Page 6

1 INLEIDING EN SITUERING In december 2007 keurde de Vlaamse regering het Planprogramma van het landinrichtingsproject ‘de Merode: Prinsheerlijk Platteland’ goed. Vanaf dat moment werkt de Vlaamse Landmaatschappij, samen met de lokale partners, aan de opmaak en de uitvoering van diverse landinrichtingsplannen. Het inrichtingsplan ‘Ruiter- en menroutenetwerk de Merode” en het landinrichtingsplan “Natuur- en landschapsherstel en onthaal de Merode” hebben o.a. als doelstelling om natuurherstel in de Merode te realiseren in de vorm van ecologische en landschappelijke verbindingen. Deze verbindingen worden gerealiseerd tussen de grote natuurgebieden in het gebied de Merode en zorgen zowel voor een onderlinge verbinding van deze gebieden als verbinding naar omliggende natuurgebieden buiten het gebied de Merode. Ter voorbereiding van de inrichtingsplannen werd door een werkgroep rond landschappelijke en ecologische verbindingen in de Merode een visiekaart uitgewerkt. Deze werkgroep gebruikte o.a. de studie “Landschapsbeelden biodiversiteit” van de provincie Antwerpen als basis. De visiekaart van de werkgroep vormt het uitgangspunt voor de deelprojecten rond natuurherstel en ecologische verbindingen. Voor twee deelgebieden van deze visiekaart werden vleermuizen vooropgesteld als doelsoorten voor de ecologische verbindingen. Jones et al. (2009) beargumenteerden o.a. het belang van vleermuizen als bio-indicatoren. Insectenetende vleermuizen nemen hoge trofische niveaus in en zijn gevoelig voor opeenhopingen van pesticiden en andere toxines. Veranderingen in abundantie van vleermuizen kunnen veranderingen in populaties van geleedpotigen weerspiegelen. Hierdoor zijn ze een indicator voor de productiviteit van de insectengemeenschappen waarmee ze zich voeden. Park (2015) benadrukt het potentieel belang van vleermuizen als indicatorsoorten voor extensieve landbouwlandschappen en de reacties van andere taxa op deze systemen. Voorliggend rapport geeft een weerslag van de basisinventarisatie naar het voorkomen van vleermuizen in het Antwerpse deel van het landinrichtingsproject met name in delen van de gemeenten Herselt, Laakdal en Westerlo. Het rapport geeft samen met de studie “ Vleermuizen in de Luiksedreef en de Abdijstraat te Averbode” (Boyen et al., 2016) en “Monitoring van vleermuizen in het natuurinrichtingsproject Averbodebos en Heide” (Boyen et al., in voorbereiding) een beeld van de aanwezigheid van vleermuizen in het landinrichtingsproject de Merode. Het studiegebied is gelegen in de provincie Antwerpen, op de grens met de provincies Limburg en VlaamsBrabant. Het valt in de landschapsbeelden “Stroomgebied Grote Nete”, “Interfluvium Grote Nete” en “ZuidKempisch Heuvelland”. Het onderzoek richt zich voornamelijk op gebieden in de gemeenten Herselt, Laakdal en Westerlo. Er werden in het studiegebied vier deelgebieden geselecteerd die systematisch werden onderzocht op aanwezigheid van vleermuizen: bosgebied Hertberg, landbouwgebied Vispoel, landbouwgebied Varendonk en landbouwgebied Tongerlo. In het bosgebied Helsschot en het gebied Trichelhoek werden bijkomende gegevens verzameld.

////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////

1.04.2019

Vleermuizen in Herselt, Laakdal en Westerlo

pagina 5 van 105