haast om beter te worden en zichzelf in veiligheid te kunnen brengen, gaf Avicenna zichzelf acht klysma’s op één dag. Daar werden zijn ingewanden niet gezonder van en in zijn laatste jaren, die hij doorbracht in Isfahan in huidig Iran, had hij ernstige last van zijn buik. Een zoveelste koliek werd hem in 1037 fataal.

Filosofie Magazine / januari 2020

67


13-DAAGSE VLIEGREIS 18 T/M 30 APRIL 2020

Filosofie in China Denkers van het Rijk van het Midden

ONTDEK DE CHINESE FILOSOFIE OP LOCATIE. REIS MET FILOSOFIE MAGAZINE DOOR DE BAKERMAT VAN HET BOEDDHISME , TAOÏSME EN CONFUCIANISME.

Onder leiding van expert Michel Dijkstra gaat deze reis langs brandpunten van de drie grote filosofische stromingen die de wijsbegeerte van het Rijk van het Midden eeuwenlang hebben gedomineerd. Dat is in de eerste plaats het boeddhisme, dat de weg naar verlichting door wijsheid en compassie in de praktijk te brengen. Het confucianisme legt de nadruk op deugdzaamheid en plichtsbesef en ligt aan de basis van Chinese wetten. Het taoïsme ten slotte, gaat over harmonie in cultuur en natuur. U reist van Peking naar het zuidwestelijke Chengdu en bezoekt onder meer invloedrijke heiligdommen, boeiende musea en indrukwekkend natuurschoon. BEKNOPT PROGRAMMA DAG 1, ZA 18-04

nees

n voor abo

€ 3895

voor € 3995 nees n niet-abo

In de namiddag reizen we met een directe vlucht van Amsterdam naar Peking. DAG 2, ZO 19-04

We komen aan in Peking en bezoeken de Tempel van de Hemel, die hemel en aarde verbindt.

DAG 3, MA 20-04

Na de taoïstische Tempel van de Aarde, de grote boeddhistische Lama-tempel en de Tempel van de Witte Wolken bezoeken we de tempel waar sinds de veertiende eeuw Confucius wordt vereerd. Daar verdiepen we ons in zijn filosofie. DAG 4, DI 21-04

In de Verboden Stad en omgeving leert u over het confucianisme en de keizers van de Ming- en Qingdynastie. Ook maken we een wandeling over het eilandje van het Beihai-park; een introductie op de Chinese filosofie in tuinvorm. DAG 5, WO 22-04

In het Nationaal Museum bekijken we kunstschatten die gerelateerd zijn aan het confucianisme, taoïsme, boeddhisme en hun talloze vermengingen.


DAG 6, DO 23-04

We bezoeken de Shaolin-tempel in Dengfeng, waar de wereldberoemde monniken een demonstratie geven van hun fenomenale lichaamsbeheersing. Ook bekijken we China’s oudste tempel, de Bai Ma Si, en het grote taoïstische Zongyueheiligdom.

Ontdek de Chinese filosofie op locatie! DAG 7, VR 24-04

In Longmen, een van de beroemdste boeddhistische sites van China, bekijken we de kosmische boeddha Mahavairocande en andere prachtige beelden. U krijgt er uitleg over de bonte wereld van het Chinese boeddhisme. Na de lunch bekijken we het Luoyang Museum.

Over r Michel Deisleider ijkstra: ‘Hoogte p

unt van de reis was is en m anier va n vertelle n van Michel’

de kenn

DAG 9, ZO 26-04

DAG 12, WO 29-04

Het Shaanxi History Museum is misschien wel het mooiste museum van China. Na ons bezoek gaan we naar het wereldberoemde terracottaleger van Shi Huangdi. Tijdens ons diner roept een luisterrijke show de bloeitijd van de T’ang-dynastie op.

In Leshan bekijken we een ruim 70 meter hoge Boeddha Maitreya uit de achtste eeuw. Terug in Chengdu is er een afscheidsdiner met specialiteiten uit Sichuan.

DAG 10, MA 27-04

Bij Chengdu bekijkt u de opgraving en het rijke museum van Sanxingdui, met vondsten uit de twaalfde eeuw vóór onze jaartelling.

DAG 8, ZA 25-04

DAG 11, DI 28-04

In Xi’an gaan we naar de Grote Wilde Gans Pagode en de Tempel van de Acht Onsterfelijken, in het oude centrum van de stad. Ook bekijken we een in Chinese stijl gebouwde moskee.

We reizen naar de heilige berg Qingcheng, en krijgen uitleg over de taoïstische en boeddhistische daar. ‘s Avonds wonen we een culturele show bij met als hoogtepunt de wonderbaarlijke face changing opera.

DAG 13, DO 30-04

In de middag nemen we een directe vlucht van Chengdu naar Amsterdam.

Benieuwd naar het uitgebreide reisprogramma en aanvullende informatie? Bezoek dan filosofie.nl/agenda voor het volledige overzicht en praktische informatie.


