Page 1

DOORBRAAK v r i j m o e d i g

juli 2010 - 7

m a a n d b l a d

De pastoor is paus in zijn parochie Snel weer naar de stembus? Gezondheidszorg, normen en waarden

Schrijft De Wever zelf geschiedenis? Afgiftekantoor 8000 Brugge • V.U. Pieter Bauwens M. De Smetstraat 12 9308 Hofstade • Redactieadres: Passendalestraat 1A 2600 Berchem • www.doorbraak.org


advertentie

Spraakmakers met een duidelijke visie voor Vlaanderen … 4e druk

Een gezondheidsbulletin van de Belgische economie anno . Met concrete en moedige beleidsvoorstellen.

2e d r u k

De meest besproken politieke strategie van de jongste decennia!

Pittige kritieken op het politiek en cultureel correcte denken.

TE KOOP IN DE BOEKHANDEL OF BIJ

… en voor onze economie

UITGEVERIJ PELCKM ANS www.pelckmans.be

_2010_Doorbraak.indd 1

80 jaar comfort en veiligheid.

20/05/10 14

advertentie

advertentie

Taxi - Minibus - Ceremonie - Zakenvervoer - Luchthavenservice

WWW.ANTWERP-TAX.BE 80 JAAR ANTWERP-T ANTWERP-TAX

182_90.indd 1

03 238 38 38 9/22/09 11:24:06 AM


Stunten of kantelen? Pieter Bauwens Op 24 november 1991 sloeg het Vlaams Blok een bres in de basis van de socialistische partij. De dag werd gearchiveerd als zwarte zondag. 13 juni 2010 sloeg zwart-gele zondag een bres in de christendemocratie. De geschiedenis zal moeten uitwijzen of de grote overwinning van de N-VA een stunt dan wel een kantelmoment in de geschiedenis was. Heeft de N-VA de neo-conservatieve onderstroom in de samenleving opgepikt ten nadele van de CD&V? Feit is dat de CD&V zich meer en meer bewust wordt van de ernst van de situatie en verdeeld reageert. Als je jezelf al te zeer als staatsdragend opstelt en dat staatsdragende als het kenmerk van je partij opvoert, verwatert het profiel zodanig dat je geen kiezers meer aantrekt.

Het probleem van de CD&V is dat de N-VA een partij is met een vergelijkbare ideologie maar met een surplus aan profiel en een kopman die dat goed kan verwoorden. De CD&V-tactiek was: de kiezer bang maken voor het separatistische profiel van de N-VA. Herinner u de vraag van Marianne Thyssen op het CD&V-congres over wat de N-VA nu wil: separatisme of België behouden. Die vraag kwam na een interne peiling waarin de N-VA meer dan 20 % haalde. Het bleek ijdele CD&V-hoop. Blijkbaar is de kiezer niet bang van separatistische partijen. Ondertussen stemt 45 % van de Vlaamse kiezers op een partij die separatistisch is of het separatisme niet schuwt. En dan laten we de Vlaamse confederalistische partijen buiten beschouwing. Na dit historisch diepterecord is de vraag welke weg de CD&V nu zal opgaan? De kant van het ACW&V of durven ze toch te kiezen voor Vlaanderen? En die vraag geldt voor de drie traditionele partijen: quo vadis? Dit zijn ook de tweede federale verkiezingen op rij waar Vlaanderen en Wallonië een compleet tegengestelde uitslag lieten optekenen. Een overwinning van de PS, dé staatsbehoudende partij van Wallonië, tegenover de roep om verandering in Vlaanderen. De vraag om besparingen in Vlaanderen tegenover de zeven miljard euro extra uitgaven van de PS in Wallonië. De vraag is hoe dat kan worden verzoend. Met een laks uitgavenbeleid als pasmunt voor een staatshervorming zal Bart De Wever in Vlaanderen ook niet zomaar wegkomen. Eens te meer is duidelijk dat de Belgische regeringsonderhandelingen twee democratieën moeten verzoenen en dat met zeker vier tot zes partijen aan tafel. Met de woorden van Karel De Gucht: het wordt een diplomatieke conferentie.

participationisme uit de as herrezen? Het moet zeker in een andere context worden geplaatst nu een V-partij de grootste van het land is. We kunnen alleen maar hopen dat De Wever, als historicus, lessen trekt uit het verleden. Het participationisme verdeelt de V-partijen. De geschiedenis zal de valse profeten van de echte moeten scheiden. Vraag is ook hoe de Vlaamse regering zich zal opstellen tegenover de bevoegdheidsoverschrijdingen van de federale regering. Want die zullen niet stoppen, ze zitten in het systeem ingebakken. En kan het nu voor eens en altijd worden afgesproken dat de Franstalige gemeenschap geen bevoegdheden kan uitoefenen op Vlaams grondgebied? We leggen de lat misschien hoog, maar het respect voor elkaars grenzen moet nu toch wel duidelijk worden uitgesproken. De Belgische politiek zou er al wat smakelijker uitzien zonder die geopolitieke spelletjes van corridors, inschrijvingsrechten, inspecties in het onderwijs ...

Ten slotte is het verwonderlijk hoe een gewoonte de zeden beïnvloedt. Na de verkiezingen ontvangt de koning alle partijvoorzitters. Zelfs Modrikamen met één (door het spel der apparentering toevallige) verkozene in het federaal Parlement. Alle zegt u? Neen. Het Vlaams Belang was niet gevraagd. Geen haan heeft ernaar gekraaid. Ook in de media worden daarover geen vragen gesteld. Maar de koning doet hiermee al jaren aan politiek en dat is ondemocratisch. En dat het Vlaams Belang niet op die uitnodiging zou ingaan is geen argument om deze partij niet te vragen. Als verkozenen van het volk hebben ze recht op een uitnodiging en ook het recht die te weigeren. Wanneer zien ze ook eens aan het hof in dat heel dat middeleeuwse protocol zijn tijd heeft gehad? Verkozen is verkozen en daar heeft zeker de vorst zich aan te houden.

Participationisme De overwinning van de N-VA doet nog een aantal vragen rijzen. Vorig jaar nog in de 11-julitoespraken stelde Bart De Wever grote vraagtekens bij het participationisme (het deelnemen aan de Belgische macht om stappen vooruit te zetten in een staatshervorming). Is het

juli 2010

Doorbraak

3


Jaak Gabriels (Open Vld) in Knack, 23 juni: ‘Als je alle man-

datarissen optelt die ooit bij de VU hebben gezeten, dan vormen die vandaag een enorm grote fractie.’ Tom Lanoye in HP/De Tijd,

dreigt te worden is misplaatst. Kosovo’s bbp bedraagt 3 miljard dollar. (...) Als je enkel de cijfers van Vlaanderen neemt, zijn wij eerder het Denemarken aan de Noordzee: hetzelfde bbp, zowel in zijn totaliteit als per hoofd van de bevolking.’

21 mei: ‘Ik sta er niet om te springen,

maar ik denk dat België gesplitst wordt en dat er een republiek Vlaanderen komt. [...] Kijk naar Tsjechië en Slowakije; die zijn ook met zachte klap en zonder burgeroorlog uit elkaar gegaan.’ Rudy De Leeuw (ABVV) in De Morgen, 4 juni: ‘Als men bij een

ondoordachte splitsing aan de fundamentele principes van de sociale zekerheid raakt, aan het sociaal overleg of aan het arbeidsrecht, dan zullen wij die regionalisering fel bestrijden.’

Geert van Istendael op nos. nl, 3 juni: ‘België is een remedie

tegen de vaderlandsliefde. Áls de Belg al liefde koestert voor zijn vaderland, dan is die praktisch van aard. België is het enige land dat ik ken waar de nationale driekleur is aangebracht op de dweilen.’ Hugo De Ridder in Humo,

blokkeert. BHV is het gevolg van een land dat zichzelf blokkeert.’

juni: ‘Elk haalbaar compromis tussen Vlamingen en Franstaligen zal moeten steunen op twee pijlers. Eén: erkenning van en respect voor elkaars grondgebied. Twee: de sociale zekerheid moet federaal blijven. Dat is de dubbele sleutel, denk ik. Noem het dan uitgerijpt federalisme of confederalisme op z’n Vlaams. Mij om het even.’

Steve Stevaert (sp.a) in De

David Rennie (The Economist)

Standaard, 5 juni: ‘Het moet po-

in De Morgen, 8 juni: ‘België is het levende bewijs van de culturele kloof tussen Noord- en Zuid-Europa die het alsmaar moeilijker maakt om een economische en politieke unie met grootschalige transfers van welvaart van Noord naar Zuid tot stand te brengen.’

André Oosterlinck (ex-rector KU Leuven) in De Morgen, 2 juni: ‘Het is niet zo dat BHV het land

litiek opgelost worden, met de Franstaligen aan tafel. Men zegt trouwens dat de Walen romantici zijn. Wel, ik heb de indruk dat de Vlamingen veel meer de Latijnse onderhandelaars zijn, terwijl ze aan de andere kant gewoon zitten te tellen.’

1

Jean Quatremer (Libération) Miet Smet (CD&V) in De Stan-

in De Morgen, 9 juni: ‘Beetje bij

daard, 26 juni: ‘Die communau-

beetje heeft België opgehouden een staat in de klassieke betekenis van het woord te zijn; In de voorbije veertig jaar heeft men alles gesplitst wat gesplitst kon worden, zodat er nu twee landen zijn in plaats van één.’

taire onderhandelingen zouden de laatste jaren bij niemand van geen enkele partij ook maar enige kans op slagen hebben gehad. De Franstaligen waren er niet klaar voor. Net zomin als de N-VA er klaar voor was.’

Mark Eyskens (CD&V) in Het Louis Verbeke (Vlerick Gent

Laatste Nieuws, 26 juni: ‘Of-

Leuven Management School)

wel kiest CD&V nu voor de toekomst, ofwel worden we een soort N-VA Light. Bij dat laatste dreigt de verdamping of erger nog: de Endlösung.’

in Trends, 3 juni: ‘Mark Eyskens’

uitspraak dat een onafhankelijk Vlaanderen het Kosovo van West-Europa

4

De Gordel bestaat dit jaar dertig jaar. Dat wordt onder meer gevierd met de publicatie van een boek waarin die drie decennia worden belicht met vooral veel fotomateriaal. Volgens Carla Galle van organisator Bloso bezetten Eric en Herman Van Rompuy een prominente plaats in het boek omdat ze er elk jaar bij waren. Galle vindt dat de broers als symbool kunnen doorgaan voor De Gordel. Misschien wordt het wel de laatste keer dat er rond de Brusselse agglomeratie wordt gewandeld en gefietst. Veel zal afhangen van de evolutie in het dossier BHV. Als de kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde gesplitst geraakt, is de opdracht voor de initiatiefnemers van Bloso volbracht en kan in schoonheid worden geëindigd. In een brief aan alle mandatarissen van de vereniging meldde minister van Zelfstandigen Sabine Laruelle (MR) dat ze een strafklacht overweegt tegen de feitelijke vereniging van Vlaamse architecten. De Vlaamse poot van de Orde van Architecten werd in 2003 opgericht maar was slechts een feitelijke vereniging. In

2009 was een overgrote meerderheid (bijna negentig procent) van de Vlaamse leden te vinden voor een autonome Vlaamse raad. Als reactie draaide Laruelle de geldkraan voor de nationale orde dicht, waarop de Vlamingen naar de Raad van State trokken om deze beslissing te laten schorsen. Laruelle slaat nu terug met de dreiging naar het gerecht te stappen. Inmiddels gaan steeds meer stemmen op om het conflict te omzeilen door de structuur van de orde aan te passen. Er zouden twee autonome raden komen in Vlaanderen en Wallonië met daar bovenop nog een klein nationaal niveau om onder meer internationale dossiers te behartigen. In tegenstelling tot de RTBf heeft de Vlaamse openbare omroep zich niet laten verleiden partner te worden van het tweede Belgavox. Vorig jaar had het feit dat de VRT dit evenement sponsorde voor een politiek rel gezorgd. Geert Bourgeois vond het als minister van Media niet kunnen omdat de VRT zich moet onthouden van elke politieke stellingname. Met

1 891 106 De intussen al door iedereen als historisch uitgeroepen verkiezingen van 13 juni leverden voor de V-partijen in de Senaat exact 1 891 106 stemmen op. N-VA was goed voor 1 268 780 stemmen of bijna 32 procent van het totaal in Vlaanderen. Vlaams Belang (491 537 stemmen) bekoort nog ruim 12 procent van de Vlaamse kiezers en LDD (130 779 stemmen) vertegenwoordigt iets meer dan 3 procent. Samen zijn die drie partijen goed voor ruim 47 procent van de stemmen. Dat komt aardig in de buurt van de 51 procent die onder meer door de Vlaamse Volksbeweging als een beslissend kantelpunt wordt gezien.

[] www.verkiezingen2010.belgium.be/nl/

Doorbraak

juli 2010


de medewerking aan een initiatief dat de Belgische identiteit wil versterken kon de minister niet akkoord gaan. Voor de tweede editie van Belgavox luidde het bij de VRT dat het evenement toch een bepaald statement inhield. Daarom werd het niet gesteund.

bundelen tot een boek. Het resultaat van dat (nachtelijk) gezwoeg was donderdagmiddag, 16 juni, in de handel beschikbaar voor de schappelijke prijs van 6,95 euro. Uitgeverij Borgerhoff & Lamberigts hielp mee dit stuntwerkje te verwezenlijken.

