Page 1

Proeven aan de oceaan Met de Vlieger naar de Azoren

Scheepsjournaal Zomer 2004


Inhoud Op weg naar Falmouth .................................................... 4 Falmouth: vakantie gevoel .............................................. 6 Rollend naar de Azoren ................................................... 8 Sao Miguel: bureaucratie en voetbal ................................15 Terceira: de stier is los ..................................................24 Graciosa: kort maar hevig ..............................................31 Sao Jorge: ia-kowa-kouw ...............................................33 Faial: wandelen op een vulkaan ......................................38 Happy to be here, sad to leave........................................47 Rolling home ................................................................50 Bijtanken in Bretagne ....................................................56 Naar Wight ..................................................................58 Het venijn zit in de staart ...............................................61


Op weg naar Falmouth zondag 30 mei – zaterdag 5 juni Eindelijk is het zover: we gooien los en manoeuvreren de Vlieger de Houtribhaven uit. Naar dit moment hebben we de afgelopen maanden in een toenemende intensiteit toegewerkt. Eind vorig jaar schaften we al de eerste pilots en reisgidsen aan. De afgelopen weken kwamen daar de benodigde zeekaarten bij. En vorig weekend een Puntootje boordevol boodschappen.

We worden vlot geschut door de Houtribsluis in Lelystad. Maar nu schuiven we richting Houtribsluis. Het lijkt of de sluiswachter ons ongeduld voelt: we kunnen vlot doorschutten en zetten zeil. De wind is zwak tot matig uit het westen. Amsterdam is net bezeild maar hard opschieten doet het niet. Niettemin weten we tegen de avond het IJ te bereiken. Ook de Oranjesluis levert geen oponthoud van betekenis op. We

4


stomen tegen zessen het IJ op en maken een warme hap klaar. De laatste sluis van dit eerste traject, die van IJmuiden, doet ook mee aan het vlot doorschutten. Om 21.00u meren we af in de Seaport marina in IJmuiden. Het weerbericht belooft voor de volgende dag een westelijke zwakke tot matige wind, die naar het zuidoosten zal draaien. Geen weer voor een snelle overtocht, maar goed genoeg om te vertrekken. Vroeg in de middag gooien we los. De wind blijkt eerder zwak dan matig en al vrij snel na vertrek moet de motor erbij om nog enige voortgang te houden. Het Nederlandse KNMI blijft intussen zuidoosten wind beloven, evenals het Britse METoffice. Maar meer dan een zeer zwak briesje uit die richting zit er niet in. Niet genoeg om onze Vlieger te laten zeilen. 's Nachts gaat Joep, als het water wat begint te rimpelen, nog met de kanarie in de weer - onze helgele genaker van 100m2 maar zelfs daarmee krijgen we de boot niet aan het lopen. Na een hoop gedoe met vallen, schoten en bomen, haalt Joep het gele gevaar maar weer naar beneden en start de motor. En Marie-JosĂŠ maar proberen te slapen... Dinsdag lopen we laat in de avond een mistig Dover binnen. We maken een tijstop, want het tij zou gaan tegenstaan en het stroomt hard tussen de White Cliffs of Dover en Cape Gris Nez aan de overkant. Woensdagmiddag, op de kentering van het tij, verlaten we Dover weer, met een volle tank diesel. Het is dan mooi zeilen met een straffe noordwester. Althans eventjes. Voor Dungeness is de wind alweer op. De rest van de tocht langs de Engelse zuidkust zeilen we stukjes, soms tegen beter weten in kruisend tegen een zwakke westenwind, maar varen we vooral grote stukken op de motor. Dat alles in een alsmaar grijs decor met soms erg slecht zicht en een enkele mistbank. Niet echt inspirerend. Vrijdag verandert dat alles echter drastisch. De zon brand de nevel weg en het wordt prachtig weer. Bovendien steekt er eindelijk een mooie zeilwind op die langer duurt dan een uurtje. Wel uit het westen, precies de kant die we op moeten. Maar nadat we een slag maken ter hoogte van Plymouth, draait de wind naar het noordwesten, zodat we Falmouth keurig netjes kunnen bezeilen. Het wordt een mooie zeilavond en nacht. Dat tijdens de laatste mijlen Falmouth zich nog even in een stevige mistbank hult, mag de pret niet eens meer drukken. 5


Met GPS en rader kunnen we de ingang van de River Fal wel vinden. En eenmaal binnen klaart het voldoende op om zonder al te veel gezoek een vrije mooring op te pikken.

Falmouth: vakantie gevoel zaterdag 5 juni - donderdag 10 juni De Vlieger ligt zachtjes te wiegen aan de mooring in Falmouth. De eerste bijna 500 zeemijlen zitten er op en het is in deze hoek van Groot-BrittanniĂŤ prachtig weer dankzij een hoge druk gebied dat zich langs de Britse zuidkust uitstrekt. Ons nieuwe bijbootje doet goede diensten om ons naar de vaste wal te brengen. Voor boodschappen, een wandeling en 's middags een pint bier op het terras van de Chainlocker. Kortom we genieten van het enige echte vakantiegevoel.

De Vlieger aan een mooring in Falmouth.

6


Voor de reis naar Sao Miguel zijn de weersomstandigheden minder ideaal. Op de hoogte van de Azoren, waar het Azoren Hoog hoort te liggen, ligt nu een depressie. Die veroorzaakt een aanhoudende zuidwestenwind en dat is net de kant die we op moeten.

De prognosekaart voor zondag 13 juni, we zullen dan drie dagen onderweg zijn. De depressie die ons in Falmouth hield, is dan naar het noorden weggetrokken en op een positie net ten noordoosten van IJsland terecht gekomen. In de golf van Biskaje heeft zich een omvangrijk hoog ontwikkeld. Als we ervoor zorgen op de oostflank van dat hoog terecht te komen, kunnen we met een noordoosten wind naar de Azoren. Boven Kaap Finisterre, in het noordwesten van Spanje, liggen de isobaren echter wel dicht bij elkaar, dat betekent veel wind, en wij zullen een gepaste afstand moeten zien te houden. We beginnen elke dag met een bezoekje aan de bibliotheek. We kunnen daar een halfuur per keer gratis gebruik maken van internet. En aan dat half uur hebben we meer dan genoeg om

7


de weerkaarten van Bracknell te downloaden en op flop te zetten voor nadere analyse aan boord. De depressie trekt intussen tergend langzaam noordoostwaarts, richting Engeland. Volgens de prognoses zal die eind van de week over Engeland trekken. Daarmee zijn we ook van de zuidwestenwind af. Er lijkt zich bovendien in de loop van de week een hoog boven de golf van Biskaje te gaan vormen. Als we zorgen aan de oostflank daarvan te blijven, kunnen we een noordoosten wind oppikken die ons netjes richting Azoren blaast. Het wordt tijd om ons klaar te gaan maken voor de grote oversteek. We besluiten woensdag de mooring te verwisselen voor een plaatsje aan de steiger van de visitors jachthaven. Daar kunnen we aan de stroom om de accu's goed vol te laden, de watertank vullen en diesel tanken.

Rollend naar de Azoren donderdag 10 juni - zondag 20 juni 2004 Donderdag 10 juni gooien we los voor de grote sprong zuidwaarts. Met een behoorlijke kriebel in de buik. Want het is toch wel erg spannend, onze eerste lange oceaantocht. We hebben bijna 1200 zeemijlen voor de boeg, een slordige 2200 kilometer en zullen ongeveer 10 dagen onderweg zijn - het kunnen er minder zijn, maar ook meer. En al die tijd moeten we ons zelf redden en zelf problemen oplossen. Het weer lijkt goed genoeg. Er staat bij vertrek weliswaar nog een zuidwesten wind, maar die zal naar het noordwesten ruimen als de depressie - die vanaf de Azoren deze kant op is gekomen - ons passeert. We willen daar echter niet op wachten want dan zeilen we geheid een uitgestrekt hoog boven Biskaje in. Dat zal zich de komende dagen namelijk steeds verder uitbreiden. Hoe eerder we vertrekken, hoe minder omvangrijk dat hoog. Consequentie van onze keuze is wel dat we het Kanaal moeten uitkruisen.

8


We verlaten hoog aan de wind zeilend Falmouth. Op de achtergrond de vuurtoren bij de ingang van river Fall. De zuidwesten wind blaast flink door en veroorzaakt een stevige zeegang in het Kanaal. Da's wel weer wennen na een week aan de wal. De vissen in het Kanaal eten die eerste avond ook bleekselderij ‌. Vrijdagochtend ruimt de wind en knappen wij wat op. En tegen het middaguur is de wind helemaal op. Dat was nou ook weer niet nodig. We starten de motor. Op de rand van het continentaal plat, waar de diepte van de zeebodem van een slordige honderd meter omlaag schiet tot ongeveer 4 kilometer, zeilen we door een school van wel enkele honderden dolfijnen. Overal om ons heen zien we ze opduiken; een prachtig gezicht! Ze fleuren een dag op die wel erg saai dreigde te worden.

9


Op de rand van het continentale plat varen we door een school van wel enkele honderden dolfijnen. We houden vooralsnog een zuidelijke koers aan. Da's niet helemaal de goede kant op, maar helpt wel om aan de goede kant van het hoog te komen. Die tactiek werkt. Zaterdag aan het begin van de middag kunnen we de kanarie zetten en zeilen we met een mooie noordoosten wind, zuidwestwaarts richting Azoren. Die koers moet ons ook voldoende ver van Kaap Finistere brengen. De weerkaarten laten namelijk zien dat de isobaren daar vervaarlijk dicht bij elkaar kruipen. En dat betekent veel wind. De kanarie blijft er maar even opstaan. Tegen zaterdagavond waait het al te hard voor die grote lap. We krijgen kennelijk toch een staart mee van het slechte weer bij Kaap Finistere. Zondagochtend moet ook de kluiver eraf. We snellen onder enkel de stagfok met een stevige 7 beaufort achterop richting Azoren.

10


Onze tactiek werkt: we pikken, op de oostflank van het Hoog, een noordoosten wind op en zetten de kanarie, onze 100m2 grote genaker. De oceaan dwingt intussen, bij deze eerste kennismaking, respect af. De storm die volgens de weerberichten bij Kaap Finistere woedt, bouwt een geweldige zee op en jaagt die voor zich uit onze kant op. Grote zwarte muren van water torenen achter ons op en rollen vervaarlijk sissend onder onze Vlieger door. De weerberichten hebben het over een ruwe tot zeer ruwe zee. Zo ziet dat er dus uit. Ons bootje geeft echter geen krimp en licht steeds op tijd haar kont om de rollers er onderdoor te laten lopen. En al die tijd stuurt onze AriĂŤs windvaanstuurinrichting onverstoorbaar de boot richting Azoren. Goed zo Arie! Dankzij de ruwe zee weten we nu ook wat rollen is. We dachten dat we wel gewend waren aan zeegang. Maar dit is toch wel even wat anders. Binnen in de kajuit is het een ware heksenketel. Alles wat niet echt muurvast staat rammelt,

11


kleppert of rinkelt. De eerste nacht zijn we doorlopend in de weer om dingen vast te zetten om het lawaai te stoppen en toch nog wat te kunnen slapen.

