Page 1

België-Belgique P.B. Antwerpen X 8/2828

ISSN 0012-5474

Vlaanderen staat in Europa

2

Maandblad Februari 2006 Afgiftekantoor Antwerpen X P508831 Passendalestraat 1a 2600 Berchem

E EN

WERELD VAN VERSCHIL

In de weken rond de jaarwisseling zullen nog maar eens wat meer Vlamingen hebben opgemerkt dat het land vermoeid is. De kritische of negatieve reacties op het boek van Remi Vermeiren (Manifest) zijn gebaseerd op sentimenten, niet op argumenten. Tussen Vlaanderen en Wallonië ligt een wereld van verschil. Niet zonder symbolische betekenis is de vaststelling dat vorig jaar amper 213 Vlaams-Waalse koppels hun liefde over de taalgrens hebben gezocht. We leerden dat Bob-campagnes intensiever zijn in Vlaanderen, maar ook dat vooral de Vlamingen de boetes betalen (83 %). Dat Vlamingen gaan voor de Lotto, Walen voor Euromillions en krasspelen. Walen willen de politieke tegenstanders van het Vlaams Belang droogleggen, terwijl dit in Vlaanderen alleen nog de natte droom is van de Twaalf Spiritisten en één krant. De Waal slikt de helft meer antidepressiva dan de Vlaming We leerden dat vooral de Vlamingen spaarders zijn (81 % tegenover 53 % van de Walen). Vlaanderen is volgebouwd (25,4 % versus 13,7 % in Wallonië), en huizen en appartementen worden er sneller duurder dan in het zuiden van het land. Rechtshulp voor pro deo-advocaten wordt dan weer voor 57 % besteed in de Franse Gemeenschap en voor 43 % in Vlaanderen. De zotte Vlamingen willen nu zelfs de voetbalbond gedeeltelijk splitsen en noemen het BOIC een lege doos, weliswaar met veel macht. Brussel vervangt op de verkiezingslijsten de laatste Vlamingen door allochtonen en de Waalse bestuurders werken – buiten het interesseveld van de Vlamingen – aan de schandaaltjes in Charleroi, de

heroïnebedeling in Luik en het verjagen van het fantoom van Francorchamps. Premier Verhofstadt glundert in De Zevende Dag (15 jan.) omdat de werkloosheid ‘begint te dalen’. Zoals zo vaak spreekt hij over de federale (Belgische) werkloosheidscijfers, niet over de grote verschillen in werklozenland (Wallonië: 18,5 %, Brussel 22,1 %, Vlaanderen 8,4 %). Het moet trouwens een detail zijn dat de werkloosheid in 2005 enkel in Vlaanderen daalde (info RVA). De werkgeversorganisatie VBO heeft anders ook wel wat geheimpjes. Chef Rudi Thomaes wil 30 000 overtollige ambtenaren in de privé aan het werk. Hoe en vooral waar, dat is minder duidelijk. Wallonië koestert 40 % van de werkende bevolking in overheidsdiensten, Vlaanderen slechts 25 %. Waalse provincies tellen dubbel zoveel ambtenaren als de Vlaamse (13 000 versus 6 600). Vooral de Vlaming vond de weg naar de dienstencheque. In Vlaanderen gaat één bedrijf op 114 failliet, in Wallonië één op 88. In de winterstilte was er heisa over een Nederlandsonkundige interimburgemeester in Brussel, die – nog even – Franstalige stad; heisa ook over het Vlaamse racisme dat de markten rond de hoofdstad overspoelt. Vlamingen kozen Damiaan, Franstaligen Brel. Boudewijn werd in Wallonië tweede, in Vlaanderen 17de. Royaltywatcher Jan Van den Berghe: ‘Veel Franstaligen zien de monarchie als bindmiddel van de natie. Waardoor nog een grotere geldstroom van Vlaanderen naar Wallonië gegenereerd kan worden. De monarchie is de grootste garantie dat België blijft bestaan’. (DM, 22/12/05). Hoe lang nog? Jan Van de Casteele


P

K

E R S W I J S

O R T

P ERSWIJS – K ORT

SPOOR Christophe Deborsu (journalist RTBf) in De Standaard, 19 dec. 2005: ‘het klimaat verzuurt tussen noord en zuid. In mijn Waalse vriendenkring hoor ik almaar vaker dezelfde vraag: waarom je inspannen om Nederlands te leren terwijl België toch op springen staat?’ Marc Reynebeau over 175 jaar België in De Standaard Magazine, 24 dec. 2005: ‘Het was een bij momenten tenenkrullend ouderwets België dat daar werd gevierd. En het viel steeds minder te herkennen in de politieke realiteit van alledag. Dat bleek nooit zo ondubbelzinnig als de dag toen de politieke elite moest toegeven dat ze geen consensus kon sluiten over de even netelige als abstracte twistappel Brussel-HalleVilvoorde. De glorie van 175 jaar België berustte altijd op het vermogen om compromissen te sluiten over de uiteenlopendste belangen en meningen. Uitgerekend in 2005 ,,pakte” deze zeer Belgische mayonaise niet meer.’ Brigitte Raskin in De Randkrant, 29 dec. 2005: ‘Voorts ben ik van mening dat de faciliteiten moeten worden afgeschaft.’ Pieter De Crem in Menzo, 2 jan.: ‘We hebben het ver gebracht. Het Vlaams Belang is de facto de grootste partij, het land zit op zijn gat en de socialisten zijn baas.’ Frank Karsten (Meer Vrijheid) in Driemaster, 5 jan.: ‘Het ironische is dat

het idee achter anti-discriminatiewetten hetzelfde is als achter de discriminatiewetten van nazi-Duitsland. Bij beide bepaalt de overheid voor burgers met wie ze wel of niet moeten of mogen omgaan.’ Alain Destexhe (MR) in De Standaard, 9 jan. 2006: ‘De Franstaligen moeten beseffen dat de eenheid van België niet alleen wordt bedreigd door communautaire of nationalistische zaken, maar vooral door de economische verschillen tussen Vlaanderen en Wallonië.’ Jean-Claude van Cauwenberghe (PS) in De Standaard, 12 jan.: ‘De Vlamingen dromen niet van een unitair België met een wapperende driekleur op het Atomium. We hebben een machine tegenover ons die wacht om toe te slaan. We kunnen als een struisvogel onze kop in het zand steken, maar het communautaire debat komt terug.’

Vlaanderen kan een aantal investeringen in het spoor niet voorfinancieren door de wafelijzerpolitiek waarbij tegenover

Vlaamse

investeringen

Waalse moeten staan. ‘Projecten als de Liefkenshoektunnel, het vorminsstation in Zeebrugge en de tweede spoortoegang voor de haven van Antwerpen hadden al gerealiseerd moeten zijn’, aldus Jan Peumans, Vlaams-parlementslid (N-VA) en voormalig directeur marketing en strategie van De Lijn. (DS, 29 dec). Karel Vinck, van juni 2002 tot januari 2005 aan het hoofd van de NMBS, noemde de 60/40-sleutel voor de verdeling van de spoorweginvesteringen tussen Vlaanderen en Wallonië achterhaald. (LLB, 28 dec.)

ONDERNEMINGSSTEUN In het federale België financieren de gewesten de federale staat. Op subsidies voor ondernemingen (groeipremie, groeikapitaal, steun voor onderzoek en ontwikkeling, ondernemingsportefeuilles bvb) bestaat geen vrijstelling van

Bart Maddens in De Tijd, 13 jan.: ‘Boze tongen durven wel eens te beweren dat een sterker Belang de socialisten niet onwelgevallig is, omdat ze op die manier verzekerd zijn van deelname aan de macht in een steeds rechtser wordend Vlaanderen. Het minste wat je kan zeggen is dat de recente demarches van sp.a-Spirit nieuw voedsel geven aan die stelling.’

belasting. Wat Vlaanderen aan subsidies betaalt, vloeit via de inkomstenbelastingen naar de federale schatkist. Alleen al de ondernemingsportefeuille krijgt 42 miljoen euro. Eén derde ervan vloeit naar de federale staat. In Wallonië is het subsidiebeleid veel meer (drie tgo één) dan Vlaanderen gebouwd rond kapitaal- en interestsubsidies (lagere investeringskosten en goedkopere leningen!). Die worden in het kader van het Generatiepact... van belasting vrijgesteld. (Jan Verhoeye en Erika Racquet in De Tijd, 29 dec.)

SPORT Dirk Van Esser, voormalig voorzitter van de Vlaamse Sportfederatie, in De Morgen, 17 december: ‘Ik geloof niet meer in de nationale sportbonden. Dat zijn lege dozen: zonder personeel of werking.

Het

BOIC

is

zoals

het

koningshuis; voor de staatshervorming van cruciaal belang, maar nu nog van weinig nut en toch invloedrijk. De toekomst ligt bij de Vlaamse en Waalse bonden, die zich nog meer moeten professionaliseren.’ Commotie is er alvast over de splitsing van de nog unitaire Belgische Voetbalbond. DOORBRAAK nr. 2 – februari 2006

2


GEBREK

AAN BURGERLIJKE DEUGDEN

W EGGLIJDEN

IN MORELE ARMOEDE

Dat de gevaarlijkste cocktail ontstaat wanneer de morele armoede nog eens gepaard gaat met economische armoede, hebben we de voorbije maanden – feitelijk jaren – maar al te duidelijk kunnen aanschouwen of ervaren. Dat betekent niet dat de morele armoede van grote delen van de bevolking die het economisch relatief goed stellen, niet evenzeer bijdraagt tot de vernieling van onze beschaving.