Tijdens politieke debatten op de VRT mag er voortaan enkel nog worden geapplaudisseerd bij het begin en het einde van de uitzending. Die beslissing is genomen om de objectiviteit en neutraliteit te bewaren. Rechtstreekse aanleiding was het grote debat dat de VRT in de aanloop naar de verkiezingen had georganiseerd met alle kopstukken van de Vlaamse partijen. Sommige deelnemers aan het debat kregen regelmatig een goedkeurend gemompel of applaus van aanwezige supporters. Anderen, zoals Marianne Thyssen, kregen afkeurende reacties. Het fenomeen was geen alleenstaand feit bij de openbare omroep. Ook bij de VTM werd het grote verkiezingsdebat gekleurd door reacties uit het publiek. Rijst nu de vraag hoe de VRT dat applaus in goede banen zal kunnen leiden. Zeker tijdens uitzendingen die rechtstreeks worden uitgezonden, is het publiek moeilijk in toom te houden. Als het publiek enkel behang mag zijn, moeten ze het misschien maar meteen zonder doen.

Het Aktiekomitee Vlaamse Sociale Zekerheid vergeleek de partijprogramma’s van de Vlaamse partijen en stelde de studiediensten zeven vragen. Op de vraag ‘Wat is het algemene standpunt van uw partij met betrekking tot de staatshervorming?’ zegt de CD&V voorstander te zijn van een confederaal model, met zwaartepunt bij de deelstaten en de vijf resoluties van het Vlaams Parlement als referentiekader. Open Vld wil meer autonomie voor Vlaanderen en een sterkere federale overheid. Voor N-VA moet het een onafhankelijk Vlaanderen als lidstaat van de Europese Unie

worden. Groen! wil een grondige hervorming naar een modern en constructief federalisme en LDD een zelfstandig Vlaanderen als lidstaat van een Belgische confederatie. Vlaams Belang ten slotte gaat voor een volledig soevereine Vlaamse republiek, met inbegrip van Brussel. De sp.a werkte niet mee aan deze enquête. Alle resultaten en details zijn te vinden op de webstek www.akvsz.org Het gros van de Vlaamse pers staarde zich blind op de opgeklopte euforie van Belgavox en hanteerde in de verslagen gul het wierookvat. Iemand moet in een moment van zinsverbijstering hebben geopperd dat er 40 000 aanwezigen waren. Ter vergelijking: dat is zoveel als anderhalve keer een uitverkocht Brugs Jan Breydelstadion. Wie de televisiebeelden zag, vroeg zich terecht af waar die allemaal hadden gestaan.

Bij Vlaamse Brusselaars circuleerden cijfers rond de 2000. Een hemelsbreed verschil maar allicht veel dichter bij de realiteit. Van al wie vorig jaar door een rechtbank is veroordeeld tot een boete, weigerde 64 procent te betalen. Dat blijkt uit cijfers van het ministerie van Financiën opgevraagd door Sabien Lahaye-Battheu (Open Vld). De verschillen tussen noord en zuid zijn opmerkelijk. In het Franstalige landsgedeelte werd in 2009 liefst 72 procent van de boetes niet betaald. In Vlaanderen was dat 44 procent. De slechtste betalers in Vlaanderen wonen in de arrondissementen Brugge, Oudenaarde en Kortrijk. In Wallonië scoren Luik, Charleroi en Namen slecht maar het record is voor het arrondissement Aarlen waar 98 procent van de boetes ongeïnd bleef.

Het zal allicht geen wereldrecord zijn maar het blijft straffe kost. VRT-journalist Michaël Van Droogenbroeck slaagde erin om vier dagen na de verkiezingen al een boek klaar te hebben. Onder de titel Kan De Wever wat Leterme niet kon? bundelt de auteur in 65 bladzijden analyses, commentaren en citaten van en over de jongste verkiezingen. Zoals bijna alle VRT-journalisten werd Van Droogenbroeck ingeschakeld in de programma’s rond de verkiezingen. Tussendoor vond hij toch nog de tijd om de nodige informatie te sprokkelen en die in een wedloop tegen de tijd te

juli 2010

Doorbraak

5


Kiezer zorgt voor Copernicaanse omwenteling

De ongemakkelijke overwinning De overwinning van de N-VA sloeg vriend en vijand met verstomming. De zege was ongezien, maar zette de partij allerminst in een zetel. De wolfijzers en schietgeweren liggen ruim verspreid op het pad dat de partij moet bewandelen.

[Foto © Reporters]

Peter De Roover

Winnaar met kopzorgen.

De Wever staat voor evolutie, niet voor revolutie. Onvermoeibaar bleef hij het herhalen, tot op een persconferentie voor de buitenlandse pers toe. De kiezer is hem niet gevolgd, want wat op 13 juni in de stembus gebeurde, heeft alles van een revolutie. De N-VA werd tijdens de aanslepende regeringsonderhandelingen in 2007 en 2008 nog de staart genoemd die met de CD&V-hond kwispelde. Alles, De Wever incluis, draaide rond Leterme, maar de kiezer zorgde voor een revolutie. Het Letermocentrische wereldbeeld werd vervangen door de Weverocentrische realiteit. Kris Peeters vraagt een Copernicaanse omwenteling. De kiezer heeft er een bezorgd. Staat binnenkort weer een politicoloog op die zal berekenen dat de kiezer niet werd gemotiveerd door Vlaamsvoelendheid, zoals bij voorgaande verkiezingen steevast werd beweerd? Dat verhaal wordt nu echt moeilijk verkoopbaar en daarom nu wat aangepast. De N-VA-kiezer

6

is in meerderheid geen voorstander van een onafhankelijk Vlaanderen. Zal zeker kloppen, maar of die kiezer nog veel wakker ligt van het lot van België mag worden betwijfeld. Men kan geen hele campagne lang waarschuwen voor de omfloerste separatisten en daarna beweren dat de kiezer, die toch voor die partij koos, tot elke prijs vasthoudt aan België.

Misschien kunnen de verliezers het argument inroepen dat de verkiezingen ongrondwettig waren en in het parlement zichzelf ongeldig verklaren. Je weet maar nooit hoe ver de creativiteit van katten in het nauw gaat. Het feit blijft dat het nieuwe parlement niet volgens de spelregels werd samengesteld, maar blijkbaar malen weinigen daar over in dit land. Als we de verkiezingsresultaten over een wat langere termijn bekijken, blijft de stelling dat het een accident de parcours zou betreffen

Doorbraak

niet overeind. De christendemocraten wonnen in 1958 zowat 57 % van de stemmen in Vlaanderen, zakten tien jaar later naar 38 %, kenden in 1978 een opflakkering met Tindemans tot 42 %, gleden weg naar 32 % in 1987, kwamen op een dieptepunt in 1999 met 23 % om daar in 2010 nog diep onder te zakken met zowat 17 %. Ook de Vlaamse socialisten zaten nooit dichter bij de kiesdrempel. In 1958 stemde nog 30 % van de Vlamingen rood, in 1991 was dat geen 20  % meer. Stevaert krikte de partij weer op naar ruim 24 % in 2003 en vandaag zit de sp.a onder de 15 %. De liberalen schommelen traditioneel veel meer dan de twee andere klassieke partijen. Maar in 2003 tilde Verhofstadt zijn VLD boven de 25 %; nu schiet daar geen 14 % meer van over. Het Vlaams Blok tikte in 2004 (Vlaamse verkiezingen) af op iets meer dan 24 % en houdt daar nu als Vlaams Belang nog iets meer dan de helft van over. De cijfers spreken boekdelen en werden in de pers al van alle zijden belicht.

Als de neergang van de klassieke partijen op 13 juni slechts een versterking inhield van een tendens die al decennia aan de gang is, dan wil dat niet zeggen dat N-VA nu voor eeuwig en drie dagen bovenaan de tabel met verkiezingsuitslagen mag worden gebeiteld. Eén overwinning is geen overwinning. De Wever behaalde met z’n 785 776 voorkeurstemmen een immens succes, dat relatief nog groter is dan de 796 521 die Leterme drie jaar eerder kon verzamelen. In 2010 werden minder stemmen uitgebracht, zodat De Wever nu aan 19,63 % van de Nederlandstalige kiescollege komt, tegen 19,49 % voor Leterme in

juli 2010


Dat brengt ons meteen tot een eerste zwakte van de N-VA. Achter De Wever gaapt een diepe kloof. Sommigen noemen de N-VA een eenmanspartij. Wie na De Wever het partijheft in handen moet nemen, erft een meer dan vergiftigd geschenk. Toch willen tegenstanders het belang van de kopman graag nog overschatten. Dat N-VA voor de Senaat (mét De Wever) zo’n 4  % beter scoort dan voor de Kamer (zonder de big chief) relativeert het eenmanspartijverhaal. Die spanning is niet verstikkend groot, noch uitzonderlijk. Mensen als Bracke, Jambon of Brepoels zetten een meer dan uitstekend persoonlijk resultaat neer. In tegenstelling tot Wilders of Fortuyn in Nederland of Dedecker in onze contreien, staat het N-VA-huis wel op een stevige ondergrond van decennia Vlaams-nationale partijpolitieke traditie.

Uit alle onderzoek blijkt dat de N-VA van zowat alle partijen stemmen kon winnen. Wie deelnam aan De Stemtest kwam uit op N-VA of kreeg N-VA op de tweede plaats gerangschikt. We maken er een beetje een karikatuur van, maar die verduidelijkt het beeld. Er zit dus nog rek op. De N-VA wist zich maatschappelijk zo te positioneren dat ze naadloos de brede Vlaamse Christelijke Volkspartij kan zijn, zonder de overbodig geworden C in de naam. Dat ramen en deuren ver openstaan voor nieuwkomers, is interessant voor de partij. Maar langs diezelfde deuren en vensters kunnen de aanwinsten ook snel weer verdwijnen.

In het zenuwcentrum van de generale staf van de N-VA wordt de partij centraal gesitueerd op de politieke landkaart met aan de noordzijde CD&V en Open Vld, aan de zuidgrens Vlaams Belang en Lijst Dedecker, met voor de kust de eilanden sp.a en Groen! Je merkt dat De Wever gek is op het strategische spel Risk. Als de partij doordringt op de noordflank, dreigt ze haar

juli 2010

defensie aan het zuidfront te verzwakken, zo prikken de N-VA-generaals speldenkopjes op de kaart. Dat de partij nu diep in alle aangrenzende gebieden kon penetreren en zelfs enkele succesvolle raids kon plaatsen op enkele eilanden, maakt het front nu wel erg breed. Het is een sterkte en een zwakte dat de N-VA nog dieper kan doordrukken in de vijandelijke gelederen, maar tegelijkertijd meer grensgebied te verdedigen heeft.

Een snelle scheut van een plant, is niet altijd de stevigste en erg kwetsbaar voor zelfs lichte nachtvorst. De partij stuurt 27 mensen naar de Kamer. Daarvan hebben er vijf kamerervaring (van maximaal drie jaar), één zat in het Vlaams parlement (één jaar), mogelijk aangevuld met één uit het Europees parlement en liefst twintig nieuwelingen, waarvan sommigen een gps nodig hebben om zelfs maar de weg naar het parlement te vinden. Stel dat de partij in de regering stapt, dan moeten uit die pot een drietal ministers, één fractieleider, een voorzitter of ondervoorzitter en quaestor van de Kamer en enkele commissievoorzitters worden gehaald. Het kan bijzonder verfrissend zijn dat mensen uit het gewone leven naar de Kamer trekken en een stevige groep N-VA-nieuwelingen lijkt over de juiste troeven te beschikken om de weg in de politiek te vinden. Maar het gaat ook over een vak dat moet worden geleerd. En dan dient ook leergeld betaald. Erger nog is de schraalheid van de omkadering. De N-VA beschikt over geen lijnen naar de administratie, kan niet terugvallen op een haar genegen middenveld, bestaat niet in het brede veld van politiek benoemde topfiguren uit overheidsbedrijven. De bureaucraten worden niet aangesteld door het kiespubliek en één sterke verkiezingsuitslag kan decennia achterstand in politieke benoemingen niet wegvegen. Dan wordt het moeilijk kersen eten met de ‘grote’ jongens en meisjes uit het politieke establishment.

En boven alles moet de N-VA zich staande houden in een milieu waar zowat iedereen slechts één doel voor ogen houdt: De Wever en zijn troepen zo snel mogelijk op de bek laten gaan.

Doorbraak

De messen worden gescherpt, want er moet een heel zware rekening worden vereffend. Als N-VA zich bij de volgende stembusslag kan handhaven of zelfs nog groeien, dan verankert de partij zich definitief in het zenuwcentrum van de politieke macht. De politieke concurrenten, ook en wellicht vooral die in Vlaanderen, willen dat tot elke prijs vermijden. Vandaar de ‘vriendelijke’ suggesties van Marianne Thyssen of Patrick Janssens dat De Wever premier moet worden. Bij CD&V weten ze hoe zeer een moeilijk premierschap de aanhang kan doen eroderen. [Foto © Reporters]

2007. Dat was ruim 7 % meer dan zijn eerste ‘concurrent’ Verhofstadt. Na De Wever volgt voor Vlaanderen Marianne Thyssen, met een achterstand van liefst 11,5  %. Leterme won van z’n concurrenten, De Wever had er geen.

De kiezer deed haar doek vallen.

