Issuu on Google+

België-Belgique PB Antwerpen X 8/2828

Maandblad van de Vlaamse Volksbeweging vzw

www.doorbraak.org

Afgiftekantoor Antwerpen X P508831 Passendalestraat 1A 2600 Berchem redactie@doorbraak.org

3 2010

Het beleid in dit land kan koppig zijn. Nogal wat analyses stoppen halfweg.

Het groeit op uw rug Het nieuws van de dag heeft bijzonder vaak een communautaire bodem. De jongste weken werden we overspoeld met informatie over criminaliteit, economische crisis, asiel en migratie. Zelfs de politieke analfabeet kon vaststellen dat vooral de PS hier beslist wat er (niet) gebeurt. Franstalige politici waren snel klaar met hun duiding over het geweld in Brussel. Voor burgemeester Thielemans gaat het om faits divers en voor Philippe Moureaux zijn de Vlamingen ‘hysterisch en belachelijk’. Oplossing? Geld! Een bepaalde linkerzijde dweept gewillig mee. Vlamingen zijn egoïsten. Of anders samengevat: eigen schuld, dikke bult. Want ‘wij’ zorgen niet voor onderwijs, werk, huisvesting, wel voor ‘sociale achteruitstelling’ (Pauli, DM). Oplossing? Meer (vooral Vlaams) geld. Punt. Voor liefhebbers van het genre kon het niet op. Christiaens (VUB) had het over kansarmoede, Lesshi (Kifkif-politicoloog) over racisme en discriminatie, Goossens (KVS) over een ‘visionair stadsproject’, Buelens over een ‘goed gestructureerd plan’, zowat de hele redactie van DM over meer ‘solidariteit’. Gielens (KVS) vond het ‘een kwestie van geduld, liefde en passie en besef dat wij en de aangespoelden met elkaar zullen verder moeten’. Of ‘zullen we ze vergassen?’, vroeg een pathetische De Coninck (DM). Meer geld voor de arbeidsbemiddelaars van Beliris, smeekte Eeckhout. Of voor achtergestelde buurten en publieke infrastructuur, voegde Desmet daaraan toe. Corijn (DM) en Dave Sinardet (DS) eisten meer jobs voor Brusselaars in Vlaanderen. Oplossing? Draai u snel om, beste lezer, want geld groeit blijkbaar op uw rug. Althans volgens deze Ti-Ta Tovenaars. Helaas stopt het politiek correcte verhaal van deze predikanten halfweg, want daar hebben ze de cijfers tegen. Migratie is op zich geen probleem, permanent opendeurdag houden is dat wel. In de jaren zestig kwamen er (afgerond) 325 000 vreemdelingen bij, in de jaren zeventig 260 000, in de jaren tachtig 149 000, in de jaren negentig 262 000

en tussen 2000 en 2009 niet minder dan 551 000. Anderhalf miljoen uitdagingen. Zo moét het systeem wel kraken. Oplossing? ‘Meer spontane solidariteit’, prevelde Leterme. Monica De Coninck (OCMW Antwerpen) is moediger: ‘Wij kunnen de toevloed echt niet meer aan... Er is gewoon geen draagvlak meer om al die mensen te blijven opvangen’ (DS, 28 jan.). Over tien jaar is tweederde van de Antwerpse jongeren allochtoon. Brussel is erger, andere steden volgen. Een samenleving die niet beseft dat haar draagkracht niet onbeperkt is, komt onder ondraaglijke druk te staan. Opvang, sociale zekerheid, onderwijs, werk, huisvesting, met alle kranen open wordt dweilen zinloos. Diezelfde francofonen en halfweg-analisten bestendigen ook de economische slapte van onze samenleving. Ze hanteren de leugen van de ‘Belgische gemiddelden’. Maar ook hier hebben ze de cijfers tegen. Als Vlaanderen maar 46% van de vergoede werklozen heeft (56,6% van de bevolking), en Wallonië 40,2% (32,3% van de bevolking) dan is dat niet zonder betekenis. Hetzelfde geldt voor de bijdragen tot de sociale zekerheid (Vl. 65%, Wall. 27%). Het taboe op dit dubbel transfertenverhaal kluistert Vlaanderen vast aan de Belgische mislukking. Hoe lang nog? Als 16% van de Vlamingen tegenover 29% van de Walen voor de overheid werken (gemeenten, intercommunales, provincies, politie...), wat is er aan de hand? Waarom heeft Henegouwen 4000 werknemers als de vijf Vlaamse provincies samen functioneren met 6000 man? Was en is de 400 miljoen euro voor de stations van Luik en Bergen de dringendste NMBS-investering van de jongste jaren? Vlaanderen verdient beter dan een beleid, gestuurd door de PS. Het asiel- en migratiebeleid moet aangescherpt, zoals een ruime meerderheid van de Vlamingen het wil. Dat geldt ook voor economisch beleid, justitie en nog veel meer. ■ JAN VAN DE CASTEELE

maart 2010 nr. 3

Doorbraak

1


PERSWIJS Doorbraak zoekt medewerkers Chris Dewulf (ex-Volvo-baas) in De Morgen, 30 januari: ‘Ook een

economisch dossier als Opel heeft zijn communautaire kantje... Vlaanderen en Wallonië hebben twee verschillende economieën, twee culturen, twee volkeren. En die verschillen worden bij elke traumatische gebeurtenis nog uitvergroot, omdat de tegenstellingen nazinderen in de manier waarop vakbonden of directies de zaken aanpakken.’ Claude Demelenne, hoofdredacteur van Journal du Mardi, in De Standaard, 4 februari: ‘De veiligheid in Brussel is te belangrijk om ze in handen

van Franstalig links te laten. Vlaamse vrienden, we hebben jullie nodig. Opdat Brussel geen Far West zou worden.’ Koen Meulenaere in Knack, 4 februari: ‘De vraag is hoe weinig hij (Verhof-

stadt - red.) politiek ooit hééft voorgesteld. Heeft de vakbonden altijd hun zin gegeven, zoals het een liberaal betaamt, en heeft de van corruptie barstende PS voortdurend haar zin gegeven. En Laurette Onkelinx om welke reden ook nog net iets meer. Alleen zo blijft men in dit land eerste minister.’ Marianne Thyssen in Knack 3 februari: ‘Of ik kan leven met een tussenop-

lossing waarbij BHV pas na 2011 zou worden gesplitst in ruil voor politieke afspraken met de Franstaligen over een grote staatshervorming? Ik doe hier echt geen uitspraken over. Maar als we er nog via onderhandelingen uit willen raken, moet er een oplossing komen voor Pasen, wanneer het belangenconflict afloopt.’ Guido Fonteyn in Knack, 3 februari: ‘Ik geloof niet dat de Franstaligen hun eis

om Brussel uit te breiden echt hard zullen maken. Geen enkele Franstalige uit de Rand wil dat zijn residentiële faciliteitengemeente bij het “gevaarlijke” Brussel wordt gevoegd. Bovendien zijn er tekenen dat in die Rand de rabiate francofonen niet zo talrijk zijn. Zo vroegen bij de vorige verkiezingen amper vijftien burgers uit Sint-Genesius-Rode een Franstalige kiesbrief aan.’ Jan Callebaut in Knack, 3 februari: ‘Marie-Rose Morel had de Bart De Wever van het Vlaams Belang kunnen worden. Absoluut. En als zij die Forza Flandria niet had gedwarsboomd, dan hadden zij zelfs een potentieel van dertig procent en meer gehad. Een bundeling van de krachten op de rechterzijde, van De Wever via Dedecker tot Morel - dat had echt een geloofwaardig alternatief kunnen zijn voor veel mensen. Maar het is te laat, die opportuniteit is voorbij.’

Emiel De Bolle

Doorbraak, het maandblad van de radicale Vlaming, wordt in mei dikker, ruimer, feller. Voelt u zich aangesproken door dat trio? Dan kan u solliciteren als medewerker voor onze interviews, analyses, verslagen, achtergrondrubrieken. Heeft u journalistieke ambitie maar werd die nooit gestuurd, bijgeschaafd? De nieuwe medewerkers kunnen gratis een cursus magazinejournalistiek volgen. Vlaanderen heeft talent om te oordelen, te speuren, te schrijven. Stel het ten dienste van een blad dat er toe doet. U wordt er niet rijk van. U verwerft wel een naam die meetelt. Solliciteren kan u door uw CV te sturen naar redactie@doorbraak.org.

Laken dekt de kloof Zoals elk jaar sprak koning Albert II in de late nieuwjaarstijd zijn natie toe. De nationalistische peptalk overtrof die van de jongste jaren. Albert II had het over de fameuze eigenschappen van de Belgen, waar het buitenland van achterover valt. Want zie, we worden overstelpt met internationale postjes (Van Rompuy, De Gucht, een ruimtevaarder, een Olympische God). Om nog te zwijgen over de ‘Belgische’ prestaties in cultuur, sport en wetenschap, over onze soldeniers in Afghanistan, onze sneeuwmannen aan de Zuidpool, onze Elisabethviolen, etc. België is Groot. Alsook zijn Monarch. Tolerant, multicultureel, en vol van genade geboren op de grens tussen Latijnen en Germanen zijn wij Bruggenbouwers. Heil, ook, het Prins Filipsfonds, dat de grensoverschrijdende intieme betrekkingen van Belgische scholieren en studenten moet stimuleren. Heil ook, ons Brussels cultuurpotje, dat pareltje van smakelijkheid en ordentelijk bestuur. Heil die bemiddelaars die dit land in communautaire stormen overeind houden. Volgend jaar meer van dat.

Le Soir en Doorbraak Le Soir verwees op 19 januari naar informatie in het maandblad Doorbraak (niet in januari 2010, maar in november 2009) over de almaar doorgaande verfransing van Vlaams-Brabant. In amper 25% van de jonge gezinnen in Halle-Vilvoorde is de thuistaal nog het Nederlands. Andere bronnen (zoals belastingsaangiften) bevestigen dit. Het artikel werd overgenomen op De Standaard online en de dag nadien zonder bronvermelding in De Morgen, maar soit. Enkele honderden reacties bij De Standaard en Le Soir tonen dat dit thema leeft. Lees meer op www. vvb.org/actueel.

