Issuu on Google+

België-Belgique PB Antwerpen X 8/2828

Maandblad van de Vlaamse Volksbeweging vzw  www.doorbraak.org Afgiftekantoor Antwerpen X  P508831  Passendalestraat 1A  2600 Berchem  redactie@doorbraak.org

4 2007

Vive la Belgique, verdeeld en heers (sic). Hoe lang nog?

Parlez-vous Français, monsieur?

Z

elf al ooit eens opgebeld voor een politieke enquête? De kans is klein. Bij toeval overkwam het Eric Feremans (tegenkandidaat van Geert Lambert bij de voorzittersverkiezingen van Spirit). Een telefoontje van een lief meisje (in het Frans uiteraard, hier vertaald): ‘Ik ben van de Libre Belgique, en doe daar een enquête voor, spreekt u Frans, monsieur?’. Vlamingen laten opbellen in het Frans, ‘een wetenschappelijke farce’, aldus Feremans. Volgens het gedrocht van de Libre en RTBf – groot nieuws voor onze openbare omroep – zou een nipte meerderheid van de Vlamingen de Belgische staat weer willen inrichten zoals in 1830. Driekleurig en unitair. Zelfs tussen opiniepeilingen boven en onder de taalgrens groeit nu de onvermijdelijke “kloof”. 1. Op een vraag van TNS-Media voor een enquête van De Standaard (7 juni 2004, peiling 70ste verjaardag koning Albert) ‘wilt u dat Vlaanderen onafhankelijk wordt’, antwoordt 35 % van de Vlamingen ja. 2. Als Le Soir (4 okt. 2004) vraagt ‘wilt u dat België verdwijnt’, antwoordt slechts... 4 % van de Vlamingen positief. 3. In twee peilingen van De Stemmenkampioen voor Het Laatste Nieuws (dec. 2005 en 2006, 10 000 panelleden) zegt 51,3 % voor onafhankelijkheid te zijn. Hoge cijfers, volgens De Stemmenkampioen omwille van de actualiteit van de vraag (in 2005 de publicatie van het Warandemanifest, in 2006 de RTBf-docufictie). Onafhankelijkheid was ‘in het nieuws’. 4. Volgens een TNS-peiling van De Tijd (16 sept. 06) vindt 43 % van de Vlaamse bedrijfsleiders dat onafhankelijkheid ‘beter’ zou zijn voor Vlaanderen. 5. Blijkens een onderzoek van Het Nieuwsblad (19 maart 2007) noemt 8 % van de Vlamingen zich ‘separatist’. 6. Het Vlaams Dienstencentrum en het tijdschrift Doorbraak (VVB) vroegen in drie peilingen (2004-2006): ‘Vlaanderen moet onafhankelijk worden. Akkoord, neutraal, niet akkoord of geen mening?’. Driemaal ging een klein kwart (22 %) van de Vlamingen akkoord.

7. Op 15 maart werd het boek “De kiezer onderzocht” voorgesteld (ISPO, KU Leuven). De Leuvense onderzoekers zijn niet mals voor de Libre: ‘Niks van aan’. Slechts een kwart van de Vlamingen zou heimwee hebben naar la Belgique à papa. Tien procent van de Vlamingen zou voorstander zijn van separatisme. Cijfers die al jaren vrij stabiel blijven. De resultaten van peilingen zijn dus relatief. Belangrijker dan de hutsepot van bovenvermelde cijfers is dat politieke beweging (ook die naar autonomie) altijd uitgaat van minderheden. Over het lot van een gemeenschap beslissen de kiezers, vervolgens de parlementen. In het Vlaams Parlement ligt de weg naar een klare stap vooruit (confederalisme) of het einddoel (Vlaamse staat in Europa) meer dan open. Wat kon voor Tsjechen en Slovaken, voor Esten, Letten, Litouwers en voor de Balkanvolkeren, wat straks misschien wel kan voor de Schotten, moet ook hier kunnen. Kan een Vlaamse staat niet aan wat Luxemburgers, Ieren, Denen of IJslanders wél vermogen? Radio en tv Gematigde(r) confederalisten en radicale nationalisten vormen in het Vlaams Parlement stilaan een meerderheid. De invloedrijke opiniemachine van de openbare omroep (radio, tv) – altijd progressief, vaak vijandig – vertraagt moedwillig de ruimere doorbraak van de autonomiegedachte. Het ligt er zo vingerdik op dat het zielig wordt. Een paar voorbeelden maar: Reynebeau kreeg zijn eigen “Weg van België” om De Wever wat te jennen. Bovenvermelde enquête van de Libre werd in Terzake ‘geduid’ door twee socialisten (Di Rupo en Vande Lanotte). In de ‘Gentse’ RTBf-uitzending vernamen we vooral van oude Belgen ‘wat de Vlamingen willen’. De VRT is nog altijd BRT. Doorbraak blijft het debat aanwakkeren, o.m. met drie grote debatten in april en mei (zie bijlage bij dit nr.). Een organisatie i.s.m. Davidsfonds, VTB-VAB en Trends. ■  Jan Van de Casteele april 2007  nr. 4

Doorbraak




PERSWIJS Knack op B-Plusdrift ■  Rolf Falter (ex-journalist De Standaard en De Tijd) over sepa-

ratisme in De Standaard, 14 maart: ‘Cru gezegd, oogt niet België, maar separa-

tisme als de meest realistische oplossing voor deze contreien. België is een residu-staat.’

■  Frank Vandenbroucke (sp.a) over meertalig onderwijs en

Di Rupo, in De Morgen, 12 maart: ‘Ik ben bevreesd dat indien je taalzwakke

kinderen onderdompelt in meerdere talen, je zerotaligheid riskeert.’

■  Christophe Deborsu (RTBf) over de splitsing van België in

De Standaard, 28 februari: ‘Het klopt dat slechts een minderheid de splitsing van het

land wil, maar de tijd komt dat de meerderheid stilletjes zal volgen.’

In België reikt tot aan de Pyreneeën (Knack, 14 maart) werden drie B-Plussers (Wilfried Martens, Piet Chielens en Tony Van de Calseyde) ondervraagd door een vierde B-Plusser (Benno Barnard). Als interviewtechniek kan dat tellen. Dat de VVB door dit soort dragers van het Belgisch Heilig Oliesel ‘extremist’ wordt genoemd, doet deugd. De week voordien mocht in Knack nog een vijfde B-Plus-coryfee (Geert Van Istendael) zijn asse rondstrooien. Evenwicht?

■  Peter Van Velthoven (minister van Werk, sp.a) over regionali-

sering in L’Echo, 9 maart: ‘We moeten praten over een sociale regionalisering. Anders

gezegd: niet regionaliseren om te regionaliseren, maar om het lot van de mensen te verbeteren.’

■  Jan Segers over justitie (Onkelinx) in Het Laatste Nieuws,

9 maart: ‘Bij de Belgische justitie werken zowat 10 000 mensen. Het is toch totaal ondenkbaar

dat een privébedrijf van die omvang er niet zou in slagen zichzelf te updaten qua informatietechnologie? Laat staan dat de directie een moeizame poging tot modernisering zes jaar lang zou laten slabakken om dan ootmoedig te bekennen dat alles bij het oude blijft en dat er vanaf nul moet herbegonnen worden? En daar, als klap op de vuurpijl, nog mee weg te komen ook.’ ■  Marc Reynebeau over de monarchie in De Standaard, 6 maart:

‘De monarchie laat zich wel degelijk in een polemische rol drukken. Ze fungeert dan niet zozeer als een symbool van de Belgische natie – wat ze constitutioneel hoort te zijn – maar als een instrument van het communautaire conservatisme, zowel voor de pro’s als de contra’s.’

■  Marjan Justaert over de splitsing van het Rode Kruis in De Mor-

gen, 5 maart: ‘Vandaag functioneert het Rode Kruis als een siamese tweeling, de Vlaamse

tak pleit al jaren voor een operatie.’

■  Wouter Van Bellingen (Spirit-schepen Sint-Niklaas) over iden-

titeit in De Standaard, 3 maart: ‘Het is belangrijk te beseffen waar je leeft en wat

je context is. Voor mij is dat in Vlaanderen, binnen Europa en in de wereld.’

■  Serge Moureaux en Antoinette Spaak (oud-parlementsleden

PS en FDF) over “de kloof” tussen Vlaanderen en Wallonië, in Manifeste pour l’unité francophone, 27 februari: ‘Vlaanderen blijft maar

herhalen dat het in blakende gezondheid verkeert. Het doet denken aan presidenten die kanker hebben en die de behandelende arts verplichten optimistische gezondheidsbulletins te verspreiden om zo de publieke opinie te misleiden.’ Emiel De Bolle

Leterme premier?

Yves Leterme (CD&V) liet in Le Soir noteren dat hij ‘natuurlijk’ graag premier wil worden, dat hij geen separatist is en dat zijn communautaire lat eindigt (volgens zijn beeldspraak) op ‘een kwart van die van N-VA’. De resoluties van het Vlaams Parlement blijven de norm, maar aan de transfers (de ‘solidariteit’) hoeft niet geraakt te worden.

De RTBf in Gent

In de RTBf-uitzending Mais que veulent les Flamands was veruit de meeste zendtijd voor Verhofstadt, zijn vriend “de expert” Rudy Aernoudt , drie zingende Bekende Belg-belgicisten, een batterij Franstaligen en de zorgvuldig geselecteerde proffen Carl Devos en Marc Swyngedouw, Guido Fonteyn, Luc Beyer, dokter Marc Moens (BVA), Luc Cortebeeck (ACV) en Rudy De Leeuw (ABVV), ook al niet bepaald de Vlaamse voorhoede te noemen. Aan de overkant van het veld – alleen in de spits – stond Remi Vermeiren (ex-topman KBC en auteur van het Warandemanifest). Hij mocht twee minuten meespelen. Min of meer in zijn ploeg stond middenvelder Karel Van Eetvelt (Unizo). De “separatisten” en hun partijen – in verkiezingstijd toch goed voor ruim 30 % van de Vlaamse kiezers – kwamen dus nauwelijks (VB al helemaal niet) in beeld. Evenwicht?

Arrogante Vlamingen

In diezelfde uitzending enkele Vlaamse politici (Frank Vandenbroucke, Eric Van Rompuy en enkel ex-VU’ers), die het debat in het Nederlands wilden voeren. ‘Arrogant’, ‘belachelijk’ en ‘hatelijk’, vond Luc Van der Kelen, commentaarschrijver van Het Laatste Nieuws (7 maart). ‘De Vlaamse politici keken misprijzend neer op hun gastheren (de RTBf - red.) … Er is maar één indruk die overblijft:de Vlaamse hartelijkheid is ‘Vlaamse hatelijkheid’ ge-



Doorbraak

nr. 4  april 2007


worden ... Een fiasco zonder weerga’, aldus nog Van der Kelen. Ook al een B-plusser.

Commentaar De grote kladderadatsch

Economie in topvorm?