DEUGDEN De morele armoede gaat hand in hand met het verlies aan “burgerlijke” waarden, of beter nog deugden. Het is overigens niet de partij van de burger die deze deugden het meest uitdraagt, niet in haar programma, en al zeker niet in de levenswandel van haar leiders. Er is overigens geen enkele partij die de moed heeft ze echt uit te dragen. Een toenemend deel van de bevolking deugt niet meer. Veel daarbij heeft te maken met een verkeerd begrip van de vrijheid van de burger. Het burgerlijke vrijheidsideaal betreft het in staat zijn om zelfstandig een zinvol leven te leiden en daarbij keuzes te maken en daarvoor verantwoordelijkheid te dragen. Echte emancipatiebewegingen hebben steeds dáárnaar gestreefd. Zij streefden naar materiële en morele verheffing van het volk, niet naar het wegglijden van de hele samenleving in de morele armoede van de onderklasse. Vandaag zijn het vaak de houdingen en gebruiken van die onderklasse die de boventoon voeren, zeker in som-

mige media. En dat heeft met veel meer zaken van het dagelijkse leven te maken dan de karikatuur die de amorele goegemeente voortdurend van het morele conservatisme probeert te maken. Het gaat inderdaad niet alleen over seksualiteit en dergelijke, maar over veel meer: over voedings- en drankgewoonten, over de overgave aan de tv-cultuur, over taalverruwing, allerlei vormen van exhibitionisme ten aanzien van lichaam of privéleven ...

DE

ECONOMISCH RIJKEN, MAAR MOREEL ARMEN HEBBEN EEN GROTE VERANTWOORDELIJKHEID

ONKUNDE Armoede heeft met vele factoren te maken, maar een van de belangrijkste is duidelijk de onkunde om met vrijheid om te gaan, het inefficiënte gebruik van schaarse middelen, het niet in staat zijn om prioritaire keuzes te maken. De economisch rijken, maar moreel armen, die openlijk het slechte voorbeeld geven hebben een des te grotere verantwoordelijkheid voor wat er fout loopt met wie het bovendien ook materieel minder goed heeft. En neen, het is niét de taak van de overheid om het dagelijkse leven in al zijn details nog meer te reglementeren, maar het is wel de taak van eenieder als lid van de gemeenschap, als deelnemer aan de “burgerlijke samenleving”, de “civil society”. Die overheid moet wel ruimte geven aan die civil society om morele inhoud en vrijheid te ontwikkelen. Zoals ik elders uitvoeriger heb ontwikkeld, houdt dit onder meer in dat burgers de vrijheid moeten hebben om te discrimineren, en heel in het bijzonder om anderen te discrimineren op grond van morele criteria waarmee zij zichzelf identificeren. Het discriminatieverbod is dodelijk voor de instand-

3

houding van enige moraliteit in de samenleving, en past inderdaad perfect bij de amoraliteit van de heersende klasse vandaag, die enkel economisch eigenbelang als criterium in het maatschappelijk leven aanvaardt. Natuurlijk zijn de grote vrijheden (meningsuiting, vereniging, en als kern van alle die van discriminatie) geen voldoende voorwaarde voor de opbouw van een fatsoenlijke samenleving, maar ze zijn wel een noodzakelijke voorwaarde. Inderdaad is het nodig dat die vrijheden zinvol worden gebruikt, en met name om terug morele verantwoordelijkheid te nemen en medeburgers terug op hun moraliteit aan te spreken. Maar daartoe moet op de eerste plaats komaf worden gemaakt met de idee dat wij niet meer de vrijheid hebben om andermans levenswandel te bekritiseren en immoreel te vinden. De risico's van morele opvattingen van bepaalde groepen nieuwkomers in ons land zullen niet worden beheerst door elke moraliteit dan maar uit het openbare leven te bannen. Politieke correctheid verhindert ons nog steeds om de levenswandel van de amorele klassen openlijk te bekritiseren; bij de onderklasse wordt ze gerechtvaardigd door ze als gevolg veeleer dan medeoorzaak van armoede te zien; bij de bovenklasse wordt ze door het discours van gelijke rechten boven alle kritiek geplaatst. Wat de zwakken in de verschillende betekenissen van het woord nodig hebben, is geen maatschappij die alleen maar individu kent tegenover een staat die hen kwistig met gelijke rechten bedeelt, maar betrokkenheid van de medeburger, opvoeding en sociale en morele begeleiding.

Matthias Storme

DOORBRAAK nr. 2 – februari 2006

C OMMENTAAR

De groeiende kloof tussen autochtonen en allochtonen belemmert ons te veel het zicht op andere kloven in onze samenleving, die minstens evenzeer bijdragen tot de vernieling ervan. Zoals die tussen armen en rijken. Neen, ik ben geen socialist geworden, want het gaat om een kloof die de hedendaagse socialisten al evenmin willen zien: tussen morele rijkdom en morele armoede.


CORDON

VERMINKT

VLAAMSE

VOLKSVERTEGENWOORDIGING

K RIJGT WARANDE - MANIFEST EEN POLITIEK DRAAGVLAK ? over het in december verschenen Manifest voor een zelfstandig Vlaanderen in Europa van de denkgroep “In de Warande”. Een terechte vraag. Het lijvige document is een interessant leesstuk. Het is bruikbaar als informatiebron en naslagwerk en bakent denkpistes af. Maar het roept ook vragen op. De groep telt zestien leden; daarnaast onderschreven vijftig personen de besluiten van het manifest en de beginselen waarop zij steunen. Er zijn bekende namen bij de ondertekenaars. Andere prominenten, van wie mocht worden verwacht dat zij zouden meewerken, ontbreken. Er is wel Lode Campo, maar niet Piet Van Wayenberge, wel Eric Ponette, maar niet Boudewijn Bouckaert. Afwezig zijn ook – het is een lukrake greep – een Vaast Leysen, een Robert Senelle, een Guido van Gheluwe. Weigerden zij mee te doen of werden zij niet uitgenodigd? Er is geen enkele vrouw in het gezelschap, en dat is een minpunt voor het representatieve van de groep. De kwaliteit en de integriteit van Remi Vermeiren, animator van de groep, staan borg voor de betrouwbaarheid van het overvloedige cijfermateriaal dat het betoog schraagt. De benadering is overwegend sociaal-economisch. De inbreng komt vooral van ondernemers en zakenlui. De vraag die zich bij voorrang opdringt, is dus: wat is de politieke impact van dit initiatief? De groep schreef geen provocerend pamflet. De

‘HET PARLEMENTAIRE REGIME LIJDT VANDAAG AAN EEN ONRUSTWEKKENDE EROSIE EN ZWAAR PRESTIGEVERLIES.’ uiteenzetting is sereen. Niets zou een politieke dialoog in de weg mogen staan. Komt hij er? Het manifest is geen unicum in zijn soort. Het is de jongste publicatie in een lange rij. De voorbije halve eeuw hebben heel wat verenigingen en denktanks communautaire studies geproduceerd. In de jaren zestig schreven Leuvense hoogleraren doordachte nota’s over de knel- en pijnpunten in de Vlaams-Waalse betrekkingen. In oktober 1979 maakte Jaak Stoldt, hoofd van de studiedienst van de Kredietbank, onder bescherming van Luc Wauters, de toenmalige KB-voorzitter, een strikt vertrouwelijke en merkwaardige kosten-batenanalyse van een eventuele economische autonomie van Vlaanderen.

Foto Reporters

V LAAMSE

STAATSVORMING

In het januarinummer van Doorbraak vroeg de redactie om een debat

CD&V

HOOPT MET

LETERME

DOORBRAAK nr. 2 – februari 2006

IN

2007

WEER AAN HET

BELGISCHE

ROER TE STAAN

4

Het besluit was glashelder en blijft actueel: ‘Een splitsing brengt een zeker handels- en welvaartsverlies mee voor Vlaanderen, dat evenwel zeer waarschijnlijk kleiner blijft dan de huidige budgettaire transferten naar Wallonië. Maar de grote winst ligt in het einde van de onregeerbaarheid en het beleidsvacuüm dat momenteel Vlaanderen overlevert aan feitelijke uitbuiting, aan sluipende verstaatsing en aan internationaal wantrouwen. Bovendien is het wellicht de enige manier om Wallonië op te tillen vanuit het profitariaat naar de status van een gelijkwaardige en hopelijk welvarende natie.’ Tien jaar later, in juli 1989, verscheen een driehonderd bladzijden tellende studie, Vlaanderen op een kruispunt, samengesteld door een zestal eminente sociologen, economen en juristen. Zij bevatte een schat aan gegevens en bevruchtte het communautaire denkwerk. Er waren voorts de staatsbehoudende overwegingen van de Coudenberg-groep. Na de grondwetsherziening van 1993 die, volgens de toenmalige premier Jean-Luc Dehaene, ‘het dak op het federale huis zette’, is het denkwerk niet stilgevallen. René de Feyter startte met zijn denkgroep “In de Warande”, die in 2003 door Remi Vermeiren in een stroomversnelling werd gestuwd. Ook aan Waalse zijde werden diverse studiegroepen bedrijvig, wat resulteerde in opmerkelijke analyses, diagnoses en remedies.

POLITIEKE EROSIE Tegenover deze groeiende, kritische bevraging van de Belgische structuren en de Vlaams-Waalse verhoudingen, vooral merkbaar in economische en academische milieus, geeft het partijpolitieke milieu de jongste jaren blijk van een benauwende lijdzaamheid. Politici polemiseren wel met elkaar, liefst in oppervlakkige en vrijblijvende mediaonderonsjes, maar schuwen het debat ten gronde. De ingrijpende veranderingen aan de taalwetgeving en de opeenvolgende staatshervorrningen kwamen tot stand, in een tijdspanne van ongeveer drie decennia, via aftastende en naar consensus strevende gesprekken in politieke cenakels en in het parlement. Zij werden mede geïnspireerd en gedragen door sociaal-culturele drukkingsgroepen en konden rekenen op de medewerking van de opiniepers. Er


MEDIA KOESTEREN VERTROUWELIJKE EN LONENDE BETREKKINGEN MET DE MACHTHEBBERS.’

