Issuu on Google+

België-Belgique PB Antwerpen X 8/2828

Maandblad van de Vlaamse Volksbeweging vzw

www.doorbraak.org

Afgiftekantoor Antwerpen X P508831 Passendalestraat 1A 2600 Berchem redactie@doorbraak.org

4 2010

Krijgt de BHV-spellewerker zijn draad ontknoopt?

Doorbraak: van nieuw naar nieuwer In januari 1999 verscheen het eerste nummer van het toen vernieuwde maandblad Doorbraak. Het blad verschijnt al sinds de jaren 1962, als maandblad van de Vlaamse Volksbeweging. In zijn edito had Dirk Laeremans, de toenmalige hoofdredacteur, het over de nieuwe uitdagingen: vergrijzing, migratie, de kennismaatschappij. En over de wens van nieuwe generaties Vlamingen naar ‘structuren die werken’. ‘België voldoet niet aan dat criterium en verdwijnt dus.’ Doorbraak heeft die ontwikkeling opgevolgd, ontleed, becommentarieerd. En sindsdien in ca. 125 nummers geprobeerd om intensief het debat te voeren over het alternatief van de Vlaamse staatsvorming. Manu Ruys hoopte in datzelfde eerste nummer op een forse stap vooruit (‘confederale ordening’) na de verkiezingen in datzelfde jaar. Wie denkt dat hij zich in dit optimisme zwaar vergiste, moet zijn verhaal helemaal lezen. Tegelijk was de voormalige hoofdredacteur van De Standaard erg realistisch: ‘Mislukt dit, dan zet de ontwrichting van België door.’ En zo geschiedde ... Verhofstadt heeft er na zijn overwinning in 1999 met paarsgroen voor gezorgd dat het Vlaamse programma waaraan in het Vlaams Parlement hard was gewerkt, niét werd uitgevoerd. Niet Ruys heeft zich vergist, wel Verhofstadt. Een paar verkiezingen verder werd niet het Vlaamse programma, maar de VLD-topman afgevoerd. Tien jaar later maakte Yves Leterme net dezelfde fout. De woorden van Ruys voorspellen ook zijn lot. Tien jaar is geen eeuwigheid in de politiek. Vlamingen zijn geen revolutionairen. En door eigen verdeeldheid vertragen ze het proces naar een onvermijdelijke Vlaamse doorbraak. Ruys deed in 1999 ook al een oproep tot ‘strategische verstandhouding’: ‘De Vlamingen mogen zich niet van tegenstander vergissen.’ Ze hebben in het voorbije decennium aardig hun best gedaan om dat wél te doen. Blijven ze dat doen, dan is de doorbraak nog niet voor morgen. Maar die komt er wel. Uitstel is geen afstel.

Ondertussen wordt het communautaire dossier op een zakelijker manier behandeld. Dat geldt voor Bart De Wever, maar dat geldt ook voor mensen als Gerolf Annemans, die in een interview in dit nummer (p. 4-5) aangeeft dat ook hij er rekening mee houdt dat het momentum van de Vlaamse staatsvorming wellicht nog even op zich laat wachten. Maar het komt eraan, er is geen weg terug. De tijd dat het nog duurt, wordt ondertussen volgens hem best nuttig gebruikt voor de nodige politiek-juridische onderbouw van elke stap in de richting van een onafwendbare boedelscheiding. Verhofstadt heeft na 1999 de politieke ontwikkelingen verkeerd ingeschat, de conservatieven en Vlaamsgezinden uit zijn VLD gejaagd en ruimte gelaten voor het Blok/Belang, later voor N-VA en voor LDD. Leterme heeft na zijn succes in 2007 op een vergelijkbare manier gekozen voor de korte glorie van de federale macht. Hij sloot de poort van de N-VA voor Dedecker, maar heeft daardoor Dedecker versterkt. Hij brak het kartel, maar gaf vleugels aan De Wever. Ook Doorbraak beseft dat een Vlaamse doorbraak nog wat tijd vraagt. Daarom steekt de redactie met de deugddoende steun van medestanders en sympathisanten dezer dagen veel energie in een nieuwe stap voorwaarts. Met meer overtuiging, met meer bladzijden, en met een professionelere aanpak van illustraties en opmaak. En tot slot met een aantal nieuwe medewerkers die vanuit heel diverse politieke overtuiging één gezamenlijke doelstelling voor ogen hebben: de doorbraak van een volwaardige, zelfstandige Vlaamse staat. De wens van ons Vlaams Parlement toch? Een staat waar de Vlamingen, bevrijd van dat eeuwige tijdverlies in een kunstmatige en krakkemikkige 19de-eeuwse Belgische staatsstructuur zélf beslissen over de organisatie van hun democratie, hun sociaaleconomisch beleid en hun solidariteit. ■ JAN VAN DE CASTEELE

april 2010 nr. 4

Doorbraak

1


PERSWIJS De kloof: stations Frans Crols in De Standaard, 23 februari: ‘De Vlaamse publieke opinie is

nauwelijks nog in een staatshervorming geïnteresseerd. Ze is al op weg naar de volgende statie, het eindstation, waarin solidariteit met Wallonië zal gedefinieerd worden als Europese ontwikkelingshulp.’

Jean-Marie Dedecker in De Morgen, 26 februari: ‘Wie kende De Wever voor hij mij verraden had? Hij zal straks trouwens hetzelfde meemaken als ik: eerst gehypet worden, en dan platgeklopt. Men maakt een mens groot, maar wie je ook mag zijn, als de krachten zich verzamelen om je af te maken, ga je eruit... Net zoals ik fietst De Wever tussen de machten en de zuilen door. Men verdraagt dat een tijdje, tot de nieuwigheid eraf is.’ Pascal Smet (sp.a minister van Onderwijs) in De Standaard, 25 februari: ‘In Brussel moeten 45 % van de plaatsen in Nederlandstalige scholen voor Neder-

landstalige kinderen worden voorbehouden. Maar veel plaatsen worden vandaag oneigenlijk ingenomen omdat het als ouder volstaat op erewoord te verklaren dat je Nederlands praat, ook al is dat niet het geval.’

Frederika Van Wing in De Standaard, 24 februari: ‘Een capaciteitsverhoging binnen het Nederlandstalig onderwijs in Brussel is niet prioritair. Er is nu al een lerarentekort. Neen, diensten waar de Vlaamse Gemeenschap in investeert, moeten gewoon toegankelijk zijn voor Nederlandstaligen. En voor Nederlandstaligen zijn er meer dan genoeg plaatsen in het onderwijs. Alleen moeten ze ook echt voorrang krijgen. Maar ik heb steeds meer de indruk dat er geen plaats is voor Vlamingen in Brussel.’

Het nieuwe station van Luik mocht voor amper 13 630 weekdagse pendelaars 312 miljoen euro kosten. Dat van Bergen (klaar in 2014) wordt geraamd op 110 miljoen euro voor 10 387 dagelijkse reizigers. Roel Deseyn (Kamerlid CD&V) vestigde op zijn webstek al eerder de aandacht op die erg hoge bedragen. ‘Wanneer men in Luik wafels krijgt, wil men in Bergen chocolade’, aldus Deseyn. Ter vergelijking: Luik en Bergen zijn stations met dezelfde reizigersaantallen als pakweg Kortrijk en Denderleeuw. De financiering in spoorweginfrastructuur en stations is onderworpen aan een 60/40-sleutel tussen het Vlaamse en Waalse gewest. Het aantal reizigers verhoudt zich intussen als 64/36 (cijfers NMBS 2007). Misschien ook om die reden werd de nationale herdenkingsplechtigheid voor de slachtoffers van Buizingen, een initiatief van het kernkabinet van de regering van Yves Leterme, ronduit een fiasco. Leterme hield er zijn toespraak voor een bijna lege zaal.

Norbert De Batselier in Samenleving en Politiek, 15 februari:

‘Wat je op een zinvolle manier regionaal kunt beslissen, moet je doen. Dat vind ik geen nationalistisch beginsel, maar eerder een socialistisch, democratisch beginsel. We hebben ons altijd afgeschermd, en gezegd dat we onze grote socialistische broeders langs Waalse kant en bij het FGTB niet mochten verliezen. Neen, die mogen we niet verliezen, maar door er onze kar aan te hangen hebben we al veel kansen verloren. De Vlaamse situatie is nu eenmaal anders dan de Waalse. Wij moeten onze oplossingen aan Wallonië niet opdringen en moeten de oplossingen van Wallonië niet overnemen bij ons.’ Jan-Pieter De Nul in Trends, 14 januari: ‘De grootste financiële instelling van het land was in de loop der jaren een beetje te Vlaams geworden. Een Vlaams Fortis bedreigde de Belgische machtsevenwichten. Van het moment dat de bank in de problemen kwam, was er maar één optie wenselijk: verkopen. En aan wie? Aan de Franstalige vrienden over de staatsgrens. En zo is Vlaanderen als economie terug naar af.... Eenderde van de Vlaamse stemmen wordt opzijgeschoven. Terwijl - hoe zeg ik dit best - aan de overkant van de taalgrens sommige partijen lichtjes maffioos zijn...’

Doorbraak

Een vergelijking van de absenteïsmecijfers van de laatste vijf jaar van de verschillende provincies leert dat West-Vlaanderen het best scoort (7 % afwezigen per dag). Het gemiddelde in Vlaanderen is immers 7,18 %, voor Brussel 7,45 %, voor Wallonië... 11,11 %. Vooral in Henegouwen roepen de cijfers - ondanks een behoorlijke daling - nog steeds heel wat vragen op. (bron: Roel Deseyn, CD&V)

De kloof: belastingsaangifte

Emiel De Bolle

2

De kloof: afwezig blijven

66,17 % van de Vlaamse burgers stuurt zijn belastingaangifte elektronisch door, tegenover slechts 23,13 % van de Walen en 8,7 % van de inwoners van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Ook onder mandaathouders zijn het vooral de Vlaamse die hun aangifte elektronisch doorsturen: meer dan 70 % in het Vlaamse Gewest, slechts 22 % in het Waalse Gewest en 7 % in het Brussels Hoofdstedelijke Gewest. Alleen in de derde groep, belastingen elektronisch doorgestuurd door de ambtenaren, ligt Wallonië voorop (45,5 % Vl, 40 % W en 14,5 % Br.). Hiervoor is er een eenvoudige verklaring: 40 % van de beroepsactieve Walen is ambtenaar, terwijl dat in Vlaanderen maar 20 % is, aldus Peter Logghe (VB) die deze cijfers kreeg na een parlementaire vraag aan minister van Financiën Didier Reynders.

nr. 4 april 2010


Vrijspraak voor BHV-dienstweigeraars Tien mensen die bij de laatste Europese verkiezingen (2009) hadden geweigerd op te treden als bijzitter in een stembureau, omdat BHV nog niet was gesplitst binnen de termijn die het arrest van het Grondwettelijk Hof had voorzien, zijn door de Brusselse correctionele rechtbank vrijgesproken. Volgens de rechtbank was dat een geldige reden voor hun weigering. De Werkgroep BHV die al zo lang campagne voert rond dit thema, reageerde bijzonder tevreden.

