__MAIN_TEXT__

Page 1

SEPTEMBER 201 9 / € 8,50 / FILOSOFIE.NL

Jaargang 27 / september 2019 / Wijsheid in waanzin

VOETBAL Op het veld ben je naakt

FILOSOFIE.NL

EMOTIE Taal is niet zo onschuldig als het lijkt ROKEN De magie van de sigaret

Wijsheid in

waanzin


Nog meer Filosofie Magazine? Dit is formaat bladspiegel, aflopend 3 mm toevoegen i.v.m. afsnede. In geval van aflopend adverteren a.u.b. teksten minimaal 6 mm binnen de bladspiegel plaatsen.

Hmm, tsja, goede vraag. Ik denk dat er in moet staan dat het tweewekelijks is. Met exclusieve content voor leden. (en dan deels gratis ook noemen?) En dat je het op www.filosofie.nl/nieuwsbrief kunt inschrijven. En dan nog een let op, u dient de inschrijving nog te bevestigen via uw eigen mailbox. Want het is double opt-in. Wat mij betreft denk je hierbij dan ook meteen aan de content die dan op de landingspagina komt te staan van de campagne.

GR ATI S Ook als u (nog) geen abonnee bent

Schrijf u ook in voor de Filosofie Magazine nieuwsbrief en ontvang 2x per maand als eerste: Gratis unieke nieuwsbrief-artikelen, podcasts en video’s Speciale aanbiedingen Aankondigingen van acties, evenementen en speciale uitgaves van Filosofie Magazine

Schrijf u nu in op filosofie.nl/nieuwsbrief


VOORWOORD

Verward Elf jaar geleden had Karlijn Roex een paniekaanval. De 19-jarige studente was haar sleutels kwijtgeraakt en vroeg om hulp in een naburig ouderenzorgcentrum. Daarop belde de receptionist de politie en belandde de doodsbange Roex in een cel. Na een gesprek met een psychiater brachten twee politiemensen haar thuis. Toen Roex de volgende dag naar college fietste, kreeg ze gezelschap van twee agenten in een auto die vroegen hoe het met haar ging. Jaren later, na een volgende paniekaanval, kwam de politie weer bij haar thuis. Roex voelde zich geïntimideerd in plaats van geholpen.

De grens tussen normaal en gek is vloeibaar De incidenten zetten haar aan het denken over de manier waarop we omgaan met ‘verwarde personen’. Wat gebeurt er als iemand niet meer bij de ‘normale mensen’ hoort en een dossier krijgt dat nooit meer wordt gesloten? Roex promoveerde in de sociologie, maar gelooft niet in de neutraliteit van de onderzoeker. Net als de Franse socioloog en filosoof Pierre Bourdieu beschouwt Roex haar denken als zelfver­ dediging, in haar geval tegen een samenleving die dubbele standaarden hanteert in de omgang met ‘verwarden’. Karlijn Roex (zie ook pagina 18) is een van de vele sprekers op het ­Waanzinfestival dat Filosofie Magazine op 28 september in het Utrechtse TivoliVredenburg organiseert. Daar onderzoeken we – omlijst door cabaret, muziek en virtual-realitykunst – voor het vierde jaar op rij de grens tussen normaal en gek. Dat die grens ­vloeibaar is, hoeft geen betoog. Op het festival vertelt gezondheidspsycholoog Trudy Dehue over de zachte kant van harde feiten, buigt Christof Abspoel zich over de rol die filosofie kan spelen bij het begrijpen van suïcide en gaat Stine Jensen in op de gevaren van spiritualiteit. Wacht niet te lang met het kopen van kaarten, want het festival is bijna uitverkocht. REAGEREN?

louis.hoeks@veenmedia.nl

Ik hoop u volgende maand te begroeten in Utrecht en wissel dan graag met u van gedachten.

TWITTER

@LouisHoeks Beeld Bram Budel

Louis Hoeks Hoofdredacteur

Filosofie Magazine / september 2019

03


INHOUD

DOSSIER

Waanzin Karlijn Roex, de denker, figureert in de politiearchieven als een ­‘verward persoon’. Waar ligt de grens tussen waanzin en geestelijke gezondheid?

17-37

MOREEL DILEMMA

ESSAY

INTERVIEW

Indoctrinatie

Roken

Michel Serres

Dat je het wereldbeeld van je kind beïnvloedt, is onvermijdelijk, maar mag je je kind elke ideologie meegeven?

De sigaret verdwijnt, maar daarmee ook de magie ervan. Roken was ook een ‘manier om je de ­wereld eigen te maken’.

Op 1 juni overleed de man die filosofen ‘de huisartsen van het cognitieve’ noemde.

10

40

46

04

Filosofie Magazine / september 2019


SEPTEMBER 2019

Deze maand: 6 9 10 12

Focus Column Alicja Gescinska Moreel dilemma: indoctrinatie 4 vragen aan Rosanne ­Hertzberger DOSSIER: WAANZIN

18 24 30 36

Karlijn Roex: ‘verward persoon’ De lof der zotheid Psychopaten en succes Denkpraatje: het pillendoosje en het dagboek TIJDGEEST & GROTE DENKERS

39 40 ESSAY

Column Stine Jensen De relatie tussen roken en ­denken Michel Serres: filosofie gaat over alles Miriam van Reijen over klassieke levenskunst Ziyad Marar: de ultrasociale mens Column René ten Bos Historisch profiel: Xenophon

46

Klassieke levenskunst

52

Het emotionele voelen is altijd een gevolg van een bepaalde manier van denken, stelt ­Miriam van Reijen.

58 63 64

RECENSIES

52

70 74

Thijs Lijster: kunst dénkt Marcus Aurelius kon vlijmscherp formuleren Turrell: de ervaring van het licht zelf

76 HISTORISCH PROFIEL

Xenophon

TOT SLOT

78

Waar die andere leerling van Socrates, Plato, voor de Ideeën ging, richtte Xenophon zich op de praktijk

Het moment: Edouard Duplan, voetballer Agenda Colofon & volgend nummer

80 83

SEPTEMBER 201 9 / € 8,50 / FILOSOFIE.NL

Jaargang 27 / september 2019 / Wijsheid in waanzin FILOSOFIE.NL

64

VOETBAL Op het veld ben je naakt EMOTIE Taal is niet zo onschuldig als ze lijkt ROKEN De magie van de sigaret

Wijsheid in

waanzin

2019_09_Cover.indd 1

08-08-19 12:13

Coverillustratie Zeloot

Filosofie Magazine / september 2019

05


FOCUS

‘Vrijheid is wat wij doen met wat ons wordt aangedaan’ Jean-Paul Sartre

Beeld Mark Ralston/AFP

El Paso, Verenigde Staten 5 augustus 2019 | Mensen bidden hand in hand en steunen elkaar bij kruizen met de namen van de 22 doden die vielen bij de aanslag in Texas. Als eerbetoon aan de slachtoffers en de geschokte stad werd ook de tekst ‘El Paso strong’ geroepen en op spandoeken geschreven.

06

Filosofie Magazine / september 2019


Filosofie Magazine / september 2019

07


rs

Exclu s

voor onze e lez

LEZERSAANBIEDINGEN

ief

Mail &Win!

5X BOEK GESCHIEDENIS VAN DE WAANZIN

3X BOEK IN VERWARDE STAAT

Er is eigenlijk weinig veranderd aan hoe we omgaan met ‘gekken’ en ‘krankzinnigen’, verklaart Michel Foucault (1926-1984). De behandeling in het gesticht lijkt humaner, maar in werkelijkheid werden de patiënten nog steeds door middel van angst gedwongen zich in het gareel te houden. Maar zijn diegenen die wij ‘ziek’ en ‘krankzinnig’ noemen eigenlijk wel ziek?

De samenleving krijgt steeds meer te maken met gevaarlijk geachte 'verwarde personen'. Is de samenleving nog wel veilig, zijn burgers terecht bezorgd? Karlijn Roex, een jonge sociologe die zelf verward is genoemd, draait de vraag om. Zijn het niet juist de verwarde personen die zich steeds onveiliger voelen, door stigmatiserende krantenkoppen, dreigende opsluiting en de dwingende verwachting normaal te doen? 

Kans maken op dit boek? Stuur voor 20 september een mail naar filomag@veenmedia.nl o.v.v. ‘Michel Foucault’. Winnaars ontvangen uiterlijk 23 september bericht.

5X BOEK DE OORSPRONG Kunnen tekst en beeld samen prikkelende denkbeelden vormen? De Franse stripmaker Marc-Antoine Mathieu denkt van wel. In De oorsprong confronteert hij de hardwerkende ambtenaar Maurits Cornelis van Esk met fundamentele vragen over zijn getekende bestaan. Maak kennis met een unieke auteur, die als geen ander opereert op het snijvlak van literatuur en filosofie, beeldende kunst en het stripverhaal. Kans maken op dit boek? Stuur voor 20 september een mail naar filomag@veenmedia.nl o.v.v. ‘De oorsprong’. Winnaars ontvangen uiterlijk 23 september bericht.

Geschiedenis van de waanzin | Michel Foucault | Boom | € 24,90

08

De oorsprong | Marc-Antoine Mathieu | Uitgeverij Sherpa | € 19,95

Filosofie Magazine / september 2019

Kans maken op dit boek? Stuur voor 20 september een mail naar filomag@veenmedia.nl o.v.v. ‘Karlijn Roex’. Winnaars ontvangen uiterlijk 23 september bericht.

In verwarde staat | Karlijn Roex | Lontano | € 24,90


COLUMN is filosoof en schrijver met een Pools-Vlaamse achtergrond

Werkzin

H

IL LU STR

IE AT

NK

E

et had het jaarlijkse hoogtepunt van vele mensen moeten worden: de vakantieperiode. We trokken erop uit, naar verre oorden of naar een elders dichtbij. Zolang we er maar tot rust konden komen; of het nu met wandelen, liggen, eten of cultuur opsnuiven was. En dan was er nog de vakantieliteratuur: eindelijk tijd voor al die boeken die het hele jaar hebben liggen wachten, omdat er geen tijd voor lezen is in onze gejaagde levens. Dit was de periode van het jaar waarin we onze batterijen oplaadden om de rest van het jaar beter door te kunnen komen. Toch lijkt het soms alsof de slinger doorslaat en dat vakantie een té belangrijke component van ons leven is geworden. We genieten niet zozeer van een vakantie om achteraf met volle kracht en overtuiging in het werk te vliegen. We werken een heel jaar lang om achteraf van een vakantie te kunnen genieten. De reden is dat werk voor veel mensen louter een bron van inkomsten is en geen bron van zingeving. Eerder iets wat ze moeten doen dan wat ze willen doen. De gevolgen daarvan zijn bekend: steeds meer mensen lijden aan burn-outs of bore-outs. En talloze psychologische strubbelingen van de moderne mens zijn direct of indirect verbonden aan het uitoefenen van een job zonder voldoening, of een die te veeleisend is. België en Nederland staan in de top tien van de Global Workforce Happiness Index. In weinig andere landen zijn mensen tevredener over hun baan. Dat is goed, en toch. Toch blijkt eveneens uit onderzoek dat zo’n 40% van de Nederlanders niet tevreden is over het totaalplaatje van hun werk: te lage lonen, te lange werkuren, te veel file. Het zijn belangrijke oorzaken van ergernis. De ontevredenheid over de zogenaamde work-life balance neemt met de jaren toe. Alleen al de term work-life balance is veelzeggend over de verstoorde relatie tussen leven en werk. Het leven is iets wat buiten de werkuren gebeurt. Het werk is iets waar ons leven enkele uren on hold wordt gezet. Stephen Hawking zei het ooit mooi: werk verschaft je zin en betekenis, en zonder werk zou het leven zinloos zijn. Werk houdt je niet enkel in leven, maar verschaft je ook redenen om graag te leven. Het is een mooie gedachte, waar een diepe waarheid in zit. Maar het is een cynisch klinkende waarheid voor de talloze mensen die hun baan eerder als last dan als lust ervaren.

EL

IN G

Het leven vindt buiten de werkuren plaats

Filosofie Magazine / september 2019

09


MOREEL DILEMMA

Jeroen Hopster behandelt elke maand een moreel dilemma

Mogen ouders hun kinderen indoctrineren? Dat ouders door hun manier van opvoeden het wereldbeeld van hun kinderen beïnvloeden, is onvermijdelijk. Maar mag je je kind elke ideologie meegeven? Auteur Jeroen Hopster Illustratie Bas van der Schot

O

nlangs berichtte NRC Handelsblad over twee kinderen van een jihadiste, die uit voormalig IS-gebied zijn teruggebracht naar Nederland. De Raad voor de Kinderbescherming plaatste de peuters bij hun groot­ ouders, ofschoon hun opa er IS-sympathieën op nahoudt, zo stelt de krant na onderzoek. Een omstreden beslissing, met een morele vraag in het verlengde: hoever gaat eigenlijk de ideologische vrijheid van opvoeding?   Sommige opvoedkundige verplichtingen zijn bij wet vastgelegd. Ouders hebben een financiële onderhoudsplicht jegens hun kinderen, en moeten zorgdragen voor hun ­geestelijke en lichamelijke welzijn. Maar over de denkbeelden die zij hun kinderen meegeven, bestaan geen wettelijke bepalingen. Als ouders hun kinderen fysiek verwaarlozen, kan de overheid besluiten de kinderen uit huis te plaatsen. Zou dat ook moeten gelden als ouders hun kinderen indoctrineren met een fout ideologie?

10

Filosofie Magazine / september 2019


TEGEN

Er zijn echter grenzen aan de vrijheid van opvoeding. Kinderen behoren niet alleen tot een gezin, maar ook tot de maatschappij. Ouders kunnen de maatschappelijke ontwikkeling van hun kinderen schaden, door hen te indoctrineren met denkbeelden die op sterke maatschappelijke weerstand stuiten. Niet voor niets hebben kinderen een leerplicht, en wordt thuisonderwijs ontmoedigd. Door naar school te gaan worden kinderen deelgenoot van maatschappelijke normen, geconfronteerd met nieuwe opvattingen, en krijgen ze de ruimte zich te ontwikkelen buiten de beperkingen van de huiselijke sfeer. Ook levert de indoctrinatie van kinderen potentieel een gevaar op voor de maatschappij. Dat is de grote zorg als het gaat om terugkerende IS-kinderen: welke maatschappelijke risico’s brengt die terugkeer met zich mee? Sommige kinderen die in IS-gebied zijn opgegroeid hebben een shariaopleiding gevolgd, militaire training gekregen, wapens gedragen, of zelfs executies uitgevoerd. Er is een aanzienlijke kans dat IS-kinderen psychisch getroebleerd zullen zijn, gewelddadig gedrag vertonen, en vatbaar zijn voor extremistische opvattingen in hun omgeving. Ook al is het in het belang van het kind om op te groeien bij de eigen (groot)ouders, in sommige gevallen weegt dat belang niet op tegen het maatschappelijke risico dat gezinshereniging met zich meebrengt.

IS-KINDEREN

Het geval van terugkerende IS-kinderen is uitzonderlijk. Bij die kinderen is er vaak sowieso al sprake van een ontwrichte gezinssituatie. Bovendien is de dreiging die ideologische indoctrinatie met zich meebrengt een stuk reëler dan in andere gevallen. Aan die dreiging wordt sinds kort gehoor gegeven: potentieel gevaarlijke kinderen van jihadisten krijgen speciale opvang bij terugkeer naar Nederland, waar hun ontwikkeling nauwlettend wordt gevolgd en hulpverlening op maat wordt geboden. Allicht brengt de terugkeer van een peuter minder gevaar mee dan die van een puberende jongen. Per geval moet worden bekeken welke ervaringen deze kinderen hebben gehad, of ze nog steeds aan ideologische invloeden blootstaan, en welke risico’s daarmee gepaard gaan.

VÓÓR

T​ wee overwegingen pleiten voor minimale overheidsbemoeienis. De eerste is ­respect voor ouderlijke autonomie. Welke idealen ouders hun kinderen meegeven, vloeit voort uit de idealen die de ouders zelf aanhangen, en raakt aan de kern van hun identiteit. Tornen aan ouderlijk gezag is een zeer indringende vorm van bemoeienis; een inbreuk in de privésfeer, die de integriteit van ouders aantast. Autonomie en integriteit zijn belangrijke waarden, waar we niet lichtzinnig mee moeten omspringen. Ook al is er een grens aan wat ouders met hun kinderen mogen doen, die grens ligt ver weg. Ten tweede is het de vraag of het belang van het kind wel gediend is bij bemoeienis van buitenaf. Enkele jaren geleden was er veel media-aandacht voor tiener Tom Watkins, die door zijn moeder – in de ban van een alternatieve geloofsovertuiging – slechts met rauw voedsel werd grootgebracht. Er gingen stemmen op om Tom uit huis te plaatsen. Dat is overigens niet gebeurd. Inmiddels is Tom een gezonde twintiger; terugkijkend op alle media-aandacht heeft het hem vooral beangstigd hoe de wereld zich van de ene op de andere dag met zijn leven ging bemoeien. Bescherming van het kind mag dan het doel zijn, soms werken pogingen daartoe eerder averechts.

Welke ideologie kinderen meekrijgen, is een zaak van de ouders, niet van de overheid

Filosofie Magazine / september 2019

11


4 VRAGEN

‘Het wetenschappelijk bedrijf is in crisis’ ‘Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt …’. Dat argument wordt tegenwoordig in bijna elke discussie gebruikt. Volkomen ten onrechte, vindt schrijver en microbioloog Rosanne Hertzberger (1984). Want onze standpunten gaan vaak niet over ‘waar’, maar over ‘goed’. Auteur Alexandra van Ditmars Beeld Merlijn Doomernik

1

De Duitse denker Immanuel Kant probeerde in zijn filosofie vier vragen te beantwoorden. Frank Meester legt deze vragen voor aan mensen die in het nieuws zijn.

12

WAT KAN IK WETEN?

‘Wetenschap heeft geleid tot baanbrekende kennis over onszelf, onze omgeving, onze planeet en ons universum. Maar we moeten niet denken dat wetenschap altijd tot betrouwbare kennis leidt. Wetenschap is heerlijk kneedbaar en kun je alles laten zeggen wat je wilt. En dat gebeurt ook. Neem bijvoorbeeld mindfulness. Veel mensen zijn ervan overtuigd dat meditatie en andere aandachtoefeningen ervoor zorgen dat ze gelukkiger, creatiever en productiever worden. Niet zo verwonderlijk, want er zijn talloze publicaties die dat beweren. Maar het gros daarvan is onbetrouwbaar. Er is helemaal geen overtuigend bewijs dat mindfulness voor een gemiddelde, gezonde burger positieve effecten oplevert. In 2017 publiceerden vijftien onderzoekers een lange lijst met tekortkomingen in het huidige mindfulnessonderzoek. Zo is er te weinig aandacht voor de negatieve effecten van mindfulness. Ook hanteert niet iedereen dezelfde definitie, en meet iedereen aandacht, concentratie of geheugen op een andere manier. Bovendien zijn er ontzettend weinig goed gecontroleerde studies. Elke mindfulnesswetenschapper die ik googelde, bleek zelf te mediteren. De meesten raakten

Filosofie Magazine / september 2019

al verslingerd aan meditatie voordat ze besloten de voordelen ervan voor lichaam en geest aan wetenschappelijk onderzoek te onderwerpen. Dat is gevaarlijk: als jij al volledig overtuigd bent van de positieve effecten van mindfulness, wordt je onderzoek ernaar al snel onbetrouwbaar. Vergelijk het met de evangelische kerk die gebedsgenezing gaat onderzoeken.’

2

WAT MOET IK DOEN?

‘Minder vertrouwen hebben in de wetenschap. We moeten inzien dat het wetenschappelijk bedrijf in crisis is. Er komen steeds meer papers aan het licht waarvan de conclusies, na het herhalen van de experimenten, niet standhouden. Dat is niet alleen zo bij mindfulness, maar bij tal van onderzoeken. Zo bleken bij een grote replicatiepoging van dertien prestigieuze studies naar kanker de resultaten van vijf daarvan volstrekt anders of niet te interpreteren. Daar heeft de wetenschappelijke methode simpelweg gefaald. Om die methode in ere te herstellen moet er veel meer transparantie komen. Talloze resultaten worden nu niet gepubliceerd; wetenschappers houden hun kaarten angstvallig tegen de borst. Terwijl ze juist meer met elkaar moeten samenwerken.’


Filosofie Magazine / september 2019

13


4 VRAGEN

3

WAT MAG IK HOPEN?

‘Ik hoop dat mensen ophouden steeds meer op te hangen aan de wetenschap. Vroeger bepaalde de kerk wat waar, goed of verstandig is. Voor een groeiende groep mensen is dat tegenwoordig de wetenschap. Mensen leven hun leven evidence-based: als iets wetenschappelijk bewezen is, vinden ze het goed. Maar er zijn ook andere bronnen van kennis, zoals ervaring. Iets hoeft niet altijd bewezen te zijn. Je kunt bijvoorbeeld ook simpelweg merken welk eten goed werkt voor jouw kinderen, of dat ze relaxter aan tafel zitten als je ze even buiten hebt laten spelen. Je hoeft dan echt niet met onderzoeken te zwaaien om die keuzes te verdedigen. Daarnaast hoeft ook niet alles te draaien om kennis. De meeste dingen die wij doen, gaan helemaal niet over wat waar is, maar over wat wij goed en nastrevenswaard vinden. Alleen wijzen we daarbij niet op onze normen en waarden – waar het eigenlijk over gaat – maar op wetenschappelijk onderzoek. Zo zeggen anti-vaxxers dat ze hun kinderen niet vaccineren omdat zogenaamd bewezen zou zijn dat kinderen er autisme van krijgen. Maar wat ze volgens mij eigenlijk bedoelen: je mag het leven niet manipuleren, dus je mag je kinderen niet beschermen tegen ziektes.’

4

WAT IS DE MENS?

‘De moderne mens ziet zich als de ultieme homo sapiens. Hij lijkt ervan overtuigd dat hij de eerste is die – dankzij de wetenschap – rationeel en helder de waarheid kent.

14

‘We moeten minder vertrouwen hebben in de wetenschap’

Filosofie Magazine / september 2019

Het grote niets Rosanne Hertzberger Prometheus 96 blz. | € 12,99

Onze arrogantie is vaak echt niet te stuiten. Terwijl we in werkelijkheid nog steeds last hebben van dezelfde vertroebelingen van de geest waaraan ook onze voorvaderen leden. De mens is nog altijd een irrationeel kuddedier. Wetenschap blijft mensenwerk, en heeft daarom last van die menselijke trekjes. Een wetenschapper is een vat vol overtuigingen – over individualiteit, over religie, over het Westen versus de rest van de wereld, over van alles. Het is tijd dat we dat inzien. Wetenschappers zouden zichzelf voor elk onderzoek moeten afvragen: wat hoop ik dat hieruit komt? En waarom hoop ik dat? Die zelf kennis kan ervoor zorgen dat wetenschap zich beperkt tot de feiten, en niet gebruikt wordt om een verhaaltje te onderstutten dat jij jezelf graag vertelt.’


DE BESTE ARTIKELEN OVER DE VRIJE WIL VERZAMELD IN ONZE

LEDENPRIJS

cl

I.P.V. € 8,50

ie f

fi e

x *e

us

.nl

€ 7,-* te b fi l o este llen via

so

Heeft u deze specials al gelezen?