De harde wind zweept de zee behoorlijk op. Onze Vlieger licht steeds precies op tijd haar kont, om de hoge golven onder zich door te laten rollen. En de AriĂŤs windvaan blijft onverstoorbaar de boot de goede kant op sturen. Als we een beetje gewend raken aan het geweld, krijgen we ook oog voor het mooie van dit alles. De indrukwekkende golven en de enorme ruimte die de oceaan biedt. We hebben in elf dagen tijd welgeteld vijf boten gezien. Dat wil zeggen zonder de kleine kwalletjes mee te tellen, want daarvan zien we er duizenden. Ze hebben een soort zeiltje waarmee ze met ons mee richting Azoren zeilen. Het ziet er heel dapper uit, die kleine zeiltjes in de ruwe zee. We voelen ons wel wat bezwaard dwars door die vloten kwalletjes heen te zeilen en met onze boeggolf er steeds enkele honderden laten kapseizen. 12


Een aan dek gespoeld kwalletje. Er breekt een beugeltje van de hekstoel af. Het is een van de twee beugeltjes waarin de blokjes hangen waardoor de stuurtouwtjes van de Ariës lopen. Het heeft misschien toch wat teveel op zijn donder gehad. We leggen met sterk dun touw een noodverbandje aan zodat Arie weer kan sturen. En we concluderen dat zulke klosjes stevig touw onmisbaar zijn op dit soort lange oversteken. Pas tegen de avond van dinsdag 15 juni luwt de wind een beetje en begint de zee wat te kalmeren. We zijn dan over de helft en hebben ‘nog maar’ een slordige 560 zeemijlen voor de boeg. En de woensdag daarop is de wind helemaal op. Het is op de tweede helft van onze tocht, een beetje kwakkelen met het weer. Soms hebben we lekker wat wind, soms helemaal niets. Een voordeel daarvan is dat we onder rustige omstandigheden Marie-José's verjaardag kunnen vieren. We ontvangen intussen alleen nog maar weerkaarten. Voor de

13


weerberichten die we anders via de radio of de Navtex ontvangen, zitten we nu kennelijk te ver uit de kust. We zijn nu dus helemaal op ons zelf aangewezen om uit de weerkaarten een weersverwachting op te maken. Weerkaarten via de radio We kunnen aan boord weerkaarten ontvangen via onze SSB ontvanger. Ze worden uitgezonden door de stations Northwood in Engeland en Offenbach in Duitsland. Het computerprogramma JV-Com weet van het gesjirp uit de radio goed leesbare weerkaarten te maken. Ze vormen een belangrijke bron van informatie. Want behalve een analyse van het weer, zenden Northwood en Offenbach ook prognosekaarten uit, tot 120 uur vooruit. Dat geeft ons inzicht in hoe het weer zich op de langere termijn ontwikkelt zodat we onze tactiek daar op aan kunnen passen. De weerberichten voor de scheepvaart zijn daar niet bruikbaar voor, want die geven steeds slechts een 24 uurs verwachting. Tegen de avond van vrijdag 18 juni nestelt de wind zich in het zuidwesten en neemt vervolgens in de loop van zaterdag toe tot een goeie 6 beaufort. We balen, want dit is wel echt super frustrerend: we hebben nog maar iets meer dan honderd mijl te gaan, en met de haven bijna in zicht moeten we opkruisen en tegen een zich verbazend snel opbouwende zee opboksen. Gelukkig duurt ook dat maar even en kunnen we in wat rustiger vaarwater de laatste mijlen naar Sao Miguel afleggen. Het is op zondagochtend 20 juni, als Joep om 6.40u land in zicht in het logboek noteert. Vaag doemen de contouren van Sao Miguel op uit de bewolking. We zien onmiskenbaar de kegelvormige heuvels van een vulkanisch eiland. Het duurt nog tot het einde van de middag tot we in Ponta Delgada vastmaken. We hebben dan, vanaf Falmouth, 1332 zeemijlen afgelegd in 11 etmalen en 3 uur.

14


De Azoren De Archipellago dos Acores ligt in de Atlantische oceaan, grofweg tussen Lissabon en New-York. Vanaf Lissabon is de afstand tot de Azoren ongeveer 1500 kilometer en vanuit New-York 3900 kilometer. De archipel bestaat uit negen eilanden. Ze liggen in drie groepen bij elkaar: Flores en Corvo vormen de westelijke groep; Graciosa, Sao Jorge, Terceira, Faial en Pico de centrale en Sao Miguel en Santa Maria de oostelijke. Het is een uitgestrekte archipel. De centrale groep eilanden ligt ongeveer 157 kilometer van de oostelijke groep, en ongeveer 230 kilometer van de westelijke groep; al snel een heel etmaal zeilen. De eilanden zijn gevormd door vulkanen die uit de zeebodem zijn opgerezen. Ze liggen op de Mid- Atlantische rug. In feite liggen de Azoren op een T-splitsing van waaruit de NoordAmerikaanse, de Afrikaanse en de Eurazische platen uit elkaar drijven. De westelijk groep eilanden ligt op de NoordAmerikaanse plaat, Grasiosa, Sao Jorge, Terceira en Sao Miguel op de Eurazische, en Faial, Pico en Santa Maria lijken zich naar de Afrikaanse plaat te bewegen.

Sao Miguel: bureaucratie en voetbal zondag 20 juni - zondag 27 juni De aankomst in Ponta Delgada is een bijzondere ervaring. We liggen koud aan het reception dock als Joep wordt toegesist: passports and ships documents. Vervolgens wordt hij met een groepje mannen afgevoerd richting havenkantoor. Marie-JosĂŠ weet de visioenen van smerige gevangenissen in een tropisch decor maar met moeite te onderdrukken. Intussen probeert Joep serieus te blijven kijken tijdens een ongelofelijke demonstratie van bureaucratie. In het havenkantoor worden eerst door de havenmeester alle gegevens uit de paspoorten en scheepspapieren in de computer ingevoerd.

15


Land in zicht! Sao Miguel doemt op uit de lage bewolking. Uiteindelijk rollen alle benodigde gegevens in de vorm van een overzichtelijk formulier in viervoud uit de printer. Eentje voor ons en de andere drie voor de officials, zo legt de havenmeester uit. Die officials blijken de vertegenwoordigers van drie verschillende onderdelen van de Portugese grensbewaking. Het zijn gewichtig kijkende, geĂźniformeerde heren en dames die ieder afzonderlijk en ieder vanachter een eigen loket of bureau, hun exemplaar van het formulier controleren en daarbij ook de originele documenten weer willen inzien. Het is een bijzondere vertoning. Naast bureaucratie, staat onze kennismaking met de Azoren ook in het teken van voetbal. Dat begint al bij de havenmeester. Zodra hij heeft vastgesteld dat we Nederlanders zijn, meldt hij triomfantelijk dat Nederland het niet erg goed doet.

16


De haven van Ponta Delgada voor de boeg. Dezelfde avond speelt Portugal en te oordelen aan het gejuich bij het cafĂŠ van de jachthaven - waar een groot videoscherm is opgesteld - en het feestgedruis in de stad na afloop, heeft Portugal het wel goed gedaan. Wij hebben van dat feestgedruis trouwens maar weinig meegekregen. Nadat we hebben gegeten en een pilsje gedronken op de goede aankomst, slaat de vermoeidheid genadeloos toe. We slapen zodra we onze kussens raken en genieten van wat onder zeilers bekend staat als een boerennacht. Dat is een nacht waarin je niet na vier uurtjes slaap al weer gepord wordt voor je wacht, maar gewoon lekker kunt doorpitten. In de haven is het druk. We liggen tussen zeilers uit letterlijk alle windstreken, van Zuid- Afrika tot Noorwegen. De meesten hebben er een lange reis opzitten en zijn vanaf de oostkust van Amerika of vanuit Kaap Hoorn de oceaan over komen zeilen. Voor de meesten zijn de Azoren de laatste stop voordat wordt losgegooid voor de laatste etappe naar huis.

17


Het douanecircus begint eigenlijk al op zee, bij het naderen van de kust, met het zetten van de zogenaamde Quarantainevlag. Daarmee geef je aan dat je nog moet inklaren. Wij nemen onze eerste dag in Ponta Delgada rustig de tijd voor de noodzakelijke huishoudelijke klussen. De inhoud van de uitpuilende waszak verdwijnt in de wasmachine, we doen wat kleine reparaties aan de boot, maken schoon schip en spoelen met het resterende drinkwater een dikke laag zout van het dek. De watertank vullen we daarna met lekker vers water. Later die middag bezoeken we de tourismo, waarna we in de kuip, omringd door foldertjes en kaartjes, plannen maken voor ons verdere verblijf op Sao Miguel. Het eiland is met 750 km2 het grootste van de Azoren. Het vormt samen met Santa Maria de oostelijke groep van de Azoren. Sao Miguel bestaat uit twee hoge delen; in het oosten de Pico da Vara van ruim 1100 meter en in het westen de wat lagere Pico das Equas. De hoge gebieden zijn bebost. Daartussen ligt een lager gebied met overwegend landbouwgrond.

18


De Vlieger in de haven van Ponta Delgada. We liggen er temidden van zeilers uit alle windstreken. Ponta Delgada is de grootste stad van de Azoren. Het blijkt een mooie, maar ook drukke en rumoerige stad, waar zich veel autoverkeer door de smalle straatjes wurmt. De stad heeft iets tropisch. Dat komt door de begroeiing in de parken en langs lanen, maar ook door de gebouwen die iets van koloniaal Portugal uitstralen. Veel gebouwen dragen de sporen van een periode van voorspoed, maar zijn inmiddels vaak behoorlijk vervallen. Omdat openbaar vervoer niet echt de gelegenheid biedt de rest van het eiland goed te verkennen huren we voor een paar dagen een auto. En daarbij hebben we niet echt geluk met het weer. Zodra we het wat hogere binnenland inrijden wordt het nevelig en miezerig. Aan de kust schijnt echter wel steeds de zon.

19


Ponta Delgada is een drukke stad, waar zich veel autoverkeer door de smalle straatjes wurmt. We zien verschillende kanten van Sao Miguel: een theeplantage aan de noordkust, resten van het befaamde Laura Silva in het bosgebied rondom de Pico da Vara, we bekijken vissersdorpjes en we snuiven de zwaveldampen op van de zwavelbronnen bij Furnas en Caleiras. In Furnas bezoeken we ook de beeldschone Terra Nostra tuinen. Maar voordat we aan een rondwandeling beginnen plonsen we eerst in de warmwaterbron in de tuinen. Daarna maken we nog een lange wandeling rondom het Lagoa das Furnas. De wandeling begint met een steile klim over de kraterrand, waarna je afdaalt naar het meertje dat in de krater ligt. Aan de oever ervan bevinden zich de zogenaamde Fumaroles. De lokale bevolking begraaft daar aarden potten met eten in de grond. De grond is er zo heet dat na een paar uur het eten gaar is.