Zo komen we bij CD&V. Zonder twijfel dé verliezer van de dag en de stuurloosheid is er totaal. Dat Marianne Thyssen de handdoek in de ring gooit, was even voorspelbaar als onvermijdelijk. Ze heeft gespeeld en zwaar verloren. Best sympathiek van partijgenoten om haar in bescherming te nemen, maar er was geen alternatief voor haar ontslag. Thyssen voerde een campagne die uitgesproken belgicistisch klonk. Het was lang geleden dat CD&V zich nog zo tricolore had opgesteld. Dat leidde tot een debacle, waar Thyssen wel degelijk de verantwoordelijkheid voor moest opnemen. De steunbetuigingen aan haar adres waren niet zozeer pleidooien om haar als voorzitter te handhaven, dan wel min of meer omfloerste aanvallen op Leterme. Want hij heeft

7


de partij in deze dramatische situatie gemanoeuvreerd. Thyssen koos de verkeerde

Op 13 juni ging het om Belgische verkiezingen en dus speelt de overzijde van de taalgrens ook mee. Spijtig overigens. We staan voor aartsmoeilijke regeringsonderhandelingen, terwijl de uitspraak van de kiezers boven en onder die taalgrens overduidelijk was. Verkozen we op 13 juni een Vlaams en een Waals parlement, dan waren de regeringen wellicht al gevormd. Het is pas op Belgisch niveau dat we voor gigantische problemen staan. De PS deed het meer dan uitstekend. In 2007 was het de beurt aan de Franstaligen om een historisch resultaat neer te zetten. De liberale MR duwde de PS naar de tweede plaats, maar de partij van Di Rupo maakte dat misstapje meer dan goed. Met een winst van ruim 8  % blijft de PS niet zo ver af van 38 %. Het is van 1991 (38 %) en zeker 1987 (41 %) geleden dat zo’n astronomische hoogtes werden bereikt. Als we de politieke landkaarten van Vlaanderen en Wallonië vergelijken, verrast toch dat de N-VA zowaar dominanter lijkt dan de PS. In WestVlaanderen blijft CD&V in het zuiden de nummer één, maar voor de rest verstoren slechts enkele vlekken het overheersende geel. In Wallonië gaat heel Waals-Brabant naar de MR, net zoals een brede oostrand van Namen en Luik. CdH blijft het centrum van Luxemburg beheersen. In haar burchten speelt de PS dan weer de hele concurrentie in de marginaliteit. Het electorale verschil tussen Vlaanderen

8

De Vlaamsgezinde vleugel van CD&V werd het grootste slachtoffer van het zetelverlies. Tony Van Parijs bedankte voor de verkiezingen, Michel Doomst, Hugo Vandenberghe, Mia De Schamphelaere en Pol Van Den Driessche verloren hun zetel. Het ACW-gewicht lijkt relatief toegenomen, maar hoeveel interesse heeft de christelijke arbeidersbeweging voor zware invloed in een partij die zelf nog amper gewicht in de weegschaal werpt? Na de kaalslag blijft Kris Peeters over als enige

en Wallonië was nooit groter. Dat Vlaanderen rechts stemt en Wallonië links, is geen nieuws en al een feit sedert de 19de eeuw. Maar Vlaanderen koos vroeger ook braaf voor de traditionele marktleider. Nu stemt Vlaanderen uitdrukkelijk Vlaams, Wallonië Belgisch. In Vlaanderen domineert vandaag een nieuwe kracht, die vooral succes boekt met haar verzet tegen de bestaande verhoudingen. In WalHoe rood wordt het strikje rond het regeerakkoord?

[Foto © Reporters]

[Foto © Reporters]

Geeft Peeters CD&V nieuw Vlaams bloed?

strategie, maar Leterme zorgde er voor dat ze met onspeelbaar slechte kaarten aan het spel moest deelnemen.

Doorbraak

onbetwiste sterkhouder (Leterme bleef nog wat electoraal overeind maar is allerminst onbetwist) en bij zijn bezoek aan informateur De Wever maakte hij duidelijk dat hij de Vlaamse kaart wil spelen. De lijn-Thyssen werd weggestemd en daarmee, mogen we hopen, de oude rotten Dehaene, Eyskens of Martens. Maar ook CD&V moet rekenen op serieuze misstappen van N-VA vooraleer een stukje van het verloren terrein weer kan worden teruggewonnen. Vlaanderen is te klein om een sterke CD&V én een sterke N-VA te herbergen. Tussen beide partijen bestaat geen win-win-situatie. De ene kan maar groeien ten koste van de andere. De strijd tussen beide partijen heeft alles van een Shakespeariaans drama: to be or not to be.

lonië keren de kiezers massaal terug naar de oude machtspartij, die zich nadrukkelijk aandient als verdediger van het status quo. De PS blijkt vooral stemmen te hebben afgesnoept van Ecolo, de minst traditionele van de grote Franstalige partijen. Het Front National zakte totaal in elkaar. De oude sleutel om de poort naar meerderheden te openen, waarbij de staatsbehoudende krachten elkaar vonden in lichte variaties op de dominerende evenwichten, past niet meer op het slot. Het wordt er niet gemakkelijker op. In Brussel bleven de Vlaamse partijen procentueel zowat op hun (lage) niveau van iets meer dan 11  %. Aan Franstalige zijde verloor de MR flink wat pluimen, maar daarvan tooien er nu genoeg de hoed van de nieuwkomer en erg unitaire Parti Populaire (PP) om het Franstalige niveau op peil te houden. In Halle-Vilvoorde lijken de Franstalige partijen wat terug te vallen, al blijft MR de sterkste partij in Zaventem. Maar dat besluit is oppervlakkig. Het verlies gaat grotendeels naar de PP, die meer dan 2 % haalt. Tellen we daar de stemmen bij van de kleine Belgische Unie en Probruxsel (de naam zegt alles), dan komen de Franstaligen zelfs nog versterkt uit de stembus. Ze zijn in het HV-deel van BHV samen nog altijd goed voor ruim 20 %. [PDR]

juli 2010


Antifederale stappen in de Verdeelde Staten van Amerika

Confederaal réveil in de VS Donderdagochtend 9 april 2009. Rick Perry, de populaire Republikeinse gouverneur van Texas, verspreidt een persbericht waarin hij in niet mis te verstane bewoordingen een soevereiniteitswet in het deelstaatparlement ondersteunt. ‘De federale overheid is door haar grootte en bemoeizucht een onderdrukker geworden van de rechten van de deelstaten.’ Met deze woorden ontketende gouverneur Perry een kettingreactie die deelstaatrechten opnieuw hoog op de maatschappelijke agenda zou plaatsen. Vincent De Roeck

[Foto © Reporters]

Rick Perry was veeleer de klankkast dan de ingenieur, maar wist op meesterlijke wijze een buikgevoel in de Amerikaanse samenleving te capteren en lag zo mee aan de basis van een ware volksbeweging: de Tea Party-beweging. Wie vandaag naar de Verenigde Staten kijkt, lijkt een homogene unitaire moloch te zien, maar dat is onjuist. Europeanen projecteren hun eigen staatsstructuren naar de andere kant van de Atlantische Oceaan en gaan er verkeerdelijk van uit dat het daar ook zo loopt. De VS zijn géén federatie zoals België en al helemaal geen unitaire staat zoals Frankrijk. In vele opzichten lijken ze op Zwitserland met zelfbestuur inzake belastingen en regels, en een unanimiteitsvereiste inzake internationale verdragen en grondwetswijzigingen. De VS zijn natuurlijk meer dan een kopie van Zwitserland. Het is de enige confederatie die net is opgebouwd uit wantrouwen tegenover een federale overheid en vandaag zien we daar opnieuw een tegenbeweging opstaan die de rechten van de deelstaten in ere wil herstellen.

In Europa wordt over deze Tea Party-beweging lacherig en gekscherend gedaan, maar dat is veeleer ingegeven door onwetendheid en politieke partijdigheid dan door feiten en achtergrondkennis. Sarah Palin is immers helemaal niet de grondlegger van deze beweging. Zij tracht de Tea Party’ers voor haar partijpolitieke ambities te recupereren. En het zijn ook helemaal geen rechts-extremisten of racistische marginalen. De Tea Party is een amalgaam van jonge en oude mensen, mannen en vrouwen, rijk en arm, blank en zwart, met verschillende grieven en actiepunten. Allemaal mensen die er genoeg van hebben en terugwillen naar de oude waarden van de Amerikaanse Republiek. Dit jaar op CPAC, het grootste conservatieve congres van het jaar, waren het niet Mitt Romney of Sarah Palin die de show stalen, maar wel ene Ron Paul, een eigenzinnig libertarisch congreslid uit Texas. Hij won er met vlag en wimpel de populariteitspeiling en hij was het die vorige maand in een officiële pei-

juli 2010

ling op 41 % steun onder de bevolking kon rekenen, amper één procentpunt minder dan president Barack Obama. Dus als we dan toch iemand moeten aanduiden als bezieler van de Tea Party-beweging, dan is dat zeker Ron Paul.

Op de Resource Bank-meeting van 10 mei in Miami zette Ted Cruz, de gewezen advocaat-generaal van de staat Texas de zaal in vuur en vlam. Cruz had de federale overheid al maar liefst zeven maal voor het Hooggerechtshof gedaagd voor inbreuken op de deelstaatrechten. Hij heeft al die zaken gewonnen. Met trots en vreugde kondigde Ted Cruz die avond ook aan dat Texas, als vijftiende (!) staat, de gezondheidszorgwet van Barack Obama zou aanvechten. Ondertussen hebben al zeven staten een soevereiniteitswet gestemd, hebben drie staten het presidentiële gezag over de lokale reservisten herroepen en hebben vier staten de federale wapenreguleringen verworpen. ‘Nullificatie’ is het nieuwe toverwoord voor antifederalisten en moest het Hooggerechtshof dit concept binnenkort aanvaarden, dan is de balans definitief overgeslagen en zullen de deelstaten voortaan elke federale wet of regel kunnen vetoën. De parallel met België is moeilijk te trekken. Niet enkel ontberen wij een onafhankelijk gerechtshof dat de machtsrelatie tussen deelstaten en federale overheid kan toetsen. Ook hebben wij geen Grondwet die onze klachten een juridische basis zou geven. Als we van de VS iets kunnen leren, is het de vaststelling dat goede staatsstructuren noodzakelijk zijn om een correcte machtsverdeling tussen het federale niveau en de deelstaten te kunnen hebben en houden. Een assertieve deelstaatregering is zeker ook een noodzaak, maar zonder actieve burgers die waakzaam blijven en hun rechten en vrijheden blijven verdedigen, blijft ook dat een lege doos. Of om het met de woorden van rechter Louis Brandeis te zeggen: ‘Het belangrijkste politieke ambt is dat van gewoon burger.’ En dat geldt zowel in de VS als bij ons.

Doorbraak

9


Begrotingsspecialist Herman Matthijs analyseert

Snel weer naar de stembus? De verkiezingen leverden twee duidelijke winnaars op. Een zuivere uitspraak van de kiezer, zo lijkt het. Maar oplossingen liggen ver af. ‘Komen ze er niet uit, dan vind ik als democraat dat de kiezer in het najaar weer moet spreken’, analyseert professor Herman Matthijs. Peter De roover Elke verkiezing telt winnaars en verliezers. Herman Matthijs, docent bestuurswetenschappen en overheidsbegrotingen aan de VUB, behoort om een bijzondere reden tot het kamp van de verliezers. ‘Ik kreeg de voorbije dagen meermaals de vraag of ik Bart De Wever ben.’ De fysieke gelijkenis valt op. Sinds 13 juni wordt hij aangestaard op straat. Hoe liggen de kaarten, enkele dagen na de verkiezingen? Hoe dicht staan we bij een regering die ook echt regeert? Herman Matthijs opent niet echt hoopvol: ‘Er moet 22 miljard worden bespaard en de PS wil eerst nog 8 miljard snoepjes uitdelen. Een staatshervorming is broodnodig. En dan moeten ook oplossingen wor-

den gevonden voor asiel, justitie en zoveel andere dossiers. Dat vormt een deathly cocktail 13 juni gaf een historisch resultaat. Nu wordt van de vreemde combinatie PS/N-VA verwacht dat zij het koninkrijk zal redden. Als er eind deze zomer geen oplossing uit de bus komt, moet De Wever bedanken voor de klus en lijken nieuwe verkiezingen onvermijdelijk. Anders worden de financiële markten wel heel zenuwachtig. Die verkiezingen worden dan, meer nog dan die van 13 juni, puur communautair; een echt referendum over België.’ De situatie lijkt moeilijker dan ooit. ‘Vlaanderen koos 80 % rechts en 20 % links, Wallonië net omgekeerd. De PS haalde een schitterend resultaat, maar staat voor het status quo. De N-VA belooft een fundamentele ver-

Een staatshervorming vraagt een tweederdemeerderheid. ‘De as N-VA/PS aangevuld met CdH en Ecolo aan de ene zijde, CD&V en sp.a aan de andere, komt aan honderd zetels. Dat is net genoeg en dus wellicht te weinig, omdat elke dissident de boel dan kan doen mislukken. Wat gaat CD&V doen? Als die partij mee in de regering stapt, zal ze daar N-VA alle hoeken van de kamer willen laten zien. CD&V zint op wraak. Gaat die meewerken om De Wever te laten slagen, waar Leterme mislukte?’ De N-VA moet niet alleen een sterk akkoord afsluiten, maar het later ook uitvoeren. ‘In parlementszetels is de N-VA numero uno, maar achter de schermen blijft het een dwerg. Het hele apparaat zit stevig in handen van tegenstanders. In de administratie, het Rekenhof, de Nationale Bank, de overheidsbedrijven bulkt het van de CD&V’ers en sp.a’ers, hier en daar aangevuld met een liberaal. Maar vooral de PS is alomtegenwoordig en de N-VA vrijwel volledig afwezig.’ Matthijs, specialist overheidsfinanciën, kan misschien de knoop doorhakken: moet de prioriteit liggen bij de staatshervorming of bij de sanering

Herman Matthijs: ‘Hoe omgaan met nieuw politiek feit?’

10

andering.’ Matthijs tekent de impasse loepzuiver. De Wever heeft de lat hoog gelegd. Kan de PS daar mee over? ‘In het verleden werden compromissen, die dan later niet bleken te werken, altijd gesmeerd met centen. Maar het geld is op, de oude trukendoos leeg. De PS ziet heil in nieuwe belastingen. Ook op dat punt was het verschil tussen noord en zuid immens. Alleen sp.a en Groen! pleitten in de campagne voor belastingsverhogingen. De andere Vlaamse partijen kozen voor saneringen. Aan Franstalige zijde werd over besparingen niet gerept. Hoeveel is het de PS waard om de premier te leveren?’