Het jaarverslag 2006 van de Nationale Bank kan (en moet) in de aanloop naar de verkiezingen de indruk wekken dat de Belgische economie ‘in topvorm’ verkeert. Maar alle Belgische cijfers verbergen de enorme kloof tussen Vlaanderen en Wallonië. Een rapport van de CD&V-studiedienst van Ceder (1) is duidelijker: de economische groei (het bbp per inwoner) is in Vlaanderen 40 % hoger dan in Wallonië. Het Belgische succes teert dus voor een groot deel op Vlaamse inspanningen.

De kloof: werk

Hetzelfde geldt voor Belgische werkgelegenheidsgraad (van 59,3 % in 1999 over 61,1 % in 2005 naar 60,9 % in 2006). Die blijft ver onder het Europees gemiddelde (van 62,6 % in 1999 naar 65,2 % in 2005). Ook hier weer zijn de regionale verschillen (2005) extreem groot: Vlaanderen: 64,9 %, Wallonië: 56,1 %, Brussel: 54,8 %. Ook die kloof is onder paarsgroen en paars groter geworden (1999: 4,6 %, 2005: 8,8 %).

De kloof: de overheidstewerkstelling

Opvallend is het grote aandeel van de overheidstewerkstelling in de totale werkgelegenheid: Vlaanderen: 15,3 %, Wallonië: 22 %, Brussel: 25,7 %.

De kloof: de werkloosheid

De cijfers van de Nationale Bank hebben al evenzeer een pruik op (8,3 % van de beroepsbevolking in 2006, kleine daling tegenover de 8,5 % van 2005), tenzij voor de Europese vergelijking waar “België” één van de hoogste werkloosheidspercentages van de EU-15 laat optekenen. De kloof? In Vlaanderen zakt de werkloosheid van 5,5  % naar 5,2  %, in Wallonië bleef ze vorig jaar ongeveer even hoog (11,8 %) en meer dan … dubbel zo hoog dan in Vlaanderen. Brussel boerde nog achteruit tot 17,7 %. Vlaanderen telt 40 % van alle Belgische werklozen (57,8 % van de de Belgische bevolking) Wallonië (2005): 45 % van de werklozen (32,5 % van de bevolking) Brussel: 16 % van de werklozen (9,7 % van de bevolking)

J

e ziet het de revolutionaire Karl Marx voor zich uitrollen, dat gigantische Teutoonse woord kladderadatsch, synoniem van ineenstorting, ondergang, debacle. De Grosse Kladderadatsch, schreef hij, bracht de vrijheid van de proletariërs in het verschiet. Karl Marx hebben wij voor de ochtend van Vlaanderen niet nodig, wel zijn woord, de kladderadatsch. Vrienden en kennissen vragen: je kan dat niet menen, ten eerste, Vlaanderen onafhankelijk, ten tweede, zo ja, hoe dan? Voor de eerste vraag som ik de argumenten van de Denkgroep ‘In De Warande’ op en voor de tweede vraag val ik terug op de kladderadatsch. Hoe eindigt België? Door een kladderadatsch.(*) Het Manifest van de Denkgroep ’In De Warande’, getiteld Voor een zelfstandig Vlaanderen in Europa, is geen stappenplan om de ‘De onafhankelijkheid zal onafhankelijkheid te bereiken. Dat is werk er komen op zijn voor de partijen en de parlementariërs. Heb­Belgisch: onfris en ben die een stappenplan? Neen, dat hebben onduidelijk.’ zij niet, temeer omdat zij, met uitzondering van de Vlaams Belang’ers, de N-VA’ers, enkele CD&V’ers, VLD’ers en Spiritisten die kelk niet willen legen. Wat zal de Vlaamse en de Waalse onafhankelijkheid veroorzaken (over Brussel, een nevenkwestie, moet men zich slechts in afgeleide orde bekommeren)? De chaos in de Wetstraat en die chaos is eerder dichtbij dan veraf. Eerst dit, chaos is chaos, noch min en noch meer. Dus, staat gelijk aan wanorde, ordeloos, boel, wirwar, imbroglio, rotzooi. Nare dingen, vervelende dingen, echter geen bloederige, oorlogszuchtige, militaire dingen. Zoals België al een rommelhoop geworden is: bestuurlijk (bestendige en onoplosbare conflicten tussen de beleidsniveaus), electoraal-taalkundig (Brussel-Halle-Vilvoorde), infrastructureel (Zaventem, NMBS), militair (denk aan de paljas die minister van Defensie is), internationaal (met een minister van Buitenlandse Zaken die zich bij de neus laat nemen door de minister van Buitenlandse Zaken voor Centraal-­Afrika, Armand De Decker) zal door onoplosbare politieke kwesties een constitutionele crisis uitbreken met het overlijden van de zwakke en seniele patiënt als gevolg. Voor een stappenplan is het te laat en abdiceert de zittende politieke klasse, dus zal de onafhankelijkheid er komen op zijn Belgisch: onfris en onduidelijk. De landmijnen wachten op misstappen van de regeerders. Guy Quaden, gouverneur van de Nationale Bank, klaagt dat de federale overheid ondergefinancierd is en onder meer door de vergrijzing met de kop tegen de muur zal lopen. Gelijk heeft hij. Het faillissement van de federale regering staat wiskundig vast. Hoe is de onderfinanciering ontstaan? Door jarenlange compromissen waarbij de federalen Wallonië geld toestopten en Vlaanderen bevoegdheden kreeg toegeschoven. Het pleidooi van Guy Quaden voor een herverkaveling van de centen tussen het federale en de gedecentraliseerde politieke entiteiten is logisch, maar zal op niets uitdraaien. Langs de Vlaamse kant is het de VLD die vandaag misschien en morgen al minder misschien in die richting wil nadenken. De overige Vlaamse partijen zullen staan voor wat verworven is en de Walen zijn evenmin offergezind en verwerpen een teruggave van geld en bevoegdheden. De cohesie van de Belgische bovenlaag en bevolking is zwak. Iedereen leeft in het voorportaal van een boedelscheiding. Wie voor de onafhankelijkheid is, hoeft slechts te wachten en ondertussen trachten zieltjes te winnen. (*)Marx stelde dat een omwenteling zich niet echt liet organiseren, maar dat wie het weer en blunderende autoriteiten aan zijn zijde heeft, een goede kans van slagen heeft

■ Frans

➥  vervolg p. 11

Crols Directeur Trends

april 2007  nr. 4

Doorbraak




T r a nsfers

Remi Vermeiren: ‘Belgische oplossing is er niet meer’ Schijnargumenten in debat over transfers naar Wallonië De geldstroom naar Wallonië, al vijftig jaar lang van noord naar zuid, noemen sommigen steevast “solidariteit”. In werkelijkheid gaat het om een subsidie van Vlaanderen aan een gewest dat er al decennia niet in slaagt het economisch beleid een nieuwe dynamiek te geven. Doorbraak vroeg Remi Vermeiren (ex-KBC en (mede)auteur van het Manifest van de denkgroep ‘In de Warande’) nog eens een antwoord op enkele tegenargumenten die het transferdebat vooral willen blokkeren. Zijn conclusie: alleen een terugschroeven van de transfers is een goede zaak voor Vlaanderen én Wallonië. Voor Vlaanderen wordt het stilaan een noodzaak voor Wallonië de broodnodige extra stimulans.

‘S

olidariteit is de normaalste zaak van de wereld. Je kunt solidair zijn van individu tot individu. Regio’s, deelstaten en staten kunnen en moeten solidair zijn met elkaar, maar met Wallonië stellen zich fundamentele problemen’, aldus Vermeiren. Wat met het vaakst gehanteerde argument, dat de transfers niet meer zijn dan logische en verantwoorde solidariteit? Remi Vermeiren: ‘Er loopt iets fout met de solidariteit als ze over een lange periode niet effectief is, als de ontvanger niet vooruit geraakt, wat in het geval van Wallonië al erg lang duidelijk is. Zelfs in de dichtste levenskring – de familie – lijkt voorwaardelijkheid van steun – met uitzondering van handicap of ziekte – een aanvaardbaar gegeven. Het lijkt me een vrij normale zaak dat een familielid dat in de problemen zit, hulp vraagt en krijgt. Maar als die neef, die broer, zelfs dat kind steeds weer aan de deur klopt en om hulp vraagt en je vaststelt dat je hulp niet efficiënt wordt gebruikt en niet tot resultaat leidt, zal de deur ook voor de broer op een dag waarschijnlijk dicht blijven of althans steeds op een kleine kier worden gezet. Wallonië is er na vijftig jaar transfers – niet alleen uit Vlaanderen, maar ook uit Europa – niet in geslaagd om de economische situatie merkelijk te verbeteren. De kloof met Vlaanderen en de rest van de EU groeit nog. De werkloosheid blijft gigantisch hoog, de overheidstewerkstelling fors hoger dan het gemiddelde van de Europese Unie. De gevolgen daarvan voor de pensioenlast en de creatie van welvaart zijn groot.’

Het arme negentiende-eeuwse Vlaanderen kon niet op solidariteit van het zuiden rekenen, integendeel. Plaatsen we de transfers eens op de tijdslijn. Vroeger was het anders? RV: ‘De Franstaligen hanteren vaak niet correcte excuses om het transferdebat te doven. Het argument dat de transfers vroeger in andere richting verliepen klopt niet, een heel korte periode van meer dan vijftig jaar geleden inzake sociale zekerheid buiten beschouwing gelaten. De verwijzing naar de 19de eeuw klopt niet. Dat heeft prof. Juul Hannes aangetoond aan de hand van uitgebreid onderzoek van de belastingen, dat nog niet is weerlegd. Zelfs het arme negentiende-eeuwse Vlaanderen kon niet op solidariteit van het zuiden rekenen, integendeel.’ En wat dan met het argument dat het morgen anders wordt? RV: ‘Ook dat is niet correct: de transfers zouden binnenkort 

Doorbraak

nr. 4  april 2007

Grafiek uit Johan Van Gompel De interregionale transfers in miljard euro in België. Omvang en toekomstperspectief.

van richting veranderen door de vergrijzing. De studies van Johan Van Gompel (professor EHSAL) tonen aan dat dit voor de eerste decennia zo goed als uitgesloten is. Er is geen enkele reden om aan te nemen dat de belangrijkste kloof – die van de werkloosheid – binnen afzienbare tijd zou worden gedicht. De vergrijzing zal zich in Vlaanderen iets sneller manifesteren, maar dat zal lang niet volstaan om de gevolgen van de werkloosheidskloof (lagere inkomsten en hogere uitgaven sociale zekerheid in Wallonië) weg te werken. (Zie grafiek). Bovendien is Vlaanderen relatief beter geplaatst om de economische gevolgen van de vergrijzing op te vangen dank zij een hogere (maar daarom nog niet voldoende) werkgelegenheidsgraad en een betere productiviteit.’ Dat voor de werkloosheid, maar sommigen stellen dat ­Wallonië vandaag hard zijn best doet, bij voorbeeld in de gezondheidszorg. RV: Het klopt dat in die materie inspanningen worden gedaan om de “onobjectiveerbare” verschillen weg te werken. Maar zijn de verschillen nu weggewerkt, zoals Demotte en Vande Lanotte zeggen? Neen. Er zijn nog kleine procentuele verschil-