20


Warme bronnen voeden het zwembad in de Terra Nostra tuinen in Furnas. We combineren de lunch met een bad en ruiken de rest van de dag naar zwavel. De laatste dag waarop we de auto hebben, willen we naar Cetes Citades. We hebben ons bezoek daaraan steeds uitgesteld, in de hoop dat het weer wat zou verbeteren. Cetes Citades ligt in een enorme vulkaankrater, waarin twee meertjes liggen. De legende wil dat die meertjes ontstaan zijn toen het een prinses verboden werd om nog langer met haar geliefde, een eenvoudige herdersjongen, om te gaan. Bij hun laatste ontmoeting werd er natuurlijk gehuild. Haar tranen vormden het ene meer, de zijne het andere. Het ene meertje is groen, het andere blauw. Het uitzicht op de meertjes vanaf het zogenaamde Vista do Rei - zo genoemd omdat de koning van Portugal daar ooit het uitzicht heeft bewonderd - moet adembenemend zijn. Onze opzet om op goed weer te wachten lijkt te lukken, want we vertrekken met stralend weer uit Ponta Delgada. Onderweg

21


trekt het echter steeds meer dicht en vanaf de Vista do Rei zien we geen hand voor ogen.

De furmaroles bij Furnas, Sao Miguel. We brengen niettemin een plezierige dag door met een mooie wandeling rondom de meertjes. Beneden in de krater schijnt namelijk wel de zon. Boven ons, tegen de kraterwand, zien we echter doorlopend dikke wolken samenpakken. Het blijft in de haven van Ponta Delgada intussen een drukte van belang. Wij liggen naast een enorme Halberg Rassey, waarnaast onze 39 voeter een klein notendopje lijkt. We worden gevraagd om te verkassen, zodat er een ander groot zeiljacht naast de Halberg Rassey kan. We krijgen een ligplaats langszij de Gräfin V, een Duits jacht, en ontmoeten Hermi en Monica. Zij zijn rond de wereld gezeild in slechts 2,5 jaar. Dat lijkt ons jakkeren, maar Hermi en Monica stralen niets dan rust uit. Ze lagen al in Ponta Delgada toen wij aankwamen, en maken als wij na een week vertrekken nog helemaal geen aanstalten.

22


De kratermeertjes van Cetes Citades. Bij ons vertrek herhaalt het douanecircus zich weer. De havenmeester meldt na het afrekenen dat de officials weer moeten worden bezocht. ‘All of them?’ vraagt Joep nog onnozel. Ja, allemaal dus. Joep bezoekt dus opnieuw de drie kantoortjes waar de officials stuk voor stuk willen weten of er bemanningswissels hebben plaatsgevonden. Tegen twaalven gooien we los.

23


Het Azoren Hoog EĂŠn van de fenomenen waaraan de Azoren hun bekendheid ontlenen, is het Azoren Hoog. Het is een standvastig hogedrukgebied dat meestal in de buurt van de eilanden ligt. Met het Azoren Hoog op zijn vaste plekje, bevindt Nederland zich meestal in een westcirculatie met een gestage aanvoer van depressies. Op de Azoren is het dan echter mooi weer. Het Azoren Hoog maakt deel uit van het grootschalige wereldwijde weersysteem. Dat systeem wordt gevoed door de opwarming van de lucht in een zone rondom de evenaar. Omdat warme lucht opstijgt ontstaat daar een gordel van lagedruk: de Doldrums. De opgestegen lucht stroomt op grote hoogte naar het noorden en zuiden weg en daalt op ongeveer 30o noorder- en zuiderbreedte weer naar het aardoppervlak. Daardoor ontstaan op die breedtes gordels van hoge druk: de Paardenbreedten. Deze vallen 's zomers in afzonderlijke hogedrukgebieden uiteen, waaronder het Azoren Hoog. Tussen de hoge druk van de Paardenbreedten en de lage druk rondom de evenaar, waaien op het zeeoppervlak de passaatwinden. De Paardenbreedten en de Doldrums zijn echter beruchte windstiltezones!

Terceira: de stier is los maandag 28 juni - zaterdag 3 juli Intussen heeft het Azoren Hoog eindelijk haar vaste plekje ingenomen en is het stralend weer. De weerkaarten laten echter ook zien dat we niet op veel wind mogen rekenen. Van Sao Miguel naar Terceira is ruim 90 mijl varen. Gezien het gebrek aan wind, nemen we ruim de tijd. We verwachten de 28ste in de loop van de ochtend Angra do Heroismo op Terceira binnen te lopen. Er blijkt eenmaal buiten de haven echter een lekker windje te staan. Met een comfortabele knik in de schoot lopen we met een mooi gangetje onder Sao Miguel door. Even valt de wind helemaal weg, maar komt dan uit de zelfde hoek en wederom met een mooie 4 - 5 Beaufort weer terug. Onze Vlieger schuimt er vrolijk doorheen. Het enige nadeel van deze mooie zeilwind is dat we veel vroeger aan zullen komen dan 24


verwacht: waarschijnlijk in het donker. We besluiten niettemin lekker door te zeilen. Als we de haven van Angra in het donker niet binnen durven te lopen, kunnen we altijd in de baai voor anker. In de loop van de avond verkennen we Terceira al, terwijl we nog een mijl of 40 te gaan hebben. En in het holst van de nacht beginnen we aan de aanloop van de haven. De waarschuwingen in de pilot over de slechte conditie van de navigatieverlichting blijken terecht. Het sectorlicht op de Monte Brasil, dat vanaf 12 mijl al zichtbaar zou moeten zijn, zien we pas als we er pal langs varen. We kunnen echter wel op tijd de geleidelichten ontwaren tussen de stadsverlichting. Die leiden ons keurig de baai in. En eenmaal in de baai is het makkelijker. We verkennen al snel de ingang van de haven en de haven is verder ook goed verlicht. Een beveiligingsman wijst ons een ligplaats. Tegen half vier ligt de boot afgemeerd en kunnen we naar bed. Het inchecken later die ochtend gaat een stuk relaxter dan in Ponta Delgada. Een vriendelijke havenmeester neemt de scheeps- en bemanningsgegevens over van het formulier dat we Ponta Delgada hadden gekregen, en dat is het. Hij regelt de rest met de autoriteiten, daar hoeven we niet zelf langs. En als er nog vragen mochten zijn, dan komt hij nog wel even langs. Wat een verschil! Angra do Heroismo blijkt de volgende ochtend inderdaad de prachtige stad die de reisgidsen beloven. Het was in het verleden een belangrijk centrum in de intercontinentale handel. De welvaart die daaruit voortkwam heeft haar sporen in de stad achtergelaten. Angra staat om die reden op de Werelderfgoedlijst van UNESCO. De stad heeft weliswaar zwaar te leiden gehad van een flinke aardbeving in de jaren 80, maar alle gebouwen zijn inmiddels prachtig gerestaureerd. De internationale positie van Angra heeft, net als bij de andere steden op de Azoren, alles te maken met de gunstige ligging van de eilanden in de intercontinentale zeilvaartroutes. Dat was vroeger zo voor de handelsvaart, en tegenwoordig voor zeilers die de oceanen oversteken. Zo bezien maken zeilschepen al eeuwen lang gebruik van dezelfde routes. Vanuit Europa gaat het, via de Canarische eilanden of de Kaap Verden, met de passaatwinden westwaarts naar het Caribische gebied. Op de terugweg zoekt men vanuit de Cariben of Bermuda de 25


golfstroom en de westenwinden op en zeilt oostwaarts via de Azoren naar Europa.

Over de spiegel van de Vlieger hebben we een prachtig uitzicht op het levendige Angra da Heroismo. Baaien op de Azoren die voldoende beschutting boden, konden uitgroeien tot drukke havens. Die beschutting wordt bij veel Azoriaanse haven geboden doordat zich vlak voor de kust een vulkaan heeft gevormd, die als een schiereiland aan de kust vastzit. In de oksel daarvan vinden boten een beschutte baai. Bij Angra is het de Monte Brasil die een beschutte baai biedt. Omdat veel schepen die uit de West Indies terugkwamen, geladen waren met kostbare goederen, waren de Azoren ook een aantrekkelijk doelwit voor piraten. De havens zijn daarom veelal voorzien van stevige forten om aanvallen af te kunnen slaan. De Monte Brasil is zelfs over de hele kustlijn van verdedigingswerken voorzien.

26


We krijgen een uitgebreide privé rondleiding door het fort op de Monte Brazil. Het fort moest de haven van Angra do Heroismo beschermen tegen onder andere de piraten die voorzien hadden het op de schepen die met goud en zilver uit de Amerika’s op weg naar Europa waren. Tijdens een wandeling over de Monte Brasil komen we uit bij het hoofdfort daarvan, het fort Soa Joao Baptista. Het wordt tegenwoordig door het Portugese leger gebruikt, maar we hebben gehoord dat je het niettemin kunt bekijken. We vragen aan de op wacht staande soldaat of we een kijkje mogen nemen. In plaats van een vriendelijk ja, of bars nee, wenkt hij ons mee naar het wachthuis. Daar krijgen we vervolgens tot onze stomme verbazing een jonge officier mee als gids. Hij leidt ons rond door het hele fort! Dat soort privé rondleidingen ervaren we later vaker. Het toerisme op de Azoren stelt nog zo weinig voor, dat je vaak de enige bezoeker bent van een museum o.i.d. Zo ook in het wijnmuseum in Biscoitos. Het is onderdeel van een wijngaard die bestaat uit kleine, met lavablokken 27


omzoomde perceeltjes waarin de druiven groeien. De zwarte lavamuurtjes zorgen voor een warm microklimaat in de kleine perceeltjes. Na een kleine proeverij en de aankoop van wat wijn, verlaten we dit museum. Intussen zijn er twee nieuwe bezoekers gearriveerd. Meer medebezoekers treffen we bij Algar do Carvao, een tijdens een vulkaanuitbarsting ontstane grot. De grot werd gevormd door de lava die zich een weg naar buiten zocht. De krater is echter, in tegenstelling tot wat meestal gebeurt, niet ingestort na de uitbarsting, en ook niet opgevuld geraakt met gestolde lava. In plaats daarvan is de lava keurig teruggestroomd naar het binnenste van de aarde. Niet ver van de grot liggen zwavelbronnen. Ook hier verwonderen we ons over de prachtige kleuren die de uit de grond dampende zwavel op de grond achterlaat.