2

Doorbraak

nr. 3 maart 2010


Het lek rond Dehaene Volgens La Libre Belgique (26 jan.) zou expremier en BHV-bemiddelaar Jean-Luc Dehaene de regering voorstellen de kwestieBHV pas aan te pakken tijdens de volgende regeringsonderhandelingen. Na de volgende federale verkiezingen dus. De Franstaligen zouden dan bereid zijn te praten over een belangrijke staatshervorming. Dehaene zou drie sporen volgen: het ‘eerste communautaire pakket’ van Verhofstadt III (de ‘borrelnootjes’, febr. 2008), een grondwetwijziging voor ruimere staatshervorming (inclusief grenscorrectie Brussel?) voor ergens in de toekomst en een noodwet klaarstomen om BHV over ‘wettige’ verkiezingen van 2011 te tillen. Ondertussen wordt de essentie van het communautaire conflict (centen, goed bestuur) weer op de lange baan geschoven. De V-partijen reageerden behoorlijk alert.

Waals gezin heeft 1000 euro meer Een onderzoek van de universiteit van Namen leert dat de Waalse overheid per Waals gezin ongeveer 1000 euro meer kan investeren dan de Vlaamse overheid per Vlaams gezin. Interessant is de achterliggende informatie. Dat geld komt van ergens. Van Vlaanderen (en Europa). Bovendien zijn er naast deze transfers via de financiering van regio’s en deelstaten nog de veel grotere transfers via de federale overheid (sociale zekerheid).

Leonard: vriendelijk, maar leep Het Vaticaan benoemde Monseigneur AndréMutien Léonard tot aartsbisschop van Mechelen-Brussel. Een Waalse bisschop in Vlaanderen kan nog altijd. Is het omgekeerde denkbaar? Zijn benoeming past helemaal niet meer in de huidige Belgische staatsstructuur. Twee eentalige kerkprovincies oprichten met een ad-hocoplossing voor Brussel, ooit zal het moeten. ‘Als de Franstaligen willen dat België blijft bestaan, moeten ze afstand nemen van hun linguïstische superioriteitscomplex... Lange tijd was Vlaanderen slachtoffer van Franstalige arrogantie. En de Belgische Staat droeg gedurende een eeuw bij tot de actieve verfransing van Vlaanderen.’. Léonard is vriendelijk, intelligent en spreekt Nederlands. Maar tegelijk sluw en politiek behoudend bezig: ‘België zal niet barsten.... Realisme legt ons op samen te blijven...’ (Katholiek Nieuwsblad, juli 2008; www.vvb. org/kort 28 jan.) vervolg p. 11

Commentaar Bruno en de Rebellenclub Geliefde lectuur uit mijn jonge jaren was de stripreeks ‘Sjors en de Rebellenclub’. Voor kort sprak ik op de studiedag ‘Ordelijke Opdeling’ van Vlaams Belang, de club van Bruno en de Rebellenclub. Het dubbel-O-colloquium inviteerde voor de plenaire zitting drie hoofdsprekers van buiten de partij. Johan Sanctorum en Julien Borremans waren boeiende stemmen van de linkerzijde, ik was er met mijn liberaal-economische achtergrond. Vlaams Belang, N-VA en LDD delen, op zachte of hardere wijze, een rebelse ziel. De V-partijen hebben buiten hun evidente wrijvingen, alle drie de wortels in excentriciteit. Dat zie je aan het programma, dat zie je aan de mensen. Jean-Marie Dedecker is een geval apart, Bart De Wever klasseer je niet bij de gezellige schoonzoons (ondanks zijn gespeelde volksheid en een publieke bonhomie), en Bruno Valkeniers heeft, met de voor- en de nadelen van dien, de kop en de degelijkheid van de goede ondernemer. Dat is wat er vandaag ontbreekt aan de Vlaamse partijen die zich grote, democratische, centrumbewegingen noemen. In alle interviews die hij weggeeft aan kranten, radio en tv valt Kris Peeters, die af en toe coming man blijft genoemd worden in zijn CD&V, een rolmodel van eeuwig pappen-en-nathouden. Hij is zo vervelend braaf, hoffelijk, gewoontjes. De partijleider is geen schijntje beter. Zo vervelend braaf, beleefd, huiselijk, voorspelbaar saai. Alexander De Croo van Open VLD heeft een felle papa. Hijzelf blijft voorlopig een raadsel, maar conformisme zal waarschijnlijk zijn huismerk worden. Caroline Gennez van sp.a is noch inhoudelijk, noch wat haar stijl betreft, meer dan het bakvisje, zopas ontsnapt uit een nonnenpensionaat, die o zo graag stoute madame wenst te spelen.Wouter Van Besien van Groen! heeft geen imago, of het zou dat moeten zijn van deurmat van Ecolo. De meeste mensen in Vlaanderen beschouwen gezond verstand, gezond bestuur en gezond dit-en-dat als de top van de kwaliteit en het kunnen. Dat heeft alles te maken met de knechtencultuur van 90 % van de Vlamingen. Een karakter als witte verse wintersneeuw: ongerept, ongevaarlijk is dus het uitverkoren kenmerk van onze grote partijen en hun hovelingen binnen en buiten de regeringen. Dat is fout. Aan de kop van de politiek moeten gekken wegblijven, echter, zeker in een crisis, is een fi kse dosis ongezond verstand zeer gewenst. In het Verenigd Koninkrijk is ‘insanity’ in de politiek een onderwerp van gesprek en wordt correct opgemerkt dat Winston Churchill, Charles de Gaulle en Margaret Thatcher op crisismomenten - respectievelijk, en niet beperkend, in de Tweede Wereldoorlog, bij de oorlog in Algerije, en de strijd tegen de Britse vakbonden - de geschikte personen waren. Met doorsnee premiers, brave hielenlikkers van hun achterban (of en ook, in het Vlaamse geval, drukkingsgroepen als ACW, ABVV, loge) was er door hen nooit een adequaat beleid gevoerd. Met Brussel dat brandt, België dat stinkt als een rotte haring, een crisis die meer vraagt dan het slaapverwekkende ‘goed bestuur’ (de Prijs voor de Leegheid, heeft die kreet) verdient Vlaanderen een serieuze dosis opstandigheid, slecht karakter en smoel.

■ FRANS CROLS VOORZITTER

ADVIESRAAD TRENDS

maart 2010 nr. 3

Doorbraak

3


STA ATS ( H ER ) VO R M I N G EN D E M O CR AT I E

De puzzel van Dehaene De ultieme capitulatie van CD&V? Eind januari doorbrak La Libre Belgique even de omerta rond de werkzaamheden van ‘koninklijk opdrachthouder’ Jean-Luc Dehaene. De man zou momenteel het spoor verkennen van een noodwet, gekoppeld aan de goedkeuring van de ‘borrelnootjes’ en een ruime verklaring tot herziening van de Grondwet met een plechtige hernieuwing van de beloften inzake een toekomstige ‘grote’ staatshervorming. Verrassend genoeg werd dit als ‘nieuws’ beschouwd, alsof het al niet van meet af aan duidelijk was dat Dehaene het in die richting zou moeten zoeken. Dat komt natuurlijk omdat deze regering geen meerderheid heeft in de Nederlandse taalgroep en ook geen tweederdemeerderheid. De meeste compensaties die de Franstaligen vragen in ruil voor een splitsing van BHV (extraterritoriale bevoegdheden voor de Franse Gemeenschap, uitbreiding van Brussel, uitbreiding van de faciliteiten ...) vereisen nochtans zo een meerderheid. Sp.a en Groen! (samen met Ecolo) zouden elk afzonderlijk die meerderheid kunnen leveren. De groenen hebben in 1992 al zaken gedaan met Dehaene: ze leverden toen de nodige stemmen voor het Sint-Michielsakkoord in ruil voor een ecotaks. Maar dat is hen toen zuur opgebroken, want van die ecotaks is nadien niet veel in huis gekomen. We weten dat Groen! niet maalt om een VlaamOude kieskringen weer invoeren? Open Vld zal dat niet zien zitten. Vergeet niet dat paars in 2002 de provincialisering van de kieskringen heeft doorgeduwd om CD&V stokken in de wielen te steken

se toegeving meer of minder. Maar nu SLP is toegetreden tot die partij is dat misschien iets minder evident. Geert Lambert heeft een voetnoot verworven in de Politieke Geschiedenis van België door in 2005 het bijna-akkoord van paars af te schieten. Wellicht staat hij niet te springen om het daarmee gewonnen Vlaams krediet weer te verspelen. Niet dat SLP erg zwaar weegt binnen Groen!, maar als de partij twijfelt, zou dat wel eens de factor kunnen zijn die de balans doet doorslaan naar de Vlaamse kant. Ook de kans dat de sp.a de regering zal willen depanneren door zich nu te verbranden aan een controversieel communautair akkoord lijkt niet zo groot. Als Dehaene echter de beschimmelde borrelnootjes van 2008 weer uit de kast haalt, zullen zowel sp.a als Groen! haast niet verder kunnen dan die mee goed te keuren. Zij hebben immers mee onderhandeld over het akkoord van 25 februari 2008 en zich ertoe geëngageerd om daarvoor de nodige stemmen te leveren. Op het eerste gezicht zijn die borrelnootjes even onschuldig als onbenullig, zo onbenullig zelfs dat geen kat nog weet over welke bevoegdheden het precies gaat. Maar er zit één verraderlijk addertje onder het gras: de borrelnootjes dienen cash te worden betaald in de vorm van een bijkomende fi nanciering voor Brussel (van 65

4

Doorbraak

nr. 3 maart 2010

miljoen euro per jaar). En de recente heisa over Brussel zal er ongetwijfeld toe leiden dat Dehaene de geldkraan nog verder open zal moeten draaien. Mythe