T r a nsfers

len die grote absolute bedragen vertegenwoordigen en de Vlamingen dragen nog altijd meer bij (62 %) dan hun bevolkingsaantal (58-59 %). Het is bovendien merkwaardig dat de overheid er niet in slaagt om volledig transparante cijfers ter beschikking te stellen. Een vijfde van de uitgaven kan zij om onduidelijke redenen niét uitsplitsen.’ Vlaanderen is rijk en kan die geldstroom naar Wallonië best verteren. RV: ‘Ook over de omvang van de solidariteit naar Wallonië moet een ernstig debat worden gevoerd. In Europees verband (EU) worden de staten geacht voor 0,35 % van hun bbp solidair te zijn met andere landen. Voor ontwikkelingshulp ligt het streefcijfer op 0,7 % van het bbp. Vlaanderen betaalt 4 % (6,5 miljard) aan Wallonië en dan houden we geen rekening met transfers via de rentelasten op de Belgische overheidsschuld. Vlaanderen moet die overdrachten geleidelijk kunnen terugschroeven wil het zijn eigen welvaart, al dan niet met succes overigens, kunnen verdedigen. Zeker als je ziet welke uitdagingen er op Vlaanderen afkomen (globalisering, gezondheidszorg, vergrijzing …), gebeurt dat best op korte tot middellange termijn. Het Warandemanifest spreekt van een periode van tien jaar. Ook anderen, zoals de VOKA-voorzitter, hanteren die termijn en ook Waalse politici zeggen al eens “geef ons tien jaar”. De solidariteit binnen de Europese Unie blijft natuurlijk van kracht.’

Voor wat, hoort wat, zeker als het om aanhoudende steun gaat. Verdient Wallonië van zijn noorderburen dan niet dat beetje extra? RV: ‘Als dat familielid – waarvan eerder sprake – zich na ontvangst van steun in andere omstandigheden onheus opstelt tegenover diegene van wie het hulp krijgt, zal die laatste zijn steun ongetwijfeld in vraag stellen. Voor wat, hoort wat, althans wanneer het om aanhoudende steun gaat. Men kan bezwaarlijk zeggen dat de Franstaligen in dit land zich op andere terreinen altijd correct gedragen (hebben) tegenover de Vlamingen. Hoe “solidair” stellen Waalse politici zich politiek en maatschappelijk op in hun houding tegenover de Vlaamse gemeenschap? Hun houding in de faciliteitengemeenten, in Brussel-Halle-Vilvoorde, in Brussel is een mooi voorbeeld evenals de toon die bijvoorbeeld mevr. Antoinette Spaak en Serge Moureaux aanslaan in hun recent “manifest”.’ Critici van het Warandemanifest herhalen vaak ‘dat er toch ook transfers zijn binnen Vlaanderen, tussen Vlaamse provincies of regio’s’. RV: ‘Er zijn in alle landen transfers want een land en zijn onderdelen zijn nooit financieel volledig in evenwicht. Maar in België zijn ze substantieel tussen de twee belangrijke deelgebieden die er een verschillende sociaal-economische politiek op nahouden en tot verschillende culturen behoren die het niet zo goed met elkaar kunnen vinden. Dat er steden, gebieden, provincies zijn die meer dan andere steun krijgen van de overheid is perfect logisch als die kaderen binnen een omschreven gebied met een gemeenschappelijk bestuur en beleid. Voor West-Vlaanderen en Limburg bij voorbeeld is dat het geval, maar de verschillen inzake economische prestaties tussen die twee provincies zijn veel kleiner dan tussen Vlaanderen en Wallonië. En de transfers zijn dus niet zo groot en historisch ook niet zo bestendig. Tussen de gewesten of staten met een

Remi Vermeiren: ‘Waarom lijdzaam ondergaan dat België verdampt? Het onafhankelijkheidsproces versnellen is een verstandiger keuze.. Voor Vlaanderen én Wallonië.’

ander beleid, een ander bestuur is dat veel minder evident. Vlaanderen heeft weinig of helemaal géén zeggenschap over de besteding van de centen in Wallonië.’ Tot slot: waar zie je een oplossing? RV: ‘Men moet een andere economische politiek volgen die de private sector meer ontwikkelt, bedrijven aantrekt en kmo’s creëert, op basis van onder meer een eigen fiscaliteit, een stimulerend arbeidsmarktbeleid. Gesteund op een grote consensus tussen overheid, ondernemers en vakbonden en via …tijdelijke transfers via de hulp van Vlaanderen en de EU. Vergelijk met wat in Ierland of Slovakije is gebeurd. Die landen hebben heel snel hun achterstand weggewerkt. Maar zolang de PS in Wallonië beslist, is dit scenario onwaarschijnlijk. Die partij slaagt er – dankzij de transfers – al twintig jaar in om eigenlijk niets ten gronde te veranderen. Maar laat ons wel wezen: de transfers illustreren de verschillen in economische prestaties over 50 jaar en zijn belangrijk, maar niet de essentie voor de ontwikkelingen binnen België. De verschillen tussen Vlamingen en Franstaligen zijn zo groot geworden (politiek, taal, cultuur, media, gezondheidszorg, verkeersveiligheid, justitie …) dat dit land chaotisch wordt bestuurd, zonder veel cohesie die nodig is om de uitdagingen aan te gaan. Met alle gevolgen vandien. Een “Belgische” oplossing is er niet meer. In de plaats van lijdzaam te ondergaan hoe het verder verdampt, pleiten wij ervoor dat proces te versnellen en te streven naar een onafhankelijk Vlaanderen en Wallonië. Beide staten kunnen er ook een eigen vooruitstrevend maatschappelijk project van maken en goede buren worden. Nu zet de “Belgische koepel” steeds meer een domper op beide.’ ■  JVdC

april 2007  nr. 4

Doorbraak




Pei l i n g en, pers en p o l i t i ek

Het Vlaams Kartel en de decemberpeilingen van De Stemmenkampioen Achter de schermen van de stemmenkampioen – deel 3 (slot) In deze slotaflevering, blikt Frank Thevissen terug op de laatste reeks peilingen die De Stemmenkampioen in december 2006 in Het Laatste Nieuws (HLN) publiceerde. December was een politiek woelige maand waarin Jean-Marie Dedecker toetrad tot de N-VA, de CD&V vervolgens haar kartelpartner afstootte, de N-VA daarop prompt Dedecker aan de deur zette, waarna CD&V en N-VA het Vlaams kartel opnieuw konden lijmen.

D

e Stemmenkampioen was als enige in staat om telkens de eerste effecten op de kiesintenties van al dat geschuif op het politieke schaakbord te registreren. Een nieuwe opportuniteit voor De Morgen om de Stemmenkampioen en z’n bedenker Thevissen nogmaals in diskrediet te brengen. Daarvoor schakelde de krant opnieuw welwillende academici in, die het in ruil voor een streepje media-aandacht wel zagen zitten om de Stemmenkampioen de gracht in te duwen. Een potje dat al die tijd zorgvuldig gesloten bleef, is dat uitgerekend De Morgen diezelfde maand een loopje nam met meest elementaire methodologische en journalistieke regels inzake politieke peilingen. Doorbraak licht het deksel even op. Wilde geruchten Net na de splitsing van het kartel CD&V/N-VA had de Stemmenkampioen voor de zelfstandige N-VA een marktaandeel berekend van 15,1 %. Een absurd resultaat? Wellicht, voor al wie dit cijfer als een electorale uitslag interpreteerde. Allerminst absurd voor ieder die iets begrijpt van electorale dynamiek en weet hoe de cijfers van zulke peiling moeten worden geduid. Die laatste groep leek wederom bijzonder dun gezaaid bij de bekendmaking van de resultaten. Op 11 december wordt politoloog Stefaan Walgrave door De Morgen om een reactie gevraagd over de peiling van de Stemmenkampioen. Eigenaardig dat een politoloog van de Universiteit Antwerpen om commentaar wordt gevraagd bij een peiling van de Vrije Universiteit Brussel. Deze wetenschapper blijkt evenwel na de turbulente week waarin het Vlaams kartel onder impuls van Dedecker barstte, over cijfers te beschikken die aangeven dat de N-VA als zelfstandige partij goed zou zijn voor een marktaandeel tussen de 6 à 7 %. Dat percentage week, zacht uitgedrukt, behoorlijk af van het onze. Ik word er even later mee geconfronteerd in het Radio 1-programma Wilde Geruchten. ‘Uiteindelijk moet u toegeven dat u er met uw Stefaan Walgrave: 15 % voor de N-VA stevig naast wetenschappelijke zat’, zei Koen Fillet. ‘Naast wat?’, “schatting”? vroeg ik tijdens de live-uitzending. ‘Wel, naast de uitslag van 6 à 7 % van uw collega’, haastte Koen Fillet zich. ‘Waarom gaat u ervan uit dat de berekeningen van mijn collega kloppen?’, repliceerde ik dan weer verbaasd. ‘Da’s waar ook’, corrigeerde Fillet meteen fijn glimlachend. Alvast één mistverstand rechtgezet. 

Doorbraak

nr. 4  april 2007

Omdat de N-VA het zegt! Ik was hoe dan ook geprikkeld door de uitslag die Walgrave zo snel had berekend. Ik besloot daarom een mail te sturen waarin ik mijn collega voorstelde om onze data uit te wisselen zodat wij die beiden kunnen vergelijken. De reactie van Walgrave is echter ontnuchterend: ‘Ik heb geen nieuw of eigen onderzoek dat 6 à 7 % vooropstelt. Dat cijfer werd ook in het interview duidelijk als een schatting gegeven’. De Morgen publiceert dus een volstrekt uit de lucht gegrepen cijfer als wetenschappelijk tegenargument om aan te tonen dat de berekening van de Stemmenkampioen zogezegd ‘onwetenschappelijk’ is. In zijn e-mail slaat Walgrave trouwens een geheel andere, genuanceerde toon aan dan in De Morgen: ‘Ik ben ervan overtuigd dat je van een instrument zoals De Stemmenkampioen wel degelijk iets kan leren over populariteit en potentieel electoraal succes. Ik vind het zelfs zeer interessant wat jullie doen’. ‘Waarom zou die 15,1 % trouwens absurd zijn, zeker in relatie tot 6 à 7 %, dat niet meer dan een gefantaseerd percentage blijkt’, leg ik Yves Desmet, hoofdredacteur van De Morgen, voor. ‘Omdat de N-VA dat zelf ook vindt’, antwoordt Desmet prompt via sms. Als dat geen dijk van een argument is!