Dampende zwavelbronnen op Terceira

28


Terceira is ook het eiland van de Touradas á corda, een Azoriaanse variant op het stierenvechten. De stier wordt echter, zo verzekeren alle gidsen en brochures, geen kwaad gedaan. De enigen die gevaar lopen zijn de mannen die de stier uitdagen. We bezoeken een Touradas á corda in Vila Nova, in het noorden van Terceira. In de straten waar het gebeuren zich afspeelt, zijn huizen en tuinen gebarricadeerd met grote schotten. We hebben de instructies van de toeristeninformatie uit Angra goed in onze oren geknoopt en zoeken een veilig plekje bij mensen in de tuin. Dat doen verder alle vrouwen, kinderen en oude mannen. De meeste mannen blijven echter op straat. Zodra de stier uit zijn hok op straat gelaten wordt, wordt er bij wijze van waarschuwing één schot gelost. De stier wordt door twee groepjes van vier mannen aan een lang touw in toom gehouden. Gaande door de straten van het dorp wordt de stier door, meestal jonge, mannen met een lap, hoed of paraplu uitgedaagd. Waarna de waaghalzen vaak snel een goed heenkomen moeten zoeken. En dat lukt niet altijd tijdig; er worden wel eens armen of benen gebroken. De rest van de mannen sjouwt op een meer veilige afstand achter het gebeuren aan. Zo trekt dat hele circus door de straten. Als de stier te ruig tekeer gaat, remmen de mannen met het touw de hele boel wat af.

De Touradas á corda in Villa Nova in het noorden van Terceira. De stier wordt, door een aantal jonge mannen uit het dorp, met een touw in toom gehouden.

29


Het is een rare vertoning. De stier wordt weliswaar geen kwaad gedaan, maar het beest wordt wel behoorlijk gejend. We hebben er gemengde gevoelens bij. Wat we wel erg leuk vinden is het hele gebeuren rondom het festijn. Het hele dorp loopt er op zijn of haar paasbest voor uit, mensen treffen elkaar, er lopen verkopers met grote manden snoep over straat, er staan tentjes met bier, pizza en hamburgers, kortom het is een heel gebeuren. Dat ondertussen de voetbalwedstrijd Portugal-Nederland begint is voor de (meeste) inwoners van Villa Nova kennelijk minder interessant dan de stier. Wij hebben het stierengebeuren niet helemaal uitgekeken. In plaats daarvan hebben we een eettentje opgezocht. Het is voorzien van een groot videoscherm, waarop zich de voetbalwedstrijd voor onze ogen afspeelt. We schuiven aan in de rust. Het is dan al 1-0 voor Portugal, en de stemming bij de Azorianen zit er behoorlijk goed in. En de sfeer wordt er alleen maar beter op als we bekennen uit Olanda te komen. We zien het 2-0 worden, en daarna, dankzij onze gastheren, 2-1. We hebben allebei gĂŠĂŠn verstand van voetbal, hebben de wedstrijd maar gedeeltelijk gezien, en hebben intussen de nodige sympathie jegens onze gastheren en -dames opgedaan, maar we hebben wel sterk de indruk dat Portugal verdiend wint. Maar daar kijken voetbalkenners misschien anders tegenaan. Onze vaste groente en fruit verkoopster op de markt, zal het ons wel onder de neus wrijven. Sinds ze weet dat we uit Holland komen, heeft ze het over die voetbalwedstrijd. Ondertussen leert ze ons ook de Portugese namen van komkommers, paprika's en tomaten! We hebben veel plezier met deze kwieke dame. Tijdens onze tweede rondtoerdag op Terceira verkennen we de westkust. We maken onder meer een stop bij een vigia. Dat is een voormalige uitkijkpost voor walvisjagers. Op de Azoren is tot in de jaren tachtig op walvissen gejaagd. Dat gebeurde met kleine open boten. De walvissen werden vanuit zo'n vigia op de kust gespot. De uitkijker gaf, als ie een walvis in het vizier had, met doeken op de grond signalen die de walvisjagers naar de walvis leidden.

30


Een vigia, een uitkijkpost van waaruit in het verleden de walvisjagers walvissen spotten. Als we bij de vigia staan, is het bijna bladstil. Daardoor is ook de zee beneden ons spiegelglad. Ideale condities om walvissen te zien. We strijken neer met onze kijkers, en turen een hele poos over zee, maar geen walvis laat zich zien.

Graciosa: kort maar hevig zaterdag 3 juli - zondag 4 juli Na bijna een week op Terceira, vertrekken we naar Graciosa, het kleinste eiland van de centrale groep. Ons doel is het haventje van Villa da Praia, een vrij open ankerplaats. Maar met het rustige weer dat voorlopig nog wel even zal aanhouden, moeten we er goed kunnen liggen. Er staat geen wind als we vertrekken. Het wordt zo'n heerlijk lome tocht. De motor bromt zachtjes, we slachten de meloen waar intussen de 31


hele kajuit naar ruikt en speuren over de vlakke zee naar walvissen. Tegen half vier komt er wind, we zetten zeil en stoppen de motor. Graciosa is jammer genoeg net niet bezeild. De wind neemt langzaam maar zeker toe, en er bouwt zich een bokkige zee op.

Een straffe noordoosten wind blaast de oceaandeining recht in de baai van Villa da Praia op Graciosa. Na een slapeloze nacht gaan we maar weer ankerop, zonder aan wal te zijn geweest. De wind krimpt een beetje, waardoor Graciosa steeds minder bezeild is. Omdat we niet in het donker op een onbekende en waarschijnlijk slecht verlichte, ankerplaats aan willen komen, besluiten we de motor maar weer te starten om een wat rechtstreeksere koers te kunnen varen. Tegen achten valt het anker in een wat minder beschutte haven dan we verwacht hadden. De wind die al die tijd hinderlijk noordelijk is geweest, waardoor Graciosa niet bezeild was, draait na de afwas en de koffie naar het noordoosten. De pier biedt nu nog minder

32


beschutting en we gaan een zeer hobbelige nacht in. Van slapen komt niet veel. De volgende ochtend ontbijten we met bord op schoot omdat het anders van tafel afschuift. Omdat we onder deze omstandigheden de boot niet onbeheerd voor anker durven te laten liggen en dus niet op pad kunnen, en bovendien geen zin hebben in nog zo'n nacht, besluiten we anker op te gaan. De haven van Velas op Sao Jorge biedt bij noordenwind wel goede beschutting.

Sao Jorge: ia-kowa-kouw zondag 4 juli - donderdag 8 juli We maken een mooie trip met een stevige noord-oost 4-5 Beaufort naar de westpunt van Sao Jorge. Grote rollers lopen onder de Vlieger door. Rond de westpunt loopt de zee nog wat hoger op. Tot we achter het eiland verzeilen, de wind wegvalt en er alleen nog een trage deining loopt. De hoge klippen van Sao Jorge laten geen zuchtje wind door. We zijn onder de indruk van de hoge kliffen van dit eiland. Ze hullen zich in het buiige weer in de prachtigste kleuren. We motoren een stukje, tot we langs een wat lager deel van het eiland weer wind oppikken. De laatste mijlen naar Velas zeilen we weer. In de haven liggen moorings, waarvan we er na even zoeken, eentje oppikken. We hebben hier een prachtig uitzicht op de Pico, de grote vulkaankegel op het gelijknamige eiland aan de overkant van het Canal do Sao Jorge, de zeestraat tussen Velas en Pico. Na de schemering zwermen er honderden Kuhls Pijlstormvogels over de haven. Ze nestelen in het hoge klif dat de baai beschutting biedt. We zitten stil in de kuip te luisteren naar het ia- kowa-kouw; de beschrijving die de Peterson geeft van het geluid dat de vogels maken. Nadat we ons de volgende ochtend bij de Policia Maritima en de Guarda Nacional Republicana hebben gemeld, sjouwen we door het slaperige Velas.

33


De prachtige ankerbaai van Velas op Sao Jorge. In de rotswand achter ons, overnachten duizenden Pijlstormvogels. 's Middags doen we een poging de Morro Grande te beklimmen. Dat is de tegen de kust geplakte vulkaan die, net als de Monte Brasil doet bij Angra, beschutting biedt aan het haventje van Velas. Alle paden waarlangs we de bult op zouden moeten kunnen, blijken echter privĂŠ-terrein en afgesloten. We geven het op. Op weg terug naar de boot ontdekken we een prachtige zwemplek gevormd door natuurlijke poelen in de lava die hier in zee is gestroomd. Ze bieden een prachtige, tegen de oceaandeining beschutte, zwemplek. Er is een badmeester en er zijn douches. En wij snellen naar de boot om onze zwemspullen op te pikken. Sao Jorge wordt in onze reisgids beschreven als het hikers island. We maken de wandeling die als de mooiste van Sao Jorge geroemd wordt. Of dat klopt weten we niet, want we hebben niet alle andere wandelingen gemaakt, maar deze was inderdaad erg mooi. We klimmen naar de Picuino da Urza, op

34


bijna 700 meter, vanwaar we zowel voor ons als achter ons uitzicht hebben op zee. Sao Jorge is dan ook een erg smal eiland. Vanaf dat punt volgt een lange en bijzonder steile afdaling door een diepe kloof, naar zeeniveau. Onze schaatstrainers mogen tevreden zijn, onze bovenbenen hebben een zeer intensieve duurtraining gehad.

Vanuit het baaitje van Velas hebben we een prachtig uitzicht op de Pico. Eenmaal aan de noordkust aangekomen voert de wandeling ons naar een typisch fenomeen: de Faja. Dat is een vlak stukje land dat vanaf de kust in zee steekt. Fajas zijn gevormd door lava die in zee uitstroomde, of door erosiemateriaal dat vanaf de hoge kliffen is afgespoeld. Vooral op Sao Jorge, dat een erg steile kust heeft, zijn deze faja’s opmerkelijk. Omdat ze een stukje vlak en vruchtbaar land bieden, en de nabijheid van de zee bovendien voor een voor landbouw geschikt microklimaat zorgt, zijn ze vrijwel altijd in cultuur gebracht. Ze liggen echter

35


ook bijzonder geïsoleerd. Veel faja’s zijn dan ook alweer verlaten. De Faja dos Tijolos wordt echter nog bewoond. We sjouwen door een minuscuul dorpje. Links en rechts staan ezels te grazen, tot voor kort waarschijnlijk het enige vervoermiddel, naast de benenwagen, waarmee de bewoners de rest van het eiland konden bereiken. Tegenwoordig hebben de faja bewoners een soort vierwielige crossmotoren. Daar past, zo zagen we, met enig wurmen een familie op, of 4 zakken kunstmest. Het leek ons echter nog een hele toer om met die dingen het smalle en steile pad te berijden.