Nochtans is het algemeen bekend dat de ‘onderfi nanciering’ van Brussel grotendeels een mythe is. Als er al sprake is van een onderfi nanciering, dan komt dat omdat veel gewestmiddelen direct en indirect worden doorgesluisd naar vooral de Franse Gemeenschap. Dat is vorig jaar gebleken uit een studie van de economische denktank VIVES 1. Maar nog los daarvan zou het bijzonder onverstandig zijn om nu in te stemmen met een herfi nanciering van Brussel. Hierdoor wordt de Vlaamse onderhandelingspositie voor de échte staatshervorming immers aanzienlijk verzwakt. Vlaanderen moet de geldnood in Brussel gebruiken als hefboom om van dit derde gewest opnieuw een stad te maken, met een ondergeschikt statuut. Door nu al extra middelen te geven aan Brussel (in ruil voor de overheveling van wat pruts en prul) verkwanselt Vlaanderen die hefboom. Elke bijkomende euro voor de hoofdstad, zonder grondige aanpassing van het statuut ervan, is een onaanvaardbare toegeving. Afgezien van die borrelnootjes zit er voor Dehaene dus niets anders op dan nog maar eens de oefening te maken ‘wat-ismogelijk-met-een-gewone-meerderheid ?’. En we kunnen gemakkelijk raden wat bovenaan die lijst zal staan: het ‘extraterritoriale’ stemrecht, waarbij de inwoners van (delen van) Halle-Vilvoorde kunnen gaan stemmen in Brussel. Net zoals de kiezers van Voeren in het Waalse Aubel kunnen gaan stemmen, en die van Komen in het Vlaamse Mesen. Om dat mogelijk te maken werden in 1988 twee kleinere grondwetswijzigingen doorgevoerd (zonder dat daarbij expliciet naar Voeren of Komen wordt verwezen). De Raad van State bracht hierover toen een verdeeld advies uit 2. Volgens de Franstalige staatsraden waren die beperkte grondwetswijzigingen voldoende om het systeem van extraterritoriaal kiesrecht in overeenstemming te brengen met de Grondwet. Volgens de Nederlandstalige staatsraden daarentegen was die regeling hoe dan ook een inbreuk op het grondwettelijke territorialiteitsprincipe. Maar dat had vooral te maken met het toen nog bestaande dubbelmandaat. Daardoor konden kiezers in Voeren mee de leden van de Waalse Gewestraad en de Franse Gemeenschapsraad kiezen, ook al waren die raden niet bevoegd in Voeren. De regering volgde echter het advies van de Franstalige rechters, met het bekende resultaat. De beperkte grondwetswijzigingen van 1988 zetten de deur open naar een veel bredere toepassing van dit extraterritoriale kiesrecht, via een gewone meerderheid. En daarvan zou Dehaene nu kunnen profiteren. Als hij het in die richting zoekt, dan zal hij wellicht mikken op een regeling waarbij het aantal gemeenten in Halle-Vilvoorde dat onder dit uitzonderingsstatuut valt, kleiner is dan in het bijna-akkoord van mei 2005. Toen ging het om niet minder dan zeventien gemeenten (naast de zes faciliteitengemeenten). In totaal zouden tweederde van alle kiesge-


STA ATS ( H ER ) VO R M I N G EN D E M O CR AT I E

rechtigden in Halle-Vilvoorde het recht krijgen om hun stem uit te brengen op Brusselse lijsten! De enormiteit van die Vlaamse toegevingen van 2005 heeft vandaag als pervers effect dat CD&V kan hopen om een iets beperktere toepassing van dit extraterritoriale kiesrecht (bijvoorbeeld tot de helft van de kiesgerechtigden) als een Vlaamse overwinning te verkopen. Tenminste in de veronderstelling dat de Franstaligen dit zullen willen slikken. Want als dit de enige compensatie is die ze krijgen voor de splitsing van BHV, dan lijkt het weinig waarschijnlijk dat ze de lat lager zullen willen leggen dan in 2005. Bovendien is er nog een ander probleem met dit extraterritoriale kiesrecht. Volgens de Grondwet worden de 150 zetels van de Kamer proportioneel verdeeld over de kieskringen op basis van het bevolkingsaantal. Met andere woorden : als je BHV splitst en HV bij Leuven voegt, dan worden de 29 zetels in Brussel en Vlaams-Brabant (met toepassing van de grondwet) automatisch verdeeld over de kieskringen op basis van de bevolking (wellicht 15 voor Vlaams-Brabant en 14 voor Brussel). De verkiezingsuitslag heeft daar geen impact op. Maar dit betekent meteen ook dat de Franstaligen het extraterritoriale kiesrecht als een boemerang in hun gezicht zullen krijgen. Want hoe ruimer dit recht, en hoe meer Franstaligen ervan gebruik maken, hoe kleiner de kans dat de Franstaligen één van de 15 zetels in Vlaams-Brabant in de wacht zullen kunnen slepen. Daartegenover staat echter dat de Vlamingen geen zetels meer zouden halen in Brussel, als gevolg van het wegvallen van de apparentering met Vlaams-Brabant. Zelfs zonder een instroom van extraterritoriale Franstalige stemmen in Brussel zou dat het geval zijn. Er is al gesuggereerd (onder meer door Guido Fonteyn) om dit probleem op te lossen via een systeem van ‘gereserveerde zetels’ voor de Vlamingen in Brussel en de Franstaligen in Vlaams-Brabant. Maar dat vergt dan weer een grondwetswijziging. Noodwet

Hoe dan ook zal het een heikele zaak worden om via een gewone meerderheid een ‘onderhandelde oplossing’ voor BHV te vinden. Maar als dit via een noodwet gebeurt, lijkt de kans op enige soepelheid langs beide kanten wel groter. ‘Het is tenslotte maar voor één keer’, zal dan het magische argument zijn om de achterban en de kiezers over de brug te krijgen. En misschien, heel misschien, speelt CD&V ook met het idee om met dit argument de ultieme Vlaamse capitulatie aan de kiezers te verkopen: dat BHV helemaal niet wordt gesplitst tegen 2011 en dat (zogezegd voor één keer) de oude kieskringen én BHV weer worden ingevoerd. In dat geval mogen we er wellicht op hopen dat Open Vld hier een stokje voor zal steken. Natuurlijk niet uit Vlaamsgezindheid, maar wel uit electoraal eigenbelang. Want vergeet niet dat paars in 2002 de provincialisering van de kieskringen heeft doorgeduwd om CD&V stokken in de wielen te steken. Omgekeerd zou een terugkeer naar de kleinere kieskringen van vroeger een electoraal voordeel opleveren voor CD&V, dat het vooral moet hebben van lokale politici met een geografisch beperkt electoraat. Maar eigenlijk staat geen enkele Vlaamse partij vandaag te springen om naar die oude kiesarrondissementen terug te keren, al is het maar voor even. Nu hun organisatie is afgestemd op die grotere provinciale kieskringen zou het niet

Jean-Luc Dehaene op het confederalisme-congres van CD&V in Kortrijk.

simpel zijn om opnieuw lijsten te gaan vormen op het niveau van de vroegere arrondissementen - langs Franstalige kant stelt dat probleem zich overigens minder omdat de Waalse parlementsleden nog op basis van de vroegere arrondissementen worden verkozen. Oplossing

En dan te zeggen dat al die ingewikkelde poespas eigenlijk compleet overbodig is. Want de oplossing voor BHV, die is er natuurlijk al lang. Het is een eenvoudige oplossing die het fiat heeft gekregen van de Raad van State, die op geen enkele manier afbreuk doet aan de rechten van de Franstaligen, die het mogelijk maakt dat ook de Vlamingen in Brussel vertegenwoordigd zijn in de Kamer en die al met een ruime meerderheid is goedgekeurd door de Kamercommissie voor Binnenlandse Zaken. Een oplossing bovendien die mee werd uitgewerkt door een aantal illustere Belgen, zoals daar zijn de huidige minister van Defensie en de huidige president van de Europese Raad. Liefhebbers van België moeten vurig hopen dat die wet met bekwame spoed wordt goedgekeurd. Want elk alternatief zal het land enkel maar verder doen wegzinken in het institutionele moeras. 1 zie : http://www.econ.kuleuven.be/vives/PUBLICATIES/ BP/BP2009/Vivesbeleidspaper7.pdf 2 Zie hierover : Jan Velaers, De Grondwet en de Raad van State, Afdeling Wetgeving. Maklu, 1999, pp.299-301.

■ BART M ADDENS

maart 2010 nr. 3

Doorbraak

5


B HV

De onwaarschijnlijke argumenten van Eyskens Geen redenen om splitsing BHV te “compenseren” Wie Mark Eyskens aanschrijft over BHV, kan rekenen op een vriendelijk antwoord. Mooi zo. Maar met even grote vriendelijkheid mag duidelijk gezegd dat de intelligente man er met zijn standpunt de waarheid geweld aandoet. Onwetendheid of erger? De brief aan Eyskens bereikte de Doorbraak-redactie. Het antwoord van Eyskens ook. Op basis van informatie vanuit het Halle-Vilvoorde Komitee hieronder een zakelijke repliek. Niet omdat het Eyskens is, maar omdat zijn argumenten zowat de standaard-argumenten zijn van Franstaligen en van (altijd weer dezelfde) Vlamingen die het belang van de splitsing minimaliseren of voor die splitsing nog maar eens Vlaamse toegevingen willen doen. Voor dat laatste is er helaas geen enkele reden.

Klein probleem?

Eyskens relativeert het belang van het BHV-dossier want, ‘de splitsing is reeds doorgevoerd voor alle verkiezingen, behalve de federale’. Dat is geen klein foutje, maar een vergissing die een professor niet zou mogen maken. BHV is immers ook nog niet gesplitst voor de Europese verkiezingen. In de 35 gemeenten van Halle-Vilvoorde kunnen de kiezers voor Walen stemmen en kunnen Di Rupo (Mons), Daerden (Luik), Demotte (Henegouwen) of Reynders (Luik) Vlaamse stemmen ronselen. (1) Omgekeerd kan geen enkele Vlaming aan de overkant van de taalgrens op een Vlaamse lijst kiezen. Niet in Waals-Brabant (zoals Tubeke, naast Halle), niet in andere provincies (bv. Edingen in Henegouwen, gemeente met faciliteiten voor Vlamingen). Discriminatie dus. (2) De arme Brusselaars

Een splitsing van BHV voor de federale verkiezingen zou de Vlaamse Brusselaars treffen. (‘Dank zij Halle-Vilvoorde zijn twee Vlaamse Busselaars verkozen, die bij splitsing hun zetel verliezen in de Kamer’) Dat is niet juist. In het splitsingsvoorstel van de Vlaamse partijen (goedgekeurd in de Kamercommissie Binnenlandse Zaken op 7 november 2007, ook door CD&V) blijft via apparentering (3) de huidige toestand behouden. Deze perfect symmetrische oplossing volgt de fi losofie van de Grondwet en werd door de Raad van State aanvaard. Omgekeerd is het wel zo dat volgens de huidige regeling de VlaamsBrabanders ten minste één zetel verliezen door de niet-splitsing van BHV. De minderheden...