Yves Desmet: ‘Omdat N-VA het zelf ook vindt’

De avond voor de publicatie van deze resultaten in Het Laatste Nieuws werd ik trouwens opgebeld door een bestuurslid van de N-VA. Zaterdagmiddag zou de partijraad van de N-VA immers beslissen over het lot van Dedecker en behalve De Stemmenkampioen beschikte niemand ook maar over de minste gegevens aangaande de onmiddellijke effecten van de kartelbreuk op de kiesintenties. De vraag van de N-VA-mandataris was even direct als duidelijk: kloppen de gelekte peilingsresultaten die ondertussen in de wandelgangen circuleren? Ik bevestig de cijfers, maar voeg er meteen nadrukkelijk aan toe dat die 15 % best niet als een toekomstig verkiezingsresultaat wordt geïnterpreteerd. ‘Als u wilt weten hoe zwaar de N-VA als zelfstandige partij mét JeanMarie Dedecker weegt, zult u mij later moeten terugbellen wanneer het stof is gaan liggen en de electorale dynamiek in ons panel is gezakt tot een normaal niveau van om en nabij de 5 à 6 %’. De 15 % werd immers opgemeten bij een dynamiek binnen het panel van ruim 35 %.


7,5 % extra marktaandeel De analyse van de resultaten leert dat de ontbinding van het Vlaams Kartel drie stromen van kiezers veroorzaakte in de richting een zelfstandige N-VA. Ten eerste wist de N-VA, een significant aantal kiezers over te hevelen van het Vlaams Belang. De combinatie N-VA en Jean-Marie Dedecker werkte blijkbaar als de ideale formule voor Vlaams Belang-kiezers die op zoek waren naar een ‘aanvaard rechts alternatief dat kan besturen’. Het motivatieonderzoek liet daarover trouwens geen twijfel bestaan en bevestigde nadrukkelijk de resultaten van de eerdere proJean-Marie Dedecker: fielstudie over Dedecker: die lijkt goed voor 4 % uitstekend samen te gaan met de N-VA. Maar Dedecker lag qua imago en reputatie nog beter bij Vlaams Belang-kiezers: vandaar ook de verklaring van het sterke overhevelingseffect. Nadat Dedecker bij de VLD aan de deur werd gezet “statio­ neerden” een aantal kiezers bij de categorie “anderen” (5,6 %). Het meest geciteerde motief hierbij luidde: ‘afwachten wat Dedecker gaat doen’. Op het ogenblik dat Dedecker aansloot bij de N-VA, bleek een groot aantal van deze panelleden te kiezen voor de zelfstandige N-VA en zakte de categorie “anderen” tot een reguliere 2,4 %. Ten slotte valt op dat kiezers met een expliciete voorkeur voor het kartel CD&V/N-VA proportioneel meer voor de N-VA kozen, dan voor de CD&V en griste Dedecker ook nog wat achtergebleven kiezers weg bij de VLD. Deze stromen samen waren, geëxtrapoleerd, goed voor ruim 7,5 % extra marktaandeel, die de N-VA meteen na de ontbinding van het kartel op 15,1 % bracht. Herstel kartel Diezelfde zaterdag nog werd Dedecker door de N-VA aan de deur gezet en kon het kartel worden hersteld. Meteen startten

we een nieuwe peiling die eind december 2006 wordt gepubliceerd. In deze peiling herstelt de “oude” score van CD&V/ N-VA, al moet het kartel daarbij wel een nipt statistisch significante 2,2 % inleveren, die integraal naar het Vlaams Belang vloeit. De meeste kiezers van Dedecker verlaten prompt de N-VA en trekken opnieuw weg richting “anderen” (van 2,4 % naar 6,7 %). De hele affaire doet ook de vijver onbesliste kiezers groeien met ruim 2 %. Dedecker zou daarmee volgens eerste berekeningen rond de 4 % wegen. Domme dingen Ondertussen publiceert De Morgen ook de resultaten van zijn driemaandelijkse Ipsos-peiling. Aangezien de afname van die peiling samenviel met de hogergeschetste woelige periodes, zijn de resultaten van deze peiling zo goed als waardeloos. Ipsos beseft dat ook en beveelt aan om het terreinonderzoek over te doen. De mediapartners, waaronder De Morgen, lijken evenwel niet gewonnen om het onderzoek opnieuw te doen vanwege de extra kosten. Gevolg: De Morgen drukt een resultaat af waarbij de uitkomsten van drie meetperiodes vrolijk samen worden geklutst: zo’n 500 interviews die werden afgenomen vóór het opbreken van het kartel, worden zonder verpinken samengevoegd met de resultaten van 187 interviews die tijdens de splitsing en 75 interviews die na het herstel van het kartel werden afgenomen. Eigenaardig genoeg is er in de verste verte geen verontwaardigde methodoloog te bespeuren. Op mijn vraag ‘Wat De Morgen durft te publiceren is ronduit absurd, akkoord collega Walgrave?’ anwoordt hij mij op 18 december veelbetekenend: ‘Klopt natuurlijk wat je zegt. Maar het is niet omdat zij domme dingen doen, dat iedereen dat moet doen. Greetz, Stefaan.’

Pei l i n g en, pers en p o l i t i ek

Signaalkiezers Onze ervaring leert dat turbulente politieke of maatschappelijke momenten makkelijk signaalkiezers in beweging brengen. Signaalkiezers zijn kiezers die in een peiling impulsief reageren op sterk aanslaande gebeurtenissen, maar hun voorkeurwissels niet noodzakelijk doortrekken bij reële verkiezingen. Signaalkiezers kunnen dus bij peilingen zorgen voor sterke pieken in verschuivingen. Volgens observaties van De Stemmenkampioen gedraagt een kwart van de kiezers zich in peilingen als signaalkiezers. Vaak worden zij, ten onrechte, getypeerd als zwevende kiezers omdat ze zich in peilingen als zodanig gedragen. Maar bij reële verkiezingen blijkt hun partijpolitieke keuze, in tegenstelling tot de échte zwevende kiezer, behoorlijk stabiel. Eens de toestand na een turbulente gebeurtenis stabiliseert, keren de meeste signaalkiezers terug naar hun oorspronkelijke voorkeur. Toch is de observatie van signaalkiezers bijzonder leerrijk omdat ze doorgaans goed de tendensen aangeven waarlangs kiezers zich op iets langere termijn bewegen. ‘Daarom’, zo verduidelijk ik aan de N-VA, ‘lijkt het me op dit moment veel relevanter voor jullie om te kijken in welke richtingen de kiezers verschuiven, dan jullie blind te staren op die eruptie van 15 % voor de N-VA, zo vlak na de ontbinding.’

Prof. dr. Frank Thevissen Hoofddocent Bedrijfscommunicatie en Politieke Marketing, Vrije Universiteit Brussel

Naschrift Een week na het vertrek van Thevissen keldert het marktaandeel van het Vlaams Belang in De Stemmenkampioen van januari 2007 met een historische 6,3 % en gaat de VLD op onverklaarbare wijze een significante 3 % vooruit. De vergelijkende cijfers met december worden in de rapportering zorgvuldig weggewist. Op het internet vermoeden een aantal bronnen zwendel met de cijfers. Voor HLN wordt het risico te groot dat een eventuele fraude met peilingsresultaten in de maanden voor de verkiezingen aan het licht komt. Kort daarop stuurt De Stemmenkampioen een eigenaardig bericht uit naar zijn panelleden met de aankondiging dat De Stemmenkampioen ‘zijn pioniersrol heeft vervuld’ om zo op luttele maanden voor de federale verkiezingen zijn activiteiten stop te zetten. Op de Melsenstraat hoort iemand op dat moment een fles knallen. Op de Arduinkaai, het redactieadres van De Morgen, weerklinkt ondertussen een oorverdovende stilte.

april 2007  nr. 4

Doorbraak




Eco n o m i e

Wallonië blijft door armoede geplaagd Twintig jaar PS aan de macht: ontluisterend resultaat Het zal je maar overkomen: socialist of liberaal zijn in een modelstaat, en met alle mogelijke truken proberen vol te houden dat alles sociaaleconomisch “goed” gaat. Ook premier Verhofstadt liet de ondertussen grijsgedraaide goednieuwsshowplaat – namelijk dat na acht jaar paars de belastingen zijn verlaagd en de werkgelegenheid gestegen – afspelen tijdens het Open Vld-congres op 11 februari.

D

an is het uiteraard zeer ‘vervelend’ dat de Europese Commissie amper een goede week later een rapport bekendmaakte waarin vermeld staat dat 16 % van de Europese bevolking onder de armoedegrens leeft1. Voor België ligt dit percentage op 15 %. De Commissie wees ook op de “significante” verschillen tussen het noorden en zuiden van het land: in Vlaanderen leeft “slechts” 11 % van de bevolking onder die grens, in Wallonië is dit niet minder dan 18 % wat echter nog ver beneden de dramatische Brusselse 27 % ligt. “An inconvenient truth” waar de Belgische politieke klasse blijkbaar maar moeilijk mee kan leven, getuige het oorverdovende stilzwijgen vanuit die hoek. Nog vernietigender was het rapport van het Centrum voor Sociaal Beleid (CSB)2, een onderzoekscentrum dat nauw verbonden is aan de Antwerpse universiteit. Het CSB heeft namelijk, naar tienjaarlijkse gewoonte, zijn onderzoek naar de performantie van het Belgisch sociaal model – in vergelijking met andere Europese landen – voltooid. Herverdeling In de 27 lidstaten van de Europese Unie onderscheidt het CSB vier parameters: arme versus rijke landen enerzijds; en anderzijds landen met een kleine welvaartsherverdeling versus landen met een grote welvaartsherverdeling. Die verschillende parameters kunnen met elkaar worden gecombineerd, waardoor de sociaaleconomische eigenheid van een land kan worden bepaald. Zo zijn er arme lidstaten met een hoge welvaartsherverdeling, rijke lidstaten met een lage welvaartsherverdeling, enz. België behoort tot de groep van rijke lidstaten met een hoge welvaartsherverdeling. Het CSB rekent ook Denemarken, Duitsland, Finland, Frankrijk, Luxemburg, Nederland, OosBelgië

Vlaanderen

Wallonië

Brussel

bbp/Hoofd (2003)

=

=

--

++

tewerkstellingsgraad

--

=

--

--

werkloosheidsgraad

=

-

++

++

armoederisico

+

-

++

?

