Page 1

magazine Driemaandelijks tijdschrift van de Vlaamse Sportfederatie vzw www.vlaamsesportfederatie.be Afgiftekantoor Gent X - P303166

03 | 2013

juli • augustus • september

Officials

Wereldspelen

Sabam

Sporttakoverschrijdend project gestart

Terugblik op de Belgische medailles in Cali

Nieuwe tarieven voor de sportsector vanaf september


Liannee& &YYuhan Lianne Yuuhhaann iann & BelLg nen is c hk ka Belgisch kampioenen am mp pio ioe ch enen Belgis B n on Badminton dmin to ad Ba & & & FFans ans vvan Sppookkaa a Fans vannSSpoka

Design | gogetit.be

portkamp s e Zoek & boek je sportkamp j k e o b & Zoek via e www.spoka.be ww.spoka.b via w an eer d m Keuze uit meer dan it u e z u e K en 850 sportkamp 850 sportkampen nde 60 verschille 60 verschillende sporten! sporten!


VSF magazine is het tijdschrift van de Vlaamse Sportfederatie vzw en verschijnt vier keer per jaar. Nummer 3 - 2013 Oplage: 500 ex.

Redactieadres Vlaamse Sportfederatie vzw Zuiderlaan 13, 9000 Gent info@vlaamsesportfederatie.be www.vlaamsesportfederatie.be

Hoofdredactie Geraldine Mattens

Eindredactie en vormgeving

voorwoord De sportfederatiesector heeft de voorbije zomer niet stilgezeten, en heeft onder andere met de neerlegging van de jaaractieplannen 2014 de laatste rechte lijn ingezet naar het volgende werkingsjaar. 2014 kan in vele opzichten een kanteljaar worden voor de georganiseerde sportsector. Niet alleen zal de “moeder aller verkiezingen” haar stempel drukken op de beleidspaden en –keuzes voor de sport, ook andere evoluties die nu reeds aan de gang zijn, zullen hun volle uitwerking krijgen vanaf 2014. Ingevolge de interne staatshervorming zal vanaf 2014 de nieuwe taakafbakening van de provinciale sportdiensten een feit worden. Rechtstreeks gevolg hiervan is dat provinciale afdelingen van erkende Vlaamse sportfederaties, geen middelen meer zullen ontvangen via het provinciale niveau, maar dat deze middelenverdeling verschuift naar het Vlaamse niveau (lees het decreet op de sportfederaties).

Grace Hellinckx

Werkten mee aan dit nummer Sophie Cools, Leen Magherman, Wouter Braeckman, Kevin Buydts, Lien Berton, Geraldine Mattens, Tim Lamon, Els Dom en Sofie De Bock.

Gedrukt door Nevelland Graphics www.nevelland.be

VSF magazine in je bus? Neem een abonnement en voor 15 euro per jaar krijg je ons driemaandelijks magazine toegestuurd.

Advertenties Wil je adverteren in ons magazine, neem dan contact op met Wouter Braeckman. wouter@vlaamsesportfederatie.be

Auteursrecht Niets uit deze uitgave mag worden gereproduceerd door middel van boekdruk, foto-offset, fotokopie, microfilm of welke andere methode dan ook, zonder schriftelijke toestemming van de uitgever.

Bij het ter perse gaan van dit magazine, blijven nog heel wat vragen openstaan over de manier waarop de sportfederaties over deze subsidies zullen kunnen beschikken. Dit neemt niet weg dat de federatiesector reeds geruime tijd zelf de interne denkoefening heeft opgestart, over de manier waarop zij hun provinciale of regionale werking in de toekomst zullen uittekenen. Deze centralisering van de middelenverdeling is voor de Vlaamse sportfederaties zeker een kans om de eenheid en coherentie van hun beleid te versterken, op voorwaarde dat er ook voldoende transparantie, betrokkenheid en communicatie aan de dag wordt gelegd. 2014 wordt ook het jaar waarin twee experimentele projecten, die de laatste jaren het sportlandschap mee hebben hertekend, verankering zullen vinden. Enerzijds schudt het Dynamo Project zijn proeftuinjas af om vanaf januari 2014 deel uit te maken van de reguliere werking van de VSF, anderzijds zal na het sportseizoen 2013-2014 het project Multimove ook zijn ingang moeten vinden in het ruime sportlandschap. Beide projecten zullen bijgevolg in het komende jaar hun relevantie voor de sportsector moeten blijven doordrukken, om zo bij te dragen tot een kwaliteitsvolle sportsector. Ten slotte wordt 2014 ook op Europees vlak een belangrijk jaar. Het Europese (sport)beleid 2014-2020 wordt binnenkort immers een feit, en ook daar zal de VSF, met EU Sport Link, op de eerste rij staan om de georganiseerde sportsector zo veel mogelijk kansen te bieden voor de toekomst. Willy Pennoit Voorzitter

Verantwoordelijke uitgever Geraldine Mattens Zuiderlaan 13 9000 Gent De volgende editie van VSF magazine verschijnt op 21 december 2013.

arena

YO U R C OAC H I N S PO RTS I N SU R A N C E

VSF magazine

3


in beeld

1

3 2 4

1 Spoka op Pennenzakkenrock 2 Dag van de Sportclubbestuurder in Kortrijk 3 Teambuilding VSF-personeel 4 Piloottraject Dynamo Project "Werken met vrijwilligers anno 2013"

4

VSF magazine


in dit nummer

6

Muziek in de sportclub Nieuwe tarieven SABAM vanaf september

10

Project Officials

12

Multimove, ĂŠĂŠn geslaagd seizoen achter de rug

15

Sportfederaties en doelgroepen... Ja, het kan!

18

Het belang van opwarming en stretching

21

Provinciale afdelingen van sportfederaties

23

De Wereldspelen in Cali

27

De generieke richtlijnen

29

De toegevoegde waarde van sportbonden

VSF start nieuw sporttakoverschrijdend project

Tweede projectjaar in september van start

VSF ondersteunt jouw federatie (deel 3)

Goed opwarmen een must?

Een bedreigde diersoort?

Een terugblik op de Belgische medailles

Een kans voor de risicovechtsportsector

Hoe kijken de Nederlanders er tegenaan?

VSF magazine

5


management van de sportfederatie ■

Muziek in de sportclub: nieuwe tarieven SABAM vanaf september

De sportsector, vertegenwoordigd door koepelorganisaties VSF en AISF, ging de afgelopen maanden in overleg met auteursvereniging Sabam rond de tarieven voor het gebruik van muziek in een sportvereniging. Dit resulteerde in een nieuw, transparanter tarievensysteem voor de sportsector, dat vanaf september 2013 van kracht is. In dit artikel lichten we de spelregels en de nieuwe tarieven toe voor het gebruik van muziek in de sportvereniging. ■ lien berton en geraldine mattens

Veel sportclubs maken gebruik van muziek. Voor sommige clubs is muziek een onmisbaar onderdeel van hun activiteiten, voor andere is het een aangenaam maar vaak ook noodzakelijk extraatje waarvan af en toe gebruik gemaakt wordt. Iedereen die muziek publiek wil gebruiken, moet rekening houden met het auteursrecht. Dit recht vergoedt de auteur van muziekwerken telkens zijn werk gebruikt wordt. Sabam verenigt de auteurs en staat in voor de inningen. Sabam bepaalt vrij de toepasselijke tarieven, maar gaat hiervoor in overleg met vertegenwoordigers van de verschillende sectoren. VSF en AISF werden uitgenodigd om de nieuwe tarieven te bespreken die vanaf 1 september van kracht zijn. VSF verzamelde een aantal opmerkingen van clubs en federaties in de hoop zo een aantal vaak gehoorde klachten in de toekomst te kunnen vermijden. Een punt waarop Sabam -helaas- niet wilde inbinden, is het aparte tarief voor dansverenigingen en -scholen. Dit aparte tarief 118 blijft dus bestaan, waardoor dansverenigingen zich niet op het reguliere tarief voor sportclubs zullen kunnen beroepen. Voor de overige sportclubs wordt een onderscheid gemaakt naargelang men op regelmatige basis muziek gebruikt (jaarcontract) of slechts occasioneel muziek gebruikt (sportieve evenementen manifestaties). Daarnaast is er ook nog een verschillende regeling indien men een jaarcontract specifiek voor de vereniging afsluit of indien de uitbater van de zaal reeds een tarief afsloot (Polyvalente Zaal) en er ook een geluidinstallatie voorziet.

Jaarcontract Het nieuwe tarief 129 (het vroegere 36B) is van toepassing voor de sonorisatie (= het publiek afspelen van muziek met een eigen muziekinstallatie) van het stadion of de sportzaal door verenigingen

6

VSF magazine

zonder winstoogmerk tijdens wedstrijden, toonmomenten of trainingen. Dit tarief geldt ongeacht de sportdiscipline, ongeacht of er inkomgeld gevraagd wordt, ongeacht of het om voor- of achtergrondmuziek (onder voorgrondmuziek verstaat men: muziek die noodzakelijk is voor het uitoefenen van de betrokken discipline; zie verder) gaat en ongeacht waar de locatie van deze activiteit is. Live-uitvoeringen, soupers en fuiven vallen hier echter niet onder. Er is een tarief voor sportclubs die op nationaal niveau actief zijn en voor sportclubs die op niet-nationaal niveau actief zijn. Let wel op: sonorisatie van horecaoppervlaktes zit niet vervat in dit tarief. Hiervoor moet steeds een apart contract afgesloten worden.

Interessante tip voor sportclubs met een kort seizoen! Er is een voordeliger tarief voor de ‘tijdelijke exploitatievormen’. Maakt je sportclub slechts een bepaalde periode van het jaar gebruik van muziek, dan betaal je slechts een percentage van het jaartarief.

Het positieve aspect van deze nieuwe regeling is dat sportclubs zelf een jaarcontract kunnen afsluiten voor al hun trainingen. Indien zij niet op nationaal niveau actief zijn, dan zijn ze voor een tarief van 100 euro (of 106 euro incl. btw) een jaar lang in orde. Waar er vroeger discussie kon ontstaan omdat één club op verschillende locaties trainde en hiervoor verschillende keren gefactureerd werd, kan er nu met zekerheid gezegd worden dat deze clubs door betaling van het jaarcontract voor muziekgebruik ongeacht de locatie gedekt zijn.


Soort club

tenzij ze een evenement of een sportieve manifestatie organiseren. In dat geval is het Tarief 106 van toepassing (zie verder).

1 - 1.000 plaatsen

¤ 250

1.001 - 2.500 plaatsen

¤ 500

Sabam hanteert naast het nieuwe Tarief 129 (=jaarcontract) andere tarieven bij uitbaters van polyvalente zalen. Deze polyvalente zalen kunnen verschillende vormen aannemen en worden in functie hiervan anders getarifeerd. Een sportclub heeft er dus alle belang bij om bij de uitbater na te vragen welk tarief afgesloten is en welke activiteiten hierdoor automatisch gedekt zijn.