NU VERKRIJGBAAR IN DE WINKEL OF TE BESTELLEN VIA FILOSOFIE.NL/EXISTENTIALISTEN


Word lid van Filosofie Magazine TOTAAL

FILOSOFIE.NL+

FILOSOFIE.NL

Volledige toegang tot filosofie.nl én het online archief van ‘Wijsgerig Perspectief’

Filosofie Magazine op uw tablet

Filosofie Magazine 11x per jaar in huis

Exclusieve aanbiedingen en gratis verzending in de webshop

Prijs per maand

€6,99

€5,99

€4,99

Vanaf € 4,99 per maand krijgt u toegang tot het beste over filosofie, voor u geselecteerd en bijeengebracht. Meld u nu aan via filosofie.nl/lid of bel 088 - 700 2790.


DO SS IE R

Waanzin Karlijn Roex profileert zich in toenemende mate als een vooraanstaand denker. Tegelijk figureert zij in de archieven van de overheid als een 'verward persoon'. Waar ligt de grens tussen waanzin en geestelijke gezondheid? Is er wel een grens? En: is het nodig om een psychopaat te zijn als je de top van het bedrijfsleven of in de politiek wilt bereiken? Lees u in voor het Waanzinfestival van 28 september in TivoliVredenburg.

Filosofie Magazine / september 2019

17


INTERVIEW

‘Alle burgers zijn surveillanten geworden van politie en Justitie’ Vrijwel dagelijks berichten de media over ‘verwarde personen’. Met dat label ben je de rest van je leven verdacht. Socioloog Karlijn Roex, een van de sprekers tijdens het Waanzinfestival, onderzoekt de groeiende afkeer van het ‘niet-normale’. Ook zijzelf belandde ooit als ‘verwarde’ in de politiecel. Omdat ze haar sleutels kwijt was. Auteur Marc van Dijk Beeld Maarten Noordijk

W

at doe je als je op straat geconfronteerd wordt met iemand die schreeuwt of die zich vreemd gedraagt? Dikke kans dat je alarmnummer 112 belt, en dat de persoon in kwestie wordt meegenomen door de politie. Niemand kijkt nog op van ‘een verward persoon’ meer of minder. Het is voor iedereen het beste dat deze mensen door professionals worden geholpen. Maar is het wel zo simpel? Gepromoveerd socioloog, onderzoeker en activist Karlijn Roex (30) ervoer zelf meer dan eens hoe het is om mee­ genomen te worden door de politie (een arrestatie is het niet, gedwongen is het wel) en het etiket ‘verward persoon’ opgeplakt te krijgen. In haar eerste boek In verwarde staat betoogt ze dat niet de samenleving tegen verwarde

18

Filosofie Magazine / september 2019

­ ersonen beschermd dient te worden, maar de verwarde p personen tegen de door de staat afgedwongen normaliteit. De door Roex geciteerde Franse denker Michel Foucault gebruikte het beeld van het panopticum, een cirkelvormige gevangenis, om te laten zien dat de meest ingrijpende disciplinering niet van bovenaf, maar ‘van binnenuit’ komt. In de cirkelvormige gevangenis weet de gevangene nooit of de bewaker, die in het midden staat, naar hem of haar kijkt. Daardoor is die bewaker uiteindelijk bijna niet meer nodig: gevangenen disciplineren zichzelf en elkaar (want de blik van de bewaker is een permanente mogelijkheid). ‘Zo is het met ons inmiddels ook’, zegt Roex. ‘Alle burgers zijn surveillanten geworden, verlengstukken van politie en ­Justitie – en dus van de staat – bij het signaleren van afwijkend gedrag. Simpelweg een gesprek voeren met


DO SS IE R

Filosofie Magazine / september 2019

19


INTERVIEW

iemand die in paniek is, of iemand op een eigen manier geruststellen, ligt steeds minder voor de hand.’ Komt dit wel door de staat? De staat trekt zich toch juist terug? ‘De neoliberale staat wekt inderdaad de indruk dat hij zich zoveel mogelijk terugtrekt en de “zelfredzame” burgers zo vrij mogelijk laat. Maar in de prak­tijk bewegen we in de richting van een geraffineerd surveillancesysteem waar burgers vrijwillig aan meewerken, waardoor het bijna onmogelijk is geworden om af te wijken. De Franse socioloog Loïc Wacquant ziet juist in neoliberale staten een opleving van pleidooien voor een strakke disciplinering van de groeiende groep mensen die kampen met bestaansonzekerheid: 'storende' armen en vreemde lieden. Onzekerheid over baan, huisvesting en keiharde competitie vormen een voedings­bodem voor bezorgdheid over de “Dreigende Ander”: daklozen, verslaafden, niet-geïntegreerde migranten, vluchtelingen, hangjongeren. De “verwarde persoon” is een flexibele, ingenieuze uitvinding: hij kan vele kleuren en gedaanten aannemen en nieuwe disciplinerende maatregelen legitimeren.’   Toch associëren we disciplinering niet met liberale staten. ‘Ook de Koreaans-Duitse filosoof Byung-Chul Han zegt dat juist de leden van een neoliberale samenleving zich heel strak disciplineren: burgers willen presteren, economisch succes bereiken, harder werken, dure statusgoederen consumeren. Maar

20

Filosofie Magazine / september 2019

Er is een onlinemeldpunt waar je de ‘verwarde persoon’ kunt uploaden steeds meer mensen raken opgebrand en voor veel mensen zijn de neo­ liberale statussprookjes sowieso niet realistisch. Zij zullen altijd een laag inkomen houden. Juist deze groepen worden door de staat onderworpen aan expliciete dwang. Deze repressie treft niet iedereen; we leven in een hybride neoliberaal systeem dat verschillende machtsmiddelen hanteert tegenover verschillende groepen: verleiding versus de klassiekere afschrikking en correctie.’   Waar moeten we aan denken bij die ‘nieuwe repressie’? ‘Om de samenleving “leef baar” te houden hebben neoliberale staten een almaar uitdijend arsenaal: inzet van tasers, extra beveiligde bedden, cowboyachtige beleidspioniers die privacyregels opzij durven te schuiven, 24-uursmeldpunten, observatiemaatregelen en gedwongen opvang van verwarde personen. De aanwezigheid van bepaalde groepen in het straatbeeld is eigenlijk niet meer toelaatbaar, degenen die Wacquant de “wegwerpcategorieën” van de neo­ liberale samenleving noemt.’ Denk hierbij aan de schreeuwende dakloze die op een zaterdagmiddag door de politie uit een winkelstraat van een groot stadscentrum wordt

verwijderd. Roex: ‘Wacquant stelt dat het niet zozeer de criminaliteit of andere werkelijke dreiging is die toeneemt, maar de obsessieve fixatie op kleine vormen van afwijkend gedrag, die gezien wordt als voorbode van groter kwaad. Burgers worden geacht de vroege signalen op te pikken.’ De ‘verwarde persoon’ is een zeer recente uitvinding. De term duikt in beleidsstukken op vanaf 2010, reconstrueert Roex. Volgens toenmalig minister Edith Schippers (VVD) ging het om mensen die kampen met problemen als ‘psychiatrische klachten’ of andere klachten, ‘al dan niet in combinatie met’ problemen als ‘schulden, dakloosheid, […], gebrek aan partici­patie, onverzekerd zijn, illegaliteit, enzovoorts.’ De politie is in 2011 begonnen met het registreren van contacten met ‘verwarde personen’ (genoteerd als ‘E33-meldingen’). Roex: ‘Momenteel heb ik een WOB-verzoek liggen bij de politie met de vraag waarom en in opdracht van wie zij is begonnen met dit registreren. Ik heb nog geen antwoord gekregen.’   In haar boek beschrijft Roex hoe de ‘gekken’ vanaf de 18de eeuw werden weggestopt in instellingen en vervolgens weer deel moesten worden van


DO SS IE R

het normale leven. In Nederland wordt dit voornemen sinds 2010 pas echt serieus uitgevoerd. Alleen mogen ze in die ‘normale wereld’ de kennelijk zonder hen gevormde heersende orde niet verstoren. Gebeurt dit toch, dan moet daar op zijn minst melding van worden gemaakt. Burgers worden daar actief toe aangespoord, met speciale meldpunten en campagnes om alert te zijn op de signalen van ‘verwardheid’. In Rotterdam en sommige andere gemeenten is er een 24-uursmeldpunt. Online is er een meldpunt op verzamelwebsite meld.nl, waar je vooren achternaam en foto van de ‘verwarde persoon’ kunt uploaden.   Paniek Haar eerste eigen, onvergetelijke confron­ tatie met deze problematiek had Karlijn Roex elf jaar geleden. Ze was 19. ‘Ik was net aan een nieuwe studie begonnen, in een nieuwe stad. Ik dacht: vandaag ga ik keihard studeren. Ik wilde alleen nog even een broodje halen. Op het moment dat ik buiten stond, realiseerde ik me ineens dat mijn sleutels nog binnen lagen, en mijn telefoon ook. En geen van mijn huisgenoten was thuis.’ ‘Als ik overprikkeld ben, kan ik erg in de stress raken. Dat gebeurde. Ik dacht: ik moet naar mijn boeken, dus ik moet een telefoon hebben en ik moet een slotenmaker bellen. Ik liep het eerste openbare gebouw in dat ik tegenkwam, een ouderenzorgcentrum. De vrouw achter de balie deed afstandelijk. Ik raakte nog erger in paniek. Ik begon een heel relaas over studiedoelen en over mijn problemen en ik zei dat ik het allemaal niet meer aankon.’ Ze zei: “Ga daar maar even zitten. Ik bel een slotenmaker.” Ik werd weer kalm. Even later kwamen er twee agenten binnen en die kwamen voor míj.’ ‘Ik beantwoordde hun vragen zo kalm

Karlijn Roex is een van de sprekers tijdens het Waanzinfestival in TivoliVredenburg, Utrecht op zaterdag 28 september. Ga voor tickets naar Filosofie.nl/waanzin

In verwarde staat Karlijn Roex Lontano 320 blz. | € 24,90

mogelijk. Maar de agent die het woord voerde, zei dat ik niet kon gaan, want dan moest hij “zijn sterke arm gebruiken”, of zoiets. Hij bleef maar vragen stellen. En ik was al overprikkeld. Ik wilde gillen, maar ik hield me rustig.’ ‘Even later zat ik achter in een politiebusje, naast een blaffende herdershond in een kooi. Het voelde als een bad trip.’ ‘Op het bureau werd ik gefouilleerd en moest ik al mijn kleren uitdoen, op mijn onderbroek en bh na. De politievrouw die dit begeleidde was op zichzelf heel respectvol, maar de situatie was zo absurd en pijnlijk. Daarna belandde ik in mijn eentje in een cel en ging de deur op slot. Ze zeiden: “Er komt een psychiater naar je kijken. Hij komt zo snel mogelijk.”’   Overmand door angst ‘In een cel verlies je je tijdsbesef. Zelfs als je helemaal psychisch in balans bent, zou je er behoorlijk ontregeld door kunnen raken. Ik dacht: straks stoppen ze me in een instelling. Ik had ervaring met psychiaters, die heel verschillende dingen over me gezegd hadden. Ik werd overmand door angst.’  ‘Ik overwoog te schreeuwen, maar bedacht ook dat ze me daardoor een nog ernstiger geval zouden vinden. Toen ik dat uiteindelijk toch deed, kwam er iemand kijken. Die agent keek naar me met in zijn blik iets van: wat ben jij voor een beest?’ Uiteindelijk verscheen de psychiater. Het was een prettige man. Het werd geen lang gesprek. Hij zei dat ik kon gaan, maar dat ik wel hulp moest zoeken. Dat wilde ik zelf ook. Toen hebben twee agenten me naar huis gebracht. Dat doen ze niet zomaar.’ ‘Toen ik de volgende dag naar de campus fietste, bleef er al na een paar minuten een politieauto langzaam naast me rijden. Ik werd aangesproken. Het bleek de agent

Filosofie Magazine / september 2019

21


INTERVIEW

te zijn die de dag ervoor het woord had gevoerd. Hij vroeg of het weer ging. Ik voelde me geïntimideerd, ik vroeg me af of het toeval was dat ik ze tegenkwam – hielden ze me in de gaten?’  Roex wil niet suggereren dat dit voorval representatief is voor de praktijk in Nederland. Maar haar ervaring staat volgens haar wel ergens voor: het laat zien hoe moeilijk deze samenleving – niet alleen de politie – het vindt om adequaat te reageren op verwarring, angst of paniek van een medemens. Roex: ‘Steeds vaker rukt nu een GGZ-busje uit in plaats van een politieauto, maar met dezelfde filosofie van risico en aansprakelijkheid vermijden, protocollen en angst voor het onbegrijpelijke. Alles wat ik nodig had, was een beetje aandacht, misschien een arm om me heen.’ De gebeurtenis heeft haar gevoel van vrijheid en veiligheid blijvend aangetast. Dat komt mede doordat ze in de jaren daarna regelmatig opnieuw met de politie in aanraking kwam. Er was een paniekaanval bij een nachtelijke tramhalte, waarbij iemand die haar wilde helpen vermoedelijk het nummerbord noteerde van de taxi waarin ze verdween, zodat er even later twee agenten voor haar deur stonden. Roex: ‘Voor je het weet, is er een dossier dat bestaat uit een optelsom van misverstanden en ongelukkige momenten. En elke keer kan de politie of de psychiater je minder makkelijk laten gaan, want ze stuiten op dat dossier.’ De roep om meer grip op loslopende ‘verwarde personen’ leeft steevast op na incidenten, zoals de moord op

22

Filosofie Magazine / september 2019

voormalig D66-politica Els Borst door ‘verwarde man’ Bart van U. Roex citeert in haar boek onder anderen VVD’er Onno Hoes, destijds voorzitter van het Schakelteam Personen met Verward Gedrag, die kort na een ander incident in Nieuwsuur verscheen. Voor de circa dertienduizend mensen over wie regelmatig meldingen zijn, vertelde hij te werken aan een ‘sluitende, persoonsgerichte aanpak’, zodat ze ‘geen gevaar voor zichzelf zijn, en geen gevaar voor de samenleving. De bedoeling is dat je een dossier in de toekomst eigenlijk nooit sluit. Alle instanties hebben straks één dossier’, aldus Hoes. Zo'n dossier is voor Roex een nachtmerrie. De techniek biedt steeds meer mogelijkheden er een op te bouwen. ‘Het geheel van politiemutaties over jou, je verleden van hulpvragen, rechterlijke machtigingen, opgelegde uitkeringssancties, enzovoorts.’ Dit ‘data-zelf’ is steeds bepalender aan het worden voor het echte zelf, terwijl het zeker in het geval van een ‘verwarde’ volgens Roex een ‘problematische reductie van de realiteit’ betekent. Nog kwalijker vindt ze het dat de inzet ervan drijft op ‘dominante karikaturale angstprojecties’. ‘Hoe sterker de publieke angst, zoals na het opduiken van een “verwarde” messentrekker, hoe meer brandstof en hoe energieker de “data-zelven” ons achterna zullen hollen.’ ‘Nooit meer begin jij dus met een schone lei’, schrijft Roex. ‘De wijkagent weet van die ene keer dat jij je vrijwillig liet opnemen in een inrichting en dat dit ontaardde in een gedwongen opname toen jij je begon

te verzetten. Uiteraard wordt er gekeken naar de privacyregels. Maar als men besluit dat jouw hele zijn en doen een “noodtoestand” is, verlies je alle controle over je informatie.’ Dubbele standaard Roex ziet een samenleving die, uit een op zichzelf niet verkeerde behoefte aan orde, verregaande wetten doorvoert om die orde te bewaken. ‘Dit jaar werd in de Tweede Kamer voor de tweede keer een maatregel bepleit die het mogelijk maakt “verwarde personen” na een “staandehouding” drie dagen vast te houden ter obser­ vatie. Het idee is dat de persoon in kwestie wel een paar uur, maar niet drie dagen de schijn op kan houden normaal te zijn. Je kunt je afvragen of “normale” mensen bestand zouden


DO SS IE R

‘Tot mijn schrik kwamen de agenten voor míj. Even later zat ik in de cel’

zijn tegen drie dagen observatie, zeker na te zijn vastgezet zonder een straf baar feit te hebben gepleegd.’ Ze vindt het verbazend dat er weinig kritische aandacht is geweest voor dit plan. Het lijkt wel alsof er eensgezindheid heerst over ‘verwarde personen’: zowel links als rechts gelooft in de filosofie van normaliseren, aanpakken en corrigeren. Roex betwijfelt de legitimiteit van deze nauwelijks geëxpliciteerde, maar steeds steviger verankerde houding. ‘Waarom schrikken normalen zo van ons?’ vraagt ze zich af, als onderzoeker en als mens. ‘Waarom wordt er gesproken van “verwarde mensen die omwonenden angst aanjagen”?’ Roex vraagt zich af wat het betekent dat zij aan officiële autoriteiten soms de garantie moet geven ‘geen gevaar te zijn’. ‘Waarom moet ik die garantie wel geven en “normale” mensen niet? Is er geen gevaarlijk normaal?’ Het onderscheid tussen ‘normalen’ en ‘verwarden’ creëert volgens haar een dubbele standaard, die doet denken aan de behandeling van andere minderheden. ‘Mensen vinden het lastig “verwarden” te zien als goede buren. Er wordt gesproken van het “absorptievermogen” van een wijk wat betreft het aantal verwarde mensen dat er maximaal zou

kunnen wonen. Dat geeft aan wie er “gast” zijn in deze samenleving en wie er onbetwist deel van uitmaken.’ Roex ziet haar ‘sociologie van de verwarde persoon’ als pure zelfverdediging – naar voorbeeld van de socioloog Pierre Bourdieu, leermeester van Wacquant. Juist vanuit de behoefte aan zelfverdediging tegen dit ‘giftige discours’, bewoog Roex van ‘parvenu naar paria’, zegt ze in termen van Hannah Arendt. ‘Ik heb geleerd dat ik mijn anders-zijn altijd moest verbergen (de parvenu). Maar tegenwoordig praat ik openlijk over mijn anders-zijn om van daaruit een kritische kijk op de huidige macht te bieden (de bewuste paria). Juist door aan de "disrespectabele" zijde van een scheidslijn te staan, heb ik aspecten van de heersende orde gezien die ik vanuit de studeerkamer niet zou hebben waargenomen.’ Maar moet een onderzoeker, een socioloog, niet neutraal blijven? Roex: ‘Door mijn ervaringen te bekijken met de analytische gereedschappen die ik als socioloog heb meegekregen, kan, denk ik, een scherpe “abnormale analyse van de macht” ontstaan. Bourdieu stelde al dat je als socioloog moet proberen buiten de heersende orde te blijven, om datgene wat als vanzelfsprekend wordt gezien, kritisch te bevragen.’ ‘Ik geloof niet in neutraliteit. Is degene die nog nooit als vijand van de orde is beschouwd wél neutraal? Het lijkt wel alsof “neutraal” gereserveerd is voor wie vanuit een “normaal” perspectief de “afwijkende ander” analyseert. Degenen die de macht bestuderen vanuit een onderdrukt perspectief – van feministen tot postkoloniale denkers – worden algauw eenzijdig genoemd. Deze dubbele standaard is geen kwade opzet, geen bewuste machtstactiek, maar onbewuste gewoonte geworden. Ik ga daar tegenin, ik kan niet anders.’

Filosofie Magazine / september 2019

23


ENCYCLOPEDIE

Lof der

zotheid

Waanzin speelt een belangrijke rol in de filosofie. Tussen waanzin en genialiteit zit een dunne scheidslijn, betoogt Schopenhauer. Volgens anderen wordt ons verstand zonder waanzin een kille, niet-creatieve ‘machine’. Acht filosofen en hun visie op waanzin. Auteurs Janneke Adema, Bram Galenkamp en Bernadette Vieverich Beeld Zeloot

Verstand zonder waanzin is koud en niet-creatief FRIEDRICH SCHELLING De Duitse domineeszoon Friedrich Wilhelm Joseph Schelling (17751854) studeerde theologie en filosofie. Volgens hem kan de moraal alleen worden begrepen als ook het kwaad een fundamentele plek in de wereld heeft. Ook intellect wortelt in zo’n radicale tegenstelling: die van het verstand en de waanzin – het ‘niet-­verstand’. Als wij iets werkelijk willen begrijpen, moeten we vertrekken vanuit iets wat volstrekt tegengesteld van aard is aan datgene dat wij proberen te verklaren. Alleen zo komen we tot nieuwe inzichten. Het verstand mag de waanzin niet simpelweg negeren, of terug­dringen; de eeuwige strijd met de waanzin vormt juist de voorwaarde voor dynamiek en creativiteit. Het leven gedijt wanneer twee conflicterende ideeën de strijd met elkaar aangaan. De menselijke geest vormt hierop geen uitzondering. Volgens Schelling kan het verstand dus niet zonder de waanzin. Intellect zonder waanzin is koud en kan geen grootsheid voortbrengen. De permanente strijd van het intellect met de waanzin levert de wereld haar grootste denkers op.

24

Filosofie Magazine / september 2019


DO SS IE R

De dunne scheidslijn tussen gekte en genialiteit ARTHUR SCHOPENHAUER De waanzinnige is niet gek, volgens de Duitse filosoof Arthur Schopenhauer (1788-1860). In tegendeel: hij is net zo intelligent en verstandig als de normale mens – de ‘fabriekswaar van de natuur’ – en zelfs als het genie. Iemand die lijdt aan waanzin kan net als ieder ander de juiste conclusies trekken, oorzaak en gevolg begrijpen, samenhangend spreken, enzovoort. Waar het mis gaat, is bij het geheugen. Schopenhauer betoogt dat het geheugen onze indrukken als een draad achter ons aan spant. Zoals de reiziger achterom kijkt en de weg steeds smaller ziet worden, zo wordt ook ons geheugen vager en minder omvattend. Maar bij de waanzinnige is de draad van het geheugen simpelweg geknapt door het geweld van het leven. Zijn verleden bestaat nog slechts uit flarden; hij kan niet anders dan die opvullen met verzinsels. Waarheid en verzinsel vermengen zich in een half-verzonnen belevingswereld. Zo kan de waanzinnige wel zien dat er een hond binnenkomt, maar hij snapt niet wat dat betekent: of het zijn eigen puppy is of de dolle hond van de buurman. De samenhang tussen heden en verleden ontgaat de waanzinnige. Dat verklaart de dunne scheidslijn tussen waanzin

en genialiteit. Het genie houdt zich volgens Schopenhauer evenmin bezig met samenhang of het hier en nu. Hij is alleen geïnteresseerd in de Ideeën, niet in specifieke gebeurtenissen. En die interesse uit zich ook in zijn gedrag: zowel genieën als waanzinnigen snappen weinig van de wereld om hen heen en het ontbreekt hen aan nuchterheid. Beiden lijden aan een verbroken band met de werkelijkheid. Het genie probeert de Idee ‘mens’ te begrijpen, maar echte mensen van vlees en bloed – en hun streken – snapt hij veel minder. En dus is het genie een makkelijke prooi voor bedriegers en andere kwaadwilligen. Het vergaat hem niet veel beter dan een waan­ zinnige, luidt Schopenhauers kenmerkende pessimistische conclusie.

Filosofie Magazine / september 2019

25


ENCYCLOPEDIE

Waanzin is de bron van de grootste zegeningen PLATO ‘De grootste zegeningen komen tot ons door vervoering’, schreef Plato. In zijn beroemde dialoog Phaedrus gaan Socrates en diens vriend Phaedrus een discussie aan over misschien wel de twee belangrijkste vormen van waanzin: liefde en (goddelijke) vervoering. In het eerste geval ontstaat de waanzin door onze menselijke zwakte, schrijft Plato. De liefde zorgt ervoor dat we verscheurd raken door tegenstrijdige emoties; wie die niet in toom kan houden, raakt buiten zichzelf. In het tweede geval komt de vervoering van buitenaf, bijvoorbeeld als iets ons zo grijpt dat het leidt tot inspiratie of bezetenheid.  Liefde en vervoering hebben een ding gemeen, stelt Plato: beide zijn vormen van waanzin. Wie onder hun invloed staat, kan dus niet meer helder nadenken. Het ligt voor de hand te denken dat Plato daarom kritisch is over waanzin – iets wat ons verstand vertroebelt, zou ons immers verder van de Ideeën kunnen brengen. Maar het tegendeel is waar. Waanzin is de bron van de ‘grootste zegeningen’ van de mens, terwijl het verstand maar beperkt en menselijk is. Als het orakel van Delphi haar verstand had gebruikt, had ze niks interessants gezegd, en als de dichter aan het denken slaat, brengt ze niets meer voort wat de moeite van het lezen waard is, redeneert Plato. Waanzin kan dus tot grootse dingen leiden en moet daarom gekoesterd worden.