De Faja dos Tijolos aan de noordkust van Sao Jorge. De wandeling eindigt in de Faja dos Cubres. Weer zo'n piepklein pareltje. Nu met een minuscuul cafeetje waar we een flesje fris kopen. Ons wandelboekje beveelt aan om je in deze faja door een taxi te laten oppikken of door te lopen naar Norte Pequeno. We besluiten nog een stukje door te lopen, maar hadden misschien toch beter voor optie 1 kunnen kiezen. We komen op ons tandvlees in Norte Pequeno aan. 36


De taxichauffeur die ons van daar weer terug naar Velas brengt, maakt echter veel goed. We krijgen honderduit toeristische informatie, weliswaar in het Portugees, maar met gebarentaal toch begrijpelijk en we hebben een erg leuke rit met deze man. De volgende dag laten de spieren de steile afdaling en klim nog voelen. We doen het wat rustiger aan, en maken een wandeling van Rosais, ten westen van Velas, langs de pico's terug naar Velas. Na afloop van de wandeling duiken we weer in het heldere water van ons zwembadje tussen de lavarotsen. Ook naar Rosa laten we ons door een taxi brengen. De reisgidsen bevelen die manier van vervoer bijzonder aan, ook voor het rondtoeren op de eilanden. Bussen rijden er niet veel en taxi's hebben de naam goedkoop te zijn. Dat laatste vinden we wel meevallen, hoewel de prijzen vergeleken met die in Amsterdam bespottelijk laag zijn. Voor een dag toeren is echter een kleine huurauto al snel voordeliger. Maar voor vervoer naar het begin- en van het eindpunt van een wandeling, is zo'n huurauto weer niet altijd handig. Ondertussen zien we aan de haven van Velas de voorbereidingen van een festa steeds meer vorm krijgen. We hadden veel gehoord over de festivals op de Azoren. De beloofde processies met veel folklore hebben we echter nog niet meegemaakt. Het festival dat hier in Velas wordt voorbereid lijkt ook een ander karakter te krijgen. Er wordt een enorm podium aan de haven opgebouwd met aan weerskanten grote torens van geluidsboxen. En in het programma duiken namen van ons onbekende rockbands op. We hebben intussen in Ponta Delgada ervaren dat buitenmuziek hier gewoon tot een uur of twee 's nachts doordendert, en dat podium hier staat pal aan de haven‌.Op de kade zijn verder allerlei tenten gebouwd waar verenigingen een soort restaurant uitbaten. De opbrengsten zijn voor de club. En het is de eerste avond van het feest ronduit gezellig. Het hele dorp lijkt op de been. De fanfare speelt en er is een markt. Pas laat in de avond breekt het geweld op het grote podium los. Het gebrek aan talent van de rockband die optreedt wordt ruimschoots gecompenseerd door het teveel aan decibels. En dat gaat tot diep in de nacht door. Wij vinden het tijd geworden om maar weer eens een eilandje op te schuiven.

37


De Pico domineert het uitzicht onderweg naar Horta

Faial: wandelen op een vulkaan donderdag 8 juli - maandag 19 juli Het is maar een klein stukje van Velas naar Horta op het eiland Faial. Het is een mooie rustige tocht. Pico domineert de hele trip het uitzicht, we zien dolfijnen en wat trager bewegende rugvinnen. Kleine walvissen? Misschien grienden? Tussen Pico en Faial draait de wind naar het zuiden, zodat we moeten kruisen. Aan het eind van de middag lopen we Horta binnen. De formaliteiten worden hier, net als in Angra, op een relaxte manier afgewerkt. Al moeten we ons hier wel weer zelf bij de douane melden. Dat blijft hier echter beperkt tot ĂŠĂŠn loket. In Horta moet je als zeiler geweest zijn. Jaarlijks bezoeken ongeveer 1000 jachten uit de hele wereld Horta. Horta is een beetje als Pinmill aan de Engelse oostkust. Zeilers die de 38


Noordzee oversteken, gaan naar Pinmill. En zoals Pinmill de beroemde But and Oyster kent, waar alle zeilers komen voor een pint, zo kent Horta het beroemde Café Peter Sport.

Het roemruchte café Sport aan de haven van Horta. Een legende die zorgvuldig in stand wordt gehouden. Wat ook traditioneel bij Horta hoort is dat je als zeiler een schildering op de kademuur maakt. Voordat we ’s avonds richting Peter Sport kuieren, lopen we langs de kademuren op zoek naar de schilderingen van bekende boten. We hebben een wensenlijstje meegekregen van zeilvrienden die ook de Azoren hebben aangedaan om te kijken of hun schildering er nog staat. We vinden het schilderwerk van de Ritme, de Belle van Zuylen, de Zwarte Zwaan, de Calista, de Okeanos, de Gabber en die van Cor en Saskia die met een delivery de Azoren aandeden. We moeten lang zoeken naar de schildering van de Copain, de naam waaronder onze boot met de vorige eigenaar de Azoren heeft bezocht. Het schilderwerk van Jan-Kees heeft de tand des tijds niet echt goed doorstaan. En de Mermaid vinden we niet,

39


maar we weten ook niet zeker of Gerard en Josje tijdens hun tocht naar de Atlantische Eilanden, Horta hebben aangedaan.

De kades van de haven van Horta staan vol met schilderingen die zeilers hebben achtergelaten. Geen schildering maken zou ongeluk brengen. De Vlieger ligt naast de Schotse Kite. Twee Vliegers naast elkaar dus. De buren zijn druk bezig met schilderwerk. ‘Thuis is het weer daarvoor te slecht’, klaagt de buurvrouw. Ze blijken hun thuisbasis te hebben in de Hebriden. Als wij vertellen daar volgend jaar naar toe te willen, krijgen we spontaan een uitnodiging hen op het eiland Mull te komen opzoeken. We maken vanuit de haven een wandeling over de Monta da Guia, de vulkaan die Horta een mooie beschutte baai geeft. Bovenop de berg kijken we in een prachtige krater. We bezoeken ook de botanische tuin van Horta, waar we opnieuw oefenen in het herkennen van de endemische planten van de Azoren.

40


Eilanden en endemische soorten Het is een fascinerend proces hoe eilanden als de Azoren gekoloniseerd worden door planten en dieren. Want zo’n vulkanisch eiland ontstaat als een steriele gloeiend hete kegel die uit de oceaan oprijst. Kaal, onbegroeid en zonder enig leven. En dan, langzaam maar zeker, wordt die bult gekoloniseerd door planten en dieren. Die hebben een lange weg achter de rug. Vanuit de Azoren ligt het dichtstbij zijnde land waar planten en dieren vandaan kunnen komen, ongeveer 1500 kilometer ver. Die grote afstand maakt dat er nauwelijks contact bestaat tussen de kolonisten en de moeder populatie op het continent. Dankzij de isolatie van de kolonisten, gaan die zich in een eigen richting ontwikkelen. Er ontstaan nieuwe soorten, die uitsluitend op het betreffende eiland voorkomen. Ze worden endemische soorten genoemd. Een bekend voorbeeld zijn de Darwinvinken op de Galapagos eilanden. Ook op de Azoren heeft isolatie tot de vorming van nieuwe soorten geleid. Het zijn endemische soorten die uitsluitend op de Azoren voorkomen. Hun wetenschappelijke naam eindigt veelal op azorica. In totaal komen er op de Azoren 56 van deze endemische soorten voor. Endemische soorten die we regelmatig aantroffen zijn de Juniperus brevolia, een jeneverbesachtige. Deze soort vormde vroeger naar het schijnt forse opgaande bomen. Doordat ze goed bouwhout leverden, zijn die echter allemaal gekapt. De soort is zeldzaam geworden en komt alleen nog voor in de vorm van grillig gevormde struiken. Verder zien we hele heggen van het struikvormende broertje of zusje van onze dopheide, de Erica azorica.

41


We wandelen rondom de centrale krater van Faial. In Horta krijgen we ook onze vooralsnog laatste privérondleiding. Ditmaal in het walvismuseum. Dat museum is gevestigd in een oude ‘walvisfabriek’, een bedrijf waar men tot enkele tientallen jaren geleden walvissen verwerkte tot olie en mest. Een oude baas laat ons zien hoe de walviskarkassen vanuit de baai, met een stoomwinch naar een binnenplaats werden getakeld. Daar werd vervolgens het spek van de walvissen afgesneden en in hanteerbare stukken in grote ketels uitgekookt tot olie. Alle apparaten staan er glimmend en opgepoetst bij, maar in bedrijf moet het er een bloederige boel geweest zijn. Het enthousiasme van onze gids voor de techniek van het geheel is roerend. Na de rondleiding kletsen we nog even met hem door. Wij willen natuurlijk weten of hij zelf in de fabriek had gewerkt. En dat blijkt het geval. De man vertelt glunderend hoe een goede betrekking dat wel niet geweest is. Of hij het jammer vindt dat de walvisvangst is gestopt, hebben we maar niet gevraagd.

42


Het maanlandschap bij Capelinhos ontstond door een vulkaan uitbarsting in 1958. Om de rest van Faial te verkennen huren we voor twee dagen een autootje. De eerste dag staat vooral in het teken van de caldeira. Faial is een eiland dat door ĂŠĂŠn grote vulkaan gevormd wordt. De centrale krater is 400 meter diep en heeft een doorsnee van 1,5 kilometer. We maken er een wandeling omheen, over de kraterrand. Geen dansen, maar wandelen op een vulkaan dus. Aan de ene kant gaat het bijna loodrecht naar beneden de krater in en aan de andere kant ook bijna loodrecht naar beneden naar de vulkaanwand. Met wolken die doorlopend over de kraterrand aan komen zetten, is het een wandeling in een bijzonder indrukwekkend decor. Net zo indrukwekkend is het bezoek aan Capelinhos, op de noordwest punt van Faial. Daar vond in 1958 nog een vulkaanuitbarsting plaats. De krater lag net voor de kust en het resultaat van de uitbarsting was een schiereilandje dat Faial zo'n 22 km2 groter maakten. De as die bij de uitbarsting werd

43


uitgestoten bedolf echter ook het dorpje Capelinhos. We sjokken er door een desolaat kaal en zwart landschap. Hier en daar legt de winderosie weer resten van de vroegere huizen van Capelinhos bloot.

Door winderosie worden de, onder de vulkanische as bedolven, huisjes van Capelinhos weer zichtbaar. Als Joep 's middags op de steiger de wandelschoenen staat schoon te maken, schuift er een prachtige oude racer in de lege ligplaats naast onze Vlieger. De beauty wordt bemand door een groep Belgische jongelui. Zij zullen het komende weekend terugvliegen, waarna een nieuwe bemanning inscheept om het schip terug naar Vlaanderen te zeilen. Zo is dit schip, met steeds nieuwe groepen bemanning vanuit thuishaven Breskens, via de Franse en Noord- Spaanse kust, naar de Azoren gezeild. We brengen een bijzonder gezellige avond met onze Belgische buren door.