2.501 - 5.000 plaatsen

¤ 750

Occasioneel gebruik

lager dan nationaal niveau

nationaal niveau

Jaarlijks bedrag (excl. 6% btw)

supplement per aangevangen schijf van 5.000 plaatsen

¤ 100

¤ 500

Polyvalente zaal Maakt een sportvereniging gebruik van een zaal en wordt de geluidsinstallatie ook ter beschikking gesteld door de uitbater van de zaal, dan zijn die gebruiken gedekt door het Tarief Polyvalente Zaal. Dit tarief wordt afgesloten door de uitbater van de zaal. De verenigingen die de zaal én de geluidsinstallatie van de uitbater gebruiken, moeten dan geen apart contract met Sabam afsluiten,

Sommige sportclubs hebben niet iedere training nood aan muziek, maar maken er bijvoorbeeld enkel gebruik van bij een tornooi. In die gevallen is het niet nodig een jaarcontract af te sluiten, maar kan een specifieke overeenkomst voor dat bepaald evenement voordeliger zijn. Vroeger deed je daarvoor een beroep op het Tarief 115 (sportieve en recreatieve manifestaties). Dat tarief wordt nu vervangen door het nieuwe Tarief 106 (Evenementen – Sportieve manifestaties). Wil je bepalen hoeveel dat tarief je zal kosten, dan kan je dat aan de hand van een aantal criteria nagaan. In eerste instantie wordt een onderscheid gemaakt tussen achtergrond- en voorgrondmuziek. Er is sprake van voorgrondmuziek wanneer de muziek een noodzakelijk element is om de sport te kunnen beoefenen. Enkele voorbeelden zijn onder andere: ritmisch-acrobatische gymnastiek, kunstschaatsen, paardendressuur, synchroonzwemmen,… Op sommige evenementen worden echter zowel onderdelen met voorgrond- als met achtergrondmuziek geprogrammeerd. Een evenement valt pas onder het (duurdere) tarief voorgrondmuziek wanneer meer dan 50% van de onderdelen met voorgrondmuziek zijn. Wordt bijvoorbeeld een zwemtornooi georganiseerd waar 10 verschillende zwemnummers aan bod komen (= achtergrondmuziek), maar waar ook 4 onderdelen uit synchroonzwemmen bestaan (= voorgrondmuziek), dan mag voor dat evenement het criterium achtergrondmuziek in aanmerking genomen worden.

VSF magazine

7


management van de sportfederatie ■

Achtergrondmuziek Indien gebruik gemaakt wordt van het tarief achtergrondmuziek, wordt gekeken naar de aard van de wedstrijd. >> Gaat het om een lokale, provinciale of gewestelijke wedstrijd, dan wordt dit gelijkgesteld met de schijf van 1-250 m2. >> Gaat het om een nationale wedstrijd, dan wordt dit gelijkgesteld met de schijf van 3.001-4.000 m2. >> Gaat het om een internationale wedstrijd, dan wordt dit gelijkgesteld met de schijf van 4.001-5.000 m2. >> Gaat het om een mega-sportmanifestatie, dan wordt dit gelijkgesteld met een schijf van 5.001-7.500 m2.

Gesonoriseerde

Aard van de wedstrijd

oppervlakte (m²)

1 - 250

8

Lokaal Provinciaal Gewestelijk

Tarief per evenement

Tarief per evenement

per dag (gratis)

per dag (met inkom)

excl. 6% btw

excl. 6% btw

¤ 45,65

¤ 68,48

251 - 500

¤ 60,97

¤ 91,46

501 - 1.000

¤ 78,53

¤ 117,80

1.001 - 2.000

¤ 109,15

¤ 163,73

2.001 - 3.000

¤ 139,78

¤ 209,67

3.001 - 4.000

Nationaal

¤ 170,41

¤ 255,62

4.001 - 5.000

Internationaal

¤ 201,04

¤ 301,56

5.001 - 7.500

Mega

¤ 258,47

¤ 387,71

7.501 - 10.000

¤ 315,91

¤ 473,87

10.001 - 15.000

¤ 392,48

¤ 588,72

15.001 - 20.000

¤ 469,06

¤ 703,59

Per aangevangen schijf van 5.000 m2 boven de 20.000 m2

¤ 76,56

¤114,84

VSF magazine


Let op: voor kleinschalige manifestaties worden deze schijven toegepast tenzij de berekening op basis van de reële oppervlakte voordeliger is voor de organisator. Tot slot, worden binnen de 30 dagen meer dan 5 identieke manifestaties met dezelfde parameters georganiseerd, dan wordt het totaal verschuldigde bedrag beperkt tot 5 manifestaties.

Voorgrondmuziek Wordt tijdens het evenement meer dan 50% voorgrondmuziek gebruikt, dan moet het tarief voorgrondmuziek gehanteerd worden. Het tarief voorgrondmuziek is 6% op de bruto-ontvangsten van de ticketverkoop (=inkomgelden). Onder bruto-ontvangsten wordt verstaan: de ontvangsten uit de ticketverkoop met inbegrip van de waarde van de tickets die gegeven worden in ruil voor sponsoring. Sponsortickets worden in rekening gebracht aan nominale waarde. Wanneer deze waarde niet kan vastgesteld worden, wordt de gemiddelde ticketprijs in rekening gebracht. Van de ontvangsten uit de ticketverkoop kunnen reservatiekosten, de btw en eventueel verschuldigde gemeentebelastingen op vermakelijkheden afgetrokken worden op voorwaarde dat al deze kosten op eenduidige wijze door de organisator aangetoond kunnen worden. Let op: indien de bruto-inkomsten van de ticketverkoop lager zouden liggen dan het toepasselijke tarief achtergrondmuziek, dan wordt het minimumtarief het tarief achtergrondmuziek.

Samengevat Maakt een sportclub op regelmatige basis gebruik van muziek, dan opteer je best voor het jaarcontract. Afhankelijk van een aantal criteria betaal je een bedrag dat je gedurende het hele jaar vrij muziek laat gebruiken voor trainingen, wedstrijden, toonmomenten, demo’s,… Het tarief dekt echter geen liveuitvoeringen (optredens), soupers of fuiven. Ook indien er een bar is, geldt hier een apart horeca-tarief bovenop. Wordt het jaarcontract betaald door de uitbater van een Polyvalente Zaal die ook de geluidsinstallatie voorziet, dan hoeft de sportclub geen apart contract af te sluiten. Vraag wel het contract van de uitbater op, zodat je weet welke activiteiten er allemaal gedekt zijn. Mogelijk moet je nog bijkomende (occasionele) contracten afsluiten voor bepaalde evenementen. Wordt er enkel bij bepaalde evenementen gebruik gemaakt van muziek, kies dan voor het tarief evenementen – sportieve manifestaties. Er gelden verschillende tarieven naargelang het gaat om voorgrond- dan wel achtergrondmuziek. Alle toepasselijke tarieven zijn te raadplegen via de website www.sabam.be. ■

Brochure "Je sportclub, daar zit muziek in" Wil je meer weten over gebruik van muziek en daaraan verbonden auteursen andere rechten? Bestel dan de brochure “Je sportclub, daar zit muziek in” van het Dynamo Project via www.dynamoproject.be

VSF magazine

9


management van de sportfederatie ■

Project Officials VSF start nieuw sporttakoverschrijdend project

Op 31 mei 2013 werden de Vlaamse sportfederaties uitgenodigd in het Huis van de Sport in Antwerpen ter voorbereiding van een potentieel nieuw VSF-project rond officials. Tijdens de opstartvergadering werden mogelijke, bestaande problemen rond officials in de federaties (scheidsrechters, juryleden,…) besproken en werd er gepeild naar de interesse om deze problemen samen, op een sporttakoverschrijdende manier, aan te pakken. De opstartvergadering was een succes en zo werd het “project officials” een feit. In dit artikel lichten we de achtergrond, de kick-off en de voorlopige ontwikkeling van het project toe. ■ kevin buydts, leen magherman en wouter braeckman Tienduizenden officials zorgen er wekelijks voor dat er in Vlaanderen op een kwalitatieve manier aan sport kan gedaan worden. Vanzelfsprekend is dit echter niet (meer). Veel federaties hebben moeite om nieuwe mensen warm te maken om official te worden. De functie heeft veel van zijn charme verloren, onder andere door een gebrek aan respect voor de official, door de schaarser wordende vrije tijd, enz. Hoewel de functie al een tijdje onder druk staat, gelooft de VSF dat de tijd meer dan rijp is om er iets aan te doen. Het probleem wordt alsmaar acuter en de gestegen media-aandacht ten gevolge van de vele gevallen van agressie tegenover officials maakt het een “hot topic”. Ook gelooft de VSF sterk in de sporttakoverschrijdende mogelijkheden om de problematiek aan te pakken. Gezamenlijke initiatieven kunnen leiden tot een effectievere en efficiëntere aanpak. VSF wil zich dan ook engageren om hierin een rol op te nemen.

Bevraging Vooraleer van start te gaan met concrete initiatieven, lanceerde de VSF een bevraging bij haar leden-federaties om zo een objectief beeld te krijgen van de huidige situatie met betrekking tot officials.

10

VSF magazine

61 federaties vulden de bevraging in, deze hoge responsgraad (71%) was al meteen een eerste bevestiging van de relevantie van het onderwerp. Ook de cijfers waren bevestigend. Maar liefst 80% van de federaties geeft aan niet altijd over voldoende officials te beschikken en actief naar oplossingen te moeten zoeken. Voor 20% is dit een serieus probleem of een probleem in wording.

ben om iets te ondernemen op een sporttakoverschrijdende manier.

Opstartvergadering

Zoals reeds aangegeven beschikt een groot deel van de federaties over onvoldoende officials. Bovendien geeft slechts 22 van de 61 federaties aan dat ze al concrete projecten lopen hebben rond het verhogen van de instroom van officials.

Gezien de bevestigende resultaten van de bevraging, organiseerde VSF een opstartvergadering met dubbele bedoeling. Enerzijds om meer inzicht te krijgen in de thematiek door het afbakenen van en discussiëren over bepaalde deelproblemen en anderzijds om vast te stellen welke federaties potentieel interesse zouden heb-

Deelaspecten officials Tijdens de opstartvergadering werden vijf potentieel relevante deelaspecten of deelproblemen voorgesteld.

1 Instroom

2 Behoud en doorstroming Veel federaties kampen met een grote


drop-out van officials. Toch zijn er nog maar 9 federaties die hierrond projecten hebben uitgewerkt.

3 Kwaliteit - Opleiding Slechts de helft van de federaties geven aan dat ze op alle competitieniveaus over gekwalificeerde officials beschikken. Officials zijn dan ook maar bij de helft van de federaties verplicht om zich bij te scholen.

4 Respect 40% van de federaties geven aan dat er in hun sport(en) een gebrek is aan respect voor officials. Slechts 10% duidt aan dat de official veel respect geniet. Nochtans zijn officials onontbeerlijk voor het kwalitatieve voortbestaan van sport.

5 Spelregelkennis De federaties bevestigen de idee dat het verhogen van spelregelkennis bij verschillende partijen (official zelf, trainers, spelers, supporters,…) zou kunnen bijdragen tot het oplossen van de genoemde pijnpunten. Liefst 80% geeft aan te geloven dat een verhoogde spelregelkennis kan leiden tot meer respect. We vonden het dan ook interessant om de invalshoek van spelregelkennis de nodige aandacht te geven door het als apart aspect te definiëren.

Project officials Het werd tijdens de opstartvergadering al snel duidelijk dat de verschillende afgebakende deelproblemen relevant zijn en dat er een groot enthousiasme bestaat bij de federaties om iets te doen rond deze problemen. VSF besliste dan ook al snel om een “project officials” op te starten. Elke federatie die meewerkte aan de bevraging kreeg de mogelijkheid om in te stappen en deelnemende federaties zouden van een aantal

voordelen kunnen genieten, in ruil voor hun engagement om samen met de andere deelnemers en de VSF actief te werken rond officials gedurende het komende jaar.

Voordelen De voordelen voor de deelnemende federaties zijn: >> toegang tot alle kennis die tijdens het traject ontstaat >> mogelijkheid om in te stappen in alle sport- of federatieoverschrijdende initiatieven die eventueel in de schoot van dit project worden opgestart >> mogelijkheid om op een eenvoudige en gebruiksvriendelijke manier een tevredenheidsbevraging af te nemen bij de eigen officials >> het ter beschikking krijgen van een sjabloon om een beleidsplan rond officials op federatieniveau te gaan opmaken.