26

Filosofie Magazine / september 2019

De moraal moet doorbroken worden FRIEDRICH NIETZSCHE Friedrich Nietzsche leed zelf - vooral later in zijn leven - aan aanvallen van waanzin, maar voor hem was het een prijs die hij betaalde voor openbaringen en ontdekkingen. Als hij herstelde na er zeer slecht aan toe geweest te zijn, kwam hij terug met nieuwe creativiteit en motivatie. De traditionele moraal moest worden door­broken door waanzin. In 1888 schreef hij vijf boeken, en hij was ervan overtuigd dat hij een paar maanden later wereldberoemd zou zijn. Hij stuurde brieven waarin hij zichzelf de positie van God toekende. Op 3 januari 1889 stortte hij in. Het verhaal gaat dat hij op straat een koetsier een paard zag mishandelen, waarop hij overweldigd werd door mede­ dogen, zijn armen om het dier probeerde te slaan en ineenzeeg. Na deze zenuwinzinking zou Nietzsche nooit meer de oude zijn. Zijn vrienden herinnerden zich Nietzsches eerdere belangstelling voor de waanzin. In Menselijk, al te menselijk verkondigde hij dat waanzin de enige weg naar de openbaring was. Zij die niet werkelijk waanzinnig waren, restte niets anders dan waanzin veinzen. Maar Nietzsche veinsde niets. Nietzsches zus kreeg de zeggenschap over zijn nalatenschap, waar zij goed gebruik van maakte. Ze deinsde er niet voor terug zijn werken en brieven te censureren door alle negatieve uitlatingen over haar persoon en de kerk te verwijderen en haar eigen antisemitische ideeën erin te verwerken.


DO SS IE R

Vrouwen konden niet rationeel zijn, in de achttiende eeuw MARY WOLLSTONECRAFT Mary Wollstonecraft (1759-1796) was een Engelse verlichtingsfilosoof en inspiratiebron voor het twintigste-eeuwse feminisme. Haar alcoholische vader mishandelde zijn vrouw en verkwistte Mary’s erfenis. Wollstonecraft was een van de eerste vrouwen die kon leven van de pen. De vrouwelijke hoofdrolspelers van haar boek The Wrongs of Woman bevinden zich aan de rand van de waanzin. Ze verkennen de ruimte tussen de rede en psychische stoornis. Het boek is een aanklacht tegen de moraal van achttiende-eeuwse instituties, die vrouwen deelname aan het dagelijks leven verbood, hen daarmee isoleerde en het zwijgen oplegde. In de achttiende eeuw was een getrouwde vrouw wettelijk af hankelijk van haar man. De gedachte was dat vrouwen niet rationeel konden denken en zich altijd lieten leiden door hun emoties. Hevige emoties werden al snel in verband gebracht met waanzin. Wollstonecraft deed er alles aan om seksegerelateerde ideeën over waanzin te ondermijnen, maar slaagde er niet in de aanname te ontkrachten die het vrouwelijke koppelt aan onredelijkheid en waanzin. Minder revolutionair was Wollstonecraft in het volgen van de heersende opvatting dat waanzin en rede strikt gescheiden domeinen zijn. Volgens Wollstonecraft kan een mens niet rationeel genoemd worden wanneer hij een andere autoriteit gehoorzaamt dan die van de rede.

Filosofie Magazine / september 2019

27


ENCYCLOPEDIE

Krankzinnigheid is een gevolg van biologische breinprocessen PATRICIA CHURCHLAND In de loop der tijd is onze kijk op waanzin verschoven van de theorie van demonische bezetenheid, die populair was van de zestiende tot in de achttiende eeuw, naar de psychoanalytische theorie van Freud, die op steeds grotere schaal werd bedreven in de twintigste eeuw. Heden ten dage zoeken neurowetenschappers de oorzaak van de waanzin in chemische processen in de hersenen. De Canadese neurofilosoof Patricia Churchland (1943) verdiepte zich na haar studie filosofie in de hersenwetenschap. Voor haar is filosoferen over de geest zonder empi­ rische kennis van het brein zinloos. Churchland is een reductionist: volgens haar kan de mens, inclusief de menselijke geest, volledig gereduceerd worden tot biologische eigenschappen. Biologische processen zijn bepalend voor krankzinnigheid en ook voor geestelijke gezondheid. We komen steeds meer aan de weet over de oorsprong van emoties, stemmingen, verlangens en cognitieve ontwikkelingen. Dit leidt tot nieuwe vragen over de manier waarop we naar onszelf kijken. Als verlangens en angsten van de krankzinnige een gevolg zijn van processen in het brein, dan geldt dat ook voor die van geestelijk gezonde mensen.

28

Filosofie Magazine / september 2019

Het gesticht is het nieuwe internaat MICHEL FOUCAULT In de negentiende eeuw ontstond een beweging die pleitte voor een humane behandeling van geïnterneerde waanzinnigen. De eeuwen daarvoor werden verwarde mensen simpelweg in kerkers opgesloten. Het schrikbeeld van de chaos van de gevangenissen was een middel om mensen in het gareel te houden, maar geleidelijk kwam het idee tot stand dat verwarde mensen niet moesten worden gestraft, maar worden behandeld. Vroege psychiaters werden geprezen om hun nieuwe humane methodes in de behandeling van waanzinnigen, maar de Franse filosoof Michel Foucault ging hier niet in mee. In Geschiedenis van de waanzin (1961) verklaarde hij dat de patiënten niet uit medelijden naar ziekenhuizen werden overgeplaatst, maar omdat de gevangenisbewaarders en


DO SS IE R

Geloof in het absurde SØREN KIERKEGAARD De Deense filosoof Søren Kierkegaard was buitengewoon toegewijd aan het Christendom, maar niet aan de Deense kerk. Voor hem was geloof iets wat iedereen individueel voor zichzelf moest ontdekken; het kan je niet worden opgelegd. Ontdekken wat geloof voor jou betekent, is volgens Kierkegaard het ultieme doel. Het feit dat de christelijke dogmatiek vol tegenstrijdigheden zit, is voor hem geen probleem. Sterker nog, dat is juist het punt waarop je het geloof terugvindt. Het is niet nodig te begrijpen hoe God als oneindig én eindig wezen kan bestaan en je hoeft de heilige drie-eenheid niet uit te kunnen leggen, als je maar geloof hebt. Het Christendom kan daarom waanzinnig lijken voor buitenstaanders. Maar, verwijzend naar Socrates legt Kierkegaard uit dat de goddelijke waanzin, die van het geloof, juist het grootste goed is. In zijn werk Vrees en Beven, uitgegeven onder het pseudoniem Johannes de Silentio, onderzoekt Kierkegaard een Bijbels verhaal dat absoluut waanzinnig lijkt: dat van Abraham en Isaak. Toen Abraham de opdracht kreeg zijn zoon Isaak te offeren, gehoorzaamde hij. Hij had Isaak al naar de top van de berg Sinaï geleid, hem vastgebonden en een mes gepakt toen op het laatste moment een engel ingreep om Isaak te redden. Zonder zijn besluit zijn zoon te vermoorden te verantwoorden prijst Kierkegaard Abraham om zijn geloof. Diens gehoorzaamheid lijkt waanzinnig, maar getuigt juist van zijn trouw aan God.

medegevangenen niet wisten wat ze met hen aan moesten. Foucault was van mening dat de waanzinnigen niet werden bevrijd, maar dat de fysieke ketenen slechts door mentale werden vervangen. De artsen legden de verantwoordelijkheid om zich ‘normaal’ te gedragen bij de patiënt, en dreigden te straffen als ze zich ‘misdroegen’. Op deze manier was het de angst voor de straf die de orde handhaafde in plaats van de straf zelf. Maar de scheidslijn tussen ‘normaal’ en ‘waanzinnig’ was even arbitrair als die altijd geweest was.  Voor het gesticht ontstond, werden waanzinnigen weg­ gestopt en vergeten. Er werd niet meer naar ze omgekeken of naar ze geluisterd. Datzelfde gebeurde in de nieuwe

instellingen van de negentiende eeuw; een patiënt die zich misdroeg, werd genegeerd tot hij zelf tot de vernederende conclusie kwam dat hij niet ‘normaal’ was. Pas als hij zich volgens de goedgekeurde normen zou gedragen kon hij genezen. Als hij dat niet zou doen werd hij nog verder weg gestopt. In de kelder bevonden zich de patiënten die nooit meer terug zouden keren in de maatschappij. Het nieuwe gesticht verschool zich achter de neutraliteit van de wetenschap, maar volgens Foucault was de nieuwe definitie van waanzin een product van twijfelachtige ethische en politieke overtuigingen. Volgens hem was de nieuwe ‘humane’ methode van de psychiaters geen haar beter dan de kettingen in de krochten van de gevangenis.

Filosofie Magazine / september 2019

29


ESSAY

De psychopaat: wereldleider of ideologisch construct? De top van het bedrijfsleven, de politiek, maar ook de amusementswereld bestaat uit rasechte psychopaten, beweren sommige psychologen. Dat zou komen door ons ‘neoliberale systeem’ waarbinnen zij automatisch komen bovendrijven. Daar valt veel tegenin te brengen. Auteur Maurice van Turnhout Beeld Zeloot

H

ij is slim, charmant, zelf­verzekerd en assertief. Maar ook meedogenloos en gewetenloos. De psychopaat. In films en boeken is hij doorgaans een levensgevaarlijke gek of crimineel, zoals Hannibal Lecter in The Silence of the Lambs. Ook in de echte boevenwereld zouden veel van zulke types rondlopen. De bekendste is zonder twijfel Willem Holleeder. Maar ook Joran van der Sloot wordt vaak genoemd.

30

Filosofie Magazine / september 2019

Volgens sommige psychologen zijn dergelijke criminele moordenaars echter uitzonderingen. De meeste psychopaten zijn volgens hen te vinden in regionen van de samenleving waarover wij vaak met ontzag praten. Onder toppolitici zouden zich veel psychopaten bevinden. Donald Trump wordt er nog wel eens voor uitgemaakt, maar ook onze eigen premier Mark Rutte vertoont volgens sommigen de nodige psychopatische trekjes. De bestuurskamers van de grote bedrijven zouden helemaal vol zitten met psychopaten.


DO SS IE R

Filosofie Magazine / september 2019

31


ESSAY

‘Slangen in maatpak’, noemt Robert Hare deze gewetenloze mannen – en in mindere mate vrouwen – die zich met succes in de hoogste echelons van de maatschappij bewegen. Hare spreekt met enig gezag: de Canadese psycholoog gaf zijn naam aan de vermaarde Psychopathy checklist (zie kader, red.), die wereldwijd wordt gebruikt om diagnoses voor psychopathie te stellen. In 2011 verzuchtte Hare tegen auteur Jon Ronson dat hij zijn onderzoeken beter op Wall Street dan in gevangenissen had kunnen verrichten: ‘Seriemoordenaars vernietigen families, maar corporate en politieke psycho­paten vernietigen economieën en samenlevingen.’  

CONSTANTE PRIKKELZUCHT

In de jaren na de financiële crisis van 2008-2009 zijn er veel schotschriften verschenen over het morele failliet van ‘het neoliberale kapitalisme’, vaak met verwijzing naar de vermeende psychopathie van chief executive officers (ceo’s), bankiers en politici die in een dergelijk systeem zouden opbloeien. Bekend is de maatschappijkritiek van de Vlaamse klinisch psycholoog en psychoanalyticus Paul Verhaeghe, die

in zijn boek Identiteit (2012) stelt dat de psychopaat zich als een vis in het neoliberale water voelt. Wat is er tegenwoordig nodig om te slagen in je carrière? Overtuigingskracht, grenzeloos vertrouwen in je eigen kunnen, het vermogen om te liegen en verantwoordelijkheid af te schuiven, flexibiliteit, impulsiviteit en een constante prikkelzucht – allemaal zaken die je op Hare’s Psycho­ pathy checklist kunt afturven, aldus Verhaeghe in Identiteit. Volgens de psycholoog is het neo­ liberalisme een sociaal-darwinistische ideologie, die ervoor zorgt dat mensen hun sociale, ‘gevende’ tendensen onderdrukken en blind varen op hun individualistische, ‘nemende’ tendensen. Voor een psychopaat is dat geen

enkel probleem, maar ‘gezonde’ mensen raken in zo’n systeem in toenemende mate gekweld door stress, depressie en verslaving. Veel zonniger is de visie van Oxfordpsycholoog Kevin Dutton, die met titels als De goede psychopaat: Handboek voor succes en De lessen van de psychopaat een lans wil breken voor de figuur die in films doorgaans wordt uitgebeeld als een monster met een reptielenblik. Psychopathische trekken als charisma, meedogenloosheid, onverschrokkenheid, stressbestendigheid en een messcherpe focus zijn in de huidige maatschappij onontbeerlijk, schrijft Dutton. Dutton adviseert deze eigenschappen bij jezelf te reguleren als waren het ‘schuifjes op een mengtafel’. In zekere zin gaat Dutton mee in het verhaal van Hare en Verhaeghe, alleen geeft hij er geen alarmistische, maar een pragmatische draai aan. Volgens Duttons onderzoek bestaat de top 3 van beroepsgroepen met de meeste psychopaten uit ceo’s, advocaten en televisie- en radio-persoonlijkheden. Allemaal beroepen met een hoge sociale status en dito financiële beloningen.

‘De psychopaten-top 3: ceo's, advocaten en televisie- en radiopersoonlijkheden’ 32

Filosofie Magazine / september 2019


DO SS IE R

Dutton brengt een onderscheid aan tussen ‘goede’ (functionerende) en ‘slechte’ (niet-functionerende) psychopaten. Het onderscheid is afhankelijk van de context. Een bijlmoordenaar is natuurlijk per definitie slecht, maar op het werk kan een ‘goede’ psychopaat bijvoorbeeld iemand zijn die mensen ontslaat uit zuiver financiële motieven. Een ‘slechte’ psychopaat handelt precies hetzelfde, maar hij doet het volgens Dutton alleen omdat hij er zelf plezier aan beleeft.

GEWETENSVOL PSYCHOPAAT Klopt het beeld van de ‘succesvolle psychopaat’ dat ­Verhaeghe en Dutton schetsen? Lijden wij aan collectief gewetenverlies? Zit de huidige samenleving zo in elkaar dat psychopaten te gemakkelijk de macht kunnen grijpen? Jan Verplaetse, rechtsfilosoof en ethicus aan de Universiteit Gent en auteur van Het morele brein (2006), is kritisch op het klakkeloze gebruik van de term psychopaat. Vooralsnog is psychopathie niet als aparte diagnose opgenomen in DSM-V, de ‘bijbel’ van de psychiatrie. Verplaetse: ‘Het is een uitermate wankel begrip. De kenmerken van Hare’s Psychopathy checklist hebben allemaal een gelijk gewicht, dus dat laat toe dat een psychopaat ook een gewetensvol mens kan zijn. Er is enige wetenschappelijke consensus dat er bij gediagnosticeerde psychopaten iets schort aan de ventromediale prefrontale cortex, maar dat zegt nog lang niet alles. Psychopathie is een rijkgeschakeerd palet van breinafwijkingen waarin moeilijk een patroon te ontdekken valt, laat staan dat je het aan bepaalde functies en kenmerken kan relateren. Daarom spreken wetenschappers tegenwoordig liever van “mensen met psychopathische trekken”.’ Frank Hindriks, ethicus en politiek filosoof aan de Rijksuniversiteit Groningen, vindt het idee van de succesvolle ‘goede’ psychopaat sowieso een te simplistische voorstelling van zaken. ‘Ik ontken niet dat bepaalde psychopathische eigenschappen het goed kunnen doen in onze samenleving’, zegt hij. ‘Een dominant of mani­ pulatief iemand kan natuurlijk veel bereiken. Maar als je strikt kijkt naar de psychopathologie is de succesvolle psychopaat een fictie. Zulke mensen kunnen een bedrijf binnenkomen en een tijdje succes hebben ten koste van anderen, omdat ze charme hebben en mensen aan zich kunnen binden.’

HARE’S PSYCHOPATHY CHECKLIST De checklist bestaat uit twintig eigenschappen. Per item kun je maximaal twee punten scoren. Een echte psychopaat scoort er 30 of meer. 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8.

G ladde prater, oppervlakkige charme S terk opgeblazen gevoel van eigenwaarde P athologisch liegen L ist en bedrog, manipulerend gedrag G ebrek aan berouw of ­schuldgevoel O  ntbreken van emotionele diepgang K il, gebrek aan empathie G een verantwoordelijkheid nemen voor het eigen gedrag 9. B ehoefte aan prikkels, neiging tot verveling 10. Parasitaire levensstijl 11. Gebrekkige beheersing 12. Ontbreken van realistische doelen op de lange termijn 13. Impulsiviteit 14. Seksuele losbandigheid 15. Een verleden met veel ­(samenwoon)relaties 16. Onverantwoordelijk gedrag 17. Gedragsproblemen op jonge leeftijd 18. Jeugdcriminaliteit 19. Een strafblad met veel verschillende soorten delicten 20. Schending van voorwaardelijke ­invrijheidsstelling

Filosofie Magazine / september 2019

33


ESSAY

Maar psychopaten worden volgens Hindriks op een gegeven moment altijd ontmaskerd. ‘Ze hebben moeite om te plannen, om doelen op de lange termijn na te streven. Het patroon is dat psychopaten een aantal jaren succesvol kunnen zijn in het vasthouden van een baan of een relatie, maar dan zakt het weer in elkaar en moeten ze ergens anders opnieuw beginnen. Hoe succesvol kan je dat noemen?’

FANTASTISCHE HUISVADERS In de regel wordt iemand pas gediagnosticeerd als psychopaat wanneer hij in meerdere contexten psychopathisch gedrag vertoont. Verplaetse: ‘Vaak heb je wel mensen die op de werkvloer zeer ongevoelig zijn en weinig empathisch beslissingen nemen, die mensen pesten en daardoor als psychopaten overkomen, maar eenmaal thuis blijken het fantastische huisvaders. Misschien hebben zij op het werk gewoon een bepaalde rol op zich genomen, vanuit hun eigen denkbeelden over hoe ze zich in zo’n situatie dienen te gedragen.’ Voorzichtigheid is dus geboden met het gebruik van het begrip psychopathie. In de loop van de geschiedenis heeft dat begrip al veel verschillende invullingen gekregen, vertelt Verplaetse, altijd in samenhang met een dominant wereldbeeld. ‘Voordat de medisch-wetenschappelijke kijk van de verlichting zijn intrede deed, was het religieuze wereldbeeld dominant. Vanuit dat perspectief hadden alle mensen een werkend geweten van God meegekregen. De Schepper was onfeilbaar, het was taboe om te zeggen dat Hij het geweten bij sommige

34

Filosofie Magazine / september 2019


DO SS IE R

‘Psychopathie een onbetwistbare waarheid? Dat is het allerminst’ mensen gewoon was vergeten te installeren. Pas toen er eind achttiende, begin negentiende eeuw evolutionaire inzichten opkwamen, bleken zulke gewetenloze mensen wel degelijk te bestaan. Zij leden dan aan ‘moral insanity’, de voorloper van het begrip psychopathie. Dat ‘moral’ sloeg niet op een morele, maar op een emotionele stoornis, dat is een ambivalentie in de Engelse taal.’ Volgens Verplaetse hing de gloednieuwe diagnose ‘morele krankzinnigheid’ samen met de transitie van een agrarische samenleving naar een industriële. ‘Mensen trokken naar de steden, waar ze meer vluchtige, eenmalige contacten opdeden en waar ze ineens anoniem dingen konden uithalen zonder onder sociale controle te staan. Dan kweek je misschien wel een milieu waarin individuen met psychopathische trekken beter kunnen gedijen.’

UITGEHOLD Verplaetse signaleert nu dat het begrip psychopaat uitgehold raakt door een overdaad aan retorisch gebruik: ‘Je kan een construct als ‘psychopaat’ niet zomaar op Donald Trump of op een bankdirecteur projecteren, al is het maar omdat die mensen nooit zijn gediagnosticeerd. Dan eindig je met een soort metafoor over de samenleving, een sociaal-culturele diagnose die vooral angst inboezemt. Denkers en politicologen willen zich hiermee afzetten tegen de neoliberale orde, of waarschuwen voor de transitie naar een extreem individualistische samenleving. Door te doen alsof het concept psychopathie staat als een huis, maak je de metafoor zo sterk dat het bijna geen metafoor meer lijkt, maar een onbetwistbare waarheid. En dat is het allerminst.’ In het Belgische P-Magazine waagt Dutton zich aan de voorspelling dat het aantal psychopaten in de toekomst

zal toenemen. Nu zou 1% of 2% van de bevolking psychopaat zijn, maar dat worden er volgens hem geheid meer: ‘Met dien verstande dat de steeds hogere vlucht die onder andere narcisme en egocentrisme in de huidige samen­ leving nemen, wellicht tot een toename van het aantal mensen met psychopathische persoonlijkheidskenmerken zal leiden.’ Hindriks vermoedt dat het niet zo’n vaart zal lopen: ‘Wij zijn in ieder geval geen verloren samenleving die het liefst onethische mensen als leiders heeft.’ Hij citeert recent onderzoek van de Londense psycholoog Celia Moore naar de relatie tussen de mate waarop mensen hun grensgedrag moreel rationaliseren (simpel gezegd: goedpraten) en de mate van succes binnen een organisatie. ‘Daaruit bleek dat juist de extremen het meest succesvol zijn’, licht Hindriks toe, ‘dus enerzijds mensen die sterk moreel rationaliseren en anderzijds mensen die dat helemaal niet doen. Ook mensen die een heldere integere koers uit kunnen zetten doen het dus nog steeds goed in organisaties. In sommige gevallen is het prettig als er iemand op de werkvloer is, aan wie je hardere keuzes kan uitbesteden, maar er zijn ook situaties waarin je liever iemand hebt die juist wel vaker een nacht wakker ligt.’ Hindriks wijst erop dat sinds 2008 de aandacht voor diversiteit binnen organisaties bovendien is toegenomen: ‘Diverse teams – dus teams met verschillen in onder andere etniciteit en gender - presteren beter, zo luidt het nieuwe credo. Dat suggereert toch een andere blik op hoe je organisaties moet vormgeven dan een model waarin de psychopaat automatisch bovenaan staat.’ Zullen mensen met psychopathische trekken door diversiteitsbeleid inderdaad minder makkelijk boven komen drijven? Verplaetse toont zich geïntrigeerd door een andere mogelijke ontwikkeling: ‘Slechts 10% van de psychopaten is vrouw. Volgens de heersende rolpatronen mag je als man nog altijd een aantal machokenmerken koesteren, waardoor psychopaten wegkomen met zaken die te verklaren zijn als ‘typisch mannengedrag’. Om mee te tellen moeten vrouwen echter zorgende, empathische wezens zijn. Stel dat die scheve rolpatronen in de toekomst worden rechtgetrokken, en we cultureel meer agressie van vrouwen zullen accepteren, zal dan ook het aantal vrouwelijke psychopaten toenemen?’