44


De Vlieger in de haven van Horta. Vanuit Horta maken we ook nog een uitstapje naar Pico. De ankerplaatsen op dat eiland liggen allemaal nogal open, en het weer is ronduit onbestendig. Overtrekkende depressies laten de wind alle hoeken van de windroos zien. Een bezoekje met eigen boot zou dus nogal een gok zijn. Met de ferry vanuit Horta is het maar een half uurtje. We vinden het dan ook, net als veel andere zeilers, beter om de boot in de veilige haven te laten en een dagtochtje te maken. En dat is zeer de moeite waard. Pico is een erg mooi eiland. In een groot gedeelte van de kustzone, op de faja's, wordt wijnbouw bedreven. Ook hier, net als op Terceira, traditioneel in piepkleine perceeltjes, omringd met muurtjes van zwarte lavabrokken. Op die manier wordt een wat warmer microklimaat gecreëerd. Het moet wel een erg arbeidsintensieve wijze van wijnbouw zijn. Hier en daar zien we dan ook ‘gewone’ wijngaarden, waar de muurtjes zijn opgeruimd. De Zona da Verdelho bij Madalena is echter

45


aangewezen als beschermd gebied vanwege haar cultuurhistorische waarden.

Wijnbouw in de Zona da Verdelho op Pico. Pico was ook een belangrijk centrum voor de walvisvangst. In Lajes bezoeken we het walvismuseum, wederom in een oude ‘walvisfabriek’, maar nu geheel gewijd aan de wijze waarop de walvisvangst in zijn werk ging. Op de Azoren gebeurde dat, toen elders al volop met motorschepen met harpoenkanonnen werd gejaagd, nog met de traditionele smalle open zeilbootjes. De harpoeniers wierpen de harpoenen met de hand, waarna met lansen de walvis werd gedood. Niet bepaald een snelle pijnloze dood. We zien hoe dat ging op een oude zwart- wit documentaire in het museum. Niet echt een fraaie vertoning. De documentaire laat ook zien hoe vanuit vigia's, de hoge uitkijkposten op het land, de walvissen werden gespot. Sommige van die vigia's worden nog steeds gebruikt, maar nu voor het whale watch gebeuren. De spotter leidt niet langer walvisjagers, maar whale watchers naar walvissen.

46


Dat whale watchen is populair. Overal op de eilanden kun je je, voor vrij veel geld, inschepen voor een boottocht naar de walvissen. De whale watch organisaties lijken daarbij een goed besef te hebben van het feit dat ze de kip met de gouden eieren niet moeten slachten. Er is een vrij strikte gedragscode om verstoring van walvissen te voorkomen. Maar er is ook wel kritiek te horen over de wijze waarop de whale watch exploitanten die gedragscode naleven. Neemt niet weg dat het whale watchen misschien wel een heel goede garantie biedt tegen een hervatting van de walvisjacht. We laten niettemin de snelle motorboten zonder ons vertrekken. We blijven nog maar even hopen op een spontane ontmoeting vanaf onze eigen Vlieger. We bezoeken de vigia die we in de documentaire hebben gezien. Boven ons horen we de spotter via de radio instructies aan de whale watch bootjes geven. We turen met onze kijker mee over zee, zien de whale watch bootjes, maar zien niets wat ook maar in de verste verte op een walvis lijkt. Kennelijk toch een echt vak, dat spotten.

Happy to be here, sad to leave maandag 19 juli - woensdag 21 juli Nadat we in Horta ook nog onze eigen schildering op de kademuur hebben afgemaakt, wordt het langzaam maar zeker tijd voor de terugreis. Een zinnetje in een van de schilderingen die we op de kademuur zagen, speelt al dagen door onze hoofden: happy to be here, sad to leave. We hadden het zelf niet treffender kunnen verwoorden. Als vertrekhaven hebben we voor Praia da Vitoria op het eiland Terceira gekozen. Je kunt niet zomaar overal vanuit de Azoren terug naar het continent zeilen. Vertrek is alleen mogelijk in een haven waar je kunt uitklaren. Praia is een van de havens waar dat kan, ligt gunstig, en we waren er nog niet geweest bij ons eerdere bezoek aan Terceira. We gaan, als we in Horta losgooien, definitief op de weg terug. Maar we hebben ook nog wat tijd en maken een tussenstop in Velas op Sao Jorge. Daar waren we inderdaad al geweest. Maar we hebben Velas inmiddels tot onze favoriete haven 47


bestempeld. Vandaar dit tweede bezoek. Met een lichte weemoed genieten we van nog een laatste avond met de pijlstormvogels boven de baai en van een laatste biertje op ons favoriete terras van cafĂŠ Flor do Jardim. De volgende dag zeilen we naar Terciera, waar we 's avonds in Praia da Vitoria afmeren.

Uiteraard laten wij ook een schildering op de kade van Horta achter. Daar blijkt de terugreis naar Europa zo'n beetje het centrale thema van de gesprekken op de steiger. Want ook de andere zeilers in het kleine haventje bereiden zich voor op de oversteek terug naar huis. Voorraden worden vanuit de plaatselijke Modelo aangevuld, klusjes aan boten gedaan en vooral weerkaarten en weerberichten bestudeerd, geanalyseerd en bediscussieerd. Praia heeft wat dat betreft de sfeer die we op Horta verwacht hadden aan te treffen: veel contact met andere zeilers. Maar in Horta was dat toch vrij beperkt. Misschien wel doordat er erg

48


veel Fransen lagen, die over het algemeen slecht Engels spreken en wat meer met andere Fransen optrekken. Misschien is het ook wel de kleinschaligheid van Praia tegenover het meer grootschalige Horta die maakt dat we de sfeer in Praia leuker vinden.

In Praia da Vitoria delen we de steiger met andere zeilers die zich klaarmaken voor de terugreis naar het vaste land van Europa. We maken kennis met Brian, die met zijn Captains Lady, net als wij een rondje Azoren heeft gedaan. Voor hem bepaald niet de eerste oceaantrip. Zijn vrouw vliegt terug naar huis, terwijl Brian met een maatje het schip zal terugzeilen. De Duitser Peter is met zijn Amerikaanse vrouw Karen op hun Tanee vanuit de VS, via Bermuda, naar de Azoren komen zeilen. Ze zijn op weg naar Duitsland. En dan is daar het Duitse echtpaar Zimmerman met de Astronomus, een schip vol roest. Zij zijn in 90 dagen non-stop met zeer weinig wind van Vuurland naar de Azoren komen zeilen. Otto Zimmerman is 70 jaar oud! We

49


blijken een gemeenschappelijke belangstelling te hebben voor endemische planten. Ook dit echtpaar is op weg naar huis. En dan is er de Britse singlehanded catamaranzeiler. Ook hij moet terug, maar laat niet na te melden dat hij alle tijd heeft. Hij bestudeert alle weersinformatie die voorhanden is, moppert op de onbetrouwbaarheid van lange termijn verwachtingen en maakt plannen voor een kritische vergelijkende analyse van de verschillende weermodellen. Ondertussen is het goed toeven in Praia. Het is een lief plaatsje en we hebben al snel weer een favoriet terras. Bij ons tweede bezoek krijgen we al een hand van de uitbater! We hadden er rekening mee gehouden dat we een tijdje op goed weer zouden moeten wachten. Maar dat blijkt niet nodig. Een klein lage druk gebied zal namelijk een aantal dagen op een rij voor westelijke winden zorgen. Dichter bij het continent is de situatie minder gunstig: isobaren ver uit elkaar en dus weinig wind. Maar dat is nog ver weg en je weet hoe dat gaat met lange termijn voorspellingen.

Rolling home zondag 25 juli - woensdag 4 augustus Op zondag 25 juli gooien we aan het eind van de middag los. Eerder die ochtend waren er ook al enkele schepen vertrokken, en na ons zullen er nog een paar volgen. ‘Everybody is leaving’ klaagt de havenmeester die ons allemaal moet uitklaren. Alleen de catamaranzeiler wil het nog even aanzien. De eerste dagen kunnen we inderdaad goed zeilen met westen en zuidwestenwinden van 4 tot 5 beaufort. Het is wel erg onrustig door de buien die met soms veel wind (tot 30 knopen), over ons heen trekken. We zijn dus behoorlijk druk met aanpassingen aan de zeilvoering en het uitbomen en weer binnenhalen van voorzeilen. En op de een of andere manier moet dat altijd 's nachts, als een van ons lekker ligt te pitten. Moet je uit je warme slaapzak, kleren aan en in je oliegoed. Dat alles op een stevig rollende boot, terwijl je maatje buiten zich staat te verbijten dat het allemaal zo lang duurt. Maar we schieten wel goed op.

50


Marie-JosĂŠ stuurt de Vlieger de oceaan op, terwijl Terceira achter de horizon verdwijnt, gaan we op weg naar Bretagne. We houden vooralsnog een wat meer noordelijke koers aan. Dat heeft twee voordelen: ten eerste omzeilen we dan de noordenwinden die langs de Portugese kust waaien, en ten tweede buiten we de Noord-Atlantische stroom ten volle uit. We zullen op de terugweg dus meer mijlen maken dan op de heenweg. Met Terceira nog in het kielzog scheurt het onderlijk van onze kluiver. Het lukt gelukkig om de scheur provisorisch te repareren met plakzeildoek. Dat moet echter gebeuren op een stevig rollend voordek, waarbij we het zeil liever niet uit de fokroller willen halen. Staan we daar, aangelijnd uiteraard, op de preekstoel balancerend, met het flapperende plakzeil te goochelen. Het resultaat ziet er niet uit, maar de reparatie heeft wel tot Bretagne gehouden! We proberen het zeil natuurlijk wel wat te ontzien, zodat we niet doorlopend alles uit de boot durven te halen.

51


Op woensdag, met nog een dikke 700 mijl voor de boeg, lijkt de wind op. Soms zijn die lange termijn voorspellingen wel goed. We starten de motor. Het hardnekkige gebrek aan wind zal ons uiteindelijk noodzaken om behoorlijke stukken op de motor te varen. En dat schiet lang niet zo goed op als zeilen. Maken we onder zeil al snel 6 tot 7 knoop, op de motor doen we er maar 5. Dat lijkt op het eerste gezicht misschien een klein verschil, maar op een heel etmaal gaat het om een verschil tussen pakweg 150 mijl of 120 mijl. We varen op lange oversteken vrij langzaam als we op de motor moeten varen, zodat die rustig en vooral ook zuinig loopt. We willen namelijk wel graag voldoende diesel hebben om de overkant te halen. De motor op de waakvlam, zo noemde buurman Otto in Praia dat treffend. Maar behalve langzaam is dat motoren vooral erg saai. En als het dan ook nog eens van dat grijze weer is en gedurig miezert, past dat niet echt bij je voorstelling van blue water cruising. Gelukkig kunnen we tussentijds wel stukken zeilen. Daarbij hebben we wat meer wind nodig dan op de Noordzee. Het valt namelijk niet mee om met licht weer, bij de stevige oceaandeining, de boot aan het zeilen te houden. Zelfs de genaker, ons lichtweerzeil bij uitstek, slaat dan bij elke golf dicht. Er staat gewoon te weinig druk in de zeilen. Het is om gek van te worden. We halen het zeil soms maar naar beneden, omdat we bang zijn dat het anders door het klappen in de tuigage verstrikt raakt. We hebben deze trip voor het eerst bij weinig wind het grootzeil gereefd. We kunnen het dan goed vlak trimmen, en snaarstrak midscheeps zetten, als slingerzeil, zodat de voorzeilen tenminste een beetje vol blijven staan. Voordeel van het blakke weer is wel dat de zee glad is, en je dus makkelijk dolfijnen en walvissen kunt zien. We hebben wederom veel dolfijnen gezien. Waarschijnlijk ook een groep grienden. En Marie-JosĂŠ zag een paar keer fonteinen van walvissen, waarschijnlijk zowel van potvissen als van vinvissen. Ook zien we weer hele velden Portugese oorlogsschepen. Die zijn niet erg opgeschoten. Ze zijn wel groter dan op de heenweg. Er drijven ook hele velden dode Portugese oorlogsschepen. Die hebben definitief het zeiltje gestreken. Behalve het gescheurde zeil, brengt de terugreis nog een domper met zich mee. Op vrijdagmiddag, met nog ruim 500 52


mijl voor de boeg, geeft de Autohelm het op. We gebruiken die, bij weinig wind, in combinatie met de Aries windvaanstuurinrichting.