De tabel geeft een vergelijking van België en zijn gewesten met de rest van de EU-9 weer van een aantal socio-economische indicatoren. Een ‘=’ betekent dat het desbetreffende land of gewest ongeveer eenzelfde score behaalt als de rest van de EU9. Een + of – betekent dat het land/gewest hoger/lager scoort dan de EU-9. Hoe meer + of – tekens, hoe hoger/lager men scoort … (Bron: Rapport CSB februari 2007) 

Doorbraak

nr. 4  april 2007

tenrijk en Zweden tot die groep, die in het onderzoek wordt voorgesteld als de ‘EU-9’. Het is dan ook met die EU-9 – waarmee België sociaaleconomisch veel gelijkenissen vertoont – dat België wordt vergeleken. De conclusie van het rapport is al kernachtig samengevat op de titelbladzijde: postremus inter pares. Vrij vertaald: we lopen achter op onze gelijken. Het welvaartsniveau in België (bbp/hoofd) houdt dan wel min of meer gelijke tred met de rest van de EU-9, in Wallonië ligt die volgens de bijgevoegde tabel beduidend lager. In vergelijking met de andere acht landen liggen de arbeidsmarktindicatoren (tewerkstellingspercentage, werkloosheidsgraad …) telkens weer gevoelig slechter in Wallonië dan in de rest van België. Hoewel dit uiteraard slechts een pyrrusoverwinning is voor Vlaanderen, gezien ook deze regio slechts ‘mediaan’ scoort. De meest opmerkelijke conclusie van het CSB-rapport is het relatief hoge armoederisico, ondanks de meer dan genereuze uitgaven in de sociale zekerheid. Nog opmerkelijker: dat armoederisico ligt pakken hoger – helaas deelt het CSB geen concrete cijfers mee – in Wallonië dan in Vlaanderen. Zeer opmerkelijk zelfs: de PS is al sinds 1988 onafgebroken aan de macht in zowel de federale als de Waalse gewestregering. En is het socialisme niet de ideologie van de ‘minderbedeelde kleine man’? Om van dit toch wel riskante armoedeprofiel af te geraken, doet Wallonië er best aan zo vlug mogelijk een eind te maken aan de socialistische politiek die al decennialang de maatschappelijke structuren penetreert en vernietigt. ■  Xavier

Meulders

1 Die grens wordt vastgelegd op 60 % van het mediaan inkomen van een land. 2 Het volledige CSB-rapport: http://webhost.ua.ac.be/csb/index.php?pg=2 9&idrec=86&act=2&sk=3&dr=2&filter=2007&zoekterm

Vlaamse export: wereldtop! De Vlaamse goederenexport groeide in 2006 met ruim 5 procent (tot 132 miljard euro). Na China is Vlaanderen de sterkste stijger op de wereldranglijst van de goederenuitvoer. Dat leidt minister voor Buitenlandse handel Fientje Moerman af uit het World Trade Report en rapporten van het Instituut voor Nationale Rekeningen. Moermans cijfers zijn een antwoord op diegenen (ook binnen haar partij) die suggereren dat ‘het Belgische kader’, inbegrepen de presentie van prins Philippe, nodig zou zijn om onze buitenlandse handel in topvorm te houden. ‘Sinds de regionalisering heeft Vlaanderen zijn aandeel in de Belgische export systematische verhoogd’, aldus nog Moerman (DM, 22 maart)


De strik aan de overkant is niet het grootste probleem U hebt ze ongetwijfeld al gezien, de reclameborden die ons waarschuwen tegen verstrikking. De strik, een niet mis te verstaan symbool waarmee de N-VA ons wil waarschuwen tegen de PS-staat, in hoofde van zijn strikjesdragende voorman. Ik heb het daar wel wat moeilijk mee. Niet alleen omdat ik voor een feestelijk moment ook al wel eens een strik uit de kast haal, zonder met nutteloze scheepsliften of corrupte partijcenakels te willen geassocieerd worden. Maar vooral omdat de onderliggende boodschap een hoog zondebokgehalte heeft, en de waarheid miskent dat de Belgische ziekte pas zal worden overwonnen wanneer de Vlamingen het willen.

W

ant ons culturele zelfbewustzijn, dáár schort wat mee. Al een hele tijd laten we ons bijvoorbeeld het etiket ‘verzuurd’ welgevallen, waarmee wordt bedoeld dat de Vlamingen zich niet ‘positief’ genoeg opstellen tegenover de bestaande instellingen, de politiek, het gerecht en het mediagebeuren. Zo’n goeie maand geleden kozen de VRT-kijkers voor de stoomstroopfabriek van Borgloon, als monument dat de 500 000 euro restauratiesubsidie mag opstrijken. Niet Vandeveldes boekentoren dus (het enige monument met internationale allure), of de mysterieuze Gallo-Romeinse tumuli nabij Tienen maar, met alle respect, een tot schroot vervallen fabriekje waar de Haspengouwse appelen en peren ooit tot een suikerig boterhammensmeersel werden vermalen. En jawel, tot mijn grote verbazing viel in de finale-uitzending, waar het winnende monument zijn cheque kreeg, opnieuw het woord ‘verzuring’: dit soort feel-good-programma’s zou een ideale remedie zijn tegen het negativisme van de gemiddelde Vlaming. Noteer: Walen en Brusselaars zijn blijkbaar minder ‘zuur’, het zijn vooral de Belgen benoorden de taalgrens die via sociale heropvoedingsprogramma’s van hun mentale eksterogen moeten afgeraken. Na de stille dood van Fata Morgana zijn er nog altijd weldenkende lieden die menen dat Vlamingen met hektoliters stroop van een politiek-incorrect gebrek moeten genezen worden. Stroop tegen verzuring dus. Inclusief collectieve ‘knuffelsessies’ op de markt van St. Niklaas, onder de bezielende leiding van CGKR-directeur Jozef De Witte. De waarheid is, dat er zoveel frictie is ontstaan tussen het historisch momentum anno 2007, waarin twee cultuurgemeenschappen uit elkaar gegroeid zijn, en de neobelgicistische nostalgie die grote delen van het politieke establishment nog altijd beheerst (van Verhofstadt tot Wilfried Martens en zijn B-Plusclubje), dat elke middelpuntvliedende kracht als ‘zuur’ wordt betiteld.

Cu lt u u r

Wie vindt een middel tegen “verstroping”?

De waarheid is ook dat een massamedium als de VRT zich op een of andere manier verplicht voelt om deze historische realiteit te ontkennen en simulacres te creëren, om een term van de onlangs overleden cultuurfilosoof Jean Baudrillard te gebruiken. Schijnvoorstellingen van een virtuele realiteit, die met suiker, stroop en peperkoek wordt verkocht, want in wezen is de Vlaming gezellig, vriendelijk, koningsgezind, optimistisch en een ‘Bourgondische’ goedzak. De waarheid is ten slotte – en dat is nog het ergste – dat we het gaan geloven en onze politieke potentie verkwanselen in naam van het goed gevoel en de ‘positieve’ mentaliteit. Veel erger dan de ‘verzuring’, lijkt de ‘verstroping’ van de Vlaamse samenleving een nefaste evolutie. Een grote schare BV’s staat, vanuit een soort mengeling van narcistische mediageilheid en misplaatste ‘politieke correctheid’, steeds weer paraat om deze virtuele realiteit te ondersteunen. Intellectuelen zoals Marc Reynebeau (ooit een gedegen Knack-journalist, nu een vaste lolbroek op elke tv-quiz) koesteren zich in de schijnwerpers om te bewijzen dat België nog een bestaansreden heeft en dat het separatisme een ziekelijke dwaling is van enkele ‘verzuurde’ revanchisten. Bart De Wever laat zich strikken in het tv-format waarin Reynebeau de historische realiteit mag weglachen. Ontluisterend. Ondertussen is de politieke middelmatigheid troef, ook en vooral aan Vlaamse kant. Uit de aanstelling van Bert Anciaux als cultuurminister kan men alleen maar concluderen dat cultuur in Vlaanderen als een restmaterie wordt beschouwd, een futiel departementje, bij voorkeur te gunnen aan een ‘emopoliticus’ met een hoog stroopgehalte. Geen gedreven lastpost dus of een intellectuele hoogvlieger. Op een moment dat de Franse presidentskandidate Ségolène Royal de filosoof Pierre Rosanvallon in de arm nam, om uit te leggen dat een democratie op langere termijn alleen kan overleven dankzij stoorzenders, lastposten en luizen-in-de-pels die met minstens één been buiten het establishment staan, de ‘contre-démocratie’, worden de Vlamingen opgevoed tot jaknikken in een pretparkcultuur. Het echte erfgoed zit in ons hoofd of het is gewoon verdampt. In dat opzicht heeft het zelfs weinig belang dat het Gruuthuse-handschrift (een unieke verzameling middelnederlandse teksten) in februari door Nederlanders werd aangekocht en richting Den Haag verdween. Terwijl Bert Anciaux fluitend de andere kant opkeek. Vlamingen hebben de cultuur die ze zelf uitstralen. En de ministers die ze verdienen.

■ Johan

Sanctorum cultuurfilosoof en columnist www.visionair-belgie.be

april 2007  nr. 4

Doorbraak




Vrije tribune

Wie is bang van de confederalisten ? In het recente Manifeste pour l’unité francophone dat de voormalige politici Antoinette Spaak en Serge Moureaux hebben voorbereid als antwoord op het Warandemanifest, staat met zoveel woorden te lezen: ‘de confederale optie is voor de Franstaligen de ergste van alle’. Liever nog het meest verregaande separatisme dan in de “confederale valstrik” te trappen.

Wie deze woorden leest, zou kunnen denken dat de Vlaamse Beweging dan logischerwijze geneigd zou zijn het confederale plan tot haar vlaggenschip te maken. Neen dus. Meteen rijst de vraag wat het confederalisme tot het lelijke eendje van het staatkundige denken maakt. Wie die oefening maakt, krijgt meteen twee grote antwoorden: onleefbaarheid en onduidelijkheid. Onleefbaarheid De eerste opwerping, tevens de meest klassieke, gaat meestal terug op een aantal mislukte confederale experimenten uit de twintigste eeuw, waarvan de Verenigde Arabische Republiek, een efemeer samenwerkingsverband tussen Egypte en Syrië, de meest bekende was. Gemakshalve vergeet men dan de vele geslaagde voorbeelden van verdragsmatige samenwerking tussen soevereine staten (zoals de technische definitie van confederalisme luidt), gaande van het Britse Gemenebest over de Benelux tot de Europese Unie.