Filosofie Magazine / september 2019

35


DENKPRAATJE

Zit er wijsheid in waanzin? Een psychose is een ellendige ervaring die je zo snel mogelijk moet vergeten. Of schuilt er wijsheid in de waanzin? Een pillendoosje en een dagboek zijn het er nog niet over eens. Auteur Marc van Dijk

‘DENKPRAATJE’ is een fictieve filosofische dialoog. Deze aflevering is geïnspireerd op het artikel ‘Die psychose was geen flauwekul’ van Elma Drayer uit FM nr. 3, 2014, over onder andere Filosofie van de waanzin van Wouter Kusters.

36

Eenpersoonskamer in een psychiatrische kliniek, vroege ochtend. Phil en Ine, een pillendoosje en een dagboek, liggen samen op het nachtkastje van een man die de middag daarvoor opgenomen is met een psychose. Het eerste daglicht komt door de ramen. De man ligt te slapen.

INE

PHIL

PHIL

Hij heeft gisteren de hele avond in jou zitten schrijven. Dat is niet goed voor hem. Hij moet míj gebruiken volgens de voorschriften en dan een muziekje luisteren en gaan slapen.

INE

Die filosofen vinden zo’n vraag een leuke denkoefening. Die twijfelen niet écht aan het bestaan van andere denkende wezens. Ze blijven er niet in hangen en raken er ook niet door ontregeld. Ze denken ook niet dat het universum tegen ze aan het samenspannen is.

Wat weet jij van hem? Mij vertrouwt hij zijn geheimen toe.

INE

PHIL Zijn geheimen? Ondoorgrondelijke wartaal zal je bedoelen! Over de vraag of hij de enige is die kan denken. Of er ook andere denkende subjecten bestaan buiten zijn eigen geest. Lariekoek.

Filosofie Magazine / september 2019

Dat is anders helemaal geen slechte vraag. Filosofen hebben er bibliotheken over vol geschreven. Wat hij gisteren in mij schreef, had zo uit Sartres Het zijn en het niet kunnen komen. Of van een middeleeuwse mysticus.

Klopt, de zoektocht van degene die mij met driftige hanenpoten volschrijft, is veel intenser. Hij kan er niet mee ophouden. Hij stelt die vragen niet uit theoretische interesse, maar omdat hij doodsbang is. Maar dat maakt zijn vragen niet minder diepzinnig.


DO SS IE R

‘Filosofen twijfelen niet écht aan het bestaan van andere denkende wezens’

‘Jij beschouwt het hele bestaan als een optelsom van normale en abnormale hersenprocessen’ INE

PHIL Hoor je de vroege vogels fluiten? Jouw kwetsbare psycho­ ticus kan zomaar beweren dat die vogels speciaal voor hem naar deze kliniek gevlogen zijn en een lied voor hem ingestudeerd hebben. Die gedachten kan je best serieus proberen te nemen, maar wie is daar nou mee geholpen? Heus, hij kan beter zijn pillen serieus nemen. Dan kunnen zijn hersenprocessen langzaam maar zeker weer terug naar de normaliteit worden gebracht.

INE Jij beschouwt het hele bestaan als een optelsom van normale en abnormale hersenprocessen die jij met je stofjes in goede banen moet leiden, en dat vind je níet gestoord? Zelfs als je precies zou weten wat hij mankeert in zijn hersenen, zou je nog niks hebben begrepen van de raadselen waarover hij in mijn bladzijdes spreekt. Laat staan van de wanhopige hartstocht waarvan die notities getuigen.

Jij kan zeker helpen. Wie de angst voor het absolute niets aan den lijve ondervindt, dus niet als een abstractie, maar als een levendig en angstaanjagend fenomeen, kan best een van jouw pilletjes gebruiken om die angst wat te dempen. Maar uiteindelijk zal je toch ook die angst onder ogen moeten komen. Wat zit daar achter? Hoe kun je leven met het niets?

PHIL Je klinkt al net zo verward als onze getroebleerde schrijver. Hoe kan het ook anders als je steeds maar dit soort teksten te verteren krijgt. Als er een draadje bij je los zit, heeft dat verder niks te betekenen, ook al denk je zelf dat het verband houdt met de baan van Jupiter. Je moet zorgen dat het defect gerepareerd wordt, in plaats van je te warmen aan de gloed die het kapotte draadje geeft.

INE Nu begin jij ook warrig te klinken. Weet je dat ik voor hem echt een houvast ben? Dat heb ik hem over jou nog niet horen zeggen. Ik ben eerder vergelijkbaar met een vriend die naast hem komt zitten en gewoon naar hem luistert. Ik oordeel niet. Dat is helend.

PHIL

PHIL

En daar zou je dan ook niet meer om malen. Die raadselen zijn het schriftelijke residu van ziektesymptomen, lief dagboek. Het zijn gecondenseerde fantomen. Geen geniale invallen, maar hersenspinsels waarmee de dagboekschrijver een ondoordringbare mist optrekt. Ik kan hem helpen die mist te laten opklaren. Jij zou hem alleen maar willen aanmoedigen om flink door te stomen, als een op hol geslagen rookmachine. Tot elk zicht op de werkelijkheid helemaal verdwenen is.

Het gedachtewerk waarmee hij bezig is, komt voort uit een ziektebeeld. Als je die gedachten gaat voeden, word je niet beter, maar zieker. De man in het bed wordt wakker. Zijn hand reikt naar het nachtkastje. Hij grijpt naar het pillendoosje en schudt het leeg in de prullenmand. Daarna pakt hij zijn dagboek, slaat het open en leest een paar zinnen. Dan gooit hij het in dezelfde prullenmand en valt weer in slaap.

Filosofie Magazine / september 2019

37


Denk verder. In Wijsgerig Perspectief leest u lange artikelen over grote filosofen zoals Albert Camus, Plato en Kierkegaard. Maar ook tijdloze en actuele thema’s komen aan bod: de spelende mens, de waarde van de natuur, oorlog en vrede. Een extra verdieping naast Filosofie Magazine.

4X VOOR

€ 25,-

In dit nummer over klimaat & catastrofe o.a. Lisa Doeland over het einde van de wereld en Tim Meijers over de vraag of we nog kinderen mogen krijgen. Neem nu een abonnement en ontvang dit nummer als eerste editie in huis.

Als abonnee van Filosofie Magazine ontvangt u voor slechts ¤25,- ook vier keer Wijsgerig Perspectief (i.p.v. ¤52,-). Nog geen abonnee? Kijk voor de aanbieding op de website.

BESTELLEN? GA NAAR: FILOSOFIE.NL/DENKVERDER


COLUMN is filosoof en maakt programma’s over filosofie voor omroep HUMAN

Dag Bert, dag Ernie

O

ILLU S TIE TR A

EN KE

G

LIN

p een medialuw tijdstip, aan de vooravond van een tropisch weekend, zag ik de mededeling op mijn tijdlijn voorbijkomen: geen nieuwe afleveringen meer van Sesamstraat. Dat heeft met de zoveelste bezuinigingen te maken, al zou ik niet precies weten bij wie ik mij precies moet melden met de eventuele actiegroep ‘Ernie en Bert moeten blijven’– bij de NTR, de NPO of bij de Amerikanen die de licentie voor het kinderprogramma duurder maakten? Jammer is het wel. Want hoe geniaal is het, dat de bedenkers van meet af aan kozen voor een regenboogspectrum aan poppen? Kermit is groen, Cookiemonster blauw, Bert geel, Ernie oranje. En hoe leuk is het dat het programma de tand des tijds doorstond en een veranderende tijdgeest steeds nieuwe interpretaties mogelijk maakte? Door de bril van gay studies kon je Ernie en Bert inderdaad zien als een jarenlang kibbelend koppel in huiselijke setting, dat samen vredig in één bed slaapt. Trouw schreef dat kinderen er slimmer van worden. Ik denk ook dat Sesamstraat het ideale programma is om jonge kinderen op een speelse manier te leren filosoferen. Het is al eerder opgemerkt, maar alle karakters vertegenwoordigen een bepaalde stroming in filosofenland. Aan de hand van Cookiemonster kun je een gesprek starten over Epicurus en over matigheid en consumptie. Via Bert kun je het stoïcisme uitleggen en de waarde van het mopperen. Ernie is geschikt om het absurdisme te bespreken, als ook emoties (‘Ik ben mijn lieve hondje kwijt’). Kermit de Kikker geeft aanleiding tot een gesprek over het existentialisme (‘Het leven is een film, je kunt je eigen einde schrijven’). En Miss Piggy gaat dwars door de geluidsbarrière van genderpatronen met haar woede-uitbarstingen. Mijn favoriete filosofiefragment is: Is Ernie hier? Ernie wil graag een potje schaken met Bert, maar Bert is verdiept in een boek. Bert (verstoord): ‘Ik dacht dat je er niet was.’ Ernie (in de war): ‘Maar als ik er niet ben, waar ben ik dan?’ Bert (nuchter): ‘Als je er niet bent, kan ik weer mijn boek gaan lezen.’ Ernie (emotioneel): ‘O, als ik er niet ben, dan zie ik mezelf nooit meer! O, ik mis mij zo!’ Bert (wetenschappelijk) sjouwt hem mee naar de spiegel. Ernie (verrukt) ‘Ik zie mij!’ Bert (socratisch redenerend): ‘Als jij jezelf ziet in de spiegel, dan ben je hier!’ Het zijn of niet-zijn drijft Ernie naar de rand van een minipsychose en in die toestand stelt hij grote, wezenlijke vragen: besta ik, als anderen mij niet waarnemen? Gaat het om mij, of moet ik opgemerkt worden door anderen? Dag Bert, dag Ernie, het is wáánzinnig jammer dat jullie van de buis verdwijnen.

Alle karakters in Sesamstraat staan voor een filosofie

Filosofie Magazine / september 2019

39


ESSAY

De laatste

sigaret 40

Filosofie Magazine / september 2019


Het roken verdwijnt gestaag. Er komt een dag dat de Europese tabakscultuur geheel verdwenen zal zijn. Voor de gezondheid en voor het milieu is dat een goede zaak. Maar met het roken gaat ook een filosofische traditie verloren. Auteur Nils Markwardt Vertaling Warda El-Kaddouri

B

innenkort trekt de rook weg. Wanneer de grijze sluier over de bars, dansvloeren en terrassen volledig verdwenen is, worden ook de laatste asbakken geleegd en de laatste automaten gedemonteerd. Ja, je zal sigaretten hier en daar nog kunnen kopen. Maar eerder voor een speciale gelegenheid: als edgy accessoire voor een avontuurlijke vakantie, als een nostalgische gimmick voor motorfeestjes of als een cultachtig grapje op een verjaardag. Ze zullen duur zijn. Heel duur. Die zeven euro die je in 2019 per pakje neertelde, zal als een geschenk aanvoelen. Zelfs die omgerekende 17 euro, die je destijds al in Australië moest betalen, lijkt dan wellicht een koopje. Alleen zal het weinig mensen iets uitmaken. Omdat roken nu immers als een bizar anachronisme uit de twintigste eeuw geldt, ligt het

Albert Camus

aandeel nicotinejunkies slechts op enkele procenten van de bevolking. Wanneer het precies zo ver zal zijn, valt moeilijk te zeggen. Waarschijnlijk al over tien, maar misschien ook pas over dertig jaar. Maar dat het gaat gebeuren, lijkt zeker, tenminste, hier in het Westen. Want hier zijn de dagen van de sigaret geteld. Waar het wereldwijde aandeel van rokers tussen 1990 en 2015 met bijna een derde is teruggevallen naar ongeveer 15 procent, ligt het aandeel in Zweden nog slechts op zeven procent. In vergelijking is Nederland met een aandeel van 22 procent nog een toevluchtsoord voor rokers, maar ook bij ons krimpt het aantal tabaksconsumenten al jaren. Bovendien kunnen we ervan uitgaan dat de Europese ontwenningstherapie binnenkort nog heftiger zal worden. Dankzij de gezondheidstrend en slagvaardige antirookcampagnes zal

Filosofie Magazine / september 2019

41


ESSAY

Roken – wanneer goed uitgevoerd – verleent aura het aantal nicotine-afvallers exponentieel stijgen. In Frankrijk stopte alleen al tussen 2016 en 2017 rond de één miljoen mensen met roken. Zonder de tabaksconsumptie, waar wereldwijd jaarlijks 6,4 miljoen mensen aan sterven, zullen we langer en medisch gezien ook beter leven. Veel minder mensen zullen moeten aanzien hoe hun geliefden op een ondraaglijke manier aan longkanker sterven of jaren aan een stuk wegkwijnen door chronisch obstructieve longziekten (COL), temeer omdat het nuchter gezien ook absurd lijkt om vrijwillig een brandend staafje papier in je mond te stoppen, dat 4800 chemicaliën vrijlaat waarvan 250 giftig en minstens 90 kankerverwekkend zijn. Nog los van de gevolgen voor het milieu. Wereldwijd leveren de miljarden weggegooide peuken elk jaar niet alleen een bijna 750.000 ton zware asbak op, maar ze vormen ook nog eens een soort globale mozaïek van giftige afvalstoffen, die grond- en zeewater langdurig vervuilen.

‘MARLBORO-MAN’ Maar toch gaat er iets verloren. Iets wat in de loop van de vierhonderd jaar oude geschiedenis van de westerse rookcultuur ons denken heeft gekenmerkt en soms ook sfeer heeft gebracht. Iets waarvan het verlies ook zonder idealisering betreurd kan worden en waarvoor er in het dagelijks leven waarschijnlijk ook niet meteen een vervanging zal komen. En nee, daarmee wordt in dit verband niet de ‘vrijheid’ bedoeld van de ‘Marlboro-man’, die we zo graag hoog in het vaandel dragen. Want los van het feit dat de triomfantelijke opmars van de sigaret grotendeels te danken is aan de perfide reclamecampagnes van de steenrijke en schaamteloze tabakslobby – wat in films zoals Thank you for Smoking (regie: Jason Reitman, 2006) volledig terecht een monument krijgt; een trekje aan een sigaret is neurologisch gezien primair een toxische dwanghandeling, en géén liberale signature move. Roken betekent zonder twijfel genot, maar in de regel ook verslaving.

42

Filosofie Magazine / september 2019

Het betreurenswaardige aan het verlies van de sigaret ligt dus ergens anders. En wel in het feit dat roken en passant steeds een drievoudige filosofische oefening was, een oefening in gelijkheid en solidariteit, een oefening in ­tijds- en wereldobservatie. En een oefening in ‘ambiguïteitstolerantie’. Het egalitaire effect van roken werd al in de vroegste fase van de westerse tabakscultuur zichtbaar. Toen aan begin van de zestiende eeuw de eerste planten in de bagage van de Spaanse conquistadores Europa bereikten en het roken in de loop van de zeventiende eeuw in de Oude Wereld langzamerhand mode werd – waar overigens in het begin niet eens een woord voor was, waardoor men van ‘het drinken van mist’ sprak – was dat geenszins een exclusieve bezigheid voor de bovenlaag. Op af beeldingen vanaf 1630, toen de tabaksconsumptie zich tot motief in de schilderkunst ontwikkelde, zie je mensen uit alle lagen van de bevolking hun pijpje roken. In dit verband stelde Hans Jakob Christoffel von Grimmelshausen in zijn Satyrischer Pilgram uit 1667 vast, dat ‘hoge en lage personen van stand gebruikmaken van tabak’ en wel ‘het meest soldaten, zigeuners, landlopers en bedelaars; volgens dezelfde echter ook burgers, ambachtslieden, boeren en dagloners’. In de zeventiende eeuw was het roken een van de weinige sociale activiteiten die klassen oversteeg. Het duurde echter niet al te lang voordat ook hier de aristocratische drang om zich te onderscheiden toesloeg. Terwijl edelen gedecoreerde porseleinen pijpen aanschaften en zich exclusieve tabaksmixen konden veroorloven, moesten boeren genoegen nemen met eenvoudigere varianten en moesten ze hun restanten soms met eigen inheemse tabak versnijden. De drang naar onderscheiding groeide verder in de loop van de achttiende eeuw. Om zich tegen de ‘stank van de armen’ af te zetten, deden aan de Europese hoven luxueus versierde snuiftabakdozen hun intrede.


ROKENDE FEMINISTEN Toch leidde dit tijdens de negentiende eeuw weer tot een specifieke vorm van rokers­solidariteit. Tijdens de Duitse Maartrevolutie in 1848 werd een belangrijke eis van de demonstrerende menigte gehonoreerd: het opheffen van het rookverbod in de publieke ruimte en op straat. Het verbod, dat in 1764 door Frederik de Grote was afgekondigd vanwege brandpreventie, was onnodig geworden omdat licht ontvlambare houten gebouwen inmiddels uit de binnenstad verdwenen waren. Bovendien kreeg het geheel ook een politieke lading. Het publiekelijk roken van de populair geworden sigaar, die in het midden van de negentiende eeuw nog geen stereotiep symbool voor de fabriekseigenaar met cilinderhoed was, was een symbool van burgerlijke vrijheidsstrijd en revolutionaire activiteiten. Tot de gepassioneerde sigarenrokers behoorden dan ook niet de minsten: Karl Marx bijvoorbeeld. Om die reden noemde de Nieuwe Pruisische Krant de sigaar destijds ‘democratisch symbool van de rebellie’ en stelde vast: ‘Met een sigaar in de mond zegt en durft een jong individu totaal andere dingen, dan hij of zij zonder sigaar zou zeggen en durven.’

Hoewel de Duitse democratische lente destijds van korte duur was, had het in ieder geval wel een cruciaal succes. De autoriteiten bezweken onder de druk van de straat en hieven het rookverbod in 1848 op. Het roken van sigaren is in de negentiende eeuw ook nog door een andere emancipatiebeweging tot verzetssymbool bevorderd – namelijk die van de vrouwen. Zij werd belichaamd door George Sand, een rokend icoon van het vroege feminisme. Zo werd roken, met de massale verspreiding van de sigaret, een klasse- en genderoverschrijdende gelijkmaker. Het slanke papierstaafje, dat de Engelse en Franse soldaten tijdens de Krimoorlog (1853-1856) dankzij de Turkse bondgenoten leerden kennen en vervolgens in Europa verspreidden, werd zowel door mannen als door vrouwen, door soldaten en hippies, door fabrieksarbeiders en kantoorbedienden in brand gestoken. Het solidariteitseffect van roken manifesteert zich sindsdien niet meer alleen in de laagdrempelige vorm van socializing via de eenvoudige vraag naar een vuurtje, die diepe vriendschappen en liefde kan doen ontluiken. Een peuk vormt tot op de dag van vandaag ook de kern van een wereldwijde gifteneconomie. Wie als roker een

Sigarettenrook is de pest én de mooiste metafysica

andere roker om een peuk vraagt, krijgt er in de regel ook eentje. Hoewel deze vrijgevigheid vast ook te danken is aan de relatief geringe tegenwaarde, berust dit tevens op een solidair basisprincipe: indien je zelf eens in nicotinenood zou komen te zitten, hoop je ook hulp te krijgen. De etnoloog David Graeber ziet in het schenken van sigaretten daarom een uitdrukking van ‘elementair communisme’, een vorm van alledaagse solidariteit dus, die de basis van het menselijke samenleven uitmaakt. ‘Het is makkelijker’, schrijft Graeber in zijn in 2012 verschenen bestseller Schulden ‘om een vreemdeling een sigaret te vragen dan een gelijkwaardige som geld of voedsel. Het is echt heel moeilijk om het verzoek om een sigaret te weigeren als je zelf als roker herkend wordt.’

GECONCENTREERDE INTROSPECTIE Toch is het roken in goede tijden niet een soort sigarettencommunisme, maar vormt het – en zo komen we bij de tweede filosofische oefening – ook een alternatieve tijdseenheid, die in het Duits ‘Zigarettenlänge’ wordt genoemd. Hierin kun je tijdens de ochtendwandeling naar het werk nog van een paar trekken vertraging genieten, kun je het gonzende kantoorlawaai eventjes ontvluchten of kan je de dag ritueel afsluiten, met het spreekwoordelijke ‘laatste sigaretje’. Reinhard Mey vereeuwigde dit in het refrein van zijn nummer Gute Nacht, Freunde dat in Nederland de tune is van het radio­programma Met het oog op morgen. In letterlijke vertaling luidt het: ‘Goede nacht, vrienden / Het is tijd

Filosofie Magazine / september 2019

43


ESSAY

voor mij te gaan / Wat ik nog te zeggen heb / duurt nog één sigaret / en een laatste glas, al staand.’ Er nog eentje roken betekent: een gelief koosd ritueel uitvoeren of een vijf minuten durende instant-vakantie opnemen, die het ritme van de prikklok onderbreekt. Waar veel werkgevers rookpauzes als een valstrik voor extra kosten of als een boosdoener voor de productiviteit beschouwen, tonen recente studies het tegendeel aan: rokers zouden meestal productiever zijn. Niet vanwege de toegediende nicotinedosis, maar omdat ze vaker dan andere collega’s korte verkwikkende pauzes houden. Om die reden breken economen zich er vandaag de dag het hoofd over hoe ze personeel kunnen verleiden tot nicotinevrije equivalenten van de rokerspauze. Alleen is dat niet zo eenvoudig. Voorlopig mogen slechts een paar enkelingen met hun collega’s op het terras zitten om samen een kauwgompje te kauwen of om van een pakje snoepwortels te genieten. De sigaret kan de tijd niet alleen op een alternatieve manier synchroniseren, ze kan haar ook voor een ogenblik volledig stil laten staan. Zoals JeanPaul Sartre opmerkte, is de sigaret namelijk ook een middel om je de wereld eigen te maken. ‘Welke

gebeurtenis zich ook voor mijn ogen zou afspelen’, schrijft de Franse denker in zijn hoofdwerk Het zijn en het niet, ‘ze leek me fundamenteel verarmd zodra ik haar niet meer rokend tegemoet kon treden. Als-door-mijnrokende-ik-aangetroffen-kunnen-worden: dat was de concrete hoedanigheid die zich alom over de dingen had uitgestrekt.’ Elke persoon die zelf ook heeft gerookt, weet maar al te goed dat beelden, muziek of gevoelens tijdens het contemplatieve roken – wat misschien wel de meest geconcentreerde vorm van introspectie is – sterker op het netvlies gebrand staan dan met toevoer van frisse buitenlucht. Sartre: ‘Via de tabak die ik rookte, was het de wereld die brandde, in rook opging, als damp in mij werd opgezogen.’ Tegen deze achtergrond wordt ten slotte ook duidelijk waarin de magie van de sigaret ligt. Ze laat de extase niet eenvoudigweg vervliegen, maar ze eigent haar in kleine rookwolkjes toe, om haar dan lichamelijk op te slaan.