Mircea Grosaru Het Grosaru-arrest bepaalt dat Mircea Grosaru, een Roemeen uit de Italiaanse minderheid die in Roemenië werd verkozen, maar niet mocht zetelen, nu wel mag zetelen. Het arrest zegt ook dat àlle verkiezingen moeten worden gecontroleerd door een onafhankelijk en onpartijdig rechterlijk orgaan. België is een van de weinige landen waar zo’n orgaan niet bestaat. Als het nog wordt opgericht zal het - in tegenstelling tot een verkozen parlement - nooit het arrest van het Grondwettelijk Hof kunnen negeren. (Belga, 17 maart) De opvatting in de Belgische rechtspraak op basis waarvan de BHV-dienstweigeraars van 2007 werden veroordeeld door het Hof van beroep in Gent is dus strijdig is met het EVRM. Er is dus een grote kans dat hun klacht tegen België gegrond zal worden bevonden door het Hof in Straatsburg (Matthias Storme, weblog).

Stemmen in mei? Als er geen inhoudelijke oplossing komt voor BHV wordt het Vlaamse splitsingsvoorstel in mei in de plenaire Kamer gestemd. Dat zei Eric Van Rompuy (CD&V) op de RTBf-radio. De Kamercommissie Binnenlandse Zaken keurde in november 2007 het Vlaamse wetsvoorstel goed dat de kieskring BHV splitst. De Franstaligen remmen een stemming in de plenaire af met een rist belangenconflicten. Het vierde belangenconflict loopt binnen enkele weken af. In principe zou ook het Brussels parlement er nog een kunnen inroepen, maar sommigen vrezen voor communautaire problemen in de hoofdstad. Dehaene kreeg van de koning de opdracht een voorstel van oplossing uit te werken. ‘Tegen Pasen’ werd ondertussen al ‘einde paasvakantie’. ‘Indien er geen oplossing is, gaan de Vlaamse partijen stemmen, met alle gevolgen vandien’, aldus Van Rompuy. (Belga, 9 maart)

Commentaar Desovjetiseer het onderwijs! Stilaan beginnen de perverse effecten van de steeds voortschrijdende overheidsbemoeienis in de oprichting en bevolking van scholen ook bij het grote publiek duidelijk te worden. We hadden al enkele jaren ouders die zich verplicht zagen nachten te kamperen voor schoolpoorten, nu ook ouders die zich verplicht zien door een gerechtsdeurwaarder te laten vaststellen dat ze proberen hun kinderen on line in te schrijven in scholen in hun buurt (of elders). Het is toch duidelijk dat het onderwijsaanbod niet overeenstemt met de vraag. En dan kan de oplossing niet aan de vraagzijde liggen. Dat houdt in dat men ofwel de kinderen deporteert ofwel de ouders een onderwijs door de strot duwt dat ze niet willen. Elk redelijk beleid zou dus zorgen dat het aanbod kan beantwoorden aan de vraag en dat is heus niet zo moeilijk. Maar neen, onze politici en onderwijskundigen willen natuurlijk de ouders verplichten om het onderwijs te slikken dat zij vanuit hun ivoren toren het beste achten voor de ‘maatschappij’, vanuit hun sovjetideaal van maatschappij, vanuit hun dirigistisch-multiculturalistische ‘gelijkekansenideologie’. Onze ideologen en machthebbers weigeren scholen te laten organiseren volgens de wensen van de ouders. Nochtans is de Grondwet op dit punt duidelijk: het onderwijs is vrij. En dat het onderwijs vrij is, betekent in wezen dat eenieder het recht heeft om in groep scholen naar zijn keuze op te richten en in te richten en daarbij door de overheid niet te worden gediscrimineerd (ook niet fi nancieel). Wat we vandaag zien, is het product van een sluipende sovjetisering die plaatsvond onder het mom van de rechten van het individu. Toen er nog onderwijsvrijheid was, kon de school zelf beslissen welke kinderen ze inschreef (en voor hoeveel ze dus subsidies kreeg) en konden de ouders zelf scholen oprichten. Toen mijn grootvader geen gepaste school vond voor zijn oudste dochter, richtte hij er zelf een op (vandaag de Sint-Bavohumaniora in Gent). Nu mag dat niet meer. En de vrijheid van de school is door paars afgeschaft onder het mom van de vrije keuze van de ouders: de school mocht niemand meer weigeren, want alle ouders moesten hetzelfde ‘recht’ hebben op de school van hun keuze. Met het belang van de inrichters van de school mocht geen rekening meer worden gehouden. Ook de keuzevrijheid van de ouders is intussen bedrog. Nadat men de vrijheid van de schoolinrichters (en dus van verenigingen van ouders) heeft afgeschaft, heeft Frank Vandenbroucke onder het mom van gelijke kansen nu ook de vrijheid van de individuele ouders vergokt. Nochtans is er een perfecte oplossing: de schoolvoucher. Stop met het fi nancieren van de scholen, fi nancier de ouders. Geef elke ouder een schoolcheque die enkel voor onderwijs mag worden gebruikt en laat de ouders daarmee scholen betalen en desnoods oprichten. Een budgettair probleem kan dit nauwelijks zijn: de Gemeenschappen krijgen immers volgens de fi nancieringswet voor het onderwijs een bedrag per kind. Zet dat om in een cheque aan de ouders. En geef desnoods een hogere cheque voor kinderen met speciale noden (handicap e.d.), maar dan wel op basis van individuele criteria en niet wegens het louter behoren tot een of andere groep. Dan pas zullen er echt gelijke kansen zijn. Maar de politici en ideologen moeten daarvoor wel ruim macht afstaan aan de burger. En daar ligt de wortel van het probleem ... ■ M ATTHIAS STORME

vervolg p. 11

april 2010 nr. 4

Doorbraak

3


STA ATSVO R M I N G

Vlaams Belang onderbouwt onafhankelijksdiscours Gerolf Annemans: ‘Westerse moslim, kom uit uw kast!’

V

laams Belang wil het debat over Vlaamse onafhankelijkheid steviger onderbouwen. Dat verhaal is veel complexer dan veel Vlaamsgezinden in hun sympathieke, emotionele en soms sloganeske benadering kunnen vermoeden. Dat besefte ook Gerolf Annemans. Doorbraak vroeg hem om uitleg. Desgevraagd vernamen we er ook dat de Kamerfractieleider ook het debat wil aangaan met de moslims in Vlaanderen. Doorbraak: Hoe overtuigen we meer volk ervan dat Vlaanderen en niet België het niveau van de toekomst is? De Maddens-strategie was erop gericht ook beleidspartijen op scherp te houden.Vlaanderen moet geen staatshervorming meer vragen en afwachten tot de Franstaligen omwille van geldnood zelf vragende partij zijn (federaal, Brussel, Wallonië), dit op een assertieve manier, met belangenconflicten als het moet. Gerolf Annemans: (cynisch) ‘Toch niet met de Maddensstrategie? Als die betekent dat we na het vastlopen van de federale onderhandelingen over de staatshervorming moeten aanvaarden dat de politieke vertegenwoordigers van Vlaanderen zich passief parkeren op een communautair statusquo - nota bene toch de wens van de Franstaligen? - dan mogen we toch passen? De Franstaligen hebben van die strategie immers niet de minste last. Maddens heeft wellicht nooit gedacht dat zijn strategie van Vlaamse assertiviteit zou kunnen gebruikt worden om het hele communautaire verhaal stil te leggen. De resoluties van het Vlaams Parlement, die de Vlaamse eisen veel scherper formuleerden, werden in het Vlaams regeerakkoord weggemoffeld in een politiek onzichtbare bijlage. Hiermee is alle Vlaamse dynamiek weg.’ Wat is het alternatief? Macht bereik je maar via een parlementaire meerderheid. De V-partijen cirkelen samen rond de 35%. Kan je dan anders dan openingen te maken door minder radicale partijen over die V-streep te trekken? ‘Hecht niet té veel belang aan die cijfers. Dat zijn momentopnames, bij verkiezingen, bij peilingen. Die 50% mag geen fetisj zijn. De V-dynamiek mag zich daar niet op fi xeren, maar moet overeind blijven, en waar nodig moet er wat geduld zijn tot een beter momentum zich aandient. Als het debat op zo’n crisismoment echt openbarst, zal de kaap van de 50% snel worden gepasseerd. Een ruime meerderheid in het Vlaams Parlement is inderdaad de belangrijkste legitimatie. We waren goed onderweg naar een voldoende V-dynamiek waarin een staatshervorming politiek afdwingbaar werd, maar na een CD&V-bocht van 180 graden zijn we daar weer een eind van verwijderd. Ik ben benieuwd wie daardoor bij volgende verkiezingen in de electorale afgrond terechtkomt.’ U neemt het Kris Peeters en de N-VA kwalijk dat ze de indruk wekten dat de staatshervorming vanuit Vlaanderen kon worden afgedwongen. Maar een staatshervorming vindt niet plaats in het Vlaams Parlement, wel op federaal niveau. Annemans: ‘Correctie: al in 2004, toen het kartel op Vlaams niveau de macht ambieerde en die van de kiezer ook kreeg,