De invloed van de schrijvende pers is eveneens fataal verzwakt. Het politieke milieu houdt enkel nog rekening met de audiovisuele media en laat zich manipuleren door de tv-kingmakers. De Vlaamse krantenredacties hebben, conform de strategie van de mediabazen, de intellectuele en politieke scherpte van de opiniëring afgezwakt en de standpunten inzake de Vlaamse problematiek herzien. In hun visie op de communautaire kwesties hebben zij gekozen ‘voor meer België en minder Vlaanderen’. Dat de Persgroep en de Vlaamse Uitgeversmaatschappij (VUM) commerciële partners en economische belangen hebben in het Franstalige landsgedeelte, kleurt af op hun beleid. VUM-topman Thomas Leysen heeft zich openlijk uitgesproken tegen de splitsingsgedachte van de Warandegroep. (Trends, 22 dec. 2005). De media bewaren niet langer een heilzame afstandelijkheid tegenover het establishment; zij koesteren vertrouwe-

POLITICI NEMEN ZELF PARLEMENTAIRE INITIATIEVEN OP BASIS VAN HET

lijke en lonende betrekkingen met de machthebbers.

VLAAMSE ZELFVERMINKING Ook de Vlaamse Beweging heeft de schokgolven van de veranderingen gevoeld. De culturele drukkingsgroepen die vroeger vanuit hun studiediensten en op hun congressen de Beweging steunden, zijn stilgevallen. Op partijpolitiek vlak is de kracht van de Vlaamse vertegenwoordiging eveneens afgenomen. Toen de Volksunie destijds opkwam voor een onafhankelijk Vlaanderen, werd zij desalniettemin door de staatsgetrouwe partijen betrokken bij het regeringswerk. De Vlaams-nationalisten kregen, zoals de autonomisten van het Rassemblement Wallon en de Brusselse racisten van het FDF, inspraak in Belgische regeringen. Vandaag wordt het secessionistische Vlaams Belang in quarantaine afgezonderd. Het cordon sanitaire dat een kwart van het kiezerscorps buiten spel zet, verminkt de V1aamse volksvertegenwoordiging en belet het Vlaams Parlement op het Belgische beslissingsniveau de dominantie van de Waalse linkerzijde te counteren. De Vlaamse christendemocratie staat federaal in de oppositie, levert de premier van de Vlaamse regering en hoopt na de volgende algemene verkiezingen opnieuw aan het Belgische roer te staan. Dat dwingt tot compromissen en evenwichtsoefeningen, die een duidelijke profilering en een ondubbelzinnig engagement bemoeilijken. De

5

MANIFEST?

nationalisten van de N-VA zijn gebonden aan die onzekere christendemocratie. De ex-nationalisten van Spirit zijn verkocht aan de sp.a die de Waalse verwanten niet loslaat. De Groenen zijn en blijven unionistisch. De liberalen reflecteren traditiegetrouw belgicistisch. De Vlaamse geldbourgeoisie van haar kant is niet opgewassen tegen de Belgische machtselite met haar adellijke en internationale netwerk. Terwijl het francofone establishment met een langetermijnvisie over zijn belangen waakt en met toenemende arrogantie financiële en politieke krachten mobiliseert, ligt Vlaanderen verlamd in politieke verdeeldheid en stuurloosheid. Remi Vermeiren heeft verklaard ‘geen politieke demarches te willen doen met het oog op de realisatie van de besluiten van de sociaal-economische analyse’. Hij informeert buitenlandse ambassadeurs en Brusselse perscorrespondenten, maar vermijdt de Wetstraat. Hij rekent er blijkbaar op dat de Vlaamse politici zelf parlementaire initiatieven nemen op basis van het Manifest. Maar welke politici en welke partijen zullen dat doen? En beschikken die dan over een voldoende sterk draagvlak?

Manu Ruys

DOORBRAAK nr. 2 – februari 2006

STAATSVORMING

‘DE

WELKE VLAAMSE

V LAAMSE

Halfweg de jaren negentig is dat kader ingestort. Het politieke landschap veranderde van uitzicht. Het parlement bleef niet langer het vitale halfrond waar de wetgever het regeringsbeleid inspireert, oriënteert en controleert. Het parlementaire regime lijdt vandaag aan een onrustwekkende erosie en zwaar prestigeverlies. Nooit waren de bijeenkomsten van de assemblees zo saai en steriel. Nooit waren er zoveel overtollige en ondermaatse ministers en volksvertegenwoordigers. Nooit was het politieke personeel zo blootgesteld aan afkeer en wantrouwen. De reële macht in de staat berust bij buitenparlementaire financiële belangengroepen, waarop de overheid geen greep heeft. De overname van grote bedrijfstakken, ondernemingen en banken door Frans kapitaal is slechts één symptoom van deze aftakeling.

Foto Reporters

heerste een gestadige uitwisseling van gedachten en voorstellen, een discreet strategisch overleg dat periodiek uitmondde in tactische afspraken, parlementaire manoeuvres en wetgevende realisaties.


KENNISCENTRUM

MOET VOOR NIEUW ELAN ZORGEN

V LAAMSE V OLKSBEWEGING VIJFTIG JAAR OP DE BRES Vlaamse Volksbeweging viert dit jaar haar vijftigste verjaardag. Redenen genoeg voor een uitgebreid activiteitenprogramma, waarvan de publicatie van een boek en een grote meeting in het najaar de hoogtepunten moeten worden. Feesten is één, voortdoen is twee. De redactie ging bij voorzitter Rita De Bont peilen naar de verwachtingen en ambities voor de nabije toekomst.

De VVB viert dit jaar feest. Wat is de beste reden om te feesten? Niet die vijftig kaarsjes op zich zijn het belangrijkst, maar de VVB mag wel met enige trots vaststellen dat het onafhankelijkheidsthema, dat in het begin van de jaren negentig in het programma werd ingeschreven, vijftien jaar later al in veel ruimere kring is aanvaard. Het Manifest van de denkgroep “In de Warande” dat onlangs werd gepubliceerd heeft dat nog maar eens aangetoond. Foto Doorbraak

VVB 50

JAAR

De

Almaar meer mensen zien in dat het oude België niet meer functioneert. De dagelijkse ervaringen doen de ideeën opschuiven in onze richting. RITA DE BONT: DE

Haal eens uw prioriteit uit die waterval van communautaire dossiers? Wat mij betreft, gaat het na het vrijwaren van ons territorium en toezicht op de correcte toepassing van de taalwetgeving in de eerste plaats om het beleid rond sociale zekerheid, gezondheid, fiscaliteit en werkgelegenheid. Op die vlakken is de splitsing het eerst nodig. Dat laatste loopt lekker parallel met wat Remi Vermeiren en co schrijven. Komt er samenwerking met die mensen? Daar hebben we zeker een taak te vervullen. We moeten de ideeën van het Manifest hertalen voor de gewone Vlamingen én Walen en mee helpen verspreiden. De VVB zit als pluralistische vereniging met die prioriteit meteen wel middenin het maatschappelijke debat. Vertelt ze een liberaal of een socialistisch verhaal, wordt het geen heksentoer om overeind te blijven tussen links en rechts, progressief en conservatief? DOORBRAAK nr. 2 – februari 2006

DAGELIJKSE ERVARINGEN

DOEN DE IDEEËN OPSCHUIVEN IN ONZE RICHTING.

Wat betekent die laatste tegenstelling? Is de PS met haar staatsapparaat in Wallonië progressief? Zijn de belgicistische krachten, de monarchie en de haute finance op kop, links en de Vlaamsgezinden rechts? Men moet daar toch eens goed over nadenken. Op sociaal-economisch vlak spreek ik liever over een evenwicht tussen solidariteit en medemenselijkheid, de middelen om solidair te kunnen zijn, voorop de werkgelegenheid. De solidariteit met Wallonië verdient een grondig debat dat moet leiden tot een andere situatie en een beëindigen van de onverantwoorde transfers. En in dat debat ondervinden we inderdaad dat onze voornaamste tegenstand zich situeert in een merkwaardig verbond van vorstendom, haute finance en politici en denkers van linkse strekking. Zijn er bondgenoten te vinden in wat men de progressieve partijen noemt, sp.a en Groen!? Wij moeten de mensen die voor die partijen kiezen alleszins niet “links” laten liggen, maar om de politici mee in die richting te krijgen, dat wordt inderdaad

6

ontzettend moeilijk. Binnen de sp.a kan er “iets” bewegen, maar die partij is zo strikt georganiseerd dat de “partijlijn” op dat punt weinig speling toelaat. De machtskoppeling aan unitaire vakbonden en ziekenfondsen is een vervelend alibi. Sta me toe te zeggen dat er ook in andere partijen nog veel werk is. Daar is er een andere hindernis te nemen: die van het almaar oprukkende individualisme en eigenbelang. Aan de andere kant is er Vlaams Belang. Houdt de VVB rekening met het cordon? Het is in geen geval in het belang van Vlaanderen! Vlaams Belang is de grootste Vlaamse partij en die partij heeft onder meer ook ons thema, Vlaamse onafhankelijkheid, in haar programma staan. Wij kunnen dit alleen maar toejuichen en hopen dat andere partijen niet wegens het cordon weigeren in onze richting op te schuiven. Verder trek ik er me als voorzitter van de VVB gewoon niets van aan, wij zijn geen politieke partij en moeten geen coalities vormen. Hoe staat het trouwens met de invloed van VVB op de politiek? Met de Vlaams-nationale partijen hebben we goede contacten. Er zijn ook gesprekken met de hoogste regionen van CD&V en VLD, en uitzonderlijk al eens met sp.a en Groen al dan niet in samenwerking met het overlegcentrum van Vlaamse Verenigingen (OVV). Ik hoop dat we de eerstvolgende maanden met ons nieuw politiek bureau/ kenniscentrum op al die fronten vooruitgang maken. OVV en VVB hebben meer contacten in werkgeverskringen dan in die van werknemers. Ook daar willen we iets aan doen. Hoe zit het met de impact van de VVB op het “volk”, op de publieke opinie? Die publieke opinie bereik je enkel nog massaal via de media en daar scoren we te zwak. Dat kan moeilijk ontkend worden. In de aanloop naar de nietsplitsing van Brussel-Halle-Vilvoorde was de VVB, die de recente grote betogingen organiseerde, samen met de burgemeesters de locomotief, maar onze vereniging heeft zich misschien te weinig zelf geprofileerd. Dat is ook niet makkelijk, de media waren vooral geïnteresseerd in de betrokkenheid van de politieke partijen. Drukkingsgroepen komen in de media nog nauwelijks aan bod.