BOEKEN

Meer rimpels, meer haar, meer naakt Schaamte maakt dat we leren van onze fouten. Maar schaamte voor het lichaam is een zinloze last, vooral voor vrouwen. Auteur Jannah Loontjens

T

De handen van Cicero. Retorische antwoorden op de retoriek van onze tijd | Coen Simon e.a. | Historische Uitgeverij Groningen | 144 blz. | € 20,00 De tweede sekse | Simone de Beauvoir | Erven J. Bijleveld | € 39,90 Geschiedenis van de seksualiteit | Michel Foucault | Boom | 704 blz. | € 39,90

70

Filosofie Magazine / januari 2020

oen Katja Schuurman enige tijd geleden opriep om allemaal een foto van onze naakte derrières op Twitter te plaatsen, als actie tegen seksisme, deed ik dat niet. Mijn billen mogen er best zijn en al helemaal bij eenzelfde belichting als Schuurman op haar glamoureuse foto gebruikte. Waarom deed ik dan niet mee met deze #SexismKissMyAssactie? Niet zozeer omdat ik me voor mijn blote billen schaamde, maar omdat ik me zou schamen voor de wens om mijn naaktheid te tonen. Mooi gevonden willen worden, sexy willen zijn, maar niet té sexy, je schamen als je jezelf niet aantrekkelijk vindt of je juist schamen als je te veel van jezelf laat zien, als je rokje omhoogkruipt tijdens het fietsen – vrijwel alle vrouwen wankelen langs deze onzekere grenzen. Sommigen met meer schaamte dan anderen. Als het in de filosofie over schaamte gaat, gaat het eigenlijk maar zelden over schaamte voor het lichaam. In zijn Retorica noemt Aristoteles een aantal zaken die tot schaamtegevoelens kunnen leiden, bijvoorbeeld uitingen van laf heid, gebrek aan zelf beheersing, inhaligheid, verwaandheid en verwij-


zingen naar seksuele handelingen. Schaamte is in zijn optiek een nuttige sensatie die ons erop wijst dat we een grens overgaan. Zo bezien heeft schaamte een opvoedende werking. Aristoteles noemt echter voornamelijk neigingen of karaktertrekken die we in de hand hebben. Maar hoe zit het met schaamte voor je verschijning? Schaamte voor je huid, lichaamsdelen, je totale lijf ?

EROTISCH VERLANGEN Begin 2019 schreef journalist José Rozenbroek in NRC Handelsblad over de schaamte voor haar verouderende lichaam. Ze stelde dat de gêne voor dunner wordende huid, rimpels en slappere billen meer aan vrouwen vreet dan aan mannen. Iedereen kent schaamte, benadrukt ze, maar vrouwen ‘lijken een zinloos talent te hebben om zich te schamen voor zaken waar rationeel gezien niemand hen verantwoordelijk voor kan houden’. Hoezeer vrouw-zijn verweven is met schaamte, is ook te lezen in Simone de Beauvoirs filosofische verhandeling De tweede sekse. Vrouw worden betekent onder andere ‘object’ worden van erotisch verlangen, maakt De Beauvoir duidelijk. In tegenstelling tot de man, die de rol vervult van het verlangende subject, krijgt de vrouw aangeleerd het verlangen op te wekken – een proces dat met veel gêne gepaard gaat. De vrouw zou aantrekkelijk moeten zijn, erotische verlangens moeten oproepen, maar wel op een bedeesde, ingetogen en niet al te opvallende wijze. Anders riskeren vrouwen sletterig of hoerig gevonden te worden. Nu is er sinds de jaren veertig, waarin Simone de Beauvoir haar filosofische hoofdwerk schreef, wel het een en ander veranderd, maar bepaalde patronen blijken toch behoorlijk hardnekkig. Vrouwen worden nadrukkelijker op hun uiterlijk beoordeeld dan mannen en worden vaker slachtoffer

van body shaming. Filosoof Coen Simon reageerde in de essay­bundel De handen van Cicero op het artikel van Rozenbroek door erop te wijzen dat schaamte niet zo onzinnig is als ze lijkt. Evenmin kunnen we er eenvoudig vanaf raken. Schaamte zit namelijk niet zomaar ‘tussen de oren’, zoals Rozenbroek het terloops formuleert, maar ‘tussen de mensen’, verduidelijkt Simon. Schaamte is een respons op geldende normen en verwachtingen die we gezamenlijk accepteren en met ons gedrag bestendigen. Simon benadrukt in navolging van Aristoteles de civiliserende werking van onze blozende wangen: schaamte maakt ons bewust van

Schaamte kruipt steeds dieper onze intiemste, binnenste delen binnen

Jannah Loontjens is schrijver en filosoof. Ze bespreekt de filosofen die haar hebben beïnvloed.

normen die de beschaving overeind houden. Hij roept op ons niet meer te schamen voor de schaamte. Ik ben het met hem eens zolang schaamte bijvoorbeeld gaat over een onbedoelde belediging van een ander. Dan heeft schaamte wel degelijk een zinvolle functie, maar schaamte voor je eigen lichaam is toch minder zinnig. Sterker nog: die kan een bron van zelfhaat zijn. Simon maakt geen helder onderscheid tussen verschillende oorzaken van schaamte.