HET ‘SMERIGE HEILIGE’ Tot slot komen we bij de derde oefening: het roken brengt ons ook een competentie, die de islamwetenschapper Thomas Bauer in zijn recent

Een connotatie met de duivel heeft roken nooit afgeschud 44

Filosofie Magazine / september 2019

verschenen boek De vereenduidiging van de wereld ‘ambiguïteitstolerantie’ noemt. Daarmee beschrijft hij de capaciteit om culturele vormen van vaagheid en ‘on-eenduidigheid’ te behouden en zodoende de waarheid recht te doen doordat symbolen en omstandigheden meerdere interpretaties kunnen krijgen. Bauer diagnosticeert een in het oog springend verlies aan bekwaamheid om met meerduidigheid om te gaan doordat hokjes­ denken, politiek fanatisme en culturele homogenisering een stijgende drang naar eenduidigheid tot stand hebben gebracht. Hoewel Bauer in zijn boek eerder het hoofddoekendebat of de drang tot politiek kleur bekennen op het oog had, kan de cultuurgeschiedenis van tabak ook makkelijk als lange oefening in ambiguïteitstolerantie begrepen worden. Vanaf het westerse beginpunt in de zestiende eeuw tot op de dag van vandaag belichaamt het roken een these en antithese tegelijk, is het beeld van de sigaret er een tussen hemel en hel. Sinds het Europa bereikte, gaat tabak door voor iets uiterst duivels, en niet alleen omdat tabak van de heidense oerbewoners van Amerika stamde, maar ook omdat de rook die uit mond en neus kwam aan de schoorstenen van de hel deed denken. Toen Rodrigo de Jerez – die als zeevaarder met Columbus in 1492 naar de Nieuwe Wereld reisde en doorgaans als eerste Europese roker gezien wordt – na zijn terugkeer met een pijp in de mond door zijn Andalusische thuisstad wandelde, werd hem een duivelse bezetenheid toegeschreven. Het kettergerecht


Jean-Paul Sartre en Simone de Beauvoir, met Boris en Michelle Vian in Parijs, 1949.

veroordeelde hem vervolgens tot zeven jaar in de kerker. Deze connotatie met de duivel kon het roken nooit meer volledig van zich afschudden. Tot vandaag wordt het als luchtvervuiling gezien, als vies en smerig, en moet roken het in films ontgelden als herkenningsaccessoire voor boosdoeners. In tegenstelling tot deze duivelse lectuur fungeerde roken tegelijk ook als iets goddelijks, wat in geen geval enkel en alleen aan de belichaming van de Blauwe Engel door Marlene Dietrich ligt, een van de grootste rookiconen van de twintigste eeuw. De sigaret diende namelijk – dat moeten zelfs de meest militante anti-rokers toegeven – cultuurhistorisch gezien als versterker van schoonheid. Bij Humphrey Bogart en Lauren Bacall, James Dean en Steve McQueen en bij Claudia Cardinale: hier gold de sigaret niet als stinkend verslavingsmiddel, maar als esthetische 'add-on', die erotiek en elegantie, ongeneerdheid en nonchalantie uitstraalde. Het is het roken zelf dat een ambiguïteit bezit – en wel een die, wanneer goed uitgevoerd, aura verleent. De rook van een sigaret is de pest – en tegelijk de mooiste metafysica.

Om het met een uitdrukking van de Oostenrijkse filosoof Robert Pfaller te beschrijven: roken is een ‘smerige heilige’. Op goede momenten kan men zich dankzij een sigaret als een jonge god voelen, op slechte momenten daarentegen als een ochtend na een rokerige nacht, als een oude grijsaard. De sigaret kan voor zelf bewust genot, maar ook voor nihilistische zelfvernietiging staan; een gezellige sfeer creëren, maar ook een olfactorische aanslag op het milieu zijn. Roken betekent dus altijd ook erkennen dat het mooie en het lelijke, het genotvolle en het smartelijke dicht bij elkaar liggen, ja strikt genomen zelfs één en hetzelfde ding zijn. Toch helpt dat alles niet. De tijd van het saffie loopt af. Laten we haar ambigue herinnering behouden. Het roken was niet alleen een giftige inhalering, maar ook een diep-filosofische inademing. Laten we daarop een allerlaatst sigaretje roken. Dit artikel verscheen eerder in het Duitstalige Philosophie Magazin en in Die Zeit.

Filosofie Magazine / september 2019

45


INTERVIEW

46

Filosofie Magazine / september 2019


‘Filosofen zijn de huisartsen van het cognitieve’ Waar houdt de filosofie zich mee bezig? Met alles, meende de onlangs overleden Franse filosoof Michel Serres. Met wetenschappen, met het lichaam, met de wereld, met bloemen, met de wolven en de lammetjes. Auteur Martin Legros Vertaling Bruno Roussel Beeld Hollandse Hoogte

Filosofie Magazine / september 2019

47


INTERVIEW

I

n Éloge de la philosophie en langue française (Fayard, 1995) stelt Michel Serres een eenvoudige, maar diepgaande vraag: ‘Waar ben ik nu, ik die denk?’ Het is een vraag die de filosoof ertoe brengt een soort geografie van het brein uit te werken, waar ideeën als plattegronden zijn, die ons toelaten de weg te vinden in het labyrint van het leven. Maar opgelet, waarschuwt Serres: laten we niet gaan geloven, zoals Descartes, dat een eenvoudige en evidente methode, het volgen van een rechte lijn bijvoorbeeld, voldoende is om onze weg uit te stippelen. Hoe vinden we dan wel de weg? Dat is de vraag die we hem enige tijd geleden stelden, midden in het Parijse Bois de Vincennes. Tussen de bomen, het struikgewas en langs kronkelende paden, gaf de filosoof ons een belangrijke les in oriëntatie.

In zijn Discours de la méthode nodigt Descartes diegenen uit, die verdwaald zijn in een bos, om ‘steeds zo recht mogelijk naar eenzelfde kant te stappen.’ Het gaat hier om vastberadenheid, om het in staat zijn een bepaalde lijn te volgen, zelfs wanneer twijfel ons overvalt. Volgens u is deze ogenschijnlijke evidentie slechte raad. Waarom? ‘Wanneer je in een bos bent, staan er overal bomen, wordt je zicht door takken en bladeren belemmerd, is de ondergrond oneffen, enzovoort. Een rechte lijn gaat van één boom naar een andere, en van daar naar een volgende. Er bestaat sowieso een hoek tussen deze twee lijnen! Maar je kunt dit niet inschatten. In een bos bestaat de weg die je aflegt uit opeenvolgende segmenten, waarvan je nooit zeker kunt zijn dat ze lijnrecht zijn. Je zou de poolster moeten kunnen volgen – maar dan zou het dus nacht moeten zijn en mag het bos niet te dichtbegroeid zijn. De raadgeving van

48

Filosofie Magazine / september 2019

‘Het enige wezen dat in de realiteit leeft, is de koe in de wei’ Descartes werd door iemand geformuleerd, die nooit verdwaald is ... En die niet eens weet wat een bos is. Zijn methode is dus nutteloos. Verdwalen betekent juist dat men die rechte lijn niet meer kan volgen. Verder verwart hij de ruimte met een meeteenheid van ruimte, met de metriek zelf.’

We zijn hier vandaag in een bos, in Vincennes. Welke raad zou u ons geven, mochten we verdwalen? Hoe kunnen we een kaart ontwikkelen, die relevanter is dan die van Descartes?

Michel Serres (1930) was een van de bekendste Franse filosofen. Aanvankelijk interesseerde hij zich sterk voor de filosofie van de wiskunde; hij promoveerde in 1968 op Leibniz. Zijn interesse verschoof naar informatietheorie. Van zijn boeken zijn er enkele in het Nederlands vertaald: Het contract met de natuur (1992), Muziek (2012) en De wereld onder de duim, lofzang op de internetgeneratie (2014). Serres overleed op 1 juni 2019.

‘Hoe lang is de Bretonse kust, van Mont Saint-Michel tot Nantes? Enkele honderden kilometers. Maar dan rekenen we enkel van het ene tot het andere geografische meetpunt, zonder rekening te houden met de boog tussen beide. Hoe nauwkeuriger we willen zijn, hoe meer bogen er zijn, tot in de moleculen zelf ... De lengte – de “fractals” – kan oneindig zijn. Een kaart tekenen, dat is een boodschap op een ondergrond aanbrengen. Die ondergrond kan regelmatig en effen zijn, zoals de ondergrond die Descartes bedacht. Maar als ik de boodschap op een zakdoek teken, die ik vervolgens in mijn zak steek, dan zal die tekening er helemaal anders uitzien. Het gaat om dezelfde tekening, maar deze is dankzij de gewijzigde ondergrond veranderd. Zo heeft men de topologie uitgevonden: teken een cirkel, plooi hem en je krijgt een acht; plooi een papieren band, plak de twee uiteinden aan elkaar en je krijgt een Möbiusband. Voor we een kaart tekenen, moeten we aan de ondergrond denken. Tussen twee haakjes, heb ik u al over mijn grootmoeder verteld?’


Uw grootmoeder? Was die ook in een bos verdwaald? ‘Nee, ze was verlamd, en ik bezocht haar graag. Als ik bij haar arriveerde, rolde ze me met haar rolstoel tegemoet. Ze zat dus eigenlijk in een metrische ruimte: er was een afstand tussen haar en mij, die ze overbrugde om bij me te komen. Maar ze zag niet zo goed meer, en keek me telkens door haar bril aan en zei: “Je bent gegroeid, Michel, je bent veranderd.” Ze bekeek me dan niet meer vanuit een metrische ruimte maar vanuit een perspectief. En verder, terwijl ze tegen me sprak, was ze altijd aan het breien, ze maakte rechte en averechtse steken zonder naar haar handen te kijken. Haar vingers bevonden zich in een topologische ruimte van de tast, zoals de wiskundige Henri Poincaré stelde. Mijn grootmoeder leefde dus eigenlijk in drie ruimtes: een Cartesiaanse voor wat haar rolstoel betreft, een Leibniziaanse voor haar perspectief, en die van Poincaré voor haar breiwerk. Vandaag zitten we allemaal in de situatie van mijn grootmoeder. Wanneer we op straat naar een vriend, die ons op een terrasje opwacht, toe wandelen, tokkelend op onze telefoon, dan bewegen we ons in verschillende, simultane ruimtes.’

Als we onze smartphone inschakelen en Google Maps ­activeren, zien we onmiddellijk waar we zitten. Zitten we nu dan in een nieuwe ruimte? ‘Toen Gagarin, de Russische kosmonaut, zijn eerste ruimtewandeling ging uitvoeren, werd ik uitgenodigd om dit evenement op de televisie te becommentariëren. Ik heb toen gezegd: “Hij is vertrokken”, hij heeft voor het eerst de aarde verlaten om deze van buitenaf te aanschouwen. Samen met hem is het de hele mensheid die eropuit trekt, die de bodem verlaat, waar ze haar hele bestaan aan verbonden geweest is. Maar, ik heb óók gezegd: “Hij is niet vertrokken.” Waarom? Omdat weggaan altijd iets anders betekend heeft. Als een zeeman weg was, dan was hij afwezig en stil gedurende weken of maanden. Zijn vrouw wachtte hem op, zonder exact te weten wanneer hij terug zou zijn. Gagarin echter, die konden we live volgen, we communiceerden met hem. En dat is wat ons tegenwoordig allemaal overkomt. We begeven ons in alle richtingen, maar in zekere zin blijven we met elkaar verbonden in deze ruimte. We kúnnen niet meer in een bos verdwalen. Door gps verdwijnt de vraag van Descartes, omdat we niet meer

in dezelfde ruimte als hij leven. Ik heb mijn kleindochter het boek Robinson Crusoe laten lezen. Nadat ze het uitgelezen had, zei ze: “Zie je wel, Pépé, wat er gebeurt als je je smartphone vergeet!” Ik antwoordde: “Ik denk dat Robinson zijn smartphone wel bij zich had, hoor, maar weet je, op een verlaten eiland is er per definitie geen netwerk.”’

U gelooft niet dat we door nieuwe technologieën zaken zouden kunnen verliezen. Maar als we ons door het bos verplaatsen, met de ogen op onze smartphone gericht, verliezen we dan het concrete bos niet, ten voordele van de abstracte ruimte van de satellieten? ‘Klopt. Maar dit is niet nieuw. Ik heb veel gevaren, weet u. Maar, als ik op zee was, met de sextant als hulpmiddel, dan navigeerden we enkel dankzij de sterren of de zonsondergang. Wat nieuw is, is niet de oriëntatie ten opzichte van de sterren, die bestond al ten tijde van de presocraten, maar wel die tool, die van ons “verbonden” wezens maakt. Wij waren toen al met de poolster “verbonden”!’

Maar van 's morgens tot 's avonds aan die draagbare schermen gekluisterd zitten, is dat geen nieuwe vervreemding? ‘Ten tijde van Don Quichot, dacht Sancho Pancha: “Die gast denkt steeds maar dat hij in een boek zit en dat de windmolens ridders zijn, die hem aanvallen! Hij leeft in een roman over ridders terwijl hij zich in de échte wereld bevindt.” Maar we bevinden ons nooit in de realiteit. Het enige wezen dat in de realiteit leeft, is de koe in haar wei. Of de kat recht tegenover de muis. Wij, wij dromen de hele tijd. Madame Bovary heeft vaker in de droomwereld de liefde bedreven, dan in de realiteit, en jij en ik ook. We zijn virtuele machines. En de realiteit zien, dat kan niet zomaar iedereen. Om de realiteit te kunnen zien, is een krachtige revolutie vereist, zoals de revolutie die Galileo en Newton ontketend hebben. Niemand vóór hem had lichamen zien vallen zoals Newton dat deed. Ik keer dus terug naar de vraag. De realiteit bevindt zich niet hier, voor onze neus. En het is een hele prestatie om haar te kunnen zien zoals ze is.’

Als u rondom u kijkt, wat ziet u dan? ‘Ik zie een ruimte, die van het bos, van de bomen, de wind, de bodem, waarin een “geschrift” bedolven zit, dat erop wacht ontcijferd te worden. Als de geschiedenis met het

Filosofie Magazine / september 2019

49


INTERVIEW

geschrift begonnen is, dan wordt het tijd dat de tekens die de natuur sinds duizenden jaren schrijft, geïntegreerd worden. De geschiedenis behelst eveneens de gebeurtenissen, die zich vóór de ménselijke geschiedenis afgespeeld hebben. De gebeurtenissen die we nu kunnen dateren: van het ontstaan van de planeten tot het ontstaan van de diersoorten. Als de geschiedenis met het geschrift aanvangt, dan begint ze bij de big bang. De fossielen, de geologische formaties, dat zijn geschriften. Wanneer een vulkaan uitbarst, is de lava duizenden graden heet; maar wanneer de lava weer af koelt, kristalliseert het. Het gesteente dat eruit ontstaat, behoudt het magnetisch veld uit het tijdperk waarin de lava nog vloeibaar was. Wanneer je in Groenland ijskernen boort en je tot drieduizend meter diepte gaat, dan krijg je getuigenissen van het klimaat tijdens dat tijdperk. We kunnen nu deze “natuurlijke” geschiedenis dus niet enkel dateren, maar ook ontcijferen. Dát is wat ik voel en zie hier rondom ons, dat geschrift dat geschreven wordt.’

Voor u is denken: steunen op de wetenschappen en observeren, maar tegelijkertijd ook zich er los kunnen van maken, een stap opzijzetten ... ‘Zonder enige twijfel. Die stap opzij wordt gekwantificeerd door de afstand tussen het denken en de kennis. Men moet steeds vanuit nieuwe inzichten vertrekken, maar het is juist uit deze stap opzij, dat het denken ontluikt. Dat is filosofie.’

Hoe zou u filosofie definiëren? ‘Wiskunde valt gemakkelijk te definiëren: het is een transparant gebouw, wel omlijnd, dat het geheel aan kennis dat door de wiskundigen sinds Euclides vergaard werd, verzamelt. Toen Laurent Lafforgue in 2002 zijn Fieldsmedaille – de officieuze Nobelprijs voor de wiskunde – kreeg, heb ik hem gevraagd wat hij nou ontdekt had. “Het is heel eenvoudig, antwoordde hij, het ging om een vraagstuk van Euler. Er waren vijf vragen. De eerste werd opgelost door Riemann, de tweede door Poincaré ... Ik heb vraag vier en vijf beantwoord.” Hij heeft dus een plaatsje ingenomen in een reeks die nooit verbroken werd. Filosofie, daarentegen, is geen cumulatieve wetenschap. Elke filosoof moet de filosofie elke keer heruitvinden. Hij krijgt geen steun, geen enkele medewerker, hij werkt aan een uniek

50

Filosofie Magazine / september 2019

oeuvre. Een beetje zoals bij kunstwerken. Hoe meer hij citeert, hoe minder hij zelf denkt. Laat ons de vraag anders bekijken. Welk deel van mezelf luistert naar muziek? Het lichaam, aangezien ik het ritme sla en dans! Maar ook mijn zintuigen (het gehoor), mijn verstand (ik bewonder de constructie van het contrapunt, de structuur van de melodie), mijn emoties (ik krijg tranen of ik word enthousiast). Muziek roept in mij een functie op, die de ratio aan de emotie koppelt. Deze integrale begripsfunctie werd nooit echt benoemd. Waar houdt filosofie zich mee bezig? Met alles. Met wetenschappen, met de cognitieve functie, met het lichaam, met de wereld, met bloemen, met de wolven en de lammetjes. Filosofie mobiliseert die onbekende en integrale cognitieve functie, die het haar mogelijk maakt heel de realiteit te beschouwen en die werkelijkheid wordt door persoonlijke oeuvres. Wij, filosofen, zijn bedwelmd door totaliteit. Maar wij vertrekken steeds vanuit een uniek punt, dat zich overal kan bevinden! Maar zodra het begint, overheerst het alles. Het is een onmogelijke en hopeloze onderneming.’


‘Elke filosoof moet de filosofie elke keer heruitvinden’ Waarom hopeloos? ‘Er zijn misschien filosofen die erin geslaagd zijn, hun demonstraties af te ronden of hun systeem sluitend te maken. Maar over het algemeen heeft de filosoof het razend druk. Hij is verplicht alles te overpeinzen. Hij kan echter niet alles doen. Hij is tot de werken van Hercules veroordeeld. Hij lijkt wat op een huisarts. De specialist is cardioloog of nefroloog, de huisarts probeert de totaliteit van alle mogelijke ziektes te omhelzen. Wij zijn de huisartsen van het cognitieve.’

Welke raad zou u een aspirant-filosoof meegeven? Waar moet hij beginnen? ‘Ik heb het al gezegd, het kan overal beginnen, maar het is beter om bij iets te beginnen; iets wat je raakt in het hedendaagse, iets wat verandert. Je hebt vast gemerkt dat er een nieuwe wereld aan het ontluiken is. Het nieuwe heeft me heel mijn leven geïnspireerd en geënthousiasmeerd. Mijn eerste les filosofie, een halve eeuw geleden – ik was toen 24 – ging over het volgende: “Wat is nieuw?” Niet gemakkelijk te vatten, het “nieuwe”. Als je er een definitie op kunt plakken, betekent dit dat het eigenlijk niet nieuw is, maar als men niet over de juiste gereedschappen beschikt om het begrip te vatten, dan kan men het uiteraard niet zien.’

Die nieuwe wereld, waar alles zo snel gedeeld wordt, zou ons er haast toe

aanzetten, weer enkele herkenningspunten in te voeren, om aan de draaikolk te ontsnappen. Maar u blijft erbij dat filosoof zijn inhoudt dat er geen vaste herkenningspunten zijn. ‘Al van oudsher heeft de ontdekking van het oneindige universum een ongebreidelde zoektocht naar het vaste punt in de moderne metafysica met zich meegebracht. Is er een centraal punt in het universum? Neen, er is er geen, aangezien het oneindig is; het centrum is een beetje overal. Opdat er een centrum zou zijn, zou het universum gesloten moeten zijn. Als het universum oneindig is, is er geen centrum, dus ook geen vast punt. Vandaag wordt de vraag over dit vaste punt in de politiek gesteld.’

In de politiek? ‘Ja, het is het grote hedendaagse politieke probleem. De nieuwe technologieën hebben de massaliteit uit haar voegen doen barsten. Hoe moet het verder nu de massaliteit de vrije loop heeft? Enfin, niet helemaal, in de zin dat Google het van regeringen heeft overgenomen. Google is de massaliteit, maar voor hoelang nog? Mediasoftwarereus Tite-Live stelde al de vraag: wat zou de massa doen, als er op een bepaald moment geen koning, keizer of tribuun meer was om haar in bedwang te houden? Een vast punt is als een filosofisch concept, dat de fluctuerende massaliteit opslorpt. Of als een architecturale vorm: van de

Egyptische piramides tot de Eiffeltoren is er een vast punt en een brede basis die de ruimte opslorpt. Vandaag hebben de nieuwe technologieën deze structuur tenietgedaan. We worden met de massaliteit an sich geconfronteerd. We hebben allemaal veel meer algemene informatie over de toestand van de wereld, dan Augustus, Napoleon of zelfs Mitterrand hadden. Vandaag heeft elk individu een beslissingsvermogen dat vele malen groter is dan alle vaste punten in het verleden.’

Toch heeft men de indruk dat ze wegdrijven. ‘Dat is het grote hedendaagse probleem: kunnen we echt zonder vast punt? Volgens Leibniz hebben we een vast punt nodig, met name God, om te kunnen communiceren. Op dit ogenblik praat ik tegen jou, en jij antwoordt mij; het is niet zo dat we tegen God praten en God de boodschappen over en weer overbrengt. Het lijkt absurd dat onze communicatie via een derde zou moeten gaan. Maar zodra er meer dan drie gesprekspartners zijn, is het economischer om het via een vast punt te laten lopen, dat aan iedereen de informatie doorgeeft. Vandaag heeft “het netwerk” de plaats van God ingenomen. Zal men de zuivere massaliteit kunnen beheersen zonder dat nieuwe vormen van bewaking opkomen? Misschien is zich een nieuwe democratie aan het vormen. Dat is de vraag van vandaag.’ Dit is een ingekort interview met Michel Serres dat in 2016 verscheen in het ­Franstalige Philosophie Magazine.

Filosofie Magazine / september 2019

51


ESSAY

Ik denk dus ik

VOEL Verstand en gevoel worden in het alledaagse spraakgebruik tegenover elkaar gesteld. Je hebt het denken en je hebt emoties. Miriam van Reijen betoogt dat voelen niet tegenover denken staat, maar een gevolg is van een bepaalde manier van denken. Auteur Miriam van Reijen Beeld Annemarijn Alons

52

Filosofie Magazine / september 2019


ESSAY

I

n het alledaagse taalgebruik, en ook door sommige filosofen, worden denken en voelen als twee verschillende en zelfs tegenstrijdige zaken beschouwd. Bovendien wordt denken soms nog weleens als meer mannelijk en rationeel gezien, en het emotionele voelen meer als vrouwelijk en irrationeel. Beide tegenstellingen worden door mij ter discussie gesteld. En meer: ik betoog dat het emotionele voelen altijd een gevolg oftewel effect is van een bepaalde manier van denken. Filosoferen over emoties betekent dan het zich bewust worden van de gedachten die noodzakelijk aan de emotie vooraf zijn gegaan en daarna kritisch nadenken over het al of niet waar zijn van die gedachten. De uitspraak van het Orakel van Delphi, waarmee de westerse filosofie in de Griekse oudheid is begonnen, luidde: Mens, ken u zelf ! En de filosofische zelf kennis betekent: mens, ken je eigen gedachten! Pas wanneer je je bewust bent van je eigen opvattingen, kun je ze kritisch onderzoeken. Dat zelfonderzoek is de opdracht die Socrates volgens Plato aan de mens meegaf. Een leven vanuit opvattingen die niet kritisch zijn onderzocht is voor Socrates/Plato geen menselijk leven!  