Guido Moons neemt de functie voorlopig waar, maar ook Peter De Roover, de jongste ere-voorzitter van de VVB,

50

De VVB heeft na een intern onderzoek uitgemaakt dat de politieke taak van de vereniging meer dynamiek moet krijgen. Dat zal gebeuren door de uitbouw van een zogenaamd Kenniscentrum, waarin we regelmatig overleg zullen plegen met de specialisten op de verschillende communautaire deelterreinen. Wat wil de VVB met Brussel? Ik ga ervan uit dat het status-quo, het behoud van de toestand zoals die nu bestaat met Brussel als derde gewest, zowat het slechtste scenario is waar Vlaanderen kon in verzeild geraken. Er moét dus verandering komen. De VVB wil de Brusselse Vlamingen niet in de steek laten, maar onze eerste doelstelling, is de sociaaleconomische belangen van Vlaanderen te vrijwaren.

andere prioriteiten. Een serieus gesprek over Brussel dringt zich absoluut op. De denkgroep “In de Warande” heeft mogelijk een aanzet gegeven: Brussel heeft een internationale, een Europese, een Vlaams-hoofdstedelijke en een gemeentelijke functie. De Belgischhoofdstedelijke functie zal en moét voor ons verdampen. Het francofone karakter van de hoofdstad is echter ook een realiteit. Vlaanderen moet alles doen wat het kan om Wallonië ervan te overtuigen dat “het probleem-Brussel” moet worden opgelost. In het belang van beide regio’s. Nadien, daar ben ik van overtuigd, zal door de economische mogelijkheden Brussel zelf wel inzien dat het ook de Vlaamse kaart moet trekken. Net zoals Wallonië moet inzien dat een snelle ontwikkeling naar onafhankelijke staten en het beëindigen van de verlammende transfers ook noodzakelijk zijn voor hun regio om er economisch bovenop te geraken.

JVdC

De Vlaamse politici in Brussel zien dat wellicht anders en hebben mogelijk

JAAR

VVB -

WIJ GAAN VERDER!

De Vlaamse Volksbeweging werd opgericht op 8 juli 1956. Niet verwonderlijk dat de VVB dit jaar een ruim deel van haar activiteiten programmeert in het kader van die vijftigste verjaardag. Het verhaal van de voorbije vijftig jaar zal te lezen zijn in het boek “50 jaar VVB”, dat later dit jaar verschijnt. VVB nationaal en de provinciale VVBbesturen hebben voor het feestjaar een uitgebreid feestprogramma uitgewerkt Op 25 maart is er in West-Vlaanderen een nationale VVB quiz voor de ongeveer honderd VVB-afdelingen. Op zondag 2 april zet VVB in samenwerking met Vlaanderen Vlagt een beste leeuwtje voor in de Ronde van Vlaanderen, met een slotgebeuren in de parochiezaal van Maarkedal. Op zondag 20 mei organiseert VVB de tiende Wandel en Fietsdag in Voeren, met dit jaar extra aandacht voor de kinderen. Op dinsdag 11 juli zal VVB weer prominenter aanwezig zijn in Brussel

en er de Gulden Ontsporing weer een extra Vlaams tintje geven. Op 16 september wordt in de KUB het lustrumboek “50 jaar VVB” voorgesteld en volgt er nadien een Van Maerlantontmoeting over 50 jaar VVB met Bart Maddens, Ludo Abicht, Frans Crols en Mark Deweerdt. Bruno Huyghebaert modereert. Op 14 oktober worden de batterijen even opgeladen op een groot eet- en dansfestijn in het congreshotel “Ter Elst” in Edegem.

7

Zondag 26 november moet het hoogtepunt van het feestjaar worden met de grote Onafhankelijkheidsmeeting “50 jaar VVB - wij gaan verder!” in Wieze. Zoals voorzitter Rita De Bont aangaf op de feestelijke opening van het feestjaar (vrijdag 27 januari): ‘Het feestjaar moet ook de aanleiding zijn voor een krachtenbundeling op de weg naar Vlaamse onafhankelijkheid.’

DOORBRAAK nr. 2 – februari 2006

JAAR

We zijn benieuwd? Het is de bedoeling het politiek bureau van de VVB om te vormen naar een Kenniscentrum. De overstap van voormalig politiek secretaris Jan Jambon naar de partijpolitiek (Jambon wordt kandidaat voor de N-VA in Brasschaat) heeft hier voor een klein oponthoud gezorgd.

heeft een intensere samenwerking met het vernieuwd PB toegezegd.

VVB 50

We proberen onze achterban en nieuwe doelgroepen te informeren en te mobiliseren via onze publicaties (ons maandblad Doorbraak, ons ledenblad Binnendoor, het tijdschrift Gorik in het Brusselse, de elektronische nieuwsbrief Flandersinfo voor de anderstaligen), via de verdere uitbouw van onze webstek, en natuurlijk ook via onze lokale afdelingen. Maar toegegeven, dat volstaat niet. We moeten streven naar een opvallender aanwezigheid dichter bij de politici en de media. Hier wordt aan gewerkt.


HERINNERINGEN

VAN DE EERSTE SECRETARIS VAN DE

VVB

V IJFTIG

JAAR WEGBEREIDER VAN NIEUWE IDEEËN was de eerste secretaris en schoolde begin jaren 1950 elke woensdag samen in het legendarische Vlaamse café De Egmont in Brussel. Luc, vandaag een kranige tachtiger, is nog steeds een actief lid van de VVB. Al vijftig jaar aan een stuk.

Van huis uit was hij zeker niet Vlaamsgezind opgevoed. Grootouders langs moeders kant lazen Het Volk, maar vader had communistische sympathieën. ‘Mijn vader zei altijd dat hij geen land had.’ Gesprekken met medeleerlingen en later onder anderen de leraar Nederlands duwden hem meer en meer in de richting van de Vlaamse Beweging. Tijdens de Tweede Wereldoorlog belandde hij in Jena, als zoon van in Duitsland tewerkgestelden. ‘Op m’n bureau had ik het portret van Staf Declercq staan. Ik werd zelfs voorzitter van de zogenaamde plaatselijke afdeling van het VNV. Omdat ik er de enige was die middelbaar onderwijs had gevolgd.’ De afdeling ter plekke was erg informeel: ‘waarschijnlijk heeft het VNV in Vlaanderen nooit van onze afdeling iets vernomen. We richtten er ook – los van alle partijpolitiek – een studievereniging op, waar ook linkse mensen deel van uitmaakten.’ In juli 1944 hield Luc er nog de 11-julitoespraak. Omdat de familie niet ‘verkeerd’ was tijdens de oorlog, werd ze ook bespaard van de repressie. Zo niet de familieleden van Lucs Anderlechtse vrouw, die hij in Duitsland had leren kennen, en waarmee hij trouwde in 1944. Die hebben allen wel even de Belgische kerkers gezien. Een extra motivatie voor Luc: ‘Ik wou Vlaamsgezinde activiteiten bijwonen, iets doen voor Vlaanderen, dat zo erg door de repressie was geslagen. Op een bepaald moment hoorde ik van een bijeenkomst van een Vlaamsgezinde vereniging in het Brusselse onder leiding van Bob Maes’ (de latere VU-senator – KDr.). Vanaf wanneer heb je een ‘echt’ engagement opgenomen? ‘De Egmont in de Van Praetstraat was sinds 1948 of 1949 de ontmoetingsDOORBRAAK nr. 2 – februari 2006

Jij was dus de eerste secretaris? ‘Formeel wel, ja. Men had altijd wel iémand nodig die het secretariaat op zich wou nemen. Liefst iemand die niet veroordeeld was of getroffen door de repressie. Liefst iemand die neutraal overkwam. En dat was ik.’

Foto Doorbraak

VVB 50

JAAR

Luc Leroy uit Anderlecht is een pionier van de Vlaamse Volksbeweging. Hij

LUC LEROY: ‘MET

Géén partij? ‘Met een beweging die geen partijpolitiek standpunt inneemt, dachten we, kunnen we sneller vooruit komen. En zo hebben we beslist tot de oprichting van de VVB. Het moest een beweging zijn die een breder publiek zou bereiken dan enkel een nationalistische partij. De vrees was te groot dat men het met VNV zou vergelijken. Het was de bedoeling dat de beweging pluralistisch was. Toen al werden mensen aangeworven die duidelijk links waren. Onder anderen meneer Arnoudts uit Lennik, een vrijzinnige leraar.’

EEN BEWEGING DIE GEEN PAR-

TIJPOLITIEK STANDPUNT INNEEMT, DACHTEN WE, KUNNEN WE SNELLER VOORUIT KOMEN.

EN

ZO

HEBBEN WE BESLIST TOT DE OPRICHTING VAN DE

VVB.’

plaats voor Vlamingen van alle soorten. Toen pater Walgraeves boek Onze Vlaamse Volksbeweging verscheen in 1949 was er alvast een eerste poging om een gelijknamige vereniging op te richten.’ ‘In de Egmont ontstonden ook steeds vaker meetings en manifestaties waar we sprekers uitnodigden. Vaak kwam er maar de spreekwoordelijke twee man en een paardenkop luisteren naar bijvoorbeeld Arthur De Bruyne. Ik had er ondertussen zelf al kennis gemaakt met Staf Verrept, Jan Olsen en Wim Jorissen. Elke woensdag om halfzes kwam een groep informeel samen in de Egmont. Walter Bouchery was er elke week. Zijn broer dr. Herman Bouchery. Leo Wouters, die toen nog vertegenwoordiger was en later VU-volksvertegenwoordiger werd. Paul-Felix Beeckman, later ook Hendrik Borginon, Lei Vrancken, meneer Vlieghe, een handelaar uit GrootBijgaarden, Gerard Romsée, Rudi Van der Paal en af en toe ook Frans Van der Elst. Op die woensdagvergaderingen kwamen we tot de conclusie dat er een beweging moest bestaan, en geen partij.’