Voorwaarden De voorwaarden voor deelnemende federaties zijn: >> aanduiden van een “verantwoordelijke officials” die het aanspreekpunt wordt in de federatie. >> meewerken aan één of meerdere aspecten rond officials onder de vorm van een vergadering of een andere werkvorm indien dit door de VSF gevraagd wordt. Dit wel met een maximale tijdsbesteding van 5 halve dagen verspreid over het volledige traject. >> bereid zijn om kennis te delen met de andere deelnemende federaties.

>> drie doelstellingen formuleren die de federatie in de komende periode wil bereiken met betrekking tot officials. Deze doelstellingen worden in een latere fase geïntegreerd in het federatiespecifiek beleidsplan “officials”. ■

Conclusie 26 federaties hebben zich opgegeven voor het project. Vanaf het najaar gaan we samen aan de slag om van dit project een succesvol gegeven te maken. >> >> >> >> >> >> >> >> >> >> >> >> >> >> >> >> >> >> >> >> >> >> >> >> >> >>

FROS amateursportfederatie Gym & Dans Federatie Vlaanderen Gymnastiekfederatie Vlaanderen Koninklijke Vlaamse Voetbalbond Landelijke Rijverenigingen Sporta-federatie Vlaamse Atletiekliga Vlaamse Basketballiga Vlaamse Boksliga Vlaamse Hockey Liga Vlaamse Judofederatie Vlaamse Kano & Kajak Federatie Vlaamse Karate Federatie Vlaamse Liga Paardensport Vlaamse Minivoetbalfederatie Vlaamse Reddingsfederatie Vlaamse Roeiliga Vlaamse Rollerbond Vlaamse Rugbybond Vlaamse Schermbond Vlaamse Tafeltennisliga Vlaamse Tennisvereniging Vlaamse Triatlon & Duatlon Liga Vlaamse Vechtsport Associatie Vlaamse Volleybalbond Voetbalfederatie Vlaanderen

Meer informatie? Wil je meer weten over het project? Heeft jouw federatie interesse om nog in te stappen? Neem dan contact op met Leen Magherman (leen@vlaamsesportfederatie. be - 09 243 12 93) of Wouter Braeckman (wouter@vlaamsesportfederatie.be 09 243 12 92).

VSF magazine

11


sport voor allen ■

Multimove, één geslaagd seizoen achter de rug Tweede projectjaar in september van start

‘Multimove voor kinderen’ is een proefproject op lokaal niveau waarbij een breed en gevarieerd bewegingsaanbod voor kinderen van 3 tot 8 jaar centraal staat. In september 2012 zijn de eerste 23 pilootclubs vlot van start gegaan met het Multimove-aanbod in hun sportclub. Deze sportclubs bieden Multimove aan gedurende twee sportseizoenen (2012-2013 en 2013-2014). In januari 2013 selecteerde de Vlaamse Sportfederatie vzw (VSF) nog eens 52 nieuwe pilootclubs uit 62 kandidaat-sportclubs verspreid over 13 sportfederaties. De nieuwe sportclubs zullen in september 2013 starten met hun Multimove-aanbod gedurende het sportseizoen 2013-2014. ■ sofie de bock

Concreet 75 sportclubs bieden 30 lessen (minstens één les per week) Multimove aan tijdens het sportseizoen 2013-2014. Tijdens de Multimoveles plaatsen de lesgevers kinderen van 3 tot 8 jaar in situaties waarbij ze op een regelmatige manier ‘experimenteren’ met bewegingen op basis van de 12 fundamentele bewegingsvaardigheden. Met dit veelzijdig bewegingsaanbod wil Multimove kinderen optimale ontwikkelingskansen bieden door hen zo veel mogelijk verschillende bewegingservaringen te laten opdoen. Bewegingservaring opdoen bepaalt namelijk in sterke mate het algemeen motorisch niveau. Op regelmatige basis bewegen, waarbij de verschillende bewegingsvaardigheden aan bod komen, is belangrijk voor de groei en ontwikkeling van kinderen. Door de Multimovelessen worden kinderen al vanaf de jonge kindertijd gestimuleerd om voldoende en gevarieerd te bewegen.

Als ondersteuning werd er voor de lesgever een pakket (map) met concrete oefenstof rond de 12 fundamentele bewegingsvaardigheden ontwikkeld. Daarnaast krijgt de lesgever ook een vormingsdag, de kans om deel te Wie goed beweegt, nemen aan een bijscholingsavond, de mogelijkheid om ervaringen uit te wisselen op het Lesgevers heeft er ook meer Multimoveforum, … Tijdens plaatsbezoeken Het spreekt voor zich dat een belangrijke taak door projectteam- en federatieverantwoorplezier in is weggelegd voor de lesgever die de kinderen delijken krijgen ze ook tips rond organisatie, voortdurend nieuwe uitdagingen, prikkels, enz. aanpak, … geeft. Wekelijks zal de lesgever aangepaste activiteiten selecteren uit de lesgeversmap om de kinderen op een plezierige en leuke Deze ondersteuning is zeker en vast nodig, want slechts 38,5% wijze te laten bewegen. Het is de lesgever, die met activiteiten, opvan de lesgevers die een opleidingmoment volgden in 2012 zijn drachtveranderingen, aanpassingen, vragen, suggesties en feedgediplomeerde lesgevers LO. 22,12% heeft een sporttakspecifiek back de kleuters en jonge kinderen stimuleert tot motorische ontdiploma van de Vlaamse Trainersschool en 34,10% heeft geen wikkeling, maar ook tot mentale en sociale ontwikkeling. Kortom, diploma dat gerelateerd is aan het Multimove-aanbod of een behet handelen van de lesgever is er op gericht de kinderen te motipaalde sporttak. Hieruit kunnen we afleiden dat een aantal sportveren zodat ze bewegen en fysieke activiteit positief ervaren. clubs ook duidelijk beroep doet op niet-gediplomeerde lesgevers.

12

VSF magazine


Op basis van de ondersteuning die vanuit het projectteam voorzien is en mits de ondersteuning die ze krijgen van bv. de jeugdcoördinator of bestuur binnen de sportclubs, slagen ook deze lesgevers er in om een volwaardige Multimoveles te geven.

samenwerkingsverbanden. Door een nauwe samenwerking tussen sportverenigingen, onderwijsinstellingen en andere organisaties kunnen veel kinderen kennismaken met Multimove op een laagdrempelige manier en binding krijgen met het beweegaanbod.

Creativiteit

Soorten partnerships

Creativiteit is een belangrijke troef als lesgever en een niet te missen aspect binnen de Multimovelessen. Om de kansen op motorische ontwikkeling te vergroten, zal de lesgever moeten loskomen van routine, stereotiepe opstellingen, gekende oefeningen of spelen en het gebruikelijke materiaal. Een prikkelrijke omgeving scheppen vereist afwisseling en vraagt van de lesgever de nodige creativiteit en durf om dingen te proberen. Een creatieve lesgever kan bijvoorbeeld zelf heel wat materiaal omtoveren tot ideaal spelmateriaal, kan een Multimoveles inkleden in een thema om de kinderen aan te zetten tot bewegen, kan in een andere omgeving dan de traditionele sporthal Multimove geven,…

Samenwerking met scholen

Multimove moedigt de pilootgroepen aan om met de kinderen ook te spelen en te oefenen buiten de vertrouwde context waarin ze gewoonlijk spelen: in een sportzaal, in het zwembad, de speelplaats, een speelplein, een graspleintje, het bos, … De verschillende fundamentele bewegingsvaardigheden kunnen ook in die verschillende omgevingen aangesproken worden. Heel wat sportclubs hebben deze raad gevolgd en 71% van de sportclubs hebben tijdens het sportseizoen 20122013 hun traditionele locatie verlaten.

organisatorische drempels voor de ouders weggewerkt en kunnen meer jonge kinderen bereikt worden.

Samenwerking met meerdere sportclubs Het Multimove-aanbod wordt gekenmerkt door voldoende breed en gevarieerd bewegen. De focus ligt op de algemene ontwikkeling van vaardigheden, zonder dat een bepaalde sporttak herkenbaar is. Het aanbod leent er zich dan ook toe om de krachten te bundelen en samen te werken met meerdere sportclubs. Een aantal praktijkvoorbeelden illustreren hoe iedere sportclub afzonderlijk zijn persoonlijke belangen (ledenwerving, huidig aanbod,...) aan de kant schuift en samen Multimove aanbiedt.

Ondanks het laagdrempelige Multimoveaanbod vindt niet iedereen even gemakkelijk de weg naar de sportclubs. Daarom hebben een aantal sportclubs een samenwerkingsverband met een lokale school en/of kinderopvang. De kinderen hoeven zich niet te verplaatsen, want Multimove wordt aangeboden op school (bv. Het project leeft SW Harelbeke), in de kinderopvang binnen de club, het of ze verplaatsen brengt een hele zich samen met de Multimovebegeleider nieuwe dynamiek mee (bv. PW Diest).

Door te sporten in de vertrouwde omgeving en/of samen met medeleerlingen, hebben kinderen geen angst voor het onbekende. Op die manier worden enkele praktische of

Een uniek samenwerkingsverband van 7 Aalsterse sportclubs vinden we terug bij Multimove Aalst en Sportkompas.

Grafiek: Werden er lessen gegeven buiten de traditionele locatie of op verplaatsing?

29%

ja nee

Sportclubs zijn geen eilanden Om meer kleuters en jonge kinderen te laten Multimoven stimuleert het Multimoveprojectteam het aangaan van

In Herk-de-Stad werken bv. Dasfun Herkde-Stad en tafeltennisclub Schulen samen om het nieuwe Multimove-aanbod te implementeren.

71% VSF magazine

13


sport voor allen ■

Grafiek: Op welke locaties werd Multimove gegeven?

speeltuin

20%

pleintje

7%

grasveld

30%

zandbak

10%

zwembad

13%

buurthuis boerderij bos

7%

overig

13%

0

5

10

15

20

Andere organisaties Vaak worden ook andere organisaties betrokken bij Multimove om bepaalde doelgroepen te bereiken. Op die manier wordt expertise, kennis en ervaring gedeeld die een meerwaarde voor beide partijen oplevert. Enkele voorbeelden: >> In Oostende werkt de tafeltennisclub samen met het Oostendse stadsbestuur. Multimove wordt er in september 2013 opgenomen in 'Sportkans'. Dat is een project in Oostende om kansarme kinderen te helpen bij hun sportkeuze.

“ Je ziet veel kindjes echt openbloeien in de loop van het jaar ”

>> In Aalst werken 2 sportclubs samen met de CLB’s van Aalst om kinderen met een verhoogd risico op obesitas toe te leiden naar het Multimove-aanbod.