ELASTISCH Volgens Aristoteles schamen we ons vooral voor mensen die we bewonderen of voor degene die ‘zich niet schuldig heeft gemaakt aan hetzelfde’: voor wie datgene waarvoor we ons schamen niet met zich meedraagt. Als we dat op de fysieke verschijning

Filosofie Magazine / januari 2020

71


BOEKEN

betrekken, schamen vrouwen op leeftijd zich sneller voor hun slappe borsten als ze zich tussen jonge meiden bevinden, of schamen dikke mensen zich als ze in het gezelschap verkeren van slanke mensen. Gêne maakt ons bewust van normen, maar of we die normen ook willen omarmen blijft de vraag. Schaamte voor het verouderende lichaam wijst ons op de norm van het jonge, elastische meisjeslichaam. Nu zijn schoonheidsnormen gelukkig niet onveranderlijk uit marmer gehouwen; opvattingen over aantrekkelijkheid schommelen en verschuiven. In de jaren tachtig trainden vrouwen eindeloos om hun billen en heupen zo smal mogelijk te houden, terwijl vandaag de dag vrouwen hun derrière en heupen laten liften en fillen om ze maar te laten opbollen. In de jaren zeventig lieten vrouwen ongegeneerd hun okselhaar staan, terwijl we in de jaren erna ons al schaamden voor een paar stoppels onder de armen. In de jaren veertig beschreef Anaïs Nin in een erotisch verhaal een vagina als een ‘gigantische tropische bloem, waaromheen het haar overvloedig groeide en krulde’. Terwijl deze weelderig behaarde vulva destijds opwindend was, is de laatste decennia de schaamte voor het schaamhaar toegenomen, en daarmee samengaand de schaamte voor de labia, de schaamlipjes die juist door het weggeplukte schaamhaar ineens meer opvallen. Schaamte kruipt steeds dieper onze intiemste, binnenste delen binnen. Hoe tijdgebonden seksuele en fysieke normen zijn, heeft Michel Foucault in zijn boek Geschiedenis van de seksualiteit laten zien. Wat wij gewoon vinden, welke vormen we aantrekkelijk vinden en wat voor soort seks we als ‘gewone’ seks beschouwen of welke verlangens we juist als beschamend ervaren, kan per periode nogal verschillen. Wat als ‘normaal’ en ‘mooi’ gezien wordt, heeft te

72

Filosofie Magazine / januari 2020

maken met veranderende disciplinering en conditionering die we ons eigen maken. Hoewel het harsen van schaamhaar nu gewoon is, werd dat toen ik twintig was nog merkwaardig gevonden. Vaak wordt er beschuldigend naar de porno- of mode-industrie gewezen, die te hoge eisen stellen aan het uiterlijk van vrouwen. Maar tegelijkertijd bevestigen we deze idealen zelf; we maken de idealen van de mode-industrie tot de onze en schamen ons voor de afwijkingen.

SLETTERIG In haar documentaire Sletvrees? laat Sunny Bergman treffend zien hoe ongelijk de normen nog altijd zijn als het gaat om het beoordelen van vrouwen en mannen. Mannen pochen over het aantal vrouwen met wie ze naar bed zijn geweest, terwijl vrouwen erop worden afrekenend als ze met verschillende mannen het bed delen of er te sexy uitzien. Ook ik was bang sletterig of exhibitionistisch gevonden te worden als ik op Schuurmans oproep was ingegaan om een selfie van mijn billen te delen. Misschien zouden we moeten leren schaamte te zien als een aanwijzing dat er sprake is van betwijfelbare normen, in plaats van meteen te denken dat er iets mis is met onszelf. Het is vaak de norm die niet klopt, niet het lichaam dat er niet aan voldoet. Ik ben het met Rozenbroek eens dat we ons niet voor ons verouderende lijf zouden moeten schamen. Maar dan moet wat we gewoon vinden ook veranderen. Graag meer krachtige vrouwen met rimpels in beeld. En wat mij betreft ook meer oksel-, schaam- en beenhaar. Meer gewoon naakt. Ongepolijst. Nu heb ik spijt. Ik had me niet moeten schamen, ik had op Schuurmans oproep in moeten gaan. Maar daar is het nu te laat voor, denk ik, toch enigszins opgelucht – schaamte gaat dieper dan ik zou willen.


Abonneer je op

Totaal

Filosofie.nl+

Filosofie.nl

Filosofie Magazine 11x per jaar in huis

Krijg toegang tot het beste over filosofie, voor u geselecteerd en bijeengebracht.

Filosofie Magazine op uw tablet Volledige toegang tot filosofie.nl

Prijs per maand

€6,99

€5,99

€4,99

Meld u nu aan via filosofie.nl/abo of bel 088 - 700 2790


BOEKEN

Tegen de christelijke arrogantie Met scherpe ideeën over uitbuiting van de aarde en de multiculturele samenleving maakte Etienne Vermeersch vrienden, maar zeker ook vijanden. Auteur Mels-Werner Dees

B

egin dit jaar overleed de Belgische hoogleraar Etienne Vermeersch, door tijdschrift Knack uitgeroepen tot invloedrijkste filosoof van Vlaanderen. Onlangs verscheen de bundel Nagelaten geschriften, die een goed beeld geeft van de brede interesse van deze denker. De artikelen gaan over een breed scala aan onderwerpen: van de religie van Kierkegaard tot het recht op euthanasie, van de multi­ culturele samenleving tot milieuscepticisme. Vermeersch schuwde de controverse niet en maakte met zijn standpunten zowel vrienden als vijanden. Hij wekte irritatie bij de katholieke kerk vanwege zijn niet-aflatende strijd voor het recht op euthanasie en hadden conservatieven weinig op met de zorg over het milieu en het klimaat die Vermeersch decennialang uitdroeg. Een constante is Vermeersch’ zorg om het milieu. Vaak haalt hij het boek Silent Spring

74

Filosofie Magazine / januari 2020

aan, van Rachel Carson uit 1962. Dat behandelt de milieueffecten van het gebruik van pesticiden. Reflectie op de observaties van Carson vinden we terug in een aantal teksten in Nagelaten geschriften.