8

‘Beeckman is de eerste voorzitter geweest, ook al was hij aangebrand: ambtenaar tijdens de oorlog. Er werden allerlei mensen aangeschreven, leden geworven, er werd gezocht naar geldelijke steun. Vele mensen zegden neen, wilden er niets meer mee te maken hebben. Velen waren gedegouteerd door de politiek, ten gevolge van de repressie.’ Hoe werden de ideeën van de VVB verspreid? ‘Er werd gauw beslist een blad uit te geven. Er was een voorganger: Zwart en Wit van Walter Bouchery, dat dan gestopt is en werd opgevolgd door Opstanding. Er zijn dan homerische discussies geweest om Opstanding een nieuwe naam te geven. Het blad werd te zeer geassocieerd met de vroegere politieke uitingen van flamingantisme. We moesten ergens een signaal geven dat het nieuw was. Ik herinner me nog de vele taalkundige discussies: Heropstanding of Wederopstanding? Maar het is dan uiteindelijk De Volksbeweging geworden.’ Hoe groeide de VVB in de jaren 1950? ‘We probeerden afdelingen op te richten, waar voordrachten werden gegeven. Ik herinner me nog dat een Arthur de Bruyne overal ging spreken. Er is ook een vergadering geweest in hotel Plaza op de Maxlaan, in een grote zaal op de benedenverdieping. Iedereen was erover verwonderd dat in zo’n bekend hotel in Brussel zo’n flamin-


gantische vergadering kon doorgaan. Maar er werd gefluisterd dat Borginon belangen had in dat hotel.’

VVB 50

‘Veel verenigingen en veel leden ervan liepen in elkaar over. Velen waren actief in verschillende initiatieven, zoals Verrept, Olsen, de beide Bouchery’s, Jorissen, De Bruyne, maar ook de Nederlander Henk Waltmans of de latere voorzitter Paul Daels.’

‘In Brussel wilden we de verfransingsdruk tegenwerken. Daarbuiten de Vlamingen weer bewustmaken.’ Werd er van in het begin al gesproken over federalisme? ‘Er waren voor- en tegenstanders van federalisme. Wim Jorissen is het klassieke voorbeeld. Er is vaak hard gediscussieerd om Wim over te halen tot het federalisme! Hij dacht dat de Vlamingen hun meerderheid moesten laten gelden. Het heeft lang geduurd eer Wim het federalistische systeem erkende. Niet alle leden waren federalisten of overtuigd van de meerwaarde van het federalisme in de Belgische staat. Zo waren er ook GrootNederlanders. In de VVB kwam dat laatste aspect nooit tot uiting.’ Hoe lang heb je je functie uitgevoerd? ‘Tot in 1958. Verandering van beroep en het engagement bij Janssens (Pharmaceutica – KDr.) om geen politiek engagement op te nemen. Ik moest bij zowel Nederlands- als Franstaligen langs, en dat lag te gevoelig. Ik heb in mijn laatste periode ook Wilfried Martens gekend, maar dat is altijd een koele bedoening geweest. Ik heb hem van in het begin altijd wel duidelijk partij horen kiezen voor de CVP, niet voor de VU, zoals sommigen beweerden. Anderen, die radicaler waren, stapten ook over naar de CVP. Maar Martens was daar altijd consequent in.’ Je bent altijd lid gebleven. ‘Ja, tot vandaag, 50 jaar lang! Maar ik

Foto Doorbraak DE VVB

SPEELDE EEN GROTE ROL IN DE

MARSEN

heb geen functies meer bekleed. Ik had op een bepaald moment ook de tijd niet meer. Ik ging wel naar vergaderingen en trok wel altijd mee: de amnestiebetoging in Antwerpen, de Marsen op Brussel ... Daar ben ik altijd actief bij betrokken geweest.’ ‘Ik heb de VVB in de jaren 1970 en 1980 vooral gevolgd via Doorbraak. Hoewel met pensioen gegaan in 1990, ben ik toch niet actief geworden in de VVB. Ik heb er ook niet aan gedacht. Ik volgde alles geïnteresseerd – doe dat nog steeds.’ Kwam de keuze van de VVB in 1991 voor onafhankelijkheid niet over als een schok? ‘Jongeren nemen radicalere stellingen in. Dat lag ook in de lijn van de verwachtingen na wat er allemaal gebeurd was. Vlamingen werden wel beter beschermd in Brussel, maar de verfransing zette nog steeds door. “Un mouvement irréversible”, de woorden van Simonet, daar moet ik altijd aan denken. Er is wel meer respect voor Vlamingen in Brussel, dezer dagen.’ ‘Wij hebben nóóit gesproken over drie gewesten, zoals in het huidige federalisme. Wij wilden twee gewesten: een Vlaams en een Waals, en een Brussel met een apart statuut. Brussel géén derde gewest! Daar is altijd veel verzet tegen geweest. Toen dat toch gebeurde, zag je mensen die dat mee verwezenlijkt hebben, een stap terugzetten en spraken ze van een unitair federalisme, zoals Wilfried Martens.’

9

OP

BRUSSEL.

‘Anderen namen radicalere stellingen in. Ik zag graag iemand als Peter De Roover. Die perceptie heb ik nog wel. Het was geen puur academische vereniging meer, er was terug meer leven, meer afdelingen, meer congressen... zoals in de beginjaren én aansluitend bij de ontwikkeling van België. Wat vroeger werd afgewezen, werd nu algemeen aanvaard. Aan de ene kant liggen de Vlamingen en de Belgen niet wakker van dat standpunt. Maar het idee van het federalisme is nu toch achterhaald!’ Heb je, na 50 jaar lidmaatschap, advies voor de toekomst? ‘Jonge, actieve mensen aantrekken die iets kunnen en die zich willen inzetten. Het is van de jongeren dat het moet komen. En verder werken aan Doorbraak, om mensen te vormen! De VVB zou een gemengd publiek moeten bereiken: jong en oud, man en vrouw. Maar hoe realiseer je dat? Daar heb ik geen antwoord op... ‘ ‘Het is natuurlijk zo dat de noodzakelijkheid van de Vlaamse strijd niet meer wordt gevoeld. Velen denken dat de strijd gestreden is en dat we het streefdoel hebben bereikt. Maar dat lijkt mij een erg naïeve houding. Als je dan ziet welke recuperatiepogingen er zijn: in de media is het al Belgisch wat de klok slaat. We zijn er nog niet! De VVB is altijd belangrijk geweest als wegbereider, om ideeën te verspreiden. Dat moet ze blijven doen!’` KDr.

DOORBRAAK nr. 2 – februari 2006

JAAR

Waaruit bestond het programma toen? ‘Een Vlaamse heropstanding verwezenlijken die meer Vlamingen zou bereiken door haar pluralistische karakter, wat een partij niet zou kunnen. Wat betekende dat je sympathie kon verwachten van heel wat CVP’ers, maar ook van de BSP’er Fayat.’


VRIJE TRIBUNE

E UROPESE GRONDWET BRENGT V LAANDEREN NAAR E UROPA de N-VA in de ratificatie van de Europese Grondwet. Waarom keurt de N-VA die Grondwet goed en neemt hij, met zijn Vlaamse minister van Buitenlands Beleid, zelfs het voortouw? Eenvoudigweg omdat de Grondwet een stap vooruit is voor Europa, maar vooral voor Vlaanderen. Want dankzij de inbreng van de N-VA, komt er voor het eerst een rechtstreekse band tot stand tussen Vlaanderen en Europa.

DEMOCRATISCHER EUROPA Ten eerste is er de Grondwet zelf. Een magnifiek werkstuk is dat zeker niet. Maar wel een hele verbetering tegenover de huidige toestand. De Grondwet zorgt vooral voor meer democratie. De Europese Raad wordt een officiële instelling met een ‘president’ en met openbare beraadslagingen en stemmingen, niet langer in duistere achterkamers. Er komt een tweekamerstelsel waarbij de Raad staat voor de inbreng van de lidstaten en het parlement de Europese burgers vertegenwoordigt. De Commissie wordt een soort Europese regering waarvan de voorzitter voortaan rechtstreeks wordt verkozen door het parlement. Dat parlement krijgt ook meer macht, doordat het telkens de begroting moet goedkeuren. Nationale parlementen worden daarnaast meer betrokken bij de besluitvorming, en via het burgerinitiatief kunnen ook de burgers zélf de Commissie vragen een wetgevend initiatief te nemen. Tot slot – en toch niet onbelangrijk voor eurocritici – kunnen lidstaten voortaan uit de EU treden.

VLAANDEREN IN EUROPA De Grondwet verplicht de EU haar verscheidenheid aan talen en culturen te respecteren én te bevorderen. Daarnaast moet de Unie voortaan ook de grondwet van de lidstaten eerbiedigen en dus bijvoorbeeld ook het Vlaamse zelfbestuur. Maar ook de subsidiariteitstoets is een erg belangrijke stap vooruit. Ze beschermt de autonomie van de lidstaten. Het komt er op neer dat de parlementen aan de alarmbel kunnen trekken wanneer ze vinden dat Europa zich bezighoudt met een materie die beter op nationaal niveau geregeld kan worDOORBRAAK nr. 2 – februari 2006

Datzelfde Vlaams Parlement kan zijn zaak zelfs voor het Europees Hof van Justitie brengen. Tot slot werd ook overeengekomen dat het Vlaams Parlement ook vóór de inwerkingtreding van de Grondwet, de naleving van het subsidiariteitsbeginsel zal kunnen controleren.