14

VSF magazine

“ De nieuwsbrieven bevatten leuke ideeën om motoriek bij kinderen op een speelse en praktische manier te optimaliseren ”

Naast bovenstaande samenwerkingsverbanden merken we op dat een aantal sportclubs naast het gevarieerd en voldoende bewegen ook andere thema’s aanbrengen binnen de Multimoveles. >> GSF samen Fit Mechelen tracht de kinderen aan te sporen om naast voldoende te bewegen ook gezonde voeding te eten. Na de les krijgen de kinderen een stuk fruit dat samen wordt opgegeten. ■

25

30

Deelnemers aan het Multimoveproject In totaal nemen 13 sportfederaties deel: >> >> >> >> >> >> >> >> >> >> >> >> >>

Vlaamse Tafeltennisliga Vlaamse Zwemfederatie Gezinssportfederatie Voetbalfederatie Vlaanderen Vlaamse Handbalvereniging Dansliga sportfederatie Vlaamse Volleybal Bond Vlaamse Judofederatie Vlaamse Triatlon en Duatlon Liga Bond voor Lichamelijke Opvoeding Vlaamse Baseball en Softball Federatie Koninklijke Vlaamse Voetbalbond Vlaamse Basketballiga

Meer weten? Surf naar www.multimove.be of neem contact op met Sofie De Bock - sofie@vlaamsesportfederatie.be of 09 243 12 62


■ sport voor allen

Sportfederaties en doelgroepen... Ja, het kan! VSF ondersteunt jouw federatie (deel 3) In de vorige VSF magazines van 2013 lichtten we het doelgroepenbeleid van VSF tijdens de beleidsperiode 2013-2016 toe en plaatsten we sportfederaties Psylos en KVV in de kijker. Ditmaal is het de beurt aan Sportievak en Vrije Vlaamse Recreatiesporten. ■ tim lamon Sportievak @ Kringkidskamp voor kansarme kinderen Op donderdag 25 april 2013 vond een "meet & greet" plaats tussen vier Vlaamse sportfederaties en drie verenigingen waar armen het woord nemen. Sportievak was een van de aanwezigen en legde contact met Wijkcentrum De Kring uit Eeklo. Daar groeide het idee om een sportieve namiddag in te richten voor kinderen in armoede. Om de kinderen de kans te geven om er eens een paar dagen op uit te trekken, organiseert de vereniging waar armen het woord nemen elk jaar een kamp.

Dit kamp is gevuld met leuke activiteiten, een bezoek aan een kinderboerderij en een attractiepark. En dit jaar deden de kinderen voor het eerst ook een volledige namiddag aan sport. Op woensdag 21 augustus zakte Sportievak af naar Veldegem en organiseerde een namiddag vol challenge games voor de kinderen tegen een milde kostprijs (2 euro per deelnemer). De namiddag werd afgesloten met boogschietinitiatie. Tine Vanden Buverie, sporttechnisch medewerker, vindt het waardevol dat het Wijkcentrum en de kinderen Sportievak hebben leren kennen en weten dat zij dergelijke activiteiten en sportkampen organiseren. Volgend jaar kan de toeleiding naar de sportkampen van de federatie dan vlotter verlopen. Beide partijen evalueerden het initiatief en daaruit blijkt dat het een zeer geslaagde namiddag was.

"Ze leren samenwerken in groepjes met discipline en respect voor elkaar, proeven van diverse sporten en vaardigheden. Zo krijgen ze er misschien zin in om toch te gaan sporten." (Astrid, Wijkcentrum De Kring) Vrije Vlaamse Recreatiesporten brengt wandelclub en vereniging waar armen het woord nemen uit Sint-Truiden samen Aktivia en de Vrije Vlaamse Recreatiesporten (VVRS) maakten in 2012 hun bereidheid kenbaar om mensen in armoede te stimuleren om deel te nemen aan wandelactiviteiten en kennis te laten maken met hun wandelclubs. Na een uiteenzetting door het Netwerk tegen Armoede, een vereniging waar armen het woord nemen en VSF op de algemene vergadering meldden zich bij beide wandelfederaties clubs met interesse om een traject aan te gaan met een armoedeorganisatie.

met de vereniging waar armen het woord nemen, de deelnemers een consumptie aangeboden. Ze hebben wel startgeld betaald. De deelnemers en de wandelclub waren heel enthousiast en op het einde van de maand gaan ze opnieuw wandelen. ■

VVRS bleef niet bij de pakken zitten en regelde een ontmoeting tussen een geïnteresseerde wandelclub uit Sint-Truiden en de plaatselijke vereniging waar armen het woord nemen, Onder Ons. En zo namen op maandag 24 juni 4 mensen in armoede deel aan een wandeltocht van 4 km. Ook Kevin Vleminx, sporttechnisch coördinator van de federatie, was aanwezig en zag dat het goed was. De club heeft, in overleg

15


nieuws Belangrijk nieuws gemist? Op deze pagina’s focussen we op de realisaties van de afgelopen maanden. Blijf zo op de hoogte van het Vlaamse sportbeleid en de werking van de VSF. De laatste nieuwsberichten kan je steeds raadplegen op www.vlaamsesportfederatie.be of in onze nieuwsbrief. Of volg ons via Twitter en Facebook. www.twitter.com/vlaamsesportfed www.facebook.com/vlaamsesportfederatie

Kom op 8 november naar het Platform Sportclubondersteuning sportclubondersteuning VSF en ISB nodigen iedereen uit om kennis te delen, elkaar te leren kennen en te luisteren naar elkaar rond sportclubondersteuning. Er zijn immers heel wat professionals die op de één of de andere manier sportclubs ondersteunen. Anderen willen dan weer sportclubs ondersteunen, maar weten niet goed hoe dat aangepakt kan worden. Tijdens het Platform Sportclubondersteuning kan al die kennis en ervaring, maar ook elke vraag, met elkaar gedeeld worden om zo sportclubondersteuning verder te optimaliseren. Het platform biedt je de kans om met andere sportclubondersteuners ervaringen uit te wisselen, leuke ideeën op te doen en contacten te leggen met interessante “collega –sportclubondersteuners”. Wanneer? Vrijdag 8 november van 10u-13u Waar? De Ark, Siberiastraat z/n, 2030 Antwerpen Kostprijs? 35 euro (drank en broodjeslunch inbegrepen) Inschrijven? Inschrijven kan tot 25 oktober via de VSF-website (let op: er zijn slechts 100 plaatsen).

Website Risicovechtsportplatform Vlaanderen staat online medisch verantwoord sporten Het Risicovechtsportplatform Vlaanderen stelt zich als missie om zich te ontwikkelen tot aanspreek- en communicatiepunt, tot kennis- en expertisecentrum en tot service- en ondersteuningspunt van de risicovechtsporten in Vlaanderen. Het platform streeft naar een transparante, gestructureerde en kwaliteitsvolle vecht-

16

VSF magazine

sportbeoefening die er voor moet zorgen dat elke vechtsporter in zijn/haar sportomgeving (vereniging, federatie,...) op een medische en ethische verantwoorde wijze kan sporten. Om onze aanspreek- en communicatiefunctie kracht bij te zetten, stellen we graag de website voor: www.vechtsportplatform.be. Indien je vragen hebt kan je projectcoördinator Els Dom en projectmedewerker Ineke Daelman steeds contacteren via mail of via het contactformulier op de website.

Nieuwe wetgeving overheidsopdrachten van kracht sinds 1 juli management van de sportfederatie Op 1 juli 2013 trad de nieuwe regeling rond overheidsopdrachten in werking. Hoewel deze wetgeving in eerste instantie gericht is op "overheden", zoals de titel het aangeeft, kunnen bepaalde private organisaties ook als "aanbestedende overheid" beschouwd worden en dus onderworpen zijn aan deze wetgeving. In dat geval moeten ze administratieve spelregels hanteren bij elke dienst, levering of werk. En moeten ze op een objectieve en transparante wijze mededinging garanderen bij elke zoektocht naar een dienstverlener, leverancier of aannemer. Hoe hoger het bedrag van de opdracht, hoe meer administratieve verplichtingen. Bij opdrachten met een waarde lager dan 8.500 euro zijn de verplichtingen tot een minimum beperkt. Een organisatie wordt beschouwd als een "aanbestedende overheid" als ze aan al deze voorwaarden voldoet: • Ze voorziet in een algemeen belang. Noch de oprichtingswijze noch het privaatrechtelijk statuut is hier van belang.


Ze heeft rechtspersoonlijkheid, of ze voldoet als feitelijke vereniging aan de twee andere voorwaarden en hangt af van een vzw die aan alle drie de voorwaarden voldoet. • Er is sprake van ‘bijzondere overheidsinvloed’: dat is het geval: als de werkzaamheden in hoofdzaak (› 50%) gefinancierd worden door overheden, of als het beheer van de vereniging onderworpen is aan het toezicht van overheden, of als de leden van de directie, van de raad van bestuur of van de raad van toezicht voor meer dan de helft aangewezen worden door overheden. Meer informatie over het verloop van een overheidsopdracht en de verschillende gunningsprocedures vind je via www.vlaamsesportfederatie.be › Wetgeving › Nieuws. Werkgeversorganisatie Sociare werkt momenteel aan het opstellen van een handleiding en modeldocumenten. Eind september organiseren ze infosessies.

Nieuwe publicatie: "Gids over sport en de EU" sportbeleid De gids is ontwikkeld door EU Sport Link en wil de drempel verlagen voor je sportclub, sportfederatie, sportdienst, sportinstituut, sportbond,... om deel te nemen aan de EU-dimensie van de sport. In haar nieuwe beleidsperiode 2014-2020 voorziet de EU voor het eerst structurele programma’s en subsidies voor de sport. Ook andere EU-programma’s blijven in 2014-2020 toegankelijk voor de sport. De handige "Gids over Sport en de EU" kan je raadplegen via www.eusportlink.be. Via dezelfde website kan je je ook inschrijven voor de tweemaandelijkse e-nieuwsbrief over sport en de EU. EU Sport Link wil voor de georganiseerde sportactoren de drempel verlagen om deel te nemen aan de Europese dimensie van sport. De focus ligt op de “ontwikkeling van de sport”, zoals kennisuitwisseling en de opstart van nieuwe initiatieven binnen door de EU gesubsidieerde programma’s. Meer info over EU Sport Link? Neem dan contact op met Philippe De Witte, via philippe@ vlaamsesportfederatie.be of 09 243 12 98.

VSF-project Officials gaat van start management van de sportfederatie Samen met 26 gemotiveerde federaties start de VSF in het najaar een "project officials". Tijdens dat project kan op een sporttakoverschrijdende manier een oplossing worden gezocht voor de proble-

men die momenteel bestaan rond officials. Het eerste overlegmoment in het kader van dit project zal plaatsvinden in november. In dit VSF Magazine (pg. 10) lees je meer over de achtergrond, de kick-off en de ontwikkeling van het project.

Nieuwe tarieven Sabam met ingang van 1 september 2013 management van de sportfederatie Overleg tussen VSF, de Franstalige tegenhanger AISF en Sabam leidde tot een nieuwe en transparantere tarifering voor sportclubs die muziek gebruiken. Deze tarieven gaan in op 1 september 2013. Sabam schrijft binnenkort de sportclubs aan die reeds een overeenkomst hebben, om ze op de hoogte te brengen van de nieuwe tarieven. Sportclubs hebben de keuze om een jaarcontract af te sluiten met Sabam. "Amateurclubs" (d.i. clubs die geen nationale afdelingen hebben) betalen in dat geval slechts 100 euro om een jaar lang in orde te zijn voor hun reguliere sportieve werking. Daarnaast werden ook soepelere regels opgesteld met betrekking tot occasioneel muziekgebruik (bv. voor de organisatie van een evenement binnen je sportclub). Lees meer in dit VSF Magazine (pg. 6).

Correctiefactor op het saldo van subsidies 2012 - De sportfederatiesector reageert sportbeleid In juni kreeg de VSF bericht dat door een tekort aan middelen op de dotatie sportfederaties, dit saldo ontoereikend zal zijn. De VSF bracht haar federaties hiervan op de hoogte, en deed tevens een externe communicatie naar politici en pers. Daarnaast vroeg de VSF het kabinet om dringend overleg. In de plenaire middagvergadering van het Vlaams Parlement werd een actuele vraag hieromtrent behandeld. Minister Muyters heeft daarbij gesteld dat een correctiefactor op personeelssubsidies wat hem betreft niet kan, dat hij in overleg met Bloso en de VSF zal gaan en een oplossing voor het saldo 2012 zal zoeken. Maandag 1 juli werd de VSF uitgenodigd door het kabinet Sport. Tijdens dat overleg is bevestigd dat de personeelssubsidies zonder correctiefactor zullen uitbetaald worden. De minister, zijn kabinet en de administratie zullen bekijken waar en hoe groot de tekorten zijn en hoe die kunnen bijgepast worden. De VSF apprecieert dat de minister, net als in de voorgaande jaren, inspanningen zal leveren om gedurende de huidige legislatuur de personeelssubsidies volledig te garanderen. Heb je nog vragen hierover? Neem dan contact op met Sophie Cools via sophie@vlaamsesportfederatie.be of 09 243 12 46.