De Vlieger onder zeil met weinig wind en een fikse oceaandeining. Het grootzeil is gereefd, zodat het als een soort slingerzeil kan dienen, en we de genaker vol kunnen houden. Zo kunnen we ondanks het slingeren, toch de boot een beetje aan het zeilen houden. We hadden een backup op de Autohelm-Aries combinatie. Namelijk een elektrische stuurautomaat die direct het stuurwiel bedient. Omdat die echter op de heenreis erg zwaar liep en daardoor de werking van de Aries frustreerde, hadden we die stuurwielautomaat er al in Dover afgehaald. We hadden er niet op gerekend dat beide apparaten er de brui aan zouden geven. Maar dat gebeurt dus wel. Gevolg is dat we, als door gebrek aan wind onze Aries de boot niet meer op koers kan houden, we op de hand moeten gaan sturen. En met een 2 koppige bemanning is het erg zwaar als er steeds eentje aan het roer

53


moet staan. Dat wil namelijk zeggen dat je tijdens je wacht, terwijl je maatje ligt te slapen, niet even naar de wc kunt, of een boterham kunt gaan smeren, of een kop koffie zetten, of wat aan de navigatie werken, of naar een weerbericht luisteren, of gewoon met een boek onder de buiskap zitten. Gelukkig steekt er 's avonds weer wind op. We kunnen weer onder zeil, en Arie kan het sturen weer overnemen. Zaterdagochtend is de wind echter weer op, en moeten we weer op de hand gaan sturen. Het lukt intussen om het euvel met de stuurwielautomaat provisorisch te verhelpen. Daarmee hebben we weer een zelfstuur. Maar om die te kunnen gebruiken moet die eerst nog even gemonteerd, en daarvoor moet het stuurwiel eraf. Geen erg aantrekkelijke gedachte. Stel je voor dat je onderweg met de auto, al rijdend, even het stuur eraf moet halen. Eraf is overigens waarschijnlijk niet eens zo'n probleem, maar er weer op. Bovendien moet eerst de trommel van de Aries van het stuurwiel af, om het stuurwiel te kunnen demonteren. Die zit met 6 beugeltjes met elk twee schroefjes op het stuurwiel. Die moesten dus los. En dan moet die trommel van de Aries er ook weer op. Wederom dus diezelfde 6 beugeltjes met elk twee schroefjes. En dat op een rollend schip. We twijfelen of dat wel allemaal gaat lukken. En stel dat het niet lukt, dan kunnen we ook de Aries niet meer gebruiken. En dat is momenteel de enige zelfstuur die het gewoon goed doet. Als er tenminste wind staat. De hele operatie vinden we niet aantrekkelijk. Maar we zien er ook niet erg naar uit om nog 500 mijl op de hand te sturen. En het ziet ernaar uit dat we tot de Bretonse kust niet op veel wind mogen rekenen, dus ook niet op de Aries. Na veel wikken en wegen besluiten we uiteindelijk de operatie toch maar aan te durven. En met een uurtje stevig sleutelen zit alles al weer op zijn plaats. Dat valt dus niet tegen. En de stuurwielautomaat blijkt bovendien, met de provisorische reparatie, ook nog eens goed te sturen. Wij kunnen weer met losse handen varen. Het apparaat blijkt uiteindelijk bijna de volle 500 zeemijlen die nog resten tot Bretagne, aan ĂŠĂŠn stuk te moeten sturen en houdt dat probleemloos vol. We merken intussen dat we land naderen. Sinds zondag, we zijn precies een week onderweg, treffen we de eerste insecten aan boord aan. We hebben dan nog een 300 zeemijlen te gaan 54


tot het puntje van Bretagne. Onvoorstelbaar dat die beestjes zo ver uit de kust komen. We realiseren ons echter ook dat het deze ondernemende types zijn, die eilanden als de Azoren koloniseren. Misschien heeft de oostenwind die de afgelopen dagen in deze hoek heeft gewaaid, ze verder de oceaan op gebracht dan eigenlijk de bedoeling was. In dat geval is het ook voor hen te hopen dat die beloofde westenwind eindelijk eens opsteekt. Het is zondag 1 augustus weer eens een mooie dag. We zitten op 46o30' Noorderbreedte en 12o33' Westerlengte, en zijn na al die dagen miezer, weer eens druk in de weer met zonnebrand. Wel de hele dag blak, terwijl de Franse meteo een west tot zuidwesten wind van 3 tot 4 Beaufort belooft. De nacht van zondag op maandag is het volle maan. Omdat het ook een mooie heldere nacht. is, is het zo licht dat de maan schaduwen in de kuip werpt. De schimmen van de pijlstormvogels laten zich nu beter onderscheiden dan de vorige nachten. Ook van die stormvogels zien we er trouwens meer dan de eerdere dagen. In de nacht van maandag op dinsdag varen we langzaam maar zeker de rand van het continentale plat op. En dinsdagochtend, het is nog maar net licht, spot Joep 2 Gewone vinvissen. Vlak bij. Marie-JosĂŠ vliegt, aangespoord door Joep, haar kooi uit. De vissen zwemmen ons tegemoet en passeren vlak langs de boot. We zien de regelmatige fonteinen opspuiten en hun grote donkergrijze ruggen door de golven ploegen. We wijken uit om niet tussen de beide vissen door te varen. Dat bootje van ons lijkt op dat moment toch wel erg klein! Woensdagochtend lopen we, terwijl het weer langzaam maar zeker opknapt, de Raz de Dournenez binnen. Vroeg in de middag meren we af in de haven van Morgat. We hebben dan 1269 mijlen afgelegd in 11 etmalen en 1,5 uur. 's Avonds dansen we op onze zeebenen al mee bij een openbare volksdansles bij de haven. Die worden, zo wordt ons verteld, de hele zomer al elke woensdagavond door een enthousiasteling georganiseerd. MĂŠt life muziek. Bretonse medecursisten vinden dat we geslaagd zijn voor het Diplom de Bretagne. En we zijn er nog maar net!

55


In de vroege ochtend verkennen we de aanloopton van de Rade de Dournenez. De oversteek zit er bijna op.

Bijtanken in Bretagne woensdag 4 augustus - zaterdag 14 augustus De woensdagmiddag in Morgat besteden we aan het opzoeken van een zeilmaker. De havenmeester heeft ons naar een watersportbedrijfje gestuurd. Het is een fikse wandeling, die nog tevergeefs blijkt ook. Het bedrijfje blijkt namelijk geen zeilen te repareren. In Douarnenez is wel een zeilmaker. Donderdagochtend vertrekken we daarom maar weer naar het wat verder in de Raz de Douarnenez gelegen Douarnenez. De jachthaven ligt eigenlijk in Treboul, dat tegen Dournenez aanligt. We brengen de kluiver meteen naar de zeilmaker. Hij belooft het zeil maandag gerepareerd te hebben.

56


Omdat het komende weekend een grote regatta in Treboul arriveert en wij in ieder geval tot na het weekend zullen blijven, vraagt de havenmeester of we met hoog water door het sluisje naar de historische Port du Rhu willen verkassen. Daar meren we af in een prachtig historisch decor. Port du Rhu is namelijk de thuishaven van het scheepvaartmuseum van Douarnenez. In dat museum brengen we een leuke dag door, waarbij vooral de informatie over de historische houtbouw ons boeit. We hebben ook een klusdag. Na zo'n lange oversteek zijn er altijd wel dingen die gedaan moeten worden. Vooral de tuigage heeft deze trip veel te leiden gehad. Windstilte in combinatie met oceaandeining is slopender voor de tuigage dan harde wind. Dat komt doordat er geen druk in de zeilen staat en alles, door het rollen van de boot, verschrikkelijk staat te klapperen. Er zijn dus links en rechts wat boutjes los getrild en er zijn wat stiksels in de zeilen los. Na een dagje rustig klussen op een zonovergoten dek, is alles weer tip top in orde voor de laatste zeemijlen terug naar huis. En wij vinden dat we een grote schotel Fruits de Mer hebben verdiend! Onze laatste dag in Dournenez staat er een wandeling naar Plomarc'h op het programma. We zien de resten van een bedrijf waar in de Romeinse tijd ansjovis werd ingezouten. Na de lunch begint het jammer genoeg te stortregenen. We lopen onder onze paraplu's terug naar de boot. En als we ons met hete thee in de kajuit nestelen wordt het droog. 's Maandags gaan we weer door het sluisje. We halen de kluiver op. De zeilmaker heeft een net stuk werk geleverd. Nadat we het zeil weer hebben ingeschoren, vertrekken we naar Camaret sur Mer. We zeilen met een rustig windje de Rade de Douarnenez uit. Eenmaal rond de Cap La Chevre, volgt een traject dat bestaat uit een aantal passages tussen de rotsen door. De Bretonse kust heeft een nogal gerafeld karakter, met tot vrij ver in zee uitstekende rotsen. De passages tussen de rotsen door zijn goed bebakend. Maar met de gierende getijdenstromen en de zee zwaar brekend op de vaak onzichtbare rotsen, is het toch spannend. We weten echter zonder gaten in de romp te varen, de Pointe du Toulinguet te ronden, waarna we Camaret kunnen aanlopen.

57


We wandelen stukken van de GR34 langs de Bretonse kust. In Camaret zullen we uiteindelijk langer blijven dan we van plan waren. Een snel uitdiepende depressie, die vanaf de oceaan deze kant op komt, gooit ons vaarplan in de war. We weten ons ondertussen prima te vermaken in Cameret: lopen stukken van de GR34, het lange afstandwandelpad langs de kust; verwennen ons met Moules frites; en gaan naar de kapper. Vooral dat laatste is met ons gebrekkige Frans een hilarisch avontuur. Het resultaat valt niettemin mee.