Foto Dann

O PINIE

In Doorbraak (dec. 2005) hekelde prof. dr. Wilfried Dewachter de rol van

erkenning van ons parlement kan dat tellen. Maar belangrijker is dat werd overeengekomen dat alle rechten die de Grondwet toewijst aan de nationale parlementen, ook gelden voor het Vlaams Parlement. In het kader van de subsidiariteitprocedure hebben de 25 lidstaten elk twee stemmen. Telkens als het Vlaams Parlement vindt dat het subsidiariteitsbeginsel geschonden is, wordt zijn stem meegeteld bij de 16 andere stemmen die noodzakelijk zijn om een Europees voorstel terug te fluiten (17 nodig op de 50). Óns parlement hijst zich daarmee op het niveau van het Franse, Britse, Duitse ... parlement!

den. In extremis kunnen ze het voorstel van de Commissie terug naar af sturen.

‘DE

SUBSIDIARITEITSTOETS IS EEN ERG BELANGRIJKE STAP VOORUIT. ZE BESCHERMT DE AUTONOMIE VAN DE LIDSTATEN.’

Aanvankelijk was de regeling enkel bedoeld voor de nationale parlementen. Op vraag van de Vlaamse minister van Buitenlands Beleid Geert Bourgeois (N-VA), werd bij de ondertekening van de Grondwet door België een aparte verklaring toegevoegd. Die stelt dat voor België ook de deelstaatparlementen moeten worden gezien als nationale parlementen. Om één en ander praktisch te regelen tussen de verschillende federale en deelstaatparlementen, was een samenwerkingsakkoord nodig. Maar om te garanderen dat Vlaanderen effectief een rol zou kunnen spelen op Europees niveau, maakte de N-VA een simpele koppeling. Éérst een voor Vlaanderen positief samenwerkingsakkoord, dán pas de ratificatie van de Grondwet. De koppeling werkte. Ten eerste worden voortaan álle documenten vanuit de Europese instellingen rechtstreeks bezorgd aan het Vlaams Parlement. Als

10

Conclusie van het verhaal: Vlaanderen wordt een rechtstreekse gesprekspartner van Europa. Voor het eerst in de geschiedenis. Toch stellen sommigen dat we de Grondwet beter níet zouden ratificeren. Zo zou Vlaanderen zijn stem kunnen laten weerklinken in Europa, luidt het. Misschien. Al is het weinig waarschijnlijk dat er, een jaar na de afwijzing door Frankrijk en Nederland, nog een haan naar zal kraaien wanneer een deelstaat de Grondwet niet ratificeert. Belangrijker is echter dat we dan terugvallen op de huidige situatie, zónder erkenning van Vlaanderen door Europa. Het is het verhaal van de ene vogel in de hand en de tien in de lucht. Wij willen niet doodleuk wachten tot Vlaanderen op een mooie ochtend onafhankelijk wordt. De N-VA wil dat Vlaanderen nú al iets te zeggen heeft in Europa. Dankzij de Grondwet – en een rechtlijnige, Vlaamse politieke houding – kunnen we dat. Zo’n historische kans laten wij niet liggen. Bart De Wever, algemeen voorzitter N-VA Geert Bourgeois, Vlaams minister


VRIJ-SPRAAK

D E V LAAMSE

RACISME (1) Het startschot werd gegeven door Philippe Moureaux (PS). In een interview in Le Soir hakt hij in op de Vlaamse beslissing om sociale huisvesting te koppelen aan taallessen. Volgens Moureaux ruikt zoiets naar ‘racisme’ ... Verder waarschuwt hij voor nieuwe stappen in de staatshervorming. ‘Minder België betekent ook minder België in Brussel’ en dus minder Vlamingen in de Brusselse instellingen, aldus de numero uno van de Brusselse PS. Opmerkelijk: Moureaux beschuldigt de Vlamingen van racisme én houdt tegelijk een pleidooi om de Brusselse Vlamingen te marginaliseren en van Brussel een (eentalige) ville francophone te maken. Een kronkelredenering, maar tegelijk wel een sterk signaal.

RACISME (2) En dan was er de – tijdelijke – vervanging van burgemeester Freddy Thielemans (PS). Geheel tegen de traditie in wordt het hoogste ambt van de stad Brussel ingevuld door iemand die geen Nederlands kent: schepen Faouzia Hariche (PS). Een provocatie, waartegen zowat alle Vlaamse partijen hebben geprotesteerd. Reactie van Thielemans’ kabinetschef: ‘Misschien is het wel haar allochtone familienaam die een probleem is’. Die woorden schoten bij Guy Vanhengel (VLD) in het verkeerde keelgat: ‘We moeten ons binnen de Vlaamse Gemeenschap in Brussel beraden over tal van incidenten van de jongste maanden die niet van respect voor Nederlandstaligen getuigen.’

GEEN RESPECT Intussen vraagt Brigitte Grouwels (CD&V) ook respect voor het regeerakkoord. Meer bepaald wil ze dat minister-president Charles Picqué (PS) eindelijk werk maakt van het beloofde rapport over de (niet) toepassing van de taalwet. Gerard Bouvier

‘Geef me een vast punt en ik kan de wereld verplaatsen.’ Zo leren ons de wijze Grieken en wijs waren ze. Voor velen van ons gaat het een beetje anders: geef me mijn vaste waarheid en ik zal de wereld verklaren. Zo’n vast punt zou kunnen zijn: ‘de Vlaams-nationalisten veroveren het land’. Vreemd genoeg wordt die stelling veel meer gehuldigd in antiVlaamse kringen, dan bij Vlaamse bewegers. Bekijk de Belgische politiek vanuit dat oogpunt en de angst grijpt je als rechtgeaarde patriot om het hart. Ooit ontplofte de Volksunie in duizend stukjes en la Belgique de Papa werd euforisch. Tot ze vandaag vaststelt dat die duizend zaadjes niet op de rotsen vielen. De bevordering van Fons Borginon tot Kamerfractieleider van de VLD heeft weer ogen geopend. Rik Daems voegde een heel persoonlijk noordzuidbeekje toe aan de gekende transferstroom. Wat ongetwijfeld een lichamelijk hoogtepunt moet zijn geweest, leidde tot een politiek dieptepunt. Hij moest het veld ruimen als leider van de VLD-troepen in de Kamer. In zijn plaats kwam een oudVU-voorzitter. We vermoeden dat di Rupo zijn blonde vamp Sophie Pécriaux op het matje heeft geroepen. Door het vuur aan Daems’ lont te leggen – naar we vernamen sloeg de vonk voor het eerst over in Taiwan – stootte een Vlaams-nationalist verder door naar de macht. Van onhandig politiek geknoei gesproken. Borginon had een tegenkandidaat: Bart Tommelein. Ook een gewezen VU’er, van wie we nog zullen horen. Een andere oud-VU-voorzitter, Jaak Gabriëls, wil voorzitter worden van het Vlaams Parlement. Bart Somers ontrolde ooit op een VU-congres een spandoek voor de Vlaamse republiek, tot woede van Hugo Schiltz. Somers leidt nu de grootste regeringspartij.

11

Uit de oude VU-rangen komen de ministers Bourgeois en Anciaux en de staatssecretaris Van Weert. Haar collega Van Quickenborne stamt uit het VU-filiaal ID. VlaamsBelangkopstuk Dewinter heeft een (kort) VU-verleden. Bart Staes, oudVU’er, wordt genoemd als opvolger van Groen!-voorzitter Dua. Gewezen VMO’ers infiltreerden zowaar in de socialistische vakbond en de hoogste Belgische rechtscolleges. Het houdt gewoon niet op en in tricolore kringen wachten ze met een visademke op de dag dat deze wolven hun schapenvacht afschudden en de Vlaamse republiek uitroepen. Men kan ook van een andere levensfilosofie uitgaan: ‘het Vlaams-nationalisme verliest altijd’. Die stelling heeft dan weer vooral aanhangers in Vlaamsgezinde kringen. Dezelfde feiten krijgen dan een ietwat andere betekenis. Borginon klimt op in de VLD-rangen omdat hij zijn oude principes heeft opgegeven. Somers weet zelfs niet meer wat een spandoek is. Bourgeois is de gevangene van de CD&V die als een loopse teef lonkt naar di Rupo. Oud-VU’er Geert Lambert vult zijn dagen met het opjagen van oud-VU’ers met Belangstempel. Het schapenvel past de oude wolven als gegoten. Slotsom: een gebrek aan zelfvertrouwen behoort tot de kern van de Vlaamse volksziel. Of het nu belgicistische Vlamingen, dan wel Vlaams-nationalistische exemplaren betreft. Ze zien alles pijlsnel de verkeerde kant uitgaan. Laten we voor een keer hopen dat de belgicisten het bij het rechte eind hebben. Al geven we toe dat sommige wolven hun schapenrol heel overtuigend spelen. Uw dienaar komt ook niet echt los van die echte Vlaamse volksziel. Peter De Roover

DOORBRAAK nr. 2 – februari 2006

V RIJSPRAAK

Een nieuw jaar, maar geen nieuw begin voor de Brusselse regering. De laatste weken van 2005 kenmerkte zich door een nieuwe communautaire opstoot. Opmerkelijk is dat niet het FDF, maar wel de PS de Vlamingen herhaaldelijk de gordijnen injaagt.

VOLKSZIEL


FEDERATIE

OF GEVANGENIS?

S PAT I RAK

UIT ELKAAR ?