FILOSOFIE, TAAL EN EMOTIES

Filosoferen heeft met denken te maken, en dat gebeurt in taal. Maar niet alle denken is filosoferen. Filosoferen is op de eerste plaats kritisch denken, en dat 'kritische' blijkt uit vragen en doorvragen, zoals in een socratisch gesprek, juist als het gaat om iets dat vanzelfsprekend lijkt. Filosoferen komt volgens mij dan ook niet voort uit belangeloze verwondering, zoals weleens wordt gezegd, maar uit een conflict, uit een problematische situatie die om een oplossing vraagt. Behoefte aan inzicht en begrip wordt mede uit nood geboren, om te overleven of om zich beter te voelen. Het nut van kritisch nadenken bij een conflict of in een ongewenste situatie, bestaat uit zaken op een rijtje zetten, je bewust zijn van voor- en nadelen en deze afwegen. Soms maakt iemand bij een ongewenste situatie er nog een probleem bij, en dat gebeurt vaak door een bepaalde manier van denken over de situatie, zichzelf ­­ en/of andere mensen. Filosoferen betekent: vragen en doorvragen, juist als het gaat om het (schijnbaar) vanzelfsprekende. Het is zoeken

54

Filosofie Magazine / september 2019

De eigen gedachten kennen is een voorwaarde om gevoel te kunnen veranderen naar een antwoord, naar waarheid. Een verschil met de 'klassieke' idee van filosofie is wellicht dat het gaat om een voorlopige persoonlijke waarheid, en niet om een laatste, definitieve, algemene, absolute waarheid. Het alert zijn op alledaags taalgebruik is belangrijk. Veel emotionele problemen komen voort uit gedachten die men heeft bij de concrete zaak waarover het gaat.   Wat mensen denken en geloven uit zich in taal. Via die taal kan men de gedachten opsporen die leiden tot een ongewenst gevoel. De eigen gedachten kennen is dan ook een voorwaarde om dat gevoel eventueel te kunnen veranderen. Taal is niet zo onschuldig als ze lijkt. Daarom is filosoferen ook meer dan een woordenspel. Een concreet voorbeeld daarvan is het in termen van 'ik wil' denken en praten in plaats van 'ik moet'. Dat geeft al meteen een ander gevoel, evenals weten dat ik iets uiteindelijk voor mezelf doe in plaats van 'iets voor een ander te doen'. Kortom: filosofie is voor mij kritisch kijken naar taal, om zo bepaalde gedachten die geen aanspraak kunnen maken op waarheid op te  sporen die mogelijk de oorzaak zijn van ongewenste gevoelens. Daarna is het zaak deze te vervangen door andere gedachten die meer in overeenstemming zijn met de waarheid. Het waarheidscriterium dat in de middeleeuwen door filosofen zoals Anselmus van


Canterbury is verwoord, geldt nog altijd: de overeenkomst tussen een bewering en een toestand in de wereld. In de praktijk blijkt het vaak gemakkelijker, en ook voldoende, om vast te stellen dat een bepaalde gedachte níét waar is, dan om te weten of deze waar is. Maar belangrijker is dat het waarheidscriterium alleen opgaat voor beweringen over feiten, en dat normatieve uitspraken, uitspraken zoals 'ik moet', of 'dat kun je niet maken' per definitie buiten het waarheidscriterium vallen. Het is altijd mogelijk het een of het ander te doen of niet. Ik vind het soms zinvol mensen daarop te wijzen. Dat dit besef ook anders voelt en een ander gedrag tot gevolg kán hebben is niet mijn zaak, als filosoof. Iemand ermee confronteren dat iets wat hij of zij zegt niet waar is, heeft als gevolg dat iemand zichzelf niet meer voor de gek kan houden. Anderen voor de gek houden blijft mogelijk. Wanneer iemand het als een conflict of als vervelend ervaart dat hij/zij 'weg moet', kan het helpen om in te zien

dat dit niet waar is, zal Sartre zeggen. Iemand heeft dan een praktisch probleem, namelijk een keuzeprobleem. Maar dat is minder vervelend dan de beperking of de onmogelijkheid te ervaren ten aanzien van iets wat hij/zij zegt te willen. Het onderscheiden van 'ik voel' en 'ik denk' is niet altijd gemakkelijk. Ze worden vaak door elkaar gebruikt. Een voorbeeld: ik voel me minderwaardig, machteloos, schuldig, teleurgesteld, jaloers, miskend. Ik voel heimwee, spijt, wrok, bewondering, haat, dankbaarheid. Het gaat hierbij echter niet om specifieke en te onderscheiden gevoelens, maar om gedachten. Iemand denkt minder waard te zijn dan anderen, ergens niets tegen te kunnen doen, of ergens schuldig aan te zijn … en die constatering geeft een vervelend gevoel. Ik noem bovengenoemde 'gevoelens' dan ook oneigenlijke gevoelens; ze zitten in feite 'tussen de oren'. Het miskennen van de cognitieve oorzaak van gevoelens maakt het veranderen en laten verdwijnen van ongewenste emoties

Emoties zijn altijd het gevolg van een evaluatie of een interpretatie van een feit

moeilijker dan nodig is. Tegen een gevoel kun je wel aanpraten, maar het verdwijnt daardoor niet. Kennis van de ware oorzaak van de gevoelens is een voorwaarde om ervan af te komen. Het gaat daarbij echter niet om 'positief denken', maar om realistisch, en dus niet-normatief denken! De cognitieve emotietheorie gaat ervan uit dat een bepaalde manier van denken een belangrijke rol speelt bij het ontstaan van emoties, en dat na je van de onderliggende gedachten die geen aanspraak kunnen maken op waarheid bewust te zijn, de ongewenste emoties verdwijnen, door realistischer oftewel rationeler te denken. Emoties ontstaan namelijk door een bepaalde manier van denken, namelijk door (voor)oordelen over het niet te bewijzen of niet gekende (onder)deel van een situatie. Emoties zijn altijd het effect van een evaluatie en/of interpretatie van een feit. Een gedachte over een feit kan (ook als ze niet waar is!) een emotie veroorzaken. Concreet: de constatering 'het regent' kan, zelfs als dit niet het geval is, iemand die vindt dat 'het nu niet had mogen regenen', boos maken. Voor het voelen van een bepaalde emotie moet iemand noodzakelijk in een bepaalde normatieve idee  geloven die botst met een feit. De Noord-Amerikaanse psychotherapeut Byron Katie verwoordt dit zo: 'If you argue with reality, you loose, but only ... always.’   

DE STOA

De stoïcijnse filosoof Epictetus schreef tweeduizend jaar geleden: 'Mensen lijden niet door de gebeurtenissen of door andere mensen, ze lijden door

Filosofie Magazine / september 2019

55


ESSAY

Filosoferen over emoties betekent het zich bewust worden van de gedachten die noodzakelijk aan de emotie vooraf zijn gegaan

56

Filosofie Magazine / september 2019


hun eigen gedachten over die gebeurtenissen of andere mensen.' Wat mensen denken en geloven uit zich in taal. Via de taal kan men de gedachten opsporen en bewust worden, die leiden tot een ongewenst gevoel, en als men die gedachte kan veranderen én de nieuwe gedachte kan geloven, verdwijnt het vervelende gevoel. Die gedachte is nooit alleen de constatering van een feit, hoe erg dat feit ook voor iemand anders lijkt te zijn! Een feitelijke situatie roept bij verschillende mensen verschillende waarderingen en oordelen op. Een feitelijke constatering alleen heeft niet de macht om een emotie te veroorzaken; de emotionele reactie is altijd af hankelijk van het eigen normatieve oordeel over dat feit.

SPINOZA Een andere filosoof die veel over het ontstaan van de emoties (passies) heeft geschreven is Spinoza. Hij definieert in zijn Ethica alle emoties, en ook angst. Angst komt voort uit de begeerte, neiging of drift om het kwade (onlust) te vermijden. Wij hebben een idee van wat het kleinere of grotere kwaad zal zijn, dat men wil voorkomen, omdat het ons droef heid zal geven. Angst is ook datgene dat in de mens bewerkt dat hij (feitelijk) niet wil wat hij (eigenlijk) wil, en omgekeerd. Angst is het ook wat ons een kleiner kwaad doet kiezen om een groter kwaad te vermijden. Dat kwaad kan alles zijn, dat hangt van het individu en van de situatie af. Of zoals Spinoza zegt: 'Onder “goed” versta ik hier iedere soort van blijheid en verder alles wat daartoe leidt, in het bijzonder al wat een verlangen, welk dan ook, bevredigt. Onder “kwaad” versta ik daarentegen elk soort van droef heid en in het bijzonder al wat een verlangen verijdelt. Hierboven immers hebben wij aangetoond dat wij niets begeren, wijl wij oordelen dat het goed is, maar dat wij integendeel datgene goed noemen wat wij begeeren en bijgevolg alles waarvan wij af keerig zijn, kwaad heeten; zodat een ieder naar gelang van zijn aandoeningen oordeelt of schat wat goed, wat kwaad, wat beter, wat slechter, en tenslotte wat het best of het slechtst is. Zo kan het ook gebeuren dat de een vreest, wat de ander niet vreest, en dat dezelfde mens op een gegeven moment durft waarvoor hij vroeger bang was.' Vrees is altijd weifelachtig, want we kiezen op grond van

een verwachting, een inschatting, een denkbeeldig iets; het gaat om een mogelijk kwaad. ‘Vrees is een onstand­ vastige Droef heid, ontsproten uit de voorstelling van iets toekomstigs of verledens, omtrent welks verloop wij in eenig opzicht twijfelen.’ Uit deze definitie volgt volgens Spinoza zelf, dat er geen Hoop bestaat zonder Vrees, noch Vrees zonder Hoop, omdat de afloop onzeker is, en men zich beurtelings het ene (gewenste) als het andere (niet gewenste) voor kan stellen, zolang er niets gebeurd is. Spinoza noemt het grootste deel van de emoties passief, lijden (in dubbele zin). Ze staan tegenover de rede die actief is en bevrijdt van het lijden. Aan de angst is dat verschil goed te zien. De angst doet ons iets kiezen om een (mogelijk) groter kwaad te vermijden, dus niet omwille van het ‘goede’ of om de zaak zelf. ‘Wie door angst geleid wordt en het goede doet om kwaad te vermijden, wordt niet geleid door de Rede.’ Daarom raadt Spinoza ook aan mensen niet door angst (voor straf) in bedwang te willen houden, maar daarentegen tot deugd op te wekken. Als de rede ons echter leidt, kiezen we rechtstreeks voor wat wij als het goede beschouwen (en vermijden daarmee het kwaad vanzelf). Spinoza geeft een voorbeeld van de zieke en de gezonde mens. De zieke eet, uit angst voor de dood, dingen die hij verafschuwt; de gezonde verheugt zich over de spijzen die hij eet, en geniet meer van het leven. Spinoza geeft ook het voorbeeld van de eendracht. Als die uit angst voortkomt is ze onbetrouwbaar. Ze kan nl. gemakkelijk veranderen (opportunisme). De rede zoekt echter de eendracht om de goede zaak te bevorderen. Een meer eigentijds voorbeeld uit de relatiesfeer is: blijf je bij iemand om die ander zelf, of uit angst voor een groter kwaad, het alleen zijn?

FM UNIVERSITY ANTIEKE LEVENSKUNST Miriam van Reijen is een van de sprekers tijdens de FM University Antieke Levenskunst in het Rijksmuseum van Oudheden te Leiden op 7 oktober. Meer informatie en het bestellen van kaarten via: www.filosofie.nl/fm-university.

Filosofie Magazine / september 2019

57


INTERVIEW

‘Zeg eens wat vaker: ik weet het niet’ Roddelen en oordelen: we het doen het allemaal, en het liefst over mensen buiten onze inner circle. Sociale media maken dat alleen maar erger, meent de Jordanees-Engelse filosoof Ziyad Marar. De remedie: wees eens wat minder stellig. Auteur Frank Meester Beeld Martin Dijkstra

U

ltrasociale wezens.’ Ziyad Marar neemt die woorden vaak in de mond als hij het over de mens heeft. De kwalificatie gaat zeker op voor Marar zelf. Hij is uiterst beleefd, deelt complimenten uit en is gastvrij. We zijn weliswaar in Amsterdam om te praten over zijn boek Oordelen, maar toch voel ik me bij hem te gast. We hebben namelijk op zijn verzoek afgesproken in een besloten club. Als member mag hij mij meenemen. Op jonge leeftijd al leerde Marar hoe mensen elkaar beoordelen, én hoe dat mis kan gaan. ‘Ik ben geboren in het Midden-Oosten; we zijn later naar Engeland verhuisd. Als kind zag ik hoe mijn Jordanese vader zijn weg probeerde te vinden in Engeland en hoe dat steeds weer misging. Hij paste daar niet. De Engelse cultuur is zo vol van ongeschreven regels die je vertellen wie er wel bij hoort en wie niet. Ik zag hem voortdurend tegen deze regels opbotsen. Een Engelse vriend vroeg hem eens wat het woord please in het Arabisch is. Mijn vader zei: ‘Dat hoef je niet te weten, want niemand gebruikt het.’ De vriend was verbijsterd. In Engeland wordt voortdurend please en thank you gezegd.

58

Filosofie Magazine / september 2019

Wat maakt de mens volgens u ultrasociaal? ‘De meeste primaten zijn sociaal; wij mensen zijn últrasociaal. Chimpansees leven in groepen van maximaal dertig leden. Ze onderhouden een emotionele band door elkaar voortdurend te vlooien. Als de groep groter zou worden, kunnen ze niet meer met enige regelmaat ieder lid vlooien en zou de sociale cohesie verloren gaan. Volgens antropoloog Robert Dunbar kunnen mensen in groepen van wel honderdvijftig soortgenoten samenleven en dan nog steeds het gevoel hebben dat ze erbij horen en elkaar kennen. De taal heeft volgens Dunbar de plaats ingenomen van het vlooien. De merkwaardige menselijke activiteit die ons hiertoe in staat stelt, waardoor reputaties ontstaan en vergaan over afstanden die het vlooien nooit zou kunnen overbruggen, is roddel’. ​ ​Zijn we door sociale media in staat in nog grotere gemeenschappen te leven dan honderdvijftig? ‘Niet echt. Het is belangrijk onderscheid te maken tussen sterke en zwakke banden. Die honderdvijftig mensen blijken nog steeds zo’n beetje de grens te zijn voor hechte sociale banden. Van de zwakkere banden kunnen we er uiteraard veel


tijdgeest

Filosofie Magazine / september 2019

59


INTERVIEW

meer hebben. Internet maakt het mogelijk met zeer veel mensen zwakke vriendschappen te onderhouden. Ludwig Wittgenstein laat in zijn Filosofische onderzoekingen zien dat communicatie om zoveel méér gaat dan tekst alleen, zodra we elkaar ontmoeten. Het gaat ook om de non-verbale communicatie. We hebben emoticons bedacht, maar wat je daarmee kunt uitdrukken stelt niets voor in vergelijking met de eindeloze mogelijkheden die je hebt als je elkaar echt ziet.’ Maar sociale media laten toch juist reputaties ontstaan en vergaan ‘over afstanden die het vlooien nooit kan overbruggen’? ‘Dat is zo. Het oordelen over anderen heeft een nieuwe dimensie gekregen. Daardoor lijken we ons juist meer terug te trekken in onze groep. Je kunt iemands leven met een microscoop bekijken of met een telescoop. Hoe groter de afstand, hoe makkelijker het oordeel. Sociale media laten ons door een telescoop kijken. Onderzoek toont aan dat we gebonden zijn aan tribale loyaliteiten: wie behoort tot mijn groep? Digitale media versterken deze neiging. Het is bijna ironisch dat Facebook als leus heeft: bringing the world closer together. De makers van Facebook hebben hun algoritmes zo afgesteld dat er vooral betrokkenheid ontstaat met bekenden. Alles waarin je geïnteresseerd bent, krijg je weer terug in je nieuwsitems. In plaats van connectie, creëert Facebook een filter bubble. En zo wordt je wereld steeds kleiner. De mensen buiten jouw bubble bekijk je telescopisch, waardoor ze stereotypen worden.’

60

Filosofie Magazine / september 2019

Hoe stoppen we het oordelen? ‘Dat kunnen we niet. We zijn immers ultrasociaal. We doen alsóf wij op onszelf staande individuen zijn. We hebben het vermogen ons te organiseren in teams en zo groepen van minder sterke individuen de kans te geven te concurreren met alfamannetjes. In groepsverband kunnen twee het opnemen tegen een, drie tegen twee, et cetera. Als je een ultrasociaal wezen bent, ben je dus geëvolueerd met een sterk verlangen om samen te werken, maar ook om competitief te zijn. De Amerikaanse sociaal psycholoog Jonathan Haidt formuleert het

treffend: “De wereld waarin wij leven, is niet opgebouwd uit stenen, bomen en fysieke voorwerpen; onze wereld bestaat uit beledigingen, kansen, statussymbolen, verraad, heiligen en zondaars.” Iedereen klaagt over roddelen als hij niet zelf aan het roddelen is. Onze vooruitzichten op een succesvol leven hangen sterk af van hoe goed we over anderen kunnen oordelen en hoe gunstig wij op onze beurt worden beoordeeld. Juist daarom hebben we allemaal zo af en toe de drang om te ontsnappen aan de sociale druk. Dat is een diep verlangen om vrij te zijn, vrij van de blik van anderen, vrij om onszelf te


‘Communicatie is zoveel méér dan tekst alleen: blik, glimlach, toon, handgebaren …’ kunnen uitvinden, vormgeven en overwinnen. Eigenlijk zit het nog ingewikkelder in elkaar. Juist om een goede reputatie op te bouwen moet je de suggestie van vrijheid ophouden. Het applaus dat je krijgt zonder dat anderen in de gaten hebben dat je ernaar verlangt, is het beste applaus. Mensen die vrij overkomen, hebben vaak de beste reputatie. Vrijheid en oordeel zijn dus onlosmakelijk met elkaar verbonden. De spanning tussen die twee overschaduwt ons leven vanaf het moment dat we ervaren dat we onderdeel zijn van een cultuur die groter is dan wijzelf, een cultuur waarvan we de omgangsvormen moeten leren, en die we tot op zekere hoogte ook weer moeten afwijzen om als authentiek en vrij te worden aanvaard.’ Door ons te verzetten tegen de bestaande culturele vooroordelen kunnen we toch iets veranderen? Kijk naar de positie van de vrouw. ‘Natuurlijk. Maar die verandering gaat zeer traag. Reputatie heeft twee doelen: de eerste is gezien worden als warm, goed bedoelend; de tweede is gezien worden als bekwaam, vaardig en machtig. Het is moeilijk tegelijk als warm en als vaardig te worden gezien. Vaak verhandel je het een tegen het ander. Je geeft competitie op om aardiger over te komen. Of andersom, je zegt: “Ik geef niet om gevoelens, ik doe gewoon mijn werk.” Dan geef je

Oordelen. Waarom niemand je ooit zal begrijpen en de voordelen daarvan Ziyad Marar Ten Have 272 blz. | € 21,50

dus warmte op om koud te zijn. Koud en warm tegelijk zijn, is erg moeilijk voor wie dan ook, maar voor vrouwen is het bijna onmogelijk. Want warm zijn hoort traditiegetrouw bij vrouwelijkheid. Dus een vrouw die zegt: “Ik kan die baan wel aan”, geeft daar niet alleen haar warme reputatie mee op, maar zegt eigenlijk: “Ik ben geen vrouw.” Dit was Hillary Clintons fundamentele probleem toen ze het tegen Trump opnam. Mensen zeiden: “Ze is alleen met macht bezig.” Ja, wat wil je dan, ze probeert de machtigste mens van de planeet te worden. Ze werd elke keer neergezet als koud. Donald Trump is ook op macht uit en is ook koud, maar bij hem is dat juist goed. Het probleem is dus dat je door die selffulfilling prophecy moet zien te breken. Vul bij Google-af beeldingen maar eens “leader” in; dan zie je vooral

plaatjes van mannen. De stereotypen zitten ongelooflijk diep. Als je buiten die grenzen treedt, is dat bedreigend voor de constructie van de samenleving; onze cultuur is namelijk een stelsel van vooroordelen.’ Wat moeten we dán doen? ​​‘In mijn boek geef ik liever geen recept voor hoe je moet leven. Als dat zou werken, was er eigenlijk maar één boek nodig. In werkelijkheid ben je nooit klaar. Wat je moet doen, is af hankelijk van de tijd en cultuur waarin je leeft. Om toch wat adviezen te geven: ik zeg niet: stel je oordeel uit. Want dat lukt toch niet; het is des te gevaarlijker als je leeft in de illusie dat je niet oordeelt. Oordeel dus gerust, maar doe ook nog iets anders: erken dat elk oordeel voorlopig is en steeds moet worden herzien in het licht van de feiten. Onderken dat er geen neutraal gezichtspunt is, dat je altijd een agenda hebt. Je eigen oordeel is meestal niet eerlijk, je bent partijdig en vaak gericht op eigenbelang. Wees dus zo wijs om je eigen oordelen bij te willen stellen. Bovendien heb je een beter begrip van andere mensen als je je realiseert dat je nooit hun hele verhaal kent. We begrijpen onszelf niet eens. Omdat mijn oordeel over jou nooit volledig kan zijn, zal ik moeten inzien dat mijn begrip van jou niet meer is dan een benadering. Laat je eigen kwetsbaarheid zien. Gebruik eens wat meer zinnen als “Ik weet het niet” of “Ik denk dat …”. Dat is lastig. Zeker als je een leidende functie hebt. De journalist vraagt: “Beantwoord de vraag: ja of nee?” Ja én nee helpt dan niet.’

Filosofie Magazine / september 2019

61


ER JOKE H

MS

ER

RE

HM

AK

EN

E

N

O JOEP D

IJE

S

N

FM University

H BEN SC

OM

MIRIAM

N VA

Editie 1: Antieke Levenskunst WANNEER: MAANDAG 7 OKTOBER 2019, VAN 9.00 TOT 15.30 UUR WAAR: RIJKSMUSEUM VAN OUDHEDEN, TE LEIDEN TICKETS: €89,- (LEDEN BETALEN €69,- EN STUDENTEN €50,-) deze aloude vragen. Uw gidsen zijn Joep Dohmen, Joke Hermsen, Ben Schomakers en Miriam van Reijen. De dagvoorzitter is Louis Hoeks, hoofdredacteur van Filosofie Magazine. Tussendoor geniet u van LEDENPRIJS een lunch en na afloop is er alle tijd om de collectie van het museum te bewonderen. cl

us

ie f

.nl

I.P.V. € 89,-

x *e

VOOR MEER INFORMATIE: WWW.FILOSOFIE.NL/FM-UNIVERSITY

€ 69,-* fi e

Hoe word ik gelukkig? Wat is het goede leven? Hoe ga ik om met de dood? Filosofen uit de oudheid stelden zich vragen waar ook wij nog mee worstelen. Maandag 7 oktober organiseert Filosofie Magazine de eerste editie van ‘FM University’ vanuit het inspirerende Rijksmuseum van Oudheden in Leiden. Op deze geheel verzorgde dag nemen wij u mee naar de antieke wereld op zoek naar antwoorden op

s te b fi l o este llen via

o


COLUMN is filosoof en was tussen 2017 en 2019 Denker des Vaderlands

Weggeworpen lichamen

I

ILL

US TR

TIE

A

k houd van voetbal. De meeste mensen in mijn directe omgeving geven er niets om. Ze haten voetbal niet eens, ze zijn onverschillig. Ze hebben inzake mijn favoriete sport de perfecte staat van gemoedsrust waar de epicuristen al van droomden: ataraxia. Ik kan daar heel jaloers op zijn. Zij hebben diep inzicht in wat je de ‘banaliteit van het voetbal’ zou kunnen noemen. Van die banaliteit ben ik me goed bewust, maar ik kan haar tegelijk zo koesteren. Laatst zette ik stiekem de tv aan en bleef hangen in een wedstrijd tussen de vrouwenelftallen van Italië en Jamaica. Zomaar een wedstrijd in Frankrijk en zomaar een halfuur van mijn tijd verknoeid. Heerlijk banaal. Ik kon de tv gewoon niet uitzetten. Over drie jaar begint een voetbaltoernooi in Qatar. Het toernooi wordt in de winter gehouden omdat de zomers te heet zijn in het woestijnstaatje. Iedereen die een beetje nadenkt, weet dat het te belachelijk voor woorden is dat daar een voetbaltoernooi plaatsvindt. Maar de corruptie in de wereld van het voetbal kent geen grenzen. Rechtszaken tegen bondsbestuurders, die destijds besloten aan Qatar het toernooi toe te kennen, zijn aan de orde van de dag. De omstandigheden bij de bouw van de stadions zijn mensonterend. Niet lang geleden werd bekend dat sinds 2009 alleen al 1400 Nepalese arbeiders, van wie papieren zijn afgenomen, zijn omgekomen tijdens de bouwwerkzaamheden. Over de mensen uit andere Aziatische landen is niet veel bekend, maar de cijfers zullen niet veel anders zijn. Voetballers spelen in de Qatarese winter, bouwvakkers werken er ook in de zomermaanden en vallen in de brandende zon dood neer. De Italiaanse filosoof Giorgio Agamben publiceerde in 1995 een boek over ‘heilige en vervloekte’ mensen. Homo sacer heette dat boek. De mensen die hij beschrijft, zijn verdreven uit de maatschappij, genieten daardoor geen enkele rechtsbescherming en zijn aan de goden overgeleverd. Homo sacer is een moeilijk boek, maar ook een boek dat ik ben blijven lezen en herlezen. Ik had nooit gedacht dat het over zoiets banaals als voetbal zou kunnen gaan. Aristoteles schreef ooit dat slaven wezens zijn van wie je het lichaam kunt gebruiken. In Qatar worden lichamen gebruikt, en als ze niet meer voldoen, weggeworpen. Ik weet niet zeker of er ooit in een filosofieblad een oproep tot boycot van een voetbaltoernooi heeft gestaan. Bij dezen dan. Ik sluit me aan bij voetbalcolumnist Paul Onkenhout die hetzelfde deed in de Volkskrant en hoop dat onze jongens – Van Dijk, De Jong en De Ligt – niet naar Qatar zullen gaan. Ook niet als ze zich per ongeluk kwalificeren. Ik ga, hoe dan ook, niet kijken. Ik houd van voetbal, maar wil me er niet voor schamen. Door die duizenden doden is Qatar niet langer een banale aangelegenheid.