Doorbraak

juli 2010


van het budget? ‘Deze twee dossiers zijn totaal verbonden. Zonder aanpassing van de financieringswet zitten we klem. De sociale zekerheidsuitgaven, louter Belgisch, zijn ontspoord. De Belgische overheid neemt dan nog een reeks uitgaven voor haar rekening, die eigenlijk tot de bevoegdheden van de deelstaten behoren.’ De Belgische kas werd door vorige staatshervormingen uitgekleed, maar de Franstalige Gemeenschap zit budgettair op het tandvlees. Wie vindt de kwa-

‘Wat gaat CD&V doen? Als die partij mee in de regering stapt, zal ze daar N-VA alle hoeken van de kamer willen laten zien.’ dratuur van de cirkel? ‘Je kan het geld bij de burger halen door de belastingen te verhogen. Maar het voorstel om een vermogensbelasting in te voeren is onverteerbaar voor een grote meerderheid aan Vlaamse zijde. Leg maar eens uit aan de Vlaamse kiezer dat de eigen woning morgen veel duurder zal worden. Die optie zal vooral de Vlamingen treffen.’

Dan toch snijden in de uitgaven? ‘De schulden moeten worden betaald, dus daar zit weinig ruimte. Investeringen zijn er nog amper. Van dat geraamte kan ook geen vet worden geschraapt. In de sociale zekerheid zijn besparingen mogelijk, maar wie kan de PS zo ver krijgen om daar in te grijpen?’ Dus halen we het geld bij de deelstaten die dankzij de Lambertmont-akkoorden van Verhofstadt ruim in het sop zitten? ‘Lijkt ook geen optie. Dan moet de PS snijden in de potten waar ze zowat vrij over kan beschikken om haar kiespubliek te verwennen. Maar ook Vlaanderen heeft zich intussen het Waalse uitgavenpatroon eigen gemaakt. Daar wordt vandaag nog amper geïnvesteerd. Onze wegen zijn een ramp en de schoolgebouwen kraken in hun voegen.’ Fiscale autonomie is een must, vindt Matthijs. Nu staan deelstaten in voor een minieme fractie van de inkomsten. Moet de belastingsbevoegdheid naar

juli 2010

de gewesten of de gemeenschappen? ‘We hebben ooit een gemeenschapsbelasting gekend, het kijken luistergeld. Lambermont versaste dat naar de gewesten, omdat die splitsing binnen Brussel niet werkte. We kiezen technisch best voor gewesten. Zo vermijden we een hoop praktische problemen. Dan maken we van de Duitstalige gemeenschap ook liefst een gewest.’ Maar dan wordt Brussel nog meer een volwaardige deelstaat dan het nu al is, zal de Vlaamse Beweging opgewonden reageren. ‘Het was een vergissing van Dehaene om Brussel in 1989 te promoveren tot een zo goed als volwaardig gewest.’ Dus had De Wever gelijk toen hij er in de campagne op aandrong Brussel te degraderen? ‘Absoluut, Brussel moet onder federale voogdij komen voor de gewestmateries. Dat idee staat ook in de beroemde vijf resoluties van het Vlaams parlement. Neem in de Belgische regering een Brusselse subregering op, met een eigen minister en twee secondanten van beide taalrollen. De structuur van Brussel is vandaag een echt probleem.’

Wie de opsomming wil overleven, zet zich best schrap. Matthijs begint aan het indrukwekkende lijstje: ‘We hebben daar het gewest, er bestaat nog een agglomeratie, dan zijn er de negentien gemeenten, evenveel OCMW’s, de Cocof, de Vlaamse Gemeenschapscommissie, de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie, zes politiezones, een gouverneur en vice-gouverneur.’ Een stad van een miljoen inwoners wordt voor minder onbestuurbaar. ‘Brussel kreeg te veel autonomie. Budgettair blijft het gewest nog binnen de krijtlijnen, omdat de Vlaamse vertegenwoordigers in die regering steeds de financiën beheren. Maar bij de Cocof, de Franstalige gemeenschapscommissie, loopt het volledig mis.’

Brussel vindt zichzelf ondergefinancierd. Klopt? ‘Gaan we Brussel meer geld geven als we 22 miljard moeten besparen? Je vindt altijd wel een studie die vindt dat Brussel te weinig geld krijgt. Maar de gemeenten en OCMW’s zouden beter saneren. Op dat niveau delen de Franstaligen het geld uit. Als die weigeren, moeten we dan meer geld toestoppen? Het geld wordt er slecht gebruikt. Brussel wil internationaal meespelen, maar als ik de infrastructuur bekijk dan lijkt de wereld daar stil gezet na de expo van 1958. Er is

Doorbraak

En nu? Matthijs krabt zich in het haar.

geen vergelijking mogelijk met andere wereldsteden. Die hebben dan ook een geïntegreerd politiecorps, om maar dat voorbeeld te noemen.’ Willen de Franstaligen mee in het verhaal om het Brusselse moeras te dempen? ‘Je moet alles op tafel gooien. Als ze niet meestappen, weiger dan ook over sommige andere dossiers te praten. Sedert enige tijd stellen we op Belgisch niveau een Brussels overwicht vast. Vanhengel, Van Ackere, Onkelinx, Milquet: Brussel levert op één na alle vice-premiers. Maar wat heeft het opgelost?’

Veel ruimte voor een sterke nieuwe regering lijkt er niet te bestaan. ‘De oplossing is niet evident en niemand weet hoe het beter moet. Sedert 2006 wordt dit land feitelijk niet meer geregeerd. Vanuit budgettair oogpunt was dat niet eens een ramp. Als moet worden geregeerd met voorlopige twaalfden (zonder echte regering mag slechts een twaalfde worden uitgegeven van wat het jaar daarvoor werd voorzien, nvdr) dan blijven de uitgaven nog onder controle. 2007 was een politiek rampjaar, maar budgettair niet eens zo’n slechte periode.’ We zitten echt wel in het slop. ‘Een Franstalige kijkt om 19 uur naar RTL, om 20 uur naar La Une van RTBf en ’s avonds naar France 2 of TF 1. Dan is de blik gericht naar Frankrijk. Vlamingen schakelen om 19 uur in op de VRT of VTM en blijven daar de hele avond hangen. Dat illustreert voldoende de kloof in dit land. Die werd op deze verkiezingen niet kleiner op.’

11


De pastoor is paus in zijn parochie Is aartsbisschop Léonard op zijn plaats als hoofd van de Belgische kerk? Zal deze Waal het eigenzinnige beleid in Namen kunnen overplanten naar Vlaanderen, en, derde vraag: ‘Waarom blijft Rome zich richten op een fictie: de Belgische kerk’? Frans Crols Was het niet verstandiger geweest om nu al rekening te houden met de politieke actualiteit en te kiezen voor een tweekoppige koepel van de kerken in België: een Vlaamse aartsbisschop voor de vier Vlaamse bisdommen en Brussel én een Franstalige aartsbisschop voor de drie Waalse bisdommen en Bruxelles? Is de benoeming van André-Joseph Léonard tot Belgische aartsbisschop dus een politieke vergissing van Rome? Een achterhoedegevecht van een instituut dat een unitair België genegen zou kunnen zijn, gezien de voorgeschiedenis (‘les petits vicaires’, flamingantische priesters in Vlaanderen, is heel oude koek). Wat doet een nuntius, de pauselijke diplomatieke vertegenwoordiger, in Brussel? Deze roomse brug naar het Vaticaan zal toch ook andere kranten lezen dan La Libre Belgique of Le Soir, waar nijd tot haat voor het groeiende Vlaamse radicalisme gedijen. België strompelt naar een confederaal model. Dat is een effect van de overwinning van N-VA op

13 juni. Die evolutie was voorspelbaar, want na vijftien jaar verzet van Franstalige politici is het vandaag haarscherp helder dat een groot deel van de Vlamingen niet langer blokkades, verzet, chicanerieën contra een hertimmerde staat pikt. In de volgende maanden of jaren wordt het buigen of barsten voor België. Experts die gezien hun functie liever anoniem blijven, wuiven de openingsparagraaf weg en zeggen eensgezind dat de kerk nergens – ook niet in België – een monoliet, een blok is, een strak gebouw, dus een organisatie met een opbouw die spiegelt met een onderneming, een multinational als Ford of Microsoft of Basf. Alle gesprekspartners beamen dat de katholieke kerken, en ook de Belgische kerk, een mengelmoes zijn van confederaties. Het treffendste citaat is van een financiële deskundige uit de zorgbranche die vandaag, als leek, kerkgerichte verantwoordelijkheden opneemt: ‘De pastoor is paus in zijn parochie’.

[Foto © Reporters]

‘Léonard is in een halve eeuw geen centimeter opgeschoven.’

In mijn bibliotheek staat een werk van Frans Nieuwenhuis, ex-directeur van de Koninklijke Shell, een wereldonderneming. De titel luidt: Monseigneurs en Managers, De Kerk van Rome en de Shell vergeleken. Hoe wordt iemand paus of topdirecteur, hoe zijn de machtsverhoudingen tussen de top, de centrale administratie en de periferie? Is er eenheid in de verscheidenheid? Nieuwenhuis is belijdend katholiek. Vergist hij zich ten gronde? De kerk van Rome is geen multinational en de Belgische kerk niet de plaatselijke dochter van een CEO in het Vaticaan. De katholieken passen een organisatiemodel toe dat in het staatsrecht wordt gekoppeld aan de calvinistische denker Johannes Althusius (15571638), een vertrouweling van Willem van Oranje, en op het terrein werd geïnstalleerd met de protestants georiënteerde ‘confederatie’ van provinciën en steden in de noordelijke Nederlanden. De kerk is, nog een vergelijking, zeggen deskundigen, een instelling zoals de universiteiten, de syndicaten, de mutualiteiten en de ad-hocrechtscolleges van geneesheren en advocaten, de zogenaamde ordes. De democratie is daar verdund; de coöptatie van de chefs – waardoor deze naar de ogen dienen te kijken van de ‘ondergeschikten’ – is de gewoonte. De katholieke kerk is geen onderneming of een geoliede vereniging waar de top aan de lijn- en de stafdiensten opdraagt wat er dient te gebeuren. Het organogram is een scherm voor de feitelijke en de juridische structuur. Van de basis naar de leiding lopen beschouwingen, beslissingen, acties en van de leiding naar de basis worden die gekruist, bekritiseerd, beaamd. Niet stelselmatig veroordeeld of tegengehouden.

De katholieke kerk is gegrondvest op haar parochies en in de parochie is de pastoor als een paus. De pastoor wordt aangesteld door zijn bisschop. De parochie is de kern, de basis van het

12

Doorbraak

juli 2010


instituut kerk. De beslissingen van de pastoor kunnen over grote en kleine zaken gaan. Kerk & Leven is het blad van de parochies dat centraal wordt gemaakt door een uitgever-drukker op Antwerpen-Linkeroever. Wil een pastoor een eigen parochieblad stencilen en Kerk & Leven niet op ‘zijn’ grondgebied, dan kan niemand hem dat beletten. Priester Daens is een pertinent voorbeeld van wat een lokale kerkbedienaar vermag. Na zware aanvaringen met de Gentse bisschop over het sociale beleid en de opkomende vakbonden, reisde hij naar Rome om zijn ideeën en bezwaren voor te leggen aan de paus. Zonder succes.

Een aartsbisschop in de katholieke kerk is niet de chef van ‘zijn’ bisschoppen. Hij zit de bisschoppenconferentie van zijn land voor en functioneert daar als een primus inter pares (de eerste onder zijns gelijken). Het hoogste kerkelijke college in een land heet niet per toeval conferentie. Een conferentie veronderstelt vormen van gelijkheid, van dialoog, van minderheids- en meerderheidsstandpunten. Onder Godfried Danneels was de woordvoerder van de bisschoppenconferentie ook de woordvoerder van de kardinaal. Verwacht kan worden dat aartsbisschop Léonard naast de woordvoerder van de bisschoppenconferentie een eigen communicator aanstelt. Een mogelijke miniverandering. Wallonië en Vlaanderen reageren al decennia lang verschillend op kerkelijke boodschappen. Des te meer ziet men eigenheden opduiken in Afrika, Azië, Latijns-Amerika. Het is niet omdat Rome deze tracht te minimaliseren dat zij niet bestaan en de praktijk overheersen.

Zoals de pastoor baas is in zijn parochie, is de bisschop baas in zijn bisdom. Indien een bisschop – dat was het geval met Roger Vangheluwe in West-Vlaanderen – zijn seminarie niet wil sluiten, of onderbrengen in een groter geheel – wat een vraag was (misschien nog is, namelijk een samenvoeging van de twee Vlaamse seminaries: Leuven en Brugge) – dan kan de aartsbisschop daar niets tegen in brengen. Wil een bisschop, zoals Léonard in het bisdom Namen, naast het bestaande seminarie een tweede, meer orthodox, seminarie openen, bijvoorbeeld voor buitenlanders, dan zal niemand hem dat beletten. Hoog-

juli 2010

stens kan de aartsbisschop de beslissing acteren en vriendschappelijk of vijandig begroeten. Het bisdom Hasselt is gespiegeld aan de burgerlijke structuur van de provincie. Andere bisdommen delen hun territorium in gewesten – vicariaten – in. Er zijn bisschoppelijke colleges en bisschoppelijke congregaties, geen aartsbisschoppelijke dito’s. In het eigen bisdom kan de bisschop zelfstandig manoeuvreren. De jonge Antwerpse bisschop Johan Bonny heeft autonoom en publiek zijn afkeer geuit over de pedofilitis van kerkelijke ambtsdragers. Hij hoefde daarvoor niet de toestemming van de aartsbisschop. Deze zelfstandigheid bewijst ook aartsbisschop Léonard, die door zijn benoeming eveneens titulair bisschop is van het bisdom Mechelen-Brussel. Hij verschoof de Vlaamse monseigneur en vicaris De Kesel, die tot tevredenheid van Franstaligen en Vlamingen Brussel-Hoofdstad onder zijn bevoegdheid had, meteen na zijn aantreden, naar VlaamsBrabant. Menselijk is dat pijnlijk, het komt over als een degradatie, vooral omdat De Kesel ook een mogelijke vervanger was van Godfried Danneels. Zijn carrière is afgesneden in het vicariaat Vlaams-Brabant.