VSF magazine

17


medisch verantwoord sporten ■

Het belang van opwarming en stretching Het schooljaar is opnieuw van start gegaan en zo zijn ook de meeste sportclubs begonnen met hun trainingen. Bij de start van een nieuw seizoen is het goed eens stil te staan bij de verschillende aspecten van een training. Wat is nu de zin en/of onzin van een opwarming en stretching? ■ jonas vanbekbergen en joris verreydt (KU Leuven)

Goed opwarmen een must? De waarde van een goede opwarming in functie van sportieve prestaties is al lang een hot topic in de sportwetenschappelijke onderzoekswereld. In 2010 hebben onderzoekers de evidentie van de effecten van een opwarming bij 32 hooggekwalificeerde studies bekeken. Zij kwamen tot de conclusie dat een goede opwarming wel degelijk de sportprestatie verbetert in 79% van de vooraf vastgelegde criteria, en dit zowel voor topatleten als voor recreatieve sportbeoefenaars. Algemeen kunnen we de term ‘opwarming’ definiëren als de periode van (relatief lichte) inspanning voorafgaand aan de eigenlijke inspanning met als doel de wedstrijd- of trainingsprestatie te verbeteren. Het lichaam, meer bepaald de spieren, én de ‘geest’ worden letterlijk en figuurlijk ‘op temperatuur’ gebracht. De fysiologische effecten van een opwarming bestaan uit het verhogen van het hartdebiet en de spierdoorbloeding; het op gang trekken van een adequate energielevering; het verhogen van de temperatuur en de flexibiliteit van de spieren. Daarnaast worden ook de ademhalingsspieren opgewarmd. Met andere woorden: een adequate opwarming zorgt ervoor dat je lichaam voorbereid is op de inspanning, vermindert de kans op blessures, en is het ideale moment om jezelf mentaal op te laden om optimaal te presteren. Het verhogen van de lichaamstemperatuur kan zowel passief (bv. douche) als actief gebeuren. In functie van sportprestaties is het ‘actief opwarmen’ het meest aan te raden. Zeker als de buitentemperatuur laag is, is een goede opwarming een absolute must. Indien een atleet moet presteren in een warmere omgeving, is het echter ook belangrijk om ervoor te zorgen dat de lichaamstemperatuur niet te veel stijgt, zeker voor een duurinspanning in de hitte. De opwarming mag dan niet te lang duren en tijdens de opwarming worden er best koelingstechnieken toegepast (ijsvesten, drinken van ‘ice slurrie’) om te beletten dat de lichaamstemperatuur net voor de inspanning nog te veel stijgt. Zorg er steeds voor dat je het vochtverlies door te zweten tijdens de opwarming

18

VSF magazine

compenseert door te drinken. Voor inspanningen van langer dan een uur, kan het aangewezen zijn om tijdens de opwarming een koolhydraatrijke (30 à 60 g koolhydraten) drank te gebruiken. Uit onderzoek blijkt dat de opname van koolhydraten 30 à 60 min voor de inspanning doorgaans niet voor een ‘rebound hypoglycemie’ (=bij inname van grote hoeveelheden “snelle koolhydraten” produceert het lichaam een grote hoeveelheid insuline met als gevolg dat de bloedsuikerspiegel sterk daalt) zorgt, zoals vaak wordt aangenomen. Training en zeker wedstrijden waarbij er onmiddellijk gepresteerd moet worden (d.w.z. wedstrijden onmiddellijk aan hoge intensiteiten: tijdrijden, teamsporten, sprintnummers), beginnen dus best met een opwarming. Traditioneel wordt de opwarming opgedeeld in een algemeen en sportspecifiek deel. De algemene opwarming bestaat uit een relatief rustige, aërobe inspanning (bv. joggen, fietsen) gevolgd door stretchoefeningen. Tijdens het sportspecifieke deel van de opwarming werkt de atleet dan specifieke bewegingen af, eigen aan de sport, vaak ook aan hogere intensiteiten, zo niet worden enkel de trage spiervezels opgewarmd. Uit al het onderzoek blijkt vooral dat dé optimale opwarming niet bestaat. In functie van elke individuele atleet, iedere sport en elke sportdiscipline zal het optimale opwarmingsprotocol uit verschillende activiteiten bestaan (actief, passief en/of specifiek), met een totaal verschillende structuur op vlak van intensiteit, duur, recuperatiepauzen,...

Stretchen tijdens de opwarming? Stretching is een klassiek onderdeel van een opwarming als voorbereiding op een inspanning of een wedstrijd. Het wordt algemeen aangenomen dat stretching tijdens de opwarming de prestatie zal verbeteren en het risico op blessures verkleint. Uit recente onderzoeken blijkt evenwel dat statisch stretchen voorafgaand aan


een inspanning een negatieve invloed heeft op de maximale spierkracht en de explosiviteit tijdens de daaropvolgende inspanning. Hierbij wordt er al een belangrijk verschil aangegeven tussen de wijze waarop deze stretching wordt uitgevoerd. Er zijn 2 manieren: de ‘klassieke’ statische stretching en de dynamische stretching. Bij statische stretching wordt de spier passief in een verlengde positie gebracht en gestretcht gedurende een bepaalde tijd. Bij dynamische stretching wordt de spier tijdens een functionele beweging in een verlengde positie gebracht. Voorbeelden van dynamische stretching zijn skipping, lunges, de hiel naar het zitvlak brengen tijdens het lopen, het been uitzwaaien, enz. Het lichaam is tijdens dynamische stretching dus continu in beweging en de uitgevoerde stretchingsoefeningen kunnen sportspecifiek gekozen worden.

zijn koelt het lichaam ook niet af en wordt de bloedsomloop gestimuleerd. Door de keuze van de juiste oefeningen kan de opwarming ook sportspecifieker uitgevoerd worden. Het nut van statisch stretchen tijdens de opwarming is afhankelijk van de sport. Bij bv. turnen en balletdansen is er een grote flexibiliteit nodig om de bewegingen te kunnen uitvoeren. Statisch stretchen tijdens de opwarming kan hierbij helpen om de nodige beweeglijkheid te verkrijgen. Bij bv. lopen en balsporten is deze maximale beweeglijkheid vaak niet nodig, en is langdurig statisch stretchen dan ook minder aangewezen.

Is statisch stretchen nog nuttig?

In het kader van letselpreventie blijkt statisch stretchen wel nuttig te zijn in het voorkomen van spierscheuren. Ter preventie van andere letsels is er (nog) geen evidentie gevonden. Verder onderzoek is evenwel nodig om de rol van statisch stretchen voor letselpreventie te verduidelijken.

Onderzoek heeft aangetoond dat statisch stretchen tijdens de opwarming een negatief effect heeft op de maximale spierkracht, spronghoogte, sprintsnelheid, explosiviteit en reactietijd. Toch blijken deze negatieve effecten minder uitgesproken te zijn bij goed getrainde atleten. Dynamisch stretchen daarentegen heeft zowel een positieve invloed op de flexibiliteit als op spronghoogte, sprintsnelheid en behendigheid. Door het continu in beweging

De negatieve effecten van statisch stretchen kunnen beperkt worden door de totale duur van de stretch per spiergroep te beperken tot ‹ 45 sec. De intensiteit van de stretch mag niet maximaal zijn, maar moet beperkt worden tot op het punt dat het onaangenaam aanvoelt. Verder moet het statisch stretchen steeds geïntegreerd worden in een volledige opwarming waardoor het negatieve effect zeer beperkt is of teniet wordt gedaan.

VSF magazine

19


medisch verantwoord sporten ■

Stretchen na een inspanning? Vele sporters stretchen na een inspanning. De reden waarom dit wordt gedaan komt waarschijnlijk voort uit de idee dat spierpijn na het sporten het gevolg is van spierspasmen. Deze idee wordt de laatste jaren meer en meer in vraag gesteld. De typische spierpijn na het sporten wordt nu ook beschreven als DOMS, DelayedOnset of Muscle Soreness, en is waarschijnlijk het gevolg van kleine scheurtjes, zogenaamde microtraumata in de spiervezels. Stretching na de inspanning zou een negatief effect hebben op deze scheurtjes en bijgevolg niet aangewezen zijn. Of stretchen na een inspanning al of niet een negatief effect heeft, is vooralsnog niet duidelijk. Verder onderzoek hierover is noodzakelijk. ■

Meer informatie Bakala Academy – KU Leuven is een nieuw hoogstaand onderzoeks- en testcentrum ontstaan uit een samenwerking tussen ZB Sports Development en de KU Leuven. Samen willen zij een 'Center of Excellence' uitbouwen in de wereld van wetenschap, sport en coaching. Bakala Academy – KU Leuven wil zich onderscheiden als een ‘world-class’ academie voor onderzoek, innovatie en onderwijs in de sport. Voor meer informatie: www.bakala-academy.com

Tips voor een goede opwarming! >> Start steeds met een goede submaximale aërobe opwarming. >> Voer daarna korte (‹ 45 seconden) statische rekkingen uit aan een lage tot matige intensiteit, voornamelijk omwille van het letselpreventieve effect. >> Daarna is het belangrijk om dynamische stretchingsoefeningen te doen waarbij de volledige beweeglijkheid wordt gebruikt. Kies voornamelijk oefeningen die sportspecifiek zijn. >> Eindig de opwarming met intensievere sportspecifieke oefeningen, zoals bijvoorbeeld korte spurtjes, baloefeningen bij het voetbal, mini-wedstrijdjes onderling, enz. >> Beperk de duur van de opwarming in warme omstandigheden. Gebruik eventueel koelingstechnieken. >> Drink tijdens de opwarming om je vochtverlies te compenseren. Gebruik een koolhydraatrijke drank als je inspanning langer dan een uur duurt.

BEDANKT aan alle sportfederaties!

20

VSF magazine

www.weekvandesportclub.be


■ sportbeleid

Provinciale afdelingen van sportfederaties: een bedreigde diersoort? Tenzij je de afgelopen maanden op Mars geleefd hebt, weet je het ondertussen wel: de provinciale afdelingen van sportfederaties ontvangen vanaf werkingsjaar 2014 geen provinciale subsidies meer voor hun structurele werking.* De VSF hield in mei een overlegmoment en tijdens de zomer een bevraging onder haar leden. Bedankt voor de massale respons (94%)! In dit artikel krijg je een korte blik op de resultaten en geven we je enkele tips mee. ■ sophie cools

Hoe het nu gebeurt… De VSF stelt vast dat er een grote verscheidenheid is bij de federaties op vlak van structuur, (intensiteit van) betrokkenheid en bevoegdheden van de provinciale niveaus. Toch enkele algemene vaststellingen: >> 77% van de federaties hebben provinciale afdelingen met een concrete werking. Bij 42% van de federaties verschilt de werking wel sterk per provincie. 23% van de federaties hebben geen (actieve) provinciale afdelingen, of hebben enkel afdelingen in functie van de huidige provinciale subsidiëring. >> Provinciale promotie, organisatie van provinciale competitie en organisatie van (andere) sportieve activiteiten blijken in het merendeel van de federaties (hoofdzakelijk) op provinciaal niveau te gebeuren. Bij heel wat federaties speelt het Vlaams niveau daarbij een belangrijke ondersteunende of tevens uitvoerende rol. >> De werving en aanduiding van officials gebeurt in 53% van de federaties op Vlaams niveau, in 27% door het

provinciaal niveau en in 20% van de federaties op beide niveaus. Ook de organisatie van bijscholingen (voor trainers, scheidsrechters, bestuurders) gebeurt in het merendeel van de federaties (deels) op Vlaamse niveau, slechts in 9% is het een louter provinciale aangelegenheid. >> De organisatie van sportkaderopleiding wordt overduidelijk voornamelijk op Vlaams niveau gecoördineerd en uitgevoerd. Dankzij de bevraging kregen we tevens een zicht op de provinciale subsidies die de federaties ontvangen. Deze cijfers werden ondertussen overgemaakt aan het kabinet Sport.