Naar Wight zaterdag 14 augustus - dinsdag 17 augustus De depressie is tegen zaterdag 14 augustus voldoende uitgeraasd om uit Camaret te vertrekken en ons door het met rotsen en ondieptes omzoomde Chenal du Four te wagen. We

58


waren oorspronkelijk van plan om de Franse kust te volgen op weg naar huis. Maar daar zien we vanaf. De Franse kust kent namelijk felle getijde stromen, waardoor je sommige trajecten alleen met stroom mee kunt varen. Daarnaast kun je veel havens alleen maar rond hoogwater aanlopen of verlaten. Niet echt een gebied om op te schieten. En dat is intussen wel nodig. We besluiten daarom naar de Britse kust over te steken, en in een paar lange rukken huiswaarts te zeilen.

De Bretonse kust wordt gekenmerkt door vlijmscherpe rotsen en gierende getijstromen. We steken eerst over naar Dartmouth. Het teveel aan wind van de afgelopen dagen wordt nu gecompenseerd door een gebrek aan wind. Het lijkt wel of we deze hele reis van het ene naar het andere uiterste gaan, wat de wind betreft. Doordat we in het Chenal du Four de krachtige stroom mee hebben, en de wind achterop, hebben we aan dek te weinig wind om te zeilen. Eenmaal uit het Chenal, kan de genaker erop. Maar zelfs dan weten we er niet meer dan 4 knoopjes uit te persen.

59


Laat in de avond is het helemaal gedaan met de wind. We halen de genaker naar beneden en starten de motor. We motoren uiteindelijk tot zondagmiddag. Een paar uur voor Dartmouth kunnen we weer onder zeil. We besluiten Dartmouth aan te lopen om diesel te tanken, want we hebben niet zo veel meer in de tank. Dat blijkt een goede keuze, want tijdens het zoeken naar een mooring, zien we de Tanee. die op dezelfde dag als wij uit Paria da Vittoria was vertrokken. Dat wordt natuurlijk bijpraten. Peter en Karen hebben problemen met hun zo goed als nieuwe Autopilot, hebben al vele monteurs aan boord gehad en wachten nu opnieuw op reparatie. Ook voor hen, ze moeten naar Duitsland, begint de tijd te dringen. We gaan de volgende dag verder. Er zal later in de week een diepe depressie overtrekken, en het MET-office verwacht gales. We willen proberen zo ver mogelijk, voor de depressie uit, richting huis te komen. We gaan ankerop terwijl de regen met bakken uit de lucht valt. Er waait een goeie 5 Beaufort uit het zuiden. Met een rifje in het grootzeil scheurt onze Vlieger met zo'n 6,5 knoop richting Wight. We waren oorspronkelijk van plan om, net als op de heenweg, ten zuiden van Wight langs te varen. Maar met de aanstormende depressie kiezen we er toch maar voor om de Solent in te duiken. We kunnen dan in een van de vele havens in de Solent voor het slechte weer schuilen. We hebben onze tocht zo uitgekiend dat we in de Lyme bay stroom tegen hebben - het stroomt daar niet zo hard - en rond Portland Bill - waar het wel hard stroomt - stroom mee krijgen. In de Solent zullen we echter weer stroom tegen krijgen. Vandaar dat we besluiten eerst in Yarmouth een mooring op te pikken en de volgende dag, met stroom mee, richting Portsmouth te varen. Tegen 02.00u liggen we in Yarmouth aan een mooring. De volgende ochtend zijn we voor negenen alweer onder zeil. Er staat niet zo heel veel wind. We zeilen rustig, met stroom mee, naar Portsmouth. Ondertussen rollen de slechte weerberichten non stop uit onze Navtex. Tegen de middag maken we vast in de Gosport marina in Portsmouth.

60


Het venijn zit in de staart woensdag 18 augustus - woensdag 25 augustus Het venijn van onze reis zit, heel clichĂŠmatig, in de staart. Het wordt namelijk echt slecht weer. Gaf het Britse MET-office in haar lange termijn voorspellingen eerst nog waarschuwingen voor gale 8, nu rollen er waarschuwingen voor windkracht 10 uit de Navtex. Dat hadden die meteorologen kennelijk niet voorzien. Depressies gedragen zich dan ook niet altijd zoals de meteorologen verwachten. Voor ons is dat een goede reden om enige reserve in te bouwen. We besluiten dan ook om in Portsmouth te blijven tot de depressie voorbij is getrokken, terwijl we misschien nog voor de depressie uit Brighton hadden kunnen halen. Hoe onvoorspelbaar deze depressie zich gedraagt, blijkt uit de stormwaarschuwing voor windkracht 10 voor de Ierse zee. In eerdere voorspellingen werd windkracht 8 voor alle districten, behalve de Ierse zee verwacht. En nu komt er ineens een waarschuwing voor een volle storm in de Ierse zee, die ook nog binnen 6 uur zal losbarsten. Britse scheepvaartweerberichten spreken dan dreigend van imminent. Voor de scheepvaartweerberichten is de zee opgedeeld in districten. Wij zeilden van Camaret naar Wight door de districten Plymouth, Portland en Wight. Op weg naar IJmuiden zullen we ook nog de districten Dover en Thames passeren. We proberen intussen ons boordlicht te repareren. Dat zit op de preekstoel en het zoute buiswater dat de lamp binnendringt, heeft de fitting van het lampje helemaal verteerd. De poging om het draadje in de fitting vast te solderen, mislukt. De soldeer houdt niet op het koperachtige materiaal. De aansluiting blijft gammel, maar met vulkaniserende tape en een tye-rap, weten we het geheel toch zo aan elkaar te hangen dat het lampje het zou moeten blijven doen. We waren eerder al naar de ships chandler geweest om te kijken of we een nieuwe fitting voor de lantaarn kunnen kopen. Dat blijkt niet mogelijk, we moeten de hele lantaarn vervangen. En die kost ruim 50 pond. In Nederland betalen we waarschijnlijk hetzelfde bedrag, maar dan in Euro's. Vandaar dat we maar even vertrouwen op onze noodreparatie.

61


Zaterdag keert de rust in de atmosfeer terug. We glippen vroeg in de ochtend de haven uit, en lopen met stroom mee de Solent uit. De wind is intussen nogal uitgeraasd, er staat nog maar net 10 knopen wind. Onder genaker zeilen we langzaam maar zeker richting Beachy Head. Om 16.20 uur passeren we de nulmeridiaan. We zitten weer op het oostelijk halfrond. We merken overigens ook dat we weer op meer noordelijke breedtes komen. De korte broek blijft in de kast, de zonnebrand onaangeroerd en 's nacht moeten we weer in het isoondergoed.

Met een rifje in het grootzeil stuiven we langs de ‘Seven Sisters’, zeven karakteristieke klippen aan de Engelse zuidkust. Tegen de avond trekt de wind aan. We strijken de genaker en zeilen verder onder kluiver. Intussen kondigen de weerberichten de volgende diepe depressie aan, die vanaf de Atlantische oceaan onze kant op komt. Wederom wordt er veel wind verwacht voor de zeedistricten Fitzroy en Biscay, respectievelijk het ten noordwesten van de noordwestpunt van

62


Spanje gelegen gedeelte van de Atlantische oceaan en de golf van Biskaje. We zijn blij dat we dat traject achter de rug hebben en toen het weer goed genoeg leek uit Praia zijn vertrokken. Het is nu in ieder geval veel slechter! Intussen zeilen wij met een zuidwester van een mooie 16 knopen, langs de Engelse kust naar het noordoosten. In de nacht van zaterdag op zondag zakt de wind zover in, dat we de motor starten. Rustig brommend passeren we Dover. Het is ditmaal zo helder dat we aan de overkant de lichtjes op de Franse kust kunnen zien. Aan het einde van de ochtend kunnen we weer onder zeil. We hebben dan intussen de Britse kust achter ons gelaten en zijn op weg naar de noordpunt van het voorzorgsgebied bij de Noord Hinder. Dat is een soort enorme rotonde, waar de grote scheepvaart vanuit het Kanaal of de Noordzee, richting Rotterdam afbuigt, of andersom, vanuit Rotterdam de scheepvaartroutes naar het Kanaal of Noordzee indraait. Het is er erg druk, en met alle draaiende schepen ook nog eens erg onoverzichtelijk. Vandaar dat het als voorzorggebied is aangewezen: de scheepvaart moet er extra goed opletten. Wij varen er liever omheen. Terwijl we weer proberen te zeilen geeft de stuurautomaat de geest. De noodreparatie heeft het een slordige 800 mijl gehouden, maar brengt ons dus niet helemaal thuis. De wind krimpt van zuid naar oostzuidoost. De Aries kan weer sturen, maar we moeten ook hoog aan de wind de laatste mijlen huiswaarts bevechten. Er bouwt zich een koppig zeetje op, dat we natuurlijk recht op kop hebben. Onze Vlieger maakt, er tegenin zeilend, af en toe fikse klappen. Hoewel de wind af en toe echt de beloofde zuidoosthoek opzoekt, is IJmuiden net niet helemaal bezeild. We moeten een paar slagen maken om de haveningang te kunnen bezeilen. Intussen is het ook nog begonnen te regenen. Het lijkt wel of ze ons niet meer willen hebben in Nederland. Maandag 23 augustus lopen we om 13.00u IJmuiden binnen. We zijn weer thuis. Het is vreemd om gewoon tegen iedereen Nederlands te kunnen praten. We hebben bijna drie maanden Engels gesproken. We duiken nog een uurtje in de kooi, genieten van een weldadige warme douche en trakteren ons op een etentje.

63


Het karakteristieke beeld van de skyline van IJmuiden. Dinsdag varen we door het Noordzeekanaal naar Amsterdam. Het blijft droog tot we bijna in de haven zijn. Net voordat we binnenlopen breekt er echter een geweldige onweersbui los. We meren in de stromende regen af in de Sixhaven. Als het even droog is pakken we het pontje over het IJ naar het centrum. Daar brengen we een bezoekje aan Harri, een speciaalzaak in zeekaarten en nautische boeken. En dat loopt zoals gewoonlijk uit in de aanschaf van teveel en te dure boeken. Maar wel hele mooie! We vieren de aankopen met hele lekkere witbiertjes in zo'n mooi Amsterdams kroegje. Zulke kroegjes hebben ze op de Azoren niet, witbiertjes trouwens ook niet. Maar om nu te zeggen dat we blij zijn om terug te zijn ‌ De laatste etappe van onze reis brengt ons van Amsterdam naar Lelystad. Met het grootzeil in de bulletalie en de kluiver uitgeboomd zeilen we goose winged, voor een straffe zuidwester uit, naar onze thuishaven. Daar meren we die

64


woensdagmiddag om 15.45u af. We hebben dan sinds ons vertrek uit Lelystad, 3932 zeemijlen afgelegd.

65


66

Proeven aan de Oceaan  

Met de Vlieger naar de Azoren

Proeven aan de Oceaan  

Met de Vlieger naar de Azoren

Advertisement