‘Léonard volgt een strategie die te maken heeft met macht.’ Remi Vancottem, vicaris van Waals-Brabant, werd bisschop van Namen. Dat maakt dat aartsbisschop/bisschop Léonard de vrije hand heeft in Brussel en Waals-Brabant. Nog een voorbeeld: er zijn Belgische bisschoppen die de dekenaten afschaffen, anderen blijven er mee werken. Een priester die buiten de lijnen kleurt, wordt afgezet door ‘zijn’ bisschop. Een bisschop kan beslissen dat de liederen van Huub Oosterhuis niet meer in het bisdom mogen worden gezongen tijdens kerkdiensten. In het bisdom Gent heeft het Centrum voor Christelijke Vorming (CCV) – elk bisdom heeft zijn CCV – een eigen dynamiek ontwikkeld. Het telt jonge stafmedewerkers en organiseert boeiende religieus-historische colloquia als een twee-

Doorbraak

daagse over de Gaza-monniken in de Oude Abdij in Drongen. Voor de moslims het Midden-Oosten inpalmden, was onder meer Gaza een oord met christelijke kloosters en kerkvaders die teksten schreven die tot vandaag boeien. Het CCV tracht mensen – van trouwe kerkgangers, over lauwe katholieken tot nieuwsgierigen – vast te houden door een religieus en cultureel aanbod. De CCV’s propageren niet uitsluitend de orthodoxie. Het CCV van het bisdom Gent ageert op een aparte wijze omdat het met een schone lei, en geïnspireerd door de voorbeelden in de andere bisdommen, kon starten na het bewind van bisschop Van Peteghem die deze nieuwlichterij achterdochtig bekeek.

De aartsbisschop is de contactpersoon en gesprekspartner van Rome in zijn gebied. Hij vult zijn ambt in met een grote dosis autonomie. Wil hij, zoals Godfried Danneels, een zachte, beminnende, dialogerende kerk – een schuilhut voor de overtuigden én de lauwen – dan kan hij die klemtonen leggen. Wil hij, zoals Léonard, een orthodoxe, elitaire kerk – een bunker van de uitverkorenen – dan kan hij in die richting duwen. Een Antwerpse pastoor: ‘De kerk van Léonard is die van vóór 1935, alsof er geen Tweede Wereldoorlog, de naschok van de Amerikaanse bevrijding – met haar culturele impact – en een Vaticanum II is geweest. Léonard volgt een strategie die minder te maken heeft met het eigene van de katholieke structuren dan wel met macht, die hij wil uitoefenen, wat Danneels op een zachtere, meegaandere manier deed. Het kerkbeeld van André-Joseph Léonard is elitair, gesloten, zuiver; Danneels was minder defensief, gelijkhebberig, streng.’ ‘Léonard’, zegt een andere kerkobservator, ‘is populair bij mensen die niet nadenken of moe zijn om verder na te denken. Zij berusten in zijn gezagstaal.’ Een Vlaamse priester die met Léonard studeerde in Rome, en hem daar kende, bevestigt: ‘Ik studeerde in Rome in de nasleep, en de boycot door de curiekardinalen, van de besluiten van Vaticanum II. In alle gesprekken bleek dat priester Léonard lauw tot vijandig stond tegenover de moderniseringsbesluiten van het concilie. Hij is in een halve eeuw geen centimeter opgeschoven.’

13


Peter De Roover

Geschiedenis schrijven Historisch, historisch, historisch. Die drie woorden vatten de verkiezingsuitslag samen. De cijfers spreken boekdelen. En wat nu? Commentatoren en politieke concurrenten pogen Bart De Wever te pramen zich op te stellen als een Belgische staatsman. Men hangt hem een aantrekkelijke wortel voor de neus. Als hij er in slaagt een regering te vormen, dan mag hij rekenen op hun applaus. Het gaat over dezelfde politici en commentatoren die De Wever tot voor kort graag voorstelden als het ultieme gevaar voor ’s lands stabiliteit. Een chaoot, een brokkenmaker, een leerling-tovenaar. Toen moesten de kiezers bang worden gemaakt en verleid tot ‘verstandig’ gedrag. Ze faalden en schakelen nu vlot over op een ander discours. Nu moet De Wever bang worden gemaakt en verleid tot ‘verstandig’ gedrag. Maar wat is verstandig? Voor wie redeneert binnen het Belgische denkkader is dat een compromis, wat de inhoud daarvan ook is. Er voor zorgen dat de boot verder kan dobberen. Als dat met loodgieterij moet, dan met loodgieterij. Zoals ze dat gewend zijn. Denken de kiezers van N-VA daar ook zo over? Of hebben ze de bakens verzet? Wanneer het woord historisch past voor 13 juni, liggen de kaarten vandaag fundamenteel anders. Een aanvaardbaar compromis na 13 juni ligt anders dan daarvoor. Een vergelijk tussen de Franstalige partijen en CD&V kon tussen 2007 en 2010 niet worden gevonden. Nu dient een akkoord gezocht tussen diezelfde Franstalige partijen en een nieuw Vlaams ijkpunt, dat van de N-VA. Dat moet verder liggen in de

richting van volwaardige Vlaamse autonomie. De Franstaligen zullen de grootste stap moeten zetten. Is het de taak van de N-VA om te bewijzen dat België nog wel kan werken en dus aantonen dat het eigen verhaal niet klopt? Of moet de N-VA nu, uitgaande van de vaststelling dat België niet meer werkt, de staatsstructuur fundamenteel omvormen? De verzamelde commentatoren zijn de eerste mening toegedaan, de kiezer de tweede. De verkiezingsuitslag van 13 juni zal maar historisch zijn, als het resultaat dat daar uit voortvloeit ook historisch is. Als de volgende regering de verhouding België-deelstaten fundamenteel omkeert. Er liggen vier hinderpalen op de weg van N-VA. De eerste is het splitsen van BHV zonder prijs. Dan moet er een radicale staatshervorming worden doorgevoerd zonder Belgische recuperatiemaatregelen. De volgende regering zal ook een echt beleid moeten voeren, met saneringen en oplossingen voor justitie, asiel, activering van de beroepsbevolking enzovoort. En als die drie horden zijn genomen, moet de N-VA kunnen opboksen tegen een haar vijandig overheidskader met een administratie, sociale partners, overheidsinstellingen allerhande en politieke tegenstrevers die De Wever voor alles in het zand willen zien bijten. Kunnen die vier hinderpalen niet worden genomen, moet de N-VA de moed opbrengen niet in het moeras te stappen. Als een Vlaamse partij stevige voorwaarden stelt om mee te spelen, dan pas wordt echt geschiedenis geschreven.

Frank Thevissen

Surrealistisch Het ‘feest van de democratie’ zit er voorlopig weer op al was de sfeer op de redactievloer van Studio 5 tijdens de verkiezingsshow van de VRT er dit jaar vooral een van onderdrukte neerslachtigheid. Dé remedie om uit de politieke impasse te geraken, was volgens Coreliohoofdredacteur Peter Vandermeersch deze keer ‘een hele goeie campagne te voeren’. Een suggestie, even naïef als de heruitgave van stuntelig geassembleerde stemtesten. Opvallend genoeg liet een aantal commentatoren en opi-

14

niemakers zich achteraf tevreden uit over de campagne-inhoud die politici, de media en zijzelf, de kiezer in de aanloop naar 13 juni voorschotelden. Het vergt een behoorlijke inspanning om nog langer mee te gaan in de stelling dat verkiezingen over inhoud moeten gaan. De roep om inhoud heeft de dwangmatige omgang van politici met de media immers enkel maar versterkt en het inhoudelijk debat vermolmd tot voorgeprogrammeerde robottaal, lichtzinnige metaforen, mediatieke oneliners en trivialiteiten op maat

Doorbraak

juli 2010


Na Bosnië nu Gaza aan de Noordzee?

Ludo Abicht

In de loop van de verhitte discussie over de splitsing van BHV kwam een Franstalig politicus op het geniale idee het lot van de Franstaligen in de Vlaamse Rand te vergelijken met dat van de Palestijnen in de Bezette Gebieden. Deze vergelijking was zowel grotesk als, in het licht van de situatie van de Palestijnse bevolking, indecent. Ze was bovendien ook fundamenteel verkeerd, want in deze bezette gebieden leggen Israëlische kolonisten onder bescherming van het leger beslag op Palestijnse grond. Ze verbieden de autochtone bevolking het gebruik van de snelwegen tussen de nederzettingen, verhinderen het normale verkeer door meer dan 700 wegversperringen en behandelen de Palestijnen als derderangsburgers. Ze denken er niet aan Arabisch te leren of kennis te maken met de Arabische cultuur, maar willen de hele regio gewoon verjoodsen, onder meer door Hebreeuwse namen te geven aan de plaatsen die ze volgens internationaal recht illegaal hebben onteigend. Het gaat hier om een economisch, politiek en militair superieure cultuur die haar wetten aan de plaatselijke bevolking opdringt. Wie dit gedrag ook maar bij benadering wil vergelijken met de situatie in de Vlaamse Rand is of heel onwetend of te kwader trouw. Maar ook bij ons lopen er mensen rond die om doorzichtige redenen de politiek van Israël ten opzichte van de Palestijnen onvoorwaardelijk steunen. Misschien willen ze met deze wel erg verdachte uiting van filosemitisme de herinnering aan het minder joodsvriendelijke gedrag van bepaalde door hen

nog steeds vereerde individuen en organisaties uit de collaboratietijd doen vergeten of minimaliseren? Of beschouwen ze de zionisten als geestesgenoten in de strijd tegen ‘de Arabieren’ in het algemeen en de islam in het bijzonder? Het wordt tijd dat de Vlaamse Beweging ook op het gebied van de buitenlandse politiek duidelijk stelling neemt en dit ook aan de buitenwereld laat weten. Wij zijn toch overtuigde voorstanders van het zelfbeschikkingsrecht van alle volkeren en ondubbelzinnige verdedigers van de mensenrechten overal ter wereld? Daarom kunnen we begrip opbrengen voor het streven van de Joden naar een autonome en veilige staat voor al hun burgers zonder onderscheid, net zoals we het gelijkaardige streven van de Palestijnen steunen. Als democraten zijn wij de natuurlijke bondgenoten van die Joodse Israëli’s die vechten tegen de ongelijkwaardige behandeling van de Palestijnen in Israël én van de Palestijnen in de Bezette Gebieden die niets anders verlangen dan een soevereine, veilige en welvarende staat waar ze hun lot in eigen handen hebben. Onze eigen traditie is er een van geweldloosheid en pacifisme. Hoe kunnen we ons dan niet solidair verklaren met de strijd voor de Palestijnse autonomie? Alleen mensen die niet (dialectisch) denken zullen deze vanzelfsprekende solidariteit vervormen tot een goedkeuring van terreurdaden, of het nu gaat om de misdadige aanvallen op burgers door fanatieke Palestijnen of het even misdadige staatsterrorisme van Israël tegen de Palestijnse bevolking.

van de redactionele agenda’s. Ik ken ondertussen geen beroepsgroep die zo nonchalant en vrijblijvend met inhoud goochelt als beroepspolitici. De moderne homo politicus is meer dan ooit slaaf van een schier eindeloze reeks van journalistieke ‘verplichtingen’ en laat er zich gewillig en obsessioneel door meesleuren en verslinden. Inhoud is daarbij nog hoofdzakelijk een

communicatie (‘wat ik zeg’) en reputatie (‘wat ik doe’) uit balans raken, de onvermijdelijke afgrond wenkt. In de paarse periode tussen 1999 en 2007 hield het politieke bedrijf de band met de beleidsrealiteit voor bekeken en werd die gewillig opgeofferd aan perceptie met als orgelpunt de constructie van de virtuele modelstaat, gedragen door de slogan ‘Ons land staat er weer’. Sedertdien lijkt het politieke bedrijf zichzelf verkiezing na verkiezing in ongeloofwaardigheid te overtreffen. Open Vld kon al toezien hoe haar ‘nieuwe start’ 48 uur na de verkiezingen in eigen rangen werd verbogen tot ‘een valse start’. Het electoraat klampt zich ondertussen vast aan de zeldzame bakens van geloofwaardigheid die bij elke verkiezing op de woelige wateren van het politieke wantrouwen en ongenoegen komen bovendrijven. Het inzicht dat geloofwaardige communicatie de sleutel is tot electoraal succes, zou de ingewikkelde zoektochten naar de achtergronden en motieven van de kiezer aanzienlijk kunnen vereenvoudigen. ‘Het verschil is dat ik meen wat ik zeg’, verklaarde Bart De Wever meermaals, al klinkt ook dat surrealistisch in de wetenschap dat dat niet noodzakelijk geldt voor de andere partners die straks de beleidskoers mee zullen maken of kraken.