Een blik in de toekomst… In het verleden werd van buitenaf (overheid) aangegeven dat het provinciaal niveau een belangrijk niveau was voor de sportfederaties. Door de interne staatshervorming valt die externe beïnvloeding weg. De Vlaamse federatie kan nu zélf bepalen of en in welke mate ze belang hecht aan het provinciaal niveau.

Enkele tips om de interne denkoefening aan te gaan: >> Start nu! Hoe sneller je aan de inhoudelijke denkoefening begint, hoe beter! >> Bekijk kritisch welke aspecten van de federatiewerking op welk niveau het best uitgevoerd kunnen worden. Denk daarbij aan aspecten als betrokkenheid, efficiëntie, 1 visie, draagvlak,... >> Herbekijk ook kritisch de bestaande structuren: is “provincie” een goed criterium voor het bestaan van commissies of afdelingen? En wat met de afvaardiging in de raad van bestuur? Disciplines of regio’s blijken in bepaalde federaties een meer opportuun criterium. Zo zal een federatie met 15 sportclubs beter werken met regio’s die de provinciegrenzen overschrijden, terwijl een federatie met meer dan 100 clubs wellicht gebaat is bij regio’s die kleiner zijn dan de provincies. >> Visie en beleid moeten sowieso op niveau van de Vlaamse federatie uitgestippeld worden. De uitvoering van de

* zie VSF nieuwsflash nr 246: Invloed van de interne staatshervorming op de subsidiëring van provinciale afdelingen van sportfederaties (31 januari 2013)

VSF magazine

21


sportbeleid ■

aan de provinciale niveaus toegewezen taken, zullen conform de federatievisie en –beleid moeten gebeuren. Daarbij zal de federatie een kader moeten aanreiken aan het provinciaal niveau, waarbinnen autonoom kan gewerkt worden > sturing + autonomie (+ondersteuning) >> Betrokkenheid/input vanwege vrijwilligers is cruciaal. Empowerment van (een team van) vrijwilligers op bovenlokaal niveau! Daarbij zijn transparantie, betrokkenheid en communicatie belangrijke factoren. >> En bovenal: bekijk de interne staatshervorming als een opportuniteit om

22

VSF magazine

een veranderingsproces in gang te zetten!

En financieel? Er is nog geen duidelijkheid over de manier waarop de subsidies aan de Vlaamse sportfederaties toegekend zullen worden, noch over de grootte van dat bedrag. Dit zou de inhoudelijke denkoefening echter niet in de weg mogen staan. De VSF dringt ondertussen bij het beleid aan op beslissingen in dit dossier. Algemeen stellen de Vlaamse federaties dat indien zij extra middelen zullen ontvangen naar aanleiding van de verschuiving van de budgetten naar het decreet sportfederaties, zij die minstens gedeelte-

lijk zullen aanwenden om hun provinciale afdelingen te ondersteunen. Basisprincipe daarbij: de middelen zullen toegekend en aangewend worden op het niveau van de taakuitvoering (en dus conform de denkoefening die hiermee gepaard gaat). Dit zal in hoofdzaak gebeuren a rato van de werking van de afdelingen (en niet “het bestaan” ervan). Dus om werking, en niet om structuren. De VSF wenst jullie alvast veel succes! ■

Heb je vragen? Contacteer Sophie Cools via sophie@vlaamsesportfederatie.be of 09 243 12 46.


■ topsport

Een terugblik op de Wereldspelen in Cali Het lijstje van olympische gaststeden is door menig quizzer gekend. Maar ken jij dit lijstje: Santa Clara - Londen - Karlsruhe - Den Haag - Lahti - Akita - Duisburg Kaoshiung - Cali - Wroclaw? Het zijn de gaststeden van de Wereldspelen, sinds hun ontstaan in 1981. ■ sophie cools

De Wereldspelen worden de Olympische Spelen van de niet-olympische sporten genoemd. Het is immers het grootste multidisciplinair evenement voor niet-olympische sporten. De World Games kennen hun ontstaan dankzij de “International WorldGames Association” (IWGA) die in 1981 opgericht werd door een groep van 12 internationale sportfederaties. De organisatie heeft momenteel 36 lid-federaties, allen de wereldwijde internationale federatie van de desbetreffende sporttak en allen tevens lid van Sportaccord (het vroegere AGFIS). IWGA heeft een samenwerkingsovereenkomst met het Internationaal Olympisch Comité. De Wereldspelen worden elke 4 jaar georganiseerd, het jaar na de Olympische Zomerspelen. De Wereldspelen vinden steeds plaats in bestaande infrastructuren, dit in tegenstelling tot de Olympische Spelen die, mede door de omvang van het event, een beroep doen op nieuwe sites en accommodatie.

Sommige sporten die ooit deel uitmaakten van de Wereldspelen zijn inmiddels een olympische sport. Zo stond rugby sevens voor het laatst geprogrammeerd in Cali en staat het vanaf 2016 op het programma van de Olympische Zomerspelen. Sommige sporten die ooit een olympische sport waren, worden nu op de Wereldspelen beoefend (bv. touwtrekken). De sporten op de Wereldspelen worden beperkt door de faciliteiten in de stad waar ze gehouden worden, er mogen geen nieuwe faciliteiten worden gebouwd voor de spelen.

World Games 2013 - Cali Van 25 juli tot en met 4 augustus 2013 streden zo’n 3.500 atleten uit 100 landen om de medailles tijdens de Wereldspelen in het Colombiaanse Cali. Het was de eerste keer dat Zuid-Amerika de Wereldspelen ontving. 36 sporten stonden in Cali op het programma, tijdens elf competitiedagen.

Belgische delegatie De Belgische delegatie werd in Cali aangevoerd door Chef de Mission, Rudy Lahor van het BOIC. Het BOIC staat financieel borg voor de uitzending van de atleten en de begeleiders en staat in voor de logistieke, de medische, paramedische en algemene begeleiding. Ondanks het feit dat (in tegenstelling tot de Olympische Spelen) het de internationale federaties zijn die de atleten selecteren voor deelname aan de World Games, werkte het BOIC met een eigen (extra) selectiecommissie (die besliste na overleg met de betrokken federaties). Belgie was er aanwezig met een delegatie met 56 (voornamelijk Vlaamse) sporters in volgende sporten: acrobatische gymnastiek, handboogschieten, biljart, duatlon, ju-jitsu, korfbal, petanque, reddend zwemmen, skeeleren, touwtrekken en waterski. De Wereldspelen in Kaohsiung (2009) leverden België zeven medailles op (2 keer

Bij de Wereldspelen komen volgende clusters sporten aan bod: >> >> >> >> >> >> >>

Artistieke sporten (bv. kunstrolschaatsen en acrobatische gymnastiek) Balsporten (bv. squash en beach handbal) Krachtsporten (bv. touwtrekken en powerlifting) Krijgssporten (bv. karate en ju-jitsu) Precisiesporten (bv. handboogschieten en biljart) Trendsporten (bv. frisbee en indoor klimmen) Demosporten (bv. duatlon en softball) Bemerking: Demosporten zijn sporten of disciplines die voor het eerst binnen het kader van de World Games opgenomen worden en de volgende editie officieel aan het programma zullen worden toegevoegd.

VSF magazine

23


topsport ■

goud, 4 keer zilver en 1 keer brons). Maar ook in Cali bleken de Belgen de afspraak niet te missen met 11 medailles (3 goud, 4 zilver, 4 brons). Een mooi tornooi voor de Belgen! De VSF had een interview met drie Belgische medaillewinnaars.

Interview met gouden medaillewinnaar

Rob Woestenborghs (Duatlon – Vlaamse Triatlon en Duatlon Liga) Rob, proficiat met je overwinning. Welke factoren hebben tot jouw overwinning bijgedragen? Waardoor was je “beter dan de rest”? Rob Woestenborghs: "Heel wat deelnemers hebben een intensieve voorbereiding doorgemaakt. Persoonlijk heb ik vooral niks aan het toeval willen overlaten. Ik ben twee weken vooraf afgereisd naar Colombia, om er op hoogte te trainen. Ik heb er al kunnen wennen aan het klimaat, wat toch wel in mijn voordeel gespeeld heeft. Daarnaast heb ik tactisch een sterke wedstrijd gelopen en gefietst. Het feit dat ik 36 jaar ben en mentaal daardoor sowieso sterker en rustiger ben, heeft me daar zeker bij geholpen. "

Wat zal je het meeste bijblijven van Cali? Rob Woestenborghs: "De sfeer. De Colombiaanse bevolking was enorm enthousiast en dat maakte van de World Games een heel speciale wedstrijd. Daarnaast heb ik door mijn overwinning veel respect gekregen van de andere duatleten, zowel van de oudere als jonge generatie."

Wat vond je van de mediaaandacht? Rob Woestenborghs: "De media-aandacht was veel groter dan op een ge-

24

VSF magazine

© Wagner Araujo / ITU

woon wereldkampioenschap, maar niet vergelijkbaar met de aandacht die naar de Olympische Spelen gaat. Ik vind de media-aandacht voor mezelf niet zo belangrijk, maar voor kleinere sporten zoals de onze is ze wel cruciaal om bijvoorbeeld sponsors te kunnen aantrekken."

Hoe ziet een doorsnee trainingsweek eruit voor jou? Rob Woestenborghs: "Daar is moeilijk op te antwoorden, omdat er niet echt een doorsnee week bestaat. Ik ben immers heel vaak van huis voor stages. Als ik in België ben, train ik 30u per week sportspecifiek. Ik heb sinds 2006 een contract bij Bloso, maar werk daarnaast ook één dag in de week als osteopaat. Mijn contract loopt eind dit jaar af, en binnenkort moet ik met Bloso samenzitten om te bekijken of het al dan niet verlengd kan worden. Zonder de steun van Bloso, kan ik die stages niet meer doen en zal ik moeten stoppen met duatlon op topniveau."