Een confederatie is wat men ervan wil maken, er bestaat niet zo iets als het ultieme model voor confederale samenwerking. De scepticus zal natuurlijk zeggen dat dit geen “echte” confederaties zijn en zijn definitie dermate aanscherpen of verbreden dat dit standpunt ook overtuigend wordt. Een dergelijke werkwijze roept echter sterke herinneringen op aan het leuke, maar vrij futiele debat dat in de jaren tachtig in zwang was over de vraag of België toen al dan niet een “echte” federatie was. Er bestonden toen zovele argumenten voor en tegen dat enkel de grondwettelijke verklaring ‘België is een federale staat’ (dan nog wel in artikel 1) een einde kon maken aan het getwist. Met andere woorden: een confederatie is wat men ervan wil maken, er bestaat niet zo iets als het ultieme model voor confederale samenwerking. ‘Een confederatie is wat men ervan wil maken’ is trouwens nog op een tweede manier waar: confederale samenwerking betekent dat geen van de partners gedwongen kan worden tot een gezamenlijk optreden dat hij niet wenst. ‘It takes two (or more) to tango’ zou dus de lijfspreuk kunnen zijn van al wie confederaal denkt. Op die manier staat het confederale denken dichter bij de normale verhoudingen tussen particuliere personen dan bij het klassieke staatsdenken, dat uitgaat van een ultieme autoriteit boven de kleinere spelers. In een confederale werkwijze berust elke samenwerking op een vrije en voort-

10

Doorbraak

nr. 4  april 2007

gezette keuze van de partners in de confederatie, die door niemand kunnen worden gedwongen tot samenwerking. Bevoegdheden Dat betekent meteen dat het inderdaad geen eenvoudige opdracht is om te bepalen welke materies tot de bevoegdheidssfeer van de confederatie zullen behoren, dan wel op autonome wijze zullen worden bepaald door de partners in de confederatie. Niets dwingt deze partners immers om een taak die zij aan de confederatie hebben toevertrouwd ook te blijven afstaan aan het samenwerkingsverband. Samenwerking is pas zinvol als alle partners bij de samenwerking ervan overtuigd zijn dat die een meerwaarde biedt. Leidt dat tot onvoorspelbaarheid? Tot op zekere hoogte wel, inderdaad, en meer bepaald tot op de hoogte die gebruikelijk is in het gewone rechtsverkeer. Net zomin als een contract voor de eeuwigheid gemaakt is, of niet vatbaar zou zijn voor wijziging, is een confederatie dat. Voordeel Wanneer we dit perspectief echter omkeren, wordt duidelijk welk voordeel het confederale model biedt. In tegenstelling tot een federale oplossing, kan een confederatie immers niet blokkeren, hoogstens leeglopen, wanneer geen enkel veld van samenwerking meer wordt gevonden. Op die manier behoedt de confederatie ons dus voor de pijnlijke spektakels die België momenteel op Europees niveau moet ten beste geven, wanneer het uitblijven van een consensus tussen de deelstaten ertoe leidt dat er niet zo iets als een “Belgisch standpunt” bestaat. Afwezigheid van consensus leidt dan tot afwezigheid van standpunt. In een confederale optie leidt afwezigheid van consensus tot twee standpunten. Twee staten In die zin mag men niet uit het oog verliezen dat de confederale constructie uitgaat van twee volwaardige staten, conform het aloude VVB-standpunt ‘Vlaanderen, staat in Europa’. Is een bijzondere samenwerking in Wallonië in dat kader zinvol? Hoe dan ook zal algemene samenwerking blijven bestaan, in het kader van Europese Unie, Benelux en andere volkenrechtelijke organisaties. En specifieke samenwerking? Een gezond denken over instellingen gaat meestal niet uit van grote beginselen, maar laat de historische werkelijkheid haar gang gaan. Dat betekent dat in de praktijk het best denkbaar is dat bepaalde materies perfect samen kunnen worden geregeld door Vlaanderen en Wallonië, voor een korte of een langere tijd. Enige voorwaarde is dat beide partners zich hier goed bij voelen en zonder enige externe dwang beslissen tot samenwerking. Wie ervan uitgaat dat de beide betrokken naties volwassen naties zijn, kan onmogelijk bezwaar hebben tegen een dergelijk volwassen optreden. Laat staan de keuze voor volwassen en autonoom samenwerken omschrijven als ‘het ergste van alles’.

■  Frank J udo Advocaat, Hoofdredacteur Vivat Academia


Derde Lentemanifest

Op 26 februari pleitten een honderd Vlamingen in Vlaamse kranten in een derde Lentemanifest voor Meer Vlaanderen en Meer Wallonië: subsidiariteit, fiscale autonomie in personen- en vennootschapsbelasting, en homogene bevoegdheidspakketten voor de deelstaten inzake wetenschappelijk onderzoek, gezondheidszorg, gezinsbeleid, arbeidsmarktbeleid (loononderhandelingen, de werkloosheidsuitkeringen), veiligheidsbeleid, organisatie van de rechtsbedeling, een transparant systeem van transfers, een aangepast statuut voor Brussel, met belangrijke aansturing door de deelstaten. ‘Ons geduld is door het immobilisme in de voorbije periode verdampt. Een status-quo of een ontoereikende staatshervorming is de snelste weg naar een scheiding’, aldus de ondertekenaars.

Albert, koning der Walen

Vlaanderen en Wallonië groeien steeds verder uit elkaar. ‘Koning Albert wordt steeds minder de koning der Belgen en steeds meer de koning der Walen’, besluit politoloog Bart Maddens in het boek De kiezer onderzocht (Instituut voor Sociaal en Politiek Opinieonderzoek van de KU Leuven - ISPO). Blijkt dat de steun voor de koning in Vlaanderen tussen 1990 en 2003 is gedaald van 62,1 % tot 52,3 %. In Wallonië is er een tegengestelde tendens waar te nemen. Daar stijgt de steun van 59,6 % in 1990 naar 70,7 % in 2003. zes op de tien Walen vinden dat het koning meer te zeggen zou moeten hebben. Onder de Vlamingen is maar drie op de tien die mening toegedaan. (Belga, 15 maart)

De verkeerskloof

‘Het verkeer is veiliger’, zo leren recente statistieken, maar bij nader toezien is dit (nog maar eens) een Vlaams gegeven. In Vlaanderen zakte het aantal verkeersdoden maar liefst met 14,8 procent In Wallonië steeg het aantal verkeersdoden nog met 2 procent. De flits­ palen blijven vooral een Vlaams fenomeen, de boetes ook, de transfers via dit kanaal naar Wallonië eveneens. (cijferinfo: Het Laatste Nieuws, 27 feb.) De 29 flitspalen op de Waalse autosnelwegen en de 40 op de overige Waalse wegen ‘kunnen vanaf nu worden gebruikt’, maar bevatten niet alle een camera, zei Waals minister Michel Daerden. (Belga, 13 maart)

Vrijspraak Laten we elkaar beter leren kennen

Voorstanders van de Vlaamse staat beseffen het niet, maar wie België een goed hart toedraagt, is de wanhoop nabij. Getuige de docu-fictie van de RTBf. Het scenario dat Vlaanderen de onafhankelijkheid uitriep, ging er in als koek. Op de Vlaamsgezinden na denkt iedereen dat België op de laatste benen loopt. Toch is het minderwaardigheidscomplex niet dood bij alle flaminganten. Varkensbloed over de wagen van Didier Reynders kieperen omdat die Vlaanderen bezoekt, lijkt toch meer iets voor anarchisten die zich buiten het echte leven willen plaatsen, dan voor mensen die beweren de weg te willen wijzen. De reactie van Tom Naegels in De Standaard is de moeite van het overtikken waard: ‘Eigenlijk is het onbegrijpelijk. De kaarten hebben nog nooit zo goed gelegen voor de separatisten. Elke dag worden we overspoeld met berichten over Walen die het verknoeien. Zullen wij wel allemaal braaf negentig rijden om Al Gore president te laten worden, honderd kilometer verder geven de Walen nog eens extra gas! Het enige wat je als separatist vandaag moet doen om de scoren, is op tv op weekend gaan met Marc Reynebeau. En dan nog zijn er die erin slagen om dat momentum te missen. Het moet zijn dat sommigen in die (Vlaamse) beweging het niet gewend zijn dat het zo gemakkelijk gaat.’ Vanuit ons oogpunt wel erg optimistisch wat Naegels hier neerpent, maar het tekent de sfeer die vandaag domineert. Omdat België in het voortbestaan bedreigd is, volgen de initiatieven “om elkaar beter te leren kennen” zich op in sneltreinvaart. Wat een aandoenlijke naïviteit. Wie denkt dat België daarmee gered zal worden, onderschat de tweedeling van het land sterk. Als het rommelt binnen het Rode Kruis is dat niet omdat nationalisten daar de macht hebben gegrepen. Rode Kruismensen aan de top zijn brave, gezagsgetrouwe Belgen. Of dat toch geweest. Want het verschil tussen noord en zuid wordt vooral duidelijk waar er nog wel contacten zijn. Zoals de twee VUB-studenten die op Erasmusproject gaan aan de ULB, de overzijde van de straat. Boeiend. In De Morgen lezen we wat ze leerden: ‘Vreemd, al die clichés over Vlamingen en Walen die dan nog blijken te kloppen ook.’ RTBf nodigt Vlaamse politici uit in Gent om ‘elkaar beter te leren kennen.’ Resultaat: een hoop bijkomend wederzijds ongenoegen. Onder meer omdat de Vlamingen in Gent Nederlands praatten. De Standaard en Le Soir gaan vier weken intens samenwerken (als u dit leest zijn die al een stuk voorbij). “Ge gaat België daarmee toch redden”, krijgt Soirhoofdredactrice Delvaux van haar lezers te horen. ‘Ge gaat België daarmee toch niet redden’, krijgt Standaard-hoofdredacteur Vandermeersch van zijn lezers te horen bij de lancering. Leve alle initiatieven om elkaar beter te leren kennen. Want het flamingantisme is geboren uit het Belgische contact. Hoe meer contact met het zuiden, hoe meer flaminganten. Niet omdat Walen slechter zouden zijn, maar omdat de mentaliteitskloof echt bestaat. Goed dat de Vlamingen dat nog eens gaan herontdekken. Want: ‘Ce ne sont pas des faux problèmes’.

■  Peter D e Roover

april 2007  nr. 4

Doorbraak

11


BUIT ENLAN D

Vlaanderen – Europa: je t’aime, moi non plus Europa-moeheid zou ons wel eens zuur kunnen opbreken

voor kernenergie, van verzet tegen GGO (genetisch gemanipuleerde gewassen) tot antidiscriminatiewetjes. Wat wil je, met een Commissievoorzitter Barroso, in zijn jonge jaren uitgesproken maoïst. Het establishment van vandaag is toch doorspekt met mei 68-ers; “la gauche” lepelt de kaviaar met de pollepel. Daarbij komt een militante antigodsdienstigheid; in de Europese grondwet mocht absoluut geen verwijzing naar onze christelijke grondslag. Geen wonder dat de gemiddelde Vlaming van dat Europa niet wakker ligt.

De viering van vijftig jaar Verdragen van Rome heeft in de 27 lidstaten veel Europese media-aandacht gekregen, meer dan de onder­ tekening ervan in 1957 bij de Zes. Maar het gaat met Europa niet goed, de publieke opinie keert zich af.