Eyskens wijst erop dat Halle-Vilvoorde ‘niet ééntalig Nederlands’ is. ‘Zes gemeenten genieten van faciliteiten en in een twaalftal gemeenten wonen zeer aanzienlijke minderheden en zelfs meerderheden, van Franstaligen. Het is een illusie te denken dat die ooit zullen stemmen voor Nederlandstalige lijsten.’ Eyskens zaait verwarring. Hij verwart privaat taalgebruik en de communicatietaal van de overheid (contact overheid met burger en vice-versa). Dat niet-Vlamingen in HalleVilvoorde thuis Frans, Arabisch of Chinees spreken, is niet

6

Doorbraak

nr. 3 maart 2010

het probleem. Wie dit criterium hanteert, moet er meteen aan toevoegen dat geen enkel land ter wereld eentalig is. De staatsman Eyskens weet evenwel dat er in België volgens de grondwet vier welomschreven taalgebieden zijn (eentalig Frans, eentalig Nederlands, Duitstalig en tweetalig Brussel). Eyskens weet dat Halle-Vilvoorde, inclusief de faciliteitengemeenten, behoort tot het eentalige Nederlandse taalgebied, de provincie Vlaams-Brabant. Dat er in Vlaams-Brabant faciliteitengemeenten zijn, verandert daar niets aan. Limburg wordt niet tweetalig omdat er in Voeren faciliteiten zijn voor Franstaligen. Eyskens weet dat er ook veel Vlamingen wonen in Waals-Brabant en Wallonië. Eyskens weet ook dat de Franstaligen in Vlaanderen zonder enig probleem eigen lijsten kunnen indienen. Dat gebeurt nu al (één verkozene in Vlaam Parlement). En Eyskens zou moeten weten dat het niet-splitsen van BHV Vlaanderen schade berokkent. Dat blijkt uit een makkelijke vergelijking van verkiezingen volgens de twee modellen (gesplitst en niet gesplitst) die telkens op dezelfde dag worden gehouden: de Vlaamse (gesplist) en de Europese (niet gesplitst). In de nietgesplitste kieskring (Europa) halen de Franstalige lijsten in Halle-Vilvoorde tot 70 % meer stemmen dan in de gesplitste kieskring. Besluit Eyskens geeft toe dat een splitsing ‘logisch’ is, ‘want in overeenstemming met de federale logica’. Maar het toekennen van een electoraal inschrijvingsrecht aan Franstaligen in Brussel (‘moet ook gelden voor de Vlamingen, ten einde discriminatie te vermijden’) noemt hij meteen ‘perfect verdedigbaar’. Eyskens is sluw, want een algemeen inschrijvingsrecht in Brussel (voor Franstaligen én Vlamingen) lijkt billijk. Even volgen nu: billijk is dat niet, want het blijft discriminatie als het niet evenzeer geldt voor Waals-Brabant. Vlaams- en Waals-Brabant moeten volgens de grondwet op symmetrische wijze worden behandeld (zie nieuwe kieswet goedgekeurd in de commissie Binnnelandse Zaken). Meer zelfs, als de aanwezigheid van faciliteitengemeenten een argument zou zijn voor inschrijvingsrecht in Halle-Vilvoorde, zouden bijvoorbeeld de Nederlandstaligen in de faciliteitengemeenten in Henegouwen ook op Vlaamse lijsten moeten kunnen stemmen. Quod non. ■ JAN VAN DE CASTEELE

(1) Als we in dit land onze vertegenwoordigers in Europa kiezen, gebeurt dat in vier kieskringen: Vlaanderen min Halle-Vilvoorde / BHV / Wallonië en Duitstalig taalgebied. Er zijn dan drie kiescolleges: de Vlaamse (Vlaanderen+BHV), de Franstalige (Wallonië + BHV) en de Duitse. (2) De Duitstaligen hebben een aparte kieskring en kiescollege. Zij kunnen dus voor Europa niét voor Di Rupo en co stemmen, maar inwoners van pakweg Liedekerke wel. (3) de Brusselse en Vlaams-Brabantse reststemmen samengeteld (apparentering tussen de Nederlandstalige lijsten van Vlaams-Brabant en Brussel), zodat wat dat betreft. Die regeling geldt ook tussen Waals-Brabant en Brussel voor de Franstalige lijsten.


Catalaanse volksbeweging geeft het voorbeeld Spanje werd pas in 1975, na de val van Franco, een democratie. Maar dan wel een met 17 verschillende regio’s, elk met hun eigen rechtstreeks gekozen parlement en regering. Onder de 17 regio’s zijn er drie zelfstandige gebieden met een eigen taal (Catalonië, Baskenland en Galicië). De verzelfstandiging is het verst doorgedreven in Baskenland en Catalonië (met o.m. autonomie inzake onderwijs en gezondheidszorg). In 1979 werd Catalonië een ‘autonome regio’ binnen het Koninkrijk Spanje. Maar de Catalanen wilden meer, gemotiveerd als ze zijn door de kracht van eigen cultuur, taal en economie en boos om Spaanse toestanden en bemoeienissen (slechte infrastructuur, staatsspoorwegen, ...) Einde 2005 liet het regionale parlement van Catalonië met een grote meerderheid een voorstel goedkeuren om de regio verregaande juridische en fiscale bevoegdheden te geven. Ambtenaren moesten voortaan (ook) Catalaans spreken. In 2006 bevestigde de Spaanse premier José Luis Rodriguez Zapatero dat in een globaal akkoord of ‘autonomiestatuut’ (‘Estatut’), na een akkoord met de grootste Catalaanse nationalistische partij, de CiU, een soort kartel van christen-democraten en liberalen. Catalonië werd in de tekst omschreven als een ‘natie binnen Spanje’, maar de precieze inhoud van die omschrijving werd niet meteen duidelijk afgelijnd. Dat Zapatero het ‘Estatut’ sloot met de CiU van Artur Mas, de grootste Catalaanse partij (oppositie), zette kwaad bloed bij de in Catalonië regerende coalitie van socialisten, linkse republikeinen en groenen. Sommige meerderheidspartijen voelden zich duidelijk gepasseerd. In het Spaanse federale parlement, de Cortes, was er felle kritiek vanwege de conservatieve Partido Popular (PP), radicaal tegenstander van de ‘balkanisering van Spanje’, van sommige van Zapatero’s partijgenoten, en in het leger. De opperbevelhebber van de landmacht dreigde zelfs even met een gewapende interventie in Catalonië. Hij werd begin 2006 tot ontslag gedwongen. Maar het werd toch duidelijk dat Zapatero zo zijn eigen, beperkende interpretatie gaf aan het begrip ‘natie binnen Spanje’ (‘symbolisch’ en ‘zonder juridische betekenis’). In 2006 hield Catalonië een referendum over het ‘Estatut’. Niet over onafhankelijkheid maar over meer autonomie binnen de Spaanse staat. Driekwart van de Catalanen stemde voor. Ondertussen startte het Spaanse Constitutioneel Gerechtshof op verzoek van de Spaanse conservatieve oppositie een onderzoek naar de rechtsgeldigheid van het Estatut. Geruchten circuleerden dat het Hof de term “natie” zou

schrappen. Catalonië (politici, publieke opinie als pers) radicaliseerde verder. Vooral de niet-partijpolitieke autonomiebeweging kreeg wind in de zeilen.

AU TO N O M E REG I O’S

Catalonië glipt geleidelijk weg uit Spanje

Peilingen en referenda over onafhankelijkheid moedigden de Catalaanse nationalisten aan. Duizenden Catalanen demonstreerden op 7 maart 2009 in Brussel voor de onafhankelijkheid. In Valencia werd in mei 2009 de fi nale van de Copa del Rey, de Spaanse voetbalbeker, gespeeld. Een massa supportersclans van het Catalaanse FC Barcelona en het Baskische Athletic Bilbao trakteerden koning Juan Carlos en zijn vrouw Sofia en nadien ook het Spaanse nationale volkslied op een striemend fluitconcert. (Belga, 14 mei 2009). Er waren demonstraties bij het bezoek van Juan Carlos aan het Catalaanse Gerona. Een nieuwe stap kwam er op 13 september 2009, toen in de kleine gemeente Arenys de Munt 96% van de deelnemers aan een referendum voor een onafhankelijk Catalonië stemden. Een eerste test van de ‘burgerbeweging’. Op 13 december werd die overgedaan in 166 (vooral kleine) gemeenten. Opkomst: een kleine 30 % (94,9% pro). Een ‘succes’ voor de voorstanders, een ‘fait divers’ voor de tegenstanders. Internationale waarnemers waren onder de indruk van de organisatie. Voor N-VA trokken ook Frieda Brepoels en Jan Jambon zuidwaarts. ‘Indrukwekkend hoe goed die beweging daar is georganiseerd’, aldus Jan Jambon. ‘15 000 vrijwilligers werkten mee, tellingen gebeurden onder ogen van camera’s en publiek. De Catalanen pikken het niet dat ze na het Estatut werden gerold door de Spanjaarden.’ Kranten

Twaalf Catalaanse kranten verdedigden op 10 december op hun voorpagina het autonomiestatuut. ‘Er is een groeiende verzadiging in het moeten verdragen van de woedende blik van degenen die de Catalaanse identiteit (instituten, economische structuur, taal en culturele tradities) blijven zien als een weeffout in het bereiken van de gedroomde en onmogelijke uniformiteit’. Derde versnelling

Na een tussenstap via nog enkele tientallen gemeentelijke referenda op 28 februari wordt een derde referendum-versnelling genomen: op 25 april referenda in nog meer gemeenten, maar nu ook vooral in steden als Girona en Barcelona. ‘Als die zich ook uitspreken voor onafhankelijkheid wordt het menens. In Barcelona wordt het een dubbeltje op zijn kant, maar daar wordt het referendum cruciaal’, aldus nog Jambon. De uitspraak van het Spaans Constitutioneel Hof wordt verwacht in de loop van 2010. ■ JVDC

maart 2010 nr. 3

Doorbraak

7


ECO N O M I E

Griekenland aan de Noordzee 2011: staatshervorming of dwang van Europa

G

riekenland heeft zijn begroting niet meer in de hand en wordt onder de curatele van de Europese Unie gezet. Het Zuid-Europese lid van de eurozone wordt verplicht orde op zaken te stellen, onder meer door drastische besparingen en sociaaleconomische hervormingen. Het is een voorafspiegeling van wat België te wachten staat indien het niet snel zijn huishouden op orde brengt. Neemt Europees president Herman Van Rompuy straks opnieuw het roer over van Belgisch premier Yves Leterme?

in 2012. Secundo is die 3 % lang geen eindpunt. Het tekort moet verder naar beneden naar een begrotingsevenwicht en zelfs overschot om de schuldenlast naar beneden te krijgen en zo ruimte te scheppen om de kosten van de vergrijzing op te vangen (oplopende uitgaven voor pensioenen en gezondheidszorgen). Met een schuld van opnieuw meer dan 100 % van het bbp staat België aan de top van de schuldenlanden in de eurozone, in het gezelschap van Griekenland en Italië.