4

Doorbraak

nr. 4 april 2010

werd dit in het vooruitzicht gesteld. De vermeende Vlaamse machtsgreep werd in 2004 een formeel onderdeel van de regeerverklaring en men zou die overal doordrukken. Ze was de prelude van wat op andere niveaus zou volgen. Bij de federale verkiezingen in 2007 zou het gebeuren.’ We kennen het verhaal: na juni 2007 gebeurde er niets, het kartel brak, N-VA scoorde in 2009, maar ook Kris Peeters deed het niet slecht. De Vlaamse eisen blijven zijn doelstelling, weliswaar geformuleerd in een bijlage van het regeerakkoord. Het engagement kan toch worden opgenomen? ‘Een regeerakkoord is een formeel document. Het Vlaamse engagement is iets “voor later”, verwezen naar 2011, het volgende federale verkiezingsjaar. En dan kan Bart De Wever stellen: “Nu moet ge voor mij stemmen”. Dat is nogal doorzichtig. Wat ik vaststel, is dat de Vlaamse regering zich door dit wegmoffelen van de resoluties inschakelt in en aanpast aan wat er federaal is gebeurd: aan het feit dat Leterme het Vlaamse programma heeft opzijgeschoven.’ De ontknoping van BHV staat voor de deur. Als CD&V overstag gaat, moet N-VA dan uit de Vlaamse regering stappen en waarom? ‘Daar mag in de N-VA toch niet langer dan vijf minuten debat over zijn?’ Hoera, dan komt Open Vld weer in de Vlaamse regering ... ‘Dan is dat maar zo. Een door Dehaene “onderhandelde” oplossing kan voor Vlaanderen niet geloofwaardig zijn. En kan de Vlaamse regering zich dan nog verstoppen achter het feit dat het BHV-spel op federaal niveau wordt gespeeld? Neen, toch? Sorry, het gaat in Vlaams-Brabant om Vlaamse gemeenten, om de zuidergrens van Vlaanderen, de grens ook waarmee we uiteindelijk naar de splitsing van dit koninkrijk gaan. De Rand is bovendien een bevoegdheid van de Vlaamse regering.’ Kan N-VA Vlaamse toegevingen verhinderen door uit de Vlaamse regering te stappen? ‘Dan ontstaat er toch op z’n minst een stuk institutionele crisis. Als ik Bart De Wever was, zou ik dat alvast doen. CD&V strompelt dan met zekerheid naar een slachtbank, omdat we dan in 2011 voor een eerste keer naar écht communautaire verkiezingen zullen gaan. Dat wordt wellicht nog niet hét momentum voor een fi nale doorbraak van de staatsvorming, maar veel scherper nog zullen de Vlaamse kiezers zien dat de traditionele partijen niet beantwoorden aan wat ze vragen. Als N-VA er uit stapt in april (dan komt Dehaene met zijn BHV-plan - red), dan rest er nog een jaar. Blijft N-VA toch in de Vlaamse regering, dan mag ook De Wever rekenen op een electorale afstraffi ng. Zo neen, dan doen we het samen, ieder op onze plek.’ Dan nog is de kans onbestaande dat de V-partijen een meerderheid halen. ‘Nog eens, die 50% mag geen fetisj zijn. Ook zonder politieke meerderheid verleg je stenen in een rivier. Als we het been stijf houden komt de dag dat een Vlaamse regering met een soevereiniteitsverklaring beslissende stappen zet naar


autonomie, komt er een splitsingsverdrag. De Wever sprak over “misschien wel een jaar of dertig”, ik durf hopen dat het vroeger zal zijn. Hoe dan ook, dat momentum moet gelegitimeerd zijn, niet door 50%, maar door een meerderheid die indrukwekkend is, met een onbetwistbaar draagvlak in Vlaanderen, en bovendien voldoende sterk naar de internationale gemeenschap toe.’ De drie V-partijen zijn de brandstof in de motor van de Vlaamse autonomie, maar die motor sputtert als een Vpartij lager scoort. Uw partij bijvoorbeeld ... ‘Dat is duidelijk. Vlaams Belang zal zich herpakken. En met communicerende vaten boeken we geen winst. Maar alle V-partijen rekruteren ten dele bij een specifiek publiek. Ieder heeft zijn taak. Belangrijk lijkt me te zijn dat stemmen die we weer kwijtspeelden in geen geval teruggaan naar de grote, traditionele partijen.’ In de pers is er vooral aandacht voor interne ruzies ... U spreekt over een herstel, maar hoe, dat blijft een geheim voor de binnenwereld van de partij. ‘Nog enkele weken geduld. De lijnen worden uitgezet. Absoluut zeker. Met een verkiezingsjaar voor de boeg kunnen we ons dat getwist niet permitteren.’ Naast uw Vlaams profi el blijven jullie focussen op migratie, islam. Sluit Vlaamse identiteit iemand van het moslimgeloof uit? ‘Neen, maar ik denk wel dat dit niet helemaal wederzijds is ... Een Vlaanderen zonder moslims, ik betwijfel of het nog kan. Maar we moeten daar een duidelijke boodschap aan koppelen: een oproep naar de moslims in Vlaanderen een debat te houden over hoe zij hier een plaats denken te zullen vinden. Zij zijn daar zelf nog niet uit. We horen en zien vooralsnog vooral dat ze geen deel willen deel uitmaken van de Vlaamse gemeenschap. Voor velen staat de religie in de weg. Met inburgeringscursussen schiet je dan niet veel op. We zijn dus op zoek naar duidelijke signalen van moslimleiders - politici en intellectuelen - die wijzen op de noodzaak om zich als moslim beter te integreren ... ‘ Wanneer wordt een moslim voor jullie een Vlaamse moslim? ‘Als hij de moed opbrengt om zijn religie te zien als een in-

Zelfs met waterdichte grenzen, is onze stedelijke bevolking heel binnenkort voor de helft van andere afkomst. Dat valt niet meer terug te draaien? Ik heb sowieso niet de indruk dat onze politieke wereld daar veel wil aan doen. Er moet dringend een migratiestop komen, een beperking van regularisaties, van volgmigratie ... Zoals we hadden voorspeld, loopt dat dramatisch uit de hand. Dat is vooral de schuld van Guy Verhofstadt. Maar je hebt gelijk, die gaan niet meer weg. De Vlaamse samenleving van 2020 zal niet die zijn van 1950. De vreemdelingen gaan blijven, maar ze gaan zich moeten voegen. De uitdaging is nu om het politiek en maatschappelijk als vanzelfsprekend te doen vinden dat wie naar Vlaanderen komt zich volledig mét resultaatsverbintenissen moet inburgeren. Onze Vlaamse identiteit moet voor de culturele boventonen blijven zorgen. Klare signalen en afspraken moeten ondubbelzinnig gerespecteerd worden. Overal in de wereld zie we dat vooral de radicale islam voor destabilisatie zorgt. De moslimgemeenschap in Europa wekt tot dusver weinig vertrouwen dat die trend zich ook niet hier doorzet. De jongere generatie wandelt weg van de Europese waarden. Vlaams Belang is er ook om die uitdaging, dat debat uit te lokken, stelt er zich open voor, maar is roeper in de moslimwoestijn. Waar zijn de vertegenwoordigers van een “Westerse” Islam? Moslims, kom uit uw kast!’

STA ATSVO R M I N G

dividuele verhouding tot God, hiernamaals en levenskwesties, maar tegelijk erkent dat die godsdienst op geen enkele wijze onze wettelijke normen betwist. Ik ben niet zo optimistisch, weet je. Het beeld van de brave gastarbeider is achterhaald, want niet meer het model. De jongere generaties zetten zich af tegen onze maatschappij. Die meisjes met hun hoofddoek: het gaat om meer dan om dat stukje stof.’

Uw colloquium van 30 januari (“de Ordelijke Opdeling”) was maar een tussenstop naar een uitgebreide publicatie over uw onafhankelijkheidsstrategie. Wat mogen we verwachten en wanneer? ‘Voorbereidende teksten en interventies worden verwerkt in een nieuwe uitgebreide publicatie. We publiceren geen bijbel, wel een overzicht van wetenschappelijke informatie over het onafhankelijkheidsthema, en over juridische en politieke aspecten daarmee verbonden (grenzen, boedelscheiding en verdeling, staatsschuld, homogeniteit en integriteit van het grondgebied, ...). Voorstellen over de Vlaamse staatsvorming op zich, over de verdeling van Belgische patrimonium, over een juridisch apparaat waarmee we het geheel verkocht moeten krijgen op Europees en internationaal vlak. Een “open” verhaal, met ruimte voor mijn part ook voor linkse denkers. Dat verhaal ligt moeilijker dan de slogans, maar is wel noodzakelijk. De Wever heeft dat ooit gesignaleerd, en heeft daar gelijk in.’ ‘Het momentum voor een Doorbraak (lacht) komt er hoe dan ook. Dan moeten we klaarstaan, met zeven, acht modellen, met mogelijke wegwijzers voor het probleem Brussel, met toelichting voor de internationale gemeenschap, die overigens geen secessie aanvaardt, ook al zal Vlaanderen misschien het eerste initiatief moeten nemen om uit de Belgische federatie te stappen. In een zò ver gedesintegreerde federale staat is dat geen secessie. Het zal trouwens geen “big bang” zijn, maar een opeenvolging van verschillende, kleine stappen tot het allerlaatste draadje dat Vlaanderen en Wallonië verbindt, is doorgeknipt.’ ■ PETER DE ROOVER ■ JAN VAN DE CASTEELE

april 2010 nr. 4

Doorbraak

5


KO N G O

Indépendence cha cha Vijftig jaar onafhankelijk

H

et Vlaamse streven naar onafhankelijkheid heeft in 2010 weer eens goede kaarten toebedeeld gekregen. Elke dag brengt het nieuws een nieuwe reden om de Belgische federatie te ontbinden. Toch zijn blijkbaar niet veel Vlamingen echt met het thema bezig, want anders zouden er al meer mensen de gouden gelegenheid hebben onderkend die het halfeeuwfeest van Kongo biedt.

Regelmatig zendt de staatsomroep herdenkingsprogramma’s uit rond diverse aspecten van de Kongolese onafhankelijkheidsverklaring op 30 juni 1960. Meestal opent zo’n uitzending met het aanstekelijke rumba-liedje Indépendence cha cha van Joseph Kabasele . Dat is een vreugdezang over de Rondetafelconferenties van 1959-’60, waar een erg diverse groep Kongolese leiders van België de belofte van een spoedige onafhankelijkheid loskreeg. Tegelijk is het een oproep tot diezelfde leiders ( Kalondji, Kasavubu, Lumumba, Tshombe ...) om ter wille van het nationale belang de eenheid te bewaren. Die Kongolese leidersgeneratie had minder managersgaven dan de gemiddelde Vlaamse deelregering. Politiek en economisch maakten ze geen succesverhaal van hun grondstoffenrijke jonge staat. Zij en hun opvolgers kunnen moeilijk zeggen: ‘Wat we zelf doen, doen we beter.’ Maar in één opzicht laten ze de Vlamingen vér achter zich: hun problemen zijn helemaal hun eigen bevoegdheid. Als zij bijvoorbeeld met China zaken willen doen, dan kan hun beleid niet door een Belgische voogd worden gekortwiekt. Zij hebben twee generaties geleden al voor elkaar gekregen waar de Vlamingen jaar na jaar naastgrijpen: los van België. Af en toe kondigt een buitenlandse krant het nakende einde van België aan. Wie het Belgische ‘’rien ne va plus’’ van dag tot dag moet aanzien, als onderdaan van Albert II of zelfs als residerend perscorrespondent, krijgt de indruk dat het spoedige uiteenvallen van deze staat onvermijdelijk is. Maar een politieke klasse die niet eens BHV gesplitst krijgt, die ziet men niet gauw België ontbinden, hoezeer die ontbinding ook in de lucht hangt. Het vak van de staatsman is wel eens gekarakteriseerd als ‘het onvermijdelijke mogelijk maken’. Maar de Vlaamse kanshebbers voor die rol missen telkens weer hun afspraak met de geschiedenis. Kongo heeft wel geprofiteerd van de internationale conjunctuur. De VS zette de koloniale mogendheden onder druk om de dekolonisering te bespoedigen. Vijftien Franse kolonies in Afrika werden in datzelfde jaar onafhankelijk. Nederland won militair de strijd tegen Indonesië om WestNieuw-Guinea, maar liet het gebied onder Amerikaanse druk toch los. Idem voor de Britten in Kenia: de politieke wil om een militair best houdbare kolonisering te bestendigen, ontbrak. In dat klimaat legde België dus zijn vijftigjarenplan voor een stapsgewijze voorbereiding op Kongolees zelfbestuur terzijde. De regering van Gaston Eyskens haastte zich om de postbeambte Patrice Lumumba tot premier van een onafhankelijke republiek te maken.

