Page 31

DE GAAI EN

DE POES

je triest. Te mooi mag ik me dus nu ook weer niet maken. Als vlinder zit je bovendien opgescheept met al die ontwikkelingsstadia en de lastige overgangen die erbij horen. De weg van ei, naar rups, naar pop, om dan uiteindelijk pas een vlinder te worden is toch wel een hele lange en lastige omweg. Ook het feit dat je als ongewervelde uit je vel moet kruipen om te groeien, vind ik persoonlijk nogal luguber. Ik kies toch best voor een lichtgewicht ruggengraat zodat mijn huid mijn lichaam niet moet dragen, en rustig kan meegroeien. Neen, ik moet echt al die rompslomp van de ongewervelden vermijden.

wereld nog eens zo ruim en interessant. Met die beperkte afmetingen kan ik dan ten volle tussen mijn pas ontdekte lieverds, de insecten en andere kleine wezens, gaan leven. Ik pomp nu mijn vleugels op en droog ze in de zon. Mijn vlucht kan beginnen. Ver weg over de heuvels vind ik wel een koel en veilig plekje waar de mens me niet vlug kan vinden en de natuur me hopelijk aanvaardt. Want een uiterst zeldzaam specimen ben ik ondertussen op deze hete zomerdag wel geworden. Een gretig gewild studieobject voor de natuurvorsers en de wetenschap. Een nog te ontdekken en uiterst zeldzame Lipitorae heliosis (gewervelde) die met uitsterven wordt bedreigd. Althans voorlopig, want wie weet welke vriendinnen ik nog allemaal in die boeiende en nog onbekende dierenwereld ontmoet.

Nu denkt iedere ornitholoog wellicht, waarom maakt hij het zichzelf zo moeilijk en wordt hij niet gewoon een vogel. Bovendien is de vogel ook een dier dat wat hoger op de natuurlijke ladder neerstrijkt en zo op een langer leven kan neerkijken. “Waarom word je bijvoorbeeld geen meeuw” hoor ik de vogelliefhebber zeggen. “Die kan bovendien ook nog zwemmen en wordt niet zoals een eend bejaagd, omdat meeuwenvlees en spieren te taai voor de menselijke consumptie uitvallen”.

Niet van de poes! Jacques Dejans

Op het eerste gezicht volg ik die redenering wel, maar ik moet dan wel iets kunnen vastgrijpen, want met je bek alles opnemen, vind ik echt wel onhygiënisch. Zo’n attribuut is ook niet praktisch als je nog wat anders wil dan eten. En aan een of andere pikorde heb ikzelf nooit willen deelnemen. Anderzijds ben je met dat stel peddels aan je poten ook niet de handigste thuis. Neen ik wil minstens twee extra ledematen met grijpers. Een soort hand lijkt me toch onmisbaar. Dat grijporgaan op de vleugeltippen aanbrengen, zou ook nog kunnen, maar dan belemmeren die pluimen het zicht op hetgeen je doet. Dus ik trek nu mijn poten, twee paar vleugels en een stel armen met handen, lange vingers en duimen aan.

S

inds enkele lentes kiest een koppel Gaaien voor een nest hoog in een berk achteraan de tuin, waar muren en twee loslopende loebassen van woefwoefs van de buren de katten op een veilige afstand houden. Nochtans hoorde men laatst regelmatig luid miauwen en zat warempel een ? poes bovenop een muur. Toch miauw... ware het verkeerd geweest om deze observatie te homologeren, Foto want nader : Paul Vandenbulcke CD-ornithologisch onderzoek bracht aan het licht dat het miauwen niet door het katje, maar wel degelijk door onze liefhebber van okkernoten werd voortgebracht!

De pluimen gooi ik aan de kant. Ze zijn me te lastig. Zeker nu ik met de staart in de wind sta, vind ik het gênant. En het feit dat meeuwen telkens hun kop naar de wind moeten keren om wat comfortabel te rusten, lijkt me trouwens nogal riskant. Je weet immers maar nooit wie je benedenwinds en langs achter in stilte nadert en grijpt. Dus geen pluimen, maar iets rubberachtigs wordt het, zoals het vel van een zeehond met vleugels van het fijnste leder, wat de vleermuis ook in huis heeft.

Het vermoeden is dus niet denkbeeldig dat het poesje aangetrokken werd door het miauwen van de Gaai. Trouwens, de ‘oe oe’ roep van Willy Aelvoet kan toch ook een Bosuil ‘op het verkeerde been zetten’!

Ik weet, beste lezer, dat ik stilaan op een nieuwe soort ‘Batman’ in het leder en met zwemvliezen begin te lijken, maar wil me daar toch absoluut niet mee vereenzelvigen. En bovendien blijf ik volgens mijn eerste gedacht toch liever maar zo groot als een uit de kluiten gewassen insect. Dan wordt de

Of bezorgt onze Gaai alweer een taalprobleem met de ‘paarde(n)bloemregel’ erbovenop: dan moeten we straks nog spreken van ‘op den verkeerden poot zetten’!

27

Meander jul-aug-sep 2008

Meander 2008-3  

6de jaargang nr. 3 jul-aug-sep 2008, driemaandelijks tijdschrift van Natuurpunt regio Vlaamse Ardennen plus

Advertisement