Griekenland heeft zijn begroting laten ontsporen, tot 13 % van het bruto binnenlands product (bbp) en kijkt al jaren aan tegen een slabakkende economie. De fi nanciële markten ruiken bloed en dumpen massaal Grieks staatspapier. De Europese Commissie legt Griekenland een drastisch saneringsplan op. Griekenland is lid van de eurozone en dus moet worden vermeden dat het Griekse debacle escaleert en de rest van de eurozone gaat besmetten.

Voorts blijft België kampen met een zwakke werkzaamheidsgraad, die met amper 62 % van de beroepsbevolking een stuk onder het Europees gemiddelde ligt en ver van de 70 % ligt die destijds door de EU als streefdoel werd vooropgezet voor 2010. Een groei van de productiviteit van de werkenden,bijvoorbeeld door innovatie, zal niet volstaan om onze welvaart verder te verzekeren. Er moeten ook meer mensen op actieve leeftijd aan de slag. Voor Vlaanderen betekent dat vooral meer 50-plussers.

Overigens dienden alle lidstaten zich in ruil voor een toegangsticket tot de eurozone te verbinden tot een volgehouden begrotingsdiscipline, die het tekort niet boven de 3 % van het bbp laat stijgen, de Maastricht-norm. Die was bedoeld om een uitslaande brand in de eurozone te vermijden. Nu heeft de zware economisch crisis in talrijke eurolanden het deficit laten escaleren tot boven die norm en wordt dit ook door de EU geduld in afwachting van het economisch herstel. Maar het Griekse 13 % is toch wel uitzonderlijk, zeker in combinatie met een economie die structureel in slechte papieren zit. Het is de eerste keer dat de Europese Commissie zo hard aan de alarmbel trekt en een lidstaat als het ware onder curatele zet. Het nieuwe EU-Verdrag (van Lissabon) dat dit jaar in werking trad, maakt het de Europese Commissie mogelijk om lidstaten aan te pakken die de economische richtsnoeren niet volgen of de muntunie schaden. Het Griekse saneringsplan voorziet in een drastische beperking van de uitgaven, onder meer door te snoeien in het ambtenarenbestand en de ambtenarenweddes, een verhoging van belastingen en hervormingen die de economie en de arbeidsmarkt efficiënter moeten maken. België aan de beurt in 2011?

Na Griekenland komen andere eurolanden in het vizier van fi nanciële marktanalisten. In eerste orde is er sprake van Portugal, Spanje, Italië. Maar het Zwitserse beurshuis UBS stipt ook België aan als bron van fi nanciële kopzorgen. Vergeleken met talrijke andere eurolanden lijkt ons begrotingstekort op het eerste gezicht nog redelijk, met een deficit van circa 6 %. Maar daar staat een cocktail van onrustwekkende ontwikkelingen tegenover. Ten eerste is nagenoeg tweederde van het begrotingstekort structureel, dus niet louter het gevolg van de crisis of het herstelbeleid. Wat wil zeggen dat er veel meer nodig zal zijn dan een economisch herstel om het tekort snel terug naar 3 % terug te brengen, dat België van de EU moet bereiken

8

Doorbraak

nr. 3 maart 2010

Ondertussen beperkt de federale regering zich grotendeels tot de lopende zaken. Structurele begrotingssaneringen of sociaaleconomische hervormingen worden doorgeschoven naar de volgende regering. Om de afspraak met de EU omtrent de beperking van het begrotingstekort te halen, kijkt de federale regering vooral naar de gewesten en gemeenschappen, inzonderheid Vlaanderen. Zo is recent nogmaals gebleken tijdens het overleg omtrent het zogeheten ‘samenwerkingsfederalisme’. Een nieuw Generatiepact om te zorgen dat 50-plussers aan de slag blijven is ten vroegste voor 2011, na de volgende federale verkiezingen. Een grondige pensioenhervorming komt er deze legislatuur niet. Dat is na de koldereske verklaringen hierover van minister van Pensioenen Michel Daerden wel duidelijk. Andere sociaaleconomische hervormingen, zoals een eenheidsstatuut voor arbeiders en bedienden, worden doorgeschoven naar de sociale partners, die er maar niet uit raken. Botsing

In deze omstandigheden is de kans zeer groot dat de volgende federale regering gaat botsen met de EU-commissie. Deze regering kreeg vorige herfst al een ernstige aanmaning van de bevoegde Eurocommissaris om wat meer begrotingsernst aan de dag te leggen. De federale overheid zal deze inspanning niet kunnen blijven afwentelen op de deelstaten. In 2011 lijkt het moment van de waarheid aan te breken voor dit land en wordt het kiezen of delen. Ofwel slaagt het er in de huidige beleidsimpasse te doorbreken door met een drastische staatshervorming de basis te leggen voor een passend budgettair en sociaaleconomisch beleid. Ofwel is de kans groot dat de EU de nodige hervormingen zal opleggen, kortom dat dit land terug wordt bestuurd door Herman Van Rompuy, Karel De Gucht, Guy Verhofstadt, Jean-Luc Dehaene en andere Europese toppers. ■ JAN VAN DOREN


G ESCH I ED EN IS

Van voor mijn tijd Straks een hele generatie historische analfabeten?

T

ussen de dag van nu en het begin van de tweede Golfoorlog ligt er maar evenveel tijd als tussen het jaar dat ik achttien werd en de onzalige overeenkomst van München van september 1938. Herinneringen aan de gebeurtenissen van de afgelopen zeventig jaar liggen mij nog vers in het geheugen. Er zijn de talloze gewapende conflicten: de Tweede Wereldoorlog, de vier oorlogen tussen Israël en zijn Arabische buren, Korea, Vietnam, Libanon, Afghanistan en de eerste Golfoorlog. Maar er zijn ook de koningskwestie, de overstromingsramp van 1953, de schoolstrijd, de moord op Kennedy, de eerste bemande maanlanding en de val van de Berlijnse muur. Bij het bekijken van populaire spelprogramma’s op televisie moet ik keer op keer vaststellen dat de kandidaten meer blijken af te weten van de kinderen van de Pfaffs dan van de historische gebeurtenissen die mee hun leven hebben bepaald. Het vaakst gehoorde argument om het gebrek aan kennis van het relatief nabije verleden te verdoezelen is het eeuwige ‘dat is van voor mijn tijd’. Ik kan begrijpen dat je het argument gebruikt als er wordt gevraagd naar de prijs van een gesneden brood of een glas bier in de jaren tachtig of naar de uitslag van de Tour van 1992, maar ik zet grote ogen op als ik merk hoe ‘slimme’ mensen het moeilijk hebben om beelden van de begrafenis van Kennedy thuis te brengen of van een interview met Juliana en Bernard. Als het om kennis gaat, kunnen er zich vreemde fenomenen voordoen. We weten tegenwoordig allemaal ten minste evenveel af van de ramadan en van het offerfeest als van de vasten, maar de vraagstellers van De slimste Mens zijn blijkbaar het verschil verleerd tussen de plechtige communie en het vormsel. Examen

Toen ik veertig jaar geleden deelnam aan het journalistenexamen bij de openbare omroep moest je een twintigtal namen en begrippen kunnen thuisbrengen, die teruggingen tot de tijd van de Franse Revolutie. Wie niet door de proef kwam, mocht het vergeten. Later heb ik het meegemaakt dat de jury’s zich noodgedwongen moesten beperken tot de laatste twintig of dertig jaar, anders kwam er bijna niemand door de eerste proef. Het meest sprekende voorbeeld van hoe moderne geschiedenis soms wordt weggemoffeld, heb ik precies tien jaar geleden meegemaakt op de openbare omroep. Zaterdag 10 juni was de eerste dag van de Europese voetbalkampioenschappen in België en Nederland. Hoewel de eerste wedstrijd pas ‘s avonds werd gespeeld, werd het toch de moeite waard gevonden om ruim negentig procent van het middagjournaal uit te trekken voor weinigzeggende voorbeschouwingen. En toch was 10 juni 2000 de dag dat de Syrische president Assad stierf, de arme man moest het met een korte afsluiter doen.

Toen ik zelf nog een prille tiener was, leek het een absolute noodzaak om ons al van in het eerste middelbaar uitgebreid kennis te laten maken met geschiedenis van de klassieke oudheid. Het was maar veel later dat ik iets te horen kregen over de godsdienstoorlogen, Lodewijk XIV en Napoleon, maar waar ik het meest mee verveeld zat, was dat er nooit tijd genoeg overbleef om ons iets te vertellen over de geschiedenis van onze eigen eeuw. Misschien was informatie over de Vlaamse Beweging wat te delicaat in die tijd, de jaren vijftig. Zoals het een halve eeuw geleden was, hoeft het natuurlijk niet in ons secundair onderwijs, maar men zou er wel goed aan doen de leerlingen een behoorlijke kennis bij te brengen van wat er in de wereld is gebeurd in de voorbije twee eeuwen. En dan heb ik het natuurlijk niet over een opsomming van feiten, maar over het vertrouwd maken van de tieners met de grote lijnen van de geschiedenis. Hoe kun je onze jeugd wat bijbrengen over het communisme als je het niet eerst hebt gehad over het revolutiejaar 1848 en Karl Marx? Hoe kun je als leraar iets zinnigs vertellen over de evolutieleer, als je niet eerst blijft stilstaan bij de manier waarop Darwin zijn ideeën heeft ontwikkeld? Hoe kun je een discussie beginnen over het zinvolle (of niet zinvolle) van onze militaire aanwezigheid in Afghanistan of Kosovo als je geen aandacht besteedt aan de wortels van die confl icten? En hoe kun je 9/11 toelichten als er nooit iets is verteld over de recente geschiedenis van het Midden-Oosten? Ik vrees dat de generaties die zijn geboren in het laatste kwart van de twintigste eeuw goed op weg zijn om historische analfabeten te worden. Natuurlijk is er het internet, waarop in principe alles te vinden is, maar dan moet je eerst weten waar en hoe je moet zoeken. Het lijkt er soms op alsof er maar twee gebeurtenissen van de twintigste eeuw de moeite waard zijn om in herinnering te worden gebracht: de twee wereldoorlogen. Meestal gebeurt dat dan nog op een erg selectieve manier. Het gevaar bestaat zelfs dat we straks in 2014 een indigestie krijgen van programma’s over de Grote Oorlog. Ik hoop dat er aan iets meer wordt gedacht dan aan de krijgsverrichtingen, de loopgraven en de soldatenkerkhoven. Juist de honderdste verjaardag van het begin van de Eerste Wereldoorlog zou een ideaal aanknopingspunt kunnen zijn om het geschiedenisonderwijs grondig te herdenken.