6

Doorbraak

nr. 4 april 2010

Heeft het Vlaamse streven naar zelfbestuur een gelijkaardige internationale wind in de zeilen? Niet in diezelfde mate, maar toch meer dan belgicisten als Paul Goossens of Guy Verhofstadt willen doen geloven. Wie de oogkleppen van de Noord-Belgische kranten aflegt en de buitenlandse kwaliteitsmedia een beetje volgt, weet dat België er een zeer slecht imago heeft en dat niemand een traan zal laten om de ontbinding van deze staat. Is er een Vlaamse Lumumba in zicht? Hopelijk niet, want de nationalistische leider was ook een beetje een schurk. Hij stelde zijn volgelingen een Belgische vrouw als buit in het vooruitzicht, wat stevig bijdroeg tot de golf van verkrachtingen die op de machtsoverdracht volgde. Maar iemand met Lumumba’s redenaarstalent komt wel van pas bij een onafhankelijkheidsverklaring. In zijn verrassingsrede, gericht tot de Afrikaanse bevolking over het hoofd van koning Boudewijn en premier Eyskens, duwde Lumumba België fl ink het hele dossier van koloniaal onrecht onder de neus. Hij besloot: ‘Wij die in ons lijf en in ons hart onder de koloniale verdrukking hebben geleden, wij zeggen het u: dat alles is vanaf nu beëindigd. De Republiek Kongo is uitgeroepen en ons dierbaar land is nu in handen van zijn eigen kinderen.’ Iets dergelijks zal onze nationale woordvoerder ook zeggen wanneer de Belgische koning en regeringsleider naar de hoofdstad van de Vlaamse republiek komen, bijvoorbeeld recht na hun terugkeer van het Halfeeuwfeest in Kinshasa, om er formeel onze onafhankelijkheid te erkennen.

■ KOENRAAD ELST

Congo of Kongo? Bij de spellinghervorming van 1995 werd de algemeen ingeburgerde spelling ‘Kongo’ vervangen door de Franse spelling ‘Congo’. Hiervoor bestond geen enkele taalkundige rechtvaardiging, het was alleen bedoeld als belgicistische stamp in het gezicht van de Vlaamsgezinden. Het Noord-Nederlandse spellingconservatisme had er niets mee te maken, want juist inzake de term ‘Kongo’ lieten de Hollanders graag het laatste woord aan hun nauwer betrokken zuiderburen. De Unescorichtlijn over de transcriptie van vreemde talen beveelt het behoud van de inheemse spelling aan en die is in de Kongolese talen wel degelijk en uitsluitend ‘Kongo’, als in ‘Bakongo’, ‘Kikongo’. In de legitieme spelling ‘Kongo’ maken Kongolezen en Zuid-Nederlanders gemene zaak tegen Franstalig kolonialisme en belgicisme. ‘Vive l’authenticité!


M ED I A

Vlaanderen vanuit Amerika Nadenken over de ‘Vlaamse Droom’

D

oor omstandigheden schrijf ik dit opiniestuk in Texas in plaats van in mijn woonplaats Waregem. Op reis in de VS lees ik de plaatselijke kranten en kijk ik tv, maar hou ik via het internet ook contact met de Vlaamse media. Het geeft me de gelegenheid even stil te staan bij enkele opmerkelijke verschillen tussen Vlaanderen en de VS, in het bijzonder op het vlak van het publieke debat zoals dat in de media tot uiting komt. De essentie van ‘the American dream’ is dat zelfs kansarmen rekening houden met de mogelijkheid dat ze ooit rijk zullen worden en hun maatschappijvisie daarop afstemmen. Het geloof in de opwaartse sociale mobiliteit heeft een maatschappij gevormd die gericht is op opportuniteiten en op de toekomst. Te oordelen naar de toon van de Vlaamse media, heerst er in Vlaanderen een omgekeerde ingesteldheid: zelfs de welgestelden houden er rekening mee dat ze ooit met ernstige tegenslag te kampen zullen krijgen en zien er daarom geen graten in om een groot deel van hun inkomen af te staan aan een overheid die een uitgebreid sociaal vangnet heeft uitgebouwd. De Vlaamse media focussen voluit op kansarmoede en ongelijkheid. Onvermoeibaar gaan ze op zoek naar nieuwe vormen van discriminatie en ontdekken ze nieuwe slachtoffers van één of ander schrijnend onrecht. Dagelijks serveren ze hun publiek alarmerende berichten voor over op til zijnde klimaatrampen, milieuvervuiling en de kwalen van het kapitalisme. Zo wordt het publiek geconditioneerd om een groot deel van zijn inkomen af te staan voor de instandhouding van een sociaal model dat de burger van de wieg tot het graf begeleidt en voor politici die zich graag opwerpen als de redders van de planeet. Terwijl de VS zich concentreren op kansen, rijkdom en helden, focust Vlaanderen zich op risico’s, armoede en slachtoffers. Patriottisme

Een tweede opvallend verschil is dat patriottisme in de VS vanzelfsprekend is. In Vlaanderen is daarentegen geen enkel identiteitssymbool vanzelfsprekend, laat staan neutraal. Zowel de Belgische vlag als de Vlaamse Leeuw, nochtans officiële en door de overheid geconsacreerde symbolen, verdelen meer dan ze verenigen. Wie ze hanteert, bekent op één of andere manier kleur en wordt aanzien als belgicist of Vlaamsnationalist. De brave burger die op veilig speelt, die geen kleur wil bekennen, zwaait in Vlaanderen niet met vlaggen en doet alsof er geen nationale identiteit bestaat. Voor een Amerikaan een onbegrijpelijke houding, die pas na het aanhoren van een lange historische uitleg over een accidenteel tot stand gekomen bufferstaat met een chronisch etnisch conflict, op enig begrip kan rekenen. Ook het Amerikaanse medialandschap ziet er anders uit dan het Vlaamse. Om te beginnen ontbreekt de dominante rol

van een openbare omroep als de VRT. De publieke omroepen PBS en NPR zijn slechts kleine spelers, hoofdzakelijk gefinancierd met fiscaal aftrekbare giften. Ook al liggen de politieke standpunten van Democraten en Republikeinen dichter bij elkaar dan die van pakweg de Vlaamse liberalen en socialisten, tussen de Democratisch-gezinde New York Times en de Republikeins-gezinde Wall Street Journal is er meer verschil dan tussen om het even welke twee Vlaamse kranten. Vlaanderen heeft de mond vol van ‘diversiteit’, maar de opiniediversiteit ontbreekt in het medialandschap, op enkele zeldzame week- en maandbladen zoals Doorbraak na. Agenda binnenland

Vaak hoort men dat Amerikaanse kranten vooral over lokale en binnenlandse onderwerpen schrijven en het buitenland verwaarlozen. Dat klopt ten dele, maar het loont de moeite eens de buitenlandverslaggeving van de Vlaamse media onder de loep te nemen. Steeds vaker dient deze verslaggeving een binnenlandse agenda: over de VS wordt geschreven vanuit de optiek ons ongeëvenaarde sociale model te verantwoorden; de Afrikaverslaggeving staat in dienst van onze ontwikkelingssamenwerking annex ngo’s en de Aziëverslaggeving loopt steeds vaker gelijk met onze exportbelangen. De VRT ten slotte serveert ons buitenlandreportages die een cocktail te zien geven van antiglobalistische, anti-Amerikaanse en antikapitalistische onderwerpen. Vanuit de VS krijg ik een klaardere kijk op België en op Vlaanderen. Die kijk stemt niet overeen met de vaak gehoorde litanie over ‘ons kleine landje’. Vlaanderen beschikt over talloze troeven, maar mist zelfvertrouwen. Bovendien wordt de blik van de Vlaming door de media vertroebeld. De Amerikaan voelt intuïtief aan op welke waarden zijn nationale identiteit berust. Maar op welke fundamenten wil Vlaanderen zijn identiteit verder uitbouwen? De houdbaarheidsdatum van het ‘Vlaanderen voor Kristus’ en van de Uilenspiegel-romantiek is verstreken. Ons sociaal vangnet kan evenmin als bindmiddel of ijkpunt fungeren, omdat het spoedig onbetaalbaar zal blijken te zijn. Wel goede kandidaten lijken mij: een historisch erfgoed dat rijker is en dieper teruggaat in de tijd dan dat van de VS; een palmares van anderhalve eeuw culturele emancipatie dat nergens ter wereld zijn gelijke kent; en een no-nonsense ‘can-do’ houding die de Vlaming - meer dan hij beseft - deelt met de Amerikaan. De ‘American Dream’ is overal ter wereld gekend. Vlaanderen moet zich bezinnen over de krachtlijnen van de toekomstige ‘Vlaamse Droom’.

■ LUC VAN BRAEKEL BLOGGER OP WWW.LVB.NET

april 2010 nr. 4

Doorbraak

7


VL A A N D EREN EN H E T BU I T EN L A N D

Vlaanderen extra muros Actieradius Vlaams buitenlands beleid gigantisch groot, maar ... l’Art Flamand d’Ensor à Permeke, het indrukwekkende Mercatorkunstboek uitgegeven naar aanleiding van een Vlaamse kunsttentoonstelling in Parijs (1970), kun je als een (symbolisch) begin zien van wat we vandaag omschrijven als het Vlaams buitenlands beleid. De flamboyante Frans van Mechelen, toen Belgisch minister van Nederlandse Cultuur, afficheerde er Vlaanderen in volle artistieke glorie. Met Vlaanderen en zijn buitenlandse betrekkingen (1) schreef Jan Hendrickx nu de verdere ‘historiek van deze staatsvormende tocht’. Niet meteen een echt toegankelijk boek, maar goed dat iemand eindelijk de moeite deed om dit deel van het Vlaamse verhaal uit te schrijven. ‘Buitenlands beleid’ was lange tijd geen Vlaamse zorg, de Vlaamse Beweging bleef liever onder de eigen kerktoren. Dat is vandaag niet echt anders. Te ingewikkeld? Veel te ver van het eigen bed? Of gewoon onbekend en dus onbemind? We kijken zelfs enigszins verbaasd op als we horen over de onfrisse peperdure perikelen van het Vlaams huis in New York. We lezen nog meer verbouwereerd dat er in 2005 al meer dan 350 Vlaamse ambtenaren hier en elders in de wereld dagelijks bezig waren met alleen maar de bevordering van de Vlaamse export. Resultaat?