‘Geloofwaardige communicatie is de sleutel tot electoraal succes.’ instrument in dienst van tactische profilering en strategische beeldvorming. Weinig journalisten lijken gebrand om die wijsheid te ontmaskeren. Toen P-Magazine-redacteur Raf Liekens voor de verkiezingen in een opmerkelijke open brief opriep voor ‘een eerlijke verkiezingsberichtgeving’, kreeg hij die nergens gepubliceerd.  Er is een eenvoudige basisregel die stelt dat wanneer identiteit (‘wie ik ben’),

juli 2010

Doorbraak

15


[Foto © Reporters]

Vier fundamentele constructiefouten in de Belgische staatsorganisatie Herbert G. Tombeur

directeur van het Departement internationaal Vlaanderen en publicist België is een federatie waarvan de instellingen zijn vastgelopen. Federalisme is nochtans geen bijzonder complexe organisatievorm. Elke federatie heeft wel een coherente en specifieke toepassing van die organisatievorm nodig. Het kader van mijn analyse is het vaststellen van institutionele aanslagen op het federalisme. De kern van federalisme bestaat erin dat de federatie (de bond) en de gefedereerde delen ervan (de deelstaten) los van elkaar functioneren. Even essentieel is dat de federatie in haar werking de integratie van haar delen weerspiegelt. In de meeste federaties bestaat het federale parlement uit twee kamers. Elke kamer wordt verkozen volgens verschillende regels, die respectievelijk steunen op de gelijkheid qua soevereiniteit van de deelstaten – deze beschikken over dezelfde autonome bevoegdheden – en op hun verschillen zoals het bevolkingsaantal. Beide federale kamers functioneren in hun geheel. Hun leden vertegenwoordigen immers de federatie. Er is dus geen onderscheid tussen hen op grond van de indeling in deelstaten. In België is het federale parlement echter samengesteld uit twee kamers die allebei een onderscheid maken tussen hun leden: beide kamers zijn ingedeeld in taalgroepen. De kamers keuren bepaalde regelgeving expliciet goed bij een tweederde meerderheid plenair en een gewone meerderheid in elke taalgroep. Daarnaast staan er procedures ter beschikking van de taalgroepen, waarmee zelfs een gewone meerderheid in de kamer kan worden geblokkeerd: een taalgroep kan belangenconflicten en ‘alarmbellen’ gebruiken. Deze dubbele meerderheden en blokke-

16

rende minderheden zijn een negatie van het federale bestuursniveau: het federale parlement vertegenwoordigt immers per definitie het federale geheel. Het steunt op wat gemeenschappelijk is en niet op de diversiteit. Bovendien leidt dit tot het moeizaam functioneren of vastlopen van de federatie. De federale regering is paritair samengesteld uit Nederlandstalige en Franstalige ministers, de premier eventueel uitgezonderd. Ik ken geen andere federatie die dit voorschrijft. De ministeriële pariteit toont manifest de bicommunautaire aard van de federale regering. Per definitie vertegenwoordigt zij het federale geheel, ongeacht de diversiteit in de federatie. Elke samenstelling en werkwijze die deze diversiteit als criterium neemt, tast het federale karakter van de regering aan. Deze pariteit is dus in strijd met het federale bestuursniveau. Het gevolg daarvan zijn ook tegenstrijdige acties en patstellingen. Het tweetalige gebied Brussel (‘Brussel-19’) is door de mondialisering een kosmopolitische agglomeratie geworden. De institutionele organisatie is echter gebaseerd op de twee autochtone cultuurgemeenschappen. Die kloof tussen de samenleving en de instellingen leidt tot maatschappelijke problemen, bijvoorbeeld in eentalige scholen. Met als gevolg emigratie, vooral naar Vlaams-Brabant. Brussel-19 is echter ook een politiek centrum: het moet de rol vervullen van Vlaamse, federale en Europese hoofdstad. Zonder daarvoor intern georganiseerd en uitgerust te zijn. Nu is de externe hulp hierbij enkel occasioneel. Met als gevolg dat er voor die hoofdstedelijke functies geen stabiel beleid mogelijk is. Die dubbele natuur van Brussel-19, zijn multiculturele

Doorbraak

diversiteit en zijn drievoudige functie als hoofdstad, komt evenmin tot uiting in zijn statuut van Gewest, dat een volwaardig onderdeel is van de federatie. Brussel-19 kan op dat deelstatelijke niveau echter nooit een gelijke partner zijn. Hoofdsteden van federaties hebben daarom steeds een bijzonder statuut. Een andere soort non-federalisme is het gebrek aan financiële autonomie van de deelstaten. Het leeuwenaandeel, 70-80 %, van hun middelen, zijn federale dotaties en ristorno’s. De deelstaten zijn dus amper financieel autonoom en verantwoordelijk. België is dus een federatie van de uitgaven, een geval van ‘consumptiefederalisme’. De autonomie van de deelstaten kan nochtans pas optimaal werken als die niet enkel geldt voor uitgaven, maar ook voor inkomsten. Hun autonoom functioneren is essentieel in een federaal systeem, naast hun samenwerking. Bovendien verdwijnt hierdoor de intrafederale concurrentie, een van de voordelen van federalisme. Het federale repartitiesysteem in België is zelfs nefast voor elke regio: het systeem beloont een zuinige deelstaat niet en het bestraft evenmin een verkwistende regio. Deze vier constructiefouten tasten de werking van de Belgische federatie aan, naast andere knelpunten die echter niet typisch zijn voor federaties, zoals de complexe verdeling van inhoudelijke bevoegdheden. De fouten tegen het federalisme moeten worden opgeheven, als men het voor België passende systeem een eerlijke kans wil geven. Of dit zal lukken, zal vooral afhangen van politieke moed en vertrouwen, zowel binnen als tussen de twee grote gemeenschappen.

juli 2010


Gezondheidszorg,normen en waarden De gezondheidszorg is de afgelopen decennia de grote slokop geweest van de sociale zekerheid in België. Het budget ervan is tussen 1980 en nu nagenoeg verdubbeld, ten koste van de andere takken van de sociale zekerheid. Nu er een streng saneringsbeleid zal moeten worden gevoerd, komen die uitgaven meer dan ooit onder de schijnwerpers. De vraag is of de PS en andere linkse partijen zomaar hun greep op het systeem uit handen zullen willen geven. KMP In de jaren 1990 bedroeg de groeinorm voor de uitgaven in de ziekteverzekering 1,5 %. Vanaf 1999 (de paarsgroene regering Verhofstadt  I) werd dat 2,5  % bovenop de inflatie. Maar die 2,5  % werd keer op keer fors overschreden. Daarom koos Verhofstadt  II in 2003 – onder druk van de PS – voor de fameuze norm van 4,5  % na inflatie. Dat heette toen een realistische inschatting te zijn, maar het tegenovergestelde bleek aanvankelijk waar. Uit de gegevens op de financiële webstek van het Rijksinstituut voor Ziekte en Invaliditeitsverzekering (Riziv) valt heel moeilijk de juiste evolutie af te leiden van begrotingsdoelstellingen versus reële uitgaven. Men ziet in elk geval de jaarlijkse doelstelling toenemen van 14,42 miljard euro in 2002 tot 24,25 miljard euro in 2010. In de tussenliggende periode springen vooral de jaren 2003-‘05 uit de band. De enorme budgetoverschrijding in 2004 zette het stelsel op losse schroeven, zodat toenmalig minister van Sociale Zaken Demotte met een drastisch plan voor de dag moest komen. Er volgden ingrepen in de artsenhonoraria en de farmaceutische industrie, maar de maatregelen van Demotte waren grotendeels eenmalig en niet structureel. Toch slaagde hij erin het plaatje bij te stellen, al bleek later dat hij een heleboel uitgaven naar de toekomst had doorgeschoven. Van de norm van 4,5 % werd evenwel niet afgeweken. Ook in het federale regeerakkoord van Leterme  I (2008) werd afgesproken dat de groeinorm overeind bleef, maar dat er voortaan jaarlijks een bedrag zou worden gestort in het Toekomstfonds van de ziekteverzekering. Dat dient als reserve voor de toenemende kosten van de vergrijzing, die een zware druk zal leggen op de medische verzorging. Eind dit jaar zal die spaarpot zijn aangegroeid tot bijna 1,3 miljard euro. Het Toekomstfonds kan in moeilijke jaren mis-

juli 2010

schien een beetje soelaas bieden (het doet denken aan het Zilverfonds voor de pensioenen), maar lijkt toch vooral een constructie om de 4,5 % symboolnorm te behouden. Bijkomend gegeven: dit jaar wordt – buiten 300 miljoen voor het Toekomstfonds – nog eens 350 miljoen euro van het Riziv-budget overgeheveld naar het globaal beheer van de sociale zekerheid (zeg maar naar andere takken ervan). Dat is het gevolg van een partijtje armworstelen tussen de PS en Open Vld-begrotingsminister Vanhengel in oktober vorig jaar. De PS wou niet wijken van de 4,5 procentnorm, maar stond bij wijze van Belgisch compromis wel toe dat er een bepaalde som naar andere delen van de sociale zekerheid werd getransfereerd. Uit ‘interne solidariteit’, zo noemde Laurette Onkelinx het manoeuvre, dat overigens in 2011 in principe zal worden herhaald.

Doorbraak

Intussen haalt de sociale zekerheid – inclusief de gezondheidszorg – steeds meer geld uit de zogeheten alternatieve financiering. Dat betekent dat de inkomsten uit sociale bijdragen al lang niet meer volstaan om de sociale zekerheid overeind te houden. De federale overheid pompt er elk jaar een aanzienlijk bedrag aan parafiscale middelen (onder meer btw-opbrengsten) in. In 2009 was dat al 14 miljard en het cijfer neemt almaar toe. Daardoor vermindert ook de slagkracht van het federale niveau om zijn middelen voor andere departementen in te zetten. In heel wat landen worden de ziekteverzekering en de kinderbijslag daarom niet meer gefinancierd met bijdragen van werkgevers en werknemers op het loon (de sociale bijdragen). De redenering is dat alle burgers van die verzekeringen genieten en dus moet men die apart financieren met belastingen. In die landen zijn de gezondheidszorg en de kinderbijslag daarom uit de sociale zekerheid gelicht en heeft men er ‘volksverzekeringen’ van gemaakt waaraan iedereen bijdraagt (niet alleen de werkenden) en waar iedereen recht op heeft. Zo werden structurele hervormingen mogelijk. Die logische hervorming werd in België afgewezen door de Franstalige partijen en de vakbonden. Zij waren zekerder dat de geldstromen van Vlaanderen naar Wallonië en Brussel zouden blijven vloeien als die takken netjes ingebed bleven in de sociale zekerheid. Dus moest er maar ‘alternatieve financiering’ van de schatkist naar de sociale zekerheid worden overgeheveld. Een nodeloze omweg, die een echte sanering van de openbare financiën in de weg staat. Net als het koppig vasthouden aan een 4,5 procentnorm, die uiteindelijk ook als doorgeefluik is gaan fungeren. De grote vraag is of men dat kan veranderen in een coalitie met de PS.

17


Wallonië investeringsland? Twee kort na elkaar gepubliceerde onderzoeken tonen aan dat Wallonië een interessante aantrekkingspool is voor buitenlandse investeringen. Interessanter dan Vlaanderen. Reden tot bezorgdheid? Niet echt want er zijn grote subregionale verschillen. Frederik Dekeyser

[Foto © Reporters]

Volgens een onderzoek van Ernst & Young is het aantal buitenlandse investeringen in België tussen 2008 en 2009 gestegen van 142 naar 146. Die stijging is uitsluitend de verdienste van Wallonië. In 2008 was Vlaanderen nog goed voor meer dan de helft van de buitenlandse investeringen (74 voor Vlaanderen, 40 voor Wallonië en 28 voor Brussel). In 2009 staat Vlaanderen met 64 investeringen nog altijd aan kop maar Wallonië komt met 57 projecten zeer dichtbij. Brussel blijft op 25 hangen. Ook een onderzoek van IBM Global Business Services toont aan dat Wallonië als investeringsregio steeds aantrekkelijker wordt. De investeringen in Wallonië hebben meer dan 3000 directe jobs opgeleverd. Is dit reden tot bezorgdheid? Dreigt Vlaanderen achterop te raken? Het antwoord is genuanceerd. Om te beginnen is Wallonië nog altijd een grote achterstand aan het inhalen. In 2005 kon Vlaanderen rekenen op meer dan honderd investeringsprojecten, Wallonië raakte niet eens aan veertig. Ten tweede: Wallonië heeft ontegensprekelijk een aantal interessante troeven. Zo zijn er nog veel bedrijventerreinen beschikbaar en heeft Wallonië een interessant mechanisme voor investeringssteun. Een weinig aangehaald criterium is de gemakkelijke bereikbaarheid van de bedrijfssites.

Het fileprobleem stelt zich in Wallonië veel minder dan in Vlaanderen. Op de E42 tussen Doornik en Luik is er enkel sprake van files wanneer er een zwaar verkeersongeval is gebeurd. Ten derde: sommige regio’s zetten vooral in op sectoren die goed in de markt liggen. Zo probeert de provincie Luik zich te profileren als regio die vooral logistieke diensten aantrekt. De nabijheid van de luchthaven van Bierset speelt daarin zeker een rol. Gevolg: het aantal buitenlandse investeringen steeg van 14 naar 21. Luxemburg daarentegen scoort met twee investeringen dan weer zeer zwak en Henegouwen moet het toch vooral hebben van de klassieke industrie. Vierde element: binnen elke regio zijn bepaalde gebieden aantrekkelijker dan andere. Zo is de Antwerpse haven altijd al een belangrijke investeringspool geweest. Het mobiliteitsprobleem verklaart voor een deel ook waarom er duidelijke subregionale verschillen bestaan. Vooral WaalsBrabant profiteert hiervan. De voorbije jaren zijn er meer en meer bedrijven uit Brussel weggetrokken. Zij vestigen zich niet alleen in Vlaams-Brabant maar ook en vooral in Waals-Brabant. De Franse farmagigant Baxter heeft zijn administratief centrum en onderzoekseenheid in Eigenbrakel gevestigd. AGC Glass, deel van het Japanse Asahi

AGC Glass plant nieuwe vestiging in Louvain-la-Neuve.

18

Doorbraak

Glass, zal zijn dienstenafdeling in 2013 in Louvainla-Neuve vestigen. Ook Nijvel is een interessante aantrekkingspool. Negen van de twaalf buitenlandse investeringen in Waals-Brabant hebben Nijvel als bestemming. De gemakkelijke bereikbaarheid van de site speelt daar een rol in. De aanwezigheid van die bedrijven ten zuiden van Brussel oefent bovendien een interessante aantrekkingskracht uit op buitenlandse investeerders.