■ M ARC GEVAERT

maart 2010 nr. 3

Doorbraak

9


VRIJE TRIBUNE

Taal ter discussie: de Engelse gekte Vanuit de universiteiten via de Vlaamse Raad voor Interuniversitair Onderwijs ging op 25 januari 2010 een nota naar onderwijsminister Pascal Smet met een aantal voorstellen tot aanpassing van de huidige taalregeling in het hoger onderwijs (structuurdecreet 4 april 2003). Wat rectoren en vertegenwoordigers uit het hoger onderwijs “vesoepeling” noemen, reikt in deze nota verder dan voorstellen tot kleine aanpassingen. Ze willen in de initiële bachelorsopleidingen anderstalige opleidingen toelaten tot een derde van het studiepakket, tot 60 studiepunten - een opstap van 10 naar meer dan 33 % en voor de initiële mastersopleidingen willen ze gaan tot 50 % van de studie. Altijd wordt als grond-argumentatie de zogenaamde internationalisering aangevoerd. Daarbij wordt die automatisch verbonden met onderwijs in het Engels. Daar is geen correct causaal verband. Er zijn sinds 2003 veel minder buitenlandse studenten aan onze universiteiten komen studeren dan men had verwacht. Ook de kwaliteit van het Engelstalig onderwijs, voor zover het al is doorgedrongen, blijkt vaak benedenmaats te zijn, wegens de slechte beheersing van de Engelse taal door de docenten. Er worden trouwens geen beheersingscriteria van het Engels gehanteerd voor de aanwerving van die lesgevers. Zolang het discours van de voorstanders van verruiming van de taalregeling niet echt wordt gevoerd met steekhoudende argumenten, die dieper gaan dan die in de adviezen van de Vlaamse onderwijsraad en van de Vlaamse Raad voor Wetenschapsbeleid, blijf ik ten volle overtuigd dat er geen wijzigingen nodig zijn aan de huidige taalregeling van artikel 91 van het structuurdecreet. De Vlaamse onderwijsminister heeft er alle redenen voor om heel grondig na te denken vooraleer hij een decretaal initiatief neemt tot die zogenaamde ‘versoepeling’ en zeker niet op basis van de recente nota van de Vlaamse Interuniversitaire Raad (VLIR). Ook de minister moet beseffen dat het een bijzonder kostbaar goed is te kunnen studeren in het Nederlands, waarin de studenten leven, voelen, ervaren, denken en redeneren op ruim abstract niveau en waarvan ze ook wel in de hogere vormen van taalgebruik de schoonheid kunnen ervaren. Hasselt

Gelijklopend met de verzending van de VLIR-nota naar minister Smet kwam de beslissing van de Vlaamse Commissie voor Taaltoezicht voluit in de actualiteit, dat de Provinciale Hogeschool Limburg in Hasselt (PHL) de taalwet manifest overtreedt met haar opschriften van de gebouwen in het Engels, met haar benamingen van de departementen in het Engels. Die hogeschool overtreedt niet alleen de door de Vaste Commissie voor Taaltoezicht genoemde taalwet, maar eveneens het artikel 90 van het structuurdecreet dat zegt dat de bestuurstaal van universiteiten en hogescholen in Vlaanderen het Nederlands is. De directie van de PHL moet toch wel wat verlegen zitten met die beslissing, maar toonde naar buiten uit integendeel potsierlijkheid en hardleerse onredelijkheid in de reacties van haar algemene directeur.

10

Doorbraak

nr. 3 maart 2010

Mijnheer Lambrechts, hoeveel buitenlandse studenten telt uw hogeschool? Hoeveel opleidingsonderdelen worden in het Engels gedoceerd? Nagenoeg geen of totaal verwaarloosbaar! Vanwaar dan uw aanspraken op internationalisering? Welke roze dromen koestert u? Waarom negeert u het onomstootbaar feit dat u de taalwet overtreedt? Welke andere verantwoordelijkheden in deze aangelegenheid zijn in het spel dan die van de dwaas reagerende algemene directeur? Hoe heeft de Raad van bestuur van deze school deze overtreding kunnen accepteren en wat is zijn huidige houding om ze ongedaan te maken? Hoewel de PHL een autonome instelling is, welk aandeel heeft de Provincie Limburg en haar verantwoordelijke gedeputeerde voor het ontstaan en de handhaving van deze anomalie? Waarom heeft de regeringscommissaris die moet toezien op het beleid niet tijdig gereageerd? Hoe zal de minister van Onderwijs reageren op de overtreding van artikel 90 van het structuurdecreet? Drie vragen liggen klaar voor de zitting van de Limburgse provincieraad. Ook in de Onderwijscommissie van het Vlaams Parlement komen vragen aan de onderwijsminister. Zou het toch niet redelijk zijn om meteen terug te keren tot de wettelijkheid en de aanstootgevende opschriften op de gebouwen van die Hasseltse hogeschool te vervangen door de normale Nederlandstalige? Precedent

Een dergelijk feit volkomen bagatelliseren, Mijnheer de Algemene Directeur, pleit ook niet voor uw inzicht in de draagwijdte van deze dwaasheid uw gebouwen te ontsieren met die keurrijke Engelstalige benamingen. Bewuste Vlamingen en ook Vlaamse studenten die de waarde beseffen van het onderwijs in de eigen taal kunnen niet anders dan verontwaardigd denken over die taalwetsovertreding, omdat ze een precedent scheppen voor andere Vlaamse hogere onderwijsinstellingen die ook wel eens in de verleiding kunnen komen om dezelfde onbesuisde weg op te gaan. Laten we dan ook maar meteen een einde maken aan die Engelse gekte van Vlaamse hogere onderwijsinstellingen en op basis van de huidige decretale taalregeling ook alle ruimte gebruiken om op verantwoorde oordeelkundige manier verder naar de internationalisering toe te leven. Niemand hoeft daar ook blind voor te zijn. Niemand hoeft daarvoor terughoudend te zijn. Maar laat bestuurs- en onderwijstaal voor het Vlaamse hoger onderwijs het Nederlands zijn nu en in de toekomst.

■ GHISLAIN DUCHÂTEAU, HASSELT


Peiling Le Soir Volgens een peiling van Le Soir (18-22 jan.), niet de betrouwbaarste peiler en werkend met slechts enkele honderden Vlaamse respondenten, blijft de CD&V veruit de grootste partij (van 22,9 naar 24,2%). Op een grote afstand volgen N-VA (15,7), Open Vld (15,6), Vlaams Belang (14,6) en sp.a (14,2). Groen! (7,6%) en LDD (5,1) nog veel verder in de rij.

Colloquium VB Vlaams Belang organiseerde op 30 januari in het Vlaams Parlement een colloquium over de wijze waarop België ordentelijk kan worden opgedeeld. De partij wil hiermee aantonen dat de realisatie van de Vlaamse onafhankelijkheid helemaal niet gepaard hoeft te gaan met chaos, maar integendeel een heilzaam alternatief kan bieden voor de actuele Belgische chaos. In april volgt een lijvige publicatie. ‘Wij prediken geen revolutionair scenario, maar een Ordelijke Opdeling’, aldus Gerolf Annemans. Een interview met Annemans over dit onderwerp heeft de lezer in het arprilnummer van dit blad. (info over het colloquium: www.vlaamsbelang.org)

Taal in hoger onderwijs Enkele Vlaamse en Nederlandse verenigingen beseffen de draagwijdte van de vervreemding van onze eigen taal voor het hoger onderwijs en slaan de handen in elkaar om daarover grondig na te denken, te discussiëren en uit die gedachteconfrontatie de passende conclusies te trekken. Op zaterdag 13 maart organiseren zij een symposium in de aula Jan Fabre van de Universiteit Antwerpen onder de titel “Beter Engels of beter Nederlands? Taal in het hoger onderwijs”. De meningen van prof. dr. Frank Fleerackers, VVA-voorzitter, en van ererector Harry Martens van de Universiteit Hasselt worden met elkaar geconfronteerd. Vanuit strikt wetenschappelijke hoek over het onderwijzen in een andere taal dan de landstaal zal onderwijsdeskundige Diana Vinke haar inbreng doen en ook vanuit het bedrijfsleven krijgen we een nuchtere aanbreng in de discussie. Daarbij wordt ook de opinie van de studenten gehoord. Sterk aanbevolen. (Lees ook: blz. 10)

Vrijspraak Faits divers

Een politieman die wordt neergeschoten; jongerenbendes die wijken onveilig maken en ongestraft blijven; een school die verhuist wegens niet veilig bereikbaar; straathandel in kalasjnikovs (wat is er mis met het uitstekende schietmateriaal van FN?) ... Ce sont des faits divers, volgens de vroede burgervaders uit Brussel. Tja, alles went, wellicht. Ze kunnen wel wat hebben, de Freddy Thielemansen, Gaëtan Van Goidsenhovens, Didier Gosuins en Philippe Moureaux’ van deze wereld. Echt leiders ook, want ze houden in alle omstandigheden het hoofd koel. En zijn niet te beroerd de belangen van hun bevolking in alle omstandigheden in het oog te houden. Zo zou een eengemaakte politiezone voor heel Brussel-19 misschien de relatieve invloed van de Nederlandstaligen kunnen versterken, vrezen ze. Wat het een met het ander te maken heeft, is allerminst duidelijk, maar beter voorkomen dan genezen is het motto dat het beleid van die Brusselse gemeentevaderen kenmerkt. Gelukkig verzetten ze zich manmoedig tegen het echte gevaar dat Brussel bedreigt: de inkrimping van de macht van die bazen Ganzendonks. Neen, echte staatsmannen - in dit geval dorpsmannen - laten zich niet leiden door de waan van de dag. Zij laten zich niet uit hun lood slaan door faits divers. Zij zijn bezig met echte problemen. Want die zijn er ook. We noemen het voornaamste probleem dat de Brusselse bevolking echt bedreigt: de splitsing van Brussel-Halle-Vilvoorde. Daar liggen deze heren wel van wakker. Om die dreiging af te wenden zijn ze zelfs bereid de regering te laten struikelen, mocht het ondenkbare in dit land gebeuren, te weten dat een (Vlaamse) meerderheid een wet goedkeurt in de Kamer. Naar het schijnt vragen de Brusselse politici in ruil de uitbreiding van Brussel. Hallo, wie wil eigenlijk worden aangehecht bij Brussel? Want de Zenne is echt wel een linke beek. Wezen beek oppem hoede, zouden we de faciliteiteninwoners durven aanraden. Nog een fait divers in de marge. Van Goidsenhoven, Gosuin, Moureaux en tutti quanti zijn burgemeester van wettelijk tweetalige gemeenten, maar heeft iemand hen een woord Nederlands horen praten de voorbije weken als ze zich via de pers tot de Vlaamse publieke opinie wendden? Madame Evelyne Huytebroeck is minister van een tweetalig gewest, maar bleek in de zaak van het lozen van rioolwater in de Zenne ook geen fatsoenlijk woord Nederlands over de lippen te krijgen. Diezelfde figuren pakken wel graag uit met het verrijkende kosmopolitische karakter van hun stad. Ze wijzen er zo graag op hoe schril de Brusselse openheid afsteekt tegen de Vlaamsche bekrompenheid. Ze zijn er als de kippen bij om aan te klagen dat het Vlaamse taalbeleid in de rand ons land internationaal een slechte naam bezorgt. Maar het basisrespect om met Vlamingen in het Nederlands te communiceren is hen totaal vreemd. Leve het solidaire België!