GELD VOOR STERILISATIE In een interview uit 2018 betoonde Vermeersch zich somber over het feit dat de mens ‘zijn eigen leefwereld om zeep helpt’. Hij kon niet aanvaarden dat inzichten die zich met een ijzeren logica aandienden niet doordrongen tot beleidsmakers. De filosoof, overtuigd atheïst, citeerde het Bijbelboek Prediker: ‘In wijsheid is veel verdriet’. Het ging bij Vermeersch niet alleen over pesticiden, de zure regen of de opwarming van de aarde; hij oefende ook kritiek uit op het uitbuiten van de aarde, de grote vraag naar consumptiegoederen en de uitbreiding van het technisch productiepotentieel. Vermeersch verweet de westerse mens dat hij ‘met christelijke arrogantie tegenover de natuur’ meende zijn omgeving te mogen overheersen. Dat combineerde hij met de eurocentrische stelling dat ontwikkelings­ landen ‘geen recht’ hadden op een inhaalslag. Het feit dat westerse landen de aarde konden uitbuiten en decennialang met hun uitstoot het klimaat beïnvloedden, betekende voor Vermeersch niet dat ontwikkelingslanden die fout ook mochten maken, of gecompenseerd


Nagelaten geschriften Etienne Vermeersch | Houtekiet | 488 blz. | € 24,99

moesten worden door rijke landen. Om het milieuprobleem op te lossen pleitte Vermeersch voor geboorte­ beperking. Daarom vond hij het onbegrijpelijk dat overheden het krijgen van kinderen subsidieerden. En hij ging verder, waarbij zijn pleidooi soms uitmondde in goedkoop scoren. Zo stelde hij voor om in geval van een ramp in de Derde Wereld geen dekens te sturen, maar geld te geven aan vrouwen die zich lieten steriliseren. Ook beweerde Vermeersch dat China’s eenkindpolitiek goede gevolgen had voor de positie van meisjes: ‘Als je maar één kind hebt en het is een meisje, ga je uiteraard alles investeren in haar opvoeding.’ Met die opmerking ging Vermeersch voorbij aan het feit dat in China wel heel veel meer meisjes stierven dan jongens en dat in kinder­ tehuizen vooral meisjes woonden.

confronteert men anderen niet ongevraagd [meer] met de eigen wereldbeschouwelijke inzichten. Zelfs de priesters (...) hebben afstand genomen van opvallende kledij.’ De discussie over hoofddoekjes ging volgens

HOOFDDOEKJES

Zijn pleidooi ­mondde soms uit in goedkoop scoren

Ook op het terrein van de multiculturele samenleving was Vermeersch niet vrij van eurocentrisme. Zo was hij voorstander van een verbod op hoofddoekjes in publieke functies, omdat Vlaamse christenen zich ook niet meer duidelijk herkenbaar kleedden: ‘In (...) alledaagse contacten

Vermeersch niet over godsdienstvrijheid. ‘Het publiek opdringen van markante godsdienstige symbolen in een maatschappij die daarvan afscheid had genomen is de eigenlijke bron van het conflict, niet een plotse reactie van

onverdraagzaamheid of islamofobie.’ Weliswaar benadrukte de filosoof zijn af keer van racisme, maar hij maakte ook bezwaar tegen wat hij ‘rootisme’ noemde: de houding van mensen die in West-Europa zijn geboren, maar zich toch beschouwen als bijvoorbeeld Turk of Marokkaan. Zoals racisten anderen op basis van hun afstamming in hokjes plaatsen, zo doen ‘rootisten’ dat volgens Vermeersch met zichzelf. Vermeersch geloofde niet in een leven na de dood. En mocht hij na zijn dood toch voor God staan, dan zou hij zeggen: ‘Je hebt gelogen dat je zwart ziet.’ Wel hoopte hij voort te leven in zijn werk. De caleidoscoop aan teksten die hun weg vonden naar Nagelaten geschriften biedt in elk geval een toegang tot zijn oeuvre.