‘Dat is samen vier keer het aantal personen en evenveel keren het budget van de ter ziele gegane BDBH (Belgische Dienst voor Buitenlandse Handel)’ (p. 206). Veel volk dus dat de sluiting van Opel Antwerpen nochtans niet heeft kunnen voorkomen. En dat is niet alles: Vlaams buitenlands beleid betekent ook Vlaamse ontwikkelingssamenwerking (2) en de invulling van de vele culturele verdragen die Vlaanderen ooit sloot (3) . Om die recent benoemde manager niet te vergeten die Vlaanderen in het buitenland een beter imago moet bezorgen? Als een roepende in de woestijn is Jan Hendrickx, zelf een gewezen topambtenaar, nu al enkele jaren op stap om het Vlaamse buitenlandverhaal te prediken. Een simpel verhaal nochtans: het hervormde België bezorgde de deelstaten het recht om buiten de eigen grenzen te stappen en dat voor alles waarvoor de gewesten en de gemeenschappen binnen de eigen grenzen bevoegd zijn: ‘De actieradius van het Vlaamse buitenlandbeleid is gigantisch groot. Maar wat blijkt? Tijdens de periode 1999 en 2004 waren er vier Vlaamse ministers voor buitenlands beleid, vier voor buitenlandse handel, vier voor ontwikkelingssamenwerking ... Is er in al die discontinuïteit nog iets gerealiseerd?’ (4) Die vraag stellen, is ze ook beantwoorden. Dat is de pijnlijke indruk die het doorworstelen van Hendrickx’ boek nalaat. Nochtans hebben de Belgische deelstaten niet alleen het recht om een en ander te doen in het buitenland. Ze mogen daarover zelfs verdragen sluiten! Een privilegie dat in het volkenrecht echt eerder een uitzondering is dan de algemene regel.

8

Doorbraak

nr. 4 april 2010

Het duurde overigens tot het begin van de jaren 1990 eer het zover was: ‘Zelfs het Taalunieverdrag met Nederland (1972) was een Belgisch-Nederlands verdrag, ondertekend door een (Franstalige) Belgische minister van Buitenlandse Zaken (Charles Ferdinand Nothomb).’ Rika De Backer, de bevoegde Vlaamse excellentie van Cultuur, mocht breed glimlachend toekijken, maar moest wel zwijgen. Haar partijgenoot Leo Tindemans zou zich jaren later als verantwoordelijke voor de Belgische buitenlandse zaken niet laten smeken om dat verdragsrecht voor de deelstaten indien niet tegen te houden, dan toch zoveel mogelijk af te remmen. Zin?

Over gelijk en ongelijk in dit verhaal moet iemand toch maar eens een kritische evaluatie durven maken. Iedereen die dat wil, heeft nu dit bijna uitsluitend technische handboek over dat Vlaams buitenlands beleid bij de hand. De vraag is nu of dat allemaal wel zin heeft? Jan Hendrickx, die er nu al jaren van heel dichtbij op toekijkt, probeert gematigd positief te blijven, maar tussen de regels voelt men zijn persoonlijke onvrede met de opvoering. Tussen 2004 en 2009 ‘heeft de Vlaamse regering opvallend veel aan institution building gedaan’. (p. 189). Behalve het DIV (Departement Internationaal Vlaanderen) is er alleen al voor ons buitenlands beleid ook nog het Vlaams-Europees Agentschap, zorgt het Steunpunt voor het ondersteunend onderzoekswerk - nog meer ‘papier’ - terwijl de SARiV (Strategische Adviesraad internationaal Vlaanderen) voor de nodige adviezen zorgt. Uit eigen beweging of op verzoek van ... (p.167). Iets verder schrijft Jan Hendrickx: ‘Over de fi naliteit van de doelstellingen schoot men echter een aantal keren te kort omdat er onvoldoende klaarheid was over het nagestreefde doel.’ (p. 201) Men kan alleen maar pijnlijk grimlachen als men de titel van het volgende hoofdstuk leest: ‘Geduldig papier’ (p. 205). Het kan moeilijk nog bondiger! Marc Platel (1) Jan Hendrickx, Vlaanderen en zijn buitenlandse betrekkingen. 254 p., LannooCampus, isbn 978 90 209 8801 7. (2) Een boeiend boek daarover: Annemie Struyf en Lieve Blancquaert, Iemand, Gepakt door Zuid-Afrika. 176 p., Lannoo. (3) Annick Schramme, Vlaanderen en zijn grote buitenland, De opbouw van een internationaal cultureel beleid. 438 p., Lannoo. (4) Jan Hendrickx, Vlaanderen en zijn buitenland. 111 p., Davidsfonds/Leuven.

■ M ARC PLATEL


Minder werkzekerheid voor oudere werknemers ‘Als er noch vanuit het federaal beleid, noch via een institutionele hervorming, perspectief bestaat op extra zuurstof voor de tewerkstelling van oudere werknemers, hypothekeren we de toekomst van deze kwetsbare werknemers en hiermee ook de toekomst van onze arbeidsmarkt.’ Deze passage komt uit een brief die Frank Vandenbroucke (sp.a) eind 2008 als Vlaams minister van Werk naar de federale regering stuurde en naar de zogeheten Groep van Tien, de toponderhandelaars van vakbonden en werkgevers.

dit beleid naar de gewesten over te dragen.’ Een week later moest hij aftreden wegens Fortisgate, en eenmaal opnieuw aan de macht was het met zijn Vlaamse voornemens voorgoed afgelopen.

De sociale partners wilden toen het grote aantal banenplannen vereenvoudigen, meer de nadruk leggen op steun aan lage lonen (vakbonden) en minder mikken op doelgroepen, wat qua RSZ-bijdragen globaal voordeliger uitkwam voor de bedrijven (werkgevers). Vandenbroucke waarschuwde de onderhandelaars niet te raken aan de bestaande speciale lastenverlaging voor oudere werknemers (50-plussers), vooral in Vlaanderen een kwetsbare groep. Dat was de voorbode van een belangenconfl ict dat de Vlaamse regering en het Vlaams Parlement begin 2009 tegen het federale niveau zouden inroepen, en dat een jaar later nog altijd nazindert.

Vandenbroucke haalde ‘in eerste aanleg’ zijn slag thuis. Het Vlaams Parlement riep unaniem een belangenconfl ict in, en ondanks verzet van Joëlle Milquet en co, werd het schrappen van de speciale lastenverlaging voor 50-plussers en enkele andere doelgroepen in februari 2009 uit de federale crisiswet gehaald.

Lastenverlagingen

Bij de opmaak van de federale begroting (najaar 2009) kwam het dossier opnieuw op tafel. Op 1 januari 2010 trad het zogeheten Win-Win-plan van Milquet in werking, dat premies en lastenvermindering voorzag voor het in dienst nemen van laaggeschoolden, jongeren en ouderen.

Voor iedere werknemer uit de privésector had de werkgever recht op een zogeheten structurele lastenvermindering van de RSZ-bijdragen: een forfait van 400 euro per maand en een zogeheten lagelonencomponent (een extra bijdragevermindering voor lage lonen). Daarnaast konden ook doelgroepverminderingen (meestal 400 tot 1000 euro per kwartaal, variërend naargelang de leeftijd) worden toegekend. Doelgroepen zijn o.a. langdurig werkzoekenden, jonge werknemers, slachtoffers van een herstructurering of oudere werknemers. Dat moest onder meer het in dienst houden van oudere werknemers minder duur maken. Het Interprofessioneel Akkoord (IPA, december 2008) wou uiteindelijk voor een groot deel een einde maken aan de doelgroepverminderingen, door het geld daarvoor in een verhoging van de structurele vermindering van alle werknemers te steken (van 400 naar 444 euro per kwartaal). Zo zou ruim 280 miljoen euro voor de oudere werknemers (252.657 gerechtigden in 2007) verschuiven naar die algemene pot. Een federale crisiswet moest dat akkoord tussen vakbonden en werkgevers in wetgeving omzetten. Belangenconfl ict

De sociale partners bliezen warm en koud over de mogelijkheid om in ruil voor die wijziging aan de deelgebieden meer bevoegdheden te geven om zelf specifieke maatregelen te nemen. Vakbonden en werkgevers stelden in elk geval ‘dat deze vereenvoudiging van de banenplannen niet kan worden beschouwd als een antwoord op het debat inzake de bevoegdheidsverdeling van het arbeidsmarktbeleid.’ Premier Leterme - die toen het samenwerkingsfederalisme nog niet had ontdekt - verklaarde op 14 december 2008 in De Zevende Dag: ‘Het schrappen van de lastenverlaging voor doelgroepen als oudere werknemers maakt het mogelijk om

ECO N O M I E

Kroniek van een aangekondigd belangenconflict

De sociale partners waren woedend over de ‘communautaire inmenging’, want het IPA was een broos geheel van evenwichten waarbij alles aan alles was gekoppeld. Via de Nationale Arbeidsraad werd druk uitgeoefend op de federale regering om de overeenkomst toch uit te voeren.

Tweede belangenconfl ict

Een tweede belangenconfl ict (aangebracht door Vlaams minister van Werk Philippe Muyters, N-VA), werd nipt gecounterd door een compromis over de modaliteiten van het Win-Win-plan, waarbij met een aantal Vlaamse eisen rekening werd gehouden. Maar op 12 februari 2010 maakte de federale ministerraad fi naal komaf met de doelgroepverminderingen voor het in dienst houden van onder meer oudere werknemers. En dat maakt de eindbalans ronduit negatief. Want: in dienst nemen of in dienst houden... dat maakt voor Vlaanderen juist het grote verschil. Oudere werknemers worden op termijn vijf tot tien procent duurder en dus minder aantrekkelijk voor de bedrijven.[1] Het afschaffen van de oude doelgroepvermindering is dus nefast voor de Vlaamse arbeidsmarkt, tenzij hierover alsnog een derde belangenconfl ict wordt uitgevochten. Zo is het ook aangekondigd, maar bij het ter perse gaan was de procedure om technische redenen nog niet opgestart. ■

KMP

[1] Er bestaat naast de nieuwe federale ook een Vlaamse premie voor het aanwerven van 50-plussers, maar die kan in het huidige institutionele kader slechts gedurende de periode van één jaar worden uitgekeerd

april 2010 nr. 4

Doorbraak

9


VRIJE TRIBUNE

Conferentie Talendiversiteit: een uitdaging ...