Brussel: de migranten De Morgen vergeleek vijf multiculturele hoofdsteden in West-Europa. Blijkt dat de werkloosheid in Brussel (21%) torenhoog uitsteekt boven die in Berlijn (13%), Parijs (8,1%), Londen (8%) en Amsterdam (7,7%).

■ PETER D E ROOVER

maart 2010 nr. 3

Doorbraak

11


BU ITEN L A N D

Derde verdieping van de Westerschelde Antwerpen en Rotterdam: ramkoers of samenwerking?

O

ken. Beide havens zouden daardoor hun gezamenlijke positie op langere termijn kunnen verstevigen.

p 17 januari 1995 ondertekenden de Vlaamse en de Nederlandse regering het Verdrag inzake de verruiming van de vaarweg in de Westerschelde. Op grond van milieu- en veiligheidsoverwegingen van Nederlandse zijde liet de uitvoering van het verdrag echter lang op zich wachten, met name door een klacht van de Zeeuwse milieufederatie en de Milieubescherming Nederland. Uiteindelijk zette de Nederlandse Raad van State op 13 januari 2010 het licht op groen. Als compensatie moet de naast het verdronken Land van Saeftinghe gelegen Hedwigepolder worden ontpolderd. De Belgische eigenaar van die polder is nog niet van plan zijn verzet tegen de ontpoldering op te geven. In de uitspraak staat immers te lezen dat de natuur geen enkele schade lijdt door de verdieping. Ontpoldering is dus volgens de eigenaar niet noodzakelijk om de gevolgen van de verdieping te compenseren. Specialisten en natuurbeschermers zijn het daar niet mee eens want de Westerschelde valt onder ‘Natura 2000’. Dat is een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden. De EU verplicht de lidstaten om natuurgebieden die zich in een slechte staat bevinden te herstellen. Voor de Westerschelde is daartoe ontpoldering de enige mogelijkheid. Gebeurt dit niet, dan volgt haast zeker een ingebrekestelling van Nederland door de Europese Commissie en uiteindelijk toch de ontpoldering. De Vlaamse regering oordeelt dat de uitspraak van de Nederlandse Raad van State de weg vrijmaakt voor de start van de werken in Nederland. Op Vlaams grondgebied waren die al op 21 december 2007 begonnen en zijn nu afgerond. Aartsrivalen of partners?

Hoe dan ook is de havenproblematiek in de Lage Landen nu weer bijzonder actueel. In NRC Handelsblad van 30 december 2009 verscheen een interessant interview met twee Nederlandse havenkenners over de rivaliteit tussen

12

Doorbraak

nr. 3 maart 2010

de twee belangrijkste havens: Antwerpen en Rotterdam. Consultant Marcel van Gils en bestuurskundige Lars Gerrits stellen daarin dat de ‘wapenwedloop’, om met een steeds grotere infrastructuur zoveel mogelijk marktaandeel van de ander te kunnen binnenhalen, moet ophouden. Op middellange termijn dreigt immers het gevaar van een absolute overcapaciteit. Bovendien groeit in de publieke opinie de weerstand tegen een steeds verdere havenuitbreiding. Een bewijs daarvan is de heisa in Antwerpen rond de afbraak van het polderdorp Doel, de Lange Wapper en de ontsluiting van de stadsring die niet alleen belangrijk is voor Antwerpen, maar ook voor de doorvoer naar Rotterdam. Als op- en overslaghaven veroorzaakt Rotterdam een relatief hoge geluidshinder, veel CO2-uitstoot en een verregaande impact op de omliggende ruimte. Een verregaande samenwerking tussen beide kan een veel hogere meerwaarde opleveren dan onderlinge strijd, maar vergt een taakverdeling op grond van een strategische langetermijnvisie. Concreet, zo menen de experts, zou Antwerpen veel meer zeevervoer op korte afstand uit Rotterdam kunnen aantrekken omdat de haven zeer diep landinwaarts ligt en dus in staat is om het achterland te bedienen zonder het bestaande wegennet al te zeer te belasten. Rotterdam zou zijn positie als Europese petroleumhaven kunnen verbeteren door de pijplijninfrastructuur naar Antwerpen verder door te trek-

Medio januari verklaarden Hans Smits, president-directeur van het Havenbedrijf Rotterdam, en Eddy Bruyninckx, afgevaardigd bestuurder van het Gemeentelijk Havenbedrijf Antwerpen, binnenkort over een nauwere samenwerking te gaan praten en dit niet alleen op het vlak van milieu en beveiliging, maar ook over concrete projecten in de commerciële sfeer. In Antwerpen is er interesse om samen met Rotterdam een scheepsindex op te richten, die de milieuvriendelijkheid van schepen meet. Een andere mogelijkheid is het combineren van ladingen die uit Rotterdam en Antwerpen naar Duitsland worden vervoerd met als doel schaalvoordeel qua transport richting Centraal- en Oost-Europa. Rotterdam overweegt zijn communicatiesysteem open te stellen voor de Antwerpse haven. Uiteindelijk zijn het natuurlijk de rederijen die moeten beslissen welke haven ze aandoen. Forum

Antwerpen en Rotterdam schijnen dus de weg naar een nauwere samenwerking te hebben gevonden. Het is nu zaak indien mogelijk andere Deltahavens zoals Gent, Terneuzen en Zeebrugge ook bij die ontwikkeling te betrekken. Een breed opgezet forum van politici, ambtenaren, deskundigen en vertegenwoordigers uit het bedrijfsleven kan allicht tot een coherente langetermijnvisie op de havenproblematiek in de Lage Landen bijdragen. Wie neemt het roer in handen?

■ THEO L.R. L ANSLOOT


BOEK E N

Inderdaad, geen “faux problème” Een stevige pocket met een toegankelijke correcte uitleg over de Belgische staatshervorming zou voor iedereen meer dan welkom zijn. Bij een vluchtig doorbladeren nog in de boekhandel leek het boekje van Sylvain Plasschaert België in alle staten - Vlaanderen en Wallonië in een Brusselse knoop aan die uitdaging te beantwoorden. O.m. ook omdat de auteur al bij de eerste regels de juiste toon te pakken heeft. Hij begint inderdaad met de vaststelling dat de ‘taalkundige dualiteit van België, een onafwendbaar historisch gedetermineerd gegeven (is) dat veel spanningen verwekt, die overigens niet als bij toverslag door de vervanging van een unitaire door een federale staatsstructuur worden weggeveegd.’ Een goed begin dus voor een boekje dat een niet al te omvangrijke cursus “Belgische staatshervorming” wil zijn, net iets meer dan 150 bladzijden. Best verteerbaar dus. Het begint met algemene vragen over wat federalisme zou moeten zijn en waarom dat Belgische federalisme zo kwetsbaar is, welke technische tovermiddeltjes men allemaal kan gebruiken om die kwetsbaarheid wat te temperen. Waarom geen confederalisme? Een begrip

dat volgens Plasschaert ‘gedoemd is om verwarring te scheppen’. Wat moet men begrijpen onder economisch, fiscaal en sociaal federalisme? Hij geeft ook stevig weerwerk op het Warande-manifest in verband met de transfers. Uiteraard is er het probleem Brussel en omgeving.

talige eisen in Vlaams-Brabant. ‘Wie daar zijn intrek neemt, komt, onbetwistbaar terecht in Vlaanderen.’ (blz. 140)

Hier en daar laat de professor zich wel verleiden tot een wat kleurrijker woordgebruik en zelfs tot uitspraken die als snel laten lezen wat de professor over een en ander zelf denkt. De auteur wil dat “België in alle staten” waarvan hij keer op keer stelt dat het eigenlijk niet leefbaar is, toch weer tot de levenden brengen. Met de bekende middeltjes zoals een federale kieskring, nationale partijen, een nieuw Harmelcentrum om samen na te denken, tweetalige debatten op radio en televisie en een cordon sanitaire rond de verdedigers van de Belgische echtscheiding. Een scheiding waar de meerderheid van de Belgen niet wil van weten en die ‘ontzettend veel problemen van boedelscheiding met zich meebrengt’ (blz.128). Nog een toverformule: de zes faciliteitengemeenten komen uiteraard bij Brussel, maar nadien is het eens en voorgoed gedaan met nog nieuwe Frans-

Sylvain Plasschaert, econoom, is erehoogleraar aan de Universiteit Antwerpen en de KU Leuven. Hij was ook lid van de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven, van de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen en van de Hoge Raad van Financiën.

Met Het geheugen van de lage landen is een aantal auteurs zich gaan fixeren op plekken, mensen en gebeurtenissen in Vlaanderen (soms België) en Nederland. Ze herinneren aan wat die landen verenigt, verdeelt of wederzijds inspireert. Dat zijn de drie rode draden in een voor het overige vooral chaotische opeenstapeling van korte teksten over gebeurtenissen, auteurs, figuren, politiek, godsdienst, cultuur, media, sport... Allemaal korte stukjes, geschreven door een dertig auteurs (historici, maar ook schrijvers, cultuurpolitici, filosofen, e.a.). Op zich soms interessant, maar erg impressionistisch.

Reynebeau wees er al op dat een aantal bijdragen er uitziet alsof het ging om lemma’s in een encyclopedie. Het geheugen van de lage landen is leesvoer voor op het salontafeltje, als mogelijke afwisseling tussen de aperitiefhapjes. De subjectiviteit - bijna als fetisj - moet je er maar bijnemen. En met het verorberen van niets dan losse brokjes zullen nogal wat lezers aan het einde van de rit wellicht het gevoel hebben niet gegeten te hebben.