EN

KE

LIN

G

1400 ­Nepalese arbeiders zijn omgekomen ­tijdens de bouw

Filosofie Magazine / september 2019

63


HISTORISCH PROFIEL

64

Filosofie Magazine / september 2019


Xenophon, Socrates’ praktische leerling Voor Plato's tijdgenoot Xenophon was nuttig zijn en goed werk doen het belangrijkste in het leven. Auteur Bart Coster Beeld Hajo de Reiger

X

enophon was niet een van de drie grote filosofen uit de Griekse Oudheid: Socrates, Plato en Aristoteles. Net als Plato was hij een leerling van Socrates, maar waar Plato nadacht over Ideeën en essenties, richtte Xenophon zich liever op praktischere zaken. Zo weigerde hij zich met speculatie bezig te houden over het ontstaan van de kosmos en de substantie van alle dingen, zoals de filosofen vóór Socrates veel hadden gedaan. Zo dacht Herakleitos dat alles uit water bestond, zodat hij op de fameuze spreuk 'panta rhei '(alles stroomt) kwam. Xenophon wees zulke filosofie af op twee gronden: ten eerste is het onmogelijk om de waarheid te kennen over deze zaken, want ze kunnen niet bewezen of ontkracht worden. Ten tweede, zelfs al zou de waarheid hierover gekend worden, dan zou deze geen praktische

toepassing kennen. Dat maakte het voor Xenophon al direct niet de moeite waard. Hij was een pragmaticus pur sang. Deze houding heeft Xenophon gedurende zijn hele leven en oeuvre volgehouden: zijn filosofische inzichten zijn altijd praktisch toepasbaar. Nuttig zijn en goed werk doen is voor hem het belangrijkste in het leven. Deze praktische invalshoek kreeg Xenophon al van jongs af aan mee. Hij werd geboren rond 430 voor Christus, gedurende de vroege jaren van de Peloponnesische Oorlog die woedde tussen Athene en Sparta. Xenophons ouderlijk huis lag zo’n twintig kilometer van Athene, in een vruchtbare vallei. Zijn vader was eigenaar van een landgoed waar een aantal landerijen bij hoorden. Hierdoor was Xenophons familie vrij rijk en had ze goede connecties met de rest van de Atheense burgerij.

Filosofie Magazine / september 2019

65


HISTORISCH PROFIEL

Gedurende zijn jeugd was Xenophon waarschijnlijk veel in Athene, vooral voor zijn opleiding. Xenophon was de enige zoon van zijn vader en moest dus goed voorbereid worden op het overnemen van het landgoed en de landerijen. Hiervoor kreeg hij een klassiek Griekse opleiding: hij bestudeerde Homerus en andere grote Griekse geleerden en schrijvers, bekwaamde zich in het spelen van muziek en oefende zijn lichaam in de gymnasia, die toen nog geen plekken waren om uit boeken te leren, maar om te worstelen, te boksen en aan verspringen te doen. Xenophon leerde op het platteland ook goed paardrijden, een kunst die hij in zijn militaire carrière nog verder zou ontwikkelen. Een van Xenophons bekendste werken is de verhandeling Over de kunst van het paardrijden. Zoals bij meer van Xenophons verhandelingen is het op het eerste gezicht slechts een praktische instructie, maar gebruikt hij het onderwerp van de verhandeling ook om algemenere levenslessen aan zijn publiek mee te geven.

PLEZIERIG VOOR HET PAARD In deze verhandeling noteert hij de overeenkomsten tussen paarden en mensen. Mensen noch paarden zijn op hun best wanneer ze gedwongen worden, stelt hij; ‘niets dat onder dwang gebeurt, kan ooit mooi zijn’. Net zoals mensen willen paarden op hun best zijn. Om succesvol te kunnen zijn, moet de leider bedenken wat plezierig is voor het paard. Het paard is niet slechts een object, maar een partner wiens vrijwillige en plezierige deelname vereist is om er een succes van te maken. Zo moet je als leider ook met mensen omgaan, als je succesvol wilt zijn, schrijft Xenophon. Tijdens een van zijn dagen in Athene loopt Xenophon in een steegje Socrates tegen het lijf, zo vertelt Diogenes Laërtius, de biograaf

66

Filosofie Magazine / september 2019

‘Niets dat onder dwang gebeurt, kan ooit mooi zijn’ van vele klassieke figuren. Socrates hield hem tegen met zijn staf en vroeg hem waar hij moest zijn om bepaalde producten te kopen. Xenophon wees hem de weg naar bepaalde handelaren, waarop Socrates hem vroeg waar hij heen moest om eervol en deugdzaam te worden. Xenophon bekende zijn onwetendheid en Socrates nodigde hem uit hem te volgen en te leren. Vanaf die tijd was Xenophon een van Socrates’ leerlingen. Xenophon was in dezelfde periode een leerling van Socrates als Plato, maar haalde totaal andere dingen uit zijn gesprekken met en observaties van Socrates dan Plato deed. Plato’s Socrates is ironisch, af en toe zelfs sarcastisch, en maakt mensen zich ervan bewust dat ze eigenlijk niets weten. Ook houdt hij zich bezig met abstracte vragen zoals ‘Wat is gerechtigheid?’ en ‘Wat is schoonheid?’ Wie hierna Xenophons Socrates leert kennen zou bijna denken dat het over verschillende personen gaat. Xenophons Socrates is bovenal erg menselijk. Zo beschrijft Xenophon hoe Socrates bij een feest een Fenicische dansmeester vraagt hem wat bewegingen te leren. Iedereen lacht: wat moet jij nou met dansbewegingen, Socrates? Hij antwoordt: ‘Bij God, ik zal dansen!’ Een vriend van Socrates vertelt de groep dan dat hij die ochtend bij Socrates langs was geweest, en dat hij hem toen in zijn eentje had zien dansen. Wanneer Socrates hierover bevraagd wordt, bekent hij van harte en


raadt hij iedereen aan wat meer te dansen: het houdt je in beweging en kan overal en altijd gedaan worden.

ALTIJD NUTTIG Ook is Xenophons Socrates meer gericht op praktische zaken dan op abstracte vragen. Socrates was een man die ‘nuttig was onder alle omstandigheden en op alle manieren’, zo schrijft Xenophon. Hij ging in gesprek met mensen uit alle lagen van de samenleving: de ene keer is hij in gesprek met een befaamde prostituee, de andere keer met een jonge, ambitieuze politicus, en dan weer met de zoon van Perikles, de leider van Athene. Hij gaf hun, bijna als een coach, praktisch advies. Laat je je bijvoorbeeld constant op de kast jagen door de onbeleefdheid van anderen? Verander je houding; de wereld draait niet om jou, en het is vrijwel nooit persoonlijk bedoeld, adviseert Socrates. Heb je ruzie met je broer? Kijk naar het dierenrijk en zie dat dieren die samen opgroeien, hunkeren naar elkaars gezelschap; liefde tussen broers is natuurlijker dan ruzie. Zelf beschrijft Xenophons Socrates zich opvallend genoeg als een pooier: hij legt uit dat hij mensen nuttiger en waardevoller voor de stad maakt, en in die zin op een succesvolle pooier lijkt die het beste uit zijn prostituees haalt. Zijn roem als militair bouwde Xenophon toen hij als huurling meeging in een expeditie van Cyrus de Jongere. Hierover schrijft hij zijn bekendste werk: de Anabasis, ook wel De tocht van de tienduizend genoemd. Na een aantal maanden door vijandig gebied te hebben getrokken kwam Xenophon achter een lastige waarheid: ze waren niet ingehuurd om een opstand neer te slaan, maar om in opstand te komen: Cyrus de Jongere wilde zijn broer van de Perzische troon stoten.

Filosofie Magazine / september 2019

67


HISTORISCH PROFIEL

Al voordat ze bij het leger van zijn broer kwamen, waren ze uitgeput en waren de voorraden aan het opraken. Op de eerste dag strijd tussen de twee grote legers werd Cyrus direct geveld door een speer. Nu zaten de Griekse huurlingen ver van huis, zonder doel of broodheer. Na ongeveer een maand overlegd te hebben werden de Griekse aanvoerders door Cyrus’ oudere broer uitgenodigd om te overleggen over hun plannen. Na een aantal uur zagen de Grieken wat er van het overleg geworden was: de hoofden van hun aanvoerders waren niet meer in contact met hun lichamen. De boodschap was duidelijk: de Grieken moesten vertrekken. Na deze crisis, beschrijft Xenophon, waren de meeste Grieken zo terneergeslagen dat ze geen vuur maakten, niet aten, en maar gewoon op de grond lagen, slapeloos door heimwee naar hun thuisland. Toch wisten ze zich uiteindelijk boven deze moedeloosheid te verheffen. Door gemeen-

schapszin, democratie en goed leiderschap ontstond een ordelijk leger, dat uiteindelijk de weg terugvond naar Griekenland. De rampzalige situatie waarin de 10.000 Grieken zich bevonden bracht hen dichter bij elkaar. Om te overleven en weer thuis te komen, moesten ze samenwerken en was er geen plaats voor conflicten. Dit was eerder wel anders; Xenophon beschrijft hoe voor de rampzalige veldslag en het onthoofden van de Griekse aanvoerders de verschillende facties binnen de Grieken regelmatig ruzie met elkaar hadden. Dit verdween allemaal door de noodzaak samen te werken. De Grieken werden dus steeds meer een eenheid, onder andere doordat er een zekere mate van democratie was in het leger. De Grieken waren, in tegenstelling tot de Perzen, gewend vrij te zijn en zelf beslissingen te nemen. Er waren bijeenkomsten waarbij de soldaten gevraagd werd zelf voorstellen in te

Xenophon vond het zo belangrijk toegankelijk te zijn dat hij het leger niet te paard aanvoerde, maar te voet 68

Filosofie Magazine / september 2019

dienen. Tijdens de vergaderingen werd er gestemd, waarbij iedere man één stem had. De nieuwe generaals werden verkozen door de soldaten in plaats van benoemd te worden door de officieren. Tijdens de bijeenkomsten legden zij verantwoording af over de gemaakte keuzes en werden daarop kritisch bevraagd.

HET GOEDE VOORBEELD Tegelijkertijd was goed leiderschap onmisbaar, benadrukt Xenophon. Voor de rampzalige veldslag en de onthoofding van de aanvoerders gaat hij nauwelijks in op de prestaties van individuen. Dit verandert na deze crisis, waarmee Xenophon het belang van goed leiderschap in moeilijke tijden onderstreept. Een goede leider geeft het goede voorbeeld, zo vertelt Xenophon zijn medeofficieren in een speech: ‘Het is waarschijnlijk ook gepast dat jullie iets boven de gewone soldaat uitstijgen. Want jullie zijn generaals, kolonels en kapiteins; toen er vrede was, hadden jullie het voordeel van geld en eer; en nu er oorlog is, is het logisch dat jullie jezelf beter vinden dan de massa en dat jullie plannen voor hen maken en in hun plaats werken, wanneer dat noodzakelijk is.’ Zelf gaf Xenophon ook het goede voorbeeld. Toen de soldaten in een sneeuwstorm hoog in de bergen niet in beweging wilden komen, maar warm in hun tent onder de dekens wilden blijven, stapte Xenophon naakt zijn tent uit om brandhout te splijten. Hierdoor kwam de rest van het leger ook in actie. Dat de aanvoerders beter waren dan


de gewone soldaten, maakte niet dat Xenophon vond dat aanvoerders zich ook te goed moesten voelen om door hen lastiggevallen te worden. Xenophon stond erom bekend dat hij dag en nacht benaderd kon worden voor zaken van militair belang, zo schrijft hij zelf. Zijn toegankelijkheid vond hij zelfs zo belangrijk dat hij op een gegeven moment niet meer te paard het leger aanvoerde, maar te voet. Hij wilde niet boven zijn soldaten uittorenen. Uiteindelijk moeten gemeenschapszin, democratie en leiderschap leiden tot een ordelijk leger, vond Xenophon. Ordelijkheid is een belangrijk thema in zijn geschriften, en hoewel overal van belang, is het volgens Xenophon in zaken van militaire aard zelfs onmisbaar. ‘Goede orde lijkt veiligheid te verschaffen, terwijl wanorde reeds velen vernietigd heeft’, schrijft hij.

OF HIJ GEK GEWORDEN WAS Alleen orde maakt dat iets zijn potentie kan realiseren, schrijft Xenophon. Een wanordelijk leger is net zo nutteloos als een stapel hout en stenen; terwijl als het geordend wordt, die stapel hout en stenen een prachtig en functioneel huis kan zijn. ‘Niks is zo nuttig of zo mooi voor mensen als orde’, vindt Xenophon. De tijd van gemeenschapszin en ordelijkheid had slechts een beperkte houdbaarheidsdatum, ontdekte Xenophon nadat het leger de woestijn doorkruist had en bij de Zwarte Zee aangekomen was, waarvandaan ze weer thuis konden komen. Net op dat moment was Xenophon zo optimistisch geworden dat hij een visioen had: het leek hem een goed idee om daar, op de kust van Perzië, een stad te stichten. Toen hij dit idee inbracht in de vergadering, keken zijn medesoldaten hem aan alsof hij gek geworden was; iedereen wilde nu gewoon zo snel mogelijk naar huis.

‘Niks zo nuttig of mooi voor mensen als orde’

Nu de Grieken in veiliger gebied waren aangekomen, verdween de gemeenschapszin en de ordelijkheid, en kwamen de meningsverschillen weer bovendrijven. Nu zag Xenophon pas echt hoe belangrijk ordelijkheid was geweest. Een groep Grieken die uit hebzucht op rooftocht was gegaan, zonder goedkeuring van de aanvoerders, werd betrapt en moest zich terugtrekken, waardoor velen van hen omkwamen dan wel gewond raakten. Xenophon noteert met teleurstelling dat tijdens de tocht door de woestijn de Grieken zich nooit hadden hoeven terugtrekken; nu wanorde in het leger was geslopen, werd het veel minder effectief. Na de expeditie trad Xenophon in dienst van het leger van Sparta. Vanwege zijn militaire successen in die tijd werd hem een landgoed vlakbij Sparta geschonken, waar hij het grootste gedeelte van de rest van zijn leven een rustig plattelandsleven zou leiden en hij de meeste van zijn werken zou schrijven. Hoewel niet de geniaalste van de oudGriekse filosofen, laat Xenophon een andere manier van filosoferen zien dan de academische. Hij was net zo goed als Plato een leerling van Socrates, al hield hij daar heel andere dingen aan over dan Plato. Uit zijn werken blijkt dat hij wel degelijk filosofisch nadenkt, maar weigert abstracte verhandelingen te schrijven. In plaats daarvan keek hij altijd hoe hij de inzichten die hij opdeed zo nuttig mogelijk kon maken voor zijn lezers.

Filosofie Magazine / september 2019

69


BOEKEN

Kunst dénkt We hebben een nieuwe kunstkritiek nodig. Een die niet nadenkt óver kunst, maar erkent dat een kunstwerk zelf een denkbeeld is. Dat betoogt kunstfilosoof Thijs Lijster in zijn nieuwe boek Kijken, proeven, denken. Auteur Alexandra van Ditmars

I

n de nacht van 16 op 17 januari 2007 werd uit de tuin van het Singer Museum in Laren een exemplaar van De Denker gestolen – u weet wel, Rodins creatie van een naakte, zittende man met zijn hoofd rustend op zijn hand, die tot een clichématige voorstelling van het denken is verworden. Twee dagen later vond de politie het beeld zwaar beschadigd terug. De dieven, die het blijkbaar om het brons te doen was, hadden het beeld met een slijptol toegetakeld. De Denker had een gedeeltelijk geamputeerd been, een doorgezaagde schedel en een gebroken arm. Het Singer Museum besloot de gehavende Denker korte tijd tentoon te stellen. De kapotte Denker is een icoon van niet-denken, stelt Thijs Lijster (1981) in

70

Filosofie Magazine / september 2019

zijn essaybundel Kijken, proeven, denken, en zet juist daarom aan tot denken. De originele Denker wekt met zijn gespierde lichaam niet de indruk een beroepsdenker te zijn, eerder een arbeider die even pauzeert. Maar de vernielde Denker is veroordeeld tot het denken, omdat hij niet langer kan dóén: ‘Een gecastreerde, impotente denker’. Overtuigend betoogt Lijster, universitair docent kunst- en cultuurfilosofie aan de Rijksuniversiteit Groningen, dat we dit desondanks niet als een gebrek moeten zien. Dan veronderstellen we onterecht dat denken enkel gelegitimeerd is wanneer het aanzet tot handelen. We moeten de vernielde Denker juist beschouwen als een monument van ‘een denken dat zich bevrijd heeft van de verplichting om functioneel te zijn’. Daarmee bekritiseert de auteur niet alleen Rodins eigen uitspraken – die zijn publiek ervan verzekerde dat zijn beeld vruchtbaar aan het denken was, niet zomaar wat wegdroomde – maar ook het nutsdenken van deze tijd, dat er onder andere voor zorgt dat de geesteswetenschappen in zwaar weer verkeren. Lijster ziet niet simpelweg een vernield beeld. Nee, hij ziet het onvermogen van de praktische mens, die zuiver op nut uit is (en daarom een standbeeld kan reduceren tot de waarde van het brons). Hij maakt een


Kijken, proeven, denken. Essays over kunst, kritiek en filosofie Thijs Lijster | De Bezige Bij | 256 blz. | € 24,99

mishandelde bronzen man tot een schandaal dat ons oproept te denken, voordat het te laat is. Alhoewel: 'maakt'? Lijster vindt dat kunstwerken te vaak gezien worden als passieve objecten waarover wij spreken en nadenken. Hij wil van een denken óver kunst naar een denken dóór kunst. Zijn uitgangspunt is dat het kunstwerk zelf een vorm van denken is, ‘een denkvorm, een denkbeeld, een ding-dat-denkt’. Het denken benadert het kunstwerk dus niet van buitenaf, maar kijkt ook naar de gedachten en betekenissen die het kunstwerk zelf meebrengt. Kunst kijkt en denkt altijd terug. Deze benadering heeft consequenties voor hoe wij aankijken tegen kunstwerken, de kunstkritiek en de relatie tussen kunst en filosofie. Oftewel: voor ons kijken, proeven en denken. Het boek is opgedeeld in deze drie thema’s, met elk zes essays. De essays, waarvan de meeste al eens eerder gepubliceerd zijn, zijn helder, toegankelijk en zetten aan het denken. De essays over kunstkritiek zijn voor een kleiner publiek interessant dan de overige essays – lezen over hoe te schrijven over kunst, daar moet je van houden.

In de essays komen wereldberoemde kunstwerken voorbij, zoals de schedel vol diamanten van Damien Hirst en Vincent van Goghs schilde-

Lijster vindt dat kunstwerken te vaak gezien worden als passieve objecten waarover wij spreken en nadenken rij van een paar oude schoenen. Maar Lijster maakt ook meer verfrissende keuzes, zoals een protest van kunstenaarscollectief

Fossil Free Culture in het Van Gogh Museum (naar aanleiding van de toenmalige samenwerking van het museum met Shell) en de filminstallatie Manifesto van Julian Rosefeldt (met actrice Cate Blanchett). Deze werken verbindt Lijster aan het oeuvre van filosofen als Michel de Montaigne en Walter Benjamin, maar ook aan de debuutroman van Lieke Marsman. Deze mix van ingrediënten leidt tot besprekingen van onderwerpen als het financieel kapitalisme, post-truth en het antropoceen. Een boek dat laat zien dat kunst en filosofie een gouden combinatie zijn om na te denken over urgente thema’s van onze tijd – en daarmee, paradoxaal genoeg, heel erg nuttig.

Filosofie Magazine / september 2019

71


WEBSHOP Bestellen? filosofie.nl/shop

VOORDELEN FILOSOFIE-SHOP • Retourmogelijkheid binnen 14 dagen • Geen verzendkosten voor jaarabonnees • Betalen mogelijk via acceptgiro, iDeal, creditcard of Paypal

DE WERELD EEN HEL

€ 12,00 GELUKKIG LEVEN Teksten van de Romeinse filosoof en stoïcijn Seneca (ca. 4 v.Chr.- 65 na Chr). Naast thema's als geluk, genot en geld onderzoekt Seneca de kloof tussen theorie en praktijk van filosofie. Deugd is het fundament van geluk, emotie is verwarring van de ziel. Het hectische leven van zakenmensen zet hij tegenover de serene rust van filosofen. De teksten zijn na negentien eeuwen nog een actueel geluid tegen de waan van de dag en onze hype-gevoeligheid. Seneca geeft ons adviezen om in tijden van tegenspoed en hevige emoties toch gemoedsrust te vinden.

Titel: Gelukkig leven Auteur: Seneca Uitgeverij: Boom uitgevers Amsterdam Prijs: € 12,00

72

Dit boek bevat een selectie uit het werk van de filosoof Arthur Schopenhauer (1788-1860), pleitbezorger van een zeer pessimistisch wereldbeeld. Achter de wereld zoals wij ons deze voorstellen, zegt Schopenhauer, schuilt de wereld van de wil. Niet onze individuele, redelijke, vrije wil stuurt ons denken en handelen, maar een blinde, brute wereldwil. Als slaaf van deze driften is de mens veroordeeld tot een zinloos lijden, dat enkel door een soort boeddhistische ascese getemperd kan worden. Aldus was Schopenhauer een van de eerste westerse denkers die oosterse invloeden toelieten.

Titel: De wereld een hel Auteur: Arthur Schopenhauer Uitgeverij: Boom uitgevers Amsterdam Prijs: van € 24,99 voor € 23,50

€ 23,50

ZAKBOEKJE Het Zakboekje van de stoïcijn Epictetus (55-135) bevat 'wenken voor een juiste houding in uiteenlopende levenssituaties'. De tekst is bijna tweeduizend jaar oud, maar heeft niets van zijn waarde verloren. In korte teksten geeft Epictetus zijn lezer wenken voor een evenwichtig leven, met als uitgangspunt het verschil tussen wat wel en wat niet binnen ons bereik ligt, en wat je in het ene geval juist wel en in het andere juist niet moet doen. In 1654 werd het 'Zakboekje' voor het eerst in het Nederlands vertaald en dat was beslist niet voor het laatst.