Betekent dat dat topprestaties binnen jouw sport niet mogelijk zijn zonder de steun vanuit de overheid? Rob Woestenborghs: "Alles is mogelijk, maar het is heel moeilijk en voor mij zal het verhaal zonder Bloso-contract stoppen. Er zijn een aantal atleten die via privésponsoring proberen te werken om op die manier bijvoorbeeld slechts halftijds te moeten werken. Vandaar dat media-aandacht zo’n grote impact kan hebben voor onze sport. Ik begrijp zeker en vast dat het beleid ervoor kiest om te focussen op een aantal sporten en ik begrijp dat de olympische disciplines voorrang krijgen. Maar ik weet uit eigen ervaring dat je in andere sporten, zoals duatlon, met een vrij beperkt budget toch grote resultaten kan boeken. Daarom pleit ik ervoor om toch 10 à 15% van de middelen blijvend vrij te maken voor niet-olympische sporten, zodat ook daar successen kunnen geboekt worden. " ■


Laure De Pryck en Nicolas Vleeshouwers vormen een team in de discipline acrobatische gymnastiek - gemengd paar (GymnastiekFederatie Vlaanderen). De wereldkampioenen behaalden in Cali een bronzen medaille. De VSF had een interview met Laure. Welke factoren hebben voornamelijk bijgedragen tot het behalen van jullie bronzen medaille? Laure De Pryck: "We hebben het afgelopen jaar hard getraind en toegewerkt naar de World Games. Hier en daar werden onze oefeningen onder begeleiding van Sergey Tretyakov aangepast en verbeterd. Ondanks een zware tegenslag enkele maanden voor de World Games (blessure van Laure, nvdr) zijn we er toch nog in geslaagd om op tijd in vorm te komen. Vooral het artistieke © GymFed trainen we 1 keer, de rest van de week gedeelte van onze wedstrijdoefeningen trainen we 2 keer per dag. Tijdens de scoorde heel goed bij de jury. En dit hebweek verblijf ik op een sportinternaat ben we te danken aan Irina Shadrina, naast de topsporthal. Tijdens het schoolonze choreografe." jaar studeer ik aan de topsportschool in Gent. Daar volg ik wetenschappen-topWat zal je het meeste bijblijven sport, deze richting maakt het mogelijk van Cali? om 's morgens van 7u30 tot 10u30 te Laure De Pryck: "We waren bijna niet trainen, daarna 4u naar school te gaan vertrokken richting Cali omdat we en nadien te trainen van 16u tot 18u30. bericht kregen dat de wedstrijd afgePer week heb ik 20u les en via een onlast was. Ook ter plaatse was het nog line leerplatform kunnen we cursussen spannend of de wedstrijd al dan niet en een online schoolagenda raadplegen zou doorgaan. De reden was dat de wanneer we afwezig zijn voor bijvooromstandigheden in de competitiehal beeld een wedstrijd. Nicolas heeft een en trainingstent niet voldeden aan de Bloso-contract." normen van de internationale gymnastiekfederatie. Aangezien alle gymnasWat vond je van de ten lang naar deze wedstrijd hadden media-aandacht voor de toegewerkt, zou dit natuurlijk een ramp Wereldspelen? geweest zijn. Gelukkig is alles goed geLaure De Pryck: "Eerlijk gezegd hebkomen!" ben we niet zoveel media-aandacht gemerkt. Zowel Nicolas als ik zijn met Hoe ziet een doorsnee familie na de World Games verder op trainingsweek eruit voor jullie? reis gegaan in Colombia. En dan zie je Laure De Pryck: "We trainen 28 uur per natuurlijk niet wat er in de krant of in week, dat zijn 10 trainingen. Zaterdag het nieuws komt. We hebben wel van is onze vrije dag, woensdag en zondag enkele mensen bericht gekregen dat ze

ons gezien hadden of over onze prestaties gelezen hadden dus dat is wel leuk, zeker omdat we er zo lang voor gewerkt hebben."

Acro staat sinds 2013 niet meer op de topsporttakkenlijst. Wat beteken dit concreet voor jullie? Laure De Pryck: "Hierdoor valt er natuurlijk een belangrijke ondersteuning weg voor de acrogymnasten. Gelukkig doet de federatie veel moeite om ons systeem te laten bestaan zoals het nu is. Hopelijk kunnen we ons op deze manier optimaal blijven voorbereiden." ■

© GymFed

VSF magazine

25


topsport ■

Bieke Vandenabeele is actief in de sporttak reddend zwemmen (Vlaamse Reddingsfederatie). Samen met Sofie Boogaerts, Laurence Lambot en Hannemie Peeters behaalde ze in de 4x25m popzwemmen een zilveren medaille. Individueel behaalde Bieke daarbovenop een bronzen medaille op de 50m popzwemmen.

Hoe ziet een doorsnee trainingsweek eruit voor jou? Bieke Vandenabeele: "Ik doe 3 à 4 keer per week krachttraining. Daarnaast komt dan natuurlijk nog mijn zwemtraining. Verder ga ik ook werken. Ik geef samen met mijn vriend (gewichtheffer Tom Goegebuer) krachttraining aan (top)sporters uit verschillende sporten. Het is niet altijd simpel om te combineren, maar mits een beetje puzzelwerk lukt dit wel."

© Tom Goegebuer

Door welke factoren was je in staat deze prestaties te leveren? Bieke Vandenabeele: "Ik moest vooral de korte sprintnummers zwemmen. Hierbij is het van groot belang om voldoende explosiviteit in huis te hebben. Dit heb ik vooral getraind door veel sprinttrainingen in te lassen, maar ook door veel (maximale) krachttraining te doen. Verder had ik met mijn extra kracht een groot voordeel bij het zwemmen met de (zware) pop. "

ze vooral het risico niet wilden lopen dat er iets met de atleten zou gebeuren. Verder waren de Colombianen superenthousiast. Voor Colombia waren de World Games het eerste grote evenement dat ze organiseerden. Ze waren dus supertrots dat ze konden bewijzen aan de rest van de wereld dat ze ook in staat zijn om zo iets groots vlekkeloos te organiseren."

Wat zal je het meeste bijblijven van Cali? Bieke Vandenabeele: "Er was enorm veel politie aanwezig in Cali. Voor de eettent stonden er wel 100 politiemannen, in het zwembad, het hotel en op elke bus was er politie aanwezig. Persoonlijk vond ik het niet zo gevaarlijk als ik op straat liep, maar ik denk dat © Tom Goegebuer

26

VSF magazine

Wat vond je van de media-aandacht in Cali? Bieke Vandenabeele: "Als ik de media-aandacht vergelijk met de World Games in Akita (2001) en Duisburg (2005) was er nu veel meer mediabelangstelling. Dit komt vooral door de aanwezigheid van een Sporza-reporter ter plaatse en de toenemende kracht van sociale media. Maar natuurlijk is er ook extra belangstelling voor je sport als er medailles gehaald worden." ■


■ medisch verantwoord sporten

De generieke richtlijnen Een kans voor de risicovechtsportsector

Het Risicovechtsportplatform Vlaanderen werd in februari 2013 opgericht in opdracht van de minister van Sport, Philippe Muyters. De oprichting van het platform gebeurde onder de vleugels van de Vlaamse Sportfederatie vzw. Bij het uitbouwen van de drie grote opdrachten (kennis- en expertisepunt, aanspreek- en communicatiepunt, service- en ondersteuningspunt) van het Risicovechtsportplatform Vlaanderen vormen de generieke richtlijnen de rode draad. Onderstaande tekst verduidelijkt wat deze richtlijnen nu juist betekenen en uit welke bezorgdheden deze richtlijnen zijn ontstaan. ■ els dom

De risicovechtsporten kennen een sterke groei De risicovechtsportsector kende de afgelopen tien jaar een opmerkelijke stijging. Thaiboksen, mixed martial arts (MMA), boksen en kickboksen kennen samen een evolutie: van minder dan 1.000 leden in 2002 naar bijna 6.000 leden in 2011! Deze stijging op zich zou al kunnen verantwoorden dat extra aandacht voor deze sector nodig is. Geen enkele andere vechtsport kent gedurende deze periode een gelijkaardige stijging.

De risicovechtsporten kennen een aantal drempels Maar de risicovechtsporten kampen ook met enkele duidelijke problemen. Een eerste probleem is het al dan niet correcte beeld van ‘gewelddadigheid’ dat deze risicovechtsporten brengen naar de buitenwereld toe. Vooral het feit dat het bewust veroorzaken van kwetsuren bij deze vechtsporten als aanvaardbaar wordt beschouwd, strookt niet met de visie die de Vlaamse overheid heeft omtrent Medisch Verantwoord Sporten. Vanuit deze bezorgdheid installeerde de Vlaamse overheid in 2009 een expertencommissie Risicovechtsporten om haar te adviseren. Deze commissie bezorgde eind december 2010 de bevoegde minister van Sport een voorstel van generieke richtlijnen. Deze richtlijnen hebben tot doel enerzijds de sportverenigingen die risicovechtsporten organiseren duidelijkheid te geven hoe zij kunnen beantwoorden aan het decreet van 13 juli 2007 inzake Medisch en Ethisch Verantwoorde Sportbeoefening, en anderzijds de Vlaamse overheid concrete normen te geven die haar toe-

laten de verplichtingen die deze sportverenigingen dragen om de medisch verantwoorde sportbeoefening voor de sporter te bewaken, te waarborgen en te toetsen. De richtlijnen zijn generiek, omdat ze niet één of meer specifieke risicovechtsporten beogen, maar gelden voor elke risicovechtsport. Ze werden ook getoetst aan de opinie van ‘het veld’ op een vergadering in november 2010 waarvoor 16 risicovechtsportorganisaties werden uitgenodigd. De feedback van de aanwezigen was constructief en getuigde van interesse. Daarnaast hebben de meeste risicovechtsportfederaties geen of een erg beperkte professionele werking. De drempels om te kunnen professionaliseren zijn velerlei en vaak hebben de risicovechtsportfederaties te kampen met problemen zoals:

>> het meestal niet voorkomen op de sporttakkenlijst. Enkel aikido, kendo, judo, taekwondo, karate (non-contact), ju-jitsu, boksen (olympisch boksen), worstelen en wushu zijn momenteel opgenomen op de sporttakkenlijst. Sporten zoals kickboksen, muaythai, MMA,… komen dan ook in het kader van het huidig sporttakkenbeleid (decreet op de sportfederaties van 13 juli 2001) niet in aanmerking voor subsidiëring.

VSF magazine

27


medisch verantwoord sporten ■

>> de versnippering van de risicovechtsportsector en bijgevolg de ledencijfers van de federaties die vaak nog te klein zijn om in aanmerking te komen voor erkenning en/of subsidiëring. >> de administratieve last om een erkenning aan te vragen en te behouden wat door de erkende risicovechtsportfederaties wordt aangegeven als erg zwaar, omdat ze geen professionele krachten in dienst hebben. >> … In vele gevallen staat of valt de werking van de risicovechtsportfederaties met de ambitie en goede wil van enkele personen. Het zijn vrijwilligers die dagelijks het beste van zichzelf geven en de verantwoordelijkheid van hun federatie op zich willen nemen. Deze personen zijn continu op zoek naar extra ondersteuning, erkenning en mogelijkheden, maar ze slagen daar niet in. De redenen hiervoor mogen niet alleen gezocht worden bij de beperkte officiële erkenning die deze sporten momenteel krijgen. De Rondetafelconferentie Vechtsporten (december 2011), waar er samen met vertegenwoordigers uit de sector en met verantwoordelijken uit verschillende beleidsinstanties nagedacht werd over het (risico)vechtsportbeleid in Vlaanderen, kwam tot de conclusie dat de Vlaamse vechtsportwereld zelf nood heeft aan imagoverbetering, degelijke omkadering en vorming en een duidelijke structurering.

De generieke richtlijnen Bovenstaande conclusies vinden we ook grotendeels terug in de bezorgdheden van waaruit de expertencommissie Risicovechtsporten de generieke richtlijnen heeft opgesteld. Medisch en ethisch verantwoord sporten en de wijze waarop de verschillende betrokkenen hiermee omgaan bij de organisatie van en tijdens hun vechtsportbeoefening is onvermijdelijk gelinkt aan het imago van de risicovechtsport. Zowel de federaties als iedereen die erbij betrokken is, hebben hier dan ook een belangrijke functie te vervullen.