E

en tot in de nok gevulde congreszaal vormde op 4 maart het decor van een ongemeen boeiende talenconferentie, georganiseerd door de fractie van de Europese Vrije Alliantie (EVA) in het Europees Parlement. In Talendiversiteit: een uitdaging voor Europa getuigden academici, taalspecialisten en politici uit alle Europese windrichtingen over de rijke culturele verscheidenheid die Europa vandaag kent, maar die al te vaak wordt bedreigd. De conferentie ging van start met een primeur toen Europees Parlementslid Jill Evans het openingswoord in haar moedertaal bracht. Nooit eerder had in het Europees Parlement het exotische Welsch weerklonken. De dagen voor de conferentie bleek dit al ‘hot news’ te zijn in Cardiff en omgeving. De EVA-fractie maakt een onderscheid tussen drie soorten op zichzelf staande situaties, die elk een specifieke aanpak vergen. Onterechte discriminatie

Ten eerste zijn er de talen die ten onrechte worden gediscrimineerd binnen het kader van de Europese Unie. Een voorbeeld is het Catalaans, dat door meer dan tien miljoen Europeanen wordt gesproken en toch ‘slechts’ het etiket van ‘minderheidstaal’ krijgt opgespeld. Naar Europese normen is het Catalaans zelfs een middelgrote taal. Zeker in vergelijking (en dit zonder afbreuk te willen doen aan hun relevantie) met kleine officiële Europese talen zoals Iers Gaelic, Fins, Maltees en Lets. Mocht dwergstaat Andorra Europese lidstaat worden, zal het Catalaans wél een erkende Europese taal worden.

Het lijkt dus geen absurde eis van de Catalaanse regering om van de officiële taal op eigen grondgebied een officiële Europese taal te maken. Zo eenvoudig is het helaas niet. Een Spaanse aanvraag uit 1994 aan de Europese commissie ligt nog steeds te wachten op verwerking. De heersende argumenten tegen officialisering luiden dat Catalaans geen officiële taal is in héél Spanje en dat dit de kosten voor de Europese instellingen nodeloos zouden verhogen. Bovendien gaat Europa er van uit dat iedere Catalaan ook een andere moedertaal heeft, vooral Castilliaans (Spaans). Je kan je uiteraard ook afvragen met welke overtuigingskracht Madrid aan de onderhandelingstafel zit. Zijn inzet voor de ontwikkeling van het Catalaans kan eerder zeer bescheiden worden genoemd en heeft soms meer weg van sabotage. Zo bijvoorbeeld in het dossier van de staatstelevisie. Het is vooralsnog onmogelijk om buiten de Catalaanse Autonome Regio de Catalaanse nationale zender te ontvangen. Voor mensen uit Mallorca of Valencia is dit, als Catalaanssprekenden, een groot probleem. Ook aan de andere kant van het ‘grote Catalonië’ vallen mensen uit de boot. Inwoners

10

Doorbraak

nr. 4 april 2010

van het Catalaanssprekende departement Languedoc-Roussillon en de Sardijnse stad Alghero (L’ Alguer) krijgen van hun respectievelijke staten Frankrijk en Italië niet de minste ondersteuning voor het behoud van de eigen taal. Of hoe de Spaanse staat ook hier weer de bereidwillige medewerking uit Parijs kan genieten. Geëindigd werd met de eerder cynische (en hoopvolle) bedenking dat enkel dwergstaat Andorra voor een snelle oplossing van het probleem zou kunnen zorgen door lid te worden van de EU. Het prinsdom heeft immers het Frans én Catalaans als officiële talen. Bijna dood?

Daarnaast is er een aantal Europese talen met uitsterven bedreigd. In zijn zucht naar centralisme is de Franse staat boosdoener bij uitstek. In die grote staat rond Parijs is al wie er leeft Frans, spreekt jong en oud de taal van Molière en kent iedereen alle strofes van de Marseillaise. Voor historische talen als het Bretons, Vlaamsch, Corsicaans of Occitaans lijkt geen plaats meer te zijn. Met meer dan zestig ‘talen’ was Frankrijk ooit zelfs een rijk en cultureel lappendeken. Ook in andere Europese lidstaten vinden we eenzelfde tendens. Omwille van de efficiëntie zijn regionale talen (en met hen authentieke tradities) gedoemd te verdwijnen. Onderdrukkende grenzen

Een laatste groep bestaat uit Europese talen die niet als zodanig worden bedreigd, maar waarvan de sprekers worden onderdrukt op het gebied van hun taal. Een voorbeeld bij uitstek zijn de Hongaarse minderheden die met verschillende beperkingen kampen in Slowakije, Roemenië en Servië. Dirk Rochtus, professor aan de Lessius Hogeschool, bracht een helder beeld van de hachelijke toestand waarin Hongaarstaligen in Slowakije en de Duitse minderheid in de Tjechische republiek zich bevinden. In beide gevallen is niet migratie, maar wel de vertekening van staatsgrenzen in een recent verleden de oorzaak van het samenleven van verschillende etnische groepen. Samen met mijn collega’s in de fractie van de Europese Vrije Alliantie maak ik me zorgen over het afkalven van talendiversiteit binnen de Europese cultuur en wil ik een lans breken voor meertaligheid in de Europese unie: ‘Diversiteit en meertaligheid zijn immers fundamentele basisprincipes van de Unie. Waakzaamheid is dan ook geboden! Het is essentieel voor de democratische legitimiteit van de EU dat burgers de werking van de instellingen in hun eigen taal kunnen volgen. Enkel op die manier zullen zij zich meer betrokken voelen en volwaardig kunnen deelnemen aan het Europese project.’

■ FRIEDA BREPOELS

EUROPEES PARLEMENTSLID (N-VA)


Vrijspraak De kloof: onderwijskost Wallonië geeft van alle landen ter wereld in verhouding het hoogste bedrag uit aan onderwijs. Per tien leerlingen is er een onderwijskracht, maar in de praktijk staan veel leraren niet voor de klas omdat zij langdurig ziek zijn of naar elders zijn gedetacheerd. Dat blijkt uit onderzoek van economieprofessor Hindriks (UCL en KUL). Hij is geschokt door de ontdekking dat een Waalse leraar gemiddeld maar 24 uur per week les geeft. (L’Avenir en Waals Weekblad, 12 feb. 2010)

De kloof: wanbetalers In verhouding telt Wallonië dubbel zoveel wanbetalers als Vlaanderen. In Wallonië heeft 5,8 % van de mensen die geld leenden een betalingsachterstand, in Vlaanderen 2,8 %, in Brussel 5,2 %. De meeste wanbetalers wonen in Henegouwen en vooral in Charleroi. (NBB, De Standaard)

De centen van Albert Het privévermogen van koning Albert II is een veelvoud van de 12,4 miljoen euro die het Paleis al jarenlang opgeeft. Het Nieuwsblad (15 maart) haalt financieel specialist Thierry Debels aan, volgens wie op de rekening van de vorst liefst tachtigmaal meer - één miljard euro - staat. ‘En dat is allicht nog een onderschatting’, want bijvoorbeeld ‘flink wat fortuin in Congo’ zit nog niet in de optelsom verrekend. Debels onderzocht de persoonlijke rijkdom van de Belgische dynastie in zijn boek Het verloren geld van de Coburgs. Hij baseert zijn cijfer op de historische aandelen van het koningshuis bij de Generale Maatschappij (nu Suez).

Geen verkiezingen zonder splitsing B-H-V Zonder splitsing van BHV zijn geen grondwettige verkiezingen mogelijk. Een arrest van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EVRM) in Straatsburg laat daar geen enkele twijfel over bestaan (zie volgende kortje). Het Grondwettelijk Hof zei al op 26 mei 2003 dat er uiterlijk ‘tegen de komende verkiezingen’ een oplossing moest zijn. Sommige grondwetspecialisten, onder wie Johan Vande Lanotte (sp.a) zagen evenwel ‘geen probleem’, omdat het nieuwgekozen parlement na de verkiezingen zichzelf grondwettig

Dorp of camping

In De Standaard probeerde Verhofstadt aan te tonen dat nationale identiteiten achterhaald zijn. Vooraleer te antwoorden op zijn postnationale pleidooi, zou ik eens voor m’n boekenkast kunnen gaan staan. Ook een stalplaats voor menig ronkende titel en een stevig citaat is nooit weg, zo leert onze gewezen premier. Maar toen viel het oog op een banaal sportbericht. Elfje Willemsen en Eva Willemarck bobsleeden als veertiende koppel over de eindstreep in Vancouver. Jawel, veertiende. Wie dertiende eindigde, staat er niet bij. Zelfs de namen van de medaillewinnaars schijnen er niet toe te doen. Zoiets kan Verhofstadt wellicht niet begrijpen. Wat hebben Willemarck en Willemsen dat Gillarduzzi en Curione (dertiende, maar dat moest ik googelen) missen? Tja, wij identificeren ons meer met dat eerste koppel, omdat het twee Vlaamse meisjes zijn. Dat maakt een wezenlijk verschil. Het werkwoord ‘identificeren’ wortelt in dezelfde stam als het zelfstandig naamwoord ‘identiteit’. Uiteraard zijn Elfje en Eva meer dan alleen maar Vlaamse meisjes. Ikzelf ben niet alleen Vlaming, maar ook man, leraar, vader (en nog van alles). Als Griek, man, leraar en vader was ik niet dezelfde persoon. En had ik geen weet van opinieartikels van ene Guy Verhofstadt. Was Verhofstadt Noor, liberaal en vader, dan had hij dat (in feite door en door Vlaamse) stuk ook nooit geschreven. Was de vader van mijn leerling Abder niet in Vlaanderen komen werken, dan was mijn pupil een andere Abder geweest. Het feit dat hij (ook) een Vlaming is, maakt hem tot de unieke Abder die vandaag in mijn klas zit en mee mijn dag maakt. Het gevoerde debat behoeft geen grote denkers ter illustratie. Het gaat gewoon over de vraag of we op een camping wonen of in een dorp. In het eerste geval (Verhofstadts wereld) boek ik voor ‘één nacht, misschien meer’ en vertrek ik wanneer de buurtent te luidruchtig blijkt. Als solidariteit op een camping al bestaat, is ze fl interdun. In mijn dorp woon ik in een huis en win ik aan levenskwaliteit wanneer ik goed over de baan kan met de buur. Misschien groeiden we beiden op in het dorp en delen we herinneringen. Misschien komen we van elders en delen we elkaars toekomst. Maar we zetten op dezelfde dag onze vuilnisbak buiten. Brengen we elk om de beurt elkaars kinderen naar de training, drinken we soms een aperitiefje samen en babbelen we dan over de Oosterweelverbinding, dan maakt dat ons leven aangenamer. Beter een goede buur, dan een verre vriend. Een slechte buur beïnvloedt mijn leven meer dan een sympathieke Kroaat. Omdat Verhofstadt een Vlaming is, worstel ik met zijn tekst. Omdat u een Vlaming bent, leest u mijn antwoord. Wat ons bindt, is cultuur, in dit geval debatcultuur. Was Verhofstadt een Noor en u een Est, dan zouden we elkaar nu niet in dezelfde mate geestelijk bevruchten en uitdagen. Waarmee niet is gezegd dat er geen boeiende vrouwen, homo’s, protestanten of Portugezen zouden bestaan en dat ik me daar als Vlaamse katholieke heteroman best van afsluit of dat ze irrelevant zouden zijn. Onze rijkdom bestaat uit een veelheid aan identiteiten; de Vlaamse is er daar ook één van.