Titel: Zakboekje Auteur: Epictetus Uitgeverij: Boom Prijs: € 12,50

Filosofie Magazine / september 2019

€ 12,50

€ 25,99 DE BREEKBAARHEID VAN HET ­GOEDE Martha Nussbaum bespreekt opvattingen over 'moreel geluk'. Wat de klassieke filosofen als fundamenteel beschouwen voor een goed leven blijkt vaak kwetsbaar voor invloeden van buiten. Ze onderscheidt twee strategieën om hiermee om te gaan. De eerste is van Plato en probeert het toeval zodanig te controleren dat het leven géén speelbal is. Aristoteles beveelt aan geluk niet te vergeestelijken, maar er rekening mee te houden dat we een lichaam hebben.

Titel: De breekbaarheid van het goede Auteur: Martha Nussbaum Uitgeverij: Ambo/Anthos uitgeverijen Prijs: € 25,99


Tip van de maand CARPE DIEM

€ 24,99

€ 18,50

Cultuurhistoricus Roman Krznaric (1993) gaat in op het motto 'Pluk de dag'. Dit ‘carpe diem’ werd voor het eerst gebruikt door de Romeinse dichter Horatius. Vandaag betekent het soms: lekker shoppen. Het is gekaapt door de consumentencultuur. Als we ons bewust worden van belangrijke carpe diem-keuzes - hoe we onze relaties vormgeven, onze betrokkenheid in het maatschappelijk leven - gaan we het concept ‘vrijheid’ opnieuw waarderen. We gaan leven volgens een nieuw carpe diem-credo: ik maak keuzes, dus ik ben. Krznaric laat zien hoe de slogan mensen kan inspireren zich over te geven aan waarachtig genot, om spontane acties te verzinnen, en kansen te grijpen in het dagelijks leven. Wanneer kun je het best de dag plukken en wanneer niet? Krznaric schreef eerder Werk vinden dat bij je past (2012).

Titel: Carpe diem Auteur: Roman Krznaric Uitgeverij: VBK media Prijs: van € 24,99 voor € 18,50

Filosofie Magazine / september 2019

73


BOEKEN

Retorica is geen filosofie Door zijn leermeester Marcus Fronto leerde Marcus Aurelius vlijmscherp formuleren. Toch bekoelde de relatie tussen de grote retoricus en de keizer-filosoof, die waarheid uiteindelijk belangrijker vond dan welsprekendheid. Auteur Marco Kamphuis

A

ls het lot je geen andere keus laat dan op de harde grond te slapen, is het niet zo moeilijk de stoïcijn uit te hangen en je neus op te halen voor een gerieflijk bed. Maar sober leven, mild zijn voor anderen en genadeloos streng voor jezelf, terwijl je keizer van Rome bent, de machtigste man ter wereld, die met een vingerknip elk denkbaar verlangen kan vervullen: dát getuigt van karakter. Met zijn zelfdiscipline heeft keizer-filosoof Marcus Aurelius (121-180) de bewondering van vele generaties geoogst. Al was hij daar als stoïcijn niet op uit; hij hield zichzelf voor dat hij een zandkorrel was, die spoedig door andere zandkorrels bedekt zou worden. De filosofische bespiegelingen die hij in het Grieks schreef, zijn in twee Nederlandse

74

Filosofie Magazine / september 2019

vertalingen beschikbaar, respectievelijk ­Overpeinzingen en Persoonlijke notities getiteld. Wie dit klassieke stoïcijnse werk gelezen heeft, zal interesse hebben voor Evenveel van jou als van mezelf, de over­ geleverde correspondentie van Marcus Aurelius met zijn leermeester in de retorica, Marcus Fronto. In maart kwam een ­Nederlandse vertaling uit. Dat Marcus een uitzonderlijk begaafde jongen was, moet voor de hoogste Romeinse kringen snel duidelijk zijn geweest. Na de vroege dood van zijn vader werd hij op zeventienjarige leeftijd geadopteerd door keizer Antoninus Pius, die op zijn beurt de adoptiefzoon van keizer Hadrianus was. Marcus nam zijn intrek in het keizerlijk paleis en werd voorbereid op het hoogste ambt. Voor zijn lessen in retorica werd Marcus Cornelius Fronto ingeschakeld, een succesvol advocaat en redenaar. Dat het klikte tussen de ijverige leerling en zijn twintig jaar oudere leermeester kun je afleiden uit de overgeleverde brieven. Beiden bieden tegen elkaar op in de gevoeligste uitingen van genegenheid, regelrechte liefdesverklaringen zelfs, wat historici heeft verleid tot speculaties over de al dan niet seksuele aard van de relatie. ‘Ik, die evenveel van jou houd als van mezelf’, schrijft Marcus Aurelius bijvoorbeeld in een brief aan zijn leermeester. Volgens vertaler Vincent


Evenveel van jou als van mezelf. C­ orrespondentie met Marcus Fronto Marcus Aurelius (vertaald en toegelicht door Vincent Hunink) | Athenaeum-Polak & Van Gennep | 280 blz. | € 17,50

Hunink vallen dergelijke vurige bewoordingen echter binnen de conventies van die tijd.

UITLACHEN Veel brieven handelen over de oefenstof die Fronto opgeeft. Marcus moet bijvoorbeeld maximes (spreuken, puntige uitspraken) een aantal keren herformuleren: het kan altijd helderder, korter, hij mag er nooit van uitgaan dat hij het juiste woord al gevonden heeft. Wie dit leest, begrijpt beter dat de beroemde Persoonlijke notities van de latere keizer zo raak zijn, zelfs al waren ze niet voor publicatie bedoeld, en al schreef hij ze in een legerkamp, verwikkeld in de strijd met Germaanse stammen. Hij kon na een leven van retorische oefening simpelweg niet anders dan trefzeker schrijven. Maar retorica is geen filosofie. Een retoricus oefent zich erin twee tegengestelde standpunten even overtuigend te verdedigen, en Marcus heeft uiteindelijk meer belangstelling voor – laten we gemakshalve zeggen – de waarheid. Dat de jongeman zich meer en meer in (stoïcijnse) filosofie verdiept, ervaart Fronto wellicht als een afwijzing, en de relatie bekoelt

enigszins. Wanneer Fronto schrijft ‘Ook al lachen jullie, de wijsgeren, mij uit, ik was danig van mijn stuk’, is dat een grapje, verwijzend naar de stoïcijnse onverstoorbaarheid, maar

De ­correspondentie toont Marcus ­Aurelius als wijs, bovenmatig serieus en scrupuleus wel een dat de afstand tussen beiden blootlegt. Later, wanneer Marcus Aurelius een zelf bewuste keizer is, en Fronto een oude, door ziekte en tegenslag geplaagde man, komen de

briefschrijvers weer nader tot elkaar. Uit deze correspondentie rijst het klassieke beeld van het stoïcijnse rolmodel Marcus Aurelius op: wijs, bovenmatig serieus en scrupuleus, iemand die altijd aan het werk is en dan nóg vindt dat hij tekortschiet. De wat ijdele, klagende Fronto komt zwakker, maar ook menselijker over. De leerling is zonder twijfel een man van groter statuur, maar de roerendste bijdrage is toch van de leraar af komstig. Na de dood van zijn kleinzoon vaart hij uit tegen de oneerlijkheid van het lot en demonstreert zo, in een eerlijke, bittere, niet door welsprekendheid geremde brief, nogmaals géén stoïcijn te zijn. Het antwoord van Marcus Aurelius is helaas niet overgeleverd.

Filosofie Magazine / september 2019

75


KUNST

De ervaring van het licht zelf Het werk van James Turrell laat ons alledaagse zaken aandachtiger ervaren. Zijn werk heeft duidelijke raakvlakken met de filosofie van Maurice Merleau-Ponty. Auteur Claudia Galgau Beeld James Turrell

‘WAT IS HET LEVEN?’ Op deze vraag geeft elk echt en geslaagd kunstwerk op zijn eigen wijze een afdoend antwoord. (Schopenhauer) In Filosofie Magazine iedere maand een kunstwerk dat iedereen gezien moet hebben

76

H

et eerste werk dat ik van de Amerikaanse kunstenaar James Turrell (1943) zag, was Wedgework III in Tilburg. Het zorgde voor een bijna sublieme, goddelijke ervaring van licht’, vertelt beeldend kunstenaar Mirte Slob. ‘Om deze krachtige ervaring beter te kunnen begrijpen, besloot ik me te verdiepen in Fenomenologie van de waarneming van de Franse filosoof Maurice Merleau-Ponty.’ Slob schreef uiteindelijk een paper over de verbanden tussen Turrell en Merleau-Ponty. Een interview met haar. Het werk van Turrell is wereldwijd te bewonderen. Toch was het aanvankelijk nooit zijn bedoeling kunstenaar te worden. Op zestienjarige leeftijd haalde hij zijn vliegbrevet, waarna hij vluchtende boeddhistische monniken op ging halen uit Tibet, dat door China bezet was. Zijn vele uren als piloot inspireerden hem om artistieke ‘installaties’ te gaan maken. Hij noemt de lucht zijn studio, materiaal én canvas, en probeert de ervaring van licht en de lucht in de puurste vorm op de kijker over te brengen. ‘Hij laat ons op een nieuwe manier naar alledaagse zaken zoals licht en lucht kijken’, zegt Slob. ‘Het bijzondere aan Wedgework III is ook dat er geen waarneembare lichtbron of ander object is waar je aandacht naar uitgaat. Je kijkt echt naar het licht zelf.’

Filosofie Magazine / september 2019

Hoe kun je naar licht zelf kijken? ‘Licht is meestal waarneembaar omdat het op een object reflecteert. Stel dat je naar een boom kijkt, dan zie je die boom omdat het licht van de zon erop valt. Je kijkt dus niet naar het licht zelf, maar naar een opgelicht object. Turrell krijgt het in zijn werk voor elkaar om de boom en de zon bij wijze van spreken weg te halen. Je weet als kijker niet precies wat de lichtbron is, en kijkt ook niet naar een object. Wat er dan overblijft, is de ervaring van licht zelf. Het is een fysieke ervaring die je in de normale wereld niet tegenkomt. Je voelt het met je hele lijf, je voelt je omringd door het licht. Wedgework III kan daarnaast op meerdere manieren worden bekeken. ‘Enerzijds verwijst de titel naar de vorm van een “vijfvlakkige” piramide. Maar het betekent ook “barrière”, een tweedeling. Als je in het donker staat, zie je een hoekige ruimte waarvan het lijkt alsof je erin zou kunnen stappen. Tegelijkertijd zie je een plat lichtgevend vlak dat de ruimte in tweeën deelt.’ Wat zegt dat over onze zintuiglijke ervaring? ‘Het laat zien dat we zelfs feitelijke en natuurkundige zaken op meerdere manieren kunnen bekijken. Mijn hersenen verwisselden


steeds van perspectief, en konden de installatie op beide manieren zien. In Merleau-Ponty’s theorie van fenomenologie is het fenomeen datgene waar je naar kijkt – in dit geval het werk Wedgework III. Dit bestaat in de ‘reële wereld’ en is meetbaar. Maar deze feiten komen volgens Merleau-Ponty tijdens de verwerking ervan in je innerlijke belevingswereld, die bij ieder individu onmeetbaar en uniek is. Die belevingswereld bevat namelijk onze persoonlijke herinneringen, associaties en gevoelens. Onze uiteindelijke ervaring wordt dus altijd beïnvloed door onze innerlijke wereld. Ook al is het werk dat je waarneemt in de reële wereld hetzelfde, afhankelijk van iemands innerlijke belevingswereld zijn de ervaring en kennis die voortkomen uit het werk voor iedereen verschillend. Dat is ook wat Turrell duidelijk probeert te maken: dat de ervaring die je hebt veel meer te maken heeft met wie jij bent als persoon, dan met het kunstwerk zelf. Hij zegt: “Mijn werk heeft geen object, geen beeld en geen focus.” Wat blijft er dan over om naar te kijken? Je wordt gedwongen te kijken naar hoe jij kijkt.’

Merleau-Ponty is een van de bekendste filosofen binnen de fenomenologie. Waarom was zijn werk zo baanbrekend? ‘In zijn tijd was er een duidelijk onderscheid tussen mensen die intellectualist en mensen die empirist waren. De ene groep dacht dat “echte kennis” bereikt kon worden via ervaring, en de andere claimde dat “echte kennis” alleen via rationaliteit en abstractie te ontdekken viel. Merleau-Ponty nuanceerde beide standpunten. Hij claimde dat de kennis die wij verkrijgen altijd af hankelijk is van onze eigen context en innerlijke wereld, en dat onze perceptie niet het een-op-een overnemen van feitelijkheden is. Er zijn mensen die Turrells fascinatie met licht koppelen aan zijn Quaker-opvoeding, een religie waarin licht een sterke spirituele betekenis heeft. Maar zelf heeft hij dat nooit expliciet zo uitgelegd. Dat is wat MerleauPonty ook benadrukt: ik kan door feiten te koppelen wel beargumenteren dat Turrell door zijn Quaker-achtergrond geïnspireerd werd, maar of dat echt klopt? De enige ervaring waar je zeker van kunt zijn, is die van jezelf.’ 

Wedgework III (1993) JAMES TURRELL

Vaste collectie Museum De Pont, Tilburg www.depont.nl

Filosofie Magazine / september 2019

77


HET MOMENT

Hoe filosofie mijn leven heeft veranderd

‘Op het veld stoïcijn zijn is vrijwel onmogelijk’ Édouard Duplan (36), voetballer bij FC Utrecht en Sparta Rotterdam, studeerde filosofie. Vooral de Stoa is hem altijd bijgebleven.  Auteur Janneke Adema Beeld Maarten Noordijk

‘I

n Frankrijk heb je verplicht drie uur per week filosofie, in het laatste jaar van de middelbare school. Ik keek ernaar uit, want mijn zus had ook filosofie gehad. Ze was fan van haar docent. Hij maakte er een soort theaterstuk van. Ik heb dezelfde docent gehad en ik voelde meteen dat het ook iets voor mij was. Daarna heb ik twee jaar filosofie gestudeerd. Mijn eerste filosofische liefde was de Stoa. De gedachte dat je je eigen meester kunt zijn, dat sprak mij heel erg aan. Op die leeftijd had ik last van schoolfobie, een soort spanning die je voelt als je voor de hele klas moet praten en dat soort dingen. Ik voelde dat elke dag. Volgens de Stoa heb je controle over je lichaam, over wat je denkt en wat je voelt. Ik denk dat ik het daarom zo interessant vond. Misschien hoopte ik dat ik op die manier meer controle over mezelf zou krijgen. Dat is wel bij mij gebleven, op een bepaalde manier. En het is ook een beetje hoe ik dingen doe. Ik probeer afstand van de dingen te nemen en ik probeer mezelf niet druk te maken over wat niet van mij afhangt. En ik denk dat het me wel heeft geholpen, tot op een bepaalde hoogte. Maar met voetbal ben ik erachter gekomen dat het supermoeilijk voor mij is om stoïcijns te blijven. Op het veld ben je eigenlijk naakt; je kan geen afstand meer nemen. Je kan niet meer verbergen wie je bent. Je core, die kun je niet meer verbergen. Dus om stoïcijns te zijn op het veld, ik ben erachter gekomen dat dat bijna onmogelijk is, omdat je moet vertrouwen op je intuïtie. Veel nadenken op het veld is niet goed. Als je wordt geconfronteerd met een rollercoaster van emoties, wordt echt je stoïcisme op de proef gesteld.’

78

Filosofie Magazine / september 2019


Filosofie Magazine / september 2019

79


AGENDA – SEPTEMBER

ANZ IN FESTIVAL

ER IN

1

TIVOLIVR ED ZATERDA ENBURG, UTREC G 28 SEP H TEMBER T 2019

WAANZIN FESTIVAL 28 september – Utrecht

FO R

IE MAT

ILO OP F

SOF

IE.N

L/W

A AN

ZIN

Volgens Sigmund Freud, grondlegger van de psychoanalyse, zijn mensen verhalenvertellers. Verhalen zorgen ervoor dat we ons leven als zinvol beschouwen. Op het Waanzin Festival 2019 staan persoonlijke verhalen centraal. Het is hét evenement waar wetenschappers, N=1 kunstenaars, filosofen en ervaringsdeskundigen de grens tussen normaal en abnormaal bevragen. 10/04/2019 11:52 19-04-19 09:16

4

Za 28 sep I 12:30 I TivoliVredenburg I € 25 - € 37,50 I filosofie.nl/waanzin.html

4

FILOSOFIECAFÉ Elke derde dinsdag van de maand – Amsterdam Het filosofiecafé is de ideale omgeving voor filosofische discussies. Deze worden ondersteund door ervaren gespreksbegeleiders. Er zijn filosofiecafés in Utrecht, Haarlem, Groningen en misschien ook bij u in de buurt. In Amsterdam is er elke derde dinsdag van de maand filosofiecafé bij Felix Meritis. Iedereen is welkom om mee te filosoferen of te luisteren.

Elke derde dinsdag I Felix Meritis I Amsterdam I 20:00 I € 5 I www.felix-en-sofie.nl

80

Filosofie Magazine / september 2019

2

MET THE SCHOOL OF LIFE NAAR HET RIJKSMUSEUM 8 september – Amsterdam The School of Life neemt je mee naar het Rijksmuseum. Hebben de kunstwerken een helende werking? Bieden ze troost, zingeving? De docent van The School of Life helpt je om beter te kijken, dieper te denken en meer te ervaren. Hij of zij onderzoekt samen met jou hoe de kunstwerken kunnen helpen bij de grote vragen van het leven: verlies, liefde, werk en vergeving.

Vrijdag 8 sep I 11:00 I Rijksmuseum I Amsterdam I € 25 I theschooloflife. com/amsterdam/programma/

5

HET DANSENDE DENKEN VAN HET ZOEKEND HERT 14 en 15 september – Berchem, Antwerpen Filosofiehuis Het zoekend hert in Berchem-Antwerpen viert zijn 10-jarige bestaan met een tweedaags festival: Het dansende denken van Het zoekend hert. Het thema is de impact van muziek op het denken. Meer dan twintig denkers, sprekers en schrijvers presenteren hun inzichten. Het programma wordt omlijst door muzikanten en andere kunstenaars.

Za 14 sep 13:00 I Zo 15 sep 10:00 I Antwerpen I wisselende toegangsprijzen I hetzoekendhert.be

3

TIPS

LEZING BAGGINI 19 september – Nijmegen Waarom is het Westen individualistischer dan het Oosten? Volgens de Britse filosoof Julian Baggini verschillen we niet zoveel van elkaar. Overal ter wereld zijn mensen met dezelfde morele vraagstukken bezig. Het verschil in denken zit in de antwoorden. Kom luisteren naar Baggini en hoor van hem wat we kunnen leren van hoe de wereld denkt.

Ma 19 sep I Radboud Universiteit I Nijmegen I 19:30-21:00 I € 7,50 I radboudreflects/agenda/lezingen/


COLOFON

VOLGEND NUMMER

KLANTENSERVICE

Voor opgave lidmaatschap, verhuizing of bezorging. Ga naar www.filosofie.nl/klantenservice Bellen kan ook: +31 (0) 88-700 2790 Post: Lezersservice, Postbus 11249, 3004 EE Rotterdam E-mail: klantenservice@filosofiemagazine.nl REDACTIE

Herculesplein 12, 3584 AA, Utrecht Telefoon: +31 (0)88-700 2910 E-mail: filomag@veenmedia.nl (alléén redactiezaken) Website: www.filosofie.nl HOOFDREDACTIE

Louis Hoeks (louis@filosofie.nl) REDACTIE & EINDREDACTIE

Janneke Adema (janneke@filosofie.nl) Jan Borst (jan.borst@veenmedia.nl) Bram Galenkamp (bram@filosofie.nl) Kees Versluis (kees@filosofie.nl) Bernadette Vieverich (bernadette@filosofie.nl) BASISONTWERP

Daphne van Langen (RAZA) ART DIRECTION

def. grafische vormgeving

Magie van muziek Waarom is muziek zo belangrijk voor ons? Een wijsgerige reis van Bach naar Miles Davis.

VORMGEVING

Sanne Heuker (Twin Media bv, Culemborg)

Verschijnt: 27 sep

MEDEWERKERS

Annemarijn Alous, René ten Bos, Bart Coster, Marc van Dijk, Martin Dijkstra, Alexandra van Ditmars, Merlijn ­Doomernik, Claudia Galgau, Warda El-Kaddouri, Enkeling, Alicja ­Gescinska, Jeroen Hopster, Stine Jensen, Marco Kamphuis, Martin Legros, Nils Markwardt, Frank Meester, Maarten Noordijk, Hajo de Reiger, Miriam van Reijen, Bruno Roussel, Bas van der Schot, Maurice van Turnhout, James Turrell, Zeloot DIRECTEUR/UITGEVER Wouter van der Meulen BRANDMANAGER Mendel Tuinder

(mendel.tuinder@veenmedia.nl)

MARKETING Hannah Jansen (hannah.jansen@veenmedia.nl) VERANTWOORDELIJK UITGEVER BELGIË

René van Loon, Ternesselei 326, 2160 Wommelgem PRODUCTIE Sonja Bon (sonja.bon@veenmedia.nl) SALES Veen Media. postbus 13288, 3507 LG Utrecht DRUK Habo DaCosta bv, Vianen VERSPREIDING NEDERLAND Aldipress, Utrecht VERSPREIDING BELGIË AMP NV, Brussel

ISSN 0928-1789

LIDMAATSCHAP EN DISCLAIMER Jaarlidmaatschap Nederland en België: € 87,50. Buiten Nederland/ België ­betaalt u extra portokosten. Bij betaling per acceptgiro betaalt u € 2,- extra. Het l­idmaatschapsgeld dient vooruit te worden betaald, u ontvangt hiervoor een ­factuur. Lidmaatschappen worden tot wederopzegging aangegaan, tenzij anders ­ vermeld. Opzegging kan telefonisch, schriftelijk of per webformulier plaatsvinden. Na de eerste lidmaatschapstermijn is uw lidmaatschap altijd per drie maanden o­pzegbaar. Filosofie Magazine is onderdeel van Veen Media. Veen Media legt van leden gegevens vast voor de uitvoering van de (lidmaatschaps) over­eenkomst. Deze gegevens kunnen gebruikt worden om u te informeren over relevante d­ iensten en producten. Indien u op deze informatie geen prijs stelt, kunt u ­mailen naar lezersservice@veenmedia.nl of schrijven naar: Veen Media, Afdeling ­logistiek, Postbus 11249, 3004 EE, Rotterdam. De uitgever heeft ernaar gestreefd de auteursrechten van de illustraties volgens de wettelijke bepalingen te regelen. Zij die menen nog zekere rechten te kunnen doen gelden, kunnen zich tot de uitgever wenden.

EROTIEK Volgens filosoof Ype de Boer beleven we ons lichaam, onze lust en onze verlangens veel te eendimensionaal. DEUGDEN Sebastien Valkenberg ging op zoek naar nieuwe deugden voor de 21ste eeuw. DEMOCRATIE Filosoof Alexis de Tocqueville vreesde de tirannie van de meerderheid.

Filosofie Magazine / september 2019

83


€ 8,50 SEPTEMBER 201 9

Profile for Veen Media Algemeen

Filosofie Magazine 09/2019  

Filosofie Magazine 09/2019  

Profile for vmadmin