Betere mobiliteit en lagere loonkosten trekken buitenlandse investeringen in Wallonië aan In Vlaams-Brabant ligt de situatie veel moeilijker. Er is het fileprobleem en er is het gebrek aan open ruimte. Volgens Voka Halle-Vilvoorde moet daarom de Brusselse ring worden verbreed en kunnen er zeker nog heel wat bedrijventerreinen bijkomen. Maar vanuit de Vlaamse regering voert men een duidelijke politiek om de rand zo groen mogelijk te houden. Bedrijven vestigen zich dan eerder in de buurt van Mechelen dan in de Vlaamse rand rond Brussel. Vlaams-Brabant heeft het relatief moeilijk om buitenlandse investeerders aan te trekken en hetzelfde geldt voor West-Vlaanderen. Daar is het probleem een gebrek aan voldoende geschoolde arbeidskrachten. Dat schrikt buitenlandse investeerders af. Ten slotte spelen de loonkosten een belangrijke rol. Zelfs met een gecentraliseerd loonbeleid is dat een voordeel voor Wallonië. Onderzoek heeft aangetoond dat de Waalse loonkosten door de band genomen toch nog altijd lager liggen dan de Vlaamse. Wallonië heeft bovendien een overschot aan arbeidskrachten, wat de loonkosten drukt. Dat wordt in Vlaanderen wel eens uit het oog verloren.

juli 2010


Politieke vloedgolf in Nederland De verkiezingen voor de Nederlandse Tweede Kamer op 9 juni 2010 veroorzaakten een politieke tsunami. Twee traditionele partijen verloren fors. Het christendemocratische CDA is zowat gehalveerd. De sociaaldemocratische PvdA beperkte weliswaar haar verlies maar moest toch de liberale VVD laten voorgaan. De PVV van Geert Wilders ging in één sprong sterk vooruit.

Nederland is blauwer dan ooit. Op de politieke kaart van Nederland kleurt voor het eerst een groot aaneengesloten gebied blauw. VVD en PvdA zijn weliswaar bijna even groot, maar de liberalen zijn in twee keer zo veel gemeenten de grootste partij. De Randstad en omgeving kleuren blauw . Alleen de vier grote steden en het noorden blijven PvdA-rood.   Mede sedert de zogenaamde Fortuyn-revolte in het begin van deze eeuw en de opkomst van de PVV lagen politieke veranderingen in de lijn der verwachtingen. De verrassing is de omvang ervan. In een recent interview met Jan de Zutter, journalist van De Morgen, zegt  oud-PvdA-minister Marcel van Dam – die nu veel dichter bij de linksere SP staat –: ‘We blijven sociale wezens, maar kunnen het op heel veel terreinen van het maatschappelijk leven prima alleen vinden’. Daardoor neemt, volgens hem, de vroeger in Nederland door het zuilensysteem georganiseerde sociale controle af. Die sociale controle werd niet gecompenseerd door de burger een grotere zeggenschap en inspraak te verlenen waardoor het klassieke collectivisme van de sociaaldemocratie vandaag veeleer als dwang wordt ervaren. De winnaars van de verkiezingen, VVD en PVV, voerden een krachtige campagne met thema’s die vele kiezers kennelijk na aan hart liggen zoals een intelligent economisch herstelbeleid, immigratie, integratie, asielbeleid en veiligheid. De dramatische terugval van het CDA lijkt vooral te wijten aan vermoeidheid van het kiezersvolk over ontslagnemend minister-president Jan Pieter Balkenende. De partij is er duidelijk niet in geslaagd aan te tonen dat ook zij in staat is de problemen die bij de kiezer leven even krachtdadig aan te pakken als de VVD en de PVV. Weglopende CDA-kiezers schijnen vooral naar de VVD te zijn gegaan maar ook naar de PVV en

juli 2010

[Foto © Reporters]

Theo Lansloot De PVV heeft kennelijk een behoorlijk aantal kiezers uit de probleemwijken en -gebieden kunnen bekoren. Voorzitter Wilders werd ondertussen al ontvangen door koningin Beatrix – in Nederland bestaat er niet zoiets als een cordon sanitaire.

Haast twintig partijen dongen naar de gunst van de Nederlandse kiezer.

zelfs naar de kleinere christelijke partijen zoals de ChristenUnie. Slechts in Overijssel en Noord-Brabant zijn er nog heel wat CDA-gemeenten. Limburg is ook

Zowel Vlaanderen als Nederland beleefden een politieke tsunami geen CDA-bolwerk meer. Vroeger was de Katholieke Volkspartij (KVP) die later in het CDA opging, oppermachtig in die provincie. In Venlo bijvoorbeeld won de KVP in 1963 nog 72,5 procent van de stemmen. Daar is nu een schamele 14,3 procent van over. Geert Wilders werd in 1963 in die stad geboren. Zijn PVV deed nu in haast alle Limburgse gemeenten mee.

Doorbraak

Het politieke landschap is vrij versnipperd. Haast twintig partijen kwamen bij deze verkiezingen op. De VVD haalt 31 zetels, een stijging met 9 zetels. De PvdA verliest 3 zetels, en eindigt op 30. De PVV wordt de derde partij in de Kamer, met 24 zetels, 15 meer dan voordien. Het CDA is vrijwel gehalveerd, en valt van 41 op 21 zetels. De radicale socialistische SP verliest 10 zetels en komt op 15. GroenLinks (voorheen 7) en het sociaalliberale D66 (voorheen 3) halen allebei 10 zetels. ‘Trots op Nederland’ van Rita Verdonk (zelf vroeger VVD) verdwijnt uit de Kamer. De Partij voor de Dieren kan blijven, met 2 zetels, net als de Staatkundig Gereformeerde Partij (SGP). Met enkele dagen verschil hebben zowel Nederland als Vlaanderen een politieke tsunami beleefd. Beide christelijke partijen, CDA en CD&V, zijn daarvan de grootste slachtoffers. De oorzaken en de gevolgen van de vloedgolf zijn echter totaal verschillend. Parallellen trekken blijft dus hachelijk. Misschien toch enkele elementen: de PVV haalt zoals destijds het Vlaams Blok veel stemmen bij de ontgoochelde kiezer, de neergang van het CDA en de CD&V bevestigt de tendens die ook te merken is in de overige landen waar christelijke partijen bestaan, het klassieke collectivistisch gedachtegoed van de sociaaldemocratie slaat minder aan. Bevoegde analisten achten het meest waarschijnlijke scenario wat men in Nederland een PaarsPlus-regering noemt: VVD, PvdA en D66, aangevuld met GroenLinks.

19


Welke artiest geeft stem aan Vlamingen van na 13 juni?

Een plek die Vlaanderen heet De Vlaamse Beweging heeft de afspraak met de jongere generaties gemist. De artistieke omkleding van het flamingantisme versterkt die indruk: alle flamingantische liederen en kunstuitingen zijn stokoud. Betogingen van de Lega Nord zijn naar verluidt vol ambiance, met naast Verdi’s Slavenkoor ook eigentijdse liederen. Vlaamse betogingen daarentegen hebben voor buitenstaanders weinig charme. Koenraad Elst In onze cultuursector weet of zoekt niemand het Vlaamse natiegevoel met eigentijdse thema’s te verweven. In de jaren 1960 konden de Elegasten, de Vaganten of zelfs de latere belgicist Wannes Van de Velde (in Pieter Breughel) al eens naar de Vlaamse verzuchtingen verwijzen. Vandaag echter staat er een levensgrote vacature open voor de eerste artiest die stem geeft aan het Vlaanderen van na 13 juni 2010. Soms nemen antinationalisten de nationalisten zelfs het thema van de nationale identiteit uit handen. In 1999 won Maggie Holland een Britse prijs voor de beste folksong met A Place Called England. Het lied opent met de groenlinkse klacht over een verkommerd land vol bebouwing en ongelijkheid, ‘gerund door mannen voor wie Engeland alleen een plek is om te parkeren’. Maar hoop daagt wanneer ze vrouwen tussen het beton van de sociale woningen rozen ziet kweken.

Een vaderland is meer dan een naakt landschap Dan eigent ze zich enkele nationale symbolen toe: ‘Dus sta op, Sint-Joris, en ontwaak, koning Arthur ...’ Want: ‘Hier twee heilwensen voor een plek die Engeland heet, wreed mishandeld maar nog niet dood.’ Wordt dit een nationalistisch strijdlied, een Engelse variant op: ‘Nog is Polen niet verloren’? Nee, integendeel. Het vervolg van de tekst verwerpt de beperking van de Engelse identiteit tot geboren

20

Engelsen: ‘Kom, allen die zich thuisvoelen bij de vrijheid, wat ook het land is dat u voortbracht. Er is plaats voor u, met wortel en tak, zolang gij de Engelse aarde liefhebt.’ Niets wijst erop dat nieuwkomers ‘de Engelse aarde liefhebben’. Integendeel, de boerenstand (zeker ook de bio-alternatieve soort die Maggie’s sympathie geniet) en de in Engeland zeer florissante kringen voor natuurexploratie bestaan praktisch uitsluitend uit inheemsen; in ons land is het niet anders.

Engeland heet hier geen natie maar een keuzegemeenschap verenigd rond ‘waarden’. Daarin is ‘plaats voor allen om te groeien en bloeien, alleen minder plaats voor de dikke landheer op zijn achterste in zijn SUV’. Ziedaar weer zo’n tragikomisch voorbeeld van een oud-linkse die het opengrenzendiscours van de bovenklasse overneemt tegen de belangen van de onderklasse in. Ruimtegebrek of andere maatschappelijke schade door ongebreidelde migratie treft de armen meer dan de rijken. Daarom trekken nationalisme en vreemdenvrees juist de achtergestelden aan. In een antipolitieke climax ontwijkt Maggie de voor mensen onvermijdelijke politieke keuzes door zich op een lager niveau te verschuilen: ‘Engeland is niet vlag of Imperium, het is niet geld, noch is het bloed ... Het is de merel die in de meiboom zingt ... en Engelse grond onder je nagels.’ Als je menselijke instellingen zoals de staat, de economie of het natiegevoel buiten beschouwing laat, dan neem je ook de door specifieke mensengroepen bedachte

Doorbraak

identiteit ‘Engeland’ weg. Een vaderland is meer dan een naakt landschap. Rotsen en stromen alleen zijn nog niet de door mensen gevormde ‘plek die Engeland heet’.

De boodschap van het lied luidt: een echte Engelsman is tegen nationalisme, de nationalist houdt niet echt van Engeland. Op Europees niveau is die redenering welbekend. Men invoceert vaak de ‘Europese waarden’ als knuppel tegen Europese eigenwaarde en zelfverdediging: ‘Europees’ zou immers tolerantie impliceren, ‘dus’ de hele multiculturele agenda. Ongeloofwaardig, maar in een sterk lied als dat van Maggie gaat zo’n verhaal overtuigend klinken.

‘Vlaams’ heeft die links-liberale connotaties overigens niet. Anti-Vlaamse krachten buiten en binnen Vlaanderen hebben die naam zozeer als middeleeuws en bekrompen verduiveld, dat hij ongeschikt is geworden om modieuze waarden zoals multicultuur of belgicisme aan op te hangen. Inmiddels beschikt het belgicistische kamp niet over een Maggie Holland die de Vlaamse fierheid tot een wapen tegen de Vlaamse eisen omsmeedt. Het Leve België!-lied van Clouseau en de hele Belgavox-pathos zijn al net zo lachwekkend onecht als de BUB onder de politieke partijen. Maar de onbenulligheid van de belgicistische cultuur rechtvaardigt nog niet de armoede aan verbeelding en scheppingskracht in het Vlaamse kamp. Ontwaak, Vlaamse muze!

juli 2010


Tweespraak Israël - Palestina

De archeoloog van Kongo

Foute auteurs

Schrap je schap met Kongoboeken. Je vindt immers alles in het meesterwerk Congo van David Van Reybrouck. Van 1966 tot 1970 was ik in Lemfu, Kisantu, Kinshasa, Matadi en Lubumbashi. Wat Van Reybrouck over die tijd schrijft, is werkelijkheid, is waarheid. Met het spitten in mijn geheugen naar die periode, oordeel ik dat ook de rest klopt. Sereen verhaalt Van Reybrouck over koning-rover Leopold II, de missionering, de kolonialen. De linkse kretologie is ver. Voor flaminganten is het hoofdstuk ‘Weldra van ons’ (1955-1960), met de plotse onafhankelijkheid, een waarschuwing. Bereid u voor maar wanhoop nooit, het establishment is voos en slap. Van Reybrouck is een kanjer van de literaire non-fictie, een genre dat bijvoorbeeld de Nederlander Frank Westerman met El Negro en ik actualiseerde. Non-fictie is het geobserveerde, het bijvoeglijk naamwoord ‘literair’ waarborgt schitterende zinnen. De meester in Vlaanderen was Louis-Paul Boon met als knapste specimen: Het Geuzenboek, een verletterkundiging van historische studies. Van Reybrouck is de nieuwe Boon. De schrijver bereisde Kongo vijf jaar op en af. Van vorming is hij archeoloog en dat merk je aan het graven. Het truweel en ‘t borsteltje woelen. Over de ex-kolonie staat veel op papier maar Van Reybrouck herkauwt zelden. Hij schuift de honderden kilo’s tekst onder zijn schrijftafel en luistert naar zoveel kleine, en andere, Kongolese luiden als mogelijk. Uit dezelfde pen vloeide het toneelstuk Missie, terecht een kaskraker. (FC)