E

erst zegde de koele Europa-minnaar Denemarken in 1992 “nej” tegen het verdrag van Maastricht; de Fransen lustten dat ook al niet. De Ieren zegden “no” tegen het verdrag van Nice. Met het Verdrag van Amsterdam durfde niemand naar het volk. Fransen en Nederlanders kelderden in 2005 het ontwerp van Grondwet, sindsdien nog altijd niet boven water gekomen. Het is zeer de vraag of Angela Merkel het voor het einde van het Duitse voorzitterssemester weer vlot krijgt en of de burger dan zijn zeg kan doen. De Europa-moeheid is in Vlaanderen – ooit uitgesproken Europagezind – even groot als elders. Dat zou ons wel eens zuur kunnen opbreken. Europ verdient onze belangstelling, want bepaalt mede onze toekomst. Maar we moeten weerwerk durven bieden aan het soort Europa dat men ons wil opdringen. Daarom moet Vlaanderen zorgen voor inspraak en lobbywerk, o.a. via onze verenigingen, ngo’s en Europarlementsleden. Waarom? Het heeft veel te maken met het “waarom” van de eenmaking. Europa maken om een Frans-Duitse oorlog te vermijden: dat spreekt alleen nog ouderen aan. Europa als verzekeringspremie tegen het Rode Gevaar: na de val van de Muur en het IJzeren Gordijn begrijpt de jeugd dat ook niet meer. Euro en btw Temidden van wereldwijde globalisering lijkt de vorming van een Europese binnenmarkt een veredeld dorpsgebeuren. Maar de oeverloze en overhaaste uitbreiding steekt dan ook weer. De consumenten onthouden van de invoering van de euro vooral het voorwendsel voor prijsstijgingen; dat was in de jaren 1960 ook al zo bij de invoering van de Europese btw. Van extreme regelzucht en bureaucratische betutteling (van brievenbussen met een opening van minimum 3x23cm tot het 12

Doorbraak

nr. 4  april 2007

Angela Merkel en Barroso : op weg naar meer Europa ? chemieplan Reach) komt groeiende afkeer van burger en ondernemingen, zeker op een ogenblik dat die minder “Kafka” verwachten. Commissaris Margot Wallström wou vorig jaar met haar 3D-plan een beetje tegen de stroom oproeien, maar “democratie”, dat is wat anders. “Ongemakkelijke waarheid” In zijn streven om weer “populair” te worden, zit Europa op vele gebieden op het verkeerde spoor, steeds dieper in het slop. Neem nu de Al Gore-milieuhype. Dat onze socialisten het klimaatgedoe willen monopoliseren en in feite onbewust de groene loper uitrollen voor de milieupartij (denk maar aan de promotiecampagne van het kabinet van Bruno Tobback via die brave huismoeder), tot daar toe. De EU denkt bij de burger met hetzelfde in het gevlei te komen. Onheilsprofeten die hem “dikketruiendagen” aansmeren, raken de burger zijn koude kleren niet, zolang ze hem maar niet zijn auto ontfutselen. ‘Europa miskent onze energie-efficiënte industrie’, titelde de crème van de Vlaamse industrie ongerust op 6 maart in De Tijd. De goede leerling die zijn huiswerk van emissieverlaging al lang maakte, Vlaanderen dus, wordt afgestraft. Zo wordt Vlaamse werkgelegenheid door Europa bedreigd. Het valt te vrezen dat de federale lippendienst voor de Vlaamse zaak niet lang zal duren. Europa heeft ook, opgejut door een linksgezind Europees Parlement, een hele reeks “left-wing causes” omarmd, van vreemdelingenstemrecht tot schrik

Vervreemd De Europese instellingen liggen als een eiland binnen Vlaanderen, maar hebben geen affiniteit met de bevolking. De tijd dat Albert Coppé en later Karel Van Miert in de Commissie daar wat aan deden, is lang voorbij. Vlamingen lopen nu veel EU-banen mis. De “Agents locaux” die de Commissie in Brussel aanwerft, zijn meestal eentalige Franstaligen. Onze meertaligheid wordt niet gehonoreerd en de EUorganen verkiezen “native speakers” als tolken en vertalers. De Commissie schreef recent zelfs een ten geleide voor een fanatiek Franstalig blad dat ten kantore wordt besteld bij ambtenaren, die toch al eerder Le Soir kopen dan De Standaard. Goed dat Vlaamse EU-ambtenaren dit signaleerden en een schot voor de boeg van de Commissie gaven. Ook op deze gebieden heeft Vleva, het Vlaams-Europees Verbindingsagentschap van Luc Van den Brande, werk aan de winkel. Ook denkt de EU dat het volstaat, ergens geld tegenaan te gooien, om de burger op haar kant te krijgen. Van de miljarden euro’s die de structuurfondsen hier in de periode 2000-2006 spendeerden, ging 66 % naar Wallonië. Geloof maar niet dat de Waalse publieke opinie daarom EU-vriendelijker is. Trouwens, 12 % van de Waalse welvaart is te danken aan de transfers uit Vlaanderen. Ook wij moeten de eerste tekenen van dankbaarheid nog zien. Neen, ook Europa is niet goed bezig. ■ Guido

Naets


BOEK E N

Opinio Er beweegt de jongste tijd wel héél wat in het Nederlandse perslandschap. Regionale kranten dreigden te verdwijnen en werden geclusterd onder een Algemeen Dagblad (AD) nieuwe stijl, dat nu weer hoge toppen scheert. De nieuwe gratis krant De Pers – no nonsense en centrumrechts – verschijnt sinds kort en doet het niet slecht. Het oerconservatieve én oerdegelijke Nederlands Dagblad hoopt te kunnen profiteren van de regeringsdeelname van de geestesgenoten van de Christen Unie. Naast de nationale kwaliteitsbladen dook er recent ook een nieuw opinieweekblad op: Opinio. Zestien roze A3-pagina’s met opiniestukken. Geen foto’s, geen cartoons en … geen advertenties. Dit is maar mogelijk dankzij het initiatief van de multimiljonair Roel Pieper – oud-kopstuk van Philips en ooit door Pim Fortuyn een ministerpost beloofd. Deze zestien wekelijkse pagina’s op het scherp van de snee brengen artikels van diverse lengte, stijl en opinie. Hoewel … niet-politiek correct, duidelijk met een liberaal-conservatieve of sociaalconservatieve inslag en met scherpe pennen van

onder anderen Derk Jan Eppink, Frits Bolkestein, Jaffe Vink, Ayaan Hirsi Ali, Paul Cliteur, Sylvain Ephimenco en de Britten Theodore Dalrymple en Roger Scruton. Het blad verschijnt nu al sinds einde januari en blijkt een succes te zijn. Ook al leert mijn ervaring dat de administratie van Opinio geen weg weet met buitenlandse abonnees. Waar het blad in de eerste weken een brede variatie van onderwerpen aansneed, spitsen steeds meer artikels zich toe op de islam in Nederland en Europa en het beschavingsconflict tussen het vrije Westen en de moslimwereld, met steeds meer aandacht voor Iran. Daarbij wordt het debat niet ontweken: ‘Moeten we de moslims in de EU tegemoetkomen “om de boel bij elkaar te houden” of moeten we met meer assertiviteit westerse waarden uitdragen?’ Daarnaast kreeg ook de kabinetsvorming veel aandacht en worden er elke week twee filosofen losgelaten op een actueel onderwerp. In de eerste zes nummers was telkens een briefwisseling over zin en onzin van conservatisme

te lezen tussen Derk Jan Eppink en Benno Barnard – die laatste vatte deze brieven vaak samen in zijn wekelijkse rubriek in Knack. Ondertussen kruisen een NederlandseTurk en een Nederlandse in Turkije de degens over beide landen. Opinio biedt tot slot ook heel wat aandacht aan Nederlandstalige poëzie. Dé vondst van het blad is wel een wekelijkse vraag die aan een islamitische geestelijke wordt voorgelegd. In die ‘Fatwa van de week’ lees je de oplossingen van de Koran voor zowat elke ‘praktische’ vraag als ‘Ik ben protestant. Moeten mijn islamitische buren me nu bestrijden?’ of ‘Mogen moslims en niet-moslims met elkaar trouwen?’ Wie het antwoord wil kennen op deze prangende vragen, leze Opinio. Een abonnement kost €25 voor een half jaar. Het jongste nummer is telkens in pdf te lezen op de website.

sche of sociale wetenschappelijke onderzoeksresultaten. Het boek over de naoorlogse geschiedenis focust trouwens véél meer dan beide anderen op verklarende essays van politologische of sociaalwetenschappelijke aard, dan beide andere, die veeleer korte historische essays bieden.

ontsluiting van dit omvangrijke naslagwerk, er niet makkelijker op maakt. Ook jammer dat – in navolging van België tijdens de Tweede Wereldoorlog – beide andere boeken geen zakenregister kenden. Toch verdienen de drie boeken elk een plek in de bibliotheek van de historisch geïnteresseerde lezer. Vraag is nu in welke mate de “concurrentie” met Lannoo ook tot een geschiedenis zal leiden van het negentiende-eeuwse ­België in al zijn aspecten.

Opinio, weekblad, 16 blz., www.opinio.nu

België Op een moment dat Lannoo jaarlijks met een deel uitkomt van een nogal monumentale en luxueuze, driedelige uitgave Nieuwe geschiedenis van België (dat overigens zowel in het Nederlands als in het Frans verschijnt), presteert ook Standaard Uitgeverij een gelijkende reeks boeken over de geschiedenis van België. Opvallend: heel wat auteurs werken aan beide uitgaven mee … Eerder bespraken we in Doorbraak al België tijdens de Tweede Wereldoorlog. Afgelopen jaar verschenen bij Standaard Uitgeverij ook België, een land in crisis. 1913-1950 en De geschiedenis van België na 1945. De eerste twee delen verschenen onder redactie van de KUB-prof Mark Van den Wijngaert, het derde werd geleid door Els Witte en Alain Meynen. Deze drie uitgaven zijn alle van eenzelfde opzet en kwaliteit. Ideale instapboeken over de behandelde periode. Makkelijk raadpleegbare naslagwerken. Bevattelijke essays over telkens een bepaalde deelperiode of -thema. Met telkens opnieuw oog voor de jongste historische, politologi-

Zo biedt België na 1945 eerst een zuiver historisch deel, dat de geschiedenis van het naoorlogse België helder synthetiseert, daarbij focussend op processen en verbanden, eerder dan op feiten en personen. In een tweede deel komen het kiesstelsel, de formaties, de (werking van de) politieke partijen, verzuiling, staatshervorming, monarchie, verhouding tussen justitie en politiek … aan bod. Door voldoende exhaustiviteit na te streven – voor zover zoiets mogelijk is – zal elke geïnteresseerde lezer wel een aantal details of nuances missen. Zo misten we in De geschiedenis van België na 1945 ook een personenregister wat de