■ PETER D E ROOVER

april 2010 nr. 4

Doorbraak

11


BU ITEN L A N D

Europa, steen des aanstoots Vlaming betaalt 286 euro, Waal 143 euro

A

oefening voortgezet met een onberispelijke studie: De kostprijs van de EU: Niemand betaalt meer dan de Vlamingen. Daaruit blijkt dat de gemiddelde Vlaming in 2008 netto 286 euro betaalde, gevolgd door de Nederlander en de Zweed terwijl de gemiddelde Waal, net als de gemiddelde Deen netto 143 euro neertelde.

ls wij ons niet met Europa bezighouden, dan houdt Europa zich wel met ons bezig. De EU is vandaag een heet hangijzer geworden, voor velen een teken van tegenspraak, hier en daar een steen des aanstoots. De Grieken zullen het geweten hebben. Lange tijd werden ze in de waan gelaten dat ze goed bezig waren, terwijl hun regering de Europese instellingen belazerde met foute cijfers. Daardoor konden ze de drachme aan de wilgen hangen, onder de EU-paraplu gaan zitten en gezapig voortdoen. Maar de waarheid kwam aan het licht en Athene moet onder meer zijn begrotingstekort van dertien procent fors inperken. De burger beseft dat de onpopulaire bezuinigingen rechtstreeks door de EU en haar Centrale Bank worden gedicteerd. Er is geen ontkomen aan: ofwel blijven ze in de Eurozone en dan moeten ze de steun van de andere landen verdienen, ofwel zal de ECB Griekenland uit de Eurozone moeten stoten. De Euro staat hoe dan ook onder zware druk. Een jaar geleden schreven we hier: ‘de Euro kan niet overleven als de lidstaten elk hun eigen ding doen’ en ‘een helse Walkurenrit staat ons te wachten’. Het Grote Duitsland moest de D-Mark opgeven en zijn schouders onder een Euro zetten die onvoldoende economische en politieke fundering had en heeft. De Eurozone werd met de dood in het hart uitgebreid tot de zachte onderbuik van Europa, van Griekenland tot Italië en van Griekenland tot Spanje. De gekruiste vingers werden geleidelijk gebalde vuisten in de broekzak van de centrale bankiers. Het vat van deze ‘PIGS-landen’ is nu gebarsten en de noordelijke landen willen er geen kapitalen meer in storten. Die zouden het potverteren alleen maar bestendigen en de noodzakelijke saneringen uitstellen. Trivia verbergen de hoofdzaak

Dit alles wordt in de berichtgeving over Europa naar het achterplan geduwd door triviale gebeurtenissen, zoals de idiote scheldtirade van de Brit-

12

Doorbraak

nr. 4 april 2010

se euroscepticus Nigel Farage over Herman Van Rompuy. In een land waar minister van staat Louis Tobback CVP’ers kwallen noemde en huidig EU-Commissaris Karel De Gucht VB’ers voor mestkevers uitschold, is de vergelijking van de vaste Raadsvoorzitter met een schotelvod werkelijk niets schokkends. In het plenum in Straatsburg vergeleek premier Berlusconi de Duitse socialistische fractieleider ooit met een Kapo of kampbewaker. Zulke trivia leiden de publieke opinie af van de ware problemen, zoals het failliet van België, de teloorgang van onze industrie, de allochtonisering van Europa, het verdwijnen van de werkgelegenheid of de kostprijs van de EU. Voor haar begroting van 2008 inde en besteedde de EU ruim 121 miljard euro. Van de 27 lidstaten betaalden er twaalf meer dan ze ontvingen, met Duitsland traditioneel als grootste nettobetaler, a rato van 11,2 miljard euro. Op grote afstand volgen dan Frankrijk, Italië, Nederland, het VK en verder België met 2,4 miljard euro. Omgerekend per inwoner maakt dat de Nederlander tot grootste EU-fi nancier met 273 euro, onmiddellijk gevolgd door de Belg met 227 euro en de Zweed met 194 euro. Tot zover de zuivere cijfers van de Europese Commissie zelf. Niemand betaalt meer dan de Vlamingen

De VB-Europarlementsleden Frank Vanhecke en Philip Claeys hebben de

Tel dit maar op bij de transfers die de Denkgroep in de Warande vijf jaar eerder berekende: per Vlaming jaarlijks 1351 euro naar Wallonië en 383 naar Brussel. Een Vlaams gezin dokt dan elk jaar 8080 euro af voor de medemens in België en in de EU. De IJslanders hebben met 95 % voor zoiets bedankt. In haar hoogdagen heeft Margaret Thatcher dertig jaar geleden met haar beruchte tirade ‘I want my money back’ de terugbetaling verkregen van een groot deel (nu al 6,6 miljard euro) van de Britse bijdrage. Oostenrijk, Duitsland, Zweden en Nederland hebben later ook nog aanzienlijke kortingen bedongen . De Belgen hebben, ook als het Vlamingen waren (Martens, Dehaene, Verhofstadt, Van Rompuy, Leterme) nooit enige compensatie bedongen, maar altijd de goede Europeaan uitgehangen. Dit is schuldig verzuim. De Vlamingen moeten zich dringend doen gelden, of slikken zij dan alles? Moeten we soms eerst onafhankelijk worden, door te onderhandelen of door de onafhankelijkheid eenzijdig uit te roepen? Van de 27 EU-landen zijn er trouwens elf die hun bestaan te danken hebben aan een eenzijdige onafhankelijkheidsverklaring, naar het voorbeeld van de Verenigde Staten van Amerika in 1776. Van die elf was België het eerste in 1830.

■ GUIDO NAETS


BOEK E N

Luc Pauwels in een notendop Pieter-Jan Verstraete leverde zopas een nieuw deel in zijn reeks Vlaamse Portretten af. Ook nu weer een interview met een icoon uit de Vlaamse Beweging. Nu ja, icoon. De ondertussen naar Frankrijk uitgeweken Luc Pauwels is in bepaalde kringen misschien wel bekend als voorman van de Vlaamse ‘nouvelle droite’ - als stichter van de Deltastichting en het ideeëntijdschrift Tekos. Maar daarbuiten zal zijn naam geen belletje doen rinkelen. En toch heeft hij een indrukwekkend parcours afgelegd. En een niet minder boeiend leven gehad. Geboren in een Vlaams-Nederlandse familie, zoon van een vader die tijdens WO II in het rechtse, Belgische verzet actief was, militant in Lode Claes’ Vlaamse Volkspartij, ‘groupie’ van Willem van Oranje en Joris Van Severen, ondernemer. Maar vooral bekend omdat hij Alain de Benoist en zijn nieuw-rechtse ideeën naar Vlaanderen vertaalde. Heel-Nederlander, Europeaan, heiden is geen oninteressant werk, maar wel een onbevredigend.

De auteur wil té veel onderwerpen aanhalen op té weinig pagina’s. De geïnterviewde reikt de lezer ‘l’embarras du choix’ aan. Verstraete doet er té weinig mee. Het aantal vragen en aangesneden onderwerpen primeert op het verhaal, op de diepgang. Als lezer blijf je op je honger zitten, want de auteur/interviewer blijft bij een feitenrelaas en stelt helaas nooit de belangrijkste journalistieke vraag: ‘waarom?’ Waarom was Luc Pauwels’ vader een aanhanger van Mussolini? Waarom verzeilde Luc Pauwels in OAS-kringen? Waarom had hij daar later spijt van? Wat deed hij in de DDR in het Palast der Republik? Waarom verzeilde hij als niet-flamingant in de anti-Egmontpartij VVP? Waarom ... en van welke drie politici was hij ooit ‘ghostwriter’ (p. 55)? Allicht was het niet Verstraetes bedoeling om dieper te gaan en meer te bieden. Dan is hij er alvast in geslaagd om mijn interesse te wekken. De auteur zou zeggen: opdracht volbracht.

Tot slot: vreemde titel toch wel. In het hele boekje rept de geïnterviewde met geen woord over zijn ‘heiden’-zijn. Jammer, want in deze tijden van actief pluralisme zou het fijn zijn hierover iets meer te vernemen, zonder in Groot-Germaanse Thorhamerretoriek te vervallen.

KDr.

Pieter Jan Verstraete, Heel-Nederlander, Europeaan, heiden. Vraaggesprekken met Luc Pauwels. 79 p., € 11,90 op rek. 462-7286791-52.

De vloek van Arm Vlaanderen betoonde in de Nederlandse PCM-uitgaven, was ceo Lieven Sercu’s argument: we zouden graag een literaire uitgeverij in handen krijgen. En die moet wel Nederlands zijn. Anders maak je geen kans. Daarmee wordt de vloek in leven gehouden door de grootste Vlaamse uitgever. In het jongste nummer van het vaktijdschrift Boekblad leert een analyse dat Vlaamse uitgevers vooral scoren met non-fictie. Vlaamse uitgeverijen laten het literaire terrein over aan de Nederlanders.

en 1970 - de behandelde periode in voornoemd boek - was het letterlijk Vechten tegen de bierkaai. Absilis beschrijft uiterst gedetailleerd, doorspekt met de nodige cijfers en toch met prozaïsche pen het reilen, zeilen en bakzeil halen van Manteaus uitgeverij. Meteen zette hij een literaire en cultuurgeschiedenis van Vlaanderen neer voor die periode, aan de hand dus van de Manteaugeschiedenis. De zeer uitgebreide index maakt er trouwens een uiterst bruikbaar naslagwerk van.

Zo’n dikke pil samenvatten, is onbegonnen werk. De lezer gelieve mij te verontschuldigen. Een synthese van dit boek vindt u echter op de website van de uitgever en googelen naar meer informatie kunt u beter zelf doen. Rode draad is wel dat, inderdaad, ‘de vloek van Arm Vlaanderen’ geldt. Wie Manteau ook uitgaf, de auteurs kenden maar lage verkoopscijfers in het Noorden. En toch slaagde ze erin om de grootsten rond zich te verzamelen en een duw in de rug te geven. Vaak ook richting noorden ...

Toch begeven Vlaamse uitgeverijen zich de jongste tijd - de ene langzamer of voorzichtiger dan de andere - steeds vaker en uitdrukkelijker op Nederlandse bodem. Het Vlaamse boekenlandschap mag dan schraler lijken, met steeds minder grote spelers, toch lijkt de tegenbeweging ingezet: van zuid naar noord. LannooMeulenhoff zal een sterke literaire speler worden - ook boven de staatsgrens. En het Nederlandse boekenbedrijf WPG wordt nu toch al enkele jaren geleid door Vlaming Koen Clement die zich in het noorden ‘in zijn nopjes voelt’ (Trends, 25 feb.) en heel recent werd uitgeroepen tot de nummer één in letterenland (HP/De Tijd, 10 maart).