Filosofie Magazine / januari 2020

75


BOEKEN

Terreur van het geluk Alleen losers zijn ongelukkig, en wie verdriet heeft, moet zo snel mogelijk op de been worden geholpen. Die hedendaagse houding is een grote vergissing. Auteur Rob Hartmans

N

adat mijn vrouw als gevolg van een slopende ziekte was overleden, vroegen verschillende mensen of ik geen behoefte had aan professionele hulp. Ook hoorde ik dat er gemeenten zijn die de partners van overleden inwoners aanbieden deel te nemen aan gesprekssessies met lotgenoten. Nu wil ik niet stoer doen, of ongevoelig lijken, en dus wil ik geenszins suggereren dat ik het verdriet – na een bijzonder gelukkige relatie van 35 jaar – helemaal in mijn eentje kan verwerken. Niettemin krijg ik toch de indruk dat het – ongetwijfeld goedbedoelde – advies om een therapeut te zoeken wel heel typerend is voor onze huidige cultuur: je hebt een probleem, dus gaan we op zoek naar een oplossing; je hebt pijn, dus je grijpt naar een pijnstiller. Maar voor mijn probleem is geen oplossing en aan de pijn valt niets te

76

Filosofie Magazine / januari 2020

doen. Het enige wat erop zit, is het gemis te voelen, het verdriet de ruimte te geven, het te delen met mijn dierbaren, en het leven weer op te pakken. Dit inzicht kwam niet pas toen we getroffen werden door de afschuwelijke ramp van een terminale ziekte. De welhaast keynesiaanse, anticyclische ethiek van de Romeinse dichter Horatius sprak me al langer aan: ‘Bewaar altijd je geestelijk evenwicht in barre tijden, zoals je in betere tijden niet overmatig blij moet zijn.’ Het is goed om te beseffen dat het woord ‘geluk’ twee betekenissen heeft: je volmaakt tevreden en in balans voelen, én mazzel hebben. De oude Grieken waren van mening dat geluk een gift van de goden was, dat het dus een kwestie van toeval was. Pas op het einde van iemands leven kon worden vastgesteld of hij gelukkig was geweest – of hij op de juiste wijze was omgegaan met het geluk én de tegenslagen die hem ten deel waren gevallen. Met andere woorden: gelukkig was hij die een goed leven had geleid. Pas sinds de Verlichting is de notie van het ‘lot’ verdwenen en is geluk min of meer synoniem geworden met ‘succes’. En wie ongelukkig is, is eigenlijk een loser, of een patiënt die weer zo snel mogelijk op de been moet worden geholpen.


De kunst van het ongelukkig zijn Dirk De Wachter | Lannoo | 105 blz. |€ 19,99

De Belgische psychiater Dirk De Wachter verzet zich eveneens tegen deze eendimensionale visie op geluk. In navolging van Wilhelm Schmid heeft hij het over ‘de terreur van het geluk’, namelijk het idee dat om gelukkig te zijn een geslaagde carrière, materiële welstand, bijzondere reizen en een opwindend liefdesleven onontbeerlijk zijn. Het moet altijd meer, beter, mooier, specialer. In zijn praktijk komt hij veel mensen tegen die in deze jacht naar ‘het geluk’ volledig opgebrand zijn omdat ze dachten dat ze moesten ‘leven tot op de bodem’. De Wachter: ‘Van mij mag het. Maar let op. Want soms is de pudding aangebrand daar op de bodem. Als je veel gaat schrapen is het niet zo lekker meer.’ De Wachter stelt dat ongeluk, tegenslag, pijn, eenzaamheid en verdriet bij het leven horen en dat het erop aankomt hoe je daarmee omgaat. Hij citeert Bias van Priëne, die al in de zesde eeuw voor Christus zei: ‘Ongelukkig is hij die het ongeluk niet kan dragen.’ Volgens De Wachter moeten we ‘het geluk’ niet nastreven, maar gaat het erom dat we betekenis geven aan ons leven.

Hij komt niet met een hermetisch en dwingend betoog, maar met een uitwaaierend verhaal over hoe je de pijn en de duistere kanten van het leven het hoofd kunt bieden. Hierbij baseert hij zich niet alleen op zijn

Het moet altijd meer, beter, mooier, specialer dertigjarige praktijk als therapeut, maar ook op het werk van tal van filosofen en schrijvers. Een van zijn inspiratiebronnen is Emmanuel Levinas, volgens wie we pas bestaan in de blik van ‘de Ander’.

En tevens put hij vrijelijk uit het werk van onder anderen Aristoteles, Montaigne, Kierkegaard, Schopenhauer, Cioran en Houellebecq. Hoewel mijn vrouw zelden filosofen las, zag ze haar noodlot met indrukwekkende geestkracht onder ogen. Natuurlijk was ze soms boos, en vaker verdrietig, maar ze realiseerde zich dat het onvermijdelijke einde snel dichterbij kwam. Ze putte troost uit het feit dat ze een mooi leven had gehad, waarin ze veel voor anderen had betekend, en ze bleef tot het eind haar gezond verstand, haar creativiteit en gevoel voor humor houden. Onbewust onderstreepte ze hiermee de visie van De Wachter en biedt ze mij nu nog troost.

Filosofie Magazine / januari 2020

77


WEBSHOP Bestellen? filosofie.nl/shop

VOORDELEN FILOSOFIESHOP • Retourmogelijkheid binnen 14 dagen • Geen verzendkosten voor jaarabonnees • Betalen mogelijk via acceptgiro, iDeal, creditcard of Paypal

DE ‘VERBETERING’ VAN HET MENS-ZIJN

€ 20,00

Techniekfilosoof Peter-Paul Verbeek vraagt zich af hoe technologische en medische middelen, van antidepressiva tot hersenimplantaten, ons op een ethische wijze kunnen veranderen. En wat zal dit doen met onze ideaalbeelden, onze waarden en de kwaliteit van ons bestaan? In De grens van de mens neemt Verbeek het gedachtegoed van Nietzsche en Heidegger als uitgangspunt en gaat hij op zoek naar een nieuwe ethiek.