M. Van den Wijngaert (red.), België, een land in crisis. 1913-1950. Standaard Uitgeverij, 255 blz., ., € 24,95, isbn 978 90 02 21950 4. E. Witte en A. Meynen (red.), De geschiedenis van België na 1945. Standaard Uitgeverij, 576 blz., € 24,95, isbn 90 02 21963 6

april 2007  nr. 4

Doorbraak

13


KAMIKAZE

Open brief aan Noël Slangen

E

en welgemeende proficiat, mijnheer Slangen. Tenhieruit concluderen dat u van oordeel bent dat de VLD minste, als ik er mag van uitgaan dat u de geestelijke voordien een “gesloten” partij was? Bovendien, ook met vader bent van de nieuwe naam waarmee “uw” reclade betekenis van het woord “open” moet zorgvuldig mekind, de blauwe VLD, in juni aanstaande naar de worden omgesprongen. Een open partij, mijnheer Slankiezer trekt. Maar laat dat vooral geen reden zijn om gen, is per definitie een partij die ook toegankelijk is voor meteen naast uw schoenen te gaan lopen. Want mijn leden die niet alle beginselen van die partij onderschrijNoël Slangen gelukwensen nemen helaas niet weg dat ik met nogal ven. wat vragen blijf zitten omtrent het nut van zo’n nieuwe naam. Is het dan vermetel van mijnentwege om ook hieromtrent uiting Zou het niet kunnen dat al die echte en vermeende naamste geven aan mijn twijfel? Was het niet precies wegens het feit veranderingen van de laatste jaren, uiteindelijk alleen maar voor dat zij niet alle partijstandpunten van de VLD tot in het absurde verwarring gaan zorgen in de veelgeplaagde hoofden van de onderschreven, dat Beysen zaliger, Goovaerts, Coveliers en uitargeloze kiezer? De SP werd de sp.a van goeroe Steve, Agalev eindelijk ook Dedecker, door de buitenwipper van dienst de werd na zijn nederlaag Groen! , het Vlaams Blok werd letterlijk blauwe laan werden uitgestuurd? voor het blok gezet en koos voor het Vlaams Belang en de alWas de VLD toen niet open en nu opeens wel? Bovendien, wat oude CVP werd ten slotte van lieverlede CD&V. gaat de VLD met die nieuwe naam doen na de verkiezingen? Wat Geef toe, mijnheer Slangen, is dat allemaal niet een beetje van als de resultaten van de Open Vld tegenvallen? Of krijgen we het goede te veel? Bestaat niet het gevaar dat het met al die daarna hoe dan ook dan een “open” paarse regering, om uw nieuwe namen of benamingen loopt zoals met de generische broodheer Guy tot elke prijs in het zadel te kunnen houden? geneesmiddelen en dat vooral de ouderen onder ons, althans U ziet, mijnheer Slangen, vragen en nog eens vragen. Maar blijkens een recente studie van het huisartsensyndicaat, door de een zot kan nu eenmaal meer vragen stellen dan een wijze kan bomen het bos niet meer gaan zien en zich schromelijk zullen beantwoorden. vergissen bij het uitbrengen van hun stem? En dat is nu eenmaal het voorrecht van een … Trouwens, vanwaar dat banale voorvoegsel “open”? Moet ik ■  K amikaze

M E G A F OO N

D

e “doorbraak” van Vlaamse Volksbeweging (VVB) in de politiek is ook de pers niet ontgaan. Voormalig voorzitter Rita De Bont kreeg als onafhankelijke kandidaat voor de kamerverkiezingen van 10 juni een verkiesbare plaats in Antwerpen, politiek secretaris Jan Jambon (*) krijgt daar nu de hoogste en verkiesbare N-VA-plaats op de Antwerpse kartellijst. itspraken van en citaten over De Bont en Jambon:

U

Jambon in De Standaard. Over het kartel: ‘Het zou een stommiteit geweest zijn om het kartel te laten springen nog voor het op de proef gesteld kon worden.’ Over VB en cordon sanitaire: ‘Een draak, maar Vlaams Belang doet ook niets om het te doorbreken. Ze willen geen verantwoordelijkheid nemen. Onverantwoord is dat, als je een miljoen kiezers vertegenwoordigt… Hun communautaire programma zou het mijne kunnen zijn, maar zeker in het begin was ik het niet eens met hun vreemdelingenprogramma.’ (DS, 16 maart)

14

Doorbraak

nr. 4  april 2007

V V B - t o p n a a r d e Ka m e r Jambon in Gazet van Antwerpen over leegloop Vlaamse beweging: ‘Ik denk dat het voor de Vlaamse Beweging een voordeel is om woordvoerders in de politiek te hebJan Jambon ben. Die gaan hun netwerk niet doorknippen. Wat de beweging ook wil realiseren, het zal altijd via de politiek moeten gebeuren.’ (GVA, 16 maart) Tom Cochez in De Morgen (5 maart) over Rita De Bont: ‘De onafhankelijke Vlaamse natiestaat is en blijft voor het VB de enige aanvaardbare keuze. Door ook ex-voorzitter van de Vlaamse Volksbeweging Rita De Bont de zaal te laten toespreken, wil de partij duidelijk maken dat ze de Vlaamse zaak meer dan voorheen tot een speerpunt wil maken.’ Walter Pauli in De Morgen (16 maart) over Jan Jambon: ‘In Antwerpen krijgt Jan

Jambon de hoogste N-VA-plaats ... Onbekend voor het grote publiek, wereldberoemd binnen de Vlaamse beweging. Jarenlang werd er getwijfeld of Jambon geen crypto-Blokker was. Door hem zo prominent uit te spelen, doen Leterme & De Wever Gerolf Annemans en de anderen op de VB-lijst niet weinig de duvel aan. Een Vlaamser profiel aannemen dan Jambon kán immers niet, wie dat zou proberen maakt zich zelfs voor kiezers uit de Vlaamse Beweging belachelijk. Maar net in de week dat CD&VN-VA een man als Jambon strikt, laat Leterme weten dat zijn partij níéts zal veranderen aan het functioneren van de monarchie... Leterme dekt in één week tijd dus én zijn radicaal-Vlaamse, en zijn behoudsgezind-belgicistische flank af.’ (*) Jan Jambon was directeur van BCC, de uitgever van de kredietkaarten Visa en Mastercard. hij werd vorig jaar schepen van Financiën en Lokale Economie in Brasschaat. Jambon nam sinds hij schepen werd, ontslag uit al zijn functies binnen VVB en nu ook bij BCC. Samen met Peter De Roover stuurde hij begin de jaren 1990 de VVBlijn richting onafhankelijk Vlaanderen.


Het Vlaamsche Leeuw bier is te verkrijgen bij volgende ­handelaars: Bayart Charles Lage Weg 12 - Menen, 056-51 14 18 De Kempen ­Drankenhandel Kapellei 50 - Zoersel, 03-383 33 77 De Klokke Vlaams Huis Klokkestraat 85 - Duffel, 015-31 36 05 Den Dorstvlegel Oude Vaartplaats 12 - Antwerpen 0486-71 79 12 Drankencircus Polderstraat 59 - Zwijndrecht 03-254 00 10 Euro Drinks-Sandersput Bruulstraat 182 - Haaltert 053-83 82 88 Geers Ledergemstraat 7 - Oostakker 09-251 05 83 Hinderdael Akkerstraat 68 - Temse 03 -771 00 56 Holemans Jan & Zn Langdorpsestwg 117 - Aarschot 016-56 24 61 Huegens-Verbist ­Antwerpsebaan 237 - Berendrecht 03-568 66 48 Jacob Kris Dranken Pastorijstr. 17 - Nieuwkerken Waas 03-766 20 09 Jans Maurice ­Panovenstraat 41 - Halen 0496-86 48 15 Knockaert-Ongenae Drieslei 32 - Kalmthout 03-666 06 49 Laridon Marc Acht Zaligheden 8 - Brugge 050-67 09 08 Latomme Drankenhandel Hofbouwstr. 11 - Zomergem 09-372 72 54 Mertens Drankencentrale Guido Gezellelaan 115 - Puurs 03-889 00 49 Nicque Hubert Dranken Schongaustraat 2 - St-Niklaas 03-776 62 16 Omnidrinks Bungeneers Luikerstwg 207 - St-Truiden 011-69 25 23 Rohardushof Bergenstraat 1 - Beveren-Roesbrugge 057-30 10 16 Rotsaert Drankencentr. Remi Claeysstr. 28 - Zedelgem 050-20 94 98 Stravbier Parochiestraat 4 - Denderleeuw 053-66 72 25 Streekbieren Yves O.L.V. Markt 1 - Roeselare 051-22 21 88 Wijnegemse Drankenhal Merksemsebn 179 -Wijnegem 03-353 00 94 Willems & Zoon Leopoldstraat 26 - Grobbendonk 014-51 17 74 De Brouwerij van Vlaanderen tel 03-385 81 90 fax 03-385 81 92

Colofon

Energiebesparing Milieutechnologie: afvalverbranding, deNOx. Explosieve gasmengels: verwerking in overeenstemming met ATEX. Gespecialiseerd studiewerk en sleutel-op-de-deur levering Mallekotstraat 65, 2500 Lier Tel.: +(03) 491 98 78 – Fax: +(03) 491 98 77 E-mail: info@euro-pem.com

Doorbraak is een uitgave van de Vlaamse Volksbeweging vzw.  ■  Verschijnt maandelijks (niet in augustus).  ■  Doorbraak is lid van de Unie van de Uitgevers van de Periodieke Pers.  ■  H oofdredac t eur : Jan Van de Casteele  ■  K ernredac tie : Karl Drabbe, Dirk Laeremans, Anke Nobels, Peter De Roover  ■  M ede werkers : Ludo Abicht, Gerard Bouvier, Rudi De Ceuster, Jacques Claes, Frans Crols, Katleen Van den Heuvel, Bart Maddens, Guido Naets, Marc Platel, Dirk Rochtus, Matthias E. Storme, Pieter-Jan Verstraete  ■  R edac t ie - adre s : Passendalestraat 1A, 2600 Berchem. Tel 03 366 18 50 – Fax 03 366 60 45  ■  redactie@doorbraak.org  ■  www. doorbraak.org – abonnementen: secretariaat@doorbraak.org  ■  A bonne ment : € 16,50 voor een abonnement van 12 maanden (buitenland: € 25)  ■  S tudentenabonne ment : € 10 voor een abonnement van 12 maanden, met opgave van leeftijd en onderwijsinstelling  ■  I nterne tabonne ment : € 10 voor 12 maand toezending van Doorbraak (pdf-bestanden) via internet. Het (studenten)abonnement geeft recht op een gratis internetabonnement.  ■  Abonnering door storting op rekening 736-0012719-76 van VVB Doorbraak, Passendalestraat 1A, 2600 Berchem met vermelding van het type abonnement.  ■  Doorbraak wordt ook gratis toegestuurd – met ledenblad Binnendoor – naar de leden van de Vlaamse Volksbeweging vzw (VVB). U kunt ook lid worden van de VVB door overschrijving van € 17 op rekening 409-9521741-71 van VVB-leden-administratie.  ■  Betaling van het abonnementsgeld vanuit het buitenland: gebruik IBAN BE91 7360 0127 1976 en BIC KREDBEBB  ■  Verant­woordelijke uitgever : Dirk Laeremans, ­Passendalestraat 1a 2600 Berchem  ■  ISSN 0012-5474

april 2007  nr. 4

Doorbraak

15


16

Doorbraak

nr. 4  april 2007


2007_04_doorbraak