Zo zijn de generieke richtlijnen gericht naar elke risicovechtsport en geven ze aandacht aan: >> de wijze waarop de organisaties kunnen voldoen aan het decreet inzake de medisch en ethisch verantwoorde sportbeoefening. >> de verantwoordelijkheid van al de betrokkenen. Elke betrokkene heeft een duidelijke taak en verantwoordelijkheid om op een medisch verantwoorde wijze met zijn sport om te gaan. Niet alleen de federatieverantwoordelijke of de clubverantwoordelijke, maar ook de trainer/coach, de jury/scheidsrechter en de atleet zelf dragen hierbij die verantwoordelijkheid. Dit noodzaakt grondige vorming van alle betrokkenen. >> de bijzondere aandacht die nodig is voor jongeren. Jongeren zijn geen jong volwassenen en hebben nood aan een specifieke regelgeving die aandacht geeft aan hun mogelijkheden en ontwikkeling, maar ook aan hun bescherming. >> de bewustwording over en het omgaan met de risico’s bij de beoefening van de verschillende risicovechtsporten bij alle betrokkenen. >> de noodzaak tot grondige medische opvolging en begeleiding.

De richtlijnen helpen de risicovechtsportfederaties alvast om een duidelijk antwoord te kunnen bieden op de medische bezorgdheden omtrent de vechtsportbeoefening. Een aantal aspecten van deze generieke richtlijnen zal het platform tijdens de komende maanden nog verder uitdiepen, maar het Risicovechtsportplatform ziet deze richtlijnen als een kans voor de risicovechtsportsector. De risicovechtsportsector kan, door samen met het Risicovechtsportplatform deze richtlijnen aan te pakken en te implementeren in haar werking, een duidelijk signaal uitsturen naar de overheden, maar ook naar het brede publiek. ■

Meer informatie? Heb je nog vragen over het Risicovechtsportplatform? Surf naar www.vechtsportplatform.be of neem contact op met projectcoördinator Els Dom via els@vlaamsesportfederatie.be.

28

VSF magazine


■ management van de sportfederatie

De toegevoegde waarde van sportbonden Hoe kijken de Nederlanders er tegenaan? Sportfederaties (of sportbonden zoals ze in Nederland heten) krijgen regelmatig het label “ouderwets” of “achterhaald”. Maar wat is de toegevoegde waarde van sportfederaties voor sporters en sportverenigingen? En wat met hun maatschappelijke meerwaarde? In dit artikel nemen we een kijkje over onze landsgrens en geeft Henk Hille, docent aan de Hogeschool van Amsterdam, zijn blik op deze thematiek ■ henk hille

Achterhaalde instituties In Nederland zijn sportbonden regelmatig mikpunt van hoon en spot. ‘Bondenbashing’ lijkt een nationaal tijdverdrijf. Sportbonden worden vaak weggezet als ouderwetse, starre en achterhaalde instituties, die (te) weinig toegevoegde waarde voor de individuele sportbeoefenaar creëren. Het is een beeld dat wijdverbreid is in kringen van sportondernemers, sportmarketeers en (sport)sponsors. En het mag zich ook onder verenigingskader, (top)sporters en supporters in de nodige populariteit verheugen. Het is echter een karikatuur die een aantal kenmerken uitvergroot, niet ziet dat die kenmerken vooral ook nuttig en functioneel zijn en bovendien de stappen ontkent die de afgelopen jaren zijn gezet.

nieuwe doelgroepen, weten meer van hun huidige leden en hebben hun sportaanbod aangepast en uitgebreid. Zoals de voetbalbond, die 35+ en 45+ voetbal ontwikkelde of de atletiekunie, die met het individuele lidmaatschap ‘Dutch Runners’ een deel van het groeiende aantal hardlopers aan

Innoveren Op het verwijt dat sportbonden niet mee gaan met hun tijd, is veel af te dingen. Bonden maken inmiddels slim gebruik van de toegenomen mogelijkheden op internet. Bij veel bonden is informatie over wedstrijden en competities er razendsnel: direct na de wedstrijd door een clubfunctionaris of teamleider ingevoerd en real time verwerkt tot actuele standen en statistieken. Bonden zijn de afgelopen jaren ook ‘marktgerichter’ gaan werken. Ze 'ontdekten'

zich heeft weten te binden. Sportbonden in Nederland innoveren dus wel degelijk. De discussie of ze dat allemaal even goed doen - mij lijkt het overigens verstandig dat ze dicht bij hun core business blijven - ga ik hier niet aan. Ik wil mij in het vervolg van deze bijdrage verder focussen op de vaak gebezigde stelling dat sportbonden te weinig toegevoegde waarde creëren. Om met de deur in huis te vallen: volgens mij is het ‘echte’ probleem niet zozeer dat sportbonden te weinig toe-

gevoegde waarde creëren, maar dat veel van de toegevoegde waarde van sportbonden moeilijk zichtbaar is.

Kerntaken Bij het uitvoeren van kerntaken, zoals het organiseren van wedstrijden en competities en het uitzenden van sporters naar internationale wedstrijden, vindt binnen bonden een voortdurende botsing van belangen plaats. Belangen die in de basis tegengesteld zijn. Sporters, ouders, clubs, supporters en sponsors: allemaal willen ze dat er bij de indeling van de competitie en de uitwerking van het wedstrijdschema rekening wordt gehouden met hun wensen en belangen. Ze willen uiteindelijk allemaal dat hun team wint. Net zo goed als ze allemaal willen dat de selectie voor het vertegenwoordigende team - voor zichzelf of voor hun favoriete sporter - gunstig uitpakt. Sportbonden beoordelen en beslissen in situaties waar de belangen tegengesteld

VSF magazine

29


management van de sportfederatie ■

zijn. Dat is hun functie, dat is hun taak. De beslissingen die ze nemen, zijn in bijna alle gevallen per definitie gunstiger voor de ene partij dan voor de andere. Daar komt bij dat als beide partijen hun eigen belangen nastreven, de gemeenschappelijke belangen in gevaar komen. Want die zijn er ook. In het geval van de wedstrijdsport begint dat met de eenvoudige constatering dat sporters, clubs en supporters elkaar nodig hebben. Zonder tegenstander immers geen wedstrijd. Maar er zijn meer gemeenschappelijke belangen: duidelijke spelregels, (competente) scheidsrechters, goede sporttechnische opleidingen, competitief evenwicht en een regelmatig verloop van de competitie. Aan de top spelen verder zaken als gezamenlijke marketing, verkoop van uitzendrechten, een gedegen talentontwikkelingssysteem en een goed presterend nationaal team.

Toegevoegde waarde moeilijk zichtbaar In termen van toegevoegde waarde kun je stellen dat het met name voor de partij waarvoor een beslissing ongunstig uitpakt, moeilijk is om die beslissing als zodanig te zien. Nog lastiger ligt het met de collectieve belangen. Het is maar weinigen gegeven deze goed in beeld te hebben (en misschien kan dat, bijvoorbeeld van sporters verwikkeld in een felle competitiestrijd, ook niet altijd worden verlangd). Dat bonden bij het uitoefenen van hun kerntaken wel degelijk toegevoegde waarde creëren, wordt pas zichtbaar als die taken niet worden vervuld of worden verzaakt. Omdat het binnen een tak van sport niet lukt om zich in één onomstreden sportbond te verenigen, zoals internationaal het geval is in de bokssport, of in Nederland bij de harde vechtsporten, of omdat een ‘erkende’ bond zijn werk

30

VSF magazine

niet goed doet, zoals de Nederlandse Basketball Bond die uit financiële nood besluit om het nationale mannenteam terug te trekken uit de internationale competitie. Niet alleen de waarde die sportbonden creëren bij het uitoefenen van hun kerntaken is weinig zichtbaar. Dit geldt ook voor de toegevoegde waarde die ze realiseren door uitvoering te geven aan beleid dat wordt ontwikkeld vanuit de sportkoepel NOC*NSF en de landelijke overheid. Denk aan maatregelen tegen doping of discriminatie, preventie van seksuele intimidatie of organisatorische integratie van sporters met een lichamelijke of verstandelijke beperking. De moeilijk zichtbare toegevoegde waarde van sportbonden is lastig te financieren. Er is weinig ‘markt’ voor - niet buiten de bond, maar ook niet daarbinnen. Keer op keer moeten bonden uitleggen waarom bondsafdrachten er überhaupt zijn, laat staan dat ze met een voorstel tot verhoging komen.

Bond als boeman Bij de beslissingen die bonden uit hoofde van hun taak en functie moeten nemen, kan het er heftig aan toegaan. Mensen zijn emotioneel betrokken bij hun sport. Dit geldt voor sporters zelf, maar ook voor coaches, ouders, supporters en clubbestuurders. Voeg hier het vergrootglas van de publiciteit aan toe - aan de top, maar vanwege internet en sociale media ook steeds meer op lager niveau - en er ontstaat een cocktail waarbinnen terugkerend gedoe en een niet al te best imago haast onvermijdelijk

zijn. Een sportbond lijkt wat dit betreft op de overheid. Ook die neemt beslissingen in situaties waar de belangen tegengesteld zijn, ook die kost het vaak veel moeite haar toegevoegde waarde voor het voetlicht te brengen. Mopperen op de overheid is voor veel burgers een tweede natuur, zoals voor veel leden en betrokkenen ‘de’ bond altijd de boeman zal zijn.

Gewoon doorgaan Natuurlijk moeten sportbonden keer op keer blijven uitleggen dat ze wel degelijk toegevoegde waarde creëren. Het zou mooi zijn als ze daar af en toe hulp bij kregen van vooraanstaande topsporters, coaches en clubbestuurders. En het zou verstandig zijn als ze daar ook professionele hulp bij inschakelen. Maar dan wel van communicatiedeskundigen die inzicht hebben in de ‘raison d’être’ van sportbonden, in de essentiële taken en functie die ze vervullen, want gelikte maar oppervlakkige imagocampagnes zetten geen zoden aan de dijk. Ten slotte doen sportbonden er goed aan zich te blijven realiseren dat gedoe en gemopper inherent zijn aan wat ze zijn en wat ze doen. Ze moeten beseffen dat ze het per definitie nooit voor iedereen (even) goed kunnen doen. Dat geeft rust, voorkomt frustraties en nodeloos verspilde energie. Energie die beter ingezet kan worden om de toegevoegde waarde toch vooral ook zo veel mogelijk zichtbaar te maken. Gewoon, door kerntaken goed uit te voeren en te blijven innoveren in bedrijfsvoering, producten en diensten. ■

Auteursbeschrijving Voormalig ijshockeyinternational Henk Hille was van 1997 tot 2008 directeur van de Nederlandse IJshockey Bond. Tegenwoordig is hij docent en lid van de kenniskring van de opleiding Sport, Management en Ondernemen aan de Hogeschool van Amsterdam.


Op sportief vlak heeft u het talent, de behendigheid en het doorzettingsvermogen. Maar hoe overwint u als topsporter, sportclub of –federatie uw fiscaal-juridische uitdagingen? Laat u bijstaan door het KPMG Sportpraktijk team. Als partner van de VSF, begeleiden onze professionals u met fiscaal en accountancy advies ook financieel naar een topprestatie! Uw contact: Pieter De Ranter + 32 3 821 19 50 pderanter@kpmg.com

kpmg.be

VSF magazine

© 2013 KPMG Belastingconsulenten en Juridische Adviseurs, een Belgische burgerlijke CVBA en lid van het KPMG netwerk van zelfstandige ondernemingen die verbonden zijn met KPMG International Cooperative (“KPMG International”), een Zwitserse entiteit. Alle rechten voorbehouden. Gedrukt in België.

Full press of counter?

31


Als u zorgt voor het verbeteren van uw persoonlijk record... ...dan zorgt arena voor de rest. Sinds jaar en dag is arena vooraanstaand verzekeringspartner van talloze sportfederaties. Zo kan u gerust zijn dat u zelfs bij het beoefenen van uw favoriete sport kan rekenen op de steun van een deskundig team op die momenten dat het minder goed gaat. Voor meer inlichtingen en advies surf naar www.arena-nv.be.


VSF magazine 3 - 2013  

Driemaandelijks tijdschrift van de Vlaamse Sportfederatie vzw - nummer 3 - 2013

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you