Vechten tegen de bierkaai is zonder meer een meeslepend meesterwerk. Wie ook maar een beetje interesse heeft in literaire of uitgeefgeschiedenis, mag dit boek niet links laten liggen. Meteen doet het reikhalzend uitkijken naar het boek over 100 jaar Lannoo ...

De vloek is reëel. Wanneer Lannoo zijn interesse

Het waren echter ooit andere tijden. Tussen 1932

Literaire auteurs moet je in Nederland uitgeven. Literaire auteurs die door Vlaamse uitgevers worden uitgegeven, krijgen hun boeken niet verkocht boven de Moerdijk. Het klinkt als een torenhoog cliché. Het is ook een even torenhoge realiteit. Kevin Absilis leverde een baksteen van een boek op over het leven van de legendarische uitgever Angèle barones Manteau. Baksteen moet u letterlijk begrijpen: het is een dik boek. En de centrale stelling gooit een open deur in. Maar is nu wel bijzonder uitvoerig, en bijzonder leesbaar, verwoord in Vechten tegen de bierkaai.

KDr. Kevin Absilis, Vechten tegen de bierkaai. Over het uitgevershuis van Angèle Manteau (19321970). Meulenhoff/Manteau, 688 p., € 34,95, isbn 9789085421627

april 2010 nr. 4

Doorbraak

13


KAMIKAZE

Maar die kat kom weer, die kon nie langer wach ...

En met die kat bedoel ik niemand minder dan ons aller Bert Anciaux. De man die, net als een kat, kennelijk over minstens zeven levens schijnt te beschikken. Want Bert is een geboren overlever. Het zou net iets te veel opzoekingen vergen om het te bewijzen, maar ik vermoed dat geen enkele Belgische of Vlaamse ‘politicien’ ooit beter heeft gedaan dan wat den Bert van ´ons Damienne´ tot nu toe moeiteloos heeft klaargespeeld.

bleiter wordt dus geen Bert de pleiter. Absoluut niet, want den Bert ziet het weer groots en gaat meteen voluit voor ´consultancy´. Geef toe, als gewezen minister en nieuwbakken salonsocialist kan hij toch moeilijk met minder vrede nemen. Met andere woorden en verstaanbaar voor de ´gewone´ mensen: Bert zal u en mij voortaan en desgevraagd vooral bijstaan met goede raad. Tegen betaling uiteraard, want er moet brood op de plank komen natuurlijk. En liefst met wat beleg erbij. Want binnen enkele maanden Bert de (b)(p)leiter En zij die dachten (of hoopten) dat hij mandaatloos, loopt zijn uittredingsvergoeding van 4000 euro per maar niettemin met 71 000 voorkeurstemmen op zak, maand ten einde. Vandaar. Hoewel, Bert een beetging zitten wegrotten in de vergeetput van de sp.a, vergissen zich. je kennende, heb ik zo een vermoeden dat er meer aan de hand Eerder vroeg dan laat zullen ze hun mening moeten bijstellen. is. Zou het niet kunnen dat ons Bertje vooral de publieke aandacht mist? En bijgevolg in de voetsporen van ene Modrikamen zal Akkoord. Bert heeft na zijn turbulente overstap naar de sp.a (in proberen om via een aantal spraakmakende consultancy-uitspraemotioneel overleg met gezellin Genez) noodgedwongen de poken weer regelmatig in het nieuws te komen. Kwestie van zijn litieke luwte opgezocht en ‘pour les besoins de la cause’ zijn amtanend blazoen weer de nodige glans bij te zetten. Of, ‘d´abord bities tijdelijk moeten bijstellen. Maar Bert zou Bert niet zijn, als reculer pour mieux sauter’! Want ook hij weet dat er ten laatste hij het daar zou bij laten. Want ziehier, enkele Vlaamse kranten, in 2011 nieuwe verkiezingen zijn. En Bert wil er klaar voor zijn. hierin prompt gevolgd door de nog altijd onverantwoord interessante De Standaard, wisten ons te vertellen dat Bert weer de Meer dan ooit. Dus, ongetwijfeld weer iets om naar uit te kijken, handen uit de mouwen gaat steken. En voor de verandering niet zeker voor ... met een nieuwe politieke partij. Maar wel met een heus advoca■ K AMIKAZE tenkantoor. Bovendien niet zomaar een doordeweeks advocatenkantoortje van dertien in een dozijn hoor. Neen, neen. Bert den

MEGAFOON

Vlaanderen flitst vijf keer méér dan Wallonië

Nu en dan duikt het thema op in de pers. Deze keer waren het vooral Eric Donckier (BVL, 22 febr.) en Jan Segers (HLN, 3 maart) die de zaken scherp stelden: de Vlamingen spannen zich in voor verkeersveiligheid, betalen de meeste boetes, die via het verkeersboetefonds buitenproportioneel richting Wallonië vloeien. Een en ander blijkt uit cijfers van staatssecretaris voor Mobiliteit Etienne Schouppe (2006-2009), opgevraagd door Peter Logghe (kamerlid VB). Voor heel het land zijn er 1078 flitsplaatsen waarvan 80,9 procent in Vlaanderen (32 op autostrades, de rest op kruispunten) en amper 13,8 procent in Wallonië. In Vlaamse lokale politiezones worden vijf keer meer mensen beboet voor overdreven snelheid dan in de Waalse lokale politiezones. Rekening houdend met de bevolkingscijfers, is Vlaanderen nog altijd driemaal strenger dan Wallonië.

14

Doorbraak

nr. 4 april 2010

Volgens Het Laatste Nieuws werd vorig jaar 67 % van alle verkeersboetes betaald door chauffeurs op Vlaamse wegen, 21 procent door Wallonië, de rest door Brussel. Van de opbrengst van de verkeersboetes gaat ongeveer 100 miljoen euro naar het verkeersveiligheidsfonds (boetefonds). Dat geld wordt verdeeld over de drie gewesten op basis van de volgende verdeelsleutel: Brussel 4,2 %, Vlaanderen 57,7 % en Wallonië 38,1 %. Met andere woorden, Wallonië draagt in verhouding het minst bij en krijgt in verhouding het meest (stort 21 % van de boetes, incasseert 38 % van de opbrengsten). ‘Als je alle bedragen in rekening brengt die vanuit het federale niveau worden doorgestort naar de politiezones, krijgt Vlaanderen zelfs maar 47 % van al dat geld’, zegt Kamerlid Ben Weyts (N-VA). ‘Wie het minst doet, krijgt het meeste geld. Dat is alsof je aan je kinderen moet uitleggen dat degene met het slechtste rapport de grootste beloning krijgt.’

In 2008 werd beslist om de verdeelsleutel voor het Verkeersveiligheidsfonds niet aan te passen om Wallonië toe te laten te investeren in méér veiligheid en in méér flitspalen. ‘Dat gebeurt onvoldoende. Verkeersveiligheid is duidelijk geen prioriteit voor de Waalse politici’, aldus Etienne Schouppe. Langs Waalse snelwegen werken sinds begin maart vier camera’s. Die van Fleurus bij Charleroi flitst pas vanaf 140 kilometer per uur. Een tweede zou dat zelfs maar doen bij 150. ‘Regionale verschillen in pakkans en vervolging waren er al. Nu blijken ook de flitslimieten te verschillen’, aldus nog Jan Segers (HLN, 3 maart). ‘Het lijkt mij voor het rechtvaardigheidsgevoel evident dat er overal in België vanaf dezelfde snelheid zou worden’geflitst en beboet, vindt dan weer Vlaams minister van Mobiliteit Hilde Crevits (CD&V).


VANAF MEI…

Dikker - Volledig in kleur - Interviews - Cartoons Nieuwe medewerkers - Nog professioneler Voor een gratis proefnummer: geef uw naam, adres, telefoonnummer, e-postadres en geboortejaar door via onderstaande gegevens. Alvast veel leesplezier. Secretariaat Doorbraak - Passendalestraat 1A - 2600 Berchem promotie@doorbraak.org - Tel. 03 320 06 30 - Fax. 03 366 60 45

Colofon

Energiebesparing Milieutechnologie: afvalverbranding, deNOx. Explosieve gasmengels: verwerking in overeenstemming met ATEX. Gespecialiseerd studiewerk en sleutel-op-de-deur levering Mallekotstraat 65, 2500 Lier Tel.: +(03) 491 98 78 – Fax: +(03) 491 98 77 E-mail: info@euro-pem.com

Doorbraak is een uitgave van de Vlaamse Volksbeweging vzw. Verschijnt maandelijks (niet in augustus). Doorbraak is lid van de Unie van de Uitgevers van de Periodieke Pers. H OOFDREDAC TEUR : Jan Van de Casteele K ERNREDAC TIE : Karl Drabbe, Dirk Laeremans, Peter De Roover M EDE WERKERS : Ludo Abicht, Jacques Claes, Frans Crols, Koenraad Elst, Marc Gevaert, Iko, KMP, Bart Maddens, Theo Lansloot, Guido Naets, Marc Platel, Dirk Rochtus, Johan Sanctorum, Matthias E. Storme, Frank Thevissen, Luc Van Braekel, Katleen Van den Heuvel R E D A C T I E - A D R E S : Passendalestraat 1A, 2600 Berchem. Tel 03 366 18 50 – Fax 03 366 60 45 redactie@doorbraak.org www.doorbraak.org – abonnementen: secretariaat@doorbraak.org A BONNE MEN T : € 21 voor een abonnement van 12 maanden (buitenland: € 30) STUDENTENABONNEMENT: € 10 voor een abonnement van 12 maanden, met opgave van leeftijd en onderwijsinstelling I NTERNE TABONNE MENT : € 10 voor 12 maand toezending van Doorbraak (pdf-bestanden) via internet. Het (studenten)abonnement geeft recht op een gratis internet-abonnement. Abonnering door storting op rekening 736-0012719-76 van VVB Doorbraak, Passendalestraat 1A, 2600 Berchem met vermelding van het type abonnement. Doorbraak wordt ook gratis toegestuurd – met ledenblad Binnendoor – naar de leden van de Vlaamse Volksbeweging vzw (VVB). Betaling van het abonnementsgeld vanuit het buitenland: gebruik IBAN BE91 7360 0127 1976 en BIC KREDBEBB VERANT WOORDELIJKE UITGEVER: Pieter Bauwens, M. De Smetstraat 12, 9308 Hofstade ISSN 00125474

april 2010 nr. 4

Doorbraak

15


16

Doorbraak

nr. 4 april 2010


2010_04_doorbraak