TERUG NAAR DIGITALE SOEVEREINITEIT Het internet is veranderd van een democratische vrijplaats in een controlerend instituut. We worden afgeluisterd, gestuurd, gevolgd en geleefd. Hoe is dit misgegaan? En nog belangrijker: hoe winnen we die digitale soevereiniteit terug? Digitale pioneer Marleen Stikker stelt de mens centraal bij deze vragen in Het internet is stuk onderzoekt. We hebben het internet kapotgemaakt, maar er zijn mogelijkheden om het weer te repareren – en het wordt hoog tijd.

Titel Het internet is stuk Auteur Marleen Stikker Uitgeverij De Geus Prijs € 20,00

78

€ 20,99 DE UNIEKE TROEF VAN ONZE MENSELIJKHEID

€ 19,95 Titel De grens van de mens Auteur Peter-Paul Verbeek Uitgeverij Lemniscaat Prijs € 19,95

EXPERIMENTATOR ÉN PROEFKONIJN De mogelijkheden van de technologie zijn bijna onbegrensd maar ze brengen ook enorme onzekerheden met zich mee. De natuur, de maatschappij en de mens zijn proef konijn in het experiment met baanbrekende technologieën. Maar de mens is ook experimentator. Wat maakt een experiment in onze ogen acceptabel? De intelligentie en autonomie van mens en natuur eisen voortdurend nieuwe antwoorden. Lieve Goorden brengt de problematiek in kaart en pleit voor een lager tempo: laten we stilstaan bij wat we doen.

Titel De sprong in de techniek Auteur Lieve Goorden Uitgeverij: ISVW Prijs: € 18,00

Filosofie Magazine / januari 2020

€ 18,00

Het menselijk vermogen om betekenis te geven aan zaken is een unieke troef, beweert filosoof en politicoloog Christian Madsbjerg in Filosofie in een tijd van Big Data. Aan de hand van voorbeelden uit zijn ervaring als adviseur in de zakenwereld stelt Madsbjerg dat de filosofie en kunst ons kunnen helpen betekenisvolle beslissingen te nemen – en dat de dominante aanwezigheid van algoritmes niet doorslaggevend hoeft te zijn.

Titel Filosofie in een tijd van Big Data Auteur Christian Madsbjerg Uitgeverij: Ten Have Prijs: € 20,99


Tip van de maand VAN INSTRUMENT TOT DWANGMIDDEL Wat is techniek precies? Is het slechts een instrument voor ons gebruik? Hoe staat techniek in relatie tot de natuur? De Duitse filosoof Martin Heidegger stelt deze vragen en beweert dat de mens verlangt dat de techniek altijd en overal ter beschikking is. Deze behoefte heeft echter als gevolg dat de mens niet alleen de grip op techniek dreigt te verliezen, maar ook op zichzelf. Kans maken op dit boek? We geven vijf exemplaren weg. Stuur voor 20 januari een mail naar filomag@veenmedia.nl o.v.v. ‘Heidegger’. Winnaars ontvangen uiterlijk 30 januari bericht.

€ 14,50 Titel De vraag naar de techniek Auteur Martin Heidegger Uitgeverij Vantilt Prijs € 14,50

Filosofie Magazine / januari 2020

79


‘Darwins pijn en moeite herkende ik’ Nicolien Mizee (54) is schrijver. Haar laatste boek is Allesverpletterende. Faxen aan Ger. Auteur Carolien van Welij Beeld Maarten Noordijk

I

n een brief schreef Darwin: “Ik ben er bijna van overtuigd – het is als het opbiechten van een moord – dat soorten niet onveranderlijk zijn.” Dat maakte diepe indruk op mij. Ik was 28 en een grote maatschappelijke mislukking – wat helemaal niet leuk is. Ik verdiende geen geld en het zag er niet naar uit dat dat ooit ging gebeuren. Ik was bezig mijn leven op papier te zetten en dat faxte ik naar iemand die nooit antwoordde. Ik vroeg me af: wat doe ik? Darwin had een goed idee, schreef dat op en werd wereldberoemd – daar was ik altijd van uitgegaan. Dat hij ook zo’n pijn en moeite had gevoeld, nam mij ontzettend voor hem in. Die pijn en moeite herkende ik tenminste – niet het goede idee, natuurlijk. In die faxen beschreef ik veel waarvoor ik innerlijk terugdeinsde. Mag je dit zeggen? Mag je het überhaupt wel denken? Ik schrijf het maar gewoon op – dat moet Darwin op een gegeven moment ook gedacht hebben. Zijn “moord” was er een op het idee dat soorten onveranderlijk zijn – en daarmee op God. Die van mij op alle vaste waarden die ik van huis, school, tijd en cultuur had meegekregen: “Je moet niet oordelen”, “Iedere moeder wil natuurlijk dat haar kinderen gelukkig zijn”, “Reizen verruimt de blik”. Het schrijven van de faxen was een moord op mijn oude zelf, op alles wat ik geleerd had en wat ik niet als waarheid kon ervaren. Verbeten doorwerken, niet zeker weten of je gelijk hebt en een weg inslaan die op een bepaalde manier naar je eigen ondergang leidt – dat herkende ik bij Darwin. It is like confessing a murder. Zie je nou wel, dacht ik toen ik dat las. Je moet het dus tóch doen. Je moet de moord opbiechten. Die zin is verweven geraakt met hoe ik leef.’