Op 11 juni overleed Jerome Verhaeghe. Hij was televisiepionier in Vlaanderen, medewerker aan het eerste tv-journaal in 1953. Kort na WO II was hij al journalist bij De Spectator, in die tijd een soort politiek-correct weekblad dat aanleunde bij De Nieuwe Gids, politiek-correcte evenknie van De Standaard toen. Aan de weekbladenkant had je concurrent De Vlaamse Linie dat vanaf 1948 en dat zeker tot het Schoolpact in 1958 danste op de golven van repressie, amnestie-eisen, Koningskwestie en absolute CVPmeerderheden in het Paleis der Natiën. Het jezuïetenweekblad De Vlaamse Linie werd toen massaal bevolkt door gewezen ‘zwarten’, ‘slachtoffers’ van de repressie: Karel Vertommen, Lode Claes ... Stuk voor stuk ‘verbrande schrijvers’. Ook jongeren als Arthur De Bruyne, Hugo Schiltz en Karel van Isacker werkten er aan mee. Bij die ‘verbrande schrijvers’ ook namen als André Demedts en Filip de Pillecyn. Allen werkten mee aan het blad. Allen waren tot de jaren 1960 gevierde heimatschrijvers. Sindsdien vergeten en vaak verworpen. Over hen publiceerden historici het lezenswaardige Verbrande schrijvers. Portretten van eerder genoemden, maar ook van Wies Moens of Ferdinand Verknocke. Nieuw is zeker het inleidende stuk van UAhistoricus Marnix Beyen, die de concepten zwart-wit-grijs tijdens de oorlog verder wil nuanceren en verfijnen. Culturele collaboratie, accommodatie, verzet ... zijn ‘flou’, moeilijk van elkaar te onderscheiden, lopen in elkaar over. Wie kan dan nog ‘fout’ zijn? Wie ‘verbrand’? (KDr)

• David Van Reybrouck, Congo. Een geschiedenis, De Bezige Bij, 680 blz., € 24,90, isbn 978 90 234 5866 1

• Lukas De Vos e.a. (red.) Verbrande schrijvers. ‘Culturele’ collaboratie in Vlaanderen 19331937, Academia Press, 207 blz., € 22,00, isbn 978 90 3821509 9

• Ludo Abicht & André Gantman, Israël-Palestina. Tweespraak over oorzaken en oplossingen, Pelckmans, 168 blz., € 17,50, isbn 978 90 289 5453 3







juli 2010

Doorbraak

Van weinig dingen in de internationale politiek kun je zeker zijn, van steeds terugkerende conflicten in het Midden-Oosten wel. De regio zal een brandhaard blijven zolang de Israëlisch-Palestijnse kwestie niet is opgelost. Daarover verscheen een boek van twee prominente Vlamingen, filosoof Ludo Abicht en jurist André Gantman. Het werd een lang dubbelinterview, waarin heel de ontstaansgeschiedenis van het conflict wordt toegelicht, van de Bijbelse tijden tot de oorlog in Gaza. Abicht en Gantman zouden elkaars tegengestelden moeten zijn, maar zijn het in hun analyse ook vaak eens. De verschillen worden wel scherper naarmate ze dichter bij recente gebeurtenissen komen. André Gantman en Ludo Abicht tonen in deze tweespraak hun indrukwekkende expertise. Het is ook opvallend dat het pro-Palestijnse standpunt van Abicht niet botst met zijn liefde voor de Joodse cultuur. En de liberale Jood Gantman verkettert niet alles wat Arabisch of Palestijns is, hoe sterk hij het ook opneemt voor het bestaansrecht van Israël. In het slothoofdstuk doen ze voorstellen om tot een duurzame vrede te komen. Beiden zijn het eens over een twee-staten-oplossing, maar Abicht verdedigt onderhandelingen met Hamas, de legitieme winnaar van de Palestijnse verkiezingen, en Gantman sluit de ‘terroristen’ van Hamas uit. Het boek met educatieve waarde stijgt uit boven de veredelde pamfletten die vaak over het Midden-Oosten verschijnen. (RVH)

21


Guido Moons: ‘Max Wildiers is mijn idool’ Barry Maertens

Guido Moons is de kersverse voorzitter van de Vlaams Volksbeweging (VVB). Hij was geruime tijd lid van de algemene vergadering en klom van ondervoorzitter naar voorzitter. Guido Moons geeft rendez-vous in ’t Voske bij Klokke Roeland in Gent. Symbolisch. De vos staat voor de Waaslanders, waartussen Guido opgroeide, de klok is de krachtigste stem van Vlaanderen. Professioneel is Guido Moons leraar in het buitengewoon onderwijs: ‘Aandacht voor de zwakkere werd mij van jongsaf thuis bijgebracht. En die motivatie zal ik nooit kwijtraken’. De jongste van de vier kinderen van Guido Moons, een zoon, wandelt in de voetsporen van vader en studeert zorgwetenschappen. Thuis heeft de nieuwe voorzitter op een ereplaats een foto hangen van Max Wildiers, een van zijn idolen. Pater Wildiers was denker, Vlaming uit één stuk, wetenschapper, jezuïet, paleontoloog en christoloog. Lezen is een hobby van Moons, en dat gaat van politieke boeken, over de spitsvondigheden van Gaston Durnez, tot de getuigende teksten van de anti-nazistische Duitse dominee en voorvechter van de oecumene Dietrich Bonhoeffer. Moons: ‘Ik ben uiteraard ook een fan van het voortreffelijke overzichtswerk

22

van Mark Platel, Een Communautaire Geschiedenis van België. De Vlaamse Beweging blijft een warme politieke stroming en is uniek door de belangeloze inzet van mensen als Eric Ponette, Walter Peeters – en hun dossier sociale zekerheid –, de rusteloze Eric Defoort en wijlen de jurist Koen Baert en de econoom Kris Rogiers. Zonder Kris was het verankeringsdebat niet of veel later gestart. Ik bewonder die vijf.’ De nieuwe VVB-voorzitter houdt van de pluralistische vereniging die hij drie jaar zal leiden, maar stopt zijn evangelische inspiratie niet weg. Een van zijn drie dochters is een geschoolde theologe. ‘Dat heeft mij nooit belet om hartelijke relaties te hebben met de vrijzinnigen in de Vlaamse Beweging. Ik denk met veel genoegen terug aan mijn gesprekken met Erik Crommelynck, die ik opvolgde als TAK-woordvoerder. Erik was een zoeker, een vrijdenker.’ Vader en moeder Moons waren Vlaamsvoelende, katholieke mensen, zonder verleden in de Vlaamse Beweging. Vader overleed toen Guido veertien maanden was en het gezin vestigde zich dicht bij een heeroom in SintNiklaas en later in Moerbeke-Waas. Cyriel en Filemon Coupé werden daardoor familievrienden. Cyriel is de bekende dichter Anton Van Wilderode en Filemon en zijn gezin maakten bij Guido Moons de belangstelling voor Vlaamse actie wakker. Peter Coupé, zoon van Filemon, was lid van TAK, het Taal Aktie Komitee. Eerst kwam Moons via Anton Van Wilderode in contact met de IJzerbedevaart, waar hij regieassistent werd. In 1980 volgde de overstap naar TAK en in die hoedanigheid werkte hij samen met Peter De Roover en Jan Jambon aan de betogingen

‘Vlaanderen, echt vrij’ (1990) en ‘Taalgrens, staatsgrens’ (1991). In de jaren 1980 en 1990 waren er weinig acties waar Guido Moons afwezig bleef. Enkele jaren later, in 1995, volgde de overstap naar het bestuur van de VVB. Moons was ondertussen een deskundige van het dossier VlaamsBrabant, dat hij tot vandaag opvolgt. Veel leerde hij van de boeken van exjournalist en later VB-parlementariër, Guido Tastenhoye. Moons: ‘Guido had veel meer invloed als journalist dan later als politicus. Sterk in zijn twee boeken over Vlaams-Brabant is de vaststelling dat het over veel meer gaat dan taal. De verdringing van het Nederlands door de Franstalige inwijking heeft sterke sociale aspecten. De volksmensen zijn daarvan de dupe en dat revolteert mij.’ Voor Moons is het van het grootste belang dat de druk op de ketel blijft in het BHV-dossier. Zo is hij actief als voorzitter van de Werkgroep BHV, een samenwerkingsverband van TAK, het Halle-Vilvoorde Komitee (Haviko) en de VVB. Deze werkgroep was onder meer de kracht achter de acties van dienstweigering bij de onwettige verkiezingen van 13 juni. Zijn echtgenote Mia was de eerste veroordeelde dienstweigeraar uit verzet tegen de onwettelijkheid van verkiezingen terwijl BHV niet is gesplitst. In de nieuwe Raad van Bestuur van VVB wordt voorzitter Moons bijgestaan door een heel team. ‘Ik ben een ploegspeler en kan goed functioneren – als VVB’er, als gezinshoofd en leraar – omdat ik omringd ben door mensen die mij steunen. Thuis heb ik mijn echtgenote, bij VVB het bestuur, op school collega’s met begrip voor mijn idealen’, besluit Moons.

Doorbraak

Doorbraak is een uitgave van de Vlaamse Uitgeversgroep (VLUG). Doorbraak is lid van de Unie van de Uitgevers van de Periodieke Pers. Passendalestraat 1A, 2600 Berchem redactie@doorbraak.org www.doorbraak.org T 03 320 06 30 - F 03 366 60 45 ISSN 0012-5474 Jaarabonnement 11 nummers (verschijnt niet in juli) Abonnement € 25 Internetabonnement € 15 (mits opgave van elektronisch adres) Studentenabonnement € 10 (mits opgave van elektronisch adres) www.doorbraak.org/abonneren IBAN BE 91 736001271976 BIC KREDBEBB Gratis tweewekelijkse e-zine met actualiteit en commentaar www.doorbraak.org/tussendoor : Pieter Bauwens : Karl Drabbe, Marc Van de Woestyne : Pieter Bauwens, Frans Crols, Peter De Roover, Karl Drabbe, Dirk Rochtus, Jan Van de Casteele, Marc Van de Woestyne, Roger Van Houtte : Frans Crols : Lut Lambert (Foar Dy) : Ludo Abicht, Jacques Claes, Frederik Dekeyser, An De Moor, Vincent De Roeck, Herman Deweerdt, Koenraad Elst, Marc Gevaert, KMP, Bart Maddens, Theo Lansloot, Barry Maertens, Guido Naets, Marc Platel, Eric Ponette, Jean-Pierre Rondas, Matthias E. Storme, Frank Thevissen, Luc Van Braekel, Katleen Van den Heuvel, Jan Van Doren, Wart Van Schel, Pieter-Jan Verstraete, Jef Vuchelen : Erwin Vanmol : Wim Van Capellen (Reporters) Doorbraak : Pieter Bauwens Maurits De Smetstraat 12 9308 Hofstade

juli 2010


advertentie

Indoor Karting Antwerpen Noorderlaan 95a 2030 Antwerpen tel 03 541 43 43 fax 03 541 05 25

advertentie

piet.ronsijn@indoorkartingantwerpen.be www.indoorkartingantwerpen.be


advertentie

Het Vlaams & Neutraal Ziekenfonds met kantoren over heel Vlaanderen, draagt zijn partijpolitieke ongebondenheid en streven naar een Vlaamse ziekteverzekering hoog in het vaandel. Binnen de Landsbond van de Neutrale Ziekenfondsen staan wij bekend als het snelst groeiende ziekenfonds. Meer dan 80.000 leden ondervinden reeds onze persoonlijke en klantgerichte aanpak. Om onze dienstverlening nog te verbeteren, willen wij onze krachtige ploeg van 103 personeelsleden versterken met twee enthousiaste en polyvalente medewerkers:

BEDIENDE (m/v)

INFORMATICUS (m/v)

Takenpakket: u zal ingeschakeld worden op onze zetel van Lier en werkzaam zijn in de dienst uitkeringen. Na de opleidingsperiode staat u in voor het dossierbeheer van de uitkeringen en invaliditeitsvergoedingen en het contact met de leden hieromtrent.

Takenpakket: u maakt deel uit van onze informaticaafdeling in Mechelen, bestaande uit 4 informatici, en zal na de opleidingsperiode volgende taken zelfstandig kunnen opvolgen: configuraties van pc’s, netwerkbeheer, TCP/IP routing, beheer Linux, AS400, CMS, webapplicaties, virtuele machines en Microsoft Exchange. U bent ook in staat database query’s te maken en te programmeren in CL, SQL, Perl en Java. Uw rol bestaat er vooral uit om collega’s te helpen bij informaticaproblemen.

die voldoet aan de startbaanvoorwaarde voltijds contract

Profiel: u bent nauwkeurig, stressbestendig en klantgericht. U beschikt over een bachelordiploma, een snel werktempo en hebt een goede kennis van Outlook, Word en Excel. We verwachten zeker dat u beantwoordt aan de startbaanvoorwaarde (jonger dan 26 jaar). De bereidheid om ook af en toe te prospecteren voor het ziekenfonds en/of voeling met de Vlaamse beweging zijn extra troeven.

voltijds contract

Profiel: u bent gebeten door de informatica en wil zich niet specialiseren in één taak, maar bent flexibel en een ploegspeler. U beschikt over een bachelordiploma informatica en/of relevante beroepservaring. Bovendien bent u communicatief, stressbestendig en beschikt u over een rijbewijs.

Wij bieden: een leuke en afwisselende job met grote mate van verantwoordelijkheid binnen een gedreven en kameraadschappelijke ploeg. Het contract is voor onbepaalde duur en extra-legale voordelen worden binnen het loonpakket voorzien. Geïnteresseerd? Stuur vóór 9 juli uw gemotiveerde brief met cv naar het Vlaams & Neutraal Ziekenfonds, t.a.v. Jürgen Constandt, algemeen directeur, Hoogstratenplein 1 te 2800 Mechelen of per e-post: diane.van.balen@vnz.be (voor bediende) of steven.van.dessel@vnz.be (voor informaticus).

Webstek : www.vnz.be


2010_07_doorbraak  

vrij moedig maandblad Gezondheidszorg, normen en waarden De pastoor is paus in zijn parochie Snel weer naar de stembus? juli 2010 - 7 Afgift...

Advertisement
Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you