B UITENLAND

Z

al Irak als eenheidsstaat overleven? De nieuwe grondwet die op 15 oktober in een referendum werd goedgekeurd, bestempelt Irak als een bondsstaat die is opgedeeld in regio’s en provincies. Het vooruitzicht is dat de provincies zich zullen hergroeperen in drie grote regio’s: Koerdistan in het noorden, een soennitische regio in het midden, en een sjiietische in het zuiden. De val van Saddam betekende ook het einde van de dominerende positie van de soennieten. In het federale Irak vrezen ze nu nog minder te betekenen, ook al omdat de oliebronnen in het noorden en het zuiden van het land liggen. Het is maar omdat de Koerden en de sjiieten op de valreep nog enkele toegevingen deden, dat een aantal soennitische groeperingen hun verzet tegen het referendum over de grondwet opgaven. In artikel 1 van de grondwet staat nu ook dat de ‘eenheid van het land’ wordt gegarandeerd, en in artikel 3 dat Irak een ‘deel van de Arabische wereld’ is. Oorspronkelijk gold dit laatste enkel voor de Arabische burgers van Irak. Bovendien wordt het Arabisch nu ook als de tweede officiële taal in de Koerdische regio erkend.

FEDERALISME ... Ondanks deze waarborgen blijven vele soennieten argwanend tegenover het federalisme. Deze staatsstructuur, die de politieke macht opdeelt tussen het centrum en de regio’s, is nog niet eerder in het Midden-Oosten, in enig ander Arabisch land, uitgetest. Ze komt er vooral op aandringen van de Koerden die al sinds het einde van de eerste Golfoorlog autonomie genoten in het noorden van Irak. Hun gebied werd beschermd tegen het binnendringen van Saddams troepen door de controle die Amerikaanse gevechtsvliegtuigen sinds 1991 in de zogenaamde nofly-zone uitoefenden. Ondertussen hebben ook de sjiieten de voordelen van het federalisme ontdekt. Ze kunnen nu eindelijk op eigen benen staan nadat ze decennialang door de soennitische minderheid overheerst zijn geweest. De hamvraag luidt nu hoe Irak verder zal evolueren. Er zijn in de grondwet remmen ingebouwd tegen een verdere desintegratie van de staat. In de schoot DOORBRAAK nr. 2 – februari 2006

ETNISCHE

GROEPEN IN IRAK

van het nieuw verkozen parlement werd een comité gevormd dat de grondwet over enkele maanden volledig kan herzien. De bodemschatten worden beheerd door de centrale regering en de regio’s, de inkomsten van olie en gas worden verdeeld in overeenstemming met de bevolkingsdichtheid. De deelstaatregeringen kunnen een eigen grondwet uitwerken, maar die mag niet in tegenspraak zijn met de constitutie van Irak.

... MET DRIE? Hoelang zal het duren voor de eerste barsten verschijnen in het constitutionele raamwerk? Irak wordt als een staat beschreven met meerdere naties, godsdiensten en culturen. Zo zijn er nog wel meer staten. Alleen, in Irak werpt ook de geschiedenis haar schaduw op dit multi-etnische en multireligieuze samenleven. Soennieten en sjiieten verdragen elkaar even “goed” als katholieken en protestanten bij ons in de zestiende eeuw. Koerden, Arabieren en Turkmenen (een Turkstalige minderheid) betwisten elkaar de stad Kirkoek met haar olierijkdom. Voor de Koerden is deze stad het “Jeruzalem van Koerdistan”. Irak zelf is een kunstmatige staat die in 1920 door de Britten werd aaneengelijmd uit drie provincies van het verslagen Ottomaanse Rijk. Provincies die niet toevallig overeenkomen met de drie

12

grote regio’s die zich in het huidige federale Irak kristalliseren. De Amerikaanse professor Victor David Hanson ziet de zogenaamde “trisectionisten” aan het werk, de voorstanders van een opsplitsing van Irak in drie grote delen op basis van het argument dat een Koerdische en een sjiietische staat zich beter zouden kunnen beschermen tegen de terreur die vanuit soennitische hoek komt. Zelf beschouwt hij deze denkwijze als een vergissing: het soennitische en het sjiietische gedeelte zouden zich radicaliseren en allebei veranderen in een fundamentalistische theocratie. Zijn Israëlische collega Shlomo Avineri daarentegen breekt een lans voor separatisme. De verschillende volken in Irak ervoeren Irak altijd al als een “gevangenis”. Waarom zouden ze dan gedwongen moeten worden samen te leven? Koerdistan op zichzelf functioneert al als een goed bestuurde deelstaat. Het merendeel van de soennieten nam deel aan het referendum en de parlementsverkiezingen omdat Washington een compromis had helpen uitdokteren dat amendementen aan de grondwet mogelijk maakt. Op basis daarvan meenden de soennieten een verregaande decentralisering van Irak te kunnen tegengaan. Maar Abdul Aziz al-Hakim, de leider van de sjiietische Supreme Council for Islamic Revolution, heeft recent verklaard grote wijzigingen aan de grondwet uit te sluiten. Hij is zelfs te vinden voor meer autonomie van het sjiietische deel van het land. Het gevaar is dus niet denkbeeldig dat de ontgoochelde soennieten zich met geweld zullen verzetten tegen de decentralisering. Een uiteenvallen van Irak zal gevolgen hebben voor de buurlanden. Turkije ziet met lede ogen de creatie van een Koerdische staat aan zijn zuidelijke grens. Iran zal zijn invloed versterken naar de sjiieten van Irak toe, die in de soennitische zee van de Arabische wereld een eiland vormen. Dirk Rochtus Dirk Rochtus doceert internationale politiek aan de Lessius Hogeschool in Antwerpen en de Universiteit Antwerpen.


BOEKEN

CONSERVATIEF

ANDREAS KINNEGING, GEOGRAFIE

VAN GOED

EN KWAAD.

FILOSOFISCHE

ESSAYS.

HET SPECTRUM, 533 ISBN

BLZ.,

€ 29,95,

90 274 9753 2

Geografie van goed en kwaad is op vele punten een lofzang op de klassieke deugden, zowel overgeleverd uit de Klassieke filosofie, als uit de christelijke Bijbel-interpretatie – samen met de Amerikaanse The Federalist Papers zowat de belangrijkste bronnen waar Kinneging naar verwijst. In de niet altijd even makkelijk leesbare essays zijn die klassieke deugden – verstandigheid, moed, gematigdheid en rechtvaardigheid – een rode draad. En meteen een tegenwicht voor de individuele rechten en zelfontplooiing van het westerse Verlichtingsdenken, waar hij als met de dag kritischer voor wordt. De Leidense rechtsfilosoof Kinneging leverde een belangrijk filosofisch werk, met de bijzonder fraai uitgegeven bundel. Hij behandelt klassieke deugden, het gezin, de rechtstaat, de Europese Grondwet, tolerantie, normen en waarden, godsdienst, menselijke en wetenschappelijke oppervlakkigheid, democratie en volkssoevereiniteit ... Veel van de 24 essays verschenen eerder al in het dagblad Trouw of in vaktijdschriften. Hij plaatst zich er opnieuw mee op de kaart als uitgesproken Conservatief – met hoofdletter – filosoof, opiniemaker en essayist, en verdient zo zijn plaats naast zijn hier eerder al besproken Verlichtingsliberale collega Paul Cliteur.

KDr.

FEDERALE KONING? ‘Het zou een historische fout zijn van de (Belgische) monarchie niet bij te dragen tot de verdere verfijning van de staatshervorming en de verdere omvorming van het land tot een echt federaal staatsbestel.’ (p. 326) Zo begint de bekende Vlaamse grondwetspecialist prof. em. Senelle de allerlaatste paragraaf van zijn Handboek voor de koning. Voor zover nodig, gaf diezelfde monarchie afgelopen jaar nog maar eens het overtuigend bewijs dat ze er helemaal niet aan denkt minstens eens rustig te luisteren naar die zeker niet onverstandige aanbeveling van de gewezen professor staatsrecht aan de troonopvolger. De recente “wijze” ophefmakende woorden van de troonopvolger over die staatshervorming werden niet zomaar alleen in het Nederlands uitgesproken. En dat niettegenstaande de waarschuwing waarmee Senelle zijn “handboek” afsluit: ‘alleen nog meer politieke armslag voor de deelstaten’, schrijft hij, ‘kan de politieke toekomst van het federale Koninkrijk België veilig stellen. Want anders zouden de spanningen tussen de deelgebieden binnen de Belgische federatie weleens het unificerend vermogen van de monarchie kunnen overstijgen’. Senelle zegt het niet luidop maar laat de lezer wel tussen de regels aanvoelen dat hij beter dan wie ook weet dat die “federale monarchie” nog lang een dromerij zal blijven van een intellectueel vechtlustige grondwetspecialist. De auteur zegt er overigens niet bij hoe hij die federale koning ook een grondwettelijk kleedje zou aanpassen. Maar dat zijn bijkomstige zorgen: belangrijk is dat ook Robert Senelle, eminent jurist en vooral kenner van Het Paleis-Le Palais zeer goed beseft dat de Belgische monarchie al lang ronduit vierkant draait, laat aanvoelen dat ondergetekende niet helemaal ongelijk had met zijn kritisch verhaal over de Belgen en hun eigenzinnige koning. Een journalistiek verhaal dat dezelfde doelstelling had als dit wetenschappelijk handboek: de Belgische monarchie

13

duidelijk maken dat ze niet langer kan blijven doen alsof het normaal denkend en luisterend Vlaanderen al niet heel lang door heeft dat het doen en laten van dat koningshuis niet veel meer is dan een Chinees schimmenspel. Men speelt een spel volgens regieaanwijzingen die dateren uit 1831 en dus al heel lang achterhaald zijn. Aan dat regieboek mag evenwel niet geraakt worden door het veto van vooral Franstalig België. Een publieke discussie beginnen over de monarchie mag niet, wordt daar gezegd, omdat precies dat koningshuis de laatste dam is waarachter onze Franstalige buren kunnen schuilen tegen het oprukkende Vlaamse imperialisme.