80

Filosofie Magazine / januari 2020


Hoe filosofie mijn leven heeft veranderd

HET MOMENT

Filosofie Magazine / januari 2020

81


AGENDA – JANUARI

1

2

DENKEN OVER EVOLUTIE Do 9 januari – Den Haag

SUCCES IN 2020 Vr 10 januari – Amsterdam

Botanisch filosoof Norbert Peeters neemt u mee op een filosofische reis door de evolutie. Eerst bekijkt u de documentaire Voyage of time, die de geschiedenis van de kosmos schetst. Daarna geeft Peeters een lezing over de geschiedenis van het plantenrijk. Hoe verhoudt het leven van planten zich tot dat van de mens?

Wat betekent ‘succes’ in een carrière? Waar komt ambitie vandaan en hoe houdt men die vast? En welke filosofische ideeën passen bij deze vragen? Onderzoek samen met de filosoof Lammert Kamphuis wat de bronnen van uw ambitie zijn. Succes brengt voldoening en vergt passie, maar ook duurzaamheid, willen we valkuilen vermijden.

19:15 | Omniversum | € 19,50 | filosofieindenhaag.nl/denken-overevolutie/

4

DE RODE DRAAD VAN HET  GEN DAGELIJKS LEVEN: DO Za 18 januari – Leusden De dertiende-eeuwse zenmeester Ehei Dogen beïnvloedde heel Japan met zijn essay Gesprek over het met je hart volgen van de Weg. Daarin komen vragen over vergankelijkheid, wijsheid en compassie aan bod. Tijdens deze cursus leert u de essentie van zijn filosofie kennen, en krijgt u advies hoe deze toe te passen.

10:30| Landgoed ISVW | € 147,20 | isvw.nl/activiteit/dogen-genjokoan/

82

Filosofie Magazine / januari 2020

9:30 | School of Life| € 49 | theschooloflife.com/amsterdam/ programma/special-events/succesin-2020/

3

TIPS

HOE HOUDT U ZICH STAANDE IN DE 21E EEUW? Wo 15 januari – wo 26 februari – Deventer Wat betekent het om mens te zijn in de 21e eeuw? Media, markt en technologie brengen steeds nieuwe perspectieven met zich mee en veranderen zo het leven en de relaties met onze omgeving. Ga op zoek naar humanistische inspiratiebronnen en ontwikkel nieuwe inzichten over hoe de mens bewuste en autonome keuzes kan blijven maken.

19:30 | De Fermerie | € 120 | humanistischverbond.nl/agenda/ cursus-mens-zijn-in-de-21e-eeuwdeventer/

5

ESTHETICA EN KUNSTFILOSOFIE: DELEUZE Za 25 januari – zo 26 januari – Leusden Volgens de Franse filosoof Gilles Deleuze maakte kunstenaar Francis Bacon verborgen krachten zichtbaar. Beluister, bespreek en bekijk Deleuze en Bacon onder leiding van filosoof Arthur d’Ansembourg om zo tot nieuwe inzichten te komen over esthetische vraagstukken.

10:30| Landgoed ISVW | € 319,95 | isvw.nl/activiteit/esthetica-enkunstfilosofie-deleuze/


COLOFON

VOLGEND NUMMER

KLANTENSERVICE

Voor opgave lidmaatschap, verhuizing of bezorging Ga naar www.filosofie.nl/klantenservice Bellen kan ook: +31 (0) 88-700 2790 Post: Lezersservice, Postbus 11249, 3004 EE Rotterdam E-mail: klantenservice@filosofiemagazine.nl REDACTIE

Herculesplein 12, 3584 AA Utrecht Telefoon: +31 (0)88-700 2910 E-mail: filomag@veenmedia.nl (alléén redactiezaken) Website: www.filosofie.nl HOOFDREDACTIE

Natuur

Annemarie Lavèn (annemarielaven@filosofie.nl) REDACTIE & EINDREDACTIE

Geertje Dekkers (geertje@filosofie.nl), coördinatie; Brechtje van Dam (brechtje@filosofie.nl), webredactie; Simon Gusman (simon@filosofie.nl); Wim de Jong (wim@filosofie.nl); Emma Krone (emma@filosofie.nl), stagiair BASISONTWERP

Daphne van Langen (RAZA) ART DIRECTION

def. grafische vormgeving VORMGEVING

Als we de aarde leef baar willen houden, is het hoog tijd voor een nieuwe kijk op dieren, planten en de rest van de natuur. Een niet-westerse blik kan daarbij helpen.