Marc Platel

Sylvain Plasschaert, België in alle staten, Vlaanderen en Wallonië in een Brusselse knoop, 156 blz., 2009, uitgeverij Garant, € 18. Isbn 978 90 441 2456 1

Buren geen natie Als in een of andere quiz de kandidaat in de fout gaat of moet passen bij een vraag die een bescheiden historisch of aardrijkskundig inzicht veronderstelt, zullen nogal wat mensen van middelbare leeftijd en ouder zich wel eens herinneren hoe zij van ‘de meester’ en de leraar van toen voldoende historisch en geografisch houvast meekregen om de vraag met gemak op te lossen. Hing daar immers niet jaren lang een fameuze tijdsband aan de klasmuur? Niet zonder resultaat. Natuurlijk ging het ‘maar’ om een kapstok, maar helemaal overbodig lijkt het ons niet te weten dat Willem van Oranje wel even voor Napoleon valt te situeren of dat pakweg Nicaragua niet aan China grenst. Generaties historici zochten hun weg in de chaos van het verleden, met diverse invalshoeken en mekaar voortdurend opjagend met correcties, tegenspraak en nieuwe benaderingen. Ze richtten zich op feiten en structuren, op data en stromingen, op politiek, instellingen, economie en cultuur, op vorsten of op de kleine man, op eigen regio of op de hele wereldbol.

Jo Tollebeek (KU Leuven) en Henk te Velde (univ. Leiden) kleefden de stukjes aaneen. Eerstgenoemde schreef eerder overigens al België, een parcours van herinnering, met zeventig bijdragen over Belgische plaatsen van herinnering (van het standbeeld van Ambiorix tot Wijnegem Shopping Center). In het vakjargon heet hun aanpak postmodernisme. Ja, er zijn herinneringen (lieux de mémoire), maar er is geen eenduidig en nauwelijks gemeenschappelijk verleden en al helemaal geen reden om van natiegevoel te spreken.

KVdH

Jo Tollebeek en Henk Te Velde (samenstellers), Het geheugen van de Lage Landen, 271 blz., uitgave Ons Erfdeel, € 23,5. Isbn 978 90 79705 03 0

maart 2010 nr. 3

Doorbraak

13


KAMIKAZE

Béber t in Co ngo

Nee, beste lezer, dit is geen parodie op het racistische album ´Kuifje in Congo´. Hoegenaamd niet. Hoewel ik moet toegeven dat ik bij het neerschrijven van deze titel wel aan Hergé heb gedacht.

Congo mogelijks nog afstammelingen rondlopen, die ervan overtuigd zijn dat ze in naam van hun voorouders nog een oude rekening moeten vereffenen. Want niet alleen bij ons, maar ook in Congo heeft de geschiedenis zo haar rechten. Voorzichtigheid is dus geboden. En kijk vooral uit naar wie ge in uw koninklijk kielzog meeneemt.

En onvermijdelijk ook aan zijn door sommigen bewust ´toegedekt´ oorlogsverleden. Maar dat belet niet dat ik met deze titel vooral lucht heb willen geven aan Maar er is meer. Niet alleen in Congo is het opletten mijn bezorgheid omtrent het gebeurlijk bezoek van geblazen. Ook in eigen land, Sire, is de situatie alles sire Albert aan zijn evenknie Kabila. Dit naar aanAlbertooo leiding van vijftig jaar Congolese onafhankelijkheid. behalve stabiel en hoogst explosief. Bovendien is Want de plechtige uitnodiging is een feit. Blijkbaar Congo is wel iets verder weg dan Saint-Tropez. En nadat ene Steven tussen pot en pint de diplomatieke plooien van op een C-130 van Air De Crem kunt ge voor een snelle terugkeer zijn voorganger Karel is gaan gladstrijken. Het is dus enkel nog ook al niet meer rekenen. Enfin, u begrijpt me wel. Het zou niet wachten op een formele toezegging van het paleis. En ik heb zo de eerste keer zijn dat bij afwezigheid van... of, als de kat van een vermoeden dat er hier te lande nog genoeg zeloten met kohuis is, dansen de muizen algauw op de tafel. En wetende dat ene Frans Crols al geruime tijd met onverholen afgunst steevast loniale heimwee te vinden zijn, die graag bereid zijn om bij Albert alle mogelijke twijfels weg te nemen en hem alsnog over de Connaar de Congolese onafhankelijkheid verwijst, is het toch niet golese streep te trekken. En dat kan nog een heel avontuur wordenkbeeldig dat er tijdens uw afwezigheid in Vlaanderen mensen den, waarbij de avonturen van Kuifje gewoon in het niets verzinopstaan om, vijftig jaar na Congo, alsnog de Vlaamse onafhanken. kelijkheid uit te roepen en u zodoende tot gedwongen ballingschap te veroordelen. En dat is toch geen prettig vooruitzicht. Nu, voor mij niet gelaten. Verre van. Ik zou zelfs zeggen, hoe Want was het niet Napoleon zelf die ooit heeft gezegd, dat een rapper hoe liever. Maar dan niet zonder dat ik zijne majesteit verbannen en zwervende koning toch maar een zot personnage toch nog een paar waarschuwingen heb meegegeven. Sta mij is? En hij kon het weten. In elk geval beter dan uw nederige ondus toe, Sire, u er langs deze weg terloops op te wijzen dat er in derdaan... ■ K AMIKAZE

MEGAFOON

Franstaligen melken federale koe

Er zijn te veel artsen in dit land. De Vlamingen doen er iets aan, de Franstaligen vegen er hun voeten aan. Zo simpel is het. Informatie van het Vlaams Geneeskundigenverbond, een Megafoontje waard. Het is Guy Tegenbos die voor De Standaard de sociale dossiers opvolgt. Op 9 februari meldde hij dat de Franstaligen dubbel zoveel artsen toelaten. Wat is er aan de hand? ‘Sinds 1995 beperkt de federale overheid het aantal afgestudeerde artsen dat een praktijk mag starten. De gemeenschappen moesten daarom het aantal studenten beperken. Omdat België manifest te veel artsen heeft, en dat leidt naar medische overconsumptie. In stapjes heeft de federale overheid vooral onder druk van de Franstaligen de toegelaten aantallen verdubbeld: van 600 (360 N en 240 F) naar 1230 (738 N en 492 F). Maar die toegeving heeft niet geholpen. De verhoging heeft niets veranderd aan het onwettige gedrag van de Franse Gemeenschap.

14

Doorbraak

nr. 3 maart 2010

contingent Vlaamse Gemeenschap Eerstejaars Vlaamse Gemeenschap contingent Franse Gemeenschap Eerstejaars Franse Gemeenschap De Franse Gemeenschap laat dit jaar 2608 eerstejaars toe: meer dan vijfmaal meer dan er nodig zijn, en 2,5 maal meer dan de 1034 die Vlaanderen toelaat. (zie tabel). Vlaanderen beperkt zijn cijfers via een toelatingsproef, de Franse Gemeenschap weigert zo’n proef. Rekening houdend met afvallers leeft de Vlaamse kant de regels dus min of meer na, de Franstalige niet. In 2008 besliste de federale regering dat het overtal (vooral Franstaligen) dat de studies was gestart op dat moment, zich toch mag vestigen, maar dat dit aantal wordt afgetrokken van het aantal dat voor de volgende jaren wordt toegelaten (2009-2018). De Franstalige universiteiten dreven sindsdien hun studentenaantal

arts

tandarts

738

96

1034

120

492

64

2608

481

nog op’, besluit Tegenbos. Een en ander zit de Vlaamse artsen hoog. Temeer omdat hetzelfde geldt voor tandartsen (zie tabel) en al jaren aansleept. Het VGV legt de vinger op de wonde: de Vlamingen zullen voor dat overtal wel betalen. Dat inspireert de VGV tot een drastische suggestie: ‘Schaf het ingangsexamen af, laat de gezondheidszorg overspoelen met Vlaamse artsen en melk die federale koe, net als de Franstaligen, leeg. Misschien zullen we dan nog sneller een Vlaamse Gezondheidszorg hebben, dan die proberen te bekomen door ons verantwoordelijk op te stellen’, aldus het Vlaams Geneeskundigenverbond (VGV).


Colofon Doorbraak is een uitgave van de Vlaamse Volksbeweging vzw. Verschijnt maandelijks (niet in augustus). Doorbraak is lid van de Unie van de Uitgevers van de Periodieke Pers. H OOFDREDAC TEUR : Jan Van de Casteele K ERNREDAC TIE : Karl Drabbe, Dirk Laeremans, Peter De Roover M EDE WERKERS : Ludo Abicht, Jacques Claes, Frans Crols, Koenraad Elst, Marc Gevaert, Iko, KMP, Bart Maddens, Theo Lansloot, Guido Naets, Marc Platel, Dirk Rochtus, Johan Sanctorum, Matthias E. Storme, Frank Thevissen, Luc Van Braekel, Katleen Van den Heuvel R E D A C T I E - A D R E S : Passendalestraat 1A, 2600 Berchem. Tel 03 366 18 50 – Fax 03 366 60 45 redactie@doorbraak.org www.doorbraak.org – abonnementen: secretariaat@doorbraak.org A BONNE MEN T : € 21 voor een abonnement van 12 maanden (buitenland: € 30) STUDENTENABONNEMENT: € 10 voor een abonnement van 12 maanden, met opgave van leeftijd en onderwijsinstelling I NTERNE TABONNE MENT : € 10 voor 12 maand toezending van Doorbraak (pdf-bestanden) via internet. Het (studenten)abonnement geeft recht op een gratis internet-abonnement. Abonnering door storting op rekening 736-0012719-76 van VVB Doorbraak, Passendalestraat 1A, 2600 Berchem met vermelding van het type abonnement. Doorbraak wordt ook gratis toegestuurd – met ledenblad Binnendoor – naar de leden van de Vlaamse Volksbeweging vzw (VVB). Betaling van het abonnementsgeld vanuit het buitenland: gebruik IBAN BE91 7360 0127 1976 en BIC KREDBEBB VERANT WOORDELIJKE UITGEVER: Pieter Bauwens, M. De Smetstraat 12, 9308 Hofstade ISSN 00125474

Energiebesparing Milieutechnologie: afvalverbranding, deNOx. Explosieve gasmengels: verwerking in overeenstemming met ATEX. Gespecialiseerd studiewerk en sleutel-op-de-deur levering Mallekotstraat 65, 2500 Lier Tel.: +(03) 491 98 78 – Fax: +(03) 491 98 77 E-mail: info@euro-pem.com

maart 2010 nr. 3

Doorbraak

15


16

Doorbraak

nr. 3 maart 2010


2010_03_doorbraak