R. SENELLE E.A., HANDBOEK

VOOR DE

KONING. LANNOO, 431

BLZ.,

ISBN

€ 18,95,

90 209 5380

Senelle schrijft dat natuurlijk niet op die manier. Hij benadert de monarchie integendeel vanuit een tiental invalshoeken die samen het volledige koninklijke werkveld overspannen. Voor elk thema krijgt de lezer een vaak boeiend overzicht van de historische ontwikkelingen en incidenten terzake. Telkens weer moet men vaststellen dat politiek Brussel dat zeer goed weet, maar het toch niet aandurft om er iets aan te doen, zodat nieuwe botsingen kunnen worden vermeden. Soms wordt onomwonden gesteld dat men het desbetreffende grondwetsartikel best zou schrappen want toch volledig in onbruik geraakt (o.m. p. 156), elders moet de lezer zelf maar de conclusie trekken. De auteurs zijn wetenschappers die hun handboek aan de koning zelf opdragen en dus geen eigen politiek standpunt innemen. Dat hoeft ook niet. Hun verhaal is – voor wie wil lezen – klaar een duidelijk: de Belgische koning is, zoals zijn beroemde keizerlijke broer uit het bekende sprookje, al lang helemaal (figuurlijk ) bloot. Zij die in deze omstandigheden nog eens willen proberen om het debat over die monarchie toch op gang te brengen, kunnen niet buiten dit Handboek voor de Koning. De echte democratie kan er alleen beter van worden. Marc Platel DOORBRAAK nr. 2 – februari 2006

B OEKEN

Hoewel zelf tot voor enkele jaren nog een overtuigd Verlichtingsliberaal, trekt de Nederlandse prof. Andreas Kinneging in zijn jongste verzameling filosofische essays ten strijde tegen de (hedendaagse vertaling van de) ideeën van de Verlichting door de soixantehuitards. (‘Soixante-huit is dan ook in vele opzichten een reprise van quatre vingt neuf – of is het quatre vingt treize?’) Geen wonder ook dat hij einde jaren 1990 mee aan de wieg stond van de Nederlandse conservatieve Edmund Burke Stichting.

Geografie van goed en kwaad biedt alvast veel stof tot nadenken en debat, ook voor de niet geoefende filosofielezer! Een bijzonder fraai uitgegeven en erg leesbaar boek voor lange winteravonden!


W

I E

I S

W I E

K AMIKAZE -M EGAFOON

Ronduit grandioos! Dat is het minste wat ik kan bedenken bij het optreden van Prins Laurent, toen hij – naar aanleiding van de geboorte van zijn tweeling – met de nodige grandeur kwam vertellen dat hij voor de kinderen nog geen peter had gevonden, maar wel een meter. Waarop hij op onnavolgbare wijze een lintmeter uit zijn vestzak tevoorschijn toverde. De aanwezigen lachten obligaat, maar waren duidelijk van slag. Niet goed voorbereid, met andere woorden. Ze zouden nochtans beter moeten weten. Ze kennen hem nu toch al lang genoeg. Of waren ze gewoon in de war en zijn ze net als ik beginnen twijfelen of de man die voor hen stond wel degelijk Prins Laurent was en niet zijn volmaakte ‘kloon’ in het vel van Chris Van den Druppel? Wie zal het zeggen? Het antwoord op de vraag is op zich ook niet zo belangrijk. Belangrijker is de vaststelling dat de quasi perfecte inwisselbaarheid van Laurent en Chris nogal wat mogelijkheden biedt. Zo zou het wel eens kunnen dat het Hof zelve hierdoor op ideeën komt. En precies omdat ik uit goede bron weet dat Doorbraak ten paleize tot de vaste lectuur behoort, richt ik mij via dit stukje als het ware rechtstreeks tot onze Vorst met volgend, maar uiteraard geheel vrijblijvend voorstel. Sire, neem toch contact op met Chris Van den Durpel en laat hém voortaan alle publieke optredens van Laurent verzorgen. De voordelen zijn legio. Geen mens zal het verschil zien en over Chris hebt ge desgewenst (als ge hem genoeg betaalt tenminste) voldoende controle. Sterker nog, hij is misschien ook nog bereid (mits de nodige opleg) om verkapte boodschappen te brengen die het imago van uzelf en uw entourage kunnen opkrikken. En dat is, in het licht van het inmiddels beruchte Manifest, manifest nodig. Noël Slangen is ongetwijfeld de man bij uitstek om dit verder uit te werken. Doen dus, Sire. En liefst niet wachten tot bij de volgende bevalling. Want ge hebt het waarschijnlijk ook gehoord: uw (vermoedelijk) derdegeboren telg heeft zo zijn bedenkingen bij het feit dat hij de derde in de rij is. De kans dat hij bij een volgende gelegenheid hierop dieper ingaat is dus niet denkbeeldig. Oppassen dus. En voorkomen is nog altijd beter dan genezen. Om te eindigen nog dit, Sire. Laurent maakte zich duidelijk zorgen over het feit of het nu om een eeneiige, dan wel om een twee-eiige tweeling gaat. Zeg hem maar dat dit nooit met zekerheid kan worden vastgesteld, maar dat het wel zeker is dat ze van één en hetzelfde kieken voortkomen. Dat is althans de mening van ... Kamikaze

M

H OELANG

NOG DANSEN WE MET TWEE ?

Een korte Megafoon deze keer en die steken we in de hand van Helena Wilmet, die in Het Nieuwsblad (23 december) een analyse schreef onder de titel ‘Hoelang dansen we nog met twee? Het jaar van de schizofrene België. ‘Over het jaar 2005, het jaar waarin ons land zijn 175-jarig bestaan vierde en 25 jaar federalisme, zal géén uitgebreid hoofdstuk geschreven worden. Het grote feestjaar (175 jaar België) is eigenlijk zowel letterlijk als figuurlijk in het water gevallen. Buiten de festiviteiten in de hoofdstad, wat verplichte school-

DOORBRAAK nr. 2 – februari 2006

E G A F O O N

bezoeken aan tentoonstellingen en enkele overzichtboeken viel er weinig feestvreugde te merken bij de bevolking.

spreekt. Zelfs een aantal Belgische bastions – het Rode Kruis, de socialistische vakbond, de Kerk – zijn recent door communautair vuur aangetast.

De grote probleemdossiers zijn uitgesteld en verschoven naar latere verkiezingsjaren. B-H-V is niet gesplitst door een arrogant “non” van de Franstaligen en de ruzie over de vliegtuigherrie zit vast door een Brussels njet.

De onafhankelijkheid is witgewassen en zelfs de koning moet in zijn toespraak op 21 juli een toevlucht nemen tot een opiniepeiling om zijn land te verdedigen’.

Het is niet genoeg een of andere regisseur aan te stellen en er veel geld tegenaan te gooien als het feestvarken de bevolking zelf niet meer echt aan-

14

Beide partners dienen nog heel wat te bezinnen. Er bestaan nu eenmaal geen vastgelegde procedures voor de splitsing van een land. Maar tegenwoordig mag het gezegd én besproken worden, en dat is nieuw’.


BESTEL NU

"Manifest voor een zelfstandig Vlaanderen in Europa" Het boek kan worden besteld via de Vlaamse Volksbeweging. Stort 20 euro op rekening van VVB-actie, 409-9563981-19, met de vermelding BOEK DE WARANDE en de postbode brengt het enkele dagen later aan huis.

C Energiebesparing Milieutechnologie: afvalverbranding deNOx Explosieve gasmengsels: verwerking in overeenstemming met ATEX

Gespecialiseerd studiewerk en sleutelopdedeur levering Mallekotstraat 65, 2500 Lier Tel: ++ (0)3/491.98.78 – Fax: ++ (0)3/491.98.77 E-mail: info@euro-pem.com

O L O F O N

Doorbraak is een uitgave van de Vlaamse Volksbeweging vzw. Verschijnt maandelijks (niet in augustus). Hoofdredacteur: Jan Van de Casteele Kernredactie: Karl Drabbe, Katleen Van den Heuvel, Dirk Laeremans, Herman De Mulder, Anke Nobels, Peter De Roover, Pieter-Jan Verstraete. Redactie-adres: Passendalestraat 1a, 2600 Berchem. Tel (03) 366 18 50 – Fax (03) 366 60 45 e-post: redactie@doorbraak.org – internet: www.doorbraak.org – abonnementen: secretariaat@doorbraak.org Abonnement: € 16,50 voor een abonnement van 12 maanden (buitenland: 25 euro). Studentenabonnement: € 10 voor een abonnement van 12 maanden, met opgave van leeftijd en onderwijsinstelling. Internet-abonnement: € 10 voor 12 maand toezending van Doorbraak (pdf-bestanden) via internet. Het (studenten)abonnement geeft recht op een gratis Internet-abonnement. Abonnering door storting op rekening 736-0012719-76 van VVB Doorbraak, Passendalestraat 1A, 2600 Berchem met vermelding van het type abonnement. Doorbraak wordt ook gratis toegestuurd naar de leden van de Vlaamse Volksbeweging vzw. U kunt ook lid worden van de VVB door overschrijving van € 17 op rekening 736-0012719-76 van VVB-leden-administratie. Dan krijgt u naast Doorbraak ook Binnendoor, het ledenblad van de Vlaamse Volksbeweging, toegestuurd. Doorbraak is lid van de Unie van de Uitgevers van de Periodieke Pers. Vormgeving: Jupiter Graphics, De Regenboog 5A, 2800 Mechelen, Tel. 015 52 95 67 Betaalt u uw abonnementsgeld vanuit het buitenland? Vermeld dan bij storting op het hierbovenvermeld rekeningnummer ook het IBAN-nummer BE91 7360 0127 1976 (Bank identificatiecode van KBC-bank = KREDBEBB) Verantwoordelijke uitgever: Dirk Laeremans, Passendalestraat 1a 2600 Berchem. ISSN 0012-5474

15

DOORBRAAK nr. 2 – februari 2006


DOORBRAAK nr. 2 – februari 2006

16

2006_02_doorbraak  

M aandblad Februari 2006 We leerden dat vooral de Vlamingen spaarders zijn (81 % tegenover 53% van de Walen). Vlaanderen is volgebouwd (25,4...

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you