Sanne Heuker (Twin Media bv, Culemborg) MEDEWERKERS

Jaap Augustinus (beeldredactie), Ralf Bodelier, Jan Borst (correctie), René ten Bos, Menke van Daalen (correctie), Mels-Werner Dees, Alexandra van Ditmars, Marc van Dijk, Alicja Gescinska, Rob Hartmans, Jeroen Hopster, Stine Jensen, Jannah Loontjens, Frank Meester, Harmen van der Meulen, Job van der Molen, Maarten Noordijk, Hans Plets, Hajo de Reijger, Erica van Rijsewijk (correctie), Ben Schomakers, Bas van der Schot, Carolien van Welij

DIRECTEUR/UITGEVER Bas Hoogendam, Shatho Beheer BRANDMANAGER Mendel Tuinder

(mendel.tuinder@veenmedia.nl) MARKETING Hannah Jansen (hannah.jansen@veenmedia.nl), Immelda Oord (Immelda.Oord@veenmedia.nl), Bram Galenkamp (bram@filosofie.nl) VERANTWOORDELIJK UITGEVER BELGIË

René van Loon, Ternesselei 326, 2160 Wommelgem PRODUCTIE Sonja Bon (sonja.bon@veenmedia.nl) SALES Mendel Tuinder (mendel.tuinder@veenmedia.nl) DRUK Habo DaCosta bv, Vianen VERSPREIDING NEDERLAND Aldipress, Utrecht VERSPREIDING BELGIË AMP NV, Brussel

ISSN 0928-1789

LIDMAATSCHAP EN DISCLAIMER Jaarlidmaatschap Nederland en België: € 87,50. Buiten Nederland/België ­betaalt u extra portokosten. Bij betaling per acceptgiro betaalt u € 2,- extra. Het ­lidmaatschapsgeld dient vooruit te worden betaald, u ontvangt hiervoor een ­ factuur. Lidmaatschappen worden tot wederopzegging aangegaan, tenzij anders ­vermeld. Opzegging kan telefonisch, schriftelijk of per webformulier plaatsvinden. Na de eerste lidmaatschapstermijn is uw lidmaatschap altijd per drie maanden ­ opzegbaar. Filosofie Magazine is onderdeel van Veen Media. Veen Media legt van leden gegevens vast voor de uitvoering van de (lidmaatschaps)over­eenkomst. Deze gegevens kunnen gebruikt worden om u te informeren over relevante d­ iensten en producten. Indien u op deze informatie geen prijs stelt, kunt u ­mailen naar lezersservice@veenmedia.nl of schrijven naar: Veen Media, Afdeling ­logistiek, Postbus 11249, 3004 EE Rotterdam. De uitgever heeft ernaar gestreefd de auteursrechten van de illustraties volgens de wettelijke bepalingen te regelen. Zij die menen nog zekere rechten te kunnen doen gelden, kunnen zich tot de uitgever wenden.

Verschijnt: 31 januari

LESSEN UIT ATHENE De oudste en radicaalste democratie ter wereld wist hoe ze burgers betrokken kon houden bij politiek: door leiderstaken te verloten. AFRIKAANS DENKEN Bestaat er zoiets als Afrikaanse filosofie? Een interview met de kritische denker Paulin Hountondji. EINDIGE LIEFDE Is mijn geliefde wel de ware? Loopt er misschien iets beters rond? Is het tijd voor iets nieuws? Veel relaties bezwijken onder dit soort vragen. Wat is daaraan te doen? Filosofie Magazine / januari 2020

83


s : t n s e Pre € 8,50 JANUARI 2020

e.n

I.P.V. € 89,-

os ofi

* ex

€ 69,-*

l

LEDENPRIJS

s clu

COLLEGEDAG REBELLEN & DWARSDENKERS ie f

te b

estellen vi

l afi

WANNEER: MAANDAG 9 MAART 2020, VAN 10.00 TOT 16.00 UUR WAAR: ZUIDERKERK, TE AMSTERDAM TICKETS: € 89,- (LEDEN BETALEN € 69,- EN STUDENTEN € 50,-) Spinoza schokte de wereld met zijn revolutionaire ideeën over God. Nietzsche werd niet voor niets de filosoof met de hamer genoemd. Camus zette de opstand centraal in zijn werk. De boeiendste filosofen denken tegen de stroom in. Om die reden organiseert Filosofie Magazine op maandag 9 maart 2020 een collegedag over dwarse denkers vanuit de prachtige Zuiderkerk in Amsterdam. Op deze geheel verzorgde dag trapt Ger Groot af met een overzicht van de

belangrijkste rebelse filosofen. Hierna nemen Henri Krop, Paul van Tongeren en Hans Achterhuis u achtereenvolgens mee in het werk van Spinoza, Nietzsche en Camus. Uw dagvoorzitter is Simon Gusman, filosoof en redacteur van Filosofie Magazine. Tussendoor geniet u van een lunch. Tijdens deze collegedag ontvangt u tevens een gratis entreebewijs (1 jaar geldig, t.w.v. € 14,50) voor het Outsider Art Museum in de Hermitage te Amsterdam.

VOOR MEER INFORMATIE: FILOSOFIE.NL/COLLEGEDAG

Profile for Veen Media Algemeen

Filosofie Magazine 01 - 2020  

Robots, gezichtsherkenning en gemanipuleerde maïs. Doodeng, al die nieuwe uitvindingen die maar op ons blijven neerdalen. Gentechnologie, ze...

Filosofie Magazine 01 - 2020  

Robots, gezichtsherkenning en gemanipuleerde maïs. Doodeng, al die nieuwe uitvindingen die maar op ons blijven neerdalen. Gentechnologie, ze...

Profile for vmadmin